Voxtel M800 - Smartphone AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Voxtel M800 AEG in PDF-formaat.

Page 56
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AEG

Model : Voxtel M800

Categorie : Smartphone

Download de handleiding voor uw Smartphone in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Voxtel M800 - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Voxtel M800 van het merk AEG.

GEBRUIKSAANWIJZING Voxtel M800 AEG

1 INHOUD DOOS In de doos zit het volgende:

• netvoedingsadapter met USB-aansluitkabel

• gebruikershandleiding

Bewaar het verpakkingsmateriaal op een veilige

plek, zodat u het later kunt gebruiken als u het

toestel moet vervoeren.

De zaklamp werkt met een zeer heldere LED. Richt

de straal niet direct in de ogen en kijk niet met

optische instrumenten in het licht.

Uw mobiele toestel wordt zonder simkaart

geleverd; het toestel werkt pas als er een simkaart

U kunt de weergavetaal van uw handset aanpassen:

1. Druk op Menu en daarna op pijl rechts voor

volgende scherm en druk op het pictogram voor

Instellingen (Settings) .

2. Selecteer Telefoon (Phone settings).

3. Selecteer Taal (Language).

4. Kies een taal en druk op OK om uw

voorkeurstaal te bevestigen.57

2.1 Toetsen en onderdelen

oproep te beantwoor-

voor kiezen te openen

• Indrukken om terug

te gaan naar stand-by

• Indrukken om terug

• Ingedrukt houden om

aan te passen tijdens

bruik van de FM-radio

hoog/omlaag te blad-

2.2 Pictogrammen op het display

Op het stand-byscherm staat de volgende

Geeft de signaalsterkte weer tijdens

verbinding met het mobiele netwerk.

Geeft het energieniveau in de batterij

weer. Beweegt tijdens opladen.

Geeft aan dat de er een alarm is in-

Bellen en trillen uit

Geeft aan dat geen melding van bericht

of oproep wordt gegeven.

Geeft aan dat enkel geluidsmeldingen

Geeft aan dat enkel trilmeldingen worden

Trilfunctie en beltoon aan

Geeft aan dat zowel geluid- als

trilmeldingen worden gegeven.

Trilfunctie, daarna beltoon

Geeft aan dat bij oproepen eerst

trilmelding, dan pas geluid wordt

Nieuwe SMS Geeft aan dat u ongelezen SMS-berichten

Aan wanneer het toetsenbord is

Geeft aan dat de Bluetooth

Geeft aan dat de headset is aangesloten

of bij koppeling en verbinding met een

Raak Menu aan om het hoofdmenu te openen.

Schuif het scherm naar links om het tweede of derde

menuscherm weer te geven; raak een pictogram aan

4 INSTALLEREN EN INSTELLEN U moet een simkaart plaatsen voor gebruik. Houd

de simkaart buiten bereik van kleine kinderen.

De simkaart en de contacten van de kaart kunnen

eenvoudig beschadigd raken door krassen of

buigen, dus wees voorzichtig met de kaart.

4.1 De simkaart plaatsen

• Schakel de telefoon uit en koppel de

voedingsadapter los.

• Als u het achterpaneel wilt verwijderen,

gebruik de inkeping aan de rechterkant om het

achterpaneel van de telefoon af te trekken.

• Verwijder de batterij (waar aanwezig) door deze

bij de onderste rand op te tillen.

• Schuif de simkaart voorzichtig in de houder met

de goudkleurige connectoren omlaag.

• Als u een geheugenkaart wilt plaatsen, schuif

de kaart dan voorzichtig in de sleuf onder de

simkaart met de goudkleurige connectoren

• Plaats de batterij door de inkepingen in de

batterij tegen de goudkleurige pinnen op

de telefoon te drukken. Duw hierna aan de

achterkant de batterij in de telefoon.

• Plaats het achterpaneel terug door deze op de

achterkant van de telefoon te plaatsen en te

drukken tot deze op zijn plaats klikt.

4.2 De batterij opladen

Gebruik alleen de meegeleverde/goedgekeurde

batterij en oplader. Het gebruik van andere

batterijen en opladers kan gevaarlijk zijn en zorgt

bovendien dat de garantie ongeldig wordt. Er moet

een batterij zijn geplaatst.

Laad de batterij niet op terwijl het achterpaneel is

• Steek de micro-USB stekker in de poort aan de

bovenkant van de telefoon of achterkant van de

bureaulader tot deze vastzit. Let er hierbij op dat

u de stekker niet te ver doordrukt om schade te

• Steek de andere zijde van de USB stekker in de

adapter en stop deze in een stopcontact. Als

de handset wordt ingeschakeld, wordt “Lader

aangesloten” (Charger connected) enkele

seconden weergegeven en bewegen de balkjes

voor de batterij om aan te geven dat het toestel

Als de handset wordt uitgeschakeld, wordt er

ongeveer 1 minuut een groot batterijsymbool

met bewegende segmenten op het display

weergegeven om aan te geven dat het toestel

bezig is met opladen.

• Als “Lader aangesloten” (Charger connected)

niet wordt weergegeven, koppel het toestel los

• De batterij is volledig opgeladen als de balkjes

van de batterij niet meer bewegen. Koppel de

oplader los van de telefoon en het stopcontact.

“Lader verwijderd” (Charger removed) wordt

een paar seconden weergegeven om aan te

geven dat het opladen is gestopt.

De batterij kan ook worden opgeladen als de

handset op de USB-poort van een computer is

aangesloten. Dan wordt “USB aangesloten” (USB

charger connected) kort weergegeven en kunt

u kiezen tussen de opties “Massaopslag” (Mass

Storage) en “COM-aansluiting” (COM port).

Selecteer “Massaopslag” (Mass storage) als u

gegevens wilt overzetten of bestanden wilt lezen.

Of selecteer “COM-aansluiting” (COM port) voor

software update. Bij het loskoppelen wordt “USB

verwijderd (USB removed) weergegeven.

4.3 In- en uitschakelen

• Houd voor inschakelen de toets Einde toets

ingedrukt totdat het display wordt

• Houd voor uitschakelen de toets Einde toets

ingedrukt en selecteer Uitschakelen

(Power off) in de lijst.

4.4 Het scherm en de toetsen vergrendelen

• Zo vergrendelt u het scherm en de toetsen:

tik in het standby-scherm op Blokkeer

(Lock) rechtsonder op het scherm. Er wordt

een vergrendelingsbericht op het scherm

weergegeven, enhet pictogram voor

vergrendelen in de statusbalk licht op.

