STYLE 30 - Naaimachine ALFA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis STYLE 30 ALFA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding STYLE 30 - ALFA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. STYLE 30 van het merk ALFA.
GEBRUIKSAANWIJZING STYLE 30 ALFA
Bedienungsanleitung Gebruiksaanwijzing Manuel d'instruction
6BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Bij het gebruik van een elektrisch apparaat moet altijd aandacht besteed worden aan de veiligheid, onder andere aan de volgende standaard veiligheidseisen: Lees eerst alle instructies, voordat u deze naaimachine gaat gebruiken.
1. Laat een elektrisch apparaat nooit onbeheerd achter met de stekker in het stopcontact.
2. Haal na gebruik altijd meteen de stekker uit het stopcontact. Haal ook altijd de stekker uit het stopcontact
voordat u de machine gaat schoonmaken.
1. Lees de instructie zorgvuldig voordat u dat machine gaat gebruiken.
2. Bewaar de instructies waar u ze gemakkelijk terug kunt vinden, bijvoorbeeld dicht bij de machine. Geeft u de
machine door aan iemand anders, geef de gebruiksaanwijzing er dan bij.
3. Gebruik de machine alleen op droge plekken.
4. Laat de machine nooit onbeheerd in de buurt van kinderen of ouderen, of andere mensen die zich misschien
niet bewust zijn van de risico's.
5. Deze machine kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder, mensen met verminderderde fysieke,
sensorische of geestelijke capaciteiten of gebrek aan kennis en ervaring, mits dat onder toezicht gebeurt of instructie gegeven is hoe ze de machine veilig kunnen gebruiken en zij de gevaren begrijpen die ermee samenhangen.
6. Kinderen mogen niet spelen met de machine.
7. Schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet zonder toezicht door kinderen uitgevoerd worden.
GEVAAR WAARSCHUWING - Zo vermindert u het risico op een elektrische schok: - Zo kunt u het risico van brandplekken, brand, een elektrische schok en verwonding van personen verminderen:
8. Zet de machine altijd uit bij voorbereidende handelingen (bijvoorbeeld verwisselen van de naald, garen inrijgen
of verwisselen van het voetje).
9. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoud gaat doen (smeren, schoonmaken).
10. Haal altijd de stekker uit het stopcontact als u de machine onbeheerd achterlaat, om te voorkomen dat iemand
gewond raakt doordat de machine per ongeluk aangezet wordt.
11. Gebruik de machine niet als deze nat is. Gebruik de machine niet in een vochtige omgeving.
12. Trek nooit aan het snoer, pak de stekker vast om deze uit het stopcontact te halen.
13. Een beschadigde of kapotte ledlamp moet vervangen worden door de fabrikant of zijn servicedienst, of door
iemand met vergelijkbare kwalificaties, om gevaar te voorkomen.
14. Zet nooit iets op het voetpedaal.
15. Gebruik de machine nooit als de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de
machine en het voetpedaal vrij van stof, olie en resten materiaal.
16. De machine mag alleen gebruikt worden met voetpedaal type KD-1902, FC-1902 (voor gebieden/landen met
110-120V) / KD-2902, FC-2902A, FC-2902D (voor gebieden/landen met 220-240V) / 4C-316B (voor gebieden/landen met 110-125V) / 4C-326G (voor gebieden/landen met 230V).
17. Het snoer van het voetpedaal kan niet worden vervangen. Als het snoer beschadigd is, kan het voetpedaal niet
meer gebruikt worden.
18. Het geluidsniveau bij normaal gebruik is minder dan 75dB(A).
19. Gooi afgedankte elektrische apparaten niet bij het restafval, breng ze naar een inleverpunt (van uw gemeente
20. Neem contact op met uw gemeente voor informatie over inleverpunten.
21. Als elektrische apparaten gestort worden op stortplaatsen, kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken
en zo in de voedselketen terechtkomen. Dat is schadelijk voor uw gezondheid en welzijn.
