Fast 570050 - Vaatwassers Elettrobar - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fast 570050 Elettrobar in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fast 570050 - Elettrobar en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fast 570050 van het merk Elettrobar.
GEBRUIKSAANWIJZING Fast 570050 Elettrobar
HFDST 8 AFVALVERWERKING .............................................................................................. 12 HFDST 9 MILIEU ...................................................................................................................... 13 De fabrikant is volgens de wet eigenaar van dit document en daarmee is er een verbod om dit document te kopieren en te verspreiden zonder zijn schriftelijke toestemming vooraf. De fabrikant behoudt zich het recht voor om door hem noodzakelijk geachte aanpassingen ter verbetering uit te voeren zonder melding vooraf. 442470 MD REV02 26-10-2020 U NLHANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 2 van 14
Lees de instructiehandleiding aandachtig door alvorens de machine te starten. De aanwijzingen uit deze handleiding geven belangrijke informatie over de veiligheid gedurende de verschillende fasen van installatie, gebruik en onderhoud. Als de aanwijzingen die in de bijgevoegde documentatie staan niet in acht worden genomen, kan de veiligheid van het apparaat in gevaar worden gebracht en komt de garantie meteen te vervallen. Hfdst 1 RISICO'S EN BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Dit apparaat is alleen bestemd voor het gebruik waarvoor het uitdrukkelijk ontwikkeld is. Ieder ander gebruik wordt als onjuist beschouwd en is daarom gevaarlijk. Het gespecialiseerde personeel dat de installatie uitvoert, moet de gebruiker goed voorlichten over de werking van het apparaat en welke eventuele veiligheidsvoorschriften in acht genomen moeten worden, ook door het geven van praktische demonstraties. Iedere ingreep op de machine, ook bij storing, mag alleen door de fabrikant, of door een erkend servicecentrum en door vakmensen worden verricht, waarbij alleen originele reserveonderdelen gebruikt mogen worden. Zet de machine altijd eerst uit of zorg dat hij van het elektriciteits- en waternet is losgekoppeld, voordat u onderhouds-, reparatie en reinigingswerkzaamheden verricht. De machine mag NIET worden gebruikt door ongetraind personeel. Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of die niet over ervaring en noodzakelijke kennis beschikken, mits deze onder toezicht staan of nadat zij instructies hebben ontvangen betreffende een veilig gebruik van het apparaat. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die de gebruiker moet uitvoeren mogen niet worden toevertrouwd aan kinderen die niet onder toezicht staan. De machine mag NIET onder spanning blijven staan wanneer hij niet wordt gebruikt. Als de machine niet is uitgerust met een stekker of ander middel om de machine volledig af te koppelen, waarbij alle contacten van elkaar worden gescheiden, moeten dergelijke afkoppelinrichtingen worden ingebouwd in het voedingsnet, conform de installatievoorschriften. Als de voedingskabel beschadigd is, dient deze te worden vervangen door de fabrikant of door de technische assistentie van de fabrikant of hoe dan ook door een persoon met een soortgelijke kwalificatie, om elk risico te voorkomen. De schroef op het apparaat die gemarkeerd is met het symbool 5021 van de norm IEC 60417 vertegenwoordigt de equipotentiaalaansluiting. De machine mag NOOIT snel worden geopend als het programma nog niet is afgelopen. De machine mag NOOIT worden gebruikt zonder de door de fabrikant aangebrachte beschermingen. Gebruik de machine NOOIT om voorwerpen te wassen van een type, vorm,HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 3 van 14
maat of materiaal, die niet geschikt zijn voor de machinewas of die niet perfect intact zijn. Gebruik het apparaat of de onderdelen ervan NOOIT als ladder of steun voor personen, voorwerpen of dieren. Plaats NOOIT teveel gewicht op de open deur van voorladers, die erop gemaakt is alleen het vaatrek te dragen. Kom NOOIT met blote handen aan het vaatwasmiddel. Kantel de machine NOOIT na de installatie. Als u een storing of vloeistoflekken opmerkt, koppelt u de elektrische stroom onmiddellijk los en sluit u de watervoorziening. Zet de afwasmachine niet in de buurt van warmtebronnen met een temperatuur van meer dan 50°C. Stel de afwasmachine NOOIT bloot aan weersinvloeden (regen, zon etc.) De vaatwasmachine mag niet in de buitenlucht worden opgesteld zonder adequate afschermingen. Start een afwasprogramma nooit zonder dat de overstroombeveiliging aanwezig is, indien deze is voorzien. Kom nooit met magnetische voorwerpen in de buurt van de machine. Gebruik de bovenkant van de machine niet als vlak om voorwerpen op te zetten. De monteur moet de goede werking van de aarding controleren. Na het proefdraaien moet de monteur een schriftelijke verklaring afleggen betreffende de juiste installatie en test volgens de voorschriften en de regelen der kunst. U dient de positie NIET te wijzigen en evenmin de elementen waaruit de machine bestaat onklaar te maken, dergelijke handelingen kunnen de veiligheid van de machine in gevaar brengen. Niveau van geluidsdruk volgens EN ISO 4871 o LpA max. = 55 db Kpa=2,5 db voor inbouwversies o LpA max. = 65 db Kpa=2,5 db voor doorschuifversies o LpA max. = 76 db Kpa=q,5 db voor pannenwasversies Max. temperatuur van het toegevoerde water: 50 °C Max. druk van het toegevoerde water: 4bar (400kPa) Dit apparaat is bedoeld om permanent op de waterleiding te worden aangesloten Het apparaat mag niet worden gereinigd met water- of stoomstralen. Maximale afvoerhoogte o Op de grond met versies met overstroombeveiliging o Maximumhoogte 1 m bij de versies met afvoerpomp
1.1 Normale bedrijfsomstandigheden
Omgevingstemperatuur: 40°C max. /4°C min. (gemiddeld 30°C) Hoogte : tot 2000 meter Relatieve vochtigheid : Max. 30% bij 40°C / max. 90% bij 20°CHANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 4 van 14
Hfdst 2 VOORWOORD Waarschuwingen: Bewaar alle documentatie zorgvuldig in de nabijheid van het apparaat; geef deze aan de monteurs en bedieners die met de apparatuur werken en houd haar in de loop der tijd intact door haar veilig op te bergen. Maak kopieën als de documentatie vaak geraadpleegd moet worden De bediener is verplicht deze handleiding te lezen, begrijpen en te leren kennen alvorens welke handeling dan ook op de machine te verrichten. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor professioneel vaatwassen in grootkeukens,dus de installatie, het gebruik en het onderhoud zijn alleen voorbehouden aan getraind personeel dat de instructies van de fabrikant in acht neemt. Garantie: De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor schade aan voorwerpen of personen, die voortkomen uit het niet in acht nemen van de gegeven instructies of door een verkeerd gebruik van de machine Als de aanwijzingen die in de bijgaande documentatie worden gegeven niet in acht worden genomen, kan dat de veiligheid van het apparaat aantasten en komt de garantie meteen te vervallen Installaties en reparaties die zijn uitgevoerd door onbevoegde monteurs en het gebruik van niet- originele vervangingsonderdelen doen de garantie onmiddellijk vervallen. Opslag: Transport en opslag: tussen -10°C en 55°C met een piek van 70°C (gedurende max. 24 uur) Hfdst 3 INSTALLATIE Een goede installatie is van fundamenteel belang voor een goede werking van de machine. Enkele gegevens die nodig zijn bij de installatie van de machine staan op het kenmerkenplaatje op de rechter zijkant van de machine, en in kopie op de omslag van deze handleiding.
De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde, geautoriseerde monteurs.
Controleer of de verpakking niet beschadigd is, en vermeld eventuele geconstateerde schade op de afleveringsbon. Verzeker u ervan dat het apparaat onbeschadigd is na de verpakking te hebben verwijderd. Als de machine beschadigd blijkt, moeten de leverancier en het transportbedrijf onmiddellijk worden gewaarschuwd via fax of aangetekende brief met ontvangstbewijs. Als de schade zodanig is dat de veiligheid van de machine erdoor wordt beïnvloed, dan mag de machine niet geïnstalleerd en/of gebruikt worden voordat zij gecontroleerd is door een gekwalificeerd monteur.
De onderdelen van de verpakking (plastic zakken, piepschuim, spijkers, etc. ...) moeten buiten het bereik van kinderen en huisdieren worden gehouden, aangezien ze mogelijke bronnen van gevaar zijn.
Zorg ervoor dat er zich in de buurt van de installatie geen onderdelen en materialen bevinden, die beschadigd kunnen worden door waterdamp die tijdens de werking uit de machine kan komen, of dat deze voldoende beschermd zijn. Alvorens de vaatwasmachine te plaatsen moeten in de ruimte het elektrische systeem, de waterleiding en de waterafvoer zijn voorbereid. In geval van inbouw van machines met enkele wand dient minstens 10 mm ruimte tussen de wanden van de machine en de aangrenzende oppervlakken te worden gelaten. Bij de dimensionering van de vloer of inbouw moet rekening gehouden worden met het totale gewicht van de afwasmachineHANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 5 van 14
Om de stabiliteit te garanderen, moet de machine op haar vier poten worden geïnstalleerd en waterpas worden gezet. Dit apparaat is alleen geschikt voor een vaste aansluiting; andere installatieoplossingen moeten overeengekomen worden met en goedgekeurd door de fabrikant. Verwijder de beschermfolie van de omkasting alvorens de afwasmachine te gaan gebruiken.
3.3 Elektrische aansluiting
Er moet een hoofdschakelaar van het alpolige type aanwezig zijn, die alle contacten, inclusief de nulleiding, uitschakelt, een afstand tussen de open contacten heeft van minstens 3 mm en een contactverbrekend veiligheidsmechanisme heeft, of gekoppeld is aan zekeringen, die gedimensioneerd of geijkt moeten worden op het vermogen dat op het kenmerkenplaatje op de machine staat. De hoofdschakelaar moet op de elektriciteitsleiding aangesloten die dichtbij de installatie zit, en mag uitsluitend één apparaat tegelijk voeden. De spanning en frequentie van het elektriciteitsnet moeten overeenstemmen met die van het kenmerkenplaatje. Voor de veiligheid van de bediener en de apparatuur moet er een efficiënte aardinstallatie aanwezig zijn, die voldoet aan de geldende preventievoorschriften. Dit apparaat is conform de certificatie EN/IEC 61000-3-11 se indien de impedantie van het systeem
sys kleiner dan of gelijk aan Z max is in het verbindingspunt tussen het voedingssysteem van de gebruiker en het openbare systeem. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of van de gebruiker van de apparatuur om erop toe te zien dat de apparatuur uitsluitend wordt aangesloten op een voeding met een impedantiesysteem Z sys kleiner dan of gelijk aan Z max
De voedingskabel, uitsluitend van het type H07RN-F met een stroomcapaciteit op de geleider in continu bedrijf bij 60°C: Driefase machine o -5x2,5 mm^2 tot aan 20 A o -5x4 mm^2 tot aan 30 A o -5x6 mm^2 tot aan 38 A o -5x10 mm^2 tot aan 54 A Eenfase machine o -3x1,5 mm^2 tot aan 16 A o -3x2,5 mm^2 tot aan 25 A Mag tijdens de normale werking of het gewone onderhoud niet gespannen staan of geplet worden. Het apparaat moet bovendien aangesloten zijn in een equipotentiaal systeem, dat wordt aangesloten via een schroef die gemarkeerd is met het symbool 5021 van de norm IEC 60417. De equipotentiaalgeleider moet een doorsnede hebben van 10 mm². Houd u aan de aangegeven polariteiten in het stroomschema. Zie het bijgevoegde elektrische schema voor meer informatie.
Het is niet toegestaan verloopstekkers, meervoudige stopcontacten, kabels van een verkeerd type en met een verkeerde diameter te gebruiken, of met verlengkoppelingen die niet conform zijn aan de huidige voorschriften betreffende bedrijfuitrustingen.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 6 van 14
3.4 Aansluiting op het waternet
Het apparaat moet met een flexibele slang op de waterleiding worden aangesloten. Tussen de waterleiding en de magneetklep van het apparaat moet een sluitklep aanwezig zijn. De sluitklep moet zich in de nabijheid van het apparaat bevinden. De watertoevoer, temperatuur en druk moeten overeenkomen met de gegevens op het plaatje met technische kenmerken van de machine. Verzeker u ervan dat het toevoerdebiet niet minder dan 20 l/min bedraagt Als het water harder is dan 14 °F (8 °dH) adviseren wij om een interne ontharder te gebruiken in de machine. Als het water harder is dan 35 °F (19,5 °dH), wordt aangeraden een externe waterontharder voor de magneetklep te plaatsen Voor machines die niet zijn uitgerust met een waterontharder, wordt, als het water harder is dan 14 °F (8 °dH), aangeraden een externe waterontharder voor de magneetklep te plaatsen. Als er sprake is van zeer hoge concentraties resterende mineralen in het water met hoge geleidbaarheid, adviseren wij een demineralisatiesysteem te installeren. Machines die bestemd zijn voor gebruik met ontzout water of hoe dan ook met een hoge concentratie natriumchloride, moeten speciaal worden besteld, omdat voor de constructie ervan specifieke materialen zijn vereist Gebruik geen gedemineraliseerd water voor machines die zijn uitgerust met een warmteterugwinningseenheid met koperen terugwinningsbatterijen. In dergelijke gevallen dient u te vragen om de versie met batterijen met roestvrijstalen leidingen.
3.5 Verbinding met de afvoerleiding
De afvoerleiding moet uit een put met sifon bestaan, die onbelemmerd kan afvoeren met afmetingen die passen bij de afvoerslang die bij de machine geleverd is. De slang moet bij de put kunnen, zonder eraan te trekken, zonder gebogen, geplet of ingedrukt te zijn of door iets geforceerd te worden. De bak wordt geleegd door de zwaartekracht, dus de afvoer moet lager liggen dan de onderkant van de machine.
Met afvoerpomp (op aanvraag leverbaar) Mocht de afvoer niet lager liggen dan de onderkant van de machine, dan is het mogelijk om een model met afvoerpomp te gebruiken (op aanvraag leverbaar). In dit geval is de maximale hoogte van de afvoer 1 m. Zorg altijd dat de afvoer goed werkt en dat er geen verstoppingen zijn. Iedere andere oplossing moet eerst met de fabrikant besproken en door hem goedgekeurd worden.
3.6 Glansmiddel en vaatwasmiddel
Het glansmiddel en het vaatwasmiddel worden gedoseerd via de doseerder die standaard op de machine aanwezig is, indien voorzien voor het model. De hoeveelheid wordt op grond van de hardheid van het water bepaald door de monteur, die de doseerders zelf ook zal afstellen. Alvorens de afstelling uit te voeren moeten de toevoerleidingen van de doseerders worden gevuld met het betreffende product. De afstelling vindt plaats met de stelschroef, of rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel indien aanwezig. Er moet voldoende vloeistof in het bakje zitten. Het mag niet leeg komen te staan en niet met bijtende en onzuivere producten gevuld worden. Gebruik NOOIT vaatwasmiddel dat CHLOOR of HYPOCHLORIET bevat. Installatie van een automatische doseerder voor het vaatwasmiddel wordt altijd aanbevolen.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 7 van 14
Met verwijzing naar Afb.1:
LED REGENERATIE De positie van de drukknoppen en de leds kan verschillen naargelang het type machine
Schakel de hoofdschakelaar van de elektriciteit in, open de waterkraan buiten de machine. De twee streepjes op het DISPLAY (7) geven aan dat er spanning aanwezig is. Controleer of de overstroombeveiliging aanwezig is. Druk op de ON/OFF-knop (1). Het vullen en verwarmen van het water wordt automatisch gestart. De LEDS (5 en 6) knipperen beurtelings en op het DISPLAY (7) wordt de temperatuur van de boiler weergegeven. Wanneer de LEDS (5 en 6) vast blijven branden, zijn de optimale afwasomstandigheden bereikt.
4.3 Voorbereiding rek
Voor een goede werking van de machine moeten de volgende regels worden opgevolgd, onder verwijzing naar Afb.3: Gebruik het juiste rek, vul het zonder het te overbelasten en stapel de vaat niet op. Spoel de vaat altijd eerst voor. Zet geen vaat in de afwasmachine met ingedroogde en harde resten. Zet lege houders omgekeerd in het rek. Zet borden en dergelijke altijd schuin in het hiervoor bestemde rek, met de bovenkant naar voren. Zet het bestek in de daarvoor bestemde bak, met de handgrepen naar beneden. Zet geen zilveren en roestvrij stalen bestek in hetzelfde bestekbakje, omdat het zilver hierdoor zwart kan worden en het staal mogelijk kan gaan roesten. Was de vaat meteen na gebruik af, om te voorkomen dat etensresten hard worden en aankoeken. Gebruik alleen vaatwerk dat helemaal heel is en geschikt is om in de afwasmachine te worden afgewassen.
