EHS8680XHIC9064B - Kookplaat AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EHS8680XHIC9064B AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EHS8680XHIC9064B AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EHS8680XHIC9064B - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EHS8680XHIC9064B van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING EHS8680XHIC9064B AEG-ELECTROLUX
Gebruiksaanwijzing en montage- instructie

Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Schenk vooral de nodige aandacht aan het hoofdstuk „Veiligheidsinstructies“ op de eerste pagina’s. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zodat u hem later nog eens kunt gebruiken. Geef ze eventueel door aan de volgende eigenaar van het apparaat.
In de tekst worden de volgende symbolen gebruikt:

Veiligheidsinstructies
Waarschuwing! Instructies, bedoeld voor uw persoonlijke veiligheid.
Let op! Instructies ter voorkoming van beschadigingen aan het apparaat.

Opmerkingen en praktische tips

Milieu-informatie
- Deze cijfers begeleiden u stap voor stap bij het bedienen van het apparaat.
- ...
- ...
Voor het geval dat er storingen optreden, bevat deze gebruiksaanwijzing instructies waarmee u de storingen zelf kunt verhelpen. Kijk daartoe in de paragraaf „Hulp bij storingen“.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier.
Wie ecologisch denkt, handelt ook zo...
Inhoudsopgave
Gebruiksaanwijzing 73
Veiligheidsinstructies 73
Het apparaat gebruiken 73
Het apparaat bedienen 73
Het apparaat schoonmaken 73
Beschadigingen aan het apparaat voorkomen 74
Handel milieubewust 74
Beschrijving van het apparaat 75
De glaskeramische kookplaat 75
De onderdelen van uw apparaat 76
De functies van uw apparaat 78
De kookplaat bedienen 79
Vóór het eerste gebruik 79
Touch control-tiptoetsen 79
Apparaat inschakelen 80
Apparaat uitschakelen 80
Veiligheidsuitschakeling opheffen 80
De kookstand instellen 81
De warmthoudstand instellen 81
De kookzone uitschakelen 82
De braadpanzone in- en uitschakelen 83
De kookzone met twee cirkels in- en uitschakelen 84
De kookzone met drie cirkels in- en uitschakelen 85
De aankookautomaat gebruiken 87
De aankookautomaat niet gebruiken 87
De kinderbeveiliging gebruiken 88
De vergrendeling gebruiken 90
De timer gebruiken 91
Tips voor het gebruik van de kookplaat 94
Kookpannen 94
Energie besparen 94
Koken met en zonder aankookautomaat ..... 95
Reiniging en onderhoud 97
Kookplaat 97
Hulp bij storingen 98
Afmetingen van het apparaat 101
Uitsnijmaten 101
Montage-instructie ....102
Veiligheidsinstructies 102
Het apparaat monteren 102
Het apparaat elektrisch aansluiten ...... 103
Service....104
De kookplaat monteren....105
Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsinstructies
De veiligheid van dit apparaat voldoet aan de erkende regels der techniek en de (Duitse) Wet op de veiligheid van apparatuur. Als fabrikant voelen wij ons echter ook verplicht, u vertrouwd te maken met de onderstaande veiligheidinstructies.

Houdt u zich a.u.b. aan deze instructies, want anders verliezen uw garantie-aanspraken jegens de fabrikant hun geldigheid.
Doelmatig gebruik
Dit apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het huishoudelijk koken en braden van spijzen.

Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-Richtlijnen:
• 73/23/EEG van 19-2-1973 Laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EEG van 3-5-1989 EMC-Richtlijn inclusief de wijzigingsrichtlijn 92/31/EEG
- 93/68/EEG van 22-7-1993 CE-markeringsrichtlijn.
Het apparaat gebruiken
Het apparaat mag uitsluitend gemonteerd en elektrisch aangesloten worden door hiervoor opgeleide en bevoegde vakmensen.
Het apparaat mag alleen op de juiste wijze gebruikt worden in gestandaardiseerde en passende inbouwkasten c.q. werkbladen.
In geval van storingen en beschadigingen (breuken, barsten of scheuren) dient u het apparaat uit te schakelen en af te koppelen van het elektriciteitsnet.
Reparaties aan het apparaat mogen uitsluitend verricht worden door hiervoor opgeleide en bevoegde vakmensen (servicemonteurs, vakhandel).
Het apparaat bedienen
Als u onachtzaam te werk gaat, bestaat op de kookzones Kans op verbrandingen.
Houd kleine kinderen altijd uit de buurt van het apparaat.
Laat grotere kinderen alleen onder toezicht en na het geven van instructies aan het apparaat werken.
Bedien het apparaat oplettend en zorgvuldig.
Stelen van pannen mogen niet buiten de kookplaat uitsteken.
Stelen van pannen mogen zich niet boven een hete of warme kookzone bevinden.
Wees voorzichtig als u elektrische apparaten in de buurt van de kookplaat op het stopcontact aansluit. Elektrische draden mogen niet op hete kookzones terecht kommen.
Oververhit vet en olie kan snel in brand vliegen. Blijf in de buurt als u kookt met vet of olie (bijv. als u frituurt).
Schakel de kookzones na gebruik uit.
De restwarmte van hete potten of pannen verwarmt de glaskeramische kookplaat zonder dat de restwarmte-indicatie dit aangeeft.
Het apparaat schoonmaken
U moet het apparaat uitschakelen voordat u het schoonmaakt.
De kookzones moeten zodanig afgekoeld zijn dat u ze kunt aanraken zonder dat u zich verbrandt.
Om veiligheidsredenen mag u het apparaat niet schoonmaken met een dampstraal of een hogedrukreiniger.
Beschadigingen aan het apparaat voorkomen
Gebruik de kookplaat niet als werkblad of om er dingen op neer te zetten.
De kookzones mogen niet gebruikt worden als ze leeg zijn of als er geen pannen op staan.
Zorg ervoor dat potten en pannen niet kunnen leegkoken.
Glaskeramiek is ongevoelig voor temperatuurschokken en zeer resistent, maar niet onbreekbaar. Vooral spitse en harde voorwerpen die op het kookvlak vallen, kunnen het glaskeramiek beschadigen.
Gebruik geen gietijzeren pannen of pannen waarvan de bodem beschadigd is, die ruw zijn of bramen hebben. Tijdens het schuiven kunnen er krassen ontstaan.
Zet geen pannen of potten op het frame van de kookplaat. Er kunnen krassen en beschadigingen aan de lak ontstaan.
Zorg ervoor dat er geen zuurhoudende vloeistoffen, bijv. azijn, citroen of kalkoplossende middelen op het frame van de kookplaat terecht komen. Hierdoor kunnen er matte plekken ontstaan.
Suikerhoudende substanties moet u met een reinigingsschraper verwijderen terwijl deze substanties nog warm zijn. Als de massa afkoelt, kunt u bij het verwijderen ervan het oppervlak van de kookplaat beschadigen.
Houd smeltbare voorwerpen en materialen (bijv. kunststof, aluminiumfolie e.d.) uit de buurt van het glaskeramische oppervlak.
Vastgesmolten substanties moet u met een reinigingsschraper verwijderen terwijl deze substanties nog warm zijn. Als de massa afkoelt, kunt u bij het verwijderen ervan het oppervlak van de kookplaat beschadigen.
Handel milieubewust
Alle gebruikte materialen kunnen onbeperkt hergebruikt worden.
Gooi de gebruikte materialen niet bij het normale huisvuil.
U dient zich te houden aan de nationale en regionale voorschriften die aangeven hoe de verpakkingsmaterialen en het apparaat gerecycleerd moeten worden.
Het verpakkingsmateriaal opruimen
De kunststoffen zijn als volgt gemarkeerd:
| Symbool | Kunststof | Gebruik |
| PE | Polyethyleen | buiten omhulsel, zakken |
| PS | Polystyrol (CFK-vrij) | Stootkussens |
Het apparaat opruimen
Het apparaat mag uitsluitend door hiervoor opgeleide en bevoegde vakmensen van het elektriciteitsnet worden afgekoppeld.
Deze vakman moet het apparaat elektrisch onbruikbaar maken (de aansluitkabel verwijderen).
Beschrijving van het apparaat
De glaskeramische kookplaat

