2606 - Huishoudelijke apparaten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 2606 BOSCH in PDF-formaat.
| Merk | BOSCH |
| Model | 2606 |
| Producttype | Gecombineerde koelkast-vriezer |
| Voeding | 220-240 V / 50 Hz, zekering 10 A minimum, geaard stopcontact |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar, milieuvriendelijk) |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (volgens typeplaatje) |
| Vriescapaciteit | Maximaal 14 kg in 24 uur |
| Temperatuurbereik koelkast | +2 °C tot +8 °C |
| Temperatuurbereik vriezer | -16 °C tot -32 °C |
| Speciale functies | Superkoeling, supervriezen, binnenverlichting, ventilatie |
| Ontdooiing | Handmatig voor de vriezer; automatisch voor de koelkast |
| Onderhoud en reiniging | Water en afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Binnenverlichting | Lamp 220-240 V, fitting E14 (vermogen volgens defecte lamp) |
| Veiligheid | Geen elektrische apparaten binnenin gebruiken; geen explosieve producten opslaan |
| Reparaties | Voorbehouden aan specialisten |
Veelgestelde vragen - 2606 BOSCH
Gebruikersvragen over 2606 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Huishoudelijke apparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2606 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2606 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING 2606 BOSCH
| Aanwiztingen over de afvoer | 43 |
| Aanwiztingen voor uweiligkeit | 43-45 |
| Uw nuwee apparaat | 46 |
| Bedieningspaneel | 46-47 |
| Let op de omgevingttemperatur en de behuchting | 48 |
| Apparata aansluiuten | 48 |
| Inschakelen van het apparaat | 49 |
| Instellen van de temperatur | 49 |
| Apparata uitschaken en buuten werkung stellen | 50 |
| Variabile indeling van de binnenruimte | 50 |
| Levensmiddelen innuimen | 50-51 |
| Levensmidden inviezen | 51-52 |
| Ontdooien van de diepvriesruimte | 52-53 |
| Apparaat reinigen | 53 |
| Energie besparen | 54 |
| Bedrijsgehinden | 54 |
| Kleine storingen zelf verhelpen | 55 |
| Inschakelen van de Servicdienst | 56 |
1-9
1
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Wijzigingen voorbehouden
ROBERT BOSCH HAUSGERÄTE GMBH
Bestelnummer 5410002606 (8306)
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoer van het oude apparaat
Van toepassing als uw nieuwe apparaat een oud apparaat vervangt.
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Het afgedankte apparaat onbruikbaar maken:
- stekker uit het stopcontact trekken;
- aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen;
- deurslot verwijderen of onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas, die zorgvuldig verwijderd en afgevoerd moeten worden. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
Attentie!
Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - gevaar voor verstikking door vouwkarton en folie!
Uw nieuwe apparaat is op weg maar u beschermd door de verpakking. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Aanwijzingen voor uw veiligheid
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat.
Attentie!
- Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijk maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. Let erop als er koelmiddel naar buiten komt
- dat zich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van het lek bevinden.
- Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
- Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
- Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
In noodgevallen
- Ogen uitspoelen en een arts raadplegen. Vonken en open vuur buiten bereik van het apparaat houden.
- Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
- In de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien:
- ontdooien
- schoonmaken
Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd of defect apparaat niet in gebruik nemen. In geval van twijfel eerst contact opnemen met uw leverancier.
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan - Explosiegevaar!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken.
In acht nemen tijdens het gebruik
- De luchtaanvoer- en luchtafvoeropeningen nooit afdekken of dichtmaken!
- Reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan.
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen. Ze kunnen poreus worden.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen!
- IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen. (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur). Diepvrieswaren niet met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen.
- Een laag rijp en vastgevroren diepvrieswaren niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen of losmaken. Hierdoor kunnen de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat eruit spuit, kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Om het ontdooiproces te versnellen alleen de door de fabrikant aanbevolen middelen gebruiken.
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs.
Het apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden de waarvoor geldende normen en voorschriften in acht nemen.
Het apparaat is ontstord volgens EU-richtlijn 89/336/EEG.
Het koelmiddelsysteem is gecontroleerd op dichtheid.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (IEC 60335-2-24).
