GYS GYSMI 160P - Lasapparaat

GYSMI 160P - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GYSMI 160P GYS in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice GYS GYSMI 160P - page 32
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GYS

Model : GYSMI 160P

Categorie : Lasapparaat

Technische Kenmerken Inverter lasapparaat, MMA-technologie, lasstroom van 10 tot 160 A.
Type Lassen Booglassen met beklede elektrode.
Voedingsspanning 230 V enkel fase.
Gewicht Ongeveer 4,5 kg.
Afmetingen Compacte afmetingen voor betere hanteerbaarheid.
Gebruik Ideaal voor incidentele laswerkzaamheden en reparaties.
Inclusief Accessoires Lasdraad, massaklem, laskap.
Onderhoud Regelmatige reiniging van componenten, controle van kabels en verbindingen.
Veiligheid Apparaat voldoet aan veiligheidsnormen, bescherming tegen overbelasting.
Garantie 2 jaar garantie op de hardware.
Algemene Informatie Apparaat geschikt voor beginners en gevorderden, met een goede prijs-kwaliteitverhouding.

Veelgestelde vragen - GYSMI 160P GYS

Welk type stroom gebruikt de GYS GYSMI 160P?
De GYS GYSMI 160P gebruikt wisselstroom (AC) en gelijkstroom (DC) voor het lassen.
Welke metaal diktes kan ik lassen met de GYS GYSMI 160P?
De GYS GYSMI 160P kan metalen lassen met een dikte van 0,6 mm tot 12 mm.
Hoe stel ik de lasstroom in op de GYS GYSMI 160P?
De lasstroom kan worden ingesteld met de potentiometer op het bedieningspaneel van het lasapparaat.
Wat te doen als het lasapparaat niet aangaat?
Controleer of de voedingskabel correct is aangesloten en of het stopcontact werkt. Zorg er ook voor dat de zekering niet is gesprongen.
Hoe weet ik of de temperatuur van de GYS GYSMI 160P te hoog is?
Het lasapparaat is uitgerust met een indicatielampje dat gaat branden wanneer de temperatuur een veiligheidsdrempel overschrijdt. Laat het apparaat in dat geval afkoelen voordat u verder gaat met gebruiken.
Welke soorten materialen kan ik lassen met de GYS GYSMI 160P?
U kunt materialen zoals staal, roestvrij staal en aluminium lassen met de GYS GYSMI 160P.
Welk type gas moet ik gebruiken met de GYS GYSMI 160P?
De GYS GYSMI 160P kan worden gebruikt met argon voor TIG-lassen en met lucht voor MMA-lassen zonder gas.
Hoe onderhoud ik de GYS GYSMI 160P?
Zorg ervoor dat u de mondstukken, elektroden regelmatig reinigt en de elektrische verbindingen controleert voor optimale werking.
Is de GYS GYSMI 160P draagbaar?
Ja, de GYS GYSMI 160P is ontworpen om licht en draagbaar te zijn, waardoor hij gemakkelijk te vervoeren is.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen bij het gebruik van de GYS GYSMI 160P?
Draag altijd geschikte beschermingsmiddelen, zoals een lashelm, handschoenen en brandwerende kleding. Zorg er ook voor dat u in een goed geventileerde ruimte werkt.

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GYSMI 160P - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GYSMI 160P van het merk GYS.

GEBRUIKSAANWIJZING GYSMI 160P GYS

ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen wor- den. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaa- tje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlam- baar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik. Gebruikstemperatuur : Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).

PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN

Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de las- boog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoe- passing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn speciek verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projec- tie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedings- bron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afge- koeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.33

Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.

BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de essen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de es na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een es onder druk lassen. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.

EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling.34

Dit materiaal is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden.

  • GYSMI 80P : Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm.
  • GYSMI 130P : Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm.
  • GYSMI 160P : Dit materiaal voldoet aan de norm EN 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0.368 Ohms.
  • GYSMI 200P : Dit materiaal voldoet aan de norm EN 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0.276 Ohms. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lass- troom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :
  • plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
  • houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
  • wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
  • zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
  • bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
  • voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
  • niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASWERKPLEK EN DE INSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.35

Evaluatie van de las-zone Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander besturingsapparatuur; d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van industriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie. Evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de eciëntie van de maatregelen te bevestigen. AANBEVELINGEN BETREFFENDE METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.

TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING

Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.36

  • Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
  • Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.
  • Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
  • Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
  • Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en, - dat het beveiligd is tegen verticaal vallende waterdruppels
  • Dit materiaal heeft beveiligingsgraad IP21S, wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen met een diameter >12.5 mm en - een beveiliging tegen verticaal vallende druppels wanneer de bewegende delen (ventilator) stationair zijn. Het wordt aanbevolen om de bij het apparaat geleverde laskabels te gebruiken om de optimale instellingen voor het product te verkrijgen. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD/ADVIES
  • Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
  • Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
  • De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
  • Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabri- kant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
  • Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
  • De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu’s of het ops- tarten van motoren.

INSTALLEREN - GEBRUIK VAN HET PRODUCT

Alleen ervaren en door de fabrikant gekwaliceerd personeel kan de installatie uitvoeren. Verzeker u ervan dat de generator tijdens de installatie niet aan het netwerk aangesloten is. Seriële en parallelle generator verbindingen zijn verboden. BESCHRIJVING MATERIAAL De 80P, 130P, 160P en 200P zijn draagbare, enkelfase, geventileerde Inverter lasapparaten voor het lassen met MMA elektrode in gelijkstroom (DC). Lassen met alle soorten elektroden is mogelijk: rutiel, inox, gietijzer, basisch (behalve 80P). Ze zijn beveiligd bij generatorgebruik (230V +/- 15%).

STROOMVOORZIENING - OPSTARTEN

  • Het materiaal wordt geleverd met een 16A ingang type CEE7/7. Het moet aangesloten worden aan een 230 V(50- 60 Hz) MET geaard stopcontact. De eective stroomafname (l1e) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoorziening en de beveiligingen (netzekering en/of uitschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In bepaalde landen kan het nodig zijn om het stopcontact aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. Bij voorkeur een 20A stopcontact gebruiken voor de 130P, een 25A voor de 160P en een 32A voor de 200P bij intensief gebruik. Het toestel moet dusdanig geplaatst worden dat het stopcontact altijd toegankelijk is.
  • Voor het opstarten van de 80P, 130P, 160P en 200P kiest u de gewenste stroomkracht met de draaiknop (voor de stand-by functie, draai de knop op « »).

AANSLUITEN OP EEN GENERATOR

Dit materiaal kan functioneren met generators, mits de hulpstroom aan de volgende voorwaarden voldoet : - De spanning moet wisselspanning zijn, afgesteld zoals gespeciceerd en met een topspanning lager dan 400V - De frequentie moet tussen de 50 en de 60 Hz. liggen. Het is belangrijk om deze omstandigheden te controleren, daar veel generators hoge spanningspieken produceren die37

het materiaal kunnen beschadigen. LASSEN MET BEKLEDE ELEKTRODE (MMA MODUS)

AANSLUITING EN ADVIEZEN

  • Sluit de kabels, de elektrodehouder en de aardingsklem aan aan de desbetreende aansluitingen,
  • Respecteer de polariteiten en de lasintensiteit zoals aangegeven op de verpakking van de elektroden,
  • Verwijder de elektrode uit de elektrodehouder wanneer het materiaal niet gebruikt wordt.
  • Uw apparaat heeft 3 specieke Inverter functies : - De Hot Start geeft een hoge stroomintensiteit aan het begin van het lassen. - De Arc Force geeft een hoge stroomintensiteit, die voorkomt dat de elektrode plakt wanneer deze in het smeltbad komt. - De Anti Sticking vergemakkelijkt het losmaken van de elektrode bij vastplakken zonder uitgloeien van de elektrode. LASSEN MET WOLFRAM ELEKTRODE MET INERT GAS (TIG DC MODUS) Deze apparaten kunnen TIG lassen (opstarten door aan te strijken).

AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN

Afwijkingen Oorzaken Oplossingen De twee lampjes branden, het lasap- paraat levert geen stroom. De thermische beveiliging van het apparaat slaat aan. Wachten tot het lasapparaat afge- koeld is. Enkel het groene lampje brandt maar het apparaat last niet. De massakabel of elektrodehouder is niet goed aangesloten. Controleer de aansluitingen. Het apparaat is aangesloten, een tinteling is voelbaar als u het toestel aanraakt. De aarde-aansluiting is defect. Controleer de stekker en aarding van uw installatie. Het apparaat last slecht. Verkeerde polariteit aansluiting (+/-). Controleer de polariteit aangegeven op de elektrodendoos. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeids- loon). De garantie dekt niet :

  • Alle overige schade als gevolg van vervoer.
  • De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
  • Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
  • Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.38