X790 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis X790 LEXMARK in PDF-formaat.
| Producttype | Multifunctionele printer (print, kopie, scan, fax) |
| Afmetingen (B x D x H) | 640 x 590 x 580 mm |
| Gewicht | 45 kg |
| Stroomvoorziening | 100–240 V AC, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik (actief) | 650 W |
| Functies | Afdrukken, kopiëren, scannen, faxen |
| Afdruksnelheid (zwart/wit) | 45 ppm |
| Afdruksnelheid (kleur) | 40 ppm |
| Maximale papiercapaciteit | 2.300 vellen (uitbreidbaar tot 4.600) |
| Papierformaten | A4, A5, Legal, Letter, enveloppen |
| Connectiviteit | USB 2.0, Ethernet, Wi-Fi, NFC |
| Display | 17,8 cm kleurentouchscreen |
| Maandelijkse taakcycli (max) | 150.000 pagina's |
| Geheugen | 1 GB (uitbreidbaar tot 2 GB) |
| Ondersteunde besturingssystemen | Windows, macOS, Linux |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de scannerstrook en rollen met een pluisvrije doek; gebruik nooit agressieve schoonmaakmiddelen |
| Veiligheid | Uitschakelen voor onderhoud; gebruik alleen geaarde stopcontacten |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Toegankelijke tonercartridges en onderhoudskit; vervangbare rollen en units |
| Algemene informatie | Geschikt voor zakelijk gebruik; energiebesparende modus |
Veelgestelde vragen - X790 LEXMARK
Gebruikersvragen over X790 LEXMARK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X790 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X790 van het merk LEXMARK.
GEBRUIKSAANWIJZING X790 LEXMARK
Gebruikershandleiding
Augustus 2011 www.lexmark.com
Machinetype(n):
7562,4917
Model(len):
Veiligheidsinformatie....16
Informatie over de printer....18
Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!......18
Informatie over de printer....18
Een plaats voor de printer bepalen....19
Basisfuncties van de scanner....21
Informatie over de ADI en de glasplaat....22
Informatie over het bedieningspaneel van de printer....23
Informatie over het startscherm....24
Informatie over het beginscherm....24
Knoppen op het aanraakscherm gebruiken....26
Toepassingen van het startscherm instellen en gebruiken....29
De Embedded Web Server openen....29
Toepassingen in het beginscherm activeren....29
Een configuratie exporteren en importeren met de Embedded Web Server....32
Extra printer instellen....33
Interne opties installeren....33
Beschikbare interne opties 33
De vergrendelingsfunctie gebruiken....34
Toegang tot de systeemkaart 35
Een geheugenkaart installeren 38
Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren ....40
Internal Solutions Port installeren 42
Vaste schijf van de printer installeren 46
Vaste schijf van de printer verwijderen....51
Volgorde van installatie....52
Optionele laden installeren....53
Kabels aansluiten....54
Printerconfiguratie controleren....55
Pagina met menu-instellingen afdrukken....55
Netwerkconfiguratiepagina afdrukken....56
De printersoftware instellen....56
Printersoftware installeren....56
Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma 57
Draadloos afdrukken instellen....58
Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk 58
De printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) 58
De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh) 60
Printer installeren op een bedraad netwerk....63
Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP (Internal Solutions Port)....65
Serieel afdrukken instellen....67
Impact van uw printer op het milieu minimaliseren....69
Papier en toner besparen....69
Kringlooppapier gebruiken 69
Supplies besparen....69
Energie besparen....70
Ecomodus gebruiken 70
Geluid van de printer beperken....70
Slaapstand aanpassen....71
Sluimerstand gebruiken....72
Helderheid van de display aanpassen....72
De standaarduitvoerlade op laag instellen 73
Recycling....73
Lexmark producten hergebruiken 73
Lexmark verpakkingsmateriaal recyclen....74
Lexmark cartridges terugsturen voor hergebruik of recycling....74
Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen....75
Papierformaat en papiersoort instellen....75
Instellingen voor universeel papier configureren....75
Papier plaatsen in de standaardlade of optionele lade voor 550 vel....76
De hoge-capaciteitslader voor 2000 vel vullen....79
De universeellader vullen....81
Laden koppelen en ontkoppelen....83
Laden koppelen 83
Laden ontkoppelen 84
Uitvoerladen koppelen 84
Een aangepaste naam maken voor een papiersoort 84
Een aangepaste papiersoortnaam toewijzen 85
Aangepaste naam configureren....85
Richtlijnen voor papier en special afdrukmateriaal....86
Richtlijnen voor papier....86
Papiereigenschappen....86
Papier kiezen....87
Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiezen 87
Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken 87
Papier bewaren....89
Ondersteunde papierformaten, -soorten en -gewichten....89
Ondersteunde papierformaten....89
Ondersteunde papiergewichten en -soorten 91
Ondersteunde afwerkfuncties 92
Afdrukken....95
Documenten afdrukken....95
Documenten afdrukken....95
Afdrukken in zwart-wit 95
Tonerintensiteit aanpassen 95
Afdrukken vanaf een flash-station....96
Afdrukken vanaf een flash-station....96
Ondersteunde flashstations en bestandstypen....98
Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal....98
Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier 98
Tips voor het gebruik van transparanten....99
Tips voor het afdrukken op enveloppen....99
Tips voor het gebruik van etiketten....99
Tips voor het afdrukken op karton 100
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij....101
Afdruktaken opslaan op de printer....101
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij 101
Pagina's met informatie afdrukken....102
Lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken....102
Directorylijst afdrukken 102
Afdruktaak annuleren....103
Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer 103
Afdruktaak annuleren vanaf de computer....103
Kopiëren....104
Kopiëren....104
Snel kopiëren 104
Kopieren met de ADI....104
Kopiëren met de glasplaat 105
Foto's op film kopieren....105
Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal....105
Kopiëren op transparanten....105
Kopieren op briefhoofdpapier 105
Kopieerinstellingen aanpassen....106
Kopieren in zwart-wit 106
Kopiëren op een ander formaat 106
Kopieën maken op papier uit een bepaalde lade 106
Kopieren op verschillende papierformaten....107
Kopiëren op beide zijden van het papier (dubbelzijdig afdrukken)....108
Kopieën verkleinen of vergroten 108
Kopieerkwaliteit aanpassen....108
Kopieën sorteren 109
Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren 110
Meerdere pagina's op één vel kopieren....110
Een aangepaste kopieertaak maken (taak samenstellen) 110
Informatie op kopieën afdrukken....111
Datum en tijd boven aan elke pagina afdrukken....111
Een overlay-bericht boven aan elke pagina afdrukken....112
Kopieertaak annuleren....112
Een kopieertaak annuleren terwijl het document zich in de ADI bevindt....112
Een kopieertaak annuleren terwijl pagina's via de glasplaat worden gekopieerd ....112
Een kopieertaak annuleren terwijl de pagina's worden afgedrukt....112
Informatie over de kopieerschermen en kopieeropties....113
Kopieren van 113
Kopieren naar 113
Exemplaren....113
Schaal....113
Intensiteit....113
Zijden (Duplex)......114
Sorteren 114
Inhoud....114
Kleur....114
Geavanceerde opties....114
Opslaan als snelkoppeling....115
E-mailen....116
Voorbereiden op e-mailen....116
E-mailfunctie instellen 116
E-mailinstellingen configureren....116
E-mailsnelkoppeling maken....117
E-mailsnelkoppeling maken met de Embedded Web Server....117
Een e-mailsnelkoppeling maken met het aanraakscherm....117
Een document per e-mail verzenden....118
E-mail verzenden met het aanraakscherm 118
Een e-mail verzenden door een snelkoppelingsnummer te gebruiken....118
Een e-mail verzenden via het adresboek....118
E-mailinstellingen aanpassen....119
Onderwerp en berichtinformatie aan de e-mail toevoegen....119
Het bestandstype wijzigen voor verzending....119
Een e-mail annuleren....120
Informatie over e-mailopties....120
Ontvangers 120
Onderwerp....120
Bericht....120
Bestandsnaam 120
Origineel 121
Resolutie 121
Kleur....121
Inhoud....121
Donker 122
Verzenden als 122
Pagina-instelling....122
Scanvoorbeeld 122
Geavanceerde opties 122
Faxen....124
Printer voorbereiden voor faxen....124
Eerste faxconfiguratie....125
Faxverbinding kiezen 126
Aansluiten op een analoge telefoonlijn 126
Aansluiten op een DSL-verbinding....127
Aansluiten op een PBX- of ISDN-systeem 127
Abonneren op speciale belsignalen....128
Aansluiten op een adapter voor uw land of regio 128
Fax- of stationsnaam en -nummer voor uitgaande faxen instellen 129
Datum en tijd instellen 129
Printer configureren voor zomertijd....130
Snelkoppelingen maken....130
Snelkoppeling voor een faxbestemming maken met de Embedded Web Server 130
Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het aanraakscherm....131
Faxen verzenden....131
Fax verzenden met het aanraakscherm....131
Een fax verzenden via de computer 131
Een fax verzenden met behulp van snelkoppelingen 132
Een fax verzenden met behulp van het adresboek 132
Faxinstellingen aanpassen....133
De faxresolutie wijzigen....133
Faxen lichter of donkerder maken....133
Fax verzenden op een opgegeven tijdstip 134
Faxlog weergeven....134
Ongewenste faxen blokkeren....134
Uitgaande fax annuleren....135
Een fax annuleren terwijl de originele documenten nog worden gescand 135
Een fax annuleren nadat de originelen naar het geheugen zijn gescand 135
Informatie over faxopties....135
Inhoud....135
Resolutie 136
Intensiteit....136
Kleur....136
Pagina-instelling....136
Scanvoorbeeld 136
Vertraagd verzenden 136
Geavanceerde opties....137
Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen....137
Faxen in wachtrij....137
Fax doorsturen....138
Scannen naar een FTP-adres....139
Scannen naar een FTP-adres....139
Scannen naar een FTP-adres met het aanraakscherm 139
Scannen naar een FTP-adres met een snelkoppelingsnummer....140
Naar een FTP-adres scannen met behulp van het adresboek 140
Snelkoppelingen maken....140
Een FTP-snelkoppeling maken met de Embedded Web Server....140
Een FTP-snelkoppeling maken met het aanraakscherm....141
Informatie over FTP-opties....141
FTP 141
Bestandsnaam 141
Origineel 141
Verzenden als 141
Kleur....142
Geavanceerde opties....143
Scannen naar een computer of flashstation....144
Scannen naar een computer....144
Scannen naar een flashstation....145
Informatie over Scan Center-functies....145
Het hulpprogramma ScanBack gebruiken....146
Informatie over scanprofielopties....146
Origineel 146
Resolutie 146
Kleur....146
Inhoud....147
Donker 147
Pagina-instelling....147
Scanvoorbeeld 147
Geavanceerde opties....148
Lijst met menu's....149
Menu Standaardbron....152
Menu Papierformaat/-soort 152
Menu Configuratie U-lader....155
Menu Ander formaat....156
Menu Papierstructuur 156
Menu Papier plaatsen....159
Menu Aangepaste soorten 161
Menu Aangepaste namen....161
Aangepaste ladenamen, menu....162
Menu Aangepaste scanformaten 162
Menu Universal-instelling....162
Menu Lade-instelling 163
Menu Rapporten....164
Menu Rapporten....164
Menu Netwerk/poorten....165
Menu Actieve NIC....165
Menu's Standaardnetwerk of Netwerk [x] 165
Menu Netwerkrapporten....167
Menu Beveiligingsinstellingen bewerken 180
Menu Overige beveiligingsinstellingen....180
Beveiligd afdrukken, menu 181
Menu Schijf wissen 182
Logbestand beveiligingscontrole, menu 183
Menu Datum en tijd instellen....184
Menu Instellingen....185
Menu Algemene instellingen....185
Menu Kopieerinstellingen....194
Het geheugen vastzetten voordat u de printer verplaatst....245
Kennisgeving van vluchtigheid....245
Vluchtig geheugen wissen....246
Niet-vluchtig geheugen wissen....246
Geheugen op de vaste schijf wissen....247
Codering vaste schijf van printer instellen....247
Printer onderhouden....249
De buitenkant van de printer reinigen....249
Glasplaat reinigen....250
ADI-onderdelen reinigen....251
De lenzen van de printerkop reinigen....253
De status van supplies controleren op het bedieningspaneel van de printer 254
De status van supplies controleren vanaf een netwerkcomputer 254
Supplies bestellen....255
Tonercartridge bestellen 255
Een verhittingsstation of een overdrachtsmodule bestellen....255
Toneroverloopfles bestellen....256
Nietjeshouders bestellen....256
ADI-kit bestellen 256
Een reinigingskit bestellen 256
Supplies vervangen....257
Cartridge vervangen 257
Toneroverloopfles vervangen....260
De printer verplaatsen....261
Voordat u de printer verplaatst 261
De printer verplaatsen naar een andere locatie....262
De printer vervoeren 262
Beheerdersondersteuning....263
Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven....263
Embedded Web Server gebruiken....263
De virtuele display controlleren....263
De status van de printer controleren....264
E-mailmeldingen instellen....264
Rapporten bekijken....264
Standaardfabrieksinstellingen herstellen....265
Papierstoringen verhelpen....266
Papierstoringen voorkomen....266
Informatie over storingsnummers en -locaties....267
200 Vastgelopen papier....268
455 nietjes vast....275
Problemen oplossen....278
Eenvoudige printerproblemen oplossen....278
Printerberichten....278
Kleur aanpassen 278
Er is een fout opgetreden met het USB-station Verwijder het station en plaats het opnieuw. 278
Wijzig [papierbron] in [Aangepaste soort]......278
Wijzig [papierbron] in [naam aangepaste soort] plaatsen [afdrukstand]......279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks]......279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks] plaatsen [afdrukstand] 279
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort] 279
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort] plaatsen [afdrukstand] 279
Sluit de klep van de papiertransport 280
Sluit de zijklep links....280
Sluit klep van [lade] 280
Sluit zijklep van finisher 280
Sluit bovenklep van finisher....280
Sluit voorklep 280
Sluit bovenste toegangsklep 280
Schijf corrupt 280
Schijf bijna vol. Veilig schijfruimte vrijmaken. 280
Schijfprobleem....280
Leeg perforatiebak....281
Fout lezen USB-station. Verwijder USB....281
Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder....281
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder....281
Naam faxstation is niet ingesteld....281
Nummer faxstation is niet ingesteld....281
Plaats uitvoerlade [x] 282
Plaats invoerlade [x] 282
Plaats perforatiebak....282
Plaats invoerlade [x] 282
Plaats nietcassette 282
Plaats enveloppenlader 283
Vul [bron] met [naam aangepaste soort] 283
Vul [bron] met [aangepaste tekenreeks] 283
Vul [bron] met [formaat] 283
Vul [bron] met [soort] [formaat] 284
Handinvoer vullen met [naam aangepaste soort] 284
Handinvoer vullen met [aangepaste tekenreeks]......284
Vul handmatige invoer met [papierformaat]....284
Vul handmatige invoer met [papiersoort] [papierformaat] 284
Vul nietjes bij 285
Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken 285
Plaats lade [x] terug 285
Verwijder verpakkingsmateriaal, controleer [naam gebied] 286
Verwijder papier uit standaarduitvoerlade 286
Verwijder papier uit lade [x] 286
Verwijder papier uit alle uitvoerladen 286
Verwijder papier uit [gekoppelde ladensetnaam] 286
Wachttaken herstellen? 287
Klep automatische invoer van scanner is open 287
Schuif de finisher naar links....287
Sommige taken in wacht zijn niet hersteld....287
Supply nodig om de taak te voltooien 287
Papierformaat in lade [x] niet ondersteund 287
Schijf wordt niet ondersteund 287
32.xx Artikelnummer cartridge [kleur] wordt niet ondersteund door apparaat 288
34 Onjuist papierformaat, open [bron] 288
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag....288
37 Onvoldoende geheugen voor sorteren....288
37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen 288
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd....289
37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld....289
38 Geheugen vol....289
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 289
40 [kleur] onjuist gevuld, vervang cartridge 289
51 Flash beschadigd 289
52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen 289
53 Flash niet geformatteerd 290
54 Netwerk [x] softwarefout 290
54 Fout in seriële poort, optie sleuf [x]....290
54 Softwarefout in standaardnetwerk....290
55 Niet-ondersteunde optie in sleuf [x]....290
56 Parallelle poort [x] uitgeschakeld 291
56 Seriële poort [x] uitgeschakeld 291
56 Standaard USB-poort uitgeschakeld 291
56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld 291
56 USB-poort [x] uitgeschakeld 291
57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld 291
58 Te veel laden geplaatst 292
58 Te veel schijven geïnstalleerd 292
58 Te veel flashopties geïnstalleerd....292
58 Te veel laden geplaatst 292
58 Configuratiefout invoer 293
59 Incompatibele uitvoerlade [x]......293
61 Verwijder defecte schijf....293
62 Schijf vol....293
80.xx Verhittingsstation bijna versleten 293
80.xx Verhittingsstation versleten 293
80.xx Vervang verhittingsstation 294
80.xx Verhittingsstation ontbreekt 294
82.xx Vervang toneroverloopfles....294
82.xx Toneroverloopfles ontbreekt 294
82.xx Toneroverloopfles bijna vol....294
83.xx Vervang overdrachtsmodule 294
83.xx Overdrachtsmodule versleten....294
83.xx Overdrachtsmodule ontbreekt 294
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel leeg....294
88.xx Cartridge [kleur] leeg....295
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel leeg 295
88.xx [kleur] cartridge zo goed als leeg 295
840.01 Scanner uitgeschakeld door beheerder....295
840.02 Scanner uitgeschakeld. Neem contact op met de systeembeheerder als het probleem zich blijft voordoen....295
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 296
Problemen met de printer oplossen....296
Meertalige PDF-bestanden worden niet afgedrukt 296
Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven ...... 296
Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven 296
Afdruktaken worden niet afgedrukt 296
Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt 297
Afdruktaak duurt langer dan verwacht....298
Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier....298
Er worden verkeerde tekens afgedrukt 298
Laden koppelen lukt niet 299
Grote afdruktaken worden niet gesorteerd 299
Er komen onverwachte pagina-einden voor....299
Problemen met kopieren oplossen....300
De kopieerfunctie reageert niet 300
De klep van de scannereenheid kan niet worden gesloten....300
Slechte kopieerkwaliteit ....300
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd....302
Problemen met de scanner oplossen....302
Een niet-reagerende scanner controleren....302
Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen 303
Slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen....303
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand....304
Kan niet vanaf een computer scannen 304
Problemen bij het faxen oplossen....304
Fax- en e-mailfuncties zijn niet ingesteld....304
Nummerweergave werkt niet....305
Kan geen faxen verzenden of ontvangen 305
Faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen....307
Kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden 307
Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit....308
Probleem met toepassing van het startscherm oplossen....308
Er is een toepassingsfout opgetreden 308
Problemen met accessoires oplossen....309
Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd....309
Problemen met de papierlade 310
Problemen met lade voor 2000 vel....310
Kan flashgeheugenkaart niet vinden 311
Kan vaste schijf van de printer niet vinden....311
Internal Solutions Port werkt niet correct 311
Interne afdrukserver werkt niet correct 311
Geheugenkaart 311
Kaart voor parallelle of USB-interface werkt niet correct 312
Problemen met de papierinvoer....312
Papier loopt regelmatig vast....312
Bericht Paper jam (Papier vast) blijft staan nadat storing is verholpen....312
Vastgelopen pagina's worden niet opnieuw afgedrukt 313
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen....313
Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen 313
Onvolledige afbeeldingen 313
Er worden smalle horizontale strepen op de gekleurde pagina's weergegeven. 314
Schaduwafbeeldingen op afdrukken 314
Grijze achtergrond op afdrukken 315
Onjuiste marges....315
Licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur op afdrukken....316
Gekruld papier 316
Onregelmatigheden in de afdruk....317
Afdruk is te donker 318
Afdruk is te licht....318
Printer drukt lege pagina's af....319
Herhaalde storingen op afdrukken 320
Scheve afdruk 321
Afdrukken bevatten alleen gekleurde of zwarte effen vlakken 321
Er worden zwarte of witte strepen weergegeven op de transparanten of het papier....322
Horizontale strepen op afdrukken....323
Verticale strepen....323
Pagina bevat lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 324
De toner laat los....324
Tonervlekjes....325
Slechte afdrukkwaliteit op transparanten 325
Onregelmatige afdrukintensiteit 326
Problemen met kleurkwaliteit oplossen....326
veelgestelde vragen over afdrukken in kleur....326
Embedded Web Server wordt niet geopend....329
Controleer de netwerkverbinding 329
Controleer het adres dat is ingevoerd in de webbrowser 329
Schakel webproxyservers tijdelijk uit....329
Contact opnemen met de klantenondersteuning....329
Kennisgevingen....330
Productinformatie....330
Uitgavebericht....330
Stroomverbruik....334
Index....343
Veiligheidsinformatie
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat gemakkelijk bereikbaar is.
Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen.
LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kan het afdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin de richtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen.
LET OP—KANS OP LETSEL: De lithiumbatterij in dit product moet niet worden vervangen. Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Een lithiumbatterij mag niet opnieuw worden opgeladen, uit elkaar worden gehaald of worden verbrand. Gooi gebruikte lithiumbatterijen weg volgens de aanwijzingen van de fabrikant en houd hierbij de plaatselijke regelgeving in acht.
LET OP—HEET OPPERVLAK: Het binnenste van de printer is mogelijk erg warm. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden opgetild.
LET OP—KANS OP LETSEL: Neem de volgende richtlijnen door voor u de printer verplaatst om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:
- Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
- Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
- Til de printer van de optionele lade en zet hem opzij, in plaats van de printer en de lade tegelijk te verplaatsen.
Opmerking: Gebruik de handgrepen aan de zijkanten om de printer van de optionele lade te tillen.
Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel.
LET OP—KANS OP LETSEL: Gebruik alleen het telefoonsnoer (RJ-11) dat bij dit product is geleverd of een UL-goedgekeurd vervangend product met een minimale draaddikte van 26 AWG (American Wire Gauge) wanneer u dit product aansluit op het openbare telefoonnetwerk om het risico op brand te verkleinen.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
Gebruik de telefoon niet om een gaslek te rapporteren als de telefoon zich in de buurt van het gaslek bevindt.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: controleer of alle aansluitingen (zoals Ethernet- en telefoonaansluitingen) correct op de aangegeven poorten zijn aangesloten.
Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgens strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen.
LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet snijden, draaien, vastbinden, afknellen of zware objecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk en een muur. Als een van deze dingen gebeurt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op dergelijke problemen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert.
Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.
LET OP—KAN OMVALLEN: Op de vloer geplaatste configuraties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. U moet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.
LET OP—KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade of lader plaatst om instabiliteit van de apparatuur te voorkomen. Houd alle overige laden of laders gesloten tot u ze nodig hebt.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
Informatie over de printer
Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!
We hebben ons best gedaan om er zeker van te zijn dat hij aan uw verwachtingen zal voldoen.
Als u uw nieuwe printer meteen wilt gebruiken, kunt u de installatiematerialen van de printer gebruiken en de Gebruikershandleiding doornemen om de zien hoe u de elementaire taken uitvoert. Om de printer optimaal te laten functioneren, leest u de Gebruikershandleiding zorgvuldig door en kijkt u op onze website voor de nieuwste updates.
Wij willen met onze printers goede prestaties en waar voor uw geld aanbieden en we willen er zeker van zijn dat u tevreden bent. Als u onverhoopt toch een probleem tegenkomt, helpt één van onze goed geïnformeerde medewerkers van de klantenservice u graag verder. En als u vindt dat we iets kunnen verbeteren, horen we dat graag. U bent tenslotte ons uitgangspunt en door uw aanwijzingen kunnen we beter presteren.
Informatie over de printer
| Gewenste informatie Locatie | |
| Aanwijzingen voor de eerste installatie:•Printer aansluiten•Printersoftware installeren | Installatiedocumentatie: de installatiedocumentatie is bij de printer geleverd en is ook beschikbaar op de website van Lexmark op http://support.lexmark.com. |
| Aanvullende installatie-instructies voor het gebruik van de printer.•Papier en speciaal materiaal selecteren en bewaren•Papier in de printer plaatsen•Printerinstellingen configureren•Documenten en foto's weergeven en afdrukken•De printersoftware instellen en gebruiken•De printer instellen op een netwerk (afhankelijk van het printermodel)•Printer onderhouden•Problemen oplossen | Gebruikershandleiding: de Gebruikershandleiding staat op de cd Software en documentatie.Bezoek voor updates onze website op http://support.lexmark.com. |
| Instructies voor:•De printer installeren met de begeleide of geavanceerde draadloze installatie•Printer aansluiten op een Ethernet-netwerk of draadloos netwerk.•Verbindingsproblemen met de printer oplossen | Handleiding netwerken- Open de cd Software en documentatie en ga naar Printer and Software Documentation onder de map Pubs. Klik in de lijst met publicaties op de koppeling Handleiding netwerken. |
| Hulp bij het gebruik van de printersoftware Hulp voor Windows of Mac: open een printersoftwareprogramma of – toepassing en klik vervolgens op Help.Klik op [?] om contextgevoelige informatie weer te geven.Opmerkingen:•De Help wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware.•De printersoftware bevindt zich in de map van het printerprogramma of op het bureaublad, afhankelijk van uw besturingssysteem. | |
| Recente aanvullende informatie, updates en technische ondersteuning:•Documentatie•Stuurprogrammadownloads•Ondersteuning via live chat•Ondersteuning per e-mail•Telefonische ondersteuning | Ga naar onze ondersteuningswebsite op http://support.lexmark.com.Opmerking: Selecteer uw land of regio en selecteer vervolgens uw product om de juiste ondersteuningssite weer te geven.De telefoonnummers voor ondersteuning en kantooruren voor uw regio of land kunt u terugvinden op de ondersteuningswebsite of op het garantiebewijs dat u bij de printer hebt ontvangen.Noteer de volgende gegevens (deze vindt u op de bon en op de achterkant van de printer) en houd deze bij de hand wanneer u contact met ons opneemt. We kunnen u dan sneller helpen.•Typenummer van het apparaat•Serienummer•Aankoopdatum•Winkel van aankoop |
| Garantie-informatie De garantie-informatie verschilt per land of regio:In de VS: raadpleeg de beperkte garantieverklaring bij deze printer of op http://support.lexmark.com.In andere landen of regio's: raadpleeg de gedrukte garantie die bij de printer is geleverd. | |
Een plaats voor de printer bepalen

LET OP—KANS OP LETSEL: De printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden opgetild.
Houd bij het plaatsen van de printer rekening met ruimte voor het openen van laden, kleppen en panelen. Als u van plan bent optionele onderdelen te installeren, moet u hier ook voldoende ruimte voor vrijhouden. Het volgende is belangrijk:
- Zorg ervoor dat de luchtstroom in de ruimte voldoet aan de laatste herziening van de ASHRAE 62-norm of de CEN/TC 156-norm.
-
Plaats de printer op een vlakke, stevige en stabiele ondergrond.
•Houd de printer: -
Uit de buurt van de directe luchtstroom van airconditioners, warmtebronnen of ventilators
- uit de buurt van direct zonlicht, extreme vochtigheidswaarden of temperatuurschommelingen;
—schoon, droog en stofvrij.
- Laat de volgende aanbevolen hoeveelheid ruimte vrij rondom de printer voor een goede ventilatie:
Informatie over de printer

| 1 458 mm |
| 2 100 mm |
| 3 380 mm |
| 4 432 mm |
| 5 150 mm |
Printerconfiguraties

LET OP—KAN OMVALLEN: Voor configuraties die op de grond staan, zijn extra onderdelen nodig ter bevordering van de stabiliteit. Gebruik een printerstandaard of printerstelling als u een lader met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een of meer invoeropties gebruikt. Ook hebt u mogelijk extra onderdelen nodig voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.
U kunt de basisprinter aanpassen door optionele laden toe te voegen.

| 1 Automatische documentinvoer (ADI) |
| 2 Invoerlade van ADI |
| 3 Bedieningspaneel van de printer |
| 4 Standaarduitvoerlade |
| 5 Voorklep |
| 6 Standaardladen voor 550 vel (lade 1) |
| 7 Universeellader |
| 8 Zijklep |
| 9 Toegangskleppen voor storingen |
| 10 Optionele lader met hoge capaciteit voor 2.000 vel |
| 11 Optionele laden voor 550 vel |
| 12 Onderstel met zwenkwieltjes |
Basisfuncties van de scanner
De scanner is speciaal bedoeld voor grote werkgroepen en biedt mogelijkheden voor kopieren, faxen en scannen naar netwerk. Met de MFP kunt u:
- Snel kopieën maken en specifieke kopieertaken uitvoeren door de instellingen op het bedieningspaneel van de printer aan te passen.
- Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer.
- Een fax naar meerdere faxbestemmingen tegelijkertijd verzenden.
- Documenten scannen en deze naar een computer, een e-mailadres, een flashstation of een FTP-bestemming verzenden.
- documenten scannen en deze naar een andere printer verzenden (PDF's gaan via een FTP-server).
Informatie over de ADI en de glasplaat
Automatische documentinvoer (ADI) Glasplaat

Gebruik de ADI als u meerdere pagina's wilt scannen, inclusief dubbelzijdig afgedrukte pagina's.

Gebruik de glasplaat voor losse pagina's of boekpagina's, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften of lichte formulieren zonder carbon).
ADI gebruiken
- Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADI.
- Plaats maximaal 75 vellen normaal papier in de invoerlade van de ADI.
- Scan documenten met formaten van 76 x 139 mm (3,0 x 5,5 inch) tot 215 x 355 mm (8,5 x 14 inch).
- Scan documenten met verschillende paginaformaten (Letter en Legal).
- Scan materiaal met een gewicht van 52 tot 120 g/m ^2 .
- Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
Glasplaat gebruiken
- Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
- Scan of kopieer documenten met een formaat van maximaal 215 x 355 mm (8,5 x 14 inch).
•Kopieer boeken met een dikte van maximaal 25,3 mm.
Informatie over het bedieningspaneel van de printer

| Onderdeel Beschrijving | ||
| 1 | Display | Hiermee kunt u opties voor scannen, kopieren, faxen en afdrukken, en status- en foutberichten weergeven. |
| 2 | Indicatielampje | •Uit: de voeding is uitgeschakeld.•Knippert groen: de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van gegevens of met afdrukken.•Brandt groen: de printer staat aan, maar is niet actief.•Knippert rood: ingrijpen van gebruiker is vereist. |
| 3 | Slapen Hiermee kunt u de slaapstand of sluimerstand activeren.Hieronder wordt de status van de aanduiding en de knop Slapen aangegeven:•Slaapstand wordt geactiveerd of uitgeschakeld: het indicatielampje brandt groen en de knop Slapen brandt niet.•Printer werkt in de slaapstand: het indicatielampje brandt groen en de knop Slapen brandt oranje.•Sluimerstand wordt geactiveerd of uitgeschakeld: het indicatielampje brandt groen en de knop Slapen knippert oranje.•Printer werkt in sluimerstand: het indicatielampje brandt niet en de knop Slapen knippert oranje volgens een patroon. | |
| 4 | Toetsenblok Hiermee kunt u nummers, letters of symbolen invoeren op de display. | |
| 5 | Verzenden | Hiermee kunt u de wijzigingen die zijn aangebracht in de printerinstellingen verzenden. |
| 6 | Stoppen/Annuleren Hiermee wordt elke activiteit van de printer gestopt.Opmerking:Er wordt een lijst met opties weergegeven op het moment dat Gestopt wordt weergegeven op de display. | |
| 7 | Startpagina Hiermee kunt u teruggaan naar het startscherm | |
| 8 | Kaartlezer | Hiermee kunt u het gebruik van bepaalde printerfuncties beperken tot geverifieerde gebruikers.Opmerking:De kaartlezer is mogelijk beschikbaar op alle printermodellen. |
| 9 | USB-poort | Op deze poort kunt u een USB-flashstation aansluiten om gegevens naar de printer te verzenden op gescande afbeeldingen opslaan. |
Informatie over de printer
Informatie over het startscherm
Informatie over het beginscherm
Als de printer wordt ingeschakeld, wordt op het display een basisscherm weergegeven. Dit wordt het beginscherm genoemd. Raak de knoppen en pictogrammen in het beginscherm aan als u een handeling wilt uitvoeren zoals kopieren, faxen, scannen, het openen van het menuscherm of het beantwoorden van berichten.
Opmerking: Het beginscherm, de pictogrammen en de knoppen op uw apparaat kunnen er anders uitzien, afhankelijk van de aangepaste beginscherminstellingen, beheerdersinstellingen en actieve ingesloten programma's.

| Raak Naar | |
| Kopiëren De kopieermenu's openen en kopieën maken. | |
| E-mail De e-mailmenu's openen en e-mails verzenden. | |
| Faxen De faxmenu's openen en faxen verzenden. | |
![]() | De printermenu's openen.Opmerking:Deze menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de stand Gereed staat. |
| FTP | De FTP-menu's (File Transfer Protocol) openen en documenten rechtstreeks naar een FTP-server scannen. |
| Statusbalk | Hiermee wordt de huidige status van de printer weergegeven, zoals Gereed of Bezig.Hiermee worden printercondities weergegeven, zoals Toner bijna op of Cartridge bijna leeg.Hiermee worden berichten weergegeven waarin wordt aangegeven wat u moet doen zodat de printer kan doorgaan met verwerken. |
| Status/supplies | Hiermee wordt een waarschuwing of foutbericht weergegeven als er een handeling moet worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de printer kan doorgaan met verwerken.Ga naar het berichtenscherm voor meer informatie over het bericht en de manier waarop u het kunt wissen. |
| USB of USB Thumbdrive | Hiermee kunt u foto's en documenten vanaf een flashstation weergeven, selecteren, afdrukken, scannen of e-mailen.Opmerking:Deze knop wordt alleen weergegeven als u terugkeert naar het beginscherm terwijl een flashstation of geheugenkaart is aangesloten op de printer. |
| Bladwijzers Hiermee kunt een verzameling met bladwijzers (URL's) maken, indelen en opslaan in een structuurweergave met mappen en bestandskoppelingen.Opmerking:De structuurweergave ondersteunt alleen bladwijzers die met deze functie zijn gemaakt; bladwijzers van andere toepassingen worden niet ondersteund. | |
| Wachttaken Hiermee worden alle huidige taken in de wachtstand weergegeven. | |
Andere knoppen die op het beginscherm kunnen worden weergegeven:
| Raak Naar | |
| Taken in de wachtstand zoeken | Hiermee zoekt u op de volgende items::Gebruikersnamen voor in de wacht geplaatste of vertrouwelijke afdruktakenNamen van taken in de wacht, exclusief vertrouwelijke afdruktakenProfielnamenBladwijzerhouders of namen van afdruktakenUSB-houder of namen van afdruktaken voor ondersteunde bestandstypen |
| Fax in wachtrij vrijgeven | Hiermee opent u de lijst met faxen in de wachtstand.Opmerking:Deze knop wordt alleen weergegeven als er faxen in de wachtrij zijn geplaatst met een eerder ingestelde geplande wachttijd. |
| App. vergr. Hiermee | opent u een wachtwoordinvoerscherm. Voer het juiste wachtwoord in om het bedieningspaneel van de printer te vergrendelen.Opmerking:Deze knop wordt alleen weergegeven wanneer de printer is ontgrendeld en een wachtwoord is ingesteld. |
| App. ontgr. Hiermee | opent u een wachtwoordinvoerscherm. Voer het juiste wachtwoord in om het bedieningspaneel van de printer te ontgrendelen.Opmerking:Deze knop wordt alleen weergegeven wanneer de printer is vergrendeld. De knoppen en snelkoppelingen van het bedieningspaneel van de printer kunnen niet worden gebruikt zolang deze knop wordt weergegeven. |
| Taken annuleren | Met deze knop opent u het scherm Taken annuleren. In het scherm Taken annuleren worden drie kopjes weergegeven: Afdrukken, Faxen en Netwerk.De volgende opties zijn beschikbaar onder de kopjes Afdrukken, Faxen en Netwerk:AfdruktaakKopieertaakFaxprofielFTPE-mailverzendingOnder elk kopje staat een kolom met een lijst met taken. In elke kolom kunnen slechts drie taken per scherm worden weergegeven. Als een kolom meer dan drie taken bevat, verschijnt een pijl waarmee u door de taken kunt bladeren. |
| Taal wijzigen Hiermee | kunt u het pop-upvenster Taal wijzigen weergeven, waarmee u de hoofdtaal van de printer kunt wijzigen. |
Knoppen op het aanraakscherm gebruiken
Opmerking: Het startscherm, de pictogrammen en knoppen kunnen verschillen afhankelijk van de aanpassingen voor het startscherm en de beheerdersinstellingen.
Voorbeeld van aanraakscherm

| Knop Functie | |
| Verzenden De wijzigingen die zijn aangebracht in de printerinstellingen verzenden. | |
| Voorbeeldkopie | Een voorbeeldkopie afdrukken. |
Pijl naar rechts![]() | Naar rechts bladeren. |
Pijl naar links![]() | Naar links bladeren. |
Startpagina![]() | Terugkeren naar het startscherm. |
Omhoog![]() | Een hogere waarde selecteren. |
Omlaag![]() | Een lagere waarde selecteren. |
Afsluiten![]() | Het huidige venster sluiten. |
Tips![]() | Een dialoogvenster met contextgevoelige Help op het aanraakscherm openen. |
Andere knoppen op het aanraakscherm
| Knop Functie | |
Accepteren![]() | Een instelling opslaan. |
Annuleren![]() | •Een actie of een selectie annuleren.• Een venster sluiten en terugkeren naar het vorige venster zonder wijzigingen op te slaan. |
Herstellen![]() | Waarden op het scherm herstellen. |
Keuzerondje![]() | Een item selecteren of de selectie opheffen. |
Functions
| Functie Beschrijving | |
| Menupad:Menu's >Instellingen >Kopieerinstellingen >Aantal exemplaren | Boven in elk menuscherm wordt een pad weergegeven. De functie geeft het pad weer naar het huidige menuU kunt elk onderstreepte woord aanraken om naar het betreffende menu terug te gaan.Aantal exemplaren is niet onderstreept, aangezien dit het actieve scherm is. Als u op het scherm Aantal exemplaren een onderstreept woord aanraakt voordat het aantal exemplaren is ingesteld en opgeslagen, wordt de selectie niet opgeslagen en wordt dit niet de standaardinstelling. |
Waarschuwinginterventiebericht![]() | Als een interventiebericht van invloed is op een functie, wordt dit pictogram weergegeven en gaat het lampje rood knipperen. |
Waarschuwing![]() | Als er een foutconditie optreedt, wordt dit pictogram weergegeven. |
Toepassingen van het startscherm instellen en gebruiken
Opmerkingen:
- Het startscherm, de pictogrammen en knoppen kunnen verschillen afhankelijk van de aanpassingen voor het startscherm, beheerdersinstellingen en actieve geïntegreerde toepassingen. Sommige toepassingen worden alleen ondersteund op bepaalde printermodellen.
- U kunt wellicht extra oplossingen en toepassingen aanschaffen. Ga naar www.lexmark.com voor meer informatie. Of neem contact met de winkel waar u het product hebt gekocht.
De Embedded Web Server openen
De Embedded Web Server is de webpagina van de printer waarmee u printerinstellingen op afstand kunt weergeven en configureren wanneer u zich niet in de buurt van de printer bevindt.
1 Zoek het IP-adres van printer op:
- Vanuit het startscherm op het bedieningspaneel van de printer
- Vanuit het gedeelte TCP/IP in het menu Netwerk/poorten
- Door een netwerkconfiguratiepagina of pagina met menu-instellingen af te drukken of en het gedeelte TCP/IP te controleren
Opmerking: Een IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten, bijvoorbeeld 123.123.123.123.
2 Open een webbrowser en typ het IP-adres van de printer in de adresbalk.
De pagina van de Embedded Web Server wordt weergegeven.
Pictogrammen weergeven of verbergen op het startscherm
1 Klik in de Embedded Web Server op Instellingen > Algemene instellingen > Startscherm aanpassen. Er wordt een lijst met algemene printerfuncties weergegeven.
2 Schakel de selectievakjes om te selecteren welke pictogrammen worden weergegeven op de printerstartpagina. Items met lege selectievakjes worden verborgen.
3 Klik op Verzenden.
Toepassingen in het beginscherm activeren
Ga voor meer informatie over de configuratie en het gebruik van de toepassingen in het beginscherm naar de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.
Formulieren en favorieten
Pictogram Beschrijving

Met deze toepassing kunt u werkprocessen vereenvoudigen en stroomlijnen doordat u snel veelgebruikte onlineformulieren kunt terugvinden en afdrukken vanuit het beginscherm. U kunt bijvoorbeeld de meest recente versie van een formulier afdrukken op het moment dat u het nodig hebt. U hoeft dus geen afgedrukte formulieren te bewaren, die snel verouderd raken.
Opmerking: De printer moet gemachtigd zijn voor toegang tot de netwerkmap, FTP-site of website waar de bladwijzer is opgeslagen. Gebruik de instellingen voor delen, de veiligheids- en firewallinstellingen om de printer minimaal leestoegang tot de locatie te geven. Raadpleeg de documentatie die bij uw besturingssysteem is geleverd voor hulp.
Ga als volgt te werk om Formulieren en favorieten te configureren:
1 Klik in de Embedded Web Server op Instellingen > Device Solutions > Solutions (eSF) > Formulieren en favorieten.
2 Definieer de bladwijzers en pas vervolgens de instellingen aan.
3 Klik op Toepassen.
Als u de toepassing wilt gebruiken, raakt u Formulieren en favorieten aan in het beginscherm en navigeert u vervolgens door de formuliercategorieën of zoekt u naar formulieren op basis van formuliernummer, -naam of -omschrijving.
Scannen naar netwerk
Pictogram Beschrijving

Met deze toepassing kunt u een digitale afbeelding van een papieren document maken en in een gedeelde netwerkmap opslaan. Zodra het bestand is opgeslagen, heeft iedereen met de juiste rechten toegang tot de map. U kunt maximaal 30 unieke doelmappen definiëren.
Opmerkingen:
- Voor de printer moet schrijftoegang tot de mappen zijn ingesteld. Gebruik op de computer waarop de doelmap is ingesteld, de instellingen voor delen, de veiligheids- en firewallinstellingen om de printer minimaal schrijftoegang tot de locatie te geven. Raadpleeg de documentatie die bij uw besturingssysteem is geleverd voor hulp.
- Het pictogram Scannen naar netwerk wordt alleen weergegeven als minimaal één doelmap is opgegeven.
Ga als volgt te werk om Scannen naar netwerk te configureren:
1 Klik in de Embedded Web Server op Instellingen > Device Solutions > Solutions (eSF) > Scannen naar netwerk.
2 Definieer de doelmappen en pas vervolgens de instellingen aan.
3 Klik op Toepassen.
Als u de toepassing wilt gebruiken, moet u Scannen naar netwerk in het beginscherm aanraken en daarna de aanwijzingen op het display van de printer opvolgen.
Mijn MFP
Pictogram Beschrijving

Met de toepassing kunt u de instellingen van het aanraakscherm aanpassen en die voorkeuren vervolgens opslaan op een flashstation. Als u wilt kopieren, faxen of scannen, moet u het flashstation in de USB-poort van de printer plaatsen. Al uw persoonlijke voorkeursinstellingen, zoals taakinstellingen, beginschermvoorkeuren en adresboek, worden automatisch geupload.
Opmerking: Het pictogram wordt alleen weergegeven wanneer een flashstation met Mijn MFP-instellingen in de USB-poort van de printer is geplaatst.
Als u Mijn MFP wilt activeren, moet u het flashstation in de USB-poort van de printer plaatsen en vervolgens de instructies op het beginscherm van het display van de printer volgen om de installatiewizard uit te voeren.
Als u mijn MFP wilt gebruiken, moet u het flashstation in de USB-poort van de printer plaatsen als u wilt kopieren, faxen of scannen.
WS scannen
Pictogram Beschrijving

Met de toepassing Webservices - Scan kunt u documenten op de printer scannen en de gescande afbeeldingen daarna naar uw computer verzenden. WS Scan is een Microsoft-toepassing die lijkt op Scannen naar netwerk, maar waarmee gescande documenten naar een Windows-toepassing kunnen worden verzonden. Zie de Microsoft-documentatie voor meer informatie over WS Scan.
Opmerking: Het pictogram wordt alleen weergegeven op het beginscherm van de printer als een Windows 7- of Windows Vista-client met de printer is geregistreerd.
Extern bedieningspaneel
Met deze toepassing wordt het bedieningspaneel van de printer op uw computerscherm weergegeven en kunt u het bedieningspaneel van de printer bedienen, zelfs als u niet in de buurt van de printer bent. U kunt vanaf uw computerscherm de printerstatus bekijken, taken in de wacht vrijgeven, bladwijzers maken en andere gerelateerde taken uitvoeren die u normaal gezien doet als u bij de printer staat.
Ga als volgt te werk om het externe bedieningspaneel te activeren:
1 Klik in de Embedded Web Server op Instellingen > Device Solutions > Solutions (eSF) > Extern bedieningspaneel.
2 Schakel het selectievakje Ingeschakeld in en pas de instellingen aan.
3 Klik op Toepassen.
Als u het externe bedieningspaneel wilt gebruiken vanuit Embedded Web Server, klikt u op Toepassingen > Extern bedieningspaneel > VNC-applet starten.
Een configuratie exporteren en importeren met de Embedded Web Server
U kunt configuratie-instellingen exporteren naar een tekstbestand dat vervolgens kan worden geïmporteerd en gebruikt om de instellingen toe te passen op een of meer extra printers.
Een configuratie exporteren
1 Klik in Embedded Web Server op Instellingen of Configuratie.
2 Klik op Device Solutions > Solutions (eSF) of klik op Embedded Solutions.
3 Klik bij Geïnstalleerde programma's op de naam van de toepassing die u wilt configureren.
4 Klik op Configureren > Exporteren.
5 Volg de aanwijzingen op het computerscherm om het configuratiebestand op te slaan en geef een unieke bestandsnaam op of gebruik de standaardnaam.
Opmerking: Als de fout JVM Onvoldoende geheugen optreedt, moet u de exportbewerking herhalen tot het configuratiebestand is opgeslagen.
Een configuratie importeren
1 Klik in Embedded Web Server op Instellingen of Configuratie.
2 Klik op Device Solutions > Solutions (eSF) of klik op Embedded Solutions.
3 Klik bij Geïnstalleerde programma's op de naam van de toepassing die u wilt configureren.
4 Klik op Configureren > Importeren.
5 Blader naar het opgeslagen configuratiebestand. U kunt het bestand laden of een voorbeeld hiervan weergeven.
Opmerking: Als er een time-out optreedt en een leeg scherm wordt weergegeven, vernieuwt u de browser en klikt u vervolgens op Toepassen.
Extra printer instellen
Interne opties installeren

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
U kunt de aansluitingsmogelijkheden en de geheugencapaciteit van de printer aanpassen door optionele kaarten toe te voegen. Volg de instructies in dit gedeelte om de beschikbare kaarten te installeren; de instructies geven tevens aan waar de kaarten zich bevinden en hoe u ze kunt verwijderen.
Beschikbare interne opties
•Geheugenkaarten
-Printergeheugen
-Flash-geheugen
—Lettertypen
•Firmwarekaarten
De vergrendelingsfunctie gebruiken
De printer is voorzien van een vergrendelingsfunctie. De printer is vergrendeld als een vergrendeling is gebruikt die compatibel is met de meeste laptopcomputers. De metalen plaat en de systeemkaart kunnen niet worden verwijderd als de printer is vergrendeld. Bevestig een vergrendeling op de printer op de hieronder aangegeven plaats.

Toegang tot de systeemkaart

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Opmerking: Voor deze taak hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
1 Open de klep.
2 Verwijder het metalen paneel.
a Draai de schroeven op het paneel linksom om ze te verwijderen.

b Schuif het metalen paneel naar links zodat de haakjes worden ontgrendeld en trek het paneel naar voren om het te verwijderen.

3 Gebruik de volgende illustratie om de juiste connectoren te vinden.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

| 1 Connector voor geheugenkaart |
| 2 Connectors voor firmware- en flashgeheugenkaart |
| 3 Connector voor interne afdrukserver |
| 4 Connector voor vaste schijf |
Extra printer instellen
4 Plaats de systeemkaartklep terug.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
a Plaats de haakjes aan de linkerzijde van het metalen paneel weer in de sleuven op de systeemkaartbehuizing en schuif het paneel naar rechts.

b Lijn de schroeven uit en draai de schroeven naar rechts om ze vast te draaien.

Een geheugenkaart installeren

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
Een optionele geheugenkaart kan afzonderlijk worden aangeschaft en op de systeemkaart worden bevestigd.
1 Open het toegangspaneel van de systeemkaart.
Zie "Toegang tot de systeemkaart" op pagina 35 voor meer informatie.
Opmerking: Voor deze taak hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
2 Haal de geheugenkaart uit de verpakking.
Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.
3 Open de vergrendelingen van de geheugenkaartconnectoren op de systeemkaart.

4 Lijn de uitsparingen op de geheugenkaart uit met de richels op de connector.

| 1 Uitsparing |
| 2 Richel |
Extra printer instellen
5 Duw de geheugenkaart recht in de connector tot de kaart vastklikt.

6 Plaats de systeemkaartklep terug.
Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren
De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Er kan slechts één van elk worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als u optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u de printer eerst uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
Let op—Kans op beschadiging: de elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.
Opmerking: hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
2 Pak de kaart uit.
Opmerking: raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.
3 Houd de kaart aan de zijkanten vast en breng de pinnen aan de onderkant op gelijke hoogte met de uitsparingen in de systeemkaart.

4 Druk de kaart stevig op zijn plaats.

- De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart.
- Let erop dat de aansluitpunten niet beschadigd raken.
5 Plaats de systeemkaartklep terug.
Internal Solutions Port installeren
De systeemkaart ondersteunt één optionele Lexmark Internal Solutions Port (ISP).
Opmerking: Voor deze taak hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open het toegangspaneel van de systeemkaart.
Zie "Toegang tot de systeemkaart" op pagina 35 voor meer informatie.
2 Haal de ISP en het plastic T-stuk uit de verpakking.
Opmerking: raak de onderdelen op de kaart niet aan.
3 Kijk waar de juiste connector zich op de systeemkaart bevindt.

4 Verwijder de vaste schijf van de printer.
Zie "Vaste schijf van de printer verwijderen" op pagina 51 voor meer informatie.
5 Verwijder de metalen klep van de ISP-opening.

6 Lijn de staafjes van het plastic T-stuk uit met de openingen in de systeemkaart en druk het T-stuk dan naar beneden tot het vastklikt. Controleer of elk staafje van het T-stuk volledig is vastgeklikt en of het T-stuk stevig op de systeemkaart is bevestigd.

7 Installeer de ISP op het plastic T-stuk. Lijn de ISP uit met het plastic T-stuk en breng de ISP steeds dichter bij het T-stuk zodat alle uitstekende connectoren in de ISP-openingen van de systeemkaartbehuizing passen.

8 Laat de ISP richting het plastic T-stuk zakken totdat de ISP zich tussen de geleiders van het plastic T-stuk bevindt.

9 Plaats de lange vleugelmoer en draai deze rechtsom tot de ISP vastzit, maar draai de vleugelmoer nu nog niet stevig aan.

10 Bevestig de twee meegeleverde schroeven om de montagebeugel van de ISP aan de systeemkaartbehuizing vast te maken.

11 Draai de lange vleugelmoer stevig aan.
Let op—Kans op beschadiging: Draai de vleugelmoer niet te hard aan.
12 Plaats de plug van de ISP-interfacekabel in de aansluiting op de systeemkaart.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

13 Plaats de systeemkaartklep terug.
Vaste schijf van de printer installeren
Opmerking: Voor deze taak hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open het toegangspaneel van de systeemkaart.
Zie "Toegang tot de systeemkaart" op pagina 35 voor meer informatie.
2 Haal de vaste schijf van de printer uit de verpakking.
3 Kijk waar de juiste connector zich op de systeemkaart bevindt.

Opmerking: als er een optionele ISP is geïnstalleerd, moet de vaste schijf van de printer op de ISP worden geïnstalleerd.
U installeert de vaste schijf van een printer als volgt op de ISP:
a Draai de schroeven los met een schroevendraaier met platte kop.

b Verwijder de schroeven waarmee de montagebeugel aan de vaste schijf van de printer is bevestigd en verwijder vervolgens de montagebeugel.
c Lijn de afstandbussen van de vaste schijf uit met de openingen in de ISP en druk de vaste schijf omlaag totdat de afstandbussen op de goede plaats zitten.

d Plaats de plug van de interfacekabel van de vaste schijf in de aansluiting op de ISP.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

U kunt als de vaste schijf van een printer rechtstreeks installeren op de systeemkaart:
a Lijn de afstandbussen van de vaste schijf uit met de openingen in de systeemkaart en druk de vaste schijf omlaag totdat de afstandbussen op de goede plaats zitten.

b Gebruik de twee meegeleverde schroeven om de montagebeugel van de vaste schijf vast te zetten.

c Plaats de plug van de interfacekabel van de vaste schijf in de aansluiting op de systeemkaart.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

4 Plaats de systeemkaartklep terug.
Vaste schijf van de printer verwijderen
Opmerking: Voor deze taak hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open het toegangspaneel van de systeemkaart.
Zie "Toegang tot de systeemkaart" op pagina 35 voor meer informatie.
2 Maak de interfacekabel van de vaste schijf van de printer los van de systeemkaart, zonder de kabel los te maken van de vaste schijf. Als u de kabel wilt losmaken, knijpt u eerst de peddel op de plug van de interfacekabel in om de vergrendeling los te maken voordat u de kabel eruit trekt.

3 Verwijder de schroeven terwijl u de vaste schijf van de printer op de plaats houdt en verwijder vervolgens de vaste schijf.

4 Leg de vaste schijf van de printer opzij.
5 Plaats de systeemkaartklep terug.
Volgorde van installatie

LET OP—KANS OP LETSEL: De printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden opgetild.

LET OP—KAN OMVALLEN: Voor configuraties die op de grond staan, zijn extra onderdelen nodig ter bevordering van de stabiliteit. Gebruik een printerstandaard of printerstelling als u een lader met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een of meer invoeropties gebruikt. Ook hebt u mogelijk extra onderdelen nodig voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
Installeer de printer en eventuele opties die u hebt aangeschaft, in de onderstaande volgorde:
•Onderstel met zwenkwieltjes
•Optioneel opvulplaatje
-Optionele laden voor 550 vel of lader met hoge capaciteit voor 2000 vel
•Standaardladen voor 550 vel
•Printer
Raadpleeg de bij de optie geleverde installatiedocumentatie voor informatie over het installeren van een onderstel met zwenkwielen, optionele laden voor 500 of 2000 vel, opvulplaatjes of finishers.
Optionele laden installeren
De printer ondersteunt de volgende optionele invoerbronnen:
•Lade voor 550 vel
•Hoge-capaciteitslader voor 2000 vel
LET OP—KANS OP LETSEL: De printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden opgetild.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, moet u voordat u doorgaat eerst de printer uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, schakelt u deze ook uit en koppelt u de kabels los van de printer.
LET OP—KAN OMVALLEN: Voor configuraties die op de grond staan, zijn extra onderdelen nodig ter bevordering van de stabiliteit. Gebruik een printerstandaard of printerstelling als u een lader met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een of meer invoeropties gebruikt. Ook hebt u mogelijk extra onderdelen nodig voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.
1 Pak de optionele lade uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal.
2 Plaats de lade in de buurt van de printer.
3 Schakel de printer uit.
4 Lijn de printer uit met de lade en laat de printer op zijn plaats zakken.
Opmerking: Optionele laden grijpen in elkaar als ze worden gestapeld. Verwijder gestapelde laden zo nodig één voor één en van boven naar beneden.

| 1 Standaardlade voor 550 vel (lade 1) |
| 2 Optionele laden voor 550 vel |
5 Zet de printer weer aan.
6 Stel de printersoftware zo in dat de optionele invoerbron kan worden herkend.
Zie "Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma" op pagina 57 voor meer informatie.
Kabels aansluiten
LET OP—KANS OP LETSEL: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Schakel tijdens onweer dit product niet in en sluit geen elektrische kabels of stroomkabels aan, zoals de fax, het netsnoer of een telefoonkabel.
Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.
Zorg dat de volgende items met elkaar overeenkomen:
- het USB-symbol op de kabel met het USB-symbol op de printer
•de juiste ethernetkabel op de ethernetpoort
Extra printer instellen

| 1 USB-poort | |
| Let op—Kans op beschadiging: Raak tijdens het afdrukken niet de USB-kabel, netwerkadapters of het aangegeven deel van de printer aan. Dit kan leiden tot gegevensverlies of een storing. | |
| 2de twee | Ethernetpoort |
Printerconfiguratie controleren
Als alle hardware- en softwareopties zijn geïnstalleerd en de printer is ingeschakeld, controleert u of de printer correct is ingesteld door het volgende af te drukken:
- Pagina met menu-instellingen: gebruik deze pagina om te controleren of alle printeropties correct zijn geïnstalleerd. Onder aan de pagina verschijnt een lijst met geïnstalleerde opties. Als een door u geïnstalleerde optie niet is vermeld, is deze niet correct geïnstalleerd. Verwijder de optie en installeer deze opnieuw.
- Pagina met netwerkinstellingen: als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkverbinding controleren door een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.
Pagina met menu-instellingen afdrukken
Blader in het startscherm naar:
Rapporten > Pagina Menu-instellingen
Extra printer instellen
Netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Als de printer op een netwerk is aangesloten, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.
1 Blader in het startscherm naar:
Rapporten > Netwerkconfiguratiepagina
2 Controleer het eerste gedeelte van de pagina met netwerkinstellingen om te zien of bij Status wordt aangegeven dat de printer is aangesloten.
Als bij Status wordt aangegeven dat de printerniet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt niet actief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Vraag de systeembeheerder om dit probleem op te lossen en druk daarna nog een pagina met netwerkinstellingen af.
De printersoftware instellen
Printersoftware installeren
Opmerking: als u de printersoftware eerder hebt geïnstalleerd op deze computer en de software opnieuw moet installeren, moet u de huidige software eerst verwijderen.
Voor Windows-gebruikers
1 Sluit alle geopende programma's.
2 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
Als het installatievenster niet wordt weergegeven na een minuut, start u de cd handmatig:
a Klik op of op Start en klik op Uitvoeren.
b Typ D:\setup.exe in het vak Zoekopdracht starten of Uitvoeren, waarbij D de letter van uw cd- of dvd-station is.
c Druk op Enter of klik op OK.
3 Klik op Installeren en volg de aanwijzingen op het scherm.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
Als het installatievenster niet wordt weergegeven na een minuut, klikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.
3 Dubbelklik op het pakket van het software-installatieprogramma en volg de aanwijzingen op het scherm.
Internet gebruiken
1 Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com.
2 Ga naar:
SUPPORT & DOWNLOADS > selecteer de printer > selecteer uw besturingssysteem
Extra printer instellen
3 Download het stuurprogramma en installeer de printersoftware.
Opmerking: Mogelijk is er bijgewerkte printersoftware beschikbaar op http://support.lexmark.com.
Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma
Nadat de printersoftware en eventuele opties zijn geïnstalleerd, is het wellicht nodig om de opties handmatig toe te voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken.
Voor Windows-gebruikers
1 Open de map Printers:
a Klik op of klik op Start en klik op Uitvoeren.
b Typ in het vak van Start zoeken of Uitvoeren control printers.
c Druk op Enterof klik op OK.
2 Selecteer de printer.
3 Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Eigenschappen.
4 Klik op de tab Configuratie.
5 Klik op Nu bijwerken - Printer vragen of voeg de geïnstalleerde hardwareopties handmatig toe aan Opties voor configuratie.
6 Klik op Toepassen.
Voor Macintosh-gebruikers
Mac OS X 10.5 of hoger
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen > selecteer de printer > Opties & Supplies > Stuurprogramma
2 Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik op OK.
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Ga > Toepassingen > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Selecteer de printer.
4 Selecteer in het menu Printer de optie Toon info.
5 Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik op Wijzigingen toepassen.
Draadloos afdrukken instellen
Opmerking: Een SSID (Service Set Identifier) is een naam die is toegewezen aan een draadloos netwerk. WEP (Wireless Encryption Protocol) en WPA (Wi-Fi Protected Access) zijn beveiligingstypen die in een netwerk worden gebruikt.
Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk
Opmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.
- SSID: er wordt ook naar de SSID verwezen als de netwerknaam.
- Draadloze modus (of netwerkmodus): de modus is infrastructuur of ad-hoc.
- Kanaal (voor ad-hocnetwerken): het kanaal wordt standaard ingesteld op automatisch voor infrastructuurnetwerken.
Voor sommige ad-hocnetwerken is de instelling automatisch ook vereist. Raadpleeg de systeembeheerder als u niet zeker bent over het kanaal dat u moet selecteren.
- Beveiligingsmethode: er zijn drie opties voor de beveiligingsmethode:
—WEP-sleutel Als uw netwerk meerdere WEP-sleutels gebruikt, kunt u er maximaal vier opgegeven in de daarvoor bestemde plaatsen. Selecteer de sleutel die momenteel wordt gebruikt op het netwerk door de standaardsleutel voor WEP-verzending te selecteren.
of
—WPA- of WPA2-wachtwoorden
WPA bevat codering als een extra beveiligingsniveau. U kunt kiezen uit AES of TKIP. Codering moet op de router en op de printer zijn ingesteld voor hetzelfde type anders kan de printer niet communiceren op het netwerk.
—Geen beveiliging
Als uw draadloze netwerk geen beveiliging gebruikt, hebt u geen beveiligingsgegevens.
Opmerking: het is onverstandig om een niet-beveiligd draadloos netwerk te gebruiken.
Als u de printer installeert op een 802.1X-netwerk met de geavanceerde methode, hebt u wellicht de volgende gegevens nodig:
- Verificatietype
- Interne-verificatietype
•802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord
•Certificaten
Opmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over het configureren van de 802.1X-beveiliging.
De printer installeren op een draadloos netwerk (Windows)
Voordat u de printer installeert op een draadloos netwerk moet u het volgende controleren:
- Uw draadloze netwerk is ingesteld en werkt naar behoren.
- De computer die u gebruikt is aangesloten op hetzelfde, draadloze netwerk waarop u de printer wilt aansluiten.
1 Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact, schakel de stroom in.

Zorg dat de printer en computer helemaal zijn ingeschakeld en klaar voor gebruik.

Sluit de USB-kabel niet aan voordat dit wordt aangegeven op het scherm.
2 Plaats de cd Software en documentatie.

3 Klik op Installeren en volg de aanwijzingen op het scherm.
4 Als u wordt gevraagd een verbindingstype te selecteren, selecteert u Draadloze verbinding.
5 Selecteer Stapsgewijze configuratie (aanbevolen) in het dialoogvenster Draadloze configuratie.
Opmerking: Selecteer alleen Geavanceerde installatie als u de installatie wilt aanpassen.
6 Sluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer.

Opmerking: Als de printer eenmaal is geconfigureerd, dan zal de software u de instructie geven de tijdelijke USB-kabel te verwijderen; hierna kunt u draadloos afdrukken.
7 Volg de instructies op het beeldscherm.
Opmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken voor meer informatie over andere computers toestaan op het netwerk de draadloze printer te gebruiken.
De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh)
Maak de Ethernet-kabel los voordat u de printer installeert op een draadloos netwerk.
Configuratie van de printer voorbereiden
1 Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact, schakel de stroom in.

2 Zoek het MAC-adres van de printer.
a Blader in het beginscherm naar:
Rapporten > Pagina Netwerkinstellingen
b Ga in het gedeelte Standaardnetwerkkaart naar UAA (MAC).
Opmerking: U hebt deze informatie later nodig.
Extra printer instellen
Voer de printerinformatie in
1 Open de opties voor AirPort:
In Mac OS X versie 10.5 en later
Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Netwerk > AirPort
Mac OS X 10.4 en eerder
Blader in de Finder naar:
Programma's > Internetverbinding > AirPort
2 Selecteer vanuit het pop-upmenu Netwerknaam afdrukserver [yyyyyy], waarbij de y'en staan voor de laatste zes cijfers van het MAC-adres dat u hebt gevonden op het blad met het MAC-adres.
3 Open een webbrowser.
4 Selecteer Toon of Toon alle bladwijzers.
5 Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Collecties en dubbelklik op de printernaam.
Opmerking: de toepassing die Rendezvous werd genoemd in Mac OS X versie 10.2, wordt nu Bonjour genoemd door Apple Inc.
6 Ga vanuit de Embedded Web Server naar de locatie waar de informatie over de draadloze instellingen is opgeslagen.
De printer configureren voor draadloze toegang
1 Typ de netwerknaam (SSID) in het daarvoor bedoelde veld.
2 Selecteer Infrastructuur als uw netwerkmodus als u gebruikmaakt van een toegangspunt (draadloze router).
3 Selecteer het beveiligingstype voor het draadloze netwerk.
4 Voer de beveiligingsinformatie in die nodig is om de printer verbinding te laten maken met uw draadloze netwerk.
5 Klik op Verzenden.
6 Open de AirPort-toepassing op uw computer:
In Mac OS X versie 10.5 en later
Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Netwerk > AirPort
Mac OS X 10.4 en eerder
Blader in de Finder naar:
Programma's > Internetverbinding > AirPort
7 Selecteer in het pop-upvenster Netwerk de naam van uw draadloze netwerk.
Configureer uw computer voor draadloos gebruik van de printer
Om af te drukken met een netwerkprinter, dient elke Macintosh-gebruiker een aangepast printerstuurprogramma te installeren en een afdrukwachtrij te maken in Printer instellen of Afdrukbeheer.
1 Installeer een printerstuurprogramma op de computer:
a Plaats de cd Software en documentatie in de computer en dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
b Volg de instructies op het beeldscherm.
c Kies een bestemming en klik op Ga door.
d Klik in het scherm Standaard op Installeer.
e Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK.
Alle benodigde toepassingen worden op de computer geïnstalleerd.
f Klik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid.
2 Voeg de printer toe:
a Voor afdrukken via IP:
In Mac OS X versie 10.5 en later
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
2 Klik op + en vervolgens op de tab IP.
3 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Programma's > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Klik in de printerlijst op Voeg toe en vervolgens op IP-printer.
4 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
b Voor afdrukken via AppleTalk:
Opmerking: controleer of AppleTalk is ingeschakeld op de printer.
In Mac OS X versie 10.5
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
2 Klik op + en ga naar:
AppleTalk > selecteer de printer in de lijst > Voeg toe
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Programma's > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Kies Voeg toe in de printerlijst.
4 Klik op de tab Standaardbrowser > Meer printers.
5 Kies AppleTalk in het eerste voorgrondmenu.
6 Kies Lokale AppleTalk-zone in het tweede voorgrondmenu.
7 Selecteer de printer in de lijst en klik op Voeg toe.
Printer installeren op een bedraad netwerk
Deze instructies gelden voor Ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen.
Opmerking: voer eerst de eerste installatie van de printer uit.
Voor Windows-gebruikers
1 Plaats de cd Software en documentatie.
Als het installatievenster niet wordt weergegeven na een minuut, start u de cd handmatig:
a Klik op of klik op Start en klik op Uitvoeren.
b Typ in het vak van Start zoeken of Uitvoeren D: \setup .exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.
c Druk op Enterof klik op OK.
2 Klik op Installeeren volg de aanwijzingen op het scherm.
Opmerking: als u de printer wilt configureren voor gebruik met een statisch IP-adres, IPv6 of scripts, kiest u Geavanceerde opties > Administrator Tools (Beheerprogramma's).
3 Selecteer Ethernet-verbinding en klik op Doorgaan.
4 Sluit de juiste kabel aan tussen de printer en de computer als u hierom wordt gevraagd.
5 Selecteer de printer in de lijst en klik op Doorgaan.
Opmerking: Als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven in de lijst, klikt u op Zoekopdracht wijzigen.
6 Volg de aanwijzingen op het scherm.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer.
2 Zoek het IP-adres van printer op. Handelingen:
a de informatie in het startscherm op het bedieningspaneel van de printer vinden of in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
b een pagina met netwerkinstellingen of menu-instellingen afdrukken en de informatie in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Opmerking: u hebt dit IP-adres nodig bij de toegangsconfiguratie voor computers op een ander subnet dan de printer.
3 Installeer de printerstuurprogramma's en voeg de printer toe.
a Installeer een printerstuurprogramma op de computer:
1 Plaats de cd Software en documentatie en dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
2 Volg de aanwijzingen op het scherm.
3 Kies een bestemming en klik op Doorgaan.
4 Klik in het scherm Eenvoudige installatie Installeer.
Extra printer instellen
5 Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde toepassingen worden op de computer geïnstalleerd.
6 Klik op Sluiten wanneer de installatie is voltooid.
b Voeg de printer toe:
•Voor afdrukken via IP:
Mac OS X 10.5 of hoger
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
2 Klik op + en klik op de knop IP.
3 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Toepassingen > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Klik in de printerlijst op Voeg toe en klik op IP-printer.
4 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
•Voor afdrukken via AppleTalk:
Opmerking: controleer of AppleTalk is ingeschakeld op de printer.
Mac OS X 10.5
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
2 Klik op +en ga naar:
AppleTalk > selecteer de printer in de lijst > Voeg toe
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Toepassingen > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Klik in de printerlijst op Voeg toe.
4 Klik op Standaardbrowser. > Meer printers.
5 Kies in het eerste voorgrondmenu AppleTalk.
6 Kies in het tweede voorgrondmenu Lokale AppleTalk-zone.
7 Selecteer de printer in de lijst en klik op Voeg toe.
Opmerking: Als de printer niet in de lijst verschijnt, moet u deze mogelijk toevoegen met het IP-adres. Neem contact op met uw systeembeheerder voor meer informatie.
Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP (Internal Solutions Port)
Wanneer een nieuwe Lexmark ISP (Internal Solutions Port) in de printer wordt geïnstalleerd, moeten de printerconfiguraties worden bijgewerkt op computers die toegang hebben tot de printer omdat de printer een nieuw IP-adres krijgt toegewezen. Alle computers die toegang tot de printer hebben, moeten worden bijgewerkt met dit nieuwe IP-adres.
Opmerkingen:
- Als de printer een vast IP-adres heeft, hoeft u geen wijzigingen door te voeren in de configuratie van de diverse computers.
- Als de computers zijn geconfigureerd om een netwerknaam te gebruiken die ongewijzigd blijft (en dus niet een IP-adres), hoeft u de configuratie van de computers niet te wijzigen.
- Als u een draadloze ISP toevoegt aan een printer die eerder was geconfigureerd voor een bedrade verbinding, moet u ervoor zorgen dat de verbinding met het bedrade netwerk is verbroken voordat u de printer configureert voor draadloos gebruik. Als de bedrade verbinding actief blijft, wordt draadloze configuratie wel voltooid, maar kan de draadloze ISP niet worden geactiveerd. Mocht de printer zijn geconfigureerd voor een draadloze ISP terwijl er nog een bedrade verbinding actief is, dan moet u eerst de bedrade verbinding verbreken. Schakel vervolgens de printer uit en weer in. Hierdoor wordt de draadloze ISP ingeschakeld.
- Er kan maar één netwerkverbinding actief zijn. Als u wilt kunnen schakelen tussen de bedrade en de draadloze verbinding, moet u de printer uitschakelen en de kabel aansluiten (om over te schakelen naar een bedrade verbinding) of verwijderen (om over te schakelen naar een draadloze verbinding). Vervolgens moet u de printer weer inschakelen.
Voor Windows-gebruikers
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op of op Start en vervolgens op Uitvoeren.
3 Typ control printers in het vak Zoekopdracht starten of Uitvoeren.
4 Druk op Enter of klik op OK.
De printermap wordt geopend.
5 Ga naar de printer die is gewijzigd.
Opmerking: Als er meer dan één exemplaar van de printer is, werkt u alle exemplaren bij met het nieuwe IP-adres.
6 Klik met de rechtermuisknop op de printer.
7 Klik op Eigenschappen tabblad Poorten.
8 Selecteer de poort in de lijst en klik op Poort configureren.
9 Typ het nieuwe IP-adres in het veld Printernaam of IP-adres.
10 Klik op OK > Sluiten>.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Opmerking: u hebt dit IP-adres nodig bij de toegangsconfiguratie voor computers op een ander subnet dan de printer.
2 Voeg de printer toe:
•Voor afdrukken via IP:
Mac OS X 10.5 of hoger
a Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
b Klik op + en vervolgens op de tab IP.
c Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
Mac OS X 10.4 en eerder
a Blader in de Finder naar:
Programma's > Hulpprogramma's
b Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
c Klik in de printerlijst op Voeg toe en klik vervolgens op IP-printer.
d Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
•Voor afdrukken via AppleTalk:
Opmerking: controleer of AppleTalk is ingeschakeld op de printer.
Mac OS X 10.5
a Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
b Klik op + en ga naar:
AppleTalk > selecteer de printer in de lijst > Voeg toe
Mac OS X 10.4 en eerder
a Blader in de Finder naar:
Programma's > Hulpprogramma's
b Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
c Kies Voeg toe in de printerlijst.
d Klik op de tab Standaardbrowser > Meer printers.
e Kies AppleTalk in het eerste voorgrondmenu.
f Kies Lokale AppleTalk-zone in het tweede voorgrondmenu.
g Selecteer een printer in de lijst en klik vervolgens op Voeg toe.
Serieel afdrukken instellen
Bij serieel afdrukken worden gegevens met één bit tegelijk overgedragen. Hoewel serieel afdrukken over het algemeen trager is dan parallel afdrukken, verdient het de voorkeur wanneer er een grote afstand is tussen de printer en de computer of wanneer er een interface met betere overdrachtsnelheid beschikbaar is.
Na installatie van de seriële poort of communicatiepoort (COM-poort), configureert u de computer en de printer zodat ze met elkaar kunnen communiceren. Zorg ervoor dat u de seriële kabel op de COM-poort van uw printer hebt aangesloten.
1 Stel de parameters op de printer in:
a Via het bedieningspaneel van de printer navigeert u naar het menu met de poortinstellingen.
b Ga naar het menu met de seriële-poortinstellingen.
c Wijzig zo nodig de seriële instellingen.
d Sla de nieuwe instellingen op en druk een pagina met menu-instellingen af.
2 Installeer het printerstuurprogramma:
a Plaats de cd Software en documentatie.
Als het installatievenster niet wordt weergegeven na een minuut, start u de cd handmatig::
1 Klik op of klik op Start en dan op Uitvoeren.
2 Typ in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren D: \setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-romstation is.
3 Druk op Enter of klik op OK.
b Klik op Geavanceerde opties > Aangepaste installatie.
c Volg de instructies op het beeldscherm
d Selecteer Aangesloten via een gevonden poort op uw computer in het dialoogvenster Printeraansluiting configureren en selecteer een poort.
e Als de poort niet in de lijst staat, klikt u op Vernieuwen.
of
Ga naar:
Poort toevoegen > selecteer een poorttype > voer de vereiste gegevens in > OK
f Klik op Doorgaan.
1 Als u nog een printer wilt toevoegen, klikt u op Nog een toevoegen.
2 Als u wijzigingen wilt aanbrengen, selecteert u een printer en klikt u op Bewerken.
3 Volg de instructies op het beeldscherm.
g Klik op Voltooien.
3 Stel de COM-poortparameters in:
Nadat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, moet u de seriële parameters instellen voor de COM-poort die is toegewezen aan het printerstuurprogramma.
Opmerking: De seriële parameters van de COM-poort moeten exact overeenkomen met de seriële parameters die zijn ingesteld op de printer.
a Open Apparaatbeheer.
1 Klik op of klik op Start en dan op Uitvoeren.
2 Typ in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren devmgmt.msc.
3 Druk op Enter of klik op OK.
b Zoek naar Poorten en klik op + om de lijst met beschikbare poorten uit te vouwen.
c Klik met de rechtermuisknop op de COM-poort waarop u de seriële kabel hebt aangesloten (bijvoorbeeld: COM1).
d Klik op Eigenschappen.
e Stel in het tabblad Poortinstellingen de seriële parameters in op de parameters die u ook hebt ingesteld op de printer.
Controleer de seriële instellingen van de pagina met menu-instellingen voor de printerinstellingen.
f Klik op OK en sluit alle vensters.
g Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren.
Impact van uw printer op het milieu minimaliseren
Lexmark hecht veel belang aan duurzaamheid en verbetert voortdurend zijn printers om de invloed ervan op het milieu te verminderen. Wij houden bij het ontwerpen rekening met het milieu, maken onze verpakkingen zelf om het materiaalgebruik terug te brengen en zorgen voor inzamel- en recyclingprogramma's. Zie voor meer informatie:
•Het hoofdstuk Kennisgevingen
- Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www.lexmark.com/environment
- Het Lexmark recyclingprogramma op www.lexmark.com/recycling
Mogelijk kunt u de invloed van uw printer nog verder beperken door bepaalde printerinstellingen of -taken te selecteren. Dit hoofdstuk vat samen welke instellingen en taken een groter voordeel voor het milieu kunnen opleveren.
Papier en toner besparen
Onderzoek heeft aangetoond dat wel 80% van de koolstofvoetafdruk van een printer te maken heeft met papierverbruik. U kunt uw koolstofvoetafdruk aanzienlijk verkleinen door kringlooppapier te gebruiken en de printerfuncties in te schakelen waarmee u dubbelzijdig kunt afdrukken en meerdere pagina's op één vel papier kunt afdrukken.
Zie "De Ecomodus gebruiken" voor meer informatie over hoe u snel papier en energie kunt besparen door middel van één printerinstelling.
Kringlooppapier gebruiken
Lexmark is een milieubewust bedrijf en stimuleert het gebruik van zakelijk kringlooppapier dat speciaal is geproduceerd voor gebruik in laserprinters. Zie "Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken" op pagina 87 voor meer informatie over gerecycled papier dat u kunt gebruiken in uw printer.
Supplies besparen
Gebruik beide zijden van het papier
Als uw printermodel dubbelzijdig afdrukken ondersteunt, kunt u instellen of er op een of twee zijden van het papier moet worden afgedrukt. Selecteer hiervoor in het dialoogvenster Afdrukken of op de Lexmark Toolbar de optie Dubbelzijdig afdrukken.
Druk meerdere pagina's af op een vel papier
Met het gedeelte Meerdere pagina's afdrukken (N per vel) van het dialoogvenster Afdrukken kunt u maximaal 16 opeenvolgende pagina's van een document op één zijde van een vel papier afdrukken.
Controleer uw eerste ontwerp op fouten
Doe het volgende voor u een document afdrukt of meerdere malen kopieert.
- Gebruik de functie voor afdrukvoorbeelden, die beschikbaar is in het dialoogvenster Afdrukken of op de Lexmark Toolbar, om te bekijken hoe het document eruit ziet als u het afdrukt.
- Druk één exemplaar van het document af om de inhoud en indeling op fouten te controleren.
Vermijd papierstoringen
Stel de papiersoort en het formaat correct in om te voorkomen dat het papier vastloopt. Zie "Papierstoringen voorkomen" op pagina 266 voor meer informatie.
Afdrukken in zwart-wit
Stel de printer in op Alleen zwart om alle tekst en afbeeldingen alleen met de zwarte cartridge af te drukken. Zie "Afdrukken in zwart-wit" op pagina 95 voor meer informatie.
Energie besparen
Ecomodus gebruiken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen > Ecomodus > selecteer een instelling > Verzenden.
| Optie Functie | |
| Uit | Standaardwaarden voor alle instellingen voor de Ecomodus gebruiken. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer. |
| Stroom Energieverbruik beperken, met name wanneer de printer inactief is.De printer schakelt na één minuut inactiviteit over op de slaapstand.Als de printer overgaat naar de slaapmodus, worden de lampjes van de display van het bedieningspaneel en de standaarduitvoerlade uitgeschakeld.Als scannen wordt ondersteund, worden de lampjes van de scanner alleen geactiveerd als er een scantaak is gestart. | |
| Energie/papier | Alle instellingen van energie- en papiermodi gebruiken. |
| Papier | •Functie voor automatisch dubbelzijdig afdrukken inschakelen.•Afdrukken van logbestanden uitschakelen. |
Geluid van de printer beperken
U kunt als volgt een instelling voor Stille modus selecteren met de Embedded Web Server:
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen > Stille modus > selecteer een instelling > Verzenden.
| Optie Functie | |
| UitOpmerking: Als u Foto selecteert vanuit het stuurprogramma, wordt de stille modus mogelijk uitgeschakeld en worden de afdrukkwaliteit en de afdruksnelheid verbeterd. | Standaardinstellingen gebruiken. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer. |
| Aan Geluid van de printer beperken. | •De verwerking van afdruktaken duurt langer.•Motoren van de printer starten niet tot een document gereed is om te worden afgedrukt. Het kan daarom even duren voordat de eerste pagina wordt afgedrukt.•Als uw printer is voorzien van een faxfunctie, worden de faxgeluiden verminderd of uitgeschakeld, inclusief de geluiden van de faxluidspreker en het belsignaal. De fax schakelt over op de stand-bymodus.•De geluiden van de alarminstelling en het cartridgealarm worden uitgeschakeld.•De printer negeert de geavanceerde startopdracht. |
Slaapstand aanpassen
U kunt energie besparen door het aantal minuten dat de printer wacht tot hij overgaat op de slaapstand verlagen.
Het instelbereik ligt tussen de 1 en 240 minuten. De standaardinstelling is 30 minuten.
Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen > Time-outs.
3 Geef in het veld Slaapstand het aantal minuten op dat u wilt dat de printer wacht voordat deze overschakelt naar de slaapstand.
4 Klik op Verzenden.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Time-outs
2 Raak de pijlen naast Slaapstand aan om het aantal minuten te selecteren dat u wilt dat de printer wacht voordat deze overschakelt naar de slaapstand.
3 Raak Verzenden aan.
Sluimerstand gebruiken
In de sluimerstand verbruikt de printer bijna geen stroom. Als de printer in de sluimerstand is ingesteld, is de printer uitgeschakeld en worden alle andere systemen en apparaten veilig uitgeschakeld.
Opmerking: De sluimerstand en slaapstand kunnen worden gepland.
Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen > Instellingen slaapknop.
3 Selecteer Sluimerstand in de keuzelijst Druk op slaapknop of Slaapknop ingedrukt houden.
4 Klik op Verzenden.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Druk op slaapknop of Slaapknop ingedrukt houden > Sluimerstand
2 Raak Verzenden aan.
Helderheid van de display aanpassen
Als u energie wilt besparen of u kunt de display niet goed lezen, kunt u de helderheid van de display aanpassen.
Beschikbare instellingen variëren van 20-100. De standaardinstelling is 100.
Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen.
3 Geef in het vak Helderheid van scherm het gewenste percentage voor de display op.
4 Klik op Verzenden.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen
2 Raak de pijlen aan totdat Helderheid van scherm wordt weergegeven en selecteer een instelling.
3 Raak Verzenden aan.
De standaarduitvoerlade op laag instellen
Om energie te besparen kunt u de uitvoerlampjes voor de standaarduitvoerlade instellen op gedimd of ze uitschakelen.
De beschikbare instellingen zijn Uit, Gedimd en Helder.
In de modus Normaal/Stand-by is de standaardinstelling Helder.
Als de Ecomodus is ingesteld op Energie of Energie/papier, brandt het lampje Gedimd.
Als de slaapmodus is ingesteld, is het lampje uit.
Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Algemene instellingen > Uitvoerverlichting.
3 Selecteer in de lijst van de Normale/Stand-bymodus de lage instelling die door de standaarduitvoerlade zal worden gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
4 Klik op Verzenden.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Uitvoerverlichting
2 Raak de pijltoets naast Modus Normaal/Stand-by om de lage instellingen te selecteren die de standaarduitvoerlade gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
3 Raak Verzenden aan.
Recycling
Lexmark verzorgt inzamelprogramma's en vooruitstrevende, duurzame benaderingen van recycling. Zie voor meer informatie:
•Het hoofdstuk Kennisgevingen
- Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www.lexmark.com/environment
- Het Lexmark recyclingprogramma op www.lexmark.com/recycling
Lexmark producten hergebruiken
U retourneert als volgt Lexmark producten voor hergebruik:
1 Bezoek onze website op www.lexmark.com/recycle.
2 Zoek het producttype dat u wilt recyclen op en selecteer vervolgens uw land of regio in de lijst.
Impact van uw printer op het milieu minimaliseren
3 Volg de aanwijzingen op het scherm.
Opmerking: Printersupplies en -hardware die niet zijn opgenomen in het inzamelingsprogramma van Lexmark kunt u recyclen via uw plaatselijke recyclingcentrum. Neem contact op met uw plaatselijke recyclingcentrum voor informatie over de artikelen die hier worden geaccepteerd.
Lexmark verpakkingsmateriaal recyclen
Lexmark streeft voortdurend naar het minimaliseren van het verpakkingsmateriaal. Het gebruiken van minder verpakkingsmateriaal garandeert dat Lexmark printers zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijk worden vervoerd en dat er minder verpakkingsmateriaal hoeft te worden weggegooid. Deze efficiënties leiden tot minder broeikasgassen en het besparen van energie en natuurlijke grondstoffen.
Lexmark dozen zijn 100% recyclebaar op plaatsen waar recyclingvoorzieningen voor golfkarton aanwezig zijn. Zulke voorzieningen zijn mogelijk niet aanwezig in uw omgeving.
Het schuim dat wordt gebruikt in Lexmark verpakkingsmateriaal is recyclebaar op plaatsen waar recyclingvoorzieningen voor schuim aanwezig zijn. Zulke voorzieningen zijn mogelijk niet aanwezig in uw omgeving.
Als u een cartridge terugstuurt naar Lexmark, kunt u de doos gebruiken waarin de cartridge is geleverd. Lexmark zal de doos recyclen.
Lexmark cartridges terugsturen voor hergebruik of recycling
Het Lexmark Inzamelingsprogramma voor cartridges redt jaarlijks miljoenen Lexmark cartridges van de afvalberg door het terugsturen van gebruikte cartridges voor hergebruik of recycling gemakkelijk en gratis te maken voor Lexmark klanten. Honderd procent van de lege cartridges die naar Lexmark worden teruggestuurd wordt hergebruikt of verwerkt voor recycling. De dozen die zijn gebruikt voor het terugsturen van de cartridges worden ook gerecycled.
Om Lexmark cartridges terug te sturen voor hergebruik of recycling, volgt u de instructies op die bij uw printer of cartridge zijn geleverd en gebruikt u het retouretiket. U kunt ook als volgt te werk gaan:
1 Bezoek onze website op www.lexmark.com/recycle.
2 Selecteer in het gedeelte Tonercartridges uw land of regio in de lijst.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm.
Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 550 en 2.000 vel en de universeellader. Hier vindt u ook informatie over de papierafdrukstand, het instellen van de papiersoort en het papierformaat en het koppelen en ontkoppelen van laden.
Papierformaat en papiersoort instellen
De instelling Papierformaat wordt automatisch vastgesteld aan de hand van de positie van de papiergeleiders in de laden, behalve de universeellader. Voor de universeellader moet u de instelling Papierformaat handmatig opgeven via het menu Papierformaat. U moet de instelling Papierformaat handmatig opgeven voor alle laden waarin geen normaal papier is geplaatst.
Blader in het startscherm naar:

Menu Papier > Papierformaat/-soort > selecteer een lade > selecteer het papierformaat of de -soort >
Verzenden
Instellingen voor universeel papier configureren
Het universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling waarmee u kunt afdrukken op papierformaten die niet vooraf zijn ingesteld in de printermenu's. Stel Papierformaat voor de betreffende lade in op Universeel als het gewenste formaat niet beschikbaar is in het menu Papierformaat. Geef vervolgens alle onderstaande instellingen voor Universeel formaat voor uw papier op:
- Het grootste ondersteunde universele formaat is 216 x 1219 mm.
- Het kleinste ondersteunde formaat is 76 x 127 mm en kan alleen in de universeellader worden geplaatst.
1 Blader in het startscherm naar:

Menu Papier > Universele instellingen > Maateenheden > selecteer een maateenheid
2 Raak het volgende aan Staand breedte of Staand hoogte > selecteer de breedte of hoogte > Verzenden
Papier plaatsen in de standaardlade of optionele lade voor 550 vel
De printer heeft een standaardlade voor 550 vel (lade 1) en mogelijk een of meer optionele laden voor 550 vel. Alle laden voor 550 vel ondersteunen dezelfde papierformaten en -soorten.

LET OP—KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade of lader plaatst om instabiliteit van de apparatuur te voorkomen. Houd alle overige laden of laders gesloten tot u ze nodig hebt.
1 Trek de lade naar buiten.

Onder in de lade zijn formaatindicatoren aangebracht. Gebruik deze formaatindicatoren om de papiergeleiders op de juiste lengte en breedte in te stellen.

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen
2 Druk de breedtegeleider in en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u in de lade plaatst.

3 Druk de lengtegeleider in en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u in de lade plaatst.
Opmerking: De lengtegeleider heeft een vergrendelingsonderdeel. Duw de knop op de lengtegeleider naar achteren om de geleider te ontgrendelen. Duw de knop naar voren om de geleider te vergrendelen nadat u een lengte hebt ingesteld.

4 Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

5 Plaats de papierstapel met de aanbevolen afdrukzijde naar boven.
Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen
Opmerkingen:
- Plaats de papierstapel met de afdrukzijde omlaag als u dubbelzijdig wilt afdrukken.
- Plaats geperforeerd papier met de gaatjes naar voren.
- Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde omhoog met het briefhoofd naar links.
- Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde omlaag met het briefhoofd naar rechts voor dubbelzijdig afdrukken.
- Zorg ervoor dat het papier niet hoger komt dan de maximumstapelhoogte op de rand van de papierlade. Als er te veel papier in de lade wordt geplaatst, kan dit papierstoringen en mogelijk schade aan de printer veroorzaken.

6 Plaats de lade terug in de printer.

7 Controleer of op het bedieningspaneel van de printer de papiersoort en het papierformaat zijn ingesteld op basis van het papier dat u in de lade hebt geplaatst.
De hoge-capaciteitslader voor 2000 vel vullen
In de hoge-capaciteitslader past 2.000 vel papier van het formaat A4, Letter en Legal (80 g/m ^2 ).

LET OP—KANS OP LETSEL: Zorg ervoor dat u papier afzonderlijk in elke lade of lader plaatst om instabiliteit van de apparatuur te voorkomen. Houd alle overige laden of laders gesloten tot u ze nodig hebt.
1 Trek de lade naar buiten.

2 Pas de breedtegeleider zo nodig aan.

3 Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen
4 Plaats het papier met de afdrukzijde omhoog in de papierlade.

Opmerking: Zorg ervoor dat het papier niet hoger komt dan de maximumstapelhoogte op de rand van de papierlade. Bij een te volle lade kan het papier in de printer vastlopen.

-Plaats geperforeerd papier met de gaatjes naar voren.
- Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde omhoog met het briefhoofd naar links.
- Plaats briefhoofdpapier met de afdrukzijde omlaag met het briefhoofd naar rechts voor dubbelzijdig afdrukken.
5 Plaats de lade terug in de printer.
De universeellader vullen
De universeellader is geschikt voor afdrukmateriaal van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, etiketten, karton en enveloppen. De universeellader kan worden gebruikt voor enkelzijdig of handmatig afdrukken of als extra lade.
De universeellader heeft een capaciteit van ongeveer:
•100 vellen papier van 75 g/m ^2
•10 enveloppen
•75 transparanten
De afmetingen van speciaal afdrukmateriaal in de universeellader moeten binnen de volgende afmetingen liggen:
•Breedte - 89 mm tot 229 mm
•Lengte - 127 mm tot 1270 mm
Opmerking: De maximumbreedte en -hoogte kunnen alleen worden toegepast als de korte zijde eerst wordt ingevoerd.
Opmerking: Voeg geen papier of speciaal afdrukmateriaal toe en verwijder het ook niet wanneer de printer bezig is met afdrukken vanuit de universeellader of als het indicatielampje op het bedieningspaneel knippert. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
1 Trek de klep van de universeellader naar beneden.

2 Als u papier of speciaal materiaal gebruikt dat langer is dan Letter-papier, trekt u de uitbreiding voorzichtig naar buiten tot deze volledig is uitgetrokken.

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen
3 Buig de vellen papier of speciaal afdrukmateriaal enkele malen om ze los te maken. Vouw of kreuk ze niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.
Papier

Opmerking: raak de afdrukzijde niet aan en zorg dat er geen krassen op komen.

4 Duw op het papiertransportlipje en plaats het papier of speciale materiaal. Schuif het materiaal voorzichtig in de universeellader tot het niet meer verder kan en laat het papiertransportlipje los.

Let op—Kans op beschadiging: Als u het papier verwijdert zonder eerst op het papiertransportlipje te drukken, kan het papier vastlopen of kan het papiertransportlipje breken.
- Plaats papier en transparanten met de aanbevolen afdrukzijde naar beneden en met de korte zijde eerst.
- Als u dubbelzijdig op briefhoofdpapier afdrukt, plaatst u het briefhoofd met de afdrukzijde omhoog en het briefhoofd naar achteren.
-Plaats enveloppen met de klep naar boven en naar rechts.

Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.
Opmerkingen:
- Laat de stapel niet boven de maximale stapelhoogte uitkomen door te veel papier of transparanten onder de indicator te duwen.
- Plaats nooit papier van verschillende formaten en soorten tegelijk.
5 Stel de breedtegeleider bij, zodat hij net tegen de rand van de papierstapel komt. Zorg ervoor dat het papier of het speciale materiaal losjes in de universeellader past, vlak ligt, en niet is omgebogen of gekreukt.

6 Stel via het bedieningspaneel van de printer het papierformaat en de papiersoort in voor de universeellader (Formaat U-lader en Soort U-lader) op basis van het papier of speciale materiaal dat u hebt ingevoerd.
Laden koppelen en ontkoppelen
Laden koppelen
Het koppelen van laden is handig bij grote afdruktaken of bij het afdrukken van meerdere exemplaren. Als een van de gekoppelde invoerladen leeg raakt, wordt automatisch de volgende gekoppelde invoerlade gebruikt. Als de instellingen Papierformaat en Papiersoort voor alle laden hetzelfde zijn, worden de laden automatisch gekoppeld.
De printer detecteert automatisch de instelling Papierformaat aan de hand van de positie van de papiergeleiders in de laden, met uitzondering van de standaardlade voor 550 vel en de universeellader. De printer kan de papierformaten A4, A5, JIS B5, Letter, Legal, Executive en Universal detecteren. De universeellader en laden die andere papierformaten gebruiken, kunnen handmatig worden gekoppeld via het menu Papierformaat in het menu Papierformaat/-soort.
Opmerking: U kunt de universeellader koppelen door Configuratie Ulader in te stellen op Cassette in het menu Papier om Formaat U-lader als menuinstelling weer te geven.
De instelling Papiersoort moet voor alle laden worden ingesteld via het menu Papiersoort in het menu Papierformaat/- soort.
Laden ontkoppelen
Opmerking: Laden die instellingen hebben die afwijken van de instellingen van andere laden zijn niet gekoppeld.
Wijzig een van de volgende lade-instellingen:
•Papiersoort
De papiersoort omschrijft de eigenschappen van het papier. Als de naam die uw papier het beste omschrijft al aan laden is gekoppeld, wijs dan een andere papiersoortnaam aan de lade toe, zoals Aangepast [x], of geef uw eigen aangepaste naam op.
•Papierformaat
Plaats papier van een ander formaat als u de papierformaatinstelling van een lade automatisch wilt wijzigen. U kunt de papierformaatinstellingen voor de universeellader niet automatisch wijzigen; deze moet u handmatig instellen via het menu Papierformaat.
Let op—Kans op beschadiging: Wijs geen papiersoortnaam toe die de in de lade geplaatste papiersoort niet nauwkeurig omschrijft. De temperatuur van het verhittingsstation is afhankelijk van de opgegeven papiersoort. Als een verkeerde papiersoort is geselecteerd, worden afdrukken mogelijk niet goed verwerkt.
Uitvoerladen koppelen
U kunt uitvoerladen koppelen om één uitvoerbron te maken. De printer gebruikt automatisch de volgende beschikbare lade als uitvoerbron.
De standaarduitvoerlade kan worden gevuld met maximaal 550 vel papier van 75g/m². Als u aanvullende uitvoercapaciteit nodig hebt, kunt u andere optionele uitvoerladen aanschaffen.
Opmerking: Niet alle uitvoerladen ondersteunen alle papierformaten en -typen.
1 Blader in het startscherm naar:
Menu Papier > Lade-instelling
2 Raak de lade of laden aan die u wilt koppen en raak vervolgens Laden configureren Koppelen aan.
Een aangepaste naam maken voor een papiersoort
Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de Embedded Web Server gebruiken om een andere naam dan Aangepast [x] op te geven voor de aangepaste papiersoorten die in de printer zijn geplaatst.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Menu Papier > Aangepaste naam > typ een naam > Verzenden.
Opmerking: Deze aangepaste naam komt op de plaats van de naam van Aangepast
3 Klik op Aangepaste soorten > selecteer een papiersoort > Verzenden.
Een aangepaste papiersoortnaam toewijzen
Wijs een aangepaste papiersoortnaam aan een lade toe bij het koppelen of ontkoppelen van laden.
Blader in het startscherm naar:
Menu Papier > Papierformaat/-soort > selecteer een aangepaste papiersoortnaam > selecteer een lade > Verzenden
Aangepaste naam configureren
Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de Embedded Web Server gebruiken om een andere naam dan Aangepast [x] op te geven voor de aangepaste papiersoorten die in de printer zijn geplaatst.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Menu Papier > Aangepaste soorten > selecteer de aangepaste naam die u wilt instellen > selecteer een papiersoort of speciale materiaalsoort > Verzenden.
Richtlijnen voor papier en special afdrukmateriaal
Richtlijnen voor papier
Papiereigenschappen
De volgende papiereigenschappen zijn van invloed op de afdrukkwaliteit en de betrouwbaarheid van de printer. Houd rekening met deze kenmerken wanneer u een nieuw type papier overweegt.
Gewicht
De printer kan automatisch papier invoeren met een gewicht van 60 tot 176-g/m ^2 met de vezel in de lengterichting. Papier dat lichter is dan 60 g/m ^2 is mogelijk niet stevig genoeg om correct te worden ingevoerd, waardoor papierstoringen kunnen optreden. Het beste resultaat bereikt u met papier van 75 g/m ^2 met de vezel in de lengterichting. Voor papier dat kleiner is dan 182 x 257 mm raden wij u papier van 90g/m ^2 of zwaarder aan.
Opmerking: Duplex wordt alleen ondersteund bij papiergewichten van 75 - 176 g/m ^2 .
Krullen
Krullen is de neiging van papier om bij de randen om te buigen. Dit kan invoerproblemen veroorzaken. Papier kan omkrullen nadat het door de printer is gevoerd en daarbij is blootgesteld aan hoge temperaturen. Als u papier in hete, vochtige, koude of droge omstandigheden buiten de verpakking of in de laden bewaart, kan het papier omkrullen voordat erop wordt afgedrukt. Dit kan invoerproblemen veroorzaken.
Gladheid
De gladheid van papier is rechtstreeks van invloed op de afdrukkwaliteit. Als papier te ruw is, wordt toner er niet goed op gefixeerd. Te glad papier kan invoerproblemen of problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken. Gebruik papier met een gladheid tussen de 100 en 300 Sheffield-punten. Een gladheid tussen de 150 en 200 Sheffield-punten geeft echter de beste afdrukkwaliteit.
Vochtigheidsgraad
De hoeveelheid vocht in papier is van invloed op de afdrukkwaliteit en bepaalt tevens of het papier goed door de printer kan worden gevoerd. Laat het papier in de originele verpakking tot u het gaat gebruiken. Het papier wordt dan niet blootgesteld aan de negatieve invloed van wisselingen in de luchtvochtigheid.
Laat het papier gedurende 24 tot 48 uur vóór het afdrukken in de originele verpakking en in dezelfde omgeving als de printer acclimatiseren. Verleng de acclimatiseringperiode met enkele dagen als de opslag- of transportomgeving erg verschilde van de printeromgeving. Dik papier kan een langere acclimatiseringsperiode nodig hebben.
Vezelrichting
De vezelrichting heeft betrekking op de uitlijning van de papiervezels in een vel papier. Vezels lopen ofwel in de lengterichting van het papier of in de breedterichting.
Voor een gewicht van 60-135 g/m ^2 kunt u het beste papier met de vezel in de lengterichting gebruiken. Voor papier dat zwaarder is dan 135 g/m ^2 wordt de breedterichting aanbevolen.
Glasvezelgehalte
Kwalitatief hoogwaardig xerografisch papier bestaat meestal voor 100% uit chemisch behandelde houtpulp. Dit gehalte aan houtcellulose voorziet het papier van een grote mate van stabiliteit, waardoor er minder invoerproblemen optreden en de afdrukkwaliteit verbetert. Als papier andere vezels bevat, bijvoorbeeld van katoen, kan dat eerder leiden tot problemen bij de verwerking.
Papier kiezen
Het gebruik van het juiste papier voorkomt storingen en zorgt ervoor dat u probleemloos kunt afdrukken.
U kunt als volgt papierstoringen of een slechte afdrukkwaliteit voorkomen:
- Gebruik altijd nieuw, onbeschadigd papier.
- Voordat u papier plaatst, moet u weten wat de geschiktste afdrukzijde is. Dit staat meestal op de verpakking vermeld.
- Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
- Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron. Dit leidt tot storingen in de doorvoer.
- Gebruik geen gecoat papier, tenzij het speciaal is ontworpen voor elektrofotografisch afdrukken.
Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiezen
Volg deze richtlijnen als u voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiest:
- Gebruik papier met de vezel in lengterichting voor papier van 60 tot 90 g/m ^2 .
- Gebruik alleen formulieren en briefhoofdpapier die zijn gelithografeerd of gegraveerd.
- Gebruik geen papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak.
Gebruik papier dat is bedrukt met hittebestendige inkt en dat geschikt is voor kopieerapparaten. De inkt moet bestand zijn tegen temperaturen van 190°C zonder te smelten of schadelijke stoffen af te geven. Gebruik geen inkten die worden beïnvloed door de hars in de toner. Inktoorten op basis van water of olie zouden aan deze vereisten moeten voldoen. Latex-inkt zou echter problemen kunnen opleveren. Neem in geval van twijfel contact op met uw papierleverancier.
Voorbedrukt papier, zoals briefhoofdpapier, moet bestand zijn tegen temperaturen tot 190°C zonder te smelten of gevaarlijke stoffen af te geven.
Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken
Lexmark is een milieubewust bedrijf en stimuleert daarom het gebruik van kringlooppapier dat speciaal is geproduceerd voor gebruik in laserprinters (elektrofotografisch).
Hoewel er niet per definitie kan worden gesteld dat alle soorten kringlooppapier correct kunnen worden ingevoerd, test Lexmark doorlopend papiersoorten die vallen in de categorie op maat gesneden kringlooppapier voor kopieerapparaten, die wereldwijd verkrijgbaar zijn. Deze vakkundige tests worden uiterst nauwkeurig en methodisch uitgevoerd. Er worden veel factoren in beschouwing genomen, zowel op zichzelf als in samenwerking, waaronder de volgende:
- Hoeveelheid hergebruikt materiaal (Lexmark test maximaal 100% van het hergebruikte materiaal.)
- De temperatuur en luchtvochtigheid (de testruimtes simuleren klimaten van overal ter wereld.)
- Vochtgehalte (papier voor zakelijk gebruik moet een laag vochtgehalte hebben: 4–5%.)
- De buigweerstand en de stijfheid van het papier zorgen voor een optimale invoer in de printer.
-
Dikte (heeft invloed op de hoeveelheid papier die in een lade kan worden geplaatst)
-
Ruwheid van oppervlak (gemeten in Sheffield-eenheden, heeft invloed op de afdrukhelderheid en hoe goed de toner aan het papier hecht)
- Oppervlakfrictie (bepaalt hoe makkelijk vellen van elkaar kunnen worden gescheiden)
- Vezels en vorming (heeft invloed op omkrullen, dat weer invloed heeft op de manier waarop het papier zich door de printer beweegt)
•Helderheid en textuur (uiterlijk en gevoel)
Kringlooppapier heeft een betere kwaliteit dan ooit. Echter, de hoeveelheid hergebruikt materiaal in papier heeft invloed op de controle over ongewenste effecten. En hoewel het gebruik van kringlooppapier een goede manier is om op een milieubewuste manier af te drukken, is deze methode niet perfect. De energie die nodig is om inkte verwijderen en om toevoegingen zoals kleuren en "lijm" te verwerken, levert vaak een grotere koolstofuitstoot op dan de productie van normaal papier. Echter, over het geheel genomen verbetert het gebruik van kringlooppapier het resourcemanagement.
Lexmark houdt zich bezig met verantwoordelijk papiergebruik in het algemeen, gebaseerd op de beoordeling van de levenscycli van zijn producten. Om een beter begrip te krijgen van de invloed die printers op het milieu hebben, heeft het bedrijf een aantal beoordelingen van levenscycli uitgevoerd en geconcludeerd dat papier de grootste bijdrage levert (maximaal 80%) aan de koolstofuitstoot tijdens de levensduur van een apparaat (van het ontwerp tot het einde van de levensduur). De reden hiervoor is dat de productieprocessen van papier veel energie verbruiken.
Daarom zoekt Lexmark naar manieren om klanten en partners te informeren over het minimaliseren van de invloed van papier. Het gebruik van kringlooppapier is één manier. Het voorkomen van overmatig en onnodig papierverbruik is een andere manier. Lexmark beschikt over de juiste middelen om klanten te helpen hun benodigde hoeveelheid afdruk- en kopieermateriaal te minimaliseren. Daarnaast moedigt het bedrijf klanten aan om papier te kopen van leveranciers die een bijdrage willen leveren aan duurzame bosbouw.
Lexmark keurt bepaalde leveranciers af, maar er is een lijst beschikbaar met vergelijkbare producten voor speciale toepassingen. De volgende richtlijnen voor papierkeuze zullen de invloed van afdrukken op het milieu beperken:
1 Minimaliseer het papierverbruik.
2 Wees kritisch ten aanzien van de herkomst van houtvezel. Koop papier van leveranciers die beschikken over certificeringen als FSC (Forestry Stewardship Council) of PEFC (The Program for the Endorsement of Forest Certification). Deze certificeringen garanderen dat de papierleverancier houtpulp gebruikt dat afkomstig is van boseigenaars die duurzaam en sociaal verantwoordelijk bosbeheer en herbebossing toepassen.
3 Kies het meest geschikte papier voor het afdrukken: normaal gecertificeerd papier van 75 of 80 g/m², papier met een lager papiergewicht of kringlooppapier.
Voorbeelden van ongeschikt papier
Onderzoeksresultaten geven aan dat de volgende papiersoorten niet geschikt zijn voor gebruik in een laserprinter:
- Chemisch bewerkt kopieerpapier dat geen carbonpapier bevat, ook bekend als papier zonder carbon
- Voorbedrukt papier dat chemische stoffen bevat die het papier mogelijk aantasten
- Voorbedrukt papier dat kan worden aangetast door de temperatuur in het verhittingsstation van de printer
-
Voorbedrukt papier waarvoor registratie (nauwkeurige positionering van het afdrukgebied op de pagina) van meer dan ±2,3 mm (±0,9 inch) is vereist, zoals OCR-formulieren (optical character recognition; optische tekenherkenning). In sommige gevallen kan de registratie via een softwaretoepassing worden aangepast, waardoor afdrukken op deze formulieren toch mogelijk is.
-
Coated papier (uitwisbaar bankpostpapier), synthetisch papier, thermisch papier
- Papier met ruwe randen, papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak, gekruld papier
- Kringlooppapier dat niet voldoet aan de norm EN12281:2002 (Europese standaard)
•Papier lichter dan 60 g/m ^2 .
- Formulieren of documenten die uit meerdere delen bestaan
Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie. Algemene informatie over duurzaamheid kunt u vinden via de koppeling Duurzaamheid.
Papier bewaren
Houd de volgende richtlijnen voor het bewaren van papier aan om een regelmatige afdrukkwaliteit te garanderen en te voorkomen dat er papierstoringen ontstaan.
- U kunt het papier het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%. De meeste fabrikanten van etiketten bevelen een omgeving aan met een temperatuur tussen 18 en 24 °C en een relatieve vochtigheid van 40% tot 60%.
- Zet dozen papier, indien mogelijk, liever niet op de vloer, maar op een pallet of een plank.
- Zet losse pakken op een vlakke ondergrond.
-Plaats niets boven op de losse pakken met papier.
Ondersteunde papierformaten, -soorten en -gewichten
In de volgende tabellen vindt u informatie over standaard- en optionele invoerbronnen en de papiersoorten die de laden ondersteunen.
Opmerking: als een papierformaat niet in de lijst staat, configureert u een universeel papierformaat.
Ondersteunde papierformaten
De maten zijn alleen van toepassing op enkelzijdig afdrukken. Het minimumformaat voor dubbelzijdig afdrukken is 139,7 x 210 mm (5,50 x 8,27 inch).
| Papierformaat Afmetingen Standaardlade | voor 550 vel(lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universeellader | Duplexer |
| A4 210 x 297 mm(8,27 x 11,7 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| A5 148 x 210 mm(5,83 x 8,27 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| A6 105 x 148 mm(4,13 x 5,83 inch) | X | X | X | √ | |
| JIS B5 182 x 257 mm(7,17 x 10,1 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Letter 215,9 x 279,4 mm(8,5 x 11 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| ^1 Alleen ondersteund door X790-modellen. ^2 Hiermee wordt de ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch), tenzij het formaat wordt opgegeven in het programma. | |||||
| Papierformaat Afmetingen | Standaardlade | voor 550 vel(lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universeellader | Duplexer |
| Legal 215,9 x 355,6 mm | (8,5 x 14 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| Executive 184,2 x 266,7 mm | (7,25 x 10,5 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Oficio (Mexico) 215,9 x 340,4 mm | (8,5 x 13,4 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Folio 215,9 x 330,2 mm | (8,5 x 13 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Statement 139,7 x 215,9 mm | (5,5 x 8,5 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| UniversalOpmerking: Schakel automatisch vaststellen van het papierformaat uit om universele formaten te ondersteunen die dichtbij de standaardformaten van materialen liggen. | 148 x 210 mm tot 215,9 x 355,6 mm (5,83 x 8,27 inch tot 8,5 x 14 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| 76,2 x 127 mm (3 x 5 inch) tot 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch) | X | X | X | √ | ||
| 76,2 x 127 mm (3 x 5 inch) tot 215,9 x 914,4 mm (8,5 x 36 inch) ^1 | X | X | X | √ | ||
| 76,2 x 127 mm (3 x 5 inch) tot 215,9 x 1219,2 mm (8,5 x 48 inch) ^1 | X | X | X | √ | ||
| Envelop 73/4 (Monarch) | 98.4 x 190.5 mm (3,875 x 7,5 inch) | X | X | X | √ | X |
| Envelop nr. 9 98,4 x 226,1 mm | (3,875 x 8,9 inch) | X | X | X | √ | |
| Envelop Com 10 104,8 x 241,3 mm | (4,12 x 9,5 inch) | X | X | X | √ | X |
| Envelop DL 110 x 220 mm | (4,33 x 8,66 inch) | X | X | X | √ | X |
| Envelop C5 162 x 229 mm | (6,38 x 9,01 inch) | X | X | X | √ | X |
| Envelop B5 176 x 250 mm | (6,93 x 9,84 inch) | X | X | X | √ | X |
| ^1 Alleen ondersteund door X790-modellen. ^2 Hiermee wordt de ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch), tenzij het formaat wordt opgegeven in het programma. | ||||||
| Papierformaat Afmetingen Standaardlade | voor 550 vel(lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universeellader Duplexer | |
| Andere envelop ^2 | 85.7 x 165 mm tot 215,9 x 355,6 mm(3,375 x 6,50 inch tot 8,5 x 14 inch) | X | X | X | √ |
| ^1 Alleen ondersteund door X790-modellen. ^2 Hiermee wordt de ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch), tenzij het formaat wordt opgegeven in het programma. | |||||
Ondersteunde papiergewichten en -soorten
De printer biedt ondersteuning voor papier van 60–176 g/m ^2 voor enkelzijdig afdrukken. Dubbelzijdig afdrukken wordt ondersteund op papier van 64–176 g/m ^2 .
Opmerking: Etiketten, transparanten, enveloppen en karton worden altijd met een lagere snelheid afgedrukt.
| Papiersoort Standaardlade voor 550 vel (lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2000 vel | Universeellader Duplexer | |
| Papier•Normaal•Kringlooppapier•Glossy•Zware glossy•Bankpost•Letterhead•Voorgedrukt•Gekleurd•Lampje•Zwaar•Ruw/katoen•Aangepast [x] | √ | √ | √ | √ |
| Karton X | √ | √ | √ | |
| Transparanten^1,2 | X | X | X | √ |
| 1 Dit materiaal wordt alleen ondersteund in de universeellader.2 Gebruik geen inkjet- of 3M CG3710-transparanten.3 Papieren etiketten worden ondersteund. Ander afdrukmateriaal, zoals vinyl, kan in sommige omgevingen problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken en langdurig gebruik van vinyletiketten kan ervoor zorgen dat het verhittingsstation sneller verslijt. Raadpleeg de Handleiding voor wenskaarten en etiketten voor meer informatie. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.4 Gebruik enveloppen die plat liggen wanneer ze apart met de afdrukzijde omlaag op een tafel worden gelegd. | ||||
| Paplersoort Standaardlade | voor 550 vel (lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2000 vel | Universeellader Duplexer | |
| Etiketten3•Papier•Vinyl | √ | √ | X | √ | √ |
| Enveloppen4 | X | X | X | √ | X |
| 1 Dit materiaal wordt alleen ondersteund in de universeellader.2 Gebruik geen inkjet- of 3M CG3710-transparanten.3 Papieren etiketten worden ondersteund. Ander afdrukmateriaal, zoals vinyl, kan in sommige omgevingen problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken en langdurig gebruik van vinyletiketten kan ervoor zorgen dat het verhittingsstation sneller verslijt. Raadpleeg de Handleiding voor wenskaarten en etiketten voor meer informatie. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.4 Gebruik enveloppen die plat liggen wanneer ze apart met de afdrukzijde omlaag op een tafel worden gelegd. | |||||
Ondersteunde afwerkfuncties
De printer ondersteunt de volgende afwerkfuncties:
- Offset uitvoerlader voor 500 vel
•Nietfinisher voor 500 vel - Finisher met niet- en perforeerfunctie voor 500 vel
- Mailbox met 5 laden

• De papiercapaciteit is 500 vel.
- Deze lade ondersteunt geen afwerkopties.
- Enveloppen worden in deze eenheid verwerkt.
Finisherlade
• De papiercapaciteit is 500 vel.
- Enveloppen en papier van het formaat A5, A6 en Statement worden niet ondersteund in deze lade.
Afwerkfuncties
| Papierformaat Perforeren | (2 gaten) Perforeren | (3 of 4 gaten) | Mailbox met 5 laden | Nietfinisher voor 500 vel |
| A4 | √ | √ | √ | √ |
| A5 X X X | √ | |||
| Papierformaat Perforeren (2 gaten) Perforeren (3 of 4 gaten) | Mailbox met 5 laden | Nietfinisher voor 500 vel | ||
| Executive | √ | √ | √ | √ |
| Folio X | √ | √ | √ | |
| JIS B5 | √ | √ | √ | √ |
| Legal | √ | √ | √ | √ |
| Letter | √ | √ | √ | √ |
| Statement X X | √ | √ | ||
| Universal X X | √ | √ | ||
| Enveloppen (alle formaten) | X | X | √ | X |
| Oficio | √ | √ | √ | √ |
Afdrukken
Dit hoofdstuk bevat informatie over afdrukken, printerrapporten en het annuleren van taken. De keuze en de verwerking van papier en speciaal afdrukmateriaal kunnen de betrouwbaarheid van het afdrukken beïnvloeden. Zie "Papierstoringen voorkomen" op pagina 266 en "Papier bewaren" op pagina 89 voor meer informatie.
Documenten afdrukken
Documenten afdrukken
1 Stel op het bedieningspaneel van de printer in het menu Papier de papiersoort en het papierformaat in, op basis van het geplaatste papier.
2 Verzend de afdruktaak:
Voor Windows-gebruikers
a Open een document en klik op Bestand > Afdrukken.
b Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
c Pas de instellingen naar wens aan.
d Klik op OK > Afdrukken.
Voor Macintosh-gebruikers
a Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Pagina-instelling:
1 Open het gewenste bestand en klik op Archief > Pagina-instelling.
2 Kies een papierformaat of maak een aangepast formaat dat overeenkomt met het geplaatste papier.
3 Klik op OK.
b Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Druk af:
1 Open een document en klik op Archief > Druk af.
Klik zo nodig op het driehoekje om meer opties weer te geven.
2 Pas via het dialoogvenster Druk af en de voorgrondmenu's de instellingen zo nodig aan.
Opmerking: als u op een bepaalde papiersoort wilt afdrukken, stelt u de papiersoort in op het geplaatste papier, of selecteert u de betreffende lade of lader.
3 Klik op Afdrukken.
Afdrukken in zwart-wit
Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Afdrukinstellingen > Menu Kwaliteit > Afdrukmodus > Alleen zwart > Verzenden
Tonerintensiteit aanpassen
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Afdrukinstellingen > Menu Kwaliteit > Tonerintensiteit.
3 Pas de instelling voor tonerintensiteit aan.
4 Klik op Verzenden.
Afdrukken vanaf een flash-station
Afdrukken vanaf een flash-station
Opmerkingen:
- Wilt u een gecodeerd PDF-bestand afdrukken, voer dan eerst het bestandswachtwoord in via het bedieningspaneel van de printer.
- U kunt geen bestanden afdrukken waarvoor u geen afdrukmachtiging hebt.
1 Plaats een flash-station in de USB-poort.
Het beginscherm voor het USB-station wordt weergegeven.

- De printer negeert het flash-station als u het aansluit terwijl de printer een probleem heeft, zoals een storing.
- Wanneer u het flash-station aansluit terwijl de printer bezig is met het verwerken van andere afdruktaken, verschijnt het bericht Printer is bezig. Nadat deze afdruktaken zijn verwerkt, wilt u misschien de lijst met wachttaken bekijken om documenten vanaf uw flash-station af te drukken.

Let op—Kans op beschadiging: Raak de USB-kabel, netwerkadapter, de aansluiting, geheugenkaart of de aangegeven gedeelten van de printer niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar het opslagapparaat. Er kunnen anders gegevens verloren gaan.
2 Raak op het bedieningspaneel van de printer Afdrukken vanaf USB aan en selecteer het document dat u wilt afdrukken.
3 Raak de pijlen aan om het aantal kopieën dat u wilt maken te verhogen en raak Afdrukken aan.
Opmerkingen:
- Verwijder het flash-station pas uit de USB-poort wanneer het document is afgedrukt.
- Als u het flash-station in de printer laat nadat u het beginscherm van het menu USB hebt verlaten, kunt u nog steeds bestanden als wachttaken vanaf het flash-station afdrukken.
Ondersteunde flashstations en bestandstypen
| flashstation Bestandstype | |
| Lexar JumpDrive 2.0 Pro (256 MB, 512 MB of 1 GB)SanDisk Cruzer Mini (256 MB, 512 MB of 1 GB)Opmerkingen:Hi-Speed (hoge snelheid) USB-flashstations moeten full-speed (volle snelheid) standaard ondersteunen. Low-speed (lage snelheid) USB-apparaten worden niet ondersteund.USB-flashstations moeten het FAT-systeem (File Allocation Tables) gebruiken. Apparaten die zijn geformatteerd met NTFS (New Technology File System) of een ander bestandssysteem worden niet ondersteund. | Documenten:pdfxpsAfbeeldingen:dcxgifJPEGjpgbmppcxTIFFtif.png |
Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal
Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier
- Gebruik briefhoofdpapier dat speciaal is ontworpen voor laserprinters.
- Maak eerst enkele proefafdrukken op het briefhoofdpapier voordat u grote hoeveelheden ervan aanschaft.
- Waaier de vellen uit voordat u het briefhoofdpapier plaatst zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken.
- Controleer of de afdrukstand van het papier correct is.
| Bron Afdrukzijde Papierafdrukstand | ||
| —Standaardlade voor 550 vel—Optionele lade voor 550 vel—Optionele lader met hoge capaciteit voor 2.000 vel | Het voorbedrukte briefhoofdpapier moet met de bedrukte zijde naar boven worden geplaatst. | De bovenste rand van het vel met het logo is tegen de linkerzijde van de lade geplaatst. |
| Dubbelzijdig afdrukken (duplex) vanuit laden | Het voorbedrukte papier moet met de bedrukte zijde naar beneden worden geplaatst. | De bovenste rand van het vel met het logo is tegen de rechterzijde van de lade geplaatst. |
| Universeellader (enkelzijdig afdrukken) | Het voorbedrukte papier moet met de bedrukte zijde naar beneden worden geplaatst. | De bovenste rand van het vel met het logo moet het eerst in de universeellader worden gevoerd. |
| Universeellader (dubbelzijdig afdrukken) | Het voorbedrukte briefhoofdpapier moet met de bedrukte zijde naar boven worden geplaatst. | De bovenste rand van het vel met het logo moet het laatst in de universeellader worden gevoerd. |
| Opmerking: Informeer bij de fabrikant of leverancier of het gewenste voorbedrukte briefhoofdpapier geschikt is voor gebruik in laserprinters. | ||
Tips voor het gebruik van transparanten
- Maak eerst een testpagina voordat u grote hoeveelheden transparanten aanschaft.
•Voer transparanten alleen in vanuit de universeellader. - Stel Soort U-lader in op Transparanten in het menu Papier.
- Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Transparanten moeten temperaturen kunnen weerstaan van 230 °C zonder te smelten, te verkleuren, om te krullen of gevaarlijke stoffen af te scheiden.
- Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen, omdat hierdoor problemen met de afdrukkwaliteit kunnen optreden.
- Waaier de stapel uit voordat u de transparanten plaatst zodat deze niet aan elkaar blijven plakken.
- Gebruik bij voorkeur transparanten van Lexmark. Ga voor meer informatie over het bestellen daarvan naar de website van Lexmark op www.lexmark.com.
Tips voor het afdrukken op enveloppen
Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden enveloppen aanschaft.
- Gebruik enveloppen die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de enveloppen bestand zijn tegen temperaturen tot 220°C zonder dat ze sluiten, kreukelen, buitensporig krullen of schadelijke stoffen afgeven.
- Het beste resultaat bereikt u met enveloppen die zijn gemaakt van papier met een gewicht van 90 g/m ^2 of met een katoengehalte van 25%. Katoenen enveloppen mogen niet zwaarder zijn dan 70 g/m ^2 .
- Gebruik alleen nieuwe, onbeschadigde enveloppen.
- Voor de beste prestaties en een minimaal aantal papierstoringen kunt u beter geen enveloppen gebruiken die:
-gemakkelijk krullen;
—aan elkaar kleven of beschadigd zijn;
—vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëf bevatten;
—metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;
—zijn samengevouwen;
—postzegels bevatten;
- een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt;
-gebogen hoeken hebben;
-een ruwe, geplooide of gelaagde afwerking hebben.
- Pas de breedtegeleiders aan zodat deze overeenkomen met de breedte van de enveloppen.
Opmerking: door een combinatie van hoge luchtvochtigheid (boven 60%) en hoge printertemperaturen kunnen de enveloppen kreuken of sluiten.
Tips voor het gebruik van etiketten
Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden etiketten aanschaft.
Opmerking: Papieren etiketten worden ondersteund. Ander afdrukmateriaal, zoals vinyl, kan in sommige omgevingen problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken en langdurig gebruik van vinyletiketten kan ervoor zorgen dat het verhittingsstation sneller verslijt.
Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over het afdrukken, de kenmerken en het ontwerp van etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark, op http://support.lexmark.com
Let bij het afdrukken op etiketten op het volgende:
- Gebruik etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Controleer het volgende bij de fabrikant of verkoper:
- De etiketten kunnen tegen een blootstelling aan temperaturen van 190°C en plakken niet vast, krullen niet om en kreuken niet en geven bij deze temperaturen geen gevaarlijke stoffen af.
- Etikettenlijm, de voorzijde (bedrukbaar materiaal) en coating zijn bestand tegen 25 psi (172 kPa) druk zonder delaminatie, lekken aan de randen of het vrijkomen van gassen.
- Gebruik geen etiketten met glad rugmateriaal.
- Gebruik geen etiketvellen waarop etiketten ontbreken. Etiketten van onvolledige vellen kunnen losraken tijdens het afdrukken, waardoor de vellen kunnen vastlopen en de kleefstof de printer en de cartridge kan vervuilen. Hierdoor kan de garantie voor de printer en de cartridge vervallen.
- Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.
- Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket, vanaf de perforaties of tussen de snijranden van de etiketten.
- Controleer of de kleefzijde van de etiketten niet buiten de randen van het vel uitsteekt. Gebruik bij voorkeur vellen waarop de lijm gericht is aangebracht op minstens 1 mm vanaf de randen. De lijm kan in de printer terecht komen hetgeen gevolgen kan hebben voor de garantie op de printer.
- Als gericht aangebrachte lijm niet mogelijk is, dient u een strook van 1,6 mm te verwijderen van de voorste (bovenste) rand en dient u lijm te gebruiken die niet lekt.
- Druk bij voorkeur af in de afdrukstand Staand, vooral bij het afdrukken van streepjescodes.
Tips voor het afdrukken op karton
Karton is een zwaar, eenlaags speciaal afdrukmateriaal. Veel variabele kenmerken ervan, zoals vochtgehalte, dikte en structuur, kunnen de afdrukkwaliteit aanzienlijk beïnvloeden. Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden karton aanschaft.
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op karton:
•Zorg ervoor dat de Papiersoort Karton is.
- Selecteer de juiste instelling voor Papierstructuur.
- Houd er rekening mee dat voorbedrukt, geperforeerd en gekreukt materiaal de afdrukkwaliteit aanzienlijk kan beïnvloeden en het vastlopen van papier of andere verwerkingsproblemen kan veroorzaken.
- Informeer bij de fabrikant of de leverancier of het karton bestand is tegen temperaturen tot 190 °C zonder dat er schadelijke stoffen vrijkomen.
- Gebruik geen voorbedrukt karton dat chemische stoffen bevat die schadelijk kunnen zijn voor de printer. Voorbedrukt materiaal kan tot gevolg hebben dat halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer terechtkomen.
- Gebruik indien mogelijk karton met vezels in de breedterichting.
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij
Afdruktaken opslaan op de printer
U kunt de printer zo instellen dat afdruktaken worden opgeslagen in het printergeheugen tot u de afdruktaak start vanaf het bedieningspaneel van de printer.
Alle afdruktaken die bij de printer zelf kunnen worden uitgevoerd door de gebruiker, worden taken in wacht genoemd.
Opmerking: Vertrouwelijke, geverifieerde, gereserveerde en herhaalde afdruktaken kunnen worden verwijderd als de printer extra geheugen nodig heeft voor de verwerking van andere wachttaken.
| Type afdruktaak | Beschrijving |
| Vertrouwelijk Met | Vertrouwelijk worden afdruktaken vastgehouden op de computer tot u de pincode invoert met het bedieningspaneel.Opmerking:De pincode is ingesteld vanaf de computer. De pincode moet bestaan uit vier cijfers tussen 0 en 9. |
| Gecontroleerd Met | Gecontroleerd kunt u één exemplaar van een taak afdrukken terwijl de printer de resterende exemplaren vasthoudt. Zo kunt u controleren of de kwaliteit van het eerste exemplaar naar wens is. Zodra alle exemplaren zijn afgedrukt, wordt de afdruktaak automatisch uit het printergeheugen verwijderd. |
| Gereserveerd Met | Gereserveerd kunt u afdruktaken opslaan zodat u ze op een later tijdstip kunt afdrukken. De afdruktaken worden bewaard tot u ze verwijdert via het menu Taken in wacht. |
| Herhalen | Met Herhalen worden afdruktaken afgedrukt en opgeslagen in het printergeheugen zodat ze opnieuw kunnen worden afgedrukt. |
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij
Opmerking: Vertrouwelijke en gecontroleerde afdruktaken worden automatisch verwijderd uit het geheugen nadat ze zijn afgedrukt. Herhaalde en gereserveerde taken blijven in de printer bewaard totdat u ze verwijdert.
Voor Windows-gebruikers
1 Open een document en klik op Bestand > Afdrukken en vervolgens op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
2 Klik op Overige opties > Afdruk- en wachttaken.
3 Selecteer de soort afdruktaak (Vertrouwelijk, Herhaald, Gereserveerd of Gecontroleerd) en wijs vervolgens een gebruikersnaam toe. Voor een vertrouwelijke afdruktaak moet u tevens een viercijferige pincode invoeren.
4 Klik op OK of Afdrukken.
5 Ga naar de printer om de afdruktaak vrij te geven.
Vanuit het startscherm:
- Blader voor vertrouwelijke afdruktaken naar:
Taken in wacht > uw gebruikersnaam > Vertrouwelijke taken > uw pincode > naam van de afdruktaak > aantal exemplaren > Afdrukken
-Blader voor andere afdruktaken naar:
Taken in wacht > uw gebruikersnaam > naam van de afdruktaak > aantal exemplaren > Afdrukken
Voor Macintosh-gebruikers
1 Open een document en klik op Archief > Druk af.
Klik zo nodig op het driehoekje om meer opties weer te geven.
2 Selecteer in het voorgrondmenu met afdrukopties of het voorgrondmenu Aantal en pagina's de optie Taken doorsturen.
3 Selecteer de soort afdruktaak (Vertrouwelijk, Herhaald, Gereserveerd of Gecontroleerd) en wijs vervolgens een gebruikersnaam toe. Voor een vertrouwelijke afdruktaak moet u tevens een viercijferige pincode invoeren.
4 Klik op OK of Afdrukken.
5 Ga naar de printer om de afdruktaak vrij te geven.
Vanuit het startscherm:
- Blader voor vertrouwelijke afdruktaken naar:
Taken in wacht > uw gebruikersnaam > Vertrouwelijke taken > uw pincode > naam van de afdruktaak > aantal exemplaren > Afdrukken
-Blader voor andere afdruktaken naar:
Taken in wacht > uw gebruikersnaam > naam van de afdruktaak > aantal exemplaren > Afdrukken
Pagina's met informatie afdrukken
Lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken
1 Blader in het startscherm naar:
Rapporten > Lettertypen afdrukken
2 Raak PCL-lettertypen of PostScript-lettertypen aan.
Directorylijst afdrukken
Een directorylijst is een overzicht van alle bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer.
Blader in het startscherm naar:
Rapporten > Directory afdrukken
Afdruktaak annuleren
Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer
1 Raak Taken annuleren aan op het aanraakscherm of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren en raak Geselecteerde taken verwijderen aan.
Afdruktaak annuleren vanaf de computer
Voor Windows-gebruikers
1 Open de map Printers:
a Klik op of op Start en vervolgens op Uitvoeren.
b Typ control printers in het vak Zoekopdracht starten of Uitvoeren.
c Druk op Enter of klik op OK.
2 Dubbelklik op het pictogram van de printer.
3 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
4 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.
Voor Macintosh-gebruikers
Mac OS X 10.5 of hoger:
1 Kies in het Apple-menu Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen > Open afdrukwachtrij.
2 Selecteer in het printervenster de afdruktaak die u wilt annuleren.
3 Klik op het pictogram Verwijder in de balk met pictogrammen boven aan het venster.
Mac OS X 10.4 en lager:
1 Blader in de Finder naar:
Ga > Programma's
2 Dubbelklik op Hulpprogramma's > Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
3 Dubbelklik op het pictogram van de printer.
4 Selecteer in het printervenster de afdruktaak die u wilt annuleren.
5 Klik op het pictogram Verwijder in de balk met pictogrammen boven aan het venster.
Kopiëren
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor losse pagina's, kleine items (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften).
Kopiëren
Snel kopiëren
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Stel de papiergeleiders af wanneer u een document in de automatische documentinvoer plaatst.
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Als u een onjuist formaat instelt, wordt de afbeelding mogelijk bijgesneden.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op om te kopieren.
Kopiëren met de ADI
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADI.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 De papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > wijzig de kopieerinstellingen > Kopiëren
Kopiëren met de glasplaat
1 Plaats een origineel document met de afdrukzijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > wijzig de kopieerinstellingen > Kopiëren
3 Plaats het volgende document op de glasplaat en raak Volgende pagina scannen aan als u nog meer pagina's wilt scannen.
4 Raak Taak voltooien aan om terug te keren naar het beginscherm.
Foto's op film kopiëren
1 Plaats een foto met de afdrukzijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Inhoud > Foto > ✓ > Foto/Film > ✓ > Copy It > Volgende pagina scannen of Taak voltooien
Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal
Kopiëren op transparanten
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kopiëren van > formaat van het originele document > √
4 Raak Kopiëren aan en selecteer de lade die transparanten bevat of raak Formaat handmatige invoer aan.
5 Plaats transparanten in de universeellader.
6 Blader in het startscherm naar:
selecteer het gewenste formaat van de transparanten > Type handmatige invoer > √ > Kopiëren
Kopiëren op briefhoofdpapier
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kopiëren van > formaat an het originele document > Kopiëren naar > Handmatige invoer
4 Plaats het briefhoofdpapier met de bedrukte zijde omhoog en de voorste rand naar voren in de universeellader.
5 Selecteer het formaat van het briefhoofd.
6 Ga naar:
Doorgaan > Briefhoofd > Doorgaan > Kopieren naar
Kopieerinstellingen aanpassen
Kopiëren in zwart-wit
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kleurenkopieën toestaan > Uit > √ > Verzenden
Kopiëren op een ander formaat
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak Kopiëren van aan > selecteer het formaat van het originele document > √.
5 Raak Kopiëren naar aan > selecteer het formaat van de kopie > √.
Opmerking: De printer past het formaat automatisch aan.
6 Raak Kopiëren aan.
Kopieën maken op papier uit een bepaalde lade
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kopiëren van > formaat van het originele document > Kopiëren naar
4 Raak Handmatige invoer aan of selecteer de lade met het gewenste soort papier.
Opmerking: als u Handinvoer kiest, moet u ook de papiersoort en het papierformaat selecteren.
5 Raak Kopiëren aan.
Kopiëren op verschillende papierformaten
Gebruik de ADI om originele documenten te kopiëren met verschillende papierformaten. Afhankelijk van de papierformaten die in de laden zijn geplaatst en de instellingen "Kopiëren naar" en "Kopiëren van", wordt elke kopie afgedrukt op verschillende papierformaten (voorbeeld 1) of passend gemaakt voor één formaat papier (voorbeeld 2).
Voorbeeld 1: Kopiëren op gemengde papierformaten
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kopiëren van > Gemengde formaten > √ > Kopiëren naar > Automatische formaataanpassing > √ > Kopiëren
De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand. Kopieën worden afgedrukt op verschillende papierformaten, identiek aan de papierformaten van het originele document.
Voorbeeld 2: Kopiëren op één papierformaat
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Kopiëren van > Gemengde formaten > √ > Kopiëren naar > Letter > √ > Kopiëren
De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand en maakt pagina's van gemengde formaten die passen op het geselecteerde papierformaat.
Kopiëren op beide zijden van het papier (dubbelzijdig afdrukken)
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak in het gedeelte Zijden (Duplex) de knop aan voor de gewenste duplexmethode.
Het eerste cijfer verwijst naar het aantal zijden van het origineel en het tweede cijfer verwijst naar het aantal zijden van de kopie. Selecteer bijvoorbeeld de optie voor 1-zijdig naar 2-zijdig als de originele documenten enkelzijdig zijn en u dubbelzijdige kopieën wilt.
5 Raak √ en vervolgens Kopiëren aan.
Kopieën verkleinen of vergroten
Kopieën kunnen worden verkleind tot 25% van het originele formaat of vergroot tot 400% van het originele formaat. De standaardinstelling voor Schalen is Auto. Als u Schalen op Auto laat staan, wordt het origineel passend gemaakt voor het formaat van het papier waarop de kopie wordt afgedrukt.
Een kopie verkleinen of vergroten:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak in het gebied Schalen de pijlen aan om uw kopieën te vergroten of te verkleinen.
Als u Kopiëren naar of Kopiëren van aanraakt nadat u Schalen handmatig hebt ingesteld, wordt de waarde weer ingesteld op Auto.
5 Raak Kopiëren aan.
Kopieerkwaliteit aanpassen
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Inhoud
4 Raak de knop aan die het beste de inhoud beschrijft van het document dat u wilt kopieren:
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Grafisch: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagram, staafdiagram en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
5 Raak aan.
6 Raak de knop aan die het beste de inhoudsbron beschrijft van het document dat u wilt kopiëren:
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
- Zwart-wit: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
- Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
7 Raak √ > Kopiëren aan.
Kopieën sorteren
Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u ervoor kiezen om elk exemplaar als een set (gesorteerd) af te drukken of de exemplaren af te drukken als groepen van dezelfde pagina's (niet gesorteerd).
Gesorteerd Niet gesorteerd


Standaard is Sorteren ingeschakeld. Als u niet wilt dat de kopieën worden gesorteerd, wijzigt u de instelling in Uit:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > voer het aantal exemplaren in > Sorteren > Uit > √ > Kopiëren
Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Geavanceerde opties > Scheidingsvellen
Opmerking: Sorteren moet zijn ingeschakeld om scheidingsvellen tussen exemplaren te kunnen invoegen. Als Sorteren is uitgeschakeld, worden de scheidingsvellen aan het eind van de afdruktaak ingevoegd.
4 Selecteer een van de volgende opties:
•Tussen kopieën
•Tussen taken
•Tussen pagina's
•Geen
5 Raak √ en vervolgens Kopiëren aan.
Meerdere pagina's op één vel kopiëren
Om papier te besparen kunt u twee of vier opeenvolgende pagina's van een document met meerdere pagina's op één vel papier kopiiëren.
Opmerkingen:
- Het papierformaat moet zijn ingesteld op Letter, Legal, A4 of B5 JIS.
- Het kopieformaat moet op 100% zijn ingesteld.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Geavanceerde opties > Papierbesparing > selecteer de gewenste uitvoer > √ > Kopiëren
Een aangepaste kopieertaak maken (taak samenstellen)
U gebruikt een aangepaste kopieertaak of taak om één kopieertaak samen te stellen uit een of meer sets originelen. Elke set kan volgens verschillende taakparameters worden gescand. Als een kopieertaak wordt verzonden terwijl Aangepaste taak is ingeschakeld, wordt de eerste originelenset volgens de opgegeven parameters gescand. De volgende set wordt volgens dezelfde of andere parameters gescand.
De definitie van een set hangt af van de scanbron:
- Als u een document scant via de glasplaat, bestaat een set uit één pagina.
- Als u meerdere pagina's scant via de ADI, bestaat een set uit alle pagina's die worden gescand totdat de ADI leeg is.
- Als u één pagina scant via de ADI, bestaat een set uit één pagina.
Bijvoorbeeld:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Opties > Aangepaste taak > Aan > Gereed > Kopiëren
Wanneer de laatste pagina van de set wordt gescand, verschijnt het scanscherm.
4 Plaats het volgende document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Raak vervolgens Scannen vanaf de automatische documentinvoer of Scannen via flatbed aan.
Opmerking: Pas indien nodig de taakinstellingen aan.
5 Herhaal de vorige stap als u nog een document wilt scannen. Raak anders Taak voltooien aan.
Informatie op kopieën afdrukken
Datum en tijd boven aan elke pagina afdrukken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Geavanceerde opties > Koptekst/voettekst
4 Selecteer het gedeelte van de pagina waar u de datum en tijd wilt plaatsen.
5 Raak Ja of Nee > √ > Kopiëren aan.
Een overlay-bericht boven aan elke pagina afdrukken
Boven aan elke pagina kan een overlay-bericht worden geplaatst. U hebt de keuze uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie, Aangepast en Concept. U plaatst als volgt een bericht boven aan een pagina:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Kopiëren > Geavanceerde opties > Overlay > selecteer het overlaybericht > √.
4 Raak Kopiëren aan.
Kopieertaak annuleren
Een kopieertaak annuleren terwijl het document zich in de ADI bevindt
Als de ADI met het verwerken van een document begint, wordt het scanscherm weergegeven. U kunt de kopieertaak annuleren door op het aanraakscherm Taak annuleren aan te raken.
Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. De ADI voert alle pagina's uit de ADI en annuleert de taak.
Een kopieertaak annuleren terwijl pagina's via de glasplaat worden gekopieerd
Raak Taak Annuleren aan op het aanraakscherm.
Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. Wanneer de taak is geannuleerd, wordt het kopieerscherm weergegeven.
Een kopieertaak annuleren terwijl de pagina's worden afgedrukt
1 Raak in het startscherm Taak annuleren aan of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.
Informatie over de kopieerschermen en kopieeropties
Kopiëren van
Met deze optie opent u een scherm waarin u het papierformaat kunt invoeren van het originele document.
- Raak het papierformaat aan dat overeenkomt met het originele document.
- Raak Gemengde formaten aan om een origineel document te kopieren dat verschillende papierformaten met dezelfde breedte bevat.
- Raak Automatische formaatdetectie aan om de scanner automatisch het formaat van het originele document te laten bepalen.
Kopiëren naar
Met deze optie wordt een scherm geopend waarin u het papierformaat en de papiersoort kunt invoeren waarop de kopieën worden afgedrukt.
- Raak het papierformaat en de -soort aan die overeenkomen met het geplaatste papier.
- Als de instellingen voor Kopiëren van verschillen van die onder Kopiëren naar, maakt de printer de kopie automatisch passend voor het afdrukmateriaal.
- Als er geen papier van de soort of het formaat waarop u wilt kopiëren in een van de laden is geplaatst, raakt u Handmatige invoer aan en voert u het papier handmatig in via de universeellader.
- Als Kopieren naar is ingesteld op Automatische formaatanpassing, is het formaat van de afdrukken hetzelfde als dat van het originele document. Als er geen passend papierformaat in de laden is geplaatst, wordt Papierformaat niet gevonden weergegeven en wordt u gevraagd om papier te plaatsen in een lade of de universeellader.
Exemplaren
Met deze optie kunt u het aantal exemplaren instellen dat u wilt afdrukken.
Schaal
Met deze optie wordt een proportioneel geschaalde afbeelding gemaakt van uw kopie met een schaalpercentage variërend van 25% tot 400%. De schaling kan ook automatisch worden ingesteld.
- Als u van het ene papierformaat naar het andere wilt kopieren, bijvoorbeeld van Legal- naar Letter-formaat, hoeft u alleen de papierformaten in te stellen bij "Kopieren van" en "Kopieren naar", aangezien de schaal automatisch wordt gewijzigd zodat geen informatie van het originele document verloren gaat.
- Raak de linkerpijl aan om de waarde met 1% te verlagen en de rechterpijl om de waarde met 1% te verhogen.
•Houd uw vinger op een pijl om de waarde sneller te verhogen/verlagen. - Houd uw vinger twee seconden op een pijl om de snelheid van de verandering te verhogen.
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de kopie moet worden in vergelijking met het origineel.
Zijden (Duplex)
Gebruik deze optie om instellingen voor dubbelzijdig afdrukken te selecteren. U kunt documenten op een of twee zijden afdrukken, dubbelzijdige (duplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken, dubbelzijdige kopieën van enkelzijdige originelen maken of enkelzijdige (simplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken.
Sorteren
Met deze optie houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren van het document afdrukt. Standaard is de instelling voor sorteren ingeschakeld. De kopieën worden gesorteerd als (1,2,3) (1,2,3) (1,2,3). Als u alle kopieën van elke pagina bij elkaar wilt houden, schakelt u Sorteren uit. De kopieën worden gesorteerd als (1,1,1) (2,2,2) (3,3,3).
Inhoud
Met deze optie kunt u het type en de bron van het originele document instellen.
U kunt kiezen uit de inhoudstypen Tekst, Tekst/foto, Foto of Afbeeldingen.
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Afbeeldingen: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
Kies een inhoudbron: Kleurenlaser, Zwart-wit laser, Inkjet, Foto/film, Tijdschrift, Krant, Drukpers of Overige.
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
- Zwart-witlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
- Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
Kleur
Met deze optie wordt kleur in- of uitgeschakeld voor de gescande afbeelding.
Geavanceerde opties
Raak de knop Geavanceerd optie aan om een scherm te openen waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen:
- Scheve items rechtzetten (ADI): hiermee kunt u een gescande afbeelding enigszins rechtzetten.
-
Duplex geavanceerd: hiermee kunt u de afdrukstand opgeven, of de documenten enkel- of dubbelzijdig zijn en hoe de documenten worden ingebonden.
Opmerking: sommige opties voor Geavanceerd duplex zijn alleen beschikbaar op bepaalde printers. -
Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u instellingen voor Automatisch centreren, Achtergrond verwijderen, Kleurbalans, Kleur wegfilteren, Contrast, Spiegelbeeld, Negatiefafbeelding, Van rand tot rand scannen, Schaduwdetail, Scherpte en Temperatuur opgeven of aanpassen voor u het document kopieert.
- Boekje maken: hiermee kunt u een boekje maken. U kunt kiezen uit enkelzijde en dubbelzijdige boekjes.
Opmerking: Deze optie wordt alleen weergegeven als een duplexeenheid en vaste schijf in de printer zijn geïnstalleerd.
- Voorblad configureren: hiermee kunt u het voorblad voor kopieën en het voorblad voor boekjes instellen.
- Aangepaste taak: hiermee kunt u meerdere scantaken combineren tot één taak.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Koptekst/voettekst: hiermee kunt u Datum/tijd, Paginanummer, Bates-nummer of Aangepaste tekst inschakelen en deze gegevens afdrukken op de aangegeven locatie in de koptekst of voettekst.
- Margeverschuiving: hiermee kunt u de marge met de opgegeven afstand vergroten door de gescande afbeelding te verschuiven. Dit is handig om ruimte vrij te maken voor inbinden of perforeren. Gebruik de pijlen voor verhogen en verlagen om de gewenste marge in te stellen. Als de extra marge te groot is, wordt de kopie bijgesneden.
- Overlay: hiermee kunt u een watermerk (of bericht) maken dat over de inhoud van uw kopie komt te liggen. U kunt kiezen uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie en Concept, of u kunt een aangepast bericht opgeven in het veld Aangepaste tekst invoeren. Het woord dat u kiest wordt bijna transparant en met grote letters weergegeven over elke pagina.
Opmerking: Een aangepaste overlay kan worden gemaakt door de systeembeheerder. Als er een aangepaste overlay is gemaakt, is een knop met een pictogram van deze overlay beschikbaar.
- Papierbesparing: hiermee kunt u twee of meer vellen van een origineel document op dezelfde pagina afdrukken. Papierbesparing wordt ook wel n per vel genoemd. De n staat voor nummer. Bij de instelling 2 per vel worden bijvoorbeeld twee pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Bij de instelling 4 per vel worden vier pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Als u Paginaranden afdrukken aanraakt, maakt u de randen van de originelen wel of niet zichtbaar op de kopie.
- Scheidingsvellen: hiermee kunt u een leeg vel papier tussen kopieën, pagina's en afdruktaken plaatsen. De scheidingsvellen kunnen worden opgehaald uit een aparte lade met een andere soort papier of een andere kleur papier.
Opslaan als snelkoppeling
Met deze optie kunt u de huidige instellingen opslaan als snelkoppeling door een nummer toe te wijzen.
E-mailen
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor losse pagina's, kleine items (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften).
U kunt de printer gebruiken om gescande documenten via e-mail naar een of meer ontvangers te verzenden. U kunt op drie manieren e-mail verzenden vanaf de printer. U kunt het e-mailadres typen, een snelkoppelingsnummer invoeren of het adresboek gebruiken.
Voorbereiden op e-mailen
E-mailfunctie instellen
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen.
3 Klik bij Standaardinstellingen op Instellingen e-mail/FTP.
4 Klik op E-mailinstellingen > E-mailserver instellen.
5 Voer de betreffende informatie in de velden in.
6 Klik op Verzenden.
E-mailinstellingen configureren
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Instellingen e-mail/FTP > E-mailiinstellingen.
3 Voer de betreffende informatie in de velden in.
4 Klik op Verzenden.
E-mailsnelkoppeling maken
E-mailsnelkoppeling maken met de Embedded Web Server
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen.
3 Klik bij Overige instellingen op Snelkoppelingen beheren > Instellingen e-mailsnelkoppeling.
4 Voer een unieke naam in voor de ontvanger en geef vervolgens het e-mailadres op.
Opmerking: Als u meerdere adressen invoert, moet u de afzonderlijke adressen met een komma (,) van elkaar scheiden.
5 Selecteer de scaninstellingen (Indeling, Inhoud, Kleur en Resolutie).
6 Voer een snelkoppelingsnummer in en klik vervolgens op Toevoegen.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
Een e-mailsnelkoppeling maken met het aanraakscherm
1 Blader in het startscherm naar:
E-mail > Ontvanger > voer een e-mailadres in
Als u een groep met ontvangers wilt maken, raakt u Volgend adres aan en geeft u het e-mailadres van de volgende ontvanger op.
2 Raak aan.
3 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en raak daarna Gereed aan.
4 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan.
Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Annuleren aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Een document per e-mail verzenden
E-mail verzenden met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
Opmerking: Zorg ervoor dat het formaat van het origineel en het kopieerpapier hetzelfde zijn. Als u een onjuist formaat instelt, wordt de afbeelding mogelijk bijgesneden.
3 Blader in het startscherm naar:
E-mail > Ontvanger
4 Voer het e-mailadres in of druk op # en voer het snelkoppelingsnummer in.
Als u nog meer ontvangers wilt invoeren, raakt u Volgend adres aan en voert u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers in die u wilt toevoegen.
Opmerking: U kunt ook een e-mailadres invoeren met het adresboek.
5 Raak Gereed > Verzenden aan.
Een e-mail verzenden door een snelkoppelingsnummer te gebruiken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Druk op # , voer het snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok en raak √ aan.
Als u nog meer ontvangers wilt invoeren, raakt u Volgend adres aan en voert u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers in die u wilt toevoegen.
4 Raak Verzenden aan.
Een e-mail verzenden via het adresboek
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
E-mailen >Ontvanger(s) > naam van de ontvanger > Snelkoppelingen zoeken
4 Raak de naam van de ontvanger aan.
Raak Volgend adres aan als u meerdere ontvangers wilt invoeren. Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen of in het adresboek zoeken.
5 Raak Gereed aan.
E-mailinstellingen aanpassen
Onderwerp en berichtinformatie aan de e-mail toevoegen
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak E-mail aan in het startscherm.
4 Typ een e-mailadres.
5 Raak Opties > Onderwerp aan.
6 Typ het onderwerp van de e-mail.
7 Raak Gereed > Bericht.
8 Typ een e-mailbericht.
9 Raak Gereed > E-mailen aan.
Het bestandstype wijzigen voor verzending
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
E-mail > Ontvanger > voer een e-mailadres in > Verzenden als
4 Raak de knop aan die overeenkomt met het bestandstype dat u wilt verzenden.
- PDF: hiermee kunt u één bestand met meerdere pagina's maken dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
-
Beveiligde PDF: hiermee kunt u een gecodeerd PDF-bestand maken waarvan de inhoud is beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
-
TIFF: hiermee kunt u meerdere bestanden of één bestand maken. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Het bestand is gewoonlijk groter dan de JPEG-variant.
- JPEG: hiermee kunt u afzonderlijke bestanden voor elke pagina van het originele document maken en bijvoegen, die kunnen worden weergegeven in de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt één XML-papierspecificatie (XPS-bestand) met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
5 Raak E-mailen aan.
Opmerking: Als u Beveiligde PDF hebt geselecteerd, wordt u twee keer gevraagd het wachtwoord in te voeren.
Een e-mail annuleren
- Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven.
- Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven of als Scan the Next Page (Volgende pagina scannen)/Finish the Job (Taak voltooien) wordt weergegeven.
Informatie over e-mailopties
Ontvangers
Met deze optie kunt u de bestemming voor uw e-mailbericht invoeren. U kunt meerdere e-mailadressen invoeren.
Onderwerp
Met deze optie kunt u een onderwerpregel toevoegen aan uw e-mailbericht.
Bericht
Met deze optie voert u een bericht in dat met de gescande bijlage wordt verzonden.
Bestandsnaam
Met deze optie kunt u de bestandsnaam van de e-mailbijlage aanpassen.
Origineel
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u per e-mail wilt verzenden.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om het betreffende formaat te selecteren als instelling voor Origineel formaat. Het e-mailscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Origineel Formaat instelt op Gemengde formaten, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u Origineel formaat instelt op Automatische formaatdetectie, bepaalt de scanner automatisch het formaat van het originele document.
Resolutie
Hiermee stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw e-mail. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het e-mailbestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het e-mailbestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Kleur
Met deze optie stelt u de uitvoerkleur in voor de gescande afbeelding. Raak deze optie aan om kleur in of uit te schakelen.
Inhoud
Met deze optie kunt u het type materiaal en de bron van het origineel opgeven.
U kunt kiezen uit de inhoudstypen Tekst, Tekst/foto, Foto of Afbeeldingen.
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Afbeeldingen: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
Kies een inhoudbron: Kleurenlaser, Zwart-wit laser, Inkjet, Foto/film, Tijdschrift, Krant, Drukpers of Overige.
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
- Zwart-witlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
- Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
Donker
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder het gescande document moet worden in vergelijking met het origineel.
Verzenden als
Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
- Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
- TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
Pagina-instelling
Met deze optie kunt u de instellingen opgeven voor Zijden (Duplex), Afdrukstand en Inbinden.
- Zijden (Duplex): Hiermee wordt aangegeven of het originele document simplex (op één zijde bedrukt) of duplex (op beide zijden bedrukt) is. Tevens wordt hiermee aangegeven wat moet worden gescand voor de e-mailbijlage.
- Afdrukstand: hiermee wordt de afdrukstand van het originele document aangegeven en worden de instellingen voor Zijden en Inbinden afgestemd op de afdrukstand.
- Inbinden: hiermee wordt aangegeven op het originele document aan de lange of korte zijde is ingebonden.
Scanvoorbeeld
Met deze optie wordt de eerste pagina van de afbeelding weergegeven voordat deze in de e-mailbijlage wordt opgenomen. Nadat de eerste pagina is gescand, wordt het scannen onderbroken en wordt een voorbeeldafbeelding weergegeven.
Geavanceerde opties
Met deze knop opent u een scherm waarin u de instellingen kunt wijzigen voor Scheve items rechtzetten (ADI), Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Rand wissen en Transmissielog.
- Scheve items rechtzetten (ADI): hiermee kunt u een gescande afbeelding enigszins rechtzetten.
- Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u instellingen voor Achtergrond verwijderen, Kleurbalans, Kleur wegfilteren, Contrast, JPEG-kwaliteit, Spiegelbeeld, Negatiefafbeelding, Van rand tot rand scannen, Schaduwdetail, Scherpte en Temperatuur aanpassen voor u het document e-mailt.
-
Aangepaste taak: hiermee combineert u meerdere scanopdrachten tot één enkele opdracht.
-
Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Transmissielog: hiermee drukt u het transmissielog of het transmissiefoutenlog af.
Faxen
Opmerking: Niet alle printermodellen beschikken over faxfunctionaliteit.
| ADI Glasplaat | |
![]() | ![]() |
| Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's. | Gebruik de glasplaat voor losse pagina's, kleine items (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften). |
Printer voorbereiden voor faxen
de volgende verbindingsmethoden zijn mogelijk niet van toepassing op alle landen of regio's.
Opmerking: Tijdens de eerste printerinstallatie schakelt u Faxen en elke andere functie die u later wilt installeren uit en raakt u vervolgens Doorgaan aan. Het indicatielampje kan rood knipperen als de faxfunctie wel is ingeschakeld maar nog volledig is geconfigureerd.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonkabel.
Let op—Kans op beschadiging: raak de kabels of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan wanneer er een fax wordt verzonden of ontvangen.

Eerste faxconfiguratie
In veel landen en regio's is het nodig dat uitgaande faxen de volgende informatie bevatten in de kantlijn aan de bovenkant of onderkant van elke verzonden pagina of op de eerste pagina van de overdracht: stationsnaam (identificatie van het bedrijf, de organisatie of de persoon die het bericht verstuurt) en het stationsnummer (telefoonnummer van het faxapparaat, bedrijf, organisatie of persoon).
Geef deze faxconfiguratiegegevens op met het bedieningspaneel van de printer of gebruik een webbrowser om naar de Embedded Web Server te gaan en het menu Instellingen te openen.
Opmerking: als u geen TCP/IP-omgeving gebruikt, moet u het bedieningspaneel van de printer gebruiken om de faxconfiguratiegegevens op te geven.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken voor faxconfiguratie
Als u de printer voor het eerst inschakelt, of de printer inschakelt nadat deze lang niet is gebruikt, worden enkele configuratieschermen weergegeven. Als de printer beschikt over een faxfunctie, worden de volgende schermen weergegeven:
1 Voer de naam in die moet worden afgedrukt op alle uitgaande faxen wanneer Faxnaam of Stationsnaam wordt weergegeven.
2 Raak Verzenden aan nadat u de fax- of stationsnaam hebt ingevoerd.
3 Voer het faxnummer van de printer in wanneer Faxnummer of Stationsnummer wordt weergegeven.
4 Raak Verzenden aan nadat u het fax- of stationsnummer hebt ingevoerd.
Embedded Web Server gebruiken voor faxconfiguratie
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Faxen
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen.
3 Geef in het veld Faxnaam of Stationsnaam de naam op die moet worden afgedrukt op alle uitgaande faxen.
4 Geef in het veld Faxnummer of Stationsnummer het faxnummer van de printer op.
5 Klik op Verzenden.
Faxverbinding kiezen
Opmerkingen:
- De printer is een analoog apparaat dat het beste werkt als het rechtstreeks wordt aangesloten op een telefoonaansluiting. Andere apparaten (zoals een telefoon of antwoordapparaat) kunnen vervolgens worden aangesloten op de printer. Dit wordt uitgelegd in de installatieprocedure.
- Wilt u een digitale verbinding zoals ISDN, DSL of ADSL gebruiken, dan hebt u een apparaat van derden (bijvoorbeeld een DSL-filter) nodig. Neem contact op met uw DSL-provider voor een DSL-filter. Het DSL-filter verwijdert het digitale signaal op de telefoonlijn dat het faxvermogen van de printer kan storen.
- U hoeft de printer niet aan te sluiten op een computer, maar u moet deze wel aansluiten op een analoge telefoonlijn als u faxen wilt verzenden en ontvangen.
| Opties voor apparatuur en onderhoud Instellingen faxverbinding | |
| Direct op de telefoonlijn aansluiten. Zie “Aansluiten op een analoge telefoonlijn” op pagina 126. | |
| Aansluiten op een Digital Subscriber Line (DSL of ADSL) service. Zie “Aansluiten op een DSL-verbinding” op pagina 127. | |
| Aansluiten op een PBX-telefoonsysteem (Private Branch eXchange) of een ISDN-systeem (Integrated Services Digital Network). | Zie “Aansluiten op een PBX- of ISDN-systeem” op pagina 127. |
| Een abonnement op speciale belsignalen gebruiken. Zie “Abonneren op speciale belsignalen” op pagina 128. | |
| Aansluiten via een adapter die in uw omgeving wordt gebruikt. Zie “Aansluiten op een adapter voor uw land of regio” op pagina 128. | |
Aansluiten op een analoge telefoonlijn
Als uw telecommunicatieapparaat een Amerikaanse (RJ11-)telefoonlijn gebruikt, dient u de onderstaande stappen te volgen om het apparaat aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

Aansluiten op een DSL-verbinding
Als u bent geabonneerd op een DSL-dienst, neem dan contact op met de DSL-provider voor een DSL-filter en een telefoonkabel en volg de volgende stappen op de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de DSL-filter.
Opmerking: Het kan zijn dat uw DSL-filter er anders uitziet dan op de afbeelding.
3 Sluit het DSL-filter aan op een actieve telefoonwandcontactdoos.

Aansluiten op een PBX- of ISDN-systeem
Als u een PBX- of ISDN- converter of adapter gebruikt, dient u de volgende stappen uit te voeren om de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de poort voor fax- en telefoongebruik.
Opmerkingen:
- Zorg ervoor dat de adapter is ingesteld op het juiste schakelaartype voor uw regio.
- Afhankelijk van de toewijzing van de ISDN-poort dient u mogelijk een specifieke poort aan te sluiten.
- Als u een PBX-systeem gebruikt, zorg er dan voor dat de wisselgesprektoon is uitgeschakeld.
- Als u een PBX-systeem gebruikt, kies dan het buitenlijnvoorvoegsel voor u het faxnummer kiest.
- Raadpleeg de documentatie die bij uw PBX-systeem is geleverd voor meer informatie over het gebruiken van de fax met een PBX-systeem.
Abonneren op speciale belsignalen
Een abonnement op speciale belsignalen is mogelijk beschikbaar bij uw telefoonprovider. Dit abonnement maakt het mogelijk om meerdere telefoonnummers te hebben op één telefoonlijn, waarbij elk telefoonnummer een ander signaal heeft. Dit kan nuttig zijn als u onderscheid wilt maken tussen faxoproepen en telefoongesprekken. Als u een abonnement heeft op speciale belsignalen dient u de stappen hierna te volgen om de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

3 Wijzig de instelling speciale belsignalen zodat die overeenkomt met de instelling waarop u wilt dat de printer antwoordt:
Opmerking: de standaardinstelling voor speciale belsignalen is Aan. Hierdoor kan de printer oproepen met één, twee of drie signalen beantwoorden.
a Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen > Speciale belsignalen
b Selecteer de signaalinstelling die u wilt wijzigen en raak Verzenden aan.
Aansluiten op een adapter voor uw land of regio
In de volgende landen of regio's is er mogelijk een speciale adapter nodig om de telefoonkabel aan te sluiten op de werkende telefoonwandcontactdoos.
Land/regio
•Oostenrijk •Nieuw-Zeeland
•Cyprus •Nederland
•Denemarken •Noorwegen
•Finland •Portugal
•Frankrijk •Zweden
•Duitsland •Zwitserland
•Ierland •Verenigd Koninkrijk
•Italië
Voor sommige landen of regio's is een telefoonlijnadapter bijgevoegd in de doos. U gebruikt deze adapter om een antwoordapparaat, telefoon of een ander telecommunicatieapparaat aan te sluiten op de printer.
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de adapter en sluit vervolgens de adapter aan op de werkende telefoonwandcontactdoos.
Opmerking: uw telefoonadapter ziet er mogelijk anders uit dan die in het voorbeeld. Deze zal in de telefoonwandcontactdoos passen die in uw omgeving wordt gebruikt.

Fax- of stationsnaam en -nummer voor uitgaande faxen instellen
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen.
3 Geef in het veld Faxnaam of Stationsnaam de naam op die moet worden afgedrukt op alle uitgaande faxen.
4 Geef in het veld Faxnummer of Stationsnummer het faxnummer van de printer op.
5 Klik op Verzenden.
Datum en tijd instellen
U kunt de datum en tijd instellen die worden afgedrukt op elke fax die u verzendt. Als zich een stroomstoring voordoet, kan het nodig zijn om de datum en de tijd opnieuw in te stellen.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Beveiliging > Datum en tijd instellen.
Faxen
3 Geef de huidige datum en tijd op in het veld Datum en tijd instellen.
4 Klik op Verzenden.
Opmerking: U kunt het beste deze netwerktijd gebruiken.
Printer configureren voor zomertijd
U kunt instellen dat de printer automatisch wordt aangepast aan de zomertijd:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Beveiliging > Datum en tijd instellen.
3 Schakel het selectievakje Automatisch zomertijd gebruiken in geef in het gedeelte Aangepaste tijdzone de beginen einddatum voor de zomertijd op.
4 Klik op Verzenden.
Snelkoppelingen maken
Snelkoppeling voor een faxbestemming maken met de Embedded Web Server
U kunt een permanente faxbestemming maken en hieraan een snelkoppelingsnummer toewijzen zodat u niet elke keer als u een fax wilt verzenden het volledige faxnummer van de ontvanger hoeft in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. U kunt een snelkoppeling maken voor één faxnummer of een groep met faxnummers.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Snelkoppelingen beheren > Instellingen faxsnelkoppeling.
Opmerking: Mogelijk moet u een wachtwoord opgeven. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
3 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en geef het faxnummer op.
Als u een snelkoppeling voor meerdere nummers wilt maken, moet u de faxnummers voor die groep opgeven.
Opmerking: afzonderlijke faxnummers moet u met een puntkomma (;) van elkaar te scheiden.
4 Wijs een snelkoppelingsnummer toe.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
5 Klik op Toevoegen.
Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Faxen > voer het faxnummer in
Als u een groep met faxnummers wilt maken, raakt u Volgend nr. aan en geeft u het volgende faxnummer op.
4 Ga naar:
voer een naam voor de snelkoppeling in > Gereed > OK > Faxen
Faxen verzenden
Fax verzenden met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Faxen aan in het startscherm.
4 Voer het faxnummer of een snelkoppeling in via het aanraakscherm of het toetsenblok.
Als u ontvangers toevoegen, raakt u Volgend nr. aan en geeft u het telefoonnummer of snelkoppelingsnummer op of zoekt u in het adresboek.
Opmerking: Druk op als u een pauze in het faxnummer wilt plaatsen. Deze pauze wordt als komma weergegeven in het vak Faxen naar. Gebruik deze functie als u eerst een buitenlijn moet kiezen.
5 Raak Faxen aan.
Een fax verzenden via de computer
Met de faxoptie van het printerstuurprogramma kunt u 'afdrukken naar de fax', wat inhoudt dat de printer een document in de wachtrij zet als fax in plaats van het af te drukken. De faxoptie functioneert als een normaal faxapparaat, maar wordt beheerd met het printerstuurprogramma in plaats van met het bedieningspaneel van de printer.
1 Open een document en klik op Bestand > Afdrukken.
2 Selecteer de printer en blader naar:
Eigenschappen > tabblad Fax > Fax inschakelen
3 Voer in het veld Faxnummer(s) een of meer faxnummers van de ontvanger in.
Faxnummers kunnen handmatig worden ingevoerd of met de functie Telefoonboek.
4 Geef zo nodig een voorvoegsel op in het veld Kiesvoorvoegsel.
5 Selecteer in het juiste paperformaat en de juiste afdrukstand.
6 Schakel het selectievakje Voorblad toevoegen aan fax in en voer de juiste informatie in als u een voorblad wilt toevoegen aan de fax.
7 Klik op OK.
Opmerkingen:
- De faxoptie kan alleen worden gebruikt met het PostScript-stuurprogramma of het universele faxstuurprogramma. Raadpleeg de cd Software en documentatie voor meer informatie over het installeren van deze stuurprogramma's.
- U kunt de faxoptie alleen gebruiken als deze is geconfigureerd en ingeschakeld in het PostScript-stuurprogramma onder het tabblad Configuratie.
- Als het selectievakje Altijd instellingen weergeven voor faxen is ingeschakeld, verschijnt er een dialoogvenster waarin u de informatie van de ontvanger moet controleren voor de fax wordt verzonden. Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, wordt het document in de wachtrij automatisch verzonden als fax wanneer u op het tabblad Faxen op OK klikt.
Een fax verzenden met behulp van snelkoppelingen
Faxsnelkoppelingen werken net als de nummers onder sneltoetsen op een telefoon of faxapparaat. Een snelkoppelingsnummer (1 – 99999) kan één of meerdere ontvangers bevatten.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Druk op # en voer uw snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.
4 Raak Faxen aan.
Een fax verzenden met behulp van het adresboek
U kunt in het adresboek zoeken naar bladwijzers en netwerkdirectoryservers.
Opmerking: als de adresboekfunctie niet is ingeschakeld, moet u contact opnemen met uw systeembeheerder.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Blader in het startscherm naar:
Faxen > 📁 > Snelkoppelingen zoeken
4 Typ met het virtuele toetsenbord de naam of een gedeelte van de naam van de persoon wiens faxnummer u zoekt.
Opmerking: u moet niet tegelijkertijd naar meerdere namen zoeken.
5 Raak Gereed > Faxen aan.
Faxinstellingen aanpassen
De faxresolutie wijzigen
De instellingen variëren van Standaard (hoogste snelheid) tot Ultrafijn (laagste snelheid, hoogste kwaliteit).
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Fax > voer het faxnummer in > Opties
4 Raak in het gedeelte Resolutie de pijlen aan om de gewenste resolutie in te stellen.
5 Raak Faxen aan.
Faxen lichter of donkerder maken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Fax > voer het faxnummer in > Opties
4 Raak in het gedeelte Intensiteit de pijlen aan om de intensiteit van de fax aan te passen.
5 Raak Faxen aan.
Fax verzenden op een opgegeven tijdstip
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
Faxen > voer het faxnummer in > Opties > Geavanceerde opties > Vertraagd verzenden
Opmerking: Als de Faxmodus op Faxserver staat ingesteld, wordt de knop voor vertraagd verzenden niet weergegeven. Faxen die wachten op verzending, staan vermeld in de faxwachtrij.
4 Raak de pijlen aan om het tijdstip te wijzigen waarop de fax zal worden verzonden.
De tijdsduur wordt met stappen van 30 minuten verkort of verlengd. Als het huidige tijdstip wordt weergegeven, is de pijl naar links niet beschikbaar.
5 Raak Faxen aan.
Opmerking: Het document wordt op het geplande tijdstip gescand en gefaxt.
Faxlog weergeven
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Rapporten > Faxtaaklog of Kieslog faxnummers.
Ongewenste faxen blokkeren
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen > Fax zonder naam blokkeren.
Opmerkingen:
- Met deze optie blokkeert u alle inkomende faxen van privébellers en faxen zonder faxstationsnaam.
- Voer in het veld Lijst met geblokkeerde faxnummers de telefoonnummers of de faxstationsnamen in van specifieke afzenders die u wilt blokkeren.
Uitgaande fax annuleren
Een fax annuleren terwijl de originele documenten nog worden gescand
- Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordt weergegeven.
- Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordt weergegeven of als Volgende pagina scannen / Taak voltooien wordt weergegeven.
Een fax annuleren nadat de originelen naar het geheugen zijn gescand
1 Raak Taken annuleren aan op het beginscherm.
Het scherm Taken annuleren wordt weergegeven.
2 Raak de taak of taken aan die u wilt annuleren.
Er worden slechts drie taken weergegeven op het scherm. Raak de pijl omlaag aan totdat de door u gewenste taak wordt weergegeven en raak vervolgens de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.
Het scherm Geselecteerde taken worden verwijderd wordt weergegeven en de geselecteerde taken worden verwijderd. Vervolgens wordt het beginscherm weergegeven.
Informatie over faxopties
Inhoud
Met deze optie kunt u het type materiaal en de bron van het origineel opgeven.
U kunt kiezen uit de inhoudstypen Tekst, Tekst/foto, Foto of Afbeeldingen.
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Afbeeldingen: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
Kies een inhoudbron: Kleurenlaser, Zwart-wit laser, Inkjet, Foto/film, Tijdschrift, Krant, Drukpers of Overige.
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
- Zwart-witlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
- Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
Resolutie
Met deze opties geeft u aan u hoe nauwkeurig de scanner het document bekijkt dat u wilt faxen. Als u een foto, een tekening met fijne lijnen of een document met zeer kleine letters wilt faxen, moet u de resolutie verhogen. Hierdoor duurt het scannen langer en wordt de kwaliteit van de uitgevoerde fax verbeterd.
•Standaard: geschikt voor de meeste documenten
- Fijn 200 dpi: aanbevolen voor documenten met kleine letters
- Superfijn 300 dpi: aanbevolen voor originelen met kleine details
- Ultrafijn 600 dpi: aanbevolen voor documenten met afbeeldingen en foto's
Opmerking: Fijn 200 dpi en Superfijn 300 dpi worden weergegeven als afdrukken in kleur is geselecteerd.
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de fax moet worden in vergelijking met het origineel.
Kleur
U kunt met deze optie kleuren in- of uitschakelen voor faxen.
Pagina-instelling
Met deze optie kunt u de instellingen voor Zijden (Duplex), Afdrukstand en Inbinden wijzigen.
- Zijden (Duplex): hier kunt u opgeven of het originele document simplex (op één zijde bedrukt) of duplex (op beide zijden bedrukt) is. Tevens wordt hiermee aangegeven wat moet worden gescand voor de fax.
- Afdrukstand: hier kunt u de afdrukstand van het originele document opgeven en de instellingen voor Zijden en Inbinden afstemmen op de afdrukstand.
- Inbinden: hier kunt u opgeven of het originele document aan de lange of korte zijde is ingebonden.
Scanvoorbeeld
Met deze optie wordt de eerste pagina van de afbeelding weergegeven voordat deze in de fax wordt opgenomen. Nadat de eerste pagina is gescand, wordt het scannen onderbroken en wordt een voorbeeldafbeelding weergegeven.
Vertraagd verzenden
Hiermee kunt u een fax op een later tijdstip of op een latere datum verzenden.
1 Stel uw fax in.
2 Blader in het startscherm naar:
Vertraagd verzenden > voer de datum en tijd in waarop u de fax wilt verzenden > Gereed
Opmerking: Als de printer uitgeschakeld is op het tijdstip dat de fax had moeten worden verzonden, wordt de fax verzonden wanneer de printer weer wordt ingeschakeld.
Deze instelling kan vooral handig zijn als u informatie verzendt naar faxlijnen die niet dadelijk beschikbaar zijn tijdens bepaalde uren of als verzendtijden goedkoper zijn.
Geavanceerde opties
Raak de knop Geavanceerd optie aan om een scherm te openen waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen:
- Scheve items rechtzetten (ADI): hiermee kunt u een gescande afbeelding enigszins rechtzetten.
- Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u instellingen voor Achtergrond verwijderen, Contrast, Kleurbalans, Negatiefafbeelding, Spiegelbeeld, Van rand tot rand scannen, Schaduwdetail, Scherpte en Temperatuur aanpassen voor u het document faxt.
- Aangepaste taak: hiermee kunt u meerdere scantaken combineren tot één taak.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Transmissielog: hiermee drukt u het transmissielog of het transmissiefoutenlog af.
Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen
Faxen in wachtrij
Met deze optie kunt u ontvangen faxen in de wachtrij zetten zodat ze niet worden afgedrukt totdat u daarvoor toestemming geeft. U kunt faxen handmatig uit de wachtrij halen of op een geplande datum of tijd.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen > Faxen in wachtrij.
3 Geef een wachtwoord op in het veld Wachtwoord voor afdrukken van faxen.
4 Selecteer in het menu Modus Faxen in wachtrij een van de volgende opties:
•Uit
•Altijd aan
•Handmatig
•Gepland
5 Als u Gepland hebt geselecteerd, gaat u verder met de volgende stappen:
a Klik op Wachtschema fax.
b Selecteer in Faxen in wachtrij in het menu Actie.
c Selecteer in het menu Tijd de tijd waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.
d Selecteer in het menu Dag(en) de dag waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.
6 Klik op Toevoegen.
Fax doorsturen
Met deze optie kunt u ontvangen faxen afdrukken en doorsturen naar een faxnummer, e-mailadres, FTP-site of LDSS.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen.
3 Selecteer in het menu Fax doorsturen een van de volgende opties:
•Afdrukken
•Afdrukken en doorsturen
•Doorsturen
4 Selecteer in het menu Doorsturen naar een van de volgende opties:
•Faxen
•E-mail
•FTP
•LDSS
•eSF
5 Geef in het veld Doorsturen naar snelkoppeling het snelkoppelingsnummer op waarnaar u de fax wilt doorsturen.
Opmerking: Het snelkoppelingsnummer moet een geldige waarde zijn voor de instelling die is geselecteerd in het menu Doorsturen naar.
6 Klik op Verzenden.
Scannen naar een FTP-adres
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor losse pagina's, kleine items (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften).
Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks scannen naar een FTP-server (File Transfer Protocol). U kunt per keer slechts één FTP-adres naar de server verzenden.
Nadat uw systeembeheerder een FTP-bestemming heeft geconfigureerd, wordt de naam van de bestemming beschikbaar als snelkoppelingsnummer. Een FTP-bestemming kan ook een andere printer zijn. Een kleurendocument kan bijvoorbeeld worden gescand en vervolgens naar een kleurenprinter worden verzonden.
Scannen naar een FTP-adres
Scannen naar een FTP-adres met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Blader in het startscherm naar:
FTP > FTP > typ het FTP-adres > Verzenden
Scannen naar een FTP-adres met een snelkoppelingsnummer
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op en voor het FTP-snelkoppelingsnummer in.
4 Raak Verzenden aan.
Naar een FTP-adres scannen met behulp van het adresboek
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Blader in het startscherm naar:
FTP > FTP > 📁 > voer de naam van de ontvanger in > Bladeren naar snelkoppelingen > naam van de ontvanger > Zoeken
Snelkoppelingen maken
U kunt een permanente FTP-bestemming maken en hieraan een snelkoppelingsnummer toewijzen zodat u niet elke keer wanneer u een document naar een FTP-server wilt verzenden, het volledige adres van de FTP-site hoeft in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. U kunt op twee manieren snelkoppelingsnummers maken: met de Embedded Web Server of met het aanraakscherm van de printer.
Een FTP-snelkoppeling maken met de Embedded Web Server
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen.
3 Klik onder Overige instellingen op Snelkoppelingen beheren.
Opmerking: Mogelijk moet u een wachtwoord opgeven. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
4 Klik op Instellingen FTP-snelkoppeling.
5 Voer de juiste gegevens in.
6 Voer een snelkoppelingsnummer in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
7 Klik op Toevoegen.
Een FTP-snelkoppeling maken met het aanraakscherm
1 Blader in het startscherm naar:
FTP > typ het FTP-adres > > voor een naam in voor de snelkoppeling > Gereed
2 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan. Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Annuleren aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
3 Raak Verzenden aan.
Informatie over FTP-opties
FTP
Met deze optie kunt u het IP-adres voor de FTP-bestemming invoeren.
Opmerking: Adressen moeten een indeling met punten hebben (bijvoorbeeld: yyy . yyy . yyy . yyy).
Bestandsnaam
Met deze optie kunt u de bestandsnaam voor het gescande document invoeren.
Origineel
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die via FTP wilt verzenden.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om het betreffende formaat te selecteren als instelling voor Origineel formaat. Het FTP-scherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Origineel Formaat instelt op Gemengde formaten, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u Origineel formaat instelt op Automatische formaatdetectie, bepaalt de scanner automatisch het formaat van het originele document.
Verzenden als
Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
-
Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
-
TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
Kleur
Met deze optie wordt kleur in- of uitgeschakeld voor de gescande afbeelding.
Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de bestanden moeten worden in vergelijking met het origineel.
Pagina-instelling
Met deze optie kunt u de instellingen opgeven voor Zijden (Duplex), Afdrukstand en Inbinden.
- Zijden (Duplex): Hiermee wordt aangegeven of het originele document simplex (op één zijde bedrukt) of duplex (op beide zijden bedrukt) is. Tevens wordt hiermee aangegeven wat er moet worden gescand.
- Afdrukstand: hiermee wordt de afdrukstand van het originele document ingesteld en worden de instellingen voor Zijden en Inbinden afgestemd op de afdrukstand.
- Inbinden: hiermee wordt aangegeven op het originele document aan de lange of korte zijde is ingebonden.
Inhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is en wat de bron is.
U kunt een inhoudstype kiezen uit Tekst, Tekst/foto, Foto of Afbeelding.
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Grafisch: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagram, staafdiagram en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
Kies een inhoudbron: Kleurenlaser, Zwart-wit laser, Inkjet, Foto/film, Tijdschrift, Krant, Drukpers of Overige.
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
-
Zwart-wit: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
-
Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
Scanvoorbeeld
Met deze optie wordt de eerste pagina van het originele document weergegeven voordat het volledige document wordt gescand. Nadat de eerste pagina is gescand, wordt het scannen onderbroken en wordt een voorbeeldafbeelding weergegeven.
Geavanceerde opties
Raak de knop Geavanceerd optie aan om een scherm te openen waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen:
- Scheve items rechtzetten (ADI): hiermee kunt u een gescande afbeelding enigszins rechtzetten.
- Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u afbeeldingsinstellingen voor Achtergrond verwijderen, Kleurbalans, Kleur wegfilteren, Contrast, JPEG-kwaliteit, Negatiefafbeelding, Spiegelbeeld, Van rand tot rand scannen, Schaduwdetail, Scherpte en Temperatuur aanpassen voor u het afbeeldingsbestand verzendt.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Transmissielog: hiermee drukt u het transmissielog of het transmissiefoutenlog af.
- Aangepaste taak: hiermee kunt u meerdere scantaken combineren tot één taak.
Scannen naar een computer of flashstation
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor losse pagina's, kleine items (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften).
Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks naar een computer of naar een flashstation scannen. De computer hoeft niet rechtstreeks op de printer te zijn aangesloten om afbeeldingen via Scannen naar PC te kunnen ontvangen. U kunt het document via het netwerk naar uw computer scannen door een scanprofiel op uw computer te maken en het profiel vervolgens te downloaden op de printer.
Scannen naar een computer
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Scanprofiel > Maken.
3 Selecteer de scaninstellingen en klik op Volgende.
4 Selecteer de locatie op de computer waar u het gescande uitvoerbestand wilt opslaan.
5 Voer een scannaam in.
De scannaam is de naam die wordt weergegeven in de lijst Scanprofiel op de display.
6 Klik op Verzenden.
7 Bekijk de aanwijzingen op het scherm Scanprofiel.
Er is automatisch een snelkoppelingsnummer toegewezen nadat u op Verzenden hebt geklikt. Als u klaar bent om uw documenten te scannen, kunt u dit snelkoppelingsnummer gebruiken.
a Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
b Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
c Druk op # en voer het snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok. Of raak in het startscherm Wachttaken en Profielen aan.
d Nadat u het snelkoppelingsnummer hebt ingevoerd, wordt het document gescand en naar de opgegeven map of het programma verzonden. Als u Profielen) hebt geselecteerd in het startscherm, zoekt u het snelkoppelingsnummer op in de lijst.
8 Ga naar de computer om het bestand weer te geven.
Het uitvoerbestand wordt opgeslagen op de locatie die u hebt opgegeven of wordt geopend in het programma dat u hebt ingesteld.
Scannen naar een flashstation
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde naar voren in de ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Plaats het flashstation in de USB-poort aan de voorkant van de printer.
Het beginscherm voor het USB-station wordt weergegeven.
4 Selecteer de doelmap en raak Scannen naar USB-station aan.
5 Pas de scaninstellingen aan.
6 Raak Scannen aan.
Informatie over Scan Center-functies
Met Scan Center-software kunt u scaninstellingen wijzigen en selecteren waar u het gescande bestand naartoe wilt sturen. Scaninstellingen die zijn gewijzigd met Scan Center-software kunnen worden opgeslagen en gebruikt voor andere taken.
De volgende functies zijn beschikbaar:
- Scan en verzend afbeeldingen naar uw computer
- Converteer gescande afbeeldingen naar tekst
- Bekijk de gescande afbeelding en pas de helderheid en het contrast aan
- Maak grotere scans zonder dat de detailweergave minder scherp wordt
• Dubbelzijdige documenten scannen.
Het hulpprogramma ScanBack gebruiken
U kunt het hulpprogramma LexmarkScanBack ^TM gebruiken om profielen te maken voor het scannen naar pc's. U kunt het hulpprogramma ScanBack downloaden van de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.
1 Uw profiel voor scannen naar pc instellen:
a Open het hulpprogramma ScanBack.
b Selecteer de printer.
Wanneer er geen printers worden weergegeven, neemt u contact op met uw systeembeheerder of klikt u op Instellen om handmatig te zoeken naar een IP-adres of een hostnaam.
c Volg de instructies op uw scherm om aan te geven welke documentsoort wordt gescand en welk type uitvoer u wilt maken.
d Selecteer een van de volgende opties:
- Geef MFP-instructies weer: instructies weergeven of afdrukken.
- Snelkoppeling maken: deze groep met instellingen opslaan om ze later opnieuw te kunnen gebruiken.
e Klik op Voltooien.
Er wordt een dialoogvenster weergegeven met uw scanprofielinformatie en de status van de ontvangen afbeeldingen.
2 Uw originele documenten scannen:
a Plaats alle pagina's in de ADI of op de glasplaat.
b Blader op het bedieningspaneel van de printer naar:
Scannen/E-mailen > Profielen > selecteer uw scanprofiel > Verzenden
Opmerking: Het uitvoerbestand wordt opgeslagen in een map of geopend in de toepassing die u hebt opgegeven.
Informatie over scanprofielopties
Origineel
Hiermee stelt u het formaat in voor de documenten die u gaat scannen. Als u Origineel formaat op Combinatie formaten instelt, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat (pagina's van het formaat Letter en Legal).
Resolutie
Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Kleur
Met deze optie wordt kleur in- of uitgeschakeld voor de gescande afbeelding.
Inhoud
Met deze optie kunt u het type materiaal en de bron van het origineel opgeven.
U kunt kiezen uit de inhoudstypen Tekst, Tekst/foto, Foto of Afbeeldingen.
- Tekst: gebruik deze instelling als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.
- Afbeeldingen: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit zakelijke illustraties zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.
- Tekst/foto: gebruik deze functie als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.
- Foto: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's of afbeeldingen.
Kies een inhoudbron: Kleurenlaser, Zwart-wit laser, Inkjet, Foto/film, Tijdschrift, Krant, Drukpers of Overige.
- Kleurenlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.
- Zwart-witlaser: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.
- Inkjet: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.
- Foto/film: gebruik deze instelling als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.
- Tijdschrift: gebruik deze instelling als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.
- Krant: gebruik deze instelling als het originele document uit een krant afkomstig is.
- Drukpers: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een drukpers.
- Overige: gebruik deze instelling als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer.
Donker
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder het gescande document moet worden in vergelijking met het origineel.
Pagina-instelling
Met deze optie kunt u de instellingen opgeven voor Zijden (Duplex), Afdrukstand en Inbinden.
- Zijden (Duplex): Hiermee wordt aangegeven of het originele document simplex (op één zijde bedrukt) of duplex (op beide zijden bedrukt) is. Tevens wordt hiermee aangegeven wat moet worden gescand voor de e-mailbijlage.
- Afdrukstand: hiermee wordt de afdrukstand van het originele document aangegeven en worden de instellingen voor Zijden en Inbinden afgestemd op de afdrukstand.
- Inbinden: hiermee wordt aangegeven of het originele document aan de lange of korte zijde van de pagina is ingebonden.
Scanvoorbeeld
Met deze optie wordt de eerste pagina van de afbeelding weergegeven voordat deze in de e-mailbijlage wordt opgenomen. Nadat de eerste pagina is gescand, wordt het scannen onderbroken en wordt een voorbeeldafbeelding weergegeven.
Geavanceerde opties
Raak de knop Geavanceerd optie aan om een scherm te openen waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen:
- Scheve items rechtzetten (ADI): hiermee kunt u een gescande afbeelding enigszins rechtzetten.
- Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u instellingen voor Achtergrond verwijderen, Kleurbalans, Kleur wegfilteren, Contrast, JPEG-kwaliteit, Spiegelbeeld, Negatiefafbeelding, Van rand tot rand scannen, Schaduwdetail, Scherpte en Temperatuur aanpassen voor u het document scant.
- Aangepaste taak: hiermee combineert u meerdere scanopdrachten tot één enkele opdracht.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van de gescande afbeelding.
- Transmissielog: hiermee drukt u het transmissielog of het transmissiefoutenlog af.
Printermenu's
Lijst met menu's
Supplies Menu Papier Rapporten Instellingen
| Vervang supply | Standaardbron | Pagina met menu-instellingen | Algemene instellingen |
| Cyaan cartridge | Papierformaat/-soort | Apparaatstatistieken | Kopieerinstellingen |
| Magenta cartridge | Configuratie U-lader | Netwerkconfiguratiepagina | Faxinstellingen |
| Gele cartridge | Ander formaat | Pagina met netwerkinstellingen [x] | E-mailinstellingen |
| Zwarte cartridge | Papierstructuur | Snelkoppelingenlijst | FTP-instellingen |
| Scheidingsrolmechanisme en rol | Papiergewicht | Faxtaaklog | Menu Flashstation |
| Toneroverloopfles | Papier plaatsen | Kieslog faxnummers | Afdrukinstellingen |
| Verhittingsstation | Aangepaste soorten | Kopieersnelkoppelingen | |
| Overdrachtsmodule | Aangepaste namen | E-mailsnelkoppelingen | |
| Nietjes | Aangepaste | Faxsnelkoppelingen | |
| Perforatiebak | scanformaten | FTP-snelkoppelingen | |
| Aangepaste ladenamen | Profielenlijst | ||
| Universele instellingen | Lettertypen afdrukken | ||
| Lade-instelling | Directory afdrukken | ||
| Activarapport |
Beveiliging Netwerk/poorten Help Snelkoppelingen beheren
| Beveiligingsinstellingen bewerken | Actieve NIC | Alle handleidingen afdrukken | Faxsnelkoppelingen |
| Standaardnetwerk of | Handleiding kopieren | E-mailsnelkoppelingen | |
| Overige beveiligingsinstellingen | Netwerk [x] ^1 | Handleiding e-mail | FTP-snelkoppelingen |
| Vertrouwelijke taken afdrukken | Standaard-USB | Faxhandleiding | Kopieersnelkoppelingen |
| Schijf wissen | Parallel [x] | Handleiding FTP | Profielsnelkoppelingen |
| Logbestand beveiligingscontrole | Serieel [x] | Handleiding voor afdrukstoringen | |
| Datum en tijd instellen | Instellingen SMTP | Informatiehandleiding | |
| Handleiding voor supplies |
Menu Optiekaart
Er wordt een lijst met geïnstalleerde downloademulators (DLE's) weergegeven. ^2
^1 Afhankelijk van de printerconfiguratie wordt dit menu als Standaardnetwerk of Netwerk [x] weergegeven.
^2 Dit menu wordt alleen weergegeven als een of meer DLE's zijn geïnstalleerd.
Menu Supplies
| Menuoptie Beschrijving | |
| Vervang supplyScheidingsrolmechanisme en rol | Met deze optie kunt u de supplyteller voor het scheidingsrolmechanisme en de rol opnieuw instellen.Selecteer Ja om de teller terug te zetten.Selecteer Nee om af te sluiten. |
| Cyaan cartridgeEerste waarschuwingOngeldigZeer weinig inktontbreektBeschadigdOKNiet-ondersteund | Hiermee kunt u de status van de cyaan tonercartridge weergeven |
| Magenta cartridgeEerste waarschuwingOngeldigZeer weinig inktontbreektBeschadigdOKNiet-ondersteund | Hiermee kunt u de status van de magenta tonercartridge weergeven |
| Gele cartridgeEerste waarschuwingOngeldigZeer weinig inktontbreektBeschadigdOKNiet-ondersteund | Hiermee kunt u de status van de gele tonercartridge weergeven |
| Zwarte cartridgeEerste waarschuwingOngeldigZeer weinig inktontbreektBeschadigdOKNiet-ondersteund | Hiermee kunt u de status van de zwarte tonercartridge weergeven |
| Scheidingsrolmechanisme en rolOKVervangen | Hiermee kunt u de status van de scheidingsrolmechanisme en de rol weergeven |
| ToneroverloopflesBijna volVervangenOntbreektOK | Hiermee kunt u de status van de toneroverloopfles weergeven. |
| VerhittingsstationEerste waarschuwingLaagVervangenOntbreektOK | Hiermee wordt de status van het verhittingsstation weergegeven. |
| OverdrachtsmoduleEerste waarschuwingLaagVervangenOntbreektOK | Hiermee wordt de status van de transfermodule weergegeven |
| NietjeshouderEerste waarschuwingLaagVervangenOntbreektOK | Hiermee kunt u de status van de nietcassette weergeven |
| PerforatiebakBijna volVervangenOntbreektOK | Hiermee kunt u de status van de perforatiebak weergeven. |
Menu Papier
Menu Standaardbron
| Menuoptie Beschrijving | |
| StandaardbronLade [x]UniverseelladerHandmatige papierinvoerHandmatige envelopinvoer | Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktakenOpmerkingen:Lade 1 (standaardlade) is de standaardinstelling.In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-instelling weer te geven.Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden en voor papierformaat en papiersoort dezelfde waarden zijn ingesteld, worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de afdruktaak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade. |
Menu Papierformaat/-soort
| Menuoptie Beschrijving | |
| Formaat lade [x]LetterLegalExecutiveOficio (Mexico)FolioStatementUniversalA4A5JIS B5 | Hiermee wordt het papierformaat in elke lade opgegeven.Opmerkingen:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling.Bij laden met automatische formaatdetectie wordt alleen het formaat weergegeven dat door de hardware is gedetecteerd.Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden en voor papierformaat en papiersoort dezelfde waarden zijn ingesteld, worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de afdruktaak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade. |
| Opmerking:In dit menu staan alleen geïnstalleerde laden vermeld. | |
| Soort lade [x]Normaal papierKartonTransparantKringlooppapierGlossyZware glossyEtikettenVinyletikettenBankpostLetterheadVoorgedruktGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapierAangepast [x] | Hiermee wordt de papiersoort in elke lade opgegeven.Opmerkingen:Normaal papier is de standaardinstelling voor lade 1. Aangepast [x] is de standaardinstelling voor alle andere laden.Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast [x].Gebruik dit menu-item om de laden automatisch te laten koppelen. |
| Formaat U-laderLetterLegalExecutiveOficio (Mexico)FolioStatementUniversal7 3/4 -envelop9 -envelop10 -envelopDL -envelopC5 -envelopB5 -envelopAndere envelopA4A5A6JIS B5 | Hiermee wordt het papierformaat in de universeellader opgegeven.Opmerkingen:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling.In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-item weer te geven. |
| Opmerking:In dit menu staan alleen geïnstalleerde laden vermeld. | |
| Soort U-laderAangepast [x]Normaal papierKartonTransparantKringlooppapierGlossyZware glossyEtikettenVinyletikettenBankpostEnvelopRuw envelopLetterheadVoorgedruktGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapier | Hiermee wordt de papiersoort in de universeellader opgegeven.Opmerkingen:Aangepast [x] is de standaardinstelling.In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-item weer te geven. |
| Papierformaat handm. invoerLetterLegalExecutiveOficio (Mexico)FolioStatementUniversalA4A5A6JIS B5 | Hiermee wordt het papierformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Opmerking:In dit menu staan alleen geïnstalleerde laden vermeld. | |
| Papiersoort handm. invoerNormaal papierKartonTransparantKringlooppapierGlossyZware glossyEtikettenVinyletikettenBankpostLetterheadVoorgedruktGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapierAangepast [x] | Hiermee wordt de papiersoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking: Normaal papier is de standaardinstelling. |
| Envelopformaat handm. invoer10 -envelopDL -envelopC5 -envelopB5 -envelopAndere envelop7 3/4 -envelop9 -envelop | Hiermee wordt het envelopformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking: 10-envelop is de standaardinstelling in de VS. DL-envelop is de internationale standaardinstelling. |
| Envelopsoort handm. invoerEnvelopRuwe envelopAangepast [x] | Hiermee wordt de envelopsoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking: Envelop is de standaardinstelling. |
| Opmerking: In dit menu staan alleen geïnstalleerde laden vermeld. | |
Menu Configuratie U-lader
| Menuoptie Beschrijving | |
| Configuratie U-laderCassetteHandmatigEerste | Hiermee bepaalt u wanneer de printer papier selecteert dat in de universeellader is geplaatst.Opmerkingen:Cassette is de standaardinstelling. Met de instelling Cassette configureert u de universeellader als automatische papierbron.Als Handmatig is geselecteerd, kan de universeellader alleen worden gebruikt voor afdruktaken met handmatige invoer.Met de instelling Eerste configureert u de universeellader als primaire papierbron. |
Menu Ander formaat
| Menuoptie Beschrijving | |
| Ander formaatAlles in lijstUitStatement/A5Letter/A4 | Hiermee vervangt u een opgegeven papierformaat als het gewenste papierformaat niet beschikbaar is.Opmerkingen:Alles in lijst is de standaardinstelling. Alle beschikbare vervangende formaten zijn toegestaan.De waarde Uit geeft aan dat geen andere formaten zijn toegestaan.Als u een ander formaat instelt, wordt de afdruktaak voortgezet zonder dat het bericht Vervang papier wordt weergegeven. |
Menu Papierstructuur
| Menuoptie Beschrijving | |
| Struct normaalNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve textuur van het geplaatste normale papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur kartonNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste karton opgevenOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als karton wordt ondersteund. |
| TransparantstructuurNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van de geplaatste transparanten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Struct. kringl.pap.NormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste kringlooppapier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur glossyNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste glossy papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Zware structuur glossyNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste glossy papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Struct etikettenNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van de geplaatste etiketten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur vinyletikettenNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van de geplaatste vinyletiketten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Struct bankpostZwaarLichtNormaal | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste bankpostpapier opgevenOpmerking: Ruw is de standaardinstelling. |
| Struct envelopNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van de geplaatste enveloppen opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur ruwe envelopZwaar | Hiermee kunt u de relatieve structuur van de geplaatste enveloppen opgevenOpmerking: Ruw is de standaardinstelling. |
| Structuur briefhoofdpapierNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste briefhoofd opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur voorbedruktNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste voorbedrukte papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Struct gekleurdNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste gekleurde papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur lichtNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur zwaarNormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur ruw/katoenZwaar | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste katoenpapier opgevenOpmerking: Ruw is de standaardinstelling. |
| Structuur Aangepast [x]NormaalZwaarLicht | Hiermee kunt u de relatieve structuur van het geplaatste aangepaste papier opgevenOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als de aangepaste soort wordt ondersteund. |
Menu Papiergewicht
| Menuoptie Beschrijving | |
| Gewicht normaalNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste normale papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht kartonNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste karton opgevenOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als karton wordt ondersteund. |
| Gewicht TransparantenNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van de geplaatste transparanten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht kringl.pap.NormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste kringlooppapier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht glossyNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste glossy papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Zwaar gewicht GlossyZwaar | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste glossy papier opgevenOpmerking: Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht etikettenNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van de geplaatste etiketten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht vinyletiketNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van de geplaatste vinyletiketten opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht bankpostNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste bankpostpapier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht envelopNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van de geplaatste enveloppen opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht ruwe envelopZwaarLampjeNormaal | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van de geplaatste enveloppen opgevenOpmerking: Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht briefhoofdNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste briefhoofdpapier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht voorbedruktNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste voorbedrukte papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht gekleurdNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste gekleurde papier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht lichtLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste papier opgevenOpmerking: Licht is de standaardinstelling. |
| Gewicht zwaarZwaar | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste papier opgevenOpmerking: Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht ruw/katoenNormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste katoenpapier opgevenOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht aangepast [x]NormaalZwaarLampje | Hiermee kunt u het relatieve gewicht van het geplaatste aangepaste papier opgevenOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.• Instellingen worden alleen weergegeven als de aangepaste soort wordt ondersteund. |
Menu Papier plaatsen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Karton plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Karton als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Opmerkingen:Als u Duplex selecteert, wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen.Als Duplex is geselecteerd, worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige afdruktaken, verzonden via de duplexeenheid. | |
| Kringl.pap. plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Kringlooppapier als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Glossy plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Glossy als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Zware Glossy plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Zware glossy als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Etiketten plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Etiketten als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Vinyletiketten ladenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Vinyletiketten als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Bankpostpapier plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Bankpost als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Briefhoofdpap. plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Briefhoofd als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Voorbedrukt papier plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Voorbedrukt als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Gekleurd papier plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Gekleurd als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Licht papier ladenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Licht als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Zwaar papier plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Zwaar als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Ruw/katoen plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Ruw of Katoen als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Opmerkingen:Als u Duplex selecteert, wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen.Als Duplex is geselecteerd, worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige afdruktaken, verzonden via de duplexeenheid. | |
| Aangepast [x] plaatsenUitDubbelzijdig afdrukken | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Aangepast [x] als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Aangepast [x] plaatsen is alleen beschikbaar als de aangepaste papiersoort wordt ondersteund. |
| Opmerkingen:Als u Duplex selecteert, wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen.Als Duplex is geselecteerd, worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige afdruktaken, verzonden via de duplexeenheid. | |
Menu Aangepaste soorten
| Menuoptie Beschrijving | |
| Aangepast [x]PapierKartonTransparantGlossyRuw/katoenEtikettenVinyletikettenEnvelop | Hiermee koppelt u een papiersoort of een speciale materiaalsoort aan een standaardnaam, zoals Aangepast [x], of aan een aangepaste naam die door een gebruiker is gemaakt met de Embedded Webserver of MarkVisionTMProfessional.Opmerkingen:•Papier is de standaardinstelling.• U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universeellader. |
| KringlooppapierPapierKartonTransparantGlossyRuw/katoenEtikettenVinyletikettenEnvelop | Hier kunt u een papiersoort aangegeven wanneer in andere menu's de instelling voor kringlooppapier is geselecteerd.Opmerkingen:•Papier is de standaardinstelling.• U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universeellader. |
Menu Aangepaste namen
| Menuoptie Definitie | |
| Aangepaste naam [x] [geen] | Geef een aangepaste naam op voor een papiersoort. Deze naam vervangt de naam Aangepast [x] in de printermenu's. |
Aangepaste ladenamen, menu
| Menu-item Beschrijving | |
| Standaarduitvoerlade | Hier kunt u een aangepast naam opgeven voor de standaardlade. |
| Lade [x] Hier kunt u een | aangepaste naam opgeven voor lade [x] |
Menu Aangepaste scanformaten
| Menuoptie Beschrijving | |
| Aangepast scanformaat [x]Naam scanformaatBreedte25–215,9 mm (1–8,5 inch)Hoogte25–635 mm (1–25 inch)RichtingStaandLiggend2 scans per zijdeUitAan | Hiermee kunt u de naam opgeven voor het aangepaste scanformaat en de scanformaten en opties instellen. De naam die u opgeeft, vervangt de tekst Aangepast scanformaat [x] in de printermenu's.Opmerkingen:8,5 inch is de Amerikaanse standaardinstelling voor de breedte. 210 millimeter is de internationale standaardinstelling voor de breedte.14 inch is de Amerikaanse standaardinstelling voor de hoogte. 297 millimeter is de internationale standaardinstelling voor de hoogte.Staand is de standaardinstelling voor Richting.Uit is de standaardinstelling voor 2 scans per zijde. |
Menu Universal-instelling
Met deze menu-items geeft u de hoogte en breedte op voor het universele papierformaat. De instelling voor het universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling voor papierformaat. De instelling staat in de lijst met de andere papierformaatinstellingen en biedt soortgelijke opties, zoals ondersteuning voor dubbelzijdig afdrukken en meerdere pagina's afdrukken op één vel.
| Menuoptie Beschrijving | |
| MaateenhedenInchMillimeter | Hiermee worden de maateenheden aangegeven.Opmerking: In de VS wordt standaard gebruikgemaakt van inches. Millimeter is de internationale standaardinstelling. |
| Breedte Staand3–48 inch76–1219 mm | Hiermee stelt u de breedte van de portretstand (staand) in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale breedte, gebruikt de printer de maximaal toegestane breedte.8,5 inch is de standaardinstelling in de VS. 216 mm is de internationale standaardinstelling.De breedte kan worden verhoogd in stappen van 0,01 inch of 1 mm. |
| Hoogte Staand3–48 inch76–1219 mm | Hiermee stelt u de hoogte van de portretstand (staand) in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale hoogte, gebruikt de printer de maximaal toegestane hoogte.14 inch is de standaardinstelling in de VS. 356 mm is de internationale standaardinstelling.De hoogte kan worden verhoogd in stappen van 0,01 inch of 1 mm. |
| InvoerrichtingKorte zijdeLange zijde | Hiermee geeft u de invoerrichting aan.Opmerkingen:Korte zijde is de standaardinstelling.Lange zijde wordt alleen weergegeven als de langste zijde korter is dan de maximale breedte die wordt ondersteund in de lade. |
Menu Lade-instelling
| Menuoptie Beschrijving | |
| UitvoerladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee geeft u de standaarduitvoerlade op.Opmerking: Standaardlade is de standaardinstelling. |
| Laden configurerenMailboxKoppelenUitvoer is volKoppeling optioneelToewijzing soort | Hiermee geeft u configuratieopties voor uitvoerladen op.Opmerkingen:Mailbox is de standaardinstelling. Met deze instelling wordt elke lade als afzonderlijke mailbox gebruikt.Met Koppelen worden alle beschikbare laden geconfigureerd als één grote uitvoerlade.Met Uitvoer is vol wordt een andere lade toegewezen die wordt gebruikt als de mailbox vol is.Met de instelling Koppeling optioneel worden alle beschikbare uitvoerladen gekoppeld, behalve de standaardlade, maar deze instelling wordt alleen weergegeven als minimaal twee optionele laden zijn geïnstalleerd.Met de instelling Toewijzing soort wordt elke papiersoort toegewezen aan een uitvoerlade of gekoppelde ladenset.Laden waaraan dezelfde naam is toegewezen, worden automatisch gekoppeld, tenzij u Koppeling optioneel hebt geselecteerd. |
| OverloopladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee kunt u alternatieve uitvoerlade opgeven, die wordt gebruikt als deze toegewezen lade vol is.Opmerking: Standaardlade is de standaardinstelling. |
| Soort/lade toewijzenLade normaal papierLade kartonLade transparantenLade kringlooppapierGlossyladeLade zware glossyLade etikettenLade vinyletikettenLade bankpostLade envelopLade ruwe envelopLade briefhoofdLade voorbedruktLade gekleurdLade licht papierLade zwaar papierLade ruw/katoenLade aangepast [x] | Hiermee selecteert u een uitvoerlade voor elke ondersteunde papiersoort.Selecteer een van de volgende opties voor de afzonderlijke soorten:UitgeschakeldStandaardladeUitvoerlade [x]Opmerking: Uitgeschakeld is de standaardinstelling. |
Menu Rapporten
Menu Rapporten
| Menuoptie Beschrijving | |
| Pagina met menu-instellingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over het papier in de laden, het geïnstalleerde geheugen, het totaalaantal pagina's, alarmen, time-outs, de taal op het bedieningspaneel van de printer, het TCP/IP-adres, de status van supplies, de status van de netwerkverbinding, en overige informatie. |
| Apparaatstatistieken | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met printerstatistieken, zoals gegevens over supplies en afgedrukte pagina's. |
| Netwerkconfiguratiepagina | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres.Opmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdruksservers. |
| Pagina met netwerkinstellingen [x] | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres.Opmerkingen:•Dit menu-item is beschikbaar als er meer dan één netwerkoptie is geïnstalleerd.•Dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdruksservers. |
| Snelkoppelingenlijst | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over geconfigureerde snelkoppelingen. |
| Faxtaaklog | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 200 voltooide faxen.Opmerking: dit menu-item is alleen beschikbaar als Opdrachtlog inschakelen in het menu Faxinstellingen is ingesteld op Aan. |
| Kieslog faxnummers | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 100 pogingen om een oproep te plaatsen, de ontvangen oproepen en de geblokkeerde oproepen.Opmerking: dit menu-item is alleen beschikbaar als Opdrachtlog inschakelen in het menu Faxinstellingen is ingesteld op Aan. |
| Kopieersnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over kopieersnelkoppelingen. |
| E-mailsnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over e-mailsnelkoppelingen. |
| Faxsnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over faxsnelkoppelingen. |
| FTP-snelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over FTP-snelkoppelingen. |
| Profielenlijst | Hiermee wordt een lijst van profielen afgedrukt die zijn opgeslagen op deze printer. |
| Lettertypen afdrukken | Hiermee drukt u een rapport af van alle beschikbare lettertypen voor de printertaal die momenteel in de printer is ingesteld. |
| Directory afdrukken | Hiermee drukt u een lijst af van alle bronnen die zijn opgeslagen op een optionele flashgeheugenkaart of de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:•De buffergrootte moet zijn ingesteld op 100%.•Controleer of het optionele flashgeheugen of de vaste schijf van de printer correct is geïnstalleerd en goed werkt. |
| Activarapport | Hiermee drukt een rapport af met activagegevens, waaronder het serienummer en de modelnaam van de printer. Het rapport bevat tekst en UPC-streepjescodes, die gescand kunnen worden naar een activadatabase. |
Menu Netwerk/poorten
Menu Actieve NIC
| Menuoptie Beschrijving | |
| Actieve NICAutomatisch[lijst met beschikbare netwerkkaarten] | Opmerkingen:•Automatisch is de standaardinstelling.•Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een optionele netwerkkaart is geïnstalleerd. |
Menu's Standaardnetwerk of Netwerk [x]
Opmerking: in dit menu verschijnen alleen actieve poorten. Alle inactieve poorten worden weggelaten.
| Menuoptie Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als Uit is ingesteld, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie als de PS-SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als Uit is ingesteld, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PS-emulatie als de PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAutomatischUit | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| NetwerkbufferAutomatisch3 KB tot [maximum toegestane grootte] | Hiermee stelt u de grootte van de netwerkinvoerbuffer in.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.De waarde kan in stappen van 1 kB worden gewijzigd.De toegestane maximumgrootte is afhankelijk van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en de instelling van menu-item Bronnen opslaan (Aan of Uit).Als u het maximale bereik van de netwerkbuffer wilt vergroten, kunt u de parallelle, seriële buffers en USB-buffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAutomatisch | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt. Dit menu wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde vaste schijf is geïnstalleerd.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling.·Als Aan is ingesteld, worden afdruktaken op de vaste schijf van de printer opgeslagen.·Afdruktaken worden alleen automatisch opgeslagen in de buffer als de printer bezig is met de verwerking van gegevens vanaf een andere invoerpoort.·Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Mac binair PSAutomatischAanUit | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:·Automatisch is de standaardinstelling.·Als Uit is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die het standaardprotocol gebruiken.·Als Aan is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt. |
| StandaardnetwerkinstellingRapportenNetwerkkaartTCP/IPIPv6DraadloosAppleTalk | Hiermee kunt u de netwerkinstellingen van de printer weergeven en instellen.Opmerking:Het menu Draadloos verschijnt alleen als de printer op een draadloos netwerk is aangesloten. |
| Netwerkinstellingen [x]RapportenNetwerkkaartTCP/IPIPv6DraadloosAppleTalk |
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstelling of Netwerkconfiguratie > Rapporten of Netwerkrapporten
| Menuoptie Beschrijving | |
| Configuratiepagina afdrukken | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres. |
Menu Netwerkkaart
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstellingen of Netwerk [x] instellen > Netwerkkaart
| Menuoptie Beschrijving | |
| Kaartstatus weergevenAangeslotenVerbinding verbroken | Hiermee kunt u de verbindingsstatus van de netwerkkaart bekijken. |
| Kaartsnelheid weergeven | Hiermee kunt u de snelheid van een actieve netwerkkaart bekijken |
| Netwerkadres weergevenUAA LAA | Hiermee kunt u de netwerkadressen bekijken |
| Time-out einde taak0–255 | Hiermee stelt u in na hoeveel seconden een via het netwerk opgegeven afdruktaak kan worden geannuleerd.Opmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Als u de waarde instelt op 0, wordt de time-out uitgeschakeld.Als u een waarde tussen 1 en 9 kiest, wordt de instelling opgeslagen als 10. |
| BannerpaginaUitAan | Hiermee kunt u een bannerpagina afdrukken met de printer.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
Menu TCP/IP
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstelling of Netwerk [x] instellen > TCP/IP
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar op netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
| Menuoptie Beschrijving | |
| InschakelenAanUit | Activeert TCP/IPOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Hostnaam instellen Hiermee stelt u de huidige TCP/IP-hostnaam inOpmerking:Deze optie kan alleen worden gewijzigd vanuit de Embedded Web Server. | |
| IP-adres Hiermee kunt u het huidige TCP/IP-adres bekijken of wijzigen.Opmerking:Handmatige instelling van het IP-adres zet de instellingen voor DHCP inschakelen en Autom. IP op Uit. Het zet BOOTP inschakelen en RARP inschakelen op Uit op systemen die BOOTP en RARP ondersteunen. | |
| Netmasker Hiermee kunt u de huidige TCP/IP-netmasker bekijken of wijzigen. | |
| Gateway Hiermee kunt u de huidige TCP/IP-gateway bekijken of wijzigen. | |
| DHCP inschakelenAanUit | Bepaalt het DHCP-adres en de instelling voor parametertoewijzingOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| RARP inschakelenAanUit | Bepaalt de instelling voor de toewijzing van het RARP-adresOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| BOOTP inschakelenAanUit | Bepaalt de instelling voor de toewijzing van het BOOTP-adresOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| AutoIP inschakelenJaNee | Bepaalt de netwerkinstelling voor nulconfiguratieOpmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| FTP/TFTP inschakelenJaNee | Schakelt de ingebouwde FTP-server in, waarmee u bestanden naar de printer kunt sturen m.b.v. het bestandsoverdrachtprotocol.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| HTTP-server inschakelenJaNee | Hiermee wordt de ingebouwde webserver (Embedded Web Server) ingeschakeld. Als deze optie is ingeschakeld, kan de printer op afstand worden bewaakt en beheerd met behulp van een webbrowser.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| WINS-serveradres Hiermee kunt u het huidige WINS-serveradres bekijken of wijzigen. | |
| DDNS inschakelenJaNee | Hiermee kunt u de huidige DDNS-instelling bekijken of wijzigen.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| mDNS inschakelenJaNee | Hiermee kunt u de huidige mDNS-instelling bekijken of wijzigen.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| DNS-serveradres Hiermee kunt u het huidige DNS-serveradres bekijken of wijzigen. | |
| HTTPS inschakelenJaNee | Hiermee kunt u de huidige HTTPS-instelling bekijken of wijzigen.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
IPv6, menu
Dit menu is beschikbaar via het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstelling of Netwerk [x]-instelling > IPv6
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar voor netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
| Menuoptie Beschrijving | |
| IPv6 inschakelenAanUit | Hiermee schakelt u IPv6 op de printer in.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Autom. configuratieAanUit | Hiermee stelt u in of de netwerkadapter de door een router automatisch geconfigureerde IPv6-adressen accepteert.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Hostnaam instellen HierAdres weergeven | kunt u uw hostnaam instellenOpmerking:deze instellingen kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Routeradres weergeven | |
| Schakel DHCPv6 inAanUit | Hiermee schakelt u DHCPv6 op de printer in.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
Menu Draadloos
Gebruik de volgende menu-items om de instellingen van de draadloze interne afdrukserver weer te geven of te configureren.
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar op modellen die zijn verbonden met een draadloos netwerk.
Het menu Draadloos is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstelling of Netwerk [x] instellen > Draadloos
| Menuoptie Beschrijving | |
| WPS PBC-modus | Hiermee kunt u de printer aansluiten op een draadloos netwerk door binnen een bepaalde tijdsperiode knoppen op de printer en het toegangspunt (draadloze router) in te drukken |
| WPS PIN-modus | Hiermee kunt u de printer aansluiten op een draadloos netwerk door een pincode in te stellen op de printer en deze code in te voeren bij de draadloze instellingen van het toegangspunt |
| WPS Automatisch vaststellenUitschakelenInschakelen | Hiermee wordt automatisch vastgesteld welke verbindingsmethode een toegangspunt met WPS gebruikt: de WPS-configuratiemethode met drukknop (PBC) of de WPS- configuratiemethode met pincode (PIN)Opmerking: De standaardinstelling is Uitschakelen. |
| NetwerkmodusAd-hocInfrastructuur | Hiermee geeft u de netwerkmodus opOpmerkingen:•Ad hoc is de standaardinstelling. Hiermee stelt u de draadloze verbinding rechtstreeks in tussen de printer en een computer.• Met Infrastructuur krijgt de printer toegang tot een netwerk via een toegangspunt. |
| Compatibiliteit802.11b/g/n802.11n802.11b/g | Hiermee wordt de standaard voor draadloos netwerkgebruik voor het draadloze netwerk aangegevenOpmerking: De standaardinstelling is 2.11b/g/n. |
| Netwerk kiezen[lijst met beschikbare netwerken] | Hiermee kunt u een beschikbaar netwerk voor de printer selecteren |
| Signaalsterkte weergeven | Hiermee kunt u de kwaliteit van de draadloze verbinding bekijken |
| Beveiligingsmodusweergeven | Hiermee kunt u de coderingsmethode voor een draadloos netwerk bekijken |
Opmerking: WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een eenvoudige en veilige configuratie waarmee u een draadloos thuisnetwerk kunt opzetten en netwerkbeveiliging kunt inschakelen zonder kennis van de Wi-Fi-technologie. Het is niet langer nodig om voor netwerkapparaten de netwerknaam (SSID) en de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord te configureren.
Menu AppleTalk
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten > Standaardnetwerk of Netwerk [x] > Standaardnetwerkinstelling of Netwerk [x] instellen > AppleTalk
| Menuoptie Beschrijving | |
| InschakelenJaNee | Hiermee wordt AppleTalk-ondersteuning geactiveerdOpmerking: Ja is de standaardinstelling. |
| Naam weergeven Hiermee wordt de toegewezen AppleTalk-naam weergegeven.Opmerking: de naam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. | |
| Adres weergeven Hiermee wordt het toegewezen AppleTalk-adres weergegeven.Opmerking: het adres kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. | |
| Zone instellen[standaard][lijst met zones beschikbaar op het netwerk] | Hiermee wordt een lijst met AppleTalk-zones weergegeven die op het netwerk beschikbaar zijn.Opmerking: Als standaard is geselecteerd, gebruikt de printer de AppleTalk-zone die door de router wordt aangegeven als de standaardzone voor het netwerk. Als geen standaardzone beschikbaar is, wordt de zone gebruikt die is gemarkeerd met een sterretje (*). |
Menu Standaard-USB
| Menuoptie Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PCL-emulatie als PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAutomatischAanUit | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling. Met Automatisch controleert de printer gegevens, stelt de indeling vast en verwerkt gegevens vervolgens op de juiste manier.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| USB-bufferAutomatisch3 KB tot [maximum toegestane grootte]UitgeschakeldTaken in bufferUitAanAutomatisch | Hiermee stelt u de grootte van de USB-invoerbuffer in.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Met de waarde Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Taken die al in de buffer op de vaste schijf van de printer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken wordt hervat.De instelling van de waarde voor de USB-buffergrootte kan in stappen van 1 kB worden aangepast.De toegestane maximumgrootte is afhankelijk van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en de instelling van menu-item Bronnen opslaan (Aan of Uit).Als u het maximale bereik van de USB-buffer wilt vergroten, kunt u de parallelle, seriële buffers en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt.Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• Als Aan is ingesteld, worden afdruktaken op de vaste schijf van de printer opgeslagen.• Afdruktaken worden alleen automatisch opgeslagen in de buffer als de printer bezig is met de verwerking van gegevens vanaf een andere invoerpoort.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Mac binair PSAutomatischAanUit | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:•Automatisch is de standaardinstelling.•Als Aan is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt.• Als Uit is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die het standaardprotocol gebruiken. |
| ENA-adresYYY.YYY.YYY.YYY | Hiermee worden de netwerkadresgegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-netmaskerYYY.YYY.YYY.YYY | Hiermee worden de netmaskergegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-gatewayYYY.YYY.YYY.YYY | Hiermee worden de gatewaygegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
Menu Parallel
| Menuoptie Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie als de PS-SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PS-emulatie als de PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAutomatischAanUit | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| ParallelbufferAutomatisch3 KB tot [maximum toegestane grootte]Uitgeschakeld | Hiermee stelt u de grootte van de parallelle invoerbuffer in.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Met de waarde Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit.Afdruktaken die al in de buffer op de vaste schijf van de printer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken wordt hervat.De instelling van de grootte van de parallelle buffer kan in stappen van 1 kB worden aangepast.De toegestane maximumgrootte is afhankelijk van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en de instelling van menu-item Bronnen opslaan (Aan of Uit).Als u het maximale bereik van de parallelbuffer wilt vergroten, kunt u de USB-buffers, seriële buffers en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAutomatisch | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Als Aan is ingesteld, worden afdruktaken op de vaste schijf van de printer opgeslagen.Afdruktaken worden alleen automatisch opgeslagen in de buffer als de printer bezig is met de verwerking van gegevens vanaf een andere invoerpoort.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Uitgebrelede statusAanUit | Hiermee schakelt u bidirectionele communicatie via de parallelle interface in.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Uit schakelt onderhandeling op de parallelle poort uit. |
| ProtocolFastbytesStandaard | Hiermee stelt u een protocol in voor de parallelle poort.Opmerkingen:Fastbytes is de standaardinstelling. Deze instelling biedt compatibiliteit met de meeste parallelle poorten en is de aanbevolen instelling.De standaardinstelling probeert communicatieproblemen met de parallelle poort op te lossen. |
| INIT honorerenUitAan | Hiermee stelt u vast of de printer printerhardware-initialisatieverzoeken van de computer honoreert.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.De computer dient een initialisatieverzoek in door het INIT-signaal op de parallelle poort te activeren. Veel computers activeren het INIT-signaal opnieuw als de computer wordt aangezet. |
| Parallelle modus 2AanUit | Hiermee bepaalt u hoe de gegevens van de parallelle poort worden gesampled aan de voor- of achterkant van de strobe.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Mac binair PSAutomatischAanUit | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als Uit is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die het standaardprotocol gebruiken.Als Aan is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt. |
| ENA-adresYYY-YYY-YYY-YYY | Hiermee worden de netwerkadresgegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking:Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-netmaskerYYY-YYY-YYY-YYY | Hiermee worden de netmaskergegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking:Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-gatewayYYY-YYY-YYY-YYY | Hiermee worden de gatewaygegevens voor een externe afdrukserver ingesteld.Opmerking:Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
Menu Serieel [x]
| Menuoptie Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie als de PS-SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze instelling is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PS-emulatie als de PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAutomatischAanUit | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling. Met Automatisch controleert de printer gegevens, stelt de indeling vast en verwerkt de gegevens vervolgens op de juiste manier.Als deze instelling is ingesteld op Aan, voert de printer NPA-verwerking uit. Als de gegevens niet een NPA-indeling hebben, worden deze als onverwerkbaar beschouwd en verwijderd.Als deze instelling is ingesteld op Uit, voert de printer geen NPA-verwerking uit.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Seriële bufferAutomatisch3 KB tot [maximum toegestane grootte]Uitgeschakeld | Hiermee stelt u de grootte van de seriële invoerbuffer in.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Met de waarde Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.• De instelling van de waarde van de seriële buffer kan in stappen van 1 kB worden aangepast.• De toegestane maximumgrootte is afhankelijk van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en de instelling van menu-item Bronnen opslaan (Aan of Uit).• Als u het maximale bereik van de seriële buffer wilt vergroten, kunt u de parallelle buffers, seriële buffers en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAutomatisch | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling. De printer buffert de afdruktaken niet op de vaste schijf van de printer.• Als Aan is ingesteld, worden afdruktaken op de vaste schijf van de printer opgeslagen.• Afdruktaken worden alleen automatisch opgeslagen in de buffer als de printer bezig is met de verwerking van gegevens vanaf een andere invoerpoort.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menu-instelling wordt bijgewerkt. |
| ProtocolDTRDTR/DSRXON/XOFFXON/XOFF/DTRXONXOFF/DTRDSR | Hiermee selecteert u de instellingen van de hardware- en software-handshaking voor de seriële poort.Opmerkingen:• DTR is de standaardinstelling.• DTR/DSR is een instelling voor hardware-handshaking.• XON/XOFF is een instelling voor software-handshaking.• XON/XOFF/DTR en XON/XOFF/DTR/DSR zijn instellingen voor gecombineerde hardware- en software-handshaking. |
| Robust XONUitAan | Hiermee bepaalt u of de beschikbaarheid van de printer wordt gemeld aan de computer.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling.• Dit menu-item is alleen van toepassing op de seriële poort als Serieel protocol is ingesteld op XON/XOFF. |
| Baud9600192003840057600115200138200172800230400345600120024004800 | Hiermee stelt u in met welke snelheid gegevens via de seriële poort kunnen worden ontvangen.Opmerkingen:9600 is de standaardinstelling.De baudwaarden 138200, 172800, 230400 en 345600 worden alleen weergegeven in het menu Std. serieel. Deze instellingen worden niet weergegeven in de menu's Serieel optie 1, Serieel optie 2 of Serieel optie 3. |
| Databits87 | Hiermee stelt u in hoeveel databits per transmissieframe worden verzonden.Opmerking: 8 is de standaardinstelling. |
| PariteitGeenNegerenEvenOneven | Hiermee selecteert u de pariteit voor seriële in- en uitvoerframes.Opmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| DSR honorerenUitAan | Hiermee bepaalt u of de printer al dan niet het DSR-signaal gebruikt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.DSR is een handshaking-signaal dat wordt gebruikt door de meeste seriële kabels. DSR wordt door de seriële poort gebruikt om onderscheid te maken tussen gegevens die door de computer zijn verzonden en gegevens die zijn veroorzaakt door elektrische ruis in de seriële kabel. De elektrische ruis kan tot gevolg hebben dat er ongewenste tekens worden afgedrukt. Stel deze optie in op Aan om te voorkomen dat er ongewenste tekens worden afgedrukt. |
Menu Instellingen SMTP
| Menuoptie Beschrijving | |
| Primaire SMTP-gateway | Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-servergateway en -poort opgevenOpmerking: "25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort. |
| Primaire SMTP-gatewaypoort | |
| Secundaire SMTP-gateway | |
| Primaire SMTP-gatewaypoort | |
| SMTP-time-out5–30 | Hiermee kunt u het aantal seconden opgeven waarna de server een poging een e-mail te verzenden beëindigt.Opmerking: "30 seconden" is de standaardinstelling. |
| Antwoordadres | Hiermee geeft u het antwoordadres van maximaal 128 tekens op in e-mailberichten die door de printer worden verzonden |
| SSL gebruikenUitgeschakeldOnderhandelenVereist | Hiermee wordt de printer ingesteld op het gebruik van SSL voor extra veiligheid bij het maken van een verbinding met de SMTP-serverOpmerkingen:•Uitgeschakeld is de standaardinstelling.•Wanneer de instelling Onderhandelen wordt gebruikt, bepaalt de SMTP-server of SSL wordt gebruikt. |
| Verificatie SMTP-serverGeen verificatie vereistAanmelden/NormaalCRAM-MD5Digest-MD5NTLMKerberos 5 | Hiermee kunt u opgeven welk type verificatie voor de gebruiker is vereist om te kunnen scannen naar e-mail.Opmerking: Geen verificatie vereist is de standaardinstelling. |
| Door het apparaat geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruiken | Hiermee wordt opgegeven welke referenties worden gebruikt bij het communiceren met de SMTP-server. Sommige SMTP-servers vereisen referenties om e-mail te kunnen verzenden.Opmerkingen:• Door het apparaat geïnitieerde e-mail en Door de gebruiker geïnitieerde e-mail zijn standaard ingesteld op Geen.•Gebruikersnaam apparaat en Wachtwoord apparaat worden gebruikt om aan te melden bij de SMTP-server als SMTP-referenties van apparaat gebruiken is geselecteerd. |
| Door de gebruiker geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruikenGebruikersnaam en wachtwoord voor de sessie gebruikenE-mailadres en wachtwoord voor de sessie gebruikenGebruiker vragen | |
| Gebruikersnaam apparaat | |
| Wachtwoord apparaat | |
| Kerberos 5-realm | |
| NTLM-domein |
Menu Beveiliging
Menu Beveiligingsinstellingen bewerken
| Menu-item Beschrijving | |
| Reservewachtwoord bewerken Hiermee wordt een reservewachtwoord gemaaktOpmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven wanneer er een reservewachtwoord is. | |
| Bouwstenen bewerken | Hiermee worden de interne accounts, NTLM, verschillende instellingen, wachtwoord en PIN-code bewerkt |
| Beveiligingssjablonen bewerken | Hiermee wordt een beveiligingssjabloon toegevoegd of bewerkt |
| Toegangsbeheer bewerken | Hiermee wordt de toegang tot de printermenu's, firmware-updates, wachttaken en andere toegangspunten gecontroleerd |
Menu Overige beveiligingsinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| AanmeldbeperkingenMislukte aanmeldingenTijdsbestek voor mislukte pogingenVergrendelingstijdTime-out voor aanmelding via bedieningspaneelTime-out voor externe aanmelding | Beperkt het aantal en tijdsbestek voor mislukte aanmeldingspogingen vanaf het bedieningspaneel van de printer voordat alle gebruikers worden geblokkeerdOpmerkingen:Mislukte aanmeldingen geeft het aantal mislukte aanmeldingen aan voordat gebruikers worden geblokkeerd. Instelbereik van 1–10. Standaard zijn drie pogingen toegestaan.Tijdsbestek voor mislukte pogingen geeft het tijdsbestek aan waarin mislukte pogingen kunnen plaatsvinden voordat gebruikers worden geblokkeerd. Instelbereik van 1–60 minuten. De standaardinstelling is 5 minuten.Vergrendelingstijd geeft aan hoe lang gebruikers worden geblokkeerd wanneer de limiet voor mislukte aanmeldingen is overschreden. Instelbereik van 1–60 minuten. De standaardinstelling is 5 minuten. 1 geeft aan dat de printer geen vergrendelingstijd oplegt.Time-out voor aanmelding via bedieningspaneel bepaalt hoe lang het startscherm van de printer inactief blijft voordat de gebruiker automatisch wordt afgemeld. Instelbereik van 1–900 seconden. 30 seconden is de standaardinstelling.Time-out voor externe aanmelding bepaalt hoe lang de externe interface inactief blijft voordat de gebruiker automatisch wordt afgemeld. Instelbereik van 1–120 seconden. De standaardinstelling is 10 seconden. |
| Jumper voor opnieuw instellen beveiligingToegangsbeheer = Geen beveiligingGeen effectStandaardfabrieksinstellingen herstellen | Hiermee wijzigt u de waarde van de beveiligingsinstellingen.Opmerkingen:Als u Toegangsbeheer = Geen beveiliging selecteert, blijven alle beveiligingsgegevens behouden die de gebruiker heeft opgegeven. Geen beveiliging is de standaardinstelling.Als u Geen effect selecteert, heeft het opnieuw instellen van het apparaat geen invloed op de geconfigureerde beveiliging.Als u Standaardfabrieksinstellingen herstellen selecteert, worden alle beveiligingsgegevens die de gebruiker heeft opgegeven verwijderd en wordt de standaardwaarde hersteld voor elke instelling in het gedeelte Overige beveiligingsinstellingen op het bedieningspaneel en op de webpagina. |
| Verificatie LDAP-certificaatVereisenProberenToestaanNooit | Hiermee kunnen gebruikers een servercertificaat aanvragen.Opmerkingen:Met Vereisen wordt een servercertificaat aangevraagd. Als een onjuist certificaat of geen certificaat wordt geleverd, wordt de sessie meteen afgebroken. Vereisen is de standaardinstelling.Met Proberen wordt een servercertificaat aangevraagd. Als er geen certificaat wordt geleverd, gaat de sessie gewoon door. Als een onjuist certificaat wordt geleverd, wordt de sessie meteen afgebroken.Met Toestaan wordt een servercertificaat aangevraagd. Als er geen certificaat wordt geleverd, gaat de sessie gewoon door. Als een onjuist wordt geleverd, wordt het certificaat genegeerd en gaat de sessie gewoon door.Met Nooit wordt geen servercertificaat aangevraagd. |
| Minimumlengte pin1–16 | Hiermee beperkt u het aantal cijfer van de pincode.Opmerking:4 is de standaardinstelling. |
Beveiligd afdrukken, menu
| Menuoptie Beschrijving | |
| Max. ongeldige PINUit2–10 | Hiermee beperkt u het aantal keren dat een ongeldige PIN-code kan worden ingevoerd.Opmerkingen:"Aan" is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.Wanneer de limiet is bereikt, worden de afdruktaak voor de desbetreffende gebruikersnaam en de PIN-code verwijderd. |
| Vervaltijd taakUit1 uur4 uur24 uur1 week | Hiermee beperkt u de duur dat een beveiligde afdruktaak in de printer blijft staan voordat de taak wordt verwijderdOpmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Als de instelling voor Vervaltijd taak wordt gewijzigd terwijl er beveiligde afdruktaken op de RAM-schijf of de harde schijf van de printer staan, wordt de vervaltijd van deze afdruktaken niet aan de nieuwe standaardwaarde aangepast.Wanneer de printer wordt uitgeschakeld, worden alle beveiligde taken die op de RAM-schijf van de printer werden bewaard verwijderd. |
Menu Schijf wissen
Met Schijf wissen wist u alleen afdrukgegevens op de vaste schijf van de printer die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.
Opmerking: Dit menu wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.
| Menuoptie Beschrijving | |
| WismodusAutomatischHandmatigUit | Hiermee kunt u de modus voor schijf wissen opgevenOpmerking:"Automatisch" is de standaardinstelling. De printer bepaalt wanneer de schijf wordt gewist. |
| Gepland wissenTijdDag | Hiermee kunt u plannen wanneer de schijf wordt gewistOpmerkingen:Tijd wordt gebruikt om de tijd voor het gepland wissen in te stellen.Dag wordt gebruikt om een specifiek dag of periode voor het gepland wissen in te stellen. Waarden zijn Zondag tot Vrijdag, Elke dag, Weekdagen en Weekenden.Gepland wissen wordt gestart zonder een gebruikerswaarschuwing of bevestigingsbericht weer te geven.Zowel bij handmatig als bij gepland wissen kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissen. |
| Handmatig wissenNiet nu startenNu starten | Overschrijft alle schijfruimte die is gebruikt om gegevens op te slaan van een afdruktaak die is verwerkt (afgedrukt). Bij deze vorm van wissen wordt geen informatie gewist die betrekking heeft op een niet-verwerkte afdruktaak.Opmerkingen:Niet nu starten is de standaardinstelling.Als de toegangscontrole Schijf wissen is geactiveerd, moet een gebruiker slagen voor de verificatie en over de vereiste toestemming beschikken om Schijf wissen te kunnen initiëren. |
| Automatische methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Alle schijfruimte die door een vorige afdruktaak is gebruikt wordt gemarkeerd zodat het bestandssysteem die ruimte niet opnieuw kan gebruiken voordat deze is gewistOpmerkingen:Eén doorgang is de standaardinstelling.Alleen Automatisch wissen biedt gebruikers de mogelijkheid om Schijf wissen in te schakelen zonder dat ze de printer een tijd lang moeten uitschakelen.Zeer vertrouwelijke informatie kan het beste alleen met de methode Meerdere doorgangen worden gewist. |
| Handmatige methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Hiermee kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissenOpmerkingen:Eén doorgang is de standaardinstelling.Het verdient aanbeveling zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen. |
| Geplande methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Hiermee kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissenOpmerking: Eén doorgang is de standaardinstelling. |
Logbestand beveiligingscontrole, menu
| Menuoptie Beschrijving | |
| Log exporteren Hiermee kan een bevoegde gebruiker het | beveiligingslogbestand exporteren.Opmerkingen:Als u het logbestand wilt exporteren vanaf het bedieningspaneel van de printer, moet een flashstation op de printer zijn aangesloten.Via de Embedded Web Server kunt u het logbestand downloaden naar een computer. |
| Log verwijderenJaNee | Hiermee wordt opgegeven of controlelogbestanden worden verwijderdOpmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| Log configurerenControle inschakelenExtern systeemlog inschakelenExterne systeemlogserverExterne systeemlogpoortExterne systeemlogmethodeExterne systeemlogvoorzieningGedrag bij log volE-mailadres van beheerderExport digitaal ondertekenenErnst van te loggen gebeurtenissenExtern systeemlog voor niet-vastgelegde gebeurtenissenMelding: e-maillog gewistMelding: terugloop e-maillogMelding: e-mail % volMeldingsniveau % volMelding: export e-maillogMelding: e-mailloginstellingen gewijzigdRegeleinden log | Hiermee wordt opgegeven of en hoe de controlelogbestanden worden gemaakt.Opmerking: Standaard is het beveiligingslog ingeschakeld. |
Menu Datum en tijd instellen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Huidige datum en tijd | Hiermee kunt u de huidige datum- en tijdinstellingen voor de printer weergeven. |
| Handmatig datum en tijd instellen | Opmerking: Datum/tijd heeft de notatie JJJJ-MM-DD UU:MM:SS. |
| Tijdzone Opmerking: GMT is de standaardinstelling. | |
| Automatisch zomertijd gebruikenAanUit | Opmerking:Aan is de standaardinstelling en gebruikt de toepasselijke zomertijd die gekoppeld is aan de tijdzone-instelling. |
| Aangepaste instelling tijdzoneEerste week zomertijdEerste dag zomertijdEerste maand zomertijdStarttijd zomertijdLaatste week zomertijdLaatste dag zomertijdLaatste maan zomertijdEindtijd zomertijdVerschuiving zomertijd | Hiermee kunnen gebruikers de tijdzone instellen. |
| NTP inschakelenAanUit | Schakelt het netwerktijdprotocol in, dat de klokken van apparaten in een netwerk synchroniseert.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| NTP-server Hiermee kunt u het NTP-serveradres weergeven. | |
| Verificatie inschakelenUitAan | Hiermee kunt u de verificatie-instelling in- of uitschakelen.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu Instellingen
Menu Algemene instellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Taal weergevenEngelsFransDuitsItaliaansSpaansGrieksDeensNoorsNederlandsZweedsPortugeesSuomiRussischPoolsMagyarTurksTsjechischVereenvoudigd ChineesTraditioneel ChineesKoreanJapans | Hiermee wordt de taal van de tekst op het display ingesteld.Opmerking:niet alle talen zijn voor alle printers beschikbaar. |
| EcomodusUitStroomEnergie/papierPapier | Hiermee gebruikt u zo min mogelijk energie, papier of speciaal afdrukmateriaal.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling. Met Uit worden de oorspronkelijke fabrieksinstellingen opnieuw ingesteld op de printer.·De instelling Energie beperkt het stroomgebruik van de printer tot een minimum. De prestaties kunnen hierdoor worden beïnvloed, maar de afdrukkwaliteit niet.·De instelling Energie/papier beperkt het gebruik van stroom en papier en speciaal afdrukmateriaal tot een minimum.·Met Papier beperkt u de hoeveelheid papier en speciaal afdrukmateriaal die voor een afdruktaak is vereist tot een minimum. De prestaties kunnen hierdoor worden beïnvloed, maar de afdrukkwaliteit niet. |
| Signaal ADI geladenIngeschakeldUitgeschakeld | Geeft aan of de ADI een pieptoon laat horen als het papier is geplaatstOpmerking: Ingeschakeld is de standaardinstelling. |
| Stille modusUitAan | Reduceert de hoeveelheid geluid die door de printer wordt geproduceerd.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer.·Met Aan configureert u de printer zodanig dat deze zo weinig mogelijk geluid produceert. Deze instelling is het meest geschikt voor het afdrukken van tekst en afbeeldingen met lijnen.·Schakel de stille modus uit om kleurrijke documenten af te drukken met optimale resultaten.·Als u Foto selecteert vanuit het stuurprogramma, wordt de stille modus mogelijk uitgeschakeld en worden de afdrukkwaliteit en de afdruksnelheid verbeterd. |
| Initiële set-up uitvoerenJaNee | Geeft de printer de opdracht om de installatiewizard uit te voerenOpmerkingen:·Ja is de standaardinstelling.·Nadat de installatiewizard is voltooid met een druk op de knop Gereed in het scherm Land selecteren, wordt de standaardinstelling Nee. |
| ToetsenbordType toetsenbordEngelsFransFrans (Canada)DuitsItaliaansSpaansGrieksDeensNoorsNederlandsZweedsSuomiPortugeesRussischPoolsZwitsers-DuitsFrans (Zwitserland)KoreanMagyarTurksTsjechiëVereenvoudigd ChineesTraditioneel ChineesJapansAangepaste toets [x] | Hiermee geeft u een taal en informatie op voor de aangepaste toets op het toetsenbord van het bedieningspaneel van de printer. De overige tabbladen geven toegang tot de accenttekens en symbolen vanaf het toetsenbord op het bedieningspaneel van de printer. |
| PapierformatenVSMetrisch | Opmerkingen:•VS is de standaardinstelling.•De eerste instelling wordt bepaald door uw land- of regioselectie in de initiele installatiewizard.•Als u deze instelling wijzigt, worden de standaardinstellingen voor de afzonderlijke invoerbronnen in het menu Papierformaat/Papiersoort ook gewijzigd. |
| Bereik poorten Scannen naar PC[poortbereik] | Hiermee geeft u een geldig poortbereik op voor printers achter een firewall die poorten blokkeert. De geldige poorten bestaan uit twee sets met cijfers die door een puntkomma worden gescheiden.Opmerking:9751:12000 is de standaardinstelling. |
| Weergegeven informatieLinkerkantRechterkantAangepaste tekst [x][x] tonerVerhittingsstationOverdrachtsmodule | Hiermee kunt u opgeven wat in de rechter- en linkerhoek boven in het startscherm wordt weergegeven.Kies uit de volgende opties voor de menu's aan linker- en rechterzijde:GeenIP-adresHostnaamContactpersoonLocatieDatum/tijdmDNS/DDNS-servicenaamNaam configuratieloze verbindingAangepaste tekst [x]ModelnaamKies uit de volgende opties voor de menu's [x] toner, [x] verhittingsstation en Overdrachtsmodule:Wanneer weergevenNiet weergevenWeergevenWeergegeven berichtStandaardAlternatiefStandaard[tekstinvoer]Alternatief[tekstinvoer]Opmerkingen:•Bij de standaardinstelling wordt aan de linkerkant het IP-adres weergegeven.•Bij de standaardinstelling worden aan de rechterkant de datum en tijd weergegeven.•Niet weergeven is de standaardinstelling voor Wanneer weergeven.•Standaard is de standaardinstelling voor Weergegeven bericht. |
| Weergegeven informatieToneroverloopflesVastgelopen papierPlaats papierFouten die onderhoud vereisen | Hiermee kunt u de weergegeven informatie aanpassen voor Toneroverloopfles, Papier vast, Plaats papier en ServicefoutenMaak een keuze uit de volgende opties:WeergevenNeeJaWeergegeven berichtStandaardAlternatiefStandaard[tekstinvoer]Alternatief[tekstinvoer]Opmerkingen:Nee is de standaardinstelling voor Weergeven.Standaard is de standaardinstelling voor Weergegeven bericht. |
| Startscherm aanpassenTaal wijzigenKopierenKopieersnelkoppelingenFaxenFaxsnelkoppelingenE-mailenE-mailsnelkoppelingenFTPFTP-snelkoppelingenWachttaken zoekenWachttakenUSB-stationProfielen en oplossingenBladwijzersTaken per gebruikerFormulieren en favorieten | Hiermee kunt u pictogrammen en knoppen toevoegen aan en verwijderen uit het startschermBeschikbare opties:Niet weergevenWeergeven |
| DatumnotatieMM-DD-JJJJDD-MM-JJJJJJJ-MM-DD | Hier kunt u de datumnotatie voor de printer opgeven |
| Tijdsindeling12-uurs klok24-uurs klok | Hiermee kunt u de indeling voor de printertijd opgeven |
| Helderheid van scherm20–100 | Hiermee geeft u de helderheid op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op. |
| Kopie van één paginaUitAan | Hiermee stelt u het aantal exemplaren vanaf de glasplaat in op één pagina per keerOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| UitvoerverlichtingModus Normaal/stand-byUitDimmenHelderSlaapstandUitDimmenHelder | Hiermee stelt u de hoeveelheid licht in voor de standaarduitvoerladeOpmerkingen:Gedimd is de standaardinstelling voor Modus Normaal/stand-by wanneer de Ecomodus is ingesteld op Energie of Energie/papier.Helder is de standaardinstelling voor Modus Normaal/stand-by wanneer de Ecomodus is ingesteld op Uit of Papier.Uit is de standaardinstelling voor Slaapstand wanneer de Ecomodus is ingesteld op Energie of Energie/papier.Gedimd is de standaardinstelling voor Slaapstand wanneer de Ecomodus is ingesteld op Uit of Papier. |
| FoutlampjesAanUit | Bepaalt of de lampjes knipperen wanneer er op de printer fouten optreden.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| AudiofeedbackKnopfeedbackAanUitVolume1–10 | Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling voor knopfeedback.5 is de standaardinstelling voor het volume. |
| Voelbare feedback schermAanUit | Hiermee kunt u voelbare feedback instellen voor het bedieningspaneel van de printer |
| Bladwijzers weergevenJaNee | Hiermee stelt u in of bladwijzers worden weergegeven in het gebied Taken in wacht.Opmerking: Ja is de standaardinstelling. Als u Aan selecteert, worden bladwijzers weergegeven in het gebied Taken in wacht. |
| Achtergrond verwijderen toestaanAanUit | Hiermee stelt u in of het toegestaan is de achtergrond van een afbeelding te verwijderen tijdens kopieren, faxen, e-mailen, FTP of scannen naar USBOpmerking: Aan is de standaardinstelling. De achtergrond van de afbeelding wordt dan verwijderd. |
| Aangepaste scantaken toestaanAanUit | Hiermee kunt u meerdere documenten naar één bestand scannen.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. Als Aan is geselecteerd, kan de optie Aangepaste scantaken toestaan worden ingeschakeld voor specifieke taken. |
| Herstel na scannerstoringTaakniveauPaginaniveau | Hiermee stelt u in hoe een scantaak opnieuw moet worden geladen als er een papierstoring optreedt in de ADIOpmerkingen:Wordt Taakniveau geselecteerd, dan moet de hele taak opnieuw worden gescand als er pagina's vastlopen.Wordt Paginaniveau geselecteerd, dan moet vanaf de vastgelopen pagina opnieuw worden gescand. |
| Vernieuwingsfrequentie webpagina30–300 | Hiermee stelt u het aantal seconden in voordat de Embedded Web Server wordt vernieuwd.Opmerking:120 seconden is de standaardinstelling. |
| ContactpersoonHier kunt u een contactpersoon opgeven voor de printer.Opmerking:de contactpersoon wordt opgeslagen op de Embedded Web Server. | |
| LocatieHier kunt u de locatie van de printer opgeven.Opmerking:De locatie wordt opgeslagen op de Embedded Web Server. | |
| AlarmenAlarminstellingCartridge-alarmNietjesalarmPerforatoralarm | Hiermee wordt een alarmsignaal ingesteld dat wordt afgespeeld wanneer de gebruiker moet ingrijpenDe beschikbare opties voor elk alarmtype zijn:UitEénContinuOpmerkingen:Eén is de standaardinstelling voor Alarminstelling en Cartridge-alarm. Als Eén keer is ingesteld, laat de printer drie korte alarmtonen horen.Uit is de standaardinstelling voor Nietjesalarm en Perforatoralarm. Uit betekent dat er geen alarm klinkt.Als Continu is ingesteld, herhaalt de printer de drie alarmtonen elke tien seconden. |
| Time-outsStand-bymodusUitgeschakeld1–240 | Hiermee kunt instellen na hoeveel minuten inactiviteit het systeem overschakelt op de stand-bymodus.Opmerking:15 is de standaardinstelling. |
| Time-outsSlaapstand1–240 minutenUitgeschakeld | Hiermee stelt u in na hoeveel minuten de spaarstand wordt ingeschakeld nadat een taak is afgedruktOpmerkingen:30 minuten is de standaardinstelling.Uit wordt alleen weergegeven als Energiebesparing is ingesteld op Uit.Met lagere instellingen bespaart u energie, maar kan de opwarmtijd langer zijn.Selecteer een hoge instelling als de printer continu wordt gebruikt. De printer is dan in de meeste gevallen gereed om af te drukken met een minimale opwarmtijd. |
| Time-outsTime-out scherm15-300 seconden | Hiermee wordt de tijd (in seconden) ingesteld die de printer wacht voordat deze terugkeert naar de werkstand Gereed.Opmerking:30 seconden is de standaardinstelling. |
| Time-outsAfdruktime-outUitgeschakeld1-255 seconden | Hiermee wordt de tijd (in seconden) ingesteld die de printer wacht om een melding voor einde taak te ontvangen voordat de rest van de afdruktaak wordt geannuleerd.Opmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Als de ingestelde tijd is verstreken, wordt een gedeeltelijk afgedrukte pagina die zich nog steeds in de printer bevindt, afgedrukt en controleert de printer of er nog nieuwe afdruktaken in de wachtrij staan.Afdruktime-out is alleen beschikbaar als u PCL-emulatie gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PostScript-emulatie wordt gebruikt. |
| Time-outsWachttime-out15-65535 secondenUitgeschakeld | Hiermee wordt ingesteld hoeveel seconden de printer wacht op verdere gegevens voordat de afdruktaak wordt geannuleerd.Opmerkingen:40 seconden is de standaardinstelling.Wachttime-out is alleen beschikbaar wanneer de printer PostScript-emulatie gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PCL-emulatie wordt gebruikt. |
| Time-outsTime-out taakwachtstand5-255 seconden | Hiermee stelt u in hoelang de printer op een handeling van de gebruiker wacht voordat de printer taken die niet-beschikbare bronnen vereisen, in de wacht zet en doorgaat met het afdrukken van andere taken in de afdrukwachtrij.Opmerkingen:30 seconden is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een vaste schijf in de printer is geinstalleerd. |
| AfdrukherstelAuto doorgaanUitgeschakeld5-255 | Hiermee krijgt de printer opdracht automatisch door te gaan als bepaalde offline situaties niet binnen de opgegeven termijn zijn opgelost.Opmerking:Uitgeschakeld is de standaardinstelling. |
| AfdrukherstelCorr na storingAutomatischAanUit | Hiermee geeft u op of de printer vastgelopen pagina's opnieuw afdruktOpmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling. De printer drukt vastgelopen pagina's opnieuw af, tenzij het geheugen om de pagina's op te slaan benodigd is voor andere afdruktaken.Als Aan de instelling is, worden vastgelopen pagina's altijd opnieuw afgedrukt.Als Uit de instelling is, worden vastgelopen pagina's nooit opnieuw afgedrukt. |
| AfdrukherstelPag-beveiligingUitAan | Hiermee drukt de printer een pagina af die anders mogelijk niet zou worden afgedruktOpmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Met de instelling Uit wordt een pagina gedeeltelijk afgedrukt wanneer er niet genoeg geheugen is om de hele pagina af te drukken.Met de instelling Aan verwerkt de printer de hele pagina zodat de volledige pagina wordt afgedrukt. |
| Druk op slaapknopSlapenSluimerstandNiets doen | Hiermee bepaalt u hoe de printer in de inactieve stand reageert als er kort op de slaapknop wordt gedruktOpmerkingen:Slapen is de standaardinstelling.Met Slapen of Sluimerstand wordt de printer ingesteld op een configuratie met lager stroomverbruik.Als de printer zich in de slaapstand bevindt, is het aanraakscherm uitgeschakeld en wordt de slaapknop geel.Raak het aanraakscherm op een willekeurige plek aan of druk op een knop op het bedieningspaneel van de printer om de slaapstand uit te schakelen.Als de printer zich in de sluimerstand bevindt, is het aanraakscherm volledig uitgeschakeld en wordt de slaapknop geel en gaat knipperen. |
| Slaapknop ingedrukt houdenNiets doenSlapenSluimerstand | Hiermee bepaalt u hoe de printer in de inactieve stand reageert als er lang op de knop Slapen wordt gedrukt.Opmerkingen:Niets doen is de standaardinstelling.Met Slapen of Sluimerstand wordt de printer ingesteld op een configuratie met lager stroomverbruik.Als de printer zich in de slaapstand bevindt, is het aanraakscherm uitgeschakeld en wordt de slaapknop geel.Houd de slaapknop minstens drie seconden ingehouden om de sluimerstand in te schakelen.Raak het aanraakscherm op een willekeurige plek aan of druk op een knop op het bedieningspaneel van de printer om de slaapstand uit te schakelen. |
| FabrieksinstellingenNiet herstellenNu herstellen | Hiermee zet u de printerinstellingen terug naar de standaardinstellingenOpmerkingen:Niet herstellen is de standaardinstelling. Als Niet herstellen is ingesteld, blijven de gebruikersinstellingen van kracht.Als Nu herstellen is ingesteld, worden alle printerinstellingen teruggezet in de standaardinstellingen, met uitzondering van de menu-instellingen voor Netwerk en Poorten. Alle downloads in het RAM worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd. |
Menu Kopieerinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| InhoudstypeTekst/fotoTekstAfbeeldingenFoto | Hiermee geeft u het type inhoud van de kopieertaak aan.Opmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetTijdschriftDrukpersZwart-wit laserFoto/filmKrantOverig | Hiermee geeft u de inhoudsbron voor de kopieertaak op.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| KleurAanUit | Hiermee kunt u bepalen of een kopieertaak moet worden afgedrukt in kleur.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Kleurkopieën toestaanAanUitZijden (Duplex)1-zijdig naar 1-zijdig1-zijdig naar 2-zijdig2-zijdig naar 1-zijdig2-zijdig naar 2-zijdig | Hiermee kunt u kleur in- of uitschakelen voor kopieren.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als u de waarde Uit instelt, worden alle kleurspecifieke menu's verborgen.Met deze instelling wordt opgegeven, wordt de instelling voor Kleur genegeerd.Hiermee geeft u op of een origineel document dubbelzijdig (duplex) of enkelzijdig (simplex) is bedrukt, en of dit vervolgens dubbelzijdig of enkelzijdig moet worden gekopieerd.Opmerkingen:1-zijdig naar 1-zijdig:de originele pagina is aan één zijde bedrukt en de gekopieerde pagina wordt ook aan één zijde bedrukt.1-zijdig naar 2-zijdig:de originele pagina is aan één zijde bedrukt en de gekopieerde pagina wordt aan beide zijden bedrukt. Als het origineel bijvoorbeeld uit zes vellen bestaat, omvat de kopie drie vellen die aan beide zijden zijn bedrukt.2-zijdig naar 1-zijdig:de originele pagina is aan beide zijden bedrukt en de gekopieerde pagina wordt slechts aan één zijde bedrukt. Als het originele document bijvoorbeeld bestaat uit drie vellen papier die aan beide zijden zijn bedrukt, omvat de kopie zes vellen waarvan één zijde van elk vel is bedrukt.2-zijdig naar 2-zijdig:de originele pagina is aan beide zijde bedrukt en de gekopieerde pagina wordt op exact dezelfde wijze bedrukt. |
| PapierbesparingUit2 op 1, staand2 op 1, liggend4 op 1, staand4 op 1, liggend | Hiermee kunt u twee of vier vellen van een document kopiëren op één pagina.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Paginaranden afdrukkenUitAan | Hiermee kunt u bepalen of er randen rond de marges van de pagina moeten worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| SorterenAan [1,2,1,2,1,2]Uit [1,1,1,2,2,2] | Hiermee worden de pagina's van een afdruktaak op volgorde gehouden als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| PerforatieUit2 perforaties3 perforaties4 perforaties | Hiermee kunt u bepalen welke type perforatie wordt gebruikt voor een afdruk- of kopieertaak.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| NietenUitAan | Hiermee kunt u de nietjesfinisher in- of uitschakelen.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Dit menu wordt alleen weergegeven als u een nietfinisher hebt geïnstalleerd. |
| OrigineelLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeIdentiteitskaartAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)JIS B4JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectieGemengde formaten | Hiermee geeft u het papierformaat van het originele document op.Opmerkingen:Letter is de standaardinstelling in de VS.A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Kopiëren naar bronLade [x]Auto formaataanpassingHandinvoer | Hiermee geeft u de papierbron voor kopieertaken op.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Scheidingsvellen transparantenAanUit | Hiermee plaatst u een vel papier tussen transparanten.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Scheidingspagina'sGeenTussen kopieënTussen takenTussen pagina's | Hiermee plaatst u een vel papier tussen pagina's, exemplaren of taken.Opmerking:Geen is de standaardinstelling. |
| Bron scheidingsbladLade [x]Handinvoer | Hiermee geeft u de bron voor scheidingsvellen op.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Donker1–9 | Hiermee geeft u het intensiteitsniveau voor de kopieertaak op.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| UitvoerladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee geeft u de uitvoerlade op die wordt gebruikt voor de kopieertaak.Opmerkingen:Standaardlade is de standaardinstelling.Uitvoerlade [x] wordt alleen weergegeven als ten minste één optionele uitvoerlade is geinstalleerd. |
| Aantal exemplaren1–999 | Hiermee geeft u het aantal exemplaren op voor de kopieertaak.Opmerking: 1 is de standaardinstelling. |
| Koptekst/voettekstLinksbovenLinksbovenUitDatum/tijdPaginanummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettektgegevens op die in de linkerbovenhoek van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Linksboven.•Alle pagina’s is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstMiddenbovenMiddenbovenUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettektgegevens op die bovenaan in het midden van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Middenboven.•Alle pagina’s is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstRechtsbovenRechtsbovenUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettektgegevens op die in de rechterbovenhoek van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Rechtsboven.•Alle pagina’s is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstLinksonderLinksonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op die in de linkerbenedenhoek van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Linksonder.·Alle pagina's is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstMiddenonderMiddenonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op die onderaan in midden van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Middenonder.·Alle pagina's is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstRechtsonderRechtsonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepast tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepast tekst | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op die in rechterbenedenhoek van de pagina worden weergegeven.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Rechtsonder.·Alle pagina's is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| OverlayUitVertrouwelijkKopiërenConceptUrgentAangepast | Hiermee geeft u de overlaytekst op die wordt afgedrukt op elke pagina van de kopieertaak.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Aangepaste overlay Hiermee kunt u een aangepaste overlaytekst opgeven.Opmerking:Er zijn maximaal 64 tekens toegestaan. | |
| Kopieën met prioriteit toestaanAanUit | Hiermee kunt u een afdruktaak onderbreken om een pagina of document te kopiëren.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Aangepaste taak scannenUitAan | Hiermee kunt u een document dat meerdere papierformaten bevat, in één kopieertaak te kopiëren.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geldige vaste schijf is geïnstalleerd in de printer. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u de aangepaste kopieerinstellingen opslaan als snelkoppelingen.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Automatisch centrerenUitAan | Hiermee kunt u de inhoud automatisch centreren op de pagina.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| KleurbalansCyaan - RoodMagenta - GroenGeel - Blauw | Hiermee kunt u de kleurbalans inschakelen voor de uitvoer. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaarde groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het kopiëren moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.•128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| ContrastBeste instelling voor inhoud0-5 | Hiermee kunt u het contrast voor de kopieertaak opgeven.Opmerking: Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldUitAan | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele document.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Negatief afbeeldingUitAan | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding van het originele document gemaakt.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot 4 | Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een kopie aanpassen.Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Scheve items rechtzetten (ADI)UitAan | Hiermee kunt u items die niet helemaal recht staan op gescande afbeelding corrigeren.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Van rand tot rand scannenUitAan | Hiermee stelt u in dat het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee stelt u de scherpte van een kopie in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| Temperatuur-4 tot 4 | Hiermee kunnen gebruikers de kleurtemperatuur van de uitvoer 'warmer' of 'kouder' maken. 'Koude' uitvoer bevat meer blauw dan de standaarduitvoer en 'warme' uitvoer bevat meer rood dan de standaarduitvoer. |
| VoorbeeldkopieUitAan | Hiermee maakt u een voorbeeldkopie van het originele document.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
In de modus Analoge faxinstellingen worden faxtaken via een telefoonlijn verzonden.
Algemene faxinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Faxnaam of Stationsnaam | Hiermee kunt u de naam van het faxapparaat in de printer opgeven. |
| Faxnummer of stationsnummer Hiermee kunt u het nummer opgeven dat bij de fax hoort. | |
| Station-idFaxnaam of StationsnaamFaxnummer of stationsnummer | Hiermee kunt u opgeven hoe de fax wordt aangeduid. |
| Handmatig faxen inschakelenUitAan | Hiermee kunt u de printer zo instellen dat hiermee alleen handmatig kan worden gefaxt. Dit vereist een telefoonlijnsplitter en een telefoonhandset.Opmerkingen:Gebruik vervolgens een normale telefoon om een binnenkomende faxtaak te beantwoorden en een faxnummer te kiezen.Raak # 0 op het numerieke toetsenblok aan om rechtstreeks naar de functie voor handmatig faxen te gaan. |
| GeheugengebruikGelijkMeestal verzendenAlles verzendenAlles ontvangenMeestal ontvangen | Hiermee definieert u de toewijzing van de relatieve hoeveelheid niet-vluchtig geheugen voor het verzenden en ontvangen van faxtaken.Opmerkingen:Gelijk is de standaardinstelling. Bij Gelijk wordt het geheugen gesplitst in twee gelijke delen voor het verzenden en voor het ontvangen van faxtaken.Met de optie Meestal verzenden stelt u in dat het grootste deel van het geheugen wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken.Met de optie Alles verzenden stelt u in dat het geheugen volledig wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken.Met de optie Alles ontvangen stelt u in dat in het hele geheugen faxtaken worden ontvangen.Met de optie Meestal ontvangen stelt u in dat in het grootste deel van het geheugen faxtaken worden ontvangen. |
| Faxen annulerenToestaanNiet toestaan | Hiermee bepaalt u of de printer faxtaken kan annuleren. |
| nummerweergaveAanUitAlternatief | Hiermee geeft u aan welk type nummerweergave wordt gebruikt. |
| Faxnummer verbergenUitVanaf linksVanaf rechts | Hiermee geeft u op vanaf welke kant cijfers worden verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax.Opmerking: Het aantal tekens dat wordt verborgen bepaalt u met de instelling Te verbergen cijfers. |
| Te verbergen cijfers0–58 | Hiermee bepaalt u het aantal cijfers dat wordt verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax. |
| FaxvoorbladFaxvoorbladStandaard uitgeschakeldStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruikenVeld Opnemen totAanUitVeld Opnemen vanafUitAanOptieVeld Bericht opnemenUitAanBerichtLogo opnemenUitAanVoettekst [x] opnemenVoettekst [x] | Hiermee configureert u het voorblad van de fax.Opmerking: Uit is de standaardinstelling voor alle opties van Faxvoorblad. |
Faxverzendinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| ResolutieStandaardFijn 200 dpiSuperfijn 300 dpiUltrafijn 600 dpi | Hiermee kunt u de kwaliteit in dpi (dots per inch) opgeven. Een hogere resolutie biedt een betere afdrukkwaliteit, maar leidt bij uitgaande faxen tevens tot een langere verzendtijd.Opmerking: Standaard is de standaardinstelling. |
| OrigineelGemengde formatenLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)A6JIS B4JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectie | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking: Gecombineerde formaten is de standaardinstelling in de VS.A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met Lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).•Met Korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| InhoudstypeTekstTekst/fotoAfbeeldingenFoto | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand voor faxen.Opmerkingen:•Tekst is de standaardinstelling. Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.•Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.•Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.•Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetTijdschriftDrukpersZwart-wit laserFoto/filmKrantOverig | Hiermee kunt u opgeven hoe de uitvoer wordt geproduceerd.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| Donker1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| Kiesvoorvoegsel Hiermee kunt u een kiesvoorvoegsel, zoals 99, opgeven in het numerieke invoerveld. | |
| Regels kiesvoorvoegselRegels voorvoegsel [x] | Hier kunt u een regel voor het kiesvoorvoegsel opgeven. |
| Automatisch opnieuw kiezen0–9 | Hiermee geeft u op hoe vaak de printer moet proberen een fax naar het opgegeven nummer te verzenden.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| Aantal keren opnieuw kiezen1–200 | Hiermee geeft u het aantal minuten op tussen elke kiespoging. |
| Achter een PABXNeeJa | Hiermee kunt u het bellen zonder kiestoon inschakelen. |
| ECM inschakelenJaNee | Hiermee schakelt u de modus Foutcorrectie in voor faxtaken. |
| Faxscans inschakelenAanUit | Hiermee kunt u bestanden faxen die zijn gescand via de computer. |
| Stuurprogramma voor faxenJaNee | Hiermee kunnen via het stuurprogramma taken worden gefaxt die zijn verzonden door de printer. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u faxnummers opslaan als snelkoppeling op de printer. |
| KiesmodusToonPuls | Hiermee kunt u opgeven of nummers met tonen of pulsen moeten worden gekozen. |
| Max. snelheid2400480096001440033600 | Hiermee geeft u de maximumsnelheid op in baud waarmee faxen worden verzonden. |
| Aangepaste taak scannenUitAan | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten scannen naar één bestand. |
| ScanvoorbeeldUitAan | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantaken. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| KleurbalansCyaan - RoodMagenta - GroenGeel - Blauw | Hiermee kunt u de kleurbalans inschakelen voor de uitvoer. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaarde groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het faxen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.•128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| ContrastBeste instelling voor inhoud0–5 | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking:Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldUitAan | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele document.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Negatief afbeeldingUitAan | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding van het originele document gemaakt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot 4 | Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een fax aanpassen.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Scheve items rechtzetten (ADI)UitAan | Hiermee geeft u aan of scheve items op de gescande afbeelding moeten worden gecorrigeerd.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Van rand tot rand scannenUitAan | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand voordat het wordt gefaxt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte0–5 | Hiermee stelt u de scherpte van een fax in.Opmerking:3 is de standaardinstelling. |
| Temperatuur-4 tot 4 | Hiermee kunnen gebruikers de kleurtemperatuur van de uitvoer 'warmer' of 'kouder' maken. 'Koude' uitvoer bevat meer blauw dan de standaarduitvoer en 'warme' uitvoer bevat meer rood dan de standaarduitvoer. |
| Kleurenscans fax inschakelenStandaard uitgeschakeldStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruiken | Hiermee kunt u kleurenfaxen inschakelen.Opmerking:Standaard uitgeschakeld is de standaardinstelling. |
| Kleurenfaxen automatisch converteren naar zwart-witfaxenAanUit | Hiermee worden alle uitgaande faxen geconverteerd naar zwart-witfaxen.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
Faxontvangstinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Faxen ontvangen inschakelenAanUit | Hiermee kunnen faxtaken worden ontvangen via de printer.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Aantal belsignalen1–25 | Hiermee stelt u het aantal belsignalen in voordat een inkomende faxtaak wordt beantwoord.Opmerking:1 is de standaardinstelling. |
| Automatisch verkleinenAanUit | Hiermee kunt u de schaal van een binnenkomende faxtaak zodanig aanpassen dat deze op het papier in de opgegeven invoerlade past.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| PapierbronAutomatischLade [x]Universeellader | Hiermee stelt u de papierbron in die wordt geselecteerd als de printer eeninkomende fax afdrukt. |
| UitvoerladeStandaardladeUitvoerlade 1 [x] | Hiermee stelt u een uitvoerlade in voor faxen die worden ontvangen.Opmerking:Lade 1 is alleen beschikbaar als de finisher is geïnstalleerd. |
| Zijden (Duplex)UitAan | Hiermee schakelt u dubbelzijdig afdrukken (duplex) in voor inkomende faxtaken. |
| Scheidingspagina'sGeenVoor taakNa taak | Hiermee kunnen scheidingspagina's worden ingevoegd in de uitvoer. |
| Bron scheidingsbladLade [x]Handinvoer | Hiermee kunt u bepalen waar de printer de scheidingspagina invoert. |
| Voettekst faxUitAan | Hiermee kunt u bepalen of de transmissie-informatie die onder aan elke pagina vaneen ontvangen fax wordt weergegeven, moet worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Max. snelheid3360024004800960014400 | Hiermee geeft u in baud de maximumsnelheid op waarmee faxen wordenontvangen. |
| Fax doorsturenAfdrukkenAfdrukken en doorsturenDoorsturen | Hiermee schakelt u het doorsturen van ontvangen faxen naar een andere ontvangerin. |
| Doorsturen naarFaxenE-mailenFTPLDSSeSF | Hiermee geeft u het type ontvanger op waarnaaf faxen worden doorgestuurd.Opmerking:Dit menu-item is alleen beschikbaar via de Embedded Web Server opde printer. |
| Doorsturen naar snelkoppeling | Hiermee kunt u een snelkoppelingsnummer invoeren dat overeenkomt met het typeontvanger (Faxen, E-mail, FTP, LDSS of eSF). |
| Fax zonder naam blokkerenUitAan | Hiermee kunt u inkomende faxen blokkeren die verzonden zijn vanaf een apparaatzonder station-ID. |
| Lijst met geblokkeerde faxnummers | Hiermee schakelt u de lijst met geblokkeerde faxnummers in die in de printer is opgeslagen. |
| Faxen in wachtrijModus Faxen in wachtrijUitAltijd aanHandmatigGeplandWachtschema fax | Hiermee kunt u de fax de hele tijd of voor een bepaalde tijd overeenkomstig een ingesteld schema in de wachtrij plaatsen.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Kleurenfaxen ontvangen inschakelenAanUit | Hiermee kunt u het apparaat instellen op het ontvangen van kleurenfaxen. |
Faxloginstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee stelt u in dat na elke faxtaak een transmissielog wordt afgedrukt. |
| Foutlog ontvangen faxenNooit afdrukkenAfdrukken bij fouten | Hiermee stelt u in dat na een ontvangstfout een foutlog voor ontvangen faxen wordt afgedrukt. |
| Automatisch logs afdrukkenAanUit | Hiermee stelt u in dat logbestanden voor faxen automatisch worden afgedrukt.Opmerking: Na 200 taken wordt telkens een log afgedrukt. |
| Papierbron logLade [x]Handinvoer | Hiermee stelt u de papierbron in voor het afdrukken van logbestanden. |
| Weergave logsNaam externe fax of Naam extern stationGekozen nummer | Hiermee stelt u in of op afgedrukte logs het gekozen nummer of de geretourneerde stationsnaam wordt weergegeven. |
| Opdrachtlog inschakelenAanUit | Hiermee hebt u toegang tot de faxtaaklog. |
| Kieslog inschakelenAanUit | Hiermee hebt u toegang tot Kieslog faxnummers. |
| Log uitvoerladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee geeft u de uitvoerlade op voor de afgedrukte faxlogs. |
Luidsprekerinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| LuidsprekermodusAan tot verbindingAltijd aanAltijd uit | Hiermee geeft u de modus van de luidspreker op.Opmerkingen:Aan tot verbinding is de standaardinstelling. Er wordt een geluid afgespeeld tot de faxverbinding is ingesteld.Met de optie Altijd aan schakelt u de luidspreker in.Met de optie Altijd uit schakelt u de luidspreker uit. |
| LuidsprkrvolumeHoogLaag | Hiermee stelt u het volume in.Opmerking: Hoog is de standaardinstelling. |
| BeltoonvolumeAanUit | Hiermee regelt u het beltoonvolume van de faxluidspreker.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
Beantwoorden na
| Menuoptie Beschrijving | |
| Alle belsignalenAlleen één keerAlleen twee keerAlleen drie keerAlleen één of twee keerAlleen één of drie keerAlleen twee of drie keer | Hiermee geeft u de belpatronen op die worden gebruikt wanneer het apparaat oproepen beantwoordt.Opmerking:De standaardinstelling is Alle belsignalen. |
In de modus Faxserver wordt de faxtaak naar een faxserver verzonden voor transmissie.
Instellingen faxserver
| Menuoptie Beschrijving | |
| Volgens indeling | Hiermee kunt u gegevens invoeren met het virtuele toetsenbord op het aanraakscherm van de printer. |
| Antwoordadres | |
| Onderwerp | |
| Bericht | |
| Instellingen SMTP Hiermee geeft u de SMTP-gegevens op. | |
| Primaire SMTP-gateway Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven. | |
| Secundaire SMTP-gateway | |
| BeeldformaatPDF (.pdf)XPS (.xps)TIFF (.tif) | Hiermee kunt u het afbeeldingstype opgeven om te scannen naar fax. |
| InhoudstypeTekstTekst/fotoAfbeeldingenFoto | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand om te faxen.Opmerkingen:Tekst is de standaardinstelling. Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetFoto/filmTijdschriftKrantDrukpersOverig | Hiermee geeft u op hoe de inhoud wordt verwerkt.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| FaxresolutieStandaardFijn 200 dpiSuperfijn 300 dpiUltrafijn 600 dpi | Hiermee kunt u de resolutie opgeven om te scannen naar fax. |
| Donker1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardfabrieksinstelling. |
| RichtingStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven. |
| OrigineelLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)JIS B4JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectieGemengde formaten | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina of met meer pagina's. Bij een scan van meerdere pagina's voor een faxtaak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Analoge ontvangst inschakelenUitAan | Hiermee kunt u analoge faxen ontvangenOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
Menu E-mailinstellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| Instellingen e-mailserverOnderwerpBerichtBasisbestandsnaam | Hiermee kunt u de gegevens van de e-mailserver opgegeven.Opmerkingen:Het onderwerpvak mag maximaal 255 tekens bevatten.Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten. |
| Instellingen e-mailserverStuur mij een kopieWordt nooit weergegevenStandaard ingeschakeldStandaard uitgeschakeldAltijd aan | Hiermee ontvangt de afzender van een e-mailbericht een kopie van het bericht.Opmerking:Wordt nooit weergegeven is de standaardinstelling. |
| Instellingen e-mailserverMax. e-mailgrootte0 – 65535 kB | Hiermee kunt u de maximumgrootte van e-mailberichten opgeven in kilobytes.Opmerking:Grotere e-mailberichten worden niet verzonden. |
| Instellingen e-mailserverWaarschuwing bij maximale bestandsgrootte | Hiermee wordt een bericht verzonden wanneer een e-mail groter dan de geconfigureerde limiet is. |
| Instellingen e-mailserverBestemmingen beperken | Hiermee kunt u een domeinnaam opgeven, zoals de domeinnaam van een bedrijf, om de e-mailbestemmingen te beperken tot het betreffende domein.Opmerking:Er kan alleen e-mail naar het opgegeven domein worden verzonden.De limiet is één domein. |
| Instellingen e-mailserverInstellingen webkoppelingServerAanmeldenPasswordPadBasisbestandsnaamWebkoppeling | Hiermee definieert u de padnaam voor e-mailserver,bijvoorbeeld:/directory/padOpmerking:De tekens * : ? < > | kunnen niet worden gebruikt in een padnaam. |
| StructuurPDF (.pdf)Beveiligde PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling op van het bestand dat wordt gescand.Opmerking:PDF (.pdf) is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.51.6A-1a1.21.31.4 | Hiermee stelt u de versie in van het PDF-bestand dat wordt gescand voor e-mailen.Opmerking:1.5 is de standaardinstelling. |
| InhoudstypeTekst/fotoFotoTekstAfbeeldingen | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand voor e-mailen.Opmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetTijdschriftDrukpersZwart-wit laserFoto/filmKrantOverig | Hiermee kunt u de bron opgeven van het document dat wordt gescand.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| KleurKleurGrijs | Hiermee kunt u bepalen of een taak wordt afgedrukt met grijstinten of in kleur.Opmerking:Kleur is de standaardinstelling. |
| Resolutie15020030040060075 | Hiermee kunt u de resolutie van de scan opgeven in dpi (dots per inch).Opmerking:150 is de standaardinstelling. |
| Donker1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| RichtingStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking: Staand is de standaardinstelling. |
| OrigineelLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)A6JIS B4JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectieGemengde formaten | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerkingen:A4 is de internationale standaardinstelling.Letter is de standaardinstelling in de VS. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Met Lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).Met Korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90 | Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling.Met 5 wordt het bestand kleiner en is de kwaliteit van de afbeelding lager.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de kwaliteit van de tekst instellen op basis van de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst of een foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:50 is de standaardinstelling. |
| E-mailafbeeldingen verzenden alsBijlageWebkoppeling | Hiermee geeft u op hoe afbeeldingen worden verzonden.Opmerking:Bijlage is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina of met meer pagina's. Wanneer u meerdere pagina's scant voor een e-mailtaak, kunt u één TIFF-bestand maken dat alle pagina's van de taak bevat. U kunt ook meerdere TIFF-bestanden maken die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee kunt u bepalen of de transmissielog moet worden afgedrukt.Opmerking:Log afdrukken is de standaardinstelling. |
| Papierbron logLade [x]Handinvoer | Hiermee kunt u de papierbron opgeven voor het afdrukken van e-maillogs.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Log uitvoerladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee kunt u een uitvoerlade opgeven voor e-maillogs.Opmerkingen:Standaardlade is de standaardinstelling.Uitvoerlade [x] wordt alleen weergegeven als ten minste één optionele uitvoerlade is geïnstalleerd. |
| Bitdiepte e-mail8-bits1-bits | Hiermee schakelt u de modus Tekst/foto in zodat u kleinere bestanden kunt maken door 1-bits afbeeldingen te gebruiken als Kleur is ingesteld op Uit.Opmerking:8-bits is de standaardinstelling. |
| Aangepaste taak scannenUitAan | Hiermee kunt u een document dat meerdere papierformaten bevat, in één kopieertaak te kopieren.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldUitAan | Hiermee bepaalt u of er bij scantaken een voorbeeld moet worden weergegeven op de display.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u e-mailadressen als snelkoppelingen opslaanOpmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze optie is ingesteld op Uit, wordt de knop Opslaan als snelkoppeling niet weergegeven op het scherm E-mailbestemming. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| KleurbalansCyaan - RoodMagenta - GroenGeel - Blauw | Hiermee kunt u de kleurbalans inschakelen voor de uitvoer. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaarde groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| ContrastBeste instelling voor inhoud0–5 | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking:Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldUitAan | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele document.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Negatief afbeeldingUitAan | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding van het originele document gemaakt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Scheve items rechtzetten (ADI)UitAan | Hiermee kunt u items in de gescande afbeelding enigszins corrigeren.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Van rand tot rand scannenUitAan | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1–5 | Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| Temperatuur-4 tot 4 | Hiermee kunnen gebruikers de kleurtemperatuur van de uitvoer 'warmer' of 'kouder' maken. 'Koude' uitvoer bevat meer blauw dan de standaarduitvoer en 'warme' uitvoer bevat meer rood dan de standaarduitvoer. |
| Cc:/bcc gebruiken:UitAan | Hiermee kunt u de velden cc: en bcc: gebruiken.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu FTP-instellingen
| Menuoptie Beschrijving | |
| IndelingPDF (.pdf)Beveiligde PDF (.pdf)TIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling van het FTP-bestand op.Opmerking: PDF (.pdf) is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.51.6A-1a1.21.31.4 | Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand voor FTP.Opmerking: 1.5 is de standaardinstelling. |
| InhoudstypeTekstAfbeeldingenTekst/fotoFoto | Hiermee geeft u het type inhoud op dat naar FTP wordt gescand.Opmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetTijdschriftDrukpersZwart-wit laserFoto/filmKrantOverig | Hiermee geeft u op hoe de inhoud wordt verwerkt.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| KleurKleurGrijs | Hiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleur.Opmerking:Kleur is de standaardinstelling. |
| Resolutie15020030040060075 | Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescand.Opmerking:150 dpi is de standaardinstelling. |
| Donker1-9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| RichtingStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking:Staand is de standaardinstelling. |
| OrigineelLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)A6JIS B4JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectieGemengde formaten | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerkingen:A4 is de internationale standaardinstelling.Letter is de standaardinstelling in de VS. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Met Lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).Met Korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud 5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerkingen:Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 wordt het bestand kleiner, maar is de afbeelding van mindere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de kwaliteit van de tekst instellen op basis van de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst of een foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking: 50 is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina of met meer pagina's.Bij een scan van meerdere pagina's voor een FTP-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee kunt u opgeven of het transmissielog wordt afgedrukt.Opmerking: Log afdrukken is de standaardinstelling. |
| Papierbron logLade [x]Handinvoer | Hiermee kunt u de papierbron opgeven voor FTP-logs.Opmerking: Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Log uitvoerladeStandaardladeUitvoerlade [x] | Hiermee kunt u een uitvoerlade opgeven voor FTP-logs.Opmerkingen:Standaardlade is de standaardinstelling.Uitvoerlade [x] wordt alleen weergegeven als ten minste één optionele uitvoerlade is geïnstalleerd. |
| Bitdiepte FTP8-bits1-bits | Hiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking: 8-bits is de standaardinstelling. |
| Basisbestandsnaam Hier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.Opmerking: Er is een limiet van 53 tekens voor een afbeelding. | |
| Aangepaste taak scannenUitAan | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopieren naar één taak.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldUitAan | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantaken.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee stelt u in of er een snelkoppeling wordt gemaakt voor FTP-adressen.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| KleurbalansCyaan - RoodMagenta - GroenGeel - Blauw | Hiermee kunt u de kleurbalans inschakelen voor de uitvoer. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.• 128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| Contrast0-5Beste instelling voor inhoud | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking: Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldUitAan | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele document.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Negatief afbeeldingUitAan | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding van het originele document gemaakt.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Scheve items rechtzetten (ADI)UitAan | Hiermee geeft u aan of scheve items op de gescande afbeelding moeten worden gecorrigeerd.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Van rand tot rand scannenUitAan | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee kunt u de scherpte van een gescande afbeelding aanpassenOpmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| Temperatuur-4 tot 4 | Hiermee kunnen gebruikers de kleurtemperatuur van de uitvoer 'warmer' of 'kouder' maken. 'Koude' uitvoer bevat meer blauw dan de standaarduitvoer en 'warme' uitvoer bevat meer rood dan de standaarduitvoer. |
Menu Flashstation
Instellingen voor scannen
| Menuoptie Beschrijving | |
| StructuurPDF (.pdf)Beveiligde PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling op van het bestand dat moet worden verzonden via FTP.Opmerking:PDF (.pdf) is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.2–1.6A-1a | Hiermee stelt u de versie in van het PDF-bestand dat moet worden verzonden via FTP.Opmerking:1.5 is de standaardinstelling. |
| InhoudstypeTekst/fotoFotoTekstAfbeeldingen | Hiermee geeft u het type inhoud op dat via FTP wordt gescand.Opmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt als het originele document bestaat uit een combinatie van tekst, afbeeldingen en foto's.Tekst wordt gebruikt als de inhoud van het originele document vooral bestaat uit tekst en lijnillustraties.Afbeeldingen wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit zakelijke afbeeldingen zoals cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en animaties.Foto wordt gebruikt als document dat wordt gescand voornamelijk uit een foto of afbeelding bestaat. |
| InhoudsbronKleurenlaserInkjetFoto/filmTijdschriftKrantDrukpersOverigZwart-wit laser | Hiermee geeft u de inhoudsbron voor de scantaak op.Opmerkingen:Kleurenlaser is de standaardinstelling. Kleurenlaser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een kleurenlaserprinter.Zwart-wit laser wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een zwart-witlaserprinter.Inkjet wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een inkjetprinter.Foto/film wordt gebruikt als het originele document vooral bestaat uit foto's van film.Tijdschrift wordt gebruikt als het originele document uit een tijdschrift afkomstig is.Krant wordt gebruikt als het originele document uit een krant afkomstig is.Drukpers wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een drukpers.Overige wordt gebruikt als het originele document is afgedrukt met een andere of onbekende printer. |
| KleurAanUit | Hiermee kunt u bepalen of een kopieertaak moet worden afgedrukt in kleur.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Resolutie150 dpi200 dpi300 dpi400 dpi600 dpi75 dpi | Hiermee kunt u de resolutie van de scan opgeven in dpi (dots per inch).Opmerking: 150 dpi is de standaardinstelling. |
| Donker1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking: 5 is de standaardinstelling. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking: Staand is de standaardinstelling. |
| OrigineelLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaat [x]A4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Book (origineel)Automatische formaatdetectieGemengde formaten | Hiermee geeft u het papierformaat van het originele document op.Opmerking: Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Voor Inbinden aan lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).•Voor Korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90 | Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 wordt het bestand kleiner, maar is de afbeelding van mindere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Deze menu-instelling heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de kwaliteit van de tekst instellen op basis van de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeelding.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/foto5–90 | Hiermee kunt u de kwaliteit van een tekst/foto instellen op basis van de bestandsgrootte en de kwaliteit.Opmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerking:50 is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina of met meer pagina's. Bij een scan van meerdere pagina's voor een FTP-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Deze menu-instelling heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Bitdiepte voor scannen8-bits1-bits | Hiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking:8-bits is de standaardinstelling. |
| Bestandsnaam Hier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.Opmerking:Er zijn maximaal 53 tekens toegestaan. | |
| Aangepaste taak scannenUitAan | Hiermee kunt u document dat meerdere papierformaten bevat, kopieren in één kopieertaak.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldUitAan | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld voor scantaken wordt weergegeven op de display.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| KleurbalansCyaan - RoodMagenta - GroenGeel - Blauw | Hiermee kunt u balans inschakelen voor de kleuren in de gescande afbeelding. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaarde groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.• 128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| ContrastBeste instelling voor inhoud0–5 | Hiermee kunt u het contrast van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking: Beste instelling voor inhoud is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldUitAan | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele document.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Negatief afbeeldingUitAan | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding van het originele document gemaakt.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot 4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Scheve items rechtzetten (ADI)UitAan | Hiermee geeft u aan of scheve items op de gescande afbeelding moeten worden gecorrigeerd.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Van rand tot rand scannenUitAan | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1–5 | Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| Temperatuur-4 tot 4 | Hiermee kunnen gebruikers de kleurtemperatuur van de uitvoer 'warmer' of 'kouder' maken. 'Koude' uitvoer bevat meer blauw dan de standaarduitvoer en 'warme' uitvoer bevat meer rood dan de standaarduitvoer. |
Afdrukinstellingen
| Exemplaren1–999 | Hiermee geeft u een standaardaantal exemplaren op voor elke afdruktaak.Opmerking: 1 is de standaardinstelling. |
| PapierbronLade [x]Handmatige papierinvoerUniverseelladerHandmatige envelopinvoer | Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktakenOpmerking: Lade 1 is de standaardinstelling. |
| KleurKleurAlleen zwart | Hiermee kunt u taken in kleur afdrukken.Opmerking: Kleur is de standaardinstelling. |
| SorterenAan (1,2,1,2,1,2)Uit (1,1,1,2,2,2) | Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)EnkelzijdigDubbelzijdig | Hiermee bepaalt u of op één zijde of beide zijden van de pagina wordt afgedrukt.Opmerking: Enkelzijdig is de standaardinstelling. |
| NietenUitAan | Bepaalt of afdrukken worden genietOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Dit menu wordt alleen weergegeven als u een nietapparaat hebt geïnstalleerd. |
| PerforerenUitAan | Bepaalt of afdrukken worden geperforeerdOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Dit menu wordt alleen weergegeven als u een nietapparaat hebt geïnstalleerd. |
| Perforatiemodus2 perforaties3 perforaties4 perforaties | Bepaalt of het type perforatieafwerking wordt uitgevoerd op een afdrukOpmerkingen:• 3 perforaties is de standaardinstelling in de VS. 4 perforaties is de internationale standaardinstelling.•Dit menu wordt alleen weergegeven als u een perforator hebt geïnstalleerd. |
| Duplex inbindenLange zijdeKorte zijde | Hiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de pagina.Opmerkingen:• Voor Inbinden aan lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).• Voor Inbinden aan korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| Stand papierbesparingAutomatischLiggendStaandPapierbesparingUit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per vel | Hiermee stelt u de afdrukstand in van een document met meerdere pagina'sOpmerking: Automatisch is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend.Hiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden afgedrukt moeten worden op één zijde van een vel papier.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt. |
| Rand papierbesparingGeenEffen | Hiermee drukt u een rand af rond elk paginabeeldOpmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| Indeling papierbesparingHorizontaalOmgekeerd horizon.Omgekeerd verticaalVerticaal | Hiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's.Opmerkingen:•Horizontaal is de standaardinstelling.• De positie hangt af van het aantal pagina's en de afdrukstand (staand of liggend). |
| Scheidingspagina'sUitTussen kopieënTussen takenTussen pagina's | Hiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met Tussen exemplaren voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als Sorteren staat ingesteld op Aan. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets afgedrukte pagina's (tussen alle pagina's 1, tussen alle pagina's 2 enzovoort).•Met Tussen taken voegt u een leeg vel in tussen afdruktaken.• Met Tussen pagina's voegt u een leeg vel in tussen elke pagina van de afdruktaak. Deze instelling is handig als u transparanten afdrukt of lege pagina's voor notities in een document wilt opnemen. |
| Bron scheidingsbladLade [x]Handinvoer | Hiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen op.Opmerkingen:•Lade 1 is de standaardinstelling.• In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om de handinvoer als menu-instelling weer te geven. |
| Lege pagina'sNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd.Opmerking: Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
Afdrukinstellingen
Menu Instellen
| Menuoptie Beschrijving | |
| PrintertaalPS-emulatiePCL-emulatie | Hiermee wordt de standaardprintertaal ingesteld.Opmerkingen:PS-emulatie is de standaardinstelling. PostScript-emulatie gebruikt een PS-interpreter voor het verwerken van afdruktaken.PCL-emulatie gebruikt een PCL-interpreter voor het verwerken van afdruktaken.Als een bepaalde printertaal als standaardtaal is ingesteld, betekent dit niet dat programma's geen afdruktaken kunnen verzenden die een andere printertaal gebruiken. |
| Taak in wachtrijUitAan | Geeft aan dat afdruktaken uit de afdrukwachtrij worden verwijderd als ze niet-beschikbare printeropties of aangepaste instellingen vereisen. Deze afdruktaken worden in een aparte afdrukwachtrij opgeslagen, zodat andere afdruktaken normaal kunnen worden afgedrukt. Wanneer de ontbrekende gegevens en/of opties beschikbaar zijn, worden de opgeslagen taken afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een alleen-lezen vaste schijf in de printer is geïnstalleerd. Deze vereiste zorgt ervoor dat opgeslagen taken niet worden verwijderd als de stroomtoevoer naar de printer wegvalt. |
| AfdrukgebiedNormaalPassend op paginaHele pagina | Hiermee stelt u het logische en fysieke afdrukbare gebied in.Opmerkingen:Normaal is de standaardinstelling. Als u probeert gegevens af te drukken in het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling Normaal, snijdt de printer de afbeelding bij op de begrenzing.Passend op pagina past de inhoud van de pagina aan het geselecteerde papierformaat aan.Als de instelling Hele pagina is ingeschakeld, kunt u de afbeelding verplaatsen naar het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling Normaal, maar de printer snijdt de afbeelding bij op de begrenzing van de instelling Normaal. Deze instelling is alleen van toepassing op pagina's die zijn afgedrukt met een PCL 5e-interpreter en is niet van invloed op pagina's die zijn afgedrukt met de PCL XL- of PostScript-interpreter. |
| Modus Alleen zwartUitAan | Hiermee stelt u de printer zo in dat tekst en afbeeldingen alleen met de zwarte cartridge worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| DownloadbestemmingRAMFlashSchijf | Hiermee stelt u de opslaglocatie voor downloads in.Opmerkingen:RAM is de standaardinstelling. In het RAM-geheugen worden de bronnen tijdelijk opgeslagen.Als downloads worden opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van een printer, worden deze permanent opgeslagen. De downloads blijven aanwezig in het flashgeheugen of op de vaste schijf, ook als de printer wordt uitgezet.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een flashstation en/of optionele vaste schijf is geïnstalleerd. |
| Bronnen opslaanUitAan | Hiermee stelt u in wat de printer moet doen met geladen bronnen, zoals lettertypen en macro's die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen, als de printer een afdruktaak krijgt die meer geheugen vereist dan er beschikbaar is.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Als Uit is ingesteld, worden downloads bewaard op de printer tot het geheugen nodig is voor andere taken. Downloads worden verwijderd zodat afdruktaken kunnen worden verwerkt.Als Aan is ingesteld, blijven downloads bewaard, ook wanneer de taal wordt gewijzigd en de printer opnieuw wordt ingesteld. Als de printer onvoldoende geheugen heeft, wordt het bericht 38 Geheugen vol weergegeven. Downloads worden echter niet verwijderd. |
| Volgorde voor alles afdrukkenAlfabetischOudste taak als eersteNieuwste taak als eerste | Hiermee bepaalt u de volgorde waarin vastgehouden en vertrouwelijke taken worden afgedrukt als Alles afdrukken is geselecteerdOpmerkingen:De standaardinstelling is Alfabetisch.Afdruktaken verschijnen altijd in alfabetische volgorde op het bedieningspaneel van de printer. |
Menu Taakadministratie
Opmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd. De vaste schijf van de printer mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven.
| Menuoptie Beschrijving | |
| Logbestand voor taakadministratieUitAan | Hiermee bepaalt u of de printer een logbestand maakt voor de ontvangen afdruktakenOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Hulpprogramma's voor taakadministratie | Hiermee kunt u de logbestanden afdrukken en verwijderen of exporteren naar een flashstation |
| Frequentie administratielogbestandMaandelijksWekelijks | Hiermee bepaalt u hoe vaak een logbestand wordt gemaaktOpmerking: Maandelijks is de standaardinstelling. |
| Actie logbestand bij einde van frequentieGeenHuidig logbestand e-mailenHuidig logbestand e-mailen en verwijderenHuidig logbestand plaatsenHuidig logbestand plaatsen en verwijderen | Hiermee bepaalt u hoe de printer reageert aan het einde van de opgegeven frequentieOpmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| Schijf bijna vol1–99Uit | Hiermee kunt u opgeven hoe groot het logbestand maximaal kan zijn voordat de handeling bij Actie schijf bijna vol wordt uitgevoerdOpmerking: 5MB is de standaardinstelling. |
| Actie schijf bijna volGeenHuidig logbestand e-mailenHuidig logbestand e-mailen en verwijderenOudste logbestand e-mailen en verwijderenHuidig logbestand plaatsenHuidig logbestand plaatsen en verwijderenOudste logbestand plaatsen en verwijderenHuidig logbestand verwijderenOudste logbestand verwijderenAlle logbestanden verwijderenAlles verwijderen behalve huidig logbestand | Hiermee bepaalt u hoe de printer reageert als de vaste schijf van de printer bijna vol isOpmerkingen:•Geen is de standaardinstelling.•De waarde die is opgeven bij Schijf bijna vol bepaalt wanneer deze actie wordt uitgevoerd. |
| Actie schijf volGeenHuidig logbestand e-mailen en verwijderenOudste logbestand e-mailen en verwijderenHuidig logbestand plaatsen en verwijderenOudste logbestand plaatsen en verwijderenHuidig logbestand verwijderenOudste logbestand verwijderenAlle logbestanden verwijderenAlles verwijderen behalve huidig logbestand | Hiermee bepaalt u hoe de printer reageert als het maximale schijfgebruik is bereikt (100 MB)Opmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| URL voor plaatsen logbestanden | Hiermee bepaalt u waar de logbestanden worden geplaatst door de printer |
| E-mailadres voor verzenden logbestanden | Hier kunt u het e-mailadres opgeven waarnaar de logbestanden voor taakadministratie worden verzonden |
| Voorvoegsel logbestand Opmerking: Het huidige | hostnaam die is opgegeven in het menuTCP/IP, wordt gebruikt als standaardvoorvoegsel voor het logbestand. |
Menu Afwerking
| Menuoptie Beschrijving | |
| Zijden (Duplex)EnkelzijdigDubbelzijdig | Hiermee bepaalt u of dubbelzijdig afdrukken is ingesteld als de standaardinstelling voor alle afdruktaken.Opmerkingen:Enkelzijdig is de standaardinstelling.U kunt dubbelzijdig afdrukken instellen in het programma. Voor Windows-gebruikers: klik opBestand > Afdrukken en klik vervolgens op Elgenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen. Voor Macintosh-gebruikers: kiesArchief > Druk af en pas de instellingen aan met het afdrukdialoogvenster en de voorgrondmenu's. |
| Duplex inbindenLange zijdeKorte zijde | Hiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de pagina.Opmerkingen:Lange zijde is de standaardinstelling. Voor Inbinden aan lange zijde worden pagina's ingebonden langs de lange zijde van de pagina (linkerrand voor staand, bovenrand voor liggend).Voor Inbinden aan korte zijde worden pagina's ingebonden langs de korte zijde van de pagina (bovenrand voor staand, linkerrand voor liggend). |
| Exemplaren1–999 | Hiermee geeft u een standaardaantal exemplaren op voor elke afdruktaak.Opmerking: 1 is de standaardinstelling. |
| Lege pagina'sNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd.Opmerking:Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
| SorterenAan (1,2,1,2,1,2)Uit (1,1,1,2,2,2) | Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Met de instelling Aan wordt de afdruktaak op volgorde gehouden. |
| Scheidingspagina'sUitTussen kopieënTussen takenTussen pagina's | Hiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Met Tussen exemplaren voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als Sorteren staat ingesteld op Aan. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets afgedrukte pagina's, zoals alle pagina's 1, alle pagina's 2.Met Tussen taken voegt u een leeg vel in tussen afdruktaken.Met Tussen pagina's voegt u een leeg vel in tussen elke pagina van de afdruktaak. Deze instelling is handig als u transparanten afdrukt of lege pagina's in een document wilt opnemen. |
| ScheidingsbronLade [x]Handinvoer | Hiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen op.Opmerkingen:Lade 1 (standaardlade) is de standaardinstelling.Stel in het menu Papier de waarde Configuratie U-lader in op Cassette om Handmatige invoer als menu-instelling weer te geven. |
| PapierbesparingUit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per vel | Hiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden afgedrukt moeten worden op één zijde van een vel papier.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt. |
| Indeling papierbesparingHorizontaalOmgekeerd horizon.Omgekeerd verticaalVerticaal | Hiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's.Opmerkingen:Horizontaal is de standaardinstelling.De positie hangt af van het aantal pagina's en de afdrukstand (staand of liggend). |
| Stand papierbesparingAutomatischLiggendStaand | Hiermee stelt u de afdrukstand in van een document met meerdere pagina'sOpmerking: Automatisch is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend. |
| Rand papierbesparingGeenEffen | Hiermee drukt u een rand af rond elk paginabeeld.Opmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| Taak nietenUitAan | Bepaalt of afdrukken worden genietOpmerking: Dit menu wordt alleen weergegeven als u een nietapparaat hebt geïnstalleerd. |
| PerforerenUitAan | Bepaalt of afdrukken worden geperforeerdOpmerking: Dit menu wordt alleen weergegeven als u een perforator hebt geïnstalleerd. |
| Perforatiemodus2 perforaties3 perforaties4 perforaties | Bepaalt of het type perforatieafwerking wordt uitgevoerd op een afdrukOpmerkingen:3 perforaties is de standaardinstelling in de VS. 4 perforaties is de internationale standaardinstelling.Dit menu wordt alleen weergegeven als u een perforator hebt geïnstalleerd. |
| Pagina's verschuivenGeenTussen kopieënTussen taken | Pagina's worden op een bepaalde plek verschovenOpmerkingen:•Geen is de standaardinstelling.Met Tussen exemplaren wordt elk exemplaar van een afdruktaak verschoven als Sorteren staat ingesteld op Aan. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt elke set afgedrukte pagina's verschoven, zoals alle pagina's 1, alle pagina's 2.Met Tussen taken wordt dezelfde verschuivingspositie ingesteld voor de volledige afdruktaak ongeacht het aantal exemplaren dat wordt afgedrukt.Dit menu wordt alleen weergegeven als u een nietapparaat hebt geïnstalleerd. |
Menu Kwaliteit
| Menuoptie Beschrijving | |
| AfdrukmodusKleurAlleen zwart | Hiermee stelt u in of afbeeldingen in zwart-wit of in kleur worden afgedrukt.Opmerking: Kleur is de standaardinstelling. |
| KleurcorrectieAutomatischUitHandmatig | Kleuruitvoer op de afgedrukte pagina aanpassenOpmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling. Automatische verschillende kleurconversietabellen toepassen op afzonderlijke objecten op de afgedrukte pagina.• Met de instelling Uit wordt de kleurcorrectie uitgeschakeld.• Met de instelling Handmatig kunnen de kleurtabellen worden aangepast op basis van de instellingen die in het menu Aangepaste kleur beschikbaar zijn.• Vanwege de verschillen tussen additieve en subtractieve kleuren is het niet mogelijk om bepaalde kleuren op het beeldscherm precies zo af te drukken. |
| Afdrukresolutie4800 CQ1200 dpi | Hiermee stelt u de resolutie in van de afgedrukte uitvoer.Opmerking: 4800 CQ is de standaardinstelling. |
| Tonerintensiteit1–5 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerkingen:• 4 is de standaardinstelling.• Als u een lagere waarde kiest, bespaart u toner.• Als de afdrukmodus is ingesteld op Alleen zwart, verhoogt u met de waarde 5 de dichtheid en de intensiteit van de toner voor alle afdruktaken.• Als de afdrukmodus is ingesteld op Kleur, heeft instelling 5 dezelfde effecten als instelling 4. |
| Dunne lijnen verbeterenUitAan | Hiermee schakelt u een afdrukmodus in die speciaal bedoeld is voor bestanden met nauwkeurige details, zoals bouwkundige tekeningen, kaarten, stroomcircuitschema's en stroomdiagrammen.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•U kunt deze optie instellen in het programma. Voor Windows-gebruikers: klik opBestand > Afdrukken > Eigenschappen > Voorkeuren > Opties of Instellen. Macintosh-gebruikers: kiesArchief > Druk afen pas de instellingen aan in het dialoogvenster voor afdrukken en de voorgondmenu's.• Als u Fine Lines-verbet. wilt instellen via de Embedded Web Server, dient u het IP-adres van de netwerkprinter in een browservenster te typen. |
| Kleur besparenUitAan | Hiermee beperkt u de hoeveelheid toner voor het afdrukken van illustraties en afbeeldingen. De hoeveelheid toner die wordt gebruikt voor tekst, blijft hetzelfde.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Als Aan is ingesteld, worden de instellingen voor tonerintensiteit genegeerd. |
| RGB-helderheid-6 tot 6 | Hiermee wordt de helderheid in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:•0 is de standaardinstelling.• -6 is de maximale verlaging. 6 is de maximale verhoging.•Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| RGB-contrast0–5 | Hiermee wordt het contrast in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:•0 is de standaardinstelling.•Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| RGB-verzadiging0–5 | Hiermee wordt de verzadiging in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:•0 is de standaardinstelling.•Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| KleurbalansCyaan-5 tot 5Magenta-5 tot 5Geel-5 tot 5Zwart-wit-5 tot 5Standaard herst.0 | Hiermee kan de kleur in de afdrukken worden aangepast als de hoeveelheid toner voor elke kleur wordt verhoogd of verlaagd.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| KleurvoorbeeldensRGB-displaysRGB-levendigDisplay - zuiver zwartLevendigUit - RGBVS CMYKEuro CMYKLevendig CMYKUit - CMYK | Hiermee worden voorbeeldpagina's afgedrukt voor elk van de RGB- en CMYK-kleurconversietabellen die in de printer worden gebruikt.Opmerkingen:Als u een instelling selecteert, wordt het voorbeeld afgedrukt.De voorbeeldpagina's bevatten een reeks gekleurde vakjes met de RGB- of CMYK-combinatie waaruit de kleur van elk afzonderlijk blokje is samengesteld. Deze pagina's kunnen worden gebruikt om te bepalen met welke combinaties de gewenste gekleurde uitvoer kan worden verkregen.In een browservenster typt u het IP-adres van de printer voor toegang tot een complete lijst pagina's met kleurvoorbeelden van de Embedded Web Server. |
| Aangepaste kleurRGB-afbeeldingLevendigsRGB-displayDisplay - zuiver zwartsRGB-levendigUitRGB-tekstLevendigsRGB-displayDisplay - zuiver zwartsRGB-levendigUitRGB-illustratiesLevendigsRGB-displayDisplay - zuiver zwartsRGB-levendigUit | Hiermee kunnen RGB-kleurconversies worden aangepast.Opmerkingen:sRGB-display is de standaardinstelling voor RGB-afbeelding. Hiermee past u een kleurconversietabel toe om de kleuruitvoer op het beeldscherm te benaderen.sRGB-levendig is de standaardinstelling voor RGB-tekst en RGB-afbeeldingen. sRGB-levendig past een kleurentabel toe die de verzadiging vergroot. Deze instelling is geschikt voor zakelijke afbeeldingen en tekst.Met de instelling Levendig wordt een tabel voor kleurconversie toegepast die helderder kleuren met een hogere verzadiging oplevert.Met Display - zuiver zwart wordt een tabel voor kleurconversie toegepast die alleen zwarte toner gebruikt voor neutrale grijze kleuren.Met Uit wordt de kleurconversie uitgeschakeld. |
| Aangepaste kleurCMYK-afbeeldingVS CMYKEuro CMYKLevendig CMYKUitCMYK-tekstVS CMYKEuro CMYKLevendig CMYKUitCMYK-illustratiesVS CMYKEuro CMYKLevendig CMYKUit | Hiermee kunnen CMYK-kleurconversies worden aangepast.Opmerkingen:VS CMYK is de standaardinstelling in de VS. Met VS-CMYK wordt een kleurconversietabel toegepast om de SWOP-kleuruitvoer te benaderen.Euro CMYK is de internationale standaardinstelling. Met Euro CMYK wordt een kleurconversietabel toegepast om de EuroScale-kleuruitvoer te benaderen.Met CMYK-levendig wordt de kleurverzadiging voor de kleurconversietabel van VS CMYK versterkt.Met Uit wordt de kleurconversie uitgeschakeld. |
| Steunkleur vervangen | Hiermee kunnen gebruikers aangepaste steunkleuren maken en opslaan met bijbehorende CMYK-waarden. |
| Kleur aanpassen | Hiermee start u de herkalibratie van de kleurconversietabellen zodat de printer kleurvariaties kan aanpassen.Opmerkingen:De kleuren worden aangepast wanneer u het menu selecteert. Kleur aanpassen wordt op de display weergegeven tot het proces is beëindigd.Kleurvariaties zijn soms het resultaat van veranderende omstandigheden, zoals omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid. De kleuraanpassingen zijn gebaseerd op algoritmen. Ook de kleuruitlijning wordt ook opnieuw gekalibreerd. |
Menu Extra
| Menuoptie Beschrijving | |
| Wachttaken verwijd.VertrouwelijkIn wachtstandNiet hersteldAlles | Hiermee verwijdert u vertrouwelijke taken en wachttaken van de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:Als u een instelling selecteert, is dat alleen van invloed op de afdruktaken die zich in de printer bevinden. Bladwijzers, afdruktaken op flashstations en andere typen taken in de wacht worden niet beïnvloed.Als u Niet hersteld selecteert, worden alle afdruk- en wachtstandtaken die niet zijn hersteld van de vaste schijf of het geheugen van de printer verwijderd. |
| Flash formatterenJaNee | Hiermee formatteert u het flashgeheugen.Let op—Kans op beschadiging: Zet de printer niet uit als het flashgeheugen wordt geformatteerd.Opmerkingen:Als u Ja selecteert, worden alle gegevens in het flashgeheugen verwijderd.Als u Nee selecteert, wordt het verzoek om de vaste schijf te formatteren geannuleerd.Met het flashgeheugen wordt het geheugen bedoeld dat wordt toegevoegd door een flashgeheugenoptiekaart in de printer te installeren.Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende flashgeheugenoptiekaart in de printer is geïnstalleerd.De flashgeheugenoptiekaart moet niet zijn beveiligd tegen lezen/schrijven of schrijven. |
| Downloads op schijf verwijderenNu verwijderenNiet verwijderen | Verwijdert downloads van de vaste schijf van de printer, met inbegrip van alle taken in de wacht, taken in de buffer en taken in de geparkeerde stand.Opmerkingen:Met Nu verwijderen wordt het bedieningspaneel van de printer ingesteld zodat dit terugkeert naar het verwijderscherm nadat het verwijderproces is voltooid.Als Niet verwijderen is ingesteld keert het bedieningspaneel van de printer terug naar het menu Extra. |
| Hex Trace inschakelen Hi | Hermee kunt u de oorzaak van een afdrukprobleem opsporen.Opmerkingen:Als deze optie is ingeschakeld, worden alle gegevens die naar de printer worden gestuurd, zowel in een hexadecimale weergave als in een tekenweergave afgedrukt en worden besturingscodes niet uitgevoerd.Als u Hex Trace wilt verlaten of uitschakelen, schakelt u de printer uit of stelt u de printer opnieuw in. |
| DekkingsindicatieUitAan | Geeft een schatting van het dekkingspercentage voor toner op een pagina. De schatting wordt afgedrukt op een aparte pagina aan het einde van elke afdruktaak.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu XPS
| Menu-item Beschrijving | |
| Foutpagina's afdrukkenUitAan | Drukt een pagina af met informatie over fouten, waaronder XML-markupfouten.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu PDF
| Menuoptie Beschrijving | |
| PassendNeeJa | Hiermee past u de inhoud van een pagina aan het formaat van het geselecteerde papier aan.Opmerking: Nee is de standaardinstelling. |
| AantekeningenNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee drukt u aantekeningen in een PDF-bestand af.Opmerking: Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
Menu PostScript
| Menuoptie Beschrijving | |
| PS-fout afdrukkenUitAan | Hiermee wordt een pagina afgedrukt die de PostScript-fout bevat.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| PS-opstartmodus vergrendelenUitAan | Hiermee kunnen gebruikers het SysStart-bestand uitschakelenOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| VoorkeurslettertypeInternFlash/Schijf | Hiermee bepaalt u waar de printer begint met het zoeken naar het gewenste lettertype.Opmerkingen:•Intern is de standaardinstelling.•Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een geformatteerde optionele flashgeheugenkaart of vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.• De flashgeheugenkaart of de vaste schijf van de printer mag niet zijn beveiligd tegen lezen/schrijven of schrijven, of zijn beveiligd met een wachtwoord.•De buffergrootte voor de taak mag niet zijn ingesteld op 100%. |
| Afbeelding gladmakenUitAan | Hiermee worden het contrast en de scherpte verbeterd van afbeeldingen met een lage resolutie en worden de kleurovergangen vloeiender gemaakt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•De instelling Afbeelding gladmaken is niet van invloed op afbeeldingen met een resolutie van 300 dpi of hoger. |
Menu PCL emul
| Menuoptie Beschrijving | |
| LettertypebronInternSchijfDownloadenFlashAlles | Hiermee stelt u de lettertypeset in die wordt gebruikt in het menu-item Lettertypenaam.Opmerkingen:Intern is de standaardinstelling. Het geeft de standaardset met lettertypen weer die in het RAM is geladen.Met de instellingen Flash en Schijf worden alle interne lettertypen weergegeven die in deze optie aanwezig zijn. De optionele flashgeheugenkaart moet op juiste wijze zijn geformatteerd en mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of beveiligd zijn met een wachtwoord.Met de instelling Laadbaar worden alle lettertypen weergegeven die in het RAM zijn gedownload.Met de instelling Alle worden alle lettertypen weergegeven die bij een willekeurige optie beschikbaar zijn. |
| LettertypenaamRO Courier | Hiermee wordt een specifiek lettertype weergegeven en waar het is opgeslagen.Opmerking:RO Courier is de standaardinstelling. Met RO Courier wordt de lettertypenaam, lettertype-ID en de opslaglocatie in de printer weergegeven. De afkorting van de naam van de lettertypebron is R voor Intern, F voor Flash, K voor Schijf en D voor Laadbaar. |
| Symbolenset10U PC-812U PC-850 | Hiermee wordt de symbolenset voor elke lettertypenaam weergegeven.Opmerkingen:10U PC-8 is de standaardinstelling in de VS. 12U PC-850 is de internationale standaardinstelling.Een symbolenset is een set met alfabetische en numerieke tekens, interpunctie en speciale symbolen. Symbolensets ondersteunen de verschillende talen of specifieke toepassingen, zoals wiskundige symbolen voor wetenschappelijke teksten. Alleen de ondersteunde symbolensets worden weergegeven. |
| Instell. PCL-emulatiePuntgrootte1.00–1008.00 | Hiermee wijzigt u de puntgrootte van schaalbare typografische lettertypen.Opmerkingen:12 is de standaardinstelling.Puntgrootte heeft betrekking op de hoogte van de tekens in het lettertype. Eén punt is ongeveer gelijk aan 0,35 mm.Puntgroottes kunnen worden aangepast in stappen van 0,25 punten. |
| Instell. PCL-emulatiePitch0.08–100 | Hiermee stelt u de lettertypepitch in voor schaalbare lettertypen met een vaste tekenafstand (monogespatieerd).Opmerkingen:10 is de standaardinstelling.Pitch heeft betrekking op het aantal niet-proportionele tekens per inch (cpi).Pitch kan worden aangepast in stappen van 0,01 cpi.Voor niet-schaalbare, monogespatieerde lettertypen wordt de pitch wel weergegeven, maar kunt u deze niet wijzigen. |
| Instell. PCL-emulatieRichtingStaandLiggend | Hiermee stelt u de afdrukstand in van tekst en afbeeldingen op de pagina.Opmerkingen:Staand is de standaardinstelling.Met Staand drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af.Met Liggend drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af. |
| Instell. PCL-emulatieRegels per pagina1–255 | Hiermee bepaalt u het aantal regels dat op elke pagina wordt afgedrukt.Opmerkingen:60 is de standaardinstelling in de VS. 64 is de internationale standaardinstelling.De printer stelt de ruimte tussen de regels in op basis van de instellingen voor Regels per pagina, Papierformaat en Afdrukstand. Selecteer het gewenste papierformaat en de afdrukstand voordat u het aantal regels per pagina instelt. |
| Instell. PCL-emulatieA4-breedte198 mm203 mm | Hiermee stelt u de printer in op A4-papierformaat.Opmerkingen:198 mm is de standaardinstelling.Met de instelling van 203 mm wordt de breedte van de pagina zo ingesteld dat er tachtig 10-pitch tekens kunnen worden afgedrukt. |
| Instell. PCL-emulatieAutomatisch Enter-teken na nieuwe regelUitAan | Hiermee geeft u op of de printer automatisch een harde return (CR) moet geven na de opdracht om naar een nieuwe regel te gaan (LF).Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Instell. PCL-emulatieAutomatisch Enter-teken na nieuwe regelUitAan | Hiermee geeft u op of de printer automatisch een harde return (CR) moet geven na de opdracht om naar een nieuwe regel te gaan (LF).Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Lade-nr. wijzigenWaarde U-laderUitGeen0–199Waarde lade [x]UitGeen0–199Waarde handm. invoerUitGeen0–199Waarde envelop (handm.)UitGeen0–199 | Hiermee configureert u de printer zodanig dat deze werkt met printersoftware of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Als Geen de instelling is, wordt de opdracht voor het selecteren van de papierinvoer genegeerd. Dit wordt alleen weergegeven als deze door de PCL 5e-interpreter wordt geselecteerd.• Met 0-199 kan een aangepaste instelling worden toegewezen. |
| Lade-nr. wijzigenFabrieksinst. weerg.U-lader standaard inst. = 8T1 Std.inst. = 1T2 Std.inst. = 4T3 Std.inst. = 5Std. inst. T4 = 20T5 Std.inst. = 21Std.inst. env. = 6Std.inst. hnd. inv. = 2Std.inst. env.inv. = 3 | Hiermee wordt de standaardinstelling weergegeven voor elke invoerlade. |
| Lade-nr. wijzigenStandaardinstellingen herstellenJaNee | Hiermee worden alle invoerlade-instellingen teruggezet naar de standaardinstelling. |
Menu HTML
| Menu-item Beschrijving | ||
| Lettertypenaam | Joanna MT | Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten inOpmerking: Het Times-lettertype wordt gebruikt in HTML-documenten waarin geen lettertype wordt opgegeven. |
| Albertus MT | Letter Gothic | |
| Antique Olive | Lubalin Graph | |
| Apple Chancery | Marigold | |
| Arial MT | MonaLisa Recut | |
| Avant Garde | Monaco | |
| Bodoni | New CenturySbk | |
| Bookman | New York | |
| Chicago | Optima | |
| Clarendon | Oxford | |
| Cooper Black | Palatino | |
| Copperplate | Stempel Garamond | |
| Coronet | Taffy | |
| Courier | Times | |
| Eurostile | TimesNewRoman | |
| Garamond | Univers | |
| Geneva | Zapf Chancery | |
| Gill Sans | NewSansMTCS | |
| Goudy | NewSansMTCT | |
| Helvetica | New SansMTJA | |
| Hoefler Text | NewSansMTKO | |
| Intl CG Times | ||
| Intl Courier | ||
| Intl Univers | ||
| Menuoptie Beschrijving | |
| Tekengrootte1–255 pt | Hiermee stelt u de standaard lettertypegrootte voor HTML-documenten in Opmerkingen:•12 pt is de standaardinstelling.•De lettergrootte kan in stappen van 1 worden aangepast. |
| Vergroot/verklein1–400% | Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in Opmerkingen:•100% is de standaardinstelling.•Schaling kan worden vergroot in stappen van 1%. |
| RichtingStaandLiggend | Hiermee stelt u de afdrukstand voor HTML-documenten in Opmerking: Staand is de standaardinstelling. |
| Margegrootte8–255 mm | Hiermee stelt u de paginamarge voor HTML-documenten inOpmerkingen:19 mm is de standaardinstelling.De margegrootte kan in stappen van 1 mm worden aangepast. |
| AchtergrondenAfdrukkenNiet afdrukken | Hiermee geeft u aan of u achtergronden in HTML-documenten wilt afdrukkenOpmerking:Afdrukken is de standaardinstelling. |
Menu Afbeelding
| Menuoptie Beschrijving | |
| Autom. aanpassen.AanUit | Hiermee selecteert u de optimale waarden voor papierformaat, schaling en afdrukstand.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. Deze instelling zorgt ervoor dat de instellingen voor schaling en afdrukstand voor sommige afbeeldingen worden genegeerd. |
| OmkerenUitAan | Hiermee keert u tweekleurige zwart-witafbeeldingen om.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Deze instelling geldt niet voor GIF- of JPEG-afbeeldingen. |
| Vergroten/verkleinenMeest gelijkendMidden verankerenHoogte/breedte passendAanpassen aan hoogteAanpassen breedteLinkerbovenhoek verankeren | Hiermee schaalt u de afbeelding zodat deze past op het geselecteerde papierformaat.Opmerkingen:•Meest gelijkend is de standaardinstelling.•Als Autom. aanpassen is ingesteld op Aan, wordt Schaling automatisch ingesteld op Meest gelijkend. |
| RichtingStaandLiggendStaand omgekeerdLiggend omgekeerd | Hiermee stelt u de afdrukstand van een afbeelding in.Opmerking:Staand is de standaardinstelling. |
Menu Help
Het menu Help bestaat uit een reeks Help-pagina's die op de multifunctionele printer (MFP) zijn opgeslagen als PDF-bestanden. Deze bestanden bevatten informatie over het gebruik van de printer en het uitvoeren van verschillende taken, waaronder kopieren, scannen en faxen.
Er zijn Engelse, Franse, Duitse en Spaanse vertalingen opgeslagen in de printer.
Andere vertalingen zijn beschikbaar op de website van Lexmark op www.lexmark.com.
| Menuoptie Beschrijving | |
| Alle handleidingen afdrukken | Hiermee worden alle (help)gidsen en handleidingen afgedrukt. |
| Handleiding kopieren Bevat | informatie over het maken van kopieën en het wijzigen van instellingen. |
| Faxhandleiding | Bevat informatie over het verzenden van faxen met faxnummers, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen. |
| Handleiding voor e-mailen | Bevat informatie over het verzenden van e-mailberichten via adressen, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen. |
| Handleiding FTP Bevat informatie over het rechtstreeks verzenden van gescande documenten naar een FTP-server via een FTP-adres, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen. | |
| Handleiding voor afdrukstoringen | Biedt hulp bij het verhelpen van terugkerende storingen bij het kopieren en afdrukken. |
| Informatie Biedt hulp bij het | zoeken naar aanvullende informatie. |
| Help bij supplies Bevat de artikelnummers die u nodig hebt om supplies te bestellen. | |
Het geheugen vastzetten voordat u de printer verplaatst
Kennisgeving van vluchtigheid
De printer bevat verschillende soorten geheugens waarin apparaat- en netwerkinstellingen, informatie uit ingesloten oplossingen en gebruikersgegevens kunnen worden opgeslagen. Deze geheugensoorten, en de gegevens die erin worden opgeslagen, worden hieronder beschreven.
- Vluchtig geheugen: het apparaat gebruikt standaard RAM-geheugen (Random Access Memory) om gebruikersgegevens te bufferen tijdens eenvoudige afdruk- en kopieertaken.
- Niet-vluchtig geheugen: Het apparaat gebruikt mogelijk twee soorten niet-vluchtig geheugen: EEPROM en NAND (flashgeheugen). Beide soorten worden gebruikt voor de opslag van het besturingssysteem, apparaatinstellingen, netwerkinformatie, scanner- en bladwijzerinstellingen en ingesloten oplossingen.
- Geheugen op de vaste schijf: In sommige apparaten is een vaste schijf geïnstalleerd. De vaste schijf van de printer is ontworpen voor apparaatspecifieke functies en kan niet worden gebruikt voor langdurige opslag van gegevens die niet zijn gerelateerd aan afdrukken. De vaste schijf biedt gebruikers geen mogelijkheden om gegevens te extraheren, mappen en schijf- of netwerkshares te maken, of informatie rechtstreeks via FTP op te halen van een clientapparaat. De vaste schijf kan gebufferde gebruikersgegevens voor complex scan-, afdruk-, kopieer- en faxtaken bevatten en gegevens van formulieren en lettertypen.
Er zijn verschillende situaties waarin het verstandig is om de inhoud te verwijderen uit de opslagapparaten die zijn geïnstalleerd in de printer. Dit geldt onder andere in de volgende gevallen:
•De printer wordt uit gebruik genomen
- De vaste schijf van de printer wordt vervangen
- De printer wordt verplaatst naar een andere afdeling of een ander kantoor
- Er moet onderhoud aan de printer worden uitgevoerd door iemand buiten uw organisatie
- De printer moet voor onderhoud worden vervoerd naar een locatie buiten uw bedrijf
- De printer wordt verkocht aan een ander bedrijf
Een vaste schijf wordt weggegooid
Opmerking: niet alle printers beschikken over een vaste schijf.
In omgevingen waar wordt gewerkt met zeer gevoelige informatie moet mogelijk extra maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat vertrouwelijke gegevens op de vaste schijf van de printer niet toegankelijk zijn nadat de printer of de vaste schijf van de printer zijn verwijderd van de betreffende bedrijfslocatie. Hoewel de meeste gegevens doorgaans elektronisch kunnen worden gewist, is het wellicht verstandig een of meer van de volgende handelingen uit te voeren voor u een printer of vaste schijf wegdoet:
- Demagnetiseren: hiermee wordt de vaste schijf blootgesteld aan een magnetisch veld waardoor de opgeslagen gegevens worden gewist
- Pletten: de vaste schijf fysiek samenpersen waardoor de onderdelen breken en onleesbaar worden
- Verbrijzelen: de vaste schijf fysiek opdelen in kleine metalen stukjes
Opmerking: de meeste gegevens kunnen doorgaans elektronisch worden gewist, maar de enige manier waarop u zeker weet dat alle gegevens volledig worden gewist, is het fysiek vernietigen van elk geheugenapparaat waarop mogelijk gegevens zijn opgeslagen.
Vluchtig geheugen wissen
Er is een voedingsbron nodig om informatie te bewaren in het vluchtige geheugen (RAM-geheugen) van de printer. Schakel het apparaat uit om de gebufferde gegevens te wissen.
Niet-vluchtig geheugen wissen
- Individuele instellingen, apparaat- en netwerkinstellingen, beveiligingsinstellingen en geïntegreerde oplossingen: kies Alle instellingen wissen in het menu Configuratie om alle gegevens en instellingen te verwijderen.
- Faxgegevens: kies Alle instellingen wissen in het menu Configuratie om alle faxinstellingen en -gegevens te verwijderen.
1 Schakel de printer uit.
2 Houd 6 ^MNC ingedrukt terwijl u de printer inschakelt. Laat de knoppen pas los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven. Zodra de printer volledig is ingeschakeld, moet op het aanraakscherm een lijst met functies worden weergegeven in plaats van standaardpictogrammen van het startscherm.
3 Raak Alle instellingen wissen aan.
Tijdens dit proces wordt de printer meerdere malen opnieuw opgestart.
Opmerking: Met Alle instellingen wissen worden apparaatinstellingen, oplossingen, taken, faxen en wachtwoorden op de printer op een veilige manier verwijderd.
4 Raak Terug > Menu Configuratie afsluiten aan.
De printer wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld en keert terug naar de normale bedrijfsmodus.
Geheugen op de vaste schijf wissen
Opmerking: Mogelijk is er geen vaste schijf geïnstalleerd in de printer.
Als u Schijf wissen instelt in de printermenu's, kunt u resterende vertrouwelijke informatie die achterblijft na het scannen, afdrukken, kopieren en faxen verwijderen door veilig bestanden te overschrijven die zijn gemarkeerd voor verwijderen.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Schakel de printer uit.
2 Houd ingedrukt terwijl u de printer inschakelt. Laat de knoppen pas los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven. Zodra de printer volledig is ingeschakeld, moet op het aanraakscherm een lijst met functies worden weergegeven in plaats van standaardpictogrammen van het startscherm.
3 Raak Schijf wissen en een van de volgende opties aan:
- Schijf wissen (snel): hiermee kunt u de schijf in een keer overschrijven met alleen maar nullen.
- Schijf wissen (veilig): hiermee kunt u de vaste schijf meerdere keren overschrijven met willekeurige bitpatronen gevolgd door een verificatiebewerking. Een veilige overschrijfbewerking is in overeenstemming met de DoD 5220.22-M-standaard voor het veilig verwijderen van gegevens van een vaste schijf. Zeer vertrouwelijke informatie kan het beste alleen met deze methode worden gewist.
4 Raak Ja aan om door te gaan met het wissen van de schijf. Er wordt een statusbalk weergegeven met de voortgang van de wisbewerking op de vaste schijf.
Opmerking: Schijf wissen kan van enkele minuten tot meer dan een uur duren. De printer kan gedurende deze bewerking niet worden gebruikt voor andere taken van gebruikers.
5 Raak Terug > Menu Configuratie afsluiten aan.
De printer wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld en keert terug naar de normale bedrijfsmodus.
Codering vaste schijf van printer instellen
Opmerking: Mogelijk is er geen vaste schijf geïnstalleerd in de printer.
Codering van de vaste schijf voorkomt het verlies van gevoelige gegevens als uw printer of de vaste schijf wordt gestolen.
Embedded Web Server gebruiken
1 Klik in de Embedded Web Server op Instellingen > Beveiliging > Schijfcodering.
Opmerking: Schijfcodering wordt alleen weergegeven in het menu Beveiliging als een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.
2 Selecteer Inschakelen in het menu Schijfcodering.
Opmerkingen:
- Als u schijfcodering inschakelt, wordt de inhoud van de vaste schijf van de printer verwijderd.
- Schijfcodering kan van enkele minuten tot meer dan een uur duren. De printer kan gedurende deze bewerking niet worden gebruikt voor andere taken van gebruikers.
Het geheugen vastzetten voordat u de printer verplaatst
3 Klik op Verzenden.
Bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Schakel de printer uit.
2 Houd en 6 MRD ingedrukt terwijl u de printer inschakelt. Laat de knoppen pas los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven. Zodra de printer volledig is ingeschakeld, moet op het aanraakscherm een lijst met functies worden weergegeven in plaats van standaardpictogrammen van het startscherm, zoals Kopiëren of Faxen.
3 Raak Schijfcodering > Inschakelen aan.
Opmerking: als u schijfcodering inschakelt, wordt de inhoud van de vaste schijf van de printer verwijderd.
4 Raak Ja aan om door te gaan met het wissen van de schijf.
Er wordt een statusbalk weergegeven met de voortgang van de wisbewerking op de vaste schijf. Nadat de schijf is gecodeerd, schakelt de printer over naar het scherm Inschakelen/uitschakelen.
Opmerkingen:
- Zet de printer niet uit tijdens het coderingsproces. Hierdoor kunnen gegevens verloren gaan.
- Schijfcodering kan van enkele minuten tot meer dan een uur duren. De printer kan gedurende deze bewerking niet worden gebruikt voor andere taken van gebruikers.
5 Raak Terug en Menu Configuratie afsluiten aan.
De printer wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld en keert terug naar de normale bedrijfsmodus.
Printer onderhouden
Bepaalde taken moeten regelmatig worden uitgevoerd om een optimale afdrukkwaliteit te behouden.
De buitenkant van de printer reinigen
1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact is getrokken.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.
2 Verwijder het papier uit de standaarduitvoerlade.
3 Maak een schone, stofvrije doek vochtig met water.
Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen schoonmaak- of wasmiddelen. Hiermee kunt u de afwerking van de printer beschadigen.
4 Veeg alleen de buitenkant van de printer schoon, inclusief de standaarduitvoerlade.
Let op—Kans op beschadiging: Als u de binnenkant van de printer reinigt met een vochtige doek, kunt u de printer beschadigen.
5 Controleer of de papiersteun en standaarduitvoerlade droog zijn voor u een nieuwe afdruktaak start.
Glasplaat reinigen
Reinig de glasplaat als er problemen zijn met de afdrukkwaliteit, bijvoorbeeld als er strepen worden weergegeven op gekopieerde of gescande afbeeldingen.
1 Maak een zachte, pluisvrije doek of een papieren doekje vochtig met water.
| 1 Witte onderzijde van de ADI-klep |
| 2 Witte onderzijde van de scannerklep |
| 3 Glasplaat |
| 4 ADI-glasplaat |
3 Veeg de aangegeven gedeelten schoon en laat ze drogen.
4 Open de onderste ADF-klep.

5 Veeg de glasplaat van de ADF onder de ADF-klep schoon.
6 Sluit de onderste ADF-klep.
7 Sluit de scannerklep.
ADI-onderdelen reinigen
Reinig de ADI-onderdelen regelmatig voor optimale afdrukprestaties. Resten op ADI-onderdelen kunnen problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken en verkeerde 280–299 papier vast berichten.
1 Schakel de printer uit.
2 Maak een zachte, pluisvrije doek enigszins vochtig met water.
3 Open de klep van de ADI.

4 Verwijder het grijprolmechanisme.

5 Veeg het oppervlak van beide grijprollen af.
6 Vervang het grijprolmechanisme.

7 Veeg het volledige oppervlak onder de ADF-klep schoon.
8 Sluit de ADI-klep.

De lenzen van de printerkop reinigen
Reinig de lenzen van de printerkop als u problemen met de afdrukkwaliteit ondervindt.
1 Open de voorklep.

2 Verwijder alle cartridges uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak het glanzende gedeelte van de fotoconductortrommel niet aan. Als u dit wel doet, beschadigt u wellicht de fotoconductor.

3 Zoek de vier lenzen van de printerkop.

4 Reinig de lenzen met een busje perslucht.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de lenzen van de printerkop niet aan.
5 Plaats de inktcartridges terug in de printer.
Printer onderhouden
6 Sluit de voorklep.

Bewaar supplies in een koele, schone ruimte. Supplies moeten altijd rechtop in de originele verpakking worden bewaard tot het moment waarop ze worden gebruikt.
Stel de printersupplies niet bloot aan:
•direct zonlicht;
•temperaturen boven 35 °C;
•hoge vochtigheidsgraad (boven 80%);
•zilte lucht;
•corroderende gassen;
•grote hoeveelheden stof.
De status van supplies controleren
Er verschijnt een bericht op het display als er een vervangende supply nodig is of als er onderhoud moet worden gepleegd.
De status van supplies controleren op het bedieningspaneel van de printer
Raak in het startscherm Status/Supplies > Supplies weergeven aan.
De status van supplies controleren vanaf een netwerkcomputer
Opmerking: De computer moet met hetzelfde netwerk zijn verbonden als de printer.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Apparaatstatus.
De pagina Apparaatstatus wordt weergegeven waarop een overzicht van de supplyniveaus wordt weergegeven.
Printer onderhouden
Supplies bestellen
In de V.S. belt u voor het bestellen van supplies +1-800-539-6275 voor informatie over erkende dealers van Lexmark supplies in uw omgeving. In andere landen of regio's kunt u terecht op de website van Lexmark op www.lexmark.com of neemt u contact op met de winkel waar u de printer hebt gekocht.
Opmerkingen:
- De tonermeter geeft een benadering van de hoeveelheid toner die over is in uw cartridge.
- De geschatte resterende levensduur van de printersupplies is gebaseerd op afdrukken op normaal papier van A4- of Letter-formaat.
Tonercartridge bestellen
Als het bericht 88 Cartridge [kleur] bijna leeg of 88 Cartridge [kleur] vrijwel leeg wordt weergegeven, moet u een nieuwe cartridge bestellen.
Het geschatte rendement is gebaseerd op de ISO/IEC 19798-norm. Extreem lage afdrukdekking (minder dan 1,25%) gedurende langere periode kan een negatieve invloed hebben op het werkelijke rendement van die kleur en kan ervoor zorgen dat cartridgeonderdelen eerder kapot gaan dan dat de toner leeg raakt.
Aanbevolen cartridges en bijbehorende artikelnummers
| Onderdeel | Cartridge in Lexmark Retourneerprogramma | Normale cartridge |
| Cyaan tonercartridge | C792A1CG | C792A2CG |
| Cyaan tonercartridge met extra hoog rendement | C792X1CG | C792X2CG |
| Magenta tonercartridge | C792A1MG | C792A2MG |
| Magenta tonercartridge met extra hoog rendement | C792X1MG | C792X2MG |
| Gele tonercartridge | C792A1YG | C792A2YG |
| Gele tonercartridge met extra hoog rendement | C792X1YG | C792X2YG |
| Zwarte tonercartridge | C792A1KG | C792A2KG |
| Zwarte tonercartridge met extra hoog rendement | C792X1KG | C792X2KG |
Een verhittingsstation of een overdrachtsmodule bestellen
Wanneer 80 Verhittingsstation bijna versleten of 83 Overdrachtsmodule bijna versleten wordt weergegeven, moet u een nieuw verhittingsstation of een nieuwe overdrachtsmodule bestellen.
Als 80 Vervang verhittingsstation of 83 Vervang overdrachtsmodule wordt weergegeven, moet u het nieuwe verhittingsstation of de nieuwe overdrachtsmodule installeren. Raadpleeg de documentatie bij het onderdeel voor informatie over de installatie.
| Onderdeel Artikelnummer | |
| Verhittingsstation 40 | X7102 (100 volt) |
| 40X7100 (115 volt) | |
| 40X7101 (230 volt) | |
| Overdrachtsmodule | 40X7103 |
Toneroverloopfles bestellen
Bestel een nieuwe toneroverloopfles als 82 Toneroverloopfles is bijna vol wordt weergegeven.
Vervang de toneroverloopfles als 82 Vervang toneroverloopfles wordt weergegeven.
Opmerking: Hergebruik van een toneroverloopfles wordt afgeraden.
| Onderdeel Artikelnummer |
| Toneroverloopfles C792X77G |
Nietjeshouders bestellen
Als Nietjes bijna op of Nietjes op wordt weergegeven, moet u de aangegeven nietcassette bestellen.
Raadpleeg de illustraties aan de binnenzijde van de klep voor het nietapparaat voor meer informatie.
| Artikelnaam Artikelnummer | |
| Nietcassettes - verpakking met 3 stuks(Een pakket bevat 5.000 nietjes, dus een verpakking met 3 stuks bevat 15.000 nietjes.) | 25A0013 |
ADI-kit bestellen
Bestel een ADI-kit als u problemen ondervindt met papier dat met meerdere vellen tegelijk of niet wordt ingevoerd via de ADI.
| Onderdeel Artikelnummer |
| ADI-kit 40X7220 |
Een reinigingskit bestellen
Gebruik de natte en droge schoonmaakdoekjes uit de reinigingskit om het aanraakscherm te reinigen.
| Onderdeel Artikelnummer | |
| Reinigingskit (natte en droge schoonmaakdoekjes) | 40X0392 |
Supplies vervangen
Cartridge vervangen
1 Open de voorklep.

2 Zet de groene hendel omhoog en trek aan de cartridge. Pak de bovenste handgreep vast en trek de cartridge omhoog en uit het apparaat.

3 Plaats de oude cartridge in de doos van de nieuwe cartridge en plaats het retouretiket op de doos zodat deze kan worden verzonden.

4 Verwijder de verpakking van de nieuwe cartridge.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.

5 Schud de nieuwe cartridge naar voren en naar achteren en heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.

6 Verwijder de rode verpakkingsstrip van de nieuwe cartridge.

7 Plaats de nieuwe cartridge in de printer en zet de groene hendel terug in de juiste positie.
Opmerking: zorg ervoor dat de cartridge volledig naar binnen is geduwd.

8 Sluit de voorklep.

Toneroverloopfles vervangen
Vervang de toneroverloopfles als 82.xx Vervang toneroverloopfles wordt weergegeven. De printer hervat het afdrukken pas nadat de toneroverloopfles is vervangen.
1 Haal de nieuwe toneroverloopfles uit de verzenddoos en verwijder de verpakking.

2 Open de voorklep van de printer en vervolgens lade 1.
3 Trek de groene lipjes opzij, pak de lipjes vast en trek met beide handen om de overloopfles te verwijderen.

4 Plaats de toneroverloopfles in de zak voor recycling.
5 Plaats de zak in de verzenddoos waaruit u het vervangende onderdeel hebt gehaald.

6 Trek het etiket voor recycling los en plak het op de verzenddoos.

7 Plaats de nieuwe toneroverloopfles in de printer.

8 Sluit lade 1 en de voorklep van de printer.
De printer verplaatsen
Voordat u de printer verplaatst

LET OP—KANS OP LETSEL: De printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden opgetild.

LET OP—KANS OP LETSEL: neem de volgende richtlijnen door voor u de printer verplaatst om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:
- Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
- Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
- Til de printer van de optionele lade en zet de printer opzij, in plaats van de printer en lade tegelijk te verplaatsen.
Opmerking: gebruik de handgrepen aan de zijkanten om de printer van de optionele lade te tillen.
Let op—Kans op beschadiging: schade aan de printer door onjuist transport valt niet onder de garantie.
De printer verplaatsen naar een andere locatie
U kunt de printer en de opties probleemloos verplaatsen als u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt:
- Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om de gehele onderzijde van de printer te ondersteunen. Als de opties worden verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om alle opties te ondersteunen.
•Houd de printer rechtop.
•Vermijd schokken.
De printer vervoeren
Als u de printer wilt vervoeren, dient u de originele verpakking te gebruiken of te bellen met de winkel waar u de printer hebt gekocht voor de benodigde verpakkingsmaterialen.
Beheerdersondersteuning
Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven
In dit hoofdstuk worden algemene ondersteunende beheertaken beschreven die worden uitgevoerd met de Embedded Web Server. Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op http://support.lexmark.com voor informatie over geavanceerde systeemondersteuningstaken.
Embedded Web Server gebruiken
Als de printer op een netwerk is geïnstalleerd, is de Embedded Web Server beschikbaar voor een aantal verschillende functies, waaronder:
- Een virtuele display van het bedieningspaneel van de printer weergeven
- De status van de printersupplies controleren
- Printerinstellingen configureren
•De netwerkinstellingen configureren
•Rapporten weergeven
U kunt als volgt de Embedded Web Server voor uw printer openen:
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Opmerkingen:
- Als u het IP-adres van uw printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het gedeelte TCP/IP.
- Als u een proxyserver gebruikt, moet u deze tijdelijk uitschakelen zodat de Embedded Web Server correct kan worden geladen.
2 Druk op Enter.
De virtuele display controleren
1 Open een Embedded Web Server die wordt gebruikt met uw printer.
Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Controleer of de virtuele display wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van het scherm.
De virtuele display werkt net zoals een echt display op het bedieningspaneel van de printer en geeft printerberichten weer.
De status van de printer controleren
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Apparaatstatus.
De apparaatstatus geeft het volgende weer:
•Instellingen van de papierlade
•Hoeveelheid toner in de cartridge
•Resterende levensduur van de onderhoudskit
- Capaciteit van bepaalde printeronderdelen
E-mailmeldingen instellen
U kunt instellen dat de printer een e-mailmelding verzendt wanneer supplies op raken of wanneer het papier moet worden vervangen of toegevoegd, of wanneer er papier is vastgelopen.
1 Typ het IP-adres van uw printer in de adresbalk van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen.
3 Klik bij Overige instellingen op Instellingen e-mailmeldingen.
4 Selecteer de gewenste items en voer het e-mailadres in.
5 Klik op Verzenden.
Opmerking: Neem contact op met uw systeembeheerder voor meer informatie over het instellen van de e-mailserver.
Rapporten bekijken
U kunt een aantal rapporten bekijken vanuit de Embedded Web Server. Deze rapporten zijn handig voor het bepalen van de status van de printer, het netwerk en de supplies.
U kunt als volgt de rapporten van een netwerkprinter bekijken:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
Beheerdersondersteuning
2 Klik op Rapporten en klik vervolgens op het type rapport dat u wilt bekijken.
Standaardfabrieksinstellingen herstellen
Als u een lijst van de huidige menu-instellingen wilt behouden voor naslagdoeleinden, druk dan een pagina met menu-instellingen af voordat u de fabrieksinstellingen herstelt.
Let op—Kans op beschadiging: als de standaardinstellingen worden hersteld, worden de meeste printerinstellingen teruggezet naar de oorspronkelijke waarden zoals deze in de fabriek zijn ingesteld. Uitzonderingen zijn: de weergavetaal, de aangepaste formaten en berichten en de instellingen voor de menu's Netwerk/Poort. Alle downloads in het RAM worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd.
Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Fabrieksinstellingen > Nu herstellen > Verzenden
Papierstoringen verhelpen
Als u zorgvuldig papier selecteert en correct plaatst, kunt u de meeste papierstoringen voorkomen. Als er toch papier vastloopt, voert u de stappen uit die in dit gedeelte worden beschreven.
Als u een papierstoring wilt verhelpen en wilt verdergaan met afdrukken, maakt u de papierbaan vrij en raakt u Doorgaan, storing verholpen. Als de functie voor herstel na storing is ingesteld op Aan, wordt er een nieuw exemplaar van de vastgelopen pagina afgedrukt. Als de functie voor herstel na storing is ingesteld op Auto, wordt er een nieuw exemplaar van de vastgelopen pagina afgedrukt als er voldoende printergeheugen beschikbaar is.
Papierstoringen voorkomen
Aanbevelingen voor papierladen
•Zorg ervoor dat het papier vlak in de lade is geplaatst.
- Verwijder geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken.
- Plaats geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken. Plaats afdrukmateriaal voordat u gaat afdrukken of wacht tot u wordt gevraagd afdrukmateriaal te plaatsen.
- Plaats niet te veel papier in de printer. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de aangegeven maximale stapelhoogte.
- Zorg ervoor dat de geleiders in de papierlade of de universeellader op de juiste wijze zijn ingesteld en niet te strak tegen het papier of de enveloppen zijn geplaatst.
- Duw alle laden stevig in de printer nadat u het papier hebt geplaatst.
Aanbevelingen voor papier
- Gebruik uitsluitend aanbevolen papier of speciaal afdrukmateriaal.
- Plaats nooit gekreukt, gevouwen, vochtig, gebogen of kromgetrokken papier.
- Buig het papier en maak er een rechte stapel van voordat u het in de printer plaatst.

- Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
- Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron.
- Controleer of alle papierformaten en papiersoorten op de juiste wijze zijn ingesteld in de menu's op het bedieningspaneel van de printer.
- Bewaar het papier volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
Informatie over storingsnummers en -locaties
Als er een storing optreedt, wordt op de display een bericht weergegeven waarin de locatie van de storing wordt vermeld. Open alle kleppen en verwijder de laden zodat u bij de locaties kunt waar het papier is vastgelopen. U kunt de papierstoring alleen oplossen door al het vastgelopen papier in de papierbaan te verwijderen.

| Gebied Storingsnummer Oplossing | ||
| 1 200–239 Open de zijklep en verwijder het vastgelopen papier. | ||
| 2 | 24x | Open de zijklep van de opgegeven lade en verwijder het vastgelopen papier. |
| 3 | 250 | Verwijder al het papier uit de universeellader en verwijder het vastgelopen papier. |
| 4 | 280–289 | Verwijder al het papier uit de ADI en verwijder vervolgens het vastgelopen papier. |
| 290–292 Sluit de ADI-klep. | ||
| 5 400–403460–461 | Open de klep van de papiertransporteenheid en verwijder het vastgelopen papier. | |
| 6 | 431–438 | Druk op de knop om de finisher naar rechts te schuiven, open de klep van de finisher en verwijder het vastgelopen papier. |
| 7 | 455 | Open de klep van de nietjeshouder, verwijder de nietcassette en verwijder de vastzittende nietjes. |
200 Vastgelopen papier
1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Pak het vastgelopen papier stevig vast en trek het voorzichtig uit de printer.

Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Sluit de zijklep van de printer.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Bepaal waar het papier is vastgelopen en verwijder vervolgens het vastgelopen papier:
a Als het papier zich in het verhittingsstation bevindt, moet u de toegangsklep van het verhittingsstation openen.

b Pak het vastgelopen papier stevig vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak het midden van het verhittingsstation niet aan. Als u dit wel doet, beschadigt u het verhittingsstation.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Sluit de zijklep van de printer.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
Als u het papier kunt zien in de standaarduitvoerlade, pakt u vastgelopen papier stevig vast aan beide zijden en trekt u het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.

1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Als u het papier kunt zien in het verhittingsstation, moet u de toegangsklep van het verhittingsstation openen.

3 Pak het vastgelopen papier stevig vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak het midden van het verhittingsstation niet aan. Als u dit wel doet, beschadigt u het verhittingsstation.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
4 Sluit de zijklep.
Papier vast onder de fuser
1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Als u het papier kunt zien onder de fuser, pakt u vastgelopen papier stevig vast aan beide zijden en trekt u het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Sluit de ziiklep van de printer.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Verschuif de klem om de duplexklep te openen.

3 Pak het vastgelopen papier vast en trek het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukies zijn verwijderd.

4 Sluit de klep van de duplexeenheid.
5 Sluit de zijklep van de printer.
6 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
231-239 Vastgelopen papier
1 Open de zijklep van de printer.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Laat een oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt om letsel te voorkomen.
2 Verschuif de klem om de duplexklep te openen.

3 Pak het vastgelopen papier vast en trek het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.

4 Sluit de klep van de duplexeenheid.
5 Sluit de zijklep van de printer.
6 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
24x papier vast
Papier vast in lade 1
1 Open de zijklep.
2 Pak het vastgelopen papier vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.
3 Sluit de zijklep.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
Papier is vastgelopen in optionele laden
1 Open de zijklep van de aangegeven optionele lade.
2 Pak het vastgelopen papier vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.

4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
250 Vastgelopen papier
1 Duw op het papiertransportlipje en verwijder al het papier uit de universeellader.

Let op—Kans op beschadiging: Als u het papier verwijdert zonder eerst op het papiertransportlipje te drukken, kan het papiertransportlipje breken.
2 Pak het vastgelopen papier vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.

Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Plaats het papier terug in de universeellader en schuif de papiergeleiders tegen het papier.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
280–289 Vastgelopen papier
1 Verwijder alle originele documenten uit de ADI.
2 Open de klep van de ADI.

3 Pak het vastgelopen papier vast aan beide zijden en trek het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
4 Sluit de ADI-klep.

5 Plaats alle originele documenten terug in de ADI, zet de stapel recht en pas de papiergeleider aan.
6 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
290-292 vastgelopen papier
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Sluit de ADI-klep.
- Sluit de scannerklep.
- Neem contact op met de afdeling voor systeemondersteuning.
400–403 en 460–461 papier vastgelopen
1 Open de klep van de papiertransporteenheid.

2 Pak het vastgelopen papier stevig vast en trek het voorzichtig uit de printer.
Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Sluit de klep van de papiertransporteenheid.
4 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
431–438 vastgelopen
1 Druk de finisherknop in om de uitvoerfinisher naar rechts te schuiven.

2 Open de klep van de afwerkeenheid en verwijder het vastgelopen papier.

Opmerking: Zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
3 Sluit de klep van de finisher.
4 Schuif de finisher terug tot deze vastklikt.
5 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
455 nietjes vast
1 Open de klep van de nietjeshouder door op de ontgrendelingshendel te drukken.
Opmerking: De klep van de nietjeshouder bevindt zich achter de finisher.

2 Druk de ontgrendelingshendel van de nietjeshouder naar beneden en trek de nietjeshouder uit de printer.

3 Til de nietbeschemer aan het metalen nokje omhoog en verwijder alle vastgelopen of losse nietjes.

Papierstoringen verhelpen
4 Sluit de nietbeschermer.

5 Druk de nietbeschermer omlaag tot deze vastklikt.
6 Druk de nietjeshouder stevig in het nietapparaat tot de houder vastklikt.

