VVK26I55C0 - Fornuis VIVA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VVK26I55C0 VIVA in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice VIVA VVK26I55C0 - page 17
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VIVA

Model : VVK26I55C0

Categorie : Fornuis

SKIP

Veelgestelde vragen - VVK26I55C0 VIVA

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VVK26I55C0 - VIVA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VVK26I55C0 van het merk VIVA.

GEBRUIKSAANWIJZING VVK26I55C0 VIVA

  • Sollte die Anzeige nicht erlöschen, rufen Sie den Kundendienst. Kein heißes Kochgeschirr auf das Bedienfeld stellen.16 Kundendienst Wenn Ihr Gerät repariert werden muss, ist unser Kundendienst für Sie da. Wir finden immer eine passende Lösung, auch um unnötige Technikerbesuche zu vermeiden. E-Nummer und FD-Nummer: Wenn Sie unseren Kundendienst anfordern, geben Sie bitte die E-Nummer und FD-Nummer des Gerätes an. Das Typenschild mit den Nummern finden Sie auf dem Gerätepass. Beachten Sie, dass der Besuch des Kundendiensttechnikers im Falle einer Fehlbedienung auch während der Garantiezeit nicht kostenlos ist.17 é Inhoudsopgave [nl]Gebruiksaanwijzing Veiligheidsvoorschriften..........................................................17 Oorzaken van schade.....................................................................19 Bescherming van het milieu....................................................19 Milieuvriendelijk afvoeren ............................................................... 19 Tips om energie te besparen ........................................................ 19 Koken op Inductie ....................................................................20 Voordelen van het Koken op Inductie ......................................... 20 Pannen...............................................................................................20 Het apparaat leren kennen.......................................................21 Het bedieningspaneel ..................................................................... 21 De kookzones................................................................................... 21 Restwarmte-indicator....................................................................... 21 Programmeren van de kookplaat...........................................22 De kookplaat in- en uitschakelen ................................................. 22 Afstellen van de kookzone............................................................. 22 Kooktabel ..........................................................................................22 Functie Combizone ..................................................................24 Aanwijzingen voor het kookgerei.................................................. 24 Activeren............................................................................................24 Deactiveren ....................................................................................... 24 Move-functie .............................................................................24 Tips voor het gebruik van pannen................................................ 24 Activeren............................................................................................25 Deactiveren ....................................................................................... 25 Kinderslot..................................................................................25 Het kinderslot activeren en deactiveren...................................... 25 Automatisch kinderslot ................................................................... 25 Functie Powerboost .................................................................25 Gebruiksbeperking .......................................................................... 25 Activeren............................................................................................25 Deactiveren ....................................................................................... 25 Timerfunctie..............................................................................26 Een kookzone moet automatisch uitschakelen ......................... 26 De kookwekker ................................................................................26 Beschermingsfunctie bij reiniging .........................................26 Automatische tijdslimiet..........................................................27 Het energieverbruik bekijken ..................................................27 Basisinstellingen......................................................................27 Naar de basisinstellingen gaan..................................................... 28 Onderhoud en reiniging...........................................................28 Kookplaat .......................................................................................... 28 Omlijsting van de kookplaat .......................................................... 28 Repareren van storingen .........................................................29 Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat............... 29 Servicedienst ............................................................................30 : Veiligheidsvoorschriften Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren. Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren. Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift. Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes. Dek de kookplaat niet af. Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal. Gebruik geen ongeschikte beveiligingsapparaten of tralies voor de bescherming van kinderen. Dit kan leiden tot ongevallen. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening. Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.18 Heeft u een pacemaker of soortgelijk medisch hulpmiddel geïmplanteerd, dan dient u speciale voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij het gebruiken of in de buurt komen van inductiekookplaten als die in werking zijn. Raadpleeg uw arts of de fabrikant van het hulpmiddel, om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de geldige regelgeving en informeer omtrent mogelijke incompatibiliteit. Risico van brand!

Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. Risico van brand!

De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. Risico van brand!

Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. Risico van brand!

De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Risico van verbranding!

De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van verbranding!

De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Risico van verbranding!

Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat. Brandgevaar!

Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat. Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. Kans op een elektrische schok!

Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok!

Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Gevaar voor beschadiging! Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen daar geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren. Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden. Risico van letsel!

Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. Risico van letsel!

Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.19 Oorzaken van schade Attentie! ■ Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken. ■ Plaat nooit lege plannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken. ■ Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken. ■ Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen. ■ Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden. Algemeen overzicht In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade: Bescherming van het milieu Milieuvriendelijk afvoeren Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af. Tips om energie te besparen ■ Gebruik altijd het deksel dat overeenstemt met elke kookpan. Wanneer zonder deksel gekookt wordt, is aanzienlijk meer energie nodig. Gebruik een glasdeksel om een goede zichtbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen. ■ Gebruik pannen met een vlakke bodem. Bij een niet vlakke bodem wordt meer energie verbruikt. ■ De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. Opgelet: pannenfabrikanten duiden gewoonlijk de bovenste diameter van de pan aan, die meestal groter is dan de diameter van de bodem van de pan. ■ Gebruik een kleine pan voor kleine hoeveelheden. Een grote, weinig gevulde pan vereist veel energie. ■ Gebruik weinig water voor het koken. Op deze wijze wordt energie bespaard en blijven alle vitaminen en mineralen van de groenten behouden. ■ Selecteer de laagste vermogensstand die het kookpunt behoudt. Met een te hoge stand wordt energie verspild. Schade Oorzaak Maatregel Vlekken Gemorst voedsel Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. Ongeschikte reinigingsproducten Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Krassen Zout, suiker en zand Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of steun. Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de vitroceramische plaat veroorzaken Controleer de pannen. Verkleuringen Ongeschikte reinigingsproducten Gebruik reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Aanraking van de pannen Til kookpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen. Afbladderingen Suiker, levensmiddelen met een hoog suikerge- halte Verwijder gemorst voedsel onmiddellijk met een glasschraper. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.20 Koken op Inductie Voordelen van het Koken op Inductie Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen: ■ Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd. ■ Dit werkt energiebesparend. ■ Eenvoudiger in onderhoud en reiniging. Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel. ■ Warmte- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknop wordt gedrukt. De inductiekookzone levert geen warmte meer af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld. Pannen Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van: ■ geëmailleerd staal ■ gietijzer ■ speciale pannen voor inductie van roestvrij staal. Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of de bodem van de pan wordt aangetrokken door een magneet. Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een niet geheel ferromagnetische bodem. Niet geschikte pannen Gebruik nooit straalplaten of pannen van: ■ dun normaal staal ■ glas ■ aardewerk ■ koper ■ aluminium Kenmerken van de bodem van de pan De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard. Geen pan of ongeschikte afmeting Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit. Lege pannen of pannen met een dunne bodem Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst. Pandetectie Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan. Bij het gebruik van grote pannen met een ferromagnetische zone met een kleinere diameter, wordt enkel de ferromagnetische zone verwarmd, zodat de warmte niet homogeen kan worden verdeeld. Pannen met aluminium kookzo- nes in de bodem verkleinen de ferromagnetische zone, zodat het geleverde vermogen lager kan zijn en er problemen kunnen ontstaan bij de detectie van de pan en het kan zelfs zijn dat deze niet wordt gedetecteerd. Om goede kookresultaten te ver- krijgen, is het raadzaam dat de diameter van de ferromagneti- sche zone van de pan is afge- stemd op de maat van de kookzone. Als de pan op een kookzone niet wordt gedetec- teerd, probeer hem dan op de zone met een iets kleinere dia- meter.21 Het apparaat leren kennen Op pagina 2 vindt u informatie over afmetingen en vermogens van de kookzones Het bedieningspaneel Bedieningsvlakken Bij het aanraken van een symbool wordt de overeenkomstige functie geactiveerd. Aanwijzing: Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking. De kookzones Restwarmte-indicator De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aanduidt welke nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan. Ook als de plaat uitgeschakeld is, blijft de indicator œ of •, branden zolang de kookzone warm is. Als de pan van de plaat genomen wordt voordat de kookzone uitgeschakeld is, verschijnen afwisselend de indicator œ o • en de geselecteerde vermogensstand. Bedieningsvlakken

Functie powerMove Indicaties

Gebruikstoestand ‚-Š Kookstanden

Automatisch uitschakelen

Functie Combizone Kookzone

Kookzone met één ring Gebruik kookgerei dat de juiste afmetingen heeft.

