HMR - Elektrische verwarming DIMPLEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HMR DIMPLEX in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HMR DIMPLEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HMR - DIMPLEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HMR van het merk DIMPLEX.
GEBRUIKSAANWIJZING HMR DIMPLEX
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u begint met de legwerkzaamheden!
1. Belangrijke aanwijzingen
- De verwarmingsleiderungen mogen elkaar nicht kruisen of raken.
- De buigstraal mag Nietkleiner zichn dan vijf maal de buitendiameter.
- De minimum legtemperatuur bedraagt + 5 °C.
Leg de verwarmingsleidingen nooit in of onder de isolatie. - De verwarmingsleidingen mogen nicht worden ingekort ofrechtstreeks worden aangesloten.
- De verwarmingsmattenogens nicht worden ingekort.
- Sluit de verwarmingsmatten algid parallel aan (geen serieschakeling!!!).
Leg de oppervlakte geheel vol met verwarmingsmatten, zodate er geen hiaten blijven.
U mag uitsluitend de koudeleidingen inkorten of verlungen.
Leg koudeleidingen en voelerleidingen in de overgang:tussen de muur en zwevende dekvloerplaten in een beschermbuis. - U verbindt de koudeleiders van verschidene matten algtd parallel in een verdeldoos in de wand.
- Belast de leidingkoppelingen nooit op trek (maximaal 120 N).
- Loopuitsluitend over de matten voorzover dat nodig is voor het leggen van de matten.
- Leg de vloertemperatuurvoeler in een beschermbuis die aan het ene einde is gesloten, opdat hij eventueel kan worden verrangen. Markeer de buis van de vloertemperatuurvoeler aan het aansluituiteinde (doos), zodat de inschuifdiepte is gedefiniereid.
- Leef de geldende KEMA-voorschriften en de technische aansluitvoorwaarden na.
- De gebruiker van onsze producten moet onder eigener verantwoordelijkheid beslissen over de geschiktheid van de gebruikte producten.
12) Ruwe beton
13) Vocht-/dampschem (bijvoorbeeld folie)
14) Warmte- en geluidsisolatie (eventueel twee lagen)
15) Afdekking bijvoorbeeld PE-folie
16) Verwarmingsmat (draagraster waar onderen)
17) Bevestigingspennen voor draagraster
18) Lastverdeellaag (dekvloer)
19) Randstrook, werkvermögen 10 mm
20) Hechtmittel voor vloerbedekking
21) Vloerbedekking
22) Voelerbuis voor vloertemperatuurvoeler
2. Structuur van de vloerverwarming
2.1 Vloer-bufferverwarming ofrechtstreekse vloerverwarming\*

* afhankelijk van opname per oppervlakte-eenheid, dekvloerdikte en hoofdregeling
2.2 Vloer-bufferverwarming met randzoneverwarming

