Pro Cut Mulch 'N Catch 80 - Grasmaaier Rover - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro Cut Mulch 'N Catch 80 Rover in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Pro Cut Mulch 'N Catch 80 Rover
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro Cut Mulch 'N Catch 80 - Rover en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro Cut Mulch 'N Catch 80 van het merk Rover.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro Cut Mulch 'N Catch 80 Rover
- Symbolen op de machine geplaatst geven belangrijke informaties.
- Een lijst van symbolen en hun betekenissen hierbij volgt
- U moet zich met deze symbolen bekendmaken voordat U de machine in werking stelt.
1

- Thrown objects, keep clear
• Fremdkörper werden
ausgeworfen - Abstand halten!
- Projectiles – ne pas s'approcher
- No se acerque - objetos son
lanzados
• Vliegende voorwerpen, uit de
weg blijven
• Oggetti proiettati, non avvicinarsi

• Refer to the owners manual
• Siehe Handbuch
- Se référer au manuel
- Consulte el manual del propietario
• Lees het Eigenaar's Handboek
- Consultare il manuale delle istruzioni

- Engage - switch, lever or position
- Einrücken - Schalter, Hebel oder Stellung
- Interrupteur, Levier ou Position d'embrayage
- Accionar - interruptor, palanca o posición
• Inschakelen - Schakelaar, Heftboom of positie
- Innesto - interruttore, leva o posizione

- Keep bystanders clear
- Personen vom Gerät fernhalten
• Ne laisser approcher personne
- Mantenga a las personas lejos
- Toeschouwers uit de weg houden
• Non fare avvicinare nessuno

• Refer to the owners manual for maintenance details
• Siehe Handbuch für Wartungsdetails
- Se référer au manuel pour les détails d'entretien
- Consulte la información sobre mantenimiento en el manual del propietario
- Voor onderhoud details lees het Eigenaar's Handboek
- Consultare il manuale delle istruzioni per dettagli sulla manutenzione

• Disengage - switch, lever or position
- Lösen - Schalter, Hebel oder Stellung
- Interrupteur, Levier ou Position de débrayage
- Desembrague - interruptor, palanca o posición
• Uitschakelen - Schakelaar, Heftboom of positie
- Disinnesto - interruttore, leva o posizione

- Caution rotating blades while doing maintenance
- Achtung - Messer laufen während Wartung weiter
- Précaution, lames tournantes pendant l'entretier
- Precaución con las cuchillas giratorias durante el mantenimiento
- Voorzichtig met draaiende snijmessen bij onderhouden van
- Attenzione alle lame rotanti durante la manutenzione



- Rotating blades in cutterhead
• Laufende Messer im Schneidkopf
• Lames tournantes dans la tête de coupe
• Cuchillas giratorias en el cabezal portacuchilla
• Draaiende snijmessen in snijkop
• Lame rotanti nella testa della trancia

- Push handle to handle bar to drive mower forward
• Zum Losfahren den Bremsgriff zur Lenkstrange drücken
- Pousser la poignée vers l'avant pour utiliser la tondeuse en marche avant
- Empuje la manigueta hacia el manubrio para que el cortacésped avance
- Breng de duwhendel naar het stuur om de grasmaaier in beweging te zetten
- Spingere l'impugnatura verso il manubrio per far avanzare la falciatrice
- Push handle forward to release blade brake & vice versa
- Zum Lösen der Messerbremse den Griff nach vorne schieben, zum Anziehen der Bremse den Hebel wieder nach hinten ziehen
- Pousser la poignée vers l'avant pour desserrer le frein des lames, et vice-versa
- Mueva la manigueta hacia adelante para desactivar el freno de las cuchillas y viceversa
- Duw de hendel naar voren om de snijmesriem te ontkoppelen en omgekeerd
- Spingere l'impugnatura in avanti per rilasciare il freno delle lame e viceversa





- Keep hands and feet away
• Hände und Füße fernhalten
• Garder les mains et les pieds à distance
• Mantenga manos y pies alejados
- Handen en voeten weghouden
• Tenere lontani mani e piedi
PREFACE
Gefeliciteerd met uw aankoop van een kwaliteitsproduct dat ontworpen en gemaakt is door een volledig Australische onderneming.
Deze handleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de Rover duwmotormaaiers zoals die zijn aangegeven op het voorkaft van dit boek

Lees dit en begrijp het goed voordat u de machine in gebruik neemt, alsmede de van toepassing zijnde bijbehorende handleidingen. Als een punt onduidelijk is, neem dan contact op met een bevoegde Rover onderhoudsdealer
Symbolen
De handleiding maakt gebruik van de volgende symbolen om het belang van de betreffende informatie te onderstrepen

Dit symbool waarschuwt voor de mogelijkheid van verwonding van de gebruiker of omstanders

Dit symbool waarschuwt voor gevaar voor beschadiging van de motor of mogelijk verlies van de garantie

