DH 24DV - Boormachine HITACHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DH 24DV HITACHI in PDF-formaat.
| Producttype | Accu boorhamer |
| Merk | Hitachi |
| Model | DH24DV |
| Gewicht | 4,0 kg |
| Voeding | Oplaadbare Ni-MH 24 V accu |
| Accucapaciteit | 3,0 Ah (EB2430HA) of 3,3 Ah (EB2433X) |
| Lader | UC24YFB, 24 V |
| Onbelast toerental (Save-stand) | 0 - 500 min⁻¹ |
| Onbelast toerental (Power-stand) | 0 - 1000 min⁻¹ |
| Slagfrequentie (Save-stand) | 0 - 2200 min⁻¹ |
| Slagfrequentie (Power-stand) | 0 - 4500 min⁻¹ |
| Boorcapaciteit – Beton | 24 mm |
| Boorcapaciteit – Staal | 13 mm |
| Boorcapaciteit – Hout | 30 mm |
| Schroefinbrengdiepte hout | 6,2 mm (diameter) × 40 mm (lengte) |
| Werkingsmodi | Rotatie + Slag, Alleen rotatie |
| Vermogensinstelling | Save-stand / Power-stand |
| Zijhandgreep | Ja (inbegrepen) |
| Diepteaanslag | Ja (inbegrepen) |
| Transportkoffer | Kunststof (inbegrepen) |
| Motorbeveiliging | Automatische koolborstelstop |
| Geluidsdrukniveau | 92 dB(A) |
| Geluidsvermogensniveau | 103 dB(A) |
| Smering | Speciale vet FG-6A |
Veelgestelde vragen - DH 24DV HITACHI
Gebruikersvragen over DH 24DV HITACHI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DH 24DV - HITACHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DH 24DV van het merk HITACHI.
GEBRUIKSAANWIJZING DH 24DV HITACHI
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen.
Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij
a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd.
Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken.
c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR DE SNOERLOZE BOORHAMER
- Draag oorbeschermers
Blootstelling aan lawaai kan tot gehoorverlies leiden.
- Gebruik de extra handgrepen die met het gereedschap zijn meegeleverd.
Verlies van controle over het gereedschap kan in lichamelijk letsel resulteren.
-
Kontroleer of er geen elektrische bedrading achter de muur, het plafond of de vloer is, voordat me het boren begonnen wordt.
-
Het booreinde gedurende of direct na het uitzetten NIET aanraken. Het booreinde wordt tijdens het boren uiterst heet en zou ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
-
Houd de handgrepen van het elektrisch gereed schap altijd stevig vast. Zoniet zal de tegendruk onzuiver werk of gevaarlijke situaties in de hand werken.
-
Laad de accu bij een temperatuur van 0 - 40°C. Een temperatuur van onder 0°C kan overlapping veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De batterij kan niet worden opgeladen bij temperaturen hoger dan 40°C.
De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 -25°C.
- Gebruik de acculader niet kontinu.
Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt.
-
Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de accu terecht komt.
-
Demonteer de oplaadbare accu of acculader niet.
-
Voorkom kortsluiting van de oplaadbare accu. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
-
Gooi de accu niet in het vuur.
Een brandende accu kan ontploffen.
-
Als u het apparaat kontinu gebruikt, kan het gebeuren dat het apparaat oververhit raakt, met als gevolg beschadiging van de motor en de schakelaar. Laat het apparaat in dat geval dan 15 minuten ongebruikt liggen.
-
Steek nooit een voorwerp in de ventilatie- openingen van de acculader.
Als een voorwerp of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de acculader.
-
Het gebruik van een uitgeputte accu zal de acculader beschadigen.
-
Breng de accu naar de dealer waar deze gekocht werd, nadat deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte accu niet weg.
TECHNISCHE GEGEVENS
BOORMACHINE
| Model DH24DV | |||
| Onbelast toerental Save/Power 0 - 500 | min ^-1 / 0 - 1000 min ^-1 | ||
| Belaste slagfrequentie Save/Power 0 - | 2200 min ^-1 / 0 - 4500 min ^-1 | ||
| Kapaciteit | Boren Staal 13 mm | ||
| Drijven | Houtschroef | 6,2 mm (diameter) × 40 mm (lengte) | |
| Oplaadbare accu EB2430HA: Ni-MH 24 | EB2420: Ni-Cd 24 V (2,0 Ah, 20 cellen)V (3,0 Ah, 20 cellen)EB2433X: Ni-MH 24 V (3,3 Ah, 20 cellen) | ||
| Gewicht 4,0 kg | |||
○ Gebruik de "SAVE" stand (spaarstand) niet wanneer u gaten boort met een houtboor. Hierdoor kan de motor doorbranden.
ACCULADER
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar)
1. Batterij (EB2420, EB2430HA, EB2433X)

Het is raadzaam om enkele extra batterijen bij de hand te houden.
2. Boren van ankergaten (draaien + stoten)
○Boorstuk (vernauwde schacht) en vernauwde schachtadaptor


Boorstuck Vernauwde schachtadaptor (vernauwde schacht) (SDS plus schacht)

| Soort taper Toepasbaar boorstuk | ||
| Morse taper (Nr. 1) Bo | orstuk (vernauwde schacht) 11,0 | - 17,5 mm |
| Morse taper (Nr. 2) Bo | orstuk (vernauwde schacht) 21,5 | mm |
| A-taper | De vernauwde schachtadaptor gevormde A-taper of B-taper is aanwezig maar het boorstuk ervoor niet. | |
| B-taper | ||
○13 mm boorhamer-boorklem en sleutel

Rechte (sdchachtboorkop) voor slagboren


13 mm boorhamer-boorklen (SDS Plus schacht)


3. Bepalen van anker
○Ankerstellingsadapter (voor electrische boorhamer)
4. Boren van gaten en aandraaien van schroeven (alleen draaien)
○Boorkop, boorkopadaptor (G) en sleutel

5. Boren van gaten (alleen draaien)


○ 13 mm boorkop (met speciale sleutel) en boorkopadapter (voor het boren in staal of hout).
6. Aandraaien van schroeven (alleen draaien)


De extra toebehoren kunnen zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd.
TOEPASSINGEN
Draaien + stoten
○Boren van ankergaten
○Boren van gaten in beton
○Boren van gaten in tegels
Alleen draaien
○Boren in staal of hout
(met los verkrijgbare toebehoren)
○Vastdraaien van machineschroeven, houtschroeven (met los verkrijgbare accessoires)
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accuvergrendelingen om de batterij te verwijderen (Zie Afb. 1 en 2).
LET OP:
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Breng de geleiders op de accu en de behuizing in lijn wanneer u de accu bevestigt. Zorg ervoor dat de accu stevig vast zit.
OPLADEN
Voor het gebruik van de boorhamer dient de batterij als volgt opgeladen te worden.
1. Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopcontact aan.
Wanneer de stekker van de acculader in het stopcontact wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen. (met tussenpozen van 1 seconde).
2. Steek de batterij in het acculader.
Steek de accu in de oplader zoals aangegeven op Afb. 3. Zorg ervoor dat accu op de juiste manier in de oplader zit.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen. (met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in tabel 1, al naar geland de toestand van de oplaadbare batterij of de acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | |||
| Voor het laden | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | |
| Tijdens opladen | Brandt (ROOD) | Blift branden | |
| Na opladen | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | |
| Opladen onmogelijk | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,1 sekonde.Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet.(Uit voor 0,1 sekonde) | Er is iets mis met de batterij of met het oplaad-apparaaat. |
| Opladen onmogelijk | Brandt (GROEN) | Blift branden | De temperatuur van de batterij is te hoog,waardoor het opladen onmogelijk is. |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij.
De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de onderstaande tabel 2; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen.
Tabel 2
| Soort batterij | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| EB2420 -5°C - 60°C | |
| EB2430HA, EB2433X 0°C | - 45°C |
(3) Over de oplaadtijd
Afhankelijk van het type batterij, zal de oplaadtijd ongeveer overeenkomen met die in Tabel 3 getoonde waarden.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Soort batterij Laadtijd | |
| EB2420 Circa. 50 min. | |
| EB2430HA Circa. 70 min. | |
| EB2433X Circa. 75 min. |
OPMERKING: De oplaadtijd varieert met de omgevingstemperatuur en de spanning van de voedingsbron.
- Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt.
- Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit.
OPMERKING:
Verwijder na gebruik eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterijen e.d.
Aangezien bij nieuwe en langduring niet gebruikte batterijen de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de batterij 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langduring gebruik van de batterijen te bevorderen
(1) Laad batterijen op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan. (2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP:
○Als de batterij warm is direct na gebruik, of omdat deze in de zon gelegen heeft o.i.d., is het mogelijk dat het lampje van de oplader niet rood oplicht. Laat in een dergelijk geval de batterij eerst afkoelen voor u hem gaat opladen.
○Wanneer het kontrolelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en kontroleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of hek oplaadapparaat. Laat deze dan kontroleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
Omdat de ingebouwde microcomputer ongeveer 3 seconden nodig heeft om te bevestigen dat de met de UC24YFB opgeladen accu is verwijderd, moet u minstens 3 seconden wachten voor u de accu weer terug doet om door te gaan met opladen. Als u de accu binnen 3 seconden terug doet, is het mogelijk dat deze niet goed zal worden opgeladen.
VOOR HET GEBRUIK
1. Bevestigen van het boorstuk (Afb. 4, 5)
LET OP:
Om ongelukken te voorkomen moet u de hoofdschakelaar uit zetten.
OPMERKING:
Bij gebruik van andere boren enz. dient u gebruik te maken van de echte, door ons bedrijf erkende onderdelen.
(1) Maak de schacht van de boor schoon.
(2) Steek de boor draaiend in de gereedschapshouder totdat hij vergrendelt. (Afb. 4)
(3) Controleer of de boor goed vast zit door eraan te trekken.
(4) Om het boorstuk te verwijderen, de greep volledig in de richting van de pijl trekken en vervolgens het boorstuk naar buiten trekken.
2. Kontroleer of de accu op de juiste manier aangebracht is.
- Voor het installeren van de stofvangkap of de stofverzamelaar (B) (Extra toebehoren) (Afb. 6, Afb. 7) Bij ebruik van de boorhamer boven uw hoofd zonder de stofopvang-adapter, dient u de stofvangkap of de stofverzamelaar (B) aan te brengen, voor het opvangen van stof en vallende deeltjes.
○Aanbrengen van de stofvangkap Breng de stofvangkap voor het gebruik aan op de boorkop, zoals aangegeven in Afb. 6. Voor het aanbrengen op een boorkop met een grote diameter kunt u het middengat van de stofvangkap vergroten door het voorzichtig met de boorhamer uit te boren.
○Aanbrengen van de stofverzamelaar (B) Breng de stofverzamelaar (B) voor het gebruik aan op de boorkop, door de stofverzamelaar (B) voor het eind van de boorkop gelijk te houden met de groef in de handgreep. (Afb. 7)
LET OP:
○De stofvangkap en de stofverzamelaar (B) dienen uitsluitend voor het boren in beton. Gebruik deze onderdelen niet bij het boren in hout of in metaal.
○Steek de stofverzamelaar (B) volledig in het klemgedeelte van de hoofdeenheid.
○Bij inschakelen van de boorhamer terwijl de stofverzamelaar (B) niet tegen het beton-oppervlak aan sluit, zal de stofverzamelaar (B) met de boorkop mee draaien. Let dus op dat u de schakelaar pas indrukt nadat u de stofverzamelaar (B) stevig tegen het betonnen oppervlak gedrukt heeft. Bij gebruik van de stofverzamelaar (B) met een boorkop die in totaal meer dan 190 mm lang is, kan de stofverzamelaar (B) het betonnen oppervlad niet raken, zodat meedraaien dan onvermijdelijk is. Gebruik daarom de stofverzamelaar (B) uitsluitend op een boorkop met een totale lengte van 166 mm, 160 mm of 110 mm.
○Leeg de stofzak elke twee of drie gaten, wanneer u aan het boren bent.
○Verwijder de stofverzamelaar (B) voor u de boorkop vervangt.
4. Kiezen van aandrijfstuk
Schroefkoppen of boren kunnen beschadigd worden tenzij een boorstuk van de juiste grote gebruikt wordt om de schroef aan te draaien.
- Kontrole van de draairichting van de boor (Afb. 9) De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de omzetschakelaar ingedrukt wordt. (Afb. 9-a)
De L-kant van de omzetschakelaar dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien. (Afb. 9-b)
De motor draait niet, zolang de druktoets in de middenstand gezet is. (Afb. 9-c)
6. Kontinu boren
Voor het aantal gaten dat, na éénmaal opladen, in beton geboord kan worden, dient u Tabel 4 te raadplegen.
Tabel 4
| Diameter Diepte hulpstuk (mm) (mm) | Mogelijk kontinu boornummer (gaten) | ||
| EB2420 | EB2430HA | EB2433X | |
| 6,5 75 110 120 | |||
| 8,5 45 70 75 | |||
| 12,5 35 50 55 | |||
| 14,5 | 30 45 50 | ||
| 18 20 30 33 | |||
| 24 | 7 | 10 11 | |
Deze gegevens dienen als referentiewaarden. Het aantal gaten dat geboord kan worden, is afhankelijk van de scherpte van het boortje en het soort beton waar het om gaat.
LET OP:
Als u het apparaat kontinu gebruikt, kan het gebeuren dat het apparaat oververhit raakt, met als gevolg beschadiging van de motor en de schakelaar. Laat het apparaat in dat geval dan 15 minuten ongebruikt liggen.
GEBRUIK
1. Bediening van de schakelaar
○De boor gaat draaien wanneer aan de trekkerschakelaar getrokken wordt. Wanneer de trekkerschakelaar wordt losgelaten stopt de boor.
○Het toerental van de boorhamer kan worden geregeld door de trekkerschakelaar verder of minder ver in te drukken. Als u een klein beetje aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
○Als u de trekschakelaar loslaat, wordt de ingebouwde rem in werking gesteld zodat het apparaat onmiddellijk stopt met draaien.
2. Draaien + Stoten
Zet het "►" teken tegenover het "T" teken, door de wisselhendel naar de "Draaien + stoten" stand te draaien. (Afb. 8)
(1) Bevestig de boor.
(2) Plaats de punt van de boor op de gewenste positie en trek aan de schakelaar. (Afb. 10)
(3) Het is niet nodig met kracht tegen de boorhamer te drukken. Lichtjes drukken zodat de stukjes naar buiten komen is reeds voldoende.
LET OP:
Als het boorstuk vast komt te zitten in een ijzeren stang, kan de boorhamer hevig gaan schudden. Zorg er daarom voor dat beide handgrepen goed worden vastgehouden zoals aangegeven in Afb. 10.
3. Alleen draaien
Zet het "▶" taken tegenover het "◀" teken, door de wisselhendel naar de "Alleen draaien" stand te draaien. (Afb. 8)
Ga als volgt te werk voor het boren in hout of metaal met behulp van de bijgeleverde boorkop en boorkopadaptor.
Bevestigen van de boorkop en boorkopadaptor. (Afb. 11)
(1) Bevestig de boorkop aan de boorkopadapter.
(2) Het onderdeel van de SDS Plus schacht is hetzelfde als een boorstuk. Zie daarom het gedeelte "Bevestigen van het boorstuk" om dit deel te bevestigen.
LET OP:
○Het is niet nodig met kracht tegen de boorhamer te drukken. Wordt ditrmatige slij-tage van de punt van het boorstuk en een kortere levensduur van de boorhamer.
○Bij het terugtrekken van de boor uit het geboorde gat, is het mogelijk dat het boorstuk breekt. Ga daarom voorzichting te werk bij het terugtrekken.
○Probeer de boorhamer niet te gebruiken in de "draaien en stoten" functie terwijl de boorkop en de boorkopadator zijn bevestigd. Dit zal de levensduur van de diverse onderdelen van de machine aanzienlijk verkorten.
4. Aandraaien van houtschroeven (Afb. 13)
(1) Kiezen van de juiste boorpunt
Gebruik indien mogelijk altijd een plus-kop schroef omdat een boorpunt gemakkelijk van een min-kop schroef afglijdt.
(2) Aandraaien van houtschroeven
Maak een gat in de oppervlakte van, het hout voordat de houtschroef ingedraaid wordt. Zet de punt van de boor op de kop van de schroef en draai deze langzaam naar binnen.
LET OP:
Neem voorzichtigheid in acht bij het maken van een gat voor de schroef; met de hardheid van het hout dient rekening gehouden te worden. Als het gat te klein is, of te ondiep, hetgeen meer drijfkracht vereist, kan het schroefdraad van de schroef beschadigd worden.
5. Gebruik van de stopper (Afb. 12)
(1) Draai de knop op de zijhendel los en steek de stopper in de U-vormige groef va de zijhendel.
(2) Bepaal de positie van de s topper overeenkom-stig de diepte van het gat en draai de knop stevig vast.
6. Gebruik van het boorstuk (met vernauwde schacht) en de vernauwde schachtadaptor
(1) Bevestig de vernauwde schachtadaptor aan de boorhamer. (Afb. 14)
(2) Bevestig het boorstuk (met vernauwde schacht) aan de vernauwde schachtadapteo.(Afb. 14)
(3) Schakel de boorhamer in en boor een gat van de gewenste diepte.
(4) Voor het verwijderen van het boorstuk (met vernauwde schacht) dient de cotter in de gleuf van de vernauwde schachtadaptor te worden gestoken. Sla nu op de cotter terwijl de boorhamer wordt ondersteund. (Afb. 15)
- Schakelen tussen de "SAVE" en "POWER" standen De kracht waarmee wordt gehamerd kan, afhankelijk van het soort werk dat u wilt gaan doen, worden vergroot of verkleind met behulp van de knop zoals u kunt zien op Afb. 16. Stel de kracht af op het werk dat u wilt gaan doen.
(1) "SAVE" stand - Er wordt minder krachtig gehamerd. Op deze manier voorkomt u dat dunne boortjes, met een diameter kleiner dan 5 mm, verbuigen of breken.
(2) "POWER" stand - Er wordt krachtiger gehamerd.
○Op deze manier kunt sneller en doelmatiger gaten boren met boren van meer dan 5 mm diameter.
○Op deze manier kunt gaten boren in hout of metaal.
LET OP:
Boor niet in hout in de "SAVE" stand. Hierdoor kan de motor doorbranden omdat de boor gemakkelijk kan vastlopen vanwege het lage vermogen.
SMEREN
Gebruik vet met een lage viscositeit voor het smeren van de boorhamer. In dit geval hoeft de boorhamer slechts af en toe te worden ingevet. Neem contact op met uw dealer als er vet lekt bij de schroeven.
Gebruik van een niet voldoende ingevette boorhamer zal resulteren in een verkorting van de levensduur.
LET OP:
Gebruik uitsluitend het voorgeschreven soort smeren (FG-6A). Bij gebruik van een willekeuring ander soort smeren kunnen de prestaties van de boorhamer negatief beïnvloed worden. Raadpleeg uw dealer voor het smeren.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectie van de boor
Slijp of vervang de boor wanneer slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficientie en kan de motor beschadigen.
2. Inspektie van bevestigingsschroeven
Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn. Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het „hart“ van het electrische gereedschap. Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/of met olie of water bevochtigd wordt.
4. Inspectie van de koolborstels (Afb. 21)
Bij de motor zijn koolborstels gebruikt, die onderhevig zijn aan slijtage. De motor kan beschadigd worden wanneer de koolborstels versleten zijn. De motor stop automatisch wanneer deze voorzien is van auto-stop koolborstels. In dit geval dienen beide koolborstels vervangen te worden door nieuwe borstels van hetzelf de nummer, zoals de afbeelding laat zien. Bovendien moeten de koolborstels zich in de borstelhouders vrij kunnen bewegen.
5. Vervangen van de koolborstels
(1) Maak de schroeven (2) van het deksel los en verwijder vervolgens het deksel van de behuizing. (Afb. 17, Afb. 18)
(2) Knijp de aansluitingen voor de koolborstel samen met een tang en trek ze vervolgens uit de borstelhouder. (Afb. 19)
(3) Trek de veren naar voren met een kruiskopschroevendraaier en verwijder vervolgens de koolborstels. (Afb. 20)
(4) Volg deze procedure in omgekeerde richting om de borstels weer te installeren.
6. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of wat sopping water, wanneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeistoffen zoals veriverdunner of benzine daar deze de afwerking zullen beschadigen.
7. Opbergen
Bewaar de boorhamer in een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
8. Lijst vervangingsonderdelen
A: Ond.nr.
B: Codenr.
C: Gebr.nr.
D: Opm.
LET OP:
Reparatie, modificatie en inspectie van Hitachi elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hitachi Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hitachi Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES:
Hitachi elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen. Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen (zoals codenummers en/of ontwerp) zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
GARANTIE
De garantie op het elektrisch gereedschap van Hitachi is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van Hitachi te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie.
OPMERKING:
Op grond van het voortdurende research-en ont wikkelingsprogramma van HITACHI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 103 dB (A)
Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 92 dB (A)
Onzekerheid KpA: 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745.
Boorhameren in beton:
Trillingsemissiewaarde ah, HD = 10,2 m/s²
Onzekerheid K = 1,5 m/s²
WAARSCHUWING
○De trillingsemissiewaarde tijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt.
○Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de operator welke gebaseerd zijn op een schatting van blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd).