LEXMARK

X4800 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis X4800 LEXMARK in PDF-formaat.

📄 186 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice LEXMARK X4800 - page 13
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over X4800 LEXMARK

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X4800 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X4800 van het merk LEXMARK.

GEBRUIKSAANWIJZING X4800 LEXMARK

Veiligheidsinformatie

Gebruik alleen de netvoeding en het netsnoer die bij dit product zijn geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel. Sluit het netsnoer aan op een goed toegankelijk stopcontact in de buurt van het product.

LEXMARK X4800 - Veiligheidsinformatie - 1

Let op: U moet het netsnoer niet draaien, vastbinden, afknellen of zware objecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk en een muur. Als u het netsnoer niet op de juiste wijze gebruikt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op beschadigingen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert.

Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.

Dit product is ontworpen, getest en goedgekeurd volgens de strenge internationale veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn op het gebruik van specifieke Lexmark onderdelen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zullen niet altijd duidelijk zichtbaar zijn. Lexmark is niet verantwoordelijk voor het gebruik van vervangende onderdelen.

LEXMARK X4800 - Veiligheidsinformatie - 2

Let op: installeer dit product nooit tijdens onweer en sluit nooit kabels, zoals het netsnoer of de telefoonlijn, aan tijdens onweer.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

Inhoudsopgave

Veiligheidsinformatie....2

Inleiding....13

Informatie over de printer....13

Compatibiliteit met draadloze netwerken....16

Printer instellen....17

Inhoud van de doos controleren....17

Onderdelen van de printer....18

Installatie voor zelfstandig gebruik....20

Informatie over de printersoftware....25

Informatie over het bedieningspaneel....28

Bedieningspaneel gebruiken 28

Bladeren door de menu's van het bedieningspaneel 29

Instellingen opslaan....30

Printersoftware installeren....31

Wat betekenen de lampjes van de Wi-Fi-aanduiding?......31

Gesproken bericht voor afdruktaken in- of uitschakelen....32

Beveiligingsinformatie....32

Netwerk....33

Algemene informatie over netwerken....33

Overzicht netwerk....33

Configuraties voor een algemeen thuisnetwerk 33

Welke informatie heb ik nodig en waar kan ik deze vinden? 35

MAC-adres zoeken....35

Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken....36

Printer delen in een Windows-omgeving....36

Zoeken naar een printer en afdrukserver op externe subnetten 37

Draadloos netwerk....37

IP-adressen zoeken....37

IP-adres toewijzen....38

IP-adres configureren....38

Signaalsterkte bepalen....38

Printer installeren op een netwerk....38

De printer delen op een netwerk 39

Netwerkprinters configureren 40

Typen draadloze netwerken 40

Tips voor het gebruik van netwerkadapters....41

Geavanceerde draadloze installatie....41

Draadloos ad-hocnetwerk instellen met Windows....41

Printer toevoegen aan een bestaand, draadloos ad-hocnetwerk met Windows 43

Papier en originele documenten in de printer plaatsen....44

Papier in de printer plaatsen....44

Sensor voor papiersoort gebruiken....44

Enveloppen in de printer plaatsen....45

Etiketvellen in de printer plaatsen....45

Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten en briefkaarten in de printer plaatsen....46

Transparanten in de printer plaatsen....46

Opstrijktransfers in de printer plaatsen....46

Papier met aangepast formaat in de printer plaatsen....47

Bannerpapier in de printer plaatsen....47

Originele documenten op de glasplaat plaatsen....48

Het submenu Papierverwerking gebruiken....48

Afdrukken....49

Standaarddocumenten afdrukken....49

Documenten afdrukken 49

Webpagina afdrukken....49

Foto's of afbeeldingen van een webpagina afdrukken 50

Meerdere exemplaren van een document afdrukken 50

Kopieën sorteren 51

Laatste pagina eerst afdrukken (omgekeerde paginavolgorde) 51

Meerdere pagina's op één vel afdrukken (N per vel)....51

Afdruktaken onderbreken 52

Afdruktaken annuleren 52

Informatie over het menu met opties voor Bestanden afdrukken....52

Documenten afdrukken van een verwisselbaar opslagapparaat....53

Documenten vanaf een geheugenkaart of flashstation afdrukken 53

Speciale documenten afdrukken....54

Compatibele, speciale papiersoorten selecteren....54

Enveloppen afdrukken....54

Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten en briefkaarten afdrukken 54

Document afdrukken als een poster....55

Afbeelding afdrukken als een poster 55

Brochure afdrukken 56

Brochure samenstellen....56

Afdrukken op papier met een aangepast formaat 57

Afdrukken op opstrijktransfers 57

Transparanten afdrukken 57

Banners afdrukken 57

Op beide zijden van het papier afdrukken....58

Informatie over de functie voor dubbelzijdig afdrukken 58

Automatisch op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken)....59

Handmatig op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) 60

Printerinstellingen wijzigen....60

Afdrukinstellingen opslaan en verwijderen 60

Submenu Standaardprinterinst. wijzigen gebruiken 61

Fabrieksinstellingen van de printersoftware herstellen....61

Standaardfabrieksinstellingen van de printer herstellen....61

Werken met foto's....63

Aanbevolen papiersoorten gebruiken....63

Foto's ophalen en beheren....63

Informatie over het menu Fotokaartmodus....63

Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera 64

Flashstation in de printer plaatsen....65

Geheugenkaart in de printer plaatsen 66

Informatie over het menu Standaardafdrukinst. (PictBridge)....67

Foto's op een opslagapparaat overbrengen naar de computer via het bedieningspaneel....67

Alle foto's op een geheugenkaart overbrengen met de computer....68

Geselecteerde foto's op een geheugenkaart overbrengen met de computer 68

Geselecteerde foto's overbrengen van een cd of flashstation met de computer....69

Alle foto's overbrengen van een cd of flashstation met de computer 69

Foto's op een geheugenkaart overbrengen naar een flashstation 70

Voorkeuren voor de tijdelijke bestanden van Lexmark Productivity Studio wijzigen 70

Voorkeuren voor de doorzochte mappen van Lexmark Productivity Studio wijzigen....71

Voorkeuren voor bibliotheek van Lexmark Productivity Studio wijzigen....71

Overdrachtsinstellingen van Lexmark Productivity Studio wijzigen....71

Foto's bewerken....71

Foto's bijsnijden....71

Foto's bewerken met het bedieningspaneel 72

Foto draaien 73

Resolutie/formaat van een foto wijzigen....73

Automatisch oplossen met één klik toepassen op een foto....73

Rode-ogeneffect verminderen in een foto 73

Een foto vervagen/verscherpen....74

Een foto verbeteren....74

Tint / verzadiging van een foto aanpassen....74

De gammawaarde van een foto of afbeelding wijzigen....75

Foto's ontvlekken....75

Instelling Helderheid/contrast aanpassen voor een foto....75

Kleureffect toepassen op een foto....75

De belichtingsinstelling van een foto wijzigen 76

Golvende patronen verwijderen uit gescande foto's, tijdschriften of kranten 76

Foto's afdrukken....76

Foto's afdrukken met de computer van een cd of verwisselbaar opslagapparaat....76

Foto's weergeven/afdrukken vanuit Lexamrk Productivity Studio 77

Fotopakketten afdrukken....77

Fotowenskaarten maken 78

Diavoorstelling van foto's op de display op het bedieningspaneel weergeven....78

Foto of geselecteerde foto's afdrukken 79

Alle foto's van een opslagapparaat afdrukken....79

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel....80

Foto's afdrukken vanaf een digitale camera met DPOF 81

Diavoorstelling maken en weergeven....81

Kopiëren....83

Kopieën maken....83

Kleuren- of zwart-witkopie maken....83

Foto's kopieren....83

Foto kopieren met de computer....84

Afbeeldingen vergroten of verkleinen....84

Kopieerkwaliteit aanpassen....85

Helderheid van een kopie aanpassen....85

Exemplaren sorteren met het bedieningspaneel....86

Afbeelding meerdere keren herhalen op een pagina....87

Kopiëren op beide zijden van het papier (dubbelzijdig afdrukken)......87

Meerdere pagina's op één vel kopieren (N per vel)....88

Standaardkopieerinstellingen wijzigen....88

Informatie over het menu van de modus Kopiëren....89

Scannen....91

Documenten scannen....91

Documenten scannen met de computer....91

Tekst scannen voor bewerken....92

Afbeeldingen scannen voor bewerking....92

Foto scannen voor het werken met documenten en foto's....92

Kleuren- of zwart-witscan maken....93

Meerdere foto's tegelijk scannen met de computer....93

PDF maken van een gescand item....94

Scantaken annuleren....94

Scaninstellingen aanpassen met de computer....94

Informatie over het menu van de modus Scannen....95

Scannen naar een computer via een netwerk met het bedieningspaneel....96

Gescande afbeelding opslaan op de computer....96

Scaninstellingen van Lexmark Productivity Studio wijzigen....97

Standaardscaninstellingen wijzigen....97

Bestand toevoegen aan een e-mailbericht....98

Nieuwe gescande afbeelding toevoegen aan een e-mailbericht....98

Documenten of afbeeldingen scannen voor e-mailen....99

Voorkeuren van het e-mailvenster in Lexmark Productivity Studio wijzigen....99

Faxen....100

Faxen automatisch ontvangen....100

Fax verzenden met de software....100

Printer onderhouden....101

Inktcartridges installeren....101

Gebruikte inktcartridge verwijderen....103

Inktcartridges opnieuw vullen....103

Inktcartridges van Lexmark gebruiken....103

Inktcartridges uitlijnen....104

Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen....104

Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen....104

Inktcartridges beschermen....105

Glasplaat reinigen....106

Buitenkant van de printer reinigen....106

Supplies bestellen....106

Cartridges bestellen....106

Papier en andere supplies bestellen 107

Problemen oplossen....109

Installatieproblemen oplossen....109

Onjuiste taal wordt weergegeven op de display 109

De aan/uit-knop brandt niet 110

Software wordt niet geïnstalleerd 110

Pagina wordt niet afgedrukt....111

Informatie over waarschuwingsniveaus....112

Verwijder de software en installeer de software opnieuw....113

USB-poort activeren 113

Problemen met de printercommunicatie oplossen 114

Problemen met draadloze functies oplossen....114

Hoe bepaal ik welk type beveiliging voor mijn netwerk wordt gebruikt?......114

Controleer de beveiligingssleutels....114

Printer is correct geconfigureerd maar kan niet op het netwerk gevonden worden 115

Draadloze netwerkprinter drukt niet af....115

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 116

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie 116

Wi-Fi-aanduiding brandt oranje 118

Draadloze printer werkt niet meer 119

Netwerkprinter wordt niet weergegeven in de keuzelijst met printers tijdens de installatie....120

Printer kan geen verbinding maken met het draadloze netwerk 121

Hulpprogramma voor draadloze configuratie kan niet communiceren met de printer tijdens de installatie (alleen gebruikers van Windows)....123

Netwerknaam controleren (alleen voor Windows)....123

Het toegangspunt pingen 124

De printer pingen....124

Hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren (Windows)...... 125

Draadloze instellingen wijzigen na de installatie 125

Interne, draadloze afdrukserver opnieuw instellen op standaardfabrieksinstellingen 125

Printerpoorten controleren (alleen Mac-gebruikers)....126

Problemen met afdrukken oplossen....126

Foto van 4 x 6 inch (10 x 15 cm) wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt met een digitale PictBridge-camera....126

Afdrukkwaliteit verbeteren 127

Kwaliteit van tekst en afbeeldingen is slecht 128

Slechte kwaliteit aan de randen van het papier....128

Lage afdruksnelheid 130

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk afgedrukt....130

Foto bevat vlekken of krassen....130

Inktcartridges controleren 130

Inktvoorraden lijken incorrect....131

Inktvoorraden lijken te snel af te nemen....131

Er wordt een lege of verkeerde pagina afgedrukt....131

Ontbrekende of onverwachte tekens op afdrukken 132

Kleuren op de afdruk zijn flets of wijken af van de kleuren op het scherm....132

Vellen glossy fotopapier of transparanten kleven aan elkaar vast 133

Pagina wordt afgedrukt met andere lettertypen....133

Afdruk is te donker of vlekkerig 133

Afgedrukte tekens hebben een verkeerde vorm of zijn niet correct uitgelijnd 134

Afgedrukte pagina's vertonen afwisselend lichte en donkere banen....134

Transparanten of foto's bevatten witte lijnen....135

Verticale rechte lijnen zijn rafelig....135

Afbeeldingen of effen zwarte vlakken vertonen witte lijnen....135

Printerstatus controlleren 136

Instellingen worden niet opgeslagen 136

Gereedheid van de printer controleren....137

Wachtrij-instellingen voor het afdrukken van banners controleren....137

Problemen met lettertypen oplossen....138

Printer is bezig met het afdrukken van een andere taak 138

Gereed of Bezig met afdrukken wordt weergegeven als status 138

Testpagina afdrukken....138

Testpagina wordt niet afgedrukt 139

Externe afdrukserver werkt niet....140

Duplexeenheid werkt niet goed 140

Externe afdrukserver verwijderen....140

Kabel is niet aangesloten, losgeraakt of beschadigd 140

Printer is aangesloten, maar drukt niet af....141

Printer probeert af te drukken naar bestand....141

Kan geen documenten afdrukken vanaf een geheugenkaart of flashstation 141

Afdrukken vanaf de digitale PictBridge-camera is niet mogelijk....142

Printer kan niet communiceren met computers via een peer-to-peer-netwerk....142

Printer kan niet communiceren met de computer....144

Problemen bij kopieren, scannen of faxen 144

Er is een verkeerde printer aangesloten....144

Printersoftware bijwerken 144

Bidirectionele communicatie is niet ingesteld....145

Slechte kwaliteit of verkeerde uitvoer 145

Poortinstelling controleren....145

Problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen....146

Vastgelopen papier verwijderen en voorkomen 146

Papier of speciaal papier wordt verkeerd ingevoerd 146

Printer voert geen papier, enveloppen of speciaal papier in 147

Papier loopt nog steeds vast 148

Papier is vastgelopen in de duplexeenheid....148

Problemen met geheugenkaarten oplossen....149

Geheugenkaart kan niet worden geplaatst....149

Er gebeurt niets als de geheugenkaart is geplaatst 150

Foto's worden niet overgedragen van een geheugenkaart via een draadloos netwerk 150

Problemen met kopiären oplossen....151

Kopieerapparaat reageert niet....151

Scannereenheid sluit niet 152

Slechte kopieerkwaliteit....152

Kopie komt niet overeen met het origineel 153

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gekopieerd....153

Problemen met scannen oplossen....153

Scanner reageert niet....153

Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens het scannen....154

Kwaliteit van gescande afbeelding is slecht 155

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gescand....155

Kan niet scannen naar een computer via een netwerk 156

Foutberichten op de display van de printer....156

Uitlijningsfout 156

Cartridgefout (1102, 1203, 1204 of 120F)....156

Weinig zwarte inkt/Weinig kleureninkt/Weinig foto-inkt 157

Verhelp houderstoring 157

Klep geopend 158

Fout 1104 .... 158

Ongeldig apparaat....158

Fout linkercartridge/Fout rechtercartridge 158

Linkerinktcartridge is onjuist/Rechterinktcartridge is onjuist 158

Linkercartridge ontbreekt/Rechtercartridge ontbreekt 159

Geheugenfout....159

Er zijn geen afbeeldingen geselecteerd 159

Geen foto-/papierformaat geselecteerd....159

Kan geen controlevel vinden 159

Geen controlevelgegevens....160

Geen geldige foto's gevonden....160

U kunt slechts één verbetering voor een foto tegelijk kiezen 160

U kunt slechts één foto/formaat tegelijk kiezen 160

Fout met papier 160

Vastgelopen papier....160

Papier is op....160

Fout met papier- of fotoformaat....160

Fout met papierformaat/-soort 161

Fout met fotoformaat. Foto moet op de pagina passen....161

PictBridge-communicatiefout....161

Verwijder de camerakaart....161

Houder vastgelopen in printer 161

Fout met controlevel....161

Sommige foto's zijn van de kaart verwijderd door de host 162

Probleem bij lezen van geheugenkaart....162

Fout met dubbelzijdige papiersoort 162

Dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor het huidige papierformaat.... 162

Dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor de huidige papiersoort....162

Foutberichten op het beeldscherm van de computer....163

Foutberichten wissen....163

Linker-/rechtercartridge ontbreekt 163

Communicatie is niet beschikbaar....163

Algemeen afdrukprobleem 163

Inkt is bijna op....164

Onvoldoende geheugen 164

Papier is op....164

Afdrukfout oplossen....164

Vastgelopen papier....164

Meerdere All-In-One-apparaten gevonden....165

Fout bij bestand afdrukken 165

Kennisgevingen....166

Productinformatie....166

Uitgavebericht....166

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten....167

Stroomverbruik....169

Verklarende woordenlijst voor netwerken....176

Index....178

Informatie over de printer

De handleiding Snelle installatie

Beschrijving Locatie
De handleiding Snelle installatie bevat instructies voor het installeren van hardware en software.U vindt deze handleiding in de doos met de printer of op de website van Lexmark op www.lexmark.com.

Gebruikershandleiding

Beschrijving Locatie
De Gebruikershandleiding bevat instructies voor het instellen van de hardware en software (op Windows-besturingssystemen) en algemene instructies voor het gebruik van de printer.Opmerking:raadpleeg de Mac Help als de printer Macintosh-besturingssystemen ondersteunt:1 Kies Bureaublad in de Finder en dubbelklik op de map Lexmark 4800 Series .2 Dubbelklik op het pictogram van de Help.U vindt deze handleiding in de doos met de printer of op de website van Lexmark op www.lexmark.com.

Gebruikershandleiding: uitgebreide versie

Beschrijving Locatie

De Gebruikershandleiding: uitgebreide versie bevat aanwijzingen voor het werken met de printer en informatie over andere onderwerpen zoals:

  • De software gebruiken (op Windows-besturings-systemen)
  • Papier in de printer plaatsen
  • Afdrukken
  • Werken met foto's
  • Scannen (als de printer deze functie ondersteunt)
  • Kopiëren (als de printer deze functie ondersteunt)
  • Faxen (als de printer deze functie ondersteunt)
  • Printer onderhouden
  • Printer aansluiten op een netwerk (als de printer deze functie ondersteunt)
  • Afdruk-, kopieer-, scan- en faxproblemen oplossen en problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen

Opmerking: raadpleeg de Mac Help als de printer Macintosh-besturingssystemen ondersteunt:

1 Kies Bureaublad in de Finder en dubbelklik op de map Lexmark 4800 Series.
2 Dubbelklik op het pictogram van de Help.

Als u de printersoftware installeert, wordt tevens de Gebruikershandleiding: uitgebreide versie geïnstalleerd.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

- Windows Vista: klik op

LEXMARK X4800 - Beschrijving Locatie - 1

- Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Gebruikershandleiding.

Als de koppeling naar de Gebruikershandleiding niet op het bureaublad wordt weergegeven, volgt u deze aanwijzingen:

1 Plaats de cd in het de computer. Het installatievenster wordt geopend.

Opmerking: Klik zo nodig op →Alle programma's → Uitvoeren. Windows XP en eerder: klik op Start → Uitvoeren en typ D:\setup, waarbij D de letter van het cd-rom-station is.

2 Klik op Documentatie.

3 Klik op Gebruikershandleiding weergeven (inclusief Installatieproblemen oplossen).

4 Klik op Ja.

U vindt dit document ook op de website van Lexmark op: www.lexmark.com.

Lexmark Printeroplossingen

Beschrijving Locatie

Lexmark Printeroplossingen wordt op de cd geleverd. Het programma wordt geïnstalleerd met de andere software als de printer is aangesloten op een computer.

U opent als volgt Lexmark Printeroplossingen:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

- Windows Vista: klik op

LEXMARK X4800 - Beschrijving Locatie - 1

- Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Kies Lexmark Printeroplossingen.

Klantenondersteuning

BeschrijvingLocatie (Noord-Amerika)Locatie (rest van de wereld)
Telefonische ondersteuningBelV.S.: 1-800-332-4120Maandag - vrijdag (8:00 a.m.-11:00 p.m. ET)Zaterdag (twaalf uur 's middags tot6:00 p.m. ET)Canada: 1-800-539-6275Engels Maandag - vrijdag (8:00 a.m.- 11:00 p.m. ET)Zaterdag (twaalf uur 's middags tot6:00 p.m. ET)Frans Maandag - vrijdag(09:00:00 a.m. -7:00 p.m. ET)Mexico: 01-800-253-9627Maandag - vrijdag (8:00 a.m.-8:00 p.m. ET)Opmerking: Telefoonnummers en openingsuren kunnen zonder kennis-geving worden gewijzigd. Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor de recentste telefoonnummers.Telefoonnummers en openingstijden verschillen per land of regio.Bezoek de website van Lexmark opwww.lexmark.com. Selecteer een land of regio en klik op de koppeling voor klantenondersteuning.Opmerking: raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.
Ondersteuning per e-mailBezoek voor ondersteuning per e-mail onze website op: www.lexmark.com.1 Klik op CUSTOMER SUPPORT.2 Klik op Technical Support.3 Selecteer de printerfamilie.4 Selecteer het printermodel.5 Klik in het gedeelte Support Tools op e-Mail Support.6 Vul het formulier in en klik op Submit Request.Ondersteuning per e-mail verschilt per land of regio en is in bepaalde gevallen niet beschikbaar.Bezoek de website van Lexmark opwww.lexmark.com. Selecteer een land of regio en klik op de koppeling voor klantenondersteuning.Opmerking: raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.

Beperkte garantie

Beschrijving Locatie (V.S.) Locatie (rest van de wereld)
Beperkte garantieverklaringLexmark International, Inc. garandeert dat deze printer geen materiaalfouten of bewerkingsfouten bevat gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van aankoop.Raadpleeg de beperkte garantieverklaring bij dit apparaat voor informatie over de beperkingen en voorwaarden van deze beperkte garantie, of lees de verklaring op www.lexmark.com.1 Klik op CUSTOMER SUPPORT.2 Klik op Warranty Information.3 Klik in het gedeelte met de beperkte garantie op Inkjet & All-In-One Printers.4 Blader door de webpagina om de garantieverklaring door te nemen.De garantie-informatie verschilt per land of regio. Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring die bij de printer is geleverd.

Noteer de volgende gegevens (deze vindt u op de bon en op de achterkant van de printer) en houd deze bij de hand wanneer u contact met ons opneemt. We kunnen u dan sneller helpen.

  • Typenummer van het apparaat
  • Serienummer
  • Aankoopdatum
  • Winkel van aankoop

Compatibiliteit met draadloze netwerken

De printer bevat een draadloze IEEE 802.11g-afdrukserver. De printer is compatibel met IEEE 802.11 b/g/n-routers die voldoen aan de Wi-Fi-norm. Als u problemen hebt met een router van het N-type, controleert u bij de fabrikant van de router of de huidige modusinstelling compatibel is met apparaten van het G-type, omdat deze instelling verschilt per routermerk en -model.

Inhoud van de doos controleren

LEXMARK X4800 - Inhoud van de doos controleren - 1

Naam Beschrijving
1Zwarte inktcartridge Cartridges die in de printer kunnen worden geplaatst.
2KleureninktcartridgeOpmerking: u kunt verschillende cartridgecombi-naties gebruiken, afhankelijk van het product.
3Netsnoer Moet worden aangesloten op de netvoedingspoortachter op de printer.Opmerking: het netsnoer kan er anders uitzien dan het snoer dat wordt weergegeven.
4Cd met installatiesoftware voor Windows en Macintosh• Installatiesoftware voor de printer• Help bij Windows• Elektronische versie van de Gebruikershand-leiding• Mac Help
5Aan de slag Gedrukte brochure met instructies.Opmerking: de volledige gebruikersdocumentatie (Gebruikershandleiding of Mac Help) is beschikbaar op de cd's met installatiesoftware.
6Handleiding Snelle installatieInstructies voor eerste installatie
7Installatiekabel Hiermee sluit u de printer tijdelijk aan op de computertijdens bepaalde installatiemethoden.

Onderdelen van de printer
LEXMARK X4800 - Inhoud van de doos controleren - 2

Onderdeel Handeling
1Papiersteun Plaats papier in de printer.
2Display van het bedieningspaneelMenu's weergeven.
3Bedieningspaneel De printer bedienen.
4Wi-Fi-aanduiding Draadloze statuscontroleren:Uit: geeft aan dat er geen draadloze optie is geïnstalleerd.Oranje: geeft aan dat de printer gereed is voor draadloze verbinding, maar niet is aangesloten.Oranje, knippert: dit geeft aan dat de printer is geconfigureerd maar niet kan communiceren met het draadloze netwerk.Groen: dit geeft aan dat de printer is aangesloten op een draadloos netwerk.
5Sleuven voor geheugenkaart Plaatseen geheugenkaart in de printer.
6PictBridge-poort Een digitale PictBridge-camera of flashstation aansluiten op de printer.
7Papieruitvoerlade Het papier opvangen dat wordt uitgevoerd.
8Bovenklep Toegang krijgen tot de glasplaat.
9Papierbaanbeschemer Voorkomendat onderdelen in de papiersleuf vallen.
10Papiergeleider Het papier recht houden wanneer het wordt ingevoerd.
11Glasplaat Een item kopieren of verwijderen.

LEXMARK X4800 - Inhoud van de doos controleren - 3

Onderdeel Handeling
1Scannereenheid Toegang krijgen tot de inktcartridges.
2Cartridgehouder Een inktcartridge installeren, vervangen of verwijderen.
3Lexmark N2050 (interne, draadloze afdrukserver)Printer aansluiten op een draadloos netwerk.
4USB-poort De printer rechtstreeks aansluiten op de computer met een USB-kabel.Waarschuwing: raak het aangegeven gedeelte niet aan, tenzij u een USB- of installatiekabel aansluit of losmaakt.
5Duplexklep• Op beide zijden van het papier afdrukken• Vastgelopen papier verwijderen. Zie voor meer informatie “Papier is vastgelopen in de duplexeenheid” op pagina 148.
6Netvoedingsaansluiting Printer aansluiten op een voedingsbron.LEXMARK X4800 - Inhoud van de doos controleren - 4

Installatie voor zelfstandig gebruik

1 Pak de printer uit.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 1

2 Verwijder alle tape en verpakkingsmateriaal van alle gedeelten van de printer.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 2

3 Trek de papieruitvoerlade uit.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 3

4 Klap de papiersteun uit.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 4

5 Schuif de papiergeleiders naar buiten.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 5

6 Plaats papier in de printer.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 6

7 Sluit het netsnoer aan.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 7

9 Zet de display van het bedieningspaneel omhoog.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 8

10 Stel de taal in als u hierom wordt gevraagd.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 9

a Druk op het bedieningspaneel van de printer herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot de gewenste taal wordt weergegeven.
b Druk op om de instelling op te slaan.

11 Stel het land of de regio in als u hierom wordt gevraagd.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 10

a Druk op het bedieningspaneel van de printer herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot het gewenste land of de gewenste regio wordt weergegeven.
b Druk op √m de instelling op te slaan.

12 Open de printer.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 11

13 Druk de hendels naar beneden.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 12

14 Verwijder de tape van de zwarte inktcartridge en plaats de cartridge in de linkerhouder.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 13

15 Sluit het deksel van de houder met de zwarte inktcartridge.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 14

16 Verwijder de tape van de kleureninktcartridge en plaats de cartridge in de rechterhouder.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 15

17 Sluit het deksel van de houder met de kleureninktcartridge.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 16

Er wordt een uitlijningspagina afgedrukt.

20 Gooi de uitlijningspagina weg.

LEXMARK X4800 - Installatie voor zelfstandig gebruik - 17

  • De afgedrukte uitlijningspagina kan verschillen van de weergegeven pagina.
  • Strepen op de uitlijningspagina zijn normaal en duiden niet op een probleem.

Informatie over de printersoftware

U kunt de software die is geïnstalleerd met de printer gebruiken om foto's te bewerken, faxen te verzenden, de printer te onderhouden en veel andere taken uit te voeren. Hieronder volgt een overzicht van de functies van Productivity Studio en Printeroplossingen.

U kunt het welkomstvenster van Productivity Studio op een van de volgende manieren weergeven:

Methode 1 Methode 2
Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Productivity Studio.1 Voer een van de volgende handelingen uit:• Windows Vista: klik op 📄• Windows XP en eerder: klik op Start.2 Klik op Programma's of Alle programma's → Lexmark 4800 Series.3 Selecteer Productivity Studio.

Klik in Productivity Studio op het pictogram van de taak die u wilt uitvoeren. Afhankelijk van de printer die u gebruikt, zijn sommige functies van deze software wellicht niet van toepassing.

Knop Functie Details
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 1ScannenEen foto of document scannen.Een foto of document opslaan, bewerken of delen.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 2KopiërenEen foto of document kopiëren.Een foto opnieuw afdrukken of vergroten.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 3Faxen Een foto of document als fax verzenden.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 4E-mailenEen document of foto als bijlage bij een e-mailbericht verzenden.
Knop Functie Details
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 5Foto's overbrengenFoto's downloaden naar de fotobibliothek vanaf een geheugenkaart, flashstation, cd of digitale PictBridge-camera.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 6Fotowenskaarten Kaarten van hoge kwaliteit maken van uw foto's.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 7FotopakkettenMeerdere foto's in verschillende formaten afdrukken.
LEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 8Poster Foto afdrukken als een poster van meerdere pagina's.

In de linkerbenedenhoek van het welkomstvenster worden de volgende opties weergegeven:

Optie Functie
Printerstatus en OnderhoudPrinteroplossingen openen.Inktvoorraden controleren.Inktcartridges bestellen.Informatie over onderhoud zoeken.Andere tabbladen van Printeroplossingen selecteren voor meer informatie.Waaronder informatie over het wijzigen van de printerinstellingen en het oplossen van problemen.
Faxgeschiedenis en -instellingenFaxinstellingen opgeven op de printer voor:Bellen en verzendenBellen en antwoordenFaxen afdrukken/rapportenSnelkeuze- en groepskeuzenummers

Printeroplossingen is een volledige handleiding voor afdrukfuncties, zoals foto's afdrukken, afdrukproblemen oplossen, inktcartridges installeren en onderhoudstaken uitvoeren. Gebruik een van de volgende methoden om Printeroplossingen te openen:

Methode 1 Methode 2
1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Printeroplossingen.2 Klik op Installatie en diagnose van de printer.Printeroplossingen wordt geopend en het tabblad Onderhoud is geselecteerd.1 Voer een van de volgende handelingen uit:• Windows Vista: klik op [IMAGE]• Windows XP en eerder: klik op Start.2 Klik op Programma's of Alle programma's → Lexmark 4800 Series.3 Kies Printeroplossingen.
Locatie Handelingen:
HoeLEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 9Informatie weergeven over:- Basisfuncties gebruiken.- Afdrukken, scannen, kopieren en faxen.Projecten afdrukken, zoals foto's, enveloppen, kaarten, banners, opstrijktransfers en transparanten.De elektronische Gebruikershandleiding raadplegen voor meer informatie.Inktvoorraden weergeven en nieuwe inktcartridges bestellen.
Problemen oplossenLEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 10Tips weergeven over de huidige status.Problemen met de printer oplossen.Inktvoorraden weergeven en nieuwe inktcartridges bestellen.
GeavanceerdLEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 11De weergave van het venster Afdrukstatus wijzigen.Gesproken berichten voor afdruktaken in- of uitschakelen.Instellingen voor afdrukken over het netwerk wijzigen.Informatie met ons delen over het gebruik van de printer.Informatie weergeven over de versie van de software.Inktvoorraden weergeven en nieuwe inktcartridges bestellen.
OnderhoudLEXMARK X4800 - Informatie over de printersoftware - 12Nieuwe inktcartridge installeren.Opmerking:wacht tot het scannen is voltooid voor u een nieuwe inktcartridge instal-leert.Nieuwe inktcartridges bestellen.Een testpagina afdrukken.Inktcartridges reinigen om horizontale strepen te voorkomen.Inktcartridges uitlijnen om vage randen te voorkomen.Inktvoorraden weergeven.Andere problemen met ink oplossen.

Informatie over het bedieningspaneel

Bedieningspaneel gebruiken

De volgende informatie wordt weergegeven op de display:

  • Modusaanduidingen
  • Berichten in het hoofdmenu
  • Pictogrammen
  • Inktcartridgeniveaus
ModusFuncties in het hoofdmenu en submenu's
1Door submenu's bladeren.Het aantal exemplaren vergroten dat moet worden afgedrukt.
2Bladeren door menu's, submenu's of instellingen op de display.Een waarde verhogen.
3×Een afdruk-, kopieer- of scantaak annuleren.Een menu of submenu sluiten en terugkeren naar het standaardvenster voor kopiëren, scannen of fotokaart.Huidige instellingen of foutmeldingen wissen en de standaardinstellingen herstellen.
4Het menu Kopiëren, Foto, Bestanden afdrukken, Scannen, Instellen en Onderhoud weergeven, afhankelijk van de geselecteerde modus.Submenu's selecteren (zoals het menu Foto bij het weergeven van foto's).
5De printer in- en uitschakelen.De afdruk-, kopieer- of scantaak stoppen.
6Dubbelzijdig afdrukken selecteren.Opmerking: Deze knop werkt niet met een Macintosh besturingssysteem. U kunt dubbelzijdige documenten afdrukken met een Macintosh besturingssysteem door de instellingen te gebruiken in het menu Dubbelzijdig van het dialoogvenster Druk af.
7Een kopieer-, scan- of fotoafdruktaak starten, afhankelijk van de geselecteerde modus.
8Tijdelijke instellingen opslaan.Terugkeren naar het vorige venster.
9Door submenu's bladeren.Het aantal exemplaren verkleinen dat moet worden afgedrukt.
10Een menu- of submenu-item selecteren op de display.Instellingen opslaan.Papier in- of uitvoeren.Modus Foto: een foto selecteren of de selectie van een foto opheffen.
11Bladeren door menu's, submenu's of instellingen op de display.Een waarde verlagen.

LEXMARK X4800 - Bedieningspaneel gebruiken - 1

Bladeren door de menu's van het bedieningspaneel

Het hoofdmenu bestaat uit de volgende items:

• Kopiëren
• Foto
• Bestanden afdrukken
- Scannen
- Instellen
- Onderhoud

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot het gewenste item is gemarkeerd.

2 Druk op √

Het menu van het gemarkeerde item wordt weergegeven:

  • Menu Modus Kopiëren
  • Menu Fotokaartmodus
  • Menu Modus Bestanden afdrukken
  • Menu Scannen
  • Menu Instellen
  • Menu Onderhoud

Elk van deze menu's bevat menuopties of submenu's. Het menu Modus Kopiëren bevat bijvoorbeeld een menuoptie Kleur.

In elke menuoptie of elk submenu zijn er keuzes beschikbaar. Dit zijn waarden. De menuoptie Kleur heeft bijvoorbeeld de waarden Kleur en Zwart-wit.

  • Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om door de menuopties en submenu's te bladeren.
  • Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ om door de waarden te bladeren.
  • In sommige menu's kunt u op √ drukken om een voorbeeld van de taak weer te geven voordat u hiermee begint. Een taak kan een afdruk-, kopieer- of scantaak zijn. Op het scherm van het bedieningspaneel wordt aangegeven wanneer u op √ kunt drukken om een voorbeeld weer te geven.
  • Als u een wijziging wilt aanbrengen nadat u het voorbeeld hebt weergegeven en voordat u de taak begint, drukt u op [icon] om de keuzes of instellingen voor deze taak aan te passen. U gaat terug naar het menu zodat u wijzigingen kunt aanbrengen. Als bijvoorbeeld het menu Modus Kopiëren is geopend, drukt u op √ om een voorbeeld weer te geven. Druk op [icon] om terug te keren naar het menu Modus Kopiëren om extra wijzigingen aan te brengen.
  • Druk herhaaldelijk op ↩ om naar eerdere menu's terug te keren.

Als u in bepaalde submenu's op ➕ drukt, zoals het submenu Standaardinstellingen wijzingen, worden de wijzigingen die u hebt aangebracht, opgeslagen. Zie voor meer informatie "Informatie over standaardinstellingen en gebruik van deze instellingen" op pagina 30.

Informatie over standaardinstellingen en gebruik van deze instellingen

Opgeslagen instellingen zijn standaardinstellingen van de gebruiker omdat u, de gebruiker, deze waarden hebt geselecteerd en opgeslagen. Op het bedieningspaneel wordt naar deze instellingen verwezen als standaardinstellingen.

Opmerkingen:

  • Er wordt een sterretje (*) weergegeven naast een standaardinstelling. Deze vallen u wellicht op wanneer u door de waarden in de submenu's bladert.
  • De standaardinstellingen blijven van kracht totdat u deze wijzigt. Als u deze instellingen wilt wijzigen, opent u nogmaals het submenu Standaardinstellingen wijzigen voor het juiste menu, geef u andere waarden op en drukt u op om de waarden op te slaan als de nieuwe standaardinstellingen.

Als u een taak wilt starten zonder wijzigingen aan te brengen, drukt u op ◆. De taak wordt afgedrukt met de standaardinstellingen. Zo kunt u snel en eenvoudig een taak afdrukken.

Opmerking: Als u de standaardinstellingen niet wilt gebruiken, opent u het menu, geeft u andere waarden op in de submenu's en drukt u op ◆. De taak wordt afgedrukt met de waarden die u hebt geselecteerd voor deze specifieke taak.

Instellingen opslaan

De standaardinstelling in een menu met instellingen, wordt aangegeven met een sterretje (*). U wijzigt als volgt de instelling:

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Kopiëren, Foto, Bestanden afdrukken, Scannen, Instellen of Onderhoud te selecteren.
2 Druk op √
3 Druk op ▲ of ▼ of druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ om de gewenste instelling te selecteren.

4 Druk op √ om de gewenste instellingen te selecteren.

Opmerking: Als u op √ drukt, wordt ook een voorbeeld weergegeven in de modus Kopiëren.

5 Druk op √ terwijl Ja is gemarkeerd of druk herhaaldelijk op → om alle tijdelijke instellingen op te slaan en terug te keren naar het hoofdmenu. Naast de opgeslagen instelling wordt een sterretje (*) weergegeven.

Opmerking: De printer herstelt de standaardinstelling na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld. De instellingen van Foto worden niet hersteld na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld. De standaardinstellingen worden hersteld wanneer een geheugenkaart of flashstation wordt verwijderd.

Printersoftware installeren

Vanaf de cd met installatiesoftware (alleen Windows-gebruikers)

Vanaf de cd die bij de printer is geleverd:

1 Start Windows.
2 Plaats de cd met de software in de computer als het bureaublad verschijnt.
Het installatievenster voor de software wordt geopend.
3 Klik op Installeren.

Vanaf de cd met installatiesoftware (alleen Macintosh-gebruikers)

1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Plaats de cd met software in de computer.
3 Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram dat automatisch wordt weergegeven.
4 Dubbelklik op het pictogram Installeer.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Vanaf internet

1 Ga naar de Lexmark website op www.lexmark.com.
2 Blader op de startpagina door de menu's en klik op Drivers & Downloads.
3 Selecteer de printer en het printerstuurprogramma voor uw besturingssysteem.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm om het stuurprogramma te downloaden en de printersoftware te installeren.

Wat betekenen de lampjes van de Wi-Fi-aanduiding?

  • Uit: dit geeft aan dat de printer niet is ingeschakeld of dat er geen draadloze afdrukserver is geïnstalleerd.
    Selecteer deze optie:
  • Als u de printer rechtstreeks wilt aansluiten op de computer met een USB-kabel.
  • Als er geen draadloze afdrukserver is geïnstalleerd en u de printer op de computer wilt aansluiten met een USB-kabel.
  • Oranje: dit geeft aan dat de printer gereed is voor configuratie voor draadloos afdrukken maar is niet aangesloten op een draadloos netwerk.
    Selecteer deze optie als u de printer wilt installeren op uw draadloze netwerk.

- Oranje, knippert: dit geeft aan dat de printer is geconfigureerd maar niet kan communiceren met het draadloze netwerk.

Selecteer deze optie als u de draadloze instellingen van de printer wilt wijzigen.

- Groen: dit geeft aan dat de printer is aangesloten op een draadloos netwerk

Selecteer deze optie om de printer te gebruiker die al op het draadloze netwerk is geïnstalleerd.

Gesproken bericht voor afdruktaken in- of uitschakelen

De printer heeft een functie voor gesproken berichten waarmee wordt aangegeven wanneer het afdrukken wordt gestart en wanneer het is voltooid.

U schakelt als volgt de gesproken berichten in of uit:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Printeroplossingen.
4 Klik op Geavanceerd.
5 Klik op Afdrukstatus.
6 Schakel het selectievakje Gesproken bericht afspelen voor afdruktaken in of uit.
7 Klik op OK.

Beveiligingsinformatie

Toepassingen van derden, waaronder antivirus-, beveiligings- en firewallprogramma's kunnen meldingen weergeven wanneer de printersoftware wordt geïnstalleerd. Als u de printer wilt gebruiken, moet u toestaan dat de printersoftware wordt uitgevoerd op de computer.

Algemene informatie over netwerken

Overzicht netwerk

Een netwerk is een verzameling apparaten zoals computers, printers, Ethernet-hubs, draadloze toegangspunten en routers die met elkaar zijn verbonden voor communicatie via kabels of via een draadloze verbinding. Een netwerk kan bedraad, draadloos of ingesteld zijn voor zowel bedrade als draadloze apparaten.

Apparaten op een bedraad netwerk gebruiken kabels om met elkaar te communiceren.

Apparaten op een draadloos netwerk gebruiken radiogolven in plaats van kabels om met elkaar te communiceren. Draadloze communicatie met een apparaat is alleen mogelijk als een draadloze afdrukserver is aangesloten of geïnstalleerd waarmee radiogolven kunnen worden ontvangen en verzonden.

Configuraties voor een algemeen thuisnetwerk

Computers, laptops en printers moeten met elkaar verbonden zijn met kabels en/of moeten beschikken over ingebouwde of geïnstalleerde netwerkadapters, als u wilt dat ze met elkaar kunnen communiceren.

Een netwerk kan op verschillende manieren worden ingesteld. Hieronder worden vijf algemene voorbeelden gegeven.

Opmerking: De printers in de volgende diagrammen stellen Lexmark printers voor die zijn uitgerust met interne afdrukservers van Lexmark zodat ze kunnen communiceren via een netwerk. Lexmark interne afdrukservers zijn apparaten van Lexmark waarmee Lexmark printers kunnen worden verbonden met bedrade of draadloze netwerken.

Voorbeeld van bedraad netwerk

  • Een computer, laptop en printer worden met Ethernet-kabels aangesloten op een hub, router of switch.
  • Het netwerk is aangesloten op internet via een DSL- of kabelmodem.

LEXMARK X4800 - Voorbeeld van bedraad netwerk - 1

Voorbeelden van een draadloos netwerk

Hieronder worden vier algemene draadloze netwerken weergegeven:

  • Scenario 1: Laptop en printer draadloos aangesloten op internet
  • Scenario 2: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten op internet
  • Scenario 3: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten zonder internet
  • Scenario 4: Laptop draadloos aangesloten op de printer zonder internet

Scenario 1: Laptop en printer draadloos aangesloten op internet

  • Een computer wordt aangesloten op een draadloze router met een Ethernet-kabel.
  • Een laptop en een printer worden draadloos aangesloten op de router.
  • Het netwerk is aangesloten op internet via een DSL- of kabelmodem.

LEXMARK X4800 - Scenario 1: Laptop en printer draadloos aangesloten op internet - 1

Scenario 2: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten op internet

  • Een computer, laptop en een printer zijn draadloos aangesloten op een draadloze router.
  • Het netwerk is aangesloten op internet via een DSL- of kabelmodem.

LEXMARK X4800 - Scenario 2: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten op internet - 1

flowchart
graph TD
    A["Router"] --> B["Internet"]
    C["Laptop"] --> D["Wireless Device"]
    E["Printer"] --> D
    D --> F["Desktop Computer"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333

Scenario 3: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten zonder internet

  • Een computer, laptop en een printer worden draadloos aangesloten op een draadloos toegangspunt.
  • Het netwerk heeft geen verbinding met internet.

LEXMARK X4800 - Scenario 3: Computer, laptop en printer draadloos aangesloten zonder internet - 1

flowchart
graph TD
    A["Laptop"] --> B["Wireless Router"]
    B --> C["Desktop Computer"]
    C --> D["Printer"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333

Scenario 4: Laptop draadloos aangesloten op de printer zonder internet

  • Een laptop is rechtstreeks en draadloos aangesloten op een printer en wordt niet via een draadloze router geleid.
  • Het netwerk heeft geen verbinding met internet.

LEXMARK X4800 - Scenario 4: Laptop draadloos aangesloten op de printer zonder internet - 1

Welke informatie heb ik nodig en waar kan ik deze vinden?

Deze printer bevat een interne, draadloze afdrukserver waarmee de printer kan worden gebruikt op een draadloos netwerk. U hebt de volgende gegevens nodig van uw huidige draadloze netwerk:

  • De netwerknaam, ook wel SSID genoemd.
  • De draadloze modus (het type draadloos netwerk dat u gebruikt, Ad-hoc of Infrastructuur)
  • Het type beveiliging dat wordt gebruikt op het netwerk (WEP, WPA of WPA2).
  • Van toepassing zijnde beveiligingssleutels of wachtwoorden die worden gebruikt met het coderingstype van de netwerkbeveiliging.

Opmerking: Deze gegevens zijn nodig om de printer in te stellen voor gebruik op het draadloze netwerk. Raadpleeg de documentatie bij de draadloze router of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet om deze instellingen te achterhalen.

MAC-adres zoeken

De meeste netwerkapparatuur beschikt over een unieke hardware-identificatiecode waarmee het betreffende netwerkapparaat kan worden onderscheiden van andere apparaten op het netwerk. Dit wordt het MAC-adres (Media Access Control) genoemd.

Als de printer beschikt over een interne, draadloze afdrukserver die in de fabriek is geïnstalleerd, is het MAC-adres een serie letters en cijfers op de achterkant van de printer.

Als u de interne, draadloze afdrukserver apart hebt aangeschaft, bevindt het MAC-adres zich op een etiket dat bij de draadloze afdrukserver is geleverd. Plak het etiket op de printer zodat u het MAC-adres bij de hand hebt wanneer u dit nodig hebt.

UAA: XX XX XX XX XX XX

Opmerking: Een lijst met MAC-adressen kan worden ingesteld op een router zodat alleen apparaten met de juiste MAC-adressen het netwerk kunnen gebruiken. Dit wordt filteren op MAC-adres genoemd. Als filteren op MAC-adres is ingeschakeld in uw router en u wilt een printer toevoegen aan uw netwerk, moet het MAC-adres van de printer zijn opgenomen in de MAC-filterlijst.

Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken

Een netwerkconfiguratiepagina bevat uw netwerkconfiguratie-instellingen.

Opmerking: u kunt alleen een netwerkconfiguratiepagina afdrukken als in de printer een interne, draadloze afdrukserver is geïnstalleerd.

U drukt als volgt een netwerkconfiguratiepagina af:

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Instellen is gemarkeerd.

2 Druk op √

3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Netwerk instellen is gemarkeerd.

4 Druk op √

5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Pagina Netwerk instellen afdrukken is gemarkeerd.

6 Druk op √

Er wordt een netwerkconfiguratiepagina afgedrukt.

Printer delen in een Windows-omgeving

1 Bereid de computers voor op het delen van de printer.

a Schakel in het Configuratiescherm de optie Bestands- en printerdeling in bij Netwerk om ervoor te zorger dat alle computers waarvoor de printer wordt gebruikt, toegankelijk zijn. Raadpleeg de documentatie bij Windows voor meer informatie.

b Installeer de printersoftware op alle computers waarvoor de printer wordt gebruikt.

2 Identificeer de printer.

Ga als volgt te werk op de computer die is aangesloten op de printer:

a Klik op Start → Instellingen → Printers of Printers en faxapparaten.
b Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
c Klik op Delen.
d Klik op Gedeeld als en geef de printer een passende naam.
e Klik op OK.

3 Zoek de printer vanaf de computer op afstand.

Opmerking: de computer op afstand is de computer die niet is aangesloten op de printer.

Alleen gebruikers van Windows 2000 en Windows XP:

a Klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
b Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
c Klik op Eigenschappen.
d Klik op de tab Poorten en vervolgens op de knop Poort toevoegen.
e Selecteer Lokale poort en klik op de knop Nieuwe poort.
f Typ de UNC-naam (Universal Naming Convention; uniforme naamgevingsregels) voor de poort. Deze bestaat uit de naam van de server en de naam van printer die is opgegeven in stap 2 op pagina 37. De naam moet de volgende notatie hebben: \server\printer.
g Klik op OK.
h Klik op Sluiten in het dialoogvenster Printerpoorten.
i Controleer of de nieuwe poort is geselecteerd op het tabblad Poorten en klik op Toepassen. De nieuwe poort wordt weergegeven bij de naam van de printer.
j Klik op OK.

Zoeken naar een printer en afdrukserver op externe subnetten

De cd met printersoftware kunt u gebruiken om automatisch te zoeken naar printers die zich op hetzelfde netwerk bevinden als de computer. Als de printer en afdrukserver zich op een ander netwerk (subnet genoemd) bevinden, moet u het IP-adres handmatig opgeven tijdens de installatie van de printersoftware.

Draadloos netwerk

IP-adressen zoeken

Een IP-adres is een uniek nummer dat wordt gebruikt door apparaten op een IP-netwerk om elkaar te vinden en met elkaar te communiceren. Apparaten op een IP-netwerk kunnen alleen met elkaar communiceren als ze een uniek en geldig IP-adres hebben. Een uniek IP-adres betekent dat apparaten op hetzelfde netwerk niet hetzelfde IP-adres mogen hebben.

Het IP-adres van een printer zoeken

Het IP-adres van de printer bevindt zich op de netwerkconfiguratiepagina die u kunt afdrukken. Zie voor meer informatie "Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken" op pagina 36.

Het IP-adres van een computer zoeken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ipconfig.

3 Druk op Enter.

Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

IP-adres toewijzen

Een IP-adres kan door het netwerk worden toegewezen met DHCP. Met het printerobject, dat tijdens de installatie wordt gemaakt, worden via dit adres alle afdruktaken over het netwerk verzonden naar de printer met dit adres.

Op veel netwerken kunnen IP-adressen automatisch worden toegewezen. Met autoconfiguratie voor IP-adressen kunnen apparaten een uniek IP-ades aan zichzelf toewijzen. Op de meeste netwerken wordt DHCP gebruikt voor het toewijzen van adressen.

Tijdens de installatie van de printersoftware voor rechtstreeks afdrukken via IP wordt het IP-adres alleen weergegeven op het moment dat het wordt toegewezen. Het printerobject dat wordt gemaakt in de map Printers van het besturingssysteem, gebruikt het MAC-adres van de printer die wordt weergegeven bij de poortnaam.

Als het IP-adres niet automatisch wordt toegewezen, kunt u proberen het adres handmatig op te geven nadat u de printer hebt geselecteerd in de beschikbare lijst.

IP-adres configureren

Als er geen communicatie meer mogelijk is met de printer via het netwerk, selecteert u DHCP gebruiken om de communicatie met de printer te herstellen.

In de volgende situaties moet u een IP-adres toewijzen:

  • U hebt handmatig een IP-adres toegewezen aan de overige netwerkapparaten.
  • U wilt een specifiek IP-adres toewijzen.
  • U verplaatst de printer naar een extern subnet.
  • De printer wordt in het configuratieprogramma weergegeven als niet geconfigureerd.

Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie.

Signaalsterkte bepalen

Draadloze apparaten hebben ingebouwde antenne die radiosignalen verzendt en ontvangt. De signaalsterkte die wordt weergegeven op de netwerkconfiguratiepagina van de printer geeft aan hoe sterk een verzonden signaal wordt ontvangen. Veel factoren hebben invloed op de signaalsterkte. Eén factor is de storing die wordt veroorzaakt door andere draadloze apparaten of andere apparatuur, zoals magnetrons. Een andere factor is afstand. Hoe verder twee draadloze apparaten van elkaar verwijderd zijn, hoe waarschijnlijker het is dat het communicatiesignaal zwakker is.

Printer installeren op een netwerk

Volg de aanwijzingen voor de netwerkmethode die u wilt gebruiken. Controleer of het geselecteerde netwerk is ingesteld en juist werkt, en dat alle relevante apparaten zijn ingeschakeld. Raadpleeg de netwerkdocumentatie of degene die het netwerk heeft opgezet voor meer informatie over uw specifieke netwerk.

De printer delen op een netwerk

De printer delen op het netwerk (op de hostcomputer)

Alleen gebruikers van Windows Vista:

1 Raadpleeg de installatie-instructies bij de printer voor meer informatie.
2 Klik op het startpictogram → Configuratiescherm → Printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en kies Delen.
4 Klik op Opties voor delen wijzigen.

5 Klik op Ga door.

6 Klik op Deze printer delen en geef de printer een naam.

7 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.

Alleen gebruikers van Windows 2000 en Windows XP:

1 Raadpleeg de installatie-instructies bij de printer voor meer informatie.
2 Klik op Start → Instellingen → Printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram en kies Delen.
4 Klik op Gedeeld als en geef de printer een naam.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.

De gedeelde printer installeren op andere netwerkcomputers (op de clientcomputers)

Met de peer-to-peer-methode Met de point-and-print-methode

1 Ga naar een netwerkcomputer waarmee u wilt afdrukken naar de gedeelde printer.
2 Plaats de cd met printersoftware in de computer.
3 Ga akkoord met de licentieovereenkomst en klik op Volgende.
4 Selecteer Handmatig configureren.
5 Selecteer in het dialoogvenster Netwerkprinter instellen de clientoptie Peer-to-Peer en klik op Volgende.
6 Selecteer de gewenste printer in de lijst en klik op Volgende.
7 Selecteer de software die u wilt installeren en klik op Volgende.
8 Als de installatie is voltooid, klikt u op Voltooid.
9 Herhaal deze procedure voor elke netwerkcomputer waarmee u wilt afdrukken naar de gedeelde printer.

1 Ga naar een netwerkcomputer waarmee u wilt afdrukken naar de gedeelde printer.
2 Blader op het netwerk tot u de naam vindt van de printer die u hebt toegewezen in stap 4 op pagina 39.
3 Klik met de rechtermuisknop op het printepictogram en kies Openen of Verbinden.
4 Hiermee wordt een subset van de printersoftware gekopieerd vanaf de hostcomputer. Er wordt een printerobject toegevoegd aan de map Printers op de clientcomputer.

Netwerkprinters configureren

Configureren

Als u een netwerkprinter wilt configureren, selecteert u een printer in de lijst in het venster. Klik op Configureren om een IP-adres aan de printer toe te wijzen. Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie.

Printers toevoegen

Hiermee kunt u externe subnetten gebruiken voor printers die rechtstreeks zijn aangesloten op een netwerk. Als een dergelijke printer wordt gevonden, selecteert u de printer eerst in het venster. Vervolgens klikt u op Configureren om handmatig een IP-adres aan de printer toe te wijzen. Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie.

Opmerking: printers op externe subnetten worden niet automatisch geconfigureerd.

Vernieuwen

Als u op Vernieuwen klikt, worden nieuw toegevoegde printers die worden aangetroffen, automatisch geconfigureerd.

Typen draadloze netwerken

Er zijn twee soorten netwerken: infrastructuur en ad-hoc. U kunt het beste een netwerk opzetten in infrastructuurmodus met de installatie-cd die bij de printer is geleverd.

Een draadloos netwerk waarbij elk apparaat met andere apparaten communiceert via een draadloos toegangspunt (draadloze router) wordt ingesteld in infrastructuurmodus. Alle apparaten moeten een geldig IP-adres hebben en dezelfde SSID en hetzelfde kanaal delen. Daarnaast moeten ze dezelfde SSID en hetzelfde kanaal gebruiken als het draadloze toegangspunt (draadloze router).

Een eenvoudig type draadloos netwerk is een netwerk waarbij een computer met een draadloze adapter rechtstreeks communiceert met een printer die geschikt is voor draadloze netwerken. Deze manier van communicatie wordt ad-hoc genoemd. Een apparaat in dit type netwerk moet een geldig IP-adres hebben en zijn ingesteld op ad-hocmodus. De draadloze afdrukserver moet ook zijn geconfigureerd met dezelfde SSID en hetzelfde kanaal.

Infrastructuur Ad-hoc
Kenmerken
Communicatie Via een draadloos toegangspunt(draadloze router)Rechtstreeks tussen apparaten
Beveiliging Meer beveiligingsopties
Bereik Bepaald door bereik en aantaltoegangspuntenBeperkt tot het bereik van individuele apparaten op het netwerk
Snelheid Meestal sneller Meestal langzamer
Vereisten voor alle apparaten op het netwerk
Uniek IP-adres voor elk apparaat Ja Ja
Modus ingesteld op Infrastructuurmodus Ad-hocmodus
Zelfde SSID Ja, inclusief het draadlozetoegangspunt (draadloze router)Ja
Hetzelfde kanaal Ja, inclusief het draadlozetoegangspunt (draadloze router)Ja

Infrastructuurmodus is de aanbevolen installatiemethode om de volgende redenen:

• Verbeterde netwerkbeveiliging
• Verbeterde betrouwbaarheid
- Snellere prestaties
- Eenvoudigere installatie

Tips voor het gebruik van netwerkadapters

  • Controleer of de adapter goed is aangesloten.
  • Controleer of de computer is ingeschakeld.
  • Controleer of u het juiste IP-adres hebt opgegeven.

Geavanceerde draadloze installatie

Draadloos ad-hocnetwerk instellen met Windows

U kunt het beste uw draadloze netwerk instellen met een draadloos toegangspunt (draadloze router). Een netwerk dat op deze manier is ingesteld is een infrastructuurnetwerk. Als u een infrastructuurnetwerk hebt geïnstalleerd in uw huis, moet u de printer configureren voor gebruik op dat netwerk.

Als u geen draadloos toegangspunt (draadloze router) hebt of u wilt een zelfstandig netwerk instellen tussen de printer en een computer met een draadloze netwerkadapter, kunt u een ad-hocnetwerk instellen.

Gebruikers van Windows Vista

1 Klik op → Configuratiescherm → Netwerk en internet.
2 Klik onder Netwerkcentrum op Verbinding met een netwerk maken.
3 Klik in het dialoogvenster Verbinding met een netwerk maken op Draadloos ad-hocnetwerk (computer-naar-computer) instellen en klik op Volgende.
4 Volg de aanwijzingen in de wizard Draadloos adhoc-netwerk instellen. Onderdeel van de installatie:

a Maak een netwerknaam of SSID voor het netwerk met de computer en de printer.
b Geef de naam van het netwerk op in de daarvoor bestemde ruimte. Gebruik de juiste spelling en hoofdletters.
c Open het keuzemenu voor het beveiligingstype, selecteer WEP en maak een beveiligingssleutel (of wachtwoord).

Opmerking: WEP-wachtwoorden moeten uit 5 of 13 tekens bestaan.

d Geef het wachtwoord van het netwerk op in de daarvoor bestemde ruimte. Gebruik de juiste spelling en hoofdletters.

Windows Vista schakelt het ad-hocnetwerk voor u in. Het wordt weergegeven in het dialoogvenster Verbinding met een netwerk maken onder beschikbare netwerken. Dit geeft aan dat de computer is geconfigureerd voor het ad-hocnetwerk.

5 Sluit het Configuratiescherm en eventuele andere vensters.
6 Plaats de cd van de printer in de computer en volg de aanwijzingen voor draadloze installatie.
7 Wanneer de beschikbare netwerken worden weergegeven, geeft u de netwerknaam en de beveiligingsinformatie op die u hebt gemaakt in stap 4. Het installatieprogramma configureert de printer voor gebruik met de computer.
8 Bewaar een kopie van de netwerknaam en de beveiligingsgegevens op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Gebruikers van Windows XP

1 Klik op Start → Instellingen → Configuratiescherm → Netwerkverbindingen.
2 Klik met de rechtermuisknop op Draadloze netwerkverbindingen.
3 Als Inschakelen wordt weergegeven in het voorgrondmenu, klikt u op deze optie.

Opmerking: als Inschakelen niet wordt weergegeven, is de draadloze verbinding al ingeschakeld.

4 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Draadloze netwerkverbinding.

5 Klik op Eigenschappen.

6 Klik op de tab Draadloze netwerken.

Opmerking: Als het tabblad Draadloze netwerken niet wordt weergegeven, is er software van derden op de computer geïnstalleerd waarmee de instellingen voor draadloze netwerken wordt beheerd. U moet deze software gebruiken om het draadloze ad-hocnetwerk in te stellen. Raadpleeg de documentatie bij die software voor meer informatie over het opzetten van een ad-hocnetwerk.

7 Schakel het selectievakje Draadloos netwerk automatisch configureren in.
8 Verwijder eventueel bestaande netwerken onder Voorkeursnetwerken.

a Klik op het netwerk dat u wilt verwijderen.
b Klik op de knop Verwijderen.

9 Klik op Toevoegen om een ad-hocnetwerk te maken.

10 Voer in het vak Netwerknaam (SSID) de naam in voor het draadloze netwerk.
11 Noteer de netwerknaam zodat u deze bij de hand hebt tijdens het uitvoeren van de draadloze configuratie. Noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.
12 Als Netwerkverificatie wordt weergegeven in de lijst, selecteert u Openen.
13 Selecteer WEP in de lijst Gegevenscodering.
14 Schakel zo nodig het selectievakje De sleutel wordt mij automatisch aangeleverd uit.
15 Geef een beveiligingscode op in het vak Netwerksleutel.
16 Noteer de beveiligingscode zodat u deze bij de hand hebt tijdens het uitvoeren van de draadloze configuratie. Noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

Opmerking: zie 'Controleer de beveiligingssleutels' in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen' van het hoofdstuk 'Problemen oplossen' voor meer informatie over wachtwoorden (beveiligingssleutels).

17 Geef dezelfde beveiligingscode op in het vak Bevestig de netwerksleutel.
18 Schakel het selectievakje Dit is een computer-naar-computer netwerk. Er worden geen draadloze toegangspunten gebruikt. in.
19 Klik twee keer op OK om de twee geopende vensters te sluiten.

20 Het kan enkele minuten duren voordat de computer de nieuwe instellingen heeft herkend. Ga als volgt te werk als u de status van uw netwerk wilt controleren:

a Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Draadloze netwerkverbindingen.
b Selecteer Beschikbare draadloze netwerken weergeven.

  • Als het netwerk wordt weergegeven maar de computer heeft geen verbinding, selecteert u het ad-hocnetwerk en klikt u op de knop Verbinding maken.
  • Als het netwerk niet wordt weergegeven, wacht u een minuut en klikt u op de knop Netwerklijst vernieuwen.

21 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

22 Klik op Hulpprogramma voor draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

23 Volg de aanwijzingen op het scherm.
24 Bewaar de netwerknaam en de beveiligingscode op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Printer toevoegen aan een bestaand, draadloos ad-hocnetwerk met Windows

1 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
2 Klik op Draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Papier en originele documenten in de printer plaatsen

Papier in de printer plaatsen

1 Controleer het volgende:

  • U gebruikt papier dat geschikt is voor inkjetprinters.
  • Als u fotopapier, glossy papier of extra zwaar, mat papier gebruikt, moet u dit met de glanzende of afdrukzijde naar u toe plaatsen. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
  • Het papier is niet reeds gebruikt of beschadigd.
  • U hebt voor speciaal papier de bijbehorende instructies doorgenomen.
  • U hebt het papier niet te ver in de printer geduwd.

2 Schuif de papiergeleiders naar buiten tegen de randen van de papiersteun voordat u de eerste keer papier in de printer plaatst. Plaats niet meer dan de volgende aantallen vellen in de printer:

• 100 vellen normaal papier
• 25 vellen extra zwaar, mat papier
• 25 vellen fotopapier
• 25 vellen glossy papier

Opmerking: Foto's moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke foto's zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkkt gaat vlekken.

3 Plaats het papier verticaal in het midden van de papiersteun en schuif de papiergeleiders tegen de randen van het papier.

LEXMARK X4800 - Papier in de printer plaatsen - 1

Opmerking: zorg dat het papier niet omkrult als u de papiergeleiders verschuift om papierstoringen te voorkomen.

Sensor voor papiersoort gebruiken

De printer is uitgerust met een sensor die automatisch de papiersoort vaststelt. De sensor voor papiersoort stelt automatisch vast welke papiersoort in de All-In-One is geplaatst en past de instellingen dan voor u aan. Als u bijvoorbeeld een foto wilt afdrukken, plaatst u fotopapier in de printer. Nadat de printer de papiersoort heeft vastgesteld, worden de instellingen automatisch aangepast voor optimale resultaten bij het afdrukken van de foto's.

Enveloppen in de printer plaatsen

U kunt maximaal 10 enveloppen per keer in de printer plaatsen.

Waarschuwing: gebruik geen enveloppen met sluitkoordjes en metalen klemmetjes of sluitingen.

1 Plaats de enveloppen in het midden van de papiersteun met de locatie voor de postzegel in de linkerbovenhoek.

2 Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van de enveloppen is naar u toe gericht.
  • De enveloppen die u gebruikt, zijn geschikt voor inkjetprinters.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de enveloppen geschoven.

LEXMARK X4800 - Enveloppen in de printer plaatsen - 1

Opmerkingen:

  • Gebruik geen enveloppen met gaten, perforaties, uitsparingen of reliëf.
  • Gebruik geen enveloppen met naar boven gevouwen plakranden.
  • Enveloppen moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke enveloppen zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkst gaat vlekken.

Etiketvellen in de printer plaatsen

U kunt maximaal 25 etiketvellen per keer in de printer plaatsen.

1 Plaats de vellen met de afdrukzijde naar u toe in de printer en zorg dat bovenkant van het vel als eerste wordt ingevoerd in de printer.

2 Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van de etiketten is naar u toe gericht.
  • De bovenkant van de etiketten wordt eerst ingevoerd.
  • Er is een marge van minimaal 1 mm tussen de plakrand en de rand van de etiketten.
  • U gebruikt volledige etiketvellen. Bij gedeeltelijke vellen (met ontbrekende etiketten) kunnen de etiketten tijdens het afdrukken losraken, waardoor het papier kan vastlopen.
  • De etiketvellen zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de etiketvellen geschoven.

Opmerking: Etiketten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke etiketvellen zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkst gaat vlekken.

Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten en briefkaarten in de printer plaatsen

U kunt maximaal 25 wens-, index-, foto- of briefkaarten per keer in de printer plaatsen.

1 Plaats de kaarten met de afdrukzijde naar u toe in de printer.
2 Controleer het volgende:

- De kaarten zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.

- De papiergeleiders zijn tegen de randen van de kaarten geschoven.

LEXMARK X4800 - Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten en briefkaarten in de printer plaatsen - 1

Opmerking: Fotokaarten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke fotokaarten zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkt gaat vlekken.

Transparanten in de printer plaatsen

U kunt maximaal 50 transparanten per keer in de printer plaatsen.

1 Plaats de transparanten met de ruwe zijde naar u toe in de printer. Als de transparanten een verwijderbare strip hebben, moet de strip van u af en naar beneden (ten opzichte van de printer) gericht zijn.
2 Controleer het volgende:

  • De transparanten zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de transparanten geschoven.

Opmerkingen:

  • U kunt het beste geen transparanten met achtervellen van papier gebruiken.
  • Transparanten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke transparanten zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkkt gaat vlekken.

Opstrijktransfers in de printer plaatsen

U kunt maximaal 10 opstrijktransfers per keer in de printer plaatsen, maar voor optimale resultaten kunt u het beste één opstrijktransfer per keer plaatsen.

1 Plaats de opstrijktransfers met de afdrukzijde naar u toe in de printer.
2 Controleer het volgende:

  • U hebt de instructies op de verpakking voor het plaatsen van opstrijktransfers gevolgd.
  • De opstrijktransfers zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de transfers geschoven.

Papier met aangepast formaat in de printer plaatsen

U kunt maximaal 100 vellen papier met aangepast formaat per keer in de printer plaatsen.

1 Plaats het papier met de afdrukzijde naar u toe in de printer.

2 Controleer het volgende:

- Het papierformaat valt binnen de volgende afmetingen:

Breedte:

-76,0-216,0 mm

-3,0-8,5 inch

Lengte:

-127,0-432,0 mm

-5,0-17,0 inch

- De stapel is niet hoger dan 10 mm.

- Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.

- De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Bannerpapier in de printer plaatsen

U kunt maximaal 20 vellen bannerpapier per keer in de printer plaatsen.

1 Verwijder al het papier van de papiersteun voordat u het bannerpapier in de printer plaatst.

2 Scheur alleen het aantal pagina's af dat u nodig hebt om de banner af te drukken.

3 Plaats de stapel bannerpapier op de bovenklep.

4 Zorg dat de vrije rand van het bannerpapier wordt ingevoerd in de printer.

LEXMARK X4800 - Bannerpapier in de printer plaatsen - 1

5 Controleer het volgende:

- Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.

- De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Originele documenten op de glasplaat plaatsen

LEXMARK X4800 - Originele documenten op de glasplaat plaatsen - 1

Foto's, tekstdocumenten en artikelen uit tijdschriften, kranten en andere publicaties kunt u kopieren, scannen en afdrukken. U kunt ook een document scannen voor faxen.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld.
2 Open de bovenklep.
3 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat.
4 Sluit de bovenklep om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

Het submenu Papierverwerking gebruiken

1 Druk in het menu Instellen herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Papierverwerking is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Nadat u waarden hebt gewijzigd, drukt u op ↻ om deze waarden op te slaan en het submenu te sluiten.

Optie Handeling
FormaatHet papierformaat selecteren.
Soort Depapiersoort opgeven.

Standaarddocumenten afdrukken

Documenten afdrukken

1 Plaats papier in de printer.
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Pas de instellingen aan.
5 Klik op OK.
6 Klik op OK of Afdrukken.

Webpagina afdrukken

Met de werkbalk voor het web kunt u printervriendelijke versies van webpagina's maken.

LEXMARK X4800 - Webpagina afdrukken - 1

1 Plaats papier in de printer.
2 Open een webpagina met Microsoft Internet Explorer 5.5 of hoger.
3 Voer de volgende procedure uit als u de afdrukinstellingen wilt controleren of wijzigen:

a Klik in het werkbalkgedeelte op Lexmark → Pagina-instelling.
b Pas de afdrukinstellingen aan.
c Klik op OK.

4 Voer de volgende procedure uit als u de webpagina wilt bekijken voordat u deze afdrukt:

a Klik op Voorbeeld.
b Gebruik de opties op de werkbalk om door pagina's te bladeren, in of uit te zoomen of aan te geven of u tekst en afbeeldingen wilt afdrukken of alleen tekst.
c Klik op:

  • Afdrukken in het venster met het afdrukvoorbeeld en klik vervolgens op Afdrukken in het dialoogvenster Afdrukken dat wordt geopend of
  • Sluiten en ga door met de volgende stap.

5 Selecteer zo nodig een afdrukoptie op de werkbalk voor het web:

  • Normaal
    • Snel
  • Zwart-wit
  • Alleen tekst

Foto's of afbeeldingen van een webpagina afdrukken

1 Plaats papier in de printer. Gebruik voor optimale resultaten fotopapier of extra zwaar, mat papier. Zorg dat de glanzende zijde of de afdrukzijde naar u toe gericht is. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Open een webpagina in Microsoft Internet Explorer 5.5 of hoger.
Het aantal foto's dat kan worden afgedrukt, wordt op de werkbalk weergegeven naast Foto's.

LEXMARK X4800 - Foto's of afbeeldingen van een webpagina afdrukken - 1

3 Als er geen cijfer wordt weergegeven naast Foto's:

a Selecteer Opties in de keuzelijst met het Lexmark logo.
b Selecteer het tabblad Geavanceerd.
c Selecteer een kleiner minimumfotoformaat.
d Klik op OK.

Het aantal foto's dat kan worden afgedrukt, wordt naast Foto's weergegeven.

4 Klik op Foto's.

Het venster Fast Pics wordt weergegeven.

5 Als u alle foto's of afbeeldingen wilt afdrukken met dezelfde instellingen, selecteert u het gewenste formaat, het formaat van het papier in de printer en het aantal gewenste exemplaren.

6 Ga als volgt te werk als u één foto of afbeelding tegelijk wilt afdrukken:

a Klik op de foto's of afbeeldingen die u niet wilt afdrukken om de selectie op te heffen.

b Ga als volgt te werk als u algemene wijzigingen wilt aanbrengen:

a Klik op de foto's of afbeeldingen die u niet wilt afdrukken om de selectie op te heffen. b Ga als volgt te werk als u algemene wijzigingen wilt aanbrengen:

1 Klik met de rechtermuisknop op de foto of afbeelding.
2 Klik op Bewerken.
3 Selecteer de gewenste opties.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm.
5 Klik op Gereed als u de wijzigingen hebt aangebracht.
6 Selecteer het gewenste formaat, het formaat van het papier in de printer en het aantal exemplaren.

7 Klik op Nu afdrukken.

Meerdere exemplaren van een document afdrukken

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken of Printerinstelling.

2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen in het dialoogvenster Printerinstelling.

3 Geef het gewenste aantal exemplaren op in het gedeelte Exemplaren op het tabblad Kwaliteit/exemplaren.

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken of Printerinstelling. 2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen in het dialoogvenster Printerinstelling. 3 Geef het gewenste aantal exemplaren op in het gedeelte Exemplaren op het tabblad Kwaliteit/exemplaren.

Opmerking: als u meer dan één exemplaar afdrukt van een document met meerdere pagina's, klikt u op Sorteren om de exemplaren te sorteren.

4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.

5 Druk het document af.

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken of Printerinstelling. 2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen in het dialoogvenster Printerinstelling. 3 Geef het gewenste aantal exemplaren op in het gedeelte Exemplaren op het tabblad Kwaliteit/exemplaren. Opmerking: als u meer dan één exemplaar afdrukt van een document met meerdere pagina's, klikt u op Sorteren om de exemplaren te sorteren. 4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten. 5 Druk het document af.

Kopieën sorteren

Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u ervoor kiezen om elk exemplaar als een set (gesorteerd) af te drukken of de exemplaren af te drukken als groepen van dezelfde pagina's (niet gesorteerd).

Gesorteerd Niet gesorteerd

3 2 1 3 2 1 1 1 2 2 3 3

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op de tab Kwaliteit/exemplaren.
4 Klik op Sorteren in het gedeelte Meerdere exemplaren.
5 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
6 Druk het document af.

Opmerkingen:

  • Deze optie is alleen beschikbaar als u meerdere exemplaren afdrukt.
  • Verwijder de afzonderlijke foto's zodra ze uit de printer komen en laat de foto's drogen voordat u ze op elkaar legt. Hiermee voorkomt u vlekken op de foto's.

Laatste pagina eerst afdrukken (omgekeerde paginavolgorde)

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer Laatste pagina eerst afdrukken op het tabblad Kwaliteit/exemplaren.
4 Klik op OK.
5 Klik op OK of Afdrukken.

Meerdere pagina's op één vel afdrukken (N per vel)

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer N per vel op het tabblad Afdrukindeling.
4 Selecteer hoeveel pagina's op één pagina moeten worden afgedrukt.
5 Selecteer Paginaranden afdrukken als u een rand wilt afdrukken om elke pagina.
6 Klik op OK.
7 Klik op OK of Afdrukken.

Afdruktaken onderbreken

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.
Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Kies Pauze.

Afdruktaken annuleren

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.
Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Openen.

4 Klik met de rechtermuisknop op de naam van het document.

5 Klik op Annuleren.

Informatie over het menu met opties voor Bestanden afdrukken

Als u de functie Bestanden afdrukken wilt gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op een computer en moeten de printer en de computer zijn ingeschakeld.

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation met documenten in de printer.

De volgende bestandstypen worden ondersteund:

  • .doc (Microsoft Word)
  • .xls (Microsoft Excel)
  • .ppt (Microsoft Powerpoint)
  • .pdf (Adobe Portable Document Format)
  • .rtf (Rich Text Format)
  • .docx (Microsoft Word Open Document Format)
  • .xlsx (Microsoft Excel Open Document Format)
  • .pptx (Microsoft Powerpoint Open Document Format)
  • .wps (Microsoft Works)
  • .wpd (WordPerfect)

2 Druk op nadat het opslagapparaat is gevonden.

Locatie Handelingen:

Papierafhandeling Het papierformaat en de papiersoort selecteren.

3 Selecteer de gewenste opties met de knoppen op het bedieningspaneel.

4 Druk op ↻ om de instellingen tijdelijk op te slaan.

Documenten afdrukken van een verwisselbaar opslagapparaat

1 Controleer of de printer is aangesloten op de computer met een USB-kabel en de printer en de computer zijn ingeschakeld.
2 Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf of een flashstation in de PictBridge-poort aan de voorzijde van de printer.

Opmerkingen:

  • Als alleen documenten zijn opgeslagen op de geheugenkaart of het flashstation, schakelt de printer automatisch over naar de modus Bestanden afdrukken. Alleen bestanden met de bestandsextensies DOC, XLS, PPT, PDF, RTF, DOCX, XLSX, PPTX, WPS of WPD worden herkend.
  • Als er ook foto's zijn opgeslagen op de geheugenkaart of het flashstation, schakelt de printer automatisch over naar de modus Foto.

3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Bestanden afdrukken verschijnt.
4 Druk op √ om wijzigingen aan te brengen in het papierformaat of de -soort, of om de standaardsinstellingen van de printer aan te passen.
5 Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.
6 Druk op omde wijzigingen op te slaan.
7 Druk nogmaals op ↻ om terug te gaan naar de modus Bestanden afdrukken.
8 Druk op om een lijst met bestanden op het verwisselbare opslagapparaat weer te geven.
9 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot u het document bereikt dat u wilt afdrukken.
10 Druk op om het bestand af te drukken.

Documenten vanaf een geheugenkaart of flashstation afdrukken

Als u de functie Bestanden afdrukken wilt gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op een computer en moeten de printer en de computer zijn ingeschakeld. Er moeten toepassingen op de computer zijn geïnstalleerd die de gewenste bestandsindelingen ondersteunen.

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation met documenten in de printer.

De volgende bestandstypen worden herkend:

  • .doc (Microsoft Word)
  • .xls (Microsoft Excel)
  • .ppt (Microsoft Powerpoint)
  • .pdf (Adobe Portable Document Format)
  • .rtf (Rich Text Format)
    • .docx (Microsoft Word Open Document Format)
  • .xlsx (Microsoft Excel Open Document Format)
  • .pptx (Microsoft Powerpoint Open Document Format)
  • .wps (Microsoft Works)
  • .wpd (WordPerfect)

2 Druk op om Bestanden afdrukken te selecteren.

3 Druk op ▲ of ▼ om een bestand te selecteren dat u wilt afdrukken.

4 Druk op

Speciale documenten afdrukken

Compatibele, speciale papiersoorten selecteren

  • Extra zwaar, mat papier: mat fotopapier dat wordt gebruikt voor het afdrukken van afbeeldingen van hoge kwaliteit.
  • Lexmark PerfectFinish™ fotopapier: fotopapier van hoge kwaliteit dat speciaal is ontworpen voor Lexmark inkjetprinters, maar dat geschikt is voor alle inkjetprinters. Gebruik dit papier voor het afdrukken van professioneel uitziende foto's met een glossy coating. In combinatie met Lexmark evercolor™ 2 inkt kunt met dit papier foto's afdrukken die niet verkleuren en die waterbestendig zijn.
  • Lexmark fotopapier: uitmuntend extra zwaar inkjetfotopapier voor alledaags gebruik dat speciaal is ontworpen voor Lexmark inkjetprinters, maar dat geschikt is voor alle inkjetprinters. Het papier is niet duur en levert fantastische resultaten.
  • Transparant: doorzichtig, plastic afdrukmateriaal dat vooral wordt gebruikt voor overheadprojectors.
  • Wenskaarten: erg dik papier dat wordt gebruikt voor het afdrukken van stugge items, zoals wenskaarten.
  • Opstrijktransfer: afdrukmateriaal waarop een omgekeerde afbeelding kan worden afgedrukt, die vervolgens op stof kan worden gestreken.

Enveloppen afdrukken

1 Plaats de enveloppen in de printer.
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Kies Afdrukken op een envelop in het menu Taken.
5 Selecteer in de lijst met envelopformaten het formaat van de enveloppen die in de printer zijn geplaatst.
6 Selecteer de afdrukstand Staand of Liggend.

Opmerkingen:

  • Voor de meeste enveloppen wordt de afdrukstand Liggend gebruikt.
  • Zorg dat u in de toepassing dezelfde afdrukstand hebt geselecteerd.

7 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.

8 Klik op OK of Afdrukken.

Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten en briefkaarten afdrukken

1 Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten of briefkaarten in de printer plaatsen
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Een instelling voor Kwaliteit/snelheid selecteren.
Selecteer Foto voor foto's en wenskaarten en Normaal voor andere kaartsoorten.
5 Selecteer het tabblad Papierinstellingen.

6 Selecteer Papier.
7 Selecteer een kaartformaat in de lijst Papierformaat.
8 Klik op OK.
9 Klik op OK of Afdrukken.

Opmerkingen:

  • Duw de kaarten niet te ver in de printer om te voorkomen dat het papier vastloopt.
  • Verwijder de afzonderlijke kaarten zodra ze uit de printer komen en laat de kaarten drogen voordat u ze op elkaar legt. Hiermee voorkomt u vlekken op de kaarten.

Document afdrukken als een poster

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op de tab Afdrukindeling.
4 Selecteer Poster in de keuzelijst Indeling.
5 Selecteer het posterformaat dat u wilt afdrukken. De geselecteerde instelling geeft het aantal pagina's weer voor de hoogte en breedte van de poster.
6 Selecteer Bijsnijdmarkeringen afdrukken als u op elke pagina van de poster bijsnijdmarkeringen wilt afdrukken.
7 Klik op Afdrukpagina's voor poster selecteren om beschadigde posterpagina's opnieuw af te drukken, zonder dat u alle posterpagina's opnieuw hoeft af te drukken. Klik op de pagina's om de pagina's te selecteren of te annuleren.
8 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
9 Druk het document af.

Opmerking: bij bepaalde toepassingen wordt de tekst niet helemaal of helemaal niet weergegeven als u hele grote of kleine lettertypen gebruikt. In dit geval vergroot of verkleint u de lettergrootte.

Afbeelding afdrukken als een poster

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik op Poster in het gedeelte Foto's afdrukken van het welkomstvenster.
3 Als u een foto scant:

a Plaats de foto met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
b Klik op Bestand → Foto toevoegen vanaf glasplaat

4 Als u niet een nieuw item wilt scannen, opent u de map met de gewenste foto.
5 Sleep de foto naar het voorbeeldgedeelte bij Poster van meerdere pagina's.
6 Klik op Volgende stap onder aan het linkerdeelvenster.
7 Selecteer een papierformaat in de keuzelijkst Papierformaat voor de poster.
8 Selecteer een afdrukkwaliteit in de keuzelijst Afdrukkwaliteit voor poster.

9 Selecteer het posterformaat in de keuzelijst Posterformaat.
10 Klik op 90 graden draaien als u de poster wilt draaien zodat deze beter op de afgedrukte pagina's past.
11 Klik op Nu afdrukken in de rechterbenedenhoek van het venster.

Brochure afdrukken

1 Voordat u instellingen bij Printereigenschappen wijzigt, moet u het juiste papierformaat selecteren in de toepassing. U kunt brochures afdrukken met de volgende papierformaten:

  • Letter
    • A4

2 Plaats het papier in de printer.

3 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
4 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
5 Klik op de tab Afdrukindeling en klik op Brochure.
6 Als u een grote brochure afdrukt, selecteert u het aantal Vellen per bundel.

a Klik op Opties → Indelingsopties.

b Selecteer in de keuzelijst Vellen per bundel het aantal vellen per bundel.

Opmerking: Een bundel is een ingesteld aantal vellen papier dat is samengevouwen. De afgedrukte bundels worden boven op elkaar gestapeld, waarbij de juiste paginavolgorde wordt aangehouden. De gestapelde bundels kunnen worden ingebonden tot een brochure. Selecteer een kleiner aantal Vellen per bundel als u afdrukt met een zwaardere papiersoort.

7 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
8 Druk het document af.

Brochure samenstellen

1 Draai de stapel met afgedrukte pagina's in de papieruitvoerlade om.
2 Neem de eerste bundel van de stapel, vouw deze dubbel en leg de bundel apart met de voorkant naar beneden.
3 Neem de volgende bundel van de stapel, vouw de bundel dubbel en leg deze boven op de eerste bundel met de voorkant naar beneden.

LEXMARK X4800 - Brochure samenstellen - 1

4 Stapel de overige bundels op elkaar, met de voorkant naar beneden, totdat de brochure is voltooid.
5 Bind de bundels in om de brochure te voltooien.

LEXMARK X4800 - Brochure samenstellen - 2

Afdrukken op papier met een aangepast formaat

1 Plaats maximaal 100 vellen papier met een aangepast formaat in de printer.
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Selecteer Kwaliteit/snelheid op het tabblad Kwaliteit/exemplaren.
5 Klik op het tabblad Papierinstelling.
6 Selecteer in het gedeelte Papierformaat de optie Papier en vervolgens Aangepast formaat.
7 Selecteer de maateenheden die u wilt gebruiken.
8 Gebruik de schuifregelaars of typ het formaat van het papier dat in de printer is geplaatst.
9 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
10 Druk het document af.
Opmerking: duw het papier niet te ver in de printer.

Afdrukken op opstrijktransfers

1 Plaats maximaal 10 opstrijktransfers in de printer.
2 Open de gewenste afbeelding en klik op Bestand → Afdrukken.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Selecteer op het tabblad Afdrukindeling de optie Spiegelen als u de afbeelding wilt spiegelen met de software. Selecteer Normaal als u een programma gebruikt waarmee de afbeelding automatisch wordt gespiegeld.
5 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
6 Druk de opstrijktransfers af.
Opmerking: duw de opstrijktransfers niet te ver in de printer.

Transparanten afdrukken

1 Plaats maximaal 50 transparanten in de printer.
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
3 Klik op OK of Afdrukken.

Opmerking: Verwijder de afzonderlijke transparanten zodra ze uit de printer komen en laat de transparanten drogen voordat u ze op elkaar legt. Hiermee voorkomt u vlekken op de transparanten. De transparanten moeten ongeveer 15 minuten drogen.

Banners afdrukken

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer Banner in het gedeelte Afdrukindeling.
Opmerking: stel deze instelling weer in op Normaal als u de banner hebt afgedrukt.

4 Selecteer Letter (banner) of A4 (banner) in het dialoogvenster Formaat bannerpapier om te voorkomen dat het bannerpapier vastloopt.
5 Selecteer de afdrukstand Liggend op het tabblad Papierinstellingen.
6 Klik op OK.
7 Klik op OK of Afdrukken.

Op beide zijden van het papier afdrukken

Informatie over de functie voor dubbelzijdig afdrukken

De printer beschikt over een ingebouwde duplexeenheid waarmee u automatisch op beide zijden van het papier kunt afdrukken. Deze functie wordt ook 2-zijdig afdrukken genoemd.

Opmerking: Automatisch dubbelzijdig afdrukken werkt alleen met normaal papier van A4- of Letter-formaat. Als u dubbelzijdige documenten wilt afdrukken op andere typen of formaten papier, gebruikt u de handmatige methode voor dubbelzijdig afdrukken.

Als u een dubbelzijdige afdruk wilt maken, moet het lampje 📋 branden. De knop 📋 werkt in combinatie met de instellingen voor dubbelzijdig afdrukken in de printersoftware. Ga als volgt te werk om de instellingen voor dubbelzijdig afdrukken te openen:

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op de tab Afdrukindeling.

Het gedeelte Dubbelzijdig afdrukken is het onderste gedeelte van het dialoogvenster.

De opties in de keuzelijst Dubbelzijdig afdrukken zijn Printerinstellingen gebruiken, Aan, Uit en Handmatig.

Optie Handeling
Printerinstellingen gebruikenDubbelzijdig afdrukken beheren met de knop 📄. Druk op 📄 om het lampje 📄 in of uit te schakelen.Als het lampje 📄 brandt, worden de documenten op beide zijden van het papier afgedrukt.Als het lampje 📄 niet brandt, worden de documenten niet op beide zijden van het papier afgedrukt.Opmerking: Printerinstellingen gebruiken is de standaardfabrieksinstelling.
AanDe knop 📄 inschakelen zodat alle documenten op beide zijden van het papier worden afgedrukt.Opmerking: het lampje 📄 blijft branden tot u een andere optie selecteert.
UitDe knop 📄 uitschakelen zodat alle documenten op één zijde van het papier worden afgedrukt.Opmerking: het lampje 📄 blijft uitgeschakeld tot u een andere optie selecteert.
HandmatigEen afdruktaak handmatig dubbelzijdig uitvoeren. U moet deze optie selecteren als u dubbelzijdige afdruktaken wilt afdrukken op ander papier dan normaal A4- of Letter-papier, zoals wenskaarten.Opmerking:U kunt instellen dat de dubbelzijdige pagina's zo worden afgedrukt dat LEXMARK X4800 - Informatie over de functie voor dubbelzijdig afdrukken - 1ze kunnen worden omgeslagen als de pagina's in een tijdschrift (LEXMARK X4800 - Informatie over de functie voor dubbelzijdig afdrukken - 2Omslaan naar zijkant) of als de pagina's in een notitieblok (Omslaan naar bovenkant). Omslaan naar zijkant is de standaardfabrieksinstelling.

Zie voor meer informatie "Automatisch op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken)" op pagina 59 en "Handmatig op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken)" op pagina 60.

Automatisch op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken)

De printer beschikt over een ingebouwde duplexeenheid waarmee u automatisch op beide zijden van het papier kunt afdrukken.

Opmerking: Automatisch dubbelzijdig afdrukken werkt alleen met normaal papier van A4- of Letter-formaat. Als u dubbelzijdige documenten wilt afdrukken op andere typen of formaten papier, gebruikt u de handmatige methode voor dubbelzijdig afdrukken.

1 Druk op
2 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
3 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
4 Klik op de tab Afdrukindeling.
5 Selecteer Printerinstellingen gebruiken in de keuzelijst in het gedeelte Dubbelzijdig afdrukken.
6 Controleer of het lampje brandt.
7 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
8 Druk op

Opmerking: Als u weer op één zijde van het papier wilt afdrukken, moet het lampje niet branden.

Handmatig op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken)

Als u een dubbelzijdig document wilt afdrukken op een ander papierformaat of -type dan normaal A4- of Letterpapier, moet u de handmatige methode voor dubbelzijdig afdrukken gebruiken. Hierbij drukt u eerst de oneven genummerde pagina's af, waarna u de stapel afgedrukte pagina's omdraait en opnieuw in de printer plaatst. Vervolgens drukt u de even genummerde pagina's af op de andere zijde van de vellen.

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op de tab Afdrukindeling.
4 Selecteer Handmatig in de keuzelijst in het gedeelte voor dubbelzijdig afdrukken.
5 Schakel het selectievakje Instructies afdrukken voor handmatig dubbelzijdig afdrukken in.

6 Druk op

7 De oneven pagina's en het instructievel worden afgedrukt. Op het instructievel wordt beschreven hoe u het papier moet omdraaien en opnieuw in de printer plaatsen.

8 Volg de aanwijzingen op het instructievel en plaats het papier terug in de printer met de afdrukzijde van u af gericht.

9 De even pagina's worden afgedrukt op de andere zijde van het papier.

Opmerking: als u automatisch dubbelzijdig afdrukken weer wilt gebruiken, opent u de keuzelijst voor dubbelzijdig afdrukken en selecteert u Printerinstellingen gebruiken.

Printerinstellingen wijzigen

Afdrukinstellingen opslaan en verwijderen

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op de tab Kwaliteit/exemplaren.
4 Breng de gewenste wijzigingen aan in de gedeelten voor kwaliteit/snelheid, papiersoort en meerdere exemplaren.
5 Selecteer De huidige instellingen opslaan in de vervolgkeuzelijst Instellingen opslaan.
6 Klik op het keuzerondje naast het cijfer van de locatie waar u de instellingen wilt opslaan en typ een naam voor de instellingen in het geselecteerde vak.
Opmerking: de eerste locatie met de standaardfabrieksinstellingen kunt u niet wijzigen of verwijderen.

7 Klik op Opslaan.

Opmerkingen:

  • Als u de instellingen wilt ophalen, klikt u op de vervolgkeuzelijst Instellingen opslaan en selecteert u de gewenste instellingen in de lijst.
  • Als u instellingen wilt verwijderen, selecteert u Een instelling verwijderen uit de lijst in de vervolgkeuzelijst Instellingen opslaan. Selecteer het keuzerondje naast de instelling die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

1 Druk in het menu Instellen herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Standaardprinterinst. wijzigen is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Nadat u waarden hebt gewijzigd, drukt u op ↩ om deze waarden op te slaan en het submenu te sluiten.

Optie Handeling
Tijd in. De huidige tijd instellen met het toetsenblok.
Datum De huidige datum instellen met het toetsenblok.
PapierafhandelingHet formaat en de soort van het geplaatste papier opgeven. Zie voor meer informatie “Het submenu Papierverwerking gebruiken” op pagina 48.
Taal De taal wijzigen die wordt weergegeven op het bedieningspaneel.
Land Het land of de regio die wordt weergegeven op het bedieningspaneel wijzigen in uw land of regio.
Toetstoon Het volume van de toon instellen wanneer een toets op het bedieningspaneel wordt in- of uitgeschakeld. De standaardinstelling is Aan.
SpaarstandDe printer instellen zodat de spaarstand wordt ingeschakeld op of na een bepaalde tijd.
Hostinstellingen blokkerenSysteembeheerder toestaan individuele gebruikers te blokkeren zodat deze geen wijzigingen in de printerinstellingen kunnen aanbrengen met het Printerconfiguratie-programma.
Luidsprkrvolume Het volumene van de luidspreker tijdens een gesprek instellen.

Fabrieksinstellingen van de printersoftware herstellen

Gebruikers van Windows 2000, Windows XP en Windows Vista

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.

Windows 2000 en Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers of Printers en faxapparaten.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
4 Klik op het menu Instellingen opslaan.
5 Selecteer Fabrieksinstellingen (standaardwaarden) in het gedeelte Herstellen.

Opmerking: de standaardfabrieksinstellingen kunnen niet worden verwijderd.

Standaardfabrieksinstellingen van de printer herstellen

U kunt de instellingen van de printer herstellen naar de oorspronkelijke instellingen zonder de printersoftware te gebruiken.

Opmerking: als u de standaardfabrieksinstellingen hersteld, worden alle printerinstellingen die u hebt geselecteerd verwijderd.

1 Druk herhaaldelijk op ▼ om Onderhoud te selecteren.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ▼ om Standaard herst. te selecteren.
4 Druk op √
5 Selecteer Ja om alle standaardinstellingen van het menu te herstellen.
6 Selecteer Ja om alle netwerkinstellingen te herstellen.

Aanbevolen papiersoorten gebruiken

Als u foto's of andere afbeeldingen van hoge kwaliteit afdrukt, moet u Lexmark fotopapier of Lexmark PerfectFinish fotopapier gebruiken voor de beste resultaten. Gebruik geen Lexmark premiumfotopapier. De inktcartridges zijn niet compatibel met deze papiersoort.

Foto's ophalen en beheren

Informatie over het menu Fotokaartmodus

U kunt als volgt het menu Fotokaartmodus openen:

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
2 Druk op nadat het opslagapparaat is gevonden.

Opmerking: Als u een digitale camera die is ingesteld op een ondersetunde indeling voor massaopslag aansluit op de printer, wordt u gevraagd of u PictBridge wilt gebruiken. Kies Nee om het menu Fotokaartmodus weer te geven.

Locatie Handelingen:
Foto's zoeken en afdrukkenFoto's weergeven.Foto's selecteren voor bewerken en afdrukken.Het aantal exemplaren opgeven dat moet worden afgedrukt.
Computer selecteren Een netwerkhostcomputer selecteren.Deze selectie wordt alleen weergegeven als de draadloze adapter van de printer juist is ingesteld.
Fotocontrolevel Een controleveafdrukken en scannen:Voor alle foto'sVoor de 20 recentste foto's, als er meer dan 20 foto's op het opslagapparaat staanOp datum
Alle foto's afdrukken Selecterenhoe u alle foto's wilt afdrukken:1 per pagina2 per pagina3 per pagina4 per paginaIndex afdrukken
Diavoorstelling weergevenEen diavoorstelling van uw foto's weergeven.Een foto of foto's voor afdrukken selecteren.
Foto's opslaanSelecteren of u foto's wilt opslaan op een computer of een flashstation.
Standaardinstellingen wijzigenStandaardinstellingen selecteren voor fotoformaat, indeling, kwaliteit en papieraf-handeling.
Cameraselectie afdrukken DPOFF-selecties (Digital Print Order Format) afdrukken.Deze optie wordt alleen weergegeven als het opslagapparaat een geldig DPOF-bestand bevat.

Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera

PictBridge is een technologie die wordt gebruikt in de meeste digitale camera's. Hiermee kunt u rechtstreeks vanaf de digitale camera afdrukken zonder dat u een computer nodig hebt. U kunt een digitale PictBridge-camera aansluiten op de printer en de knoppen op de camera gebruiken om het afdrukken van de foto's te regelen.

1 Sluit één uiteinde van de USB-kabel aan op de camera.

Opmerking: Gebruik alleen de USB-kabel die bij de camera is geleverd.

2 Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de PictBridge-poort op de voorkant van de printer.

LEXMARK X4800 - Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera - 1

  • Controleer of de PictBridge-camera is ingesteld op de juiste USB-modus. Als de USB-selectie op de camera onjuist is, wordt de camera gedetecteerd als een USB-opslagapparaat of wordt een foutbericht weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.
  • Er wordt één opslagapparaat per keer gelezen.

Waarschuwing: Raak de USB-kabel, de netwerkadapter of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl u afdrukt vanaf een digitale PictBridge-camera. Er kunnen gegevens verloren gaan. Verwijder de USB-kabel of netwerkadapter niet wanneer u afdrukt vanaf een digitale PictBridge-camera.

LEXMARK X4800 - Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera - 2

3 Als de PictBridge-verbinding tot stand wordt gebracht, wordt het volgende bericht op de display weergegeven: Camera is aangesloten. Zie de display van de camera of de gebruikershandleiding bij de camera voor meer informatie.

Na een aantal seconden wordt het volgende bericht weergegeven: Gebruik camera om foto's te selecteren en af te drukken. Kies [icon] om de stdinst. vd printer te selecteren.

4 Als u de camera wilt gebruiken om het afdrukken van de foto's te regelen, raadpleegt u de instructies in de documentatie bij de camera.

Druk op op het bedieningspaneel om de standaardafdrukinstellingen voor PictBridge op te geven die worden gebruikt als er geen instellingen zijn geselecteerd op de camera.

Flashstation in de printer plaatsen

1 Sluit het flashstation aan op de PictBridge-poort aan de voorkant van de printer.

LEXMARK X4800 - Flashstation in de printer plaatsen - 1

Opmerking: mogelijk moet u een adapter gebruiken als het flashstation niet in de poort past.

2 Wacht tot de printer heeft vastgesteld dat een flashstation is geïnstalleerd. Wanneer het flashstation is herlend, wordt het bericht Apparaat voor massaopslag weergegeven.

Als de printer het flashstation niet leest, verwijdert u het en plaats u het opnieuw.

Waarschuwing: Raak de kabels, netwerkadapter, flashstation of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een flashstation. Er kunnen gegevens verloren gaan. Verwijder ook het flashstation niet terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar het flashstation.

LEXMARK X4800 - Flashstation in de printer plaatsen - 2

Opmerking: De printer herkent per keer slechts één opslagmedium. Als u meer dan één opslagmedium plaatst, verschijnt een bericht op de display waarin u wordt gevraagd aan te geven welk medium moet worden herkend door de printer.

Geheugenkaart in de printer plaatsen

1 Plaats een geheugenkaart in de printer.

  • Plaats de kaart met het naamlabel naar boven.
  • Als de kaart gemarkeerd is met een pijl, zorgt u dat de pijl naar de printer is gericht.
  • Plaats zo nodig de kaart in de bijbehorende adapter voordat u deze in de sleuf plaatst.

LEXMARK X4800 - Geheugenkaart in de printer plaatsen - 1

2 Wacht tot het lampje rechts naast de sleuven op de printer gaat branden. Het lampje knippert om aan te geven dat de geheugenkaart wordt gelezen of dat gegevens worden verzonden of ontvangen.

Waarschuwing: Raak de kabels, netwerkadapter, geheugenkaart of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een geheugenkaart. Er kunnen gegevens verloren gaan. Verwijder ook de geheugenkaart niet terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een geheugenkaart.

LEXMARK X4800 - Geheugenkaart in de printer plaatsen - 2

Wanneer de printer de geheugenkaart detecteert, wordt het bericht Geheugenkaart gevonden weergegeven op de display van het bedieningspaneel.

Als de printer de geheugenkaart niet leest, verwijdert u de kaart en plaatst u deze opnieuw in de printer.

Opmerkingen:

  • De printer herkent per keer slechts één geheugenkaart. Als u meerdere geheugenkaarten plaatst, verschijnt een bericht op de display dat u alle geheugenkaarten moet verwijderen die in de printer zijn geplaatst.
  • Als een flashstation en een geheugenkaart in de printer zijn geplaatst, wordt een bericht weergegeven op de display dat u moet kiezen welk opslagapparaat u wilt gebruiken.

Informatie over het menu Standaardafdrukinst. (PictBridge)

Met het menu Standaardafdrukinst. (PictBridge) kunt u de standaardprinterinstellingen selecteren die worden gebruikt als er geen instellingen zijn geselecteerd op de digitale camera. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie over instellingen.

U opent als volgt het menu Standaardafdrukinst. (PictBridge):

1 Sluit een digitale PictBridge-camera aan op de printer.
2 Druk op als dit wordt aangegeven op het bedieningspaneel.

Locatie Handelingen:
Fotoformaat Het formaat opgeven van de foto of foto's die moeten worden afgedrukt.
Layout De indeling opgeven van de foto of foto's die moeten worden afgedrukt.
Kwaliteit De kwaliteit opgeven van de foto of foto's die moeten worden afgedrukt.
Papierafhandeling Het standaardpapierformaat en de papiersoort opgeven.

Foto's op een opslagapparaat overbrengen naar de computer via het bedieningspaneel

Als de printer rechtstreeks is aangesloten op een computer, of is aangesloten op een computer via een draadloze netwerkverbinding, kunt u de foto's vanaf een geheugenkaart of flashstation overbrengen naar de computer.

Opmerkingen:

  • U kunt geen foto's overbrengen van een opslagapparaat naar een computer via een externe netwerkadapter waarop geen opslagapparaat op kan worden aangesloten.
  • U moet voor de printer wellicht een computer (en een pincode voor die computer) selecteren.

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation met de gewenste afbeeldingen in de printer.

2 Druk op hadat het opslagapparaat is gevonden.

3 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Foto's opslaan is gemarkeerd.

4 Druk op √

5 Druk op ▲ of ▼ om Computer te selecteren.

6 Druk op √

Als de computer rechtstreeks is aangesloten op de printer met een USB-kabel:

a Druk op om foto's op te slaan op de computer.
b Volg de aanwijzingen op het scherm.

Als de printer is aangesloten op een draadloos netwerk, wordt u gevraagd de computer te selecteren die u wilt gebruiken.

a Druk op ▲ of ▼ om een computer te selecteren.
b Druk op .√

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

1 Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en selecteer met ▲ en ▼ een waarde voor dat cijfer.
2 Druk op √

c Druk op om foto's op te slaan op de computer.

d Volg de aanwijzingen op het scherm.

Alle foto's op een geheugenkaart overbrengen met de computer

1 Plaats een geheugenkaart in de printer en zorg dat het label naar het bedieningspaneel van de printer is gericht. Als de computer is aangesloten op een draadloos netwerk, moet u wellicht de printer selecteren.

Opmerking: voor een netwerkverbinding moet u eerst handmatig de toepassing openen en vervolgens de printer selecteren die u wilt gebruiken.

De Lexmark Productivity Studio-software wordt automatsich geopend op de computer.

2 Klik op Alle foto's automatisch opslaan in Mijn afbeeldingen.
3 Klik op Ja als u de foto's wilt verwijderen van de geheugenkaart.

Opmerking: zorg ervoor dat alle foto's zijn gekopieerd voordat u op Ja klikt om te wissen.

4 Klik op Gereed. Verwijder de geheugenkaart om de overgebrachte foto's weer te geven in de Bibliotheek.

Geselecteerde foto's op een geheugenkaart overbrengen met de computer

1 Plaats een geheugenkaart in de printer en zorg dat het label naar het bedieningspaneel van de printer is gericht.

De Lexmark Productivity Studio-software wordt automatsich geopend op de computer.

Opmerking: Voor een draadloze netwerkverbinding moet u eerst de toepassing openen en vervolgens de printer selecteren die u wilt gebruiken.

2 Klik op de optie voor het selecteren van de foto's die u wilt opslaan.
3 Klik op Selectie opheffen.
4 Klik op de foto's die u wilt overbrengen.
5 Klik op Volgende.
6 Klik op Volgende als u de foto's wilt opslaan in de standaardmap.
7 Als u de foto's in een andere map wilt opslaan dan de standaardmap:

a Klik op Bladeren.
b Selecteer de gewenste map.
c Klik op OK.

8 Als u een voorvoegsel wilt toevoegen aan de foto's die u zojuist hebt overgebracht, schakelt u het selectievakje in en geeft u een naam op.
9 Klik op Volgende.
10 Klik op Ja als u de foto's wilt verwijderen van de geheugenkaart.
Opmerking: zorg ervoor dat alle foto's zijn gekopieerd voordat u Ja selecteert om te wissen.
11 Klik op Gereed. Verwijder de geheugenkaart om de overgebrachte foto's weer te geven in de fotobibliotheek.

Geselecteerde foto's overbrengen van een cd of flashstation met de computer

1 Plaats een cd of flashstation in de computer.
2 Als u Windows Vista gebruikt, wordt het venster Automatisch afspelen weergegeven.
Klik op Foto's overbrengen naar de computer met Productivity Studio.
3 Als u Windows XP gebruikt, wordt het venster 'Wat wilt u dat Windows doet?' weergegeven.

Klik op Foto's overbrengen naar de computer met Productivity Studio.

Als u Windows 2000 gebruikt:

a Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
b Klik op Foto's overbrengen.

4 Klik op de optie voor het selecteren van de foto's die u wilt opslaan.

5 Klik op Selectie opheffen.

6 Klik op de foto's die u wilt overbrengen.

7 Klik op Volgende als u de foto's wilt opslaan in de standaardmap.

8 Als u de foto's in een andere map wilt opslaan dan de standaardmap:

a Klik op Bladeren.
b Selecteer de gewenste map.
c Klik op OK.

9 Als u een voorvoegsel wilt toevoegen aan de foto's die u zojuist hebt overgebracht, schakelt u het selectievakje in en geeft u een naam op.

10 Klik op Volgende.

11 Verwijder de cd of het flashstation om de overgedragen foto's weer te geven in de fotobibliotheek.

Alle foto's overbrengen van een cd of flashstation met de computer

1 Plaats een cd of flashstation in de computer.
2 Als u Windows Vista gebruikt, wordt het venster Automatisch afspelen weergegeven.
Klik op Foto's overbrengen naar uw computer.
3 Als u Windows XP gebruikt, wordt het venster 'Wat wilt u dat Windows doet?' weergegeven.
Klik op Beelden kopiëren naar een map op mijn computer met de Microsoft-wizard voor scanners en camera's.

4 Als u Windows 2000 gebruikt:

a Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
b Klik op Foto's overbrengen.

5 Klik op Alle foto's automatisch opslaan in Mijn afbeeldingen.
6 Verwijder het flashstation of de cd om de overgedragen foto's weer te geven in de fotobibliotheek.

Foto's op een geheugenkaart overbrengen naar een flashstation

1 Plaats een geheugenkaart met de gewenste afbeeldingen in de printer.
2 Druk op nadat de geheugenkaart is gevonden.
3 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Foto's opslaan is gemarkeerd.
4 Druk op √
5 Druk op ▲ of ▼ om USB-flashstation te selecteren.
6 Sluit het flashstation aan.
7 Druk op √
8 Druk op ▲ of ▼ om uw selectie te markeren in de volgende opties:

  • Alle N foto's afdrukken (waarbij N het aantal foto's op de geheugenkaart is die is gevonden door de printer.)
  • Recente foto's opslaan
  • Datumbereik opslaan

9 Druk op √

10 Volg de aanwijzingen op het bedieningspaneel van de printer.

Opmerkingen:

  • Als er onvoldoende geheugen beschikbaar is op het flashstation, wordt er een melding weergegeven op de display.
  • Verwijder het flashstation niet totdat een bericht op de display verschijnt waarin wordt aangegeven dat het kopiëren is voltooid.

Voorkeuren voor de tijdelijke bestanden van Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.
3 Klik op Tijdelijke bestanden.

a Gebruik de schuifregelaar om de maximum schijfruimte in te stellen die u wilt toewijzen aan tijdelijk bestanden die door Lexmark Productivity Studio worden gemaakt.
b Klik op Bladeren om een andere map te kiezen om de tijdelijke bestanden in op te slaan.

4 Klik op OK.

Voorkeuren voor de doorzochte mappen van Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.
3 Klik op Doorzochte mappen.
4 Als u systeemmappen wilt overslaan tijdens het zoeken naar foto's, selecteert u Systeemmappen negeren.
5 Klik op OK.

Voorkeuren voor bibliotheek van Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.
3 Klik op Bibliotheek.

Hier kunt u kiezen hoe u foto's wilt sorteren. U kunt ook de minimale bestandsgrootte instellen voor de in de bibliotheek weer te geven foto.

4 Klik op OK.

Overdrachtsinstellingen van Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.
3 Klik op Overdrachtsinstellingen.

a Selecteer Optie voor opslaan overslaan en automatisch doorgaan naar en selecteer de optie Automatisch opslaan, Handmatig opslaan of Afdrukken voor uw foto's op het foto-opslagapparaat dat is aangesloten op de computer.
b Klik op Bladeren om een andere map te selecteren waarnaar u de foto's wilt overdragen.
c Selecteer Foto's altijd verwijderen van medium na overdragen om automatisch foto's te verwijderen van het foto-opslagapparaat nadat u ze hebt overgedragen naar de computer.

4 Klik op OK.

Foto's bewerken

Foto's bijsnijden

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Open de gewenste afbeeldingen en klik op Foto bijsnijden op het tabblad Snelle oplossingen.
3 Klik met de muis op de afbeelding, sleep de cursor om het gedeelte te selecteren dat u wilt bijsnijden. U kunt het bijsnijdgebied aanpassen met de muis door de lijnen te verslepen om het gebied te vergroten of te verkleinen.
4 Klik op Nu bijsnijden.
5 Het bijgesneden gedeelte van de afbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldvenster. U kunt de bijgesneden afbeelding opslaan.

Foto's bewerken met het bedieningspaneel

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
3 Druk op het bedieningspaneel op √
4 Druk op √ om Foto's zoeken en afdrukken te selecteren.
5 Druk op ◀ of ▶ om door de foto's te bladeren.
6 Druk op √ om een foto te selecteren die u wilt bewerken en afdrukken.
7 Druk op
8 Druk op √ om Foto bewerken te selecteren.

Locatie Handelingen:
Helderheid De helderheid van een foto aanpassen.
Roteer Een foto in stappen van 90 graden rechtsom of linksom draaien.
Bijsnijden Een foto bijsnijden.
Auto. verbetern Een foto automatisch verbeteren.
Rode ogen verwijderenHet rode-ogeneffect verminderen dat wordt veroorzaakt door lichtweerkaatsing.
KleureneffectSelecteren of u een foto wilt afdrukken in zwart-wit, sepia, antiekbruin of antiekgrijs.
Kaders Een kader voor de foto selecteren.

9 Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.

10 Druk op om de wijzigingen op te slaan.
11 Druk op om terug te gaan naar de foto.
12 Druk op ▲ of ▼ om het aantal exemplaren te selecteren dat u wilt afdrukken.

Opmerking: Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

13 Als u meer foto's wilt selecteren om af te drukken en te bewerken, herhaalt u stap 5 tot en met stap 12.
14 Druk op om naar het scherm Afdrukvoorbeeld te gaan.
15 U kunt als volgt de afdrukinstellingen aanpassen:

a Druk op .
b Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.
c Druk op ↻ om de selecties op te slaan en terug te gaan naar het scherm Afdrukvoorbeeld.

16 Druk op om af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto draaien

1 Klik in het welkomstvenster van Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Open de gewenste afbeelding en klik op de tab Snelle oplossingen.
3 Klik op Linksom draaien of Rechtsom draaien om de afbeelding 90 graden links- of rechtsom te draaien.
De miniatuur van de foto wordt bijgewerkt.

Resolutie/formaat van een foto wijzigen.

Met resolutie wordt verwezen naar dpi (dots per inch).

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op Geavanceerd als de afbeelding is geopend.
3 Klik op Resolutie / grootte afbeelding.
4 Selecteer Fotoformaat om een formaat te selecteren in een lijst met opgegeven fotoformaten of klik op Aangepast formaat om een ander fotoformaat op te geven.
Opmerking: Als u Fotoformaat selecteert, kunt u op Draaien klikken om de foto 90 rechtsom te draaien.
5 Als u Aangepast formaat selecteert, geeft u de breedte en hoogte op voor de foto met het aangepaste formaat.
Opmerking: Hoogte/breedte-verhouding behouden is standaard geselecteerd. Hierdoor behoudt de afbeelding de juiste verhouding.

Automatisch oplossen met één klik toepassen op een foto

Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op de tab Snelle oplossingen om de drie opties voor Automatisch oplossen met één klik weer te geven.

1 Klik op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Open een afbeelding en klik op Automatisch oplossen met één klik om de helderheid en het contrast van de afbeelding automatisch aan te passen.
3 Klik op Automatisch helderheid om alleen de helderheid van de afbeelding aan te passen.
4 Klik op Automatische rode-ogenreductie om de rode ogen in de afbeelding automatisch te laten verminderen.

Opmerking: klik op Ongedaan maken boven aan het venster als u niet tevreden bent met de resultaten nadat u een van de opties voor Automatisch oplossen met één klik hebt toegepast.

Rode-ogeneffect verminderen in een foto

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Open de gewenste afbeelding en klik op de tab Snelle oplossingen.
3 Klik op Automatische rode-ogenreductie om het rode-ogeneffect automatisch te verminderen met de software. Als u niet tevreden bent met de resultaten, gaat u door met de onderstaande procedure.
4 Klik op Handmatige rode-ogenreductie.

5 Beweeg de muisaanwijzer over de foto en plaats deze op een rood oog.
6 Klik met de muis om het rode-ogeneffect te verminderen.

Een foto vervagen/verscherpen

De afbeelding wordt zachter als u de foto meer vervaagd. Als u de scherpte verhoogt, lijkt de afbeelding scherper.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op de tab Verbeteringen wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Vervagen/verscherpen.
4 Gebruik de schuifregelaar om de afbeelding te vervagen of te verscherpen. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
5 Klik op OK om de wijzigingen te accepteren of klik op Annuleren om deze weg te gooien.

Een foto verbeteren

Met de functie Verbeteren kunt u kleine wijzigingen aanbrengen in de helderheid, contrast en scherpte van een afbeelding.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op de tab Verbeteringen wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Verbeteren.
4 Pas de instellingen voor Verbeteren aan met de regelaar. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
Opmerking: klik op Automatisch om uw foto automatisch te verbeteren met de software.
5 Klik op OK om de wijzigingen te accepteren of klik op Annuleren om deze weg te gooien.

Tint / verzadiging van een foto aanpassen

Door de tint aan te passen, kunt u de kleur van een afbeelding bepalen. Door de verzadiging aan te passen kunt u de intensiteit van de kleur bepalen.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op de tab Verbeteringen wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Tint/intensiteit.
4 Gebruik de schuifregelaar om de tint of intensiteit van uw foto aan te passen. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
5 Klik op OK om de wijzigingen te accepteren of klik op Annuleren om deze weg te gooien.

De gammawaarde van een foto of afbeelding wijzigen

U kunt met de gammawaarde de helderheid van een afbeelding aanpassen. Dit is vooral van toepassing op afbeelding die moeten worden weergegeven op een beelscherm. Als de gammawaarde van afbeeldingen niet juist zijn, worden ze te licht of te donker.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op Geavanceerd als de afbeelding is geopend.
3 Geef een waarde op in het tekstvak of gebruik de pijlen omhoog en omlaag om een hogere of lagere gammawaarde te selecteren.
Opmerking: U kunt gammawaarden opgeven van -10 tot 10. Als u niet tevreden bent met de wijzigingen, kunt u de gammawaarde terugzetten op 0.
4 Klik op Opslaan om de wijzigingen te bewaren.

Foto's ontvlekken

Met het hulpmiddel Ontvlekken kunt u vlekken verwijderen uit een foto.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand.→ Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op Bestand wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Ontvlekken.
4 Pas de instelling Ontvlekken aan met de regelaar. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
5 Klik op OK. De miniatuur wordt bijgewerkt.

Instelling Helderheid/contrast aanpassen voor een foto

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op Bestand wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Helderheid/contrast.
4 Pas de instelling voor helderheid en contrast aan. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
5 Klik op OK om de wijzigingen te accepteren of klik op Annuleren om deze weg te gooien.

Opmerking: u kunt met de software alleen de helderheid van de afbeelding automatisch aanpassen door op Automatisch helderheid te klikken op het tabblad Snelle oplossingen.

Kleureffect toepassen op een foto

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op de tab Verbeteringen wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Kleureffecten.

4 Pas een kleureffect toe.

U kunt sepia, antiekbruin, zwartwit of antiekgrijs selecteren.

5 Klik op OK.

De belichtingsinstelling van een foto wijzigen

U kunt oneffenheden in de belichting van uw foto corrigeren met de belichtingsinstelling.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op Bestand wanneer de afbeelding is geopend.
3 Klik op Belichting.
4 Sleep de schuifregelaar om de waarde aan te passen en oneffenheden in de belichting van de afbeelding te corrigeren. U kunt een voorbeeld weergeven van de gewijzigde afbeelding door de voorbeeldvensters Voor en Na boven aan het venster te vergelijken.
5 Klik op OK om de wijzigingen te accepteren of klik op Annuleren om deze weg te gooien.

Golvende patronen verwijderen uit gescande foto's, tijdschriften of kranten

Met de functie voor effenen kunt u golvende patronen (moiré) in afbeeldingen uit tijdschriften of kranten verwijderen.

1 Klik in het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Bestand → Openen om de afbeelding te selecteren die u wilt bewerken.
2 Klik op de tab Geavanceerd.
3 Klik op Afbeeldingspatronen.
4 Klik op Patronen verwijderen als u de afbeeldingspatronen wilt verwijderen uit scans van tijdschriften of kranten.
5 Selecteer in de keuzelijst de patronen die u wilt verwijderen.
6 Als u mogelijke strepen op kleurenfoto's wilt verminderen, schakelt u het selectievakje in en sleept u de schuifregelaar naar de gewenste waarde.
7 Klik op OK. De miniatuur wordt bijgewerkt.

Foto's afdrukken

Foto's afdrukken met de computer van een cd of verwisselbaar opslagapparaat

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)

2 Plaats een cd of een ander verwisselbaar opslagapparaat (zoals een flashstation, geheugenkaart of digitale camera) in de computer.

- Als u Windows Vista gebruikt, wordt het venster Automatisch afspelen weergegeven. Klik op Foto's overbrengen naar de computer met Productivity Studio.

- Als u Windows XP gebruikt, wordt het venster 'Wat wilt u dat Windows doet?' weergegeven. Klik op Foto's overbrengen naar de computer met Productivity Studio.

• Als u Windows 2000 gebruikt:

a Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
b Klik op Foto's overbrengen.

3 Klik op Selecteer de foto's die u wilt afdrukken.
4 Als u alle foto's wilt afdrukken, klikt u op Afdrukken.
5 Als u geselecteerde foto's wilt afdrukken, klikt u op Selectie opheffen en selecteert u alleen de foto('s) die u wilt afdrukken.
6 Klik op Afdrukken.
7 Selecteer een afdrukkwaliteit in de keuzelijst Kwaliteit.
8 Selecteer in de keuzelijst Formaat van papier in de printer het papierformaat.
9 Selecteer de gewenste opties in de tabel als u meerdere afdrukken van een foto wilt maken of andere fotoformaten dan x 15 cm (4 x 6 inch) wilt gebruiken. Gebruik de keuzelijst in de laatste kolom om andere formaten weer te geven en te selecteren.

Opmerking: Als u de foto('s) wilt bewerken voordat u deze afdrukt, klikt u op Foto bewerken boven het deelvenster Afdrukvoorbeeld. Selecteer Automatisch oplossen met één klik, Automatische rodeogenreductie of Automatisch helderheid aanpassen om de foto('s) automatisch te bewerken met de software. Klik op Meer hulpmiddelen voor retoucheren om het venster voor fotobewerking weer te geven.

Wanneer u alle bewerkingen hebt uitgevoerd, klikt u op Weergeven met bewerkingen in de rechterbenedenhoek om terug te gaan naar het afdrukvenster.

10 Klik op Nu afdrukken in de rechterbenedenhoek van het venster.
11 Verwijder de cd of het opslagapparaat.

Foto's weergeven/afdrukken vanuit Lexamrk Productivity Studio

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik op Werken met documenten en foto's.
3 Klik op de foto's die u wilt afdrukken.
4 Klik op Fotoafdrukken in de taakbalk van Lexmark Productivity Studio onder aan het venster.
5 Selecteer een kopieerkwaliteit in de keuzelijst Kwaliteit.
6 Selecteer in de keuzelijst Formaat van papier in de printer het papierformaat.
7 Selecteer de papiersoort in de keuzelijst Soort papier in printer.
8 Selecteer de gewenste opties in de tabel als u meerdere afdrukken van een foto wilt maken of andere fotoformaten dan x 15 cm (4 x 6 inch) wilt gebruiken. Gebruik de keuzelijst in de laatste kolom om andere formaten weer te geven en te selecteren.
9 Klik op Nu afdrukken in de rechterbenedenhoek van het venster.

Fotopakketten afdrukken

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik op Fotopakketten.
3 Klik op de foto's die u wilt opnemen in het fotopakket.

4 Klik op Volgende.
5 Selecteer een kopieerkwaliteit in de keuzelijst Kwaliteit.
6 Selecteer in de keuzelijst Formaat van papier in de printer het papierformaat.
7 Selecteer de papiersoort in de keuzelijst Soort papier in printer.
8 Selecteer de gewenste opties in de tabel als u meerdere afdrukken van een foto wilt maken of andere fotoformaten dan 4 x 6 inch (10 x 15 cm) wilt gebruiken. Gebruik de keuzelijst in de laatste kolom om andere formaten weer te geven en te selecteren.
9 Klik op Nu afdrukken in de rechterbenedenhoek van het venster.

Fotowenskaarten maken

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik op Fotowenskaarten.
3 Klik op het tabblad Stijl op een stijl om deze te selecteren voor uw wenskaart.
4 Selecteer op het tabblad Foto een foto en sleep deze naar het voorbeeldvenster aan de rechterzijde van het scherm.
5 Klik op het tekstgedeelte om tekst toe te voegen aan de fotowenskaart.
6 Klik op OK als u klaar bent met het bewerken van de tekst.
7 Als u nog een fotowenskaart wilt maken met een andere stijl en/of foto, klikt u op Nieuwe kaart toevoegen en herhaalt u stap 3 op pagina 78 tot en met stap 6 op pagina 78.
8 Als u de fotowenskaart wilt afdrukken, selecteert u Fotowenskaart afdrukken op het tabblad Delen
9 Selecteer het aantal exemplaren in de keuzelijst Exemplaren.
10 Selecteer een kopieerkwaliteit in de keuzelijst Kwaliteit.
11 Selecteer het papierformaat in de keuzelijst Formaat van papier in de printer.

Ondersteunde papiersoortenAfmetingen
A4 210 x 297 millimeter
Letter 8,5 x 11 inch
Wenskaarten 4 x 8 inch (10,16x 20,32 centimeter)

12 Klik op Nu afdrukken.
13 Als u de fotowenskaart wilt verzenden per e-mail, klikt u op Fotowenskaart e-mailen op het tabblad Delen
14 Selecteer de afbeeldingsgrootte in het gedeelte Verzendkwaliteit en -snelheid.
15 Klik op E-mail maken om een e-mailbericht te maken waaraan de fotowenskaarten zijn toegevoegd.

Diavoorstelling van foto's op de display op het bedieningspaneel weergeven

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
2 Druk op het bedieningspaneel op √
3 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Diavoorstelling weergeven is gemarkeerd.

4 Druk op √
5 Druk op ▲ of ▼ om een snelheid voor de diavoorstelling te selecteren:
6 Druk op √

Opmerking: als u op drukt tijdens de weergave van een foto, wordt die foto geselecteerd voor afdrukken.

