WTCI3Z56K - Inductiekookplaat WALTHAM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WTCI3Z56K WALTHAM in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice WALTHAM WTCI3Z56K - page 58
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WALTHAM

Model : WTCI3Z56K

Categorie : Inductiekookplaat

Download de handleiding voor uw Inductiekookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WTCI3Z56K - WALTHAM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WTCI3Z56K van het merk WALTHAM.

GEBRUIKSAANWIJZING WTCI3Z56K WALTHAM

Wij danken u dat u voor dit product hebt gekozen. Deze gebruikershandleiding bevat belangrijke informatie over veiligheid en instructies die zijn bedoeld u te helpen in de bediening en het onderhoud van uw apparaat. Neem de tijd om deze gebruikershandleiding door te lezen voordat u uw apparaat in gebruik neemt en bewaar hem als naslagwerk voor de toekomst. Symbool Type Betekenis À WAARSCHUWING Risico op ernstig of dodelijk letsel Z\ | RISICO OP ELEKTRISCHE SCHOK Risico van gevaarlike spanning PLN BRAND Waarschuwing: Gevaar voor brand / ontvlambare materialen ÂÀ LET OP Risico op letsel of beschadiging aan eigendom O BELANGRIK / OPMERKING Correcte bediening van het systeem NL-2

INHOUD 1.VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 1.1. Algemene veiligheidswaarschuwingen … 1.2. Waarschuwingen bij de installatie 1.3. Tijdens het gebruik … 1.4. Tijdens reiniging en onderhoud ….

2.INSTALLATIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK

2.1. Instructies voor de installateur. 2.2. Elektrische aansluiting en veilighei 2.3. Antikantelkit … 2.4. Afstellen van de pootje: 3.PRODUCTKENMERKEN

. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Lees deze instructies zorgvuldig en volledig voor u uw apparaat in gebruik neemt en bewaar deze op een handige locatie voor eventuele raadpleging in de toekomst. Deze handleiding is geschreven voor meer dan één model en het is daarom mogelijk dat een aantal functies, die in deze handleiding worden besproken, niet aanwezig zijn op uw apparaat. Let daarom tiidens het lezen van deze handleiding in het bijzonder op de afbeeldingen. .1. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en personen met een verminderde fysieke, gevoelsmatige en mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis als ze onder toezicht staan of instructies krijgen met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en de betrokken risico's. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het apparaat niet schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. À WAARSCHUWING: Het apparaat en zijn toegankelijke onderdelen worden tijdens gebruik heet. Zorg ervoor geen verwarmingselementen aan te raken. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan. À À WAARSCHUWING: Onbeheerd koken met vet of olie op een kookplaat kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer een brand NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af met bijv. een deksel of een branddeken. NL-4

Â\LET OP: Op het bereidingsproces moet worden toegezien. Op een kort bereidingsproces moet voortdurend worden toegezien. À À WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. À À WAARSCHUWING: Als het opperviak gebarsten is, moet u het apparaat uitschakelen om het risico op elektrische schokken te voorkomen. + Op het oppervlak van inductiekookplaten moeten geen metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels worden geplaatst. Deze kunnen heet worden. + Schakel bij inductiekookplaten de kookplaatelementen na gebruik uit met de bedieningsklop. Vertrouw niet op de panherkenning. + Voor modellen met geïntegreerde deksel geldt dat bij morsen de deksel schoongemaakt dient te worden voor gebruik en dat u de kookplaat af moet laten koelen voordat u de deksel sluit. + Gebruik het apparaat niet met een externe timer of afzonderlijk afstandsbedieningsysteem. À WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat het apparaat omvalt, moeten de stabilisatiesteunen worden geïnstalleerd. (Lees de handleiding van de antikantelkit voor gedetailleerde informatie.)

  • Het apparaat wordt tiidens gebruik heet. Zorg ervoor geen verwarmingselementen in de oven aan te raken.
  • Handgrepen kunnen tijdens gebruik al heel snel heet worden. NL-5

+ _Gebruik geen harde schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen schrapers om de oppervlakken in de oven schoon te maken. Deze kunnen het oppervlak krassen en dit kan leiden tot het barsten van het glas of schade aan de oppervlakken. + _Gebruik geen stoomreinigers om het apparaat schoon te maken. À WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voor u de lamp vervangt om het risico op elektrische schok te vermijden. A\LET OP: Toegankelijke delen kunnen tijdens het koken of grillen heet zijn. Houd kleine kinderen uit de buurt van het in gebruik zijnde apparaat. + Uw apparaat werd geproduceerd conform de toepasselijke lokale en internationale normen en voorschriften. + Onderhoud en reparaties mogen alleen door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Installatie- en onderhoudswerk dat door niet- erkende installateurs wordt uitgevoerd kan u in gevaar brengen. De specificaties van het apparaat mogen niet worden gewijzigd of aangepast. Ongeschikte kookplaatbeschermers kunnen ongelukken veroorzaken. + _Voor de aansluiting van uw apparaat moet u ervoor zorgen dat de lokale distributievoorwaarden (soort gas en gasdruk of elektrische spanning en frequentie) en de vereisten van het apparaat compatibel zijn. De specificaties voor dit apparaat staan vermeld op het label. LET OP: Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor de bereiding van etenswaren en voor huishoudelijk gebruik. Het mag niet worden gebruikt voor andere NL-6

doeleinden of in een andere toepassing, zoals voor niet-huishoudelijk gebruik, in een commercièle omgeving of om een ruimte te verwarmen. Probeer het apparaat niet aan het handvat op te tillen of te verplaatsen. Alle mogelijke maatregelen werden genomen om uw veiligheid te garanderen. Omdat het glas kan breken dient u bij het reinigen voorzichtig te werk te gaan. Zorg dat u niet met accessoires op het glas slaat of klopt. Zorg ervoor dat het netsnoer tijdens de installatie niet klem komt te zitten of wordt beschadigd. Om elk gevaar uit te sluiten moet het netsnoer door de fabrikant, zijn onderhoudsdienst of een gekwalificeerd persoon worden vervangen als het is beschadigd. Wanneer de ovendeur open is, mogen kinderen niet op de ovendeur klimmen of zitten. Houd kinderen en dieren uit de buurt van dit apparaat. Houd bij de in gebruik zijnde inductiekookplaat voorwerpen uit de buurt die gevoelig zijn voor magnetische velden (zoals creditcards, betaalpassen, horloges en soortgelijke voorwerpen). Personen met een pacemaker worden sterk aangeraden hun cardioloog te raadplegen voordat ze gebruik maken van een inductiekookplaat.