Uw nieuwe apparaat

Afhankelijk van het model zijn afwijkingen mogelijk - vooral wat betreft de uitvoering van het interieur.
Afb.
A Koelruimte B Diepvriesruimte 1-9 Bedieningspaneel 10 Binnenverlichting 11 Legrooster/plateau 12 Groentelade 13 Voorraadvakken 14 Boter- en kaasvak 15 Eierrekje 16 Flessenvak 17 Diepvrieslade 18 Ventilator 19 Sensor koelruimte
Bedieningspaneel
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit voor de koelruimte Om de koelruimte apart in en uit te schakelen.
2 Insteltoets ° C voor de temperatuur in de koelruimte De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van +2°C tot +8°C De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur door het brandende lampje wordt aangegeven.
+8 geeft de hoogste temperatuur in de koelruimte aan (+8 °C). +2 geeft de laagste temperatuur in de koelruimte aan (+2 °C). Het lampje bij de gekozen temperatuur knippert tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
3 Indicatie "super" voor de koelruimte
Tijdens het "super"-koelen wordt de koelruimte gedurende ca. 6 uur met de laagste temperatuur gekoeld. Daarna wordt automatisch omgeschakeld naar de ingestelde temperatuur in de koelruimte. Het superkoelsysteem is ideaal om dranken snel te koelen en bij het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen.
Om het superkoelsysteem in te schakelen:
toets (2) een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de indicator "super" brandt.
4 Insteltoets ° C voor de temperatuur in de diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is instelbaar van -16 ° C tot -32°C
De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur door het brandende lampje wordt aangegeven.
-16 geeft de hoogste temperatuur in de diepvriesruimte aan (-16°C) -32 geeft de laagste temperatuur in de diepvriesruimte aan (-32°C)
Het lampje knippert tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
5 "Alarmindicatie
Alarmindicatie voor te hoge temperaturen in de diepvriesruimte. Kans op ontdooien van de ingevroren levensmiddelen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan de alarmindicatie branden:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat;
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen; als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend wordt.
6 Toets/indicatie "super" voor de diepvriesruimte
Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. Het brandende lampje geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld.
Het supervriessysteem dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en moet, afhankelijk van de hoeveelheid, tot
24 uur vóór het inladen van de verse levensmiddelen worden ingeschakeld.
Na het inschakelen van het supervriessysteem loopt de koelmachine permanent. In de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Het supervriessysteem wordt automatisch uitgeschakeld als de vers ingeladen levensmiddelen door en door bevroren zijn (bij kleine hoeveelheden levensmiddelen na een à twee uur, bij grote hoeveelheden na maximaal twee dagen).
Door de toets (6) een aantal keren in te drukken wordt het supervriessysteem, indien nodig, met de hand uitgeschakeld.
7 Toets Aan/Uit voor de diepvriesruimte
Om de diepvriesruimte apart in en uit te schakelen.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
De klimaatklasse staat op het typeplaatje (Afb. 10). Hierdoor wordt aangegeven binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden.
| klimaatklasse | toegestane kamertemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +18 °C tot 38 °C |
| T | +18 °C tot 43 °C |
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het opstellen van het apparaat dient men minstens 1/2 uur te wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt, de binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie Schoonmaken).
Het stopcontact moet gemakkelijk te bereiken zijn. Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact met een zekering van 10 ampere of meer, op 220-240 V/50 Hz wisselstroom aansluiten.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat. Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
! Waarschuwing!
Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische energiebesparende stekkers (bijv. Ecoboy; Sava Plug) of op omvormers die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. installaties voor zonne-energie of netwerken voor schepen).
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
De koel- en diepvriesruimte kunnen apart worden ingeschakeld.
- Voor het in gebruik nemen van de koelruimte: de toets Aan/Uit (1) indrukken.
De binnenverlichting in de koelruimte brandt bij het openen van de deur.
- Voor het in gebruik nemen van de diepvriesruimte: de toets Aan/Uit (7) indrukken.
- De alarmindicatie (afb. 2/5) brandt tot de bedrijfstemperatuur is bereikt.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
In de fabriek zijn de volgende basisinstellingen ingesteld: temperatuur in de koelruimte +4°C, temperatuur in de diepvriesruimte -20°C.
