Compakt 500E - Naaimachine ALFA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Compakt 500E ALFA in PDF-formaat.
| Producttype | Naaimachine |
| Merk | ALFA |
| Model | Compakt 500E |
| Afmetingen (L x B x H) | 40 x 18 x 30 cm |
| Gewicht | 7 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Vermogen | 85 W |
| Stroomsnelheid | Max. 800 steken per minuut |
| Aantal steken | 40 |
| Naaldsysteem | 130/705H (normaal) |
| Maximale steekbreedte | 5,0 mm |
| Maximale steeklengte | 4,0 mm |
| Type knoopsgat | Automatisch, instelbare maat |
| Vrije arm | Ja |
| LCD scherm | Ja |
| Verlichting | LED-lampje (max. 15 W) |
| Toebehoren inbegrepen | Zigzagvoet A, satijnvoet F, knoopsgatvoet R, naalden, spoelen, garenpen, tornmesje, transportafdekplaat, hoes |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling bij overbelasting |
| Onderhoud | Reiniging van grijper en transport |
Veelgestelde vragen - Compakt 500E ALFA
Gebruikersvragen over Compakt 500E ALFA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Compakt 500E - ALFA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Compakt 500E van het merk ALFA.
GEBRUIKSAANWIJZING Compakt 500E ALFA
Dit apparaat is niet bedoeld gebruikt te worden door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, behalve onder toezicht van of met instructie door bevoegde personen om de veiligheid te waarborgen. Kinderen mogen het apparaat alleen onder toezicht gebruiken, zodat ze het niet als speelgoed gebruiken.
Als men deze machine gebruikt moeten standaard voorzorgmaatregelen in acht worden genomen, waaronder de volgende:
Lees alle instructies voor u de machine in gebruik neemt.
GEVAAR—
Om het risico van een electrische schok te voorkomen:
-
Laat nooit de stekker in het stopcontact zitten als u niet met uw machine bezig bent! Verwijder de stekker na gebruik of bij een andere vorm van onderhoud aan uw machine!
-
Verwijder de stekker als u een lampje gaat vervangen. Vervang het lampje door een nieuwe te plaatsen van maximaal 15 watt.
WAARSCHUWING—
Om het risico van doorbranden, brand, electrische schokken of letsel aan personen te voorkomen:
- Gebruik de machine niet als speelgoed. Aandacht is nodig als de naaimachine gebruikt wordt door of in de buurt van kinderen.
- Gebruik deze machine alleen zoals aangegeven in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door de fabriek worden aanbevolen zoals aangegeven in deze handleiding.
- Gebruik de machine nooit als het snoer of een der stekkers beschadigt zijn, de machine niet naar behoren functioneert, gevallen is of beschadigt of met water in aanraking is geweest. Breng in voorgaande gevallen uw machine naar uw vakhandelaar voor onderzoek, reparatie of elektrische of mechanische afstelling.
- Houd de ventilatie openingen van de machine vrij en voetpedaal vrij en voorkom dat er stof, vuil of vocht in kan komen.
- Gooi nooit iets in een der openingen van naaimachine of voetpedaal.
- Gebruik de machine niet buitenshuis.
- Gebruik deze machine niet als er dampen van ontplofbare stoffen of gassen in de omgeving kunnen zijn van de machine.
- Voor het uitschakelen dient u alle bedienhendels op uit "O" te zetten. Verwijder daarna pas de stekker uit het stopcontact.
- Verwijder nooit stekkers door te trekken aan het snoer. Neem altijd de stekker in de hand en trek deze voorzichtig uit de machine of het stopcontact.
- Tijdens het naaien moet u uw vingers verwijderd houden van alle bewegende delen. Speciaal uw attentie voor het gebied rondom de naald.
- Gebruik altijd de voorgeschreven naaldplaat. Gebruik van de verkeerde plaat kan schade of breken van de naald veroorzaken.
- Gebruik nooit een naald die krom is.
- Trek of duw nooit aan de stof. Dit kan verbuigen en daardoor het breken van de naald veroorzaken.
- Zet de machine uit ("0") Verwijder de stekker uit het stopcontact of schakel de machine uit voor u enige handeling verricht in de omgeving van de naald. Bijvoorbeeld: inrijgen van de draad, vervangen van de naald, vervangen van de naaldplaat of persvoet etc.
- Verwijder de stekker te allen tijde uit het stopcontact wanneer u afdekkappen verwijderd, de machine gaat smeren of een gebruiksaftstelling doet zoals aangegeven in deze handleiding.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN!
Het ontwerp en specificaties kunnen zonder aankondiging gewijzigd worden.
Let erop dat dit apparaat volgens wettelijke regels gerecycled moet worden. Als u twijfelt, raadpleeg dan uw verkoper voor hulp.
INHOUD
KEN UW MACHINE
Namen van onderdelen 2
Standaard accessoires 3
Aanschuiftafel/accessoirebox 3
Vrije arm naaien 3
STARTEN MET NAAIEN
Aansluiten van de machine 4
Aanpassen van naaisnelheid.... 4
Bedieningsknoppen van de machine.... 5
Achteruitnaai knop 5
Naald hoog/laag knop 5
Keuze ring 5
Transport afdekplaat 6
Verwisselen van persvoet 6
Verwijderen en plaatsen van voethouder 6
Persvoethendel omhoog en omlaag zetten 7
Regelen van de draadspanning.... 7
Naald verwisselen.... 8
Naald, draad en stoftabel 8
Spoel winden 9
Verwijderen van het spoelhuis 9
Plaatsen van garenpen 9
Plaatsen van het garenklosje 9
Extra garenpen 9
Spoel opwinden 10
Spoel inleggen 11
Inrijgen van de machine.... 12
Onderdraad omhoog halen 13
LCD scherm 14
Kiezen van steken 14
NAAIEN BASIS
Rechte steek 15
Beginnen met naaien 15
Aan- en afhechten 15
Veranderen van naairichting 15
Wijzigen van steeklengte 16
Wijzigen van de naaldpositie 16
Gebruik van de zoomgeleiding 17
Het naaien op de rand van dikke stoffen 17
Rekbare rechte steek.... 18
Zigzag steek 19
Wijzigen van steekbreedte 19
Wijzigen van steeklengte 19
Overlock steek 20
Tricot steek 20
Gestikte zigzagsteek.... 20
Knoopsgaten 21
Rechthoekig knoopsgat 21
Knoopsgat naaien 21
Wijzigen van trensbreedte knoopsgat 23
Wijzigen van steekdichtheid knoopsgat 23
Knoopsgat met ronding.... 23
Kleermakersknoopsgat 23
Knoopsgaten met vulkoord o 24
Knopen aanzetten.... 25
Blindzomen 26
Wijzigen van de naaldpositie 26
DECORATIEVE STEKEN
Fagotsteek 27
Schulpsteek 27
Appliceren 28
Patchwork 28
Smockwerk.... 29
Satijnsteken 29
Kruissteken 30
Decoratieve rekbare steken.... 30
Aanpassen van balans rekbare steken 31
ONDERHOUD VAN DE MACHINE
Schoonmaken van grijper en transport 32
Terugplaatsen van spoelhuis 32
Problemen en waarschuwingssignalen 33
Problemen oplossen 34

