Atag D2109WRVS - Wasdroger

D2109WRVS - Wasdroger Atag - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis D2109WRVS Atag in PDF-formaat.

📄 75 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Atag D2109WRVS - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Industriële wasdroger
Merk Atag
Model D2109WRVS
Capaciteit trommel 9–35 kg (afhankelijk van uitvoering)
Bedieningsversie Full Control of Easy Control
Verwarmingstype Elektrisch, gas of stoom (afhankelijk van uitvoering)
Droogprogramma's Hoge, midden- en lage temperatuur (30°C–82°C)
Afkoelfase Ja, automatisch aan einde cyclus
Vochtsensor Optioneel (vochtigheidscontrole)
Stoffilter Ja, dagelijks reinigen; teller waarschuwt na 40 cycli
Veiligheidssystemen Noodstop, deurschakelaar, thermostaten, onderdrukklep, gas-/stoombeveiliging
Elektrische voeding Afhankelijk van installatie; spanning +/- 10% van nominale waarde
Geluidsniveau ≤ 70 dB (A)
Onderhoudsfrequentie Dagelijks: filter reinigen; maandelijks: ventilatiekanaal; halfjaarlijks: complete inspectie
Montage Vrijstaand, met uitlaat naar buiten
Bestemd voor Industrieel gebruik (niet voor thuis)
Normen EN 60204-1, EN ISO 10472-1-4
Vervaardiging Originele onderdelen vereist; reparatie alleen door gekwalificeerde technici

Veelgestelde vragen - D2109WRVS Atag

Hoe start ik de droger D2109WRVS?
Schakel de hoofdschakelaar in (positie ON). Open de deur, vul de trommel met wasgoed en sluit de deur. Kies een programma via de bedieningstoetsen (Full Control) of temperatuurtoetsen (Easy Control). Druk op START.
Wat moet ik doen als er een foutcode verschijnt?
Noteer de foutcode (bijv. Er:001, 22, 37). Raadpleeg de handleiding voor de specifieke fout. Bij Full Control kunt u de fout wissen door de deur te openen/sluiten of de noodstop in te drukken. Neem bij aanhoudende fouten contact op met een onderhoudstechnicus.
Hoe vaak moet ik de stoffilter reinigen?
De stoffilter moet dagelijks worden gereinigd. Na 40 droogcycli verschijnt een melding 'Stoffilter' – open dan het filterpaneel, reinig de filter en sluit het paneel. De machine werkt niet zonder filter.
Kan ik synthetische stoffen drogen op hoge temperatuur?
Nee, synthetisch linnen mag niet bij hoge temperatuur worden gedroogd. Gebruik bij voorkeur een programma met lage temperatuur (30°C) of midden temperatuur (40°C). Volg altijd het wasetiket.
Wat is de maximale vulgewicht voor deze droger?
De capaciteit varieert per uitvoering: 9 kg, 11 kg, 13 kg, 16 kg, 24 kg of 35 kg. Controleer het typeplaatje van uw machine. Overbelasting kan leiden tot slechte droogresultaten en storingen.
Hoe onderbreek ik een droogprogramma?
Druk eenmaal op de STOP-toets om het programma te onderbreken. Druk tweemaal om het volledig te stoppen. Bij Easy Control met muntautomaat kan het programma niet worden onderbroken tijdens het drogen.
Wat moet ik doen bij gaslucht of stoomlekkage?
Sluit onmiddellijk de gastoevoer (gas) of stoomtoevoer (stoom). Ventileer de ruimte. Schakel geen elektrische apparaten in, rook niet en gebruik geen open vuur. Bel een onderhoudstechnicus.
Hoe stel ik de droogtijd en temperatuur in bij Full Control?
Druk herhaaldelijk op de toets Programma tot u boven programma 20 bent. Gebruik de toetsen Droogtijd, Droogtemperatuur of Vochtigheidsgraad om parameters aan te passen. Stel de gewenste waarde in met de pijltjestoetsen en bevestig met Enter.
Waarom stopt de machine en toont 'Hot' op het display?
Dit duidt op een te hoge temperatuur (fout 18, 37). De machine koelt af gedurende 30–60 minuten. Controleer de ventilatie, stoffilter en of de luchtafvoer niet geblokkeerd is. Neem indien nodig contact op met een technicus.
Kan ik deze droger gebruiken voor chemisch gereinigd wasgoed?
Nee, droog geen wasgoed dat is gereinigd met benzine, oplosmiddelen of andere brandbare stoffen. Dit kan leiden tot brand of explosie. Gebruik de machine alleen voor in water gewassen wasgoed.

Gebruikersvragen over D2109WRVS Atag

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Wasdroger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D2109WRVS - Atag en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D2109WRVS van het merk Atag.

GEBRUIKSAANWIJZING D2109WRVS Atag

Handboek voor installatie, onderhoud en bediening

D2109..

1. INHOUD

1. INHOUD....1

2. WAARSCHUWINGEN EN ETIKETTEN....2

2.1. SYMBOLEN OP DE MACHINE....3
2.2. DROOGINSTRUCTIES....3
2.3.ONJUIST GEBRUIK VAN DE MACHINE....4
2.4. AANWIJZINGEN VOOR ONDERHOUD, INSTELLING EN VEILIGHEID VAN MENSEN ....4

3. SYMBOLEN OP HET BEDIENINGSPANEEEL....5

3.1. VERSIE „FULL CONTROL“ 5
3.2. VERSIE „EASY CONTROL“ 5

4. BEDRIJFSINSTRUCTIES 6

4.1. START 6
4.2. INSCHAKELEN VAN ELEKTRISCHE ENERGIE 6
4.3. HET DROOGPROCES WORDT GESTART....6
4.3.1.DROOGPROGRAMMA'S 6
4.3.2. VERSIE „FULL CONTROL“ 6
4.3.3. VERSIE „EASY CONTROL“ 7

4.4. BEËINDIGING VAN DROGEN....8

4.5. NOODSTOP VAN DE MACHINE....8

4.6. WERKWIJZE BIJ FOUTMELDINGEN 8

4.7. DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IS ONDERBROKEN 9

  • Deze versie van het bedieningshandboek is vertaald uit de originele Engelse versie. Zonder de originele versie zijn deze instructies niet compleet.
  • Vóór de installatie, inbedrijfname en onderhoud van de machine leest u zorgvuldig de complete handleidingen, d.w.z. deze „Installatie-, onderhouds- en gebruikershandleiding“, „Programmeerhandleiding“ en „Catalogus van vervangstukken“. De programmeerhandleiding en het catalogus van vervangstukken worden niet standaard met de machine geleverd. Verzoek uw leverancier/producent om de programmeerhandleiding en het catalogus van vervangstukken.

- Werk overeenkomstig de aanwijzingen die in de handleidingen vermeld staan, en bewaar de handleidingen nabij de machine t.b.v. later gebruik.

- Overtreed nooit de instructies in de handboeken en waarschuwingen op de etiketten. Leeft alle geldige veiligheidsbepalingen na.

- Deze machine mag niet door kinderen bediend worden. Voordat u de machine („ON“) inschakelt, hoeft u zich te overtuigen dat er zich geen mensen of dieren in de machine of in haar omgeving bevinden. Gebruik de machine niet met defecte of ontbrekende delen of met geopende deksels. Manipuleer niet doelloos de schakelaars van de machine.

- Laat de machine niet werken, indien de onderdelen kapot of niet gemonteerd zijn, indien de deksels geopend zijn of indien de machine niet overeenkomstig de aanwijzingen in de installatiehandleiding geïnstalleerd en in bedrijf genomen was.

- Manipuleer niet doelloos met de bedieningsknoppen van de machine.

- Versie OPL (zonder muntautomaat) dient door gekwalificeerd personeel bediend te worden.

- Bewaar geen brandstoffen in de omgeving van de machine. Houd het machineoppervlak schoon en zonder brandstoffen en neem één keer per dag het stof af van de filter.

- Spray geen aërosols in de omgeving van dit apparaat.

- Verscheidene chemicaliën, die in wasinrichtingen gebruikt worden, bevatten chloor (vloeistoffen voor chemisch reinigen, aërosols, bleekmiddelen). Wanneer deze stoffen desintegreren in een vlam, kunnen zij snel corroderen en dit apparaat vernietigen.

- De toevoerklemmen zijn onder spanning ook als de hoofdschakelaar van de machine uitgeschakeld is.

- OVERTREED niet de veiligheidsbepalingen.

- Verwijder niet de waarschuwingssymbolen van de machine. Leef de aanwijzingen na die op de etiketten en symbolen vermeld staan, om kwetsuren te voorkomen.

- Houdt u zich altijd aan de instructies die de producent van de kleren voorschrijft.

- RAAK nooit de trommel, indien de trommel draait.

- De droger moet over een uitlaat naar buiten beschikken en de ruimte rond de droger moet vrij zijn van pluisjes, want de droger porduceert brandbare pluisjes.

- De machine produceert een equivalente voortdurende waarde van het geluid, waarvan het niveau 70 dB (A) niet overschrijdt.

- Gebruik de droogkast slechts voor het drogen van linnen dat in water gewassen werd.

- Onderhoud kan slechts door een vakbekwame onderhoudstechnicus uitgevoerd worden.

- Leef alle geldige veiligheidsmaatregelen en wetten na. Aanwijzingen en waarschuwingen die in deze handleiding vermeld staan, kunnen niet alle eventueel voorkomende gevaarlijke situaties beschrijven. Ze moeten als algemene aanwijzingen begrepen worden. Voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn factoren die door de constructie van de machine niet opgelost kunnen worden. Deze factoren moeten voorwaarde voor de vakbekwaamheid van de personen zijn die de machine installeren, gebruiken of onderhouden. De gebruiker moet bij de bediening van de machine voorzichtig handelen.

- De producent behoudt zich het recht voor, wijzigingen in de handleidingen zonder voorafgaande waarschuwing aan te brengen.

- Indien er een probleem of een storing voorkomt, neem onmiddelijk contact op met uw dealer, onderhoudstechnicus of producent.

Om de vorming van brandbare dampen die ontploffen, ontvlammen of etsing veroorzaken zouden kunnen, te voorkomen, DROOG NIET de volgende materialen:

- Stukken kleren die met benzine, oplosmiddelen voor droge reiniging of andere brand/explosiestoffen gereinigd, gewassen of bevlekt werden.

- Plastics of stukken die schuimrubber bevatten of materialen van rubber met dergelijke structuur.

- Stukken kleren met vlekken van brandstoffen zoals keukenolie, machineolie, brandbare chemicaliën of oplosmiddelen.

  • Stukken kleren die was of reinigingschemicaliën bevatten.
  • Gordijnen of voorhangen van glasvezels (indien op het etiket niet staat, dat het mogelijk is).

VOOR DE VERSIE MET GASVERWARMING

  • Indien u vaststelt dat er gas uit de machine ontsnapt, sluit de gastoevoerleiding, lucht de kamer, schakel geen elektrische toestellen in, rook niet, gebruik geen open vuur en haal de onderhoudstechnieker erbij.
  • Verander niet de instelling van de onderdrukschakelaar, veiligheidsthermostaat, aanzuigbuis van primaire lucht en van alle toestellen die in het productiebedrijf ingesteld werden.

VOOR DE VERSIE MET STOOMVERWARMING

- Indien u vaststelt dat er stoom uit de machine ontsnapt, sluit de stoomtoevoerleiding en haal de onderhoudstechnieker erbij.

Atag D2109WRVS - VOOR DE VERSIE MET STOOMVERWARMING - 1

WAARSCHUWING!

INDIEN DE MACHINE D.M.V. MUNTEN, JETONS OF OP EEN DERGELIJKE WIJZE/ZELFBEDIENING BEDIEND WORDT, HOEFT DE EIGENAAR-UITBATER EEN AFSTANDSBEDIENING TER BERSCHIKKING TE STELLEN OM DE MACHINE IN NOODGEVAL TE KUNNEN STOPPEN. DEZE AFSTANDSBEDIENING MOET ZODANIG GEPLAATST WORDEN DAT DE GEBRUIKER HEM EENVOUDIG EN VEILIG KAN BEDIENEN. DEZE AFSTANDSBEDIENING VOOR NOODSTOP ZORGT DAARVOOR DAT TENMINSTE HET STUURCIRCUIT VAN DE MACHINE ONDERBROKEN WORDT.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

ALS VERVANGSTUKKEN VOOR DEZE MACHINE MOETEN DE ORIGINELE OF VERGELIJKBARE STUKKEN GEBRUIKT WORDEN.

NA DE HERSTELLING MOETEN ALLE PANELEN OP HUN PLAATS BEVESTIGD WORDEN ZOALS DIT OORSPRONKELIJK GEDAAN WAS. DEZE MAATREGEL DIENT GEZIEN TE WORDEN ALS BESCHERMING TEGEN ELEKTRISCHE SCHOK, KWETSUUR, BRAND EN/OF BESCHADIGING VAN EIGENDOM.

2.1. SYMBOLEN OP DE MACHINE

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 1

Waarschuwing, gevaarlijke elektrische spanning, elektrisch toestel.

Voordat u in de machine grijpt, schakel de toevoer van elektrische energie af.

Ook als de hoofdschakelaar uitgeschakeld is („OFF“), zijn de toevoerklemmen steeds onder spanning.

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 2

Waarschuwing, hoge temperatuur

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 3

Raak de oppervlakte niet aan, nadat de machine opgewarmd is.

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 4

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 5
Filteretiket

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 6
Hoofdschakelaar

Atag D2109WRVS - SYMBOLEN OP DE MACHINE - 7

Gevaar, lees en leef de geschreven aanwijzingen na.

2.2. DROOGINSTRUCTIES

De machine dient slechts tot drogen van glad wasgoed (beddengoed, tafelkleden, drrogdoeken, handdoeken, zakdoeken en anderen soorten van glad wasgoed) en van stukken kleren van linnen, wol, zijden, polyacrylen polyestervezel. Overtuigt u zich voor het drogen of het wasgoed in de droogkast gedroogd mag worden. De producent van de machine is niet verantwoordelijk voor de beschadiging van het linnen die door onjuist droogproces veroorzaakt wordt.

De machine dient niet tot het drogen van wasgoed dat delen van plastic, glasvezels en schuimrubber bevat. Voordat u het droogproces start, verwijder van het wasgoed vreemde voorwerpen zoals spijkers, nadels, schroeven e.d. die het wasgoed en de machine zouden kunnen beschadigen. Het wasgoed dient goed

uitgespoeld en gezwierd te worden. Voor het droogproces zal de aanbevolen restvochtigheid van het wasgoed tussen 50% en 70% bedragen, zodat het wasgoed optimaal uitgedroogd kan worden.

Reinig tenminste één keer per week de stoffilter, zodat de machine juist kan functioneren. Voordat u de filter begint te reinigen, stop de machine. Klap het deksel van het benedenpaneel op. Maak bij een tweevoudige droogautomaat van 13/13kg de bovenafdekking van de machine open. Neem de stoffilter uit en reinig hem. Reinig tegelijkertijd de hele ruimte voor de stoffilter. De stofresten in deze ruimte zouden de stoffilter snel dichtstoppen en de effectiviteit van het drogen verlagen. Plaats de gereinigde filter weer terug en klap het deksel dicht.

Beëindig het droogproces altijd met afkoeling van het wasgoed. Neem het wasgoed onmiddelijk uit nadat de droogcyclus beëindigd is.

2.3. ONJUIST GEBRUIK VAN DE MACHINE

⚠ WAARSCHUWING! DEZE MACHINE IS ONTWORPEN VOOR INDUSTRIEEL DROGEN VAN WASGOED. HET IS GEEN TOESTEL DAT THUIS GEBRUIKT KAN WORDEN. IEDER ANDER GEBRUIK DAT VAN HET BOVENGENOEMDE VERSCHILT WORDT ZONDER SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN DE PRODUCENT ALS ONJUIST GEBRUIK BESCHOUWD.

  • Vul de machine niet met een groter volume wasgoed dan voorgeschreven.
  • Vergeet niet de stoffilter regelmatig te reinigen.
  • Stop de machine niet voordat de droogcyclus incl. afkoelen beëindigd is, met uitzondering van buitengewone gevallen.
  • Droog het synthetische linnen niet bij hoge temperaturen.
  • Laat het wasgoed niet in de machine nadat het droogcyclus beëindigd is.

2.4. AANWIJZINGEN VOOR ONDERHOUD, INSTELLING EN VEILIGHEID VAN MENSEN

De volgende aanwijzingen zijn in dit „Bedieningshandboek“ niet aangegeven. Vind deze aanwijzingen in het „Installatie- en onderhoudshandboek“ dat samen met de machine geleverd wordt.

Verwijzingen naar het „Installatie- en onderhoudshandboek“, volgens de norm EN ISO 10472-1(-4):

  1. Onderhoud en instelling
  2. Luchten
  3. Deksels
  4. Storingen, reiniging, onderhoud
  5. Warmterisico's
  6. Afzuigen
  7. Manipulatie, installatie

  8. Inlichtingen voor het bekomen van het bedieningshandboek

  9. Gebruiksomvang van de machine en beperkingen

3. SYMBOLEN OP HET BEDIENINGSPANEEL

3.1. VERSIE „FULL CONTROL“

BEDIENIGSTOETSENoopre{XE "BUTTONS"}

- START

  • Programma starten
  • Onderbroken programma voortzetten
  • Programma stap voor stap laten verlopen

Atag D2109WRVS - - START - 1

- STOP{ XE "STOP" }

  • Programma onderbreken
  • Programma stoppen

Atag D2109WRVS - - STOP{ XE "STOP" } - 1

- KEUZE VAN PROGRAMMA{ XE "STOP"

- Keuze van programma-nummer

♦ ONDERHOUD

- Geeft de toestanden en het totaalcijfer van de machine-cyclussen weer

Atag D2109WRVS - ♦ ONDERHOUD - 1

♦ TERUGGANG

- Inschakelen/uitschakelen van de teruggang

• PIJL NAAR BOVEN

- Waarde stijgt

♦ PIJL NAAR BENEDEN

- Waarde daalt

Atag D2109WRVS - ♦ PIJL NAAR BENEDEN - 1

- DROOGTIJD

- Droogtijd instellen

• DROOGTEMPERATUUR

- Temperatuur instellen

Atag D2109WRVS - • DROOGTEMPERATUUR - 1

Atag D2109WRVS - • DROOGTEMPERATUUR - 2

Atag D2109WRVS - • DROOGTEMPERATUUR - 3

Atag D2109WRVS - • DROOGTEMPERATUUR - 4

♦ AFKOELINGSTIJD
- Afkoelingstijd instellen

Atag D2109WRVS - • DROOGTEMPERATUUR - 5

♦ VOCHTIGHEIDSGRAAD

- Graad van restvochtigheid instellen

Atag D2109WRVS - ♦ VOCHTIGHEIDSGRAAD - 1

PROGRAMMATOETSEN{XE "BUTTONS"}

• PIJL NAAR BOVEN

  • Keuze van het volgende punt van de lijst
  • Waarde stijgt

Atag D2109WRVS - • PIJL NAAR BOVEN - 1

♦ PIJL NAAR BENEDEN

  • Keuze van het voorafgaande punt van de lijst
  • Waarde daalt

Atag D2109WRVS - ♦ PIJL NAAR BENEDEN - 1

♦ LINKERPIJL

- Keuze van het voorafgaande punt van het menu

Atag D2109WRVS - ♦ LINKERPIJL - 1

♦ RECHTERPIJL

- Keuze van het volgende punt van het menu

Atag D2109WRVS - ♦ RECHTERPIJL - 1

♦ ENTER

  • Keuze van het volgende punt van het menu
  • Bevestiging van de nieuwe waarde of het punt van de lijst en overgang naar het volgende punt van het menu

Atag D2109WRVS - ♦ ENTER - 1

3.2. VERSIE „EASY CONTROL“

BEDIENIGSTOETSEN

- START

  • Programma starten
  • Onderbroken programma voortzetten
  • Programma in de volgende sequentie verschuiven

Atag D2109WRVS - - START - 1

♦ PROGRAMMA HOGE TEMPERATUUR

- Keuzeknop van het programma Hoge temperatuur

Atag D2109WRVS - ♦ PROGRAMMA HOGE TEMPERATUUR - 1

♦ PROGRAMMA MIDDENTEMPERATUUR

- Keuzeknop van het programma Middentemperatuur

Atag D2109WRVS - ♦ PROGRAMMA MIDDENTEMPERATUUR - 1

♦ PROGRAMMA LAGE TEMPERATUUR

- Keuzeknop van het programma lage temperatuur

Atag D2109WRVS - ♦ PROGRAMMA LAGE TEMPERATUUR - 1

♦ ALARMNDICATIE

- Bij alarm flikkert het rode licht

Atag D2109WRVS - ♦ ALARMNDICATIE - 1

4. BEDRIJFSINSTRUCTIES

4.1. START

Voordat u de machine de eerste keer start, overtuigt u of de machine juist geïnstalleerd is - zie. „Installatie- en onderhoudshandboek“. Controleer de stoffiler en andere delen van de machine volgens het „Installatie- en onderhoudshandboek“.

4.2. INSCHAKELEN VAN ELEKTRISCHE ENERGIE

Schakel de hoofdschkelaar die zich op het achterpaneel van de machine bevindt, in positie „ON“. Als de machine van de noodstop-toets voorzien is, draai hem zacht naar rechts. Het display licht op. Na een paar seconden gaat het display uit – dit geldt alleen voor de versie „Easy control“. De machine blijft in staat van paraatheid.

4.3. HET DROOGPROCES WORDT GESTART

4.3.1. DROOGPROGRAMMA'S

1. Hoge temperatuur (versie „EASY CONTROL“)70°C
1. Afkoelen (versie „FULL CONTROL“)20 min
2. Middentemperatuur (versie „EASY CONTROL“)40°C
2. Lage temperatuur (versie „FULL CONTROL“)30°C
3. Lage (versie „EASY CONTROL“)30°C
temperatuur (versie „FULL CONTROL“)35°C
4. Middentemperatuur (versie „FULL CONTROL“)40°C
5. Middentemperatuur (versie „FULL CONTROL“)45°C
6. Middentemperatuur (versie „FULL CONTROL“)50°C
7. Hoge temperatuur (versie „FULL CONTROL“)60°C
8. Hoge temperatuur (versie „FULL CONTROL“)65°C
9. Hoge temperatuur (versie „FULL CONTROL“)70°C
10. Hoge temperatuur (versie „FULL CONTROL“)70°C - 9kg (20lb), 11kg (24lb), 13kg (27lb), 13/13kg (27/27lb), 16kg (35lb)70°C - 24kg (53lb), 35kg (77lb) stoomverwarming75°C - 24kg (53lb), 35kg (77lb) slechts gasverwarming80°C - 24kg (53lb), 35kg (77lb) alleen elektrische verwarming
11. Hoge temperatuur (versie „FULL CONTROL“)70°C - 9kg (20lb), 11kg (24lb), 13kg (27lb), 13/13kg (27/27lb), 16kg (35lb)70°C - 24kg (53lb), 35kg (77lb) stoomverwarming82°C - 24kg (53lb), 35kg (77lb) enkel gas- en elektrische verwarming
12. - 20. Drogen (versie „FULL CONTROL“)45°C

4.3.2. VERSIE „FULL CONTROL“

  1. Open de deur van de trommel, vul de trommel met wasgoed en sluit de deur veilig.

  2. Kies het gewenste Programma. Kies niet de temperatuur die hoger is dan de maximale droogtemperatuur. (Voor uitvoerigere informatie over voorgeprogrammeerde droogtemperaturen en tijden – zie het Programmeerhandboek Full Control). Op het display verschijnt het programmanummer. Voor de manuele instelling van het drogen druk herhaardelijk de toets Programma tot u boven het programa 20 bent. Druk de toets Droogtijd, Droogtemperatuur, A Vochtigheidsgraad om de afzonderlijke parameters in te stellen. D.m.v. de toets Pijl naar boven of Pijl naar beneden stel de gewenst Bevestig de ingestelde waarde met Enter.

Atag D2109WRVS - VERSIE „FULL CONTROL“ - 1

  1. Druk Start

  2. Kies Teruggang of Zonder teruggang. Deze keuze is niet verplicht.

Atag D2109WRVS - VERSIE „FULL CONTROL“ - 2

  1. Wilt u de trommel tijdens de droogcyclus vullen of leegmaken, vervolg de volgende werkwijze:

a. Stop de trommel door het openen van deurtrommel.
b. Vul de trommel of maak hem leeg.
c. Start de machine opnieuw:

  1. Sluit de deur van de trommel.

  2. Druk Start

  3. De cyclus is beëindigd zodra de aanwijzing „ILEEGMAKEN!“ verschijnt.

  4. Neem het wasgoed onmiddelijk uit nadat de cyclus beëindigd wordt.

OPMERKING: WILT U HET PROGRAMMA ONDERBREKEN, DRUK ÉÉN KEER DE STOP-TOETS. INDIEN U HET PROGRAMMA WILT STOPPEN, DRUK TWEE KEER DE STOP-TOETS.

Stop-toets:

Atag D2109WRVS - OPMERKING: WILT U HET PROGRAMMA ONDERBREKEN, DRUK ÉÉN KEER DE STOP-TOETS. INDIEN U HET PROGRAMMA WILT STOPPEN, DRUK TWEE KEER DE STOP-TOETS. - 1

4.3.3. VERSIE „EASY CONTROL“

  1. Open de deur en leg het wasgoed in de trommel. Als de trommel vol is, sluit de deur.
  2. Droogprogramma kiezen:

Versie - Easy Control zonder muntapparaat : Kies het programma door het drukken van de temperatuurtoets.

Kies niet zulke temperatuur die hoger is dan de maximale droogtemperatuur. (Voor uitvoerigere informatie over

voorgeprogrammeerde droogtemperaturen en tijden – zie het Programmeerhandboek Easy control). Op het display verschijnt het programmanummer.

Versie - Easy Control met muntapparaat; Kies het programma door het drukken van de temperatuurtoets. Kies niet zulke temperatuur die hoger is dan de maximale droogtemperatuur. Leg een munt in. De lengte van de betaalde tijd verschijnt. Leg andere munten in tot de gewenste tijd bereikt wordt.

Atag D2109WRVS - VERSIE „EASY CONTROL“ - 1

  1. Start het droogprogramma:

De LED-diode van de startknop flikkert. Druk de START-knop.

Atag D2109WRVS - VERSIE „EASY CONTROL“ - 2

  1. Droogprogramma wijzigen:

Tijdens de werking van de machine kan het droogprogramma gewijzigd worden.

Atag D2109WRVS - VERSIE „EASY CONTROL“ - 3

Versie - Easy Control zonder muntapparaat : Door het drukken van de bepaalde temperatuurtoets kies een ander programma. De droogtemperatuur wordt daardoor verhoogd of verlaagd. De droogtijd blijft onveranderd.

Versie - Easy Control met muntapparaat : Door het drukken van de bepaalde temperatuurtoets kies een ander programma. De droogtemperatuur wordt daardoor verhoogd of verlaagd. Het restbedrag wordt door het programma omgerekend en op grond daarvan de droogtijd gewijzigd.

  1. Droogtemperatuur verhogen:

Versie - Easy Control zonder muntapparaat :

Druk de actieve temperatuurtoets.

Het punt op display flikkert niet meer.

Druk de toets opnieuw om de temperatuur te verhogen.

Versie - Easy Control met muntapparaat: De temperatuur kan niet verhoogd worden.

Atag D2109WRVS - VERSIE „EASY CONTROL“ - 4

  1. Droogprogramma verschuiven:

Versie - Easy Control zonder muntapparaat:

Druk de START-knop, terwijl de machine werkt.

Het programma wordt in de volgende stap verschoven.

Versie - Easy Control met muntapparaat: Het programma kan niet verschoven worden.

Atag D2109WRVS - VERSIE „EASY CONTROL“ - 5

7. Programma beëindigen:

De tijd op het display wordt tot „0“ afgeteld. Als „0“ bereikt wordt, wordt de droogcyclus beëindigd en de deur kan geopend worden. Neem het wasgoed onmiddelijk uit nadat de cyclus beëindigd wordt, om het verbrandingsgevaar te voorkomen.

OPMERKINGEN:

  1. Machine vullen en leegmaken tijdens de droogcyclus :

Stop de machine door het openen van de deur. Neem het wasgoed uit de droogkast of steek het in. Wees voorzichtig omdat het wasgoed heel heet kan zijn. Sluit de deur. Druk de START-knop.

Atag D2109WRVS - OPMERKINGEN: - 1

  1. Droogcyclus beëindigen:

Versie - Easy Control zonder muntapparaat: Door

het drukken van de START-knop verschuif

het droogprogramma in de volgende stap.

Herhaal dit tot het einde van het programma bereikt wordt.

Atag D2109WRVS - OPMERKINGEN: - 2

Versie - Easy Control met muntapparaat: Het droogprogramma kan tijdens de werking niet onderbroken worden.

BELANGRIJK: ALLE DROOGKASTEN DIE MANUEEL BEDIEND WORDEN, ZIJN VAN DE NOODSTOPTOETS VOORZIEN DIE ZICH OP HET VOORPANEEL BEVINDT (DIT GELDT NIET VOOR DE VERSIE MET MUNTAPPARAAT).

Noodstop-toets:

Atag D2109WRVS - BELANGRIJK: ALLE DROOGKASTEN DIE MANUEEL BEDIEND WORDEN, ZIJN VAN DE NOODSTOPTOETS VOORZIEN DIE ZICH OP HET VOORPANEEL BEVINDT (DIT GELDT NIET VOOR DE VERSIE MET MUNTAPPARAAT). - 1

4.4. BEËINDIGING VAN DROGEN

Na de beeindiging van de droogcyclus is de machine voorbereid op de volgende cyclus. Als u de machine wilt uitschakelen, druk de noodstoptoets (dit geldt niet voor de versie Easy Control met muntapparaat). Voor de volledige uitschakeling van de machine dient de hoofdschakelaar op het achterpaneel van de machine in positie „OFF“ geschakeld te worden.

⚠ WAARSCHUWING !

HET WORDT NIET AANBEVOLEN OM HET DROGEN TE ONDERBREKEN EN HET AFKOELINGSPROCES IN HET EINDE VAN DE DROOGCYCLUS OVER TE SLAAN.

4.5. NOODSTOP VAN DE MACHINE

Versie - Full Control en Easy Control zonder muntapparaat: Als de veiligheid of gezondheid van de bediening in gevaar is, kan de machine door het drukken van de noodstoptoets gestopt worden, zie daarvoor kap. 4.3. De noodstoptoets bevindt zich op het boven-voorpaneel van de machine.

Versie - Easy Control met muntapparaat : De machine is niet van de noodstoptoets voorzien. De eigenaar van de wasserij moet voor een afstandsbediening van de noodstop zorgen.

⚠ WAARSCHUWING !

NEEM HET WASGOED UIT DE DROOGTROMMEL ONMIDDELIJK NADAT DE OORZAAK VAN DE MACHINESTOP VERWIJDERD IS. BRANDGEVAAR!

4.6. WERKWIJZE BIJ FOUTMELDINGEN

Versie Full Control : De foutmelding verschijnt op het display in de vorm van Er: en het foutnummer (001 tot 999). In sommige gevallen begint de zoemer van het bedieningsapparaat te luiden. In sommige gevallen draait de trommel verder, maar zonder verwarming. De machine wordt afgekoeld en stopt zodra de veilige temperatuur bereikt wordt. Als de machine stilstaat, kan de foutmelding door het openen en sluiten van de deur gewist worden, eventueel door het drukken op de noodstop-toets. Als de fouttoestand echter voortbestaat, verschijnt de foutmelding opnieuw. Voor nadere inlichtingen over foutmeldingen – zie het „Programmeerhandboek“.

Versie - Easy Control zonder muntapparaat en met muntapparaat: In geval van fout begint de LED- diode van alarm te schijnen. Het nummer op het display signaleert de toebehorende fout. In sommige gevallen draait de trommel verder, maar zonder verwarming. De machine wordt afgekoeld en stopt zodra de veilige temperatuur bereikt wordt. Voor uitvoerigere informatie over foutmeldingen – zie het

„Programmeerhandboek“.

4.7. DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IS ONDERBROKEN

Versie - Full Control : Als de toevoer van elektrische energie onderbroken en dan opnieuw hersteld wordt, blijft de machine in staat van paraatheid. Het display telt naar beneden af. Als „0“ bereikt wordt, zal de machine op volgende instructies wachten. Sluit de deur, indien zij open is. Op het display verschijnt het programmanummer. Druk de START-knop om het programma voort te zetten of STOP om de droogcyclus te beëindigen.

Versie - Easy Control zonder muntapparaat en met muntapparaat Als de toevoer van elektrische energie onderbroken en dan opnieuw hersteld wordt, blijft de machine in staat van paraatheid. Het display telt naar beneden af. Als „0“ bereikt wordt, zal de machine op volgende instructies wachten. Sluit de deur, indien zij open is. Op het display verschijnt het programmanummer en de LED-diode van de START-knop flikkert. Druk de START-knop om het programma voort te zetten.

⚠ WAARSCHUWING !

NEEM HET WASGOED UIT DE DROOGTROMMEL. BIJ HOGE DROOTEMPERATUREN BESTAAT ER BRANDGEVAAR!

Versie - Full Control : Als de toevoer van gas onderbroken wordt, verschijnt op het display de foutmelding „FOUT VAN VERWARMING“ en als de temperatuur niet bereikt wordt „GEEN VERWARMING“. De trommel draait verder, maar zonder verwarming. Nadat de veilige temperatuur bereikt wordt, stopt de machine. De foutmelding kan verwijderd worden - zie kapittel 4.6. Zodra de toevoer van gas hersteld wordt, kan de machine weer gestart worden.

Versie - Easy Control zonder muntapparaat en met muntapparaat Als de toevoer van gas onderbroken wordt, verschijnt op het display de foutmelding 22, 23 of 24. De trommel draait verder, maar zonder verwarming. Nadat de veilige temperatuur bereikt wordt, stopt de machine. Voor uitvoerigere informatie over foutmeldingen – zie het „Programmeerhandboek“.

⚠️ WAARSCHUWING !

NEEM HET WASGOED UIT DE DROOGTROMMEL. BIJ HOGE DROOGTEMPERATUREN BESTAAT ER BRANDRISICO!

4.9. RESET VAN GASVERWARMING

Nadat de machine gestart wordt, probeert het elektronische systeem van de machine drie keer het gas aan te steken. Als tijdens deze tijd het gas niet aangestoken wordt, wordt de stuureenheid van aansteking veiligheidhalve geblokkeerd en het ventiel opent zich niet tot de stuureenheid gereset wordt.

Op het display verschijnt:

Versie - Full Control: „FOUT VAN GASAANSTEKING RESET/STOP“ weergegeven. Controleer de gastoevoer en of het handsluitventiel van gas open is. Door het drukken op de toets „START“ wordt het elektronische systeem van de aansteking gereset en de machine herhaalt de aanstekingscyclus. Het zal waarschijnlijk noodzakelijk zijn om herhaaldelijk de lucht uit de gasleiding proberen uit te drukken. Indien de foutmelding voortduurt, zet de machine buiten bedrijf en neem contact op met de producent of leverancier. Nadat de toets „STOP“ gedrukt wordt, stopt de machine en de foutmelding „fout van aansteking“ verschijnt. Zie het kap. 4.6. voor de verwijdering van de foutmelding.

Versie - Easy Control zonder muntapparaat en met muntapparaat „22“. Controleer de gastoevoer en of het manueel sluitbare gasventiel geopend is. Schakel de machine uit en in door het drukken van de noodstoptoets (dit geldt alleen voor Easy Control zonder muntapparaat) of d.m.v. de hoofdschakelaar. De aanstekingseenheid van de machine wordt opnieuw ingesteld (gereset). Het zal waarschijnlijk noodzakelijk zijn de lucht uit de gasleiding te persen. Als de foutmelding voortduurt, zet de machine buiten bedrijf en neem contact op met de producent of uw leverancier.

5. VERKLARINGEN VOOR FOUTMELDINGEN

Voor elke foutmelding wordt een werkwijze gedefinieerd hoe de fout moet verholpen worden.

BELANGRIJK!

EEN TECHNISCHE INGREEP IN DE MACHINE MAG ALLEEN GEBEUREN DOOR KWALIFICEERDE TECHNICI MET EEN TOEREIKENDE TECHNISCHE KENNIS VAN DE DROOGAUTOMAAT MET DE PROGRAMMATOR "EASY CONTROL".

FOUT 1: DE THERMISCHE TERMOSTAAT 1{ XE "PORUCHA 1": TEPLOTNÍ TERMOSTAT 1" }

Foutmelding 1 wordt weergegeven als het bedieningsapparaat vaststelt dat de veiligheidsthermostaat die in de uitgangslucht geplaatst is, het NC contact losgekoppeld heeft. (NC warmtecontact) (foutmelding 1 kan slechts tijdens de droogcyclus weergegeven worden).

Voordat de machine opnieuw wordt gestart, moet een kwalificeerde en ervaren vakman het systeem van verwarming en luchtuitvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer het ventilatiesysteem. Als de luchtstroming onvoldoende is, stel het ventilatiesysteem juist in.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Als het verwarmingssysteem beschadigd is, herstel het of wissel het uit.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel)Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel hem of wissel hem uit.
5. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
6. Als de veiligheidsthermostaat binnen 15 minuten niet weer inschakelt.De veiligheidsthermostaat is waarschijnlijk beschadigd en moet uitgewisseld worden.
7. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
8. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 2: TEMPERATUUR-THERMOSTAAT 2{ XE "FOUT 2: TEMPERATUUR-THERMOSTAAT 2" }

Foutmelding 2 wordt weergegeven als het bedieningsapparaat vaststelt dat de veiligheidsthermostaat die op het verwarmingslichaam geplaatst is, het NC contact losgekoppeld heeft. (NC warmtecontact) (foutmelding 2 kan slechts tijdens de droogcyclus weergegeven worden).

Voordat de machine opnieuw wordt gestart, moet een kwalificeerde en ervaren vakman het systeem van verwarming en luchtuitvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer het ventilatiesysteem. Als de luchtstroming onvoldoende is, stel het ventilatiesysteem juist in.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Als het verwarmingssysteem beschadigd is, herstel het of wissel het uit.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel)Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel hem of wissel hem uit.
5. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
6. Als de veiligheidsthermostaat binnen 15 minuten niet weer inschakelt.De veiligheidsthermostaat is waarschijnlijk beschadigd en moet uitgewisseld worden.
7. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
8. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 5: WARMTEBEVEILIGING VAN MOTOR{ XE "FOUT 5 \: WARMTEBEVEILIGING VAN MOTOR" }

Fout 5 wordt weergegeven zodra de bovenstrooms-warmtebeveiliging van motor overschreden wordt. Het contact wordt na een tijd weer automatisch gesloten (het warmtecontact wordt alleen dan gecontroleerd, als het uitgangsrelais van de motor ingeschakeld is). (Fout 5 wordt bij machines met één motor weergegeven). (NC-warmtecontact).

Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van motoraandrijving controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de thermische motorbeveiliging onderbroken is.Indien de thermische beveiliging opengegaan is, zal ze binnen de 15 min. opnieuw automatisch toegaan.Indien de motor defect is, kan de thermische beveiliging bij het herstarten van de droogautomaat opnieuw opengaan.Indien het slechts gaat over een thermisch probleem en de motor niet defect is: de controle van overbelasting zal niet opnieuw geactiveerd worden.
2. Controleer of de ventilatie, de trommel of de ventilator niet geblokkeerd zijn.Los het mechanische probleem op.
3. Als de warmtebeveiliging van motor binnen 15 minuten niet weer inschakelt.De warmtebeveiliging van motor is waarschijnlijk beschadigd.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 6: WARMTEBEVEILIGING VAN VENTILATORMOTOR{ XE "FOUT 6\: WARMTEBEVEILIGING VAN VENTILATORMOTOR" }

Fout 6 wordt weergegeven zodra de bovenstrooms-warmtebeveiliging van ventilatormotor overschreden wordt. Het contact wordt na een tijd weer automatisch gesloten (het warmtecontact is gecontroleerd alleen als het uitgangsrelais van de motor ingeschakeld is). (fout 6 wordt alleen bij machines met 2 motoren weergegeven) (NC-warmtecontact)

Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van motoraandrijving controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de thermische motorbeveiliging onderbroken is.Indien de thermische beveiliging opengegaan is, zal ze binnen de 15 min. opnieuw automatisch toegaan. Indien de motor defect is, kan de thermische beveiliging bij het herstarten van de droogautomaat opnieuw opengaan. Indien het slechts gaat over een thermisch probleem en de motor niet defect is: de controle van overbelasting zal niet opnieuw geactiveerd worden.
2. Controleer of de ventilatie, de trommel of de ventilator niet geblokkeerd zijn.Los het mechanische probleem op.
3. Als de warmtebeveiliging van motor binnen 15 minuten niet weer inschakelt.De warmtebeveiliging van motor is waarschijnlijk beschadigd.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 7: WARMTEBEVEILIGING VAN TROMMELMOTOR{ XE "FOUT 7: WARMTEBEVEILIGING VAN TROMMELMOTOR" }

Fout 7 wordt weergegeven zodra de bovenstrooms-warmtebeveiliging van motor overschreden wordt.. Het contact wordt na een tijd weer automatisch gesloten (het warmtecontact is gecontroleerd alleen als het uitgangsrelais van de motor ingeschakeld is). (fout 7 wordt alleen bij machines met 2 motoren weergegeven) (NC-warmtecontact)

Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van motoraandrijving controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de thermische motorbeveiliging onderbroken is.Indien de thermische beveiliging opengegaan is, zal ze binnen de 15 min. opnieuw automatisch toegaan.Indien de motor defect is, kan de thermische beveiliging bij het herstarten van de droogautomaat opnieuw opengaan.Indien het slechts gaat over een thermisch probleem en de motor niet defect is: de controle van overbelasting zal niet opnieuw geactiveerd worden.
2. Controleer of de ventilatie, de trommel of de ventilator niet geblokkeerd zijn.Los het mechanische probleem op.
3. Als de warmtebeveiliging van motor binnen 15 minuten niet weer inschakelt.De warmtebeveiliging van motor is waarschijnlijk beschadigd.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 8: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS BIJ START GEOPEND{ XE "FOUT 8: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS BIJ START GEOPEND" }

Fout 8 wordt weergegeven als de ventilatie onvoldoende luchtstroming produceert. Deze veiligheidsfunctie zorgt ervoor dat de verwarming niet ingeschakeld wordt als de ventilator niet functioneert of de luchtstroming geblokkeerd is.

(Fout 8 wordt alleen bij start weergegeven) (GEEN contact)

De onderdrukklep heeft een veiligheidsfunctie, d.w.z. dat de functie niet verhinderd mag worden. Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van de droogkast controleren.

⚠ WAARSCHUWING !!!

BIJ EEN NIEUWE INSTALLATIE MOET DE PIJPLEIDING VOOR DE LUCHTAFVOER DE JUISTE AFMETINGEN HEBBEN. VOLG DE AANWIJZINGEN IN HET INSTALLATIE- EN ONDERHOUDSHANDBOEK.

Werkwijze:

1. Controleer of de ventilator goed functioneert.Indien de ventilator niet goed functioneert, herstel of vervang de ventilator, de riem, het motorregelingsysteem, de schakeling of het circuit van de stroomtoevoer naar de ventilator.Bij een normale werking zal de ventilator automatisch onmiddellijk starten na het indrukken van de toets START.Ventilator moet tijdens de hele droogcyclus ingeschakeld zijn.
2. Controleer of de luchtstroming voldoende is. Controleer of de droogautomaat gesloten is. (De deur van de stoffilter en de mechanische panelen moeten goed gesloten zijn).Indien de droogautomaat niet gesloten is, zal de lucht lekken en de luchtstroming zal niet voldoende zijn om de luchtstromingsschakelaar af te sluiten.Vergewist u ervan dat er geen verlies van de stromende lucht voorkomt.Voorbeeld: doe de deur van de stoffilter goed toe.
3. Controleer of de schakelaar, de metaalplaat en het detectiesysteem voor de luchtstroming functioneel zijn.Indien het detectiesysteem van luchtstroming of de schakelaar daarvan niet in orde is, dient het gerepareerd of uitgewisseld te worden.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 9: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS NA START GEOPEND{ XE "FOUT 9: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS NA START GEOPEND" }

Fout 9 wordt weergegeven als er bij het draaien van de ventilator onvoldoende luchtstroming is. Deze veiligheidsfunctie zorgt ervoor dat de verwarming uitgeschakeld wordt als de ventilator niet functioneert nebo of de luchtstroming geblokkeerd is.

(Fout 9 wordt alleen na start weergegeven). (GEEN contact).

De onderdrukklep heeft een veiligheidsfunctie, d.w.z. dat de functie niet verhinderd mag worden. Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van de droogkast controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de ventilator goed functioneert.Indien de ventilator niet goed functioneert, herstel of vervang de ventilator, de riem, het motorregelingsysteem, de schakeling of het circuit van de stroomtoevoer naar de ventilator.Bij een normale werking zal de ventilator automatisch onmiddellijk starten na het indrukken van de toets START.Ventilator moet tijdens de hele droogcyclus ingeschakeld zijn.
2. Controleer of de luchtstroming voldoende is. Controleer of de droogautomaat gesloten is. (De deur van de stoffilter en de mechanische panelen moeten goed gesloten zijn).Indien de droogautomaat niet gesloten is, zal de lucht lekken en de luchtstroming zal niet voldoende zijn om de luchtstromingsschakelaar af te sluiten.Vergewist u ervan dat er geen verlies van de stromende lucht voorkomt.Voorbeeld: doe de deur van de stoffilter goed toe.
3. Controleer of de schakelaar, de metaalplaat en het detectiesysteem voor de luchtstroming functioneel zijn.Indien het detectiesysteem van luchtstroming of de schakelaar daarvan niet in orde is, dient het gerepareerd of uitgewisseld te worden.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 10: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS GESLOTEN{ XE "FOUT 10: ONDERDRUKKLEP VAN VENTILATIE IS GESLOTEN" }

Fout 10 wordt weergegeven, als de droogcyclus gestart wordt. Voordat de ventilator ingeschakeld wordt, moet de onderdrukklep geopend worden. Als het detectiesysteem van ventilatie niet in orde is en de schakelaar uitgeschakeld wordt, verschijnt een foutmelding. (Fout 10 wordt alleen in stilstand weergegeven) (GEEN contact)

De onderdrukklep heeft een veiligheidsfunctie, d.w.z. dat de functie niet verhinderd mag worden. Voordat de machine opnieuw in bedrijf genomen wordt, moet een gekwalificeerde technicus het systeem van de droogkast controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of het detectiesysteem van ventilatie functioneert.Indien het detectiesysteem van luchtstroming of de schakelaar daarvan niet in orde is, dient het gerepareerd of uitgewisseld te worden.
2. Controleer of de ventilator onmiddellijk start na de toets Start te hebben ingedrukt.Controleer de contactgever, de schakeling en het stuursignaal van de ventilator.
3. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
4. Controleer of de ventilator op het einde van de droogcyclus uitgeschakeld wordt.Als de veiligheidsschakelaar niet juist functioneert, wissel hem uit.
5. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

Fout 11 wordt weergegeven als de temperatuur tijdens de sequentie van afkoelen niet daalt. (Geen daling van temperatuur na 15 minuten lange afkoeling van de temperatuur boven 50°C.) Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of het verwarmingssysteem uitgeschakeld is.Indien de temperatuurverlagingsfunctie voor de afkoelingsfase niet geprogrammeerd werd, is het nodig het verwarmingssysteem uit te schakelen. Controleer de contactgever (het ventiel), de schakeling en het stuursignaal van de ventilator
2. Controleer of de temperatuursensor functioneert.Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuart.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 12: DE HERHAALDE VERWARMING FUNCTIONEERT NIET{ XE "FOUT 12: DE HERHAALDE VERWARMING FUNCTIONEERT NIET" }

Fout 12 wordt tijdens de sequentie van verwarmen weergegeven, als de verwarming niet opnieuw ingeschakeld wordt nadat de laagste temperatuur bereikt wordt. Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de energie-, gas- of stoomtoevoer niet onderbroken is.De verwarming functioneert niet als er stroomstoring is.Zorg ervoor dat er geen stroomstoring voorkomt.
2. Controleer of het verwarmingssysteem functioneert.Als de verwarming niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
3. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel)Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer of de temperatuursensor functioneert.Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

Fout 13 wordt weergegeven als het verwarmingssysteem bij start van de machine niet functioneert. (Geen verhoging van temperatuur om 5°C tijdens 30 minuten na het opstarten van de droogcyclus.) (Zie 9.2. Monitoring van temperatuurwaarden) Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de energie-, gas- of stoomtoevoer niet onderbroken is.De verwarming functioneert niet als er stroomstoring is.Zorg ervoor dat er geen stroomstoring voorkomt.
2. Controleer of het verwarmingssysteem functioneert.Als de verwarming niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
3. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel).Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
4. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
5. Controleer of de temperatuursensor functioneert.Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de

FOUT 15: HOGE TEMPERATUUR{ XE "FOUT 15: HOGE TEMPERATUUR" }

Fout 15 wordt weergegeven zodra de actuele temperatuur de eindtemperatuur om 15°C overschrijdt. (Zie 9.2. Monitoring van temperatuurwaarden)

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer het ventilatiesysteem. Als de luchtstroming onvoldoende is, stel het ventilatiesysteem juist in.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Indien het verwarmingssysteem beschadigd is, dient ze hersteld of vervangen te worden.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel).Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
5. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
7. Controleer het ingangssignaal volgens de staat in het Servicemenu.Indien de invoer niet functioneel is, vervang het programmatorpaneel

De fout 16 wordt weergegeven indien de ingang van de muntinworp 1 meer dan 5 sec. geblokkeerd is.

Optie EP = ON.

Fout 16 wordt weergegeven als het externe startsignaal na het openen van de deur op het eind van het programma langer dan 10 seconden voortduurt.

Werkwijze:

1. Controleer de juiste functie van het muntapparaat 1.Als het microcontact van het muntapparaat of het optodeel niet op 100% functioneert, wissel het muntapparaat uit.
2. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.

FOUT 17: MUNTAPPARAAT 2 IS GEBLOKKEERD DIT GELDT NIET VOOR FULL CONTROL{ XE "FOUT 17: MUNTAPPARAAT 2 IS GEBLOKKEERD DIT GELDT NIET VOOR FULL CONTROL" }

Fout 17 wordt weergegeven als de ingang van het muntapparaat 2 langer dan 5 seconden geblokkeerd is.

Werkwijze:

1. Controleer de juiste functie van het muntapparaat 2.Als het microcontact van het muntapparaat of het optodeel niet op 100% functioneert, wissel het muntapparaat uit.
2. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.

FOUT 18 : HOGE TEMPERATUUR{ XE "FOUT 18 \: HOGE TEMPERATUUR" }

Foutmelding 18 wordt weergegeven als de actuele verwarmingstemperatuur de veiligheidstemperatuur van 85°C overschrijdt, terwijl de machine op het starten wacht (hij loopt niet).

Op het display verschijnt „Hot“ en de luchttemperatuur die aangeeft dat de machine in een fouttoestand is. Controleer de veiligheidsthermostaten ST1 en ST2. De veiligheidsthermostaten zouden het verwarmingssysteem moeten uitschakelen en hoge temperaturen moeten verhinderen.

⚠ WAARSCHUWING!!! INDIEN FOUTMELDING 18 WEERGEGEVEN WORDT, BESTAAT ER RISICO VAN VERBRANDING EN MOETEN MAATREGELEN GENOMEN WORDEN OM DE TEMPERATUUR TE REDUCEREN.

Werkwijze:

1. Controleer het ventilatiesysteem. Als de luchtstroming onvoldoende is, stel het ventilatiesysteem juist in.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Als hetverwarmingssysteem beschadigd is, herstel of wissel hem uit.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel).Als de veiligheidsschakelaar van verwarming (ventiel) niet functioneert, herstel of wissel hem uit.
5. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
7. Controleer het ingangssignaal in het Onderhoudsmenu.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 19 : DEFECTE TEMPERATUURSENSOR 1{ XE "FOUT 19 \: DEFECTE TEMPERATUURSENSOR 1" }

Fout 19 wordt weergegeven als de temperatuursensor beschadigd is. De fout wordt weergegeven alleen als de machine in stilstand is geen programma verloopt.

De fout kan alleen door uitschakeling en inschakeling van de machine gewist worden. Als de fout na de inschakeling van de machine voortduurt: foutmelding 19 verschijnt opnieuw.

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de temperatuursensor op het bedieningsapparaat aangesloten is.De stekker moet in de contactdoos van de T-plaat van het bedieningsapparaat gestoken worden.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor beschadigd is, wissel hem uit.
3. Meet de resistentie van se sensor. Als de resistentie niet in orde is, wissel de temperatuursensor uit.
4. Controleer of de aarding in de middel-positie van de connector is.Als de aarding niet in de middelpositie is, geef de aarding in de middelpositie van de connector T.
5. Als de fout voortduurt Wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit. Controleer of dit probleem de plaat van het bedieningsapparaat betreft en niet de defecte temperatuursensor.

FOUT 20: DEFECTE TEMPERATUURSENSOR 2{ XE "FOUT 20": DEFECTE TEMPERATUURSENSOR 2" }

De fout 20 wordt weergegeven, indien de temperatuursensor beschadigd is geraakt. Deze fout wordt alleen weergegeven indien de machine zich in een rustfase bevindt en er geen programma aan is.

De fout kan alleen door uitschakeling en inschakeling van de machine gewist worden. Als de fout na de inschakeling van de machine voortduurt: foutmelding 20 verschijnt opnieuw.

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer of de temperatuursensor op het bedieningsapparaat aangesloten is.De stekker moet in de contactdoos van de T-plaat van het bedieningsapparaat gestoken worden.
2. Controleer de temperatuursensor. Als de temperatuursensor beschadigd is, wissel hem uit.
3. Meet de resistentie van de sensor. Als de resistentie niet in orde is, wissel de temperatuursensor uit.
4. Controleer of de aarding in de middel-Als de aarding niet in de middelpositie is, geef de
positie van de connector is. aarding in de middelpositie van de connector T.
5. Controleer of de fout blijvend is Wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.Controleer of dit probleem de plaat van het bedieningsapparaat betreft en niet de defecte temperatuursensor.

FOUT 22: FOUT VAN AANSTEKING BIJ START ALLEEN GASVERWARMING{ XE "FOUT 22: FOUT VAN AANSTEKING BIJ START ALLEEN GASVERWARMING" }

Fout 22 wordt weergegeven als het verwarmingssysteem de vlam bij start niet kan aansteken.

Als het probleem ook na drie resetten van de aanstekingseenheid voortduurt, verschijnt de foutmelding 22.

Het bediningsapparaat van de droogkast probeert 9x de gasverwarming in te schakelen.

Het systeem van gasaansteking schakelt contact KA3 in (ingang 4 High) en daardoor wordt het bedieningsapparaat van de droogkast geïnformeerd dat het systeem van gasaansteking hapert.

Nadien wordt het aanstekingssysteem van de droogkast door het bedieningsapparaat gereset (contact KA2)).

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer de gastoevoer. Zonder gastoevoerkan de verwarming niet functioneren.De gastoevoer en druk moeten in orde zijn.
2. Controleer het verwarmingssysteem. Als hetverwarmingssysteem beschadigd is, herstel of wissel het uit.
3. Controleer het systeem van gasaansteking.Als het systeem van gasaansteking niet functioneert, wissel het uit.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van de verwarming.Als de veiligheidsschakelaar van de verwarming niet functioneert, wissel hem uit.
5. Controleer contact KA3 (Fout van aansteking).Indien contact KA3 niet functioneert, wissel het uit.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
7. Controleer de elektrische ingang van de aanstekingsfout op de plaat van het bedieningsapparaat.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

De fout 23 wordt weergegeven, als het verwarmingsysteem problemen heeft met de aansteking. De droogautomaat probeert om het gasverwarmingssysteem te herstarten (tijdens de droogcyclus).

Indien het probleem ook blijft na driemaal proberen automatisch aansteken, wordt de foutmelding 23 weergegeven.

Het bediningsapparaat van de droogkast probeert 9x de gasverwarming in te schakelen.

Het systeem van gasaansteking schakelt contact KA3 in (ingang 4 High) en daardoor wordt het bedieningsapparaat van de droogkast geïnformeerd dat het systeem van gasaansteking hapert.

Nadien wordt het aanstekingssysteem van de droogkast door het bedieningsapparaat gereset (contact KA2)).

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer de gastoevoer. Zonder gastoevoerkan het verwarmingssysteem niet functioneren.De gastoevoer en druk moeten in orde zijn.
2. Controleer het verwarmingssysteem. Als hetverwarmingssysteem beschadigd is, herstel of wissel hem uit.
3. Controleer het systeem van gasontsteking.Als het systeem van gasontsteking niet functioneert, wissel het uit.
4. Controleer de veiligheidsschakelaar van de verwarming.Als de veiligheidsschakelaar van de verwarming niet functioneert, wissel hem uit.
5. Controleer contact KA3 (Fout van aansteking).Indien contact KA3 niet fucntioneert, wissel het uit.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Als het uitgangsrelais niet juist functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.
7. Controleer de elektrische ingang van de ontstekingsfout op de plaat van het bedieningsapparaat.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 24: FOUT VAN ONTSTEKING ALLEEN GASVERWARMING{XE "FOUT 24: FOUT VAN ONTSTEKING ALLEEN GASVERWARMING"}

Foutmelding 24 wordt weergegeven indien het systeem van gasaansteking na 3 keren niet gereset wordt. Oorzaak: het ingangssignaal dat de fout van de aansteking aangeeft, blijft ingeschakeld (ingang 4), hoewel het bedieningsapparaat het systeem van gasaansteking 3 keren probeerde te resetten (contact KA2). Dit is een zware fout van hardware.

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Werkwijze:

1. Controleer het systeem van gasontsteking.Als het systeem van gasontsteking beschadigd is, wissel het uit.
2. Controleer of de leiding niet onderbroken wordt.Indien de leiding niet in orde is, dient ze gerepareerd te worden.
3. Controleer contact KA3 (Fout van aansteking).Indien contact KA3 niet functioneert, wissel het uit.
4. Controleer de elektrische ingang van aansteking op de plaat van het bedieningsapparaat.Als de ingang niet functioneert, wissel de plaat van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 25: ER IS GEEN VOCHTIGHEIDSSENSOR{ XE "STORING 25: STORING VAN DE TOERENOPNEMER" } SLECHTS VOCHTIGHEIDSSENSOR

Storing 25 wordt weergegeven als het bedieningsapparaat van de droogkast geen analoog signaal uit de vochtigheidssensor ontvangt.

Voorbeeld: connector is met het bedieningsapparaat van de droogkast niet verbonden.

(In het „t“-menu kan de functie van de vochtigheidscontrole uitgeschakeld/ingeschakeld worden)

(Opmerking: de vochtigheidssensor heeft 1 minuut nodig om zijn analoog uitgangssignaal te stabiliseren nadat de toevoer van el. energie ingeschakeld wordt)

(Zie 9.2. Monitoring van temperatuurwaarden)

Foutmelding 25 kan verschijnen, indien de drookast zonder linnen werkt. Dit wordt niet als een systeemstoring beschouwd. Controleer de juiste functie van de droogkast door het gebruik van de gewone hoeveelheid nat linnen.

⚠ WAARSCHUWING!!!

HET SYSTEEM VAN VOCHTIGHEIDSCONTROLE FUNCTIONEERT NIET, INDIEN DE WASMACHINE NIET OF HEEL WEINIG GELADEN IS. HET SYSTEEM KAN OP EEN NORMALE WIJZE FUNCTIONEREN SLECHTS ALS ER VOLDOENDE WATER VERDAMPT WAT DOOR DE LUCHTVOCHTIGHEIDSSENSOR GEMETEN KAN WORDEN.

Werkwijze:

1. Controleer of de vochtigheidssensor op het bedieningsapparaat van de droogkast aangesloten isIndien de vochtigheidssensor op bedieningsapparaat van de droogkast niet aangesloten is, sluit hem aan.
2. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
3. Controleer de voedingsspanning van de vochtigheidssensor.Indien de voedingsspanning niet in orde is of er geen voedingsspanning is, wissel het bedieningsapparaat van de droogkast.
4. Controleer de vochtigheidssensor en de versterker.Indien de vochtigheidssensor of de versterker beschadigd zijn, wissel ze uit.
5. Controleer het analoge ingangssignaal. (De ingangen kunnen één voor één in het onderhoudsmenu gecontroleerd worden).Indien de waarde A3 in het analoge ingangsmenu = „0“ is, dan ontbreekt het analoge ingangssignaal helemaal.Indien de ingang van het besturingspaneel niet functioneert, wissel het paneel uit. (controleer echter eerst de voorafgaande punten)

FOUT 26: ER IS GEEN DEKSEL VAN DE VOCHTIGHEIDSSENSOR { XE "STORING 25: STORING VAN DE TOERENOPNEMER" } SLECHTS VOCHTIGHEIDSSENSOR { XE "FOUT 26: FOUT VAN TOERENTALSENSOR" }

Storing 26 wordt weergegeven, indien het stofdeksel van de vochtigheidssensor ontbreekt.

Als resultaat van de luchtstroming zal de sensor een te hoge waarde meten die buiten de omvang ligt bij gewoonlijke operaties.

(In het „t“-menu kan de functie van de vochtigheidscontrole uitgeschakeld/ingeschakeld worden)

(Opmerking: de vochtigheidssensor heeft 1 minuut nodig om zijn analoog uitgangssignaal te stabiliseren nadat de toevoer van el. energie ingeschakeld wordt)

Werkwijze:

1. Controleer of het stofdeksel op de sensor zit.Indien het deksel ontbreekt of beschadigd is,zet een nieuw stofdeksel op devochtigheidssensor.
2. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
3. Controleer de vodingsspanning van de vochtigheidssensor.Indien de voedingsspanning niet in orde is of er geen voedingsspanning is, wissel het bedieningsapparaat van de droogkast uit.
4. Controleer de vochtigheidssensor en de versterker.Indien de vochtigheidssensor of de versterker beschadigd zijn, wissel ze uit.
5. Controleer het analoge ingangssignaal. (De ingangen kunnen één voor één in het onderhoudsmenu gecontroleerd worden).Indien de waarde A3 in het analoge ingangsmenu > „800“ is, ligt het analoge ingangssignaal buiten de omvang.1. Indien de ingang van het besturingspaneel niet functioneert, wissel het paneel uit.(controleer echter eerst de voorafgaande punten)

Atag D2109WRVS - FOUT 26: ER IS GEEN DEKSEL VAN DE VOCHTIGHEIDSSENSOR { XE "STORING 25: STORING VAN DE TOERENOPNEMER" } SLECHTS VOCHTIGHEIDSSENSOR { XE "FOUT 26: FOUT VAN TOERENTALSENSOR" } - 1

WAARSCHUWING!!!

INDIEN DE DROOGKAST VAN EEN VOCHTIGHEIDSSENSOR VOORZIEN IS, KAN HIJ SLECHTS JUIST FUNCTIONEREN ALS HET VEILIGHEIDSDEKSEL OP DE VOCHTIGHEIDSSENSOR ZIT.

FOUT 27: DE VOCHTIGHEID DAALT NIET SLECHTS VOCHTIGHEIDSSENSOR { XE "FOUT 27:\ GEEN DALING VAN VOCHTIGHEID" }

Foutmelding 27 verschijnt, indien de vochtigheidswaarde binnen 60 minuten tijdens de droogsequentie niet daalt. (Maximale droogtijd met gebruik van de vochtigheidscontrole wordt op 60 minuten ingesteld.)

Werkwijze:

1. Controleer of de vochtigheidssensor functioneert.Controleer of de juiste functie van de vochtigheidssensor niet door stof verhinderd wordt
2. Controleer of de vochtigheidssensor functioneert.Als de aansluiting niet in orde is, herstel het.
3. Controleer of de vochtigheidssensor functioneert.Als de sensor helemaal niet functioneert, wissel hem uit. (Als u op de sensor blaast, de vochtigheid moet veranderen.) (Neem eerst het filterdeksel af)
4. Controleer of het verwarmings- en droog-systeem functioneert.Als de luchtstroming of de verwarming onvoldoende is, wordt het wasgoed niet gedroogd. Los het probleem op.
5. Controleer of de analoge ingang en de toevoer van elektriciteit van de sensor op de plaat van het bedieningsapparaat functioneert.Als de ingang van de plaat van het bedieningsapparaat niet juist functioneert, wissel de plaat uit.

FOUT 28: DE STOFFILTER { XE "FOUT 28: STOFFILTER" }

De fout 28 wordt weergegeven, als de deur van de stoffilter niet geopend werd na 40 beeindigde cycli. De teller van stoffilterdeurcycli kan ook gecontroleerd worden in werkende toestand – in het Servicemenu. (De toets met de speciale functie).

Werkwijze:

1. De stoffilter moet elke dag gereinigd worden.Indien de stoffilter niet gereinigd werd binnen 40 cycli, maak de stoffilterdeur open en reinig de filter. Doe de deur daarna opnieuw toe. De teller van de stoffilter zal op nul gezet worden.
2. Controleer of de teller van cyclussen door het openen van de deur van de stoffilter gereset wordt.Als de schakelaar van de deur van de stoffilter defect is, wissel de schakelaar uit (normaal gesloten contact)
3. Controleer of de teller van cyclussen door het openen van de deur van de stoffilter gereset wordt.Als de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
4. Controleer of de teller van cyclussen door het openen van de deur van de stoffilter gereset wordt.Als de ingang van de plaat van het bedieningsapparaat niet juist functioneert, wissel de plaat uit.

STORING 30: BESCHADIGD RELAIS VAN EXTERNE MUNTBEDIENING { XE "28: LINT FILTER" }

Foutmelding 30 verschijnt, indien het relais van externe muntbediening gesloten blijft gedurende zulke tijd die langer is dan de maximale toegelaten droogtijd (60 minuten).

Geldt alleen voor de keuze van instelling „EP = RL3“. De droogkast zal werken tot het relais van externe muntbediening gesloten blijft. Omdat de droogkast niet langer kan werken dan gedurende de maximale toegelaten droogtijd, moet hij veiligheidshalve gestopt worden.

Werkwijze:

2. 1. Controleer of de juiste instelling van de machine gekozen werd.Kies de juiste instelling.
3. 2. Controleer de externe muntbediening. Indien de externe muntbediening beschadigd is, herstel hem.
3. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
4. 4. Controleer de chip van de elektronische kaart.Indien de chip van de elektronische kaart niet meer functioneert, wissel de kaart uit.

FOUT 35: ONJUISTE SOFTWAREVERSIE{ XE "FOUT 35: ONJUISTE SOFTWAREVERSIE" }

Als nieuwe software geïnstalleerd wordt, die met de oude softwareversie niet compatibel is, wordt het vastgesteld en de configuratie van het bedieningsapparaat van de droogkast moet opnieuw ingesteld worden. Zie kapittel 4.

Atag D2109WRVS - FOUT 35: ONJUISTE SOFTWAREVERSIE{ XE "FOUT 35: ONJUISTE SOFTWAREVERSIE" } - 1

WAARSCHUWING !!!

ALS U OORSPRONKELIJKE INSTELLING VAN DE PRODUCENT IN HET BEDIENINGSAPPARAAT OPSLAAT, WORDEN ALLE GEBRUIKERSINSTELLINGEN GEWIST.

Na herhaalde initialisatie van de programmator kan de foutenmelding 35 slechts gewist worden door de stroomtoevoer uit- en in te schakelen.

FOUT 36: TE HOGE TEMPERATUUR{ XE "STORING 35: ONJUISTE VERSIE VAN SOFTWARE" }

De foutmelding 36 wordt weergegeven als de actuele afkoelingstemperatuur op het einde van de cyclus steeds hoger is dan 78°C.

Indien de temperatuur op het einde van de cyclus steeds hoger is dan 78°C, zal de droogkast de afkoeling 60 minuten lang voortzetten (of totdat de temperatuur onder 65°C daalt of de deur geopend wordt). Indien de temperatuur na deze 60 minuten steeds hoger is dan 70°C, zal de storing 36 gegenereerd worden.

Op het display verschijnt „Hot“ en de luchttemperatuur die aangeeft dat de machine in een fouttoestand is.

Werkwijze:

1. Controleer het systeem van luchtafvoer.Indien de luchtstroming niet voldoende is, regel het systeem van de luchtafvoer.
2. Controleer de temperatuursensor. Indien detemperatuursensor niet juist meet, wisselhem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Indienhet vewarmingssysteem beschadigd is, herstel het of wissel het uit.
4. Controleer het verwarmingscontact (ventiel).Indien het verwarmingscontact (ventiel) niet functioneert, herstel het of wissel het uit.
5. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
6. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Indien het uitgangsrelais niet functioneert, wissel het paneel van het bedieningsapparaat uit.
7. Controleer het ingangssignaal van de temperatuur volgens het onderhoudsmenu.Indien de ingang niet functioneert, wissel het paneel van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 37: VEILIGHEID - TE HEET{ XE "STORING 35: ONJUISTE VERSIE VAN SOFTWARE" }

Foutmelding 37 wordt weergegeven als de actuele temperatuur de veiligheidstemperatuur van 85°C tijdens de werking van de machine overschrijdt. ((*)T24 & T35, ALLEEN ELEKTRISCHE VERWARMING: 100°C Indien de droogtemperatuur hoger is dan 85°C((*)100°C, zal de droogkast de afkoeling 30 minuten lang voortzetten (of totdat de temperatuur onder 65°C daalt of de deur geopend wordt).

Op het display verschijnt de melding „Hot“ die aangeeft dat dat de machine in een fouttoestand is.

Controleer de veiligheidsthermostaten ST1 en ST2. De veiligheidsthermostaten zouden het verwarmingssysteem moeten uitschakelen en hoge temperaturen moeten verhinderen.

Voordat de machine weer in bedrijf gezet wordt, moet een gekwalificeerde en ervaren technicus het verwarmingssysteem en de luchtafvoer controleren.

Atag D2109WRVS - FOUT 37: VEILIGHEID - TE HEET{ XE "STORING 35: ONJUISTE VERSIE VAN SOFTWARE" } - 1

WAARSCHUWING!!!

INDIEN FOUTMELDING 37 WEERGEGEVEN WORDT, BESTAAT ER RISICO VAN VERBRANDING EN MOETEN MAATREGELEN GENOMEN WORDEN OM DE TEMPERATUUR TE REDUCEREN.

Werkwijze:

1. Controleer het systeem van luchtafvoer.Indien de luchtstroming niet voldoende is, regel het systeem van de luchtafvoer.
2. Controleer de temperatuursensor. Indien detemperatuursensor niet juist meet, wissel hem uit.
3. Controleer het verwarmingssysteem. Indienhet verwarmingssysteem beschadigd is, herstel het of wissel het uit.
4. Controleer het verwarmingscontact (ventiel).Indien het verwarmingscontact (ventiel) niet functioneert, herstel het of wissel het uit.
5. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
6. Controleer de veiligheidsthermostaten ST1 en ST2.De veiligheidsthermostaten zouden moeten losgekoppeld worden voordat de foutmelding 37 weergegeven wordt.
7. Controleer het uitgangsrelais dat het verwarmingssysteem stuurt.Indien het uitgangsrelais niet functioneert, wissel het paneel van het bedieningsapparaat uit.
8. Controleer het ingangssignaal van de temperatuur volgens het onderhoudsmenu.Indien de ingang niet functioneert, wissel het paneel van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 38: DEURSCHAKELAAR VAN STOFFILTER{ XE "STORING 35: ONJUISTE VERSIE VAN SOFTWARE" }

Foutmelding 38 wordt weergegeven als de deurschakelaar van de stoffilter tijdens de droogcyclus losgekoppeld wordt.

Bij de normale werking van de machine wordt niet verondersteld dat de deur van de stoffilter tijdens de droogcyclus geopend is.

Werkwijze:

1. Controleer of de deur van de stoffilter juist gesloten is.Indien de deur van de stoffilter niet juist gesloten is, sluit hem behoorlijk.
2. Controleer of de deurschakelaar van de stoffilter geschakeld is.Indien de deur van de stoffilter gesloten is, moet het contact van de deurschakelaar geschakeld zijn.Indien de schakelaar beschadigd is, wissel hem uit.
3. Controleer de aansluiting. Indien de aansluiting niet in orde is, herstel hem.
4. Controleer het ingangssignaal van de temperatuur volgens het onderhoudsmenu.Indien de ingang niet functioneert, wissel het paneel van het bedieningsapparaat uit.

FOUT 41: TIJD ONDERHOUD{ XE "STORING 35: ONJUISTE VERSIE VAN SOFTWARE" }

Foutmedling "Tijd onderhoud" geeft aan dat onderhoud uitgevoerd dient te worden.

Zoek en het Installatie- en onderhoudshandboek het type van de benodigde onderhoudsingreep.

Foutmelding 41 dient slechts voor informatie en de machine kan steeds blijven werken. Voor de verwijdering van deze foutmelding dient de teller van cyclussen gereset worden.

Schakel de sleutelschakelaar in het programmeerregime om. Druk de toets van „MIDDELBARE“ temperatuur.

Op het display wordt weergegeven:

- teller van cyclussen (slechts enkele seconden).

Zodra de teller getoond wordt, druk 3 x de toets „MIDDELBARE“ temperatuur.

- de teller wordt nu gereset op de waarde 0 en de storing 41 „Tijd onderhoud“ wordt ook gereset.

Als het bewakingssysteem geactiveerd wordt, wordt storing 95 op de lijst van foutmeldingen weergegeven. Indien het niet gebeurt, vraag een technicus om hulp.

FOUT 99: STORING VAN GEHEUGEN EN SOFTWARE{ XE "WATCH DOG" }

Op de lijst van storingen, storing 99 wordt door overeenkomstige geheugenstoringen(150-165) en softwarestoringen vervangen (170-199).

FOUT 150 - 165: STORINGEN VAN GEHEUGEN{ XE "STORING 150 - 165: STORINGEN VAN GEHEUGEN" }

Indien er een storing van geheugen weergegeven wordt, is er een{ XE "PORUCHA 150 – 165\: Storingen van geheugen" } storing op het geheugen eeprom.

Probeer de programma's opnieuw in te voeren. Controleer de bron van de elektrische „storing“.

FOUT 170 - 199: STORINGEN VAN SOFTWARE{ XE "STORING 170 – 199: STORINGEN VAN SOFTWARE" }

De softwarestoringen mogen nooit weergegeven worden. Indien er een foutmelding aangaande software weergegeven wordt, neemt contact op met de producent.

⚠️ WAARSCHUWING!!!

OP HET EINDE VAN DE DROOGCYCLUS, ALS DE TEMPERATUUR >74°C EN <79°C IS, ZAL DE AFKOELINGSTIJD OM 3 MINUTEN VERLENGD WORDEN. TIJDENS DEZE AFKOELING WORDT DE TIJD VAN 0 MINUTEN WEERGEGEVEN.

5.1. VOCHTIGHEIDSCONTROLE - PROBLEEMVERWIJDERING

Tijdens het drogen van het linnen kan de analoge waarde van de vochtigheidssensor gecontroleerd worden.

De monitoring kan tot diagnostische doelen dienen.

Tijdens de werking van de droogkast is de sleutelschakelaar in het programmeerregime: druk de toets Hoge temperatuur (High Temperature) en de analoge waarde van de vochtigheidssensor zal 2 seconden lang getoond worden.

Atag D2109WRVS - VOCHTIGHEIDSCONTROLE - PROBLEEMVERWIJDERING - 1

WAARSCHUWING!!! HET SYSTEEM VAN VOCHTIGHEIDSCONTROLE FUNCTIONEERT NIET, INDIEN DE WASMACHINE NIET OF HEEL WEINIG GELADEN IS. HET SYSTEEM KAN OP EEN NORMALE WIJZE FUNCTIONEREN SLECHTS ALS ER VOLDOENDE WATER VERDAMPT WAT DOOR DE LUCHTVOCHTIGHEIDSSENSOR GEMETEN KAN WORDEN. CONTROLEER DE JUISTE FUNCTIE VAN DE DROOGKAST DOOR HET GEBRUIK VAN DE GEWONE HOEVEELHEID NAT LINNEN.

Verwijdering van de problemen met vochtigheidscontrole:

CONTROLE VAN HET DEKSEL VAN DE STOFFILTER

Indien de vochtigheidscontrole niet functioneert, ontbreekt er waarschijnlijk het deksel van de stoffilter.

Het deksel van de stoffilter is een wit deksel dat op de filter moet zitten.

Hoewel het niet zo eruitziet, het deksel van de stoffilter maakt doorgang van lucht mogelijk.

CONTROLE VAN HET DEURSLUITSYSTEEM

Indien de deur van de droogkast niet helemaal gesloten is, wordt de lucht vanuit de kamer in de droogkast gezogen.

Dit veroorzaakt onjuiste meting van de luchtvochtigheid.

Zorg ervoor dat de droogkast slechts werkt als de deur gesloten is.

(Indien de deur 10 mm geopend is, zou het niet mogelijk kunnen zijn het droogprogramma op te starten.)

CONTROLE VAN VERWARMING EN LUCHTSTROMING

Het meten van de luchtvochtigheid kan slechts functioneren als er voldoende water uit het linnen verdampt.

Deze verdamping is slechts mogelijk als de lucht en indirect ook het linnen voldoende verwarmd wordt.

In het geval dat de droogkast met een lagere verwarming moet werken, dient de luchtstroming adequaat gereduceerd te worden zodat de verdamping kan verlopen.

Voorbeeld:

Er is niet voldoende elektrische stroom in het gebouw.

De droogkast werkt slechts op 50% van zijn elektrische verwarmingscapaciteit.

De luchtstroming moet voldoende gereduceerd worden zodat de verdamping in de droogkast voldoende is voor een optimale vochtigheidscontrole.

CONTROLE VAN DE TEMPERATUUR OP HET EINDE VAN DE DROOGCYCLUS

Bij een gewone droogcyclus bereikt de eindtemperatuur de ingestelde eindwaarde als het linnen droog is. Voor een juist droogproces: voordat de vochtigheidscontrole het droogproces stopt, dient de droogkast de geprogrammeerde temperatuurwaarde te bereiken.

Indien het niet gebeurt, heeft tijdens het droogproces geen voldoende verdamping plaatsgevonden vanwege gereduceerde verwarmingscapaciteit. De meting van de luchtvochtigheid zal niet exact zijn voor een optimale vochtigheidscontrole.

HET LINNEN MOET GESORTEERD WORDEN

Indien er verchillende soorten van linnen in de droogkast zijn, is het niet mogelijk dat het linnen op het einde gelijkmatig droog is.

Er wordt aanbevolen het linnen te sorteren en altijd dezelfde soorten samen te drogen.

* katoen
* synthetisch linnen

Bij het gebruikt van de vochtigheidscontrole zal het drogen van verschillende soorten van het linnen geen goed resultaat hebben.

DUNNE – DIKKE STOFFEN

Voor kleren van dikke stoffen zoals b.v. jeans is een langere droogtijd nodig.

Het droogprogramma wordt waarschijnlijk gestopt als het linnen grotendeels droog is, maar de binnenkanten van de zakken zullen nog vochtig zijn.

Bij kleren van dunne stoffen kan het gebeuren dat het linnen op de genaaide plaatsen vochtig blijft. Het linnen droogt over nacht.

De vochtigheidscontrole zal de droogkast stoppen als het linnen droog is op grond van de gemeten luchtvochtigheid.

JUISTE LADING VAN DE TROMMEL

Sommige stoffen hebben in de trommel meer plaats nodig dan andere stoffen.

Het is noodzakelijk de juiste grootte van de droogkast te kiezen zodat er een goede luchtventilatie bereikt kan worden.

Indien er meer linnen in de trommel is, zal het de luchtstroming verhinderen en het linnen zal ongelijkmatig gedroogd worden.

1. INHOUD

  • Deze versie van het handboek is vertaald uit de originele Engelse versie. Zonder de originele versie zijn deze aanwijzingen niet compleet.
  • Vóór de installatie, inbedrijfname en onderhoud van de machine leest u zorgvuldig de complete handleidingen, d.w.z. deze „Installatie-, onderhouds- en gebruikershandleiding“,
    „Programmeerhandleiding“ en „Catalogus van vervangstukken“. De programmeerhandleiding en het catalogus van vervangstukken worden niet standaard met de machine geleverd. Verzoek uw leverancier/producent om de programmeerhandleiding en het catalogus van vervangstukken.
  • Werk overeenkomstig de aanwijzingen die in de handleidingen vermeld staan, en bewaar de handleidingen nabij de machine t.b.v. later gebruik.
    Indien er problemen of defecten onstaan die u niet verstaat, neem onmiddelijk contact op met uw verkoper, onderhoudstechnicus of producent.
    Leef alle in de handleidingen aangegeven veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen op de etiketten van de machine na.
  • Leef alle geldige veiligheidsmaatregelen en wetten na.
    De machine voldoet aan de norm EN 60204-1 Veiligheid van machines - Elektrische installaties.
  • Installeer de droogkast nooit op een plaats, waar hij aan de weersomstandigheden of bovenmatige vochtigheid blootgesteld zou kunnen worden.
    De machine dient aangesloten te worden op de elektriek, aarding, ventilatie en gasleiding volgens het Installatiehandboek in overeenstemming met de plaatselijke normen en de aansluiting dient door gekwalificeerde personen met noodzakelijke geldige vergunning uitgevoerd te worden. Bij de aansluiting op het plaatselijke elektrische net (TT / TN / IT, ...) dienen de geldige voorschriften nageleefd te worden.
  • Elke verandering van de installatie die in dit Installatiehandboek niet beschreven is, dient door de leverancier of producent bewilligd te worden. Anders is de leverancier of producent niet verantwoordelijk voor eventuele verwondingen van de bediening of materiële schaden.
    De machine mag niet met defecte of ontbrekende delen of geopende deksels in bedrijf gesteld worden.
  • Ingrepen in en veranderingen van de machinebouw zijn niet toegelaten en de producent wijst in deze gevallen alle verantwoordelijkheid af.
  • Manipuleer niet doelloos met de bedieningselementen van de machine.
  • De kinderen mogen met de machine, binnen of op de machine en in de buurt van de machine niet spelen.
  • Bewaar geen brandstoffen in de buurt van de machine.
  • Houd het bovendeksel van de machine zuiver, zonder brandstoffen.
  • Houd de ruimte rond de ventilatieopening zuiver, zonder stof en stofdeeltjes.
  • Controleer regelmatig de juiste functie van de aarding, ventilatie en noodstop van de machine.
    De noodstopinrichting bevindt zich niet bij machines die d.m.v. munten, jetons, een extern betalingssysteem of een dergelijke zelfbedieningsinrichting bediend worden. De eigenaar - uitbater - gebruiker hoeft voor een op afstand bedienbare noodstopinrichting te zorgen die met elke machine verbonden is.
  • Herstel en stel de drijfriem niet in, als de machine in bedrijf is – schakel de hoofdschakelaar van de machine uit.
    In de aanwijzingen en waarschuwingen van de installatie- en onderhoudshandleiding worden niet alle mogelijke omstandigheden en situaties beschreven die tijdens de installatie, onderhoud of werking van de machine kunnen voorkomen. De handleiding is slechts algemeen geschreven. Voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn factoren die door de constructie van de machine niet opgelost kunnen worden. Deze factoren dienen door de personen vervuld te worden, die de machine installeren, gebruiken of onderhouden.
  • Droog niet zulk wasgoed dat voordien met benzine, reinigingsmiddelen voor droge reiniging of andere brand- of explosieve stoffen gereinigd, gewassen of verontreinigd was want ze scheiden uitdampingen af die ontvlamming of explosie zouden kunnen veroorzaken.
  • Grijp niet in de trommel van de droogkast als de trommel draait.
  • Reinig de stoffilter elke dag.
  • De binnenruimte van de trommel en deventilatieleiding dienen regelmatig gereining te worden door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus.
Om brandgevaar te elimineren, droog niet het wasgoed dat delen van plastiek of schuimrubber, andere dergelijke gummimaterialen of was bevat. Leg geen wasgoed in de droogkast dat sporen van brandstoffen zoals tafelolie, verdunner, brandbare chemicaliën, enz. bevat.Gebruik geen verzachtingsmiddelen of producten die de statische elektriciteit reduceren, indien dit door de producent niet aanbevolen wordt.Leg geen wasgoed in de droogkast dat met planten- of keukenolie verontreiningd was want deze oliën konden tijdens het wassen niet verwijderd worden. Ingevolge daarvan zou zo'n wasgoed van zich zelf kunnen ontvlammen.Droog geen gordijnen of voorhangsels van glasdraden, indien op het etiket niet vermeld is dat het mag.Leef altijd de aanwijzingen van de producent na betreffende de verzorging van het wasgoed.Leef altijd de aanwijzingen van de producent na die op de etiketten van het wasgoed en de reinigingsmiddelen vermeld zijn.De uitdampingen van oplossingsmiddelen uit de machines voor chemische reiniging vormen zuurstoffen tijdens de doorgang door het droogcompartiment. Deze zuurstoffen werken als etszuur op de droogtrommel en op het gedroogde wasgoed. Controleer of de binnengezogen lucht geen uitdampingen bevat.Bij het drogen van chemisch gereinigd wasgoed let op de chemische uitdampingen en uitgedampte gassen die tot een toxisch gevaar en corrosie zouden kunnen leiden. U moet in zo'n situatie heel voorzichtig zijn.Gebruik de droogkast alleen voor het drogen van wasgoed dat in water gewassen was.Stop de machine nooit voor de beëindiging van de complete afkoelingscyclus.Neem het wasgoed onmiddelijk uit nadat de droogkast stopt.Voordat het onderhoud uitgevoerd wordt, schakel altijd de toevoer van elektrische energie uit.De droogkast zal niet functioneren als de deur voor het inladen van het wasgoed open blijft. Gebruik altijd de veiligheidsschakelaar van de deur en start de droogkast nooit met geopend deur.De droogkast stopt met drogen als de deur geopend is. Gebruik de droogkast niet als de trommel draait en de deur geopend is. Zet de droogkast buiten bedrijf en bel de onderhoudstechnicus.De droogkast zal niet functioneren als het deksel van de stoffilter geopend is. Gebruik altijd de veiligheidsschakelaar op het voorpaneel en start de droogkast nooit met geopend voorpaneel.

VOOR DE MODELLEN MET GASVERWARMING

Indien u vaststelt dat er gas uit de machine ontsnapt of als u gas riekt, schakel de hoofdtoevoer van gas uit. Lucht de kamer, schakel geen elektrische toestellen in, raak geen elektrische schakelaar aan, rook niet, gebruik geen open vuur en bel de onderhoudstechnicus.
Verander niet de instelling van de drukregelaar, schakelaar van luchtstroming, veiligheidsschakelaar van de deur, het afzuigtoestel en van alle voorgerpogrammeerde inrichtingen als het voor de installatie en/of onderhoud niet nodig is. In geval van zulke wijzigingen leef nauwkeurig de aanwijzingen na die in de kapittels „Installatie“ en „Onderhoud en instelling“ aangevoerd zijn.
Zorg ervoor dat de kamer tenminste volgens de aanwijzingen van de producent verlucht wordt.

VOOR DE MODELLEN MET STOOMVERWARMING

- Indien u vaststelt dat er stoom uit de machine ontsnapt, schakel de hoofdtoevoer van stoom uit en bel de onderhoudstechnicus.

VOOR ALLE MODELLEN

PLAATS DE MACHINE IN EEN GOED VERLUCHTE KAMER. VUL DE MACHINE VOLGENS HET TYPE VAN WASGOED. OVERBELAST HEM NOOIT.

INSTALLATIE EN HERSTELLINGEN KUNNEN SLECHTS DOOR EEN TECHNICUS UITGEVOERD WORDEN DIE EEN VERGUNNING VAN DE PRODUCENT HEEFT. INDIEN DE AANWIJZINGEN VAN DIT HANDBOEK NIET NAGELEEFD WORDEN, KAN DE GARANTIE OPGEHEVEN WORDEN.

⚠ WAARSCHUWING !

ALS DE AANWIJZINGEN VAN DE PRODUCENT BIJ INSTALLATIE, ONDERHOUD EN/OF BEDIENING VAN DEZE MACHINE NIET NAGELEEFD WORDEN, ZOUDEN ERNSTIGE VERWONDINGEN EN/OF MATERIËLE SCHADEN KUNNEN ONTSTAAN.

2.2. SYMBOLEN OP DE MACHINE

Zie – Gebruikershandleiding

2.3. BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE INSTALLATIE

CONTROLE VOOR DE INSTALLATIE

Nadat de machine geleverd wordt, controleer visueel de transportkist en de delen of ze niet beschadigd zijn. Als de kist of de verpakking beschadigd is, laat deze toestand door de transporteur in het vervoerdocument noteren voordat u het ondertekent, of informeer de transporteur over de toestand van de levering onmiddelijk nadat u de beschadiging gevonden had.

BIJ TRANSPORT EN BEWARING

BIJ TRANSPORT EN BEWARING LET OP DE COMPONENTEN DIE ZICH BUITEN DE MACHINE BEVINDEN (DEURSLOTTEN, BEDIENINGSELEMENTEN ENZ.), ZODAT U ZICH NIET KWETST.

Atag D2109WRVS - BIJ TRANSPORT EN BEWARING - 1

WAARSCHUWING!

DRUK, TREK EN PERS NOOIT DE COMPONENTEN DIE ZICH BUITEN DE MACHINE BEVINDEN (BEDIENINGSELEMENTEN, DEURSLOTTEN, DRUKKNOP VAN CENTRAALSTOP, HOOFDSCHAKELAAR, ENZ.). CONTROLEER OF DEZE COMPONENTEN ZODANIG BEVEILIGD ZIJN, DAT ZE TIJDENS DE MANIPULATIE EN INSTALLATIE VAN DE MACHINE NIET BESCHADIGD WORDEN.

  • Indien de afnemer de machine zelf transporteert, dient hij de aanwijzingen van de producent betreffende transport, manipulatie en bewaring van goederen te volgen, en is de producent niet verantwoordelijk voor eventuele schaden die tijdens het transport zouden kunnen ontstaan.
  • Als het product op een vrije ruimte bewaard wordt, dient het tegen mechanische beschadiging en invloed van weersomstandigheden beschermd te worden.
  • De buitentemperatuur bij transport en bewaring mag niet lager zijn dan -25°C en hoger dan +55°C. De relatieve buitenvochtigheid bij transport en bewaring moet tussen 30% en 80% zonder condensatie liggen.
  • Indien het mogelijk is, laat de machine in de transportverpakking of tenminste op het transportpalet staan tot de machine op de voorbereide grondplaat in de kamer gemonteerd wordt volgens het kapittel „4.1. MACHINE MANIPULEREN EN UITPAKKEN“.

BENODIGDE COMPONENTEN (GEEN BESTANDDEEL VAN DE LEVERING)

ALLE MODELLEN : Schakelaar van zekeringen of beveiligingsschakelaar.

GASMODELLEN : Één gassluitventiel voor elke gastoevoerleiding van de machine.

STOOMMODELLEN : Drie afsluitventielen (één voor de aansluiting van het elektromagnetische stoomventiel, twee voor elke terugleiding voor de afvoer van het condensaat).

Twee elastische stoomslangen voor de aansluiting van de stoomomvormer.

Twee afvoerpijpen op elk stoomventiel voor de afvoer van het condensaat.

Twee luchtventielen in de afvoerleiding van het stoomcondensaat.

Twee terugventielen in elke vertakking van de terugleiding.

De machines zijn gemaakt voor het drogen van het wasgoed in wasserijen (b.v. beddengoed, kleren, handdoeken, wasdoeken, zakdoeken en ander wasgoed).

⚠ WAARSCHUWING!

DE MACHINE IS NIET BESTEMD VOOR HET DROGEN VAN HET WASGOED DAT VOORDIEN MET BENZINE, MIDDELEN VOOR DROGE REINIGING OF ANDERE BRAND- OF EXPLOSIEVE STOFFEN GEREINIGD, GEWASSEN OF VERONTREINIGD WAS WANT ZE SCHEIDEN UITDAMPINGEN AF DIE ONTVLAMMING OF EXPLOSIE ZOUDEN KUNNEN VEROORZAKEN.

OM BRANDGEVAAR TE ELIMINEREN DROOG NIET HET WASGOED DAT DELEN VAN PLASTIEK, SCHUIMRUBBER OF ANDERE DERGELIJKE GUMMIMATERIALEN BEVAT. DE MACHINE IS NIET BESTEMD VOOR HET DROGEN VAN HET WASGOED DAT VERONTREINIGD IS DOOR PLANTEN-OF KEUKENOLIE, OMDAT ER INGEVOLGE VAN DE OLIERESTEN ZELFONTVLAMMING ZOU KUNNEN VOORKOMEN.

OM BRANDGEVAAR TE ELIMINEREN LEG IN DE DROOGKAST GEEN WASGOED DAT SPOREN VAN BRANDSTOFFEN ZOALS TAFELOLIE, BRANDBARE CHEMICALIËN, VERDUNNER ENZ. BEVAT, OF NIETS WAT WAS OF CHEMICALIËN BEVAT, ZOALS B.V. ZWABBER OF REINIGINGSDOEKEN.

3.2. UITVOERING VAN DE MACHINE

Deze handleiding geldt voor standaard droogautomaten (verder droogautomaat) van de serie met de trommelvolumes van 190l, 250 l, 285 l, 345 l, 530 l, 680. De verschillen zijn in de tekst gepast vermeld.

De linnenhoeveelheid is in verhouding tot de lading ca. 1:21 - 9kg (20lb), 16kg (35lb), bij de machine van 11kg (24lb), 13kg (27lb), 24kg (53lb) is de verhouding ca.1:22, bij de machine van 35kg (77lb) is de verhouding ca. 1:20. De hogere vulverhouding zoals b.v. 1:25 is aanbevolen voor betere droogcondities. De machines worden manueel bediend d.m.v. de toetsen op het toetsenbord (verder „OPL“ genoemd). De machines worden bediend door gekwalificeerd personeel in de wasserijen of m.b.v. van een muntapparaat in zelfbedieningswasserijen. De machine heeft elektrische (E), stoom- (S) of gasverwarming (G). Stoomverwarming (S) wordt bij de machine van 9kg (20lb) niet toegepast. Een andere verwarmingsmogelijkheid is de uitvoering met een warmtepomp (HP), die op aanvraag verkrijgbaar is bij de machines voor 9 kg (20 lb), 11 kg (24 lb), 13 kg (27 lb), 16 kg (35 lb). Temperatuur en droogtijd kunnen d.m.v. het toetsenbord ingesteld worden.

MACHINE MET GASVERWARMING:

Machinetype, land van bestemming, gastypen en gasdrukken voor welke de machine goedgekeurd is, zijn vermeld in bijlage 530762.

3.3. PRODUCTIE-ETIKET

Het productie-etiket bevindt zich op de achterkant van de machine (zie afb. 3.7., 3.8., 3.9., 3.10., 3.11., pos. 8).

3.4. TECHNISCHE SPECIFICATIE 9kg (20lb), 11kg (24lb)

CAPACITEIT9kg (20lb)9kg (20lb) HP11kg (24lb)11kg (24lb) HP
AFMETINGEN
AFMETINGEN VAN DE VERPAKKING:
Breedte mm / inch880 / 34,64880 / 34,64855 / 33,7855 / 33,7
Diepte mm / inch885 / 34,841335 / 52,601100 / 43,31540 / 60,63
Hoogte mm / inch1570 / 61,811570 / 61,811785 / 70,271785 / 70,27
AFMETINGEN VAN DE MACHINE(1)
Breedte mm / inch795 / 31,29795 / 31,29795 / 31,29"795 / 31,29
Diepte mm / inch815 / 32,081275 / 50.201070 / 42,121525 / 60,04
Hoogte mm / inch1465 / 57,671465 / 57,671680 / 66,141680 / 66,14
AFMETINGEN VAN DE TROMMEL
Doorsnee mm / inch760 / 29,9760 / 29,9760 / 29,9760 / 29,9
Diepte mm / inch420 / 16,53420 / 16,53540 / 21,3540 / 21,3
Capaciteit van de trommel dm3190 / 50 /190 / 50 gal250 / 66250 / 66
De diameter van de opening voor het inleggen van het wasgoed in de machine mm / inch600 / 23,62600 / 23,62600 / 23,62600 / 23,62
GEWICHT
netto kg / lb170 / 375290 / 640230 / 508350 / 772
brutto kg / lb180 / 397305 / 673245 / 541360 / 794
ELEKTRISCHE DATA - ZIE TABEL 4.4.
MOTORVERMOGENS HET MODEL MET OMKERING: Aandrijvingmotor kW Ventilatormotor kW HET MODEL ZONDER OMKERING: Aandrijvingmotor + Ventilatormotor kWZie tabel 4.4.Zie tabel 4.4.Zie tabel 4.4.
ELEKTRISCHE SYSTEEM VAN DE MACHINE:
Elektrische verwarming Gasverwarming Stoomverwarming geldt niet voor de 9kg (20lb)Zie tabel 4.4.Zie tabel 4.4.Zie tabel 4.4.
VERBRUIK
Optimale luchtdoorlaat m3/hZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)
Equivalente weerstand van de rookbuis PaZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)
Doorsnee van de ventilatieleiding mm / inchZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)
VERWARMING
VerwarmingstypenGas (G)Elektrisch (E)Warmtepomp (HP)Gas (G)Stoom (S)Elektrisch (E)Warmtepomp (HP)
MACHINES MET ELEKTRISCHE VERWARMING (E)
Verwarmingstoestel kWZie tabe4.4. - Zie tabel 4.4.-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db55-51-
MACHINES MET STOOMVERWARMING (S)
Stoomdruk bar - - 3 - 6 / 7 - 10 -
Stoomvermogen (kW)stoomdruk 3 - 6 bar kWstoomdruk 7 - 10 bar kW--16,6 - 19,420 - 22,3-
Stoomaansluitinginch-- G3
Afvoer van het condensaat inch--G3/4"-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db--51-
MACHINES MET GASVERWARMING (G)
Gasaansluiting inchG3/4"-G3/4"-
Vermogen van degasverwarming kW12,5-16,5-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db58-51-
MACHINES MET EEN WARMTEPOMP (HP)
Verwarmingsvermogen kW-Zie tabel 4.4.-Zie tabel 4.4.
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db-55-55
Afvoer van het condensaatmm / inch-ø 40 / 1,57-ø 40 / 1,57
WERKINGSCONDITIES
Buitentempeartuur °C / °FDoorsneebuitentemperatuurtijdens 24 uur °C / °FRelatieve vochtigheidZeespiegelhoogte m/ ftUitvoering van demachinedekkingvan +15 tot +40 / van 59 tot 104tot +35 / tot 9530% ÷ 90% zonder condensatietot 1000 / 3280IP 43

Tab.3.4.

Tab.3.4. zonder condensatie

(1) maximale afmetingen incl. de uitstekende delen

(2) ISO 3744

3.5. TECHNISCHE SPECIFICATIE 13kg (27lb), 16kg (35lb)

13kg (27lb) HP 16kg (35lb)b) 16kg (35lb) HP
AFMETINGEN
AFMETINGEN VAN DE VERPAKKING:
Breedte mm / inch855 / 33,66855 / 33,66855 / 33,66855 / 33,66
Diepte mm / inch1190 / 46,851635 / 64,371310 / 51,61750 / 68,89
Hoogte mm / inch1785 / 70,271800 / 70,871785 / 70,271785 / 70,27
AFMETINGEN VAN DE MACHINE(1)
Breedte mm / inch795 / 31,29795 / 31,29795 / 31,29795 / 31,29
Diepte mm / inch1160 / 45,661615 / 63,581280 / 50,391735 / 68,31
Hoogte mm / inch1680 / 66,141680 / 66,141680 / 66,141680 / 66,14
AFMETINGEN VAN DE TROMMEL
Doorsnee mm / inch760 / 29,9760 / 29,9760 / 29,9760 / 29,9
Diepte mm / inch630 / 24,8630 / 24,8750 / 29,5750 / 29,5
Capaciteit van de trommel dm3285 / 75285 / 75345 / 91345 / 91
De diameter van de opening voor het inleggen van het wasgoed in de machine mm / inch600 / 23,62gal600 / 23,62600 / 23,62
GEWICHT
Netto kg / lb225 / 497360 / 794240 / 530375 / 827
Brutto kg / lb250 / 552400 / 882260 / 574400 / 882
ELEKTRISCHE DATA - ZIE TABEL 4.4.
MOTORVERMOGENS HET MODEL MET OMKERING:
Aandrijvingmotor kW Ventilatormotor kWZie tabel 4.4.
HET MODEL ZONDER OMKERING:
Aandrijvingmotor + Ventilatormotor kWZie tabel 4.4.
ELEKTRISCHE SYSTEEM VAN DE MACHINE
Elektrische verwarming Gasverwarming StoomverwarmingZie tabel 4.4.
Zie tabel 4.4.
Zie tabel 4.4.
VERBRUIK
Optimale luchtdoorlaat m3/hZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)
Equivalente weerstand van de rookbuis PaZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)
Doorsnee van de ventilatieleiding mm / inchZie hoofdstuk 4.8., (geldt niet voor machines met een warmtepomp)

Tab.3.5.

CAPACITEIT13kg (27lb)13kg (27lb) HP16kg (35lb)16kg (35lb) HP
VERWARMING
VerwarmingstypenGas (G)Stoom (S)Elektrisch (E)Warmtepomp (HP)Gas (G)Stoom (S)Elektrisch (E)Warmtepomp (HP)
MACHINES MET ELEKTRISCHE VERWARMING (E)
Verwarmingstoestel kWZie tabel4.4. - Zie tabel 4.4.-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db53-53-
MACHINES MET STOOMVERWARMING (S)
Stoomdruk bar 3 - 6 / 7 -10- 3 - 6 / 7 - 10-
Stoomvermogen (kW)stoomdruk 3 - 6 bar kWstoomdruk 7 - 10 bar kW25,5 - 29,921,5 - 24-25,5 - 35,624,8 - 27,7-
Stoomaansluiting inchG3/4"-G3/4"-
Afvoer van het condensaat inchG3/4"-G3/4"-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db53-53-
MACHINES MET GASVERWARMING (G)
Gasaansluiting inchG3/4"-G3/4"-
Vermogen van degasverwarming kW19,5-25(G110-22,5)-
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db53-53-
MACHINES MET EEN WARMTEPOMP (HP)
Vermogen v.d. compressor kW-Zie tabel 4.4.-Zie tabel 4.4.
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db-55-55
Aansluiting van de afvoervan het condensaat mm / inch-ø 40 / 1,57-ø 40 / 1,57
WERKINGSCONDITIES
Buitentempeartuur °C / °FDoorsneebuitentemperatuurtijdens 24 uur °C / °FRelatieve vochtigheidZeespiegelhoogte m/ ftUitvoering van demachinedekkingvan +15 tot +40 / van 59 tot 104tot +35 / tot 9530% ÷ 90% zonder condensatietot 1000 / 3280IP 43

Tab.3.5. zonder condensatie

(1) maximale afmetingen incl. de uitstekende delen

(2) ISO 3744

3.6. TECHNISCHE SPECIFICATIE 24kg (53lb), 35kg (77lb)

CAPACITEIT 24kg (53lb) 35kg (77lb)
AFMETINGEN
AFMETINGEN VAN DE VERPAKKING:
Breedte mm / inch1040 / 40,941040 / 40,94
Diepte mm / inch1320 / 51,961540 / 60,62
Hoogte mm / inch2075 / 81,692075 / 81,69
AFMETINGEN VAN DE MACHINE(1)
Breedte mm / inch965 / 37,99965 / 37,99
Diepte mm / inch1270 / 49,991490 / 58,66
Hoogte mm / inch1975 / 77,751975 / 77,75
AFMETINGEN VAN DE TROMMEL
Doorsnee mm / inch930 / 36,61930 / 36,61
Diepte mm / inch780 / 30,71000 / 39,36
Capaciteit van de trommel dm3530 / 140 gal680 / 180
De diameter van de opening voor het inleggen van het wasgoed in de machine mm / inch810 / 31,88810 / 31,88
GEWICHT
netto kg / lb275 / 606305 / 673
brutto kg / lb300 / 661330 / 728
ELEKTRISCHE DATA - ZIE TABEL 4.4.
MOTORVERMOGENS
HET MODEL MET OMKERING:
Aandrijvingmotor kWZie tabel 4.4.
Ventilatormotor kWZie tabel 4.4.
HET MODEL ZONDER OMKERING:
Aandrijvingmotor + Ventilatormotor kWZie tabel 4.4.
ELEKTRISCHE SYSTEEM VAN DE MACHINE
Elektrische verwarmingZie tabel 4.4.
GasverwarmingZie tabel 4.4.
StoomverwarmingZie tabel 4.4.
VERBRUIK
Optimale luchtdoorlaat m 3 /hZie hoofdstuk 4.8.
Equivalente weerstand van de rookbuis PaZie hoofdstuk 4.8.
Doorsnee van de ventilatieleiding mm / inchZie hoofdstuk 4.8.
CAPACITEIT 24kg (53lb)35kg (77lb)
VERWARMING
VerwarmingstypenGas (G)Stoom (S)Elektrisch (E)
MACHINES MET ELEKTRISCHE VERWARMING (E)
Verwarmingstoestel kW Zie tabel 4.4.
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db60
STROJE S PARNÍM TOPENÍM (S)
Stoomdruk bar 3 - 6 / 7 - 10
Stoomvermogen (kW)stoomdruk 3 - 6 bar kWstoomdruk 7 - 10 bar kW25,8 - 31,532,9 - 36,542,1 - 51,653,8 - 59,9
Stoomaansluiting inchG3/4"
Afvoer van het condensaat inch G3/4"
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db60
MACHINES MET GASVERWARMING (G)
Gasaansluiting inchG3/4"
Vermogen van de gasverwarming kW33 / 39(G110-33)46 / 50(G110-46)
Geluidsniveau (2) LAeq droogsequentie db60
WERKINGSCONDITIES
Buitentempeartuur °C / °FDoorsneebuitentemperatuurtijdens 24 uur °C / °FRelatieve vochtigheidZeespiegelhoogte m/ ftUitvoering van de machinedekkingvan +15 tot +40 / van 59 tot 104tot +35 / tot 9530% ÷ 90% zonder condensatietot 1000 / 3280IP 43

Tab.3.6.

Tab.3.6. zonder condensatie

(1) maximale afmetingen incl. de uitstekende delen

(2) ISO 3744

3.7. COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 9kg (20lb)
Atag D2109WRVS - TECHNISCHE SPECIFICATIE 9kg (20lb), 11kg (24lb) - 1
Afb. 3.7. Afmetingen en componenten van de machine 9kg (20lb)

3.8. COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 9kg (20lb) HP MET WARMTEPOMP

Atag D2109WRVS - COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 9kg (20lb) HP MET WARMTEPOMP - 1
Afb.3.8. Afmetingen en componenten van de machine 9kg (20lb) met warmtepomp

3.9. COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINES, AANSLUITING 11kg (24lb), 13kg (27lb) EN 16kg (35lb)
Atag D2109WRVS - COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 9kg (20lb) HP MET WARMTEPOMP - 2
Afb.3.9. Afmetingen en componenten van de machines 11kg (24lb), 13kg (27lb), 16kg (35lb)

3.10. COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 11kg (24lb) HP, 13kg (27lb) HP EN 16kg (35lb) HP MET WARMTEPOMP

Atag D2109WRVS - COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINE, AANSLUITING 11kg (24lb) HP, 13kg (27lb) HP EN 16kg (35lb) HP MET WARMTEPOMP - 1

Afb.3.10. Afmetingen en componenten van de machines 11kg (24lb) HP, 13kg (27lb) HP, 16kg (35lb) HP met warmtepomp

CAPACITEIT VAN DE DROOGKAST11kg (24lb)11kg (24lb) HP13kg (27lb)13kg (27lb) HP16kg (35lb)16kg (35lb) HP
A mm/inch990 / 38,971495 / 58,861080 / 42,511585 / 62,401200 / 47,241705 / 37,13
B mm/inch1070 / 42,121525 / 60,041160 / 45,661615 / 63,581280 / 50,391735 / 68,31
C mm/inch 762 / 30852 / 33,54972 / 38,26

Tab.3.10.

3.11. COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINES, AANSLUITING 24kg (53lb), 35kg (77lb)

Atag D2109WRVS - COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINES, AANSLUITING 24kg (53lb), 35kg (77lb) - 1

Atag D2109WRVS - COMPONENTEN EN AFMETINGEN VAN DE MACHINES, AANSLUITING 24kg (53lb), 35kg (77lb) - 2

Afb. 3.11. Afmetingen en componenten van de machines 24kg (53lb), 35kg (77lb)

CAPACITEIT VAN DE DROOGKAST24kg (53lb) 35kg (77lb)
A mm / inch 868 / 34,17 1088 / 42,83
B mm / inch 1270 / 50 1490 / 58,66
C mm / inch 753 / 29,64 973 / 38,30

Tab.3.11.

LEGENDA

  1. Elektronisch bedieningsapparaat
  2. Slot van het bedieningspaneel
  3. Drukknop van noodstop (geldt niet voor de versie met een muntinworp)
  4. Deksel van de stoffilter
  5. Microschakelaar van het deurslot
  6. Microschakelaar van het deksel van de stoffilter
  7. Stofffilter
  8. Productieetiket
  9. Hoofdschakelaar
  10. Hoofdtovoer van elektrische energie
  11. Verwarmingscompartiment
  12. Gasventiel (slechts bij machines met gasverwarming)
  13. Drukregelaar (slechts bij machines met gasverwarming)
  14. Gasleiding (slechts bij machines met gasverwarming)
  15. Schakelaar van luchtstroming
  16. Zuigen
  17. Ventilatie
  18. De muntinworp (de versie met een muntinworp)
  19. De bak van de muntinworp (de versie met een muntinworp)
  20. Stoomtoevoerleiding
  21. Afvoerleiding voor het condensaat
  22. Serienummer van de machine

4. INSTALLATIE

Atag D2109WRVS - INSTALLATIE - 1

WAARSCHUWING!

OM FOUTLOZE WERKING VAN DE MACHINE TE BEREIKEN, DIENT DE DROOGKAST PRECIES VOLGENS DIT INSTALLATIEHANDBOEK GEINSTALLEERD TE WORDEN. ALLE WIJZIGINGEN VAN DE INSTALLATIE DIE IN DIT INSTALLATIEHANDBOEK NIET BESCHREVEN ZIJN, DIENEN DOOR DE LEVERANCIER OF DE PRODUCENT VAN DE DROOGKAST GOEDGEKEURD TE WORDEN.

MACHINETYPE

Vóórdat u begint met het installeren van de machine dient u eerst aan de hand van het serieplaatje het model van uw droger en van de elektrische aansluitingen te controleren.

VOOR MACHINES MET GASVERWARMING

Atag D2109WRVS - VOOR MACHINES MET GASVERWARMING - 1

WAARSCHUWING!

CONTROLEER VOOR DE INSTALLATIE VAN DE DROOGKAST OF DE PLAATSELIJKE CONDITIES VAN BRANDSTOFTOEVOER, BRANDSTOFEIGENSCHAPPEN EN ZIJN OVERDRUK EN DE INSTELLING VAN DE MACHINE COMPATIBEL ZIJN.

Controleer volgende gegevens op het productie-etiket: land van bestemming, categorie, gasdruk en type, (zie bijlage 530762).

Voor de manipulatie met de machine in transportverpakking gebruik een hefwagen of een manuele manipulatiewagen.

- De buitentemperatuur voor transport en bewaring moet tussen -25°C en +55°C liggen.

Atag D2109WRVS - VOOR MACHINES MET GASVERWARMING - 2

Alle handelingen moeten door een gekwalificeerde medewerker uitgevoerd worden. De machine wordt aan de gebruiker op een houten pallet geleverd, en bovendien beschermd met een PE folie.

Op het houten palet is de machine d.m.v. vier schroeven (M10) vastgeschroefd, de machine voor 9kg (20lb) met twee schroeven. Machines met een warmtepomp zijn vastgeschroefd met drie schroeven (M10).

Voor het transport van de machine van het transportmiddel naar de installatieplaats gelden volgende maatregelen:

  • Controleer alle openingen en tussenruimtes waardoor de machine getransporteerd wordt. Ze moeten voldoende afmetingen hebben die aan de breedte en hoogte van de machine incl. verpakking beantwoorden.
  • Controleer of de deur van de vulopening zodanig beveiligd is dat hij zich tijdens de manipulatie met de machine niet opent.
  • Hef de machine m.b.v. de hefwagen op het transportpalet waarop de machine bevestigd is.

UITPAKKEN

  • Na het uitpakken controleer of de machine niet beschadigd is en al toebehoren volgens uw bestelling met de machine geleverd is. De gebruiksaanwijzing en het toebehoren vindt u binnen de trommel.
  • Voordat u de machine gaat opstellen op de plaats van gebruik, gelieve de verpakking te verwijderen. Het opstellen van de machine – zie de hoofdstuk "4.3. HET OPSTELLEN VAN DE MACHINE OP DE GROND".

4.2. RUIMTEBEPALINGEN

WERKINGSCONDITIES VAN DE MACHINE

Zie kapittel „3.4., 3.5., 3.6. TECHNISCHE SPECIFICATIE“. Installeer deze machine niet op plaatsen, waar zijn wordt blootgesteld aan weersinvloeden, bovenmatige vochtigheid of spattend water. Wanneer er tengevolge van plotselinge temperatuurswijzigingen condens op de machine mocht ontstaan, mag het water niet langs de wanden en dekplaten van de machine naar beneden druipen en er mag evenmin water op de vloer onder en rond de machine staan. De producent is niet verantwoordelijk voor de corrosie van de machine die door onvoldoende ventilatie van de kamer veroorzaakt wordt (b.v.: uitdampingen, agressieve chemicaliën of droge reiniging).

Atag D2109WRVS - WERKINGSCONDITIES VAN DE MACHINE - 1

WAARSCHUWING!

De afmetingen van de machine zijn beschreven in kapittel „3.4., 3.5., 3.6. TECHNISCHE SPECIFICATIE“. Laat tenminste 0,6 m / 1,9 ft (0,9 m / 3 ft is aanbevolen) vrije ruimte tussen de achterkant van de droogkast en de muur zodat de machine gemakkelijk onderhouden kan worden. Tussen de zijkanten van elke machine laat een vrije ruimte van tenminste 0,02 m / 0,07 ft. Boven de machine dient een vrije ruimte van 0,5 m / 1,6 ft ten behoeve van het onderhoud gelaten te worden.

Bij de installatie leef alle geldige veiligheidsmaatregelen en voorschriften na. Om de risico van ernstige verwondingen in de zelfbedieningswasserijen te elimineren, installeer een sluitbare deur om de toegang pro tot de achterkant van de droogkast te verhinderen.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

HOUD DE DROOGKAST ZUIVER EN ZONDER RESTEN VAN BENZINE, BRANDSTOFFEN EN ANDERE BRANDBARE UITDAMPINGEN EN VLOEISTOFFEN.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

BLOKKEER NIET DE VENTILATIE IN HET ACHTERDEEL VAN DE DROOGKAST. DE LUCHTTOEVOER IN HET VERBRANDINGSCOMPARTIMENT VAN DE DROOGKAST DIENT GEGARANDEERD TE WORDEN.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

BLOKKEER NIET DE VENTILATIE IN HET ACHTERDEEL VAN DE DROOGKAST.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

MACHINES MET EEN WARMTEPOMP: BLOKKEER DE AFVOERLEIDING VAN HET CONDENSAAT AAN DE ACHTERZIJDE VAN DE MACHINE NIET.

B B A C D 513354

Afb. 4.2. Benodigde afmetingen van de kamer

Minimale afmetingenAmm / inchBmm / inchCmm / inchD*) m2 / ft2
9kg (20lb)11kg (24lb)13kg (27lb)16kg (35lb)24kg (53lb)35kg (77lb)600 / 23.6220 / 0.79 500/ 19.680,06 / 0.650,07 / 0.750,09 / 0.970,11 / 1.180,14 / 1.510,16 / 1.72

Tab. 4.2.

*) Minimale afmetingen van de opening die noodzakelijk zijn voor vrije luchttoevoer naar één droogkast. Indien er de benodigde opening niet gemaakt kan worden, dient de vereiste luchthoeveelheid (zie kap.4.8.) via een dwangroute toegevoerd te worden. (Neplatí pro stroje s tepelným čerpadlem.)

4.3. INSTALLATIE VAN DE MACHINE OP DE BODEM

De droogkast dient op de bodem geïnstaleerd te worden waarvan het draagvermogen 450 kg/m² is. De materialen die de bodem bedekken, zoals b.v. tapijten, dienen verwijderd te worden. Om de conformiteit te kunnen garanderen, vergelijk de benodigheden voor de installatie van de machine met de bepalingen van de plaatselijke bouwvoorschriften.

MACHINE INSTALLEREN EN UITBALANCEREN

Verwijder vier transportschroeven (in elke hoek is één schroef).

Hef de droogkast voorzichtig van het palet en laat hem zakken op twee vooraf voorbereidde langwerpige balken zodat de voor- en achternivelleerpootjes op de onderkant van de droogkast vastgeschroefd kunnen worden. Monteer de verstelbare voeten altijd met de borgmoer. Maak de openingen van transportschroeven dicht d.m.v. blindeerkleppen. Gebruik de openingen die voordien tot de bevestiging van de droogkast aan het palet dienden. De droogkast kan zachtjes naat voren of achteren gebogen worden ten behoeve van een eenvoudigere montage.

529083

Gebruik een hefwagen voor de installatie van de machine en zet de droogkast opnieuw op de voorbereidde balken. Verwijder de balken en zet de machine op de bodem.

Verstel deze voeten zodanig dat de machine waterpas staat. Controleer de juiste positie m.b.v. de waterpas die zich in het bovendeel van de machine bevindt. De droogkast mag niet wankelen.

BEVEILIG DE VERSTELBARE VOETEN MET BEHULP VAN DE VOORGEMONTEERDE BORGMOEREN.

Atag D2109WRVS - MACHINE INSTALLEREN EN UITBALANCEREN - 2

WAARSCHUWING!

INSTALLER DE DROOGKAST ZO DICHT MOGELIJK OP DE BODEM. DE DROOGKAST DIENT VAST OP DE BODEM TE ZITTEN ZODAT HET GEWICHT GELIJKMATIG VERDEELD IS.

De machines zijn ontworpen voor de aansluiting op het elektrische net volgens de specificatie van uw bestelling. Voor de aansluiting hoeft u te controleren, of de el. waarden op het etiket aan uw elektrisch net beantwoorden. Indien het niet zo is, sluit de machine niet aan en neem contact op met de leverancier. Indien de machine van geen afschakelinrichting voorzien is, zoals b.v. van de hoofdschakelaar, dienen alle elektrische toevoerkabels vanuit de energiebron van een afschakelinrichting voorzien worden volgens de norm ČSN EN 60204-1, kapittel 5.3. In noodgeval, b.v. bij onderhoud, schakelt deze inrichting de toevoer van elektrische energie in de elektrische delen van de machine uit.

NOODSTOPINRICHTING

De machines zijn voorzien van een noodstopinrichting overeenkomstig de norm ISO 13850 - categorie 0 - stopfunctie. Toch bevindt zich deze noodstopinrichting niet bij de machines die d.m.v. munten, jetons, een extern betalingssysteem of een dergelijke zelfbedieningsinrichting bediend worden.

De eigenaar - uitbater - gebruiker hoeft voor een noodstopinrichting te zorgen. Deze noodstopinrichting(en) moet(en) elke machine stoppen overeenkomstig de norm ISO 13850 - categorie 0. De aansluiting van de geleiders in de machine is zo uitgevoerd dat de bedieningscircuits onmiddelijk van de voeding afgeschakeld kunnen worden. De juiste aansluiting van de inrichting – zie het elektrische schema van de machine.

  1. Fasekabels
  2. Veiligheidskabel
  3. Toevoerbeveiliging

  4. Machine

  5. Elektrische verdeelkast van de wasserij
  6. Toevoerschroefbuis van de hoofdschakelaar

TN-C U V W PEN 3 5 L1 L2 L3 PEN FU QM E (1) (3) (5) N PE 2 4 6 N 1 6 2 4

TN-S U V W N PE 3 5 L1 L2 L3 N PE FU QM1 U V W N PE (1) (3) (5) 2 4 6 N 1 6 2 4 504465A

Afb. 4.4.A Driefaseaansluiting van de machine op het elektrische net

AANSLUITING VAN DE MACHINE MET STROOMBESCHERMER

Om het bedieningspersoneel en de onderhoudstechnici tijdens de bediening en het onderhoud van de machine beter te kunnen beschermen, beveelt de producent aan een stroombeschermer met 30 mA voor de toevoerkabel in het distributienet van de wasserij te plaatsen. De hoofdcontacten van de beschermer moeten aan het bovengenoemde vermogen van machine beantwoorden. De aansluiting van de stroombeschermer en van de machine op het net wordt op afb. 4.4.B. weergegeven.

  1. Fasekabels

  2. Elektrische verdeelkast van de wasserij

  3. Veiligheidskabel

  4. Toevoerschroefbuis van de hoofdschakelaar

  5. Toevoerbeveiliging

  6. Stroombeschemermer (zie tab. 4.4.)

  7. Machine

TN-C U V W PEN 7 L1 L2 L3 PEN FU 5 3 TN-S U V W N PE 7 L1 L2 L3 N PE FU 5 3 QM L (1) V (3) W (5) N PE 2 4 6 N 1 6 2 4 QM L (1) V (3) W (5) N PE 2 4 6 N 1 6 2 4 504466A

Afb. 4.4.B Driefaseaansluiting van de machine op het elektrische net met stroombeschermer

Atag D2109WRVS - AANSLUITING VAN DE MACHINE MET STROOMBESCHERMER - 2

WAARSCHUWING!

ALS ER OP DE INSTALLATIEPLAATS HET OPVOLGEN VAN DE NORM EN 60519 GEÉIST WORDT, DIENT DE MACHINE BEDREVEN TE WORDEN MET EEN VOORGESCHAKELDE STROOMBEVEILIGING.

BELANGRIJK!

CONTROLEER DE TOEREN VAN DE VENTILATORMOTOR.

De motor dient in de bepaalde richting te draaien, zie de pijl boven de motor. Indien de motor in de andere richting draait, zal de machine niet juist functioneren. In dit geval kan de ventilator niet voldoende ventileren. U moet de fasen L1-L2 door elkaar vervangen zijn.

BELANGRIJK!

BIJ DE MACHINES MET GASVERWARMING CONTROLEER OF DE FASE - L EN DE MIDDENKABEL - N NIET DOOR ELKAAR VERVANGEN ZIJN. IN DIT GEVAL ZAL DE AANSTEEKAUTOMATIEK NIET FUNCTIONEREN !

TOEVOERKABELS EN BEVEILIGING

De toevoerkabels, evt. draden voor de aansluiting van de machine op het elektrische net moeten de koperkernen hebben. De doorsnee van de toevoergeleiders is afhankelijk van de spanning en het verwarmingstype van de droogkast, d.w.z. van zijn elektrisch totaalvermogen. De toevoerkabel wordt d.m.v. beveiligingsschakelaars of zekeringen in de verdeelkast van de wasserij tegen kortsluiting of overbelasting beveiligd. Aanbevolen doorsneden van toevoerkabels en waarden van zekeringen voor verschillende machinetypen t.b.v. toevoerbeveiliging vindt u in tab.4.4.

VOORBEREIDING VAN DE KABEL

Atag D2109WRVS - VOORBEREIDING VAN DE KABEL - 1

WAARSCHUWING!

VEILIGHEIDSKABEL DIENT ALTIJD IETS LANGER TE ZIJN, ZODAT HIJ BIJ HET EVENTUELE UITRUKKEN VAN DE KABEL ALS DE LAATSTE AFGESLOTEN WORDT.

Als de kabel gebruikt wordt (harde kopergeleiders), dienen de afzonderlijke aders zodanig geïsoleerd te worden, dat na de aansluiting van de kabel op de machine het geïsoleerde deel niet uit de klem vooruitsteekt (4.4.C, 8 - kota X). Als de draad gebruikt wordt (kopergeleiders) kunnen de afzonderlijke aders net als bij de kabel geïsoleerd worden of er kunnen de persholtes (6) gebruikt worden. In dit geval moeten holtes met s geïsoleerde hals gebruikt worden, zodat het deel onder spanning niet aangeraakt kan worden.

A 7 1 X 8 2 A 3 5 (N) 4, 6 504468A orbereiding van de toevoerkabel

Afb. 4.4.C Voorbereiding van de toevoerkabel

  1. Groengele - veiligheidskabel
  2. Zwarte-fasekabel
  3. Bruine-fasekabel (driefase-uitvoering)
  4. Blauwe-neutrale kabel (eenfase-uitvoering)
  5. Zwarte-fasekabel (driefase-uitvoering)
  6. Blauwe-neutrale kabel (driefase-uitvoering geldt voor de gasverwarming)

  7. Hals van de persholte moet geïsoleerd worden, zodat het deel onder spanning niet aangeraakt kan worden (geleider) als de hoofdschakelaar uitgeschakeld is.

  8. De geïsoleerde geleiders van de toevoerkabel moeten zo lang zijn dat het geïsoleerde deel uit de klem van de hoofdschakelaar niet vooruitsteekt (toevoerklem)

AANSLUITING VAN DE TOEVOERKABEL

De kabel kan naar de machine op twee manieren gebracht worden:

- uit het kabelkanaal (van beneden)

- uit de kabelrooster (van boven)

Indien u de kabel von boven voert, hoeft u daarvoor te zorgen de kabel doorhangt voordat hij in de kabeldoorvoerdoos bevestigd wordt (zie afb. 4.4.D). Daardoor wordt verhinderd dat het afvloeiende gecondenseerde water in de kabeldoorvoerdoos, evt. in de machine geraakt.

- De machine kan ook d.m.v. de aansluitingsvork op het circuit van het voedingsnet aangesloten worden

MECHANISCHE BEVEILIGING VAN DE KABEL

Nadat de kabel door de mof (2) getrokken wordt, maak de dichtmoer van de mof vast. Daardoor wordt het gummiringetje in de mof gedrukt wat voor de mechanische beveiliging van de kabel en waterdichtheid zorgt. Indien de mechanische beveiliging niet voldoende is, gebruik de veiligheidskoppeling (3).

AANSLUITINGSPLAATS

De toevoerkabel is op de hoofdschakelaar van de machine (1). aangesloten. De faseklemmen zijn gekenmerkt door U, V, W of L(L1) en A(L2). Sluit de veiligheidskabel direct op de veiligheidsklem die zich op de binnenkant van de linkerstaander bevindt. De klem wordt door PE gekenmerkt.

  1. Hoofdschakelaar
  2. Kabelmof
  3. Veiligheidsklem
  4. Buitenveiligheidsklem
  5. Binnenveiligheidsklem

QM U V W N PE 4 2 3 504469A

Afb. 4.4.D Aansluiting van de hoofdtoevoer

BEVEILIGINGSINSTALLATIE VAN DE MACHINE IN DE WASSERIJ

Veiligheidshalve dient de machine op de beveiligingskring van de wasserij aangesloten te worden. Daartoe dient de buitenveiligheidsklem (M6) die zich op de achterbenedenkant van de machine bevindt (afb.4.4.E- pos.4) en door het kenmerk van aarding voorzien is. De veiligheidskabel voor deze aansluiting is geen bestanddeel van de levering. De doorsnee van de veiligheidskabel dient tenminste aan de waarden te beantwoorden die in tab. 4.4. aangegeven zijn. Als de doorsnee van de toevoerkabel kleiner is dan 2,5 mm 2 zal een kabel met de minimale doorsnee van 4 mm 2 voor de beveiliginngsaansluting genomen worden. Door de beveiliginngsaansluting en aarding van de machines voorkomt u tegelijk de nadelige invloed van van statische electriciteit op de werking van de machine.

1 4 5 2 3 513355A

Afb. 4.4.E Beveiliginngsaansluting van de machines

  1. Machine – blik van de achterkant
  2. Beveiligingskring van de wasserij
  3. Buitenveiligheidsklem

  4. Veiligheidskabel – verbinding van machines

  5. Aardingskenmerk

INDIEN DE BEVEILIGINGSVERBINDING VAN DE MACHINES DOOR UW NATIONALE (PLAATSELIJKE) NORMEN VERBODEN IS, MOETEN DE MACHINES VOLGENS DE GELDIGE NORMEN GEAARD WORDEN.

Droogkast VoedingMotorvermogen (kW) ventilator / aandrijvingVermogen verwarmings- lichamen (kW)Geinstalleerd vermogen (kW)Nominale stroomZekeringKabel-doorsnede
3-fasig met terugloop
9kg (20lb)380-415V 17A 20A 4 x 2,510,1
208-240V 302A 32A 4 x 6
440V, 60Hz5,2A 20A 4 x 2,5
480V, 50/60Hz16,7A 20A 4 x 2,5
380-415V 222A 25A 4 x 413,1
208-240V 357A 40A 4 x 6
440V, 60Hz9,4A 25A 4 x 4
480V, 50/60Hz21,2A 25A 4 x 4
9kg (20lb) (1)380-415V 13A 16A 4 x 2,56,8
208-240V0,37 / 0,18 621,5A 25A 4 x 4
11kg (24lb)380-415V0,55 / 0,2513,514,223A 25A 4 x 4
208-240V13,514,242A50A4 x 10
440V, 60Hz13 13,724A 32A 4 x 6
480V, 50/60Hz13 13,726,2A 32A 4 x 6
13kg-16kg (27lb-35lb)380-415V 30A 32A 4 x 616,18,7
208-240V 55A 63A 4 x 6
440V, 60Hz0,55 / 0,25 1831A 32A 4 x 6
480V, 50/60Hz34A 40A 4 x 6
16kg (35lb)380-415V 39A 40A 4 x 616,24,7
208-240V 72A 80A 4 x 6
440V, 60Hz0,55 / 0,25 2435A 40A 4 x 6
480V, 50/60Hz38A 40A 4 x 6
24kg (53lb)380-415V 47A 50A 4 x 104 x 25
208-240V 80A 100A 100A 0,55 / 0,25 30
440V, 60Hz43A 50A 4 x 10
480V, 50/60Hz47A 50A 4 x 10
24kg-35kg (53lb-77lb)380-415V 57A 63A 4 x 164 x 25
208-240V 97A 100A 100A 0,55 / 0,25 36
440V, 60Hz51A 63A 4 x 16
480V, 50/60Hz56A 63A 4 x 16
35kg (77lb)380-415V 73A 80A 4 x 1648,7
208-240V0,55 / 0,25 48127A160A30 x 50+35
440V, 60Hz66A 80A 4 x 16
480V, 50/60Hz72A 80A 4 x 16
9kg (20lb)380-415V0,75 / 0,18Gas1,284,4A6A5 x 1,5
208-240V6,6A10A 4 x 1,5
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz5,4A10A 4 x 1,5
11kg-35kg (24lb-77lb)380-415V0,55 / 0,25Gas1,25A6A5 x 1,5
208-240V7A 10A 4 x 1,5
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz5A6A4 x 1,5

Tab.4.4.
(1) Met condensatie-unit

Droogkast VoedingMotorvermogen (kW) ventilator / aandrijvingVermogen verwarmings- lichamen (kW)Geinstalleerd vermogen (kW)Nominale stroomZekeringKabel-doorsnede
3-fasig met terugloop
11kg-16kg, 35kg(24lb-35lb), (77lb)380-415V 3,5A 6A 4 x 1,56A 4 x 1,50,55 / 0,25 Stoom 0,9
208-240V 5A
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz3,5A 6A4 x 1,5
24kg-35kg(53lb-77lb)380-415V 3,6A 6A 4 x 1,56A 6,54/x 0,25 Stoom 1
208-240V 5,2
440V, 60Hz4,1A 6A4 x 1,5
9kg (20lb) HP380-415V+N 50Hz10,8A 16A 5 x 2,50,3 / 0,183 3,5
208-240V18,3A 25A4 x 4
440V, 60Hz10,2A 16A4 x 2,5
480V, 50/60Hz
11kg-16kg(24lb-35lb) HP380-415V+N0,3 / 0,253 3,611A16A 5 x 2,5
208-240V18,8A 25A4 x 4
440V, 60Hz10,5A 16A4 x 2,5
480V, 50/60Hz
3-fasig zonder terugloop
9kg (20lb)380-415V1,1910,316,9A 20A4 x 2,5
208-240V31A40A4 x 6
440V, 60Hz15,5A 20A4 x 2,5
480V, 50/60Hz17A20A 4 x 2,5
380-415V1,11213,321A25A4 x 4
208-240V36A40A4 x 6
440V, 60Hz20A25A4 x 4
480V, 50/60Hz21,9A 25A4 x 4
9kg (20lb) (1)380-415V0,5566,812A16A 4 x 2,5
208-240V20,5A 25A4 x 4
11kg (24lb)380-415V0,5513,514,223A25A4 x 4
208-240V13,514,241A50A4 x 10
440V, 60Hz1313,724A25A4 x 4
480V, 50/60Hz1313,726,1A 25A4 x 4
13kg-16kg(27lb-35lb)380-415V0,551818,730A32A4 x 6
208-240V54A63A4 x 16
440V, 60Hz31A32A4 x 6
480V, 50/60Hz33,9A 40A4 x 6
16kg (35lb)380-415V0,552424,739A40A4 x 6
208-240V70A80A4 x 16
440V, 60Hz35A40A4 x 6
480V, 50/60Hz38A40A4 x 6
24kg (53lb)380-415V0,553030,746A50A4 x 10
208-240V80A100A4 x 25
440V, 60Hz43A50A4 x 10
480V, 50/60Hz46,8A 50A4 x 10
3-fasig zonder terugloop
24kg-35kg(53lb-77lb)380-415V 56A63A 4 x 1636
208-240V 96A100A 4 x 2536,7
440V, 60Hz 50A63A 4 x 16
480V, 50/60Hz55A 63A 4 x 16
35kg(77lb)380-415V 71A80A 4 x 1648
208-240V0,55127A
440V, 60Hz 66A80A 4 x 1648,7
480V, 50/60Hz72A 80A 4 x 16
9kg (20lb)380-415V1,1Gas1,454,9A10A5 x 1,5
208-240V7,7A10A4 x 1,5
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz5,4A10A4 x 1,5
11kg-35kg(24lb-77lb)380-415V0,55Gas0,94A6A5 x 1,5
208-240V6A10A4 x 1,5
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz4,5A6A4 x 1,5
11kg-16kg,35kg(24lb-35lb),(77lb)380-415V0,55Stoom0,73,5A6A4 x 1,5
208-240V5A6A4 x 1,5
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz3,5A6A4 x 1,5
24kg-35kg(53lb-77lb)380-415V0,55Stoom0,83,1A6A4 x 1,5
208-240V4,7A6A4 x 1,5
440V, 60Hz3,4A6A4 x 1,5
9kg (20lb) HP380-415V+N 50Hz0,3 / 0,25A4 x 4 3,510,8A16A5 x 2,5
208-240V 18,3
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz10,2A16A4 x 2,5
11kg-16kg(24lb-35lb) HP380-415V+N0,3 / 0,25A4 x 4 3,611A 16A 5 x 2,5
208-240V 18,3
440V, 60Hz, 480V, 50/60Hz10,5A16A4 x 2,5
1-fasig met terugloop
9kg (20lb)208-240V/50Hz0,37 / 0,1866,631,2A32A3 x 6
208-240V/60Hz30,9A32A3 x 6
208-240V/50Hz0,37 / 0,1899,644,5A50A 3 x 10
208-240V/60Hz44,2A50A 3 x 10
208-240V/50Hz0,37 / 0,181212,657,5A63A 3 x 16
208-240V/60Hz57,2A63A 3 x 16
9kg (20lb)208-240V/50Hz0,75 / 0,25Gas1,358,5A16A3 x 1,5
208-240V/60Hz8,5A16A3 x 1,5
11kg-35kg(24lb-77lb)208-240V/50Hz0,55 / 0,25Gas1,29,5A16A3 x 1,5
208-240V/60Hz9,4A16A3 x 1,5
1-fasig met terugloop
9kg (20lb)208-240V/50Hz5,2A 10A 3 x 1,50,37 / 0,18 Stoom 0,6
208-240V/60Hz5A 10A 3 x 1,5
11kg-16kg, 35kg(24lb-35lb), (77lb)208-240V/50Hz7,5A 10A 3 x 1,50,55 / 0,25 Stoom 0,9
208-240V/60Hz7,4A 10A 3 x 1,5
24kg-35kg(53lb-77lb)208-240V/50Hz7,7A 10A 3 x 1,50,55 / 0,25 Stoom 1
208-240V/60Hz7,6A 10A 3 x 1,5
9kg (20lb) HP208-240V/50Hz30,8A 32A 3 x 60,3 / 0,25 3 3,6
208-240V/60Hz30,6A 32A 3 x 6
11kg-16kg(24lb-35lb) HP208-240V/50Hz31,2A 32A 3 x 60,3 / 0,25 3 3,6
208-240V/60Hz31A 32A 3 x 6
1-fasig zonder terugloop
9kg (20lb)208-240V/50Hz31A 32A 3 x 60,5566,6
208-240V/60Hz30,8A 32A 3 x 6
208-240V/50Hz44A 50A 3x 100,5599,6
208-240V/60Hz43,8A 50A 3 x 10
208-240V/50Hz57,1A 63A0,553 x 161212,6
208-240V/60Hz57A 63A 3 x 16
9kg (20lb)208-240V/50Hz0,55Gas0,97A 10A 3 x 1,5
208-240V/60Hz6,8A 10A 3 x 1,5
11kg-35kg(24lb-77lb)208-240V/50Hz0,55Gas0,97A 10A 3 x 1,5
208-240V/60Hz6,8A 10A 3 x 1,5
9kg (20lb)208-240V/50Hz0,55Stoom0,75A6A3 x 1,5
208-240V/60Hz4,8A6A3 x 1,5
11kg-16kg, 35kg(24lb-35lb), (77lb)208-240V/50Hz0,55Stoom0,75A6A3 x 1,5
208-240V/60Hz4,8A6A3 x 1,5
24kg-35kg(53lb-77lb)208-240V/50Hz5,2A 6A0,553 x 1,5Stoom0,8
208-240V/60Hz5A6A3 x 1,5
9kg (20lb) HP208-240V/50Hz30,8A 32A 3 x 60,3 / 0,25 3 3,6
208-240V/60Hz30,6A 32A 3 x 6
1. kg-16kg(24lb-35lb) HP208-240V/50Hz31,2A 32A 3 x 60,3 / 0,25 3 3,6
208-240V/60Hz31A 32A 3 x 6

Tab.4.4. zonder condensatie
(1) Met condensatie-unit

Tab.4.4. zonder condensatie

Tab.4.4. zonder condensatie

De droogkasten zijn bestemd voor het gebruik met zulk gastype dat op de productie-etiket vermeld is.

Gebruik nooit andere gastypen. Voor elk machinetype en toebehorend gastype moet de juiste sproeier en gasdruk. Het schema dat deze parameters weergeeft, maakt een deel uit van tab.4.5.A en 4.5.B en van bijlage 530762. Wij willen u daarop attent maken dat het in het algemeen niet toegelaten is machines met gasverwarming in kelders en kamers te installeren, waar onvoldoende ventilatie is (zie kapittel 4.2). In deze gevallen moet u de installatie met de firma bespreken die het gas levert.

De machine dient in overeenstemming met de normen van het desbetreffende land geïnstalleerd te worden.

Om de beveiliging van gasinstallaties te verhogen, is het heel belangrijk in de buurt van de machine een detector van gasontsnapping te installeren.

De installatiefirma moet de machine op de gastoevoer aansluiten volgens het wasserijproject. De opening voor gasaansluiting bevindt zich op de achterkant van elke droogkast. De afmetingen van deze aansluiting vindt u op afb. 3.7., 3.9., 3.11.

⚠ WAARSCHUWING !

VERANDER NOOIT ALLEEN DE GEBRUIKTE DRUKKEN, TYPEN VAN SPROEIERS, AFMETINGEN VAN SPROEIERS OF HET GASTYPE. U ZOU DAARDOOR ERNSTIGE SCHADEN KUNNEN VEROORZAKEN.

DE PRODUCENT WIJST IN ZULKE GEVALLEN ALLE VERANTWOORDELIJKHEID AF.

ALLEEN VOOR MACHINES MET EEN GASVENTIEL ZONDER DRUKREGELAAR

Om de juiste drukken te bereiken, installeer in de buurt van elke machine een buitenreductieventiel dat de druk in de pijpleiding op bedrijfsdruk reduceert. Dit ventiel wordt niet samen met de machine geleverd. Het is belangrijk dat dezelfde druk op alle plaatsen van de gasaansluiting is.

VOOR ALLE MACHINES

Op een licht toegankelijke plaats installeer in de gasleiding voor de ingangsopening van elke droogkast een manueel bedienbaar sluitbaar gasventiel in zulke afstand dat de lengte van de leiding vanaf het ventiel tot de aansluiting van de machine korter is dan 2 m. Installeer een buis voor vasthouding van stof en gecondenseerd water op de plaats van gasaansluiting bij elke droogkast.

  1. Gasleiding voor aansluiting op de machine
  2. Stop
  3. Systeem van gasleiding
  4. Gas- „T“onderdeel
  5. Gasstop
  6. Buis voor vasthouding van stof en gecondenseerd water
  7. Sluitventiel

1 2 3 4 7 MIN. 152 mm (6 in.) GASBUIS 6 5 516237

Afb. 4.5. Installatie van de buis voor vasthouding van stof en gecondenseerd water

Installeer de drukmeter tussen het reductieventiel van de machine en het handventiel om het gebruikte gas te meten, of het ventiel met de drukmeter en de beveiligingsschakelaar voor het aftellen. De pijpleiding tussen het handventiel en de machine moet vast zijn met voldoende gasdoorloop en de aansluitingsplaatsen moeten altijd van een waterdicht dichtingsmiddel voorzien zijn dat tegen de gebruikte gassen resistent is.

WAARSCHUWING!

HET IS NOODZAKELIJK DE DICHTHEID VAN DE AANSLUITINGEN REGELMATIG TE CONTROLEREN. START DE MACHINE NIET ALS DE GASTOEVOER OF DE GASDRUK MET DE TECHNISCHE GEGEVENS OP HET ETIKET VAN DE MACHINE NIET OVEREENSTEMMEN. OM DE AFVOER VAN GASRESIDU'S TE VERZORGEN, CONTROLEER DE DRAAIRICHTING VAN DE VENTILATOR.

De gegevens zijn vermeld in bijlage: code 530762
Lisbaten van EU (IT spodkiewing)
DEEMARKENDK-
FINLANDIT
PAJANPS

Tab.4.5.A Aanwijzingen - Sproeiers - Gas - Sproeiers

Lands de prera lid van (U zijn
Land van bestatuiting(300)11234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950515253545556575859606162636465666768697071727374757677787980818283848586878889909192939495969798991001011021031041051061071081091101111121131141151161171181191201211221231241251261271281291301311321331341351361371381391401411421431441451461471481491501511521531541551561571581591601611621631641651661671681691701711721731741751761771781791801811821831841851861871881891901911921931941951961971981992002012022032042052062072082092102112122132142152162172182192202212222232242252262272282292302312322332342352362372382392402412422432442452462472482492502512522532542552562572582592602612622632642652662672682692702712722732742752762772782792802812822832842852862872882892902912922932942952962972982993003013023033043053063073083093103113123133143153163173183193203213223233243253263273283293303313323333343353363373383393403413423433443453463473483493503513523533543553563573583593603613623633643653663673683693703713723733743753763773783793803813823833843853863873883893903913923933943953963973983994004014024034044054064074084094104114124134144154164174184194204214224234244254264274284294304314324334344354364374384394404414424434444454464474484494504514524534544554564574584594604614624634644654664674684694704714724734744754764774784794804814824834844854864874884894904914924934944954964974984995005015025035045055065075085095105115125135145155165175185195205215225235245255265275285295305315325335345355365375385395405415425435445455465475485495505515525535545555565575585595605615625635645655665675685695705715725735745755765775785795805815825835845855865875885895905915925935945955965975985996006016026036046056066076086096106116126136146156166176186196206216226236246256266276286296306316326336346356366376386396406416426436446456466476486496506516526536546556566576586596606616626636646656666676686696706716726736746756766776786796806816826836846856866876886896906916926936946956966976986997007017027037047057067077087097107117127137147157167177187197207217227237247257267277287297307317327337347357367377387397407417427437447457467477487497507517527537547557567577587597607617627637647657667677687697707717727737747757767777787797807817827837847857867877887897907917927937947957967977987998008018028038048058068078088098108118128138148158168178188198208218228238248258268278288298308318328338348358368378388398408418428438448458468478488498508518528538548558568578588598608618628638648658668678688698708718728738748758768778788798808818828838848858868878888898908918928938948958968978988999009019029039049059069079089099109119129139149159169179189199209219229239249259269279289299309319329339349359369379389399409419429439449459469479489499509519529539549559569579589599609619629639649659669679689699709719729739749759769779789799809819829839849859869879889899909919929939949959969979989991000

De gegevens zijn vermeld in
Tab.4.5.B Aanwijzingen - Sproeiers - Gas - Sproeiers

  • Neem contact op met uw gasleverancier om het gastype en de gasdruk vast te stellen. Controleer de gasdruk.
  • Controleer of het gastype en de gasdruk met de gegevens overeenstemmen die op het productetiket vermeld staan.
  • De gasapparaten zijn goedgekeurd (CE-goedkeuring), zie gegevens op het etiket.
  • Indien de gegevens overeenkomen, hoeft u geen maatregelen te nemen. Indien de gegevens niet overeenkomen, dient u een van de onderstaande mogelijkheden te kiezen :

4.6.1. MOGELIJKE OVERGANG NAAR EEN ANDER GAS

4.6.1.1. DE DOOR U VEREISTE CATEGORIE VAN HET APPARAAT (ZIE BIJLAGE 530762) VOOR UW LAND STEMT/STEMT NIET MET DE CATEGORIE EN HET LAND OP HET PRODUCTETIKET OVEREEN. (GELDT SLECHTS VOOR EU-LANDEN DIE ZICH NAAR DE NORMEN VOOR GASAPPARATEN RICHTEN)

Om deze wijziging te kunnen uitvoeren, heeft u de juiste sproeier, stop en etiket aangaande ombouw nodig:

  1. Hoe stelt u de juiste sproeier vast:

- Raadpleeg bijlage 530762. Op grond van de capaciteit en het vermogen van de droogkast, het installatieland en de door u vereiste categorie van het gasapparaat stelt u vast welke doorsnede en druk op de injector gebruikt moeten worden.

  1. Hoe stelt u vast of een stop gebruikt moet worden:

- Raadpleeg bijlage 530762. Op grond van de capaciteit en het vermogen van de droogkast, het installatieland en de door u vereiste categorie van het gasapparaat stelt u vast of de drukregelaar toegelaten is. Indien de drukregelaar niet toegelaten is, moet u de drukregelaar van het gasventiel verwijderen en hem d.m.v. een stop vervangen.

  1. Hoe stelt u het juiste etiket aangaande ombouw vast:

- Raadpleeg bijlage 530762. Op grond van de taal van het land waarin de machine geïnstalleerd wordt, stelt u het nodige etiketcode vast. De taal van het etiket moet met de taal van het installatieland overeenstemmen.

Na elke wijziging hoeft u m.b.v. een niet-corrosieve vloeistof (die voor het testen van dichtheid van leidingen bestemd is) te controleren of de leiding in orde is en juist dicht. Controleer de druk tijdens de werking van alle overige gasapparaten. Plak het etiket aangaande gasombouw in de betreffende taal naast het productetiket op en vul het m.b.v. bijlage 530762 in (waarden die vermeld staan in de regel voor het door u vereiste installatieland, categorie, gastype en gasdruk).

Atag D2109WRVS - DE DOOR U VEREISTE CATEGORIE VAN HET APPARAAT (ZIE BIJLAGE 530762) VOOR UW LAND STEMT/STEMT NIET MET DE CATEGORIE EN HET LAND OP HET PRODUCTETIKET OVEREEN. (GELDT SLECHTS VOOR EU-LANDEN DIE ZICH NAAR DE NORMEN VOOR GASAPPARATEN RICHTEN) - 1

WAARSCHUWING!

Om deze wijziging te kunnen uitvoeren, heeft u de juiste sproeier en het etiket aangaande ombouw nodig:

  1. Hoe stelt u de juiste sproeier vast:

- Raadpleeg bijlage 530762. Op grond van de capaciteit en het vermogen van de droogkast en het gastype stelt u vast welke doorsnede en druk op de injector gebruikt moeten worden.

  1. Hoe stelt u het juiste etiket aangaande ombouw vast:

- Raadpleeg bijlage 530762. Op grond van de taal van het land waarin de machine geïnstalleerd wordt stelt u het nodige etiketcode vast. Indien de taal die met het installatieland overeenstemt, ontbreekt gebruik het etiket met Engelse taal.

Na elke wijziging hoeft u m.b.v. een niet-corrosieve vloeistof (die voor het testen van dichtheid van leidingen bestemd is) te controleren of de leiding in orde is en juist dicht. Controleer de druk tijdens de werking van alle overige gasapparaten. Plak het etiket aangaande gasombouw in de betreffende taal naast het productetiket op en vul het m.b.v. bijlage 530762 in (waarden die vermeld staan in de regel voor het door u vereiste gastype en gasdruk).

Indien u uitvoerige informatie nodig hebt, neem contact op met uw dealer, onderhoudstechnicus of producent van het apparaat.

4.6.2. WERKWIJZE BIJ GASOMBOUW (GEBRUIK ALTIJD SLECHTS DEGENE PUNTEN DIE VANUIT DE MOGELIJKHEDEN VAN KAPITTEL 4.6.1. VOORTVLOEIEN – MOGELIJKE OVERGANG NAAR EEN ANDER GASTYPE)

Beneden is de variante beschreven, wanneer de regelateur en de sproeier uitgewisseld moeten worden en de druk op de sproeier ingesteld wordt:

  1. Schakel de hoofdschakelaar uit, sluit het toevoerventiel (afb.4.5., pos.7)
  2. Demonteer het achter-bovendeksel van de machine.
  3. Uitwisseling van de sproeier:
  4. Schakel de toevoerleiding van de machine af.
    –Maak alle schroeven los die het gasventiel in de houder bevestigen (afb. 4.6.2., pos. 3).
    -Neem het ventiel uit de machine. Wissel de sproeier uit (afb. 4.6.2., pos. 5). De afmetingen van de sproeier vindt u in bijlage 530762.
  5. Monteer het ventiel terug. Sluit de toevoerleiding van gas weer aan.

  6. Vervanging van drukregelaar, evt. afdekstop (stopcode: 102019 – indien nodig bijlage 530762).

– Schroef de regulateur (afb. 4.6.2., pos. 7) of afdekstop (afb. 4.6.2., pos. 10) uit het gasventiel los en monteer de afdekstop (of regulateur – wordt met de machine geleverd).
- Indien de afdekstop geïnstalleerd is, moeten de toevoerdruk en de sproeier aan de waarden in bijlage 530762 beantwoorden voor het bepaalde gastype.
- Indien de gasregulateur geïnstalleerd is, stel de benodigde druk op de sproeier tijdens de werking van de machine in d.m.v. een manometer (afb. 4.6.2., pos. 8 en 9) volgens bijlage 530762.

⚠ WAARSCHUWING! INDIEN ER TWEE GASVENTIELEN OP DE MACHINE ZIJN, DIENT DE VEREISTE DRUK OP BEIDE VENTIELEN INGESTELD TE WORDEN EN DE VEREISTE DRUK MOET DEZELFDE ZIJN!

⚠ WAARSCHUWING! VERGEET NIET DAT DE DICHTHEID NA ELKE INGREEP IN DE GASLEIDING VAN DE MACHINE GECONTROLEERD MOET WORDEN. GEBRUIK NOOIT EEN OPEN VUUR VOOR DE CONTROLE VAN DE DICHTHEID.

  1. Monteer het achter-bovendeksel weer terug.
  2. Schakel de hoofdschakelaar in, open het toevoerventiel.
  3. Start de machine en laat een hele cyclus aflopen.
  4. Plak het etiket aangaande ombouw op, vul het etiket in en wijzig het productetiket, zie kap. 4.6.1. MOGELIJKE OVERGANG NAAR EEN ANDER GASTYPE.

Atag D2109WRVS - ⚠ WAARSCHUWING! VERGEET NIET DAT DE DICHTHEID NA ELKE INGREEP IN DE GASLEIDING VAN DE MACHINE GECONTROLEERD MOET WORDEN. GEBRUIK NOOIT EEN OPEN VUUR VOOR DE CONTROLE VAN DE DICHTHEID. - 1

Afb. 4.6.2. Sluitbaar gasventiel

  1. Gasventiel
  2. Gastoevoerleiding
  3. Houder van het gasventiel
  4. Metaalplaat met een opening
  5. Injector

  6. Schroefverbinding van de injector

  7. Drukregelaar

  8. Gewenste druk volgens de specificatie in bijlage 530762
  9. Manometer
  10. Deksel voor machines die niet gereguleerd zijn

Om een volledige verbranding bij hogere zeespiegel te kunnen garanderen, wordt het vermogen elke 500 m boven de zeespiegel om 5% verminderd. De injector (sproeier) dient aan het verminderde vermogen vanaf 1000 m boven de zeespiegel aangepast te worden. Bespreek dit probleem met de producent indien nodig.

4.7. STOOMAANSLUITING BIJ DE MACHINES MET STOOMVERWARMING

De droogkast met stoomverwarming is voorzien van twee aansluitingen voor de aansluiting van stoomtoevoer en afvoer van het condensaat. De aansluitingsplaats zie afb. 3.7., 3.9., 3.11. De installatie van de stoomtoevoer kan alleen een bevoegde persoon uitvoeren. Het schema van stoomtoevoer en afvoer van het condensaat, zie afb. 4.7.

De hoogte van de stoomdruk moet in de omvang liggen dat in kapittel „3. TECHNISCHE INFORMATIE“ aangegeven is. Alle andere drukwaarden kunnen een onjuiste of onvoldoende functie van de droogkast ten gevolge hebben.

⚠ WAARSCHUWING ! DE OVERSCHRIJDING VAN DE MAXIMALE DRUK KAN TOT EEN ERNSTIGE VERWONDING OF DOOD LEIDEN! DE STOOMLEIDING DIENT HEEL VOORZICHTIG AANGESLOTEN TE WORDEN ZODAT DE MACHINE NIET BESCHADIGD WORDT (STOOMWISSELAAR) !

⚠ WAARSCHUWING! VOÓR ELK STOOMVENTIEL MOET EEN FILTR MET DOORLAATBREEDTE TOT 300 MICROMETER GEPLAATST WORDEN. EVENTUELE ONREINHEDEN GROTER DAN 300 MICROMETER KUNNEN HET STOOMVENTIEL BESCHADIGEN EN ZIJN ONDICHTHEID VEROORZAKEN.

Sluit de stoominstallatie volgens het schema op de juiste aansluitingsplaatsen op de achterkant van de machine.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 13 13 513356A

Afb. 4.7. Schema van de aansluiting van de stoomverwarming

  1. Droogkast
  2. Stoomtoevoer
  3. Stoomafvoer
  4. Elastische slang voor de aansluiting van de doorgkast op toevoer- en afvoerleiding
  5. Solenoïdeventiel (bestanddeel van de levering)
  6. Filter (bestanddeel van de levering)
  7. Terugventiel
  8. Afvoerleiding van het condensaat
  9. Luchtventiel
  10. Terugafvoer van het condensaat uit de leiding van stoomtoevoer
  11. Stoomafvoer
  12. Stoomtoevoer
  13. Manueel sluitbare stoomventiel

De afmetingen en typen van stoomarmaturen worden vastgesteld door de ontwerper van de kamer (wasserij).

4.8. LUCHTTOEVOER EN AFVOER (GELDT NIET VOOR MACHINES MET EEN WARMTEPOMP)

4.8.1. LUCHTTOEVOER

Om het maximale prestatievermogen en de kortste droogtijd te kunnen bereiken, dient er voor de toevoer van de nodige luchthoeveelheid gezorgd te worden. Er dient tenminste zo veel lucht toegevoerd te worden die door de droogkast naar de ventilatieleiding weggezogen wordt. Afmetingen van de benodigde opening zijn te vinden in tab.4.2. Om het wegzuigen van de lucht uit de kamer te verhinderen, wordt aanbevolen de luchttoevoer achter de droogkast te plaatsen. Denk daaraan dat de rooster /jaloezie tot de helft van de vlakte van de ventilatieopening kan blokkeren.

WAARSCHUWING!
ZORG ERVOOR DAT DE STROMING VAN FRISSE LUCHT EN DE LUCHT VOOR VERBRANDING NIET GEBLOKKEERD WORDT.
DE POSITIE VAN DE LUCHTVENTILATIE WORDT VASTGESTELD VOLGENS DE GELDIGE PLAATSELIJKE BOUWVOORSCHRIFTEN.

De droogkast produceert brandstof en in geval van gasverwarming toxisch gas. Om brandrisico en gezondheidsproblemen te verminderen, dient de droogkast naar „buiten“ ontlucht te worden d.m.v. ventilatieleiding. De ventilatieleiding bevindt zich aan de achterkant van de droogkast, zie afb. 3.7., 3.9., 3.11., pos.17. De producent beveelt aan de ontluchting naar „buiten“ bij elke droogkast afzonderlijk uit te voeren.

De ventilatieleiding dient zodanig geconstrueerd te worden dat het condensaat dat bij het opstarten van de machine in koude toestand ontstaat, of opgevangen wordt en vervolgens verdampt, of weggezogen wordt. Indien het mogelijk is, installeer de droogkasten en gasverwarmers voor heet water of andere toestellen met valventilatie niet in dezelfde ruimte. Op de plaats, waar de ventilatieleiding door brandbare muur of plafond loopt, dient de opening 10 cm groter gemaakt te worden dan de doorsnede van de leiding en de leiding in het midden van de

opening geplaatst te worden. De spleet tussen de brandbare muur en de droogkast moet d.m.v onbrandbaar materiaal afgedicht worden.

De binnenvlakte van de ventilatieleiding moet glad zijn (lage weerstand). Gebruik geen scherp gebogen kniestukken van 90° voor de ventilatieleiding. Gebruik gegalvaniseerd metaal voor de ventilatieleiding. Controleer vóór de installatie van een nieuwe droogkast of de bestaande leiding waarop de droogkast aangesloten zal worden, voldoende zuiver is. Indien niet, reinig hem.

516244A

Afb 4.8.2.A. Aansluitingen van de ventilatieleiding

In tab.4.8.2. is de maximale terugwerkende statische druk – weerstand van de ventilatieleiding weergegeven.

Capaciteit van de droogkastpMaximale terugwerkende statische druk – weerstand van de ventilatieleiding [Pa]
9kg (20lb) E 200
9kg (20lb) G 125
11kg (24lb) E/G/S220
13kg (27lb) E/G/S 240
16kg (35lb) E/G/S260
24kg (53lb) E/G/S260
35kg (77lb) E/G/S300

Tab.4.8.2.

Tussen het dak en de overlaat van de ventilatieleiding dient een afstand van tenminste 1 m gelaten te worden (zie afb. 4.8.2.B., afmeting Lmin). De afvoerlucht mag niet naar de muur, het plafond of een ander gebouwgedeelte gericht worden. De uitgang van de ventilatieleiding moet tegen wind, regen en vreemde voorwerpen beschermd te worden.

ACCEPTABEL OF WIND L min. 1.1 m/3.5 4 WIND NIET ACCEPTABEL WIND 516246

Afb 4.8.2.B. Afzonderlijke ventilatieleiding

DE BOVENGENOEMDE AFBEELDINGEN EN AFSTANDEN ZIJN SLECHTS INFORMATIEF. DE PLAATSELIJKE BOUWVOORSCHRIFTEN AANGAANDE DE LUCHVENTILATIE DIENEN NAGELEEFD EN MET DE BOUWER BESPROKEN TE WORDEN.

4.8.3. GEMEENSCHAPPELIJKE VENTILATIE

Hoewel er aanbevolen wordt voor elke droogkast een afzonderlijke ventilatieleiding te gebruiken, kan ook een gemeenschappelijke ventilatieleiding voor enkele droogkasten gebruikt worden. In dit geval moet de minimale doorsnede van de ventilatieleiding met tabel 4.8.3 overeenkomen. Indien er een combinatie van droogkasten met verschillende doorsneden van de afvoeropeningen gebruikt wordt, let daarop de ventilatiesnelheid in het gehele ventilatiesysteem constant is. Dit wordt zo bereikt dat er bij de oppervlakte van de gewone leiding de oppervlakte van de leiding van elke andere droogkast bijgevoegd wordt.

Aantal van droogkastenDoorsnede (mm / inch)Capaciteit van de droogkast
9kg (20lb), 11kg (24lb), 13kg (27lb), 16kg (35lb) 24kg (53lb), 35kg (77lb)
1 D1 150/ 5.90
2 D2 200/ 7.87
3 D3 283/ 11.14
4 D4 346/ 13.62
5 D5 400/ 15.75
6 D6 447/ 17.60
7 D7 490/ 19.29

Tab.4.8.3. Minimale doorsnede van de gemeenschappelijke ventilatieleiding

D1 D2 D3 D4 D5 D6 D7 513358A

Afb.4.8.3. Gemeenschappelijke ventilatieleiding voor een reeks droogkasten

Voor het gemeenschappelijke ventilatiesysteem moeten speciale maatregelen genomen worden betreffende stofverwijdering en reiniging van de leiding.

Sluit nooit de leiding van de droogkast op het gemeenschappelijke ventilatiesysteem in de hoek van 90° aan, anders stijgt de terugdruk en daardoor wordt het vermogen van de machine verminderd.

Onjuiste afmetingen of onjuiste montage van het ventilatiesysteem veroorzaakt de verhoging van de terugdruk wat langzamer drogen, stofverzameling in de leiding en eveneens hoger brandrisico ten gevolge heeft.

Installeer de droogkast volgens de benodigde luchtstroming, d.w.z. dat de doorsnede van de leiding in afhankelijkheid van de luchtsroming hoger wordt.

4.8.4. INSTELLING VAN OPTIMALE DOORSTROMING

Atag D2109WRVS - INSTELLING VAN OPTIMALE DOORSTROMING - 1

WAARSCHUWING!

GEVAAR VAN VERWONDING DOOR ELEKTRISCHE STROOM! SLECHTS GEKWALIFICEERDE TECHNICI MET VOLDOENDE TECHNISCHE KENNIS VAN DE DROOGKAST MOGEN IN DE MACHINE TECHNISCH INGRIJPEN.

  1. Demonteer het achterdeksel. De ventilatiestroming wordt ingesteld d.m.v. het meten van statische druk op de plaats van de onderdrukklep. De opening voor het meten van statische druk is overplakt met een plakband, zie afb. 4.8.4.B.
  2. Het meten is aan de gang tijdens het programma zonder verwarming en linnen.

  3. Door het openen en sluiten van de klep, zie afb. 4.8.4.A, wordt de druk verminderd resp. verhoogd.

  4. De optimale doorstroming wordt bereikt, indien de gemeten statische druk met de waarden in tabel 4.8.4. overeenkomt.

  5. Monteer het achterdeksel terug.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

Tab.4.8.4. Specificatie van luchtstroming
* Verwissel de statische druk die in tab.4.8.4. vermeld staat, niet met de terugwerkende statische druk van de ventilatieleiding in tab.4.8.2.

4.9. AFVOER VAN HET CONDENSAAT – MACHINES MET EEN WARMTEPOMP

Atag D2109WRVS - AFVOER VAN HET CONDENSAAT – MACHINES MET EEN WARMTEPOMP - 1

WAARSCHUWING!

GEVAAR VAN VERWONDING DOOR ELEKTRISCHE STROOM!

BLOKKEER DE AFVOER VAN HET CONDENSAAT AAN DE ACHTERZIJDE VAN DE MACHINE NIET EN MAAR HEM REGELMATIG SCHOON.

De afvoer van het condensaat bevindt zich aan de achterzijde van de droger, zie afbeeldingen .3.8. en 3.10., positie 21. De droger produceert condensaat, dat uit de machine afgevoerd dient te worden, zie afb. 4.9.. De constructie van de afvoerleidingen dient zodanig te zijn, dat het condensaat, dat tijdens het gebruik van de machine ontstaat, in voldoende mate afgevoerd kan worden. Als de afvoer van het condensaat geblokkeerd raakt ontstaat het risico dat de motorruimte onder water loopt.

SIFON - WORDT NIET MEE- GELEVERD min 2° 100 Ø40 554475

Afb. 4.9.

4.10. INBEDRIJFSTELLING VAN DE MACHINE

HET VOLGENDE MOET GEDAAN WORDEN:

  1. Verwijder de beschermingsfolie van de kap.
  2. Demonteer het voorste benedendeksel en controleer of zich de stoffilter in de juiste positie bevindt. Monteer het deksel terug.
  3. Demonteer het achterdeksel en controleer of de schroeven, moeren en armaturen juist vastgedraaid zijn.
  4. Verwijder de transportband die de smoorklep op de achterkant van de machine en de smoorklep van de uitlaat beveiligt. (Geldt niet voor machines met een warmtepomp.)
  5. Voor machines 24kg (53lb), 35kg (77lb): Plaats de riemen op de riemschijven. De riemen maken deel uit van de toebehoren van de machine.
  6. Controleer de veiligheidsaansluiting (aarding) - „PE“ of „PEN“.
  7. Sluit de droogkast op het gemeenschappelijke ventilatiesysteem aan of op de afzonderlijke ventilatieleiding - (aanbevolen). (Geldt niet voor machines met een warmtepomp.)
  8. Machines met warmtepomp: Sluit de droger aan op de afvoerleiding van het condensaat.
  9. Reinig de trommel met een onbrandbaar reinigingsmiddel. Vul de trommel met zuiver linnen en start de machine zonder verwarming zodat olie en onreinheden van de trommel verwijderd worden.

Atag D2109WRVS - HET VOLGENDE MOET GEDAAN WORDEN: - 1

Afb. 4.9. Reiniging van de binnentrommel

  1. Controleer de instelling van de luchtstroming door de machine, kap. 4.8. (Geldt niet voor machines met een warmtepomp.)
  2. Sluit de droogkast op de gas- of stoomleiding (slechts gas- of stoommodellen). Zie kapittels: „4.5. GASAANSLUITING BIJ DE MACHINES MET GASVERWARMING“, of „4.7. STOOMAANSLUITING BIJ DE MACHINES MET STOOMVERWARMING“.
  3. Door de instelling van de drukregelaar stel de juiste drukwaarde in die aan de druk in de sproeier beantwoordt (slechts gasmodellen).
  4. Voordat de machine gestart wordt, lees zorgvuldig het „Bedieningshandboek“ en leef de daarin aangegeven aanwijzingen na.

Atag D2109WRVS - HET VOLGENDE MOET GEDAAN WORDEN: - 2

WAARSCHUWING!

VOORDAT U DE MACHINE START, CONTROLEER OF ZE (TOEVOER-, AFVOERLEIDINGEN VAN VERBRAND GAS, PLAATSING VAN DE MACHINE, VOLDOENDE VRLUCHTING VAN DE KAMER, ENZ.) VOLGENS DIE INSTALLATIEHANDBOEK EN IN OVEREENSTEMMING MET DE PLAATSELIJKE VOORSCHRIFTEN GEINSTALLEERD IS.

  1. Schakel de toevoer van elektrische energie in de droogkast in.

  2. Open het toevoerventiel voor de gas- en stoomverwarming van de droogkast.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

  1. SCHAKEL DE MACHINE IN, nadat alle voorgaande stappen uitgevoerd worden zijn. Voor verdere aanwijzingen zie het „Bedieningshandboek“. Tijdens de werking van de machine dienen volgende controlestappen verricht te worden. Herstart de droogkast tussen de afzonderlijke stappen (indien het nodig is):

-Open de deur van de trommel. Indien de deur op een afstand van ongeveer 20 mm geopend wordt, zou de trommel binnen een paar seconden blijven staan.
- Controleer de juiste functie van de hoofdschakelaar en de noodstoptoets.
-Controleer de juiste functie van de smoorklep. Open het voordeksel van de stoffilter en vergerendel de beveiligingsschakelaar. Start de machine door het drukken van START. Het bedieningsapparaat zal nu de fout van de smoorklep melden.

Na de controle van de smoorklep en verwijder de vergrendeling van de beveiligingsschakelaar van de stoffilter. Geef het voordeksel op zijn oorspronkelijke plaats terug.

-De functie van de smoorklep kan door de transportband beïnvloed worden die zich nog steeds op de machine bevindt, door onvoldoende lucht of hindernissen in de ventilatieleiding. Deze dingen dienen gecontroleerd en gecorrigeerd te worden, voordat de instelling van de smoorklep gewijzigd wordt. De instelling van de smoorklep zie in het kapittel „5.6. SMOORKLEP“.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

DE DROOGKAST MAG NOOIT WERKEN, ALS DE SMOORKLEP NIET JUIST FUNCTIONEERT, ANDERS KAN ER ZICH EEN EXPLOSIEF GASMENGSEL VORMEN.

  1. Controleer de juiste functie van het aanstekingssysteem (slechts gasmodellen). Het elektronische aanstekingssysteem probeert het gas d.m.v. een vonk aan te steken. Indien het gas in deze tijd niet aangestoken wordt, gaat het bedieningselement van aansteking in beveiligingsvergrendeling over en het ventiel opent zich niet, totdat het bedieningselement gereset wordt. Er moet een paar keer geprobeerd worden de lucht uit de gasleiding te drukken. Het resetten wordt door het drukken van de toets START uitgevoerd.

—Als de vergrendeling voortduurt, controleer of zich het manueel sluitbare ventiel in positie „ON“ bevindt en of de gastoevoer juist aangesloten is. Als deze toestand steeds voorduurt, zet de droogkast buiten bedrijf.
-Verwijder de lucht uit de gasleiding (slechts gasmodellen) doordat u de droogkast in het droogregime laat lopen.

  1. Monteer de achterdeksel terug op de machine.

Atag D2109WRVS - WAARSCHUWING! - 1

WAARSCHUWING!

Als de droogkast aan een van de bovengenoemde eisen niet voldoet, zet hem buiten bedrijf.

5. ONDERHOUD EN INSTELLING

5.1. VEILIGHEIDSMAATREGELEN VOOR HET ONDERHOUD

! WAARSCHUWING !

LEEF DE ONDERSTAANDE AANWIJZINGEN NA DIE IN KAPITTEL „5. ONDERHOUD EN INSTELLING“ BESCHREVEN ZIJN.

! WAARSCHUWING !

DE MACHINE KAN ALLEEN DOOR EEN GEKWALIFICEERDE PERSOON ONDERHOUDEN WORDEN. VOORDAT U MET DE MACHINE MANIPULEERT, CONTROLEER:

  1. of de hoofdschakelaar van de machine uitgeschakeld is
  2. of de hoofdschakelaar (beveiligingsschakelaar) van de elektrische verdeelkast van de wasserij uitgeschakeld en mechanische geblokkeerd is
  3. of zich geen onderdeel onder invloed van traagheidskracht beweegt
  4. of de hele machine afgekoeld is
  5. of er op de machine (evt. ook op de elektrische verdeelkast) het schild „INSTALLATIE IN HERSTELLING!“ hangt en alle medewerkers daarover ingelicht zijn

5.2. DAGELIJKS

⚠ WAARSCHUWING !

VEILIGHEIDSHALVE OPEN HET DEKSEL VAN DE STOFFILTER NIET TIJDENS DE WERKING VAN DE MACHINE. VOORDAT DE STOFFILTER GEREINIGD WORDT, OPEN DE VULOPENING EN WACHT TOT DE DROOGKAST VOLLEDIG BLIJFT STAAN.

Open het deksel van de stoffilter en neem de filter uit.

Verwijder het stof uit het compartiment. Reinig de stoffilter zachtjes d.m.v. een borstel. Het stof dat niet verwijderd wordt zou terug op de stoffilter gezogen worden waardoor de luchtcirculatie verslechtert.

Indien de stoffilter beschadigd is, dient hij onmiddelijk uitgewisseld te worden. Een beschadigde stoffilter zou kunnen veroorzaken dat het stof terug in de leiding geraakt en daardoor de luchtcirculatie verslechtert.

De stoffilter moet de paneelopening verdekken. Eventuele tussenruimtes tussen het raam en de filter zouden kunnen veroorzaken dat het stof in de leiding geraakt.

Plaats de stoffilter terug en beveilig hem. De machine mag zonder een stoffilter niet werken.

5.3. MAANDELIJKS OF NA 200 WERKUREN

SMEREN

! WAARSCHUWING !

VEILIGHEIDSHALVE SCHAKEL DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IN DE MACHINE UIT VOORDAT DE VOLGENDE ACTIVITEITEN VERRICHT WORDEN.

De motorlagers en assen worden niet onderhouden en gesmeerd.

Demonteer de ventilatieleiding in de plaats van de ventilatieopening van de machine en verwijder het stof. Indien er meer stof in de leiding is, demonteer ook andere delen van de leiding en reinig ze.

Verwijder het stof uit alle openingen in de achterdeksels van de machine. Indien de opening met een grote heoveelheid stof verstopt zijn, demonteer de achterdeksels en reinig het hele achterdeel van de machine. Machines met warmtepomp: Demonteer de dekplaten aan de achterzijde en controleer de staat van het afvoersysteem van het condensaat en of de wisselaar verstopt zit met stof. U kunt voor het schoonmaken gebruik maken van water.

5.4. ALLE 3 MAANDEN OF NA 500 WERKUREN

STOF VERWIJDEREN

! WAARSCHUWING !

VEILIGHEIDSHALVE SCHAKEL DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IN DE MACHINE UIT VOORDAT DE VOLGENDE ACTIVITEITEN VERRICHT WORDEN.

  1. Verwijder het stof en andere voorwerpen van het wiel en van de afkoelingsventilatoren van de motoren. De motoren worden afgekoeld met lucht en te veel stof op de afkoelingsventilatoren zou de oververhitting van de motor kunnen veroorzaken. In dit geval schakelt de motorbeveiliging de machine uit.
  2. Gas- en stoommodellen. Controleer de stoomspoelen, verwijder het stof en/of wissel de stoffilter uit. Controleer het verwarmingscompartiment, de sproeier en brander, verwijder het stof.
  3. De ventilatieleiding dient regelmatig gecontroleerd en van stof ontdaan te worden, omdat het de luchtventilatie verhindert.
  4. De omgeving van de droogkast dient gecontroleerd om vast te stellen, of er geen hindernissen zijn die de luchtventilatie bemoeilijken

  5. Neem het voorpaneel af en reinig het.

  6. Neem het deksel van het filter af. Neem het deksel onder de droogtrommel weg, afbeelding 5.4.. Maak de holte schoon m.b.v. een stofzuiger. Plaats het deksel op zijn oorspronkelijke plaats. Geldt niet voor 24 kg (53 lb), 35 kg (77 lb).

Atag D2109WRVS - STOF VERWIJDEREN - 1

Controleer de spanning van de riemen. Indien nodig, trek ze volgens de desbetreffende aanwijzingen vast.

CONTROLE VAN DE SMOORKLEP

Controleer de functie van de smoorklep. Als hij niet juist functioneert, stel zijn positie in.

5.5. ALLE 6 MAANDEN OF NA 3000 WERKUREN

HOOFDCONTROLE

Atag D2109WRVS - HOOFDCONTROLE - 1

WAARSCHUWING!

VEILIGHEIDSHALVE SCHAKEL DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IN DE MACHINE UIT VOORDAT DE VOLGENDE ACTIVITEITEN VERRICHT WORDEN.

  1. Reinig de hele bimetal van stof en vreemde voorwerpen volgens de bovengenoemde kapittels.
  2. Controleer de schroeven, moeren, gas- en stoomarmaturen en elektrische aansluitingen. Indien nodig, trek ze vast.
  3. Controleer de dichtheid van de gasleiding d.m.v. een zeepoplossing. De ondichtheiden kunnen door de vibraties van de bimetal ontstaan.
  4. De elektrische aansluiting en bimetal dienen gecontroleerd te worden. Indien nodig, trek ze vast.
  5. Controleer de functie van alle beveiligingsschakelaars (deur, deksel van de stoffilter en smoorklep). Indien nodig, stel hun positie in.
  6. Controleer de instelling van de luchtstroming door de machine, kap. 4.8.
  7. Machines met warmtepomp: Demonteer het service-deksel en controleer de koeling van de warmtepomp door het controle-raampje. De koeling dient droog te zijn (zonder vocht).

BIJ DE CONTROLE VAN GASONTSNAPPING GEBRUIK NOOIT OPEN VUUR!

5.6. SMOORKLEP

SMOORKLEP VAN DE LUCHTVENTILATIE

De producent heeft de onderdrukklep juist afgesteld.

BELANGRIJK!

TIJDENS DE WERKING VAN DE MACHINE DIENT DE SCHIJF VAN DE SMOORKLEP OP DE ACHTERKANT VAN DE DROOGKAST AANGEDRAAID TE BLIJVEN. ALS HIJ TIJDENS DE WERKING VAN DE MACHINE AFVALT (ZICH OPENT), STROOMT NIET VOLDOENDE LUCHT DOOR DE DROOGKAST. ALS ZICH DE SMOORKLEP OPENT EN SLUIT OF TIJDENS DE WERKING VAN DE MACHINE OPEN BLIJFT, STOPT DE STUURINRICHTING AUTOMATISCH DE VERWARMING EN DE MACHINE WORDT OP 50°C AFGEKOELD EN NADAT DEZE TEMPERATUUR BEREIKT WORDT, WORDT DE MACHINE UITGESCHAKELD.

OP HET DISPLAY VERSCHIJNT EEN FOUTMELDING.

OPMERKING!

De functie van de smoorklep kan door stofdeeltjes op de stoffilter of onvoldoende luchtstroming beïnvloed worden,

wat door de buitenblokkering van de luchttoevoer in de bimetal of door hindernissen in de ventilatieleiding veroorzaakt bime. Controleer deze omstandigheden, voordat de instelling van de smoorklep veranderd bime.

⚠ WAARSCHUWING !

DE SCHAKELAAR VAN DE SMOORKLEP DIENT ALTIJD GECONTROLEERD TE WORDEN! ALS DE SCHAKELAAR NIET JUIST FUNCTIONEERT, MAG DE MACHINE NIET WERKEN!

5.7. DEURSCHAKELAAR

De deurschakelaar bime de producent ingesteld. De trommel van de bimetal stopt tijdens het openen van de deur op de afstand van ca. 20 mm. Als de positie ingesteld moet worden, volg het onderstaande procede:

  1. Demonteer de deurscharnieren. Neem de deur uit.
  2. Neem het voorpaneel af.
  3. Hang de deur op de zijkant. Sluit de deur langzaam en controleer de functie van de microschakelaar. Maak de bevestigingsschroeven zachtjes los om de positie van de microschakelaar in te stellen. Buig de microschakelaar tot hij juist in-/uitschakelt.
  4. Demonteer de deur.
  5. Monteer het voorpaneel en bevestig de deur op de oorspronkelijke plaats.

5.8. RIEMEN SPANNEN

! WAARSCHUWING !

VEILIGHEIDSHALVE SCHAKEL DE TOEVOER VAN ELEKTRISCHE ENERGIE IN DE MACHINE UIT VOORDAT DE VOLGENDE ACTIVITEITEN VERRICHT WORDEN.

Bij het spannen van de riemen leef het onderstaande procede na:

  1. Neem de achterdeksels af.
  2. Maak de bevestigingsschroeven op de middensteunplaat van de riemschijf los. Maak de moeren op de bevestigingsschroeven los.
  3. Verschuif de middensteunplaat d.m.v. de bevestigingsschroef op de kant van de aandrijving. Trek de roemen vast.
  4. Bevestig de positie d.m.v. de bevestigingsschroeven. Bevestig de schroeven d.m.v. de moeren.
  5. Maak de veiligheidsschroeven van de steunpaal van de riemschijf vast
DE SPANNING VAN DE CORRECT GESPANNEN RIEM
9kg (20lb)11kg (24lb)13kg (27lb)16kg (35lb)24kg (53lb)35kg (77lb)De trommel / de spanningDe spanning / de motor200-220 Při180-200 Při
  • Controleer of de buitenvoeding aangesloten is. Schakel de hoofdschakelaar in. Deactiveer de toets van noodstop (Centraalstop). Controleer de zekeringen in de bimetal.
  • Controleer of de netspanning overeenstemt de machine-uitvoering. De spanning mag geen +/- 10% van de nominale waarde overschrijden. (In geval van disproportie is het mogelijk een spanningsingang op de primaire geleider van de transformator over te schakelen).

6.2. DE TEKST OP HET DISPLAY IS MOEILIK LEESBAAR

- Open het bovendeksel van de bimetal. Schakel de omschakelaar „Programmeer / Bedrijfsregime“ in het programmeerregime. In het configuratiemenu (Programmeerhandboek, kap. 4.2.) stel de lichtsterkte van het display op de gewenste waarde in.

6.3. DE MACHINE START NIET

Op het display schijnt niet het programmeermenu.

- Open het bovendeksel van de bimetal. Schakel de omschakelaar „Programmeer / Bedrijfsregime“ in het bedrijfsregime.

6.4. DE MACHINE START NIET (FOUT 37) – MACHINES MET WARMTEPOMP

Op de display wordt fout 37. Open de bovendekplaat van de machine. Het controle-lampje van de fases schijnt rood. Sluit de fases van de voedingskabel opnieuw aan.

6.5. DE MACHINE DOET IETS ANDERS DAN VERWACHT

De oorzaak kan zijn dat bij het configureren van de bimetal een onjuist type gekozen werd, b.v.: de bimetal met de capaciteit van 16kg met gasverwarming in plaats van de bimetal met de capaciteit van 13kg met elektrische verwarming.

- Open het bovendeksel van de bimetal. Schakel de omschakelaar „Programmeer / Bedrijfsregime“ in het programmeerregime. In het configuratiemenu (Programmeerhandboek kap. 4.2.) controleer het bimetal- en verwarmingstype, evt. Nog andere instellingen.

6.6. DE MACHINE WORDT NIET OP DE HOOGSTE TEMPERATUUR OPGEWARMD

De bimetal is voorzien van een bimetall'or met hoge capaciteit. Indien de luchtleiding niet juist aangesloten is (kap. 4.9., bimet 8), kan het gebeuren dat de luchtstroming door de bimetal hoger is dan toegelaten bime. In dit geval betekent het dat de verwarmingstoestellen te intensief afgekoeld worden en de luchttemperatuur op de bimeta van de bimetal de benodigde waarde niet bimetal.

- Controleer of de ventilatieleiding juist geïnstalleerd is, controleer de instelling van de luchtstroming door de machine, kap. 4.8.

Het gaat om een toestand die door de voedingsonderbreking of de veiligheidsstop van de bimetal veroorzaakt bime.

- Wacht tot de de waarde 0 bereikt. Schakel de voeding niet opnieuw uit en in, omdat de teller anders se gereset bime.

Als de deur gesloten is en op het display verschijnt de melding „De deur is open“ of de deur open is en het display bime „Uitladen“, gaat het waarschijnlijk om een bimeta van de microschakelaar van de deur.

- Controleer de functie van de microschakelaar van de deur. Druk met de schroevendraaier op de tong van de microschakelaar. Als de melding „De deur is open“ verdwijnt, dient de positie van de microschakelaar (kap. 5.7.) ingesteld te worden. Als de microschakelaar niet reageert, dient hij uitgewisseld te worden. Het procede van de instelling is hetzelfde.

6.9. FOUTMELDING „DE DEUR VAN DE FILTER“

- Controleer of de deur van de stoffilter juist gesloten is. Door het drukken van de toets van de microschakelaar kunt u controleren of de microschakelaar functioneert. Als hij functioneert, stel het

doosje van de microschakelaar in de juiste positie. (Het voorpaneel dient gedemonteerd te worden). Als de microschakelaar niet functioneert, wissel hem uit.

6.10. FOUTMELDING „STOFFILTER“

Voor de juiste functie van de bimetal dient de stoffilter dagelijks gereinigd te worden. De bimetal is voorzien van een teller van cyclussen. Na 15 cyclussen verschijnt de foutmelding „Stoffilter“. Als de stoffilter tijdens de volgende 40 cyclussen niet gereinigd bime, bime de bimetal geblokkeerd. De bediening moet het paneel van de stoffilter openen en de filter reinigen.

- Stop de bimetal. Open het paneel van de stoffilter en reinig de filter. Sluit het paneel van de stoffilter. Druk de toets „Onderhoud“. Door het drukken van de toets met rechterpijl bime de onderhoudsmelding overgegaan en gecontroleerd of de teller van cyclussen op nul gezet bime. In geval van de bimetal teller volg het Programmeerhandboek, Fout 28.

6.11. DE TROMMEL DRAAIT NIET

- Controleer of de riemen niet beschadigd en juist gespannen zijn (kap. 5.8.). Controleer de motorspanning en of de motor functioneert. Controleer eventueel of de warmtebeveiliging van de motor niet beschadigd is.

6.12. DE TERUGGANG FUNCTIONEERT NIET (SLECHTS MODELLEN MET TERUGGANG)

- Controleer of de teruggang ingeschakeld is (toets „Teruggang“).

6.13. DE SMOORKLEP REAGEERT NIET BIJ DE MACHINESTART (FOUT E8)

De bimetal controleert de juiste functie van de smoorklep. Na de machinestart moet de smoorklep geschakeld worden. De slechte functie is waarschijnlijk door onvoldoende luchtstroming door de bimetal, onjuiste instelling van de smoorklep of beschadigde microschakelaar van de smoorklep veroorzaakt.

  • Demonteer het achterdeksel van de bimetal. Controleer of de ventilatormotor draait. Als hij niet draait, controleer of de motor juist aangesloten bimet niet beschadigd is. (De motortoestand kan in het onderhoudsmenu gecontroleerd worden).
  • Conroleer of de ventilatormotor in de juiste richting draait (zie het etiket „Draairichting“ boven de motor). Als de motor niet in de juiste richting draait, zijn de afzonderlijke fasen van voeding niet juist aangesloten. Herstel de aansluiting van de bimetal volgens het bijgevoegde elektrische bimeta.
  • Controleer of er geen valse luchtstroming ontstaat. De deur van de trommel en van de stoffilter moet juist gesloten zijn.
  • Controleer of de stoffilter niet verstopt is en de rotatiewiel van de bimetalloor niet met stof verontreinigd is. Indien nodig, reinig ze.
  • Controleer of de afvoerleiding niet geblokkeerd is. Controleer of er de hoogste toegelaten statische druk in de leiding is. Indien nodig, reinig de leiding of neem zulke maatregelen die het drukverlies in de leiding verminderen.
  • Controleer de functie van de microschakelaar van de smoorklep. Hef de schijf van de smoorklep. De microschakelaar moet in de bovenpositie uitgeschakeld worden. Als hij niet functioneert, wissel hem uit. Als hij functioneert, stel de microschakelaar door buiging zo in, dat de schijf in de benedenpositie ingeschakeld en in het moment uitschakeld bime, als de smoorklep op de achterkant van de bimetal gedrukt bime.

6.14. DE SMOORKLEP WORDT TIJDENS DE DROOGCYCLUS GEOPEND (FOUT E9)

De slechte functie is waarschijnlijk door onvoldoende luchtstroming door de bimetal, onjuiste instelling van de smoorklep, beschadigde microschakelaar van de smoorklep of te grote lading van wasgoed veroorzaakt.

  • Controleer of de lading van het wasgoed niet groter is dan de capaciteit van de bimetal.
  • Controleer of er geen valse luchtstroming ontstaat. De deur van de trommel en van de stoffilter moet juist gesloten zijn.
  • Controleer of er geen hindernissen achter de bimetal zijn die de toevoer van frisse lucht in de bimetal zouden kunnen beletten.
  • Controleer of de stoffilter niet verstopt is en de rotatiewiel van de bimetalior niet met stof verontreinigd is. Indien nodig, reinig ze.
  • Controleer of de afvoerleiding niet geblokkeerd is. Controleer of er de hoogste toegelaten statische druk in de leiding is. Indien nodig, reinig de leiding of neem zulke maatregelen die het drukverlies in de leiding verminderen.

7. LIJST VAN AANBEVOLEN VERVANGSTUKKEN

  • Stoomventiel
  • Spoel van het stoomventiel
  • Gasventiel
  • Sproeier
  • Gasbrander
  • Verwarmingstoestel
  • Thermostaat
  • Microschakelaar
  • Riem
  • Beveiligingsschakelaar
  • Zekering
  • Deurdichting
  • Ventilator

Nadere informatie en bestellcodes vindt u in de catalogus van vervangstukken voor elke machine of bij uw leverancier.

8. MACHINE BUITEN BEDRIJF ZETTEN

8.1. HET UITSCHAKELEN VAN DE MACHINE

  1. Schakel de buitentoevoer van elektrische energie naar de machine af.
  2. Schakel de hoofdschakelaar van de machine uit.
  3. Schakel de buitentoevoer van stoom, evt. gas naar de machine af.
  4. Controleer of de buitentoevoer van elektrische energie, evt. stoom-, gastoevoer afgeschakeld zijn. Schakel alle toevoeren van elektrische energie, evt. stoom, gas af.
  5. Isoleer de geleiders van buitentoevoer van elektrische energie.
  6. Markeer de machine d.m.v. het plaatje „BUITEN WERKING“.
  7. Tijdens transport hoeft u te werken overeenkomstig de aanwijzingen van kapittels:
    „2.3. BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE INSTALLATIE“, alinea „Tijdens transport en opslag“, „4.1. MACHINE INSTALLEREN EN UITPAKKEN“.

Indien de machine nooit meer gebruikt zal worden, beveilig hem zo dat er geen personen gekwetst kunnen worden en materiële schaden of natuurschaden kunnen ontstaan. Controleer of geen personen of dieren in de machine opgesloten kunnen worden, personen door beweegbare of scherpe machinedelen, evt. door de vullingen gekwetst kunnen worden (b.v. verwijder de deur, beveilig de trommel tegen draaien, ... enz.) LET OP DAT U DOOR VALLENDE GEDEMONTEERDE DEUREN OF GLAZEN NIET GEKWETST WORDT!

8.2. LIQUIDATIE VAN DE MACHINE

Atag D2109WRVS - LIQUIDATIE VAN DE MACHINE - 1

WAARSCHUWING!

GEDURENDE DE DEMONTAGE VAN DE WASMACHINE NEEMT U ALLE MAATREGELEN OM KWETSUREN DOOR GLAS EN SCHERPE KANTEN VAN METALEN DELEN TE VOORKOMEN.

8.2.1. MOGELIJKE LIQUIDATIE VAN DE MACHINE DOOR EEN VAKKUNDIGE FIRMA

Gegevens in verband met de richtlijn WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment, geldt slechts voor de landen de leden van EU zijn):

  • Voor de machine die u gekocht had, werden natuurmaterialen gebruikt die voor recycling en verder gebruikt bestemd zijn.
    De machine kan materialen bevatten die gevaarlijk zijn voor de gezondheid en de natuur.
  • Indien u de machine verwijdert, zorg ervoor dat deze materialen niet in de natuur ontsnappen en wees milieusparend. Wij bevelen aan vakbedrijven in uw regio te contacteren die zich met afvalafvoer en recycling bezig houden. Deze bedrijven zorgen voor de recycling van de componenten.

– Symbool „doorgestreepte vuilnisbak met wieltjes“ ( ) betekent dat u afval zult sorteren.

- Indien u verdere informatie wenst over de mogelijke afvoer en verwijdering van afval die voor recycling bestemd is, neem contact op met het bevoegde gemeente- of stadskantoor in uw regio/land (hanteren met afval).

- Voor meer informatie kunt u ons contacteren omtrent de gevolgen van de verwijdering van onze producten voor de natuur.

- Denk aub daaraan dat richtlijn WEEE algemeen geldig is slechts voor huisapparaten. In sommige landen bestaat categorie "professionele apparaten". In sommige landen bestaat deze categorie niet.

Daarom moet de machine van dit symbool niet voorzien zijn ( ).

Informatie voor handelaars: Vanwege de verschillende nationale voorschriften kan de producent niet alle maatregelen nemen om aan alle nationale voorschriften van elke lidstaat te voldoen. Wij nemen aan dat elke handelaar die onze producten naar een lidstaat importeert (en op de markt brengt), alle noodzakelijk maatregelen neemt om aan de bepalingen van de nationale voorschriften (zoals dit de richtlijn vereist) te voldoen.

8.2.2. MOGELIJKE LIQUIDATIE VAN DE MACHINE OP EIGENE KRACHTEN

Sorteer de delen naar het materiaal: metaal, niet-metaal, glas, plastiek, enz. en geef ze aan een bevoegd vakbedrijf af dat ze verder kan bewerken.

Geef het gesorteerde materiaal aan een bevoegd vakbedrijf af dat het verder kan bewerken.

OPMERKINGEN:

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Atag

Model : D2109WRVS

Categorie : Wasdroger