Pinguino PAC AN110 - Airconditioning DELONGHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pinguino PAC AN110 DELONGHI in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pinguino PAC AN110 - DELONGHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pinguino PAC AN110 van het merk DELONGHI.
GEBRUIKSAANWIJZING Pinguino PAC AN110 DELONGHI
• Dit apparaat dient uitsluitend te worden gebruikt zoals aangegeven staat in deze hand-
leiding. Deze gebruiksaanwijzingen hebben niet de bedoeling om alle mogelijke situaties
en omstandigheden die kunnen optreden te dekken. Men dient altijd het gezond ver-
stand te gebruiken en voorzichtig te werk te gaan bij de installatie, de werking en het
onderhoud van elk huishoudelijk apparaat.
• Dit apparaat is bestemd voor de klimaatregeling van huiselijke ruimten en dient niet voor
andere doeleinden gebruikt te worden.
• Het is gevaarlijk om op welke wijze dan ook de kenmerken van het apparaat te wijzigen.
• Het apparaat moet geïnstalleerd worden met inachtneming van de nationale voorsch-
riften inzake elektrische installaties.
• Wendt u zich voor eventuele reparaties uitsluitend tot een technisch servicecentrum dat
door de fabrikant erkend is. Reparaties uitgevoerd door ondeskundig personeel kunnen
• Dit apparaat mag uitsluitend door volwassenen gebruikt worden.
• Sta het gebruik van dit apparaat niet toe aan personen (ook kinderen) met beperkte
mentale, fysieke of sensoriële capaciteiten, of met onvoldoende ervaring of kennis, ten-
zij ze aandachtig worden gevolgd of geïnstrueerd door iemand die verantwoordelijk is
voor hun veiligheid.
Houd toezicht op kinderen en zorg ervoor dat ze niet met het apparaat spelen.
• Dit apparaat moet op een doeltreffende aardleiding aangesloten worden. Laat uw elek-
trische installatie controleren door een bekwaam elektricien.
• Vermijd het gebruik van verlengsnoeren voor het netsnoer.
• Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u reinigings- of onderhoudswerk-
zaamheden gaat uitvoeren.
• Trek niet aan het netsnoer om het apparaat te verplaatsen.
• Installeer het apparaat niet in ruimten waar de lucht gas, olie, zwavel kan bevatten, of in
de buurt van warmtebronnen.
• Plaats het apparaat op een afstand van minstens 50 cm van brandbare stoffen (alcohol,
enz.) of recipiënten onder druk (spuitbussen, enz.).
• Plaats geen zware of warme voorwerpen op het apparaat.
• Maak het luchtfilter minstens eens per week schoon.
• Gebruik geen verwarmingstoestellen in de nabijheid van dit apparaat.
• Als het apparaat verplaatst wordt, moet het in verticale positie of liggend op een zijkant
vervoerd worden. Verwijder vóór het transport al het water uit het apparaat. Wacht na
het transport minstens 1 uur voordat u het apparaat weer aanzet.
• Dek het apparaat nooit af met plastic zakken wanneer het wordt opgeborgen.
• De materialen gebruikt voor de verpakking zijn recyclebaar. Men adviseert ze dus in de
bakken voor gescheiden afvalverzameling te doen.
• Breng het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur naar een speciaal inza-
• Indien het netsnoer beschadigd is, mag het uitsluitend vervangen worden door de
fabrikant of zijn technische servicedienst of in elk geval door iemand met gelijkwaardige
vakkennis, teneinde elk risico te voorkomen.
SPECIFIEKE WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN MET HET KOELMIDDEL R140A*
R140 A is een koelmiddel dat aan de EG-milieuverordeningen voldoet. Men adviseert om het
koelcircuit van het apparaat niet te doorboren.
MILIEU-INFORMATIE: Dit apparaat bevat gefluoreerde gassen met broeikaseffect voorzien
door het Protocol van Kyoto De onderhouds- en de sloopwerkzaamheden mogen uitsluitend
door vakkundig personeel worden uitgevoerd (R140A, GWP=1975).
