FKC-2 - Thermisch zonnepaneel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FKC-2 Junkers in PDF-formaat.
| Producttype | Vlakke collector voor thermische zonne-energie |
| Merk en model | Junkers FKC-2 |
| Afmetingen (L×B×H) | 2017 mm × 1175 mm × 87 mm |
| Gewicht (netto) | 40 kg (verticaal type) / 41 kg (horizontaal type) |
| Bruto oppervlak (A_G) | 2,37 m² |
| Absorber oppervlak (A_A) | 2,18 m² |
| Apertuur oppervlak (A_a) | 2,25 m² |
| Collectorinhoud (V_f) | 0,94 l (verticaal) / 1,35 l (horizontaal) |
| Max. bedrijfsdruk (p_max) | 6 bar |
| Max. stilstaande temperatuur | 199 °C |
| Toegestane plaatsing | Platte daken en gevels |
| Toegestane dakhelling | Maximaal 25° |
| Opstellingshoek | 30° tot 60° (afhankelijk van toepassing) |
| Max. sneeuwbelasting (basis) | 2,0 kN/m² |
| Max. windsnelheid (plat dak) | 151 km/h |
| Max. windsnelheid (gevel) | 129 km/h |
| Aantal collectoren per rij | Maximaal 10 |
| Aansluiting leidingen | Knelkoppeling 18 mm, zonneslangen met veerklemringen |
| Warmtedrager | Solarvloeistof L (vorst- en corrosiebescherming) |
| Onderhoudsinterval | Eerste inspectie na 500 bedrijfsuren, daarna om de 1-2 jaar |
| Reiniging glas | Met glasreiniger, geen aceton gebruiken |
| CE-markering | Ja |
Veelgestelde vragen - FKC-2 Junkers
Gebruikersvragen over FKC-2 Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermisch zonnepaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FKC-2 - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FKC-2 van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING FKC-2 Junkers
Montage op plat dak en aan de gevel
Inhoudsopgave
1 Toelichting van de symbolen en veiligheidsaanwijzingen ....3
1.1 Toelichting van de symbolen ..... 3
1.2 Algemene veiligheidsinstructies ..... 3
2 Gegevens betreffende het product ..... 4
2.1 Constructie van de collector ..... 4
2.2 Reglementair gebruik .... 5
2.3 Componenten en technische documenten ....6
2.4 Toebehoren 6
2.5 EG-conformiteitverklaring ..... 6
2.6 Typeplaat 7
3.1 Geldigheid van de voorschriften ... 10
3.2 Normen, voorschriften, richtlijnen .. 10
4 Transport 11
5 Voor de montage 12
5.1 Algemene aanwijzingen ..... 12
5.2 Opstelling van de collectoren ..... 14
5.3 Opstellingshoek van de collectoren . 15
5.4 Benodigde ruimte op het dak ..... 16
5.5 Beveiliging tegen blikseminslag .... 18
5.6 Benodigde gereedschappen en materialen ....18
5.7 Montagevolgorde 18
6 Montage van de collectorsteunen ..... 19
6.1 Telescopische rails monteren ..... 19
6.2 Afstanden van de collectorsteunen bepalen ....20
6.3 Collectorsteunen op het platte dak monteren ....25
6.4 Collectorsteunen tegen de gevel monteren....27
7 Montage van de profielrails ..... 29
7.1 Profielrails verbinden ..... 29
7.2 Profielrails monteren 29
7.3 Extra profielrails monteren ..... 30
7.4 Profielrails uitrichten 30
7.5 Wegglijborging monteren ..... 30
8 Montage van de collectoren ..... 31
8.1 Collectormontage op de begane grond voorbereiden 32
8.2 Collectoren bevestigen ..... 33
8.3 Collectorsensor monteren ..... 36
9 Hydraulische aansluiting ..... 37
9.1 Leidingen monteren ..... 37
9.2 Leidingen aansluiten zonder ontluchter 38
9.3 Leidingen aansluiten met ontluchter (toebehoren) 38
9.4 Aansluitset voor 2 rijen monteren (toebehoren)....39
10 Afsluitende werkzaamheden ..... 40
10.1 Controleer de installatie ..... 40
10.2 Aansluitingen en leidingen isoleren 40
11 Reiniging van de collectoren ..... 41
12 Milieubescherming en gebruikte materialen afvoeren 41
13 Onderhoud/inspectie 42
1 Toelichting van de symbolen en veiligheidsaanwijzingen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwingsaanwijzingen

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet ge-respecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Deze wordt gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
▶Handelingsstap
1., 2. Genummerde handelingen
→ Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documen- ten
- Opsomming/lijstpositie
- Opsomming/lijstpositie (2e niveau)
Tab. 1
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Opslag
- Vlakke collectoren alleen droog opslaan (buiten alleen met regenbescherming).
Gevaar voor verbranding aan de vlakke collectoren
Wanneer de vlakke collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd zijn blootgesteld aan bestraling door de zon, bestaat er gevaar voor verbranding aan deze onderdelen.
▶Persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
▶Bescherm de vlakke collector en het montagemateriaal tegen zonnestraling (bijv. met een afdekzeil).
Gevaar voor vallen bij werkzaamheden op het dak.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveiliging aanwezig is, de persoonlijke beschermende kleding of beschermende uitrusting dragen.
▶Tref bij alle werkzaamheden op het dak de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
▶Ongevallenpreventievoorschriften respecteren.
Montage
Montage en onderhoud mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd.
▶Lees deze handleiding zorgvuldig door.
▶Voer geen veranderingen uit aan de onderdelen.
▶Monteer de montageset alleen op daken met voldoende draagkracht. Schakel indien nodig een bouwingenieur en/of dakdekker in.
Functietest
De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvriendelijke werking.
▶Aanbeveling voor de eigenaar: sluit een onderhoudsen inspectiecontract af met een erkend installateur.
▶Defecte onderdelen direct vervangen. Er mogen alleen originele onderdelen worden gemonteerd.
Instructie van de eigenaar
▶ Informeer de eigenaar over de werking van het toestel en instrueer hem over de bediening van de gehele installatie.
▶Eigenaar erop wijzen, dat hij geen wijzingen of herstellingen mag uitvoeren.
▶Deze installatie- en onderhoudshandleiding aan de eigenaar geven. Wijs erop, dat de handleiding moet worden bewaard en aan de volgende eigenaar/gebruiker moet worden doorgegeven.
2 Gegevens betreffende het product
De vlakke collector FKC-2 wordt in deze handleiding hierna afgekort collector genoemd.
2.1 Constructie van de collector
In de afbeeldingen in deze handleiding worden verticale collectoren [10] getoond. Wanneer de montage van horizontale collectoren [9] afwijkt van de montage van verticale collectoren, wordt daarop gewezen.

Afb. 1 Type collector verticaal in doorsnedeweergave
1 Dompelhuls voor collectorsensor
2 Collectoraansluiting, aanvoer
3 Glasafdekking
4 Absorber
5 Isolatie
6 Buisharp
7 Montage-opening in behuizing
8 Collectoraansluiting, retour
9 Collectortype horizontaal, principeweergave
10 Collectortype verticaal, principeweergave
De collectoren zijn bedoeld als warmteproducent in een thermisch zonnesysteem.
De montageset is uitsluitend bedoeld voor de montage van de collectoren.
▶Gebruik de collectoren alleen in combinatie met geschikte zonneregelaars en alleen in intrinsiek gesloten zonnesystemen (geen contact met zuurstof).
Toegestane warmtedrager
▶De collectoren moeten ter bescherming tegen vorst en corrosie worden gebruikt in combinatie met de solarvloeistof L.
Toegestane dakbedekkingen
Deze handleiding beschrijft de montage van de collector op platte daken en tegen gevels.
▶Monteer de montageset alleen op deze daken.
Toegestane dakhellingen
▶Monteer de montageset alleen op platte daken of op daken met een geringe helling tot max. 25°.
Collectorsteunen
▶Bij de montage op een plat dak: collectorsteunen niet gebruiken voor de bevestiging van andere dakelementen.
▶Bij de montage tegen een gevel: collectorsteunen alleen op wandelementen met voldoende draagkracht monteren.
Toegestane belastingen
▶Collectoren alleen monteren op plaatsen met lagere waarden dan in tabel 2 opgegeven. Schakel indien nodig een bouwingenieur in.

Afhankelijk van het montagetype, collector-type en de toegestane belastingen zijn aan-vullende toebehoren nodig (extra collectorsteunen, extra profielrails).
De montageset is geschikt voor de volgende maximale belastingen (conform EN 1991 Eurocode 1):
| Maximale sneeuw-belasting | Maximale windsnelheid |
| Montage op plat dak | |
| 2,0 kN/m2 | 151 km/h1) |
| 3,8 kN/m2 2) | 151 km/h1) |
| Montage op gevel | |
| 2,0 kN/m2 | 129 km/h3) |
Tab. 2 Toegestane belastingen
1) komt overeen met een stuwdruk van 1,1 kN/m²
2) afhankelijk van montagetype en collectortype alleen mogelijk met toebehoren
3) komt overeen met een stuwdruk van 0,8 kN/m²
▶Respecteer bij het bepalen van de maximale windsnelheid de volgende factoren:
- Locatie van het zonnesysteem
- Geografische hoogte van het terrein
- Topografie (terrein/bebouwing)
- Gebouwhoogte
De maximale sneeuwbelasting resulteert uit de regionale zone (sneeuwbelastingszone) en de terreinhoogte.
▶ Informeer naar de plaatselijke sneeuwbelastingen.
Het ophopen van sneeuw boven de collector of op de collector moet worden voorkomen.
▶Sneeuwopvangrooster boven de collector monteren.
▶Sneeuw regelmatig ruimen.
Ter voorkoming van sneeuwbelastingen zie ook: hoogteverspringing van daken → pagina 13.
2.3 Componenten en technische documenten
Het thermische zonnesysteem is bedoeld voor de tapwatervoorziening en indien nodig voor de verwarmingsondersteuning. Deze bestaat uit verschillende componenten.

Afb. 2 Componenten van een zonnesysteem
1 Collector met collectorsensor boven
2 Leiding (retour)
3 Zonnesysteem met expansievat, temperatuur- en veiligheidsinrichtingen
4 Zonneboiler
5 Zonneregelaar
6 Leiding (aanvoer)
De volgende onderwerpen worden in de handleidingen van de componenten beschreven:
Collector
• Montage van de collectorsteunen
- Bevestiging van de collector
- Hydraulische aansluiting van de collector
• Onderhoud van de collector
Zonnestation
• Montage van het zonnestation
• Montage van de leidingen
- Inbedrijfstelling van de totale installatie
- Onderhoud van het zonnestation en van de gehele installatie
- Opmerkingen betreffende storingen in de gehele installatie
Zonneboiler
- Opstelling en montage van de boiler
- Inbedrijfstelling van de boiler
- Onderhoud van de boiler
Zonneregelaar
- Montage en elektrische aansluiting van de regelaar
- Bediening van de regelaar en van de totale installatie
- Onderhoud van de regelaar
- Opmerkingen betreffende storingen van de regelaar
Aanvullende handleidingen kunnen in de toebehoren aanwezig zijn.
2.4 Toebehoren
Hierna volgt een lijst met toebehoren, die voor de collector en de montageset mogelijk zijn. Een actueel volledig overzicht is opgenomen in de totaalcatalogus.
- Toebehoren voor hogere belastingen (→ hoofdstuk 7.3, pagina 30)
- Ontluchterset (→ hoofdstuk 9.3, pagina 38)
- Overspanningsbeveiliging voor collectorsensor
- Zonne-concentrische buis (leiding), geïsoleerd en met geïntegreerde collectorsensorkabel
- Aansluitset voor concentrische zonnebuis
2.5 EG-conformiteitverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. De conformiteitverklaring kan worden opgevraagd bij de fabrikant (adres zie achterzijde).
2.6 Typeplaat
De typeplaat van de collector bevindt zich op het collectorhuis en bevat specificaties in de vorm van symbolen.

Afb. 3 Positie van de typeplaat
1 Typeplaat op het collectorhuis
2 Dompelhuls collectorsensor, collectortype verticaal
3 Dompelhuls collectorsensor, collectortype horizontaal
Symbool Betekenis Toelichting
| tstg | temperaturestag-nation | Stilstandstemperatuur, max. |
| pmax | pressuremaximum | Bedrijfsdruk, max. |
| m | m a | s s |
| AG | areagross | Buitenoppervlak |
| Aa | areaapertur | Apertuuropervlak(lichtdoorlatend oppervlak) |
| AA | areaabsorber | Absorberoppervlak |
| Vf | volumefluid | Collectorinhoud |
Tab. 3 Specifications typeplaat
| FKC-2 | |
| Certificaten | |
| Lengte 2017 mm | |
| Breedte 1175 mm | |
| Hoogte 87 mm | |
| Afstand tussen de collectoren 25 mm | |
| Collectoraansluiting (als tule gevormd) | 23 mm |
| Absorberinhoud, type verticaal ( Vf ): 0,94 l | |
| Absorberinhoud, type horizontaal ( Vf ) | 1,35 l |
| Buitenoppervlak (bruto-oppervlak, AG ) | 2,37 m2 |
| Absorberoppervlak (netto-oppervlak, AA ) | 2,18 m2 |
| Apertuuropervlak (lichtdoorlatend oppervlak, Aa ) | 2,25 m2 |
| Gewicht netto, type verticaal 40 kg | |
| Gewicht netto, type horizontaal 41 kg | |
| Toegesteveldrijfdruk collector ( pmax ) | 6 bar |
| Max. stilstandstemperatuur 199 °C | |
Tab. 4

line
| l/h | mbar (Line 1) | mbar (Line 2) | | --- | ------------- | ------------- | | 0 | 0 | 0 | | 50 | ~1.5 | ~0.5 | | 100 | ~3 | ~1 | | 150 | ~5 | ~2 | | 200 | ~8 | ~4 | | 250 | ~12 | ~6 |Afb. 4 Drukverliezen van de collectoren
1 Drukverliescurve voor verticaal type
2 Drukverliescurve voor horizontaal type
2.8 Leveringsomvang
▶Controleer of de levering compleet en niet beschadigd is.
2.8.1 Montageset voor de collectoren

Afb. 5 Montageset voor 2 verticale collectoren: 1 montageset basisuitvoering, 1 montageset uitbreiding.
Montageset basisuitvoering, per collectorrij en voor de eerste collector:
| Pos.1 Profielrail 2 x | |
| Pos.3 Schroef M8x20 6 x | |
| Pos.5 Enkelzijdige collectorspanner 4 x | |
| Pos.6 Moer M8 4 x | |
| Pos.7 Collectorsteun 2 x | |
| Pos.8 Wegglijborging 2 x |
Tab. 5
Montageset uitbreiding, per volgende collector:
| Pos.1 Profielrail 2 x | |
| Pos.2 Steekverbinding 2 x | |
| Pos.3 Schroef M8x20 3 x | |
| Pos.4 Dubbelzijdige collectorspanner 2 x | |
| Pos.6 Moer M8 | 2 x |
| Pos.7 Collectorsteun | 1 x 1) |
| Pos.8 Wegglijborging | 2 x |
Tab. 6
1) bij collectortype horizontaal: 2 x collectorsteunen

Afhankelijk van de montagesituatie zijn aanvullende collectorsteunen en extra profielrails nodig. Daarop wordt in de volgende hoofdstukken gewezen.
2.8.2 Aansluitset

Afb. 6 1 aansluitset plat dak en 2 verbindingssets
Aansluitset voor een collectorveld: 2.8.3 Collector met 2 verbindingssets
| Pos.1 Veerklemring (1 x als vervanging) 5 x | |
| Pos.3 Moer G1 2 x | |
| Pos.4 Klemschijf 2 x | |
| Pos.5 Hoekstuk 2 x | |
| Pos.6 Klemring 18 mm 2 x | |
| Pos.7 Wartelmoer R3⁄4 2 x | |
| Pos.8 Blindstop 2 x | |
| Pos.9 Zonneslang 55 mm 2 x | |
| Pos.10 Installatie- en onderhoudshandleiding | 1 x |
| Pos.11 Sleutel SW5 1 x | |
| Pos.12 Houder voor toevoerleiding 2 x | |
| Pos.13 Stoppen voor dompelhuls (collectorsensor) | 1 x |
Tab. 7

