PEGASO 650 FACTORY - Motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PEGASO 650 FACTORY APRILIA in PDF-formaat.

📄 197 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice APRILIA PEGASO 650 FACTORY - page 1
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : APRILIA

Model : PEGASO 650 FACTORY

Categorie : Motorfiets

Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PEGASO 650 FACTORY - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PEGASO 650 FACTORY van het merk APRILIA.

GEBRUIKSAANWIJZING PEGASO 650 FACTORY APRILIA

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat riden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig: daarmaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidies ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelik zal wennen aan uw nieuw voertuig, waaru lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bi verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

The instructions in this manual have been prepared to offer mainly a simple and clear guide to its use: italso describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an authorised aprilia Dealer or Workshop. The booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge: for these operations, please take your vehicle to an aprilia Dealer or Authorised Workshop. De instructies in deze handieiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelike leidraad te zin voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadtmen aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

B 5 E Personal safety Failure to completely observe these instructions will result in serious risk of personal injury. Safeguarding the environment Sections marked with this symbol indicate the correct use ofthe vehicle to prevent damaging the environ- ment. Vehicle intactness The incomplete or non-observance of these regula- tions leads to the risk of serious damage to the vehicle and sometimes even the invalidity ofthe guarantee. The sings above are very important. They are used to highlightthose parts ofthe bookletthat should be read wilh particular care. As you can see, each sign con- sists ofa different graphic symbol, making it quick and easy t locale ie various fopics. Before taring the engine, read this manual carefully, particularly he "SAFE RIDING "section. Your safety as well as others does not only depend on the quickness of your reflex- €s and agi, but also on ho mel you kriou your vehicle, if efficiency and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master itin road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and should the vehicle be sold, it must be transferred to the new owner. Persoonlike veiligheid Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge- volg hebben. Bescherming van Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan- richt aan de natuur. Staat van het voertuig Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge- volg hebben. Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb- ben namelik tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym- bool, zodat de bibehorende onderwerpen meteen duidelik kunnen worden gevonden in de verschillen- de delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf “VEILIG RIJ DEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar o0k van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJ DEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be- heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJ K Deze handleiding moet beschouwd worden als inte- grerend deel van het voertuig, en moet worden over- handigd bi de verkoop ervan.

Reinigen van het voertui 152 Vervoer... 157 Transmissieketting 157 Controle van de speling van de ketting 158 Regeling van de speling van de ketting 160 Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon

UITGEVOERD WORDEN. Koolmonoxide Wanneer het nodig is om de motor te doen werken om een handeling uit te voeren, controleertmen of ditin een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooït werken in een gesloten ruimte. Wanneer men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuatiesysteem voor de uitiaat- gassen. LET OP

STOF VEROORZAKEN. Warme onderdelen De motor en de onderelen van de uitlaat- installatie worden zeer warm en bliven warm voor een zekere periode, ook nadat de motor wordt uitgezet. Vooraleer men deze onderdelen hanteert, draagt men isolerende handschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld Vertrekken en Rijden LET OP WANNEER TI} DENS HET RIj DEN DE

aprilia DEALER VOOR DE CONTROLE VAN DE INSTALLATIE. Koelvloeistof De koelvioeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ont- viambaar is. Wanneer het brandt, produ- ceert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken: LET OP AIN

VERWIJ DER DE RADIATORDOP NIET

NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER. Communicatie van de defecten die invloed hebben ALGEMENE VOORZORGSMAATRE-

Wanneer men de herstelling, de demon- tage en hermontage van het voertuig uit- voert, moet men zich nauwgezet aan het volgende advies houden:

VOOR DE DEMONTAGE VAN DE ON-

DERDELEN + Verwijder vuil, modder, stof en vreemde voorwerpen van het voertuig, voordat men de de- montage van de onderdelen uit- voert. Gebruik, waar voorzien, de speciale gereedschappen die voor dit voertuig ontworpen werden.

DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN

+ Los enofsluit de bouten en de moeren niet met tangen of an- dere gereedschappen, maarge- bruik steeds de speciale sleutel. USULOU SUSWÊ|Y T / SIN [SUD L

+ Merk de posities op alle verbin- dingskoppelingen (buizen, ka- bels, enz.) vooraleer men ze scheidt, en identificeer ze met verschillende onderscheidende tekens. + Elkstuk moet duidelik gemerkt worden, zodat het tjdens de fa- se van de installatie geïdentif- ceerd kan worden. + Reinig en was de gedemonteer- de onderdelen zorgvuldig met een reinigingsmiddel met lage ontvlambaarheids graad. + Houd de onderling gekoppelde delen bij elkaar, omdat het ene bij het andere ‘past’ als gevolg van de normale slitage. + Sommige onderdelen moeten samen gebruiktworden of volle- dig vervangen worden: + Houd ze ver van warmtebron- nen.

Gebruik enkel ORIGINELE RE- SERVEONDERDELEN van aprilia. Gebruik de aanbevolen smeer- middelen en verbruiksmateria- len. Smeer de delen (wanneer mo- gelik) vooraleer men ze mon- teert. Bij het sluiten van de bouten en de moeren, begintmen met die- gene met de grootste diameter of met de interne, en men werkt diagonaal. Voer het sluiten uit met opeenvolgende passages, vooraleer men het sluitingskop- pel toepast. Vervang steeds de zelfborgen- de moeren, de pakkingen, de dichtingsringen, de elastische ringen, de O-ringen (OR), de splitpennen en de bouten door nieuwe, wanneerze schade aan de schroefdraad vertonen. Wanneer men de kussenties monteert, smeert men ze over- vioedig. Controleer of elk onderdeel cor- rect gemonteerd is Na een herstellingshandeling of periodiek onderhoud, voert men de voorafgaande controles uit en test men het voertuig in een privé-zone of in een zone met weinig verkeer. Reinig alle koppelingsviakken, de randen van de oliekeerringen en de pakkingen véér de her- USULOU SUSWÊ|Y T / SIN [SUD L

montage. Breng een laagje vet op basis van lithium aan op de randen van de oliekeerringen Hermonteer de oliekeerringen en de kussentjes met het merk of hetfabricatienummer naar de buitenkant gericht (zichtbare kant). ELEKTRISCHE CONNECTORS De elekrische connectors moeten als volgt worden losgemaakt, het niet res- pecteren van deze procedure leidttot on- herstelbare schade aan de connector en aan de bekabeling: Indien aanwezig, drukt men op de speci- ale veiligheidskoppelingen. + Grijp de twee connectors vast en verwijder ze, door ze in de tegenovergestelde richting uit elkaar te trekken. + In aanwezigheid van vuil, roest, vochtigheid, enz., reinigt men zorgvuldig de binnenkantvan de connector met gebruik van een persluchtstraal. + Controleer of de kabels correct vastgeklemd zijn aan de inteme terminals van de connectors. + Plaats vervolgens de twee con- nectors, en controleer de cor- recte koppeling (wanneer te- genovergestelde koppelingen aanwezig zijn, hoortmen een ty- pische "klik").

MAAR OP EEN WIJZE INGEBRACHT

Plaats van de hoofdcomponenten (02_06) Legende Vooricht Schakelaar ontsteking / stuur- slot Linker achteruikikspiegeltie Dop van de brandstoftank Brandstoftank Accu Elektronische centrale Zekeringenhouder Handvat van de passagier

Documentenruimte Achtervork Linker voetensteun van de pas- sagier (kliksysteem, gesloten / open) Laterale standard Linker voetensteun van de be- stuurder Commandohendel van de ver- snellingsbak Zadelslot Transmissieketting Tank van de motorolie Gereedschapskit Bout voor de regeling van het minimum toerental Doppen voor de afvoer van de olie Zadelruimte Achterlicht Handvat van de passagier Zadel Viveistoftank van de achterrem Luchtflter Achterste schokdemper Dop - peilstaaf van de motorolie Vioeistoftank van de voorrem Rechter achteruitkikspiegeltie Akoestische melder Filter van de motorolie Commandohendel van de ach- terrem Rechter voetensteun van de be- stuurder Pomp van de achterrem Rechter voetensteun van de passagier (kiksysteem, geslo- ten / open)

Instrumenten en indicators Schakelaar ontsteking / stuur- slot Hendel van de voorrem Gashandvat Drukknop van de noodindicator Schakelaar voor de start en het stlleggen van de motor Omieider van de lichten Schakelaar voor de opening van het deurtje van de tankdop Drukknop van de akoestische melder Schakelaar van de richtingaan- wizers Schakelaar MODE

temperatuur van de koelvioei- stof-klok- accuspanning - chro- nometer - diagnostiek - druk van de motorolie

