A10 - Audioversterker PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis A10 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over A10 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audioversterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A10 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A10 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING A10 PIONEER
Dit produit voldoet aan de laagspanningsrichtlijn (73/23/EEC), de EMC-richtlijnen (89/336/EEC en 92/31/EEC) en de CE-markeringsrichtlijn (93/68/EEC).
WAARSCHUWING: VERMINDER DE KANS OP EEN ELEKTRISCHE SCHOK OF BRAND EN STEL HET TOESTEL NIET AAN REGEN OF VOCHT BLOOT.
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Pioneer produit.
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door zodat u het apparaat op de juiste wijze bedient. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u deze in de toekomst nogmaals nodig heeft.
Het is möglichk dat in bepaalde landen of gebieden de uitvoering van de netstekker en het stopkontakt verschilt van hetgeen in deze gebruiksaanwijzing is afgebeeld. De aansluitmethode en bediening� in dergelijke geallen beschuer precies hetzelfde.
INHOUDSOPGAVE
| KENMERKEN | 14 |
| INSTALLATIE | 15 |
| AANSLUITINGEN | 16 |
| VOORZIENGEN OP HET VOOR-/ACHTERPANEL | 18 |
| BEDIENING | 21 |
| IN GEVAL VAN PROBLEMEN | 23 |
| TECHNISCHE GEGEVENS | 25 |
KENMERKEN
■ Geavanceerde MOS eindversterker metrechtstreekse voeding
Pioneer introducert een hoogwaardig versterkingscircuit dat met geavanceerde MOS FET modules met een rechtstreekse voeding uitgerust is. Dit resulteert in betere prestaties. In combinatie met de originele Wide Range Linear Circuittechnologie van Pioneer doen ze het stroomverbruik dalen, terwijl hetzelfde vermogen als dat van de bestaande modellen beholden blijft.
Op het gebied van prestaties blijven de karakteristieken dankzij deze technologie neutraal over het hele geluidsspectrum. Bovendien is het freiendentiebereik groter, kannen ultrahoge frequencies veel nauwkeuriger weergegeven worden en wordt de lineariteit verbeterd.
Stabilisator
De stabilisator van de transformator en de stabilisatorbehuizing (bevestigd op het frame) zorgen voor een krachtig geluid.
Deversterkerheefteenuitgangsvermogen van 40W + 40W / 8 (DIN)
■ Breed-bereik lineair circuit
Toepassing van een/Newontworpen terugkoppelingscircuit metverbeterde stabilititeit waardoor eenvlakkeuitgangsimpedantie en stabiele aansturing van deluidspreakers over het gehele frekwentiebereik is verkreten.
Ontwerp met gering energieverbruik
Complementair stel condensatoren
Installer het toestel op een goed geventileerde plaat voor het Niet wordt blootgesteld aan hog temperaturen of vochtigheid.
Installee het toestel Niet op eenplaats waar het wordt blootgesteld aan direkte stralen van de zon of vlak bij verwarmingstoestellen of radiators. Te grote hitte kan een nadelige invloed hebben op de kast en interne componenten. Installatie van het toestel in een vochtige of stoffige omgeving kan leiden tot slechte werking of ongelukken. (Vermijd tevens plaatsing vlak bij kooktoestellen, enz., waar het toestel kan worden blootgesteld aan rook, stoom of hitte.)
Installer het toestel Niet op een onstabel of hellend oppervlak.
VENTILATIE
- Zorg dat u bij het installereren van dit toestel wat vrij ruimte rondon het toestel voor de ventilatie LAST (tenminste 60 cm boven, 10 cm awhile en 30 cm aan beiden kanten van het toestel). Indien er Niet voldoende ruimte tussen het toestel en de muur of het oppervlak is, zal er hitte in het toestel worden opgewekt die zich kan worden afgevoerd met een slechte prestatie of een onjuist functioren van het toestel tot gezolg.
- Plaats Niet op een dik tapijt, bed, bank of andere hoogpolige stoffen. Bedek Niet met een doek of ander materiaal.
Indien de ventilatie-openingen worden geblokkeerd, zal de temperatuur in het toestel stijgen waardoor het toestel Niet更是juist functioneert met möglichkbrand tot gevolg.
Pak het netsnoor beet bij de stekker. Trek de stekker er nicht uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoor met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoor, en klem het Niet vast. Maak er nooit een knoop in en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoren dienen zo te worden geleid dat er Niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoor kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoor af en toe. Wanneru de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een新模式noor te kopen.
ONDERHOUD VAN DE BUITENKANT
Maak gelebruik van een poetsdoek of een droge doeok om stof en vuil te verwijderen.
- Bij sterke verruiling, het vuil verwijdenen met een zachte doeck gedrenkt in een neutraal reinigingsmiddel opgelost in vijf of ces keer zoveel water, daarna weeer met een droge doeck afvegen. Maak geen gebruik van was of reinigingsmiddelen bestemd voor meubels.
Maak nooit gelebruik van verfverdunner, benzine, insekticiden en andere chemikalien om de apparatuur te reinigen, waar deze de afwerking zullen aantasten.
INSTALLATION
PLACERING
Gelieve de hoofdschakelaar uit te schakelen alvorens wijzigingen aan de aansluitingen aan te brengen.

1
Draai de kerndraad ineen.
Tvinna kärntrådarna.

2
①
Linkerkanaal /
Vänsterkanal
- Verwijder de plastic afscherming en draai de gezels van de kerndraad ineen.
- Draai de knop van de luidsprekeraansluiting los en steek de kerndraad van het luidsprekersnoer in de opening.
- Draai de knop van de luidsprekeraansluiting weeer aan om de kerndraad vast te zetten.
OPMERKING:
Zorg ervoor dat de kerndraad Niet uitsteekt en in aanraking komt met andere aansluitingen of draden. Als de kerndraten van verschillende snoeren in aanraking met elkaar komen, kannen de versterker en/of luidsprekers beschadigd raken.
Luidsprekerimpedantie
De aangesloten luidsprekers要去en een nominale impedantie tussen de 6 en 16 hebben.
AANSLUITEN VAN DE IN- EN
UITGANGSSNOEREN 2
Sluit de witte stekker ③ aan op het linkerkanaal (L) ① en de rode stekker ④ op het rechterkanaal (R) ② . Zorg ervoor dat de aansluiting van de stekkerseilig is.
ANSLUTNING AV
HÖGTALARLEDNINGAR
① Spanninguit/aan-schakelaar (POWER OFF/ON)
Met deze schakelaar worden het toestel aan en UIT geschakeld.
② Volumeregelaar (VOLUME)
Gebruik deze regelaar voor het instellen van het volumeniveau.
③ INPUT SELECTOR-knop
(INGANGSKEUZESCHAKELAAR) /verklikkers
Draai de knop recht som of linksom zodat het verklikkerlichtje voor de gewenste ingangsbron brandt.
Door de knop rechtsom te draaien, zal het volgende verklikkerlichtje rechts gaan branden en vice versa.
CD : Voor het afspelen van een compact disc met een CD-speler.
TUNER : Voor ontvangst van AM- of FM-uitzendingen met een tuner.
PHONO :Voor het afspelen van een plank met een platenspeler.
LINE :Voor het weergeven van een geluidsbron aangesloten op de LINE-ingangen.
TAPE 1/CD-R/MD: Voor de weergave met een cassettedeck, CD-recorder of MD-recorder die op de klemmen TAPE 1/CD-R/MD aangesloten is.
④ TAPE 2 MONITOR-toets/-indikator
Gebruik deze schakelaar wonneer er een apparaat voor geluidsbijregeling (zoals een grafiek-toonregeling, e.d) of een cassettedeck op de TAPE 2 MONITOR-aansluitingen is aangesloten.
Aan : De indicator brandt wonneer het apparaat voor geluidsbijregeling of het cassettedeck in gebruik is.