• Het toetsenbord ontgrendelen: In het standby-

scherm de toets “Start” (Home) ingedrukt

totdat het pictogram voor vergrendelen wordt

4.5 Achtergrondverlichting display

• De achtergrondverlichting van het display wordt

automatisch uitgeschakeld als er een tijd niets

wordt ingevoerd. Als u op een willekeurige toets

drukt, wordt het display weer ingeschakeld,

maar de functie van de toets wordt niet

• De tijd voor de achtergrondverlichting kan

worden ingesteld van 5 tot 60 seconden in

Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone

U kunt het scherm en de toetsen ook automatisch

laten vergrendelen via Instellingen (Settings) >

Telefoon (Phone settings) > Weergave (Display) >

Schermvergrendeling (Screen auto lock). U kunt een

instelling kiezen tussen 15 seconden en 5 minuten;

de toetsen worden automatisch vergrendeld als er

gedurende de ingestelde tijd niets op het scherm

5 BELLEN EN OPROEPEN BEANTWOORDEN

Zorg dat de telefoon is ingeschakeld en actief is.

• Druk in stand-by op de Verbindingstoets

om het kiesscherm te openen.

• Raak Menu aan en selecteer dan het pictogram

Telefoonkiezer (Dialer) om het kiesscherm te

• Voer het telefoonnummer samen met het

netnummer in. (Houd 0 ingedrukt om een ‘+’ in

• Druk op de Verbindingstoets of raak het

pictogram Kies (Call) aan om het nummer

• Druk op de knop Einde (End Call) of raak

het pictogram voor Einde (End call) aan om

de oproep te beëindigen.

5.2 Laatste nummer opnieuw kiezen

• Druk in stand-by op de Verbindingstoets

om het kiesscherm te openen en raak dan het

pictogram voor Gesprekken (Call log) aan

om de lijst voor Alle gesprekken (All calls) te

bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om

Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls),

Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken

(All calls) te bekijken.

• Blader omhoog en omlaag met de toets

voor volume omhoog/omlaag of met het

aanraakscherm om naar het gewenste nummer

• Druk op de Verbindingstoets of raak het

pictogram Kies (Call) aan om het nummer

5.3 Een oproep beantwoorden

• Wanneer de telefoon rinkelt, druk op de

Verbindingstoets of raak het pictogram

voor Beantwoorden (Answer) aan om de

telefoon aan te nemen.

5.4 Luidspreker volume instellen

• Druk tijdens een gesprek op de knop voor

Volumeregeling om de geluidssterkte aan te

De geluidssterkte wordt weergegeven en blijft

hetzelfde voor alle volgende oproepen.67

5.5 Overschakelen naar de handenvrije

• Druk tijdens een oproep op H-vrij (H-Free) om

de luidspreker in te schakelen en raak H-vrij

uit (Handset) aan om de luidspreker uit te

• Druk op de knop Einde (End Call) of raak

het pictogram voor Einde (End call) aan om

de oproep te beëindigen.

5.6 De microfoon dempen

• Selecteer tijdens een gesprek Opties (Options)

en selecteer daarna Dempen (Mute) om het

geluid in of uit te schakelen.

• Of raak het pictogram voor Dempen of Stil uit

aan om het dempen in of uit te schakelen.

6 TELEFOONBOEK U kunt namen en telefoonnummers in het

interne telefoonboek (maximaal 500) en in het

telefoonboek van de simkaart (afhankelijk van de

simkaart, maar maximaal 250) opslaan.

6.1 Het telefoonboek openen

In de stand-by modus:

• Raak Menu (Menu) aan en raak daarna het

pictogram Telefoonboek (Phonebook) aan

om de lijst met contactpersonen te openen.

• Of druk op de Verbindingstoets om

het kiesscherm te openen en raak daarna het

pictogram voor het Telefoonboek (Phonebook)

aan om de lijst met contactpersonen te

Dit zijn contacten op de simkaart

Dit zijn contacten in het interne telefoonboek.

6.2 Een nieuw contact toevoegen

• Raak Menu (Menu) en daarna Telefoonboek

• Raak Toevoegen (Add new contact) aan en

selecteer daarna Naar sim (To SIM) of Naar

telefoon (To Phone).

• Raak de balk Naam (Name) aan om het

toetsenbord weer te geven en de naam in te

voeren; verberg het toetsenbord daarna door

• Raak de balk Nummer (Number) aan om

de cijfertoetsen weer te geven en het

telefoonnummer weer te geven; verberg daarna

het toetsenbord door “ ” aan te raken.

• Raak Opties (Options) aan en daarna Opslaan

(Save) om de nieuwe invoer op te slaan.

6.3 Een nummer uit het telefoonboek bellen

• Open de lijst met contactpersonen en schuif

omhoog en omlaag om de gewenste naam

te zoeken of gebruik de toetsen voor volume

omhoog/omlaag om door de lijst te bladeren.

• Druk op de Verbindingstoets of raak het

pictogram Kies (Call) aan om het nummer

6.4 Een contactpersoon bewerken

• Open de lijst met contactpersonen en schuif

omhoog en omlaag om de invoer te zoeken die

• Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna

Bewerk (Edit), raak de balk Naam (Name) aan

om het toetsenbord te openen en pas de naam

aan. Verberg het toetsenbord daarna weer door

• Raak de balk Nummer aan om de cijfers weer te

geven en pas het nummer aan; verberg daarna

het toetsenbord door “ ” aan te raken.

• Raak Opties (Options) en daarna Opslaan (Save)

aan om de wijziging(en) op te slaan.

6.5 Een contactpersoon wissen

• Open de lijst met contactpersonen en schuif

omhoog en omlaag om de invoer te vinden die

• Raak Opties (Options) en Wissen (Delete) aan

en daarna Ja (Yes) om te bevestigen.

6.6 Een contactpersoon naar de telefoon of

de simkaart kopiëren

• Open de lijst met contactpersonen en schuif

omhoog en omlaag om de invoer te vinden die

• Raak Opties (Options) en daarna Kopieer

(Copy) aan en selecteer kopiëren Naar telefoon

(To Phone), Naar sim (To SIM) of Naar bestand

6.7 Een invoer aan de bloklijst toevoegen

• Open de lijst met contactpersonen en schuif

omhoog en omlaag om de invoer te vinden die

u aan uw bloklijst wilt toevoegen.

• Raak Opties (Options) aan en selecteer daarna

Aan bloklijst toevoegen (Add to blocklist) en

daarna Ja (Yes) om te bevestigen.

Wanneer het nummer aan de bloklijst is

toegevoegd, kan dit nummer u niet langer

opbellen. De beller krijgt een ingesprektoon als hij

u probeert te bellen en uw telefoon rinkelt niet voor

dit inkomende nummer.

