DORSODURO 750 ABS - Motorfiets APRILIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DORSODURO 750 ABS APRILIA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DORSODURO 750 ABS APRILIA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DORSODURO 750 ABS - APRILIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DORSODURO 750 ABS van het merk APRILIA.
GEBRUIKSAANWIJZING DORSODURO 750 ABS APRILIA
omdat u een vanhaar producten heegt gekozen. Wij hebden deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast za u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zicher zeker van dat indien u hier reckening mee za houden, u makkelijk za wennen aan uw/New voertuig, waar u lang maar volle tevredenheid gebruik van za hunnen make. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit的那一 ste moet het worden overhandigd aan de neue eigenaar.
DORSODURO 750 ABS
aprilia
De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zich voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het Klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd要去en worden op het voertuig, bij een Dealer of Erkende aprilia Garage. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstelleningen. De herstellingen die Niet uitgebrecht in deze uitgave zich beschreiben, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

Personal safety
Persoonlijke verilgheit
Indien deutsche voorschriften nicht of nicht volledig worden opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan Personen tot gevolg生態.

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden zDat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.

Vehicle intactness
Staat van het voertuig
Indien deutsche voorschriften nicht of nicht volledig worden opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig, en eventuele het verwallen van deze garantie tot gevolg hebben.
Bovengenoemde signalen zich erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kenn den worden gezonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en voraal de paragraaf "VEILIG RIJDEN".Uw verilgheid en die van anderen hangt nicht enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiente van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN.We raden THATAM an om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich verilg en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integgerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
INDEX INDEX
GENERAL RULES 9
Vooronderstelling 10
Koolmonoxide 10
Brandstof. 11
Warme onderdelen 12
Koelvloeistof 12
Gebrukte motorolie en koppelingsolie 13
Rem-en koppelingsvloeistof 14
Elektrolyt en waterstofgas van de accu. 15
Standaard 17
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid. 17
VOERTUING 19
Plaats van de hoofdcomponenten 21
Legenda 23
Instrumenten 25
Groep controlelampjes 27
Digital display 27
Alarmen 30
Selectie lokalisations 33
Commandoknuppen 37
Geavanceerde functies 40
Startschakelaar 48
Stuurslot vergrendelen 49
Drukknop claxon. 50
Schakelaarrichtingaanwijzers 50
Knop die knippert voor grootlicht. 51
Inschakelknop alarmlichen 51
Startknop. 52
Stopschakelaar motor 52
Antiblokkeesystem ABS. 52
De werking van het immobilizersysteme 57
Zadelopenen 59
Documentenvakje/gereedschapskit. 60
Identificatie. 60
Vastmaken van baggage 62
GEBRUIK 63
Controles 64
Tanken 68
Reguleringachterdempers. 69
Regulering voorvorken 73
Regulering voorremhendel 76
Regulering schakelhendel 77
Inrijden. 77
Startendesmotors 79
Ride by wire 84
Start / besturing 85
Stoppen van de motor 93
Parkeren 94
Katalysator. 95
Standaard 97
Basisveiligheidsnormen 100
ONDERHOUD. 107
Controle van het peil van de motorolie 108
Het bijvullen van motorolie 110
Vervanging van de motorolie 111
Banden 113
Demonteren van de bougie 116
Demonteren van het luchtfilter 116
Peil koelvloeistof 117
Controle van het oliepeil van de remmen 120
Bijvullen van de remvloeistof. 121
Controle koppelingsvloeistof 122
Bijvullen koppelingsvloeistof 122
Verwijdering van de accu. 123
Controle van het elektrolytpeil 124
Afstellen van de koplamp. 131
Richtingaanwijzers voor 134
Lampenset achter. 135
Richtingaanwijzers awhile 136
Kentekenverlichting 137
Achteruitkijkspiegels 137
Schijfrem voor en中断 139
Stilstand van het voertuig. 141
Reinigen van het voertuig 143
Vervoer. 147
Controle van de speling van de hetting. 148
Regeling van de speling van de hetting 149
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon 150
Smering en reiniging van de ketting. 151
Bijgeleverd gereedschap. 162
GEPLAND ONDERHOUD. 163
Tabel gepland onderhoud. 164
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Algemene normen
Chap. 01
General rules
Hst. 01
Foreword
NOTE
CARRY OUT MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS SHOWN IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.
Vooronderstelling
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
Carbon monoxide
Wanner het nodig is om de motor te doen werken om een handeling UIT te voeren, controleert men of dit in een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooit werken in een gesloten ruimte. Wanner men in een gesloten ruimte werkst, gebruikt men een evacuationsystem voor de uitlaatgassen.
LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK DE DOOD KAN VEROORZAKEN.
Fuel
CAUTION


FUEL USED TO POWER INTERNAL COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS. IT IS THEREFORE RECOMMENDED TO CARRY OUT REFUELLING AND MAINTENANCE PROCEDURES IN A VENTILATED AREA WITH THE ENGINE SHUT OFF. DO NOT SMOKE DURING REFUELLING AND NEAR FUEL VAPOURS, AVOID ANY CONTACT WITH NAKED FLAMES, SPARKS OR OTHER SOURCES WHICH MAY CAUSE THEM TO IGNITE OR EXPLODE.
DO NOT DISPOSE OF FUEL INTO THE ENVIRONMENT.
De motor en de onderelen van de uitlaatinstallatie worden zeer warm en blijvenwarm voor een zekereperiode, ook nadatde motor wordenuitgezet.Vooraleer mendeze onderdelen hanteert,draagt menisolerende handschoenen, of wacht mentot de motor en de uitlaatinstallatie zijnafgekoeld.
Coolant
De koelvloeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ontvlambaar is. Wanner het brandt, produeert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken.
CAUTION

TAKE CARE NOT TO POUR COOLANT ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID MAY CATCH FIRE AND BURN WITH INVISIBLE FLAMES. WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE OPERATIONS, IT IS ADVISIBLE TO WEAR LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS
LET OP

LET OP OM GOEN KOELVLOEISTOF TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN VATTEN MET ONZICTBARE VLAMMEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELING RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
TOXIC, COOLANT HAS A SWEET FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY ATTRACTIVE TO ANIMALS. NEVER LEAVE THE COOLANT IN OPEN CONTAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.
Gebruike motorolie en koppelingsolie
LET OP


BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VERSNELLINGSBAK KAN ERNSTIGESCHADE VEROORZAKEN AAN DEHUID, WANNEER HIJET LANG EN DAGELIJKS WORDT GEBRUIKT.
Rem- en koppelingsvloeistof
Rem- en koppelingsvloeiestof

DE REM- EN KOPPELINGSVLOEISTOFFEN KUNNEN DE GELAKTE,PLASTIC OF RUBBEREN OPPERVALKKEN BESCHADIGEN.WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE REM-OF KOPPELINGSINSTALLATIEUITVOERT,BESCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN MET EEN SCHONEDOEK.DRAAG STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MENHET ONDERHOUD VAN DE INSTALLATIONSUITVOERT. DE REM-EN KOPPELINGSVLOEISTOFFEN ZIJN UI-TERST SCHADELIJK VOOR DEOGEN.IN GEVAL VAN TOEVAILLIG
Elektrolyt en waterstofgas van de accu
LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWONDEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWAVELZUUR BEVAT. DRAAG NAUWSLUITENDE HANDSCHOENEN EN BESCHERMENDE KLEDING WANNEER MEN HET ELEKTROLYT VAN DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET Koud WATER. HET IS ZEER BELANGRIJK OM DE OGEN TE BESCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER KLEINE HOVEEELHEID ZUUR VAN DE ACCU BLINDHEID KAN VEROORZAKEN. WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET
THE FLUID IS ACCIDENTALLY SWALLOWED, DRINK LARGE QUANTITIES OF WATER OR MILK, FOLLOWED BY MILK OF MAGNESIA OR VEGETABLE OIL AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY. THE BATTERY RELEASSES EXPLOSIVE GASES; KEEP IT AWAY FROM FLAMES, SPARKS, CIGARETTEs OR ANY OTHER HEAT SOURCE.ENSURE ADEQUATE VENTILATION WHEN SERVICING OR RECHARGING THE BATTERY.
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid
Behalve waar gespecifieerd worden in dit Gebruiks- en onderhoudsboekje, mag geen enkel mechanismch of elektrisch onderdeel gedemonteerd worden.
LET OP
SOMMIGE CONNECTOREN VAN HET VOERTUIG KUNNEN VERWISSELD WORDEN, EN WANNEER ZE FOUT GEMONTEERD WORDEN, KUNNEN ZE DE NORMALE WERKING VAN HET VOERTUIG SCHADEN.
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Chap. 02
Vehicle
Hst. 02
Voertuing

02_01

02_02
Plaats van de hoofdcomponenten (02_02)
Legende:
- Linker lijplaatje
- Linkerrichtingaanwijzervooraan
- Vloeistoftank van de koppeleling
- Linker achteruitkijspiegeltje
5.Accu - Documentenruimte / gereedschapskit
- Zadel
-
Achterhandvaten
-
Seat lock
- Fork
- Drive chain
- Side stand
- Left hand passenger footrest
- Gear lever
- Control unit
- Horn
- Auxiliary fuses
- Main fuses and ABS fuses
- Fuel tank
- Fuel tank cap
- Right rear-view mirror
- Front brake system fluid reservoir
- Right front turn indicator
- Front headlamp
- Expansion tank cap
- Expansion tank
- Front tone wheel
- Front ABS sensor
- Air filter box / air filter
- Oil filter
- ABS control unit
- Engine oil plug
- Engine oil level
- Rear brake control lever
- Right hand rider footrest
- Rear brake system fluid reservoir
- Rear ABS sensor
- Rear tone wheel
- Rear shock absorber
- Right hand passenger footrest
- License plate light
-
Right rear turn indicator
-
Achterlicht
- Linker richtingaanwijzer acheeraan
- Zadelslot
- Vork
- Transmissieketting
- Laterale standard
- Linkersteun van de passagier
- Versnellingshendel
- Centrale
- Akoestische melder
- Secundaire zekeringen
- Hoofdzekeringen en zekeringen ABS
- Brandstoftank
- Dop van de brandstoftank
- Rechter anscheruitkijkspiegelte
- Vloeistofank van de voorreinstallatie
- Rechterrichtingaanwijzer vooraan
- Voorlicht
- Dop van het expansievat
- Expansievat
- Voorste geluidswiel
- Sensor ABS Vooraan
- Luchtfilterhuis / luchtfilter
- Olieffilter
- Centrale ABS
- Dop van de motorolie
- Peil van de motorolie
- Commandohendel van de achterrem
- Rechtersteun van de bestuurder
- Vloeistoftank van de achterrem-installatie
- Sensor ABS achteraan
-
Achterste geluidswiel
-
Achterste schokdemper
- Rechtersteun van de passagier
- Nummerplaatlicht
- Rechter richtingaanwijzer achteraan

02_03
Dashboard (02_03)
Legende en plaats van de commando's / instrumenten
- Ignition switch /steering lock
- Instrument panel
- Front brake lever
- Throttle grip
- High-beam flashing switch
- MODE Control
- Turn indicator control
- Horn button
- Hazard
-
Starter / engine stop / mapping selection button
-
Commandohendel van de koppeling
- Schakelaar van de ontsteking / stuurslot
- Dashboard
- Hendel van de Voorrem
- Gashandvat
- Drukknop voor het knipperen van het grootlicht
- Commando MODE
- Commando van de richtingaan-wijzers
- Drukknop van de akoestische melder
- Hazard
- Startknop / stop motor / selectie lokaliseties

02_04
Het dashboard heeft een immobilizer die de start belet wonneer het systeme de sleutel die erder werden opgeslagen nicht herkent.
Bij het voertuig worden twee reeds opge-slagen sleutels geleverd. Het dashboard aanvaardt tegelijkkertijd maximum vier sleutels: voor hun activering of voor het desactiveren van een verloren sleutel, moet men zich wenden tot een Officièle aprilia Dealer. Wanner het voertuig worden overhandigd, za ongeveer 10 se-. conden lang na het draaien van de sleutel in positie ON het dashboard vragen om een persoonlijke code van vrij cijfers in te voeren. Deze vraag za neteer worden weergegeven nadat de persoonlijke code ward ingevoerd. Voor de procedure van het invoeren van de code moet de paragraaf WIJZIGING VAN DE CODE ge-raadpleegd worden
Het is belangrijk om de persoonlijke code te herinneren, waar dat deze dient voor het volgende:
- het starten van het voertuig wanner de werkking van het immobilizersystemeem defect is
- het vermijdt de verranging van het dashboard wanner de ontstekingsschakelaar要去 verrangen worden
- het opslaan van(AP) sleutels

Light unit (02_05)
Key:
- Controlelamp van het grootlicht, blauw
- Controlelamp van de linker richtingaanwijzer, groen
- Controleamp algemene Warning, rood
- Controlelamp van de versnelling in vrij, groen
- Controlelamp van de laterale standaard uitgeklapt, amber-geel
- Rode controllamp abs
- Controlelamp van de rechterrichtingaanwijzer, groen
- Controlelamp van de brandstof-reserve, ambergeel

DigitalLCDdisplay (02_06, 02_07,02_08,02_09,02_10, 02_11)
- Door de ontstekingsstreutel in positie 'KEY ON' te draaien, worden op het dashboard het volgende twee seconden lang weergegeven:
- het logo
- Alle controleampen

-
The rpm indicator pointer moves to then go back to its initial position.
-
De wijzer van de toerenteller verplaatst zich en keert daarna terug maar de beginpositie.

De algemene schikking van het beeld-schemr dat verschijnt is de volgende:
-klok;
- geselecteerde lokalisatie;
-snelheidsmeter;
- hodometer, boardjournaal of accesso-refuncties.
- Bovenaan het dashboard worden de volgende functies weergeweven:
MODALITEIT 1
- klok (bruikbaar in de modaliteit H24, en in de modaliteit H12 zonder aanduiding AM / PM)
MODALITEIT 2
- ronde en hijd per ronde
Op het centrale deel worden de volgende functies getoond:
- snelheid (snelheidsmeter)

- balk van de motortemperatuur
Op het onderste deel worden de volgende functies getoond: - hodometer totaal
- gegevens van de boordcomputer
-eventuale alarmen
Na 2 km (1.24 mi) nadat de controlamp van de brandstofreserve gaat branden, verschijnt op het digitale display de aanduiding van de afstand afgelegd met de reserve.
Wanneer deze actief is, verdwijnt ze bij het drukken op eén van de commando's van de joystick en verschijnt ze wee na 60 seconden.
Wanneer het voertuig zich in reserve bevindt,licht de controelamp 60 seconden na "KEY ON" op.

