RC242203 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RC242203 GAGGENAU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RC242203 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RC242203 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RC242203 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RC242203 GAGGENAU
nl Gebruiksaanwijzing
RC 242
Einbaugerat
Built-in appliance
Appareil encastrable
| Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 78 |
| Voordat u het apparaat in gebruik neemt 78 |
| Technischeeiligkeit 78 |
| Bij het gebruik 79 |
| Kinderen in het huishouden 79 |
| Algemene bepalingen 79 |
Aanwijzingen over de afvoer 80
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 80
Afvoeren van uw oude apparaat 80
Omvang van de levering 80
| Omgevingstemperatuur,ventilatie en nisdiepte | 81 |
| Omgevingstemperatuur 81 | |
| Beluchting | 81 |
| Nisdiepte | 81 |
| Dejuiste plaat | 82 |
| Apparaat aansluiten | 82 |
| Elektrische aansluiting | 82 |
| Kennismaking met het apparaat | 83 |
| Bedieningselementen 84 |
| Apparaat inschakelen | 85 |
| Aanwijzingen bij het gebruik | 85 |
| Instellen van de temperatuur | 85 |
| Koelruimte | 85 |
| Verskoelruimte | 85 |
| Alarm function | 86 |
| Deuralarm | 86 |
| Alarm uitschakelen | 86 |
| Netto-inhoud | 86 |
| De koelruimte 86 | |
| In abrupt nemen bij het bewaren | 86 |
| Let op de koudezones in de koelruimte | 86 |
| Snelkoelen | 87 |
| In- en uitschakelen | 87 |
| De verskoelruimte | 87 |
| Groentelade met vochtigheidsregelaar | 87 |
| Verskoellade | 88 |
| Bewaartijden (bij 0 °C) | 88 |
| Uitvoering | 88 |
| Glasplateaus | 88 |
| Uittrekbaar glasplateau | 88 |
| Wijn- en champagnerek | 89 |
| Flessenhouder | 89 |
| Apparaat uitschakelen en buiten werkung stellen | 89 |
| Uitschakelen van het apparaat | 89 |
| Buiten werkung stellen van het apparaat | 89 |
| Ontdooien | 89 |
| Schoonmaken van het apparaat | 90 |
| Uitvoering | 90 |
| Verlichting (LED) | 93 |
| Energie besparen | 93 |
| Bedrijfsgeluiden | 93 |
| Heel normale geluiden | 93 |
| Voorkomen van geluiden | 93 |
| Kleine storingen zich verhelppen | 94 |
| Zelftest apparatus | 95 |
| Zelftest starten | 95 |
| Zelftest apparatus beeingen | 95 |
| Servicedienst | 95 |
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 95
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waar belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing
niet in acht worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevataen geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet Niet beschadigd worden. Koelmiddel dat waar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnenuit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minutengoed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uithet stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, deste groter moet de ruimte zich waarin hetapparaat wordt opgesteld. In een tekleineruimte kan bij eenlek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1m^3 groot zich. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installmentie en reparations hunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde person.
Ermighten alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hetestoom kan in de elektrische onderdelenterechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Gevaar van elektrischeschok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U(Int)knt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat aan buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können poreus worden.
-
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
-
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare Personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijkde zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparatus.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren zijn. Een voor de veriligheid verantwoordelijk op persoon要去 zicht honden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instruieren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat\ laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht honden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
- Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt om levensmiddelente koelen.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparatus is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparatusaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparatus is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Afvoeren van de verpakking van uw(AP) nuewe apparatus
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De geleukte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en+kunnen opnieu worden geleuikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kurz bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kurz (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijk verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijk afvoer+kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken Niet eruit halen om het kinderen moeilijk te makeerin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijkke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport Niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kurz u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaatuit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueree. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel bennen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaatuit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
De lucht aan de achechterzijde van het apparaat worden warm. De verwarmde lucht moet ongehinder afgevoerd+kunnen worden. Anders moet de koelmachineeerpresteren.Waardoor het energieverbruik toeneemt.De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat worden een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een Kleinere nisdiepte - minstens 550~mm - wordt het energieverbruikients hoger.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zich droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Isplaatsing naast een warmtebron Niet te vermijden, kaak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat moet u minimaal 1aarwachtend voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zich beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen worden gebrukt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkommen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor unsere apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïche installations die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,要去 een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparatusat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan varieren.
Kleine awijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.

A Koelruimte
B Verskoelruimte
1-5 Bedieningselementen
6 Verlichting koelruimte
7 Glasplaat
8 Uittrekbaar glasplateau
9 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar
10 Groentelade
11 Verskoellade
12 Voorraadvak in de deur
13 Vak voor groe flessen
Bedieningselementen

5
1 Toets Aan/Ui t ①
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets Snel
Dient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen).
3 Insteltoetsen voor de temperatuur +/-
Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld.
4 Temperature display
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal UIT te schakelen (zie hoofdstuk "Alarm function").
Apparaat inschakelen
Het apparatus met de toets Aan/Uit ① inschakelen.
De temperatuurindicatie toont de ingestelde temperatuur.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wonneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen nicht warmer dan +4^
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakenen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Voor dieijd geen levensmiddelen in het apparatusaat leggen.
- De voorzijde van het apparaatincer de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Instellen van de temperatuur
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +3^ tot +8^ .
Temperatuurinsteltoetsen +/- meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde worden in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur worden aangegeven op de temperatuurindicatie.
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte worden rond de 0 ^ C gehonden.
Aanwijzing
Wanner zich vorst vomt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zich verhelpen).
Alarm function
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) worden ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal wee uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
De alarm-toets indrukken om het alarmsignaal uite schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst").
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.
In awhile nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
- De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken eerst lien afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in hetvak voor groete flessen.
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzingen
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zoijken aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk "De verskoelruimte").
Snelkoelen
Tijdens het snelkoelen worden de koelruimte ca. 15 uur zo koud möglich gekoeld. Hierna worden automatisch omgeschakeld maar de voor het snelkoelen ingestelde temperatuur.
Het snelkoelen inschakelen bijv.:
voor het inladen van groote hoeveelheden levensmiddelen.
om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het snekoelsystem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Toets Snel * indrukken.
De toets is verlicht wanner het snugkoelen is ingeschakeld.
De verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte worden rond de 0^ gehoven. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid makes ideale omstandigheden möglichk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
In de verskoelruimte konnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehonden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smoak.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast.
De luchtvochtigheid in de groentelade kut u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
overwegend fruit en bij hoge belading - lagere luchtvochtigheid
overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading - hogere luchtvochtigheid

Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8^ tot +12^
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijden met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoellade
Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk.
Bewaartijden (bij 0^ )
| Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop | |
| Verse vis, zeevruchten max. 3ragen | |
| Gevogelte, vlees (gekoott/gebraden) max. 5ragen | |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | max. 7ragen |
| Geroekte vis, broccoli max. 14ragen | |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21ragen | |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30ragen |
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
U kunt de legplateaus en Voorraadvakken in de binnenruimteaar wens verplaatsen: Legplateau optillen,haar voren trekken,laten zakken en zijwaartsaar buiten draaien.

Uittrekbaar glasplateau
Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.

Wijn- en champagnerek
In het wijn- en champagnerek kut u flessen veilig bewaren. Als uplaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kut u de metalen beugel omhoog klappen.

Vak voor groe flessen
In dit vak worden dranken bijzonder nsel gekoeld (zie hoofdstuk „Kennismaking met het apparaat").
Flessenhouser
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

Apparaat uitschakelen en buiten Working stellen
Uitschakelen van het apparatus
Toets Aan/Uit ① indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordtuitgeschakeld.
Buiten werkung stellen van het apparatus
Als u het apparaat langere tijd Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uithetstopcontacttrekkenofdezekering losdraaienresp.uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Het apparatus wordt automatisch ontdooid.
Schoonmaken van het apparatus

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en Voorraadvakken/laden mogen nicht in de afwasmachine gereinigd worden. Ze können verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uithetstopcontacttrekkenofdezekering losdraaienresp.uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag Niet in de verlichting verechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddlesen weeer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen konnen alle variabile onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beiden zichden ingedrukt houden, glasplateauaar voren trekken, optillen en zijwaartsaar buiten draaien.