1.2. WAARSCHUWINGEN BIJ DE INSTALLATIE

U mag het apparaat niet gebruiken voor de installatie volledig uitgevoerd is. Het apparaat moet worden gemonteerd door een geautoriseerde monteur. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor eventuele schade die kan NL-7

worden veroorzaakt door de onjuiste plaatsing en installatie door niet-geautoriseerde personen. Controleer bij het uitpakken van het apparaat of er tidens het transport geen schade is opgelopen. Neem in geval van twijfel het apparaat niet in gebruik en neem onmiddellijk contact op met uw leverancier of een erkende servicedienst. De materialen van de verpakking (nylon, nietjes, piepschuim, enz.) kunnen schadelijk zijn voor kinderen. Ze moeten dan ook onmiddellijk verzameld en verwijderd worden. Bescherm uw apparaat tegen weersomstandigheden. Stel het niet bloot aan de zon, regen, sneeuvw, stof of overmatig vocht. De omliggende materialen van het apparaat (0.a. kastjes) moeten minimaal bestand zijn tegen een temperatuur van 100 °C. Om oververhitting te voorkomen mag het apparaat niet worden geïnstalleerd achter een decoratieve deur.

1.3. TIJDENS HET GEBRUIK

Bij het eerste gebruik van uw oven kan er een lichte geur vrijkomen. Dit is heel normaal en wordt veroorzaakt door het isolatiemateriaal op de verwarmingselementen. Daarom raden wij u aan om de oven voor de ingebruikneming gedurende 45 minuten leeg bij maximumtemperatuur laten werken. Zorg ervoor dat de omgeving, waar het product in wordt geïnstalleerd, goed geventileerd wordt. Wees voorzichtig bij het openen van de deur tidens de bereiding en meteen daarna. De hete stoom uit de oven kan brandwonden veroorzaken. Plaats geen ontvlambaar of brandbaar materiaal in NL-8

of in de buurt van het apparaat als het in werking is. + Gebruik altijd ovenhandschoenen om gerechten in de oven te verplaatsen of uit de oven te nemen. + De oven mag onder geen enkel beding worden bekleed met aluminiumfolie, want dit kan oververhitting veroorzaken. + Plaats tidens de bereiding geen schalen of bakplaten rechtstreeks op de bodem van de oven. De bodem wordt heel heet en kan het product beschadigen. OA Laat het fornuis niet onbeheerd achter wanneer u met vaste of vloeibare vetten kookt. Deze kunnen bij oververhitting vlam vatten. Giet nooit water op vlammen die worden veroorzaakt door olie/vet. Schakel het fornuis uit en dek de pan af met zijn deksel of met een branddeken. + U moet pannen steeds centraal op de kookzone plaatsen, en de handvaten moeten veilig worden gedraaid zodat ze niet kunnen worden omgestoten.

  • Indien het product voor een langere periode niet wordt gebruikt, draait u de hoofdschakelaar uit. Draai het gasventiel Van gasapparaten dicht als u deze niet gebruikt.
  • Let er op dat de bedieningstoetsen van het fornuis steeds op “0” (stop) staan als het fornuis niet wordt gebruikt.
  • De laden hellen over wanneer ze uit de oven worden getrokken. Als u ze uittrekt moet u voorzichtig zijn dat u geen heet voedsel morst of laat vallen.
  • Als de ovendeur openstaat, mag u er niets op plaatsen. Dit kan het evenwicht van de oven verstoren of de deur beschadigen. + Plaats geen zware of brandbare voorwerpen (zoals NL-9

nylon, plastic zakken, papier, doeken, enz.) in de la. Dit geldt ook voor kookgerei met kunststof toebehoren (bijv. handvaten). LET OP: De binnenkant van het opbergvak kan tiidens gebruik van het apparaat heet worden. Raak de binnenkant niet aan. + Hang geen handdoeken, vaatdoeken of kleding aan het apparaat of de handvaten.

1.4. TIJDENS REINIGING EN ONDERHOUD

*_Zorg ervoor dat uw apparaat van de stroom is afgesloten voordat u schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. + Verwijder de bedieningsknoppen niet tidens het reinigen van het bedieningspaneel. + Om de efficiëntie en veiligheid van het apparaat te handhaven, raden we aan dat u steeds de originele reserveonderdelen gebruikt en dat u bij een eventueel probleem uitsluitend beroep doet op onze erkende servicedienst. EG-conformiteitsverklaring We verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen, besluiten en voorschriften in de normen waarnaar wordt verwezen. Dit apparaat werd uitsluitend ontworpen voor om thuis te koken. Het gebruik voor andere doeleinden (zoals het verwarmen van een ruimte) is niet toegestaan en gevaarlijk. De gebruiksinstructies zijn Van toepassing op verschillende modellen. U kunt verschillen opmerken tussen deze instructies en uw model. NL - 10

Afvoeren van uw oude machine Dit symbool op het product of op de verpakking 7 |geeft aan dat dit product niet mag worden 4 K |behandeld als huishoudelijk afval. In plaats = | daarvan moet het worden afgevoerd naar het geschikte verzamelpunt voor de hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur. Door de correcte afvalverwerking van dit product helpt u mee aan de voorkoming van potentièle negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid, die wel zouden kunnen ontstaan door foutieve afvalverwerking van dit product. Voor meer informatie over het hergebruik van dit product, kunt u contact opnemen met uw plaatselijk stadskantoor, de afvalservice voor huishoudelijk afval of de winkel waar u dit product hebt aangeschaïft. NL-11

VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK û WAARSCHUWING: Dit epparaat mag uitsluitend worden geïnstalleerd door erkend onderhoudspersoneel of een gekwalificeerd elektricien en overeenkomstig de instructies van deze handleiding en conform de geldende plaatselijkke voorschriften. + Onjuiste installatie kan letsel en schade veroorzaken, waar de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gehouden en de garantie kan hierdoor komen te vervallen. + Voor de installatie moet u ervoor zorgen dat de lokale distributievoorwaarden (aard van het gas en gasdruk en/of elektrische spanning en frequentie) en de vereisten van het apparaat compatibel zijn. De instellingscondities voor dit apparaat staan vermeld op het typeplaatje. + __ De geldende wetten, verordeningen, richtliinen en normen van het land van gebruik van het apparaat moeten worden opgevolgd (veiligheidsvoorschriften, correcte hergebruik volgens de regelgeving, enz.). + Als het product verwijderbare niveaurails (roosters) heeft en de gebruikershandleiding recepten bevat Zoals yoghurt, moeten de roosters verwijderd worden en de oven worden gebruikt in de omschreven bereidingsmodus. In het hoofdstuk REINIGING EN ONDERHOUD vindt u informatie over de verwijdering van het rooster.

2.1. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR

Algemene instructies + Na verwijdering van het verpakkingsmateriaal van het toestel en de accessoires, moet u controleren of het apparaat niet beschadigd is. Indien u schade denkt vast te stellen, mag u het apparaat niet gebruiken en moet u onmiddellik contact opnemen met erkend servicepersoneel of een gekwalificeerd elektricien. + Zorg ervoor dat er geen brandbare of ontvlambare materialen in de buurt zijn, zoals gordijnen, olie, wasgoed, enz., die snel vlamvatten. + Apparaten om het apparaat heen moeten zijn gemaakt van materialen die bestand zijn tegen temperaturen van boven 100 °C. + Het apparaat mag niet worden geïnstalleerd direct boven een vaatwasmachine, koelkast, diepvriezer, wasmachine of wasdroger. + Het apparaat kan dicht bij andere meubelen geplaatst worden op voorwaarde dat de meubelen in de zone waar het apparaat opgesteld is niet hoger zijn dan de kookplaat. Installatie van het fornuis + Als de keukenmeubelen hoger zijn dan de kookopperviakte moet ze minimaal 10 cm van de fornuiszijde worden verwijderd om te zorgen voor luchtcirculatie. + Als er boven het apparaat een afzuigkap of kast wordt geïnstalleerd, treft u hieronder de veilige afstand tussen het kookopperviak en een kast/afzuigkap. À (mm) keukenkast 420 B (mm) afzuigkap 650/700 C (mm) Productbreedte D (mm) 50 NL-12

2.2. ELEKTRISCHE AANSLUITING EN VEILIGHEID WAARSCHUWING: De elektrische aansluiting van dit apparaat mag uitsluitend worden uitgevoerd door erkend onderhoudspersoneel of een gekwalificeerd elektricien en overeenkomstig de instructies van deze handleiding en conform de geldende voorschriften.

WAARSCHUWING: DIT TOESTEL

MOET WORDEN GEAARD. + Voordat dit apparaat op de stroom wordt aangesloten, dient het maximale Vermogen van het apparaat (weergegeven op het identificatielabel van het apparaat) te worden vergeleken met de beschikbare netspanning, en de bedrading van de netspanning moet het maximale vermogen van het apparaat aankunnen (ook weergegeven op het identificatielabel van het apparaat). +__Zorg er tijdens installatie voor dat er geïsoleerde kabels worden gebruikt. Éen onjuiste aansluiting kan uw apparaat beschadigen. Als het stroomsnoer beschadigd is, dient deze door gekwalificeerd personeel te worden vervangen. + Gebruik geen adapters, meerwegstekkers en/of verlengkabels. + De stroomkabel moet uit de buurt blijven van hete delen van het apparaat en NL-13 mag niet worden gebogen of geklemd. Anders kan de kabel beschadigd raken en kortsluiting veroorzaken. Als het apparaat niet met een stekker aan de netstroom wordt aangesloten, dient een isolatorschakelaar die geschikt is voor alle polen (met minstens 3 mm contactruimte) te worden gebruikt om aan de veiligheidsvoorschriften te voldoen. Het apparaat is ontworpen voor een netspanning van 220-240 V-.380- 415 3N- . Neem contact op met een geautoriseerde servicedienst of een erkende elektricien als uw netspanning anders is. De stroomkabel (HO5VV-F) dient voldoende lengte te hebben om te worden aangesloten op het apparaat. Nadat het apparaat is geïnstalleerd moet de gezekerde schakelaar eenvoudig bereikbaar zijn. Zorg ervoor dat alle aansluitingen goed vastzitten. Bevestig de stroomkabel in de kabelklem en sluit de deksel. De aansluiting op het klemmenblok wordt gedaan op de aansluitkast.

{1x) (wordt op de wand bevestigd)

Hg (1x) De zak met documentatie bevat een antikantelkit. Bevestig de antikantelbeugel (1) losjes tegen de wand met gebruik van schroef (2) en wandplug (3), volgens de afmetingen die in de afbeelding en tabel hieronder zijn aangegeven. Pas de hoogte van de antikantelbeugel dusdanig aan dat hij wordt uitgelijnd met de sleuf op het fornuis en draai de schroef aan. Duw het apparaat richting de wand en zorg er daarbij voor dat de antikantelbeugel in de sleuf op de achterkant van het apparaat wordt gestoken.

Uw product staat op vier verstelbare pootjes. Het is voor een veilige bediening belangrijk dat uw apparaat goed en stabiel staat. Zorg ervoor dat het apparaat voordat u gaat koken waterpas staat. Om het apparaat hoger te zetten, draait u de pootjes linksom. Om het apparaat lager te zetten, draait u de pootjes rechtsom. Het is met de pootjes mogelijk de hoogte van het apparaat met 30 mm te regelen. Het apparaat is zwaar en we raden u aan het met minimaal 2 personen op te tillen. Sleep nooit met het apparaat. NL-14

Belangrijk: De specificaties van het product verschillen en het uiterlijk van uw apparaat kan afwijken van de afbeeldingen die hieronder zijn weergegeven. Onderdelenlijst

