GEBRUIKSAANWIJZING KA3902B20G NEFF
Koel-/diepvriescombinatie
[de] Gebruiks- en montagehandleiding .... 7 [en] Instructions for use and installation ... 33 [fr] Notices d'utilisation et de montage ....59 [it] Istruzioni per l'uso ed il montaggio .... 86 [nl] Gebruiksaanwijzing en installatievoorschrift 113
KA19../KA39...

Veiligheids- en waarschuwingsinstructies ... 113 Instructies betreffende het afvoeren 114 Leveringsomvang 114 Apparaatplaatsen 114 Opstellingsmaten 116 Deuropeningshoek 116 Apparaat aansluiten 117 Deurmontage 120 Apparaat leren kennen 121 Apparaat inschakelen 123 Temperatuur instellen 123 Super-koelen 123 Super-vriezen 124 Toetsblokkering (kinderslot) 124 Alarmfuncties 124 Temperatuureenheid 125 Energiezuinige modus 125 Symbool waterfilter 125 Effectieve inhoud 126 De koelruimte 126 Koude-lade 126 De vriesruimte 127 Max. vriesvermogen 127 Invriezen en bewaren 127 Verse levensmiddelen invriezen 127 Diepvriesproduct ontdooien 128 IJs- en waterdispenser 128 Waterfilter 130 Specificatieblad 132 Uitrusting 133 Apparaat uitschakelen en uit bedrijf nemen 134 Ontdooien 134 Apparaat reinigen 135 Geuren 135 Verlichting (LED) 135 Energie besparen 136 Bedrijfsgeluiden 136 Kleine storingen zelf opheffen 137 Servicedienst 138
Veiligheids- en waarschuwingsinstructies
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiks- en installatiehandleiding zorgvuldig door! U vindt hierin belangrijke informatie over het opstellen, het gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruikersaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar alle documenten voor later gebruik of voor de volgende eigenaar.
Het apparaat bevat een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijke, maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelmiddelcircuit tijdens het transport of de installatie niet beschadigd raken. Koelmiddel dat uit het apparaat spuit kan vlam vatten en oogletsel tot gevolg hebben.
In geval van beschadiging
het apparaat uit de buurt houden van open vuur of ontstekingsbronnen, de ruimte gedurende enkele tijd goed ventileren, het apparaat uitschakelen en de netstekker uit het stopcontact halen, contact opnemen met de servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het zich bevindt. In te kleine ruimtes kan bij een lekkage een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m³ groot zijn. Op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat staat hoeveel koelmiddel het bevat.
Wanneer de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, dient deze door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is te worden vervangen. Indien de installatie of reparaties op ondeskundige wijze worden uitgevoerd, houdt dit een aanzienlijk risico in voor de gebruiker.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de servicedienst of een persoon die daartoe eveneens gekwalificeerd is.
Er mogen uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant worden gebruikt. Alleen voor deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze voldoen aan de veiligheidsbepalingen.
Een verlengstuk van de aansluitkabel mag uitsluitend via de servicedienst worden betrokken.
Bij gebruik
Nooit elektrische apparaten binnen in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingstoestellen, elektrische ijsbereiders). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De stoom kan bij de elektrische delen komen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrocutie!
- Geen spitse of scherpe objecten gebruiken om rijpe ijslagen te verwijderen. Hiermee kunt u de koelmiddelleidingen beschadigen. Vrijkomend koelmiddel kan ontbranden of oogletsel veroorzaken.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen bewaren. Explosiegevaar! Onderstel, lades, deuren enz. niet gebruiken als opstapje of ter ondersteuning. Voor het ontdooien en schoonmaken de netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen. Niet aan de kabel maar aan de stekker trekken. Middelen met een hoog alcoholpercentage alleen goed afgesloten en rechtop bewaren. Kunststofdelen en deurafdichting niet verontreinigen met olie of vet. Kunststofdelen en deurafdichting worden anders poreus. ■ Be- en ontluchtingsopeningen voor het apparaat nooit afdekken of afsluiten.
- Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) die beschikken over beperkte fysieke, sensorische of psychische capaciteiten of een gebrekkige kennis, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of indien zij van deze persoon aanwijzingen over het gebruik van het apparaat hebben gekregen. In de vriesruimte geen vloeistoffen opslaan in flessen en verpakkingen (met name geen koolzuurhoudende dranken). Flessen en verpakkingen kunnen barsten! Diepvriesproducten nooit direct nadat ze uit de vriesruimte zijn genomen in de mond nemen. Gevaar voor lichamelijk letsel! Voorkom langer contact van de handen met diepvriesproducten, ijs, de verdamperleidingen enz. Gevaar voor lichamelijk letsel!
Voorkomen van bevriezing voor kinderen en risicopersonen
Risicopersonen zijn:
kinderen, personen die lichamelijk, psychisch of in hun waarnemingen beperkt zijn, personen die onvoldoende kennis hebben om het apparaat veilig te kunnen bedienen.
Maatregelen:
Zorg ervoor dat kinderen en risicopersonen de gevaren begrepen hebben. Een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid dient bij het apparaat toezicht te houden op kinderen en risicopersonen of hun aanwijzingen te geven. Het apparaat alleen laten gebruiken door kinderen vanaf 8 jaar. Tijdens de reiniging en het onderhoud dienen kinderen onder toezicht te staan. Nooit kinderen met het apparaat laten spelen.
nl
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
Zie het koelen en invriezen van levensmiddelen, voortijsbereiding.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik in privéhuishoudens en binnen de huiselijke omgeving.
Het apparaat is radio-ontstoord conform EU-Richtlijn 2004/108/EG.
Het koelcircuit is op lekdichtheid gecontroleerd.
Dit product voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Instructies betreffende het afvoeren
Verpakking afvoeren
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. Alle gebruikte materialen zijn milieuvriendelijk en herbruikbaar. Draag bij aan het behoud van het milieu door de verpakking op een milieuvriendelijke manier af te voeren.
Vraag bij uw vakhandelaar of gemeente informatie over actuele afvoermethoden.
Oud apparaat afvoeren
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is overeenkomstig de Europese Richtlijn 2012/19/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gemarkeerd.
De richtlijn bepaalt het kader voor terugname en verwerking van oude apparaten in de EU.
Waarschuwing
Bij versleten apparaten:
- Netstekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de netstekker verwijderen.
- Plateaus en bakken niet uitnemen, om kinderen het binnenklimmen te bemoeilijken!
- Kinderen niet met het afgedankte apparaat laten spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen en in de isolatie bevinden zich gassen. Koelmiddelen en gassen moeten correct worden afgevoerd. De leidingen van het koelmiddelcircuit moeten voordat ze op de juiste wijze worden afgevoerd niet beschadigd raken.
Leveringsomvang
Controleer alle onderdelen na het uitpakken op eventuele transportschade.
Neem in geval van klachten contact op met de winkel waar u het apparaat heeft gekocht of met onze servicedienst.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Zelfstandig apparaat Uitrusting (afhankelijk van het model) Zak met montagemateriaal Gebruikers- en installatiehandleiding Schrift voor servicedienst Garantiebijlagen Informatie over energieverbruik en geluid
Apparaat plaatsen
Transport
Het apparaat is zwaar en moet bij het transport en de installatie worden geborgd.
Vanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van letsel of schade eraan te minimaliseren, zijn er minimaal twee personen nodig om het op te stellen.
De rollen zijn uitsluitend bedoeld voor de installatie. Het apparaat niet m.b.v. de rollen transporteren.
Het apparaat mag niet met de rollen op ongelijke of zachte ondergronden verplaatst worden.
Opstellingsplaats
Voor het opstellen van het apparaat is een droge, ventileerbare ruimte geschikt. De opstelplaats mag niet zijn blootgesteld aan direct zonlicht of zich direct in de buurt van een warmtebron zoals een fornuis, kachel, enz. bevinden. Wanneer het noodzakelijkerwijs naast een warmtebron wordt geplaatst, dient een geschikte isolatieplaat te worden gebruikt of moeten de volgende minimale afstanden tot de warmtebron worden aangehouden:
- Tot elektrische- en gasfornuizen 3 cm. Tot olie- of kolengestookte kachels 30 cm
Ondergrond
De bodem op de opstellocatie mag niet meegeven. Indien nodig de bodem versterken.
Het apparaat is zwaar. Zie voor het leeggewicht de volgende tabel.
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser | 107 kg |
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser en koude-lade | 109 kg |
| Uitvoering met ijs- en waterdispenser, koude-lade en minibar | 111 kg |
Wandafstand
Om de deuren tot aan de aanslag te kunnen openen, moeten bij het opstellen in een hoek of nis minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden (zie het hoofdstuk "Opstellingsmaten").
Wanneer de diepte van de naastgelegen keukeninrichtingen groter is dan 65 cm, moeten de minimale afstanden aan de zijkant worden aangehouden om de volledige openingshoek van de deuren te kunnen gebruiken (zie het hoofdstuk "Deuropeningshoek").
Minimale afstand tot de achterwand
De meegeleverde afstandshouders met de schroeven op de daarvoor bestemde openingen aan de achterkant van het apparaat bevestigen.
Door de afstandshouders wordt de minimale afstand van 22 mm tot de wand aangehouden en is de ventilatie gewaarborgd.
Let op de kamertemperatuur en de ventilatie
Kamertemperatuur
Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaatklasse. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende kamertemperaturen worden gebruikt.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.
| Klimaatklasse Toegestane kamertemperatuur |
| SN +10 °C ... 32 °C |
| N +16 °C ... 32 °C |
| ST +16 °C ... 38 °C |
| T +16 °C ... 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is binnen de kamertemperatuurgrenzen van de vermelde klimaatklasse volledig functioneel. Wanneer een apparaat met klimaatklasse SN bij koudere kamertemperaturen wordt gebruikt, kunnen beschadigingen tot een temperatuur van +5°C worden uitgesloten.
Ventilatie
De opgewarmde lucht moet ongehinderd kunnen verdwijnen. Anders moet het koelapparaat meer vermogen leveren. Hierdoor wordt het stroomverbruik verhoogd. Daarom: nooit de be- en ontluchtingsopening afdekken of afsluiten!
Opstellingsmaten