22. Als u een oud apparaat vervangt door een nieuw, is de winkelier wettelijk verplicht om uw oude apparaat in te
nemen, zonder dat u hiervoor extra moet Deze naaimachine is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
23. Het huishoudapparaat mag niet gebruikt worden door personen (met inbegrip van kinderen) met een
lichamelijke, sensoriële of mentale beperking of die niet beschikken over de nodige ervaring of kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies gekregen hebben. (Geldig buiten Europa)
24. Kinderen dienen onder toezicht te staan zodat ze niet met het huishoudapparaat kunnen spelen (Geldig buiten
Hartelijk gefeliciteerd! Uw nieuwe naaimachine naait met precisie- en kwaliteitsstikwerk allerlei soorten stoffen, van delicate zijde tot meerdere lagen denim. Uw naaimachine is bijzonder gemakkelijk te bedienen. Lees de veiligheidsinstructies en de aanwijzigen voor gebruik en onderhoud zorgvuldig door, dan kunt u optimaal gebruik maken van de naaimachine. Wij bevelen aan om stap voor stap deze handleiding door te nemen, terwijl u achter de naaimachine zit. Zo kunt u alle functies en voordelen ontdekken.
7. Knop voor achteruitnaaien
11. Steekbreedteknop (voor Style 40/Style UP 40)
13. Knop voor 1-staps knoopsgat (voor Style UP 20/30/40)
14. Automatische draadinrijger (voor Style UP 20/30/40)
Onderdelen van de machine
Details der Maschine 15FR Onderdelen van de machine
20. Aansluiting voor elektriciteitssnoer
21. Onderdraadgeleider
22. Bovendraadgeleider
Met de persvoetlichter brengt u de persvoet omhoog en omlaag. (A) Als u diverse lagen of dikke stoffen naait, kunt u de persvoetlichter extra hoog zetten, zodat u het werk beter kunt positioneren. (B) Tweestaps persvoetlichter
De accessoires kunnen worden opgeborgen in de bergruimte voor accessoires. Standaard accessoires (1) Optionele accessoires (2) a. Universele naaivoet. b. Ritsvoet c1. Knoopsgatenvoet c2. Knoopsgatenvoet d. Knoop-aannaaivoet e. Tornmesje/ borsteltje f. Geleider voor doorstikken/quilten g. Doosje naalden h. Spoeltjes (3x)
i. L-schroevendraaier
j. Olieflacon k. Stopplaat l. Vilten onderlegger voor garenklospen (2x) (Optionele accessoires worden niet meegeleverd met de machine; ze zijn echter verkrijgbaar als speciale accessoires bij de dealer bij u in de buurt.) n. Open applicatievoet o. Overlockvoet p. Rolzoomvoet q. Koordvoet . Blindezoomvoet . Stop/borduurvoet . Rimpelvoet . Quiltvoet
v. Boventransportvoet
. Tweelingnaald (voor Style 20/30/40) (voor Style UP 20/30/40)
De garenrolpennen (C, D) dienen voor het vasthouden van de garenklosjes tijdens de garentoevoer naar de naaimachine. Voor gebruik trekt u de garenrolpennen naar boven. Voor bewaring naar onderen drukken. Als u garen gebruikt, dat de neiging heeft om zich rond de garenrolpen te wikkelen, zet dan het garen op de garenrolpen (C) en leid dan de bovendraad (A) door de opening (B) van de garenrolpen (D), zie afbeelding. De opening (B) zou in de richting van het garenklosje moeten wijzen. Opmerking: Mise en place des broches porte-bobine