Als u nummers wilt blokkeren, moet u eerst

Nummers in lijst blokkeren (Reject numbers in

blacklist) inschakelen bij de volgende menuopties:

Instellingen (Settings) > Gesprekken (Call

Settings) > Bloklijst (Blacklist) > Nummers in lijst

blokkeren (Reject numbers in blacklist) > Aan

6.8 Telefoonboek instellingen

• Raak in het telefoonboek Opties (Options) aan

en selecteer daarna Instellingen (Phonebook

settings). Daar hebt u de volgende opties:71

Selecteer deze optie om

contactpersonen op te slaan op

de sim/telefoon/beide.

Voor het instellen van nummers

voor snelkiezen. Lang indrukken

(2-9) van nummertoets op

kiesscherm, om een nummer te

instellen dat u alleen speciek

geprogrammeerde nummers

kunt bellen (hiervoor is een

compatibele simkaart nodig).

De status van het sim-/telefoon-/

groepgeheugen bekijken.

Contactpersonen kopiëren van

Sim naar telefoon of van Telefoon

Contacten verplaatsen van Sim

naar telefoon of van Telefoon

Alle contactpersonen uit het

telefoonboek op sim of de

7 GESPREKKEN Druk in stand-by op de Verbindingstoets

om het kiesscherm te openen. Raak het pictogram

Gesprekken (Call log) aan om de gesprekken

te bekijken – raak de tabbladen bovenin aan om

Gebeld (Dialled calls), Gemist (Missed calls),

Ontvangen (Received calls) of Alle gesprekken

(All calls) te bekijken.

7.1 Een nummer in de lijst gesprekken

• In de lijst van gesprekken kunt u omhoog en

omlaag schuiven om de gewenste invoer te

• Druk op Opties (Options):

Toon (View) Gegevens bekijken van de

geselecteerde oproep, inclusief

naam, nummer, oproeptijd en tijden

Kies (Call) Het geselecteerde nummer bellen.

Een SMS-bericht naar het

geselecteerde nummer sturen.

Een MMS-bericht naar het

geselecteerde nummer sturen.

Het geselecteerde nummer in het

telefoonboek opslaan.

Het nummer toevoegen aan de

Het geselecteerde nummer

bewerken voordat u het kiest.

Wissen (Delete) Het geselecteerde nummer uit het

Alle invoeren uit het log

Gegevens over de oproeptimers,

gesprekskosten en GPRS-teller

8 BERICHTEN Ontvangen SMS-berichten worden in het Postvak

IN (Messages Inbox) opgeslagen en een pictogram

geeft aan dat er nieuwe berichten zijn. Dit

pictogram wordt weergegeven totdat Toon

(View) of Annuleer (Cancel) wordt aangeraakt.

8.1 Het SMS-menu openen

• Raak Menu (Menu) en daarna het pictogram

voor Berichten (Messages) aan om het menu

voor berichten te openen:

Een nieuw bericht schrijven.

Postvak IN (Inbox) Naar het Postvak IN gaan om

ontvangen berichten te lezen.

Concepten (Drafts) Naar opgeslagen concepten gaan.

Mislukt (Outbox) Berichten bekijken waarvan het

verzenden is mislukt.

Berichten bekijken die zijn

Instellen voor het ontvangen van

Ingestelde sjablonen bekijken en

in berichten gebruiken.

8.2 Een tekstbericht schrijven en verzenden

In het menu Berichten (Messages):

• Raak Bericht schrijven (Write message) en

daarna Tekstbericht (Text message) aan. Er

wordt een nieuwe pagina geopend met een

knipperende cursor in de nummerbalk AAN

(TO) boven een toetsenbord. Raak (pictogram

123) aan om het toetsenbord te veranderen in

cijfers en voer het volledige telefoonnummer

in waarnaar het bericht moet worden gestuurd.

U kunt ook het pictogram AAN (TO)

aanraken om contactpersonen uit het

Telefoonboek toe te voegen.

• Begin met het schrijven van uw bericht door

de pagina onder de nummerbalk aan te raken

om het toetsenbord weer te geven, met een

knipperende cursor aan het begin van de

berichtpagina. Schrijf uw bericht.

• Als u uw bericht hebt geschreven, raak Opties

(Options) en daarne Zenden (Send) aan om het

bericht te versturen of sluit het toetsenbord en

raak het pictogram Zenden (Send) aan om

het bericht te versturen.

Verzonden berichten worden opgeslagen in de

map Verzonden (Sent messages), als Verzonden

opslaan (Save sent message) is ingesteld op Aan

Verzonden opslaan (Save sent message).75

Als het bericht niet kan worden verzonden, wordt

het opgeslagen in Mislukt en kunt u het bericht

later opnieuw proberen te verzenden door deze

vanuit Mislukt te openen.

8.3 Uw berichten lezen

• Raak Postvak IN (Inbox) aan in het menu

Berichten (Messages).

• Blader omhoog/omlaag door de berichten en

raak het geselecteerde bericht aan om het te

• Druk tijdens het bekijken van een bericht op

Het bericht van de verzender

Het MMS-bericht van de zender

Het bericht doorsturen naar anderen.

Het bericht verwijderen.

Het bericht kopiëren of verplaatsen naar

telefoon/sim om Automatisch zoeken

aan/uit te schakelen.

8.4 Alle berichten verwijderen

Alle berichten kunnen via het menu Opties

(Options) uit de mappen Postvak IN (Inbox),

Concepten (Drafts), Mislukt (Outbox) en

Verzonden (Sent messages) worden gewist.

Raak in de geselecteerde map Opties (Options)

aan om de optielijst te openen en raak dan Alles

wissen (Delete all) en daarna Ja (Yes) aan om de

gewenste berichten te wissen.

In het menu Berichten (Messages):

• Ga naar Berichtinstellingen (Message settings)

en raak de optie aan; raak daarna Tekstbericht

(Text message) aan om in te voeren:

SIM (SIM) Een geldigheidsduur, berichttype,

aeveringsbevestiging aan/

uit, antwoordpad aan/uit,

voorkeursverbinding, ingestelde

berichtgeheugen voor de sim/

De berichtenteller voor verzonden

en ontvangen berichten bekijken.

Instellen of berichten worden

opgeslagen op de telefoon of

9 INSTELLINGEN Hier kunt u verschillende instellingen op

de telefoon instellen en ze ook weer op de

fabrieksinstellingen instellen.

• Raak Menu (Menu) aan, schuif naar het tweede

pictogramscherm en raak het pictogram

Instellingen (Settings) aan.