- Als er niets op de TAPE 2 MONITOR-aansluitingen is aangesloten of als deze aansluitingen Niet worden gebruikt, dient deze schakelaar in de OFF-stand te worden gezet. (Als de schakelaar is aangeschakeld (ON) is er geen geluidsweergave.)
- Als de TAPE 2 MONITOR-indicator brandt en de INPUT SELECTION knop Niet in de stand TAPE 1/CD-R/MD staat, worden de signalen die langs TAPE 2 MONITOR ingevoerd worden, langs TAPE 1/CD-R/MD REC OUT uitgevoerd.
FRAMSIDANS FUNKTIONER 3
① Strömbrytare av/pa (POWER OFF/ON)
Dient normala gesproken in de middenstand te staan. Stel de balans in als het geluid uiteén van de luidsprekers harder is. Als het geluid uit de rechterkant harder is, maar de linkerstand (L) draaien en als het geluid uit de linkerkant harder is, maar derechtsterstand (R) draaien.
OPMERKING:
Deze regelaar werkkt nicht wanner de DIRECT-toets in de "aan"-stand is gezet.
⑥ Direkt-toets/-indicator (DIRECT)
Gebruik.Deze toets wanner u het uitgangssignaal van een aangesloten geluidsbron Niet via de diverse bijregelingscircuits (zoals BASS, TREBLE, BALANCE, LOUDNESS)aat passeren.
Aan : De indicatorlicht op: Deuitgangssignalen van de geluidsbron die via de versterker-ingangen binnenkomen, worden zonder verdere bijregeling weergegeven. Het resultaat is een zuiver geluid met vlak frekwentieverloop, hetgeen een meer natururgetrouwe weergave van de geluidsbron is.
Uit : De indicator dooft: De uitgangsignalen van de geluidsbron, die via deversterker-ingangen binnenkomen, passeren de diverse bijregelingscircuits.
⑦ Loudness-toets/-indicator (LOUDNESS)
Gebruikdezetotoetswanneernaarengeluidsbronwordtgeluisterd bijeenlaagvolumeniveau.
Aan : De indicator brandt: De lage en hoge frekwenties worden versterkt weergegeven, ook bij een laag volumeniveau.
Uit : De indicator is uit: Gewoonlijk dient u deze toets indezestand te latent staan.
OPMERKING:
Deze toets werkst nicht wanner de DIRECT-toets in de "aan"-stand is gezet.
⑧ Hogetonenregelaar (TREBLE)
Gebruik deze regelaar voor het bijregelen van de hoge tonen. Met de regelaar in de middenstand (normaal) vindt geen bijregeling plaats. Bij het maar rechts draaien van de regelaar worden de hoge tonen meer benadrukt; bij het maar links draaien worden de hoge tonen zwakker weergegeven.
OPMERKING:
Deze regelaar werkkt nicht wanneer de DIRECT-toets in de "aan"-stand is gezet.
9 Lagetonenregelaar (BASS)
Gebruik deze regelaar voor het bijregelen van de lage tonen. Met de regelaar in de middenstand (normaal) vindt geen bijregeling plaats. Bij het maar rechts draaien van de regelaar worden de lage tonen更是 benadrukt; bij het maar links draaien worden de lage tonen zwakker weergegeven.
OPMERKING:
Deze regelaar werkkt nicht wanneer de DIRECT-toets in de "aan"-stand is gezet.
10 Hoofdtelefoonuitgang (PHONES)
Steek de stekker van de hoofdteefoon in deze uitgang wonneer u via de hoofdtelefoon wilt luisteren.
OPMERKING:
De luidsprekers blijven geluid weergeven zichs als de stekker van de koptelefoon in deze stekkeraansluiting zit.
Om het geluid van de luidsprekers uit te schakelen, moet u de SPEAKERS-knop op OFF (UIT) zetten.
⑪ SPEAKERS (ON/OFF)-knop/verklikker (LUIDSPREKERS)
Zet deze schakelaar in de "ON" stand, wonneur u wilt luisteren maar de luidsprekers die op de SPEAKERS-aansluitingen zijn aangesloten.
