CF232590 - Oven CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CF232590 CONSTRUCTA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CF232590 CONSTRUCTA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CF232590 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CF232590 van het merk CONSTRUCTA.
GEBRUIKSAANWIJZING CF232590 CONSTRUCTA
[nl] Gebruiksaanwijzing 31
Veiligheidsvoorschriften 31
Milieuvriendelijk afvoeren.... 32
Uw nieuwe apparaat 32
Voor het eerste gebruik.... 33
Apparaat bedienen 33
Reiniging en onderhoud ....41
Storingen en reparaties....43
Testgerechten 45
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift goed. Geeft u het apparaat door aan anderen, doe de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift er dan bij.
Voor het inbouwen
Transportschade
Controleer het apparaat na het uitpakken. Bij transportschade mag u het apparaat niet aansluiten.
Elektrische aansluiting
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Instructies voor uw veiligheid
Dit apparaat is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten.
Volwassenen en kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht gebruiken wanneer
■ ze hiertoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn,
■ of niet over de nodige kennis en ervaring beschikken.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Risico van verbranding!
Nooit de hete binnenvlakken en verwarmingselementen van de binnenruimte aanraken. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Er kan hete stoom vrijkomen. Houd kleine kinderen uit de buurt.
Risico van brand!
Geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Zet het apparaat uit. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
Risico van kortsluiting!
Nooit aansluitkabels van elektrische apparaten tussen de hete apparaatdeur beklemd laten raken. De isolatie van de kabel kan smelten.
Kans op verbrandingen!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan hete waterdamp.
Risico van verbranding!
Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Gebruik alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage en open de deur van het apparaat voorzichtig.
Risico van verbranding!
Nooit hete toebehoren of vormen zonder pannenlappen uit de binnenruimte nemen.
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Wanneer het apparaat defect is, trek de stekker dan uit het stopcontact of schakel de betreffende zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Attentie!
Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Attentie!
Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
Attentie!
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Attentie!
De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kunnen aangrenzende voorzijden van meubels op den duur worden beschadigd.
Attentie!
Is de ovendichting sterk vervuild, dan sluit de ovendeur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen worden beschadigd. De ovendichting altijd schoon houden.
Attentie!
Niet op de open ovendeur zitten of staan. Geen vormen of toebehoren op de ovendeur plaatsen.
Attentie!
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

* Dit apparaat is conform de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro- en elektronica-apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gekarakteriseerd.
De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Uw nieuwe apparaat
In dit hoofdstuk vindt u informatie over het apparaat, de functies en de toebehoren.
BEDIENINGSPANEEEL
Druk op de indrukbare bedieningsknoppen om ze in en uit te klikken.

text_image
Elektronische klok 20:08 Klokfunctietoets Draaiknop Functiekeuzeknop TemperatuurkeuzeknopBedieningselement Gebruik
| Klokfunctietoets Klokfunctie kiezen (zie het hoofdstuk Elektronische klok) |
| Draaiknop Instellingen binnen een klokfunctie uitvoeren |
| Functiekeuzeknop Functie kiezen |
| Temperatuurkeuzeknop Temperatuur kiezen |
Functions
Functie Toepassing
| Hete lucht voor het bakken en braden op één of twee niveaus | |
| Ontdooistand | voor het voorzichtig ontdooien van vlees, brood en kwetsbaar gebak (bijv. slagroomtaart) |
| Boven- en onderwarmte | voor het bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor taarten met een vochtige bedekking (bijv. kwarktaart). |
| Pizzastand | voor diepvries kant-en-klaar producten en voor gerechten die veel warmte aan de onderkant nodig hebben (zie het hoofdstuk: Bakken) |
| Onderwarmte | voor gerechten en bakwaren die aan de onderkant sterker gebruind of krokant moeten worden. Schakel de onderwarmte aan het einde van de baktijd slechts kort in. |
| Rondom-grillen voor gevogelte en grotere stukken vlees. | |
| Groot grill-oppervlak | voor platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, worstjes) |
| Klein grill-oppervlak | voor kleine hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, toast) |
| Ovenverlichting | als hulp bij het onderhoud en schoonmaken van de binnenruimte |
Inschuifhoogtes
De binnenruimte heeft vier inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Bij het bakken en braden met hete lucht 📁 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter bak- en braadresultaat.