NL
3. Warmte-isolatie
Reinig het betonoppervlak van grote verontreinigungen vór u de isolatie gaat leggen. Werk oneffenheden weg.
Leg in ruimten zonder kelder eronder een vochtschem, overeenkomstig DIN 4117. Trek het scherm aan de randen zo ver omhoog dat het boven de voltooide vloerconstructieuitsteekt. U要去 de afzonderlijke banen階段en of lijmen.
Plaats aan alle opgaande wanden, kolommen, deuroppeningen et cetera zonder onderbrekingen een 8 mm/DDke randisolatiestrook (uitzettingsvermogen minimaal 5mm ) die de horizontale uitzetting van de vloerconstructie opneemt. De randisolatiestrook要去hoog+zijn dat hij vanaf de betonvloer tot over de voltooide vloerconstructieuitsteekt. Het uitstekende deel worden verwijderd na het leggen van de vloerbedekking.
Leg de isolatieplaten met verspringende voegen; ze要去en het vlak geheel bedekken. Vul eventuele openings met isolatiekorrels.
Isolatielagen onder de verwarmingslaag要去en voldoen aan DIN 4108 en de{niewste isolatieverordeningen.
Leef de minimum geluidsisolatie-eisen overeenkomstig DIN 4109 na. Momenteel worden de volgende warmtetransmissiecoefficien ten k_U geeist:
k_U = 0,8W / (m^2K) bij eronder ligende soortgelijk verwarmde ruimten;
- k_U = 0.6 W / (m^2 K) bij eronder liggende soortgelijk, gedeeltelijk beperkt verwarmde ruimten;
- k_U = 0,35 W / (m^2 K) wonneer de vloer op de aarde rust of boven ruimten ligt met wezenlijk lagere binnentemperaturen of boven buitenlucht ligt.
De dikte van de isolatielaag is afhankelijk van de isolatiewaarde van de gebruike isolatie. U kurz isolatiematerialen van verschillende isolatieklassen gebruiken, teneinde de vereiste k_U -waarde te bereiken. De isolatiemateriaallagen moot bij een drukbelasting maximaal 5mm worden verdicht. Gebruik uitsluitend genormeerde isolatiematerialen overeenkomstig DIN 18154 en DIN 6165.
Dek de bovenste laag af met bijvoorbeeld een PE-folie van 0,2 mm dik, opdat de warmte-isolatie nicht vochtig worden van hetCCCCCC water van de dekvloer. Dit verhindert tegelijkertijd het ontstaan van mortelbruggen. De folie要去 bij de voegen circa 10 cm overlappen en要去 aan de zijkanten voor de randisolatiestroken omhoog worden getrokken, zodat hij over de voltooide vloerconstructieuitsteekt.
4. Verwarmingsmat
Montageklare verwarmingsmatten bestaan uit verwarmingsleideringen, die met behulp van plakstrozen meandervormig op een draagraster zich bevestigd. Twee koudeleideringen met kleurmarkering (blauw, zwart) zich voorzien van verbindsmoffen voor de aansluiting op het leidingnet. De verwarmingsmatten voldoen in hun uitvoering aan de norm DIN 44575 en+kunnenrechtstreeks worden gelegd op de warmte-isolatie die is afgedekt met een PE-folie.
De verwarmingsmat worden met het draagraster maar onderen op de PE-folie gelegd, om te voorkomen dat de verwarmingsleiding in de vloerisolatie zakt.
De gelebruekte verwarmingsleideringen zijn vervaardigd overeenkomstig DIN VDE 0253.
De verwarmingsleiding NH2 GMY-90 (zonder beschemvlechtwerk, Typ HM ... R) is beschemend geisoleerd en uitsluitend geschikt om in droge ruimten te worden gelegd.

Structuur van de verwarmingsleiding NH2 GMY-90
De verwarmingsleiding NH2 GYQUY-90 (met beschemend vleuchtwerk, Typ HM ... RS) is eveneens beschemend geïsoleerd, maar beschikt bovendien over een vertind beschemend vleuchtwerk met PVC-buitenmantel, en is geschikt om zowel in droge, als in vochtige als in natte ruimten te worden gelegd.

Structuur van de verwarmingsleiding NH2 GYQUY-90
Vloerverwarmingsmatten HM ... RS hunnen worden toegepast in baden en douches in combinatie met een FI-veiligheidsschakelaar (30 mA aftschakelstroom). Hij mag Niet onder douchevloeren worden gelegd.
NL
5. De verwarmingsmatten leggen
Vergelijk het legschema vór het leggen van de verwarmingsmatten met de bouwkundige situation. Los eventuele afwijkingen op met de leiding van de bouw. Dit mag Niet leiden tot een lagere verwarmingscapaciteit.
De verwarmingsmatten worden overeenkomstig het legschema zodanig gelegd, dat de koudeleiding-aansluitingen zo kort möglich bij de aansluitdoos liggen. De koudeleiders van de afzonderlijke matten worden in de aansluitdoos parallel met elkaar verbonden. Het beschermende vlechtwerk van de leiding (verwarmingmat HM ... RS)要去 worden aangesloten op de aardleiding.
De vorm van het te verwarmen oppervlakuit de tekening worden bereikt door het draagraster van de verwarmingsmat door te snijden op het voorziene draaipunt. Leg (door het dragervlechtwerk los te make) de oppervlakte geheel vol met verwarmingsmatten, zodate er geen hiaten blijven.

Het raster loshalen teneinde het verwarmingsoppervlak zich te leggen.
Op het snijpunt worden de verwarmingsleiding omgebogen, en worden de volgende baan parallel aan de eerste baan gelegd. U kunt dit proces desgewenst verschidene keren herhalen.
Lijn de verwarmingsmatten zodaniguit dat een nominale afstand van minimaal 5 cm tussen de verwarmingsleideringen worden aangehouden, en er voldoendeplaats over blijft om de koudeleideringen te leggen.