* Controleer op het typeplaatje het koelmiddel dat in uw apparaat wordt gebruikt57
Hierna treft u alle nodige aanwijzingen aan om uw airconditioner op de beste manier te laten
Het apparaat mag pas aangezet worden nadat gecontroleerd is of niets de afzuiging en de toe-
voer van lucht belemmert.
KLIMAATREGELING ZONDER INSTALLATIE Enkele eenvoudige handelingen en uw air-
conditioner zorgt voor een aangename
• Schroef een adapter op een uiteinde
van de luchtafvoerslang .
• Breng de andere adapter aan in de zit-
ting van de luchtafvoerslang aan de
achterkant van het apparaat. (zie fig. A).
• Schroef het uiteinde van de slang zonder
adapter in de adapter die eerder op het
apparaat is aangebracht (zie fig. A).
Voorbereidingen voor het gebruik
ELEKTRISCHE AANSLUITING Controleer, alvorens de stekker in het stopcontact te steken, of:
• de netspanning overeenkomt met de waarde aangeduid op het gegevensplaatje aan de achterkant
• het stopcontact en de voedingsleiding afgestemd zijn op de vereiste belasting;
• de stekker in het stopcontact past. Zo niet, het stopcontact laten vervangen;
• het stopcontact aangesloten is op een doeltreffende aardleiding. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid
af indien deze veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen.
Het netsnoer mag uitsluitend vervangen worden door gespecialiseerd technisch personeel.
A Verticaal schuifraam
• Breng het rooster voor de dwarslat op
de dwarslat aan en bevestig het met
de 4 bijgeleverde bouten (fig. B).
1 Luchttoevoerrooster
6 Luchtafzuigrooster ontvochtiger
7 Zitting luchtafvoerslang
8 Luchtafzuigrooster condensator
10 Plug voor afvoeropening
13 Adapter voor slang (2 stukken)
14 Accessoire voor montage op de muur
15 Rooster voor dwarslat
16 Dekseltje voor gat in dwarslat
19 Uitblaasmond voor venster
ing aan, door hem over de breedte van het
venster uit te trekken (fig. C).
• Zodra de dwarslat is uitgetrokken, kan hij
vastgeschroefd worden met de
resterende bijgevoegde twee bouten.
• Laat het venster zakken (fig. D).
Voorbereidingen voor het gebruik
Beperk zoveel mogelijk de lengte en
krommingen van de luchtslangen, zodat
eventuele knikken voorkomen worden.
• Plaats de airconditioner in de buurt van
het venster. Steek de samengestelde
in het rooster in de
dwarslat (fig. E). Controleer of de
luchtafvoerslang niet verstopt is.
• Wanneer het apparaat niet gebruikt
wordt, kan het gat in de dwarslat afges-
loten worden met het hiervoor bestemde
E Venster met dubbele vleugel
• Breng de uitblaasmond
eerder gemonteerde luchtafvoerslang
• Open het venster of de vensterdeur op
een kier en plaats de uitblaasmond
en plaats de uitblaasmond G
Voorbereidingen voor het gebruik
KLIMAATREGELING MET INSTALLATIE Indien gewenst, kan uw airconditioner ook opsemi-permanente wijze geïnstalleerd worden(Fig. H).• Breng de bijgeleverde flens in het gat aan. • Breng de adapter aan in de zittingvan de luchtafvoerslang aan deachterkant van het apparaat. (zie fig. A). • Schroef het accessoire voor montage opde muur op de luchtafvoerslang of verwijder indien nodig de adaptervan de luchtafvoerslang door hem loste schroeven en op de plaats hiervan hetaccessoire voor montage op de muur (fig. L) te schroeven.• Breng het uiteinde van de slang aande flens vast, zoals aangegeven in fig.M. 13
11 In dit geval moet u:• Een gat (ø 134 mm) maken in een buiten-muur of vensterruit. Neem de hoogte enafmetingen van het gat, aangeduid infiguur I, in acht.
Wanneer de slang niet in het gat is inge-bracht, kan het gat afgesloten worden met dedop van de flens .OPMERKINGWanneer u kiest voor een semi-permanenteinstallatie, adviseren wij om een deur op eenkier te zetten (1 cm is al voldoende) om eencorrecte luchtverversing te verzekeren. 11
12 in de venster- ruit in de muur: wijadviseren om hetgat in de muur teisoleren metgeschikt isolatie-materiaal.in de houtensponningvan het ven- ster
I Beperk zo veel mogelijk de lengte enkrommingen van de luchtslangen, zodateventuele knikken voorkomen worden.
HET BEDIENINGSPANEEL A Toets ON/OFF (aan/uit)
B Keuzetoets functies MODE Koeling, ontvochtiging, ventilatie
C Toets voor verlaging temperatuur/ geprogrammeerde werkingstijd
E Keuzetoets ventilatiesnelheid (MAX/MED/MIN)
F Toets voor verhoging temperatuur/geprogrammeerde werkingstijd
H Symbool ontvochtiging
I Symbool ventilatie
M Indicator ventilatorsnelheid
N Indicator schaal geselecteerde temperatuur
O Indicator timeruren
P Ingestelde temperatuurwaarden, de kamertemperatuur en de geprogrammeerde
werkings-/uitschakeltijd
R Symbool omgevingstemperatuur
S Symbool ingestelde temperatuur
°F Schakel de airconditioner nooit uit door de stekker uit het stopcontact te halen, maar drukop de toets en wacht enkele minuten alvorens de stekker te verwijderen: alleen op diemanier kan het apparaat de controles uitvoeren die de werkingstoestand verifiëren.
A G H I L S R Q P O N M B C D E F61
INSCHAKELING VAN HET APPARAAT Steek de stekker in het stopcontact.Op de display verschijnen twee streepjes om aan te geven dathet apparaat in stand-by is.Druk vervolgens op de toets (A).Bij de eerste inschakeling begint het apparaat te koelen, dedisplay geeft de omgevingstemperatuur aan en de ventilatie-snelheid is minimaal.Bij de volgende inschakeling, wordt de airconditioner geacti-veerd met de laatste functie die vóór uitschakeling ingesteld was. Druk op de toets MODE (B) tot het controlelampje van de gewenste functie oplicht, ofwel: Symbool koeling (G)Symbool ontvochtiging (H)Symbool ventilatie (I) BEDRIJFSWIJZE KOELING Ideaal bij warm en drukkend weer, om de ruimte af te koelen ente ontvochtigen.Om deze bedrijfswijze correct in te stellen:• Druk herhaaldelijk op de MODE toets tot het symbool van dekoeling verschijnt. • Kies de te bereiken temperatuur door op de toets (F) of
de toets (C) te drukken totdat de gewenste waarde ver- schijnt.Tijdens de selectie knippert de temperatuurwaarde.Tien seconden na selectie zal de display weer de omgeving-stemperatuur weergeven.• Selecteer de gewenste ventilatiesnelheid door op de toets te drukken.Er zijn 3 snelheden beschikbaar:Maximumsnelheid: om zo snel mogelijk de gewenstetemperatuur te bereikenGemiddelde snelheid: wanneer u een laag geluidsni-veau wenst, met sowieso een goed comfortniveauMinimumsnelheid: wanneer u zo weinig mogelijk geluidwenst De meest geschikte temperatuur voor vertrekken in de zomerpe-
riode varieert tussen 24 en 27°C. Het wordt in elk geval afgera-
den om een veel lagere temperatuur dan de buitentemperatuur
BEDRIJFSWIJZE ONTVOCHTIGING Ideaal om de vochtigheid in de omgeving te verlagen (tussen-seizoen, vochtige vertrekken, regenperiode, enz.). Voor dit typegebruik moet het apparaat zich in dezelfde configuratie als voorde koelfunctie bevinden, namelijk met de luchtafvoerslang ophet apparaat aangebracht, zodat de afvoer van de lucht naarbuiten kan plaatsvinden.Om deze bedrijfswijze correct in te stellen:• Druk herhaaldelijk op de MODE toets tot het symbool van deontvochtiging verschijnt.Opmerking: Bij ontvochtiging en een omgevingstemperatuurvan meer dan 25°C, kan de ventilatiesnelheid geregeld worden,terwijl bij temperaturen lager dan 25°C de ventilatiesnelheid nietgeregeld kan worden, welke automatisch door het apparaat ophet "minimum" wordt ingesteld. BEDRIJFSWIJZE VENTILATIE Voor deze bedrijfswijze hoeft niet de luchtafvoerslang op hetapparaat te worden aangebracht.Om deze bedrijfswijze correct in te stellen:• Druk herhaaldelijk op de MODE toets tot het symbool van deventilatie verschijnt.• Selecteer de gewenste ventilatiesnelheid door op de toets te drukken.Er zijn 3 snelheden beschikbaar:Maximumsnelheid: om het maximale ventilatievermo-gen te verkrijgen.Gemiddelde snelheid: als u het geluidsniveau laag wilthouden, met sowieso een goed ventilatievermogenMinimumsnelheid: wanneer u zo weinig mogelijk geluidwenst.
°C Opmerking: Om de meeteenheid van de temperatuur te veran-deren, drukt u gelijktijdig gedurende 3 seconden op de toetsen en .
PROGRAMMERING VAN DE TIMER Met de timer kan de uitgestelde in- of uitschakeling van het
apparaat ingesteld worden; op die manier wordt energie
bespaard en worden de werkingsperiodes geoptimaliseerd.
Programmeren van de uitgestelde inschakeling
• Steek de stekker in het stopcontact: het apparaat zal zich in
• Druk op de timertoets (D): het timersymbool (Q) licht op.
• Stel met de toetsen (F) of (C) het aantal uren in waar-
na u wilt dat het apparaat in werking treedt. Deze toetsen
verhogen of verlagen met een uur per keer.
Het is mogelijk de uitgestelde inschakeling te programmeren
binnen de volgende 24 uren.
Vijf seconden na instelling van de timer neemt de lichtsterkte
van de display af en wordt de instelling opgenomen.
Opmerking: na programmering kunnen de bedrijfswijze en de
ventilatorsnelheid gewijzigd worden.
Druk, om de programmering van de timer te wissen, opnieuw op
Bij bediening van de toets ON/OFF (A) wordt de programmering
van de timer geannuleerd en de airconditioner schakelt onmid-
dellijk met de geselecteerde bedrijfswijze in.
Programmeren van de uitgestelde uitschakeling
• Voor alle bedrijfswijzen “koeling/ventilatie/ontvochtiging" kan
de uitgestelde uitschakeling geprogrammeerd worden.
• Druk op de timertoets (D): het timersymbool (Q) licht op.
• Stel met de toetsen (F) of (C) het aantal uren in waar-
na u wilt dat het apparaat ophoudt te werken.
Deze toetsen verhogen of verlagen met een uur per keer.
Het is mogelijk de uitgestelde uitschakeling te programmeren
binnen de volgende 24 uren.
Vijf seconden na instelling van de timer, geeft de display de
bedrijfswijze aan en het timersymbool blijft branden.
Op het vastgestelde uur gaat de airconditioner uit en gaat in
Druk, om de programmering van de timer te wissen, opnieuw op
de toets timer (D) en het timersymbool dooft.
Opmerking: na programmering kunnen de bedrijfswijze en de
ventilatorsnelheid gewijzigd worden.
NL Programmering van de timer
Werking met afstandsbediening
• Richt de afstandsbediening op de ont-
vanger van de airconditioner. De maximu-
mafstand tussen afstandsbediening en
apparaat bedraagt 5 meter (zonder
obstakels tussen afstandsbediening en
• De afstandsbediening moet met uiterste
zorg en voorzichtigheid behandeld wor-
den: laat hem niet vallen, stel hem niet
aan rechtstreeks zonlicht bloot en leg hem
niet in de buurt van warmtebronnen.