ON :De verklikker brandt. Het geluid worden weergegeven via het luidsprekersystem.
OFF :De verklikker dooft. Er worden geen geluid weergegeven via het luidsprekersystem. Zet de knop in deze stand bij het luisteren via de koptelefoon.
⑤ Balanskontroll (BALANCE)
① Aardaansluiting (GND) voor platenspeler
② Platenspeler-ingangen (PHONO)
③ Tuner-ingangen (TUNER)
④ CD-ingangen (CD)
⑤ Lijningangen (LINE)
⑥ TAPE 1/CD-R/MD REC (OUT)-uitgangen
⑦ TAPE 1/CD-R/MD PLAY (IN)-uitgangen
⑧ TAPE2MONITOR REC (OUT)-opname-uitgangen
⑨ TAPE 2 MONITOR PLAY (IN)-weergave-uitgangen
⑩ Luidsprekeraansluitingen (SPEAKERS) (rechtekanaal)
⑪ Luidsprekeraansluitingen (SPEAKERS) (linkerkanaal)
⑫ Netstroomaansluiting (AC INLET)
Sluit hier het netsnoer aan en steek de stekker in een stopkontakt of een netkontakt op de awhile de van de audiotimer. Het worden aangeraden om de stekker uit het stopkontakt te halen als u het toestel voor langereijd Niet gebruikt.
OPMERKING:
- Als u een ander snoer dan voorzien gebruikt, können we Niet aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele gevolgen ervan.
(Het meegeleverde snoer is geschikt voor een max. stroom van 2,5 A.)
BAKSIDANS FUNKTIONER 4
① Jorduttag for skiv spelare (GND)
② Skivspelaruttag (PHONO)
③ TUNER-uttag
④ CD-uttag
⑤ Linjeuttag (LINE)
⑥ Anslutting TAPE 1/CD-R/MD REC (OUT)
⑦ Anslutnng TAPE 1/CD-R/MD PLAY (IN)
Uttag für kassettdäck 2/adapter [TAPE 2 MONITOR REC (OUT)]
Uttag für kassettdäck 2/adapter [TAPE 2 MONITOR PLAY (IN)]
⑩ Hegtalaruttag (SPEAKERS) (höger kanal)
① Hegtalaruttag (SPEAKERS) (vänster kanal)
⑫ Vaxelströmsingång (AC INLET)
- Stel de VOLUME-regeling op de minimumstand.
- Zet de POWER-schakelaar in de ON stand.
- Druk de SPEAKER-schakelaar in de stand ON.
- Zet de BALANCE-regelaar in de middenstand.
- Zet de DIRECT-toets in de uitgeschakelde stand.
- Zet de TAPE 2 MONITOR-toets in de uitgeschakelde stand.
WEERGEVEN VAN EEN GELUIDSBRON
-
Zet de INPUT SELECTOR-knop (INGANGS-KEUZESCHAKELAAR) op de geluidsbron die u wenst wee tergeven.
-
Voor het afspelen van een compact disc: Zet de schakelaar op [CD].
- Voor ontvangst van AM/FM-uitzendingen: Zet de schakelaar op [TUNER].
- Voor het afspelen van een planta: Zet de schakelaar op [PHONO].
- Voor weergave van de geluidsbron aangesloten op de LINE- ingangen: Zet de schakelaar op [LINE].
- Voor de weergave van een cassette: zet de schakelaar op [TAPE1/CD-R/MD].
OPMERKING:
- Als u het geluid via de TAPE 2 MONITOR Niet wenstte controlleren,zet dan de TAPE 2 MONITOR op OFF.
-
Als u PHONO kiest worden het geluid gedurende enkele seconden gedempt.
-
Geef de gekozen geluidsbron weeR.
-
Stel het geluidsvolume met de volumeregelaar (VOLUME) op de versterker in.
- Regel de gewenste geluidssterkte van de lage en de hoge tonen resp. met de BASS (lagetonenregelaar) en de TREBLE (hogetonenregelaar) en de balans met de BALANCE-knop.