Afb. 7 2 transportbeschermhoeken bevatten ieder 1 verbindingsset (1 verbindingsset bevat 2 veerklemringen en 1 zonneslang)
| Pos.1 | Veerklemring | 4 x |
| Pos.2 | Zonneslang 145 mm met stop | 2 x |
| Pos.10 | Transportbeschermhoek met verbindingsset | 2 x |
Tab. 8
3 Voorschriften
3.1 Geldigheid van de voorschriften
▶Gewijzigde voorschriften of aanvullingen respecteren. Deze voorschriften gelden tevens op het tijdstip van de installatie.
3.2 Normen, voorschriften, richtlijnen
▶Voor de montage en het gebruik van de installatie de nationale en plaatselijke normen en richtlijnen respecteren.
Regels van de techniek voor de installatie van collectoren:
- Montage op de daken:
- EN 1991 Eurocode 1 Ontwerpgrondslagen en belastingen op constructies, sneeuw-en windbelastingen
- Aansluiting van thermische zonnesystemen:
- EN 12976: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (prefab-installaties)
- ENV 12977: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (klantspecifiek gefabriceerde installaties).
- EN 12975 Thermische zonnepanelen en hun onderdelen (collectors)
- Elektrische aansluiting: Alle elektrische aansluitingen moeten voldoen aan de normen van het AREI.
- Bliksemafleiding: Indien de hoogte van het gebouw meer dan 20 meter bedraagt en geen bliksemafleider voorhanden is, moet een gespecialiseerd elektrobedrijf de installatie op het dak met een aarding van minstens 16mm 2 verbinden en aan de potentiaalvereffening aansluiten.
4 Transport

GEVAAR: Levensgevaar, omdat u van het dak kunt vallen!
- Gebruik geen ladder voor het transport op het dak, omdat het montagemateriaal en de collectoren zwaar en onhandig zijn.
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveilig- gingen aanwezig zijn, persoonlijke veilig- heidsuitrusting dragen.

WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door vallende delen!
▶Collectoren en montagemateriaal tijdens het transport beveiligen tegen vallen.

OPMERKING: Lekkage door beschadiging van het afdichtoppervlak op de collector-aansluitingen.
▶Beschermkappen pas direct voor de montage op het dak verwijderen.

Twee van de vier transporthoeken van de collector bevatten belangrijke onderdelen (→ afb. 7, pagina 9).

Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
▶Voer de transportverpakking af via milieuvriendelijke recyclage.

OPMERKING: Beschadiging aan de collectoraansluitingen door verkeerd gebruik!
▶De collectoraansluitingen niet als trans-porthulpmiddel gebruiken.
▶Voor het dragen de collector vastpakken in de grepen of aan de collectorrand.

Afb. 8
1 Zone met de greep
2 Beschermkappen pas op het dak verwijderen.
3 Collector dragen: collectorrand rondom
4 Collector dragen: greep
- Om het transport van de collectoren en het montage-materiaal te vergemakkelijken, indien nodig de vol-gende hulpmiddelen met voldoende draagkracht gebruiken.
- Draagriem
- 3-punts zuignaphandvat
- Dakdekkersladder of inrichtingen voor schoorsteenveegwerk
- Lift
- Bouwsteiger

De zonneslangen [1] in de transporthoeken worden met ingevette stoppen [2] uitgeleverd. Deze stoppen rekken de zonneslang op en vergemakkelijken de montage op de collectoraansluiting.
▶Stoppen [2] pas vlak voor de montage van de zonne-slang verwijderen.

Afb. 9
5 Voor de montage
5.1 Algemene aanwijzingen

WAARSCHUWING: Wanneer de collector en het montagemateriaal langere tijd aan zonnestralen zijn blootgesteld, dan bestaat gevaar voor verbranding aan deze onderdelen!
▶Persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
▶Collector en montagemateriaal tegen directe zonnestralen beschermen.

Aangezien dakdekkersbedrijven ervaring hebben met dakwerkzaamheden en gevaren door vallen, raden wij een samenwerking met deze bedrijven aan.
▶Verzamel informatie over de bouwkundige omstandigheden en de lokale voorschriften.
▶Collectoren optimaal op het dak opstellen. Hierbij in het bijzonder op het volgende letten:
- Collectorveld zo mogelijk naar het zuiden uitrichten (→ afb. 10).
- Collectorveld zodanig uitrichten dat het in lijn ligt met ramen, deuren, enz. (→ afb. 10).
- Mogelijke beschaduwing vermijden (→ afbeeldingen 11, 19 en 20).
- Hoogteverspringingen vermijden (→ afb. 13).
- Hydraulische aansluiting op de leiding respecteren (→ hoofdstuk 9).
- Respecteer de benodigde ruimte op het dak (→ hoofdstuk 5.4).

▶Voorkom beschaduwing van het collectorveld door andere gebouwen, bomen, andere collectorrijen enz.

Zonnestation niet onder collectorveld
In bepaalde gevallen kan het zonnestation [1] niet onder het collectorveld worden gemonteerd (bijv. bij dakverwarmingscentrales).
Om bij deze installaties oververhitting te voorkomen, met de aanvoer een "sifon" vormen:
▶Aanvoer eerst tot de hoogte van de collectorretour-aansluiting [2] installeren. Daarna tot aan het zonne-station leggen.

Hoogteverspringingen van daken
Bij hoogteverspringingen van daken moeten afglijdende sneeuwlasten vanaf een dakhelling a > 15° worden vermeden. De lengte van de extra belasting door een weg- glijdende sneeuwlast resulteert uit het hoogteverschil (→ afb. 13):s= 2 × h
▶Vermijd montage van de collectoren in de zone I s onder hoogteverschillen.
▶Bij montage onder hoogteverschillen:
- Sneeuwvangrooster op het hogere dak monteren.
- Rekening houden met extra belasting bij de montage.

Afb. 13
1 Extra last door afglijdende sneeuw
2 Normale sneeuwbelasting
a Dakhelling
h Hoogteverschil
Is Lengte van de extra belasting
5.2 Opstelling van de collectoren
De aanvoer kan links of rechts op het collectorveld worden gemonteerd.
▶Collectorveld afwisselend per zijde aansluiten (→ afb. 14).

Gedetailleerde informatie over de planning van de installatiehydrauliek en de componenten vindt u in de ontwerpdocumentatie zonnetechniek.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
B --> D["4"]
D --> E["5"]
E --> F["6720640298.24-1.ST"]
G["3"] --> H["2"]
H --> I["1"]
I --> J["4"]
J --> K["5"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#f9f,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#ffc,stroke:#333
Afb. 14 Opstelling verticale (boven) en horizontale (onder) collectoren
1 Collectorsensor in de dompelhuls (altijd boven op de collector met de aangesloten aanvoer)
2 Zonneslang 145 mm
3 Zonneslang 55 mm en blindstop
4 Retour (van boiler)
5 Aanvoer (naar boiler)
Toegestane opstelling en uitrichting
▶Let erop bij de collectormontage dat de dompelhuls voor de collectorsensor boven ligt
(→ afb. 14 [1]).
▶ Installatie van de collectorsensorkabel zodanig plannen, dat de collectorsensor (→ afb. 14 [1]) in de collector met de aangesloten aanvoer [5] kan worden gemonteerd.
Maximale aantal collectoren en collectorvelden met meer rijen
▶Maximaal 10 collectoren in een rij inplannen.
▶Collectorvelden met meerdere rijen aansluiten volgens het Tichelmann-principe. Hierbij is de som van alle weerstanden (bijv. leidinglengten met dezelfde doorsnede) tussen de eerste en laatste aftakkingen gelijk.

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B["Step 1"]
B --> C["Step 2"]
C --> D["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Afb. 15
1 Aansluiting van een rij
2 Aansluiting van meer dan 10 collectoren: parallelschakeling van twee rijen volgens het Tichelmann-principe
5.3 Opstellingshoek van de collectoren
De opstellingshoek van de collectoren is afhankelijk van het toepassingsgebied en van de dakhelling. Uit toepassingsgebied, dakhelling en opstellingshoek wordt de hellingshoek van de collectorsteunen bepaald. De hellingshoek van de collectorsteunen wordt met de teles - cooprails van de collectorsteunen ingesteld.

Afb. 16
a Opstellingshoek
5.3.1 Bereik opstellingshoek bepalen
De verschillende toepassingsgebieden van zonne-installaties vragen om verschillende opstellingshoeken, die naargelang seizoen een optimaal rendement garanderen.
| Toepassingsgebied | Bereik opstel-lingshoek |
| Tapwater 30–45° | |
| Tapwater + verwarming 45–60° | |
| Tapwater + zwembad 30–45° | |
| Tapwater + verwarming +zwembad | 45–60° |
Tab. 9
▶Bereik opstellingshoek volgens toepassingsgebied vastleggen.
5.3.2 Opstellingshoek en hellingshoek op schuine daken bepalen
Bij licht naar het zuiden gerichte schuine daken: hellingshoek [2] =
opstellingshoek [1] – dakhelling [3]
Bij licht naar het noorden gerichte schuine daken: hellingshoek [2] =
opstellingshoek [1] + dakhelling [3]

Afb. 17 Opstellingshoek op schuine daken
1 Opstellingshoek van de collector (absolute hoek t.o.v. de horizontaal)
2 Hellingshoek van de collectorsteunen
3 Dakhelling (max. 25°)
5.3.3 Opstellingshoek en hellingshoek op gevels bepalen
Bij gevelmontage:
hellingshoek [2] = 90° - opstellingshoek [1]

De opstellingshoek moet tussen 45° en 60° liggen.

Afb. 18
1 Opstellingshoek van de collector (absolute hoek t.o.v. de horizontaal)
2 Hellingshoek van de collectorsteunen
5.4 Benodigde ruimte op het dak
5.4.1 Afstand tussen de collectorrijen vastleggen
De minimale afstand X tussen de collectorrijen resulteert uit de opstellingshoek van de collectoren.
| Opstel-lings-hoek α | Afstand XPlat dak GevelVerticaal Horizontaal Horizontaal | |
| 30° 5,05 m | 2,94 m- | |
| 35° 5,44 m | 3,17 m- | |
| 40° 5,79 m | 3,37m- | |
| 45° 6,09 m | 3,55 m | 2,33 m |
| 50° 6,35 m | 3,70 m | 2,26 m |
| 55° 6,56 m | 3,82 m | 2,18 m |
| 60° 6,72 m | 3,92 m | 2,08 m |
Tab. 10 Afstand tussen de collectorrijen, bij minimale zonnestand (op plat dak: 17°; op gevel: 61°)
De afstand tussen de collectorrijen hangt ook af van de mogelijke beschaduwing.
▶Neem de minimale afstand X uit tabel 10.
▶Bij velden met meerdere rijen, de afstand X zodanig groot kiezen dat er geen beschaduwing optreedt (→ afb. 19 en 20).

Afb. 19 Afstand en beschaduwing, montage op plat dak
a Opstellingshoek
X Afstand tussen de collectorrijen.

Afb. 20 Afstand en beschaduwing, gevelmontage
a Opstellingshoek
X Afstand tussen de collectorrijen.
5.4.2 Benodigde ruimte bepalen

GEVAAR: Levensgevaar door collectoren, die niet bestand zijn tegen de wind- en stromingspieken.
▶Minimale afstand tot de rand van het dak aanhouden (maat a).
- Maat a: beide formules zijn mogelijk. De kleinere waarde kan worden gebruikt.
• Maat A, B en C: → tabel 11, 12 en 13

Afb. 21 Aan te houden afstandsmaten, plat dak

Afb. 22 Aan te houden afstandsmaten, gevel
| Aantalcollectoren | Maat A | |
| Verticaal Horizontaal | ||
| 1 | 1 | , |
| 2 | 2 | , |
| 3 | 3 | , |
| 4 | 4 | , |
| 5 | 5 | , |
| 6 | 7 | , |
| 7 | 8 | , |
| 8 | 9 | , |
| 9 | 1 | 0 |
| 10 11,98 m 20,40 m | ||
Tab. 11
| Maat B | |
| Hellingshoek | Verticaal Horizontaal |
| 30° 1,77 m 1,04 m | |
| 35° 1,67 m 0,98 m | |
| 40° 1,57 m 0,93 m | |
| 45° 1,50 m 0,88 m | |
| 50° 1,50 m 0,89 m | |
| 55° 1,52 m 0,90 m | |
| 60° 1,53 m 0,91 m | |
Tab. 12
| Maat C | |
| Hellingshoek | Verticaal Horizontaal |
| 30° 1,21 m 0,79 m | |
| 35° 1,36 m 0,87 m | |
| 40° 1,49 m 0,95 m | |
| 45° 1,62 m 1,02 m | |
| 50° 1,73 m 1,09 m | |
| 55° 1,83 m 1,15 m | |
| 60° 1,92 m 1,19 m | |
Tab. 13
5.5 Beveiliging tegen blikseminslag
▶Conform de regionale voorschriften vaststellen of een bliksembeveiligingsinstallatie nodig is.
Vaak wordt een bliksembeveiliging bijv. voor gebouwen voorgeschreven, die hoger zijn dan 20 m.
▶Laat de installatie van een bliksembeveiliging uitvoeren door een elektrotechnisch installateur.
▶Wanneer een bliksembeveiligingsinstallatie aanwezig is, moet de koppeling van het zonnesysteem op deze inrichting worden gecontroleerd.
5.6 Benodigde gereedschappen en materialen
- Sleutels SW27 en 30 (SW = sleutelwijdte) voor de aan-sluiting van de leiding
- Sleutels SW24 en 37 voor verbindingsset (2 rijen, toebehoren)
- Materiaal voor isolatie van de leidingen

Voor de montage van de montageset en de aansluitset is alleen de sleutel SW5 uit de aansluitset nodig.
5.7 Montagevolgorde
Respecteer de volgende montagevolgorde voor het bevestigen van de collectoren op het dak:
- Opstellingshoek van de collectoren bepalen.
- Benodigde ruimte voor het collectorveld bepalen.
- Telescooprails monteren.
- Collectorsteunen monteren.
- Profielrails verbinden en monteren.
- Monteer de collectoren en collectorsensoren.
- Sluit de leidingen aan op de collectoren.
6 Montage van de collectorsteunen

GEVAAR: Levensgevaar, omdat u van het dak kunt vallen!
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveiligingen aanwezig zijn, persoonlijke veiligheidsuitrusting dragen.
6.1 Telescopische rails monteren
▶Bepaal uit de vastgelegde opstellingshoek
(→ hoofdstuk 5.3.1, pagina 15) de hellingshoek van de collectorsteunen.

De opstellingshoek van de collector en de hellingshoek van de collectorsteunen zijn afhankelijk van de dakhelling en de montageplaats verschillend.
6.1.1 Gaten voor de montage kiezen
▶Gaten conform de bepaalde hellingshoek
(→ hoofdstuk 5.3.2 en 5.3.3, pagina 15), montage-richting en montageplaats van de collector kiezen.
Verticale montage van de collector
▶ Gat [1] in de onderste rail en het overeenkomende gat in de bovenste rail kiezen:

Afb. 23
Horizontale montage van de collector
▶Gat [1] van de onderste rail en het overeenkomende gat in de bovenste rail kiezen:
- Hellingshoek 35°–60°: in de bovenste rail gat uit bereik [2] kiezen.
- Hellingshoek 30°: in bovenste rail gat [3] kiezen, onderste rail boven met 140 mm inkorten en onderste gat [4] kiezen.

Afb. 24
Gevelmontage van de collector
▶Gat [1] van de onderste rail en het overeenkomende gat in de bovenste rail kiezen:
- Hellingshoek 35°–45°: in de bovenste rail gat uit bereik [2] kiezen.
- Hellingshoek 30°: in bovenste rail gat [3] kiezen, onderste rail boven met 140 mm inkorten en onderste gat [4] kiezen.

Afb. 25
6.1.2 Telescopische rails monteren
- Telescooprails in elkaar steken.
- Telescooprails via de gekozen gaten met schroef M8 × 20 bevestigen. Bij hellingshoek 30°: schroef locaal met moer borgen.

Afb. 26
6.2 Afstanden van de collectorsteunen bepalen
De afstanden van de collectorsteunen zijn afhankelijk van het volgende:
• Collectortype: verticaal, horizontaal
• Max. sneeuwbelasting en windsnelheid
- Type montage:
- Montage met lokale voetverankering
- Stabilisatie met verzwaringsbakken

Hierna wordt de montage van de collectorsteunen bij verticale uitrichting van de collectoren beschreven. De montage bij horizontale uitrichting is hetzelfde. Op verschillen wordt gewezen.
Afhankelijk van de gebouwhoogte (montagehoogte), windsnelheid en sneeuwbelasting bestaan er 2 uitvoeringen:
- Basisuitvoering, toegelaten voor de volgende waarden:
– Sneeuwbelasting: max. 2,0 kN/m²
– Windsnelheid: max. 151 km/h
- Uitvoering voor hogere lasten
– Sneeuwbelasting: max. 3,8 kN/m² - Windsnelheid: max. 151 km/h
6.2.1 Afstanden bij voetverankering bepalen
Basisuitvoering, verticaal
Voor de eerste collector zijn 2 collectorsteunen nodig.

Afb. 27 Basisuitvoering, 2 verticale collectoren
Voor elke bijkomende verticale collector is er een bijkomende collectorsteun nodig, → afb. 28 en 29.

Afb. 28 Basisuitvoering, 3 verticale collectoren

Afb. 29 Basisuitvoering, > 3 verticale collectoren
Basisuitvoering, horizontaal
Voor iedere horizontale collector zijn 2 collectorsteunen nodig, → afb. 30.

Afb. 30 Basisuitvoering, 2 horizontale collectoren
Uitvoering voor hogere lasten, verticaal
Bij verticale uitrichting van de collectoren zijn voor hogere lasten voor de tweede en alle volgende collectoren, de volgende extra onderdelen nodig:
• extra collectorsteunen
• extra profielrails (→ hoofdstuk 7.3, pagina 30)

Afb. 31 Uitvoering voor hogere lasten, 3 verticale collectoren
Uitvoering voor hogere lasten, horizontaal
Bij horizontale uitrichting van de collectoren is de basisuitvoering geschikt voor een sneeuwbelasting van 3,8 kN m 2 .
Er zijn geen extra onderdelen nodig.
6.2.2 Afstanden bij verzwaringsbakken vastleggen
Basisuitvoering, verticaal
Voor de eerste verticale collector zijn 2 collectorsteunen nodig. Voor elke bijkomende verticale collector is er een bijkomende collectorsteun nodig. Bij verticale uitrichting van de collectoren is bij de 3e, 5e, 7e en 9e collector een extra collectorsteun nodig.

Afb. 32 Basisuitvoering, 10 verticale collectoren (specificaties in mm)
| Aantalcollectoren | Aantalcollectorsteunen | Maat A Maat B Maat C Maat D | |||
| 1 | 2 | - | - | - | - |
| 2 | 3 | - | - | - | - |
| 3 | 5 | 355 mm -- | - | ||
| 4 | 6 | 440 mm -- | - | ||
| 5 | 8 | 440 mm 355 mm - | - | ||
| 6 | 9 | 440 mm 440 mm - | - | ||
| 7 | 1 | 1 | 440 mm 440 mm 355 mm - | ||
| 8 | 1 | 2 | 440 mm 440 mm 440 mm - | ||
| 9 | 1 | 4 | 440 mm 440 mm 440 mm 355 mm | ||
| 10 15 440 mm 440 mm 440 mm 440 mm | |||||
Tab. 14 Afstanden van de extra steunen, bij basisuitvoering met verzwaringsbakken, verticale montage
Basisuitvoering, horizontaal
Bij horizontale uitrichting van de collectoren zijn voor 2 collectoren, 5 collectorsteunen nodig. Bij meer dan 3 collectoren zijn bij de 3e, 6e, 9e en 10e collector extra collectorsteunen nodig. Bij 7 horizontale collectoren vervalt steun [1].

Afb. 33 Basisuitvoering, 10 horizontale collectoren (specificaties in mm)
| Aantal collectoren | Aantal collectorsteunen Maat A Maat B Maat C | |||
| 1 | 3 | - | - | - |
| 2 | 5 | - | - | - |
| 3 | 7 | - | - | - |
| 4 | 1 0 | 164 mm -- | ||
| 5 | 1 2 | 164 mm -- | ||
| 6 | 1 4 | 328 mm -- | ||
| 7 | 1 6 | 328 mm -- | ||
| 8 | 1 9 | 328 mm 164 mm - | ||
| 9 | 2 1 | 328 mm 164 mm - | ||
| 10 24 328 mm 164 mm 164 mm | ||||
Tab. 15 Afstanden van de extra steunen, bij basisuitvoering met verzwaringsbakken, horizontale montage
Uitvoering voor hogere lasten, verticaal
Voor hogere belastingen zijn de volgende extra onderde- len nodig:
- Kabelbeveiliging (optie) ( → hoofdstuk 6.3, pagina 25)
- Extra profielrails (→ hoofdstuk 7.3, pagina 30)
- Extra collectorsteunen

Afb. 34 Uitvoering voor hogere lasten, 3 verticale en alle volgende collectoren (specificaties in mm)
Uitvoering voor hogere lasten, horizontaal
Bij horizontale uitrichting van de collectoren is de basisuitvoering geschikt voor een sneeuwbelasting van 3,8 kN m 2 .
Er zijn geen extra onderdelen nodig.
6.3 Collectorsteunen op het platte dak monteren
De volgende gegevens hebben betrekking op één collector. Uitgangspunt is EN 1991 Eurocode 1.
3 typen montage zijn mogelijk:
• Voetverankering (lokale bevestiging)
- Verzwaringsbakken (met betonplaten, kiezel e.d.)
- Kabelbeveiliging met verzwaringsbakken

OPMERKING: Schade aan het dak door verkeerd type stabilisatie!
▶Respecteer de stabiliteit van het dak bij de keuze van het soort stabilisatie.

OPMERKING: Schade aan het dak en de collectoren door onvoldoende bevestiging bij schuine daken!
▶Bij schuine daken de collectorsteunen lo-kaal goed bevestigen.

OPMERKING: Daklekkage door beschadiging van de dakhuid!
▶Plaats standaard bouwbeschermings-
matten ter bescherming van de dakhuid.
▶Profielen, collectorsteunen en ander montagemateriaal alleen op bouwbeschermingsmatten plaatsen.

Bij gebruik van verzwaringsbakken met kiezel is per collector en maximaal gewicht van 320 kg mogelijk.

De waarden in de volgende tabel hebben betrekking op de stabilisatie van een collector.
▶Respecteer de afstanden en het aantal van de collectorsteunen afhankelijk van de uitvoering.
| Snelheids-druk q | Windsnelheid | VoetverankeringAantal en soortschroeven1) | Verzwaringzonder kabelzekeringGewicht inverzwaringsbak | Verzwaringmet kabelzekeringGewicht inverzwaringsbak | Kabeltrek-kracht |
| 0,50 kN/m2 102 | km/h 2x M8/8.8 | 278 kg 180 kg 2,0 kN | |||
| 0,80 kN/m2 129 | km/h 2x M8/8.8 | 481 kg 320 kg 3,0 kN | |||
| 1,10 kN/m2 2) | 151 km/h 3x M8/8.8 | 695 kg 450 kg 4,0 kN |
Tab. 16 Stabilisatie van een collector
1) Per collectorsteun
2) Extra profielrails alleen voor extra sneeuwbelasting nodig.
6.3.1 Voetverankering
Hierna wordt de bevestiging op een dubbele T-drager als voorbeeld beschreven.
▶De onderconstructie op de montageplaats moet zo worden berekend, dat de wind- en sneeuwkrachten die inwerken op de collectoren, kunnen worden opgenomen.
▶ Waarborg, dat door de plaatselijke bevestiging het zonnesysteem is gestabiliseerd en dat het dak niet wordt beschadigd.

OPMERKING: Schade aan het zonnesysteem door constructieve veranderingen aan de collectorsteunen.
▶Profielen van de collectorsteunen voor de lokale bevestiging niet doorboren of op andere wijze constructief veranderen.
▶Collectorsteunen conform de vastgelegde afstands-maten (→ hoofdstuk 6.2.1, pagina 21) opstellen.
▶Gaten van het onderste profiel [2] over op de dubbele T-drager aantekenen en de gaten voorboren.
▶Profiel en dubbele T-drager [3] met schroeven (→ tabel 16, pagina 25), moeren en sluitringen [1] vastschroeven.

Afb. 35 Collectorsteunen op dubbele T-drager, maten in mm (waarden tussen haakjes: horizontale montage)
6.3.2 Verzwaringsbakken
▶Collectorsteunen conform de vastgelegde afstandsmaten (→ hoofdstuk 6.2.2, pagina 22) opstellen.
▶Per collector 4 verzwaringsbakken [2] in de onderste profielen [1] en in elkaar [3] hangen.
▶Verzwaring (betonplaten, kiezel e.d.) in de verzwa-ringsbakken leggen (gewicht: → tabel 16, pagina 25).

Afb. 36 Collectorsteunen met verzwaringsbakken voor 2 verticale collectoren (boven) en 1 horizontale collector (onder)
6.3.3 Kabelsysteem
▶Collectorsteunen conform de vastgelegde afstandsmaten (→ hoofdstuk 6.2.2, pagina 22) opstellen.
▶ledere collector plaatselijk met minimaal 2 draadkabels [1] op de schroef van het onderste profiel bevestigen.
▶ Verzwaringsbakken plaatsen (→ hoofdstuk 6.3.2, pagina 26).
▶Draadkabel op een daarvoor geschikte op het dak verankeren.

Afb. 37 Collectorsteunen met kabelsysteem
6.4 Collectorsteunen tegen de gevel monteren
De montage tegen een gevel is alleen voor de volgende waarden toegestaan:
• Sneeuwbelasting: max. 2,0 kN/m²
- Opstellingshoek: 45° tot 60°
• Windsnelheid: max. 129 km/h

GEVAAR: Levensgevaar door vallende collectoren bij niet geschikte gevel!
▶Collectorsteunen alleen monteren tegen een gesloten gevel die geen wind doorlaat.
▶Controleer vóór de montage de draagkracht van de bevestigingsmuur en de ondergrond. Evt. een bouwingenieur inschakelen.

GEVAAR: Levensgevaar door vallende collectoren bij verkeerde montage!
▶Alleen horizontale collectorsteunen voor de montage tegen de gevel gebruiken.
▶Toegestane opstellingshoek aanhouden (→ hoofdstuk 5.3.3, pagina 15).
▶Collectorsteunen goed bevestigen.
▶Constructie van de collectorsteunen niet veranderen.
▶Geen objecten tussen de collectorsteu-
nen opslaan.
▶Geen mantels op de collectorsteunen aanbrengen.
Voor de montage tegen een gevel gelden de ontwerpwaarden in tabel 17, pagina 28.
Ontwerpwaarden
| Wandopbouw1) | Schroeven/pluggen, per collectorsteun |
| Staalbeton, min. B25 (min.120 mm) | 3 × Plug/schroef met een trekkracht van min. 1,63 kN resp. en verticale kracht (schuifkracht) van min. 1,56 kN.3 × Sluitri2h gen |
| 3 × Plug/schroef met een trekkracht van min. 1,63 kN resp. en verticale kracht (schuifkracht) van min. 1,56 kN.3 × sluitri2h gen | |
| Onderconstructie: staal (bljv. dubbele T-balk) | 3 × M 8 / 4 . 62 × sluitri2h gen |
Tab. 17
1) Metselwerk op aanvraag
2) 3 x schroefdiameter = buitendiameter van de sluitring
Collectorsteunen tegen de gevel monteren

Aantal collectorsteunen en de afstanden → afb. 33 en tabel 15, pagina 23.
▶Bevestig elke collectorsteun met 3 schroeven [1] naast elkaar tegen de gevel.

Afb. 38 Collectorsteunen op de gevel, 2 horizontale collectoren (waarden in mm)
7 Montage van de profielrails
7.1 Profielrails verbinden
▶Profielrails [2] op steekverbinders [1] schuiven, tot deze vastklikken.

7.2 Profielrails monteren
Profielrails positioneren
De plaatsing van de profielrails is afhankelijk van het volgende:
• Collectortype: verticaal, horizontaal
- Afstanden van de collectorsteunen
- Type montage (voetverankering, verzwaringsbakken, gevel)
▶ Profielrails op collectorsteunen positioneren, daarbij beginnen, zoals in → afb. 40 en tabel 18, 19 en 20 afhankelijk van het type montage wordt getoond.

| Voetverankering | ||
| Collector-type | Basis-uitvoering | Uitvoering voor hogere lasten |
| Verticaal Middengat van de steekverbinding (→ afb. 40 [1]) | 2e sleufgat van rechts (→ afb. 40 [2]) | |
| Horizontaal | 2e sleufgat van rechts (→ afb. 40 [2]) | |
Tab. 18
| Verzwaringsbakken | ||
| Collector-type | Basis-uitvoering | Uitvoering voor hogere lasten |
| Verticaal Middengat van de steekverbinding(→ afb. 40 [1]) | 2e sleufgat van rechts(→ afb. 40 [2]) | |
| Horizontaal Middengat van de steekverbinding(→ afb. 40 [1]) | ||
Tab. 19
| Collector-type Gevel | |
| Horizontaal Middengat van de steekverbinding(→ afb. 40 [1]) |
Tab. 20
Profielrails op de collectorsteunen monteren
▶Voorgemonteerde profielrails [2] met schroeven M8 × 20 [1] op collectorsteunen monteren. Schroeven nog niet vastdraaien, zodat de profielrails nog kunnen worden uitgericht.

Door de montage van extra profielrails kan het montage-systeem voor de verticale collector hogere lasten opne-men (→ hoofdstuk Toegestane belastingen, pagina 5).
▶Extra profielrails met schroeven M8 × 20 in het middengat van de collectorsteun monteren. Schroeven nog niet vastdraaien, zodat de profielrails nog kunnen worden uitgericht.

7.4 Profielrails uitrichten

Voor de collectormontage daarna is het van belang, dat de profielrails exact worden uitgericht.
▶Profielrails horizontaal en met de opgegeven afstand uitrichten. Waterpas gebruiken.
▶ Bovenste en onderste profielrail aan de zijkant in lijn op elkaar uitrichten.
▶Haaksheid controleren. Diagonalen meten of bijv. een panlat tegen het uiteinde van de profielrail leggen.
▶Schroeven M8 vastdraaien.

Afb. 43
7.5 Wegglijborging monteren
De beide binnenste sleufgaten [1] gebruiken voor de montage van de beide wegglijborgingen.
▶Wegglijborgingen over de profielrail schuiven en in het sleufgat laten borgen [2].

8 Montage van de collectoren

GEVAAR: Levensgevaar, omdat u van het dak kunt vallen!
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveiligingen aanwezig zijn, persoonlijke veiligheidsuitrusting dragen.
▶Montage op het dak uitvoeren met minimaal 2 personen.

OPMERKING: Schade aan de collector door lekkage aan de collectoraansluiting!
▶Beschermkappen op de collectoraansluitingen pas direct voor de hydraulische aansluiting verwijderen.

OPMERKING: Schade aan de collector door beschadigde aansluitingen!
▶Collectoraansluitingen niet voor het transport gebruiken.
▶Grijp voor het dragen van de collector met de handen in de grepen of de collectorrand.
▶Voor het transport van de collectoren op het dak minimaal een van de volgende hulpmiddelen gebruiken:
- Lift
- Voldoende draagkrachtige 3-punts zuignaphandvat
- Draagriem

WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door vallende collectoren!
▶Beveilig de collectoren tegen vallen tijdens transport en montage.
▶Controleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.
Belangrijke instructies voor het omgaan met zonneslangen en veerklemringen

VOORZICHTIG: Gevaar voor lichamelijk let- sel door aangetrokken veerklemring in niet gemonteerde toestand!
▶Pas wanneer de veerklemring over de zonneslang ligt, borgring aantrekken.

OPMERKING: Lekkage aan de collectoraansluitingen!
Naderhand losraken van de veerklemring kan de spankracht nadelig beïnvloeden.
▶Veerklemring direct voor de verdikking van de collectoraansluiting schuiven. Pas dan de borgring aantrekken.

Bij de zonneslangen zonder stop adviseren wij, de zonneslangen voor de montage in heet water te leggen. Vooral bij lagere temperaturen wordt zo de montage vergemakkelijkt.
In de zonneslangen voor de verbinding van de collectoren onderling zijn stoppen geplaatst.
- Stoppen pas vlak voor de montage van de zonneslang verwijderen.
- Zonneslang met veerklemring op de collectoraansluiting schuiven.
- Wanneer de veerklemring zich direct voor de verdikking bevindt, de borgring aantrekken.

Afb. 45 Montage van de zonneslang
8.1 Collectormontage op de begane grond voorbereiden
▶Instructies uit het hoofdstuk 5.2, pagina 14 betreffende de opstelling van collectoren respecteren.
Als voorbeeld wordt hierna de aanvoer aan de rechter collectorveldzijde getoond en de eerste collector rechts gemonteerd.

Ook de aansluitset (toebehoren) voor twee rijen collectoren kan op de begane grond worden voorgemonteerd (→ hoofdstuk 9.4, pagina 39).
8.1.1 Blindstop monteren
Zonneslang [2] met voorgemonteerde stop op de vrije collectoraansluitingen steken.
▶Wanneer de veerklemring [1] zich direct voor de verdikking bevindt, de borgring aantrekken.

Afb. 46
8.1.2 Verbindingsset monteren
▶Verbindingsset uit de transporthoeken nemen.
- Slechts één stop met sleutel SW5 uittrekken.
- Zonneslang [2] met veerklemringen op de collector-aansluiting steken.
- Wanneer de veerklemring [1] zich direct voor de verdikking bevindt, de borgring aantrekken.

Afb. 47 Verbindingsset op de tweede en alle volgende collectoren
8.2 Collectoren bevestigen

WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door vallende collectoren.
▶ Waarborg, dat de montage-openingen in de collectorbehuizing vrij zijn van beschadigingen en vrij toegankelijk zijn.
De collectoren worden op de profielrail in het midden met dubbelzijdige [1] en aan de uiteinden van een collectorrij met enkelzijdige collectorspanners [2] bevestigd.

De kunststof delen op de collectorspanners hebben geen dragende functie. Deze vergemakkelijken alleen de montage.
8.2.1 Enkelzijdige collectorspanner rechts monteren

Pas wanneer de laatste collector is gemonteerd, de enkelzijdige collectorspanner links monteren.
▶Collectorspanner [1] in de profielrail schuiven en in het sleufgat laten borgen.

8.2.2 Eerste collector op de profielrails leggen
▶Collector zodanig draaien, dat de dompelhuls voor de collectorsensor boven aan de collector ligt.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door collectoren, die bij gevelmontage van het montagesysteem afglijden.
▶ Waarborg dan de wegglijborgingen in de montage-openingen grijpen.
▶Collector rechts op de profielrails leggen en montageopeningen [2] in de wegglijborgingen [1] laten glijden.

▶Collector voorzichtig op de collectorspanner schuiven en horizontaal uitrichten.
De neerhouder (→ afb. 51, [1]) van de collectorspanner mag niet verdraaien. Indien nodig, aan de neerhouder tegenhouden.
▶Schroef van de collectorspanner met sleutel SW5 vastdraaien.

Afb. 51
8.2.3 Dubbelzijdige collectorspanners inleggen
▶ Dubbelzijdige collectorspanners op de profielrails plaatsen en tegen de collector schuiven.

Afb. 52
8.2.4 Tweede collector op de profielrails leggen
▶Stoppen uit de zonneslangen trekken.
▶Tweede collector [1] met de voorgemonteerde zonne-slangen op de profielrails leggen en in de wegglijborgingen laten glijden.
▶Schuif de tweede veerklemring [2] over de flexibel voor zonne-energie.

▶Collector zodanig tegen de eerste collector schuiven, dat de zonneslangen op de collectoraansluitingen worden geschoven.
Wanneer de vier openingen op de dubbelzijdige collectorspanners volledig groen zijn gevuld, dan zijn de collectoren voldoende naar elkaar toe geschoven [2].
▶Schroef van de dubbelzijde collectorspanner met sleutel SW5 vastdraaien.

Afb. 54 Dubbelzijdige collectorspanner gemonteerd
1 Collectoren niet voldoende op collectorspanner geschoven
2 Collectoren correct gemonteerd, schroef kan worden vastgedraaid.

VOORZICHTIG: Gevaar voor lichamelijk let- sel en lekkage door niet geborgde zonne- slangen, omdat solarvloeistof kan ontsnappen!
▶ Iedere zonneslang op de collectoraansluiting met een veerklemring borgen.
▶Wanneer de veerklemring zich direct voor de verdikking bevindt, de borgring aantrekken.

▶Alle overige collectoren op dezelfde wijze monteren.
8.2.5 Enkelzijdige collectorspanner links monteren
▶Collectorspanner [1] in de profielrail schuiven en in het sleufgat laten borgen.
De neerhouder [2] van de collectorspanner mag niet verdraaien. Indien nodig, aan de neerhouder tegenhouden.
▶Schroef van de collectorspanner met sleutel SW5 vastdraaien.

De collectorsensor is met de zonneregelaar meegeleverd.

OPMERKING: Uitval van de installatie door defecte sensorkabel!
▶ Sensorkabel beschermen tegen mogelijke schade, bijv. aanvreten.
▶ Collectorsensor in de collector met de aangesloten aanvoer monteren (→ afb. 57).

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> E["5"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#bbf,stroke:#333
Afb. 57 Positie van de collectorsensor
1 Positie collectorsensor bij velden met één rij
2 Positie collectorsensor bij velden met twee rijen
3 Retour
4 Aanvoer
▶Afdichtingslaag van de dompelhuls bijv. met een schroevendraaier doorstoten en de collectorsensor tot aan de aanslag inschuiven (komt overeen met 165 mm).

Afb. 58
1 Positie van de dompelhuls voor de collectorsensor

Wanneer de dompelhuls van een verkeerde collector wordt doorstoten, deze dompelhuls weer met de plug uit de aansluitset af-dichten.
9 Hydraulische aansluiting
Informatie over het installeren van leidingen naar de collector vindt u in de handleiding van het zonnestation.

OPMERKING: Lekkage aan de collectoraansluitingen!
Naderhand losmaken van de veerklemring kan de spankracht nadelig beïnvloeden.
▶Veerklemring direct voor de verdikking van de collectoraansluiting schuiven. Pas dan de borgring aantrekken.

Afb. 59 Leidingen aan het collectorveld
1 Aanvoerleiding
2 Retourleiding
9.1 Leidingen monteren

OPMERKING: Lekkage aan de collectoraansluitingen!
Bij verticale installatie van de aanvoerleiding kunnen thermische bewegingen lekkage veroorzaken.
▶Installeer de bouwzijdige aanvoerleiding langs de collector (→ afb. 59, pagina 37).
▶Installeer de bouwzijdige aanvoerleiding niet verticaal naar beneden.
9.1.1 Houder voor aanvoerleiding monteren
▶Houder [3] onder in de montage-opening van de collector en boven in de collectorrand plaatsen.
▶Schroef via de opening [2] met sleutel SW5 aantrekken.

9.1.2 Aanvoerleiding monteren.
- Geïsoleerde aanvoerleiding lokaal met leidingbeugel aan de houder bevestigen.
9.1.3 Retourleiding monteren
▶Retourleiding langs het collectorveld installeren.
9.2 Leidingen aansluiten zonder ontluchter
9.2.1 Leidingen op de collector aansluiten
De aanvoer- en retourleidingen worden als volgt op de collector aangesloten.
▶Beschermkappen van de collectoraansluitingen verwijderen.
▶Schuif de wartelmoer [1] over de collectoraansluiting.
Klemring [2] achter de verdikking van de collectoraansluiting leggen en samendrukken.
![OPMERKING: Schade aan de collector door verdraaide leidingen! ►Bij het vastdraaien van de koppelingen op de haakse tule [3] met sleutel SW24 te- genhouden.](/content/2026/06/1160948/images/63b9d354d054b835ed96b2d772474fbcc308d4dc357a19fbbb12feb4f1bb8b7c.jpg)
▶Haakse tule [3] met O-ring op collectoraansluiting drukken en met wartelmoer [1] vastschroeven.
▶Sluit de leiding op de klemringkoppeling [4, 5] aan.

Afb. 62
1 Wartelmoer
2 Klemschijf
3 Haakse nippel
4 Klemring 18 mm
5 Wartelmoer voor klemring
9.3 Leidingen aansluiten met ontluchter (toebehoren)
Voor het optimaal functioneren van de automatische ontluchter [1] het volgende respecteren:
▶Aanvoer [2] met stijging naar de ontluchter op het hoogste punt van de installatie installeren.
▶ Retour met stijging naar het collectorveld installeren.
- Bij iedere richtingsverandering naar beneden en daarna weer een stijging een ontluchter monteren.

Afb. 63

Afb. 64 Leveringsomvang ontluchterset
1 Automatische ontluchter met afsluitschroef (1x)
2 Afdichting 9 x 15 mm (1x)
3 Kogelkraan (1x)
4 Afdichting 17 x 24 mm (1x)
5 Ontluchtingspot (1x)
6 Dubbele nippel G 3/4 met O-ring (1x)
7 Slangnippel (2x)
8 Veerklemring (2x)
9 Zonneslang 55 mm (1x)
9.3.1 Ontluchter monteren
Korte zonneslang [1] met veerklemring [2] op de collectoraansluiting schuiven.
▶Zonneslang en sensorkabel door het dak leiden.
- Zonneslang voor de retour op dezelfde wijze monteren.
- Flexibel R 3/4 met O-ring [3] en dubbele nippel [5] in de luchtpot schroeven.
▶Flexibel R 3/4 [3] tot aan de aanslag in de zonneslang schuiven en met veerklemring [2] borgen.
▶Leiding [7] in de klemringkoppeling 18 mm steken en de koppeling vastdraaien.

Afb. 65
1 Zonneslang 55 mm
2 Veerklemring
3 Slangnippel
4 Ontluchterset
5 Dubbele nippel G 3/4 met O-ring
6 Klemring en wartelmoer (uit de aansluitset nemen)
7 Leiding
9.4 Aansluitset voor 2 rijen monteren (toebehoren)
Voor de verbinding van 2 collectorrijen heeft u een tweede aansluitset nodig (→ hoofdstuk 2.8.2, pagina 9).
9.4.1 Aansluitset monteren
▶Extra zonneslang met blindplug [2] monteren en met veerklemring [1] borgen, → hoofdstuk 8.1.1, pagina 9.

Afb. 66
▶Haakse nippel op collectoraansluitingen aansluiten (→ hoofdstuk 9.2.1, pagina 38).
▶Afstand tussen de collectorrijen meten en leiding op deze maat inkorten.
▶Breng op de montageplaats de verbinding [1] tussen de collectorrijen met koperleiding tot stand.

Afb. 67
10 Afsluitende werkzaamheden
10.1 Controleer de installatie

OPMERKING: Schade aan de installatie door corrosie!
Wanneer waterresten na het spoelen of de druktest langere tijd in het zonnesysteem blijven staan, kan corrosie ontstaan.
▶Zonnesysteem direct na de druktest (→ handleiding zonnestation) met solarvloeistof in bedrijf stellen.

Wanneer u de uitgevoerde controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd, de isolatiewerkzaamheden uitvoeren.
Controlewerkzaamheden:
| 1. Profielrails met collectorsteunen verbon-den en schroeven aangetrokken? | ○ |
| 2. Wegglijborgingen gemonteerd? ○ | |
| 3. Collectorspanners gemonteerd en schroeven aangetrokken? | ○ |
| 4. Zonneslangen geborgd met veerklemrin-gen (borgring aangetrokken)? | ○ |
| 5. Collectorsensor tot aan de aanslag inge-schoven? | ○ |
| 6. Druktest uitgevoerd en alle aansluitingen op lekdichtheid gecontroleerd (zie hand-leiding zonnestation)? | ○ |
Tab. 21

Wanneer u de ontluchting van het zonnesysteem met een automatische ontluchter (toebehoren) uitvoert, dan moet u na het ontluchten de kogelkraan sluiten (→ handleiding zonnestation).

De inbedrijfstelling van het zonnesysteem wordt volgens de specificaties van de installatie- en onderhoudshandleiding van het zonnestation uitgevoerd.
10.2 Aansluitingen en leidingen isoleren
▶Leidingen in het gehele zonnesysteem conform de voorschriften isoleren.
▶Leidingen buiten isoleren met UV-, weer- en hogetemperatuurbestendig materiaal (150 °C).
▶Leidingen binnen isoleren met hogetemperatuurbestendig materiaal (150 °C).
▶Isolatie indien nodig beschermen tegen vogelvraat.
11 Reiniging van de collectoren

GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveiligingen aanwezig zijn, persoonlijke veiligheidsuitrusting dragen.
Glasvensters reinigen
De glasvensters zijn in de regel bij een opstellingshoek van 15° en meer zelfreinigend.
▶Bij sterke vervuiling de glasvensters met glasreiniger schoonmaken. Gebruik geen aceton.
Reinig de ventilatie-opening
Door de ventilatie-openingen [1] op iedere hoek van de collector kan het condensaat uit de collector ontsnappen.
Door omgevingsinvloeden kunnen de openingen verstopt raken.
▶Wanneer de collector ondanks intensieve zonnestra- ling na 4 uur nog is beslagen, dan moeten de ventilat- ie-openingen [1] bijv. met een dunne spijker worden gereinigd.

Afb. 68
12 Milieubescherming en ge-bruikte materialen afvoeren
Milieubescherming is ons ondernemingsprincipe.
Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetgeving en verordeningen voor milieubescherming worden strikt aangehouden. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Collectoren demonteren

GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveilig- gingen aanwezig zijn, persoonlijke veilig- heidsuitrusting dragen.
▶Leidingen aftappen.
▶Collectorspanners aan de zijkant en tussen de collectoren losmaken.
▶Zonneslangen verwijderen.
▶Hulpmiddel voor het transport van de collectoren gebruiken (→ hoofdstuk 4, pagina 11).
Collectoren afvoeren
Aan het einde van de levenscyclus van de collectoren moeten deze worden afgevoerd via milieuvriendelijke recyclage.
13 Onderhoud/inspectie

GEVAAR: Levensgevaar door vallen!
▶Bij alle werkzaamheden op het dak, beveiligen tegen vallen.
▶Wanneer geen onafhankelijke valbeveilig- gingen aanwezig zijn, persoonlijke veilig- heidsuitrusting dragen.

De installatie- en onderhoudshandleiding van het zonnestation bevat informatie over het onderhoud van de gehele installatie. Ook deze informatie respecteren.
We raden u aan de eerste inspectie of het eerste onderhoud uit te voeren na ca. 500 bedrijfsuren, daarna met tussenpozen van 1-2 jaar.
Om ook na het 3e onderhoud documentatie ter beschikking te hebben, de tabel als kopieerformulier gebruiken.
▶Collectorveld met regelmatige tussenpozen controleren (inspectie). Gebreken direct verhelpen (onderhoud)
▶Protocol invullen en de uitgevoerde werkzaamheden afvinken.
Gebruiker: Plaats:
| Onderhouds- en inspectiewerkzaamheden Pagina Onderhoud/inspectie | |||||
| Datum: | |||||
| 1. | Visuele inspectie van de collectoren uitgevoerd (goede be-vestiging, optische indruk? | ○ ○ ○ | |||
| 2. | Collectorsensor correct gepositioneerd en tot aan de aan-slag in de dompelhuls ingeschoven? | 36 ○ ○ | ○ | ||
| 3. | Visuele controle van het montagesysteem uitgevoerd? | ○ | ○ | ○ | |
| 4. | Visuele inspectie van de overgangen tussen het montage-systeem en het dak uitgevoerd en op lekdichtheid gecon-troleerd? | 37 ○ ○ | ○ | ||
| 5. | Visuele inspectie van de leidingisolatie uitgevoerd? | 40 | ○ | ○ | ○ |
| 6. | Visuele inspectie van de glasvensters. Reiniging bij sterke vervuiling. | 41 ○ ○ | ○ | ||
| Opmerkingen | |||||
| Het collectorveld werd conform deze handleiding onderhouden. | ○ | ○ | ○ | ||
| Datum,stempel,handtekening | Datum,stempel,handtekening | Datum,stempel,handtekening | |||
Tab. 22
Notities

JUNKERS
NV SERVICO SA
Kontichsesteenweg 60
2630 Aartselaar
Tel. 03 887 20 60
Fax 03 877 01 29
www.junkers.be