• Kies een optie uit de lijst die wordt

9.1 PROFIELEN Met Proelen (Proles) kunt u de geluiden van

uw telefoon eenvoudig aanpassen en ze aan uw

Er zijn 5 proelen ingesteld: Algemeen (General),

Stil (Silent), Vergadering (Meeting), Buitenshuis

(Outdoor) en Mijn stijl (My style). Elk proel heeft

instellingen voor Type waarschuwing (Alert

type), Belsignaal (Ring type), Beltoon (Ringtone),

volume), Signaal voor in-/uitschakelen (Power on/

off tone) en Fouttoon (System alert).

9.1.1. Een profiel activeren

In de menulijst Instellingen (Settings):

• Druk op Profielen (Proles) om het menu te

• Raak de proelnaam die u wilt activeren aan en

raak daarna Opties (Options) en Inschakelen

(Activate) aan om het geselecteerde proel in te

9.1.2. Een profiel aanpassen

In de menulijst Instellingen (Settings):

• Druk op Profielen (Proles) om het menu te

• Raak het proel aan dat u wilt aanpassen en

raak Opties (Options) en daarna Aanpassen

• Pas de gewenste instelling(en) aan en raak

daarna Opties (Options) aan. Raak Opslaan

(Save) aan om de wijzigingen te bevestigen.

Opmerking: u kunt Reset (Reset) in het menu

selecteren om het proel weer in te stellen op

de fabrieksinstellingen.

Hier kunt u de volgende belopties instellen of

Wisselgesprek activeren, waarbij u

op de Verbindingstoets kunt drukken

om een 2e oproep te beantwoorden,

terwijl de 1e oproep in de wacht wordt

Diverse opties voor gesprek

doorverbinden instellen.

Het maken en ontvangen van

oproepen beperken.79

Afwijzen aan/uit instellen voor de

functie Bloklijst en programmeren van

20 nummers voor de bloklijst.

Automatisch herhalen instellen voor

niet-gelukte oproepen.

Weergave gesprekstijd in-/

Een eenmalige of periodieke tijd

instellen voor een herinnering tijdens

Als een oproep wordt afgewezen, een

optie instellen voor het versturen van

een bericht naar de beller.

Automatisch opnemen tijdens de

Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal

beschikbaar, dus neem voor meer informatie over

de beschikbaarheid contact op met uw SIM-

In de menulijst Instellingen (Settings):

• Raak Telefoon (Phone settings) aan om de

volgende opties voor uw telefoon in te stellen of

De tijd en datum instellen.

Tijden instellen en de telefoon

automatisch in-/uitschakelen. Bij

uitschakelen klinkt er 30 seconden een

alarm voor het uitschakelen, tenzij Ja

(Yes) en Nee (No) tegelijkertijd worden

De beschikbare talen voor het schrijven

van teksten weergeven.

De achtergrondafbeelding instellen,

instellen of de datum/tijd op het stand-

byscherm moet worden weergegeven

en de schermvergrendeling instellen,

de timer voor de periode van

inactiviteit voordat het scherm wordt

Instellen of de tijd automatisch moet

De vliegtuig of normale modus

De helderheid van de LCD

instellen en de timer voor de

achtergrondverlichting voor de periode

van inactiviteit instellen voordat het

scherm wordt uitgeschakeld om

energie te besparen.

SOS-nummers, inhoud van het SOS-

bericht, SOS-toets in-/uitschakelen

en SOS-alarmtoon. (Zie het volgende

hoofdstuk voor meer informatie.)81

9.3.1. SOS-toets (SOS Setting)

In de menulijst voor Telefoon (Phone settings):

• Schuif omlaag naar SOS-toets (SOS Setting) en

raak aan om te selecteren.

• Raak nummer 1 - 5 aan om maximaal 5

telefoonnummers in te voeren voor de SOS-

toets (SOS call) en Bericht (SMS message).

• Raak SMS tekst (Message Content) aan om

het SOS-bericht te bewerken dat wordt

verzonden als er op de SOS-toets wordt

gedrukt (standaardbericht: “Help mij AUB”

(Please help me!)) en raak Gereed (Done) aan

om de wijzigingen op te slaan.

• Raak SOS-bediening (SOS Control) aan om de

Status (SOS key) in of uit te schakelen.

• Raak Alarmtoon (SOS Alarm) aan om het alarm

in of uit te schakelen.

Hier kunt u de opties voor mobiel netwerk instellen,

inclusief Netwerkselectie (Network selection) om de

telefoon in te stellen op Automatisch (Automatic)

of Handmatig (Manual), of andere instellingen bij

Voorkeuren (Preferences) en GPRS (GPRS).

Sommige netwerkfuncties zijn mogelijk niet overal

beschikbaar, dus neem voor meer informatie over

de beschikbaarheid contact op met uw SIM-

De veiligheid van uw telefoon beheren.

SIM-blokkering aan/uit: u hebt de juiste

pincode nodig om de status te wijzigen

of het wachtwoord te wijzigen en als de

PIN-blokkering is ingeschakeld, moet u

de pincode altijd invoeren als de handset

wordt ingeschakeld of wordt ontgrendeld.

Opmerking: Bij sommige simkaarten kan

dit niet worden uitgeschakeld.

Waarschuwing: Als u drie keer een

verkeerde pincode invoert, wordt de

simkaart geblokkeerd en moet u de

pukcode invoeren of contact opnemen

met uw SIM-leverancier voor het

of het instellen van een nieuwe pincode.

De pin- en pukcodes worden bij uw

De telefooncode in-/uitschakelen zodat

de pincode moet worden ingevoerd bij

het inschakelen van de telefoon en het

wijzigen van het wachtwoord. Standaard

U kunt aanvullende berichten instellen die kunnen

worden weergegeven of afgespeeld als er nieuwe

invoeren zijn in Berichten (Messages), Gesprekken

(Call logs) of Downloads (Downloads).

begininstellingen instellen.

Alle invoeren van het telefoonboek en

gesprekken, en de oproeptimers worden gewist

en de instellingen worden weer ingesteld op de83

standaardinstellingen.

Hiervoor hebt u het wachtwoord voor uw telefoon

nodig (standaard = 1122).

Hier kunt u het geluid voor audiofuncties instellen,

met instellingen voor Equalizer (Equalizer) als

Normaal (Normal), Bass (Bass), Dans (Dance),

Klassiek (Classical), Hoog (Treble), Feest (Party), Pop

(Pop) of Rock (Rock).

10 KNOP SOS Houd de knop SOS 3 seconden ingedrukt terwijl het

display is ingeschakeld om een noodoproep te maken.

Er klinkt ongeveer 10 seconden een alarmtoon

bij activering voordat de procedure voor een

Druk op Afbreken (Abort) om het alarm en de

noodoproep te stoppen.

Als de noodoproep niet wordt geannuleerd,

wordt er een vooraf ingesteld bericht naar elk

geprogrammeerde SOS-nummer gestuurd.

De telefoon belt daarna het eerste

geprogrammeerde noodnummer Tel. Nr 1

(Number 1). Als Tel. Nr 1 (Number 1) in gesprek of

buiten bereik is of niet binnen 30 seconden wordt

beantwoord, wordt Tel. Nr 2 (Number 2) gebeld en

daarna het volgende geprogrammeerde nummer.

Als de oproep wordt beantwoord, gaat de telefoon

over op de luidspreker (handsfree). De gebelde

persoon moet op zijn telefoon op “0” drukken om

de SOS-procedure stop te zetten.

Als de ontvanger niet binnen 30 seconden na het

beantwoorden van de oproep op “0” drukt, wordt

de oproep afgebroken en gaat de SOS-procedure

Opmerking: U kunt de knop SOS ook gebruiken als

het toetsenbord is vergrendeld, maar het scherm

moet zijn ingeschakeld voordat u de knop SOS

ingedrukt kunt houden.

Zie hoofdstuk 9.3.1 SOS-toets voor het

programmeren van SOS-nummers en het

aanpassen van het SOS-bericht.

11 CAMERA Raak op het scherm van het hoofdmenu het

pictogram Camera (Camera) aan en druk

daarna op Opties (Options) om het cameramenu te

openen voor de volgende opties:

Opmerking: U kunt het cameraprogramma ook

direct vanuit stand-by of vanaf de schermen met

hoofdmenu openen door op de knop Camera

rechts van de handset te drukken.85

Foto’s (Photos) Opgeslagen foto’s bekijken.

De camera-instellingen wijzigen.

De afmeting en de beeldkwaliteit

Opmerking: als het formaat groter is

dan 800x600, is er een korte vertraging

tussen het indrukken van de knop en

het nemen en opslaan van de foto.

Het instellen van de witbalans.

De opslaglocatie van de foto’s op

de telefoon of de geheugenkaart

De standaardinstellingen van de

camera weer instellen.

• Raak de pictogrammen + / - aan voor in-/

• Raak het Flits-pictogram aan om de itser in of

• Raak het pictogram Camera aan om een foto te

12.1 Afbeeldingen tonen

Raak op het scherm van het hoofdmenu het

pictogram Galerij (Gallery) aan en daarna

Afbeeldingen tonen (Image viewer) om miniaturen

van opgeslagen foto’s te bekijken. Raak Opties

(Options) aan om het weergavemenu te openen

voor de volgende opties:

Toon (View) De geselecteerde foto bekijken

- veeg over het scherm om

een andere foto te bekijken en

tijdens het bekijken van een

foto kunt u Opties (Options) en

daarna Afspelen (Play) aanraken

om een diavoorstelling van

de foto’s of andere opties te

Instellen op Lijststijl (List style)

of Matrixstijl (Matrix style).

Zenden (Send) Een afbeelding verzenden

als multimediabericht of via

De geselecteerde afbeelding

gebruiken als achtergrond.

De naam van de afbeelding

Wissen (Delete) De afbeelding verwijderen.

Sorteer op (Sort by) De afbeeldingen sorteren op

naam, type, tijd of grootte.

Alle afbeeldingen verwijderen.87

Informatie over de afbeelding

weergeven: naam, resolutie,

grootte, aanmaaktijd.

Raak op de schermen met het hoofdmenu het

pictogram Galerij (Gallery) aan en druk op

Videocamera (Video recorder) om de videocamera

te openen. Raak het pictogram Opnemen (Record)

aan om een opname te starten of druk op Opties

(Opties) om het opnamemenu te openen voor de

Camcorderinstellingen

De instellingen voor de

Instellingen De videokwaliteit instellen.

Speciale effecten instellen.

Opslag (Storage) De opslaglocatie van

video’s op de telefoon of

geheugenkaart instellen.

Standaard herstellen

De standaardinstellingen van

Raak op het scherm van het hoofdmenu het

pictogram Galerij (Gallery) aan en raak daarna

Videospeler (Video player) aan om een lijst met

opgeslagen video’s weer te geven. Raak een

video aan om de video af te spelen of raak Opties

(Options) aan om het menu te openen voor de

De video openen en afspelen.

De video als multimediabericht of via

De naam van de video wijzigen.

De video verwijderen.

De video’s sorteren op naam, type, tijd of

Selecteren welk geheugen wordt bekeken

• Als er een video wordt afgespeeld, raak het

pictogram in de hoek linksonder aan om de

video-instellingen te openen:

Bij voorkeur 3D-modus

herhaalfunctie in- of

12.4 Geluidsrecorder

• Raak op het scherm het pictogram Galerij

(Gallery) aan en druk op Geluidsrecorder

(Sound recorder) om de recorder te openen.

Raak het pictogram voor opnemen aan om te

beginnen met opnemen. Druk daarna op de

pictogrammen voor pauze of stoppen om de

opname te stoppen. Raak het pictogram voor

afspelen aan om de opname af te spelen.

• Raak in de modus Geluidsrecorder (Sound

recorder) het pictogram linksonder aan om het

menu voor de recorder te openen:

Een nieuwe opname starten.

De geselecteerde opname afspelen.

Meer toevoegen aan het einde van de

geselecteerde opname.

De naam van de opname wijzigen.

De opname verwijderen.

Lijst (List) Een lijst met alle opnames bekijken.

De opslaglocatie voor de opnames

instellen op telefoon of geheugenkaart

of de audiokwaliteit instellen.

Een opname gebruiken als beltoon.

De opname verzenden als

• Raak op het scherm van het hoofdmenu

het pictogram Galerij (Gallery) aan en

raak Bestandsbeheer (File manager) aan om

bestandsbeheer te openen om te zien hoeveel

geheugen er beschikbaar is op de telefoon

of de geheugenkaart en om de opgeslagen

bestanden te bekijken en ze te beheren of om

de geheugens opnieuw te formatteren.

13 KLOK U kunt de klok instellen via Instellingen (Settings)

and date) > Instellen (Set time/date) (zie hoofdstuk

• Raak op het scherm van het hoofdmenu het

pictogram Klok (Clock) aan en raak daarna

Wekker (Alarm) aan om het alarmmenu te

openen. U kunt 5 alarmtijden instellen, elk

met opties voor de herhaalmodus en het type

waarschuwing. Als het alarm klinkt, druk op

Stoppen (Stop) om het alarm te stoppen of op

Sluimeren (Snooze) om de sluimermodus in te

stellen op 5 minuten voordat het alarm weer

• Raak op de schermen van het hoofdmenu

het pictogram Klok (Clock) aan en raak

Wereldklok (World clock) aan om de huidige

tijd in verschillende steden te bekijken.

Opmerking: U kunt uw woonplaats instellen via

Instellingen (Settings) > Telefoon (Phone settings)

> Tijd en datum (Time and date) > Tijdzone (Set

home city) (zie deel 9.3.1).

14 REKENMACHINE Raak op de schermen van het hoofdmenu het

pictogram Rekenmachine (Calculator) aan om

eenvoudige optel-, aftrek-, vermenigvuldigings- en

deelberekeningen te maken.

15 KALENDER Raak op de schermen van het hoofdmenu het

pictogram Kalender (Calendar) aan om de

kalender op de huidige maand te openen.

Raak de pictogrammen / bovenaan de

kalender aan om een jaar terug/verder of een

maand terug/verder te gaan.

Raak het tabblad [7] onder aan de kalender aan om

over te schakelen op de wekelijkse weergave of op

het tabblad [1] om de afspraken voor die dag te

Opmerking: in de wekelijkse weergave kunnen de

pictogrammen / worden gebruikt om een

ander weeknummer te kiezen of tussen ochtend /

Raak Opties (Options) aan om een menu met de

volgende opties te openen

Toon (View) De gebeurtenissen voor de

geselecteerde dag bekijken.

Alle gebeurtenissen op de kalender

Een nieuwe gebeurtenis aan de

De gebeurtenissen van de kalender

Naar een specieke datum gaan.

De begindag als zondag of maandag

16 FM-RADIO U moet een hoofdtelefoon (stereohoofdtelefoon

met aansluiting van 3,5 mm) aansluiten om

radiokanalen voor de FM-radio te ontvangen.

Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, raak op

de schermen van het hoofdmenu het pictogram

FM-radio (FM Radio) aan om de FM-radio te

openen en raak daarna het pictogram voor Aan/Uit

aan om in te schakelen.

Raak het pictogram of aan om naar

de volgende zender vooruit of achteruit in de

kanaallijst te gaan.

Raak het pictogram of aan om handmatig

omlaag of omhoog in stappen van 0,1 MHz af te

Raak het pictogram Menu (Menu) linksonder

voor Opties (Options) aan:

Een lijst met radiostations openen die u

kunt afspelen, verwijderen of bewerken.

Handmatig een nieuwe frequentie voor

Scannen naar radiostations en de

Op achtergrond afspelen (Background

play) en Luidspreker (Loudspeaker) in-/

uitschakelen of Audiokwaliteit (Audio

quality) en locatie voor Opnameopslag

(Record storage) instellen.

Het radiokanaal opnemen waarnaar

Een lijst met opgenomen bestanden

Als de radio afspeelt, raak het middelste pictogram

voor Aan/Uit aan om de FM-radio uit te

schakelen of raak het pictogram voor Terug

linksonder in de hoek aan om terug te keren naar

het scherm met het hoofdmenu en om de radio te

laten afspelen, mits afspelen op de achtergrond is

ingeschakeld (zie Instellingen hierboven).

17 MUZIEK Raak op de schermen van het hoofdmenu het

pictogram voor Muziek (Music) aan om de

muziekspeler te openen. Raak het pictogram voor

Afspelen (Play) aan om de geselecteerde track

af te spelen en raak andere pictogrammen aan

voor Pause ( ll ), Achteruit (Skip back) , Vooruit

(Skip forward) , Herhalen uit (Loop off) , Track

herhalen (Loop single track only) , Alles herhalen

(Loop all) , Willekeurige volgorde uit of aan

(Shufe off or on) .

Raak op het scherm van de Muziekspeler (Music

player) het pictogram in de hoek linksonder aan

om een lijst met beschikbare tracks weer te geven

en raak daarna Opties (Options) aan:95

Afspelen (Play) De geselecteerde track afspelen.

De details voor de huidige tracks

bekijken, inclusief grootte, duur en

De huidige muzieklijst opnieuw laden.

De bron van de afspeellijst, Lijst

automatisch genereren (List auto

generate), modi Herhalen (Repeat)

en Willekeurige volgorde (Shufe)

en Audio-effect (Audio effects)

18 ZAKLAMP Raak op de schermen van het hoofdmenu het

pictogram voor Zaklamp (Torch) aan om de

bediening voor de zaklamp weer te geven en

selecteer Aan (On) of Uit (Off) om de zaklamp

in of uit te schakelen.

19 BLUETOOTH Raak op de schermen van het hoofdmenu het

pictogram voor Bluetooth

zichtbaar of niet maken

voor andere Bluetooth

Zoeken naar nieuwe Bluetooth

apparaten en eerder gekoppelde

Zoeken naar audioapparaten en

De naam van uw handset wijzigen

zoals die door andere Bluetooth

apparaten wordt gezien.

Het Audiopad (Audio path) en de

opslaglocatie voor downloads

instellen en het Bluetooth

moet ingeschakeld en zichtbaar zijn

om verbinding te maken met andere apparaten

en het audiopad moet worden ingesteld op

“Doorsturen naar Bluetooth

headset) als u oproepen wilt maken via

20 VEILIGHEID EN VOORZORGSMAATREGELEN Wanneer u uw telefoon gebruikt, dient u steeds

enkele fundamentele veiligheidsvoorschriften in

acht te nemen om het risico op brand, elektrische

schokken en letsel te beperken:

1. Schakel de telefoon uit in de buurt van

chemische installaties, benzinestations of andere

locaties met explosieve voorwerpen.

2. Maak tijdens het autorijden voor de veiligheid

gebruik van de handenvrije voorziening als u

belt of een oproep ontvangt (afzonderlijk aan te

schaffen). Zet de auto aan de kant van de weg

als u wilt bellen, behalve in een noodgeval.97

3. Schakel de telefoon uit wanneer u aan boord

van een vliegtuig stapt en schakel de telefoon

tijdens de vlucht niet in, tenzij dit speciek wordt

toegestaan door de luchtvaartmaatschappij.

4. Wees voorzichtig wanneer u de mobiele

telefoon gebruikt in de buurt van apparaten

zoals pacemakers, gehoortoestellen en andere

elektrische medische apparaten die door

mobiele telefoons kunnen worden gestoord.

5. Probeer nooit om de telefoon zelf te

6. Laad de telefoon niet op wanneer er geen

batterij is geplaatst.

7. Laad de telefoon op in een goed geventileerde

omgeving en houd hem uit de buurt van

ontvlambare en zeer explosieve voorwerpen.

8. Houd de handset uit de buurt van magnetische

voorwerpen, zoals magneetkaarten of

creditcards, om demagnetisering te voorkomen.

9. Houd de telefoon uit de buurt van vloeistoffen.

Wanneer de telefoon doorweekt raakt of er

erosie optreedt, moet u de batterij uit het

toestel verwijderen en contact opnemen met de

10. Gebruik de telefoon niet in omgevingen

met zeer hoge of lage temperaturen. Stel

de telefoon niet langere tijd bloot aan direct

zonlicht, een hoge vochtigheid of een stofge

11. Gebruik geen vloeistof of andere natte

middelen met sterke reinigingsmiddelen om de

handset te reinigen.

20.1 De batterij opladen

Uw toestel is uitgerust met een oplaadbare batterij.

Een nieuwe batterij zal pas optimaal werken na

twee of drie volledige laad- en ontlaadcycli. De

batterij kan honderden keren worden opgeladen

en ontladen maar zal op den duur slijten. Wanneer

de gespreks- en stand-bytijden merkbaar korter

worden dan normaal, moet u de batterij vervangen.

Gebruik uitsluitend goedgekeurde batterijen en

laad de batterij uitsluitend op met goedgekeurde

laders die speciek zijn bedoeld voor dit toestel.

Wanneer een vervangende batterij voor het eerst

wordt gebruikt of wanneer de batterij langere tijd

niet is gebruikt, kan het nodig zijn om de lader

aan te sluiten, los te koppelen en opnieuw aan te

sluiten om het opladen van de batterij te starten.

Haal de lader uit het stopcontact en het apparaat

als u de lader niet gebruikt. Laat een volledig

opgeladen batterij niet aangesloten op een lader,

aangezien de levensduur kan worden verkort

door overladen. Wanneer een volledig opgeladen

batterij langere tijd niet wordt gebruikt, neemt het

batterijvermogen na verloop van tijd af.

Wanneer de batterij volledig is ontladen, kan het

enkele minuten duren voordat het laadlampje op

het display verschijnt of voordat u met het toestel

kunt bellen. Gebruik de batterij uitsluitend voor

het bedoelde gebruik. Gebruik nooit een lader of

batterij die is beschadigd.

Zorg dat u de batterij niet kortsluit. Er kan

kortsluiting ontstaan wanneer een metalen voorwerp

zoals een munt, clip of pen direct contact maakt

met de positieve (+) en negatieve (-) polen van de

batterij. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer u99

een reservebatterij in uw zak of tas bewaart. Door

kortsluiting van de polen kan de batterij of het

betreffende voorwerp beschadigd raken.

Laat de batterij niet achter op zeer warme of koude

locaties, zoals een afgesloten auto in zomerse of

winterse omstandigheden, omdat dit de capaciteit

en levensduur van de batterij kan verkorten.

Een toestel met een zeer warme of koude batterij

zal mogelijk tijdelijk niet werken, zelfs niet wanneer

de batterij volledig is opgeladen. Met name bij

temperaturen onder nul zal de batterij minder goed

Gooi batterijen niet in het vuur, aangezien ze

kunnen exploderen. Batterijen kunnen ook

exploderen als ze zijn beschadigd. Voer batterijen

af overeenkomstig de plaatselijke voorschriften.

Recycle ze waar mogelijk. Gooi ze niet weg als

huishoudelijk afval.

De werkelijke levensduur van de batterij hangt af

van de werkingsmodus, netwerkinstellingen en

• Vanwege de veiligheid mag u onderdelen en

accessoires van de batterij niet zelf vervangen

en mag u de batterijbehuizing niet verwijderen.

• We adviseren u om uitsluitend gebruik te maken

van de originele batterij die bij uw telefoon

is geleverd, om schade aan uw telefoon te

• Het temperatuurbereik voor het opladen van de

telefoon is 0 °C - 40 °C. Laad de batterij niet op

bij zeer hoge of lage temperaturen.

• Gebruik de mobiele telefoon niet tijdens het

20.2 Overige veiligheidsinformatie

De eenheid en de accessoires kunnen kleine

onderdelen bevatten. Houd deze buiten het bereik

van kleine kinderen.

20.3 Gebruiksomgeving

Houd u aan de regels die van toepassing zijn

op de locatie waar u zich bevindt en schakel het

toestel altijd uit op locaties waar het gebruik niet

is toegestaan, om te voorkomen dat het toestel

storingen of gevaar veroorzaakt. Gebruik de

toestellen enkel in de normale gebruikspositie.

Dit toestel voldoet aan de richtlijnen voor straling

wanneer het wordt gebruikt in een normale positie

bij uw oor of wanneer het op minstens 2,2 cm van

uw lichaam wordt gehouden.

Als het toestel dicht bij uw lichaam in een hoesje,

riemhouder of andere houder wordt gedragen,

mogen deze geen metaal bevatten en moet het

product op de hierboven aangegeven afstand van

uw lichaam worden geplaatst.

Onderdelen van het toestel zijn magnetisch. Het

toestel kan metalen voorwerpen aantrekken.

Bewaar geen creditcards of andere magnetische

voorwerpen in de buurt van het toestel, aangezien

de hierop opgeslagen gegevens kunnen worden

20.4 Medische apparatuur

Het gebruik van apparatuur die radiosignalen

uitzendt, zoals mobiele telefoons, kan de101

werking van onvoldoende beschermde medische

apparatuur verstoren. Raadpleeg een arts of de

fabrikant van de apparatuur om te bepalen of

dergelijke apparatuur voldoende beschermd is

tegen externe radiosignalen. Raadpleeg ze ook als

u andere vragen hebt. Wanneer u ergens bordjes

ziet waarop staat dat het gebruik van een mobiele

telefoon verboden is, dient u zich hieraan te

houden. Ziekenhuizen en andere zorginstellingen

maken soms gebruik van apparatuur die gevoelig

kan zijn voor externe radiosignalen.

Pacemakerfabrikanten adviseren een afstand van

minimaal 15 cm tussen een mobiele telefoon en

een pacemaker om het risico op verstoring van

de pacemaker te vermijden. Deze aanbevelingen

komen overeen met onafhankelijk onderzoek en

aanbevelingen van Wireless Technology Research.

Personen met een pacemaker moeten:

• het toestel niet in een borstzak dragen;

• het toestel bij het oor houden dat het verst van

de pacemaker verwijderd is, om het risico op

storing te beperken.

Als u vermoedt dat er een risico op storing bestaat,

moet u het toestel uitschakelen en het op grotere

20.6 Gehoorapparaten

Sommige digitale draadloze toestellen kunnen de

werking van sommige gehoorapparaten verstoren.

Radiosignalen kunnen van invloed zijn op

elektronische systemen in motorvoertuigen (zoals

elektronische brandstonspuiting, ABS-remmen,

automatische cruisecontrol, airbagsystemen) die

verkeerd zijn geïnstalleerd of onvoldoende zijn

beschermd. Neem contact op met de fabrikant of

zijn vertegenwoordiger voor meer informatie over

uw voertuig of eventuele aanvullende apparatuur.

Voor voertuigen met airbags: houd er rekening mee

dat airbags met veel kracht worden opgeblazen.

Plaats voorwerpen, inclusief vaste of draagbare

radioapparatuur, niet in de ruimte boven de

airbag of in de ruimte waar deze mogelijk wordt

opgeblazen. Er kan ernstig letsel ontstaan als

de mobiele telefoonapparatuur verkeerd is

geïnstalleerd en de airbags zich met lucht vullen.

20.8 Explosiegevaarlijke omgevingen

Schakel het toestel altijd uit wanneer u zich bevindt

in een omgeving waar explosiegevaar bestaat en

volg alle waarschuwingsborden en instructies op.

Explosiegevaar bestaat in omgevingen zoals die

waar u gewoonlijk wordt verzocht om de motor van

uw auto af te zetten. In een dergelijke omgeving

volstaat een vonk om een explosie of brand te

veroorzaken, met lichamelijk letsel of zelfs de dood

Schakel het toestel uit bij benzinestations, dus in de

buurt van benzinepompen en garages.

Volg de beperkingen die voor het gebruik

van radioapparatuur gelden in de buurt van

locaties waar brandstof wordt opgeslagen en

verkocht, chemische fabrieken en locaties waar103

opblaaswerkzaamheden bezig zijn.

Gebieden met explosiegevaar worden meestal –

maar niet altijd – duidelijk aangegeven.

Mobiele telefoons maken gebruik van radiosignalen

en het mobiele-telefoonnetwerk. Dit betekent dat

een verbinding onder alle omstandigheden niet kan

worden gegarandeerd.

Vertrouw daarom nooit enkel op een mobiele

telefoon voor belangrijke oproepen zoals medische

21 GARANTIE EN SERVICE De telefoon wordt geleverd met 24 maanden

garantie vanaf de aankoopdatum vermeld op

uw aankoopbon. Onder deze garantie vallen

geen storingen of defecten als gevolg van

ongevallen, verkeerd gebruik, normale slijtage,

onachtzaamheid, blikseminslag, knoeien met de

apparatuur of pogingen om het toestel aan te

passen of te repareren die niet door goedgekeurde

servicepunten zijn uitgevoerd.

Bewaar uw aankoopbon; dat is uw garantiebewijs.

21.1 Tijdens de garantieperiode

• Doe alle onderdelen van uw telefoon in de

• Breng het toestel terug naar de winkel waar

u het hebt gekocht en neem uw aankoopbon

• Vergeet ook de netvoedingsadapter niet (indien

21.2 Na de garantieperiode

Als het toestel niet meer onder de garantie valt,

kunt u contact met ons opnemen via

www.aegtelephones.eu

22 TECHNISCHE INFORMATIE Standaard: GSM Mobiel

Systeem: Phase 2G Gebruikstijden: in stand-by ongeveer: 600 uur

Temperatuurbereik: Bedrijfstemperatuur: 0 °C tot

Adapter: A31-1503-500550

Ingang: Max. 0,15 A Uitgang: 5,0 V DC, 550 mA SAR-waarden

Dit product voldoet aan de essentiële vereisten en

andere relevante voorschriften van de R&TTE-richtlijn

U vindt de conformiteitsverklaring op: www.

24 HET APPARAAT AFVOEREN Aan het einde van de levensduur van het product

mag u dit product niet weggooien met het normale

huishoudafval, maar moet u het product naar een

inzamelingspunt voor de recycling van elektrische

en elektronische apparatuur brengen. Dat wordt

aangegeven met het symbool op het product, in

de gebruikershandleiding en/of op de verpakking.

Sommige productmaterialen kunnen worden

hergebruikt als u ze naar een inzamelingspunt

brengt. Door sommige onderdelen of grondstoffen

van gebruikte producten aan te bieden voor

hergebruik levert u een belangrijke bijdrage aan de

bescherming van het milieu. Neem contact op met

de plaatselijke autoriteiten voor meer informatie

over de inzamelingspunten in uw regio.

De batterijen moeten worden verwijderd voordat

het toestel wordt weggegooid. Gooi de batterijen

op een milieuvriendelijke manier weg, volgens de

voorschriften van uw land.107

25 PROBLEMEN OPLOSSEN

Controleer of u het juiste nummer hebt

gekozen, met netnummer.

Sommige simkaarten zijn dunner

dan andere. Druk voorzichtig op de

simkaarthouder zodat de kaart goed

De telefoon is uitgeschakeld. Druk 3

seconden op de toets Stop (End) om

deze weer in te schakelen.

Het scherm staat in de

energiebesparende modus. Druk op

een knop om de telefoon weer in te

Als u niet via uw eigen netwerkprovider

belt, kan uw telefoon verbinding maken

met een ander GSM-netwerk.

Neem contact op met uw

netwerkprovider voor eventuele kosten

die u moet betalen bij het gebruik van

uw telefoon in het buitenland.

U kunt niet bellen als de telefoon geen

Als Limited Service, Alleen

noodoproep of SOS op uw display

wordt weergegeven, kan de telefoon

geen signaal van uw netwerk

ontvangen of hebt u geen beltegoed

dus kunt u alleen noodnummer 112

U kunt 112 ook bellen als uw telefoon

geen beltegoed meer heeft.

Als het signaal zwak is, ga dan

ergens anders staan om te bellen

of een gesprek te hervatten; als u

bijvoorbeeld binnen bent, kunt u bij

het raam gaan staan. De ontvangst is

meestal slecht in liften, in tunnels, in de

Als u niet wilt dat iemand anders uw

telefoonnummer ziet als u belt, neem

contact op met uw serviceprovider.

(Deze netwerkservice is mogelijk niet

Houd de knop ingedrukt om het

toetsenbord te ontgrendelen.

Er worden kosten berekend als uw

oproep door iemand anders of een

antwoordapparaat wordt aangenomen.

Er worden geen kosten berekend

voor het schrijven van een SMS, alleen

wanneer u een SMS verstuurt, en er

worden geen kosten berekend voor

telefoonfuncties, zoals de wekker.

Als uw bericht in de map Verzonden

(Sent messages) staat, dan is het

bericht verstuurd. U kunt ook

een bevestiging krijgen als het

bericht is afgeleverd: stel dan

Aeveringsbevesting (Delivery

report) in bij Berichten (Messages) >

Berichtinstellingen (Message settings)

> Tekstbericht SIM (Text message SIM).

Of neem contact op met uw aanbieder.© 2014 Binatone Electronics International Limited