Afstand:tussen de verwarmingsleidingen
Leg geen verwarmingsmatten onder badkuipen, douchecabines, keukenblokken of soortgelijke objecten.
Breng de koudeleidingen zichwaartsaar de verwarmingsmatten in de waarvoor voorziene aansluitdozen.
Leg de restwarmtevoeler in het draabereik van de deur in een beschermbuis die aan een einde is gesloten, zDat hij binnen de verwarmde oppervlakken midden:tussen twee verwarmingsleidingen ligt (wandafstand circa 50~cm
Controleer vór en tijdens de werkzaamheden aan de dekvloer de verwarmingsmatten en voelers op hun waarstands- en isolatiewaarde. De isolatieweerstand van de verwarmingsmatten is in de levertoestand >10 MOhm.
Registrar alle meetresultaten in het testverslag.
Bij een ontbrekend testverslag vervalt de garantie!
5.1 Basisverwarming
Leg de verwarmingsmatten op de PE-folie, en bevestig ze met circa 5 kunststof nagels per ^2
Let erop dat de bovenste isolatielaag een thermische bestendigheid van 85^ bezit wanner de matten in de dekvloer worden gelegd, en een thermische bestendigheid van 90^ wanner de matten onder de dekvloer worden gelegd. De dikte要去 zodenig�at bij een storing de onderzijde Niet heter wordt dan 80^ . Breng de dekvloer in een werkgang aan.
5.2 Randzoneeverwarming
Leg de randzone-verwarmingsmatten vór buitenramen en buitendeuren circa 20 mm onder het dekvloeroppervlak tot maximaal 1 m ruimtediepte. De opname mag Niet hoger+zijn dan 250 W per vierkante meter.
Een combinatie van ruimtetemperatuurregelaar en vloertemperatuurbewaker regelt de temperatuur. Op deze wijze kut u de ruimte- en vloertemperatuur onafhankelijk van elkaar instellen, waar bij de vloertemperatuurvoeler van dethermostat als temperatuurbewaker functieert. Geadviseerde instelling voor de vloertemperatuurbewaker: 50^ (maximaal 60^ ).
De oppervlaktetemperatuur van de randzoneverwarming kan maximaal 35^ bedragen. Denk hieraan bij de keuze van de vloerbedekking. U kunt de vereiste warmtecapaciteit van de randzoneverwarming verrangen door een andere aanvullende verwarming.
5.3 Aanvullende verwarmingen
Rust ruimten met badkuip of douche (vanwege een hoger warmteverbruik en het meestal zeer geringe vrij vloeropppervlak) beslist uit met een aanvullende verwarming (wandconvector, warmtgolf-verwarmingsapparaat et cetera) overeenkomstig DIN 44576.
NL
6. De dikte van de dekvloer bepalen
6.1 Vloer-bufferverwarmingen
Bij vloer-bufferverwarmingen worden de warmte opgeslagen in de lastverdeellaag (dekvloer). U kunt de dikte bepalen met behulp van het nomogram (pagea 6). Gebruik een warmtedekvloer overeenkomstig DIN 18560.
Bij het leggen van vloerbedekking in de vom van plauuizen of steen teelt de dikte van de vloerbedekking mee voor de dikte van de dekvloer. Garandeer een temperatuurbestendigheid van de lastverdeellaag van minstens 90^ met betrekking tot de bestendigheid bij storingen van de installmentie.
6.2 Rechtstreekse vloerverwarming
Kies een zo dun möglichke dekvloer respectievelijk leg de verwarmingsmat zo hoog möglichk (circa 2 cm afdekking) om een korte opwarmtijd te garanderen. Leef de minimum dikte en minimum afdekking overeenkomstig DIN 18560 na.
7. Temperatuurregeling
7.1 Vloer-bufferverwarming
De regeling van de vloertemperatuur en daarmee ook de ruimtetelemperatuur geschiedt via de oplaadregelaar met vloertemperatuurvoeler. Stel de toelaatbare vloertemperatuur (voelertemperatuur) in op de oplaadregelaar. Deze bedraagt maximaal 60^ .
7.2 Rechtstreekse vloerverwarming
Een combinatie van ruimtetemperatuurregelaar en vloertemperatuurbewaker regelt de temperatuur van de ruimte. Stel de vloertemperatuurbewaker maximaal in op 45^ .
7.3 Vloertempering
Wanneer de verwarmingsmatuitsluitend dient voor vloertempering, worden de temperatuur geregold via een vloertemperatuurregelaar. Stel de vloertemperatuur (voelertemperatuur) maximaal in op 45^ .
8. Voegen
Voorafgaand aan de opzet en het aanbrengen van de dekvloer,要去en de metselaar voor de dekvloer en de installeur van de vloerverwarming het eens+zijn over het aantal,deplaats en deuitvoering van de expansievoegen.Het oppervlak van afzonderlijke dekvloervelden mag maximaal 40m^2 groot,zijn,waarbij de zijden Niet longer mogen zichn dan 8 m.

Uit elkaar geplaatste vlakken (bovenaanzicht)
1verwarmdvlak
2 expansievoeg
3 anderverwarmdvlak

Vlakken met kolommen et cetera (bovenaanzicht)
1 kolommen, buizen, steunen
2 schijnvoeg
3 verwarmd vlak
Plaats bij grotere of duidelijk uit elkaar geplaatste vlakken en in deuropedeningen expansievoegen.
Schijnvoegen zijn nodig waar zich binnen de dekvloervlakken vaste bouwelementen bevinden zoals buizen, kolommen of steunen.
Deze voegen dieren voor de opname van de materiaaalafhankelijkke krimp van de dekvloer. Leef voorts ook de productbladen van de nationale vereniging van bouwondernemingen na.
Bij grote dekvloervlakken is het onvermijdelijk om de koudeleidingen door expansievoegen te voeren. Leg de koudeleidingen in het voeggedeelte door twee concentrisch in elkaar gestoken stukken buis. De binnenste buis van de zo gezormde voegbrug heeft spel ing in axiale en radiale richting en kan krimp- en expansieprocessen van de dekvloervlakken opnemen zonder dat de koudeleidingen gevaar lopen.

Koudeleiding door een expansievoeg leggen
1 expansievoeg
4 koudeleidingen
2 verwarmd vlaK
5 binnenste buis
3 buitenste buis
Leg verwarmingsleidingen nooit door expansie- of schijnvoegen! Plaats de dekvloer overeenkomstig DIN 18353
Plaatsijdens het aanbrengen van de dekvloer alle apparatuur en gereedschappen op grote platen (betontriplex, isolatieplaten), teneinde de verwarmingsmatten nicht te beschadigen.
We adviseren dat de installmenteur toezicht houdt op het aanbrengen van de dekvloer, of dat hij het bedrijf dat de dekvloer aanbrengt hierover schriftelijk te informeren.
NL
9. Inbedrijfstelling
Meet na het uitdrogen van de dekvloer, maar vór het leggen van de vloerbedekking opnieuw de transmissie en isolatie aan alle verwarmingsmatten en aan alle vloertemperatuurvoelers. Realiser verrolgens de elektrische aansluiting en de inbouw van de besturingsen regelapparatuur.
Verwarm de dekvloer alkijd voór het leggen van de vloerbedekking. Verwarm de cementdekvloer ten vroegste na 21ragen, bij estrikvoeren ten vroegste na 7ragen, of overeenkomstig de geevens van de producent. Overleg het opwarmen in het voortraject met de metselaar die de dekvloer aanbrengt, en beschrijf het na de verrichtingen in het verslag.
Bij een vloer-bufferverwarming vindt de inbedrijfstelling bij voorkeur plaatsdoor een 7-daags automatisch opwarmprogramma, en overeenkomstig de gegevens van de metselaar respectievelijk producent van de dekvloer.
Bij een rechtstreekse vloerverwarming vindt de inbedrijfstellingplaats door op te warmen in tijdsintervallen van 30 minutes met ingeschakelde verwarming en 60 minutes metuitgeschakelde verwarming, en overeenkomstig de gegevens van de metelsaar respectievelijk producent van de dekvloer.
Stel de vloertemperatuur via de vloertemperatuurbewaker in op maximaal 45^ . Handhaaf deutscheinstalling 7 Tage. Daarna要去 het juiste gebruik worden gegardeerd via de besturingsen regelinstallatie.
10. Keuze en aanbrengen van de vloerbedekking
Als vloerbedekking zijn plavuizen, natuur- en betonsteen geschikt. U legt deze in een mortelbed of u hecht ze met een dunne laag van een geschikt hechtmiddel op de uitgeharde dekvloer.
U kurz ook textiele vloerbedekking, PVC, linoleum en parket aanbrengen, indien deze de aanduiding „geschickt voor vloerverwarming“ dragen. Hecht deze vloerbedekking met duurzaam elastische en warmtebestendige lijm (bestendigheid 50^ ), die geen bezwaren heeft voor de mens en geen verkeerde geur geeft.
