SR 1000S P - Vloerreiniger NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SR 1000S P NILFISK in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vloerreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR 1000S P - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR 1000S P van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SR 1000S P NILFISK
Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduceerd zijn in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standaards.
GEBRUIKSAANWIJZING INLEIDING DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING Deze handleiding heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de veiligheid, de werking, het stoppen, het onderhoud, de vervangingsonderdelen en het verwijderen van de machine. De bedieners en bevoegde monteurs die met deze machine werken, moeten de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk-Advance voor meer uitleg.
BETREFFENDE PERSONEN Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine. De bedieners mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilfisk-Advance is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.
OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING De instructiehandleiding moet in een geschikte envelop bij de machine worden bewaard. Er mogen geen vloeistoffen of andere materialen bij komen zodat de handleiding goed leesbaar blijft.
BEWIJS VAN CONFORMITEIT In afbeelding A wordt de documentatie getoond die bewijst dat de machine voldoet aan de geldende bepalingen van de wet. OPMERKING Twee kopieën van de oorspronkelijke EG verklaring van overeenstemming zijn verstrekt samen met de machinedocumentatie.
IDENTIFICATIEGEGEVENS Het serienummer en het model van de machine staan op het plaatje (1, Afb. U) op het chassis en zijn vanaf de binnenzijde leesbaar door de motorkap van de machine (4) te openen. Het productiejaar van de machine is weergegeven in de CE-aanduiding. Het productiejaar kan ook worden afgeleid van de eerste twee cijfers van het serienummer van de machine. Het serienummer en model van de benzinemotor staan op de posities (2 en 3, Afb. U). Deze informatie is nodig als u vervangingsonderdelen voor de machine bestelt. Gebruik de onderstaande ruimte om de identificatiegegevens van de machine en de motor op te schrijven.
Model MACHINE Serienummer MACHINE ModelMOTOR SerienummerMOTOR ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN Handleiding van de benzinemotor, bij de uitrusting van de machine, vormt een integraal deel van deze handleiding. Daarnaast zijn de volgende handleidingen leverbaar: – Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine) – Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk-Advance)
VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD Als er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij de servicecentra van Nilfisk-Advance laten uitvoeren. Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt. Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk-Advance, zorg dan dat u het model en het serienummer altijd bij de hand heeft.
MODIFICATIES EN VERBETERINGEN Nilfisk-Advance streeft naar een constante perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine. Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk-Advance.
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING VEILIGHEID De volgende symbolen worden gebruikt om mogelijk gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen. Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is effectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.
GEBRUIKTE SYMBOLEN GEVAAR! Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk afloop voor de bediener aan. LET OP! Dit symbool geeft een mogelijk risico op persoonlijk letsel aan. WAARSCHUWING! Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door.
OPMERKING Dit geeft aan dat de bedienershandleiding moet worden geraadpleegd voordat er een handeling wordt uitgevoerd.
Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen.
Verwijder de contactsleutel uit de contactschakelaar voordat u onderhouds-/reparatiewerkzaamheden uitvoert. Deze machine mag alleen worden gebruikt door speciaal opgeleid en bevoegd personeel. De machine mag niet worden gebruikt door kinderen of mensen met een handicap. Wanneer u in de buurt van bewegende onderdelen werkt, moet u alle sieraden afdoen. Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen.
146 1960 000(2)2006-06 A Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig zijn. Let op: de brandstof is zeer licht ontvlambaar. Rook niet en houd open vuur uit de buurt van het gebied waarin de motor wordt bijgevuld of brandstof wordt opgeslagen. Vul de brandstof niet verder bij dan tot de markering (1, Afb. T) voor het maximale niveau. Controleer na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is afgesloten. Wanneer er tijdens het tanken brandstof naar buiten loopt, moet u alle brandstof verwijderen en de dampen laten oplossen voordat u de motor start. Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen niet inademt. Hou buiten bereik van kinderen. Laat de motor niet meer dan 20° kantelen; als de motor verder wordt gekanteld, kan er brandstof uit de tank lopen. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een giftig, reukloos en kleurloos gas. Zorg dat u het niet inademt. Bewaar de motor niet op een afgesloten plaats. Zet geen voorwerpen op de motor. Schakel de motor uit voordat u er werkzaamheden aan uitvoert. Om te voorkomen dat de motor per ongeluk aan gaat, moet u altijd het dopje van de bougie ontkoppelen.
Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door. Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine. Laat de machine nooit onbeheerd staan met de sleutel in de contactschakelaar en controleer altijd of de machine niet uit zichzelf kan bewegen. Gebruik de machine niet op een ondergrond met een hellingsgraad die hoger is dan op de machine staat aangegeven. Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of bijtende materialen. Gebruik geen perslucht voor de algemene reiniging van de machine. Gebruik de machine niet in bijzonder stoffige ruimten. Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen, met name kinderen, in het werkgebied van de machine bevinden. Zet geen flessen vloeistof op de machine. De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0°C en +40°C liggen. De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0°C en +40°C liggen.