Legplateausuitde deur nemen
Legplateaus optillen en verwijderen.

Fleshouder verwijderen
Fleshouder samendrukken en verwijdersen.

Reservoir verwijderen
De lade achteraan optillen en van de rails tillen.
De lade aanbrengen door deze op de ingeschoven rails teplaatsen en vast te lately klikken.

Scheidingsplaat verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beiden zijden indrukken, scheidingsplaataarvorentrekken,optillen en lijwaartsnaarbufendraaien.

Afdekking van de groentelade verwijderen
Afdekking optillen, maar voren trekken en zijwaarts waar buiten draieren.
Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen
- Afdekking van de groentelade aanbrengen.
- Scheidingsplaat aanbrengen.
Aanwijzing
Om de afdekking te konnen aanbrengen, moet de vochtigheidsregelaar zich ingesteld op een lage luchtvochtigheid.

Uittrekbare rails demonteren
- De rail uittrekken.
- Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.
- Uittrekbare rails van dechterste pen losmaken.
- Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de achechterste penaar achteren schuiven en ontgrendelen.

Uittrekbare rails monteren
- Uittrekbare rails inuitgetrokken toestand op de voorste pen zetten.
- Uittrekbare rails om vast te klikken ie'saar voren trekken.
- Uittrekbare rails op de achechterste pen erin zetten.
- Vergrendeling maar achefteren schuiven.

Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichtingogens alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimteplaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebronplaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Een nisdiepte van 560~mm aanhouden.
Eenkleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik. - Warme gerechten en dranken eerst lately afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden,要去 de achechterkant van het apparatusaat af en toe worden gereinigd.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparatus.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magnetoventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig ieets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald+kennen worden enzetzeventeel opniew in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controller er erst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te Geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuale oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| In de koelruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen. | |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat ward te vaak geopend. | Deur van het apparaat nicht onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Het apparaat koelt Niet. | Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit ① indrukken. | |
| De verlichting functioneert Niet. | Stroomuitval Controleren of er stroom is. | |
| Dezekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. | ||
| Deindicatie brandt Niet. | De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Controler of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| De verlichting functioneert Niet. | De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)". | |
| De deur stond te lang open. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. | |
| De verlichting worden na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | ||
| De temperatuurindicatie knippert. | De deur van het apparaat ward te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| Er werden te veel levensmiddelen ingeladen. | Voor het aanbrengen op de sneltoets * drukken. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| In de verskoelruimte is te koud of te warm. | De standardinstalling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). | De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden. Wanner de koelruimtetempoatuur is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.1. Sneltoets * 3 seconden ingedrukt honden tot temperatuurindicatie knippert.2. Met de temperatuurinstelloetsen +/- de instelling veranderen. Stand -3 is de koudste instelling Stand +3 is de warmste instelling Na een minuut worden de ingestelde stand opgeslagen. |
| Het apparaat koelt nicht, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat").Na afloop van het programme schakelt het apparaat waar over op het normale gebruik. | |
Zelftest apparatus
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen met de toets Aan/Uit ① en 5 minutes wachten.
- Het apparatus met de toets Aan/Uit ① inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden de sneltoets van de koelruimte 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zichtest worden uitgevoerd, klinkt ondtussen een lang geluidssignaal.
Als na afloop van de zichtest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur worden weergegeven, is uw apparaat in orde.
Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de sneltoets van de koelruimte 10 seconden knippert, is er spreke van een fouit. Neem contact op met de Service.
Zelftest apparatus beeindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbondeneerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijglesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL0884244030
B 070 222 148
SimpelGids