FW 120 - Thermostaat Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FW 120 Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FW 120 Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FW 120 - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FW 120 van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING FW 120 Junkers
Installatie- en bedieningshandleiding
Weersafhankelijke regelaar met solarregeling FW 120
voor verwarmingstoestel met buscompatibele Heatronic 3

text_image
6 720 612 481-00.1ROverzicht van de bedieningselementen en symbolen

text_image
9 12h 15 8° TEMPERATUUR 9°C Ruimtetemperatuur 23.5°C 09:43 Maandag 6 3 24h 21 ③ ④ Ⅲ + - ① ③ ② ① menu info auto ok ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ 6 720 613 504-01.10Afb. 1 Standaardweergave
| Bedieningselementen | ||
| 1 Draai | de keuzeknop in de richting +:Menu/infoteksten boven kiezen of waarde hoger instellen | |
| Draai de keuzeknop in de richting-:Menu/infoteksten onder kiezen of waarde lager instellen | ||
| Druk op de keuzeknop Menu openen of instelling/waarde bevestigen | ||
| 2 Functieschakelaar voor verwarming: | ||
| 3 Toets | :Om de volgende schakeltijd en de bijbehorende functie= Verwarmen= Sparen= Ecovoor de verwarming te vervroegen tot de actuele tijd. | |
| 4 Toets | : Om de warmwaterbereidingonmiddellijk te activeren. Boiler wordt gedurende 60 minuten tot de gewenste temperatuur verwarmd of bij het combi-verwarmingstoestel is de comfortfunctie gedurende 30 minuten actief. | |
| 5 Toets | : Menuopenen/sluitenINSTALLATEURSNIVEAU openen: ca. 3 seconden indrukken | |
| 6 Toets | : Waarden weergeven | |
| 7 Toets | : Waarde wissen/resetten | |
| 8 Toets | : Naar hoger menu | |

Om de beschrijving verder te vereenvoudingen
- worden de bedieningselementen en functies soms alleen met pictogrammen aangegeven, bijv. of
- worden menuniveau's met het teken > van elkaar gescheiden, bijv. Vakantie > Begin.
| Pictogrammen | |
| 23.5°C | Actuele kamertemperatuur (alleen bij montage op de muur) |
| Knipperend segment:Actuele tijd (09:30 tot 09:45) | |
| Volle segmenten:Periode voor functie ✉ Verwar-men op de huidige dag (1 segment = 15 min) | |
| Lege segmenten:Periode voor functie ⊕ Sparen op de huidige dag (1 segment = 15 min) | |
| Geen segmenten:Periode voor functie ✉ Eco op de huidige dag (1 segment = 15 min) | |
| auto | Functie Verwarmen |
| Functie Sparen | |
| Functie Eco | |
| Automatisch | |
| Functie Vakantie | |
| Branderfunctie in indicatie | |
| + | Menu/infoteksten omhoog of waarde hoger |
| - | Menu/infoteksten omlaag of waarde lager |
| ok | Menu openen, instelling/waarde bevestigen |
| Een hoger menu kiezen | |
| Waarde wissen/resetten | |
| De volgende schakeltijd en de bijbeho-rende functie☀ = Verwarmen☀ = Sparen☀ = Ecovoor de verwarming tot de actuele tijd vervroegen. | |
| Warmwaterbereiding onmiddellijk activeren. Boiler wordt gedurende 60 minuten tot de gewenste temperatuur verwarmd of bij het combiver-warmingstoestel is de comfortfunctie gedurende 30 minu-ten actief. | |
Inhoudsopgave

De hoofdstukken op een grijze achtergrond zijn bestemd voor de installateur. De betreffende bladzijden zijn met grijze balken aan de bladrand gemerkt.
1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de symbolen 6
1.1 Voor uw veiligheid ....6
1.2 Verklaring symbolen ....6
2 Gegevens over het toebehoren..... 8
2.1 Leveringsomvang .....8
2.2 Technische gegevens .....8
2.3 Reiniging 9
2.4 Aanvullend toebehoren .....9
2.5 Installatievoorbeelden .....10
3 Installatie (alleen voor de installateur) 11
3.1 Montage .....11
3.1.1 Montage in verwarmingstoestel .....11
3.1.2 Montage op de muur .....12
3.1.3 Montage van de buitenvoeler .....14
3.1.4 Montage van het toebehoren .....15
3.1.5 Afvalverwijdering .....15
3.2 Elektrische aansluiting .....15
3.2.1 Elektrische aansluiting in verwarmings-toestel ....15
3.2.2 Elektrische aansluiting aan de muur . . .16
4 Ingebruikneming (alleen voor de installateur) ..... 17
5 Bediening 18
5.1 Kamertemperatuur en functie wijzigen .18
5.1.1 Gewenste kamertemperatuur in de tijd begrensd veranderen .....18
5.1.2 Bedrijfsstand voor verwarmen voortijdig veranderen (schakeltijd CV-programma eenmalig vervroegen) .....18
5.1.3 Bedrijfsstand warm water veranderen (in de tijd begrensd) .....19
5.1.4 Functie voor verwarming duurzaam wijzigen 19
5.2 Weergave in het display en navigeren
in het menu .... 20
5.3 Instellen van programma's ..... 20
5.3.1 Veranderen van een enkel schakelpunt 20
5.3.2 Wissen van een enkel schakeltijdstip . 23
5.3.3 Terugzetten (overschrijven met de basisinstelling) van een geheel programma.... 23
5.4 Terugzetten van alle instellingen (alleen voor de installateur) 24
6 Instellen van het HOOFDMENU..... 25
6.1 Menustructuur 25
6.2 Verwarmingsprogramma ..... 28
6.2.1 Tijd-/temperatuurniveauprogramma .. 28
6.2.2 Temperatuur voor de bedrijfsstanden (temperatuur constant veranderen) .. 29
6.2.3 Opwarmsnelheid 29
6.3 Warmwaterprogramma 30
6.3.1 Bedrijfswijze van de warmwater-programma's 30
6.3.2 Tijd-/temperatuurniveauprogramma
voor warm water via boiler ..... 31
6.3.3 Tijdprogramma voor warm water met combiverwarmingstoestel ..... 31
6.3.4 Tijdprogramma voor circulatiepomp (alleen met boiler) 32
6.3.5 Parameters voor warm water ..... 32
6.3.6 Thermische desinfectie warm water .. 33
6.4 Vakantieprogramma 34
6.5 Algemene instellingen ..... 35
6.5.1 Tijd, Datum en Zomer-/wintertijd .... 35
6.5.2 Opmaak voor weergave 35
6.5.3 Toetsenblokkering 35
6.5.4 Taal 35
6.6 Solarinstellingen 36
7 Informatie weergeven 37
8 Menu INSTALLATEURSNIVEAU instellen (alleen voor de installateur)....40
8.1 Overzicht en instellingen van het menu INSTALLATEURSNIVEAU ..... 40
8.1.1 INSTALLATEURSNIVEAU: Systeemconfiguratie .... 41
8.1.2 INSTALLATEURSNIVEAU: Verwarmingsparameter ..... 41
8.1.3 INSTALLATEURSNIVEAU: Solarsysteem config. 42
8.1.4 INSTALLATEURSNIVEAU: Solarsyst. parameter ..... 42
8.1.5 INSTALLATEURSNIVEAU: Systeemstoringen....42
8.1.6 INSTALLATEURSNIVEAU: Service adres 43
8.1.7 INSTALLATEURSNIVEAU: Systeeminfo . 43
8.1.8 INSTALLATEURSNIVEAU: Drogen vloer . 43
8.2 Verwarmingssysteem configureren . . . . 44
8.3 Parameters voor verwarming ..... 44
8.4 Solarsysteem configureren ..... 49
8.5 Parameters voor solarsysteem ..... 49
8.5.1 Parameters voor het solarstandaardsysteem .... 49
8.5.2 Parameters voor thermische desinfectie .... 50
8.5.3 Parameters voor solaroptimalisatie . . . 50
8.5.4 Solarsysteem in gebruik nemen ..... 52
8.6 Storingshistorie 52
8.7 Serviceadres weergeven en instellen .. 52
8.8 Systeeminformatie weergeven ..... 52
8.9 Vloerdroogfunctie 53
9 Storingen verhelpen .... 55
9.1 Storingen verhelpen met indicatie .... 55
9.2 Storingen verhelpen zonder indicatie .. 62
10 Energie besparen .... 64
11 Milieubescherming 65
12 Individuele instellingen van de tijdprogramma's ....66
12.1 Verwarmingsprogramma ..... 66
12.2 Warmwaterprogramma ..... 67
12.3 Warmwatercirculatieprogramma ..... 68
1 Veiligheidsvoorschriften en verklaring van de sym- bolen
1.1 Voor uw veiligheid
▶ Neem de gebruiksaanwijzing in acht voor een juiste werking.
▶ Monteer het verwarmingstoestel en het overige toebehoren en stel het in werking overeenkomstig de aanwijzingen in de bijbehorende handleidingen.
▶ Laat het toebehoren alleen door een erkend installateur monteren.
▶ Dit toebehoren alleen in combinatie met de aangegeven verwarmingstoestellen aansluiten. Neem aansluitschema in acht!
▶ Sluit toebehoren in geen geval op een 230V stroomnet aan.
▶ Voor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwarmingstoestel en andere Busdeelnemers.
▶ Bij montage op de muur: Monteer dit toebehoren niet in een vochtige ruimte.
▶ Stel de klant op de hoogte van de werkwijze van het toebehoren en instrueer hem ten aanzien van de bediening.
▶ Verbrandingsgevaar door thermische desinfectie:
Tijdens kort durend gebruik met warmwater-temperaturen boven 60°C moet het toestel beslist worden geobserveerd of er moet een thermostatische drinkwatermengklep worden ingebouwd.
▶ Bij kans op vorst moet het verwarmingstoestel ingeschakeld blijven en dient u de aanwijzingen voor vorstbescherming in acht te nemen.
1.2 Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er licht persoonlijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk letsel kan optreden. In bijzonder ernstige gevalen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
Gebruikte weergave voor de beschrijving van de menustructuur in deze handleiding:
- Afzonderlijke menuniveaus zijn door het symbool > gescheiden, b.v. Vakantie > Begin
- Parameters die binnen een menu kunnen worden gekozen/ingesteld, worden met een lijst-symbool • gemarkeerd.
- Het bedienen van bedieningselementen wordt door het symbool van het bedieningselement weergegeven:
- betekent keuzeknop verdraaien
- betekent keuzeknop indrukken
- betekent toets menu kort indrukken
- betekent toets info kort indrukken
- betekent toets wissen/resetten kort indrukken
- betekent toets hoger menuniveau kort indrukken
- betekent toets schakeltijd vervroegen kort indrukken
- betekent toets direct warm water kort indrukken
2 Gegevens over het toebehoren

De FW 120 kan alleen worden aangesloten aan een verwarmingstoestel met buscompatibele Heatronic 3.
- De regelaar geeft informatie over het toestel en de installatie weer en u kunt met de regelaar de weergegeven waarden wijzigen.
- De regelaar is een weersafhankelijke regelaar voor verwarming en warmwaterbereiding met tijdprogramma's:
- Verwarming : Voor de verwarming zijn er drie weekverwarmingsprogramma's met zes schakeltijden per dag beschikbaar (er is één programma actief).
- Warm water : Weekwarmwaterprogramma met zes schakeltijden per dag.
- Opties:
- Afstandsbediening FB 100 of FB 10.
- Module IPM 1 voor aansturing van een gemengd of ongemengd CV-circuit.
-
Module ISM 1 voor solarwarmwaterbereiding.
-
De regelaar beschikt over een gangreserve van min. 6 uur. Als de regelaar langer dan de gangreserve geen spanning heeft gekregen, worden tijd en datum gewist. Alle andere instellingen blijven bewaard.
• Montagemogelijkheden: -
In het verwarmingstoestel met buscompatibele Heatronic 3
- Aan de muur met busverbinding naar verwarmingstoestel met buscompatibele Heatronic 3
2.1 Leveringsomvang

text_image
2 3 1 4 5 2x 2x 6 720 612 481-01.1RAfb. 2 Meegeleverd
1 Bovenstuk regelaar
2 Voet voor montage op de muur
3 Schuifraam
4 Installatie- en bedieningshandleiding
5 Buitentemperatuurvoeler met bevestigingsmateriaal
| Afmetingen | Afbeelding 8, pagina 12 |
| Nominale spanning 10...24 V DC | |
| Nominale stroom (zonder verlichting) | 6 mA |
| Regelaaruitgang Tweedraads bus | |
| Max. omgevingstemperatuur | 0 ... +50°C |
| Isolatieklasse III | |
| Isolatiesoort: - In Heatronic 3 ingebouwd - Montage op de muur | IPX2D IP20 |
| CE | |
Tabel 2 Meetwaarden buitentemperatuurvoeler
2.3 Reiniging
▶ Wrijf de behuizing van de regelaar indien nodig met een vochtige doek schoon. Gebruik daarbij geen scherpe of bijtende reinigingsmiddelen.
2.4 Aanvullend toebehoren
Zie ook de prijslijst.
- IPM 1: Module voor aansturing van een gemengd of ongemengd CV-circuit.
- ISM 1: Module voor aansturing van solarwarmwaterbereiding.
- IUM 1: Module voor aansturing van externe veiligheidsvoorzieningen.
- FB 10: Afstandsbediening voor het gemengde of ongemengde CV-circuit.
- FB 100: Afstandsbediening met tekstdisplay voor het gemengde of ongemengde CV-circuit.
- Nr. 1143: Kabelset met houder voor inbouw van een module (bijv. IPM 1) in het verwarmingstoestel.
2.5 Installatievoorbeelden

flowchart
graph TD
T1["TON"] --> FK["FK"]
FK --> FB1002["FB 100 2)"]
FK --> FW1201["FW 120 1)"]
FW1201 --> IPM1["IPM1"]
IPM1 --> HW["HW"]
HW --> ISM1["ISM1"]
ISM1 --> SF["SF"]
SF --> TWM["TWM"]
TWM --> KW["KW"]
KW --> SP["SP"]
SP --> T2["T2"]
T2 --> S["solar"]
S["solar"] --> AF["AF"]
AF --> 230V_AC["230V AC"]
230V_AC --> HP["HP FW 120 1"]
HP --> FW1201
FW1201 --> IPM1
IPM1 --> HW
HW --> TF["M"]
TF --> M["M"]
M --> TB["TB"]
TB --> HF["HF"]
HF --> M
M --> P["P"]
P --> TF
TF --> HW
HW --> ISM1
ISM1 --> SW["S...solar"]
SW --> T2
style T1 fill:#f9f,stroke:#333
style FK fill:#ccf,stroke:#333
style FB1002 fill:#cfc,stroke:#333
style FW1201 fill:#fcc,stroke:#333
style IPM1 fill:#cff,stroke:#333
style HW fill:#ffc,stroke:#333
style TF fill:#cfc,stroke:#333
style M fill:#fcc,stroke:#333
style TWM fill:#ffc,stroke:#333
style KW fill:#fcc,stroke:#333
style SP fill:#ffc,stroke:#333
style T2 fill:#cfc,stroke:#333
style SW fill:#cfc,stroke:#333
style ISM1 fill:#cfc,stroke:#333
Afb. 3 Vereenvoudigd installatieschema (voor montage geschikte afbeelding en overige mogelijkheden in de planningsdocumentatie)
AF Buitentemperatuurvoeler
FB 10 Afstandsbediening
FB 100 Afstandsbediening
FK Platte collector
FW 120Weersafhankelijke regelaar met solarregeling
HK CV-circuit
IPM 1 Module voor een CV-circuit
ISM 1 Module voor solarwarmwaterbereiding
HP Verwarmingspomp
KW Koudwateraansluiting
M Mengklepmotor
MF Aanvoertemperatuurvoeler van gemengd CV-circuit
T_1 Collectortemperatuurvoeler
T_2 Boilertemperatuurvoeler verwarmingswaterzijde onder
P Circulatiepomp CV-circuit
SP Solarpomp
SF Boilertemperatuurvoeler (NTC)
TB Temperatuurbewaker
TWM Thermostatische drinkwatermengklep
VF Gemeenschappelijke aanvoervoeler
WW Warmwateraansluiting
1) De FW 120 kan naar keuze in de warmte- generator of op de muur worden gemon- teerd.
2) Optioneel FB 10 of FB 100
3 Installatie (alleen voor de installateur)
Zie de planningdocumentatie of de aanbesteding voor het gedetailleerde installatieschema van de montage van de hydraulische componenten en de bijbehorende besturingselementen.