BESCHRIJVING VAN DE AFSTANDSBEDIENING
tuur/geprogrammeerde werking
20) Drukknop “TIMER”
21) Keuzeknop ventilatiesnelheid
22) Drukknop voor omschakeling °F/°C Vervanging van de batterijen
• Verwijder het dekseltje aan de achterkant
van de afstandsbediening;
• Vervang de lege batterijen door twee
batterijen LR03 “AAA” 1,5V en breng ze in
de juiste stand in (zie aanwijzingen in bat-
• Breng het dekseltje weer aan.
Zowel bij de vervanging als bij de afdanking
van de afstandsbediening, moeten de bat-
terijen volgens de geldende wetgeving
verwijderd en afgedankt worden, omdat zij
schadelijk zijn voor het milieu. Meng geen
alkaline-, standaard (zink-koolstof) of
oplaadbare (nikkel-cadmium) batterijen.
Gooi de batterijen niet in het vuur omdat ze
kunnen ontploffen of gevaarlijke vloeistof-
INSCHAKELING VAN HET APPARAAT Steek de stekker in het stopcontact.
Druk op de knop ON/OFF (17) van de afstandsbediening (bij inschakeling start de airconditioner
met de laatste functie die vóór uitschakeling ingesteld was).
Druk op de knop MODE (18) om de gewenste functie te selecteren:
ONTVOCHTIGING (DEHUMIDIFYING)
ALLEEN VENTILATIE (FAN ONLY)
Op het bedieningspaneel gaat het controlelampje van de geselecteerde functie branden.
Zie voor de instellingen voor koeling/ontvochtiging/alleen ventilatie, programmering van de
timer hetgeen vermeld in de paragrafen op pag. 61-62.
Er moeten enkele voorschriften opgevolgd
worden om het maximale rendement uit uw
airconditioner te halen.
• sluit ramen en deuren van de ruimte waar-
van u het klimaat wilt regelen. Dit geldt
niet voor een installatie met een gat in de
muur. In een dergelijk geval is het raad-
zaam een deur of vensterraam op een
kier te laten, om de juiste luchtverversing
• Scherm het vertrek af van rechtstreeks
zonlicht, door de gordijnen dicht te doen
en/of de rolluiken gedeeltelijk te laten
zakken. Op die manier is het apparaat bij-
• Zet geen voorwerpen op de airconditio-
• Dek de luchtinlaat en –uitlaat
• Zorg ervoor dat er zich in het vertrek geen
warmtebronnen bevinden.
• Gebruik het apparaat niet in ruimten met
een hoge vochtigheidsgraad (vb.
• Gebruik het apparaat niet buiten.
sluit ramen en deuren
laat rolluiken zakken of doe de gordijnen dicht
• Controleer of de airconditioner op een
“vlakke” vloer staat.
Voordat reinigings- of onderhoudswerk-
zaamheden worden uitgevoerd, dient u het
apparaat uit te schakelen met de toets
ON/OFF (A) en bij de modellen met afstand-
sbediening drukt u op de knop ON/OFF ,
haal vervolgens altijd de stekker uit het stop-
REINIGING VAN BUITENKANT Wij adviseren om het apparaat te reinigen
met een vochtige doek en af te drogen met
een droge doek. Om veiligheidsredenen
mag de airconditioner niet met water wor-
Voorzorgsmaatregelen
Gebruik nooit benzine, alcohol of oplosmid-
delen voor de reiniging. Spuit nooit insec-
tenwerende vloeistoffen of gelijkaardige pro-
REINIGING VAN DE LUCHTFILTERS Om een goede efficiency van uw aircondi-
tioner te behouden adviseren wij om het stof-
filter wekelijks te reinigen in de periode waa-
rin het apparaat gebruikt wordt.