4.4 Programmakeuze en -start
4.4.1 Afwasmachine onder werkblad
Selecteer het juiste afwasprogramma voor het type vaatwerk met de STATUSKEUZEKNOP (2) en de PROGRAMMAKEUZEKNOP (3). Als deze knoppen worden gecombineerd, kan de gewenste cyclus worden geselecteerd, zoals aangegeven op Afb. 2. Druk op de STARTKNOP (4) om het programma te starten: de LED AFWASSEN (5) begint te knipperen en op het DISPLAY wordt de afwastemperatuur weergegeven. Vervolgens begint de LED SPOELEN (6) te knipperen en wordt op het DISPLAY de spoeltemperatuur weergegeven. (Afb. 1 ). Als de cyclus voltooid is, gaan de LEDS AFWASSEN (5) en SPOELEN (6) gedurende enkele seconden tegelijkertijd knipperen. Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden. Om de wascyclus eerder te beëindigen, houd de STARTKNOP (4) enkele seconden ingedrukt.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 8 van 14
4.4.2 Afwasmachine met klep
Selecteer het juiste afwasprogramma voor het type vaatwerk met de STATUSKEUZEKNOP (2) en de PROGRAMMAKEUZEKNOP (3). Als deze knoppen worden gecombineerd, kan de gewenste cyclus worden geselecteerd, zoals aangegeven op Afb. 2. Druk op de STARTKNOP (4) om de automatische start te activeren: de LED AFWASSEN (5) begint te knipperen en op het DISPLAY wordt de afwastemperatuur weergegeven. Vervolgens begint de LED SPOELEN (6) te knipperen en wordt op het DISPLAY de spoeltemperatuur weergegeven. (Afb. 1 ). Als de cyclus voltooid is, gaan de LEDS AFWASSEN (5) en SPOELEN (6) gedurende enkele seconden tegelijkertijd knipperen. De volgende cycli worden eenvoudig geactiveerd door de klep dicht te doen. Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden. Om de wascyclus eerder te beëindigen, druk op de STARTKNOP (3).
Normaal afwasprogramma
4.6 Het ingebouwde filter verwijderen
Zet de was- en sproeiarmen zodanig dat ze een rechte hoek vormen met de deurrand (Afb.7). Til iedere filterhelft op aan zijn handgreep.
4.7 De machine legen
4.7.1 Machines zonder afvoerpomp
Zet de machine uit. Verwijder het ingebouwde filter, als dat aanwezig is (Afb.4 A). Haal de overloopbeveiliging weg door hem naar boven te trekken (Afb.5 B), Wacht tot de bak helemaal leeg is. Verwijder indien nodig het filter van de bak en maak het schoon (Afb.5 C).
