LEXMARK

X3480 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis X3480 LEXMARK in PDF-formaat.

📄 185 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice LEXMARK X3480 - page 7
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over X3480 LEXMARK

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X3480 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X3480 van het merk LEXMARK.

GEBRUIKSAANWIJZING X3480 LEXMARK

Gebruikershandleiding

LEXMARK X3480 - 1

De volgende alinea is niet van toepassing in enig land waar dergelijke bepalingen in strijd zijn met de lokale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC. STELT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG TER BESCHIKKING, ZONDER ENIGE GARANTIE, NADRUKKELIJK OF IMPLICIET, WAARONDER BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties in bepaalde transacties niet toegestaan; het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is. Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien; wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.

Opmerkingen kunnen worden gestuurd aan Lexmark International, Inc, Department F95/032-2, 740 West New Circle Road, Lexington, Kentucky 40550, Verenigde Staten. Vanuit het Verenigd Koninkrijk en Ierland stuurt u eventuele opmerkingen naar Lexmark International Ltd., Marketing and Services Department, Westhorpe House, Westhorpe, Marlow, Buckinghamshire SL7 3RQ. Lexmark behoudt zich het recht voor de door u verstrekte informatie naar eigen goeddunken te gebruiken en te verspreiden, zonder hiermee enige verplichting op zich te nemen tegenover u. Extra exemplaren van aan dit product gerelateerde publicaties kunnen worden verkregen door vanuit de Verenigde Staten of Canada te bellen naar 1-800-553-9727. In het Verenigd Koninkrijk en Ierland belt u +44 (0)8704 440 044. In andere landen neemt u contact op met de leverancier.

Als in deze publicatie wordt verwezen naar producten, programma's of diensten, impliciert dit niet dat de producent het voornemen heeft deze beschikbaar te stellen in alle landen waarin de producent actief is. Geen enkele verwijzing naar een product, programma of dienst moet worden opgevat als een verklaring of suggestie dat alleen dat product, dat programma of die dienst mag worden gebruik. Het staat u vrij functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten te gebruiken, mits die geen inbreuk maken op enig bestaand intellectueel eigendomsrecht. Het beoordelen en controleren van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van die producten, programma's of diensten die uitdrukkelijk door de producent worden genoemd, behoort tot de verantwoordelijkheden van de gebruiker.

Alle rechten voorbehouden.

RECHTEN M.B.T. DE OVERHEID VAN DE VERENIGDE STATEN

Deze software en alle bijbehorende documentatie die onder deze overeenkomst worden geleverd, zijn commerciële computersoftware en documentatie die op eigen kosten zijn ontwikkeld.

Veiligheidsinformatie

  • Als uw product niet met dit symbool is gemarkeerd, moet het op een stopcontact worden aangesloten dat op de juiste wijze is geaard. VOORZICHTIG: installeer dit apparaat niet tijdens een onweersbui en sluit onder dergelijke omstandigheden ook geen stroom- en telefoonkabels of andere kabels aan.
  • Het netsnoer dient te worden aangesloten op een stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat makkelijk kan worden bereikt.
  • Onderhoudswerkzaamheden en reparaties die niet in de bedieningsinstructies worden beschreven, dienen uitsluitend door een professionele onderhoudsmonteur te worden uitgevoerd.
  • Dit product is samen met specifieke Lexmark onderdelen ontwikkeld, getest en goedgekeurd op basis van strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. Lexmark is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen.
  • Dit product maakt gebruik van een laser.
    Voorzichtig: het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
  • Dit product gebruikt een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal verhit wordt. Hierdoor kan het afdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. U moet het gedeelte in de bedieningsinstructies lezen waarin de richtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken; zo voorkomt u de mogelijkheid op schadelijke afscheidingen.

Conventies

Opmerking: Een opmerking bevat nuttige informatie.

VOORZICHTIG: De veiligheidsadviezen hebben betrekking op gevaar voor letsel.

Waarschuwing: Een waarschuwing geeft aan dat het hardwareproduct of de bijbehorende software beschadigd kan raken.

Hoofdstuk 1: Printeroverzicht ....7

Hoofdstuk 2: Afdrukmedia ....10

Afdrukmedia - bronnen en specificaties 11

De juiste afdrukmedia kiezen 14

Papier 14

Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier 15

Transparanten 16

Enveloppen 17

Etiketten 18

Karton 19

Afdrukmedia bewaren 19

Papierstoringen voorkomen 20

Papier laden 21

Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel 21

De optionele lade voor 500 vel vullen 27

Universeellader vullen en gebruiken 32

De universeellader openen 33

Afdrukmedia in de universeellader laden 35

De standaarduitvoerlade gebruiken 41

De papiersteun omhoog brengen 41

De achterste uitvoerlade gebruiken 42

Papierstoringen verhelpen 45

200 / 201 Papier vast; Verwijder cart 46

202 Papier vast; Open achterklep 48

23x Papier vast (papier vast in duplexeenheid) 51

24x Papier vast; Ctrl inv.lade 55

250 Papier vast; Ctrl U-lader 57

Hoofdstuk 3: Afdruktaken ....58

Afdruktaak naar de printer sturen 58

Afdrukken in een Windows-omgeving 58

Afdrukken vanaf een Macintosh-computer 58

Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken) 59

Dubbelzijdig afdrukken op papier met briefhoofd 59

De functie Bindz duplex gebruiken 60

Afdruktaak annuleren 61

Vanaf het bedieningspaneel van de printer 61

Vanaf een Windows-computer 61

Vanaf een Macintosh-computer 61

Laden koppelen 62

Koppelen van laden uitschakelen 62

Hoofdstuk 4: Lettertypen ....63

Een lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken 63

Schaalbare lettertypen 64

PCL-bitmaplettertypen 67

PCL-symbolensets 67

Hoofdstuk 5: Bedieningspaneel ....69

Bedieningspaneel 70

Indicatielampje 70

Knoppen 70

Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel 72

Menu's zijn uitgeschakeld 73

Printermenu's 74

Menu Papier 75

Menu Afwerking 81

Menu Extra 84

Menu Taak 86

Menu Kwaliteit 89

Menu Instelling 90

Menu PCL Emul 95

Menu PostScript 98

Menu PPDS 100

Menu Parallel 102

Menu Netwerk 104

Menu USB 107

Menu Help 109

Hoofdstuk 6: Printerberichten ....110

Hoofdstuk 7: Software- en netwerktaken ....122

De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken 123

Testpagina's afdrukken 124

PDF-documenten afdrukken 124

Directorylijst afdrukken 125

Beveiligde taken afdrukken 125

Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren 126

De printer beheren met MarkVision 127

De Hex Trace-modus gebruiken 127

Hoofdstuk 8: Informatie over accessoires en onderhoud ....128

De printer onderhouden 128

Status van accessoires vaststellen 129

Zuinig omgaan met accessoires 130

Accessoires bestellen 131

Een tonercartridge bestellen 131

Een laadrol bestellen 131

Cartridges bewaren 132

Cartridge vervangen 132

De gebruikte tonercartridge verwijderen 132

De printer schoonmaken 133

De nieuwe tonercartridge installeren 134

Recycling van Lexmark-producten 136

Laadrol vervangen 136

Opties verwijderen 142

Optionele lade verwijderen 142

Optionele printergeheugen- of firmwarekaarten verwijderen 143

Hoofdstuk 9: Beheer ....150

De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen 151

De menu's inschakelen 151

De fabriekswaarden herstellen 152

Inhoud

Afdruktaken en taken in wacht 153

Een gebruikersnaam selecteren 153

Taken in wacht afdrukken en verwijderen 153

Toegang tot taken in wacht via het bedieningspaneel 154

Opmaakfouten 154

Herhaalde afdruktaak 155

Gereserveerde afdruktaak 155

Gecontroleerde afdruktaak 155

Beveiligde afdruktaak 156

Hoofdstuk 10: Problemen oplossen ....157

Eenvoudige printerproblemen oplossen 157

Weergaveproblemen oplossen 158

Printerproblemen oplossen 159

De modus Krullen voorkomen inschakelen 163

Problemen met afdrukkwaliteit oplossen 164

Problemen met opties oplossen 169

Problemen bij afdrukken via netwerk oplossen 170

Overige problemen oplossen 170

Contact opnemen met de technische ondersteuning 170

Kennisgevingen 171

Handelsmerken 171

Kennisgeving over licentie 172

Laserinformatie 172

Informatie over elektronische emissie 172

Energieverbruik van de printer 173

Index 175

LEXMARK X3480 - Index 175 - 1

Printeroverzicht

In de volgende afbeeldingen ziet u de standaard printer (1) en de printer geconfigureerd met aanvullende laders.

LEXMARK X3480 - Printeroverzicht - 1

De printer ondersteunt maximaal twee extra laders in de volgende configuraties:

• Een lader voor 250 vel (2)
• Een lader voor 500 vel (3)
• Twee laders voor 250 vel (4)
- Een lader voor 250 vel en een voor 500 vel (5). De lader voor 500 vel dient onderop te worden geplaatst.

Opmerking: De printer biedt geen ondersteuning voor twee extra laders voor 500 vel.

LEXMARK X3480 - Printeroverzicht - 2

Printeroverzicht

Het bedieningspaneel van de printer is voorzien van een LCD-display (Liquid Crystal Display) waarop twee regels tekst van maximaal 16 tekens kunnen worden weergegeven, vijf knoppen en een indicatielampje dat knippert wanneer een taak wordt verwerkt, wat ook wordt aangegeven met het bericht Bezig.

LCD 1 Menu 2 Selecteren (Select) 3 Return 4 Start (Go) 5 Stop 6 Lampje

LEXMARK X3480 - Printeroverzicht - 2

Afdrukmedia

Paragraaf Pagina
Afdrukmedia - bronnen en specificaties 11
De juiste afdrukmedia kiezen 14
Afdrukmedia bewaren 19
Papierstoringen voorkomen 20
Papier laden 21
Universeellader vullen en gebruiken 32
De standaarduitvoerlade gebruiken 41
De achterste uitvoerlade gebruiken 42
Papierstoringen verhelpen 45

Afdrukmedia - bronnen en specificaties

U bereikt het beste resultaat door de afdrukmedia goed in de laden te plaatsen. Gebruik nooit meerdere soorten afdrukmedia in één lade.

Specificaties van afdrukmedia

BronOndersteunde afdrukmediaOndersteunde formaten Gewicht Capaciteit
Lade 1 (standaard lade voor 250 vel)Papier, transparanten A4, A5, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive, Statement60–105 g/m2• 250 vel papier• 50 transparanten• 100 vel etiketten
Lade 2 (optionele lade voor 250 vel)Alleen papier A4, A5, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive, Statement60–105 g/m2250 vel papier
Lade 2 (optionele lade voor 500 vel)Alleen papier A4, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive60–90 g/m2500 vel papier
Universeellader Papier, enveloppen, etiketten, transparanten, karton*Minimum:76,2 x 127 mmMaximum:216 x 355,6 mmOndersteunt alle formaten die worden genoemd in Ondersteunde formaten voor afdrukmedia.60–163 g/m2• 100 vel papier• 10 enveloppen• 30 vel etiketten• 20 transparanten• 10 vel k a

Karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.

Specificaties eenheid voor duplexeenheid

Uitvoer naar de standaarduitvoerlade
Ondersteunde formaten A4, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal
Gewicht 60–105 g/m2

Ondersteunde soorten afdrukmedia

✓ - geeft aan dat ondersteuning wordt geboden✗ - geeft aan dat geen ondersteuning wordt gebodenAfdrukmediaLade 1 (lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 500 vel)UniverseelladerStandaarduitvoerladeAchterste uitvoerladeDuplexeenheid
Papier ✓
Karton ✘
Etiketten ✘* ✓
Transparanten ✓* ✓
Enveloppen ✘
* U kunt etiketten en transparanten laten uitvoeren langs de standaardlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt.

Ondersteunde formaten voor afdrukmedia

√ - geeft aan dat ondersteuning wordt geboden× - geeft aan dat geen ondersteuning wordt gebodenLade 1 (lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 500 vel)UniverseelladerStandaarduitvoerladeAchterste uitvoerladeDuplexeenheid
Afdrukmedia Afmetingen
A4 210 x 297 mm
A5 148 x 210 mm××
B5 (JIS) 182 x 257 mm
Letter 215,9 x 279,4 mm
Legal 215,9 x 356 mm
Executive 184,2 x 266,7 mm×
Folio 215,9 x 330 mm
Statement 139,7 x 215,9 mm××
Universal 216 x 356 mm×
7 3/4-envelop (Monarch)98,4 x 190,5 mm××××
9-envelop 98,4 x 225,4 mm××××
10-envelop (Com-10)104,8 x 241,3 mm××××
DL-envelop 110 x 220 mm××××
C5-envelop 162 x 229 mm××××
B5-envelop 176 x 250 mm××××
Andere envelop (Universal)356 x 216 mm××××

De juiste afdrukmedia kiezen

De kans op problemen bij het afdrukken neemt af door het juiste papier of afdrukmedium te kiezen. Voor optimale afdrukkwaliteit is het raadzaam een proefafdruk te maken op het papier of het afdrukmedium dat u wilt gebruiken voordat u grote hoeveelheden van het papier of afdrukmedium aanschaft.

  • De genoemde capaciteiten in de tabel Specificaties van afdrukmedia gelden voor papier van 75 g/m², tenzij anders aangegeven. Voor informatie over het gewicht van afdrukmedia, anders dan papier, raadpleegt u de Card Stock & Label Guide.
  • De volgende formaten of soorten afdrukmedia moeten worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade:

– Afdrukmedia die korter zijn dan 165,1 mm

- Indexkaarten van 76,2 x 127 mm en van 101,6 x 152,4 mm en karton

- Selecteer het formaat Universal wanneer u afdrukmedia met bijzondere afmetingen gebruikt. De printer maakt de pagina op voor het maximumformaat (215,9 x 355,6 mm). Stel het werkelijke formaat in de toepassing in.

Papier

  • Gebruik xerografisch papier van 75 g/m ^2 met een lange vezel voor de beste afdrukkwaliteit.
  • Een laserprinter verwarmt het papier tot een temperatuur van 170 °C voor niet-MICR-toepassingen. Gebruik alleen papier dat dergelijke temperaturen kan verdragen zonder te verkleuren, uit te lopen of gevaarlijke stoffen af te geven. Informeer bij de fabrikant of leverancier van het papier of het geschikt is voor gebruik in laserprinters.
  • Papier van het formaat Legal dat naar de achterste uitvoerlade wordt gestuurd, wordt niet meer goed opgestapeld als er te veel vellen in de lade komen. Verwijder het papier regelmatig uit deze lade.
  • Bewaar papier in de gesloten, originele verpakking totdat u het gaat gebruiken.

Het gebruik van de volgende papiersoorten in de printer wordt afgeraden:

  • Papier met een ruw of sterk vezelig oppervlak;
  • Coated papier (uitwisbaar bankpostpapier);
  • Voorbedrukt papier dat chemische stoffen bevat die schadelijk zijn voor de printer;
    • Meervoudige formulieren;
  • Synthetisch papier;
  • Thermisch papier;
  • Kringlooppapier met een gewicht van minder dan 75 g/m ^2

Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier

Gebruik papier dat is bedrukt met hittebestendige inkt en dat geschikt is voor xerografische kopieerapparaten. De inkt moet bestand zijn tegen temperaturen tot 200 °C zonder te smelten of gevaarlijke stoffen af te geven. Gebruik inkt die niet wordt aangetast door de hars in de toner of de siliconen in het verhittingsstation. Inktsoorten op basis van olie zouden aan deze vereisten moeten voldoen. Latex-inkt zou echter problemen kunnen opleveren. Neem in geval van twijfel contact op met uw papierleverancier.

  • Gebruik alleen formulieren en briefhoofdpapier die zijn gelithografeerd of gegraveerd.
  • Kies papier dat inkt absorbeert, maar waarop inkt niet uitloopt.
  • Gebruik geen papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak.

Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier

Informeer bij de fabrikant of leverancier of het voorbedrukte briefhoofdpapier geschikt is voor gebruik in laserprinters.

De stand van de pagina is belangrijk bij afdrukken op briefhoofdpapier. Gebruik de volgende tabel als hulp bij het laden van briefhoofdpapier in de bronnen van de afdrukmedia.

Bron afdrukmedia of procesBovenkant van pagina
Afdruktzijde Staand Liggend
Lade 1 (standaardlade)Lade 2 (optionele lade voor 250 vel of 500 vel)Met de bedrukte zijde omlaagVoorkant van lade Linkerzijde van lade
Dubbelzijdig afdrukken vanuit lade 1 of lade 2Met de bedrukte zijde omhoogLogo aan de achterkant van de ladeNiet van toepassing
Universeellader (inclusief laden van afzonderlijke vellen)Met de bedrukte zijde omhoogLogo gaat het eerst in de printerLinkerzijde van lade
Dubbelzijdig afdrukken vanuit de universeelladerMet de bedrukte zijde omlaagLogo gaat het laatst in de printerNiet van toepassing

Transparanten

U kunt transparanten invoeren vanuit de standaardlade voor 250 vel of vanuit de universeellader. Laad geen transparanten in de optionele lade voor 250 of 500 vel.

  • Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Transparanten moeten bestand zijn tegen temperaturen van 175 °C zonder te smelten, te verkleuren of gevaarlijke stoffen af te geven.
    Het is raadzaam Lexmark-transparanten voor laserprinters te gebruiken: artikelnummer 70X7240 voor transparanten van het formaat Letter; artikelnummer 12A5010 voor transparanten van het formaat A4.
  • Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen. Dit kan namelijk een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg hebben.
  • Waaier de stapel uit voordat u de transparanten laadt zodat deze niet aan elkaar blijven plakken.
  • U kunt transparanten laten uitvoeren via de standaarduitvoerlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt.
  • Stel de papiersoort in op transparanten in het printerstuurprogramma of vanuit MarkVision™. Op die manier voorkomt u schade aan de printer.

Enveloppen

U kunt maximaal 10 enveloppen laden in de universeellader.

  • Gebruik enveloppen van 75–105 g/m ^2 bankpostpapier.
  • Gebruik nooit enveloppen die:

  • gemakkelijk krullen;

  • aan elkaar zijn vastgeplakt;
  • zijn beschadigd;
  • vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëfwerk bevatten;
    – metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;
  • zijn voorzien van postzegels;
  • een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt.

  • Gebruik alleen enveloppen die bestand zijn tegen temperaturen van 205 °C zonder te sluiten, om te krullen, te kreuken of gevaarlijke stoffen af te geven. Raadpleeg de leverancier van de enveloppen als u niet zeker weet of deze geschikt zijn.

  • Het is mogelijk dat de hoge temperatuur tijdens het afdrukken in combinatie met een hoge vochtigheid (meer dan 60%) ertoe leidt dat de enveloppen worden dichtgeplakt.
  • Stel de papierbron in op de universeellader of op handmatige enveloppeninvoer en selecteer het juiste formaat in het printerstuurprogramma of met MarkVision.
  • Laad enveloppen met de klepzijde omlaag en met de korte zijde bij het retouradres zo geplaatst dat die als eerste in de printer wordt gevoerd.
  • Stel de rechterpapiergeleider in op de breedte van de enveloppen.
  • Als u zelfsluitende enveloppen laadt, moet u de achterste uitvoerlade openen zodat de enveloppen recht uit de achterzijde van de printer worden uitgevoerd. In de achterste uitvoerlade is ruimte voor ongeveer 10 enveloppen.
  • Enveloppen zullen waarschijnlijk minder krullen bij gebruik van de achterste uitvoerlade.

Etiketten

De printer kan afdrukken op een groot aantal etiketten die zijn ontworpen voor gebruik met laserprinters. De printer kan echter niet afdrukken op vinyletiketten. Deze etiketten worden geleverd in vellen met het formaat Letter of A4. De lijm, de voorzijde (bedrukbaar materiaal) en de coatings moeten bestand zijn tegen temperaturen van 205 °C en een druk van 25 psi.

Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken op etiketten en over de kenmerken en het ontwerp van etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark: www.lexmark.com/publications.

U drukt als volgt af op etiketten:

  • Stel de papiersoort in op etiketten in het printerstuurprogramma of met MarkVision.
  • Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken van etiketten vanuit lade 1 (standaardlade).
  • U kunt etiketten laten uitvoeren via de standaarduitvoerlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt.
  • Laad etiketten niet samen met papier of transparanten in dezelfde papierlade.
  • Gebruik geen etikettenvellen met glad rugmateriaal.
  • Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket.

- Laad geen etikettenvellen waarop een aantal etiketten ontbreekt. Dit kan ertoe leiden dat etiketten losraken tijdens het afdrukken, waardoor de vellen kunnen vastlopen en de kleefstof de printer en de cartridge kan vervuilen. Hierdoor kan de garantie voor de printer en de cartridge ongeldig worden.

- Gebruik alleen etiketten die bestand zijn tegen temperaturen van 205 °C zonder om te krullen, te kreuken of gevaarlijke stoffen af te geven.

- Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket, vanaf de perforaties of tussen de snijranden van de etiketten.

- Gebruik geen etikettenvellen die lijm bevatten aan de rand van de vellen. Gebruik bij voorkeur vellen waarop de lijm gericht is aangebracht op minstens 1 mm vanaf de randen. De lijm kan in uw printer terecht komen hetgeen gevolgen kan hebben voor de garantie op de printer.

- Als gericht aangebrachte lijm niet mogelijk is, moet u een strook van 3 mm verwijderen van de voorste (bovenste) rand en moet u lijm gebruiken die niet lekt.

- Verwijder een strook van 3 mm van de voorste strip vanaf de voorrand om te voorkomen dat etiketten loslaten in de printer.

- Druk bij voorkeur af in de afdrukstand Staand, vooral bij het afdrukken van streepjescodes.

- Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.

Karton

Karton bestaat uit één laag en heeft een groot aantal eigenschappen. De richting van de papiervezels en de structuur kunnen bijvoorbeeld grote invloed hebben op de afdrukkwaliteit.

U kunt alleen afdrukken op karton vanuit de universeellader. Het karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.

Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken op karton, de kenmerken en het ontwerp. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark: www.lexmark.com/publications.

  • Gebruik geen karton met perforaties of gekreukt karton. Houd er rekening mee dat voorbedrukte gedeelten, perforaties en kreuken de afdrukkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden en problemen kunnen veroorzaken bij de verwerking of de doorvoer van het afdrukmateriaal.
  • Gebruik geen karton dat bij verhitting gevaarlijke stoffen afgeeft.
  • Gebruik geen voorbedrukt karton waarbij chemische stoffen zijn gebruikt die de printer kunnen beschadigen. Gebruik van voorbedrukt materiaal kan tot gevolg hebben dat halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer terechtkomen.
  • U kunt het beste karton met een korte vezel gebruiken.

Afdrukmedia bewaren

Gebruik de volgende richtlijnen voor de juiste opslag van afdrukmedia. Hiermee voorkomt u problemen met de papierdoorvoer en een onregelmatige afdrukkwaliteit:

  • U kunt afdrukmedia het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van rond de 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%.
  • Plaats dozen met afdrukmedia liever niet direct op de vloer, maar op pallets of op planken aan de muur.
  • Als u losse pakken afdrukmedia niet in de oorspronkelijke doos bewaart, legt u de pakken op een vlakke ondergrond, zodat de randen niet omkrullen of kreuken.
  • Plaats niets boven op de pakken afdrukmedia.
  • Bewaar papier in de gesloten, originele verpakking totdat u het gaat gebruiken.

Papierstoringen voorkomen

De meeste storingen kunt u vermijden door zorgvuldig de media waarop u afdrukt te kiezen en die media op de juiste wijze te laden. Als zich toch een storing voordoet, raadpleegt u Papierstoringen verhelpen.

De volgende tips kunnen ook helpen om papierstoringen te voorkomen:

- Gebruik alleen aanbevolen afdrukmedia. Raadpleeg voor meer informatie over het optimale papier voor uw configuratie de Card Stock & Label Guide op de website van Lexmark op dit adres: www.lexmark.com.

- Laad nooit gekreukte, gevouwen, vochtige of kromgetrokken afdrukmedia.

- Buig de afdrukmedia, waaier ze uit en maak er een rechte stapel van voordat u de media in de printer laadt. Als zich storingen met de afdrukmedia voordoen wanneer u de universeellader gebruikt, probeert u de media handmatig met één vel tegelijk te laden.

LEXMARK X3480 - Papierstoringen voorkomen - 1

- Maak de bronnen voor de afdrukmedia niet te vol. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de maximale hoogte die met labels wordt aangegeven in de bronnen.

- Gebruik geen afdrukmedia die u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.

- Laad geen afdrukmedia van verschillend formaat, verschillend gewicht of verschillende soorten in dezelfde bron.

- Let erop dat de aanbevolen afdrukzijde omlaag ligt als u materiaal laadt in de laden en omhoog ligt als u materiaal laadt in de universeellader.

- Bewaar de afdrukmedia in een geschikte omgeving. Zie Afdrukmedia bewaren.

- Verwijder de laden nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak.

- Duw alle laden stevig in de printer nadat u ze hebt gevuld.

- Zorg ervoor dat de geleiders in de laden zijn ingesteld op het geladen formaat. Zorg ervoor dat de geleiders niet te strak tegen de stapel afdrukmedia zitten.

- Karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade. Raadpleeg De achterste uitvoerlade gebruiken voor meer informatie.

- Enveloppen kunnen naar de standaarduitvoerlade worden gestuurd, maar ze krullen waarschijnlijk minder als u de achterste uitvoerlade gebruikt.

- Zorg ervoor dat alle kabels die op de printer zijn aangesloten, goed zijn vastgezet. Raadpleeg de Installatiehandleiding voor meer informatie.

Papier laden

De printer heeft twee standaardpapierbronnen, de invoerlade voor 250 vel (de standaardlade) en de universeellader. Raadpleeg Universeellader vullen en gebruiken voor meer informatie. Laad het afdrukmedium dat u doorgaans gebruikt voor afdruktaken in de standaardlade voor 250 vel.

Als afdrukmedia op de juiste wijze worden geladen, is de kans op vastlopen kleiner en kunt u zonder problemen afdrukken.

Voordat u afdrukmedia laadt, moet u weten wat de geschiktste afdrukzijde van het materiaal is. Dit staat meestal op de verpakking vermeld.

Verwijder de laden nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak. Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.

Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel

De onderstaande instructies zijn van toepassing op het laden van papier in de standaardlade of de optionele lade voor 250 vel.

De printer heeft één standaardlade voor 250 vel.

Raadpleeg Specificaties van afdrukmedia voor informatie over de formaten en soorten afdrukmedia die voor de verschillende laden geschikt zijn.

Raadpleeg voor het vullen van de optionele lade voor 500 vel De optionele lade voor 500 vel vullen.

Ga als volgt te werk om een lade te vullen:

1 Verwijder de lade volledig.

LEXMARK X3480 - Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel - 1

2 Als u afdrukmedia plaatst met een gewicht van meer dan 90 g/m ^2 (maar minder dan 105 g/m ^2 ), moet u de instelling van de keuzeschakelaar aan de onderkant van de lade aanpassen. Raadpleeg Afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m ^2 laden op pagina 26 voor meer informatie.

3 Druk de metalen plaat omlaag totdat deze is vergrendeld.

LEXMARK X3480 - Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel - 2

4 De beide papiergeleiders zijn voorzien van een nokje.

LEXMARK X3480 - Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel - 3

5 Druk het nokje van de lengtegeleider in en schuif de geleider naar de achterkant van de lade.

Lengtegeleider Breedtegeleider

6 Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider helemaal naar rechts.
7 Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreukel de afdrukmedia niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

LEXMARK X3480 - Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel - 5

Houd de afdrukmedia zo dat de te bedrukken zijde zich aan de onderkant bevindt en de voorkant van de stapel naar de voorkant van de lade wijst.

Raadpleeg Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier voor meer informatie over het laden van voorbedrukt briefhoofdpapier.

Afdrukmedia

8 Plaats de afdrukmedia tegen de linkerkant van de lade onder het metalen hoekplaatje.

Controleer of de afdrukmedia goed onder het metalen hoekplaatje past en niet is gebogen of gekreukt. Til het metalen plaatje niet op en pers nooit met kracht extra afdrukmedia onder het plaatje.

Opmerking: Vul de lade nooit verder dan de aanduiding voor maximumstapelhoogte. Bij een te volle lade kunnen vellen afdrukmedia vastlopen.

Metalen hoekplaatje Indicator maximumstapelhoogte

9 Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider tegen de stapel afdrukmedia.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 2

10 Druk het nokje van de lengtegeleider in en schuif de geleider tegen de stapel afdrukmedia.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 3

Opmerking: Als de geleiders te strak tegen de stapel afdrukmedia zitten, kunnen de vellen verkeerd worden ingevoerd.

11 Plaats de lade weer in de printer.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 4

Afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m² laden

Als u afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m² (maar minder dan 105 g/m²) in de standaardlade of de optionele lade voor 250 vel laadt, moet u de keuzeschakelaar van de lade in stand 2 zetten.

1 Verwijder de lade volledig.
2 Verwijder de afdrukmedia uit de lade.

3 Keer de lade om.

4 Druk de keuzeschakelaar met een muntstuk omlaag en draai deze van stand 1 naar stand 2.

Keuzeschakelaar 1 2

5 Keer de lade weer om en laad de gewenste afdrukmedia volgens de aanwijzingen in Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel op pagina 21.

Als u afdrukmedia gebruikt met een gewicht van 60–90 g/m², moet de keuzeschakelaar in stand 1 staan.

De optionele lade voor 500 vel vullen

De optionele lade voor 500 vel is alleen geschikt voor papier. De lade heeft aan de achterkant een speciale klep ter bescherming van papier van het formaat Legal.

Ga als volgt te werk om de lade te vullen:

1 Verwijder de lade volledig.

LEXMARK X3480 - De optionele lade voor 500 vel vullen - 1

3 Druk de metalen plaat omlaag totdat deze is vergrendeld.

LEXMARK X3480 - De optionele lade voor 500 vel vullen - 2

4 De beide papiergeleiders zijn voorzien van een nokje.

LEXMARK X3480 - De optionele lade voor 500 vel vullen - 3

5 Druk het nokje van de lengtegeleider in en schuif de geleider naar de achterkant van de lade.

Lengtegeleider Breedtegeleider

6 Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider helemaal naar rechts.
7 Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

LEXMARK X3480 - De optionele lade voor 500 vel vullen - 5

Houd de stapel papier zo dat de te bedrukken zijde zich aan de onderkant bevindt en de voorkant van de stapel naar de voorkant van de lade wijst.

Raadpleeg Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier voor meer informatie over het laden van voorbedrukt briefhoofdpapier.

Afdrukmedia

8 Plaats het papier tegen de linkerkant van de lade onder het metalen hoekplaatje.

Controleer of het papier goed onder het metalen hoekplaatje past en niet is gebogen of gekreukt. Til het metalen plaatje niet op en pers nooit met kracht extra papier onder het plaatje.

Opmerking: Vul de lade nooit verder dan de aanduiding voor maximumstapelhoogte. Bij een te volle lade kunnen papierstoringen optreden.

Metalen hoekplaatje Indicator maximumstapel hoogte

9 Druk het nokje van de breedtegeleider in schuif de geleider tegen de stapel papier.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 2

10 Druk het nokje van de lengtegeleider in schuif de geleider tegen de stapel papier.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 3

Opmerking: Als de geleiders te strak tegen het papier zitten, kunnen de vellen verkeerd worden ingevoerd.

11 Sluit de klep.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 4

Universeellader vullen en gebruiken

De printer is uitgerust met een universeellader, die geschikt is voor diverse formaten en soorten afdrukmedia. Deze universeellader bevindt zich aan de voorkant van de printer en kan, indien buiten gebruik, worden gesloten. U gebruikt de universeellader voor afdrukken op afwijkende formaten en soorten afdrukmedia, zoals karton, transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen. U kunt een stapel afdrukmedia in deze lade plaatsen, maar u kunt ook losse vellen gebruiken.

Raadpleeg Afdrukmedia - bronnen en specificaties voor een overzicht van geschikte formaten en soorten afdrukmedia.

Opmerking: Stel bij het gebruik van de universeellader altijd de opties voor papierformaat en papiersoort in.

Houd u aan de volgende richtlijnen als u de universeellader gebruikt:

  • Gebruik nooit verschillende formaten en soorten afdrukmedia door elkaar.
  • U bereikt de beste resultaten als u hoogwaardig afdrukmateriaal gebruikt dat speciaal is ontworpen voor laserprinters.
  • Voeg geen extra afdrukmedia toe als de universeellader al (gedeeltelijk) is gevuld. Dit zou tot papierstoringen kunnen leiden.
  • Sluit de universeellader niet als er op dat moment een afdruktaak wordt verwerkt of als het lampje Gereed/Data knippert. Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.
  • Afdrukmedium moet met de bovenrand van de pagina eerst worden ingevoerd in de universeellader.
  • Plaats geen voorwerpen op de universeellader. Ga voorzichtig te werk en forceer de universeellader niet.

De universeellader openen

1 Open de klep van de universeellader.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 1

2 Trek de invoerverlenging naar buiten.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 2

3 Druk het uiteinde voorzichtig naar beneden. De invoerverlenging opent zich.

Uiteinde

4 Duw de invoerverlenging voorzichtig open totdat de universeellader in de gehele omvang is geopend.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 4

Raadpleeg Specificaties van afdrukmedia voor informatie over formaten en soorten afdrukmedia die u in combinatie met de universeellader kunt gebruiken.

1 Schuif de breedtegeleider helemaal naar rechts.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 5

2 Afdrukmedia voorbereiden voor plaatsing.

Opmerking: Laad geen verschillende formaten of soorten afdrukmedia tegelijk in de universeellader. Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.

- Buig de vellen papier enkele malen om deze los te maken. Waaier de vellen vervolgens uit. Vouw of kreukel de afdrukmedia niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 6

- Houd transparanten bij de randen vast en waaier deze uit om problemen bij de invoer te voorkomen.

Opmerking: Raak de afdrukzijde van transparanten niet aan met uw handen. Maak ook geen krassen op de afdrukzijde.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 7

- Waaier enveloppen enkele malen om deze los te maken. Vouw of kreuk de enveloppen niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 8

3 Vul de universeellader nooit verder dan tot aan de aanduiding voor de maximumstapelhoogte en duw de stapel niet extra aan om meer vellen afdrukmedia te plaatsen. De maximumstapelhoogte is 10 mm. Bij een te volle lade kunnen vellen afdrukmedia vastlopen.

Stapelhoogtebegrenzing

4 De afdrukmedia plaatsen.

- Plaats het papier, het karton of de etiketten met de aanbevolen afdruktzijde naar boven en met de bovenkant naar voren.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 10

- Als u papier met een voorgedrukt briefhoofd gebruikt, plaatst u dit met het briefhoofd naar boven en met de bovenkant van het papier naar de invoer van de printer.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 11

Opmerking: Als u papier met een voorgedrukt briefhoofd dubbelzijdig wilt bedrukken, plaatst u het papier met het briefhoofd naar beneden en met de onderkant naar de invoer van de printer.

- Laad transparanten met de aanbevolen afdrukzijde naar boven en met de bovenrand naar voren.

LEXMARK X3480 - De universeellader openen - 12

Waarschuwing: Gebruik geen enveloppen met klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.

Afdrukmedia

- Laad enveloppen met de klepzijde omlaag en zodanig dat de ruimte voor de postzegel het laatst wordt ingevoerd.