3. Deurgreep van de oven

5. Verstelbare voetjes

8. Bedieningsknop ovenfunctie

4.1. BEDIENINGSKNOPPEN KOOKPLAAT Inductiezone De informatie in de volgende tabel is uitsluitend bedoeld als richtlijn. Instellingen Gebruiken voor o Element uit 1-3 Zachtjes venwarmen 455 Zacht sudderen, langzaam verwarmen 6-7 Opwarmen en snel sudderen 8 Koken, bakken en braden 9° Maximale warmte P Boost-functie Kookgerei + Gebruik kwalitatief hoogwaardig kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer of roestvrij staal met een dikke, platte, gladde bodem. De kwaliteit en samenstelling van het kookgerei hebben een direct effect op de kookresultaten. + Gebruik geen kookgerei met een holle of bolle bodem. Aluminium en roestvrijstalen kookgerei met een niet-ferromagnetische bodem of een bodem van glas, koper, messing, keramiek of porselein is ongeschikt voor inductieverwarming. + Omtte controleren of het kookgerei geschikt is voor inductiekoken houdt u een magneet bij de bodem van het kookgerei houden. Als de magneet blijft hangen, dan is het kookgerei over het algemeen geschikt. U kunt ook een beetje water in het kookgerei doen en deze op een kookzone zetten die op maximaal vermogen staat. Het water moet binnen een paar seconden opgewarmd zijn. + Bij het gebruik van bepaalde pannen, kunnen verschillende geluiden te horen zijn. Dit heeft te maken met het ontwerp van de pannen en heeft geen invloed op de prestaties of veiligheid van de kookplaat. + Plaats de pan in het midden van de kookzone om de beste kookresultaten te bereiken. + Het! symbool knippert als het vermogensniveau in het display van de kookzone is geselecteerd en er een ongeschikte pan of geen pan op de kookzone is geplaatst. De kookzone schakelt na 2 minuten automatisch uit. + Als er een geschikte pan op de kookzone is geplaatst, dan verdwijnt het symbool Ÿ. De bereiding van de etenswaren wordt voortgezet op het gekozen vermogensniveau. + Voor een optimale energieoverdracht dient de diameter van de kookgereibasis overeen te stemmen met die van de kookzone. + De minimale diameter van het kookgerei moet D120 mm zijn voor kookzones van 160 mm, D140 mm voor kookzones van 210 mm en D160 mm voor kookzones van 290 mm. Ca x Ronde steelpanbodem

CR [rs | Kieine steelpandiameter goed vast Het apparaat wordt bediend via tiptoetsen en de functies worden via displays en geluidssignalen bevestigd. Aanraakbedieningseenheid 1 2 3 L 5 67 #8) | @® à

3- Verwarmerselectie

5- Timerfunctie kookzone-indicators

Gebruik de inductiekookzones met geschikt kookgerei. Nadat de netstroom wordt ingeschakeld, lichten alle displays kort op. Vervolgens komt de kookplaat in stand-bymodus en is hij gereed voor gebruik. De kookplaat wordt bediend door op de juiste elektronische knop te drukken. Elke keer nadat een knop is ingedrukt, volgt een zoemtoon. Het apparaat aanzetten Schakel de kookplaat in door op de AAN/UIT-knop te drukken (1) . Alle verwarmerdisplays tonen een constante "0" en de stippen rechtsonder knipperen. (Indien er binnen 20 seconden geen kookzone wordt gekozen, schakelt de kookplaat automatisch uit.) Het apparaat uitzetten Schakel de kookplaat elk willekeurig moment uit door op (1) te drukken. De AAN/UIT-knop O heeft altijd prioriteit over de uitschakelfunctie. De kookzones aanzetten Druk op de verwarmerselectieknop die overeenkomt met de verwarmer die u wilt gebruiken. Er verschijnt een statische stip op de display van de gekozen verwarmer en de knipperende stippen op alle andere displays gaan uit. Kies de temperatuurinstelling met de knop voor het verhogen van de warmtestand f de knop voor het verlagen van e warmtestand C2 Het element is nu klaar voor gebruik” Selecteer voor snelle kooktijden het gewenste kookniveau en druk op de knop ‘P' om de boost-functie te activeren. De kookzones uitzetten Kies het element dat u wilt uitschakelen door op de verwarmerselectieknop te drukken. Gebruik de knop © en verlaag de temperatuur naar '0'. (Tegelijkertijd op de knoppen (Æ) en ©) drukken zet de temperatuur ook op "0". Als de kookzone heet is, wordt er in plaats van '0''H' weergegeven. Alle kookzones uitzetten Druk op de knop (D) om alle kookzones tegelijkertijd uit te Schakelen. In de stand-bymodus verschijnt "H' op alle kookzones die heet zijn. Indicator van de restwarmte De indicator van de restwarmte geeft aan dat het keramische deel een temperatuur heeft die nog te gevaarlijk hoog is om aan te raken. Na het uitschakelen van de kookzone geeft de betreffende display 'H' aan totdat le temperatuur van de desbetreffende kookzone veilig is. Slim pauzeren Als Slim pauzeren is geactiveerd, wordt het vermogen van alle ingeschakelde branders verminderd. Als u Slim pauzeren deactiveert, schakelen de verwarmers automatisch terug naar het vorige temperatuurniveau. Als Slim pauzeren niet wordt gedeactiveerd, schakelt de kookplaat na 30 minuten uit. Druk op (ii) aan om Slim pauzeren te activeren. Het vermogen van de geactiveerde brander(s) wordt verminderd fot niveau 1 en ‘Il verschijnt op alle displays. Druk nogmaals op (#) om Slim pauzeren te deactiveren. 'Îl' verschijnt en de branders gaan werken op de hef vorig ingestelde niveau. Uitschakelbeveiligingsfunctie Een kookzone wordt automatisch uitgeschakeld als de warmtestand niet is aangepast voor een specifieke tijdsduur. Een wijziging in de warmtestand van de kookzone zal de tijdsduur resetten naar de oorspronkelijke waarde. Deze oorspronkelijke waarde is afhankelijk van het gekozen temperatuurniveau, zoals hieronder weergegeven. NL-17

Warmtestang | Uitschakelbevelligingefunctie 6uur 3-4 5uur 4uur 6-9 1,5 uur Kinderslot Na inschakeling van het apparaat kan het kinderslot worden geactiveerd. Om het kinderslot te activeren, drukt u tegelijkertijd op de knop verhogen van de warmtestand (Æ en de knop verlagen warmtestand © en druk dan nogmaals op de knop verhogen warmtestand .'L' dat LOCKED (VERGRENDELD' betekent, verschijnt op de display van alle verwarmers en de regelknoppen kunnen niet worden gebruikt. (as een kookzone heet is, zullen afwisselend 'L' en ‘H' worden weergegeven). De kookplaat blift vergrendeld totdat deze wordt ontgrendeld, zelfs als het apparaat aan en uit is gezet. Zet de kookplaat eerst aan om het kinderslot te deactiveren. Druk tegelijkertijd op de knop verhogen van de warmtestand en de knop verlagen warmtestand 8 en druk dan nogmaals op de knop verlagen warmtestand Q L'verdwijnt van de display en de koükplaat wordt uitgeschakeld. Toetsvergrendeling De toetsvergrendelingsfunctie wordt gebruikt om de ‘veilige modus' in te schakelen tijdens gebruik van het apparaat. Het is nu niet mogelijk om aanpassingen te doen door de Knoppen aan te raken (bijvoorbeeld warmte-instellingen). Het is alleen mogelijk om het apparaat uit te schakelen. De vergrendelingsfunctie wordt actie als de knop voor toetsvergrendeling & minstens 2 seconden wordt ingedrukt. Deze actie wordt bevestigd door een zoemer. Na het juist indrukken gaat de indicator toetsvergrendeling knipperen en wordt de verwarmer vergrendeld. Timerfunctie De timerfunctie is beschikbaar in twee versies, namelijk: Kookwekker (1 - 99 min.) De kookwekker kan worden bediend NL- als de kookzones uitgeschakeld staan. De timerdisplay geeft '00' aan met een knipperende stip. 5 op © om de tijd te verhogen of op om de tijd te verlagen. Het bereik loopt van 0 tot 99 minuten. Indien er binnen 10 seconden niets wordt veranderd aan de weergegeven tijd, wordt de kookwekker ingesteld en zal de knipperende stip verdwijnen. Als de timer eenmaal is ingesteld, gaat hij aftellen. Als de timer op nul staat, klinkt er een geluidssignaal en knippert de timerdisplay. Het geluidssignaal stopt automatisch na 2 minuten en/of door op een willekeurige knop te drukken. De kookwekker kan op elk moment worden geuizigd of uitgeschakeld door middel van le timerinstellingsknop () en/of de knop timer verlagen ©). Het uitschakelen van de kookplaat (O) schakelt ook de kookwekker uit. Kookzonetimer (1 -99 min.) Als de kookplaat is ingeschakeld, kan een onafhankelijke timer voor iedere kookzone worden geprogrammeerd. Selecteer een kookzone, dan de temperatuurinstelling en activeer tot slot de timerinstellingsknop ©. De timer kan worden geprogrammeerd als uitschakelfunctie voor een kookzone. Vier leds rondom de timer geven aan voor welke kookzone de timer is ingesteld. 10 seconden na de laatste handeling verandert de timerdisplay naar de timer die als eerste afloopt (als er een timer is ingesteld voor meer dan één kookzone). Als de timer afloopt, hoort u een geluidssignaal en geeft de timer ‘00’ weer. De led van de desbetreffende kookzone knippert. De geprogrammeerde kookzone wordt uitgeschakeld en als de kookzone heet is, wordt “H” weergegeven. Het geluidssignaal en het knipperen van het timerled stoppen automatisch na 2 minuten en/of door op een willekeurige knop te drukken. Zoemer Terwijl de kookplaat in werking is worden de volgende activiteiten aangegeven met de zoemer. + Normale knopactivering gaat gepaard met een kort geluidssignaal. + Voortdurende knopbediening voor een langere tijd (10 seconden) gaat gepaard

met een langer geluidssignaal met E4 | De netirequentie is anders dan de nominale tussenpozen. waarden. Schakel de kookplaat uit door op : O te drukken, wacht tot 'H' bij alle zones Boost-funct verdwint, schakel de kookplaat in door op te drukken en zet het gebruik voort. Haal Selecteer een kookzone en stel het de stekker van het apparaat eruit en doe gewenste kookniveau in en druk vervolgens hem er weer in als dezelfde fout weer wordt op de (boost-)knop ‘P' om deze functie te weergegeven. Zet de kookplaat aan door op ebruiken O te drukken en zet het gebruik voort. Bel g : een erkende servicemonteur als dezelide De boost-functie kan alleen worden fout weer wordt weergegeven. geactiveerd als deze van toepassing is voor E5 | De interne temperatuur van de kookplaat is de geselecteerde kookzone. Als de boost- te hoog. Schakel de kookplaat uit door op functie actief is, wordt een ‘P’ weergegeven te drukken en laat de verwarmers afkoelen. op het desbetreffende display. E6 Communicatiefout tussen de Het activeren van de booster kan het aanraakbediening en de verwarmer. Bel een maximale vermogen overschrijden: erkendé servicemonteur. in dat geval wordt het geïntegreerde E7 Temperatuursensor van de spiraal vermogensbeheer geactiveerd. is uitgeschakeld. Bel een erkende à es servicemonteur. De nodige vermindering van het vermogen wordt weergegeven door het knipperen E8 Jemperaluursensor van de koeler van het display van de desbetreffende Ts icemonteur kookzone. Hef knipperen is 3 seconden actief en laat u verdere aanpassingen van EA | Verzadigingsfout grote spiraal Schakel de ns : «ookplaat uit door op de aan/uit-knop te de instellingen doen voordat het vermogen drukken, schakel de kookplaat vervolgens wordt verminderd. weer aan door op de aan/uit-knop te drukken en ga door met het gebruiken ervan. Bel een erkende servicemonteur als dezelfde fout weer wordt weergegeven: Foutcodes EC Fout met de voedingsspanning: Schakel Als er zich een fout voordoet, wordt de foutcode de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te wWeergegeven op de displays van de verwarmers. drukken, schakel de kookplaat vervolgens weer aan door op de aan/uit-knop te drukken E0 De functie Ampèrelimiet moet worden en ga door met het gebruiken ervan. Bel een Qgeselecteerd op het moment dat het erkende servicemonteur als dezelfde fout product van stroom wordt voorzien. Anders weer wordt weergegeven. wordt EO weergegeven. Deze functie moet tegelikertid op de display en het C1-C8 | Microprocessor-waarschuwing. Als deze moederbord worden geselecteerd. Als er waarschuwing verschijnt, verbreekt u de een fout is in de software van een kart, stroomtoevoer naar het product. Sluit de wordt er een fout weergegeven. De klant kan stroom weer aan en schakel het product deze fout niet oplossen. Bel een erkende weer in. Bel een erkende servicemonteur als servicemonteur. dezeifde fout weer wordt weergegeven. Et Koelventilator uitgeschakeld. Bel een erkende servicemonteur. E2 Deze fout verschint als de kookzone oververhit is. Laat de kookzone afkoelen. Daarna moet de kookzone weer normaal werken E3 De voedingsspanning is anders dan de nominale waarden. Schakel de kookplaat uit door op O te drukken, wacht tot 'H' voor alle zones verdwint, schakel de kookplaat in door op À te drukken en zet het gebruik voort. Bel een erkende servicemonteur als dezelfde fout weer wordt weergegeven. NL-19

4.2. OVENBEDIENING Bedieningsknop ovenfunctie Draai de knop naar het overeenstemmende symbool van de gewenste kookfunctie. Zie voor details van andere functies ‘Ovenfuncties’. Thermostaatknop oven Draai na het kiezen van een kookfunctie aan deze knop om de gewenste temperatuur in te stellen. Het lampje van de oventhermostaat zal branden ais de thermostaat in werking is om de oven op te warmen of de temperatuur te behouden. Ovenfuncties Ovenlamp: Alleen de ovenverlichting gaat aan. Deze blift aan zolang de bereidingsfunctie duurt. Ontdooifunctie: De

(0) waarschuwingsverlichting van de oven gaat branden en de venitilator treedt in werking. Om de ontdooifunctie te gebruiken, plaatst u het bevroren voedsel in de oven op een bakplaat die zich op de derde richel van onder bevindt. Het is raadzaam om een ovenschaal onder het ontdooiende voedsel te plaatsen om het water dat ontstaat door het smelten van ijs op te vangen. Deze functie kookt of bakt uw voedsel niet. Het helpt alleen bij het ontdooien ervan. Functie statisch koken: Het thermostaatlampje en waarschuwingslampje van de oven gaan aan en de onderste en bovenste verwarmingselementen treden in werking. De functie statisch koken geeft hitte af, wat een gelijkmatige bereiding van het voedsel garandeert. Dit is ideaal voor het bereiden van gebak, cake, pastaschotels, lasagne en pizza. Het is raadzaam om de oven gedurende 10 minuten voor te verwarmen en het is het beste in deze functie één bakplaat tegelijk te gebruiken. D) Heteluchtfunctie: Het thermostaatlampje en waarschuwingslampje D van de oven gaan aan en het bovenste en onderste verwarmingselement en de ventilator treden in werking. Deze functie is geschikt voor de bereiding van gebak. De bereiding wordt uitgevoerd door de onderste en bovenste verwarmingselementen in de oven en de ventilator zorgt voor circulatie van hete lucht, wat een licht gegrild effect aan het voedsel geeft. Het is raadzaam om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen: ventilator: Het thermostaatlampje en waarschuwingslampie van de oven gaan aan werking. De functie met hete lucht en onderwarmite is ideaal voor het gelijkmatig bakken van voedsel, zoals pizza, in een korte tijd. Terwijl de ventilator de hitte van de oven wordt gebakken. Het is raadzaam om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen: Grillfunctie: Het OM thermostaatiampie en en het grillelement treedt in werking. Deze functie wordt gebruikt voor het grillen en roosteren van voedsel op de te laten plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een ovenschaal onder het voedsel om druppels olie of vet op te vangen. Het is raadzaam om EX _

ES en het onderste gelijkmatig verdeelt, zorgt het onderste waarschuwingslampje bovenste rekstanden in de oven. Bestrijk het de oven ongeveer 10 minuten voor te onderwarmte en verwarmingselement en de ventilator treden in verwarmingselement ervoor dat het gerecht van de oven gaan aan rooster licht met olie om het voedsel niet vast verwarmen. Waarschu : De ovendeur moet tijdens het grillen zijn gesloten, en de temperatuur moet zijn ingesteld op 190° C. EEE) Snellere grillfunctie: verwarmingselement en de grill treden in werking. Het thermostaatlampje De functie wordt gebruikt voor het sneller en waarschuwingslampje van de oven gaan aan en het bovenste NL - 20

grillen en het bestrijken van een groter oppervlak, voor bijvoorbeeld vlees. Gebruik de bovenste rekstanden in de oven. Bestrijk het rooster licht met olie om het voedsel niet vast te laten plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een ovenschaal onder het voedsel om druppels olie of vet op te vangen. Het is raadzaam om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. Waarschuwing: De ovendeur moet ijdens het grillen zijn gesloten, en de temperatuur moet zijn ingesteld op 190 °C. EEE) Dubbele grill- en Leeeead ventilatorfunctie: Het thermostaatlampje en D waarschuwingslampje van de oven gaan aan en het grillelement, het bovenste verwarmingselement en de ventilator treden in werking. De functie wordt gebruikt voor het sneller grillen van dikkere stukken voedsel en het grillen van voedsel met een groter opperviak. Naast de werking van het bovenste verwarmingselement en de grill wordt ook de ventilator in werking gezet voor gelijkmatig garen. Gebruik de bovenste rekstanden in de oven. Bestrijk het rooster licht met olie om het voedsel niet vast te laten plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een ovenschaal onder het voedsel om druppels olie of vet op te vangen. Het is raadzaam om de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. Waarschuwing: De ovendeur moet tijdens het grillen zijn gesloten, en de temperatuur moet zijn ingesteld op 190° C. 4.3. BEREIDINGSTABEL

  • Bereid indien beschikbaar met vleespen voor geroosterde kip

4.4. GEBRUIK VAN DE MECHANISCHE TIMER

Functiebeschrijving M Handmatige bediening

0.100 Bediening door tidsinstelling

Handmatige bediening Wanneer u de timerknop in de positie ‘M° zet, kunt u de oven constant laten werken. Wanneer u de timerknop in de positie ‘0° zet, zal de oven niet werken. Bediening door tijdsinstelling Stel de gewenste bereidingstijd in door de timerknop in te stellen tussen de 0 en 100 minuten. Als de timer de nul bereikt, schakelt de oven automatisch uit en hoort u een geluidssignaal. NL-21

4.5. ACCESSOIRES Diepe bakplaat De diepe bakplaat wordt gebruikt voor de bereiding van stoofschotels. U plaatst de bakplaat correct in de ovenruimte door deze op een van de roosters te zetten en hem helemaal naar achter te duwen. Draadrooster Het draadrooster wordt gebruikt bij grillen of het bereiden van voedsel in ander kookgerei. WAARSCHUWING Plaats het rooster op een overeenstemmend rek correct in de ovenopening en duw het volledig in.

