hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C - Ketel VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C VAILLANT in PDF-formaat.
| Type product | Gaswandketel met geïntegreerde warmwaterbereiding |
| Merk | Vaillant |
| Model | hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C |
| Categorie | Hoogrendement gasketel (HR-ketel) |
| Vermogen (cv) | 24 - 28 kW |
| Warmwatercapaciteit | CW toepassingsklasse 4: minimaal 7,5 l/min bij 60°C, geschikt voor douche en bad |
| Gaskeur labels | Gaskeur basis, HR107, HR_ww, SV, NZ, CW klasse 4 |
| Toepassing | Verwarming en centrale warmwaterbereiding voor woningen |
| Regeling | Digitaal informatie- en diagnosesysteem met display; mogelijkheid tot aansluiting van weersafhankelijke regeling of kamerthermostaat |
| Warmhoudfunctie | Ja, voor direct warm water zonder wachttijd |
| Zomerfunctie | Ja, cv-functie uitschakelbaar, warmwater blijft actief |
| Vorstbeveiliging | Automatische inschakeling bij aanvoertemperatuur onder 5°C; vorstbeveiliging door aftappen mogelijk |
| Storingscodes | F.22 (watergebrek), F.28/F.29 (ontstekingsfout), F.32 (ventilatorstoring) |
| Onderhoud | Jaarlijkse inspectie aanbevolen, tweejaarlijks onderhoud verplicht; alleen door erkend installateur |
| Garantie | 2 jaar op materiaal- en fabricagefouten |
| Veiligheid | CE-markering, gaskeur, veiligheidsinrichtingen, druksensor, vlamdetectie |
| Installatie | Wandmontage, alleen door erkend installateur |
| Energiebesparing | Weersafhankelijke regeling aanbevolen; thermostatische radiatorkranen; nachtverlaging |
Veelgestelde vragen - hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C VAILLANT
Gebruikersvragen over hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING hrSOLIDE VHR NL 24-28/3 C VAILLANT
Bedieningshandleiding
hrSOLIDE

Toesteleigenschappen
Aanbevolen garnituren
Inhoudsopgave
Toesteleigenschappen 2
Aanbevolen garnituren 2
1 Aanwijzingen bij de documentatie ..... 3
1.1 Bewaren van de documenten 3
1.2 Gebruikte symbolen 3
1.3 CE-markering 3
1.4 Typeplaatje 3
1.5 Gaskeur 3
2 Veiligheid 4
3 Aanwijzingen voor het gebruik 5
3.1 Fabrieksgarantie.... 5
3.2 Gebruik conform de voorschriften 5
3.3 Vereisten aan de plaats van opstelling ..... 5
3.4 Onderhoud 6
3.5 Recycling en afvoer.... 6
3.5.1 Toestel 6
3.5.2 Verpakking 6
3.6 Energiebesparende tips 6
4 Bediening.... 8
4.1 Overzicht bedieningselementen 8
4.2 Maatregelen voor inbedrijfname 9
4.2.1 Afsluitinrichtingen openen.... 9
4.2.2 Cv-druk controleren.... 9
4.3 Inbedrijfname 10
4.4 Warmwaterfunctie....10
4.4.1 Warmwatertemperatuur instellen 10
4.4.2 Warmhoudfunctie in- en uitschakelen ..... 11
4.4.3 Warm water tappen.... 11
4.5 Instellingen voor de cv-functie 11
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (geen regelapparatuur aangesloten).... 11
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (met behulp van regelapparatuur) 12
4.5.3 Cv-functie uitschakelen (zomerfunctie) ..... 12
4.5.4 Kamer(klok)thermostaat of weersafhankelijke regeling instellen.... 12
4.6 Statusaanwijzingen (voor onderhouds- en servicewerkzaamheden door de installateur)... 12
4.7 Verhelpen van storingen.... 13
4.7.1 Storingen bij watergebrek 13
4.7.2 Storingen bij het ontsteken 13
4.7.3 Storingen in het verbrandingslucht-/verbrandingsgastraject.... 14
4.7.4 Toestel/cv-installatie vullen 14
4.8 Buitenbedrijfstelling 14
4.9.1 Vorstbeveiligingsfunctie 15
4.9.2 Vorstbeveiliging door aftappen.... 15
4.10 Inspectie en onderhoud 15
Toesteleigenschappen
De Vaillant hrSOLIDE toestellen zijn compacte hoog rendement gasketels voor wandbevestiging die bovendien beschikken over een geïntegreerde warmwaterbereiding.
Aanbevolen garnituren
Vaillant biedt voor het regelen van de hrSOLIDE verschillende regelapparaten aan voor aansluiting op de schakkel- of bedieningsunit.
| Regelapparaten | Art.nr. |
| calorMATIC 400(1-circuit weersafhankelijke regelaar met zender-gestuurde klok) | 307 409 |
| Leverbaar vanaf 01-04-2006calorMATIC 360f (kamer(klok)thermostaat) | 307 408 |
| calorMATIC 360 (kamer(klok)thermostaat) | 307 406 |
| calorMATIC 330 (kamer(klok)thermostaat) | 307 403 |
| VRT 40 (kamer(klok)thermostaat) | 300 662 |
| VRT 25 (kamer(klok)thermostaat) | 300 643 |
| Telecommunicatie | Art.nr. |
| vrnetDIALOG 830 | 0020003988 |
| vrnetDIALOG 840/2 | 0020003983 |
| vrnetDIALOG 860/2 (Int) | 0020003984 |
| Garnituren | Art.nr. |
| Garnituur-module 2 uit 7 | 0020017744 |
| vrDIALOG 810 | 306743 |
Tabel 0.1 Regelapparaten en garnituren
Laat u door uw installateur adviseren over de keuze van de meest geschikte regelapparatuur.
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze bedieningshandleiding zijn nog andere documenten van toepassing.
Voor schade die door het niet naleven van deze handleidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden.
Aanvullend geldende documenten
Voor de gebruiker van de installatie:
korte bedieningshandleiding nr. 838404 garantiekaart
nr.
Voor de installateur:
installatie- en onderhoudshandleiding nr. 839593
Eventueel zijn ook de andere handleidingen van alle gebruikte garnituren en regelapparaten van toepassing.
1.1 Bewaren van de documenten
Bewaar deze bedieningshandleiding en alle aanvullend geldende documenten zodanig op dat u ze indien nodig direct kunt vinden.
Geef de documenten bij verhuizing of verkoop aan de volgende eigenaar.
1.2 Gebruikte symbolen
Neem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaanwijzingen in deze bedieningshandleiding in acht!

Gevaarlijk!
Onmiddellijk gevaar voor lichamelijk letsel!

Attentie!
Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en omgeving!

Aanwijzing!
Nuttige informatie en aanwijzingen.
- Symbool voor een vereiste activiteit
1.3 CE-markering
Met de CE-markering wordt aangegeven dat de toestellen volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamente-le vereisten van de geldende richtlijnen.
1.4 Typeplaatje
Het typeplaatje van de Vaillant hrSOLIDE wordt in de fabriek op de onderkant van het toestel aangebracht.
1.5 Gaskeur
De hrSOLIDE beschikt over de volgende gaskeurlabels:
| VHR NL 18-22/3 CGaskeur basls | VHR NL 24-28/3 CGaskeur basls |
| Gaskeur HR107 Gaskeur HR107 | |
| Gaskeur HRww | Gaskeur HRww |
| Gaskeur SV Gaskeur SV | |
| Gaskeur CW toepassingsklasse 3 | Gaskeur CW toepassingsklasse 4 |
| Gaskeur NZ | Gaskeur NZ |
Tab. 1.1 Gaskeurlabels
Gaskeur basis geeft aan dat het toestel voldoet aan de basiseise 8045 worden gesteld door de stichting EPK (Energie Prestatie Keurmerk).
Gaskeur SV geeft aan dat de maximale eisen met betrekking tot de uitstoot van schadelijke stoffen niet worden overschreden.
Gaskeur NZ geeft aan dat het toestel geschikt is om als naverwarmer te dienen bij een zonneboiler.
Gaskeur CW toepassingsklasse 3 wil zeggen dat het toestel:
- geschikt is voor het voeden van een keukentappunt met ten minste 6 l/min van 60°C
- geschikt is voor een douchefunctie vanaf 6 l/min tot ten minste 10 l/min bij 40°C
- geschikt is voor het vullen van een klein bad van 100 liter met een watertemperatuur van 40°C binnen 12 minuten
- niet geschikt is voor het gelijktijdige gebruik van meer-dere tappunten.
Gaskeur CW toepassingsklasse 4 wil zeggen dat het toestel:
- geschikt is voor het voeden van een keukentappunt met ten minste 7,5 l/min van 60°C
- geschikt is voor een douchefunctie vanaf 6 l/min tot ten minste 10 l/min bij 40°C
- geschikt is voor het vullen van een klein bad van 120 liter met een watertemperatuur van 40°C binnen 11 minuten
- niet geschikt is voor het gelijktijdige gebruik van meer-dere tappunten.
De maximale specifieke leidinglengte 10/12 mm is de maximale lengte die een warmwaterleiding van 10 mm inwendig en 12 mm uitwendig mag hebben om nog te voldoen aan de criteria van het Gaskeur CW-label.
2 Veiligheid
Wat te doen in geval van nood?

Gevaarlijk!
Gaslucht! Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten!
Bij gaslucht als volgt handelen:
- geen licht in-/uitschakelen
- geen andere elektrische schakelaars bedienen
- geen telefoon gebruiken in de gevarenzone
- geen open vuur (bv. aansteker, lucifer) gebruiken
- niet roken
• gaskraan dichtdraaien - ramen en deuren openen
• medebewoners waarschuwen - het pand verlaten
- energiebedrijf of een erkend installateur waarschuwen.
Veiligheidsaanwijzingen
Neem beslist de volgende veiligheidsaanwijzingen en -voorschriften in acht.

Gevaarlijk!
Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht- mengsels!
Explosieve of licht ontvlambare stoffen (bv. benzine, verf etc.) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan.

Gevaarlijk!
Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten! De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval buiten bedrijf gesteld worden en er mag ook niet worden geprobeerd deze te manipuleren, waar- door ze niet meer goed werken.
Daarom mogen geen veranderingen worden uitvoerd:
- aan het toestel
- in de omgeving van het toestel
- aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht, water en elektriciteit
- en aan de afvoerleidingen voor verbrandingsgas
Het verbod op veranderingen geldt ook voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de bedrijfsveiligheid van het toestel.
Voorbeelden hiervan zijn:
- een kastachtige mantel van het toestel valt onder de geldende uitvoeringsvoorschriften. Vraag uw installateur om informatie, als u een dergelijke mantel wenst.
Voor veranderingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in ieder geval contact opnemen met een erkend installateur, aangezien deze hiertoe bevoegd is.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Voer in geen geval zelf veranderingen of manipulaties uit aan de gaswandketel of aan andere componenten van de installatie.
Voer nooit zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties aan het toestel uit.
- Vernietig of verwijder geen verzegelingen van componenten. Alleen erkende installateurs en de service-dienst van de fabriek zijn geautoriseerd om verzegelde componenten te wijzigen.

Gevaarlijk!
Verbrandingsgevaar.
Het water dat uit de warmwaterkraan komt kan heet zijn.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie - ook in het verbrandingsgasafvoersysteem - leiden.
Opstelling en instelling
Het toestel mag alleen door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Deze is bovendien verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfname.
Ook is hij bevoegd om inspectie-/ onderhoudswerkzaamheden en reparaties aan het toestel uit te voeren en de ingestelde hoeveelheid gas te wijzigen.

Attentie!
Het toestel mag alleen met een volgens de voorschriften gesloten mantel duurzaam worden gebruikt! Anders kan - onder ongunstige bedrijfsomstandigheden - materiële schade of zelfs gevaar voor lichamelijk letsel ontstaan.
Waterdruk van de cv-installatie
Controleer regelmatig de waterdruk van de cv-installatie (zie paragraaf 4.2.2).
Noodstroomaggregaat
De installateur heeft de gaswandketel bij installatie aangesloten op het elektriciteitsnet.
Als u het toestel bij stroomuitval met een noodstroom-aggregaat in bedrijf wilt houden, moet deze voor wat betreft de technische waarden (frequentie, spanning, aarding) met die van het elektriciteitsnet overeenkomen en ten minste geschikt zijn voor het opgenomen vermogen van uw toestel. Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
Lekkages
Bij lekkages in de warmwaterleidingen tussen toestel en tappunten meteen het koudwaterafsluitventiel van de inlaatcombinatie sluiten en de lekkage door een erkend installateur laten verhelpen.

Aanwijzing!
Bij de hrSOLIDE is de inlaatcombinatie niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Vraag uw installateur, waar hij de inlaatcombinatie heeft gemonteerd.
Vorstbeveiliging
Verzeker u ervan dat, als u tijdens een vorstperiode afwezig bent, de cv-installatie in bedrijf blijft en de kamers voldoende op temperatuur worden gehouden.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging!
Bij stroomuitval of bij een te lage instelling van de kamertemperatuur in de afzonderlijke kamers kan niet worden voorkomen, dat delen van de cv-installatie door vorst kunnen worden beschadigd.
Neem beslist de aanwijzingen over vorstbeveiliging in paragraaf 4.9 in acht.
3 Aanwijzingen voor het gebruik
3.1 Fabrieksgarantie
Vaillant BV staat namens de fabriek in voor de goede kwaliteit van fabricage en materiaal. Bedoelde garantie beperkt zich tot materiaal- en fabricagefouten.
De garantie heeft een looptijd van twee jaar na feitelijke werkende installatie van het toestel. In deze periode worden de noodzakelijke onderdelen kosteloos ter beschikking gesteld. Elke verdere aanspraak op garantie, schadevergoeding, gevolgschade, is nadrukkelijk uitgesloten.
Bovengenoemde fabrieksgarantie geldt uitsluitend en alleen onder de volgende voorwaarden:
- Het toestel moet door een deskundige zijn geïnstalleerd volgens de voorwaarden en normen van de competente instanties.
- Het toestel moet van een Nederlands toelatingsnummer zijn voorzien, en toegelaten voor gebruik op de Nederlandse markt. Eventuele aanpassingen van niet voor de Nederlandse markt toegelaten toestellen, kunnen en mogen alleen door Vaillant of door een door Vaillant aangewezen installateur uitgevoerd worden.
Elke aanspraak op garantie vervalt bij het uitvoeren van reparaties, wijzigingen of aanpassingen en/of monteren van niet Vaillant onderdelen zonder voorafgaande toestemming van Vaillant BV. Daarnaast vervalt elke aanspraak op garantie bij montage in afwijking van de landelijke en plaatselijk geldende voorschriften.
De kaart die bij de garantiekaart zit dient ingevuld en binnen acht dagen na installatiedatum ondertekend, en voorzien van een stempel van de installerende installateur, aan ons te worden opgestuurd.
De garantie geldt bij normaal huishoudelijk gebruik in overeenstemming met de installatievoorschriften.
Uitdrukkelijk van garantie uitgesloten is gebruik voor andere doeleinden dan in de bedieningshandleiding vermeld. Ook toestellen die defect geraakt zijn door overbelasting, bevriezing en verwaarlozing en onderdelen die vallen onder de normale gebruiksslijtage zijn uitgesloten van garantie.
Aanspraken tijdens de garantieperiode hebben geen verlenging van de garantieperiode tot gevolg.
Elke aanspraak op garantie vervalt indien het toestel niet overeenkomstig de strekkende voorschriften wordt onderhouden.
3.2 Gebruik conform de voorschriften
De Vaillant gaswandketel hrSOLIDE is gebouwd op basis van de laatste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan er bij ondeskundig of niet-reglementair gebruik gevaar ontstaan voor lichamelijk letsel van de gebruiker of van derden resp. schade aan het toestel en andere voorwerpen.
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater-cv-installaties en voor centrale warmwaterbereiding. Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hierdoor ontstane schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt alleen de gebruiker.
Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de bedieningshandleiding, de installatievoorschriften en alle andere aanvullend geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.

Attentie!
leder misbruik is verboden.
De toestellen moeten worden geïnstalleerd door een erkend installateur, die verantwoordelijk is voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen.
3.3 Vereisten aan de plaats van opstelling
De Vaillant gaswandketel hrSOLIDE moeten zodanig aan de wand hangend worden geïnstalleerd, dat de afvoer van het condenswater en de verbrandings luchttoevoer/verbrandingsgasafvoer mogelijk zijn.
Ze kunnen bv. worden geïnstalleerd in kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doeleinden. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moeten worden.

Aanwijzing!
Het is niet nodig een bepaalde afstand in acht te nemen tussen het toestel en de brandbare componenten in de onmiddelijke nabijheid van het toestel, aangezien bij het nominale vermogen van het toestel de temperatuur aan het behuizingsoppervlak lager is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C.
3.4 Onderhoud
- Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep.

Aanwijzing!
Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen die de mantel of de armaturen van kunststof kunnen beschadigen.
3.5 Recycling en afvoer
De Vaillant gaswandketel hrSOLIDE en de bijbehorende transportverpakking bestaan voor het grootste deel uit recyclebaar materiaal.
3.5.1 Toestel
De Vaillant gaswandketel hrSOLIDE en de garnituren behoren niet tot het huishoudelijk afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en evt. aanwezige garnituren op een deskundige manier worden afgevoerd.
3.5.2 Verpakking
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de installateur die het toestel geïnstalleerd heeft.

Aanwijzing!
Neem de geldende nationale wettelijke voorschriften in acht.
3.6 Energiebesparende tips
Inbouw van een weersafhankelijke cv-regeling
Weersafhankelijke cv-regelingen regelen de cv-aanvoer-temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur. Er wordt niet meer warmte opgewekt dan nodig. Hiervoor moet op de weersafhankelijke regeling de cv-aanvoer-temperatuur worden ingesteld, die bij een bepaalde buitentemperatuur gewenst is. Deze instelling mag niet hoger zijn dan noodzakelijk is voor de configuratie van de cv-installatie.
Normaal voert uw installateur de juiste instellingen uit. Door geïntegreerde tijdprogramma's worden de gewens- te verwarmings- en afkoelingsfases (bv. 's nachts) automatisch in- en uitgeschakeld.
Weersafhankelijke cv-regelingen vormen in combinatie met thermostatische radiatorkranen de meest comfortabele vorm van cv-regeling.
Afkoeling van de cv-installatie
Verlaag de kamertemperatuur tijdens de nachtrust en als u niet thuis bent. Dit kunt u gemakkelijk en betrouwbaar realiseren met behulp van een kamerthermostaat met instelbare tijdprogramma's.
Stel de kamertemperatuur tijdens de minimale-temperatuurtijden ca. 5 °C lager in dan tijdens de maximale temperatuurtijden. Met een afkoeling van meer dan 5 °C bespaart u niet meer energie, aangezien dan voor de volgende maximale temperatuurperiode een hogere verwarmingscapaciteit nodig is. Alleen bij langere afwezigheid, zoals bv. vakantie, loont het zich de temperaturen verder te verlagen. Let er echter wel op, dat er in de winter voldoende vorstbeveiliging is gegarandeerd.
Kamertemperatuur
Stel de kamertemperatuur niet hoger in dan net voldoende is om u comfortabel te voelen. Iedere graad daarboven betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 %.
Houd bij het instellen van de kamertemperatuur ook rekening met het gebruik van de kamer. Zo is het bijvoorbeeld in het normale geval niet nodig slaapkamers of weinig gebruikte kamers op 20 °C te verwarmen.
Instellen van de bedrijfsfunctie
In het warme jaargetijde, als de woning niet hoeft te worden verwarmd, adviseren wij de verwarming op zomerfunctie te zetten. De cv-functie is dan uitgeschakeld, maar het toestel resp. de installatie blijft in bedrijf voor de warmwaterbereiding.
Gelijkmatig verwarmen
Vaak wordt in een woning slechts één kamer verwarmd met de centrale verwarming. Via de oppervlaktes die deze kamer omgeven, zoals wanden, deuren, vensters, plafond en vloer worden onverwarmde aangrenzende kamers ongecontroleerd meeverwarmd en gaat er onbedoeld warmte-energie verloren. Het vermogen van de radiator in deze ene verwarmde kamer is voor een dergelijk gebruik natuurlijk niet meer voldoende. Het gevolg is dat de kamer niet meer voldoende wordt verwarmd en deze onbehaaglijk koud aanvoelt (overigens ontstaat hetzelfde effect als er deuren openstaan tussen de verwarmde kamer en niet of beperkt verwarmde kamers).
Dit is verkeerde zuinigheid: de verwarming staat aan en toch is het in de kamer niet behaaglijk warm. Een groter verwarmingscomfort en een meer efficiënt gebruik wordt bereikt als alle kamers in een woning gelijkmatig en in overeenstemming met het gebruik worden verwarmd.
Overigens kan ook het bouwmateriaal nadelig worden beïnvloed als delen van het pand niet of onvoldoende worden verwarmd.
Thermostatische radiatorkranen en kamer(klok)thermostaten
Het zou vandaag de dag vanzelfsprekend moeten zijn om op alle radiatoren thermostatische radiatorkranen te plaatsen. Ze zorgen ervoor dat de eenmaal ingestelde kamertemperatuur exact wordt aangehouden. Met behulp van thermostatische radiatorkranen in combinatie met een kamerthermostaat (of weersafhankelijke regeling) kunt u de kamertemperatuur aanpassen aan uw individuele behoeftes en bent u zeker van een efficiënt gebruik van uw cv-installatie.
Laat in de kamer, waarin zich de kamer(klok)thermostaat bevindt, steeds alle radiatorkranen volledig geopend, aangezien de beide regelingen elkaar anders over en weer beïnvloeden en de regelkwaliteit kan worden beperkt.
Vaak kan het volgende gebruikersgedrag worden geconstateerd: als het in de kamer te warm wordt, worden de thermostatische radiatorkranen dichtgedraaid (of de kamer(klok)thermostaat op een lagere temperatuur gezet). Als het na een tijdje weer te koud wordt, wordt de thermostatische radiatorkraan weer opengedraaid. Dit is niet nodig, aangezien de temperatuurregulering wordt overgenomen door de thermostatische radiatorkraan zelf. Als de kamertemperatuur boven de op de sensorkop ingestelde waarde stijgt, sluit de thermostatische radiatorkraan automatisch en bij het dalen beneden de ingestelde waarde opent deze weer.
Kamerthermostaat niet afdekken
Zorg ervoor dat de regelapparatuur niet wordt afgedekt door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De circulerende kamerlucht moet ongehinderd kunnen worden gedetecteerd. Afgedekte thermostatische radiatorkranen kunnen met afstandssensoren worden uitgerust en blijven daardoor werken.
Gepaste warmwatertemperatuur
Het warme water dient slechts zover opgewarmd te worden als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik; warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C veroorzaken bovendien in versterkte mate kalkaanslag.
Instellen van de warmhoudfunctie
De warmhoudfunctie zorgt voor direct warm water in de gewenste temperatuur zonder een wachttijd voor het opwarmen. Hiervoor wordt de warmwaterwarmtewisselaar op een vooraf ingesteld temperatuurpeil gehouden. Zet de temperatuurkeuzeknop niet hoger dan de benodigde temperatuur om energieverlies te voorkomen. Als u gedurende langere tijd geen warm water nodig heeft, adviseren wij de warmhoudfunctie uit te schakelen om nog meer energie te besparen.
Bewust omgaan met water
Bewust omgaan met water kan de verbruikskosten aan- zienlijk verlagen.
Neem bijvoorbeeld een douche in plaats van een bad: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende armaturen uitgeruste douche slechts ongeveer een derde van deze hoeveelheid nodig.
Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar eurocent.
Ventileren van de woning
Open tijdens het verwarmen de vensters alleen om te ventileren en niet om de temperatuur te regelen. Het raam gedurende korte tijd helemaal openzetten is effectiever en bespaart meer energie dan een langdurig op een kier openstaand raam. Daarom adviseren wij de ramen gedurende korte tijd volledig te openen. Sluit tijdens het ventileren alle thermostatische radiatorkranen die zich in de kamer bevinden en/of zet, als deze aanwezig is, de kamer(klok)thermostaat op de minimale temperatuur. Door deze maatregelen is voldoende ventilatie gegarandeerd, zonder onnodige afkoeling en energieverlies (bv. door onbedoeld inschakelen van de verwarming tijdens het ventileren).
4 Bediening
4.1 Overzicht bedieningselementen

Afb. 4.1 Bedieningselementen
Trek de frontklep aan de greep naar beneden om deze te openen. De nu zichtbare bedieningselementen hebben de volgende functies (zie afb. 4.1):
1 Display voor weergave van de waterdruk van de cv-installatie, de actuele cv-aanvoertemperatuur, de bedrijfsfunctie of bepaalde extra informatie
2 Toets „i“ voor het weergeven van informatie
3 Inbouwregeling (garnituren)
4 Aan/uitschakelaar voor het in- en uitschakelen van het toestel
5 Toets „+“ voor het vooruitstappen van het diagnose-systeem (voor de installateur bij het instellen en bij het zoeken naar storingen)
6 Toets „-” voor het terugstappen van het diagnosesysteem (voor de installateur bij het instellen en bij het zoeken naar storingen) en voor het weergeven van de actuele cv-aanvoertemperatuur op het display
7 Toets „Reset“ voor het resetten van bepaalde storingen
8 Draaiknop voor het instellen van de cv-aanvoertemperatuur
9 Draaiknop voor het instellen van de warmwateruit-stroomtemperatuur
Digitaal informatie- en diagnosesysteem

Afb. 4.2 Display
De hrSOLIDE is uitgerust met een digitaal informatie- en diagnosesysteem. Dit systeem geeft informatie over de bedrijfstoestand van het toestel en helpt u bij het verhelpen van storingen.
Tijdens de normale bedrijfsfunctie van het toestel wordt op het display (1) de actuele waterdruk van de cv-installatie weergegeven (bijvoorbeeld 1,2 bar). In het geval van een storing wordt de weergave van de druk vervangen door de betreffende storingscode.
Bovendien geven de weergegeven symbolen de volgende informatie:
1 Weergave van de waterdruk van de cv-installatie, van de actuele cv-aanvoertemperatuur of weergave van een status- of storingscode
Storing in het verbrandingslucht-/verbrandingsgastraject
Storing in het verbrandingslucht-/verbrandingsgastraject
Zolang het symbool op het display verschijnt, wordt door het garnituur vrnetDIALOG de cv-aanvoertemperatuur en warmwater-uitstroom-temperatuur ingesteld, dat betekent dat het toestel werkt met andere temperaturen dan die met de draaiknoppen (8) en (9) zijn ingesteld
Cv-functie actief permanent aan: cv-functie knippert: branderwachttijd actief
Warmwaterfunctie actief permanent aan: warm water wordt getapt knippert: comfortfunctie is in bedrijf, brander aan

Warmhoudfunctie actief permanent aan: warmhoudfunctie is vrijgegeven knippert: warmhoudfunctie brander aan
0,8 bar, dan moet voor inbedrijfname water worden bijgevuld.

Aanwijzing!
De hrSOLIDE beschikt over een digitale weergave van de druk en van de aanvoertemperatuur van de cv-installatie.
Als het toestel in bedrijf is, wordt de druk op het display weergegeven. Activeer de weergave van de aanvoertemperatuur cv-installatie door het indrukken van de toets „-” (2). Na 5 sec. wordt op het display weer de druk weergegeven.

Cv-pomp is in bedrijf

Interne gasklep wordt aangestuurd

Vlam met kruis: storing tijdens de branderfunctie; toestel is uitgeschakeld

Vlam zonder kruis: brander werkt goed
4.2 Maatregelen voor inbedrijfname
4.2.1 Afsluitinrichtingen openen

Aanwijzing!
De afsluitinrichtingen zijn niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en onderhoud van deze componenten.
- Open de gaskraan tot de vaste aanslag.
- Controleer, indien gemonteerd, of de serviceafsluiters voor aanvoer en retour van de cv-installatie zijn geopend.
- Open het koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie.
Om dit te controleren kunt u bij een warmwaterkraan van een tappunt proberen of er water uit komt.
4.2.2 Cv-druk controleren

Afb. 4.3 Waterdruk van de cv-installatie controleren
- Controleer bij inbedrijfname de waterdruk van de cv-installatie op het display (1). Bij een goed functionerende cv-installatie moet bij een koude cv-installatie op het display een waterdruk tussen 1,0 en 2,0 bar worden weergegeven. Is de waterdruk lager dan

Aanwijzing!
Om de werking van de cv-installatie met een te kleine hoeveelheid water te voorkomen en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt het toestel over een druksensor. Deze signaleert het dalen van de druk beneden de 0,6 bar door op het display de drukwaarde knipperend weer te geven.
Bij daling van de druk onder de 0,3 bar wordt het toestel uitgeschakeld. Op het display verschijnt de storingsmelding F.22. Om het toestel weer in bedrijf te nemen, moet de installatie eerst met water worden gevuld.
Als de cv-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.
4.3 Inbedrijfname

Afb. 4.4 Toestel inschakelen
- Met de aan/uitschakelaar (1) schakelt u het toestel aan en uit.
I: „AAN“
0: „UIT“
Als u het toestel inschakelt verschijnt op het display (2) de actuele waterdruk van de cv-installatie.
Voor het instellen van het toestel volgens uw wensen leest u paragraaf 4.4 en 4.5, waarin de instelmogelijkheden voor de warmwaterfunctie en de cv-functie zijn beschreven.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging.
Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als de aan/uitschakelaar van het toestel in de stand „l” staat en het toestel niet is afgesloten van het elektriciteitsnet.
Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw gaswandketel met de regelapparatuur in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding). Hoe u uw gaswandketel helemaal buiten werking kunt zetten, leest u in paragraaf 4.8.
4.4 Warmwaterfunctie
4.4.1 Warmwatertemperatuur instellen

Afb. 4.5 Instellen van de warmwatertemperatuur
- Schakel het toestel zoals in paragraaf 4.3 is beschreven in.
- Stel de draaiknop (2) voor het instellen van de warmwateruitstroomtemperatuur in op de gewenste temperatuur. Hierbij geldt:
- linker aanslag ca. 35 °C
- rechter aanslag max. 65 °C
Bij het instellen van de gewenste temperatuur wordt de daarbij behorende ingestelde waarde weergegeven op het display (1).
Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en op het display verschijnt weer de standaardweergave (actuele waterdruk van de cv-installatie).

Attentie!
Gevaar voor verkalking.
Bij een waterhardheid van meer dan 3,57 mol/m³ (20 °dh) zet u de draaiknop (2) maximaal in de middelste stand.

Gevaarlijk!
Gevaar voor de gezondheid door legionellavor- ming.
Als het toestel voor het naverwarmen wordt gebruikt in een installatie voor drinkwater op zonne-energie, zet u de warmwateruitstroom-temperatuur met de draaiknop (2) op ten minste 60 °C.
4.4.2 Warmhoudfunctie in- en uitschakelen
De warmhoudfunctie zorgt voor direct warm water aan het toestel in de gewenste temperatuur zonder een wachttijd voor het opwarmen. Hiervoor wordt de warmwaterwarmtewisselaar van de hrSOLIDE op een vooraf ingesteld temperatuurpeil gehouden.

Afb. 4.6 Warmhoudfunctie in- en uitschakelen
- De warmhoudfunctie wordt geactiveerd door de draai-knop (1) kort tot de aanslag (instelling a) naar rechts te draaien.
Kies vervolgens de gewenste warmwateruitstroomtemperatuur, bijv. instelling b, zie hoofdstuk 4.5.1. Het toestel past de warmhoudtemperatuur automatisch aan de ingestelde warmwateruitstroomtemperatuur aan. Het op temperatuur gebrachte water staat bij het tappen direct ter beschikking; in het display knippert het symbool C.
- De warmhoudfunctie wordt uitgeschakeld door de draaiknop (1) kort tot de aanslag (instelling c) naar links te draaien. Het symbool C verdwijnt. Vervolgens kiest u weer de gewenste warmwateruitstroomtemperatuur, bv. instelling b.
4.4.3 Warm water tappen

Afb. 4.7 Warm water tappen
Bij het openen van de warmwaterkraan (1) op een tappunt (wastafel, douche, badkuip enz.) gaat het toestel automatisch aan en levert warm water.
Het toestel schakelt de warmwaterfunctie bij het sluiten van de warmwaterkraan automatisch uit. De pomp loopt nog een korte tijd na.
4.5 Instellingen voor de cv-functie
4.5.1 Aanvoertemperatuur instellen (geen regelapparatuur aangesloten)

Afb. 4.8 Aanvoertemperatuur instellen zonder regelapparatuur
Als geen regelapparatuur aanwezig is, dan stelt u de aanvoertemperatuur op de draaiknop (1) in afhankelijk van de buitentemperatuur. Daarbij adviseren wij de volgende instellingen:
- Stand links (maar niet tot aan de aanslag) in de overgangstijd: buitentemperatuur ca. 10 tot 20 °C
- Stand midden bij gematigde koude:
buitentemperatuur ca. 0 tot 10 °C - Stand rechts bij sterke koude: buitentemperatuur ca. 0 tot -15 °C
Bij het instellen van de temperatuur wordt de ingestelde temperatuur weergegeven op het display (2). Na ca. vijf seconden verdwijnt deze weergave en verschijnt op het display weer de standaardweergave (actuele waterdruk van de cv-installatie).
Normaal kan de draaiknop (1) traploos worden ingesteld tot een aanvoertemperatuur van 75 °C. Als u echter hogere waarden kunt instellen op uw toestel, dan heeft uw installateur een zodanige afstelling uitgevoerd, dat uw cv-installatie ook met hogere aanvoertemperaturen kan werken.
4.5.2 Aanvoertemperatuur instellen (met behulp van regelapparatuur)

Afb. 4.9 Aanvoertemperatuur instellen met behulp van regelapparatuur
Als uw cv-toestel met een weersafhankelijke regeling of een kamer(klok)thermostaat is uitgerust, moet u het volgende instellen:
- Draai de draaiknop voor het instellen van de cv-aanvoertemperatuur (1) op de rechter aanslag.
De aanvoertemperatuur wordt automatisch ingesteld door het regelapparaat (informatie daarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding).
4.5.3 Cv-functie uitschakelen (zomerfunctie)

Afb. 4.10 Cv-functie uitschakelen (zomerfunctie)
In de zomer kunt u de cv-functie uitschakelen, maar de warmwaterfunctie verder in bedrijf laten.
- Draai de draaiknop voor het instellen van de cv-aanvoertemperatuur (1) op de linker aanslag.
4.5.4 Kamer(klok)thermostaat of weersafhankelijke regeling instellen

Afb. 4.11 Kamer(klok)thermostaat/weersafhankelijke regelling instellen
- Stel de kamer(klok)thermostaat (1), de weersafhankelijke regeling en de thermostatische radiatorkranen (2) volgens de betreffende bedieningshandleidingen van deze garnituren in.
4.6 Statusaanwijzingen (voor onderhouds- en servicewerkzaamheden door de installateur)

Afb. 4.12 Statusaanwijzingen
De statusaanwijzingen geven informatie over de bedrijfs-toestand van het toestel.
- Activeer de statusaanwijzingen door het indrukken van de toets „I” (1).
Op het display (2) wordt nu de betreffende statuscode weergegeven, bv. „S. 4” als de brander aan is. De betekenis van de belangrijkste statuscodes vindt u in tabel 4.1.
Tijdens omschakelfases, bv. na herstart door het uitblijven van de vlam, wordt kort de statusmelding „S.“ weergegeven.
- Schakel het display terug in de normale modus door nog een keer de toets „i” (1) in te drukken.
| Weergave | Betekenis |
| Weergave tijdens cv-functie | |
| S. 0 geen warmtevraag voor cv | |
| S. 1 Cv ventilator voorspoelen | |
| S. 2 Cv pomp voorspoelen | |
| S. 3 Cv ontsteken | |
| S. 4 Cv brander aan | |
| S. 6 Cv ventilator naspoelen | |
| S. 7 Cv pomp naspoelen | |
| S. 8 Wachttijd cv | |
| S.31 Zomerfunctie actief | |
| S.34 Cv vorstbeveiliging | |
| Weergave tijdens warmwaterfunctie | |
| S.10 Warmwatervraag | |
| S.14 Brander warm water aan | |
| Weergave bij warmthoudfunctie | |
| S.20 Warmtevraag warmthoudfunctie | |
| S.24 Warmhoudfunctie brander aan | |
Tab. 4.1 Statuscodes en betekenis (selectie)
4.7 Verhelpen van storingen
Als tijdens de werking van de gaswandketel problemen optreden kunt u de volgende punten zelf controleren.
Geen warm water, cv blijft koud, toestel schakelt niet in:
- Zijn de gaskraan in de toevoerleiding van het pand en de gaskraan van het toestel geopend (zie paragraaf 4.2.1)?
- Is de koudwatertoevoer gewaarborgd (zie paragraaf 4.2.1)?
- Is de elektriciteitsvoorziening in het pand ingeschakeld?
- Is de aan/uitschakelaar van de gaswandketel ingeschakeld (zie paragraaf 4.3)?
- Is de draaiknop voor het instellen van de aanvoertemperatuur op de gaswandketel niet tot de linker aanslag gedraaid, dus op vorstbeveiliging gezet (zie paragraaf 4.5.1)?
- Is de waterdruk van de cv-installatie voldoende (zie paragraaf 4.2.2)?
- Zit er lucht in de cv-installatie?
- Is er een storing in de ontsteking (zie paragraaf 4.7.2)?
Geen storing bij de warmwaterfunctie, cv schakelt niet in:
- Is er een warmtevraag van het externe regelapparaat (bv. van regelapparaat calorMATIC) (zie paragraaf 4.5.4)?

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Als uw gaswandketel na controle van de boven- genoemde punten niet zonder problemen werkt, moet u contact opnemen met een erkend install- lateur om de installatie te laten controleren.
4.7.1 Storingen bij watergebrek
Het toestel gaat in „Storing“, als de waterdruk in de cv-installatie te laag is. Deze storing wordt door de storingscodes „F.22“ (droogkoken) resp. „F.23“ of „F.24“ (watergebrek) weergegeven.
Het toestel kan pas weer in bedrijf worden genomen, als de cv-installatie voldoende met water is gevuld.
4.7.2 Storingen bij het ontsteken

Afb. 4.13 Storing resetten
Als na vijf ontstekingspogingen geen ontsteking van de brander volgt, schakelt het toestel niet in en schakelt naar „Storing“. Dit wordt aangegeven door weergave van de storingscodes „F.28“ of „F.29“ op het display. Op het display wordt bovendien een vlamsymbool met kruis (1) weergegeven.
Een nieuwe automatische ontsteking vindt pas na een handmatige „reset“ plaats.
- Druk voor „reset“ op de resetknop (3) en houd deze gedurende ca. één seconde ingedrukt.

Attentie!
Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Als uw gaswandketel na de derde resetpoging nog altijd niet inschakelt, moet u contact opnemen met een erkend installateur om de installatie te laten controleren.
4.7.3 Storingen in het verbrandingslucht-/verbrandingsgastraject
De toestellen zijn uitgerust met een ventilator. Als de ventilator niet goed werkt schakelt het cv-toestel op storing.
Op het display worden dan de symbolen en en de storingscode „F.32“ weergegeven.

Attentie! Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen!
Bij deze storingsmelding moet u contact opne- men met een erkend installateur om de installa- tie te laten controleren.
4.7.4 Toestel/cv-installatie vullen

Afb. 4.14 Waterdruk van de cv-installatie controleren
Voor een goede werking van de cv-installatie moet de waterdruk bij een koude installatie tussen 1,0 en 2,0 bar liggen. Als deze lager is dan 0,8 bar, moet u water bijvullen.
Als de cv-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de installatie nodig zijn. Vraag hiervoor uw installateur.

Attentie! Gevaar voor beschadiging voor de gaswandketel. Gebruik voor het vullen van de cv-installatie alleen zuiver leidingwater.
Het toevoegen van chemische middelen zoals bv. beschermingsmiddelen tegen bevriezing of corrosie (inhibitoren) is niet toegestaan.
Daardoor kunnen pakkingen en membranen beschadigen en geluiden tijdens de cv-functie optreden.
Hiervoor en voor eventuele vervolgschade kan Vaillant BV niet aansprakelijk gesteld worden.
Voor het vullen en bijvullen van de cv-installatie kunt u normaal leidingwater gebruiken. In uitzonderingsgevalen bestaan er waterkwaliteiten, die onder omstandighe-
den niet geschikt zijn voor het vullen van de cv-installatie (water met veel ijzer of kalk). Neem in een dergelijk geval contact op met een erkend installateur.
Voor het vullen van de installatie gaat u als volgt te werk.
- Open alle (thermostatische) radiatorkranen van de installatie.
- Verbind de vul/aftapkraan van de installatie door middel van een slang met een koudwaterkraan (uw installateur moet u de vularmaturen laten zien en uitleggen hoe de installatie gevuld of afgetapt moet worden).
- Draai de vulkraan langzaam open.
- Draai de koudwaterkraan langzaam open en vul zolang water bij tot op het display (1) de nodige installatie-druk is bereikt.
- Sluit de waterkraan.
- Ontlucht alle radiatoren.
- Controleer vervolgens op het display (1) de installatie-druk en vul zo nodig nog een keer water bij.
- Sluit de vulkraan en verwijder de vulslang.
4.8 Buitenbedrijfstelling

Afb. 4.15 Toestel uitschakelen
- Om uw gaswandketel geheel buiten bedrijf te stellen, schakelt u de aan/uitschakelaar (1) in de stand „0".

Attentie! Vorstbeveiligings- en bewakingsinrichtingen zijn alleen dan actief als de aan/uitschakelaar van het toestel in de stand „l” staat en het toestel niet is afgesloten van het elektriciteitsnet.
Om ervoor te zorgen dat de veiligheidsinrichtingen actief blijven, moet u uw gaswandketel tijdens de normale bedrijfsfunctie met de regelapparatuur in- en uitschakelen (informatie daarover vindt u in de betreffende bedieningshandleiding).

Aanwijzing!
Tijdens langere buitenbedrijfstelling (bv. vakantie) moet u bovendien de gaskraan en het koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie sluiten. Neem in verband hiermee ook de aanwijzingen over vorstbeveiliging in paragraaf 4.9 in acht.

Aanwijzing!
De afsluitinrichtingen zijn niet bij de levering van het toestel inbegrepen. Ze worden apart door de installateur geïnstalleerd. Vraag hem om informatie over positie en onderhoud van deze componenten.
De cv-installatie en de waterleidingen zijn voldoende tegen vorst beschermd, als de cv-installatie tijdens een vorstperiode ook in bedrijf blijft als u afwezig bent en de kamers voldoende op temperatuur blijven.

Attentie!
Vorstbeveiliging en bewakingsinrichtingen zijn alleen actief als de aan/uitschakelaar van het toestel in de stand „I” staat en het toestel niet is afgesloten van het elektriciteitsnet.
4.9.1 Vorstbeveiligingsfunctie
De gaswandketel is met een vorstbeveiligingsfunctie uitgerust: als de cv-aanvoertemperatuur bij ingeschakelde aan/uitschakelaar onder de 5 °C daalt dan schakelt het toestel zich in en verwarmt het verwarmingscircuit op 30 °C.

Attentie!
Gevaar voor bevriezing van componenten in de gehele installatie.
De doorstroming van de gehele cv-installatie kan met de vorstbeveiligingsfunctie niet worden gewaarborgd.
4.9.2 Vorstbeveiliging door aftappen
Een andere mogelijkheid van vorstbeveiliging is de cv-installatie en het toestel af te tappen. Daarbij moet u er zeker van zijn, dat installatie en toestel volledig zijn afgetapt.
Alle koud- en warmwaterleidingen in de woning en in het toestel moeten ook worden afgetapt.
Laat u hierover adviseren door een erkend installateur.
4.10 Inspectie en onderhoud
Voorwaarde voor de continue inzetbaarheid en bedrijfs-veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie aanbevolen en een tweejaarlijks onderhoud verplicht.

Gevaarlijk!
Gevaar voor materiële schade en lichamelijk let- sel door ondeskundig onderhoud! Voer nooit zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties uit aan uw gaswandketel. Laat dit over aan uw installateur of het onder- houdsbedrijf. Wij adviseren u een onderhouds- contract af te sluiten. Het niet uitvoeren van onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel beperken en leiden tot materiële schade en lichamelijk letsel.
Regelmatig onderhoud zorgt voor een optimale en dus voor een efficiënte werking van uw gaswandketel.