De tekst naast dit symbool geeft goede ideeën of tips.
INHOUDSOPGAVE
LABELS i
INLEIDING....56
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES....57
COMPONENTEN 58
SPECIFICATIONS....58
GEBRUIKSLAAR MAKEN 58
Montage van de grasvanger
Opvouwen van de hende
Regelen van de hendelhoogte
Verwijderen van de verpakkingtouwtjes van de controlehendel
Smering van de motor en brandstof
De Powerstart optie
De optie zelf-rijdende maalier
IN WERKING STELLEN 59
Grasvanger
- De Grasvanger installerer
- De Grasvanger verwijderen
Mulch plug
Grasafbuigplaat
Regeling van de maaihoogte
Motor
- De Motor Starten
- De Motor Stoppen
Gras maaien en opvanger
De optie zelf-rijdende maaier
- Hoe de zelfvoortdrijvende Transmissle te gebruiken
ONDERHOUD 6'
Reinigen in het algemeer
- Het reinigen van de onderkant van de maaimachine
- Het reinigen van de bovenkant van de maaimachin
Het vervangen van de snijmesser
De optie zelf-rijdende maaiei
- Het verstellen van de aandrijfkabe
- Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe
- Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingstrame
- Het smeren van de aandrijfketting
- Afstelling van de aandrijfketting
- Afstelling van de aandrijfriem
- Het vervangen van de aandrijfriem
- Het afstellen van de koppelinger
- Het smeren van de aandrijfpallen
De Powerstart optio
HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN 68
Algemeer
De Powerstart optio
De optie zelf-rijdende maaier
OVERZICHT VAN RESERVE ONDERDELEF 84
Reserveonderdelen voor de body van de maaiel
Reserveonderdelen voor het duwstuu
Reserveonderdelen voor de zelf-rijdende maaiel
Aanvullende reserveonderdeler
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
OPLEIDING
* Bestudeer deze instructies grondig. Maak U vertrouwd met de controles en het juiste gebruik van de machine.
- Laat nooit kinderen of volwassenen die deze instructies niet kennen de maaier gebruiken. Het is mogelijk dat de leeftijd van de operateur door plaatselijke regelementen wordt beperkt.
- U moet nooit maaien als er mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de nabijheid zijn.
- Nooit vergeten dat de operateur of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of letsels toegebracht aan andere personen of aan hun eigendom.
VOORBEREIDINGEN
- Bij het maaien altijd gesloten en stevige schoenen en een lange broek dragen. U moet nooit de machine in werking stellen als U blootsvoets bent of open sandalen gebruikt.
• U moet de ruimte waar de machine gebruikt zal worden grondig inspecteren en alle stenen, stokjes, metaaldraden, beenderen en alle vreemde voorwerpen verwijderen. - WAARSHUWING Benzine is zeer ontvlambaar. De volgende voorzorgsmaatregelen zijn nodig
- Brandstof moet altijd in blikken worden bewaard die speciaal voor dat doel bestemd zijn
- Benzine bijvullen moet alleen buitenshuis gebeuren en U mag niet roken terwijl dit gedaan wordt.
- Vul de benzine in voordat U de machine start. U moet nooit de kap van de benzinetank afnemen of benzine bijvullen als de motor draait of als de machine nog warm is.
- Als er wat benzine gemorst is moet U niet proberen om de motor te starten. Verwijder de machine van de plaats waar de benzine gemorst was en vermijd alle mogelijkheden voor ontploffing totdat de benzine-dampen geevaporeerd zijn. - In verband met veiligheidsaspecten moeten benzinetank en benzinedop vervangen worden als deze beschadigd zijn
• Vervang alle beschadigde geluiddempers.
- Voordat U de maaier gebruikt moet U altijd visueel inspekteren of de messen, de mesbouten en de snijmachine montage niet beschadigd of versleten zijn. Om het balans te behouden moeten versleten of beschadigde messen en bouten altijd vervangen worden in paren.
- Oppassen als U maaiers met veelvoudige messen gebruikt. Een draaiende mes kan de andere messen aan het draaien brengen.
BEDIENING
• U moet de maaier niet in een gesloten ruimte gebruiken waar uitlaatgassen zich kunnen verzamelen.
• Maai alleen overdag of in goed kunstmatig licht
- Waar mogelijk, gebruik de maaier niet op nat gras.
- Als U op hellingen maait, zorg ervoor dat U niet uitglijdt.
• Lopen, nooit rennen.
- Met roterende machines op wielen, altijd dwars over hellingen maaien, nooit op en neer
- Op hellingen moet U altijd heel voorzichtig zijn als U van richting verandert.
• Maai niet op hele steile hellingen.
- Wees heel voorzichtig als U achteruit rijdt of de machine achteruit trekt.
- Stop de messen als de machine gekantelt moet worden voor transportatie wanneer U ruimten moet oversteken die niet met gras bedekt zijn of wanneer de maaier van de ene plaats naar het andere getransporteerd moet worden.
• U moet nooit een maaier gebruiken met gebrekkige beschermplaten of schilden, of waar veiligheidmiddelen niet zijn aangesteld, bijvoorbeeld afbuigplaten en/of grasbakken.
- U moet de regelingen van de motor niet veranderen of de motor te snel laten gaan.
- Voordat U de motor start moet U alle messen en alle koppelingen ontkoppelen.
- Voorzichtig zijn als U de motor start of de maaier inschakelt. Volg de instructies en houd Uw voeten niet te dicht bij de messen.
- De machine mag niet schuin gehouden worden als U de motor start of de maaier aanschakelt, tenzij de maaier gekantelt moet worden om het te starten. In dit geval de maaier niet meer kantelen dan strikt noodzakelijk is en til alleen het gedeelte op dat aan de andere kant van de operateur is.
- Als U voor de ontladtrechter staat moet U de motor niet starten.
• Houd handen en voeten weg van draaibare onderdelen. Blijf ten allen tijde op een afstand van de opening van de ontlaadtrechter
- Nooit een maaier optillen of dragen als de motor loopt.
- Stop de motor en maak de bougiekabel los:
- voordat U verstoppingen schoonmaakt of de trechter ontstopt.
- voordat U de maaier inspekteert, schoonmaakt of aan de maaier begint te werken.
- Als U tegen een vreemd voorwerp stuit, Inspekteer de maaiier om te zien of er iets beschadigd is en dit goedmaken voordat U de maaiier opnieuw start en gebruikt.
- Als de maaier abnormaal begint te trillen moet U het onmiddelijk inspekteren.
- Stop de motor:
- Elke keer als U de maaier verlaat
- Voordat U benzine bijvult
- Verlaag de setting van de regelklep terwijl de motor afloopt en als de motor een afsluitklep heeft, sluit dan de benzine af als U klaar bent met het maaien.
ONDERHOUD EN BEWARING
• Zorg er voor dat alle bouten, moeren en schroeven vastzitten om zeker te zijn dat de machine in een veilige en goede conditie is.
- Nooit de maaier opbergen met benzine in de tank in een gebouw waar gassen in aanraking kunnen komen met een open vlam of vonk.
- Laat de motor eerst afkoelen voordat U het opbergt in een gesloten ruimte.
- Om brandgevaar te verminderen moet de ruimte waar de motor, de geluiddemper, batterijkast en benzine worden bewaard vrijhouden van gras, bladeren of olie.
- De grasbak moet vaak geinspekteert worden op slijtage en beschadiging.
- Voor de veiligheid moet U alle versleten en beschadigde onderdelen vervangen.
* Als de benzinetank leeg gemaakt moet worden, moet U dat buitenshuis doen.

COMPONENTEN
• Overtuigt u zich ervan dat de volgende componenten en bestandelen in de verpakking inbegrepen zijn. (raadpleeg fig. 1) - 'Maaiier (alleen maar 1)
- Pakket inbegrepen: Handleiding voor de eigenaar (1) Handleiding voor de motor (1) Moersleutel voor de ontstekingsbougic (1) Schroel - 3/16" x 1/2" UNC (2) Nyloc moer - 3/16" UNC (2 stuks)
- Grasvangerbodem (1
- Grasvangerdeksel (1)
- Grasvangerhendel (1 - dit kan los zijn of vastgemaakt aan de grasbakdeksel
NB. Andere accessoires kunnen in het karton ingepakt zijn. Deze varieren volgens elk model. Elk accessoire heeft een eigen handleiding, bv. Uitrusting voor mulch maaien Uitrusting voor Grasatbuigplaat. enz
- Lo gauw mogelijk uw verkoper waarschuwen als onderdelen ontbreken

- De handleiding gaat over verschillende maaiers die de volgende specificaties hebben:
- Modellen 51.6 - 20" (508 mm Snijbreedte - 112 Snijhoogtestellin - Model 80 - 22" (560 mm Snijbreedte - 15 Snijhoogtestellin
NR. - Modellen komen met een van een serie motoren (zie de handleiding voor motoren inbegrepen in de uitrusting.
- Er is keus in de volgende modellen
- Maaien van mulch - Maaien met deflector - Verreluchtreinigei - Zelfvoortdrijvende Functie enz - De zelf-rijdende functie - enz
- Details kunnen in deze handleiding inbegrepen zijn of in een aparte handleiding in de Maaieruitrusting.
GEBRUIKSKLAAR MAKEN
- Voordat u de Maalier gebruikt zijn de volgende installaties nodig
MONTAGE VAN DE GRASVANGEF
- Vind de grasvangerhendel en breng de verbindingsplaat op een lijn met de gleuven aan de bovenkant van de grasvanger, dan stevig in positie drukken. (zie figuur 2)
- Het deksel van de grasvanger op de grasvangerbodem plaatsen, de haken op het deksel moeten op een lijn zijn met de gleuven op de bodem (zie figuur 2).
- lard op het deksel van de grasvanger drukken zodat de haken in de gleuven vastsluiten
• 'laak de bovenste en laagste helften van de grasvanger aan de voorkant aan elkaar vast met de twee bijgevoegde 3/16" schroeven, sluitringen en nyloc moeren. Breng de schroeven van de buitenkant aan, met de sluitringen en nyloc moeren aan de binnenkant van de vanger
OPVOUWEN VAN DE HENDEL
- Atsluitknoppen: door deze knoppen te draaien kan de handvatten of vastgesloten in bedieningsplaats zijn of opgevouwen worden voor bewaring
- Aisluithefboom: til de hefboom op om de handvatten los te maken om opgevouwen te kunnen worden of duw de hefboom vast zodat de handvatten in de bedieningsplaats kan worden gesloten. Stel de spanning op door de contramoer met een 1/2" AF moersleutel te draaien, (zie liguur 4 A)

