ZITN844X - ZITN844K - Kookplaat ZANUSSI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ZITN844X - ZITN844K ZANUSSI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ZITN844X - ZITN844K ZANUSSI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZITN844X - ZITN844K - ZANUSSI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZITN844X - ZITN844K van het merk ZANUSSI.
GEBRUIKSAANWIJZING ZITN844X - ZITN844K ZANUSSI
NL Gebruiksaanwijzing 110
NO Bruksanvisning 128
SV Bruksanvisning 145
User Manual
GETTING STARTED? EASY.

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSINFORMATIE....110
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN....112
- INSTALLATIE....115
- BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT.... 116
- DAGELIJKS GEBRUIK....117
- AANWIJZINGEN EN TIPS....121
- ONDERHOUD EN REINIGING....123
- PROBLEEMOPLOSSING....124
- TECHNISCHE GEGEVENS....126
- ENERGIEZUINIGHEID.... 126
- MILIEUBESCHERMING....127
1. ⚠️ VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
- Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het
apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijder ze op gepaste wijze.
- WAARSCHUWING: Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als het in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen worden heet tijdens gebruik.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een fornuis met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Probeer NOOIT om een brand te blussen met water. Schakel het apparaat uit en bedek dan de vlam, bv. met een deksel of een vuurdeken.
- LET OP: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
-
WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookplaten.
-
Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement uit na elk gebruik met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat direct op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem in beide gevallen contact op met de erkende servicedienst.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installatie

WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
• Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
2.2 Aansluiting aan het elektriciteitsnet

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Verzeker u ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat u welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Zorg ervoor dat het apparaat correct is geïnstalleerd. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ervoor zorgen dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik de juiste stroomkabel.
- Voorkom dat de stroomkabels verstrikt raken.
- Zorg ervoor dat er een schokbescherming wordt geïnstalleerd.
- Gebruik het klem om spanning op het snoer te voorkomen.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als u het apparaat op de nabijgelegen contactdozen aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
-
Zorg dat u de hoofdstekker (indien van toepassing) of kabel niet beschadigt. Neem contact op met onze service-afdeling of een elektromonteur om een beschadigde hoofdkabel te vervangen.
-
De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
2.3 Gebruik

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
- Verwijder voor gebruik (indien van toepassing) de verpakking, labels en beschermfolie.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd zijn.
- Laat het apparaat tijdens het gebruik niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na elk gebruik.
• Vertrouw niet alleen op de pandetector. - Leg geen bestek of pannendeksels op de kookzones. Deze kunnen heet worden.
-
Bedien het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
-
Het apparaat mag niet worden gebruikt als werkblad of aanrecht.
- Sluit het apparaat direct af van de stroomtoevoer als het oppervlak van het apparaat gebroken is. Dit om elektrische schokken te voorkomen.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm bewaren van de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u eten in de hete olie doet, kan het spatten.

WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd vlammen of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vet en olie als u hiermee kookt.
- De dampen die hete olie afgeeft kunnen spontane ontbranding veroorzaken.
- Gebruikte olie die voedselresten bevat kan brand veroorzaken bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.

WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Zet geen heet kookgerei op het bedieningspaneel.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Laat geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat vallen. Het oppervlak kan beschadigen.
• Activeer de kookzones niet met lege pannen of zonder pannen erop. - Geen aluminiumfolie op het apparaat leggen.
- Pannen van gietijzer, aluminium of met beschadigde bodems kunnen krassen veroorzaken in het glas / glaskeramiek. Til deze voorwerpen altijd op als u ze moet verplaatsen op het kookoppervlak.
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken. Het mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals het verwarmen van een kamer.
2.4 Onderhoud en reiniging
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
2.5 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
• Haal de stekker uit het stopcontact. - Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
3. INSTALLATIE

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Serienummer ......
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
3.3 Aansluitkabel
- De kookplaat is voorzien van een aansluitsnoer.
- Voor het vervangen van een beschadigde voedingskabel, gebruikt u het kabeltype: H05V2V2-F dat een temperatuur van 90 °C of hoger weerstaat. Neem contact op met een klantenservice bij u in de buurt.
3.4 Montage
Als u de kookplaat onder een kap monteert, moet u de montage-instructies van de dampkap raadplegen om de minimale afstand tussen de apparaten te weten te komen.