Deuropeningshoek

Apparaat aansluiten
Na het opstellen van het apparaat minimaal 1 uur wachten alvorens het in bedrijf te nemen. Tijdens het transport kan in de compressor aanwezige olie zich afzetten in het koelsysteem.
Voor de eerste ingebruikname de binnenruimte van het apparaat reinigen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen).
Sluit het water altijd aan voordat u de elektrische aansluiting maakt.
Verwijder de transportborgingen van de plateaus en deurvakken pas na het opstellen.
Wateraansluiting
Waarschuwing
Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!
Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.
De wateraansluiting mag uitsluitend door een deskundige installateur volgens de plaatselijke voorschriften en het verantwoordelijke waterbedrijf worden uitgevoerd.
Voor de aansluiting van het apparaat is een wateraansluiting van 3/4 inch nodig.
Het apparaat op een drinkwaterleiding aansluiten:
Minimale druk: 1,0 bar
Maximale druk: 8,0 bar.
Weet u niet zeker hoe u de waterdruk moet controleren, vraag dit dan na bij een sanitairwinkel.
Attentie
Bij een waterdruk hoger dan 5,5 bar moet een reduceerventiel worden ingebouwd, anders bestaat het risico van waterschade. Bij een waterdruk lager dan 1,0 bar werkt de ijsbereider niet.
De waterkraan voor het aansluiten van de meegeleverde aansluitleiding moet vrij toegankelijk zijn. Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een koudwaterleiding.
De smaak en geur van het water kunnen door de installatie van de meegeleverde filterpatronen worden verbeterd. Let in dat geval op de afwijkende aansluitvoorwaarden (zie het hoofdstuk Waterfilter).
Aanwijzing
Na inschakeling van het apparaat kan er water uit de waterdispenser druppelen. Het druppelen houdt op na ca. 24 uur, wanneer het apparaat zijn bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
Aansluiten
Attentie
Gevaar van lekken en waterschade.
Let op de volgende punten:
Aansluitleiding niet knikken. Aansluitleiding recht afsnijden. Aansluitleiding niet met een tang afknijpen. Aansluitleiding tot de aanslag in de schroefmof en het terugloopventiel steken. Schroefmof met de hand vastzetten. Geen tang gebruiken. - Doorstroomrichting van het terugloopventiel controleren. De doorstroomrichting wordt aangegeven door pijlen op het terugloopventiel.
- Aansluitleiding tot de aanslag in het terugloopventiel steken.

- Huls van het terugloopventiel sluiten en met een schroef vastzetten.
- Zeef in het reduceerstuk plaatsen.

Aanwijzing
De zeef dient jaarlijks te worden gereinigd. Bevat het water veel deeltjes, dan dient hij vaker te worden schoongemaakt.
- Schroefmof aansluiten op de waterkraan.

- Aansluitleiding tot de aanslag in de schroefmof steken.
- Aansluitleiding in lussen of wikkelingen leggen, zodat het apparaat van de wand getrokken kan worden.
De aansluitleiding kan met meegeleverde klemmen op de wand van de ruimte worden bevestigd.

Attentie
In geen geval in het apparaat boren of schroeven!
Wateraansluiting op lekdichtheid controleren

Waarschuwing
Gevaar voor elektrocutie en materiële schade!
Voor alle werkzaamheden aan de wateraansluiting het apparaat van het stroomnet loskoppelen.
- Waterkraan openen en kort wachten tot de waterleidingen in het apparaat met water gevuld zijn.
- Aansluitleiding en alle koppelingen op lekdichtheid controleren.
- Apparaatdeuren openen. 4.3 schroeven eruit draaien en de plint verwijderen.
- Koppelingen naar de deur van de vriesruimte op lekdichtheid controleren.

- Plint aanbrengen en met 3 schroeven bevestigen.

Elektrische aansluiting
De contactdoos moet zich bij het apparaat en ook na opstelling van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I. Via een conform de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde het apparaat op 220 - 240 V/50 Hz wisselspanning aansluiten. De contactdoos moet met een 10 A tot 16 A zekering gezekerd zijn.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, moet worden gecontroleerd of de opgegeven spanning en stroom overeenkomen met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze informatie vindt u op het typeplaatje.


Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval op een elektronische energiespaarstekker worden aangesloten.
Voor het gebruik van dit apparaat mogen sinus- en netgestuurde omvormers worden gebruikt.
Netgestuurde omvormers worden gebruikt bij fotovoltaïsche of PV-installaties, die direct op het openbare stroomnet worden aangesloten. Bij eilandoplossingen (bijv. bij schepen of berghutten), die geen directe aansluiting op het openbare stroomnet hebben, moeten sinusgeregelde omvormers worden gebruikt.
Apparaat uitlijnen
Aanwijzing
Om ervoor te zorgen dat het apparaat optimaal functioneert, moet het met een waterpas horizontaal worden uitgelijnd.
Wanneer het apparaat scheef staat, kan dit tot gevolg hebben dat er water uit de ijsbereider wegloopt, ongelijke ijsblokjes worden gemaakt of de deuren niet meer goed sluiten.
- Apparaat op de waarvoor bedoelde plaats zetten.
- Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet weg kan rollen, de twee voorste voeten uitdraaien tot ze vast op de bodem staan.

- Aan de voeten draaien tot het apparaat exact horizontaal staat. De deuren van het apparaat als referentievlak gebruiken.
- De vriesruimtedeur is lager:

- De koelruimtedeur is lager:

Wanneer het apparaat exact horizontaal is gesteld, maar een apparaatdeur lager staat:
- Apparaatdeuren openen. 2.3 schroeven eruit draaien en de plint verwijderen.
- Moer losdraaien.

- Aan de instelmoer draaien, totdat de apparaatdeuren horizontaal zijn gesteld.

- Vriesruimtedeur is lager: Instelmoer tegen de klok in draaien.
- Koelruimtedeur is lager: Instelmoer met de klok mee draaien.
- Moer vastdraaien.
- Flint aanbrengen en met 3 schroeven bevestigen.

Aanwijzing
Door het eigengewicht en doordat er levensmiddelen in de deur staan, kan het voorkomen dat de deur van de koelruimte helt, zich wanneer het apparaat recht staat. De deurspleet is boven en onder niet even groot.

Wanneer de deurspleet boven en onder niet even groot is:

1. 2 schroeven eruit draaien en de bovenste scharnierafdekking afnemen.

- Scharnierschroeven losdraaien. Schroeven niet helemaal eruit draaien!
- Hellingshoek van de deur van de koelruimte instellen.
- Scharnierschroeven vastdraaien.
- Scharnierafdekking plaatsen en met 2 schroeven bevestigen.
Deurmontage
Wanneer het apparaat niet door de deuropening van de woning kan, kunnen de deurgrepen of deuren van het apparaat gedemonteerd worden.
Aanwijzing
De deurgrepen of apparaatdeuren mogen uitsluitend door de servicedienst worden gedemonteerd. De kosten hiervoor kunt u opvragen bij uw verantwoordelijke servicedienst.
Apparaat leren kennen
Apparaat
De uitrusting van de modellen kan variëren. Afwijkingen van de afbeeldingen zijn mogelijk.

A Koelruimte
B Vriesruimte (4 sterren)
1 Deurvakken (2-sterren vak)
Aanwijzing
Alleen deze deurvakken hebben 2 sterren, voor het overige heeft de vriesruimte 4 sterren.
2 Bedieningselementen 3 IJs- en waterdispenser 4 Deurvakken 5 IJsblokjesbak 6 IJsbereider 7 Glasplateaus vriesruimte 8 Schuifladen van de vriesruimte 9 Vakje 10 Waterfilter 11 Eierhouder 12 Glasplateaus koelruimte 13 Glasplateau 14 Groentelade 15 Vruchtenlade 16 Koude-lade (niet bij alle modellen) 17 Boter- en kaasvak 18 Deurvak met klep 19 Minibar (niet bij alle modellen)
nl
Bedieningselementen

1 Toetsen „freezer/super“
Temperatuur in de vriesruimte instellen. ■ Functie „Super-vriezen“ in- en uitschakelen.
2 Toets „Licht/filter“
Verlichting voor ijs- en waterdispenser in- en uitschakelen. Filterindicatie terugzetten.
3 Toets „Water“
4 Toets „IJsblokjes/crushed ijs“
5 Toets „Alarm uit/blokkeren“
Weergave van het temperatuuralarm uitschakelen. Toetsenblokkering (kinderslot) in- en uitschakelen.
6 Toetsen „fridge/super“
Temperatuur in koelruimte instellen. ■ Functie „Super-koelen“ in- en uitschakelen.
7 Display koelruimte
Temperatuur in koelruimte. Symbool „super“ bij ingeschakelde functie Super-koelen. Symbool „alarm“ in geval van alarm in de koelruimte.
8 Display vriesruimte
Temperatuur in de vriesruimte. Symbool „super“ bij ingeschakelde functie Super-vriezen. Symbool „alarm“ in geval van alarm in de vriesruimte.
9 Symbolen op het display

Waterfilter
Status van de filterpatronen.

Verlichting
Verlichting van de ijs- en waterdispenser is ingeschakeld.

Water
Afgifte van water is ingeschakeld.

IJsblokjes
Afgifte van ijsblokjes is ingeschakeld.

Crushed ijs
Afgifte van crushed ijs is ingeschakeld.

Toetsblokkering (kinderslot)
Toetsblokkering is ingeschakeld.
Apparaat inschakelen
De stekker in het stopcontact steken.
Het apparaat begint te koelen.
Bij het eerste gebruik is de alarmfunctie gedeactiveerd totdat het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt. Wanneer het apparaat weer in gebruik wordt genomen nadat het langere tijd uitgeschakeld is geweest, kan het temperatuuralarm in werking treden.
De temperatuurindicaties knipperen en op het display wordt het „alarm“ symbool weergegeven, tot het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt.
Door de toets „Alarm UIT/blokkeren“ in te drukken wordt de weergave van het temperatuuralarm uitgeschakeld. De verlichting gaat aan bij geopende apparaatdeuren.
Af fabriek worden de volgende temperaturen aanbevolen en vooringesteld:
■ Koelruimte +4 °C, Vriesruimte -18 °C.
Gebruiksinstructies
- Na het inschakelen kan het meerdere uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Daarvoor geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- Door het volautomatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.
- De kopse zijden van de behuizing worden deels licht verwarmd ter voorkoming van condenswatervorming bij de deurafdichting. Kan de deur van de vriesruimte na het sluiten niet direct weer worden geopend, wacht dan een moment tot de ontstane onderdruk opgeheven is.
Temperatuur instellen
Koelruimte
Er kan een temperatuur worden ingesteld van +2 °C tot +8 °C.
De toetsen "fridge/super +" of "fridge/super -" zo vaak indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de koelruimte weergegeven.
Vriesruimte
De temperatuur kan worden ingesteld van -16 °C tot -22 °C.
Druk de toetsen "freeze/super +" of "freeze/super -" zo vaak in tot de gewenste temperatuur van de vriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op het display van de vriesruimte weergegeven.
Superkoelen
Bij het superkoelen wordt de koelruimte ongeveer 40 uur lang zo koud mogelijk gekoeld. Daarna wordt de temperatuur automatisch op +4 °C ingesteld.
Het superkoelen inschakelen, bijv.
■ voor het plaatsen van grote hoeveelheden levensmiddelen, voor het snel koelen van dranken.
Aanwijzing
Als superkoelen is ingeschakeld, kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.
Inschakelen
Druk de toets "fridge/super -" zo vaak in tot op het display van de koelruimte "super" wordt weergegeven.

