CB36 6 00 X - Forn BERTAZZONI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CB36 6 00 X BERTAZZONI in PDF-formaat.
| Producttype | Gas- en elektrisch fornuis |
| Merk | Bertazzoni |
| Model | CB36 6 00 X |
| Kleur | RVS |
| Afmetingen (L x B x H) | 91,4 cm x 60 cm x 85-90 cm |
| Gewicht | 80 kg |
| Gasaansluiting | Butaan/propaan (G30/G31) |
| Elektrische aansluiting | 230 V / 50 Hz |
| Branders | 5 gasbranders waarvan 1 met driedubbele kroon |
| Oven | Elektrisch multifunctioneel, capaciteit 80 L |
| Grill | Ingebouwd in de oven |
| Ontsteking | Elektronische ontsteking geïntegreerd in de branders |
| Ovenklep | Dubbel glas, verwijderbaar |
| Reiniging | Vitrokeramisch email, handmatige reiniging met niet-schurende producten |
| Gasveiligheid | Veiligheidsklep (thermokoppel) op elke brander |
| Kinderveiligheid | Bedieningsvergrendeling (afhankelijk van model) |
| Timer | Ja, met automatische uitschakeling van de oven |
| Ovenverlichting | Ja, halogeenlamp |
| Restwarmte-indicator | Ja (kookplaat) |
| Energielabel | A (schatting) |
| Garantie | 2 jaar |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen verkrijgbaar bij de fabrikant |
Veelgestelde vragen - CB36 6 00 X BERTAZZONI
Gebruikersvragen over CB36 6 00 X BERTAZZONI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CB36 6 00 X - BERTAZZONI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CB36 6 00 X van het merk BERTAZZONI.
GEBRUIKSAANWIJZING CB36 6 00 X BERTAZZONI
Lees met aandacht het instructieboekje alvorens over te gaan tot installatie en gebruik van het apparaat.
Deze instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de identificatiesymbolen op het omslag van het instructieboekje en op het typeplaatje van het apparaat zijn aangeduid.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade aan goederen of personen die het gevolg is van een niet correcte installatie of van een verkeerd gebruik van het apparaat.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele onregelmatig-
heden in dit boekje als gevolg van druk- of overschrijvingsfouten.
Ook de esthetiek van de aangegeven figuren is uitsluitend indicatief.
De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering.
INHOUDSOPGAVE:
TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR.... pag. 20
Inbouw van het kookvlak ...... pag. 20
Bevestiging van het kookvlak - Waarschuwingen voor de installatie ...... pag. 21
Ventilatie van de lokalen - Aansluiting op het gasnet. pag. 21
Aanpassing op de verschillende gassoorten.... pag. 21-22
Regeling branders ...... pag. 22
Elektrische aansluiting ...... pag .22
ONDERHOUD VAN HET APPARAAT - Vervanging onderdelen.... pag. 23
HANDBOEKJE VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD.... pag. 23
Beschrijving modellen kookvlakken.... pag. 23
Gebruik van de branders ...... pag. 23-24
Schoonmaak van het apparaat ...... pag. 24
Tekeningen ...... pag. 25
Elektrisch schema ...... pag. 27
DIT APPARAAT IS ONTWORPEN VOOR HUISHOUDELIJK NIET PROFESSIONEEL GEBRUIK.

Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2002/95/EG
Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
Deze richtlijn legt de bepalingen vast voor de inzameling en de recycling van afgedankte apparatuur die op heel het grondgebied van de Europese Unie gelden.
TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR TIPJES VOOR DE INSTALLATEUR
De installatie, de regelingen, de veranderingen en het onderhoud die in deze afdeling zijn aangeduid moeten uitsluitend door gekwalificeerd personeel verricht worden. Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of voorwerpen, t.o.v. welke de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. De veiligheidsinrichtingen of de automatische regeling van de apparaten tijdens het leven van de installatie kunnen uitsluitend door de fabrikant of door de bevoegde geautoriseerde leverancier veranderd worden.
INBOUW VAN DE KOOKVLAKKEN
Na de verschillende delen uitgepakt te hebben, zie of het kookvlak ongeschonden is. Bij twijfel gebruik het apparaat niet en roep assistentie in van gekwalificeerd personeel.
De verpakkingscomponenten(polystyrool expans, zakjes, karton, spijkers, enz.) zijn gevaarlijke voorwerpen en moeten niet binnen bereik van kinderen blijven.
Gezien de afmetingen van het apparaat (zie tabel n. 1) maak een gat in het vlak (zie tekeningen):
Het apparaat wordt in klasse 3 geklassificeerd en is dus onderhevig aan de voorschriften die door de normen voor deze apparaten zijn voorzien.
Tabel n.1 1 Fig.1
| A 15cm Min | |
| B 70cm | |
| C 91,5cm | |
| D 33cm Max | |
| E 45,7cm Min | |
| F 85 - 91,5cm | |
| G 16,5cm | |
| H 2,5cm Min | |
| i | 1,8cm |
| L | 5 cm Min |
| M | 61 cm |
BEVESTIGING VAN HET KOOKVLAK
Om penetratie van vloeistoffen in het onderliggend meubelstuk te voorkomen, is het apparaat voorzien van een speciale pakking. Om deze pakking aan te brengen, volg aandachtig de volgende instructies:
1) Strek de verzegelingspakking uit langs de openingsboord en zorg dat de verbindingspunten op elkaar komen te liggen (fig. 2)
2) Plaats het vlak in de ruimte van het meubelstuk
3) Monteer met een schroevedraaier de 4 plaatjes A middels de passende schroef B (fig. 3)
4) Laat de plaatjes lopen en blokkeer ze door schroef B vast te schroeven
5) Snij recht het pakkingsgedeelte aan de buitenkant van het vlak.
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN VOOR DE
Dit kookvlak is van het type Y zodat het vrij afzonderlijk geïnstalleerd kan worden, of tussen keukenmeubels of tussen een meubelstuk en een muurwand. De achterwand en de omringende oppervlakten moeten weerstand kunnen bieden aan een overtemperatuur van 65 K.
Om te voorkomen dat de geplastificeerde platen die het meubelstuk bekleden zich loslaten, moet de lijm die ze aan elkaar vastplakt weerstand bieden aan temperaturen niet lager dan 150°C.
De installatie van het apparaat moet geschieden met inachtneming van de plaatselijke nationale normen en in een goed geventileerd lokaal.
Het apparaat is niet aangesloten op inrichtingen voor de ontruiming van verbrandingsproducten. Het moet dus aangesloten worden in overeenstemming met de hierboven aangeduide installationenormen.
Vooral de normen voor de ventilatie van de lokalen dienen gevolgd te worden.
VENTILATIE VAN DE LOKALEN
Om het apparaat goed te laten functioneren, is het noodzakelijk dat het lokaal waar het geïnstalleerd is steeds goed geventileerd is.
Het volume van het lokaal moet niet minder dan 25 m ^3 zijn en de nodige hoeveelheid lucht moet gebaseerd worden op een regelmatige verbranding van het gas en op de ventilatie van het lokaal.
De normale toevoer van lucht zal geschieden door permanente openingen in de wanden van het te ventileren lokaal: deze openingen zijn met de buitenkant verbonden en moeten een minimum doorsnede hebben van 100 cm ^2 (zie fig.2). De openingen moeten zo gemaakt worden dat ze niet verstopt kunnen raken.
PLAATSING EN VENTILATIE
De op gas lopende kookapparaten moeten de verbrandingsgassen ontruimen door middel van op schoortenen, op rookpijpen of rechtstreeks met de buitenkant verbonden kappen (zie fig. 3).
Indien geen kap geplaatst kan worden, is het gebruik van een ventilator geïnstalleerd op een venster of rechtstreeks met de buitenkant verbonden toegestaan; de ventilator moet tezamen met het apparaat in werking gesteld worden (zie fig. 4), mits de nationale normen inzake de ventilatie van de lokalen in acht genomen zijn.
INSTALLATIE VAN DE PLINT
Verwijder de 2 schroeven die het werkblad achteraan bevestigen, zoals aangeduid wordt in (fig.5).
Plaats het voorste deel van de plint, en bevestig het op de onderkant me de twee schroeven die eerder verwijderd werden; raadpleeg (fig.6).
Bevestig nogmaals het voorste deel van de plint met de bij de plint geleverde schroeven, raadpleeg (fig.7).
Assembleer het achterste deel met het voorste deel van de plint door gebruik te maken van de bij de plint geleverde schroeven, raadpleeg (fig.8).
Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten, verwijder allereerst de plastieke beschermingstap van het gascircuit die onder druk in de ingangsverbindingsstuk gestoken is;om deze tap te verwijderen schroef hem gewoon los.
Zie daarna of de gegevens van het typeplaatje dat aan de onderkant van de bak geplaatst is, overeenkomen met die van het gasnet.
Een etiketje geplaatst op de laatste pagina van dit boekje en op de laagste kant van de bak, geeft de regelingsvoorwaarden aan van het apparaat: soort gas en werkingsdruk.
BELANGRIJK: Dit apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale bestaande normen en moet alleen in goed geventileerde lokalen gebruikt worden.
WAARSCHUWING: Het verbindingsstuk van ingang van het gas is voorzien van een 1/2 gas cilindrische schroefdraad volgens UNI-ISO 228-1 (zie fig. 10).
Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet.
VERVANGING VAN DE GASPITTEN VOOR FUNCTIONERING MET ANDER SOORT GAS:
Om de gaspitten van de branders te vervangen, ga als volgt te werk:
Trek de branders omhoog en schroef de gaspitten los (fig. 9) door middel van een engelse sleutel van 7 mm. en vervang ze met die die voor het nieuwe gassoort geschikt zijn volgens de gegevens van de hieronder staande TABEL n. 2.
LET OP: Na de hierboven genoemde vervangingen verricht te hebben, dient de technicus het typeplaatje met het nieuw gassoort
op het apparaat te plaatsen ter vervanging van het voorgaande. Het typeplaatje bevindt zich in het zakje van de reservegaspitten.
TABEL N. 2 : Aanpassing op de verschillende soorten gas APPARATEN VAN CATEGORIE: II2L3B/P II 2E+3+ II 2H3+ I 2E I 3+
| Brander | Gassoort | Druk mbar | Diameter straalbuis 1/100mm. | Nominaal verbruik Verbruik bij kleinstand | kW | kcal/h | Diameter by-pass | |||
| g/h | l/h | kW | kcal/h | 1/100 mm. | ||||||
| Hulpbrander | Aardgas G20 | 20 | 77 | - | 95 | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 |
| Aardgas G25 | 25 | 80 | - | 111 | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Butaan G30 | 28-30 | 50 | 73 | - | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Propaan G31 | 37 | 50 | 71 | - | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Gemiddeld snel | Aardgas G20 | 20 | 101 | - | 167 | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 |
| Aardgas G25 | 25 | 102 | - | 194 | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 | |
| Butaan G30 | 28-30 | 66 | 127 | - | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 | |
| Propaan G31 | 37 | 66 | 125 | - | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 | |
| Snel | Aardgas G20 | 20 | 129 | - | 286 | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 |
| Aardgas G25 | 25 | 132 | - | 332 | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 | |
| Butaan G30 | 28-30 | 87 | 218 | - | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 | |
| Propaan G31 | 37 | 87 | 214 | - | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 | |
| Vlamkroon inner | Aardgas G20 | 20 | 70 | - | 76 | 0,8 | 688 | 0,48 | 413 | 34 |
| Aardgas G25 | 25 | 71 | - | 89 | 0,8 | 688 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Butaan G30 | 28-30 | 46 | 58 | - | 0,8 | 688 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Propaan G31 | 37 | 46 | 57 | - | 0,8 | 688 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Vlamkroon außen | Aardgas G20 | 20 | 2x110 | - | 419 | 4,4 | 3874 | 1,8 | 1548 | 65 |
| Aardgas G25 | 25 | 2x112 | - | 488 | 4,4 | 3874 | 1,8 | 1548 | 65 | |
| Butaan G30 | 28-30 | 2x69 | 298 | - | 4,1 | 3526 | 1,8 | 1548 | 65 | |
| Propaan G31 | 37 | 2x69 | 293 | - | 4,1 | 3526 | 1,8 | 1548 | 65 | |
REGELING VAN DE BRANDERS
1) Regeling van de "MINIMUMSTAND" van de branders
Om tot een regeling van de minimumstand van de branders over te gaan ga als volgt te werk:
1) Steek de brander aan en zet de knop op positie MINIMUM (kleine vlam).
2) Verwijder de knop (fig. 11) van de kraan die door een gewone druk op het staafje van dezelfde is bevestigd.
3) Gebruik een kleine schroevedraaier langs het staafje van de kraan op het werkvlak bij de (vergulde) schroef die zich op de onderste kant van de kraan bevindt (fig. 11) en draai naar rechts of naar links de vernauwingsschroef totdat de vlam van de brander passend op de MINIMUMSTAND is geregeld.
4) Zie dat de vlam niet uitgaat bij het snel passeren van de MAXIMUMSTAND naar de MINIMUMSTAND.
LET OP: De genoemde regeling moet verricht worden bij branders die op aardgas en stadsgas lopen (waar voorzien), terwijl bij branders die op vloeibaargas lopen, de schroef volledig naar rechts gedraaid en geblokkeerd moet worden.
ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN HET APPARAAT:
De elektrische aansluiting moet verricht worden met inachtneming van de bestaande normen en wetsbepalingen.
Alvorens tot de elektrische aansluiting over te gaan, controleer:
- of het elektrisch draagvermogen van de installatie en van het stopcontact passend is bij het maximum vermogen van het apparaat (zie het typeplaatje dat op de onderkant van de kas is geplaatst)
- of het stopcontact of de installatie voorzien zijn van een behoorlijke aardverbinding volgens de bestaande normen en wetsbepalingen. Elke aansprakelijkheid wordt afgewezen bij een niet nakoming van deze voorschriften.
Wanneer de aansluiting op het elektrischnet gedaan wordt door middel van een stopcontact:
- breng op het snoer (indien niet voorzien) een genormaliseerde stekker aan geschikt voor het dragen van het op het typeplaatje aangegeven vermogen. Sluit de kabeltjes aan volgens het schema van fig. 12 en respecteer de volgende verhoudingen:
letter L (fase) = bruin kabeltje
letter N (neutraal) = blauw kabeltje
symbool " 1= " aard = geel-groen kabeltje
- Het elektrisch snoer moet geplaatst worden zodat het in geen enkel punt een overtemperatuur bereikt van 75 K.
- Gebruik nooit voor de aansluiting reducteurs, aanpasbare-of afleidingselementen daar deze valse contacten kunnen veroorzaken met consequente gevaarlijke oververwarmingen.
Wanneer de aansluiting rechtstreeks op het elektrisch net is gedaan:
- plaats tussen het apparaat en het net een omnipolaire schakelaar, passend op het draagvermogen van het apparaat, met een minimum opening tussen de contacten van 3 mm.
- Zorg dat het aardsnoer niet door de schakelaar wordt onderbroken.
- Alternatief kan de elektrische aansluiting ook beschermd worden door een differentiële schakelaar met zeer hoge sensibiliteit.
- Zorg dat het passend geel-groen aardverbindingskabeltje aangesloten wordt op een efficiënte aardinstallatie.
ATTENTIE: Het apparaat is in overeenstemming met de voorschriften van de EEG-Richtlijnen 90/396 (Gasrichtlijn) met betrekking tot gastoestellen voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke toestellen, 93/68 en 73/23 (Laagspanningsrichting) met betrekking tot de elektrische veiligheid en 2004/108/EG, 93/68 en 89/336 (EMC-Richtlijnen) met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit.
ONDERHOUD VAN HET APPARAAT
Vervanging van de onderdelen
Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet.
Voor de vervanging van de onderdelen zoals branders, kranen en
elektrische componenten, trek het kookvlak uit het meubelstuk door
het losmaken van de bevestigingshaakjes, maak de schroeven die de branders aan het werkvlak bevestigen los, maak de schroeven van de moeren die de elektrische vlakken die te zien zijn aan de onderste kant van het vlak los, verwijder het werkvlak, en vervang daarna de gebrekkige componenten.
NOTA: Bij de vervanging van kranen, maak ook de twee schroeven los die de gashelling aan de boden van het vlak bevestigen en die zich aan de bovenkant van deze bevinden.
Bij apparaten voorzien van automatische ontsteking, demonteer, alvorens de kranen te vervangen, het kettingstel van de ontstekingsschakelaars.
Het is raadzaam de pakking van de kraan te vervangen wanneer een kraan vervangen wordt om een perfecte houding tussen blok en helling te verzekeren.
LET OP: Het voedingssnoer dat met het apparaat wordt meegeleverd is aan deze verbonden door een verbindingsstuk van het type X zodat het vervangen kan worden zonder speciale gereedschappen met een snoer van hetzelfde al geïnstalleerde type. Bij slijtage of beschadiging van het snoer, vervang het volgens de gegevens van tabel n.3:
Tabel n. 3: Soorten en doorsneden van voedingssnoeren van de kookvlakken
| Afmetingen kookvlak Soort kookvlak Soort/en doorsnede van het snoer | ||
| 91,5 x 64 cm. Gasbranders H05VV-F 3x0,75 mm2 | ||
LET OP: Bij vervanging van het voedingssnoer, dient de installateur te zorgen dat de aardgeleider ongeveer 2 cm langer is dan de fasegeleiders en de voorschriften in acht te nemen inzake de elektrische aansluiting.
Het smeren van de kranen:( moet verricht worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel van een technische servicedienst).
HANDBOEKJE VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD
Beschrijving van de kookvlakken
Afmetingen gasbranders (fig. 13-14)
| BRANDER | Afmetingen |
| Hulpbrander | ∅ |
| Gemiddeld snel ∅ 70 | |
| Snel | ∅ |
| Vlamkroon | ∅ |
(mm)
50
95
130
BESCHRIJVING BEDIENINGSPANEEL BESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL
Op het bedieningspaneel wordt overeenkomstig elke draaiknop of toets de functie weergegeven door middel van een klein symbool. Vervolgens worden de verschillende bedieningen aangeduid die u kan vinden op een fornuis:

het symbool duidt de schikking van de branders op het werkvlak aan, het gevulde bolletje identificeert de betreffende brander (in dit geval de brander vooraan rechts).
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
Op het bedieningspaneel boven elke knop is een schema afgedrukt dat aangeeft aan welke brander de knop zich refereert.
De ontsteking van de branders kan op verschillende wijze verrichtworden al naar gelang van het soort apparaat en van zijn eigenschappen.
- Ontsteking met de hand (is steeds mogelijk ook bij onderbreking van de elektrische energie):
Draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en
benader de brander met een lucifer.
- Elektrische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk daarna op de ontstekingsknop en laat hem los zodra de brander aangestoken is.
- Elektrische automatische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk op de knop;laat deze los zodra de brander aangestoken is.
- Ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsinrichting (thermokoppel): draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam, druk op de knop en activeer een van de boven omschreven ontstekingsinrichtingen. Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 10 seconden zodat de vlam de thermokoppel verwarmt. Gaat de brander uit na het loslaten van de knop, herhaal de hele handeling.
N.B.: Probeer een brander niet te ontsteken wanneer de passende vlammenscheider niet goed op zijn plaats staat.
Tipjes voor een optimaal gebruik van de branders:
- Gebruik voor elke brander passende kookpannen (zie tabel n. 4 en fig. 15)
- Wanneer het kookpunt bereikt is, breng de knop op positie MINIMUM
- Gebruik steeds kookpannen met deksel.
Tabel n. 4: Diameters aangeraden kookpannen.
| BRANDER DIAMETERS aangeraden KOOKPANNEN (cm) | |
| Hulpbrander 12 – 14 | |
| Semi-snelle brander 14 – 26 | |
| Snelle brander 18 – 26 | |
| Dubbele kroon brander 22 – 26 | |
LET OP: gebruik steeds pannen met een vlakke bodem.
LET OP: Bij onderbreking van de elektrische netstroom, steek de branders aan met een lucifer.
De ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsthermokoppel kan alleen geschieden wanneer de knop op de MAXIMUM positie staat (grote vlam). Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven. Gebruik nooit spray in de nabijheid van het apparaat wanneer deze in werking is.
Tijdens het gebruik van de branders zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Zorg dat kinderen niet bij het apparaat komen.
Indien het inbouwkookvlak voorzien is van een deksel, zorg dat het vlak goed schoon gemaakt wordt en resten van gerechten verwijderd worden alvorens de deksel te sluiten.
NOTA's: Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte en vochtigheid in het lokaal waar het geïnstalleerd is.
Het is dus noodzakelijk dat het lokaal goed geventileerd wordt, dat de openingen voor een natuurlijke ventilatie niet verstopt raken (fig. 2) en dat de mechanische ventilatieinrichting/opzuikap of de elektroventilator geactiveerd zijn (fig. 3 en 4).
Een intensief en voortdurend gebruik van het apparaat kan een aanvullende ventilatie nodig maken, bv. het openen van een raam of een meer efficiënte ventilatie door vermeerdering van het vermogen van de mechanische opzuiginrichting indien deze bestaat.
SCHOONMAAK VAN HET APPARAAT
Alvorens over te gaan tot schoonmaak van het apparaat, trek de stekker uit het stopcontact en sluit de algemene gaskraan.
Schoonmaak van het werkvlak: maak de brandershoofden, de geëmailleerde stalen roosters, de geëmailleerde dekseltjes en de vlammenscheiders regelmatig schoon met lauw zeepsop, spoel en droog daarna goed af.
Haal het eventueel uit de kookpannen overgelopen vloeistof weg met een doekje.
Indien het openen en het sluiten van een kraan moeilijk is, forceer hem niet, maar roep meteen assistentie in van de servicedienst.
Schoonmaak van de geëmailleerde onderdelen: om de geëmailleerde onderdelen intact te houden, maak ze vaak schoon met zeepsop.
Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen.
Zorg dat op de geëmailleerde onderdelen geen zure of alkalische stoffen achterblijven (azijn, citroensap, zout, tomatensap, enz.) en was de geëmailleerde onderdelen niet wanneer ze nog warm zijn.
Schoonmaak van de inoxstalen onderdelen: Maak deze onderdelen schoon met zeepsop en droog ze daarna af met een zachte doek.
De glans wordt behouden door ze regelmatig te boenen met passende producten die gewoon op de markt te vinden zijn. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen.
Schoonmaak van de vlammenscheiders van de branders: Gezien deze gewoon neergelegd zijn, haal ze uit hun plaats en maak ze schoon met zeepsop. Droog ze daarna goed af en na gecontroleerd te hebben dat de gaten niet verstopt zijn, zet ze weer correct op hun plaats.