Gevaar: Gevaar voor stroomschok!
▶ Voor montage van de toebehoren: onderbreek de stroomverzorging (230V AC) naar het verwarmings-toestel en andere Busdeelnemers.
3.1 Montage
3.1.1 Montage in verwarmingstoestel
- Zie de installatiehandleiding van het verwarmingstoestel voor een gedetailleerde beschrijving van de onderdelen van het toestel.
▶ Verwijder de mantel.

text_image
6 720 611 792-03.1RAfb. 4
▶ Verwijder de afdekking en het blinde deksel.

text_image
1. 2. 3. 4. 16 720 611 792-04.1RAfb. 5
- Zet het bovenstuk in de geleidingen.

text_image
6 720 612 220-03.1RAfb. 6
Klik het bovenstuk vast en monteer de afdekking.

text_image
4. 3. 2. 1. max max 6 720 612 220-04.1R 1. 3 4 5 6 max 2 3 4 5 6Afb. 7
De regelkwaliteit van de regelaar is afhankelijk van de montageplaats.
De montageplaats (regelruimte) moet voor de regeling van de verwarming geschikt zijn.
▶ Kies een montageplaats.

text_image
134 mm 35 mm 119 mm ≥0,3 m0,3 m 0,6 m 1,2 - 1,5 m 6 720 612 481-03.1RAfb. 8

Het montageoppervlak op de muur moet egaal zijn.
▶ Schuifframe en bovendeel van de sokkel aftrekken.

text_image
1. 2. 3. 6 720 612 220-27.1JAfb. 9
▶ Monteer de voet.

text_image
60mm6 720 612 220-07.1R

▶ Breng de elektrische aansluiting tot stand (→ afbeelding 14 of 15 op pagina 16).
▶ Steek bovenstuk en schuifraam op de voet.

text_image
6 720 612 2220-06.1R 1. 2. 3.Afb. 11
3.1.3 Montage van de buitenvoeler
De regelkwaliteit is afhankelijk van de montageplaats van de buitentemperatuurvoeler AF.
▶ Kies een montageplaats.

6 720 610 967-02.1R
Afb. 12
▶ Verwijder de afschermkap.
▶ Bevestig het voelerhuis met twee schroeven aan de buitenmuur.

text_image
2. 6 720 610 967-10.2J 1.Afb. 13
3.1.4 Montage van het toebehoren
▶ Monteer het toebehoren volgens de geldende voorschriften en de meegeleverde installatiehandleiding.
3.1.5 Afvalverwijdering
▶ Verwijder de verpakking op een voor het milieu verantwoorde wijze.
▶ Als een component wordt vervangen: verwijder de oude component op een voor het milieu verantwoorde wijze.
3.2 Elektrische aansluiting
3.2.1 Elektrische aansluiting in verwarmingstoestel
▶ Door de inbouw van de regelaar wordt automatisch de busverbinding via de drie contacten tot stand gebracht (→ afbeelding 6 op pagina 11).

text_image
Heatronic 3 FW 120 AF ST 19 A F 1 2 4 B B 6 720 800 004-02.10Afb. 14 Regelaar via buscontacten in de buscompatibele Heatronic 3 ingebouwd.

Via het derde contact herkent de regelaar dat deze in het verwarmings-toestel in ingebouwd.
3.2.2 Elektrische aansluiting aan de muur
▶ Busverbinding van regelaar naar overige bus-deelnemers:
Gebruik elektrische kabels die minimaal overeenkomen met type H05 VV-... (NYM-J...).
Toegestane leidinglengten van de buscompati- bele Heatronic 3 naar de regelaar:
| Leidinglengte Diameter | |
| ≤ 80 m 0,40 mm | 2 |
| ≤ 100 m 0,50 mm | 2 |
| ≤ 150 m 0,75 mm | 2 |
| ≤ 200 m 1,00 mm | 2 |
| ≤ 300 m 1,50 mm | 2 |
- Om inductieve beïnvloeding te voorkomen: Installeer alle laagspanningsleidingen gescheiden van leidingen met een spanning van 230 V of 400 V (minimumafstand 100 mm).
▶ Als er inductieve externe invloeden zijn, moeten de leidingen worden afgeschermd. Daardoor worden de leidingen beschermd tegen externe invloeden zoals sterkstroomkabels, voeringsleidingen, transformatorstations, radio- en televisietoestellen, amateurzendstations, magnetrons en dergelijke.

text_image
AF FW 120 Heatronic 3 ST 19 A F 1 2 4 B B 6 720 850 004-03.1DAfb. 15 Regelaar aan buscompatibele Heatronic 3 aangesloten.

Als de leidingdiameters van de bus- verbindingen verschillend zijn:
- Sluit de busverbindingen via een aftakdoos aan.

flowchart
graph TD
A["A"] -->|2| B1["B"]
A -->|2| B2["B"]
A -->|2| B3["B"]
B1 -->|≥100 mm| B4["B"]
B2 -->|≥100 mm| B5["B"]
B3 -->|≥100 mm| B6["B"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style B1 fill:#cfc,stroke:#333
style B2 fill:#cfc,stroke:#333
style B3 fill:#cfc,stroke:#333
style B4 fill:#fcc,stroke:#333
style B5 fill:#fcc,stroke:#333
style B6 fill:#fcc,stroke:#333
Afb. 16 Aansluiting van busverbindingen via aftakdoos (A)
Toegestane leidinglengten naar de buitentemperatuurvoeler:
| Leidinglengte Diameter | |
| ≤ 20 m 0,75 mm | ^2 ... 1,50 mm^2 |
| ≤ 30 m 1,00 mm | ^2 ... 1,50 mm^2 |
| ≥ 30 m 1,50 mm | ^2 |
4 Ingebruikneming (alleen voor de installateur)
▶ Stel de codeerschakelaar op de IPM 1 op 1 in.
▶ Schakel de installatie in.
▶ Codeer de FB 10 of FB 100 op 1.

Beschrijving van de bedieningselementen → pagina 2.
Bij eerste ingebruikneming of na een totale reset van alle instellingen wordt de in de basisinstelling ingestelde taal aangeven:
▶ Kies de taal met en bevestig met.
Als de gangreserve overschreden is, wordt
▶ Kies het uur met en bevestig met.
▶ Kies de minuut met en bevestig met 1ok ○.


▶ Kies het jaar met en bevestig met.

- Kies de maand met en bevestig met .
▶ Kies de dag met en bevestig met.

▶ Bij ingebruikneming wordt de automatische systeemconfiguratie gestart (wacht 60 seconden en volg de aanwijzingen in het display op).
▶ Pas de overige instellingen aan de gebruikte installatie aan → hoofdstuk 6 vanaf pagina 25 en hoofdstuk 8 vanaf pagina 40.
▶ De solarinstallatie dient volgens de gebruiksaanwijzing van de solarinstallatie te worden gevuld en ontlucht en voor de ingebruikneming volgens hoofdstuk 8.4 op pagina 49 te worden voorbereid.
▶ Pas de overige instellingen aan de gebruikte solarinstallatie aan → hoofdstuk 8.5 vanaf pagina 49.
▶ Solarsysteem in bedrijf stellen → hoofdstuk 8.5.4 op pagina 52.
5 Bediening

Met de regelaar kunt u de gewenste kamertemperatuur voor elke functie instellen. Deze temperatuur is niet de feitelijke kamertemperatuur. Het betreft een richtwaarde die de gevraagde aanvoertemperatuur beïnvloedt.

De functie van de bedieningselementen en de betekenis van de symbolen op het display vindt u op de pagina's 2 en 3.
5.1 Kamertemperatuur en functie wijzigen
5.1.1 Gewenste kamertemperatuur in de tijd begrensd veranderen
Als u de gewenste kamertemperatuur duurzaam wilt wijzigen → hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29.
Deze functie is alleen beschikbaar als de verwarming niet via een afstandsbediening FB 100 wordt geregeld:
▶ Stel de gewenste kamertemperatuur in met ^1 O.
- Functieschakelaar in stand : auto De gewijzigde temperatuur geldt tot aan de volgende schakeltijd. Vervolgens geldt de voor de schakeltijd vastgelegde temperatuur.
- Functieschakelaar in stand ⚡️: De veranderde temperatuur geldt tot er weer aan de functieschakelaar wordt gedraaid. Vervolgens geldt de voor de gekozen functie vastgelegde temperatuur.
5.1.2 Bedrijfsstand voor verwarmen voortijdig veranderen (schakeltijd CV-programma eenmalig vervroegen)
Als u de functie duurzaam wilt wijzigen → hoofdstuk 5.1.4 op pagina 19.

Gebruik de functie als u vroeger naar bed gaat of als u later of vroeger thuiskomt.
Deze functie is alleen beschikbaar als de verwarming niet via een afstandsbediening FB 100 wordt geregeld en de automatische functie Ⓛ ingeschakeld is:
Druk kort op om de volgende schakeltijd en de bijbehorende functie Verwarmen Sparen / Eco te vervroegen tot de actuele tijd. In het display worden de gewijzigde gegevens weergegeven.
▶ Houd ingedrukt en draai tegelijkertijd aan om de volgende schakeltijd te veranderen. De schakeltijd kan maximaal tussen de actuele tijd en de tweede daaropvolgende schakeltijd worden gewijzigd. Bij het overschrijden van de volgende schakeltijd van het verwarmingsprogramma wordt een reset van de functie uitgevoerd en is de automatische functie weer actief.
Functie voortijdig opheffen:
▶ Druk nogmaals kort in.
5.1.3 Bedrijfsstand warm water veranderen (in de tijd begrensd)

Gebruik deze functie als u buiten de geprogrammeerde schakeltijden warm water nodig heeft.
- kort indrukken, om de warmwaterbereiding direct te activeren.
- De boiler wordt gedurende 60 minuten op de ingestelde temperatuur van het warmwaterprogramma opgewarmd. - Bij combitoestellen is het comfortbedrijf gedurende 30 minuten actief.
Om het activeren ongedaan te maken:
▶ nogmaals kort indrukken.
5.1.4 Functie voor verwarming duurzaam wijzigen

Het warme water wordt onafhankelijk van de stand van de functieschakelaar volgens het warmwaterprogramma verwarmd (→ hoofdstuk 6.3 vanaf pagina 30).

Automatische functie (basisinstelling)
Automatische wisseling tussen Verwarmen ✝ / Sparen ⬇ / Eco ✝ volgens het actieve verwarmingsprogramma. De regelaar regelt op de in het submenu Temperatuurniveaus ingestelde kamertemperaturen (→ hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29).

Continu verwarmen
De regelaar regelt continu op de in het submenu Temperatuurniveaus ingestelde kamertemperatuur voor Verwarmen ⚙ (→ hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29). Het verwarmingsprogramma wordt genegeerd.

Continu sparen
De regelaar regelt continu op de in het submenu Temperatuurniveaus ingestelde kamertemperatuur voor Sparen (→ hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29). Het verwarmingsprogramma wordt genegeerd.

Continu Eco
De regelaar regelt continu op de in het submenu Temperatuurniveaus ingestelde kamertemperatuur voor
Eco (→ hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29). Het verwarmingsprogramma wordt genegeerd.
5.2 Weergave in het display en navigeren in het menu
De bediening van de weersafhankelijk kamerthermostaat FW 120 is als menu uitgevoerd. Binnen dit menu zijn de verschillende functies in een boomstructuur gerangschikt. Voor een beter overzicht is het menu in drie delen (HOOFD-MENU, INFO, INSTALLATEURSNIVEAU) opge-deeld. Ieder deel kan via een eigen toets worden opgeroepen. De gehele menustructuur vindt u in de hoofdstukken 6.1, 7 en 8.1.
Zo beweegt u zich binnen het menu:
- Met menu roept u het HOOFDMENU op. Bent u al op een willekeurige lokatie in HOOFDMENU ga dan met maar het standaard display.
- Met info roept u het menu INFO op. Bent u al op een willekeurige lokatie in het menu INFO ga dan met naar het standaard display.
- Door indrukken van gedurende minimaal 3 seconden roept u het menu INSTALLATEURSNIVEAU op. Bent u al op een willekeurige lokatie in het menu INSTALLATEURSNIVEAU ga dan met maar het standaard display.
- Het geselecteerde menupunt/parameter wordt invers weergegeven.
- Pijlen aan de linker rand geven aan, dat er nog meer tekst in het display is. Dit kan via + worden weergegeven.
- Met wordt het bij het gekozen menu-punt/parameter behorende submenu opge-roepen of de instelmodus voor de parameter wordt geactiveerd (de parameterwaarde knip-pert).
-
Een knipperende parameterwaarde (b.v. schakeltijd of bedrijfsstand)
-
kan door worden veranderd.
- kan met worden gewist (teruggezet naar basisinstelling).
- wordt via opgeslagen.
- wordt door indrukken van een andere toets dan 1ok onveranderd gelater
- Om uit een submenu naar het bovenliggende niveau te gaan:
- De marking op de menuoptie ▶ Terug plaatsen en aansluitend met bevestigen of - indrukken.
5.3 Instellen van programma's
Instellen en veranderen van de schakeltijden en bedrijfsstanden
De schakeltijden en bedrijfsstanden worden altijd volgens hetzelfde schema ingesteld.
In de uitleveringstoestand zijn al programma's voor verwarming en tapwater opgeslagen. De installateur heeft eventueel de programma's op uw wensen aangepast (eigen gewoonten).
5.3.1 Veranderen van een enkel schakelpunt

Het volgende voorbeeld toont alle bedieningsstappen, die nodig zijn om een schakeltijdstip in het cv-programma te veranderen. Wanneer u in plaats daarvan een schakeltijdstip in het tapwaterprogramma wilt veranderen, dan roept u tapwaterprogramma (menu:
Warm water > Warmwaterprogramma) op en verandert u het schakeltijdstip op dezelfde manier.
▶ De klep openen.
De standaardweergave wordt weer weergegeven.

text_image
EWNTEMPERATUUR 9°C Kanertemperatuur 23.5°C 09:43 Maandag 6 7 8 3 24h 21 6 720 613 462-02.20▶ indrukken.
De displayverlichting schakelt in en het hoofd-menu wordt getoond.

text_image
HOOFONENU ( Terug Verwarming Warm water 6 18 3 24h 21 7 6 720 800 792-01.10indrukken.
Het menu verwarming is gekozen, de kopregel toont de actuele menunamen (hier VERWARMING).

text_image
VERUWARNING < Terug Programma Temperatuurniveus 6 18 3 24h 21 6 720 800 792-02.10indrukken.
Het menu programma is gekozen, de kopregel toont de actuele menunamen (hier CV-PROGRAMMA).

text_image
VERLIARTINGSPROGRAMMA < Terug Alle dagen Ma - Fr 6 720 800 792-03.10▶ verdraaien, tot de marking op de gewenste dag (of daggroep) staat (b.v. Maandag).
De segmentring toont u altijd dan het CV-programma, wanneer u exact een dag aangeeft (b.v. Maandag) of wanneer bij een daggroep de schakeltijden voor alle dagen binnen deze groep gelijk zijn (b.v. alle schakeltijden voor Ma - Vr gelijk).

text_image
VERLIARTINGSPROGRAMMA Ma - Ur Za - Zo Maandag 6 720 800 792-04.1Qindrukken, om de menuoptie Maandag te bevestigen.
Het volgende submenu (PROG. MAANDAG WIJZIGEN) met de voorgeprogrammeerde schakeltijden en bedrijfstijden P1 t/m P6 wordt getoond.

text_image
PROG. MAANDAG WIJZIGEN < Terug P1 Urv. vanaf 06:00 P2 Urst vanaf 22:00 6 720 800 792-05.10indrukken.
De schakeltijd en het bijbehorende segment in de segmentring knippert.

text_image
PROG. MAANDAS WJZIGEN < Terug P1 Uru. vanaf: 06:00 P2 Urst vanaf: 22:00 3 24 h 21 6 720 800 792-06-10▶ verdraaien, tot de gewenste schakeltijd wordt getoond (b.v. 05:30 uur).
De segmentring toont altijd het effect van de schakeltijdverandering op het CV-programma.
▶ indrukken.
De schakeltijd is opgeslagen. In het display knippert nu de betreffende bedrijfsstand.

text_image
PROG. MAANDAG WJ/ZIGEN < Tærlig | P1 Uru. vanaf 05:30 P2 Wrist vanaf 22:00 6 720 800 792-07.10▶ verdraaien, tot de gewenste bedrijfsstand resp. temperatuur wordt getoond (b.v. Sparen).
De segmentring toont altijd het effect van de verandering van de bedrijfsstand op het CV-programma.

text_image
PROG. MAANDAG WJVZIGEN < Terug P1 Sp. vanaf 05:30 P2 Urst vanaf 22:00 6 720 800 792-08.10- indrukken. De bedrijfsstand is opgeslagen. De instelling van P1 is nu afgerond.
▶ U kunt nu: - andere schakeltijden en bedrijfsstanden op dezelfde wijze veranderen of - de programmering beeindigen en naar de standaard aanwijzing overgaan, door op menu te drukken.
Gebruik van daggroepen bij de programmering In veel gevallen zult u voor b.v. de werkdagen van de week dezelfde schakeltijden willen programmeren. Het is echter ook mogelijk, dat u b.v. voor één van deze dagen een afwijkende programmering wenst.
De programmering via de beschikbare daggroepen maakt het u mogelijk, in enkele stappen de programmering uit te voeren:
Programmeer voor een daggroep b.v. Ma - Vr de schakeltijden en bedrijfsstanden, die voor het merendeel van de dagen binnen deze groep moeten gelden.
▶ Verander de schakeltijden voor de afwijkende dagen.
5.3.2 Wissen van een enkel schakeltijdstip
▶ Markering, zoals in hoofdstuk 5.3.1 beschreven, op het te wissen punt plaatsen, bijv. menupunt P1 (= schakeltijdstip 1).
indrukken. De schakeltijd en het bijbehorende segment in de segmentring knippert.

text_image
FROG. MAANDAG LIJZIGEN < Terug P1 Urv. vanaf 06:00 18 P2 Vrst vanaf 221 bb 3 24 h 21 6 720 800 792-06.10indrukken. Het gewiste schakeltijdstip knippert. Tegelijkertijd veranderen de bijbehorende segmenten.

text_image
PROG. MAANDAG WIJZIGEN Terug P1 ---- vanaf : 18 P2 Urst vanaf |2:21:3:5 6* 3 24 h 21 6 720 800 792-09-10▶ 2-maal indrukken.
▶ Het wissen van P1 is nu afgerond.
5.3.3 Terugzetten (overschrijven met de basisinstelling) van een geheel programma.
▶ Roep het menu: Verwarming > Programma, Warm water > Warmwaterprogramma of Warm water > Circ.pompprog.op.
▶ verdraaien, tot het menupunt Naar basisinstelling terugzetten.
indrukken.
Nee knippert.
▶ †○ verdraaien, tot Ja knippert.
indrukken.
Het programma wordt naar de basisinstelling teruggezet.
5.4 Terugzetten van alle instellingen (alleen voor de installateur)
Met deze functie worden alle instellingen van het HOOFDMENU en het INSTALLATEURSNIVEAU het naar de basisinstelling teruggezet! Daarna moet de installateur de installatie weer opnieuw in bedrijf nemen!
Wanneer de standaard aanwijzing is ingesteld:
▶ enenutegelijkertijd ingedrukt houden, tot de volgende waarschuwingstekst wordt getoond:

text_image
ANNUL: TOETSEN LOSLATEN Alles terugzetten naar basisinstelling binnen 10 seconden.▶ en-ningedrukt houden, tot de vol-gende tekst wordt getoond:

text_image
9 12h 15 -6 Instellen van het HOOFDMENU
▶ Menutoets kort indrukken, om het hoofdmenu te openen of te sluiten. - Keuzeknop verdraaien, om het gewenste menupunt te kiezen. - Keuzeknop indrukken, om het gekozen menupunt te openen. Het navigeren binnen de menustructuur, het programmeren, het verwijderen van waarden en het terugzetten naar de basisinstelling worden in hoofdstuk 5 vanaf pagina 18 uitvoerig beschreven.  De menuopties worden alleen weergegeven als de installatiedelen aanwezig en/of geactiveerd zijn en deze niet door een afstandsbediening worden benaderd. Sommige menuopties worden niet weergegeven omdat deze door een instelling in een andere menuoptie uitgeschakeld worden. ▶ U dient menuopties altijd in de juiste volgorde in te stellen of onveranderd over te slaan. Daardoor worden de volgende menuopties automatisch aangepast of niet weergegeven.6.1 Menustructuur
flowchart
graph TD
A["HOOFDMENU"] --> B["Verwarming"]
B --> C["Programma → pagina 28"]
C --> D["Alle dagen ... Zondag P1, P2, ... P6"]
C --> E["Naar basisinstelling terugzetten"]
B --> F["Temperatuurniveaus → pagina 29"]
F --> G["Verwarmen"]
F --> H["Sparen"]
F --> I["Eco"]
B --> J["Verwarmingssnelheid → pagina 29"]
flowchart
graph TD
A["Warm water"] -->|1) Warm water en circulatiepomp| B["→ pagina 30"]
A -->|1) Warmwaterprogramma → pagina 31| C["Alle dagen ... Zondag P1, P2, ... P6"]
C --> D["Naar basisinstelling terugzetten"]
A --> E["Circ.pompprog. → pagina 32"]
E --> F["Alle dagen ... Zondag P1, P2, ... P6"]
F --> G["Naar basisinstelling terugzetten"]
A --> H["Parameter → pagina 32"]
H --> I["Boilertemp. bij verwarmingsfunctie"]
H --> J["Boilertemp. bij spaarstandfunctie"]
H --> K["Warmwatervoorrang"]
H --> L["Aantal schakelingen"]
A --> M["Therm. desinfectie → pagina 33"]
M --> N["Functie"]
M --> O["Bedrijfstoestand"]
M --> P["Tijd"]
M --> Q["Tijdinterval"]
A --> R["Vakantie → pagina 34"]
R --> S["Begin"]
R --> T["Einde"]
R --> U["Verwarming"]
R --> V["Warm water"]
R --> W["Circulatiepomp"]
R --> X["Thermische desinfectie"]
flowchart
graph TD
A["B"] --> B["Alg. Instellingen → pagina 35"]
B --> C["Tijd en datum"]
C --> D["Tijd"]
C --> E["Datum"]
C --> F["Zomer-/wintertijd"]
C --> G["Klok correctie"]
B --> H["Display Weergave"]
H --> I["Datum"]
H --> J["Contrast display"]
H --> K["Standaard informatie"]
B --> L["Toetsenblokkering"]
B --> M["Taal"]
B --> N["Solar → pagina 36"]
N --> O["T2: max. temperatuur solarboiler"]
N --> P["Invloed optimalisatie WW"]
N --> Q["Optimalisatieinvloed CV circuit"]
6.2 Verwarmingsprogramma
Hoofdmenu: Verwarming
 Stel de regelaar aanvoertemperatuur van het verwarmingstoestel op de maximaal benodigde aanvoertemperatuur in.6.2.1 Tijd-/temperatuurniveauprogramma
Menu: Verwarming > Programma
Gebruik dit menu, wanneer u het cv-programma met persoonlijk tijd-/temperatuurprofiel wenst. Het cv-programma is alleen actief, wanneer de bedrijfsstandenschakelaar op airdingesteld. text_image
[°C] 6 720 612 481-70.1J6.2.2 Temperatuur voor de bedrijfsstanden (temperatuur constant veranderen)
Menu: Verwarming > Temperatuurniveaus
Gebruik dit menu om duurzaam de temperatuurniveaus voor de drie functies (Verwarmen Sparen ( / Eco \*) en de verwarmingssnelheid aan uw persoonlijke wensen en aan uw woon- ruimte aan te passen. ▶ Gewenste kamertemperatuur voor de functies instellen: \- Verwarmen \*maximaal benodigde temperatuur (bijv. als er personen in de woonruimte verblijven en deze een comfortabele kamertemperatuur wensen). \- Sparen gemiddeld benodigde temperatuur (bijv. als een lagere temperatuur voldoende is of als alle personen buitenshuis zijn of slapen en het gebouw niet te sterk mag afkoelen). \- Eco minimaal benodigde temperatuur (bijv. als alle personen buitenshuis zijn of slapen en het gebouw mag afkoelen). Houd rekening met aanwezige huisdieren en planten.6.2.3 Opwarmsnelheid
▶ Gewenste verwarmingssnelheid instellen: \- Sparen = Het gebouw wordt langzaam verwarmd en daarbij wordt energie bespaard. \- Normaal = Het gebouw wordt met „normale“ snelheid verwarmd. \- Snel = Het gebouw wordt snel verwarmd en daardoor wordt maximaal comfort bereikt.6.3 Warmwaterprogramma
Hoofdmenu: Warm water
 Stel de regelaar warmwatertemperatuur van het verwarmingstoestel op de maximaal benodigde warmwatertemperatuur in. Als er een boiler na de hydraulische poort op de IPM is aangesloten, moet de regelaar aanvoertemperatuur op het verwarmingstoestel helemaal naar rechts worden gezet.6.3.1 Bedrijfswijze van de warmwaterprogramma's
Menu: Warm water > Warm water en circulatie-pomp
Met dit menu kunt u - uw eigen warmwaterprogramma activeren. -of- ▶ combineer het warmwaterprogramma met uw verwarmingsprogramma. WW prog. gekoppeld (automatische functie samen met het verwarmingsprogramma): \- Met boiler: - Volgens de ingestelde warmwatertemperatuur onder Boilertemp. bij verwarmingsfunctie ^1) , als de verwarming in de functie Verwarmen werkt of binnen een uur naar de functie Verwarmen schakelt. - Anders volgens de ingestelde warmwatertemperatuur onder Boilertemp. bij spaarstandfunctie ^1) als de verwarming in de functie Sparen (werkt. - Anders warm water Eco (15°C vaste waarde). \- Met combiverwarmingstoestel: 1) Warmwatertemperatuur instellen → hoofdstuk 6.3.5 op pagina 32. - Warm water Aan als de verwarming in de functie Verwarmen werkt of in het afge- lopen uur in de functie Verwarmen heeft gewerkt. - Anders warm water Uit \- Met circulatiepomp voor warmwaterboiler: - Circulatiepomp Aan en start van de circulatiepomp volgens instelling (→ hoofdstuk 6.3.5 op pagina 33) als de verwarming in de functie Verwarmen ✿ werkt. - Anders circulatiepomp Uit. Apart van CV prog. (onafhankelijke tijdprogramma's): - Automatische wissel tussen warm water Aan ^2) / Uit ^2) of verschillende warmwatertemperaturen ^3) en circulatiepomp Aan / Uit volgens de ingevoerde programma's. - Start van de circulatiepomp volgens instelling (→ hoofdstuk 6.3.5 op pagina 33). 2) Warm water met combiverwarmings-toestel 3) Warm water via boiler6.3.2 Tijd-/temperatuurniveauprogramma voor warm water via boiler
Menu: Warm water > Warmwaterprogramma
Gebruik dit menu als u voor de warmwaterbereiding een programma met een persoonlijk tijd- en temperatuurprofiel wenst. Het tijd-/temperatuurniveauprogramma kan alleen worden ingesteld en is alleen actief als Warm water > Warm water en circulatiepomp > Apart van CV prog. is ingesteld. line
| t | °C | | ------- | ------ | | Start | 0 | | Mid | Decreasing from ~ -2 to -4 | | End | Stable at 0 |Instelmogelijkheden
- Maximaal zes schakeltijden per dag met warmwatertemperaturen tussen 15°C en 60°C. - Naar keuze voor Alle dagen / Ma - Vr / Za - Zo dezelfde tijden of voor elke dag verschillende tijden. • Kortste schakelperiode is 15 minuten (1 segment).Schakeltijden en warmwatertemperatuur instellen
 Deactiveer niet-benodigde schakeltijden door deze te verwijderen. Weekdagen, schakeltijden en bijbehorende warmwatertemperaturen kunt u invoeren en bekijken zoals beschreven in hoofdstuk 6.2 op pagina 28.6.3.3 Tijdprogramma voor warm water met combiverwarmingstoestel
Menu: Warm water >Warmwaterprogramma
Gebruik dit menu wanneer u voor de warmwaterbereiding een tijdprogramma wenst. Het tijdprogramma kan alleen worden ingesteld en is alleen actief als Warm water > Warm water en circulatiepomp > Apart van CV prog. is ingesteld. - Automatische wissel warm water Aan/Uit volgens het ingevoerde tijdprogramma. - Aan: Als op het verwarmingstoesteld de ECO-toets niet is ingedrukt, is er onmiddellijk warm water beschikbaar. - Uit: De interne warmtewisselaar van het verwarmingstoestel blijft niet verwarmd, daarom is warm water pas na een vrij lange warmwaterafname beschikbaar.Instelmogelijkheden
- Maximaal zes schakeltijden per dag met twee verschillende functies (Aan / Uit). - Naar keuze voor Alle dagen / Ma - Vr / Za - Zo dezelfde tijden of voor elke dag verschillende tijden. - Kortste schakelperiode is 15 minuten (1 segment).Schakeltijden en functie instellen
 Deactiveer niet-benodigde schakeltijden door deze te verwijderen. Weekdagen, schakeltijden en bijbehorende functies (Aan / Uit) kunt u invoeren en bekijken zoals beschreven in hoofdstuk 6.2 op pagina 28.6.3.4 Tijdprogramma voor circulatiepomp (alleen met boiler)
Menu: Warm water > Circ.pompprog.
Gebruik dit menu wanneer u voor de circulatie-pomp een tijdprogramma wenst. Het tijdprogramma kan alleen worden ingesteld en is alleen actief als Warm water > Warm water en circulatiepomp > Apart van CV prog. is ingesteld. \- Automatische wissel circulatiepomp Aan / Uit volgens het ingevoerde tijdprogramma. – Aan: Start van de circulatiepomp volgens instelling (→ hoofdstuk 6.3.5 op pagina 33). \- Uit: De circulatiepomp blijft stilstaan.Instelmogelijkheden
- Maximaal zes schakeltijden per dag met twee verschillende functies (Aan / Uit). - Naar keuze voor Alle dagen / Ma - Vr / Za - Zo dezelfde tijden of voor elke dag verschillende tijden. - Kortste schakelperiode is 15 minuten (1 segment).Schakeltijden en functie instellen
 Deactiveer niet-benodigde schakeltijden door deze te verwijderen. Weekdagen, schakeltijden en bijbehorende functies (Aan / Uit) kunt u invoeren en bekijken zoals beschreven in hoofdstuk 6.2 op pagina 28.6.3.5 Parameters voor warm water
Menu: Warm water > Parameter > Boilertemp. bij verwarmingsfunctie
Deze menuoptie is alleen actief als Warm water > Warm water en circulatiepomp > WW prog. gekoppeld is ingesteld (→ hoofdstuk 6.3.1 op pagina 30). Stel hier de gewenste warmwater-temperatuur voor uw boiler in.Menu: Warm water > Parameter > Boilertemp. bij spaarstandfunctie
Deze menuoptie is alleen actief als Warm water > Warm water en circulatiepomp > WW prog. gekoppeld is ingesteld (→ hoofdstuk 6.3.1 op pagina 30). Stel hier de gewenste verlagingstemperatuur voor uw boiler in.Menu: Warm water > Parameter > Warmwater-voorrang
Deze menuoptie is alleen actief als de Configuratie warm water in de systeemconfiguratie op Boiler via IPM n° 3...10 is ingesteld (→ hoofdstuk 8.1.1 op pagina 41). Gebruik dit menu als u tijdens het opwarmen van de boiler uw verwarming ingeschakeld wilt laten (bijv. bij een gebouw met een geringe isolatie en lage buitentemperaturen). - Voorrang: Tijdens het opwarmen van de boiler wordt de verwarming uitgeschakeld. De pomp blijft stilstaan en de mengkleppen worden gesloten. - Selectieve voorrang: Als er een menger aanwezig is, wordt er tijdens het laden van de boiler weer opgewarmd, de pomp loopt en de mengklep regelt op de gewenste opwarmtemperatuur. Als er geen mengklep aanwezig is, wordt de verwarming uitgeschakeld, zodat deze niet te heet wordt. Met Selectieve voorrang duurt het opwarmen van de boiler langer.Menu: Warm water > Parameter > Aantal schakelingen
Deze menuoptie is alleen actief als er een circulatiepomp aanwezig is. In deze menuoptie wordt het aantal circulatie-pompschakelingen per uur tijdens de functie cir-culatiepomp Aan vastgelegd. Bij de instelling: - 1/h tot 6/h blijft de circulatiepomp bij elke start 3 minuten actief. - 7/h draait de circulatiepomp continu tijdens Aan. Tijdens de functies circulatiepomp Uit blijft de circulatiepomp stilstaan.6.3.6 Thermische desinfectie warm water
Menu: Warm water > Therm. desinfectie
Dit menu is alleen actief als het warme water via een boiler verwarmd wordt. Wij adviseren om regelmatig een thermische infectie uit te voeren. Als u een combiverwarmingstoestel heeft, dient u de aanwijzingen in de documentatie bij het verwarmingstoestel in acht te nemen.  Waarschuwing: Gevaar voor brand- wonden! Heet water kan tot ernstige verbrandingen leiden. ▶ Voer de thermische desinfectie daarom alleen buiten de normale bedrijfstijden uit. ▶ Wijs bewoners op het verbrandingsgevaar en bewaak de thermische desinfectie beslist.- Functie:
\- Automatisch: De thermische desinfectie start automatisch volgens de ingestelde startvoorwaarden. Annuleren en handmatig inschakelen van de thermische desinfectie is mogelijk. \- Handmatig: De thermische desinfectie kan tijdens Bedrijfstoestand telkens eenmalig worden gestart.- Bedrijfstoestand:
- Niet in bedrijf: Momenteel geen thermische desinfectie. Met Nu éénmalig starten kan de thermische desinfectie eenmalig worden gestart. - In bedrijf: Momenteel thermische desinfectie. Met Stoppen kan de thermische desinfectie worden onderbroken. Als de Solaroptie E therm. desinfectie ingeschakeld is (→ hoofdstuk 8.4 op pagina 49) en de thermische desinfectie met Stoppen wordt onderbroken, verschijnt er bij het niet bereiken van de de desinfectietemperatuur in de solarboiler voor 5 minuten een storingsmelding (storing 54, → hoofdstuk 9.1 vanaf pagina 55). - Tijd: Starttijd voor de automatische thermische desinfectie. - Tijdinterval: Periode tot de volgende start van de automatische thermische desinfectie.6.4 Vakantieprogramma
Hoofdmenu: Vakantie
Gebruik dit menu als u gedurende enkele dagen een speciale functie wilt zonder de persoonlijke instellingen van de verschillende programma's en parameters te veranderen. In het vakantieprogramma worden de verwarming en de warmwaterbereiding op de in het vakantieprogramma ingestelde functie geregeld (bescherming tegen vorst is gewaarborgd).- Begin:
- Als de datum voor Begin de datum van vandaag is, start het vakantieprogramma meteen. - Als de datum voor Begin morgen of later is, start het vakantieprogramma om 00:00 van de ingestelde dag. \- Einde: Het vakantieprogramma eindigt om 23:59 van de ingestelde dag. \- Verwarming: Functie voor de verwarming tijdens het vakantieprogramma. \- Warm water: Functie voor de warmwaterbereiding tijdens het vakantieprogramma. \- Circulatiepomp: Functie voor de circulatiepomp tijdens het vakantieprogramma. \- Thermische desinfectie: Functie voor de thermische desinfectie van het warme water tijdens het vakantieprogramma. Als het vakantieprogramma actief is, wordt in de standaardweergave en bijv. VAKANTIE TOT 30-09-2012 weergegeven. Vakantieprogramma voortijdig opheffen: Kies het menu Vakantie > Begin en druk op In het display verschijnt --:---. ▶ Druk op de keuzeknop om de instelling op te slaan.6.5 Algemene instellingen
Hoofdmenu: Alg. Instellingen
6.5.1 Tijd, Datum en Zomer-/wintertijd
Menu: Alg. Instellingen > Tijd en datum
Gebruik dit menu als u de tijd en datum wilt aanpassen. - Tijd: Tijd opnieuw instellen als de stroomvoorziening langer dan 12 uur onderbroken was. - Datum: zie boven Tijd. De actuele dag van de week (bijv. Ma) wordt automatisch berekend. - Zomer-/wintertijd: Automatische aanpassing zomer-/wintertijd in- of uitschakelen. - Klok correctie: Correctiefactor voor tijd instellen. Deze correctie vindt eenmaal per week plaats. Voorbeeld: - Afwijking van de tijd ca. -3 minuten per jaar --3 minuten per jaar komen overeen met -180 seconden per jaar - 1 jaar = 52 weken - -180 seconden : 52 weken = -3,46 seconden per week - Correctiefactor = +3,5sec./week6.5.2 Opmaak voor weergave
Menu: Alg. Instellingen > Display Weergave
Gebruik dit menu als u de opmaak voor weergave aan uw persoonlijke wensen wilt aanpassen. - Datum: Kies de opmaak voor de datumweergave uit DD.MM.JJJJ en MM/DD/JJJJ (D = cijfer voor dag, M = cijfer voor maand, J = cijfer voor jaar). - Contrast display: Stel het weergavecontrast tussen 25% en 75% in. \- Standaard informatie: Stel de informatie in die tijdens de standaardweergave in de bovenste regel moet worden weergegeven.6.5.3 Toetsenblokkering
Menu: Alg. Instellingen > Toetsenblokkering
Gebruik dit menu om de toetsenfuncties tegen ongewenste bediening door kinderen te blokke- ren. Als Toetsenblokkering actief is en tijdens de standaardweergave een geblokkeerde toets wordt ingedrukt, wordt in het display weergegeven dat de toetsenblokkering actief is.  Gewijzigde standen van de functieschakelaar worden pas na het uitschakelen van Toetsenblokkering actief.Toetsenblokkering uitschakelen:
▶ Houd en tegelijkertijd ingedrukt tot er een melding verschijnt.6.5.4 Taal
Menu: Alg. Instellingen > Taal
Gebruik dit menu als u een andere taal voor de displayteksten wenst.6.6 Solarinstellingen
Hoofdmenu: Solar
Gebruik dit menu als u de boilertemperatuur wilt begrenzen of als u de gewenste warmwatertemperatuur en de gewenste aanvoertemperatuur op basis van de beschikbare zonne-energie afhankelijk van uw regio wilt optimaliseren.Boilertemperatuur begrenzen
Om zo veel mogelijk zonne-energie op te slaan, is een hoge boilertemperatuur noodzakelijk. De begrenzing van de boilertemperatuur voorkomt oververhitting van het drinkwater. Bij ingebruikneming wordt de temperatuurwaarde door de ISM-module verzonden.  Waarschuwing: Gevaar voor brandwonden! Door een boilertemperatuur boven 60°C. ▶ Als de begrenzing van de boiler-temperatuur > 60°C wordt ingesteld, dient u de thermostatische drinkwatermenger TWM 20 (toebehoren) in de warmwaterleiding in te bouwen. ▶ Stel de TWM 20 op max. 60°C in. T2: max. temperatuur solarboiler: Boilertemperatuur > 60°C alleen met begrenzing van de taptemperatuur via thermostatische drinkwatermenger.Solaroptimalisatie
Om zo veel mogelijk zonne-energie te benutten, moeten de gewenste temperaturen die van het verwarmingstoestel worden aangevraagd zo veel mogelijk worden gereduceerd. Bij deze regelaar kan deze reductie afhankelijk van de beschikbaarheid van zonne-energie met Invloed optimalisatie WW en met Optimalisatieinvloed CV circuit automatisch plaatsvinden. Meer informatie voor de installateur → hoofdstuk 8.5.3 op pagina 50. \- Invloed optimalisatie WW: Maximale reducing van de gewenste temperatuur van het warme water door solarinvloed. Voorbeeld: - Gewenste warmwatertemperatuur = 60°C - Invloed optimalisatie WW = 15 K - Gewenste warmwatertemperatuur voor het verwarmingstoestel = 60°C–15 K - Gesteld dat er voldoende solarvermogen beschikbaar is, wordt de maximale reducing ingesteld. Het verwarmingstoestel verwarmt het warme water op 45°C. De resterende 15 K kan door opbrengst van zonne-energie worden verwarmd. \- Optimalisatieinvloed CV circuit: Invloed van de solarcapaciteit op de verwarmingscapaciteit die aan de verwarming wordt toegevoerd. Bij een hoge waarde wordt de aanvoertemperatuur van de verwarmingscurve overeenkomstig sterker verlaagd (meer informatie voor de installateur → hoofdstuk 8.3 vanaf pagina 44), om een grotere passieve toevoer van zonne-energie door de ramen van het gebouw mogelijk te maken. Tegelijkertijd wordt daardoor de variatie van temperatuur in het gebouw verminderd, hetgeen het comfort doet toenemen. - Verhoog Optimalisatieinvloed CV circuit als de verwarming kamers met grote ramen op het zuiden verwarmt. - Verhoog Optimalisatieinvloed CV circuit niet als de verwarming kamers met kleine ramen op het noorden verwarmt.  Invloed optimalisatie WW en Optimalisatieinvloed CV circuit starten op zijn vroegst na een kalibreringsfase van 30 dagen na ingebruikneming van de solarinstallatie.7 Informatie weergeven
Menu: INFO
Hier kan systeeminformatie worden weergegeven. Het navigeren binnen de menustructuur wordt in hoofdstuk 5.2 vanaf pagina 20 uitvoerig beschreven.  De menuopties worden alleen weergegeven als de installatiedelen aanwezig en/of geactiveerd zijn en deze niet door een afstandsbediening worden benaderd. Sommige menuopties worden niet weergegeven omdat deze door een instelling in een andere menuoptie uitgeschakeld worden.Overzicht menu INFO
De volgende tabel dient \- als overzicht van de menustructuur (kolom 1). De diepte van de menu's wordt aangegeven met verschillende grijstinten. De menu's Gebruiksaanwijzing en Verwarmingstoestel bevinden zich bijvoorbeeld op hetzelfde niveau. \- als overzicht van de variabele weergavemogelijkheden (kolom 2). - als beschrijving van de verschillende infopunten (kolom 3).| Menustructuur INFO | Variabele voorbeeldindicatie | Beschrijving | |
| Verwarmingstoestel -- | |||
| Buitentemperatuur 10,0°C Actuele buitentemperatuur. | |||
| Verwarmingsfunctie mogelijk | Ja / Nee Geeft aan of het verwarmingstoestel gereed voor gebruik is. | ||
| Actuele aanvoertemperatuur | 55,0°C Actuele aanvoertemperatuur aan het verwarmingsstoestel. | ||
| Brander Aan / Uit Toestand van de brander. | |||
| Verwarmingspomp Aan / Uit Schakeltoestand van de po | mp in het verwarmingsstoestel. | ||
| Maximale aanvoertemperatuur | 75,0°C Op het verwarmingstoestel ingestelde maximale aanvoertemperatuur. | ||
| Maximale warmwatertemperatuur | 60,0°C Op het verwarmingstoestel ingestelde maximale warmwatertemperatuur. | ||
| Inspectie vereist Ja / Nee Geeft aan of een onderhoud/o | ontrole van het verwarmingstoestel nodig is. | ||
| CV circuit -- | |||
| Functie Auto. verwarmen / Auto. sparen/ Auto. Eco/ Verwarmen/ Sparen/ Eco/ Vakantie autom./Vakantie verwarmen/ Vakantie sparen/ Vakantie Eco/ Vloerdrogen wacht/ Drogen vloer actief | Actuele functie of speciale functie voor verwarming. | ||
| Gewenste kamertemperatuur. | 25,0°C Van de regelaar of de afstandsbediening FB 10 gevraagde ruimtetemperatuur (alleen als „Ruimte-invloed“ actief is). | ||
| Actuele kamertemperatuur 2 | 2,0°C Op de regelaar gemeten kamertemperatuur (alleen bij montage op de muur van de regelaar). | ||
| Ruimtetemp. FB 10 23,0°C Door afstandsbediening FB 10 gemeten kamertemperatuur. | |||
| Gevraagde aanvoertemperatuur | 75,0°C Door de regelaar berekende en gevraagde aanvoertemperatuur. | ||
| Actuele aanvoertemperatuur | 47,0°C In het CV-circuit gemeten aanvoertemperatuur. | ||
| Verwarmingspomp Aan / Uit | Schakeltoestand van de verwarmingspomp in het CV-circuit. | ||
| Positie mengklep 85% open | Actuele openingsgraad van de mengklep in het CV-circuit. | ||
| Warm water -- | |||
| Functie Direct WW / Aut. aan/ Aut. uit/ Vakantie autom./ Vakantie aan/ Vakantie uit | Actuele functie of speciale functie voor warm water met combiverwarmingstoestel. | ||
| Actuele functie of speciale functie voor boiler. | |||
| Gewenste warmwatertemperatuur | 60,0°C Door regelaar gevraagde warmwatertemperatuur. | ||
| Actuele warmwatertemperatuur | 40,0°C Actueel gemeten warmwatertemperatuur. | ||
| warmwaterbereiding In bedrijf / Uit | Actuele toestand van warmwaterbereiding. | ||
| Laatste therm. desinfectie | Afgesloten / Geannuleerd/ In bedrijf | Resultaat van de laatste thermische desinfectie. | |
| Installateur | |||
| Telefoonnummer | (telefoonnummer) | Telefoonnummer van de installateur. | |
| Naam | (naam) | Naam van de installateur. | |
| Solar -- | |||
| Standaardsysteem - Menu voor het basisinstallatiedeel van het solar-systeem. | |||
| T1: Temperatuur collectorveld 1 | 80,0°C Aan collectortemperatuurvoeler (T _1 ) gemeten temperatuur. | ||
| T2: Temp. Solarboiler 1 5 | 5,7°C Aan onderste boilertemperatuurvoeler (T _2 ) gemeten temperatuur in solarboiler. | ||
| SP: Solarpomp collectorveld 1 | In bedrijf / Uit Schakeltoestand solarpomp (SP). | ||
| Uitschakeling collector-veld 1 | Ja / Nee Geeft aan of er sprake is van een veiligheidsuits-schakeling van de solarpomp (SP) vanwege over-verhitting van de collectoren ( T_1 ). | ||
| Solarboiler Volledig opgewarmd /Niet voll. opgewarmd | Oplaadtoestand solarboiler. | ||
| SP: Bedrijfsuren Solar-pomp col.veld 1 | 12463 h Aantal bedrijfsuren solarpomp (SP) sinds inge-bruikneming. | ||
| Therm. desinfectie - Menu voor installatiegedeelte thermische systeem-desinfectie. | |||
| Toestand thermische desinfectie | In bedrijf / Uit Actuele toestand van thermische desinfectie. | ||
| PE: Pomp desinfectie In bedrijf / Uit Schakeltoestand van thermische desinfectiepomp (PE). | |||
| Solaroptimalisatie - Menu voor solar-ondersteunde optimalisatie van het conventionele verwarmingssysteem. | |||
| Solaropbrengst laatste uur | 120 Wh Opbrengst van zonne-energie binnen het afgelo-pen uur (hier worden alleen waarden weergegeven als in het menu solaroptimalisatie correcte para-meters zijn ingesteld, → hoofdstuk 8.5.3 op pagina 50). | ||
| Solaropbrengst vandaag 2,38 kWh | Opbrengst zonne-energie van vandaag. | ||
| Solaropbrengst totaal | 483,6 kWh | Totale opbrengst zonne-energie sinds ingebruikne-ming. | |
| Warmwatertemp. ver-minderd met | 4,7 K | Actuele vermindering van de door het verwar-mingstoestel gevraagde warmwatertemperatuur op basis van de beschikbare zonne-energie. Start pas 30 dagen na de ingebruikneming. | |
| Gewenste kampertemp.verminderd met | 1,3 K | Actuele vermindering van de gewenste kamertem-peratuur op basis van de beschikbare zonne-ener-gie. Start pas 30 dagen na de ingebruikneming. | |
| Storingen | 40 solarsysteem03 FW 120EA verwarmingstoestel ... | Lijst van actuele storingen. Meer informatie wordt weergegeven als u selecteert met en beves-tigt met. | |
8 Menu INSTALLATEURSNIVEAU instellen (alleen voor de installateur)
 Het menu INSTALLATEURSNIVEAU is alleen voor de installateur bestemd. ▶ INSTALLATEURSNIVEAU openen: Druk menu ca. 3 Sekunden in. Het navigeren binnen de menustructuur, het programmeren, het verwijderen van waarden en het terugzetten naar de basisinstelling worden in hoofdstuk 5.2 vanaf pagina 20 uitvoerig beschreven.8.1 Overzicht en instellingen van het menu INSTALLATEURSNI-VEAU
De volgende tabellen dienen - als overzicht van de menustructuur (kolom 1). De diepte van het menu wordt aangegeven met verschillende grijstinten. Bijv. in het menu Solarsyst. parameter bevin-den zich de submenu's 1. Standaardsysteem en Solaroptimalisatie op hetzelfde niveau. - als overzicht van de basisinstellingen (kolom 2) om menuopties naar de basisinstelling terug te zetten. - als overzicht van de instelbereiken van de menuopties (kolom 3). - voor het invullen van de persoonlijke instelling (kolom 4). • voor het vinden van de gedetailleerde beschrijving van de verschillende menuopties (kolom 5).  De menuopties worden alleen weergegeven als de installatiedelen aanwezig en/of geactiveerd zijn en deze niet door een afstandsbediening worden benaderd. Sommige menuopties worden niet weergegeven omdat deze door een instelling in een andere menuoptie uitgeschakeld worden. ▶ U dient menuopties altijd in de juiste volgorde in te stellen of onveranderd over te slaan. Daardoor worden de volgende menuopties automatisch aangepast of niet weergegeven. 8.1.1 INSTALLATEURSNIVEAU: Systeemconfiguratie| Menustructuur Systeemconfiguratie | Basisinstelling | Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina |
| Automatisch Systeemconf. starten | Nee Nee / Ja | 44 | ||
| Configuratie warm water Combinatie toestel | Nee / Combinatie toestel/ Boiler via toestel/ Boiler via IPM n°3 ... 10 | |||
| Circulatiepomp Nee Nee / Aangesloten | ||||
| Configuratie CV circuit Ongemengd zonder IPM | Ongemengd zonder IPM / Ongemengd met IPM/ Gemengd | |||
| Afstandsbediening Nee Nee / | FB 10 / FB 100 | |||
| ISM 1 | Nee Nee / Aangesloten | |||
| ISM 2 Nee Nee / Aangesloten |
| Menustructuur Verwarmingsparameter | Basisinstelling | Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina |
| Verwarmingstype in verwarmingscircuit | Radiatoren Voetpunt/eindpunt / Vloerver-warming/ Radiatoren/ Convec-toren | 44 | ||
| Voetpunt 25°C 10°C ... 85°C °C | 46 | |||
| Eindpunt 75°C 30°C ... 85°C °C | 46 | |||
| Temperatuurkeuze 75°C 30°C .. | 85°C °C 46 | |||
| Maximale aanvoertemperatuur | 80°C 30°C ... 85°C °C 46 | |||
| Ruimte-invloed | 30% | 0% ... 100% | % | 46 |
| Ruimte-invloed actief bij | Sparen, Eco | Sparen, Eco / Verw.- Sparen- Eco | 46 | |
| Voeler ruimtetemp. compen-satie | Lagere temp. | Voeler in FB10 / Interne voeler /Lagere temp. (alleen metFB 10) | 46 | |
| Ruimtetemperatuur compen-satie | 0,0 K | -5,0 K ... 5,0 K | K | 46 |
| CV uit tot lager temp.niveau | Ja | Nee / Ja | 47 | |
| Buitentemperatuur uitschake-ling | 20,0°C | 10,0°C ... 25,0°C, 99,0°C (=functie uit) | °C | 47 |
| Vorstgrens temperatuur | 3,0°C | -5,0°C ... 10,0°C | °C | 47 |
| IJken ruimte-temp. voelerFB 10 | 0,0 K | -3,0 K ... 3,0 K (alleen metFB 10) | K | 48 |
| Omlooptijd mengklep | 140 s | 10 s ... 600 s | s | 48 |
| Min. buitentemperatuur | -15°C | -30°C ... 0°C | °C | 48 |
| Opslagcapaciteit gebouw | 50% | 0% ... 100% | % | 49 |
| IJken ruimtetemp. voeler | 0,0 K | -3,0 K ... 3,0 K | K | 48 |
| MenustructuurSolarsysteem config. | Basisinstelling | Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina |
| Solaroptie E therm. desinfectie | Nee Nee / Ja | 50 |
| MenustructuurSolarsyst. parameter | Basisinstelling | Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina | |
| 1. Standaardsysteem - - - | 49 | ||||
| SP: Inschakel-temperatuurverschil | 8 K 3 K ... 20 K | (niet lager dan „SP: Uitschakel-temperatuurverschil“ +1K) | K | ||
| SP: Uitschakel-temperatuurverschil | 4 K 2 K ... 19 K | (niet hoger dan „SP: Inschakel-temperatuurverschil“ -1K) | K | ||
| T2: max. temperatuur solarboiler | 60°C 15°C ... 95°C °C | ||||
| Max. temp. Solarpanelen 130°C 90°C ... 135°C °C | |||||
| SP : Bedrijfsstand Solar-pomp col.veld 1 | Automatisch Automatisch / Handmatig aan/Handmatig uit | ||||
| PE: Pomp therm. desinfect. | Automatisch Automatisch / Handmatig aan/Handmatig uit | 50 | |||
| Solaroptimalisatie | 50 | ||||
| Oppervlak collectorveld 1 | 0,0 m2 | 0,0 m2 ... 150,0 m2 | m2 | ||
| Type collectorveld 1 | Platte collector | Platte collector / Vacuümbuis-collector | |||
| Klimaatzone | 90 | 0 ... 255 | |||
| Invloed optimalisatie WW | 0 K 0 K (functie uit) ... 20 K K | ||||
| Optimalisatieinvloed CV circuit | 0,0 K 0,0 K (functie uit) ... 5,0 K K | ||||
| Solarsysteem in gebruik nemen | Nee Nee / Ja | 52 | |||
| MenustructuurSysteemstoringen | Basisinstelling | Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina |
| 01.01.201216:11EA Verwarm.toestel (voorbeeld van laatste storing) | - | - | - | 52 |
| 25.09.201218:4532 IPM codering 3 (max. 19 eerdere storingen) | - | - | - |
| MenustructuurService adres | Voorbeeld Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina |
| Telefoonnummer 012345 6789 | max. 20 tekens | 52 | |
| Naam Verwar- | mingsinstal-latiebedrijf | max. 20 tekens |
| Menustructuur Systeeminfo | Voorbeeld Instelbereik | Persoon-lijke instelling | Beschrijving vanaf pagina | |
| Datum eerste ingebruikne-ming | 22.10.2012 (active-ring bij ingebruikne-ming) | - | - | 52 |
| Bestelnummer verwarmings-toestel | 7 777 777 777 (waarde van verwar-mingstoestel) | - | - | |
| Productiedatum verwarmings-toestel | 27.06.2012 (waarde van verwarmingstoestel) | - | - | |
| Bestelnummer en type regelaar | 7 777 777 777 FW 120 (vaste waarde van fabriek) | - | - | |
| Productiedatum regelaar 27.06 | 2012 (vaste waarde van fabriek) | - | - | |
| Versie regelaarsoftware JF11.12 | (vaste waarde van fabriek) | - | - |
| Menustructuur Drogen vloer | Basisinstel-ling | Instelbereik | Persoon-lijke instel-ling | Beschrijving vanaf pagina |
| Vloerdrogen annuleren1) | Nee Nee / Ja | 53 | ||
| Maximale aanvoertemperatuur | 25°C 25°C ... 60°C °C | |||
| Tijdsduur max. aanvoertempe-ratuur | 1 d 1 d ... 20 d | d | ||
| Totale duur vloer drogen | Berekend | berekend ... 60 d (niet lager dan „Tijdsduur max. aanvoertempe-ratuur“) | - | |
| Startdatum | ---.---.---- | Vandaag ... 31.12.2099(in jaar/maand/dag-stappen) | ||
| Starttijd | ---:-- | 00:00 ... 23:59(in uren/minuten-stappen) | ||
8.2 Verwarmingssysteem configu- reren
Installateursniveau: Systeemconfiguratie
Menustructuur en instelbereiken → pagina 41.  Installatievoorbeelden vindt u in de gebruiksaanwijzing van de IPM. Ove-rige, mogelijk installaties vindt u in de planningsdocumentatie. Gebruik dit menu als u het systeem automatisch of handmatig wilt configureren, bijvoorbeeld bij ingebruikneming of bij verandering van de installatie. ▶ Stel de codeerschakelaar op de IPM 1 op 1 in. ▶ Schakel de installatie in. ▶ Codeer de FB 10 of FB 100 op 1. ▶ Start de automatisch configuratie. - Controleer de andere menuopties onder Systemconfiguratie en pas deze indien nodig handmatig aan de actuele installatie aan.8.3 Parameters voor verwarming
Installateursniveau: Verwarmingsparameter
Menustructuur en instelbereiken → pagina 41.  Stel de regelaar aanvoertemperatuur van het verwarmingstoestel op de maximaal benodigde aanvoertemperatuur in. Gebruik dit menu als u de parameters de verwarming wilt instellen. Met deze parameters wordt bijv. de verwarmingscurve berekend.Menu: Verwarmingsparameter > Verwarmings-type in verwarmingscircuit
▶ Het verwarmingtype instellen: - Voetpunt/eindpunt: Basisinstelwaarden voor een verwarmingscurve in rechte vorm, volgens de klassieke voetpunt-/eindpunt-methode, worden overgenomen. - Vloerverwarming: Basisinstelwaarden voor een verwarmingscurve in gekromde vorm, passend bij een vloerCV-circuit, worden overgenomen. - Radiatoren: Basisinstelwaarden voor een verwarmingscurve in gekromde vorm, passend bij een CV-circuit met radiatoren, worden overgenomen. - Convectoren: Basisinstelwaarden voor een verwarmingscurve in gekromde vorm, passend bij een CV-circuit met convectoren, worden overgenomen.  Voor het desbetreffende verwarmingstype niet benodigde parameters worden niet weergegeven. line
| AT | VL | | ------ | --- | | -20 | 80 |line
| AT | VL | | ---- | --- | | +20 | 25 | | -20 | 80 |line
| AT (°C) | VL (°C) | | :--- | :--- | | -20 | 50 | | +10 | 30 | | -10 | 40 | | 0 | 50 | | +10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 20 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -10+20 | 15 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 45 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 40 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 35 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 30 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 25 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 20 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 15 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10 | | -75 | 10line
| AT | VL | | ------ | ---- | | -20 | 80 | | -10 | 75 | | 0 | 60 | | +10 | 40 | | +20 | 30 | | +30 | 25 | | +40 | 20 | | +50 | 15 | | +60 | 10 | | +70 | 5 | | +80 | 0 | | +90 | 0 | | +100 | 0 || Basisinstelling van de parameters voor verwarmingscurve | Voetpunt/eindpunt | Vloerverwarming | Radiatoren Convectoren | |
| Exponent verwarmingsoppervlak (vaste waarde), kromming van de verwarmingscurve | -1,1 1,3 1,4 | |||
| Min. buitentemperatuur - -15°C -15°C -15°C | ||||
| Voetpunt | 25°C | - | - | - |
| Eindpunt | 75°C | - | - | - |
| Temperatuurkeuze | - | 45°C | 75°C | 80°C |
| Maximale aanvoertemperatuur | 80°C | 55°C | 80°C | 80°C |
| Ruimtetemperatuur compensatie | 0,0K | 0,0K | 0,0K | 0,0K |
| Buitentemperatuur uitschakeling | 20°C | 20°C | 20°C | 20°C |
Menu: Verwarmingsparameter > Voetpunt
▶ Stel het voetpunt van de verwarmingscurve in volgens de klassieke voetpunt/eindpunt-methode.Menu: Verwarmingsparameter > Eindpunt
▶ Stel het eindpunt van de verwarmingscurve in volgens de klassieke voetpunt/eindpunt-methode.Menu: Verwarmingsparameter > Temperatuurkeuze
▶ Stel de gewenste aanvoertempertuur tijdens de configuratie passend bij het verwarmings-type in: - Voor Vloerverwarming bijv. 45°C gewenste aanvoertemperatuur. - Voor Radiatoren bijv. 75°C gewenste aanvoertemperatuur. - Voor Convectoren bijv. 80°C gewenste aanvoertemperatuur.Menu: Verwarmingsparameter > Maximale aanvoertemperatuur
▶ Stel de maximale aanvoertemperatuur passend bij het verwarmingstype in: - Voor Vloerverwarming bijv. 55°C maximale gewenste aanvoertemperatuur. - Voor Radiatoren bijv. 80°C maximale gewenste aanvoertemperatuur. - Voor Convectoren bijv. 80°C maximale gewenste aanvoertemperatuur.Menu: Verwarmingsparameter > Ruimte-invloed
Ruimte-invloed wordt alleen weergegeven als de regelaar op de muur gemonteerd is. ▶ Stel de invloed van de kamertemperatuur op de verwarmingscurve in: - 0%: geen kamertemperatuurinvloed - 100%: maximale kamertemperatuurinvloedMenu: Verwarmingsparameter > Ruimte-invloed actief bij
\- Kies de functies waarbij de kamertemperatuurinvloed actief moet zijn: - Sparen, Eco: kamertemperatuurinvloed alleen voor deze functies actief. - Verw.- Sparen- Eco: kamertemperatuurinvloed altijd actief.Menu: Verwarmingsparameter > Voeler ruimte-temp. compensatie
Voeler ruimtetemp. compensatie wordt alleen weergegeven als er een afstandsbediening FB 10 is aangesloten. ▶ Selecteer Voeler ruimtetemp. compensatie: - Lagere temp.: Van de in de FW 120 en in de FB 10 ingebouwde temperatuurvoelers wordt de voeler met de laagste gemeten temperatuur gebruikt. - Interne voeler: De in de regelaar FW 120 ingebouwde temperatuurvoeler wordt gebruikt. - Voeler in FB10: De in de afstandsbedie- ning FB 10 ingebouwde temperatuurvoeler wordt gebruikt.Menu: Verwarmingsparameter > Ruimtetemperatuur compensatie
▶ Stel de duurzame verhoging van de gewenste kamertemperatuur in, bijv. om systeemafhankelijke afwijkingen te corrigeren.Menu: Verwarmingsparameter > CV uit tot lager temp.niveau
▶ Selecteer de afkoelfase: - Nee: Verwarmen volgens verwarmingscurve. - Ja: Verwarmen volgens de verwarmingscurve, echter geen verwarming tijdens de afkoelfase tot de actuele kamertemperatuur (bijv. Verwarmen = 21,0°C) voor het eerst de gewenste kamertemperatuur van de volgende lagere functie (bijv. Sparen - met 15,0°C) heeft bereikt. Vervolgens wordt er volgens de volgende lagere functie verwarmd (bijv. Sparen met 15,0°C).Menu: Verwarmingsparameter > Buitentemperatuur uitschakeling
▶ Stel de buitentemperatuur in waarbij de verwarming uitgeschakeld moet worden: - 10°C ... 25°C: Buitentemperatuur waarbij de verwarming wordt uitgeschakeld. - 99°C: Functie uitgeschakeld, dat wil zeggen dat de verwarming bij elke buitentemperatuur kan worden ingeschakeld.Menu: Verwarmingsparameter > Vorstgrens temperatuur
 Waarschuwing: Defecten aan verwarmingswater voerende delen bij een te laag ingestelde vorstgrens en lagere buitentemperaturen onder de 0°C! ▶ Basisinstelling van de vorst-grens (3°C) alleen door een installateur die vertrouwd is met de installatie laten aanpassen. ▶ Vorstgrens niet te laag instellen. Schade door een te laag ingestelde vorstgrens zijn van garantie utgesloten! - Als de buitentemperatuur de ingestelde vorstgrenstemperatuur met 1 K(°C) overschrijdt en er geen warmtevraag is, wordt de CV-circuit-pomp uitgeschakeld. - Als de buitentemperatuur de ingestelde vorstgrenstemperatuur overschrijdt, wordt de CV-circuitpomp ingeschakeld (installatievorstbescherming). ▶ Stel de buitentemperatuur in waarbij de verwarming ingeschakeld moet worden:Menu: Verwarmingsparameter > IJken ruimte-temp. voeler FB 10
IJken ruimte-temp. voeler FB 10 wordt alleen weergegeven als er een afstandsbediening FB 10 is aangesloten. Gebruik dit menu als u de weergegeven kamertemperatuurwaarde wilt aanpassen. ▶ Breng een geschikt precisiemeetinstrument in de buurt van de FB 10 aan. Het precisiemeet-instrument mag geen warmte aan de FB 10 afgeven. ▶ Houd een uur lang warmtebronnen zoals zonnestralen, lichaamswarmte enz. uit de buurt. ▶ Compenseer de weergegeven correctie-waarde voor de kamertemperatuur.Menu: Verwarmingsparameter > Omlooptijd mengklep
▶ Stel de Omlooptijd mengklep op de looptijd van de gebruikte mengklepstelmotor in.Menu: Verwarmingsparameter > Min. buiten-temperatuur
▶ Stel de minimale buitentemperatuur voor de configuratie van de verwarming in. Een lage buitentemperatuur leidt tot een vlakke verwarmingscurve.| Plaats | Min. bui-tentem-peratuur in°C | Plaats | Min. bui-tentem-peratuur in°C |
| Athene -2 Marseille -6 | |||
| Berlijn -15 Moskou -30 | |||
| Brussel -10 Napels -2 | |||
| Boedapest -12 Nice ±0 | |||
| Boekarest -20 Parijs -10 | |||
| Hamburg -12 Praag -16 | |||
| Helsinki | -24 Rome -1 | ||
| Istanbul | -4 Sewastopol | -12 | |
| Kopenhagen | -13 Stockholm -19 | ||
| Lissabon | ±0 | Valencia | -1 |
| Londen | -1 Wenen | -15 | |
| Madrid -4 Zurich | -16 | ||
Menu: Verwarmingsparameter > Opslagcapaciteit gebouw
▶ Factor voor de warmteopslagcapaciteit van het gebouw instellen. - ≥ 50%: Gebouw met zware constructie (bijv. stenen huis met dikke muren). - ≤ 50%: Gebouw met lichte constructie (bijv. vakantiehuisje van hout).Menu: Verwarmingsparameter > IJken ruimte-temp. voeler
IJken ruimtetemp. voeler wordt alleen weergegeven als de regelaar op de muur gemonteerd is. Gebruik dit menu als u de weergegeven kamertemperatuur wilt aanpassen. ▶ Breng een geschikt precisiemeetinstrument in de buurt van de FW 120 aan. Het precisiemeetinstrument mag geen warmte aan de FW 120 afgeven. ▶ Houd een uur lang warmtebronnen zoals zonnestralen, lichaamswarmte enz. uit de buurt. ▶ Compenseer de weergegeven correctie-waarde voor de kamertemperatuur.8.4 Solarsysteem configureren
Installateursniveau: Solarsysteem config.
Menustructuur en instelbereiken → pagina 42. Gebruik dit menu als u voor het solarsysteem de thermische desinfectie wilt instellen. ▶ Stel naast de 1. Standaardsysteem de optie Solaroptie E therm. desinfectie in. De pomp (PE) wordt via de instellingen in het menu Therm. desinfectie (→ hoofdstuk 6.3.6 op pagina 33) aangestuurd. De totale boilerinhoud wordt verwarmd tot de vereiste thermische desinfectietemperatuur.8.5 Parameters voor solarsysteem
 Vul en ontlucht de solarinstallatie volgens de documentatie bij de solarinstallatie en bereid de installatie voor de ingebruikneming volgens dit hoofdstuk voor.Installateursniveau: Solarsyst. parameter
Menustructuur en instelbereiken → pagina 42. Gewoonlijk is de basisinstelling van de parameters in dit menu voor gangbare installatieafmetingen geschikt. Gebruik dit menu als u de parameters fijn op de geïnstalleerde solarinstallatie wilt afstemmen.  De gegevens tussen haakjes zijn posities die ook in de aansluitschema's met installatievoorbeelden in de installatiehandleiding van de ISM worden gebruikt.8.5.1 Parameters voor het solarstandaard- systeem
Menu: Solarsyst. parameter > 1. Standaardsystem > SP: Inschakel-temperatuurverschil
Voor de solarpomp (SP): ▶ Stel een hogere waarde in als de buisleidingen tussen collectorveld en solarboiler zeer lang zijn (bijv. ≥ 30 m eenvoudige lengte). -of- ▶ Stel een lagere waarde in \- als de buisleidingen tussen collectorveld en solarboiler zeer kort zijn (bijv. bij dakin- stallaties). - als de thermische verbinding van de collectortemperatuurvoeler (T _1 ) ongunstig is (bijv. installatie van T _1 buiten de collector bij de uitgang van de collectoraanvoer).Menu: Solarsyst. parameter > 1. Standaardsysteem > SP: Uitschakel-temperatuurverschil
▶ Dezelfde werkwijze als in de vorige menuoptie SP: Inschakel-temperatuurverschil.Menu: Solarsyst. parameter > 1. Standaardsystem > T2: max. temperatuur solarboiler
Gedetailleerde beschrijving bij T2: max. temperatuur solarboiler → pagina 36.Menu: Solarsyst. parameter > 1. Standaardsystem > Max. temp. Solarpanelen
 Bij temperaturen boven 140°C en systeemdruk < 4 bar verdampt de warmtedragervloeistof in de collector. De solarcirculatiepomp blijft geblokkeerd tot de collector een temperatuur heeft bereikt waarbij zich geen stoom meer in het solarcircuit bevindt. Meetplaats temperatuurvoeler (T₁): ▶ Stel een hogere waarde in als de geïnstalleerde buisleidingen, pompen, enz. met een bedrijfsdruk ≥ 6 bar kunnen worden gebruikt en voor hoge temperaturen geschikt zijn. -of- ▶ Stel een lagere waarde in als de geïnstalleerde buisleidingen, pompen, enz. alleen met een zeer lage bedrijfsdruk kunnen worden gebruikt en alleen voor lage temperaturen geschikt zijn.Menu: Solarsyst. parameter > 1. Standaardsysteem > SP : Bedrijfsstand Solarpomp col.veld 1
▶ Kies de functie van de solarpomp (SP): - Automatisch: Automatische regeling volgens de ingestelde parameters. - Handmatig aan: Hiermee wordt de pomp duurzaam uitgeschakeld (bijv. voor het ontluchten van de solarinstallatie bij ingebruikneming). - Handmatig uit: Hiermee wordt de pomp duurzaam uitgeschakeld (bijv. bij onderhoudswerkzaamheden aan de solarinstallatie zonder de verwarmingsfunctie te onderbreken).8.5.2 Parameters voor thermische desinfectie
Menu: Solarsyst. parameter >PE: Pomp therm. desinfect.
\- Kies de functie van de pomp (PE) voor thermische desinfectie: - Automatisch: Automatische regeling volgens de ingestelde parameters. - Handmatig aan: Hiermee wordt de pomp duurzaam ingeschakeld (bijv. voor functie-test bij ingebruikneming). - Handmatig uit: Hiermee wordt de pomp duurzaam uitgeschakeld (bijv. bij onderhoudswerkzaamheden aan de pomp zon- der de verwarmingsfunctie te onderbreken).8.5.3 Parameters voor solaroptimalisatie
De solaroptimalisatie vindt automatisch plaats afhankelijk van het beschikbare solarvermogen. Voor de berekening van het solarvermogen moet het geïnstalleerde collectoroppervlak, het collectortype en de klimaatzone van de installatie worden opgegeven.Menu: Solarsyst. parameter > Solaroptimalisatie > Oppervlak collectorveld 1
▶ Stel voor het collectorveld de geïnstalleerde oppervlakte in.| Collector-type | Brutto collectoroppervlakte per collector in m^2 |
| FK 210 2,1 | |
| FK 240 2,4 | |
| FK 260 2,6 | |
| VK 180 1,8 | |
| FKT-1 2,4 | |
| FKC-1 2,4 | |
| FKB-1 2,4 |
Menu: Solarsyst. parameter > Solaroptimalisatie > Type collectorveld 1
\- Kies voor het collectorveld het geïnstalleerde collectortype.Menu: Solarsyst. parameter > Solaroptimalisatie > Klimaatzone
▶ Stel de waarde van de klimaatzone voor de installatieplaats in. text_image
75 80 95 100 115 130 135 FIN RUS N S EST LV LT BY PL UA DK DK B NL D CZ SK A H RO F CH SL HR BIH SR BG MK AL GR I P E MA DZ TN 6 720 612 481-31.208.5.4 Solarsysteem in gebruik nemen
Menu: Solarsyst. parameter > Solarsysteem in gebruik nemen ▶ Vul en ontlucht het solarsysteem. - Controleer de parameters voor het solarsysteem en stem deze indien noodzakelijk fijn af op het geïnstalleerde solarsysteem. ▶ Neem het solarsysteem in gebruik: \- Ja: Solarsysteem actief. De ISM-schakeluitgangen zijn voor het regelbedrijf vrijgeschakeld. \- Nee: Solarsysteem niet actief. De ISM-schakeluitgangen zijn voor het regelbedrijf geblokkeerd, kunnen echter handmatig worden ingeschakeld.8.6 Storingshistorie
Installateursniveau: Systeemstoringen Menustructuur → pagina 42. Hier kan de installateur de twintig storingen laten weergeven die het laatst in de installatie zijn opgetreden (storingsdatum, storingsbron, storingscode en storingsbeschrijving). De storingen die het eerst worden weergegeven, kunnen nog actief zijn.8.7 Serviceadres weergeven en instellen
Installateursniveau: Service adres Menustructuur en instelbereik → pagina 43. Voor de service kan de installateur hier zijn telefoonnummer en adres invoeren.  Spaties invoeren: ▶ Als het actuele teken een donkere achtergrond heeft, kunt u het met verwijderen (spatie = \_).8.8 Systeeminformatie weergeven
Installateursniveau: Systeeminfo Menustructuur → pagina 43. Systeeminformatie weergeven: - Datum eerste ingebruikneming (wordt automatisch bij de ingebruikneming geactiveerd) - Bestelnummer verwarmingstoestel (vaste waarde van verwarmingstoestel) - Productiedatum verwarmingstoestel (vaste waarde van verwarmingstoestel) - Bestelnummer en type regelaar (vaste waarde van fabriek) - Productiedatum regelaar (vaste waarde van fabriek) - Versie regelaarsoftware (vaste waarde van fabriek)8.9 Vloerdroogfunctie
Installateursniveau: Drogen vloer
Menustructuur en instelbereik → pagina 43.  Waarschuwing: Beschadiging van de vloer! ▶ Een ongemengd CV-circuit moet rechtstreeks op het verwarmingstoestel zijn aangesloten. Daarvoor moet het afgenomen vermogen via de te drogen vloer groter dan het minimale verwarmingstoestelvermogen zijn. ▶ Programmeer de vloerdroog-functie volgens de voorschriften van de leverancier van de vloer. Kijk ondanks de vloerdroogfunctie dagelijks naar de installatie en houd het voorgeschreven verslag bij. Met de vloerdroogfunctie kunnen verse vloeren op vloerverwarmingen volgens de voorschriften van de leverancier van de vloer worden gedroogd.  Vanaf de programmering tot aan de afsluiting van de vloerdroogfunctie is geen warmwaterbereiding mogelijk.Menu: Drogen vloer > Vloerdrogen annuleren
▶ Als de vloerdroogfunctie geactiveerd is, kan de functie met Ja worden uitgeschakeld.Menu: Drogen vloer > Maximale aanvoertemperatuur
▶ Stel de maximale aanvoertemperatuur (1) voor de vloerdroogfunctie in.Menu: Drogen vloer > Tijdsduur max. aanvoer-temperatuur
▶ Stel de periode (2) voor de maximale aanvoer-temperatuur in.Menu: Drogen vloer > Totale duur vloer drogen
De totale duur wordt automatisch berekend. Daarbij stijgt de aanvoertemperatuur niet meer dan 10 K per dag. Als de vloer deze stijging niet verdraagt, moet de totale duur worden verlengd. Daardoor neemt de stijging per dag overeenkomstig af. De eerste trap en de laatste trap van de aanvoertemperatuur bedraagt 25°C (vaste waarde). Voorbeeld: Maximale aanvoertemperatuur (1) = 50°C Vasthoudduur max. aanvoertemp. (2) = 7 dagen Max. stijgings-/dalingstemperatuur per = 5 K $$ 2 \mathrm{d} \times \frac {(5 0 ^ {\circ} \mathrm{C} - 2 5 ^ {\circ} \mathrm{C})}{5 \mathrm{K}} + 7 \mathrm{d} = 1 7 \mathrm{d} $$ Totale duur vloer drogen (3) = 17 dagen ▶ Stel de totale periode (3) voor de vloerdroog-functie in.Menu: Drogen vloer > Startdatum
▶ Stel de begindatum (4) voor de vloerdroog-functie in.Menu: Drogen vloer > Starttijd
▶ Stel de begintijd (4) voor de vloerdroogfunctie in. line
| Time Point | Voltage (V) | | :--- | :--- | | t=1 | 25 | | t=2 | 35 | | t=3 | 45 | | t=4 | 25 | | t=5 | 45 | | t=6 | 35 | | t=7 | 25 | The chart displays a voltage waveform with four distinct segments labeled 1 through 4. The x-axis represents time (t), and the y-axis represents voltage (VL). The labels '1' and '2' indicate specific intervals or phases of interest. The data is marked as '1d' and '1d'.9 Storingen verhelpen
Storingen van busdeelnemers worden weergegeven. Een storing van het verwarmingstoestel (bijv. storing EA) wordt in het display van de regelaar aangegeven. ▶ Raadpleeg een vakman voor verwarming.9.1 Storingen verhelpen met indicatie
text_image
9 12 h 15 -| Indicatie (→ Pos. 1, 3 en 4 in afbeelding 25)Tekst Code Oorzaak | Door installateur laten ver- helpen | ||
| Storingen 01Storing in HT-Buscommunicatie! | 10 Aan | IPM toegewezen bus-deelnemer FB 100 meldt zich niet meer. | Controleer de codering van de busdeelnemer, contro-leer de busverbinding en her-stel de onderbreking indien nodig. |
| 200 Verwarmingstoestel meldt zich niet meer. | |||
| 201 Verkeerde busdeelnemer aangesloten. | Identificeer de verkeerde busdeelnemer en vervang deze. | ||
| Storingen 02Interne storing | 40 Verkeerde busdeelnemer aangesloten. | Identificeer de verkeerde busdeelnemer en vervang deze. | |
| 41 Twee identieke coderingen op IPM ingesteld. | Schakel de installatie uit en corrigeer de codering. | ||
| 42 Coderschakelaar op IPM in tussenstand. | |||
| 50 Thermische desinfectie via IPM mislukt. | Zet de regelaar aanvoertem-peratuur van het verwar-mingstoestel helemaal naar rechts. | ||
| 100 ISM antwoordt niet. Controleer de busverbinding en herstel de onderbreking indien nodig. | |||
| 254 Overloop aan storingsmeldin-gen. | - | ||
| Storingen 02Interne storingVanwege EEPROM-problemen worden enkele parameters teruggezet naar de basisinstelling | 205 Zie displaytekst. ^1) | Controleer de parameters en stel deze indien nodig opnieuw in. Stel vast welke regelaar of afstandsbedie- ning defect is en vervang deze. | |
| Storingen 02Interne storingFW120/FB100 kan het verwarmingssys- teem niet meer besturen. | 255 Zie displaytekst. ^1) | Stel vast welke regelaar of afstandsbediening defect is en vervang deze. | |
| Storingen 03Voeler ruimtemp. defect | 20 De in de FW 120/FB 10 inge-bouwde kamertemperatuur- voeler is onderbroken. | Stel vast welke regelaar of afstandsbediening defect is en vervang deze. | |
| 21 De in de FW 120/FB 10 inge-bouwde kamertemperatuur- voeler is kortgesloten. | |||
| Indicatie (→ Pos. 1, 3 en 4 in afbeelding 25)Tekst Code Oorzaak | Door installateur laten ver- helpen | ||
| Storingen 10Systeemconfiguratie ongeldigAfstandsbediening voor niet-aanwezig verwarmingscircuit herkend of inge-steld, codering controleren! | 195 Zie | displaytekst.1) | Controleer de systeemop-bouw en de systeemconfigu-ratie en pas deze indien nodig aan. |
| Storingen 11Systeemconfiguratie nieuwe busdeelne-merNieuwe ISM herkend, aan alle ISM's tegelijkertijd spanning inschakelen en automatische systeemconfiguratie starten! | 131132 | Zie displaytekst.1) | |
| Storingen 11Systeemconfiguratie nieuwe busdeelne-merNieuwe afstandsbediening herkend. Controleer de systeemconfiguratie en pas deze aan. | 134 | ||
| Storingen 11Systeemconfiguratie nieuwe busdeelne-merNieuwe IPM herkend, systeemconfigura-tie controleren en aanpassen! | 135137139 | ||
| Storingen 12Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breektISM1/ISM2 niet herkend, bedrading controleren! | 170171 | Zie displaytekst.1) | |
| Storingen 12Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breektIPM voor de boiler in het secundaire cir-cuit wordt niet meer herkend, codering controleren! | 172 Zie | displaytekst.1) | Controleer en corrigeer de codering. Bij IPM in stroom-loze toestand. |
| Storingen 12Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breektIPM voor de boiler in het secundaire cir-cuit wordt niet herkend, bedrading en/of codering controleren! | 173 Zie | displaytekst.1) | |
| Indicatie (→ Pos. 1, 3 en 4 in afbeelding 25)Tekst Code Oorzaak | Door installateur laten ver- helpen | ||
| Storingen 12Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breektAfstandsbediening met codering 1 niet herkend. Controleer aansluiting en codering. | 175 Zie | displaytekst. 1) | |
| Storingen 12Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breek tIPM met codering 1 niet herkend. Con-troleer aansluiting en codering. | 178179 | Zie displaytekst. 1) | |
| Storingen 13Systeemconfiguratie busdeelnemer ver-anderd of verwisseldSysteemconfiguratie voor warmwater-bereidng controleren of automatische systeemconfiguratie starten. | 157 Zie | displaytekst. 1) | |
| Storingen 13Systeemconfiguratie busdeelnemer ver-anderd of verwisseldIPM verwarmingscircuit x bedrading en/of codering controleren! | 159 Zie | displaytekst. 1) | |
| Storingen 14Systeemconfiguratie niet-toegestane busdeelnemerWarmwaterbereiding wordt door ver-warmingstoestel gestuurd. Warmwater-bereiding via IPM is niet geactiveerd! | 117 Zie | displaytekst. 1) | Identificeer niet-toegestane busdeelnemer en verwijder deze uit de installatie. |
| Storingen 14Systeemconfiguratie niet-toegestane busdeelnemerIPM voor boiler moet op codering 3 of hoger zijn ingesteld. | 119 Zie | displaytekst. 1) | |
| Storingen 15Buitentemp.voeler niet aangeslotenGeen communicatie met de buitenvoel-ler! | 30 Zie | displaytekst. 1) | Controleer de buitentempe-ratuurvoeler en hef de onder-breking indien nodig op. |
| Storingen 19Opslaan ingestelde parameters niet mogelijk | 202 Busdeelnemer is geconfigu-reerd, maar momenteel niet beschikbaar. | Controleer systeemopbouw en systeemconfiguratie, pas deze indien nodig aan en stel parameters opnieuw in. | |
| Storingen 20Systeemconfiguratie ongeldig | 193 Ongeldige codering in de afstandsbediening voor het CV-circuit. | In combinatie met FW 120 is in de afstandsbediening alleen codering 1 mogelijk. | |
| Indicatie (→ Pos. 1, 3 en 4 in afbeelding 25) | Door installateur laten ver- helpen | ||
| Tekst Code Oorzaak | |||
| Storingen 21Systeemconfiguratie nieuwe busdeelnemer | 135137139 | Zie de displaytekst op de afstandsbediening. | |
| Storingen 22Systeemconfiguratie busdeelnemer ont-breekt | 178179 | Op de afstandsbedieningIPM met codering 1 niet her-kend. | Controleer aansluiting en codering van de IPM en pas deze indien nodig aan. |
| Storingen 23Systeemconfiguratie busdeelnemer ver-anderd of verwisseld | 159 Systeemconfiguratie aan de afstandsbediening voor CV-circuit 1 en aansluitingen aan IPM voor CV-circuit 1 niet toegestaan. | Controleer systeemconfigu-ratie voor CV-circuit 1 en aansluitingen aan IPM voor CV-circuit 1. | |
| Storingen 24Systeemconfiguratie niet-toegestane busdeelnemer | 119 Zie de displaytekst op de afstandsbediening. | ||
| Storingen 28Afstandsbediening is in het toestel gemonteerd. | 155 Afstandsbediening in verwar-mingstoestel ingebouwd. | Monteer de afstandsbedie-ning in het woongedeelte. | |
| Storingen 29Opslaan ingestelde parameters niet mogelijk | 202 Busdeelnemer is geconfigu-reerd, maar momenteel niet beschikbaar. | Controleer systeemopbouw en systeemconfiguratie, pas deze indien nodig aan en stel parameters op de afstands-bediening opnieuw in. | |
| Storingen 30Temperatuurvoeler mengklep defect | 7 Aan IPM aangesloten meng-kleptemperatuurvoeler (MF) defect. | Controleer mengkleptempe-ratuurvoeler (MF) en ver-vang deze indien nodig. | |
| Storingen 31Externe voeler aanvoertemperatuur defect | 6 Aan IPM aangesloten gemeenschappelijke tempe-ratuurvoeler (VF) defect. | Controleer gemeenschappe-lijke temperatuurvoeler (VF) en vervang deze indien nodig. | |
| Storingen 32Boilervoeler defect | 8 Aan IPM aangesloten boiler-temperatuurvoeler (SF) defect. | Controleer boilertempera-tuurvoeler (SF) en vervang deze indien nodig. | |
| Storingen 33Temperatuurvoelers verkeerd aangeslo-ten | 20 Aan de IPM zijn een boiler-temperatuurvoeler (SF) en een mengkleptemperatuur-voeler (MF) aangesloten. | Verwijder een van de tempe-ratuurvoelers (SF of MF). | |
| 21 Aan de IPM zijn twee gemeenschappelijke tempe-ratuurvoelers (VF) aangeslo-ten. | Verwijder een gemeenschappelijke temperatuurvoeler (VF). | ||
| 22 Aan IUM temperatuurvoeler aangesloten. | Verwijder de temperatuur-voeler en zet indien nodig een codeerbrug in. | ||
| Storingen 34Aangesloten temperatuurvoeler en func-tie passen niet bij elkaar | 23 Aan IPM aangesloten tempe-ratuurvoeler en toegewezen functie passen niet bij elkaar. | Controleer temperatuurvoe-ler en toegewezen functie en pas deze indien nodig aan. | |
| Storingen 40Temperatuurvoeler T1 collectorveld 1 defect | 101 Kortsluiting van voelerlei- ding ( T_1 ). | Controleer temperatuurvoe- ler ( T_1 ) en vervang deze indien nodig. | |
| 102 Onderbreking van voelerlei- ding ( T_1 ). | |||
| Storingen 41Temperatuurvoeler T2 Solarboiler defect | 103 Kortsluiting van voelerlei- ding ( T_2 ). | Controleer temperatuurvoe- ler ( T_2 ) en vervang deze indien nodig. | |
| 104 Onderbreking van voelerlei- ding ( T_2 ). | |||
| Storingen 50Solarpomp geblokkeerd of lucht in sys- teem | 121 Soarpomp (SP) zit vast door mechanische blokkering. | Draai de gleufschroef op de pompkop uit en draai de pompas met een schroeven- draaier los. Sla niet tegen de pompas. | |
| Lucht in solarsysteem. Ontlucht solarsysteem, vul indien nodig warmtedrager- vloeistof bij. | |||
| Storingen 51Verkeerd type temperatuurvoeler aan- gesloten | 122 Collectortemperatuurvoeler als boilertemperatuurvoeler ( T_2 ) gebruikt. | Gebruik het juiste type tem- peratuurvoeler. → Techni- sche gegevens in installatiehandleiding van ISM. | |
| 123 Boilertemperatuurvoeler als collectortemperatuurvoeler ( T_1 ) gebruikt. | |||
| 132 Temperatuurvoeler van het type PTC 1000 als boilertem- peratuurvoeler ( T_2 ) gebruikt. | |||
| 133 Temperatuurvoeler van het type PTC 1000 als collector- temperatuurvoeler ( T_1 ) gebruikt. | |||
| Storingen 52Temperatuurvoelers verwisseld | 124 Temperatuurvoelers ( T_1 en T_2 ) verwisseld. | Controleer de temperatuur- voelers en verwissel de aan- sluitingen indien nodig. | |
| Indicatie (→ Pos. 1, 3 en 4 in afbeelding 25)Tekst Code Oorzaak | Door installateur laten ver- helpen | ||
| Storingen 53Verkeerde montageplaats temperatuur-voeler | 125 Col | lectortemperatuurvoeler ( T_1 ) aan ingang collectorveld geinstalleerd. | Monteer collectortempera- tuurvoeler ( T_1 ) in de buurt van de collectorvelduitgang. |
| Storingen 54Temperatuur voor thermische desinfectie in Solarboiler niet bereikt | 145 Max | maximale temperatuur voor de solarboiler te gering. | Stel de maximale tempera- tuur voor de solarboiler hoger in. |
| Pompvolume van desinfectie- pomp (PE) te gering. | Stel het pompniveau op de desinfectiepomp (PE) hoger in of open het reduceer-DW- kraan verder, indien mogelijk. | ||
| Thermische desinfectie handmatig onderbroken voordat de noodzakelijkte temperatuur in de solarboiler is bereikt. | Geen storing. Storingsmel- ding wordt alleen 5 minuten weergegeven. | ||
| Storingen 55Solarsysteem nog niet in bedrijf gesteld | 146 Sol | arsysteem is nog niet in bedrijf. | Vul en ontlucht de solarin- stallatie volgens de docu- mentatie bij de solarinstallatie en bereid de installatie voor de ingebruik- neming voor. Neem de solarinstallatie vervolgens in bedrijf. |
| Storingen 56Minstens één pomp of één DWK in handmatig bedrijf | 147 Pomp (SP) in handmatig bedrijf. | Zet de parameter voor pomp terug op „Automatisch“. | |
| 154 Pomp (PE) in handmatig bedrijf. | |||
| Klacht Oorzaak Oplossing | ||
| Gewenste kamertemperatuur wordt niet bereikt. | Thermostaatkraan of -kranen te laag ingesteld. | Stel de thermostaatkraan of de -kranen hoger in. |
| Verwarmingscurve te laag ingesteld. „Stel | Temperatuurniveaus“ voor „Verwarmen“ hoger in of laat de verwarmingscurve door een installateur corrigeren. | |
| Regelaar aanvoertemperatuur van verwarmingstoestel te laag ingesteld. | Stel regelaar aanvoertemperatuur hoger in. | |
| Beperk eventueel het effect van de solaroptimalisatie. | ||
| Lucht in de verwarminginstallatie. Ontlucht de verwarmingssradiatoren en de verwarminginstallatie. | ||
| Verwarmen duurt te lang. „Verwarmingssnelheid“ te laag ingesteld. | „Verwarmingssnelheid“ bijv. op „Snel“ instellen. | |
| Gewenste kamertemperatuur wordt ver overschreden. | Verwarmingsradiatoren worden te warm. | Stel de thermostaatknop of -knoppen lager in. |
| „Stel Temperatuurniveaus“ voor „Verwarmen“ lager in of laat de verwarming-scurve door een installateur corrigeren. | ||
| Montageplaats van FW 120 ongunstig, bijv. bij buitenmuur, in de buurt van raam, luchtstroom, enz. | Kies een betere plaats voor de FW 120 en laat deze door een installateur verplaatsen. | |
| Te grote kamertemperatuurschommelingen. | Tijdelijke inwerking van warmte van andere bronnen op de ruimte, bijv. zonlicht, verlichting, televisie, open haard, enz. | „Laat Ruimte-invloed“ door een installateur verhogen. |
| Kies een betere plaats voor de FW 120 en laat deze door een installateur verplaatsen. | ||
| Stijging in plaats van daling van temperatuur. | Tijd van de dag verkeerd ingesteld. Controleer de instelling. | |
| Tijdens functie „Sparen“ en/of „Eco“ te hoge kamertemperatuur. | Grote warmteopslag van het gebouw. Kies de schakeltijd voor „Sparen“ en/of „Eco“ vroeger. | |
| Verkeerde regeling of geen regeling. | Busverbinding of busdeelnemer defect. Laat de busverbinding door een installateur volgens het aansluitschema controleren en indien nodig corrigeren. | |
| Alleen de automatische functie kan worden ingesteld. | Functieschakelaar defect. Laat FW 120 do door een installateur vervangen. | |
| Boiler wordt niet warm. Regelaar warmwatertemperatuur op verwarmingstoestel te laag ingesteld. | Stel regelaar warmwatertemperatuur hoger in. | |
| Beperk eventueel het effect van de solaroptimalisatie. | ||
| Zet de regelaar aanvoertemperatuur van het verwarmingstoestel helemaal naar rechts. | ||
Toestelgegevens
Type: Bestelnummer:...... Fabricagedatum (FD...):......10 Energie besparen
- Bij de weersafhankelijke regeling wordt de aanvoertemperatuur geregeld overeenkomstig de ingesteld verwarmingscurve. Hoe kouder de buitentemperatuur, hoe hoger de aanvoertemperatuur. Om energie te besparen: Stel de verwarmingscurve overeenkomstig de isolatie van het gebouw en de omstandigheden van de installatie zo laag mogelijk in (→ hoofdstuk 8.3 vanaf pagina 44). - Vloerverwarming: De aanvoertemperatuur niet hoger instellen dan de door de installateur aanbevolen maximale aanvoertemperatuur. (BV.: 60°C). - Het temperatuurniveau en de schakeltijden op het temperatuurgevoel van de bewoners afstemmen. \- Verwarmen comfortabel wonen \- Sparen =actief wonen \- Eco afwezig of slapen - Stel in alle kamers de thermostaatkranen zo in dat de gewenste kamertemperatuur ook kan worden bereikt. Verhoog het temperatuurniveau pas als de temperatuur na lange tijd niet bereikt wordt ( hoofdstuk 6.2.2 op pagina 29). - Door het verlagen van de ruimtetemperatuur tijdens spaarfasen kan veel energie worden bespaard: verlagen van de ruimtetemperatuur met 1 K (°C): tot 5% energiebesparing. Niet zinvol: De ruimtetemperatuur van dagelijks verwarmde ruimten te laten dalen beneden +15 °C. De afgekoelde muren geven dan koude af, de ruimtetemperatuur wordt verhoogd en zo wordt meer energie verbruikt dan bij een gelijkmatige warmteaanvoer. - Goede warmte-isolatie van het gebouw: De ingestelde temperatuur voor Sparen wordt niet bereikt. Toch wordt energie bespaard omdat de verwarming uitgeschakeld blijft. Stel het schakelpunt voor Sparen vroeger in. - Laat bij het luchten het venster niet op een kier staan. Daarbij wordt voortdurend warmte aan de ruimte onttrokken zonder dat de ruimtelucht noemenswaardig wordt verbeterd. - Het is beter om kort, maar intensief te luchten (raam geheel openen). - Draai tijdens het luchten de thermostaatkraan dicht of zet de functieschakelaar op Eco. - Het temperatuurniveau en de schakeltijden van de warmwaterbereiding op de warmwaterbehoefte van de bewoners afstemmen.Solaroptimalisatie
Activeer de Invloed optimalisatie WWdoor het instellen van een waarde tussen 1 K en 20 K → hoofdstuk 6.6 op pagina 36. Als het effect van de Invloed optimalisatie WW te sterk is, dient u de waarde stapsgewijs te verminderen. Activeer de Optimalisatieinvloed CV circuit door het instellen van een waarde tussen 1 K en 5 K → hoofdstuk 6.6 op pagina 36. Als het effect van de Optimalisatieinvloed CV circuit te sterk is, dient u de waarde stapsgewijs te verminderen.11 Milieubescherming
Milieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch. Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn. Wetten en voorschriften ten aan- zien van de milieubescherming worden strikt in acht genomen. Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en materialen toe.Verpakking
Wat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclagesystemen in de verschillende landen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen worden gerecycled.Oud toestel
Oude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd.12 Individuele instellingen van de tijdprogramma's
Hier vindt u de basisinstellingen en de persoonlijke instellingen van de tijdprogramma's.12.1 Verwarmingsprogramma
Het instellen van het verwarmingsprogramma is beschreven in hoofdstuk 6.2 op pagina 28.![]() | P1 P2 P3 | P4 P5 P6 | ||||||||||
| °C | t | °C | t | °C | t | °C | t | °C | t | °C | ||
| Basisinstelling | ||||||||||||
| M a | D | 0 | 6 | : | 0 | 0 | 2 | 2 | : | 0 | ||
| V r | 0 | : | 0 | 0 | 2 | 3 | : | 3 | 0 | |||
| Z a | 0 | : | 0 | 0 | 2 | 3 | : | 3 | 0 | |||
| Zo | 08:00 | 22:00 | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
| Persoonlijke instelling | ||||||||||||
| Alle dagen | ||||||||||||
| Ma - Vr | ||||||||||||
| Za - Zo | ||||||||||||
| Maandag | ||||||||||||
| Dinsdag | ||||||||||||
| Woensdag | ||||||||||||
| Donderdag | ||||||||||||
| Vrijdag | ||||||||||||
| Zaterdag | ||||||||||||
| Zondag | ||||||||||||
12.2 Warmwaterprogramma
Het instellen van het warmwaterprogramma is beschreven in hoofdstuk 6.3 op pagina 30.| P1 P2 P3 | P4 P5 P6 | °C | t | °C | t | °C | t | °C | t | |||
| °C | t | °C | t | |||||||||
| Basisinstelling | ||||||||||||
| Ma - Do | 60/Aan | 6:00 | 15/Uit | 2 3 : | 0 | 0 | - | - | - | - | - | - |
| Vr | 60/Aan | 6:00 | 15/Uit | 2 3 : | 0 | 0 | - | - | - | - | - | - |
| Za | 60/Aan | 7:00 | 15/Uit | 2 3 : | 0 | 0 | - | - | - | - | - | - |
| Zo | 60/Aan | 8:00 | 15/Uit | 2 3 : | 0 | 0 | - | - | - | - | - | - |
| Persoonlijke instelling | ||||||||||||
| Alle dagen | ||||||||||||
| Ma - Vr | ||||||||||||
| Za - Zo | ||||||||||||
| Maandag | ||||||||||||
| Dinsdag | ||||||||||||
| Woensdag | ||||||||||||
| Donderdag | ||||||||||||
| Vrijdag | ||||||||||||
| Zaterdag | ||||||||||||
| Zondag | ||||||||||||
12.3 Warmwatercirculatieprogramma
Het instellen van het circulatieprogramma is beschreven in hoofdstuk 6.3 op pagina 30.| [48xK] | P1 P2 P3 | P4 P5 P6 | Aan/Uit | t | Aan/Uit | t | Aan/Uit | t | Aan/Uit | t | ||
| Aan/Uit | t | Aan/Uit | t | |||||||||
| Basisinstelling | ||||||||||||
| Ma - Do | 60/Aan | 6:00 | 15/Uit | 2 | 3 | : 0 | 0 | - | - | |||
| Vr | 60/Aan | 6:00 | 15/Uit | 2 | 3 | : 0 | 0 | - | - | |||
| Za | 60/Aan | 7:00 | 15/Uit | 2 | 3 | : 0 | 0 | - | - | |||
| Zo | 60/Aan | 8:00 | 15/Uit | 2 | 3 | : 0 | 0 | - | - | |||
| Persoonlijke instelling | ||||||||||||
| Alle dagen | ||||||||||||
| Ma - Vr | ||||||||||||
| Za - Zo | ||||||||||||
| Maandag | ||||||||||||
| Dinsdag | ||||||||||||
| Woensdag | ||||||||||||
| Donderdag | ||||||||||||
| Vrijdag | ||||||||||||
| Zaterdag | ||||||||||||
| Zondag | ||||||||||||