Uitschakelen
Druk de toets "fridge/super +" in.
Aanwijzing
"super" verdwijnt van het display. De temperatuur wordt automatisch op +4 °C ingesteld.
Super-vriezen
Levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden bevroren, zodat vitamines, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voor het plaatsen van de verse levensmiddelen super-vriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Over het algemeen is 4 - 6 uur afdoende.
Het apparaat werkt na het inschakelen continu.
Daardoor wordt in de vriezer een zeer lage temperatuur bereikt.
Super-vriezen schakelt automatisch uit na ca. 48 uur.
Moet het maximale vriesvolume worden gebruikt, dan dient Super-vriezen 24 uur voorafgaande aan het plaatsen van de verse levensmiddelen te worden ingeschakeld.
Kleinere hoeveelheden levensmiddel (tot max. 2 kg) kunt u zonder Super-vriezen invriezen.
Aanwijzing
Is Super-vriezen ingeschakeld, dan kan dit leiden tot meer bedrijfsgeluid.
Inschakelen
De toets „freezer/super -“ zo vaak indrukken tot op het display van de vriesruimte „super" worden weergegeven.

Uitschakelen
De toets „freezer/super +“ indrukken.
Aanwijzing
"super" verdwijnt van het display. Daarna wordt automatisch overgeschakeld naar de temperatuur die voor super-vriezen is ingesteld.
Toetsblokkering (kinderslot)
Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld, zijn alle toetsen geblokkeerd.
Wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld, kan bij een waarschuwingssignaal met de toets „Alarm uit/blokkeren“ het waarschuwingssignaal worden uitgeschakeld.
Inschakelen
De toets „Alarm UIT/blokkeren“ indrukken.

Op het display wordt het symbool „toetsblokkering“ weergegeven.
Uitschakelen
De toets „Alarm uit/blokkeren“ 3 seconden indrukken.
Alarmfuncties
Deuralarm
Het deuralarm schakelt in wanneer een apparaatdeur langer dan een minuut openstaat. Het waarschuwingsgeluid wordt om de 60 seconden gedurende 5 minuten herhaald. Door het sluiten van de deur wordt het alarmgeluid weer uitgeschakeld.
Het deuralarm schakelt ook in, wanneer de minibar langer dan een minuut openstaat.
Temperatuuralarm
Het display geeft het temperatuuralarm weer wanneer het in de koel- of vriesruimte te warm is en de levensmiddelen in gevaar komen.
Op het betreffende display wordt de hoogste temperatuur en "alarm" weergegeven.
Koelruimte
Wanneer het in de koelruimte te warm is geworden, het opgewarmde product voor gebruik verwarmen. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Vriesruimte
Ontdooide waren niet opnieuw invriezen. Pas nadat ze tot een gerecht zijn verwerkt (gekookt of gebraden), kunnen ze opnieuw ingevroren worden.
Zonder gevaar voor het diepvriesproduct kan het alarm inschakelen:
■ bij de ingebruikneming van het apparaat, ■ bij het plaatsen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ■ bij een te lang geopende deur van de vriesruimte.
Alarm uitschakelen
Toets "Alarm uit/blokkeren" indrukken.

Aanwijzing
Zodra de ingestelde temperatuur weer bereikt is, verdwijnt "alarm" van het display.
Temperatuureenheid
De temperatuur kan in graden Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) worden weergegeven.
Na het inschakelen geeft het display de temperatuur aan in graden Celsius (°C)
Instellen
- De toets „Alarm UIT/blokkeren" indrukken.

Op het display wordt het symbool „toetsblokkering" weergegeven.
- De toetsen "Licht/filter" en "Water" 10 seconden indrukken.

De temperatuureenheid schakelt om.
Energiezuinige modus
20 seconden nadat de deuren zijn gesloten of de laatste toetsen zijn bediend, schakelt het display naar de energiezuinige modus. Het display schakelt uit, gedimd zijn alleen nog de woorden „freeze" en "fridge" en het symbool van de gekozen dispensersmodus (water, ijs of crushed ijs) zichtbaar.
Zodra een deur wordt geopend of een toets wordt bediend, schakelt het display in met normale verlichtingssterkte.
Symbool waterfilter
Het symbool geeft aan hoelang het filterpatroon nog kan worden gebruikt.

Maximaal zes maanden.

De drie balken van het symbool knipperen.
Filterpatroon vervangen.
Aanwijzing
Bij uitschakeling van het apparaat wordt het symbool voor het filterpatroon gereset.
Na verplaatsing van het filterpatroon het symbool voor het waterfilter resetten:
De toets „Licht/filter“ 3 seconden indrukken.

