LIFE E44057 (MD 87757) - Camera MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE E44057 (MD 87757) MEDION in PDF-formaat.
| Type de produit | Appareil photo numérique compact |
| Modèle | LIFE E44057 (MD 87757) |
| Marque | Medion |
| Résolution du capteur | 16 mégapixels (estimation) |
| Zoom optique | 5x (estimation) |
| Zoom numérique | 4x (estimation) |
| Écran | LCD 2,7 pouces (estimation) |
| Stabilisation d'image | Numérique (estimation) |
| Stockage interne | Non (estimation) |
| Support de stockage | Carte SD/SDHC (estimation) |
| Connectivité | USB 2.0, sortie AV (estimation) |
| Alimentation | Batterie lithium-ion rechargeable (estimation) |
| Autonomie de la batterie | Environ 200 photos (estimation) |
| Dimensions (L x H x P) | Environ 95 x 60 x 25 mm (estimation) |
| Poids | Environ 120 g (avec batterie et carte, estimation) |
| Fonctions spéciales | Détection de visages, modes scène, vidéo (estimation) |
| Résolution vidéo | 720p (estimation) |
| Entretien et nettoyage | Nettoyer l'objectif avec un chiffon doux et sec; éviter l'humidité |
| Sécurité | Ne pas exposer à l'eau; utiliser uniquement des accessoires compatibles |
| Pièces détachées et réparabilité | Pièces disponibles auprès du fabricant; réparation par centre agréé |
| Informations générales | Appareil photo facile à utiliser pour débutants |
Veelgestelde vragen - LIFE E44057 (MD 87757) MEDION
Gebruikersvragen over LIFE E44057 (MD 87757) MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE E44057 (MD 87757) - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE E44057 (MD 87757) van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING LIFE E44057 (MD 87757) MEDION
1. Over deze handleiding .... 5
1.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingssymbolen en -woorden ....5
1.2. Gebruik voor het beoogde doel ....6
1.3. Opmerkingen over conformiteit ....6
2. Veiligheidsinstructies 7
2.1. Gevaren voor kinderen en personen met beperkte vermogens....7
2.2. Opmerkingen over het onderbreken van de netvoeding .....8
2.3. Waarschuwingen 9
2.4. Tips voor de accu ....10
2.5. Voorzorgsmaatregelen 12
2.6. Repareer het apparaat nooit zelf 15
3. Overzicht van het apparaat 16
3.1. Voorkant 16
3.2. Achterkant 17
3.3. Bovenkant 18
3.4. Onderkant.... 18
3.5. Linkerkant 19
4. Ingebruikname 22
4.1. Inhoud van de verpakking 22
4.2. Accu's plaatsen 2
4.3. De accu opladen via USB 24
4.4. Draaglus bevestigen
4.5. SD-geheugenkaarten plaatsen en verwijderen 26
5. De eerste stappen 28
5.1. Camera inschakelen
5.2. Camera uitschakelen 2
5.3. Taal en datum/tijd instellen 28
5.4. Opname- en weergavemodus ....30
6. Schermaanduidingen 31
6.1. Schermaanduidingen voor de opname ....31
6.2. Schermaanduidingen voor het weergeven van foto's ...... 33
6.3. Schermaanduidingen voor de videoweergave......34
7. Eerste opnamen maken 35
7.1. Opnamemodus instellen 35
7.2. Tips voor goede foto's ....35
7.3. Foto's maken 36
7.4. Videoclips opnemen 41
7.5. Functiemenu gebruiken 42
7.6. Opnamemenu gebruiken 49
8. Opnamen bekijken/beluisteren 49
8.1. Opnamen afzonderlijk weergeven 49
8.2. Opnamen als miniaturen weergeven 50
8.3. Videoclips / spraknotities weergeven 53
8.4. Opnamen wissen 54
9. Videobewerking 55
10. De menu's 56
13.1. Navigeren in de menu's 56
13.2. Het opnamemenu 57
13.3. Opnamemodus 64
11. Verschillende opnamemodi gebruiken....68
11.1. Gebruik van de kunsteffectmodus 68
11.2. Gebruik van de kindermodus 70
11.3. De sportmodus gebruiken 71
11.4. De partymodus gebruiken 71
11.5. De modus Zachte huidtint gebruiken ....71
11.6. Gebruik van de panoramamodus....73
11.7. Het instellingsmenu 77
13.4. Het weergavemenu 79
13.5. Opnamen wissen 85
13.6. De functies Beveiligen en ontgrendelen 87
12. Aansluiten op een printer of pc 93
12.1. Opnamen op een fotoprinter afdrukken 93
12.2. Gegevens overzetten naar een computer 94
12.3. USB-kabel gebruiken 94
12.4. DCF-geheugenstandaard 95
12.5. Kaartlezer 95
12.6. Mappenstructuur in het geheugen 96
12.7. Bestandsnummer resetten 96
13. Software installeren 97
- Verhelpen van storingen 98
- Onderhoud en verzorging 101
- Afvoer 102
- Technische gegevens 103
- Colofon 105
1. Over deze handleiding

Lees de veiligheidsinstructies zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de handleiding in acht.
Bewaar de handleiding altijd binnen handbereik. Geef deze handleiding en het garantiebewijs mee wanneer u het apparaat verkoopt of aan iemand anders doorgeeft.
1.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingssymbolen en -woorden
![]() | GEVAAR!Waarschuwing voor acuut levensgevaar! |
![]() | WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar letsel! |
![]() | VOORZICHTIG!Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! |
![]() | OPMERKING!Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen!Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat! |
![]() | OPMERKING!Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht! |
1.2. Gebruik voor het beoogde doel
Deze camera is bedoeld voor het opnemen van digitale foto's en video's.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen.
Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
- Breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
1.3. Opmerkingen over conformiteit
De camera voldoet aan de richtlijnen voor de elektromagnetische compatibiliteit en elektrische veiligheid.
Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2015/35/EU
• Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
2. Veiligheidsinstructies
2.1. Gevaren voor kinderen en personen met beperkte vermogens
- Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan van of zijn geïinstrueerd in het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht gebruiken.
- Berg het apparaat en de accessoires buiten bereik van kinderen op.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Door het inademen of inslikken van folie of kleine onderdelen bestaat gevaar voor verstikking.
Houd verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen.
2.2. Opmerkingen over het onderbreken van de netvoeding
- Onderbreek de stroomvoorziening van het apparaat door de stekker van de voedingsadapter uit het stopcontact te trekken. Houd bij het verwijderen van de stekker altijd de voedingsadapter of de stekker zelf vast. Trek nooit aan de kabel om beschadiging te voorkomen.
- Als u het apparaat niet gebruikt, verwijdert u de stekker van de voedingsadapter uit het stopcontact of maakt u gebruik van een master/slave stekkerdoos om energieverbruik in uitgeschakelde toestand te vermijden.
- Stopcontacten voor het opladen van de accu moeten zich in de buurt van het apparaat bevinden en moeten gemakkelijk bereikbaar zijn. Leg de kabels zo neer dat niemand erop kan trappen of erover kan struike- len. Sluit de voedingsadapter alleen aan op een geaard stopcontact met 230 V\~, 50 Hz. Neem contact op met uw energieleverancier wanneer u niet zeker bent van de stroomvoorziening op de plaats van installatie.
- Dek de voedingsadapter niet af om schade door sterke verhitting te voorkomen.
- Gebruik de voedingsadapter niet meer wanneer de behuizing of de kabels beschadigd zijn. Vervang de voedingsadapter door een adapter van hetzelfde type.
- Gebruik uitsluitend het meegeleverde voedingsadapter om schade aan het apparaat te voorkomen.
2.3. Waarschuwingen
Neem bij gebruik van het product de volgende waarschuwingen in acht om lichamelijk letsel te voorkomen:
- Flits niet vanaf korte afstand in de ogen. Hierdoor kan schade ontstaan aan de ogen van de gefotografeerde persoon.
- Houd bij gebruik van de flitser minimaal een meter afstand tot kinderen aan.
- Open of demonteer de camera niet.
- Sluit de USB-voedingsadapter alleen aan op een correct geïnstalleerd stopcontact van 230 V\~, 50/60 Hz.
- Gebruik bij deze camera alleen de meegeleverde USB-voedingsadapter en de meegeleverde accu (NP-45)!
- Bij het demonteren van de camera bestaat er gevaar voor een elektrische schok door hoogspanning. Controles van interne onderdelen, wijzigingen en reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundigen. Breng het product voor onderzoek naar een erkend servicecentrum.
- Het stopcontact moet zich in de directe omgeving van het apparaat bevinden en moet gemakkelijk bereikbaar zijn.
-
Wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt, wordt aangeraden om de accu te verwijderen om lekkage te voorkomen.
-
Stel de camera of de USB-voedingsadapter niet bloot aan druip- of spatwater. Plaats geen voorwerpen gevuld met vloeistof, zoals vazen, op of rond het apparaat.
- Verwijder de acculader uit het stopcontact bij onweer en wanneer het apparaat niet in gebruik is.
2.4. Tips voor de accu
De camera werkt op de meegeleverde accu. Laad de accu uitsluitend op met de meegeleverde USB-netadapter.
Let op de volgende algemene aanwijzingen voor de omgang met accu's:
- Houd accu's uit de buurt van kinderen. Raadpleeg meteen een arts wanneer er een accu is ingeslikt.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor explosie!
Onjuist vervangen van de accu kan kortsluiting veroorzaken.
▶ Volg de instructies in deze handleiding om de accu te vervangen.
- Controleer, voordat u de accu plaatst, of de contacten in de camera en op de accu schoon zijn en reinig de contacten indien nodig.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accu.
- Let bij het plaatsen van de accu op de polariteit (+/-).
- Bewaar de accu op een koele, droge plaats. Door rechtstreekse invloed van warmte kan de accu beschadigd raken. Stel het apparaat daarom niet bloot aan sterke hittebronnen.
- Vermijd contact met huid, ogen en slijmvliezen. Spoel bij contact met accuzuur de betreffende lichaamsdelen onmiddellijk met overvloedig schoon water af en raadpleeg onmiddellijk een arts.
- Gooi de accu niet in het vuur, voorkom kortsluiting en haal de accu niet uit elkaar.
- Stel de accu nooit bloot aan overmatige warmte zoals direct zonlicht, vuur etc.!
- Verwijder de accu wanneer u de camera gedurende langere tijd niet gebruikt.
- Verwijder een lekkende accu meteen uit de apparaat. Maak de contacten schoon voordat u een nieuwe accu plaatst. Bij lekkage van accuzuur bestaat kans op huidirritatie!
- Verwijder ook een lege accu uit de camera.
- Bij lage temperaturen kan de capaciteit van de accu door vertraging van de chemische reactie merkbaar afnemen. Houd tijdens opnamen bij koud weer een tweede accu gereed op een warme plek (bijvoorbeeld in uw broekzak).
- Stel de accu niet bloot aan stoten of slagen, klem de accu niet in en laat de accu niet vallen.
2.5. Voorzorgsmaatregelen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen om schade aan uw camera te voorkomen en een storingsvrije werking te waarborgen:
- Droog bewaren
Deze camera is niet waterdicht en werkt niet goed bij onderdompelen in water of wanneer er vloeistoffen in de camera terechtkomen. - Houd de camera uit de buurt van vocht, zout en stof.
Als u de camera heeft gebruikt op het strand of bij zee, veegt u zout of stof weg met een iets vochtig, zacht doekje. Droog de camera daarna zorgvuldig af. - Hou de camera uit de buurt van sterke magnetische
velden. Houd de camera uit de buurt van appara- tuur die sterke elektromagnetische velden opwekt, zo- als elektromotoren. Sterke elektromagnetische velden kunnen storingen in de werking van de camera veroor- zaken of de opslag van gegevens verstoren.
• Voorkom overmatige hitte.
Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht of hoge temperaturen. Daardoor kunnen accu's gaan lekken of kan de behuizing van de camera vervormen. - Vermijd grote temperatuurschommelingen
Als u het apparaat snel van een koude naar een war-
me omgeving brengt, of omgekeerd, kan zich in of op het apparaat condenswater vormen. Dit kan de werking van het apparaat beïnvloeden en schade veroorzaken. Wacht met inschakelen totdat de camera zich heeft aangepast aan de omgevingstemperatuur. Het gebruik van een opbergtas of plastic tas biedt een zekere mate van bescherming tegen temperatuurverschillen.
- Laat de camera niet vallen.
Harde schokken of vibraties als gevolg van een val kunnen storingen veroorzaken. Leg bij het dragen van de camera de draagriem om uw pols.
- Verwijder de accu niet tijdens het verwerken van gegevens.
Als de stroom uitvalt tijdens het bewerken van beeldgegevens op de geheugenkaart kan dat leiden tot verlies van gegevens of kan de interne schakeling of het geheugen beschadigd raken.
- Ga voorzichtig om met het objectief en alle bewegen-de onderdelen. Raak het objectief en de objectiefbuis niet aan. Ga voorzichtig om met de geheugenkaart en de accu. Deze onderdelen zijn niet bestand tegen zwa-re belastingen.
- Accu's
Bij lage temperaturen kan de capaciteit van de accu sterk afnemen. Houd een warme reserveaccu bij de hand als u bij lage temperaturen wilt fotograferen.
Als de contacten van de accu zijn verontreinigd, kunt
u deze reinigen met een droog, schoon doekje of met een vlakgom.
- Geheugenkaarten
Schakel de camera uit voordat u de geheugenkaart plaatst of verwijdert. Anders kan de werking van de geheugenkaart onbetrouwbaar worden. Geheugenkaarten kunnen tijdens gebruik warm worden. Neem de geheugenkaart altijd voorzichtig uit de camera.

