EC3230AOW2 - Vriezer ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EC3230AOW2 ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Merk | Electrolux |
| Model | EC3230AOW2 |
| Producttype | Vrieskist |
| Hoogte | 876 mm |
| Breedte | 1050 mm |
| Diepte | 665 mm |
| Voeding | 230-240 V, 50 Hz |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Autonomie | 32 uur |
| Koelmiddel | R600a (isobutaan) |
| Low Frost-systeem | Ja (vermindert ijsvorming tot 80%) |
| Hoge temperatuur alarm | Ja (alarmindicator) |
| Binnenverlichting | Ja (vervangbare lamp) |
| Ontdooiing | Handmatig |
| Opbergmanden | Ja (verwijderbaar, stapelbaar) |
| Vergrendeling | Ja (vergrendelingssysteem) |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar (klantenservice) |
Veelgestelde vragen - EC3230AOW2 ELECTROLUX
Gebruikersvragen over EC3230AOW2 ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EC3230AOW2 - ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EC3230AOW2 van het merk ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING EC3230AOW2 ELECTROLUX
NL Vrieskist Gebruiksaanwijzing 2
FR Congélateur coffre Notice d'utilisation 16
PT Arca congeladora Manual de instruções 30
ES Arcón congelador Manual de instructaciones 45
INHOUDSOPGAVE
1.VEILIGHEIDSINFORMATIE 3
2.VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 4
3.BEDIENING 6
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT......7
5.DAGELIJKS GEBRUIK 7
6.AANWIJZINGEN EN TIPS. 8
7. ONDERHOUD EN REINIGING 9
8.PROBLEEMOPLOSSING 10
9.MONTAGE 12
10. GELUIDEN 13
11. TECHNISCHE INFORMATIE 14
WE DENKEN AAN U
Bedankt voor het kopen van een Electrolux-apparaat. U koos voor een product dat jaren professionele ervaring en innovatie bevat. Ingenieus en stijlvol, het werk ontworpen met u in hetchterhoofd. Wanner u het gebruikt, kut u er op vertrouwen dat u keer op keer fantastische resultaten zult krijgen.
Welkom bij Electrolux.
Gaaaronzewebsitevoor:

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en
onderhoudsinformatie:
www.electrolux.com/webselfservice
Registreer uw product voor een betere service:
www.registerelectrolux.com


Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat:
www.electrolux.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik alkijd originele onderdelen.
Als u contact opneem met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens bij de hand hebt: model, productnummer, seriENUMmer.
Deze informatatie worden vermeld op het typeplaatje.

Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie

Algemene informatatie en tips

Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installmentie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is nicht verantwoordelijk voor letsel en schade veroorzaakt door een foutieve installmentie. Bewaar de instructies van het apparaat voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligkeit van kinderen en kwetsbare mensen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 waar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijkke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zich onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zich de eventuele bevaren begrijpen.
- Laat kinderen nicht met het apparaat spelen.
- Reinigung en onderhoud mag nicht worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
- Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen.
-
Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of gelijksoortige toepassingen zoals:
-
boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen
-
Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en andere woonomgevingen
-
Houd de ventilatieopengen algid vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
- Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiprocesse te versnellen, behalte die middelen die door de fabrikant� aanbevolen.
-
Let op dat u het koelcircuit nicht beschadigt.
-
Gebruik geen elektrische apparaten in de koelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen.
- Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te reinigen.
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Bewaar geen explosieve substanties zoals spuitbussen met drijfgas in dit apparaat.
- Als de voedingskabel beschadigd is,要去 fabrikant of diens technische Dienst of een gekwalificeerd person deze verrangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Montage