De instelwaarden kunnen gewijzigd worden, zie de beschrijving bij het bedieningspaneel:
2 temperatuur voor de koelruimte instellen
4 temperatuur voor de diepvriesruimte instellen
Aanwijzingen bij het gebruik
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje (afb. 3/A) naar de koelmachine, waar het verdampt.
- Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich condenswater vormen in de koelruimte, vooral op glazen legplateaus. Als dit het geval is, dient u de levensmiddelen verpakt te bewaren en een lagere koelruimtetemperatuur te kiezen.
- Als de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet meteen weer geopend kan worden: twee tot drie minuten wachten tot de ontstane onderdruk is opgeheven.
- Door het koelsysteem kan zich op de vriesroosters op sommige plaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.
Apparaat uitschakelen en buiten gebruik stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
De koel- en diepvriesruimte kunnen apart worden uitgeschakeld.
- Om de koelruimte uit te schakelen:
- toets Aan/Uit (1) indrukken. De binnenverlichting in de koelruimte gaat uit.
- Om de diepvriesruimte uit te schakelen: toets Aan/Uit (7) indrukken.
Apparaat buiten werking stellen
Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt:
- Koel- en diepvriesruimte uitschakelen zoals hierboven beschreven.
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Het apparaat laten ontdooien en schoonmaken.
- Deur van het apparaat open laten.
Variabele indeling van de binnenruimte.
Bij het inzetten de laden op de uittrekbare rails plaatsen en naar binnen schuiven. Glasplaat naar voren trekken, deze laten zakken en aan de zijkant uitzwenken
(afb. 4). Voorraadvak iets optillen en eruit halen (afb. 5).
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Flessenhouder
Afb. 6
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Levensmiddelen inruimen
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
- De koudste zones
bevinden zich aan de rechterwand tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder (afb. 1) of tussen de twee pijlen (afb. 12), afhankelijk van het model.
Attentie:
in de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
- De warmste zone
bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Attentie! In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen aan elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Levensmiddelen als volgt inruimen:
- Op de legroosters/plateaus in de koelruimte (van boven naar beneden): brood en gebak, klaargemaakte gerechten, zuivelproducten, vlees en worst.
- In de groentelade: groente, sla, fruit.
- In de deur (van boven naar beneden): boter, kaas, eieren, tubes, kleine flesjes, grote flessen, melk, pakken vruchtensap.
Levensmiddelen invriezen
Invriescapaciteit:
maximaal 14kg in 24 uur (op de vriesroosters).
De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. De maximale invriescapaciteit niet overschrijden zodat vitamine, voedingswaarde, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Tijdens het invriezen in de diepvriesladen neemt de maximale invriescapaciteit iets af.
Verse levensmiddelen invriezen
Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld.
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet
uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit persen.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en datum.
Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Voor verpakking geschikt:
kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Let op de houdbaarheidsdatum.
In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist -18°C of lager zijn.
De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
nl
Diepvrieswaren opslaan
- Belangrijk voor een optimale luchtcirculatie in de diepvriesruimte: de diepvriesladen tot de aanslag erin schuiven.
- Als er zeer veel levensmiddelen moeten worden ondergebracht, dan kan men alle diepvriesladen, behalve de onderste, uit het apparaat halen en de levensmiddelen direct op de vriesroosters stapelen. Om de diepvriesladen eruit te halen: de laden tot aan de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen.
Bewaartijd
Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen mag de toelaatbare bewaartijd bij -18°C niet overschreden worden.
De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Bij kant-en-klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.
| vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | tot 6 maanden; |
| kaas, gezogelte, vlees | tot 8 maanden; |
| groente en fruit | tot 12 maanden. |
IJsblokjes maken
Attentie!
Geen elektrische ijsmachine in de diepvriesruimte gebruiken.
IJsblokjes maken
(niet bij alle modellen)
IJsbakjes zijn in de winkel verkrijgbaar. Het ijsbakje voor 3 / 4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten. Om het vriesproces te versnellen de bovenste diepvrieslade gebruiken.
Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden (Afb. 7).
Ontdooien van diepvriesruimte
Kans op een elektrische schok
Geen stoomreiniger gebruiken. Door de hete stoom kunnen de onder spanning staande onderdelen kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken.