OPMERKING!
Geheugenkaarten zijn verbruiksartikelen en moeten na langer gebruik worden vervangen.
Na een langere gebruiksduur kan de opname fouten bevatten. Controleer daarom regelmatig of de opnamen nog goed worden opgeslagen en vervang de kaart indien nodig.
2.6. Repareer het apparaat nooit zelf

WAARSCHUWING!
Gevaar voor een elektrische schok!
Er bestaat gevaar voor een elektrische schok door spanningvoerende onderdelen.
Wanneer u schade of technische problemen vaststelt, laat de reparatie van het apparaat dan uitsluitend uitvoeren door gekwalificeerd personeel.
Indien een reparatie is vereist, neemt dan uit-sluitend contact op met onze geautoriseerde servicepartners.
3. Overzicht van het apparaat
3.1. Voorkant

1) Flitser
2) Indicatielampje voor zelfontspanner/lampje knippert: Zelfontspanner ingeschakeld
3) Objectief met objectiefbuis
4) Microfoon
3.2. Achterkant

5) Lcd-scherm
6) Aan/uit-led
7) Kanteltoets voor zoomen: / *selectie vergroten of verklei-
nen
8) Toets Ⓜ: menutoets: het menu openen
9) Toets 📄: video-opname starten
10) OK – toets / navigatietoetsen
11) Toets ☐: weergavemodus openen
12) Toets ⓕ: functiemenu/prullenbak
3.3. Bovenkant

13) ON/OFF: camera in- of uitschakelen
14) Sluiterknop
half indrukken: scherpstelbereik bepalen
helemaal indrukken: opname maken
3.4. Onderkant

15) Statiefbevestiging
16) Luidspreker
17) Klepje voor het vak van de accu/SDHC-geheugenkaart
3.5. Linkerkant

18) MiniUSB-aansluiting
19) Oog voor de draaglus
3.5.1. Navigatietoetsen

| In de opnamemodus: | scherpte instellen | |
| In de weergavemo-dus: | vorige opname weergeven | |
| Afspelen van video's: | snel terugspoelen | |
| In het menu: | submenu sluiten of instelling kiezen | |
| AE/AF LOCK/▲ | In de opnamemodus: | autofocusvergrendeling aan/uit (langer indrukken) |
| In de weergavemo-dus voor video: | weergave/opname onderbreken/hervatten | |
| In de weergavemo-dus voor foto's: | foto in stappen van 90° draaien | |
| In het menu: in de menu's/submenu's omhoog | ||
| OK | In de weergavemodus: | weergave starten |
| In het menu: selectie bevestigen | ||
| In de opnamemodus: meervoudige opname instellen | ||
| In de weergavemodus: | volgende opname weergeven | |
| Afspelen van video's: snel doorspoelen | ||
| In het menu: submenu openen of instelling kiezen | ||
| #/▼ | In de opnamemodus: flits instellen | |
| In de weergavemodus voor video: | weergave onderbreken | |
| In het menu: in de menu's/submenu's omlaag | ||
4. Ingebruikname
4.1. Inhoud van de verpakking
Controleer of alles in de verpakking aanwezig is en stel ons binnen 14 dagen na aanschaf op de hoogte van eventueel ontbrekende onderde- len.
De levering van het door u aangeschafte product omvat:
- Camera
• 1x Li-ionaccu (Model: NP-45)
• 4 GB SDHC-geheugenkaart
• USB-netadapter (Model: KSAS0050500100VEU) - USB-kabel
- Draaglus
• Draagtasje (artikelnr. VG0692174470091) - Cd-rom met software
- Documentatie

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Door het inademen of inslikken van folie of kleine onderdelen bestaat gevaar voor verstikking.
Houd verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen.
4.2. Accu's plaatsen
Als u de camera wilt gebruiken, heeft u de meegeleverde Li-ionaccu nodig.
▶ Schakel eventueel de camera uit.
▶ Schuif het accuvakje in de richting van de pijl open en doe het klep-je omhoog.

Plaats de accu zoals aangegeven in het accuvakje.

▶ Sluit het accuvakje weer.

U kunt de accu opladen met de meegeleverde USB-netadapter of via de USB-aansluiting van uw pc of een ander apparaat met een USB-aansluiting.
▶ Sluit de USB-kabel aan op de camera
Sluit het andere uiteinde aan op de USB-voedingsadapter en steek deze in het stopcontact.
U kunt de camera met de meegeleverde USB-kabel ook aansluiten op de USB-aansluiting van uw pc of een ander apparaat met een USB-aansluiting.

Tijdens het opladen knippert de aan/uit-led van de camera. Na volledige oplading gaat de aan/uit-led uit. Wanneer de aan/uit-led snel knippert, moet u de accu en de verbindingen controleren en de camera opnieuw aansluiten.
Wanneer de aan/uit-led dan nog steeds snel blijft knipperen, kunt u contact opnemen met onze Service Hotline.

OPMERKING!
Bij aanschaf is de accu niet opgeladen. U moet de accu opla- den voordat u de camera kunt gebruiken.
4.4. Draaglus bevestigen
Bevestig de draaglus aan de camera voor een betere bediening en om veiligheidsredenen. Steek de draaglus door het oog zoals weergegeven op de afbeelding.

- Trek het andere eind van de draaglus door de lus van het koordje en trek de draaglus vast.

OPMERKING!
Gevaar voor beschadiging!
Onjuist gebruik of bevestiging van de draaglus kan schade aan het apparaat veroorzaken.
Let er bij het dragen van de camera aan de draaglus op dat de camera nergens tegenaan stoot.
Leg de camera bij het bevestigen van de draag- lus op een stevige ondergrond zodat de camera niet kan vallen en daardoor beschadigd raakt.
4.5. SD-geheugenkaarten plaatsen en verwijderen
Wanneer er geen kaart is geplaatst, worden de opnamen opgeslagen in het interne geheugen. Houd er rekening mee dat het interne geheugen beperkt is.
Gebruik daarom een SD-geheugenkaart om de opslagcapaciteit te vergroten. Als er een kaart is geplaatst, worden de opnamen op de geheugenkaart opgeslagen.
4.5.1. Kaart plaatsen
▶ Schuif het accuvakje in de richting van de pijl open en doe het klep-je omhoog.

▶ Steek de kaart zoals afgebeeld in het kaartvak.

Sluit het accuvakje weer en sluit de vergrendeling.

U kunt de kaart verwijderen door deze iets in te drukken om de kaart te ontgrendelen. De kaart schuift er dan een stukje uit en kan worden uitgenomen.

OPMERKING!
Geheugenkaarten zijn verbruiksartikelen en moeten na langer gebruik worden vervangen.
Na een langere gebruiksduur kan de opname fouten bevatten. Controleer daarom regelmatig of de opnamen nog goed worden opgeslagen en vervang de kaart indien nodig.
5. De eerste stappen
5.1. Camera inschakelen
Druk op de toets ON/OFF om de camera in te schakelen.
Het objectief schuift uit, de statusindicator brandt groen en de display gaat aan. De camera staat nu in de opnamemodus.

OPMERKING!
Als de camera niet wordt ingeschakeld, moet u controleren of de accu goed is geplaatst en is opgeladen.
5.2. Camera uitschakelen
Druk op de toets ON/OFF om de camera uit te schakelen.
5.3. Taal en datum/tijd instellen
Wanneer u de camera voor de eerste keer inschakelt, wordt gevraagd om de taal en tijd in te stellen.
5.3.1.Taalinstellen
Kies met de navigatietoetsen de gewenste taal.
▶ Bevestig de keuze door op de toets OK te drukken.
Na de taalkeuze gaat de camera automatisch naar het menu voor het instellen van de datum en tijd.
5.3.2. Datum en tijd instellen
▶ Stel met de toetsen ▲ en ▼ de juiste waarde voor de datum of tijd in.
▶ Met de toetsen ◀ en ▶ gaat u naar de volgende optie.
▶ Bevestig de instellingen met de toets OK.
Naast datum en tijd kunt u ook de notatie van de datum instellen. U kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden:
• JJ-MM-DD (jaar/maand/dag);
• MM-DD-JJ (maand/dag/jaar);
• DD-MM-JJ (dag/maand/jaar)

OPMERKING!
Houd de toetsen ingedrukt om de cijfers snel te doorlopen.
De camera geeft de datum en de tijd alleen weer in de weergavemodus. Deze gegevens worden niet afgedrukt.
De tijdinstelling blijft opgeslagen via de interne batterij. De instelling gaat echter verloren als de accu meer dan 48 uur uit de camera wordt verwijderd.
Wanneer de camera 60 seconden niet wordt gebruikt, schakelt deze zichzelf uit. U kunt de automatische uitschakeltijd ook instellen op 3 of 5 minuten.
De energiebesparing is niet actief:
- tijdens het opnemen van audio- en videoclips;
- tijdens het weergeven van foto's, videoclips of audio-opnamen;
- wanneer de camera via de USB-aansluiting met een ander apparaat is verbonden.
5.4. Opname- en weergavemodus
Na het inschakelen wordt de opnamemodus ingeschakeld: u kunt direct foto's maken. Bovendien kunt u audio- en videoclips opnemen.
In de weergavemodus kunt u foto's, audio- en videoclips weergeven, bewerken en verwijderen.
Druk op toets om naar de weergavemodus te gaan. Het weergavesymbool wordt linksboven op het display weergegeven. De als laatste genomen foto wordt weergegeven.
U kunt teruggaan naar de opnamemodus door opnieuw op de toets te drukken of de sluiterknop in te drukken.
6. Schermaanduidingen
6.1. Schermaanduidingen voor de opname
In de opnamemodus zijn de volgende schermaanduidingen mogelijk:

1) U kunt verschillende soorten opnamen instellen; de huidige opnamemodus wordt hier weergegeven
2) Flitsinstelling
3) Zelfontspanner
4) Zoominstelling
5) Nog beschikbare opnamen/opnametijd (bij de huidige resolutie)
6) Accustatus
7) Opslaglocatie (intern geheugen of kaart)
8) Windruisonderdrukking ingeschakeld
9) Videoformaat
10) Datumstempel
11) Waarschuwing: kans op bewegingsonscherpte!
12) Beeldstabilisatie ingeschakeld
13) Histogram
14) ISO-instelling
15) Sluitertijd
16) Diafragma-instelling
17) Scherpstelbereik
18) AE/AF-vergrendeling ingeschakeld
19) Belichtingsinstelling
20) Macro-instelling
21) Witbalans
22) Gezichtsherkenning
23) AF volgen ingeschakeld
24) Belichtingsmeting
25) Kwaliteit
26) Beeldformaat
27) AF-lamp
28) Belichtingsreeks
29) Stijlvol
6.2. Schermaanduidingen voor het weergeven van foto's
In de weergavemodus zijn de volgende schermaanduidingen mogelijk:

1) Weergave van de modus (opnemen of afspelen)
2) De opname is beveiligd
3) Geluidsopname
4) Toetsbezetting
5) Huidige opname/totaal aantal opnamen
6) Accustatus
7) Opslaglocatie (intern geheugen of kaart)
8) Opnamegegevens
9) DPOF ingeschakeld
10) Resolutie van de momenteel weergegeven foto
6.3. Schermaanduidingen voor de videoweergave
In de weergavemodus voor videoclips zijn de volgende schermaanduidingen mogelijk:


1) Weergave van de modus (opnemen of afspelen)
2) De opname is beveiligd
3) Video-opname
4) Opnamebesturing
5) Huidige opname/totaal aantal opnamen
6) Accustatus
7) Opslaglocatie (intern geheugen of kaart)
8) Opnamegegevens
9) Resolutie
10) Volume-instelling
11) Lengte video
12) Speelduur
13) Toont de weergavestatus (afspelen/pauze/stop)
7. Eerste opnamen maken
7.1. Opnamemodus instellen
Als de camera wordt ingeschakeld, wordt automatisch de opnamemodus actief. In de basisinstelling wordt linksboven op de display Auto
weergegeven 📄, voor de opnamemodus Automatisch.
Druk op de toets 📋 als niet de opnamemodus maar de weergavemodus actief is.
7.2. Tips voor goede foto's
- Beweeg de camera langzaam zodat de foto's niet onscherp worden. Bij het indrukken van de ontspanknop mag de camera niet bewegen. Beweeg de camera niet meteen na het indrukken van de ontspanknop.
- Bekijk het onderwerp op het display voordat u de ontspanknop indrukt.
- Beoordeel de hoek wanneer het onderwerp van achteren belicht wordt. Verander zo nodig van positie om de hinder door tegenlicht te beperken.
- Voor goede video-opnamen, moet u de camera niet te snel bewegen. Als u te snel beweegt, wordt de opname onscherp en vaag.
7.3. Foto's maken
Als u het te fotograferen onderwerp op het display kunt zien, drukt u de sluiterknop eerst een klein stukje in.
Als de autofocus niet kan focussen, worden de gele beelduitsnede rood weergegeven en knippert de statusindicatie.
Getoond worden de waarden voor de sluitersnelheid, het diafragma en de ISO-waarde, voor zover er een ISO-waarde is ingesteld.
▶ Vervolgens drukt u de ontspanknop helemaal in om de opname te maken. Een geluid geeft aan dat er een foto gemaakt is.
De foto's worden opgeslagen in jpeg-formaat.

OPMERKING!
Als bij de opname kans bestaat op bewegingscherpte, wordt bovendien het symbool getoond. In dat geval moet u de camera stilhouden of een statief gebruiken.
Via het functiemenu kunt u verschillende instellingen voor de opname uitvoeren, zie Pagina 42.

OPMERKING!
Om close-ups te maken kiest u met de toets ♦e scherpte-in-stelling Macro.
7.3.1. Beeldstabilisatie gebruiken
Met de beeldstabilisatie kunt u betere foto's maken bij weinig licht. Er is dan minder kans op bewogen foto's.
Kies in het cameramenu de optie "STABILISATOR" om deze functie in of uit te schakelen.
7.3.2. Gebruik van de fl itser
Als er onvoldoende licht is voor een goede foto, kan de ingebouwde flitser voor extra licht zorgen.
Door herhaald indrukken van de "flitstoets" kiest u volgende flitsinstellingen:
![]() | AUTO: de flitser wordt automatisch ingeschakeld, als de opnameomstandigheden extra belichting vereisen. |
![]() | Met voorflits vóór de eigenlijke flits om rode ogen te voorkomen. De camera herkent de helderheid van de objecten en flitst alleen als dat nodig is. |
![]() | Flitser altijd aan |
![]() | "Slow Sync": de flitser wordt gesynchroniseerd met een langere sluitertijd. |
![]() | Flitser altijd uit |
De flitser werkt alleen bij enkele opnamen en in de zelfontspannermodus. De flitser kan niet worden gebruikt bij serieopnamen en bij video-opnamen.
Het gebruik van de flitser vraagt extra energie van de accu. Als de accu bijna leeg is, heeft de flitser meer tijd nodig om op te laden.

VOORZICHTIG!
Flits mensen en dieren niet van dichtbij. Houd ten minste 1 meter afstand.
7.3.3. Zoom – vergroten of verkleinen
De camera is voorzien van een optische en een digitale zoom. De optische zoom wordt ingesteld door de instelling van de lens, de digitale zoom wordt ingeschakeld via het menu Instellingen.
Druk de zoomtoets in de richting / Er verschijnt een balk die de zoominstelling vangeeft.
■: De foto wordt uitgezoomd ("groothoek"); het beeld bestrijkt een groter gebied
: De foto wordt ingezoomd ("telelens"); het beeld bestrijkt een kleiner gebied.
| w□□T | Als de marking in het linkerdeel van de balk staat, wordt de optische zoom gebruikt. |
| w□□T | Wanneer u opnieuw op⊕drukt, wordt de digitale zoom automatisch ingeschakeld. U kunt in acht stappen verder inzoomen.Daarvoor moet in het Instellingsmenu wel de digitale zoom ingeschakeld zijn! |
Voor video-opnamen is de digitale zoom niet beschikbaar.

OPMERKING!
Bij digitale zoom wordt het vergrote beeldsegment door interpolatie vergroot; daardoor kan de beeldkwaliteit iets minder worden.
7.3.4. Scherpstelmodus kiezen
Met deze functie kunt u de wijze van scherpstellen voor een te maken foto of video kiezen.
Druk een aantal keren op de macrotoet tot het symbool van de gewenste scherpstelmodus wordt weergegeven.
▶ Bevestig uw keuze met de toets OK.
De camera heeft vijf scherpstelmodi:
AF - Autofocus
In deze instelling wordt de camera automatisch scherp gesteld op objecten.
- Macro
Deze modus is speciaal geschikt voor macro-opnamen. In deze modus kunt u door een vaste scherpstelafstand details vastleggen en het onderwerp ook op korte afstand scherpstellen. Scherpstelbereik ca.: ca. 5 cm tot 50 cm.
- Supermacro
Deze modus is speciaal geschikt voor macro-opnamen. In deze modus kunt u door een vaste scherpstelafstand details vastleggen en het onderwerp ook op korte afstand scherpstellen. Scherpstelbereik ca.: ca. 3 cm tot 30 cm. Wanneer de Super Makro-modus is ingeschakeld, kan niet worden gezoomd.
A - Oneindig
In de instelling Oneindig is de camera scherpgesteld op zeer ver verwijderde objecten.
MF - Manualfokus
Wanneer de handmatige scherpstelling wordt ingeschakeld, verschijnt in het midden van uw cameradisplay een kader waarbinnen u vervolgens met behulp van de navigatietoetsen ▲ of ▼ de opname kunt scherpstellen. Als u de juiste instelling heeft gevonden, bevestigt u met de toets OK.
7.3.5. Meervoudige opname instellen
Met deze functie kunt u meerdere foto's maken voor de fotomodus.
Druk enkele keren op de toets tot het symbool van de gewenste meervoudige opname wordt weergegeven.
▶ Bevestig uw keuze met de toets OK.
![]() | Enkele opname: Geen meervoudige opname ingesteld. |
![]() | SERIEOPNAME: Bij deze instelling maakt de camera een reeks foto's zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. |
![]() | SNELLE SERIE: Bij deze instelling maakt de camera een reeks van 30 foto's. |
![]() | GIF: Gebruik deze functie om een vooraf vastgelegd aan-tal beelden in een gedefinieerd tijdsbestek op te nemen. Deze beelden worden samengevoegd tot een bewegend GIF-bestand en niet apart opgeslagen. De instellingen voert u uit nadat u in deze modus op de toets OK heeft gedrukt. |
7.3.6. AE/AF - Autofocusvergrendeling
De autofocusvergrendeling houdt de huidige scherpstelling vast.
Druk op de toets AE/AF LOCK om de autofocusvergrendeling in te schakelen.
Als de autofocusvergrendeling is ingeschakeld, wordt een slot-symbol naast de AF-indicator weergegeven.
De autofocusvergrendeling wordt uitgeschakeld wanneer:
- de zoomregelaar wordt bediend
- nogmaals op de toets AE/AF Lock wordt gedrukt
- op een van de toetsen 📄, 📅, ⓕ of ON/OFF wordt gedrukt.
7.4. Videoclips opnemen

Druk op de toets Ⓞ om de video-opname meteen te starten. De op-nametijd wordt op het display weergegeven.
Met de zoomtoets/kunt u de beelduitsnede wijzigen.
Druk op de toets als u de opname wilt onderbreken.
Druk opnieuw op de toets om de opname te hervatten.
Druk op de toets om de opname te beëindigen.

OPMERKING!
De digitale zoom is niet beschikbaar bij video-opnamen.
Zolang de zoomtoets is ingedrukt, wordt er geen geluid opgenomen.
Tijdens het opnemen van een video is de microfoon ingeschakeld en wordt er ook geluid opgenomen.
De video-opnamen worden samen met het geluid als avi-be-stand opgeslagen.
7.5. Functiemenu gebruiken

Via het functiemenu kunt u voor een opname belangrijke instellingen snel invoeren.
In de linker menubalk worden de beschikbare functies voor het instellen van de camera weergegeven. In de onderste balk worden de mogelijke instellingen van de betreffende functie weergegeven.
Druk op de toets om het menu te openen.
Kies met de richtingstoetsen of ▼ de functie die u wilt wijzigen.
Kies met de toetsen of de gewenste instelling, bijvoorbeeld de resolutie 8M.
Druk op de toets OK om de instelling op te slaan.
7.5.1. Belichtingscorrectie (OEV)
Door een correctie toe te passen op de belichtingswaarde (LW = Lichtwaarde), kunt u foto's aanpassen die zonder instelling te licht of te don- ker zouden zijn.
U kunt de waarde instellen in 12 stappen tussen +2,0 LW en 2,0 LW. Op de display verschijnt een balk die dient om de belichting te regelen.

Gebruik bij weinig licht een positieve waarde en bij veel licht een negatieve waarde.
Gebruik de belichtingscorrectie niet als het onderwerp zich in een zeer heldere of zeer donkere omgeving bevindt of als u de flitser gebruikt. Kies in dat geval de instelling Automatisch.
7.5.2. ISO (lichtgevoeligheid)
Deze instelling verandert de lichtgevoeligheid van de sensor. Een hogere waarde verhoogt de lichtgevoeligheid maar veroorzaakt ook meer ruis. Dit kan de beeldkwaliteit aantasten. Stel daarom de ISO-waarde op basis van de opnameomstandigheden zo laag mogelijk in.

| Instelling Betekenis | |
| AUTOMA-TISCH | Automatische ISO-waarde. |
| ISO 100 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 100. |
| ISO 200 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 200. |
| ISO 400 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 400. |
| ISO 800 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 800. |
| ISO 1600 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 1600. |
| ISO 3200 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 3200 |
| ISO 6400 | Stelt de gevoeligheid in op ISO 6400. |
7.5.3. Meting - lichtmeetmethode
Met deze functie stelt u in waar de lichtmetingen voor de foto- of video-opname zullen plaatsvinden.

| Instelling Betekenis | ||
![]() | MEER-VOUDIG | Kiest een belichting op basis van de meetresultaten op meerdere plaatsen in het opnamebereik. |
![]() | MIDDEN GEAC-CENTU-EERD | Het licht van het gehele opnamebe-reik wordt gemeten, maar de waarden dichtbij het centrale deel tellen zwaarder. |
![]() | PUNT | Kiest een belichting op basis van van een enkel meetresultaat, midden op het beeld. |
7.5.4. Autofocusgebied
Hier kunt u het autofocusbereik (AF) kiezen.

| Instelling Betekenis | ||
![]() | GE-ZICHTS-HERK. | De camera herkent automatisch gezichten. |
![]() | BREED | Er wordt een breed bereik scherp ingesteld. |
![]() | MIDDEN | Het centrale deel wordt scherp ingesteld. |
![]() | AF VOL-GEN | De camera wordt scherpgesteld op een bewegend onderwerp, de scherp-stelling volgt het onderwerp. |
7.5.5. AE/AF autofocusvergrendeling
Met deze functie kunnen de belichting, de scherpstelling of beide worden geblokkeerd door de toets AE/AF LOCK in te drukken. De toets AE/AF LOCK kan op een van de volgende functies worden ingesteld:

| Instelling Betekenis | ||
![]() | AE-L | Belichting blokkeren/deblokkeren. |
![]() | AF-L | Scherpstelling blokkeren/deblokkeren. |
![]() | AE-L/AF-L | Belichting en scherpstelling blokkeren/deblokkeren. |
Hier kunt u de zelfontspanner instellen of de volgorde van de beelden kiezen.

UIT – de serieopname wordt beëindigd.
10 SEC. – de foto wordt 10 seconden na het indrukken van de slui- terknop genomen.
2 SEC. – de foto wordt 2 seconden na het indrukken van de ontspan-knop genomen.
DOPPEL – er worden 2 foto's gemaakt. De eerste 10 seconden, de tweede 12 seconden na het indrukken van de ontspanknop.
7.5.7. Videoformaat (resolutie - video's)
De instelling Videoformaat is alleen beschikbaar voor het maken van videoclips.
| Instelling | Formaat in pixel | Beeldkwaliteit |
| HD 30FPS | 1280 x 720 | HDTV (alleen mogelijk met SDHC-kaarten vanaf klasse 6) |
| VGA 30FPS | 640 x 480 | InternetkwaliteitKwaliteit voor de weergave op websites |
In de instelling VGA wordt de opname van de videoclips geoptimaliseerd voor weergave op internetplatforms.
Omdat de bestandsgrootte op internetplatforms beperkt is, schakelt de camera automatisch uit als het bestand 100 MB groot is geworden.
7.6. Opnamemenu gebruiken
U kunt de instellingen voor de opnamen ook kiezen via het opnameme- nu.
8. Opnamen bekijken/beluisteren
8.1. Opnamen afzonderlijk weergeven
U kunt de als laatste gemaakte opnamen in de weergavemodus na el-kaar afspelen.
Druk op de toets om de weergavemodus in te schakelen.
Op het scherm wordt de als laatste gemaakte opname weergegeven. Afhankelijk van het type zijn de volgende weergaven mogelijk:


Foto Video
Druk op de toetsen of om de voorgaande of volgende opname te bekijken.
8.2. Opnamen als miniaturen weergeven
Druk in de weergavemodus de zoomtoets in de richting ■■ om ne-gen kleine voorbeelden weer te geven.

Wanneer u de zoomtoets opnieuw in de richting duwt, worden er 36 kleine voorbeelden weergegeven.
▶ Met de navigatietoetsen of ▼, ◀ of ▶ kunt u het gewenste bestand kiezen.
Druk op de toets OK om de opname als volledig beeld weer te geven.
Druk de zoomtoets naar ⚙ om terug te gaan naar het volledige beeld.
Sommige miniatuurbeelden bevatten pictogrammen die het bestands-type aangeven.
| Pictogram Bestandstype Betekenis | ||
| Beschadigd be-stand | Geeft een beschadigd bestand aan. | |
8.2.1. Kalendermodus
Druk in de weergavemodus de zoomtoets tweemaal naar ■■ om de kalendermodus in te schakelen.
Het eerste bestand (foto, video of audio) dat op de betreffende datum is opgenomen, wordt op het beeldscherm weergegeven.

▶ Met de navigatietoetsen ▲ of ▼, ◀ of ▶ kunt u het gewenste bestand kiezen.
Druk op de toets OK om de opname als volledig beeld weer te geven.
Druk de zoomtoets tweemaal naar om de kalendermodus te ver- laten en terug te keren naar het overzicht van de opnamen.
8.2.2. Inzoomen op foto's
Bij foto-opnamen kunt u afzonderlijke uitsneden bekijken.

Door bij schermvullende weergave enkele keren de toets naar te drukken kunt u het beeldsegment tot 12-maal vergroten.
De 4 pijlen aan de rand geven aan dat de uitsnede is vergroot.
▶ Met de navigatietoetsen ▶ ◀ of ▶ kunt u de uitsnede binnen het beeld verschuiven.
Druk op de toets M om terug te keren naar de schermvullende weergave.
8.3. Videoclips / spraaknotities weergeven

Kies de gewenste opname.
Druk op de toets OK om het afspelen te starten.
Druk bij het afspelen van videoclips op de toets of om snel voor- of achteruit te spoelen.
Druk de zoomtoets naar om het volume te verhogen.
Druk de zoomtoets naam om het volume te verlagen.
Als u het afspelen wilt stopzetten, drukt u op de toets.
Druk opnieuw op de toets om het afspelen te hervatten.
Wanneer u het afspelen wilt beëindigen, drukt u op de toet.
8.4. Opnamen wissen

OPMERKING!
Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u alleen de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden wissen.
Als de geheugenkaart tegen schrijfbewerkingen is beveiligd, kunt u de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden niet wissen. (Er verschijnt een mededeling "Kaart beveiligd".)
Een gewist bestand kan niet worden hersteld. Wees daarom voorzichtig bij het wissen van bestanden.
Kies in de weergavemodus een foto met de toetsen of ▶.
Druk op de toets om de menuopties voor de wisfunctie weer te geven.
▶ Op de display wordt de vraag "WISSEN" weergegeven. Kies met de toets ▲ of ▼ de optie "EÉN" om de geselecteerde foto te wissen.
Druk op de toets OK en de vraag te bevestigen.
Om de functie af te breken kiest u de optie "ANNULEREN" en bevestigt u dit weer met OK.
▶ Op de display wordt de volgende opname weergegeven.

OPMERKING!
Beveiligde bestanden kunnen niet worden gewist, in dat geval wordt de mededeling "BESTAND VERGRENDELD" op het display weergegeven.
Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u alleen de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden wissen.
Als de geheugenkaart is beveiligd, kunt u de op de geheugen- kaart opgeslagen bestanden niet wissen.
Een gewist bestand kan niet worden hersteld. Wees daarom voorzichtig bij het wissen van bestanden.
9. Videobewerking
U kunt een opgenomen video achteraf monteren met uw digitale camera.
De camera biedt u hiervoor een ingebouwde montagefunctie. Deze kunt u als volgt gebruiken:
Kies in de weergavemodus de video die u wilt bewerken.
▶ Start de video en stop deze op de gewenste montagepositie.
Druk op de toets om het videomontagemenu te openen.
Kies met de toetsen ▶ de optie (Beginpunt).
▶ Met de pijltoetsen ▶ kunt u de montagemarkering achteraf nog iets verplaatsen. De montagemarkering wordt met elke druk op de toets 1/30 seconde verder verplaatst.
Kies met de toetsen ▼ de optie (Eindpunt).
▶ Met de toetsen ▶ kunt u de montagemarkering naar de volgende positie verplaatsen. De montagemarkering wordt met elke druk op de toets 1/30 seconde verder verplaatst.
▶ Met de menuoptie (Preview) kunt u de gemonteerde video eenmaal bekijken.
Kies tot slot de optie (Opslaan), om de video op te slaan.
▶ Met verlaat u het videomontagemenu zonder de wijzigingen op te slaan.
10. De menu's
13.1. Navigeren in de menu's
Druk op de toets om de menu's te openen.
Kies met de navigatietoetsen of ▼ de instelling die u wilt wijzigen.
Druk op de toets OK om het bijbehorende submenu te openen.
Kies met de navigatietoetsen of ▼ de gewenste optie en bevestig de keuze met de toets OK.
Met de toets® gaat u op elk moment terug naar het vorige niveau.