Gecombineerde kookzone Zie de paragraaf CombiZone-functie of Move-functie. Alleen kookgerei gebruiken dat geschikt is voor inductiekoken: zie de paragraaf „Kookgerei“.22 Programmeren van de kookplaat In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld. De kookplaat in- en uitschakelen De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar. Inschakelen: druk op het symbool #. Er klinkt een akoestisch signaal. De indicator die zich naast de hoofdschakelaar bevindt en de indicatoren ‹ van de kookzones gaan branden. De kookplaat is klaar om te werken. Uitschakelen: druk op het symbool # totdat de indicatoren doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De restwarmte- indicator blijft branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn. Aanwijzingen ■ De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld zodra alle kookzones meer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn. ■ De geselecteerde instellingen blijven opgeslagen gedurende de eerste 4 seconden na het uitschakelen van de plaat. Indien de kookplaat opnieuw wordt ingeschakeld binnen deze tijdsperiode, dan worden de vorige instellingen toegepast. Afstellen van de kookzone Selecteer de gewenste vermogensstand met de symbolen + en -. Vermogensstand 1 = minimumvermogen. Vermogensstand 9 = maximumvermogen. Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende instelling. Deze wordt aangegeven met een punt. Kookzone en kookstand kiezen De kookplaat moet ingeschakeld zijn.

1. Met het symbool ¢ de kookzone kiezen.

2. Binnen de volgende 10 seconden het symbool + of -

aanraken. De basisinstelling verschijnt: Symbool +: kookstand 9 Symbool -: kookstand 4 De kookstand is ingesteld. De vermogensstand wijzigen Selecteer de kookzone en druk op het symbool + of - tot de gewenste vermogensstand verschijnt. De kookzone uitschakelen Selecteer de kookzone en druk vervolgens op het symbool + of - tot ‹ verschijnt. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt. Aanwijzingen ■ Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, gaat de geselecteerde vermogensstand knipperen. Na een tijdje wordt de kookzone uitgeschakeld. ■ Als er een pan op de kookzone staat voordat de plaat wordt ingeschakeld, zal deze worden gedetecteerd binnen 20 seconden na het indrukken van de hoofdschakelaar en zal de kookzone automatisch worden geselecteerd. Selecteer, zodra deze is gedetecteerd, de vermogensstand binnen 20 seconden, anders wordt de kookzone uitgeschakeld. Ook al worden er meerdere pannen geplaatst, bij het inschakelen van de kookplaat wordt er maar één gedetecteerd. Kooktabel In onderstaande tabel worden enkele voorbeelden gegeven. De kooktijden zijn afhankelijk van de vermogensstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties. Bij het verhitten van purees, crèmes en dikke sauzen dient u af en toe te roeren. Gebruik de vermogensstand 9 als u begint te koken.

Vermogensstand Kookduur Smelten Chocolade, chocoladecouverture 1-1. - Boter, honing, gelatine 1-2 - Verhitten en warmhouden Maaltijdsoep (bv. linzen) 1.-2 - Melk** 1.-2. - Worstjes opgewarmd in water** 3-4 -

  • Koken zonder deksel ** Zonder deksel ***Geregeld omdraaien23 Ontdooien en verhitten Diepvriesspinazie 3-4 15-25 min. Diepvriesgoulash 3-4 30-40 min. Op een zacht vuurtje gaarstoven, op een zacht vuurtje koken Aardappelballetjes* 4.-5. 20-30 min. Vis* 4-5 10-15 min. Witte sauzen, bv. bechamel 1-2 3-6 min. Geklopte sauzen, bv. bearnaisesaus, Hollandse saus 3-4 8-12 min. Koken, stomen, smoren Rijst (met twee keer zoveel water) 2-3 15-30 min. Rijstpap 2-3 30-40 min. Aardappelen in de schil 4-5 25-30 min. Geschilde aardappelen met zout 4-5 15-25 min. Pasta* 6-7 6-10 min. Eenpansgerecht, soep 3.-4. 15-60 min. Groenten 2.-3. 10-20 min. Diepvriesgroenten 3.-4. 7-20 min. Koken met de snelkookpan 4.-5. - Sudderen Rollade 4-5 50-60 min. Stoofschotel 4-5 60-100 min. Goulash 3-4 50-60 min. Braden / frituren met een beetje olie** Filets, al dan niet gepaneerd 6-7 6-10 min. Diepvriesfilets 6-7 8-12 min. Koteletten, al dan niet gepaneerd*** 6-7 8-12 min. Biefstuk (3 cm dik) 7-8 8-12 min. Borst (2 cm dik)*** 5-6 10-20 min. Diepvriesborst*** 5-6 10-30 min. Hamburgers, gehaktballetjes (3 cm dik)*** 4.-5. 30-40 min. Vis en visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20 min. Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20 min. Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks 6-7 8-12 min. Garnalen en steurgarnalen 7-8 4-10 min. Diepvriesgerechten, bv. gesauteerd 6-7 6-10 min. Pannenkoeken 6-7 een voor een frituren Omelet 3.-4. een voor een frituren Spiegeleieren 5-6 3-6 min. Frituren** (150-200 g per portie in 1-2 l olie) Diepvriesproducten, bv. frieten, kipnuggets 8-9 een portie na de andere frituren Diepvrieskroketten 7-8 Vlees, bv., stukjes kip 6-7 Vis, gepaneerd of in bierdeeg 6-7 Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. champignons 6-7 Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg 4-5 Vermogensstand Kookduur
  • Koken zonder deksel ** Zonder deksel ***Geregeld omdraaien24 Functie Combizone Met deze functie kunnen de beide kookzones aan de linkerkant, die even groot zijn, samengeschakeld worden. Hierbij wordt voor beide kookzones dezelfde kookstand ingesteld. Deze is bijzonder geschikt voor de bereiding met langwerpig kookgerei. Aanwijzingen voor het kookgerei Voor optimale resultaten dient u in het gebied van beide kookzones geschikt, ovaal kookgerei te gebruiken. Plaats het kookgerei in het midden van de kookzones. Wordt op een van beide kookzones slechts één vorm gebruikt, dan kan deze naar de tweede kookzone worden verschoven. In dit geval worden de kookstand en de gekozen instellingen overgenomen. Activeren De kookplaat moet ingeschakeld zijn.

1. Eén van de twee kookzones kiezen die bij de CombiZone

horen en de kookstand instellen.

2. Raak het symbool n aan. De indicatie ö is verlicht.

De kookstand is verlicht in de indicaties van de twee kookzones. De functie is geactiveerd. De vermogensstand wijzigen Wijzig in de programmeerzone de vermogensstand. Deactiveren Een van de twee kookzones kiezen die bij deze functie horen en in het instelgebied op ‹ zetten. De functie wordt binnen ca. 3 seconden gedeactiveerd. Move-functie Met deze functie kunt u de twee linkerkookzones van dezelfde grootte combineren en voor beide kookzones verschillende kookstanden kiezen. Vooraf ingestelde kookstanden: Voorste kookzone = kookstand

Achterste kookzone = kookstand ‚. De kookstanden kunnen voor elke kookzone onafhankelijk van elkaar worden veranderd. Aanwijzingen ■ Kookgerei op slechts één van de kookzones plaatsen. De functie wordt niet geactiveerd wanneer op elk van beide kookzones afzonderlijk kookgerei staat. ■ Op het display van de kookzone waar geen kookgerei op staat, is de kookstand zwakker verlicht. Deze is echter niet geactiveerd tot het kookgerei op de betreffende kookzone verschoven en herkend wordt. ■ Is de functie al geactiveerd en wordt er een tweede vorm op de vrije kookzone geplaatst, dan blijft de indicatie, net als daarvoor, zwak verlicht. De kookzone is dan echter niet actief. Tips voor het gebruik van pannen Om te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren: Gebruik slechts ëén kookgerei waardoor maar één kookzone wordt bedekt. Het kookgerei van de ene naar de andere kookzone schuiven:25 Activeren Voor elk van beide kookzones een verschillende kookstand kiezen.1. Kies een van de twee kookzones die bij de Move-functie horen.2. Raak het symbool o aan. De indicatie is verlicht.De kookstanden verschijnen in de indicaties van de twee kookzones.De functie is geactiveerd.Aanwijzingen■ De indicatie van de kookzone waarop het kookgerei zich bevindt, is helderder verlicht.■ Op het display van de kookzone die gekozen blijft, is de indicatie ¬ verlicht. Kookstand wijzigenEen van de twee kookzones kiezen die bij de Move-functie horen en de kookstand in het instelgebied veranderen.Aanwijzing: Wordt de functie gedeactiveerd, dan krijgen de kookstanden weer hun oorspronkelijke instellingen. Deactiveren Raak het symbool o aan.De functie is gedeactiveerd.Aanwijzing: Wanneer één van de twee kookzones op ‹ wordt gezet, wordt de functie binnen ca. 3 seconden gedeactiveerd. Kinderslot De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen. Het kinderslot activeren en deactiveren De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.Activeren: houd het symbool @ gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De indicator ‚ gaat gedurende 10 seconden branden. De kookplaat blijft geblokkeerd.Deactiveren: houd het symbool @ gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd. Automatisch kinderslot Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld.Activeren en deactiverenIn hoofdstuk Basisinstellingen vindt u informatie over het inschakelen van het automatische kinderslot. Functie Powerboost Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller worden verwarmd dan wanneer de vermogensstand Š wordt gebruikt. Gebruiksbeperking Deze functie kan alleen voor een kookzone worden geactiveerd wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.). Anders knipperen in de kookstandindicatie › en Š; vervolgens wordt automatisch de kookstand Š ingesteld, zonder de functie te activeren. Aanwijzing: In groep 1 kan de Powerboost-functie alleen worden geactiveerd wanneer de twee kookzones onafhankelijk van elkaar gebruikt worden. Activeren

1. Selecteer een kookzone.2. Druk op het symbool Boost.De indicator

› gaat branden. De functie is nu geactiveerd. Deactiveren

1. Selecteer een kookzone.2. Druk op het symbool Boost.De indicator

› wordt niet meer in beeld gebracht en de kookzone keert terug naar de vermogensstand De functie is gedeactiveerd.Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.

Timerfunctie Deze functie kan op twee verschillende manieren gebruikt worden: ■ om een kookzone automatisch uit te schakelen.■ als kookwekker. Een kookzone moet automatisch uitschakelen De kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit. De bereidingstijd instellen. De kookplaat moet ingeschakeld zijn.

1. De kookzone en de gewenste kookstand kiezen.

2. Raak het symbool 0 aan. In de indicatie van de kookzone is

x verlicht. In de timer-indicatie verschijnt ‹‹.

3. Symbool + of - aanraken. De basisinstelling verschijnt:

Symbool +: 30 minuten Symbool +: 10 minuten

4. Het symbool + of - aanraken tot de gewenste bereidingstijd

verschijnt. Na enkele seconden begint de bereidingstijd af te lopen. Aanwijzingen ■ Voor alle kookzones kan automatisch dezelfde bereidingstijd worden ingesteld. De ingestelde tijd loopt voor elk van beide kookzones onafhankelijk af. In het hoofdstuk Basisinstellingen vindt u informatie over de manier waarop de bereidingstijd automatisch kan worden geprogrammeerd. ■ Wordt bij de gecombineerde kookzone de functie CombiZone of Move gekozen, dan is de ingestelde tijd voor beide kookzones hetzelfde. De tijd wijzigen of annuleren Selecteer de kookzone. Druk op het symbool 0 en wijzig de kooktijd met de symbolen + of -, of stel af op

Na het verstrijken van de tijd De kookzone wordt uitgeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal en op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹ gedurende 10 seconden. De indicator x van de kookzone licht op. Druk op het symbool 0, de indicators gaan uit en het akoestische signaal stopt. Aanwijzingen ■ Indien een kooktijd in verschillende zones geprogrammeerd is, wordt op de visuele indicator van de timerfunctie altijd de kooktijd van de geselecteerde zone getoond. ■ De kooktijd kan worden ingesteld tot 99 minuten. De kookwekker Met de kookwekker kan een tijd geprogrammeerd worden tot 99 minuten. Deze is niet afhankelijk van andere instellingen. Deze functie schakelt de kookzone niet automatisch uit. Zo wordt dit geprogrammeerd Er mag geen enkele kookzone geselecteerd zijn.

1. Druk op het symbool 0. Op de visuele indicatie van de

timerfunctie verschijnt ‹‹ en het symbool S

2. Druk op de symbolen + of -. De basisinstelling wordt

getoond. Symbool +: 10 minuten. Symbool -: 05 minuten.

3. Stel de gewenste kooktijd in met de symbolen + of -.

Na enkele seconden begint de tijd te lopen. De tijd wijzigen of annuleren Druk meerdere keren op het symbool 0 tot de indicator S oplicht. Wijzig de tijd of stel af op ‹‹ met de symbolen + of -. Na het verstrijken van de tijd Er klinkt een waarschuwingssignaal. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt ‹‹. Na 10 seconden gaan de indicators uit. Als op het symbool 0 wordt gedrukt, gaan de indicators uit en stopt het akoestische signaal. Beschermingsfunctie bij reiniging Indien het bedieningspaneel gereinigd wordt terwijl de kookplaat ingeschakeld is, kunnen de instellingen gewijzigd worden. Om dit te vermijden, beschikt de kookplaat over de beschermingsfunctie bij reiniging. Druk op het symbool R. Er klinkt een signaal en de visuele indicator gaat branden. Het bedieningspaneel blijft gedurende 35 seconden geblokkeerd. Nu kan het oppervlak van het bedieningspaneel gereinigd worden zonder risico op wijziging van de instellingen. Aanwijzing: De blokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar. De kookplaat kan desgewenst uitgeschakeld worden.

Automatische tijdslimiet Indien de kookzone gedurende lange tijd in werking is en er geen enkele wijziging in de instelling wordt aangebracht , dan wordt de automatische tijdslimiet geactiveerd. De kookzone wordt niet meer verhit. Op de visuele indicator van de kookzone knipperen afwisselend ”, ‰ en de restwarmte-indicator œ/•. De indicator gaat uit als er op een willekeurig symbool wordt gedrukt. Nu kan de kookzone opnieuw worden ingesteld. Wanneer de automatische limiet is geactiveerd, wordt deze geregeld afhankelijk van de geselecteerde vermogensstand (van 1 tot 10 uur). Het energieverbruik bekijken Met deze functie kan het totale energieverbruik gedurende de tijd dat de kookplaat is ingeschakeld worden bekeken. Nadat de kookplaat is uitgeschakeld verschijnt het verbruik in kWh gedurende 10 seconden. Op de afbeelding verschijnt een voorbeeld met een verbruik van ‚.‹‰ kWh. In hoofdstuk Basisinstellingen vindt u de informatie over de activering van deze functie. Basisinstellingen Het apparaat beschikt over diverse basisinstellingen. Deze instellingen kunnen aangepast worden aan de behoeften van de gebruiker. N:K Indicator Functie

Automatisch kinderslot ‹ Gedeactiveerd.* ‚ Geactiveerd.

Akoestische signalen ‹ Bevestigingssignaal en foutsignaal gedeactiveerd. ‚Alleen foutsignaal geactiveerd. ƒAlleen bevestigingssignaal geactiveerd. „ Alle signalen geactiveerd.*

Indicator voor het stroomverbruik ‹ Gedeactiveerd.* ‚ Geactiveerd.

Automatische programmering van de kooktijd. ‹ Uitgeschakeld.* ‚-ŠŠ Tijd van de automatische uitschakeling.

Duur van het geluidssignaal van de timerfunctie ‚ 10 seconden*. ƒ 30 seconden. „ 1 minuut. *Fabrieksinstelling28 Naar de basisinstellingen gaan De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

1. De kookplaat inschakelen.

2. Binnen de volgende 10 seconden het symbool @

4 seconden lang aanraken. In de indicaties knipperen ™ en ‚ afwisselend en ‹ verschijnt als instelling vooraf.