BANDOPNAMEN
- Kies het opneemtoestel met de INPUT SELEC-TOR-knop.
- Start de opname door de vereiste bedieningen op het opnametoestel en het cassettedeck uit te voeren.
Zie de gebruiksaanwijzing van het cassettedeck voor de procedure bij opnemen.
KOPIEREN VAN BANDOPNAMEN
Wonneer twee decks gelebrukt worden, bent u in staat het weergegeven geluid van een deck op het andere deck op te nemen.
Voorbeelden van gebruik:
- Make van een kopie waarvan de inhoud identiek is aan de originele cassette.
-
Bandmontage bij een opname van een FM-uitzending om ongewenste reklameboodschappen buiten de opname te houden, of opnemen van alleen het gewenste gedeelte op een ander cassettedeck.
-
Leg tapes in voor weergave (voorbespeelde tape) en opname (onbespeelde tape) in de desbeteffende tape-decks.
ANVÄNDNING
FÖRE ANVÄNDNING
- Justera VOLUME-kontrollen till minsta möjliga niva.
- Satt POWER-knappen i ON-lage.
- Tryck SPEAKERS-knappen till laget ON.
- Satt BALANCE-kontrollen i mittläge.
- Satt DIRECT-knappen i OFF-lage.
- Satt TAPE 2 MONITOR-knappen i OFF-läge.
AVSPELNING
2. Kies de kopieerrichting met de INPUT SELEC- TOR-knop en TAPE 2 MONITOR-knop.
- Bij het kopiernen van het cassettedeck aangesloten op de klemmen TAPE1/CD-R/MDaar het cassettedeck aangesloten op de TAPE2 MONITOR klemmen:plaats de INPUT SELECTOR knop in de stand TAPE1/CD-R/MD.
- Bij het kopiernen van het cassettedeck aangesloten op de klemmen TAPE2 MONITOR maar het cassettedeck aangesloten op de klemmen TAPE1/CD-R/MD:plaats de knop TAPE2 MONITOR in de stand ON en de INPUT SELECTIONKOR knop in een andere stand dan TAPE 1/CD-R/MD.
3. Start het kopiernen op de cassettecks.
Schakel het cassettedeck met de originele cassette (weergave) in de weergavefunktie en schakel het cassettedeck met de blanko cassette in de opnamefunktie.
GEBRUK VAN HET KOMPONENT AANGESLOTEN OP DE TAPE 2 MONITOR-AANSLUITINGEN
[Voor een cassettedeck]
- Wonneer op deze aansluitingen een cassettedeck worden aangesloten (opname en weergave),(Intukt u dit opdezelfde wijze gebruiken als het deck aangesloten op de TAPE 2 MONITOR-aansluitingen.
- Bij aansluiting van twee cassettedecks heeft u bovendien de mogelijkheid tot het kopiën van cassettes van het ene deck maar het andere (zie de paragraaf "KOPIEREN VAN BANDOPNAMEN").
1. Zet de TAPE 2 MONITOR-toets op ON.
2. Start de weergave (of opname) op het cassettedeck.
OPMERKING:
De bron die geselecteerd is met de INPUT SELECTOR-knop worden gedurende eenaarragen in het geheugen bewaard, zelfs als de vermogenknop (POWER- wordt uitgeschakeld of het netsnoor wordenuitgetrokken.
Na deutscheperiodezalautomatischCDgekozenwordenwanneer hetapparaatwordingeschakeld.
[Voor een adapter-komponent]
Door een grafische equalizer aan te sluiten,{kunnen geluidsbronnen (cd's,geluidsbanden,AM/FM-radio-uitzendingen enz.) worden beluisterd metaanvullende geluids-entoonregeling. Op het cassettedeck dat op de klemmen TAPE1/CD-R/MD aangesloten is,kunt u geluid opnemen dat met behulp van de adapter gecompenseerd is.