Bij de levering van uw apparaat zijn de volgende toebehoren inbegrepen:

Bakplaat, aluminium
voor het bakken van plaatgebak en klein gebak

Braadslede, geëmailleerd
voor het bakken van vochtig gebak, voor het braden, het grillen en het opvangen van afdruipende vloeistof

Rooster, gebogen
voor het bakken in vormen, het braden in braadservies en het grillen.
Meer toebehoren kunt u kopen in speciaalzaken:
Toebehoren Bestelnr.
| Bakplaat, aluminium CZ 1332 X0 | |
| Bakplaat, geëmailleerd CZ 1342 X0 | |
| Braadslede, geëmailleerd CZ 1242 X0 | |
| Rooster, vlak CZ 1442 X0 | |
| Rooster, gebogen met schepgat CZ 1432 X0 | |
| Systeem-stoomapparaat CZ 1282 X0 | |
| Afzonderlijk te bestellen 2-voudige CLOUuitschuifrails | CZ 1702 X0 |
| Afzonderlijk te bestellen 3-voudige CLOUuitschuifrails | CZ 1742 X0 |
| Afzonderlijk te bestellen 4-voudige CLOUuitschuifrails | CZ 1752 X0 |
| Veiligheidsinrichting voor ovendeur 440651 | |
Bakplaat en braadslede kunnen door grote temperatuurverschillen (bijv. bij diepvriesgerechten in de hete binnenruimte) iets kromtrekken.
Voor het eerste gebruik
Stel de tijd in en maak het apparaat schoon voor de eerste keer dat u het gebruikt.
Tijd instellen
Op het klokdisplay knippert 0:00.
- Op de klokfunctietoets drukken.
De symbolen ◀️ en Ⓧ zijn verlicht. Op het klokdisplay verschijnt 12:00.
- Met de draaiknop de actuele tijd instellen.
Uw instelling wordt na 3 seconden automatisch overgenomen.

text_image
12:35Tijd wijzigen
Om de tijd achteraf te veranderen, drukt u zo vaak op de klokfunctietoets tot de symbolen ◀◀ en ⚙ weer verlicht zijn. Met de draaiknop de tijd wijzigen.
Apparaat reinigen
Maak het apparaat voor het eerste gebruik schoon
- Toebehoren en verpakkingsresten uit de binnenruimte verwijderen.
- Toebehoren en binnenruimte schoonmaken met warm zeepsop (zie het hoofdstuk: Reiniging en onderhoud).
- Boven- en onderwarmte ☐ op 240 °C 30 minuten lang verwarmen.
- De afgekoelde binnenruimte met warm zeepsop afnemen.
- Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek en zeepsop.
Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk leest u hoe u het apparaat in- en uitschakelt en een functie en de temperatuur kiest.
Apparaat inschakelen
- Aan de functiekeuzeknop draaien tot de gewenste functie ingesteld is.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot de gewenste temperatuur ingesteld is.
Het indicatielampje ⚡ brandt terwijl het apparaat opwarmt en altijd bij het nawarmen.
Apparaat uitschakelen.
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- Temperatuurkeuzeknop in de stand ● terugdraaien.
Na het uitschakelen kan de koelventilator nalopen.
Elektronische klok
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u de kookwekker instelt
■ hoe u het apparaat automatisch uitschakelt
■ hoe u het apparaat automatisch in- en uitschakelt (voorkeuze-functie)
■ hoe u de tijd instelt
Klokdisplay

text_image
h 12:35 min Klokfunctietoets Draaikno pKlokfunctie Gebruik
| Kookwekker | U kunt de wekker gebruiken als een kook- of eierwekker. Het apparaat gaat niet automatisch aan of uit. | |
| Gebruiksduur | Het apparaat gaat na een ingestelde gebruiksduur (bijv. 1:30 uur) automatisch uit | |
| Gebruikseinde | Het apparaat gaat op een ingesteld tijdstip (bijv. 12:30 uur) automatisch uit | |
| Voorkeuze-functie | Het apparaat wordt automatisch in- en uitgeschakeld. Gebruiksduur en gebruikseinde worden gecombineerd | |
| Tijd | Tijd instellen |
Aanwijzingen
- Bij het instellen van een klokfunctie wordt het tijdsinterval langer wanneer u hogere waarden instelt (bijv. gebruiksduur tot 1:00h met een precisie van één minuut, hoger dan 1:00h met een precisie van 5 minuten in te stellen).
■ Tussen 22:00 en 5:59 uur wordt het klokdisplay verduisterd wanneer u in deze tijd niets instelt of er geen klokfunctie geactiveerd is.
Bij de klokfuncties Kookwekker ⬆, Gebruiksduur I→I, Gebruikseinde →I en Voorkeuzefunctie klinkt na afloop van de instellingen een signaal en het symbool ⬆ resp. →I knippert. Wilt u het geluidssignaal voortijdig beeindigen, druk dan op de klokfunctietoets.
Klokdisplay uit- en inschakelen
- De klokfunctietoets 6 seconden lang indrukken.
Het klokdisplay gaat uit. Is er een klokfunctie actief, dan blijft het bijbehorende symbool verlicht.
- De klokfunctietoets kort indrukken.
Het klokdisplay gaat aan.
Kookwekker
- De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◇ ▶ en △ verlicht zijn.
- Met de draaiknop de tijdsduur instellen (bijv. 5:00 minuten). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en de kookwekker loopt af.

text_image
5:00 minGebruiksduur
Automatisch uitschakelen na een ingestelde tijdsduur.
- Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
- De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀◀ en I→I erlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en de ingestelde gebruiksduur loopt af.

Na afloop van de gebruiksduur schakelt het apparaat automatisch uit.
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- De klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beeindigen.
Gebruikseinde
Automatisch uitschakelen op een ingesteld tijdstip.
- Functie en temperatuur instellen.
Het apparaat warmt op.
-
De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀ en →I erlicht zijn.
-
Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. 12:30 uur).
De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven.

Op het tijdstip van het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit.
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- De klokfunctietoets indrukken om de klokfunctie te beeindigen.
Voorkeuze-functie
Het apparaat schakelt automatisch in en op het tijdstip van het gekozen gebruikseinde uit. Combineer hiervoor de klokfuncties Gebruiksduur en Gebruikseinde.
Let erop dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte mogen staan.
- Functie en temperatuur instellen.
Het apparaat warmt op. - De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀◀ en I→I verlicht zijn.
-
Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur). De instelling wordt automatisch overgenomen.
-
De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀ en →l verlicht zijn.
- Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. 12:30 uur).
Het apparaat schakelt uit en wacht op een geschikt tijdstip om in te schakelen (in het voorbeeld om 11:00 uur). Op het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit (12:30 uur).
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- De klokfunctietoets indrukken om de voorkeuzefunctie te beeindigen.
Tijd instellen
U kunt de tijd alleen wijzigen wanneer er geen andere klokfunctie actief is.
- De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀️ en ⚙️ verlicht zijn.
- Met de draaiknop de tijd instellen.
De instelling wordt automatisch overgenomen.