Foto of geselecteerde foto's afdrukken

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
3 Druk op het bedieningspaneel op √
4 Druk op √ om Foto's zoeken en afdrukken te selecteren.
5 Druk op ◀ of ▶ om door de foto's te bladeren.
6 Druk op √ om een foto te selecteren die u wilt afdrukken.
7 Als u de foto wilt bewerken, geeft u de foto op volledige scherm weer, wijzigt u de afdrukinstellingen of geeft u een afdrukvoorbeeld van de foto weer:

a Druk op .
b Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.
c Druk op om de wijzigingen op te slaan.
d Druk op .

8 Druk op ▲ of ▼ om het aantal exemplaren te selecteren dat u wilt afdrukken.
9 Als u meer foto's wilt selecteren om af te drukken en te bewerken, herhaalt u stap 5 tot en met stap 8.

10 Druk op om naar het scherm Afdrukvoorbeeld te gaan.

11 U kunt als volgt de afdrukinstellingen aanpassen:

a Druk op .
b Selecteer de gewenste opties.
c Druk op ↻ om de selecties op te slaan en terug te gaan naar het scherm Afdrukvoorbeeld.

12 Druk op om af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Alle foto's van een opslagapparaat afdrukken

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
3 Druk op het bedieningspaneel op √
4 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Alle foto's afdrukken is gemarkeerd.

5 Druk op √

6 Druk op ▲ of ▼ om het aantal foto's te selecteren dat op een pagina moet worden afgedrukt.

7 Druk op √

8 U kunt als volgt de afdrukinstellingen aanpassen:

a Druk op .

b Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.

c Druk op om de selecties op te slaan.

9 Druk op om af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel

1 Plaats normaal A4- of Letter-papier in de printer.

2 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.

3 Druk op het bedieningspaneel op √

4 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Fotocontrolevel is gemarkeerd.

5 Druk op √

6 Druk op ▲ of ▼ om op te geven welke categorie met foto's u wilt afdrukken.

U kunt voor de volgende groepen foto's een controlevel afdrukken:

- Voor alle foto's op de geheugenkaart

- Voor de 20 recentste foto's, als er meer dan 20 foto's op de kaart staan

- Voor op datum gesorteerde foto's als de foto's op de kaart niet allemaal op dezelfde dag zijn gemaakt. Als u deze optie selecteert, kunt u met de pijltoetsen op het bedieningspaneel het datumbereik selecteren. Druk vervolgens op √ om de selecties op te slaan.

7 Druk op √

8 Druk nogmaals op √

Er worden een of meer controlevellen afgedrukt.

9 Volg de aanwijzingen op het controlevel om op te geven welke foto's u wilt afdrukken en om het aantal exemplaren, de rode-ogenreductie, pagina-indeling, afdrukopties en het papierformaat te selecteren.

Opmerking: zorg dat u de cirkels volledig invult.

10 Plaats het controlevel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

11 Druk op het bedieningspaneel op √ om Controlevel scannen te selecteren.

12 Druk op

Het controlevel wordt gescand door de printer.

13 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)

Opmerking: controleer of het papier overeenkomt met het formaat dat u hebt geselecteerd op het controlevel.

14 Druk op om de foto's af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto's afdrukken vanaf een digitale camera met DPOF

DPOF (Digital Print Order Format) is een functie die op bepaalde digitale camera's beschikbaar is. Als uw camera ondersteuning voor DPOF biedt, kunt u opgeven welke foto's, en hoeveel exemplaren, met bepaalde afdrukinstellingen moeten worden afgedrukt terwijl de geheugenkaart nog in de camera is geplaatst. Deze instellingen worden herkend wanneer u de geheugenkaart in de printer plaatst.

Opmerking: als u een fotoformaat hebt opgegeven terwijl de camerakaart in de printer was geplaatst, controleert u of het formaat van het papier in de camera niet kleiner is dan het formaat dat u hebt opgegeven in de DPOF-selectie.

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart in de printer.
3 Druk op het bedieningspaneel op √
4 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Cameraselectie afdrukken is gemarkeerd.
5 Druk op √
6 Druk nogmaals op √
7 Druk op ◀ of ▶ om voorbeelden van de foto's weer te geven.
8 Druk op om af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Diavoorstelling maken en weergeven

1 Klik vanuit het welkomstvenster van Lexmark Productivity Studio op Werken met documenten en foto's.
2 Selecteer de map met de foto's die u wilt opnemen in de diavoorstelling. Miniaturen van de foto's in de map worden weergegeven in een voorbeeldvenster.
3 Klik op de foto's om deze te selecteren voor de diavoorstelling en selecteer Diavoorstelling.

Als u extra foto's wilt weergeven in een bepaalde volgorde, klikt u op de foto's in de volgorde waarin deze moeten worden weergegeven en sleept u de foto's naar het gedeelte Foto's in de diavoorstelling.

4 Klik op de tab Instellingen diavoorstelling om de hoeveelheid tijd tussen elke foto in de diavoorstelling aan te passen. U kunt ook de instelling aanpassen waarmee de diavoorstelling opnieuw wordt afgespeeld.
5 Klik op de tab Delen om de diavoorstelling op te slaan of af te drukken.
6 Klik op Diavoorstelling weergeven in rechterbendenhoek van het venster om de diavoorstelling te starten.

Opmerking: u kunt de diavoorstelling op elk gewenst moment sluiten door de muisaanwijzer middenonder in het venster te plaatsen en op Diavoorstelling beëindigen te klikken.

Kopieën maken

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren.
Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op

Kleuren- of zwart-witkopie maken

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op √

6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Kleur is gemarkeerd.

7 Druk op ◀ of ▶ om Kleur of Zwart-wit te selecteren.

8 Druk op √ om een voorbeeld van de kopie weer te geven.

9 Druk op om de instellingen verder aan te passen.

10 Herhaal stap 8 tot en met stap 9 indien nodig.

11 Druk op ↻ om de instellingen tijdelijk op te slaan.

12 Druk op

Foto's kopiiëren

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats de foto met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren.
Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.
5 Druk op √

6 Pas de kopieerinstellingen naar wens aan. Selecteer Xonder rand bij Formaat wijzigen om een kopie zonder rand te maken. Zie voor meer informatie "Informatie over het menu van de modus Kopiëren" op pagina 89.
7 Druk op ↩ om uw instellingen tijdelijk op te slaan nadat u uw keuzes hebt gemaakt.
8 Druk op

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto kopiëren met de computer

1 Plaats de foto met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Foto kopiëren met de computer - 1

2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het welkomstvenster op Kopiëren.
4 Selecteer Foto.
5 Klik op Start.

De foto wordt weergegeven in het rechterdeelvenster.

6 Selecteer een kopieerkwaliteit in de keuzelijst Kwaliteit.
7 Selecteer in de keuzelijst Formaat van papier in de printer het papierformaat.
8 Selecteer de papiersoort in de keuzelijst Soort papier in printer.
9 Selecteer de gewenste opties in de tabel als u meerdere afdrukken van een foto wilt maken of andere fotoformaten dan 10 x 15 mm (4 x 6 inch) wilt gebruiken. Gebruik de keuzelijst in de laatste kolom om andere formaten weer te geven en te selecteren.
10 Klik op Nu kopiëren in de rechterbenedenhoek van het venster.

Afbeeldingen vergroten of verkleinen

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.
5 Druk op √
6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Formaat wijzigen is gemarkeerd.
7 Druk op ◀ of ▶ om een van de volgende opties te selecteren: 50 procent, 100 procent, 200 procent, Aangepast, Passend op pag, 2x2 poster, 3x3 poster, 4x4 poster of Zonder rand.
8 Druk op √ om een voorbeeld van de uitvoer weer te geven.
9 Druk op om de instellingen aan te passen.
10 Herhaal stap 8 tot en met stap 9 indien nodig.
11 Druk op ↻ om de instellingen tijdelijk op te slaan.
12 Druk op

Kopieerkwaliteit aanpassen

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.
5 Druk op √
6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Kwaliteit is gemarkeerd.
7 Druk op ◀ of ▶ om een van de volgende opties te selecteren: Normaal, Foto, Automatisch of Concept.
8 Druk op √ om een voorbeeld van de uitvoer weer te geven.
9 Druk op om de instellingen aan te passen.
10 Herhaal stap 8 tot en met stap 9 indien nodig.
11 Druk op ↻ om de instellingen tijdelijk op te slaan.
12 Druk op

Helderheid van een kopie aanpassen

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op √
6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Lichter/donkerder is gemarkeerd.
7 Druk op ◀ of ▶ om de helderheid van de kopie aan te passen.
8 Druk op √ om een voorbeeld van de kopie weer te geven.
9 Druk op omde instellingen verder aan te passen.
10 Herhaal stap 8 tot en met stap 9 indien nodig.
11 Druk op om de instellingen tijdelijk op te slaan.
12 Druk op

Exemplaren sorteren met het bedieningspaneel

Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u ervoor kiezen om elk exemplaar als een set (gesorteerd) af te drukken of de exemplaren af te drukken als groepen van dezelfde pagina's (niet gesorteerd).

Gesorteerd Niet gesorteerd

3 2 1 3 2 1 1 1 2 2 3 3

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren.

Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op √
6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Sorteren is gemarkeerd.
7 Druk op ◀ of ▶ om Aan te selecteren.
8 Druk op om de afbeelding van de pagina op te slaan in het printergeheugen.
9 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt kopiëren, drukt u op √ om Ja te selecteren.
10 Plaats de tweede pagina van het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat en druk op √.
11 Herhaal stap 9 en stap 10 totdat:

  • Alle pagina's die u wilt kopieren, zijn opgeslagen in het printergeheugen. (Ga verder met stap 12.)
  • Het geheugen van de printer vol is.

De printer drukt automatisch de gekopieerde pagina's af. De laatst gekopieerde pagina wordt als eerste afgedrukt.

12 Druk op om de laatstgekopieerde pagina eerst af te drukken.

Afbeelding meerdere keren herhalen op een pagina

U kunt dezelfde afbeelding meerdere keren afdrukken op één vel papier. Deze optie is handig bij het maken van etiketten, plakplaatjes, pamfletten, hand-outs en dergelijke.

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op √ 6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Indeling is gemarkeerd.

7 Druk op ◀ of ▶ om het aantal keren te selecteren dat een afbeelding wordt herhaald op een pagina: één keer, vier keer, negen keer of 16 keer.

8 Druk op √ om een voorbeeld van de uitvoer weer te geven.

9 Druk op om de instellingen aan te passen.

10 Herhaal stap 8 en stap 9 indien nodig.

11 Druk op ↻ om de instellingen tijdelijk op te slaan.

12 Druk op

Kopiëren op beide zijden van het papier (dubbelzijdig afdrukken)

De printer beschikt over een ingebouwde duplexeenheid waarmee u automatisch op beide zijden van het papier kunt afdrukken zonder het papier te hoeven omdraaien. Dit is handig als u grote documenten afdrukt die moeten worden samengevoegd.

Opmerkingen:

  • Gebruik alleen normaal A4- of Letter-papier. Maak geen dubbelzijde kopieën met enveloppen, wenskaarten of fotopapier.
  • U kunt niet dubbelzijdig afdrukken via de PictBridge-poort.

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk op het bedieningspaneel op 📆.
Het licht op de knop voor dubbelzijdig afdrukken gaat branden.

4 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.

5 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren. Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

6 Druk op √

7 Pas de kopieerinstellingen aan.

Opmerking: Als u een dubbelzijdig origineel document kopieert, stelt u het menu-item Dubbelzijdig origineel in op Aan.

8 Druk op omde instellingen tijdelijk op te slaan.

9 Druk op

De printer scant de eerste pagina van het originele document.

10 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt kopiëren, drukt u op √ om Ja te selecteren.

11 Plaats de tweede pagina van het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat en druk op √.

De printer scant de tweede pagina van het originele document.

De printer drukt de eerste pagina van de kopie af, trekt het papier weer in de printer en drukt de tweede pagina af.

Waarschuwing: Raak het papier niet aan terwijl de printer bezig is met afdrukken.

Meerdere pagina's op één vel kopieren (N per vel)

1 Plaats papier in de printer.

2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.

4 Druk op ◀ of ▶ om het aantal exemplaren te selecteren.

Het aantal exemplaren is automatisch ingesteld op 1.

5 Druk op √

6 Druk herhaaldelijk op ▼ tot N per vel is gemarkeerd.

7 Druk op ◀ of ▶ om het aantal pagina's te selecteren dat op een vel papier moet worden afgedrukt. U kunt één, twee of vier pagina's kopiiëren op één vel.

8 Druk op

De printer slaat de afbeelding van de eerste pagina van het originele document op in het printergeheugen.

9 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt kopiëren, drukt u op √ om Ja te selecteren.

10 Plaats de tweede pagina van het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat en druk op √.

11 Herhaal stap 9 tot en met stap 10 tot alle pagina's die u wilt kopieren, zijn opgeslagen in het printergeheugen. De printer drukt de kopie automatisch af.

Standaardkopieerinstellingen wijzigen

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.

2 Druk op √

3 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Standaardinstellingen wijzigen is gemarkeerd.

4 Druk op √

Locatie Handelingen:
Kleur Kleurenafbeeldingen in zwart-wit kopieren.
KwaliteitDe kwaliteit van een kopie aanpassen. De volgende opties zijn beschikbaar: Normaal, Foto, Automatisch of Concept.
Inhoudstype De soortopgeven van het document dat wordt gekopieerd: Tekst en afbeeldingen, Foto, Alleen tekst en Lijntekening.
Dubbelzijdig origineelOpgeven of het originele document dubbelzijdig is.
Papierafhandeling Hetformaat en de soort van het geplaatste papier opgeven.

5 Blader door de menu-items en geef uw keuzes op met de knoppen op het bedieningspaneel.
6 Druk op om de instellingen op te slaan.

Informatie over het menu van de modus Kopiëren

U kunt als volgt het menu Modus Kopiëren openen:

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopie is gemarkeerd.
2 Druk op √

Locatie Handelingen:
Kleur Kleurenafbeeldingen in zwart-wit kopieren.
Exemplaren Het aantal exemplaren opgeven dat moet worden afgedrukt.
Formaat wijzigenSelecteer een van volgende opties om het formaat van de kopie te wijzigen: 50 procent, 100 procent, 200 procent, Aangepast, Passend op pag, 2x2 poster, 3x3 poster, 4x4 poster of Zonder rand.
KwaliteitDe kwaliteit van een kopie aanpassen. De volgende opties zijn beschikbaar: Normaal, Foto, Automatisch of Concept.
Lichter/donkerderDe helderheid van een kopie aanpassen.
PapierafhandelingHet formaat en de soort van het geplaatste papier opgeven.
SorterenMeerdere pagina's als een set kopieren. De laatst gekopieerde pagina wordt als eerste afgedrukt.
Dubbelzijdig origineelOpgeven of het originele document dubbelzijdig is. Als u Aan selecteert, kunt u op dubbelzijdig of op beide zijden van het papier afdrukken.
N per velOpgeven hoeveel pagina's u op één pagina wilt afdrukken.
LayoutSelecteren hoeveel exemplaren van een afbeelding moeten worden afgedrukt op een pagina.
OrigineelHet formaat opgeven van het document dat wordt gekopieerd.
InhoudstypeDe soort opgeven van het document dat wordt gekopieerd: Tekst en afbeeldingen, Foto, Alleen tekst en Lijntekening.
Standaardinstellingen wijzigenDe standaardkopieerinstellingen wijzigen. Deze instellingen zijn onder andere Kleur, Kwaliteit, Inhoudstype, Dubbelzijdig origineel en Papierverwerking.

Documenten scannen

1 Controleer of de printer is aangesloten op een computer en de printer en de computer zijn ingeschakeld.

2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

3 Druk op ▲ of ▼ tot Scannen is gemarkeerd.

4 Druk op

5 Als de printer is aangesloten op meerdere computers:

a Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot de computer waarnaar u wilt scannen, is gemarkeerd.

b Druk op .√

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

1 Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en selecteer met ▲ en ▼ een waarde voor dat cijfer.

2 Druk op √

6 Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

7 Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.

8 Druk op

Documenten scannen met de computer

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Documenten scannen met de computer - 1

2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.

3 Klik op Scannen.

4 Selecteer de optie Document.
5 Klik op Starten

Het gescande document is geopend in uw standaardtekstverwerkingstoepassing. U kunt het bestand nu bewerken.

Tekst scannen voor bewerken

Met de softwarefunctie voor OCR (Optical Character Recognition; optische tekenherkenning) wordt een gescand document omgezet in tekst die u kunt bewerken met een tekstverwerkingstoepassing.

1 Zorg ervoor dat de printer is aangesloten op een computer en de printer en de computer zijn ingeschakeld.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
4 Klik in het welkomstvenster op Tekst scannen en bewerken (OCR).
5 Selecteer de optie Document.
6 Klik op Start.

Het gescande document is geopend in uw standaardtekstverwerkingstoepassing. U kunt het bestand nu bewerken.

Afbeeldingen scannen voor bewerking

1 Controleer of de printer is aangesloten op een computer en de printer en de computer zijn ingeschakeld.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
4 Klik op Scannen.
5 Selecteer de optie Foto of Meerdere foto's.
6 Klik op Starten.

U kunt de gescande afbeelding bewerken.

Foto scannen voor het werken met documenten en foto's

1 Plaats een foto met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik op Werken met documenten en foto's.
4 Klik op Nieuwe scan toevoegen in het menu Toevoegen.
5 Selecteer de optie Foto.
6 Klik op Start.

De foto wordt opgeslagen in de huidige map bij Werken met documenten en foto's.

Kleuren- of zwart-witscan maken

1 Controleer of de printer is aangesloten op een computer en de printer en de computer zijn ingeschakeld.

2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

3 Druk op ▲ of ▼ tot Scannen is gemarkeerd.

4 Druk op √

5 Als de printer is aangesloten op meerdere computers:

a Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot de computer waarnaar u wilt scannen, is gemarkeerd.

b Druk op .√

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

1 Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en selecteer met ▲ en ▼ een waarde voor dat cijfer.

2 Druk op √

6 Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

7 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Kleur is gemarkeerd.
8 Druk op ◀ of ▶ om Kleur of Zwart-wit te selecteren.
9 Druk op √ om een voorbeeld van de kopie weer te geven.
10 Druk op om de instellingen verder aan te passen.
11 Herhaal stap 9 tot en met stap 10 indien nodig.
12 Druk op
13 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Meerdere foto's tegelijk scannen met de computer

1 Plaats de foto's met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Meerdere foto's tegelijk scannen met de computer - 1

Opmerking: gebruik voor optimale resultaten zo veel mogelijk ruimte tussen de foto's en de randen van het scangebied.

2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik op Scan.
4 Selecteer de optie Meerdere foto's.
5 Klik op Starten

PDF maken van een gescand item

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het welkomstvenster op Omzetten naar PDF.
4 Selecteer Foto, Meerdere foto's of Document.
5 Klik op om te beginnen met scannen.
6 Klik op Nog een toevoegen om extra afbeeldingen te scannen of om een afbeelding toe te voegen vanuit de bibliotheek.
7 Ga als volgt te werk als u nog een afbeelding wilt toevoegen of scannen:
- Selecteer Nieuwe scan toevoegen en herhaal stap 3 om nog een afbeelding toe te voegen. of
- Selecteer Foto toevoegen uit bibliotheek om een eerder gescande afbeelding toe te voegen. Klik op afbeeldingen in het voorbeeldvenster om afbeeldingen te selecteren of de selecties op te heffen.
Klik op Bestanden toevoegen als u alle gewenste bestanden hebt geselecteerd.

8 Selecteer Alle afbeeldingen opslaan als één PDF-bestand of Elke afbeelding opslaan als apart PDF-bestand.

9 Klik op PDF maken.

10 Als u de gescande afbeelding apart wilt opslaan, selecteert u de afbeeldingen en klikt u op Opslaan. Klik anders op Annuleren als de opties voor Foto's opslaan worden weergegeven.

Er wordt een PDF-bestand gemaakt en het dialoogvenster Opslaan wordt geopend.

11 Geef een bestandsnaam op voor de PDF en selecteer een opslaglocatie.

12 Klik op Opslaan.

Scantaken annuleren

Als u een taak wilt annuleren die wordt gescand op de glasplaat, drukt u op het bedieningspaneel op ✗.

Als u een scantaak wilt annuleren die is gestart in Lexmark Productivity Studio, klikt u op Scannen en vervolgens op Stoppen.

Scaninstellingen aanpassen met de computer

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik op Scannen.
3 Klik op Aangepaste instellingen.

4 Pas de instellingen indien nodig aan.

Instelling Opties
Kleurdiepte Beschikbare opties zijn Kleur, Grijs enZwart-wit.
Scanresolutie (DPI) Selecteer een scanresolutie inde keuzelijst.
FormaatU kunt het gescande item automatisch bijsnijden.U kunt het gebied selecteren dat moet worden gescand. Selecteer een papierbron in de keuzelijst.
Te scannen gebied selecteren Selecteer het te scannen gebied door een papierformaat te selecteren in de keuzelijst.
Deze afbeelding converteren naar tekst met OCRConverteer een afbeelding naar tekst.
Deze instellingen altijd gebruiken bij het scannenSchakel het selectievakje in als u de geselecteerde instellingen altijd wilt gebruiken.

Informatie over het menu van de modus Scannen

U kunt als volgt het menu Modus Scannen openen:

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Scannen is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Als de printer is aangesloten op meerdere computers:

a Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot de computer waarnaar u wilt scannen, is gemarkeerd.
b Druk op .√

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

1 Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en druk op ▲ en ▼ om een waarde voor dat cijfer te selecteren.
2 Druk op √

4 Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

Locatie Handelingen:
Scannen naarSelecteer de computer waarop u de scan wilt opslaan als er meerdere computer op de printer zijn aangesloten.
KleurSelecteren of u het document in zwart-wit of kleur wilt scannen.
KwaliteitEen scankwaliteit selecteren: 150 dots per inch (dpi), 300 dpi of 600 dpi.
OrigineelHet formaat van het originele document instellen: Automatisch vaststellen, L, 2L, A6, A5, B5, A4, Pasfoto, 3 x 5 inch, 4 x 6 inch, 4 x 8 inch, 5 x 7 inch, 8 x 10 inch of Letter.
Standaardscaninst. wijzigenDe standaardscaninstellingen wijzigen. Deze instellingen zijn onder andere Kleur, Kwaliteit en Oorspronkelijk formaat.

Scannen naar een computer via een netwerk met het bedieningspaneel

1 Controleer het volgende:

  • De printer is aangesloten op een netwerk via een afdrukserver of een draadloze netwerkverbinding.
  • De printer, afdrukserver (indien gebruikt) en de computer waarop de scan wordt ontvangen, zijn ingeschakeld.
  • De printer is geconfigureerd voor scannen via een netwerk.

2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Scannen is gemarkeerd.

4 Druk op

5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot de computer waarnaar u wilt scannen, is gemarkeerd.

6 Druk op √

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

a Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en selecteer met ▲ en ▼ een waarde voor dat cijfer. b Druk op .√

7 Wacht tot de lijst met scnatoepassingen is gedownload op de printer.

8 Selecteer de opties met de knoppen op het bedieningspaneel.

9 Druk op

Gescande afbeelding opslaan op de computer

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Gescande afbeelding opslaan op de computer - 1

2 Sluit de bovenklep.
3 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
4 Klik op Scannen.

5 Selecteer de optie Foto of Meerdere foto's.
6 Klik op Start.
7 Klik op Opslaan op de menubalk van het venster Opslaan of bewerken.
8 Als u in een andere map wilt opslaan, klikt u op Bladeren en selecteert u een map. Klik op OK.
9 Als u de naam van het bestand wilt wijzigen, geeft u de naam op in het gedeelte Bestandsnaam. Als u een naam wilt toewijzen als een prefix van alle foto's, schakelt u het selectievakje Alle foto's beginnen met de bestandsnaam in.
10 Als u de foto wilt opslaan als een ander bestandstype, selecteert u het bestandstype in de keuzelijst Bestandstype.
11 Als u een datum wilt selecteren voor een foto, klikt u op de keuzelijst en selecteert u een datum in de kalender.
12 Klik op Opslaan.

Scaninstellingen van Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.
3 Klik op Scaninstellingen.

  • Selecteer Altijd eenvoudige scaninstellingen gebruiken om standaardscaninstellingen te gebruiken.
  • Selecteer Altijd scannen met de onderstaande instellingen om de resterende scan instellingen aan te passen.
  • Selecteer de kleurdiepte in de keuzelijst in het gedeelte Kleurdiepte.
  • Selecteer de gewenste resolutie in de keuzelijst in het gedeelte Scanresolutie (DPI).
  • Klik op Te scannen item automatisch bijsnijden: om met de schuifregelaar de bijgesneden waarde te selecteren.
  • Klik op Te scannen gebied selecteren om een waarde te selecteren in de keuzelijst.
  • Klik op Afbeeldingen converteren naar tekst met OCR om afbeeldingen naar tekst te converteren.

4 Klik op OK.

Standaardscaninstellingen wijzigen

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Scannen is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Als de printer is aangesloten op meerdere computers:

a Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot de computer waarnaar u wilt scannen, is gemarkeerd.

b Druk op .√

Als u een pincode hebt ingesteld tijdens de netwerkinstallatie en hierom wordt gevraagd:

1 Voer de pincode in met ◀ en ▶ om een cijferpositie te selecteren en selecteer met ▲ en ▼ een waarde voor dat cijfer.
2 Druk op √

4 Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

5 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Standaardinstellingen wijzigen is gemarkeerd.

6 Druk op √

Locatie Handelingen:
KleurSelecteren of u het document in zwart-wit of kleur wilt scannen.
KwaliteitEen scankwaliteit selecteren: Automatisch, 150 dots per inch (dpi), 300 dpi of 600 dpi.
OrigineelHet formaat van het originele document instellen: Automatisch vaststellen, L, 2L, A6, A5, B5, A4, Pasfoto, 3 x 5 inch, 4 x 6 inch, 4 x 8 inch, 5 x 7 inch, 8 x 10 inch of Letter.

7 Blader door de menu-items en geef uw keuzes op met de knoppen op het bedieningspaneel.
8 Druk op om de instellingen op te slaan.

Bestand toevoegen aan een e-mailbericht

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik onder Documentbeheer op Werken met documenten en foto's.
3 Klik op Toevoegen en selecteer Bestand toevoegen op de computer.
4 Open de map waarin het bestand is opgeslagen. De miniatuur wordt weergegeven in de lijst met bestanden die moeten worden verzonden.
5 Klik op Openen om een bestand te selecteren.
6 Selecteer bij Werken met documenten en foto's het bestand dat u wilt toevoegen.
7 Klik op E-mailen om een e-mailbericht te maken waaraan de gescande afbeeldingen zijn toegevoegd.

Nieuwe gescande afbeelding toevoegen aan een e-mailbericht

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Plaats de afbeelding met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat en sluit de bovenklep.
3 Klik op E-mailen.
4 Klik op Start. De afbeelding wordt gescand.
5 Selecteer de afbeeldingsgrootte in het gedeelte Verzendkwaliteit en -snelheid.
6 Klik op E-mail maken om een e-mailbericht te maken waaraan de gescande afbeeldingen zijn toegevoegd.

Documenten of afbeeldingen scannen voor e-mailen

U kunt gescande afbeeldingen als bijlagen verzenden met uw standaard-e-mailtoepassing.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Documenten of afbeeldingen scannen voor e-mailen - 1

2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik op E-mailen.
4 Selecteer de optie Foto, Meerdere foto's of Document.
5 Klik op Start.
6 Als u een foto scant, selecteert u het fotoformaat in het gedeelte Verzendkwaliteit en -snelheid.
7 Klik op E-mail maken om de afbeeldingen als bijlagen toe te voegen aan een e-mailbericht.

Voorkeuren van het e-mailvenster in Lexmark Productivity Studio wijzigen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het menu Hulpmiddelen op Voorkeuren.

3 Klik op E-mailvenster.

  • Klik op Laatste selectie onthouden om het fotoformaat te gebruiken dat u voor uw laatste e-mailbericht hebt gebruikt.
  • Klik op Oorspronkelijk formaat (geschikt voor afdrukken) om fotobijlagen met het oorspronkelijke formaat te verzenden.
  • Klik op Verkleind tot: 1024 x 768 (geschikt voor volledige weergave) om fotobijlagen te verzenden met 1024 x 768 pixels.
  • Klik op Verkleind tot: 640 x 480 (geschikt voor snelle weergave) om fotobijlagen te verzenden met 640 x 480 pixels.

4 Klik op OK.

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het gedeelte Instellingen in het linkerdeelvenster van het welkomstvenster op Instellen en faxen beheren.
3 Selecteer Automatisch in het venster Faxen ontvangen van de Fax Solutions Software als deze optie nog niet standaard is geselecteerd.
4 Selecteer Ontvangstinstellingen om het aantal belsignalen in te stellen om faxen automatisch te ontvangen op de printer.
5 Klik op OK om de instellingen op te slaan.

Fax verzenden met de software

U kunt met de software een document naar de computer scannen en het document naar iemand faxen.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het welkomstvenster op Faxen.
4 Selecteer de optie Document.
5 Klik op Start.
6 Geef de gegevens van de ontvanger op en klik op Volgende.
Opmerking: een faxnummer kan maximaal 64 cijfers, komma's, punten, spaties en/of de volgende symbolen bevatten: * # + - ( ).

7 Geef de gegevens voor het voorblad op en klik op Volgende.

8 Als u nog andere documenten wilt verzenden met de fax, voegt u deze nu toe en klikt u op Volgende.

9 U verzendt als volgt uw fax:

  • Meteen: selecteer de optie Nu verzenden.
  • Op een opgegeven tijdstip:
    a Selecteer de optie Verzenden uitstellen tot.
    b Stel een datum en tijd in.

10 Als u een papieren kopie wilt hebben van uw fax, selecteert u Kopie van de fax afdrukken.

11 Klik op Verzenden.

Inktcartridges installeren

1 Open de printer.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 1

2 Druk de cartridgehouderhendels naar beneden.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 2

3 Verwijder de gebruikte inktcartridge of inktcartridges uit de printer. Zie voor meer informatie "Gebruikte inktcartridge verwijderen" op pagina 103.

4 Als u nieuwe inktcartridges installeert, verwijdert u de tape van de achter- en onderkant van de zwarte inktcartridge en plaatst u de cartridge in de linkerhouder.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 3

Waarschuwing: raak het goudkleurige contactgedeelte aan de achterkant van de cartridge of de metalen spuitopeningen aan de onderkant van de cartridge niet aan.

5 Sluit het deksel van de houder met de zwarte inktcartridge.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 4

6 Verwijder de tape van de achter- en onderkant van de kleureninktcartridge en plaats de cartridge in de rechterhouder.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 5

Waarschuwing: raak het goudkleurige contactgedeelte aan de achterkant van de cartridge of de metalen spuitopeningen aan de onderkant van de cartridge niet aan.

7 Sluit het deksel van de houder met de kleureninktcartridge.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 6

8 Sluit de printer en zorg dat uw handen niet bekneld raken onder de scannereenheid.

LEXMARK X4800 - Inktcartridges installeren - 7

Op het bedieningspaneel verschijnt een bericht waarin u wordt gevraagd papier in de printer te plaatsen en op √ te drukken om een uitlijningspagina af te drukken.

Opmerking: de printer moet zijn gesloten voordat u een nieuwe scan-, afdruk- of kopieertaak kunt starten.

Gebruikte inktcartridge verwijderen

1 Controleer of de printer is ingeschakeld.

2 Til de scannereenheid op.

De cartridgehouder wordt naar de laadpositie verplaatst, tenzij de printer actief is.

LEXMARK X4800 - Gebruikte inktcartridge verwijderen - 1

3 Druk de klep van de cartridgehouder naar beneden om het deksel van de cartridgehouder te openen.

LEXMARK X4800 - Gebruikte inktcartridge verwijderen - 2

4 Verwijder de gebruikte inktcartridge uit de printer.

Opmerking: als u beide inktcartridges verwijdert, herhaalt u stap 3 en 4 voor de tweede inktcartridge.

Inktcartridges opnieuw vullen

De garantievoorwaarden zijn niet van toepassing op reparaties als gevolg van storingen en schade veroorzaakt door opnieuw gevulde cartridges. Lexmark raadt het gebruik van opnieuw gevulde cartridges af. Dergelijke cartridges verminderen de afdrukkwaliteit en kunnen schade aan de printer toebrengen. Gebruik voor de beste resultaten alleen Lexmark supplies.

Inktcartridges van Lexmark gebruiken

Lexmark printers, inktcartridges en fotopapier zijn ontworpen om samen een zeer goede afdrukkwaliteit te leveren.

Als het bericht Originele Lexmark inkt op wordt weergegeven, is de Lexmark inkt in de aangegeven inktcartridge op.

Als u denkt dat u een originele nieuwe Lexmark inktcartridge hebt aangeschaft, maar het bericht Originele Lexmark inkt op verschijnt toch:

1 Klik op Meer informatie in het bericht.
2 Klik op Niet-Lexmark inktcartridge rapporteren.

Ga als volgt te werk als u wilt voorkomen dat het bericht nogmaals wordt weergegeven voor de aangegeven cartridge (s):

  • Vervang de cartridge(s) door nieuwe Lexmark inktcartridge(s).
  • Als u afdrukt vanaf een computer, klikt u op Meer informatie in het bericht, schakelt u het selectievakje in en klikt u op Sluit.
  • Als u de printer gebruikt zonder een computer, klikt u op Annuleer.

De garantievoorwaarden van Lexmark zijn niet van toepassing op schade die is veroorzaakt door het gebruik van andere inktcartridges of inkt dan Lexmark inktcartridges of inkt.

Inktcartridges uitlijnen

1 Plaats normaal papier in de printer.
2 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Onderhoud is gemarkeerd.
3 Druk op √
4 Druk herhaaldelijk op ▼ tot Cartridges uitlijnen is gemarkeerd.
5 Druk op √
Er wordt een uitlijningspagina afgedrukt.

Als u de cartridges hebt uitgelijnd om de afdrukkwaliteit te verbeteren, drukt u het document nogmaals af. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, reinigt u de spuitopeningen van de inktcartridges.

Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen

1 Plaats normaal papier in de printer.
2 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Onderhoud is gemarkeerd.
3 Druk op √
4 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Cartridges reinigen is gemarkeerd.
5 Druk op √
Er wordt een pagina afgedrukt, waarbij inkt door de spuitopeningen wordt geperst om deze te reinigen.
6 Druk het document nogmaals af om te controleren of de kwaliteit is verbeterd.
7 Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, voert u de reinigingsprocedure nog maximaal twee keer uit.

Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen

1 Verwijder de inktcartridges uit de printer.
2 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water en plaats de doek op een plat oppervlak.

3 Houd de spuitopeningen voorzichtig ongeveer drie seconden tegen de doek en veeg in de aangegeven richting.

LEXMARK X4800 - Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen - 1

4 Houd een ander schoon gedeelte van de doek ongeveer drie seconden tegen de contactpunten en veeg de contactpunten voorzichtig schoon in de aangegeven richting.

LEXMARK X4800 - Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen - 2

5 Met een schoon gedeelte van de doek herhaalt u stap 3 en stap 4.
6 Laat de spuitopeningen en de contactpunten volledig opdrogen.
7 Plaats de inktcartridges terug in de printer.
8 Druk het document nogmaals af.
9 Als de kwaliteit niet is verbeterd, reinigt u de spuitopeningen. Zie voor meer informatie "Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen" op pagina 104.
10 Herhaal stap 9 nog maximaal twee keer uit.
11 Is de afdrukkwaliteit hierna nog steeds niet naar behoren, dan moet u de inktcartridges vervangen.

  • Bewaar een nieuwe cartridge in de verpakking tot u de cartridge gaat installeren.
  • Verwijder een cartridge alleen uit de printer als u de cartridge wilt vervangen of reinigen of wilt opbergen in een luchtdichte verpakking. Als u de cartridge langere tijd blootstelt aan de open lucht, kan de afdrukkwaliteit verminderen.

- Bewaar de foto-inktcartridge in de bijbehorende opslageenheid als deze niet wordt gebruikt.

LEXMARK X4800 - Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen - 3

1 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water.

2 Veeq de glasplaat voorzichtig schoon.

Opmerking: controleer of alle inkt of correctievloeistof op een document droog is voordat u het document op de glasplaat plaatst.

Buitenkant van de printer reinigen

1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en dat de stekker van het netsnoer uit het stopcontact is getrokken.

LEXMARK X4800 - Buitenkant van de printer reinigen - 1

Let op: trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak alle kabels los van de printer voordat u doorgaat om elektrische schokken te voorkomen.

2 Verwijder het papier uit de papiersteun en de papieruitvoerlade.

3 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water.

Waarschuwing: Gebruik geen huishoudelijke schoonmaakmiddelen of afwasmiddelen. Deze kunnen het oppervlak van de printer beschadigen.

4 Veeg alleen de buitenkant van de printer schoon. Verwijder hierbij eventuele inktrresten die zijn achtergebleven op de papieruitvoerlade.

Waarschuwing: als u een vochtige doek gebruikt om de binnenkant van de printer te reinigen, kan de printer beschadigd raken.

5 Zorg ervoor dat de papiersteun en papieruitvoerlade droog zijn voordat u een nieuwe afdruktaak start.

Supplies bestellen

Cartridges bestellen

Lexmark 4800 Series modellen

Item Artikelnummer Gemiddeld cartridgederendement voor normale pagina's is maximaal1
Zwarte inktcartridge 42A 220
Zwarte inktcartridge^2 42 220
Zwarte inktcartridge met hoog rendement44 500
Kleureninktcartridge 41A 210
Kleureninktcartridge^2 41 210
Kleureninktcartridge met hoog rendement43 350
Foto-inktcartridge 40 Niet van toepassing
^1 Waarden op basis van doorlopend afdrukken. Vastgestelde rendementswaarde conform ISO/IEC 24711 (FDIS). ^2 Retourneerprogramma voor cartridges met licentie

Papier en andere supplies bestellen

Als u supplies wilt bestellen of een leverancier in de buurt wilt zoeken, kunt u onze website bezoeken op www.lexmark.com.

Opmerkingen:

  • Gebruik voor de beste resultaten alleen Lexmark inktcartridges.
  • Gebruik Lexmark fotopapier of Lexmark Perfectfinish ^TM fotopapier wanneer u foto's of andere afbeeldingen van hoge kwaliteit afdrukt. Gebruik geen Lexmark premiumfotopapier. Uw inktcartridges zijn niet compatibel met deze papiersoort.
  • Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de vellen ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.
Onderdeel Artikelnummer
USB-kabel 1021294
Ga voor meer informatie naar www.lexmark.com.
Papier Papierformaat
Lexmark fotopapierLetterA44 x 6 inch10 x 15 cm
Lexmark PerfectFinish fotopapierLetterA44 x 6 inch10 x 15 cmL
Opmerking: de beschikbaarheid verschilt per land of regio.

Voor informatie over het aanschaffen van Lexmark fotopapier of Lexmark PerfectFinish in uw land of regio gaat u naar www.lexmark.com.

Als u de printer installeert op een draadloos netwerk moet u het volgende controleren:

  • Het draadloze netwerk werkt correct.
  • De computer en printer zijn beide met hetzelfde draadloze netwerk verbonden.
  • De printer bevindt zich binnen het bereik van het draadloze netwerk. Het effectieve bereik voor optimale prestaties is meestal 100 - 150 meter.
  • De printer is niet in de buurt van andere elektronische apparaten geplaatst die storing kunnen veroorzaken met het draadloze signaal.
  • De netvoeding is aangesloten op de printer en ⏻ brandt.
  • Het Wi-Fi-lampje brandt groen.
  • Het printerstuurprogramma is geïnstalleerd op de computer waarop u een taak uitvoert.
  • De juiste printeroort is geselecteerd.

Installatieproblemen oplossen

Onjuiste taal wordt weergegeven op de display

Dit zijn mogelijke oplossingen. Voer een van de volgende handelingen uit:

Taal wijzigen tijdens eerste installatie

Nadat u een taal hebt geselecteerd, wordt Taal opnieuw weergegeven op de display. U wijzigt als volgt de instelling:

1 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot de gewenste taal wordt weergegeven op de display.
2 Druk op om de instelling op te slaan.

Andere taal instellen na eerste installatie

1 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ op het bedieningspaneel tot Instellen is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ om Standaardprinterinst. wijzigen te selecteren.
4 Druk op √
5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Taal te selecteren.
6 Druk op √
7 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot de gewenste taal wordt weergegeven op de display.
8 Druk op ↻ om de instelling op te slaan en het menu te sluiten.

Opmerking: zie als u de taal op de display niet begrijpt "Standaardfabrieksinstellingen van de printer herstellen" op pagina 61.

De aan/uit-knop brandt niet

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Druk op de aan/uit-knop

Zorg dat de printer is ingeschakeld door op te drukken.

Maak het netsnoer los en sluit het snoer opnieuw aan

1 Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak het netsnoer los van de printer.

2 Sluit het netsnoer stevig aan op de netvoedingsaansluiting op de printer.

LEXMARK X4800 - Maak het netsnoer los en sluit het snoer opnieuw aan - 1

3 Sluit de printer aan op een stopcontact dat eerder voor andere elektrische apparaten is gebruikt.

4 Druk op ⏻ als het lampje ⏻ niet brandt.

Software wordt niet geïnstalleerd

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer het besturingssysteem

De volgende besturingssystemen worden ondersteund: Windows Vista, Windows XP, Windows 2000 en Mac OS X versies 10.34 en 10.4 (niet versies 10.0, 10.1 of 10.2).

Opmerking: Windows 2000-gebruikers moeten Service Pack 3 of later gebruiken.

Controleer uw systeemvereisten

Controleer of de computer voldoet aan de minimumvereisten die op de printerdoos worden vermeld.