Groep controlelampjes (02 09) Legende:

1. Rode controlelamp van het al-

gemeen alarm, onderhoud van het voertuig

3. Blauwe controlelamp van het

5. Oranje controlelamp van het

standaard uitgeklapt

7. Groene controlelamp, versnel-

lingsbak in vrij Digitaal display (02_10) Multifunctionele computer Door de ontstekingssleutel in positie ON te draaien, licht het volgende op voor 2 seconden op het dashboard: + Hetlogo "PEGASO 650 STRA- DA-TRAIL-FACTORY" + Alle controlelampen, behalve "Controlelamp van de verwarm- de handvaten" BunyeoA z / 2PIY2A 7

+ De retroverlichting De wizer van de toerenteller (1) ver- plaatst zich naar de maximum waarde, die door de gebruiker werd ingesteld. Na de begincheck duiden alle instrumen- ten onmiddelljk de huidige waarde van de gemeten grootheden aan: De standaardinstellingen die getoond worden op het display, zijn: A) de temperatuur van de koelvioeistof: B) de hoeveelheid brandstof (enkel ver- sie STRADA-FACTORY}; C) de kiok; D) de snelheidsmeter: E) het hodogram: F) de reiscomputer en de accessoire- functies Weergave klok/datum

REGELING VAN HET UUR

In deze modaliteit wordt de waarde van de klok ingesteld. Het hoofdscherm ver- schinnt weer, met de opschrift "REGE- LING VAN DE KLOK". Wanneer deze modaliteit wordt bereikt zal de aanduiding van de minuten ver- dwinen en zal enkel die van de uren bliven. Bij elke druk naar rechts van de MODE schakelaar verhoogt de waarde van het uur, en wanneer het cijfer 12 wordtbereikt, wordtteruggekeerd naar 0.

Bi elke druk naar links op de MODE schakelaar verlaagt de waarde van het uur, en wanneer het cijfer nul wordt be- reiktzal bij de volgende druk op de druk- knop naar links van de MODE schakelaar naar 12 worden overgegaan Een Bevestigend signal slaat de inge- stelde waarde op, en de regeling zal overgaan naar de minuten: Wanneer deze modaliteit wordt bereikt zalde aanduiding van de uren verdwijnen en zal enkel die van de minuten bliven: Bi elke druk naar rechts van de MODE schakelaar verhoogt de waarde van de minuten, en wanneer het cijfer 59 wordt bereikt, wordt teruggekeerd naar 0 bij de volgende druk naar rechts van de MODE schakelaar. Bij elke druk naar links op de MODE schakelaar verlaagt de waarde, en wanneer het cijfer nul wordt bereiktzal bij de volgende druk op de drukknop naar links van de MODE schakelaar naar 59 worden overgegaan. Een Bevestigend signal slaat de inge- stelde waarde op, en de modaliteit van de regeling van de klok wordt verlaten BunyeoA z / 2PIY2A 7

Instellen van de chronometer (02_11, 02_12) CHRONOMETER Wanneer de functie van de CHRONO- METER wordt geselecteerd, verschinnt een scherm met de volgende opties:

Visualiser de metingen Deze functie toont de verworven chrono- metertiden. Met korte drukken op de MODE schakelaar naar rechts en links worden de pagina's van de metingen overlopen, en met een lange druk ver- schint op het display het menu CHRO- NOMETER. Wanneer de accu wordt losgekoppeld verliest men de opgesla- gen tjden Wis de metingen Deze functie wist de verworven chrono- metertiden. De bevestiging voor het wis- sen wordt gevraagd. Op heteinde van de handeling keert het dis play terug naar het menu CHRONOMETER. Werking van de chronometer Om de chronometer te gebruiken moet hetdisplay op hethoofdscherm geplaatst worden, dat de opschrift CHRONO aan- duidt, ter afwachting van het begin van de telling. Bij een korte druk op de MODE schake- laarin de centrale positie, begint de chro-

nometer de tijd te registreren. Wanneer opnieuw op de schakelaar MODE ge- drukt wordt in de centrale positie véér 10 seconden van de start, wordt de meting op nul gesteld, en wordt een nieuwe me- tng gestatt Wanneer opnieuw op de schakelaar MODE gedrukt wordt in de centrale positie na 10 seconden van de start, wordt de meting onderbroken, op- geslaan, en wordteen nieuwe meting ge- start. De serie van metingen wordt on- derbroken met een lange druk op de MODE schakelaar in de centrale positie. Na de verwerving van 40 tijdmetingen, wordt de verwerving beëindigd en ver- schijnt de opschrift “FULL". om de ver- worven chronometrische metingen te le- zen, moet het voertuig gestopt worden, moet de functie VISUALISEER DE ME- TINGEN van het menu CHRONOME- TER bereikt worden. Er kan enkel een nieuwe meetsessie uit- gevoerd worden wanneer alle gemeten metingen gewist worden: bereik de func- tie WIS DE METINGEN in het menu CHRONOMETER. Diagnostiek Ditmenu wordt geïnterfaced met de sys- temen die aanwezig zijn op de motor, en voert hierop de diagnose uit. Om deze te activeren moet de toegangscode inge- voerd worden, die enkel in hetbezitis van de assistentiecentra van Aprilia Talen BunyeoA z / 2PIY2A 7

Dit menu selecteert de interfacetaal van de gebruiker: ITALIANO ENGLISH FRANCAIS DEUTCH ESPAGNOL Commandoknoppen (02_13, 02 14) MENU Wanneer het voertuig stilstaat, is het moglijk om het menu te bereiken van de configuratie vanaf het scherm MENU, door op de MODE schakelaar te drukken in de centrale positie, terwijl wanneer het voertuig in beweging is, wordt terugge- keerd naar het scherm van de visualise- ring van het HODOGRAM PARTIEEL 1. De items van het configuratiemenu zin de volgende: + EXIT + INSTELLINGEN + CHRONOMETER + DIAGNOSTIEK + TALEN Instellingen EXIT

+ CODE WIJZIGEN + CODE RESETTEN

+ DEBLOKKERING VAN DE VEI-

LIGHEDEN Op het einde van de handeling keert het display terug naar het hoofdmenu. Wanneer de functie van de INSTELLIN- GEN wordt geselecteerd, verschint een scherm met de volgende opties: MODE SCHAKELAAR De MODE schakelaar (2) heeft drie posi- tes: in de linker positie verlagen de nu- merieke waarden en overloopt men het menu in gordiinvorm, in de rechter positie verhogen de numerieke waarden en overlooptmen hetmenu in gordinvorm in de andere richting, terwil in de centrale positie de waarden bevestigd worden door middel van een druk op de toets. Door te handelen op de schakelaar (2) toont het LCD display de schermen die in de zone (F) de volgende hoeveelheden aanduiden:

G) ACCUSPANNING H)KM IN RESERVE (de afstand die werd afgelegd in reserve, voor langere afstan- den dan 2 km). De nulstellng kan uitgevoerd worden voor het hodogram partieel 1 en voor het hodogram partieel 2: dit gebeurt door middel van een lange druk op de scha- kelaar (2) in de centrale positie, en stelt alle hoeveelheden in verband methetac- tieve hodogram partieel op nul. Na hetscherm van de afgelegde afstand in reserve (km IN RESERVE) toont het display enkel hetscherm MENU wanneer het voertuig niet beweegt. Geavanceerde functies (02_15, 02_16, 02_17, 02_18, 02 19) SCHAKELLIMIET In deze functie stelt men de waarde van de schakellimietin. Hethoofdscherm ver- schijnt met de boodschap "SCHAKELLI- MIET". Bij elke druk naar rechts van de MODE schakelaar verhoogt de limietwaarde met 100 RPM, en viceversa bij elke druk naar links van de MODE schakelaar verlaagt de limietwaarde met 100 RPM Bi het bereiken van de limiet, onderste of bovenste, heeftelke volgende druk op de schakelaar geen enkel efect.