OPMERKING!
Tijdens een video-opname kunt u geen menu's openen.
13.2. Het opnamemenu
| Instelling Betekenis | |
| AUFNAHME-MODUS | Hier kunt u de diverse opnamemodi kiezen. |
| FOTOFOR-MAAT | De functie Bildgröße (Beeldformaat) wordt ge-bruikt om de resolutie voor het maken van een foto in te stellen. Het wijzigen van het beeldfor-maat heeft invloed op het aantal foto's dat op de geheugenkaart kan worden opgeslagen. Hoe ho-ger de resolutie, des te meer opslagcapaciteit er nodig is. |
| 20 M 5152 x 3864 | |
| 8 M 3264 x 2448 | |
| 5 M 2592 x 1944 | |
| 3 M 2048 x 1536 | |
| VGA 640 x 480 | |
| 3:2 5152 x 3435 | |
| 16:9 (14 M) 5152 x 2898 | |
| 16:9 (2 M) 1920 x 1080 | |
| 1:1 2992 x 2992 | |
KWALITEIT![]() | Met Qualität (Kwaliteit) bepaalt u de compressie van de opgenomen gegevens. Hoe hoger de kwaliteit, des te meer opslagruimte er nodig is.Superfijn, hoogste kwaliteit.Fijn, gemiddelde kwaliteit.Normaal, normale kwaliteit. |
| WITBALANS | AWB - AUTO. WEISSABGLEICH - De functie Weißabgleich (Witbalans) wordt automatisch door de camera uitgevoerd. daglicht - Ideaal voor heldere, zonnige omstandigheden. bewolkte hemel - Ideaal voor bewolkte omstandigheden. gloeilamplicht - Ideaal voor binnenopna-met gloeilamp- of halogeenverlichting zon-der flitslicht. NEON_H - Ideaal voor binnenopnamen met blauwachtige verlichtingsomstandigheden. |
| WITBALANS | NEON_L - Ideaal voor binnenopnamen met roodachtige verlichtingsomstandigheden.BENUTZER - Wordt gebruikt als de licht-bron niet kan worden aangegeven. Druk op ▶ zodat de camera automatisch de passende instel-ling voor de witbalans uitvoert op basis van de omgeving. U kunt de camera het beste op een wit blad papier richten en vervolgens de toets ▶ in-drukken. |
| ISO(Lichtgevoelig-heid) | Deze instelling verandert de lichtgevoeligheid van de sensor. Een hogere waarde verhoogt de lichtgevoeligheid maar veroorzaakt ook meer ruis. Dit kan de beeldkwaliteit aantasten. Stel daarom de ISO-waarde op basis van de opnameomstan-digheden zo laag mogelijk in.AUTOMATISCH - Automatische ISO-waarde.ISO 100 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 100.ISO 200 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 200. |
ISO(Lichtgevoelig-heid)![]() | ISO 400 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 400.ISO 800 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 800.ISO 1600 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 1600.ISO 3200 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 3200ISO 6400 - Stelt de gevoeligheid in op ISO 6400.Met deze functie kan de camera, afhankelijk van het omgevingslicht, automatisch een ISO-waarde kiezen tussen ISO 100 en de waarde die is ingesteld voor de maximale gevoeligheid. De beschikbare opties zijn 200 (standaard), 400, 800. |
![]() ![]() ![]() ![]() | Hier wordt de meetmethode voor de berekening van de belichting ingesteld:Kiest een belichting op basis van de meetresultaten van meerdere plaatsen in het beeldveld.Het licht wordt gemeten over het gehele beeldveld, maar de waarden rond het midden tellen zwaarder.Kiest een belichting op basis van een enkel meeresultaat in het midden van het beeldveld. |
| BELICH-TING-BRAC-KET. | Met deze functie kan een serie foto's worden gemaakt met verschillende belichtingscorrecties. Bij een belichtingsreeks wordt een serie van 3 opna-men gemaakt in de volgorde: standaardbelichting, onderbelichting en overbelichting.De beschikbare instellingen zijn: uit, ±0,3, ±0,7 en ±1,0. |
AF-GEBIED![]() ![]() ![]() ![]() | Hier kunt u het autofocusbereik (AF) kiezen.- de camera herkent automatisch gezichten.- er wordt een breed bereik scherpgesteld.- het centrale deel wordt scherpgesteld.- de camera wordt scherpgesteld op het onder-werp en de scherpstelling wordt vastgehouden |
| AE-L/AF-L | Met deze functie kunnen de belichting, de scherpstelling of beide worden geblokkeerd door de toets AE/AF LOCK in te drukken. De toets AE/ AF LOCK kan op een van de volgende functies worden ingesteld:AE-L - Belichting ver-/ontgrendelen.AF-L - Scherpstelling ver-/ontgrendelen.AE-L & AF-L - Belichting en scherpstelling ver-/ontgrendelen. |
| DIGITAL ZOOM | Met deze functie regelt u de digitale zoommodus van uw camera.Uw camera vergroot een afbeelding eerst met ge-bruikmaking van de optische zoom. Als de zoom verder gaat dan 12x gebruikt de camera de digi-tale zoom. |
| DATUMS-STEMPEL | Hier kunt u de datum en tijd op de foto's laten weergeven. |
| AUTO WEER-GAVE | Na de opname wordt de gemaakte foto geduren-de een paar seconden weergegeven. Deze functie kunt u in- of uitschakelen. |
| KNIPPERDE-TECTIE | Als de camera gesloten ogen herkent wordt de optie "SELECTEREN" of "ANNULEREN" op het scherm weergegeven.Kies Speichern om op te slaan of Abbrechen om de optie te annuleren.OPMERKING! De knipperdetectie wordt in het opna-memenu alleen weergegeven wanneer de gezichtsherkenning is geactiveerd. |
| RASTERLIJN | Stel hier de lijnen voor de beeldindeling in opAan of uit om de beelden gemakkelijker in te delen |
| STABILISA-TOR | De beeldstabilisatie helpt om bewegingson-scherpte te voorkomen.Hier kunt u de beeldstabilisatie in- of uitschake-len. |
13.3. Opnamemodus
Voor bepaalde opnamesituaties of motieven kunt u vooraf ingestelde opnamemodi gebruiken. Er hoeft dan niet handmatig te worden ingesteld.
Nadat u uw selectie gemaakt heeft, wordt de geselecteerde modus (met uitzondering van de spraakopnamemodus) bij "Mein Modus" in het functiemenu op de eerste plaats toegevoegd.
De volgende opnamemodi zijn beschikbaar:
| Symbool | Instelling Betekenis | |
![]() | AANGEPASTE SCÈNE | De camera analyseert de opnamesituatie en schakelt automatisch naar de passende scènemodus. |
![]() | PROGRAM-MA | De camera stelt automatisch de juiste opname-instellingen in, bijvoorbeeld belichtingstijd en diafragmawaarde |
| Bij de volgende bijzondere soorten opnamen zijn bepaalde instellingen (bijvoorbeeld flitser, macro) niet te wijzigen omdat ze vooraf ingesteld zijn voor dat type opname. | ||
![]() | PORTRET | Maakt de achtergrond onscherper en stelt scherp op het midden van de foto. |
![]() ![]() | LANDSCHAPZONSON-DERGANG | Geschikt voor ruime landschapsfoto's.Versterkt de rode tint bij foto's van zonsondergangen. |
![]() | TEGENLICHT | Past de instelling "Messung" aan het te-genlicht aan. |
![]() | KINDEREN | Geschikt voor het fotograferen van mensen in beweging. |
![]() | NACHTSCÈNE | Optimaliseert de instellingen voor de opname van nachtscènes |
![]() | VUURWERK | Verlaagt de sluitersnelheid om opna-men van vuurwerk te maken. |
![]() | SNEEUW | Geschikt voor strand- en sneeuwfoto's. |
![]() | SPORT | Geschikt voor foto's bij snelle bewe-gingen. |
![]() | FEESTJE | Geschikt voor binnenopnamen en par-ty's. |
| [KBWD] | KAARS | Maakt opnamen met warm licht. |
![]() | NACHTPOR-TRET | Geschikt voor portretopnamen met donkere achtergrond. |
![]() | WEICHER HAUTTON | Maakt foto's met zachte overgangen en kleuren. |
![]() | STROMEND WATER | Zorgt voor een zacht effect bij snelle bewegingen. |
![]() | VOEDSEL | Verhoogt de kleurverzadiging. |
![]() | LIEFDESPOR-TRET | Deze functie gebruikt de gezichtsherkenning voor het automatisch vastleggen van gezichten om zo zonder hulp van derden portretfoto's te maken.Als er meer dan twee gezichten worden herkend, wordt automatisch de autofocus ingeschakeld. De camera begint met aftellen en maakt na 2 seconden een foto. |
![]() | ZELFPOR-TRET | Deze functie zet de zoom op groothoek. Als een gezicht wordt herkend, wordt automatisch de AF ingeschakeld en klinkt er een waarschuwingssignaal. De camera begint met aftellen en maakt na 2 seconden een opname. |
![]() | D-LIGHTING | Deze functie verhoogt de dynamiek van een foto door hogere helderheids- en contrastwaarden. |
![]() | TIJDVERTRA-GING | Hiermee wordt gedurende een vooraf ingestelde tijd een reeks opnamen ge- maakt. |
![]() | PANORAMA | Met deze functie kunt u een panorama- foto maken door uw camera horizon- taal of verticaal te bewegen. |
| ART | KUNSTEF-FECT | Bij deze functie worden verschillende creatieve effecten op de opnamen toe- gepast. |
11. Verschillende opnamemodi gebruiken
11.1. Gebruik van de kunsteff ectmodus
Druk nu op de toets MENÜ en kies in het foto-opnamemenu de optie KUNSTEFFEKT.
Daarna verschijnt in het MENU onder optie Aufnahmemodus bo- vendien de optie KUNSTEFFEKT.
De volgende instellingen zijn mogelijk:
| Symbool Instelling Betekenis | ||
![]() | STIJLVOL | De functie wordt gebruikt voor het opnemen van foto's met oververza-digde kleuren, ongelijkmatige belich-ting of onscherpte. |
![]() | SOFTFOCUS | Hiermee wordt een lichtsluier rond het gefotografeerde object gegene-reerd om een soft-focuseffect te re-aliseren. |
![]() | LICHTKLEU-RING | Vermindert het contrast om een rus-tige en ontspannen sfeer te creëren. |
![]() | LEVENDIG | De camera zal de foto maken met meer contrast en verzadiging zodat krachtige kleuren worden geaccen-tueerd. |
| Symbool | Instelling Betekenis | |
![]() | MINIA-TUUREFFECT | Delen van de foto worden onscherp gemaakt zodat het geheel er uit komt te zien als een opname van een miniatuurmodel. Het wordt aange-raden om de opname te maken van-af een hoog standpunt om het minia-tuureffect te simuleren. |
![]() | FISCHAU-GE-EFFEKT | Deze functie maakt een halfbolvor-mige foto. |
![]() | ASTRAAL | De foto wordt voorzien van een ster-vormige lichtreflecties. |
![]() | POSTER | Bij deze functie worden foto's opge-nomen met het effect van een oude poster of afbeelding. |
![]() | IMPRESSIONISTISCHE KUNST | Met deze functie worden foto's met een dramatisch contrast gemaakt. |
![]() | S/W | Foto's worden in zwart/wit opgeno-men. |
![]() | SEPIA | Foto's worden in sepiatinten opge-nomen. |
![]() | FARBTON (ROT) | Houdt de kleur rood vast en veran-dert de rest van de scène in zwart-wit. |
![]() | KLEURTINT (ORANJE) | Houdt de kleur oranje vast en veran-dert de rest van de scène in zwart-wit. |
![]() | KLEURTINT(GEEL) | Houdt de kleur geel vast en verandert de rest van de scène in zwart-wit. |
![]() | KLEURTINT(GROEN) | Houdt de kleur groen vast en verandert de rest van de scène in zwart-wit. |
![]() | KLEURTINT(BLAUW) | Houdt de kleur blauw vast en verandert de rest van de scène in zwart-wit. |
![]() | KLEURTOON(LILA) | Houdt de kleur lila vast en verandert de rest van de scène in zwart-wit. |
11.2. Gebruik van de kindermodus
Kinderen zijn bijzonder moeilijk te fotograferen, omdat zij vrijwel altijd in beweging zijn en daardoor een echte uitdaging vormen. Gebruik bij foto's van kinderen de kindermodus.
Bij deze modus wordt een kortere sluitertijd gebruikt en altijd scherp gesteld op het bewegende onderwerp.
▶ Kies in de opnamemodus de optie 🔊.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.
Stel de camera scherp op het onderwerp en druk de sluiterknop in.

11.3. De sportmodus gebruiken
Sportieve bewegingen zijn vaak alleen met een lange sluitertijd op een foto vast te leggen. Hierbij komt de sportmodus uitstekend van pas. In deze modus maakt de camera een foto met een extreem lange sluitertijd.
Kies in de opnamemodus de optie.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.
Stel de camera scherp op het onderwerp en druk de sluiterknop in.
11.4. De partymodus gebruiken
Als u foto's van groepen wilt maken, is de partymodus daarvoor heel geschikt.
Kies in de opnamemodus de optie.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.
Stel de camera scherp op het onderwerp en druk de sluiterknop in.
▶ Veel plezier tijdens uw party.
11.5. De modus Zachte huidtint gebruiken
Als u deze modus gebruikt, herkent de camera huidskleurgebieden in een onderwerp, bijvoorbeeld het gezicht, en bewerkt de foto zo dat de huid zachter wordt weergegeven.
Kies in de opnamemodus de optie.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.
Stel de camera scherp op het onderwerp en druk de sluiterknop in.
11.5.1. Gebruik van de functie time-lapse
Met deze functie kunt u meerdere opnamen maken gedurende een vooraf ingestelde periode. Deze opna- men worden vervolgens samengevoegd tot een video. Zo schakelt u de functie time-lapse in:
Kies in de opnamemodus de functie Ⓤ.
▶ Open het optiemenu met de toets ▶.
Kies met de toetsen
of ▼ een interval tussen
de twee opnamen.
U kunt kiezen tussen de
volgende instellingen:
30 seconden; 1 minuut;
5 minuten; 10 minuten;
30 minuten en 60 mi-
nuten.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.
Stel de camera scherp op het gewenste onderwerp.
Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te starten. De camera maakt nu aparte opnamen in het ingestelde interval.


Druk opnieuw op de sluiterknop om de opname te stoppen. De camera voegt de opnamen vervolgens samen tot een video die in via het weergavemenu kunt openen.

OPMERKING!
De video wordt opgenomen met een beeldfrequentie van 10 beelden per seconde, d.w.z. 10 opnamen leveren één seconde film op.
Om er zeker van te zijn dat de opname steeds onder dezelfde hoek en zonder beweging wordt gemaakt, wordt aangeraden om gebruik te maken van een statief.
11.6. Gebruik van de panoramamodus
Met deze functie kunt u een panoramafoto maken. De camera ondersteunt dit door middel van hulpgrafieken en een automatisch gestuurde ontspanner.
Kies in de opnamemodus de optie. Op het scherm wordt in de linkerbovenhoek het symbool voor de panoramamodus weergegeven.
Druk op de toets ▼ om het selectiemenu voor de breedte in graden van de panoramafoto te openen.
▶ Selecteer met de toetsen ▲ of ▼ de gewenste breedte. U kunt kiezen uit de waarden 120°, 180° en 360°.
▶ Bevestig de keuze met de toets OK.

Druk op de toets ▶ om het keuzemenu voor de opnamerichting van de panoramafoto te openen.
Kies met de toetsen ◀ of ► de gewenste richting: VAN LINKS NAAR RECHTS VAN ONDER NAAR BOVEN VAN BOVEN NAAR ONDER VAN RECHTS NAAR LINKS

- Bevestig de keuze met de toets OK. - Druk de sluiterknop helemaal in om de opname te starten.

Als de opname wordt gestart, wordt een wit kruis weergegeven in het midden van het scherm. Bovendien verschijnt tevens een gele lijn in het midden van het scherm. Deze is afhankelijk van de geselecteerde richting (horizontaal of verticaal) en dient voor het uitlijnen van de camera.
Aan de onderste beeldrand wordt een opnamebalk weergegeven die tijdens de opname wordt gevuld.
▶ Voor een ideale panoramafoto moet de gele geleidelijn altijd horizontaal of verticaal door het positiekruis lopen.
Als de opnamebalk volledig is gevuld, is de opname voltooid en wordt de opname opgeslagen.

De volgende instel- lingen zijn vast gedefinieerd voor de panoramafunctie en kun- nen niet gewijzigd worden:
- De flitser is altijd uit.
- De zelfontspanner is uitgeschakeld.
- De autofocus is actief.
- Het autofocusbereik is ingesteld op BREED.
11.6.1. Opmerkingen en tips voor de panoramafunctie
- De grootte van het samen te stellen beeld kan verschillen, afhanke- lijk van de panoramahoek, het resultaat van de samenvoeging en de mate waarin de camera is bewogen.
- Wij adviseren gebruik te maken van een statief om de camera te stabiliseren en de camera tijdens de opname beter langzaam te kunnen bewegen.
- Als u VAN BOVEN NAAR ONDER of VAN ONDER NAAR BOVEN selecteert bij een panorama van 360°, advise-ren wij de camera 90° te draaien om de stabiliteit tijdens de opname te waarborgen.
- In de panoramamodus kan een onregelmatige helderheid tot verschillen in de gemaakte opname en het werkelijke motief leiden.
- De langste opnametijd in de panoramamodus bedraagt ca. 30 seconden.
11.7. Het instellingsmenu
| Instelling Betekenis | |
| GELUIDEN | Hier kunt u het startgeluid uitschakelen of kiezen uit 3 geluiden, het geluidssignaal en het geluid van de sluiter inschakelen en het volu-me voor alle geluiden instellen. |
| STROOM BE-SPAREN | Energie besparenOm de accu te sparen, wordt de camera na de ingestelde tijd automatisch uitgeschakeld. Kies1 MIN, 3 MIN of 5 MIN.De energiebesparing is niet actief:tijdens het opnemen van audio- en video-clips;tijdens het weergeven van foto's, videoclips of audio-opnamen;wanneer de camera via de USB-aansluiting met een ander apparaat is verbonden. |
| DATUM/TIJD | Hier kunt u de datum, de tijd en het weergave-formaat kiezen. |
| TAAL | Hier kunt u de taal van de menu's instellen. |
| WEERGAVEMO-DUS | AAN: In de weergavemodus worden de datum en de tijd weergegeven.In de opnamemodus worden alleen de belang-rijkste instellingen weergegeven.GEDETAILLEERDE INFORMATIE: alle informatie wordt weergegeven in de weergave- en opnamemodus.UIT: er wordt geen informatie weergegeven in de weergave- en opnamemodus. |
| TV-UIT | Met een tv-kabel kunt u de foto's op uw televisie bekijken. Selecteer de televisienorm die in uw regio wordt gebruikt.NTSC: Voor Amerika, Japan, Taiwan etc.PAL: Voor Europa, Australië etc. |
| LCD-HELDER-HEID | Hier kunt u de helderheid van het scherm in-stellen.AUTOMATISCH: de helderheid wordt automatisch ingesteldLICHT: scherm is lichterNORMAAL: standaard helderheid |
| FORMATTEREN | Formatteert de geheugenkaart of het interne geheugen. Hierbij worden alle opnamen gewist.OPMERKING! Als u het geheugen formatteert, worden alle gegevens in het geheugen gewist.Controleer of er geen belangrijke gegevens in het geheugen of op de SD-geheugenkaart staan. |
| ALLES HERSTELLEN | Hier kunt u alle individuele instellingen terug-zetten naar de fabrieksinstellingen. Bevestig in dat geval de vraag met "JA". De volgende instellingen worden niet teruggezet:Datum en tijdTaalTV-systeem |
13.4. Het weergavemenu
| Instelling Betekenis | |
| DIASHOW | U kunt opnamen (alleen foto's) laten weergeven als diashow. |
| BEVEILIGEN | Met deze functie beveiligt u foto's tegen onbedoeld wissen.U kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden:AFZONDERLIJK: één opname beveiligenMULTI: meerdere opnamen beveiligen die u in de miniatuurweergave kunt kiezen.ALLE BEVEILIGEN: alle opnamen beveiligenALLE BEVEILIGINGEN ONGEDAANMAKEN: de beveiliging voor alle opnamen op-heffen. |
| SPRAAK-MEMO | U kunt voor elke opgenomen foto een spraaknotitie opslaan.De maximale duur van de spraaknotitie is 30 se-conden. De resterende opnametijd wordt op het scherm weergegeven.Als er al een spraaknotitie voor de gekozen foto bestaat, wordt deze overschreven. |
| FILTEREFFEC-TEN | De functie filtereffecten is alleen beschikbaar bij een beeldverhouding van 4:3 met andere creatieve effecten. De met deze functie bewerkte foto's worden als nieuwe bestanden opgeslagen.ZACHT: de opname wordt voorzien van een soft-focuseffect. |
| FILTEREFFEC-TEN | KLEURNADRUK:houdt één kleur vast en ver- andert de rest van de scène in zwart/wit.LEVENDIG:de opname wordt van meer con- trast en verzadiging voorzien zodat krachtige kleuren worden geaccentueerd.MINIATUUREFFECT:delen van de foto zijn vaag en laten de opname lijken op een minia- tuurmodel.ASTRAAL:helder verlichte gebieden worden van sterren voorzien.IMPOSANTE KUNST:de opname wordt van een dramatisch contrast voorzien.SCHILDERIJ:het beeld wordt omgezet in een lijntekening met kleuraccenten.NEGATIEF:de kleuren van het beeld worden omgekeerdS/W:zwart/witMOZAÏEK:de foto wordt in grote pixels weer- gegevenSEPIA:de opname wordt weergegeven in sepi- atinten. |
| BIJSNIJDEN | Met deze functie kunt u een beeldsegment kie- zen en de foto op deze maat bijsnijden. De op het scherm niet-zichtbare rand wordt gewist. Het gecorrigeerde bestand kunt u onder een nieuwe naam opslaan of u kunt het originele be- stand overschrijven. |
| FORMAAT AANPASSEN | U kunt de resolutie van foto's verlagen en daardoor het bestand verkleinen.Het gecorrigeerde bestand kunt u onder een nieuwe naam opslaan of u kunt het originele be-stand overschrijven.De resolutie van foto's in VGA kan niet gewijzigd worden. |
| BEELD | U kunt de startfoto kiezen die na het inschakelen van de camera op het beeldscherm wordt weergegeven.U kunt kiezen tussen:SYSTEEM:de standaardfoto wordt weergegeven.MIJN BEELD:de gekozen foto wordt weergegeven.UIT:er wordt geen foto weergegeven.Kies met ▲ of ▼ de optie Mein Bild.Kies met ◀ of ▶ de foto en druk op OK ter be-vestiging. |
| DPOF | DPOF staat voor "Digital Print Order Format".Hier kunt u de printerinstellingen voor foto's kiezen als u de foto's wilt laten afdrukken door een fotostudio of met een printer die DPOF ondersteunt. Bij een printer met DPOF-ondersteuning kunt u de foto's direct afdrukken zonder deze eerst op de computer te zetten.U kunt alle foto's of een enkele foto afdrukken of de DPOF-instellingen terugzetten.Met de toets ▲ of ▼ stelt u het aantal afdrukken van elke foto in.Met de toets 📄 schakelt u de datumstempel in of uit. |
OPMERKING!U kunt bij DPOF tot 99 kopieën instellen. Als u 0 kopieën instelt, wordt de DPOF-instelling van dit beeld automatisch uitgeschakeld. | |
| KOPIËREN | Gebruik deze functie om opnamen vanuit het in-terne geheugen naar de geheugenkaart te kopi-eren. |
| FILM PLAK-KEN | Gebruik deze functie om twee video's met dezelf-de specificaties (videoformaat en resolutie) tot één opname samen te voegen.► Kies hiervoor eerst een video.► Druk op MENÜ om het weergavemenu te openen.► Kies FILM PLAKKEN. De video's met dezelfde specificaties als de originele video worden op de lcd-monitor weergegeven.► Gebruik de toetsen ◀ of ► om te zoeken ▲ of de toets ▼ om de tweede video te markeren resp. de marking op te heffen.► Druk op de toets OK en kies "Ja" om de video aan het einde van de originele video in te voegen en de opname te overschrijven.OPMERKING! De totale lengte van de gecombineer-de video mag niet meer dan 30 minuten bedragen.Nadat de video's zijn samengevoegd, is de tweede video niet langer als apart bestand beschikbaar. |
| GEZICHT RE-TOUCHEREN | Deze functie kan alleen worden toegepast op foto's die zijn opgenomen met gezichtsherkenning (bijvoorbeeld met de opnamemodus "Porträt"). Nadat u het menu "Gesicht retuschieren" heeft geopend, beweegt u de cursor over het beeld wanneer er meer dan twee gezichten op de foto staan, of beweegt u de cursor over de rechterkant van het menu wanneer er slechts één gezicht op de foto staat.Er kan altijd maar één gezicht worden geretou-cheerd. Alle functies worden op 0 teruggezet wanneer u het menu "Gesicht retuschieren" verlaat. Het maakt daarbij niet uit of u de opname heeft opgeslagen of de instellingen heeft geannuleerd.Opnamen waarbij gezichten zijn geretoucheerd worden als nieuwe opname opgeslagen en kunnen met deze functie opnieuw worden bewerkt. |
13.5. Opnamen wissen