Controleer de USB-aansluiting

1 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd.

2 Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de aansluiting achter op de printer.

3 Sluit het rechthoekige uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort van de computer.

De USB-poort wordt aangegeven met het USB-symbol

Controleer de draadloze verbinding

Controleer of het Wi-Fi-lampje brandt. Zie voor meer informatie "Onderdelen van de printer" op pagina 18.

Installeer de software opnieuw

1 Zet de computer uit en start deze opnieuw op.
2 Klik op Annuleren in alle vensters van de wizard Nieuwe hardware gevonden.
3 Plaats de cd in de computer en volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.

Sluit de netvoeding opnieuw aan

1 Druk op om de printer uit te zetten.
3 Maak de netvoeding voorzichtig los van de printer.
4 Sluit de netvoeding weer aan op de printer.
5 Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
6 Druk op om de printer aan te zetten.

2 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.

Schakel alle antivirusprogramma's uit.

1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Schakel alle virusprogramma's uit.
3 Dubbelklik op het pictogram Deze computer.
Klik in Windows XP op Start om het pictogram Deze computer weer te geven.
4 Dubbelklik op het pictogram van het cd-rom-station.
5 Dubbelklik zo nodig op setup.exe.
6 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.

Verwijder de software en installeer de software opnieuw

Verwijder de printersoftware en installeer de software opnieuw. Zie voor meer informatie "Verwijder de software en installeer de software opnieuw" op pagina 113.

Pagina wordt niet afgedrukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de berichten

Als er een foutbericht wordt weergegeven, moet u de fout verhelpen voor u opnieuw afdrukt.

Controleer de stroomvoorziening

Als het lampje ⚙ niet brandt, controleert u of het netsnoer van de printer stevig is aangesloten op een geaard stopcontact. Controleer of het netsnoer stevig is aangesloten op de printer.

Plaats het papier opnieuw in de printer

Verwijder al het papier uit de printer en plaats het papier vervolgens terug in de printer.

Controleer de inkt

Controleer de inktoorraden en installeer zo nodig nieuwe inktcartridges.

Controleer de cartridges

1 Verwijder de inktcartridges uit de printer.
2 Controleer of sticker en tape zijn verwijderd van de cartridge.

LEXMARK X4800 - Controleer de cartridges - 1

3 Plaats de cartridges terug in de printer.

Controleer de standaardinstellingen van de printer en de instellingen voor onderbreken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
  • Windows XP: klik op Start.

2 Klik op Printers → Printers en faxapparaten.
3 Dubbelklik op het afdrukwachtrijapparaat.
4 Klik op Printer.

- Controleer of de optie Afdrukken onderbreken is uitgeschakeld.

- Als er geen vinkje verschijnt naast Als standaardprinter instellen, moet u het afdrukwachtrijapparaat selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken.

Sluit de netvoeding opnieuw aan

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
3 Maak de netvoeding voorzichtig los van de printer.
4 Sluit de netvoeding weer aan op de printer.
5 Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
6 Druk op om de printer aan te zetten.

Verwijder de software en installeer deze opnieuw

Verwijder de printersoftware en installeer de software opnieuw.

Informatie over waarschuwingsniveaus

  • Een groen vinkje geeft aan dat aan de systeemvereisten is voldaan.
  • Een geel vraagteken geeft aan dat er niet is voldaan aan de systeemvereisten. De meeste belangrijke functies werken, maar de prestaties kunnen worden beïnvloed.

  • Een rood vraagteken geeft aan dat er niet is voldaan aan de systeemvereisten. De meeste belangrijke functies werken niet.

  • Een rode X geeft aan dat er niet is voldaan aan de systeemvereisten. De installatie wordt niet voortgezet.

Voor een goede installatie moet u ervoor zorgen dat de computer aan alle systeemvereisten voldoet. De systeemvereisten bevinden zich op de printerdoos.

Verwijder de software en installeer de software opnieuw

Als de printer niet juist werkt of als er een foutbericht over communicatie wordt weergegeven wanneer u de printer gebruikt, moet u wellicht de printersoftware verwijderen en opnieuw installeren.

1 Windows Vista: klik op 📋. Windows XP of eerder: klik op Start.
2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Kies Installatie ongedaan maken.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm om de printersoftware te verwijderen.
5 Start de computer opnieuw op voordat u de printersoftware weer installeert.
6 Klik op Annuleren in alle vensters van de wizard Nieuwe hardware gevonden.

7 Plaats de cd in de computer en volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.

Opmerking: als het installatievenster niet automatisch wordt weergegeven wanneer u de computer opnieuw hebt opgestart, klikt u op Start → Uitvoeren en typ D:\setup, waarbij D de letter van het cd-rom-station is.

Als de software nog steeds niet correct kan worden geïnstalleerd, bezoekt u onze website op www.lexmark.com om te controleren of er nieuwe versies van de software beschikbaar zijn.

1 Selecteer uw land of regio (tenzij u in de Verenigde Staten woont).
2 Klik op de koppeling voor stuurprogramma's of voor downloads.
3 Selecteer de printerfamilie.
4 Selecteer het printermodel.
5 Selecteer het besturingssysteem.

6 Selecteer het bestand dat u wilt downloaden en volg de aanwijzingen op het scherm.

USB-poort activeren

U controleert als volgt of de USB-poort is geactiveerd op de computer:

1 Open Apparaatbeheer.

Windows Vista:

a Klik op → Configuratiescherm
b Klik op Systeem en onderhoud→ Systeem.
c Klik op Apparaatbeheer.

Windows XP:

a Klik op Starten.
b Klik op Configuratiescherm→ Prestaties en onderhoud→ Systeem.
c Klik op Apparaatbeheer op het tabblad Hardware.

Windows 2000:

a Klik op Starten.
b Klik op Instellingen→ Configuratiescherm→ Systeem.
c Klik op Apparaatbeheer op het tabblad Hardware.

2 Klik op het plusteken (+) naast Universal Serial Bus Controller.

Als u USB-hostcontroller en USB-hoofdhub ziet staan, is de USB-poort geactiveerd.

Raadpleeg de documentatie bij de computer voor meer informatie.

Problemen met de printercommunicatie oplossen

De printer kan geen gegevens uitwisselen met de computer.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Stel bidirectionele communicatie in tussen de printer en de computer

Zie voor meer informatie "Bidirectionele communicatie is niet ingesteld" op pagina 145.

Controleer of de printer zich niet in de slaapstand bevindt

Als het aan/uit-lampje langzaam knippert, bevindt de printer zich in de slaapstaand.

1 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
2 Steek na tien seconden de stekker van de voedingskabel weer in het stopcontact.
3 Druk op om de printer aan te zetten.

Problemen met draadloze functies oplossen

Hoe bepaal ik welk type beveiliging voor mijn netwerk wordt gebruikt?

De beveiligingssleutel en beveiligingsmodus zijn nodig om de printer in te stellen voor gebruik op het draadloze netwerk. Raadpleeg de documentatie bij de draadloze router, raadpleeg de webpagina voor de router of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet als u niet beschikt over deze instellingen.

Controleer de beveiligingssleutels

Een beveiligingssleutel net als een wachtwoord. Alle apparaten op hetzelfde netwerk beschikken over dezelfde beveiligingssleutel.

Opmerking: noteer de beveiligingssleutel nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletter en bewaar deze op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

De beveiligingssleutel moet aan de volgende eisen voldoen.

WEP-sleutel

  • Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F en 0-9.
  • Exact 5 of 13 hexadecimale tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

WPA-PSK- of WPA2-PSK-sleutel

  • Maximaal 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F en 0-9.
  • Tussen de 8 en 64 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

Printer is correct geconfigureerd maar kan niet op het netwerk gevonden worden

Controleer het volgende:

  • De printer is aan en het lampje brandt.
  • De printer bevindt zich binnen het bereik van het draadloze netwerk.
  • De printer is niet in de buurt van andere elektronische apparaten geplaatst die storing kunnen veroorzaken met het draadloze signaal.
  • Het draadloze netwerk gebruikt een unieke netwerknaam (SSID). Als dit niet het geval is, communiceert de printer/afdrukserver mogelijk via een netwerk in de buurt waarvoor dezelfde netwerknaam wordt gebruikt.
  • De printer heeft een geldig IP-adres op het netwerk.

Draadloze netwerkprinter drukt niet af

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de stroomvoorziening

Controleer of het lampje brandt.

Controleer de kabel

  • Het netsnoer is aangesloten op de printer en het stopcontact.
  • De USB- of installatiekabel is niet aangesloten.

Controleer of de Wi-Fi-aanduiding brandt

Controleer of het Wi-Fi-lampje groen brandt. Zie 'Wi-Fi-aanduiding brandt oranje' of 'Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie' in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen' als het lampje niet groen is.

Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd

Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd op de computer waarmee u de afdruktaak verzendt.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.
  • Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
  • Windows 2000: klik op Start → Instellingen → Printers.

Als het printerpictogram niet wordt weergegeven, is het printerstuurprogramma niet geïnstalleerd.

2 Als het printerstuurprogramma niet geïnstalleerd is, plaatst u de cd met installatiesoftware in de computer.

3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Opmerking: u moet het printerstuurprogramma installeren op elke computer die met de netwerkprinter wordt gebruikt.

Controleer of de printer is aangesloten op het draadloze netwerk

1 Druk een netwerkconfiguratiepagina af. Zie 'Netwerkconfiguratiepagina afdrukken' voor meer informatie.
2 Controleer of 'Status: Aangesloten' verschijnt onder Netwerkkaart.

Start de computer opnieuw op

Zet de computer uit en start deze opnieuw op.

Controleer de printerpoorten

Controleer of de juiste printerpoort is geselecteerd.

1 Klik op:

  • Windows Vista: → Configuratiescherm → Printers.
  • Windows XP: Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
  • Windows 2000 en eerder: Start → Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Eigenschappen → Poorten.

4 Controleer of XXXX_Series_nnnnnn_P1 is geselecteerd, waarbij XXXX het serienummer van de printer is en nnnnnn de laatste zes cijfers van het MAC-adres van de printer zijn.

Opmerking: het MAC-adres vindt u op de achterkant van de printer naast het serienummer.

5 Als in plaats daarvan USB is geselecteerd:

a Selecteer de poortnaam in stap 4.
b Klik op Toepassen.
c Sluit het venster en probeer opnieuw af te drukken.

Installeer de software opnieuw

Verwijder de printersoftware en installeer deze opnieuw.

Opmerking: als er meerdere printers worden weergegeven in de lijst waarin u de printer kunt selecteren, selecteert u de printer met het MAC-adres dat overeenkomt met het adres op de achterkant van de printer.

Wi-Fi-aanduiding brandt niet

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de stroomvoorziening

Controleer of het aan/uit-lampje van de printer brandt. Zie 'De aan/uit-knop brandt niet' voor meer informatie.

Verwijder de optionele interne afdrukserver en installeer deze opnieuw

Opmerking: deze oplossing is niet van toepassing op printers waarin de interne, draadloze afdrukserver al was geïnstalleerd.

Installeer de interne, draadloze afdrukserver opnieuw. Zie 'Optionele interne, draadloze afdrukserver installeren' voor meer informatie.

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie

Als de Wi-Fi-aanduiding oranje knippert tijdens de installatie, geeft dit aan dat de printer is geconfigureerd voor gebruik op een draadloos netwerk maar geen verbinding kan maken met het netwerk waarvoor de printer is geconfigureerd. De printer kan wellicht geen verbinding maken met het netwerk vanwege een storing of de afstand tot het draadloze toegangspunt (draadloze router), of omdat de instellingen zijn gewijzigd.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer of het toegangspunt is ingeschakeld

Controleer het toegangspunt en schakel het zo nodig in.

Verplaats het draadloze toegangspunt (draadloze router) om storing te verminderen

Er kan een tijdelijke storing worden veroorzaakt door andere apparatuur zoals magnetrons of andere apparaten, draadloze telefoons, babyfoons en camera's van beveiligingssystemen. Controleer of het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet te dicht bij deze apparaten is geplaatst.

Probeer de externe antennes aan te passen

Antennes werken meestal het beste als ze naar boven zijn gericht. De ontvangst kan verbeteren als u verschillende hoeken uitprobeert voor de antennes van uw printer en/of draadloze toegangspunt (draadloze router).

Verplaats de computer en/of printer

Verplaats de computer en/of printer dichter naar het draadloze toegangspunt (draadloze router). Hoewel de mogelijk afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het effectieve bereik voor optimale prestaties meestal 30-46 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina. Zie voor informatie over het afdrukken van een configuratiepagina "Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken" op pagina 36.

Controleer de beveiligingssleutels

Controleer of de beveiligingssleutels juist zijn. Zie voor meer informatie "Controleer de beveiligingssleutels" op pagina 114.

Controleer het MAC-adres

Als op het netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opgeven. Zie als u meer informatie nodig hebt over het vinden van het MAC-adres "MAC-adres zoeken" op pagina 35.

Ping het draadloze toegangspunt (draadloze router) om te controleren of het netwerk werkt

1 Zoek het IP-adres van het toegangspunt op als u dit niet weet:

a Klik op:

  • Windows Vista: 📋 → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP en eerder: Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ipconfig.

c Druk op Enter.

  • Het item Standaardgateway geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt (draadloze router) aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100. Het IP-adres kan ook beginnen met de cijfers 10 of 169. Dit wordt bepaald door het besturingssysteem of de software voor het draadloze netwerk.

2 Ping het draadloze toegangspunt (draadloze router).

a Klik op:

  • Windows Vista: Alle programma's Bureau-accessoires Opdrachtprompt.
  • Windows XP en eerder: Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ping gevolgd door een spatie en het IP-adres van het draadloze toegangspunt (draadloze router). Bijvoorbeeld:

ping 192.168.0.100

c Druk op Enter.

3 Als het draadloze toegangspunt (draadloze router) reageert, worden verschillende regels weergegeven die beginnen met 'Antwoord van'. Zet de printer uit en weer aan.
4 Als het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet reageert, wordt er na een aantal seconden 'Time-out bij opdracht' weergegeven.

Probeer het volgende:

a Klik op:

  • Windows Vista: → Configuratiescherm → Netwerk en internet → Netwerkcentrum
  • Windows XP en eerder: Start → Instellingen of Configuratiescherm → Netwerkverbinding

b Selecteer de juiste verbinding in het overzicht.

Opmerking: als de computer is verbonden met het toegangspunt (router) via een Ethernet-kabel, mag de naam van de verbinding niet het woord 'draadloos' bevatten.

c Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en kies Herstellen.

Voer het hulpprogramma voor draadloze installatie opnieuw uit

Als de draadloze instellingen zijn gewijzigd, moet u het hulpprogramma opnieuw uitvoeren. Er zijn de volgende oorzaken waardoor de instellingen kunnen zijn gewijzigd: u hebt handmatig de WEP- of WPA-sleutels, het kanaal, of andere netwerkinstellingen gewijzigd, of het draadloze toegangspunt (draadloze route) is teruggezet naar de standaardfabrieksinstellingen.

Opmerkingen:

  • Als u de netwerkinstellingen wijzigt, moet u deze op alle netwerkapparaten wijzigen voordat u de instellingen wijzigt voor het draadloze toegangspunt (draadloze router).
  • Als u de instellingen voor het draadloze netwerk hebt gewijzigd op het draadloze toegangspunt (draadloze router), moet u de instellingen wijzigen op alle andere netwerkapparaten voordat u deze kunt zien op het netwerk.

1 Klik op:

  • Windows Vista:
  • Windows XP en eerder: Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

4 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Wi-Fi-aanduiding brandt oranje

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de kabel

Controleer of de installatiekabel niet is aangesloten op de printer.

Configureer de optionele interne, draadloze afdrukserver

Opmerking: deze oplossing is niet van toepassing op printers waarin de interne, draadloze afdrukserver in de fabriek is geïnstalleerd.

Zie 'Optionele interne, draadloze afdrukserver configureren' in het hoofdstuk 'Printer instellen' als u de optionele interne draadloze afdrukserver hebt aangeschaft nadat de printer al was geconfigureerd.

Controleer de netwerknaam

Uw netwerk mag niet dezelfde naam hebben als een ander netwerk bij u in de buurt. Als u en uw buurman bijvoorbeeld de standaardnetwerknaam van de fabrikant gebruiken, kan de printer verbinding maken met het netwerk van uw buurman.

Als u geen unieke netwerknaam gebruikt, raadpleegt u de documentatie voor het draadloze toegangspunt (draadloze router) om een nieuwe netwerknaam in te stellen.

Als u een netwerknaam instelt, moet u de SSID van de printer en computer terugzetten naar dezelfde netwerknaam.

Zie voor meer informatie 'Netwerknaam controleren' in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen'.

Controleer de beveiligingssleutels

Controleer of de beveiligingssleutels juist zijn. Zie voor meer informatie "Controleer de beveiligingssleutels" op pagina 114.

Verplaats de computer en/of printer

Verplaats de computer en/of printer dichter naar het draadloze toegangspunt (draadloze router). Hoewel de mogelijk afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het effectieve bereik voor optimale prestaties meestal 30-46 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina. Zie voor informatie over het afdrukken van een configuratiepagina "Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken" op pagina 36.

Controleer het MAC-adres

Als op het netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opgeven. Zie als u meer informatie nodig hebt over het vinden van het MAC-adres "MAC-adres zoeken" op pagina 35.

Draadloze printer werkt niet meer

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de stroomvoorziening

  • Controleer of het aan/uit-lampje van de printer brandt. Zie 'De aan/uit-knop brandt niet' in het hoofdstuk 'Problemen oplossen' voor meer informatie.
  • Controleer of het draadloze toegangspunt (draadloze router) is ingeschakeld.

Verplaats het draadloze toegangspunt (draadloze router) om storing te verminderen

Er kan een tijdelijke storing worden veroorzaakt door andere apparatuur zoals magnetrons of andere apparaten, draadloze telefoons, babyfoons en camera's van beveiligingssystemen. Controleer of het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet te dicht bij deze apparaten is geplaatst.

Verplaats de computer en/of printer

Verplaats de computer en/of printer dichter naar het draadloze toegangspunt (draadloze router). Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het effectieve bereik voor optimale prestaties meestal 30 - 46 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina. Zie 'Netwerkconfiguratieprogramma afdrukken' in het hoofdstuk 'Netwerk' voor meer informatie.

Probeer de externe antennes aan te passen

Antennes werken meestal het beste als ze naar boven zijn gericht. De ontvangst kan verbeteren als u verschillende hoeken uitprobeert voor de antennes van uw printer en/of draadloze toegangspunt (draadloze router).

Controleer de netwerknaam

De netwerknaam, of Service Set identifier (SSID), is een instelling op een draadloos apparaat waarmee apparaten verbinding kunnen maken met hetzelfde draadloze netwerk.

Zie voor meer informatie 'Netwerknaam controleren' voor Windows of Mac in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen'.

Start de computer opnieuw op

Zet de computer uit en start deze opnieuw op.

Ping het draadloze toegangspunt

Ping het draadloze toegangspunt (draadloze router) om te controleren of het netwerk werkt.

Zie voor meer informatie 'Het toegangspunt pingen' voor Windows of Mac in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen'.

Ping de printer

Ping de printer om te controleren of deze is verbonden met het netwerk.

Zie voor meer informatie 'De printer pingen' voor Windows of Mac in het gedeelte 'Problemen met draadloze netwerken oplossen'.

Voer de installatie voor draadloos gebruik opnieuw uit

Als de draadloze instellingen zijn gewijzigd, moet u de installatie van de printer opnieuw uitvoeren. Er zijn de volgende oorzaken waardoor de instellingen kunnen zijn gewijzigd: u hebt handmatig de WEP- of WPA-sleutels, het kanaal, of andere netwerkinstellingen gewijzigd, of het draadloze toegangspunt (draadloze route) is teruggezet naar de standaardfabrieksinstellingen.

Opmerkingen:

  • Als u de netwerkinstellingen wijzigt, moet u deze op alle netwerkapparaten wijzigen voordat u de instellingen wijzigt voor het draadloze toegangspunt (draadloze router).
  • Als u de instellingen voor het draadloze netwerk hebt gewijzigd op het draadloze toegangspunt (draadloze router), moet u de instellingen wijzigen op alle andere netwerkapparaten voordat u deze kunt zien op het netwerk.

Zie voor meer informatie 'Hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren' voor Windows of 'Assistent voor draadloze configuratie uitvoeren' voor Mac.

Netwerkprinter wordt niet weergegeven in de keuzelijst met printers tijdens de installatie

Controleer of de printer zich in hetzelfde draadloze netwerk bevindt als de computer

De SSID van de printer moet overeenkomen met de SSID van het draadloze netwerk.

1 Als u de SSID van het netwerk niet weet, voert u de volgende procedure uit om de SSID te verkrijgen voordat u het hulpprogramma voor draadloze configuratie opnieuw uitvoert.

a Geef het IP-adres van uw draadloze toegangspunt (draadloze router) op in de adresbalk van uw browser.

Als u het IP-adres van het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet weet:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ipconfig.

3 Druk op Enter.

  • Het item Standaardgateway geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt (draadloze router) aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

b Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op als dit wordt gevraagd.

c Klik op OK.

d Klik op de hoofdpagina op Draadloos of een andere optie waar de instellingen worden opgeslagen. De SSID wordt weergegeven.
e Noteer de SSID, het beveiligingstype en de beveiligingssleutels, als deze worden weergegeven.

Opmerking: noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

4 Volg de aanwijzingen op het scherm en geef de SSID van het draadloze toegangspunt (draadloze router) en de beveiligingssleutels op als dit wordt gevraagd.
5 Bewaar de SSID en de beveiligingssleutels op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Printer kan geen verbinding maken met het draadloze netwerk

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer of de computer is verbonden met het draadloze toegangspunt (draadloze router)

  • Open uw webbrowser en ga naar een willekeurige site om te controleren of u toegang hebt tot internet.
  • Als er andere computers of bronnen zijn verbonden met het draadloze netwerk, controleert u of u toegang hebt vanaf uw computer.

Verplaats de computer en/of printer dichter naar het draadloze toegangspunt

Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het effectieve bereik voor optimale prestaties meestal 30 - 46 meter.

Probeer de printer opnieuw in te stellen door het hulpprogramma voor draadloze configuratie opnieuw uit te voeren.

1 Selecteer een van de volgende opties:

  • Windows Vista: klik op
  • Windows XP en eerder: Klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

4 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Controleer of de printer zich in hetzelfde draadloze netwerk bevindt als de computer

De SSID van de printer moet overeenkomen met de SSID van het draadloze netwerk.

Als u de SSID van het netwerk niet weet, voert u de volgende procedure uit om deze te verkrijgen voordat u het hulpprogramma voor draadloze configuratie weer uitvoert om de printer opnieuw te installeren.

1 Geef het IP-adres van uw draadloze toegangspunt (draadloze router) op in de adresbalk van uw browser.

Als u het IP-adres van het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet weet:

a Klik op:

  • Windows Vista: 📋 → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP en eerder: Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ipconfig.

c Druk op Enter.

  • Het item Standaardgateway geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt (draadloze router) aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100. Het IP-adres kan ook beginnen met de cijfers 10 of 169. Dit wordt bepaald door het besturingssysteem of de software voor het draadloze netwerk.

2 Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op als dit wordt gevraagd.

3 Klik op OK.

4 Klik op de hoofdpagina op Draadloos of een andere optie waar de instellingen worden opgeslagen. De SSID wordt weergegeven.
5 Noteer de SSID, het beveiligingstype en de beveiligingssleutels, als deze worden weergegeven.

Opmerking: noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

6 Bewaar de SSID en de beveiligingssleutels op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Controleer de beveiligingssleutels

Een beveiligingssleutel is gelijk aan een wachtwoord. Alle apparaten op hetzelfde netwerk beschikken over dezelfde beveiligingssleutel.

  • Als u WPA-beveiliging gebruikt, moet u de juiste code invoeren. Beveiligingssleutels zijn hoofdlettergevoelig.
  • Als u WEP-beveiliging gebruikt, moet u de sleutel invoeren als een serie tekens (0-9) en letters (A-F).

Opmerking: raadpleeg de documentatie van het draadloze netwerk of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet als u niet beschikt over deze gegevens.

Controleer de geavanceerde beveiligingsinstellingen

  • Als u een filter voor MAC-adressen gebruikt om toegang tot uw draadloze netwerk te beperken, moet u het MAC-adres van de printer toevoegen aan de lijst van adressen die is toegestaan voor verbinding met uw draadloze toegangspunt (draadloze router).
  • Als u het draadloze toegangspunt (draadloze router) instelt zodat een beperkt aantal IP-adressen wordt toegewezen, moet u dit aanpassen zodat de printer kan worden toegevoegd.

Opmerking: raadpleeg de documentatie van het draadloze netwerk of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet als u niet weet hoe u deze wijzigingen moet aanbrengen.

Hulpprogramma voor draadloze configuratie kan niet communiceren met de printer tijdens de installatie (alleen gebruikers van Windows)

Voor Windows-gebruikers zijn er verschillende oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de stroomvoorziening

Zie 'De aan/uit-knop brandt niet' als het lampje Ⓤniet brandt.

Controleer de installatiekabel

1 Maak de installatiekabel los en controleer of deze niet is beschadigd.
2 Sluit het rechthoekige uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort van de computer.
De USB-poort wordt aangegeven met het USB-symbol
3 Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort aan de achterkant van de printer.
4 Annuleer de installatie van de software.
5 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
6 Klik op Hulpprogramma voor draadloze configuratie.
7 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.

Netwerknaam controleren (alleen voor Windows)

Uw netwerk mag niet dezelfde naam hebben als een ander netwerk bij u in de buurt. Als u en uw buurman bijvoorbeeld de standaardnetwerknaam van de fabrikant gebruiken, kan de printer verbinding maken met het netwerk van uw buurman.

Als u geen unieke netwerknaam gebruikt, raadpleegt u de documentatie voor het draadloze toegangspunt (draadloze router) om een nieuwe netwerknaam in te stellen.

Als u een netwerknaam instelt, moet u de SSID van de printer en computer terugzetten naar dezelfde netwerknaam.

- Raadpleeg de documentatie bij de computer om de netwerknaam van de computer terug te zetten.

- De printernaam terugzetten:

1 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
2 Klik op Hulpprogramma voor draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm en geef de nieuwe netwerknaam op als dit wordt gevraagd.

Het toegangspunt pingen

1 Zoek het IP-adres van het draadloze toegangspunt (draadloze router) op als u dit niet weet:

a Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ipconfig.

c Druk op Enter.

  • Het item Standaardgateway geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt (draadloze router) aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

2 Ping het draadloze toegangspunt (draadloze router).

a Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ping gevolgd door een spatie en het IP-adres van het draadloze toegangspunt (draadloze router). Bijvoorbeeld:

ping 192.168.0.100

c Druk op Enter.

3 Als het draadloze toegangspunt (draadloze router) reageert, worden verschillende regels weergegeven die beginnen met 'Antwoord van'. Zet de printer uit en weer aan.
4 Als het draadloze toegangspunt (draadloze router) niet reageert, wordt er na een aantal seconden 'Time-out bij opdracht' weergegeven.

a Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Netwerk en internet → Netwerkcentrum.
  • Windows XP: klik op Start → Instellingen of Configuratiescherm → Netwerkverbinding.

b Selecteer de juiste verbinding in het overzicht.

Opmerking: als de computer is verbonden met het toegangspunt (router) via een Ethernet-kabel, mag de naam van de verbinding niet het woord 'draadloos' bevatten.

c Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en kies Herstellen.

De printer pingen

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ping gevolgd door het IP-adres van de printer. Bijvoorbeeld:

ping 192.168.0.25

3 Druk op Enter.
4 Als de printer reageert, worden verschillende regels weergegeven die beginnen met 'Antwoord van'.

Zet de printer uit en weer aan en probeer de afdruktaak opnieuw te verzenden.

5 Als de printer niet reageert, wordt 'Time-out bij opdracht.' weergegeven.

a Controleer of de computer een draadloos IP-adres heeft.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.
  • Windows XP: klik op Start → Programma's of Alle programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ipconfig.
3 Druk op Enter.
4 Zoek het draadloze IP-adres van de computer in het venster Windows IP-configuratie dat verschijnt.

Opmerking: de computer heeft wellicht een IP-adres voor een bedraad netwerk, een draadloos netwerk of beide.

5 Als de computer geen IP-adres heeft, raadpleegt u de documentatie die bij het draadloze toegangspunt (draadloze router) is geleverd voor informatie over het aansluiten van de computer op het draadloze netwerk.

b De printer moet wellicht opnieuw worden geconfigureerd voor nieuwe instellingen voor het draadloze netwerk. Zie 'Hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren' voor meer informatie.

Hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren (Windows)

1 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
2 Klik op Hulpprogramma voor draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Draadloze instellingen wijzigen na de installatie

Als u het wachtwoord, de netwerknaam of een andere draadloze instelling wilt wijzigen, moet u het hulpprogramma voor draadloze configuratie opnieuw uitvoeren. Zie voor meer informatie 'Hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren' voor Windows of 'Assistent voor draadloze configuratie uitvoeren' voor Mac.

Interne, draadloze afdrukserver opnieuw instellen op standaardfabrieksinstellingen

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Instellen wordt weergegeven.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Netwerk instellen wordt weergegeven.
4 Druk op √
5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ tot Standrdwaarden netwerkadapter wordt weergegeven.
6 Druk op √

Het volgende bericht wordt weergegeven: Hiermee worden alle draadloze netwerkinstellingen opnieuw ingesteld. Weet u het zeker?

7 Druk op √ om Ja te selecteren.

Het bericht Netwerkinstellingen wissen wordt weergegeven.

Printerpoorten controleren (alleen Mac-gebruikers)

Controleer of de juiste printerpoort is geselecteerd.

1 Klik op Start → Configuratiescherm → Printers.
2 Klik met de rechtermuisknop op Lexmark XXXX waarbij XXXX het serienummer van de printer is.
3 Klik op Eigenschappen → Poorten.
4 Controleer of XXXX_Series_nnnnnn_P1 is geselecteerd, waarbij XXXX het serienummer van de printer is en nnnnnn de laatste zes cijfers van het MAC-adres van de printer zijn.
Opmerking: het MAC-adres vindt u op de achterkant van de printer naast het serienummer.

5 Als in plaats daarvan USB is geselecteerd:

a Selecteer de poortnaam in stap 4.
b Klik op Toepassen.
c Sluit het venster en probeer opnieuw af te drukken.

Problemen met afdrukken oplossen

Foto van 4 x 6 inch (10 x 15 cm) wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt met een digitale PictBridge-camera

Controleer of het fotoformaat en papierformaat correct zijn ingesteld

Het foutbericht Fout met papier wordt weergegeven als het geselecteerde fotoformaat niet overeenkomt met het ingestelde papierformaat. Doorgaans gebeurt dit als u wilt afdrukken vanaf uw digitale PictBridge-camera. Mogelijk is de menuoptie Fotoformaat op het bedieningspaneel van de printer nog ingesteld op 8,5 x 11 inch of 5 x 7 inch, maar hebt u op de camera het afdrukformaat 4 x 6 inch of L ingesteld. Controleer of u het fotoformaat hebt ingesteld op 4 x 6 inch of 10 x 15 cm, afhankelijk van welk standaardfotoformaat wordt gebruikt in uw land of regio.

  • Controleer of fotopapier van het formaat 4 x 6 inch (10 x 15 cm) correct in de papiersteun is geplaatst.
  • Als u op de digitale Pictbridge-camera de afdrukinstelling kunt aanpassen, stelt u op de camera het afdrukformaat in op 4 x 6 inch (10 x 15 cm).
  • Als u het papierformaat niet kunt wijzigen via de camera, gebruikt u het bedieningspaneel om het papierformaat in te stellen op 4 x 6 inch (10 x 15 cm).

1 Sluit het ene uiteinde van de USB-kabel die bij de camera is geleverd, aan op de camera en het andere uiteinde op de PictBridge-poort aan de voorkant van de printer.

2 Schakel de camera in en selecteer de eerste foto met het bedieningspaneel van de camera.

3 Wacht tot Afdrukken met PictBridge wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer.

Opmerkingen:

  • Als Fout met papier verschijnt, drukt u op √ om wijzigingen aan te brengen in het venster Papierafhandeling.
  • Druk op of om terug te gaan naar het menu Menu Afdrukinstellingen voor foto.

4 Druk op

5 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot Fotoformaat verschijnt.

6 Druk op √

7 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot 10 x 15 cm of 4 x 6 inch verschijnt.

8 Druk op √
9 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot Papierinstellingen wordt weergegeven.
10 Druk op √
11 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot Papierformaat wordt weergegeven.
12 Druk op √
13 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot 10 x 15 cm of 4 x 6 inch verschijnt.
14 Druk op √
15 Druk op Kleur of Zwart.

Afdrukkwaliteit verbeteren

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer het papier

  • U gebruikt het juiste papier voor het document. Als u foto's of andere afbeeldingen van hoge kwaliteit afdrukt, moet u Lexmark fotopapier of Lexmark Perfectfinish fotopapier gebruiken voor de beste resultaten. Gebruik geen Lexmark premiumfotopapier. De inktcartridges zijn niet compatibel met deze papiersoort.
  • Gebruik zwaarder of helderwit papier.

Selecteer een hogere afdrukkwaliteit

1 Druk op ▲ of ▼ om Kopiëren, Scannen of Foto te selecteren.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Kwaliteit te selecteren.
4 Druk op √
5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om de gewenste kwaliteit te selecteren.
6 Druk op √

Controleer de inktcartridges

Als het document nog steeds niet de gewenste afdrukkwaliteit heeft, voert u de volgende stappen uit:

1 Lijn de inktcartridges uit. Zie voor meer informatie "Inktcartridges uitlijnen" op pagina 104. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, gaat u door met de volgende stap.
2 De spuitopeningen van de inktcartridge reinigen. Zie voor meer informatie "Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen" op pagina 104. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, gaat u door met de volgende stap.
3 Verwijder de cartridges uit de printer en plaats de cartridges terug. Zie voor meer informatie "Gebruikte inktcartridge verwijderen" op pagina 103. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, gaat u door met de volgende stap.
4 Veeg de spuitopeningen en contactpunten van de cartridge schoon. Zie voor meer informatie "Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen" op pagina 104.

Is de afdrukkwaliteit hierna nog steeds niet naar behoren, dan moet u de inktcartridges vervangen. Zie voor meer informatie "Supplies bestellen" op pagina 106.

Kwaliteit van tekst en afbeeldingen is slecht

- Lege pagina's

- Scheve lijnen

- Donkere afdrukken

• Vlekken

- Fletse afdrukken

- Strepen

- Onjuiste kleuren

- Witte lijnen in afdrukken

- Lichte en donkere banen op de afdruk

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de inkt

Controleer de inktoorraden en installeer zo nodig nieuwe inktcartridges.

Verwijder vellen papier wanneer deze zijn afgedrukt

Verwijder voor de volgende materiaalsoorten de afzonderlijke vellen zodra ze worden uitgevoerd en laat de vellen drogen om te voorkomen dat de inkt gaat vlekken:

  • Documenten met afbeeldingen
  • Fotopapier
  • Extra zwaar, mat papier of glossy papier
  • Transparanten
  • Etiketten
  • Enveloppen
  • Opstrijktransfers

Opmerking: de transparanten moeten ongeveer 15 minuten drogen.

Gebruik een ander merk papier

Bij elk merk papier wordt inkt anders opgenomen en worden kleuren verschillend afgedrukt. Als u foto's of andere afbeeldingen van hoge kwaliteit afdrukt, kunt u voor optimale resultaten het beste Lexmark fotopapier gebruiken.

Controleer de staat van het papier

Gebruik alleen nieuw en ongekreukeld papier.

Verwijder de software en installeer de software opnieuw

De software is mogelijk niet goed geïnstalleerd

Slechte kwaliteit aan de randen van het papier

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de minimuminstellingen voor afdrukken

Als u de functie voor afdrukken zonder rand niet gebruikt, zijn dit de aanbevolen minimuminstellingen:

  • Linker- en rechtermarge:
  • 6,35 mm (0,25 inch) voor Letter-papier
  • 3,37 mm (0,133 inch) voor alle papierformaten, behalve Letter
    • Bovenmarge: 1,7 mm (0,067 inch)
    • Ondermarge: 12,7 mm (0,5 inch)

Schakel de functie voor afdrukken zonder rand in

1 Klik in het programma op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op Afdrukindeling.
4 Klik op Zonder rand.

Selecteer de functie voor het aanpassen van het formaat zonder rand (bij het kopieren)

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopiëren is gemarkeerd.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Formaat wijzigen te selecteren.
4 Druk op √
5 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Zonder rand te selecteren.
6 Druk op √
7 Druk op Start of op ↩ om de instellingen tijdelijk op te slaan.

Selecteer de functie voor foto's zonder rand (bij het afdrukken van foto's)

1 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel om Foto te selecteren.
2 Druk op √
3 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ om Indeling te selecteren.
4 Druk op √
5 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ om Zonder rand te selecteren.
6 Druk op √
7 Druk op Start of op ⬆ om de instellingen tijdelijk op te slaan.

Gebruik fotopapier

U moet fotopapier gebruiken voor afdrukken zonder rand. Er worden smalle marges afgedrukt wanneer u de functie Zonder rand selecteeert wanneer u afdrukt op normaal papier.

Controleer of het papierformaat overeenkomt met de instelling van de printer

1 Klik in het programma op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op Papierinstellingen.
4 Controleer het papierformaat.

Lage afdruksnelheid

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Verhoog de verwerkingssnelheid van de computer

  • Sluit alle toepassingen die u niet gebruikt.
  • Gebruik minder afbeeldingen of kleinere afbeeldingen in het document.
  • Verwijder zo veel mogelijk ongebruikte lettertypen van het systeem.

Voeg geheugen toe

Ga na of u het RAM-geheugen van de computer moet uitbreiden.

Selecteer een lagere afdrukkwaliteit

1 Klik in het programma op Archief → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Klik op Kwaliteit/exemplaren.
4 Selecteer een lagere afdrukkwaliteit in het gedeelte Kwaliteit/snelheid.

Verwijder de software en installeer deze opnieuw

Soms helpt het om de bestaande printersoftware te verwijderen en opnieuw te installeren.

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk afgedrukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer hoe het document is geplaatst

Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

Controleer het papierformaat

Zorg dat het formaat van het papier in de printer overeenkomt met het document- of fotoformaat dat u hebt geselecteerd.

Foto bevat vlekken of krassen

Zorg ervoor dat u de afdrukzijde van foto's niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Inktcartridges controleren

Zijn de inktcartridges correct geïnstalleerd?

Zie voor meer informatie "Inktcartridges installeren" op pagina 101.

Zijn de sticker en de tape verwijderd van de cartridges?

Til de scannereenheid op. Druk de kleppen van de cartridgehouder naar beneden om de deksels van de cartridgehouder te openen.

Zijn er cartridges die weinig inkt bevatten?

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 Als een uitroepteken (!) wordt weergegeven bij een inktcartridge, is de inkt bijna op. Installeer een nieuwe cartridge. Zie voor meer informatie "Inktcartridges installeren" op pagina 101.

Zie voor informatie over het bestellen van cartridges "Supplies bestellen" op pagina 106.

Inktvoorraden lijken incorrect

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Drukt u afbeeldingen of foto's af?

Als u documenten afdrukt met veel afbeeldingen, of met de instelling Foto voor Kwaliteit/snelheid, gebruikt de printer meer inkt. Het type document dat u afdrukt en de afdrukkwaliteit die u selecteert zijn van invloed op de hoeveelheid inkt die de printer gebruikt.

Drukt u een groot bestand af?

De inktoorraden die worden weergegeven in de printersoftware, worden niet bijgewerkt tijdens een afdruktaak. De inktoorraad van het begin van de afdruktaak wordt weergegeven. De inktoorraden lijken wellicht onjuist in het venster Afdrukstatus wanneer u een groot bestand afdrukt.

Inktvoorraden lijken te snel af te nemen

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Drukt u foto's of documenten met veel afbeeldingen af?

Foto's en afbeeldingen vergen meer inkt dan tekstdocumenten. Bij het afdrukken van foto's of afbeeldingen neemt het inkterbruik toe.

Drukt u af met Best als instelling voor Kwaliteit/snelheid?

U kunt inkt besparen door de instelling Best alleen te gebruiken als u afdrukt op fotopapier of extra zwaar, mat papier. Voor alle andere papiersoorten kunt u het beste een lagere instelling voor Kwaliteit/snelheid gebruiken. Gebruik de instelling Snel afdrukken of Normaal voor het afdrukken van de meeste tekstdocumenten.

Er wordt een lege of verkeerde pagina afgedrukt

Verwijder de sticker en de tape van de inktcartridges

Til de scannereenheid op en verwijder de inktcartridges uit de inktcartridgehouder. Controleer of de sticker en de tape zijn verwijderd van de spuitopeningen aan de onderkant van de cartridges.

Controleer of de cartridges correct zijn geïnstalleerd

Houd de printer met de voorzijde naar u toe en controleer of de inktcartridge correct is geïnstalleerd. Controleer wanneer u een kleureninktcartridge gebruikt of deze correct is geïnstalleerd in de rechterhouder. Controleer wanneer u een zwarte of foto-inktcartridge gebruikt of deze correct is geïnstalleerd in de linkerhouder.

Controleer de USB-aansluiting

1 Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de computer. De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol. Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.
2 Controleer of het kleinere, vierkante uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer.
3 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd en of het ⏻-lampje brandt.

Sluit alle andere geopende bestanden voordat u afdrukt

Sluit alle andere geopende bestanden in het programma waarin u werkt voordat u een bestand afdrukt. Als er te veel bestanden geopend zijn in hetzelfde programma, wordt een lege pagina afgedrukt.

Ontbrekende of onverwachte tekens op afdrukken

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Zorg ervoor dat de lettertypen op de juiste wijze zijn toegepast in de toepassing

In de meeste toepassingen kan een lettertype dat is uitgerekt of vergroot of verkleind, niet worden afgedrukt.

Zorg ervoor dat het TrueType-lettertype beschikbaar is op de computer

Mogelijk is het lettertype dat u wilt afdrukken, niet beschikbaar in het selectievak voor lettertypen in de toepassing. Niet alle lettertypen zijn geschikt om af te drukken; controleer of het lettertype een TrueType-lettertype is. Raadpleeg de documentatie bij de toepassing voor meer informatie.

Controleer of het document is opgemaakt of gemaakt voor de printer.

Mogelijk worden in Windows lettertypen vervangen door andere lettertypen. Tevens kunnen regeleinden en pagina-einden worden gewijzigd. Los deze problemen op in de toepassing waarin het document is gemaakt en sla de wijzigingen op om het document opnieuw af te drukken.

Kleuren op de afdruk zijn flets of wijken af van de kleuren op het scherm

Controleer het volgende. Wanneer u denkt dat het probleem is opgelost, test u de oplossing door het document naar de printer te sturen.

Zijn de instellingen voor kleur en afdruksnelheid correct ingesteld?

Mogelijk moet u de instellingen voor kleuren en de afdruksnelheid aanpassen.

Zijn er cartridges die weinig inkt bevatten?

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
  • Windows XP of 2000: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Printeroplossingen.

LEXMARK X4800 - Zijn er cartridges die weinig inkt bevatten? - 1

4 Als een uitroepteken (!) wordt weergegeven bij een van de inktcartridges, is de inkt bijna op. Installeer een nieuwe cartridge.

Vellen glossy fotopapier of transparanten kleven aan elkaar vast Zijn de foto's of transparanten opgedroogd en aan elkaar vastgekleefd op de papieruitvoerlade?

Verwijder de foto's of transparanten uit de papieruitvoerlade op het moment dat deze uit de printer komen. Laat ze drogen voordat u ze op elkaar legt. De inkt op het oppervlak van fotopapier of transparanten droogt langzamer dan bij andere afdrukmaterialen.

Gebruikt u transparanten of fotopapier bestemd voor een inkjetprinter?

Zie voor meer informatie over het bestellen van supplies "Compatibele, speciale papiersoorten selecteren" op pagina 54.

Pagina wordt afgedrukt met andere lettertypen

Controleer of de juiste printer is geselecteerd.

Als u afdrukt vanuit een toepassing, controleert u of de geselecteerde printer de printer is die u wilt gebruiken voor de afdruktaak.

Het is handig om de printer die u het meest gebruikt voor afdrukken in te stellen als de standaardprinter.

Zorg ervoor dat het TrueType-lettertype beschikbaar is op de computer

Mogelijk is het lettertype dat u wilt afdrukken, niet beschikbaar in het selectievak voor lettertypen in de toepassing. Niet alle lettertypen zijn geschikt om af te drukken; controleer of het lettertype een TrueType-lettertype is. Raadpleeg de documentatie bij de toepassing voor meer informatie.

Zorg ervoor dat de lettertypen op de juiste wijze zijn toegepast in de toepassing

In de meeste toepassingen kan een lettertype dat is uitgerekt of vergroot of verkleind, niet worden afgedrukt.

Afdruk is te donker of vlekkerig

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Laat de inktr drogen voordat u het papier aanraakt

Verwijder het papier op het moment dat het wordt uitgevoerd en laat de inkkt drogen voor u het papier gebruikt.

Controleer of de instelling bij Kwaliteit/snelheid overeenkomt met de papiersoort die in de printer is geplaatst

De instelling Foto voor Kwaliteit/snelheid kan bij gebruik van normaal papier vlekken veroorzaken. Als u gewoon papier gebruikt, probeert u de instelling Normaal.

Zorg ervoor dat de spuitopeningen van de inktcartridge schoon zijn

Mogelijk moet u de spuitopeningen van de inktcartridge reinigen.

Afgedrukte tekens hebben een verkeerde vorm of zijn niet correct uitgelijnd Hebt u spaties toegevoegd aan de linkermarge?

Als de afgedrukte tekst niet goed is uitgelijnd, controleert u of er geen spaties zijn toegevoegd met Enter of de spatiebalk (harde spaties).

Moet u de inktcartridges uitlijnen?

Misschien zijn de inktcartridges niet goed uitgelijnd.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
    • Windows XP of 2000: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 Klik op de tab Onderhoud.
5 Klik op Uitlijnen om vage randen te voorkomen.

Zijn de inktcartridges schoon?

Mogelijk moet u de spuitopeningen van de inktcartridge reinigen.

Afgedrukte pagina's vertonen afwisselend lichte en donkere banen

Als de printer tijdens een afdruktaak vaak wordt onderbroken en pagina's afdrukt met afwisselend lichte en donkere banen, worden de gegevens sneller afgedrukt dan de computer ze kan verzenden. Baanvorming tijdens het afdrukken treedt op wanneer de printer regelmatig wordt onderbroken. U moet misschien de instellingen in de printersoftware wijzigen. Het is ook mogelijk dat het probleem optreedt omdat de printer en de computer niet goed met elkaar kunnen communiceren.

Kunnen de printer en de computer gegevens uitwisselen?

Controleer de status van de printer:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
    • Windows XP of 2000: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 De status van de printer is:

- Communicatie is niet mogelijk: er is mogelijk een probleem met de hardware- of software-instellingen van de printer.

- Gereed of Bezig met afdrukken: het probleem wordt mogelijk veroorzaakt door de instellingen van de printersoftware.

Transparanten of foto's bevatten witte lijnen

Pas de instellingen voor Kwaliteit/snelheid aan

1 Open het gewenste document of de gewenste foto en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer een van de volgende opties op het tabblad Kwaliteit/exemplaren:
- Foto voor het afdrukken van foto's.
- Normaal voor het afdrukken van transparanten.

Controleer de instellingen van het programma

Gebruik een ander vulpatroon in het programma. Raadpleeg de documentatie bij het programma voor meer informatie.

Voer onderhoud uit op de inktcartridges

Mogelijk moet u de spuitopeningen van de inktcartridge reinigen.

Verticale rechte lijnen zijn rafelig

Pas de instellingen voor Kwaliteit/snelheid aan

1 Open het gewenste document of de gewenste foto en klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer een van de volgende opties op het tabblad Kwaliteit/exemplaren:
- Foto voor het afdrukken van foto's.
- Normaal voor het afdrukken van transparanten.

Lijn de inktcartridges uit

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
    • Windows XP of 2000: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 Klik op het tabblad Onderhoud.
5 Klik op Uitlijnen om vage randen te voorkomen.

Afbeeldingen of effen zwarte vlakken vertonen witte lijnen

Instellingen voor Kwaliteit/snelheid aanpassen

  • Voor een zeer goede afdrukkwaliteit en een lagere afdruksnelheid selecteert u Foto.
  • Voor een goede afdrukkwaliteit en een gemiddelde afdruksnelheid selecteert u Normaal.
  • Voor een lagere afdrukkwaliteit en een hogere afdruksnelheid selecteert u Snel afdrukken.

Pas de instellingen in het programma aan voor het document

Gebruik een ander vulpatroon in het programma. Raadpleeg de documentatie bij het programma voor meer informatie.

Voer onderhoud uit op de inktcartridges

Mogelijk moet u de spuitopeningen van de inktcartridge reinigen.

Printerstatus controleren

Alleen gebruikers van Windows Vista

1 Klik op → Configuratiescherm → Printers.

2 Controleer het volgende:

  • Bij het printerpictogram staat niet de aanduiding onderbroken. Als de printer is onderbroken, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Doorgaan met afdrukken.
  • Bij het printerpictogram staat de aanduiding Gereed. Als de aanduiding Off line bij het pictogram staat, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Printer on line gebruiken.
  • Er staat een vinkje naast het printerpictogram dat aangeeft dat de printer is ingesteld als standaardprinter. Als dit niet het geval is, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Als standaardprinter instellen.

Alleen gebruikers van Windows XP

1 Klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
2 Controleer het volgende:

- Bij het printerpictogram staat niet de aanduiding Onderbroken. Als de printer is onderbroken, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Doorgaan met afdrukken.

- Bij het printerpictogram staat de aanduiding Gereed. Als de aanduiding Off line bij het pictogram staat, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Printer on line gebruiken.

- Er staat een vinkje naast het printerpictogram dat aangeeft dat de printer is ingesteld als standaardprinter. Als dit niet het geval is, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram en kiest u Als standaardprinter instellen.

Alleen gebruikers van Windows 2000

1 Klik op Start → Instellingen → Printers.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Controleer het volgende:

- Als standaardprinter instellen is geselecteerd.

- Afdrukken onderbreken is niet geselecteerd.

- Printer off line gebruiken is niet geselecteerd.

Instellingen worden niet opgeslagen

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Wijzig de instellingen voor de herstelfunctie

Als u op √ drukt om een instelling te selecteren, wordt er een sterretje (*) weergegeven naast de geselecteerde instelling. De printer herstelt de standaardinstelling na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld.

Sla de instellingen op

Als u op √ drukt om een instelling te selecteren, wordt er een sterretje (*) weergegeven naast de geselecteerde instelling.

Gereedheid van de printer controleren

Misschien is de printer niet gereed om af te drukken. Controleer het volgende. Wanneer u denkt dat het probleem is opgelost, test u de oplossing door het document naar de printer te sturen.

Controleer of de printer papier bevat en of het papier correct is geplaatst

Zorg dat u de juiste plaatsingsinstructies hebt gevolgd voor de printer.

Verwijder de sticker en de tape van de inktcartridges

1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder de inktcartridges uit de inktcartridgehouder.
3 Controleer of de sticker en de tape zijn verwijderd van de onder- en achterzijde van de cartridges.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

- Windows Vista: klik op

- Windows XP en eerder: klik op Start.

- Windows Vista: klik op - Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Printeroplossingen.

Als een uitroepteken (!) wordt weergegeven bij een van de inktcartridges, is de inkt bijna op. Installeer een nieuwe cartridge.

Controleer de USB-aansluiting

1 Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de computer. De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol. Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.
2 Controleer of het kleinere, vierkante uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer.
3 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd en of het ⏻-lampje brandt.

Wachtrij-instellingen voor het afdrukken van banners controleren

Het afdrukken van banners is niet mogelijk als u bepaalde wachtrij-instellingen hebt opgegeven. Controleer of u de juiste instellingen hebt geselecteerd.

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.
Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers of Printers en faxapparaten.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.

3 Kies Eigenschappen.

4 Klik op de tab Geavanceerd.

5 Klik op Afdrukprocessor onder aan het tabblad Geavanceerd.

6 Controleer of LEMF is ingesteld als standaardgegevenstype. Selecteer LEMF bij de beschikbare opties als de instelling niet is opgegeven en klik op OK.

Problemen met lettertypen oplossen

Hebt u de lettertypen op de juiste wijze toegepast in de toepassing?

In de meeste toepassingen kan een lettertype dat is uitgerekt of vergroot of verkleind, niet worden afgedrukt.

Is het lettertype een TrueType-lettertype? Is het beschikbaar op de computer?

Mogelijk is het lettertype dat u wilt afdrukken, niet beschikbaar in het selectievak voor lettertypen in de toepassing. Niet alle lettertypen zijn geschikt om af te drukken; controleer of het lettertype een TrueType-lettertype is. Raadpleeg de documentatie bij de toepassing voor meer informatie.

Is het document opgemaakt of gemaakt voor de printer?

Mogelijk worden in Windows lettertypen vervangen door andere lettertypen. Tevens kunnen regeleinden en pagina-einden worden gewijzigd. Los deze problemen op in de toepassing waarin het document is gemaakt en sla de wijzigingen op om het document opnieuw af te drukken.

Printer is bezig met het afdrukken van een andere taak

Wacht totdat de printer klaar is met het afdrukken van de overige afdruktaken voordat u deze taak verzendt.

Gereed of Bezig met afdrukken wordt weergegeven als status

Als de printerstatus op het tabblad Status van Printeroplossingen Gereed of Bezig met afdrukken is wanneer u wilt afdrukken, probeert u de onderstaande suggesties. Test de oplossing vervolgens door een document naar de printer te verzenden.

Is er een probleem met de kabelverbindingen?

1 Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de computer. De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol. Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.
2 Controleer of het kleinere, vierkante uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer.
3 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd en of het ⏻-lampje brandt.

Moet u de instellingen voor Kwaliteit/snelheid aanpassen?

Selecteer Foto op het tabblad Kwaliteit/exemplaren in Voorkeursinstellingen voor afdrukken.

1 Klik op Bestand → Druk af.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Breng de gewenste wijzigingen aan op het tabblad Kwaliteit/exemplaren.
4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters te sluiten.

Is er een probleem met het programma?

Probeer een andere afbeelding af te drukken. Als de afbeelding correct wordt afgedrukt, is er wellicht een probleem met het programma dat u gebruikt. Raadpleeg de documentatie bij het programma voor meer informatie.

Testpagina afdrukken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 Klik op Testpagina afdrukken op het tabblad Onderhoud.
5 Vergelijk de afgedrukte pagina met de afbeelding die wordt weergegeven op het scherm. Als de afgedrukte afbeelding overeenkomt met die op het scherm, bent u klaar.
6 Als de testpagina helemaal niet is afgedrukt of er problemen zijn met de afdrukkwaliteit, moet u de foutberichten controleren die op het scherm worden weergegeven.

Testpagina wordt niet afgedrukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer of de printer stroom krijgt

Als Ⓤ diet brandt, krijgt de printer misschien geen stroom.

  • Druk op
  • Sluit de printer aan op een ander stopcontact.
  • Als de printer is aangesloten op een overspanningsbeveiliging, trekt u de stekker van het netsnoer van de printer uit de overspanningsbeveiliging en sluit u de printer rechtstreeks aan op een stopcontact.

Controleer de USB-aansluiting

1 Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de computer. De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol. Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.
2 Controleer of het kleinere, vierkante uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer.
3 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd en of het ⏻-lampje brandt.

Controleer of de cartridges correct zijn geïnstalleerd

Houd de printer met de voorzijde naar u toe en controleer of de inktcartridge correct is geïnstalleerd. Controleer wanneer u een kleureninktcartridge gebruikt of deze correct is geïnstalleerd in de rechterhouder. Controleer wanneer u een zwarte of foto-inktcartridge gebruikt of deze correct is geïnstalleerd in de linkerhouder.

Controleer of de sticker en de tape van de inktcartridges zijn verwijderd:

1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder de inktcartridges uit de inktcartridgehouder.
3 Controleer of de sticker en de tape zijn verwijderd van de onder- en achterzijde van de cartridges.

Probeer nogmaals een testpagina af te drukken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm.
  • Windows XP of 2000: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Printeroplossingen.
4 Klik op het tabblad Onderhoud.
5 Klik op Testpagina afdrukken.

Externe afdrukserver werkt niet

Als er een extern apparaat is aangesloten tussen de computer en de printer, controleert u of het apparaat bidirectionele communicatie ondersteunt.

Maak de printer los van het externe apparaat en sluit de printer rechtstreeks aan op de computer. Als de printer werkt, is er wellicht een probleem met de afdrukserver. Raadpleeg de documentatie die bij de afdrukserver is geleverd.

Er is mogelijk een probleem met de USB-kabel. Probeer een andere kabel.

Duplexeenheid werkt niet goed

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer papierformaat en -soort

Controleer het papierformaat en de papiersoort om na te gaan of het papier wordt ondersteund door de printer. Gebruik alleen normaal papier van het formaat A4 of Letter als u de functie voor automatisch dubbelzijdig afdrukken gebruikt.

Controleer of er papier is vastgelopen

Controleer of er papier is vastgelopen en verwijder zo nodig het vastgelopen papier. Zie voor meer informatie "Papier is vastgelopen in de duplexeenheid" op pagina 148.

Controleer of de duplexeenheid correct is geïnstalleerd

Verwijder de duplexeenheid en installeer de eenheid opnieuw. Zie voor meer informatie “Papier is vastgelopen in de duplexeenheid” op pagina 148.

Externe afdrukserver verwijderen

1 Druk op 6m de printer uit te zetten.
2 Controleer of de afdrukserver is uitgeschakeld.
3 Maak de USB-kabel los van de externe afdrukserver.
4 Maak de externe afdrukserver los van de computer.
5 Sluit de USB-kabel voor de printer aan op de printer.
6 Druk op 6m de printer weer aan te zetten.

Kabel is niet aangesloten, losgeraakt of beschadigd

De printerkabel moet volledig zijn aangesloten en moet onbeschadigd zijn voor goede communicatie.

Controleer of USB-kabel is aangesloten op de USB-poort achter op de computer

De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol . Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.

Controleer of het andere uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer

Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel aan op de aansluiting achter op de printer.

Controleer of de kabel niet is beschadigd of losgeraakt.

Controleer het volgende:

  • De USB-kabel is niet beschadigd.
  • Het lampje brandt.

Zie voor meer informatie het onderstaande verwante onderwerp.

Printer is aangesloten, maar drukt niet af

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer of de printer is ingesteld als de standaardprinter

Probeer een testpagina af te drukken.

Controleer of de afdrukwachtrij gereed is voor afdrukken

Controleer of de printer is ingesteld als standaardprinter en of de printer niet in de wachtstand is geplaatst of is onderbroken

Printer probeert af te drukken naar bestand

Als de computer de afdruktaken verzend naar een bestand in plaats van naar de printer die is aangesloten op de computer, moet u eerst controleren of de printer met een USB-kabel is aangesloten op een USB-poort op de computer.

De USB-poort controleren:

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers (onder Hardware en geluid).

Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Kies Eigenschappen in het snelmenu.
4 Klik op de tab Poorten.
5 Controleer het volgende:

  • De poort is ingesteld op een USB-poort.
  • De poort niet is ingesteld op Bestand.

Als het document nog steeds niet wordt afgedrukt, is de USB-poort mogelijk niet geactiveerd op de computer. Zie het verwante onderwerp USB-poort activeren voor meer informatie.

Kan geen documenten afdrukken vanaf een geheugenkaart of flashstation Controleer het type bestanden op de geheugenkaart of het flashstation

De printer herkent de volgende bestandstypen:

- Bestanden met de volgende extensies:

-.doc (Microsoft Word)
-.xls (Microsoft Excel)
-.ppt (Microsoft PowerPoint)
-.pdf (Adobe Portable Document Format)
-.rtf (Rich Text Format)
-.docx (Microsoft Word Open Document Format)

  • .xlsx (Microsoft Excel Open Document Format)
    -.pptx (Microsoft PowerPoint Open Document Format)
  • .wps (Microsoft Works)
    -.wpd (WordPerfect)

- Foto's

Verwijder de geheugenkaart of het flashstation uit de printer

Controleer of de geheugenkaart of het flashstation niet is beschadigd. Verwijder geheugenkaarten op de juiste wijze uit de printer om te voorkomen dat gegevens beschadigd raken.

Controleer de netwerkverbindingen en stroomvoorziening

Controleer of de printer is aangesloten op de computer met een USB-kabel en de printer en de computer zijn ingeschakeld. U kunt documenten op een geheugenkaart of flashstation niet afdrukken via een draadloos netwerk. De computer waarmee de printer verbonden is, moet toepassingen bevatten die de eerder vermelde bestandsindelingen ondersteunen.

Afdrukken vanaf de digitale PictBridge-camera is niet mogelijk

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Schakel afdrukken vanaf de PictBridge-camera in

Selecteer de juiste USB-modus op de camera om afdrukken via PictBridge in te schakelen. Als de USB-selectie op de camera onjuist is, wordt de camera gedetecteerd als een USB-opslagapparaat of wordt een foutbericht weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Raadpleeg de documentatie bij de digitale camera voor meer informatie.

Zorg dat u een digitale PictBridge-camera gebruikt

1 Maak de camera los van de printer.
2 Sluit een digitale PictBridge-camera aan op de PictBridge-poort. Raadpleeg de documentatie bij de digitale camera om te bepalen of deze geschikt is voor PictBridge.

Controleer de USB-kabel

Gebruik alleen de USB-kabel die bij de camera is geleverd.

Verwijder geheugenkaarten uit de printer

Verwijder eventuele geheugenkaarten uit de printer.

Controleer de berichten

Zie als er een foutbericht wordt weergegeven op de display "Foutberichten op het beeldscherm van de computer" op pagina 163.

Printer kan niet communiceren met computers via een peer-to-peer-netwerk

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de status van de hostcomputer en de printer

Controleer het volgende:

  • De hostcomputer is ingeschakeld en rechtstreeks aangesloten op de printer.
  • De hostcomputer kan afdrukken op de printer.

- De printer wordt weergegeven als Gedeeld in de map Printers en faxapparaten (Windows XP en Windows 2000) of de map Printers (Windows Vista) op de hostcomputer.

Controleer de status van de printer

Gebruikers van Windows Vista:

1 Klik op:

  • (standaardmenu Start) → Instellingen → Printers.
  • (klassiek menu Start) → Configuratiescherm → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Delen.
4 Klik op Opties voor delen wijzigen en antwoord bevestigend in de Windows-prompt.
5 Klik op Deze printer delen en geef de printer een passende naam.
6 Klik op OK.

Gebruikers van Windows XP:

1 Klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Delen.
4 Klik op Deze printer delen en geef de printer een passende naam.
5 Klik op OK.

Gebruikers van Windows 2000:

1 Klik op Start → Instellingen → Printers.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Delen.
4 Klik op Gedeeld als en geef de printer een passende naam.
5 Klik op OK.

Zoek de printer vanaf de computer op afstand

Als de status van de printer wordt weergegeven als Gedeeld op de hostcomputer, maar het nog steeds niet mogelijk is om af te drukken, probeert u de printer te zoeken op de computer op afstand.

Gebruikers van Windows 2000, Windows XP en Windows Vista:

1 Open de map Printers of Printers en faxapparaten.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Klik op Eigenschappen.
4 Klik op de tab Poorten en vervolgens op de knop Poort toevoegen.
5 Selecteer Lokale poort en klik op de knop Nieuwe poort.

6 Typ de UNC-naam (Universal Naming Convention; uniforme naamgevingsregels) voor de poort. Deze bestaat uit de naam van de server en de naam van de printer.

De naam moet de volgende notatie hebben: \server\printer.

7 Klik op OK.

8 Klik op Sluiten.

9 Controleer of de nieuwe poort is geselecteerd op het tabblad Poorten en klik op Toepassen.

De nieuwe poort wordt weergegeven bij de naam van de printer.

10 Klik op OK.

Start de hostcomputer en de computer op afstand opnieuw op

Probeer opnieuw af te drukken.

Printer kan niet communiceren met de computer

De printer en de computer kunnen geen gegevens uitwisselen. Controleer of de printer is aangesloten op een stopcontact en of het lampje ⏻ brandt.

Problemen bij kopiëren, scannen of faxen

Sluit de andere programma's

Sluit alle programma's die niet worden gebruikt.

Geef een lagere scanresolutie op

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het linkerdeelvenster van het welkomstvenster op Scannen.
4 Klik op Aangepaste instellingen.
5 Selecteer een lagere scanresolutie.
6 Klik op Start.

Is het originele document juist op de glasplaat geplaatst?

  • Controleer of het originele document in de linkerbovenhoek van de glasplaat is geplaatst.
  • Plaats het item dat u wilt kopieren met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
  • Zorg dat de linkerbovenhoek van de voorzijde van het item gelijkligt aan de pijlen in de hoek van de glasplaat.

Er is een verkeerde printer aangesloten

De printer die is aangesloten op de computer is niet de juiste printer. Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer informatie over het aansluiten van de printer.

Printersoftware bijwerken

Voor een optimale werking van de printersoftware moet u de software bijwerken.

1 Start Windows.
2 Wanneer het bureaublad wordt weergegeven, plaatst u de cd met software voor Windows in de computer. Het installatievenster wordt geopend.

3 Klik op Installeren.

4 Wanneer het dialoogvenster Bestaand stuurprogramma gevonden verschijnt, selecteert u Update van bestaand stuurprogramma.

Bidirectionele communicatie is niet ingesteld

De printer en de computer lijken geen gegevens te kunnen uitwisselen.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de USB-aansluiting

1 Controleer of de USB-kabel is aangesloten op de computer. De USB-poort achter op de computer is te herkennen aan het USB-symbol. Steek het lange, platte uiteinde van de USB-kabel in deze poort.
2 Controleer of het kleinere, vierkante uiteinde van de USB-kabel is aangesloten op de achterkant van de printer.
3 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd en of het ⏻-lampje brandt.

Controleer of de printer stroom krijgt

Als de knop niet brandt, krijgt de printer misschien geen stroom.

  • Sluit de printer aan op een ander stopcontact.
  • Als de printer is aangesloten op een overspanningsbeveiliging, trekt u de stekker van het netsnoer van de printer uit de overspanningsbeveiliging en sluit u de printer rechtstreeks aan op een stopcontact.

Controleer of de externe afdrukserver correct werkt

Als de printer is aangesloten op een exteren afdrukserver, is er wellicht een probleem met deze afdrukserver. Controleer of het apparaat correct werkt en dat de printer is aangesloten op het netwerk.

Slechte kwaliteit of verkeerde uitvoer

Klik op het onderwerp waarmee het probleem het beste wordt beschreven

  • Afdruk is te donker of vlekkerig
    • Verticale rechte lijnen zijn rafelig
  • Afbeeldingen of effen zwarte vlakken vertonen witte lijnen
  • Ontbrekende of onverwachte tekens
  • Kleuren op de afdruk zijn flets of wijken af van de kleuren op het scherm
  • Afgedrukte pagina's vertonen afwisselend lichte en donkere banen
  • Pagina wordt afgedrukt met andere lettertypen
  • Afgedrukte tekens hebben een verkeerde vorm of zijn niet correct uitgelijnd langs de linkermarge
  • Transparanten of foto's bevatten witte lijnen
  • Vellen glossy fotopapier of transparanten kleven aan elkaar vast

Poortinstelling controleren

1 Klik op Start → Instellingen → Printers of Printers en faxapparaten.
2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Lexmark 4800 Series.
3 Kies Eigenschappen in het snelmenu.
4 Klik op de tab Details als u Windows 98/ME gebruikt of op de tab Poorten als u Windows 2000 of Windows XP gebruikt.

5 Controleer of:

  • De poort is ingesteld op een USB-poort.
  • De poort niet is ingesteld op Bestand.

Problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen

Vastgelopen papier verwijderen en voorkomen

U maakt als volgt de papierbaan vrij:

1 Trek stevig aan het papier om het te verwijderen. Als u het papier niet kunt bereiken omdat het zich te diep in de printer bevindt, tilt u de scannereenheid op om de printer te openen.
2 Trek het papier uit de printer.
3 Sluit de scannereenheid.
4 Druk op √
5 Druk eventueel ontbrekende pagina's af.

Duw het papier niet te ver in de printer om te voorkomen dat het papier vastloopt.

Papier automatisch uitvoeren

U kunt als volgt het papier uitvoeren om het vastgelopen papier te verwijderen:

1 Houd ingedrukt.
2 Verwijder het papier uit de papieruitvoerlade.

Papier handmatig verwijderen

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Pak het papier stevig vast en trek het voorzichtig uit de printer.
3 Druk op 6m de printer weer aan te zetten.

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Pak het papier stevig vast en trek het voorzichtig uit de printer.
3 Druk op om de printer weer aan te zetten.

Papier of speciaal papier wordt verkeerd ingevoerd

Probeer een of meer van de volgende oplossingen wanneer papier of speciaal papier verkeerd, scheef of met meerdere vellen tegelijk wordt ingevoerd, of vellen aan elkaar vastkleven. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de staat van het papier

Gebruik alleen nieuw en ongekreukeld papier.

Controleer de plaatsing van het papier

  • Plaats een kleinere hoeveelheid papier in de printer.
  • Plaats het papier met de afdrukzijde naar u toe in de printer. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)

Zie "Papier in de printer plaatsen" op pagina 44 en de verwante onderwerpen voor meer informatie over:

• Maximum aantal vellen per papiersoort
- Speciale instructies voor het plaatsen van ondersteunde papiersoorten en speciaal papier

Verwijder elke pagina zodra deze is afgedrukt

Verwijder elke pagina zodra deze uit de printer komt en laat de pagina's volledig drogen voor u ze op elkaar legt.

Pas de papiergeleiders aan

Pas de papiergeleiders aan:

  • Als u materiaal gebruikt dat minder dan 8,5 inch (216 mm) breed is
  • Plaats de geleiders tegen de rand van het afdrukmateriaal. Zorg ervoor dat het afdrukmateriaal niet omkrult.

LEXMARK X4800 - Pas de papiergeleiders aan - 1

Printer voert geen papier, enveloppen of speciaal papier in

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer of er papier is vastgelopen

Controleer of er papier is vastgelopen en verwijder zo nodig het vastgelopen papier. Zie voor meer informatie "Problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen" op pagina 146.

Controleer de plaatsing van het materiaal

  • Controleer of het speciale papier juist is geplaatst. Zie voor meer informatie “Papier in de printer plaatsen” op pagina 44.
  • Plaats per keer slechts één pagina, envelop of vel speciaal papier in de printer.

Controleer de standaardinstellingen van de printer en de instellingen voor onderbreken

1 Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers (onder Hardware en geluid).

Windows XP: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.

2 Dubbelklik op het afdrukwachtrijapparaat.
3 Klik op Printer.

  • Controleer of de optie Afdrukken onderbreken is uitgeschakeld.
  • Als er geen vinkje verschijnt naast Als standaardprinter instellen, moet u het afdrukwachtrijapparaat selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken.

Bannerpapier is vastgelopen

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Verwijder het vastgelopen bannerpapier

1 Druk op om de printer uit te zetten.

2 Verwijder het vastgelopen bannerpapier uit de printer.

Neem de controlelijst voor het afdrukken op bannerpapier door

- Gebruik alleen het aantal vellen dat u nodig hebt voor de banner. - Selecteer de volgende instellingen om de printer in te stellen op doorlopende papierinvoer zonder dat daarbij het papier vastloopt:

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer het tabblad Papierinstellingen.
4 Selecteer Banner in het gedeelte Papierformaat.
5 Selecteer het papierformaat A4 (banner) of Letter (banner).
6 Selecteer de afdrukstand Staand of Liggend.
7 Klik op OK.
8 Klik op OK of Afdrukken.

Papier loopt nog steeds vast

Gebruikt u papier dat bestemd is voor een inkjetprinter?

Controleer welke soort papier u gebruikt. Sommige papiersoorten van mindere kwaliteit zijn te dun of te glad en worden niet goed ingevoerd. Zie voor meer informatie "Compatibele, speciale papiersoorten selecteren" op pagina 54.

Hebt u het papier correct geplaatst?

Zie voor meer informatie "Papier in de printer plaatsen" op pagina 44.

Opmerking: duw het papier niet te ver in de printer.

Papier is vastgelopen in de duplexeenheid

1 Druk de hendel van de duplexeenheid naar beneden terwijl u de duplexeenheid vastpakt.

LEXMARK X4800 - Papier is vastgelopen in de duplexeenheid - 1

2 Trek de duplexeenheid naar buiten.

LEXMARK X4800 - Papier is vastgelopen in de duplexeenheid - 2

3 Pak het papier stevig vast en trek het voorzichtig uit de printer.

LEXMARK X4800 - Papier is vastgelopen in de duplexeenheid - 3

4 Druk de hendel van de duplexeenheid naar beneden terwijl u de duplexeenheid terug plaatst.

LEXMARK X4800 - Papier is vastgelopen in de duplexeenheid - 4

6 Verwijder of stop de afdruktaak op de computer en probeer de afdruktaak opnieuw te verzenden.

Problemen met geheugenkaarten oplossen

Geheugenkaart kan niet worden geplaatst

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Type geheugenkaart controleren

Controleer of de geheugenkaart die u gebruikt, geschikt is voor de printer.

Controleren hoe de geheugenkaart is geplaatst

Controleer of u de geheugenkaart in de juiste sleuf hebt geplaatst.

Er gebeurt niets als de geheugenkaart is geplaatst

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Geheugenkaart verwijderen en terugplaatsen in de printer

De geheugenkaart is mogelijk te langzaam geplaatst. Verwijder de geheugenkaart en plaats deze vervolgens snel weer terug.

Controleren hoe de geheugenkaart is geplaatst

Controleer of u de geheugenkaart in de juiste sleuf hebt geplaatst. Zie voor meer informatie "Geheugenkaart in de printer plaatsen" op pagina 66.

Type geheugenkaart controleren

Controleer of de geheugenkaart die u gebruikt, geschikt is voor de printer. Zie voor meer informatie "Geheugenkaart in de printer plaatsen" op pagina 66.

Geheugenkaart controleren op beschadigingen

Controleer of de kaart niet is beschadigd.

Controleren of de geheugenkaart foto's bevat

Plaats een geheugenkaart met foto's in de printer.

Aangesloten USB-kabel controleren

Als de printer is aangesloten op de computer met een USB-kabel:

1 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd.
2 Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de aansluiting achter op de printer.
3 Sluit het rechthoekige uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort van de computer.

De USB-poort wordt aangegeven met het USB-symbool

Netwerkverbinding controleren

Als de printer en de computer via een netwerk met elkaar verbonden zijn, controleert u of communicatie mogelijk is tussen de juiste host en het juiste apparaat. Selecteer de printer vanaf de computer of de computer vanaf de printer.

Foto's worden niet overgedragen van een geheugenkaart via een draadloos netwerk

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Selecteer de printer op het draadloze netwerk

Alleen gebruikers van Windows

Als u meerdere printers hebt en Windows gebruikt, moet u de draadloze netwerkprinter selecteren.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm → Printers.
  • Windows XP en eerder: klik op Start → Instellingen → Printers en faxapparaten.

2 Selecteer de printer die is verbonden met het draadloze netwerk inde lijst.
Opmerking: klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Als standaardprinter instellen om de printer te selecteren.
3 Plaats de geheugenkaart in de printer.
4 Druk op het bedieningspaneel op √
5 Druk op ▼ om Computer selecteren te kiezen.
6 Druk op √
7 Selecteer de computer die is verbonden met het draadloze netwerk in de lijst.
8 Volg de aanwijzingen op het scherm. Raadpleeg het hoofdstuk 'Werken met foto's' in de Gebruikershandleiding: uitgebreide versie voor meer informatie.

Controleer hoe de geheugenkaart is geplaatst

Controleer of u de geheugenkaart in de juiste sleuf hebt geplaatst.

Controleer het type geheugenkaart

Controleer of de geheugenkaart die u gebruikt, geschikt is voor de printer.

Controleer de geheugenkaart op beschadigingen

Controleer of de kaart niet is beschadigd. Verwijder geheugenkaarten op de juiste wijze uit de printer om te voorkomen dat gegevens beschadigd raken.

Controleer of de geheugenkaart foto's bevat

Plaats een geheugenkaart met foto's in de printer. De printer leest foto's in JPEG-indeling. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.

Controleer of de printer en de computer zijn ingeschakeld

Zorg dat de printer en de computer zijn ingeschakeld. Controleer of Windows is geactiveerd.

Controleer of de draadloze verbinding actief is

Controleer of het draadloze netwerk verbinding heeft en actief is.

Opmerking: als de draadloze verbinding niet actief is, sluit u de printer aan op de computer met de configuratiekabel.

Problemen met kopiëren oplossen

Kopieerapparaat reageert niet

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de berichten

Los alle problemen op.

Controleer de stroomvoorziening

Als het lampje ⏻ niet brandt, controleert u of het netsnoer van de printer stevig is aangesloten op een geaard stopcontact. Controleer of het netsnoer stevig is aangesloten op de printer.

Scannereenheid sluit niet

1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder eventuele obstakels die de scannereenheid blokkeren.
3 Laat de scannereenheid zakken.

Slechte kopieerkwaliteit

  • Lege pagina's
  • Scheve lijnen
    • Dambordpatroon
    • Vlekken
    • Vervormde afbeeldingen
  • Strepen
  • Ontbrekende tekens
  • Onverwachte tekens
  • Fletse afdrukken
  • Witte lijnen in afdrukken
  • Donkere afdrukken

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de berichten

Zie als er een foutbericht wordt weergegeven "Foutberichten op het beeldscherm van de computer" op pagina 163.

Controleer de inkt

Controleer de inktoorraden en installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

Reinig de glasplaat

Als de glasplaat vies is, maakt u deze schoon met een vochtige, schone en pluisvrije doek.

Gebruik de procedures voor het verbeteren van de afdrukkwaliteit

Zie "Afdrukkwaliteit verbeteren" op pagina 127.

Pas de helderheid van de kopie aan

1 Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ op het bedieningspaneel tot Kopiëren is gemarkeerd.
3 Druk op √
4 Druk herhaaldelijk op ▼ om Lichter/donkerder te selecteren.
5 Druk op ◀ of ▶ om de kopie lichter of donkerder te maken.
6 Druk op Start.

Controleer de kwaliteit van het originele document

Als u niet tevreden bent met de kwaliteit van het origineel, moet u een betere versie van het document of de afbeelding gebruiken.

Scant u een item op glossy of fotopapier of uit een krant of tijdschrift?

Zie "Golvende patronen verwijderen uit gescande foto's, tijdschriften of kranten" op pagina 76.

Controleer hoe het document is geplaatst

Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

Kopie komt niet overeen met het origineel

Is het originele document juist op de glasplaat geplaatst?

- Controleer of het originele document in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

- Plaats het item dat u wilt kopieren met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

- Zorg dat de rechterbenedenhoek van de voorzijde van het item gelijkligt aan de pijlen in de rechterbenedenhoek van de glasplaat.

LEXMARK X4800 - Is het originele document juist op de glasplaat geplaatst? - 1

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gekopieerd

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer hoe het document is geplaatst

Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

Controleer het papierformaat

Zorg dat het formaat van het papier in de printer overeenkomt met het papierformaat dat u hebt geselecteerd.

Controleer de instelling Origineel

De instelling Origineel moet zijn ingesteld op Automatisch of op het formaat van het originele document dat u kopieert.

Problemen met scannen oplossen

Scanner reageert niet

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de berichten

Los alle problemen op.

Controleer de stroomvoorziening

Als het lampje ⏻ niet brandt, controleert u of het netsnoer van de printer stevig is aangesloten op een geaard stopcontact. Controleer of het netsnoer stevig is aangesloten op de printer.

Controleer de standaardinstellingen van de printer en de instellingen voor onderbreken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op → Configuratiescherm
  • Windows XP: klik op Start.

2 Klik op Printer of Printers en faxapparaten.
3 Dubbelklik op de printer die u wilt controleren.
4 Klik op Printer.
5 Controleer of de optie Afdrukken onderbreken is uitgeschakeld. Als er geen vinkje wordt weergegeven naast Als standaardprinter instellen, moet u de juiste printer selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken.

Verwijder de software en installeer de software opnieuw

Zie voor meer informatie "Verwijder de software en installeer de software opnieuw" op pagina 113.

Scan is mislukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de USB-kabel

1 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd.
2 Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de aansluiting achter op de printer.
3 Sluit het rechthoekige uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort van de computer.

De USB-poort wordt aangegeven met het USB-symbol

Start de computer opnieuw op

Zet de computer uit en start deze opnieuw op.

Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens het scannen

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Sluit de andere programma's

Sluit alle programma's die niet worden gebruikt.

Geef een lagere scanresolutie op

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het welkomstvenster op Scannen.
4 Klik op Aangepaste instellingen.

5 Selecteer een lagere resolutie in de keuzelijst Scanresolutie.
6 Klik op Start.

Kwaliteit van gescande afbeelding is slecht

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer de berichten

Zie als er een foutbericht wordt weergegeven "Foutberichten op de display van de printer" op pagina 156.

Reinig de glasplaat

Als de glasplaat vies is, maakt u deze schoon met een vochtige, schone en pluisvrije doek.

Pas de kwaliteit van de scan aan

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
2 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
3 Klik in het welkomstvenster op Scannen.
4 Klik op Aangepaste instellingen.
5 Selecteer een hogere scanresolutie.
6 Klik op Start.

Gebruik de procedures voor het verbeteren van de afdrukkwaliteit

Zie "Afdrukkwaliteit verbeteren" op pagina 127.

Scant u een item op glossy of fotopapier of uit een krant of tijdschrift?

Zie "Golvende patronen verwijderen uit gescande foto's, tijdschriften of kranten" op pagina 76.

Controleer de kwaliteit van het originele document

Als u niet tevreden bent met de kwaliteit van het origineel, moet u een betere versie van het document of de afbeelding gebruiken.

Controleer hoe het document is geplaatst

Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

Documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gescand

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Controleer hoe het document is geplaatst

Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat is geplaatst.

Controleer het papierformaat

Zorg dat het formaat van het papier in de printer overeenkomt met het papierformaat dat u hebt geselecteerd.

Controleer de instelling Origineel

De instelling Origineel moet zijn ingesteld op Automatisch of op het formaat van het originele document dat u scant.

Kan niet scannen naar een computer via een netwerk

Zie "Scannen naar een computer via een netwerk met het bedieningspaneel" op pagina 96.

Foutberichten op de display van de printer

Uitlijningsfout

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Tape verwijderen van de inktcartridge

1 Verwijder de inktcartridge uit de printer.
2 Controleer of sticker en tape zijn verwijderd van de cartridge.

LEXMARK X4800 - Tape verwijderen van de inktcartridge - 1

3 Plaats de cartridge terug in de printer.

4 Druk op om de inktcartridge uit te lijnen.

Zie voor meer informatie "Inktcartridges uitlijnen" op pagina 104.

Nieuw papier gebruiken

Plaats alleen normaal, ongemarkeerd papier in de printer als u de inktcartridge uitlijnt.

De uitlijningsfout kan optreden omdat eventuele markeringen op gebruikt papier mogelijk worden gelezen door de printer.