other
| Structure Type | Diameter (mm) | Power (W) | | --- | --- | --- | | Kookzone met één cirkel | 145 | 1200 | | Braadpanzone | 170 | 1400 / 2200 | | Kookzone met drie cirkels | 1050 | 1950 / 2700 | | Kookzone met twee cirkels | 700 | 1700 | Bedieningsveld
text_image
Tiptoets "Kookzone met drie cirkels" Verklikkerlampje "Aan / Uit" Indicatie voor kookstand/restwarmte Tiptoets "Aan / Uit" Verklikkerlampjes "Kookzone met drie cirkels" Tiptoets "Kookstandkeuze" Indicatie "Timer" Tiptoets "Timer" Verklikkerlampje "Timerfunctie" Indicatie "Timer" Tiptoets "Vergrendeling" Tiptoets "ZweikreKookzone met twee cirkels" Verklikkerlampje "Kookzone met twee cirkels"De onderdelen van uw apparaat
De onderdelen van de kookplaat
Glaskeramisch kookvlak: Het apparaat heeft een kookvlak van glaskeramiek met vier kookzones voor snelle opwarming.
Het kook vlak is porievrij en bovendien ongevoelig voor snelle temperatuurschommelingen. Daarom kunt u pannen gewoon van een hete op een koude zone zetten.
Het gladde oppervlak is eenvoudig schoon te maken.
Kookzones voor snelle opwarming: Het apparaat heeft kookzones voor snelle opwarming. Dankzij de bijzonder krachtige stralingselementen wordt de opwarmduur van het verwarmingselement aanzienlijk verkort.
Als u de kookzones inschakelt, is het mogelijk dat u even een zoemend geluid in het verwarmingselement hoort. Dit geluid is van fysische aard en heeft geen negatieve uitwerkingen op de werking van het apparaat. Zodra de kookzone warm genoeg is, verdwijnt ook het geluid.
Kookzone met één cirkel: De kookplaat heeft een zone met één cirkel. Daardoor biedt uw apparaat u een kookzone voor kleinere pannen. U kunt dus energie besparen.
Kookzone met twee cirkels: De kookplaat heeft een zone met twee cirkels. Daardoor biedt uw apparaat u een kookzone met variabele grootte, bijv. voor kleinere pannen. U kunt dus energie besparen.
Kookzone met drie cirkels: De kookplaat heeft een zone met drie cirkels. Daardoor biedt uw apparaat u een kookzone met variabele grootte, bijv. voor kleinere pannen. U kunt dus energie besparen.
Braadpanzone (multifunctionele kookzone): De kookplaat is uitgerust met een braadpanzone (multifunctionele kookzone). Al naar gelang de instelling kunt u deze zone gebruiken als ronde of als ovale kookzone.
De onderdelen van het bedieningsveld
Tiptoetsen: U bedient uw apparaat met touch-control-tiptoetsen.
| Tiptoets | Functie | |
| 1 | Aan/Uit | Apparaat in-/uitschakelen (aparte hoofdschakelaar). |
| Kookzone met twee cirkels | Buitenste verwarmingscirkel in-/uitschakelen. | |
| Kookzone met drie cirkels | Middelste verwarmingscirkel in-/uitschakelen. | |
| Buitenste verwarmingscirkels in-/uitschakelen. | ||
| Braadpanzone | Buitenste verwarmingscirkel in-/uitschakelen. | |
| 4 | Kookstand-keuze | Kookstand / timer verhogen. |
| 5 | Kookstand-keuze | Kookstand / timer verlagen. |
| 6 | Timer | Timer in-/uitschakelen. |
| 7 | Vergrendeling | Bedieningsveld ver-/ontgrendelen. |
Indicaties: Digitale indicaties en verklikkerlampen informeren u over de ingestelde kookstanden, de functies die u geactiveerd hebt en over de eventueel beschikbare restwarmte van de betreffende kookzone.
| Indicatie | Beschrijving | |
| 0 | Apparaat is ingeschakeld. | |
| 1-9 | Kookstand | Ingestelde kookstand van de kookzone. |
| 0 | Warmhoudstand | Warmhoudstand is ingesteld. |
| 8 | Aankookautomaat | Aankookautomaat is geactiveerd. |
| ε | Foutindicatie | Er is een storing opgetreden. |
| H | Restwarmte-indicatie | De kookzone is uitgeschakeld, maar nog heet. |
| L | Kinder-beveiliging | Kinderbeveiliging is geactiveerd. |
| - | Veiligheidsuitschakeling is geactiveerd. |
| Verklikkerlampje | Beschrijving |
| Aan/Uit | Het apparaat is in-/uitgeschakeld. |
| Kookzone met twee cirkels | De buitenste verwarmingscirkel is ingeschakeld. |
| Kookzone met drie cirkels voren | De middelste verwarmingscirkel is ingeschakeld. |
| Kookzone met drie cirkels achteren | De buitenste verwarmingscirkel is ingeschakeld. |
| Braadpanzone | De buitenste verwarmingscirkel is ingeschakeld. |
| Timerfunctie | De betreffende kookzone wordt bediend met de timer. |
De functies van uw apparaat
Aankookautomaat: Alle kookzones van de kookplaat zijn regelbaar in negen trappen en zijn uitgerust met een aankookautomaat.
Met de aankookautomaat ^R werkt de kookzone gedurende een bepaalde tijd op volle capaciteit en schakelt dan automatisch terug naar de ingestelde kookstand.
De duur van de automatische aankookkracht is afhankelijk van de gekozen kookstand.
Rechtstreekse regeling van elke kookzone: Elke kookzone wordt rechtstreeks geregeld met behulp van bijbehorende touch-control-tiptoetsen.
Foutindicatie: Een E van Fout is zichtbaar op het display, als er een storing in het apparaat is opgetreden (zie de paragraaf „Hulp bij storingen“).
Kinderbeveiliging: Met deze functie - kunt u het kookveld vergrendelen zodat het niet per ongeluk kan worden ingeschakeld.
Restwarmte-indicatie: Een ^H van Restwarmte is zichtbaar op het display als de kookzone een temperatuur heeft, waarbij er kans is op verbrandingen.
Als de glaskeramische kookplaat is uitgeschakeld, gaat de restwarmte-indicatie pas uit als de kookzone zodanig is afgekoeld dat er geen kans meer is op verbrandingen.
Veiligheidsuitschakeling bedieningsveld: Als er vocht (bijv. een natte doek) of overkokende vloeistof op het bedieningsveld terecht komt, worden alle kookzones onmiddellijk uitgeschakeld.
Veiligheidsuitschakeling kookplaat: Als u – nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld – niet binnen ca. 10 seconden een kookstand op één van de kookzones hebt ingesteld, schakelt de kookplaat zichzelf automatisch uit.
Als u één of meerdere tiptoetsen langer dan ca. 10 seconden ingedrukt houdt, bijv. doordat u er een pan op hebt gezet, schakelt de kookplaat zichzelf automatisch uit.
Als alle kookzones uitgeschakeld worden, schakelt het kookveld zichzelf na ca. 10 seconden automatisch uit.
Veiligheidsuitschakeling kookzone: Als u een kookzone binnen een bepaalde tijd niet uitschakelt resp. verandert, schakelt de kookzone zichzelf automatisch uit.
| Kookstand | Uitschakeling na |
| u, 1, 2 | 6 uur |
| 3, 4 | 5 uur |
| 5 | 4 uur |
| 6, 7, 8, 9 | 1,5 uur |
Timer: De timer is voorzien van twee functies:
- van de automatische uitschakeling. Als de ingestelde tijd is verstreken, schakelt de kookzone zichzelf automatisch uit.
- de programmaklok („eierwekker“). Als de ingestelde tijd is verstreken, weerklinkt er een akoestisch signaal.
De timer kan in intervallen van telkens één minuut ingesteld worden van een tot 99 minuten.
Warmhoudstand: Met de warmhoudstand (kookstand ∪) kunt u spijzen warmhouden.
Vergrendeling: U kunt het bedieningsveld met uitzondering van de tiptoets „Aan/uit“ op elk gewenst moment vergrendelen om te voorkomen dat de instellingen versteld worden.
De kookplaat bedienen
Vóór het eerste gebruik