4.7.2 Machines met afvoercyclus (*optional)
Druk op de ON/OFF-knop (1) om de machine uit te zetten. Verwijder het ingebouwde filter, als dat aanwezig is (Afb.4 A). Haal indien aanwezig de overloopbeveiliging weg door hem naar boven te trekken (Afb. 5 B). De overloopbeveiliging is niet aanwezig in uitvoeringen met gedeeltelijke afvoer. Doe de deur weer dicht. Selecteer de afvoercyclus met behulp van de STATUSKEUZEKNOP (2). Druk 2 seconden op de STARTKNOP (4) om de afvoercyclus te activeren. De afvoercyclus wordt aangeduid met de tekst dr op het DISPLAY (7). De machine voert de afpompcyclus uit en aan het einde hiervan schakelt de machine uit. Verwijder indien nodig het filter van de bak en maak het schoon (Afb.5 C).HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 9 van 14
Bij machines met interne ontharder moet regelmatig een regeneratiecyclus worden uitgevoerd om de juiste werking van de ontharder zelf te herstellen. Het aantal cycli tussen de ene regeneratie en de volgende moet worden bepaald op basis van de waterhardheid in het gebied waar de afwasmachine is geïnstalleerd, volgens de onderstaande tabel:
Ga als volgt te werk (Afb.6): Zet de machine uit Maak haar leeg en schoon. Open het zoutreservoir in de bak nadat u het ingebouwde filter verwijderd heeft. Strooi er 250 ÷ 300g regeneratiezout (keukenzout zonder additieven in korrels met een doorsnede van 1 of 2 mm) in. Sluit het bakje weer stevig. Verzeker u ervan dat de overstroombeveiliging is weggehaald. Selecteer de regeneratiecyclus met behulp van de STATUSKEUZEKNOP (2). De cyclus kan worden gestart door de STARTKNOP (4) enkele seconden ingedrukt te houden als de machine uit is. Het starten van de cyclus wordt aangeduid doordat de LED REGENERATIE (8) gaat branden. De regeneratiecyclus duurt ongeveer 20 minuten. Aan het einde van de cyclus wordt de machine uitgeschakeld. NB Zet de machine niet uit terwijl de regeneratiecyclus bezig is
4.9 Lijst van meldingen die kunnen verschijnen
Leeg de machine op het eind van de dag altijd, zoals beschreven wordt in de paragraaf “De machine legen”. Neem de elektrische voeding door middel van de hoofdschakelaar weg en draai de waterkraan dicht. Verricht het gewone onderhoud en maak de machine schoon zoals beschreven wordt in de paragraaf “Onderhoud”. Laat de afwasmachine indien mogelijk een beetje open staan om de vorming van onaangename geuren binnenin het apparaat te voorkomen.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 10 van 14
Voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht, laat u de machine eerst helemaal leeglopen, neemt u de stroom weg en sluit u de externe waterkraan. Gebruik geen waterstralen onder druk, want deze zouden het elektrische systeem kunnen beschadigen. Was de buitenkant alleen af wanneer deze koud is, met producten die speciaal geformuleerd zijn voor het onderhoud van staal. Als ijsvorming mogelijk is, moet het water uit de boiler en uit de waspomp worden afgetapt.
Om de efficiëntie van de machine te garanderen, moeten de onderhoudswerkzaamheden regelmatig worden verricht, uitgevoerd zoals hierna aangegeven is. Desinfecteer de vaatwasser bovendien regelmatig met geschikte, niet bijtende, in de handel verkrijgbare producten.
5.3 Reiniging van de filtergroep
Verricht deze procedure aan het einde van de dag, of als u vuilresten op de filters ziet:
1. Neem de reken weg en maak hen schoon.
2. Maak de bak leeg volgens de instructies in de paragraaf “De machine legen”.
3. Verwijder alle filters van de afwasmachine en maak hen grondig schoon.
4. Gebruik geen schurende producten of voorwerpen om de stalen bak schoon te maken.
5. Aan het einde van de genoemde handelingen plaatst u alle onderdelen weer zorgvuldig terug.
5.4 De sproeiarmen reinigen
De sproeiarmen kunnen eenvoudig worden verwijderd om de spuitmonden periodiek te reinigen en mogelijke verstoppingen en/of kalkaanslag te voorkomen. Ga als volgt te werk: Verwijder de armen door de betreffende borgmoer los te draaien, of met behulp van de snelkoppeling (indien aanwezig). Was ieder onderdeel af onder stromend water, reinig de spuitmonden zorgvuldig en gebruik hierbij eventueel tandenstokers of klein gereedschap. Maak de draaipinnen van de armen in de machine en de uitgang van het was- en spoelwater schoon. Hermonteer de armen en controleer of ze vrij draaien, nadat u ze heeft teruggeplaatst.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 11 van 14
Hfdst 6 ZELFDIAGNOSE De machine is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat in staat is een reek storingen op te merken en te melden. Storing Beschrijving en mogelijke oplossingen
Spoeling niet verricht. Het spoelen van het vaatwerk heeft niet goed plaatsgevonden. Controleer of de spuitmonden goed schoon zijn.
Geen waterafvoer. Het water wordt niet of op abnormale manier afgevoerd. Controleer of de afvoerslang niet dubbel is gevouwen of geplet, en of de sifon en filters niet verstopt zijn. Bij machines met een overloopbeveiliging, haal deze weg alvorens de afvoercyclus te starten.
