KI8523D40 - Combinatiekoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI8523D40 NEFF in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Combinatiekoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI8523D40 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI8523D40 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI8523D40 NEFF
Veiligheidsvoorschriften . . . . . 90 Over deze gebruiksaanwijzing . . . . . .90 Kans op explosie . . . . . . . . . . . . . . . .90 Gevaar voor een elektrische schok. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .90 Verbrandingsgevaar door kou . . . . . .90 Risico op letsel . . . . . . . . . . . . . . . . .91 Gevaren door of van het koelmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .91 Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen . . . 91 Materiële schade . . . . . . . . . . . . . . . .92 Gewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .92
8 Correct gebruik van het
apparaat. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
7 Milieubescherming . . . . . . . . . . 93
1 Apparaat bedienen. . . . . . . . . . .98 Apparaat inschakelen. . . . Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. . . . Temperatuur instellen . . . . Supervriezen. . . . . . . . . . .
. . . . . . . . 98 . . . . . . . . 98 . . . . . . . . 99 . . . . . . . . 99
M Alarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99 Deuralarm. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
U Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . .100 In acht nemen bij het bewaren . . . . 100 Let op de koudezones in het koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .93 Oude apparaten. . . . . . . . . . . . . . . . .93
5 Installeren en aansluiten . . . . . 94
Inhoud van de verpakking . Technische gegevens . . . . Apparaat installeren. . . . . . Nisdiepte . . . . . . . . . . . . . . Energie besparen . . . . . . . Voor het eerste gebruik . . . Elektrische aansluiting . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . .102 Deur van het vriesvak. . . . . . . . . . . 102 Maximale invriescapaciteit . . . . . . . 102 Inkopen van diepvriesproducten . . 102 Attentie bij het inruimen . . . . . . . . . 102 Verse levensmiddelen invriezen . . . 103 Ontdooien van diepvrieswaren . . . . 104
= Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . .104 Koelvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104 Vriesvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104
D Schoonmaken. . . . . . . . . . . . . .105 Schoonmaken van het interieur . . . 105
nl Veiligheidsvoorschriften
Veiligheidsvoorschriften Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Vei l i ghei dsvo r schr i f t en
Over deze gebruiksaanwijzing ■
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders). Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
Gevaar voor een elektrische schok Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. ■ Bij een beschadigd aansluitsnoer: Maak het apparaat direct los van het stroomnet. ■ Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. ■ Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. ■ Gebruik alleen originele onderdelen van de fabrikant. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. Verbrandingsgevaar door kou ■
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Veiligheidsvoorschriften nl
Risico op letsel Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Gevaren door of van het koelmiddel Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten. ■ Leidingen niet beschadigen. Bij beschadiging van de leidingen: ■ Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. ■ De ruimte ventileren. ■ Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■ Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen Er bestaat gevaar voor: ■ kinderen; ■ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; ■ personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Maatregelen: Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. ■ Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. ■ Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. ■ Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. ■ Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ■
nl Bestemming van het apparaat
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen. Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade Om materiële schade te voorkomen: ■ Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. ■ Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. ■ Aan de stekker trekken – niet aan de aansluitkabel. Gewicht Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn. ~ "De juiste opstelplaats" op pagina 94
8 Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat uitsluitend voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. ■ uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. ■ uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing. Best emi ng van het ap ar a t
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
7 Milieubescherming Mi l i eubescher mi ng
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden. ■ Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. ■ Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Attentie! Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen. Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen. 1. Stekker uit het stopcontact halen. 2. Aansluitsnoer doorknippen. 3. Apparaat op deskundige wijze laten
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken! ■ Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. ■ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
nl Installeren en aansluiten
5 Installeren en aansluiten
I ns t al er en en a ns l ui t en
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst. ~ "Servicedienst" op pagina 110 De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Inbouwapparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Installatievoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Technische gegevens Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97
Apparaat installeren De juiste opstelplaats Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 60 kg bedragen. Toegestane omgevingstemperatuur De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97 Klimaatklasse Toegestane omgevingstemperatuur SN
+16 °C ... 43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5 °C.