Voordat de handvat ontvouwen wordt, moet u er zeker van zijn dat de regelklepcontrole in de stoppositie is (zie "De motor starten " sectie) en dan moet u de operateurcontrolehendel activeren. (zie figuur 3) Langzaam de handvat optillen terwijl de startkoord vastgemaakt wordt; dit zal de motor aanslingeren totdat de volle rechtop positie is bereikt.
- Maak de twee moeren (B) op de basis van de handvatten aan beide kanten van de maaier los met een 1/2" AFmoersleutel. (zie figuur 4).
- Jeweeg de handvatten totdat de gewenste positie bereikt is en maakt de moeren van de handvatten weer vast.

GEBRUIKSLAAR MAKEN (vervolg)
VERWIJDEREN VAN DE VERPAKKINGTOUWTJES VAN DE CONTROLEHENDEL

Verwijder en gooi de verpakkingtouwtjes weg die het remsnijmes en de hendel voor zelf-rijden aan het handvat vastklemmen voordat u probeert om de maaier te starten (zie figuur 5).
- Vouw de handvatten open en zet ze vast in de rechtop positie (zie "Ontvouwen van het Handvat" sectie
- Verwijder de verpakkingtouwtjes. (zie figuur 5).

De handleiding van de motorfabrikant die Inbegrepen is in de maalier ultrusting gaat over de veiligheidsmaatregelen voor de motor, de aanbevelingen voor olie en brandstof, de handelinginstructies en de regeling en onderhoud. U moet deze aanbevelingen in acht nemen.
Als u de handleiding van de motorfabrikant niet heeft, gaat u dan naar de dichtstbijzijnde fabrikantagent voor een kopie.
De motor is verpakt zonder olie of brandstof. Voordat u de motor probeert te starten moet u eerst met olie en brandstof vullen volgens de aanbevelingen van de motorfabrikant.
Laat geen vuil of materialen die de brandstof kunnen verontreinigen in de benzinetank of in de oliefilterpijp komen.
DE POWERSTART OPTIE

De accu moet van de maaier verwijderd worden als het opniew geladen wordt.
Gebruik de batterijcharger alleen binnenshuis zodat het weer het niet kan beinvloeden.
In de batterij zit een sterk zuurelectrolijt die persoonlijke of materiale schade kan veroorzaken.
- U moet de batterij niet uit elkaar halen, laten vallen of beschadigen.
- U moet de batterij niet in het vuur gooien of de batterij aan te grote hitte blootstellen, want deze kan ontploffen.
- Voorzichtig zijn als u het weggooit. Raadpleeg lokale regelingen over het weggooien van batterijen
- Lekkende batterijen moeten onmiddelijk vervangen worden.
- De batterij alleen met een droge doek schoonmaken. Nooit benzine, verdunningsmiddelen of andere petrochemicalien gebruiken.
-
Alle gemorste electrolijten met een alkalijn oplossing neutraliseren.
-
Verwijder de twee schroeven van de batterijkist, draai de batterij en deksel naar voren zodat de batterijklemmen te zien zijn. (zie figuur 6).
- Schuif de rode en zwarte ijzerdraden van de batterijklemmen en neem de batterij weg
- Let de batterij op een koele en droge plek en sluit de batterijcharger aan de batterijklemmen, (rood [+] aan rood [+] en zwart [-] aan zwart [-]).
- Sluit de batterijcharger aan een 220-240 volt stopcontact en schakel het aan
• Laad de batterij gedurende 10-16 uren, schakel de 220-240 volt stopcontact uit en verwijder de kabels van de batterijcharger van de batterij. - Plaats de rubber batterijblokken aan elke kant van de batterij en plaats het weer terug in de batterijkist
- Schuit de ijzerdraadbedrading connecties aan de batterijklemmen rood [+ aan rood [+ en zwart [-] aan zwart [-]
- Neem het deksel van de batterijkist, zet het terug en draai de twee schroeven vast

Verwijder en gooi de verpakkingbanden weg die de hendel voor zelf-rijden aan het handvat vastklemmen voordat u probeert om de maaier te starten (zie figuur 5).
IN WERKING STELLEN

- Voordat u probeert om deze machine in werking te stellen moet u eerst de "Veiligheidsinstructies" lezen in deze handleiding en andere handleidingen die met dit product geleverd zijn.
- Lees en begrijp de veiligheidssymbolen die op de machine zijn geplaatst en die in de "Labels" sectie te zien zijn.
- U moet er zeker van zijn dat alle artikelen in de "Gebruikslaar maken" sectie voltooid zijn.
- U moet er zeker van zijn dat de "operateurcontrole" goed functioneert. Deze controle is een verplicht veiligheidartikel, dat een rem aan de motor aan het werk zet. Als de hefboom tegen de handvat wordt gehouden dan laat men de rem los en de messen zijn dan vrijgezet om te kunnen draaien. Als de hefboom losgelaten wordt dan zet u de rem aan en de messen/motor stopt snel.
GRASVANGER

- Nooit de Grasvanger installeren of weghalen terwijl de motor aan is.
IN WERKING STELLEN (vervolg)
De Grasvanger installeren
- I il de achterklep van de maaier op
- Grijp de grasvanger aan de bovenhendel vast en plaats de grasvanger in positie tegen de achterkant van de maaier (zie figuur /).
- Laat de achterklep zakken zodat de achterkant van de klep over de passende rand van de grasvanger haak.
De Grasvanger verwijderen
• Grijp de grasvanger aan de bovenhendel en til dit op
- Iil de achterklep van de maaier op om de grasvanger los te maken
- I il de grasvanger op zodat dit vrij is van de maaier en laat de achterklep zakken
MULCH PLUG
- Lie de aparte eigenaars handleiding voor "Mulch 'n' Catch
GRASAFBUIGPLAAT
- Zie de aparte eigenaar's handleiding voor Grasafbuigplaat.
REGELING VAN DE MAAIHOOGTE

Wanneer u de maaihoogte zet sta aan de achterkant van de maaier met de voeten op een afstand van de snijmessen.
• Grijp de hoogte van de snijhefboom (A) en druk dit naar buiten om de hefboom los te maken van de heugel (B) (zie figuur 8).
- Schuif de hetboom (onderwijl door drukkend) tot de gewenste hoogte van de snijpositie en koppel de hetboom in de heugel
- Door de helboom naar voren en naar onder te duwen zet u de maaihoogte hoger of lager.