Wanner de limieten van de onderhouds-intervals worden overschreden, verschijnt een icoon met het symbol van de Engelse sleutel. Wanner de geprogrammeerde onderhoudshandelingen bij de dealers en geauthoriseerde aprilia garages worden uitgevoerd, kan deze aanduiding geelimineerd worden.
Wanneer de sleutel in de positie "KEY ON" worden gedraaid en er ontbreken minder dan 300km (186 mi) tot het uitvoeren van het geprogrammeerd onderhoud, knippert de icoon "Engelse sleutel" vrij seconden lang.
Met de sleutel in positie "KEY OFF" knippert de contrôlelamp van het algemeen alarm om de activering van het immobilizersysteme te melden. Om het verbruik van de accu te verminderen houdt het knipperen op na 48 uren.

Alarms (02_12, 02_13, 02_14, 02_15, 02_16, 02_17)
Wanner een onregelmatigheid gedeteerd wordt, wordt op het onderste deel van het display een icoon weergegeven die verschil afhankelijk van de oorzaak.
Men要去zichonmiddelijk toteen Officiele aprilia Dealer wenden.
ALARM SERVICE
Wanneer een onregelmatigheid gedetecteerd worden door het dashboard of de
elektronische centrale, meldt het dashboard de onregelmatigheid door de icoon SERVICE wee te geven en door het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm
URGENT
SERVICE
02_13
Wanner bij de ontsteking een onregelmatigheid van de immobilizer worden gedetecteerd, vraagt het dashboard om de code van de gebruiker in te voeren Wanner de code correct worden ingevoerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbool SERVICE waar te gehen en door het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm.
Een ernstige onregelmatigheid worden gemeld door het snel knipperen (twee knipperingen per seconde) van de controlelamp van het algemeen alarm, en door de afwisselende weergave van de opschriften URGENT en SERVICE op het digitaal display. Men moet zich onmiddelijk tot een Officièle aprilia Dealer wenden. In deze gevallen activeert de centrale een veiligheidsprocedure door de prestaties van het voertuig te beperken, zodat met beperkte snugheid de Officièle aprilia Dealer kan bereikt worden. Naargelang het type van onregelmatigheid konnen de prestaties op twee manieren beperkt worden: a) door het maximum geleverde koppel te verminderen; b) door de motor aan een toerental te houden dat iejs hoger is dan het minimum (tijdens deze
werking wordt het gascommando gedesactiveerd).


Oil failure
In geval van een onregelmatigheid van de oliedruk of de sensor van de oliedruk, meldt het dashboard de onregelmatigheid met een ampul en het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm.
Alarm oververhitting van de motor
Het alarm van de oververhitting van de motor worden geactiveerd wonneer de temperatuur gelijk of hoger is dan 110^ (230^) en dit worden gemeld door het oplichten van de rode controlamp van het algemeen alarm en door het knippenen van de icoon van de thermometer op het display.

Wanneer de afwezigheid van de verbinding worden gedetecteerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbol van het Niet verbonden zijn wee te给他们 en door het oplichten van de rode controleamp van het algemeen alarm.

Turn indicator alarms
Alarmen richtingaanwijzers
Wanner het dashboard het stukgaan van de richtingaanwijzers detecteert, knippert de controlamp van de richtingaanwijzersiens zo snel, en verschijnt de aanduiding op het digitaal display.

Selectie lokaliseties (02_18, 02_19, 02_20)
De centrale voor de besturing van de motor voorziet 3 verschillende "lokalisaties" van de besturing van de elektronische gashendel, die als volgt worden weergegeven bovenaan links op het digitale display op het dashboard:
T voor de lokalisatie TOURING
S voor de lokalisatie SPORT
R voor de lokalisatie RAIN


De modaliteit TOURING werden bedacht voor een toeristisch gebruik van het voertuig.
De modaliteit SPORT is reactiever, en werk bedacht voor een sportief gebruik van het voertuig.
LET OP
HET GEBRUK VAN DEZE MODALI-TEIT WORDT AANGERADEN VOOR ERVAREN MOTORRIJDRS EN OP WEGEN MET EEN GOEDE WEGLIGGING. HET GEBRUK OP NATTE WEGEN EN/OF MET EEN SLECHTE WEGLIGGING WORDT AFGERADEN.
De modaliteit RAIN werk bedacht voor het gebruik van het voertuig op natte wegen of met een slechte wegligging. Het systeme verminder het maximale koppel dat geleverd worden door de motor maar geeft het op een zachte manier, zodate een betere grip verkreten wordt. In deze modaliteit worden de prestaties van de motor beperkt, en kan de maximum snugheid dus Niet bereikt worden.
HET IS GEEN ANTI-SLIPMECHANISME, EN ER WORDT DUS AANGERA
De overgang maar de verschillende lokalisaties gele庵ur door middel van de inwerkingstelling van de startknop, die 5 sec na de start van de motor de functie van selectieknop voor de lokalisaties aanneemt.
LET OP
DE SELECTIEPROCEDURE VAN DE LOKALISATIES IS EVENEENS ACTIEF MET DE MOTOR IN WERKING, MAAR ENKEL MET GESTARTE MOTOR EN WANNEER GEEN GAS GEGEVEN WORDT.
Om de lokalisatie te wijzigen,要去 als volgt gehandeld worden:
- wonneer voor de eerste keer op de knop gedrukt worden, worden het symbool van de actuel toegepaste lokalisatie "in negatief" weergegeven op het display
- wonneer binnen 1,5 seconden voor een tweede keer op de knop gedrukt worden, worden de volgende lokalisatie geseleerd die steeds negatief worden weergegeven op het display. Wonneer meer dan 1,5 sec verstreijken zonder dat op de knop gedrukt worden (anders worden de volgende lokalisatie geseleerd) en zonder gas te gehen,
wordt de neue wokalisatie "in positief" weergegeben op het display, en wordt deze dus efectief als neue wokalisatie toegepast.
LET OP
WANNEER OP HET DISPLAY DE NIEUWE LOKALISATIE NOG IN NEGATIEF WORDT WEERGEGEVEN, DUS ZICH NOG IN DE FASE VAN DE AANVAARDING DOOR DE CENTRALE BEVINDT, EN HET GASCOMMANDODOWORDT BEDIEND, BEGINT DE NIEUW Gekozen LOKALISATIE IN POSITIEF TE KNIPPEREN OP HET DISPLAY, MAAR WORDT NOG NIET EFFECTIEF TOEGEPAST TOT HET GASCOMMANDODO WORDT LOSGELATEN.

Control buttons (02_21, 02_22, 02_23, 02_24)
Trip journal 1 and 2
Boardjournaal 1 en 2
Er zich twee boisjournals aanwezig.
Met een large druk op het commando MODEaar links,wordt het BOORDJOURNAL 1 geselecteerd,enlicht deicon "1" op het DIGITAAL DISPLAY op.
Met een lange druk op het commando MODEaarrechts,wordt het BOORDJOURNAL2 geselecteerd,enlicht deicoon "2" op het DIGITAAL DISPLAY op.
In elk journaal worden bij elke korte druk van het commando MODEaar rechts of aan links achtereenvolgens de volgende informatie weergegeven:
HODOMETER TOTAAL
HODOMETER PARTIEEL
TIJDSDUUR
MAXIMUM SNELHEID
GEMIDDELDESNELHEID
GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK
ONMIDDELLIJK BRANDSTOFVER-BRUIK
MENU (enkel wanneer het voertuig stilstaat)
Bij de volgende trefwoorden: HODOMETER PARTIEEL, TIJDSDUUR, MAXIUM SNELHEID, GEMIDDELDE SNEL

HEID, GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK wist een korte druk op de centrale toets alle aanduidingen die opgeslagen werden in het actieve BOORDJOURNAAL.

Wanner de snelheid nul is en wanner het beeldschem MENU verschijnt, geeft een lange druk op de centrale toets toe-gang tot de geavanceerde functies van het dashboard.

CHRONOMETER
Om de chronometer te gelebruiken,要去 de functie CHRONOMETER geseleeteerd worden in het MENU van de geavanceerde functies van het dashboard.
De chronometer zal bovenaan het digitaal display verschijnen, en verrangt de aanduiding van de versnelling, de klok en de omgevingstemperatuur.
Wanneer het voertuig in beweging is, wordt de werking van de chronometer ge-controlled door de centrale toets van het commando MODE.
De start van de chronometer worden UITgevoerd met een korte druk op de centrale toets. De eerste druk doet deijdmeting starten. Wanneer men nog druktijdens de eerste 10 seconden na het begin van deijdmeting, herbegint de chronometer vanaf nul. Na dezeperiode za bij een volgende druk het gevegen opgeslagen worden, en za de volgende meting starten.
Met een lange druk op de centrale toets of wanner de snelheid terugkeert maar nul, worden de meting geannuleerd, en op het display verschijnt de LASTe meting. De sessie start weer zoals hierboven werk beschreiben.
Na de verwerving van 40 tijdmetingen,
stoot de verwering. Een neue sessie
tijdmetingen kan enkel hernomen worden
wanner de eerder uitgevoerde metingen

Advanced functions (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)
MENU
Geavanceerde functies (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)
MENU
Het configuratiemenu, dat rechtstreeks vanaf het beeldschem van het menu kan bereikt worden, bestaat uit de volgende trefwoorden:
-EXIT
- INSTELLINGEN
- CHRONOMETER
- DIAGNOSTIEK
-TALEN.
SETTINGS
Het menu van de INSTELLINGEN bestaatuit de volgende trefwoorden:
- EXIT
- REGELING VAN HET UUR
- SCHAKELEN
- RETROVERLICHTING
- WIJZIGING VAN DE CODE
-CODERESET
- ^ C / ^
- 12/24 h
De functies van het menu van de instelleningen worden aangeduid in de volgende paragrafen.
Na het beeindigen van de handeling keert het display terug maar het hoofdmenu.
TIME ADJUSTMENT
In deze modaliteit worden de waarde van de klok ingesteld. Het hoofdschem verschijnt wee, met de opschrift "REGELING VAN DE KLOK".
Wanner deze modaliteit worden bereikt, za de aanduiding van de Minutes verzdwijnen en za enkel die van de uren blijven. Bij elke druk maar rechts van de keuzeschakelaar MODE verhoogt de waarde van de uren, en symmetrisch bij elke druk waar links van de keuzeschakelaar MODE verlaagt de waarde van de uren. Een druk op het centrale.Deel van de keuzeschakelaar MODE slaat de ingestelde waarde op, en er wordt overgegaan aan deregeling van de minutes.
Wanner deze modaliteit worden bereikt, verwijnt de aanduiding van de uren en blijft enkel die van de Minutes. Bij elke druk maar rechts van de keuzeschakelaar MODE verhoogt de waarde van de minutes, en symmetrisch bij elke druk maar
links van de keuzeschakelaar MODE verlaagt de waarde van de Minutes.
Een druk op het centrale deel van de keuzeschakelaar MODE slaat de ingestelde waarde op, en worden de modaliteit van de regeling van de klok verlaten.
Cambiomarcia
6000
RPM
02_26
In deze functie stelt men de waarde van de schakellimiet in. Het hoofdschem verschijnt met de melding "SCHAKELLIMIET".
Bij elke druk maar rechts van de MODE schakelaar verhoogt de limietwaarde met 100 RPM, en viceversa bij elke druk maar links van de MODE schakelaar verlaagt de limietwaarde met 100 RPM.
Bij het bereiken van de limiet, onderste of bovenste, heeft elke volgende druk op de schakelaar geen enkel effect.
De handeling eindigt met een druk op de MODE schakelaar in de centrale positie, waardoor de ingestelde waarde worden opgeslagen, de wijzer keert terug maar nul, en het dashboard gaat terug maar de pagina van het menu van de configuratie.
Bij de eerste aansluiting van de accu wordt het dashboard ingesteld op de waarde van de toeren van de proefperiode, en bij de volgende aansluitingen wordt het ingesteld op de LAST ingestelde waarde:
TOERENTAL VAN DE PROEFPERIODE: 6000 toeren/min (rpm)
MAXIMUM REVOLUTIONS: 12000 rpm
Bij het overschrijden van de vastgestelde waarde knippert de alarmcontrollamp op het dashboard tot onder de limiet worden teruggekeerd.


Met deze functie kan de intensiteit van de retroverlichting ingesteld worden op drie niveaus. Bij elke druk maar rechts of links van de MODE schakelaar, kan de gebruiker de volgende iconen lezen:
LOW
MEAN
HIGH
Op het einde van de handeling keert het dashboard met een druk op de MODE schakelaar in centrale positie terug maar het menu INSTELLINGEN.
Wanner de accu wordt losgekoppeld, wordt het display aan de maximum helderheid geconfigureerd.

CODE CHANGE
Deze functie worden gebruikt wanner men over de oude code beschikt, en wanner men deze wil wijzigen. In deze functie verschijnt de melding:
"VOER DE OUDE CODE IN"
Na de herkenning van de oude code wordt er gesvaagd om de neue code in te voeren, en het display toont de volgende melding:
"VOER DE NIEUWE CODE IN"
Op het einde van de handeling keert het displaytering aan het menu DIAGNOSTIEK. Wonneer men deze met de code heeft bereikt, worden deze handeling Niet toegelaten.
Op het einde van de handeling keert het dashboard terug maar het menu INSTELLINGEN.
Wanneer voor de eerste keer wordt op geslagen, worden enkel het invoeren van de(APpe code gevraagd.
CODE RESET
Deze functie worden gebruikt wanner men Niet over de oude code beschikt en wanner men.Deze wil wijzigen, in dit geval要去 men minstens twee sleutels in het ontstekingsblokjeplaatsen. De eerste is reeds geplaatst, en daarna worden het plaatsen van de tweede bevgraagd met demelding:
Tijdens de overgang van de ene maar de andere sleutel blijt het dashboard opgelicht, en wanner de sleutel Niet binnen de 20 seconden worden geplaatst worden de handeling beëindigd. Na de herkenning van de tweede sleutel worden de invoer van de nieuwe code gesvaagd met de melding:
"VOER DE NIEUWE CODE IN"
Op het einde van de handeling keert het displaytering aan het menu DIAGNOSTIEK. Wonneer men deze met de code heeft bereikt, worden deze handeling Niet toegelaten.
Op het einde van de handeling keert het dashboard terug maar het menu INSTELLINGEN.
12H/24H
Om deze modaliteit te bereiken, moet in het menu INSTELLINGEN 12H / 24H geselecteerd worden.
Dit menu selecteert de weergave 12H of 24H van de klok.
CHRONOMETER
Om de functie van de chronometer te bereiken, moet op het configuratiemenu het trefwoord CHRONOMETER geseleeteerd worden. Wanner de functie CHRONOMETER worden geseleeteerd, verschijnt een beeldschem met de volgende opties:
-EXIT
- ACTIVERING CHRONOMETER
- WEERGAVE METINGEN
- WISSEN METINGEN
Activering van de chronometer
Wanneer dit wordt geselecteerd, worden een pagina bereikt waar de functie kan geselecteerd worden die u bovenaan het display wil: klok of chronometer.
Het dashboard blijkt ook na eenplaatsing / verwijdering van de sleutel in de gekozen configuratie.

View times
Deze functie toont de verworven chronometertijden. Met korte drukken op de keuzeschakelaar MODEaar rechts en links worden de paginga's van de metingen overlopen, en met een lange druk verschijnt op het display het menu CHRONOMETER. Wanner de accu wordt losgekoppeld, verliest men de opgeslagen tijden.
DELETE TIMES
Deze modaliteit elimineert de verworven chronometertijden. De bevestiging voor het wissen worden gezvaagd. Na het beeindigen van de handeling keert het display terug maar het menu CHRONOMETER.
DIAGNOSIS
Open the configuration menu to display the DIAGNOSIS option.
Wanneer het configuratiemenu wordt bereikt, is het möglichk om het trefwoord DIAGNOSTIEK wee te given.
Dit menu worden geinterfaced met de systemen die aanwezig zijn op de motor, en voert hierop de diagnose uit. Om deze te activeren moet de toegangscode ingevoerd worden, die enkel in het bezit is van de assistentiecentra van aprilia.
LANGUAGES
Vanaf het configuratiemenu kan de functie van de TALEN bereikt worden. Wanner het trefwoord TALEN worden geselteerd, kan de taal van de interface gekozen worden
De opties zijn:
-ITALIAANS
- ENGELS
- FRANS
- DUITS
- SPAANS
Op het einde van de handeling keert het display terug maar het menu TALEN

Ignition switch (02_31)
De ontstekingsschakelaar (1) bevindt zich op het voorste deel van de brandstoftank.
Bij het voertuig worden twee sleutels bijgeleverd (eén reservesleutel).
Het uitgaan van de lichten gebeurt wanner de ontstekingsschakelaar op OFF worden geplaatst.
NOTE
THE KEY ACTIVATES THE IGNITION SWITCH AND OPERATES THE STEERING LOCK.
NOTE
THE LIGHTS TURN ON AUTOMATICALLY UPON THE ENGINE START-UP.
N.B.
DE SLEUTEL ACTIVEERT DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR/HET STUURSLOT.
N.B.
DE LICHEN LICHTEN AUTOMATISCH OP NA DE START VAN DE MOTOR.
LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is nicht möglich om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is möglich om de sleutel te verwijderen.
OFF: De motor en de lichten können nicht in werkung worden gesteld. Het is möglich om de sleutel te verwijderen.
ON: De motor kan gestart worden. Het is nicht möglichk om de sleutel te verwijderen.
Stuurslot vergrendelen
Om het stuur te blokkeren:
- Draai het stuur volledig maar links.
- Draai de sleutel in positie «OFF».
- Druk op de sleutel en draai hem in tegenwijzerzin (haar links) rond, stuur langzaam tot de sleutel op «LOCK» worden geplaatst.
-
Verwijder de sleutel.
-
Remove the key.
CAUTION

TO PREVENT LOSS OF VEHICLE CONTROL NEVER TURN THE KEY TO «LOCK» WHILE RIDING.
LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSI-TIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.

Horn button (02_32)
Wanneer deze ingedrukt worden, worden de akoestische melder in werkung gesteld.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_33)
Verplaats de schakelaar maar links, om aan te duiden dat men maar links draait; verplaats de schakelaar maar rechts, om aan te duiden dat men maar rechts draait; Druk op de schakelaar om de richtingaanwijzer te deactiveren.
Knop die knippert voor grootlicht (02_34)
Hiermee kan men het knipperen van het grootlicht gebruiken, in geval van gevaar of nood.
Wanneer men de drukknop loslaat, worden het knipperen van het grootlicht gedeactiveerd.

Flasher button (02_35)
Door op de knop te drukken, met de ontstekingsschakelaar in positie "ON", worden de vier richtingaanwijzers en de relativieve controleampen op het dashboard gewelijkijdig geactiveerd.
De HAZARD blijt ook actief wanner de sleutel worden verwijderd, maar kan nicht gedesactiveerd worden. Om HAZARD te desactiveren, moet de schakelaar in po
sitie "ON" gebracht worden en要去 op de knop gedrukt worden.

Door op de drukknop te drukken doet de startmotor de motor draaien.
LET OP
5 SECONDEN NA DE START VAN DEMOTOR KRIJGT DEZE DRUKKNOP DE FUNCIE VAN "SELECTIE LOKALISATIES".

Engine stop switch (02_37)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een moodstopschakelaar.
Druk op de schakelaar om de motor stil te leggen.
System ABS
Het ABS is een mechanism dat het blokkeren van de wielen belet in geval van
eenoodremming,door de stabiliteit van het voertuig tijdens het remmen te verhogen gegenover een traditioneel remsystemeem.
Met het ABS systeem worden de contrôle van het voertuig verbeterd, maar de fysische limieten van de wegligging van het voertuig mogen Niet overschreden worden. De bestuurder is verantwoordelijk om aan een gegaste snelheid te rijden, door rekening te houden met de weersinvloeden en de toestand van hetwegdek, en door de moodzakelijkke veiligheidsmarge te lately.
Het ABS kan in de verschillende situations beordelingsfouten en het oneigenlijk gebruik van de remmen Niet compenseren.
N.B.
WANNEER HET ABS IN FUNCITETREEDT, VOELT MEN EEN VIBRATIEOP DE REMHENDEL.

HET ANTIBLOKKEERSYSTEEM VAN HET WIEL BEHOEDIT NIET VOOR HET VALLEN IN BOCHTEN.
DE NOODREMMING MET GEHELD VOERTUIG, HET STUUR GEDRAAID, OPEEN SLECHTE EN NATTE WEG OF OP EEN WEGDEK MET WEINIG GRIP, GENEREERT EEN MOEILijk BEHEERBARE CONDITIE VAN INSTABI-LITEIT. ER WORDT AANGERADEN
Bij de start van het voertuig, na de begin-check van het dashboard, knippert de controlamp van het ABS tot sneller dan 5km / h (3.1 mph) worden gereden, waarna ze uitgaat.
Als de contrôlelamp van het ABS blijt knipperen of vast oplicht, werk een storing gedetecteerd en wordt het ABS automatisch gedesactiveerd.
In dat geval要去en de volgende handel- ingen uitgevoerd worden:
-
stop the vehicle;
-
stop het voertuig;
-
key OFF-ON;
-
sleutel OFF-ON;
-
ride over 5km / h (3.1 mph): the ABS warning light must be turned off;
-
rij harder dan 5km / h (3.1 mph): de controlamp ABS要去uitgaan;
-
the ABS system is working.
-
het ABS is in werkinq.
Als de melding van het gedesactiveerde ABS aanhoudt:
NOTE
SHOULD THIS OCCUR, CONTACT AN Official aprilia Dealer.
N.B.
IN DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
NOTE
Afstand:tussen het geluidswiel en de中断ste sensor
0,1 - 2,00 mm (0.004 - 0.079 in)
Afstand:tussen het geluidswiel en de Voorste sensor
0,1 - 3,17 mm (0.004 - 0.125 in)

De werking van het immobilizersystem (02_38)
Om de bescherming gegen diefstal te verhogen, is het voertuig uitergerust met een elektronisch blokkeersysteme van de motor, dat automatisch worden geactiveerd wanner de ontstekingssteutel worden verwijderd.
Bewaar de tweede sleutel op een veilige plaats, waar wanner ook de twede sleutel worden verloren, het Niet meer mogelijk is om een kopie te makeen. Dit houdt in dat vele onderdelen van het voertuig要去en verrangen worden (naast de sloten).
Elke sleutel heeft in de handgreep een elektronisch mechanisme - transponder die het verzonden radiofrequentiesignaal moduleert bij de start, langs een in de schakelaar ingebouwde speciale ante- ne.
Het gemoduleerd signala vormt het "wachtwoord"waarmee de speciale centrale de sleutel herkent, en enkel aan deze voorwaarde de start van de motor toestaat.
LET OP
HET IMMOBILIZERSYSTEEM KAN VIER SLEUTELS OPSLAAN.
SHOULD GO TO THE DEALER TAKING ALL THE KEYS S/HE WANTS TO ENABLE.
DE HANDELING VAN HET OPSLAAN KAN ENKEL BIJ EEN DEALER UITGEVOERD WORDEN.
DE PROCEDURE VAN HET OPSLAAN WIST DE EERDER INGESTELDE CODES, DUS WANNEER DE KLANT NIEUWE SLEUTELS WIL OPSLAAN, MOET HJZICH WENDEN TOT EEN DEALER MET ALLE SLEUTELS DIE MOETEN GEACTIVEERD WORDEN.
De werkingsmodaliteit van de immobilizer worden gemeld door een contrôlelamp (1) op het dashboard:
- Immobilizer uitgeschakeld, de controlelamp isuit.
- Immobilizer ingeschakeld, de controlelamp knippert.
- De sleutel werk nicht herkend, snelle knippering.



- Plaats het voertuig op de staand.
- Plaats de sleutel (1) in het slot op de nummerplaathouder.
- Draai de sleutel (1) in gegenwijzerszin, en verwijder het zadel (2) van de gordel van de passagier (3).
Achteraan het voertuig werden een nuttige documentenruimte / ruimte voor de geereedschapsid voorzien. Om deze te bereiken, moet het zadel (2) verwijderd worden.
Om het zadel te blokkeren (2):
- Plaats het zadel (2) onder de gordel van de passagier (3).
- Plaats het zadel (2) zodate de Voorste bevestiging op de juisteplaats terecht komt.
Duw op het midden van het za-del (2), ter hoogte van de ach-terste bevestiging, zodat het slot klikt.
HAS NOT BEEN LEFT IN THE GLOVEBOX / TOOL KIT COMPARTMENT.

BEFORE RIDING, MAKE SURE THAT THE SADDLE IS CORRECTLY LOCKED INTO POSITION.
LET OP
VOORALEER MEN HET ZADEL OMLAAG BRENGT EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET VERGETEN IS IN DE DOCUMENTENRUIMTE/GEREEDSCHAPSKIT.

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT GEBLOKKEERD IS.

Om de documentenruimte / gereedschapskit te bereiken:
- Verwijder het zadel.
Het is goed om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.
CAUTION

ALtering IDENTIFICATION NUMBERS IS AN OFFENCE WHICH MAY RESULT IN SEVERE CRIMINAL CHARGES AND FINES. PARTICULARLY MODIFYING THE CHASSIS NUMBER WILL IMMEDIATELY INVALIDATE THE WARRANTY
LET OP

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICATIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ZWA-RE STRAFRECHTELIJKE EN ADMINISTRATIEVE SANCTIES; VOORAL DE WIJZIGING VAN HET FRAMENUMMER VEROORZAAKT HET ONMIDDELLIJKE VERVAL VAN DE GARANTIE
CHASSIS NUMBER
Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant.
Frame nr.

ENGINE NUMBER
Het motornummer is gedrukt op het onderstel van de motorcarter, op de linker kant.
Motor nr.


Transporteer nooit voorwerpen die nicht vastgehaakt zijn, en controllerer alles wat getransporteerd worden op het voertuig goed vastgemaakt is.
Bevestig de bagage aandachtig, en plaats het getransporteerde voorwerp nooit voorbij de achtermrand van het za-del. De warmte die worden ontwikkeld door de uitlaat kan schade aan de bagage zich veroorzaken.
Transporteer geen bagage die uitsteekt, of die de knipperlichten, de geluidssigna- len of de koplampen bedekt.
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Chap. 03
Use
Hst. 03
Gebruik
Checks (03_01)
CAUTION

BEFORE RIDING, ALWAYS PERFORM A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE TO ENSURE CORRECT AND SAFE OPERATION. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SERIOUS PERSONAL INJURY OR DAMAGE TO THE VEHICLE. DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF A MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKING TAKES VERY LITTLE TIME BUT CONSIDERABLY INCREASES SAFETY.
CAUTION
ACCORDING TO THE TIME ELAPSED FROM THE MOMENT THE KEY IS SET TO "KEY ON" UNTIL THE ENGINE STARTS, THE STOP LIGHT CAN BE ACTIVATED FOR ABOUT HALF A SECOND OR NOT.
Controles (03_01)
LET OP

VOOR HET VERTREK VOERT MEN
VOOR EEN CORRECTE EN VEILIGE
WERKING STEEDS EEN VOORAFGAANDE CONTROLE VAN HET VOERTUIG UIT. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer, WANNEER MEN DE WERKING VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET BEGRIJPT OF WANNEER MEN ONREGELMATIGHEDEN IN DE WERKING MERKT OF VERMOEDIT. DE NODIGTEIJD VOOR EEN CONTROLE IS UI-TERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.
LET OP
AFHANKELIJK VAN DE TIOD TUSSEN DE PLAATSING VAN DE SLEUTEL OP "KEY ON" EN DE START VAN DE MOTOR, KAN HET STOPlicht AL OF NIET GEACTIVEERD WORDEN VOOR ONGEVEER EEN HALVE SECONDE.