De handeling eindigt met een druk op de MODE schakelaar in de centrale positie, waardoor de ingestelde waarde wordt opgeslagen, de wizer keert terug naar nul, en het dashboard gaatterug naar de pagina van het menu van de configuratie Bi de eerste aansluiting van de accu wordt het dashboard ingesteld op de waarde van de toeren van de proefperi- ode, en bij de volgende aansluitingen wordt het ingesteld op de laatst ingestel- de waarde:

+ TOERENTAL VAN DE PROEF-

PERIODE: 5000 toeren/min (rpm) + MINIMUM TOERENTAL: 4000 toeren/min (rpm) + MAXIMUM TOERENTAL: 8000 toeren/min (rpm) Bi hetoverschrijden van de vastgestelde waarde, knippert de alarmcontrolelamp (3) van het dashboard tot men onder de limiet terugkeert.

INTENSITEIT VAN DE RETROVER-

LICHTING Met deze functie kan de intensiteit van de retroverlichting ingesteld worden op drie niveau's. Bijelke druk naar rechts of links van de MODE schakelaar, kan de gebrui- er de volgende iconen lezen:

Op het einde van de handeling keert het dashboard met een druk op de MODE schakelaar in centrale positie terug naar het menu INSTELLINGEN. CODE WIJZIGEN Deze functie wordt gebruikt wanneer men over de oude code beschikt, maar men wil deze wijzigen. In deze functie verschint de boodschap:

"VOER DE OUDE CODE IN"

Na herkenning van de oude code wordt gevraagd om de nieuwe code in te voe- ren, en het display toont de volgende boodschap:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Na de handeling keert het display terug naar hetmenu DIAGNOSTIEK.Wanneer de nieuwe code werd ingetikt, wordt deze handeling niet toegelaten Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTEL- LINGEN. CODE RESETTEN Deze functie wordt gebruikt wanneer men niet over de oude code beschikt en wanneer men deze wil wizigen, in dit ge- val moet men minstens twee sleutels in hetontstekingsblokje plaatsen. De eerste wordt geplaatst, en er zal gevraagd wor- den om de tueede te plaatsen, met de boodschap: "PLAATS DE Il SLEUTEL"

Tijdens de passage van een sleutel naar de andere blift het dashboard opgelicht, en wanneer de sleutel niet wordt ge- plaatst binnen de 20 seconden, eindigt de handeling. Na herkenning van de tweede sleutel wordt gevraagd om de nieuwe code in te voeren, met de volgen- de boodschap:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu DIAGNOS- TIEK. Wanneer de nieuwe code werd in- getikt, wordt deze handeling niet toege- laten. Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTEL- LINGEN.

DEBLOKKERING VAN DE VEILIGHE-

DEN Wanneer de sensor van de standaard, de neutraal en de schakelaar van de koppe- ling defectzin, wordt de veiligheidslogica uitgesloten met de functie "Deblokkering van de veiligheden", zodat men kan ver- trekken met de motor. Op het display verschint de opschrift "SERVICE". Wanneer de motor wordt stigelegd, wordt de veiligheidslogica weer geacti- veerd BunyeoA z / 2PIY2A 7

Wanneer de limieten van de onderhouds- intervals worden overschreden, ver- schijnt een icoon methetsymbool van de engelse sleutel.

VISUALISERING VAN DE ALARMEN

Wanneer een erstige onregelmatigheid wordt opgemerkt die de integriteit van het voertuig of van de persoon kan schaden, wordt op het display in de zone waar nor-

maal gezien het hodogram wordt ge- toond, de icoon gevisualiseerd die de oorzaak meldt De alarmen zijn onderverdeeld in tee groepen, op basis van hun prioriteit: + Hoge prioriteit: te hoge tempe- ratuur, fouten van de centrale, fouten van het instrumenten- bord; + Lage prioriteit Richtingaanwi- zers. De aanduiding van schade aan de rich- tingaanwijzers gebeurt enkel wanneer de schade alle leds van de aanwijzer betreft Wanneer er gelikidig meerdere alarmen van gelike prioriteitziin, worden deze om beurt getoond. De alarmen met hoge prioriteit blokkeren de visualisering van de alarmen met lage prioriteit. Wanneer de alarmcontrolelampen en de icoon SERVICE events oplichten, zijn er geen slechte werkingen aanwezig BunyeoA z / 2PIY2A 7

Startschakelaar (02_20,02_21, 02_22) De ontstekingsschakelaar (1) bevindt Zich op de bovenste plaat van de kop van de stuurinrichting. De sleutel activeert de ontstekingsscha- kelaar/het stuurslot, de drukknop voor de opening (2) van het deksel van de tank- dop (3) en het zadelslot (4). Bij het voertuig worden twee sleutels ge- leverd (één reservesleutel) Posities van de ontstekingsschake- laar + LOCK: de stuurinrichting is ge- blokkeerd; de motor kan niet ge- start worden. De sleutel kan verwijderd worden. + OFF: de motor kan niet gestart worden. De sleutel kan verwi- derd worden. + ON: De motor kan gestart wor- den. Hetis niet mogelik om de sleutel te verwijderen.

Stuurslot vergrendelen (02_23) Om de stuurinrichting te blokkeren: + draai het stuur volledig naar links of rechts. + draai de sleutel (1) in de positie "OFF" (tegenwijzerszin). + drukop de sleutel (1)en draaize in de positie "LOCK" (tegenwij- zerszin). + verwijder de sleutel (1). LET OP DRAAI DE SLEUTEL NOO!IT IN POSI- TIE «LOCK» TI] DENS HET RIj DEN,

De akoestische melder wordt in werking gesteld door op de drukknop te drukken. Schakelaar richtingaanwijzers (02_25)

Verplaats de schakelaar naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait; Druk op de schakelaar om de richting- aanwijzer te deactiveren. LET OP

RICHTINGAANWI] ZERS VERBRAND. Gashendel (02_26) Voer de controles uit die door de con- structeur werden bepaald in verband met de kabels voor het gascomman- do, door zich te wenden tot een Offici- ele aprilia Dealer. De lege loop van het gashandvat moet 2 - 3 mm (0.078 - 0.118 in) bedragen, en wordt gemeten op de rand van het gas- handvat zelf. In het omgekeerde geval: + Plaats het voertuig op de stan- daard + Verwijder de beschermingskap Q). + Los de tegenmoer (2). + Draai aan het register (3) zodat de voorgeschreven waarde wordt hersteld. BunyeoA z / 2PIY2A 7

+ Na de regeling sluit men de te- genmoer (2) en controleert men de lege loop weer. + Herplaats de beschermingskap

TAL VAN DE MOTOR NIET WIJZIGT,

Schakelaar van de lichten + Inde centrale positie zijn de po- sitielichten, het licht van het dashboard en het dimicht steeds geactiveerd. + In de linker positie is het groot licht geactiveerd. + In de rechter positie is de knip- pering van het groot licht geac- äiveerd, voor in geval van ge- vaarlike of noodsituaties. Startknop (02_28)

Wanneer de schakelaar in positie (1) wordt gebracht en door er op te drukken in positie (3), wordt de start uitgevoerd: het startmotortie doet de motor draaien. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Door de schakelaar in positie (2) te plaat- sen, wordt de motor stilgelegd. LET OP

Door op de drukknop (1) te drukken, die zich véér de linker schakelaar bevindt, wordt het mechanisme voor de opening van het deksel voor de toegang tot de tankdop (2) geactiveerd. BunyeoA z / 2PIY2A 7

Zadel openen (02_32) Verwijdering van het zadel: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Plaats de sleutel (1) in het slot (2). + Draaide sleutel (1) in wizerszin. + Hefhetzadel op en verwider het. Installatie van het zadel: + plaats de lipjes (3) in de zit, plaats hetzadel omlaag en druk er op zodat het slot klikt. LET OP VOORALEER MEN GAAT RIJDEN,

Documentenvakje/ gereedschapskit (02_33, 02_34, 02 35) DOCUMENTENRUIMTE Om de documentenruimte (2) te berei- ken, handelt men als volgt: + plaats de ontstekingsschake- laar in positie "ON" en druk op de drukknop voor de opening van het deksel van de tankdop Q). + koppel de rode veiligheidstand los door hem naar links te plaat- sen.

RUIMTE VAN DE GEREEDSCHAPSKIT

Om de ruimte van de gereedschapskit te bereiken: *__ verwijder het zadel zoals wordt beschreven. De uitrusting bestaat uit: + mannelijke zeshoekige gebo- gen sleutels 3,4 mm (0.13 in) 6): + dubbele vorksleutel 8 - 10 mm (0.31 - 0.39) in (4); + dubbele vorksleutel 11 - 13 mm (0.43 - 0.51) in (5); + buissleutel 16 mm (0.63 in) voor de bougies (6); + _tweepuntige schroevendraaier kruis / punt (7); + gereedschapstas (8): BunyeoA z / 2PIY2A 7

Identificatie (02_36) Het is een goede gewoonte om het fra- menummer en het motomummer op de speciale plaats in dit boekje te schriven Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonder- delen. LET OP

TIE FRAMENUMMER Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant. Frame nr... MOTORNUMMER Het motomummer is op de achterkant van hetonderstel gedrukt, dichtbij de mo- tor Motor nr. BunyeoA z / 2PIY2A 7

KOMT OP DE EERSTE PLAATS. Dit voertuig is voorzien voor het onmid- delljk ontdekken van eventuele onregel- matigheden in verband met de werking, die opgeslagen worden door de elektro- nische centrale. Telkens als de ontstekingsschakelaar op "ON" wordt geplaatst, licht de controle- lamp van de alarmLED op het dashboard ongeveer drie seconden lang op.

van de commandohendel, het peil van de vioeistof en eventuele xnge9 £/2SNE

3 Use / 3 Gebruik Steering Check that the rotation is homogeneous, smooth and there are no signs of clearance or slackness. lekken. Indien nodig vult men vieistof bij; de koppeling moet Centre - side stand Check it works properly. Check thatthere is no resistance when the side stand is pulled up and down and that the spring tension makes it snap back to its rest position. Lubricate couplings and joints if necessary. Check the safety switch for correct operation. zonder rukken enfof slippen werken. Stuur Controleer of het draaien homogeen en vloeiend, en zonder speling of het lossen ervan gebeurt. Clamps Check thatthe clamping elements are not loose. Adjust or tighten them as required. Fuel tank Check the coolant level and refill if necessary. Check the circuit for potential leaks or obstructions. Check that the tank cover closes correcty. Centrale - laterale standaard Controleer of hi werkt. Controleer of er tijdens het in- en uitklappen van de standaard geen wrivingen zin, en of de spanning van de veren hem weer in de normale positie brengt. Smeer indien nodig de koppelngen en de bewegingsplaatsen. Controleer de correcte werking van de veiligheidsschakelaar. Bevestigingselementen Controleer of de bevestigingselementen niet gelost zijn Registreer of sluit ze eventueel Engine stop switch (ON - OFF) Check function. Lights, warning lights, horn, rear stop light switch and electrical devices Check the correct operation of the hom and lights. Replace the bulbs or repair any malfunction. Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien nodig Controleer eventuele lekken of afsluitingen van het circuit. Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop. Schakelaar voor hetstilleggen van Controleer de correcte werking de motor (ON - OFF)

Lichten, controlelampen, Controleer de correcte werking van akoestische melder, schakelaar de akoestische en visieve van het achterste stoplicht en mechanismen. Vervang de elektische mechanismen lampjes of grip in bij defecten. ET À [æ Lo BE: | ET: Refuelling (03_02, 03_03, Tanken (03_02, 03_03, 03_04) 03_04) - Voor het tanken, handelt men als To refuel: volgt: + _insertthe key (1) in the ignition *__ plaats de sleutel (1) in de ont- switch and turn it to ON. stekingschakelaar, en draai in + press the fuel tank cap cover ON. opening button (2). + druk op de drukknop voor de + release the red safety tooth by opening van het deksel van de moving it leftwards. The cover is tankdop (2). : lifted (3). + koppel de rode veiligheidstand los door hem naar links te ver- plaatsen. Hef het deksel (3) op. + draai de tankdop (4) los + remove the fuel tank cap (4).

VAN EEN BUIS. Technische kenmerken Reserve van de tank ongeveer 3 | (ongeveer 0.79 galUS) Capaciteit van de tank (inclusief de re- serve): 15,0 +- 0,5 1 (3.96 +- 0.13 galUS) *__ voer het tanken uit. Nadat men heeft getankt: + draai de tankdop (4) weer vast.

sluit het deksel (3). verwijder de sleutel uit de ont- stekingsschakelaar.

Regulering achterdempers (03_05) Achterste ophanging De achterste ophanging bestaat uit een groep veerschokdemper, die verbonden is door middel van een uni-ball aan het frame en door middel van hefsystemen aan de achtervork. Voor het instellen van de inrichting van het voertuig, is de schokdemper voorzien van: + een boutregister (1) voor de re- geling van de hydraulische rem- ming in extensie; + _een regelmoer (2) voor de rege- ling van de voorbelasting van de veer. Regeling van de achterste schokdem- per Elke 20000 km (12500 mijl) moet de ach- terste schokdemper gecontroleerd wor- den en eventueel geregeld worden De standaardinstelling van de achterste schokdemper wordt geregeld voor de meeste rijcondities. De standaardregeling die werd_uitge- voerd in de fabriek is voorzien voor een bestuurder met een gewicht van onge- veer 70 kg (210 pounds). Voor andere gewichten of behoeften, zoals voorhetrilden metpassagier of met volle lading, wordt aangeraden om zich te wenden tot een Officiéle aprilia Dea- ler. Op basis van de gebruikscondities van het voertuig is het mogelik om de hy- xnge9 £/2SNE

draulische remming in extensie van de achterste schokdemper te regelen, door op de bout (1) te handelen; voor de re- geling moeten de volgende aanduidingen gevolgd worden: Hobbelig of onregelmatig wegdek - harde regeling (HARD): + Draai de bout (1) naar rechts (wijzerszin). Normaal of regelmatig wegdek - zach- te regeling (SOFT): + Draai de bout (1) naar links (te- genwijzerszin). LET OP

Regulering achterrempedaal (03_06) De commandohendel van de rem werd ergonomisch geplaatst tidens de fase van de assemblage van het voertuig. Indien nodig is hetmogelik om de speling van de commandohendel van de rem te regelen: + Draaihetregister van de rem (2) volledig vast. + Draai de tegenmoer (3) volledig vastop de commandostaaf van de pomp (4) + Draai de commandostaaf van de pomp (4) volledig vast, en draai hem los voor 3 - 4 draaien. + Draaihetregister van de rem (2) los tot de commandohendel van de rem zich op de gewenste hoogte bevindt. + Draai de commandostaaf van de pomp (4) los en breng hem in

contact met de zuiger van de pomp. + Draai de staaf weer vast en ga- randeer een minimum speling van 0,5 - 1 mm (0.02 - 0.04 in) tussen de commandostaaf van de pomp (4) en de zuiger van de pomp. + Blokkeer de commandostaaf van de pop (4) met de tegen- moer (3). LET OP

Regulering schakelhendel (03_07, 03_08) Plaats het voertuig op de standard. + Verwijder de beschermingskap

+ Los de tegenmoer (2). + Draai aan het register (3) tot de lege loop van de commando- hendel van de koppeling onge- veer 10 mm (0.39 in) bedraagt. + Sluit de tegenmoer (2) en con- troleer de regeling opnieuw. + Startde motor. + Activeer volledig de commando hendel van de koppeling, en schakel de eerste versnelling in. Controleer of de motor niet stilvalt of dat het voertuig niet neigt te vertrekken, of dat de koppeling niet “slipt' tjdens het optrekken of tijdens het rien. LET OP

VOLLEDIGE LENGTE. Inrijden De proefperiode van de motor is funda- menteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien moge- lik op wegen met veel bochten en/of hel- lingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiéntere proefperiode. Wij- zig de rijsnelheid tidens de proefperiode Op deze manierkan men hetwerk van de onderdelen ‘belasten" en vervolgens “ontiasten”, door de delen van de motor af te koelen. LET OP

HET VOERTUIG. Men moet zich houden aan de volgen- de indicaties: + Versnel niet bruusk en volledig wanneer de motor aan een laag regime werkt, tijdens en na de proefperiode. + Tijdens de eerste 500 km (312 mij) handelt men voorzichtig op xnge9 £/2SNE

de remmen, en vermijdtmen om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrivingsmateriaal van de pastilles op de remschif toe te staan + Tijdens de eerste 500 km (312 mil), mogen de 4000 toeren/min {m) niet worden overschre- den. + Tussen de 500 km (312mijl) en de 1000 Km (625 mijl) mogen de 5000 toeren/min (rpm) niet wor- den overschreden.

REN EN/OF SCHADE AAN HET VOER- TUIG TE VOORKOMEN. + Tussen de 1000 km (625 mi) en de 2000 km (1250 mi) moet er feller gereden worden, moet de snelheid gewizigd worden en mag het maximum acceleratie- vermogen slechts eventjes ge- bruikt worden, zodat de onder- delen beter worden gekoppeld:

overschrijdt de 5500 toeren/min {rpm) van de motor niet. + Na 2000 km (1250 mi) mogen er betere prestaties van de motor verwacht worden, maar maar mag het toegestane maximum toerental niet overschreden worden. Voorzorgsmaatregelen (03_09, 03_10, 03_11, 03_12, 03_ 13) WAARSCHUWING

KOPPELINGSHENDEL GEACTI- VEERDIS. + Ga op het voertuig zitten in de ripositie. + Controleer of de standaard vol- ledig ingeklapt is. + Controleer of de omieider van de lichten (1) zich in de positie van de "dimlichten bevindt + Plaats de schakelaar voor het starten/stilleggen van de motor (2) in positie "ON". + Draaide sleutel (3) en plaats de ontstekingsschakelaar op "ON".

Op dit moment lichten alle controlelam- pen op het dashboard op, maar gaan ze onmiddellik weer uit. De brandstofpomp brengt het voedings- circuit onder druk, door een gezoem te laten horen voor ongeveer drie secon- den. LET OP

TANKEN. + Activeer volledig de hendel van de voorrem. + Activeer volledig de hendel van de koppeling (5) en plaats de commandohendel van de ver- snellingsbak (6) in vri (groene controlelamp (7) aan).

+ Druk op de schakelaar voor het starten/stilleggen (2) in de posi- tie "START", zonder gas te ge- ven, en laat de schakelaar weer los wanneer de motor start. LET OP

+ Hou minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek. LET OP

VOLGEN. + Methet gashandvat (2) losgela- ten (Pos.A) en de motor aan het minimum toerental, moet de koppelingshendel (3) volledig geactiveerd worden. + Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van

de versnellingsbak (4) naar be- neden te duwen. + Laat de remhendel los (geacti- veerd bij de start). LET OP Blj HET VERTREK KAN HET TE

TEN). + Laatde hendel van de koppeling (3) langzaam los en geef tege- likertid gas door aan het gas- handvat (2) te draaïen (Pos.B) Het voertuig zal beginnen rijden. + Tijdens de eerste kilometers be- perkt men de snelheid om de motor op te warmen: xnge9 £/2SNE

TOERENTAL NIET. + Verhoog geleidelik aan de snel- heid door gradueel aan het gas- handvat te draaien (2) (Pos.B), zonder het aanbevolen toeren- talte overschrijden Om naar de tweede versnelling te schakelen:

EENTE LAAG TOERENTAL. + Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) en activeer de hendel van de koppeling (3), breng de commandohendel voor het schakelen omhoog (4), laat de hendel van de koppeling los (3) en geef gas.

+ Herhaal de tee laatste hande- lingen om over te gaan naar de hogere versnellingen.

MANIER: + Wanneer men op een afdaling rijét en bij het remmen, men ge- bruikt de compressie van de motor om de remactie te verho- gen. + Wanneermen een helling opridt en de geschakelde versnelling is niet geschikt voor de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid), het toerental van de motor verlaagt. xnge9 £/2SNE

VERMI DEN. + Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) + Indien nodig activeert men ge- matigd de remhendels en min- dert men de snelheid van het voertuig. + Activeer de hendel van de kop- peling (3) en breng de coman- dohendel voor hetschakelen (4) omlaag, om naar de lagere ver- snelling te schakelen. + Laat de remhendels los indien geactiveerd. + Laatde hendel van de koppeling (3) los en geef gematigd gas.

ERATION AND BRAKING IN EXCESS. Stoppen van de motor (03_20) + Laathetgashandvat los (1) (Pos.A), activer geleidelik de remmen en "schakel" tegeliker- tid terug om snelheid te minde- ren. Wanneer men snelheid_geminderd heeft, voertmen hetvolgende uitvoor- dat het voertuig volledig komt stil te staan: + Activeer de hendel van de kop- peling (2) zodat de motor niet Stivalt. Met het voertuig stil: + Plats de hendel voor het scha- kelen in vrij (groene controle- lamp “N" aan). + Laatde hendel van de koppeling los. + Tijdens een tidelike pauze moet er minstens één rem ge- activeerd worden: LET OP

Parkeren De keuze van de parkeerzone is zeer be- langrik en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren. LET OP

WORDT VERNIETIGD. Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wethet volgende kan ver- bieden + de venwidering en elke hande- ling om eender welk toestel of

samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, be- halve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controle- ren véér de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt; + hetgebruik van het voertuig na- dat dit mechanisme of samen- stellend element werd verwij- derd of niet-operationeel werd gemaakt. Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitiaat en de buizen van de knaldemper, en controler ofer geen roestof boringen zin en of het uitaatsysteem correct werkt. Wanneer het lawaai van het uitlaatsys- teem verhoogt, contacteert men onmid- dellik een Officièle aprilia Dealer.

Standaard (03_21) LATERALE STANDAARD Wanneer men voor eender welk ma- noeuvre (bivoorbeeld het verplaatsen van het voertuig) de standard moet dichtklappen, handelt men als volgt voor het herplaatsen van het voertuig op de standaard: + Kies de zone om te parkeren. + Grip hetlinker handvat vast (1) en steun de rechter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig (2). + Duwop de standaard met de rechter voet en klap hem volle- dig uit (3). + __Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Plaats hetstuur volledig naar links.

HET VOERTUIG. CENTRALE STANDAARD OPT (in de basisuitrusting in de landen waar voorzien) LET OP VANUIT DE RIJj POSITIE IS HET VER-

TIE. + Duw met de rechter voet op de laterale standaard, zodat hij vol- ledig uitklapt (3). + Druk op de hendel (4) (Pos. A) van de centrale standaard en laathem op de grond steunen. LET OP HANDEL VOORZICHTIG.

trale standard, en verplaats ge- liktidig uw zwaartepunt naar de achterkant van het voertuig (Pos. C). LET OP

Tips tegen diefstal LET OP

VERWIJDEREN VOORALEER MEN

ZELFS DE DOOD ALS GEVOLG. Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelik in een ga- rage of een bewaakte plaats. Gebruik in- dien mogelik een extra antidiefstalme- chanisme. Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn. Schriff uw gegevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaarte vergemakkeliken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal. NAAM: VOOR- NAAM:

Basis veiligheidsnormen (03_25) Schenk maximaal aandacht aan de vol- gende velligheidsaanduidingen, omdat ze opgesteld zijn om letsels aan perso- nen, schade aan voorwerpen of het voer- tuig te vermiden, die afkomstig zijn doordat de bestuurder of de passagier vallen, enfof van het vallen of omslaan van het voertuig zelf. Het op- en afstappen van het voertuig moet gebeuren met een totale bewe- gingsvriheid en zodat de handen niet worden gehinderd (voorwerpen, niet ge- dragen helm of handschoenen of bril). Men moet steeds opstappen en afstap- pen aan de linker kant van het voertuig, en enkel wanneer de laterale standaard uitgeklapt is.

De standaard is ontworpen om het ge- wicht van het voertuig met een minimum last te steunen, zonder bestuurder en passagier. Het opstappen in de ripositie wanneer het voertuig op de laterale standaard staat, is enkel toegestaan om de moge- likheid te voorkomen dat het valt, en de laterale standaard is niet voorzien om het gewicht van de bestuurder en de passa- gier te dragen. Tidens het op- of afstappen kan het ge- wicht van het voertuig evenwichtsverlies veroorzaken, met als gevolg de mogelijk- heid op het vallen en het omslaan. LET OP

Bovendien moetde passagier voorzichtig op- en afstappen om het voertuig en de passagier niet uit evenwicht te brengen. LET OP

WORDT GEBRACHT. OPSTAPPEN + Grip hetstuur correct vasten stap op het voertuig zonder uw gewicht op de laterale stan- daard te laten rusten

KLAAR OMTE STEUNEN. + Laatbeide voeten op de grond steunen, plaats het voertuig recht vooruit, en hou het in evenwicht LET OP

DEN. + De passagier moet beide voe- tensteunen van de passagier uitklappen. + Leg de passagier uithoe men op het voertuig moet stappen. + Handel met de linker voet op de laterale standard, en klap deze volledig in: xnge9 £/2SNE

AFSTAPPEN + Kies de zone voor het parkeren. + Leg het voertuig sti.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN

VLAKIS. + Met de linker hiel duwt men te- gen de laterale standaard, en klapt men deze volledig uit. LET OP

KLAAR OMTE STEUNEN. + Plaats beide voeten op de grond, en hou het voertuig in evenwicht in de ririchting. + Leg de passagier uit hoe men van het voertuig moet stappen. GEVAAR OP VALLEN OF OMSLAAN.