Leef de maximum warmtetransmissiecoefficien't van 0,18m^2 K/W voor elke vloerbedekking na.
Overleg met name bij parket en laminaat met de metselaar die de vloerbedekking aanbrengt over de maximaal toelaatbare temperatuur van de vloerbedekking. Onder bepalde omstandigheden kan het gebruik van een extra vloertemperatuurbewaker vereist+zijn.
11. Documentatie van de vloerverwarming
Overhandig de eigenaar bij de oplevering van de installmentie de volgende documenten om te bewaren.
- Beschrijving van de structuur van de vloerverwarming.
Montagehandleiding.
Ingevuld testverslag. - Plaats van alle vloertemperatuurbewakers, vloertemperatuurvoelers en uitwendige voelers.
- Legschema metplaats van de stelvlakken en expansievoegen.
Bijlage
De belangrijkste, geldende normen, richtlijnen, wetten, verordeningen en productbladen.
Verwarmingstechniek
DIN 44574 Oplaadregeling
DIN 4701 Berekening van het warmteverbruik van gebouwen
Elektrotechniek
DIN VDE 0100 deel 410
Veiligheidsmaatregelen
DIN VDE 0100 deel 520
DIN VDE 0253 Geisoleerde verwarmingsleiderungen
Onderdelen van de vloerestructie
DIN 18164 Schuimkunststoffen en isolatiematerialen voor het bouwwezen
DIN 18165 Vezel-isolatiematerialen voor het bouwwezen
DIN 18560 Dekvloeren voor het bouwwezen
Algemene normen
DIN 4108 Warmte-isolatie in de hoogbouw
DIN 4109 Geluidsolatie in de hoogbouw
DIN 4117 Afdachten van bouwwerken
VOB Verbindingsvoorschrift voor bouwprestaties
DIN 18332 VOB, deel C: werkzaamheden voor natuursteen
DIN 18333 VOB, deel C: werkzaamheden voor betonplaten
DIN 18352 VOB, deel C: werkzaamheden voor plauuizen en panelen
DIN 18353 VOB, deel C: werkzaamheden voor dekvloeren
DIN 18365 VOB, deel C: werkzaamheden voor vloerbedekking
Wetten en verordeningen
Wet voor energiebesparing
Verordening voor warmte-isolatie
Verordening voor verwarmingsinstallaties
Productbladen, aanbevelingen, aansluitvoorwaarden
"keramische plauizen en platen, natureur- en betonsteen op verwarmde cementgebonden vloerconstructies".
,Elastische vloerbedekking, textiele vloerbedekking en parket op verwarmde vloerconstructies".
VDEW-aanbevelingen voor het aanbrengen van elektrische vloerverwarmingen.
TAB Technische aansluitvoorwaarden voor aansluitingen op het laagspanningsnet.
Nomogram
Onderstaand nomogram toont hoe u de dikte van de lastverdeellaag (dekvloer) voor vloerbuffer-verwarmingen kunt berekenen. Zie daartoe ook hoofdstuk 6 „De dikte van de delekvoer bepalen".
Normwarmtebehoefte per oppervlakte-eenheid: 80 W/m²
Aanvullende vrijgaveduur: 2 uu
Vloerbedekking: textiel
Constructie: zwaar
Berekende dikte van bufferlaag: circa 8 cm

| Tabel om de constructie te bepalen2) | ||
| Constructie | Massa van de ruimteomvattendevlakken in kg/m | Afbouwtechniek |
| licht | minder dan 400 | bijvoorbeeld hout, gipskarton, prefabUIS |
| zwaar | 400 - 1200 | bijvoorbeeld gasbeton, porisosteen |
| zeer zwaar | meer dan 1200 | bijvoorbeeld kalkzandsteen, beton, massievesteen |
| 2) volgens DIN 4701 deel 1 | ||
NL
Test- en opwarmverslag
Object:
Installatedatum:
Datum van inbedrijfstelling:
Installateur:
Datum:
Aanwijzingen voor het verwijderen
Het product mag Niet met het algemene huisvuil verwijderd worden.

Technische wijzigingen voorbehonden