CHAFFOTX BLINDE 300L STABLE O 570 - Waterverwarmer CHAFFOTEAUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CHAFFOTX BLINDE 300L STABLE O 570 CHAFFOTEAUX in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterverwarmer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CHAFFOTX BLINDE 300L STABLE O 570 - CHAFFOTEAUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CHAFFOTX BLINDE 300L STABLE O 570 van het merk CHAFFOTEAUX.
GEBRUIKSAANWIJZING CHAFFOTX BLINDE 300L STABLE O 570 CHAFFOTEAUX
Geachte klant, wij danken u voor de aanschaf van onze warmtepompboiler. Wij hopen dat dit apparaat aan uw verwachtingen voldoet, u een maximale energiebesparing zal verschaffen en wensen dat u er voor vele jaren plezier aan zult beleven. Ons bedrijf wijdt veel tijd, energie en financiële middelen aan het realiseren van innovatieve oplossingen die de energiebesparing van de producten kan bevorderen. Uw keuze zal ertoe bijdragen dat er minder energie zal worden verbruikt, hetgeen op zijn beurt weer zal bijdragen tot een vermindering van algemene milieuproblemen. Onze voortdurende inzet om moderne en efficiënte producten te produceren en uw verantwoordelijke gedrag in het rationele gebruik van de energie kunnen dus actief bijdragen aan het behoud van het milieu en de natuurlijke energiebronnen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Hij is ontwikkeld om u te informeren, m.b.v. waarschuwingen en raadgevingen, betreffende het juiste gebruik van het apparaat zodat u al zijn kwaliteiten zult kunnen waarderen. Onze technische dienst in uw woongebied staat altijd voor u klaar. INLEIDING Deze handleiding is gericht tot de installateur en de eindgebruiker, die respectievelijk de warmtepompboiler moeten installeren en gebruiken. Het niet opvolgen van de aanwijzingen in deze handleiding heeft het vervallen van de garantie als gevolg. Dit boekje is een integraal en essentieel deel van het product zelf. Het moet met zorg door de gebruiker worden bewaard en altijd bij het apparaat blijven, ook als dit aan een nieuwe eigenaar wordt gegeven of verkocht en/of op een andere installatie wordt gemonteerd. Teneinde een correct en veilig gebruik van het apparaat te kunnen waarborgen moeten de installateur en de gebruiker, m.b.t. hun respectievelijke bevoegdheden, de instructies en de aanwijzingen in deze handleiding aandachtig doorlezen aangezien zij belangrijke gegevens bevatten betreffende de veiligheid van de installatie, het gebruik en het onderhoud. Deze handleiding is in vier verschillende secties verdeeld:
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Deze sectie bevat alle veiligheidsinformatie die u in acht moet nemen.
ALGEMENE INFORMATIE Deze sectie bevat nuttige algemene informatie zoals de beschrijving van de boiler en zijn technische eigenschappen en informatie betreffende de symbolen, de meeteenheden en de technische terminologie. In deze sectie vindt u technische gegevens terug en de afmetingen van de boiler.
Deze sectie is gericht tot de installateur. Het is een verzameling van aanwijzingen en voorschriften die het gekwalificeerde professionele personeel moet navolgen voor een optimale verwezenlijking van de installatie.
GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Deze sectie is gericht tot de eindgebruiker en bevat alle nodige informatie voor de juiste werking van het apparaat, de periodieke controles en het onderhoud dat door de gebruiker zelf kan worden uitgevoerd. Teneinde de kwaliteit van zijn producten te verbeteren behoudt het bedrijf zich het recht voor de gegevens en de inhoud van deze handleiding zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Teneinde de inhoud beter te kunnen begrijpen, en aangezien deze handleiding in meerdere talen, en voor verschillende landen is samengesteld heeft men besloten alle afbeeldingen aan het einde van de gebruiksaanwijzing samen te vatten, aangezien deze hetzelfde zijn voor alle talen.
INHOUDSOPGAVE ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ALGEMENE INFORMATIE ALGEMENE INFORMATIE Betekenis van de gebruikte symbolen Toepassing Voorschriften en technische normen Productcertificeringen Verpakking en bijgeleverde accessoires Transport en verplaatsing Identificatie van het apparaat TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Werkingsprincipe Bouwkundige eigenschappen Afmetingen en plaatsruimte Elektrisch schema Tabel technische eigenschappen
TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEUR
VOORSCHRIFTEN Kwalificatie van de installateur Gebruik van de instructies Veiligheidsnormen INSTALLATIE Plaatsing apparaat Plaatsing op de grond Aansluiting lucht Hydraulische aansluiting Elektrische aansluiting EERSTE INBEDRIJFSTELLING GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER VOORSCHRIFTEN Eerste inbedrijfstelling Advies Veiligheidsnormen Aanbevelingen om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
Beschrijving van het bedieningspaneel Het in- en uitschakelen van de boiler Instellen van de temperatuur Bedrijfsmodus Instellen van de tijd Informatiemenu Installatiemenu Antivriesfunctie Defrost Aantal beschikbare douches Opsporen van fouten ONDERHOUD Legen van het apparaat Normaal onderhoud Probleemoplossing Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker Verwijdering van de boiler ILLUSTRATIES
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES AANDACHT!
1. Deze handleiding maakt integraal en wezenlijk deel uit van het
product. Bewaar de handeling met zorg en laat die altijd bij het toestel, ook wanneer het toestel aan een andere eigenaar of gebruiker wordt doorgegeven en/of naar een andere installatie wordt overgebracht.
2. Lees de instructies en waarschuwingen in deze handleiding
aandachtig: zij geven u belangrijke aanwijzingen voor een veilige installatie en een veilig gebruik en onderhoud.
3. Het installeren en de eerste indienststelling van het toestel moeten door
professioneel gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenstemming met de nationale installatienormen die van kracht zijn en conform met eventuele voorschriften van plaatselijke overheden en instanties die instaan voor de openbare gezondheid. Alle voedingscircuits moeten in ieder geval worden losgekoppeld vooraleer naar de klemmen te gaan.
4. Het is verboden om dit toestel voor andere doeleinden te gebruiken dan
de gespecificeerde doeleinden. De constructeur wordt niet verantwoordelijk geacht voor eventuele schade voortvloeiend uit oneigenlijk, verkeerd en onredelijk gebruik of ten gevolge van het niet naleven van de instructies in deze handleiding.
5. Een foutieve installatie kan lichamelijke letsels voor mens en dier en
materiële schade veroorzaken, waarvoor de constructeur niet verantwoordelijk is.
6. Verpakkingsmateriaal (nietjes, plastic zakjes, piepschuim, enz.) mag niet
binnen bereik van kinderen worden gelaten omdat die een bron van gevaar kunnen betekenen.
7. Het toestel mag door kinderen vanaf 8 jaar en door mensen met beperkte
lichamelijk en zintuiglijke of geestelijke capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, worden gebruikt, mits zij onder toezicht staan, of nadat zij instructies hebben gekregen betreffende een veilig gebruik van het toestel en de gevaren inherent aan dit gebruik ten volle hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud, bedoeld om door de gebruiker te worden uitgevoerd, mag niet door kinderen worden uitgevoerd als zij niet onder toezicht staan.
8. Het is verboden om het toestel op blote voeten of met natte lichaamsdelen
9. Eventuele reparaties, onderhoud, hydraulische en elektrische aansluitingen
mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, dat hiervoor uitsluitend oorspronkelijke reserveonderdelen dient te gebruiken. Wanneer bovenstaande voorschriften niet worden nageleefd, kan dit de veiligheid in gevaar brengen en vervalt alle verantwoordelijkheid van de constructeur.
10. De temperatuur van het warme water wordt door een thermostaat
geregeld, die dient als veiligheidsvoorziening die gereset kan worden, om gevaarlijke temperatuurstijgingen te vermijden.
11. De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden zoals in de betreffende
paragraaf is aangegeven.
12. Wanneer het toestel met een voedingskabel is uitgerust, dient u zich tot
een erkend assistentiecentrum of tot professioneel gekwalificeerd personeel te wenden indien deze kabel moet worden vervangen.
13. Het is verplicht een overdrukbeveiliging op de waterinlaatleiding van het
apparaat vast te schroeven. Deze mag niet onklaar gemaakt worden en moet regelmatig in werking moet worden gesteld om na te gaan of hij niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. Voor landen die de norm EN 1487 hebben overgenomen, is het verplicht op de waterinlaatleiding een veiligheidsgroep conform deze norm te schroeven; de groep moet een maximumdruk hebben van 0,7 MPa en moet minstens een afsluitkraan, een terugslagklep, een veiligheidsklep en een onderbrekingsmechanisme van de hydraulische belasting bevatten.
14. Een licht druppelen uit de overdrukbeveiliging of uit de veiligheidsgroep
volgens EN 1487 is normaal in de verwarmingsfase. Daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een afvoerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving zonder ijs. Op dezelfde buis is het bovendien noodzakelijk een condensafvoer aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling.
15. U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt
geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Maak het leeg zoals in het desbetreffende hoofdstuk is beschreven.
16. Warm water dat met een temperatuur van meer dan 50° C uit de kranen
stroomt, kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn meer aan dit risico blootgesteld. Het is daarom aanbevolen om een thermostatische mengkraan te gebruiken, die u moet aanschroeven op de leiding waar het water uit het toestel komt.
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
17. Er mogen geen ontvlambare voorwerpen in contact met het toestel en/of in
de buurt ervan aanwezig zijn
18. Het apparaat is niet voorzien van batterijen. Als deze nodig zijn, mag
uitsluitend de batterijenset worden gebruikt die geleverd wordt door de fabrikant. Neem bij de plaatsing zorgvuldig de polariteiten in acht. Bij de afvoer als afval van de batterijen aan het einde van de bedrijfsduur moeten de geldende normen in acht worden genomen en moeten de speciale verzamelbakken worden gebruikt. Voordat de batterijen geplaatst of verwijderd worden, moet het apparaat worden afgekoppeld van het elektriciteitsnet.
1.1 Betekenis van de gebruikte symbolen
Voor wat betreft de veiligheidsaspecten van installatie en gebruik, en teneinde de aanwijzingen betreffende de risico's te benadrukken, worden een aantal symbolen gebruikt wiens betekenis in de hier volgende tabel wordt uitgelegd. Symbool Betekenis Het niet opvolgen van deze aanwijzing leidt tot risico van verwondingen van personen, die in bepaalde omstandigheden zelfs dodelijk kunnen zijn. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen leidt tot risico van beschadiging van voorwerpen, planten of dieren, die in bepaalde omstandigheden zelfs ernstig kunnen zijn. Verplichting om zich aan de algemene veiligheidsvoorschriften en productspecificaties te houden.
Dit apparaat dient voor het verwarmen van tapwater, dus tot een temperatuur die lager is dan het kookpunt, in een huiselijke of soortgelijke omgeving. Het apparaat moet een hydraulische aansluiting hebben op een tapwaternet en een elektrische voeding. Het kan toevoer- en afvoerleidingen hebben voor de in- en uitgang van de gebruikte lucht. Het is verboden om het apparaat voor andere doeleinden te gebruiken dan hetgeen wordt beschreven in deze handleiding. Elk ander oneigenlijk gebruik is niet toegestaan. Het is in het bijzonder verboden het apparaat te gebruiken in industriële installaties en/of het apparaat te installeren in een corrosieve of explosieve omgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortkomt uit een foute installatie, oneigenlijk gebruik, irrationeel gedrag en van een niet complete of onnauwkeurige toepassing van de aanwijzingen in deze handleiding. Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik door personen (inclusief kinderen) met een beperkt lichamelijk of sensorieel vermogen of door personen zonder de nodige ervaring of kennis, tenzij zij worden gecontroleerd of onderwezen betreffende het gebruik van het apparaat door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Kinderen moeten worden gecontroleerd door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid en die zich ervan verzekeren dat zij niet met apparaat spelen.
1.3 Voorschriften en technische normen
De installatie is voor rekening van de koper en moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, overeenkomstig de geldende nationale installatienormen en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van instellingen voor de volksgezondheid, volgens de specifieke aanwijzingen die de fabrikant in de huidige handleiding beschrijft. De fabrikant is verantwoordelijk voor de conformiteit van het product aan de richtlijnen, wetten en constructienormen die het product aangaan en die gelden op het moment dat het product voor de eerste keer op de markt wordt gebracht. De kennis en het naleven van de wetsbepalingen en de technische normen betreffende het ontwerp van de installaties, de plaatsing, de werking en het onderhoud zijn een exclusieve taak van de ontwerper, de installateur en de gebruiker, ieder voor hun specifieke taken. De verwijzingen naar wetten, normen of technische regels worden in de huidige handleiding puur ter informatie geciteerd. Het in werking treden van nieuwe bepalingen of wijzigingen op de geldende normen verplicht de fabrikant op geen enkele wijze t.o.v. derden. U dient zich ervan te verzekeren dat het elektriciteitsnet waarop het apparaat wordt aangesloten conform is aan de norm EN 50160 (indien
warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE dit niet het geval is, vervalt de garantie). Voor Frankrijk: controleer of de installatie conform is aan de norm NFC 15100. Bij het aanbrengen van onprofessionele wijzigingen aan de producten en/of aanhorige onderdelen vervalt de garantie.
1.4 Productcertificeringen
De CE markering op het apparaat garandeert de conformiteit aan de volgende EU Richtlijnen, aan wiens fundamentele vereisten het voldoet: - 2006/95/EG inzake de elektrische veiligheid (EN/IEC 60335-1; EN/IEC 60335-2-21; EN/IEC 60335-2-40); - 2004/108/EG inzake de elektromagnetische compatibiliteit (EN 55014-1; EN 55014-2; EN 61000-3-2; EN 61000-33); - RoHS2 2011/65/EU betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (EN 50581). - Verordening (EU) nr 814/2013 inzake het ecologisch ontwerp (nr. 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation) De controle van de prestaties wordt uitgevoerd in navolging van de volgende technische normen: - EN 16147; - CAHIER DE CHARGE_103-15-A__11-2008 Chauffe-eau Thermodynamiques POUR LA MARQUE NF elettricitè performance; - 2014/C 207/03 - transitional methods of measurement and calculation Dit product is conform: - REACH-verordening 1907/2006/EG; - Verordening (EU) nr. 812/2013 (labelling)
1.5 Verpakking en bijgeleverde accessoires
Het apparaat is bevestigd op een houten pallet en wordt beschermd door elementen van piepschuim, hoekstukken van hout en karton aan de buitenkant. Alle materialen kunnen worden gerecycled en zijn milieuvriendelijk. De inbegrepen accessoires zijn: - Riem voor het bewegen van de boiler (moet worden verwijderd na de installatie van het apparaat); - Verbindingsbuis condenswater; - 1 Diëlektrisch verbindingsstuk van ¾” met 1 pakkingen; - Handleiding en garanties; - Energie-etiket en productinformatieblad; - 2 aanpasstukken voor kanalen Ø150 en Ø160.
1.6 Transport en behandeling
Controleer bij het afleveren van het apparaat of het tijdens het transport geen zichtbare schade heeft ondervonden, zowel op de verpakking als op het product zelf. In het geval u schade waarneemt dient u direct een klacht in te dienen bij het transportbedrijf. OPGELET! Het is van fundamenteel belang dat u het apparaat in verticale positie verplaatst en opbergt. Een horizontaal transport is alleen toegestaan voor zeer korte trajecten en alleen als het apparaat op de achterzijde ligt, zoals aangegeven. In dit geval dient u minstens 3 uur te wachten voor u het apparaat inschakelt, mits het opnieuw verticaal staat en/of is geïnstalleerd. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de smeerolie in het koelcircuit goed wordt verdeeld en om te vermijden dat de compressor schade lijdt. Het ingepakte apparaat kan met de hand worden verplaatst of met een vorkheftruck. Zorg ervoor bovenstaande aanwijzingen op te volgen. We raden u aan het apparaat in zijn originele verpakking te laten totdat het op de gewenste plek wordt geïnstalleerd, in het bijzonder wanneer het een bouwterrein betreft. Nadat u de verpakking heeft verwijderd moet u controleren of het apparaat in orde is en of alle onderdelen die erbij horen aanwezig zijn. Als het apparaat niet in orde is dient u contact op te nemen met de verkoper. Zorg ervoor dat deze signalering plaatsvindt binnen de door de wet vastgestelde termijnen. OPGELET! De verschillende delen van de verpakking mogen niet in het bereik van kinderen worden gelaten, aangezien ze een bron van gevaar zijn. Voor het eventuele bewegen of vervoeren van het apparaat na de eerste installatie, dient u dezelfde raadgevingen op te volgen betreffende de toegestane helling. U dient zich er bovendien van te verzekeren dat het water in het reservoir volledig is verwijderd. Bij afwezigheid van de originele verpakking dient u voor een evenwaardige bescherming van het apparaat te zorgen om schade te vermijden waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk is.
1.7 Identificatie van het apparaat
De voornaamste informatie voor de identificatie van het apparaat staat op het typeplaatje dat op de mantel van de boiler is bevestigd. A model B inhoud in liters van het reservoir C registratienummer D voedingsspanning , frequentie, maximum opgenomen vermogen E maximale/minimale druk van het koelcircuit bescherming reservoir G opgenomen vermogen in weerstand modus H merken en symbolen gemiddeld/maximaal vermogen in pompmodus type koelmiddel en vulling M maximum druk reservoir
2. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
2.1 Werkingsprincipe
te gebruiken. De efficiëntie van een cyclus met een warmtepompboiler wordt gemeten met behulp van een performance coëfficiënt COP, die het verband uitdrukt tussen de energie die door het apparaat wordt geleverd (in dit geval de warmte die wordt afgegeven aan het water dat moet worden verwarmd) en de verbruikte elektrische energie (van de compressor en van de hulpapparaten van het product). De COP varieert naar gelang het type warmtepomp en de omstandigheden waar de werking betrekking op heeft. Bv., een COP waarde van 3 geeft aan dat voor iedere 1 kWh verbruikte elektrische energie de warmtepomp 3 kWh warmte af zal geven aan het te verwarmen element, waarvan 2 kWh worden onttrokken aan de gratis bron.
2.2 Bouwkundige eigenschappen (Verwijzing afb 14).
Veiligheidspressostaat
NTC-sonde ingangstemperatuur verdamper
NTC-sonde luchttemperatuur
NTC-sonde aanzuigtemperatuur compressor
Afvoerbuis condenswater
2.3 Afmetingen en plaatsruimte (Verwijzing afb 2).
Uitgangsleiding ¾” warm tapwater
Aansluiting condensafvoer
Leiding ¾” voor recirculatiecircuit (alleen SYSversie) Huls voor onderste sonde (S2) (alleen SYS versie) Ingangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen SYS versie) Uitgangsleiding ¾” hulpcircuit (alleen SYS versie) Huls voor bovenste sonde (S3) (alleen SYS versie)
2.4 Elektrisch schema (Verwijzing afb. 3).
Printplaat (moederbord)
Veiligheidspressostaat
Bedrijfscondensator (15µF 450V)
Batterijen (4x1,2V AA oplaadbaar)
HCHP-signaal (EDF) - kabel niet bij het product geleverd PV/SG-signaal - kabel niet bij het product geleverd AUX-signaal - kabel niet bij het product geleverd warmtepompboiler – ALGEMENE INFORMATIE
2.5 Tabel technische eigenschappen
Beschrijving Nominale capaciteit reservoir Dikte isolering Eenheid
≈ 50 Type interne bescherming Glazuursel Type corrosiebescherming Titanium anode met stroompodruksysteem + magnesiumanode Maximale bedrijfsdruk Diameter wateraansluitingen MPa 0,6
Diameter buizen afvoer/toevoer lucht
150-160-200 Minimum waterhardheid Minimale geleidbaarheid van het water
Uitwisselingsoppervlak van de onderste spiraal
0,65 Max. watertemperatuur van externe bron
Warmtepomp Gemiddeld opgenomen elektrisch vermogen
Maximum opgenomen elektrisch vermogen
Hoeveelheid koelvloeistof R134a
1,3 Max. druk koelcircuit (lagedrukzijde) MPa
Max. druk koelcircuit (hogedrukzijde) MPa 2,4 Max. watertemperatuur met warmtepomp
(A) COP (A) (A) Opgenomen verwarmingsenergie (A) Verwarmingstijd Max hoeveelheid warm water in een enkele afname Vmax (A) Afgeleverd op 55°C Pes (A) 3,05 3,35 3,14 h:min 04:30 05:23 05:29 kWh 2,934 3,552 3,718
Tapping (A) 812/2013 – 814/2013 (B) Qelec (B) Ƞwh (B) Gemengd water op 40°C V40 (B) Temperatuurinstellingen (B) Jaarlijks energieverbruik (gemiddelde klimaatomstandigheden) (B)
1500+1000 Max. watertemperatuur met elektrische weerstand
Maximum opgenomen stroom
11,36 V/W 220-240 monofase / 2500 Elektrische voeding Spanning / Maximum opgenomen vermogen Frequentie
Beschermingsgraad IPX4 Luchtzijde Standaard luchtaanvoer (modulerende automatische regeling) Beschikbare statische druk Minimum inhoud van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) Minimum hoogte plafond van het vertrek waar de installatie wordt uitgevoerd (D) Min. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd Max. temperatuur vertrek waar installatie wordt uitgevoerd m3/h
Minimum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) (E)
Maximum temperatuur lucht (NB bij 90% RV) 2,200 (A) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door EN 16147). Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam. (B) Waarden verkregen bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur van 55°C (volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en -berekeningsmethoden). Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam. (C) Waarden verkregen door het gemiddelde van de resultaten van drie proeven uitgevoerd bij een externe luchttemperatuur van 7°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 87%. Temperatuur van water bij ingang 10°C en ingestelde temperatuur volgens hetgeen wordt voorgeschreven door 2014/C 207/03 - overgangsmeet- en berekeningsmethoden en EN 12102. Gekanaliseerd product Ø200 onbuigzaam. (D) Deze waarde garandeert de juiste werking en gemakkelijk onderhoud, in het geval het product niet gekanaliseerd is. De juiste werking van het product wordt hoe dan ook gegarandeerd tot een hoogte van minimaal 2,090 m, op voorwaarde dat de als accessoire geleverde roosters worden gebruikt. (E) Buiten het interval van de bedrijfstemperaturen van de warmtepomp wordt de verwarming van het water gegarandeerd door de integratie. Gemiddelde waarde verkregen op een groot aantal producten. Verdere energiegegevens staan vermeld in het productinformatieblad (Bijlage A) dat onlosmakelijk bij dit boekje hoort. Producten zonder etiket en bijhorende fiche voor waterverwarmergroepen en systemen met zonnepanelen, voorzien door de verordening 812/2013, zijn niet bestemd voor de uitvoering van dergelijke installaties.
3.1 Kwalificatie van de installateur
OPGELET! De installatie en de eerste inbedrijfstelling van de ketel moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, in overeenkomst met de geldige nationale normen voor installatie en eventuele voorschriften van de locale autoriteiten en van overheidsinstellingen voor de volksgezondheid. De boiler wordt geleverd met een hoeveelheid koelvloeistof R134a die voldoende is voor de werking ervan. Deze koelvloeistof beschadigt de ozonlaag in de atmosfeer niet, hij is niet ontvlambaar en kan geen explosies veroorzaken. Het onderhoud en de ingrepen op het koelcircuit moeten echter uitsluitend worden uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui die voorzien zijn van de juiste uitrusting.
3.2 Gebruik van de instructies
OPGELET! Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of dingen, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld. De installateur moet de instructies in deze handleiding nauwkeurig in acht nemen. De installateur moet aan het einde van de werkzaamheden de gebruiker nauwkeurige instructies geven betreffende het gebruik van de boiler en betreffende de correcte uitvoering van de voornaamste handelingen.
3.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan, onder het hoofdstuk ALGEMENE INFORMATIE. Ref. Risico Waarschuwing
Elektrocutie door het aanraken van geleiders Bescherm leidingen en verbindingskabels die onder spanning staan. om ze voor beschadiging te behoeden. Overstroming door waterlek uit beschadigde leidingen.
Elektrische schokken door aanraken van niet Controleer of het vertrek waar men de goed geïnstalleerde geleiders, die onder installatie uitvoert en het net waar men het spanning staan. apparaat op aansluit aan alle voorschriften Beschadiging van het apparaat door verkeerde voldoen. bedrijfsomstandigheden. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven.
Gebruik geschikt gereedschap en werktuig. Controleer in het bijzonder of het gereedschap niet beschadigd of versleten is en dat het handvat in orde is en er stevig opzit. Verder moet u het gereedschap op de juiste manier gebruiken, voorkomen dat het valt en het na gebruik weer opbergen. Persoonlijk letsel door rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken of schaven.
Gebruik geschikte elektrische apparatuur op de juiste wijze. Belemmer de doorgang niet met de voedingskabel. Zorg dat de apparatuur niet naar beneden kan vallen. Haal de voedingskabel aan het einde uit de contactdoos en berg alle apparatuur weer op. Persoonlijk letsel door contact van huid of ogen met zuurhoudende substanties, inademen of inslikken van schadelijke chemische stoffen.
Ontkalk onderdelen waar kalk op is afgezet volgens specificaties
veiligheidskaart van het gebruikte product. Het vertrek moet geventileerd zijn, u moet beschermende kleding dragen, geen verschillende producten mengen en het apparaat en omliggende voorwerpen beschermen. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen door rondvliegende splinters, stoten en sneden. Beschadiging van het apparaat zelf of omliggende voorwerpen vanwege corrosie door zuurhoudende stoffen.
Controleer dat verplaatsbare trappen op de juiste manier neer worden gezet, dat ze van degelijke kwaliteit zijn, dat de treden heel Persoonlijk letsel door vallen zijn en niet glad, dat niemand er tegenaan beklemming (bij een vouwtrap). kan lopen of rijden terwijl er iemand op staat. Laat eventueel iemand dit controleren.
Zorg ervoor dat de werkplaats gezonde condities biedt voor wat betreft verlichting, Persoonlijk letsel door stoten, struikelen, enz. ventilatie en stevigheid.
Trek, voordat u aan het werk gaat, beschermkleding aan en gebruik de speciale individuele veiligheidsvoorzieningen.
De werkzaamheden aan de binnenkant van het apparaat moeten zeer voorzichtig Persoonlijk worden uitgevoerd om niet plotseling tegen schaven. scherpe of snijdende delen aan te stoten.
Leeg de onderdelen die warm tapwater kunnen bevatten door eventuele Persoonlijk letsel door brandwonden. ontluchtingsgaten te activeren voordat u ze aanraakt.
Voer de elektrische aansluitingen uit met Brand door oververhitting als gevolg van het behulp van geleiders die een juiste passeren van elektrische stroom in te smalle diameter hebben. kabels.
Gebruik geschikt materiaal voor de Beschadiging van het apparaat zelf of bescherming van het apparaat en de omliggende voorwerpen door rondvliegende omgeving rond de werkplek. splinters, stoten en sneden.
Behandel het apparaat met de juiste beschermingsmaatregelen en Beschadiging van het apparaat zelf of nabije voorzichtigheid. Gebruik de speciale riem voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. voor de verplaatsing van het apparaat.
Organiseer de verplaatsingen van materiaal en gereedschappen zodanig dat dit op een Beschadiging van het apparaat zelf of nabije veilige manier kan gebeuren. Voorkom dat voorwerpen door stoten, klemmen en snijden. materiaal wordt opgestapeld en kan vallen of schuiven.
Heractiveer alle veiligheidsvoorzieningen en controles die u gedurende een ingreep op het apparaat heeft moeten uitschakelen Beschadiging of blokkering van het apparaat en controleer, voordat u het apparaat weer door ongecontroleerde werking. inschakelt, dat deze voorzieningen weer werken.
door Persoonlijk letsel door schokken, rondvliegende splinters of brokken, inademen van stof, wonden door stoten, snijden, prikken, schaven, lawaai of vibraties.
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin.
4.1 Plaatsing apparaat
OPGELET! Voor u overgaat tot de installatie moet u controleren of, op de plaats waar u de boiler wenst te installeren, de volgende voorwaarden worden voldaan:
het vertrek waar men de boiler zonder luchtafvoerbuis wenst te gaan gebruiken moet een volume van niet minder dan 30 m3 hebben, met voldoende luchtverversing. Vermijd het apparaat te gebruiken in vertrekken waar ijsvorming kan plaatsvinden. Installeer het apparaat niet in een vertrek waar een ander apparaat staat dat lucht verbruikt tijdens de werking (bv. gasketel met open systeem, gasboiler met open systeem, enz...) behoudens afwijkende lokale normen. De fabrikant garandeert de prestaties en de veiligheid van het product niet wanneer het buitenshuis wordt geïnstalleerd. b) Het is noodzakelijk vanaf het punt van plaatsing de buitenkant van het gebouw te kunnen bereiken met een luchttoevoer- of luchtafvoerkanaal, mits het gebruik hiervan is voorzien. De plaatsing van de koppelingen voor de toe- en afvoerkanalen zijn aan de bovenzijde van het apparaat geplaatst. c) Controleer of het vertrek waar men de installatie uitvoert en het elektrische net en het waternet waar men het apparaat op aansluit aan alle geldende voorschriften voldoen. d) Er moet op de gekozen installatieplek een elektrische voedingsbron aanwezig zijn, eenfase 220-240 Volt ~ 50 Hz. Als die bron niet aanwezig is moet hij kunnen worden aangemaakt.. e) Het moet mogelijk zijn om op het gekozen punt vanaf de speciale aansluiting aan de zijkant van het apparaat met een geschikte sifon een condensafvoer te creëren. f) het moet mogelijk zijn in de gekozen plek de voorziene afstanden te respecteren van wanden en plafond, voor een correcte werking en een toegankelijker onderhoud (afb. 5). g) de installatie van de kanalen dient onderhoud op de verdamperfilter mogelijk te maken (afb. 6); h) de ondergrond moet zodanig plat zijn dat de het apparaat volledig verticaal is (afb. 2).
i) de gekozen installatieplek moet conform zijn aan de IP graad (bescherming tegen het binnendringen van
vloeistoffen) van het apparaat, volgens de geldende normen. j) het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootgesteld aan zonnestralen, ook niet bij aanwezigheid van ramen. k) het apparaat mag niet blootgesteld worden aan agressieve stoffen zoals zure damp, stoffen of verzadigd gas. l) het apparaat mag niet direct op elektrische leidingen worden geïnstalleerd die niet zijn beschermd tegen spanningsschommelingen. m) het apparaat moet zo dicht mogelijk bij de gebruikspunten worden geïnstalleerd om zo warmtedispersie via de buizen tegen te gaan. n) de lucht die door het apparaat wordt aangezogen moet vrij zijn van stof, zuurdampen en oplosmiddelen. In het geval van een niet gekanaliseerde installatie dient u de afstanden van de wanden getoond op afbeelding 7.
4.2 Plaatsing op de grond
1) Zodra u de geschikte plek voor de installatie heeft gevonden verwijdert u de verpakkingsmaterialen en verwijder
de bevestigingen zichtbaar op de pallet berust op de twee stroken waar het product.
2) M.b.v. de speciale riem schuift u het apparaat van de pallet.
3) Bevestig de voetjes (d.m.v. de speciale gaten) aan de grond m.b.v. geschikte schroeven en pluggen. Zodra het
apparaat geplaatst is verwijdert u de stoffen riem door de bouten los te schroeven.
4.3 Aansluiting lucht
Houd er rekening mee dat het gebruik van lucht uit verwarmde vertrekken de verwarmingsprestaties van het gebouw zouden kunnen benadelen. Het apparaat heeft aan de bovenzijde een luchttoevoeropening en twee openingen voor de afvoer van de lucht. Het is belangrijk dat de luchtinlaat- en uitlaatroosters niet worden verwijderd (behalve bij niet-gekanaliseerde installatie afb. 7), stuk gaan of op welke manier dan ook worden gemanipuleerd. De temperatuur van de uitgaande lucht van het product kan temperaturen bereiken van 5-10°C minder dan de binnenkomende lucht. Als deze niet gekanaliseerd wordt kan de temperatuur van het vertrek aanzienlijk dalen. Als de
warmtepompboiler – TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEURUIKER lucht die door de warmtepomp wordt bewerkt naar buiten toe wordt afgevoerd of vanuit buiten naar binnen wordt aangezogen (of vanuit een ander vertrek), moeten er geschikte kanalen worden gebruikt voor de luchtdoorvoer. Controleer of de kanalen goed zijn aangesloten en bevestigd op het apparaat, om te voorkomen dat ze per ongeluk plotseling losschieten. Daarnaast, als er starre kanalen worden gebruikt, moeten bij de installatie alle nodige maatregelen worden getroffen om te verzekeren dat onderhoud goed kan worden uitgevoerd. Geadviseerd wordt om het product gekanaliseerd te installeren zoals weergegeven op afbeelding 4. De minimale hoogte voor een gekanaliseerde is weergegeven op afbeelding 5. Zorg bij een gekanaliseerd product voor minstens een afstand tussen het product en de kanalen die het mogelijk maakt het verdamperfilter weg te halen (zie fig. 6). In het geval van een product dat gekanaliseerd wordt met starre leidingen, moeten tijdens de installatie alle nodige maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd (afb. 4, 5 en 6). Om een by-pass tussen de aanzuiging en uitstoot van de lucht te voorkomen als het product niet gekanaliseerd wordt, moeten de op het product aanwezig roosters worden vervangen door de als accessoire geleverde roosters (indien niet geleverd, code 3078095); het is ook mogelijk de op het product aanwezige roosters niet te vervangen maar een bocht te gebruiken op de toevoer (zie afb. 7). OPGELET: Gebruik geen buiten roosters met grote druk verliezen, bv anti insecten gaas. De roosters moeten een grote luchtdoorlaat hebben, en de afstand tussen de twee verschillende roosters moet minimaal 50cm bedragen. Bescherm de leidingen tegen de buitenwind. Lucht uit de schouw gebruiken is toegelaten wanneer de toevoer van deze schouw voldoende is, en periodiek onderhoud van de schouw en de bijbehorende toebehoren wordt uitgevoerd. De totale drukverliezen is de som van alle drukverliezen van alle componenten van aan en afvoer van de lucht, en moet kleiner zijn dan de maximale statische druk van de ventilator (par 2.5). OPGELET! Wanneer gebruikte toebehoren voor de lucht aan en afvoer kunnen de performantie van het toestel veranderen en de opwarmtijd verlengen!
4.4 Ligação hidráulica
Vooraleer het toestel te gebruiken, moet u de tank van het toestel met water vullen en daarna volledig leeg laten lopen zodat eventueel achtergebleven onzuiverheden wegspoelen. Sluit zowel de in- als de uitgang van de boiler aan d.m.v. buizen of verbindingsstukken die zowel bestand zijn tegen de bedrijfsdruk als tegen de temperatuur van het warme water dat de 75°C / 7 bar kan bereiken. We raden u daarom aan materialen te gebruiken die tegen die temperaturen bestand zijn. Voor u de aansluiting uitvoert, moet u het diëlektrische verbindingselement (bij het product geleverd) aan de warmwater toevoerbuis bevestigen. Het is verplicht om de diëlektrische verbindingsstukken met pakkingen te gebruiken (die bij het product geleverd zijn) op de uitgangsleiding van het warme water, alvorens de verbinding tot stand te brengen. Op de waterinlaatleiding van het toestel, gemarkeerd met een blauwe kraag, sluit u een T-koppeling aan. Op deze koppeling schroeft u aan de ene kant een kraan om de waterverwarmer leeg te laten lopen, die enkel kan worden bediend met behulp van een gereedschap, en aan de andere kant een beveiliging tegen overdruk. Voor landen waar de Europese norm EN 1487 van toepassing is, is de beveiliging tegen overdruk die eventueel bij het product is meegeleverd niet in overeenstemming met deze norm. De beveiliging in overeenstemming met deze norm moet een maximale druk van 0,7 MPa (7 bar) hebben en minstens volgende elementen bevatten: een afsluitkraan, een terugslagklep, een voorziening voor controle van de terugslagklep, een veiligheidsklep en een voorziening voor onderbreking van de hydraulische belasting. Zie afbeelding 13. De codes voor deze accessoires zijn: - Hydraulische veiligheidsgroep 1/2" (voor producten met toevoerleidingen met een diameter 1/2") cod. 877084; - Hydraulische veiligheidsgroep 3/4" (voor producten met toevoerleidingen met een diameter 3/4") cod. 877085; - Sifon 1" cod. 877086. Sommige landen vereisen het gebruik van alternatieve hydraulische beveiligingen, in overeenstemming met de vereisten van plaatselijke wetten. Het is de taak van de gekwalificeerde installateur, belast met het installeren van het product, om te beoordelen of de te gebruiken beveiliging geschikt is volgens de geldende voorschriften. Het is verboden om afsluiters (kleppen, kranen, enz.) tussen de beveiliging en de waterverwarmer te plaatsen.
warmtepompboiler – TECHNISCHE GEGEVENS VOOR DE INSTALLATEURUIKER De afvoer van het systeem moet verbonden worden aan een afvoerbuis met een diameter die niet minder is dan die van de aansluiting aan het apparaat (3/4”), door middel van een sifon die een beluchtingsopening van minstens 20 mm mogelijk maakt en die een visuele controle toestaat, om te vermijden dat in het geval van het in werking treden van het systeem zelf, schade wordt veroorzaakt aan personen, dieren of voorwerpen, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Sluit de ingang van het mechanisme ter voorkoming van de overdruk m.b.v. een flexibele buis aan op de koudwaterkraan. Indien noodzakelijk kunt u een afsluitkraan gebruiken. Indien de leegloopkraan wordt opengedraaid dient u bovendien te zorgen voor een afvoerbuis die aan de uitgang wordt verbonden. Als u het mechanisme tegen de overdruk vastschroeft moet u deze op het einde niet forceren en er niet aan sleutelen. Een licht druppelen van het mechanisme tegen de overdruk is normaal in de verwarmingsfase, daarom raden wij u aan de afvoer aan te sluiten (deze moet altijd in verbinding staan met de atmosfeer) op een draineerbuis die in een doorlopende helling naar beneden is geïnstalleerd, in een omgeving vrij van ijs. Op dezelfde buis is het bovendien wenselijk een condensdrainage aan te sluiten d.m.v. de speciale koppeling aan de onderzijde van de boiler. Mocht de waterdruk dichtbij de ijkingwaarden van de klep liggen, dan moet een drukverlager worden aangebracht, zo ver mogelijk van het apparaat. Het apparaat mag niet werken met water waarvan de hardheid lager is dan 12°F. Aan de andere kant wordt bij extreem hard water het gebruik van een (>25°F) ontharder aangeraden die correct is afgesteld en gecontroleerd. In dit geval mag de resterende hardheid niet onder de 15°F raken. In de SYS- versie is een aansluiting van ¾”G voorzien voor de hercirculatie van de hydraulische installatie (waar aanwezig). In de SYS-versie zijn twee ¾”G-aansluitingen aanwezig, boven (ingang) en onder (uitgang) de spiraal, waarmee een hulpbron kan worden verbonden (afb. 15). OPGELET! Spoel de leidingen van de installatie grondig door, zodat eventuele resten van gesneden schroefdraden, soldeerwerk of ander vuil, die de normale werking van het apparaat kunnen verhinderen, verwijderd worden.
4.5 Elektrische aansluiting
Permanente voeding (kabel wordt bij het apparaat geleverd) EDF signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) PV/SG signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) AUX signaal (kabel wordt niet bij het apparaat geleverd) Kabel 3G 1.5mm2 H05V2V2-F 2G min. 0.75mm2 H05V2V2-F 2G min. 0.75mm2 H05V2V2-F 2G min. 0.75mm2 Maximale stroom 16A
WAARSCHUWING: Voordat u toegang tot terminals, moeten alle voedingsstroomkringen worden losgekoppeld. OPGELET!: Het is verboden voor niet gekwalificeerd personeel deksels te verwijderen of onderhoudsoperaties en/of elektrische aansluitingen uit te voeren Het apparaat wordt geleverd met een voedingskabel (wanneer deze vervangen moet worden, dient men een originele vervangingskabel te gebruiken die door de fabrikant wordt geleverd). Het is noodzakelijk een controle uit te voeren van de elektrische installatie en de conformiteit te toetsen aan de geldende normen. Controleer of de installatie geschikt is voor het maximaal opgenomen vermogen van de boiler (kijk op het typeplaatje), zowel voor wat betreft de doorsnede van de kabels als voor wat betreft hun conformiteit aan de geldende normen. Meervoudige stekkers, verlengsnoeren of adapters zijn verboden. Het is verboden om de leidingen van het hydraulische systeem, het verwarmingssysteem en het gas te gebruiken voor de aardaansluiting van het apparaat. Vóór de inbedrijfstelling moet u controleren of de netspanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje van de apparaten. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door afwezigheid van een aardaansluiting of vanwege problemen in de elektriciteitstoevoer. Voor het van het net uitschakelen van het apparaat gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan de geldende normen CEI-EN (min. afstand tussen de contactpunten 3 mm, beter indien voorzien van zekeringen). Het apparaat moet voldoen aan de Europese en nationale normen, en moet worden beschermd door een 30mA aardlekschakelaar. Op de hoofdprintplaat van het apparaat zit een aardingscontact, dat uitsluitend functionele doelen heeft en niet bedoeld is voor beveiliging.
PERMANENTE ELEKTRISCHE AANSLUITING
Als u niet beschikt over een elektrisch tarief met dal- en piekuren gebruikt u deze configuratie. De bo7iler zal altijd op het elektrische net zijn aangesloten, waardoor het 24 hr per dag zal werken. ELEKTRISCHE AANSLUITING MET VOEDING VOOR DAL- EN PIEKTARIEF Als er elektrische voeding voor dal- en piektarief en een geschikte meter beschikbaar zijn, wordt de corrosiebeveiliging door middel van een zwerfstroomanaode op de tijdstippen waarop het product niet wordt gevoed verzekerd door oplaadbatterijen. Deze batterijen worden niet bij het product geleverd, en moeten dus worden geplaatst. (zie afbeelding 1). ELEKTRISCHE AANSLUITING MET VOEDING VOOR DAL- EN PIEKTARIEF EN HC-HP-SIGNAAL Dit heeft dezelfde economische voordelen als de configuratie met dal- en piekuren. Het is bovendien mogelijk een directe verwarming te hebben m.b.v. de BOOST-modus die de verwarming ook activeert tijdens het HPtarief.
1) Sluit een tweepolige kabel aan op de speciale signaalcontacten op de meter.
2) Sluit de tweepolige signaalkabel (B) aan op de EDF-connector “SIG1” die zich in de schakeldoos rechts
van het product bevindt (doorboor de rubbertjes om een doorsnede te krijgen die geschikt is voor doorvoer van de kabel). LET OP: het EDF-signaal heeft een spanning van 230V.
3) Activeer de HC-HP-functie door middel van parameter P7 van het installatiemenu. (Zie paragraaf 7.7).
- Als er een FV-systeem moet worden verbonden of een SG-signaal beschikbaar is, is het mogelijk een tweepolige kabel vanaf de inverter of de kabel van het SG-signaal (de ene of de andere) te verbinden met de schakelkast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de genoemde kabel (C) met de connector met het opschrift “SIG2” en activeer de functie PV (P9) of SG (P18) via het installatiemenu (zie paragraaf 7.7). Let op: signaal 230 V.
- Alleen voor de modellen SYS, in het geval er een hulpwarmtegenerator is (bv. ketel) en de aanvulling die wordt geleverd door het verwarmingselement ervan moet worden vervangen, is het mogelijk een tweepolige kabel (D) te verbinden tussen de warmtegenerator (indien hiervoor geschikt) en de elektronicakast op de rechterkant van het product (bevestig de kabel in de hiervoor bestemde kabeldoorgang). Verbind de kabel met de connector met het opschrift “AUX” en stel de parameter P8 in op 3 via het installatiemenu (zie paragraaf 7.7). In het geval van aansluiting van de SYS-versie op de ketel/kachel, raden wij u aan de bovenste sondehouder S3 te gebruiken. In het geval van aansluiting van de SYS- versie op de zonnecentrale (onderste warmtewisselaar), kunt u ofwel alleen de onderste sondehouder gebruiken (S2) ofwel beide (S2) en (S3). 5 EERSTE INBEDRIJFSTELLING Zodra u de hydraulische en elektrische aansluitingen heeft uitgevoerd vult u de boiler met water uit het waternet. Voor het vullen opent u de hoofdkraan van de waterleiding en die van het dichtstbijzijnde warme water en controleert u of alle lucht uit het reservoir is gelopen. Voer een visuele inspectie uit op eventuele waterlekken vanuit de flens en de verbindingsstukken, en draai eventueel voorzichtig vaster aan. Het product is niet voorzien van batterijen. Gebruik in het geval van installatie met batterijen 4 oplaadbare batterijen van het type NiMh, AA, 1,2V, minimaal 2100 mAh, minimaal 1000 oplaadcycli, min. werktemperatuur 55°C (gebruik de batterijen uit de catalogus die worden geleverd door de fabrikant van het product). Deze moeten, met nauwgezette inachtneming van de polariteit, in de betreffende behuizing worden geplaatst die achter de voorkap zit. Hiervoor hoeft alleen de buitenste lijst te worden verwijderd (afbeelding 1). De batterijen waarborgen dat de zwerfstroomanode ook goed zal werken tijdens eventuele storingen in het elektriciteitsnet. Het product zorgt automatisch voor het opladen van de batterijen.
6.1 Eerste inbedrijfstelling
OPGELET! Volg de algemene waarschuwingen en de veiligheidsnormen die in de voorgaande paragrafen worden opgesomd nauwkeurig op. U dient zich te allen tijde houden aan hetgeen beschreven staat. In alle gevallen zal het bedrijf dat het werk verricht controles uit moeten voeren met betrekking tot de veiligheid en de goede werking van het gehele systeem. Voor u de boiler in werking stelt moet u controleren of de installateur alle handelingen heeft uitgevoerd die tot zijn bevoegdheid behoren. Verzeker u ervan alle uitleg van de installateur te hebben begrepen betreffende de werking van de boiler en de correcte uitvoering van de belangrijkste handelingen van het apparaat.
In het geval van een storing en/of een verkeerde werking van het apparaat moet u het uitschakelen en er niet zelf aan sleutelen, maar u tot een erkende installateur wenden. Eventuele reparaties moeten altijd met originele onderdelen en door erkende vaklui worden uitgevoerd. Het veronachtzamen van het bovenstaande kan de veiligheid van het apparaat in gevaar brengen en sluit iedere aansprakelijkheid van de fabrikant uit. Als de boiler lang niet gebruikt wordt raden we u aan: - de elektrische voeding los te koppelen of, indien er een speciale schakelaar vóór het apparaat is, deze schakelaar op de stand “OFF” te zetten. - de kranen van het tapwatercircuit dicht te draaien. - het product leegmaken zoals beschreven in paragraaf 8.1. OPGELET! Het warme water dat met een temperatuur van meer dan 50°C uit de kranen komt kan ernstige verbrandingen veroorzaken. Kinderen, gehandicapten en ouderen lopen de meeste risico's. We raden u daarom aan een thermostatische mengkraan te monteren op de wateruitgang van het apparaat, d.w.z. de buis waar een rood bandje omheen zit. LET OP Als het display het hiernaast afgebeelde symbool toont, wil dat zeggen dat het water een temperatuur heeft bereikt die meer dan 6°C hoger is dan de ingestelde temperatuur. Bij de modellen SYS is het mengventiel verplicht. LET OP! (alleen voor de versie SYS) Verzeker dat de temperatuur die wordt waargenomen door de sondes S2, S3 van de besturingseenheid van de hulpbron, in de boiler, niet hoger wordt dan 75°C. Afb.15.
6.3 Veiligheidsnormen
Voor de betekenis van de symbolen die in de volgende tabel worden gebruikt dient u paragraaf 1.1 na te slaan. Symbool Ref. Waarschuwing Risico Elektrische schokken door elementen die onder Voer geen handelingen uit waarbij u het spanning staan. apparaat van zijn plaats moet halen. Lekkage als gevolg van water dat uit losgeraakte leidingen stroomt. Persoonlijk letsel door voorwerpen die vallen doordat ze op een trillend voorwerp liggen. Laat geen voorwerpen op het apparaat Beschadiging van het apparaat of onderliggende staan. voorwerpen door het vallen van het apparaat als gevolg van trillingen. Persoonlijk letsel door het vallen van apparaat.
Niet op het apparaat klimmen. Beschadiging van het apparaat of onderliggende voorwerpen doordat het apparaat van de muur losraakt.
Elektrische schokken door elementen die onder spanning staan. Voer geen handelingen uit waarbij u het Persoonlijk letsel door verbranden met hete apparaat moet openen. onderdelen of wonden door aanwezigheid van scherpe randen of uitstekende delen. Zorg ervoor dat u de elektrische Elektrische schokken door ongeïsoleerde kabels voedingskabel niet beschadigt. die onder spanning staan. Klim niet op instabiele stoelen, krukken, Persoonlijk letsel door vallen of door beklemming trappen of andere voorwerpen om het (bij een vouwtrap). apparaat schoon te maken. Reinig het apparaat nooit voor u het eerst heeft uitgeschakeld, de stekker eruit heeft Elektrische schokken door elementen die onder gehaald of de externe schakelaar op de spanning staan. stand OFF heeft gezet. Gebruik het apparaat niet voor andere Beschadiging van het apparaat door doeleinden dan voor een normaal overbelasting. Beschadiging van verkeerd huishoudelijk gebruik. gebruikte onderdelen. Laat het apparaat niet gebruiken door Beschadiging van het apparaat door onjuist kinderen of onkundige personen. gebruik. Gebruik geen insectenverdelgers, oplosmiddelen agressieve Beschadiging van de plastic onderdelen of de schoonmaakmiddelen om het apparaat te gelakte onderdelen. reinigen. Plaats nooit andere voorwerpen en/of Beschadiging door eventuele waterlekkage. apparaten onder de boiler Drink het condenswater niet Persoonlijk letsel door vergiftiging.
6.4 Aanbevelingen om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan (gebaseerd op de Europese
norm CEN/TR 16355) Ter informatie Legionella is een bacterie van kleine afmetingen, die een beetje op een staafje lijkt en van nature in zoet water voorkomt. De legionairsziekte is een ernstige longinfectie, veroorzaakt door het inademen van de Legionella pneumophilia bacterie of andere soorten Legionella. Deze bacterie komt vaak voor in waterinstallaties van woningen en hotels, en in het water dat gebruikt wordt voor airco's en systemen om de lucht te koelen. Om die reden is preventie de belangrijkste interventie tegen deze ziekte. Deze preventie wordt tot stand gebracht door te controleren of de bacterie in de waterinstallaties aanwezig is. De Europese norm CEN/TR 16355 verstrekt aanbevelingen voor de beste methode om de ontwikkeling van Legionella tegen te gaan in installaties met drinkbaar water, naast de van krcht zijnde voorschriften op nationaal niveau. Algemene aanbevelingen "Condities die de ontwikkeling van Legionella bevorderen". De volgende condities bevorderen de ontwikkeling van Legionella:
- Temperatuur van het water tussen 25 °C en 50 °C. Om de ontwikkeling van de Legionella-bacterie tegen te gaan, moet de temperatuur van het water binnen limieten blijven zodat hun ontwikkeling wordt verhinderd of om waar mogelijk een minimale ontwikkeling te bewerkstelligen. Als dit niet het geval is, is een sanering van het systeem voor drinkbaar water via thermische behandeling noodzakelijk;
- Stilstaand water. Om te vermijden dat het water lange tijd stil blijft staan, moet het water op ieder deel van het systeem voor drinkbaar water worden gebruikt of moet u het water minstens eenmaal per week overvloedig laten stromen;
- Voedingsstoffen, biofilm en bezinksel die in de installatie aanwezig zijn. Bezinksel kan de ontwikkeling van de Legionella-bacterie bevorderen en moet daarom regelmatig worden verwijderd uit opslagsystemen, waterverwarmers en expansievaten waar water in blijft staan (bijvoorbeeld eenmaal per jaar). Wat dit type waterverwarmer met accumulatie betreft, als
1) het toestel gedurende een zekere periode [maanden] uit staat of
2) de temperatuur van het water constant tussen 25°C en 50°C wordt gehouden,
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER dan kan de Legionella-bacterie zich in de tank ontwikkelen. Om de ontwikkeling van Legionella in deze gevallen te verminderen, dient u in deze gevallen de "thermische saneringscyclus" toe te passen. De waterverwarmer met accumulatie van het elektromechanische type wordt verkocht met een thermostaat ingesteld op 60 °C, dit betekent dat het mogelijk is om een "thermische saneringscyclus" uit te voeren om de ontwikkeling van Legionella in de tank te verminderen. Deze cyclus is geschikt om uitgevoerd te worden bij installaties die sanitair warm water produceren, en beantwoordt aan de aanbevelingen ter preventie van Legionella, vermeld in de volgende Tabel 2 van de norm CEN/TR 16355. Tabel 2 - Types warmwaterinstallaties Koud water en warm water gescheiden Geen opslag Ref. in Bijlag C Geen circulatie van warm water Met circulatie van warm water Geen circulatie van gemengd water C.1 C.2 C.3 Temperatuur
Koud water en warm water gemengd Opslag Geen opslag vóór de mengkleppen Met Geen circulatie Met circulatie circulatie van gemengd van gemengd van water water gemengd water C.4
waterverwa ≥ 50°Ce rmer met a"opslag'a
≤3lb verwijderen verwijderen
Opslag vóór de Geen opslag vóór de mengkleppen mengkleppen Geen Met circulatie Geen circulatie Met circulatie circulatie van gemengd van gemengd van van water water gemengd gemengd water water C.7 C.8 C.9
waterverwa ≥ 50°Ce rmer Thermische met ontsmetting d a"opslag'a ≤3lb verwijderen
Temperatuur > 55°C gedurende de hele dag of minstens 1u per dag >60°C. Watervolume in de leidingen tussen het circulatiesysteem en de kraan met grotere afstand tot het systeem. Het bezinksel uit de opslagwaterverwarmer verwijderen in overeenstemming met de plaatselijke condities, maar minstens eenmaal per jaar. d. Thermische ontsmetting gedurende 20 minuten op een temperatuur van 60°, gedurende 10 minuten op 65°C of gedurende 5 minuten op 70 °C op alle afnamepunten minstens eenmaal per week. e. De temperatuur van het water in de circulatiekring mag niet minder dan 50°C bedragen. - Niet vereist Bij verkoop van de elektronische opslagboiler is de functie van de hittedesinfectiecyclus niet geactiveerd (standaardinstelling). Als er om welke reden dan ook sprake is van een van de bovengenoemde "gunstige omstandigheden voor de groei van legionella”, wordt dringend geadviseerd om deze functie te activeren volgens de instructies in dit boekje [zie paragraaf 7.7]. De hittedesinfectiecyclus is echter niet in staat elke legionellabacterie in het opslagreservoir te vernietigen. Als de functie uitgeschakeld wordt, kan het dus zijn dat de legionellabacterie terugkeert. Opmerking: wanneer de software de hittedesinfectiebehandeling uitvoert, is het waarschijnlijk dat het energieverbruik van de opslagboiler toeneemt. Aandacht: de temperatuur van het water in de tank kan onmiddellijk ernstige brandwonden veroorzaken. Kinderen, mensen met een handicap en bejaarden zijn het meest aan dit risico voor brandwonden blootgesteld. Controleer de temperatuur van het water vooraleer een bad of een douche te nemen.
7. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK
7.1 Beschrijving van het bedieningspaneel
Referentie afbeelding 1.
MODE Het eenvoudige en rationele bedieningspaneel bestaat uit twee toetsen en een centrale knop. Het bovenste deel van het DISPLAY toont de ingestelde temperatuur (set) of de waargenomen temperatuur, terwijl in het onderste deel andere specifieke informatie wordt gegeven, zoals de werkingswijze, de storingscodes, de instellingen en de informatie over de staat van het apparaat.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
7.2 Het in- en uitschakelen van de boiler
Ontsteking: doe de boiler aan door op de ON/OFF toets te drukken. Het DISPLAY toont de ingestelde temperatuur “set”, de werkingsmodus en het HP symbool en/of het symbool van de weerstand. Deze geven de betreffende werking van de warmtepomp en/of de weerstand weer. Uitschakelen: schakel de boiler uit door op de ON/OFF toets te drukken. Alleen de tekst “OFF” blijft op het display staan. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd (als het HC-HP-contact wordt gebruikt, plaats de oplaadbare batterijen, zie afb. 1 en hoofdstuk 5) en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen.
7.3 Instellen van de temperatuur
Het instellen van de gewenste temperatuur van het warme water (T SET POINT) doet u door de knop met de klok mee te draaien of tegen de klok in (de tekst zal tijdelijk knipperen). Om de huidige temperatuur van het water in het reservoir te tonen drukt u de knop in en laat u hem gelijk los. De waarde verschijnt 8 seconden lang, waarna de ingestelde temperatuur weer zal verschijnen. De temperaturen die kunnen worden bereikt in de modus warmtepomp variëren in de fabrieksinstellingen van 50°C tot 55°C in de fabriekswaarde, en 40°C-62°C als u de instelling in het installatiemenu varieert (P13). De maximum temperatuur die u kunt bereiken m.b.v. de elektrische weerstand, is 65°C in de fabriekswaarde, en 75°C als u de instelling in het installatiemenu varieert (P11).
Bij een normale werking kunt u d.m.v. de “mode” toets de werkingsmodus wijzigen waarmee de boiler de ingestelde temperatuur bereikt. De geselecteerde modus. Verschijnt in de regel onder de temperatuur. De geselecteerde modus verschijnt in de regel onder de temperatuur. Als de warmtepomp actief is verschijnt het symbool: Als de elektrische weerstand of integratie (P8=3) actief is verschijnt het symbool:
GREEN: de boiler gebruikt alleen de warmtepomp, om de maximale energiebesparing te waarborgen. Deze functie wordt aanbevolen voor luchttemperaturen van boven de 0°C tijdens de verwarmingsuren en voor de normale werking. De maximaal bereikbare temperatuur hangt af van de waarde van de parameter P13 (5162°C), zie paragraaf 7.7. Bij luchtcondities die buiten het werkbereik van de pomp liggen, wordt de aanvulling geactiveerd (behalve bij P8=2). De aanvulling wordt altijd geactiveerd bij de functies tegen legionella en vorst. AUTO: deze functie wordt standaard gedeactiveerd, om haar te kunnen selecteren moet de waarde van de parameter P8 1 of 3 zijn. de boiler beslist vanzelf hoe hij de gewenste temperatuur in een zo kort mogelijk tijdsbestek kan bereiken. De warmtepomp wordt op een rationele manier gebruikt en de weerstand wordt alleen indien noodzakelijk ingezet. Het maximaal aantal uur dat hieraan kan worden besteed hangt af van de parameter P14 - TIME_W (Zie paragraaf 7.7), die normaalsgewijs op 8 uur staat ingesteld. (aanbevolen voor de winter). De aanvulling wordt altijd geactiveerd bij de functies tegen legionella en vorst. BOOST: modus wanneer u deze modus activeert gebruikt de boiler tegelijkertijd de warmtepomp en de weerstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort mogelijke tijd te bereiken. Als de temperatuur eenmaal is bereikt, keert de werking terug naar de voorgaande modus. Deze modaliteit kan niet worden geselecteerd wanneer de waarde van de parameter P8 gelijk is aan 2. BOOST2 (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu P5): deze functie is standaard gedeactiveerd, om haar te kunnen selecteren moet de waarde van de parameter P8 1 of 3 zijn. wanneer u deze modus activeert gebruikt de boiler tegelijkertijd de warmtepomp en de weerstand om de gewenste temperatuur binnen zo kort mogelijke tijd te bereiken. T.o.v. Boost, zal de modus Boost2 ook actief blijven nadat de set-temperatuur is bereikt. De aanvulling wordt altijd geactiveerd bij de functies tegen legionella en vorst. VOYAGE (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu P3): Deze modus is ontwikkeld voor periodes waarin de boiler voor langere tijd niet wordt gebruikt. U stelt de dagen in waarop u afwezig bent en waarop de boiler uitgeschakeld moet blijven. De boiler zal alleen worden geactiveerd om ervoor te zorgen dat er bij uw terugkomst warm water is. De corrosiebescherming blijft gegarandeerd en het apparaat zal er automatisch voor zorgen dat de temperatuur van het water in het reservoir nooit onder de 5°C zal dalen. Druk op de “mode” toets
totdat u de VOYAGE modus heeft geselecteerd. Draai aan de knop om het juiste aantal dagen (“days”) in te stellen. Druk op de knop om te bevestigen. Op het display verschijnt alleen het overgebleven aantal dagen voordat het apparaat opnieuw wordt ingeschakeld. Nadat deze tijdsperiode verstreken is, keert de unit terug naar de voorgaande. Bij een elektrische aansluiting met contactor G/N of met HC-HP signaal dient u het aantal nachten dat u aanwezig bent specificeren. Houd er rekening mee dat het product alleen ’s nachts functioneert. Als u bv. zaterdagochtend uw huis verlaat en van plan bent de zondag van de daaropvolgende week terug te keren dient u, zaterdagochtend, 7 nachten afwezigheid in te stellen, teneinde een beschikbaarheid van warm water te garanderen wanneer u zondag overdag terugkeert. PROGRAM (kan worden geactiveerd m.b.v. het installatiemenu P4): er zijn twee programma’s, P1 en P2, beschikbaar die tijdens een dag zowel afzonderlijk als gezamenlijk kunnen werken (P1+P2). Het apparaat zal in staat zijn om de verwarmingsfase zo te activeren dat de gekozen temperatuur op het vooraf ingestelde tijdstip bereikt is, waarbij verwarming door middel van de warmtepomp de prioriteit heeft en alleen indien noodzakelijk de aanvulling wordt benut, volgens de onderstaande combinaties: Bij P8=0 wordt de aanvulling alleen geactiveerd in condities buiten het werkbereik van de warmtepomp. Bij P8=1 en 3 wordt de aanvulling tegelijkertijd met de warmtepomp geactiveerd, wanneer dat wordt gevraagd. Bij P8=2 wordt de aanvulling nooit geactiveerd. De aanvulling wordt altijd geactiveerd bij bescherming tegen legionella en vorst Een aantal keren op de “mode” toets drukken totdat het gewenste Program geselecteerd kan worden, de knop draaien om de gewenste temperatuur in te stellen, op de knop drukken om te bevestigen, de knop draaien om het gewenste tijdstip in te stellen en op de knop drukken om te bevestigen; in P1+P2 modus de gegevens voor beide programma’s instellen. In het geval van een elektriciteitsvoorziening met dubbel tarief met HC/HP-signaal, is het toch mogelijk om de verwarming van het water op elk moment van de dag in te schakelen. Voor deze functie moet de huidige tijd worden ingesteld, zie volgende paragraaf. Waarschuwing: ter garantie van uw comfort kan in het geval van werking in P1+P2 modus met zeer dicht bij elkaar liggende tijden gebeuren dat de temperatuur van het water hoger is dan de ingestelde temperatuur: in dit geval kan het golvensymbool verschijnen.
7.5 Instellen van de tijd
Instelling van de tijd is nodig als de PROGRAM-modus wordt geactiveerd. Nadat deze geactiveerd is, draait u de knop totdat de huidige tijd is gevonden en bevestigt u deze door de knop in te drukken. Hij kan ook worden ingesteld via de parameter L0, door de huidige tijd te selecteren en in te stellen door de knop te draaien (de functie P4 moet echter wel op ON zijn gezet).
M.b.v. het informatiemenu kunt u de gegevens aflezen waarmee u het apparaat controleert. Om het menu te zien drukt u 5 seconden lang op de knop. Draai aan de knop om de parameters L0, L1, L2 …L27 te selecteren. Zodra u de gewenste parameter heeft gevonden drukt u op de parameter om de waarde te bekijken. Om terug te keren naar de selectie van de parameters drukt u nogmaals op de knop of op de “MODE” toets.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Om het informatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is). Parameter Naam Beschrijving parameter TIME Tijd van de dag (alleen zichtbaar met P4 = ON) SW MB Software Versie Elektronische kaart “Mainboard“ SW HMI Software Versie Interface kaart ENERGY Energieverbruik in kWh (*) (**) ANTI_B Geeft weer of de functie tegen legionella actief is HC-HP Geeft weer of de HC-HP-functie actief is HE_SET Geeft weer of de staat HE_SET actief is. SILENT Geeft weer of de silent-functie actief is PV MODE Geeft weer welke PV-functie actief is SG MODE Geeft weer of de SG-functie actief is L10 T W PV Geeft de temperatuur weer die moet worden bereikt met de functie PV L11 T_A_HP Luchttemperatuur waaronder de warmtepomp niet functioneert L12 T W HP Temperatuur die wordt bereikt met alleen de warmtepomp L13 TW1 Afgelezen temperatuur sonde 1 verwarmingselement L14 TW2 Afgelezen temperatuur sonde 2 verwarmingselement L15 TW3 Afgelezen temperatuur middelste sonde L16 TW4 Afgelezen temperatuur hoge sonde (warm water) L17 T AIR Afgelezen temperatuur omgevingsluchtsonde L18 T EVAP Afgelezen temperatuur verdampersonde L19 T ASP Geeft de aanzuigtemperatuur weer L20 P ASP Geeft de aanzuigdruk weer L21 T SH Oververhittingstemperatuur L22 HP HYST Hysteresetemperatuur van compressor L23 HP h Bedrijfsuren warmtepomp (**) L24 HE h Bedrijfsuren verwarmingselement (**) L25 HP ON Aantal inschakelcycli van de compressor (**) L26 TIME_W Maximum aantal uren geaccepteerde voeding L27 T AB Geeft de set-pointtemperatuur voor de functie tegen legionella weer (*) De weergegeven waarden kunnen afwijken van de werkelijke waarden, als functie van de netspanning en frequentie. (**) De waarden worden ofwel bijgewerkt om de 24 uur, ofwel wanneer de werking overgaat op batterijen of wanneer er een storing optreedt.
7.7 Menu voor de installateur
OPGELET: HET WIJZIGEN VAN DE VOLGENDE PARAMETERS MOET DOOR DESKUNDIG
PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD
D.m.v. het installatiemenu kunt u enkele instellingen van het apparaat wijzigen. Het sleutelsymbool wordt weergegeven. Om het menu te openen drukt u 5 seconden op de knop, loopt u langs de parameters van het menu “L - INFO” totdat u op de tekst “P0 - CODE” komt. Zodra u de code heeft ingevoerd (zoals aangegeven in de volgende tabel), draait u aan de knop om de parameters P0, P2, P3 …P20 te selecteren. Zodra u de parameter heeft gevonden die u wenst te wijzigen drukt u op de knop om de waarde ervan te bekijken. Draai daarna aan de knop om de gewenste waarde te selecteren. Om op de selectie van de parameters terug te keren drukt u op de knop om de ingestelde waarde op te slaan. Druk op “mode” (of wacht 10 seconden) als u de afregegelingsmodus wilt verlaten zonder de ingevoerde waarde op te slaan. Om het installatiemenu te verlaten drukt u op de “mode” toets. (Het apparaat verlaat het menu automatisch nadat het 10 minuten niet gebruikt is).
PV MODE P10 T W PV P11 T MAX P12 T MIN P13 T W HP P14 P15 TIME_W HP HYST P16 T_A_HP P17 P18 P19 P20 TANK_LT SG MODE ERRORS T AB Beschrijving parameter Invoeren code voor de toegang tot het installatiemenu. Op het display verschijnt het nummer 222. Draai de knop tot aan het nummer 234, druk nogmaals op de knop. Nu heeft u toegang tot het installatiemenu. Reset van alle fabriekswaarden. In-/uitschakeling van de Antilegionella functie (on/off). Zie paragraaf 7.4. Zie paragraaf 7.4. Zie paragraaf 7.4. Stel de Silent-modus in. In-/uitschakeling werkingsstatus met dal-/piektarief. Beheert de bedrijfsmodi. Wijzigt de bedrijfsmodi naargelang de aanwezigheid van het PV-signaal. Dit is de gewenste temperatuur wanneer PV in productie is. Regeling van de max. bereikbare temperatuur. Een hoger ingestelde waarde zorgt ervoor dat u over een grotere hoeveelheid warm water kunt beschikken. Regeling van de min. bereikbare temperatuur. Een lager ingestelde waarde zorgt voor een grotere energiebesparing wanneer u een beperkt warmwaterverbruik heeft. Dit is de temperatuur die kan worden bereikt met alleen de warmtepomp. Geaccepteerd aantal voedingsuren. Hysteresetemperatuur van de compressor. Luchttemperatuur waaronder de compressor niet in werking treedt. Capaciteit van het product (niet wijzigen). Werking met SG-signaal. Geschiedenis van de storingen (alleen-lezen). Set-pointtemperatuur tegen legionella Bereik Fabrieksinst ellingen Min Max
Parameter P2 – Anti-legionella bescherming Als deze functie geactiveerd is kunt u, op geheel automatische wijze, de functie anti-legionella bescherming uitvoeren. De watertemperatuur moet de hele dag op een temperatuur van 55°C of hoger blijven, of minstens 1 uur per dag 60°C of hoger zijn. Deze temperaturen kunnen verbrandingen veroorzaken, geadviseerd wordt een thermostaatventiel te gebruiken. De functie tegen legionella kan worden geactiveerd door middel van deze parameter; de temperatuur die bereikt moet worden kan worden ingesteld door middel van de parameter P20 en de hysterese door middel van parameter P15. Geadviseerd wordt de parameter P20 op 60°C in te stellen en de parameter P15 op 4°C. Het bereiken van een hogere dan de ingestelde temperatuur wordt aangegeven door het golvensymbool. Tijdens de anti-legionella cyclus zal op de display in de plaats van de werkingsmodus de tekst ANTI_B verschijnen; nadat de anti-legionella cyclus beëindigd is blijft de ingestelde temperatuur de oorspronkelijke temperatuur. In het geval dat het dubbele tarief met HC-HP signaal geldt, zal de functie worden uitgevoerd tijdens de uren van het goedkope tarief. Om de functie te onderbreken op de “on/off” toets drukken. Parameter P6 – Silent Deze functie verlaagt het geluidsvermogensniveau (de prestaties kunnen variaties ondergaan ten opzichte van de nominale waarden). Zij kan worden geactiveerd vanuit het installatiemenu door middel van de parameter P6. Na activering verschijnt op het display de afbeelding die rechts geïllustreerd is.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Parameter P7 – Werking met twee verschillende tijdstarieven Om te kunnen werken in installaties die beschikken over twee verschillende tijdstarieven zal de controlelogica het gemiddelde aantal uren per dag berekenen waarin de elektrische stroom beschikbaar is tegen het goedkopere tarief (HC). Ga om deze functie te activeren naar parameter P7 en stel ON in. Een automatische waarneemfunctie zorgt ervoor dat het product de ingestelde temperatuur bereikt in het (beperkte) tijdsbestek waarin het goedkope tarief geldt. Het maximale aantal uren wordt aangegeven door de parameter P9 TIME_W. Bij de eerste ontsteking (of na een uitschakeling van de hardware) is de defaultwaarde 8 uur. Om effectief gebruik van zelf leren maken is aan te bevelen om het product in AUTO modus. Parameter P8 (Zie paragraaf 7.4.) Met de parameter P8 kunnen de verschillende bedrijfsmodi van het product worden beheerd. Hij kan de waarden 0, 1, 2, 3 krijgen. STANDARD (waarde 0 – standaard): met de Mode-knop kunnen alleen de modi GREEN, BOOST, VOYAGE worden geselecteerd (indien vrijgegeven met P3) en PROGRAM (indien vrijgegeven met P4); de aanvulling komt van het elektrische verwarmingselement dat functioneert volgens de geselecteerde modus. HE_ON (waarde 1): met de Mode-knop kunnen alle beschikbare modi worden geselecteerd, d.w.z. GREEN, AUTO, BOOST, BOOST2 (indien vrijgegeven met P5), VOYAGE (indien vrijgegeven met P3) en PROGRAM (indien vrijgegeven met P4); de aanvulling wordt uitgevoerd door het elektrische verwarmingselement dat functioneert volgens de geselecteerde modus. COMBI (waarde 2): met de Mode-knop kunnen alleen de modi GREEN, VOYAGE (indien vrijgegeven met P3) en PROGRAM (indien vrijgegeven met P4) worden geselecteerd. Er is geen aanvulling op de warmtepomp voorzien; het elektrische verwarmingselement functioneert altijd bij de functies tegen legionella en vorst. Het is aangeraden voorverwarmd water komende van de warmtepomp naar de ingang van de combiketel te sturen ( zie fig. 16). SYSTEM (waarde 3): met de Mode-knop kunnen alle beschikbare modi worden geselecteerd, d.w.z. GREEN, AUTO, BOOST, BOOST2 (indien vrijgegeven met P5), VOYAGE (indien vrijgegeven met P3) en PROGRAM (indien vrijgegeven met P4); de aanvulling komt van de externe hulpwarmtegenerator indien deze correct met het product verbonden is, zowel voor wat betreft het hydraulische systeem (zie afb. 15) als de elektronica (zie paragraaf 4.5 en afb. 12). Het is aangeraden de beschikbare hulpwarmtebron te integreren om de elektrische weerstand te vervangen (alleen voor SYS modellen). Parameter P9 – Fotovoltaïsche functie Indien men beschikt over een fotovoltaïsch systeem is het mogelijk het product in te stellen voor een optimale benutting van de geproduceerde elektrische energie. Nadat de elektrische aansluitingen zijn gemaakt zoals beschreven in paragraaf 4.5 afb. 12, en nadat de parameter P9 is ingesteld op een andere waarde dan 0, wordt de werkingswijze, wanneer het signaal SIG2 wordt waargenomen, automatisch als volgt gewijzigd: STANDARD (waarde 0 – standaard ): de manier van werken van de eerder beschreven modi wordt niet gewijzigd. PV GREEN (waarde 1): op het display wordt het PV-pictogram weergegeven (zie de afbeelding hiernaast). Wanneer het signaal van de inverter aanwezig is, wisselt de tekst van de geselecteerde modus af met de tekst PV GREEN. Het product zal de ingestelde temperatuur (de hoogste van de twee waarden T SET POINT en T W PV) bereiken met alleen de warmtepomp (max. 62 °C). PV HE (waarde 2): op het display wordt het PV-pictogram weergegeven (zie de afbeelding hiernaast). Wanneer het signaal van de inverter aanwezig is, wisselt de tekst van de geselecteerde modus af met de tekst PV HE. Het product zal de ingestelde temperatuur (de hoogste van de twee waarden T SET POINT en T W PV) bereiken door middel van alleen de warmtepomp tot 62 °C en vervolgens met het verwarmingselement (1500 W). PV BOOST (waarde 3): op het display wordt het PV-pictogram weergegeven (zie de afbeelding hiernaast). Wanneer het signaal van de inverter aanwezig is, wisselt de tekst van de geselecteerde modus af met de tekst PV BOOST. Het product zal de ingestelde temperatuur (de hoogste van de twee waarden T SET POINT en T W PV) bereiken door middel van zowel alleen de warmtepomp als met het verwarmingselement (1000 W) tot 62 °C, en vervolgens met alleen het verwarmingselement (1500 W). Het signaal SIG2 moet minstens 5 minuten aanwezig zijn om de fotovoltaïsche functie te activeren (als het product eenmaal een cyclus begint, functioneert hij minstens 30 minuten). Als de parameter P18 actief is, wordt de functie P18 gedeactiveerd als de fotovoltaïsche functie automatisch geactiveerd wordt.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER Parameter P18 – Functie SG Als er een SG-signaal beschikbaar is, is het mogelijk de signaalkabel te verbinden zoals beschreven is in par. 4.5 afb.12 en functie P18 te activeren, zodoende verschijnt op het display het pictogram SG. Wanneer het signaal SIG2 minstens 5 minuten ontvangen wordt (wanneer het product eenmaal een cyclus begint, werkt het minstens 30 minuten lang), wisselt de tekst van de geselecteerde modus af met de tekst SG ON en wordt de huidige werkingswijze automatisch gewijzigd door het product thermostatisch op de ingestelde temperatuur te regelen (de hoogste van de twee waarden T SET POINT en T W PV) door middel van alleen de warmtepomp (max. 62°C). Als parameter P9 actief is, wordt de functie P9 gedeactiveerd als de SG-functie automatisch geactiveerd wordt. Parameter P19 – Fouten Dit is een alleen-lezen parameter die uitsluitend toegankelijk is voor de technische assistentie en de geschiedenis van de laatste 10 storingen toont. Het nummer (3 tekens) geeft de code van de opgetreden storing aan terwijl de onderste string het storingsnummer in chronologische volgorde vormt (max. 10 storing – nummer 10 is de storing die het laatst is opgetreden).
7.8 Antivriesfunctie
Wanneer het product gevoed wordt en er geen warm water wordt gevraagd, wordt, als de temperatuur van het water in het reservoir onder 5°C daalt, automatisch het verwarmingselement (1000 W) ingeschakeld om het water te verwarmen tot 16°C. Bij P8=3 wordt de functie vervuld door de aanvulling.
De Defrost-functie wordt geactiveerd wanneer de warmtepomp al minstens 20 minuten functioneert, de waargenomen luchttemperatuur onder 15°C ligt en de verdampertemperatuur snel afneemt. Wanneer de defrost-cyclus in werking is, wordt op het display het hiernaast afgebeelde pictogram weergegeven.
7.10 Aantal beschikbare douches
Het pictogram hiernaast geeft een schatting van het aantal douches dat kan worden genomen met de beschikbare hoeveelheid water. Een douche wordt gezien als: 40 l op 40°C. Druk de knop in om de waarde te zien.
7.11 Opsporen van fouten
Op het moment dat zich een storing voordoet, begint het display te knipperen en verschijnt de storingscode. De boiler zal warm water blijven produceren mits de storing slechts één van de twee verwarmingsgroepen betreft, en zal de warmtepomp of het verwarmingselement laten werken. Als de storing de warmtepomp betreft, verschijnt op het scherm het knipperende symbool “HP”. Als de storing het verwarmingselement betreft zal het symbool van het verwarmingselement gaan knipperen. Als de storing beide betreft zullen ze beide gaan knipperen. Als het product een storing zou signaleren, schakelt u het apparaat uit en weer aan met de ON/OFF-toets (nee batterijen); doet de foutsignalering zich opnieuw voor, dan dient u de technische assistentie te contacteren. LET OP: controleer de elektrische verbinding van de componenten met het moederbord en ga na of de NTC-sondes goed in hun behuizingen zitten, alvorens ingrepen te plegen op het product volgens de onderstaande aanwijzingen. Storing scode Oorzaak Werking Werking verwarmingselement warmtepomp Wat te doen Codering codes pompcircuit
OFF De component vervangen. OFF Het resterende gas herwinnen, vaststellen waar het lek in het koelcircuit zit en repareren; het circuit vacuüm zuigen en opnieuw vullen met 1300 gram koelgas.
Condensor compressorbedrijf:
Hoge NTC-sonde (warm water): kortsluiting of open circuit Middelste NTC-sonde: kortsluiting of open circuit Lage NTC-sonde (gebied verwarmingselement): kortsluiting of open circuit Lage NTC-sonde (gebied verwarmingselement): tussenkomst beveiliging (1e niveau) Lage NTC-sonde (gebied verwarmingselement): tussenkomst beveiliging (2e niveau) Zwerfstroomanode: kortsluiting Zwerfstroomanode: open circuit De bedrijfscondensor vervangen. Als de storing zich opnieuw voordoet, het OFF koelgas herwinnen en de compressor vervangen; het koelcircuit vacuüm zuigen en weer vullen met 1300 gram koelgas. OFF De component vervangen Het verdamperfilter en de luchtkanalen schoonmaken. OFF Als de storing zich opnieuw voordoet, controleren of aan de specificaties voor luchtkanalisering is voldaan. Controleren of aan de specificaties voor luchtkanalisering is voldaan. OFF Als de storing zich opnieuw voordoet, het verdamperfilter
luchtkanalen schoonmaken. De component vervangen. Als de storing zich opnieuw voordoet, 300 OFF OFF gram koelgas R134a aftappen uit het koelcircuit. De component vervangen. Als de foutsignalering opnieuw verschijnt: het resterende gas herwinnen, vaststellen OFF waar het lek in het koelmiddelcircuit zit en repareren; het circuit vacuüm zuigen en opnieuw vullen met 1300 gram koelgas. De spoel van de component vervangen. Als de signalering zich opnieuw voordoet, OFF het koelgas herwinnen en de component vervangen; het koelcircuit vacuüm zuigen en weer vullen met 1300 gram koelgas. Codering codes tapwatercircuit
De component vervangen. OFF OFF De component vervangen. OFF OFF Het moederbord vervangen. OFF OFF Het moederbord vervangen. OFF OFF OFF OFF De component vervangen. Controleren of er water in het product aanwezig is. Als de storing zich opnieuw voordoet, de component vervangen.
Bedrading moederborddisplay: geen communicatie Codering codes elektronisch circuit 15 minuten wachten alvorens het product te OFF OFF ontgrendelen met de ON/OFF-toets. OFF OFF De component vervangen. communicatiebedrading van moederbord-display vervangen. OFF OFF Als de storing opnieuw optreedt, het. moederbord en het display vervangen.
8. ONDERHOUD voor geautoriseerd personeel
WAARSCHUWING! Let op de algemene waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften die in de vorige leden en zich strikt aan de aanwijzingen daarin. Alle ingrepen en onderhoudsactiviteiten moeten door erkende installateurs worden uitgevoerd (installateurs die in het bezit zijn van de rekwisieten die door de geldende normen worden vastgesteld). Na gewoon of buitengewoon onderhoud is het raadzaam om het reservoir van het apparaat te vullen met water en het vervolgens helemaal leeg te maken, om eventuele resterende verontreinigingen te verwijderen.
8.1 Legen van het apparaat
U dient het apparaat te legen indien het lange tijd ongebruikt en/of in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. U dient het apparaat te legen indien het ongebruikt in een vertrek wordt geplaatst waar het mogelijk kan vriezen. Als dit nodig is kunt u het apparaat zoals volgt legen: schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet sluit de stopkraan af indien deze is gemonteerd. Als dit niet het geval is sluit u de hoofdwaterkraan af. open de warmwaterkraan (wastafel of badkuip) open de kraan op de veiligheidsgroep (voor landen die EN 1487 hebben overgenomen) of de kraan op de “T”verbinding, zoals beschreven in par. 4.4.
8.2 Normaal onderhoud
De gedeeltelijke verstopping van het verdamperfilter is de oorzaak van lagere prestaties van het product, daarom wordt geadviseerd om het filter zelf minstens eenmaal per jaar schoon te maken om stof of eventuele verstoppingen te verwijderen. Het filter kan naar buiten worden getrokken dankzij een clip boven de kappen (Afb. 7). Maak het filter schoon met water en neutrale zeep. Controleer of het externe eindstuk van de luchtafvoerbuis en de buis zelf niet verstopt of versleten zijn. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Controleer of de roosters en de kanalisering perfect schoon zijn.
8.3 Probleemoplossing
Probleem Mogelijke oorzaak Lage temperatuur ingesteld. Wat te doen De temperatuur voor het uitgaande water verhogen Op de display controleren of er fouten zijn en handelen op de in de Storing van de machine “Error”-tabel aangegeven wijze Geen elektrische aansluiting, De spanning op de voedingsklemmen controleren, controleren of de afgekoppelde of beschadigde kabels kabels in orde en aangesloten zijn Geen HC/HP-signaal (als het product Om de werking van het product te controleren, de “Boost”-modus geïnstalleerd is me de EDF- inschakelen: als de uitslag positief is controleren of het HC/HP-signaal Het uitgaande signaalkabel) van de gasmeter aanwezig is, controleren of de EDF-kabels in orde zijn water is koud of Storing van de timer voor het dubbele De werking van de gasmeter overdag/’s nachts controleren en controleren niet warm tarief (als het product met deze of de ingestelde tijd voldoende is voor de verwarming van het water genoeg configuratie geïnstalleerd is) controleren dat het apparaat zich niet in de “Voyage” programmeringsfase “Voyage”-functie ingeschakeld bevindt: in dit geval de functie uitschakelen “Program”-functie ingeschakeld Zorg ervoor dat niet om buiten te zijn van de programmeringsperiode Product uit De elektriciteitstoevoer controleren, het product inschakelen Gebruik van een grote hoeveelheid warm water wanneer het product zich in de verwarmingsfase bevindt Fout sonde Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER De elektrische voeding uitschakelen, het apparaat legen, de kous van de weerstand demonteren en de kalkaanslag aan de binnenkant van de ketel Het water is zeer Hoog niveau van kalkaanslag van de verwijderen: let erop om het glazuur van de ketel en de kous van de heet (met ketel en zijn onderdelen weerstand niet te beschadigen. Het product weer volgens de mogelijk damp oorspronkelijke configuratie in elkaar zetten: het wordt aangeraden om de uit de kranen) pakking van de flens te vervangen. Fout sonde Controleren of fout E5, ook onregelmatig, aanwezig is Luchttemperatuur buiten het bereik Element dat afhankelijk is van de weersomstandigheden Een lagere temperatuurparameter of een hogere parameter dan “Time W” Waarde “Time W” te laag instellen Installatie uitgevoerd met niet-conforme Het product voeden met een correcte elektrische spanning Verminderde elektrische spanning (te laag) werking van de Verdamper verstopt of bevroren De staat van reiniging van de verdamper controleren warmtepomp, Problemen met het circuit van de bijna Controleren of er geen foutmeldingen op de display weergegeven worden warmtepomp permanente Het minder dan dagen geleden dat: werking van de - Eerste ontsteking. elektrische -Wijziging van de parameter Time W. weerstand -Gebrek aan voeding bij afwezigheid van batterijen of met lege batterijen. Parameter P7 ingesteld op OFF en externe luchttemperatuur lager dan Parameter P7 op ON instellen 10°C. Onvoldoende Controleren of zich geen lekken in het circuit bevinden, controleren Lekken of verstopping van het warmwaterstroo of de deflector van de ingangsleiding van koud tapwater en de watercircuit toevoerleiding van warm water in orde zijn Als u het druppelen wilt vermijden moet u een expansievat installeren op Waterlekkage uit Het druppelen van water uit het systeem de afvoerinstallatie. het moet als normaal worden beschouwd Als druppelen tijdens de niet-verwarmende periode door blijft gaan, de overdrukmechan gedurende de verwarmingsfase. kalibratie van het instrument en de druk van de waterleiding controleren. isme Let op: Verstop nooit de afvoeropening van het systeem! De bewegende onderdelen van de externe eenheid controleren, de Toename van Aanwezigheid van verstoppende ventilator en de andere onderdelen reinigen die lawaai zouden kunnen het lawaai van elementen aan de binnenkant maken de externe eenheid De middels mobiele vergrendelingen aangesloten onderdelen controleren Trillen van enkele onderdelen (warmtepomp) en kijken of de schroeven stevig zijn aangedraaid Beschadiging of afkoppeling van de Controleren of de verbinding in orde is, de werking van de printplaten Problemen met verbindingskabels tussen de printplaat controleren de weergave of en de interfacekaart uitgaan van de Gebrek aan voeding bij afwezigheid van De elektrische voeding en de staat van de batterijen controleren, en display batterijen of met lege batterijen. laatstgenoemden indien nodig vervangen Vieze geur Zorgen voor een sifon. afkomstig van Afwezigheid van een sifon of lege sifon Controleren of het apparaat voldoende water bevat het product Abnormaal of Ongunstige omgevingsof overmatig installatieomstandigheden gebruik in Verdamper gedeeltelijk verstopt vergelijking met Niet-conforme installatie verwachtingen Overig Contact opnemen met de technische dienst
8.4 Normaal onderhoud t.b.v. de gebruiker
We raden u aan het apparaat om te spoelen na elk normaal of bijzonder onderhoud. Het overdrukmechanisme moet geregeld ingeschakeld worden om te controleren of het niet geblokkeerd is, en om eventuele kalkafzettingen te verwijderen. Controleer of de buis voor de condensafvoer niet verstopt is. Verifier de roosters en de luchtkanalen en reinig indien nodig. Als er batterijen worden gebruikt, moeten deze elk jaar of in het geval dat ze lekken worden vervangen. Zorg dat ze correct worden afgevoerd als afval en uitsluitend worden vervangen door 4 oplaadbare batterijen van het type NiMh, AA, 1,2V, minimaal 2100 mAh, minimaal 1000 oplaadcycli, min. werktemperatuur 55°C (gebruik batterijen uit de catalogus van de fabrikant van het product). Zorg dat de polariteiten in de batterijhouder in acht worden genomen zoals beschreven, zie afb. 1. Het apparaat moet worden getrokken wanneer u de batterijen te verwijderen.
warmtepompboiler – GEBRUIKSAANWIJZIGEN EN ONDERHOUD T.B.V. DE GEBRUIKER
8.5 Verwijdering van de boiler
Het apparaat bevat koelgas van het type R134a, wat niet in de atmosfeer mag geraken. Een definitieve uitschakeling van de boiler moet daarom door een bevoegde installateur worden uitgevoerd. Dit product is conform aan de Richtlijn WEEE 2012/19/EU. Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak op het apparaat of de verpakking ervan geeft aan dat het product aan het einde van de levensduur gescheiden van ander afval moet worden verzameld. De gebruiker moet de afgedankte apparatuur dus afgeven bij een geschikt gemeentelijk inzamelcentrum van elektrotechnisch en elektronische apparatuur. In plaats van het zelfstandige beheer is het ook mogelijk de af te danken apparatuur bij de dealer te brengen op het moment van aanschaf van een ander, equivalent apparaat. Bij dealers van elektronische producten met een verkoopoppervlak van minstens 400 m2 is het verder mogelijk om kosteloos, zonder enige verplichting tot aanschaf, afgedankte elektronische producten in te leveren met afmetingen van minder dan 25 cm. Een goede gescheiden afvalverwerking en daaropvolgend doorsturen van de afgedankte apparatuur voor milieuvriendelijke recycling, behandeling en verwerking dragen ertoe bij om mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen en bevorderen het hergebruik en/of de recycling van de materialen waaruit de apparatuur bestaat. Voor meer informatie over de beschikbare inzamelmogelijkheden dient u zich te wenden tot de gemeentelijke afvaldienst of tot de verkoper van het product. Het apparaat is niet voorzien van oplaadbare batterijen, maar als deze worden gebruikt moeten ze voordat het apparaat wordt afgedankt worden verwijderd en worden weggegooid in special verzamelbakken. De behuizing van de batterijen zit achter de frontale lijst.
Notice-Facile