GEBRUIKSAANWIJZING – –
De vochtigheidsgraad moet tussen 30% en 95% liggen. Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als bij stilstand. Gebruik de machine niet als vervoermiddel. Laat de borstels niet werken als de machine stilstaat om schade aan de vloer te voorkomen. Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water. Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen. Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan. Verwijder de beschermingsdelen van de machine nooit met de hand; hou u nauwkeurig aan de instructies voor normaal onderhoud. Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine. Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum. Vraag bij vervanging van onderdelen om ORIGINELE vervangingsonderdelen bij een bevoegd leverancier en/of bevoegde detailhandelaar. Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werking van de machine moet het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding wordt aangegeven voor bevoegd personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd. Laat de machine als hij wordt afgedankt niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (olie, kunststof materialen, etc.). Deze moeten volgens de voorschriften naar de daarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie het hoofdstuk Verwijdering). Bij normaal gebruik veroorzaken de trillingen van de machine geen gevaarlijke situaties. Het trillingsniveau van de machine is minder dan 2,5 m/s2 (98/37/EEG-EN-1033/1995-EN 1032). Tijdens de werking van de motor wordt de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen. Laat de motor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controleer het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontaal staat.
Laat de motor nooit zonder luchtfilter draaien, omdat dit schade kan veroorzaken. Technische werkzaamheden aan de motor moeten altijd door een bevoegd dealer worden uitgevoerd. Gebruik voor de motor alleen originele vervangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen.
LET OP! Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit. Adem geen uitlaatgassen in. Gebruik alleen in afgesloten ruimten met voldoende ventilatie en wanneer er een tweede persoon aanwezig is.
VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING Controleer bij aflevering van de machine zorgvuldig of de verpakking en de machine niet zijn beschadigd tijdens het transport. Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen. Controleer altijd of de volgende onderdelen bij uw machine zijn geleverd: – Gebruiksaanwijzing van de veegmachine – Handleiding van de benzinemotor – Catalogus met vervangingsonderdelen – Zekering nr.1 van 50 A
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING BESCHRIJVING VAN DE MACHINE BUITENZIJDE (ALGEMEEN)
Deze veegmachine is ontwikkeld en gebouwd voor de reiniging (door middel van borstelen en aanzuiging) van gladde, solide vloeren in privé- en bedrijfsruimten, en voor het verzamelen van stof en kleine vuildeeltjes en wel onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener.
ALGEMENE OPMERKINGEN Alle verwijzingen naar voorwaarts en achterwaarts, vóór en achter, rechts en links in deze handleiding zijn vanuit de bediener in zijn rijpositie met de handen op het stuur bekeken (1, Afb. C).
BEDIENINGSPANEEL EN KNOPPEN (Zie Afb. B) 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bedieningspaneel links Contactschakelaar Urenteller Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal Schakelaar filterschudder Schakelaar voor activering van extra contact voor handmatige aanzuiging (optioneel) 7. Schakelaar voor inschakeling bedrijfsverlichting (optioneel) 8. Noodknop 9. Bevestigingsschroeven panelen 10. Bedieningspaneel rechts 11. Stelhendel voor kanteling van stuurkolom
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 7a. 7b. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40.
146 1960 000(2)2006-06 A Stuur Controle- en bedieningspaneel Bedieningshendel voor inschakelen/uitschakelen aanzuiging Hendel voor het omhoog/omlaag brengen van de zijborstels Pedaal voor voorwaartse/achterwaartse beweging Servicerempedaal Hendel voor parkeerrem (reageert op het voorwiel) Rem ingeschakeld Rem uitgeschakeld Pedaal voor omhoog brengen voorflap Opbergvak Motorklep Achterwielen op vaste as Voorwiel voor aandrijving en aansturing Zijborstel rechts Zijborstel links Hoofdborstel Zijflap links Zijflap rechts Voorflap Achterflap Afvalcontainer Haak afvalcontainer Handgreep voor afvalcontainer Linkerklep van de hoofdborstel Stelhendel links voor hoogte hoofdborstel Stelhendel rechts voor hoogte hoofdborstel Rechterklep van de hoofdborstel Bevestigingsschroeven rechterklep van de hoofdborstel Zwaailicht (altijd in werking met de contactschakelaar op “I”) (optioneel) Bestuurdersstoel met beveiligingsmicroschakelaar Extra contact voor de handmatige aanzuiger (optioneel) Stuurkolom kantelbaar naar voren en naar achteren Bedrijfsverlichting (optioneel) Stelhendel voor hoogte zijborstels Bedieningshendel voor lengteverplaatsing van de stoel Handmatige aanzuiging (optioneel) Brandstoftankdop Toegangsruimte voor brandstofkraantje en startmechanisme bij koude motor Uitlaat motor Ventilatierooster motor Blokkeerring stelhendel voor hoogte zijborstels