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installereren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialien.
- Installee en gebruik geen beschadigd apparatus.
- Volg de installment-instructies op die zichn meegeleverd met het apparaat.
- Wees voorzichtig met het verplaatsen van het apparaat, het is zwaar. Draag algijd veiligheidshandschoenen.
Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kan circuleren. - Wacht ten minste 4aar alvorens het apparaat aan de netstroom aan te sluiten. Hierdoor kan de olie terug in de compressor stromen.
- Installee het apparaat Niet in de nabijheid van radiators, fornuizen, ovens of kookplaten.
- De weiterzemde van het apparaat moet tegen de muur worden geplaatst.
- Installee het apparaat Niet op eenplaats met direct zonlicht.
-
Gebruik dit apparaat Niet in gebieden die te vochtig of te koud zichn, zoals bijgebouwen, garages of kelders.
-
Til de Voorkant van het apparaat op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen.
2.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Alle elektrische aansluitingen要去en door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Controller of de elektrische informatie op het typeplaatje overeenkomt met de stroomvoorziening. Zo Niet, neem dan contact op met een elektromonteur.
- Gebruik.altijd een correct geinstalleerd, schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geenmeerwegstekkers en verlengsnoeren.
Zorg dat u de elektrische onderdelen (hoofstekker, kabel, compressor) nicht beschadigt. Neem contact met de Servicedienst of een elektrotechnicus
om de elektrische onderdelen te wijzigen.
- De stroomkabel moet lager blijven dan het niveau van de stopcontact.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installmentie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installmentie bereikbaar is.
- Trek Niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek.altijd aan de stekker.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar op letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- De specificatie van het apparaat mag niet worden veranderd.
- Plaats geen elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) in het apparaat tensij uitdrukkelijk geschikt verklaard door de fabrikant.
Zorg ervoor dat u het koelcircuit nicht beschadigt. Het bevat isobutaan (R600a), aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Dit gas is ontvlambaar. - Als er schade aan het koelcircuit opttreedt, zorg er dan voor dat er zich geen vlammen en andere ontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Ventileer de kamer goed.
- Zet geen hete items op de kunststofonderdelen van het apparatus.
- Plaats geen koolzuurhoudende dranken in het vriesvak. Dit zal extra druk in de drankfles veroorzaken.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet.
Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtige handen itemsuit het vriesvak verwijderd of aanraakt.
Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuw in.
- Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.
2.4 Binnenverlichting
- Het type lampje gebruikt voor dit apparaat is Niet geschikt voor de verlichting van huishoudelijkke ruimten.
2.5 Onderhoud en reiniging

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
- Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen. Enkel bevoegde personen mogen de eenheid onderhonden en herladen.
- Controller regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig het indien nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen.
2.6 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
- Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zichn ozonvriendelijk.
- Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uwplaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
- Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
3. BEDIENING
3.1 Bedieningspaneel

3.2 Inschakelen

- Steek dan de stekker in het stopcontact.
- Draai de thermostaatknop maar de volgeladen positie en wacht 24 uur voordat u voedsel in de koelkast plaatst, zodate correcte temperatuur kan worden bereikt. Het controleampje gaat aan.
- Pas de thermostaatknop aan volgens de hoeveelheid opgeslagen voeding.
3.3 Uitschakelen
Draai dethermostaatknopaar de stand OFF.
3.4 Temperatuurregeling
De temperatuur in het apparaat worden geregeld door dethermostaatknop op het bedieningspaneel.
Ga als volgt te werk om het apparaat in werkig te stellen:
- draai dethermostaatknop op een lagere stand om de minimale koude te verkrijgen.
1 Temperatuurknop
2 Controleampje
3 Alarmlampje hoge temperatuur
A. Thermostaatknop
B. Halfgeladen positie
C. Volgeladen positie
- draai de thermostaatknop op een hogere stand om de maximale koudete verkrijgen.
i Bij het invriezen vankleinere volumes voeding is de positie Halfgeladen de meest geschikte.Bij het invriezen van grote volumes voeding is de positie Volgeladen de meest geschikte.
3.5 Alarm bij hoge temperatuur
Een toename van de temperatuur in de vriezer (bijvoorbeeld door stroomuitval) worden aangegeven door het knipperen van het alarmlampje
Leg tijdens de alarmfase geen voedsel in de vriezer.
Als de normale omstandigheden hersteld worden gaat het alarmlampje automatisch UIT.
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
4.1 De binnenkant schoonmaken
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gezruikt, wast u de binnenkant en
5. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Invriezen van vers voedsel
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en om diepvriesvoedsel langere vrij te bewaren.
De maximale hoeveelheid voedsel die in 24 eer kan worden ingevroren worden aangegeven op het typeplaatje. 1)
Het invriesproces duurt 24aar. voegtijdens dezeperiode geenander voedseltoe om in te vriezen.
5.2 Het bewaren van ingevroren voedsel
Als u het apparaat voor het eerst, of na eenperiode dat het Niet gebruikt is, inschakelt, moet het apparaat voordat u er producten inplaatst eerst minstens 24 uur werken met dethermostaatknop in de stand Vol.
de interne accessoires met lauwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een新产品 teg we nemen. Droog daarna grondig af.

LET OP!
Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen. Deze beschadigen de lak.

LET OPI!
In het geval van onbedoelde ontdooiing, bijvoorbeeld als de stroom langer isuitgevallen dan de duur die op de kaart met technische kenmerken onder "maximale bewaartijd bij stroomuitval" is vermeld, moet het ontdoide voedsel snel geconsumeerd worden of onmiddelijk bereid worden en dan waar worden ingevroen (nadat het afgekoeld is).
5.3 Het openen en sluiten van het deksel

LET OP!
Trek nooit met große kracht aan het handvat
Omdat het deksel is uitgerust met een strak sluitende afsluiting, is het Niet gemakkelijk om hem direct na het sluiten opnieuw te openen (door het vacuum dat aan de binnenkant worden gezormd)
Wacht eenaar minuten voordat u het apparaat wee opent
De vacuumklep zal u helpen om het deksel te openen
5.4 Laag vriessysteme
Het apparaat is uitgerust met een laag vriessystem (er bevindt zich een afsluiter in de achterkant aan de binnenzijde van de vriezer) die de vorming van ijs in de vrieskist tot 80 percent verminder.
5.5 Opslagmanden
Hang de manden aan de bovenrand van de vriezer (A) ofplaats ze in de vriezer (B). Draai de handvaten voor deze twee posities zoals getoond in de afbeelding en zet ze vast

De onderstaande afbeeldingen tonen hoeveel manden in de verschillende vriezermodellen können worden geplaatst
De manden schuiven in elkaar

U kunt extra manden kopen bij uwplaatselijke klantenservice
6. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Tips voor het invriezen
Om u te helpen om het Beste van het invriesproces te make, volgen hier eenpeer belangrijke tips:
- De maximale hoeveelheid voedsel die in 24aar ingevroren kan worden, is vermeld op het typeplaatje.
- Het invriesproces duurt 24 uu. Voeg gedurende deutsche periode nicht meer in te vriezen voedsel toe.
Vries alleen verse en grondig schoongemaaakte levensmiddelen vanuitstekende kwaliteit in.
Bereid het voedsel inkleine porties voor, zo kan het snel en volledig worden ingevroren en zo kunt u later alleen die hoeveelheid lately ontdooien die u nodig heeft. - Wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic en zorg ervoor dat de pakjes luchtdichtহn.
Leg vers, nog Niet ingevroren voedsel Niet gegen het al ingevroren voedsel, om te voorkomen dat dit LASTE warm wordt.
Mager voedsel kan beter worden ingevroren dan vet voedsel. Zout zorgt dat het voedsel minder lang in de vriezer goed blijft.
Water bevriest, als dit rechtstreeks uithet vriesvak geconsumeerd wordt,kan het aan de huid vastvriezen.
- Het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kurz u zien hoe lang het al bewaard is.
6.2 Tips voor het bewaren van ingevroen voedsel
Om de Beste resultaten van dit apparaat te verkrijgen, dient u
- verzeker u ervan dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de detailhandelaar werden opgeslagen;
- zorg ervoor dat de ingevroren levensmiddelen zo snel möglichk van
de winkelaaruwvriezer gebrachte
worden;
- het deksel Niet vaak te openen of langer open te latent dan strikt noodzakelijk
-
Als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het nicht opnieuw worden ingevroren.
-
Bewaar het voedsel Niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode.
7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Periodieke reiniging

LET OP!
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uithet stopcontact trekken.

Gebruik geen schoonmaakmiddelen, schuurmiddelen, sterk gesparemeerde schoonmaakproducten of boenwas om de binnenkant van het apparaat schoon te make
Zorg ervoor dat u het koelsystemeertiet beschadigt. Het is Niet nodig om het compressorgedeelte schoon te make
- Schakel het apparatusaatuit.
-
Maak het apparaat en toebehoren regelmatig schoon met warm water en neutrale zeep Maak de afluiing van het deksel voorzichtig schoon
-
Maak het apparaat volledig droog
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Zet het apparaat aan.
7.2 De vriezer ontdooien

LET OP!
Gebruik nooit scherpe
metalen gereedschappen
om rijp af te schrapen odomat
u hiermee het apparaat kurz
beschadigen. Gebruik geen
mechanische of andere
middelen om het
ontdooiprocesse te versnellen,
behalte die middelen die
door de fabrikant zich
aanbevolen. Een
temperatuurstijgingijdens
het ontdooien van de
ingevroren levensmiddlesen,
kan de veilige bewaartijd
verkorten.
Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 10-15 mm bereikt heeft.
De hoeveelheid rijp op de wanden van het apparaat worden vergroot door de hoge mate van vocht in de buitenomgeving en als het voedsel nicht goed is verpakt.
Het Beste moment om de vriezer te ontdooien is wanner deze geen of weinig voedsel bevat.
- Schakel het apparaatuit.
- Verwijder al het ingevroen voedsel, wikkel het in eenaar lagen krantenpapier en leg het op een koele plaats.
- Laat het deksel open, haal de dop van de ontdooiwaterafvoer en vang al het dooiwater op in een bak
Gebruik een schraper om het ijs snel te verwijderen.
- Na afloop van het ontdooien de binnenkant grondig droog make en de dop terugzetten.
- Zet het apparaat aan.
- Zet de thermostaatknop op de maximale koude en LAST het apparaat twee tot drie uur in deze instelling werken.
- Zet het eerder verwijderde voedsel terug in het vriesvak.
7.3 Periodes dat het apparaat Niet gebruikt worden
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende langeijd Niet gezruikt worden:
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
- Haal al het voedsel eruit
- Ontdooi het apparaat en toebehoren en maak alles schoon
- Laat het deksel open om onaangename geurtjes te voorkomen

Als uw apparaat aan blij staan, vraag dan iemand om het zo nu en dan te controlleren, om te voorkomen dat het bewaarde voedsel bererft als de stroom uittvalt.

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Problemen oplossen
| Probleem Mogelijk oorzaak Oplossing | ||
| Het apparaat werkt nicht. Het apparaat is uitgescha-keld. | Zet het apparaat aan. | |
| De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een gekwalificeerd elektricien. | |
| Het apparaat maakt la-waai. | Het apparaat is Niet stevig en stabel geplaatst. | Controler of het apparaat stabel staat. |
| Er is een hoorbaar of zich-haar alarm. | De kist is kortgeleden aan-gezet of de temperatuur in het apparaat is nog steeds te hoog. | Zie "Alarm hoge tempera-tuur" en neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice als het pro-bleem blijft bestaan. |
| Stroomindicatielampje knippert. | Er is een fout opgetreden in de temperatuurmeting of het apparaat werkt nicht goed. | Neem contact op met de service-afdeling. |
| Het deksel sluit Niet volle-dig. | Het deksel worden geblok-keerd door voedselverpak-kingen. | Rangschik de verpakkin-gen op de juiste wijze, ziede sticker in het apparaat. |
| Er is te veel rijp. Verwijder de overmatige rijp. | ||
| Het deksel.gaat moeilijkopen. | De pakkingen van het dek-sel+zijn vies of plakkerig. | Maak de pakkingen vanhet deksel schoon. |
| De klep is geblokkeerd. Controleer de klep. | ||
| Het lampje werkt nicht. Het lampje is stuk. Zie 'Het lampje verrangen'. | ||
| De compressor werkt con-tinu. | De temperatuur is goed ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk'Bediening'. |
| Er+zijn grote hoeveelheden | Wacht eenpeer uur encontroleer dan nogmaalsde temperatuur. | |
| voedsel tengelijk in de vrie-zer geplaatst. | ||
| De omgevingstemperatuuris te hooq. | Zie het typeplaatje voor de klimaatklasse. | |
| Het voedsel dat in het ap-paraat werden geplaatst, waste warm. | Laat voedsel afkoelen totkamertemperatuur voordatu het opslaat. | |
| Het deksel is Niet goed geslften. | Controleer of het dekselgoed sluit en dat de pak-kingen onbeschadigd en schoon+zijn. | |
| Er is te veel rijp en ijs. De deksel is Niet correctgesloten of de deurpakkingis verrormd/vies. | Zie 'De deur sluiten'. | |
| De dop van de waterafvoerbehindt zich Niet op de juis-te plaats. | Plaats de dop voor de wa-terafvoer op de juiste manier. | |
| De temperatuur is goed ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk'Bediening'. | |
| De temperatuur in het ap-paraat is te laag/hoog. | De temperatuurknop is Niet goed ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is Niet goed geslo-ten. | Zie 'De deur sluiten'. | |
| De temperatuur van hetproduct is te hooq. | Laat het product afkoelentot kamertemperatuur voor-dat u het opbergt. | |
| Er worden veel producten | Bewaar minder productentegelijk. | |
| De dikte van de rijp is meer dan 4-5 mm. | Ontdooi het apparaat. | |
| De deur is te vaak geo-pend. | Open de deur alleen als het nodig is. | |
| In te vriezen producten zijn te dicht bij elkaar ge-ptaatst. | Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het appa-raat aanwezig is. | |
8.2 Klantenservice
Als het apparaat nog steeds Nietaar behoren werkt na uitvoeren van de bovenstaande controles, neem dan contact op met de dichtst bijzijnde klantenservice.
Om snel geholpen te kuren worden is het van belang dat u het model en serienummer van uw apparaat doorgeeft. Deze kurz u vinden op het garantiebewijs of op het typeplaatje aan de rechterkant aan de buitenkant van het apparaat
8.3 Het lampje verrangen

WAARSCHUWING!
Verwijder de afdekking van het lampje op het moment van verrangen Niet Laat de vriezer Niet werken als de afdekking van het lampje beschadigd is of ontbreekt.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Vervang het kapotte lampje door een新产品 met hetzelfde vermogen dat special bedoeld is voor huishoudelijk apparaten (het maximumvermogen is vermeld op de afdekking van het lampje).
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Open het deksel Controller of het lampje gaat branden.

9. MONTAGE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
9.1 Opstelling

LET OP!
Wanner u een oud
apparaat met een slot of een
vergrendeling op het deksel
afvoert, moet u ervoor
zorgen dat dit onklaar worden
gemaakt om te voorkomen
datkleine kinderen erin
opgesloten raken
Het apparaat要去 geinstalleerd worden op een droge, goed geventileerde plaatsbinnen waar de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklass die vermeld is op het typeplaatje van het apparaat:
| Kli- omgevingstemperatuur maat-klasse |
| SN +10°C tot + 32°C |
| N +16°C tot + 32°C |
| ST +16°C tot + 38°C |
Kli- Omgevingstemperatuur
maat-
klasse
T +16°C tot + 43°C

Bij bepaalde modeltypes
kunnen er functionele
problemen ontstaan als deze
temperaturen nicht worden
gerespecteerd. De juiste
werking van het apparaat
kan enkel gegarandeerd
worden als het opgegeven
temperatuurbereik worden
gerespecteerd. Als u vragen
hebt m.b.t. de
montagelocatie van het
apparaat, raadpleeg dan de
dealer, uw klantenservice of
de dichtstbijzijnde
technische Dienst

De stekker van het apparaat moet na installmentie toegankelijk়
9.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet
Zorg er voor het aansluiten voor dat het voltage en de freiuentie op het
typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uwuis.
- Dit apparaat要去en aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoorstekker is voorzien van een contact voor dit doel Als het stopcontact Niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels, raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien
- De fabrikant kan nicht aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande verilgheidsvoorschriften nicht opgevolgd worden.
- Dit apparaat voldoet aan de EEGrichtlijnen.
9.3 Ventilatievereisten
De luchtcirculatie achefter het apparaat moet voldoende zich.
- Plaats de vriezer in horizontale positie op een stevig oppervlak Dekist moet op alle vier de voetjes staan
- Zorg ervoor dat de ruimte tussen het apparatusat en dechterwand 5 cm is
- Zorg ervoor dat de ruimte tussen het apparatusat en de zijkanten 5 cm is
10. GELUIDEN
Tijdens normal gebruik hoort u geluiden (compressor, koelmiddelcirculatie).




| Hoopte mm 876 |
| Breedte mm 1050 |
| Diepte mm 665 |
| Maximale bewaartijd bij stroomuitval Uur 32 |
Spanning Volt 230 - 240
Frequentie Hz 50
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de buitenkant van het apparaat en op het energielabel.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbol
Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbol Niet wet met het huishoudelijk afval. Breng het productaar het milieuustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
TABLE DES MATIÈRES
- CONSIGNES DE SECURITE 17
- INSTRUCTIONS DE SECURITE 18
- FONCTIONNEMENT 20
- AVANT LA PREMIÈRE UTILISATION 21
- UTILISATION QUOTIDIENNE 21
- CONSEILS 22
- ENTRETIEN ET NETTOYAGE 23
- EN CAS D'ANOMALIE DE FONCTIONNEMENT 24
- INSTALLATION 27
10.BRUITS 28
11.CARACTERISTIQUES TECHNIQUES 29