OPMERKING!
Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u alleen de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden wissen.
Als de geheugenkaart tegen schrijfbewerkingen is beveiligd, kunt u de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden niet wissen. (Er verschijnt een mededeling "Kaart beveiligd".)
Een gewist bestand kan niet worden hersteld. Wees daarom voorzichtig bij het wissen van bestanden.
13.5.1. Afzonderlijke bestanden
Kies in de weergavemodus een foto met de toetsen ◀ of ▶.
Druk op de toets om de menuopties voor de wisfunctie weer te geven.
▶ Bevestig de optie "MULTI" met de toets OK.
▶ Schakel met de toets naar de optie "WISSEN" en bevestig de keuze met de toets OK.
Kies "ANNULEREN" en bevestig met de toets OK om terug te keren naar de weergavemodus.
13.5.2. Meerdere bestanden
Kies in de weergavemodus een foto met de toetsen ◀ of ▶.
Druk op de toets om de menuopties voor de wisfunctie weer te geven.
▶ Bevestig de optie "MULTI" met de toets OK.
Kies een foto met de toetsen of ▶ en stel met de toets ▲ een wismarkering in of maak een reeds vastgelegde wismarkering weer ongedaan met de toets ▼.
Druk op de toets OK om naar de volgende stap te gaan.
▶ Selecteer "JA" om alle gemarkeerde bestanden te verwijderen.
▶ Selecteer "ANNULEREN" om terug te keren naar de weergave-modus.
Kies in de weergavemodus een foto met de toetsen ◀ of ▶.
Druk op de toets om de menuopties voor de wisfunctie weer te geven.
Kies "ALLE" en druk op de toets OK.
Kies "JA" en bevestig met de toets OK om alle bestanden te wissen.
Kies "ANNULEREN" en bevestig met de toets OK om terug te keren naar de weergavemodus.

OPMERKING!
Beveiligde bestanden kunnen niet worden gewist, in dat geval wordt de mededeling "BESTAND BEVEILIGD" op het display weergegeven.
Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u alleen de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden wissen.
Als de geheugenkaart is beveiligd, kunt u de op de geheugen- kaart opgeslagen bestanden niet wissen.
Een gewist bestand kan niet worden hersteld. Wees daarom voorzichtig bij het wissen van bestanden.
13.5.4. Diashow afspelen
U kunt de foto's afspelen als diashow.
Kies in het weergavemenu de optie Diashow. Het menu "DIAS-HOW" wordt geopend.
De volgende instellingen zijn beschikbaar:
Kies het interval waarmee de foto's moeten worden weergegeven (1, 3, 5 of 10 seconden).
Voor de overgangen kunt u kiezen uit verschillende effecten.
Kies of de serie foto's steeds herhaald moet worden (") of na de laatste foto moet stoppen ("
Als alle instellingen zijn ingevoerd, kiest u de optie START en drukt u op de toets OK om de diashow te starten.
Tijdens het afspelen kunt u de diashow met OK pauzeren en weer hervatten.
13.6. De functies Beveiligen en ontgrendelen
13.6.1. Afzonderlijke bestanden
Kies in het weergavemenu de optie "BEVEILIGEN" en vervolgens de optie "EÉN".
▶ Kies met de toets◀ of ▶ een foto.
Kies "VERGRENDELEN" of "ONTGRENDELEN" en druk op de toets OK om het geselecteerde bestand te beveiligen resp. te ontgrendelen.
Kies "SLUITEN" en bevestig met de toets OK om terug te keren naar de weergavemodus.
13.6.2. Meerdere bestanden
Kies in het weergavemenu de optie "BEVEILIGEN" en vervolgens de optie "MULTI".
Kies een foto met de toetsen ◀ of ▶ en stel met de toets OK een blokkeringsmarkering in of maak een reeds vastgelegde blokkeringsmarkering weer ongedaan met de toets OK.
Druk op de toets om naar de volgende stap te gaan.
▶ Selecteer "JA" om alle geselecteerde bestanden te blokkeren of te deblokkeren.
▶ Selecteer "ANNULEREN" om terug te keren naar de weergave-modus.
Kies in het weergavemenu de optie "BEVEILIGEN" en vervolgens de optie "ALLES VERGR." of "ALLES ONTGR.".
Kies "JA" en bevestig met de toets OK om alle bestanden te beveiligen resp. te deblokkeren.
Kies "ANNULEREN" en bevestig met de toets OK om terug te keren naar de weergavemodus.

OPMERKING!
Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u alleen de op de geheugenkaart opgeslagen bestanden wissen.
Als de geheugenkaart is beveiligd, kunt u de op de geheugen- kaart opgeslagen bestanden niet wissen.
Een gewist bestand kan niet worden hersteld. Wees daarom voorzichtig bij het wissen van bestanden.
13.6.4. Spraaknotitie opnemen
Kies in de weergavemodus de gewenste foto.

OPMERKING!
Als de foto al een spraaknotitie bevat, wordt het spraaknotitie-symbool weergegeven.
▶ Open in het weergavemenu het submenu "SPRAAKMEMO".
Op het scherm worden de voorbeeldweergave en een keuzemenu weergegeven.
Kies START en druk op de toets OK om de opname te starten. De microfoon bevindt zich onder de lens.
De opname wordt automatisch na 30 seconden afgebroken. Als u de opname eerder wilt beëindigen, kiest u STOP en drukt u opnieuw op de toets OK.

OPMERKING!
U kunt spraaknotities alleen toevoegen aan foto's, niet aan videoclips. Aan beveiligde foto's kunt u geen spraaknotities toevoegen. U kunt een spraaknotitie alleen samen met de foto verwijderen, niet afzonderlijk.
11.7.1. Filtereff ecten
De functie voor filtereffecten is alleen beschikbaar bij een beeldverhouding van 4:3 met andere creatieve effecten. De met deze functie bewerkte foto's worden als nieuwe bestanden opgeslagen.
De volgende effecten zijn mogelijk:
- ZACHT: de opname wordt voorzien van een soft-focuseffect.
- FARBVERSTÄRKUNG: houdt één kleur vast en verandert de rest van de scène in zwart/wit.
- LEVENDIG: de opname wordt van meer contrast en verzadiging voorzien zodat krachtige kleuren worden geaccentueerd.
-
MINIATUUREFFECT: delen van de foto zijn vaag en laten de opname lijken op een miniatuurmodel.
-
ASTRAL: helder verlichte gebieden worden van sterren voorzien.
- IMPOSANTE KUNST: de opname wordt van een dramatisch contrast voorzien.
- POSTER: het beeld wordt omgezet in een lijntekening met kleuraccenten.
- NEGATIV: de kleuren van het beeld worden omgekeerd
- S/W: zwart/wit
- MOSAIK: de foto wordt in grote pixels weergegeven
– SEPIA: de opname wordt weergegeven in sepiatinten.
13.6.5. Foto bijsnijden

| 1 Vergroot beeld |
| 2 4-wegweergave |
| 3 Bijgesneden maat |
| 4 De positie bij benadering van het bijgesneden deel |
| 5 Beeldvlak |
Kies in de weergavemodus de gewenste foto.
Open in het menu Weergave het submenu "BIJSNIJDEN". Op het scherm wordt het bewerkingsvenster weergegeven.
Druk de zoomtoets naar om het beeld te vergroten. De positie van het beeldsegment kunt u zien in de grijze rechthoek links.
▶ Tijdens de vergroting kunt u de toetsen, ▼, ◀ of ▶ gebruiken om het beeldsegment te wijzigen.
Druk de zoomtoets naar om de foto te vergroten of naar 1m de foto te verkleinen.
Na het afsluiting van de functie wordt er een keuzemenu weergegeven. Maak een keuze uit:
- OVERSCHRIJVEN: het nieuwe bestand wordt opgeslagen door het oudere te overschrijven.
- OPSLAAN ALS: het nieuwe bestand wordt als een nieuw bestand opgeslagen.
-ANNULEREN: de functie wordt afgebroken.
Druk voor het opslaan/annuleren van de wijzigingen op de toets OK.
11.7.2. Bestandsgrootte wijzigen
Kies in de weergavemodus de gewenste foto.
Open in het menu Weergave het submenu "Grootte wijzigen". Op het scherm wordt het keuzemenu weergegeven.
Kies een van de volgende resoluties en druk op de toets OK: 8 M, 5 M, 3 M of VGA.

OPMERKING!
De beschikbare resoluties kunnen variëren, afhankelijk van de originele bestandsgrootte van de foto. Instellingen die niet beschikbaar zijn worden grijs weergegeven.
▶ Na het afsluiting van de functie wordt er een keuzemenu weergegeven. Maak een keuze uit:
- OVERSCHRIJVEN: het nieuwe bestand wordt opgeslagen door het oudere te overschrijven.
- OPSLAAN ALS: het nieuwe bestand wordt als een nieuw bestand opgeslagen.
-ANNULEREN: de functie wordt afgebroken.
Druk voor het opslaan/annuleren van de wijzigingen op de toets OK.
12. Aansluiten op een printer of pc
12.1. Opnamen op een fotoprinter afdrukken
U kunt uw foto's via PictBridge rechtstreeks op een PictBridge-compati-bele fotoprinter afdrukken.

Sluit de printer en camera aan met de meegeleverde USB-kabel.
▶ Schakel de camera en de fotoprinter in.
De camera herkent dat er een USB-apparaat is aangesloten.
Ga naar de printermodus door het optie "PTP" te kiezen en de keuze met OK te bevestigen.
Kies met de navigatietoetsen of ▼ de gewenste foto en het gewenste aantal afdrukken. U kunt het volgende kiezen:
SELECTIE AFDRUKKEN – selecteer de gewenste foto's en het aantal
ALLES AFDRUKKEN – alle opnamen afdrukken
DPOF AFDRUKKEN – alle opnamen afdrukken als voorbeeld-weergave
12.2. Gegevens overzetten naar een computer
U kunt de opnamen overzetten naar een computer.
Ondersteunde besturingssystemen:
- Windows 7
- Windows 8
- Windows 8.1
12.3. USB-kabel gebruiken
▶ Schakel de camera uit.
Sluit de meegeleverde USB-kabel bij ingeschakelde computer aan op de USB-aansluiting van de camera en een USB-aansluiting op de pc.
Wanneer de camera met de pc is verbon-den, verschijnt op het display van de ca-mera de keuze "MASS STORAGE" of "PTP".