Opmerking: U kunt zelfsluitende enveloppen het beste uitvoeren via de achterste uitvoerlade. Als u dit soort enveloppen gebruikt, opent u dus de achterste uitvoerlade.

Laad geen enveloppen met postzegels. Eventuele aanduidingen voor postzegel en adressering zijn alleen ter oriëntatie bedoeld.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 1

5 Schuif de afdrukmedia zo ver mogelijk in de universeellader zonder de afdrukmedia te beschadigen.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 2

6 Schuif de breedtegeleider naar links totdat deze licht tegen de zijkant van de stapel drukt.

LEXMARK X3480 - Afdrukmedia - 3

De stapel moet losjes in de universeellader passen en niet zijn gebogen of gekreukt.

De standaarduitvoerlade gebruiken

De standaarduitvoerlade heeft een capaciteit van 250 vel afdrukmedia. Afdruktaken worden automatisch naar de standaarduitvoerlade gestuurd. De afdrukmedia worden in deze lade met de bedrukte zijde naar onderen uitgevoerd.

Standaarduitvoerlade

De papiersteun omhoog brengen

De papiersteun houdt de afgedrukte pagina's in de juiste stand en voorkomt dat ze uit de lade glijden. Zet de papiersteun omhoog door deze naar voren te trekken.

LEXMARK X3480 - De papiersteun omhoog brengen - 1

De achterste uitvoerlade gebruiken

Als u de achterste uitvoerlade opent, worden afdruktaken automatisch naar deze uitvoerlade gestuurd. In de achterste uitvoerlade worden de afgedrukte pagina's met de afgedrukte zijde naar boven uitgevoerd en in een volgorde van laatste pagina naar eerste pagina (pagina 4, 3, 2, 1). De achterste uitvoerlade heeft een capaciteit van 20 vellen papier.

Voor afdrukken op andere formaten en soorten afdrukmedia, zoals papier, karton, transparanten, briefkaarten en enveloppen, kunt u de achterste uitvoerlade gebruiken.

  • Bij etiketten en transparanten kan het gebruik van de achterste uitvoerlade tot betere resultaten leiden.
  • Enveloppen krullen minder op als u de achterste uitvoerlade gebruikt.
  • Karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.

Afdrukmedia met een lengte van 165,1 mm of minder moeten worden uitgevoerd naar de achterste uitvoerlade.

Opmerking: Bij afdrukmedia van het formaat Legal kunnen in de achterste uitvoerlade problemen bij het stapelen ontstaan. Het is dan ook aan te raden deze lade tijdens het afdrukken regelmatig leeg te maken.

U gebruikt de achterste uitvoerlade als volgt:

1 Pak het nokje vast (zie afbeelding).

LEXMARK X3480 - De achterste uitvoerlade gebruiken - 1

2 Duw de klep naar beneden.

LEXMARK X3480 - De achterste uitvoerlade gebruiken - 2

3 Trek de lade aan het nokje recht naar buiten.

LEXMARK X3480 - De achterste uitvoerlade gebruiken - 3

4 Sluit de klep van de achterste uitvoerlade als u de lade niet meer gebruikt.

Opmerking: Controleer of de klep aan beide zijden goed is gesloten. Als de klep niet goed is gesloten, kunnen er papierstoringen ontstaan.

Papierstoringen verhelpen

De meeste storingen kunt u vermijden door zorgvuldig de media waarop u afdrukt te kiezen en die media op de juiste wijze te laden. Raadpleeg Papierstoringen voorkomen als er regelmatig sprake is van papierstoringen.

Opmerking: Als het foutbericht Papier vast wordt weergegeven, verwijdert u eerst alle vastgelopen papier uit de gehele papierbaan en drukt u vervolgens op Start (Go).

In de volgende afbeelding ziet u hoe de afdrukmedia door de printer worden gevoerd. Het exacte traject varieert, afhankelijk van het type invoer (de invoerladen en de universeellader) en de uitvoerlade die u gebruikt.

200 Papier vast 201 Papier vast 250 Papier vast 24x Papier vast 202 Papier vast 23x Papier vast

In de volgende tabel ziet u waar u de benodigde instructies vindt voor het verhelpen van een bepaalde papierstoring:

Storingsbericht Ga naar pagina:
200 / 201 Papier vast; Verwijder cart 46
202 Papier vast; Open achterklep 48
23x Papier vast (papier vast in duplexeenheid) 51
24x Papier vast; Ctrl inv.lade <x> 55
250 Papier vast; Ctrl U-lader 57

Opmerking: Trek vastgelopen papier of andere media altijd voorzichtig en langzaam uit de papierbaan, om scheuren te voorkomen.

200 / 201 Papier vast; Verwijder cart

Aangezien de papierstoring ook verder naar achteren kan optreden, achter het gedeelte waar de cartridge zich bevindt, moet u mogelijk wat verder naar binnen reiken om het vastgelopen papier te verwijderen.

1 Open de bovenste voorklep.
2 Verwijder de cartridge. (Raadpleeg De gebruikte tonercartridge verwijderen voor instructies.)

VOORZICHTIG: Het achterste gedeelte in de printer kan heet zijn.

3 Bepaal de plaats van de papierstoring.

- Als het papier grotendeels zichtbaar is, trekt u het voorzichtig naar rechts en naar buiten.

LEXMARK X3480 - / 201 Papier vast; Verwijder cart - 1

- Als slechts een klein gedeelte van het papier zichtbaar is, trekt u het papier voorzichtig recht naar buiten en omhoog.

LEXMARK X3480 - / 201 Papier vast; Verwijder cart - 2

Opmerking: Als het afdrukmedium niet meegeeft, blijf dan niet trekken, maar probeer het vastgelopen materiaal via de klep van de achterste uitvoerlade te bereiken. Raadpleeg 202 Papier vast; Open achterklep voor verdere instructies.

4 Plaats de cartridge terug. (Raadpleeg De nieuwe tonercartridge installeren voor instructies.)

5 Sluit de bovenste voorklep.

202 Papier vast; Open achterklep

Als dit bericht wordt weergegeven, kan het papier op twee plaatsen zijn vastgelopen:

  • Raadpleeg Bij uitvoer naar de standaarduitvoerlade als het afdrukmedium vastloopt voordat het volledig via de standaarduitvoerlade is uitgevoerd.
  • Raadpleeg Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt als het afdrukmedium vastloopt voordat dit de standaarduitvoerlade heeft bereikt.

Bij uitvoer naar de standaarduitvoerlade

1 Trek het vastgelopen papier voorzichtig recht naar buiten.
2 Als het vastgelopen afdrukmedium zich van deze kant moeilijk laat verwijderen, gaat u verder met Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt.

LEXMARK X3480 - Bij uitvoer naar de standaarduitvoerlade - 1

Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt

Het afdrukmedium loopt vast voordat het de standaarduitvoerlade bereikt.

1 Open de klep van de achterste uitvoerlade.

LEXMARK X3480 - Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt - 1

2 Verwijder het papier voorzichtig. Hoe u precies te werk gaat, hangt ervan af hoeveel papier zichtbaar is.

- Als het midden van een vel afdrukmedium zichtbaar is maar de uiteinden niet, pakt u het afdrukmedium aan beide zijden vast en trekt u het voorzichtig recht naar u toe.

LEXMARK X3480 - Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt - 2

- Als het uiteinde van het vastgelopen afdrukmedium zichtbaar is, trekt u het recht naar buiten.

LEXMARK X3480 - Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt - 3

3 Sluit de klep van de uitvoerlade door deze in het midden, onder het nokje, dicht te duwen.

Opmerking: Zorg ervoor dat de klep aan beide zijden goed gesloten is.

23x Papier vast (papier vast in duplexeenheid)

Bij het gebruik van de duplexeenheid kunnen papierstoringen optreden onder de printer en boven lade 1. De printer kan meestal de locatie van een storing in de duplexeenheid bepalen, maar soms ook niet. Wanneer een storing in de duplexeenheid optreedt, verschijnt een van de drie storingsberichten op het display, afhankelijk van het feit of de locatie van de storing bekend is of niet.

23x Papier vast; Verwijder lade 1.Hendel n. bened. voorz. printer

1 Trek lade 1 helemaal open.
2 Kijk onder de printer. Aan de linkerkant bevindt zich een groene hendel.
3 Duw de groene hendel omlaag.

Hendel

4 Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.
5 Plaats de lade weer in de printer.

Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.

23x Papier vast; Verwijder lade 1.Hendel n. bened. achterz. printer

1 Open de achterklep en verwijder het vastgelopen papier. Als het vastgelopen materiaal zich van deze kant niet laat verwijderen, gaat u verder met stap 2.

2 Trek lade 1 helemaal open.

3 Kijk aan de achterzijde onder de printer. Aan de rechterkant bevindt zich een groene hendel.

4 Duw de hendel omlaag.

Achterklep Hendel

5 Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.

6 Plaats de lade weer in de printer.

Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.

231 Papier vast; Ctrl duplex

Dit bericht wordt alleen weergegeven als de printer niet zeker weet waar de storing zich bevindt. Ga als volgt te werk om dit soort papierstoringen te verhelpen:

1 Trek lade 1 helemaal open.

2 Kijk onder de printer. Aan de linkerkant bevindt zich een groene hendel.

3 Duw de groene hendel omlaag.

Hendel

4 Probeer het vastgelopen papier te vinden. Als het papier van de voorkant niet zichtbaar is, gaat u verder met stap 6.

5 Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.

Opmerking: Als het papier zich moeilijk laat verwijderen, gaat u verder met stap 6.

6 Open de achterklep en verwijder het vastgelopen papier. Als het vastgelopen materiaal zich van deze kant niet laat verwijderen, gaat u verder met stap 7.

7 Kijk aan de achterzijde onder de printer. Aan de rechterkant bevindt zich een groene hendel.

8 Duw de hendel omlaag.

Achterklep Hendel

9 Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.

10 Plaats de lade weer in de printer.

Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.

24x Papier vast; Ctrl inv.lade

Het afdrukmedium is vastgelopen onder de tonercartridge, maar het vastgelopen materiaal is niet zichtbaar.

1 Trek de aangegeven lade uit de printer.
2 Trek het vastgelopen papier recht naar buiten.

LEXMARK X3480 - 24x Papier vast; Ctrl inv.lade - 1

Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.

Storingen in een lade als het papier al voorbij het metalen hoekplaatje is

Het afdrukmedium loopt vast als het onder het metalen hoekplaatje vandaan is, maar nog niet geheel uit de lade is verdwenen. Deze vorm van papierstoring kan in elke lade voorkomen. U moet dus alle laden controleren.

1 Trek de lade helemaal open.
2 Plaats de afdrukmedia terug onder het metalen hoekplaatje.

LEXMARK X3480 - Storingen in een lade als het papier al voorbij het metalen hoekplaatje is - 1

Opmerking: Verwijder beschadigde afdrukmedia. Plaats beschadigd materiaal niet terug.

3 Druk de afdrukmedia naar beneden totdat het metalen hoekplaatje onder de stapel zich vergrendelt.

LEXMARK X3480 - Storingen in een lade als het papier al voorbij het metalen hoekplaatje is - 2

Trek het vastgelopen papier recht naar buiten.

LEXMARK X3480 - Storingen in een lade als het papier al voorbij het metalen hoekplaatje is - 3

Paragraaf Pagina
Afdruktaak naar de printer sturen 58
Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken) 59
Afdruktaak annuleren 61
Laden koppelen 62

Afdruktaak naar de printer sturen

Afdrukken in een Windows-omgeving

1 Laad afdrukmedia. (Raadpleeg Papier laden of Universeellader vullen en gebruiken.)
2 Open in de gebruikte toepassing het bestand dat u wilt afdrukken.
3 Selecteer in het menu Bestand de optie Afdrukken.
4 Controleer of de juiste printer is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken.
5 Selecteer in het dialoogvenster Afdrukken Eigenschappen, Opties of Instellingen (afhankelijk van de toepassing), selecteer de soort afdrukmedia en het formaat en selecteer vervolgens OK.
6 Selecteer OK of Afdrukken.

Afdrukken vanaf een Macintosh-computer

1 Laad afdrukmedia. (Raadpleeg Papier laden.)
2 Open in de gebruikte toepassing het bestand dat u wilt afdrukken.
3 Selecteer in het menu Bestand de optie Pagina-instelling.
4 Controleer of de juiste printer is geselecteerd in het dialoogvenster.
5 Selecteer in het menu Papier de soort afdrukmedia die u wilt gebruiken en selecteer vervolgens OK.
6 Selecteer in het menu Bestand de optie Afdrukken.

Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken)

Bij dubbelzijdig afdrukken (of tweezijdig afdrukken) worden beide zijden van het papier bedrukt. Informatie over papierformaten die geschikt zijn voor dubbelzijdig afdrukken, vindt u in Specificaties eenheid voor duplexeenheid.

Opmerking: Voor dubbelzijdig afdrukken kunt u alleen papier gebruiken van 60–90 g/m².

Alle afdruktaken dubbelzijdig afdrukken:

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk op Menu totdat u Menu Afwerking ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk op Menu totdat u Duplex ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
4 Druk op Menu totdat u Aan ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
5 Druk op Return totdat het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.

Eén afdruktaak dubbelzijdig afdrukken:

1 Selecteer in de toepassing op uw computer Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing) om de instellingen van het printerstuurprogramma te bekijken.
3 Selecteer op het tabblad Instellingen Lange zijde of Korte zijde.
4 Klik op OK.
5 Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen.

Waarschuwing: Bij het verwerken van een dubbelzijdige afdruktaak wordt elk vel papier gedeeltelijk uitgevoerd naar de standaarduitvoerlade, waarna het weer terug in de printer wordt ingevoerd. Raak het papier bij dit gedeeltelijk uitvoeren niet aan. U zou de printer kunnen beschadigen of een papierstoring kunnen veroorzaken. Neem het papier pas uit de printer als het volledig in een van de laden is uitgevoerd.

Dubbelzijdig afdrukken op papier met briefhoofd

  • Vanuit de universeellader—plaats het briefhoofdpapier met het briefhoofd naar beneden en met de onderkant naar de invoer van de printer.
  • Vanuit de laden—plaats het briefhoofdpapier met het briefhoofd naar boven en naar de achterkant van de printer.

Opmerking: Dubbelzijdige afdruktaken kunt u het beste naar de standaarduitvoerlade sturen, de achterste uitvoerlade is niet geschikt voor dubbelzijdig afdrukken.

De functie Bindz duplex gebruiken

Afdrukken op beide zijden van het papier verlaagt de afdrukkosten. Als u de optie Duplex Bind Printing selecteert in het stuurprogramma van uw printer of Bindz duplex in Menu Afwerking op het bedieningspaneel, moet u lange zijde of korte zijde selecteren. Bindz duplex bepaalt hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina's (met de even nummers) en van de voorzijde van de pagina's (met de oneven nummers).

De twee mogelijke waarden voor de functie Bindz duplex zijn:

Lange zijde Bereidt inbinding voor aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend). In de volgende afbeelding ziet u een voorbeeld van inbinden over de lange zijde bij pagina's in de afdrukstand staand en in de afdrukstand liggend:

Inbinden Achter- zijde van het vel Voorzijde van het volgende vel Staand Liggend Achterzijde van het vel Inbinden Voorzijde van het volgende vel

Korte zijde Bereidt inbinding voor aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend). In de volgende afbeelding ziet u een voorbeeld van inbinden over de korte zijde bij pagina's in de afdrukstand staand en in de afdrukstand liggend:

Achter- zijde van het vel Inbinden Voorzijde van het volgende vel Staand Inbinden Achter- zijde van het vel Voorzijde van het volgende vel Liggend

Afdruktaak annuleren

Vanaf het bedieningspaneel van de printer

Als de taak die u wilt annuleren, al wordt afgedrukt en op het display Bezig wordt weergegeven:

1 Druk op Menu totdat u Menu Taak ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
2 Druk op Menu totdat u Taak annuleren ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).

Vanaf een Windows-computer

1 Minimaliseer alle programma's, zodat het bureaublad wordt weergegeven.
2 Dubbelklik op Deze computer.
3 Dubbelklik op het pictogram Printers.

Er wordt nu een lijst van beschikbare printers weergegeven.

4 Dubbelklik op de printer die u gebruikt voor de afdruktaak in kwestie.

Er wordt nu een lijst van afdruktaken weergegeven.

5 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
6 Druk op de toets Delete.

Vanaf een Macintosh-computer

1 Dubbelklik op dit pictogram op het bureaublad.

Er wordt nu een lijst van afdruktaken weergegeven.

2 Houd Ctrl ingedrukt en klik op de afdruktaak die u wilt annuleren.
3 Selecteer de optie voor het stopzetten van de wachtrij in het menu dat nu verschijnt.

Laden koppelen

Als u afdrukmedia van hetzelfde formaat en hetzelfde type gebruikt in twee of meer papierbronnen (de standaardlade, een optionele lade en de universeellader bijvoorbeeld), wordt de functie voor automatische koppeling van laden geactiveerd. Als de laden op deze manier zijn gekoppeld, neemt de printer automatisch afdrukmedia uit een tweede lade als de eerste leeg is.

Als u de instellingen voor Papierformaat en Papiersoort wilt controleren, kunt u een pagina met menu-instellingen afdrukken (zie De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken). Pas de instellingen voor Papierformaat en Papiersoort aan in het bedieningspaneel, zodat alle instellingen met elkaar overeenkomen.

Als u hetzelfde formaat afdrukmedia in elke lade laadt, moet u wel controleren of het materiaal ook van dezelfde soort is.

Koppelen van laden uitschakelen

Als u verschillende afdrukmedia gebruikt in de papierbronnen, moet voor elke bron met een apart afdrukmedium het menu-item Papiersoort zijn ingesteld op een unieke waarde, om de functie voor automatisch koppelen van laden uit te schakelen. Papiersoort stelt u in via het bedieningspaneel.

De printer beschikt over een aantal interne lettertypen die permanent zijn opgeslagen in het geheugen. In PCL- en PostScript-emulaties kunnen extra lettertypen beschikbaar zijn.

Paragraaf Pagina
Een lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken 63
Schaalbare lettertypen 64
PCL-bitmaplettertypen 67
PCL-symbolensets 67

Een lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken

U kunt als volgt voorbeelden afdrukken van alle lettertypen die beschikbaar zijn voor de printer:

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk éénmaal op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk éénmaal op Menu totdat u Lettertypen afdr ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
4 Druk éénmaal op Menu totdat PCL-lettertypen of PS-lettertypen wordt weergegeven op de tweede regel van het display.

- Selecteer PCL-lettertypen om een lijst af te drukken van alle lettertypen die beschikbaar zijn in PCL-emulatie.

- Selecteer PS-lettertypen om een lijst af te drukken van alle lettertypen die beschikbaar zijn in PostScript-emulatie.

- Selecteer PPDS-lettertypen om een lijst af te drukken van alle lettertypen die beschikbaar zijn in PPDS-emulatie. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer PPDS-emulatie is ingeschakeld op de printer.

5 Druk op Selecteren (Select).

Het bericht Lettertypelijst wordt afgedrukt wordt weergegeven. Dit bericht blijft op het display van het bedieningspaneel staan totdat de pagina wordt afgedrukt. Zodra de lijst met lettertypevoorbeelden wordt afgedrukt, keert de printer terug naar de werkstand Gereed.

Schaalbare lettertypen

De printer ondersteunt de volgende schaalbare lettertypen.

Ondersteunde lettertypen

PostScript-lettertypen PCL-lettertypen
AlbertusMT Albertus Medium
AlbertusMT-Italic
AlbertusMT-Light
Albertus Extra Bold
AntiqueOlive-Roman Antique Olive
AntiqueOlive-Italic Antique Olive Italic
AntiqueOlive-Bold Antique Olive Bold
AntiqueOlive-Compact
ArialMT Arial
Arial-ItalicMT Arial Italic
Arial-BoldMT Arial Bold
Arial-BoldItalicMT Arial Bold Italic
AvantGarde-Book ITC Avant Garde Book
AvantGarde-BookOblique ITC Avant Garde Book Oblique
AvantGarde-Demi ITC Avant Garde Demi
AvantGarde-DemiOblique ITC Avant Garde Demi Oblique
Bookman-Light ITC Bookman Light
Bookman-LightItalic ITC Bookman Light Italic
Bookman-DemiITC Bookman Demi
Bookman-DemiltalicITC Bookman Demi Italic
Clarendon Condensed Bold
Coronet-RegularCoronet
CourierCourierPS
Courier-ObliqueCourierPS Oblique
Courier-BoldCourierPS Bold
Courier-BoldObliqueCourierPS Bold Oblique
CG Omega
CG Omega Bold
CG Omega Italic

(vervolg)Ondersteunde lettertypen

PostScript-lettertypenPCL-lettertypen
CG Omega Bold Italic
Garamond-Antiqua Garamond Antiqua
Garamond-Halbfett Garamond Halbfett
Garamond-Kursiv Garamond Kursiv
Garamond-KursivHalbfett Garamond Kursiv Halbfett
GoldSansMM
GoldSerifMM
Helvetica-Light Helvetica Light
Helvetica-LightOblique Helvetica Light Oblique
Helvetica-Black Helvetica Black
Helvetica-BlackOblique Helvetica Black Oblique
Helvetica Helvetica
Helvetica-Oblique Helvetica Italic
Helvetica-Bold Helvetica Bold
Helvetica-BoldOblique Helvetica Bold Italic
Helvetica-Narrow Helvetica Narrow
Helvetica-Narrow-ObliqueHelvetica Narrow Italic
Helvetica-Narrow-BoldHelvetica Narrow Bold
Helvetica-Narrow-BoldObliqueHelvetica Narrow Bold Italic
Intl-CG-TimesCG Times
Intl-CG-Times-ItalicCG Times Italic
Intl-CG-Times-BoldCG Times Bold
Intl-CG-Times-BoldItalicCG Times Bold Italic
Intl-Univers-MediumUnivers Medium
Intl-Univers-MediumItalicUnivers Medium Italic
Intl-Univers-BoldUnivers Bold
Intl-Univers-BoldItalicUnivers Bold Italic
Intl-CourierCourier
Intl-Courier-ObliqueCourier Italic
Intl-Courier-BoldCourier Bold
Intl-Courier-BoldObliqueCourier Bold Italic
LetterGothicLetter Gothic
LetterGothic-SlantedLetter Gothic Italic

(vervolg)Ondersteunde lettertypen

PostScript-lettertypenPCL-lettertypen
LetterGothic-Bold Letter Gothic Bold
LetterGothic-BoldSlanted
Marigold Marigold
NewCenturySchlbk-Roman Century Schoolbook Roman
NewCenturySchlbk-Italic Century Schoolbook Italic
NewCenturySchlbk-Bold Century Schoolbook Bold
NewCenturySchlbk-BoldItalic Century Schoolbook Bold Italic
Optima
Optima-Bold
Optima-BoldItalic
Optima-Italic
Palatino-Roman Palatino Roman
Palatino-Italic Palatino Italic
Palatino-Bold Palatino Bold
Palatino-BoldItalic Palatino Bold Italic
Symbol SymbolPS
Symbol
Times-Roman Times Roman
Times-Italic Times Italic
Times-Bold Times Bold
Times-BoldItalic Times Bold Italic
TimesNewRomanPSMTTimes New Roman
TimesNewRomanPS-ItalicMTTimes New Roman Italic
TimesNewRomanPS-BoldMTTimes New Roman Bold
TimesNewRomanPS-BoldItalicMTTimes New Roman Bold Italic
Univers
Univers-Oblique
Univers-Bold
Univers-BoldOblique
Univers-CondensedUnivers Condensed Medium
Univers-CondensedObliqueUnivers Condensed Medium Italic
Univers-CondensedBoldUnivers Condensed Bold
Univers-CondensedBoldObliqueUnivers Condensed Bold Italic

(vervolg)Ondersteunde lettertypen

PostScript-lettertypenPCL-lettertypen
Wingdings-Regular Wingdings
ZapfChancery-MediumItalic ITC Zapf Chancery Medium Italic
ZapfDingbats ITC Zapf Dingbats
OCR-A
OCR-B
C39 Narrow
C39 Regular
C39 Wide

De printer biedt tevens ondersteuning voor de volgende PCL-bitmaplettertypen:

  • Line Printer 16
  • POSTNET Bar code

PCL-symbolensets

De printer ondersteunt de volgende PCL-symbolensets.

Ondersteunde symbolensets

Ondersteunde symbolensets (vervolg)

Raadpleeg de Technical Reference op de website van Lexmark voor meer informatie over ondersteuning van lettertypen en symbolensets.

LEXMARK X3480 - PCL-symbolensets - 1

Bedieningspaneel

Paragraaf Pagina
Bedieningspaneel 70
Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel 72
Menu's zijn uitgeschakeld 73
Printermenu's 74

U kunt de meeste printerinstellingen wijzigen in de toepassing waarmee u werkt of in het printerstuurprogramma. Instellingen die u wijzigt in de toepassing of in het printerstuurprogramma zijn alleen van toepassing op de afdruktaak die u voorbereidt.

Als u in een toepassing printerinstellingen wijzigt, vervangt u daarmee de wijzigingen die u met het bedieningspaneel van de printer hebt aangebracht.

Als u een bepaalde instelling niet in een toepassing kunt wijzigen, kunt u hiervoor het bedieningspaneel van de printer of het bedieningspaneel op afstand van het hulpprogramma MarkVision gebruiken. Printerinstellingen die u met het bedieningspaneel van de printer of in MarkVision wijzigt, worden automatisch de standaardinstellingen van de gebruiker.

Bedieningspaneel

Het bedieningspaneel van de printer is voorzien van een LCD-display (liquid crystal display) waarop twee regels tekst van maximaal 16 tekens kunnen worden weergegeven, vijf knoppen en een indicatielampje dat knippert wanneer de printer een taak verwerkt, wat ook wordt aangegeven met het bericht Bezig.

LCD 1 Menu 2 Selecteren (Select) 3 Return 4 Start (Go) 5 Stop 6 Lampje

Raadpleeg het menuoverzicht voor een samenvatting van alle printermenu's die via het bedieningspaneel kunnen worden gebruikt.

Indicatielampje

Het indicatielampje geeft informatie over de status van de printer.

Status van het lampje: De printer staat:
Uit uit
Aan aan, maar is niet actief
Knippert aan en in de standBezig

Knoppen

Met de vijf knoppen op het bedieningspaneel kunt u menu's openen, door een lijst met waarden bladeren, printerinstellingen wijzigen en reageren op printerberichten.

In de afbeelding staan naast de knoppen op het bedieningspaneel de getallen 1 tot en met 6. Met behulp van deze getallen kunt u uw PIN-code invoeren als u een beveiligde afdruktaak hebt verstuurd vanuit het printerstuurprogramma (zie Afdruktaken en taken in wacht).

Opmerking: De knoppen reageren op de informatie die wordt weergegeven op de tweede regel van het display.

Hieronder wordt de functie van elke knop beschreven.

Knop Functie
Start (Go) Drukop Start (Go) om:terug te keren naar de stand Gereed als de printer offline is (het bericht Gereed wordt niet weergegeven in het display);printernu's af te sluiten en terug te keren naar de werkstand Gereed;berichten op het bedieningspaneel te wissen;doorgaan met afdrukken na het laden van afdrukmedia en het verwijderen van vastgelopen papier;de Spaarstand af te sluiten.Als u printerinstellingen hebt gewijzigd met de menu's van het bedieningspaneel, drukt u op Start (Go) voordat u een afdruktaak verzendt. Afdruktaken kunnen alleen worden uitgevoerd als op de printer het bericht Gereed wordt weergegeven.
MenuDe beide delen van de knop hebben elk een functie. Druk op Menu> om:de printer offline te zetten als het bericht Gereed wordt weergegeven (de status Gereed opheffen) en naar de menu's te gaan;naar het menu Taak te gaan als Bezig wordt weergegeven.Als de printer offline is, drukt u op Menu> om door de menu's te bladeren.Druk opom naar het vorige menu-item te gaan.Bij menu-items met numerieke waarden, bijvoorbeeld Exemplaren, moet u Menu ingedrukt houden om door de waarden te bladeren. Laat de knop los zodra het gewenste getal wordt weergegeven.
Selecteren (Select)Druk op Selecteren (Select) om:het menu te openen dat wordt weergegeven op de tweede regel van het display; Afhankelijk van het type menu heeft deze actie een van de volgende resultaten:– Het menu wordt geopend en het eerste menu-item wordt weergegeven;– Het menu wordt geopend en de standaardinstelling wordt weergegeven;het weergegeven menu-item op te slaan als de nieuwe standaardinstelling; Op het display van de printer wordt kort het bericht Opgeslagen weergegeven. Vervolgens wordt het menu-item opnieuw weergegeven.om bepaalde berichten te wissen van het display op het bedieningspaneel.door te gaan met afdrukken nadat het bericht Ladewijzigen is weergegeven.RaadpleegLadewijzigenvoor meer informatie.
ReturnMet de knop Return keert u terug naar het vorige menuniveau of menu-item.
StopAls u op Stop drukt terwijl het bericht Gereed, Bezig of Wachten wordt weergegeven, wordt de printer tijdelijk offline gezet. In plaats van Gereed wordt nu het bericht Niet gereed weergegeven. Er gaan geen gegevens verloren.Druk op Start (Go) om terug te keren naar de stand Gereed, Bezig of Wachten.
1, 2, 3, 4, 5, 6Met behulp van de cijfers die naast de knopnamen staan, kunt u uw PIN-code invoeren als u een beveiligde afdruktaak naar de printer hebt gestuurd. Raadpleeg Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren voor meer informatie.

Als de printer is geconfigureerd als een netwerkprinter die voor een aantal gebruikers beschikbaar is, wordt mogelijk het bericht Menu's zijn uitgeschakeld weergegeven als u op Menu drukt terwijl de printer in de status Gereed staat. Als de menu's zijn uitgeschakeld, kunnen gebruikers niet per ongeluk met het bedieningspaneel een standaardinstelling wijzigen die is ingesteld door de beheerder van de printer. U kunt wel berichten wissen en items selecteren in het menu Taak als u een afdruktaak uitvoert, maar u kunt geen andere printerinstellingen wijzigen. U kunt echter wel met een printerstuurprogramma standaardinstellingen van de gebruiker opheffen en instellingen selecteren voor afzonderlijke afdruktaken.

Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel

Met het bedieningspaneel kunt u menu-items en bijbehorende waarden selecteren om uw afdruktaken met succes af te drukken. U kunt ook de instellingen en de omgeving van de printer wijzigen. Raadpleeg Printermenu's voor toelichting bij de menu-items.

U wijzigt de printerinstellingen door:

  • een instelling te selecteren in een lijst met waarden;
  • een aan/uit-instelling te wijzigen;
  • een numerieke instelling te wijzigen.

U selecteert als volgt een nieuwe waarde als instelling:

1 Terwijl het bericht Gereed wordt weergegeven, drukt u op Menu. De menunamen worden weergegeven.
2 Druk nog enkele malen op Menu tot het gewenste menu wordt weergegeven.
3 Druk op Selecteren (Select) om het menu of het menu-item op de tweede regel van het display te selecteren.

  • Als u een menu selecteert, wordt dit menu geopend en wordt de eerste printerinstelling van het menu weergegeven.
  • Als u een menu-item selecteert, wordt de standaardinstelling voor dit menu-item weergegeven.
    (Naast de huidige standaardinstelling van de gebruiker wordt een sterretje [*] weergegeven.)

Bij elk menu-item hoort een lijst met waarden. De volgende waarden zijn mogelijk:

  • Een woord of woordgroep waarmee een instelling wordt beschreven;
  • Een numerieke waarde die kan worden gewijzigd;
  • De instelling Aan of Uit.

4 Druk op Menu voor de gewenste waarde.

5 Druk op Selecteren (Select) om de waarde op de tweede regel van het display te selecteren. Naast de waarde wordt een sterretje (*) weergegeven om aan te geven dat dit nu de standaardinstelling van de gebruiker is. De nieuwe instelling wordt één seconde lang weergegeven en verdwijnt daarna weer. Het bericht Opgeslagen wordt kort weergegeven, gevolgd door de vorige lijst met menu-items.
6 Druk op Return om terug te gaan naar de vorige menu's. Selecteer de overige menu's waarvoor u nieuwe standaardinstellingen wilt opgeven. Druk op Start (Go) als dit de laatste printerinstelling is die u wilt wijzigen.

De standaardinstellingen van de gebruiker blijven van kracht totdat u nieuwe instellingen opslaat of de fabriekswaarden herstelt. De standaardinstellingen die u hebt geselecteerd met het bedieningspaneel kunt u ook vervangen door instellingen te kiezen in de toepassing waarmee u afdrukt.

In het diagram in Printernenu's worden de menu-items van elk menu weergegeven.

Een sterretje (*) naast een waarde geeft aan dat dit de fabrieksinstelling is. Fabrieksinstellingen kunnen per land of regio verschillen.

Fabrieksinstellingen zijn de functie-instellingen die van kracht zijn als u de printer voor de eerste keer aanzet. Deze instellingen blijven van kracht totdat u ze wijzigt. De fabrieksinstellingen worden hersteld als u de waarde Herstellen selecteert voor het menu-item Fabr.instelling in het menu Extra. Raadpleeg Menu Extra voor meer informatie.

Als u een nieuwe instelling selecteert op het bedieningspaneel, wordt het sterretje verplaatst naar deze nieuwe instelling om aan te geven dat dit nu de huidige standaardinstelling van de gebruiker is.

Standaardinstellingen van de gebruiker zijn de instellingen die u selecteert voor verschillende printerfuncties en die u opslaat in het printergeheugen. Nadat ze zijn opgeslagen, blijven deze instellingen actief totdat nieuwe instellingen worden opgeslagen of de fabrieksinstellingen worden hersteld.

Opmerking: Houd er rekening mee dat de instellingen die u selecteert met het bedieningspaneel kunnen worden vervangen door instellingen die u kiest in de toepassing waarmee u afdrukt.

Als uw printer is geconfigureerd als netwerkprinter voor een aantal gebruikers, kan het zijn dat het bericht Menu's zijn uitgeschakeld verschijnt wanneer u op Menu drukt terwijl de printer in de status Gereed staat. Als de menu's zijn uitgeschakeld, kunnen gebruikers niet per ongeluk met het bedieningspaneel een standaardinstelling wijzigen die is ingesteld door de beheerder van de printer. U kunt wel afdruktaken en taken in wacht uitvoeren, berichten wissen en items selecteren in het menu Taak als u een afdruktaak uitvoert, maar u kunt geen andere printerinstellingen wijzigen. U kunt echter wel met een printerstuurprogramma standaardinstellingen wijzigen en instellingen selecteren voor afzonderlijke afdruktaken.

Raadpleeg De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen voor meer informatie.

Printermenu's

Selecteer voor verdere informatie een menu of menu-item.