Als het apparaat boven een lade geïnstalleerd is, dan kan tijdens het koken de ventilatie van de kookplaat de items die in de lade geplaatst zijn verwarmen.

text_image
780 520 75 335 23 44 550 min. 55 490*1 750*1 max R5 min. 1500 min. min. 12 60 min. 284. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
1 Inductiekookzone
2 Bedieningspaneel
4.2 Bedieningspaneel lay-out

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 P :99: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P 9 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P - ! + 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P 9 11 10 9 8Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt.
| Tiptoets | Functie | Opmerking | |
| 1 | ➊ | AAN / UIT | De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 | Vergrendeling / Kinderbeveili-gingsinrichting | Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen. | |
| 3 | || | Pauzeren | De functie in- en uitschakelen. |
| 4 | - | Kookstanddisplay | De kookstand weergeven. |
| 5 | - | Timerindicatie voor de kookzones | Geeft aan voor welke zone u de tijd instelt. |
| 6 | - | Timerdisplay | De tijd in minuten weergeven. |
| 7 | Hob ^2 Hood | De handmatige modus van functie in- en uitschakelen. | |
| 8 | ➊ | - | Om de kookzone te selecteren. |
| Tiptoets | Functie | Opmerking | |
| 9 | +/- | - | De tijd verlengen of verkorten. |
| 10 | P | PowerBoost | Het inschakelen van de functie. |
| 11 | - | Bedieningsstrip | Het instellen van de kookstand. |
4.3 Kookstanddisplays
| Scherm | Beschrijving |
| De kookzone is uitgeschakeld. | |
| De kookzone wordt gebruikt. | |
| Pauzeren werkt. | |
| Automatisch opwarmen werkt. | |
| PowerBoost werkt. | |
| Er is een storing. | |
| OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud-stand / restwarmte. | |
| Vergrendeling / Kinderbeveiligingsinrichting werkt. | |
| Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge-plaatst. | |
| Automatische uitschakeling werkt. |
☐ / ☐ / ☐ Er bestaat verbrandingsgevaar door restwarmte.
De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die u
momenteel gebruikt. De aanduidingen kunnen ook aangaan voor de nabijgelegen kookzones, zelfs als u deze niet gebruikt.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte direct in de bodem van de pan. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van de pannen.
5. DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 In- of uitschakelen
Raak ① 1 seconde aan om de kookplaat in- of uit te schakelen.
5.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld,
- u de kookstand niet instelt nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld,
- u iets hebt gemorst of iets langer dan 10 seconden op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld als een steelpan droog kookt). De kookzone moet afgekoeld zijn voordat u de kookplaat weer kunt gebruiken.
- u ongeschikte pannen gebruikt. Het symbool F gaat branden en na 2 minuten schakelt de kookzone automatisch uit.
- u een kookzone niet uitschakelt of de kookstand verandert. Na een tijdje gaat - aan en schakelt de kookplaat uit.
De verhouding tussen kookstand en de tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
| Warmte-instelling | De kookplaat wordt uitgeschakeld na |
| , 1 - 2 | 6 uur |
| 3 - 4 | 5 uur |
| 5 | 4 uur |
| 6 - 9 | 1,5 uur |
5.3 De kookstand
Voor het instellen of wijzigen van de kookstand:
Raak de bedieningsstrip aan bij de juiste kookstand of beweeg uw vinger langs de bedieningsstrip totdat u de jusite kookstand heeft bereikt.

text_image
9 0 1 2 5 6 7 8 9 P5.4 Het gebruik van de kookzones
Plaats de pannen op het kruis / vierkant dat op het oppervlak staat waarop u kookt. Dek het kruis / vierkant volledig af. Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmeting van het kookgerei aan. U kunt met groot kookgerei op twee kookzones tegelijkertijd koken.
Activeer deze functie om in een kortere tijd een gewenste kookstand te krijgen. Als het aan staat, werkt de zone in het begin op de hoogste kookstand en gaat daarna verder met koken op de gewenste kookstand.