Cartridgefout (1102, 1203, 1204 of 120F)

1 Verwijder de inktcartridges uit de inktcartridgehouders en sluit de deksels van de houders.
2 Sluit de scannereenheid.
3 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
4 Steek de stekker van het netsnoer weer in het stopcontact.
5 Druk op ⏻ als de knop ⏻ niet brandt.
6 Plaats de inktcartridges terug in de printer en sluit de deksels van de houders.
7 Sluit de scannereenheid.

Als de fout niet opnieuw optreedt, is het probleem verholpen.

Als de fout opnieuw optreedt, functioneert een van de cartridges niet correct. Voer de volgende procedure uit om te bepalen welke cartridge niet correct functioneert.

1 Verwijder de inktcartridges uit de inktcartridgehouders en sluit de deksels van de houders.

2 Sluit de scannereenheid.

3 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.

4 Steek de stekker van het netsnoer weer in het stopcontact.

5 Druk op ⏻ als de knop ⏻ niet brandt.

6 Plaats de zwarte of foto-inktcartridge terug in de printer en sluit het deksel van de houder.

7 Sluit de scannereenheid.

8 Als de fout:

- opnieuw optreedt, vervangt u de zwarte of foto-inktcartridge door een nieuwe cartridge en sluit u vervolgens het deksel van de cartridgehouder en de scannereenheid.

- niet opnieuw optreedt, plaatst u de kleureninktcartridge terug in de printer en sluit u vervolgens het deksel van de cartridgehouder en de scannereenheid.

9 Als de fout opnieuw optreedt, vervangt u de kleureninktcartridge door een nieuwe cartridge en sluit u vervolgens het deksel van de cartridgehouder en de scannereenheid.

Weinig zwarte inkt/Weinig kleureninkt/Weinig foto-inkt

1 Controleer de inktovorraden en installeer zo nodig een of meer nieuwe inktcartridges.

Zie voor meer informatie over het bestellen van supplies "Papier en andere supplies bestellen" op pagina 107.

2 Druk op om door te gaan.

Verhelp houderstoring

Verwijder eventuele obstakels

1 Til de scannereenheid op.

2 Verwiider eventuele voorwerpen die de baan van de inktcartridgehouder blokkeren.

3 Controleer of de deksels van de cartridgehouders zijn gesloten.

LEXMARK X4800 - Verwijder eventuele obstakels - 1

4 Sluit de scannereenheid.

5 Druk op √

Klep geopend

Controleer of de scannereenheid is gesloten.

Fout 1104

1 Verwijder de inktcartridges uit de printer.
2 Plaats de zwarte of foto-inktcartridge in de linkerhouder.
3 Plaats de kleureninktcartridge in de rechterhouder.

Ongeldig apparaat

Het apparaat dat is aangesloten op de printer wordt niet ondersteund. Sluit een ondersteund apparaat aan of gebruik andere printerfuncties.

Fout linkercartridge/Fout rechtercartridge

Deze fout kan ook worden weergegeven als Fout 1205 (Linkercartr.) of Fout 1206 (Rechtercartr.).

1 Verwijder de aangegeven inktcartridge uit de inktcartridgehouder en sluit het deksel van de houder.
2 Sluit de scannereenheid.
3 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
4 Steek de stekker van het netsnoer weer in het stopcontact.
5 Druk op ⏻ als de knop ⏻ niet brandt.
6 Plaats de inktcartridge terug in de printer en sluit het deksel van de houder.
7 Sluit de scannereenheid.

8 Als de fout:

  • niet opnieuw optreedt, is het probleem verholpen;
  • opnieuw optreedt, vervangt u de inktcartridge door een nieuwe cartridge en sluit u vervolgens het deksel van de cartridgehouder en de scannereenheid.

Linkerinktcartridge is onjuist/Rechterinktcartridge is onjuist

1 Verwijder de aangegeven inktcartridge uit de inktcartridgehouder en sluit het deksel van de houder.

2 Sluit de scannereenheid.

3 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.

4 Steek de stekker van het netsnoer weer in het stopcontact.

5 Druk op ⏻ als de knop ⏻ niet brandt.

6 Plaats de inktcartridge terug in de printer en sluit het deksel van de houder.

7 Sluit de scannereenheid.

8 Als de fout:

  • niet opnieuw optreedt, is het probleem verholpen;
  • opnieuw optreedt, vervangt u de inktcartridge door een nieuwe cartridge en sluit u vervolgens het deksel van de cartridgehouder en de scannereenheid.

Linkercartridge ontbreekt/Rechtercartridge ontbreekt

Een of beide inktcartridges ontbreken of zijn niet juist geïnstalleerd. Zie voor meer informatie "Inktcartridges installeren" op pagina 101.

Opmerkingen:

  • U kunt een kleurenkopie maken terwijl alleen de kleureninktcartridge is geïnstalleerd.
  • U kunt een zwart-witdocument afdrukken terwijl alleen de zwarte inktcartridge is geïnstalleerd.
  • U kunt niet kopieren of afdrukken als alleen de foto-inktcartridge is geinstalleerd.
  • Druk op ✗ om het foutbericht te wissen.

Geheugenfout

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Verminder het geheugengebruik

Indien van toepassing:

  • Druk de ontvangen faxen in het geheugen af.
  • Verzend minder pagina's.

Selecteer de instelling Na bellen

1 Dubbelklik op het bureaublad op het pictogram Lexmark Productivity Studio.
2 Klik in het welkomstvenster op Faxgeschiedenis en -instellingen.
3 Klik op Snelkeuzelijst en andere faxinstellingen aanpassen.
4 Klik op de tab Bellen en verzenden.
5 Selecteer Na bellen in het gedeelte Wanneer moet een document worden gescand van het gedeelte Verzendopties.
6 Klik op OK.
7 Verzend de fax opnieuw.

Er zijn geen afbeeldingen geselecteerd

U hebt geen van de opties geselecteerd in stap 1 voor het fotocontrolevel dat u hebt afgedrukt en gescand.

1 Zorg dat u de cirkel of cirkels van de gewenste foto's volledig invult.
2 Druk op om door te gaan.

Geen foto-/papierformaat geselecteerd

U hebt geen van de opties geselecteerd in stap 2 voor het fotocontrolevel dat u hebt afgedrukt en gescand.

1 Zorg dat u de cirkel of cirkels van de gewenste foto's volledig invult.
2 Druk op om door te gaan.

Kan geen controlevel vinden

Het document op de glasplaat is geen geldig controlevel. Zie voor meer informatie "Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel" op pagina 80.

Geen controlevelgegevens

Het fotocontrolevel dat u hebt afgedrukt en gescand, is niet langer geldig.

Wellicht hebt u de geheugenkaart of het flashstation uit de printer verwijderd of de printer uitgeschakeld voordat het fotocontrolevel was gescand.

Zie voor meer informatie "Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel" op pagina 80.

Geen geldige foto's gevonden

Er zijn geen ondersteunde afbeeldingen gevonden op de geheugenkaart of het flashstation.

De printer ondersteunt Baseline JPEG-bestanden (waaronder Exif) met de extensies JPEG, JPEn en JPG.

De volgende TIFF-indelingen worden ondersteund van een camerakaart of USB-flashstation:

  • Niet gecomprimeerde RGB-gegevens: Baseline TIFF Rev. 6.0 RGB Afbeeldingen met volledige kleuren
  • Niet gecomprimeerde YCbCr-gegevens: TIFF Rev. 6.0 Extensions YCbCr-afbeeldingen

Alleen TIFF-bestanden die direct van een digitale camera zijn gemaakt en niet zijn aangepast met computersoftware worden ondersteund.

U kunt slechts één verbetering voor een foto tegelijk kiezen

U hebt meerdere opties geselecteerd in stap 2 voor het fotocontrolevel dat u hebt afgedrukt en gescand.

1 Zorg dat u slechts één cirkel per optie volledig invult.
2 Druk op om door te gaan.

U kunt slechts één foto/formaat tegelijk kiezen

U hebt meerdere opties geselecteerd in stap 2 voor het fotocontrolevel dat u hebt afgedrukt en gescand.

1 Zorg dat u slechts één cirkel per optie volledig invult.
2 Druk op om door te gaan.

Fout met papier

Het formaat van het papier dat in de printer is geplaatst, wordt niet ondersteund door de huidige modus.

1 Plaats het juiste papier in de printer.
2 Druk op √

Vastgelopen papier

Zie voor meer informatie "Problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen" op pagina 146.

Papier is op

1 Plaats papier in de printer.
2 Druk op √

Fout met papier- of fotoformaat

Een of meer foto's geselecteerd voor afdrukken hebben een formaat dat niet overeenkomt met het formaat papier dat in de printer is geplaatst.

Wijzig het fotoformaat in het formaat van het papier dat in de printer is geplaatst of wijzig het papierformaat zodat dit overeenkomt met het fotoformaat.

Fout met papierformaat/-soort

Het papiersoort dat in de printer is geplaatst, wordt niet ondersteund voor dubbelzijdig afdrukken.

Plaats normaal A4- of Letter-papier in de printer.

Fout met fotoformaat. Foto moet op de pagina passen.

Een of meer foto's zijn groter dan het papierformaat dat u hebt geselecteerd in het printermenu.

1 Druk op ✗ om het foutbericht te wissen.
2 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ tot Papierformaat op het scherm wordt weergegeven.
3 Druk op √
4 Druk herhaaldelijk op ◀ of ▶ om het papierformaat te selecteren dat geschikt is voor het grootste fotoformaat.
5 Druk op Kleur of Zwart om het afdrukken te starten.

PictBridge-communicatiefout

Maak de USB-kabel die bij de camera is geleverd los van de PictBridge-poort aan de voorkant van de printer en sluit de kabel opnieuw aan.

Verwijder de camerakaart.

De printer kan een digitale PictBridge-camera of een geheugenkaart lezen, maar niet beide tegelijkertijd.

1 Verwijder zowel de digitale PictBridge-camera als de geheugenkaart.
2 Sluit slechts één van deze twee weer aan.

Houder vastgelopen in printer

1 Controleer de houder in de printer op obstakels.
2 Druk op √

Zie voor meer informatie "Problemen met vastgelopen en verkeerd ingevoerd papier oplossen" op pagina 146.

Fout met controlevel

De fout treedt mogelijk op vanwege een van de onderstaande oorzaken.

Oorzaak Oplossing
De printer kan het controlevel niet vinden. Controleerhet volgende:• Het controlevel is volledig ingevuld.• Het controlevel is met de bedrukte zijde naar beneden in de rechterbenedenhoek van de glasplaat geplaatst.• Het papier ligt niet scheef.
Er zijn geen afbeeldingen geselecteerd voor afdrukken.Er moeten afbeeldingen zijn geselecteerd voor afdrukken.
Er is geen foto- of papierformaat geselecteerd.Er moet een papierformaat of fotoformaat zijn geselecteerd.
Er zijn meerdere fotoformaten of papierformaten geselecteerd.Selecteer slechts één fotoformaat of papierformaat.
Er is geen selectie aangegeven op het controlevel.Het controlevel moet volledig zijn ingevuld.
Een foto of meerdere foto's zijn verwijderd van het opslagapparaat door de computer.Selecteer een andere foto.
Meerdere opties voor verbetering van foto's zijn geselecteerd.Selecteer slechts één optie voor verbetering van foto's.

Sommige foto's zijn van de kaart verwijderd door de host

Een aantal foto's op het fotocontrolevel is met de computer van de geheugenkaart verwijderd.

U moet een nieuw fotocontrolevel afdrukken.

Zie voor meer informatie "Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel" op pagina 80.

Probleem bij lezen van geheugenkaart

  • Zie "Geheugenkaart kan niet worden geplaatst" op pagina 149.
  • Zie "Er gebeurt niets als de geheugenkaart is geplaatst" op pagina 150.

Fout met dubbelzijdige papiersoort

U hebt de juiste papiersoort of het juiste papierformaat niet geselecteerd voor dubbelzijdig afdrukken.

1 Selecteer
2 Druk op ▼ om Papierafhandeling te selecteren.
3 Druk op ▼ om Soort of Formaat te selecteren.
4 Druk op ◀ of ▶ om de juiste optie te selecteren.

Opmerking: Gebruik alleen normaal A4- of Letter-papier. De prinet kan niet dubbelzijdig afdrukken op enveloppen, wenskaarten of fotopapier.

Dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor het huidige papierformaat

De papiersoort wordt niet ondersteund voor dubbelzijdig afdrukken.

1 Selecteer
2 Druk op ▼ om Papierafhandeling te selecteren.
3 Druk op ▼ om Formaat te selecteren.
4 Druk op ◀ of ▶ om het juiste papierformaat te selecteren.

Opmerking: de printer ondersteunt dubbelzijdig afdrukken alleen op A4- en Letter-papier.

Dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor de huidige papiersoort

De papiersoort wordt niet ondersteund voor dubbelzijdig afdrukken.

1 Selecteer
2 Druk op ▼ om Papierafhandeling te selecteren.
3 Druk op ▼ om Soort te selecteren.
4 Druk op ◀ of ▶ om de juiste papiersoort te selecteren.

Opmerking: De printer ondersteunt dubbelzijdig afdrukken alleen voor normaal papier.

Foutberichten op het beeldscherm van de computer

Foutberichten wissen

1 Verhelp de foutsituatie zoals beschreven in het foutbericht. Klik op Help in het foutbericht voor specifieke aanwijzingen.
2 Nadat u het probleem hebt verholpen, klikt u op Doorgaan om het afdrukken te hervatten.

Als het probleem blijft optreden, maar u het foutbericht wilt wissen:

1 Klik op Afdrukken annuleren. Het foutbericht verdwijnt en het dialoogvenster Afdrukken annuleren verschijnt.
2 Volg de aanwijzingen in het dialoogvenster Afdrukken annuleren.

Linker-/rechtercartridge ontbreekt

LEXMARK X4800 - Linker-/rechtercartridge ontbreekt - 1

Dit bericht geeft aan dat een van de benodigde cartridges ontbreekt. Installeer een inktcartridge.

Communicatie is niet beschikbaar

De printer en de computer lijken geen gegevens te kunnen uitwisselen.

Krijgt de printer stroom?

Als ① niet brandt, krijgt de printer misschien geen stroom.

  • Sluit de printer aan op een ander stopcontact.
  • Als de printer is aangesloten op een overspanningsbeveiliging, trekt u de stekker van het netsnoer van de printer uit de overspanningsbeveiliging en sluit u de printer rechtstreeks aan op een stopcontact.

Is er een probleem met de kabelverbindingen?

Als de printer is aangesloten op een extern apparaat, is er mogelijk een probleem met het apparaat. Controleer de installatie-informatie die bij het apparaat is geleverd om te controleren of het correct is geïnstalleerd.

Als u afdrukt met een USB-kabel, controleert u of de kabel goed is aangesloten op de printer en de computer.

Mogelijk moet u de computer opnieuw opstarten voor u kunt afdrukken.

Algemeen afdrukprobleem

Een specifieker foutbericht is niet mogelijk, omdat er geen bidirectionele communicatie is tussen de printer en de computer.

Als u een specifieker foutbericht wilt ontvangen, gaat u naar "Bidirectionele communicatie is niet ingesteld" op pagina 145.

Als u het probleem wilt vaststellen zonder bidirectionele communicatie in te stellen, gaat u naar "Gereedheid van de printer controleren" op pagina 137.

Inkt is bijna op

Een inktcartridge bevat bijna geen inkt meer.

LEXMARK X4800 - Inkt is bijna op - 1

Installeer een nieuwe cartridge. Zie voor meer informatie "Inktcartridges installeren" op pagina 101.

Zie voor meer informatie over het bestellen van een nieuwe cartridge "Supplies bestellen" op pagina 106.

Onvoldoende geheugen

Er is onvoldoende geheugen beschikbaar voor de printersoftware om af te drukken.

Probeer het volgende:

  • Voordat u een document verzendt om dit af te drukken, sluit u andere geopende programma's. Als er te veel programma's geopend zijn op de computer, kan een lege pagina worden afgedrukt.
  • Volg de aanwijzingen in het foutbericht. Deze aanwijzingen zijn gericht op vermindering van de hoeveelheid geheugen die nodig is voor het afdrukken.

Papier is op

1 Plaats papier in de printer.

2 Druk op √om door te gaan met afdrukken.

Opmerking: duw het papier niet te ver in de printer.

Afdrukfout oplossen

Volg de aanwijzingen op het scherm.

Als de printer nog steeds niet afdrukt:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Programma's of Alle foto's Programma's → Lexmark 4800 Series.

3 Klik op Printeroplossingen en vervolgens op de tab Contactgegevens.

Vastgelopen papier

Er is papier vastgelopen in de printer. U moet de papierbaan vrijmaken.

Opmerking: duw het papier niet te ver in de printer om te voorkomen dat het papier vastloopt.

Meerdere All-In-One-apparaten gevonden

Er is vastgesteld dat er meerdere Lexmark printers rechtstreeks of via een netwerk zijn aangesloten op de computer. U kunt kiezen welke printer u wilt gebruiken:

1 Selecteer de printer in de lijst.
2 Klik op OK.

Fout bij bestand afdrukken

Als u de functie Bestanden afdrukken wilt gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op een computer en moeten de printer en de computer zijn ingeschakeld.

De fout treedt mogelijk op vanwege een van de onderstaande oorzaken.

Oorzaak Oplossing
De printer kan geen software op de computer vinden waarmee de bestanden op het opslagapparaat kunnen worden afgedrukt.Controleer of u software op de computer hebt geïnstalleerd waarmee de bestanden met de gewenste extensies kunnen worden geopend.
De printer kan een of meer bestanden op het opslagapparaat niet ophalen.Controleer het volgende:• Het opslagapparaat is niet verwijderd.• De geheugenkaart of het flashstation is niet beschadigd.

Productinformatie

Productnaam:

Lexmark 4800 Series

Apparaattype:

4428

Model(len):

W22

W2E

Uitgavebericht

June 2007

De volgende alinea is niet van toepassing op landen waar de voorwaarden strijdig zijn met de nationale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC., LEVERT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In sommige rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties bij bepaalde transacties niet toegestaan, het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is.

Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien, wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.

Verwijzingen in deze publicatie naar producten, programma's of diensten houden niet in dat de fabrikant deze producten op de markt wil brengen in alle landen waar de fabrikant actief is. Een verwijzing naar een product, programma of dienst betekent niet dat alleen dat product, dat programma of die dienst kan worden gebruikt. In plaats daarvan kunnen alle functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten, waarmee geen inbreuk wordt gemaakt op bestaande intellectuele eigendomsrechten, worden gebruikt. De gebruiker is verantwoordelijk voor de evaluatie en controle van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van de producten, programma's of diensten die door de fabrikant zijn aangegeven.

Voor technische ondersteuning van Lexmark gaat u naar support.lexmark.com.

Voor informatie over supplies en downloads gaat u naar www.lexmark.com.

Als u geen toegang hebt tot internet, kunt u ook per post contact opnemen met Lexmark:

Lexmark International, Inc.

Bldg 004-2/CSC

Alle rechten voorbehouden.

Handelsmerken

Lexmark en Lexmark met het diamantlogo zijn gedeponeerde handelsmerken van Lexmark International, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.

Evercolor en PerfectFinish zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc.

TrueType is een handelsmerk van Apple Inc.

Andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.

Conventies

Opmerking: hiermee wordt aangegeven dat een bepaald gedeelte nuttige informatie bevat.

Waarschuwing: hiermee wordt aangegeven dat een handeling kan leiden tot schade aan de hardware of software van het product.

LEXMARK X4800 - Conventies - 1

Let op: hiermee wordt aangegeven dat een handeling kan leiden tot lichamelijk letsel.

LEXMARK X4800 - Conventies - 2

Let op: hiermee wordt aangegeven dat u het gemarkeerde gedeelte niet moet aanraken.

LEXMARK X4800 - Conventies - 3

Let op: hiermee wordt aangegeven dat een bepaald gedeelte heet kan worden.

LEXMARK X4800 - Conventies - 4

Let op: hiermee wordt aangegeven dat u een schok kunt krijgen.

LEXMARK X4800 - Conventies - 5

Let op: hiermee wordt aangegeven dat het apparaat kan omvallen.

Blootstelling aan hoogfrequentie-energie

De volgende kennisgeving is van toepassing als in de printer een draadloze netwerkkaart is geïnstalleerd.

De hoeveelheid hoogfrequentie-energie die door dit draadloze apparaat wordt uitgestraald, ligt ver onder de limieten voor hoogfrequentie-energie die zijn vastgesteld door de FCC en andere regelgevingsinstanties. Er moet minimaal 20 cm (8 inch) ruimte tussen de antenne en eventuele personen zijn om te voldoen aan de vereisten voor hoogfrequentie-energie van de FCC.

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap

Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 89/336/EEG en 2006/95/EC aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen bepaalde voltagegrenzen.

Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is getekend door de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk.

Dit product voldoet aan de eisen voor apparaten van Klasse B, zoals omschreven in richtlijn EN 55022 en in de veiligheidseisen van EN 60950.

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten

De volgende kennisgevingen zijn van toepassing als er een draadloze netwerkkaart in de printer is geïnstalleerd

Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 89/336/EEG, 2006/95/EEG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen bepaalde voltagegrenzen en voor radioapparatuur en telecommunicatieterminals.

De CE-markering geeft aan dat een apparaat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.

LEXMARK X4800 - Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten - 1

Het waarschuwingssymbool geeft aan dat er binnen bepaalde lidstaten beperkingen gelden.

Een verklaring waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen kan worden verkregen bij de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S. A., Boigny, Frankrijk.

De volgende beperkingen zijn van kracht:

Dit product voldoet aan de eisen van EN 55022; de veiligheidsvoorschriften van EN 60950; de radiospectrumvereisten van ETSI EN 300328; en de EMC-vereisten van EN 55024, ETSI EN 301 489-1 en ETSI EN 301 489-17.

ČeskySpolečnost Lexmark International, Inc. tímto prohlašuje, že výrobek tento výrobek je ve shodě se základními požadavky a dalšími příslušnými ustanoveními směrnice 1999/5/ES.
DanskLexmark International, Inc. erklærer herved, at dette produkt overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
DeutschHiermit erklärt Lexmark International, Inc., dass sich das Gerät dieses Gerät in Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet.
ΕλληνικήME THN ΠΑΡΟΥΣΑ Η ΕΧΜΑΡΚ ΙΝΤΕΝΑΤΙΟΛ, INC. ΔΗΛΩΝΕΙ ΟΤΙ ΑΥΤΟ ΤΟ ΠΡΟΪΟΝ ΣΥΜΜΟΡΦΩΝΕΤΑΙ ΠΡΟΣ ΤΙΣ ΟΥΣΙΩΔΕΙΣ ΑΠΑΙΤΗΣΕΙΣ ΚΑΙ ΤΙΣ ΛΟΙΠΕΣ ΣΧΕΤΙΚΕΣ ΔΙΑΤΑΞΕΙΣ ΤΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 1999/5/ΕΚ.
EnglishHereby, Lexmark International, Inc., declares that this type of equipment is in compliance with the essential requirements and other relevant provisions of Directive 1999/5/EC.
EspañolPor medio de la presente, Lexmark International, Inc. declara que este producto cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE.
EestiKäesolevaga kinnitab Lexmark International, Inc., et seade see toode vastab direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist tulenevatele muudele asjakohastele sätetele.
SuomiLexmark International, Inc. vakuuttaa täten, että tämä tuote on direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja muiden sită koskevien direktiivin ehtojen mukainen.
FrançaisPar la présente, Lexmark International, Inc. déclare que l'appareil ce produit est conforme aux exigences fondamentales et autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.
MagyarAlulírott, Lexmark International, Inc. nyilatkozom, hogy a termék megfelel a vonatkozó alapvető követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb előírásainak.
ÍslenskaHér með lýsir Lexmark International, Inc. yfir því að þessi vara er í samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun 1999/5/EC.
ItalianoCon la presente Lexmark International, Inc. dichiara che questo questo prodotto è conforme ai requisiti essenziali ed alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva 1999/5/CE.
LatviskiAr šo Lexmark International, Inc. deklarē, ka šis izstrādājums atbilst Direktīvas 1999/5/EK būtiskajām prasībām un citiem ar to saistītajiem noteikumiem.
LietuviųŠiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas.
MaltiBil-preżenti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtigijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE.
NederlandsHierbij verklaart Lexmark International, Inc. dat het toestel dit product in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
NorskLexmark International, Inc. erklærer herved at dette produktet er i samsvar med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
PolskiNiniejszym Lexmark International, Inc. oświadcza, że niniejszy produkt jest zgodny z zasadniczymi wymogami oraz pozostałymi stosownymi postanowieniami Dyrektywy 1999/5/EC.
PortuguêsA Lexmark International Inc. declara que este este produto está conforme com os requisitos essenciais e outras disposições da Diretiva 1999/5/CE.
SlovenskyLexmark International, Inc. týmto vyhlasuje, že tento produkt spíňa základné požiadavky a všetky príslušné ustanovenia smernice 1999/5/ES.
SlovenskoLexmark International, Inc. izjavlja, da je ta izdelek v skladu z bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi določili direktive 1999/5/ES.
SvenskaHärmed intygar Lexmark International, Inc. att denna produkt står i överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG.

Geluidsemissie

De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand
Afdrukken 48
Scannen 35
Kopiëren 41
Gereed niet hoorbaar

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)

LEXMARK X4800 - AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) - 1

Het AEEA-logo geeft aan dat er in de Europese Unie specifieke programma's en procedures zijn voor het hergebruiken van elektronische producten. Wij moedigen het hergebruiken van onze producten aan. Als u meer vragen hebt over de mogelijkheden voor hergebruik, bezoekt u de Lexmark website op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van uw lokale verkoopafdeling.

Verwijdering van het product

Gooi de printer of onderdelen niet weg met het huishoudelijke afval. Neem contact op met uw gemeente voor mogelijkheden voor afvoer en recycling.

Temperatuurinformatie

Omgevingstemperatuur 15° ~ 32° C (60° ~ 90° F)
Verzend- en opslagtemperatuur -40° ~ 60° C (-40° ~ 140° F), 1° ~ 60° C (34° ~ 140° F)

ENERGY STAR

LEXMARK X4800 - ENERGY STAR - 1

Stroomverbruik

Stroomverbruik van het product

In de volgende tabel worden de stroomverbruikskenmerken van het product weergegeven.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Modus Beschrijving Stroomverbruik (Watt)
Afdrukken Er worden papieren kopieën van elektronische invoergemaakt met het product.16,4
Kopiëren Er worden papieren kopieën van papieren originelen gemaakt met het product.13,6
ScannenEr worden papieren originelen gescand met het product.10,3
Gereed Het product wacht op een afdruktaak.9.2
Energiebesparing De spaarstand van het product is geactiveerd. 6.2
Uitgeschakeld (hoog) Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitgeschakeld.niet van toepassing
Uitgeschakeld (laag) (Uitgeschakeld (<1 W)De printer is aangesloten op een stopcontact, het apparaat is uitgeschakeld en verbruikt zo min mogelijk stroom.niet van toepassing
Uit Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitgeschakeld.0,2

De stroomverbruikniveaus in de vorige tabel zijn metingen op basis van tijdgemiddelden. Stroompieken kunnen aanzienlijk hoger zijn dan het gemiddelde.

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

Spaarstand

Dit product heeft een energiebesparende modus die Spaarstand wordt genoemd. Deze spaarstand is gelijk aan de EPA-slaapstand. In de spaarstand wordt energie bespaard door het stroomverbruik te verlagen tijdens langere perioden waarin het apparaat niet actief is. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product gedurende een vooraf ingestelde periode (time-out voor spaarstand) niet wordt gebruikt.

Standaardinstelling voor de time-out voor spaarstand van dit product (in minuten): 60

Printer is uitgeschakeld

Als dit product een stand heeft waarin het is uitgeschakeld maar er nog steeds een kleine hoeveelheid energie wordt verbruikt en u wilt het stroomverbruik van het product volledig stoppen, moet u de stekker van het product uit het stopcontact trekken.

Totaal energieverbruik

Het is soms handig om het totale energieverbruik van het product te berekenen. Aangezien het stroomverbruik wordt aangegeven in watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd dat elke stand actief is op het product. Zo kunt u het energieverbruik berekenen. Het totale energieverbruik van het product is de som van het energieverbruik voor alle standen.

Ik ga ermee akkoord dat de gepatenteerde cartridge(s) die bij deze printer zijn geleverd, worden verkocht met de volgende licentie/ overeenkomst: De bijgeleverde, gepatenteerde inktcartridge(s) mogen slechts één maal worden gebruikt en zijn ontworpen om te stoppen met werken nadat een vastgestelde hoeveelheid inkt is gebruikt. Er blijft een variabele hoeveelheid inkt achter in de cartridge wanneer vervanging is vereist. Nadat de inktcartridge is opgebruikt, wordt de licentie voor het gebruik van de inktcartridge beëindigd en moet de gebruikte cartridge worden geretourneerd naar Lexmark zodat de cartridge kan worden gebruikt voor de fabricage van nieuwe producten, opnieuw kan worden gevuld of kan worden gerecycled. Als ik een andere inktcartridge aanschaf die wordt verkocht met de bovenstaande voorwaarden, ga ik akkoord met de voorwaarden met betrekking tot die cartridge. Als u niet akkoord gaat met de voorwaarden van deze licentieovereenkomst voor eenmalig gebruik, moet u dit product in de verpakking terugbrengen naar de winkel van aankoop. U kunt een vervangende cartridge zonder deze voorwaarden aanschaffen op www.lexmark.com.

LICENTIEOVEREENKOMST VOOR LEXMARK SOFTWARE

Deze Licentieovereenkomst voor software ('Licentieovereenkomst') is een rechtsgeldige overeenkomst tussen u (een individu of een rechtspersoon) en Lexmark International, Inc. ('Lexmark') die, voor zover uw Lexmark product of Softwareprogramma niet op andere wijze onderhevig is aan een geschreven licentieovereenkomst voor software tussen u en Lexmark of zijn leveranciers, uw gebruik beheerst van enig Softwareprogramma dat is geïnstalleerd op of wordt geleverd door Lexmark voor gebruik in combinatie met uw Lexmark product. De term 'Softwareprogramma' omvat machineleesbare instructies, beeld- en geluidsmateriaal (zoals afbeeldingen en opnamen) en bijbehorende media, gedrukte materialen en elektronische documentatie, ongeacht of dit is opgenomen in , geleverd bij of voor gebruik met het Lexmark product .

1 BEPERKTE GARANTIEVERKLARING. Lexmark garandeert dat de media (bijvoorbeeld diskettes of cd's) met het Softwareprogramma (als dit geleverd is) bij normaal gebruik geen materiaal of bewerkingsfouten bevatten gedurende de garantieperiode. De garantieperiode is negentig (90) dagen en gaat in op de dag waarop het Softwareprogramma wordt bezorgd bij de eindgebruiker. De beperkte garantieverklaring is alleen van toepassing op Softwareprogramma's die zijn gekocht bij Lexmark of een geautoriseerde wederverkoper of distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoet aan deze beperkte garantieverklaring.

2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES. BEHALVE ZOALS AANGEGEVEN IN DEZE LICENTIEOVEREENKOMST EN VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN ONDER DE TOEPASSELIJKE WETGEVING, LEVEREN LEXMARK EN ZIJN LEVERANCIERS HET SOFTWAREPROGRAMMA ALS ZODANIG EN WIJZEN HIERBIJ ALLE ANDERE GARANTIES EN BEPALINGEN, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT EIGENDOM, NIET-INBREUKMAKENDHEID, VERHANDELBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, EN AFWEZIGHEID VAN VIRUSSEN, VAN DE HAND MET BETREKKING TOT HET SOFTWAREPROGRAMMA. Deze Overeenkomst moet worden geïnterpreteerd in combinatie met bepaalde wettelijke bepalingen, zoals die van tijd tot tijd van kracht kunnen zijn, die garanties of bepalingen impliceren of verplichtingen opleggen aan Lexmark die niet kunnen worden uitgesloten of aangepast. Als dergelijke bepalingen van toepassing zijn, beperkt Lexmark, voor zover Lexmark hiertoe in staat is, hierbij zijn aansprakelijkheid voor het schenden van deze bepalingen tot een van de volgende acties: vervanging van het Softwareprogramma of teruggave van het bedrag dat is betaald voor het Softwareprogramma.

3 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst:

a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma. Als u het Softwareprogramma gebruikt met een licentie voor gelijktijdig gebruik, moet u het aantal geautoriseerde gebruikers beperken tot het aantal dat is opgegeven in uw overeenkomst met Lexmark. U mag de onderdelen van het Softwareprogramma niet van elkaar scheiden voor gebruik op meer dan één computer. U stemt ermee in dat u het Softwareprogramma, geheel of gedeeltelijk, niet zult gebruiken op enige wijze waardoor de visuele weergave van een handelsmerk, handelsnaam, woordmerk of kennisgeving voor intellectueel eigendom op een computerscherm die normaal gesproken wordt gegenereerd door, of als gevolg van, het Softwareprogramma, zal worden overschreven, aangepast, verwijderd, onleesbaar gemaakt, gewijzigd of verhuld.
b Kopiëren. U mag één (1) kopie van het Softwareprogramma maken die uitsluitend is bestemd voor back-up-, archiverings- of installatiedoeleinden, op voorwaarde dat de kopie alle eigendomskennisgevingen van het originele Softwareprogramma bevat. U mag het Softwareprogramma niet kopieën naar een openbaar of gedistribueerd netwerk.
c Voorbehoud van rechten. Het Softwareprogramma, inclusief alle lettertypen, is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van Lexmark International, Inc. en/of zijn leveranciers. Alle rechten die niet expliciet worden verleend aan u in deze Licentieovereenkomst, zijn voorbehouden aan Lexmark.
d Freeware. Niettegenstaande de voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst, worden alle gedeelten van het Softwareprogramma waarin wordt gebruikgemaakt van software die onder een openbare licentie wordt geleverd door derden ('Freeware'), aan u in licentie gegeven onderhevig aan de voorwaarden en bepalingen die horen bij dergelijke Freeware, ongeacht of deze de vorm heeft van een afzonderlijke overeenkomst, een in de verpakking opgenomen licentie of elektronische licentievoorwaarden ten tijde van het downloaden. Gebruik van de Freeware door u wordt volledig beheerst door de voorwaarden en bepalingen van een dergelijke licentie.

4 OVERDRACHT. U mag het Softwareprogramma overdragen aan een andere eindgebruiker. Elke overdracht moet bestaan uit alle softwareonderdelen, media, gedrukte materialen en deze Licentieovereenkomst en u mag geen exemplaren van het Softwareprogramma of onderdelen daarvan bewaren. De overdracht mag niet een indirecte overdracht zijn, zoals een zending. Vóór de overdracht moet de eindgebruiker die het overgedragen Softwareprogramma ontvangt, akkoord gaan met alle voorwaarden van deze Licentieovereenkomst. Bij overdracht van het Softwareprogramma wordt uw licentie automatisch beëindigd. U mag het Softwareprogramma niet verhuren, in sublicentie geven of afstaan behalve voor zover is toegestaan onder deze Licentieovereenkomst. Als u dit wel doet is de overeenkomst niet langer geldig.
5 UPGRADES. Om een Softwareprogramma dat als upgrade wordt aangeduid, te mogen gebruiken, moet u beschikken over een licentie voor het originele Softwareprogramma dat door Lexmark is aangeduid als in aanmerking komend voor de upgrade. Na het uitvoeren van de upgrade mag u het originele Softwareprogramma dat de basis vormde voor de upgrade, niet langer gebruiken.
6 BEPERKING VOOR REVERSE-ENGINEERING. U mag het Softwareprogramma niet aanpassen, decoderen, onderwerpen aan reverse-engineering, disassembleren, decompileren of op andere wijze vertalen, behalve voor zover expliciet is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving voor doeleinden met betrekking tot samenwerking, foutcorrectie en beveiligingstesten. Als u beschikt over dergelijke wettelijke rechten, moet u Lexmark schriftelijk op de hoogte stellen als u van plan bent reverse-engineering, disassemblage of decompilatie uit te voeren. U mag het Softwareprogramma niet decoderen tenzij dit vereist is voor het legitieme Gebruik van het Softwareprogramma.
7 AANVULLENDE SOFTWARE. Deze Licentieovereenkomst is van toepassing op updates van of aanvullingen op het originele Softwareprogramma die worden geleverd door Lexmark tenzij Lexmark andere voorwaarden levert samen met de update of aanvulling.
8 BEPERKING VAN VERHAALSMOGELIJKHEDEN. Voor zover maximaal toegestaan onder de toepasselijke wetgeving, is de volledige aansprakelijkheid van Lexmark, zijn leveranciers, partners en wederverkopers, en uw exclusieve verhaalsmogelijkheid als volgt: Lexmark biedt de bovenstaande uitdrukkelijke beperkte garantieverklaring. Als Lexmark problemen met defecte media niet oplost zoals in de garantieverklaring is aangegeven, kunt u uw licentie beëindigen en krijgt u uw geld terug wanneer u alle exemplaren van het Softwareprogramma terugstuurt.

9 BEPERKING VAN AANSPRAKELIJKHEID. Voor zover maximaal toegestaan onder de toepasselijke wetgeving, geldt voor elke claim die voortkomt uit de beperkte garantie van Lexmark, of voor enige andere claim met betrekking tot het onderwerp van deze Overeenkomst, dat de aansprakelijkheid van Lexmark en zijn leveranciers voor alle typen schade, ongeacht de vorm van de gerechtelijke vordering of de basis hiervoor (inclusief contract, schending, niet-ontvankelijkheidsverklaring, nalatigheid, onjuiste voorstelling of onrechtmatige daad) is beperkt tot een maximum van \$5.000 of het bedrag dat is betaald aan Lexmark of zijn Geautoriseerde wederverkopers voor de betreffende licentie voor het Softwareprogramma waardoor de schade is veroorzaakt of die het onderwerp is van, of direct verwant is aan, de oorzaak van de gerechtelijke vordering.

IN GEEN GEVAL ZIJN LEXMARK, ZIJN LEVERANCIERS, DOCHTERONDERNEMINGEN OF WEDERVERKOPERS AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE EN PUNITIEVE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT VERLIES VAN WINST OF INKOMSTEN, VERLOREN SPAARTEGOEDEN, ONDERBREKING IN HET GEBRUIK OF ENIG VERLIES VAN GEBRUIK, ONNAUWKEURIGHEID IN OF SCHADE AAN GEGEVENS OF RECORDS, VOOR CLAIMS VAN DERDEN, OF SCHADE AAN ECHTE OF TASTBARE EIGENDOMMEN, VOOR SCHENDING VAN PRIVACY VOORTKOMEND UIT OF OP ENIGE MANIER VERWANT AAN HET GEBRUIK VAN OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET SOFTWAREPROGRAMMA, OF ANDERSZINS IN COMBINATIE MET ENIGE BEPALING IN DEZE LICENTIEOVEREENKOMST), ONGEACHT DE AARD VAN DE CLAIM, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT SCHENDING VAN GARANTIE OF CONTRACT, ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID), EN ZELFS NIET ALS LEXMARK, OF ZIJN LEVERANCIERS, PARTNERS OF WEDERVERKOPERS OP DE HOOGTE ZIJN GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE, OF VOOR ENIGE CLAIM DOOR U OP BASIS VAN EEN CLAIM VAN DERDEN, BEHALVE VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING VAN SCHADE NIET RECHTSGELDIG IS. DE VOORGAANDE BEPERKINGEN ZIJN ZELFS VAN TOEPASSING ALS DE BOVENSTAANDE VERHAALSMOGELIJKHEDEN NIET SLAGEN IN HUN ESSENTIÈLE DOEL.

10 DUUR. Deze Licentieovereenkomst is van kracht tenzij deze wordt beëindigd of afgewezen. U mag deze licentie op elk gewenst moment afwijzen of beëindigen door alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook, of zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook.
11 BELASTING. U stemt ermee in dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van eventuele belasting, inclusief, maar niet beperkt tot, belasting voor goederen en services en persoonlijke eigendommen, die voortkomt uit deze Overeenkomst of uw Gebruik van het Softwareprogramma.
12 BEPERKING VOOR GERECHTELIJKE VORDERINGEN. Geen gerechtelijke vordering, ongeacht in welke vorm dan ook, die voorkomt uit deze Overeenkomst, mag worden ondernomen tegen een van de partijen meer dan twee jaar nadat de oorzaak van de gerechtelijke vordering heeft plaatsgevonden, behalve voor zover is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving.
13 TOEPASSELIJKE WETGEVING. Deze Overeenkomst wordt beheerst door de wetgeving van het gemenebest van Kentucky, Verenigde Staten van Amerika. Het is niet mogelijk om de wetgeving van een bepaald rechtsgebied te kiezen. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Het Weens koopverdrag) is niet van toepassing.
14 BEPERKTE RECHTEN AMERIKAANSE OVERHEID. Het Softwareprogramma is volledig op eigen kosten ontwikkeld. De rechten van de Amerikaanse overheid om het Softwareprogramma te gebruiken zijn zoals uiteengezet in deze Overeenkomst en zoals beperkt in DFARS 252.227-7014 en in vergelijkbare FAR-bepalingen (of vergelijkbare bepalingen voor overheidsinstellingen of contractclausules).
15 TOESTEMMING VOOR GEBRUIK VAN GEGEVENS. U gaat ermee akkoord dat Lexmark, zijn partners en vertegenwoordigers de door u geleverde gegevens kunnen verzamelen en gebruiken voor ondersteuningsservices die worden uitgevoerd voor het Softwareprogramma en op uw verzoek. Lexmark stemt ermee in deze gegevens niet te gebruiken in een vorm aan de hand waarvan u persoonlijk kunt worden geïdentificeerd, behalve voor zover vereist om dergelijke services te kunnen leveren.
16 EXPORTBEPERKINGEN. U mag niet (a) het Softwareprogramma of enig direct afgeleid product daarvan aanschaffen, verzenden, overdragen of herexporteren als hierbij de toepasselijke exportwetgeving wordt geschonden of (b) toestaan dat het Softwareprogramma wordt gebruikt voor doeleinden die zijn verboden in dergelijke exportwetgeving, inclusief maar niet beperkt tot het verspreiden van nucleaire, chemische of biologische wapens.
17 INSTEMMING MET CONTRACT IN ELEKTRONISCHE VORM. U en Lexmark gaan ermee akkoord deze Licentieovereenkomst in elektronische vorm aan te gaan. Dit betekent dat wanneer u op de knop 'Ik ga akkoord' of 'Ja' op deze pagina klikt of dit product gebruikt, u aangeeft in te stemmen met de voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst en dat u dat doet met de intentie een contract met Lexmark te 'ondertekenen'.

18 VERMOGEN EN RECHT OM HET CONTRACT AAN TE GAAN. U verklaart dat u meerderjarig bent in het land of regio waar u deze Licentieovereenkomst aangaat en, indien van toepassing, dat u bent gemachtigd door uw werkgever of opdrachtgever om dit contract aan te gaan.
19 VOLLEDIGE OVEREENKOMST. Deze Licentieovereenkomst (inclusief eventuele aanvullingen of aanpassingen op deze Licentieovereenkomst die bij het Softwareprogramma worden geleverd) is de volledige overeenkomst tussen u en Lexmark met betrekking tot het Softwareprogramma. Behalve indien anders aangegeven in dit document, vervangen deze voorwaarden en bepalingen alle voorgaande of gelijktijdige mondelinge of schriftelijke communicaties, voorstellen en verklaringen met betrekking tot het Softwareprogramma of enig ander onderwerp dat onder deze Licentieovereenkomst valt (behalve voor zover dergelijke externe voorwaarden niet in strijd zijn met de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst of enige andere geschreven overeenkomst die is ondertekend door u en Lexmark met betrekking tot uw Gebruik van het Softwareprogramma). Voor zover enige Lexmark beleidsrichtlijnen of programma's voor ondersteuningsservices in strijd zijn met de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst, zullen de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst van kracht zijn.

Verklarende woordenlijst voor netwerken

ad-hocmodusEen instelling voor een draadloos apparaat waarmee het rechtstreeks kan communiceren met andere draadloze apparaten zonder een toegangspunt of router.
ad-hocnetwerkEen draadloos netwerk dat geen toegangspunt gebruikt.
AutoIP-adresEen IP-adres dat automatisch wordt toegewezen door een netwerkapparaat. Als het apparaat is ingesteld op DHCP, maar er geen DHCP-server beschikbaar is, kan er een AutoIP-adres worden toegewezen door het apparaat.
beveiligingssleutelEen wachtwoord, zoals een WEP-sleutel of een WPA-wachtwoord, waarmee een netwerk wordt beveiligd.
BSS (Basic Service Set)BSS beschrijft het type draadloos netwerk dat u gebruikt. Er zijn twee BSS-typen: Infrastructuurnetwerk of Ad-hocnetwerk.
DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol; dynamisch protocol voor hostconfiguratie)Een taal die wordt gebruikt door DHCP-servers.
DHCP IP-adresEen IP-adres dat automatisch wordt toegewezen door een DHCP-server.
DHCP-serverEen computer of router die een uniek IP-adres toewijst aan elk apparaat op het netwerk. Unieke adressen voorkomen conflicten.
draadloos toegangspuntEen apparaat dat draadloze apparaten verbindt om een draadloos netwerk te maken.
draadloze routerEen router die ook dient als draadloos toegangspunt.
Filteren op MAC-adresEen methode waarmee u de toegang tot uw draadloze netwerk kunt beperken door op te geven welke MAC-adressen op het netwerk mogen communiceren op het netwerk. Deze instelling kan worden opgegeven op draadloze routers of toegangspunten.
infrastructuurmodusEen instelling voor een draadloos apparaat waarmee het rechtstreeks kan communiceren met andere draadloze apparaten via een toegangspunt of router.
installatiekabelHiermee sluit u de printer tijdelijk aan op de computer tijdens bepaalde installatiemethoden.
interne, draadloze afdrukserverEen apparaat waarmee computers en printers met elkaar kunnen communiceren via een netwerk zonder kabels.
IP-adres (Internet Protocol)Het netwerkadres van een computer of printer. Elk apparaat op het netwerk heeft een eigen netwerkadres. De adressen kunnen handmatig worden toegewezen (statisch IP-adres), automatisch door de DHCP-server (DHCP IP-adres) of automatisch door het apparaat (AutoIP-adres).
ipconfigEen opdracht die het IP-adres en andere netwerkgegevens van een Windows-computer weergeeft.
kanaalEen specifieke radiofrequentie die door twee of meer draadloze apparaten wordt gebruikt om te communiceren. Alle apparaten op het netwerk moeten hetzelfde kanaal gebruiken.
MAC-adres (Media Access Control).Een hardware-adres dat een unieke aanduiding is voor elk apparaat op een netwerk. Het MAC-adres is meestal afgedrukt op het apparaat.
netwerkadapter/-kaartEen apparaat waarmee computers of printers met elkaar kunnen communiceren via een netwerk.
netwerkhubEen apparaat waarmee meerdere apparaten met elkaar verbonden kunnen worden op een bedraad netwerk.
netwerknaamZie “SSID (Service Set Identifier)” op pagina 177
persoonlijke naam van een printerDe naam die u hebt toegewezen aan de printer zodat u en anderen deze kunnen herkennen op het netwerk.
pingenEen test waarmee u kunt bepalen of uw computer kan communiceren met een ander apparaat.
routerEen apparaat dat één netwerkverbinding deelt met meerdere computers of andere apparaten. De hoofdrouter beheert het netwerkverkeer.
signaalsterkteIndicatie van de sterkte waarmee een uitgezonden signaal wordt ontvangen.
SSID (Service Set Identifier)De naam van een draadloos netwerk. Als u een printer aansluit op een draadloos netwerk, moet de printer dezelfde SSID gebruiken als het netwerk. Dit wordt ook netwerknaam of BSS (Basic Service Set) genoemd.
Statisch IP-adresEen IP-adres dat handmatig door u wordt toegewezen.
switchEen apparaat dat vergelijkbaar is met een netwerkhub waarmee verschillende netwerken met elkaar kunnen worden verbonden.
UAA (Universally Administered Address)Een adres dat door de fabrikant aan een netwerkprinter of afdrukserver wordt toegewezen. Als u de UAA nodig hebt, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u de UAA-vermelding op.
USB-kabelEen lichtgewicht, flexibele kabel waarmee de printer veel sneller kan communiceren met de computer dan met parallelle kabels.
USB-poortEen kleine, rechthoekige poort op de achterkant van de printer waarop randapparaten kunnen worden aangesloten met een USB-kabel en die gebruikt kan worden voor communicatie met hoge snelheden.
WEP (Wired Equivalent Privacy)Een beveiligingsinstelling waarmee niet-geautoriseerde toegang tot een draadloos netwerk wordt voorkomen. Andere mogelijke beveiligingsinstellingen zijn WPA en WPA2.
Wi-FiEen term waarmee de technologie wordt beschreven die wordt gebruikt voor een draadloos lokaal netwerk (WLAN).
WPA (Wi-Fi Protected Access)Een beveiligingsinstelling waarmee niet-geautoriseerde toegang tot een draadloos netwerk wordt voorkomen. WPA wordt niet ondersteund op draadloze ad-hocnetwerken. Andere mogelijke beveiligingsinstellingen zijn WEP en WPA2.
WPA2Een nieuwere versie van WPA. Oudere routers bieden hiervoor waarschijnlijk geen ondersteuning. Andere mogelijke beveiligingsinstellingen zijn WPA en WEP.

A

aan/uit-knop brandt niet 110

aangepast papierformaat

plaatsen 47

aangepast papierformaat, afdrukken 57

aanpassen, helderheid

automatisch 73, 75

aanpassen, intensiteit van een foto 74

aanpassen, tint van een foto 74

aansluiten

flashstations 65

geheugenkaarten 66

ad-hocnetwerk, draadloos

maken met Windows 41

printer toevoegen met

Windows 43

afbeelding herhalen 87

afbeelding verkleinen 84

afbeelding, gammawaarde

wijzigen 75

afbeeldingen

e-mailen 99

afbeeldingen of effen zwarte

vlakken vertonen witte lijnen 135

afdrukfout (foutbericht) 164

afdrukinstellingen

opslaan en verwijderen 60

afdrukken

aangepast papierformaat 57

alle foto's 79

banner 57

bestanden van geheugenkaart of

flashstation 53

briefkaarten 54

brochures 56

document 49

documenten van een

geheugenkaart of flashstation 53

dubbelzijdig 58, 59, 60

enveloppen 54

foto of geselecteerde foto's 79

foto's afdrukken vanaf een

verwisselbaar opslagapparaat

met de computer 76

foto's met het controlevel 80

foto's vanaf cd met de

computer 76

foto's vanaf digitale camera met de computer 76

foto's vanaf digitale camera met DPOF 81

foto's vanuit Productivity

Studio 77

Fotopakketten 77

indexkaarten 54

kaarten 54

laatste pagina eerst 51

meerdere pagina's op één vel 51

netwerkconfiguratiepagina 36

omgekeerde paginavolgorde 51

op beide zijden van het

papier 58, 59, 60

opstrijktransfers 57

poster 55

posters 55

sorteren 51

testpagina 138

transparanten 57

webpagina 49

webpagina, alleen foto's 50

wenskaarten 54

afdrukken vanaf de digitale

PictBridge-camera is niet mogelijk 142

afdrukken, problemen oplossen

documenten of foto's worden

slechts gedeeltelijk

afgedrukt 130

duplexeenheid werkt niet

goed 140

foto bevat krassen 130

foto bevat vlekken 130

foto van 10 x 15 cm (4 x 6 inch)

wordt slechts gedeeltelijk

afgedrukt met een digitale

PictBridge-camera 126

inktvoorraden lijken incorrect 131

inktvoorraden lijken snel af te

nemen 131

kan niet afdrukken vanaf een

flashstation 141

kwaliteit van tekst en afbeeldingen

is slecht 128

lage afdruksnelheid 130

slechte kwaliteit aan de randen

van de pagina 128

verbeteren, afdrukkwaliteit 127

afdruktaken

annuleren 52

afdruktaken onderbreken 52

afgedrukte pagina's vertonen

afwisselend lichte en donkere

banen 134

afgedrukte tekens hebben een

verkeerde vorm of zijn niet correct

uitgelijnd 134

algemeen afdrukprobleem

(foutbericht) 163

annuleren

scantaak 94

annuleren, afdruktaken 52

Automatisch oplossen met één

klik 73

B

banner afdrukken, problemen

wachtrij-instellingen

controleren 137

banner, afdrukken 57

bannerpapier is vastgelopen 148

bannerpapier plaatsen 47

bedieningspaneel 18

bladeren door menu's 29

gebruiken 28

instellingen opslaan 30

Kopiëren (modus; menu) 89

Modus Bestanden afdrukken

(menu) 52

Modus Fotokaart (menu) 63

PictBridge (menu) 67

Scannen (menu) 95

Belichting

instelling wijzigen 76

bestanden

toevoegen aan e-mailbericht 98

bestellen, papier en andere

supplies 107

beveiligingsgegevens 32

beveiligingssleutels 114

bewerken

documenttekst (OCR) 92

foto's met het

bedieningspaneel 72

gescande afbeeldingen 92

bibliotheek, voorkeuren voor

wijzigen 71

bidirectionele communicatie,

instellen 145

bijsnijden

foto 71

bijwerken, printersoftware 144

bovenklep 18

briefkaarten

afdrukken 54

plaatsen 46

brochure samenstellen 56

brochures

afdrukken 56

buitenkant van de printer

reinigen 106

C

camera

aansluiten 64

cartridge ontbreekt

(foutbericht) 163

cartridgefout 156

cartridgehouder 19

cartridges, ink-

beschermen 105

bestellen 106

installeren 101

reinigen 104

schoonvegen 104

uitlijnen 104

van Lexmark gebruiken 103

verwijderen 103

cd

alle foto's overbrengen met de

computer 69

foto's afdrukken vanaf 76

geselecteerde foto's overbrengen

met de computer 69

communicatie is niet beschikbaar

(foutbericht) 163

communicatieproblemen

bidirectionele communicatie

instellen 145

compatibiliteit met draadloze

netwerken 16

controleren, externe

apparaten 140

controleren, gereedheid

printer 137

controleren, netwerknaam

(Windows) 123

controlevel, gebruiken 80

D

foto's weergeven op het

bedieningspaneel 78

maken en weergeven 81

diavoorstelling maken en

weergeven 81

digitale camera

foto's afdrukken met de

computer 76

document of foto wordt gedeeltelijk

gescand 155

documenten

afbeeldingen scannen voor

bewerking 92

afdrukken 49

als bijlage toevoegen aan

e-mail 99

e-mailen 99

faxen met de software 100

kleuren- of zwart-witscan

maken 93

plaatsen op de glasplaat 48

scannen met de computer 91

scannen met het

bedieningspaneel 91

tekst scannen voor bewerken 92

documenten gereedmaken voor

afdrukken 141

documenten of foto's worden

slechts gedeeltelijk afgedrukt 130

documenten of foto's worden

slechts gedeeltelijk

gekopieerd 153

doorzochte mappen, voorkeuren

wijzigen 71

doos, inhoud 17

draadloos netwerk

algemene configuraties voor

thuisnetwerken 33

beveiligingssleutels 114

draadloos ad-hocnetwerk instellen

met Windows 41

MAC-adres 35

netwerkconfiguratiepagina

afdrukken 36

overzicht netwerk 33

printer toevoegen aan een

bestaand ad-hocnetwerk met

Windows 43

signaalsterkte 38

typen draadloze netwerken 40

draadloos, problemen oplossen

draadloos toegangspunt pingen

(Windows) 124

draadloze netwerkprinter drukt

niet af 115

draadloze printer werkt niet

meer 119

foto's worden niet afgedrukt van

een geheugenkaart via een

draadloos netwerk 150

hulpprogramma voor draadloze

configuratie kan niet

communiceren met de printer

tijdens de installatie 123

hulpprogramma voor draadloze

configuratie uitvoeren

(Windows) 125

netwerknaam controleren

(Windows) 123

netwerkprinter wordt niet

weergegeven in keuzelijst met

printers tijdens installatie

(Windows) 120

printer kan geen verbinding maken

met draadloos netwerk 121

printer pingen (Windows) 124

printerpoorten controleren

(Windows) 126

Wi-Fi-aanduiding brandt

oranje 118

Wi-Fi-aanduiding knippert

oranje 116

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 116

wijzigen, draadloze instellingen na

de installatie 125

draadloze netwerkprinter drukt niet

af 115

draadloze printer werkt niet

meer 119

draaien, foto 73

dubbelzijdig afdrukken

automatisch 59

dubbelzijdig afdrukken wordt niet

ondersteund voor huidige

papierformaat 162

dubbelzijdig afdrukken wordt niet

ondersteund voor huidige

papiersoort 162

dubbelzijdige kopieën 87

duplexeenheid 19

werkt niet goed 140

E

e-mailen

bestanden toevoegen 98

gescande afbeelding

toevoegen 98

E-mailen (knop) 25

e-mailen, afbeelding 99

e-mailvenster, voorkeuren

wijzigen 99

effenen 76

emissiekennisgevingen 167, 168, 169

enveloppen

afdrukken 54

plaatsen 45

er gebeurt niets als de

geheugenkaart is geplaatst 150

etiketten plaatsen 45

externe apparaten

controleren 140

extra zwaar, mat papier

plaatsen 44

É

één verbetering voor een foto kan

per keer worden gekozen 160

F

faxen

automatisch ontvangen 100

met de software 100

Faxen (knop) 25

FCC-kennisgevingen 167

flashstation

aansluiten 65

afdrukken, documenten van 53

alle foto's overbrengen met de

computer 69

bestanden afdrukken van 53

foto's afdrukken met de

computer 76

foto's met het controlevel

afdrukken 80

geselecteerde foto's overbrengen

met de computer 69

fletse kleuren 132

foto

bijsnijden 71

intensiteit aanpassen 74

kleureneffect toepassen 75

tint aanpassen 74

verbeteren 74

verscherpen 74

vervagen 74

foto bevat krassen 130

foto bevat vlekken 130

foto van 10 x 15 cm (4 x 6 inch)

wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt

met een digitale PictBridge-

camera 126

foto, gammawaarde wijzigen 75

foto's

afdrukken met het controlevel 80

afdrukken vanaf cd met de

computer 76

afdrukken vanaf digitale camera

met de computer 76

afdrukken vanaf digitale camera

met DPOF 81

afdrukken vanaf een

verwisselbaar opslagapparaat

met de computer 76

afdrukken, foto of geselecteerde

foto's 79

alle afdrukken 79

alle foto's op een geheugenkaart

overbrengen met de

computer 68

alle foto's overbrengen van een cd

of flashstation met de

computer 69

automatische rode-

ogenreductie 73

bewerken met het

bedieningspaneel 72

diavoorstelling op het

bedieningspaneel weergeven 78

draaien 73

foto's kopiiëren 83

geselecteerde foto's op een

geheugenkaart overbrengen met

de computer 68

geselecteerde foto's overbrengen

van een cd of flashstation met de

computer 69

kopiëren 84

krassen, voorkomen 130

meerdere foto's tegelijk scannen

met de computer 93

overbrengen van geheugenkaart

naar flashstation 70

overbrengen vanaf een

opslagapparaat via het

bedieningspaneel 67

plaatsen op de glasplaat 48

rode-ogenreductie 73

scannen voor het werken met

documenten en foto's 92

vanaf een webpagina

afdrukken 50

vlekken, voorkomen 130

Foto's overbrengen (knop) 25

foto's worden niet afgedrukt van een

geheugenkaart via een draadloos

netwerk 150

foto's zijn van de kaart verwijderd

door de host 162

fotokaarten plaatsen 46

Fotopakketten 77

Fotopakketten (knop) 25

fotopapier plaatsen 44

Fotoresolutie/-formaat

wijzigen 73

Fotowenskaarten (knop) 25

fout 1104 158

fout 1205 158

fout 1206 158

fout bij bestand afdrukken 165

fout linkercartridge 158

fout met controlevel 161

fout met dubbelzijdige

papiersoort 162

fout met fotoformaat 161

fout met papier 160

fout met papier- of

fotoformaat 160

fout met papierformaat/-soort 161

fout rechtercartridge 158

foutberichten

afdrukfout 164

algemeen afdrukprobleem 163

cartridge ontbreekt 163

cartridgefout 156

communicatie is niet

beschikbaar 163

dubbelzijdig afdrukken wordt niet

ondersteund voor huidige

papierformaat 162

dubbelzijdig afdrukken wordt niet

ondersteund voor huidige

papiersoort 162

één verbetering voor een foto kan

per keer worden gekozen 160

er zijn geen afbeeldingen

geselecteerd 159

fout 1104 158

fout 1205 158

fout 1206 158

fout linkercartridge 158

fout met controlevel 161

fout met dubbelzijdige

papiersoort 162

fout met fotoformaat 161

fout met papier- of

fotoformaat 160

fout rechtercartridge 158

geen controlevelgegevens 160

geen foto-/papierformaat

geselecteerd 159

geen geldige fotobestanden

gevonden 160

geheugen vol 159

inkt is bijna op 164

kan geen controlevel vinden 159

linkercartridge ontbreekt 159

linkerinktcartridge is onjuist 158

Ongeldig apparaat 158

onvoldoende geheugen 164

papier is op 164, 160

papierstoring 164

PictBridge-communicatiefout 161

probleem bij lezen van

rechtercartridge ontbreekt 159

rechterinktcartridge is onjuist 158

sommige foto's zijn van de kaart verwijderd door de host 162

U kunt slechts één foto/formaat

tegelijk kiezen 160

uitlijningsfout 156

verhelp houderstoring 157

verwijder de camerakaart 161

weinig foto-inkt 157

weinig kleureninkt 157

weinig zwarte inkt 157

wissen 163

foutberichten, problemen oplossen

fout bij bestand afdrukken 165

fout met papier 160

fout met papierformaat/-

soort 161

houder vastgelopen in

printer 161

klep geopend (foutbericht) 158

papierstoring 160

G

gammawaarde

wijzigen 75

Geavanceerd (knop) 27

gebruiken, Automatisch oplossen

met één klik 73

Snelle oplossingen (tabblad) 73

geen afbeeldingen geselecteerd

(foutbericht) 159

geen controlevelgegevens

(foutbericht) 160

geen foto-/papierformaat

(foutbericht) 159

geen geldige fotobestanden

gevonden 160

afdrukken, documenten van 53

alle foto's overbrengen met de

computer 68

bestanden afdrukken van 53

foto's afdrukken met de

computer 76

foto's met het controlevel

afdrukken 80

geselecteerde foto's overbrengen

met de computer 68

geheugenkaart kan niet worden

geplaatst 149

geheugenkaart, problemen

oplossen

er gebeurt niets als de

geheugenkaart is geplaatst 150

geheugenkaart kan niet worden geplaatst 149

geheugenkaartsleuven 18

gekopieerd item komt niet overeen

met origineel 153

geluidsemissie, niveaus 169

gereed of bezig met afdrukken

wordt weergegeven als status 138

gescande afbeelding

toevoegen aan e-mailbericht 98

gescande afbeeldingen

opslaan 96

gesproken bericht

in- of uitschakelen 32

glasplaat 18

documenten plaatsen 48

reinigen 106

glossy papier plaatsen 44

H

Helderheid

automatisch aanpassen 73, 75

Helderheid/contrast (instelling)

wijzigen 75

hergebruiken

AEEA-verklaring 169

Hoe (knop) 27

houder vastgelopen in printer 161

hulpprogramma voor draadloze

configuratie kan niet communiceren

met de printer tijdens de

installatie 123

|

indexkaarten

afdrukken 54

plaatsen 46

informatie, zoeken 13

inhoud, doos 17

inkt is bijna op (foutbericht) 164

inktcartridge

controleren 130

inktcartridges

beschermen 105

bestellen 106

installeren 101

opnieuw vullen 103

reinigen 104

schoonvegen 104

uitlijnen 104

van Lexmark gebruiken 103

verwijderen 103

inktvoorraden lijken incorrect 131

inktvoorraden lijken snel af te nemen 131

installatieproblemen oplossen

aan/uit-knop brandt niet 110

afdrukken vanaf de digitale

PictBridge-camera is niet

mogelijk 142

onjuiste taal wordt weergegeven

op de display 109

pagina wordt niet afgedrukt 111

software wordt niet

geinstalleerd 110

installeren

inktcartridges 101

netwerkprinter 38

printer op een netwerk 38

printersoftware 31, 113

software en de printer delen via

een netwerk 39

Instellen (menu)

Papierverwerking (submenu) 48

Standaardprinterinst. wijzigen

(submenu) 61

instellingen aanpassen

kopiëren 89

scannen 95

instellingen worden niet

opgeslagen 136

instellingen, opslaan 30

interne, draadloze afdrukserver

standaardfabrieksinstellingen

herstellen 125

IP-adres, toewijzen 38

K

kaarten

afdrukken 54

geheugenkaart 66

plaatsen 46

kabelverbindingen

controleren 138, 140

kan geen controlevel vinden 159

kan niet afdrukken vanaf een

flashstation 141

kan niet scannen naar de computer

via een netwerk 156

kennisgevingen 166, 167, 168, 169, 170

klep geopend 158

kleureffecten

toepassen 75

kleuren op het papier komen niet

overeen met de kleuren op het scherm 132

knoppen, bedieningspaneel

Aan/uit 28

Annuleren 28

Dubbelzijdig afdrukken 28

Kies 28

Menu 28

pijl naar links 28

pijl naar rechts 28

pijl omhoog 28

pijl omlaag 28

pijl voor vorige 28

Start 28

knoppen, Printeroplossingen

Geavanceerd 27

gebruiken 27

Hoe 27

Onderhoud 27

Problemen oplossen 27

knoppen, Productivity Studio

E-mailen 25

Faxen 25

Foto's overbrengen 25

Fotopakketten 25

Fotowenskaarten 25

gebruiken 25

Kopiëren 25

Poster 25

Scannen 25

kopieerapparaat reageert niet 151

kopieerkwaliteit, aanpassen 85

kopiëren 83

afbeelding herhalen 87

afbeelding klonen 87

afbeelding verkleinen 84

foto's 83

in kleur 89

in zwart-wit 89

instellingen aanpassen 89

kleuren- of zwart-witkopie

maken 83

kopie lichter of donkerder

maken 85

kwaliteit aanpassen 85

maken 83

meerdere pagina's op één vel 88

N per vel 88

op beide zijden van het

papier 87

sorteren 86

standaardinstellingen wijzigen 88

vergroten, afbeelding 84

Kopiëren (knop) 25

kopiëren, foto 84

kopiëren, problemen oplossen

documenten of foto's worden

slechts gedeeltelijk

gekopieerd 153

kopieerapparaat reageert

niet 151

scannereenheid sluit niet 152

slechte kopieerkwaliteit 152

kranten, plaatsen op de

glasplaat 48

krassen, voorkomen op foto's 130

kwaliteit van gescande afbeelding is slecht 155

kwaliteit van tekst en afbeeldingen

is slecht 128

kwaliteitsinstellingen,

controleren 138

L

laatste pagina eerst 51

lage afdruksnelheid 130

lege of verkeerde pagina wordt

afgedrukt 131

lettertypen

problemen oplossen 138

Lexmark Productivity Studio

diavoorstelling maken en

weergeven 81

linkercartridge ontbreekt 159

linkerinktcartridge is onjuist 158

M

MAC-adres 35

Modus Bestanden afdrukken

(menu) 52

Modus Fotokaart (menu) 63

moiré patronen, verwijderen uit

gescande afbeeldingen 76

N

N per vel (functie) 51

netvoedingsaansluiting 19

netwerk scannen 96

netwerk, afdrukken via

IP-adres 37

netwerkconfiguratiepagina,

afdrukken 36

netwerkprinter

installeren 38

netwerkprinter wordt niet

weergegeven in keuzelijst met

printers tijdens installatie

(Windows) 120

netwerkprinters

configureren 40

0

OCR, documenttekst bewerken 92

omgekeerde paginavolgorde 51

onderdelen

bedieningspaneel 18

bovenklep 18

cartridgehouder 19

duplexeenheid 19

geheugenkaartsleuven 18

glasplaat 18

netvoedingsaansluiting 19

papierbaanbeschermer 18

papiergeleider 18

papiersteun 18

papieruitvoerlade 18

PictBridge-poort 18

scannereenheid 19

USB-poort 19

Wi-Fi-aanduiding 18

Onderhoud (knop) 27

Ongeldig apparaat 158

onjuiste taal wordt weergegeven op

de display 109

ontvangen, fax

automatisch 100

Ontvlekken

instelling wijzigen 75

onvoldoende geheugen

(foutbericht) 164

oplossen, problemen met de

printercommunicatie 114

opnieuw vullen, inktcartridges 103

opslaan en verwijderen,

afdrukinstellingen 60

opslaan, gescande afbeelding 96

opstrijktransfers, afdrukken 57

opstrijktransfers, plaatsen 46

overdrachtsinstellingen

wijzigen 71

overdragen, foto's

van flashstation met de

computer 69

van geheugenkaart naar

flashstation 70

van opslagapparaat via het

bedieningspaneel 67

vanaf cd met de computer 69

vanaf geheugenkaart met de

computer 68

P

pagina wordt afgedrukt met andere

lettertypen 133

pagina wordt niet afgedrukt 111

papier en andere supplies

bestellen 107

papier is op (foutbericht) 164

Papier is op (foutbericht) 160

papier is vastgelopen in de

papiersteun 146

papier loopt nog steeds vast 148

papier of speciaal papier wordt

verkeerd ingevoerd 146

papier plaatsen 44

papierbaanbeschermer 18

papiergeleider 18

papierinvoer

speciaal papier selecteren 54

papiersoort

automatisch kiezen 44

papiersteun 18

papierstoring 160

papierstoring (foutbericht) 164

papieruitvoerlade 18

Papierverwerking (submenu) 48

PDF

maken van een scan 94

peer-to-peer-methode 39

PictBridge (menu) 67

PictBridge-camera, aansluiten 64

PictBridge-communicatiefout 161

PictBridge-poort 18

pingen, draadloos toegangspunt

(Windows) 124

pingen, printer (Windows) 124

plaatsen

aangepast papierformaat 47

bannerpapier 47

briefkaarten 46

documenten op de glasplaat 48

enveloppen 45

etiketten 45

extra zwaar, mat papier 44

foto's op de glasplaat 48

fotokaarten 46

fotopapier 44

glossy papier 44

indexkaarten 46

opstrijktransfers 46

papierinvoer 44

transparanten 46

wenskaarten 46

point-and-print-methode 39

poortinstelling

controleren 145

poster 55

Poster (knop) 25

posters, afdrukken 55

printer

delen 36

delen in Windows 36

geen communicatie 144

printer delen

peer-to-peer-methode 39

point-and-print-methode 39

printer is aangesloten, maar drukt

niet af 141

printer kan geen verbinding maken

met draadloos netwerk 121

printer kan niet communiceren via

een peer-to-peer-netwerk 142

printer voert geen papier,

enveloppen of speciaal papier in 147

Printeroplossingen

informatie over 27

Printeroplossingen, knoppen

Geavanceerd 27

Hoe 27

informatie over 27

Onderhoud 27

Problemen oplossen 27

printerpoorten controleren

(Windows) 126

printersoftware

bijwerken 144

installeren 31

opnieuw installeren 113

verwijderen 113

printerstatus

controleren 136

probleem bij lzn geh.krt

(foutbericht) 162

problemen bij kopiëren, scannen of

faxen 144

problemen oplossen

afbeeldingen of effen zwarte

vlakken vertonen witte lijnen 135

afdrukfout (foutbericht) 164

afgedrukte pagina's vertonen

afwisselend lichte en donkere

banen 134

afgedrukte tekens hebben een

verkeerde vorm of zijn niet correct

uitgelijnd 134

algemeen afdrukprobleem

(foutbericht) 163

bidirectionele communicatie

instellen 145

cartridge ontbreekt

(foutbericht) 163

communicatie is niet beschikbaar

(foutbericht) 163

document gereedmaken voor

afdrukken 141

externe apparaten,

controleren 140

fletse kleuren 132

gekopieerd item komt niet overeen

met origineel 153

gereed of bezig met afdrukken

wordt weergegeven als

status 138

inkt is bijna op (foutbericht) 164

instellingen voor kwaliteit/snelheid

controleren 138

kleuren op het papier komen niet

overeen met de kleuren op het

scherm 132

lege of verkeerde pagina wordt

afgedrukt 131

lettertypeselecties 132

onvoldoende geheugen

(foutbericht) 164

oplossen, problemen met

lettertypen 138

pagina wordt afgedrukt met

papier loopt nog steeds vast 148

papierstoring (foutbericht) 164

poortinstelling 145

poortinstelling controleren 145

printer communiceert niet met computer 144

printer is aangesloten, maar drukt niet af 141

printer kan niet communiceren via een peer-to-peer-netwerk 142

printer probeert af te drukken naar bestand 141

printerstatus 136

printerstatus controleren 136

problemen bij kopiëren, scannen of faxen 144

problemen met

printercommunicatie 114

tekens op de afdruk ontbreken of zijn onverwacht 132

testpagina wordt niet afgedrukt 139

transparanten of foto's bevatten witte lijnen 135

vellen glossy fotopapier of

transparanten kleven aan elkaar vast 133

verkeerde printer

aangesloten 144

verticale rechte lijnen zijn rafelig 135

verwijderen, extern apparaat 140 Problemen oplossen (knop) 27 problemen oplossen met draadloze apparaten

draadloos toegangspunt pingen (Windows) 124

draadloze netwerkprinter drukt niet af 115

draadloze printer werkt niet meer 119

foto's worden niet afgedrukt van een geheugenkaart via een draadloos netwerk 150

hulpprogramma voor draadloze configuratie kan niet

communiceren met de printer tijdens de installatie 123

hulpprogramma voor draadloze configuratie uitvoeren

(Windows) 125

netwerknaam controleren (Windows) 123

netwerkprinter wordt niet weergegeven in keuzelijst met printers tijdens installatie (Windows) 120

printer kan geen verbinding maken met draadloos netwerk 121

printer pingen (Windows) 124

printerpoorten controleren (Windows) 126

Wi-Fi-aanduiding brandt oranje 118

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje 116

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 116

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie 125

problemen oplossen, afdrukken documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk afgedrukt 130

duplexeenheid werkt niet goed 140

foto bevat krassen 130

foto bevat vlekken 130

foto van 10 x 15 cm (4 x 6 inch)

wordt slechts gedeeltelijk afgedrukt met een digitale PictBridge-camera 126

inktvoorraden lijken incorrect 131

inktvoorraden lijken snel af te nemen 131

kan niet afdrukken vanaf een flashstation 141

kwaliteit van tekst en afbeeldingen is slecht 128

lage afdruksnelheid 130

slechte kwaliteit aan de randen van de pagina 128

verbeteren, afdrukkwaliteit 127

problemen oplossen, foutberichten cartridgefout 156

dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor huidige papierformaat 162

dubbelzijdig afdrukken wordt niet ondersteund voor huidige papiersoort 162

één verbetering voor een foto kan per keer worden gekozen 160

er zijn geen afbeeldingen geselecteerd 159

fout 1104 158

fout 1205 158

fout 1206 158

fout bij bestand afdrukken 165

fout linkercartridge 158

fout met controlevel 161

fout met dubbelzijdige papiersoort 162

fout met fotoformaat 161

fout met papier 160

fout met papier- of

fotoformaat 160

fout met papierformaat/- soort 161

fout rechtercartridge 158

geen controlevelgegevens 160

geen foto-/papierformaat geselecteerd 159

geen geldige fotobestanden gevonden 160

geheugen vol 159

houder vastgelopen in printer 161

kan geen controlevel vinden 159 klep geopend 158

linkercartridge ontbreekt 159

linkerinktcartridge is onjuist 158

Ongeldig apparaat 158

papier is op 160

papierstoring 160

PictBridge-communicatiefout 161 probleem bij lezen van

rechtercartridge ontbreekt 159

rechterinktcartridge is onjuist 158

sommige foto's zijn van de kaart verwijderd door de host 162

U kunt slechts één foto/formaat tegelijk kiezen 160

uitlijningsfout 156

verhelp houderstoring 157

verwijder de camerakaart 161

weinig foto-inkt 157

weinig kleureninkt 157

weinig zwarte inkt 157

problemen oplossen, geheugenkaart

er gebeurt niets als de geheugenkaart is geplaatst 150 geheugenkaart kan niet worden geplaatst 149

problemen oplossen, installatie aan/uit-knop brandt niet 110

afdrukken vanaf de digitale PictBridge-camera is niet mogelijk 142

onjuiste taal wordt weergegeven op de display 109

pagina wordt niet afgedrukt 111 software wordt niet

geinstalleerd 110

problemen oplossen, kopiëren
documenten of foto's worden
slechts gedeeltelijk
gekopieerd 153
kopieerapparaat reageert
niet 151
scannereenheid sluit niet 152
slechte kopieerkwaliteit 152
problemen oplossen, scannen
document of foto wordt
gedeeltelijk gescand 155
kan niet scannen naar de
computer via een netwerk 156
kwaliteit van gescande afbeelding
is slecht 155
scan is mislukt 154
scannen duurt te lang of de
computer loopt vast tijdens het
scannen 154
scanner reageert niet 153
problemen oplossen, vastgelopen
en verkeerd ingevoerd papier
bannerpapier is vastgelopen 148
papier is vastgelopen in de
papiersteun 146
papier of speciaal papier wordt
verkeerd ingevoerd 146
papier vastgelopen in de
duplexeenheid 148
papier vastgelopen in de
printer 146
printer voert geen papier,
enveloppen of speciaal papier
in 147
Productivity Studio
foto's afdrukken 77
foto's weergeven 77
Productivity Studio, informatie
over 25
Productivity Studio, knoppen
E-mailen 25
Faxen 25
Foto's overbrengen 25
Fotopakketten 25
Fotowenskaarten 25
informatie over 25
Kopiëren 25
Scannen 25
publicaties, zoeken 13

R

rechtercartridge ontbreekt 159

rechterinktcartridge is onjuist 158

reinigen

buitenkant van de printer 106

reinigen, spuitopeningen van

inktcartridge 104

rode ogen

afbeeldingen bewerken 92

foto voor Werken met documenten

en foto's 92

golvende patronen (moiré)

verwijderen 76

instellingen aanpassen 95

instellingen aanpassen met de

computer 94

kleuren- of zwart-witscan

maken 93

maken, PDF van een scan 94

meerdere foto's tegelijk met de

computer 93

met de computer 91

met het bedieningspaneel 91

naar de computer 96

scan annuleren 94

standaardinstellingen wijzigen 97

tekst bewerken 92

uit tijdschriften en kranten 76

via een netwerk 96

Scannen

menu 95

Scannen (knop) 25

scannen duurt te lang of de

computer loopt vast tijdens het

scannen 154

scannen en bewerken, tekst 92

scannen, problemen oplossen

document of foto wordt

gedeeltelijk gescand 155

kan niet scannen naar de

computer via een netwerk 156

kwaliteit van gescande afbeelding

is slecht 155

scan is mislukt 154

scannen duurt te lang of de

computer loopt vast tijdens het

scannen 154

scanner reageert niet 153

scanner reageert niet 153

scannereenheid 19

scannereenheid sluit niet 152

slechte kopieerkwaliteit 152

slechte kwaliteit aan de randen van

de pagina 128

snelheid, controlleren 138

Snelle oplossingen (tabblad)

gebruiken, Automatisch oplossen

met één klik 73

software

Printeroplossingen 27

Productivity Studio 25

verwijderen en opnieuw

installeren 113

software wordt niet

geinstalleerd 110

software-instellingen, printer

fabrieksinstellingen herstellen 61

sorteren 86

spuitopeningen van inktcartridge,

reinigen 104

standaardfabrieksinstellingen

interne, draadloze afdrukserver

opnieuw instellen 125

printer herstellen naar 61

printersoftware herstellen

naar 61

standaardinstellingen

gebruiken 30

opslaan 30

weergegeven met een

sterretje 30

standaardinstellingen wijzigen

kopiëren 88

scannen 97

standaardinstellingen, wijzigen

Modus Bestanden afdrukken

(menu) 52

Modus Fotokaart (menu) 63

Standaardprinterinst. wijzigen

(submenu) 61

standaardwaarden

fabrieksinstellingen van de printer

herstellen 61

fabrieksinstellingen van de

printersoftware herstellen 61

Scannen (menu) 95

storing bij de houder

(foutbericht) 157

T

taal

wijzigen 109

tekens op de afdruk ontbreken of

zijn onverwacht 132

testpagina

afdrukken 138

testpagina wordt niet

afgedrukt 139

tijdschriftartikelen, plaatsen op de

glasplaat 48

toewijzen, IP-adres 38

transparanten

afdrukken 57

plaatsen 46

transparanten of foto's bevatten

witte lijnen 135

U

U kunt slechts één foto/formaat

tegelijk kiezen 160

uitlijnen, inktcartridges 104

uitlijningsfout 156

uitvoeren, hulpprogramma voor

draadloze configuratie

(Windows) 125

USB-poort 19

activeren 113

V

vastgelopen en verkeerd ingevoerd

papier, problemen oplossen

bannerpapier is vastgelopen 148

papier is vastgelopen in de

papiersteun 146

papier of speciaal papier wordt

verkeerd ingevoerd 146

printer voert geen papier,

enveloppen of speciaal papier in 147

veiligheidsvoorschriften 2

vellen glossy fotopapier of

transparanten kleven aan elkaar

vast 133

verbeteren, foto 74

Verbeteringen (tabblad)

intensiteit 74

kleureffect selecteren 75

tint 74

verbeteren 74

verscherpen 74

vervagen 74

Verbeteringen, tabblad voor scan

Belichting (instelling) 76

Helderheid/contrast 75

Helderheid/contrast

(instelling) 75

Ontvlekken (instelling) 75

vergroten, afbeelding 84

verkeerde printer aangesloten 144

verscherpen, foto 74

verticale rechte lijnen zijn

rafelig 135

vervagen, foto 74

verwijder de camerakaart 161

verwijderen, extern apparaat 140

verwijderen, inktcartridges 103

vlekken, voorkomen op foto's 130

voorbeelden weergeven, taken 30

voorkeuren, doorzochte mappen wijzigen 71

voorkeuren, e-mailvenster

wijzigen 99

voorkeuren, tijdelijke bestanden

wijzigen 70

W

webpagina

afdrukken 49

alleen de foto's afdrukken 50

website

zoeken 13

weergeven

foto's vanuit Productivity

Studio 77

weinig foto-inkt 157

weinig kleureninkt 157

weinig zwarte inkt 157

wenskaarten

afdrukken 54

plaatsen 46

werkbalk voor het web

alleen de foto's van een

webpagina afdrukken 50

webpagina afdrukken 49

Werken met documenten en foto's

foto scannen naar 92

Wi-Fi-aanduiding 18

Wi-Fi-aanduiding brandt

oranje 118

Wi-Fi-aanduiding knippert

oranje 116

Wi-Fi-aanduiding brandt

beschrijving 31

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 116

wijzigen

tijdelijke bestanden,

voorkeuren 70

wijzigen, draadloze instellingen na

de installatie 125

wijzigen, fotoresolutie/-formaat 73

wijzigen, gammawaarde van een

foto of afbeelding 75

wijzigen,

overdrachtsinstellingen 71

wijzigen, scaninstellingen 97

wijzigen, voorkeuren van het e-

mailvenster 99

wijzigen, voorkeuren voor

bibliotheek 71

wijzigen, voorkeuren voor

doorzochte mappen 71

wijzigen, voorkeuren voor tijdelijke

bestanden 70

Z

zoeken

informatie 13

publicaties 13

website 13

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEXMARK

Model : X4800

Categorie : Printer