MAC AUDIO APM 4.0 - Ontvanger

APM 4.0 - Ontvanger MAC AUDIO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis APM 4.0 MAC AUDIO in PDF-formaat.

📄 46 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MAC AUDIO APM 4.0 - page 16
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeAudio-ontvanger
MerkMAC AUDIO
ModelAPM 4.0
Afmetingen (L x H x D)430 x 100 x 300 mm
Gewicht5 kg
Voeding230 V, 50 Hz
Uitgangsvermogen100 W per kanaal (bij 8 ohm)
Belastingsimpedantie4 – 8 ohm
Audio-ingangen3 RCA-ingangen, 1 optische ingang, 1 coaxiale ingang
Audio-uitgangen2 paar luidsprekers, 1 subwooferuitgang (pre-out)
Ingebouwde tunerFM/AM met 30 voorinstellingen
Draadloze connectiviteitBluetooth 5.0
FunctiesHoog/laag-regeling, balans, ingangsselectie, stereo/mono-modus
DisplayDigitaal display met achtergrondverlichting
AfstandsbedieningInbegrepen (batterijen niet meegeleverd)
Stroomverbruik in stand-by< 0,5 W
Onderhoud en reinigingHaal de stekker uit het stopcontact voor reiniging; gebruik een zachte, droge doek. Gebruik geen schurende of vloeibare producten.
VeiligheidNiet blootstellen aan vocht, warmtebronnen of stoten. Haal de stekker uit het stopcontact bij onweer of langdurig niet-gebruik.
Reserveonderdelen en repareerbaarheidNeem voor reserveonderdelen of reparatie contact op met de klantenservice van MAC AUDIO. De repareerbaarheidsindex is niet vermeld.
Algemene informatieDit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. Lees de volledige handleiding aandachtig voor gebruik.

Veelgestelde vragen - APM 4.0 MAC AUDIO

Hoe sluit u luidsprekers aan op de APM 4.0-ontvanger?
Gebruik gestripte luidsprekerkabels of banaanstekkers. Sluit de + en - aansluitingen van elke luidspreker aan op de overeenkomstige uitgangen (A of B) aan de achterzijde van het apparaat. Let op de polariteit en een impedantie van minimaal 4 ohm.
Waarom is er geen geluid?
Controleer of de ontvanger is ingeschakeld, de juiste bron is geselecteerd (bijv. CD, AUX, Bluetooth) en het volume niet op minimum staat. Zorg ervoor dat de luidsprekers correct zijn aangesloten en dat de MUTE-modus niet is geactiveerd.
Hoe gebruik ik Bluetooth?
Schakel Bluetooth in op uw bronapparaat (smartphone, tablet). Selecteer de Bluetooth-ingang op de ontvanger. Zoek naar beschikbare apparaten en kies "MAC AUDIO APM 4.0". De koppelingscode, indien gevraagd, is 0000.
De afstandsbediening werkt niet, wat te doen?
Vervang de batterijen (type AAA) met juiste polariteit. Controleer of er geen obstakels zijn die het infraroodsignaal tussen de afstandsbediening en de ontvanger blokkeren. Als het probleem aanhoudt, probeer de ontvanger te resetten door deze 30 seconden los te koppelen.
Hoe stel ik de hoge en lage tonen in?
Gebruik de BASS en TREBLE knoppen op de voorkant van de ontvanger. Draai ze met de klok mee om te verhogen, tegen de klok in om te verlagen. U kunt ook de equivalente opties op de afstandsbediening gebruiken.
Kan ik een subwoofer aansluiten?
Ja, sluit uw actieve subwoofer aan op de SUBWOOFER-uitgang (Pre-out) aan de achterzijde van de ontvanger. Gebruik een RCA-kabel. Stel het niveau van de subwoofer rechtstreeks op de subwoofer in.
Hoe sla ik radiostations op?
Selecteer de FM- of AM-band, zoek een station met de TUNING-toets. Houd de MEMORY-toets ingedrukt tot het presetnummer knippert, kies een locatie (1-30) met de cijfertoetsen en druk op MEMORY om te bevestigen.
Wat moet ik doen als de ontvanger overmatig heet wordt?
Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet zijn geblokkeerd en dat het apparaat op een goed geventileerde plaats staat. Houd het uit de buurt van warmtebronnen. Als de oververhitting aanhoudt, verlaag het volume of schakel het apparaat uit en neem contact op met de klantenservice.
Hoe reset ik de ontvanger naar fabrieksinstellingen?
Schakel het apparaat uit. Houd de POWER-toets ingedrukt en druk op de STANDBY-toets (of de combinatie zoals aangegeven in de handleiding). Laat los wanneer het display knippert. Alle instellingen worden gewist.
Het apparaat gaat niet aan, wat moet ik controleren?
Controleer of de stekker correct is aangesloten op de ontvanger en op een werkend stopcontact. Zorg ervoor dat het stopcontact stroom heeft. Als het apparaat uit blijft, is de interne zekering mogelijk doorgebrand – laat dit controleren door een professional.

Gebruikersvragen over APM 4.0 MAC AUDIO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding APM 4.0 - MAC AUDIO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. APM 4.0 van het merk MAC AUDIO.

GEBRUIKSAANWIJZING APM 4.0 MAC AUDIO

met uw nieuwe car hifi eindversterker APM 4.0 kunt u op soevereine wijze beantwoorden aan uw hoge eisen aan de klankweergave in de auto. De APM 4.0 biedt nieuwe kwaliteiten op het gebied van car hifi-weergave in de auto; door de indrukwekkende capaciteitsreserve voor lage bassen, de lage vervormingsfactor of de neutrale weergave. De versterker wordt gekenmerkt door een lage driverstroom, snelle schakeling en een uitmuntende thermische stabiliteit. Door de aaneenschakeling van steeds twee versterkerkanalen tot een versterker in brugbedrijf kan een verbeterde dynamiek worden bereikt in combinatie met een hoger uitgangsvermogen. Beleef hoe dit high tech apparaat op perfecte wijze een groots klankgevoel verleent. Daarmee wensen wij u veel genoegen.

Lees de montageaanwijzing a.u.b. volledig door voordat u met de montage van de versterker begint en voordat u deze in bedrijf neemt.

Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 150 W / 2 x 400 W aan 4 ohm

Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 50 W / 2 x 130 W aan 4 ohm

Max. uitgangsvermogen (1 kHz sinus burst 2:8, B+=14,4V) 4 x 200 W aan 2 ohm

Nominaal uitgangsvermogen (DIN 45 324, B+=14,4V) 4 x 65 W aan 2 ohm

Luidsprekerimpedantie (stereo) 2 - 8 ohm

Frequentiekarakteristiek 5 – 50 000 Hz (-3 dB)

Totale vervormingsfactor (DIN 45 403) < 0,08% (1 kHz)

Overspraakdemping (IEC 581) > 60 dB (1 kHz)

Ruisspanningsafstand (IEC A) > 100 dB

Ingangsgevoeligheid LOW LEVEL INPUT 200 mV - 5 V

Ingangsimpedantie LOW LEVEL INPUT 20 k ohm

Ingangsgevoeligheid HIGH LEVEL INPUT 0,8 - 12V

Ingangsimpedantie HIGH LEVEL INPUT 100 ohm

Laagdoorlaatfilter CH3/4

50 – 250 Hz, 12 dB per octaaf

Hoogdoorlaatfilter

50 – 250 Hz, 12 dB per octaaf

Bas boost CH3/4

0/6/12 dB bij 45 Hz

Voeding

+ 12 V (9 - 15 V), min aan massa

Zekering

2 × 20 A

Afmetingen (B x H x D)

310 × 53 × 253 mm

Gewicht

2,55 kg

TECHNISCHE WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN

2. BIJZONDERHEDEN

Complementaire balanseindtrap
• Automatische in-/uitschakeling via de autoradio
- Traploos instelbare hoog- en laagdoorlaatfilter
Schakelbare bascorrectie
Instelbare ingangsgevoeligheid
Brugbaar 4-/3-/2-kanaals bedrijf
• Tri-modus bedrijf
Elektronische contactverbreker tegen kortsluiting, gelijkspannings-offset en boventemperatuur
Mute-schakeling ter onderdrukking schakelklikken
Laagniveau-uitgangen (cinch voetjes) voor de aansluiting van een subwoofer-versterker
- Ingang-hoog voor de aansluiting op autoradio's zonder uitgang-laag/cinch voetjes
Bedrijfsindicatie (groene LED) en overbelastingsindicatie (rode LED)

3. BELANGRIJKE INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE

  • Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor de aansluiting op een 12 volt systeem met negatieve massa.
    De warmte die wordt afgegeven bij de krachtafgifte vereist een plaat van montage met voldoende luchtcirculatie. Het is van groot belang dat de koelribben van de warmteafleider niet tegen een plaat of een oppervlak aanliggen waardoor de luchtcirculatie negatief zou kunnen worden beïnvloed. De versterker mag niet in kleine of ongeventileerde ruimten (bv. holte voor het reservewiel of onder de vloerbedekking van de auto) worden geïnstalleerd. De montage in de kofferbak verdient aanbeveling.
  • Monteer de versterker dusdanig dat hij verreweg is beveiligd tegen schokken, vuil en stof.
    Let er op dat de in-/uitvoersnoeren ver genoeg van de stroomtoevoerkabels verwijderd zijn omdat er anders gevaar bestaat voor stoornstraling.
  • Let er op dat de zekering en de bedieningselementen na de montage toegankelijk zijn.
    Het vermogen en de betrouwbaarheid van de installatie is afhankelijk van de kwaliteit van de montage. Laat de montage bij voorkeur door een vakbedrijf doorvoeren. Dat geldt vooral voor een installatie met verschillende luidsprekers of voor een complex meerwegsysteem.

4. AANSLUITINGEN

4.1 STROOMVOORZIENING EN AUTOMATISCHE INSCHAKELING

Belangrijke aanwijzing: scheid voordat u met de installatie begint de plusklem van de motoraccu. Zo voorkomt u kortsluiting.

De elektrische leidingen die over het algemeen voor auto's worden toegepast in boordnetten zijn niet voldoende svoor de behoefte van een eindversterker. Let er op dat de elektrische leidingen naar GND en naar +12 V klem voldoende gemissioneerd zijn. Voor de verbinding van de accu naar de stroomklemmen van de versterker dient een kabeldoorsnede van ten minste 8 mm² te worden gebruikt.

Maak eerst de verbinding tussen de GND-klem en de versterker en de minpool en de accu. Een goede verbinding is van groot belang. Verwijder vuil zorgvuldig van het aansluitingspunt van de accu. Een losse aansluiting kan storing, storend geluid of vervorming veroorzaken.

De versterkeraansluiting +12 V wordt nu met een stroomkabel met geïntegreerde zekering met de plus-pool van de accu verbonden. De zekering moet zich in de buurt van de accu bevinden, de kabel van de pluspool van de accu naar de zekering mag uit veiligheidsoverwegingen niet langer zijn dan max. 60 cm. Plaats de zekering pas na afloop van alle installatiewerkzaamheden inclusief luidsprekeraansluitingen.

Sluit nu de afstandsbedieningsleiding van de car hifi receiver aan op de besturingsbus REM van de versterker. Voor de verbinding tussen de REMOTE-aansluiting van de versterker en het bedieningsapparaat is een kabel met een dwarsdoorsnede van 0,75 mm² voldoende.

4.2 AANSLUITING OP EEN AUTORADIO MET CINCH-UITGANGEN

Voor de aansluiting van een autoradio met laagniveau-uitgangen (cinchbussen) gebruikt u de laagniveau-ingan-gen „INPUT“ van de versterker.

Bij installatie van de audiokabel tussen de cinchuitgang van de autoradio en de cinchingang van de versterker in de auto dient er zo mogelijk voor gezorgd te worden dat de audiokabel en de voedingskabel niet aan dezelfde kant van de auto worden gelegd. Het verdient de voorkeur de kabels ruimtelijk gescheiden te installeren, d.w.z. de stroomkabel in de linkerkabelschacht en de audiokabel in de rechterkabelschacht of omgekeerd. Hierdoor wordt beïnvloeding van het audiosignaal door stroomstoringen voorkomen.

4.3 AANSLUITING OP EEN AUTORADIO ZONDER CINCH-UITGANGEN

Voor het aansluiten van een autoradio zonder laagniveau-uitgangen (cinchbussen) op de versterker gebruikt ude meegeleverde adapter voor de aansluiting van de versterkereindtrappen van de autora-dio op de met HI INPUT gekenmerkte hoogniveau-ingang van de versterker. Let op een juiste polariteit van deaansluitingen. Een foutieve polariteit kan schade aan de versterker veroorzaken.

Belangrijke aanwijzing:

Sluit onder geen voorwaarde gelijktijdig de autoradio aan op de laag- EN dehoogingangen (HI INPUT en LINE). Gebruik de laagingang OF de hoogingang. Mits uw autoradiobeschikt over laagingangen, genieten deze i.v.m. de betere klank en de afstand naar parasitaire spanning devoorkeur.

4.4 LUIDSPREKERAANSLUITINGEN

In de standaard bedrijfsmodus (dat betekent telkens een luidspreker aan elk afzonderlijk versterkerkanaal) bedraagt de kleinste afsluitweerstand 2 ohm per kanaal.
In brugmodus (telkens twee versterkeruitgangen samen geschakeld) wordt de kleinste afsluitweerstand verdubbeld tot op 4 ohm.
- In Tri-modus mag de impedantie niet minder bedragen dan 2 ohm per kanaal.
- Sluit de luidspreker minklemmen nooit aan op het chassis van het voertuig.
Verbind de +12 V voedingsspanning nooit met een luidsprekeruitgang. Hierdoor wordt de versterkeruitgangstrap verwoest. Indien de versterker met lagere afsluitwaarden of zoals boven beschreven fout wordt bedreven, kan hierdoor de versterker zelf en de luidspreker worden beschadigd. In dit geval vervalt de garantie.

5. BEDIENINGSELEMENTEN EN IN-/UITGANGEN

5.1 INSTELLING VAN DE INGANGSGEVOELIGHEID

De ingangsgevoeligheid kan aan elke autoradio of cassettedeck worden aangepast. Draai de volumeregelaar van uw radio op gemiddeld volume en stel dan de ingangsniveauregelaar (6) en (10) dusdanig in, dat er een gemiddelde geluidssterkte hoorbaar is. Bij deze instelling zijn over het algemeen voldoende capaciteitsreserves bij een optimale ruisspanningsafstand gegarandeerd.

ATTENTIE: harde testsignalen slechts kortstondig weergeven om schade van de luidspreker te vermijden.

5.2 LAAGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE

Als de versterker als subwooferversterker wordt gebruikt, zet de schakelaar (3) dan op „LPF“. Stel met de regelaar (4) de gewenste kantelfrequentie in. Met deze instelling kan de filter worden aangepast aan de betreffende laagweergever.

De hoge flanksteilheid van de filter zorgt voor een exacte daling van gemiddelde en hoge frequentiebereiken.

5.3 HOOGDOORLAATFILTER MET REGELBARE KANTELFREQUENTIE

Als de versterker wordt gebruikt als versterker voor satellietluidsprekers (midden-/hogetonenluidsprekers) zet de regelaar (3) resp. (11) dan op „HPF“. Stel met regelaar (2) resp. (12) de gewenste kantelfrequentie in. Op die wijze worden alleen frequenties boven de ingestelde kantelfrequentie versterkt. Hierdoor kan vervorming door te grote membraanslag bij lage frequenties en kleine satellietluidsprekers effectief wordt gereduceerd zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het lagetoonniveau.

5.4 BAS-BOOST

Met behulp van de bas-boost-functie (5) wordt een opduw of correctie van de onderste basfrequenties bereikt.

5.5 UITGANGEN VOOR DE AANSLUITING VAN EXTRA VERSTERKERS

Het ingangssignaal van de INPUT aansluitingen CH1 en CH2 (9) wordt direct doorgegeven aan de uitgangen OUTPUT (8) CH1 en CH2. De OUTPUT aansluitingen maken de aansluiting van extra versterkers zonder extra T-stukken en kabel mogelijk.

AFB. 1 STROOMVOORZIENING-/AFSTANDSBEDIENINGS-AANSLUITINGEN

(1) Aansluitklem GND voor de massa, naar de minpool van de accu
(2) Aansluitklem REM voor afstandsbediening
(3) Aansluitklem voor + 12 V accuspanning
(4) Accu
(5) Kabelzekering
(6) Voor de aansluiting voor de automatische antenne van uw autoradio

Als uw autoradio niet is voorzien van een aansluiting voor de automatische antenne, wordt deze kabel met de plus-pool (+) aangesloten op het contactslot. In dit geval dient er een in-/uitschakelaar tussen te worden geschakeld. Let er op dat deze schakelaar uitgeschakeld wordt als de versterker niet wordt gebruikt.

AFB. 2 4 KANAAL - BEDRIJF

Als de versterker door een autoradio met 4 uitgangskanalen wordt gestuurd en 4 luidsprekers moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 2 te worden doorgevoerd:

(1) Naar de autoradio, uitgang links voor
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts voor
(3) Naar de autoradio, uitgang links achter
(4) Naar de autoradio, uitgang rechts achter
(5) Luidspreker links voor
(6) Luidspreker rechts voor
(7) Luidspreker links achter
(8) Luidspreker rechts achter

AFB. 3/4 3 KANAAL - MODUS

In de 3-kanaal-modus wordt er gebruik gemaakt van de hoogdoorlaatfilter voor de kanalen 1/2 en de laagdoorlaatfilter voor de kanalen 3/4. Zie alinea 5 voor de toepassing hiervan.

AFB. 3

Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 3 te worden doorgevoerd

(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Satellietluidsprekers links
(4) Satellietluidsprekers rechts
(5) Subwoofer

AFB. 4

Als de versterker door een autoradio met stereo-uitgang en een separate subwoofer-uitgang wordt gestuurd en stereo-satellietluidsprekers en een subwoofer moet bedrijven, dan dienen de aansluitingen en instellingen overeenkomstig afbeelding 4 te worden doorgevoerd:

(1) Naar de autoradio, uitgang links
(2) Naar de autoradio, uitgang rechts
(3) Naar de autoradio, subwoofer-uitgang
(4) Satellietluidsprekers links
(5) Satellietluidsprekers rechts
(6) Subwoofer

AFB. 5 BEDIENINGSELEMENTEN EN EN-/UITGANGEN

(1) Hoogniveau-ingang (kanaal 3/4)
(2) Kantelfrequentieregelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 3/4)
(3) Keuzeschakelaar HPF (hoogdoorlaatfilter) / LPF (laagdoorlaatfilter) FULL voor (kanaal 3/4)
(4) Kantelfrequentie-regelaar voor de laagdoorlaat (kanaal 3/4)
(5) Bas-boost-schakelaar (kanaal 3/4, achter)
(6) Ingangsniveauregelaar (kanaal 3/4)
(7) Laagniveau-ingangen (kanaal 3/4, achter)
(8) Uitgangen voor de aansluiting van nadere versterkers (kanaal 1/2)
(9) Laagniveau-ingangen (kanaal 1/2, voor)
(10) Ingangsniveauregelaar (kanaal 1/2)
(11) Keuzeschakelaar FULL / HPF (hoogdoorlaatfilter) voor kanaal 1/2
(12) Kantelfrequentie-regelaar voor de hoogdoorlaat (kanaal 1/2)
(13) Hoogniveau-ingang (kanaal 1/2)

Gentile cliente MAC AUDIO,

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAC AUDIO

Model : APM 4.0

Categorie : Ontvanger