7 Sluit de klep van het nietapparaat.
8 Raak Doorgaan, storing verholpen aan op het bedieningspaneel van de printer.
Problemen oplossen
Eenvoudige printerproblemen oplossen
Als er algemene printerproblemen zijn of als de printer niet reageert, controleert u het volgende:
- Het netsnoer is goed aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
- het stopcontact niet is uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker;
- De printer niet is aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
- Andere elektrische apparatuur die op het stopcontact is aangesloten, werkt.
- De printer is ingeschakeld. Controleer de aan/uit-schakelaar.
- de printerkabel goed is aangesloten op de printer en op de hostcomputer, en op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.
- Alle opties zijn correct geïnstalleerd.
- De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn correct.
Zodra u dit alles hebt gecontroleerd, zet u de printer uit. Wacht minimaal 10 seconden en zet de printer vervolgens weer aan. In veel gevallen is het probleem dan verdwenen.
Printerberichten
Kleur aanpassen
Wacht tot het proces is voltooid.
Er is een fout opgetreden met het USB-station Verwijder het station en plaats het opnieuw.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Verwijder het flashstation en plaats het vervolgens weer terug.
- Als het foutbericht niet verdwijnt, is het flashgeheugen mogelijk beschadigd en moet het worden vervangen.
Wijzig [papierbron] in [Aangepaste soort]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Wijzig [papierbron] in [naam aangepaste soort] plaatsen [afdrukstand]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks] plaatsen [afdrukstand]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort] plaatsen [afdrukstand]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Huidige [papierbron] gebruiken aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade wilt gebruiken.
- Plaats het juiste papierformaat en de juiste papiersoort in de lade, controleer de instellingen voor het papierformaat en de papiersoort in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer en raak vervolgens Papier gewijzigd, Doorgaan aan.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Sluit de klep van de papiertransport
Sluit de klep van de papiertransporteenheid.
Sluit de zijklep links
Sluit de zijklep aan de linkerkant van de printer.
Sluit klep van [lade]
Sluit de klep van de aangegeven lade.
Sluit zijklep van finisher
Sluit de zijklep van de finisher.
Sluit bovenklep van finisher
Sluit de bovenklep van de finisher.
Sluit voorklep
Sluit de voorklep van de printer.
Sluit bovenste toegangsklep
Sluit de klep of het paneel dat wordt aangegeven.
Schijf corrupt
De printer heeft geprobeerd om een beschadigde vaste schijf te herstellen, maar de vaste schijf kan niet worden gerepareerd. De vaste schijf moet opnieuw worden geformatteerd.
Raak Schijf formatteren aan om de vaste schijf van de printer opnieuw te formatteren en het bericht te wissen.
Opmerking: als u de vaste schijf van de printer formatteert, worden alle bestanden van de schijf verwijderd.
Schijf bijna vol. Veilig schijfruimte vrijmaken.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens van de vaste schijf van de printer.
- Installeer een vaste schijf met een grotere capaciteit.
Schijfprobleem
De vaste schijf van de printer moet opnieuw worden geformatteerd.
Raak Schijf formatteren aan om de vaste schijf van de printer opnieuw te formatteren en het bericht te wissen.
Opmerking: als u de vaste schijf van de printer formatteert, worden alle bestanden van de schijf verwijderd.
Leeg perforatiebak
1 U moet de perforatiebak legen.
Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het legen van de perforatiebak.
2 Plaats de perforatiebak terug in de finisher en raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Fout lezen USB-station. Verwijder USB.
Er is een niet-ondersteund USB-apparaat geplaatst. Verwijder het USB-apparaat en installeer daarna een ondersteund apparaat.
Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder.
De faxpartitie lijkt beschadigd te zijn. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder.
De printer bevindt zich in de faxservermodus, maar de instellingen van de faxserver zijn niet voltooid.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de faxserverinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Naam faxstation is niet ingesteld
De naam van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Nummer faxstation is niet ingesteld
Het nummer van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Plaats uitvoerlade [x]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
-Plaats de aangegeven lade:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Plaats de aangegeven lade.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
•Annuleer de afdruktaak.
Plaats invoerlade [x]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
-Plaats de aangegeven lade:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Plaats de aangegeven lade.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
•Annuleer de afdruktaak.
Plaats perforatiebak
Plaats de perforatiebak in de finisher en raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Plaats invoerlade [x]
Plaats de aangegeven in de printer.
Plaats nietcassette
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
-Plaats een nietcassette.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en af te drukken zonder de nietjesfinisher te gebruiken.
Plaats enveloppenlader
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
-Plaats de enveloppenlader:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Plaats de enveloppenlader.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul [bron] met [naam aangepaste soort]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het aangegeven papier in de lade of invoer.
- Raak Papier geplaatst, doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardpapierbron.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul [bron] met [aangepaste tekenreeks]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het aangegeven papier in de lade of invoer.
- Raak Papier geplaatst, doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardpapierbron.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul [bron] met [formaat]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het aangegeven papier in de lade of invoer.
- Raak Papier geplaatst, doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit de standaardpapierbron gebruikt.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul [bron] met [soort] [formaat]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het aangegeven papier in de lade of invoer.
- Raak Papier geplaatst, doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit de standaardpapierbron gebruikt.
•Annuleer de afdruktaak.
Handinvoer vullen met [naam aangepaste soort]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de handmatige invoer met de opgegeven papiersoort.
- Raak Vragen bij elke pagina, papier is geplaatst of Niet vragen, papier is geplaatst aan om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.
- Raak Automatisch papier selecteren aan om het papier in de lade te gebruiken.
•Annuleer de afdruktaak.
Handinvoer vullen met [aangepaste tekenreeks]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de handmatige invoer met de opgegeven papiersoort.
- Raak Vragen bij elke pagina, papier is geplaatst of Niet vragen, papier is geplaatst aan om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.
- Raak Automatisch papier selecteren aan om het papier in de lade te gebruiken.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul handmatige invoer met [papierformaat]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de handmatige invoer met de opgegeven papiersoort.
- Raak Vragen bij elke pagina, papier is geplaatst of Niet vragen, papier is geplaatst aan om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.
- Raak Automatisch papier selecteren aan om het papier in de lade te gebruiken.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul handmatige invoer met [papiersoort] [papierformaat]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de handmatige invoer met de opgegeven papiersoort.
- Raak Vragen bij elke pagina, papier is geplaatst of Niet vragen, papier is geplaatst aan om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.
- Raak Automatisch papier selecteren aan om het papier in de lade te gebruiken.
•Annuleer de afdruktaak.
Vul nietjes bij
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vervang de opgegeven nietjeshouder in de finisher.
- Raak Doorgaan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Opmerking: De afdruktaak wordt geniet als de nietjeshouder is vervangen of geplaatst.
- Raak Taak annuleren aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken
Er is onvoldoende geheugen om de faxtaak af te drukken.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen zonder af te drukken. Nadat de printer opnieuw is opgestart, zal worden geprobeerd faxen in de wachtrij af te drukken.
Plaats lade [x] terug
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Schakel de printer uit en weer in.
-Plaats de aangegeven lade terug:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven lade.
4 Plaats de lade terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Zet de printer weer aan.
•Verwijder de aangegeven lade:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven lade.
4 Neem contact op met de klantenondersteuning.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en af te drukken zonder de aangegeven lade te gebruiken.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Schakel de printer uit en weer in.
-Plaats de aangegeven laden terug:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven laden.
4 Plaats de laden terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Zet de printer weer aan.
•Verwijder de aangegeven laden:
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven laden.
4 Neem contact op met de klantenondersteuning.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en af te drukken zonder de aangegeven laden te gebruiken.
Verwijder verpakkingsmateriaal, controleer [naam gebied]
Verwijder al het resterende verpakkingsmateriaal uit de aangegeven locatie.
Verwijder papier uit standaarduitvoerlade
Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.
Verwijder papier uit lade [x]
Verwijder het papier uit de aangegeven lade. De printer stelt automatisch dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken.
Raak Doorgaan aan als het bericht niet wordt gewist nadat u het papier hebt verwijderd.
Verwijder papier uit alle uitvoerladen
De capaciteitslimiet van de uitvoerladen is bereikt. Verwijder papier uit alle uitvoerladen om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Verwijder papier uit [gekoppelde ladensetnaam]
Verwijder het papier uit de aangegeven lade. De printer stelt automatisch vast dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken.
Raak Doorgaan aan als het bericht niet wordt gewist nadat u het papier hebt verwijderd.
Wachttaken herstellen?
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Herstellen aan om alle taken in de wachtrij op de vaste schijf van de printer te herstellen.
- Raak Niet herstellen aan als u niet wilt dat afdruktaken worden hersteld.
Klep automatische invoer van scanner is open
Sluit de ADI-klep.
Schuif de finisher naar links
Schuif de finisher of mailbox naar links tot deze vastklikt.
Sommige taken in wacht zijn niet hersteld
Raak Doorgaan aan om de aangegeven taak te verwijderen.
Opmerking: Wachttaken die niet worden hersteld, blijven op de vaste schijf opgeslagen en zijn niet toegankelijk.
Supply nodig om de taak te voltooien
Er ontbreekt een supply die nodig is om de taak te voltooien. Raak Annuleren aan om het bericht te wissen.
Papierformaat in lade [x] niet ondersteund
Het papierformaat in de aangegeven laden wordt niet ondersteund. Vervang het papier door een ondersteund papierformaat.
Schijf wordt niet ondersteund
Er is een niet-ondersteunde schijf geplaatst. Verwijder de niet-ondersteunde schijf en installeer een schijf die wordt ondersteund.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
1 Verwijder de aangegeven cartridge uit de printer en installeer deze opnieuw.
Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het verwijderen van een cartridge.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
Opmerking: Als het bericht niet wordt gewist, moet u de defecte cartridge vervangen.
32.xx Artikelnummer cartridge [kleur] wordt niet ondersteund door apparaat
1 Verwijder de niet-ondersteunde cartridge en installeer een exemplaar dat wel wordt ondersteund.
Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het verwijderen van een cartridge.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
34 Onjuist papierformaat, open [bron]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het juiste papier of speciale afdrukmateriaal in de betreffende lade.
- Ga na of het wiel van lade 1 is ingesteld op het formaat van het papier in de lade. Controleer of dit het formaat is waarop u wilt afdrukken.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken met een andere lade.
- Controleer de lengte- en breedtegeleiders van de lade en of het papier op de juiste manier is geplaatst.
- Controleer of in het dialoogvenster Printereigenschappen of Druk af de juiste instellingen voor papierformaat en papiersoort zijn opgegeven.
- Controleer of het papierformaat correct is ingesteld. Als Formaat U-lader bijvoorbeeld is ingesteld op Universal, moet u ervoor te zorgen dat het papier lang genoeg is voor de gegevens die u wilt afdrukken.
•Annuleer de afdruktaak.
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om Bronnen opslaan uit te schakelen en door te gaan met afdrukken.
- Als u Bronnen opslaan wilt inschakelen nadat u dit bericht hebt ontvangen, dient u ervoor te zorgen dat de koppelingsbuffers zijn ingesteld op Auto. Sluit vervolgens de menu's af om de wijzigingen in de koppelingsbuffers te activeren. Schakel de optie Bronnen opslaan in als het bericht Gereed wordt weergegeven.
•Installeer extra geheugen.
37 Onvoldoende geheugen voor sorteren
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het opgeslagen gedeelte van de taak af te drukken en de rest van de afdruktaak te sorteren.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken.
- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het RAM-geheugen van de printer.
•Installeer extra printergeheugen.
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd
De printer heeft enkele wachttaken verwijderd om de huidige taken te kunnen verwerken.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld
De printer kon enkele of alle vertrouwelijke of in de wachtrij geplaatste taken op de vaste schijf niet herstellen.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
38 Geheugen vol
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
•Installeer extra printergeheugen.
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
•Installeer extra printergeheugen.
40 [kleur] onjuist gevuld, vervang cartridge
Vervang de aangegeven cartridge om door te gaan met afdrukken.
51 Flash beschadigd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Geladen lettertypen en macro's die niet eerder zijn opgeslagen in het flashgeheugen, worden verwijderd. - Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het flashgeheugen.
- Voer een upgrade uit naar een flashgeheugenkaart met een grotere capaciteit.
53 Flash niet geformatteerd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken.
- Formatteer het flashgeheugen. Als het foutbericht niet verdwijnt, is het flashgeheugen mogelijk beschadigd en moet het worden vervangen.
54 Netwerk [x] softwarefout
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om door te gaan met afdrukken.
- Schakel de printer uit en schakel de printer na 10 seconden weer in.
- Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer.
54 Fout in seriële poort, optie sleuf [x]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Controleer of u de juiste seriële kabel gebruikt voor de seriële poort en of de kabel goed is aangesloten.
- Controleer of de parameters voor de seriële interface (protocol, baud, pariteit en databits) correct zijn ingesteld op de printer en op de hostcomputer.
- Raak Doorgaan aan om door te gaan met afdrukken.
- Stel de printer opnieuw in door het apparaat uit en weer aan te zetten.
54 Softwarefout in standaardnetwerk
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
- Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen.
- Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer of afdrukserver.
55 Niet-ondersteunde optie in sleuf [x]
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de niet-ondersteunde optionele kaart uit de printersysteemkaart en vervang deze door een ondersteunde kaart.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
56 Parallelle poort [x] uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item Parallelbuffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 Seriële poort [x] uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de seriële poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item Seriële buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 Standaard USB-poort uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item Parallelbuffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 USB-poort [x] uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld
Er is iets veranderd in de printer waardoor de wachttaken niet meer geldig zijn. Mogelijke wijzigingen:
-
De firmware van de printer is bijgewerkt.
•Vereiste papierinvoeropties voor de taak zijn verwijderd. -
De afdruktaak is gemaakt met gegevens op een apparaat in de USB-poort en het apparaat is niet langer op die poort aangesloten.
- De vaste schijf van de printer bevat afdruktaken die zijn opgeslagen toen de schijf in een ander printermodel was geïnstalleerd.
Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen.
58 Te veel laden geplaatst
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra laden.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
58 Te veel schijven geïnstalleerd
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Verwijder de schijven die u niet kunt gebruiken.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
58 Te veel flashopties geïnstalleerd
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder het flashgeheugen dat u niet gebruikt.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
58 Te veel laden geplaatst
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra laden.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
58 Configuratiefout invoer
1 Schakel de printer uit.
2 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
3 Controleer of alle ladeconfiguraties correct zijn. Verwijder zo nodig de laden die u niet nodig hebt.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
59 Incompatibele uitvoerlade [x]
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Verwijder de aangegeven uitvoerlade.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de aangegeven uitvoerlade te gebruiken.
61 Verwijder defecte schijf
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Verwijder de defecte vaste schijf.
- Installeer een andere vaste schijf in de printer voordat u acties uitvoert waarvoor een vaste schijf is vereist.
62 Schijf vol
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met verwerken.
- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens van de vaste schijf van de printer.
- Installeer een vaste schijf met een grotere capaciteit.
80.xx Verhittingsstation bijna versleten
1 Bestel direct een nieuw verhittingsstation.
2 Wanneer de afdrukkwaliteit afneemt, installeert u het nieuwe verhittingsstation volgens de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
3 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
80.xx Verhittingsstation versleten
- Bestel direct een nieuw verhittingsstation. Wanneer de afdrukkwaliteit afneemt, installeert u het nieuwe verhittingsstation volgens de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
- Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
80.xx Vervang verhittingsstation
Vervang het verhittingsstation aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
80.xx Verhittingsstation ontbreekt
1 Vervang het verhittingsstation en volg hierbij de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
82.xx Vervang toneroverloopfles
1 Vervang de toneroverloopfles.
Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het vervangen van de toneroverloopfles.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
82.xx Toneroverloopfles ontbreekt
Plaats de toneroverloopfles terug in de printer.
82.xx Toneroverloopfles bijna vol
Bestel onmiddellijk een nieuwe toneroverloopfles.
1 Vervang de toneroverloopfles.
Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het installeren van de toneroverloopfles.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
83.xx Vervang overdrachtsmodule
Vervang de overdrachtsmodule volgens de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
83.xx Overdrachtsmodule versleten
1 Vervang de overdrachtsmodule volgens de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
83.xx Overdrachtsmodule ontbreekt
Plaats de overdrachtsmodule in de printer.
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel leeg
Bestel een vervangend exemplaar voor de aangegeven cartridge.
1 Verwijder de aangegeven cartridge.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.
2 Schud de cartridge meerdere keren stevig heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.
3 Plaats de cartridge terug en raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Opmerkingen:
- Herhaal deze procedure een paar keer tot de afdrukken vaag blijven. Wanneer de afdrukken vaag blijven, vervangt u de cartridge.
- Zorg ervoor dat u een nieuwe cartridge bij de hand hebt om de huidige cartridge te vervangen als de kwaliteit van de afdrukken niet meer aanvaardbaar is.
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel leeg
De aangegeven cartridge is bijna leeg.
1 Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het vervangen van een cartridge.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
88.xx [kleur] cartridge zo goed als leeg
De aangegeven cartridge is zo goed als leeg.
1 Raak op het bedieningspaneel Meer informatie aan voor informatie over het vervangen van een cartridge.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
840.01 Scanner uitgeschakeld door beheerder
Druk af zonder de scanner of neem contact op met de systeembeheerder.
840.02 Scanner uitgeschakeld. Neem contact op met de systeembeheerder als het probleem zich blijft voordoen.
De printer heeft een probleem met de scanner vastgesteld en heeft de scanner automatisch uitgeschakeld. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
1 Verwijder alle pagina's uit de ADI.
2 Schakel de printer uit.
3 Wacht 15 seconden en schakel de printer in.
Opmerking: Als het bericht niet verdwijnt wanneer u de printer uitschakelt en weer inschakelt, raakt u Doorgaan met scanner uitgeschakeld aan om terug te keren naar het startscherm en neemt u contact op met uw systeembeheerder.
4 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
5 Raak Kopiëren aan op het startscherm of voer het aantal kopieën in via het toetsenblok.
6 Pas de kopieerinstellingen zo nodig aan.
7 Raak Kopiëren aan.
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie
Dit bericht verdwijnt automatisch na 30 seconden. Vervolgens wordt de geladen emulator op de firmwarekaart uitgeschakeld.
U kunt dit verhelpen door de juiste emulatorversie te laden vanaf de website van Lexmark op www.lexmark.com.
Problemen met de printer oplossen
Meertalige PDF-bestanden worden niet afgedrukt
De PDF-bestanden bevatten mogelijk lettertypen die niet beschikbaar zijn.
1 Open het document dat u wilt afdrukken in Adobe Acrobat.
2 Klik op het printerpictogram > Geavanceerd > Afdrukken als afbeelding > OK > OK.
Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven
De zelftest van de printer is mislukt. Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.
Als Gereed niet worden weergegeven, zet u de printer uit en neemt u contact op met de klantenondersteuning.
Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven
Controleer of het flashstation wordt ondersteund.
Afdruktaken worden niet afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF ER GEEN PROBLEEM IS MET UW PRINTER.
Controleer de status in het bedieningspaneel van de printer. Volg indien nodig de herstelinstructies.
CONTROLEER OF DE PRINTER KLAAR IS OM AF TE DRUKKEN
Controleer of Gereed wordt weergegeven op de display voordat u een afdruktaak naar de printer stuurt.
CONTROLEER OF ER SUPPLIES ONTBREKEN OF AAN VERVANGING TOE ZIJN.
Zo ja, verwijder de supplies dan en vervang ze.
CONTROLEER OF DE STANDAARDUITVOERLADE VOL IS
Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.
CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS
Vul de lade met papier.
CONTROLEER OF DE JUISTE PRINTERSOFTWARE IS GEÏNSTALLEERD
- Controleer of u de juiste printersoftware gebruikt.
- Als de printer is aangesloten op uw computer via een USB-poort, controleert u of u werkt met een ondersteund besturingssysteem en compatibele printersoftware.
CONTROLEER OF DE INTERNE AFDRUKSERVER CORRECT WERKT
- Controleer of de interne afdrukserver juist is geïnstalleerd en of de printer is verbonden met het netwerk.
- Druk een pagina met netwerkinstellingen af en controleer of Verbonden wordt weergegeven als status. Als Niet verbonden als status wordt weergegeven, controleert u de netwerkkabels en probeert u opnieuw de netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Neem contact op met uw systeembeheerder om te controleren of het netwerk goed werkt.
De printersoftware is beschikbaar op de website van Lexmark, op http://support.lexmark.com.
GEBRUIK ALLEEN EEN VAN DE AANBEVOLEN USB- OF ETHERNET-KABELS OF SERIËLE KABELS.
Meer informatie vindt u op de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.
CONTROLEER OF DE PRINTERKABELS GOED ZIJN BEVESTIGD
Controleer of de kabelverbindingen met de printer en afdrukserver goed zijn bevestigd.
Raadpleeg de meegeleverde installatiedocumentatie van de printer voor meer informatie.
Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:
GEDEELTELIJKE TAAK, GEEN TAAK OF LEGE PAGINA WORDT AFGEDRUKT
De afdruktaak bevat mogelijk een formatteringsfout of ongeldige gegevens.
- Verwijder de afdruktaak en druk deze daarna opnieuw af.
- Voor PDF-documenten maakt u het PDF-bestand opnieuw en drukt u het daarna opnieuw af.
Als u vanaf internet afdrukt, kan het zijn dat de printer meerdere taaknamen als duplicaten leest en alle taken behalve de eerste verwijderd.
- Windows: open Eigenschappen Schakel in het dialoogvenster Afdruk- en wachttaken het selectievakje "Dubbele documenten bewaren" in onder het tekstvak Gebruikersnaam voordat u een PIN-nummer invoert.
- Macintosh: sla iedere afdruktaak op met een andere naam en verstuur vervolgens de afzonderlijke taken naar de printer.
CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.
Maak extra printergeheugen vrij door de lijst met wachttaken te doorlopen en enkele ervan te verwijderen.
Afdruktaak duurt langer dan verwacht
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK.
Beperk het aantal lettertypen en -grootten, het aantal afbeeldingen en de complexiteit ervan en het aantal pagina's in de afdruktaak.
SCHAKEL DE INSTELLING PAGINABEVEILIGING UIT
Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Afdrukherstel > Paginabeveiliging > Uit > √
WIJZIG DE MILIEU-INSTELLINGEN
Als u instellingen van de Ecomodus of stille modus gebruikt, is de verwerkingssnelheid mogelijk lager.
Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg ervoor dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
•Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.
Er worden verkeerde tekens afgedrukt
- Zorg dat de printer zich niet in de modus Hex Trace bevindt. Als Gereed Hex op het display wordt weergegeven, dient u de modus Hex Trace te verlaten voordat u de taak kunt afdrukken. Schakel de printer uit en weer in om de werkstand Hex Trace uit te schakelen.
- Zorg ervoor dat de instellingen voor SmartSwitch zijn ingesteld op Aan in de menu's Netwerk en USB.
Laden koppelen lukt niet
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
PLAATS PAPIER VAN HETZELFDE FORMAAT EN DEZELFDE SOORT
- Plaats papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort in iedere lade die u wilt koppelen.
- Schuif de papiergeleiders naar de juiste positie voor het papierformaat dat in iedere lade is geplaatst.
GEBRUIK DEZELFDE INSTELLINGEN VOOR PAPIERFORMAAT EN PAPIERSOORT
- Druk een pagina met menu-instellingen af en vergelijk de instellingen voor iedere lade.
- Pas de instellingen indien nodig aan in het menu Papierformaat/-soort.
Opmerking: De standaardlade van 550 vel en de universeellader detecteren het papierformaat niet automatisch. U moet het papierformaat instellen in het menu Papierformaat/-soort.
Grote afdruktaken worden niet gesorteerd
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER OF SORTEREN IS INGESCHAKELD.
Schakel Sorteren in in het menu Afwerking of in Eigenschappen.
Opmerking: Als u Sorteren uitschakelt in de software, wordt de instelling in het menu Afwerking overschreven.
VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK.
Maak de taak minder complex door het aantal verschillende lettertypen en lettergrootten te reduceren, het aantal afbeeldingen te beperken en eenvoudigere afbeeldingen te gebruiken of door minder pagina's tegelijk te laten afdrukken.
CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.
Voeg extra geheugen toe of installeer een optionele vaste schijf.
Er komen onverwachte pagina-einden voor
VERHOOG DE WAARDE VOOR AFDRUKTIME-OUT
1 Blader in het beginscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Time-outs
2 Raak de Pijl-rechts of Pijl-links naast Afdruktime-out herhaaldelijk aan tot de gewenste waarde wordt weergegeven.
3 Raak Indienen aan.
Problemen met kopiëren oplossen
De kopieerfunctie reageert niet
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
De klep van de scannereenheid kan niet worden gesloten
Controleer of de klep niet wordt geblokkeerd:
1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder eventuele blokkades terwijl u de klep open houdt.
3 Laat de scannereenheid zakken.
Slechte kopieerkwaliteit
Hier volgen enkele voorbeelden van een slechte kopieerkwaliteit:
•Lege pagina's
•Dambordpatroon
•Vervormde afbeeldingen
•Ontbrekende tekens
•Fletse afdrukken
•Donkere afdrukken
•Scheve lijnen
•Vlekken
•Strepen
•Onverwachte tekens
•Witte lijnen in afdrukken
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
VERWIJDER EVENTUELE FOUTBERICHTEN
Controleer de display en verwijder eventuele foutberichten die worden weergegeven.
VERVANG DE TONER- OF INKTCARTRIDGE
Vervang de toner- of inktcartridge als afdrukken vaag blijven.
REINIG DE GLASPLAAT
Mogelijk is de glasplaat vuil. Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd.
Zie "Glasplaat reinigen" op pagina 250 voor meer informatie.
PAS DE TONERINTENSITEIT VOOR DE KOPIE AAN
Pas de tonerintensiteit voor de kopie aan met de menu's van Kopiëren.
CONTROLEER OF DE KWALITEIT VAN HET ORIGINELE DOCUMENT IN ORDE IS
Controleer de kwaliteit van het originele document.
PLAATS HET ORIGINELE DOCUMENT CORRECT OP DE GLASPLAAT
Zorg dat het document of de foto met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat is geplaatst.
CONTROLEER OF U DE JUISTE KOPIEERINSTELLINGEN GEBRUIKT
Als op de uitvoer patronen (moiré) verschijnen:
- Controleer in het scherm Kopiëren of de instellen voor Inhoudstype en Bron geschikt zijn voor het document dat moet worden gescand.
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Scherpte > verlaag de instelling voor Scherpte - Controleer in het scherm Kopiëren of de functie voor het aanpassen van de schaal niet is ingeschakeld.
Als tekst licht of bijna niet leesbaar is:
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Inhoud > Tekst > √ > selecteer de juiste bron voor het document dat wordt gekopieerd > √
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Scherpte > verhoog de huidige instelling
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Achtergrond verwijderen en verlaag de huidige instelling
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Contrast > verhoog de huidige instelling
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Schaduwdetail > verlaag de huidige instelling
Als de uitvoer er flets of overbelicht is:
- Controleer in het scherm Kopiëren of de instellen voor Inhoudstype en Bron geschikt zijn voor het document dat moet worden gescand.
- Pas in het scherm Kopiëren de instelling voor Donker aan.
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Schaduwdetail > verlaag de huidige instelling
-Blader in het scherm Kopiëren naar:
Geavanceerde opties > Geavanceerde beeldverwerking > Achtergrond verwijderen > verlaag de huidige instelling
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Problemen met de scanner oplossen
Een niet-reagerende scanner controleren
Als de scanner niet reageert, controleer dan of:
•de printer aan staat;
- De printerkabel is goed aangesloten op de printer en op de hostcomputer, op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.
- Het netsnoer is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
- Het stopcontact is niet uitgeschakeld met een schakelaar of een stroomonderbreker.
- De printer is niet aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
- Er zijn geen problemen met andere elektrische apparatuur die op het stopcontact wordt aangesloten.
Als u dit alles hebt gecontroleerd, schakelt u de printer uit en vervolgens weer in. In veel gevallen is het probleem met de scanner dan verholpen.
Scannen is mislukt
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN
Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.
MOGELIJK IS ER EEN FOUT OPGETREDEN IN HET PROGRAMMA
Schakel de computer uit en vervolgens weer in.
Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
ANDERE SOFTWAREPROGRAMMA'S VERSTOREN MOGELIJK HET SCANNEN.
Sluit alle ongebruikte programma's.
MOGELIJK IS DE SCANRESOLUTIE TE HOOG INGESTELD
Selecteer een lagere scanresolutie.
Slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY ZIJN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
MOGELIJK IS DE GLASPLAAT VUIL.
Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd. Zie "Glasplaat reinigen" op pagina 250 voor meer informatie.
PAS DE SCANRESOLUTIE AAN
Verhoog de resolutie van de scan voor een betere kwaliteit van de uitvoer.
CONTROLEER DE KWALITEIT VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document van goede kwaliteit is.
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Kan niet vanaf een computer scannen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN
Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.
Problemen bij het faxen oplossen
Fax- en e-mailfuncties zijn niet ingesteld
Het aanduidingslampje knippert totdat u functies voor faxen en e-mailen hebt geconfigureerd. Ga als volgt te werk om functies voor faxen en e-mailen in te stellen:
Opmerking: zorg ervoor dat de faxkabels aangesloten zijn voordat u deze aanwijzingen voor een printer of netwerk uitvoert.
1 Blader in het beginscherm naar:
Algemene instellingen > Initiele set-up uitvoeren > Ja > Indienen
2 Schakel de printer uit en weer in.
3 Raak op het bedieningspaneel van de printer uw taal aan.
4 Raak uw land of regio aan en raak vervolgens op Doorgaan aan.
5 Selecteer uw tijdzone en raak vervolgens Doorgaan aan.
6 Raak Faxen en E-mailen aan om de pictogrammen te wissen en raak vervolgens Doorgaan aan.
Opmerking: U kunt deze stappen ook gebruiken om de functies voor faxen en e-mailen uit te schakelen.
Nummerweergave werkt niet
Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om te controleren of u bent geabonneerd op de dienst Nummerweergave.
Als er in uw regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund, dient u mogelijk de standaardinstelling te wijzigen. Er zijn twee instellingen beschikbaar: FSK (signaal 1) en DTMF (signaal 2). De beschikbaarheid van deze instellingen via het menu Faxen hangt af van het feit of er in uw land of regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om vast te stellen welk signaal of welke instelling u moet gebruiken.
Kan geen faxen verzenden of ontvangen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
CONTROLEER DE AANSLUITINGEN VAN DE PRINTER
Zorg dat de snoeren voor de volgende hardware (indien van toepassing) goed zijn aangesloten:
•Telefoon
•Handset
•Antwoordapparaat
CONTROLEER DE TELEFOONWANDCONTACTDOOS
1 Sluit een telefoon aan op de wandcontactdoos.
2 Luister of u een kiestoon hoort.
3 Als u geen kiestoon hoort, sluit u een andere telefoon op de wandcontactdoos aan.
4 Hoort u nog steeds geen kiestoon, dan sluit u de telefoon op een andere wandcontactdoos aan.
5 Als u een kiestoon hoort, sluit u de printer op die wandcontactdoos aan.
WERK DEZE CONTROLELIJST VOOR DIGITALE TELEFONIE AF
De faxmodem is een analoog apparaat. U kunt bepaalde apparaten op de printer aansluiten om gebruik te maken van diensten voor digitale telefonie.
- Als u een ISDN-lijn gebruikt, sluit u de printer op de analoge telefoonaansluiting (een zogenaamde R-interfacepoort) van een ISDN-adapter aan. Neem voor meer informatie en voor het bestellen van een R-interfacepoort contact op met uw ISDN-provider.
- Als u een DSL-lijn gebruikt, sluit u een DSL-filter of een router aan die analoge signalen ondersteunt. Neem voor meer informatie contact op met uw DSL-provider.
- Als u gebruikmaakt van een PBX dient u te controleren of u de printer op een analoge poort van de PBX hebt aangesloten. Als er geen analoge poorten aanwezig zijn, kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor de fax te installeren.
CONTROLEER OF U EEN KIESTOON HOORT
- Plaats een testoproep aan het telefoonnummer waarnaar u een fax wilt verzenden om te controleren of alles correct werkt.
- Als de telefoonlijn door een ander apparaat bezet is, wacht u met het verzenden van de fax tot de lijn weer vrij is.
- Als u de functie Kiezen met hoorn op haak gebruikt, draait u het volume omhoog om te controleren of u een kiestoon hoort.
ONTKOPPEL TIJDELIJK ANDERE APPARATUUR
Sluit de printer rechtstreeks op de telefoonlijn aan om te controleren of het apparaat goed werkt. Ontkoppel eventuele antwoordapparaten, computers met modems of telefoonlijnsplitters.
CONTROLEER OP PAPIERSTORINGEN
Verwijder eventueel vastgelopen papier en controleer of Gereed op het display verschijnt.
SCHAKEL DE FUNCTIE VOOR WISSELGESPREK TIJDELIJK UIT
Wisselgesprek kan faxverzendingen verstoren. Schakel deze functie uit voordat u een fax gaat verzenden. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij voor de toetscombinatie waarmee u de functie voor wisselgesprek kunt uitschakelen.
DE VOICEMAILSERVICE VERSTOORT MOGELIJK DE FAXTRANSMISSIE.
De voicemaildienst van uw telefoonmaatschappij kan faxverzendingen verstoren. Als u wilt blijven gebruikmaken van voicemail, maar ook binnenkomende oproepen door de printer wilt laten beantwoorden, kunt u overwegen om voor de printer een tweede telefoonlijn te installeren.
HET GEHEUGEN VAN DE PRINTER IS MOGELIJK VOL
1 Kies het faxnummer.
2 Scan het originele document pagina voor pagina.
Faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
PLAATS PAPIER IN DE PRINTER
Plaats papier in de lade of lader als deze leeg is.
CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR HET MAXIMALE AANTAL BELSIGNALEN.
Het maximale aantal belsignalen is het aantal belsignalen dat wordt doorgegeven voordat de printer antwoordt. Als u extra toestellen op dezelfde lijn als de printer hebt aangesloten, of als u bent geabonneerd op een telefoniedienst die per nummer een ander belsignaal laat horen, moet u zorgen dat de instelling Belvertraging ingesteld blijft op 4.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres van de printer niet weet, kunt u:
- het IP-adres op het bedieningspaneel van de printer vinden in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- een pagina met netwerkinstellingen afdrukken en het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte zoeken.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen.
3 Voer in het veld Aantal belsignalen het aantal belsignalen in dat u wilt horen voor de printer de oproep aanneemt.
4 Klik op Verzenden.
VERVANG DE TONER- OF INKTCARTRIDGE
Vervang de toner- of inktcartridge.
Kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
DE PRINTER BEVINDT ZICH NIET IN DE FAXMODUS
In het beginscherm raakt u Fax Fax aan om de printer in de faxmodus te zetten.
HET DOCUMENT IS NIET CORRECT GEPLAATST
Plaats het document met de te verzenden zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADF, of linksboven op de glasplaat met de te verzenden zijde naar beneden.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
CONTROLEER OF HET SNELKOPPELINGSNUMMER GOED IS INGESTELD.
- Controleer of voor het snelkoppelingsnummer het nummer is geprogrammeerd dat u wilt kiezen.
- U kunt ook het telefoonnummer handmatig intoetsen.
Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
DOCUMENT OPNIEUW VERZENDEN
Vraag de afzender van de fax het volgende:
- Controleer of de kwaliteit van het originele document naar behoren is.
- Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.
- Verhoog de scanresolutie van de fax (indien mogelijk).
VERVANG DE CARTRIDGE
Als 88 Cartridge bijna leeg wordt weergegeven of als de afdruk vaag is, moet u de cartridge vervangen.
CONTROLEER OF DE FAXTRANSMISSIESNELHEID NIET TE HOOG IS INGESTELD
Verlaag de faxtransmissiesnelheid voor binnenkomende faxen:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: als u het IP-adres van uw printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het gedeelte TCP/IP.
2 Klik op Instellingen > Faxinstellingen > Analoge faxinstellingen.
3 Klik in het vak Max. snelheid op een van de volgende opties:
2400
4800
9600
14400
33600
4 Klik op Verzenden.
Probleem met toepassing van het startscherm oplossen
Er is een toepassingsfout opgetreden
CONTROLEER HET SYSTEEMLOGBESTAND OP DE BETREFFENDE DETAILS
1 Typ het IP-adres of de hostnaam van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Als u het IP-adres of de hostnaam van de printer niet weet, kunt u:
- deze informatie vinden op het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer of in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- Een pagina met de netwerkconfiguratie of de menu-instellingen afdrukken en de gegevens in het gedeelte TCP/IP zoeken.
2 Klik op Instellingen of Configuratie.
3 Klik op Device Solutions > Solutions (eSF) > tabblad Systeem > Log.
4 Selecteer een toepassingsstatus in het menu Filter.
5 Selecteer een toepassing in het menu Toepassing en klik op Verzenden.
CONTROLEER OF DE BESTANDSNAAM WAARNAAR U WILT SCANNEN, NIET AL BESTAAT.
Controleer of het bestand dat u wilt scannen niet is geopend door een andere toepassing of gebruiker.
Om fouten te voorkomen, moet u controleren of 'Tijdstempel toevoegen' of 'Bestaand bestand overschrijven' is geselecteerd in de configuratie-instellingen van de bestemming.
SCANINSTELLINGEN AANPASSEN
In de configuratie-instellingen van de bestemming verlaagt u de scaninstellingen. U verlaagt bijvoorbeeld de scanresolutie, u schakelt Kleur uit, of u wijzigt het Inhoudstype naar Tekst.
CONTACT OPNEMEN MET DE KLANTENONDERSTEUNING
Neem contact op met de klantenservice wanneer u het probleem nog steeds niet kunt opsporen.
Problemen met accessoires oplossen
Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.
Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in.
CONTROLEER OF DE OPTIE IS VERBONDEN MET DE PRINTER.
1 Schakel de printer uit met de aan-uitschakelaar.
2 Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak het netsnoer los van de printer.
3 Controleer de verbinding tussen de optie en de printer.
CONTROLEER OF DE OPTIE CORRECT IS GEÏNSTALLEERD.
Druk een pagina met menu-instellingen af om te controleren of de optie wordt vermeld in de lijst met geïnstalleerde opties. Als de optie niet voorkomt in de lijst, installeert u die opnieuw. Voor meer informatie leest u de documentatie voor de hardware-installatie die bij de optie is geleverd of gaat u naar www.lexmark.com om de instructies van de optie te bekijken.
CONTROLEER OF DE OPTIE IS GESELECTEERD.
Selecteer de optie op de computer die u gebruikt om af te drukken.
Zie "Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma" op pagina 57 voor meer informatie.
Problemen met de papierlade
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF HET PAPIER JUIST IS GEPLAATST
1 Open de papierlade.
2 Controleer op vastgelopen of verkeerd ingevoerd papier.
3 Zorg dat de papiergeleiders tegen de randen van het papier zijn geplaatst.
4 Zorg dat de papierlade goed sluit.
STEL DE PRINTER OPNIEUW IN
Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.
CONTROLEER OF DE PAPIERLADE CORRECT IS GEÏNSTALLEERD.
Als de papierlade wel voorkomt op de pagina met menu-instellingen, maar het papier vastloopt rond het punt waar het de lade in- of uitgaat, is de lade mogelijk niet goed geïnstalleerd. Installeer de papierlade opnieuw. Raadpleeg de bij de papierlade geleverde documentatie over de hardware-installatie voor meer informatie of ga naar http://support.lexmark.com om het instructievel voor de papierlade weer te geven.
Problemen met lade voor 2000 vel
CONTROLEER DE AANSLUITING VAN DE LADER
Controleer of de lade voor 2000 vel correct is aangesloten op de printer.
PLAATS PAPIER IN DE PRINTER
Plaats papier in de lader als deze leeg is.
VERWIJDER VASTGELOPEN PAPIER
Open de zijklep van lader en verwijder het vastgelopen papier.
VERMIJD PAPIERSTORINGEN
•Buig het papier heen en weer.
- Controleer of de lader correct is geïnstalleerd.
- Controleer of het papier op de juiste wijze is geplaatst.
- Controleer of de papierstapel niet boven de maximumhoogte uitkomt die in de lade wordt aangegeven.
- Zorg ervoor dat het papier of het speciale afdrukmateriaal voldoet aan de specificaties en dat het niet beschadigd is.
- Zorg ervoor dat de positie van de papiergeleiders is afgesteld op het papierformaat in de lade.
Kan flashgeheugenkaart niet vinden
Controleer of de flashgeheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
Kan vaste schijf van de printer niet vinden
Controleer of de vaste schijf van de printer goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
Internal Solutions Port werkt niet correct
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE VERBINDINGEN VAN DE INTERNAL SOLUTIONS PORT (ISP)
Controleer of de ISP goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
CONTROLEER DE KABEL
Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten op de ISP.
CONTROLEER OF DE NETWERKSOFTWARE JUIST IS GECONFIGUREERD
Klik op Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor informatie over het installeren van software voor afdrukken via een netwerk.
Interne afdrukserver werkt niet correct
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE VERBINDINGEN VAN DE AFDRUKSERVER
- Controleer of de interne afdrukserver goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
- Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten.
CONTROLEER OF DE NETWERKSOFTWARE JUIST IS GECONFIGUREERD
Voer de volgende handelingen uit als u meer informatie wilt over het installeren van de software voor afdrukken via het netwerk:
1 Open de cd Software en documentatie.
2 Klik op Extra.
3 Selecteer Handleiding netwerken bij Publicaties op deze cd.
Geheugenkaart
Controleer of de geheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
Kaart voor parallelle of USB-interface werkt niet correct
CONTROLEER DE AANSLUITING VAN DE KAART VAN DE PARALLELLE OF USB-INTERFACE
Controleer of de kaart voor de parallelle of USB-interface goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
CONTROLEER DE KABEL
Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten.
Problemen met de papierinvoer
Papier loopt regelmatig vast
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER HET PAPIER
Gebruik het aanbevolen papier of het speciale afdrukmateriaal. Raadpleeg het hoofdsstuk over richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal voor meer informatie.
ZORG ERVOOR DAT ER NIET TE VEEL PAPIER IN DE PAPIERLADE LIGT
Zorg ervoor dat u niet meer papier plaatst dan de maximale stapelhoogte die is aangegeven voor de papierlade of universeellader.
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
HET PAPIER BEVOND ZICH EERDER IN EEN VOCHTIGE OMGEVING EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPGENOMEN.
•Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
- Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.
Bericht Paper jam (Papier vast) blijft staan nadat storing is verholpen
CONTROLEER DE PAPIERBAAN
Er zit nog papier in de papierbaan. Verwijder het vastgelopen papier uit de gehele papierbaan en raak vervolgens Continue (Doorgaan) aan.
Vastgelopen pagina's worden niet opnieuw afgedrukt
SCHAKEL HERSTEL NA STORING IN
1 Blader in het startscherm naar:
Instellingen > Algemene instellingen > Afdrukherstel
2 Raak de pijlen naast Herstel na storing aan tot Aan of Automatisch wordt weergegeven.
3 Raak Verzenden aan.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Neem contact op met onze klantenservice als het probleem door deze suggesties niet wordt opgelost. Mogelijk moet een printeronderdeel worden afgesteld of vervangen.
Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen

Als u werkt met geladen lettertypen, controleer dan of de lettertypen worden ondersteund door de printer, de hostcomputer en het softwareprogramma.
Onvolledige afbeeldingen
Probeer een van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS
Schuif de breedte- en lengtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer via het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Er worden smalle horizontale strepen op de gekleurde pagina's weergegeven.
Mogelijk worden smalle, horizontale strepen weergegeven op foto's of pagina's met een hoge kleurenconcentratie. Dit kan gebeuren wanneer de printer in de Stille modus staat. U kunt dit verhelpen door de Stille modus in te stellen op Uit (Afbeelding/Foto).
Schaduwafbeeldingen op afdrukken

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Zorg dat de papiersoort en het papiergewicht overeenkomen met het papier dat in de lade of de invoer is geplaatst:
1 Controleer de instellingen voor papiersoort en papiergewicht in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
2 Geef de juiste papiersoort op voordat u de afdruktaak verzendt:
- Windows-gebruikers: geef de papiersoort op via Printereigenschappen.
- Macintosh-gebruikers: geef de papiersoort op via het dialoogvenster voor afdrukken.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE VOLDOENDE TONER BEVAT
Als het bericht 88.xx [kleur] cartridge bijna leeg wordt weergegeven, moet u controleren of de toner gelijkmatig is verdeeld over de vier cartridges en of de cartridge met de betreffende kleur voldoende toner bevat.
1 Verwijder de inktcartridge uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.
2 Schud de cartridge meerdere keren stevig heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.
3 Plaats de inktcartridge terug in de printer.
Opmerking: Als de afdrukkwaliteit niet verbetert, vervangt u de cartridge voor de kleur waarvoor een schaduw wordt afgedrukt.
Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.
Grijze achtergrond op afdrukken

CONTROLEER DE HELDERHEID VAN DE ACHTERGROND OF DE INSTELLING VOOR VERWIJDEREN
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Wijzig de instelling voor intensiteit in een lichtere waarde.
- Verhoog de instelling voor achtergrondverwijdering.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET IS VERSLETEN OF BESCHADIGD
Vervang de versleten of beschadigde cartridge.
Onjuiste marges

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer via het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur op afdrukken


Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET BESCHADIGD IS
Vervang de beschadigde cartridge.
CONTROLEER OF DE OVERDRACHTSBAND NIET BESCHADIGD IS
Vervang de beschadigde overdrachtsband. Raadpleeg de instructies bij het vervangende onderdeel voor meer informatie.
Gekruld papier
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Zorg dat de papiersoort en het papiergewicht overeenkomen met het papier dat in de lade of de invoer is geplaatst:
1 Controleer de instellingen voor papiersoort en papiergewicht in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
2 Geef de juiste papiersoort op voordat u de afdruktaak verzendt:
- Windows-gebruikers: geef de papiersoort op via Printereigenschappen.
- Macintosh-gebruikers: geef de papiersoort op via het dialoogvenster voor afdrukken.
GEBRUIK PAPIER UIT EEN NIEUW PAK.
Papier neemt vocht op in een vochtige omgeving. Bewaar papier altijd in de originele verpakking en haalt het pas uit de verpakking als u het gaat gebruiken.
Onregelmatigheden in de afdruk


Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
GEBRUIK PAPIER UIT EEN NIEUW PAK.
Het papier bevond zich eerder mogelijk in een vochtige omgeving en heeft daardoor vocht opgenomen. Bewaar papier altijd in de originele verpakking en haalt het pas uit de verpakking als u het gaat gebruiken.
Zorg dat de papiersoort en het papiergewicht overeenkomen met het papier dat in de lade of de invoer is geplaatst:
1 Controleer de instellingen voor papiersoort en papiergewicht in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
2 Geef de juiste papiersoort op voordat u de afdruktaak verzendt:
- Windows-gebruikers: geef de papiersoort op via Printereigenschappen.
- Macintosh-gebruikers: geef de papiersoort op via het dialoogvenster voor afdrukken.
GEBRUIK GEEN GESTRUCTUREERD PAPIER MET EEN RUWE AFWERKING
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET BESCHADIGD IS
Vervang de versleten of beschadigde cartridge.
CONTROLEER OF DE OVERDRACHTSBAND NIET BESCHADIGD IS
Vervang de beschadigde overdrachtsband. Raadpleeg de instructies bij het vervangende onderdeel voor meer informatie.
CONTROLEER OF HET VERHITTINGSSTATION NIET BESCHADIGD IS
Vervang het beschadigde verhittingsstation. Raadpleeg de instructies bij het vervangende onderdeel voor meer informatie.
Afdruk is te donker

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
GEBRUIK PAPIER UIT EEN NIEUW PAK.
Het papier bevond zich eerder mogelijk in een vochtige omgeving en heeft daardoor vocht opgenomen. Bewaar papier altijd in de originele verpakking en haalt het pas uit de verpakking als u het gaat gebruiken.
GEBRUIK GEEN GESTRUCTUREERD PAPIER MET EEN RUWE AFWERKING
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Controleer of de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade of invoer is geplaatst:
- Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papiersoort.
- Windows-gebruikers moeten deze instellingen controlleren via Printereigenschappen.
- Voor Macintosh-gebruikers moeten deze instelling controleren via het afdrukdialoogvenster.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET BESCHADIGD IS
Vervang de beschadigde cartridge.
Afdruk is te licht

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
GEBRUIK PAPIER UIT EEN NIEUW PAK.
Het papier bevond zich eerder mogelijk in een vochtige omgeving en heeft daardoor vocht opgenomen. Bewaar papier altijd in de originele verpakking en haalt het pas uit de verpakking als u het gaat gebruiken.
GEBRUIK GEEN GESTRUCTUREERD PAPIER MET EEN RUWE AFWERKING
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Controleer of de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade of invoer is geplaatst:
- Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papiersoort.
- Windows-gebruikers moeten deze instellingen controlleren via Printereigenschappen.
- Voor Macintosh-gebruikers moeten deze instelling controleren via het afdrukdialoogvenster.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE VOLDOENDE TONER BEVAT
Als het bericht 88.xx [kleur] cartridge bijna leeg wordt weergegeven, moet u controleren of de toner gelijkmatig is verdeeld over de cartridge.
1 Verwijder de inktcartridge uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.
2 Schud de cartridge meerdere keren stevig heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.
3 Plaats de inktcartridge terug in de printer.
Opmerking: Als de afdrukkwaliteit niet verbetert, moet u de cartridge vervangen.
Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET BESCHADIGD IS
Vervang de beschadigde cartridge.
Printer drukt lege pagina's af

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF U HET VERPAKKINGSMATERIAAL VAN DE TONER- OF INKTCARTRIDGE HEBT VERWIJDERD
Verwijder de cartridge en controleer of het verpakkingsmateriaal op de juiste manier is verwijderd. Plaats de cartridge terug.
CONTROLEER OF DE TONER- OF INKTCARTRIDGE VOLDOENDE TONER BEVAT
Als het bericht 88.xx [kleur] cartridge bijna leeg wordt weergegeven, moet u controleren of de toner gelijkmatig is verdeeld over de vier cartridges:
1 Verwijder de cartridge uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.
2 Schud de cartridge meerdere keren stevig heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.
3 Plaats de cartridge terug in de printer.
Opmerking: Als de afdrukkwaliteit niet verbetert, vervangt u de cartridge voor de kleur die niet wordt afgedrukt.
Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.
Herhaalde storingen op afdrukken

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
VERVANG DE CARTRIDGE
Vervang de cartridge met de kleur waarvoor de storingen herhaaldelijk optreden als de storingen als volgt worden afgedrukt:
•op elke 37,7 mm (1,48 inch) van de pagina
•op elke 41,6 mm (1,64 inch) van de pagina
•op elke 42,7 mm (1,68 inch) van de pagina
•op elke 94,3 mm (3,71 inch) van de pagina
VERVANG HET VERHITTINGSSTATION
Vervang het verhittingsstation als de storingen als volgt worden afgedrukt:
•op elke 95,0 mm (3,74 inch) van de pagina
•op elke 146,7 mm (5,78 inch) van de pagina
Scheve afdruk
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE PAPIERGELEIDERS CONTROLEREN
Schuif de lengte- en breedtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst.
- Controleer of de geleiders zich niet te ver van de papierstapel bevinden.
- Controleer of de geleiders niet te los tegen de papierstapel duwen.
HET PAPIER CONTROLEREN
Zorg ervoor dat u papier gebruikt dat voldoet aan de printerspecificaties.
Afdrukken bevatten alleen gekleurde of zwarte effen vlakken

- Verwijder de inktcartridges uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen. - Plaats de inktcartridges terug in de printer.
Opmerking: Als de kwaliteit niet is verbeterd, vervangt u de cartridges.
- Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.
Er worden zwarte of witte strepen weergegeven op de transparanten of het papier


Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF HET JUISTE VULPATROON WORDT GEBRUIKT
Als het verkeerde vulpatroon wordt gebruikt, selecteert u een ander vulpatroon in de software.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
- Gebruik alleen aanbevolen transparanten.
- Zorg ervoor dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met de papiersoort die in de lade of lader is geplaatst.
- Controleer of de instelling voor de papierstructuur overeenkomt met de papiersoort of het speciale afdrukmateriaal dat in de lade of lader is geplaatst.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE VOLDOENDE TONER BEVAT
Als het bericht 88.xx [kleur] cartridge bijna leeg wordt weergegeven, moet u controleren of de toner gelijkmatig is verdeeld over de cartridge:
1 Verwijder de cartridge uit de printer.
Let op—Kans op beschadiging: Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. Dit kan de afdrukkwaliteit van toekomstige afdruktaken verminderen.
2 Schud de cartridge meerdere keren stevig heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.
3 Plaats de cartridge terug in de printer.
Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.
Horizontale strepen op afdrukken

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
SELECTEER EEN ANDERE LADE OF INVOER
- Kies Standaardbron in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
- Windows-gebruikers: selecteer de papierbron via Printereigenschappen.
- Macintosh-gebruikers: selecteer de papierbron via het afdruk dialoogvenster en de voorgrondmenu's.
CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET LEEG IS OF IS VERSLETEN OF BESCHADIGD
Vervang de lege, versleten of beschadigde cartridge.
Verticale strepen

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE TONER MAAKT VLEKKEN
Selecteer een andere lade of lader waaruit het papier voor de taak wordt ingevoerd:
- Selecteer Standaardbron in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
- Windows: selecteer de papierbron via Printereigenschappen.
- Macintosh: selecteer de papierbron via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.
EEN TONERCARTRIDGE IS DEFECT
Verwijder de defecte tonercartridge.
DE OVERDRACHTSMODULE IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de overdrachtsmodule.
Pagina bevat lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF DE CARTRIDGES CORRECT ZIJN GEINSTALLEERD EN NIET ZIJN BESCHADIGD
Installeer de cartridge opnieuw of vervang de cartridge.
CONTROLEER OF DE OVERDRACHTSBAND NIET VERSLETEN OF BESCHADIGD IS
Vervang de overdrachtsband. Raadpleeg de instructies bij het vervangende onderdeel voor meer informatie.
CONTROLEER OF HET VERHITTINGSSTATION NIET VERSLETEN OF BESCHADIGD IS
Vervang het verhittingsstation. Raadpleeg de instructies bij het vervangende onderdeel voor meer informatie.
CONTROLEER OF DE PAPIERBAAN GEEN TONER BEVAT
Verwijder eventuele zichtbare toner uit de papierbaan. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantenondersteuning.
KALIBREER DE PRINTER OPNIEUW
Voer Kleur aanpassen uit vanuit het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
CONTROLEER DE TOEPASSING
In de toepassing is mogelijk een gebroken-witte achtergrond opgegeven.
De toner laat los

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de instelling voor papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst.
Wijzig de instelling Papiergewicht van Normaal in Zwaar. Wijzig zo nodig de Papierstructuur van Normaal naar Ruw in het menu Papier van het bedieningspaneel van de printer.
HET VERHITTINGSSTATION IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang het verhittingsstation.
Tonervlekjes

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE TONERCARTRIDGES ZIJN VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de defecte of versleten cartridges.
Neem contact op met de klantenservice.
Slechte afdrukkwaliteit op transparanten
Probeer een van de volgende opties:
TRANSPARANTEN CONTROLEREN
Gebruik uitsluitend transparanten die voldoen aan de printerspecificaties.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de papiersoort is ingesteld op Transparanten:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voordat u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
•Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.
Onregelmatige afdrukintensiteit

CONTROLEER OF DE CARTRIDGE NIET IS VERSLETEN OF BESCHADIGD
Vervang de versleten of beschadigde cartridge.
Problemen met kleurkwaliteit oplossen
veelgestelde vragen over afdrukken in kleur
Wat zijn RGB-kleuren?
Rood, groen en blauw licht kan worden gemengd in verschillende samenstellingen om alle in de natuur voorkomende kleuren te reproduceren. Rood en groen bijvoorbeeld kunnen samen geel opleveren. Televisie- en computerbeeldschermen stellen kleuren op deze manier samen. Het RGB-kleurenschema beschrijft kleuren door de hoeveelheid rood, groen of blauw aan te geven die nodig is om een bepaalde kleur te creëren.
Wat zijn CMYK-kleuren?
Cyaan, magenta, gele en zwarte inkt of toner kan worden afgedrukt in verschillende hoeveelheden om diverse waarneembare kleuren creëren. Cyaan en geel kunnen bijvoorbeeld in combinatie de kleur groen opleveren. Drukpersen, inkjetprinters en kleurenlaserprinters stellen kleuren volgens deze methode samen. Met de methode voor CMYK-kleuren worden kleuren beschreven als de hoeveelheid cyaan, magenta, geel en zwart die nodig is om een bepaalde kleur te verkrijgen.
Hoe wordt kleur bepaald in een af te drukken document?
Softwareprogramma's specificeren de kleur van een document doorgaans met RGB- of CMYK-kleurencombinaties. Vaak bieden ze de gebruiker de mogelijkheid om de kleur van elk object in een document te wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie de Help-onderwerpen bij uw software.
Hoe weet de printer welke kleur moet worden afgedrukt?
Wanneer een gebruiker een document afdrukt, wordt informatie over het type en de kleur van elk object naar de printer verzonden. De kleureninformatie wordt verstrekt via kleurconversietabellen, waarin de gewenste kleuren worden samengesteld uit de juiste hoeveelheden cyaan, magenta, gele en zwarte toner. De objectinformatie bepaalt de toepassing van kleurconversietabellen. Het is bijvoorbeeld mogelijk een bepaald type kleurenconversietabel toe te passen op tekst en tegelijkertijd een andere kleurenconversietabel op foto's.
Waarom komt de kleur op de afdruk niet overeen met de kleur op mijn beeldscherm?
De kleurconversietabellen in de modus Automatische kleurcorrectie zijn meestal een benadering van de kleuren van een standaardcomputerbeeldscherm. Door technische verschillen tussen printers en beeldschermen zijn er veel kleuren die kunnen worden beïnvloed door verschillen in beeldschermen en lichtomstandigheden. Raadpleeg de vraag "Hoe kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een bedrijfslogo)?" voor aanbevelingen over hoe de pagina's met kleurvoorbeelden u kunnen helpen problemen met niet-overeenkomende kleuren op te lossen.
Een kleur op de afgedrukte pagina is te overheersend. Kan de kleur worden aangepast?
Soms lijkt het alsof een afdruk een zweem bevat (alles wat is afgedrukt lijkt bijvoorbeeld te rood). Dit kan te wijten zijn aan omgevingsomstandigheden, de gebruikte papiersoort, lichtomstandigheden, of voorkeuren van de gebruiker. In die gevallen kunt u de kleur met de instelling Kleurbalans meer op uw voorkeuren afstemmen. Met Kleurbalans kan de gebruiker kleine wijzigingen aanbrengen in de hoeveelheid toner die voor iedere kleurlaag wordt gebruikt. Door positieve of negatieve waarden te kiezen voor cyaan, magenta, geel en zwart (in het menu Kleurbalans) wordt de hoeveelheid toner die voor gekozen kleur wordt gebruikt, iets vermeerderd of verminderd. Als een afdruk bijvoorbeeld een rode zweem bevat, kunt u de kleurbalans mogelijk verbeteren door zowel de hoeveelheid magenta als geel te verminderen.
Mijn kleurentransparanten lijken donker wanneer ze worden geprojecteerd. Is er een manier waarop ik de kleur kan verbeteren?
Dit probleem doet zich het vaakst voor wanneer transparanten worden geprojecteerd met een reflectieprojectors. Voor de hoogst mogelijke kleurkwaliteit van projecties wordt aangeraden om overheadprojectors met een overdrachtfunctie te gebruiken. Als alleen een spiegelende projector beschikbaar is, kunt u de kleur transparanter maken door Tonerintensiteit in te stellen op 1, 2 of 3. Gebruik kleurentransparanten van de aanbevolen soort.
Wat is aangepaste kleurcorrectie?
Is de aangepaste kleurcorrectie ingeschakeld, dan gebruikt de printer door de gebruiker geselecteerde kleurconversietabellen voor het verwerken van objecten. Kleurcorrectie moet echter wel zijn ingesteld op handmatig, anders vindt er geen door de gebruiker gedefinieerde kleurconversie plaats. Instellingen voor aangepaste kleurencorrectie zijn specifiek voor het type object dat wordt afgedrukt (tekst, afbeeldingen of beelden) en van de wijze waarop de kleur van het object is gedefinieerd in de software (RGB- of CMYK-combinaties).
Opmerkingen:
- De instelling voor aangepaste kleurcorrectie is niet zinvol als de software de kleuren niet definieert met RGB-of CMYK-combinaties. De instelling heeft ook geen invloed als het programma of het besturingssysteem de kleuren aanpast.
- De kleurconversietabellen die op elk object worden toegepast als Kleurcorrectie wordt ingesteld op Auto, leveren voor de meeste documenten de juiste kleuren op.
Handmatig een andere kleurconversietabel toepassen:
1 Selecteer Kleurcorrectie in het menu Kwaliteit en selecteer vervolgens Handmatig.
2 Selecteer Aangepaste kleur in het menu Kwaliteit en selecteer vervolgens de juiste kleurconversietabel voor het betreffende objecttype.
Het menu Aangepaste kleur
| Objecttype Kleurconversietabellen | |
| RGB-kleurbeeldRGB-tekstRGB-illustraties | Levendig: geeft helderdere kleuren met een hogere verzadiging en kan worden toegepast op alle binnenkomende kleurformaten.sRGB Display: geeft kleuren die de kleuruitvoer van een computerscherm benaderen. Het gebruik van zwarte toner wordt geoptimaliseerd voor het afdrukken van foto's.Display—True Black: geeft kleuren die de kleuruitvoer van een computerscherm benaderen. Er wordt alleen zwarte toner gebruikt voor het maken van alle gradaties van grijstinten.sRGB Vivid: biedt een hogere kleurverzadiging voor kleurverzadiging van sRGB Display. Het gebruik van zwarte toner wordt geoptimaliseerd voor het afdrukken van zakelijke afbeeldingen.Uit: er vindt geen kleurcorrectie plaats. |
| CMYK-kleurbeeldCMYK-tekstCMYK-afbeeldingen | US CMYK: er wordt kleurcorrectie toegepast om SWOP-kleuruitvoer (Specifications for Web Offset Publishing) te benaderen.Euro CMYK: er wordt kleurcorrectie toegepast om de EuroScale-kleuruitvoer te benaderen.Vivid CMYK: verhoogt de kleurverzadiging van de kleurcorrectie-instelling US CMYK.Uit: er vindt geen kleurcorrectie plaats. |
Hoe kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een bedrijfslogo)?
In het printermenu Kwaliteit zijn negen sets met kleurvoorbeelden beschikbaar. Deze zijn ook beschikbaar op de pagina Kleurvoorbeelden van de Embedded Web Server. Als u een willekeurige voorbeeldset selecteert, worden meerdere pagina's met honderden gekleurde blokjes afgedrukt. Afhankelijk van de gekozen tabel wordt bij elk blokje een CMYK- of RGB-combinatie vermeld. De weergegeven kleur van ieder blokje is het resultaat van de CMYK- of RGB-combinatie die via de kleurconversietabel voor de gewenste kleur wordt gebruikt.
De gebruiker kan de sets met kleurvoorbeelden bekijken en zo bepalen welk blokje de kleur bevat die het dichtst in de buurt komt van de gewenste kleur. Aan de hand van de kleurencombinatie die bij het blokje wordt vermeld, kunt u de kleur van het object in een softwareprogramma aanpassen. Raadpleeg voor meer informatie de Help-onderwerpen bij uw software. Aangepaste kleurcorrectie kan nodig zijn om de geselecteerde kleurconversietabel voor het specifieke object in te stellen.
Welke set met kleurvoorbeelden de gebruiker gebruikt om een bepaald kleurovereenkomstprobleem op te lossen, hangt af van de instelling bij Kleurcorrectie (Auto, Uit of Aangepast), het type object dat wordt afgedrukt (tekst, afbeeldingen of beelden), en hoe de kleur van het object is gespecificeerd in het softwareprogramma (RGB- of CMYK-combinaties). Als de Kleurcorrectie van de printer is ingesteld op Uit, is de kleur gebaseerd op de informatie van de afdruktaak. Er vindt geen kleurconversie plaats.
Opmerking: De pagina's met kleurvoorbeelden zijn niet nuttig als het softwareprogramma kleuren niet specificeert met RGB- of CMYK-combinaties. Bovendien zal in bepaalde gevallen het softwareprogramma of het besturingssysteem de RGB- of de CMYK-combinaties die worden gespecificeerd in het programma, aanpassen door middel van kleurbeheer. Als gevolg hiervan is het mogelijk dat de afgedrukte kleur niet helemaal overeenkomt met de kleur op de pagina's met kleurvoorbeelden.
Wat zijn gedetailleerde kleurvoorbeelden en hoe krijg ik toegang tot deze voorbeelden?
Sets met gedetailleerde kleurvoorbeelden zijn alleen beschikbaar via de Embedded Web Server van een netwerkprinter. Een set met gedetailleerd kleurenvoorbeelden bevat een reeks kleurschakeringen (weergegeven als gekleurde blokjes) die vergelijkbaar zijn met een door de gebruiker gedefinieerde RGB- of CMYK-waarde. De overeenkomst met de kleuren uit de set is afhankelijk van de waarde die u opgeeft in het vak voor de kleurmarge van RGB of CMYK.
Toegang krijgen tot een set met gedetailleerde kleurvoorbeelden vanaf de Embedded Web Server:
1 Typ het IP-adres of de hostnaam van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres of de hostnaam van de printer niet weet, kunt u:
- deze informatie vinden op het beginscherm van het bedieningspaneel van de printer of in het TCP/IP-gedeelte in het menu Netwerken/Poorten.
- Een pagina met de netwerkconfiguratie of de menu-instellingen afdrukken en de gegevens in het gedeelte TCP/IP zoeken.
2 Klik op Configuratie > Kleurvoorbeelden > Gedetailleerde opties.
3 Selecteer een kleurconversietabel.
4 Geef het nummer van de RGB- of CMYK-kleur op.
5 Geef een waarde op tussen 1 en 255 voor de marge.
Opmerking: Hoe dichter de waarde bij 1 ligt, hoe dichter de kleuren bij elkaar liggen in de reeks kleurschakeringen die u ziet.
Embedded Web Server wordt niet geopend
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE NETWERKVERBINDING
Zet de printer en de computer aan en controleer of ze op hetzelfde netwerk zijn aangesloten.
CONTROLEER HET ADRES DAT IS INGEVOERD IN DE WEBBROWSER
- Afhankelijk van de netwerkinstellingen moet u mogelijk https:// invoeren in plaats van http:// voor het IP-adres van de printer om toegang te krijgen tot de Embedded Web Server. Neem contact op met uw systeembeheerder voor meer informatie.
- Controleer of het IP-adres van de printer correct is.
SCHAKEL WEBPROXYSERVERS TIJDELIJK UIT
Proxyservers kunnen toegang tot bepaalde websites, waaronder de Embedded Web Server, blokkeren of beperken. Neem contact op met uw systeembeheerder voor meer informatie.
Contact opnemen met de klantenondersteuning
Als u voor klantenondersteuning belt, moet u het volgende bij de hand hebben: een beschrijving van het probleem, het bericht op de display en een beschrijving van wat u al hebt gedaan om een oplossing te vinden.
U moet weten welk type printer u gebruikt en wat het serienummer hiervan is. Deze gegevens vindt u aan de binnenkant van de bovenste voorklep van de printer. Het serienummer wordt ook vermeld op de pagina met menu-instellingen.
Bel in de Verenigde Staten of Canada 1-800-539-6275. Voor andere landen of regio's bezoekt u de website van Lexmark op http://support.lexmark.com.
Kennisgevingen
Productinformatie
Productnaam:
Lexmark X792de, X792dte, X792dtfe, X792dtpe, X792dtme, X792dtse
Apparaattype:
7562, 4917
Model(len):
De volgende alinea is niet van toepassing op landen waar de voorwaarden strijdig zijn met de nationale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC., LEVERT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In sommige rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties bij bepaalde transacties niet toegestaan, het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is.
Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien, wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.
Verwijzingen in deze publicatie naar producten, programma's of diensten houden niet in dat de fabrikant deze producten op de markt wil brengen in alle landen waar de fabrikant actief is. Een verwijzing naar een product, programma of dienst betekent niet dat alleen dat product, dat programma of die dienst kan worden gebruikt. In plaats daarvan kunnen alle functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten, waarmee geen inbreuk wordt gemaakt op bestaande intellectuele eigendomsrechten, worden gebruikt. De gebruiker is verantwoordelijk voor de evaluatie en controle van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van de producten, programma's of diensten die door de fabrikant zijn aangegeven.
Voor technische ondersteuning van Lexmark gaat u naar support.lexmark.com.
Voor informatie over supplies en downloads gaat u naar www.lexmark.com.
Als u geen toegang hebt tot internet, kunt u ook per post contact opnemen met Lexmark:
Lexmark International, Inc.
Bldg 004-2/CSC
Alle rechten voorbehouden.
Handelsmerken
Lexmark, Lexmark met het diamantlogo, MarkNet en MarkVision zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.
PrintCryption en ScanBack zijn handelsmerken Lexmark International, Inc.
Mac en het Mac-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
PCL ^ is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. PCL is de aanduiding van Hewlett-Packard Company voor een set printeropdrachten (taal) en functies die zijn opgenomen in de bijbehorende printerproducten. Deze printer is compatibel met de PCL-taal. Dit betekent dat de printer PCL-opdrachten die gebruikt worden in verschillende toepassingen herkent en dat de printer de functies uitvoert die horen bij de opdrachten.
De volgende termen zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van deze bedrijven:
| Albertus The Monotype | Corporation plc |
| Antique Olive Monsieur | Marcel OLIVE |
| Apple-Chancery Apple Computer, Inc. | |
| Arial The Monotype Corporation plc | |
| CG Times Gebaseerd op | Times New Roman onder licentie van The Monotype Corporation plc. Dit is een product van Agfa Corporation |
| Chicago Apple Computer, Inc. | |
| Clarendon Linotype-Hell | AG en/of zijn dochterondernemingen |
| Eurostile Nebiolo | |
| Geneva Apple Computer, Inc. | |
| GillSans The Monotype Corporation plc | |
| Helvetica Linotype-Hell AG | en/of zijn dochterondernemingen |
| Hoefler Jonathan Hoefler Type Foundry | |
| ITC Avant Garde Gothic International Typeface Corporation | |
| ITC Bookman International Typeface Corporation | |
| ITC Mona Lisa | International Typeface Corporation |
| ITC Zapf Chancery | International Typeface Corporation |
| Joanna | The Monotype Corporation plc |
| Marigold | Arthur Baker |
| Monaco | Apple Computer, Inc. |
| New York | Apple Computer, Inc. |
| Oxford | Arthur Baker |
| Palatino | Linotype-Hell AG en/of zijn dochterondernemingen |
| Stempel Garamond | Linotype-Hell AG en/of zijn dochterondernemingen |
| Taffy | Agfa Corporation |
| Times New Roman | The Monotype Corporation plc |
Univers Linotype-Hell AG en/of zijn dochterondernemingen
Andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.
Kennisgeving modulaire component(en)
Dit product bevat de volgende modulaire component(en):
Lexmark gereguleerd type/model LEX-M01-003; FCC ID: IYLM01003; IC: 2376A-M01003
Licentiemeldingen
U kunt de volgende documenten lezen vanaf de installatie-cd van de software.
| Directory Bestand | |
| Cd:\LEGAL | FW_License.pdfmDNS.tar.gzExpat.txtInst_lib.txtInstgui.txtInstgui.zip |
Geluidsemissie
De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.
Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.
| Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand | |
| Afdrukken 53 dBA | |
| Gereed 35 dBA | |
Waarden kunnen worden gewijzigd. Ga naar www.lexmark.com voor de huidige waarden.
AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)

Het AEEA-logo geeft aan dat er in de Europese Unie specifieke programma's en procedures zijn voor het hergebruiken van elektronische producten. Wij moedigen het hergebruiken van onze producten aan. Als u meer vragen hebt over
de mogelijkheden voor hergebruik, bezoekt u de Lexmark website op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van uw lokale verkoopafdeling.
Kennisgeving over gevoeligheid voor statische elektriciteit

dit symbool duidt onderdelen aan die gevoelig zijn voor ontlading van statische elektriciteit. Raak eerst het metalen frame van de printer aan, voordat u iets aanraakt in gebieden die met dit symbool zijn gemarkeerd.
ENERGY STAR
Alle Lexmark-producten met het ENERGY STAR-logo op het product of op een beginscherm zijn gecertificeerd conform de ENERGY STAR-vereisten van EPA, als de configuratie zoals die is ingesteld door Lexmark nog van toepassing is.

Temperatuurinformatie
| Omgevingstemperatuur 15,6 tot | 32,2°C |
| Verzend- en opslagtemperatuur | 40° tot 40°C |
Laserinformatie
Dit product bevat een laser van klasse I (1) die onzichtbare laserstraling produceert. Deze printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als een product dat voldoet aan de vereisten van DHHS 21 CFR paragraaf J voor laserproducten van klasse I (1). Elders is de printer gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1.
Laserproducten van klasse I worden geacht geen gevaar op te leveren. De printer bevat een niet door de gebruiker te onderhouden printerkop met een interne gallium-aluminiumarsenide laser van klasse IIIb (3b) die werkt binnen een golflengtebereik van 770-795 nanometer. Het lasersysteem en de printer zijn zodanig ontworpen dat gebruikers nooit blootstaan aan laserstraling die hoger is dan de toegestane niveaus voor klasse I-apparaten, tijdens normaal gebruik, onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker of voorgeschreven servicewerkzaamheden.
Waarschuwingsetiket voor de laser
Het etiket met veiligheidsinformatie kan als volgt op de printer zijn aangebracht:

Stroomverbruik
Stroomverbruik van het product
In de volgende tabel worden de stroomverbruikskenmerken van het product weergegeven.
Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.
| Modus Beschrijving Stroomverbruik (Watt) | ||
| Afdrukken Er | worden papieren kopieën van elektronische invoer gemaakt met het product. 1000 W | |
| Kopiëren Er | worden papieren kopieën van papieren originelen gemaakt met het product. 1050 W | |
| Scannen Er | worden papieren originelen gescand met het product. 115 W | |
| Gereed Het product wacht op een afdruktaak. 70 W | ||
| Slaapstand De | normale spaarstand van het apparaat is geactiveerd. 17 W | |
| Sluimerstand | De optimale spaarstand van het apparaat is geactiveerd. 0,75 W | |
| Uit | Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitgeschakeld. | 0 W |
De stroomverbruikniveaus in de vorige tabel zijn metingen op basis van tijdgemiddelden. Stroompieken kunnen aanzienlijk hoger zijn dan het gemiddelde.
Waarden kunnen gewijzigd worden. Ga naar www.lexmark.com voor de huidige waarden.
Slaapstand
Dit product heeft een energiebesparende modus die slaapstand wordt genoemd. In de slaapstand wordt energie bespaard door het stroomverbruik te verlagen tijdens langere perioden waarin het apparaat niet actief is. De slaapstand
wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product gedurende een vooraf ingestelde periode (time-out voor slaapstand) niet wordt gebruikt.
Standaardinstelling voor de time-out voor slaapstand van dit product (in minuten): 30
U kunt de time-out voor de slaapstand via de configuratiemenu's instellen tussen 1 minuut en 240 minuten. Als u de time-out voor de slaapstand instelt op een lage waarde, vermindert het energieverbruik, maar kan de responstijd van het product toenemen. Als u de time-out voor de slaapstand instelt op een hoge waarde, reageert de printer snel, maar wordt meer energie verbruikt.
Printer is uitgeschakeld
Als dit product een stand heeft waarin het is uitgeschakeld maar er nog steeds een kleine hoeveelheid energie wordt verbruikt en u wilt het stroomverbruik van het product volledig stoppen, moet u de stekker van het product uit het stopcontact trekken.
Totaal energieverbruik
Het is soms handig om het totale energieverbruik van het product te berekenen. Aangezien het stroomverbruik wordt aangegeven in watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd dat elke stand actief is op het product. Zo kunt u het energieverbruik berekenen. Het totale energieverbruik van het product is de som van het energieverbruik voor alle standen.
Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap (EG)
Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.
De fabrikant van dit product is: Lexmark International, Inc., 740 West New Circle Road, Lexington, KY, 40550 USA. De gemachtigde vertegenwoordiger is: Lexmark International Technology Hungária Kft., 8 Lechner Ödön fasor, Millennium Tower III, 1095 Budapest HONGARIJE, Een verklaring van conformiteit met de vereisten van de richtlijnen kan worden opgevraagd bij de gemachtigde vertegenwoordiger.
Dit product voldoet aan de eisen voor apparaten van Klasse A, zoals omschreven in richtlijn EN 55022 en in de veiligheidseisen van EN 60950.
Kennisgeving over radiostoring
Waarschuwing
Dit product voldoet aan de emissievereisten van of EN55022 met betrekking tot limieten klasse A-producten en de immuniteitsvereisten van EN55024. Dit product is niet bedoeld voor gebruik in woonomgevingen.
Dit is een klasse A-product. In een thuisomgeving kan dit product radiostoring veroorzaken, in welk geval de gebruiker mogelijk passende maatregelen moet nemen.
Kennisgeving voor gebruikers in de Europese Unie
Producten met de CE-markering voldoen aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.
De CE-markering geeft aan dat het product aan deze richtlijnen voldoet.

De fabrikant van dit product is: Lexmark International, Inc., 740 West New Circle Road, Lexington, KY, 40550 USA. De gemachtigde vertegenwoordiger is: Lexmark International Technology Hungária Kft., 8 Lechner Ödön fasor, Millennium Tower III, 1095 Budapest HONGARIJE, Een verklaring van conformiteit met de vereisten van de richtlijnen kan worden opgevraagd bij de gemachtigde vertegenwoordiger.
Zie de tabel onder aan het gedeelte Kennisgevingen voor meer informatie over conformiteit.
Kennisgevingen over regelgevingen voor draadloze producten
Dit gedeelte bevat informatie over de regelgeving voor draadloze producten die zenders bevatten, zoals onder andere netwerkkaartlezers en smartcardlezers.
Blootstelling aan hoogfrequentie-energie
De hoeveelheid hoogfrequentie-energie die door dit draadloze apparaat wordt uitgestraald, ligt ver onder de limieten voor hoogfrequentie-energie die zijn vastgesteld door de FCC en andere regelgevende instanties. Er moet minimaal 20 cm (8 inch) ruimte tussen de antenne en eventuele personen zijn om te voldoen aan de vereisten voor hoogfrequentie-energie van de FCC en andere regelgevende instanties.
Kennisgeving voor gebruikers in de Europese Unie
Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EC, 2006/95/EC en 2005/32/EC aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen bepaalde voltagegrenzen en voor de energiezuinigheid van producten die energie verbruiken.
Het CE-teken geeft aan dat een apparaat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.

De fabrikant van dit product is: Lexmark International, Inc., 740 West New Circle Road, Lexington, KY, 40550, Verenigde Staten. De erkende vertegenwoordiger is: Lexmark International Technology Hungária Kft., 8 Lechner Ödön fasor, Millennium Tower III, 1095 Boedapest HONGARIJE. Een verklaring waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen kan op aanvraag worden verkregen bij de erkende vertegenwoordiger.
Kennisgevingen
Dit product voldoet aan de eisen van EN 55022 met betrekking tot klasse A-producten en de veiligheidsvoorschriften van EN 60950.
Producten met mogelijkheid voor draadloos LAN (2,4 GHz) voldoen aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen bepaalde voltagegrenzen en voor radioapparatuur en telecommunicatieterminals.
Het CE-teken geeft aan dat een apparaat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.

Het product mag worden gebruikt in alle landen van de EU en de Europese Vrijhandelsassociatie, maar mag alleen binnenshuis worden gebruikt.
De fabrikant van dit product is: Lexmark International, Inc., 740 West New Circle Road, Lexington, KY, 40550, Verenigde Staten. De erkende vertegenwoordiger is: Lexmark International Technology Hungária Kft., 8 Lechner Ödön fasor, Millennium Tower III, 1095 Boedapest HONGARIJE. Een verklaring waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen kan op aanvraag worden verkregen bij de erkende vertegenwoordiger.
Dit product mag worden gebruikt in de landen die in de onderstaande tabel zijn weergegeven.
| Oostenrijk België Bulgarije Zwitserland Cyprus Tsje | chië Duitsland Denemarken Estland | ||||||
| Griekenland Spanje Finland Frankrijk Kroatië Hongarije Ierland IJsland Italië | |||||||
| Liechtenstein Litouwen Luxemburg Letland Malta Nederland Noorwegen Polen Portugal | Litouwen | Luxemburg | Letland | Malta Nederland Noorwegen Polen | Nederland Noorwegen | Nederland Noorwegen | Nederland Noorwegen |
| Roemenië Zweden Slovenië Slowakije Turkije Verenigd Koninkrijk |
| Česky | Společnost Lexmark International, Inc. tímto prohlašuje, že výrobek tento výrobek je ve shodě se základními požadavky a dalšími příslušnými ustanoveními směrnice 1999/5/ES. |
| Dansk | Lexmark International, Inc. erklærer herved, at dette produkt overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF. |
| Deutsch | Hiermit erklärt Lexmark International, Inc., dass sich das Gerät dieses Gerät in Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet. |
| Ελληνική | ΜΕ ΤΗΝ ΠΑΡΟΥΣΑ Η ΣΧΜΑΡΚ ΙΝΤΕΝΑΤΙΟΛ, ΑΥΤΟ ΤΟ ΠΡΟΪΟΝ ΣΥΜΜΟΡΦΩΝΕΤΑΙ ΠΡΟΣ ΤΙΣ ΟΥΣΙΩΔΕΙΣ ΑΠΑΙΤΗΣΕΙΣ ΚΑΙ ΤΙΣ ΛΟΙΠΕΣ ΣΧΕΤΙΚΕΣ ΔΙΑΤΑΞΕΙΣ ΤΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 1999/5/ΕΚ. |
| English | Hereby, Lexmark International, Inc., declares that this type of equipment is in compliance with the essential requirements and other relevant provisions of Directive 1999/5/EC. |
| Español | Por medio de la presente, Lexmark International, Inc. declara que este producto cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE. |
| Eesti | Käesolevaga kinnitab Lexmark International, Inc., et seade see toode vastab direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist tulenevatele muudele asjakohastele sätetele. |
| Suomi | Lexmark International, Inc. vakuuttaa täten, että tämä tuote on direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja muiden sitä koskevien direktiivin ehtojen mukainen. |
| Français Par | la présente, Lexmark International, Inc. déclare que l'appareil ce produit est conforme aux exigences fondamentales et autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE. |
| Magyar Aluli | rott, Lexmark International, Inc. nyilatkozom, hogy a termék megfelel a vonatkozó alapvető követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb előírásainak. |
| Íslenska Hér | með lýsir Lexmark International, Inc. yfir því að þessi vara er í samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun 1999/5/EC. |
| Italiano Con | la presente Lexmark International, Inc. dichiara che questo questo prodotto è conforme ai requisiti essenziali ed alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva 1999/5/CE. |
| Latviski | Ar šo Lexmark International, Inc. deklarē, ka šis izstrādājums atbilst Direktīvas 1999/5/EK būtiskajām prasībām un citiem ar to saistītajiem noteikumiem. |
| Lietuvių | Šiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas. |
| Malti | Bil-preženti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtiġijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE. |
| Nederlands | Hierbij verklaart Lexmark International, Inc. dat het toestel dit product in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. |
| Norsk | Lexmark International, Inc. erklærer herved at dette produktet er i samsvar med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF. |
| Polski | Niniejszym Lexmark International, Inc. oświadcza, że niniejszy produkt jest zgodny z zasadniczymi wymogami oraz pozostałymi stosownymi postanowieniami Dyrektywy 1999/5/EC. |
| Português A | Lexmark International Inc. declara que este este produto está conforme com os requisitos essenciais e outras disposições da Diretiva 1999/5/CE. |
| Slovensky | Lexmark International, Inc. týmto vyhlasuje, že tento produkt spĺňa základné požiadavky a všetky príslušné ustanovenia smernice 1999/5/ES. |
| Slovensko | Lexmark International, Inc. izjavlja, da je ta izdelek v skladu z bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi določili direktive 1999/5/ES. |
| Svenska Här | med intygar Lexmark International, Inc. att denna produkt står i överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG. |
BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR LEXMARK SOFTWARE EN
LICENTIEOVEREENKOMST
LEES HET VOLGENDE ZORGVULDIG DOOR VOOR U DIT PRODUCT GEBRUIKT: DOOR DIT PRODUCT TE GEBRUIKEN, GEEFT U AAN AKKOORD TE GAAN MET ALLE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VOOR DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE EN DE LICENTIEOVEREENKOMST. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET DE VOORWAARDEN VAN DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR DE SOFTWARE EN DE LICENTIEOVEREENKOMST, MOET U HET PRODUCT ONGEBRUIKT RETOURNEREN EN HET BEDRAG TERUGVRAGEN DAT U HEBT BETAALD. ALS U DIT PRODUCT INSTALLEERT VOOR GEBRUIK DOOR DERDEN, GAAT U ERMEE AKKOORD DE GEBRUIKERS OP DE HOOGTE TE STELLEN VAN HET FEIT DAT ZE DOOR HET PRODUCT TE GEBRUIKEN, AANGEVEN DAT ZE AKKOORD GAAN MET DEZE VOORWAARDEN.
LICENTIEOVEREENKOMST VOOR LEXMARK SOFTWARE
Deze Licentieovereenkomst ("Licentieovereenkomst") is een legale overeenkomst tussen u (een individu of een rechtspersoon) en Lexmark International, Inc. ("Lexmark") die, voor zover uw Lexmark product of Softwareprogramma niet op andere wijze onderhevig is aan een geschreven licentieovereenkomst voor software tussen u en Lexmark of zijn leveranciers, uw gebruik beheerst van enig Softwareprogramma dat is geïnstalleerd op, of wordt geleverd door Lexmark voor gebruik in combinatie met, uw Lexmark product. De term 'Softwareprogramma' omvat machineleesbare
instructies, beeld- en geluidsmateriaal (zoals afbeeldingen en opnamen) en bijbehorende media, gedrukte materialen en elektronische documentatie, ongeacht of dit is opgenomen in, geleverd bij of wordt gebruikt met het Lexmark product.
1 BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE. Lexmark garandeert dat de media (bijvoorbeeld diskettes of cd's) met het Softwareprogramma (als dit geleverd is) bij normaal gebruik geen materiaal of bewerkingsfouten bevatten gedurende de garantieperiode. De garantieperiode is negentig (90) dagen en gaat in op de dag waarop het Softwareprogramma wordt overgedragen aan de eindgebruiker. De beperkte garantieverklaring is alleen van toepassing op Softwareprogramma's die zijn gekocht bij Lexmark of een geautoriseerde wederverkoper of distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoen aan deze beperkte garantieverklaring.
2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES. BEHALVE ZOALS AANGEGEVEN IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST EN VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN ONDER TOEPASSELIJK RECHT, LEVEREN LEXMARK EN ZIJN LEVERANCIERS HET SOFTWAREPROGRAMMA ALS ZODANIG EN WIJZEN HIERBIJ ALLE ANDERE GARANTIES EN BEPALINGEN, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT EIGENDOM, NIET-INBREUKMAKENDHEID, VERHANDELBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, EN AFWEZIGHEID VAN VIRUSSEN, VAN DE HAND MET BETREKKING TOT HET SOFTWAREPROGRAMMA. VOOR ZOVER HET LEXMARK BIJ WET NIET IS TOEGESTAAN ENIG ONDERDEEL VAN DE IMPLICIETE GARANTIES MET BETREKKING TOT VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL AF TE WIJZEN, BEPERKT LEXMARK DE DUUR VAN DERGELIJKE GARANTIES TOT DE PERIODE VAN 90 DAGEN VOOR DE EXPLICIETE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE.
Deze Overeenkomst moet worden geïnterpreteerd in combinatie met bepaalde wettelijke bepalingen, zoals die van tijd tot tijd van kracht kunnen zijn, die garanties of bepalingen impliceren of verplichtingen opleggen aan Lexmark die niet kunnen worden uitgesloten of aangepast. Als dergelijke bepalingen van toepassing zijn, beperkt Lexmark, voor zover Lexmark hiertoe in staat is, hierbij zijn aansprakelijkheid voor het schenden van deze bepalingen tot een van de volgende acties: levering van een vervangend exemplaar van het Softwareprogramma of teruggave van het bedrag dat is betaald voor het Softwareprogramma.
Het Softwareprogramma kan internetkoppelingen bevatten naar andere softwaretoepassingen en/of webpagina's die worden gehost en beheerd door derden die niet gelieerd zijn aan Lexmark. U accepteert en gaat ermee akkoord dat Lexmark op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het hosten, de prestaties, de werking, het onderhoud of de inhoud van dergelijke softwaretoepassingen en/of webpagina's.
3 BEPERKING VAN VERHAALSMOGELIJKHEDEN. VOOR ZOVER TOEGESTAAN OP GROND VAN TOEPASSELIJK RECHT IS DE AANSPRAKELIJKHEID VAN LEXMARK OP BASIS VAN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST UITDRUKKELIJK BEPERKT TOT EEN MAXIMUM VAN VIJF AMERIKAANSE DOLLAR (OF HET EQUIVALENT HIERVAN IN DE LOKALE VALUTA) OF HET BEDRAG DAT U HEBT BETAALD VOOR HET SOFTWAREPROGRAMMA, INDIEN DIT HOGER IS. UW ENIGE VERHAALSMOGELIJKHEID BIJ LEXMARK IN ENIG GESCHIL DAT VOORTVLOEIT UIT DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST BESTAAT UIT HET TERUGVORDEREN VAN EEN VAN DEZE BEDRAGEN, WAARBIJ LEXMARK NA BETALING VAN HET BEDRAG VOLLEDIG IS GEVRIJWAARD VAN ENIGE VERPLICHTING OF AANSPRAKELIJKHEID TEN OPZICHTE VAN U.
IN GEEN GEVAL ZIJN LEXMARK, ZIJN LEVERANCIERS, DOCHTERONDERNEMINGEN OF WEDERVERKOPERS AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE, EXEMPLARISCHE OF PUNITIEVE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT VERLIES VAN WINST OF INKOMSTEN, VERLOREN SPAARTEGOEDEN, ONDERBREKING IN HET GEBRUIK OF ENIG VERLIES VAN GEBRUIK, ONNAUWKEURIGHEID IN OF SCHADE AAN GEGEVENS OF RECORDS, VOOR CLAIMS VAN DERDEN, OF SCHADE AAN ECHTE OF TASTBARE EIGENDOMMEN, VOOR SCHENDING VAN PRIVACY VOORTKOMEND UIT OF OP ENIGE MANIER VERWANT AAN HET GEBRUIK VAN OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET SOFTWAREPROGRAMMA, OF ANDERSZINS IN COMBINATIE MET ENIGE BEPALING IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST), ONGEACHT DE AARD VAN DE CLAIM, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT SCHENDING VAN GARANTIE OF CONTRACT, ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID), ZELFS NIET ALS LEXMARK, OF ZIJN LEVERANCIERS, PARTNERS OF WEDERVERKOPERS OP DE HOOGTE ZIJN GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE, OF VOOR ENIGE CLAIM DOOR U OP BASIS VAN EEN CLAIM VAN DERDEN, BEHALVE VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING
VAN SCHADE NIET RECHTSGELDIG IS. DE VOORGAANDE BEPERKINGEN ZIJN ZELFS VAN TOEPASSING ALS DE BOVENSTAANDE VERHAALSMOGELIJKHEDEN NIET SLAGEN IN HUN ESSENTIËLE DOEL.
4 WETTEN VAN DE STATEN IN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA. Deze Beperkte Garantieverklaring voor Software geeft u specifieke juridische rechten. Mogelijk beschikt u ook over andere rechten die per rechtsgebied kunnen verschillen. In sommige rechtsgebieden is vaststelling van de duur van impliciete garantie of uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade niet toegestaan, waardoor de voorgaande beperkingen of uitsluitingen mogelijk niet op u van toepassing zijn.
5 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst:
a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma. Als u het Softwareprogramma gebruikt met een licentie voor gelijktijdig gebruik, moet u het aantal geautoriseerde gebruikers beperken tot het aantal dat is opgegeven in uw overeenkomst met Lexmark. U mag de onderdelen van het Softwareprogramma niet van elkaar scheiden voor gebruik op meer dan één computer. U stemt ermee in dat u het Softwareprogramma, geheel of gedeeltelijk, niet zult gebruiken op enige wijze waardoor de visuele weergave van een handelsmerk, handelsnaam, woordmerk of kennisgeving voor intellectueel eigendom op een computerscherm die normaal gesproken wordt gegenereerd door, of als gevolg van, het Softwareprogramma, zal worden overschreven, aangepast, verwijderd, onleesbaar gemaakt, gewijzigd of verhuld.
b Kopiëren. U mag één (1) kopie van het Softwareprogramma maken die uitsluitend is bestemd voor back-up-, archiverings- of installatiedoeleinden, op voorwaarde dat de kopie alle eigendomskennisgevingen van het originele Softwareprogramma bevat. U mag het Softwareprogramma niet kopieren naar een openbaar of gedistribueerd netwerk.
c Voorbehoud van rechten. Het Softwareprogramma, inclusief alle lettertypen, is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van Lexmark International, Inc. en/of zijn leveranciers. Alle rechten die niet expliciet worden verleend aan u in deze Softwarelicentieovereenkomst, zijn voorbehouden aan Lexmark.
d Freeware. Niettegenstaande de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst, worden alle gedeelten van het Softwareprogramma waarin wordt gebruikgemaakt van software die onder een openbare licentie wordt geleverd door derden ('Freeware'), aan u in licentie gegeven onderhevig aan de voorwaarden en bepalingen die horen bij dergelijke Freeware, ongeacht of deze de vorm heeft van een afzonderlijke overeenkomst, een in de verpakking opgenomen licentie of elektronische licentievoorwaarden ten tijde van het downloaden of installeren. Gebruik van de Freeware door u wordt volledig beheerst door de voorwaarden en bepalingen van een dergelijke licentie.
6 OVERDRACHT. U mag het Softwareprogramma overdragen aan een andere eindgebruiker. Elke overdracht moet bestaan uit alle softwareonderdelen, media, gedrukte materialen en deze Softwarelicentieovereenkomst en u mag geen exemplaren van het Softwareprogramma of onderdelen daarvan bewaren. De overdracht mag niet een indirecte overdracht zijn, zoals een zending. Vóór de overdracht moet de eindgebruiker die het overgedragen Softwareprogramma ontvangt, akkoord gaan met alle voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij overdracht van het Softwareprogramma wordt uw licentie automatisch beëindigd. U mag het Softwareprogramma niet verhuren, in sublicentie geven of afstaan, behalve voor zover is toegestaan onder deze Softwarelicentieovereenkomst.
7 UPGRADES. Om een Softwareprogramma dat als upgrade wordt aangeduid, te mogen gebruiken, moet u beschikken over een licentie voor het originele Softwareprogramma dat door Lexmark is aangeduid als in aanmerking komend voor de upgrade. Na het uitvoeren van de upgrade mag u het originele Softwareprogramma dat de basis vormde voor de upgrade, niet langer gebruiken.
8 BEPERKING VOOR REVERSE-ENGINEERING. U mag het Softwareprogramma niet aanpassen, decoderen, onderwerpen aan reverse-engineering, disassembleren, decompileren of op andere wijze vertalen, of anderen hierbij helpen of hierin ondersteunen, behalve voor zover expliciet is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving voor doeleinden met betrekking tot samenwerking, foutcorrectie en beveiligingstesten. Als u beschikt over dergelijke wettelijke rechten, moet u Lexmark schriftelijk op de hoogte stellen als u van plan bent reverse-
engineering, disassemblage of decompilatie uit te voeren. U mag het Softwareprogramma niet decoderen tenzij dit vereist is voor het legitieme Gebruik van het Softwareprogramma.
9 AANVULLENDE SOFTWARE. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van toepassing op updates van of aanvullingen op het originele Softwareprogramma die worden geleverd door Lexmark tenzij Lexmark andere voorwaarden levert samen met de update of aanvulling.
10 DUUR. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van kracht tenzij deze wordt beëindigd of afgewezen. U mag deze licentie op elk gewenst moment afwijzen of beëindigen door alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook, of zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook.
11 BELASTING. U stemt ermee in dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van eventuele belasting, inclusief, maar niet beperkt tot, belasting voor goederen en services en persoonlijke eigendommen, die voortkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst of uw Gebruik van het Softwareprogramma.
12 BEPERKING VOOR GERECHTELIJKE VORDERINGEN. Geen gerechtelijke vordering, ongeacht in welke vorm dan ook, die voorkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst, mag worden ondernomen tegen een van de partijen meer dan twee jaar nadat de oorzaak van de gerechtelijke vordering heeft plaatsgevonden, behalve voor zover is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving.
13 TOEPASSELIJKE WETGEVING. Deze Softwarelicentieovereenkomst wordt beheerst door de wetgeving van het gemenebest van Kentucky, Verenigde Staten van Amerika. Het is niet mogelijk om de wetgeving van een bepaald rechtsgebied te kiezen. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Het Weens koopverdrag) is niet van toepassing.
14 BEPERKTE RECHTEN AMERIKAANSE OVERHEID. Het Softwareprogramma is volledig op eigen kosten ontwikkeld. De rechten van de Amerikaanse overheid om het Softwareprogramma te gebruiken zijn zoals uiteengezet in deze Softwarelicentieovereenkomst en zoals beperkt in DFARS 252.227-7014 en in vergelijkbare FAR-bepalingen (of vergelijkbare bepalingen voor overheidsinstellingen of contractclausules).
15 TOESTEMMING VOOR GEBRUIK VAN GEGEVENS. U gaat ermee akkoord dat Lexmark, zijn partners en vertegenwoordigers de door u geleverde gegevens kunnen verzamelen en gebruiken voor ondersteuningsservices die worden uitgevoerd voor het Softwareprogramma en op uw verzoek. Lexmark stemt ermee in deze gegevens niet te gebruiken in een vorm aan de hand waarvan u persoonlijk kunt worden geïdentificeerd, behalve voor zover vereist om dergelijke services te kunnen leveren.
16 EXPORTBEPERKINGEN. U mag niet (a) het Softwareprogramma of enig direct afgeleid product daarvan aanschaffen, verzenden, overdragen of herexporteren als hierbij de toepasselijke exportwetgeving wordt geschonden of (b) toestaan dat het Softwareprogramma wordt gebruikt voor doeleinden die zijn verboden in dergelijke exportwetgeving, inclusief maar niet beperkt tot het verspreiden van nucleaire, chemische of biologische wapens.
17 INSTEMMING MET CONTRACT IN ELEKTRONISCHE VORM. U en Lexmark gaan ermee akkoord deze Softwarelicentieovereenkomst in elektronische vorm aan te gaan. Dit betekent dat wanneer u op de knop 'Ik ga akkoord' of 'Accepteren' op deze pagina klikt of dit product gebruikt, u aangeeft in te stemmen met de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst en dat u dat doet met de intentie een contract met Lexmark te 'ondertekenen'.
18 VERMOGEN EN RECHT OM HET CONTRACT AAN TE GAAN. U verklaart dat u meerderjarig bent in het land of regio waar u deze Softwarelicentieovereenkomst aangaat en, indien van toepassing, dat u bent gemachtigd door uw werkgever of opdrachtgever om dit contract aan te gaan.
19 VOLLEDIGE OVEREENKOMST. Deze Softwarelicentieovereenkomst (inclusief eventuele aanvullingen of aanpassingen op deze Softwarelicentieovereenkomst die bij het Softwareprogramma worden geleverd) is de volledige overeenkomst tussen u en Lexmark met betrekking tot het Softwareprogramma. Behalve indien anders aangegeven in dit document, vervangen deze voorwaarden en bepalingen alle voorgaande of gelijktijdige mondelinge of schriftelijke communicaties, voorstellen en verklaringen met betrekking tot het Softwareprogramma
of enig ander onderwerp dat onder deze Softwarelicentieovereenkomst valt (behalve voor zover dergelijke externe voorwaarden niet in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst of enige andere geschreven overeenkomst die is ondertekend door u en Lexmark met betrekking tot uw Gebruik van het Softwareprogramma). Voor zover enige Lexmark beleidsrichtlijnen of programma's voor ondersteuningsservices in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst, zullen de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst van kracht zijn.
MICROSOFT CORPORATION NOTICES
Dit product bevat software voor de Adobe® Flash®-speler onder licentie bij Adobe Systems Incorporated, Copyright © 1995-2007 Adobe Macromedia Software LLC. Alle rechten voorbehouden. Adobe, Reader en Flash zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Index
Cijfers
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 296
200 Vastgelopen papier 268
201 Vastgelopen papier 268
202-203 Vastgelopen papier 269
230 Vastgelopen papier 270
231-239 Vastgelopen papier 271
24x papier vast 271
250 Vastgelopen papier 272
280–289 Vastgelopen papier 273
290-292 Vastgelopen papier 274
31.xx Cartridge [kleur] ontbreekt of is defect 287
32.xx Artikelnummer cartridge [kleur] wordt niet ondersteund door apparaat 288
34 Onjuist papierformaat, open [bron] 288
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag 288
37 Onvold. geheugen voor defragmentatie Flash 288
37 Onvoldoende geheugen voor
sorteren 288
37 Onvoldoende geheugen,
sommige taken in wacht zijn
verwijderd 289
37 Onvoldoende geheugen,
sommige wachttaken worden niet
hersteld 289
38 Geheugen vol 289
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 289
40 [kleur] onjuist gevuld, vervang cartridge 289
400–403 Vastgelopen papier 274
431–438 Vastgelopen papier 275
455 nietjes vast 275
460–461 Vastgelopen papier 274
51 Flash beschadigd 289
52 Onvold. ruimte flash-geh. voor bronnen 289
53 Flash niet geformatteerd 290
54 Fout in seriële poort, optie sleuf [x] 290
54 Netwerk [x] softwarefout 290
54 Softwarefout in
standaardnetwerk 290
55 Niet-ondersteunde optie in sleuf
[x] 290
550 vel, lade (standaard of optioneel)
plaatsen 76
56 Parallelle poort [x]
uitgeschakeld 291
56 Seriële poort [x]
uitgeschakeld 291
56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld 291
56 Standaard USB-poort uitgeschakeld 291
56 USB-poort [x] uitgeschakeld 291
57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld 291
58 Configuratiefout invoer 293
58 Te veel Flash-opties geïnstalleerd 292
58 Te veel laden aangesloten 292
58 Te veel laden geplaatst 292
58 Te veel schijven
geïnstalleerd 292
59 Incompatibele uitvoerlade
[x] 293
62 Schijf vol 293
80.xx Verhittingsstation bijna versleten 293
80.xx Verhittingsstation
ontbreekt 294
80.xx Verhittingsstation
versleten 293
80.xx Vervang fuser 294
82.xx Toneroverloopfles bijna vol 294
82.xx Toneroverloopfles
ontbreekt 294
82.xx Vervang
toneroverloopfles 294
83.xx Overdrachtsmodule
ontbreekt 294
83.xx Overdrachtsmodule
versleten 294
83.xx Vervang
overdrachtsmodule 294
840.01 Scanner uitgeschakeld door beheerder 295
840.02 Scanner uitgeschakeld.
Neem contact op met de
systeembeheerder als het probleem
zich blijft voordoen. 295
88.xx [kleur] cartridge zo goed als leeg 295
88.xx Cartridge [kleur] leeg 295
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel
leeg 294
A
Aangepast [x]
naam wijzigen 84
papiersoort wijzigen 85
Aangepaste ladenamen, menu 162
aangepaste naam configureren 85
Aangepaste scanformaten, menu 162
Aangepaste soorten, menu 161
aanpassen, kopieerkwaliteit 108 aanpassen, Slaapstand 71
aanpassen, tonerintensiteit 95
aanraakscherm knoppen 26
aansluiten, kabels 54
abonneren op dienst voor speciale belsignalen 128
Actieve NIC, menu 165 ADI
kopiëren met 104
ADI-kit
bestellen 256
ADI-onderdelen reinigen 251
adresboek gebruiken 118 verzenden, fax 132
Afbeelding, menu 243
afdruk, onregelmatigheden 317 afdrukken
annuleren via het
bedieningspaneel van printer 103
directorylijst 102
lijst met lettertypen afdrukken 102
menu-instellingen, pagina 55
netwerkconfiguratiepagina 56
op briefhoofdpapier 98
van flashstation 96
vanuit Windows 95
via Macintosh 95
zwart-wit 95
afdrukken in zwart-wit 95
afdrukken op briefhoofdpapier 98
afdrukken vanaf een flash- station 96
afdrukken, directorylijst 102
afdrukken, document 95
afdrukken, lijst met voorbeelden
van lettertypen 102
afdrukken, pagina met menu-instellingen 55
afdrukken, problemen oplossen afdruktaak duurt langer dan verwacht 298
er komen onverwachte pagina- einden voor 299
fout lezen flashstation. 296
gekruld papier 316
grote afdruktaken worden niet gesorteerd 299
laden koppelen lukt niet 299
meertalige PDF-bestanden worden niet afgedrukt 296
onjuiste marges 315
papier loopt regelmatig vast 312
taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 298
taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 298
taken in wacht worden niet afgedrukt 297
taken worden niet afgedrukt 296
vastgelopen pagina's worden niet opnieuw afgedrukt 313
verkeerde tekens worden afgedrukt 298
afdrukken, vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij
vanaf een Macintosh-computer 101
vanuit Windows 101
afdrukkwaliteit
glasplaat reinigen 250
reinigen, ADI-onderdelen 251
reinigen, lenzen van printerkop 253
afdrukkwaliteit, problemen oplossen
afdruk is te donker 318
afdruk is te licht 318
afdruk, onregelmatigheden 317
grijze achtergrond op afdrukken 315
herhaalde afdrukstoringen 320
horizontale strepen op afdrukken 323
lage kwaliteit transparantafdruk 325
lege pagina's 319
licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur op afdrukken 316
lichte tonervegen of achtergrond te donker 324
onregelmatige afdrukintensiteit 326
onvolledige afbeeldingen 313
schaduwafbeeldingen op afdrukken 314
scheve afdruk 321
smalle horizontale strepen 314
tekens hebben gekartelde randen 313
toner laat los 324
tonervlekjes 325
verticale strepen 323
witte strepen op een pagina 322
zwarte of gekleurde effen vlakken op afdrukken 321
zwarte strepen op een pagina 322
afdruktaak
annuleren, vanaf computer 103
afwerkeenheid
afwerkfuncties 92
ondersteunde papierformaten 92
Afwerking, menu 231
afwerkingseenheid, functies 92
Algemene instellingen, menu 185
Ander formaat, menu 156
annuleren
afdruktaak, van computer 103
annuleren, afdruktaak
via een computer 103
via het bedieningspaneel van de printer 103
AppleTalk, menu 171
B
bedieningspaneel, printer 23
bedraad netwerk, installatie met Macintosh 63
met Windows 63
Beheerdershandleiding voor
Embedded Web Server locatie 263
bellen met
klantenondersteuning 329
beperken, geluid van de printer 70
beschadigd, vaste schijf van de printer 280
beschikbare, interne opties 33
besparen, supplies 69
besparingsinstellingen helderheid, aanpassen 72
Slaapstand 71, 72
standaarduitvoerlade, verlichting 73
Stille modus 70
bestellen
cartridges 255
nietcassettes 256
reinigingskit 256
toneroverloopfles 256
bestellen, tonercartridge 255
Beveiligd afdrukken, menu 181
beveiliging, vergrendeling 34
Beveiligingsinstellingen bewerken, menu 180
bevestigen, systeemkaartklep 35
bijwerken, opties in
printerstuurprogramma 57
blokkeren, ongewenste faxen 134
bovenste
koppelen 83
ontkoppelen 84
briefhoofd
kopiëren op 105
laden, hoge-capaciteitslader voor 2.000 vel 79
vullen, laden 98
vullen, universeellader 98
briefhoofd, afdrukken 98
buitenkant van de printer reinigen 249
C
cartridge
vervangen 257
cartridges
bestellen 255
coderen, vaste schijf van de
printer 247
Configuratie U-lader, menu 155
configuratiegegevens
draadloos netwerk 58
configuraties
printer 20
configureren, e-
mailinstellingen 116
configureren, poortinstellingen 65
contact opnemen met de
klantenondersteuning 329
controleren, afdruktaken 101
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 101
afdrukken via Windows 101
controleren, de status van
supplies 254
controleren, niet-reagerende
scanner 302
controleren, printerstatus met de
Embedded Web Server 264
controleren, status van
supplies 254
controleren, virtuele display
met Embedded Web Server 263
D
datum en tijd, fax
instellen 129
Datum/tijd instellen, menu 184
directorylijst
afdrukken 102
display, bedieningspaneel van
printer 23
aanpassen, helderheid 72
displayproblemen oplossen
display geeft alleen ruitjes weer 296
display is leeg 296
documenten, afdrukken
vanuit Windows 95
via Macintosh 95
doorsturen, faxen 138
draadloos netwerk
configuratiegegevens 58
installatie, met Macintosh 60
installatie, onder Windows 58
Draadloos, menu 170
draadloze netwerkinstallatie in Windows 58
draadloze printerinstallatie in Macintosh 60
dubbelzijdig afdrukken 108
E
e-mail, verzenden
adresboek gebruiken 118
met het aanraakscherm 118
snelkoppelingsnummer gebruiken 118
e-mailen
adresboek gebruiken 118
annuleren 120
configureren, e- mailinstellingen 116
e-mailfunctie instellen 116
met het aanraakscherm 118
snelkoppelingen maken met de Embedded Web Server 117
snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 117
snelkoppelingsnummer gebruiken 118
toevoegen, berichtregel 119
toevoegen, onderwerpregel 119
wijzigen, bestandstype voor verzending 119
e-mailfunctie
instellen 116
E-mailinstellingen, menu 211
e-mailsnelkoppelingen, maken met Embedded Web Server 117
e-mailvenster
geavanceerde opties 122
opties 120, 121, 122
e-mailmeldingen
instellen 264
supplies bijna op 264
Ecomodus gebruiken 70
eerste faxconfiguratie 125
met Embedded Web Server 125
Embedded Web Server
beheerdersinstellingen 263
eerste faxconfiguratie 125
functies 263
gebruiken 263
instellen, e-mailmeldingen 264
maken, e-
mailsnelkoppelingen 117
maken, FTP-snelkoppeling 140
maken, snelkoppeling voor faxbestemming 130
netwerkinstellingen 263
openen 263
printerstatus controleren 264
probleem met toegang 329
emissiekennisgevingen 332, 335, 336
enveloppen
plaatsen in de universeellader 81
tips voor het gebruik van 99
Ethernet-network
Macintosh 63
Windows 63
Ethernet-poort 54
etiketten, papier tips 99
exporteren, configuratie
met Embedded Web Server 32
exporteren, configuratie met de
Embedded Web Server 32
Extern bedieningspaneel 31
F
fabrieksinstellingen
herstellen 265
fax- en e-mailfuncties
instellen 304
fax- en e-mailfuncties zijn niet
ingesteld 304
fax- of stationsnaam instellen voor
uitgaande faxen 129
faxaansluiting
aansluiten op een DSL-lijn 127
aansluiten op een PBX of ISDN 127
printer aansluiten op het stopcontact 126
faxaansluitingen
regionale adapters 128
faxen
annuleren, faxtaak 135
blokkeren, ongewenste faxen 134
doorsturen, faxen 138
fax verzenden op een opgegeven tijdstip 134
fax- of stationsnaam instellen voor uitgaande faxen 129
faxconfiguratie 125
faxen in wachtrij 137
faxen lichter of donkerder maken 133
faxnummer of stationsnummer instellen 129
faxverbinding kiezen 126
instellen, datum en tijd 129
printer configureren voor zomertijd 130
resolutie wijzigen 133
snelkoppelingen maken met de Embedded Web Server 130
snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 131
speciale belsignalen, dienst voor 128
verzenden met het aanraakscherm 131
verzenden, fax 131
weergeven, faxlog 134
faxen in wachtrij 137
faxlog weergeven 134
Faxmodus (Analoge faxinstellingen), menu 200
Faxmodus (Faxserverinstellingen), menu 209
faxnummer of stationsnummer instellen 129
Faxpartitie werkt niet. Raadpleeg de systeembeheerder. 281
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder. 281
faxvenster geavanceerde opties 136, 137 opties 135, 136
faxverbinding kiezen 126
FCC-kennisgevingen 336
firmwarekaart installeren 40
flashgeheugenkaart installeren 40 problemen oplossen 311
flashstation afdrukken vanaf 96
Flashstation, menu 222
flashstations ondersteunde bestandstypen 98
Formulieren en favorieten 30 foto's kopiëren 105
foto's kopiëren 105
FTP scannen met adresboek 140
FTP-adres snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 141
FTP-instellingen, menu 217
FTP-scherm geavanceerde opties 143 opties 141, 142, 143
functies Scan Center 145
G
geavanceerde opties, aanraakscherm
faxen 137
FTP 143
kopiëren 114
gebruiken, knoppen op het aanraakscherm 26
gebruiken, Sluimerstand 72
gebruiken, Stille modus 70
Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken 285
geheugenkaart installeren 38
problemen oplossen 311
geluidsemissie, niveaus 332
glasplaat reinigen 250
glasplaat (flatbed) kopiëren met 105
glasvezel netwerkconfiguratie 63
groene instellingen Ecomodus 70
Sluimerstand 72
Stille modus 70
H
Handinvoer vullen met [aangepaste tekenreeks] 284
Handinvoer vullen met [naam aangepaste soort] 284
Handleiding netwerken locatie 263
herhaalde afdrukstoringen 320
herhaalde afdruktaken 101 afdrukken vanaf de Macintosh-computer 101
afdrukken via Windows 101 herstellen,
standaardfabrieksinstellingen 265
Hoge-capaciteitslader voor 2000 vel
installeren 53 plaatsen 79
horizontale strepen op afdrukken 323
HTML, menu 242
Hulpprogramma's, menu 236
|
importeren, configuratie met Embedded Web Server 32
importeren, configuratie met de Embedded Web Server 32
informatie over de printer locatie 18
informatie over de
startschermknoppen en - pictogrammen 24
installeren op een draadloos netwerk
met Windows 58
installeren, geheugenkaart 38
installeren, hoge-capaciteitslader voor 2000 vel 53
installeren, lade voor 550 vel 53
installeren, opties volgorde van installatie 52
installeren, printer op een netwerk bedraad netwerk 63
installeren, printersoftware 56 opties toevoegen 57
installeren, vaste schijf van printer 46
instellen TCP/IP-adres 168
instellen, e-mailmeldingen met de Embedded Web Server 264
instellen, fax- en e-mailfuncties 304 Instellen, menu 228
instellen, papierformaat 75
instellen, papiersoort 75 instellen, printer
op een bedraad netwerk (Macintosh) 63
op een bedraad netwerk (Windows) 63
instellen, serieel afdrukken 67
instellen, universeel
papierformaat 75
instelling, Ecomodus 70
Instellingen SMTP, menu 178
Internal Solutions Port installeren 42
poortinstellingen wijzigen 65
problemen oplossen 311
interne afdrukserver
problemen oplossen 311
IPv6, menu 169
K
kaarten
plaatsen in de universeellader 81
tips 100
kabels
Ethernet 54
USB 54
kan Embedded Web Server niet openen 329
kennisgevingen 331, 332, 333,
334, 335, 336, 337
Klep automatische invoer van
scanner is open 287
Kleur aanpassen 278
knoppen aanraakscherm gebruiken 26
knoppen, bedieningspaneel van de printer 23
kopieën maken op papier uit een
bepaalde lade 106
Kopieerinstellingen, menu 194
kopieerkwaliteit aanpassen 108
kopieervenster geavanceerde opties 114 opties 113, 114, 115, 142
kopiëren
aangepaste taak (taak samenstellen) 110
een lade selecteren 106
foto's 105
in zwart-wit 106
kopieertaak annuleren 112
kwaliteit aanpassen 108
meerdere pagina's op één vel 110
met de ADI 104
op beide zijden van het papier (dubbelzijdig afdrukken) 108
op briefhoofdpapier 105
op een ander formaat 106
op transparanten 105
overlay-bericht toevoegen 112
scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren 110
snel kopiëren 104
sorteren, exemplaren 109
toevoegen, datum- en tijdstempel 111
vergroten 108
verminderen 108
verschillende papierformaten 107
via de glasplaat (flatbed) 105
kopiëren in zwart-wit 106
kopiëren op beide zijden van het
papier (dubbelzijdig afdrukken) 108
kopiëren op briefhoofdpapier 105
kopiëren op transparanten 105
kopiëren op verschillende
papierformaten 107
kopiëren, meerdere pagina's op één vel 110
kopiëren, problemen oplossen documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gekopieerd 302
kopieerapparaat reageert niet 300
kwaliteit van gescande afbeelding is slecht 303
scannereenheid sluit niet 300
slechte kopieerkwaliteit 300
koppelen
uitvoerladen 84
koppelen, laden 83
koppelen, uitvoerladen 84
kringlooppapier gebruiken 69, 87
kringlooppapier gebruiken 69
Kwaliteit, menu 233
L
lade koppelen
toewijzen, aangepaste papiersoortnaam 85
lade ontkoppelen
toewijzen, aangepaste papiersoortnaam 85
Lade voor 550 vel installeren 53
Lade-instelling, menu 163
lampje, indicatie- 23
Leeg perforatiebak 281
lege pagina's 319
licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur op afdrukken 316
lijst met lettertypen afdrukken afdrukken 102
Logbestand beveiligingscontrole, menu 183
M
maken, FTP-snelkoppeling met Embedded Web Server 140
maken, profielen met hulpprogramma ScanBack 146
maken, snelkoppeling voor
faxbestemming
met Embedded Web Server 130
meer informatie over de printer 18
Menu Aangepaste namen 161
Menu Help 243
Menu Serieel [x] 176
Menu TCP/IP 168
menu-instellingen, pagina afdrukken 55
menu's
Aangepaste ladenamen 162
Aangepaste namen 161
Aangepaste scanformaten 162
Aangepaste soorten 161
Actieve NIC 165
Afbeelding 243
Afwerking 231
Algemene instellingen 185
Ander formaat 156
AppleTalk 171
Beveiligingsinstellingen bewerken 180
Configuratie U-lader 155
Datum/tijd instellen 184
diagram van 149
Draadloos 170
E-mailinstellingen 211
Papierformaat/-soort 152
Papiergewicht 158
Papierstructuur 156
Parallel [x] 173
PCL Emul 239
PDF 238
PostScript 238
Rapporten 164
Schijf wissen 182
Serieel [x] 176
Standaard-USB 172
Standaardbron 152
Standaardnetwerk 165
Supplies 150
Taakadministratie 229
TCP/IP 168
Vertrouwelijke taken afdrukken 181
XPS 237
menu's, diagram 149
met Embedded Web Server 263
met hulpprogramma ScanBack 146
Mijn MFP 31
milieu-instellingen
besparen, supplies 69
helderheid, aanpassen 72
Slaapstand 71
Sluimerstand 72
standaarduitvoerlade, verlichting 73
Stille modus 70
N
naam aangepaste papiersoort maken 84
Naam faxstation is niet
ingesteld 281
Netwerk [x], menu 165
netwerkconfiguratiepagina afdrukken 56
netwerkconfiguratiepagina
afdrukken 56
Niet-ondersteund USB-apparaat, verwijder apparaat 281
niet-reagerende printer
controleren 278
nietcassettes
bestellen 256
nietjesstoring, verhelpen 455 nietjes vast 275
Nummer faxstation is niet
ingesteld 281
0
ondersteunde flashstations 98
ondersteunde papierformaten 89
ondersteunde papiergewichten en - soorten 91
onderwerp- en berichtinformatie toevoegen aan e-mail 119
onregelmatige
afdrukintensiteit 326
ontkoppelen, laden 84
opslaan
papier 89
supplies 254
opslaan, afdruktaken 101
opties
bijwerken in printerstuurprogramma 57
faxkaart 33
firmwarekaart 40
firmwarekaarten 33
hoge-capaciteitslader voor 2000 vel, installeren 53
Internal Solutions Port, installeren 42
lade voor 550 vel, installeren 53
netwerk 33
poorten 33
vaste schijf van de printer, verwijderen 51
vaste schijf van printer, installeren 46
volgorde van installatie 52
opties, aanraakscherm
e-mailen 120, 121, 122
faxen 135, 136
FTP 141, 142, 143
kopiëren 113, 114, 115, 142
scannen 147
scannen naar computer 146, 147
Overige, menu 180
P
papier
briefhoofd 87
kringlooppapier 87
kringlooppapier gebruiken 69
ongeschikt 87
opslaan 110, 89
selecteren 87
Universeel formaat instellen 75
Universeel papierformaat 162
verschillende formaten, kopiëren 107
voorgedrukte formulieren 87
Papier plaatsen, menu 159
papier plaatsen, standaardlade 76
papierbesparing 110
papierformaat
instellen 75
Papierformaat in lade [x] niet
ondersteund 287
Papierformaat/-soort, menu 152
papierformaten
ondersteund door de printer 89
bericht blijft staan nadat storing is verholpen 312
papiersoort
instellen 75
papiersoorten
geschikt voor welke lade(n) 91
ondersteund door de printer 91
ondersteuning voor duplex 91
papierstoringen
voorkomen 266
papierstoringen, verhelpen
200 Vastgelopen papier 268
455 nietjes vast 275
460–461 Vastgelopen papier 274
Papierstructuur, menu 156
Parallel [x], menu 173
PCL emul, menu 239
PDF, menu 238
Plaats enveloppenlader 283
Plaats invoerlade [x] 282
Plaats lade [x] terug 285
Plaats nietcassette 282
Plaats perforatiebak 282
Plaats uitvoerlade [x] 282
plaatsen
550 vel, lade (standaard of optioneel) 76
briefhoofd in universeellader 98
briefhoofdpapier in de hoge- capaciteitslader voor 2000 vel 79
invoer met hoge capaciteit voor 2000 vel 79
universeellader 81
plaatsen in de universeellader 81
plaatsen, enveloppen in universeellader 8:
plaatsen, karton in universeellader 81
plaatsen, transparanten in universeellader 81
poortinstellingen configureren 65
PostScript, menu 238
printer afwerkfuncties 92 configuraties 20
minimale installatieruimte 19
plaats bepalen 19
verplaatsen 19, 261, 262 vervoer 262
printer aansluiten op regionale adapters 128
printer installeren op draadloos netwerk 58
printer installeren op een draadloos netwerk
met Macintosh 60
printer vervoeren 262
printer, bedieningspaneel 23
fabrieksinstellingen herstellen 265
helderheid aanpassen 72
printer, vaste schijf codering 247
installeren 46
problemen oplossen 311
verwijderen 51
printer, vaste schijf coderen 247 printerberichten
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 296
31.xx Cartridge [kleur] ontbreekt of is defect 287
32.xx Artikelnummer cartridge [kleur] wordt niet ondersteund door apparaat 288
34 Onjuist papierformaat, open [bron] 288
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag 288
37 Onvold. geheugen voor defragmentatie Flash 288
37 Onvoldoende geheugen voor sorteren 288
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 289
37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld 289
38 Geheugen vol 289
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 289
40 [kleur] onjuist gevuld, vervang cartridge 289
51 Flash beschadigd 289
52 Onvold. ruimte flash-geh. voor bronnen 289
53 Flash niet geformatteerd 290
54 Fout in seriële poort, optie sleuf [x] 290
54 Netwerk [x] softwarefout 290
54 Softwarefout in standaardnetwerk 290
55 Niet-ondersteunde optie in sleuf [x] 290
56 Parallelle poort [x] uitgeschakeld 291
56 Seriële poort [x] uitgeschakeld 291
56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld 291
56 Standaard USB-poort uitgeschakeld 291
56 USB-poort [x] uitgeschakeld 291
57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld 291
58 Configuratiefout invoer 293
58 Te veel Flash-opties geïnstalleerd 292
58 Te veel laden aangesloten 292
58 Te veel laden geplaatst 292
58 Te veel schijven geïnstalleerd 292
59 Incompatibele uitvoerlade [x] 293
62 Schijf vol 293
80.xx Verhittingsstation bijna versleten 293
80.xx Verhittingsstation ontbreekt 294
80.xx Verhittingsstation versleten 293
80.xx Vervang fuser 294
82.xx Toneroverloopfles bijna vol 294
82.xx Toneroverloopfles ontbreekt 294
82.xx Vervang toneroverloopfles 294
83.xx Overdrachtsmodule ontbreekt 294
83.xx Overdrachtsmodule versleten 294
83.xx Vervang overdrachtsmodule 294
840.01 Scanner uitgeschakeld door beheerder 295
840.02 Scanner uitgeschakeld. Neem contact op met de systeembeheerder als het probleem zich blijft voordoen. 295
88.xx [kleur] cartridge zo goed als leeg 295
88.xx Cartridge [kleur] vrijwel leeg 294
er is een fout opgetreden met het USB-station 278
Faxpartitie werkt niet. Raadpleeg de systeembeheerder. 281
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder. 281
Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken 285
Handinvoer vullen met [aangepaste tekenreeks] 284
Handinvoer vullen met [naam aangepaste soort] 284
Klep automatische invoer van scanner is open 287
Kleur aanpassen 278
Leeg perforatiebak 281
Naam faxstation is niet ingesteld 281
Niet-ondersteund USB-apparaat, verwijder apparaat 281
Nummer faxstation is niet ingesteld 281
Papierformaat in lade [x] niet ondersteund 287
Plaats enveloppenlader 283
Plaats invoerlade [x] 282
Plaats lade [x] terug 285
Plaats nietcassette 282
Plaats perforatiebak 282
Plaats uitvoerlade [x] 282
Schijf bijna vol. Veilig schijfruimte vrijmaken. 280
Schijf corrupt 280
Schijf wordt niet ondersteund 287
Schijfprobleem 280
Schuif de finisher naar links 287
Sluit bovenklep van finisher 280
Sluit bovenste toegangsklep 280
Sluit de klep van de papiertransport 280
Sluit de zijklep links 280
Sluit klep van [lade] 280
Sluit voorklep 280
Sluit zijklep van finisher 280
Sommige taken in wacht zijn niet hersteld 287
Supply nodig om de taak te voltooien 287
Verwijder papier uit alle laden 286
Verwijder papier uit lade [x] 286
Verwijder papier uit standaarduitvoerlade 286
Verwijder verpakkingsmateriaal, controleer [naam gebied] 286
Vul [bron] met [aangepaste tekenreeks] 283
Vul [bron] met [formaat] 283
Vul [bron] met [naam aangepaste soort] 283
Vul [bron] met [soort] [formaat] 284
Vul handm. invoer met [papierformaat] 284
Vul handm. invoer met [papiersoort] [papierformaat] 284
Vul nietjes bij 285
Wachttaken herstellen? 287
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks] 279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks], laad [afdrukstand] 279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste soort] 278
Wijzig [papierbron] in [aangepaste soort], laad [afdrukstand] 279
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort] 279
Wijzig [papierbron] in [papierformaat] [papiersoort], laad [afdrukstand] 279
printerconfiguraties 20
printerkop, lenzen reinigen 253
printeropties, problemen oplossen geheugenkaart 311
kan flashgeheugenkaart niet vinden 311
kan vaste schijf van de printer niet vinden 311
lader voor 2000 vel, problemen oplossen 310
optie functioneert niet 309
problemen met de papierlade 310
USB/parallel, interfacekaart 312
printersoftware installeren 56
printerstatus controleren
in Embedded Web Server 264
problemen met faxen oplossen er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen 305
faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 307
faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 307
nummerweergave werkt niet 305
ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 308
problemen oplossen
contact opnemen met de klantenondersteuning 329
controleren, niet-reagerende scanner 302
er is een toepassingsfout opgetreden 308
fax- en e-mailfuncties zijn niet ingesteld 304
kan Embedded Web Server niet openen 329
niet-reagerende printer controleren 278
Scannen naar netwerk 308
standaardprinterproblemen oplossen 278
veelgestelde vragen over afdrukken in kleur 326
problemen oplossen, afdrukken afdruktaak duurt langer dan verwacht 298
er komen onverwachte pagina- einden voor 299
fout lezen flashstation. 296 gekruld papier 316
grote afdruktaken worden niet gesorteerd 299
laden koppelen lukt niet 299
meertalige PDF-bestanden worden niet afgedrukt 296
onjuiste marges 315
papier loopt regelmatig vast 312
taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 298
taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 298
taken in wacht worden niet afgedrukt 297
taken worden niet afgedrukt 296
vastgelopen pagina's worden niet opnieuw afgedrukt 313
verkeerde tekens worden afgedrukt 298
problemen oplossen, afdrukkwaliteit
afdruk is te donker 318
afdruk is te licht 318
afdruk, onregelmatigheden 317
grijze achtergrond op afdrukken 315
herhaalde afdrukstoringen 320
horizontale strepen op afdrukken 323
lage kwaliteit transparantafdruk 325
lege pagina's 319
licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur op afdrukken 316
lichte tonervegen of achtergrond te donker 324
onregelmatige afdrukintensiteit 326
onvolledige afbeeldingen 313
schaduwafbeeldingen op afdrukken 314
scheve afdruk 321
smalle horizontale strepen 314
tekens hebben gekartelde randen 313
toner laat los 324
tonervlekjes 325
verticale strepen 323
witte strepen op een pagina 322
zwarte of gekleurde effen vlakken op afdrukken 321
zwarte strepen op een pagina 322
problemen oplossen, display display geeft alleen ruitjes weer 296
display is leeg 296
problemen oplossen, faxen
er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen 305
faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 307
faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 307
nummerweergave werkt niet 305
ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 308
problemen oplossen, kopiëren
documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gekopieerd 302
kopieerapparaat reageert niet 300
kwaliteit van gescande afbeelding is slecht 303
scannereenheid sluit niet 300
slechte kopieerkwaliteit 300
problemen oplossen, papierinvoer bericht blijft staan nadat storing is verholpen 312
problemen oplossen, printeropties geheugenkaart 311
kan flashgeheugenkaart niet vinden 311
kan vaste schijf van de printer niet vinden 311
lader voor 2000 vel, problemen oplossen 310
optie functioneert niet 309
problemen met de papierlade 310
USB/parallel, interfacekaart 312
problemen oplossen, scannen documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gescand 304
kan niet vanaf een computer scannen 304
scan is mislukt 303
scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens het scannen 303
scannereenheid sluit niet 300
publicaties
locatie 18
R
rapporten
weergeven 264
Rapporten, menu 164
recycling
AEEA-verklaring 332
Lexmark producten 73
Lexmark verpakkingsmateriaal 74
tonercartridges 74
reinigen
ADI-onderdelen 251
buitenkant van de printer 249
glasplaat 250
reinigen, lenzen van printerkop 253
reinigingskit
bestellen 256
reserveren, afdruktaken 101
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 101
afdrukken via Windows 101
resolutie, fax
wijzigen 133
S
Scan Center, functies 145
ScanBack, hulpprogramma gebruiken 146
scannen
naar een computer 144
naar een FTP-adres 139
naar een FTP-adres, met adresboek 140
snel kopiëren 104
vanaf een flashstation 145
scannen naar computer
geavanceerde opties, instellen 148
opties 146, 147
origineel 146
papierafdrukstand, instellen 147
scannen naar een computer 144
scannen naar een flashstation 145
scannen naar een FTP-adres adresboek gebruiken 140
met het aanraakscherm 139
met snelkoppelingsnummers 140
snelkoppelingen maken met de computer 140
Scannen naar netwerk 30
scannen, problemen oplossen documenten of foto's worden slechts gedeeltelijk gescand 304
kan niet vanaf een computer scannen 304
scan is mislukt 303
scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens het scannen 303
scannereenheid sluit niet 300
scanner
Automatische documentinvoer (ADI) 22
functies 21
glasplaat 22
scanvenster opties 147
schaduwafbeeldingen op
afdrukken 314
scheidingsvellen invoegen tussen
exemplaren 110
Schijf wissen, menu 182
Schuif de finisher naar links 287
serieel afdrukken instellen 67
Slaapstand aanpassen 71
Sluimerstand gebruiken 72
Sluit bovenklep van finisher 280
Sluit bovenste toegangsklep 280
Sluit de klep van de papiertransport 28
Sluit de zijklep links 280
Sluit klep van [lade] 280
Sluit voorklep 280
Sluit zijklep van finisher 280
snelkoppelingen gebruiken verzenden, fax 132
snelkoppelingen, maken e-mailen 117
faxbestemming 130, 131
FTP-adres 141
FTP-bestemming 140
Sommige taken in wacht zijn niet hersteld 287
sorteren, exemplaren 109
speciaal belsignaal, dienst voor faxen
abonneren op 128
Standaard-USB, menu 172
Standaardbron, menu 152
standaardlade plaatsen 76
Standaardnetwerk, menu 165
standaardprinterproblemen, oplossen 278
standaarduitvoerlade verlichting, instellen 73
startscherm
pictogrammen verbergen 29
pictogrammen weergeven 29
toepassingen 29
startscherm, knoppen en
pictogrammen
beschrijving 24
startscherm, toepassingen gebruiken 29
status van supplies controleren 254
Stille modus
afdrukkwaliteit, problemen oplossen 314
strepen op een pagina 322
supplies
besparen 69
controleren met Embedded Web Server 254
controleren via het bedieningspaneel van printer 254
controleren, status 254
kringlooppapier gebruiken 69 opslaan 254
supplies, bestellen ADI-kit 256
cartridges 255
nietcassettes 256
reinigingskit 256
toneroverloopfles 256
Supplies, menu 150
Supply nodig om de taak te voltooien 287
systeemkaart openen 35
systeemkaartklep
terugplaatsen 35 toevoegen als bijlage 35
T
Taakadministratie, menu 229
telecommunicatie,
kennisgevingen 336
terugplaatsen,
systeemkaartklep 35
tips
briefhoofdpapier gebruiken 98
enveloppen gebruiken 99
etiketten, papier 99
kaarten 100
voor het gebruik van transparanten 99
tips voor het afdrukken op
enveloppen 99
tips voor het gebruik van
briefhoofdpapier 98
toegang tot de systeemkaart 35
toepassingen, lijst startscherm 29
toepassingen, startscherm
Extern bedieningspaneel 29
Formulieren en favorieten 29
Mijn MFP 29
Scannen naar netwerk 29
WS-Scan 29
toevoegen, datum- en
tijdstempel 111
toewijzen, aangepaste
papiersoortnaam 85
tonercartridges recycling 74
tonerintensiteit aanpassen 95
toneroverloopfles bestellen 256
vervangen 260
transparanten gebruiken 99
kopiëren op 105
plaatsen 99
plaatsen in de universeellader 81
tips voor het gebruik van 99
U
uitvoer, bestandstype voor wijzigen 119
uitvoerladen koppelen 84
Universal-instelling, menu 162
Universeel papierformaat 162 instellen 75
universeellader plaatsen 81
USB-poort 54
USB/parallel, interfacekaart problemen oplossen 312
V
vastgelopen papier
locaties 267
nummers 267
storingsgebieden opsporen 267
voorkomen 266
veelgestelde vragen over afdrukken in kleur 326
veiligheidsvoorschriften 16, 17
verbergen, pictogrammen op het startscherm 29
vergrendeling, beveiliging 34
vergroten, kopie 108
verplaatsen, printer 261, 262, 19
verschillende papierformaten, kopiëren 107
vertrouwelijke afdruktaken 101
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 101
afdrukken via Windows 101
vervangen, cartridge 257
vervangen, toneroverloopfles 260
Verwijder papier uit alle laden 286
Verwijder papier uit lade [x] 286
Verwijder papier uit
standaarduitvoerlade 286
Verwijder verpakkingsmateriaal,
controleer [naam gebied] 286
verwijderen, vaste schijf van de printer 51
verzenden, fax 131
adresboek gebruiken 132
snelkoppelingen gebruiken 132
verzenden, fax met het
aanraakscherm 131
verzenden, fax op een opgegeven tijdstip 134
verzenden, fax via het
adresboek 132
verzenden, fax via
snelkoppelingen 132
virtuele display
controleren met Embedded Web Server 263
vluchtig geheugen
wissen 246
voorkomen, papierstoringen 266
Vul handm. invoer met
[papierformaat] 284
Vul handm. invoer met
[papiersoort] [papierformaat] 284
Vul nietjes bij 285
W
wachttaken 101
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 101
afdrukken via Windows 101
Wachttaken herstellen? 287
weergeven
rapporten 264
weergeven, faxlog 134
weergeven, pictogrammen op het startscherm 29
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks] 279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste reeks], laad [afdrukstand] 279
Wijzig [papierbron] in [aangepaste soort] 278
Wijzig [papierbron] in [aangepaste soort], laad [afdrukstand] 279
Wijzig [papierbron] in
[papierformaat] [papiersoort] 279
Wijzig [papierbron] in
[papierformaat] [papiersoort], laad [afdrukstand] 279
wissen, vluchtig geheugen 246
WS-Scan 31
X
XPS, menu 237
Z
zomertijd, faxen 130
zwart-wit, afdrukken in 95
zwarte of gekleurde effen vlakken
op afdrukken 321