LEXMARK X3480 - Printermenu's - 1

flowchart
graph TD
    A["Menu Papier\nPapierbron\nPapierformaat\nPapiersoort\nAangepaste srtn\nInstell Univrsal\nAnder formaat\nU-lader config\nPapierstructuur\nPapiergewicht\nPapier laden"] --> B["Menu Afwerking\nDuplex\nBindz. duplex\nExemplaren\nLege pagina's\nSorteren\nScheidingspags\nBron scheid.pags\nN/vel afdrukken\nN/vel: volgorde\nN/vel: beeld\nN/vel: rand"]
    B --> C["Menu Extra\nMenu's afdrukken\nNtwrk afdrukken\nLettertypen afdr\nDirectory afdr\nFabr.instelling\nWachttken vrwdrn\nFlash formatt\nFlash defragment\nHex Trace"]
    C --> D["Menu Taak\nBeveiligde taak\nTaken in wacht\nTaak annuleren\nBeginwaarden\nBuffer afdrukken"]
    D --> E["Menu PostScript\nPS-fout afdr\nVoork-lettertype\nMenu PDF"]
    E --> F["Menu PCL Emul\nLettertypebron\nLettertypenaam\nPuntgrootte\nPitch\nSymbolenset\nAfdrukstand\nRegels per pag\nA4-breedte\nLade-nr wijzigen\nAutom HR na NR\nAuto NR na HR"]
    F --> G["Menu Instelling\nPrintertaal\nSpaarstand\nBronnen opslaan\nLaden naar\nAfdruktimout\nWachttimout\nAuto doorgaan\nCorr na storing\nPag-beveiliging\nTaal op display\nAlarminstelling\nToneralarm"]
    G --> H["Menu Kwaliteit\nAfdrukresolutie\nTonerintensiteit\nPictureGrade™"]
    H --> I["Menu PPDS\nAfdrukstand\nRegels per pag\nRegels per inch\nPagina-indeling\nTekenset\nMeest gelijkend\nLade 1 wijzigen\nAutom HR na NR\nAuto NR na HR"]
    I --> J["Menu Parallel\nPCL SmartSwitch\nPS SmartSwitch\nNPA-modus\nParallelbuffer\nStat Uitgebreid\nProtocol\INIT honoreren\Parallelle mod 2\MAC Binair PS"]
    J --> K["Menu Networkk\nPCL SmartSwitch\nPS SmartSwitch\nNPA-modus\nNetwerkbuffer\MAC Binair PS\Inst std-net"]
    K --> L["Menu USB\nPCL SmartSwitch\nPS SmartSwitch\nNPA-modus\USB-buffer\MAC Binair PS"]
    L --> M["Menu Help\nNaslagkaart"]

In het menu Papier kunt u instellen welke afdrukmedia in de laden zijn geplaatst en aangeven wat de standaardpapierbron en -uitvoerlade zijn.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
U-lader configBepalen wanneer de printer papier selecteert dat in de universeellader is geladen.Cassette* De universeellader wordt door de printer als een gewone papierlade gebruikt. Als voor een afdruktaak een papierformaat of -soort nodig is die alleen in de universeellader is geladen, selecteert de printer de afdrukmedia uit de universeellader voor de afdruktaak.
Handinvoer De universeellader wordt door de printer als lade voor handmatige invoer gebruikt. Het bericht Handmatig laden wordt weergegeven wanneer u een enkel vel papier in de lader moet plaatsen.
Eerst De printer gebruikt het papier uit de universeellader totdat de lade leeg is, ongeacht de papierbron of het papierformaat dat is geselecteerd voor de taak.
Aangepaste srtnToewijzen van de papiersoort aan ieder van de Aangepaste srtn in het menu-item Papiersoort.Waarden voor Aangepast <x> waarbij <x> staat voor 1, 2, 3, 4, 5 of 6:
Papier* Opmerking: Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast <x>. De door de gebruiker gedefinieerde naam wordt na 14 tekens afgekapt. Als twee of meer aangepaste soorten dezelfde naam hebben, verschijnt deze naam slechts één keer in de lijst Aangepaste soorten.
Karton
Transparant
Etiketten
Envelop
Papier ladenCorrect verwerken van voorbedrukt papier in de lade, ongeacht of het een dubbelzijdige of enkelzijdige afdruktaak betreft.
1 Selecteer een papiersoort.Opmerking: Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepladen. De naam wordt tot 14 tekens afgekort.Karton laden
Gekleurd laden
Aangepladen
Etiketten laden
Briefhfd laden
Voorbedr laden
Bankpost laden
2 Selecteer een waarde.Duplex
Uit* De printer neemt aan dat het voorbedrukte materiaal is geladen voor enkelzijdig afdrukken. Dubbelzijdige afdruktaken worden mogelijk niet goed afgedrukt.
Menu-item Doel Waarden
PapierformaatVaststellen van het standaardpapierformaat voor iedere papierbron Bij laden met automatische formaatdetectie wordt alleen de waarde weergegeven die door de hardware is gedetecteerd.
1 Selecteer een papierbron.Formaat lade <x>
Pap-form (hand)
Formaat U-lader
Env-form (hand)
2 Selecteer een waarde. (* geeft land-/regiospecifieke fabriekswaarden aan)Opmerking: Automatisch vaststellen van formaat moet worden uitgeschakeld om de waarden voor Statement en Folio te laten weergeven.Letter*
Legal
Executive
Statement (niet beschikbaar voor lader voor 500 vel)
A4*
A5 (niet beschikbaar voor lader voor 500 vel)
B5
Folio
10-envelop* (V.S.)
9-envelop
B5-envelop
Andere envelop
7 3/4-envelop
DL-envelop* (niet-V.S.)
C5-envelop
Universal Selecteer Universal wanneer u papier laadt dat met geen van de andere beschikbare formaten overeenkomt. De printer deelt de pagina automatisch in op basis van het maximumformaat van de pagina. Vervolgens kunt u het werkelijke paginaformaat instellen vanuit de toepassing waarmee u werkt.
PapierbronBepalen van de standaardpapierbron. Lade(Lade 1*)Als u afdrukmedia van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee papierbronnen (en voor Papierformaat en Papiersoort de juiste waarden zijn ingesteld), worden de laden automatisch gekoppeld. Als één papierbron leeg is, worden de afdrukmedia automatisch vanuit de andere papierbron ingevoerd.
U-lader
Handinvoer
Envelop (handinvoer)
PapierstructuurBepalen van de papierstructuur van het papier dat in een bepaalde bron is geladen en ervoor zorgen dat tekens duidelijk worden afgedrukt.Gebruik Papierstructuur in combinatie met de menu-items Papiersoort en Papiergewicht. Soms moet u deze menu-items wijzigen om de afdrukkwaliteit te optimaliseren voor de afdrukmedia die u gebruikt.
1 Selecteer een papiersoort. Struct normaal
Struct karton
Struct transpar
Struct voorbedr
Struct gekleurd
Struct aangep
Struct etiketten
Struct bankpost
Struct envelop
Struct briefhfd
2 Selecteer een waarde.GladOpmerking: De standaardwaarde voor Struct bankpost is Ruw in plaats van Normaal. Als u voor een aangepaste soort een naam hebt opgegeven, dan wordt deze weergegeven in plaats van Struct aangep.Denaam wordt tot 14 tekens afgekort.
Normaal*
Ruw
PapiersoortDe papiersoort in iedere papierbron bepalen.U gebruikt dit menu-item voor het volgende:Het optimaliseren van de afdrukkwaliteit voor de opgegeven papiersoort.Het selecteren van papierbronnen vanuit de softwaretoepassing door de soort en het formaat te selecteren.Het automatisch koppelen van papierbronnen. Als u de juiste waarden hebt ingesteld voor Papiersoort en Papierformaat, worden bronnen met papier van dezelfde soort en hetzelfde formaat automatisch door de printer gekoppeld.
1 Selecteer een papierbron.Soort inv.lade
Papiersrt (hand)
Soort U-lader
Env-soort (hand)
2 Selecteer een waarde. Normaal papier
Karton
Transparant
Etiketten
Bankpost
Briefhoofd
Voorbedrukt
Aangepast
Envelop
Gekleurd pap.
De standaardpapiersoort voor alle envelopbronnen is Envelop. De standaardpapiersoort voor elke papierlade is:Opmerking: Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast. De door de gebruiker gedefinieerde naam wordt na 14 tekens afgekort. Als twee of meer aangepaste soorten dezelfde naam hebben, verschijnt deze naam slechts één keer in de lijst Papiersoort.Lade 1-Normaal papier
Lade 2-Aangepast 2
Lade 3-Aangepast 3
Papiersrt (hand)-Normaal papier
Menu-item Doel Waarden
PapiergewichtHet relatieve gewicht bepalen van het papier in een specifieke bron om te zorgen dat de toner goed aan het papier hecht.
1 Selecteer een papiersoort.Opmerking: Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Gewicht aangep. De naam wordt tot 14 tekens afgekort.Gewicht normaal
Gewicht karton
Gewicht transpar
Gewicht voorbedr
Gewicht gekleurd
Gewicht aangep
Gewicht bankpost
Gewicht envelop
Gewicht etiket
Gewicht briefhfd
2 Selecteer een waarde. Lampje
Normaal*
Zwaar
Ander formaatKiezen van een ander formaat als het gewenste formaat niet is geladen.Uit De gebruiker wordt gevraagd de gewenste papiersoort te laden.
Statement/A5 A5-afdruktaken worden afgedrukt op Statement-papier als alleen Statement-papier is geladen. Omgekeerd worden Statement-afdruktaken afgedrukt op A5-papier als alleen A5-papier beschikbaar is.
Letter/A4 A4-afdruktaken worden afgedrukt op Letter-papier als alleen Letter-papier is geladen. Omgekeerd worden Letter-afdruktaken op A4-papier afgedrukt als er geen Letter-papier beschikbaar is.
Alle in lijst* Zowel Letter/A4 als Statement/A5 worden vervangen.
Instell UnivrsalHet standaardformaat vaststellen wanneer voor een lade of een invoereenheid papierformaat Universal is ingesteld.
1 Selecteer een maateenheid. (* geeft een land-/regiospecifieke fabriekswaarde aan)Inch*
Millimeter*
2 Selecteer de waarden. Staandbreedte =3,00–14,17 inch (8,5 inch*)=76–360 mm (216 mm*)
Staand hoogte =3,00–14,17 inch (14 inch*)=76–360 mm (356 mm*)
Invoerrichting =Korte zijde*=Lange zijde

In het menu Afwerking stelt u in hoe het afgedrukte materiaal door de printer moet worden afgeleverd.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
Lege pagina'sAangeven of de lege pagina's die door een toepassing zijn gegenereerd, moeten worden opgenomen in de afdruktaak.Niet afdrukken*Drukt door een toepassing gegenereerde lege pagina's niet af als onderdeel van een afdruktaak.
Afdrukken Druktdoor een toepassing gegenereerde lege pagina's wel af als onderdeel van een afdruktaak.
SorterenDe pagina's van een afdruktaak op volgorde houden als u de taak meerdere malen afdrukt.Uit* Drukt iederepagina van een afdruktaak zo vaak af als is opgegeven in het menu-item Exemplaren. Als u bijvoorbeeld drie pagina's wilt afdrukken en Exemplaren instelt op 2, worden de volgende pagina's afgedrukt: pagina 1, pagina 1, pagina 2, pagina 2, pagina 3, pagina 3.
Aan Drukt afdruktaak zo vaak af als is opgegeven in het menu-item Exemplaren. Als u bijvoorbeeld drie pagina's wilt afdrukken en Exemplaren instelt op 2, worden de volgende pagina's afgedrukt: pagina 1, pagina 2, pagina 3, pagina 1, pagina 2, pagina 3.
ExemplarenHet aantal exemplaren instellen dat u als standaardwaarde wilt gebruiken. (U stelt het aantal exemplaren in voor een specifieke afdruktaak met behulp van het printerstuurprogramma. Waarden die in het stuurprogramma zijn opgegeven, hebben altijd voorrang boven de waarden die op het bedieningspaneel zijn ingesteld.)1...999 (1*)
DuplexDubbelzijdig afdrukken instellen als de standaardmodus voor alle afdruktaken. (Selecteer Duplex in het printerstuurprogramma als u alleen specifieke afdruktaken dubbelzijdig wilt afdrukken.)Uit* Drukt af op één zijde van het papier.
Aan Drukt af op beide zijden van het papier.
Bindz. duplexDefiniëren hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina's (met de even nummers) en van de voorzijde van de pagina's (met de oneven nummers).Lange zijde* Bereidt inbinding voor aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).
Korte zijde Bereidt inbinding voor aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
N/vel: randEen rand afdrukken rond ieder paginabeeld als er op een vel meer dan een pagina wordt afgedrukt.Geen* Drukt geen rand af rond de afgebeelde pagina's.
Effen Drukt een effen rand af rond de afgebeelde pagina's.
N/vel: volgordeDe positie van afgebeelde pagina's bepalen als er meerdere pagina's op een vel worden afdrukt. De positie hangt af van het aantal afbeeldingen en de afdrukstand van de afbeeldingen (staand of liggend).Horizontaal*
Verticaal
Omgekeerd hor
Omgekeerd vert
Als u bijvoorbeeld 4 per vel selecteert in de afdrukstand Staand, is het resultaat afhankelijk van de waarde die u kiest voor N/vel volgorde:
HorizontaleVerticaleOmgekeerde volgordeOmgekeerde volgorde
LEXMARK X3480 - Menu Afwerking - 1LEXMARK X3480 - Menu Afwerking - 2LEXMARK X3480 - Menu Afwerking - 3LEXMARK X3480 - Menu Afwerking - 4
N/vel afdrukkenMeerdere pagina's afdrukken op één zijde van het papier. Dit wordt ook wel n per vel of papierbesparing genoemd.Uit* Drukt één paginabeeld per zijde af.
2 per vel Drukt twee paginabeelden per zijde af.
3 per vel Drukt drie paginabeelden per zijde af.
4 per vel Drukt vier paginabeelden per zijde af.
6 per vel Drukt zes paginabeelden per zijde af.
9 per vel Drukt negen paginabeelden per zijde af.
12 per vel Drukt twaalf paginabeelden per zijde af.
16 per vel Drukt zestien paginabeelden per zijde af.
N/vel: beeldDe afdrukstand bepalen van een vel waarop meerdere pagina's worden afgedrukt.Auto* De printer kiest automatisch tussen de afdrukstanden staand en liggend.
Lange zijde Stelt de lange zijde van het papier in als bovenzijde (liggend).
Korte zijde Stelt de korte zijde van het papier in als bovenzijde (staand).
Menu-itemDoelWaarden
ScheidingspagsLege scheidingspagina's invoegen tussen afdruktaken, tussen meerdere exemplaren van een taak of tussen de pagina's van een taak.Geen* Voegt geen scheidingspagina's in.
Tussen exemplVoegt een leeg vel in tussen alle exemplaren van een afdruktaak. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets van afgedrukte pagina's (alle pagina's 1, alle pagina's 2 enzovoort). Als Sorteren is ingesteld op Aan, wordt een lege pagina ingevoegd na elk gesorteerd exemplaar van dezelfde afdruktaak.
Tussen takenVoegt een lege pagina in tussen afdruktaken.
Tussen pagsVoegt een leeg vel in tussen alle pagina's van een afdruktaak. Dit is nuttig als u transparanten afdrukt of pagina's voor aantekeningen in een document wilt opnemen.
Bron scheid.pagsAangeven uit welke papierlade de scheidingspagina's geladen moeten worden.Lade(Lade 1*)Haalt scheidingspagina's uit de opgegeven lade.
U-lader Selecteertscheidingspagina's uit de universeellader. (U moet ook het menu-item U-lader config instellen op Cassette.)

In het menu Extra kunt u verschillende lijsten afdrukken met informatie over printerbronnen, printerinstellingen en afdruktaken. Daarnaast bevat dit menu items waarmee u de printerhardware kunt instellen en printerproblemen kunt oplossen.

Menu-item Doel Waarden
Flash defragmentTerughalen van opslagruimte die verloren is gegaan bij het verwijderen van bronnen uit het flash-geheugen.Waarschuwing: Zet de printer niet uit tijdens de defragmentatie van het flash-geheugen.Ja De printer brengt alle bronnen over van het flash-geheugen naar het printergeheugen en formatteert vervolgens het flashgeheugen. Nadat het flash-geheugen is geformatteerd, worden de bronnen opnieuw in het flash-geheugen geladen.
Nee De printer an nuleert het verzoek om het flash-geheugen te defragmenteren.
Fabr.instellingDe oorspronkelijke fabriekswaarden opnieuw instellen.Herstellen • Allemenu-items worden opnieuw ingesteld op de fabriekswaarden met uitzondering van: - taal op display; - alle instellingen in het menu Parallel, Serieel, Netwerk en USB.• Alle bronnen (lettertypen, macro's, symbolensets) die in het printergeheugen (RAM) zijn geladen, worden verwijderd. (Bronnen in het optionele flash-geheugen of op de vaste schijf worden niet verwijderd.)
Niet herstellenDe gebruikersinstellingen blijven van kracht.
Wachttken vrwdrnAfdruktaken en taken in wacht verwijderen om te voorkomen dat te veel ongewenste taken in het geheugen staan en deze te veel geheugen gebruiken.Opmerking: Dit item wordt alleen weergegeven als er afdruktaken en taken in wacht zijn opgeslagen in het geheugen.BeveiligdAlle beveiligde afdruktaken en taken in wacht worden verwijderd.
In wachtstandAlle niet-beveiligde afdruktaken en taken in wacht worden verwijderd.
AlleAlle afdruktaken en taken in wacht worden gewist.
Flash formattHet flash-geheugen formatteren.Waarschuwing: Zet de printer niet uit als het flash-geheugen wordt geformatteerd.Ja Verwijdert allegegevens uit het flash-geheugen en maakt dit gereed voor ontvangst van nieuwe bronnen.
Nee Annuleert hetverzoek om het flash-geheugen te formatteren. De huidige bronnen blijven in het flash-geheugen staan.
Hex TraceOpsporen van de bron van een afdrukprobleem. Als Hex Trace is geselecteerd, worden alle gegevens die naar de printer worden gestuurd zowel in een hexadecimale weergave als in een tekenweergave afgedrukt. Besturingscodes worden niet uitgevoerd.Als u de Hex Trace-modus weer wilt verlaten, schakelt u de printer uit of stelt u in het menu Taak de printer opnieuw in.
Directory afdrAfdrukken van een lijst met alle bronnen die zijn opgeslagen in het flash-geheugen of op de vaste schijf.Opmerking: Directory afdr is alleen beschikbaar als een flash-geheugen of vaste schijf is geïnstalleerd en geformatteerd en de Buffergrootte niet is ingesteld op 100%.
Lettertypen afdrEen voorbeeld afdrukken van alle beschikbare lettertypen voor de geselecteerde printertaal.PCL-lettertypenDrukt een voorbeeld af van alle beschikbare lettertypen voor PCL-emulatie.
PS-lettertypen DDrukt een voorbeeld af van alle beschikbare lettertypen voor PostScript-emulatie.
PPDS-lettrtypenDrukt een voorbeeld af van alle beschikbare lettertypen voor PPDS-emulatie.
Menu's afdrukkenEen lijst afdrukken van de huidige standaardwaarden, geïnstalleerde opties, de hoeveelheid geïnstalleerd geheugen en de status van de printeraccessoires.
Ntwrk afdrukkenInformatie afdrukken over de interne printerserver en de netwerkinstellingen van het menu-item Netwerk inst in het menu Netwerk.

Het menu Taak is alleen beschikbaar als de printer bezig is met het verwerken of uitvoeren van een taak, als op het display een printerbericht wordt weergegeven of als de printer zich in de modus Hex Trace bevindt. Druk op Menu om het menu Taak te openen.

Menu-item Doel Waarden
Taak annulerenDe huidige afdruktaak annuleren.Opmerking: Het menu-item Taak annuleren wordt alleen weergegeven als de printer een taak verwerkt of als er een taak in het printergeheugen aanwezig is.
Beveiligde taakBeveiligde taken afdrukken die zijn opgeslagen in het printergeheugen.Opmerking: Als u een beveiligde taak afdrukt, wordt deze automatisch uit het printergeheugen verwijderd.
1 Voer de PIN-code in die aan de beveiligde taak is toegewezen.Voer PIN in Voer de PIN-code van de beveiligde taak in met de knoppen op het bedieningspaneel.
2 Selecteer vervolgens een van de volgende waarden:Alle taken afdr Drukt alle taken af die met deze PIN-code zijn beveiligd.
Taak afdrukken Drukt een specifieke beveiligde taak af. Gebruik de knop Menu om door de lijst met beveiligde taken voor de PIN-code te bladeren.Druk op Selecteren (Select) om de afdruktaak te kiezen.
Alle taken verw Verwijdert alle taken die met de PIN-code zijn beveiligd.
Taak verwijderen Verwijdert een specifieke beveiligde taak. Gebruik de knop Menu om door de lijst met beveiligde taken voor de PIN-code te bladeren. Druk op Selecteren (Select) om de afdruktaak te kiezen.
Exemplaren Bepaalt hoeveel exemplaren van een beveiligde taak worden afgedrukt. Gebruik de knop Menu om door de lijst met beveiligde taken voor de PIN-code te bladeren. Druk op Selecteren (Select) om de taak te kiezen die u wilt afdrukken. Druk op Menu om het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken, te verhogen of te verlagen. Druk vervolgens op Selecteren (Select).
Taken in wachtHet afdrukken van gereserveerde, herhaalde of gecontroleerde afdruktaken die in het printergeheugen zijn opgeslagen.Alle taken afdr Drukt alle taken in wacht af.
Taak afdrukkenDrukt een specifieke taak in wacht af. Gebruik de knop Menu om door de lijst met taken in wacht te bladeren. Druk op Selecteren (Select) om de afdruktaak te kiezen.
Alle taken verw Verwijdert alle taken in wacht.
Taak verwijderenVerwijdert een specifieke taak in wacht. Gebruik de knop Menu om door de lijst met taken in wacht te bladeren. Druk op Selecteren (Select) om de afdruktaak te verwijderen.
Exemplaren Bepaalt hoeveel exemplaren van een de taak in wacht worden afgedrukt. Gebruik de knop Menu om door de lijst met taken in wacht te bladeren. Druk op Selecteren (Select) om de taak te kiezen die u wilt afdrukken. Druk op Menu om het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken, te verhogen of te verlagen. Druk vervolgens op Selecteren (Select).
Buffer afdrukkenAlle gegevens afdrukken die zijn opgeslagen in de afdrukbuffer.Opmerking: Het menu-item Buffer afdrukken is alleen beschikbaar als u het menu Taak opent terwijl het bericht Wachten wordt weergegeven. Het bericht Wachten wordt weergegeven als een taak die nog niet is voltooid naar de printer is verzonden of als een ASCII-taak (bijv. Print Screen-opdracht) wordt uitgevoerd.
BeginwaardenDe printer opnieuw instellen op de standaardwaarden van de menu-items, alle geladen bronnen (lettertypen, macro's en symbolensets) verwijderen uit het printergeheugen (RAM) en alle gegevens verwijderen uit de interfacekoppelingsbuffer.Opmerking: Sluit eerst de toepassing waarmee u werkt af, voordat u Beginwaarden selecteert.

Met het menu Kwaliteit wijzigt u instellingen die van invloed zijn op de kwaliteit van de afgedrukte tekens en afbeeldingen.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
PictureGradeDe kwaliteit verbeteren van afdrukken in grijstinten met een resolutie van 600 dpi (dots per inch) in PostScript-emulatie.Aan Er wordenandere parameters voor screening gebruikt om de afdrukkwaliteit van afbeeldingen te verbeteren.
Uit* Standaardparameters voor screening worden gebruikt.
AfdrukresolutieHet definiëren van het aantal punten per inch (dpi). Hoe hoger de waarde, hoe scherper tekens en afbeeldingen worden afgedrukt.600 dpi Biedt een hoge afdrukkwaliteit voor afdruktaken die voornamelijk uit tekst bestaan.
Beeldkw 1200Maakt gebruik van lijnscreening voor afdruktaken die bitmapafbeeldingen bevatten, zoals gescande foto's.
Beeldkw 2400
1200 dpi Biedt de hoogste afdrukkwaliteit voor afdruktaken waarvoorsnelheid niet belangrijk is en veel geheugen beschikbaar is.
TonerintensiteitTekstafbeeldingen lichter of donkerder maken, of toner besparen.1–10 (8*) Selecteer een lagere waarde voor fijnere lijnen en lichtere grijstinten in afbeeldingen. Selecteer een hogere waarde voor dikkere lijnen of donkerdere grijstinten in afbeeldingen. Selecteer 10 als u de tekst zeer vet wilt weergeven.Selecteer een waarde lager dan 7 als u toner wilt besparen.Op het display van het bedieningspaneel geeft een verticale balk ( | ) defabriekswaarde aan. Een pijlsymbool ( V ) geeft een door de gebruiker gedefinieerde instelling aan.

Met het menu Instelling kunt u verschillende printerfuncties configureren.

Menu-item Doel Waarden
AlarminstellingBepalen of de printer een waarschuwingssignaal geeft als de gebruiker moet ingrijpen.Uit De printer geeft geen geluidssignaal.
Eénmalig* De printer geeft drie korte waarschuwingssignalen.
Continu De printer herhaalt de drie waarschuwingssignalen elke tien seconden.
Auto doorgaanInstellen (in seconden) hoe lang de printer een foutbericht blijft weergeven waarin om ingrijpen van de gebruiker wordt verzocht, voordat er verder wordt afgedrukt.Uitgeschakeld*De printer drukt pas weer af als iemand het foutbericht heeft gewist.
5...255 De printerwacht het ingestelde aantal seconden en gaat dan automatisch door met afdrukken. Deze timeout is ook geldig als de menu's worden weergegeven (en de printer offline is).
Taal op displayBepalen van de taal waarin de tekst op het display van het bedieningspaneel wordt weergegeven.English Opmerking: Mogelijk zijn niet alle waarden beschikbaar.
Français
Deutsch
Italiano
Español
Dansk
Norsk
Nederlands
Svenska
Português
Suomi
Japanese
Russian
Polski
Magyar
Türkçe
Czech
Laden naarBepalen van de opslaglocatie van geladen bronnen.In het flash-geheugen of op de vaste schijf worden geladen bronnen permanent opgeslagen en in het RAM-geheugen worden deze bronnen tijdelijk opgeslagen. De bronnen blijven ook in het flash-geheugen of op de vaste schijf opgeslagen als de printer wordt uitgezet.RAM* Alle geladenbronnen worden automatisch opgeslagen in het printergeheugen (RAM).
Flash Alle geladenbronnen worden automatisch opgeslagen in het flash-geheugen.
Corr na storingBepalen of de printer vastgelopen pagina's opnieuw afdrukt.Aan De printer drukt vastgelopen pagina's opnieuw af.
Uit De printer drukt vastgelopen pagina's niet opnieuw af.
Auto* De printer drukt een vastgelopen pagina opnieuw af, tenzij het vereiste geheugen nodig is voor andere afdruktaken.
Pag-beveiligingHet afdrukken van een pagina die anders de fout Pagina is te complex zou veroorzaken.Als u Aan hebt ingesteld en u kunt de pagina nog steeds niet afdrukken, moet u mogelijk ook het lettertypeformaat en het aantal lettertypen verkleinen of meer geheugen installeren.Voor de meeste afdruktaken hoeft u Aan niet te selecteren.Als u Aan hebt geselecteerd, drukt de printer mogelijk langzamer af.Uit* Drukt een pagina gedeeltelijk af als er onvoldoende geheugen beschikbaar is om de pagina geheel af te drukken.
Aan Zorgt ervoordat de gehele pagina wordt verwerkt voordat deze wordt afgedrukt.
SpaarstandInstellen (in minuten) na hoeveel tijd de spaarstand wordt ingeschakeld nadat een afdruktaak is afgedrukt.UitgeschakeldDeze waarde wordt alleen weergegeven wanneer Energiebesparing is uitgeschakeld.
1...240 Stelt in holang het na het uitvoeren van een afdruktaak duurt voor de spaarstand wordt ingeschakeld. (Het is mogelijk dat de printer niet alle waarden ondersteunt.)Welke standaardinstelling er in de fabriek is ingesteld voor Spaarstand, hangt af van het printermodel. Druk de pagina met menu-instellingen af om te zien wat de huidige instelling voor Spaarstand is. Een printer die in de spaarstand staat, kan nog steeds afdruktaken ontvangen.Met de instelling 1 voor Spaarstand wordt de printer één minuut na het afdrukken van een afdruktaak in de Spaarstand gezet. Zo verbruikt de printer veel minder energie, maar is er meer tijd nodig om de printer op te warmen. Selecteer 1 als de printer op hetzelfde stroomcircuit is aangesloten als de verlichting en de verlichting flikkeringen vertoont.Selecteer een hoge waarde als de printer doorlopend wordt gebruikt. De printer is dan meestal gereed om af te drukken met een minimale opwarmtijd.Selecteer een waarde tussen de 1 en 240 minuten als u een juiste balans wilt hebben tussen energiebesparing en een korte opwarmtijd.
AfdruktimeoutBepalen u hoeveel seconden de printer wacht met het afdrukken van de laatste pagina van een afdruktaak die niet eindigt met een opdracht om de pagina af te drukken. De teller van de timeout begint pas met tellen op het moment dat het bericht Wachten op de display wordt weergegeven.Uitgeschakeld De printer drukt de laatste pagina van een taak pas af als:de printer voldoende informatie ontvangt om de pagina te vullen;de printer een opdracht ontvangt voor papierinvoer;u het menu-item Buffer afdrukken selecteert in het menu Taak.
1...255 (90*) De printer drukt de laatste pagina af na het opgegeven tijdsinterval.(Het is mogelijk dat de printer niet alle waarden ondersteunt.)
PrintertaalInstellen van de standaardprintertaal voor het versturen van gegevens van de computer naar de printer.Opmerking: Als een bepaalde printertaal als standaardtaal is ingesteld, betekent dit niet dat toepassingen geen afdruktaken kunnen verzenden die een andere printertaal gebruiken.PCL-emulatie PCL-emulatie, compatibel met Hewlett-Packard-printers.
PS-emulatie* PostScript-emulatie, compatibel met de Adobe PostScript-taal.
PPDS-emulatie PPDS-emulatie.
Bronnen opslaanBepalen wat u met in het geheugen geladen bronnen, zoals lettertypen en macro's, wilt doen als voor een afdruktaak niet voldoende geheugen beschikbaar is.Uit* De printer bewaart de geladen bronnen tot het geheugen nodig is voor andere taken. Zodra de printer meer geheugenruimte nodig heeft, worden de bronnen voor de inactieve printertaal verwijderd.
Aan De printer bewaart alle geladen bronnen voor alle printertalen als de taal wordt gewijzigd en de printer opnieuw wordt ingesteld. Als de printer onvoldoende geheugen heeft, wordt het bericht 38 Geheugen vol weergegeven.
ToneralarmInstellen hoe de printer reageert wanneer de toner bijna op is.Uit* Er wordt eenfoutbericht weergegeven. Dit bericht verdwijnt pas nadat de tonercartridge is vervangen. Als er in het menu Instelling een waarde is geselecteerd voor Auto doorgaan, gaat de printer verder met afdrukken nadat de opgegeven timeout is verstreken.
Eénmalig De printerter stopt met afdrukken, er verschijnt een foutbericht en er klinken drie korte waarschuwingssignalen vlak na elkaar.
Continu De printerter stopt met afdrukken, er verschijnt een foutbericht en elke tien seconden klinken er drie waarschuwingssignalen tot de tonercartridge is vervangen.
WachtttimeoutBepalen hoeveel seconden de printer wacht totdat er meer gegevens van de computer zijn ontvangen. Als de timeout is verstreken, wordt de afdruktaak geannuleerd.Opmerking: Het menu-item Wachtttimeout is alleen beschikbaar als u gebruikmaakt van PostScript-emulatie. Dit menu-item is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PCL-emulatie wordt gebruikt.Uitgeschakeld Schakelt de wachtttimeout uit.
15...65535 (40*)Specificeert de tijd die de printer wacht op verdere gegevens voordat de afdruktaak wordt geannuleerd.

In het menu PCL Emul wijzigt u printerinstellingen die alleen van invloed zijn op afdruktaken waarvoor PCL-emulatie als printertaal wordt gebruikt.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
A4-breedteSelecteren van de breedte van de logische pagina op A4-papier.198 mm* Maakt de logische pagina compatibel met de Hewlett-Packard LaserJet 5-printer.
203 mm Maakt de logische pagina breed genoeg om tachtig 10-pitch tekens af te drukken.
Autom HR na NROpgeven of de printer automatisch een harde return uitvoert na de opdracht voor een nieuwe regel.Uit* De printer voert geen harde return uit na de opdracht voor een nieuwe regel.
Aan De printer voert een harde return uit na de opdracht voor een nieuwe regel.
Auto NR na HROpgeven of de printer automatisch een nieuwe regel uitvoert na de opdracht voor een harde return.Uit* De printer voert geen nieuwe regel uit na de opdracht voor een harde return.
Aan De printer voert een nieuwe regel uit na de opdracht voor een harde return.
LettertypenaamEen lettertype kiezen uit de opgegeven lettertypebron.R0 Courier 10* De lettertypenaam en de lettertype-ID van alle lettertypen in de geselecteerde lettertypebron worden weergegeven. De afkorting van de naam van de lettertypebron is R voor Intern, F voor Flash, K voor Schijf en D voor Laadbaar.
LettertypebronBepalen welke lettertypen worden weergegeven in het menu-item Lettertypenaam.Intern* Geeft alle interne lettertypen weer die in de fabriek in het RAM van de printer zijn geladen.
Laadbaar Geeft alle lettertypen weer die vanuit andere bronnen in het RAM zijn geladen.
Flash Geeft alle lettertypen in het flash-geheugen weer.
Alle Geeft alle beschikbare lettertypen uit alle bronnen weer.
Menu-item Doel Waarden
Regels per pagHet aantal regels instellen dat per pagina wordt afgedrukt.1...255 De ruimtetussen de regels (verticale regelafstand) wordt automatisch ingesteld op basis van de instellingen voor Regels/ pagina, Papierformaat en Afdrukstand. Selecteer het juiste papierformaat en de juiste afdrukstand voordat u het aantal regels per pagina instelt.
60* (land-/regiospecifieke fabriekswaarden)
64* (land-/regiospecifieke fabriekswaarden)
AfdrukstandInstellen in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Staand* Drukt detekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af.
Liggend Drukt detekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af.
PitchOpgeven van de lettertypepitch voor schaalbare lettertypen met een vaste tekenafstand (monogespatieerd).0,08...100 (in veelvouden van 0,01 cpi)Pitch heeft betrekking op het aantal niet-proportionele tekens per inch (in horizontale richting). U kunt een pitch selecteren met een waarde tussen 0,08 en 100 tekens per inch (cpi, characters per inch), in veelvouden van 0,01 cpi. Voor niet-schaalbare, monogespatieerde lettertypen wordt de pitch wel weergegeven, maar u kunt deze niet wijzigen.Opmerking:De pitch wordt alleen weergegeven voor vaste (monogespatieerde) lettertypen.
10*
PuntgrootteWijzigen van de puntgrootte van schaalbare typografische lettertypen.1...1008 (in veelvouden van 0,25 punten)Puntgrootte heeft betrekking op de hoogte van de tekens van het lettertype. Eén punt is ongeveer gelijk aan 0,35 mm. U kunt voor de puntgrootte een waarde selecteren tussen 1 en 1008 punten, in veelvouden van 0,25 punten.Opmerking:De puntgrootte wordt alleen weergegeven voor typografische lettertypen.
12*
SymbolensetKiezen van een symbolenset voor een geselecteerde lettertypenaam.10U PC-8*(land-/regiospecifieke fabriekswaarden)Een symbolenset is een set alfabetische en numerieke tekens, interpunctietekens en speciale symbolen die worden gebruikt als u in een bepaald lettertype afdrukt. Symbolensets ondersteunen de verschillende vereisten voor talen of specifieke toepassingen, zoals wiskundige symbolen voor wetenschappelijke teksten. Alleen symbolensets die worden ondersteund door de geselecteerde lettertypenaam, worden weergegeven.
12U PC-850*(land-/regiospecifieke fabriekswaarden)
Lade-nr wijzigenDe printer zo configureren dat deze werkt met printerstuurprogramma's of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.Opmerking: Raadpleeg de Technical Reference voor meer informatie over het toewijzen van nummers aan bronnen.
1 Selecteer een papierbron.Waarde lade <x>
Waarde U-lader
Waarde hand-env
Waarde handinv
2 Selecteer een waarde.Uit*De printer gebruikt de fabrieksinstellingen voor de papierbron.
0...199 Selecteer een numerieke waarde als u een aangepaste waarde wilt toewijzen aan een papierbron.
Geen De papierbron negeert de opdracht voor het selecteren van de papierinvoer.
Andere waarden voor Lade-nr wijzigenFabr.instelling Druk op Menu om de fabrieksinstellingen voor elke papierbron weer te geven.
Std herstellen Selecteer Ja om alle ladetoewijzingen weer op de fabriekswaarden in te stellen.

In het menu PostScript wijzigt u printerinstellingen die alleen van invloed zijn op afdruktaken waarvoor PostScript-emulatie als printertaal wordt gebruikt.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
Voork-lettertypeBepalen waar de printer het eerst naar het gewenste lettertype zoekt.Opmerking: Voork-lettertype wordt alleen weergegeven als een geformatteerde vaste schijf of een geformatteerd flash-geheugen in de printer is geïnstalleerd. Deze mag niet beveiligd zijn tegen lezen/ schrijven of schrijven en de Buffergrootte mag niet zijn ingesteld op 100%.Intern* De printerzoekt eerst in het geheugen naar het gewenste lettertype en daarna in het flash-geheugen of op de vaste schijf.
Flash/schijf Deprinter zoekt eerst op de vaste schijf en in het flash-geheugen naar het gewenste lettertype en daarna in het printergeheugen.
Menu PDFMet het menu PDF in het menu PostScript wijzigt u printerinstellingen die alleen van invloed zijn op afdruktaken waarvoor PDF-bestanden (Portable Document Format) worden gebruikt.Raadpleeg Menu PDF voor meer informatie.
PS-fout afdrHet afdrukken van een analysepagina als een PostScript- emulatiefout is opgetreden.Uit* Verwijdert deafdruktaak zonder een foutbericht af te drukken.
Aan Drukt een foutbericht af en verwijdert de afdruktaak.

Met het menu PDF in het menu PostScript wijzigt u printerinstellingen die alleen van invloed zijn op afdruktaken waarvoor PDF-bestanden (Portable Document Format) worden gebruikt.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
AantekeningenAangeven of de opmerkingen in het PDF-bestand moeten worden afgedrukt. Dankzij de notitiegereedschappen beschikt u over verschillende manieren om tekst te markeren en notities en commentaar toe te voegen aan PDF-bestanden. Wanneer de optie voor het afdrukken van aantekeningen is geselecteerd, wordt een nieuw PDF-bestand gemaakt met daarin alle aantekeningen uit het originele PDF-bestand.Niet afdrukken*De aantekeningen in het PDF-bestand niet afdrukken.
Afdrukken De aantekeningen in het PDF-bestand afdrukken.
RasterAangeven of u het standaardrasterscherm van de printer of het rasterscherm van het document wilt gebruiken.Printer* Het standaardrasterscherm van de printer gebruiken.
Document Het rasterscherm van het document gebruiken.
AfdrukstandDe standaardafdrukstand van het PDF-bestand opgeven.Staand* De tekst en afbeeldingen in het PDF-bestand evenwijdig aan de korte zijde van het papier afdrukken.
Liggend De tekst en afbeeldingen in het PDF-bestand evenwijdig aan de lange zijde van het papier afdrukken.
Frmt passend mknAangeven of het document moet worden geschaald zodat het past op de geladen afdrukmedia.Aan Het document schalen zodat het past op de geladen afdrukmedia.
Uit* Het document niet schalen; het past niet op de geladen afdrukmedia. Tekst en afbeeldingen die buiten het afdrukbare gebied vallen, worden afgesneden.

In het menu PPDS wijzigt u printerinstellingen die alleen van invloed zijn op afdruktaken waarvoor PPDS-emulatie als printertaal wordt gebruikt.

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
Autom HR na NROpgeven of de printer automatisch een harde return uitvoert na de opdracht voor een nieuwe regel.Uit* De printer voert geen harde returnuit na de opdracht voor een nieuwe regel.
Aan De printer voert een harde returnuit na de opdracht voor een nieuwe regel.
Auto NR na HROpgeven of de printer automatisch een nieuwe regel uitvoert na de opdracht voor een harde return.Uit* De printer voert geen nieuwe regeluit na de opdracht voor een harde return.
Aan De printer voert een nieuwe regeluit na de opdracht voor een harde return.
Meest gelijkendBepalen of moet worden gezocht naar het meest gelijkende lettertype als het gewenste lettertype niet is gevonden.Uit De printer stopt met afdrukkenwanneer een gewenst lettertype niet is gevonden. Er wordt een foutbericht weergegeven over het ontbreken van het lettertype.
Aan* De printer gaat door met afdrukkenwanneer een benodigd lettertype niet is aangetroffen. De printer selecteert in dat geval een ander lettertype, dat overeenkomt met de eigenschappen van het benodigde lettertype.
TekensetBepalen welke codetabel moet worden gebruikt voor PPDS-afdruktaken.1 De standaardcodetabellen worden gebruikt.
2* De adressen uit waarde 1 wordengwijzigd om tekens en symbolen te vertegenwoordigen die in het Engels (m.u.v. Engels van Verenigde Staten) worden gebruikt.
Regels per inchHet aantal regels instellen dat per verticale inch wordt afgedrukt.1...30 (6*) De ruimte tussen de regels (verticale regelafstand) wordt automatisch ingesteld op basis van de instellingen voor Regels per inch, Regels per pagina, Papierformaat en Afdrukstand.Selecteer het juiste papierformaat en de juiste afdrukstand voordat u het aantal regels per inch instelt.
Regels per pagHet aantal regels instellen dat per pagina wordt afgedrukt.1...255 (64*) De ruimte tussen de regels (verticale regelafstand) wordt automatisch ingesteld op basis van de instellingen voor Regels per inch, Regels per pagina, Papierformaat en Afdrukstand. Selecteer het juiste papierformaat en de juiste afdrukstand voordat u het aantal regels per pagina instelt.
AfdrukstandInstellen in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Staand* Drukt de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af.
Liggend Drukt de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af.
Pagina-indelingHeeft gevolgen voor de printerinterpretatie van de marges die zijn ingesteld vanuit de software.Afdrukken* De printer meet de marge-instellingen vanaf de binnenste rand van het linker niet-afdrukbare gebied en de onderkant van het bovenste niet-afdrukbare gebied. Het linker en bovenste margegebied van de afdruktaak is gelijk aan de marge-instelling in de software plus het niet-afdrukbare gebied.
Gehele pagina De printer meet marge-instellingen vanaf de linker bovenrand van het papier. Het linker en bovenste margegebied van de afdruktaak is gelijk aan de marge-instellingen in de software.
Lade 1 wijzigenDe printer zo configureren dat deze werkt met printerstuurprogramma's of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.Opmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven als lade 2 is geïnstalleerd.Uit* Taken worden afgedrukt vanuit de gewenste bron.
Lade 2 • Afdruktaakverzoeken voor lade 2 worden omgezet in verzoeken voor lade 1.• Afdruktaakverzoeken voor lade 1 worden omgezet in verzoeken voor lade 2.

Met het menu Parallel kunt u de printerinstellingen wijzigen van taken die via een parallelle poort worden verstuurd (Std parallel of Parallel optie ).

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
Stat UitgebreidHet mogelijk maken van bidirectionele communicatie via een parallelle poort.Uit Schakelt onderhandeling op de parallelle poort uit.
Aan* Schakelt bidirectionele communicatie via de parallelle interface in.
INIT honorerenVaststellen of de printer hardware-initialisatieverzoeken van de computer honoreert. De computer doet een initialisatieverzoek door het INIT-signaal op de parallelle interface te activeren. Veel computers activeren het INIT-signaal telkens opnieuw als de computer wordt aan- of uitgezet.Uit* De printer honoreert geen hardware-initialisatieverzoeken van de computer.
Aan De printer honoreert hardware-initialisatieverzoeken van de computer.
MAC Binair PSDe printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-computer.Aan De printer verwerkt ruwe binaire PostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van Macintosh-computers.Opmerking: Door deze instelling worden afdruktaken die afkomstig zijn van een Windows-pc, vaak niet goed afgedrukt.
Uit De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Auto* De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
NPA-modusAangeven of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het Network Printing Alliance Protocol (NPA).Opmerking: Als u dit menu-item wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.Aan De printer past NPA-verwerking toe. Als de gegevens niet in de NPA-indeling zijn opgesteld, worden deze als onverwerkbaar beschouwd en verwijderd.
Uit De printer past geen NPA-verwerking toe.
Auto* De printer controleert welke indeling de gegevens hebben en past de verwerking aan.
ParallelbufferDe grootte van de buffer voor parallelle invoer configureren.Opmerking: Als u dit menu-item wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.Uitgeschakeld Sschakelt de taakbuffer uit.Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.
Auto* De printer bberekent automatische de grootte van de parallelbuffer (aanbevolen instelling).
3K tot maximum toegestane grootteDe gebruiker geeft de grootte van de parallelbuffer op. De maximumgrootte hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit. Als u het bereik voor de parallelbuffer wilt maximaliseren, kunt u de serie- en USB-buffer uitschakelen of kleiner maken.
Parallelle mod 2Bepalen hoe de gegevens van de parallelle poort worden gesampled aan de voor- of achterkant van de strobe.Aan* Samplet gegevens op de parallelle poort aan de voorkant van de strobe.
Uit Samplet gegevens op de parallelle poort aan de achterkant van de strobe.
PCL SmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de parallelle poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printer controleert de gegevens op de parallelle interface en selecteert PCL-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printer controleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie om de taak te verwerken als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaardprintertaal.
PS SmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PostScript-emulatie als dit door een afdruktaak op de parallelle poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printer cocontroleert de gegevens op de parallelle interface en selecteert PostScript-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printer controleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PCL-emulatie om de taak te verwerken als PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaardprintertaal.
ProtocolOpgeven van een protocol voor de parallelle interface.Standaard Kan een aantal problemen met de parallelle interface oplossen.
Fastbytes* Biedt compatibiliteit met de meeste parallelle interface-implementaties (aanbevolen instelling).

Met het menu Netwerk kunt u de instellingen wijzigen van taken die via een netwerkpoort worden verstuurd (Std-netwerk of Netwerkoptie ).

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
MAC Binair PSDe printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-computer.Aan De printer verwerkt ruwe binairePostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van Macintosh-computers.Opmerking:Door deze instelling worden afdruktaken die afkomstig zijn van een Windows-pc, vaak niet goed afgedrukt.
Uit De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Auto* De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
NetwerkbufferDe grootte van de buffer voor netwerkinvoer configureren.Opmerking: Als u de waarde voor Netwerkbuffer wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.Auto* De printer berekent automatisch de grootte van de netwerkbuffer (aanbevolen instelling).
3K tot maximum toegestane grootteDe gebruiker geeft de grootte van de netwerkbuffer op. De maximumgrootte hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit. Als u het bereik van de netwerkbuffer wilt maximaliseren, kunt u de parallelle buffer, de seriebuffer en de USB-buffer uitschakelen of kleiner maken.
NPA-modusAangeven of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het Network Printing Alliance Protocol (NPA).Opmerking: Als u dit menu-item wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.Uit De printer past geen NPA-verwerking toe.
Auto* De printer controleert welke indeling de gegevens hebben en past de verwerking hieraan aan.
PCLSmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de netwerkpoort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printer controleert de gegevens op de netwerkinterface en selecteert PCL-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printer controleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie om de taak te verwerken als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaardprintertaal.
PSSmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PostScript-emulatie als dit door een afdruktaak op de netwerkpoort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printercontroleert de gegevens op de netwerkinterface en selecteert PostScript-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printercontroleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PCL-emulatie om de taak te verwerken als PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaardprintertaal.
Inst std-netEen interne printerserver configureren.Waarden voor dit menu-item worden door de specifieke printerserver geleverd. Selecteer het menu-item als u de beschikbare waarden wilt bekijken.Opmerking: Raadpleeg de cd met stuurprogramma's voor meer informatie.

Met het menu USB kunt u de printerinstellingen wijzigen voor een Universal Serial Bus-poort (USB optie ).

Opmerking: De fabrieksinstellingen worden aangegeven met een sterretje (*).

Menu-item Doel Waarden
MAC Binair PSDe printer configureren voor het verwerken van binaire PostScript-afdruktaken van een Macintosh-computer.Uit De printer verwerkt ruwe binaire PostScript-afdruktaken die afkomstig zijn van Macintosh-computers.Opmerking: Door deze instelling worden afdruktaken die afkomstig zijn van een Windows-pc, vaak niet goed afgedrukt.
Aan De printer filtert PostScript-afdruktaken met een standaardprotocol.
Auto* De printer verwerkt afdruktaken van zowel Macintosh- als Windows-computers.
NPA-modusAangeven of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het Network Printing Alliance Protocol (NPA).Opmerking: Als u dit menu-item wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.Uit De printer past NPA-verwerking toe. Als de gegevens niet in de NPA-indeling zijn opgesteld, worden deze als onverwerkbaar beschouwd en verwijderd.
Aan De printer past geen NPA-verwerking toe.
Auto* De printer controleert welke indeling de gegevens hebben en past de verwerking hieraan aan.
PCL SmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printer controleert de gegevens op de USB-interface en selecteert PCL-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printer controleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PostScript-emulatie om de taak te verwerken als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaardprintertaal.
PS SmartSwitchDe printer zo configureren dat deze automatisch overschakelt op PostScript-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Aan* De printercontroleert de gegevens op de USB-interface en selecteert PostScript-emulatie als dit de vereiste printertaal is.
Uit De printercontroleert de binnenkomende gegevens niet. De printer gebruikt PCL-emulatie om de taak te verwerken als PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, gebruikt de printer de standaard printertaal.
USB-bufferDe grootte van de USB-invoerbuffer configureren.Opmerking: Als u de waarde voor USB-buffer wijzigt, wordt de printer automatisch opnieuw ingesteld.UitgeschakeldDe taakbuffer wordt uitgeschakeld. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.
Auto* De printerberekent automatische de grootte van de USB-buffer (aanbevolen instelling).
3K tot maximum toegestane grootteDe gebruiker geeft de grootte van de USB-buffer op. De maximumgrootte hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit. Als u het bereik van de USB-buffer wilt maximaliseren, kunt u de parallelle buffer, de serie- en de netwerkbuffer uitschakelen of kleiner maken.

In het menu Help vindt u aanvullende informatie over de printer.

Menu-item Doel
NaslagkaartIn de naslagkaart vindt u een beknopt overzicht van de belangrijkste functies van de printer en enkele overzichtelijke instructies. De Naslagkaart is opgeslagen in de printer. Op de kaart vindt u informatie over het laden van afdrukmedia, het vaststellen van de aard van afdrukproblemen en het verhelpen ervan en het oplossen van papierstoringen. Het is raadzaam de Naslagkaart af te drukken en deze bij de printer te bewaren.U drukt de Naslagkaart als volgt af:1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.2 Druk éénmaal op Menu totdat u het menu Help ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). Op de tweede regel van het display wordt Naslagkaart weergegeven.3 Druk op Selecteren (Select).De Naslagkaart wordt afgedrukt.

LEXMARK X3480 - Menu Help - 1

Printerberichten

Op het bedieningspaneel worden berichten weergegeven over de huidige werkstand van de printer en mogelijke problemen die opgelost moeten worden. In dit onderdeel krijgt u een overzicht van alle printerberichten, wat ze betekenen en hoe u ze kunt wissen.