5. REINIGING EN ONDERHOUD

5.1. REINIGING WAARSCHUWING: Schakel het apparaat uit en laat het volledig afkoelen voordat u schoonmaakwerkzaamheden op uw apparaat uitvoert. Algemene instructies + Controleer voor gebruik van schoonmaakmiddelen in uw apparaat of ze geschikt zijn en aanbevolen worden door de fabrikant. + Gebruik crème of vloeibare reinigingsmiddelen die geen vaste deeltjes bevatten. Gebruik geen bijtende middelen, schuurpoeders, ruwe staalwol of harde gereedschappen, omdat deze het opperviak kunnen beschadigen. Gebruik geen reinigingsmaterialen met vaste deeltjes die Kunnen krassen op het glas, emaille en/of geverfde delen van uw apparaat. + Neem eventueel gemorste vloeistoffen meteen op om te voorkomen dat onderdelen worden beschadigd. Gebruik geen stoomreinigers om het apparaat of delen ervan schoon te maken. De binnenkant van de oven reinigen + De binnenkant van de geëmailleerde oven wordt het best gereinigd als de oven warm is. + Veeg de oven na ieder gebruik af met een zachte in zeepwater geweekte doek. Veeg de oven daarna nogmaals af met een vochtige doek en droog hem dan. + U kunt af en toe een vloeibaar schoonmaakmiddel nodig hebben om de oven volledig te reinigen. NL-22

Katalytische reiniging Binnen de ovenruimte zijn er katalytische platen geïnstalleerd. Dit zijn de mat afgewerkte, lichtgekleurde panelen aan de zijkanten en/of het mat afgewerkte paneel aan de achterkant van de oven. Ze verzamelen alle vet- en olieresten tijdens het koken. De plaat reinigt zichzelf door vetten en oliën te absorberen en ze te verassen. Deze as kan vervolgens eenvoudig van de vloer van de oven worden verwijderd met een vochtige doek. De bekleding moet poreus zijn om doeltreffend te zijn. De plaat kan verkleuren met leeftijd. Als er een grote hoeveelheid vet op de plaat wordt gemorst, kan dit de efficiëntie ervan verlagen. Om dit probleem op te lossen, stelt u de oven in op de maximumtemperatuur gedurende ongeveer

20 - 30 minuten. Veeg nadat de oven is

afgekoeld de vloer van de oven af. Het wordt niet aangeraden om de katalytische platen handmatig te reinigen. Er zal schade optreden als er met zeep eimpregneerde staalwol of andere schuurmiddelen worden gebruikt. Bovendien raden we het gebruik van aerosolreinigers op de platen niet aan. De zijkanten van een katalytische plaat kunnen ondoeltreffend worden omwille van overvloedig vet. Het overvloedige vet kan worden verwijderd met een zachte doek of een in warm water gedrenkte spons, en de reinigingscyclus kan worden uitgevoerd zoals hierboven omschreven. Verwijdering van de katalytische plaat Om de katalytische plaat te verwijderen, verwijdert u de schroeven die elke katalytische plaat vasthouden in de oven. ing van de keramische glasplaat Keramische glasplaten kunnen zwaar keukengerei dragen, maar kunnen breken als er met een scherp voorwerp op wordt geslagen/gestoten. WAARSCHUWING: Keramische kookplaten - als het opperviak gebarsten is, moet u het apparaat uitschakelen om het risico op elektrische schokken te voorkomen. + Maak voor reiniging van vitrokeramisch glas gebruik van een crème of vloeibare reiniger. Spoel daarna het glas af en droog het grondig met een droge doek. Gebruik geen reinigingsmaterialen die bestemd zijn voor staal, want deze kunnen het glas beschadigen. + Als de coating of bodem van het kookgerei stoffen met een laag smeltpunt bevat, kan dit het glaskeramische kookopperviak beschadigen. Als er plastic, aluminiumfolie, suiker of suikerhoudende levensmiddelen op de warme glaskeramische kookplaat terecht is/zijn gekomen, schraap dit/ deze dan zo snel en veilig mogelijk van het warme oppervlak. Als deze stoffen smelten kunnen ze de glaskeramische kookplaat beschadigen. Breng indien mogelijk van tevoren een laagje van een geschikt beschermmiddel aan als u producten met een hoog suikergehalte kookt, zoals bijvoorbeeld jam. + Stof op het opperviak moet worden gereinigd met een vochtige doek. + Kleurveranderingen in het keramische glas hebben geen effect op de structuur of de duurzaamheid van de keramiek en wordt niet veroorzaakt door een verandering in het materiaal. Kleurveranderingen in het keramische glas kunnen worden veroorzaakt door verschillende redenen:

1. Gemorste gerechten zijn niet van het

oppervlak gereinigd.

2. Het gebruik van onjuiste schalen op de

kookplaat kan het opperviak uitslijten.

3. Gebruik van onjuiste

reinigingsmaterialen. g van de glazen onderdelen + Reinig de glazen onderdelen van uw apparaat regelmatig. + Reinig de glazen delen binnen en buiten met een glasreiniger. Spoel daarna het glas af en droog het grondig met een droge doek. ng van geëmailleerde onderdelen

+ Reinig de geëmailleerde onderdelen van uw apparaat regelmatig. + Veeg de geëmailleerde onderdelen na ieder gebruik af met een zachte in zeepwater geweekte doek. Veeg ze daarna nogmaals af met een vochtige doek en droog ze daarna. Was de geëmailleerde onderdelen niet als ze nog heet zijn van het koken. Laat geen azijn, koffie, melk, zout, water, citroen of tomatensap gedurende langere tijd achter op het emaille. Reinigen van roestvrij stalen onderdelen (indien aanwezig) + Reinig de roestvrij stalen onderdelen van uw apparaat regelmatig. + Veeg de roestvrij stalen delen na ieder gebruik af met een uitsluitend in water gedrenkte doek. Droog ze daarna goed af met een droge doek. Was de roestvri stalen onderdelen niet als ze nog heet zijn van het koken. Laat geen azijn, koffie, melk, zout, water, citroen- of tomatensap gedurende langere tijd achter op het roestvrij staal. Reinigen van gelakte opperviakken (indien van toepassing) + Vlekken tomaat, tomatenpasta, ketchup, limoen, oliederivaten, melk, suikerhoudende etenswaren, suikerhoudende dranken en koffie moeten meteen worden gereinigd met een doek gedrenkt in warm water. Als deze vlekken niet worden gereinigd en u de vlekken laat drogen op het oppervlak, mogen ze niet worden weggewreven met een hard voorwerp (gepunte voorwerpen, stalen en kunststof schuursponsjes, opperviakbeschadigende reinigingssponsjes) of reinigingsmiddelen met een hoog alcoholgehalte, vlekkenverwijderaars, ontvetters, schuurmiddelen die het opperviak beschadigen. Anders kunnen corrosie of vlekken ontstaan op het poedergelakte oppervlak. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door het oneigenlijke gebruik van reinigingsmiddelen of -methodes. Verwijdering van binnenglas Voordat u de glazen ovendeur reinigt, dient u het binnenglas als volgt te verwijderen:

1. Duw het glas in richting B en maak het

los uit de beugel die het op zijn plaats houdt C9. Trek het glas naar buiten in richting A.