Namen van onderdelen
①LCD scherm
②Keuze ring
③Spoelwinderas
④Gat voor extra garenpen
⑤Gat voor garenpen
⑥Spanningschijf voor spoelwinden
⑦Draadgeleider
⑧Draadhevel
⑨Spanningsknop
⑩Voorkap
⑪Draadafsnijder
⑫Naaldplaat
⑬Aanschuiftafel/accessoirebox
⑭Spoelafdekplaatje
⑮Ontgrendelingsknop
⑯Knop achteruitnaaien
⑰Knop voor naald hoog/laag
⑱Persvoethouder
⑲Zigzagvoet A
20Naald
②1Naaldklemschroef
②Handgreep
23Handwiel
⑳Knop balans aanpassen
⑲Aan-/uitschakelaar
②6Stekkerhuis pedaal
⑳Stekkerhuis netsnoer
⑳Vrije arm
⑲Knoopsgathevel
30Persvoethendel

⑤Zigzagvoet A (zit aan machine)
⑥Satijnsteek voet F
⑦Automatische knoopsgatvoet R
⑧Garenstopper
⑨Vilten ring
⑩Transportafdekplaat
⑪Schroevendraaier
⑫Garenpen
⑬Netsnoer
⑭Handleiding
⑮Voetpedaal
⑯Hoes

De aanschuiftafel zorgt voor extra naairuimte, maar kan verwijderd worden.
Verwijderen van de tafel:
Verwijder de tafel door deze naar links te schuiven.
Plaatsen van de tafel:
Schuif de accessoirebox weer terug, totdat het lipje in de uitsparing klikt.
①Aanschuiftafel
②Lipje
③Uitsparing
④Opbergruimte
De aanschuiftafel is ook het opbergvak voor de accessoires.

Het naaien met de vrije arm is handig bij mouwen, ellebogen en broekspijpen.

Aansluiten van de machine
LET OP:
Zorg ervoor dat u, voor het aansluiten van het netsnoer, het juiste voltage (watt) hebt. Zoals aangegeven op uw machine.
Zet de machine uit met de knop.
Steek de stekker van het voetpedaal in het stekkerhuis van de machine. Steek de aansluiting van het netsnoer in het stekkerhuis van de machine en de stekker in het stopcontact.
Zet de machine aan met de knop en het licht gaat aan.
①Stroom/lichtschakelaar
②Stekker voetpedaal
③Stekkerhuis
④Netsnoer
⑤Stekkerhuis
⑥Stroom stekker
⑦Stopcontact
LET OP:
Zorg ervoor dat de stekker van het voetpedaal horizontaal in de gleuf van het stekkerhuis past.
Als u de machine aanzet, geeft het scherm een testpatroon en verschijnt daarna 01.

WAARSCHUWING:
Let op het naald/persvoetgedeelte tijdens het naaien.
Raak geen bewegende delen aan, zoals de draadhefboom, handwiel of naald. Zet de machine altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact als u:
- de machine onbeheerd laat.
- delen aanbrengt of weghaalt van de machine.
- de machine schoonmaakt.
Plaats niets op het voetpedaal als u niet naait.

Aanpassen van naaisnelheid
De naaisnelheid kan aangepast worden met het voetpedaal. Als u het harder intrapt, gaat de machine sneller naaien.
LET OP:
Houdt de voet vrij van garen, stof en losse restjes stof. Plaats niets op het voetpedaal.

Bij het naaien van steek nr. 1, 2 of 4 zal de machine achteruit naaien, zolang de achteruitnaai knop is ingedrukt. Bij het indrukken van de achteruitnaai knop bij andere steken zal de machine onmiddellijk enkele afhechtingssteken maken en automatisch stoppen.
①Achteruitnaai knop
Naald hoog/laag knop
Druk op de knop om de naald omhoog of omlaag te zetten. De machine zal stoppen met de naald omhoog of omlaag, afhankelijk van de stand van deze knop.
②Naald hoog/laag knop

Keuze ring
Deze knop wordt gebruikt de cursor te verzetten, een steek te kiezen en om de instellingen te wijzigen.
①Keuze ring
②Cursor
Druk ◀ (links) om de cursor naar links te zetten.
Druk ▷ (rechts) om de cursor naar rechts te zetten.
Zet de cursor onder het nummer of instelling die u wilt veranderen.
Druk △ (omhoog) om nummer of instelling te verhogen.
Druk ▽ (omlaag) om nummer of instelling te verlagen.