Let op!
Schade aan het glaskeramische oppervlak.
Scherpe en schurende reinigingsmiddelen kunnen het glaskeramische oppervlak beschadigen.
Gebruik uitsluitend water en afwasmiddel.
- Was de glaskeramische kookplaat schoon met warm water en afwasmiddel en wrijf ze droog (met een vaatdoek).

Let op!
Schade aan het glaskeramische oppervlak.
Ingebrande stickers en folie beschadigen het glaskeramische oppervlak.
Verwijder stickers en folie.
- Zet de kookzones ter controle achtereenvolgens even aan.

Als u de kookplaat voor het eerst gebruikt, bestaat de kans dat er even een lichte geur verspreid wordt.
Touch control-tiptoetsen
Om de touch control-tiptoetsen te bedienen, legt u uw vinger van boven af op het gewenste veld, totdat de betreffende indicaties oplichten of uit gaan of totdat de gewenste functie wordt uitgevoerd.
Voor een snellere instelling houdt u uw vinger op de tiptoets, totdat de gewenste waarde bereikt is.
Alle instellingen worden bevestigd met een akoestisch signaal.

Apparaat inschakelen
Het hele apparaat wordt ingeschakeld met de tiptoets „Aan/uit“ ①.
Houd uw vinger gedurende ca. twee seconden op de tiptoets „Aan/uit“ ①.
Op de digitale indicatie brandt ☐.

Als u niet binnen de tien seconden een kookstand instelt, schakelt het apparaat zichzelf automatisch uit.

Apparaat uitschakelen
Om het apparaat helemaal uit te schakelen, moet u op de tiptoets „Aan/Uit“ ① drukken.
Houd uw vinger gedurende ca. twee seconden op de tiptoets „Aan/uit“ ①.
De digitale indicatie gaat uit.

De digitale indicatie van ^H de kookzones geeft aan dat er restwarmte is.

Veiligheidsuitschakeling opheffen
Om de geactiveerde veiligheidsuitschakeling op te kunnen heffen, moet u het apparaat met de tiptoets „Aan/Uit“ ① uitschakelen en opnieuw inschakelen.
Nu is het apparaat bedrijfsklaar.
De kookstand instellen
U stelt de kookstand in met de tiptoetsen „Kookstandkeuze“ ⊕ en ⊖ die bij de kookzone horen u verandert ze ook met deze toetsen.
De kookstand hoger zetten
Raak de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊕ aan.
Op de digitale indicatie is de gewenste kookstand zichtbaar.
Kookstand lager zetten
Raak de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊖ aan.
Op de digitale indicatie is de gewenste kookstand zichtbaar.
De warmthoudstand instellen
De kookstand doet bij alle kookzones ook dienst als warmhoudstand.
Raak de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊕ of ⊖ aan.
Op de digitale indicatie is de gewenste wamhoudstand zichtbaar .

De kookzone uitschakelen

Waarschuwing!
Kans op verbrandingen als gevolg van restwarmte.
Als u de kookzone hebt uitgeschakeld, heeft deze enige tijd nodig om af te koelen.
Houd de glaskeramische kookplaat in het oog.
Houd de restwarmte-indicatie ^H in het oog.
Er zijn twee manieren om een kookzone uit te schakelen.
Manier 1
Raak de tiptoetsen „Kookstandkeuze“ ⊕ en ⊖ tegelijkertijd aan.
Op de digitale indicatie brandt ☐.
De kookzone is uitgeschakeld.
Manier 2
Raak de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊖ aan totdat op de digitale indicatie verschijnt.
Op de digitale indicatie brandt ☐.
De kookzone is uitgeschakeld.

Als alle kookzones zijn uitgeschakeld, schakelt het kookveld zichzelf na 10 seconden automatisch uit.

De digitale indicatie van ^H de kookzones geeft aan dat er restwarmte is.

Na een stroomuitval wordt de beschikbare restwarmte niet meer op de digitale indicatie aangegeven.

De restwarmte kan gebruikt worden om spijzen te smelten en warm te houden.

De braadpanzone in- en uitschakelen
Al naar gelang de grootte van de poten en pannen kunt u bij de braadpanzone met de tiptoets „Braadpanzone“ behalve de kleine kookzone ook de grotere verwarmingscirkel mee inschakelen.

U kunt deze alleen mee inschakelen als u voor de kleinere verwarmingscirkel reeds een kookstand hebt ingesteld.
De braadpanzone inschakelen
1. Stel de gewenste kookstand in.
Op de digitale indicatie is de gewenste kookstand zichtbaar.
2. Raak de tiptoets „Braadpanzone“ aan.
De buitenste verwarmingscirkel wordt ingeschakeld.
Het verklikkerlampje „Braadpanzone“ brandt.
De buitenste verwarmingscirkel uitschakelen
Raak de tiptoets „Braadpanzone“ 📄 aan.
De buitenste verwarmingscirkel wordt uitgeschakeld.
Het verklikkerlampje „Braadpanzone“ gaat uit.

De kookzone met twee cirkels in- en uitschakelen
Al naar gelang de grootte van de poten en pannen kunt u bij de kookzone met twee cirkels met de tiptoets „Kookzone met twee cirkels“ behalve de kleine kookzone ook de grotere verwarmingscirkel mee inschakelen.

U kunt deze alleen mee inschakelen als u voor de kleinere verwarmingscirkel reeds een kookstand hebt ingesteld.
De buitenste verwarmingscirkel inschakelen
- Stel de gewenste kookstand in.
Op de digitale indicatie is de gewenste kookstand zichtbaar.
- Raak de tiptoets „Kookzone met twee cirkels“
aan.
De buitenste verwarmingscirkel wordt ingeschakeld.
Het verklikkerlampje „Kookzone met twee cirkels“ brandt.
De buitenste verwarmingscirkel uitschakelen
Raak de tiptoets „Kookzone met twee cirkels“ aan.
De buitenste verwarmingscirkel wordt uitgeschakeld.
Het verklikkerlampje „Kookzone met twee cirkels“ gaat uit.

De kookzone met drie cirkels in- en uitschakelen
Al naar gelang de grootte van de poten en pannen kunt u bij de kookzone met drie cirkels met de tiptoets „Kookzone met drie cirkels“ behalve de kleine kookzone ook de grotere verwarmingscirkel mee inschakelen.

U kunt deze alleen mee inschakelen als u voor de kleinere verwarmingscirkel reeds een kookstand hebt ingesteld.
Kookzone met drie cirkels inschakelen
1. Stel de gewenste kookstand in.
Op de digitale indicatie is de gewenste kookstand zichtbaar.
2. Raak de tiptoets „Kookzone met drie cirkels“
aan.
De middelste verwarmingscirkel wordt ingeschakeld.
Het verklikkerlampje „Kookzone met drie cirkels voren“ brandt.
3. Raak de tiptoets „Kookzone met drie cirkels“
aan.
De buitenste verwarmingscirkel wordt ingeschakeld.
Het verklikkerlampje „Kookzone met drie cirkels achteren“ brandt.

De buitenste verwarmingscirkel uitschakelen
Raak de tiptoets „Kookzone met drie cirkels“ aan.
De buitenste resp. de middelste verwarmingscirkel wordt uitgeschakeld.
Het bijbehorende verklikkerlampje „Kookzone met drie cirkels“ gaat uit.

De aankookautomaat gebruiken
De aankookautomaat inschakelen
De duur van de automatische aankookkracht is afhankelijk van de gekozen kookstand.
Stel met de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊕ de gewenste kookstand ( 1 tot 8 ) in.
Op de digitale indicatie is de ingestelde kookstand zichtbaar.
Op de digitale indicatie licht ^8 na ca. vijf seconden op.
De aankookautomaat is geactiveerd.

Als er restwarmte beschikbaar is, wordt de aankookautomaat voor deze kookzone niet in werking gesteld.
Als de aankooktijd verstreken is, wordt de ingestelde kookstand zichtbaar.

Als u bij geactiveerde aankookfunctie een hogere kookstand kiest, bijv. ^5 in plaats van ^3 , dan wordt de aankooktijd automatisch aan de gekozen kookstand aangepast.
Als u een lagere kookstand kiest, wordt de aankookautomaat onmiddellijk uitgeschakeld.
De aankookautomaat uitschakelen
U kunt de aankookautomaat alleen uitschakelen als deze geactiveerd is.
Raak de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊖ aan.
Op de digitale indicatie is de ingestelde kookstand zichtbaar.
De aankookautomaat is uitgeschakeld.
De aankookautomaat niet gebruiken
U gebruikt de kookzone zonder aankookautomaat als u de gewenste kookstand instelt met de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊖.

De kinderbeveiliging gebruiken
Met de kinderbeveiliging kunt u het kookveld beveiligen tegen ongewenst gebruik.
De kinderbeveiliging inschakelen
Het apparaat is ingeschakeld en alle kookzones zijn uitgeschakeld.
- Raak de tiptoets „Vergrendeling“ 0-4 gedurende ca. drie seconden aan.
Er weerklinkt een signaal.

- Raak een willekeurige tiptoets
„Kookstandkeuze“ ⊕ aan.
Op de digitale indicatie verschijnt L
De kinderbeveiliging is geactiveerd.
Het apparaat schakelt zichzelf na enkele seconden automatisch uit.

Als u het apparaat eenmalig wilt gebruiken, kunt u de kinderbeveiliging overbruggen (totdat u het apparaat de volgende keer uitschakelt). Als u het apparaat de volgende keer inschakelt, is de kinderbeveiliging automatisch weer actief.
- Het apparaat inschakelen.
Op de digitale indicatie brandt ^L .

text_image
~ 2 sec L ⊖ ⊕ = ∫ ⊖ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊕ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊞ ⊕- Raak de tiptoetsen „Kookstandkeuze“ ⊕ en ⊖ tegelijkertijd gedurende één seconde aan.
Er weerklinkt een signaal.
Op de digitale indicatie brandt ☐.
De kinderbeveiliging is uitgeschakeld totdat het apparaat wordt uitgeschakeld.

text_image
~ 1 sec.De kinderbeveiliging uitschakelen
- Het apparaat inschakelen.
Op de digitale indicatie brandt ^L .

- Raak de tiptoets „Vergrendeling“ 0-1 gedurende ca. drie seconden aan.
Er weerklinkt een signaal.

- Raak een willekeurige tiptoets
„Kookstandkeuze“ ⊖ aan.
Op de digitale indicatie brandt ☐
De kinderbeveiliging is uitgeschakeld.
Het apparaat schakelt zichzelf na enkele seconden automatisch uit.

De vergrendeling gebruiken
Op elk willekeurig tijdstip van het koken kunt u het bedieningsveld met uitzondering van de tiptoets "Aan/Uit" ① vergrendelen om te voorkomen dat de instellingen versteld worden, bijv. doordat men er met een doek over heen veegt.
Het bedieningsveld vergrendelen
Raak de tiptoets „Vergrendeling“ 0-1 gedurende ca. twee seconden aan.
Op de digitale indicatie licht ♦ gedurende vijf seconden op.
Het bedieningsveld is vergrendeld.

Als u een tiptoets aanraakt, brandt op de digitale weergave L.

Het bedieningsveld ontgrendelen
Raak de tiptoets „Vergrendeling“ 0-∞ gedurende ca. twee seconden aan.
U kunt het bedieningsveld gebruiken.

Als u het apparaat uitschakelt, wordt de vergrendeling automatisch opgeheven.

U kunt de timer op twee manieren gebruiken:
- als automatische uitschakeling voor een kookstand die u hebt ingesteld
- als programmaklok („eierwekker“) bij een uitgeschakelde kookzone.
Kies een kookzone
- Raak de tiptoets „Timer“ ⏻ aan.
Op de timerindicatie verschijnt 00.
De verklikkerlampjes „Timerfunctie“ van de kookzones branden.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ van de instelbare kookzone knippert.
- Raak de tiptoets „Timer“ ⏻ aan.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ van de volgende instelbare kookzone knippert.

1. Kies een kookzone.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ van de instelbare kookzone knippert.
2. Stel de gewenste tijd in met de tiptoetsen
Op de timerindicatie verschijnt de ingestelde tijd.

Voor een snellere instelling kunt u de tiptoetsen „Kookstandkeuze“ ⊕ of ⊖ aanraken totdat de gewenste waarde bereikt is.
De tijd voor de gekozen kookzone is na ca. vijf seconden geactiveerd.

Als u een tijd voor meerdere kookzones hebt ingesteld, geeft de timerindicatie altijd de kortste gaarkookduur aan en knippert het controlelampje „Timerfunctie“ van de bijbehorende kookzone.
Als de tijd verstreken is, verschijnt op de timerindicatie 00, de verklikkerlamp „Timerfunctie“ knippert en er weerklinkt gedurende ca. twee minuten een akoestisch signaal.

U schakelt het akoestische signaal uit door de tiptoets „Timer“ ⏻ aan te raken.
De overgebleven tijd tonen
1. Kies de gewenste kookzone.
Op de timerindicatie verschijnt de overgebleven tijd.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ dat bij de kookzone hoort, knippert.

text_image
37° 1 - + = ① = - + 8 = 9 + 7 0-6 - + = 99...00 00...99De tijd veranderen
- Kies de gewenste kookzone.
Op de timerindicatie verschijnt de overgebleven tijd.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ van de instelbare kookzone knippert.
- Stel de gewenste tijd in met de tiptoetsen
Op de timerindicatie verschijnt de ingestelde tijd.
De tijd voor de gekozen kookzone is nu veranderd.
De kookzone en de automatische uitschakeling uitschakelen
Als u een kookzone uitschakelt, zijn automatisch ook de timerinstellingen van deze kookzone uitgeschakeld.
De timer uitschakelen
- Kies de gewenste kookzone.
Op de timerindicatie verschijnt de overgebleven tijd.
Het verklikkerlampje „Timerfunctie“ van de instelbare kookzone knippert.
- Stel de tijd met de tiptoets „Kookstandkeuze“
in op nul.
Op de timerindicatie verschijnt 00.
De timer is uitgeschakeld.

Tips voor het gebruik van de kookplaat
Kookpannen
Hoe beter de pan, des te beter is het kookresultaat.
- Goede kookpannen herkent u aan de bodem van de pan. De bodem moet zo dik en zo vlak mogelijk zijn.