TEN. + Hel het voertuig tot de stan- daard de grond raakt. + Grip hetstuur correct vast, en stap van het voertuig. + Draai het stuur volledig naar links. + Klap de voetensteunen van de passagier dicht. LET OP

Controle van het peil van de motorolie (04_01, 04_02) Controleer regelmatig het peil van de mo- torolie

DOENDE OM DE MOTOROLIE OP

TEMPERATUUR TE BRENGEN). + Leg de motor st + Hou het voertuig in verticale po- sitie met de tee wielen op de grond. + Plaats de dop/staaf volledig in de invoeropening (1) zonder hem vastte draaien. + Verwijder de dop/staaf opnieuw

1) en lees het oliepeil op de

staaf. MAX = maximum peil MIN = minimum peil. Het verschil tussen het maximum en mi- nimum peil bedraagt ongeveer 300 cc (30.51 cu in). + Het peil is correct wanneer on- geveer het "MAX" peil bereikt wordt. PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

DE MOTOR TE VEROORZAKEN. + Indien nodig herstelt men het oliepeil van de motor LET OP

+ Nadat de dop - meetstaaf (1) werd verwijderd, vult men de tank langs de invoeropening, door hetjuiste peil te herstellen. Het bijvullen van motorolie LET OP

+ Indien nodig herstelt men het oliepeil van de motor LET OP

TEIT, MET 15W - 50 GRADATIE. + Nadat de dop - meetstaaf (1) werd verwijderd, vult men de tank langs de invoeropening, door hetjuiste peil te herstellen. Banden Het model STRADA is voorzien van tu- beless banden; het model TRAIL en het model FACTORY zijn voorzien van ban- den met binnenband.

4 Maintenance / 4 Onderhoud

DEEL VAN DE BANDEN. Minimum dieptelimiet van het rijvlak: vooraan en achteraan 2 mm (0.079 in) {USA 3 mm - 0.118 in) en alleszins niet minder dan voorgeschreven door de van kracht zinde wetgeving van het land waar het voertuig wordt gebruikt PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

WONDEN TE VERMIJ DEN. Verwijdering: + Venwijder de pipet (1) van de bougie (2). + Verwijder elk vuilspoor van de basis van de bougie. + Plats op de bougie de speciale sleutel die werd bijgevoegd in de gereedschapskit. + Draai de bougie los en verwijder ze van de zit, door op te letten zodat geen stof of andere stof- fen in de cilinder kunnen terecht komen. Controle en reiniging: Legende: centrale elektrode (3);

isolering (4); laterale elektrode (5). Controleer of de elektroden en de isolering van de bougie geen koolstofresten of corrosietekens vertonen, reinig ze eventueel met een persluchtstraal Wanneer de bougie scheurtjes op de iso- lering, corrosie op de elektroden, exces- sieve afzettingen vertoont, of de centrale elektrode (3) vertoont een afgerond top- punt (6), moet de bougie vervangen wor- den. LET OP

DING NIET TE BESCHADIGEN. Veruijdering Controle en re Veruijder de pipet (1) van de bougie (2). Verwijder elk vuilspoor van de basis van de bougie. Plaats op de bougie de speciale sleutel die werd bijgevoegd in de gereedschapskit. Draai de bougie los en verwijder ze van de zit, door op te letten zodat geen stof of andere stof- en in de cilinder kunnen terecht komen. legende: centrale elektrode (3): isolering (4); leterale elektrode (5) Controleer of de elektroden en de isolering van de bougie geen koolstofafzetngen of corrosie tekens vertonen, en reinig ze eventueel met een perslucht- straal. Wanneer de bougie scheurtjes op de isolering, corrosie op de elektroden, excessieve afzettin- gen vertoont, of de centrale elektrode (3) vertoont een afge- rond toppunt (6), moet de bou- gie vervangen worden:

Installatie + __ Met gemonteerde rondel (7), draait men de bougie met de hand vast om schade aan de schroefdraad te vermijden. + Sluitze met de sleutel, bijgele- verd in de gereedschapskit, door elke bougie een 1/2 draai te laten maken om de rondel dicht te drukken. LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud

4 Maintenance / 4 Onderhoud

ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer. De oplossing van de koelvioeistof be- staat uit 50% water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste wer- kingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie. Het is goed om hetzelfde mengsel te gebrui- ken tijdens hetwarme seizoen, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden. Op deze manier verminderen de bezink- sels van mineraalzouten, die in de radia- tor door het verdampte water werden gelaten, en verandert de eficiëntie van de koelinstallatie niet. Wanneer de bui- tentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit fre- quent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (toteen maximum van 60%). Voor de koeloplossing gebruiktmen gedestilleerd water, om de motor niet te beschadigen.

VERWIJ DER DOP «1» NIET VAN HET

Voer de handelingen van de controle en het bijvullen van koelvioeistof uit bij koude motor. LET OP

ZICH TOT EEN Offil WENDEN. Leg de motor stil en wacht tot hij afkoelt. Hou het voertuig in verticale po- sitie met de tee wielen op de grond. Controleer of het viveistofpeil in het expansievat (2) zich tussen de referenties "MAX COLD LE- VEL' en "MIN" bevindt. MAX COLD LEVEL= maximum peil MIN = minimum peil. In het omgekeerde geval: Draai de vuldop (1) los en ver- wijder hem. Vul bij met geschikte koelvioei- Stof tot het viveistofpeil onge- veer het "MAX" peil bereikt. Overschrijat dit peil niet, anders zal de vioeistof tijdens de werk- ing van de motor uitstromen. Plaats de vuldop (1) weer. le aprilia Dealer

Controle van het oliepeil van de remmen (04_09, 04_10, 04_11) Controle van de remvloeistof + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Voor de voorrem moet het stuur volledig naar rechts gedraaid worden. + Voor de achterrem moet het voertuig in verticale positie ge- houden worden zodat de vioei- stof in de tank parallel met de dopis. + Controleer of de viceistof in de tank de "MIN" referentie over- schrijdt: MIN = minimum peil. MAX = maximum peil Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie niet bereikt: + Controleer de slitage van de rempastilles en van de schif. + Wanneer de pastilles en/of de schi niet moeten vervangen worden, voert men het bivullen uit. + Wanneer de pastilles en/of de schijf moeten vervangen wor- den, controleert men de rem- vioeistof, en vult men eventueel bi. PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

Bijvullen van de remvloeistof (04_12, 04 13, 04 14, 04 15)

AGIP BRAKE 4 Remvloeistof In plaats van de aanbevolen viveistof kan men vioeistoffen gebruiken met confor- me of hogere prestaties dan de specifie- ken. Synthetische vioeistof SAE J 1703, NHTSA 116 DOT 4, 150 4925 Installatie van de voorrem Hou het voertuig in verticale positie en draai het stuur zodat de vioeistof in de tank parallel met het deksel van de rem- vioeistoftank is. + (STRADA-TRAIL) Gebruikeen Korte kruisschroevendraaier om de twee bouten (1) los te draai- en. + (FACTORY) Gebruik een korte kruisschroevendraaier om de drie bouten (1) los te draaien + Hefhet deksel (2) op en verwij- der het complet met bouten (2), bescherming (3) en pakking (4). + Vul de tank (2) bij met aanbevo- len remvloeistof, tot het juiste peil wordt bereikt. LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud

GEN WORDEN. + Herplaats correct de pakking (4) in de zit + Herplaats de bescherming (3) en het deksel (2). + Draaidetwee bouten vast(1) en sluit ze LET OP CONTROLEER DE REMEFFICIÈNTIE.

DE INSTALLATIE. Installatie van de achterrem + Draaide dop (6) los en verwijder hem. + Verwijder de pakking (7). + Vul de tank (8) bij met aanbevo- len remvloeistof tot het juiste peil wordt bereikt, dat zich tus- sen de "MIN" en "MAX" referen- tes bevindt.

Inwerkingstelling van een nieuwe accu (04 16, 04_17) Controleer of de ontstekings- schakelaar in positie "1" staat. Verwijder het zadel. Draai de bouten los (1) en ver- wijder ze. Verwijder het accudeksel (2).

+ Draai de bout los (3) en verwi- der ze van de negatieve klem

+ Verplaats de negatieve kabel (4) leteraal. + Draai de bout los (5) en verwi- derze van de positieve (+) klem. + Verplaats de positieve kabel (6) leteraal. + Verwijder de zekeringenhouder (7) en het startrelais (8) uit hun zit, en verpleats ze lateral + Grip de accu (9) stevig vasten venwijder ze uithaar plaats, door ze naar de buitenkant te buigen en ze op te heffen. LET OP

DE VERWIJDERDE ACCU MOET

+ Plats de accu op een viakke ondergrond, op een koele en droge plaats. + Herplaats hetzadel. + Bij de hermontage moet eerste de positieve (+) klem en daarna de negatieve (-)klem verbonden worden. Voordeinstallatie van de accu moeten de hierboven beschreven handelin- gen in de omgekeerde zin uitgevoerd worden. Controle van het elektrolytpeil WAARSCHUWING

Opladen van de accu + Verwijder de accu. + Voorzie een geschikte accula- der, specifiek voor MF accu's. + Voorzie een acculader voor het type van de gewenste lading,

4 Maintenance / 4 Onderhoud 04_18]

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren. Voor de controle: + Plaats de ontstekingsschake- lear op OFF om een toevallige kortsuiting te vermijden: + Verwijder het zadel. + Verwijder de zekeringen één voor één en controler of de draad (1) onderbroken is. + Vooraleer men de zekering ver- vangt, moetmen indien mogelik de oorzaak van het probleem zoeken. + Vervang de zekering indien be- schadigd, met een andere met dezelfde elektrische stroom- sterkte.

Plaats van de zekeringen A) Zekering 20 A (gel) - Vanaf de accu naar: de ontstekingsschakelaar, de span- ningsregelaar, de elektroschroef voor de koeling. B) Zekering 15 À (azuurblauw) - Vanaf de ontstekingsschakelaar naar alle ladin- gen van de lichten C)Zekering 7,5 À (rood) - Vanaf de ont- stekingsschakelaar naar: de ontsteking, de velligheidslogica van de start

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

VOORLICHT Op het achterlicht vindt men: + _eenlampje vanhetgrootlicht(1) (onderaan) + een lampje van het positielicht

+ een lampje van het dimlicht (3) (bovenaan). Voor de vervanging: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Handel als volgt, vanaf de kant van hetlampje dat moet vervan- gen worden

LAMPJE VAN HET GROOT LICHT

+ Draai de groep van de lamp van het groot licht (4) in tegenwi- zerszin. + Grip de elektrische terminal vast (5), trek er aan en maak hem los van het lampje (1). + Vervang het lampje (1) met een ander van hetzelfde type door een lampje in de lamphouder te plaatsen, en door de speciale platsingszitten te doen overeen- komen

LAMPJE VAN HET POSITIELICHT

+ Om de lamphouder te verwijde- ren mag niet aan de elektrische kabels getrokken worden. + Grip de lamphouder van het po- sitielicht (6) vast, trek er aan en venwijder het uit de zit PnouapUO + / SUEUAUIEN +

+ Verwijder het lampje (2) en ver- vang hetmeteen ander van het- zelfde type.

LAMPJE VAN HET DIMLICHT

+ Draai de groep lamp van het dimlicht (7) in tegenwizerszin. + Grijp de elekische terminal (8) vast, trek er aan en maak hem los van het lampje (3). + Vervang het lampje (3) met een ander van hetzelide type. Afstellen van de koplamp (04_25, 04_26)

Enkel voor de Italiaanse versie - Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraan, plaatst men het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voer- tuig zitten en controleer of de licht- bundel die op de wand wordt gepro- jecteerd zich iets onder de horizontale lin van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte). Voor het regelen van de lichtbundel: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Vanaf de onderkant van het kapje handelt men op de knop Q). DOOR HEM IN WI] ZERSZIN TE DRAAI- EN, wordt de lichtbundel verhoogd.

DOOR HEM IN TEGENWIZERSZINTE

DRAAIEN, wordt de lichtbundel verlaagd. + Op heteinde van de regeling controleert men de correcte ver- ticale richting van de lichtbun- del PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

Richtingaanwijzers voor Het voertuig is uitgerust met richting- aanwijzers met microlampjes, die niet vervangbaar zijn. Lampenset achter De motor is uitgerust met een LED ach- terlicht, dus voor de vervanging wordt aangeraden om zich te wenden tot een officièle aprilia Dealer. Richtingaanwijzers achter Het voertuig is uitgerust met richting- aanwijzers met microlampjes, die niet vervangbaar zijn. Kentekenverlichting (04_27) Vervanging: + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de bout (1) los en verwi- derze. + Verwijder de groep van het licht

+ Om de lamphouder te verwijde- ren mag niet aan de elektrische kabels getrokken worden. + Grip de lamphouder (3) vast, trek er aan en verwijder hem uit de zitting. Verwijder en vervang hetlampje (4) meteen ander van hetzelfde type. Afstellen van het station toerental (04_28) WAARSCHUWING

KINGSTEMPERATUUR BEREIKT. Voor de controle van het correcte mi- nimum toerental van de motor: + Rijenkele kilometers tot de tem- peratuur van de normale werk- ing wordt bereikt. + Plaats de hendel van de ver- snellingsbak in vri (groene con- trolelamp “/' aan). PNOUISPUO Ÿ / SUEUAUIEN +

+ Controleeropde toerentellerhet minimum rotatieregime van de motor. + Het minimum rotatieregime van de motor moet ongeveer 1500 + 100 toeren/min (rpm) bedragen. Wanneer het minimum toerental van de motor zich ongeveer aan de aange- duide waarde bevindt, moet er geen enkele handeling uitgevoerd worden om ditte wijzigen. LET OP

Enkel wanneer dit effectief nodig is: + Verwijder het zadel. + Handel op de bout van het re- gister (1). - Door ze VAST TE DRAAIEN (wijzers- zin), wordt het toerental verhoogd: - Door ze LOS TE DRAAIEN (tegenwij- zerszin) wordt het toerental verlaagd. + Doorte handelen op het gas- handvat, versnelt en vertraagt men enkele keren om de correc- te werking te controleren, en om te controleren of het minimum toerental stabiel blijf. WAARSCHUWING GEVAAR OP BRANDWONDEN.

Schijfrem voor en achter LET OP

Het voorste remsysteem is met een en- kele schijf (linker kant). Het achterste remsysteem is meteen en- kele schiff (rechter kant). Methet verbruik van de wrivingspastiles vermindert het peil van de vloeistof, om automatisch de slitage te compenseren De vioeistoftank van de voorrem bevindt zich op de rechter helft van het stuur, na- bij de koppeling van de hendel van de voorrem. De vioeistoftank van de achterrem be- vindtzich op de rechter kant van hetvoer- tuig, nabij de commandohendel van de achterrem. Stilstand van het voertuig (04_29) In geval van lange inactiviteit van het voertuig: + Verwijder de accu. + Was en droog het voertuig + Breng was aan op de gelakte opperviakken + Blaas de banden op + Plaats het voertuig in een niet verwarmd lokaal, zonder voch- tigheid, beschermd tegen zon- nestralen, en waar tempera- tuursverschillen miniem zijn. + Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bind dit vast op de uit- PNOUJSPUO + / SUEUAUIEN +

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

leatterminals van de uitiaat, zo- dat er geen vochtigheid kan inkomen LET OP

GROND HOUDEN. Bedek het voertuig, maar met geen plas- ic of ondoordringbaar materiaal LET OP

ACTIVITEIT. Reinigen van het voertuig (04_30, 04 31, 04 32) Reinig het voertuig regelmatig wan- neer het wordt gebruiktin de volgende zones of condities: + Atmosferische vervuiling (stad en industriële zones). + Zoutgehalte en vochtigheid uit de atmosfeer (zeegebieden, warm en vochtig kimaat). + Speciale milieu/seizoenscondi- ties (het gebruik van zout, che-

mische anti-isproducten op we- gen in de winterperiode). + Vermijd vooral dat er op de car- rosserie afzettingen achterbli- ven, resten van industriêle en vervuilende stoffen, teervlek- ken, dode insecten, uitwerpse- len van vogels, enz. + Parker het voertuig niet onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hars, fruit of bladeren vallen die chemische stoffen bevatten die schadelik zijn voor de lak LET OP

Zij N DOOR DE AANWEZIGHEID VAN

UT. Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte opperviakken, moet men een waterstraal onderlage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwijderen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenktis in veel water en shampoo (2 +4% delen shampoo in water). Spoel vervolgens overvioedig met water en droog af met een zeemvel. Om de exteme delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken. De delen in elektrolytisch geoxi- deerd of gelakt aluminium, zoals de vor- ken, de velgen, het frame, de voeten- steunen enz, moeten gewassen worden met neutrale zeep en water. Het gebruik van te agressieve reinigingsmiddelen kan de opperviaktebehandeling van deze onderdelen aantasten:

4 Maintenance / 4 Onderhoud

Vervoer (04_33) Tijdens de verplaatsing moethet voertuig in verticale positie bliven, goed veran- kerd zijn en in de eerste versnelling ge- plaatstworden, om eventuele lekken van brandstof, olie en koelvioeistof te vermi- den.

CONTACTEREN. Transmissieketting Het voertuig is uitgerust met een ketting van het type zonder eind, en heeft geen verbindende schakels. AIN

GEBRUIKT. Controle van de speling van de ketting (04_ 34) Voor de controle van de speling: + Leg de motor stil. + Plaats het voertuig op de speci- ale achterste standaard voor de steun (optional)

+ Plaats de versnellingshendel in ri. + Controleer of de verticale schommeling in een punttussen het rondsel en de kroon van de onderste tak van de ketting zich tussen 20--25 mm (0.787 -

0.984 in) voor de versie STRA-

DA-FACTORY en tussen 30-35 mm (1.18 - 1.38) voor de versie TRAIL bevindt. + Draai het wiel manueel, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere posities kan gecontroleerd worden: de speling moetin alle fasen van de rotatie van het wiel constant blij- ven. LET OP

(1.18 in) bedraagt voor de versie TRAIL, moet de regeling uitge- voerd worden Regeling van de speling van de ketting (04_35, 04 36) + Wanneer het na de controle no- dig is om de regeling van de spanning van de ketting uit te voeren, moet gehandeld wor- den als volgt: - om de speling te vergroten, de ketting lossen - om de speling te verkleinen, de ketting spannen. + Plaats het voertuig op de speci- ale achterste standaard voor de steun (optional) + Los de moer (1). Voor het centreren van het wiel zijn genummerde referenties voorzien, die verbonden zijn aan de beweging van de registers (2) en (3), die zich op de armen van de vork bevinden. + Handelop hetlinker (2) en rech- ter register (3), en regel de spe- ling van de ketting door te con- troleren vanaf beide kanten van het voertuig of dezelfde referen- tes overeenkomen: + Sluitde moer (1).

+ Controleer de speling van de ketting Aandraaikoppels (N*m) Moer van de pin van het achterwiel 100 Nm (10 kgm) Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon Controleer bovendien de volgende delen, en controler of de ketting, hetrondselen de kroon geen: + Beschadigde rollen hebben. + Geloste pinnen hebben. + Droge, verroeste, samenge- drukte of afgeslagen schakels hebben. + Excessieve slijtage vertonen. + Ontbrekende dichtingsringen hebben. + Excessief versieten of bescha- digde rondsel- of kroontanden hebben. LET OP

4 Maintenance / 4 Onderhoud CAUTION

EEN Officièle aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE VERVANGING. Smering en rei ketting ing van de Was de keting absoluut niet met water- stralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk, en metoplosmiddelen metho- ge ontvlambaarheidsgraad + Was de ketting met nafta of ke- rosine. Wanneer de ketting vlug verroest, moet men de onder- houdshandelingen eerder uit- voeren. smeer de ketting elke keer dit nodig is. + Nadat de ketting gewassen en gedroogd is, smeert men ze met vetspray voor verzegelde ket- tingen.

Max voertuigbelasting 210 Kg (462.97 Ib) (bestuurder + passagier + vloeistoffen)

Type endless (without master link) and Type zonder einde {zonder with sealed links koppelingsschakel) en met verzegelde schakels

Bandenspanning, enkel bestuurder Strada - Factory {vooraan)

Bandenspanning, enkel bestuurder Trail (vooraan)

Bandenspanning, bestuurder en passagier Strada / Factory {vooraan)

Bandenspanning, enkel bestuurder Strada - Factory (achteraan)

Bandenspanning, enkel bestuurder Trail (achteraan)

Afstand van de elektroden

Tabel gepland onderhoud Een aangepast onderhoud is van door- slaggevend belang voor een langere le- vensduur van het voertuig in optimale werkcondities met optimale prestaties. Daarom heeft aprilia een serie van con- troles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pa- gina. Het is een goede gewoonte om eventuele keine onregelmatigheden bij de werking onmiddellik mee te delen aan een Officièle aprilia Dealer of Verko- per zonder te wachten, om ze te verhel- pen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt. Het is absoluut noodzakelik om de ser- vicebeurten uitte voeren aan de voorge- schreven kiometerintervals en tijden, wanneer de voorziene kilometerstand wordtbereikt Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het "Geprogrammeerd Onderhoud', raadpleegtmen het'Garan- tieboekje”.

Motorolie Gebruik merkolies met conforme of hogere prestaties dan de specifieken CCMC G-4 A.P 1. SG. AGIP 5W of AGIP 20W Olie van de vorken Wanneer men over een gemiddeld gedrag wil beschikken van diegene die worden geboden in de aangeduide producten, kan men de producten zelf mengen, zoals volgt: SAE 10W =AGIP 5W 67% van het volume + AGIP 20W 33% van het volume. SAE 15W =AGIP 5W 33% van het volume + AGIP 20W 67% van het volume. AGIP GREASE 30 Kussentjes en andere smeerpunten In plaats van het aanbevolen product, gebruikt men merkvet voor draaiende kussenties, met bruikbaar temperatuursveld (-30...+140°) °C (-22°F...+284) °F, druppelpunt (150...230) °C (302...446) °F, hoge anticorrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.

6 Programmed maintenance / 6 Gepland onderhoud Product Beschrijving Kenmerken

Neutraal vet of vaseline

AGIP CHAIN GREASE SPRAY

aanbevolen voor KETTINGEN Vet AGIP BRAKE 4 Remvloeistof In plaats van de aanbevolen vloeistof kan men viveistoffen gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken. Synthetische vloeistof SAE ] 1703, NHTSA 116 DOT 4,150

aanbevolen KOELVLOEISTOF VOOR DE MOTOR Biologisch afbreekbare koelvioeistof, gebruiksklaar, met "long life"-technologie en - kenmerken (rood). Verzekerteen bescherming tegen vriestemperaturen tot -40° (-40°F). Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.

index accessoires (07_01) Op het voertuig kunnen de volgende ac- cessoires geïnstalleerd worden, die ook installeerbaar zijn op het model TRAIL (aan te vragen aan de Officiéle aprilia Dealer): - Twee halfharde koffers en koppelingen

- Koffer achteraan 45 |. (3) - Glas van het kapje, regelbaar in twee posities door middel van bouten (4) - Kit centrale standaard (5) - Tankbedekking = Zak voor de tank (wordt bevestigd aan het voertuig en benut de tankbedekking om het vast te koppelen) - Verhoogd zadel - Regelbare hendel van de voorrem Ombouw (07_02, 07_03) + Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de tree bouten (1) los en veruijder ze. + Verwijder de carterbescherming 2). Wanneer het geluidabsorberend ma- teriaal in de carterbescherming (2) versleten blijkt, wendt men zich tot een Officiéle aprilia Dealer voor de vervanging.

+ Plaats het voertuig op de stan- daard. + Draai de twee bouten (3) los en verwijder ze + Vanaf de tegenovergestelde kant van het voertuig, draait men de bout (4) los en verwijdert men ze.

Schijfrem: 150 Standaard: 18, 98 Start: 85 Stuurslot 51

Veiligheidsnormen: 104

Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifeke trainingsprogramma van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiéle Netwerk van aprilia grondig dit voetuig, en beschikken ze over de nodige speciale uirusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen. De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle véér het riden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Ori Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiéle factoren ! Voor informatie in verband met de dichtstbizinde Officiéle dealer enfof Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zo8kt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Offciële Website www.aprilia.com Enkel wanneer men Originele Apriia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele Apriia Reserveonderdelen worden systematisch ondenworpen aan kwalteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen. De beschrjvingen en de ilustraties in deze uitgave zijn niet bindend Apriia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiéle eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en geilustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of aan de levering van accessoires naar gelang zj dit nodig acht om het productte verbeteren, of om te Voldoen aan vereisten van constructieve of commerciéle aard, zonder verplicht te zin om tijdig deze uitgave bite werken. Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlike versies moet gecontroleerd worden via het officiéle verkoopsnetwerk van Aprilia

© Copyright 2006- Apriia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. Aprila - Dienst na verkoop. Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.