1. Zet de TAPE 2 MONITOR-toetsp ON.
2. Begin met weergave van de geluidsbron.
3. Maak de gewenste instellungen op het adapter-komponent.
OPMERKING:
U要去 deze bewerking uitvoeren met de spanningsschakelaar van de adapter in de ingeschakelde positie. Ook als u de adapter Niet gebruikt, moet de spanningschakelaar ingeschakeld blijven. Als de adapter is uitgeschakeld, worden geen geluid geproduced of za het weergavegeluid gestoord klinken.
Storingen worden vaak veroorzaakt door een verkeerd gebruik van het aparaat. Raadpleeg waar bij storingen eerst de onderstaande lijst. Het is eveneens möglichk dat het probleem veroorzaakt worden door een ander aangesloten component. Kontroleer waar ook de andere componenten en elektrische apparatuur.
Is het nicht möglichk om de storing aan de hand van de onderstaande lijst te verhopen, neem dan Kontakt op met een erkend PIONEER servicecentrum of uw dealer om het apparaat te latente repareren.
| Symptom | Waarschijnlijke oorzaak | Oplossing |
| Geen stroomvoorzieningaar het apparaat. | • De stekker van het netsnoer is Niet op een netuitgang aangesloten. • De stekker van het netsnoer van de versterker is in de netuitgang van een ander component (b.v. timer) gestoken dat Niet op het lichtnet is aangesloten. • De AC-INLET-stekker (netvoeding) isuitgetrokken. | • Steek de stekker van het netsnoer stevig in een netuitgang. • Schakel de andere componenten aan. • Steek de AC-INLET-stekker (netvoeding) volledig oprijkplaats (tot hij Niet meer verder kan) |
| Geen geluid. | • Aansluitsnoeren Niet aangesloten op aansluitpunten of slecht aangesloten. • De aansluitbussen of de penstekkers van de aansluitsnoeren zijn vuil. • De TAPE 2 MONITOR-toets is aangeschakeld (behalve bij gebruikvan een adapter-komponent). • De andere componenten worden Niet op de juiste wijze bediend. • De instelling van de ingangskeuzetoetsen komt Niet overeen met het weergave-komponent. • De SPEAKERS-knop staat op OFF. | • Sluit op de juiste wijze aan. • Maak de aansluitbussen en penstekkers schoon. • Schakel de TAPE 2 MONITOR-toetsuit. • Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen van de andere componenten. • Zet de knop in de juiste stand (CD, TUNER, PHONO, LINE, TAPE1/CD-R/MD). • Zet de knop op ON. |
| Geen geluid van een van de luidsprekers. | • De aansluitsnoeren of luidsprekersnoeren van de Niet werkende luidspreker�is losgeraakt. • De balansregelaar (BALANCE) is maar een kant gedraaid. | • Sluit de snoeren stevig aan. • Zet de balansregelaar (BALANCE) in de midden-stand. |
| Opnemen is Niet mogelijk. | • De aansluitingen zijn verkeerd gemaakt. • Het cassettedeck is Niet op de juiste wijze ingesteld. • De TAPE 2 MONITOR-toets is aange-schakeld. | • Sluit op de juiste wijze aan. • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het cassettedeck. • Schakel de TAPE 2 MONITOR-toetsuit. |
| Kopiernen van bandopnamen is Niet mogelijk. | • De INPUT SELECTOR-knop en de TAPE 2 MONITOR-knop staan in de verkeerde stand (bij het gebruik van 2 cassettedecks). • Het cassettedeck is Niet op de juiste wijze ingesteld. | • Zet de knop in de juiste stand (zie sectie KOIPIEREN VAN BANDOPNAMEN). • Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het cassettedeck. |
- Onregelmatige werkung van dit toestel kan worden veroorzaakt door statische elektricit, of andere storingen van buitenaf. Om het toestel wee normaal te latent werken, de spanning uit-en dan weer inschaken, of het netsnoer uit het stopkontakt trekken enervolgens er wee insteken.