- Als u nieuwe potten en pannen koopt, moet u letten op de diameter van de bodem. Fabrikant geven vaak de bovenste diameter van de rand van de pan aan.
- Pannen met een bodem van aluminium of koper kunnen metallische verkleuringen op het glaskeramische oppervlak achterlaten. Die zijn moeilijk of helemaal niet meer weg te krijgen.
- Gebruik geen gietijzeren pannen of pannen waarvan de bodem beschadigd is, die ruw zijn of bramen hebben. Tijdens het schuiven kunnen er krassen ontstaan die u niet meer wegkrijgt.
- Als ze koud zijn, zijn panbodems meestal lichtjes naar binnen toe gewelfd (concaaf). Zij mogen in geen geval naar buiten toe gewelfd (convex) zijn.
- Als u speciale pannen gebruikt, (bijv. snelkookpannen, dubbelwandige kookpannen, woks enz.) moet u zich houden aan de informatie van de fabrikant.
Algemene instructies
- De bodem moet altijd schoon en droog zijn.
- Om lelijke krassen op het glaskeramische kookoppervlak te voorkomen, mag u de potten en pannen bij het verplaatsen niet schuiven, maar moet u ze optillen.
- Krassen kunnen ook ontstaan als gevolg van zandkorrels (bijv. van de zojuist schoongemaakte groente) die samen met de pan over het kookoppervlak getrokken worden.
- Gebruik hoge pannen voor gerechten met veel vloeistof, dan kan er ook niets overkoken.
Energie besparen

U bespaart waardevolle energie, als u zich houdt aan de onderstaande punten:
- Zet potten en pannen altijd eerst op de kookplaat voordat u de kookzone inschakelt.
- Vuile kookzones en vuile onderkanten van pannen verhogen het stroomverbruik.
- Doe – indien mogelijk – altijd een deksel op uw potten en pannen.

- Zet de kookzones altijd uit voordat de gaarkooktijd verstreken is. Zo maakt u gebruik van de restwarmte, bijv. om spijzen warm te houden of te smelten.
- De bodem van de pan en de kookzone moeten even groot zijn.

- Bij gebruikmaking van een snelkookpan is de gaarkooktijd tot 50% korter.
Koken met en zonder aankookautomaat
De aankookautomaat is geschikt voor:
- Gerechten die koud opgezet worden, op een hoge pit verhit worden en in de gaarstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden,
- gerechten die in een hete pan gedaan worden.
De aankookautomaat is niet geschikt voor:
- hachee, rollades en andere stoofgerechten, die totdat ze goed bruin zijn tijdens het braden vaak omgedraaid, overgoten en klaargestoofd moeten worden,
- knoedels, pastagerechten met veel vloeistof,
- het gaarkoken met snelkookpannen,
- zeer grote hoeveelheden soep/eenpansgerechten met meer dan 2 liter vocht.
Algemene instructies:
- Bij het koken zonder aankookautomaat raden wij u aan om voor het aankoken/aanbraden van de spijzen een hoge stand te kiezen (met de -toets) en de spijzen vervolgens gaar te laten worden in de desbetreffende gaarkookstand.
- Houd de eerste kookprocessen in het oog! Hierbij kunt u vaststellen welke kookstand voor "uw gerechten" in de door "u normaal gesproken klaargemaakte hoeveelheid" met "uw kookpannen" optimaal is. U zult de voordelen van de automaat dan snel op hun waarde weten te schatten en u krijgt een goed gevoel voor uw nieuwe kookplaat.
Duur van de aankookkracht
De duur van de automatische aankookkracht is afhankelijk van de gekozen kookstand.
Richtwaarden voor het koken met het fornuis
De gegevens in de volgende tabellen zijn richtwaarden. Welke schakelaarstand voor kookprocessen nodig is, hangt af van de kwaliteit van de pannen en van de levensmiddelen (soort en hoeveelheid) die u gebruikt.
| Schakelaar stand | Aankooktijd van de automaat1) [min.] | Gaarkookfase | Voorbeelden van de toepassing |
| 9 | Aankoken Aanbraden Frituren | Aankoken van grote hoeveelheden vocht, pasta koken, aanbraden van vlees, (hachee aanbraden, gestoofd vlees) | |
| 8 | 4,5 | Sterk braden | Biefstukken, lendestukken, rijfkoek, braadworsten, pannekoeken |
| 7 | 3,5 | ||
| 6 | 2,0 | Gebraad | Schnitzels/karbonades, lever, vis, gehaktballen, spiegeleieren |
| 5 | 10,2 | Koken | Koken tot 1,5 l vocht, aardappelen, groente |
| 4 | 6,5 | ||
| 3 | 4,8 | Smoren Stoven Wellen | Smoren en stoven van kleine hoeveelheden groente, wellen van rijst en melkgerechten |
| 2 | 1,7 | ||
| 1 | 1,0 | Smelten | Boter smelten, gelatine oplossen, chocolade smelten |
| 0 | 0,5 | Warm houden | Spijzen warm houden |
1) Bij het koken zonder automaat kunt u de aankooktijd voor elke situatie apart kiezen.

Wij raden u aan, de schakelaar bij het aankoken of aanbraden in de aankookstand „ ^9 “ te zetten en spijzen met een langere gaarkooktijd vervolgens in de desbetreffende gaarkookstand gaar te laten worden.
Reiniging en onderhoud
Kookplaat

Let op! U mag niet met reinigingsmiddelen aan een heet glaskeramisch oppervlak komen! Alle reinigingsmiddelen moeten na het reinigen met veel schoon water verwijderd worden, omdat zij etsend kunnen gaan werken als ze opnieuw verhit worden!
Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen zoals gril- of ovensprays, grove schuurmiddelen of krassende pannenreinigsmiddelen.

Maak het glaskeramische kookoppervlak telkens na gebruik schoon, als het handwarm of koud is. Op die manier voorkomt u dat vuil kan vastbranden.
Verwijder kalk- en waterranden, vetspatten en metallisch glimmende verkleuringen met een normaal in de handel verkrijgbare reiniger voor glaskeramiek of edelstaal.
- Veeg het glaskeramische oppervlak schoon met een vochtige doek en een beetje afwasmiddel.
- Wrijf het oppervlak vervolgens droog met een schone doek. Er mogen geen resten van het reinigingsmiddel op het oppervlak achterblijven.
- Maak het hele glaskeramische oppervlak eenmaal per week grondig schoon met een normaal in de handel verkrijgbare reiniger voor glaskeramiek of edelstaal.
- Maak het glaskeramische oppervlak vervolgens schoon met veel schoon water en veeg het droog met een schone, pluisvrije doek.
- Om overgekookte spijzen of vastgeplakte spatten te verwijderen, moet u een reinigingsschraper gebruiken.
- Zet de reinigingsschraper schuin op het glaskeramisch oppervlak.
- Verwijder de verontreinigingen door met het mes een glijdende beweging te maken.