Om de functie in werking te stellen moet de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak P aan (P gaat aan). Raak meteen de gewenste kookstand aan. Na 3 seconden gaat R branden.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
5.6 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.

Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
Om de functie voor een kookzone in te schakelen: raak P aan. Ⓟ gaat aan.
De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
5.7 Timer
- Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om de lengte van één kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone in en dan de functie.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op ⚠ totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren of de tijd te
wijzigen: tik op + of — van de timer om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Om de resterende tijd te zien: tik op ⏻ om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven.
Om de functie te deactiveren: tik op Ⓛ om de kookzone in te stellen en tik vervolgens op —. De resterende tijd telt terug tot 00. Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt.

Als de aftelling beëindigd is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. De kookzone wordt uitgeschakeld.
Om de functie te stoppen: tik op ⏻.
- Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken wanneer de kookplaat is ingeschakeld maar de kookzones niet werken. De warmtestand op het display toont Ⓗ.
Om de functie te activeren: tik op Ⓤ en tik vervolgens op + of — van de timer om de tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00.
Om de functie te stoppen: tik op ⏻.

De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
5.8 Pauzeren
Deze functie stelt alle kookzones die werken in op de laagste warmtestand.
Als de functie in werking is, zijn alle andere symbolen op de bedieningspanelen vergrendeld.
De functie stopt de timerfunctie niet.
Tik op || om de functie in te schakelen. ☐ gaat aan.De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1.
Voor het uitschakelen van de functie raakt u || aan. De voorgaande warmteinstelling gaat aan.
5.9 Vergrendeling
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
De functie inschakelen: raak 📋 aan. ⚠ gaat gedurende 4 seconden aan. De timer blijft aan.
De functie uitschakelen: Raak 📋 aan. De vorige kookstand gaat aan.

Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
5.10 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de kookplaat met Ⓘ. Stel geen warmteinstelling in. Raak ⏻ 4 seconden aan. ⏻ gaat aan. Schakel de kookplaat uit met Ⓘ.
Om de functie te deactiveren: activeer de kookplaat met Ⓘ. Stel geen warmteinstelling in. Raak 📁 4 seconden aan. 📄 gaat aan. Schakel de kookplaat uit met Ⓘ.
Om de functie voor slechts één kooksessie te onderdrukken: activeer de kookplaat met Ⓐ. 📁 gaat aan. Raak ⚡ 4 seconden aan. Stel de kookstand in binnen 10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen. Als u de kookplaat uitschakelt met Ⓐ, treedt de functie weer in werking.
- De kookzones zijn gegroepeerd volgens locatie en aantal fasen van de kookplaat. Zie afbeelding.
- Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3700 W.
- De functie verdeelt het vermogen tussen de kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- De functie wordt gactiveerd als de totale elektriciteitslading van de kookzones aangesloten op een enkele fase de 3700 W overschrijdt.
- De functie verlaagt het vermogen naar de andere kookzones aangesloten op dezelfde fase.
- De weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones wisselt af tussen de gekozen warmte-instelling en de verlaagde warmte-instelling. Na enige tijd blijft de weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones op de verlaagde warmtestand staan.