Om het binnenglas te vervangen:

2. Duw het glas naar beneden uit de beugel

die het op zijn plaats houdt (y) in richting B.

3. Plaats het glas onder de beugel die het

op zijn plaats houdt (x) in richting C. Als de deur van de oven drie glasplaten telt, kan de derde glasplaat op dezelfde wijze worden verwijderd als de tweede glasplaat. De ovendeur verwijderen Voordat u de glazen ovendeur reinigt, dient u de ovendeur als volgt te verwijderen:

behulp van een schroevendraaier) naar de eindstand.

3. Sluit de deur tot deze bijna volledig en

verwijder de deur door deze naar u toe te trekken. 5.2. ONDERHOUD WAARSCHUWING: Het onderhoud aan dit apparaat dient uitsluitend te worden uitgevoerd door erkend onderhoudspersoneel of een gekwalificeerd elektricien. Vervangen van de ovenlamp WAARSCHUWING: Schakel het apparaat uit en laat het volledig afkoelen voordat u schoonmaakwerkzaamheden op uw apparaat uitvoert. + Verwijder de lamp na het lampenkapje te hebben verwijderd. + Plaats het nieuwe lampje (bestendig tegen 300 °C) op de plek van het lampje dat u hebt verwijderd (230 V, 15-25 Watt, type E14). + Plaats het lampenkapje en uw oven is daarna klaar voor gebruik. + Dit product bevat een lichtbron met energie-efficiéntieklasse G. + De lichtbron kan niet door de eindgebruiker worden vervangen. Hiervoor is de dienst na verkoop nodig. + De inbegrepen lichtbron is niet bedoeld voor gebruik in andere apparatuur. De lichtbron kan door een professional worden vervangen. Het ontwerp van het lampe is specifiek voor gebruik in huishoudelike kookapparatuur. Het is niet geschikt voor huishoudelijke kamerverichting. NL-25

6.1. PROBLEEMOPLOSSING Als u na deze basisprobleemoplossing nog problemen met uw apparaat ondervindt, neem dan contact op met een erkend servicebedrijf of een erkende monteur. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Controleer de zekering voor het Het scherm van de besturing g de KoOkplaat apparaat. De kookplaal of kogkzones Er is geen stroomvoorziening. Controleer of er sprake is van een kunnen niet aangezet worden Stroomonderbreking door andere elekironische apparatuur te proberen En ae de De knoppen zin vochtig of er rust Droog de knoppen of verwijder het knippert F' ieis op de knoppen. De kookplaat schakelt tidens | Een van de kookzones heeft te lang | _U kunt de kookzone opnieuw gebruïken gebruik uit. aan gestaan. door deze weer aan te zetten. De knoppen van de kookplaat werken niet en het lampje van Het kinderslot staat op. Schakel het kinderslot uit het kinderslot brandt De pannen maken lawaai Dit is normaal bij kookgerei voor een inductiekookplaat. Dit wordt | Deze actie is normaal. Er is geen risico, Koons et koken of de | veroorzaakt door de overdracht van | _niet voor uw kookplaat en nb VOOr UW Pare hat tokeN energie van de kookplaat naar het kookgerei. l u kookgerei Het symbool ‘U' licht op in de dieplay van een van de | € Staat geen pan op de kookzone, Jay van een Of de pan is niet geschikt. Gebruik een geschikte pan. Vermogensniveau 9 of ‘P' wordt automatisch Door beide zones op vermogensniveau verlaagd als u tegelijkertijd | Maximaal vermogensniveau voor de ‘P' of 9 te gebruiken, wordt het vermogensniveau ‘P' of twee zones bereikt. toegestaan maximal vermogensniveau Kiest bij iwee kookzones aan voor de twee ones overschreden: ‘dezelfde kant. Controleer de stroomtoevoer. Controleer De oven gaat niet aan. De stroom is uitgeschakeld. ol andere keukenapparaluur Werkt Oventemperatuur is niet correct Geen warmte of de oven Pérgesteld Controleer of de regelknop voor de warmt niet op. oventemperatuur juist is ingesteld. Ovendeur is open bliven staan. Controleer of de aanbevolen temperaturen en plaatstanden worden gebruikt n de deur niet te vaak, tenzij u Ovenplaten zijn niet juist geplaatst. | gerechten bereidt die omgedraaid dienen te worden. Als u de deur regelmatig opent, zal de binnentempératuur afnemen. Dit kan het kookresultaat Ongelikmatige bereiding in de oven. beinvloeden. Ovenverichting (indien Lampje is kapot Vervang de lamp volgens de instructies. aanwezig) werkt niet. Stroom is afgesloten of Zorg ervoor dat de stroom op het uitgeschakeld. Stopcontact is ingeschakeld. Controleer of de oven waterpas staat. De ovenventilator (indien Controleer of de plate het kooks Ovenplaten trillen. platen en het kookgerei aanwezig) maakt lawaai. P niet tegen de achterwand van de oven trillen. NL -26

6.2. TRANSPORT Maak gebruik van de originele productverpakking en vervoer het product in zijn originele doos. Volg de transportpictogrammen op de verpakking op. Plak alle onafhankelijke onderdelen met tape op het product om te voorkomen dat er tijdens het vervoer schade ontstaat. Als u de oorspronkelijke verpakking niet hebt: bereid een doos zodanig voor dat het apparaat, in het bijzonder de externe opperviakken het product, beschermd zijn tegen externe bedreigingen. NL-27