KMI 13291 F - Afzuigkap AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KMI 13291 F AMICA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KMI 13291 F AMICA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KMI 13291 F - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KMI 13291 F van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING KMI 13291 F AMICA
Deze kookplaat van biedt een combinatie van gemakkelijke bediening en doeltreffende werking. Als u deze gebruikershandleiding doorgelezen heeft, dan mag de bediening van de plaat geen probleem meer vormen.
Voor de kookplaat ingepakt werd en de fabriek verliet, werd ze bij de controleposten zorgvuldig gecontroleerd op het vlak van veiligheid en functionaliteit.
Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen.
De instructies in de handleiding helpen u om verkeerd gebruik te voorkomen.
Bewaar deze gebruikershandleiding en zorg dat ze altijd binnen handbereik is.
Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding zorgvuldig nageleefd worden.
Opgelet!
Het toestel mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding volledig doorgelezen en begrepen heeft.
Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Het gebruik van het toestel voor andere doeleinden (bv. de verwarming van ruimtes) is in tegenstrijd met zijn bestemming en kan gevaar veroorzaken.
De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.
Basisinformatie....36
Veiligheidsinstructies....38
Energiebesparing....40
Uitpakken....40
Recyclage van gebruikte toestellen 40
Beschrijving van het toestel....41
Installatie....43
Aansluiting van de plaat op de elektrische installatie....45
Instructies voor de installateur....45
Bediening....47
Werkingsprincipes van een inductieveld....47
Detector voor de aanwezigheid van een pot....48
Keuze van potten en pannen om te koken op een inductieveld....49
Keuze van potten en pannen voor een inductieveld....50
Bedieningspaneel....51
Aanschakelen van de kookplaat....51
Aanschakelen van een kookveld....51
Instelling van het niveau van het verwarmingsvermogen van het inductieveld....52
Functie Booster....52
Bediening van de functie Booster....53
Blokkadefunctie....53
Blokkering van de kookplaat....53
Deblokkering van de kookplaat tijdens het koken....54
Permanente deblokkering van de kookplaat....54
Restwarmte-indicator....55
Beperking van de werkingstijd....55
Automatische snelkookfunctie....56
Klokfunctie....57
Aanschakeling van de klok....57
Wijziging van de geprogrammeerde kooktijd....58
Controle van de verstreken kooktijd....58
Uitschakeling van de klok....58
Klok als timer....59
Aanschakeling van de timer....59
Uitschakeling van de timer....59
Opwarmfunctie....60
Functie Stop'n go....60
Functie Bridge....61
Uitschakeling van één kookveld....62
Uitschakeling van de volledige kookplaat....62
Reiniging en onderhoud....63
Handelswijze bij probleemsituaties....65
Technische gegevens....67
Garantie....67
- Voordat u de keramische kookplaat voor de eerste maal aanschakelt, moet u de gebruikershandleiding grondig doorlezen. Op die manier bent u zeker dat u het toestel veilig gebruikt en vermijdt u beschadiging van de plaat.
- Als de keramische plaat gebruikt wordt in de onmiddellijke nabijheid van een radio, televisie of andere zendapparatuur, moet u controleren of het bedieningspaneel van de keramische plaat correct werkt.
- De plaat moet aangesloten worden door een erkend installateur-elektricien.
- De plaat mag niet in de nabijheid van koelinstallaties geïnstalleerd worden.
- De meubels, waarin de plaat ingebouwd wordt moeten bestand zijn tegen een temperatuur tot 100°C. Dit geldt voor de bekleding, randen, oppervlakken in kunststof, lijmen en lakken.
- De plaat mag enkel gebruikt worden nadat ze ingebouwd is. Op die manier voorkomt u dat u in aanraking komt met de onderdelen die onder stroom staan.
- Herstellingen aan elektrische toestellen mogen enkel uitgevoerd worden door specialisten. Onvakkundige herstellingen kunnen een risico vormen voor de gebruiker.
- Het toestel is pas ontkoppeld van het stroomnet als de zekering uitgeschakeld is of als de stekker uit het stopcontact getrokken is.
- Men moet ervoor zorgen dat kinderen niet met het toestel spelen.
Tijdens het gebruik van de plaat kunnen de kookvelden heet zijn. Laat kinderen niet in de buurt van de plaat komen tijdens het gebruik ervan. - Dit toestel mag niet gebruikt worden door personen met beperkte motorische, sensorische of psychische capaciteiten (met inbegrip van kinderen), of personen zonder ervaring of kennis van het toestel, tenzij dit gebeurt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruikershandleiding van het toestel, die overgedragen werd door de personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.
- Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewissen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz).
- De ingebouwde indicator voor restverwarming geeft aan of de plaat aangeschakeld is of nog heet is.
- Bij stroompanne worden alle instellingen gereset. Als de stroom terugkeert moet u voorzichtig zijn. Zolang de kookvelden heet zijn, zal de indicator voor restverwarming "H".
- Als het stopcontact dichtbij een kookveld ligt, moet u opletten dat de kabel van de kookplaat de verwarmde plaatsen niet aanraakt.
- Laat de plaat niet zonder toezicht achter bij het gebruik van oliën en vetten, want er kan brand ontstaan.
- Gebruik geen potten of pannen uit kunststof of aluminiumfolie. Deze smelten bij hoge temperaturen en kunnen de keramische plaat beschadigen.
- Suiker, citroenzuur, zout enz. in vaste of vloeibare vorm en kunststoffen mogen niet in aanraking komen met een verwarmd kookveld.
-
Als er per ongeluk suiker of kunststof op de hete plaat terechtkomt, mag u in geen geval de plaat uitschakelen, maar moet u de suiker of de kunststof met een scherpe schraper van de plaat schrapen. Zorg ervoor dat uw handen beveiligd zijn tegen brandwonden.
-
Bij een keramische plaat mogen enkel potten en pannen gebruikt worden met een platte bodem, zonder randen of uitstulpingen, want anders kunnen er blijvende krassen ont-staan op de plaat.
- Het verwarmingsoppervlak van de keramische plaat is bestand tegen thermische schokken. Het is niet gevoelig voor koude of hitte.
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de plaat vallen. Een inslag van een scherp voorwerp, bv. een potje met kruiden, kan onder een slechte hoek barsten of splintering van de keramische plaat veroorzaken.
- Via beschadigde plaatsen kunnen kokende spijzen terechtkomen in de onderdelen van de plaat die onder stroom staan.
- Als het oppervlak gebarsten is, moet u de stroom uitschakelen om elektrocutie te vermijden.
- De instructies voor het onderhoud en de reiniging van de keramische plaat moeten altijd opgevolgd worden. Bij verkeerd onderhoud of reiniging neemt de producent geen verantwoordelijkheid op zich op basis van de garantie.
- Het oppervlak van de plaat mag niet gebruikt worden als snijplank of werkblad.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels worden best niet op het oppervlak van de kookplaat gelegd, want ze kunnen hierdoor heet worden.
- De kookplaat mag niet ingebouwd worden boven een oven zonder ventilator, boven een vaatwasmachine, koelkast, diepvriezer of wasmachine.

Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken, bespaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar draagt u ook bewust bij aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energiebesparing! Dat kan op volgende manier:
- Gebruik goede potten en pannen om te koken.
Potten met een vlakke en dikke bodem laten toe om tot 1/3 te besparen op elektriciteit. Gebruik ook een deksel, wan anders stijgt het energieverbruik zelfs tot vier maal.
- Zorg ervoor dat de kookvelden en debodem van de potten proper zijn.
Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.
- Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.
- Bouw de plaat niet in de onmiddellijke nabijheid van koelkasten of diepvriezers.
Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.
Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool.
Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten bereik van kinderen gehouden worden.
Op het einde van de gebruikspériode mag dit product niet bij het gewoon huisvuil geplaatst worden, maar moet het afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.
De materialen die gebruikt zijn bij de productie van het toestel zijn geschikt voor hergebruik volgens hun bestemming. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materialen of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.
Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.
Beschrijving van de plaat PB\*4VI511FTB4S\*

flowchart
graph TD
A["Kookveld (rechts achteraan)"] --> B["Kookveld (links achteraan)"]
B --> C["Kookveld (links vooraan)"]
C --> D["Kookveld (rechts vooraan)"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Bedieningspaneel

flowchart
graph TD
A["4"] --> B["5"]
A --> C["8"]
A --> D["8."]
A --> E["5"]
B --> F["3"]
C --> G["8."]
D --> H["8."]
E --> I["3"]
F --> J["8."]
G --> K["8."]
H --> L["8."]
I --> M["8."]
J --> N["1"]
K --> O["2"]
L --> P["P"]
M --> Q["6"]
N --> R["7"]
- Aan/uitsensor voor de kookplaat met leddiode
- Sensor voor wijziging van het verwarmingsvermogen
- Sensor voor keuze van het kookveld met indicator
- Sensor voor activering van de klok/timer met indicator
- Signalisatiediodes voor het aanschakelen van de klok voor de verschillende kookvelden
- Sensor van de functie Booster
- Sensor van de pauzefunctie met leddiode
Beschrijving van de plaat PB\*4VI511AFTB4S\*

flowchart
graph TD
A["Kookveld (rechts achteraan)"] --> B["Kookveld (links achteraan)"]
B --> C["Kookveld (links vooraan)"]
C --> D["Kookveld (rechts vooraan)"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Bedieningspaneel

flowchart
graph TD
A["4"] --> B["8"]
A --> C["5"]
B --> D["3"]
C --> E["3"]
D --> F["8."]
E --> G["8."]
F --> H["1"]
G --> I["2"]
H --> J["..."]
I --> K["..."]
J --> L["P"]
K --> M["II"]
L --> N["6"]
M --> O["7"]
- Aan/uitsensor voor de kookplaat met leddiode
- Sensor voor wijziging van het verwarmingsvermogen
- Sensor voor keuze van het kookveld met indicator
- Sensor voor activering van de klok/timer met indicator
- Signalisatiediodes voor het aanschakelen van de klok voor de verschillende kookvelden
- Sensor van de functie Booster
- Sensor van de pauzefunctie met leddiode
Installatie van de plaat PB\*4VI511\*FTB\*S\*;
- bereid de plaats (opening) in het blad van het meubel voor volgens de afmetingen die op de montagefiguur aangeduid zijn (Fig. A),
- laat ten minste 50 mm ruimte tussen het toestel en de aanpalende verticale wanden van keukenkasten,
- de hoogte van de gemonteerde plaat bedraagt 50 mm,
- als de kookplaat afgeschermd is van de rest van de kast door een horizontale beschermplaat, dan moet de vrije ruimte tussen de bodem van de ombouw van de kookplaat en de beschermplaat ten minste 25 mm hoog zijn – dit garandeert een vrije luchtcirculatie.
- in het achterdeel van de beschermplaat moet een vierkante opening van ten minste 80 x 80 mm gemaakt worden (Fig. C),
- de doorsnede van de leiding moet gekozen worden volgens het vermogen van de plaat (dit moet uitgevoerd worden door een erkend installateur),
- sluit de plaat aan met de elektrische leiding volgens het bijgevoegde aansluitschema,
- verwijder alle stof van het blad, plaats de plaat in de opening en druk ze stevig aan tegen het blad (Fig. B).
Fig. A

text_image
616 (770*) 518 50 600 500 (490*) 50 600 (750*)* de afmeting geldt voor de plaat PB*4VI511 AFTB*S*
Fig. B

text_image
1 2 31 - blad
2 - pakking van de plaat
3 - keramische plaat
Fig. C

Inbouw in het blad van het ondersteu-nende kastje

Inbouw in het werkblad boven een oven met ventilatie

Het is verboden om de plaat boven een oven zonder ventilatie te installeren.
Aansluiting van de plaat op de elektrische installatie
Opgelet!
De plaat mag enkel op de elektrische installatie aangesloten worden door een erkend installateur met de benodigde kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.
Instructies voor de installateur
De plaat is uitgerust met een aansluitdoos die toelaat om de gepaste aansluiting te kiezen voor het concrete soort elektrische voeding.
De aansluitdoos laat volgende aansluitingen toe:
- eenfasige 230V \~
- tweefasige 400V 2N \~
De plaat kan aangesloten worden op de gepaste voeding door de gepaste klemmen op de contactstrip te verbinden volgens het aansluitschema.
Het aansluitschema bevindt zich ook op de onderkant van de onderafscherming. De contact-strip is bereikbaar door het deksel van de aansluitdoos te openen. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van de plaat.
Opgelet!
Vergeet niet het veiligheidscircuit aan te sluiten op de contactstrip, die aangegeven is met het teken ⏻. De elektrische installatie, die de plaat van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering. Daarnaast kan de voedingsleiding aanvullend beveiligd worden met een stroombegrenzer die de stroomtoevoer kan afsnijden in noodgevallen.
Voordat u de plaat op de elektrische installatie aansluit moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.
OPGELET! De installateur is verplicht om aan de gebruiker een "certificaat van aansluiting van de kookplaat op de elektrische installatie" uit te geven (die bevindt zich op de garantie- kaart).
Als de plaat geïnstalleerd wordt op een andere manier dan aangegeven op het schema kan dit beschadigingen veroorzaken.
| SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselementen 230V | ||||
![]() | Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de veiligheidsleiding aangesloten zijn op de klem + | Aanbevo-len soort aansluit-leiding | ||
| 1 | Voor netwerken 230 V eenfasige aankoppeling met nulleider, de bruggen verbinden klemmen 1-2 en 4-5, nulleider op 4, aardingsleiding op + | 1N~ | ![]() | H05VV-F of H05RR-F 3X 4 mm ^2 |
| 2 | Voor netwerken 400/230 V twe-efasige aankoppeling met nulleider, de bruggen verbinden klemmen 4-5, nulleider op 4, aardingsleiding op + | 2N~ | ![]() | H05VV-F of H05RR-F 4X 2,5 mm ^2 |
| L1=R, L2=S, N=klem van de nulleider, + klem van de aardingsleiding | ||||
Voordat u de plaat voor de eerste maal aanschakelt
- eerst dient u de keramische plaat grondig te reinigen. De keramische plaat moet behandeld worden als een glazen oppervlak.
- bij het eerste gebruik kunnen er tijdelijk geuren ontstaan. Daarom schakelt u best de ventilatie aan in de ruimte of doet u een raam open.
• voer alle bedieningshandelingen uit in overeenstemming met de veiligheidsinstructies.
Werkingsprincipes van een inductieveld

De elektrische generator drijft een spoel aan die zich binnenin het toestel bevindt. Deze spoel genereert een magnetisch veld en op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt zullen er inductiestromen naar de pot doorstromen.
Deze stromen zorgen ervoor dat de pot de echte warmtebron wordt, terwijl het glazen oppervlak van de plaat koel blijft.
Dit systeem is ontworpen voor het gebruik van potten, waarvan de bodem geschikt is voor samenwerking met een magnetisch veld.
In het algemeen wordt de inductietechnologie gekenmerkt door twee voordelen.
- omdat de warmte enkel uitgezonden wordt met behulp van de pot, is een maximale benutting van de warmte mogelijk,
- er komt geen warmte-inertie voor, omdat het koken automatisch begint op het moment dat de pot op de plaat gezet wordt en eindigt op het moment dat hij van de plaat genomen wordt.
Veiligheidsuitrusting: Als de plaat correct geïnstalleerd en gebruikt wordt, wordt de veiligheidsuitrusting zelden gebruikt.
Ventilator: Dient om de besturings- en aandrijfelementen te beschermen en te koelen. Hij kan werken aan twee snelheden en wordt automatisch aangeschakeld. De ventilator werkt als de kookvelden uitgeschakeld zijn en tot op het moment dat het elektronisch systeem voldoende afgekoeld is.
Thermische beveiliging: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt voortdu-rend gemeten met behulp van een sonde. Als de temperatuur gevaarlijk stijgt, vermindert dit systeem automatisch het vermogen van het kookveld of schakelt de kookvelden die zich het dichtst bij de verwarmde elektronische onderdelen bevinden, uit.
Detectie: De potdetector ofwel detector voor de aanwezigheid van een pot, regelt de werking, en dus het verwarmen van de plaat. Kleine voorwerpen op het verwarmingsvlak (bv. een lepeltje, een mes, een ring,...) worden niet herkend als potten en de plaat wordt dan ook niet aangeschakeld.
Detector voor de aanwezigheid van een pot in het inductieveld
De potdetector is geïnstalleerd in de platen met inductievelden. Tijdens de werking van de plaat start en stopt de potdetector automatisch de warmtegeneratie in het kookveld op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt of eraf gehaald wordt. Dit zorgt dus voor energiebesparing.
- Als het kookveld gebruikt wordt samen met een gepaste pot dan wordt het warmteniveau aangegeven op de display.
- De inductietechnologie vereist het gebruik van aangepaste potten met een bodem uit magnetisch materiaal (Tabel p. 50).

Als er geen pot op het kookveld geplaatst is of als er een slechte pot gebruikt wordt, dan zal het symbool ⚫ . Het veld zal niet aangeschakeld worden.
Als er binnen 10 minuten geen pot gedetecteerd wordt, dan wordt de aanschakeloperatie van de plaat gereset.
Het kookveld dient uitgeschakeld te worden met gebruik maken van de sensorbesturing en niet alleen door de pot weg te nemen.

De potdetector werkt niet als aan/uitknop van de plaat.
De keramische kookplaat is uitgerust met sensoren die bediend worden door met de vinger op de aangeduide vlakken te drukken.
Elke bijsturing van de sensor wordt bevestigd met een geluidssignaal.

Let erop dat u bij het aan- en uitschakelen of bij het instellen van het verwarmingsniveau slechts op één sensor tegelijk drukt. Als u op meerdere sensoren tegelijk drukt, zal het systeem de besturingssignalen niet herkennen en bij langdurig indrukken van meerdere knoppen verschijnt er een foutsignaal.
Schakel na het gebruik de kookvelden uit met de regelaar en laat u niet leiden door de aanduidingen van de potdetector.

De goede kwaliteit van de gebruikte potten is een basisvoorwaarde voor een goede en doeltreffende werking van de plaat.

Keuze van potten en pannen om te koken op een inductieveld.
- Gebruik altijd potten van hoge kwaliteit, met een perfect platte bodem: het gebruik van zulke potten voorkomt het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur, waar de spijzen tijdens het koken kunnen aanbakken. Potten en pannen met dikke metalen wanden zorgen voor een ideale verspreiding van de warmte.
- Zorg ervoor dat de bodem van de potten droog is: tijdens het vullen van de pot of bij gebruik van een pot die uit de koelkast komt moet u controleren of de bodem volledig droog is voordat u de pot op de plaat plaatst. Zo raakt het oppervlak van de plaat niet vervuild.
- Door een deksel op de pot de plaatsen voorkomt u warmteverlies. Op die manier verkort u de verwarmingstijd en vermindert u het verbruik van elektriciteit.
De inductieplaat heeft vier kookvelden waarvan het midden telkens aangeduid is met een driehoek (▲). De potten kunnen naar keuze in elk kookveld geplaatst worden. De pot moet echter altijd het driehoekteken (▲) volledig bedekken.

Het vermogen wordt optimaal be- nut als de driehoek (▲) zich in het midden van de pot bevindt.
Grote potten zoals braadsledes kunnen tegelijkertijd op twee kookvelden geplaatst worden met de functie „Bridge”. In zulke situatie moet de pot de driehoeken (▲) van twee verticale kookvelden bedekken.

text_image
Optimaal vermogen
De kleinste en grootste doorsneden worden in de onderstaande tabel aangeduid en ze zijn ook afhankelijk van de kwaliteit van de pan.
| Inductie kookzone Doorsnede van een pan geschikt voor inductie koken | ||
| Doorsnede (mm) Minimum (mm) Maximum (mm) | ||
| 210 140 210 | ||

Bij gebruik van kookpannen, die kleinere doorsneden dan de kleinste bovenge-noemde doorsnede hebben, kan de inductie kookzone niet werken.

Keuze van potten en pannen voor een inductieveld
| Aanduiding op kook-gerei | ![]() | Controleer of er op het etiket een symbool staat, dat aangeeft dat de pot geschikt is voor inductieplaten |
| Gebruik magnetische potten (uit geëmailleerd staal, ferritisch roestvrij staal, gietijzer), controleer dit door een magneet tegen de bodem van de pot te kleven (moet eraan blijven plakken) | ||
| Roestvrij staal De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerd | ||
| Met uitzondering van potten uit ferromagnetische staal | ||
| Aluminium De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerd | ||
| Gietijzer Zeer efficiënt | ||
| Opgelet: de potten mogen geen krassen maken op de plaat | ||
| Geëmailleerd staal Zeer efficiënt | ||
| Potten en pannen met een platte, dikke en gladde bodem worden aangeraden | ||
| Glas De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerd | ||
| Porselein De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerd | ||
| Potten en pannen met koperen bodem | De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerd | |
Bedieningspaneel
Het bedieningspaneel is uitgerust met de innovatieve sensors (3,4) „DIGI Select-Sensor“, waarbij de indicator van het kookveld (display) tegelijkertijd de keuzesensor voor het kookveld of de klok is. De sensor voor wijziging van het verwarmingsvermogen (2) is uitgevoerd volgens de „Slider-technologie“, die toelaat om zowel het verwarmingsvermogen (1-9) als de instellingen van de klok (1-99) te regelen door met de vinger op de aangeduide zone te drukken en erover te schuiven:
- naar rechts – groter verwarmingsvermogen
- naar links – kleiner verwarmingsvermogen
Daarnaast is het mogelijk om rechtstreeks het gepaste verwarmingsvermogen op de sensor te kiezen door op gelijk welke plaats van de sensor voor wijziging van het verwarmingsvermogen (2) te drukken.
- Na het aansluiten van de plaat op het stroomnet gaan alle indicatoren even branden. De kookplaat is klaar voor gebruik.
- De kookplaat is uitgerust met elektronische sensors, die u kunt aanschakelen door er gedurende minimum 1 seconde met de vinger op te drukken.
- Telkens de sensors aangeschakeld worden, weerklinkt er een geluidssignaal.

Plaats geen voorwerpen op de oppervlakken van de sensors (hierdoor kan een defectsignaal gegenereerd worden). Deze oppervlakken moeten steeds rein gehouden worden.
Aanschakeling van de kookplaat
Hou de aan/uitsensor (1) gedurende ten minste 1 seconde ingedrukt met uw vinger. De kookplaat is actief, boven de sensor (1) brandt de leddiode, en op alle indicatoren (3,4) brandt het cijfer „0” en knippert het decimaalpunt.

Als er binnen 20 seconden geen enkele sensor bijgestuurd wordt, dan schakelt de kookplaat zichzelf uit.

flowchart
graph TD
A["4"] --> B["3"]
A --> C["3"]
B --> D["1"]
C --> E["2"]
D --> F["•"]
E --> G["•"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#cfc,stroke:#333
style E fill:#cfc,stroke:#333
style F fill:#fcc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
Aanschakeling van een kookveld
Na het aanschakelen van de kookplaat met de aan/uitsensor (1) moeten de gewenste kookvelden binnen de volgende 20 seconden aangeschakeld worden.
-
Als u op de sensor van het gekozen ko- okveld (3) drukt, verschijnen het cijfer "0" en het decimaalpunt op de indicator van het verwarmingsvermogen van dit kookveld.
-
Schuif met uw vinger over sensor (2) om het gewenste verwarmingsvermogen in te stellen.

Als er binnen 20 seconden na het aanschakelen van de plaat geen enkele sensor bijgestuurd wordt, dan schakelt het kookveld zichzelf uit.

Het kookveld is actief, als er op alle displays een cijfer of een letter en een deci-maalpunt branden. Dit betekent dat het verwarmingsvermogen van het kookveld ingesteld kan worden.
Instelling van het verwarmingsvermogen van een inductieveld
Terwijl "0" en het decimaalpunt verschijnen op de indicator van het kookveld (3), kunt u het gewenste verwarmingsvermogen instellen door met uw vinger over de sensor (2) te schuiven.
Functie Booster "P"
De functie Booster verhoogt het vermogen van veld ø 210 van 2100W tot 3700W. Als een kookveld (3) aangeschakeld en actief is, dan wordt de functie Booster (versneld koken) aangeschakeld door op de sensor (6) te drukken. Dit wordt aangegeven door de letter "P" op de display van het kookveld (3).
De functie Booster kan uitgeschakeld worden door op de sensor (2) te drukken en het verwarmingsvermogen te verminderen terwijl het kookveld actief is, of door de pot van het kookveld te heffen.

text_image
① 3 P. 2 6
De werkduur van de functie Booster is door het sensorpaneel beperkt tot 10 minuten. Na automatische uitschakeling van de functie Booster verwarmt het kookveld verder aan nominaal vermogen. De functie Booster kan opnieuw aangeschakeld worden op voorwaarde dat de temperatuursensors in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten.
Als de pot van het kookveld genomen wordt terwijl de functie Booster werkt, dan is de functie nog steeds actief en het aftellen gaat voort.
Als de temperatuur (van het elektronische systeem of de spoel) van het kookveld overschreden wordt terwijl de functie Booster werkt, dan wordt de functie Booster automatisch uitgeschakeld. Het kookveld keert terug naar zijn nominale vermogen.
Bediening van de functie Booster
Alle kookvelden zijn uitgerust met een functie Booster.
Twee kookvelden vormen samen een paar (zie fig.). De functie Booster kan slechts voor één van de kookvelden van het paar per keer aangeschakeld worden.

Als het totale vermogen te groot is terwijl de functie Booster aangeschakeld is, dan wordt het verwarmingsvermogen van het tweede veld in het paar automatisch verminderd.
De waarde van het gereduceerde verwarmingsvermogen hangt af van de grootte van de gebruikte potten.

De blokkadefunctie dient om de kookplaat te beschermen tegen ongewild opstarten door kinderen. De kookplaat kan pas aangeschakeld worden na deblokkering.
Blokkering van de kookplaat
De blokkade kan enkel aangeschakeld worden als het sensorpaneel van de plaat aangeschakeld is en als de kookvelden en de klok niet actief zijn (op de displays brandt het cijfer „0” met een knipperend punt). Na aanschakeling van het sensorpaneel (1) dient u tegelijk de sensor (3) van het kookveld rechts vooraan en de sensor (6) in te drukken, waarna u opnieuw de sensor (3) van het ko- okveld rechts vooraan indrukt. Nu verschijnt er een „L” op alle displays, wat betekent dat de blokkadefunctie aangeschakeld is. Als de velden heet zijn, wordt de letter „L” afgewis-seld met de letter „H”.

De plaat moet binnen 10 seconden geblokkeerd worden en er mogen geen andere sensors dan de voornoemde sensors ingedrukt worden. Anders zal de plaat niet geblokkeerd worden.

De plaat blijft geblokkeerd totdat ze gedeblokkeerd wordt, zelfs als het paneel van de plaat aan- en uitgeschakeld wordt. Als de plaat van het stroomnet ontkoppeld wordt, wordt de blokkade van de plaat niet uitgeschakeld.

Deblokkering van de kookplaat tijdens het koken
Nadat het paneel van de plaat met de sensor (1) aangeschakeld is, verschijnt de letter „L” op alle displays. Daarna drukt u tegelijkertijd op de sensor (3) van het kookveld rechts vooraan en op de sensor (6). De letter „L” verdwijnt en op de displays van de kookvelden verschijnt het cijfer “0.” met een knipperend punt. Daarna kunnen de kookvelden aangeschakeld worden. (zoals beschreven in het hoofdstuk „Instelling van het verwarmingsvermogen van een inductieveld”).

Permanente deblokkering van de kookplaat
Nadat het paneel van de plaat met de sensor (1) aangeschakeld is, verschijnt de letter „L” op alle displays. Daarna drukt u tegelijkertijd op de sensor (3) van het kookveld rechts vooraan en op de sensor (6), en daarna opnieuw op de sensor (6). Het sensorpaneel van de plaat wordt uitgeschakeld (de displays gaan uit).

De plaat moet binnen 10 seconden gedeblokkeerd worden en er mogen geen andere sensors dan de voornoemde sensors ingedrukt worden. Anders wordt de plaat niet permanent gedeblokkeerd. Als het sensorpaneel van de plaat correct gedeblokkeerd wordt, dan verschijnt het cijfer „0” met een knipperende punt op alle displays nadat de sensor (1) ingedrukt is. Als de velden heet zijn, wordt het cijfer “0” afgewisseld met de letter „H”.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
Indicator voor restverwarming
Op het moment dat een heet kookveld uitgeschakeld wordt verschijnt het symbool "H" als signaal "het kookveld is heet!".

Zolang het symbool "H" aan- gegeven is mag u het kookveld niet aanraken omdat u zich kan verbranden. Er mogen ook geen warmtegevoelige voorwerpen opgezet worden.
Als de indicator uitgaat, kunt u het kookveld aanraken, maar u moet er hierbij rekening mee houden dat het veld nog niet afgekoeld is tot op kamertemperatuur.

Bij stroompanne brandt de indicator voor restverwarming niet.
Beperking van de werkingsduur
Om ervoor te zorgen dat de inductieplaat probleemloos blijft werken is ze uitgerust met een beperker van de werkingsduur voor elk van de verwarmingsplaten. De maximale werkingsduur wordt ingesteld volgens het gekozen niveau van het verwarmingsvermogen. Als we het verwarmingsniveau voor langere tijd niet veranderen (zie tabel), dan worden de bijbehorende kookvelden automatisch uitgeschakeld en wordt de indicator voor restverwarming geactiveerd. U kunt echter de afzonderlijke platen op elk moment aanschakelen en bedienen volgens de gebruikershandleiding.
| Niveau van verwarmingsver-mogen | Maximum werkingsduur in uren |
| U | 2 |
| 1 | 6 |
| 2 | 6 |
| 3 | 5 |
| 4 | 5 |
| 5 | 4 |
| 6 1,5 | |
| 7 1,5 | |
| 8 1,5 | |
| 9 1,5 | |
| P 0,16 |
Automatische snelkookfunctie
- Het gekozen kookveld (3) moet actief zijn en op de stand „0” ingesteld zijn (het decimaalpunt brandt).
- Stel daarna met de sensor (2) het verwarmingsvermogen in op stand „9” door met uw vinger naar rechts te schuiven.
- Na de instelling van het verwarmingsvermogen op stand „9“ drukt u opnieuw op de sensor (2) op de plaats waar de stand “9” gekozen werd. Op de display verschijnt onmiddellijk de letter „R”.
- Kies nu met de sensor (2) het geplande verwarmingsvermogen door met uw vinger naar links te schuiven.
Op de indicator van het verwarmingsvermogen van het kookveld wisselen de letter „R” en het door de gebruiker geprogrammeerde verwarmingsvermogen af.
Nadat de tijd met extra verwarmingsvermo-gen verstreken is, schakelt het kookveld automatisch over naar het gekozen ver-warmingsvermogen, dat op de indicator verschijnt.

Als de keuzesensor voor het verwarmingsvermogen na het aanschakelen van de automatische snelkookfunctie langer dan 3 seconden in de stand "0" blijft staan, d.w.z. als er geen verwarmingsvermogen gekozen wordt, dan wordt de automatische snelkookfunctie uitgeschakeld.

Als de pot van het kookveld genomen wordt en er voor het einde van de snelkooktijd opnieuw op geplaatst wordt, dan wordt de snelkookfunctie tot het einde uitgevoerd.

| Verwarmings-vermogen | Duur van de automatische snel-kookfunctie (in minuten) |
| - | |
| 1 0,8 | |
| 2 2,4 | |
| 3 3,8 | |
| 4 5,2 | |
| 5 6,8 | |
| 6 2,0 | |
| 7 2,8 | |
| 8 3,6 | |
| 9 0,2 |
Klokfunctie
De programmeerbare klok vereenvoudigt het kookproces dankzij de mogelijkheid om werkingstijd van de kookvelden te programmeren. De klok kan ook als timer dienen.
Aanschakeling van de klok
De programmeerbare klok vereenvoudigt het kookproces dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookvelden te programmeren. Deze functie kan enkel bij het koken aangeschakeld worden (als het verwarmingsvermogen groter dan „0” is). De klokfuncties kan tegelijkertijd voor alle vier kookvelden aangeschakeld worden. De klok kan ingesteld worden van 1 tot 99 minuten met een interval van 1 minuut. Om het uur op de klok in te stellen gaat u als volgt tewerk:
- kies met de sensor (3) het kookveld en stel met de sensor (2) het verwarmingsvermögen in van 1 tot 9. Op de display brandt het gekozen verwarmingsvermögen van 1 tot 9 met het decimaalpunt (bv. "4.").
- kies daarna binnen 10 sec. de sensor voor activering van de klok (4). Op de display (4) verschijnt het cijfer „0” en het streepjessymbool „-“ met een knipperende leddiode (5), die aangeeft dat het gewenste kookveld aangeschakeld is.
- beweeg na activering van de klok met uw vinger over de sensor (2) om het uur op de klok in te stellen. Eerst wordt het tweede cijfer ingesteld, en daarna het eerste cijfer. Na instelling van het tweede cijfer gaat de klok automatisch over naar de instelling van het eerste cijfer. Op de display brandt het streepjessymbool „-“ met de ingestelde tijd van het tweede cijfer (bv. „-6”). Als u geen enkele waarde instelt voor het eerste cijfer, dan verschijnt na 10 sec. de waarde “0” in plaats van het streepjessymbool „-“ (bv. „0 6”). De klok begint te werken als de diode (5) die het aanschakelen van het gewenste kookveld aangeeft, begint te knipperen.

text_image
5 4 3 H 0 0 0 ① 2 P II
text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 P II
text_image
5 06 4 3 4 0 0 ① ▼……▲ P IIWijziging van de geprogrammeerde kooktijd
De geprogrammeerde kooktijd kan op elk moment gewijzigd worden. Hiervoor dient u dezelfde programmeerprocedure uit te voeren als in het punt „Aanschakeling van de klok”. Bij de keuze van het kookveld met de sensor (3) stelt u het vewarmingsvermogen echter niet in met behulp van de sensor (2), maar u gaat direct over naar de activeringsprocedure voor de klok met behulp van de sensor (4).
Controle van de verstreken kooktijd
De tijd die tot het einde van de kooktijd overblijft, kan op elke moment gecontroleerd worden door op de keuzesensor van het kookveld (2) te drukken.
Uitschakeling van de klok
Na het verstrijken van de geprogrammeerde kooktijd gaat het geluidssignaal aan, dat uitgeschakeld kan worden door op gelijk welke sensor te drukken. Anders gaat het alarm na 2 minuten automatisch uit.
Als de klok eerder uitgeschakeld moet worden, gaat u als volgt tewerk:
- kies met de sensor (3) het kookveld waarvoor u de klok wilt uitschakelen.
- kies daarna binnen 10 sec. de sensor voor activering van de klok (4). Op de indicator voor activering van de klok (4) verschijnt het cijfer „0” en het streepjessymbool „-“ met een knipperende leddiode (5), die aangeeft dat het gewenste kookveld aangeschakeld is.
- 10 sec. nadat de sensor (4) gekozen is of nadat de sensor (3) opnieuw gekozen is, schakelt de klok zichzelf uit en de indicator voor activering van de klok (4) gaat uit.

text_image
4 5 3 H 0 0 ① ▼……▲ P II
text_image
4 3 H 0 0 0 ① ▼……▲ P IIKlok als timer
De klok waarmee de kooktijd geprogrammeerd wordt, kan gebruikt worden als timer als de werkingstijd van de kookvelden niet geprogrammeerd is.
Aanschakeling van de timer
Als de kookplaat uitgeschakeld is, gaat u als volgt tewerk:
- door op de aan/uitsensor van de kookplaat (1) te drukken schakelt u de plaat aan. Op de displays van de kookvelden (3) verschijnt het cijfer „0” en boven de sensor (1) gaat de leddiode branden.
- kies daarna binnen 10 sec. de sensor voor activering van de timer (4). Op de indicator van de timer (4) verschijnt het cijfer „0” en het streepjessymbool „-“.
- beweeg na activering van de timer met uw vinger over de sensor (2) om de tijd van de timer in te stellen. Eerst wordt het tweede cijfer ingesteld, en daarna het eerste cijfer. Na instelling van het tweede cijfer gaat de timer automatisch over naar de instelling van het eerste cijfer. Op de indicator brandt het streepjessymbool „-“ met de ingestelde tijd van het tweede cijfer (bv. „- 6”). Als we geen enkele waarde instellen voor het eerste cijfer, dan verschijnt na 10 sec. de waarde „0” in plaats van het streepjessymbool „-“ (bv. „0 6”). De timer begint te werken als het cijfer „0” op de indicatoren van de kookvelden (3) uitgaat.

Uitschakeling van de timer
Na het verstrijken van de geprogrammeerde tijd gaat het geluidssignaal aan, dat uitgeschakeld kan worden door op gelijk welke sensor te drukken. U kunt ook wachten tot het alarm na 2 minuten automatisch uitgaat.
Indien de timer eerder uitgeschakeld moet worden, drukt u tweemaal op de aan/uitsensor (1). Alle aanduidingen op de display verdwijnen.
Opwarmfunctie
De opwarmfunctie voor gerechten houdt gerede gerechten op het kookveld warm. Het gekozen kookveld is aangeschakeld op een laag verwarmingsvermogen. Het verwarmingsvermogen van het kookveld wordt gestuurd door de opwarmfunctie voor gerechten zodat de temperatuur in het gerecht ongeveer 65°C bedraagt. Hierdoor verslechtert de smaak van het warme, gerede gerecht niet en kleeft het ook niet aan de bodem van de pot. Deze functie kan ook gebruikt worden om boter, chocolade enz. te smelten. Om deze functie correct te laten werken moet een aangepaste pot met platte bodem gebruikt worden, zodat de temperatuur van de pot precies gemeten kan worden door de sensor in het kookveld.
De opwarmfunctie kan op elk veld aangeschakeld worden.
Om microbiologische redenen raden we aan om gerechten niet te lang warm te houden. Daarom gaat het sensorpaneel bij deze functie na 2 uur uit.
De opwarmfunctie is ingesteld als bijkomend verwarmingsvermogen tussen stand „0 1“ en verschijnt op de display als het symbool „U“
De opwarmfunctie wordt aangeschakeld op dezelfde manier als in punt „Aanschakeling van een kookveld”.
De opwarmfunctie wordt uitgeschakeld op dezelfde manier als in punt „Uitschakeling van een kookveld”.

text_image
3 8. 1 0 1 2De functie Stop'n go werkt als een gewone pauze. Dankzij deze functie kunt op gelijk welk moment de werking van de plaat stopzetten en daarna terugkeren naar de vorige instellingen.
Om de functie stop'n go aan te schakelen moet er ten minste één kookveld aangeschakeld zijn. Druk daarna op de sensor (7). Op alle indicatoren van de kookvelden (3) verschijnt het cijfer „II“ en boven de sensor (7) gaat de leddiode branden.
Om de functie stop'n go uit te schakelen drukt u opnieuw op de sensor (7). De signalisatiediode begint te knipperen. Druk daarna op gelijk welke sensor (3). Op de indicatoren van de kookvelden (3) gaan de instellingen branden, die ingesteld werden voordat de functie stop'n go aangeschakeld werd.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcf,stroke:#333

De functie stop'n go kan maximum 10 minuten duren. Als de functie stop'n go niet beëindigd wordt, dan schakelt het sensorpaneel zichzelf uit.
Als de bediening per ongeluk uitgeschakeld werd met de aan/uitsensor (1), laat de functie stop'n go toe om snel de instellingen terug op te roepen. Na het uitschakelen van het paneel met de aan/uitsensor (1) dient u binnen 6 sec. opnieuw de sensor (1) in te drukken. Op de indicatoren van de kookvelden (3) verschijnt het cijfer „0” en boven de sensor (7) begint de signalisatiediode te knipperen. Druk daarna binnen 6 sec. op de sensor (7). Op de indicatoren van de kookvelden (3) gaan de instellingen branden, die ingesteld werden voordat de bediening per ongeluk uitgeschakeld werd.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6"]
F --> G["7"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcf,stroke:#333
Functie Bridge
Met de functie Bridge kunt u 2 kookvelden als één verwarmingszone controleren. De functie Bridge is vooral nuttig wanneer u bij het koken een braadslede gebruikt.
Om de functie Bridge aan te schakelen volstaat het om tegelijkertijd de 2 keuzesensors voor het kookveld (3) aan de rechter- of linkerkant in te drukken. Op de bovenste display gaat het symbool „ ” branden en op de onderste display verschijnt het cijfer „0”. Schuif daarna met uw vinger over de sensor voor wijziging van het verwarming-svermogen (2) om het gewenste verwarmingsvermogen in te stellen.

text_image
88. 3 3 ① 2 P II
Vanaf dat moment worden de beide kookvelden met één sensor bestuurd.
Om de functie Bridge uit te schakelen drukt u opnieuw tegelijkertijd op de 2 keuzesensors voor het kookveld (3) waarmee de functie Bridge opgestart werd. Op de displays gaat het cijfer „0” branden.

Vanaf dat moment werken de ko- okvelden weer afzonderlijk.
Uitschakeling van de kookvelden
- Het kookveld moet actief zijn. Het decimaalpunt brandt.
- Door met uw vinger naar links over de sensor (2) te schuiven vermindert u het verwarmingsvermogen tot „0”.

Na ong. 10 seconden gaat het kookveld uit. Het kookveld is heet, op de display van het kookveld (3) wordt ongeveer 10 seconden de letter „H” afgewisseld met het cijfer „0”, en daarna blijft enkel de letter „H” branden.

Uitschakeling van de volledige kookplaat
- De kookplaat werkt als er ten minste één kookveld aangeschakeld is.
- Door op de aan/uitsensor (1) te drukken schakelt u de volledige kookplaat uit.

Als er een kookveld heet is, dan verschijnt de letter „H“, het symbool van restwarmte, op de indicator van het kookveld (3).

text_image
L 88 8 8. 3 H 8. ① L1 ▼……▲ P IIDe zorg waarmee de gebruiker de plaat reinigt en onderhoudt heeft een belangrijke invloed op haar levensduur en probleemloze werking.

Bij het reinigen van de keramiek moe- ten dezelfde regels toegepast worden als voor het reinigen van glazen oppervlakken. Er mogen nooit schu- rende of bijtende reinigingsmiddelen, schuurmiddel of sponzen met een ruw oppervlak gebruikt worden.
Er mogen ook geen reinigingstoestellen met damp gebruikt worden.

- Licht, niet aangebrand vuil moet verwijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwachtige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
- Sterk aangekoekt vuil moet verwijderd worden met een schraper. Daarna moet het oppervlak gereinigd worden met een vochtige doek.

Schraper om de kookplaat te reinigen
Verwijderen van vlekken
- Heldere vlekken met een parekleur (aluminiumresten) kunnen verwijderd worden van de afgekoelde plaat met behulp van een speciaal reinigingsmiddel. Kalkresten (bv. na overkoken van water) tek kunnen verwijderd worden met azijn of een speciaal reinigingsmiddel.
- Bij het verwijderen van suiker, spijzen met een hoog suikergehalte, kunststoffen of aluminiumfolie mag het kookveld niet uitgeschakeld worden! De resten moeten onmiddellijk (in hete toestand) van het hete kookveld afgeschraapt worden met een scherpe schraper. Na het verwijderen van het vuil mag de plaat uitgeschakeld worden en de afgekoelde plaat kan gereinigd worden met een speciaal reinigingsmiddel.
Speciale reinigingsmiddelen kunt u kopen in supermarkten, gespecialiseerde winkels voor elektrotechniek, bij kruidenierszaken, in voedingswinkels en in winkels met keu-kenuitrusting.
Scherpe schrapers kunt u vinden in doehetzelfzaken en winkels met bouw- en verfmaterialen
Breng nooit reinigingsmiddel aan op een hete kookplaat. Laat het reinigingsmiddel best wat opdrogen en verwijder het daarna pas met een natte doek. Eventuele achtergebleven restjes van het reinigingsmiddel kunt u verwijderen met een vochtige doek voordat u de plaat opnieuw aanschakelt. Als u het middel niet verwijdert, kan het bijtend werken.
Als het keramische oppervlak van de kookplaat niet correct behandeld wordt, neemt de producent geen verantwoordelijkheid op zich op basis van de garantie.
Opgelet!
Als de besturing om één of andere reden niet werkt als de plaat aangeschakeld is, dan moet u de hoofdschakelaar of de zekering uitschakelen en de onderhoudsdienst contacteren.
Opgelet!
Als er barsten of breuken in de keramische plaat ontstaan, moet de kookplaat onmiddellijk uitgeschakeld worden en van het stroomnet ontkoppeld worden. Hiervoor moet de zekering uitgeschakeld worden of moet de stekker uit het stopcontact getrokken worden.
Daarna moet u de onderhoudsdienst contacteren.
Bij probleemsituaties moet u:
- de actieve onderdelen van de plaat uitschakelen
• de elektrische voeding ontkoppelen - een herstelling aanvragen
- sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.
| PROBLEEM OORZAAK HANDELSWIJZE | ||
| 1. Het toestel werkt niet - stroompanne - controleer de zekering in de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering | ||
| 2. Het toestel reageert niet op de ingevoerde waarden | - het bedieningspaneel is niet aangeschakeld | - schakel het paneel aan |
| - de knop werd niet lang genoeg ingedrukt (minder dan een seconde) | - druk de knoppen iets langer in | |
| - er werden meerdere knoppen tegelijk ingedrukt | - druk slechts één knop tegelijk in (geldt niet bij het uitschakelen van een kookveld) | |
| 3. Het toestel reageert niet en geeft een lang geluidssignaal | - verkeerde bediening (verkeerde sensors ingedrukt of te snel ingedrukt) | - schakel de plaat opnieuw aan |
| - de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil | - maak de sensors vrij of reinig ze | |
| 4. Het toestel schakelt zichzelf uit | - na het aanschakelen werd er gedurende meer dan 10 s. geen enkele waarde ingevoerd | - schakel het bedieningspaneel opnieuw aan en voer onmiddellijk de gegevens in |
| - de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil | - maak de sensors vrij of reinig ze | |
| 5. Eén van de kookvelden schakelt zichzelf uit | - beperking van de werk-duur | - schakel het kookveld opnieuw aan |
| - de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil | - maak de sensors vrij of reinig ze | |
| 6. De restwarmte-indicator brandt niet, hoewel het kookveld nog warm is | - stroompanne, het toestel werd van het elektriciteit-snet ontkoppeld | - de restwarmte-indicator gaat pas opnieuw werken bij de volgende aanscha-keling en uitschakeling van het bedieningspaneel |
| PROBLEEM OORZ | AAK HANDELSWIJZE | |
| 7. Barst in de keramische kookplaat | Gevaar! Ontkoppel de keramische kookplaat onmiddellijk van het elektriciteitsnet (zekering). Contacteer de dichtstbijzijnde onderhoudsdienst. | |
| 8. Als het defect nog steeds niet verholpen is | Ontkoppel de keramische kookplaat van het elektriciteitsnet (zekering!). Contacteer de dichtstbijzijnde onderhoudsdienst.Belangrijk!U bent verantwoordelijk voor de goede staat van het toestel en voor het gepaste gebruik van het toestel in uw huishouden. Indien u de onderhoudsdienst oproept als gevolg van een bedieningsfout, dan zal u ook binnen de garantieperiode met de kosten belast worden.De producent is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze gebruikershandleiding. | |
| 9. De inductieplaat geeft snorrende geluiden af. | Dit is een normaal verschijnsel, dat veroorzaakt wordt door werking van de ventilator die het elektrische systeem koelt. | |
| 10. De inductieplaat geeft fluitende geluiden af. | Dit is een normaal verschijnsel. Volgens de frequentie van of werking van de spoelen bij het gebruik van meerdere kookze geeft de plaat bij haar maximum vermogen een licht gefluit af. | |
| 11. Symbool E2 Oververhitting | van de induc-tiespoelen | - onvoldoende koeling,- controleer of de plaat in overeenstemming met de gebruiker-shandleiding ingebouwd is. |
| 12. Symbool Er03 De sensor | knoppen zijn langer dan 10 seconden bedekt, het sensorsysteem schakelt zichzelf uit. | Reinig het oppervlak van de plaat of verwijder de voorwer-pen die op de sensors staan. |
Nominale spanning 400V 2N\~50 Hz
Nominaal vermogen PB*4VI511FTB4S*
- kookveld Booster: 4x∅ 210 mm 2,1kW/3,7kW 2,1kW/3,7kW
Afmetingen 616 x 518 x 45; 770 x 518 x 45
Bediening in het kader van de garantie volgens de garantiekaart
- De producent is niet verantwoordelijk voor beschadigingen die ontstaan zijn als gevolg van slechte behandeling van het product.
Gelieve het type en fabricagenummer van de plaat, die aangegeven zijn op het typeplaatje, in te vullen Type.... Fabrieksnummer ....
CE




onmiddellijk van het elektriciteitsnet (zekering). Contacteer de dichtstbijzijnde onderhoudsdienst.