Dit voertuig is voorzien voor het onmiddelijk ontdekken van eventuele onregelmatigheden in verband met de werkking, die opgeslagen worden door de elektronische centrale.
Telkens als de ontstekingsschakelaar op "ON" worden geplaatst,licht de contro-lamp van de alarmLED op het dashboard ongeveer drie seconden lang op.
PRE-RIDE CHECKS
| Voorste en achechterste schijfrem | Controller de werkung, de loze slag van de commandohendels, het peil van de vloeistof en eventuele lekken. Controller de slijtage van de pastilles. Indien nodig vult men remvloeistof bij. |
| Gashendel | Controller of hij zicht werkt en of men hem volledig kan openen en sluiten, in alle posities van het stuur. Registreer en/of smeer indien nodig. |
| Motorolie | Controller en/of vul bij indien nodig. |
| Wielen/banden | Controller de conditie van de rijvlakken van de banden, de spanning, de slijtage en eventuele schade. |
| Remove any possible strange body that might be stuck in the tread design. | Verwijder eventuele aanwezigere vremde voorwerpenuit de keringen van het rijvlak. | ||
| Brake levers | Check they function smoothly.Lubricate the joints and adjust the travel if necessary. | Remhendels | Controler of ze zicht werken.Smeer de bewegingsplaatsen en regel de loop indien nodig. |
| Clutch | Check for proper operation. Check clutch lever free play and fluid level. Check for leaks. If needed, top-up the fluid; the clutch must work without gripping and/or sliding. | Koppeling | Controler de werkung, de loze slag van de commandohendel, het peil van de vloeistof en eventuelelekken. Indien nodig vult menvloeistof bij; de koppelping要去 zonder rukken en/of slippenwerken. |
| Steering | Check that the rotation is uniform, smooth and there are no signs of clearance or slackness. | Stuur | Controler of het draaienhomogene en vloeendi, en zonder speleng of het lossen ervan gebeurt. |
| Side stand / Centre stand OPTIONAL | Check it works properly. Check that there is no resistance when the side stand is pulled up and down and that the spring tension makes it snap back to its rest position.Lubricate couplings and joints if necessary.Lcheck the safety switch for correct operation. | Laterale standard / Centralestandaard OPTIONAL | Controler of ze werkct. Controler of erijdens het in- en uitklappen van de standard geen wrijvingen+zijn, en of de spanning van deveren hem waar in de normale positie brengt.Smeer indien nodig dedoppelingen en debewegingsplaatsen.Controler de correcte werkung van deveiligheidsschakelaar. |
| Clamps | Check that the clamping elements are not loose.Adjust or tighten them as required. | ||
| Drive chain | Check it for backlash. | ||
| Fuel tank | Check the coolant level and refill if necessary. Check the circuit for potential leaks or obstructions. Check that the tank cover closes correctly. | Bevestigingselementen | Controller of bevestigingselementen nicht gelost zich. Registrar of sluit ze eventuele. |
| Transmissieketting | Controller de spelimg. | ||
| Coolant | Fluid level inside the expansion tank should be between the 'FULL' and 'LOW' reference marks. | Brandstoffank | Controller het peel, en tank indien nodig. Controller eventuale lekken of afluiingen van het circuit. Controller de correcte sluiting van de brandstofdop. |
| Engine stop switch (ON - OFF) | Check function. | ||
| Lights, warning lights, horn, rear stop light switch and electrical devices | Check function of horn and lights. Replace the bulbs or repair any malfunction. | Koelvloeistof | Het peel in het expansievat要去 zich:tussen de referenties 'FULL' en 'LOW' bevinden. |
| Tone wheels | Check that the tone wheels are perfectly clean and in good conditions. | Schakelaar voor het stillegggen van de motor (ON - OFF) | Controller de correcte werkimg. |
| Lichten, contrôleampen, elektrische molder, schakelaars | Controller de correcte werkimg van de elektronische molder en visuolo |


Voor het tanken handelt men als volgt:
- Hef het dekseltje (1) op.
- Plaats de sleutel (2) in het slot van de brandstofdop (3).
- Draai de sleutel in gegenwijzer-zin rond, hef de brandstoffank-dop en verwijder hem.
Voer het tanken UIT.
LET OP

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF TOE.
WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT GEREINIGD WORDEN.

VUL DE TANK NIET VOLLEDIG; HET MAXIMUM BRANDSTOFPEIL MOET ONDER DE ONDERSTE RAND VAN HET PUTJE BLIJVEN (RAADPLEEG DE FIGUUR).
Brandstoftank (inclusief de reserve)
12 I (2.64 UK gal; 3.17 US gal)
Brandstofreserve
2,8 I (0.62 UK gal; 0.74 US gal)
after refuelling:
nadat men heeft getankt:
- Het sluiten van de dop is enkel möglich wanner de sleutel geplaatst is (2).
- Met geplaatste sleutel (2), sluit men de dop door er op te drukken.
Verwijder de sleutel (2).
Hersluit het dekseltje (1).

CONTROLEER OF DE DOP CORRECT GESLOTEN IS.

De achechterste ophanging bestaat UIT een groep veer-schokdempo, verbonden door middel van een uni-ball aan het frame.
Om de instelling te regelen is de schok-demper voorzien van een boutregister (1) voor de regeling van de hydraulische remming in extensie, van een moer voor de regeling van de Voorbelasting van de veer (2) en van een blokkeermoor (3).
CAUTION
CARRY OUT MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS RECOMMENDED IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.
-
Turn the (1) screw to adjust the shock absorber hydraulic rebound damping.
-
Handel op de bout (1) voor het regelen van de hydraulische remming in extensie van de schokdempoer.

ADJUST SHOCK ABSORBER RE-BOUND DAMPING TO SUIT THE VEHICLE OPERATING CONDITIONS.
THE STANDARD SPRING PRELOAD SETTING IS SUITABLE FOR THE MAJORITY OF RIDING CONDITIONS. IF REQUIRED, CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER TO REQUEST A PERSONALISED SETTING.

STEL DE EXTENSIE VAN DE HYDRAULISCHE REMMING VAN DE SCHOKDEMPER AF OP BASIS VAN DE GEBRUIKSCONDITIES VAN HET VOERTUIG.
DE STANDAARDINSTELLING VAN DE VOORBELASTING VAN DE VEER WORDT ZODANIG GEREGELD DAT HIJ VOLDOET IN DE MEESTE GEBRUIKCONDITIONS. MEN KAN NOCHTANS CONTACT OPNEMEN MET EON OFFICIELE aprilia DEALER OM DE REGELING AAN DE PERSOONLIJKE BEHOEFTEN TE LATEN AANPASSEN.
ADJUSTMENTS
Regeling voor gemiddelde belasting:
- (bijvoorbeeld bestuurd er met passagier en/of met bagage).
Regeling voor sportief gebruik.
REAR SHOCK ABSORBER ADJUSTMENT
| REGELING VAN DE ACHTERSTE SCHOKDEMPER | Standaard | Gemiddelde belasting | Sportief gebruik |
| Hydraulische regeling in extensie, bout (1) | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 17 klikken | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 16 - 12 klikken | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 16 - 12 klikken |
| Lente van de veer A | 170 mm (6.69 inch) | 170 mm (6.69 inch) | 170 mm (6.69 inch) |
| Voorbelasting van de veer, ringmoer (2) | Contact opnemen met een Officièle aprilia Dealer | Contact opnemen met een Officièle aprilia Dealer | Contact opnemen met een Officièle aprilia Dealer |

Regulering voorvorken (03_06, 03_07)
- Met de hendel van de voorrem geactiveerd, drukt men herhaaldelijk op het stuur, zodate de vork zakt. De slag要去 zich en er mogen geen oliesporen aanwezig zich op de stangen.
- Controller de sluiting van alle delen en de functionaliteit van de bewegingsplaatsen van dechterste en voorste ophanging.
CAUTION
PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer TO HAVE THE FRONT FORK OIL CHANGED AND ITS OIL SEALS REPLACED.
LET OP
VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE
VAN DE VOORWORK EN DE OLIE-KEERRINGEN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officièle aprilia Dealer

De voorste ophanging bestaatuit een hydraulische vork,verbonden door middel van twee platen aan de stuurinrichtingskop
Voor de instelling van de inrichting van het voertuig, is elke vorkstang voorzien van een bovenste moer (1) voor de regeling van de Voorbelasting van de veer.
De linker stang is ook voorzien van een bovenste register (2) voor de regeling van de hydraulische remming met extensie.
THE SAME SPRING PRELOAD SETTINGS FOR BOTH STEMS: RIDING THE VEHICLE WITH A DIFFERENT ADJUSTMENT FOR THE TWO STEMS REDUCES ITS STABILITY. IF YOU INCREASE SPRING PRELOAD, YOU ALSO NEED TO INCREASE REBOUND DAMPING TO PREVENT SUDDEN JERKS WHILE RIDING.
LET OP
FORCEER DE ROTATIE VAN HET REGELREGISTER (1-2) NIET VERDER DAN DE EINDSLAG IN DETWEE RICH-TINGEN, OM MOGELIJKE BESCHADIGGEN TE VERMIJDEN. STEL BEIDE STANGEN IN MET DEZELFDE AF-STELLING VOOR DE VOORBELASTING VAN DE VEER: WANNEER MEN MET HET VOERTUIG RIJDT MET EEN VERSCHILLLENDE INSTELLING VAN DE STANGEN, VERMINDERT DIT DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG. WANNEER MEN DE VOORBELASTING VAN DE VEER VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HYDRAULISCHE REMMING IN EXTENSIE VERHGEN, OM PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJDENS HET RIJDEN TE VERMIJDEN.
ADJUSTMENTS
Regeling voor gemiddelde belasting:
- (bijvoorbeeld bestuurder met passagier en/of met bagage).
Regeling voor sportief gebruik.

| REGELING VAN DE VOORVORK | Standaard | Gemiddelde belasting | Sportief gebruik |
| Voorbelasting van de veer, moer (1) | Vanaf hebelaal gesloten, openen met 3 - 2 streepjes | Vanaf hebelaal gesloten, openen met 3 - 2 streepjes | Vanaf hebelaal gesloten, openen met 3 - 2 streepjes |
| REGELING VAN DE VOORWORK | Standaard | Gemiddelde belasting | Sportief gebruik |
| Hydraulische regeling in extensie, bout (2) | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 1 slag | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 1 - 0,5 slag | Vanaf—helemaal gesloten, openen met 1 - 0,5 slag |

Regulering voorremhendel (03_08)
Het is möglich om de afstand te regelen tussen het uiteinde van de hendel (1) en het handvat (2), door aan het register (3) te draaien.
De MAX en MIN klikken komen overeen met een ruw geschatte afstand,ussen het uiteinde van de hendel en het handvat, van respectievelijk 114mm 4.49 inen 96~mm 3.78 in).
- Duw de commandohendel (1) vooruit en draai aan het register (3) tot de hendel (1) op de gewenste afstand worden geplaatst.

Het is möglichk om de afstand te regelen tussen het uiteinde van de hendel (1) en het handvat (2), door aan het register (3) te draaien.
De MAX en MIN klikken komen overeen met een ruw geschatte afstand,ussen het uiteinde van de hendel en het handvat, van respectievelijk 118 mm (4.65 in) en 115 mm (4.53 in).
Duw de commandohendel (1) vooruit en draai aan het register (3) tot de hendel (1) op de gewenste afstand worden geplaatst.
Running in
De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werkinq. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficientre proefperiode. Wijzig de rijsnelheidijdens de proefperiode. Op deze manier kan men het werk van de onderdelen "belasten" en cervolgens "ontlasten", door de delen van de motor af te koelen.
THE BEST PERFORMANCE OF YOUR VEHICLE BE OBTAINED.
LET OP
ENKEL NADAT MEN DE SERVICEBEURT NA DE PROEFPERIODE HEEFT UITGEVOERD, VERKRIJGT MEN DE BEST PRESTATIES VAN HET VOERTUIG.
Men要去 zich houden aan de volgen-de indications:
Versnel Niet bruusk en volledig wanner de motor aan een laag toerental werk, tijdens en na de proefperiode.
- Tijdens de eerste 100 km (62 vrij) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmaterial van de pastilles op de remschijven te verkuijgen.

BIJ DE VOORZIENE KILOMETER-STAND LAAT MEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer DE CONTROLES UIT-VOEREN DIE VOORZIEN ZIJN IN DE TABEL VAN HET "EINDE VAN DE PROEFPERIODE" VAN HET DEEL GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF EN ANDEREN EN/OF SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.
Starting up the engine (03_10, 03_11, 03_12, 03_13, 03_14, 03_15)
Dit voertuig beschikt over een aanzienlijk vermogen en要去 geleidelijk en zeer voorzichtig gebruikt worden.
Plaats geen voorwerpen in het kapje (tussen het stuur en het dashboard) zodate de rotatie van het stuur en het zich op het dashboard Niet gezahnderd worden.

WANNEER MEN DIT ADVIES NIET OPVOLGT, KAN MEN FLAUWVALLEN ENOOK STERVEN DOOR VERSTIKKING.

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN UITERST SCHADELIJKE STOF WANNEER ZE WORDT INGEADEMD.
VERMIJD HET STARTEN VAN DE MOTOR IN GESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTEN.
LET OP
MET DE LATERALE STANDAARD OMLAAG, KAN DE MOTOR ENKEL GESTART WORDEN WANNEER DE VERSNELLINGSBAK IN VRIJ STAAT, EN
Ga op het voertuig zitten in de rijpositie.
- Controller of de standard volledig ingeklapt is.
- Controller of de schakelaar van de lichten (1) zich in de positie van de dimlichten bevindt.
- Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor (2) op RUN.
- Draai de sleutel (3) en plaats de ontstekingsschakelaar op 'ON'.
Op dit moment geleurt het volgende:
Op het multifunctioneel display verschijnt het beeldscherm van de start voor 2 seconden.
Op het dashboard lichten alle controleampen (4) en de retroverlichting op voor 2 seconden.
- De wijzer van de toerenteller (5) gaat maar het schaalminimum, en na 3 seconden keert hij terug�aar de minimum waarde.
Tijdens het normale gebruik van het voertuig worden op de instrumenten de huidige waarde onmiddelijk getoond.

IF THE LOW FUEL WARNING LIGHT (6) ON THE INSTRUMENT PANEL TURNS ON, REFUEL THE VEHICLE AT ONCE.

- Block at least one wheel by operating one brake lever.
- Operate the clutch lever (7) completely and set the gearshift lever (8) to neutral (green warning light "N" (9) on).
-
There is a starter on the vehicle, controlled by the control unit, that starts working automatically whenever necessary (cold start).
-
Blokker minstens een wie, door een remhendel te active-en.
Activeer de koppelingshendel (7) volledig en plaats de commandohendel van de versnelingsbak (8) in vrij (groene controlelamp "N" (9) aan).
Op het voertuig is een starter aanwezig, die beheerd worden door de centrale, die automatisch in werkung treedt wanneer dit nodig is (koudstarten).


TO AVOID EXCESSIVE BATTERY CONSUMPTION, DO NOT HOLD DOWN THE STARTER BUTTON (2) MORE THAN TEN SECONDS.
IF THE ENGINE FAILS TO START AFTER THIS TIME, WAIT TEN SECONDS AND PRESS THE STARTER BUTTON (2) AGAIN.
PRESS THE STARTER BUTTON (2) BUT DO NOT ACCELERATE, AND RELEASE IT AS SOON AS THE ENGINE STARTS.

OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN DE ACCU TE VERMIJDEN, HOUDT MEN DE STARTKNOP (2) NIET LANGER DAN TIEN SECONDEN INGEDRUKT.
WANNEER IN DIT TIJDSINTERVAL DE MOTOR NIET START, WACHT MEN TIEN SECONDEN EN DRUKT MEN OP- NIEUW OP DE STARTKNOP (2).
DRUK OP DE STARTKNOP (2) ZONDER GAS TE GEVEN, EN LAAT HEMLOS ZODRA DE MOTOR START.


AVOID PRESSING THE STARTER BUTTON (2) WHEN THE ENGINE HAS ALREADY STARTED, AS THIS COULD DAMAGE THE STARTER MOTOR.
IF THE ENGINE OIL PRESSURE ICON IS DISPLAYED AND THE GENERAL WARNING LIGHT IS ON, THIS MEANS THAT THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS TOO LOW.

VERMIJD OM OP DE STARTKNOP (2) TE DRUKKEN WANNEER DE MOTOR GESTART IS, WANT DE STARTMOTOR ZOU BESCHADIGD KUNNEN WORDEN.
WANNEER OP HET DISPLAY DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE EN DE ALGEMENE CONTROLELAMP WARNING VERSCHIJNEN, IS DE OLIEDRUK IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE.

- Houd minstens één remhendel geactiveerd, en geef geen gas tot het vertrek.

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUUK TE BEPERKEN, WORDT AANGERADEN OM Tijdens DE EERSTE KILOMETERS AAN EEN BEPERKTE SNELHEID TE RIJDEN.

WANNEER OP HET (MULTIFUNCTIONNEEL) DISPLAY HET OPSCHRIFT "SERVICE" OF "URGENT SERVICE VERSCHIJNT TijdENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, WIL DIT ZEGGEN DAT DE ELEKTRONISCHE
Ride by wire
Het voertuig is uitergerust met een innovatief controlesystem van de gashendel, RIDE BY WIRE genaamd, zodat de motor op elk moment een optimaal gedrag heeft, door rekening te houden met de eisen van de bestuurder, met de algeme- nene werkingscondities en met de externe condities (atmosferische druk, temperatuur). Het system kan vergeleken bij de tradionele injectiesystemen een elektronische controe uitvoeren, ook van de gashendel, zodat de tradionele kabel verrangen worden. Bij het rijden op hoogtes compensateert het systeme RIDE BY WIRE een onvermijdelijk vermogensverlie (1% elke 100 meter hoogteverschil door de lagere zuurstofconcentratie in de lucht), door te handelen op de opening van de vlinderkleppen. De reactie van de motor op de vraag tot koppel, door middel van de gashendel, is bijgevolg bezelfde als wanner op vlaktes gereeden worden, door de natuurlijke vermogensverminginderngaar de maximum toenentallen te verplaatsen. De vlinderkleppen bevinden zich dus in de positie 'helemaal open' wanneer de gashendel Niet helemaal gedraaid worden; wanneer nog aan de gas

hendel gedraaid worden, zullen de prestaties van het voertuigdezelfde blijven.
Start de motor.
Regel de inclinatie van de achteruitkijspiegeltjes op correcte wijze.
LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STIL- STAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE AchteruitKIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET IN-SCHATTEN MOGELIK VAN DE AF-STAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

- Met het gashandvat (2) losgelaten (Pos.A) en de motor aan het minimum toerental,要去 koppelingshendel (3) volledig geactiveerd worden.
Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) maar beneden te duwen. - Laat de remhendel los (geactiveerd bij de start).
MAY STALL THE ENGINE AND LIFT THE FRONT WHEEL.
Laat de hendel van de koppeling (3) langzaam los en geef tege-lijkertijd gas door aan het gashandvat (2) te draaien (Pos.B).
Het voertuig zal beginnen rijden.
Tijdens de eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen.


DO NOT EXCEED THE MAXIMUM RECOMMENDED ENGINE SPEED.
OVERSCHRIJD HET AANBEVOLEN TOERENTAL NIET.
Verhoog geleidelijk aan de slenheid door gradueel aan het gashandvat te draaien (2) (Pos.B),
zonder het aanbevolen toeren-tal te overschrijden.
Om maar de tweede versnelling te schakelen:

HANDEL MET EEN ZEKERE SNEL-HEID.
RIJ NIET MET HET VOERTUIG AAN EEN TE LAAG TOERENTAL.

03_20

- Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) en activeer de hendel van de koppeling (3), breng de commandohendel voor het schakelen omhoog (4), maar de hendel van de koppeling los (3) en geef gas.
Herhaal de twee staatte handelingen om over te gaan maar de hogere versnellingen.

WANNEER OP HET DISPLAY DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE EN DE ALGEMENE CONTROLELAMP WARNING VERSCHIJNEN TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, WIL DIT ZEGGEN DAT DE DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE IS.

- Wonneer men op een afdaling rijdt en bij het remmen, men gebruikt de compressie van de motor om de remactie te verhogen.
- Wanner men een helling oprijdt en de geschakelde versnelling is Niet geschikt voor de slelheid (hoge versnelling, gematigde slelheid), het toerental van de motor verlaagt.
LET OP
WANNEER MEN TERUGSCHAKELT, DOET MEN DIT MET EEN VERSNELLING PER KEER; WANNEER MEN MEERDERT VERSNELLINGEN PER KEER TERUGSCHAKELT, KAN HET MAXIMALE VERMOGENSREGIME "TE HOOG TOERENTAL" OVERSCHREDEN WORDEN.
VOOR EN Tijdens HET "TERUGSCHAKELEN" VAN EEN VERSNELING, VERTRAAGT MEN DOOR HET
- Laat het gashandvat los (2) (Pos.A)
- Indien nodig activeert men gematigd de remhendels en mindet men de snelheid van het voertuig.
Activeer de hendel van de koppeling (3) en breng de commandohendel voor het schakelen (4) omlaag, om maar de lagere versnelling te schakelen. - Laat de remhendels los indien geactiveerd.
Laat de hendel van de koppeling (3) los en geef gematigd gas.

WANNEER OP HET DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY DE MELDING VAN EEN ALARM VAN OVERVERHITTING VAN DE MOTOR VERSCHIJNT, MOET HET VOERTUIG GESTOPT WORDEN EN MOET U DE MOTOR ONGEVEER TWEE MINUTEN AAN 3000 toeren/min (rpm) LATEN DRAAIEN, ZODAT DE HERCIRCULATIE VAN KOELVLOEISTOF IN DE INSTALLATIE GEREGELD WORDT; PLAATS DE SCHAKELAAR VOOR HET STILLEGGEN VAN DE MOTOR
WOULD STOP REGARDLESS OF THE COOLANT TEMPERATURE, WHICH WOULD CAUSE A FURTHER TEMPERATURE RISE.
Stoppen van de motor (03_23)
- Laat het gashandvat los (1) (Pos.A), activeer geleidelijk de remmen en "schakel" tegelijkkortijd terug om能力和 te minderen.
Wonneer men snelheid geminderd heeft, voert men het volgende uit voordat het voertuig volledig komt stil te staan:
Activeer de hendel van de koppeling (2) zodate de motor nicht stilvalt.
Met het voertuig stil:
- Plaats de hendel voor het schakelen in vrij (groene controle-lamp "N" aan).
Laat de hendel van de koppeling los.
Tijdens een tijdelijke pauze moet er minstens eén rem ge-activeerd worden.
WHENEVER POSSIBLE, AVOID ROUGH BRAKING, SUDDEN DECEL-ERATION AND BRAKING IN EXCESS.
VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.
Parking
De keuze van de parkeerzone is zeer belangrijk en要去 de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren.
LET OP
PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.
CONTROLER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN EERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBewAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
CAUTION
VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL OUTFLOW.
FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.

DO NOT REST THE RIDER OR PASSENGER WEIGHT ON THE SIDE STAND.
LET OP
HET VALLEN OF DE EXCESSIVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUNNEN HET UITSTROMEN VAN BRANDSTOF VEROORZAKEN.
DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-TERST BRANDBAAR, EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN.

BELAST DE LATERALE STANDAARD NIET MET UW GEWICT OF DAT VAN DE PASSAGIER.
Catalytic silencer
Het voertuig is uitergerust met een knal-demper met metalen katalysator van het type "trivalent met platina - palladium - rodium".
Dit mechanisme moet de CO (koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die aanwezig zich in de uitlaatgassen oxideren, zodate ze respectievelijk omgezet worden in kooldioxide en waterdamp.
EASILY ACCESSIBLE BY CHILDREN BECAUSE THE CATALYTIC CONVERTER REACHES HIGH TEMPERATURES DURING VEHICLE OPERATION; FOR THIS REASON, PAY UTMOST ATTENTION AND DO NOT TOUCH IT UNTIL IT HAS COMPLETELY COOLED DOWN.
DO NOT USE LEADED PETROL AS IT CAUSES IRREPARABLE DAMAGE TO THE CATALYTIC CONVERTER.

VERMIJD OM HET VOERTUIG TE PARKEREN IN DE BUURT VAN DROGE STRUIKGEWASSEN OF VAN PLAATSEN DIE BEREIKBAAR ZIJN DOOR KINDEREN, OMDAT DE KATALYTISCHE UITLAAT Tijdens HET GEBRUK ZEER HOGE TEMPERATUREN BEREIKT; LET DUS ZEER GOED OP EN VERMIJD EENDER WELK CONTACT, VÖR ZE HELEMAAL AFGEEKOLD IS.
GEBRUK GEEN BENZINE MET LOOD, OMDAT ZO DE KATALYSATOR WORDT VERNIETIGD.
Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieten:
- de verwijdering en elke handeling om eender welt toestel of samenstellend element in een新产品 voertuig Niet-operationeel te make, door eender wie, behalte voor het onderhoud, de herstellung of de verranging, om de lawaai-emissie te controleren vóor de verkoop of levering van het voertuig aan de koper of wanner het gezruikt worden;
- het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwij
derd of Niet-operationeel werd gemaakt.
Controleer de uitlauf/knaldemper van de uitlauf en de buizen van de knaldemper, en controllerer of er geen roest of boringen zich en of het uitlaatsystem correct werkt.
Wanner het lawaai van het uitlaatsystem verhoogt, contacteert men onmiddelijk een Officièle aprilia Dealer.
N.B.
HET IS VERBODEN OM TE KNOEION AAN HET UITLAATSYSTEEM.

Stand (03_24)
Wonneer men voor eender welk manoeuvre (bijvoorbeeld het verplaatsen van het voertuig), de standard要去 dichtklappen, handelt men als volgt voor het herplaatsen van het voertuig op de standard:
- De parkeerzone kiezen.
Grijp het linker handvat (1) vast en steun de rechtter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig (2).
Duw op de laterale standard met de rechter voet, en klap hem vollediguit (3). - Hel het voertuig tot de sta- daard de grond raakt.
- Draai het stuur volledig maar links.

MAKE SURE THE GROUND WHERE YOU HAVE PARKED IS UNOCCUPIED, FIRM AND LEVEL.
CAUTION

MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.
LET OP

CONTROLER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
Laat de ontstekingsstreutel NOOIT zichter op het voertuig, en gebruik steeds hetstuurslot. Parkeer het voertuig op eenveiligeplaats, indien möglichk in een ga
rage of een bewaakte plaats. Gebruik indien möglichk een extra antidiefstalmechanisme. Controller of de documenten en de verkeersbelasting in orde zichn. Schrijf uw gevevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.
NAAM:
VOOR-
NAAM:
ADRES:
TELEFOONNUM
MER:
WAARSCHUWING
IN VEEL GEVALLEN WORDEN GESTOLEN VOERTUIGEN GEIDENTIFICERD DOOR MIDDEL VAN DE GEGEVENS IN HET GEBRUKS- EN ONDERHOUDSBOEKJE.



Basis veiligheidsnormen (03_26)
Schenk maximaal aandacht aan de vol-gende veiligheidsaanduidingen, waarze opgesteld zich om letsels aan personen, schade aan voorwerpen of het voertuig te vermijden, die afkomstig zich doordat de bestuurder of de passagier vallen, en/of van het vallen of omslaan van het voertuig zich.
Het op- en afstappen van het voertuig moet gebeuren met een totale bewe


gingsvrijheid en zodate de handen nicht worden gehinderd (voorwerpen, Niet gedragen helm of handschoenen of bril).
Men要去 steeds opstappen en afstappen aan de linker kant van het voertuig, en enkel wonneer de laterale standarduiitgeklapt is.
De standaard is ontworpen om het gewicht van het voertuig met een minimum last te steunen, zonder bestuurder en passagier.
Het opstappen in de rijpositie wanner het voertuig op de laterale standardaat, is enkel toegestaan om de mogelijkheid te voorkomen dat het valt, en de laterale standard is Niet voorzien om het gewicht van de bestuurder en de passagier te dragen.
Tijdens het op- of afstappen kan het gewicht van het voertuig evenwichtsverliesveroorzaken, met als gevolg de maybekheid op het vallen en het omslaan.
LET OP
DE BESTUURDER MOET STEEDSE EERTS OP HET VOERTUIG STAPPEN EN ALS LAATSTE AFSTAPPEN, EN HIJ ZORGT VOOR HET EVENWICTEN DE STABILITEIT Tijdens HET OPEN AFSTAPPEN VAN DE PASSAGIER
Bovendien moet de passagier voorzichtig op- en afstappen om het voertuig en de passagier Niet uit evenwicht te brengen.
LET OP
DE PILOT MOET DE PASSAGIER OP DE HOOGTE BRENGEN VAN HOE MEN MOET OP EN AFSTAPPEN.
HET VOERTUIG IS VOORZIEN VAN SPECIALE VOETENSTEUNEN VOOR DE PASSAGIER, VOOR HET OP EN AFSTAPPEN. DE PASSAGIER MOET STEEDS DE LINKER VOETENSTEUN GEBRUIKEN VOOR HET OP EN AF-STAPPEN.
NIET AFSTAPPEN OF PROBEREN OM AF TE STAPPEN DOOR VAN HET VOERTUIG TE SPRINGEN OF HET BEEN UIT TE STREKKEN OM DE GROND TE RAKEN. IN BEIDE GEVALLEN ZOUDEN HET EVENWICT EN DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG GESCHAAD KUNNEN WORDEN.
LET OP
DE BAGAGE EN DE OP DE ACHTERKANT VAN HET VOERTUIG VASTGEMAAKTE DELEN KUNNEN HINDERLIJK ZIJN TIJDENS HET OP- EN AFSTAPPEN.
IN ELK GEVAL MOET MEN EEN GOED GECONTROLEERDE BEWEGING VAN HET RECHTER BEEN VOORZIEN EN UITVOEREN, DIE DE ACHTERKANT VAN HET VOERTUIG MOET VERMIJ
DEN EN OVERTREFFEN (ACHTERSTUK EN BAGAGE), ZONDER DAT HET VOERTUIG UIT EVENWICT WORDT GEBRacht.
GETTING ON THE VEHICLE
Grijp het stuur correct vast en stap op het voertuig zonder uw gewicht op de laterale stan-daard te lately rusten.
LET OP
WANNEER MEN NIET MET BEIDE VOETEN DE GROND RAAKT, STEUNT MEN OP DE RECHTER VOET (IN GEVAL VAN EVENWICHTSVERLIES IS DE LINKER KANT "BESCHERMD" DOOR DE LATERALE STANDAARD), EN HOUDT MEN DE LINKER VOET KLAAR OM TE STEUNEN.
-
Place both feet on the ground, straighten and balance the vehicle keeping it upright in riding position.
-
Laat beiden voeten op de grond steunen,plaats het voertuigrecht vooruit, en hou het in evenwicht.
CAUTION
THE RIDER MUST NOT EXTRACT OR ATTEMPT TO EXTRACT THE PASSENGER FOOTRESTS WHILE SEATED, BECAUSE THIS MIGHT COMPRO
LET OP
DE BESTUURDER MAG OF MAG NIET PROBEREN OM DE VOETENSTEUN VAN DE PASSAGIER UIT TE KLAPPEN Tijdens HET RIJDEN, DIT ZOU HET EVENWICT EN DE STABILITEIT
MISE VEHICLE STABILITY AND BALANCE.
VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN.
- De passagier要去 beve- tensteunen van de passagier uitklappen.
Leg de passagier uith hoe men op het voertuig要去 stappen.
Handel met de linker voet op de laterale standard, en klap deze volledig in.
AFSTAPPEN
Kies de zone voor het parkeren.
Leg het voertuig stil.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.
- Met de linker hiel duwt men te-gen delaterale standaard, en klapt men.Deze vollediguit.
LET OP
WANNEER MEN NIET MET BEIDE VOETEN DE GROND RAAKT, STEUNT MEN OP DE RECHTER VOET (IN GEVAL VAN EVENWICHTSVERLIES IS DE LINKER KANT "BESCHERMD" DOOR DE LATERALE STANDAARD),
- Place both feet on the ground and balance the vehicle keeping it upright in riding position.
-
Instruct the passenger on how to get off the vehicle safely.
-
Plaats beiden voeten op de grond, en hou het voertuig in evenwicht in de rijrichting.
Leg de passagier uit hoe men van het voertuig要去 stappen.