Als u MASS STORAGE selecteert, wordt de camera als massaop-slagapparaat herkend en als eigen station weergegeven in Windows Verkenner. Open Windows Verkenner of dubbelklik op "Deze computer" (bij Vista/Windows 7: "Computer").
▶ Dubbelklik op het mediasymbool voor de camera.
▶ Navigeer naar de map "DCIM" en eventueel naar een daarin bestaande map om de bestanden weer te geven (*.jpg = foto's; *.avi = geluidsopnamen; *.wav = video-opnamen). Zie ook de mappen-structuur in het geheugen.
▶ Sleep de gewenste bestanden vervolgens met een ingedrukte linkermuisknop naar de gewenste map op de pc, bijvoorbeeld naar de map "Mijn documenten". U kunt de bestanden ook selecteren en de
Windows-opdrachten "Kopiëren" en "Plakken" gebruiken. De bestanden worden naar de pc overgezet en daar opgeslagen. U kunt de bestanden met geschikte software weergeven, afspelen en bewerken.
Wanneer u PTP kiest, wordt de camera verbonden met PTP (Picture Transfer Protocol).
Onder Windows Vista, Windows 7 en Windows 8 heeft u directe toegang tot de inhoud van het camerageheugen of de geheugenkaart.
12.4. DCF-geheugenstandaard
De opnamen op uw camera worden opgeslagen en benoemd volgens de DCF-standaard (DCF = Design Rule for Camera File System). Opna-men op geheugenkaarten van andere DCF-camera's kunnen op uw camera worden weergegeven.
12.5. Kaartlezer
Als een kaartlezer is ingebouwd in of aangesloten op uw pc en u de foto's op de geheugenkaart heeft opgeslagen, kunt u de foto's natuurlijk ook op die manier naar de pc kopieren.
De kaartlezer wordt door Windows onder "Deze computer" ook herkend als verwisselbare schijf (of onder Vista bij "Computer").
12.6. Mappenstructuur in het geheugen
De camera slaat de opgenomen foto's, video's en audiobestanden in drie verschillende lijsten op, in het interne geheugen of op de geheugenkaart. De volgende mappen worden automatisch aangemaakt:
DICAM: alle opgenomen foto's, video's en audiobestanden worden in deze map opgeslagen. Uitzonderingen zijn bestanden die in de AUC- of internetkwaliteit opgenomen worden.
Normale opnamen staan in de map "1 OODICAM" en krijgen automatisch de aanduiding "DSCI" en een volgnummer van vier cijfers.
Als het hoogste nummer "DSCI9999" is bereikt wordt voor volgende opnamen de volgende map "101DICAM" aangemaakt etc.
12.7. Bestandsnummer resetten
Er kunnen maximaal 999 mappen worden aangemaakt. Als er nog meer opnamen gemaakt worden, wordt een foutmelding weergegeven ("Map kan niet aangemaakt worden"). In dat geval gaat u als volgt te werk:
Plaats een nieuwe geheugenkaart.
Zet de bestandsnummers terug in het menu "Instellingen", optie "Bestandsnummer". De telling van de bestanden begint weer bij 0001 in de map DSCI1000. De eigen indeling van de mappen en bestanden in de camera mag niet worden veranderd (hernoemen etc.). De bestanden kunnen daardoor verloren gaan.
13. Software installeren
Op de meegeleverde cd staat "CyberLink PhotoDirector", een programma waarmee u uw foto's kunt bewerken
Installeer CyberLink PhotoDirector als volgt:
Plaats de installatie-cd in het dvd/cd-station.
De cd wordt automatisch uitgevoerd en er verschijnt een keuzescherm.
▶ Selecteer in het keuzescherm de optie "CyberLink PhotoDirector installeren".
▶ Volg de aanwijzingen om de installatie uit te voeren.
▶ Start indien nodig het programma via het pictogram op het bureaublad.
Als het programma voor het eerst wordt opgestart, moet het programma worden geactiveerd. Voer daartoe het volgende serienummer in: HEZGA-B5DS5-3P3SS-GS648-HLJS6-UNP3E.

OPMERKING!
Hulp om het programma te gebruiken vindt u in de helpsysteemsoftware. Open deze door op F1 te drukken.
Als de cd niet automatisch wordt gestart, installeert u de software volgens de onderstaande stappen:
▶ Dubbelklik op "Deze computer".
Ga met de muis naar het dvd-/cd-station.
Klik met de rechtermuisknop op Openen.
▶ Dubbelklik op Setup.exe.
Er wordt een hulpprogramma weergegeven dat u door de installatie leidt.
▶ Volg de aanwijzingen om de installatie uit te voeren.
▶ Start het programma via het pictogram op het bureaublad.
Als het programma voor het eerst wordt opgestart, moet het programma worden geactiveerd. Voer daartoe het volgende serienummer in: HEZGA-B5DS5-3P3SS-GS648-HLJS6-UNP3E.
14. Verhelpen van storingen
Als de camera niet correct functioneert, controleert u de volgende punten. Als het probleem blijft bestaan, kunt u contact opnemen met MEDI-ON Service.
14.7.1. De camera kan niet worden ingeschakeld.
De accu is verkeerd geplaatst.
De accu is leeg. Accu opladen.
Het klepje van het accuvakje is niet goed gesloten.
14.7.2. De camera maakt geen foto's.
De flitser is nog bezig met opladen.
Het geheugen is vol.
De SD-geheugenkaart is niet correct geformatteerd of defect.
Het maximale aantal bestanden is overschreden. Voer een reset uit van de bestandsnummering.
Onvoldoende licht. Wijzig de positie van de camera om meer licht te kunnen gebruiken of gebruik de flitser.
14.7.3. De fl itser gaat niet af.
De camera is tijdens de opname bewogen.
De flitser is uitgeschakeld.
14.7.4. De foto is onscherp.
De camera is tijdens de opname bewogen.
Het motief was buiten het instelbereik van de camera. Gebruik eventu- eel de macromodus voor close-ups.
14.7.5. De foto wordt niet op het scherm weergegeven.
Er is een SD-geheugenkaart geplaatst waarop met een andere camera foto's gemaakt zijn in een niet-DCF-modus. De camera kan deze foto's niet weergeven.
14.7.6. De tijdsduur tussen de opnamen is langer bij foto's in het donker
Bij minder licht werkt de sluiter normaal gesproken langzamer. Wijzig de positie van de camera of zorg voor beter licht.
14.7.7. De camera wordt uitgeschakeld.
De camera schakelt na een ingestelde tijd uit om de accu te sparen. Start de camera opnieuw.
14.7.8. De opname is niet opgeslagen.
De camera is uitgeschakeld voordat de opname kon worden opgeslagen.
14.7.9. Foto's op andere geheugenkaarten worden niet weergegeven.
De foto's op geheugenkaarten van andere camera's worden alleen weergegeven, als de andere camera eveneens gebruik maakt van het DCF-opslagsysteem.
14.7.10. De foto's kunnen via de USB-kabel niet naar de pc worden overgezet.
De camera is niet ingeschakeld.
14.7.11. Wanneer de camera voor het eerst op de pc wordt aangesloten, wordt er geen nieuwe hardware gevonden
De USB-aansluiting van de pc is in het BIOS uitgeschakeld.
Schakel de poort in het BIOS van de pc in. Raadpleeg hiervoor het handboek van de pc.
14.7.12. Tijdens de video-opname is de zoomfunctie niet beschikbaar.
Controleer of de macrofunctie is uitgeschakeld.
15. Onderhoud en verzorging
Reinig de behuizing, het objectief en het scherm als volgt:
reinig de behuizing van de camera met een zacht droog doekje.
Gebruik geen verdunners of schoonmaakmiddelen die olie bevatten.
Daardoor kan de camera beschadigd raken.
Om het objectief of het scherm te reinigen, verwijdert u het stof eerst met een lenskwastje. Reinig daarna met een zacht doekje. Druk niet op het display en gebruik voor het schoonmaken ervan geen harde voor-werpen.
Gebruik voor de behuizing en het objectief geen sterke schoonmaak- middelen (vraag advies aan de verkoper als vuil niet verwijderd kan worden).
16. Afvoer

Verpakking
Dit apparaat is verpakt om het tijdens transport te beschermen tegen beschadiging. De verpakking bestaat uit materialen die milieuvriendelijk kunnen worden afgevoerd en vakkundig kunnen worden gerecycled.

Apparaat
Afgedankte apparatuur mag niet met huishoudelijk afval worden afgevoerd.
Volgens richtlijn 2012/19/EU moet oude apparatuur aan het einde van de levensduur volgens voorschrift worden afgevoerd.
Hierbij worden de bruikbare grondstoffen in het apparaat voor recycling gescheiden waarmee de belasting van het milieu wordt beperkt.
Lever het afgedankte apparaat voor recycling in bij een inza- melpunt voor elektrisch afval of een algemeen inzamelpunt voor recycling.
Neem voor verdere informatie contact op met uw plaatselijke reinigingsdienst of met uw gemeente.

Batterijen
Accu's/batterijen moeten op de juiste manier worden afgevoerd. Op verkooppunten van batterijen en gemeentelijke in-zamelpunten staan daarvoor speciale containers ter beschikking. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale afvalverwerkingsbedrijf of gemeente.
Sluitersnelheid: 1/2000 \~ 8 sec.
Brandpuntsafstand: f = 4,6 mm \~ 23 mm
Videomodus: 1280 x 720 pixels (met een
Class 6 SDHC-geheugenkaart)
Beeldgeheugen: Intern: 25 MB intern geheu-
gen (het bruikbare geheugen kan variëren)
Extern:
SD/SDHC-geheugenkaart (tot 32 GB)
Aansluiting:
MiniUSB 2.0
Afmetingen (B x H x D):
ca. 100 x 60 x 23 mm
Onder voorbehoud van technische en optische wijzigingen en drukfouten!
CE
18. Colofon
Copyright © 2016
Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden
Het copyright berust bij de firma:
Medion AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
De handleiding kan via de servicehotline worden nabesteld en is beschikbaar om te worden gedownload via het serviceportaal www.medi-onservice.de.
U kunt ook de hierboven staande OR-code scannen en de handleiding via de serviceportal op uw mobiele toestel downloaden.

Maak gebruik van het contactformulier onder:

























daglicht - Ideaal voor heldere, zonnige omstandigheden.
bewolkte hemel - Ideaal voor bewolkte omstandigheden.
gloeilamplicht - Ideaal voor binnenopna-met gloeilamp- of halogeenverlichting zon-der flitslicht.
NEON_H - Ideaal voor binnenopnamen met blauwachtige verlichtingsomstandigheden.








De knipperdetectie wordt in het opna-memenu alleen weergegeven wanneer de gezichtsherkenning is geactiveerd.
Stel hier de lijnen voor de beeldindeling in opAan of uit om de beelden gemakkelijker in te delen





































Als u het geheugen formatteert, worden alle gegevens in het geheugen gewist.Controleer of er geen belangrijke gegevens in het geheugen of op de SD-geheugenkaart staan.
OPMERKING!U kunt bij DPOF tot 99 kopieën instellen. Als u 0 kopieën instelt, wordt de DPOF-instelling van dit beeld automatisch uitgeschakeld.
De totale lengte van de gecombineer-de video mag niet meer dan 30 minuten bedragen.Nadat de video's zijn samengevoegd, is de tweede video niet langer als apart bestand beschikbaar.