Transport afdekplaat
Plaatsen:
Houdt de afdekplaat vast met de 3 pinnen naar beneden. Leg het plaatje op de naaldplaat met de pinnetjes in de gaatjes.
①Pinnetje
②Gaatje
Verwijderen:
Til de voorkant van het plaatje op om deze te verwijderen.
LET OP:
Verwijder het plaatje voor u het afdekplaatje van de spoel verwijderd.

Verwisselen van persvoet

Let op:
voorkomen van ongelukken. Zet de machine uit d.m.v. de schakelaar voor u de persvoet wisselt. Kies altijd de juiste voet bij de gekozen steek. De verkeerde voet kan zorgen voor naaldbreuk. Druk de ontgrendeling niet naar beneden, om te voorkomen dat deze afbreekt.
Verwijderen van persvoet:
Draai met het handwiel naar u toe de naald in de hoogste stand. Zet de persvoethendel omhoog.
Druk op de hendel aan de achterkant van de voethouder en de voet komt los.
①Hendel
Plaatsen van de persvoet :
Plaats de gewenste voet, zodat de pin van de onder de groef van de voethouder. Zet de persvoethendel omlaag. De voet zal nu vastzitten aan de houder.
②Groef
③Pin
Elke voet is voorzien van een letter ter herkenning.
④Letter

Verwijderen en plaatsen van voethouder

Let op:
voorkomen van ongelukken. Zet de machine uit d.m.v. de schakelaar voor u de voethouder verwijderd.
Verwijderen:
Zet de voethouder omhoog en draai de schroef naar achter los om de voethouder te verwijderen.
①Schroef
②Voethouder
Plaatsen:
Houdt het gaatje in de voethouder gelijk aan het gat in de persvoetstang. Steek de schroef door het gat en draai deze vast.
③Gat voethouder
④ Gat persvoetstang

Persvoethendel omhoog en omlaag zetten
De persvoethendel zet de persvoet omhoog en omlaag. U kunt de persvoet ongeveer 0,6 mm hoger drukken dan de normale positie, om dikke stoffen makkelijker onder de persvoet te plaatsen.
①Persvoethendel
②Normale positie hoog
③Extra hoge positie

Regelen van de draadspanning
De draadspanningen moeten op elkaar ingesteld zijn. Als de spanning aangepast moet worden, kan het beste de bovenspanning gewijzigd worden.
①Draadspanningsknop
②Instelmarkering
Juiste draadspanning:
Bij de juiste draadspanning bij de rechte steek is de boven- en onderspanning verknoopt midden tussen de stoflagen, zoals op de afbeelding.
③Naalddraad (bovendraad)
④Spoeldraad (onderdraad)
⑤Goede kant van de stof (bovenkant)
⑥Verkeerde kant van de stof (onderkant)
Bij het naaien van zigzagsteken, moet de bovenspanning wat losser dan bij het naaien van rechte steken. Het resultaat is mooier als de bovendraad iets te zien is aan de onderkant van de stof.

Onderdraad is te zien boven de stof :
De naaldspanning is te hoog, als de onderdraad aan de bovenkant van de stof te zien is. Draai dan de bovenspanning naar een lager getal.
Bovendraad is te zien onder de stof :
De naaldspanning is te laag, als de bovendraad te zien is aan de onderkant van de stof. Draai de bovenspanning naar een hoger getal.
Naald verwisselen

Let op:
Zet de machine uit d.m.v. de schakelaar en haal de stekker uit het stopcontact voor u de naald wisselt.

Draai met het handwiel naar u toe de naald in de hoogste stand. Zet de persvoethendel naar beneden. Draai de naaldschroef los. Verwijder de naald uit de klem.
①Schroef naaldklem
Breng een nieuwe naald met de platte kant naar achter zo hoog mogelijk in de klem. Draai de naaldschroef stevig vast met bijgeleverde schroevendraaier.
②Stoppuntje
③Platte kant
Om de naalden te controleren legt u de naald met de platte kant op een vlakke ondergrond. De ruimte tussen de naald en de ondergrond moet overal gelijk zijn. Gebruik nooit een kromme of stompe naald.
④Ruimte
Naald, draad en stoftabel
* Meestal worden dunne naalden en dun garen gebruikt bij dunne stoffen. Bij zwaardere stoffen gebruikt u dikker draad en dikkere naalden.
* Test vooraf altijd de naalddikte en het garen op een apart stukje van de stof.
* De dikte van de naald moet passen bij de dikte van de draad en beide moeten passen bij de stof. Gebruik op de spoel normale dikte garen.
* Voor het goed naaien van stretchstoffen wordt een stretchnaald gebruikt.
| Stof | Garen Naald | ||
| Dunne stof | Lichtgewicht- dunne georgette, organza, voile, taft, zijde etc. | Dunne garens, polyester of polyester/katoen | 9-11 |
| Medium stof | Middengewicht-dunne katoen, piqueÅL, linnen, satijn, dunne corduroy, fluweel etc. | Standaard, polyester of zijde | 11-14 |
| Zware stof | Zwaargewicht- jeans, gabardine, tweed, corduroy etc. | Standaard, polyester of doorstikgaren | 14-16 |

Verwijderen van het spoelhuis
Druk het ontgrendelingsknopje naar rechts en verwijder het afdekplaatje.
①Ontgrendelingsknopje
②Afdekplaatje
Pak het spoeltje eruit.
③Spoel

Plaatsen van garenpen
Zet de garenpen in het gat, zoals aangegeven.
①Garenpen
②Gat

Plaatsen van het garenklosje
Zet de garenklos op de garenpen, zodat de draad afrolt zoals aangegeven.
①Garenklosje
②Garenpen
Druk de garenstopper strak tegen het garenklosje.
③Garenstopper

De extra garenpen is voor spoel opwinden, zonder opnieuw inrijgen. Plaats de extra garenpen in het gat. Schuif de vilten ring erover en plaats een garenklosje.
①Extra garenpen
②Vilten ring
③Gat garenpen
Spoel opwinden

①Pak de draad van het garenklosje. Voer de draad door de draadgeleiders zoals aangegeven. ①Draadgeleider
②Trek de draad naar u toe en leg deze langs het spoelspanningsplaatje. ②Spoelspanningsplaatje
③ Stop het gareneind van binnen naar buiten door het gaatje van het spoeltje. Zet het spoeltje op de opwinderas. ③ Spoel opwinderas
4 Schuif deze naar rechts tot hij klikt. Het scherm laat 8 zien.
5 Houdt het gareneind vast. Start de machine en wikkel enige slagen. Stop de machine en knip het gareneind weg.
6 Ga nu verder met spoelwinden. De volle spoel zorgt zelf voor uitschakeling. Zet de spoelwinderas weer naar links en knip de draad door.
Let op:
Zet de spoelwinderas terug naar links als de machine stopt.
1

1 Leg het spoeltje in het spoelhuis met de draad tegen de klok in.
①Draad
②Spoelhuis
2Trek de draad door opening aan de voorkant van het spoelhuis.
③Uitsparing aan de voorkant
3Trek de draad naar links door de binnenkant van veer.
④Spanningsveer
4 Blijf de draad licht doortrekken totdat deze in de opening aan de zijkant zit.
⑤Uitsparing aan de zijkant
5 Trek ongeveer 10 cm draad naar achteren. Plaats het afdekplaatje terug.
Let op:
Een inrijghulp is getekend op de afdekplaat voor hulp.
⑥Inrijghulp

Inrijgen van de machine
Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Zet de persvoet omhoog.
Zet een garenklos op de garenpen, zoals getoond.

Let op:
Zet de machine af met de schakelaar voor het inrijgen van de machine.
1

1Trek het garen door de bovenste geleider.
①Draadgeleider
② Terwijl u de draad bij de klos vasthoudt, trekt u het garen langs de rechterkant, dan onderlangs de draadgeleider. Vervolgens links erlangs weer omhoog.
②Rechterkant draadgeleider
③Draadgeleider
④Linkerkant draadgeleider
3 Trek de draad stevig, van rechts naar links, door de draadhefboom en goed in het oog ervan.
⑤Draadhefboom
4 Geleid dan het garen weer links langs de draadgeleider naar beneden en haak het achter de geleider aan de naaldstang.
⑥Geleider naaldstang
5 Steek het garen van voor naar achter door het oog van de naald.
⑦Oog van de naald

Onderdraad omhoog halen
Zet de pershendel omhoog. Zet de machine met de schakelaar aan. Houdt de naalddraad losjes tussen de vingers.
①Persvoethendel
②Naalddraad
Druk 2x op de knop voor naald hoog/laag om de spoeldraad op te halen. Trek zachtjes aan de bovendraad tot de onderdraad omhoog komt.
③Spoeldraad
④Knop naald hoog/laag
Leg nu beide draden onder de voet naar achter. Houdt ongeveer 10-15 cm. garen over.


Het scherm geeft de volgende informatie als de machine aanstaat.
① Herkenningsletter
②Nummer van steekpatroon
③Cursor
④Steekbreedte
⑤Steeklengte
⑥Aanduiding voetpedaal
Let op:
Schaduw van de symbolen die niet voorkomen op dit model kunnen te zien zijn in het LCD scherm. Kijk enkel naar de relevante instructies voor de toepasselijke symbolen voor uw machine.
Kiezen van steken
Druk op ◀ (links) of ▷ (rechts) op de keuze ring om de cursor onder het nummer van de steek te zetten. (De cursor staat onder beide getallen als de machine aangezet wordt.)
Druk op △ (omhoog) of ▽ (omlaag) op de keuze ring tot het nummer van de gewenste steek verschijnt.
Om het 2e getal van het nummer te wijzigen, druk ◀ (links) op de keuze ring, zodat de cursor alleen onder het 2e getal staat.
Druk op △ (omhoog) of ▽ (omlaag) op de keuze ring tot het gewenste nummer verschijnt.
Er zijn 40 steekpatronen beschikbaar.


Zet de persvoet omhoog en leg de stof op de naaldplaat langs een geleidingslijn. Zet de naald omlaag op het punt waar u wilt beginnen.
Zet de persvoet omlaag en trek de draden naar achter.
Druk het voetpedaal in. Stuur de stof rustig langs de geleidingslijn en laat de machine de stof transporteren.
Aan- en afhechten
Om de naad aan het begin van de naad vast te zetten, druk de achteruitknop in en naai enkele steken achteruit. Laat de knop los en naai de naad.
① Achteruitnaai knop
Om de naad aan het eind van de naad vast te zetten, druk aan het eind op de achteruitnaaiknop. Naai enkele steken om de naad vast te zetten.
Zet de persvoet omhoog. Haal de stof weg en trek de draden door de inkeping (1) aan de zijkant van de machine, zoals getoond. De draden worden afgeknipt op een goede lengte om een volgende naad te beginnen.
② Draadafsnijder
Veranderen van naairichting
Stop de machine en druk op de naald hoog/laagknop om de naald in de stof te laten stoppen.
③ Naald hoog/laagknop
Zet de persvoet omhoog. Gebruik de naald om de stof te draaien. Zet de persvoet weer omlaag en ga verder met naaien.

Wijzigen van steeklengte
Zet de cursor onder de steeklengte aanduiding in het scherm door op ◀ (links) of ▷ (rechts) te drukken op de keuze ring.
① Cursor
② Keuze ring
Druk op △ (omhoog) om de steeklengte te vergroten.
Druk op ▽ (omlaag) om de steeklengte te verkleinen.
De steeklengte kan gewijzigd worden tussen 0.0 en 4.0.

Wijzigen van de naaldpositie
De naaldpositie kan gewijzigd worden bij rechte steken(01 03)
Zet de cursor onder de steekbreedte aanduiding in het scherm door op ◀ (links) of ▷ (rechts) te drukken op de keuze ring.
Druk op △ (omhoog) om de naald meer naar rechts te zetten.
Druk op ▽ (omlaag) om de naald meer naar links te zetten.
① Linker naaldpositie
② Middelste naaldpositie
③ Rechter naaldpositie


Gebruik van de zoomgeleiding
De zoomgeleiders op de naaldplaat helpen u de juiste afstand te bepalen.
Let op:
De nummers op de steekplaat geven de afstand vanaf de middelste naaldpositie.
① Geleidingslijn
② Middelste naaldpositie
| Cijfer | 15 | 20 | 4/8 | 5/8 | 6/8 |
| Afstand (cm) | 1.5 | 2.0 | 1.3 | 1.6 | 1.9 |
| Afstand(inch) | —— | —— | 1/2 | 5/8 | 3/4 |
Draaien van hoeken
Om een hoek te draaien 5/8" (1,6 cm) van de stofrand. Stop de machine en druk op de naald hoog/laag knop om de naald in de stof te laten stoppen. Zet de persvoet omhoog en draai de stofrand naar de geleidingslijn met 5/8" (1,6 cm). Zet de persvoet omlaag en ga verder met naaien in de nieuwe richting.
③ Hoekgeleiding.

Het naaien op de rand van dikke stoffen
Het zwarte knopje op de zigzagvoet A houdt de voet in horizontale positie. Dit is een hulp bij het beginnen met naaien bij extra dikke randen in de stof.
Laat de naald in de stof zakken op het punt waar u begint te naaien.
Laat de persvoet zakken terwijl u de zwarte knop indrukt. De voet zal in horizontale positie blijven om kantelen te voorkomen.
Na enkele steken zal de voet vanzelf ontgrendelen.
① Zwarte knop

Deze sterke, duurzame steek wordt aanbevolen voor elastische naden, naden waar extra kracht op wordt uitgevoerd.
Bijvoorbeeld kruisnaden en armsgaten. Ook voor rugzakken en tashengsels, waar extra kracht op komt.


De zigzagsteek is een vaak gebruikte en veelzijdige steek. Deze kan gebruikt worden op alle geweven stoffen. Hij wordt veel toegepast voor decoratie: b.v. appliceren.
Wijzigen van steekbreedte
Druk op ◀ (links) of ▷ (rechts) op de keuze ring om de cursor onder de steekbreedte aanduiding te zetten.
① Cursor
② Keuze ring
Druk op △ (omhoog) om de steekbreedte te vergroten.
Druk op ▽ (omlaag) om de steekbreedte te verkleinen.
③ Steekbreedte
De steekbreedte kan aangepast worden per 0.5 tussen 0.0 en 5.0.
Wijzigen van steeklengte
Druk op ◀ (links) of ▷ (rechts) op de keuze ring om de cursor onder de steeklengteaanduiding te zetten.
Druk op △ (omhoog) om de steeklengte te vergroten.
Druk op ▽ (omlaag) om de steeklengte te verkleinen.
④ Steeklengte

Overlock steek
Instellingen
① Steek: #05
② Persvoet : zigzag voet A
③ Draadspanning: 3 – 7

Deze steek wordt gebruikt om in één handeling te zomen en af te werken. Gebruik deze steek als de naden niet open gestreken hoeven te worden.
Geleid de stof rustig, zodat de naald aan de rechterkant langs de stofrand valt.

Tricot steek
Instellingen
① Steek: #07
② Persvoet : zigzag voet A
③ Tensão da linha: 3 - 6

Deze steek wordt gebruikt om zomen af te werken in synthetische en andere stoffen die vaak rimpelt. Leg de stof met 1,6 cm zoom onder de voet. Knip de overtollige stof weg na het naaien.
Pas op dat u niet in de steken knipt.

Gestikte zigzagsteek
Instellingen
① Steek: #04
② Persvoet : zigzag voet A
③ Draadspanning: 3 – 6

Deze steek wordt vaak gebruikt op dunne stoffen die snel samentrekken.
Leg de stof met 1,6 cm zoom onder de voet. Knip de overtollige stof weg na het naaien. Pas op dat u niet in de steken knipt.


De volgende 3 soorten knoopsgaten zijn beschikbaar.
Veel gebruikt op middeldikke stof.
Nummer 11 knoopsgat met ronding
Veel gebruikt op dunne stof voor bloezen, kinderkleding etc.
Veel gebruikt op dikke stof. Geschikt voor grotere, dikkere knopen.
Rechthoekig knoopsgat
Instellingen
① Steek: #10
② Persvoet: Knoopsgatvoet R
③ Draadspanning: 1 tot 5
Let op:
- De maat van het knoopsgat wordt automatisch bepaald door de knoop achter in voet R te plaatsen.
- Knopen met een diameter van 1 cm tot 2,5 cm kunnen in de voet R.
- Soms is het nodig de knoopsgatenmaat te wijzigen in dikke of specifieke stoffen.
- Maak een testknoopsgat in een proefstukje stof met dezelfde eigenschappen als het werkstuk.
- De ingestelde steekbreedte van het knoopsgat is geschikt voor gewone knopen.
- Gebruik altijd extra versteviging bij het maken van knoopsgaten.

1 Druk op de naald hoog/laag knop om de naald omhoog te zetten.
Zet knoopsgatenvoet R aan de machine door de pin onder de groef te leggen.
① Groef
② Pin
2 Trek de knoophouder naar achteren en leg de knoop erin. Druk de knoophouder dicht tegen de knoop.
③ Knoophouder
Let op:
Als de knoop erg dik is, maak dan een proefknoopsgat op extra stof met dezelfde eigenschappen als het werkstuk. Als het knoopsgat te klein is, kunt u deze vergroten door de knoophouder minder strak tegen de knoop aan te drukken. De lengte van het knoopsgat wordt daardoor groter.
④ Extra ruimte
Vervolg op pagina 22.
3

3 Trek de knoopsgatenhevel zover mogelijk naar beneden. ⑤ Knoopsgatenhevel
Let op:
Als u begint met naaien zonder de knoopsgatenhevel naar beneden, gaat het knoopsgatenhevel teken in het scherm knipperen na enkele steken.
⑥ Knoopsgatenhevel aanduiding
4 Markeer het knoopsgat op de stof. Leg de stof onder de persvoet en laat de naald de stof raken aan het begin van het getekende knoopsgat. Laat de knoopsgatenvoet R zakken.
⑦ Markering knoopsgat
⑧ Begin knoopsgat
Let op:
Zorg dat er geen ruimte is tussen het glijgedeelte en de stopper. Anders worden de linker- en rechtertrens niet gelijk.
⑨ Glijgedeelte
⑩ Stopper
⑪ Geen ruimte
⑫ Ruimte na naaien
[5] Start de machine om het knoopsgat te naaien. Het knoopsgat wordt genaaid zoals het voorbeeld stap voor stap aangeeft. Als het knoopsgat klaar is, zal de machine automatisch stoppen met de naald in de hoogste positie.
Om een nieuw knoopsgat te gaan maken, zet u de persvoet omhoog. Schuif de stof op, zodat de volgende marking onder de naald komt te liggen. Laat de persvoet zakken en start de machine.
6 Als u alle knoopsgaten heeft gemaakt, druk de knoopsgathevel omhoog tot deze niet verder kan. ⑤ Knoopsgat hevel
7 Haal de stof onder de machine uit en knip de draden af. Zet een speld aan binnenkant van de trens en maak een opening met het tornmesje. Let op niet in de steken te snijden.
⑬ Speld
⑭ Tornmesje

Wijzigen van trensbreedte knoopsgat
Druk ◀ (links) of ▷ (rechts) om de keuze ring om de cursor onder de steekbreedte te zetten.
Druk △ (omhoog) op de keuze ring om de trensbreedte breder te maken.
Druk ▽ (omlaag) op de keuze ring om de trensbreedte smaller te maken.
① Cursor
② Trensbreedte knoopsgat
* De breedte kan gewijzigd worden tussen 2.5 en 5.0.
Wijzigen van steekdichtheid knoopsgat
Druk ◀ (links) of ▷ (rechts) om de keuze ring om de cursor onder de steeklengte te zetten.
Druk △ (omhoog) op de keuze ring om de ruimte tussen de steken groter te maken.
Druk ▽ (omlaag) op de keuze ring om de ruimte tussen de steken kleiner te maken.
* De steekdichtheid kan gewijzigd worden tussen 0.2 en 0.8.

Knoopsgat met ronding Instellingen
① Steek: #11
② Persvoet: Knoopsgatvoet R
③ Draadspanning: 1 tot 5

flowchart
graph LR
A["↑"] --> B["↓"]
B --> C["→"]
C --> D["↑"]
D --> E["→"]
Dit knoopsgat wordt gebruikt in dunne tot middeldikke stof, zoals bloezen en kinderkleding. Het naaien hiervan is gelijk aan bovenstaand rechthoekig knoopsgat nummer 11.
* De breedte kan gewijzigd worden tussen 2.5 en 5.0.
* De steekdichtheid kan gewijzigd worden tussen 0.2 en 0.8.
Kleermakersknoopsgat Instellingen
① Steek: #12
② Persvoet: Knoopsgatvoet R
③ Draadspanning: 1 tot 5

Dit knoopsgat wordt op dezelfde manier genaaid als bovenstaand rechthoekig knoopsgat nummer 12. Gebruik eventueel een gaatjestang om de ronding te openen. *De breedte kan niet gewijzigd worden. *De steekdichtheid kan gewijzigd worden tussen 0.2 en 0.8.

flowchart
graph LR
A["↑"] --> B["↓"]
B --> C["→"]
C --> D["↑"]
D --> E["→"]
E --> F["↓"]
F --> G["↑"]
G --> H["→"]

Knoopsgaten met vulkoord o
Instellingen
① Steek: #10
② Persvoet: Knoopsgatvoet R
③ Draadspanning: 1 tot 5
Om een knoopsgat met vulkoord te naaien volgt u de procedure van het rechthoekig knoopsgat.
1 Zet de persvoet omhoog. Haak een koord om het uitsteekstel aan het einde van voet R.
② Trek het koord naar voren onder de voet. Haak het koord in de vork en leg er eventueel een enkel knoopje in.
① Uitsteeksel
② York
③ Koord
3 Zet de naald naar beneden in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet komen. Zet de persvoet en de knoopsgathevel naar beneden en maak knoopsgat zoals vermeld. De steken vallen over het koord en geven een gevuld effect. De machine stopt automatisch als het knoopsgat klaar is.
Let op:
Stel de steekbreedte in op de dikte van het koord dat u gebruikt. Om het knoopsgat te openen, zie blz. 23.
4 Haal het koord los en neem de stof onder de machine weg. Trek het koord in het genaaide knoopsgat strak. Steek de uiteinden door de stof naar de verkeerde kant en knip ze af.


① Steek: #02
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 7
④ Transportafdek plaat
Zet de transportafdek plaat op de steekplaat.
Zorg dat de gaatjes van de knoop in de horizontale gleuf van de voet F vallen.
Laat de persvoet zakken, zodat deze de knoop op de plaats houdt.
Pas de steekbreedte aan, zodat de naald in het linkergat van de knoop komt.
Draai het handwiel enkele malen totdat de naald in het rechtergat van de knoop komt. Pas, als het nodig is, de steekbreedte nogmaals aan.
Naai ongeveer 10 steken op lage snelheid.
Zet de persvoet omhoog en haal de stof weg.
Knip op ongeveer 10 cm na beide draden weg.
Zorg dat beide draden aan de verkeerde kant van de stof zijn en leg er een knoop in.
Als alle knopen zijn aangezet, haal dan de transportafdek plaat weg.


① Steek: #08 of #09
② Persvoet: Zigzagvoet A
③ Draadspanning: 3 tot 7
Gebruik steek 09 voor geweven stof en steek 08 voor gebreide en rekbare stof.
① Zigzag eerst de randen bij zware en/of rafelige stof. Vouw de zoom onder de stof zoals afgebeeld voor dunne tot middeldikke stoffen. Vouw een zoom met de verkeerde kant omhoog met 0,5 cm toeslag.
① Verkeerde kant van de stof
② 0,5 cm
③ Dikke stof
④ Dunne tot middeldikke stof
2 Plaats de stof onder de naald, zodat deze net in de vouw steekt als de naald uiterst links staat. Laat de persvoet zakken. Pas de naaldpositie aan met de steekbreedte knop als het nodig is.
3 Naai langzaam en stuur de stof langs de linkerkant van het doorzichtige gedeelte van de voet.
⑤ Vouwrand
⑥ Doorzichtig gedeelte voet A
4 Open en pers de stof als de naad klaar is.
⑦ Goede kant van de stof
Let op:
Als de naald teveel naar links in de stof komt, zullen de steken aan de goede kant van de stof te zien zijn.
Wijzigen van de naaldpositie
Zet de cursor onder de steekbreedte aanduiding in het scherm door op ◀ (links) of ▷ (rechts) te drukken op de keuze ring. Druk op △ (omhoog) om de naald meer naar links te zetten. Druk op ▽ (omlaag) om de naald meer naar rechts te zetten.
Let op:
De steekbreedte wordt niet aangepast, maar de naaldpositie wel.
DECORATIEVE STEKEN

Fagotsteek
Instellingen
① Steek: #13 of #26
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 6

Gebruik deze steken om twee stukken stof aan elkaar te naaien, zodat er een open verbinding lijkt te zijn en voeg extra design toe.
Vouw elke stofrand 1,5 cm om en pers deze plat. Speld de twee randen op papier of tear easy vlies met een tussenruimte van 0,3 cm. Naai rustig en geleid de stoffen, zodat de naald beide stofranden meepakt.
Verwijder het papier of steunvlies na het naaien.
① Papier of steunvlies Tear Easy

Schulpsteek
Instellingen
① Steek: #14 of #21
② Persvoet: Zigzagvoet A (steek 14)
Satijnvoet F (steek 21)
③ Draadspanning: 3 tot 6

Naai de steken ongeveer 1 cm binnen de stofrand. Knip buiten langs de steken zoals afgebeeld. Pas op dat u niet in het garen knipt.

Appliceren
Instellingen
① Steek: #02
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 1 tot 4

Plak of speld de applicaties op de stof. Ook handig is het gebruik van vliesofix om de applicatie op de stof te strijken. Pas de steekbreedte en/of -lengte aan als dat nodig is.
Stik rond de applicatie, waarbij de naald langs de buitenrand van de applicatiestof valt.
① Buitenrand

Patchwork
Instellingen
① Steek: #15
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 2 tot 6

Naai de patchwork delen met een rechte steek aan elkaar en pers de naadtoeslag open.
Naai steek 15 aan de goede kant van het werk midden over de naad.

Smockwerk
Instellingen
① Steek: #16, #23, #24
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 6

Smockwerk is een sierlijke, decoratieve bewerking van kinder- of vrouwenkleding.
Kies een zachte, dunne stof zoals batist, katoen of tricot. Knip de stof drie keer de benodigde breedte.
Kies de rechte steek 1 en zet de steeklengte op 4,0.
Verlaag de draadspanning tot "1" en naai het te smocken gedeelte met tussenruimte van 1 cm. Knoop de draden aan één kant van het werk vast.
Trek de onderdraad aan de andere kant van het werk aan zodat de stof gelijkmatig rimpelt.
Knoop dan ook daar de draden vast.
Naai de smocksteken tussen de rechte draden. Trek de rechte draden uit de stof.

Satijnsteken
Instellingen
① Steek: #17 tot #22
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 6

Voor beter naairesultaat kunt u een borduurvlies zoals tear easy onder de stof meestikken.

Kruissteken
Instellingen
① Steek: #28 tot #31
② Persvoet: Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 6

U kunt de kruissteken borduren met deze patronen in de helft van de tijd die het met de hand duurt.
Naai buiten het centrum van het ontwerp.

Decoratieve rekbare steken
Instellingen
① Steek: #14 tot #16, #23, #24 tot #40
② Persvoet: Zigzagvoet A of Satijnvoet F
③ Draadspanning: 3 tot 6

De stof beweegt voor- en achteruit met de rekbare steken. Daarom moet u ervoor zorgen de stof zorgvuldig te geleiden, zodat er recht genaaid wordt.
Let op:
Als de patronen verlopen, pas de stekenbalans aan met de knop. Zie pagina 31.

Aanpassen van balans rekbare steken
Het naairesultaat van de rekbare steken kan verschillen per naaicondities, zoals bijvoorbeeld naaisnelheid, soort stof, aantal lagen etc. Test de steken altijd op een stukje rest materiaal van de te gebruiken stof.
Als de steek verloopt, corrigeer het met de balansknop.
① Balansknop
Let op:
Bij normaal naaien staat de knop op neutraal. Dit is als de gleuf van de knop gelijk staat met de markering.
② Gleuf afstelknop
③ Markering
Voorbeeld: steek 05
(A) Als het patroon in elkaar gedrukt is, draai de balansknop richting “+”.
(B) Als het patroon uit elkaar is getrokken, draai de balansknop richting “—”.
1

Zet de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact, voordat u onderhoud pleegt.
Let op:
Haal de machine alleen uit elkaar zoals in dit hoofdstuk beschreven is.
Maak de buitenkant van de machine schoon met een zachte doek en een mild schoonmaakmiddel.
Schoonmaken van grijper en transport
1 Verwijder de persvoet en de naald.
Draai de schroef uit de steekplaat met de schroevendraaier.
Verwijder de naaldplaat en haal de spoel weg.
① Schroef
2 Til de spoelhuis op en haal hem uit de machine. ② Spoelhuis
3 Haal vuil en pluizen weg met de kwast. Maak het spoelhuis schoon met een zachte, droge doek.
4 Maak het transport en de grijper schoon met de kwast.
③ Kwast ④ Transport
5 Maak de grijper schoon met een droge, zachte doek.
⑤ Grijper
Let op:
U mag ook een stofzuiger gebruiken.
Terugplaatsen van spoelhuis
1 Zet het spoelhuis in de grijper.
2 Zorg ervoor dat het uitsteeksel van het spoelhuis tegen de veer van de grijper komt.
① Uitsteeksel ② Veer
3 Leg het spoeltje terug in het spoelhuis. Zet de naaldplaat terug door de twee pinnetjes goed in de gaatjes te leggen. Draai de schroef terug met de schroevendraaier.
③ Geleidingsgaatjes ④ Schroef
Problemen en waarschuwingssignalen
Als er een geluid klink en het lcd scherm geeft een waarschuwingssignaal, volg dan de gids hieronder.
| Waarschuwingssignaal | Probleem | Mogelijke oplossing |
![]() | Het teken van het voetpedaal verschijnt als het voetpedaal stopt tijdens het naaien. | Vervang het voetpedaal. |
![]() | Er wordt een knoopsgat gemaakt zonder de knoopsgathevel naar beneden te zetten. | Trek de knoopsgat hevel rustig helemaal naar beneden en begin opnieuw te naaien. |
![]() | De spoelwinderas staat naar rechts om te spoelen. Druk de spoelwinderas naar links. | |
![]() | De machine is herstart nadat deze gestopt is i.v.m. overbelasting.De spoelwinderas is geblokkeerd door garen tijdens het spoelen. | Wacht minstens 15 seconden tot u opnieuw begint met naaien.Zet de machine uit en haal alle draad weg. |
Let op:
De beveiliging zal de machine uitzetten als deze wordt geblokkeerd. Zet de machine met de schakelaar uit. Als er draden vastzitten, haal deze dan weg. Schakel de machine na 3 minuten weer in.
| Geluidssignaal Het geluidssignaal klinkt als: | |
| Pip Normaal gebruik | |
| Pip-pip-pip Bediening die niet uit te voeren is | |
| Pip-pip-peep Knoopsgat is klaar | |
| Peep Er is een probleem ontstaan | |
Het is niet normaal dat een zacht, brommend geluid uit de motor van de machine komt.
Problemen oplossen
| Probleem Oorzaak Referentie | ||
| De bovendraad breekt | 1. De naalddraad is niet goed ingeregen2. De bovenspanning staat te strak3. De naald is bot of krom4. De naald is niet goed ingezet5. De naalddraad en de spoeldraad liggen niet goed onder de voet bij het starten met naaien6. De draden zijn niet naar achteren getrokken na eerder naaien7. De draad is te zwaar of te licht voor de naald | Blz. 12Blz. 7Blz. 8Blz. 8Blz. 15Blz. 15Blz. 8 |
| De spoeldraad breekt | 1. De spoeldraad is niet goed ingeregen2. Er zit vuil of garen in de grijper3. De spoel is beschadigd en draait niet soepel4. De draad is te los op de spoel gedraaid | Blz. 11Blz. 32Vervang het spoeltjeSpoel opnieuw |
| De naald breekt | 1. De naald is niet goed ingezet2. De naald is krom of stomp3. De naaldschroef is te los4. Er is een verkeerde voet gebruikt5. De draden zijn niet naar achteren getrokken na eerder naaien.6. De naald is te dun of te dik voor de stof | Blz. 8Blz. 8Blz. 8Neem juiste persvoetBlz. 15Blz. 8 |
| De naalddraad lust | 1. De bovenspanning is te los2. De naald is te dun of te dik voor de draad | Blz. 7Blz. 8 |
| De machine slaat steken over | 1. De naald is niet goed ingezet2. De naald is krom of stomp3. Het garen is niet geschikt voor de te naaien stof4. De machine is niet goed ingeregen5. De naald is te niet geschikt voor de te naaien stof | Blz. 8Blz. 8Blz. 8Blz. 12Vervang de naald |
| De naad trekt | 1. De spanning is niet goed2. De machine is niet goed ingeregen3. De naald is te dik voor de te naaien stof4. De steeklengte is te groot voor de stof* Gebruik versteviging bij dunne stoffen | Blz. 7Blz. 12Blz. 8Zet steeklengte kleiner |
| De machine transporteert niet of onregelmatig | 1. Tussen de tandjes van de transporteur zit stof2. De steeklengte is te klein | Blz. 32Zet steeklengte groter |
| De machine werkt niet | 1. De machine krijgt geen stroom2. Er zit draad in de grijperbaan3. De machine staat op spoelen | Blz. 4Blz. 32Blz. 10 |
| De patronen worden niet goed genaaid | 1. De steek is niet in balans | Blz. 31 |
| Het knoopsgat wordt niet goed genaaid | 1. De steekdichtheid is niet geschikt voor de te naaien stof.2. Er wordt geen versteviging gebruikt | Blz. 23Blz. 21 |
| De machine maakt geluid | 1. Draad zit vast in de grijperbaan2. Vuil bij de grijper of grijperbaan | Blz. 32Blz. 32 |