Waarschuwing: Als u een spoeltje inzet of verwijdert, moet de naald in de hoogste stand staan. Let op: Zet de aan/uit knop op 'uit' ("O"), voordat u een spoeltje inzet of verwijdert. - Verwijder de naaitafel en open het klapdeksel. (1) - Pak de spoel vast bij het klepje en haal hem eruit. (a). (2) - Haal de spoel uit het spoelhuis. (3) - Pak het spoelhuis vast met de linkerhand Leg met de rechterhand het spoeltje zo erin, dat de draad met de klok meeloopt (zie pijl). (4) - Trek de draad door de gleuf en leg uw vinger erop. (5) Laat ongeveer 12 cm draad hangen. - Pak het spoelhuis vast bij het klepje. (6) - Zet het terug in de machine; zorg dat de pin aan de bovenkant van het spoeltje (b) in de inkeping (c) bovenin valt. (7) Als de spoel niet goed in de machine geplaatst is, valt deze eruit, zodra begonnen wordt met naaien. Spoeltje inzetten
Bovendraadspanning (1) Onderdraadspanning (2) Let op: Basisinstelling voor de bovendraadspanning: "4". Om de spanning te verhogen, de knop draaien tot het volgende hogere cijfer. Om de spanning te verlagen, de knop draaien tot het volgende lagere cijfer. A. Normale draadspanning B. Bovendraadspanning te los (te laag) C. Bovendraadspanning te strak (te hoog) De onderdraadspanning (van de spoel) wordt aangepast tijdens de fabricage, deze hoeft u in principe niet te wijzigen. Zo kunt u de spoelspanning testen: plaats het volle spoeltje in het spoelhuis. Laat het spoeltje hangen aan het uiteinde van de draad. Zorg dat de draad goed door de grijper zit. Als de spanning goed is, rolt de draad zo'n 5 tot 10 cm af, als u uw hand met de draad zachtjes beweegt, waarna de spoel blijft hangen. Als de spoel blijft afrollen, is de spanning te laag. Als de spanning te hoog is, rolt de spoel nauwelijks of helemaal niet af. U kunt de spanning aanpassen met de schroevendraaier. Draadspanning
Op zichzelf is dit een eenvoudig klusje, maar het is belangrijk dat het correct gebeurt, anders kunnen - Begin met de naald op het hoogste punt te zetten (1), en draai dan het handwiel tegen de klok in totdat de naald net weer begint te dalen. Zet de persvoet omhoog, de spanningsplaten zijn dan los. (2) Voor de veiligheid wordt met klem aangeraden altijd de machine uit te zetten voordat u gaat inrijgen. - Plaats de vilten onderlegger en het garenklosje (a) op de garenklospen. (3) - Haal de draad vanaf het garenklosje door de bovendraadgeleider (4). Haal daarbij de draad door de voorspanner, zoals te zien is op de afbeelding. (5) - Nu de spanningsmodule inrijgen: haal de draad naar beneden aan de rechterkant en weer omhoog aan de linkerkant. (6) Het is handig om hierbij de draad tussen het garenklosje en de bovendraadgeleider vast te houden. - Als de draad helemaal boven is, leid hem dan van rechts naar links door het sleufoogje van de draadhevel en dan weer naar beneden. (7) - Steek nu de draad door de geleider op de naaldklem (8) en leid de draad naar de naald. Rijg de draad van voor naar achter in de naald. - Trek de draad door het oog van de naald naar achteren tot er een eind van ongeveer 15 tot 20 cm uit het oog van de naald hangt. Snij de draad af met de draadsnijder. (9) Beschikt uw naaimachine over een in de fabriek geïnstalleerd automatisch inrijgsysteem, de gebruiksaanwijzing daarvoor vindt u op de volgende bladzijde. diverse problemen bij het naaien het gevolg zijn. Let op: Let op: Enfiler le fil supérieur 32Achtung: Den Netzschalter auf Aus ("O") schalten! - Die Nadel auf ihre höchste Position anheben. - Hebel (A) so weit wie möglich nach unten drücken. - Der Einfädler schwenkt automatisch in die Einfädelposition (B). - Faden um die Fadenführung herumführen (C). - Faden vor der Nadel um den Greifer (D) von unten nach oben herumführen. - Hebel lösen (A). - Den Faden durch das Nadelöhr ziehen.
Waarschuwing: Zet de machine uit (aan/uitknop op "O")! - Zet de naald in de hoogste positie. - Duw de hendel (A) zo ver mogelijk naar beneden. - Het inrijgsysteem komt nu vanzelf in inrijgpositie (B). - Haal de draad rond de draadgeleider (C). - Haal de draad voor de naald langs rond haak (D) van boven naar beneden. - Maak hendel (A) weer los. - Steek de draad door het oog van de naald. Automatisch inrijgsysteem (voor Style UP 20/30/40)
Houd de bovendraad vast met de linkerhand. Draai het handwiel (1) naar u toe (tegen de klok in), zodat de naald eerst naar beneden komt en dan omhoog gaat. Als het niet goed lukt om de onderdraad omhoog te halen, controleer dan of de draad niet ergens vast is blijven hangen tussen het klapdeksel of de naaitafel. Trek zachtjes aan de bovendraad om de onderdraad door het gat in de naaldplaat omhoog te halen. (2) Leg beide draden onder de persvoet door naar achteren. (3) Let op: De onderdraad omhooghalen
Zet de naald in de hoogste positie. Om een steek te kiezen, draait u gewoon aan de steekkeuzeknop. De steekkeuzeknop kan in beide richtingen draaien. Voor de kiest u steek " " met de steekkeuzeknop. Pas de steeklengte aan met de knop voor de steeklengte. Voor de kiest u steek " " met de steekkeuzeknop. Pas de lengte en de breedte van de steek aan de te naaien stoffen aan. Voor de steken onder S1 en S2 de steeklengtekeuzeknop op "S1" of "S2" zetten, vervolgens de gewenste steek kiezen met de steekkeuzeknop, en ten slotte de breedte van de steek aanpassen met de steekbreedtekeuzeknop. a. Achteruitknop b. Steekbreedteknop c. Steeklengtekeuzeknop S1-S2 d.Steekkeuzeknop e. Stekendisplay rechte steek zigzagsteek (voor Style 40/Style UP 40) Kiezen van de steek
Druk op het teken op het stekenkeuzepaneel om het te openen. Stekenkeuzepaneel
Werking van de keuzeknop voor de steekbreedte Werking van de keuzeknop voor de steeklengte bij zigzagsteken Werking van de keuzeknop voor de steeklengte bij recht stikken De maximale breedte voor zigzagsteken is 5 mm. Bij alle steken kan een smallere breedte ingesteld worden. De breedte neemt toe, als u de keuzeknop van "0" naar "5" draait. (1) Met de keuzeknop voor de steekbreedte wordt ook de traploos verstelbare naaldpositie bij de rechte steek bepaald. Bij positie "0" staat de naald in het midden en bij "5" helemaal links ij positie "0" staat de naald in het midden en bij "5" helemaal rechts . Zet de stekenkeuzeknop op zigzag. De zigzagsteek wordt steeds dichter, als de lengtekeuzeknop dichter bij de "0" komt. Nette zigzagsteken krijgt u normaal met lengte 2,5 of minder. (2) Voor het maken van rechte steken, de steekkeuzeknop op een rechte steek zetten. Bij draaien aan de steeklengtekeuzeknop vermindert de lengte van de afzonderlijke steken als de knop dichter bij de "0" komt. Als de knop naar de "4" gaat, neemt de lengte van de afzonderlijke steken toe. (3) Over het algemeen moet u een grotere steeklengte gebruiken bij het naaien van zwaardere stoffen of als u een dikkere naald of draad gebruikt. Gebruik een kortere steeklengte als u dunnere, lichtere stoffen naait of als u een dunnere naald of draad gebruikt. (pour Style UP 40), b (pour Style 40) Molette de largeur de point & molette de longueur de point 42Die Maschine auf Geradstich einstellen, um mit dem Nähen zu beginnen. (1) Den Stoff unter den Nähfuß legen, wobei die Stoffkante an der gewünschten Saumführungslinie auf der Stichplatte ausgerichtet wird. (2) Die Nähfußstange senken und dann auf die Fußpedalsteuerung treten, um mit dem Nähen zu beginnen. (3)
Kies een rechte steek. (1) Leg de stof onder de persvoet. Leg daarbij de rand van de stof langs de gewenste geleidelijn op de naaldplaat. (2) Laat de persvoetlichter zakken en druk met de voet op het pedaal om te beginnen met naaien. (3) Een rechte steek naaien