GEBRUIKSAANWIJZING RUIMTE ONDER DE KLEP (Zie Afb. U) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
Plaatje met serienummer / technische gegevens / CE-markering Model motor Serienummer motor Motorklep (open) Steunstang van de motorkap Benzinemotor Bougie Startmechanisme voor koude motor Kraantje voor openen/afsluiten brandstoftoevoer Brandstofreservoir Brandstoftankdop Luchtfilter motor Gashendel (geijkt door de fabrikant: deze mag niet met de hand worden aangeraakt of worden gebruikt om het toerental van de motor te wijzigen!) Dop voor bijvullen en controleren oliepeil van de motor Aftapdop motorolie Riem motor Riem hoofdborstel Riemschijf van de hoofdborstel Aanzuigventilator Demper motor Accu’s Accudoppen Kastje met smeltzekeringen (services) Thermische zekering aandrijfsysteem Startmotor en dynamo Handmatige aanzuiging (optioneel) Schakelaar voor voorwaartse beweging van de machine Aansluitschema's voor accu's Zekering dynamo
Breedte van de machine (zonder zijborstels) Hoogte (stuur met knop)
Breedte van het reinigingsvlak (met zijborstels)
Afmetingen hoofdborstel
Totaalgewicht machine (met accu's) Maximale snelheid (voorwaarts/achterwaarts) Maximale hellingshoek
Reiniging per uur (met hoofdborstel en zijborstels)
OPMERKING Zie voor de overige gegevens/waarden van de benzinemotor de betreffende gebruikershandleiding. Aanzuiging en stoffiltering Stoffilter (een zijkant) Inschakeling filterschudder
Reiniging per uur (met hoofdborstel)
Startmechanisme voor koude motor
284,31 kg 5,5 km/u/4,4 km/u
Inhoud afvalcontainer
Specifiek verbruik brandstof
Voorwiel voor aandrijving en aansturing
Afmetingen zijborstel
(Zie Afb. V) Kraantje voor openen/afsluiten brandstoftoevoer
Waarden 3 m2 Elektrisch
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING Elektrische installatie (Zie afb. X) BAT: BE1: BLK: BZ1: EB1: EB2: ES0: ES1: ES2: ES3: FC: FT: F1: F2: F3: F4: F5: HM: HN1: K1: L1: M1: M2: M3: M4: M5: M6: P1: R1: SPK: SWC: SWS: SW1: SW2: SW3: SW4: SW5: SW6:
Accu's 24 V Zwaailicht Frame motor Akoestisch signaal bij achteruitrijden Elektronische installatie voor opladen accu's Elektronische installatie aandrijfsysteem Startrelais Schakelaar motor Relais filterschudder Relais aanzuiging (optioneel) Zekering dynamo (50 A) Zekering aandrijfsysteem Zekering algemeen (circuit contactschakelaar) (10 A) Zekering filterschudder (25 A) Zekering handmatige aanzuiging (40 A) (optioneel) Zekering services (15 A) Zekering zijborstels (10 A) Urenteller Akoestisch waarschuwingssignaal Contactschakelaar Bedrijfsverlichting (optioneel) Startmotor en dynamo Motor aandrijfsysteem Motor filterschudder Motor zijborstel rechts Motor zijborstel links Motor handmatige aanzuiging (optioneel) Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal Potentiometer aandrijfsnelheid Bobine (bougie) Beveiligingsschakelaar opening motorklep Noodknop Schakelaar handmatige aanzuiging (optioneel) Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel Microschakelaar voorwaartse/achterwaartse beweging Microschakelaar zijborstels Schakelaar aandrijfsysteem Schakelaar bedrijfsverlichting
ELEKTRISCHE BESCHERMINGEN Onder de motorkap (10, Afb. C) zitten de volgende zekeringen: – Deze zekeringen kunnen opnieuw worden gebruikt door op de uitstekende knop te drukken: • aandrijfsysteem (24, Afb. U) – Smeltzekeringen beschermd door transparante kunststof afdekking ter bescherming van de aangegeven stroomkringen: (23, Afb. U, vanaf boven): • F1 (10 A): algemeen (stroomkring contactschakelaar) • F2 (25 A): motor filterschudder • F3 (40 A): handmatige aanzuiging (optioneel) • F4 (15 A): services • F5 (10 A): motoren zijborstels • F6 (25 A): reserve • F7 (15 A): reserve • F8 (10 A): reserve (29, Afb. U): • FC (50 A): dynamo
ACCESSOIRES / OPTIES Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine: – Hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de standaardborstel – Stoffilter in antistatisch polyester en in polyester BIA C – Handmatige aanzuiging – Bedrijfslampje – Zwaailicht – Flaps van verschillende materialen Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met uw leverancier.