RISK OF FALLING AND OVERTURNING.
MAKE SURE THE PASSENGER HAS GOT OFF THE VEHICLE.
- Lean the vehicle until the stand is resting on the ground.
- Grasp the handlebar firmly and get off the vehicle.
- Turn the handlebar fully to the left.
-
Fold up the passenger footrests.
-
Hel het voertuig tot de staandaard de grond raakt.
Grijp het stuur correct vast, en stap van het voertuig. - Draai het stuur volledig maar links.
- Klap de voetensteunen van de passagier zich.
CAUTION

MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.

CONTROLER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Chap. 04
Maintenance
Hst. 04
Onderhoud

Controle van het peil van de motorolie (04_01)
Controller regelmatig het peil van de motorolie.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.

DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE MOET UITGEVOERD WORDEN BIJ WARME MOTOR.
WANNEER MEN DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE MOTOROLIE BIJ KOUDE MOTOR UITVOERT, KAN DE OLIE TIJDELijk ONDER HET "MIN" PEIL DALEN.
DIT VORMT GEEN ENKEL PROBLEM, MITS DE CONTROLELAMP VAN HET ALARM EN DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE OP HET DISPLAY NIET TEGELIJK OP-LICHTEN.
OIL IS BEST CHECKED AFTER A TRIP OR AFTER TRAVELLING APPROXIMATELY 15km (10 mi), OUT OF TOWN (ENOUGH TO WARM UP ENGINE OIL TO OPERATING TEMPERATURE).
LET OP
OM DE MOTOR OP TE WARMEN EN DE MOTOROLIE OP WERKTEMPERA TUUR TE BREngen, LAAT MEN DE MOTOR NIET WERKEN AAN HET MINIMUM TOERENTAL WANNEER HET VOERTUIG STIL STAAT.
DE CORRECTE PROCEDURE VOORZIET HET UITVOEREN VAN DE CONTROLLE NA EEN REIS, OF NADAT MEN ONGEVEER 15 km (10 mili) HEEFT AFGELEGD BUITEN DE STAD (VOLDOENDE OM DE MOTOROLIE OP TEMPERATUUR TE BREngen).
Leg de motor stil.
- Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.
- Controller het oliepeil langus de waarvoort bestemde opening op de motorcarter.
MAX = maximum peel.
MIN = minimum peel.
Het verschil:tussen het "MAX" en het MIN" bedraagt ongeveer 600 cc (36.61 cu in).
- Het peil is correct wanner ongeveer het "MAX" peil bereikt worden.

Het bijvullen van motorolie (04_02)
LET OP

OVERSCHRIJDT DE MARKERING «MAX» NIET, EN LAAT HET NIET ONDER DE MARKERING «MIN» KOMEN, OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AANDE MOTOR TE VEROORZAKEN.
Indien nodig herstelt men het peil van de motorolie:
- Draai de tankdop (1) los en verwijder hem.
Wanneer een trechter of iets anders gebruikt worden, moet deze perfect gereinigd worden.

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN AAN DE OLIE TOE.
LET OP
GEBRUK OLIE VAN GOEDE KWALITEIT, MET 15W - 50 GRADATIE.
Herstel het juiste peel door de tank bij te vullen.
Vervanging van de motorolie (04_03, 04_04)

CHANGING ENGINE OIL AND ENGINE OIL FILTER CAN PROVE DIFFICULT IF YOUR ARE INEXPERIENCED.
CONTACT AN OFFICIAL APRILIA DEALER IF REQUIRED.
Controller regelmatig het peil van de motorolie.
Voor de vervanging:
LET OP
VOOR EEN BETERE EN VOLLEDIGE UITSTROMING MOET DE OLIE WARM ZIJN, EN DUS VLOEIBAARDER. DEZE CONDITIE WORDT BEREIKT WANNEER DE MOTOR VOOR ONGEVEER TWINTIG MINUTEN HEEFT GEWERKT.


OIL BECOMES VERY HOT WHEN THE ENGINE IS HOT; BE CAREFUL NOT TO GET BURNED WHEN CARRYING OUT THE OPERATIONS DESCRIBED BELOW.

DE OLIE IN EEN OPGEWARMDE MOTOR HEEFT EEN ZEER HOGE TEMPERATUREUUR, LET DUS ZEER GOED OP OM U NIET TE VERBRANDEN TIJ-DENS HET UITVOEREN VAN DE VOLGENDE HANDELINGEN.
Reinig met een doek zorgvuldig de zone rondon de vuldop (1) van eventuele vuilafzettingen.
- Plaats eenrecipient met een minimum capaciteit van 4000 cc (244 cu in) onder de afvoerdop (2).
- Draai de afvoerdop (2) los en verwijder hem.
- Draai de vuldop (1) los en verwijder hem.
Voer de olie af, en LAST ze enkele minutes uitduipen in het recipi-ent.
- Vervang de dichtingsrondel van de afvoerdop (2).
- Verwijder de metalen afzettinen van de magneet van de afvoerdop (2).
- Draai de afvoerdop (2) vast en sluit hem.
Aandraikoppels (N^*m)
Afvoerdop van de olie - M16x1,5
Voer de verranging van de motoroliefilter (3) elke 20000 km (12428 vrij)uit(of bij elke verranging van de motorolie).
- Verwijder de filter van de motorolie (3).
Gebruik geen filter die reeds werden gebruikt.
- Draai de motoroliefilter (3) vast.
Tyres
Dit voertuig is voorzien van banden zonder binnenband (tubeless).

CONTROLER REGELMATIG DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR.
WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT.
VOER DE METING UIT VOORAL VOOR EN NA EEN LANGE REIS.
WANNEER DE BANDENSPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFEN-HEID VAN HET TERREIN NIET GE
Minimum dieptelimiet van het rijvlak:
vooraan en achteraan 2 mm (0.079 in) (USA 3 mm - 0.118 in) en alleszins nicht minded dan voorgeschreven door de van kracht zijnde wetgeving van het land waar het voertuig worden gezruikt.
Demonteren van de bougie
LET OP
VOOR DE DEMONTAGE, DE CONTROLLE, DE REINIGING EN DE VERVAN-GING VAN DE BOUGIES MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDENGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer.
Demonteren van het luchtfilter
LET OP
VOOR DE DEMONTAGE, DE CONTROLLE, DE REINIGING EN DE VERVANGING VAN DE LUCHTFILTER MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIELE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN
LET AVAILABLE ALSO AT ANY DEALER.
IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN OFFICIELE aprilia DEALER.
Voer de handelingen van de contrôle en het bijvullen van koelvloeistofuit bij koude motor.

Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.
- Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.
- Draai het stuur waar links en hou het voertuig in de verticale positie.
- Controller of het vloeistofpeil in het expansievat zich:tussen de referenties "MAX" ("MAX" = maximum peil) en MIN" ("MIN" = minimum peil) bevindt

Otherwise:
In het omgekeerde geval:
- Verwijder de vuldop (1).
Vul bij met aanbevolen koelvloeistof, tot het vloeistofpeil ongeveer de referentie "MAX" bereikt. Overschrijd dit peil niet, anders za del vloeistof tijdens de werking van de motor uitsstromen.
Herplaats en blokkeer de vuldop (1).
CAUTION
IN THE EVENT OF COOLANT CONSUMPTION OR IF THE RESERVOIR IS EMPTIES, CHECK FOR LEAKS IN THE CIRCUIT.
LET OP
WANNEER HET VERBRUIK VAN KOELVLOEISTOF EXCESSIEF IS, EN WANNEER HET EXPANSIEVAT LEEG BLIJFT, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN ZIJN IN HET CIRCUIT.

Controle van het oliepeil van de remmen (04_07, 04_08)
Voor de voorrem moet het voertuig op de standard geplaatst worden, en moet het stuur gedraaid worden zodatevloeistof in de tank zich parallel met derand van de tank bevindt.
- Controller of de vloeistof in de tank de "MIN" referentie overschrijdt.
- Voor de achefterrem要去 het voertuig verticaal gehonden worden, en要去 gecontroleerd worden of de vloeistof in de tank zich parallel met de rand van de tank bevindt.
- Controller of de vloeistof in de tank de "LOWER" referentie overschrijdt.

Wanneer de vloeistof minstens de "LOWER" / "MIN" referentie nicht bereikt, moet bijgevuld worden.
- Controller de slijtage van de rempastilles en van de schijf.
- Wanner de pastilles en/of des schijf Niet要去en verragen worden, voert men het bijvullenuit.
Bijvullen van de remvloeistof
LET OP
VOOR HET BIJVULLEN VAN DE VLOEISTOF IN DE REMINSTALLATIONS, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIELE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer.

Checking clutch fluid (04_09)
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai het stuur zodat de vloeistof in de tank zich parallel bevindt met de rand van de tank.
- Controller of de vloeistof in de tank de "MIN" referentie overschrijdt:
Wanneer de vloeistof minstens de "MIN" referentie nicht bereikt, moet bijgevuld worden.
Bijvullen koppelingsvloeistof
LET OP
VOOR HET BIJVULLEN VAN DE VLOEISTOF VAN DE KOPPELING, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN OFFICIELE aprilia DEALER, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer.

Verwijdering van de accu (04_10, 04_11)
- Controller of de ontstekings-schakelaar zich in positie "OFF" bevindt.
- Verwijder het zadel.
- Draai de bout los (1) en verwijder ze.
- Draai de twee bouten (2) los en verwijder ze.
Verwijder het blokkerbeugeltje (3) van de accu.
Maak de connector van de val-sensor los.

- Draai de bout (4) los en verwijder ze van de negatieve klem (-).
- Verplaats de negatieve kabel (5) zijdelings.
- Draai de bout (6) los en verwijder ze van de positieve klem (+).
- Verplaats de positieve kabel (7) zijdelings.
Grijp de accu (8) stevig vast, en verwijder ze uithaarplaats door ze op te heffen. - Plaats de accu (8) op een vlakke ondergrond, in een koele en droge plaats.
Herplaatst men het zadel.
TIONED AND POLES ARE NOT INVERTED.
CAUTION
UPON REFITTING, CONNECT THE LEAD TO THE POSITIVE TERMINAL (+) FIRST AND AFTERWARDS THE LEAD TO THE NEGATIVE TERMINAL (-) .

Controle van het elektrolytpeil WAARSCHUWING
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET EEN ACCU VAN HET TYPE ZONDER ONDERHOUD, EN ER MOET DUS GEEN ENKELE HANDELING UITGEVOERD WORDEN, BEHALVE EEN ON
- Verwijder de accu.
Voorzie een geschichte acculader.
Voorzie een acculader voor het type op te laden accu. - Verbind de accu aan de acculader.
LET OP

TIJDENS HET LADEN OF HET GEBRUIK, VOORZIET MEN HET LOKAAL VAN EEN GESCHIKTE VENTILATIE EN VERMIJDT MEN HET INADEMEN VAN DE GASSEN DIE VRIJKOMENTIJDENS HET OPLADEN VAN DE ACCU.
Schakel de acculader aan.
Wanneer het voertuig langer dan vijftien dagen inactief blijft, moet men de accu opladen om sulfatering te vermiiden.
- Verwijder de accu.
Tijdens de winter of wonneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de la ding (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.
- Laad ze volledig op door gebruik te make n van een normale lading.
Wanner de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.
NOTE
THE FIRST TIME THE ENGINE IS STARTED AFTER RECONNECTING THE BATTERY LEADS, WAIT 20 SECONDS BETWEEN THE MOMENT THE KEY IS SET TO "KEY ON" AND THE MOMENT THE STARTER BUTTON CAN BE PUSHED.
THE ENGINE WILL NOT START IF START-UP IS ATTEMPTED BEFORE THE PRE-SET 20 SECONDS.
N.B.
DE EERSTE KEER DAT U DE MOTOR WEER WIL STARTEN NADAT DE ACCUKABELS WEER VERBONDEN WERDEN, MOET 20 SECONDEN GEWacht WORDEN TUSSEN HET MOMENT VAN HET PLAATSEN VAN DE SLEUTEL IN POSITIE "KEY ON" EN HET MOMENT VAN HET DRUKKEN OP DE STARTKNOP.
HET IS NIET MOGELIJK OM TIODENS DIE 20 SECONDEN TE STARTEN .
Wonneer men het Niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het Niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de secundaire zekeringen van 15A, en cervolgens de hoofdzekeringen van 30A.
LET OP

HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN.
GEBRUK NOOIT ANDERE ZEKERINGEN DAN DE GESPECIFICEERDE.
MEN ZOU SCHADE KUNNEN VER- OORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GEVAL VAN KORSTSLUITING.
LET OP
WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI TING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officièle aprilia Dealer.