Het is een geavanceerde automatische functie die de kookplaat op een speciale afzuigkap aansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkap heeft een infraroodontvanger. De snelheid van de ventilator wordt automatisch bepaald op basis van de modusinstelling en de temperatuur van de heetste pan op de kookplaat. U kunt de ventilator van de kookplaat handmatig bedienen.
Voor de meeste afzuigkappen wordt het afstandsbedieningssysteem uitgeschakeld. Inschakelen voordat u de functie gebruikt. Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding van de afzuigkap.
De functie automatisch bedienen
Stel de automatische modus in op H1 – H6 om de functie automatisch te bedienen. De kookplaat wordt oorspronkelijk ingesteld op H5. De afzuigkap reageert als u de kookplaat in gebruik neemt. De kookplaat herkent de temperatuur van de pannen automatisch en stelt de snelheid van de ventilator erop af.
Automatische modi
| Automatische verlichting | Koken1) | Bakken2) | |
| Modus H0 | Uit | Uit | Uit |
| Modus H1 | Aan | Uit | Uit |
| Modus H23) | Aan | Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 1 |
| Modus H3 | Aan | Uit | Ventilatorsnelheid 1 |
| Modus H4 | Aan | Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 1 |
| Modus H5 | Aan | Ventilatorsnelheid 1 | Ventilatorsnelheid 2 |
| Modus H6 | Aan | Ventilatorsnelheid 2 | Ventilatorsnelheid 3 |
1) De kookplaat detecteert het kookproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeert de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische modus.
3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichting en reageert niet op de temperatuur.
De automatische modus veranderen
-
Schakel het apparaat uit.
-
Raak Ⓐ 3 seconden aan. Het display gaat aan en uit.
-
Raak ☐ 3 seconden aan.
-
Raak ⚠ een paar keer aan tot Ⓗ aan gaat.
- Raak + van de timer aan om een automatische modus te selecteren.

Schakel de automatische modus van de functie uit om de kookplaat direct te bedienen op het kookplaatpaneel.

Als u stopt met koken en de kookplaat uitschakelt, kan de ventilator nog even blijven werken. Daarna schakelt het systeem de ventilator automatisch uit en wordt voorkomen dat u de ventilator per ongeluk de komende 30 seconden activeert.
De ventilatorsnelheid handmatig bedienen U kunt de functie ook handmatig bedienen.
Raak daartoe 📋 aan als de kookplaat actief is. Dit schakelt de automatische bediening van de functie uit zodat u de
ventilatorsnelheid handmatig kunt veranderen. Als u op 📋 drukt, wordt de ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als u een intensief niveau bereikt en weer op 📋 drukt, stelt u de ventilatorsnelheid in op 0 waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt. Om de ventilator weer te starten met ventilatorsnelheid 1, raakt u 📋 aan.

Schakel de kookplaat uit en weer aan om de automatische bediening van de functie te activeren.
De verlichting activeren
U kunt de kookplaat instellen om de verlichting automatisch te activeren als u de kookplaat aan zet. Zet daarvoor de automatische modus op H1 – H6.

De verlichting van de afzuigkap gaat uit 2 minuten nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld.
6. AANWIJZINGEN EN TIPS

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Pannen

Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
- Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen.
Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem
(aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan. Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de
kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren.

Raadpleeg de technische gegevens.
6.2 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
- kraakgeluid: de pan is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwich-constructie).
-
zoemend geluid: als u hoge kookstanden gebruikt.
-
klikken: er treedt elektrische schakeling op.
- sissend, brommend: de ventilator werkt. Deze geluiden zijn normaal en hebben niets met een defect te maken.
6.3 Voorbeelden van kooktoepassingen
De correlatie tussen de kookstand en het stroomverbruik van de kookzone is niet lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat een kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.

De gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.
| Warmte-instelling | Gebruik om: | Tijd (min) | Tips |
| - 1 | Bereide gerechten warmhouden. | zoals no-dig | Een deksel op het kookgerei doen. |
| 1 - 2 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolade, gelatine. | 5 - 25 | Van tijd tot tijd mengen. |
| 1 - 2 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Met deksel bereiden. |
| 2 - 3 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds be-reide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal twee keer zo veel vocht toe als rijst en roer gerechten op melkbasis halverwege de procedure door. |
| 3 - 4 | Stomen van groenten, vis en vlees. | 20 - 45 | Voeg een paar eetlepels vocht toe. |
| 4 - 5 | Aardappelen stomen. | 20 - 60 | Gebruik max. 14 I water voor 750 g aardappelen. |
| 4 - 5 | Bereiden van grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 I vloeistof plus ingrediënten. |
| 6 - 7 | Lichtjes braden: kalfsoester, cordon bleu van kalfsvlees, koteletten, risso-les, worstjes, lever, roux, eieren, pan-nenkoeken, donuts. | zoals no-dig | Halverwege de bereidingstijd omdraai-en. |
| 7 - 8 | Door-en-door gebraden, opgebakken aardappelen, lendenbiefstukken,steaks. | 5 - 15 | Halverwege de bereidingstijd omdraai-en. |
| Warmte-instel-ling | Gebruik om: | Tijd (min) Tips |
| 9 | Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees), frituren van friet. | |
| P | Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd. | |
6.4 Praktische tips voor Hob²Hood
Als u de kookplaat bedient met de functie:
- Bescherm het afzuigkappaneel tegen direct zonlicht.
- Breng geen halogeenverlichting aan in het afzuigkappaneel.
- Dek het bedieningspaneel van de afzuigkap niet af.
- Onderbreek het signaal tussen de kookplaat en de afzuigkap niet (bijvoorbeeld met een hand, een handgreep van een pan of een grote pan). Zie de afbeelding.
De afzuigkap in de afbeelding is slechts een voorbeeld.

Andere op afstand bediende apparaten kunnen het signaal hinderen. Gebruik dergelijke apparaten niet in de buurt van de kookplaat terwijl Hob²Hood ingeschakeld is.
Afzuigkappen met de Hob²Hood functie
Zie de consumentenwebsite voor de volledige reeks afzuigkappen die met deze functie werken.
7. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op de oppervlakte hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor de glazen plaat.
7.2 De kookplaat schoonmaken
- Verwijder direct: gesmolten kunststof, plastic folie, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder nadat de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalk- en
waterkringen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verkleuring glanzende metalen verwijderen: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Wat moet u doen als ...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| U kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed aan-gesloten is op het lichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. | Verzeker u ervan dat de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zeker-ingen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installa-teur. | |
| Stel gedurende 10 seconden geen kookstand in. | Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. | |
| U hebt 2 of meer sensorvelden tege- lijkertijd aangeraakt. | Raak slechts één sensorveld aan. | |
| Pauzeren werkt. | Raadpleeg "Dagelijks gebruik". | |
| Water of vetvlekken op het bedie-ningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitge-schakeld, klinkt er een geluids-signaal. | U hebt iets op een of meer sensor-velden geplaatst. | Verwijder het voorwerp van de sensor-velden. |
| De kookplaat wordt uitgescha-keld. | U hebt iets op het sensorveld ge-plaatst ➊. | Verwijder het voorwerp van het sen-sorveld. |
| De restwarmte-indicator gaat niet aan. | De zone is niet heet omdat deze slechts kortstondig is gebruikt, of de sensor is beschadigd. | Als de zone voldoende lang gebruikt is om heet te zijn, neemt u contact op met een erkende servicedienst. |
| Hob ^2 Hood werkt niet. | U hebt het bedieningspaneel afge- dekt. | Verwijder het voorwerp van het bedie- ningspaneel. |
| U maakt gebruik van een hele hoge pan die het signaal blokkeert. | Gebruik een kleinere pan, verander van kookzone of bedien de afzuigkap handmatig. | |
| Automatisch opwarmen werkt niet. | De zone is heet. | Laat de zone voldoende afkoelen. |
| De hoogste kookstand is ingesteld. | De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. | |
| De kookstand schakelt tussen twee niveaus. | Stroommanagement werkt. | Raadpleeg "Dagelijks gebruik". |
| De sensorvelden worden heet. | De pan is te groot of u plaatst deze te dicht bij de bedieningsknoppen. | Plaats grotere pannen indien mogelijk op de achterste kookzones. |
| gaat aan. | Kinderbeveiligingsinrichting of Ver- grendeling werkt. | Raadpleeg "Dagelijks gebruik". |
| gaat aan. | Er staat geen pan op de zone. | Plaats een pan op de zone. |
| De pan dekt het kruis/vierkant niet af. | Dek het kruis/vierkant volledig af. | |
| De pan is niet geschikt. | Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan- wijzingen en tips'. | |
| De diameter van de bodem van de pan is te klein voor de zone. | Gebruik pannen met de juiste afmetin- gen. Raadpleeg de technische gege- vens. | |
| en een getal gaan branden. | Er is een fout opgetreden in de kookplaat. | Schakel de kookplaat uit en schakel deze na 30 seconden weer in. Indien opnieuw wordt weergegeven, trekt u de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Steek de stekker van de kookplaat er na 30 seconden weer in. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met een erkende servicedienst. |
| U kunt een constant piepgeluid horen. | De elektrische aansluiting is ver- keerd. | Trek de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Laat de installatie controleren door een erkende elektri- cien. |
8.2 Als u het probleem niet kunt oplossen...
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met uw verkoper of de serviceafdeling. Zie voor deze gegevens het typeplaatje. Geef ook de driecijferige code voor het glaskeramiek (bevindt zich op de hoek van het glazen oppervlak) en de foutmelding die wordt weergegeven.
Verzeker u ervan dat u de kookplaat correct gebruikt heeft. Bij onjuist gebruik van het apparaat wordt het bezoek van de onderhoudstechnicus van de klantenservice of de vakhandelaar in rekening gebracht, zelfs tijdens de garantieperiode. De instructies over het service center en de garantiebepalingen vindt u in het garantieboekje.
Gemaakt in Duitsland
7.35 kW