Kleurcodering: BK: BU: BN: GN: GY: OG: PK: RD: VT: WH: YE:
Zwart Blauw Bruin Groen Grijs Oranje Roze Rood Paars Wit Geel
146 1960 000(2)2006-06 A
GEBRUIKSAANWIJZING GEBRUIK
LET OP! Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden: – GEVAAR! – LET OP! – WAARSCHUWING
– OPMERKING WAARSCHUWING! Wanneer de motor met de contactschakelaar (2, Afb. B) wordt gestart, mag u het gaspedaal (5, Afb. C) niet indrukken. WAARSCHUWING! U kunt de motor niet starten wanneer de motorkap (10, Afb. C) is geopend. Een veiligheidssysteem voorkomt dan dat er kan worden gestart.
Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van de symbolen op deze plaatjes goed kennen. Dek de plaatjes niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn.
WAARSCHUWING! Als de motor werkt, draait de hoofdborstel, maar de zijborstels staan stil als ze omhoog zijn gebracht. Als de motor werkt, is ook de aanzuigventilator altijd in werking.
VOOR HET STARTEN VAN DE MACHINE
WAARSCHUWING! Controleer of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normaal zijn. Controleer of de afvalcontainer (20, Afb. C) goed is gesloten. Als de machine na het transport nog niet is gebruikt, moet u eerst controleren of alle blokken en blokkeermiddelen die bij het transport zijn gebruikt wel zijn verwijderd.
Vul eventueel brandstof bij door de dop (36, Afb. C) los te draaien; wanneer dit lastig gaat, kunt u gemakkelijker bij de dop (36) komen door de stoel (29) naar voren te zetten met de stelhendel (34).
WAARSCHUWING! Vul de brandstof niet verder bij dan tot de markering (1, Afb. T) voor het maximale niveau. 2.
Open de motorkap (10, Afb. C) en draai het brandstofkraantje (1, Afb. V) open. Sluit daarna de motorkap.
Starten van de machine
Ga op de bestuurdersstoel (29, Afb. C) zitten. U kunt de hendel (11, Afb. B) naar voren draaien en de stuurkolom (31, Afb. C) naar voren kantelen om beter op de machine te kunnen stappen. Draai de hendel (11, Afb. B) naar voren en stel de kanteling van de stuurkolom (31, Afb. C) naar voren of naar achteren af. Laat de hendel (11, Afb. B) los en vergrendel de de stuurkolom. Zet het startmechanisme voor een koude motor (1, Afb. W) alleen bij zeer lage temperaturen in de gesloten stand (2), zonder de motorkap (10, Afb. C) te openen maar door uw hand in de ruimte (37, Afb. C) te steken.
Schakel het startmechanisme voor een koude start (1, Afb. W) uit als de motor 5 seconden draait, zonder de motorkap te openen (10, Afb. C), maar door uw hand in de ruimte (37, Afb. C) te steken. Schakel de parkeerrem als volgt uit: – druk het pedaal (6, Afb. C) in en zet de hendel (7, Afb. C) van de stand (7a) in de stand (7b); – laat het pedaal (6) los. Ga op de werkplek zitten en start de machine met de handen op het stuur (5, Afb. C). Druk op het voorste deel van het pedaal om de machine voorwaarts te bewegen en op het achterste deel om de machine achterwaarts te bewegen. De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal (5, Afb. C). OPMERKING De stoel (29, Afb. C) is uitgerust met een veiligheidssensor waardoor de machine alleen via het pedaal (5, Afb. C) kan worden verplaatst als de bediener op de bestuurdersstoel zit.
DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN 1.
Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op 'II' en start de motor. Als de motor start, moet u de contactschakelaar meteen loslaten.
Schakel de aanzuiging in met de hendel (3, Afb. C). Breng de zijborstels (13 en 14, Afb. C) omlaag door de hendel (4) omlaag te zetten. OPMERKING De zijborstels (13 en 14, Afb. C) kunnen ook als de machine beweegt omlaag en omhoog worden gebracht. De zijborstels draaien niet als ze omhoog zijn gebracht. Ze draaien alleen als ze omlaag zijn gebracht.
10. Als u met de veegwerkzaamheden wilt beginnen, manoeuvreert u het stuur (1, Afb. C) met uw handen en drukt u op het pedaal (5) om de machine te verplaatsen.
Laat het pedaal (5, Afb. C) los om de machine te stoppen. Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (6, Afb. C) in. Als u de machine in een noodgeval meteen stil wilt zetten, drukt u op de noodknop (8, Afb. B). Om de noodknop (8) na de activering uit te schakelen, draait u de schakelaar met de klok mee. Als u de zijborstels (13 en 14, Afb. C) wilt stoppen, brengt u ze omhoog door middel van de hendel (4). Als u de hoofdborstel (15, Afb. C), de aanzuigventilator (19, Afb. U) en de motor wilt stoppen, zet u de contactschakelaar (2, Afb. B) in de stand '0'. Schakel de parkeerrem als volgt in: – druk het pedaal (6, Afb. C) zo ver als nodig in en blokkeer de rem door de hendel (7, Afb. C) van de stand (7b) in de stand (7a) te zetten; – laat het pedaal (6) los. Open de motorkap (10, Afb. C) en sluit het brandstofkraantje (1, Afb. V). Sluit daarna de motorkap.
MACHINE IN BEDRIJF 1. 2.
Zorg dat u niet te lang op een plaats blijft staan met de machine terwijl de borstels draaien: dan kunnen er markeringen op de vloer achterblijven. Bij het verzamelen van lichte, maar omvangrijke stukken moet u de voorflap door middel van de hendel (8, Afb. C) omhoog brengen. Let op: als de voorflap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit van de machine kleiner. WAARSCHUWING! Als u op een natte ondergrond werkt, moet de aanzuiging door middel van de hendel worden uitgeschakeld om het stoffilter te beschermen (3, Afb. C).
Voor een goed veegresultaat moet het stoffilter altijd zo schoon mogelijk zijn. Voor reiniging tijdens het vegen schakelt u de aanzuiging uit met de hendel (3, Afb. C) en drukt u even op de schakelaar voor de filterschudder (5, Afb. B). Als het filter is gereinigd, schakelt u de aanzuiging weer in met de hendel (3, Afb. C). Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in het te reinigen gebied). OPMERKING Als het stoffilter verstopt en/of de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil meer verzamelen.
146 1960 000(2)2006-06 A Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de afvalcontainer (20, Afb. C) vol is, moet u deze legen (zie hiervoor het volgende deel). WAARSCHUWING! De benzinemotor heeft een alarmsysteem dat schade aan de motor zelf voorkomt als er niet genoeg olie in het carter zit. Voordat het oliepeil in het carter onder het veilige niveau komt, stopt het alarmsysteem automatisch de motor.
DE AFVALCONTAINER LEGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Stop de machine en laat het gaspedaal los. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”. Haal de haak (21, Afb. C) los door aan het kortste uiteinde te trekken. Verwijder de afvalcontainer (20, Afb. C) met de hendel (22) en leeg deze in de juiste containers. Plaats de afvalcontainer weer terug en zet deze vast met behulp van de haak (21). De machine is weer klaar voor gebruik.
NA GEBRUIK VAN DE MACHINE Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen uitvoeren voordat u machine achterlaat: 1. Breng de zijborstels omhoog met behulp van de hendel (4, Afb. C). 2. Schakel de aanzuiging uit met de hendel (3, Afb. C). 3. Schakel de filterschudder in door middel van de schakelaar (5, Afb. B). 4. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0” en verwijder de sleutel. 5. Sluit het brandstofkraantje (1, Afb. V) via de ruimte (37, Afb. C). 6. Leeg de afvalcontainer (20, Afb. C) (zie de instructies in het vorige deel). 7. Schakel de parkeerrem als volgt in: – druk het pedaal (6, Afb. C) zo ver als nodig in en blokkeer de rem door de hendel (7, Afb. C) van de stand (7b) in de stand (7a) te zetten; – laat het pedaal (6) los.
DUW-/TREKBEWEGING VAN DE MACHINE Voor duw- of trekbewegingen van de uitgeschakelde machine gaat u als volgt te werk: 1. Doe de motorkap omhoog (10, Afb. C). 2. Zet de schakelaar (27, Afb. U) op '0' en sluit de motorklep (10, Afb. C) weer. 3. Duw of trek de machine. 4. Na de duw-/trekbeweging van de machine zet u de schakelaar (27, Afb. U) weer op 'I'.
GEBRUIKSAANWIJZING LANGE PERIODE VAN STILSTAND ONDERHOUD Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren: 1. Controleer of de opbergruimte van de machine schoon en droog is. 2. Ontkoppel de minpool van de accu’s (21, Afb. U). 3. Zet de machine iets omhoog zodat de flaps, de hoofdborstel en de wielen de grond niet raken. 4. Behandel de benzinemotor zoals wordt beschreven in de betreffende handleiding.
De levensduur van de machine en de optimale veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven perioden zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud.
EERSTE GEBRUIKSPERIODE Na de eerste 8 uur moet u de bevestiging van alle bevestigings- en aansluitingsorganen van de machine controleren. Controleer of de zichtbare onderdelen intact zijn en geen lekkage vertonen. Na de eerste 20 bedrijfsuren of na de eerste maand moet de olie van de motor worden ververst (zie de betreffende handleiding).
LET OP! De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd bij een uitgeschakelde machine (sleutel verwijderd uit de contactschakelaar) en, als hierom wordt gevraagd, met ontkoppelde accu's. Lees altijd alle instructies in het deel Veiligheid. Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum. In deze handleiding worden alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudswerkzaamheden beschreven. OPMERKING Zie voor de procedures voor de andere onderhoudswerkzaamheden in het onderhoudsschema voor gewoon en buitengewoon onderhoud de handleiding voor de benzinemotor en de werkplaatshandleiding die bij de verschillende servicecentra ligt.
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING ONDERHOUDSSCHEMA Procedure
Controle van het peil van de vloeistof in de accu's
Eerste maand of na de Elke 50 eerste 29 uur uur (1) (1)
Controle van het motoroliepeil
Controle van het luchtfilter van de motor
Controle van de hoogte van de zij- en hoofdborstels Reiniging en controle van de integriteit van het stoffilter
Verversing van de motorolie
Reiniging van het luchtfilter van de motor
Controle van de hoogte en de werking van de flaps Controle van de werking van de filterschudder
Controle van de werking van de veiligheidsschakelaar voor opening van de motorkap Visuele controle van de aandrijfriemen van de motor en de hoofdborstel
Controle en reiniging van de ontstekingsbougie van de motor
Reiniging van de tank en van het brandstoffilter
Controle van de bevestiging van de moeren en schroeven
Controle van het motortoerental
Controle en afstelling van de servicerem en de parkeerrem
Vervanging van de aandrijfriemen van de motor en de hoofdborstel
Vervanging van het luchtfilter van de motor
Vervanging van de ontstekingsbougie van de motor
Controle/afstelling speling van de kleppen van de motor Reiniging van de verbrandingskamer van de motor Controle of vervanging van de koolborstels van de startmotor-dynamo en van de motor van het aandrijfsysteem Controle/vervanging van de brandstofleidingen
en na de eerste 8 inloopuren; of voor elk gebruik; zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding; of elk jaar; of vaker in stoffige ruimten; onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een bevoegde Honda-dealer, tenzij de bediener beschikt over alle uitrusting en technische gegevens en bevoegd is de werkzaamheden uit te voeren; (7): zie voor de betreffende procedure de gebruikershandleiding van de benzinemotor; (8): als dit nodig wordt geacht door de persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud; (9): of elke 300 uur, indien nodig.
146 1960 000(2)2006-06 A
GEBRUIKSAANWIJZING DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL CONTROLEREN EN AFSTELLEN DE HOOFDBORSTELVERVANGEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. 1.
Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de vloer heeft. Ga hierbij als volgt te werk: – zet de machine op een vlakke ondergrond; – zet de machine stil en laat de hoofdborstel enkele seconden draaien; – zet de hoofdborstel stil, verplaats de machine en schakel de machine uit; – controleer of de indruk (1, Afb. D) van de hoofdborstel over de hele lengte 2 tot 4 cm breed is. Als de indruk (1) hiervan afwijkt, kunt u de hoogte van de borstel afstellen. Ga te werk als in punt 2. Zet de machine op een platte ondergrond en schakel de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”. Haal de knoppen (1, Afb. E) aan beide kanten van de machine los. Stel met de hendels (1, Afb. E) aan beide kanten van de machine, zo veel als nodig is, de indicator (2) om de hoogte van de borstel af te stellen bij en draai de hendels (1) opnieuw aan. De indicator (2) moet aan beide kanten van de machine in dezelfde stand staan; de maximaal toegestane afwijking is twee markeringen voor de indruk (1, Afb. D) van de 2 tot – 4 cm die in punt 1 werd genoemd. Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft. Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen.
WAARSCHUWING! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstels vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstels kunnen blijven hangen. 1.
Zet de machine op een platte ondergrond en schakel de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in. 2. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”. 3. Haal de knoppen (1, Afb. E) aan beide kanten van de machine los. 4. Verplaats de indicatoren (2, Afb. E) voor de afstelling van de hoogte van de borstel, totdat deze de maximale afstand van de grond heeft. Draai de hendels (1) vast. 5. Draai de knop (3, Afb. E) aan de linkerkant van de machine los. 6. Verwijder de klep (1, Afb. F) van de borstel en trek deze omhoog om hem uit de stops (2) te halen. 7. Verwijder de borstel (1, Afb. G). 8. Breng de nieuwe borstel aan voor montage en richt de haren zoals in afbeelding H (vanaf boven gezien). 9. Zet de nieuwe borstel vast in de machine en controleer of het contact (1, Afb. I) in de betreffende naaf (4, Afb. R) valt. Controleer ook of de naaf geen vuil of voorwerpen (draden, etc.) bevat die per ongeluk zijn meegedraaid. 10. Plaats de klep (1, Afb. F) van de borstel weer terug en laat hem in de steunen vallen (2). 11. Draai de knop (3, Afb. E) opnieuw vast. 12. Voer de controle en afstelling van de hoogte van de hoofdborstel af, zoals beschreven in het vorige deel.
WAARSCHUWING! Als de indruk van de hoofdborstel op de grond te groot is (meer dan 4 cm), dan kan dit problemen opleveren voor de werking van de machine en kunnen de bewegende delen oververhitten. Hierdoor kan de levensduur van de machine aanzienlijk afnemen. Wees nauwkeurig bij het uitvoeren van de bovenstaande controle en laat de machine nooit werken als hij niet aan de genoemde voorwaarden voldoet.
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTELLEN HET STOFFILTER REINIGEN EN OP INTEGRITEIT CONTROLEREN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. 1.
Controleer of de zijborstels de juiste hoogte van de vloer hebben. Ga als volgt te werk: – zet de machine op een vlakke ondergrond en laat de zijborstels zakken; – zet de machine stil en laat de zijborstels enkele seconden draaien; – zet de zijborstels stil en breng ze omhoog voordat u de machine verplaatst en uitschakelt; – controleer of de indruk van de zijborstels wat betreft breedte en richting overeenkomt met de afbeelding (1 en 2, Afb. J). Als de indruk hiervan afwijkt, kunt u de hoogte van de borstels afstellen. Ga te werk als in punt 2. Deblokkeer de ring (40, Afb., C) door deze tegen de klok in te draaien. Draai daarna de hendel (33) zo ver als nodig met de klok mee of tegen de klok in om de hoogte van de borstel tot de grond af te stellen. Blokkeer daarna de hendel (33) met de ring (40). Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de zijborstels nu de juiste hoogte van de grond hebben. Als de borstels door overmatige slijtage niet meer kunnen worden afgesteld, moeten de borstels zoals in het volgende deel worden vervangen.
DE ZIJBORSTELS VERVANGEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels. WAARSCHUWING! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstels vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstels kunnen blijven hangen. 1. 2. 3.
Zet de machine op een platte ondergrond en schakel de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”. Steek uw hand in de zijborstel en druk de lipjes (1, Afb. K) naar binnen. Verwijder de borstel (2) door deze uit de vier pennen (3) te verwijderen. Zet de nieuwe borstel in de machine en zorg dat deze in de pennen (3) en de lipjes (1) vastgrijpt. Voer de controle en afstelling van de hoogte van de zijborstels uit, zoals beschreven in het vorige deel.
146 1960 000(2)2006-06 A OPMERKING Naast het kartonnen standaardfilter zijn er ook optioneel polyester filters verkrijgbaar. Deze procedure is van toepassing op alle typen. 1.
Zet de machine op een platte ondergrond en schakel de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in. 2. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”. 3. Haal de haak (21, Afb. C) van de afvalcontainer los. 4. Verwijder de afvalcontainer (20, Afb. C) door middel van de handgreep (22). 5. Draai de handgreep (1, Afb. L) omlaag (ongeveer 90°) en laat het frame van het filter (2) naar buiten draaien . 6. Verwijder het stoffilter (3). 7. Reinig het filter buiten door het op een vlak en schoon oppervlak uit te schudden, sla met de zijkant (1, Afb. M) die tegenover de zijde met het rooster (2) staat. Voltooi de reiniging door haaks met perslucht (3) van maximaal 6 bar te spuiten, maar alleen vanaf de kant die door het rooster (2) wordt beschermd, op een minimale afstand van 30 cm (zie de afbeelding). Hou bij de verschillende typen filters de volgende aanwijzingen aan: – Kartonnen filter (standaard): gebruik geen water of schoonmaakmiddelen om het te reinigen omdat het dan onherstelbaar beschadigd kan raken; – Polyester filter (optioneel): zie de hierboven vermelde instructies voor de reiniging. Om het filter grondig te reinigen kunt u indien nodig het filter met water en eventueel een niet schuimende schoonmaakmiddel reinigen. Hoewel het filter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het filter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen. Het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het filter verminderen. 8. Controleer of de filtereenheid geen scheuren vertoont. 9. Reinig indien nodig langs de rubberen pakking (4, Afb. L) in de filterruimte; controleer tegelijkertijd of deze intact is. Ga over tot vervanging als dat niet het geval is. 10. Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage. OPMERKING Bij het opnieuw monteren van het filter moet het met het rooster (2, Afb. M) naar de aanzuigventilator (19, Afb. U) worden gedraaid.
GEBRUIKSAANWIJZING CONTROLE VAN DE HOOGTE EN WERKING VAN DE FLAPS 1.
Zet de machine op een vlakke ondergrond die als referentieoppervlak kan dienen om de hoogte van de flaps te controleren. Schakel de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in. Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op “0”.
Controle van de zijflaps 3.
Controleer of de zijflaps heel zijn (16 en 17, Afb. C). Vervang de flaps als er scheuren (1, Afb. N) van meer dan 20 mm of breuken (2) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps). Controleer of de zijflaps (16 en 17, Afb. C) 0 tot 3 mm van de grond staan (Afb. O). Stel zo nodig de hoogte van de flaps bij en ga hierbij als volgt te werk: Linkerflap: – open de motorkap van de machine (10, Afb. C) en zet de steunstang van de motorkap (5, Afb. U) vast; – draai de hendel (3, Afb. E) los en verwijder de klep links (1, Afb. F) van de borstel; trek hem omhoog om hem uit de stops (2) los te halen; – stel de hoogte van de flaps (3, Afb. F) af met behulp van de openingen (4); – monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage. Rechterflap: – verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel; – trek de riem (17, Afb. U) van de poelie (18); het gaat gemakkelijker als u de poelie (18) handmatig op de aanzuigventilator (19) draait; – verwijder de schroeven (27, Afb. C) en verwijder de klep rechts (26) samen met de riem (17, Afb. U). Stel de hoogte van de flap (1, Afb. S) af met behulp van de openingen (2); – Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage.
Controle van de voor- en achterflap 5. 6.
Verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel. Controleer of de voorflaps (1, Afb. R) en de achterflaps (2) intact zijn. 7. Vervang de flaps als er scheuren (1, Afb. N) van meer dan 20 mm of breuken (2) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps). 8. Controleer of: – de voorflap (1, Afb. R) licht contact maakt met de vloer en of hij niet los komt van de vloer (1, Afb. P); – de achterflap (2, Afb. R) 0 tot 3 mm van de grond zit (1, Afb. O). 9. Stel eventueel de hoogte van de flaps af met behulp van de openingen (3, Afb. R). 10. Gebruik het pedaal voor het omhoog brengen van de voorflap (8, Afb. C) en controleer of de voorflap (1, Afb. Q) ongeveer 90° omhoog draait (zie de afbeelding); laat het pedaal los en controleer of de flap in de beginpositie gaat en niet blijft hangen. Zie indien nodig de werkplaatshandleiding voor de afstelling of vervanging van de bedieningskabel voor de voorflap. 11. Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage.
CONTROLE VAN DE WERKING VAN DE BEVEILIGINGSSCHAKELAAR VOOR OPENING VAN DE MOTORKAP Breng de motorklep (10, Afb. C) iets omhoog terwijl de motor is ingeschakeld en controleer of de motor meteen stopt. Als de motor bij het openen van de motorkap (10) niet meteen stopt, moet u onmiddellijk contact opnemen met een bevoegd servicecentrum of een bevoegde leverancier.
146 1960 000(2)2006-06 A GEBRUIKSAANWIJZING VEILIGHEIDSFUNCTIES De machine is voorzien van de volgende veiligheidsfuncties.
STORINGEN LOKALISEREN PROBLEEM Controleer of er voldoende motorolie in de machine aanwezig is (1).
NOODKNOP Deze bevindt zich in een positie (8, Afb. B) die binnen bereik van de bediener ligt. Deze moet worden ingedrukt als alle functies van de machine meteen moeten worden gestopt.
BEVEILIGINGSSCHAKELAAR OPENING MOTORKLEP Controleer of het brandstofkraantje open staat. De motor start niet als u de contactschakelaar gebruikt.
Deze bevindt zich in de bestuurdersstoel en zorgt dat het aandrijfsysteem van de machine niet werkt wanneer de bediener niet op de stoel zit.
Controleer of de tank brandstof bevat. Controleer of de motorklep goed is gesloten.
Deze wordt ingeschakeld als de motorkap van de machine wordt geopend: alle functies worden uitgeschakeld. Als de machine blijft werken wanneer de motorkap open staat, neem dan onmiddellijk contact op met een bevoegd servicecentrum of uw leverancier.
MICROSCHAKELAAR VAN DE BESTUURDERSSTOEL OPLOSSING Controleer of de brandstof in de carburateur komt (1). Controleer of de bougie vonkt (1).
De motor stopt tijdens de werkzaamheden.
Controleer of er voldoende motorolie in de machine aanwezig is (1). Controleer of de tank brandstof bevat. Laat de zijborstels zakken.
De zijborstels draaien niet.
Controleer of zekering F5 in het kastje (23, Afb. U) intact is. Controleer of de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) uitgeschakeld is. Controleer of de schakelaar (27, Afb. U) in de stand 'I' staat.
Controleer of het gaspedaal (5, U trapt het pedaal in (5, Afb. C), maar de machine beweegt Afb. C) niet wordt ingedrukt tijdens het starten met de niet. contactschakelaar (2, Afb. B) of wanneer de bediener op de stoel zit. Activeer het gaspedaal (5, Afb. C) alleen nadat u op de bestuurdersstoel bent gaan zitten en de motor heeft gestart.
(1): zie voor de betreffende procedure de handleiding van de benzinemotor. Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk-Advance. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding.
146 1960 000(2)2006-06 A
GEBRUIKSAANWIJZING VERWIJDERING Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht. Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en vervolgens volgens de geldende milieunormen naar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht. – Polyester stoffilter – Hoofdborstel en zijborstels – Motorolie – Elektrische en elektronische onderdelen (*) – Kunststof leidingen en onderdelen (*)
Raadpleeg met name voor het afdanken van elektrische en elektronische onderdelen uw plaatselijke Nilfisk-Advance-kantoor.
Notice-Facile