Om het begin en eind van een naad vast te zetten, op de knop voor achteruit naaien (A) drukken. Naai een paar steken achteruit. Laat de knop weer los, en de machine naait weer vooruit. (1)
Stichbreitenwählrad Stichlängenwählrad 47FR U kunt de rekbare of stretchsteken kiezen door de keuzeknop op de gewenste steek te zetten. Zet de keuzeknop voor de steeklengte op "S1" of "S2". Er zijn verschillende stretchsteken. Hier zijn twee voorbeelden: Zet de steekkeuzeknop op " ". Deze steek wordt gebruikt om drievoudig versterkte stretchnaden en slijtvaste naden te maken. De machine naait twee steken vooruit en een steek achteruit. Zet de steekkeuzeknop op " ". Zet de knop voor de steekbreedte tussen "3" en "5". Ric rac is geschikt voor stevige, dicht geweven stoffen als denim, corduroy, popeline, zeildoek, canvas enzovoort. Rechte stretchsteek Ric Rac (drievoudige zigzagsteek) (voor Style 40/Style UP 40) Het kiezen van rekbare steken (voor Style 30/40, Style UP 30/40)
Voor zomen van gordijnen, broeken, rokken enzovoort. Blinde zoom voor stretchstoffen. Blinde zoom voor stevige stoffen Zet de keuzeknop voor de steeklengte op het bereik dat getoond wordt op de afbeelding rechts. Blinde zomen worden normaal echter met een wat langere steeklengte gemaakt. Zet de keuzeknop voor de steekbreedte op een waarde die geschikt is voor het gewicht en het type van de stof die u wilt naaien, binnen het bereik dat getoond wordt op de afbeelding uiterst rechts op de bladzijde. Over het algemeen wordt een smallere steek gebruikt voor lichtere stoffen en een bredere steek voor zwaardere stoffen. Doe altijd eerst een naaiproefje om te kijken of de machine- instellingen geschikt zijn voor het materiaal. Blinde zoom: Strijk de zoom op de gewenste breedte naar binnen. Vouw de zoom terug (zoals in figuur 1) tegen de goede kant van de stof, zodat het bovenste deel van de zoom ongeveer 7 mm verder uitsteekt aan de goede kant van de gevouwen stof. Begin langzaam te naaien op de vouw, zorg daarbij dat de naald lichtjes de gevouwen goede kant aan de bovenkant raakt en daarvan één of twee draadjes meepakt. (2) Als de zoom helemaal gestikt is, de stof weer uitvouwen en persen. Blinde zoom
PUSH 51FR Het naaien van knoopsgaten is snel en gemakkelijk en levert goede resultaten op. Maak voor de zekerheid altijd eerst een proefknoopsgat op een stukje van de stof waarmee u werkt en het materiaal dat u gebruikt ter versteviging. Een knoopsgat maken Een knoopsgat maken in stretchstoffen (5)
1. Gebruik kleermakerskrijt om de plek voor het knoopsgat aan te
2. Plaats de knoopsgatenvoet en zet de steekkeuzeknop op " ". Zet
de steeklengte op " ". Zet de steekbreedte op "5". Het kan echter zijn dat u de breedte aan moet passen aan uw werkstuk. Maak een proefknoopsgat om te kijken of aanpassingen nodig zijn.
3. Laat de persvoet zakken, zorg dat de merktekens op de voet
gelijkliggen met de merktekens op de stof (1). (De voorste trens wordt het eerst gestikt.) (Zorg dat het merkteken op de stof (a) gelijk ligt met het merkteken op de voet (b).)
4. Maak de knoopplaat open en leg de knoop erin.
5. Laat de knoopsgathendel zakken en duw hem zachtjes naar
6. Houd de bovendraad losjes vast en begin te naaien.
7. Bij het maken van een knoopsgat is dit de volgorde (4).
8. Stop als de knoopsgatcyclus voltooid is.
Als u knoopsgaten maakt in stretchstof, leg dan een dikkere draad of een dun koordje onder de knoopsgatenvoet. Bij het naaien van het knoopsgat wordt het koord als opvulling gebruikt.
1. Gebruik kleermakerskrijt om de plek voor het knoopsgat aan te
geven op de stof. Bevestig de knoopsgatenvoet en zet de steekkeuzeknop op " ". Zet de lengte van de steek op " ".
2. Haak de inlegdraad aan de achterkant van de naaivoet, leid de
twee uiteinden naar de voorkant van de voet, leg ze in de groeven en bind ze tijdelijk vast.
3. Laat de persvoet zakken en begin te naaien.
*Stel de steekbreedte zo in, dat deze past bij de diameter van de inlegdraad.