FELSÖKNING
Kontinu uitgangsvermogen
(beide kanalen gegelijk uitgestuurd bij 20 Hz tot 20 kHz)* T.H.V. 0,1% , 8 Ω 30 W + 30 W
DIN-kontinu uitgangsvermogen
(beide kanalen gegelijk uitgestuurd bij 1 kHz) T.H.V. 1,0% , 8
Totale harmonische verrorming** 20 Hz tot 20 kHz, 15 W, 8 Ω. 0,08%*
- Bovenstaande uitgangsvermögen technische gegevens zijn van toepassing bij een voedingsbron van 230V.
Ingangsgevoeligheid/impedantie PHONO (MM) 2,8 mV/50 kCD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 200 mV/50 k
PHONO Maximale belasthaarheid 1 kHz, T.H.V. 0,1% (MM) 150 mV
Uitgangsnavau/impedantie TAPE 1 REC, TAPE 2 MONITOR REC . 200 mV/1 kΩ
Frekwentiebereik
PHONO (MM) 20 Hz tot 20 kHz, ±0,5 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 5 Hz tot 100 kHz, +0 dB*
Toonregelaars BASS. ± 8 dB (100 Hz) TREBLE. ± 8 dB (10 kHz)
Fysiologische toonregeling (met de volumeregelaar op -30 dB gezet) +6 dB (100 Hz)/+4 dB (10 kHz)
Signaal/ruisverhouding (IHF gesasseerd, A-network)
PHONO (MM, 5 mV ingangsspanning) 85 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 106 dB
Signaal/ruisverhouding
(DIN, kontinu uitgangsvermogen/50 mW)
PHONO (MM) 71 dB/67 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 91 dB/71 dB
Voeding/Diversen
Voedingsvereisten a.c. 220 - 230 V, 50/60 Hz
Stroomverbruik 80 W
Afmetingen (inklusief knoppen en andere uitstekende onderdelen) 420 (B) x 114 (H) x 307 (D) mm
Gewicht (zonder verpakking) 4,3 kg
Toebehoren
Netsnoer (nominale stroom 2,5 A) 1
Gebruiksaanwijzing 1
Garantiekaart 1
OPMERKING:
Wijzigingen zonder opgaaf in technische gegevens en ontwerp voorbehonden, met het oog op eventuele verbeteringen.
- Gemeten met de DIRECT-toets op "aan".
** Gemeten met de Audio Spectrum Analyzer.
TEKNISKA DATA
Förstärkardel
Kontinuierlig uteffekt (bada kanalerna drivna vid 20Hz till 20kHz)^ T.H.D. 0,1% 8 . 30 W + 30 W
DIN kontinuierlig uteffekt
(bàda kanalerna drivna vid 1 kHz)
T.H.D. 1,0%, 8 Ω. 40 W + 40 W
Total harmonisk distorsion** 20 Hz till 20 kHz, 15 W, 8 Ω 0,08%
- Ovanstäende uteffekt tekiska data gäller nar natspänningen ar 230V.
Ingångskänslighet/impedans
PHONO (MM) 2,8 mV/50 kΩ
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 200 mV/50 kΩ
Overbelastningsnivå, PHONO 1 kHz, T.H.D. 0,1% (MM) 150 mV
Utgangsniva/impedans TAPE 1 REC, TAPE 2 MONITOR REC 200 mV/1 kΩ
Frekvensgang
PHONO (MM) 20 Hz till 20 kHz, ±0,5 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR
5 Hz till 100 kHz, +0 dB
Tonkontroll BASS. ± 8 dB (100 Hz) TREBLE. ± 8 dB (10 kHz)
Loudnessfunktion (Ijudnivan i laget -30 dB) +6 dB (100 Hz)/+4 dB (10 kHz)
Signalbrusfürhallande (IHF kortslutet, A-nät)
PHONO (MM, 5 mV ingäng) 85 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 106 dB
Signalbrusfürhallande (DIN, kontinueregl effectiveness/50 mW)
PHONO (MM) 71 dB/67 dB
CD, TUNER, LINE, TAPE 1/CD-R/MD, TAPE 2 MONITOR 91 dB/71 dB*