Nisdiepte Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 55 cm – wordt het energieverbruik iets hoger.
Installeren en aansluiten nl
Energie besparen Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom. Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. Apparaat installeren Apparaat niet blootstellen aan direct zonlicht.
Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appaHet apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. en andere warmtebronnen plaatsen: Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm. Naast een cv-installatie: 30 cm. Aanwijzing: Als dat niet mogelijk is een isolatieplaat aanbrengen tussen het apparaat en de warmtebron. Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen. Een nisdiepte van 56 cm aanhouden. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom Attentie! wanneer de warme lucht kan wegtrekken. Gevaar voor verbranding! Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderdelen kan brandwonden veroorzaken. Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren. De ruimte dagelijks luchten. Gebruik van het apparaat Deur van het apparaat slechts kort openen.
De lucht in het apparaat wordt niet veel warmer. Het Gekochte levensmiddelen in een koeltas transporte- apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. ren en snel in het apparaat leggen. Warme levensmiddelen en dranken eerst laten afkoelen en daarna in het apparaat leggen. Diepvrieswaren ter ontdooiing in het koelvak leggen, om de koude van de diepvrieswaren te benutten. Altijd wat ruimte openlaten tussen de levensmiddelen en de achterwand. Levensmiddelen luchtdicht verpakken. Achterkant van het apparaat eenmaal per jaar schoon zuigen. Ventilatieopeningen niet afdekken of versperren.
De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. De lucht bij de achterwand van het apparaat wordt niet zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegtrekken.
nl Installeren en aansluiten Gebruik van het apparaat Vriesvak regelmatig ontdooien.
Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Deur van het vriesvak zorgvuldig sluiten.
Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op. Het apparaat moet vaker koelen en verbruikt meer stroom.
Voor het eerste gebruik 1. Infomateriaal eruit nemen en zowel
plakband als beschermfolie verwijderen. 2. Apparaat schoonmaken. ~ "Schoonmaken" op pagina 105
Elektrische aansluiting Attentie! Het apparaat niet aansluiten op een elektronische electronische energiebesparende stekker. Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
1. Na plaatsing van het apparaat
minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen. 2. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V Aardleiding 50 Hz Zekering 10A ... 16 A Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97 3. Sluit het apparaat aan op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
: Waarschuwing Gevaar voor een elektrische schok! Indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, mag u in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren gebruiken.Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat leren kennen nl
* Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.
Het ap ar a t l er en ken en
Bedieningselementen ~ Afb. " ( Toets # Schakelt het apparaat in of uit. 0 Toets Super vriesvak Schakelt het supervriezen in of uit. 8 Toets K/J Stelt de temperatuur in. @ Indicatie temperatuur koelvak Toont de ingestelde temperatuur in °C. H Toets Alarm Schakelt het alarmsignaal uit.
Uitrusting (niet bij alle modellen)
Apparaat ~ Afb. ! * Niet bij alle modellen. # Vriesvak + Koelvak 3 Verskoelruimte (...H P X* ` h )" )* )2* ):
Bedieningselementen Verlichting Uittrekbaar legplateau Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groentelade Verskoellade Typeplaatje Boter- en kaasvak Vak voor grote flessen
Legplateau ~ Afb. # U kunt het legplateau variëren: ■ Legplateau eruit trekken en verwijderen. Varioplateau ~ Afb. $ U kunt hoge voorwerpen koelen (bijv. kannen of flessen): ■ Het voorste deel van het legplateau verwijderen en onder het achterste deel schuiven. Uittrekbaar legplateau ~ Afb. % U kunt zorgen voor een beter overzicht: ■ Legplateau eruit trekken. U kunt het legplateau geheel verwijderen: 1. Beide knoppen onder het legplateau indrukken en ingedrukt houden. 2. Legplateau eruit trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien. 97
nl Apparaat bedienen Reservoir ~ Afb. & U kunt de lade verwijderen: ■ Lade achteraan iets optillen en verwijderen.
1 Apparaat bedienen Ap ar a t bedi enen
Apparaat inschakelen
1. Toets # indrukken.
Het apparaat begint te koelen.
U kunt de lade aanbrengen: ■ Lade op de rails plaatsen en in het apparaat schuiven.
2. De gewenste temperatuur instellen.
Botervak en kaasvak ~ Afb. '
Opmerkingen bij/voor het gebruik
U kunt het vak op simpele wijze openen: ■ Onderaan in het midden van de klep licht indrukken. Het vak wordt naar onderen geopend. De klep schuift onder het vak.
~ "Temperatuur instellen" op pagina 99
Voorraadvakken ~ Afb. ( U kunt het flessenrek verwijderen: ■ Flessenrek optillen en verwijderen. Flessenhouder ~ Afb. ) Wanneer u de deur opent en sluit: ■ Het flessenrek voorkomt dat de flessen kantelen. IJsbakje U kunt ijsblokjes maken: 1. Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak zetten zetten. Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel). 2. Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen ■
Toets # indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. Toets # indrukken. Het apparaat koelt niet meer. 2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. 3. Apparaat schoonmaken. 4. Apparat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Bij het supervriezen wordt het vriesvak zo koud als mogelijk is.
Toets K/J meermaals indrukken tot de gewenste temperatuur verschijnt op de display.
Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. Aanwijzing: Wanneer rijp op de kleine koelproducten in de verskoelruimte voorkomt: De temperatuur warmer instellen. ~ "Storingen, wat te doen?" op pagina 108 Vriesvak De temperatuur in de koelruimte beïnvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Hoger ingestelde koelruimtetemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Het supervriezen inschakelen bijv.: ■ om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen ■ 4 ... 6 uur vóór opslag van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg ■ om het max. vriesvermogen te benutten ~ "Maximale invriescapaciteit" op pagina 102 Aanwijzing: Als het supervriezen is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Na ca. 1 ^ dag schakelt het apparaat over op normale werking. Supervriezen in-/uitschakelen: ■ Toets Super indrukken. De toets brandt als het supervriessysteem is ingeschakeld.
Als de deur van het apparaat langer dan twee minuten open staat, wordt het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) ingeschakeld. ■ Deur sluiten of toets Alarm indrukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Let op de koudezones in het koelvak
Het koelvak is geschikt voor het bewaren van melkproducten, eieren, bereide gerechten, bakproducten, geopende conserven en harde kaas. De temperatuur is van +3 °C ... +8 °C instelbaar. Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de gistingsprocessen, de chemische processen en het bederf door micro-organismen verloopt. Een temperatuur van +4 °C of lager waarborgt een optimale versheid en veiligheid van de levensmiddelen.
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen. Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Opmerkingen ■
In acht nemen bij het bewaren ■
Verse, onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma/smaak, kleur en versheid te bewaren. Zo voorkomt u smaakvermenging en verkleuring van de kunststof onderdelen. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, dan in het koelvak zetten.
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar. Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte. ~ "Verskoelruimte" op pagina 101
T Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid zorgen voor ideale omstandigheden voor het bewaren van verse levensmiddelen. Door de verskoelmogelijkheid kunt u verse levensmiddelen tot wel drie keer langer vers houden dan in het koelvak – voor het langer vers blijven, een langer behoud van voedingsstoffen en een betere smaak. Ver skoel r ui mt e
Groentelade ~ Afb. * De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente.Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ■ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid instellen ■ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid instellen
Aanwijzingen ■ Koudegevoelige soorten fruit (bijv. ananas, bananen, papaja's en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten het apparaat op temperaturen van circa +8 °C ... +12 °C te worden bewaard. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de groentelade condenswater vormen. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoellade ~ Afb. !/)" Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees en worst.