text_image
12:35Instellingen controleren, corrigeren of wissen
- Om uw instellingen te controleren drukt u zo vaak op de klokfunctietoets tot het betreffende symbool verlicht is.
- Zo nodig kunt u de instelling met de draaiknop corrigeren.
- Wanneer u de instelling wilt wissen, draait u de draaiknop naar links terug op de oorspronkelijke waarde.
Bakken
Bij het bakken met hete lucht 📁 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter bak- en braadresultaat.
Toebehoren voor het bakken
Bakvormen
Gebruik donkere bakvormen van metaal. Blikken en glazen vormen verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wilt u met blikken vormen en boven- en onderwarmte □ bakken, gebruik dan inschuifhoogte 1.
Plaats een rechthoekige vorm altijd diagonaal en een ronde bakvorm altijd in het midden van het rooster.
Bakplaten
Wij raden u aan uitsluitend de originele bakplaten te gebruiken, omdat deze optimaal op de binnenruimte en de functies zijn afgestemd.
Schuif de bakplaten altijd voorzichtig in tot de aanslag. Let erop dat de schuine kant van de bakplaat altijd naar de apparaatdeur wijst.
Bakken op twee niveaus
Gebruik bij het bakken op twee niveaus bij voorkeur bakplaten en schuif deze tegelijkertijd in.
Houd er rekening mee dat uw gebak op de verschillende niveaus niet even snel bruin wordt. Het gebak op het onderste niveau wordt het snelst bruin en kan vroeger uit de oven worden genomen.
Baktabel voor basisdeeg
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor bakplaten van aluminium en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
| Basisdeeg Inschuif- | Hete lucht Boven-en | onderwarmte | |||
| hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Roerdeeg | |||||
| Plaatgebak met bedekking | 1 | 150 - 160 | 30 - 40 | 1 | 180 - 190 |
| 1 + 3 | 150 - 160 | 35 - 45 | - | - | |
| Spring-/rechthoekige vorm | 1 | 150 - 160 | 55 - 70 | 2 | 160 - 170 |
| Zandtaartdeeg | |||||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 | 160 - 170 | 45 - 55 | 1 | 190 - 200 |
| 1 + 3 | 160 - 170 | 60 - 70 | - | - | |
| Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur | 1 | 160 - 170 | 70 - 80 | 1 | 180 - 190 |
| Springvorm, bijv. kwarttaart 1 160 - 180 50 - 90 2 160 - 180 | |||||
| Vorm vruchtentaartbodem | 1 | 160 - 170* | 25 - 35 | 2 | 170 - 180* |
| Biscuitbeslag | |||||
| Biscuitrol | 1 | 180 - 190* | 10 - 15 | 1 | 200 - 210* |
| Biscuit (6 eieren) | 1 | 150 - 160 | 30 - 45 | 2 | 160 - 170 |
| Biscuit (3 eieren) | 1 | 150 - 160* | 20 - 30 | 2 | 160 - 170* |
| Gistdeeg | |||||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel | 1 | 170 - 180 | 45 - 55 | 1 | 190 - 200 |
| 1 + 3 170 - 180 50 - 60 -- | |||||
| Gistkrans/-vlecht (500g) | 1 | 160 - 170 | 35 - 45 | 1 | 180 - 190 |
| Springvorm | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | 2 | 160 - 170 |
| Tulbandvorm | 1 | 160 - 170 | 35 - 45 | 2 | 170 - 180 |
* Oven voorverwarmen
| Klein gebak | Hete lucht ☑ Boven- en | onderwarmte ☐ | |||
| Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Gistdeeg | 1 | 160 - 170 | 15 - 25 | 2 | 180 - 190 |
| 1 + 3 | 160 - 170 | 20 - 30 | - | - | |
| Baisermassa | 1 | 80 | 130 - 150 | 2 | 80 |
| 1 + 3 | 80 | 150 - 170 | -- | ||
| Bladerdeeg/soezendeeg | 1 | 190 - 210* | 20 - 30 | 1 | 200 - 220* |
| 1 + 3 | 190 - 210* | 25 - 35 | - | - | |
| Roerdeeg, bijv. muffins | 1 | 150 - 160* | 25 - 35 | 1 | 170 - 180* |
| 1 + 3 | 150 - 160* | 30 - 40 | - | - | |
| Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes | 1 | 140 - 150* | 15 - 20 | 2 | 150 - 160* |
| 1 + 3 | 130 - 140* | 20 - 25 | - | - | |
* Oven voorverwarmen
| Brood/broodjes | Hete lucht Boven- en | onderwarmte | |||
| Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Wit brood (op de plaat) | 1 | 230* | 20 - 30 | 1 | 240* |
| Wit brood (bakblik) | 1 | 230* | 20 - 30 | 2 | 240* |
| Rogge-tarwebrood voorbakken (op de plaat) | 1 | 220* | 10 - 15 | 1 | 240* |
| Rogge-tarwebrood afbakken (op de plaat) | 1 | 180* | 20 - 30 | 1 | 200* |
| Rogge-tarwebrood voorbakken (in bakblik) | 1 | 220* | 10 - 15 | 2 | 240* |
* Oven voorverwarmen
| Brood/broodjes Inschuif- | Hete lucht Boven- en | onderwarmte | |||
| hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Rogge-tarwebrood afbakken (in bakblik) | 1 | 180* | 20 - 30 | 2 | 200* |