- let wordt aangeraden om te beginnen met de maaier in de hoge positie te zetten en langzamerhand the hoogte te verlagen totdat de gewenste hoogte is bereikt. Als u te laag begint is het mogelijk dat er een lage plek in het grasveld komt
MOTOR
NOOT: De maaiers die in deze handleiding worden behandeld hebben verschillende motoren die door verschillende fabrikanten gelabriceert waren. In de Mower Kit is een motor handleiding die speciaal is geschreven voor elke maaier en die gegevens in detail aangeven voor de werking van de motor. Zie de handleiding van de notorlabrikant voor preciese instructies.
De Motor Starten

* De handleiding van de motorfabrikant die inbegrepen is in de maaier uitrusting gaat over de veiligheidsmaatregelen voor de motor, de aanbevelingen voor olie en brandstof, de handelinginstructies en de regeling en onderhoud. U moet deze aanbevelingen in acht nemen.
- Als u de handleiding van de motorfabrikant niet heeft, gaat u dan naar de dichtstbijzijnde fabrikantagent voor een kopie.
- De motor is verpakt zonder olie of brandstof. Voordat u de motor probeert te starten moet u dit eerst met olie en brandstof vullen volgens de aanbevelingen van de motorfabrikant.
Als de motor een Powerstarter optie heeft activeer de operateurcontrolehendel (om de rem los te maken) voordat u probeert de motor te starten.

Zie de "Waarschuwing" opmerkingen in het begin van de "In Werking Stellen" sectie.
- Start de motor op een ruim, vlak oppervlakte.
- Wanneer u de motor in beweging zet of bedient, moet u uw vingers, tenen op afstand houden en omstanders uit de buurt houden.
- Als de motor een Powerstarter optie heeft, moet u altijd de sleutel uit de ontstekingsschakelaar verwijderen. Bewaar dit op een veilige plaats om ongeoorloofd starten van de motor te voorkomen.
- Zie de handleiding van de motorfabrikant voor de start procedure. Denk er aan de operateurcontrolehendel in werking te stellen voordat u de motor in werking stelt.
- Als de motor een Powerstarter optie heeft, stop de sleutel in de ontstekingsschakelaar, daarna de instructies in de handleiding van de motorfabrikant volgen.

De regelklepcontrole van de Rover gebruikt deze symbolen om de gas- en choke-posities aan te geven:
Deze posities komen overeen met de instellingen vereist in de handleiding van de motorfabrikant.
De Powerstart optie van de Rover kan met de sleutel van de ontstekingsschakelaar aangemaakt worden, die aan de handvat gemonteerd is. De schakelaarplaat gebruikt symbolen om de functies van de sleutel op verschillende posities aan te geven. Deze verwijzen naar de staat van de startermotor;
O(uit), I (aan/start). Deze posities komen overeen met instellingen vereist in de handleiding van de motorfabrikant
De Motor Stoppen
- Zie de handleiding van de motorfabrikant voor afzetprocedure
- Als de Powerstart optie gemonteerd is verwijder de onstekingsschakelaarsleutel van de ontstekingsschakelaar en bewaar dit op een veilige plaats.

IN WERKING STELLEN (vervolg)
GRAS MAAIEN EN OPVANGEN

Zie en voig de instructies in de veiligheidsmaatregelen die in deze en geassocleerde handleidingen genoteerd zijn
•Monteer de Grasvagen op de maaier (zie "Montage" sectie).
- Start de motor en stel de snelte van de motor op snel ( ) op de regelklepcontrole.
- Regel de maalier tot de gewenste maaihoogte (zie "Regeling van de Maaihoogte").
- Stuur de maaier naar voren door het gras totdat de grasvanger gevuld is
- Stop de motor, verwijder de grasvanger en gooi het gemaaide gras weg
• Herhaal dit proces.

- Het is belangrijk om grote motorsnelheid te handhaven, om de beste resultaten in maaien en vangen te krijgen, daarom moet u de snelheid van de maaier regelen.
- Als de hoogte of de dichtheid van het gras te groot is (om in het begin een grote motorsnelheid te handhaven) dan moet u eerst het gras op een hogere setting maaien, en daarna pas op de gewenste hoogte.
* De messen moeten geregeld verwisseld worden om een scherpe snede te handhaven. - De maas in de grasbak moet altijd schoon gehouden worden zodat de grasbak goed gevuld kan worden.
- De onderkant van de maaierdek moet altijd schoon gehouden worden en vrij van grasafval.
DE OPTIE ZELF-RIJDENDE MAAIER
- Hoe de zelfvoortdrijvende Transmissie te gebruiken
- Start de motor en zet de snelheid van de motor op snel.
•Duw vooruit op de hefboom van de koppeling om de zelfvoortdrijvende drive aan de achterwielen te koppelen. Let er op dat de snelheid groter wordt naarmate u de hendel dichter bij het handvat beweegt. (zie figuur 9)
• Houd de hendel op de gewenste snelheid en maai langzamer of vlugger volgens de condities die u vindt. - Om de zelfvoortdrijvende drive los te maken moet u de hefboom losmaken en dit tot de vrije positie laten terugkomen

Voor de veiligheid laat de hendel voor zelf-rijden los en duw de machine wanneer u van richting verandert of wanneer u in een nauwe ruimte maait.

AANTEKENING: Het merendeel van problemen met maaimachines betreft de volgende zaken:
- Vuil of verontreiniging in de brandstof
- Een onjuist olieniveau in de motor
- Een verstopt, beschadigd of onjuist geplaatst luchtfilter
- Verkeerd onderhouden messer
(Zie het onderhoudgedeelte van deze handleiding en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de motor voor bijzonderheden)

- Overtuigt u zich er altijd van dat het gereedschap in een goede gebruiksstaat verkeert.
- Gebruik geen gereedschap dat versleten of beschadigde onderdelen heeft.
- Maak te allen tijde gebruik van originele Rover reserve onderdelen bij vervanging.
- Probeer nooit onderhoudswerkzaamheden die niet omschreven staan in deze handleiding. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde bevoegde Rover onderhoudsdealer.
- Voordat u enig onderhoud aan de maaimachine pleegt, overtuigt u zich ervan dat de motor stil staat en verwijder het kabel van de bougie.
- Voor de Powerstart uitvoering: voordat u enig onderhoud aan de maaimachine gaat beginnen, verwijder de sleutel uit het contactslot.
- Alle bechermingsplaten, messen, grasvangers en veiligheidslabels, als deze versleten of beschadigd zijn, moeten vervangen worden door de originele Rover onderdelen
- Bij het vervangen van messen en de mesbevestiging, maak gebruik van complete sets voor een goede balans.
- Verwijder aangekoekt grasafval rondom het uitlaatgedeelte om te voorkomen dat er brandgevaar ontstaat.

- Gebruik de handleiding van de fabrikant van de motor en houdt u zich aan de aanwijzingen.
- Zorg ervoor dat er geen vuil of verontreiniging komt in de benzinetank, de olie vulbuis, de behuizing van het luchtfilter, de carburator of de opening voor de bougle.
- Overtuigt u zich ervan dat er geen grasafval aankoekt in de ventilatiegaten naast het terugloop startmechanisme. Als deze ventilatiegaten niet schoon zijn kan de motor oververhit raken en beschadigen.
- Gebruik geen hogedruk reiniging om de maalier te wassen en zorg dat er geen water komt bij de motor en de elektrische onderdelen.
- Als u de maaimachine kantelt moet de bougie in de hoogste positie blijven om te voorkomen dat er olie in het luchtfilter en/of in de uitlaat lekt.
- Om te voorkomen dat er brandstof uit de tank lekt bij het kantelen van de maaimachine, zorg er voor dat er weinig benzine in de tank zit of dat deze leeg is.
- Zorg ervoor dat de maaimachine droog en schoon is en dat deze opgeslagen wordt op een goed geventileerde plaats.
ONDERHOUD (vervolg)
REINIGING IN HET ALGEMEEN

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van dit hoofdstuk - Als de motor loopt: open de afvoerklep nooit of kantel de maalmachine om de onderkant te wassen.
- Om verzekerde te zijn van veilig gebruik en een lange levensduur wordt aanbevolen om de maaimachine na elk gebruik schoon te maken. Dit voorkomt corrosie, oververhitting en brandgevaar terwijl het tegelijkertijd zorgt voor optimale prestaties:
Het reinigen van de onderkant van de maaimachine
- 3reng de maaimachine in de open lucht en plaats deze op een vlak gedeelte.
- Stel de snijhoogte op het maximum
- I erwijl de motor stilstaat, verwijder de grasvanger en open de grasafvoerklep
- Gebruik een tuinslang om alle grasalval weg te spoelen
- Bekijk de onderzijde van de maaimachine en herhaal de handelingen als deze nog niet schoon is
Zie pagina 66 voor maaiers met een wasinlaat naar keuze
Het reinigen van de bovenkant van de maaimachine
- Gebruik een droge poetslap of een zachte borstel om alle losse grasalval te verwijderen
- Gebruik een vochtige poetslap met een mild afwasmiddel om olie en ander vuil te verwijderen
- Verwijder de grasvanger van de maaimachine en spoel deze met een slang uit en was alle grasatval weg uit de binnenkant, de buitenkant en van het plaatgaas van de grasvanger
- Voordat u de maaimachine opbergt, laat deze eerst drogen
HET VERVANGEN VAN DE SNIJMESSEN

Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van dit hoofdstuk.
- 'let de motor in stilstand, verwijder de bougiekabel en de grasvanger, open de grasafvoerklep en zet deze klep vast in de open positie (zie atbeelding 10)
- Stel de maaimachine in op hoog snijden en vouw het bovenste gedeelte van het duwframe naar beneder
- Graai voorzichtig de snijplaat om bij de mesbouten te kunnen komen.
- Gebruik handschoenen en een passende moersleutel om de snijplaat te verwijderen.
- Jewaar de D-plaatjes (als deze toegepast zijn) en gooi de messen en de bouten en moeren weg.
- Streng de nieuwe messen aan en maak deze vast in de juiste opstelling (zie afbeelding 11)
- I rek de mesmoeren stevig aan (16 Nm)
- Verwijder de steun van de grasuitlaatklep en sluit deze en breng de bougiekabel weer aan

- Verwijder eerst al het grasafval dat aangekoekt is om de mesmoeren zodat de moersleutel past.
- Gebruik een ring- of dopsleutel om te voorkomen dat de moersleutel alglijdt of de mesmoeren beschadigt.
- Als de bouten op de juiste wijze zijn aangebracht moeten de messen vrij kunnen draaien.

Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van dit hoofdstuk.
Het verstellen van de Aandrijfkabel

In het geval dat de kabel versteld moet worden, zorg ervoor dat de aandrijving ontkoppeld is voordat de motor opgestart wordt omdat de maaier zich anders uit zichzelf kan gaan voortbewegen. Dit kan gecontroleerd worden door de maaimachine naar achteren te trekken (met gashendel geheel naar u toe) – de achterwielen moeten zich dan vrij kunnen bewegen.

- Stel het samenstel van de kabels niet te strak af.
- Als de overbrenging ook na het aanpassen blijft slippen, breng de maaimachine dan naar een erkende Rover dealer voor onderhoud.
ONDERHOUD (vervolg)
Het verstellen van de Aandrijfkabel (vervolg)
- Start de maaier in de vrije positie.
- Druk de gashandel naar voren totdat de afstand tussen de hendel en de duwstang 55 mm is (zie afbeelding 12)
- De aandijving moet nu gaan pakken.
• De aandrijving moet nu juist gaan werken, op die afstand van 55 mm. Als de aandrijving nog niet begint te werken, draai het duimwiel dan op het kabelbehuizingsblok, elke keer maar één klik in een beweging tegen de klok in, totdat de aandrijving pakt (zie afbeelding 13)
• Als de aandrijving pakt en de maalier begint te bewegen terwijl de ruimte groter is dan 55 mm, draai het duimwiel op het kabelbehuizingsblok dan, elke keer maar één klik, met de klok mee, totdat deze aanpakt (zie afbeelding 13) - lest de maaimachine uit op alle snelheden en zorg ervoor dat de aandrijving ontkoppelt als de gashendel losgelaten wordt en dat de overbrenging op volle snelheid niet slipt met de gashendel volledig open
- Als u nog steeds moeilijkheden ondervindt, ga dan naar uw dichtstbijzijnde erkende Rover dealer

- Zorg ervoor dat de kabel niet beschadigd is en recht is omdat dit de aandrijving kan beïnvloeden.
- 3reng een druppel smeermiddel aan op de draaipunten van de gashendel om zeker te zijn van een soepele en veilige bediening.

Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe
- Draai de kruiskopschroeven aan de voorkant en achterkant, in die volgorde, los (zie afbeelding 14
- Iil de plaat op en draai deze uit de machine zodat de bovenste overbrengingsonderdelen zichtbaar worden

3laas gras en stof uit de vrijgekomen openingen zodat de bovenkant van de uitrusting zichtbaar wordt

Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe

- Overtuigt u zich ervan dat de naar boven gebrachte ring op het koperen gedeelte van de aandrijfklabel in de groef past van het benedenste ondersteuningsframe voor de overbrenging en pas het deksel nauwkeurig op de opening voordat u de beschermplaat vastschroeft.
-
3edien de versnellingshendel niet als de beschermplaat los is of verwijderd is omdat u dan het benedenste ondersteuningsframe voor de aandrijving zult beschadigen.
-
Pas de kabel in haar sleuf op het benedenste ondersteuningstrøme voor de overbrenging en houdt het horizontaal naar oeneden gedrukt met een hand (zie afbeelding 15).
- Draai de beschermplaat in de juiste positie boven de kabel totdat deze goed past en blijf drukken op het deksel boven de kabel.
- Schroef het achterste gedeelte boven de kabel stevig vast
• Schroel het voorste gedeelte stevig vast

aat het toebehoren in het deksel als u het verwijdert of vervangt.

Het smeren van de aandrijfketting

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van dit hoofdstuk
- 3reng niet te veel smeermiddel aan op de ketting omdat het eraf kan schudden en tijdens het rijden op de aandrijvingskoppelingen terecht kan komen.
-
Zorg ervoor dat het smeermiddel niet in aanraking komt met de aandrijvingskoppelingen.
-
Verwijder de beschermplaat voor het aandrijvingsframe (zie "Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe") om de aandrijfketting bloot te leggen.
- Terwijl u de buitenste koppelingsplaat (met de klok mee) draait, breng een gelijkmatige laag geschikt (niet uit een spuitbus) smeermiddel aan over de volle lengte van de ketting (zie afbeelding 16).
- Breng de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe weer aan (zie: "Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe")

Joe het smeermiddel in een kan met een lange gepunte tuit om het aanbrengen te vergemakkelijken. Breng slechts een geringe hoeveelheid smeermiddel aan op de tanden tussen koppelingshendel en de steun die de uitstekende drijfas op zijn plaats houdt, bij het smeren van de ketting.

Afstelling van de Aandrijfketting

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van het onderhoudshoofdstuk
• Houdt de ketting op een juiste spanning om beschadiging en abnormale slijtage te voorkomen
• Zorg dat de ketting niet te strak zit.

- Overtuigt u zich ervan dat de motor en de uitlaat koud zijn voordat u gaat proberen om de ketting af te stellen, dit om brandwonden te voorkomen
- Verwijder de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe (zie: "Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe") en leg de aandrijtketting bloot
- Gebruik een lange dunne steel en druk stevig op de ketting, zo ver mogelijk van de bovenste tandwiel als mogelijk (zie afbeelding 17).
- Gebruik een geschikte kruiskop schroevendraaler en draai de afstelschroef totdat de ketting doorbuiging (boven) 5 mm is (zik afbeelding 18)
- Draai de buitenste koppelingsplaat (ketting), controleer de spanning van de ketting opnieuw en steil weer at als dit nodig is.
- Breng de beschermingsplaat voor het aandijvingsframe weer aan (zie: "Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe" in dit hoofdstuk).

- Draai de ketting afstelschroef met de klok mee (als u naar de kop van de schroef kijkt) om de ketting strakker te maken en andersom.
- Gebruik een heel lange kruiskop schroevendraaier om beter bij de afstelschroef te kunnen komen.
- Controleer de conditie van de ketting en het tandwiel en vervang deze wanneer dat nodig is.
Afstelling van de aandrijfriem

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van het onderhoudshoofdstuk.
-
Zorg ervoor dat de riem niet te strak of te los zit om beschadiging en abnormale slijtage te voorkomen.
-
Verwijder de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe (zie: "Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe") en leg de afstelschroef van de riem bloot (zie afbeelding 19)
- Gebruik een geschikte kruiskop schroevendraaler en schroef de afstelschroef zorgvuldig in totdat de voor volledig ingedrukt is
• Draai de afsteller twee (2) volledige omwentelingen terug. - Schudt de versnellingsbak om de overbrengingsas en deze moet ongeveer 2 mm onder het veergewicht bewegen (zie afbeelding 20)
- Breng de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe weer aan (zie: "Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe" in dit hoofdstuk)

- Verwijder alle grasafval van de onderkant van de versnellingsbak naast de afstelveer voordat u de rlemspanning afstelt.
- Breng een merkteken aan aan een kant van de kop van de afstelschroef zodat u gemakkelijk de twee volledige omwentelingen kunt vaststellen als u de riemspanning afstelt
- het vervangen van de aandrijfriem

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van het onderhoudshoofdstuk.
- Houdt rekening met de "Voorzichtig" aantekeningen in het "Afstelling van de drijfriem" gedeelte.

- Draag altijd handschoenen als u aan het snijmechanisme werkt.
- Draag handschoenen en beseft u zich dat er punten zijn die kunnen knellen als u werkt aan het drijfriem mechanisme.
- Zet de maaimachine stevig vast als u deze kantelt om bij de onderkant te kunnen komen.
- Plaats de achterwielen op steunblokken zodat de achterste uitstekende beschermplaat vrij van de grond is als u de voorkant van de maaier optilt. Dit voorkomt beschadiging van de beschermplaat die een verplicht veiligheidsonderdeel is.
- Verwijder de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe (zie: "Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe")
- Draai de stelschroef van de aandrijfriem los totdat de veer de onderkant van de behuizing van de versnellingsbak raakt (zie albeelding 21)
• Vouw de het duwframe naar beneden en verwijder de grasvanger. Plaats blokken van minstens 5 cm dikte onder de achterwielen. • Iil de voorkant van de maaier op, draaiend op de achterwielen, totdat het benedenstuk van het duwframe de grond raakt en zet de maaier stevig vast in deze positie - Draai de snij-assemblage om de twee bouten te kunnen zien die de riemafscherming vasthouden (zie afbeelding 22).
- Gebruik een geschikte moersleutel, verwijder beide bouten en plaatjes en neem de riemafscherming weg.
- Draai de versnellingsbak zodanig dat de riemschijf zich zo dicht mogelijk bij de riemschijf van de motor bevindt. Draai de riem van de versnellingsbak riemschijf en gooi de riem weg

Het vervangen van de aandrijfriem (vervolg)
- Alleen als de maaimachine uitgerust is met een volledige schijf en messen is het nodig om de snij-assemblage te verwijderen door de centrale bout en de drie bouten daaromheen los te draaien met geschikte moersleutels.
- Als de maaier is uitgerust met de "Op één lijn lerugdraai Messen" optie, draai beide messen dan naar achteren totdat de ibbel op het mes de messensteunstang raakt (zie albeelding 23).
- 3reng de nieuwe riem aan om de riemschijt van de motor, draai de versnellingsbak zodat de riemschijt zo dicht mogelijk bij die van de motor is. Draai de riem in de groet van de versnellingsbak riemschijt.
- Verstel de afstelschroef voor de drijfriem (zie het gedeelte over "Afstelling van de aandrijfriem"
- Sevestig de riematscherming, de vlakke plaatjes en draai de bouten stevig vast.
• 3reng de snij-assemblage weer op zijn plaats (als dat van toepassing is) en schroef de centrale bout en de drie omringende bouten en hun plaatjes losjes in, voordat u ze in de volgende volgorde en onder de volgende spanning vastschroelt centrale bout (65 - 70 Nm) en de drie omringende bouten (16 - 19 Nm) - Als de maaler is uitgerust met de "Op één lijn lerugdraai Messen" optie, draai de messen dan terug zodat ze in lijn zijn met de messensteunstang.
- 3reng de maaier naar beneden zodat alle wielen op de grond staan.
- 3reng de beschermingsplaat voor het aandrijvingstrame weer aan (zie: "Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingstrame" in dit hootdstuk).

- Verwijder het aangekoekte grasafval van de schroefkoppen van de riembeschermingsplaat zodat de moersleutel goed past.
- Maak de riembeschermingsplaat en de versnellingsbak goed schoon voordat deze weer worden gemonteerd.
- Controleer de tandwielen voor slijtage en beschadiging en overtuigt u zich ervan dat ze niet los zitten zonder de riem. Vernieuw als dat nodig mocht zijn
- Er zijn speciale riemen en tandwielen toegepast voor duurzaamheid en het nauwkeurig passen, vernieuw ze dus uitsluitend met originele Rover producten
Het afstellen van de koppelingen
Aantekening: Deze procedure is alleen nodig in het geval dat de kabelafstelling niet in staat is om voor voldoende aandrijfvermogen te zorgen. Deze afstelling is voor platen die na verloop van tijd zijn uitgesleten

- Ioudt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van het onderhoudshoofdstuk
- Verwijder de beschermingsplaat voor het aandrijvingsframe (zie: "Het verwijderen van de beschermplaat voor het aandrijvingsframe") zodat de aandrijf koppelingsplaten en andere atstelpunten zichtbaar worden
• 'laak de aandrijtketting volledig los door de kettingregelaar geheel los te draaien (zie afbeelding 24) - Maak de aandrijtriem volledig los door de riemregelaar geheel los te draaien (zie afbeelding 25).
- Gebruik een geschikte inbussleutel, verwijder de centrale bevestiging en de drukplaat aan het eind van de drijfas (zie albeelding 26).
- Verwijder de twee bevestigingspunten die de buitenste behuizing van de drijfas op zijn plaats houden (zie afbeelding 2/).
-icht het uiteinde van de drijfas lichtjes op laat de buitenste behuizing van de drijfas naar buiten glijden (zie afbeelding 28).
• Maak een aantekening welk markeringsteken (op de naal van de binnenste aandrijfplaat) zich richt op het uiteinde van de sluitrolpen (door de aandrijfas) (zie afbeelding 29). - Verplaats de aandrijfplaten en de aandrijfnok in een uitwaardse richting totdat de binnenste aandrijfplaat vrij is van de draaipen (zie afbeelding '29)
- Draai de binnenste aandrijfplaat totdat de draaipen in een lijn ligt met de markering met EtN extra groet dan oorspronkelijk hierboven genoteerd werd. Schuil terug om de aandrijfplaat vast te zetten ten opzichte van de draaipen in de nieuwe positie
- Streng de buitenste behuizing voor de aandrijtas weer aan en schroef deze stevig in de juiste positie.
- 3reng de centrale bevestiging en de drukplaat weer aan op het uiteinde van de aandrijfas, maak gebruik van het schroefdraadslot van de centrale bevestiging en draai stevig aan
- Stel de aandrijlketting opnieuw af (zie het gedeelte over "Alstellen van de aandrijlketting")
- Stel de aandrijfriem opnieuw af (zie het gedeelte over "Atstellen van de aandrijfriem")
- 3reng de beschermingsplaat voor het aandrijvingstrame weer aan (zie: "Het aanbrengen van de beschermplaat voor het aandrijvingstrame" in dit hooldstuk).
- Stel de koppelingskabel opnieuw af (zie het gedeelte over "Het verstellen van de aandrijfkabel")

- De merktekens op de naaf van de binnenste aandrijfplaat tonen de posities 'I', 'II', & 'III'. Afstelling 'I' wordt in het algemeen gebruikt voor een nieuwe aandrijfplaat terwijl afstelling 'III' bedoeld is voor een versleten plaat
- Als de kabelaanpassing onvoldoende is wanneer de binnenste aandrijfplaat in positie 'III' is moeten de aandrijfplaten vervangen worden
- teinig en breng nieuw vet aan op de tanden van de buitenste behuizing voor de aandrijfas aan de hendel voor u deze weer in elkaar zet.

Het smeren van de aandrijfpallen
- Breng de achterwielen van de grond en ondersteun deze.
- Verwijder de achterste wieldoppen en wielplugs (zie afbeelding 30).
- Controleer de binnenkant van de wielnaaf door het gat van de wielplug. Als u verontreiniging vindt moet het wiel afgenomen worden en worden schoon gemaakt.
- Om het wiel te verwijderen moet u de palplaat afnemen die het wiel aan de as bevestigd houdt. - Neem het wiel van de as en reinig het grondig.
- Gebruik schone motorolie, en breng een paar druppels olie aan op het uiteinde van de van de overbrengingsdrijfwerk boven de bevestigingsplaat en draai het drijfwerk zodat de olie kan binnendringen (zie afbeelding 31). Het drijfwerk moet vrij kunnen draaien, als het dat niet doet herhaal dan de genoemde procedure.
- Breng het wiel en de plaat weer aan en maak vast met een nieuwe palplaat.
- Als de wielnaaf schoon is, draai het wiel dan todat u het overbrenginsdrijfwerk kunt zien door het gat voor de wielplug.
- Gebruik schone motorolie, breng een paar druppels olie aan op het uiteinde van het drijfwerk (zie hierboven) en draai het wiel een keer of twee om de olie de gelegenheid te geven om binnen te dringen. Het wiel moet nu vrij kunnen draaien, als het dat niet doct, herhaal dan de procedure (zie afbeelding 31).
- Breng de wielpluggen en de wieldoppen weer aan.

- Gebruik een schroevendraaier met een smalle bek, of iets soortgelijks, tussen de wieldop en het wiel om de wieldop van het wiel te lichten, wees voorzichtig en buig het niet te ver.
- Palplaten hebben speciaal gereedschap nodig om ze te verwijderen en ze weer aan te brengen. Als u niet zeker bent raadpleeg dan uw dichtstbijzijnde bevoegde Rover dealer.
- Koop nieuwe palplaten voordat u de wielen afneemt omdat ze niet opnieuw gebruikt kunnen worden.

N.B. Het onderhoud van de accu wordt behandeld in het installatie gedeelte en in het volgende schema.

- Houdt rekening met de algemene "Waarschuwing" en "Voorzichtig" aantekeningen aan het begin van het onderhoudshoofdstuk.

Zorg ervoor dat de accu volledig geladen is om zeker te zijn van een lange gebruiksduur.
Maaier schoonmaken met gebruik van een optionele was opening:
- Plaats de maaiier buiten op een horizontale oppervlakte
- Zet de snijhoogte op de HOOG snijpositie
- Bevestig een tuinslang met knipsluiting, met de motor af
(verwijder eerst de dop), aan de was opening aan de binnenkant van de smijkamer (zie afbeelding 32)
• Zet de tuinslang aan - Ga terug naar de maaier, zet de motor aan en laat 1 minuut OP VOLLE SNELHEID lopen.
- Zet de motor en de tuinslang allebei af.
- Verwijder de tuinslang van de was opening en doe de dop er weer op.
- Bezie de onderkant van de maaier, en gebruik de tuinslang om de laatste overblijfselen te verwijderen als zijn niet geheel schoon is.

| Voor het Na het Tidjens het Elke Elke Onderdelen | Actie | maaien | maaien | maaien | 5 uur | 2.5 uur | Bijzonderheden |
| Maaimachine algemeer | Reinig boven-en onderkan | ● | |||||
| Luchtiliter elementer | Controleer en reinig | ● | Raadpleeg de handleiding van de motor van de fabrikant voor instructie . | ||||
| Motorolie | Controleer het nivc | ● | Raadpleeg de handleiding van de motor van de fabrikant voor instructie . | ||||
| Motorolie | Vernieuw | Raadpleeg de handleiding van de motor van de fabrikant voor instructie . | |||||
| Bougie van de motor | Controleer en reinig | Raadpleeg de handleiding van de motor van de fabrikant voor instructie . | |||||
| Motor algemeen | Controleer en reinig | ● | Raadpleeg de handleiding van de motor van de fabrikant voor instructie . | ||||
| Gashendel kabe | Controleer en smeer | ● | Als de binnenste kabel strak zit, doe er olie op Monteer een nieuwe kabel als deze beschadigd of geknikt is | ||||
| Controlemechanisme dat de bediener aanwezig is | Controleer dat de messenrem de motor doet afslaan als de hendel losgelaten wordt Smeer de hendel draaipunter | ● | Als u twijfelt of als de motor niet werkt laat deze nazien door een bevoegde dealer | ||||
| Snijmessen | Controleer | ● | Vernieuw als deze versleten, beschadig of verbogen is of als de assemblage uit balans is . | ||||
| Aandrijlkabel (wanneer toegepast) | Controleer op beschadiging en knikker Atstellen | ● | Wanneer nodig, vernieuw. | ||||
| ● | ● | ||||||
| Aandrijl-assemblage Onder het aandrijf trame (wanneer toegepast) | Controleer en reinig | ● | |||||
| Aandrijtketting (wanneer toegepast) | Smeren Atstellen | Elke 50 uur | |||||
| Elke 100 uur | |||||||
| Aandrijf riem (wanneer toegepast) | Controleer en reinig Atstellen | ● | ● | Vernieuw de riem als de afstellingsprocedure geen volledige aandrijving oplevert | |||
| Beschermdeksel voor de aandrijfriem | Verwijder, maak schoon en controleei | Elke 50 uur | |||||
| Aandrijtpallen (wanneer toegepast) | Controleer, reinig, smeer | ● | Op drassige grond: controleer vaker er reinig en smeer naar behoever . | ||||
| Beschermkapper en veiligheidslabels | Controleer en reinig | ● | Vernieuw voor het volgende maaien | ||||
| Accu (wanneer toegepast) | Controleer en reinig Oplader | ● | Zorg dat de accu stevig vastzit in de doos Naar behoeven, maar vooralna eer lange periode van stilstanc . | ||||
| Sleutelcontact (wanneer toegepast) | Controleer | ● | Vernieuw als deze beschadigd i . | ||||
| Bedradingsframe (wanneer toegepast) | Controleer | ● | Vernieuw als deze beschadigd i . |
HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN ALGEMEEN

- Probeer nooit herstelwerkzaamheden uit te voeren die hier niet omschreven zijn of in bijbehorende handleidingen. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde bevoegde Rover dealer
- Als u onderdelen vervangt, gebruik dan altijd originele Rover onderdelen.

- Voor problemen met de motor en herstelwerkzaamheden, gebruik de handleiding van de fabrikant van de motor
- Als u herstelwerkzaamheden uitvoert, raadpleeg dan de van toepassing zijnde instructies in deze handleiding
•:r kunnen ook andere handleidingen bij uw maaimachine zijn die verband houden met specifieke mogelijkheden van de maaier. Gebruik deze handleidingen voor het oplossen van problemen voor deze mogelijkheden
| Probleem Mogelijke oorzaken Herstelwerkzaamheid | ||
| Je motor wil niet starten | Brandstof toevoer | Vul de benzinetank*Prepareer het brandstofsysteem*Open de benzinekraan (wanneer toegepast)*Verwijder en vervang oude of vervuilde brandstof*Schuif de gashendel of choke naar "snel"Stel de gaskabel opnieuw af*Laat een bevoegde monteur uw motor een onderhoudsbeurt gever |
| Luchtilter | Reinig of vervang het luchtilter* | |
| Bougie | teinig / stel af / vervang de bougie*3reng de bougiekabel opnieuw aanLaat een bevoegde monteur uw motor een onderhoudsbeurt gever | |
| Controlemechanisme dat de bediener aanwezig is | Stel het "Controlemechanisme dat de bediener aanwezig is" in werkingBreng opnieuw aan / vervang een losse / gebroken kabeLaat een bevoegde monteur uw motor een onderhoudsbeurt gever | |
| -let gras wordt ongelijkmatig gesneder | De messen zijn stomp / versleten / verbogen | Vervang de messer |
| De motorsnelheid is te laag | Ga met volle kracht | |
| De afsnijhoogte is te laag | Breng de afsnijhoogte naar boven | |
| De grondsnelheid is te hoog | Pas een lagere grondsnelheid toe | |
| Gemaaid gras valtijdens maaien | Raadpleeg het gedeelte over "Ongelijkmatig gras snijden" | Raadpleeg het gedeelte over "Ongelijkmatig gras snijden" |
| Je grasbak is vol | Ledig de grasbak | |
| -let gaas van de grasbak / de openingen zijn vuil of geblokkeerc | Reinig het gaas / de openingen, zodat er optimale luchtstroom ontstaat | |
| Je grasbak is beschadigd | Vervang de grasbak | |
*Verwijzing: Zie de handleiding van de fabrikant van de motor voor bijzonderheden en instructie:
DE POWERSTART OPTIE
| Probleem Mogelijke oorzaken Herstelwerkzaamheid | ||
| De motor draait langzaam | Slechte elektrische contactenEen kapotte of lege accu | Repareer de elektrische contacterVervang kapotte elektrische kabelsVervang / laadt op de acci |
| De motor slaat niet aan | Raadpleeg het gedeelte over “De motor draait langzaam”Defect contactslotDefecte startmotorControlemechanisme dat de bediener aanwezig is | Raadpleeg het gedeelte over “De motor draait langzaam”Vervang het contactslotLaat een bevoegde monteur uw motor een onderhoudsbeurt geverStel het “Controlemechanisme dat de bediener aanwezig is” in werkingHerstel / vervang een losse / gebroken kabeLaat een bevoegde monteur uw motorrem een onderhoudsbeurt gever |
DE OPTIE ZELF-RIJDENDE MAAIER
| Probleem Mogelijke oorzaken Herstelwerkzaamheid | ||
| De overbrenging slipt onder belasting | • De aandrijfkabel is beschadigd / los / niet goed afgestelc• Er is geen verdere afstelling meer mogelijk voor de aandrijfkabel• De aandrijfkoppelingen zijn beschadigd of versleter• Een slippende aandrijfriem | • Vervang / herbevestig / stel af de aandrijfkabels• Stel de aandrijfkoppelingen af• Vervang de aandrijfkabe• Vervang de aandrijfplater• Stel af of vervang de aandrijfriemen• Vervang versleten aandrijf tandwieler• Vervang een kapotte riemdrukveer |
| De aandrijving werkt niet | • Raadpleeg het "Overbrenging slipt onder belasting" gedeelte• De versnellingsbak is beschadigd of vast geloper• De koppelingsplaat aandrijlpen is gebroken• De tandrolpen van de laatste aandrijving is algebroker• een gebroken of losgeraakte aandrijf ketting• een gebroken of losgeraakte aandrijf riem• Het tandrad van de motor is stuk• De pen van het tandwiel van de versnellingsbak is gebroker• De overbrengings rondsels / pennen van de aandrijfwielen zijn stuk / versleter | • Raadpleeg het gedeelte betreffende "De Overbrenging slipt onder belasting"• Vervang de versnellingsbak• Vervang de rolper• Vervang de rolper• Vervang / breng opnieuw aan, de aandrijfketting• Vervang / breng opnieuw aan, de aandrijfriemer• Vervang de sleutel in het aandrijftandrac• Vervang de rolper• Vervang kapotte / versleten onderdeler |
| De maaier beweegt niet gemakkelijk wanneer het drijfwerk in "vrij" staat | • De achterwielen zijn vastgelopen door invloeden van buiter• De pallen in de achterwielen zijn beschadigd of vastgeloper• De lagers van de wielen zijn vastgelopen. | • Reinig en smeer de achterwieler• Reinig of vervang de paller• Vervang de wiellagers |
PREFAZIONE
NL Voor uw informatie
| Handelaar | Product |
| • Naam: | • Type: |
| • Adres: | • Serienummer: |
| • Telefoonnummer | • Aankoopdatum |