Bewaartijden bij 0 °C De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit. Verse vis, zeevruchten:
Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden):
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worst (broodbeleg):
Zachte kaas, yoghurt, kwark, tot 30 dagen karnemelk, bloemkool:
W Vriesvak Het vriesvak is geschikt voor: ■ bewaren van diepvriesproducten; ■ maken van ijsblokjes; ■ om levensmiddelen in te vriezen. Vr i esvak
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in de koelruimte. Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden. De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren: ■ ingestelde temperatuur ■ soort levensmiddel ■ vulling van het vriesvak ■ bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen
Deur van het vriesvak ~ Afb. + Neem de volgende punten in acht: ■ De stand van de handgreep geeft aan of het vriesvak goed gesloten is. ■ De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. ■ Als de deur van het vriesvak open staat, ontdooien de opgeslagen diepvrieswaren. Er treedt sterke ijsvorming in het vriesvak op.
Maximale invriescapaciteit Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren. Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97 Voorwaarden voor max. invriesvermogen 1. Bij het inruimen van verse waren:
supervriezen inschakelen. ~ "Supervriezen" op pagina 99 2. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Inkopen van diepvriesproducten ■ ■ ■
Op onbeschadigde verpakking letten. Houdbaarheidsdatum niet overschrijden. De temperatuur in de supermarktvriezer moet –18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen ■ ■
Levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. De ingevroren levensmiddelen zo nodig anders opstapelen in het vriesvak.
Verse levensmiddelen invriezen Uitsluitend verse en onberispelijke levenmiddelen invriezen. Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten. Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden: ■ Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. ■ Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Aanwijzingen daarover vindt u in de desbetreffende literatuur. Geschikt voor invriezen ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
brood en banket; vis en zeevruchten; vlees; wild en gevogelte; groente, fruit en kruiden; eieren zonder schaal; melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen ■
Diepvrieswaren verpakken De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand. 1. Levensmiddelen in de verpakking
2. Lucht eruit drukken. 3. Verpakking luchtdicht afsluiten om te
voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Als verpakking geschikt: ■ kunststoffolie; ■ wrapfolie van polyethyleen (PE); ■ aluminiumfolie; ■ diepvriesdozen. Geschikte afsluitingen: ■ rubber ringen; ■ kunststofclips; ■ koudebestendig plakband. Ongeschikte verpakking: ■ (in)pakpapier; ■ perkamentpapier; ■ cellofaan; ■ vuilniszakken en plastic zakken.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij –18 °C Vis, worst, klaargemaakte tot 6 maanden gerechten, brood en banket: Vlees, gevogelte:
groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ongepelde of hardgekookte eieren; wijndruiven/druiven; hele appels, peren en perziken; yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Ontdooien van diepvrieswaren De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden. Ontdooimethoden: ■ in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) ■ op kamertemperatuur (brood) ■ magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) ■ oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) Attentie! Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen. De maximale opslagtijd van het diepvrieswaren niet meer volledig benutten.
= Ontdooien Ont do i en
Het ontdooien wordt automatisch uitgevoerd.
Vriesvak Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, wordt het vriesvak niet automatisch ontdooid. Een laag rijp of ijs in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■
Attentie! Schade aan de leidingen van het koelcircuit voorkomen. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten. ■ Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. Ga als volgt te werk:
1. Ca. 4 uur voor het ontdooien het
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
De laag rijp of ijs regelmatig verwijderen.
supervriezen inschakelen. De levensmiddelen worden daardoor tot zeer lage temperaturen afgekoeld, zodat u deze langer op kamertemperatuur kunt bewaren. Diepvrieswaren verwijderen en tussentijds op een koele plaats bewaren. Apparaat uitschakelen. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Om het ontdooiproces te versnellen: een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten. Met een doek of spons het smeltwater opnemen. Vriesvak droog wrijven. Apparaat inschakelen. Diepvrieswaren in het diepvriesvak leggen.
Schoonmaken van het interieur
Attentie! Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden. ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
De variabele onderdelen uit het apparaat nemen. ~ "Uitrusting" op pagina 97
Ga als volgt te werk:
Afdekking van de groentelade verwijderen
1. Apparaat uitschakelen. 2. De stekker uit het stopcontact trek-
ken of de zekering uitschakelen.