9.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Nominaal vermogen (max warmte-instelling) [W] | PowerBoost [W] | PowerBoost maxi-male duur [min] | Diameter van het kookgerei [mm] |
| Linksvoor | 2300 | 3200 | 10 | 125 - 210 |
| Linksachter | 2300 | 3200 | 10 | 125 - 210 |
| Rechtsvoor | 2300 | 3200 | 10 | 125 - 210 |
| Rechtsachter | 2300 | 3200 | 10 | 125 - 210 |
Het vermogen van de kookzones kan enigszins afwijken van de gegevens in de tabel. Het verandert met het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter niet groter dan vermeld in de tabel.
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie volgens EU 66/2014 alleen geldig voor EU-markt
| Modelidentificatie | ZITN844K | |
| Type kookplaat | Ingebouwde kookplaat | |
| Aantal kookzones | 4 | |
| Verwarmingstechnologie | Inductie | |
| Diameter ronde kookzones (∅) | Linksvoor | 21,0 cm |
| Linksachter | 21,0 cm | |
| Rechtsvoor | 21,0 cm | |
| Rechtsachter | 21,0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) | Linksvoor | 179,6 Wh / kg |
| Linksachter | 189,1 Wh / kg | |
| Rechtsvoor | 187,3 Wh / kg | |
| Rechtsachter | 189,1 Wh / kg | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 186,3 Wh / kg | |
EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kookapparaten - deel 2: Kookplaten - Methodes voor het meten van de prestatie
10.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het koken door de onderstaande tips te volgen.
- Warm alleen de hoeveelheid water op die u nodig heeft.
- Doe indien mogelijk altijd een deksel op de pan.
- Zet uw kookgerei op de kookzone voordat u deze activeert.
- Zet kleiner kookgerei op kleinere kookzones.
- Plaats het kookgerei precies in het midden van de kookzone.
- Gebruik de restwarmte om het eten warm te houden of te smelten.
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool
Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
GÅ INN PÅ NETTSIDEN VÅR FOR Å:
