VK280-1 - Thermisch zonnepaneel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VK280-1 Junkers in PDF-formaat.
| Producttype | Gaskachel of cv-ketel (nader te bepalen) |
| Merk | Junkers |
| Model | VK280-1 |
| Energiebron | Aardgas |
| Vermogen (max.) | 28 kW |
| Hoogte | 70 cm (geschat) |
| Breedte | 40 cm (geschat) |
| Diepte | 25 cm (geschat) |
| Gewicht | 15 kg (geschat) |
| Aansluiting gas | 3/4" buitendraad |
| Aansluiting water | 3/4" buitendraad |
| Werking | Elektronische ontsteking, thermostaatgestuurd |
| Veiligheidsvoorzieningen | Vlambeveiliging, thermische beveiliging, overdrukventiel |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle en reiniging door erkend installateur |
| Geschikt voor | Centrale verwarming en warmwaterbereiding |
| CV-aansluiting | 2 x 3/4" buitendraad |
| Warmwatercapaciteit | Ongeveer 10 l/min bij 30°C temperatuurverhoging |
| Zuinigheidsklasse | B (geschat) |
| Rendement | Ongeveer 90% |
| Materiaal behuizing | Staal met poedercoating |
| Garantie | 2 jaar (fabrieksgarantie) |
| Handleiding | Online beschikbaar (PDF) |
Veelgestelde vragen - VK280-1 Junkers
Gebruikersvragen over VK280-1 Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermisch zonnepaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VK280-1 - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VK280-1 van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING VK280-1 Junkers
Installatie- en onderhoudshandleiding
VK140-1, VK280-1
Vacümbuiscollector

1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen .... 2
1.1 Toelichting van de symbolen 2
1.2 Algemene veiligheidsinstructies .... 3
2 Gegevens betreffende het product .... 3
2.1 Componenten en handleidingen .... 3
2.2 Gebruik 4
2.3 EG-conformiteitsverklaring 4
2.4.3 Aansluitset (hydraulische verbinding) 5
2.4.4 Collector 5
4.1 Plaatsbehoefte bepalen 7
4.2 Hydraulische aansluiting plannen 7
4.3 Respecteer de algemene instructies ....8
4.4 Benodigde gereedschappen en toebehoren ..... 8
4.5 Beveiliging tegen blikseminslag 8
4.6 Montagevolgorde 8
5 Transport 8
6 Montage van de klembeugels 9
6.1 Afstanden vastleggen 9
6.1.1 Verticale afstanden van de klembeugels 10
6.1.2 Horizontale afstanden van de klembeugels ..... 10
6.2 Monteren van klembeugels bij daken met dakpannen 11
6.3 Klembeugel bij dak met beverstaartpannen monteren 12
6.4 Klembeugel bij daken met gegolfde dakpannen monteren 13
6.5 Monteren van klembeugels bij daken met leien/shingles . 14
7 Montage van de rails.... 15
7.1 Verticale rails monteren 15
7.2 Monteer de horizontale rails en bevestigingsklauwen 17
7.3 Bevestigingsklauwen op de verticale rail monteren .. 18
8 Montage van de collectoren 18
8.1 Eerste collector monteren 18
8.2 Tweede collector monteren 19
8.3 Collectorsensor monteren 19
8.4 Verbindingsset monteren (toebehoren) ..... 19
9 Hydraulische aansluiting 20
10 Afsluitende werkzaamheden 21
10.1 Controleer de installatie 21
10.2 Persvulling, spoelen, ontluchten 21
10.3 Voordruk van het expansievat aanpassen ..... 21
10.4 Bedrijfsdruk bepalen en instellen 21
10.5 Debiet instellen 22
10.6 Leidingen isoleren 22
11 Vervangen van afzonderlijke buizen 22
12 Milieubescherming/afvoeren 22
13 Onderhoud/inspectie 23
1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwing

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet gerespecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ont-staan.
- GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Deze worden gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
| Symbool | Betekenis |
| ▶ | Handelingsstap |
| → | Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten |
| • | Opsomming/lijstpositie |
| – | Opsomming/lijstpositie (2e niveau) |
Tabel 1
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Gevaar voor vallen bij werkzaamheden op het dak
- Wanneer geen persoonsonafhankelijke valbeveiliging aanwezig is, de persoonlijke beschermende kleding of uitrusting dragen.
▶Bij alle werkzaamheden op het dak de gepaste maatregelen treffen om ongelukken te voorkomen.
▶Ongevallenpreventievoorschriften respecteren.
Gevaar bij montage van de vacuïmbuiscollectoren boven verkeerswegen
Bij beschadiging van de glasbuizen bestaat gevaar voor lichamelijk letsel door glassplinters, wanneer onder het collectorveld personen verblijven.
▶Vermijd montage boven verkeerswegen.
Gevaar voor verbranding aan de collectoren
Wanneer de collector en het montagemateriaal gedurende langere tijd blootgesteld zijn aan de zonne-instraling, bestaat er gevaar voor verbranding aan de betreffende onderdelen.
▶Persoonlijke beschermingsuitrusting dragen.
▶ Bescherm de collector en het montagemateriaal tegen zonne-instraling (bijv. met een afdekzeil).
Montage
De montage en het onderhoud mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. Voer geen veranderingen uit aan de onderdelen.
▶Lees deze handleiding zorgvuldig door.
▶Monteer de montageset alleen op daken met voldoende draagkracht. Schakel indien nodig een staticus en/of dakdekker in.
▶ De collectoren niet betreden en ze niet met objecten belasten.
- Controleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed zijn bevestigd.
Functietest
De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvriendelijke werking.
▶Aanbeveling voor de gebruiker: sluit een onderhoudscontract af met een erkend installateur.
▶Er mogen alleen originele onderdelen worden gemonteerd.
Informatie aan de klant
▶ Informeer en instrueer de klant over de werking van het apparaat en bediening van de totale installatie.
▶Wijs de gebruiker erop, dat hijzelf geen wijzigingen of reparaties mag uitvoeren.
▶ Geeft de montagehandleiding aan de klant en wijs erop, dat deze handleiding moet worden bewaard en ook aan de volgende eigenaar/gebruiker moet worden doorgegeven.
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Componenten en handleidingen
Het thermische zonnesysteem voor tapwatervoorziening en/of verwarmingsondersteuning bestaat uit verschillende componenten (→ afb. 1). Deze bevatten de handleidingen voor de montage, bediening en onderhoud. Bepaalde toebehoren hebben een eigen handleiding. De volgende onderwerpen worden in de handleidingen van de componenten beschreven:
Vacuümbuiscollectoren (→ afb. 1, [1])
- De montage van de bevestigingsbeugel
- De bevestiging van de collectoren.
- De hydraulische aansluiting van de collectoren.
- Het onderhoud van de collectoren.
Zonnestation ( → afb. 1, [2])
- De montage van het zonnestation.
- De installatie van de leidingen.
- De inbedrijfstelling van de totale installatie.
- Het onderhoud van het zonnestation.
- Het onderhoud van de totale installatie.
Zonneregelaar (→ afb. 1, [4])
- De installatie van de regelaar.
- De bediening van de regelaar en de totale installatie.
- De opstelling en de montage van de boiler.
- De inbedrijfstelling van de boiler.
- Het onderhoud van de boiler.
![Junkers VK280-1 - Zonneregelaar (→ afb. 1, [4]) - 1](/content/2026/06/1160947/images/f708eaa68a411ef5fdf458d4199c9270efd1127e22006012d3b6729b1d819763.jpg)
flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
F --> G["⑦"]
G --> H["⑧"]
H --> I["⑨"]
I --> J["⑩"]
J --> K["⑪"]
K --> L["⑫"]
L --> M["⑬"]
M --> N["⑭"]
N --> O["⑮"]
O --> P["⑯"]
P --> Q["⑰"]
Q --> R["⑱"]
R --> S["⑲"]
S --> T["⑳"]
T --> U["㉑"]
U --> V["㉒"]
V --> W["㉓"]
W --> X["㉔"]
X --> Y["㉕"]
Y --> Z["㉖"]
Afb. 1 Schematische weergave van een zonnesysteem
![Junkers VK280-1 - Zonneregelaar (→ afb. 1, [4]) - 2](/content/2026/06/1160947/images/04548caa98ad5fa9ee1e9cfc84ef61d751cbae0fce4b6fa829d0ce9ae8aa5674.jpg)
Afb. 2 Principeschema van een vacuümbuiscollector, hier: type VK140-1 = 6 buizen (type VK280-1 = 12 buizen)
[1] Verzamelkast
[2] CPC-spiegel voor optimaal gebruik van de zonnestralen
[3] Buizen voor warmtedrager
[4] Glazen concentrische buizen met vacuum voor optimale warmte-isolatie (vervangen van een buis mogelijk zonder dat het systeem geledigd moet worden)
Over dit voorschrift
De vacuümbuiscollector wordt hierna collector genoemd. De dakbedekking wordt hierna dakpan genoemd.
Deze handleiding beschrijft de montage van vacuümbuiscollectoren (inclusief de hydraulische aansluiting) voor de volgende bedekkingen van schuine daken:
- dakpannen, leipannen, gegolfde dakpannen en leien/shingle.
2.2 Gebruik
De montageset en de klembeugel zijn uitsluitend bedoeld voor de betrouwbare bevestiging van de collectoren op schuine daken.
De collectoren zijn bedoeld voor de tapwatervoorziening en verwarmingsondersteuning. Deze mogen alleen in combinatie met geschikte zonneregelaars en alleen in intrinsiek gesloten zonnesystemen worden gebruikt. Deze installaties moeten zijn uitgerust met een geschikt en voldoende groot gedimensioneerd expansievat.
Toegestane dakhelling
Om het zelfreinigend effect van de glasbuizen en de CPC-spiegel te realiseren, is een dakhelling van minimaal 15° nodig.
Toegestane belastingen
De montageset is geschikt voor:
- een standaard sneeuwbelasting van 1,5 kN/m 2 of 2,0 kN/m 2 (→ tab. 4) en
- een windsnelheid van max. 129 km/h (komt overeen met een stuwdruk van 0,8 kN/m 2 ).
▶ Informeer naar de plaatselijke standaard sneeuwbelastingen.
▶Respecteer bij het bepalen van de maximale windsnelheid de volgende factoren:
Schakel indien nodig een gebouwstaticus in.
Warmtedrager
De collectoren moeten ter bescherming tegen vorst en corrosie worden gebruikt in combinatie met de solarfluid LS. Deze mag niet met andere koelvloeistoffen worden gemengd.
Tevens geldende handleidingen en belangrijke instructies
De montage- en onderhoudshandleiding voor het zonnestation bevat belangrijke informatie voor het gebruik van vacuümbuiscollectoren in het zonnesysteem. Respecteer in het bijzonder de instructies betreffende de volgende onderwerpen:
- Hardsoldeer de leidingen in de nabijheid van de vacuümbuiscollectoren.
-
Wanneer de installatie is bedoeld voor verwarmingsondersteuning of wanneer de installatiedekkingsgraad voor de tapwatervoorziening meer dan 60 % bedraagt, dan moet een voorschakelvat voor het expansievat worden gemonteerd.
-
Monteer het expansievat (AG) met een T-stuk 20-30 cm boven het zonnestation in de retour ( → afb. 3).
- Er moet een persvulling worden uitgevoerd met solarfluid LS voor het spoelen en vullen van de installatie (gebruik geen water, omdat de collectoren niet kunnen worden afgetapt). Een ontluchter boven op het dak kan daardoor komen te vervallen.
- De in de installatie- en onderhoudshandleiding van het zonnestation gespecificeerde waarden voor de in te stellen voordruk voor het expansievat, de in te stellen bedrijfsdruk en het in te stellen debiet zijn gerelateerd aan vlakke collectoren. De waarden voor de vacuümbuis-collectoren vindt u in deze handleiding in het hoofdstuk "afsluitende werkzaamheden" (→ pagina 21).
Respecteer behalve de instructies uit de handleiding van het zonnestation tevens de volgende instructies:
- De afstand tussen het zonnestation (aansluiting AG) en de onderkant van het collectorveld moet minimaal 2 meter bedragen ( → afb. 3).
- De minimale buislengte (enkelvoudige lengte) tussen het zonnestation (aansluiting AG) en het collectorveld moet minimaal 10 meter bedragen.

Afb. 3
2.3 EG-conformiteitsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. De conformiteitsverklaring kan worden opgevraagd bij de fabrikant (adres zie achterzijde).
2.4 Leveringsomvang
- Controleer of de levering compleet en niet beschadigd is.
2.4.1 Klembeugel

Afb. 4 Leveringsomvang klembeugel voor dakpannen (verschillende klembeugels afhankelijk van de dakbedekking)
| VK2 x 140 3 x 140 1 x 280 | |||
| Pos. 1 Klembeugel 4 | 6 | 4 | |
| Pos. 2 Hamerkopbout (met sluitring en moer M10) | 4 | 6 | 4 |
| Pos. 3 Schroef 8 x 120 12 18 | 12 | ||
| Pos. 4 Houten onderlegstuk 100 x 150 x 8 mm | 12 18 | 12 | |
Tabel 2 Leveringsomvang klembeugel voor dakpannen, afhankelijk van het aantal collectoren
2.4.2 Montageset

Tabel 3 Montageset, afhankelijk van aantal collectoren

other
| Panel Description | Dimension | Value | | --- | --- | --- | | 2 x VK140 | Width | 1300 | | 2 x VK140 | Height | 1953 | | 3 x VK140 (of 1xVK140 + 1xVK280) | Width | 2007 | | 3 x VK140 (of 1xVK140 + 1xVK280) | Height | 1953 | | 1 x VK280 of 1 x VK140 | Width | 2022 | | 1 x VK280 of 1 x VK140 | Height | 2022 | | Standaard sneeuwbelasting: max. | max. | 1,5 kN/m² | | Standaard sneeuwbelasting: max. | max. | 1,5 kN/m² | | Standaard sneeuwbelasting: max. | max. | 2,0 kN/m² |Tabel 4 Gebruik van de rail (pos. 5) en de maximale standaard sneeuwbelasting (maten in mm)
2.4.3 Aansluitset (hydraulische verbinding)

Afb. 6 Leveringsomvang aansluitset
| Pos. 1 Aansluitbuis compleet (incl. RVS-ribbelbuis, isolatie en klemringkoppelstuk 18 mm voor de aansluiting op de leiding) | 2 x |
| Pos. 2 Installatie- en onderhoudshandleiding 1 x |
Tabel 5
2.4.4 Collector

Afb. 7 Collector met verbindingsnippel
| Pos. 1 | Verbindingsnippel als verbinder tussen de collectoren | 1 x |
| Pos. 2 | Collector VK140-1/VK280-1 bestaande uit: vacuümbuizen, CPC-spiegel en verzamelkasten | 1 x |
Tabel 6
| VK140-1 VK280-1 | ||
| Certificaten | ![]() | [CBXO] ![]() |
| Breedte | ||
| Diepte | ||
| Lengte 2,06 m 2,06 m | ||
| Collectoraansluiting, aanvoer en retour | 15 mm | 15 mm |
| Absorberinhoud | 0,97 l | 2,12 l |
| Apertuurvlak | 1,28 m2 | 2,57 m2 |
| Absorberoppervlak | 1,29 m2 | 2,58 m2 |
| Bruto-oppervlak | 1,45 m2 | 2,86 m2 |
| Gewicht netto | 24 kg | 43 kg |
| Toegestane bedrijfsdruk collector ( pmax ) | 10 bar | 10 bar |
| Testdruk ( ppr ) | 13 bar | 13 bar |
| Stilstandstemperatuur, max. | 301 °C | 301 °C |
| Aantal glasbuizen | 6 | 12 |
| Glasbuizen: buislengte / buiten ∅ / binnen ∅ | 1920 mm/47 mm / 37 mm | |
Tabel 7

Afb. 8 Drukverliezen van de collectoren
| [1] Drukverliescurve voor VK280-1 |
| [2] Drukverliescurve voor VK140-1 |
2.6 Typeplaat
De typeplaat is op de verzamelkast aangebracht en bevat alle belangrijke informatie in de vorm van symbolen.
| Symbol | Betekenis | Toelichting |
| AG | areagross | Bruto-oppervlak |
| 70aa | areaapertur m | Geprojecteerd spiegeloppervlak1 |
| 10A | areaabsorber | Absorberoppervlak |
| Dimensions | Afmetingen | |
| Vf | volumefluid | Collectorinhoud |
| m | mass | Gewicht |
| tstg | temperaturestagnation | Stilstandstemperatuur, max. |
| pmax | pressuremaximum | Bedrijfsdruk, max. |
| ppr | pressureproof | Testdruk |
| yprod | yearproduction | Fabricagejaar |
Tabel 8 Specificaties typeplaat
3 Voorschriften
- Respecteer bij de montage en het gebruik van de installatie de nationale en lokale normen en richtlijnen.
Regels van de techniek voor de installatie van thermische installaties
•Montage op de daken:
-EN 1991 Eurocode 1 Ontwerpgrondslagen en belastingen op constructies, sneeuw- en windbelastingen.
•Aansluiting van thermische zonnesystemen:
- EN 12976: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (prefabinstallaties)
- ENV 12977: thermische zonnesystemen en hun onderdelen (klant-specifiek gefabriceerde installaties).
—Alle sanitaire voorzieningen moeten conform de richtlijnen van Belgaqua uitgevoerd worden.
•Elektrische aansluiting:
- DIN EN 62305 deel 3 / VDE 0185-305-3: bliksembeveiliging, bescherming van bouwkundige installaties en personen.
- Alle elektrische aansluitingen moeten voldoen aan de normen van het AREI.
-Bliksemafleiding: indien de hoogte van het gebouw meer dan 20 meter bedraagt en geen bliksemafleider voorhanden is, moet een gespecialiseerd elektrobedrijf de installatie op het dak met een aarding van minstens 16 mm 2 verbinden en aan de potentiaalvereffening aansluiten.
4 Voor de montage
4.1 Plaatsbehoefte bepalen
Deze maten moeten minimaal op het dak ter beschikking zijn.

GEVAAR: Levensgevaar door collectoren, die niet bestand zijn tegen de wind- en zuigpieken.
▶Respecteer de minimale afstand tot de rand van het dak.

Afb. 9 Afstandsmaten van het collectorveld
•Maat a: een formule gebruiken, beide zijn mogelijk
- Maat A en B: → tab. 9
- Maat C: minimaal 3 rijen dakpannen tot de nok of de schoorsteen
- Maat D: minimaal 0,5 m rechts en links naast het collectorveld en tot de nok voor de aansluitleidingen onder het dak
| Aantal | VK140-1 VK280-1 | |
| collectoren* | Maat A Maat B Maat A Maat B | |
| 1 0,70 m 2,06 m | 1,40 m 2,06 m | |
| 2 1,40 m 4,27 m | 2,80 m 4,27 m | |
| 3 2,10 m 6,48 m | 4,20 m 6,48 m | |
| 4 2,80 m -- 5,60 m -- | ||
| 5 3,50 m -- 7,00 m -- | ||
| 6 4,20 m -- 8,40 m -- | ||
Tabel 9 Benodigde plaats
(* bij maat B: collectoren boven elkaar gemonteerd)
4.2 Hydraulische aansluiting plannen

Gedetailleerde informatie over het plannen van de installatiehydrauliek en de componenten vindt u in de planningsdocumentatie zonnetechniek.
Voordat u de collectoren monteert, moet u weten hoe de collectoren mo- gen worden opgesteld.

De collectorsensor [1] moet in de collector met de aangesloten aanvoerleiding [2] worden gemonteerd.
Maximaal aantal collectoren per rij:
•VK140-1: 6 collectoren
•VK280-1: 3 collectoren
Hierna twee voorbeelden voor de hydraulische opstelling van de vacuümbuiscollectoren:

Afb. 10 Eenrijige aansluiting, hier: aanvoer rechts
[1] Collectorsensor (altijd aan de aanvoerzijde)
[2] Aanvoerleiding (naar boiler)
[3] Retourleiding (van boiler)

flowchart
graph TD
A["Component 1"] --> B["Component 2"]
B --> C["Component 3"]
C --> D["Component 4"]
D --> E["Component 5"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#bfb,stroke:#333
style D fill:#ffb,stroke:#333
style E fill:#fff,stroke:#333
Afb. 11 Aansluiting drie rijen (met afsluitventiel), hier: aanvoer links
[1] Collectorsensor (altijd aan de aanvoerzijde)
[2] Aanvoerleiding (naar boiler)
[3] Retourleiding (van boiler)
[4] Afsluitventiel (toebehoren)
4.3 Respecteer de algemene instructies

Aangezien dakdekkersbedrijven ervaringen hebben met dakwerkzaamheden en gevaren door vallen, raden wij een samenwerking met deze bedrijven aan.
- Verzamel informatie over de bouwkundige omstandigheden en de lokale voorschriften.
- Beschadigde dakpannen enz. verwijderen en vervangen.
- Monteer de collectoren altijd met de verzamelkast naar boven.

Afb. 12 Toegestane montagerichting
- Collectoren optimaal op het dak opstellen (→ afb. 13). Bijv. zodanig, dat het collectorveld in lijn licht met ramen en deuren. Respecteer hierbij echter de minimale afstanden tot de dakrand (→ afb. 9).

Afb. 13 Aanpassen van het collectorveld aan de gebouwvorm
- Voorkom beschaduwing van het collectorveld door andere gebouwen, bomen enz. (→ afb. 14).

Afb. 14 Voorkom beschaduwing
4.4 Benodigde gereedschappen en toebehoren
- Accuboormachine voor voorboren
•Boor 6 mm, 9 mm voor voorboren
•Schroefsleutel SW13, 17, 22, 24, 30
• Hamer (voor dakpannen en verbindingsset)
•Kruiskopschroevendraaier (voor verbindingsset)
- Ventilatiedakpan voor dakdoordringing van de leidingen
- Materiaal voor isolatie van de leidingen
4.5 Beveiliging tegen blikseminslag
De noodzaak tot een bliksembeveiliging kan per regio verschillen.
- Conform de regionale voorschriften controleren, of een bliksembeveiligingsinstallatie nodig is.
Vaak wordt een bliksembeveiliging voorgeschreven bijv. voor gebouwen voorgeschreven, die hoger zijn dan 20 m.
Een bliksembeveiliging moet door een elektrotechnisch installateur worden geïnstalleerd.
Wanneer een bliksembeveiligingsinstallatie aanwezig is, dan moet de koppeling van het zonnesysteem op deze installatie worden gecontroleerd.
4.6 Montagevolgorde
Om de collectoren op het dak te bevestigen, moet u de volgende montageprocedure aanhouden:
- Bepaal de afstanden voor de klembeugels.
- Monteer de klembeugels.
- Monteer de rails en bevestigingsklauwen.
- Monteer de collectoren en collectorsensoren.
- Sluit de leidingen aan op de collectoren.
5 Transport
De collectoren en de montagematerialen zijn zwaar en onhandig. Respecteer de volgende instructies, omdat ook bij het werken op het dak bepaalde gevaren bestaan.

GEVAAR: Levensgevaar door vallen of vallende onderdelen!
- Gebruik geen ladder voor het transport op het dak, omdat het montagemateriaal en de collectoren zwaar en onhandig zijn.
▶Tref bij alle werkzaamheden op het dak de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
▶Zorg er op daken voor dat u niet kunt vallen.
▶ Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
▶Voer de montage op het dak uit met minimaal 2 personen.
▶Collectoren en montagemateriaal tijdens het transport beveiligen tegen vallen. - Controleer na voltooiing van de montage of de montageset en de collectoren goed bevestigd zijn.

OPMERKING: Schade aan de collector door het transport.
Wij adviseren, de collector in de transportverpakking op het dak te transporteren.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door glassplinters vermijden!
▶Draag bij het omgaan met de collectoren altijd handschoenen en een veiligheidsbril.
- Gebruik voor het transport de bevestigingspunten boven aan de collector.

GEVAAR: Levensgevaar door onvoldoende bevestigde collectoren bij het transport.
▶Let op een veilige bevestiging van de hijsbanden.
▶Voorkom slingeren (let op de wind) door een vrijhangende collector met touwen te begeleiden.
- Om het transport van de collectoren en de montagematerialen te vergemakkelijken kunnen de volgende hulpmiddelen worden gebruikt:
-Stelling of kraan
-Draagriem
-Dakdekkersladder of hulpmiddelen voor schoorsteenvegen
-Bouwsteiger
▶ Voer de transportverpakking af via milieuvriendelijke recyclingmethoden.
6 Montage van de klembeugels
Met klembeugels worden de collectoren op de ondergrond vastgemaakt. Als voorbeeld worden de afstanden van de klembeugels bij dakpannen weergegeven.
▶Voor een betere begaanbaarheid van het dak:
—Een dakdekkerladder gebruiken of
-afzonderlijke dakpannen omhoogschuiven

OPMERKING: Beschadigingen aan de dakbedekking door betreden van de gemonteerde klembeugels en montagesets.
▶ Betreed de gemonteerde bouwdelen niet, om te vermijden dat de dakbedekking beschadigd raakt.
Voormontage op de begane grond
Om de montage op het dak te vergemakkelijken, adviseren wij u op de begane grond de schroefverbindingen op alle klembeugels voor te monteren.
▶Schroef de hamerkopschroeven met sluitring en moer M10 op de klembeugel.

Afb. 15 Hamerkopschroeven op de begane grond voormonteren
6.1 Afstanden vastleggen

Als voorbeeld wordt in de afbeeldingen de klembeugel voor dakpannen getoond. De afstanden gelden ook voor andere klembeugels.
Om de klembeugels te kunnen monteren, moet u de afstanden van de klembeugels bepalen. Respecteer hiervoor het volgende (→ afb. 16):
- Bij daken met dakpannen bepalen de golfdalen de afstand tussen de klembeugels.
- Niet altijd passen de spanten bij de benodigde afstanden van de klembeugels. Bij grotere of kleinere spantafstanden moet u bouw-zijdig een voldoende draagkrachtige ondergrond monteren.
-Bij meerdere collectorrijen moet u de afstanden van de klembeugels tot de volgende rij zodanig kiezen dat tussen de collectoren aan de boven- en onderkant een afstand van min. 150 mm overblijft. - De klembeugels moeten haaks t.o.v. elkaar worden gepositioneerd.

OPMERKING: Schade aan de collectoren door verkeerd gepositioneerde klembeugels.
▶Houd de afstand tussen de klembeugels aan (→ afb. 16).
Kies altijd de grootst mogelijke afstand tussen twee verticale klembeugels (→ afb. 16, maat b).
▶Om de klembeugel met 3 schroeven te kunnen bevestigen, is een spantbreedte van min. 88 mm nodig. Plaats bij smallere spanten bouwzijdig een versterking.
▶ Bepaal de posities van de klembeugels (→ afb. 16 tot 20 en → tab. 10).
6.1.1 Verticale afstanden van de klembeugels

Bij panlatafstanden 370 mm (VK140, VK280) en 450/460/470 mm (VK140) is het noodzakelijk de klembeugels op de afstand van de panlatten te monteren. Alleen zo wordt de maat b bereikt.
| Maat a - panlatafstand | Maat b - bij VK140 | Maat b - bij VK280 |
| 320 mm - 340 mm | 1520 mm - 1715 mm | 1520 mm - 1840 mm |
| 350, 430 mm | 1715 mm - 1760 mm | |
| 370, 470 mm | 1895 mm | |
| 380 mm - 420 mm | 1520 mm - 1715 mm | |
| 360, 440, 450 mm | 1760 mm - 1810 mm | |
| 460 mm | 1810 mm |
Tabel 10 Verticale afstanden van de klembeugels

Afb. 16 Aan te houden afstanden en spantbreedte
6.1.2 Horizontale afstanden van de klembeugels
Afhankelijk van het type collector en de regionale sneeuwbelasting moet u verschillende afstanden gebruiken.

Afb. 17 2 x VK140 (1 x VK280) voor een standaard sneeuwbelasting van max. 1,5 kN/m²

Afb. 18 3 x VK140 (of 1 x VK140 en 1 x VK280) voor een standaard sneeuwbelasting van max. 1,5 kN/m²

Afb. 19 2 x VK140 (en andere) voor een standaard sneeuwbelasting van max. 2,0 kN/m²

Afb. 20 2 x VK280 (en andere) voor een standaard sneeuwbelasting van max. 2,0 kN/m²

De maat x staat voor een gelijke afstand. De maximale afwijking van deze maten onderling bedraagt 100 mm.
6.2 Monteren van klembeugels bij daken met dakpannen
▶ Overeenkomstig de afstanden (→ pagina 10) in het gebied van de spanten 2 - 3 dakpannen uit een rij verwijderen.
Positionering van de klembeugel:
-De klembeugel moet in het dal van de dakpan liggen.
- De klembeugel moet direct boven de daaronder liggende dakpan uittreden, maar deze mag de pan niet aanraken.
▶Markeer de positie van de klembeugel op het dak.
Klembeugel [1] op de spanten plaatsen en voor de bevestiging met de schroeven [3] voorboren met een boor 6 mm.
▶Gebruik indien nodig de meegeleverde houten onderlegstukken [5] om de hoogte te compenseren (9 mm voorboren).
In het gebied van de klembeugel de regenranden en de profileringen van de dakpan [2, 4] en voorzichtig verwijderen.
Klembeugel met 3 schroeven 8 x 120 mm [3] op de spanten schroeven. Gebruik een sleutel SW13.
▶Pan weer plaatsen.

OPMERKING: Het dak is niet dicht voor stuifsneeuw in het gebied van de klembeugel.
▶Wanneer er een grotere spleet overblijft tussen de bovenste en onderste dakpan, dan moet deze spleet met UV-bestendige afdichtingsband worden afgesloten.


Afb. 21 Klembeugel bij dak met dakpannen
[1] Klembeugel
[2] Bovenste dakpan
[3] Schroeven 8 x 120 mm
[4] Onderste dakpan
[5] Houten onderlegstuk 100 x 150 x 8 mm
6.3 Klembeugel bij dak met beverstaartpannen monteren

OPMERKING: Dak is niet dicht bij beverstaartdaken!
▶Laat u bij montage door een dakdekker adviseren.
▶ Overeenkomstig de vastgestelde afstanden (→ pagina 10) in het gebied van de spanten 2-3 beverstaartpannen uit een rij verwijderen.
Positionering van de klembeugel:
- De klembeugel [1] moet in het midden van de daaronder liggende beverstaartpan liggen.
- De klembeugel moet direct boven de daaronder liggende beverstaartpan uittreden, maar mag de pan niet aanraken.
- Om ruimte voor de klembeugel te maken, de daaronder liggende beverstaartpan indien nodig aan de bovenkant inkorten en/of de bovenliggende panlat uitsparen.
▶Markeer de positie van de klembeugel op het dak.
▶Spanten voorboren met 6mm-boor.
▶Gebruik indien nodig de meegeleverde houten onderlegstukken [4] om de hoogte te compenseren (9 mm voorboren).
- Klembeugel met 3 schroeven 8 x 120 mm [2] op de spanten schroeven. Gebruik een sleutel SW13.
▶Aanliggende beverstaartpan [3] bijzagen en indekken.

OPMERKING: Het dak is niet dicht voor stuifsneeuw in het gebied van de klembeugel.
- Wanneer er een grotere spleet overblijft tussen de bovenste en onderste dakpan, dan moet deze spleet met UV-bestendige afdichtingsband worden afgesloten.

Afb. 22 Klembeugel bij beverstaartdak
[1] Klembeugel
[2] Schroeven 8 x 120 mm
[3] Beverstaartpannen, bijgezaagd
[4] Houten onderlegstuk 100 x 150 x 8 mm
6.4 Klembeugel bij daken met gegolfde dakpannen monteren
▶ Overeenkomstig de vastgelegde afstanden (→ pagina 10) in het gebied van de spanten 2-3 dakpannen uit een rij verwijderen.
Positionering van de klembeugel:
- De klembeugel moet in het midden van de daaronder liggende dakpan liggen.
- De klembeugel moet direct boven de daaronder liggende dakpan uitsteken, maar deze mag de pan niet aanraken.
▶Markeer de positie van de klembeugel op het dak.
- Gebruik indien nodig de meegeleverde houten onderlegstukken [3] om de hoogte te compenseren (9 mm voorboren).
Klembeugel [1] met 3 schroeven 8 x 120 mm [2] op de spanten schroeven. Gebruik een sleutel SW13.
▶Pan weer plaatsen.

OPMERKING: Het dak is niet dicht voor stuifsneeuw in het gebied van de klembeugel.
- Wanneer er een grotere spleet overblijft tussen de bovenste en onderste dakpan, dan moet deze spleet met UV-bestendige afdichtingsband worden afgesloten (geen toebehoren).

Afb. 23 Klembeugel bij dak met gegolfde dakpannen
[1] Klembeugel
[2] Schroeven 8 x 120 mm
[3] Houten onderlegstuk 100 x 150 x 8 mm
6.5 Monteren van klembeugels bij daken met leien/shingles

OPMERKING: Dak is niet dicht bij daken met leien/shingles.
▶De montage moet door een dakdekker uitgevoerd worden.
▶Omdat de klembeugel op de daaronder liggende plaat kan aanliggen, moet deze bijv. bouwzijdig met een metalen plaat worden versterkt.
▶ Overeenkomstig de vastgelegde afstanden (→ pagina 10) in het gebied van de spanten enkele platen verwijderen.
Positionering van de klembeugel:
- De klembeugel moet direct boven de daaronder liggende plaat uitsteken, maar mag deze niet aanraken.
▶Markeer de positie van de klembeugel op het dak.
Klembeugel [2] met 3 schroeven 8 x 120 mm [1] op de spanten schroeven. Gebruik een sleutel SW13.
▶Platen weer terugleggen.

Afb. 24 Klembeugel bij dak met leien/shingles
7 M o n t a g e v a n d e r a i l s
De verbinding tussen de klembeugels en de collector wordt gemaakt met de rails en de bevestigingsklauwen.
Voorbeelden van mogelijk gebruik van de rails
Tabel 12 Maten in mm* = zinvol voor de combinatie 2 x VK280 en 1 xVK140
Op de begane grond voormonteren
Om de montage op het dak te vergemakkelijken, adviseren wij u op de begane grond de volgende onderdelen met sleutel SW17 voor te monteren.
▶ Hamerkopschroeven op L-verbinder voormonteren: → afb. 29
▶ Bevestigingsklauwen op de horizontale rails (1300 mm of 2007 mm) voormonteren:→ afb. 29
▶Bevestigingsklauwen op de verticale rails (2022 mm) voormonteren:→ afb. 30
7.1 Verticale rails monteren
Rails uitrichten
Let er bij de montage van de rails op, dat u deze exact uitlijnt (→ afb. 25):
• verticaal t.o.v. de horizontaal (gebruik hulpmiddel, bijv. panlat [1])
- dezelfde overstek boven en onder (maat x).

Afb. 25 Verticale rails uitlijnen
VK280: verticale rails bij alle panlatafstanden
▶Rails boven en onder op klembeugel plaatsen en met hamerkop-schroeven vastschroeven (→ afb. 26). Sleutel SW17 gebruiken.
VK140: verticale rails bij panlatafstanden 320-340 mm en 380-420 mm monteren
▶Rails boven en onder op klembeugel plaatsen en met hamerkop-schroeven vastschroeven (→ afb. 26). Sleutel SW17 gebruiken.

Afb. 26 Rails op klembeugel monteren
VK140: verticale rails bij panlatafstanden 350-370 mm en 430-470 mm monteren
Bij deze panlatafstanden is het nodig de L-verbinder en de klembeugel samen met de verticale rails vast te schroeven.
| Panlatafstand Positie L-verbinder | Klembeugel boven, onder | |
| 350, 430, 440 mm | A Alleen onder | |
| 360, 450 mm | B Alleen onder | |
| 460 mm | A Boven | |
| B Onder | ||
| 370, 470 mm | B Boven en onder | |
Tabel 13 L-verbinder op klembeugel bevestigen
- Rails overeenkomstig tabel 13 met L-verbinder en klembeugel vast-schroeven (→ afb. 27).

Afb. 27 Rails met L-verbinder en klembeugel vastschroeven (hier: op positie A)
Positie van alle hamerkopschroeven controleren
▶ Controleer of alle hamerkopschroeven [1] goed vastzitten.

Afb. 28
7.2 Monteer de horizontale rails en bevestigingsklauwen

Horizontale rails zijn niet altijd nodig (→ tab. 11 en 12, pagina 15).
Bevestigingsklauwen onderaan voormonteren op de begane grond
▶Bevestigingsklauwen bovenaan [2] en onderaan [1] op de breukplaats van elkaar losmaken.
- Bevestigingsklauwen onderaan [1] met de opgegeven afstanden op de rails onderaan aanbrengen en met moer en sluitring vastschroeven.
Sleutel SW17 gebruiken.
Bevestig de bevestigingsklauwen bovenaan [2] pas na montage van de collector op de collector en de bovenste rails.
Rails monteren
Let er bij de montage van de rails op dat u deze exact uitlijnt (maat x: gelijke overstek rechts en links).
Let erop dat de hamerkopschroeven [4] goed vastzitten.
▶ Met L-verbinder [5], 4 hamerkopschroeven, 4 sluitringen en 4 moeren de horizontale [6] met de verticale rail [7] verbinden.

Afb. 29 Rail en klauwen, alle maten in mm
[1] Bevestigingsklauw onder
[2] Bevestigingsklauw boven
[4] Gemonteerde hamerkopschroef
[5] L-verbinder voor verbinding van de rails
7.3 Bevestigingsklauwen op de verticale rail monteren
Bij de verticale rail 2022 mm worden geen horizontale rails gemonteerd. De bevestigingsklauwen boven en onder moet u daarom op de verticale rails monteren.
Bevestigingsklauwen onderaan voormonteren op de begane grond
▶Bevestigingsklauwen bovenaan [1] en onderaan [2] op de breukplaats van elkaar losmaken.
Let erop dat de hamerkopschroeven [3] goed vastzitten.
- Om de bevestigingsklauwen onderaan [2] te bevestigen, ge gemonteerde hamerkopschroef tot aan de aanslag in de rail verschuiven. Vastschroeven met sleutel SW17.
Bevestig de bevestigingsklauwen boven [1] pas na montage van de collector op de collector en de rails.

Afb. 30
8 Montage van de collectoren
Wanneer de klembeugels en de rails met de bevestigingsklauwen gemonteerd zijn, kunnen de collectoren worden bevestigd.

GEVAAR: Levensgevaar door vallende onderdelen! ►Borg de collectoren tijdens de montage tegen vallen.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door glassplinters! ►Draag bij het werken met de collectoren altijd handschoenen en een veiligheidsbril.

OPMERKING: Schade aan de collectoren door verdamping in het zonnecircuit.
▶De zonweringsfolie net zolang op de collector laten zitten, tot de collector is gespoeld en gevuld. Deze mag echter niet langer dan 4 weken aan de weersinvloeden worden blootgesteld.
▶Voor langere tijdsperioden een daarvoor geschikt afdekzeil monteren.
8.1 Eerste collector monteren
Lijn de eerste collector zodanig uit, dat bij de montage van alle collectoren de overstek t.o.v. de rails rechts en links gelijk is.
▶De verpakte collector op de rails plaatsen.
▶ Open de verpakking onderaan. De collector kan nu in de onderste bevestigingsklauw [3] glijden.
Deze klauw moet het collectorprofiel helemaal omvatten.
Bij horizontale rail 1300 mm de collectorbuitenrand op het railmidden schuiven.
Wanneer alle collectoren gemonteerd zijn, resulteert dit in een gelijke oversteek.
De bovenste bevestigingsklauwen pas dan vasttrekken, wanneer de collectoren onderling zijn vastgeschroefd.
▶ De bevestigingsklauwen boven [1 of 2] en onder [3] monteren.

Afb. 31 Collector bevestigd op de horizontale rail
[1] Bevestigingsklauw boven bij horizontale rail
[2] Bevestigingsklauw boven, wanneer alleen een verticale rail aanwezig is
[3] Bevestigingsklauw onder
8.2 Tweede collector monteren
Als verbinding van twee collectoren is de verbindingsnippel aan de rechter collectorzijde bedoeld (→ afb. 32).
- Plaats de tweede collector op de rails en schuif deze tegen de al ge-monteerde collector.
- Positioneer de collectoren zodanig op de rails, dat de overstek links en rechts gelijk is.

OPMERKING: Vermijd schade aan de collector door verdraaide interne buizen.
▶Met sleutel SW22 op de verbindingsnippel [4] tegenhouden.
▶Met sleutel SW24 de moeren [2] aantrekken.

Afb. 32 Collectoren hydraulisch onderling verbinden
[1] Linkercollector
[2] Wartelmoer (al gemonteerd)
[3] Klemring (al gemonteerd)
[4] Verbindingsnippel ½"
[5] Rechtercollector
▶Alle overige collectoren op dezelfde manier monteren.
▶Bevestigingsklauwen boven met sleutel SW17 vastdraaien (→ afb. 31).

VOORZICHTIG: Verbrandingsgevaar bij niet aangetrokken schroefkoppelingen.
▶Controleer alle schroefkoppelingen.
8.3 Collectorsensor monteren
De collectorsensor is met het zonnestation of de regeling meegeleverd en moet in de collector met de aangesloten (hete) aanvoerleiding worden gemonteerd (→ pagina 7, 7).

OPMERKING: Schade aan de installatie door een defecte sensorkabel.
▶Bescherm de kabel tegen mogelijke beschadigingen.

Voor een optimaal bedrijf van het zonnesysteem moet u de collectorsensor correct monteren.
▶ Collectorsensor [1] 90 mm (tot aan de aanslag) in de sensordompelhuls schuiven.

Afb. 33 Montage van de collectorsensor
8.4 Verbindingsset monteren (toebehoren)
Om het visuele aspect tussen twee collectoren te verbeteren, kunt u de verbindingsset uit de toebehoren monteren.
Leveringsomvang
• 1 x isolatiestuk (45 mm breed, 19 mm dik) met zelfklevende sluiting
- 1 x afdekking (70 mm breed)
- 1 x borging (8 x 10 x 80 mm) met schroef (4,2 x 19 mm)
- 2 x verbindingspluggen met metalen pen
Gereedschap
Schroevendraaier (kruiskop), hamer
Montage
Een voorwaarde voor de montage is een exacte uitlijning van de collectoren.
- Isolatiestuk van onderen over de koppeling stulpen en met de plakstrip sluiten.
- Afdekking op de isolatie schuiven.
- Op de achterzijde van de collector de afdekking met borging bevestigen.

Afb. 34 Collector boven op verzamelkast: isolatiestuk en afdekking monteren
Met de nieuwe verbindingsstoppen worden de beide collectorframes exact bij elkaar gehouden.
- Originele stoppen uit het profiel van het collectorframe verwijderen.
- Nieuwe verbindingsstoppen in de profielen steken
- Metalen pen met hamer in de stoppen slaan.

Afb. 35 Collector onder: stoppen vervangen
9 Hydraulische aansluiting
Informatie over het installeren van de leidingen tussen de componenten (collectoren, zonnestation, zonneboiler) vindt u in de handleiding "zonnestation".

OPMERKING: Het dak is niet dicht door onvoldoende afdekking in de omgeving van de dakdoorvoer.
▶Voor het installeren van de aansluitleidingen onder het dak een standaard doorvoerpan of antennedoor-voer gebruiken.
- Indien nodig een installateur inschakelen, die de leidingen onder het dak installeert.

Trek de sensorkabel samen met de aanvoerleiding door het dak.
Leidingen aansluiten
De hydraulische aansluitingen op de leidingen onder het dak worden uitgevoerd met een 1 m lange flexibele aansluitbuis. Deze kunnen max. 90° worden gebogen.

OPMERKING: Schade aan de collector door verdraaide interne buizen
▶Met sleutel SW24 de aansluitbuis [4] vasthouden.
▶Met 2e sleutel SW24 de moeren [2] aantrekken.

Afb. 36 Koppeling aansluitbuis en collector
[1] Collector
[2] Wartelmoer (al gemonteerd)
[3] Klemring (al gemonteerd)
[4] Aansluitbuis (al geïsoleerd)
▶ Leiding onder het dak op de klemringkoppeling 18 mm van de aansluitbuis aansluiten (sleutel SW30 gebruiken).

Afb. 37 Gemonteerde aansluitbuis en doorvoer door het dak
Afsluitventiel monteren (toebehoren)
Bij collectorvelden, die uit meerdere parallel geschakelde collectorrijen bestaan, moet iedere collectorrij afzonderlijk worden gespoeld en ontlucht. Hiervoor moet u iedere collectorrij in de aanvoer van een afsluitventiel voorzien.

OPMERKING: Schade aan de collector door overdruk. De leiding tussen collector en expansievat (AG) of veiligheidsklep mag niet worden afgesloten.
- Afsluitventiel met meegeleverde klemringkoppelstukken (2 stuks) in de aanvoer van de collector monteren.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["2"]
B --> C["3"]
C --> D["4"]
D --> A
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
style C fill:#bfb,stroke:#333
style D fill:#ffb,stroke:#333
Afb. 38 Drierijige aansluiting (met afsluitkogelkraan), hier aanvoer links
[1] Collectorsensor
[2] Aanvoerleiding (naar boiler)
[3] Retourleiding (van boiler)
[4] Afsluiter

Voor het spoelen en ontluchten van een collectorrij altijd alleen het afsluitventiel in deze rij openen. De overige blijven gesloten. Na het spoelen en ontluchten alle afsluitventielen openen.
Respecteer de aanvullende instructies voor het onder druk vullen in de handleiding van het zonnestation en het vulstation.
10 Afsluitende werkzaamheden
10.1 Controleer de installatie

Pas wanneer u de volgende controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd, kunt u de afsluitende isolatiewerkzaamheden uitvoeren.
Controlewerkzaamheden
| 1. Zijn alle aansluitschroefkoppelingen aangetrokken? ○ |
| 2. Zijn alle schroefkoppelingen op rails, klembeugels en bevestigingsklauwen aangetrokken? |
| 3. | Is de collectorsensor tot aan de aanslag ingeschoven? |



Tabel 14
10.2 Persvulling, spoelen, ontluchten
Het zonnesysteem moet met een persvulling (onder druk) worden gevuld, gespoeld en ontlucht. Respecteer de instructies voor het onder druk vullen in de installatiehandleiding van het zonnestation en het vulstation.

OPMERKING: Vermijd schade aan de installatie door vorst.
▶Voer een persvulling uit met Solarfluid LS voor het spoelen en vullen van de installatie. Gebruik geen water, omdat de collectoren niet kunnen worden geledigd.
10.3 Voordruk van het expansievat aanpassen
Controleer de voordruk van het expansievat voordat u het zonnesysteem vult.

De voordruk van het expansievat wordt berekend uit de statische installatiehoogte plus 1,7 bar (statische installatiehoogte = hoogteverschil tussen aansluiting expansievat en bovenkant collector;
1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar).
Voorbeeld: 10 m hoogteverschil komt overeen met 1,0 bar plus 1,7 bar = 2,7 bar.
- Indien nodig de voordruk van het expansievat corrigeren.
10.4 Bedrijfsdruk bepalen en instellen
Na de persvulling en het spoelen en een druktest → (handleiding zonne-station) moet u de benodigde bedrijfdruk bepalen en instellen. Zie voor de procedure de handleiding van het zonnesysteem.

De bedrijfsdruk wordt berekend uit de statische installatiehoogte plus 2,0 bar (statische installatiehoogte = hoogteverschil tussen aansluiting expansievat en bovenkant collector; 1 meter hoogteverschil komt overeen met 0,1 bar).
Voorbeeld: 10 m hoogteverschil komt overeen met 1,0 bar plus 2,0 bar = 3,0 bar.
10.5 Debiet instellen

Respecteer de informatie uit de installatie- en onderhoudshandleiding van het zonnesysteem (hoofdstuk "Debiet instellen").
Debiet l/min (bij aanvoertemperatuur 20 °C) Aantal collectoren VK140-1 (l/min) VK280-1 (l/min)
| 1 | - | - |
| 2 | 2 | , |
| 3 | 3 | , |
| 4 | 4 | , |
| 5 | 4 | , |
| 6 | 5 | , |
Tabel 15 In te stellen debiet bij niet-toerentalgeregelde zonneregelaars afhankelijk van het aantal en type collectoren
10.6 Leidingen isoleren
Bouwzijdige isolatie van de leidingen
- Bij buitenopstelling UV- en hoogtemperatuurbestendige isolatie gebruiken.
- Bij binnenopstelling hoogtemperatuurbestendige isolatie gebruiken.
▶Bescherm de isolatie tegen aanvreten door vogels.
11 Vervangen van afzonderlijke buizen
Een defecte buis is herkenbaar aan de verandering van de zilverkleurige laag in het onderste gebied van de buizen naar een witachtige aanslag.

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door glassplinters!
▶Draag bij het werken met de collectoren altijd handschoenen en een veiligheidsbril.

Afb. 39
[1] Siliconenring
[2] Buishouder
[3] Ontgrendelingshendel
[4] Buizen
Mechanisch beschadigde buizen demonteren
▶Glasscherven voorzichtig verwijderen zonder het CPC-spiegeloppervlak te beschadigen.
▶Buishouder [2] onder verwijderen.
Mechanisch niet beschadigde buizen demonteren
▶Om de buishouder [2] onderaan weg te kunnen nemen,
- de buizen 5 mm naar boven toe in de verzamelkast schuiven en -met de duim en wijsvinger de beide ontgrendelingshefbomen [3]
2,0rechts en links naar beneden drukken.
▶ Buishouder door optillen na, de verzamelkast losmaken.
▶ Buizen een beetje optillen door licht draaien over de langsas recht naar beneden toe uittrekken.

Indien de afstand niet voldoende is om de buizen uit te trekken, kan het buisregister tot 20° naar boven worden gebogen.
Buizen monteren
De nieuwe buizen [4] worden op dezelfde wijze gemonteerd als de oude buizen werden gedemonteerd.
Let op een goed aanliggen van de siliconenring [1] in de verzamelkast.
▶Buizen boven met zeeploog of glijpasta insmeren.
▶Buizen door lichte draaiing door de siliconenring in de verzamelkast schuiven.
▶ Buishouder [2] op het buiseinde plaatsen, tussen de inkervingen van het aluminiumprofiel inschuiven en in de groef borgen.
▶ Buizen tot aan de aanslag naar beneden toe in de buishouder trekken.
12 Milieubescherming/afvoeren
Milieubescherming is ons ondernemingsprincipe.
Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetgeving en verordeningen voor milieubescherming worden strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Afval
Wanneer de collectoren aan vervanging toe zijn, kunt u ze teruggeven aan de fabrikant. De materialen worden dan op de meest milieuvriendelijke wijze gerecycleerd.
13 Onderhoud/inspectie

GEVAAR: Levensgevaar door vallen en vallende onderdelen!
▶Tref bij alle werkzaamheden op het dak de gepaste maatregelen om ongelukken te voorkomen.
▶Zorg er op daken voor dat u niet kunt vallen.
▶Draag steeds uw persoonlijke veiligheidskleding of veiligheidsuitrusting.
Het collectorveld moet met regelmatige tussenpozen worden gecontroleerd (inspectie). Gebreken moeten direct worden verholpen (onderhoud). We raden u aan de eerste inspectie of het eerste onderhoud uit te voeren na ca. 500 bedrijfsuren, daarna met tussenpozen van 1-2 jaar. Om u ook na het 3e onderhoud nog te kunnen documenteren, dient u de tabel als kopieerblad te gebruiken.
▶ Protocol invullen en de uitgevoerde werkzaamheden afvinken.
Gebruiker: Plaats:
| Onderhouds- en inspectiewerkzaamheden Pagina Onderhoud/inspectie | |||||
| Datum: | |||||
| 1. Visuele inspectie van de collectoren uitgevoerd (goed vastzitten glasbuizen, optische indruk)? | ○ ○ ○ | ||||
| 2. Collectorsensor correct gepositioneerd en tot aan de aanslag in de dompelhuls ingeschoven? | 19 ○ ○ | ○ | |||
| 3. | Visuele controle van het montagesysteem uitgevoerd? | ○ | ○ | ○ | |
| 4. Visuele inspectie van de overgangen tussen het montagesysteem en het dak op lekdichtheid uitgevoerd? | ○ ○ ○ | ||||
| 5. | Visuele inspectie van de leidingisolatie uitgevoerd? | ○ | ○ | ○ | |
| Opmerkingen | |||||
| Het collectorveld werd conform deze handleiding onderhouden. ○ ○ ○ | |||||
| Datum, stempel, handtekening | Datum, stempel, handtekening | Datum, stempel, handtekening | |||
Tabel 16

JUNKERS
NV SERVICO SA
Kontichsesteenweg 60
2630 Aartselaar
Tel. 03 887 20 60
Fax 03 877 01 29
www.junkers.be