3. Levensmiddelen verwijderen en op
een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen. Indien aanwezig: Wachten tot de rijplaag is ontdooid. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Attentie! Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen. Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen. Apparaat weer aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Scheidingsplaat en afdekking groentelade Scheidingsplaat verwijderen ~ Afb. , ■
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, scheidingsplaat naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen ~ Afb. 1. Afdekking van de groentelade
2. Scheidingsplaat aanbrengen.
Aanwijzing: Om de scheidingsplaat aan te kunnen brengen, moet u de vochtigheidsregelaar instellen op een lage luchtvochtigheid.
nl Luchtjes Uittrekbare rails ~ Afb. . Uittrekbare rails demonteren 1. De rail uittrekken. 2. Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven. 3. Uittrekbare rail losmaken van de achterste pen. 4. Uittrekbare rail in elkaar schuiven, boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen. Uittrekbare rails monteren 1. Uittrekbare rail in uitgetrokken toestand op de voorste pen zetten. 2. Uittrekbare rail om vast te klikken iets naar voren trekken. 3. Uittrekbare rail op de achterste pen erin zetten. 4. Vergrendeling naar achteren schuiven.
l Luchtjes Luc ht j es
Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat
3. De binnenruimte reinigen.
~ "Schoonmaken" op pagina 105
4. Alle verpakkingen reinigen. 5. Sterk ruikende levensmiddelen
luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen. 6. Apparaat weer inschakelen. 7. Levensmiddelen inruimen. 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
9 Verlichting Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Alleen de klantenservice of een geautoriseerde vakman mag de verlichting repareren. Ver l i cht i ng
> Geluiden Gel ui den
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator. Borrelen, zoemen of gorgelen: Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Gekraak: automatische ontdooiing wordt uitgevoerd.
Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen. Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen. Flessen of serviesgoed raken elkaar: Flessen of schalen uit elkaar zetten.
nl Storingen, wat te doen?
3 Storingen, wat te doen? Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
St or i ngen, wat t e doen?
De temperatuur wijkt erg af van de instelling. Apparaat 5 minuten uitschakelen. ~ "Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 98 Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een paar uur opnieuw controleren. Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren. Geen enkele indicatie brandt. De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken.
De zekering is geactiveerd.
Zekeringen controleren.
De stroom is uitgevallen.
Controleren of er stroom is.
De indicatie geeft E... aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd.
Contact opnemen met de servicedienst. ~ "Servicedienst" op pagina 110
Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden. Presentatielicht ingeschakeld.
Zelftest starten. ~ "Zelftest apparaat" op pagina 110 Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Storingen, wat te doen? nl In de verskoelruimte is het te warm of te koud. De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte).
U kunt de temperatuur in het verskoelvak 3 standen warmer of kouder instellen. Als de temperatuur in het koelvak op stand 0 is ingesteld, heeft het verskoelvak een temperatuur van omstreeks 0 °C. Aanwijzing: Een verandering van de standaardinstelling beïnvloedt de temperatuur in het koelvak en het vriesvak. 1. Toets Super Vriesvak indrukken en ingedrukt houden totdat de indicatie Temperatuur koelvak knippert. 2. Toets K/J indrukken om de instelling te wijzigen. Stand –3 is de koudste instelling. Stand +3 is de warmste instelling. Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.
4 Servicedienst Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, kunt u contact opnemen met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u hier of in de lijst met Servicedienstadressen. Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt. ~ "Het apparaat leren kennen" op pagina 97 Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen. 1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
2. Apparaat inschakelen. 3. Binnen de eerste 10 seconden de
toets Super Vriesvak gedurende 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven: uw apparaat is in orde. Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de toets Super Vriesvak 10 seconden knippert: contact opnemen met de Servicedienst.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4040 B
Garantie Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.
Notice-Facile