Het filter is ter hoogte van het afzuigrooster
gesitueerd en het rooster zelf vormt de zitting
Voor het reinigen van het filter moet het
verwijderd worden zoals getoond in figuur N.
Gebruik een stofzuiger om het op het filter
afgezette stof te verwijderen. Als het filter bij-
zonder vuil is, kan het in water ondergedom-
peld worden en meerdere malen gespoeld
worden. De temperatuur van het water mag
niet meer dan 40° C bedragen.
Na het wassen, laat u het filter drogen.
Om het filter terug te plaatsen, plaatst u weer
CONTROLES BIJ BEGIN SEIZOEN Controleer of het netsnoer en het stopcon-
tact niet beschadigd zijn en controleer of de
aardleiding doeltreffend is.
Neem de installatievoorschriften zorgvuldig in
CONTROLES AAN EINDE SEIZOEN Verwijder de dop om het interne circuit volle-
dig te legen. Laat het restwater volledig
weglopen in een teiltje (figuur O). Plaats na
het legen de dop weer in zijn zitting.
Reinig het filter en laat het goed drogen alvo-
rens het weer aan te brengen.
Wanneer iets niet werkt
• er ontbreekt stroom
• de stekker zit niet in het stopcontact
• De veiligheidsvoorziening is in werking getre-
den. • wacht• steek de stekker in het stopcontact• Neem contact op met het service-centrum De airconditioner
• de luchtafvoerslang is geknikt
• de luchtinlaat en de luchtuitlaat zijn verstopt
• de luchtafvoerslang is van het apparaat
• plaats de afvoerslang correct
• controleer of er obstakels zijn
die de afvoer van lucht naar
• verwijder de knikken
• het raam staat open
• in de ruimte bevindt zich een warmtebron
(brander, lamp, enz.)
• de afvoerslang is uit zijn zitting losgekomen
• verstopt luchtfilter
• het vermogen van de airconditioner is niet
aangepast aan de condities of afmetingen
• neem de warmtebron weg
• steek de slang in zijn zitting
• reinig of vervang het filter
• reinig of vervang het filter
• het luchtfilter is verstopt De airconditioner werktniet gedurende 3minuten na eennieuwe start • De veiligheidsvoorziening van het apparaat
is in werking getreden
• wacht tot 3 minuten verstreken
• Het bakje in het apparaat is vol
• Leeg het bakje (zie de para-
graaf “Controles aan einde sei-
ZELFDIAGNOSE Het apparaat is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat enkele storingen in de werking detec-
teert. De foutmeldingen verschijnen op de display van het apparaat.
OP DE DISPLAY VERSCHIJNT…
de kamertemperatuur is te laag
OP DE DISPLAY VERSCHIJNT…
de kamertemperatuur is te
OP DE DISPLAY VERSCHIJNT…
wendt u zich tot het dichtstbij-
zijnde servicecentrum
Garantie/technische kenmerken
GARANTIE EN TECHNISCHE ASSISTENTIE De voorwaarden voor garantie en techni-
sche assistentie zijn vermeld in de documen-
tatie/certificaat die bij uw apparaat is gele-
GRENSCONDITIES WERKING Kamertemperatuur bij koeling 21 ÷ 35°C TECHNISCHE GEGEVENS Netspanning zie gegevensplaatje
Het vervoer, het laden, de reiniging, het opvangen en de verwerking van het koelmiddel mogen
uitsluitend worden uitgevoerd door een technisch servicecentrum dat door de fabrikant erkend
is. De verwerking van het apparaat mag uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerd
personeel dat door de fabrikant erkend is.
Belangrijke informatie voor de correcte verwerking van het product in overeenstemming met DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EC Aan het einde van zijn nuttig leven mag het product niet samen met het gewone huishoudelijke afval worden
verwerkt.Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebra-
cht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft. Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat
voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking
ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een
aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen. Om op de verplichting tot gescheiden
verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilni-
Notice-Facile