Het symbool stopt met knipperen.
Effectieve inhoud
Informatie over de effectieve inhoud van uw apparaat vindt u op het typeplaatje.
Vriesvolume volledig gebruiken
Om de maximale hoeveelheid diepvriesproducten onder te kunnen brengen, kunt u alle indelingsonderdelen uitnemen. De levensmiddelen kunt u dan direct in de vakjes en op de bodem van de vriesruimte leggen.
Het uitnemen en plaatsen van de indelingsonderdelen is omschreven in het hoofdstuk Uitrusting van het apparaat.
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarlocatie voor bereide gerechten, gebak, conserven, melk en harde kaassoorten.
Opletten bij het plaatsen
Bewaar verse en ongeschonden levensmiddelen. Zo blijven de kwaliteit en versheid langer bewaard. Bij bereide en gebottelde producten de door de producent aangegeven minimale houdbaarheids- of gebruiksdatum aanhouden. Om aroma, kleur en versheid te behouden de levensmiddelen goed verpakken of afdekken. Overdracht van smaak en verkleuringen van kunststof delen in de koelruimte worden hierdoor voorkomen. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en dan pas in het apparaat plaatsen.
Aanwijzing
Voorkom contact tussen levensmiddelen en de achterwand. Anders wordt de luchtcirculatie beïnvloed. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Houd rekening met de koudezones in de koelruimte.
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan zones van een verschillende koudegraad:
De koudste zone bij de achterwand. De warmste zone bij de deur, helemaal bovenin.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. kaas en boter. Het aroma van de kaas kan zo verder worden ontwikkeld en de boter blijft smeerbaar.
Koude-lade
In het koude-lade kunnen levensmiddelen tot tweemaal langer vers worden gehouden als in de normale koelzone - voor een nog langere versheid, behoud van voedingsstoffen en smaak.
De temperatuur kan individueel aan de geplaatste levensmiddelen worden aangepast. De optimale temperatuur en luchtvochtigheid garanderen de ideale bewaarcondities voor verse levensmiddelen.
Temperatuur instellen
Met de selectietoets de levensmiddelen selecteren welke zich in het koude-lade bevinden.
De oplichtende LED geeft de selectie aan.
Ongeschikt voor het koud bewaren zijn:
Fruit dat gevoelig is voor kou (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groenten (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappelen) en voor een optimaal behoud van de kwaliteit en het aroma buiten de koelkast worden bewaard bij temperaturen van ca. +8°C tot +12°C
Geschikt voor het koud bewaren zijn:
Vis, zeevruchten, vlees, worst, melkproducten, bereide gerechten. Groenten (bijv. wortels, asperges, selderij, prei, rode bieten, champignons, koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, koolrabi). Salade (bijv. veldsalade, ijsbergsalade, witlof). Kruiden (bijv. dille, peterselie, bieslook, basilicum). Fruit (niet voor koude gevoelige soorten, zoals appels, perziken, bessen en druiven).
Attentie
Na een stroomstoring of het loskoppelen van het apparaat van het elektriciteitsnet moet de temperatuur van het koellade opnieuw worden ingesteld!
Bewaartijden (bij 0 °C)
| Naar gelang de uitgangskwaliteit |
| Verse vis, zeevruchten max. 3ragen |
| Gevogelte, vlees (gekoott/ gebraden) | max. 5ragen |
| Rund, varken, lam, worst (gesneden) | max. 7ragen |
| Geroekte vis, broccoli max. 14ragen |
| Salade, venkel, abrikozen, pruimen | max. 21ragen |
| Zachté kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30ragen |
De vriesruimte
De vriesruimte gebruiken
Voor het opslaan van diepvriesproducten. Voor het maken van ijsblokjes. Voor het invriezen van levensmiddelen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van de vriesruimte altijd gesloten is! Bij een geopende deur ontdooien de diepvriesproducten en treedt er sterke ijsvorming op. Bovendien: energieverspilling door hoog stroomverbruik!
Aanwijzing
De deurvakken met twee sterren worden gebruikt voor het kort bewaren van ijs en levensmiddelen bij -12 °C.
De rest van de vriesruimte heeft 4 sterren.
Max. vriesvermogen
Informatie over de maximale invriescapaciteit in 24 uur vindt u op de typeplaat.
Vereisten voor maximale vriescapaciteit
Super-vriezen voor het plaatsen van verse producten inschakelen (zie het hoofdstuk Super-vriezen). Uitrustingsonderdelen verwijderen. Stapel de levensmiddelen direct in de vakjes en op de bodem van de vriesruimte.
Aanwijzing
De ventilatiesleuven in de achterwand niet afdekken met diepvriesproducten. Grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in het bovenste vak invriezen. Hier worden ze bijzonder snel en dus ook zorgvuldig ingevroren.
Invriezen en bewaren
Diepvriesproducten inkopen
De verpakking mag niet beschadigd zijn. De houdbaarheidsdatum aanhouden. De temperatuur in de verkoopkist moet -18 °C of kouder zijn. Diepvriesproducten indien mogelijk in een isolerende tas transporteren en zo snel mogelijk in de vriezer doen.
Let op bij het indelen
Grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in het bovenste vak invriezen. Hier worden ze bijzonder snel en dus ook zorgvuldig ingevroren. De levensmiddelen ruim over de vakken, resp. vriesladen verdelen.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de vers in te vriezen levensmiddelen in contact komen. Eventueel ingevroren levensmiddelen in andere vriesladen leggen.
Diepvriesproduct bewaren
Vrieslade tot de aanslag inschuiven om een probleemloze luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen. Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, moeten groenten voor het invriezen geblancheerd worden.
Bij aubergines, paprika, courgettes en asperges is blancheren niet nodig.
Boeken over invriezen en blancheren vindt u in de boekwinkel.
Aanwijzing
Laat in te vriezen levensmiddelen niet in contact komen met al bevroren levensmiddelen.
Geschikt om in te vriezen zijn: Gebak, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groenten, fruit, kruiden, eieren zonder schil, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en etensresten zoals soep, eenpansgerechten, klaargemaakt vlees en klaargemaakte vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete gerechten. Niet geschikt om in te vriezen zijn: Groenten die doorgaans rauw worden gegeten, zoals sla, radijsjes, eieren in de schil, druiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, karnemelk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvriesproducten verpakken
Verpak levensmiddelen luchtdicht, zodat deze geen smaak verliezen of uitdrogen.
- Levensmiddel in de verpakking doen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking dicht afsluiten.
- Inhoud en invriesdatum op de verpakking schrijven.
Deze producten vindt u in de vakhandel.
Niet geschikt als verpakking:
Pakpapier, perkament, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte plastic winkeltassen.
Geschikt voor het afsluiten:
Rubber ringen, kunststof clips, sluiters, koudebestendige tape, etc.
Zakken en folie van polyethyleen kunnen met een folielasapparaat worden gelast.
Houdbaarheid van het diepvriesproduct
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddel.
Bij een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, bereide gerechten, brood en gebak: max. 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: max. 8 maanden. Groenten, fruit: max. 12 maanden.
Diepvriesproduct ontdooien
Afhankelijk van het soort en het gebruiksdoel kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij kamertemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven met of zonder heteluchtventilator, of in de magnetron.
Let op
Ontdooide waren niet opnieuw invriezen. Pas nadat ze tot een gerecht zijn verwerkt (gekookt of gebraden), kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd van het diepvriesproduct volledig benutten.
IJs- en waterdispenser
Afhankelijk van de behoefte kan worden afgenomen:
gekoeld water, crushed ijs, ijsblokjes.
Waarschuwing
Nooit met uw handen in de ijsblokjesopening komen! Gevaar voor lichamelijk letsel!
Geen flessen of levensmiddelen voor menselijke consumptie koelen in de ijsblokjesbak leggen. De ijsbereider kan geblokkeerd raken en beschadigen.
Let op bij de ingebruikneming
De ijs- en waterafgifte werkt alleen wanneer het apparaat is aangesloten op het waterleidingnet.
Na de ingebruikneming van het apparaat duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is gemaakt.
Na het aansluiten zitten er nog luchtbellen in de leidingen.
Drinkwater zolang aftappen en afvoeren, tot water zonder luchtbellen kan worden afgetapt. De eerste 5 glazen weggooien.
Wanneer de ijsbereider voor de eerste keer wordt gebruikt, de eerste 30 - 40 ijsblokjes om hygiënische redenen niet gebruiken.
Opmerking voor gebruik van de ijsbereider
Wanneer de vriesruimte de vriestemperatuur heeft bereikt, stroomt er water in de ijsbereider. Dit bevriest in de kamers tot ijsblokjes. Als de ijsblokjes klaar zijn, worden ze automatisch in de ijsblokjesbak geworpen.
Na de ingebruikneming van het apparaat duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is gemaakt.
Af en toe blijven de ijsblokjes aan elkaar kleven. Bij het transport naar de dispenseropening komen ze meestal vanzelf los.
Wanneer de ijsblokjesbak vol is, schakelt de ijsbereider automatisch uit.
Afhankelijk van de omgevingstemperatuur en apparaatinstelling is de ijsbereider in staat om ca. 140 ijsblokjes in 24 uur te maken.
Bij het maken van de ijsblokjes is het zoemen van de waterklep, het stromen van het water in de ijsschaal en het vallen van de ijsblokjes hoorbaar.
Let op de drinkwaterkwaliteit
Alle gebruikte materialen van de dispenser zijn geur- en smaakneutraal.
Wanneer het water een bijsmaak heeft, kan dit de volgende oorzaken hebben:
Mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater. Materiaal van de huiswater- of aansluitleiding. Versheid van het drinkwater. Wanneer langere tijd geen water is afgetapt, kan het water "muf" gaan smaken. In dit geval ca. 15 glazen water vullen en weggooien.
Wij adviseren regelmatig wat water te gebruiken uit de waterbereider en het apparaat uit te schakelen. Daardoor blijft een optimale waterkwaliteit gewaarborgd.
Aanwijzing
Het meegeleverde waterfilter filtert uitsluitend deeltjes uit het toegevoerde water, geen bacteriën of microben.
Water aftappen
- Druk op de toets "Water". Op het display wordt het symbool "Water" weergegeven.

- Glas tegen de dispenserhendel duwen, tot de gewenste hoeveelheid in het glas zit.

