CH110253 - Oven CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CH110253 CONSTRUCTA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CH110253 CONSTRUCTA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CH110253 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CH110253 van het merk CONSTRUCTA.
GEBRUIKSAANWIJZING CH110253 CONSTRUCTA
[nl] Gebruiksaanwijzing 26
Belangrijke veiligheidsvoorschriften 26
Milieuvriendelijk afvoeren 27
Uw nieuwe apparaat 28
De toebehoren.... 28
Voor het eerste gebruik.... 29
Apparaat bedienen 29
Bakken 30
Braden 32
Yoghurt 33
Reiniging en onderhoud ....34
Storingen en reparaties....36
Testgerechten 37
⚠️ Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatsen. Zie beschrijving toebehoren in de gebruiksaanwijzing.
Risico van brand!
- Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- Alcoholdampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van het toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd.
■ Sterk vervuilde deurdichting: is de deurdichting sterk vervuild, dan sluit de apparaatdeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd.Zorg ervoor dat de deurdichting altijd schoon is.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur.
Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is conform de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro- en elektronica-apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE) gekarakteriseerd.
De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Uw nieuwe apparaat
In dit hoofdstuk vindt u informatie over het toestel.
Bedieningspaneel

text_image
1 3 2 4 4Bedieningselement Gebruik
| Oven | |
| 1 Indicatielampje voor functies en temperatuurkeuzeknop | Het indicatielampje brandt terwijl het apparaat voorverwarmt en altijd bij het nawarmen. |
| 2 Functiekeuze- en temperatuur-knop | Functie en temperatuur kiezen |
| Kookplaat | |
| 3 Indicatielampje voor kookzones Indicatielampje brandt niet: kookzones uitIndicatielampje brandt: er is minstens één kookzone aan | |
| 4 Bedieningsknop voor kookzo-nes | Kookzones in- en uitschakelen (zie het hoofdstuk: Appraat bedienen, zie de gebruiksaanwijzing bij de kookplaat) |
Functions
| Functies Toepassing | |
| Boven- en onderwarmte 50 - 270 °C om te bakken en te braden. Bijzonder geschikt voor taarten met een vochtige bedekking (bijv. kwarktaart) | |
| Bovenwarmte voor gerechten en bakwaren die aan de bovenkant sterker gebruind of krokant moeten worden. Schakel de bovenwarmte aan het einde van de baktijd slechts kort in | |
| Onderwarmte voor gerechten en bakwaren die aan de onderkant sterker gebruind of krokant moeten worden. Schakel de onderwarmte aan het einde van de baktijd slechts kort in | |
| Ovenverlichting als hulp bij het onderhoud en schoonmaken van de binnenruimte | |
De toebehoren
In dit hoofdstuk krijgt u informatie over de toebehoren, de plaatsing van de toebehoren in de binnenruimte, de inschuifhoogtes en de speciale toebehoren.
Toebehoren
Bij de levering van uw apparaat zijn de volgende toebehoren inbegrepen:

Bakplaat, aluminium
voor het bakken van plaatgebak en klein gebak

Rooster
voor het bakken in vormen, het braden in braadservies en het grillen
Aanwijzing: Als gevolg van grote temperetuurvershillen (bijv. wanneer diepvriesproducten in de hete binnenruimte worden geplaatst) kunnen de bakplaat en braadslede kromtrekken.
Toebehoren inschuiven
De toebehoren zijn voorzien van een vergrendelingsfunctie. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt.
Let er bij het inschuiven van het rooster op
■ dat de ontgrendelnok (a) naar beneden wijst
■ dat de ontgrendelnok (a) zich achter het rooster bevindt

text_image
a aLet er bij het inschuiven van de bakplaat of de braadslede op
■ dat de ontgrendelnok (a) zich achter de toebehoren bevindt
- dat de schuine kant van de toebehoren tijdens het inschuiven naar de deur van het toestel is gericht

De binnenruimte heeft vier inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