4. Als het knoopsgat genaaid is, de inlegdraad zachtjes strak trekken.
Knip dan de uiteinden af. Naaien van een 1-staps knoopsgaten (voor Style UP 20/30/40)
4-Schritt Knopfloch nähen für( Style 20/30/40) StichlängenwählradStichbreitenwählrad 53FR Voorbereiden Opmerking: Tips: - Verwijder de universele voet en bevestig de knoopsgatvoet. - Meet de diameter en de dikte van de knoop en voeg 0,3 cm (1/8") toe voor de trenzen; markeer de grootte van het knoopsgat op de stof. - Leg de stof onder de naaivoet, zodat de markering op de knoopsgatvoet overeenkomt met de startmarkering op de stof. Breng de naaivoet omlaag, zodat de middenlijn van het knoopsgat die op de stof is aangegeven overeenkomt met het midden van de knoopsgatvoet. Pas de steeklengteknop in de " " aan om de steekdichtheid in te stellen. De dichtheid verschilt naargelang de stof. Naai altijd eerst een proefknoopsgat op de stof die u gaat gebruiken. Volg de 4-stapsreeks door met de steekkeuzeknop van de ene stap naar de andere te gaan. Wanneer u van stap naar stap gaat bij het maken van het knoopsgat, moet u controleren of de naald omhoog staat voordat u de steekkeuzeknop naar de volgende stap draait. Let erop dat u niet te veel steken naait in stap 2 en 4. Snijd het knoopsgat met een tornmesje open vanaf beide uiteinden naar het midden toe. - Het resultaat wordt mooier als u de bovendraadspanning iets vermindert. - Gebruik een versteviging voor dunne of elastische stoffen. - Het is aanbevolen dikt garen of koord te gebruiken voor elastische of gebreide stoffen. De zigzag moet over het dikke garen of het koord heen naaien. (5) Naaien van een 4-staps knoopsgaten (voor Style 20, 30, 40)
Bevestig de stopplaat. (1) Vervang de persvoet door de knoopaanzetvoet. Leg het werkstuk onder de voet. Leg de knoop op de gemarkeerde plek en laat de voet zakken. Zet daarna de steekkeuzeknop op " " ennaai enkele vastzet steken. Kies de zigzag breedte passend voor de twee gaten in de knoop. Draai het handwiel met de hand enkele malen om te controleren of de naald zowel inhet rechter als het linker gat gaat zonder de knoop te raken. Pas de breedte eventueel aan. Naai langzaam ongeveer 10 steken. Kies nu met de steekkeuzeknop " " en naai enkele vastzet steken. (2) (voor Style 20, Style UP 20) Zet de steekkeuzeknop op zigzagsteek " ". Zet de steekbreedte op "3" - "5", afhankelijk van de afstand tussen de gaatjes van de knoop. Draai aan het handwiel, om te controleren of de naald netjes in het linker- en rechtergaatje van de knoop gaat. Zet de steekkeuzeknop op rechte steek " ", en naai een paar aanhechtsteken. Zet de steekkeuzeknop op zigzagsteek " " en naai langzaam de knoop aan, met ongeveer tien steken. Zet de steekkeuzeknop op rechte steek " ", en naai een paar aanhechtsteken. (2) Als er een steeltje gemaakt moet worden, een stopnaald bovenop de knoop leggen en naaien. (3) Voor knopen met 4 gaatjes, eerst door de voorste twee gaatjes stikken (2), het werk naar voren duwen en vervolgens door de achterste twee gaatjes stikken, zoals beschreven. (3) (voor Style 30/40, Style UP 30/40) Knopen aanzetten
Stel de machine in als op de afbeeldingen.
1. Leg de goede kanten van de stof op elkaar.
Stik een naad op twee cm van de rechterkant tot aan de onderkant van de rits. Naai een paar steken achteruit om af te hechten. Vergroot de steeklengte tot het maximum, zet de spanning lager dan 2, en rijg de rest van de naad.
2. Pers de naad open. Leg de rits met de goede kant naar
beneden op de naad, met de tanden tegen het stiksel aan. Rijg de beide ritshelften vast.
3. De ritsvoet kan links of rechts bevestigd worden, afhankelijk
van de kant die u wilt naaien.
4. Stik de rits rondom, haal dan de rijgdraad weg.
De naaitafel loshalen Aanbrengen van de naaitafel Let op: Duw de aanschuifbare naaitafel naar links om deze los te maken. (1) Houd de aanschuifbare naaitafel horizontaal, en duw de naaitafel in de richting van de pijl. (2) Klik de aanschuiftafel vast. Let op uw vingers! (a) In de aanschuifbare naaitafel kunnen accessoires bewaard worden. (3) De aanschuifbare naaitafel gebruiken
Waarschuwing: Persvoet verwijderen Persvoet bevestigen Verwijderen en bevestigen van de persvoetschacht Bevestigen van de geleider voor doorstikken/quilten Zet de machine uit, dus de aan/uitknop op ("O"), als u een van onderstaande werkzaamheden gaat verrichten. Zet de persvoet omhoog met de persvoetlichter. Duw de hendel omhoog (e) en de voet komt los. (1) Laat de persvoetschacht (b) zakken met de persvoetlichter, totdat de inkeping (c) vlak boven de pen (d) staat. (2) De persvoet (f) klikt vanzelf vast. Zet de persvoetstang (a) omhoog met de persvoetlichter. U kunt de persvoetschacht (b) verwijderen en bevestigen zoals aangegeven is op de afbeelding. (3) Bevestig de geleider voor doorstikken/quilten (g) in de gleuf, zoals aangegeven is op de afbeelding. Pas de afstand naar wens aan voor zomen, plooien en doorstikken enzovoort. (4) Persvoet verwisselen
9-11(65-75) 12(80) Lichtgewicht stoffendun katoen, voile, dunne wol, zijden, mousseline, kunstzijde, T-shirtstoffen, dunne katoenen stretch, tricot, jersey, crêpe, geweven polyesters, stoffen voor shirts en blouses. Middelzware stoffenkatoen, satijn, kettleclote (stevig polyester-katoen), zeildoek, stevig tricot, lichtgewicht wollen stoffen. Middelzware stoffenkatoenen canvas, wol, zwaardere tricots en gebreide stoffen, badstof, denim. Zware stoffencanvas, wol, outdoorstoffen zoals tentdoek, doorgestikte en gewatteerde stoffen, denim, meubelstoffen (licht tot medium). Zware wol, jas- en mantelstoffen, meubelstoffen, sommige soorten leer en kunststoffen. Naalden met standaard scherpte. Maten van dun tot dik. 9 (65) tot 18(110) Semi-ballpointnaald (semi-stretchnaald), gegroefd. 9(65) tot 18(110) Volledige ballpointnaald (stretchnaald). 9(65) tot Leernaalden. 12(80) tot 18(110) BELANGRIJK: Zorg dat de dikte van de naald past bij de dikte van het garen en dikte en gewicht van de stof
KEUZE VAN NAALDEN EN STOFFEN
Natuurlijke geweven stoffen dunne wol, katoen, zijde enzovoort. Niet aangeraden voor zwaardere gebreide stoffen en zwaarder tricot.
Natuurlijke en synthetische geweven stoffen, polyestermixen. Polyester tricot en gebreide stoffen. Kan gebruikt worden in plaats van 15x1 voor het naaien van alle stoffen. 14(90) 16(100) 18(110) Garen voor lichte toepassingen in de kwaliteit katoen, nylon of polyester. De meeste garens (van gemiddelde dikte) zijn geschikt voor deze stoffen en naalddiktes. Gebruik polyester garen voor synthetische stoffen en katoenen garen voor natuurlijke, geweven stoffen. Gebruik altijd hetzelfde soort garen voor boven- en onderdraad. Garen voor zware toepassingen. (Gebruik zware persvoetdruk en de steken met de hogere nummers.)
NAALDEN BESCHRIJVING SOORT STOF
Sweatstof, Lycra, badpakstof, elastisch materiaal. Leer, kunststof, meubelstoffen. (Maakt een kleiner gaatje dan een standaard dikke naald.) HA 1
15 1/705H(SUK) 15 1/705H(SUK) 130 PCL Let op: 1. Tweelingnaalden kunnen extra aangeschaft worden als handig hulpmiddel bij praktische en decoratieve toepassingen.
2. Als u met een tweelingnaald naait, moet de steekbreedte altijd minder zijn dan "3".
3. Europese maten voor naalden: 65, 70, 80 enz. Amerikaanse en Japanse maten voor naalden: 9, 11, 12 enz.
4. Vervang de naalden regelmatig tot vaak (ongeveer voor ieder kledingstuk een nieuwe naald). Vervang de naald ook onmiddellijk als de draad breekt of als er steken overgeslagen worden.