Reinigingsschrapers en glaskeramische reinigers krijgt u bij de vakhandel.
Speciale verontreinigingen
- Ingebrande suiker, gesmolten kunststof, aluminiumfolie of andere smeltbare materialen moet u onmiddellijk, terwijl ze nog heet zijn met een reinigingsschraper verwijderen.

Let op! Als u met een reinigingsschraper op een hete kookzone werkt, loopt u kans op verbrandingen!
- Vervolgens moet u de afgekoelde kookplaat normaal reinigen.

Voor het geval dat de kookzone met de daarop gesmolten materialen reeds is afgekoeld, moet u deze vóór het reinigen nogmaals opwarmen.
Krassen of donkere vlekken in het glaskeramische oppervlak die bijv. ontstaan zijn als gevolg van pannenbodems met scherpe kanten, kunt u niet meer verwijderen. Zij hebben echter geen nadelige invloed op de werking van de kookplaat.
Hulp bij storingen
Mogelijk is de storing slechts een kleine fout die u aan de hand van de volgende instructies zelf kunt verhelpen.
Als u de storing met de onderstaande informatie niet kunt verhelpen, neem dan contact op met uw dealer of met de klantendienst.

Als u een beroep doet op de klantendienst en mocht blijken dat de fout veroorzaakt wordt door foutieve bediening, dan is het bezoek van de servicemonteur ook tijdens de garantieperiode niet gratis.
Als de glaskeramische kookplaat gebroken mocht zijn, vermeld dan tijdens uw gesprek met de klantenservice het driecijferige getal dat op de glasplaat staat.
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
| De digitale indicatie is uitgevallen. | De stroom is uitgevallen. | 1. Wacht totdat de stroomuitval voorbij is.2. Apparaat inschakelen. |
| De zekering in de huisinstallatie is doorgeslagen. | Nieuwe zekering inzetten.De zekering slaat opnieuw door:1. Apparaat uitschakelen2. Waarschuw een elektricien. | |
| De beveiliging tegen oververhitting heeft alle kookzones uitgeschakeld en de werking ervan geblokkeerd. | Laat de kookzones afkoelen. | |
| De foutindicatie knippert. | De beveiliging tegen oververhitting heeft de kookzone met twee cirkels uitgeschakeld en de werking ervan geblokkeerd. | Laat de kookzone afkoelen. |
| Er is vloeistof of een vochtige doek op de touch-control-tiptoetsen terechtgekomen. | 1. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).2. Laat het apparaat afkoelen.3. Maak de glaskeramische kookplaat schoon.4. Koppel het apparaat aan het elektriciteitsnet (zekering inzetten).5. Apparaat inschakelen.De foutindicatie blijft knipperen:1. Apparaat uitschakelen2. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).3. Waarschuw de klantenservice. | |
| Het glaskeramische oppervlak heeft scheuren, barsten of breuken. | Er zijn harde resp. spitse voorwerpen op het glaskeramische oppervlak gevallen. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).3. Waarschuw de klantenservice. |
| De kookzones werken niet. | Het apparaat is niet ingeschakeld. | Apparaat inschakelen. |
| De gewenste kookzone is niet ingeschakeld. | Kookzone inschakelen. | |
| De gewenste kookstand is niet ingesteld. | De kookstand instellen. | |
| De zekering in de huisinstallatie is doorgeslagen. | Nieuwe zekering inzetten.De zekering slaat opnieuw door:1. Apparaat uitschakelen2. Waarschuw een elektricien. | |
| De kookzones kunnen niet worden ingeschakeld. | De kinderbeveiliging is niet ingeschakeld. | Kinderbeveiliging uitschakelen (zie de paragraaf „Kinderbeveiliging“). |
| Nadat het apparaat is ingeschakeld, zijn er meer dan 10 seconden verstreken. | Apparaat opnieuw inschakelen. | |
| Nadat de kookzone is gekozen, zijn er meer dan 10 seconden verstreken. | Kies opnieuw een kookzone. | |
| De kookzones kunnen niet worden uitgeschakeld. | Nadat de kookzone is gekozen, zijn er meer dan 10 seconden verstreken. | Kies opnieuw een kookzone. |
| De restwarmte-indicatie is uitgevallen. | De stroom is even uitgevallen. | 1. Wacht totdat de stroomuitval voorbij is.Apparaat inschakelen.De beschikbare restwarmte wordt niet meer aangegeven. |
| De elektronica is defect. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).3. Waarschuw de klantenservice. | |
| De restwarmte-indicatie geeft niets aan. | De kookzone was slechts kort ingeschakeld. | Als de kookzone koud is, is er geen sprake van een storing. |
| De elektronica is defect. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).3. Waarschuw de klantenservice. | |
| De stroom was uitgevallen. | De beschikbare restwarmte wordt niet meer aangegeven. | |
| De aankookautomaat kan niet worden ingeschakeld. | De kookzone heeft nog restwarmte. | Laat de kookzone afkoelen. |
| De kookstand is ingesteld met de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊙. | 1. De kookzone uitschakelen.2. De kookstand instellen met de tiptoets „Kookstandkeuze“ ⊕. | |
| De automatische uitschakeling van de timer kan niet ingesteld worden. | Er is geen kookzone gekozen. | Kies een kookzone |
| Het bedieningsveld is vergrendeld. | Bedieningsveld ontgrendelen. | |
| De automatische uitschakeling van de timer kan niet uitgeschakeld worden. | Er is geen kookzone gekozen. | Kies een kookzone |
| Het bedieningsveld is vergrendeld. | Bedieningsveld ontgrendelen. | |
| De programmaklok van de timer kan niet ingesteld worden. | De automatische uitschakeling van een kookzone is ingesteld. | Automatische uitschakeling uitschakelen. |
| Het bedieningsveld is vergrendeld. | Bedieningsveld ontgrendelen. | |
| De programmaklok van de timer kan niet uitgeschakeld worden. | Het bedieningsveld is vergrendeld. | Bedieningsveld ontgrendelen. |
| Het apparaat reageert niet gegevens die met het bedieningsveld ingevoerd worden. | Apparaat is uitgeschakeld. | Apparaat inschakelen. |
| De elektronica is defect. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet af (zekering verwijderen).3. Waarschuw de klantenservice. | |
| De beveiliging tegen oververhitting heeft alle kookzones uitgeschakeld en de werking ervan geblokkeerd. | Laat de kookzones afkoelen. |
Technische gegevens
Afmetingen van het apparaat
| Breedte | 896 mm |
| Diepte | 506 mm |
| Hoogte | 47 mm |
Uitsnijmaten
| Breedte | 880 mm |
| Diepte | 490 mm |
| Hoekradius | R5 |
Montage-instructie
Veiligheidsinstructies
Het apparaat mag uitsluitend gemonteerd en elektrisch aangesloten worden door hiervoor opgeleide en bevoegde vakmensen.

Houdt u zich a.u.b. aan deze instructies, want anders verliezen uw garantie-aanspraken jegens de fabrikant hun geldigheid.
De algemene richtlijnen voor het gebruik van elektrische apparatuur, de voorschriften van uw energiebedrijf en de instructies in deze montage-instructie dienen in acht te worden genomen.
Dit apparaat voldoet voor wat de bescherming tegen brandgevaar betreft aan de norm EN 60 335-2-6. Apparaten van dit type mogen eenzijdig ingebouwd worden naast hoge kasten of muren.
Het apparaat monteren
Bij het inbouwen, uitbouwen en in geval van reparaties moet het apparaat van het elektriciteitsnet afgekoppeld worden.
Als u het apparaat uitpakt, moet u eerst controleren of het helemaal onbeschadigd is en of er geen sprake is van duidelijke transportschade. Beschadigde apparaten mogen niet gemonteerd resp. aangesloten worden.
Eventuele transportschade dient onmiddellijk bij de leverancier of het transportbedrijf gereclameerd te worden.
De verpakking dient op milieuvriendelijke wijze opgeruimd te worden.
U dient zich te houden aan de vereiste minimumafstanden ten opzichte van andere apparatuur in uw keuken (kijk in de technische specificaties van die apparatuur).
Het apparaat mag niet meteen naast deuren of onder vensters gemonteerd worden. Opengaande en openspringende vensters kunnen de hete kookpannen van de kookplaat slaan.
Er mogen geen schuiflades onder de kookplaat gemonteerd worden.
De contactbeveiliging moet door inbouw gegarandeerd zijn.
De stevige stand van de inbouwkast moet voldoen aan DIN 68930.
Ter bescherming tegen vocht dienen alle uitgezaagde snijvlakken met geschikt afdichtingsmateriaal verzegeld te worden.
Bij betegelde werkbladen moeten de voegen van het opleggedeelte van de kookplaat helemaal gevoegd zijn.
Bij platen van natuursteen, kunststeen of keramiek moeten de snapveren met een geschikte kunsthars of met tweecomponentenlijm vastgeplakt worden.
Controleer of de afdichting in het oplegframe perfect zit en geen openingen heeft.
U mag geen extra silicone-afdichting aanbrengen. Dit bemoeilijkt het uitbouwen in geval van reparaties.
Bij demontage moet de kookplaat vanaf de onderzijde eruit gedrukt worden.
Maak het uitgezaagde gedeelte van het werkblad schoon.
Het apparaat elektrisch aansluiten

GEVAAR!
Levensgevaarlijk door elektrische stroom.
Op de netaansluitklem kan spanning staan.
- Houdt u zich aan de veiligheidsregels van de elektrotechniek.
- Maak de netaansluitklem spanningsvrij.

Let op!
Schade door elektrische stroom.
Loszittende en onvakkundig gemaakte klemverbindingen veroorzaken spanningsoverslagen.
- Houdt u zich aan de voorschriften bij het maken van klemverbindingen.
-
Breng een trekontlasting op de kabel aan.
-
Sluit de kabel op het apparaat en op de netaansluitklem aan.
- Breng een trekontlasting op de kabel aan.
- Klemverbindingen controleren.
- Maak het apparaat reinigen (zie „Vóór het eerste gebruik“).
- Controleer of het apparaat bedrijfsklaar is.
Het apparaat is elektrisch aangesloten.
Service
In de paragraaf „Hulp bij storingen“ staan enkele storingen vermeld die u zelf kunt verhelpen.
Lees in geval van een storing eerst die paragraaf.
Is het een technische storing?
Neem dan contact op met onze klantenservice of met één van onze servicepartners.
Bereid het gesprek in elk geval goed voor. Zo vereenvoudigt u de diagnose en de beslissing of een bezoek van een servicemonteur echt noodzakelijk is.
Noteer het volgende zo nauwkeurig mogelijk:
- Welke storing treedt er op?
- Wanneer treedt de storing op?
Noteer voor het gesprek absoluut de volgende identificatienummers op het type-aanduidingsplaatje van uw apparaat:
- Modelbenaming,
• prod.nr. (9 cijfers),
• ser.nr. (8 cijfers).
Wij raden u aan, de identificatienummers hier te noteren, zodat u ze steeds bij de hand hebt:
Model: ....
Prod. nr.:
Ser.nr.: ....
Wanneer moeten wij u ook tijdens de garantieperiode kosten in rekening brengen?
- Als u de storing met behulp van de storingstabel (zie de paragraaf „Hulp bij storingen“) zelf had kunnen verhelpen,
- als de servicemonteur meerdere malen langs moet komen, omdat hij vóór zijn bezoek niet alle belangrijke informatie gekregen heeft en dus bijv. reserve-onderdelen moet gaan halen. U kunt deze extra ritten voorkomen als u het telefoongesprek op de in het bovenstaande beschreven wijze goed voorbereidt.

De elektrische aansluiting dient gemaakt te worden door een vakkundig elektricien conform de informatie in de paragraaf „Het apparaat elektrisch aansluiten“ op pagina 103.
Step / Etape / Stap 1

text_image
>55 mmStep / Etape / Stap 3

Wijzigingen voorbehouden