To check:
- Plaats de ontstekingsschake-laar op "OFF" om een toevalige kortsluiting te vermiiden.
Verwijder het zadel van de bestuurder. - Open het dekseltje van de doos (1) van de secundaire zekeringen.
- Verwijder de zekeringen één voor één, en controllerer of de draad (2) onderbroken is.
Vooraleer men de zekering verwangt, zoekt men indien mogelijk deoorzaak van het probleem. - Vervang de zekering indien beschadigd, met een andere metdezelfde elektrische stroomsterkte.
Voer ook voor de hoofdzekeringen de handelingen uit die erder werden beschreiben voor de secundaire gezekeringen.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.
LET OP
WANNEER MEN DE ZEKERING VAN 30A VERWIJDERT, WORDEN DE FUNCTIONS OP NUL GEZET: DIGITALE KLOK, REISINFORMATIE EN CHRONOMETENGEN.


AUXILIARY FUSES
A - Bobine, Relais van de logica van de lichten, Relais van de logica recovery, Stop, Claxon, Positielichten, Nummerplaatlicht (10 A).
B - Dimlichten / grote lichten (15 A).
C - Positief onder spanning aan de centrale EFG-1x en aan het dashboard, Diagnostiek dashboard (10 A).
D - Positief accu op dashboard en centrale EFG-1x (15 A).
E - Permanente positief, Voeding van de ECU-centrale (3 A).
F - Lambdabrander, bobines, Logica van de start, Relais van de schroef en de injectie, Benzinepomp, Ontluchting van de kleppen, Injectoren, ECU-centrale, Logica van de start (20 A).
G - Reservezekeringen (10 - 15 - 20 A)
HOOFDZEKERINGEN
H - Reservezekeringen (30 A - 20 A)
I - Opladen accu, relais ventilator, positiefonder spanning (30 A)
J-Zekering ABS (20 A)
Lamps
CAUTION
EU: Voor een snelle controle van de correcte richting van de lichtbundel vooraanplaatst men het voertuig op 10 m (32.8 ft) afstand van een verticale wand en controleert men of het terrein vlak is. Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten en controllerer of de lichtbundel die op de wand worden gprojecteerd zich ieits onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).
Voor het uitvoeren van de verticale regeling van de lichtbundel:
- Plaats het voertuig op de staand.
- Handel vanaf deijkenkant rechts van het kapje met een korte kruisschroevendraaier op de waarvoor bestemde bout (1). Doorhaar VAST TE DRAAIEN (in wijzerzin) wordt de lichtbundel verhoogd; Doorhaar LOS TE DRAAIEN (in tegenwijzerzin) wordt de lichtbundel verlaagd.
N.B.
CONTROLEER DE CORRECTE VERTICALE RICHTING VAN DE LICTBUNDEL.

Voor het uitvoeren van de horizontale regeling van de lichtbundel:
- Plaats het voertuig op de staand.
- Handel vanaf de achterkant links van het kapje met een korte kruisschroevendraier op de waarvoort bestemde bout (2). Door haar VAST TE DRAAIEN (in wijzerzin) worden de lichtbundel maar links verplaatst; Doorhaar LOS TE DRAAIEN (tegenwijzerzin), worden de lichtbundel maar rechts verplaatst.
N.B.
CONTROLEER DE CORRECTE HORIZONTALE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL.

Richtingaanwijzers voor (04_19)
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai de bout los (1) en verwijder ze.
- Verwijder de lens (2).
- Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in gegenwijzer-zin.
- Verwijder het lampje (3)uit de zit.
- Plaats op correcte wijze een新产品 lampje van hetzelfde type.
WARNING
IF THE PARABOLE (4) STICKS OUT OF ITS FITTING, INSERT IT AGAIN PROPERLY.
WAARSCHUWING
WANNEER DE PARABOOL (4) UIT HAAR ZITTING KOMT, MOET ZE WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
Rear optical unit
CAUTION
Richtingaanwijzers awhile (04_20)
- Plaats het voertuig op de staand.
- Draai de bout los (1) en verwijder ze.
- Verwijder de lens (2).
- Druk gematigd op het lampje (3), en draai het in gegenwijzer-zin.
Verwijder het lampje (3)uit de zit. - Plaats op correcte wijze een新产品 lampje van hetzelfde type.
WARNING
IF THE PARABOLE (4) STICKS OUT OF ITS FITTING, INSERT IT AGAIN PROPERLY.
WAARSCHUWING
WANNEER DE PARABOOL (4) UIT HAAR ZITTING KOMT, MOET ZE WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
Number plate light
CAUTION
Achteruitkijkspiegels (04_21, 04_22)
- Plaats het voertuig op de centrale standard op een stevig en vlak terrein.
- Verwijder de beschemingskap (1).


HOLD THE REAR-VIEW MIRROR (4) TO AVOID DROPPING IT BY ACCIDENT.
- Houd de bout (2) geblokkeerd, en los de moer (3) volledig.

HANTEER VOORZICTIG DE PLASTIC ONDERDELEN EN DE GELAKTE DELEN, EN KRAS OF BESCHADIG ZENIET.
- Verwijder hetchyteruitkijkspie-geltje (4).
LET OP
HERHAAL DEZE HANDELINGEN VOOR DE VERWIJDERING VAN HET ANDERE ACHTERUITKIKSPIEGELTJE.

NA DE HERMONTAGE STELT MEN DE ACHTERUITKIKSPIEGELTJES CORRECT AF, EN SLUIT MEN DE MOEREN

After refitting:
Regel de inclinatie van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.
Schijfrem voor en awhile (04_23, 04_24, 04_25)
LET OP

CONTROLER DE SLIJTAGE VAN DE REMPASTILLES VOORAL VOOR ELKE REIS.



Voor het uitvoeren van een snelle controle van de slijtage van de pastilles:
-
Plaats het voertuig op de staand.
Voer een visuele controle uit tussen de schijf en de pastilles, door te handelen als volgt: -
Achteraan voor de tangen van de Voorrem (1);
-
op de rechter Kant van de motor, van bovenaar onder voor de tang van de awhilem (2).
LET OP
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET WRIJVINGSMATERIALIAAL KAN HET CONTACT VEROORZAKEN MET DE METALEN STEUN VAN DE PASTILLES MET DE SCHIJF, MET ALS GEVOLG LAWAAI VAN METAAL EN DETANG DIE VONKEN MAAKT; DEDOELTREFPENDHEID VAN HET REMMEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRITEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP DEZE MANIER GESCHAAD.
Wanner de dikte van het wrijvingsmaterial (ook slechts van de pastille vooraan of achteraan) verminderd is tot een waarde van ongeveer 1,5 mm (0.06 in) (of wanner ook slechts eén van de slijtageindicators zichtaar is),That men alle pastilles van de remtangen verrangen, door zich te wenden tot een Officièle aprilia Dealer.

Periods of inactivity (04_26)
Stilstand van het voertuig (04_26)
Men要去 enkele voorzorgsmaatregelen treffen om de effecten van het Niet gebruiken van het voertuig gegen te gaan. Bovendien要去 men de herstellingen en de algemene controle vór het opbergenuitvoeren, anders kan men vergeten om ditervoigens uit te voeren.
Handel als volgt:
- Verwijder de accu.
Was en droog het voertuig. - Breng was aan op de gelakte oppervlakken.
- Blaas de banden op.
- Plaats het voertuig in een nicht verwarmd lokaal, zonder vochtigheid, beschermd gegen zonneutralen, en waar temperatuurverschillen minimum zijn.
- Plaats een plastic zakje op de uitlaat en bind dit vast, zodate er geen vochtigkeit in kan komt.
NOTE
PLACE A SUITABLE SUPPORT UNDER THE VEHICLE TO KEEP BOTH WHEELS OFF THE GROUND.
N.B.
PLAATS HET VOERTUIG ZODANIG DAT BEIDE BANDEN VAN DE GROND ZIJN, DOOR GEBRUIK TE MAKEN VAN EEN DAARVOOR BESTEMDE STEUN.
- Place the vehicle on its front (optional) and rear (optional) service stands.
-
Cover the vehicle. Do not use plastic or waterproof materials.
-
Plaats het voertuig op de speciale voorste standard (optioneel) en op de achterste standard (optioneel).
Bedek het voertuig, maar gebruik geen plastic of ondoordringbaar materiaal.
After storage
NOTE
TAKE THE PLASTIC BAGS OFF THE EXHAUST PIPE OPENING.
NA HET OPBERGEN
N.B.
VERWIJDER DE PLASTIC ZAKJES VAN DE UITEINDEN VAN DE UITLAAT.
- Uncover and clean the scooter.
- Check battery charge and install.
- Refill the fuel tank.
-
Carry out the pre-ride checks.
-
Verwijder de bedekking en rei-nig het voertuig.
- Controller de staat van lading van de accu, en installer ze.
Tank brandstof.
Voer de Voorbereidende controlesuit.

TEST RIDE THE VEHICLE AT MODERATE SPEED FOR A FEW KILOMETRES IN AN AREA AWAY FROM TRAFFIC.

VOER EEN TESTRONDE VAN ENKELE KILOMETERS UIT AAN EEN GEMATIGDE SNELHEID IN EEN VERKEERSVRIJE ZONE.

Reinigen van het voertuig (04_27, 04_28, 04_29)
Reinig het voertuig regelmatig wanneeer het worden gebruikt in de volgende zones of condities:
- Atmosferische verruiling (stad en industrielle zones).
Zoutgehalte en vochtigkeit uit de atmoseffer (zeegebieden, warm en vochtig klimaat). - Speciale milieu/seizoensconditions (het gebruik van zout, chemische anti-ijsproducten op wegen in de winterperiode).
Vermijd vooral dat er op de carrosserie afzettingen weiterblijven, resten van industrielle en verruilende stoffen, teervlekken, dode insecten, uitwerpselen van vogels, enz. - Parkeer het voertuig Niet onder bomen. In sommige seizoenen kan er uit de bomen hors, fruit of bladeren vallen die chemische
CAUTION

stoffen bevatten die schadelijk zich voor de lak.
LET OP

VOORALEER MEN HET VOERTUIG WAST, DICTH MEN DE INLATEN VAN DE AANZUIGLUCHT VAN DE MOTOR EN DE UITLAATSLAGEN VAN DE UITLAAT.
LET OP


NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT GEWASSEN, KAN DE REMDOELTREFENDHEID TIJDELIJK MINDER ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN WATER OP DE WRIJVINGSOPPERVLAKKEN VAN DE REMINSTALLatie. VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN. ACTVEER HERHAALDELIJK DE REMMEN, OM DE NORMALE REMCONDITIONS TE HERSTellen. VOER DE VOORBEREIDENDE CONTROLS UIT.


Om het vuil en de modder te verwijderen die zich hebben afgezet op de gelakte oppervlakken,要去en een waterstraal onder lage druk gebruiken, de vuile delen zorgvuldig nat maken, en de modder en het vuil verwijdersen met een zachte spons voor carrosseries die doordrenkt is in veel water en shampoo (2÷ 4%) delen shampoo in water). Spoel verrolgens overvoedig met water en droog af met een zeemvel. Om de externe delen van de motor te reinigen, gebruikt men een ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en doeken. De delen in elektrolytisch geoxideerd of gelakt aluminium, zoals de vorken, de velgen, het frame, de voetensteunen enz,要去en gewassen worden met neutrale zoep en water. Het gebruik van te agressieve reinigingsmiddelen kan de oppervlaktebehandeling van deze onderdelen aantasten.

VOOR DE REINIGING VAN DE LICH- TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE WERD ONDERGEDOMPELD IN WATER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGSMIDDEL, WRIJFT MEN Zachtjes OP DE OPPERVILAKKEN EN SPOELT MEN FREQUENT MET VEEL WATER. MEN HERINNERT DAT HET OPPOETSEN MET SILICONENWAS UITGEVOERD MOET WORDEN NADAT MEN HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN NIET OP MET SCHURENDPE PASTA'S.
CAUTION

DO NOT USE WATER (OR LIQUIDS) AT TEMPERATURES OVER 40^ (104^) WHEN CLEANING PLASTIC PARTS OF THE VEHICLE. DO NOT AIM HIGH PRESSURE AIR/WATER JETS OR STEAM JETS DIRECTLY TO THE FOLLOWING PARTS: WHEEL HUBS, CONTROLS ON THE RIGHT AND LEFT SIDE OF THE HANDLEBAR, BEARINGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS AND GAUGES, EXHAUST SILENCER, IGNITION SWITCH/ STEERING LOCK. DO NOT USE ALCOHOL OR SOLVENTS TO CLEAN ANY RUBBER OR PLASTIC SADDLE COMPONENTS: USE WATER AND MILD SOAP.
CAUTION
DO NOT USE SOLVENTS OR PETROL BY-PRODUCTS (ACETONE, TRICHLOROETHYLENE, TURPentine, PETROL, THINNERS) TO CLEAN THE SADDLE. USE INSTEAD DETERGENTS WITH SURFACE ACTIVE AGENTS NOT EXCEEDING 5% (NEUTRAL SOAP, DEGREASING DETERGENTS OR ALCOHOL).
Vooraleer men het voertuig vervoert, moet men de brandstoftank zorgvuldig ledigen, en controlleren ofhee goed droog is.
Tijdens de verplaatsing moet het voertuig in verticale positie blijven, goed verankerd zijn en in de eerste versnelling geplaatst worden, om eventuelelekken van brandstof en olie te vermijden.