Storing bij het herstellen van de spoeltemperatuur. De boilertemperatuur heeft zich tijdens de afwascyclus niet binnen de vooraf bepaalde tijdlimiet hersteld. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit. SAFE
Storing bij vullen van de bak met water. Controleer of de wateraansluitingen goed zijn, en of de kraan voor de watertoevoer open is. Controleer of de overstroombeveiliging, waar voorzien, aanwezig is. Zet de machine uit en weer aan, en vul de machine opnieuw.
Storing thermometer bak. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan.
Storing thermometer bak. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan.
Storing thermometer boiler. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan.
Storing thermometer boiler. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan.
Time-out vulling boiler: de boiler is niet volgelopen. Er kan niet worden gespoeld. Controleer of de kraan op de watertoevoer open is. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit.
Spoelen onvoldoende: het spoelen is niet gebeurd met de juiste hoeveelheid, controleer of de sproeistukken goed schoon zijn. Deze fout blokkeert de machine niet.
Storing bij het herstellen van de temperatuur in de bak: De temperatuur van de bak heeft zich tijdens de afwascyclus niet binnen de vooraf bepaalde tijdlimiet hersteld. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit. SAFE
Elektromechanische veiligheid: de veiligheidsthermostaat van de boiler of van de bak is geactiveerd, of de veiligheidsdrukschakelaar van de bak is geactiveerd. SAFE
Peilbeveiliging: Verkeerd waterpeil in de bak. LET OP! Door de machine uit en weer aan te zetten wordt de signalering "gereset". Als het probleem zich opnieuw voordoet nadat de gegeven aanwijzingen opgevolgd zijn, gelieve een erkende technische assistentiedienst te bellen.HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 12 van 14
De volgende instellingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus. De onderstaande parameters kunnen tijdens de installatie of later worden ingesteld. Voer de volgende stappen uit om het menu Instellingen te openen: Schakel de machine in en open de deur. Houd de STARTKNOP (4) 5 seconden ingedrukt. Op het DISPLAY (7) wordt de temperatuur van de boiler weergegeven. Druk vervolgens herhaaldelijk op de STARTKNOP (4) om de aangegeven waarde te wijzigen. Zodra de gewenste waarde is geselecteerd, houdt u de STARTKNOP (4) ingedrukt om te bevestigen en door te gaan naar de volgende parameter. De parameters worden weergegeven in de volgorde die hieronder in de tabel is vermeld.
Tank Temperature Temperatuur van de bak regelen. De wijziging wordt alleen doorgevoerd voor het programma dat op dat moment is geselecteerd.
Boiler Temperature Temperatuur van de boiler regelen. De wijziging wordt alleen doorgevoerd voor het programma dat op dat moment is geselecteerd.
Dosage Detergent Doseertijd vaatwasmiddel.
Dosage Rinse Aid Doseertijd glansmiddel. De lijst met parameters kan variëren, afhankelijk van het type machine. Hfdst 8 AFVALVERWERKING Onze machines bevatten geen materialen die om speciale procedures voor afvalverwerking vragen. (Van toepassing in de landen van de Europese Unie en in landen met een systeem voor gescheiden afvalverwerking) Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materialen wordt bevorderd. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product mag niet gemengd met ander bedrijfsafval worden verwerkt.
Symbolen Voorwerp Materiaal
Kunststof onderdelen PP, PP+FV Composieten
Motoren Geassembleerd
Een milieubewust gebruik van de vaatwasmachine kan bijdragen tot een geringere impact op het milieu, bijvoorbeeld door bij het dagelijks gebruik eenvoudige regels te hanteren zoals: Alleen volle rekken afwassen. De vaatwasmachine uitschakelen wanneer deze niet wordt gebruikt. De machine dicht houden, wanneer hij in stand-by staat Programma's gebruiken die geschikt zijn voor de mate van vervuiling. De machine voeden met warm water, als dit wordt verwarmd met gas. Ervoor zorgen dat de afvoervloeistoffen wegstromen in een geschikte riolering. De aanbevolen doseringen van het vaatwasmiddel niet overschrijden. De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder enige kennisgeving vooraf op deze afwasmachine elektrische, technische en esthetische wijzigingen aan te brengen en/of onderdelen te vervangen, waar hij dit wenselijk acht, om een steeds betrouwbaarder, duurzamer en technologisch geavanceerder product te bieden.
SimpelGids