3. Het symbool @ zo vaak aanraken tot de gewenste functie

4. Vervolgens de gewenste instelling kiezen met de symbolen

De instellingen zijn opgeslagen. Afsluiten Om de instellingen af te sluiten, de kookplaat met de hoofdschakelaar uitschakelen. Onderhoud en reiniging De raadgevingen en waarschuwingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld voor het optimaal schoonmaken en onderhouden van de kookplaat. Kookplaat Reiniging Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon. Op die manier voorkomt u dat aangekoekte resten verbranden. Maak de kookplaat pas schoon als hij voldoende is afgekoeld. Gebruik alleen reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Volg de aanwijzingen op de verpakking van het product op. Gebruik nooit: ■ Onverdund afwasmiddel■ Afwasmiddel voor vaatwasmachines■ Schurende middelen ■ Corrosieve producten zoals ovensprays of vlekkenverwijderaars ■ Schuursponzen ■ Hogedrukreinigers of stoommachines De beste manier om hardnekkig vuil te verwijderen is om een glasschraper te gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Glasschrapers zijn verkrijgbaar via de Technische dienst of in onze online winkel. Omlijsting van de kookplaat Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te vermijden, moeten de volgende aanwijzingen worden opgevolgd: ■ Gebruik alleen warm water met een beetje zeep■ Gebruik nooit scherpe of bijtende producten■ Gebruik de glasschraper niet

Š of Š. = maximumvermogen van de plaat.

Selectietijd van de kookzone ‹ Onbeperkt: de laatst geprogrammeerde kookzone blijft geselecteerd.* ‚ Beperkt: de kookzone blijft slechts 10 seconden lang geselecteerd.

Terug naar de standaardinstellingen ‹ Persoonlijke instellingen.* ‚ Terug naar de fabrieksinstellingen. Indicator Functie *Fabrieksinstelling29 Repareren van storingen Storingen zijn gewoonlijk toe te schrijven aan kleine details. Neem de volgende raadgevingen en waarschuwingen in acht alvorens contact op te nemen met de Technische Dienst. Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd: Een diep gezoem zoals in een transformator Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge vermogensstand. De oorzaak daarvan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de vermogensstand wordt verlaagd. Een laag fluitend geluid Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan. Knisperen Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid voedsel en de manier waarop het wordt bereid, kunnen de intensiteit van het geluid doen variëren. Hoge fluitende geluiden De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd. Geluid van de ventilator Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Hiertoe is de kookplaat voorzien van een ventilator die wordt geactiveerd als een hoge temperatuur wordt gedetecteerd. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is. De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing. Indicator Storing Maatregel geen De stroom is uitgevallen. Controleer met andere elektrische apparaten of de stroom is uitgevallen. Het apparaat is niet aangesloten volgens het aansluitschema. Controleer of het apparaat is aangesloten volgens het aansluitschema. Storing in het elektronische systeem. Als de storing na de voorgaande controles niet is opgelost, neem dan contact op met de Technische Dienst. De indicators knipperen Het bedieningspaneel is vochtig of er ligt iets op. Droog de zone van het bedieningspaneel of neem het voorwerp weg. De indicator - knippert op de indicatoren van de kookzones Er heeft zich een fout voorgedaan in het elek- tronische systeem. Bedek het bedieningsvlak kort met de hand om de sto- ring te bevestigen. “§ + nummer / š + num- mer / ¡ + nummer Storing in het elektronische systeem. Sluit de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht onge- veer 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.* ”‹ / ”Š Er is een interne fout in de werking opgetre- den. Sluit de kookplaat af van het verdeelnet. Wacht onge- veer 30 seconden alvorens hem weer aan te sluiten.*

Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft de overeenkomstige kook- zone uitgeschakeld. Wacht tot het elektronische systeem voldoende afge- koeld is. Druk vervolgens op een willekeurig symbool van de kookplaat. *

Het elektronische systeem is oververhit geraakt en heeft alle kookzones uitgescha- keld. Ӡ + vermogensstand en waarschuwingstoon Er staat een warme pan op de zone van het bedieningspaneel. Het is zeer waarschijnlijk dat het elektronische systeem oververhit raakt. Neem die pan weg. De storingsindicator gaat kort daarna uit. U kunt verder gaan met koken. Ӡ en waarschuwingstoon Er staat een warme pan op de zone van het bedieningspaneel. De kookzone is uitgegaan om het elektronische systeem te beschermen. Neem die pan weg. Wacht enkele seconden. Druk op een willekeurig bedieningsvlak. Als de storingsindica- tor uit gaat kunt u verder gaan met koken.

Onjuiste voedingsspanning, overschrijding van de normale werklimieten. Neem contact op met uw elektriciteitsleverancier. —ƒ / —„ De kookzone is oververhit en is uitgeschakeld om uw kookplaat te beschermen. Wacht totdat het elektronische systeem voldoende afgekoeld is en schakel hem opnieuw in.