Voor het verwijderen van rijp geen mes of scherp voorwerp gebruiken.
De leidingen van het koelcircuit niet beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten spuit, kan tot oogletsel leiden en is brandbaar.
Geen elektrische apparaten of open vuur in het apparaat gebruiken.
Attentie!
Een dikke laag ijs op de vriesroosters vermindert de vriescapaciteit van het apparaat waardoor het energieverbruik toeneemt.
Is de laag ijs ca. 1/2 cm dik, dan moet de diepvriesruimte ontdooid worden. In elk geval één tot twee keer per jaar, het liefst als er weinig of geen diepvrieswaren in het apparaat liggen.
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken waardoor ze langer bewaard kunnen worden bij omgevingstemperatuur.
Zo gaat u te werk
- Stekker uit het stopcontact trekken. Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Om het dooiwater op te vangen de middelste lade uitruien maar in het apparaat laten.
- Na het ontdooien het opgevangen dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen. Diepvriesruimte weer inschakelen. Diepvrieswaren er weer in leggen.
Tip bij het ontdooien
Een pan met heet water op een onderzetter in de diepvriesruimte zetten.
Ontdooisprays
Let op de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
Attentie!
Ontdooisprays kunnen explosieve gassen ontwikkelen, oplosmiddelen die kunststof beschadigen of vrije vetzuren bevatten of schadelijk zijn voor de gezondheid.
Apparaat reinigen
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Met water en een scheutje afwasmiddel schoonmaken.
- Na het schoonmaken de stekker weer in het stopcontact steken of de zekering inschakelen resp. vastdraaien.
Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand of zuren resp. oplosmiddelen bevatten.
Deurdichting uitsluitend reinigen met schoon water en goed afdrogen!
Het sop mag niet in het bedieningspaneel of in de verlichting terechtkomen en ook niet door het afvoergaatje (afb. 3/B) van het dooiwatergootje lopen.
De legroosters/plateaus, voorraadvakken en laden mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator, fornuis etc.). Anders een isolerende plaat gebruiken.
- Warme gerechten en dranken buiten het apparaat laten afkoelen.
- De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelkast leggen. De koude van de diepvrieswaren benutten om levensmiddelen te koelen.
- Deur van het apparaat zo kort mogelijk openen.
- De achterkant van het apparaat af en toe met een stofzuiger of borstel reinigen om toename van het energieverbruik te voorkomen.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Gebrom - de koelmachine loopt. Geborrel, gebruis of geklok - het koelmiddel stroomt door de leidingen.
Geklik - de motor wordt in- of uitgeschakeld.
Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Laden, manden of legroosters/plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.
| Storing | Mogelijk oorzaak | Oplossing |
| Geen enkele indicatie brandt | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zichniet goed in het stopcontact. | Controler of er stroom is. De zekering要去iningschakeld. |
| Deindicatie „“brandt(afb. 2/5). | Storing – in de diepvriesruimteshet te warm! | |
| • De be- en ontluchtings-openingen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| • Er werden te veel levensmid-delen in een keer ingeladenom in te vriezen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| • De deur van de diepvries-ruimte is open. | Deur sluiten. | |
| Na het verhelpen van de storing gaat na eenijdje dealarmindicatie uit. | ||
| De binnenverlichtung functioniert nicht; de koelmachine loopt. | Het lampje is kapot. | Gloeilampje verrangen (afb. 9)1. Stekker uit het stopcontact trekken resp. zekering uitschakelen of losdraaien.2. Schijfe (C) aan de binnenverlichting tegen de wijzers van de klok in draaien en deafdekking (B) eraf halen.3. Gloeilampje verrangen (220–240 V wissel-stroom, fitting E14, voor wattage zich het kapotte lampje. |
| De lichtschakelaar klemt(afb. 9/A). | Controler of er beweging in zit. | |
| De bodem van dekoelruimte is nat. | De dooiwaterafvoerbuis(afb. 8/B) is verstopt. | Dooiwatergootje en afvoergaatje (afb. 8/B)schoonmaken. |
Inschakelen van de Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer en het FD-nummer van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje (afb. 10).
Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten.