STIHL MS 211 - Zaag

MS 211 - Zaag STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MS 211 STIHL in PDF-formaat.

📄 188 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice STIHL MS 211 - page 95
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
SKIP

Veelgestelde vragen - MS 211 STIHL

Gebruikersvragen over MS 211 STIHL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MS 211 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MS 211 van het merk STIHL.

GEBRUIKSAANWIJZING MS 211 STIHL

1 Met betrekking tot deze handleiding. 94
2Veiligheidsinstructies. 95
3 Reactiekrachten 100
4 Werktechniek. 101
5 Zaaggarnituur. 108
6 Zaagblad en zaagketting monteren (zijde-lings geplaatste kettingspanner) 109
7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner) 110
8 Zaagketting spannen (zijdelings geplaatste kettingspanner) 112
9 Zaagketting spannen (kettingsnelspanner) 112
10 Zaagkettingspanning controlleren. 112
11 Brandstof. 112
12Tanken 113
13 Kettingsmeerolie 117

14 Kettingolie bijvullen 118
15 Kettingsmering controleren 118
16Kettingrem. 118
17 Gebruik in de winter. 119
18 Motor starten/afzetten 120
19 Gebruksvoorschriften 124
20 Zaagblad in goede staat houden 125
21 Kap. 125
22 Luchtfiltersystem 125
23 Luchtfilter reinigen 126
24 Carburateur afstellen 126
25 Bougie. 127
26 Motorkarakteristiek. 128
27 Apparaat opslaan 128
28 Kettingtandwiel controlleren en verrangen 128
29 Zaagketting onderhonden en slijpen.....129
30 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften. 133
31 Slijtage minimisieren en schade voorkomen. 135
32 Belangrijke componenten 136
33 Technische gegevens 137
34 Onderdelenlevering. 138
35 Reparatierichtlijnen 138
36 Milieuverantwoord afvoeren. 139
37 EU-conformiteitsverklaring. 139

Geache client(e),

Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteit'sproduct van de firma STIHL.

Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebrende kwaliteitstcontroles gefabricceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreten bent met dit apparaat en er probleemloos mee=kunt werken.

Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.

Met vriendelijk groet,

STIHL MS 211 - 1

Dr. Nikolas Stihl

1 Met betrekking tot deze handleiding

Deze handleiding heeft betrekking op een STIHL motorzaag, in deze handleiding ook motorapparaat genoemd.

1.1 Symbolen

Symbolen die op het apparaat�n aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.

2 Veiligheidsinstrumenties Nederlands

Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 1

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 2

Tank voor kettingsmeerolie; kettingsmeerolie

Kettingrem blokkeren en losers

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 3

Nalooprem

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 4

Kettingdraairichting

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 5

Ematic; hoeveelheidregeling kettingsmeerolie

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 6

Zaagketting spannen

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 7

Geleiding aanzuiglucht: winterstand

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 8

Geleiding aanzuiglucht: zomerstand

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 9

Handgreepverwarming

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 10

Decompressieklep bedieren

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstrumenties Nederlands - 11

Hand-benzinepomp bedienen

1.2 Coding van tekstblokken

STIHL MS 211 - Coding van tekstblokken - 1

WAARSCHUWING

Waarschuwing voor kans op oncevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.

LET OP

Waarschuwing voor beschadiging van het apparat of afzonderlijke componenten.

1.3 Technische doorontwikkeling

STIHL werkdt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.

Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.

2 Veiligheidsinstructies

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstructies - 1

Er zijn speciale veiligheidsmaatregelen nodig bij werkzaamheden met de motorzaag,ondat met een zeer hoge kettingsnelheid worden gewerkt en de zaagtanden zeer scherp zich.

STIHL MS 211 - Veiligheidsinstructies - 2

De gehele handleiding voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het Niet in alot nemen van de handleiding kan levensgevaarlijk zich.

2.1 In het algemeen inacht nemen

De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeitsinspectie en andere in acht nemen.

Het gebruik van geluid producerende motorzagen kan door nationale alsookplaatselijkke,lokale voorschriftenijdelijk worden beperkt.

Wie voor het eerst met de motorzaag werk: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk - of deelnemen aan een cursus.

Minderjarigenogensniet met de motorzaag werken-behalvejongerenbovende16jaar die ondertoezichtlerenmethetapparaattewerken. Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand honden.

De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen over

Nederlands 2 Veiligheidsinstrumenties

komen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.

De motorzaag alleen meegeven of uitlenen aan personen die met het gebruik ervan vertrouwd zich -.altijd de handleiding meegeven.

Wie met de motorzaag werkt moet goed uitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke conditie hebben. Wie zich om gezondheidsreden Niet mag inspannen,要去zijn arts raadplegen of het werken met een motorzaag möglichk is.

Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met de motorzaag worden gewerkt.

Bij ongunstige weersomstandigheden (regen, sneeuw, ijzel, wind) de werkzaamheden uitstellen - verhoogde kans op ongelukken!

Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingssysteme van deze motorzaag genereert een zeer gering elektromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.

2.2 Gebruik conform de voorschriften

De motorzaag alleen gebruiken voor het zagen van hout en houten voorwerpen.

Voor andere doeleinden mag de motorzaag nicht worden gebruikt - kans op ongelukken!

Geen wijzigingen aan de motorzaag aanbrengen - uw veriligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiaèle schade die door het gebruik van nicht-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt is STIHL net aansprakelijk.

2.3 Kleding en uitrusting

De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen.

STIHL MS 211 - Kleding en uitrusting - 1

De kleding moet doelmatig zich en magijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding met protectie gegen snijwonden - geen stofjas.

Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van de kettingzaag kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart dragen en vastzetten (hoofddoek, muts, helmenz.).

STIHL MS 211 - Kleding en uitrusting - 2

Geschikt schoeisel dragen - met protectie gegen snijwonden, stroeve zool en stalen neus.

STIHL MS 211 - Kleding en uitrusting - 3

WAARSCHUWING

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 1

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 of een gelaatsbeschermer dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril en de gelaatsbeschermer goed zitten.

"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.

Veiligheidshelm dragen bij gevaar voor vallende voorwerpen.

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 2

Robuste werkhandschoenen van slijt vast materiaal dragen (bijv. leer).

STIHL biedt een uitgebrecht programma aansoonlijke beschermuiitrusting.

2.4 Vervoer

Voor het vervoeren - ook over korte afstanden - de motorzaag algtd afzetten, de kettingrem blokkeren en de kettingbescherm aanbrengen. Hierdoor wordt het onbedoeld aanlopen van de zaagketting voorkomen.

STIHL MS 211 - Vervoer - 1

De motorzaag alleen aan de draagbeugel dragen - de hete uitlaatdemper van het lichaam vandaan, het zaagblad waar achefteren gericht. Hete machineonderdelen, vooral de uitlaatdemper, Niet aanraken - kans op brandwonden!

In auto's: de motorzaag gegen omvallen, beschadiging en gegen het weglekken van benzine en kettingolie beveiligigen.

2.5 Reinigen

Kunststof onderdelen reinigen met een doek.
Agressieve reinigingsmiddelen können het kunststof beschadigen.

2 Veiligheidsinstrumenties Nederlands

Stof en vuil op de motorzaag verwijderen - geen vetoplossende middelen gebruiken.

Voor het reinigen van de motorzaag geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+knen onderdelen van de motorzaag worden beschadigd.

2.6 Toebehoren

Alleen dergelijkere gereedschappen, zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen, toebehoren of technisch gelijkwaardige onderdelen monteren die door STIHL voor deze motorzaag zich vrijgegeven. Bij vragen hierover contact opnemen met een geauthoriserde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt genegeerd bestaat de kans op oncevallen of is er kans op schade aan de motorzaag.

STIHL adviseert originele STIHL gereedschappen, zaagbladen, zaagkettingen, kettingtandwielen en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.

2.7 Tanken

STIHL MS 211 - Tanken - 1

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen -niet roken.

Voor het tanken de motor afzetten.

Niet tanken zolang de motor nog heet is - de benzine kan overstromen - brandgevaar!

De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.

Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine worden gemorst, de motorzaag direct schoonmaken. De kleding Niet in aanraking lately komen met benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

De motorzagen können af fabriek zich uitgerust met de volgende tankdoppen:

Tankdop met inklapbare beugel (bajonetsluiting)

STIHL MS 211 - Tanken - 2

Tankdop met beugel (bajonetsluiting) correct aanbrengen, tot aan de aan-slag draaien en de beugel inklappen.

Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen losloopt en er benzine wegstroomt.

STIHL MS 211 - Tanken - 3

Op lekkages letten! Als er benzine wegelt de motor nicht starten - levensgevaar door verbranding!

2.8 Voor de werkzaamheden

Controleren of de motorzaag in technisch goede staat verkeert - het betreffende hoofdstuk in de handleiding in acht nemen:

  • Het brandstofsystem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine-pomp (alleen bij motorzagen met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! De motorzaag voor de ingebruikneming door een geautoriseerde dealer lately repareren.
  • Goed werkende kettingrem, voorste handbeschermer
  • Correct gemonteerd zaagblad
  • Correct gespannen zaagketting
  • De gashendel en de gashendelblokkering要去en goed gangbaar zijn - de gashendel要去 na het loslaten automatisch terugveren in de uitgangsstand
  • Combischakelaar gemakkelijk in de stand STOP, 0, resp. 0 teplaatsen
  • Bougiesteker op vastzitten controlleren - bij een loszittende steker konnen vondenstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmensgel ontbranden - brandgevaar!
  • Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
  • De handgrepen要去en schoon en droog�, vrij van olie en vuil - belangrijk voor een veilige bediening van de motorzaag
    Voldoende brandstof en kettingsmeerolie in det tank

De motorzaag mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt - kans op ongelukken!

2.9 Motorzaag starten

Alleen op een vlakke ondergrond. Op een veilige en stabiele houding letten. De motorzaag hierbij goed vasthouden - het zaaggarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken - kans op letsel door de draaiende zaagketting.

De motorzaag wordst slechts door een persono brediend. Andere personen buiten het werkgebied houden - ook tijdens het starten.

De motorzaag nicht starten als de zaagketting zich in een zaagsnede befindt.

Nederlands 2 Veiligheidsinstrumenties

De motor op minstens 3m van de plek waar verbend getankt en Niet in een afgesloten ruimte starten.

Voor het starten de kettingrem blokkeren – door de ronddraaiende zaagketting is er kans op letse!

De motor Niet 'los uit de hand' starten - starten zoals in de handleiding staat beschreiben.

2.10 Tijdens de werkzaamheden

Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen. Voorzichtig te werk gaan als de schors van de boom nat is - kans op uitglijden!

STIHL MS 211 - Tijdens de werkzaamheden - 1

De motorzaag alkijd met beiden handen vasthouden: de rechtterhand op de anschterste handgreep - geldt ook voor linkshandigen. Voor een goede geleiding de draagbeugel en de handgreep met de duimen omsluiten.

Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten - de combischakelaar/ stopschakelaar richting STOP, 0, resp. 0 drukken.

De motorzaag nooit onbeheerd lately draaien.

Let op bij gladheid, regen, sneeuw, ijs, op hellingen, in oneffen terrein of op pas geschild hout of schors - kans op uitglijden!

Let op bij boomstronken, wortels en greppels - kans op struikelen!

Niet alleen werken -.altijd binnen gehoorafstand van anderen blijven die een EHBO-opleiding hebben gevolgd en in geval van nood hulp kunnen bieden. Als er zich in het werkgebied medewerkers bevinden, moeten deze ook veiligheidskleding dragen (helm!) en zij mogen nicht direct onder de af te zagen takken staan.

Bij gebruik van gehoorbeschemers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt -ocht geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zich.

Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuiputting te voorkomen - kans op ongelukken!

De tijdens de zaagwerkzaamheden vrijkomende stoffen (bijv. houtstof), dampen en rook hunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij stofontwikkeling een stofmasker dragen.

Als de motor draait, draait de zaagketting nog even door nadat de gashendel worden losgelaten - naloopeffect.

Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van de motorzaag - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen konnen ontvlambare benzinedampen ontsnappen.

De zaagketting regelmatig, met korteussenpozen en bij merkBare wijzigingen direct controle- ren:

  • Motor afzetten, wachten tot de zaagketting stil-staat
  • Staat en vastzitten van de componenten controeren
  • Scherpte controlleren

Bij draaiende motor de zaagketting Niet aanraken. Als de zaagketting door een voorwerp wordengeblokkeerd, de motor direct afzetten - dan pas het voorwerp verwijderen - kans op letsel!

Voor het achefterlaten van de motorzaag de motor afzetten.

Voor het verrangen van de zaagketting de motor afzetten. Door het onbedoeld aanlopen van de motor - kans op letsel!

Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine)uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemp per houden - brandgevaar! Uitlaatdempers met katalysator+kunnen bijzonder heet worden.

Nooit zicher kettingsmering werken, waarvoor op het oliepeil in de olietank letten. Werkzaamheden direct onderbreken als het oliepeil in de olietank te laag is en kettingolie bijvullen - zie ook "Kettingolie bijvullen" en "Kettingsmering controleren".

Als de motorzaag Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist de bedrijfszekerheid controeren - zie ook "Voor aanvang van de werkzaamheden".

Vooral op lekkage van het brandstofsysteme en de goede werkig van de veiligheidsinrichtingen letten. Een nicht bedrijfszekere motorzaag in geen

geval verdier gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.

Op een correct stationair toerental letten, zodate zaagketting na het loslaten van de gashendel Nieteer meedraait. Regelmatig instelling stationair toerental controleren, resp. indien möglich corrigeren. Als de zaagketting bij stationair toerental toch meedraait, de motorzaag bij een geauthoriseerde dealer ter reparatie aanbieden.

STIHL MS 211 - Tijdens de werkzaamheden - 2

De motorzaag produeert giftige uitaatgassen zodra de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi-leerde ruimtes met de motorzaag werkken - ook nicht bij machines met katalysator.

Bij het werken in greppels, sleken of opplaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoende luchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftigting!

Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken - deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt door een te hoge uitlaatgas concentratie - kans op ongelukken!

2.11 Na de werkzaamheden

De motor afzetten, kettingrem blokkeren en de kettingbeschermer aanbrengen.

2.12 Opslaan

Als de motorzaag nicht worden gebruikt, deutsche zo opbergen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. De motorzaag zo opbergen dat onbevoegden er geen toeingang toe hebben.

De motorzaag veilig in een droge ruimte bewaren.

2.13 Trillingen

Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").

Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern deze van meerdere factoren afhankelijk is.

De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand-schoenen)
Rustpauzes

De gebruiksduur worden verkort door:

  • Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
    Lage buitentemperaturen
  • De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)

Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparaat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.

2.14 Onderhoud en reparations

Voor alle reparatie-, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, alsmede bij werkzaamheden aan het zaaggarnituur algijd de motor afzetten. Door het onbedoeld aanlopen van de zaagketting - kans op letsel!

Uitzondering: carburaturafstelling en instelling stationair toerental.

De motorzaag regelmatig onderhonden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamhedenuitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden lately uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers nemen regelmatifdeel aan scholingen en ontvangen Technische informaties.

Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden genegeerd bestaat de kans op oncevallen of is er kans op schade aan de motorzaag. Bij vragen hierover contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.

Geen wijzigingen aan de motorzaag aanbrengen – de veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht – kans op ongevallen!

De motor van de motorzaag mag als de bougiesteker is losgetrokken of als de bougie is losgedraaid, alleen worden rondgedraaid als de combischakelaar in stand STOP, 0, resp. 0 staat - brandgevaar door ontstekingsvonken buiten de cilinder!

Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhoden en opslaan - brandgevaar door de brandstof!

De tankdop regelmatig op lekkage controleren.

Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgeveen bougies -zie "Technische gevevens" - monteren.

Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).

Controleer of de uitlaatdemper in goede staat verkeert.

Niet met een defecte of zonder uitlaatdempper werken - brandgevaar, gehoorschade!

De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!

De staat van de antivirusatie-elementen beinvloedt het trillingsgedrag - de antivirusatie-elementen regelmatig controleren.

Kettingvanger controlleren - indien beschadigd, verrangen.

Motor afzetten

  • Voor het controlleren van de kettingspanning
    Voor het spannen van de zaagketting
  • Voor het verwangen van de zaagketting
    Voor het opheffen van storingen

Slijphandleiding in acht nemen - voor een veilig en correct gebruik de zaagketting en het zaagblad.altijd in een goede staat houden, de zaagketting correct geslepen, gespannen en voldoende gesmeerd.

Zaagketting, zaagblad en kettingtandwielijdig verwisselen.

Regelmatig controleren of de koppelingsstrommel in een goede staat verkeert.

De benzine en kettingsmeerolie alleen opslaan in de hiervoor vrijgeveen jerrycans met duidelijk leesbare opschriften. Opslaan (bewaren) in een droge, koele en veilige plaats, beschermd gegen Licht en zonnestraling.

Bij een defecte kettingrem de motor direct afzetten - kans op letsell! Contact opnemen met een geauthoriseerde dealer - de motorzaag nicht gebruiken tot de storing is verholpen - zich "Kettingrem".

3 Reactiekrachten

De meest voorkomende reactiekrachten zijn: terugslag, terugstoten en het zich in het hout trekken.

3.1 Gevaar door terugslag

STIHL MS 211 - Gevaar door terugslag - 1

Terugslag kan tot dodelijk letsel leiden.

STIHL MS 211 - Gevaar door terugslag - 2

Bij terugslag (kick back) worden de zaag plotseling en oncontroleerbaar in de richting van de gebrui- ker geslingerd.

3.2 Terugslag ontstaat bijv. als

STIHL MS 211 - Terugslag ontstaat bijv. als - 1

  • De zaagketting met het bovenste kwart van de zaagbladneus per ongeluk in aanraking komt met hout of een ander vast voorwerp - bijv. alsijdens het Snoeien per ongeluk een andere tak worden geraakt
  • De zaagketting bij de zaagbladneusijdens het zagen even worden vastgeklemd

3.3 QuickStop-kettingrem:

Door bye rem worden in bepaalde situatuies de kans op letsel verminderd - de terugslag zich kan nicht worden voorkomen. Bij het inschakelen van de kettingrem komt de zaagketting binnen een fractie van een seconde tot stilstand - zie hoofdstuk "Kettingrem" in deze gebruiksaanwijzing.

3.4 Terugslaggevaar verminderen

  • door weloverwogen, correct werken
  • De motorzaag met beiden handen stevig vasthouden
  • Alleen met vol gas zagen
  • Op de zaagbladneus letten

Niet met de zaagbladneus zagen
- Voorzichtig着眼 het zagen vankleine,taaietakken,laagkreupelhout enjongeschuteen -de zaagketting kan hierin vastlopen
- Nooit meertere takken in een keer doorzagen
Niet te ver voorover gebogen zagen
- Niet boven schouderhoogte zagen
- Het zaagblad uiterst voorzichtig in een reeds aanwezighe zaagsnede aanbrengen
- Het "steken", alleen toepassen indien u met de techniek hiervan vertrouwd bent
Op de stand van de stam letten en op krachten die de zaagsnede zich konnen drukken, waardoor de zaagketting worden vastgeklemd
- Alleen met een goed geslepen en correct gespannen zaagketting werken - afstand dieptebegrenzer nicht te groot
- Een terugslagreducerende zaagketting en een zaagblad met eenkleine zaagbladneusradius gebruiken

3.5 Intrekken (A)

STIHL MS 211 - Intrekken (A) - 1

Alsijdens bovenhands zagen de zaagketting klemt of een voorwerp in het hout raakt, kan de motorzaag met een ruk gegen de stam worden getrokken - om dit te voorkomen de kam.altijd stevig gegen de stamplaatsen.

3.6 Terugslag (B)

STIHL MS 211 - Terugslag (B) - 1

Alsijdens onderhandzagen de zaagketting klemt of een vast voorwerp in het hout raakt, kan de motorzaag in de richting van de motorzaagge

bruiker terug worden gestoten - om dit te voorkomen:

  • De bovenzijde van het zaagblad Niet vastklemmen
  • Het zaagblad in de zaagsnede Niet verdraaien

3.7 De grootste voorzichtigheid is geboden

Bij overhangende stammen
- Bij stammen die, doordat ze op ongunstige wijze zich omgevallen, onder spanning staan tussen andere bomen
Bij werkzaamheden aan stammen die ten gevolge van een storm over elkaar zich gevallen

In deze gevalen nicht met de motorzaag werken -
haar een kantelhaak, een lier of een tractor
gebruiken.

Vrij ligende of losgezaagde stammen wegtrekken. De opruimwerkzaamheden indien möglich op een open plek voortzetten.

Dood hout (dor, vermolmd of dood hout) vormt een wezenlijk, moeilijk in te schatten, gevaar. Het herkennen van het gevaar is zeer moeilijk of zo goed als onmogelijk. Hulpmiddelen als een lier of tractor gebruiken.

Bij het vellen van bomen in de buurt van wegen, spoorrails, elektriciteitskabels enz.要去 bijzonder voorzichtig te werk worden gegaan. Zonodig, de politicie, het energiebedrijf of de spoorwegen informeren.

4 Werktechniek

Zaag- en velwerkzaamheden, alsmede alle daarmee verbonden werkzaamheden (steeksnede, Snoeien etc.)might alennen worden uitgevoerd door diegenen die waaroor specialijkijn opgeleid en geschoold. Wie geen ervaring met een motorzaag of de werktechnieken heeft, mag dergelijke werkzaamheden Niet uitvoeren - verhoogde kans op ongevallen!

Bij velwerkzaamheden moeten beslilst de nationale voorschriften met betrekking tot de veltechniek worden opgevolgd.

4.1 Zagen

Niet in de startgasstand werken. Het motortoe- rental is in deze stand van de gashendel nicht regelbaar.

Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Anderen nicht in gevaar brengen - voorzichtig werken.

Nederlands 4 Werktechniek

Voor iedereen die hiermee voor het eerst werkt, adviseren wij het zagen van rondhout op een zaagbok te oefenen - zie "Dun hout zagen".

Het kortst möglichke zaagblad gebruiken: Zaag-ketting, zaagblad en kettingtandwiel要去en bij elkaar en bij de kettingzaag passen.

STIHL MS 211 - Zagen - 1

Geen lichaamsdelen in het verlengde zwenkbereik van de zaagketting houden.

De motorzaag alleen met een draaiende zaagketting uit het hout trekken.

De motorzaag alleen voor het zagen gebruiken - Niet voor het loswippen of wegschuiven van takken of worteluitlopers.

Vrijhangende takken Niet vanaf de onderzijde doorzagen.

Voorzichtig bij het afzagen van struikgewas enjonge bomen. Dunne loten+kennen door de zaagketting worden gegrepen en in de richting van de gebruiker worden geslingerd.

Voorlichtig zijn bij het zagen van versplinterd hout - kans op letsel door afgescheurde stukken hout!

Geen andere voorwerpen met de motorzaag in aanraking lately komen: stenen, spijkers enz. hunnen worden wegteslingerd en de zaagketting beschadigen. De motorzaag kan omhoogslaan -kans op ongelukken!

Als een draaiende zaagketting contact maakt met een steen of een ander hard voorwerp, kan dit leiden tot vonkvorming, waardoor onder bepaalde omstandigheden Licht ontvlambare stoffen vlam zouden kuren vatten. Ook droge planten en struikgewas zijn Licht ontvlambaar, met name tijdens hete, droge weersomstandigheden. Als er kans op brand aanwezig is, de motorzaag Niet in de buurt van Licht ontvlambare stoffen, droge planten of struikgewas gebruiken. Absoluut bij de verantwoordelijkke bosbeheerstantie informeren of er brandgevaar bestaat.

STIHL MS 211 - Zagen - 2

Op hellingen.altijd boven of naast de stam of lig-gende boom staan. Op maar beneden rollende stammen letten.

Bij werkzaamheden die nicht vanaf de grond kunnen worden uitgevoerd:

  • Altijd een hoogwerker gebruiken
  • Nooit op een ladder of staande in de boom werkken
  • Nooit op onstabieleplaatsen
  • Nooit boven schouderhoogte werkken
  • Nooit met een hand werkken

De motorzaag met vol gas in de zaagsnede aanbrengen en de kam stevig gegen de stam drukken - pas dan met zagen beginnen.

Nooit zicher kam werken, de zaagketting kan de gebruiker maar voren trekken. De kam algijd goed gegen de stamplaatsen.

Aan het einde van een zaagsnede worden de motorzaag Nieteer via het zaaggarnituur in de zaagsnede ondersteund. De gebruiker moet het gewicht van de motorzaag opnemen -kans op verlies van de controle!

Dun hout zagen:

Een stabiele, stevige zaagbok gebruiken
- Het hout Niet met de voet tegenhonden
Andere Personen mogen het hout nicht vasthouden of op andere wijze meehepen

Snoeien:

Een terugslagarme zaagketting gebruiken
- De motorzaag zo veel möglichk ondersteunen
- Niet staand op de stam snoeien
- Niet met de zaagbladneus zagen
- Op takken letten die onder spanning staan
- Nooit meertere takken in een keer doorzagen

De juiste volgorde van de zaagsneden beslant aanhouden (eerst aan de drukzijde (1),ervolgens aan de trekzijde (2)),als deze volgorde nicht worden aangehouden kan het zaagblad in de

4 Werktechniek Nederlands

zaagsnede klemmen of terugslaan - kans op letsel!

STIHL MS 211 - Werktechniek Nederlands - 1

STIHL MS 211 - Werktechniek Nederlands - 2

  • Een ontlastingssnede aan de drukzijde (1) zagen
    De kapzaagsnede aan de trekzijde (2) aanbrengen

Bij kapzaagsnede van onderen maar boven (onderhandzagen)-kans op terugstoten!

LET OP

Liggende stammenogen op deplaats waar deze worden doorgezaagd Niet de grond raken anders worden de zaagketting beschadigd.

Langssnede:

STIHL MS 211 - Werktechniek Nederlands - 3

Zaagtechniek zonder gebruik te makes van de kam - kans dat de zaag in het hout worden getrokken - het zaagblad onder een zo vlak möglich hoek aanzetten - verhoogde kans op terugslag!

4.2 Voorbereidende werkzaamheden voor het vellen

In de omgeving waar wordt gemeld, mogen zich alleen personen bevinden die met het vellen bezig+zijn.

Controleer of er niemand door de vallende boom in gevaar kan worden gebracht - een schreeuw kan door het motorlawaai worden overstemd.

STIHL MS 211 - Voorbereidende werkzaamheden voor het vellen - 1

Afstand tot de volgende werkplek minimaal 2 1/2 boomlengte.

Velrichting en vluchtwegen vastleggen

De open plek kiezen waar de boom kan vallen.

Hierbij letten op:

  • De natuurlijke hoek waaronder deBoom staat
    Buitengewoon sterke takvorming, asymmetrische groei, beschadigd hout
  • Windrichting en -snelheid - bij sterke wind nicht vellen
    Hellingrichting
  • Naast staande bomen
    Sneeuwbelasting
  • De conditie van de boom - bijzonder voorzichtig te werk gaan bij een beschadigde stam of dood hout (dor, vermolmd of dood hout)

STIHL MS 211 - Velrichting en vluchtwegen vastleggen - 1

A Velrichting

B VLuchtweg (analoog ontsnappingsweg)

Vluchtweg voor elk van de deelnemers vastleggen -ca. 45^ schuin gegen de velrichting in

Nederlands 4 Werktechniek

Vluchtweg begaanbaar make, hindernissen opruiimen
- Gereedschap en apparaten op veilige afstand neerleggen - maar Niet op de yluchtwegen
Tijdens het vellen.altijd aan de zijkant van de stam staan en alleen lijwaarts de vluchtweg inlopen
- Vluchtwegen op steile hellingen evenwijdig aan de helling aanbrengen
- Tijdens het teruglopen op vallende takken en op de kroon letten

Werkgebied bij de stam voorbereiden

  • Storende takken, struikgewas en obstkels uit het werkgebied rondon de stam verwijderen – veilige plek voor alle medewerkers
  • De voet van de stam grondig schoonmaken (bijv. met de bijl) - zand, stenen en andere dan houten voorwerpen zorgen ervoor dat de zaagketting bot worden

STIHL MS 211 - Werkgebied bij de stam voorbereiden - 1

Grote worteluitlopers inzagen: eerst de grootste worteluitloper -eerst in verticale richting, cervolgens in horizontale richting - alleen bij gezond hout

4.3 Valkerf

Valkerf voorbereiden

STIHL MS 211 - Valkerf voorbereiden - 1

De valkerf (C) bepaalt de velrichting.

Belangrijk:

  • De valk erf haaks ten opzichte van de velrichting aanbrengen
  • Zo zich möglich bij de grond zagen

  • Ca. 1/5 tot max. 1/3 van de stam diameter inzagen

Velrichting vastleggen - met velfiist op de kap en het ventilatorhuis

STIHL MS 211 - Belangrijk: - 1

Deze kettingzaag is voorzien van een velfijst op de kap en het ventilatorhuis. Deze velfijst gebruiken.

Valkerfaanbrengen

Bij het aanbrengen van de valkerf de kettingzaag zo uitlijnen dat de valkerf in een rechte hoek ten opzichte van de velrichting ligt.

Bij de procedure voor het aanbrengen van de valkerf met een horizontale zaagsnede (zool) en een schuine zaagsnede (dak) zijn verschillende volgorden toegestaan - let op de nationale voorschriften met betrekking tot de veltechniek.

Zoolzaagsnede (horizontala zaagsnede) aanbrengen
De schuine zaagsnede (dak) in een hoek van ca. 45^ - 60^ ten opzichte van de horizontale zaagsnede aanbrengen

De velichting controleren

STIHL MS 211 - De velichting controleren - 1

De hettingzaag met het zaagblad in de valkerf-zoolplaatsen. De vellijst moet in de richting van de vastgelegde velrichting zichn gericht - voor zover nodig de velrichting door het op de overeenkomstige wijze inzagen van de valkerf corrigeren

4.4 Spintsnede

STIHL MS 211 - Spintsnede - 1

Spintsneden voorkomen bij langvezelige houtsoorten dat het spinhout openscheurt als de boom omvalt - aan beiden zijden van de stam ter hoogte van de valkerfzool circa 1/10 van de stam diameter - bij dikkere stammen maximaal tot de breedte van het zaagblad -inzagen.

Bij ziek hout geen spintsnede aanbrengen.

4.5 Basisbeginselen voor de velsnede

Maten

STIHL MS 211 - Basisbeginselen voor de velsnede - 1

De valk erf (C) bepaalt de velrichting.

De breuklijst (D) geleidt deBoom als een scharnieraar de grond.

  • Breedte van de breuklijst: ca. 1/10 van de stam diameter
  • De breuklijst mag in geen geval tijdens het aanbrengen van de velsnede worden ingezaagd - omdat dan geen controle meer mogelijk is op de valrichting - kans op ongelukken!
    Bij rottende stammen een bredere breuklijst\ laten staan

Met behulp van de velsnede (E) worden deBoom gemeld.

  • Exact horizontal
    1/10 (min. 3 cm) van de stam diameter boven de zool van de valkerf (C)

De borglijst (F) of de veiligheidsband (G) steunt de boom en voorkomt voortijdig omvallen.

Breedte van de band: ca. 1/10 tot 1/5 van de stam diameter
- De band in geen geval tijdens het aanbrengen van de velsnedeinzagen
Bij rottende stammen een bredere band latent staan

Insteken

  • Als ontlastingssnede tijdens het inkorten
    Bij zaagwerkzaamheden

STIHL MS 211 - Insteken - 1

Een terugslagarme zaagketting gebruiken en bijzonder voorzichtig te werk gaan

1.Het zaagblad met de onderzijde van de neustegen de stamplaatsen - Niet met de bovenzijde-kans op terugslag! Met vol gas inzagen, tot dezaagsnede tweemaal zo diep is als de breedetevan het zaagblad2.Langzaam in de insteekstandzwenken -kans op terugslag en terugstoten!

3.Het zaagblad voorzichtig in de stam steken - kans op terugstoten!

STIHL MS 211 - Insteken - 2

Indien möglichk, steeklijst gebruiken. De steeklijst en de boven-, resp. onderzieje van het zaagblad lopen parallel aan elkaar.

Bij het insteken helpt de steeklijk erbij de breuklijst parallel, d.w.z. op alleplaatsen even dik, te houden. Hiervoor de steeklijk parallel aan de valkerfzool houden.

Velwig

De velwig zo vroeg möglich aanbrengen, d.w.z. zodra deze geen obstakel vomt voor het zaagblad. De velwig in de velsnede aanbrengen en

Nederland 4 Werktechniek

met behulp van een hiertoe geschikt gereed-schap hierin drukken.

Alleen aluminium of kunststof wiggen gebruiken - geen stalen wig gebruiken. Stalen wiggen kūnen de zaagketting ernstig beschadigen en leiden tot een gevaarlijke terugslag.

De juiste velwiggen, afhankelijk van de stamdia-meter en de breedte van de zaagsnede (analoog velsnede (E)) selecteren.

Voor het kiezen van de velwig (juiste lenghte, bredte en hoogte) contact opnemen met de STIHL dealer.

4.6 Geschekte velsnede kiezen

Het kiezen van de juiste velsnede is afhankelijk vandezelfde kenmerken,haarop moet worden gelet bij het bepalen van de velrichting en de vluchtweg.

Er zijn meerere verschillende voorwaarden waarop deze kenmerken worden onsderscheiden. In deze gebruiksaanwijzing worden alleen de twee meest voorkomende vormen beschreiben:

STIHL MS 211 - Geschekte velsnede kiezen - 1

links: normaleboom -verticalstaandeboom met een gelijkmatige kroon
rechts: overhangende boom -kroon van deboom is gericht in de velrichting

4.7 Velsnede met veiligheidsband (normale boom)

A) Dunne stammen

Deze velsnede uitvoeren als de stamdiameter kleiner is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

STIHL MS 211 - Velsnede met veiligheidsband (normale boom) - 1

Voor het begin van de velsnede de waarschuwing "Attentie!" roepen.

Velsnede (E) met steeksnede aanbrengen - het zaagblad hierbij geheel in de stam steken
Kam ache ter de breuklijst plaatsen en als draai-punt gebruiken - de hettingzaag zo min mogelijk verzetten
Velsnede tot aan de breuklijst make (1)

  • De breuklijst hierbij Niet inzagen

De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (2)
- De veiligheidsband hierbij nicht inzagen

STIHL MS 211 - Velsnede met veiligheidsband (normale boom) - 2

Velwig aanbrengen (3)

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.

Veiligheidsband van buitenaf, horizontal in het vlak van de velsnede met uitgestrekte armen doorzagen

B) Dikke stammen

Deze velsnede uitvoeren als de stam diameter groter is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

STIHL MS 211 - Velsnede met veiligheidsband (normale boom) - 3

Voor het begin van de velsnede de waarschuwing "Attentie!" roepen.

De kam ter hoogte van de velsnede gegen de stam drukken en als draaipunt gebruiken - hetkettingzaag zo min möglichk verzetten
De neus van het zaagbladGaat voor de breuklijst in het hout (1)-de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver möglichk aan buiten zwenken
Velsnede tot aan de breuklijst make (2) De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (3)

  • De veiligheidsband hierbij nicht inzagen

Het aanbrengen van de velsnede worden vanaf detegenoverliggende zichde van de stamervolgd.

Erop letten dat de tweede zaagsnede in hetzelfde vlak ligt als de eerste zaagsnede.

Velsnede door 'steken' aanbrengen
Velsnede tot aan de breuklijst make (4) De breuklijst hierbij Niet inzagen
De velsnede tot aan de veiligheidsband aanbrengen (5)
- De veiligheidsband hierbij nicht inzagen

STIHL MS 211 - Velsnede met veiligheidsband (normale boom) - 4

Velwig aanbrengen (6)

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.

Veiligheidsband van buitenaf, horizontal in het vlak van de velsnede metuitgestrekte armen doorzagen

4.8 Velsnede met borglijst (overhangende boom)

A) Dunne stammen

Deze velsnede uitvoeren als de stamdiameter kleiner is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

STIHL MS 211 - A) Dunne stammen - 1

  • Het zaagblad tot dit aan de andere kantuit de stam komt, hierin steken
    Velsnede (E) tot aan de breuklijst aanbren gen (1)

  • Exact horizontal

  • De breuklijst hierbij Niet inzagen

De velsnede tot aan de borglijk zagen (2)

  • Exact horizontal
  • De borglijk hierbij nicht inzagen

STIHL MS 211 - A) Dunne stammen - 2

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.

De borglijk van buitenaf, schuin van boven met uitgestrekte armen doorzagen

B) Dikke stammen

STIHL MS 211 - B) Dikke stammen - 1

Nederlands 5 Zaaggarnituur

Deze velsnede uitvoeren als de stam diameter groter is dan de zaagbladlengthe van de kettingzaag.

De kam anschter de borglijstplaatsen en als draaipunt gebruiken - de kettingzaag zo min möglichk verzetten
De neus van het zaagbladGaat voor de breuklijst in het hout (1)-de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver möglichk maar buiten zwenken
- De borglijk en de breuklijk hierbij nicht inzagen
Velsnede tot aan de breuklijst make (2)
- De breuklijst hierbij nicht inzagen
De velsnede tot aan de borglijst aanbren-gen (3)
- De borglijst hierbij nicht inzagen

Het aanbrengen van de velsnede worden vanaf de tegenoverliggende zichde van de stam cervolgd.

Erop letten dat de tweede zaagsnede in hetzelfde vlak ligt als de eerste zaagsnede.

  • Kam darüber de breuklijstplaatsen en als draai-punt gebruiken - de kettingzaag zo min mogelijk verzetten
    De neus van het zaagbladGaat voor de borglilst in het hout (4)-de kettingzaag beslist horizontal houden en zo ver maybek maar buiten zwenken
    Velsnede tot aan de breuklijst make (5)

  • De breuklijst hierbij nicht inzagen

De velsnede tot aan de borglijst aanbren-gen (6)
- De borglijst hierbij nicht inzagen

STIHL MS 211 - Nederlands 5 Zaaggarnituur - 1

Direct voor het vallen van de boom een tweede waarschuwingsroep "Attentie!" roepen.

De borglijst van buitenaf, schuin van boven met uitgestrekte armen doorzagen

5 Zaaggarnituur

Zaagketting, zaagblad en kettingtandwiei vormen het zaaggarnituur.

Het meegeleverde zaaggarnituur is optimaal afgestemd op de motorzaag.

STIHL MS 211 - Zaaggarnituur - 1

  • De steek (t) van de zaagketting (1), van het kettingstandwiel en van het neustandwiel van het Rollomatic-zaagblad要去en met elkaar corresponderen
  • De dikte van de aandrijschakels (2) van de zaagketting (1)要去 corresponderen met de groefbreedte van het zaagblad (3)

Bij het combineren van componenten die nicht bij elkaar passen, kan het zaaggarnituur reeds na een korte gebruiksduur onherstelbaar worden beschadigd.

5.1 Kettingbeschermer

STIHL MS 211 - Kettingbeschermer - 1

Tot de leveringsomvang behoort een bij het zaaggarnituur passende kettingbeschermer.

Als er zaagbladen met verschillende lengtes op een motorzaag worden gebrukt,要去 algid een passende kettingbeschermer worden gebrukt, die het complete zaagblad afdekt.

Op de kettingbeschermer is aan derijkant de lengte van het hierbij passende zaagblad ingestrempeld.

6 Zaagblad en zaagketting monteren (zijdelings geplaatste kettingspanner) Nederlands

6 Zaagblad en zaagketting monteren (zijdelings geplaatste kettingspanner)

6.1 Kettingtandwieldeksel uitbouwen

STIHL MS 211 - Kettingtandwieldeksel uitbouwen - 1

De moer losdraaien en het kettingtandwieldekssel wegemen

STIHL MS 211 - Kettingtandwieldeksel uitbouwen - 2

Bout (1) linksom draaien, tot de spanschuif (2) links gegen de uitsparing van het carter ligt

6.2 Kettingrem loses

STIHL MS 211 - Kettingrem loses - 1

De handbeschermer in de richting van de draagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt - de kettingrem is gelost

6.3 Zaagketting op het zaagblad plaatsen

STIHL MS 211 - Zaagketting op het zaagblad plaatsen - 1

WAARSCHUWING

Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe zaagtanden.

  • Zaagketting aanbrengen - te beginnen bij de zaagbladneus

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 1

  • Het zaagblad over de bouten (1)plaatsen - de snijvlakken van de zaagketting要去en maar rechts zichn gericht
    De fixeerboring (2) over de pen van de span-schuifplaatsen -gelijktijdig de zaagketting over het kettingtandwiel (3) leggen
    De bout (4) rechtsom draaien, totdat de zaag-ketting aan de onderzijde nog maar ie's door-hangt - en de nokken van de aandrijfschakels in de groef van het zaagblad liggen
    Het kettingtandwieldeksel weeanbrengen - en de moer handvast draaien
    Verder: zie "Zaagketting spannen"

7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner)

7.1 Kettingtandwieldeksel uitbouwen

STIHL MS 211 - Kettingtandwieldeksel uitbouwen - 1

De beugel (1) uiktlappen (tot deze vastklikt)
De vleugelmoer (2) linksom draaien, totdezels in het kettingtandwieldeksel (3) ligt
Kettingtandwieldeksel (3) wegnenen

7.2 Spanring monteren

STIHL MS 211 - Spanring monteren - 1

De spanning (1) Wegnemen en omdraaien

STIHL MS 211 - Spanring monteren - 2

Bout (2) losdraaien

STIHL MS 211 - Spanring monteren - 3

  • Spanring (1) en het zaagblad (3) ten opzichte van elkaar uitlijnen

STIHL MS 211 - Spanring monteren - 4

Bout (2) aanbrengen en vastdraaien

7.3 Kettingrem loses

STIHL MS 211 - Kettingrem loses - 1

De handbeschermer in de richting van de draagbeugel trekken tot deze hoorbaar klikt - de kettingrem is gelost

7 Zaagblad en zaagketting monteren (kettingsnelspanner) Nederlands

7.4 Zaagketting op het zaagblad plaatsen

STIHL MS 211 - Zaagketting op het zaagblad plaatsen - 1

STIHL MS 211 - Zaagketting op het zaagblad plaatsen - 2

WAARSCHUWING

Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe zaagtanden

  • Zaagketting monteren - te beginnen bij de zaagbladneus - op de montage van de spanning en de snijkanten letten
  • Spanring (1) tot aan de aanslag rechtsom draajen
  • Het zaagblad zo draaien dat de spanningaar de gebruiker is gericht

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 1

De zaagketting over het kettingtandwiel (2) leggen
- Het zaagblad over de kraagbout (3) schuiven, de kop van dechterste kraagbout moet in het sleufgat vallen

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 2

De aandrijfschakel in de zaagbladgroef plaatsen (zie pijl) en de spanning tot aan de aan-slag waar links draaien
- Het kettingtandwieldeksel aanbrengen, hierbij de geleidenokken in de openingsen van het carter schuiven

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 3

Bij het aanbrengen van het kettingtandwieldeksel moeten de tanden van het spanwiel en de spanning in elkaar vallen, zo nodig

  • Het spanwiel (4)iets verdraien tot het kettingtandwieldeksel geheel gegen het motorcarter kan worden geschoven
    De beugel (5) uitklappen (tot deze vastklijk)
    De vleugelmoer aanbrengen en handvast draaien
    Verder:zie"Zaagketting spannen

8 Zaagketting spannen (zijdelings geplaatste ketting-spanner)

STIHL MS 211 - Zaagketting spannen (zijdelings geplaatste ketting-spanner) - 1

Voor het naspannenijdens het werk:

Motor afzetten
Moer losdraaien
Zaagblad bij de neus optillen
- Met behulp van een schroevendraaier de bout (1) rechtsom draaien, tot de zaagketting gegen de onderzijde van het zaagblad ligt
- Het zaagblad waar optillen en de moer vast-draaien
Verder: zie "Zaagkettingspanning controleren"

Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds longer meedraait.

Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!

9 Zaagketting spannen (kettingsnelspanner)

STIHL MS 211 - Zaagketting spannen (kettingsnelspanner) - 1

Voor het naspannenijdens het werk:

Motor afzetten
De beugel van de vleugelmoer uitklappen en de vleugelmoer losdraaien
- Spanwiel (1) tot aan de aanslag rechtsom draaien
De vleugelmoer (2) handvast draaien
De beugel van de vleugelmoer inklappen
Verder: zie "Zaagkettingspanning controlleren"

Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.

Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!

10 Zaagkettingspanning controleren

STIHL MS 211 - Zaagkettingspanning controleren - 1

Motor afzetten
Veiligheidshandschoenen aantrekken
- De zaagketting要去 gegen de onderzijde van de zaagbladgroef liggen - en要去 bij een geloste kettingrem met de hand over het zaagblad hunnen worden getrokken
Indien nodig, zaagketting naspannen

Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.

Kettingspanning vaker controlleren - zie "Gebruiksvoorschriften"!

11 Brandstof

De motor draaait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING

Direct huidcontact met benzine en het inademen van benzinedampen voorkomen.

11.1 STIHL MotoMix

STIHL advisert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.

STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.

12 Tanken Nederlands

11.2 Brandstof(OPeng

LET OP

Brandstoffen die nicht geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit können de motor, keerringen, leidingen en benzinetank beschäigen.

11.2.1 Benzine

Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON tanken - loodvrij of loodhoudend.

Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingen veroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.

Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 25% (E25) het volle motorvermogen.

11.2.2 Motorolie

Als brandstof zich wordt gemengd mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.

STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden gedurende de machinelevensduur te konnen waarborgen.

11.2.3 Mengverholding

Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine

11.2.4 Voorbeelden

Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50

Liter Liter (ml)

1 0,02 (20)

50,10 (100)

10 0,20 (200)

15 0,30 (300)

20 0,40 (400)

250,50 (500)

In een voor benzine vrijgegeven jerrycan erst motorolie bijvullen enervoigens benzine en goed mengen

11.3 Brandstofmengsel opslaan

Benzine alleen bewaren in voor benzine vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.

Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperatures kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.

STIHL MotoMix kan darüber tot zo'n 2aar probleemloos worden bewaard.

De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

STIHL MS 211 - Brandstofmengsel opslaan - 1

WAARSCHUWING

In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.

De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen

De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!

12 Tanken

STIHL MS 211 - Tanken - 1

12.1 Apparaat voorbereiden

STIHL MS 211 - Apparaat voorbereiden - 1

  • De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
  • Het apparaat zo neerleggen dat de tankdop maar boven is gericht

12.2 Verschillende markeringen op tankdoppen

Tankdoppen en benzinetanks können verschillend় gemickeerd.

Nederlands 12 Tanken

Afhankelijk van de uitvoering kunnen er een tankdop en benzinetank met of zonder markeringen aanwezigহn.

STIHL MS 211 - Verschillende markeringen op tankdoppen - 1

Links: tankdbp – zonder markeringen
Rechts: tankdop – met markeringen op dop en benzinetank

12.3 Tankdop zonder marking

12.3.1 Losmaken

STIHL MS 211 - Tankdop zonder marking - 1

Beugel opklappen tot deze verticaal staat

STIHL MS 211 - Tankdop zonder marking - 2

De tankdop linksom draaien (ca. 1/4 slag)

STIHL MS 211 - Tankdop zonder marking - 3

Tankdop wegemen

12.3.2 Tanken

Bij het tanken geen benzine morsen en de tank nicht tot aan de rand vullen.

STIHL adviseert het STIHL vulsystem voor brandstof (speciala toebehoren).

Tanken

12.3.3 Sluiten

STIHL MS 211 - Tanken - 1

Beugel staat verticaal:

Tankdop aanbrengen - de positiemarkeringen op de tankdop en de vulpijp moeten met elk-aar corresponderen
De tankdop tot aan de aanslag maar beneden drukken

STIHL MS 211 - Tanken - 2

Tankdop ingedrukt houden en rechtsom draaien tot deze vastklikt

12 Tanken Nederlands

STIHL MS 211 - Tanken Nederlands - 1
Beugel tot aan de aanslag terugklappen

12.3.4 Vergrendeling controleren

STIHL MS 211 - Vergrendeling controleren - 1
- De nok van de beugel moet geheel in de uitsparing (pijl) vallen

STIHL MS 211 - Vergrendeling controleren - 2
De tankdop vastpakken - de tankdop is correct vergrendeld als deutsche nicht kan worden bewogen, noch kan worden weggenomen

12.3.5 Als de tankdop kan worden bewogen of kan worden weggenomen

is het onderste deel ten opzichte van het bovenste deel verdraaid:

STIHL MS 211 - Als de tankdop kan worden bewogen of kan worden weggenomen - 1
Links: onderste deel van de tankdop ver-draaid

STIHL MS 211 - Als de tankdop kan worden bewogen of kan worden weggenomen - 2
Rechts: onderste deel van de tankdop in de juiste stand

De tankdop aanbrengen en zover linksom draaien tot deze in de zitting van de vulpijp aangrijpt
De tankdop verder linksom draaien (ca. 1/4 slag) - het onderste deel van de tankdop worden hierdoor in de juiste stand gedraaid
De tankdop rechtsom draaien en sluiten - zie hoofdstuk "Sluiten" en "Vergrendeling contro- leren"

12.4 Tankdop met marking

12.4.1 Losmaken

STIHL MS 211 - Losmaken - 1
Beugel opklappen

STIHL MS 211 - Losmaken - 2
Tankdop verdraaien (ca. 1/4 slag)

STIHL MS 211 - Losmaken - 3

STIHL MS 211 - Losmaken - 4
De markingsen op de tankdop en de benzinetank要去en met elkaar corresponderen
Tankdop wegemen

12.4.2 Tanken

Bij het tanken geen benzine morsen en de tank niet tot aan de rand vullen.

STIHL adviseert het STIHL vulsystem voor brandstof (specialtoebehoren).

Tanken

12.4.3 Sluiten

STIHL MS 211 - Sluiten - 1

Beugel staat verticaal:

Tankdop aanbrengen - de markingsen op de tankdop en de benzinetank要去 met elkaar corresponderen
De tankdop tot aan de aanslag maar beneden drukken

STIHL MS 211 - Beugel staat verticaal: - 1
Tankdop ingedrukt houden en rechtsom draaien tot deze vastklikt

STIHL MS 211 - Beugel staat verticaal: - 2
In deze stand staan de markeringen op de tank-dop en de benzinetank met elkaar in lijn

STIHL MS 211 - Beugel staat verticaal: - 3
Beugel inklappen

STIHL MS 211 - Beugel staat verticaal: - 4

12.4.4 Als de tankdop Niet in de benzinetank kan worden vergrendeld

is het onderste deel ten opzichte van het bovenste deel verdraaid.

De tankdop uit de benzinetank nemen en vanaf de bovenzijde controlleren

STIHL MS 211 - Als de tankdop Niet in de benzinetank kan worden vergrendeld - 1

Links: onderste deel van de tankdop ver-draaid - de binnenliggende marke-ring (1) ligt in lijn met de buitenste markering
Rechts: onderste deel van de tankdop in de juiste stand - binnenliggende mar-kering ligt onder de beugel. Deze ligt Niet in lijn met de buitenste mar-kering

STIHL MS 211 - Als de tankdop Niet in de benzinetank kan worden vergrendeld - 2

De tankdop aanbrengen en zover linksom draaien tot deze in de zitting van de vulpijp aangrijpt
De tankdop verder linksom draaien (ca. 1/4 slag) - het onderste deel van de tankdop worden hierdoor in de juiste stand gedraaid
De tankdop rechtsom draaien en sluiten-zie hoofdstuk "Sluiten

13 Kettingsmeerolie

Voor een automatische, duurzame smering van zaagketting en zaagblad - alleen milieuvriendelijkke kwaliteits-kettingsmeerolie gebruiken - bij voorkeur het biologisch snel afbreekbare STIHL BioPlus.

LET OP

Biologische kettingsmeerolie moet over goede eigenschappen gegen veroudering beschikken (bijv. STIHL BioPlus). Olie met minder goede eigenschappen gegen veroudering neigt tot snel verharsen. De gevolgen zijn vaste, moeilijk verwijderbare afzettingen, vooral ter hoogte van de kettingaandrijving en op de zaagketting - tot aan het blokkeren van de oliepomp.

De levensduur van zaagkettingen en zaagbladen wordt wezenlijk beinvloed door de kwaliteit van de smeerolie -aarom alleen speciale kettingsmeerolie gebruiken.

STIHL MS 211 - LET OP - 1

WAARSCHUWING

Geen afgewerkte olie gebruiken! Afgewerkte olie kan bij langdurig en veelvuldig huidcontact huidkanker veroorzaken en is schadelijk voor het milieu!

LET OP

Afgewerkte olie beschibt nicht over deoodzakelijke smeereigenschappen en is ongeschickt voor de kettingsmering.

14 Kettingolie bijvullen

STIHL MS 211 - Kettingolie bijvullen - 1

14.1 Apparaat voorbereiden

STIHL MS 211 - Apparaat voorbereiden - 1

  • De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken grondig reinigen, zodate er geen vuil in de olietank valt
  • Het apparaat zoplaatsen, dat de tankdop maar boven is gericht
    Tankdop opendraaien

14.2 Kettingolie bijvullen

Kettingolie bijvullen - elke keer na het tanken van benzine

Bij het tanken geen kettingolie morsen en de tank Niet tot aan de rand vullen.

STIHL adviseert het STIHL vulsystem voor kettingolie (special toebehoren).

Tankdop dichtdraaien

Er moet zich nog een restje kettingolie in de olietank bevinden wanner de benzinetank leeg is.

Als de inhoud van de olietank Niet terugloopt, kan er een storing in het smeersystemen zijn: kettingsmering controleren, oliekanalen reinigen, eventueel contact opnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL advisert onderhouds- en

reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te lately uitvoeren.

15 Kettingsmering controleren

STIHL MS 211 - Kettingsmering controleren - 1

De zaagketting要去altijdietsoilewegslingeren.

LETOP

Nooit zicher kettingsmering werken! Bij een droog lopende ketting za het zaaggarnituur binnen de kortsteijd onherstelbaar worden beschadigd. Voor het begin van de werkzaamheden.altijd de kettingsmering en het oliepeil in de tank controleren.

Elke neue zaagketting heeft een inlooptijd van 2 tot 3 minuten nodig.

Na het inlopen de kettingspanning controleren en indien nodig corrigeren - zie "Zaagkettingspanning controleren".

16 Kettingrem

STIHL MS 211 - Kettingrem - 1

16.1 Zaagketting blokkeren

STIHL MS 211 - Zaagketting blokkeren - 1

In geval van nood
Tijdens het starten
Bij stationair toerental

De handbeschermer met de linkerhand in derrichting van de zaagbladneus drukken - of auto

matisch door de terugslag van de zaag: de zaag-ketting worden geblokkeerd - en staat stil.

16.2 Kettingrem loses.

STIHL MS 211 - Kettingrem loses. - 1

De handbeschermeraar de draagbeugel trekken

LET OP

Alvorens gas te geeven (behalte bij de contrôle op de werkung) en voor het zagen,要去 de kettingrem worden gelost.

Een verhoogd motortoerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de motor en het kettingmechanisme (koppeling, kettingrem).

De kettingrem worden automatisch ingeschakeld bij een voldoende sterke terugslag - door de massatraagheid van de handbeschermer: De handbeschermer slaat maar voren in de richting van de zaagbladneus - ook als de linkerhand zich Niet op de draagbeugel anschter de handbeschermer bevindt, zoals bijv. bij de velsnede.

De kettingrem functioneert alleen als er geen enkele wijziging aan de handbeschermer worden doorgevoerd.

16.3 Werking van de hettingrem controlleren

Elke keer voor begin van de werkzaamheden: bij stationair toerental de zaagketting blokkeren (handbeschermer in de richting van de zaagbladneus drukken) en kortstondig (max. 3 seconden) vol gas gehen - de zaagketting mag Niet meedraaien. De handbeschermer要去 vrij় van vuil en moet goed gangbaar়.

16.4 Kettingrem onderhoden

De kettingrem staat bloot aan slijtage door wrij-ving (natuurlijke slijtage). Om goed te+kunnen blijven functioneren, de rem regelmatig door geschoold personeel latent onderhoden. STIHL

adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te lately uittvoeren. De volgende intervallen要去en worden aangehonden:

Continu gebruik: elk kwartaal periodiek gebruik: halfjaarliks incidenteel gebruik: Jaarliks

17 Gebruik in de winter

STIHL MS 211 - Gebruik in de winter - 1

17.1 Winterschuif (alleen MS 211)

Bij temperaturen beneden +10^

Kap wegnemen-zie"Kap

STIHL MS 211 - Winterschuif (alleen MS 211) - 1

De schuif naast de bougie met behulp van de combisleutel 45^ linksom draaien

1 Winterstand
2 Zomerstand
Kap monteren-zie"Kap

Langs de carburateur stroomt nu warme lucht die afkomstig is van de cilinder - geen ijsvorming in de carburateur.

LET OP

Boven + 20 °C de schuif besl ist in de zomerstand plaatsen! Kans op motorstoringen – oververhitting!

17.2 Afdekplaat monteren

(special toebehoren, nicht voor ErgoStart-uitvoeringsen)

STIHL MS 211 - Afdekplaat monteren - 1

  • Afdekplaat (1) aanbrengen en met de bouteen (2) bevestigen
    Bij een sterk aufgekoelde motorzaag de motorna het starten op bedrijfstemperatuur brengen

Alleen MS 211: bij gebruik van de afdekplaat kan de winterschuif in de winterstand of in de zomerstand staan. Bij temperaturen onder +10^ in de winterstand plaatsen.

18 Motor starten/afzetten

18.1 Standen van de combischakelaar

STIHL MS 211 - Standen van de combischakelaar - 1

Stop 0 - motor uit - ontsteking is uitgeschakeld

Werkstand I - de motor draait of kan aanslaan

Startgasstand in deze stand wordt de warme motor gestart - de combischakelaar springt bij het bedieren van de gashendel in de werkstand

Chokelep gesloten - in deze stand worden de koude motor gestart

18.2 Combischakelaar instellen

Voor het verstellen van de combischakelaar vanuit de werkstand Iaar chokeklep gesloten de gashendelblokkering en de gashendel gewijkijdig indrukken en vasthouden -de combischakelaar instellen.

Voor het instellen van de startgasstand de combischakelaar eerst in de stand chokeklep gesloten plaatsen, daarna de combischakelaar in de startgasstand drukken.

Het overschakelen maar de startgasstand is alleen vanuit de stand chokeklep gesloten | |· · · 也可能.

Door het indrukken van de gashendelblokkering en het gelijktijdig aantippen van de gashendel

18 Motor starten/afzetten Nederlands

springt de combischakelaar vanuit de startgasstand in de werkstand I.

Voor het uitschakelen van de motor de combischakelaar in de stopstand Oplaatsen.

18.2.1 Stand chokeklep gesloten

Bij koude motor
- Als de motor na het starten bij het gas gehen afslaat
- Als alle benzine werden verbruikt (motor sloeg af)

18.2.2 Startgasstand

Bij warme motor (zodra de motor ca. een minuut heeft gedraaid)
- Na de eerste ontsteking
- Na het ventileren van de verbrandingskamer, als de motor was verzopen

18.3 Benzinepomp

De balg van de benzinepomp een paar maal indrukken - ook als de balg nog met benzine is gezuld:

Bij de eerste keer starten
- Als alle benzine werden verbruikt (motor sloeg af)

18.4 Motorzaag vasthouden

Er zijn twee möglichkheden om de motorzaag bij het starten vast te houden.

STIHL MS 211 - Motorzaag vasthouden - 1
18.4.1 Op de grond

De motorzaag zo op de grond plaatsen dat\ deze stabel staat - een veilige houding aan-nemen - de zaagketting mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken
De motorzaag met de linkerhand op de draagbeugel stevig op de grond drukken - de duim onder de draagbeugel
De rechtservaet in de achefterste handgreep plaatsen

STIHL MS 211 - Motorzaag vasthouden - 2
18.4.2 Tussen de knieën of bovenbenen

Dechterste handgreep:tussen de knieen of de bovenbenen klemmen
- Met de linkerhand de draagbeugel vasthouden - de duim onder de draagbeugel

18.5 Starten

18.5.1 Standaarduitvoeringen

STIHL MS 211 - Standaarduitvoeringen - 1

  • Met de rechterhand de starthandgreep langzaam tot aan de aanslag uittrekken - en vervolgens nsel en krachtig verder trekken - hierbij de draagbeugel maar beneden drukken - het startkoord Niet tot aan het uiteindeuit de boring trekken - kans op breuk! De starthandgreep Niet terug latent schieten - loodrechtlaten vieren, zatat het startkoord correct worden opgerold

Bij een neue motor of nadat de motor een langeijd Niet is gebruikt, kan bij machines zonder extra hand-benzinepomp het meerderemalen uittrekken van het startkoord nodig zich - tot er voldoende benzine in de carburateur aanwezig is.

18.5.2 Uitvoeringen met ErgoStart

STIHL MS 211 - Uitvoeringen met ErgoStart - 1

WAARSCHUWING

Dit apparaat kan zeer gemakkelijk en zonder kracht worden gestart, zichs ook door kinderen - kans op ongevallen!

Beslist voorkomen dat kinderen of andere, hiertoe Niet bevoegde personen+kennen proberen het apparaat te starten:

  • Tijdens de werkpauzes algijd toezicht houden op het apparaat

Veilig opslaan na de werkzaamheden

De ErgoStart slaat de energia voor het starten van de motorzaag op. Daarom+kennen er tussen het uittrekken van het startkoord en het starten van de motor enkele seconden verlopen.

Bij de uitvoeringen met ErgoStart zijn er tweem möglichkheden om te starten:

  • Met de rechterhand de starthandgreep langzaam en gelijkmatig uittrekken - of - met de rechterhand de starthandgreep meerderemalen met korte bewegingen uittrekken, het startkoord hierbij steeds slechts een stukje uittrekken
    Tijdens het starten de draagbeugel waar beneden drukken - het koord Niet tot aan het koorduiteindeuitde boringtrekken-kans opbreuk!
    De starthandgreep nicht terug latent schieten - loodrecht latent vieren, zodate het startkoord correct worden opgerold

18.6 Motorzaag starten

STIHL MS 211 - Motorzaag starten - 1

WAARSCHUWING

Binnen het zwenkbereik van de zaag mag zich geen andere personoonthouden.

Veiligheidsvoorschriften in acht nemen

18.6.1 Uitvoeringen met benzinepomp

STIHL MS 211 - Uitvoeringen met benzinepomp - 1

18 Motor starten/afzetten Nederlands

De balg van de benzinepomp ten minste vijfmaal indrukken - ook als de balg nog met benzine is gezuld
18.6.2 Bij alle UITvoeringen

STIHL MS 211 - Uitvoeringen met benzinepomp - 2

  • Handbeschermer (1) maar voren drukken - de zaagketting is geblokkeerd
    Gashendelblokkering (2) en de gashendgelijktijdig indrukken en vasthouden - combischakelaar (3) instellen

Stand chokeklep gesloten

  • Bij koude motor (ook als de motor na het starten bij het gas gehen is afgeslagen)

Startgasstand

  • Bij warme motor (zodra de motor ca. een minuut heeft gedraaid)
    Motorzaag vasthouden en starten

18.7 Na de eerste ontsteking

Combischakelaar in de startgasstand ]plaatsen
Motorzaag vasthouden en starten

18.8 Zodra de motor draait

STIHL MS 211 - Zodra de motor draait - 1

De gashendelblokkering indrukken en de gashendel (4) even aantippen, de combischakelaarv(3) springt in de werkstandvi, en de motor draait stationair

STIHL MS 211 - Zodra de motor draait - 2

De handbeschermeraar de draagbeugel trekken

De kettingrem is gelost - de motorzaag is maar voor gezruik.

LETOP

Gas given alleen bij een geloste kettingrem. Een verhoogd motortoerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de koppeling en kettingrem.

18.9 Bij verzierlage temperaturen

Motor even met jets gas warm laten draaien

18.10 Motor afzetten

De combischakelaar in de stopstand 0 plaatsen

18.11 Als de motor nicht aanslaat

Na de eerste ontsteking werden de combischakelaar Niet opijd vanuit de stand chokeklep gesloten in de startgasstand geplaatst, de motor is möglichk verzopen.

De combischakelaar in de stopstand 0 plaatsen
Bougie uittbouwen -zie "Bougie"
Bougie droogwrijven
- Het startkoord meerdere malen uittrekken - om de verbrandingskamer te ventileren
Bougie weer monteren - zie "Bougie"
De combischakelaar in de startgasstand ]plaatsen - ook bij koude motor
De motor opniew starten

19 Gebruiksvoorschriften

19.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren

Het/Newe apparaat tot aan de derde tankvulling Niet onbelast met hoge toerentallen latentdraaien, om te voorkomen dat erijdens deinloopfase extra belasting optreedt. Gedurende inloopfase moeten de bewegende delen opelkaar inlopen - in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert+zijnmaximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.

19.2 Tijdens de werkzaamheden

LET OP

De carburateur nicht armer afstellen om een vermeend hoger vermogen te bereiken - de motor zou anders defect können raken - zich "Carburateur afstellen".

LETOP

Gas given alleen bij een geloste kettingrem. Een verhoogd mortoroerental bij een geblokkeerde kettingrem (zaagketting staat stil) leidt al na korteijd tot schade aan de motor en het kettingmechanisme (koppeling, kettingrem).

19.2.1 Kettingspanning regelmatig controle- ren

Een neue zaagketting moet vaker worden nagespannen dan een die reeds langer meedraait.

19.2.2 In koude staat

De zaagketting要去 gegen de onderzijde van het zaagblad liggen, maar要去 met de hand nog over het zaagblad hunnen worden getrokken. Indien nodig, de zaagketting spannen - zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".

19.2.3 Bij bedrijfstemperatuur

De zaagketting zet uit en hangt door. De aan-drijfschakels aan de onderzijde van het zaagblad mogen Niet uit de groef komen - de zaagketting kan anders van het zaagblad lopen. Zaagketting spannen - zie hoofdstuk "Zaagketting spannen".

LET OP

Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een nichtontspannen zaagketting kan de krukas en de lagers beschadigen.

19.2.4 Na langdurig gebruik met vol gas

De motor nog even stationair lien draaien tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd, dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingsystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.

19.3 Na het werk

Zaagketting ontspannen als deze tijdens de werkzaamheden bij bedrijfstemperatuur werden gespannen

LETOP

De zaagketting na beeindiging van de werkzaamheden besl ist wee ontspannen! Bij het afkoelen krimpt de zaagketting. Een nicht-ontspannen zaagketting kan de krukas en de lagers beschaden.

19.3.1 Als het werk even wordt onderbroken

De motor laden afkoelen. Het apparaat met gemulde benzinetank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat wee wordt gebruikt.

19.3.2 Bij langdurige buitengebruikstelling

Zie hoofdstuk "Apparaat opslaan".

20 Zaagblad in goede staat houden

STIHL MS 211 - Zaagblad in goede staat houden - 1

Zaagblad omkeren - steeds nadat de ketting is geslepen en nadat de ketting is verwisseld - om eenzijdige slijtage te voorkomen, vooral bij de zaagbladneus en aan de onderzijde
- Olietoevoerboring (1), oliekanaal (2) en zaagbladgroef (3) regelmatig reinigen
Groefdiepte meten - met behulp van het meetkaliber op het vijlkaliber (special toebehoren) - op deplaats waar de slijtage het grootst is

Kettingtype Kettingsteek Minimale

groef-diepte

Picco 1 / 4^ P 4,0 mm

Rapid 1 / 4^ 4,0mm

Als de groef Niet ten minste zo diep is:

Zaagblad verrangen

De aandrijschakels raken anders de bodem van de groef - hierdoor liggen de tandvoet en de verbindingsschakels Nieteer op de randen van de zaagbladgroef.

21 Kap

21.1 Kap uitbouwen

STIHL MS 211 - Kap uitbouwen - 1

Gashendelblokkering en gashendel geleiktijdig indrukken en de combischakelaar in stand plaatsen
Schuifaarachterendrukken
De kap maar achefteren enaar boven toe lostrekken

21.2 Kap monteren

De kap waar aanbrengen en met behulp van de schuif vergrendelen

22 Luchtfiltersystem

Het luchtfiltersystem kan door de montage van verschillende filters worden aangepast aan de verschillende bedrijfsomstandigheden. De ombouwwerkzaamheden zijn gemakkelijkuit te voeren.

STIHL MS 211 - Luchtfiltersystem - 1

STIHL MS 211 - Luchtfiltersystem - 2

Nederlands 23 Luchtfilter reinigen

22.1 Vliesplaat (MS 171)

Bovenste afbeelding.

22.2 Eendelig vliesfilter met aufdichtlip (MS 181, MS 211)

Onderste afbeelding, special toebehoren bij de MS 171.

22.3 Eendelig weeelfsfilter (special toebehoren)

voor vochtige en extreem koude bedrijfsomstandigheden.

23 Luchtfilter reinigen

23.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

Kap wegemen-zie"Kap
Een beschadigd filter beslist verrangen
Het grove vuil rondon het filter verwijderen

STIHL MS 211 - Als het motorvermogen merkbaar afneemt - 1

De beiden vergrendelingen naar boven drukken, het luchtfilter in de richting van de acheiterste handgreep kantelen en wegemen

LETOP

Voor het uit- en inbouwen van het luchtfilter geen gereedschap gebruiken - het luchtfilter zou hierbij+kunnen worden beschadigd.

  • Het filter van binnenuit met perslucht schoon blazen

Als het vuil op het filter vastplakt of als er geen perslucht beschikkaar is:

  • Het filter in schone, nicht-ontvlambare reini-gingsvloeiestof (bijv. warm zeepsop) wassen en laten drogen
    Luchtfilter weer inbouwen
    Kap monteren-zie"Kap"

24 Carburateur afstellen

24.1 Basisinformationie

De carburateur is af fabriek op de standardafstelling afgesteld.

De carburateur is zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmensgel.

24.2 Apparaat voorbereiden

Motor afzetten
Luchtfilter controlleren - indien nodig reinigen of verrangen
Vonkenrooster (afhankelijk van de exportuitvoering) in de uitlaatdemper controeren - indien nodig reinigen of verrangen

24.3 Standaardafstelling

STIHL MS 211 - Standaardafstelling - 1

Hoofdstelschroef (H) tot aan de aanslag linksom draaien - max. 3/4 slag
Stelschroef stationair toerental (L) rechtsom tot aan de aanslag draaien -ervolgens 1/4 slag linksom terugdraaien

24.4 Stationair toerental instellen

Standaardafstellinguitvoeren
Motor starten en warm laten draaien

STIHL MS 211 - Stationair toerental instellen - 1

24.4.1 Motor slaat bij stationair toerental af

Aanslagschroef stationair toerental (LA) rechtsom draaien tot de zaagketting mee begint te draaien -ervolgens 2 slagen terugdraaien

25 Bougie Nederlands

24.4.2 Zaagketting draaait bij stationair toeren-tal mee

Aanslagschroef stationair toerental (LA) linksom draaien, tot de zaagketting stilstaat -ervolgens 2 slag indezelfde richting verder draaien

STIHL MS 211 - Zaagketting draaait bij stationair toeren-tal mee - 1

WAARSCHUWING

Als de zaagketting na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental nicht stil blijft staan, de motorzaag door een geauthoriseerde dealer lately repareren.

24.4.3 Onregelmatig stationair toerental; motor neemt slecht op (ondanks sta daardinstelling op de stelschroef stationair toerental)

Stelschroef stationair toerental (L) voorzichtig linksom draaien tot de motor regelmatig draait en goed opneemt - max. tot aan de aanslag

Na elke correctie van de stand van de stelschroef stationair toerental (L) moet meestal ook de stand van de aanslagschroef stationair toerental (LA) worden gewijzigd.

24.5 Correctie van de carburatuarafstelling bij gebruik op groterehoogtes

Als de motor Niet optimaal draait, kan een geringe correctieoodzakelijk+zijn:

Standaardafstelling UITvoeren
Motor warm laten draaien
Hoofdstelschroef (H) ifs rechtsom (armer) draaien - max. tot aan de aanslag

LETOP

Nadat is teruggeererd vanuit grote hoogte, de carburateurafstelling weer terugzetten op de standaardafstelling.

Bij een te arme afstelling bestaat de kans op motorschade door een gebrek aan smering en oververhitting.

25 Bougie

Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental erst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerden - alleen door STIHL vrijgegiven, ontstoorde

bougies gebruiken - zie "Technische gegevens"

25.1 Bougie uitbouwen

Bougiesteker lostrekken
Bougieuitdeboringdraien

25.2 Bougie controlleren

STIHL MS 211 - Bougie controlleren - 1

Vervuilde bougie reinigen
- Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zie "Technische gegevens"
Oorzaken van de verwuiling van de bougie opheffen

Mogelijkkeoorzakenzijn:

  • Te veel motorolie in de benzine
  • Vervuild luchtfilter
    Ongunstige bedrijfsomstandigheden

STIHL MS 211 - Bougie controlleren - 2

STIHL MS 211 - Bougie controlleren - 3

WAARSCHUWING

Bij een Niet vastgedraaide of ontbrekende aan sluitmoer (1) kuren vonden gezormd. Als in een Licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosies ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materièle schade ontstaan.

  • Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren

25.3 Bougie monteren

De bougie wee in de boring draaien en de bougiesteker stevig op de bougie drukken - de onderdelen wee in omgeekerde volgorde monteren

26 Motorkarakteristiek

Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburateurafstelling de motorkarakteristiek Niet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan de uitlaatdemper.

De uitlaatdemper bij de geauthoriseerde dealer op verwuiling (koolaanslag) lately controlleren!

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren.

27 Apparaat opslaan

Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 3 maanden

De benzinetank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving opslaan
De motor latent draaien tot hij uit zichzelf aflsaat, als dit wordt nagelaten kunnen de carburateurmembranen vastplakken
Zaagketting en zaagblad wegnemen, schoonmakeen en met conservingsolie inspuihen
- Het apparatusaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter
Bij gebruik van biologische kettingsmeerolie (bijv. STIHL BioPlus) de olietank geheel vullen
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen gegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)

28 Kettingtandwiel controlleren en verrangen

  • Het kettingtandwieldeksel, de zaagketting en het zaagblad wegnemen
    Kettingrem loses - handbeschermer gegen de draagbeugel trekken

28.1 Kettingtandwiel verrangen

STIHL MS 211 - Kettingtandwiel verrangen - 1

  • Na het verbruik van twee zaagkettingen of erder
  • Als de inloopsporen (pijl) dieper zich dan 0,5 mm - anders worden de levensduur van de zaagketting nadelig beinvloed - voor controle het kaliber (special toebehoren) gebruiken

Het kettingtandwiel heeft een langere levensduur als er afwisseled met twee zaagkettingen worden gewerkt.

STIHL adviseert originele STIHL kettingtandwielen te monteren om ervoor te zorgen dat de optimaule werking van de kettingrem is gewaarborgd.

STIHL MS 211 - Kettingtandwiel verrangen - 2

Borgveer (1) met behulp van de schroevendraaier losdrukken
Ring (2) Wegnemen
Ringkettingtandwiel (3) lostrekken

29 Zaagketting onderhonden en slijpen Nederlands

  • Meeneemprofiel op de koppelengstrommel (4) controlleren - bij sterke slijtagesporen ook de koppelengstrommel verrangen
    Koppelingstrommel of profielkettingtandwiel (5) met naaldlager (6) lostrekken van de krukas - bij het kettingremsystemeem QuickStop Super eerst de gashandelblokkering indrukken

28.2 Profiel-, ringkettingtandwiel inbouwen

De krukastap en het naaldlager reinigen en invetten met STIHL smeervet (special toebehoren)
Het naaldlager op de krukastap schuiven
De koppelengstrommel, resp. het profielkettingtandwiel na het aanbrengen ca. 1 slag draaien, zodate de meenemer voor de oliepompaaandrijving aangrijpt - bij het kettinggremsystem QuickStop Super eerst de gashendelblokkering indrukken
Ringkettingtandwiel aanbrengen - de holle ruimte maar buiten gericht
Ring en borgveer weeop de krukasplaatsen

29 Zaagketting onderhouden en slijpen

29.1 Moeiteloos zagen met een cor-rect geslepen/aangescherpte zaagketting

Een goed geslepen/aangescherpte zaagketting trekt zichzelf al bij een geringe aanlegdruk moiteloois in het hout.

Niet met een botte of beschadigde zaagketting werken - dit leidt tot een zwaardere lichamelijke belasting, een hogere trillingsbelasting, een onbevredigend zaagresultaat en een hoge slijtage.

Zaagketting reinigen
Zaagketting op scheurtjes en beschadigde klinknagels controleren
- Beschadigde of versleten delen van de ketting verrangen en de neue delen qua vorm en slijtagegraad aan de rest van de ketting aan-passen - overeenkomstig nabewerken

Zaagkettingen met hardmetalen snijplaatjes (Duro) zijn zeer slijt vast. Voor een optimaal slijpresultaat advisert STIHL de STIHL dealer.

STIHL MS 211 - Moeiteloos zagen met een cor-rect geslepen/aangescherpte zaagketting - 1

WAARSCHUWING

De hierna genoemde hoeken en maten要去en beslist worden aangehouden. Een verkeerd geslepen zaagketting - vooral een te lage dieptebegrenzer - kan leiden tot een verhoogde neiging tot terugslag van de motorzaag - kans op letsel!

29.2 Kettingsteek

STIHL MS 211 - Kettingsteek - 1

Op elke zaagtand is vlok bij de dieptebegrenzer de codering (a) voor de kettingsteek gestempeld.

Coding (a) Kettingsteek inch mm

7 1/4 P 6,35
1 of 1/4 1/4 6,35
6. P of PM 3/8 P 9.32
2 of 325 0.325 8,25
3 of 3/8 3/8 9,32
4 of 404 0.404 10,26

De indeling van de vijldiameter vindtplaats aan de hand van de kettingsteek - zie tabel "Gereed-schap voor het slijpen/aanscherpen".

De hoeken op de zaagtand要去en bij het slijpen worden aangehouden.

29.3 Aanscherp- en voorsnijvlakhoek

STIHL MS 211 - Aanscherp- en voorsnijvlakhoek - 1

A aanscherphoek

Nederlands 29 Zaagketting onderhonden en slijpen

STIHL zaagkettingen worden geslepen/aangescherpt met een aanscherphoek van 30^ . Uitzondering hierop zich de langszaagkettingen met een aanscherphoek van 10^ . Langszaagkettingen hebben een X in de benaming.

B voorsnijvlakhoek

Bij gebruik van de voorgeschreven vijlhouder en vijldiameter worden automatisch de juiste voorsnijvlakhoek verdregen.

Micro = halve beiteltand bijv. 3075

63PM3,26RM3,36RM

Super = volle beiteltand bijv. 3060

63 PS3, 26 RS, 36 RS3

Langszaagketting, bijv. 63 PMX, 1075 36 RMX

De hoeken要去en bij alle tanden van de zaagketting gelijkijken. Bij ongelijke hoeken: ruw, ongelijkmatig draaien van de zaagketting, sterkeslijtage - tot aan het breken van de zaagketting.

29.4 Vijhouser

STIHL MS 211 - Vijhouser - 1

Vijlholder gebruiken

De zaagkettingen met de hand uitsluitend met behulp van een vijlhouder (speciaal toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/ aanscherpen") aanscherpen. Vijlhouders zijn voorzien van aanscherphoekmertekens.

Alleen speciale zaagkettingvijlen gebruiken!
Andere vrijden zijn door hun vom en kapping ongeschickt.

29.5 Ter controle van de hoeken

STIHL MS 211 - Ter controle van de hoeken - 1

STIHL vijlkaliber (special toebehoren, zie tabel "Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen") - een universeel gereedschap voor de controle van de aanscherp- en voorsnijvlakhoek, diepte begrenzerafstand, tandlengte, groefdiepe et voor het reinigen van de groef en de olietoevoerboringen.

29.6 Correct slijpen/aanscherpen

Het gereedschap voor het sijjen/paanscherpen aan de hand van de kettingsteek kiezen
Het zaagblad eventeel inspannen
Zaagketting blokkeren - handbeschermer maar voren
- De handbeschermer waar de draagbeugel trekken om de zaagketting verder te trekken: het het het wettingremsysteme QuickStop Super ook de gashandelblokkering indrukken
Regelmatig slijpen/aanscherpen, weinig materiaal wegnemen - voor het gebruikelijke aan-scherpen zich meestal twee tot drie vijlstreken voldoende

STIHL MS 211 - Correct slijpen/aanscherpen - 1

STIHL MS 211 - Correct slijpen/aanscherpen - 2

De vijl geleiden: horizontaal (in een rechte hoek ten opzichte van het zijvlak van het zaagblad) overeenkomstig de voorgeschreven hoeken - aan de hand van de markeringen op de vrijhouser - vrijhouser op het tandmak en op de dieptebegrenzerplaatsen
Alleen van binnen maar buiten vrijlen
De vijl grijpt alleen aan bij de voorwaartse streek - bij hetchyteruit geleiden de vijl optillen
Ver bindings- en aandrijfschakels nicht afvijlen
De vijl regelmatig iets verdraaien, om eenzijdige slijtage te voorkomen
Debramen die bij het vijlen ontstaan verwijderen met behulp van een stuk hardhout
Dehoeken met behulp van het vijlkaliber controleren

Alle zaagtanden要去en even lang zijn.

Bij verschillende zaagtandlengthes zijn ook de tandhoogtes verschillend, hetgeen leidt tot een ruw draaiende zaagketting en zichs tot het breken van de ketting.
Alle zaagtanden tot op de lenghte van de kortste zaagtand terugvijlen - bij voorkeur door een geauthoriserde dealer latent uitvoeren met een elektrisch slijppapparaat

STIHL MS 211 - Correct slijpen/aanscherpen - 3
29.7 Dieptebegrenzerafstand

De dieptebegrenzer bepaalt de diepte van de zaagsnede in het hout en daarmee de spaandikte.

a richtafstand:tussen de dieptebegrenzer en snijkant

Bij het zagen in zacht hout buiten de vorstperi-ode kan de afstand met maximaal 0,2 mm (0,008^ ) worden vergroot.

Kettingsteek Dieptebegrenzer

Afstand (a)

inch (mm) mm (inch)

1/4 P (6,35) 0,45 (0.018)

1/4 (6,35) 0,65 (0.026)

3/8 P (9,32) 0,65 (0.026)

0.325 (8,25) 0,65 (0.026)

3/8 (9,32) 0,65 (0.026)

0.404 (10,26) 0,80 (0.031)

29.8 Dieptebegrenzer afvijlen

De dieptebegrenzerafstand worden kleiner bij het aanscherpen van de zaagtanden.

De dieptebegrenzerafstand telkens na het aanscherpen controleren

STIHL MS 211 - Dieptebegrenzer afvijlen - 1

  • Het bij de kettingsteek passende vijlkaliber (1) op de zaagkettingplaatsen en bij de te controlenzaagtand aandrukken - als de dieptebegrenzer boven het vijlkaliber uitsteekt要去 de dieptebegrenzer worden nabewerkt

Zaagkettingen met knobbel-aandrijfschakel (2) - bovenste deel van de knobbel-aandrijfschakel (2) (met servicemarkering) worden geleiktijdig met dieiptebegrenzer van de zaagtand bewerkt.

Nederlands 29 Zaagketting onderhonden en slijpen

STIHL MS 211 - Dieptebegrenzer afvijlen - 2

WAARSCHUWING

Het overige deel van de knobbel-aandrijschakel mag Niet worden bewerkt, omdat dan de neiging tot terugslag van de motorzaag zou worden verhoogd.

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 1

De dieptebegrenzer nabewerken tot deze geglicht met het vijlkaliber

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 2

Aansluitend hierop evenwijdig aan de servicemarkering (zie pijl) het dak van de dieptebegrenzer schuin afvijlen - hierbij het hoogstepunt van de dieptebegrenzer Niet verder terugzetten

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 3

WAARSCHUWING

Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag van de motorzaag.

STIHL MS 211 - WAARSCHUWING - 1

  • Het vijlkaliber op de zaagketting plaatsen - het hoogste punt van de dieptebegrenzer moet gegelijkkliggen met het vijlkaliber

Na het slijpen/aanscherpen de zaagketting grondig reinigen, aanhechtende vijlspanen of slijpsel verwijderen - de zaagketting intensief smeren
Bij langere werkonderbrekingen de zaagketting reinigen en ingeolied bewaren

Gereedschap voor het slijpen/aanscherpen (special toebehoren)
KettingsteekRonde vijl ØRonde vijl Vijlhbuder VijlkaliberPlatte vijl Slijp-, aan-scherpset 1)
inch (mm) mm (inch)onderdeel-numberonderdeel-numberonderdeel-numberonderdeel-numberonderdeel-numberonderdeel-number
1/4P (6,35) 3,2(1/8) 5605 77132065605 75043000000 89340050814 25233565605 0071000
1/4 (6,35) 4,0 (5/32)5605 772 40065605 750 43271110 893 40000814 252 33565605 007
3/8 P (9,32) 4,0(5/32) 560577240065605 75043271110 89340000814 25233565605 0071027
0.325 (8,25) 4,8(3/16) 560577248065605 75043281110 89340000814 25233565605 0071028
3/8 (9,32) 5,2 (13/64)5605 77252065605 75043295605 75043291110 89340000814 25233565605 0071029
0.404 (10,26)5,5(7/32) 560577255065605 75043301106 89340000814 25233565605 0071030
1)Bestaande uit vrijhouser met rondevijl, platte vijl en vrijkaliber

30 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften

Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met viel horsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werkelijkden dienen de opgegeven intervallen navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruikkonnen de intervallen overeenkomstig worden verlengd.Voor begin van de werkzaamheden, resp. dagelijksNa beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijksNa elke tankvullingWelkelijksMaandelijksJaarijksBij storingenBij beschadigingIndien nodig
Complete machineVisuele controle (staat,lek-kage)XX
reinigenX
Gashendel, gashendelblokke-ring, chokehendel, chokeklep, stopschakelaar, combischake-laar (afhankelijk van de uitrust-ing)Werking controlerenXX
KettingremWerking controlerenXX
laten controleren door geau-torieerde dealer1)X
Hand-benzinepomp (indien gemonteerd)controlerenX

1) STIHL adviseert de STIHL dealer
2) Cilindervoetbouten bij de eerste ingebruikneming van professionele motorzagen (vanaf een vermogen van 3,4 kW) na een draaitijd van 10 tot 20uur natrekken

Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met veel horsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werkelijkden dienen de opgegeven intervallen navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruikknuren de intervallen overeenkomstig worden verlengd.Voor begin van de werkzaamhedenNa beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijksNa elke tankvillingWekelijksMaandelijksJaarijksBij storingenBij beschadigingIndien nodig
laten repareren door geauto-riseerde dealer1)X
Aanzuigmond/filter in de benzi-netankcontroleren X
reinigen, filtreelementervan-genXX
vervangen XX
Benzinetank reinigen X
Olietank reinigen X
Kettingsmering controleren X
Zaagketting controleren, ook ophet scherp+zijn lettenXX
kettingspanning controleren XX
slijpen/aanscherpen X
Zaagblad controleren (slijtage, bescha-diging)X
reinigen omkeren X
bramen verwijderen X
vervangen XX
KettingtandwielcontrolerenX
LuchtfilterreinigenXX
vervangen X
Antivibratie-elementencontroleren XX
laten verwangen door geauto-riseerde dealer1)X
Luchttoevoer op het ventilator-huisreinigenXXX
CilinderribbenreinigenXXX

1) STIHL adviseert de STIHL dealer
2) Cilindervoetbouten bij de eerste ingebruikneming van professionele motorzagen (vanaf een vermogen van 3,4 kW) na een draaitijd van 10 tot 20uur natrekken

Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op normale bedrijfs-omstandigheden. Onder zware omstandigheden (sterke stof-overlast, hout met veel horsvorming, tropisch hout enz.) en bij langere dagelijkse werktijden dienen de opgegeven interval-len navenant te worden verkort. Bij slechts incidenteel gebruik kunnen de intervallen overeenkomstig worden verlangd.Voor begin van de werkzaamhedenNa beëindigen van de werkzaamheden, resp. dageliksNa elke tankvullingWekelijksMaandelijksJaarijksBij storingenBij beschadigingIndien nodig
Carburateur stationair toerentalcontrole-ren, de zaagketting mag nicht meedraaienXX
stationair toerental instellen, zo nodig motorzaag door een geauthoriserde dealer lately repareren1)X
Bougie elektrodeafstand afstell-en X
steeds na 100 bedrijfsuren verrangen
Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalte stel-schroeven)natrekken2)X
Kettingvanger controleren X
vervangen X
Veiligheidssteller verrangen X

31 Slijtage minimisieren en schade voorkomen

Het aanhonden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.

Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat要去en net zo zorgvuldigplaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.

De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:

  • Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
  • Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die nicht voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig়n
  • Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
  • Gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
  • Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen

1) STIHL adviseert de STIHL dealer
2) Cilindervoetbouten bij de eerste ingebruikneming van professionele motorzagen (vanaf een vermogen van 3,4 kW) na een draaitijd van 10 tot 20uur natrekken

31.1 Onderhoudswerkzaamheden

Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebruiker zich hunnen worden uitgevoerd,要去 deze worden overgelaten aan een geauthoriseerde dealer.

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.

Als deze werkzaamheden Niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar-voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:

Schade aan de motor ten gevolge van nicht tijdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderribben)
Corrosie- en andere nervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen

31.2 Aan slijtage onderhevige delen

Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:

  • Zaagketting, zaagblad
    Aandrijfcomponenten (centrifugaalkoppeling, koppelingsstrommel, kettingtandwiel)
    -Filter (voor lucht, olie, benzine)
  • Startmechanisme
    -- Bougie
    Dempingselementen van het antivirusiesystem

32 Belangrijke componenten

STIHL MS 211 - Belangrijke componenten - 1

1 Schuif van de kap
2 Carburatustrstelschroeven
3 Hand-benzinepomp (snelstart ^1) )
4 Schuif (zomerstand/winterstand, alleen MS 211)
5 Kettingrem
6 Kettingtandwiel
7 Kettingtandwieldeksel
8 Kettingvanger
9 kettingspanner (zijdelings geplaatst)
10 Kam
11 Zaagblad
12 Oilomatic-zaagketting
13 Spanwiel (kettingsnelspanner)
14 Greep van de vleugelmoer ^1) (kettingsnelspanner)
15 Olietankdop
16 Uitlaatdemper
17 Voorste handbeschermer
18 Voorste handgreep (draagbeugel)
19 Bougiesteker
20 Starhandgreep
21 Benzinetankdop

33 Technische gegevens Nederlands

22 Combischakelaar

23 Gashendel

24 Gashendelblokkering

25 Achterste handgreep

26 Achterste handbeschermer

Machinenummer

STIHL eencilinder-tweetaktmotor

33.1.1 MS 171, MS 171 C

Cylinderinhoud: 31,8 cm³

Boring: 38 mm

Slag: 28 mm

Vermogen volgens 1,3 kW (1,8 pk)

ISO 7293: bij 10.000 1/min

Stationair toerental: 1) 2800 1/min

33.1.2 MS 181, MS 181 C

Cylinderinhoud: 31,8 cm³

Boring: 38 mm

Slag: 28 mm

Vermogen volgens 1,5 kW (2,0 pk)

ISO 7293: bij 10.000 1/min

Stationair toerental:1) 2800 1/min

33.1.3 MS 211, MS 211 C

Cylinderinhoud: 35.2 cm³

Boring: 40 mm

Slag: 28 mm

Vermogen volgens 1,7 kW (2,3 pk)

ISO 7293: bij 10.000 1/min

Stationair toerental:1) 2800 1/min

33.2 Ontstekingssystem

Elektrodeafstand: 0,5 mm

33.3 Brandstofsystem

Onafhankelijk van de stand werkende membrancacarburateur met geintegreerde benzinepomp

Inhoud benzinetank: 270 cm³ (0,27 l)

1) Afhankelijk van de uitrusting
1) Volgens ISO 11681 +/- 50 1/min

33.4 Kettingsmering

Toerentalafhankelijke, volautomatische oliepomp met roterende plunjert

Inhoud olietank: 265~cm^3 (0,265 l)

33.5 Gewicht

Zonder benzine/olie, zonder zaaggarnituur

MS 171:4,3 kg

MS 171 C 4,6 kg

MS 181:4,3 kg

MS 181 C:4,6kg

MS 211:4,3 kg

MS 211 C:4,6 kg

33.6 Zaaggarnituur MS 171, MS 171 C, MS 181, MS 181 C

De werkelijkke zaagbladlengthe kankleiner zijn dan de vermelde zaagbladlengthe.

33.6.1 Zaagbladen Rollomatic E Mini Light

Neustandwiel: 7-tands

33.6.2 Zaagbladen Rollomatic E Mini

Neustandwiel: 7-tands

Dikte aandrijfschakels: 1,1 mm

33.6.4 Kettingtandwiel

6-tands voor 3 / 8^ (profielkettingtandwiel)

Max. kettingsnelheid volgens 24,8 m/s

ISO 11681:

Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:

33.7 Zaaggarnituur MS 211, MS 211 C

De werkelijkke zaagbladlengthe kankleiner zijndan de vermelde zaagbladlengthe.

33.7.1 Zaagbladen Rollomatic E Light en Rollomatic E

Groefbreedte: 1,3 mm

Neustandwiel: 9-tands

Nederlands 34 Onderdelenlevering

33.7.2 Zaagkettingen 3/8"Picco

Picco Micro 3 (63 PM3) type 3636

Picco Duro 3 (63 PD3) type 3612

Picco Super 3 (63 PS3) type 3616

Steek: 3/8"P (9,32 mm)

Dikte aandrijfschakels:1,3 mm

33.7.3 Kettingtandwiel

6-tands voor 3/8"P (profielkettingtandwiel)

Max. kettingsnelheid volgens 24,8 m/s ISO 11681:

Kettingsnelheid bij maximaal ver- 18,6 m/s mogen:

33.8 Geluids- en trillingswaarden

Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib/

33.8.1 Geluiddrukniveau L peq volgens ISO 22868

MS 171:99 dB(A)

MS 171 C:99 dB(A)

MS 181: 100 dB(A)

MS 181 C: 100 dB(A)

MS 211: 100 dB(A)

MS 211 C: 100 dB(A)

33.8.2 Geluidvermogensniveau L w volgens ISO 22868

MS 171: 112 dB(A)

MS 171 C: 112 dB(A)

MS 181: 112 dB(A)

MS 181 C: 112 dB(A)

MS 211:113 dB(A)

MS 211 C: 113 dB(A)

33.8.3 Trillingswaarde a hv,eq volgens ISO 22867

HandgreeplinksHand-greep rechts
MS 171:4,0 m/s24,5 m/s2
MS 171 C:3,5 m/s23,5 m/s2
MS 181:3,5 m/s23,0 m/s2
MS 181 C:3,5 m/s23,0 m/s2
MS 211:3,5 m/s23,5 m/s2
MS 211 C:3,5 m/s23,5 m/s2

Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s².

33.9 REACH

REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemica- lien.

Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach

33.10 Uitlaatgasemissiewaarde

De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij de voor het product specifieke technische gegevens bij www.stihl.com/co2.

De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatie motor volgens een genomeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.

Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.

34 Onderdelenlevering

Noteer voor eventuele bestellingen van onderden de verkoopcode van de motorzaag, het machinenummer en de nummers van het zaagblad en de zaagketting in de onderstaande tabel. Dit maar het u gemakkelijk als u eventeel later een新产品 zaaggarnituur moet aanschaffen.

Bij het zaagblad en de zaagketting gaat het om onderdelen die bloatstaan zijn aan slijtage. Bij aankoop van onderdelen is het voldoende als de verkoopcode van de motorzaag, het onderdeel-nummer en de benaming van de onderdelen worden aangegeven.

Verkoocode

machinenummer

Nummer van zaagblad

Nummer van de zaagketting

35 Reparatierichtlijnen

Door de gebruiker van dit apparaatogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparaties mogen alleen door geauthoriseerde dealers worden uitgevoerd.

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmaggeschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.

Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgeveen of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.

STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren.

Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHLC en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (opkleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).

36 Milieuverantwoord afvoeren

Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

STIHL MS 211 - Milieuverantwoord afvoeren - 1

STIHL producten behoren nicht bij het huisvuil.
STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieuvriendelijk recycle.

Actuele informatatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.

37 EU-conformiteitsverklaring

verklaart op eigengverantwoordelijkheid dat

Constructie:Kettingzaag

Merk: STIHL

Type: MS 171

MS 171 C

MS 171 C-BE

MS 181

MS 181 C

MS 181 C-BE

MS 211

MS 211C

MS 211 C-BE

Serie-identificatie: 1139

Cylinderinhoud

voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de tenijdve van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:

EN ISO 11681-1, EN 55012, EN 61000-6-1

Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 9207 gehandeld.

Gemeten geluidsvermogenniveau

Alle MS 171:112 dB(A)

Alle MS 181:112 dB(A)

Alle MS 211:113 dB(A)

Gegarandeerd geluidsvermogenniveau

Alle MS 171:114 dB(A)

De EG-typegoedkeuring is uitgevoerd door

DPLF

Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparatus.

Waiblingen, 3-2-2020

Hoofd productgeevens, -voorschriften en goed-keuring

C

#

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIHL

Model : MS 211

Categorie : Zaag