5. Gebruik een tegenvoering/versteviging bij fijne of rekbare stoffen.
Overzicht naald/stof/garen
Waarschuwing: Zet de aan/uit knop op 'uit' ("O"), voordat u de naald inzet of verwijdert. Vervang de naald regelmatig, in ieder geval als de naald gebruikssporen vertoont of problemen veroorzaakt. Zet de naald in als volgt (zie ook de afbeelding): A. Draai de naaldklemschroef los. Draai deze na het inzetten van de nieuwe naald weer vast. (1) B. De platte kant van de naald moet altijd naar achteren gericht zijn. C/D. Duw de naald er zo ver mogelijk in. Naalden moeten in perfecte conditie zijn. (2) Problemen kunnen veroorzaakt worden door: A. Verbogen naalden B. Beschadigde punt C. Botte naalden
Onderhoud Maintenance 71Ursache
Guide de dépannage 73Gids voor het verhelpen van problemen Oorzaak
1. De machine is niet goed ingeregen.
2. De draadspanning is te strak.
3. Het garen is te dik voor de naald.
4. De naald is niet goed ingezet.
5. Het garen heeft zich rond de garenklospen gedraaid.
6. De naald is beschadigd.
1. Het spoelhuis zit niet goed in de machine.
2. Het spoelhuis is niet goed ingeregen.
3. De draadspanning van de onderdraad is te strak.
1. De naald is niet goed ingezet.
2. De naald is beschadigd.
3. Naald van verkeerde dikte in gebruik.
4. De persvoet is niet goed bevestigd.
1. De naald is beschadigd.
2. De naald is niet goed ingezet.
3. Verkeerde naalddikte voor de stof.
4. Verkeerde voet bevestigd.
1. De machine is niet goed ingeregen.
2. Het spoelhuis is niet goed ingeregen.
3. Verkeerde combinatie naald/stof/garen.
4. Draadspanning is niet goed.
1. De naald is te dik voor de stof.
2. De steeklengte is niet juist.
3. De draadspanning is te strak.
4. De stof trekt zich samen.
1. Garen van slechte kwaliteit.
2. Het spoelhuis is niet goed ingeregen.
3. Er is aan de stof getrokken.
1. De machine moet gesmeerd worden.
2. Pluizen of olie/vet op de grijper of de naaldstang.
3. Olie van slechte kwaliteit gebruikt
4. De naald is beschadigd.
Garen zit vast in de grijper. Oplossing
1. Machine opnieuw inrijgen.
2. Draadspanning verminderen (kies lager nummer).
3. Gebruik een dikkere naald.
4. Verwijder de naald en zet een nieuwe in (platte kant naar achteren).
5. Pak het garenklosje eraf, wind het garen weer op het klosje.
6. Vervang de naald.
1. Verwijder het spoelhuis en zet het weer in de machine. Trek aan de
draad. De draad moet gemakkelijk afrollen.
2. Controleer de spoel en het spoelhuis.
3. Verminder de onderdraadspanning (zoals beschreven in de
gebruiksaanwijzing).
1. Verwijder de naald en zet hem opnieuw in (platte kant naar achteren).
2. Zet een nieuwe naald in.
3. Kies een naald die wél bij het garen en de stof past.
4. Controleer, en bevestig correct.
1. Zet een nieuwe naald in.
2. Zet de naald goed in (platte kant naar achteren).
3. Kies een naald die wél bij het garen en de stof past.
4. Kies de juiste persvoet.
1. Controleer de inrijging.
2. Rijg het spoelhuis in, zoals in de gebruiksaanwijzing staat.
3. De naalddikte moet bij het garen en de stof passen.
4. Corrigeer de draadspanning.
1. Kies een dunnere naald.
2. Pas de steeklengte aan.
3. Kies een lossere draadspanning.
4. Gebruik voering of versteviging bij fijne of rekbare stoffen.
1. Gebruik een betere kwaliteit garen.
2. Verwijder het spoelhuis, rijg het opnieuw in en zet het goed in de
3. Trek niet aan de stof onder het naaien, laat de machine de stof
1. Smeer de machine zoals in de gebruiksaanwijzing staat.
2. Maak de grijper en de transporteur schoon zoals in de
gebruiksaanwijzing staat.
3. Gebruik alleen naaimachineolie van goede kwaliteit.
4. Vervang de naald.
Verwijder bovendraad en spoelhuis, draai het handwiel met de hand naar voren en naar achteren en verwijder de resten van het garen. Smeren zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing. Probleem Bovendraad breekt Onderdraad breekt Overslaan van steken Naald breekt Losse steken Naden trekken of rimpelen Ongelijkmatige steken, ongelijkmatig transport Machine maakt lawaai Machine loopt vast
Notice-Facile