Smart BC 43D - Grasmaaier MTD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Smart BC 43D MTD in PDF-formaat.
| Merk | MTD |
| Model | Smart BC 43D |
| Producttype | Grastrimmer / bosmaaier |
| Motor | Tweetaktmotor, luchtgekoeld |
| Brandstof | Loodvrije benzine + tweetaktolie (1:40) |
| Mengverhouding | 1:40 (2,5% olie) |
| Min. octaangetal | 91 ROZ |
| Snijsysteem | Draadspoel (3,0 mm draad) of maaimes (optioneel) |
| Snijbreedte | Ca. 43 cm (geschat) |
| Draaddiameter | 3,0 mm |
| Gewicht | Ca. 6 kg (geschat) |
| Greepbeugel | Verstelbaar |
| Draagsysteem | Schouderriem met buikriem |
| Veiligheidsvoorzieningen | Beschermkap, noodstop, gashendelblokkering, trillingsdemping |
| Ontsteking | Contactslot (I/START, 0/STOP) |
| Bougie | Elektrodenafstand 0,6-0,7 mm |
| Luchtfilter | Reiniging na 10 bedrijfsuren |
| Transmissie | Vet smeren elke 25 bedrijfsuren |
| Gebruik | Voor gazonranden, struiken en onkruid |
Veelgestelde vragen - Smart BC 43D MTD
Gebruikersvragen over Smart BC 43D MTD
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Smart BC 43D - MTD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Smart BC 43D van het merk MTD.
GEBRUIKSAANWIJZING Smart BC 43D MTD
(Originele gebruiksaanwijzing)
Italiano 49
Voor uw veiligheid .... 38
Bedienings- en indicatie- elementen 41
Montagevoorschrift ..... 42
Olie en benzine 43
Gebruik 44
Onderhoud en reiniging ..... 45
Vervoer 47
Garantie 47
Fouten verhelpen 48
Gegevens op het typeplaatje
Vul alle gegevens van het typeplaatje van het apparaat in het onderstaande vakje in.
U vindt het typeplaatje in de buurt van de motor. Deze gegevens zijn bijzonder belangrijk om het apparaat later te kunnen identificeren, voor het bestellen van onderdelen voor het apparaat en voor de klantenservice.
Deze en andere gegevens van de machine vindt u in de aparte CE-conformiteitsverklaring die deel uitmaakt van deze gebruiks-aanwijzing.
Afbeeldingen

Vouw de pagina's met afbeeldingen aan het begin van de gebruiksaanwijzing open. Details van afbeeldingen kunnen verschillen van de door u gekochte machine.
Voor uw veiligheid
Het apparaat correct gebruiken
Dit apparaat is uitsluitend bestemd:
- Voor het gebruik in huis- en hobbytuinen,
- Voor het maaien van gazonranden en kleine of moeilijk bereikbare grasoppervlakken (bijv. onder struiken),
- Voor het knippen van woekerende planten en struiken,
- overeenkomstig de beschrijvingen en veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing.
Elk ander gebruik is geen gebruik volgens de voorschriften.
Het gebruik anders dan volgens de voorschriften heeft het vervallen van de garantie en afwijzing van elke verantwoordelijkheid van de zijde van de fabrikant tot gevolg. De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade aan derden en hun eigendom.
Gebruik het apparaat alleen in de door de fabrikant voorgeschreven en geleverde technische toestand. Eigenmachtige veranderingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit voortkomende schade uit.
Lees alle voorschriften voor het gebruik
■ Lees deze voorschriften zorgvuldig. Maak u vertrouwd met de bediening en het gebruik van het apparaat.
■ Gebruik het apparaat niet wanneer u moe of ziek bent of onder de invloed van alcohol, drugs of medicijnen staat.
■ Personen jonger dan 16 jaar mogen de machine niet bedienen en mogen geen overige werkzaamheden aan de machine uitvoeren, zoals onderhoud, reiniging of instellingen.
De minimumleeftijd van de gebruikers kan worden vastgelegd door plaatselijke bepalingen.
■ Dit apparaat is niet bestemd om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkt fysieke, sensorische of geestelijke vermogens, met gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of voorzien van aanwijzingen van deze persoon ten aanzien van het gebruik van het apparaat.
■ Er dient op te worden toegezien dat kinderen niet met deze machine spelen.
■ Controleer het apparaat voordat u het gebruikt.
Vervang beschadigde onder-
delen. Controleer of er brandstof
lekt. Controleer dat alle verbin-
dingselementen aangebracht
en bevestigd zijn. Vervang een
snijkop die gescheurd, gespron-
gen of anderszins beschadigd is.
Controleer dat de snijkop correct
gemonteerd en goed bevestigd
is. Zorg ervoor dat de kap van het
snijhulpstuk goed bevestigd is en
geplaatst is zoals aanbevolen.
Het niet in acht nemen van deze
voorschriften kan tot verwondin-
gen van de gebruiker en toe-
schouwers en tot schade aan
het apparaat leiden.
■ Gebruik alleen een vervangingsdraad met een diameter van 3,0 mm (0.095 in.).
Gebruik nooit een met metaal versterkt snoer, koord, draad, ketting of iets dergelijks. Deze kunnen afbreken en tot gevaarlijke projectielen worden.
■ Wees u altijd bewust van het verwondingsgevaar voor hoofd, handen en voeten.
■ Druk op de gashendel. Deze moet automatisch naar de nulpositie terugkeren. Voer alle nodige afstellingen en reparaties uit voor u het werktuig gebruikt.
■ Maak voor elk gebruik de omgeving schoon waarin u de trimmer wilt gebruiken. Verwijder alle voorwerpen zoals stenen, glasscherven, spijkers, metaaldraad of touwen, die weggeslingerd kunnen worden of in de snijkop verward kunnen raken. Verwijder kinderen, toeschouwers en dieren uit de omgeving. Houd kinderen, toeschouwers en dieren minstens 15 m uit de buurt. Er bestaat voor toeschouwers altijd een risico om door weggeslingerde objecten geraakt te worden.
Toeschouwers dienen een oog-
bescherming te dragen.
Als men bij u in de buurt komt, dient u de motor en de snijkop onmiddellijk uit te schakelen.
Ziekte van Raynaud (wittevingerziekte)
■ Veelvuldig gebruik van trillende gereedschappen kan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met slecht functionerende doorbloeding (zoals rokers en diabetici). Vingers, handen, polsen en armen kunnen de volgende symptomen vertonen. Pijn, kriebelen, steken, slapen van lichaamsdelen, bleek worden van de huid.
■ Als u ongewone klachten krijgt, de werkzaamheden onmiddellijk beëindigen en een arts raadplegen. U kunt de gevaren duidelijk verminderen als u zich aan de volgende aanwijzingen houdt.
■ Houd uw lichaam en in het bijzonder uw handen warm bij koud weer. Werken met te koude handen is de hoofdoorzaak!
■ Houd regelmatig pauzes en beweeg daarbij uw handen. Daardoor bevordert u de doorbloeding.
Veiligheidsvoorschriften voor op benzine werkende machines of apparaten
Benzine is uiterst brandgevaarlijk. De dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Tref de onderstaande voorzorgsmaatregelen.
■ Bewaar benzine alleen in speciaal daarvoor voorziene en goedgekeurde tanks.
■ Zorg ervoor dat gemorste benzine niet kan ontbranden. Start de motor pas wanneer de benzinedampen vervlogen zijn.
■ Zet de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Zolang de motor heet is, mag de tankdop niet worden losgedraaid en de tank niet worden gevuld. Gebruik het apparaat nooit zonder de tankdop stevig vast te schroeven.
Schroef de tankdop langzaam los om de druk in de tank langzaam te verminderen.
■ Meng de benzine en vul de tank met benzine in een schone, goed verlichte omgeving buitenshuis, waar er geen vonken of vlammen zijn. Draai de tankdop pas langzaam open nadat u de motor heeft uitgeschakeld. Rook niet terwijl u benzine mengt of de tank met benzine vult. Veeg gemorste benzine onmid-dellijk van het apparaat.
- Draag het apparaat minstens 10 m van de plaats waar u heeft getankt voordat u de motor start. Rook niet en kom niet in de buurt van vonken of open vuur wanneer u de tank met benzine vult of het apparaat gebruikt.
■ Vervang een beschadigde uitlaat, tank of tankdeksel.
Tijdens het gebruik
■ Start het apparaat nooit en laat het nooit lopen wanneer u zich in een gesloten ruimte of gebouw bevindt. Het inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. Gebruik het apparaat alleen buitenshuis.
■ Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming wanneer u het apparaat gebruikt. Draag bij werkzaamheden met veel stof een gezichts- of stof-masker. Kleding met lange mouwen wordt aangeraden. Werken zonder oog- en gehoorbescherming kan tot zwaar oogletsel, resp. gehoorverlies leiden.
- Draag een stevige broek met lange pijpen, laarzen (slipvast) en handschoenen.. Draag geen losse kleding, sieraden, een korte broek of sandalen en werk niet met blote voeten. Bind uw haar op tot boven uw schouders als u lang haar heeft.
Draag indien nodig een haarnet.
■ De afdekking van het maaiopzetstuk moet altijd aangebracht zijn als u het apparaat als gazontrimmer gebruikt. Beide trimdraden moeten voor het gebruik uitgetrokken zijn en de juiste draad moet geïnstal-leerd zijn. De trimdraad mag niet verder dan het einde van de afdekking uitgetrokken zijn.
■ Deze eenheid heeft een koppeling. De snijkop staat tijdens onbelast lopen stil.
Als deze niet stilstaat, dient u het apparaat door een monteur bij een erkende leverancier te laten instellen.
■ Controleer voor het inschakelen van de machine dat de draadspoel of het maairnes met geen voorwerp in aanraking komt.
■ Stel de greepbeugel in op uw lichaamslengte, zodat u het gereedschap goed kunt vasthouden.
■ Gebruik het apparaat alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
■ Voorkom per ongeluk starten. Zorg ervoor dat u klaar bent om het apparaat te bedienen wanneer u aan het starterkoord trekt. U dient zich, net als het apparaat, bij het starten in een stabiele stand te bevinden. Neem de voorschriften voor het starten en stoppen in acht.
■ Gebruik dit apparaat alleen voor het doel waarvoor het bestemd is.
■ Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u stevig staat en blijf in even-wicht.
■ Houd het apparaat tijdens het gebruik altijd met beide handen vast: Een hand aan de gashandgreep, de andere hand aan de greepbeugel.
■ Traag tijdens het gebruik altijd de schouderriem.
■ Gebruik de machine niet bij slechte weersomstandigheden of bij kans op regen of onweer.
■ Verander nooit de in de fabriek ingestelde instellingen van de motor.
■ Voorkom open vuur en vonkvorming en rook niet.
■ Apparaat nooit met defecte ontstekingsschakelaar gebruiken.
■ Houd uw handen, gezicht en voeten uit de buurt van alle bewegende delen.
Raak de snijkop niet aan zolang deze draait en probeer ook niet om deze tegen te houden.
■ Raak de motor of knaldemper niet aan. Deze delen worden tijdens het gebruik zeer heet.
Ze blijven ook na het uitschake- len nog korte tijd heet.
■ Laat de motor niet sneller lopen dan voor het knippen of trimmen van de randen nodig is.
Laat de motor niet met een hoog toerental lopen wanneer u niet knipt.
■ Zet de motor altijd uit wanneer u het trimmen onderbreekt of wanneer u van één plaats naar een andere plaats loopt.
■ Wijzig bij de werkzaamheden regelmatig uw werkhouding en las rustpauzes in, om uw prestaties te kunnen handhaven.
■ Zet bij ongewone trillingen de motor onmiddellijk uit. Controleer het apparaat op schade. Laat het apparaat in geval van schade nazien.
■ Wanneer u een vreemd voorwerp raakt en de trimdraad daarin vast raakt, dient u de motor onmiddellijk uit te schakelen en te controleren of er schade is ontstaan. Gebruik het apparaat nooit met losse of beschadigde delen.
■ Motor uitzetten en bougiestekker lostrekken voordat u blokkeringen opheft of overige werkzaamheden aan het apparaat uitvoert.
■ Stop en schakel de motor uit voor onderhoud, reparaties of het wisselen van maaiopzetstukken. Trek ook de bougiestekker los.
■ Gebruik voor de reparatie alleen originele vervangingsonderdelen. Deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw erkende leverancier.
- Gebruik nooit onderdelen, toebehoren of opzetstukken die voor dit apparaat niet zijn toegestaan. Ernstig letsel bij de gebruiker of beschadiging van het apparaat kan het gevolg zijn. Bovendien kan de garantie vervallen.
■ Houd het apparaat schoon en let erop dat er geen planten of andere voorwerpen tussen de snijkop en de beschermplaat vast komen te zitten.
- Om brandgevaar te verminderen dient u beschadigde geluiddempers en vonkenvangers te vervangen, alsmede gras, bladeren, overtollig smeermiddel en roet van de motor en de geluiddemper te verwijderen.
■ Laat alle reparaties uitsluitend door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.
Bij gebruik met snijmes (afhankelijk van model)
■ Lees voor het gebruik van het apparaat alle veiligheidsvoorschriften zorgvuldig.
■ Houd de greepbeugel altijd tussen gebruiker en maaiopzetstuk.
■ Maai met het snijmes nooit 75 cm of hoger boven de grond.
■ Terugstootkrachten kunnen optreden als het draaiende mes een voorwerp raakt dat niet onmiddellijk kan worden gesneden.
Terugstootkrachten kunnen sterk genoeg zijn om het apparaat en/of de gebruiker in een willekeurige richting te slingeren en hem de controle over het apparaat te laten verliezen.
Terugstootkrachten kunnen zonder waarschuwing optreden wanneer het mes vasthaakt, vastklemt of geblokkeerd wordt.
Dit kan gemakkelijk gebeuren in een omgeving waar het te maaien materiaal moeilijk te overzien is.
■ Maai met de het struikenmes niets dat dikker is dan 12,7 mm. Anders kunnen er hevige terugstootkrachten optreden.
- Bij gebruik met het maaiimes moet de afdekking van het maaiopzetstuk altijd gemonteerd zijn.
■ Probeer niet om het mes aan te raken of tegen te houden wanneer het draait.
■ Een nog draaiend mes kan letsel veroorzaken, ook nadat de motor is stilgezet of de gashendel is losgelaten. Houd het apparaat vast tot het mes volledig stilstaat.
■ Laat het apparaat niet met een hoog toerental lopen wanneer u niet knipt.
■ Wanneer u met het mes een vreemd voorwerp raakt of het mes daarin vastraakt, dient u de motor onmiddellijk uit te zetten en te controleren of er schade is ontstaan. Laat de schade verhelpen voordat u het apparaat verder gebruikt. Gebruik het apparaat niet met een verbogen, gescheurd of stomp mes. Gooi een verbogen, kromgetrokken, gescheurd of gebroken mes weg.
■ Slijp het mes niet.
Het geslepen mes kan tijdens het gebruik afbreken. Dit kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Vervang het mes.
■ Het apparaat alleen transporteren of opslaan met gemonteerde veiligheidsafscherming om het maairnes.
Na het gebruik
■ Reinig de snijmessen met een huishoudreinigingsmiddel om alle resten te verwijderen. Smeer het mes met machineolie om het tegen roest te beschermen.
■ Berg het maalimes goed en achter slot op om het mes tegen beschadiging en gebruik door onbevoegden te beschermen.
Andere veiligheidsvoorschriften
■ Zolang de tank nog benzine bevat, dient u het apparaat nooit te bewaren in een gebouw waar dampen met vonken of open vuur in aanraking kunnen komen.
■ Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of opbergt. Maak het apparaat voor het vervoer goed vast.
■ Vervoer het apparaat alleen met een lege brandstoftank.
■ Berg het apparaat droog, achter slot of hoog op om gebruik door onbevoegden of schade te voorkomen. Houd het apparaat buiten bereik van kinderen.
■ Giet nooit water of een andere vloeistof op het apparaat. Houd de gasgreep en greepbeugel droog, schoon en stofvrij. Reinig het apparaat na elk ge-bruik. Neem de aanwijzingen over reiniging en opslag in acht.
■ Voer verpakkingen, oude benzine en olie volgens de geldende voorschriften af.
■ Bewaar deze gebruiksaanwijzing. Lees de gebruiksaanwijzing en gebruik deze om andere gebruikers te instrueren. Geef de gebruiksaanwijzing mee als u het apparaat aan iemand uitleent.
Gebruikstijden
Neem de geldende voorschriften met betrekking tot de gebruikstijden in acht (eventueel na te vragen bij uw gemeente).
Pictogrammen op de machine
Deze gebruiksaanwijzing beschrijft veiligheids- en internationale symbolen en pictogrammen die op dit apparaat afgebeeld kunnen zijn. Lees de gebruiksaanwijzing om u met alle veiligheids-, montage-, gebruiks- en reparatievoorschriften vertrouwd te maken.

Let op! Lees de gebruiks-aan- wijzing vóór de ingebruikneming!

Ogen-, gehoor- en hoofdbescherming dragen.

Draag tijdens het gebruik van het apparaat stevige schoenen en werk-handschoenen.

Houd derden uit de buurt van het gevaarlijke gebied.

Geen brandstof met specificatie E85 tanken!

Weggeslingerde voor- werpen en ronddraai- ende delen kunnen ernstig letsel veroor- zaken!


Verwondingsgevaar door draaiende delen! Handen en voeten uit de buurt van draai- ende delen houden. Waarschuwing voor hete oppervlakken!




Vuur uit de buurt van de brandstoftank houden!
Benzine/olie! Gebruik altijd schone en verse, loodvrije benzine voor het benzinemengsel. Gebruik de in de gebruiksaanwijzing geadviseerde olie voor het benzinemengsel.
Maximaal toerental Laat het apparaat niet sneller dan met maxi- maal toerental lopen.

Ontstekingsschakelaar Aan/Bedrijf/Start
Ontstekingsschakelaar Uit/Stop

Choke – Instellingen Choke-positie
Positie tijdens bedrijf
Houd deze symbolen op de machine altijd in een leesbare toestand.
Vervang beschadigde of niet meer leesbare symbolen.
Symbolen in deze gebruiks- aanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt:
⚠️ Gevaar
U wordt gewezen op gevaren die met de beschreven activiteit samenhangen en die persoonlijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Let op
U wordt gewezen op gevaren die met de beschreven activiteit samenhangen en die materiële schade tot gevolg kunnen hebben.
i Opmerking
Geeft belangrijke informatie en gebruikstips aan.
Bedienings- en indicatie-elementen
Let op.
Beschadiging van de machine.
Hier worden eerst de functies van de bedienings- en indicatie-elementen beschreven. Voer nog geen functies uit!
Afbeelding 1
1 Uitlaatafdekking
2 Bougie
3 Startergreep
4 Tankdop
5 Aanzuigpomp/primer
6 Chokehendel
7 Luchtfilterafdekking
8 Greepbeugel
9 Bovenste drijfas
10 Schachtkoppeling
11 Onderste drijfas
12 Afdekking snijopzetstuk
13 Draadsnijmes
14 Draadspoel
15 Machinehuis
16 Houder voor schouderriem
17 Ontstekingsschakelaar
18 Gashendelblokkering
19 Gashendel
20 Gasgreep
21 Maaimes met afdekking van maaiopzetstuk *
22 Vasthoudstang *
23 Dopsleutel *
* afhankelijk van model
Montagevoorschrift

Gevaar
Gevaal voor letsel door onbe- doelde start van de motor.
Bescherm u tegen verwondingen. Altijd voor werkzaamheden aan het apparaat:
- Zet de motor uit.
- Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. De motor moet afgekoeld zijn.
- Trek de bougiestekker los.
i Afvoeren
Verpakkingsresten, oude apparaten, enz. moeten volgens de geldende voorschriften worden afgevoerd.
Inbouw en instelling van de greepbeugel
Afbeelding 2a
■ Greepbeugel demonteren. Hiervoor de 4 schroeven losdraaien.
■ Monteer het trillingsdempingsrubber op de schacht.
■ De greepbeugel van boven op het trillingsdempingsrubber leggen.
■ De boorgaten van de onderste bevestigingsplaat met de schroeven in de greepbeugel uitrichten. De 4 schroeven indraaien. Nog niet vastdraaien. Het gereedschap in werkstand houden (afbeelding 12) en breng de greepbeugel in de stand waarbij u het gereedschap het best kunt vasthouden.
■ De 4 schroeven stevig aandraaien tot de greepbeugel vastzit.
Montage/demontage van de onderste drijfas
Afbeelding 2b
Montage
■ Beschermkap (optioneel) aan askoppeling en onderste drijfas verwijderen.
- Schroefgreep (1) aan de askoppeling (2) naar links draaien om de askoppeling te openen. - Activeringsknop (3) aan de onderste drijfas indrukken en de as tot de activeringsknop vastklikt in het vasthoudgat (4) in de askoppeling schuiven.
i Opmerking
Indien nodig de drijfas iets draaien om de vierkante as en de opname van de bovenste drijfas in elkaar te laten grijpen.
■ Schroefgreep (1) aan de askoppeling naar rechts vastdraaien. De onderste drijfas op vastzitten controleren.
Demontage
■ Schroefgreep (1) aan de askoppeling (2) naar links draaien om de askoppeling te openen.
■ Activeringsknop (3) indrukken en de onderste drijfas recht uit de askoppeling trekken.
Draagsysteem (schouderriem) instellen
Afbeelding 3
■ Draagsysteem over de schouders leggen.
■ Sluit de sluitingen van de buikriem (1.). Indien nodig verder instellen.
■ Buikriem op de juiste breedte instellen (2.).
■ Stel de schouderriem op de juiste lengte in (3.).
■ Haak van draagsysteem in houder op apparaat vastklikken en bevestigingskussen (4.) op een comfortabele lengte instellen (5.).
i Opmerking
Lip A dient ertoe om het apparaat in geval van nood zo snel mogelijk van het draagsysteem los te maken.
Daarvoor de lip omhoog trekken.
Montage van afdekking van maaiopzetstuk
Afbeelding 4
■ Schroeven (1) uitdraaien en de klem (2) van de snijopzetstukafdekking (3) nemen.
■ Snijopzetstukafdekking (3) tegen onderste drijfas (4) plaatsen en klem (2) met de schroeven (1) bevestigen.
Schroeven nog niet vastdraaien!
■ Schroef (5) aan transmissie verwijderen.
■ Houder (6) aan transmissie met de schroef (5) bevestigen.
■ De schroeven (1) vastdraaien.
Montage en demontage van draadkop
Montage van draadkop
Afbeelding 5
■ Maaimes en mesbevestigingsdelen, indien gemonteerd, eerst verwijderen. Zie daarvoor „Demontage van maaimes“.
■ Afstandsring (1) op aandrijfas (2) schuiven.
Daarbij de drie openingen in de afstandsring (3), het transmissiehuis (4) en de transmissieafdekking (5) op één lijn boven elkaar brengen.
i Opmerking
Bij niet correcte afstelling is montage of demontage van de draadkop niet mogelijk.
■ Vasthoudstang (6) door de openingen (3, 4, 5) steken om de transmissie te blokkeren.
■ Terwijl de vasthoudstang (6) wordt vastgehouden, de draadkop (7) tegen de wijzers van de klok (linksom) op de aandrijfas draaien.
Draadkop stevig vastdraaien.
i Opmerking
Letten op correcte plaatsing van draadkop (7) op afstandschijf (1), in het midden en plat liggend.
■ Vasthoudstang van transmissiekop verwijderen.
Demontage van draadkop
Afbeelding 6
■ De openingen (3, 4, 5) op één lijn boven elkaar brengen.
Vasthoudstang (6) door de open-ningen steken en vasthouden.
■ Draadkop (7) met de wijzers van de klok mee (rechtsom) van de aandrijfas losdraaien.
Montage en demontage van maaimes (afhankelijk van model)
Montage van maaimes
Afbeelding 7
■ De draadknop, indien gemon-
teerd, eerst verwijderen.
Zie daarvoor „Montage en de-
montage van draadkop“.
i Opmerking
Bij de eerste montage de mesbevestigingsdelen (meshouder (8), vasthoudklok (9), moer (10)), indien gemonteerd, verwijderen. Zie daarvoor „Demontage van maaimes“.
■ Afstandsring (1) op aandrijfas (2) schuiven.
Daarbij de drie openingen in de afstandsring (3), het transmissiehuis (4) en de transmissieafdekking (5) op één lijn boven elkaar brengen (afb. 5).
i Opmerking
Bij niet correcte afstelling is montage of demontage van het maai- mes niet mogelijk.
■ Vasthoudstang (6) door de openingen (3, 4, 5) steken om de transmissie te blokkeren.
■ Terwijl de vasthoudstang (6) wordt vastgehouden, het maai-mes (7) met meshouder (8), vasthoudklok (9) en moer (10) als volgt monteren:
- Maaimes (7) op aandrijfas (2) schuiven en op afstandsring (1) centreren.
i Opmerking
Letten op correcte plaatsing van maairnes (7) op afstandschijf (1), in het midden en plat liggend.
- Meshouder (8), vasthoudklok (9) en moer (10) monteren. Letten op correcte plaatsing van meshouder in vertanding.
- Moer tegen de wijzers van de klok (linksom) stevig vastdraaien - draaimoment 37 Nm.
i Opmerking
- Vóór het vastdraaien nogmaals correcte plaatsing van maaimes controleren.
- Als geen draaimomentsleutel aanwezig is, moer met de hand stevig vastdraaien.
Aansluitend de moer met een ringsleutel nog een halve slag tegen de wijzers van de klok (linksom) aandraaien.
■ Vasthoudstang van transmissiekop verwijderen.
■ Veiligheidsafdekking (indien aanwezig) van het maairnes verwijderen.
Demontage van maaimes
Afbeelding 8
■ Veiligheidsafdekking (indien aanwezig) op het maaiimes verwijderen.
■ De openingen (3, 4, 5) op één lijn boven elkaar brengen.
Vasthoudstang (6) door de open-ningen steken en vasthouden.
■ Moer met de wijzers van de klok mee (rechtsom) losdraaien.
■ Maaimes (7), meshouder (8) en vasthoudklok (9) verwijderen (afb. 7).
Olie en benzine
Olie
Gebruik alleen kwaliteitsolie, API-classificatie TC (TSC-3), die voor luchtgekoelde tweetaktmotoren wordt aangeboden.
Meng de olie voor tweetaktmotoren volgens de voorschriften op de verpakking, 1:40 (2,5 %).
Benzine
⚠ Gevaar
Benzine is onder bepaalde omstandigheden uiterst brandbaar en explosiegevaarlijk.
- Tank alleen in een goed geventi-
leerde omgeving en alleen als
de motor uitgeschakeld is.
Op plaatsen waar wordt getankt of brandstof wordt bewaard, mag niet worden gerookt en mogen geen ontstekingsbronnen aanwezig zijn.
- Vul de tank niet met te veel brandstof (er mag zich geen brandstof in de vulopening bevinden).
Let er na het tanken op dat de tankdop gesloten en geborgd is.
- Let er op dat u bij het tanken geen brandstof morst.
Gemorste brandstof of benzine-dampen kunnen ontbranden.
Nadat er brandstof is gemorst, moet het desbetreffende gedeelte droog zijn voordat de motor weer mag worden gestart. - Voorkom herhaald of langdurig contact met de huid of inademing van de dampen.
Let op
Geen brandstof met specificatie E85 gebruiken. Het gebruik van brandstof met de specificatie E85 (ethanolgehalte >15 %) kan tot schade aan de motor leiden. Het gebruik van niet-toegestane brandstof leidt tot het vervallen van de garantie.
Voorschriften voor het mengen van olie en benzine
Oude of verkeerd gemengde brandstof kan de oorzaak zijn van het niet goed lopen van het apparaat. Gebruik altijd schone, verse, loodvrije benzine (hoogstens 30 dagen oud, minimum-octaangetal: 91 ROZ). Volg de aanwijzingen voor het juiste mengsel van benzine en olie nauwkeurig op. Maak een correct mengsel van tweetaktmotorolie en loodvrije benzine, 1:40 (2,5 %). Meng niet rechtstreeks in de tank.
Vullen met brandstof
Afbeelding 1
■ Verwijder de tankdop (4).
■ Vul de brandstoftank met het mengsel van benzine en olie. Vul de tank niet overvol!
■ Sluit de brandstoftank weer stevig af.
■ Plaats de machine ca. 10 m van de plaats waar wordt getankt en van de jerrycan voordat de motor wordt gestart.
Gebruik

Gevaar
Schouderriem pas na het starten van de motor aan het apparaat vasthaken.
■ Meng benzine (brandstof voor ottomotoren) met olie. Vul de tank met het mengsel. Zie „Olie en benzine“.
Motor starten
Start bij koude motor
Afbeelding 9
■ Gashendelblokkering (2) indrukken, gashendel (3) helemaal indrukken en vasthouden.
i Opmerking
De gashendel kan alleen worden bediend als de gashendelblokkering is ingedrukt.
■ Contactslot (1) in stand I/START zetten.
■ De schakelaar (4) omlaag drukken.
■ Gashendelblokkering en gas-hendel loslaten.
i Opmerking
Beide hendels blijven in de ingedrukte positie vergrendeld (koude-startstand).
■ Druk de aanzuigpomp/primer (1) langzaam en volledig 6 keer in (afb. De brandstof moet in de pomp zichtbaar zijn. Als dat niet het geval is, drukt u zo lang tot er brandstof te zien is.
■ Chokehendel (2) in stand | zetten (afb. 10).
■ Apparaat op de grond duwen.
■ Langzaam aan starterkoord trekken tot weerstand voelbaar wordt. Vervolgens snel en krachtig doortrekken tot de motor start (afb. 11).
Trekstarter na de motorstart niet laten terugschieten, maar langzaam terugbrengen.
■ Motor ca. 1–2 minuten laten lopen.
■ Chokehendel (2) in stand |↑| zetten (afb. 10).
■ Gashendel (3) indrukken en vervolgens loslaten om koudestartblokkering te deactiveren (afb. 9). De schakelaar (4) springt automatisch in de oorspronkelijke positie terug. De motor loopt met onbelast toerental.
i Opmerking
Het apparaat is goed warmgelopen als de motor zonder haperen op toeren komt.
Start bij warme motor
■ Contactslot (1) in stand I/START zetten (afb. 9).
■ Chokehendel (2) in stand | †| zetten (afb. 10).
■ Apparaat op de grond duwen.
■ Langzaam aan starterkoord trekken tot weerstand voelbaar wordt. Vervolgens snel en krachtig doortrekken tot de motor start (afb. 11).
Trekstarter na de motorstart niet laten terugschieten, maar langzaam terugbrengen.
i Opmerking
Mocht de motor niet starten, chokehendel (2) in stand |zetten. Chokehendel (2) in stand|zetten (afb. 10).
Motor stoppen
Afbeelding 9
■ Laat de gashendel (3) los. Laat de motor onbelast lopen om deze te laten afkoelen.
■ Contactslot (1) in stand 0/STOP zetten.
i Opmerking
Als de motor bij bediening van het contactslot niet stopt, chokehendel (2) in stand | zetten om motor te laten stoppen (afb. 10). Vóór verder gebruik van het apparaat contactschakelaar door een gespecialiseerde werkplaats laten controleren.
Grastrimmer vasthouden
Houd het apparaat vast zoals afgebeeld (afb. 12).
Let op het volgende:
- Draag een oogbescherming en geschikte werkkleding.
- Stel de schouderriem op de juiste hoogte in.
- De greepbeugel is correct ingesteld, als u deze met één hand kunt grijpen zonder uw arm te hoeven uitstrekken.
- Het apparaat moet zich onder taillehoogte bevinden.
- Houd de snijkop parallel aan de grond, zodat u de te maaien planten gemakkelijk kunt bereiken zonder voorover te hoeven buigen.
Lengte van trimdraad instellen
(afhankelijk van model)
Met de aantipknop van de snijkop kunt u trimdraad toevoeren zonder de motor te stoppen.
Stoot de snijkop iets op de grond (afb. 13) terwijl u de grastrimmer met een hoog toerental laat lopen om meer draad vrij te geven.
i Opmerking
De trimdraad moet altijd de maxi-male lengte hebben.
Naarmate de trimdraad korter word wordt, wordt de draadtoevoer moeilijker.
Elke keer wanneer de kop op de grond wordt gestoten, wordt ca. 25 mm trimdraad toegevoerd. Een mes in de afdekking van het maaiopzetstuk knipt de draad op de juiste lengte af als er te veel draad is vrijgegeven.
De aantipknop kan het best op de kale of harde grond worden gestoten. Wanneer u probeert om de trimdraad in hoog gras toe te voeren, kan de motor afslaan. Houd de trimdraad altijd op volledige lengte. Het toevoeren van draad wordt moeilijker naarmate de trimdraad korter is.
i Opmerking
De aantipknop niet over de grond trekken.
De draad kan breken door:
- vastraken in voorwerpen,
- normale materiaalmoeheid,
– het knippen van dikke stengels, - slaan tegen muren of tuinhekken.
Tips voor de beste trimresultaten
– Houd de snijkop parallel aan de grond.
- Maai alleen met de punt van de draad, in het bijzonder langs muren. Maaien met meer dan de punt vermindert het maaivermogen en kan tot overbelasting van de motor leiden.
- Gras van meer dan 20 cm hoog moet in meerdere keren gemaaaid worden door het steeds een stukje korter te snijden om een voortijdige slijtage van de draad of het aanlopen van de motor te vermijden.
- Maai indien mogelijk van links naar rechts. Maaien naar rechts levert een beter maaivermogen van het apparaat op.
Grasafval wordt dan van de gebruiker weggeslingerd.
- Beweeg de grastrimmer langzaam op de gewenste hoogte in en uit het gedeelte dat u wilt maaien. Beweeg zelf vooruit en achteruit of van links naar rechts. Het knippen van korte stukken leidt tot betere resultaten.
- Knip alleen wanneer gras en onkruid droog zijn.
Voor de levensduur van de trimdraad spelen een aantal factoren een rol.
- De levensduur van de trimdraad hangt af van,
– de te maaien planten, - waar deze gemaaid worden.
Een draad verslijt bijvoorbeeld sneller bij het maaien langs een muur dan bij het maaien rondom een boom.
Decoratief maaien
U krijgt een decoratief resultaat wanneer u alle planten rond bomen, palen, hekken enz. wegmaait.
Draai het hele apparaat zodanig dat u de snijkop in een hoek van 30° tot de grond houdt (afb. 14).
Gebruik met snijmes (afhankelijk van model)
Houd het apparaat vast zoals afgebeeld (afb. 12).
Zie „Grastrimmer vasthouden“.
Tips voor het gebruik met het snijmes:
- Maai op regelmatige wijze.
- Zorg ervoor dat u stevig en gemakkelijk staat.
- Geef vol gas voordat u naar het te maaien gedeelte gaat. Het mes heeft bij vol gas maxi-male snijkracht.
Daardoor voorkomt u vastklemmen, blijven steken of schokken van het mes, waardoor ernstig letsel bij de gebruiker of andere personen kan optreden.
- Maai door met bovenste gedeelte van uw lichaam van links naar rechts te draaien.
- Laat de gashendel altijd los en laat de motor onbelast lopen wanneer u niet maait.
- Draai het apparaat in dezelfde richting waarin het mes snijdt. Dit bevordert het maaien.
- Ga door naar de volgende plek na het uitvoeren van de snijbeweging en neem opnieuw een stevige houding aan.
Volg deze aanwijzingen op om de kans te beperken dat planten zich om het mes wikkelen:
– Geef vol gas wanneer u maait.
– Draai van rechts naar links in de te maaien planten (afb. 15).
- Maai niet in de zojuist afgemaai-
de planten wanneer u terug-
draait.
Gebruik van vrijgegeven aanbouwapparaten uit het Trimmer-Plus programma.
Let op
Neem alle aanwijzingen uit de handleidingen van de Trimmer-Plus aanbouwapparaten in acht.
i Opmerking
- De montage en demontage van de Trimmer-Plus aanbouwapparaten vindt plaats op dezelfde wijze, zoals beschreven in het gedeelte „Montage/demontage van de onderste drijfas”.
Onderhoud en reiniging
⚠️ Let op
Altijd vóór werkzaamheden aan het apparaat:
- Zet de motor uit.
- Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand gekomen zijn. De motor moet afgekoeld zijn.
- Trek de bougiestekker los van de motor, zodat onbedoeld starten van de motor niet mogelijk is.
Laat alle reparaties uitsluitend door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren. Laat de machine aan het einde van het seizoen door een gespecialiseerd bedrijf inspecteren en onderhouden.
De machine niet met water afspuiten. Anders kunnen elektrische delen beschadigd raken.
Reinig de machine na elk gebruik. Een niet-gereinigde machine veroorzaakt materiaalschade en functiestoringen.
Trimdraad aanbrengen (afhankelijk van model)
Gebruik altijd een vervangingstrimdraad met een diameter van 3,0 mm. Bij gebruik van een trimdraad met een andere lengte dan aangegeven kan de motor oververhit of defect raken.
Er zijn twee mogelijkheden om de trimdraad te vervangen:
- Opwikkelen van een nieuwe draad op de spoel
- Inbouw van een spoel met vooraf opgewikkelde draad
Opwikkelen van een nieuwe draad op de spoel
Afbeelding 16
■ De beide vasthoudstrips (1) van het spoelhuis (2) indrukken en de spoel met spoeldeksel (3) lostrekken.
Afbeelding 17
■ Spoelhuis (1), veer (2) en spoel (3) met spoeldeksel (4) reinigen. Voor de reiniging schone doek gebruiken.
■ Slijtage van vertanding (5) aan spoelhuis (1), spoel (3) en spoeldeksel (4) controleren. Indien nodig beschadigde delen vervangen.
■ Ca. 3 meter nieuwe trimdraad nemen en op halve lengte dubbel vouwen.
i Opmerking
Steeds de aangegeven draad- lengte gebruiken. Als de draad te lang is, wordt deze misschien niet correct toegevoerd.
Afbeelding 18
■ Het gevouwen uiteinde van de trimdraad in de vasthoudstrip van de spoel steken.
■ De draden in strakke, gelijkmatige lagen telkens op de onderste en bovenste spoelhelft wikkelen.
De op de spoel aangegeven wikkelrichting in acht nemen!
Afbeelding 19
■ De draaduiteinden in de twee tegenover elkaar liggende vast-houdsleuven drukken.
Afbeelding 20
■ De spoel in de spoeldeksel steken en de draaduiteinden door de tegenover elkaar liggende sleuven in de spoeldeksel geleiden.
Afbeelding 21
■ Voorgemonteerde eenheid (3) uit binnenste spoel en spoeldek-sel in spoelhuis (2) duwen tot de vasthoudstrips (1).
Inbouw van een spoel met vooraf opgewikkelde draad
Afbeelding 16
■ De beide vasthoudstrips (1) van het spoelhuis (2) indrukken en de spoel met spoeldeksel (3) lostrekken.
■ Spoel uit spoeldeksel nemen.
Afbeelding 17
■ Spoelhuis (1), veer (2) en spoeldeksel (4) reinigen. Voor de reiniging schone doek gebruiken.
■ Slijtage van vertanding (5) aan spoelhuis (1) en spoeldeksel (4) controleren.
Indien nodig beschadigde delen vervangen.
Afbeelding 20
■ Een nieuwe spoel in de spoeldeksel steken en de draaduiteinden door de tegenover elkaar liggen-de sleuven in de spoeldeksel geleiden.
Afbeelding 21
■ Voorgemonteerde eenheid (3) uit binnenste spoel en spoeldek-sel in spoelhuis (2) duwen tot de vasthoudstrips (1).
Reinig luchtfilter
Luchtfilter na 10 bedrijfsuren reinigen en smeren. Dit is een belangrijk onderdeel van het onderhoud.
Door gebrekkig onderhoud van het luchtfilter vervalt de garantie.
Afbeelding 22
■ Verwijder de afdekking van het luchtfilter: Druk op de vasthoudstrip (1) en open de afdekking (2).
■ Het luchtfilter (3) verwijderen.
Afbeelding 23
■ Was het filter met wasmiddel en water. Spoel het filter zorgvuldig uit, laat het afdruipen en volledig drogen.
Afbeelding 24
■ Gebruik voldoende schone olie (SAE 30) om het filter licht te smeren.
Afbeelding 25
■ Druk op het filter zodat de olie wordt verdeeld en het overschot naar buiten wordt geduwd.
■ Bouw het filter in.
■ Luchtfilterafdekking weer monteren, daarbij op vastklikken letten.
i Opmerking
Het gebruik van het apparaat zonder luchtfilter leidt tot het vervallen van de garantie.
Het onbelaste toerental kan met de schroef (1) worden ingesteld. Laat deze werkzaamheden alleen door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.
Benzinefilter vervangen (afhankelijk van model)
Afhankelijk van behoefte – deze werkzaamheden alleen door een gespecialiseerde werkplaats laten uitvoeren.
Bougie controleren en vervangen
Alleen originele of door de fabrikant vrijgegeven bougies gebruiken. De juiste elektrodenafstand bedraagt 0,6–0,7 mm. Draai de bougie telkens na 25 bedrijfsuren uit en controleer de toestand.
■ Stop de motor en laat deze afkoelen.
■ Trek de bougiestekker los.
■ Verwijder vuil rond de bougie.
■ Draai de bougie met een bougiesleutel linksom uit.
■ Controleer de elektrodenafstand van 0,6–0,7 mm en stel deze in (afb. 7).
i Opmerking
Vervang een beschadigde, beroete of vervuilde bougie.
■ Draai de bougie in en draai deze vast met een draaimoment van 12,3–13,5 Nm.
Niet te vast aandraaien.
Uitlaat reinigen.
Afbeelding 28
Het gedeelte onder de uitlaatafdekking (1) elke 25 bedrijfsuren reinigen. Hiervoor moet de uitlaatafdekking verwijderd worden.
Laat deze werkzaamheden alleen door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.
Transmissievet in transmissiehuis controleren en bijvullen
Afbeelding 29
Stand van transmissievet in transmissiehuis elke 25 bedrijfsuren controleren. Hiervoor de schroef (1) verwijderen.
Indien nodig lithiumvet van hoge kwaliteit bijvullen.
Laat deze werkzaamheden alleen door een gespecialiseerd bedrijf uitvoeren.
Apparaat reinigen

Let op
Houd apparaat en ventilatieopeningen altijd schoon en verwijder vuil.
Gebruik een kleine borstel voor het reinigen van de buitenzijde van het apparaat. Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen.
Huishoudreinigingsmiddelen die aromatische olieën zoals denne olie en citroen of oplosmiddelen zoals kerosine bevatten, kunnen de kunststof behuizing en de hand-grepen beschadigen. Huis alleen met een vochtige doek afvegen.
Opbergen
■ Berg het apparaat nooit op terwijl er nog brandstof in de tank zit of op een plaats waar vonken of open vuur het apparaat kunnen bereiken.
■ Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat opbergt.
■ Bewaar het apparaat in een droge, afgesloten ruimte, om gebruik door onbevoegden en schade te voorkomen. Houd het apparaat buiten bereik van kinderen.
Langdurig opbergen
Ga als volgt te werk als het apparaat langdurig moet worden opgeborgen:
■ Laat de brandstof volledig uit de tank lopen en bewaar deze in een tank met hetzelfde tweetaktmengsel. Gebruik geen brandstof die langer dan 30 dagen is bewaard.
■ Start de motor en laat deze lopen tot de motor afslaat.
Er blijft dan geen brandstof in de carburateur achter.
■ Laat de motor afkoelen.
Draai de bougie uit en giet 30 ml motor- of tweetaktolie van hoge kwaliteit in de cilinder.
Trek langzaam aan het starter-
koord om de olie te verdelen.
Draai de bougie weer in.
i Opmerking
Als het apparaat langdurig niet is gebruikt, dient u de bougie te verwijderen en alle olie uit de cilinder te gieten voordat u het apparaat start.
■ Reinig het apparaat grondig en controleer het op losse of beschadigde delen.
Repareer beschadigde delen of vervang deze en draai losse schroeven, moeren en bouten vast. Het apparaat kan nu worden opgeborgen.
■ Bewaar het apparaat in een droge, afgesloten ruimte, om gebruik door onbevoegden en schade te voorkomen. Houd het apparaat buiten bereik van kinderen.
Vervoer
■ Laat het apparaat afkoelen voordat u het vervoert of verplaatst.
■ Vervoer het apparaat alleen met een lege brandstoftank! Tankdop moet stevig afgesloten zijn.
■ Zet het apparaat vast, zodat het niet kan wegglijden.
Garantie
In uw land gelden de garantievoorwaarden van onze verkoopmaatschappij of importeur.
Storingen aan het apparaat ver- helpen wij kosteloos in het kader van de garantie, inden een materiaal- of fabricagefout hiervan de oorzaak is.
Neem bij garantiekwesties contact op met uw leverancier of de vestiging bij u in de buurt.
Fouten verhelpen
Fout Oorzaak Oplossing
| Motor start niet. Ontstekingsschakelaar staat op 0/STOP. | Zet de schakelaar op I/START. | |
| Brandstoftank leeg. Vul de brandstoftank. | ||
| Aanzuigpomp onvoldoende omlaaggedrukt. Druk de aanzuigpomp 10 keer langzaam en volledig omlaag. | ||
| Motor verzopen. Start met chokehendel in bedrijfspositie. | ||
| Oude of verkeerd gemengde brandstof. Maak de tank leeg of vul deze met verse brandstof. | ||
| Vuile bougie. Vervang of reinig de bougie. | ||
| Motor loopt onbelast niet gelijkmatik. | Luchtfilter verstopt. Reinig of vervang het luchtfilter. | |
| Oude of verkeerd gemengde brandstof. | Maak de tank leeg of vul deze met verse brandstof. | |
| Carburateur verkeerd ingesteld. Laat de carburateur door een gespecialiseerd bedrijf instellen. | ||
| Benzinefilter vuil. Benzinefilter door erkende werkplaats laten vervangen. | ||
| Motor komt niet op toeren. Oude of verkeerd gemengde brandstof. | Maak de tank leeg of vul deze met verse brandstof. | |
| Carburateur verkeerd ingesteld. Laat de carburateur door een gespecialiseerd bedrijf instellen. | ||
| Sterke trillingen. Beschadigde maagereed-schappen of aandrijvingsdelen. | Schakel het gereedschap onmiddellijk uit. Laat defecte delen door een gespecialiseerd bedrijf vervangen. | |
| Snijkop geeft draad niet vrij. | Snijkop met gras omwikkeld. | Stop de motor en reinig de snijkop. |
| Geen draad in snijkop. Wikkel een nieuwe draad op. | ||
| Spoel klemt. | Vervang de spoel. | |
| Snijkop vuil. | Reinig binnen- en buitenspoel. | |
| Draad gesmolten. | Demonteren, gesmolten deel verwijderen en draad opnieuw opwikkelen. | |
| Draad bij vullen gedraaid. | Demonteren en draad opnieuw opwikkelen. | |
| Onvoldoende draad toegevoerd. | Tip de aantipknop aan en trek de draad uit tot er 10 cm draad uit de snijkop steekt. | |
Neem bij vragen contact op met uw erkende leverancier.