Chain backlash check (04_31)
Checking clearance:
Controle van de speling van de ketting (04_31)
Voor de contrôle van de speling:
Leg de motor stil.
- Plaats het voertuig op de staand.
- Plaats de hendel van de versnellingsbak in vrij.
- Controller of de verticale schommeling, in een punt tussen het rondsel en de kroon in de onderste vertakking van de ketting, onceveer 25 - 30 mm (1.18 - 0.98 in) bedraagt.
- Verplaats het voertuig vooruit, zodat de verticale schommeling van de ketting ook in andere posities kan gecontroleerd worden; de spelimg moet in allefasen van de rotatie van het wieI constant blijven.
Wanneer de speling uniform is, maar gro ter dan 30~mm (1.18 inch) of kleiner dan 25~mm (0.98 inch), moet de regeling uit-gevoerd worden.
TO AVOID THE RISK OF SEIZURE, LUBRICATE THE CHAIN ON A REGULAR BASIS.
LET OP
WANNEER MEN IN SOMMIGE POSI-TIES EEN HOGERE SPELING OP-MERKT, ZIJN ER SAMENGEDRUKTE OF AFGESLAGEN SCHAKELS, EN IN-DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer.
OM TE VOORKOMEN DAT DE SCHAKELS KUNNEN AFSLAAN, SMEERT MEN REGELMATIG DE KETTING.
Regeling van de speling van de ketting
LET OP
VOOR DE REGELING VAN DE SPE- LING VAN DE KETTING, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officièle aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT EN GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officièle aprilia Dealer.
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon
Controller bovendien de volgende delen, en controller of de ketting, het rondsel en de kroon geen:
- Beschadigde rolten hebben.
- Geloste pinnen hebben.
- Droge, verroeste, samengedrukte of afgeslagen schakels—hebben.
- Excessieve slijtage vertonen.
- Ontbrekende dichttingsringen hebben.
- Excessief versleten of beschadigde rondsel- of kroontanden—hebben.
LET OP
WANNEER DE ROLLEN VAN DE KETTING BESCHADIGD, DE PINEN GELOST EN/OF DE DICHTINGSRINGEN BESCHADIGD OF AFWEZIG ZIJN, MOET MEN DE VOLLEDIGE GROEP VAN DE KETTING VERVANGEN (RONDSEL, KROON EN KETTING).
CAUTION
LUBRICATE THE CHAIN ON A REGULAR BASIS, PARTICULARLY IF YOU FIND DRY OR RUSTY PARTS. FLAT-TENED OR JAMMED CHAIN LINKS MUST LUBRICATED AND REPAIRED. IF REPAIR IS NOT POSSIBLE, CON
LET OP
SMEER DE KETTING REGELMATIG, VOORAL WANNEER MEN DROGE OF VERROESTE DELEN OPMERKT. DE SAMENGEDRUKTE OF AFGESLAGEN SCHAKELS MOETEN GE-SMEERD WORDEN EN OPNIEUW IN
TACT AN Official aprilia Dealer, FOR REPLACEMENT.
WERKCONDITIONS GEBRacht WORDEN. WANNEER DIT NIET MOGELIKJ KZU ZIJN, WENDT MEN ZICH TOT EEN Officièle aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE VERVANGING.
Smering en reiniging van de ketting
Was de ketting absolut et met waterstralen, dampstralen, waterstralen onder hoge druk, en met oplosmiddelen met hoge ontvlambaarheidsgraad.
- Was de ketting met nafta of kerosine. Wanner de ketting vlug verroest, moet men de onderhoudshandelingen erder uitvoeren.
smeer de ketting elke keer dit nodig is.
- Nadat de ketting gewassen en gedroogd is, smeert men ze met vetspray voor verzegelde kettingen.

DE TRANSMISSIEKETTING IS VOORZIEN VAN DICHTINGSRINGEN TUSSEN DE SCHAKELS, DIE DIENEN OM HET VET BINNENIN TE HOUDEN. WEES ZEER VOORZICTIG BIJ DE REGELING, DE SMERING, HET WASSEN EN DE VERVANGING VAN DE KETTING.
DO NOT USE THE VEHICLE IMMEDIATELY AFTER CHAIN LUBRICATION AS LUBRICANT COULD BE SPRAYED OUT BY CENTRIFUGAL FORCE AND FOUL THE SURROUNDING AREA.
DE SMEERMIDDELEN VOOR KETTINGEN DIE MEN VINDT IN DE HANDEL KUNNEN SCHADELIJKE STOFFEN BEVATTEN VOOR DE RUBBEREN DICHTINGSRINGEN VAN DE KETTING.
GEBRUK HET VOERTUIG NIET ONMIDDELLIJK NADAT DE KETTING WERD GESMEERD, OMDAT HET SMEERMIDDEL DOOR DE CENTRIFUGEKRacht IN HET ROND WORDT GESPROEID ZODAT DE OMLIGGENDE ZONES BESMEURD RAKEN.
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Chap. 05
Technical data
Hst. 05
Technische gegevens
DIMENSIONS
| Type | Mechanism met 6 versnellingen, met pediaalcommando op de linker Kant van de motor |
CAPACITY
| Type | Zonder einde koppelingsschakel) en verzegelde schakels. Aantal schakels 108 |
| Model | 525 ZRPK |
FUEL SYSTEM
| Type | Elektronische injectie (Multipoint) |
| Diameter van de vlinderkleppen | Diam. 52 mm (2.05 in) |
| Brandstof | Loodvrije superbenzine, met een minimum octaangehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.). |
CHASSIS
| Type | Samengesteld (vastgeschroefd). aluminum platen en stalen buizen met elastieteitsgrens. | frame Gegoten raamwerk in hoge |
| Hellingshoek van het stuur | 25,8° | |
| Voorloop | 108 mm (4.25 in) |
SUSPENSIONS
| Vooraan | Telescopische vork upside-down met hydraulische werkung. Stangen diam. 43 mm (1.69 in) |
| Verplaatsing | 160 mm (6.3 inch) |
| Achteraan | Achtervork en regelbare hydraulische monoschokdempo |
| Verplaatsing van het viel | 155 mm (6.1 inch) |
BRAKES
| Vooraan | Met dubbele zwevende schijf - diam. 320 mm (12.60 in), tangen met radiaalbevestiging met vier zuigertjes - 2 diam. 27 mm (1.06 in); 2 diam 32,03 (1.26 in) en 4 pastilles |
| Achteraan | Met schijf - diam. 240 mm (9.45 in), tang met enkel zuigertje - diam. 35 mm (1.38 in) |
WHEEL RIMS
| Type | Lichtmetalen velgen met verwijderbare pin |
| Vooraan | 3,50 x 17" |
| Achteraan | 6,00 x 17" |
TYRES
| Tyre type (standard) | DUNLOP SPORTMAX QUALIFIER |
| Front tyre | 120/70 ZR17" |
BANDEN
| Bandertype (standaard) | DUNLOP SPORTMAX QUALIFIER |
| Voorband | 120/70 ZR17" |
| Front tyre pressure | rider only: 2.3 bar (230 kPa) (33.36 PSI) |
| rider + passenger: 2.4 bar (240 kPa) (34.81 PSI) | |
| Rear tyre | 180/55 ZR17" |
| Rear tyre pressure | rider only: 2.5 bar (250 kPa) (36.26 PSI) |
| rider + passenger: 2.7 bar (270 kPa) (39.16 PSI) |
| Voorbandspanning | alleen bestuurder: 2,3 bar (230 Kpa) (33.36 PSI) |
| pilot + passagier: 2,4 bar (240 Kpa) (34.81 PSI) | |
| Achterband | 180/55 ZR17" |
| Achterbandspanning | alleen bestuurder: 2,5 bar (250 Kpa) (36.26 PSI) |
| pilot + passagier: 2,7 bar (270 Kpa) (39.16 PSI) |
SPARK PLUGS
| Standard spark plugs | NGK CR7EKB |
| Spark plug electrode gap | 0.6 ÷ 0.7 mm (0.024 ÷ 0.028 in) |
| Resistance | 5 kOhm |
BOUGIES
| Standaard bougies | NGK CR7EKB |
| Elektrodenafstand van de bougies | 0,6 ÷ 0,7 mm (0.024 in ÷ 0.028 in) |
| Weerstand | 5 kOhm |
ELECTRICAL SYSTEM
| Zekeringen ABS | 20 A |
| Generator (met permanente magneet) | 13,5 V - 450 W bij 6000 rpm |
BULBS
| Grootlicht | 12V - 60W H4 |
| Dimlicht | 12V - 50W H4 |
| Voorste positielicht | 12V - 6W H6 |
| Licht van de richtingaanwijzers | 12V - 10W |
| Achterste positielicht / stoplicht | Led |
| Nummerplaatlicht | 12V - 5W |
| Verlichting van de toerenteller | Led |
| Verlichting van het multifunctioneel display | Led |
WARNING LIGHTS
| Grootlicht | Led |
| Rechterrichtingaanwijzer | Led |
| Linkerrichtingaanwijzer | Led |
| General warning | LED |
| Gear in neutral | LED |
| Side stand down | LED |
| Fuel reserve | LED |
| ABS | LED |
| Algemene Warning | Led |
| Versnellingsbak in vrij | LED |
| Laterale standaard uitgeklapt | LED |
| Brandstofreserve | Led |
| ABS | LED |

Bijgeleverd gereedschap (05_01)
De bijgevoegde gereedschappen zijn:
Verlengstuk voor de sleutel (1);
- Gebogen mannelijke zeskar sleutels 3, 4, 5, 6 mm (0.12, 0.16, 0.20, 0.24 in) (2);
- Dubbele vorksleutel 10 - 13 mm (0.39 - 0.51 in) (3);
- Trektangen voor de zekeringen (4);
Vorksleutel 19 mm (0.75 in) (5);
Schroevendraaier met twee punten kruis / mannelijke zeskant (6);
Gereedschapstas (7);
Sleutel voor regeling moerschokdemper (8).
Maximum toegelaten gewicht: 1,5 kg (3.3 lb).
DORSODURO 750 ABS
aprilia


Chap. 06 Programmed maintenance
Hst. 06
Gepland onderhoud
Scheduled maintenance table
Tabel gepland onderhoud
Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale werkconditions met optimale prestaties.
Daarom heeft aprilia een serie van controles en onderhoudshandelingen gegen betaling voorzien, die men vindt in het samenvattend kader op de volgende pagina. Het is een goede gewoonte om eventuelekleine onregelmatigheden bij de werkking ommiddelijk mee te delen aan een Officièle aprilia Dealer of Verkoper zonder te wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Het is absolutui noodzakelijk om de servicebeurten uit te voeren aan de voorgeschreveven kilometerintervals en tijden, wanneer de voorziene kilometerstand wordt bereikt Een stipte uitvoering van de servicebeurten is noodzakelijk voor het correcte gebruik van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van het "Geprogrammeerd Onderhoud", raadpleegt men het "Garantieboekje".
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS
HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.
- Controlleren en reinigen, regelen of verwangen indien nodig elke 1000 km
Vervang elke 2aar
Vervang elke 4aar
* Telkens als men start
* Controller elke maand
ROUTINE MAINTENANCE TABLE
| Km x 1.000 | 1 | 5 | 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 |
| Achterste schokdempo | I | I | |||||||
| Bougie | R | R | |||||||
| Transmissieketting * | I | I | I | ||||||
| Kabels van de transmissie en de commando's | I | I | I | ||||||
| Kussentjes en speling van het stuur | I | I | I | ||||||
| Kussentjes van de wielen | I | I | |||||||
| Diagnose van centrale | I | I | I | ||||||
| Remschijven | I | I | I | ||||||
| Luchtfilter | I | R | I | R | |||||
| Filter van de motorolie | R | R | R | ||||||
| Vork | I | I | |||||||
| Algemene werkung van het voertuig | I | I | I | ||||||
| Kleppenspeling | I | A | A | ||||||
| Koelinstallatie | I | I | |||||||
| Reminstallations | I | I | I | ||||||
| Installatie lichten | I | I | I | ||||||
| Veiligheidsschakelaars | I | I | |||||||
| Vloeistof van de koppelingbediening ** | I | I | I | ||||||
| Remvloeistof ** | I | I | I | ||||||
| Koelvloeistof ** | I | I | I | ||||||
| Olie van de vork ** | |||||||||
| Motorolie | R | R | R | ||||||
| Regeling van de lichten | I | I | |||||||
| Oliekeerring van de vork | I | I | |||||||
| Flexibele koppeling | I | I | |||||||
| Banden - spanning / slijtage**** | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
| Wielen | I | I | I | ||||||
| Sluiting van bouteN | I | I | I | ||||||
| Ophangenen en stand | I | I | I | ||||||
| Controleamp voor foutsignalering op dashboard **** | |||||||||
| Brandstofbuizen *** | I | I | |||||||
| Slijtage van de koppeling | I | I | |||||||
| Slijtage van remblokjes | I | I | I | I | I | I | I | I | I |
RECOMMENDED PRODUCTS
| Product | Beschrijving | Kenmerken |
| AGIP TEC 4T, SAE 15W-50 | Motorolie | Gebruik merkolies met prestaties conform of hoger dan de specifieken API SJ/CCMC G4/ |
| ACEA A3-04/ JASO MA. | ||
| AGIP FORK 5W | Olie van de vork | SAE 5W |
| AGIP MP GREASE | Vet voor kussentjes, koppelingen, knooppunten en hefsystemen | Inplaats van het aanbevolen product, gebruikt men merkvet voor draaiende kussentjes, met bruikbaar temperatuersveld -30°C...+140°C (-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C (302°F...446°F), hoge anticorrosiebescherming, goede watstand gegen water en oxidatie. |
| AGIP CHAIN GREASE SPRAY | aanbevolen voor KETTINGEN | Vet |
| AGIP BRAKE 4 / BRAKE 5.1 | aanbevolen REMVLOEISTOF | - |
| AGIP BRAKE 4 / BRAKE 5.1 | aanbevolen VLOEISTOF VAN DE KOPPELING | - |
| AGIP PERMANENT SPEZIAL | aanbevolen KOELVLOEISTOF VOOR DE MOTOR | Biologisch affbreekbare koelvloeistof, gebruisklaar, met "long life" technologie en kenmerken (rood). Verzekert een beschemming wegen vriestemateruren tot -40°C (-40°F). Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16. |
TABLE OF CONTENTS
A
ABS:52
Onderhoud: 107, 163, 164
R
Remvloeistof: 121
Richtingaanwijzers:50,134
136
Ride by wire: 84
s
Schijfrem: 139
Standaard: 17, 97
Start: 85
Stuurslot: 49
T
Veiligheidsnormen: 100
Z
Zadel:59
Zekeringen: 127
THE VALUE OF SERVICE
Dankzij de voortduren de technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma's van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officièle Network van aprilia grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle voor het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele Reserveonderdelen van aprilia zich essentiele factoren!
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officièle dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtsstreeks op de geografische kaart op once Officièle Website:
www.aprilia.com
Enkel wonneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvaagt, za men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werdijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitstcontrolprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrivingen en de illustraties in deze uitgave ons niet bindend; aprilia houdt zich derhalve hecht voor om, met behoud van de essentielle eigenschappen van het model dat hierin is beschrenen en geillustreeord, op elk moment wizigingen aan te brengen aan de organen, de onderden of de levering van accessoires aan gelang zig dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen aan vereisten van constructieve of commerciele aard, zonder verplichte te ons im tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontrolererd worden via het officiele verkoopsnetwerk van aprilia.