| Broodjes 1 220* 15 - 25 1 240* | |||||
| Plat rond brood 1 220* 15 - 25 1 240* | |||||
* Oven voorverwarmen
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten
De pizzastand is zeer geschikt voor het bereiden van verse gerechten, waarvoor veel warmte van de onderkant nodig is, en voor kant-en-klare diepvriesproducten.
Let op de volgende punten:
■ Bekleed de bakplaat met bakpapier
■ Leg frites niet op elkaar
■ Keer diepvries-aardappelproducten na de helft van de baktijd om.
■ Kruid diepvries-aardappelproducten pas na het bakken
■ Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen voorgebakken broodjes is wanneer u deze afbakt. Leg er niet te veel op de bakplaat
■ Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor bakplaten van aluminium. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
De opgaven in de tabel gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
Met de pizzastand 📁 kunt u niet op meerdere niveaus bakken.
| Gerechten Inschuif- | Hete lucht Pizzastand | ||||
| hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Pizza, vers | 1 | 180 - 190 | 20 - 30 | 1 | 200 - 220* |
| 1 + 3 | 170 - 180 | 35 - 45 | - | - | |
| Pizza, diepvries | 1 | 180 - 200 | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| 1 + 3 | 170 - 190 | 20 - 30 | - | - | |
| Gemarmerde cake | 1 | 190 - 200* | 15 - 25 | 1 | 210 - 230* |
| Quiche | 1 | 170 - 180 | 45 - 55 | 1 | 180 - 200* |
| Taart | 1 | 190 - 200* | 30 - 45 | 1 | 200 - 220* |
| Zwitserse vruchtentaart | 1 | 170 - 190* | 45 - 60 | 1 | 170 - 190 |
| Aardappelgratin van ongekookte aardappels | 1 | 180 - 190 | 60 - 70 | 1 | 170 - 180 |
| Strudel, diepvries | 1 | 180 - 200 | 35 - 45 | 1 | 180 - 200 |
| Aardappelproducten | |||||
| Frites | 1 | 190 - 210 | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| 1 + 3 | 170 - 190 | 25 - 35 | - | - | |
| Kroketten/rösti | 1 | 180 - 200 | 25 - 35 | 1 | 200 - 220 |
| Brood en banket | |||||
| Broodjes, diepvries | 1 180 | - 200 | 5 - 15 | 1 | 170 - 190* |
| Voorgebakken broodjes, diepvries | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 1 | 170 - 190* |
| Voorgebakken broodjes | 1 | 180 - 200 | 5 - 15 | 1 | 170 - 190* |
* Oven voorverwarmen
Tips en trucs
| Het gebak is te licht | Inschuifhoogte en aanbevolen bakgerei controleren. De bakvorm op het rooster en niet op de bakplaat plaatsen. Langere baktijd of hogere temperatuur aanhouden. |
| Het gebak is te donker | Inschuifhoogte controleren. Een kortere baktijd of lagere temperatuur aanhouden. |
| Het gebak in de bakvorm is ongelijkmatig bruin geworden | Inschuifhoogte en temperatuur controleren. Bakvorm niet direct voor de luchtuitlaat van de achterwand van de binnenruimte plaatsen. Controleer of de bakvorm goed op het rooster staat. |
| Het gebak op de bakplaat is ongelijkmatig bruin geworden | Inschuifhoogte en temperatuur controleren. Bij het bakken van klein gebak gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| Het gebak is te droog. | Een kortere baktijd en een wat hogere temperatuur aanhouden. |
| Het gebak is van binnen te vochtig | Temperatuur verlagen Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Baktijd verlengen en het deeg langer laten rijzen. Minder vloeistof aan het deeg of beslag toevoegen. |
| Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomen. | Minder vloeistof aan het deeg of beslag toevoegen. Baktijd verlengen of de temperatuur verlagen. |
| De opgegeven baktijd is niet juist | Controleer bij klein gebak de hoeveelheid op de bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken. |
| Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin geworden | Wanneer diepvriesproducten na het voorbakken in ongelijke mate bruin zijn geworden blijft dit zo na het bakken. |
| Diepvriesproduct is niet bruin, niet knapperig of de opgegeven tijd is niet juist | Verwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. |
Braden
⚠️ Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Bij het braden met hete lucht ✅ inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt.
Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte □ om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.
Bakken in de braadslede
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Braden in de braadslede met rooster
Leg het rooster in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Vlees Inschuif- | Hete lucht Boven- en | onderwarmte | |||
| hoogte | Temperatuur in °C | Braadtijd in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Gehakt (van 500 g vlees) | 1 | 170 ☐ 180 | 60 ☐ 70 | 2 | 200 ☐ 210 |
| Vis, heel (300 g) | 1 | 160 ☐ 170 | 30 ☐ 40 | 3 | 180 ☐ 200 |
| Vis, heel (700 g) | 1 | 160 ☐ 170 | 40 ☐ 50 | 2 | 180 ☐ 200 |
| Varkensvlees | |||||
| Filet, medium (400 g) | 1 | 170 ☐ 180 | 30 ☐ 45 | 3 | 200 ☐ 220 |
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) | 1 | 160 ☐ 170 | 120 ☐ 150 | 2 | 190 ☐ 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 1 | 160 ☐ 170 | 100 ☐ 130 | 2 | 190 ☐ 210 |
| Braadstuk mager (1 kg) | 1 | 170 ☐ 180 | 80 ☐ 100 | 2 | 200 ☐ 220 |
| Casselerrib | 1 | 160 - 180 | 60 ☐ 80 | 2 | 190 ☐ 210 |
| Rundvlees | |||||
| Filet, medium (1 kg) | 1 | 180 ☐ 190 | 40 ☐ 60 | 2 | 200 ☐ 220 |
| Rosbief, medium (1,5 kg) | 1 | 180 ☐ 190 | 30 ☐ 45 | 2 | 200 ☐ 220 |
| Stoofvlees (1,5 kg)* | 1 | 170 ☐ 180 | 120 ☐ 150 | 2 | 200 ☐ 220 |
* Stoofvlees gesloten braden
** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
| Vlees | Hete lucht | Boven- en onderwarmte | |||
| Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | Braadtijd in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Kalfsvlees | |||||
| Kalfsvlees/-borst (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 180 - 200 |
| Schenkel | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 |
| Gevogelte (ongevuld) | |||||
| Kip, heel (1 kg) | 1 | 170 - 180 | 60 - 70 | 2 | 200 - 220 |
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 1 | 190 - 210 |
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 | 150 - 160 | 130 - 180 | 2** | 180 - 200 |
* Stoofvlees gesloten braden
** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Tips en trucs
| Korst te dik en/of vlees te droog | Inschuifhoogte controleren. Lagere temperatuur of kortere braadtijd aanhouden. |
| Korst te dun | Temperatuur verhogen of na afloop van de braadtijd de grill even inschakelen. |
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte. Braadtijd verlengen. Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Grillen
Attentie!
Beschadiging van keukenmeubels door het grillen bij open apparaatdeur: Aangrenzende meubels worden door grote hitte beschadigd. Laat de apparaatdeur dicht tijdens het grillen.
Gebruik om te grillen altijd het rooster en de braadslede. Leg het rooster in de braadslede en schuif beide in op de inschuifhoogte die in de grilltabel wordt opgegeven Zet de gerechten van de grill altijd midden op het rooster.
Let er bij het grillen van meerdere vleesstukken op dat het soort, de dikte en het gewicht van het vlees hetzelfde is.
Rondom-grillen
Rondom grillen is bijzonder geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. varkensvlees met zwoerd), dat rondom knapperig gegrild moet worden.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.
Bij het rondom-grillen op het rooster kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker vervuild raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met rooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat de gerechten van de grill aan het einde nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill | Inschuifhoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten |
| Rosbief, medium | 2 | 220 - 240 | 40 - 50 |
| Lamsbout zonder been, medium | 2 | 170 - 190 | 120 - 150 |
| Varkensvlees | |||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd | 2 | 170 - 190 | 140 - 160 |
| Varkensschenkel | 2 | 180 - 200 | 120 - 150 |
| Gevogelte (ongevuld) | |||
| Halve kippen, 1 - 2 stuks | 2 | 210 - 230 | 40 - 50 |
| Kip, heel, 1 - 2 stuks | 2 | 200 - 220 | 60 - 80 |
| Eend, heel, 2-3 kg | 2 | 180 - 200 | 90 - 120 |
| Gans, heel, 3-4 kg | 1 | 150 - 170 | 130 - 160 |
Vlakgrillen
Gebruik voor grote hoeveelheden platte gerechten het grote grilloppervlak (Afbeelding A).
Gebruik voor kleine hoeveelheden platte gerechten het kleine grilloppervlak. Zet de gerechten midden op het rooster (Afbeelding B). Door het gebruik van de kleine vlakgrill spaart u energie.

Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
U kunt het grillresultaat beïnvloeden door het rooster of de roosterpositie te veranderen:
| Positie van het rooster | Gebruik |
| Het gebogen rooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn | |
| Het gebogen rooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn |
| Gerechten van de grill Inschuif- | hoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen |
| Worsten 4 250 10 - 14 Licht insnijden | ||||
| Groente 4 270 15 - 20 | ||||
| Toast met bedekking | 3 | 220 | 10 - 15 | De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg |
| Varkensvlees | ||||
| Filetsteaks, medium (3 cm dik) | 4 | 270 | 12 - 15 | Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden |
| Steak, doorbakken (2 cm dik) 4 270 15 - 20 | ||||
| Rundvlees | ||||
| Filetsteaks (3 - 4 cm dik) | 4 | 270 | 15 - 20 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. |
| Tournedos 4 270 12 - 15 | ||||
| Lamsvlees | ||||
| Filets | 4 | 270 | 8 - 12 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. |
| Koteletten | 4 270 10 - 15 | |||
| Gevogelte | ||||
| Kippenbouten | 3 | 250 | 25 - 30 | Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden |
| Kleine stukken kip | 3 250 25 - 30 | |||
| Vis | ||||
| Steaks | 4 220 15 - 20 De stukken moeten even dik zijn | |||
| Koteletten | 4 220 15 - 20 | |||
| Hele vis | 3 220 20 - 25 | |||
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u hoe u met hete lucht ☒ of met de ontdooistand ☒ ontdooit.
Ontdooien met hete lucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten de functie Hete lucht 📁.
Houd hierbij rekening met het volgende:
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
■ De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
■ Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
■ Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
■ U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
- Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
■ Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht Temperatuur | in °C | Ontdooitijd in minuten |
| Rauwe diepvriesproducten/diepvrieslevensmiddelen | 50 30 - 90 | |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) 50 30 - 60 | ||
| Droog diepvriesplaatgebak 60 45 - 60 | ||
| Vochtig diepvriesplaatgebak 50 50 - 70 |
Yoghurt
Met uw apparaat kunt u de yoghurt ook zelf maken. Hiervoor wordt de warmte van de ovenverlichting 🏠 gebruikt.
- Toebehoren en inhangroosters verwijderen.
2.1 Liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk tot 40 °C opwarmen of
1 Liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen. - 150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per glas/schaaltje.
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand 📋 kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- De functie Ontdooistand 📋 inschakelen.
- Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 - 45 minuten ontdooien.
- Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 - 20 minuten en de rusttijd 10 - 15 minuten korter.
- De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- Oven met groot grill-oppervlak ☐ 15 minuten bij 100 °C voorverwarmen.
- Vervolgens de functiekeuzeknop op Ovenverlichting zetten.
- Vormen op gelijke afstand van elkaar verdelen over de hele bodem van de binnenruimte en de apparaatdeur sluiten.
- Na 8 uur de ovenverlichting uitschakelen en de vormpjes minimaal 12 uur in de koelkast plaatsen.
Reiniging en onderhoud
Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Gebruik geen scherpe of schurende schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schurende schoonmaakhulpmiddelen zoals staalwol of schuursponsjes.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/ oppervlak | Reinigingsmiddel/-hulp |
| Roestvrijstalen oppervlakken | Schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken/Glazen oppervlakken | Schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Ruiten van de deur | Glasreinigings- of schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.De binnenste deurruit van de apparaatdeur heeft een coating die een lichte uitstraling kan hebben. |
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Op het email kunnen om technische redenen kleurverschillen te zien zijn. Dit heeft geen invloed op de werking.
■ De randen van dunne platen kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
| Apparaatonderdeel Reinigingsmiddel/-hulp | |
| Emaillen vlakken (glad oppervlak) | Schoonmaakmiddelen of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en schoonmaakmiddel losweken. De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen.Bij sterke vervuiling adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger in gelvorm. Deze kan secuur worden aangebracht. |
| Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak) | Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken |
| Deurdichting Warm zeepsop | |
| Inhangroosters Warm zeepsop | |
| Toebehoren In warm zeepsop inweken. Met borstel en spons schoonmaken of in de vaatwasmachine reinigen | |
Vervuiling vermijden
Maak de binnenruimte na gebruik altijd schoon, omdat het vuil bij later gebruik inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd. Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
Gebruik zo mogelijk de functie Hete lucht ☒. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand en zijwanden in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.
Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.
Verkleuringen op de zelfreinigende oppervlakken hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger.
Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!
Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.
Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.

Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.

Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
-
Apparaatdeur helemaal openen.
-
Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.

De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).

- De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C).
De keep van beide scharnieren moet inklikken. - Apparaatdeur helemaal openen.
- Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).

De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
- Apparaatdeur sluiten.
Ruiten van de deur schoonmaken
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de binnenste ruit van de apparaatdeur verwijderen.

Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.

Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
Aanwijzing: Let er voordat u de ruit verwijdert op in welke positie hij is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd plaatst.
- Deur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- Afscherming van de apparaatdeur links- en rechtsboven losschroeven en afnemen (Afbeelding A).
- Deurruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).

Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Attentie!
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Deurruit inbrengen
- De deurruit tot de aanslag inschuiven.
- De afscherming plaatsen en vastschroeven.
- Apparaatdeur weer inbrengen.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.

Risico van verbranding door hete onderdelen in de henruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- Inhangroosters aan de voorkant naar boven drukken en naar opzij verwijderen (Afbeelding A).
- Inhangroosters aan de achterkant naar voren trekken en naar opzij verwijderen (Afbeelding B).

- Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- De inhangroosters altijd met de welving (a) naar beneden inbrengen, zodat de inschuifhoogtes kloppen.
- Inhangroosters achter tot de aanslag inbrengen en naar achteren drukken (Afbeelding C).
- Inhangroosters voor tot de aanslag inbrengen en naar beneden drukken (Afbeelding D).

text_image
C e a
Storingen en reparaties
Ga voordat u de klantenservice belt na of de tips in de volgende tabellen van nut kunnen zijn.

Kans op een elektrische schok!
Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd. Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
| Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) | Zekering defect. Zekeringen in de meterkast controleren, eventueel vervangen. | |
| Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld | Apparaat niet waterpas ingebouwd Inbouw van het apparaat controleren (zie installatievoorschrift) | |
| Op het klokdisplay knippert0:00 | Stroomtoevoer is onderbroken | Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk Elektronische klok) |
| Elektronisch gestuurde functies vertonen een storing | Energetische impulsen (bijv. blikseminslag) | Betreffende functie opnieuw instellen |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingeschoven. | Rooster in de braadslede leggen en samen op een lagere inschuifhoogte plaatsen. | |
| In de binnenruimte treedt meer condenswater op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braadstuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen | |
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.
⚠️ Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.

- Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
- Glazen afscherming er weer inschroeven.
- Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
De deurdichting is op vier punten bevestigd (Afbeelding A). Om de dichting te vervangen de haken op alle vier de plaatsen losmaken resp. bevestigen (Afbeelding B).

De bevestiging van de dichting vooral in de hoeken nog eens controleren.
Servicedienst
Bij storingen en reparaties die u niet zelf kunt oplossen, staat de servicedienst voor u klaar.
De contactgegevens vindt u in de lijst met klantenservicebureaus
Aanwijzing: Het kost u geld wanneer u wegens een bedieningsfout contact opneemt met de klantenservice.
Wanneer u contact opneemt met de klantenservice het E-nummer en FD-nummer opgeven.
U vindt deze op het typeplaatje achter de apparaatdeur linksonder aan de zijkant.
E-nr. FD
Testgerechten
Testgerechten volgens de norm DIN 44547 en EN 60350
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht.
| Bakken Inschuif- | hoogte | Functie Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Sprits | 1 | ☐ | 160 - 170* | 20 - 25 |
| 1 | ☒ | 140 - 150* | 15 - 25 | |
| 1 + 3 | ☒ | 140 - 150* | 20 - 30 | |
| Small cakes (20 stuks per plaat) | 1 | ☐ | 170 - 180** | 20 - 30 |
| 1 | ☒ | 150 - 160** | 20 - 30 | |
| 1 + 3 | ☒ | 150 - 160** | 25 - 35 | |
| Waterbiscuit | 2 | ☐ | 160 - 170* | 25 - 35 |
| 1 | ☒ | 150 - 160* | 25 - 35 | |
| Plaatgebak met gist | 1 | ☐ | 190 - 200 | 45 - 55 |
| 1 | ☒ | 170 - 180 | 45 - 55 | |
| 1 + 3 | ☒ | 170 - 180 | 50 - 60 | |
| Donkere appeltaart (vormen naast elkaar, afbeelding A) | 1 | ☒ | 170 - 180* | 70 - 80 |
| Donkere appeltaart (vormen diagonaal geplaatst, afbeelding B) | 1 + 3 | ☒ | 180 - 190* | 65 - 75 |
* Oven voorverwarmen
** 10 minuten voorverwarmen

| Grillen | Inschuif-hoogte | Positie van het rooster | Func-tie | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten |
| Toast (braadslede + gebogen rooster) | 4 | 275* | 1 - 2 | ||
| Beefsteaks, 12 stuks (braadslede + gebogen rooster) | 4 | 275 | 20 - 25** |
* 10 minuten voorverwarmen
** na 2/3 van de tijd keren
en Table of contents
Safety precautions 46