Extra toebehoren kunt u kopen bij de klantenservice of in speciaalzaken.
Toebehoren Bestelnr.
| Bakplaat, aluminium CZ 1332 X0 |
| Bakplaat, geëmailleerd CZ 1342 X0 |
| Braadslede met inzetrooster CZ 1242 X1 |
| Inzetrooster om te braden en te grillen, voor 740766 gebruik in de braadslede |
| Bak- en braadrooster CZ 1432 X1 |
| Pizzavorm CZ 1352 X0 |
| Systeem-stoomapparaat CZ 1282 X3 |
| 2-voudige telescopische uitschuifvoorziening CZ 1702 X2 |
| 3-voudige telescopische uitschuifvoorziening CZ 1742 X2 |
| 4-voudige volledig uitschuifbare telescopische voorziening CZ 1755 X2 |
Voor het eerste gebruik
Maak het apparaat voor het eerste gebruik schoon
- Toebehoren en verpakkingsresten uit de binnenruimte verwijderen.
-
Toebehoren en binnenruimte schoonmaken met warm zeepsop (zie het hoofdstuk: Reiniging en onderhoud).
-
Boven- en onderwarmte ☐ op 240 °C 60 minuten lang verwarmen.
- De afgekoelde binnenruimte met warm zeepsop afnemen.
- Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek en zeepsop.
Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk leest u hoe u het apparaat in- en uitschakelt en een functie en de temperatuur kiest.
Toestel inschakelen
Ovenverlichting
Functie- en temperatuurkeuzeknop naar rechts in de stand draaien om de ovenverlichting in te schakelen.
Boven- en onderwarmte
Functie- en temperatuurkeuzeknop naar rechts draaien op de gewenste temperatuur om de functie Boven- en onderwarmte in te schakelen.
Bovenwarmte
Functie- en temperatuurkeuzeknop naar rechts in de stand □ draaien.
Onderwarmte
Functie- en temperatuurkeuzeknop naar rechts in de stand □ draaien.
Het indicatielampje 🚫 brandt terwijl het apparaat voorverwarmt en altijd bij het nawarmen.
Apparaat uitschakelen.
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- Temperatuurkeuzeknop in de stand ● terugdraaien.
Na het uitschakelen kan de koelventilator nalopen.
Energie besparen
Wanneer u het apparaat voor het einde van de bereidingstijd wilt uitschakelen om energie te besparen:
- Functie- en temperatuurkeuzeknop voor het einde van de bereidingstijd naar de minimale temperatuur terugdraaien.
- Functie- en temperatuurkeuzeknop pas in de stand ● draaien wanneer u het gerecht uit het apparaat neemt.
Kookplaat in- en uitschakelen
Bij de kookplaat hoort een afzonderlijke gebruiksaanwijzing. Hierin vindt u belangrijke instructies over de veiligheid, een uitvoerige handleiding voor het instellen en veel informatie over onderhoud en reiniging.
Bakken
Toebehoren voor het bakken
Bakvormen
Gebruik donkere bakvormen van metaal. Lichte vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wilt u met lichte vormen bakken, gebruik dan inschuifhoogte 1.
Plaats een rechthoekige vorm altijd diagonaal op en een ronde bakvorm altijd in het midden van het rooster.
Bakplaten
Wij raden u aan uitsluitend de originele bakplaten te gebruiken, omdat deze optimaal op de binnenruimte en de functies zijn afgestemd.
Schuif de bakplaten altijd voorzichtig in tot de aanslag. Let erop dat de schuine kant van de bakplaat altijd naar de apparaatdeur wijst.
Baktabel voor basisdeeg
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor bakplaten van aluminium en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Boven- en onderwarmte ☐ | |||
| Basisdeeg Inschuifhoogte Temperatuur in °C Tijdsduur in minuten | |||
| Roerdeeg | |||
| Plaatgebak met bedekking 1 180 - 190 30 - 40 | |||
| Spring-/rechthoekige vorm 2 160 - 170 60 - 70 | |||
| Zandtaartdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel 1 190 - 200 45 - 55 | |||
| Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur 1 180 - 190 75 - 90 | |||
| Springvorm, bijv. kwarktaart 2 160 - 180 50 - 90 | |||
| Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 170 - 180* | 25 - 35 |
| Biscuitbeslag | |||
| Biscuitrol | 1 | 200 - 210* | 10 - 15 |
| Biscuit (6 eieren) | 2 160 - 170 30 - 45 | ||
| Biscuit (3 eieren) | 2 | 160 - 170* | 20 - 30 |
| Gistdeeg | |||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel 1 180 - 200 45 - 55 | |||
| Gistkrans/-vlecht (500 g) | 1 180 - 190 35 - 45 | ||
| Springvorm | 2 160 - 170 30 - 40 | ||
| Tulbandvorm | 2 170 - 180 35 - 45 | ||
* Oven voorverwarmen
Boven- en
onderwarmte