Tip
Het water van de waterdispenser is geschikt voor consumptie gekoeld. Wanneer het water kouder gewenst wordt, voor het aftappen extra ijsblokjes in het glas doen.
IJs afnemen:
Glas slechts net zo lang tegen de dispenserhendel drukken tot dit voor de helft met ijs is gevuld. Het ijs dat zich in de dispenseropening voor ijsblokjes bevindt kan anders leiden tot het overstromen van de beker of de ijsblokjesdispenseropening blokkeren.
Wanneer voor de afname van ijsblokjes eerst crushed ijs is afgenomen, kan zich nog crushed ijs in de dispenseropening bevinden. Dit wordt met de eerste portie ijsblokjes vrijgegeven.
- De toets „IJsblokjes/crushed ijs" indrukken totdat op het display het symbool voor „IJsblokjes" of „Crushed ijs" wordt weergegeven.

- Glas tegen de dispenserhendel duwen, tot de gewenste hoeveelheid erin zit.

IJsbereider uitschakelen
Aanwijzing
Watertoevoer naar het apparaat absoluut enkele uren voor het uitschakelen afsluiten.
Wanneer waarschijnlijk langer dan 1 week geen ijsblokjes worden gebruikt (bijv. vakantie), dan moet de ijsbereider tijdelijk worden stopgezet, om aan elkaar vriezen van de ijsblokjes te voorkomen.
- De toets „IJsblokjes/crushed ijs“ 3 seconden indrukken.

Op het display knipperen ca. 3 seconden de symbolen „IJsblokjes“, „Crush-ijs“ en „Toetsblokkering".
Vervolgens wordt de waterdispenser ingeschakeld en is het symbool „Water“ verlicht.
Aanwijzing
Wanneer de ijsbereider uitgeschakeld is, klinkt er bij het indrukken van de toets „IJsblokjes/crushed ijs", een waarschuwingsgeluid en knipperen de symbolen „IJsblokjes“, „Crush-ijs“ en „toetsblokkering“ ca. 3 seconden.
- IJsblokjesbak eruit trekken.

- IJsblokjesbak leegmaken en reinigen.
- IJsblokjesbak op het oplegvlak geheel naar achteren schuiven, tot hij vastklikt.
IJsbereider inschakelen
De toets „IJsblokjes/crushed ijs“ 3 seconden indrukken.
Zodra de ijsbereider ingeschakeld is, klinkt er een waarschuwingsgeluid.
Waterfilter
Waarschuwing
Apparaten opplaatsen waar de waterkwaliteit twijfelachtig of niet voldoende bekend is, niet zonder desinfectie voor en na de filtering gebruiken.
Een filterpatroon voor de waterfilter kan via de servicedienst worden besteld.
Attentie
Na de inbouw van een nieuw filterpatroon de ijsproductie van de eerste 24 uur na het inschakelen van de ijsbereider altijd weggooien. ■ Wanneer het ijs langere tijd niet wordt gebruikt, alle ijsblokjes uit de bak weggooien en ook de ijsproductie van de volgende 24 uur. Wanneer het apparaat of het ijs gedurende meerdere weken of maanden niet actief wordt gebruikt, of de ijsblokjes een onaangename smaak of geur hebben, het filterpatroon vervangen. Luchtbellen in het systeem kunnen waterlekkage en losraken van het filterpatroon veroorzaken. Voorzichtig bij het verwijderen. Het filterpatroon moet minimaal om de 6 maanden worden vervangen.
Belangrijke opmerking betreffende de waterfilter
- Het watersysteem staat na gebruik onder een geringe druk. Voorzichtig bij het verwijderen van het filterpatroon! Wanneer het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt of het water onaangenaam ruikt of smaakt, het watersysteem doorspoelen. Hiervoor meerdere minuten water uit de waterdispenser aftappen. Wanneer de onaangename smaak of geur blijft bestaan, filterpatroon vervangen.
Filterpatroon vervangen
Na 6 maanden knippert het symbool Waterfilter, om aan te geven dat het filterpatroon vervangen dient te worden (zie het hoofdstuk Symbool waterfilter). Het filterpatroon dient uiterlijk na zes maanden te worden vervangen.
- Opgelet! Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
- Watertoevoer van het apparaat uitzetten.
- Knop indrukken en de afdekking afnemen.

Aanwijzing
Voorzichtig bij het verwijderen van het filterpatroon! Het watersysteem staat na gebruik onder geringe druk.
- Filterpatroon voorzichtig 90° tegen de klok in draaien, bijv. met behulp van een lepel, en eruit trekken.

- Nieuw filterpatroon uit de verpakking nemen en de beschermkap verwijderen.
- Nieuw filterpatroon plaatsen en voorzichtig 90° met de klok mee draaien tot de aanslag, bijv. met behulp van een lepel.
Aanwijzing
Het filterpatroon moet met de hand worden vastgezet, zodat er geen lekken ontstaan en het apparaat op de juiste wijze van water wordt voorzien.
- Afdekking plaatsen en inklikken.

- Zorg voor watertoevoer naar het apparaat.
- Apparaat inschakelen.
- Enkele liters water via de waterdispenser aftappen. De lucht wordt daardoor uit het watersysteem verwijderd. 11. Water uit het oude filterpatroon gieten. Het filterpatroon kan via het huisvuil worden afgevoerd. 12. Toets "Licht/filter" 3 seconden ingedrukt houden. Het symbool voor de waterfilter wordt gereset. Het symbool stopt met knipperen. Het nieuwe filterpatroon is geactiveerd.

Aanwijzing
De ijs- en waterdispenser kan ook zonder waterfilter worden gebruikt. In dit geval de afsluitkap plaatsen.

Specificatieblad
Model 9000 7775078
Met gebruik van reservefilterpatroon 9000 674655.
De concentratie van de vermelde in water opgeloste substanties, die binnendringen in het systeem, is gereduceerd tot een waarde beneden of gelijk aan de toegestane grenswaarde conform NSF/ANSI 42 en 53 voor uit het apparaat afgetapt water.

Aan de hand van het gegevensprestatieblad is het systeem door NSF International conform ANSI/NSF-norm 42 en 53 getest ter reductie voor de hierna vermelde substanties getest en gecertificeerd.
Capaciteit 739,68 gallons (2.800 liter)
Afname van de verontreiniging - getest door NSF
| Afname van de verontreiniging | Gemiddelde toevoer | NSF- gespecifieerde testconcentratie | Gemiddelde reductie | Gemiddelde concentratie in gefilterd water | Max. toegestane concentratie in gefilterd water | Vereiste reductie volgens NSF | NSF-testprotocol |
| Chloorsmaak en -geur | 2,1 mg/l | 2,0 mg/l ± 10 % | 97,6 % | 0,05 mg/l | N/A | ≥ 50 % | J-00121313 |
| Nominate waarde van de deeltjes Klasse I, ≥ 0,5 tot < 1,0 μm | 9.100.000 deeltjes/ml | Min. 10.000 deeltjes/ml | 98,8 % 111.817 | deeltjes/ml | N/A ≥ 85 % J-00099871 | | |
| Cysten * 170.00 cysten/I Minimum | 50.000 cysten/I | 99,99 % 0,001 cysten/I N/A ≥ 99,95 | % J-00109715 | | |
| Troebelheid | 11 NTU | 11 ± 1 NTU | 98,1 % | < 1 NTU | 0,5 NTU | ≥ 95,5 % | J-00099885 |
*Op basis van het gebruik van Cryptosporidium parvum oocysten
| Toepassingsrichtlijnen / parameters watertoevoer |
| Stroomselheid 0,75 gp m (2,83 lpm) |
| Watertoevoer | Drinkwater |
| Waterdruk | 30 - 120 psi (207 - 827 kPa) |
| Watertemperatuur | 0,6 °C - 38 °C (33 °F - 100 °F) |
Om de aangegeven productcapaciteit te bereiken dienen alle richtlijnen ten aanzien van het gebruik, het onderhoud en de filtervervanging te worden opgevolgd. Lees de aanwijzingen voor de garantie in het handboek.
Opmerking: De tests zijn onder standaardlaboratoriumcondities uitgevoerd. De daadwerkelijke prestaties kunnen afwijken.
Reservefilterpatroon: 9000 674655. Nadere informatie over de prijzen van reserveonderdelen vindt u bij uw handelaar. U kunt ook dit telefoonnummer bellen: 1-800-578-6890.
Waarschuwing
Om het gevaar van opname van schadelijke stoffen te reduceren:
Zonder afdoende desinfectie voor of na filtering geen water gebruiken dat in microbiologisch opzicht twijfelachtig is of waarvan de kwaliteit onbekend is. Een voor cystenreductie gecertificeerd systeem mag worden gebruikt voor gedesinfecteerd water dat filtreerbare cysten bevat.
3M is een geregistreerd handelsmerk van de firma 3M Company, dat onder licentie valt.
NSF is een geregistreerd handelsmerk van de firma NSF International.
© 2013 3M Company. Alle rechten voorbehouden.
EPA Establishment Number 10350-MN-005
Attentie
Om het gevaar van materiële schade als gevolg van het vrijkomen van water te reduceren:
Lezen en in acht nemen. Lees de gebruiksaanwijzingen voor de inbouw en het gebruik van het systeem door. Inbouw en gebruik MOETEN voldoen aan de plaatselijke aansluitingsrichtlijnen. Niet inbouwen wanneer de waterdruk hoger is dan 120 psi (827 kPa). Wanneer de waterdruk hoger is dan 80 psi dient u een drukbegrenzingsventiel in te bouwen. Weet u niet zeker hoe u de waterdruk moet controleren, vraag dit dan na bij een sanitairwinkel. Niet inbouwen wanneer er waterslag kan optreden. Indien er sprake is van condities voor waterslag, dient u een waterslagdemper te monteren. Neem contact op met een sanitairwinkel wanneer u er niet zeker van bent of dit het geval is. Niet aansluiten op een warmwaterleiding. De maximale bedrijfstemperatuur van de filter is 100°F (38°C) Filter beschermen tegen invriezen. Filter leegmaken wanneer de temperaturen onder de 33°F (0,6°C) komen. Het filterpatroon onder normale voorwaarden om de 6 maanden en in geval van een duidelijke vermindering van de doorstroming direct vervangen.
Vervaardigd door:
De glasplateaus kunnen worden uitgenomen en op verschillende hoogtes worden geplaatst.
Uitnemen
Glasplateau van achter optillen en eruit trekken.

Plaatsen
Glasplateau op de geleiderail achteren schuiven, totdat het hieronder inklikt.
Glasplateau boven de lade
De glasplateaus kunnen worden verwijderd. Het glasplateau eruit trekken en naar boven verwijderen.

Deurvakken
De deurvakken kunnen worden verwijderd. De deurvakken er maar boven uittrekken.

IJsblokjesbak
De ijsblokjesbak dient voor het bewaren van ijsblokjes. De ijsblokjesbak aan de voorzijde optillen en uitnemen.

Laden
De laden kunnen worden verwijderd. De lade tot de aanslag uittrekken, aan de voorzijde optillen en volledig uittrekken.

Vakje
Voor het bewaren van drankblikjes.

Eierhouder

Deurvak met klep
Dit vak kan worden verwijderd. Het vak er maar boven uittrekken.

Minibar (niet bij alle modellen)
Dit vak dient voor het snel uitmelen van dranken uit de koelruimte. Bij het openen van het vak wordt de verlichting ingeschakeld.
Om te openen voorzichtig tegen de minibra drukken.

Apparaat uitschakelen en uit bedrijf nemen
Apparaat uitschakelen
Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
Koelmachine en verlichting schakelen UIT.
Wanneer het apparaat uitgeschakeld moet worden, zonder de netstekker uit het stopcontact te halen (bijv. tijdens de vakantie):
De toetsen 'freezer/super +' en 'fridge/super +' 5 seconden drukken. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, geven de temperatuurindicaties I - I aan. De rest van het display is uitgeschakeld.

Apparaat inschakelen:
De toetsen 'freezer/super +' en 'fridge/super +' 5 seconden drukken.
Apparaat uit bedrijf nemen
Wanneer u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Watertoevoer naar het apparaat absoluut enkele uren voor het uitschakelen afsluiten.
- Alle levensmiddelen uit het apparaat nemen.
- Apparaat uitschakelen.
- IJsblokjesbak leegmaken en reinigen.
- Apparaat reinigen.
- Deur van het apparaat open laten.
Ontdooien
Koelruimte
Terwijl het apparaat in bedrijf is, vormen zich op de achterwand van de koelruimte dauwdruppels of rijp. Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig rijp of dauwdruppels te verwijderen.
Vriesruimte
Door het volautomatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet meer nodig.
Apparaat reinigen
Attentie
- Gebruik geen zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaak- en oplosmiddelen.
- Geen schurende of krassende sponzen gebruiken. Op metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. Nooit plateaus en bakken in de vaatwasser reinigen. Deze kunnen vervormen!
Ga als volgt te werk:
- Voor het reinigen het apparaat uitschakelen.
- Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen uit het apparaat halen en op een koele plaats bewaren. Koelelement (indien beschikbaar) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Reinig het apparaat met een zachte doek, lauw water en wat pH-neutraal afwasmiddel. Het schoonmaakwater mag niet in de verlichting of door het afvoergat in de verdampingsschaal komen.
- De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en daarna grondig droog wrijven.
- Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weer in het apparaat doen.
Uitrusting
Voor de reiniging kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden uitgenomen (zie het hoofdstuk Uitrusting).
IJsblokjesbak
Wanneer langere tijd geen ijsblokjes worden uitgenomen, worden de al geproduceerde ijsblokjes kleiner, smaken ze muf en kleven ze aan elkaar. Daarom moet de ijsblokjesbak regelmatig gereinigd worden.
Attentie
Een gevulde ijsblokjesbak is zwaar.
- De toets „IJsblokjes/crushed ijs" 3 seconden indrukken.
- IJsblokjesbak eruit trekken.
- IJsblokjesbak leegmaken en reinigen.
- IJsblokjesbak op het oplegvlak leggen en geheel naar achteren schuiven, tot hij vastklikt.
Wateropvangbak
Het water verzamelt zich in de wateropvangbak.
- Voor het leegmaken en reinigen de filter afnemen.

- De wateropvangbak met een spons of goed absorberende doek afnemen.
- De zeefplaatsen.
Geuren
Wanneer u onaangename geuren constateert:
- Netstekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen.
- Alle levensmiddelen uit het apparaat nemen.
- Binnenruimte reinigen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen).
- Alle verpakkingen reinigen.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om geurvorming te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen in het apparaat doen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw geurvorming optreedt.
Verlichting (LED)
Uw apparaat is uitgevoerd met een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen uitsluitend door de servicedienst of geautoriseerde vakkrachten worden uitgevoerd.
Energie besparen
Plaats het apparaat in een droge, geventileerde ruimte. Het apparaat mag niet direct in de zon of in de nabijheid van een warmtebron staan (bijv. radiator, open haard). Gebruik eventueel een isolatieplaat. Laat warme levensmiddelen en dranken eerst volledig afkoelen, voordat u ze in het apparaat plaatst. Plaats diepvriesproducten voor het ontdooien in de koelruimte en benut de koude van het diepvriesproduct voor de koeling van levensmiddelen. Open het apparaat zo kort mogelijk. - Om te voorkomen dat de levensmiddelen bij een eventuele stroomuitval of storing snel opwarmen, legt u koelelementen in het bovenste vak direct op de levensmiddelen. Let erop dat de deur van de vriesruimte altijd gesloten is. De plaatsing van de indelings- elementen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. - Om een verhoogd stroomverbruik te voorkomen, de be- en ontluchtingsopeningen af en toe met een kwast of stofzuiger reinigen.
Bedrijfsgeluiden
Normale geluiden
Brommen
Motoren draaien (bijv. koelaggregaat, ventilator).
Borrelende, zoemende of gorgelende geluiden
Koelmiddel stroomt door de buizen of water in de ijsbereider.
Klikken:
Motor, schakelaar, of magneetventielen schakelen in of uit.
Kloppen
IJsblokjes van de ijsbereider vallen in de ijsblokjesbak.
Geluiden voorkomen
Het apparaat staat niet horizontaal
Stel het apparaat horizontaal m.b.v. een waterpas.
Gebruik waar nodig de schroefvoeten van het apparaat of leg er iets onder.
Het apparaat staat ergens tegenaan
Zet het apparaat los van andere meubels of apparaten.
Vakken of plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de uitschuifbare delen en plaats deze eventueel opnieuw.
Haal de verpakkingen uit elkaar.
Kleine storingen zelf opheffen
Voordat u contact opneemt met de servicedienst:
Controleer of u de storing aan de hand van de volgende instructies kunt verhelpen.
De kosten voor de servicedienst zijn voor uw eigen rekening - ook tijdens de garantieperiode!
Apparaat
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossing |
| Het apparaat heeft geen koelvermogen. | Stroomonderbreking. Controller of de spanning aanwezig is. |
| Zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. |
| De verlichting werkt nicht. | Netstekker zit Niet goed vast. Controller of de netstekker goed vast zit. |
| Het display.gaat zich aan. | | |
| De compressor schakelt steeds vaker en langer in. | Frequent openen van het apparaat. Apparaat Niet onnodig openen. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn bedekt. | Obstakels wegemen. |
| Plaatsen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Super-koelen resp. Super-vriezen inschaken. |
| In de koelruimte of vriesruimte is het te koud. | Temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. |
| De Verlichting (LED) werkt nicht. | De LED-verlichting is defect. Zie het hoofdstuk Verlichting (LED). |
| Lichtschakelaar klemt. Controller of de lichtschakelaar bewogen kan worden. |
| Apparaat was te lang geopend. De verlichting worden na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van het apparaat is de verlichting wee aan. |
| Er is spreke van onaangename geuren. | Sterk geurende levensmiddelen+zijn Niet luchtdicht verpakt. | Apparaat reinigen. Sterk geurende levensmiddelen luchtdicht verpakken (zie het hoofdstuk Geuren). |
| Er klinkt een waarschuwingsgeluid of de temperatuurindicatie knippert. | Apparaatdeur staat open. Zie het hoofdstuk Alarmfuncties. |
| Het is te warm in de koel- of vriesruimte! Gevaar voor de levensmiddelen. | Erijken te veel levensmiddelen tegelijk in geplaatst. |
| Koude-lade (indien aanwezig) koelt zich. | Apparaat was van het elektriciteitsnet losgekoppeld (stroomstoring, of stekker uit het stopcontact gehaal). | Gewenste temperatuur opnieuw instellen. |
IJsbereider
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossing |
| IJsbereider werkkt nicht. IJsbereider is Niet op de stroomvoorziening aangesloten. | Servicedienst inschakelen. |
| IJsbereider krijgt geen vers water. Zorg ervoor dat de wateraansluiting correct is uitgevoerd. |
| De temperatuur in de vriesruimte is te hoog. | Temperatuur in de vriesruimte controeren en eventuele iks kouder instellen. |
| IJsbereider maakt nicht voldoende ijjs of het ijjs is verrormd. | Apparaat of ijsbereider is pas kortgeleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24(uur voordat de ijssproductie begint. |
| Er is een groe hoeveelheid ijjs afgenomen. | Het duurt ca. 24(uur voordat de ijsblokjesbak waar is bevuld. |
| Lage waterdruk. Apparaat uitsluitend op de voorgeschreven waterdruk aansluiten (zie het hoofdstuk Apparaat aansluiten, paragraaf Wateraansluiting). |
| Waterfilter verstopt of verwuikt. Waterfilter verrangen. |
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
| IJsbereider maakt geen ijs. IJsbereider is uitgeschakeld. IJsbereider inschakelen. |
| Apparaat krijgt geen water. Neem contact op met de installmenter of het waterbedrijf. |
| Watertoevoerleiding is geknikt. Watertoevoer op het afsluitventiel afstellen. Knikposities opheffen, eventeel lately verrangen. |
| Lage waterdruk. Apparaat uitsluitend op de voorgeschreven waterdruk aansluten (zie het hoofdstuk Apparaat aansluten, paragraaf Wateraansluiting). |
| Temperatuur in vriesruimte te hoog. Temperatuur in vriesruimte wat lager instellen. |
| IJsblokjesbak Niet goed geplaatst. Positie controleren, eventeel nogmaalsplaatsen. |
| Verkeerde afsluiter gemonteerd. Verkeerde ventielen konnen leiden tot een lage waterdruk en schade aan het apparaat. |
| In de toevoerslang voor de ijsbereider vomt zich ijs. | Lage waterdruk. Watertoevoer op het afsluitventiel afstellen. Knikposities opheffen, eventeel lately verrangen. |
| Afsluiter Niet juist geopend Afsluiter geheel openen. |
| Er loopt water UIT het apparaat. | De wateraansluitslang is leuk. Slang door een origineel reserveonderdeel van de producent lately verrangen. |
| Verkeerde afsluiter gemonteerd. Verkeerde ventielen konnen leiden tot een lage waterdruk en schade aan het apparaat. |
| Er komt geen water UIT de waterdispenser. | Terugloopventiel is verkeerd om gemonteerd. Doorstroomrichting controleren. De doorstroomrichting worden aangegeven door pijlen op het terugloopventiel. |
| De zeef is verstocht. Watertoevoer met het afsluitventiel afstellen. Zeef demonteren en reinigen. |
Servicedienst
Een servicedienst in uw omgeving vindt u in het telefoonboek of in de servicedienst-index. Geef aan de servicedienst het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD-Nr.) van uw apparaat door. U vindt deze op het typeplaatje.

Help mee om onnodige voorrijkosten te voorkomen door het artikel- en fabricagenummer door te geven. U bespaart de hieraan verbonden extra kosten.
Reparatie-opdracht en advies bij storingen
De contactgegevens voor alle landen vindt u in het bijgaande servicedienst-overzicht.
NL0884244040
B 070 222 143