Klein gebak Inschuifhoogte Temperatuur in °C Tijdsduur in minuten
| Gistdeeg 2 180 - 190 15 - 25 | |||
| Baisermassa 2 80 180 - 200 | |||
| Bladerdeeg/Branddeeg 1 | 200 - 220* | 25 - 35 | |
| Roerdeeg, bijv. muffins | 1 | 170 - 180* | 20 - 30 |
| Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes | 2 | 150 - 160* | 15 - 20 |
* Oven voorverwarmen
Boven- en onderwarmte
| Brood/broodjes | Inschuifhoogte Temperatuur in °C Tijdsduur in minuten | |||
| Broodjes 1 | 240* | 15 - 25 | ||
| Plat rond brood | 1 | 240* | 15 - 25 | |
| Brooddeeg 750 - 1000 g | ||||
| Afbakken | 2 | 220* | 35 - 40 | |
| Brooddeeg 1000 - 1250 g | ||||
| Voorbakken | 2 | 240* | 10 - 15 | |
| Afbakken | 2 | 200 40 - 45 | ||
| Brooddeeg 1250 - 1500 g | ||||
| Voorbakken | 2 | 240* | 10 - 15 | |
| Afbakken | 2 | 200 40 - 50 | ||
* Oven voorverwarmen
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten
Let op de volgende punten:
■ Bekleed de bakplaat met bakpapier
■ Leg frites niet op elkaar
- Keer diepvries-aardappelproducten na de helft van de baktijd om.
■ Kruid diepvries-aardappelproducten pas na het bakken
■ Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen voorgebakken broodjes is wanneer u deze afbakt. Leg er niet te veel op de bakplaat
■ Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor bakplaten van aluminium. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
De opgaven in de tabel gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
| Gerechten | Boven- en onderwarmte ☐ | ||
| Inschuifhoogte Temperatuur in °C Tijdsduur in minuten | |||
| Pizza, vers | 1 | 210 - 230* | 20 - 30 |
| Flammkuchen | 1 | 210 - 230* | 15 - 25 |
| Quiche | 2 200 - 220 50 - 60 | ||
| Taart | 1 | 200 - 220* | 30 - 45 |
| Zwitserse vruchtentaart | 1 | 180 - 200* | 45 - 55 |
| Gegratineerde aardappels van ongekookte aardappels | 2 200 - 220 50 - 60 | ||
| Strudel, diepvries | 1 200 - 220 35 - 45 | ||
| Pizza, diepvries | 1 210 - 230 10 - 20 | ||
| Aardappelproducten, diepvries | |||
| Frites | 1 200 - 220 15 - 25 | ||
| Kroketten/Rösti | 1 190 - 210 20 - 30 | ||
| Brood en banket | |||
| Broodjes, diepvries | 2 190 - 210 | 5 - 15 | |
| Voorgebakken broodjes, diepvries | 2 180 - 200 10 - 20 | ||
| Voorgebakken broodjes | 2 190 - 210 | 5 - 15 | |
* Oven voorverwarmen
Tips en trucs
| Het gebak is te licht Inschuifhoogte en aanbevolen bakgerei controleren. De bakvorm op het rooster en niet op de bakplaat plaatsen. Langere baktijd of hogere temperatuur aanhouden. | |
| Het gebak is te donker Inschuifhoogte controleren. Een kortere baktijd of lagere temperatuur aanhouden. | |
| Het gebak in de bakvorm is ongelijkma-tig bruin geworden | Inschuifhoogte en temperatuur controleren. Controleer of de bakvorm goed op het roos-ter staat. |
| Het gebak op de bakplaat is ongelijkma-tig bruin geworden | Inschuifhoogte en temperatuur controleren. Bij het bakken van klein gebak gelijke groot-tes en diktes aanhouden. |
| Het gebak is te droog Een kortere baktijd en een wat hogere temperatuur aanhouden. | |
| Het gebak is van binnen te vochtig Temperatuur verlagen Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Baktijd verlengen en het deeg langer laten rij-zen. Minder vloeistof aan het deeg of beslag toevoegen. | |
| Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomen | Minder vloeistof aan het deeg of beslag toevoegen. Baktijd verlengen of de temperatuur verlagen. |
| De opgegeven baktijd is niet juist | Controleer bij klein gebak de hoeveelheid op de bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken. |
| Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin geworden | Wanneer diepvriesproducten na het voorbakken in ongelijke mate bruin zijn geworden blijft dit zo na het bakken. |
| Diepvriesproduct is niet bruin, niet knap-perig of de opgegeven tijd is niet juist | Verwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. |
Braden
⚠️ Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt. Giet zo nodig wat vloeistof in de braadvorm. Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Voeg zo nodig voorzichtig hete vloeistof toe.
Keer het vlees na ca. de helft of twee derde van de braadtijd om.
Bakken in de braadslede
De braadslede kunt u als accessoire kopen in uw speciaalzaak (zie het hoofdstuk: Toebehoren).
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Boven- en onderwarmte ☐ | |
| Vlees Inschuifhoogte Temperatuur in °C Braadtijd in minuten | |
| Gehakt (van 500 g vlees) 2 200 - 210 60 - 70 | |
| Vis, heel (300 g) 2 180 - 200 20 - 30 | |
| Vis, heel (700 g) 2 180 - 200 30 - 40 | |
* Stoofvlees gesloten braden
** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
| Vlees | Inschuifhoogte | Boven- en onderwarmte □Temperatuur in °C | Braadtijd in minuten |
| Varkensvlees | |||
| Filet, medium (400 g) 3 200 - 230 30 - 45 | |||
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) 2 200 - 220 120 - 150 | |||
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 2 190 - 210 100 - 130 | ||
| Braadstuk mager (1 kg) 2 180 - 200 70 - 90 | |||
| Casselerrib 2 190 - 210 70 - 80 | |||
| Rundvlees | |||
| Filet, medium (1 kg) 2 200 - 220 45 - 65 | |||
| Rosbief, medium (1,5 kg) | 2 200 - 220 30 - 45 | ||
| Stoofvlees (1,5 kg)* | 2 200 - 220 120 - 150 | ||
| Kalfsvlees | |||
| Kalfsvlees/-borst (1,5 kg) | 2 | 180 - 200 | 90 - 120 |
| Schenkel | 2 190 - 210 100 - 130 | ||
| Gevogelte (niet gevuld) | |||
| Kip, heel (1 kg) | 2 200 - 220 60 - 70 | ||
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 2 | 190 - 210 | 90 - 120 |
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 2. | 180 - 200 | 130 - 180 |
* Stoofvlees gesloten braden
** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
Tips en trucs
| Korst te dik en/of vlees te droog | Inschuifhoogte controleren. Lagere temperatuur of kortere braadtijd aanhouden. |
| Korst te dun | Temperatuur verhogen |
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte. Braadtijd verlengen. Contro-leer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel water-damp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Yoghurt
Met uw apparaat kunt u de yoghurt ook zelf maken. Hiervoor wordt de warmte van de ovenverlichting 🌐 gebruikt.
- Toebehoren en inhangroosters verwijderen.
- 1 liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk opwarmen tot 40 °C
of
1 liter verse melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen.
-
150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per potje/kom.
-
De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- Oven met de functie Bovenwarmte ☐ 15 minuten bij 100 °C voorverwarmen.
- Vervolgens de functiekeuzeknop op ovenverlichting ⚙ zetten.
- Vormen op gelijke afstand van elkaar verdelen over de hele bodem van de binnenruimte en de apparaatdeur sluiten.
- Na 8 uur de ovenverlichting uitschakelen en de vormen minimaal 12 uur in de koelkast laten staan.
Reiniging en onderhoud

Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
■ scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
■ alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
■ schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen.
Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/ oppervlak | Reinigingsmiddel/-hulp |
| Roestvrijstalen oppervlakken | Schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Gebruik bij sterke vervuiling een reinigingsmiddel voor gematteerd roestvrij staal. |
| Gelakte oppervlakken/Glazen oppervlakken | Schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Ruiten van de deur | Glasreinigings- of schoonmaakmiddelen met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.De binnenste deurruit van de apparaatdeur heeft een coating die een lichte uitstraling kan hebben. |
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
- Op het email kunnen om technische redenen kleurverschillen te zien zijn. Dit heeft geen invloed op de werking.
■ De randen van dunne platen kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
Apparaatonder- Reinigingsmiddel/-hulp deel
| Emailen vlakken Schoonmaakmiddelen of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en schoonmaakmiddel losweken. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.Bij sterke verontreiniging adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger. Bij het schoonmaken met ovenreiniger dient u zich te houden aan de opgaven van de fabrikant. |
Deurdichting Warm zeepsop
Inhangroosters Warm zeepsop:
laten weken en reinigen met een schoon- maakdoekje of borstel.
| Apparaatonder-deel | Reinigingsmiddel/-hulp |
| Telescooprails Warm zeepsop: | |
| reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. | |
| Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. | |
| Niet laten weken of schoonmaken in de vaatwasmachine. | |
| Toebehoren Weken in warm zeepsop. Met borstel en spons schoonmaken of in de vaatwasmachine reinigen. | |
Verontreiniging vermijden
Maak de binnenruimte na gebruik altijd schoon, omdat het vuil bij later gebruik inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd. Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.

Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.

Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
1.Apparaatdeur helemaal openen.
2. Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.

De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).

- De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C). De keep van beide scharnieren moet inklikken.
- Apparaatdeur helemaal openen.
- Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).

De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
- Apparaatdeur sluiten.
Ruiten van de deur schoonmaken
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de binnenste ruit van de apparaatdeur verwijderen.

Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.

Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
Aanwijzing: Let er voordat u de ruit verwijdert op in welke positie hij is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd plaatst.
- Deur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- De afscherming bovenaan de apparaatdeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- Deurruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).

text_image
A
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.

Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Deurruit inbrengen
- Deurruit schuin naar achteren in beide houders inschuiven tot de aanslag. Het gladde vlak moet zich aan de buitenkant bevinden.

- De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij vergrendeld is.
- Apparaatdeur weer inbrengen.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.

Risico van verbranding door hete onderdelen in de enruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- Inhangroosters aan de voorkant naar boven drukken en naar opzij verwijderen (Afbeelding A).
- Inhangroosters aan de achterkant naar voren trekken en naar opzij verwijderen (Afbeelding B).

- Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- De inhangroosters altijd met de welving (a) naar beneden inbrengen, zodat de inschuifhoogtes kloppen.
- Inhangroosters achter tot de aanslag inbrengen en naar achteren drukken (Afbeelding C).
- Inhangroosters voor tot de aanslag inbrengen en naar beneden drukken (Afbeelding D).

text_image
CD e a
Storingen en reparaties
Ga voordat u de klantenservice belt na of de tips in de volgende tabellen van nut kunnen zijn.

Kans op een elektrische schok!
■ Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
| Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) | Zekering defect Zekeringen in de meterkast controleren, eventueel vervangen | |
| Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld | Apparaat niet waterpas ingebouwd Inbouw van het apparaat controleren (zie Installatievoorschrift) | |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingescho-ven | Inschuifhoogtes controleren (zie het hoofd-stuk: Braden of grillen) | |
| In de binnenruimte treedt meer condens-water op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braad-stuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen | |
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.

Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.

3.Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
4.Glazen afscherming er weer inschroeven.
5.Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
De deurdichting is op vier punten bevestigd (Afbeelding A). Om de dichting te vervangen de haken op alle vier de plaatsen losmaken resp. bevestigen (Afbeelding B).

De bevestiging van de dichting vooral in de hoeken nog eens controleren.
Servicedienst
Bij storingen en reparaties die u niet zelf kunt oplossen, staat de servicedienst voor u klaar.
De contactgegevens vindt u in de lijst met klantenservicebureaus
Aanwijzing: Het kost u geld wanneer u wegens een bedieningsfout contact opneemt met de klantenservice.
Wanneer u contact opneemt met de klantenservice het E-nummer en FD-nummer opgeven.
U vindt deze op het typeplaatje achter de apparaatdeur linksonder aan de zijkant.
E-nr. FD
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: wwwConstructa.de en in de online-shop: wwwConstructa-eshop.com
Testgerechten
Testgerechten volgens de norm EN 50304/EN 60350 (2009)
resp. IEC 60350. Neem de aanwijzingen voor het
voorverwarmen in de tabellen in acht.
| Bakken Inschuif- | hoogte | Functie Temperatuur in °C | Tijdsduur in minu- ten |
| Sprits 2 ☐ 160 - 170* 20 - 25 | |||
| Small cakes (20 stuks per plaat) | 2 | ☐ 160 - 170** | 25 - 30 |
| Waterbiscuit 2 ☐ 160 - 170* 25 - 35 | |||
| Bedekte appeltaart*** (Vormen naast elkaar op het rooster plaatsen) | 1 ☐ 190 - 200 70 - 80 | ||
* Oven voorverwarmen
** 10 minuten voorverwarmen
*** Plaatstaal gebruiken