Gereed

Bericht Betekenis bericht:Actie:
Menuwijzigingen activerenDe printer activeert wijzigingen die in de printerinstellingen zijn gemaakt.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook:De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen
PPDS wordt ingeschakeldPPDS-emulatie wordt geactiveerd op de printer.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Bezig De printer is bezig met het ontvangen,verwerken of afdrukken van gegevens.• Wacht tot het bericht is verdwenen.• Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.
Taak wordt geannuleerd De printer verwerkt een verzoek tot het annuleren van de huidige afdruktaak.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook:Afdruktaak annuleren
LadewijzigenDe printer vraagt om ander papier dan in de opgegeven lade is geplaatst of voor de lade is opgegeven bij de opties Papierformaat of Papiersoort.x geeft het nummer van de lade of de U-lader aan.Vul de aangegeven lade met het juiste soort papier.Zie ook:Papier laden;Universeellader vullen en gebruiken;Installatiehandleiding
Vervang cartridge Onjuist gevuldDe printer heeft een niet-ondersteunde opnieuw gevulde tonercartridge gedetecteerd.Verwijder de aangegeven tonercartridge en installeer een nieuw exemplaar.Zie ook:Cartridge vervangen
Sluit klep De bovenste voorklep is geopend of de tonercartridge is niet geïnstalleerd.• Sluit de bovenste voorklep.• Installeer de cartridge.
PPDS wordt uitgeschakeldPPDS-emulatie wordt uitgeschakeld op de printer.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Bezig met defrag NIET UITZETTENDe printer defragmenteert het flash-geheugen om ruimte vrij te maken die nog in beslag wordt genomen door verwijderde bronnen.Wacht tot het bericht is verdwenen.Waarschuwing:Tijdens de weergave van dit bericht mag de printer niet worden uitgezet.
Alle taken verw.Start (Go)/StopDe printer moet een bevestiging ontvangen dat alle taken in wacht mogen worden verwijderd.• Druk op Start (Go) om door te gaan.De printer verwijdert alle taken in wacht.• Druk op Stop (Go) om de actie te annuleren.
Taken worden verwijderdDe printer verwijdert een of meer taken in wacht.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Menu’s worden uitgeschakeldDe printer verwerkt een aanvraag om de menu’s uit te schakelen.Wacht tot het bericht is verdwenen.Opmerking:Zolang de menu’s zijn uitgeschakeld, kunnen de printerinstellingen niet via het bedieningspaneel worden gewijzigd.Zie ook:De menu’s op het bedieningspaneel uitschakelen
Menu’s worden ingeschakeldDe printer verwerkt een aanvraag om de menu’s aan alle gebruikers beschikbaar te stellen.Wacht tot het bericht is verdwenen en druk vervolgens op Menuom de menu’s op het bedieningspaneel weer te geven.Zie ook:De menu’s inschakelen
Voer PIN in:=____De printer wacht tot u uw viercijferig persoonlijk identificatienummer (PIN) hebt ingevoerd.Voer vanaf het bedieningspaneel de PIN-code in die u in het stuurprogramma hebt opgegeven toen de beveiligde taak naar de printer werd gestuurd.Zie ook:Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren
Buffer wordt gewist De printer wist beschadigde afdrukgegevens en annuleert de huidige afdruktaak.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Flash format NIET UITZETTENDe printer formatteert het flash-geheugen.Wacht tot het bericht is verdwenen.Waarschuwing:Tijdens de weergave van dit bericht mag de printer niet worden uitgezet.
Taken in wacht mogelijk verlorenEr is onvoldoende printergeheugen beschikbaar om de afdruktaken verder te verwerken.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. De printer maakt geheugen vrij door de oudste taken in wacht te verwijderen en gaat hiermee verder tot voldoende printergeheugen beschikbaar is voor de verwerking van de afdruktaak.Druk op Stop om het berich wissen zonder taken in wacht te verwijderen. Het is mogelijk dat de huidige taak niet goed wordt afgedrukt.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.U kunt als volgt voorkomen dat deze fout zich vaker voordoet:- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het printergeheugen.- Installeer meer printergeheugen.De berichten 37 Onvoldoende geheugen en Taken in wacht mogelijk verloren worden afwisselend weergegeven op het display.Zie ook:Afdruktaken en taken in wacht; 37 Onvoldoende geheugen
Plaats invoerladeDe aangegeven lade is niet of onjuist in de printer geplaatst.Schuif de papierlade volledig in de printer.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.
Plaats ladeof annuleer taakDe aangegeven lade is niet of onjuist in de printer geplaatst.Schuif de papierlade volledig in de printer.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.
Ongeldige enginecodeDe enginecode van de printer is ongeldig. De printer kan geen taken ontvangen of verwerken tot een geldige code in de engine is geprogrammeerd.Laad een geldige code in de printerengine.Opmerking: Als dit bericht wordt weergegeven, kunt u de enginecode laden.
Ongeldige code std-netwerkkaartDe code in een interne printerserver is ongeldig. De printer kan geen taken ontvangen of verwerken tot een geldige code in de interne printerserver is geprogrammeerd.vullenDe printer probeert papier te laden uit een bron en heeft waargenomen dat deze leeg is.x is een van de volgende bronnen:Lade 1÷Lade 3U-laderLaad een geldige code in de interne printerserver.Opmerking: Als dit bericht wordt weergegeven, kunt u de netwerkcode laden.Laad papier van het formaat en de soort die in de tweede regel van het display worden vermeld, in de aangegeven lade. De printer zal het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken van de taak.Dru k op Menuom het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.Zie ook:Papier laden;Universeellader vullen en gebruiken
Handmatig ladenDe printer probeert papier te laden uit de universeellader en heeft waargenomen dat deze leeg is.Laad papier van het formaat en de soort die in de tweede regel van het display worden vermeld, in de aangegeven lade. De printer zal het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken van de taak.Druk op Menuom het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.
Menu's zijn uitgeschakeldDe printermenu's zijn uitgeschakeld. U kunt de printerinstellingen niet wijzigen vanaf het bedieningspaneel.U kunt nog steeds het menu Taak openen om een taak die wordt afgedrukt, te annuleren of om een taak in wacht die u wilt afdrukken, te selecteren. Neem contact op met de netwerkbeheerder als u toegang tot de printermenu's nodig hebt.Zie ook:De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen
Netwerkkaart bezigEr wordt een interne printerserver (ook wel interne netwerkadapter of INA genoemd) opnieuw ingesteld.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Geen takenOpnieuw?De viercijferige PIN-code (persoonlijk identificatienummer) die u hebt ingevoerd, is niet gekoppeld aan een beveiligde afdruktaak.Dru k op Start(Go) om een andere PIN-code in te voeren.Dru k op Stopom de invoer prompt voor PIN-codes te verwijderen.Zie ook:Beveiligde taken afdrukken
Niet gereedDe printer is niet gereed om gegevens te ontvangen of te verwerken. Iemand heeft opStopgedrukt en de printer offline gezet.Druk op Start(Go) om de printer weer gereed te maken voor de ontvangst van taken.
Zelftest wordt uitgevoerdNadat de printer is ingeschakeld, wordt de gebruikelijke reeks opstarttests uitgevoerd.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Spaarstand De printer is gereed om gegevens te ontvangen en te verwerken. Als de printer geen taken uitvoert, wordt het energiegebruik verlaagd. Als de printer niet actief is gedurende de periode die is opgegeven in het menu-item Spaarstand (de fabrieksinstelling is dertig minuten), wordt in het display het bericht Spaarstand weergegeven in plaats van het bericht Gereed.Stuur een afdruktaak naar de printer.Drukop Start (Go) om de p snel op te warmen tot de normale werktemperatuur. Het bericht Gereed wordt nu weergegeven.
Directorylijst wordt afgedruktDe printer is bezig met het verwerken of afdrukken van een overzicht van alle bestanden in het flash-geheugen of op de vaste schijf.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook: Directorylijst afdrukken
Lettertypelijst wordt afgedruktDe printer is bezig met het verwerken of afdrukken van een overzicht van alle beschikbare lettertypen voor de geselecteerde printertaal.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook: Lettertypen afdr
Menuinstellingen worden afgedruktDe printer is bezig met het verwerken of afdrukken van de pagina met menu-instellingen.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook: Menu's afdrukken; De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken
Testpagina's worden afgedruktDe vier testpagina's worden opgemaakt en afgedrukt. Pagina 1 bevat een combinatie van afbeeldingen en tekst, pagina's 2 en 3 bevatten alleen afbeeldingen en pagina 4 is een lege pagina. Als Duplex is ingeschakeld, worden de pagina's dubbelzijdig afgedrukt. Anders worden de pagina's enkelzijdig afgedrukt.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Enginecode progr NIET UITZETTENDe printer is bezig met het programmeren van nieuwe enginecode.Wacht tot het bericht is verdwenen en de printer opnieuw is ingesteld.Waarschuwing: Tijdens de weergave van dit bericht mag de printer niet worden uitgezet.
Systeemcode progr NIET UITZETTENDe printer is bezig met het programmeren van nieuwe systeemcode.Wacht tot het bericht is verdwenen en de printer opnieuw is ingesteld.Waarschuwing: Tijdens de weergave van dit bericht mag de printer niet worden uitgezet.
Flash program NIET UITZETTENDe printer is bezig met het opslaan van bronnen, lettertypen of macro's in het flash-geheugen.Wacht tot het bericht is verdwenen.Waarschuwing: Tijdens de weergave van dit bericht mag de printer niet worden uitgezet.
Taken verwerkt en verwijderdDe printer is bezig met het verwijderen van een of meer taken in wacht en het verzenden van een of meer afdruktaken.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook: Afdruktaken en taken in wacht
Taken worden verwerkt De printer verzendt een of meer taken in wacht.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook:Afdruktaken en taken in wacht
Gereed De printer is gereed om afdruktaken te ontvangen en te verwerken.Stuur een afdruktaak naar de printer.
Gereed Hex De printer staat in de Hex Trace-modus en is gereed om afdruktaken te ontvangen en te verwerken.• Stuur een afdruktaak naar de printer. Alle gegevens die naar de printer worden gestuurd, worden zowel in hexadecimale als normale weergave afgedrukt.Besturingscodes worden niet uitgevoerd maar afgedrukt.• Zet de printer uit en weer aan om de Hex Trace-modus te verlaten en terug te keren naar de status Gereed.
Verwijder papier uit stdladeDe standaarduitvoerlade is vol. Verwijder de stapel papier uit de uitvoerlade om het bericht te wissen.
Resolutie is verminderd De resolutie van de pagina is verminderd van 600 dpi (dots per inch) tot 300 dpi om fout 38 Geheugen vol te voorkomen.Resolutie is verminderd blijft weergegeven op het display tijdens het afdrukken.Druk opMenuom het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.
Herstel. waarde OnderhoudstellerDe printer stelt de teller die de slijtage van het verhittingsstation bijhoudt, opnieuw in.Wacht tot het bericht is verdwenen.
Printer wordt opn ingesteldDe printer wordt opnieuw ingesteld volgens de huidige standaardinstellingen. Eventueel nog actieve afdruktaken worden geannuleerd.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook:Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel
Fabrieksinstell. worden hersteldDe printer stelt de fabrieksinstellingen opnieuw in. Bij het opnieuw instellen van de fabrieksinstellingen gebeurt het volgende:• Alle bronnen (lettertypen, macro's, tekensets) die in het printergeheugen zijn geladen, worden verwijderd.• Alle menu-instellingen worden opnieuw ingesteld op de fabriekswaardenmet uitzondering van:– De instelling van Taal op display in het menu Instelling.– Alle instellingen in de menu's Parallel, Serieel, Netwerk, USB en Fax.Wacht tot het bericht is verdwenen.Zie ook:De fabriekswaarden herstellen
Std-lade volDe standaardlade is vol. Verwijder de stapel papier uit de lade om het bericht te wissen.
Bericht Betekenis bericht: Actie:
Toner bijna op Er zit bijna geen toner meer in de cartridge.Schud de cartridge zachtjes heen en weer om de resterende toner te gebruiken.Plaats de cartridge terug.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.Opmerking: Als u de cartridge niet vervangt, zal de afdrukkwaliteit afnemen.
Ladeontbreekt De aangegeven lade is niet of onjuist in de printer geplaatst.Schuif de lade volledig in de printer.Zie ook:Papier laden
Wachten De printer heeft een pagina met gegevens ontvangen om af te drukken, maar wacht op een opdracht voor einde taak, een papierinvoeropdracht of aanvullende gegevens.Druk op Start (Go) om de inhoud van de buffer af te drukken.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.Zie ook:Afdruktaak annuleren
1565 Emul. fout Laad emul. optieDe emulatieversie op de firmwarekaart komt niet overeen met de versie van de code in de printer.Deze fout kan optreden als u de firmware van uw printer bijwerkt of als u een firmwarekaart van een bepaalde printer overplaatst in een andere printer.
2Papier vast De printer heeft een papierstoring gedetecteerd.Dit bericht verdwijnt automatisch na 30 seconden. De emulatiefunctie op de firmwarekaart wordt uitgeschakeld.Ga naar de Lexmark weblocatie en download de juiste versie van de downloademulator.
31 Ontbrekend of defect cartridgeVerwijder het vastgelopen papier uit de papierbaan.Zie ook:Papierstoringen verhelpen
32 Tonercartr. niet ondersteundInstalleer een tonercartridge of vervang de defecte cartridge.
Verwijder de tonercartridge en installeer een nieuw exemplaar.Zie ook:Cartridge vervangen
Bericht Betekenis bericht:Actie:
34 Papier te kort De printerheeft bepaald dat de lengte van het papier in de bron die is opgegeven in de tweede regel van het display te kort is om de geformatteerde gegevens af te drukken. Bij laden met automatische formaatdetectie treedt deze fout op als de geleiders zich niet op de juiste positie bevinden.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. De pagina waardoor dit bericht werd geactiveerd, wordt niet automatisch opnieuw afgedrukt.Controler of de instelling Papierformaat in het menu Papier correct is voor het papierformaat dat u gebruikt. Controleer of het papier lang genoeg is voor de geformatteerde gegevens als Formaat U-lader is ingesteld op Universal.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.Zie ook:Afdrukmedia-bronnen en specificaties
35 Bron opsl uit Onvold geheugenEr is onvoldoende geheugen om Bronnen opslaan in te schakelen. Dit bericht geeft meestal aan dat er te veel geheugen is toegewezen aan een of meer koppelingsbuffers van de printer.Druk op Start (Go) om Bronnen opslaan uit te schakelen en door te gaan met afdrukken.U schakelt als volgt Bronnen opslaan in nadat dit bericht is verschenen:- Zorg dat de koppelingsbuffer is ingesteld op Auto en verlaat de menu's om de wijzigingen aan de koppelingsbuffer te activeren.- Schakel in het menu Instelling de optie Bronnen opslaan in als het bericht Gereed wordt weergegeven.Installeer extra geheugen.
37 Onvold ruimte voor sorterenHet printergeheugen (of de eventueel geïnstalleerde vaste schijf) heeft onvoldoende ruimte om de afdruktaak te sorteren.Druk op Start (Go) om het opgeslagen gedeelte van de taak af te drukken en om de rest van de afdruktaak te sorteren.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.Zie ook:Afdruktaak annuleren
37 Onvold geheug voor defragDe printer kan het flash-geheugen niet defragmenteren, omdat het geheugen voor de opslag van niet-verwijderde flash-bronnen vol is.Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het printergeheugen.Installeer extra printergeheugen.
37 Onvoldoende geheugenHet printergeheugen is vol en de huidige afdruktaken kunnen niet verder worden verwerkt.Dr u k o p Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met de huidige afdruktaak. De printer maakt geheugen vrij door de oudste taak in wacht te verwijderen en gaat hiermee verder tot voldoende printergeheugen beschikbaar is voor de verwerking van de afdruktaak.D r u k o p Stop om het bericht te wissen zonder taken in wacht te verwijderen. Het is mogelijk dat de huidige taak niet goed wordt afgedrukt.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.U kunt als volgt voorkomen dat deze fout zich vaker voordoet:- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het printergeheugen.- Installeer extra printergeheugen.Opmerking:De berichten 37Onvoldoende geheugen en Taken in wacht mogelk verloren worden afwisselend weergegeven in het display.Zie ook:Toegang tot taken in wacht via het bedieningspaneel;Taken in wacht mogelk verloren
38 Geheugen vol De printerverwerkt gegevens, maar het geheugen dat wordt gebruikt voor het opslaan van pagina's is vol.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en door te gaan met het afdrukken van de huidige taak. Het is mogelijk dat de taak niet goed wordt afgedrukt.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.U kunt als volgt voorkomen dat deze fout zich vaker voordoet:- Vereenvoudig de afdruktaak door de hoeveelheid tekst of afbeeldingen op een pagina te verminderen en onnodige lettertypen en macro's te verwijderen.- Installeer extra printergeheugen.Zie ook:Papierstoringen verhelpen
39 Pagina is te complex Dede pagina wordt mogelijk niet correct afgedrukt, omdat de afdrukinformatie op de pagina te complex is.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en door te gaan met het afdrukken van de huidige taak. Het is mogelijk dat de taak niet goed wordt afgedrukt.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de huidige taak te annuleren.U kunt als volgt voorkomen dat deze fout zich vaker voordoet:- Vereenvoudig de pagina door de hoeveelheid tekst of afbeeldingen te verminderen en onnodige lettertypen en macro's te verwijderen.- Schakel Pag-beveiliging in het Instellingenmenu in.- Installeer extra printergeheugen.Zie ook:Menu Instelling
50 PPDS-lettertypefout Tijdens de PPDS-interpretatie is een lettertypefout aangetroffen of de printer heeft ongeldige lettertypegegevens voor een PPDS-download ontvangen.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de taak te annuleren of de printer opnieuw in te stellen.
51 Flash beschadigd De printer heeft gedetecteerd dat het flash-geheugen is beschadigd.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. U moet ander flash-geheugen installeren voordat u bronnen in het flash-geheugen kunt laden.
52 Flash vol Er is onvoldoende ruimte in het flash-geheugen om de gegevens die u wilt laden op te slaan.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. Geladen lettertypen en macro's die niet eerder zijn opgeslagen in het flash-geheugen, worden verwijderd.Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het flash-geheugen.Installeer een flash-geheugen met meer opslagcapaciteit.
53 Flash niet geformatteerdDe printer heeft gedetecteerd dat het flash-geheugen niet is geformatteerd.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. U moet het flash-geheugen formatteren voordat u bronnen kunt opslaan.Als het foutbericht niet verdwijnt, is het flash-geheugen mogelijk beschadigd en moet het worden vervangen.
54 Softwarefout in std-netwerkDe printer kan niet communiceren met een geïnstalleerde netwerkpoort.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. Het is mogelijk dat de taak niet goed wordt afgedrukt.Programmeer nieuwe firmware voor de netwerkinterface via de parallelle poort.Druk op Menu om het menu Taak te openen en de printer opnieuw in te stellen.
55 Flash slot X niet ondersteundDe printer heeft een niet-ondersteunde flash-geheugenkaart gedetecteerd in een van de connectoren.Zet de printer uit. Verwijder de niet-ondersteunde optionele kaart.
56 Std par poort uitgeschakeldEr zijn gegevens via een parallelle poort naar de printer verstuurd, maar de parallelle poort is uitgeschakeld.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen. De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen.Controler of het menu-item Parallelbuffer in het menu Parallel niet is ingesteld op Uitgeschakeld.Zie ook:Parallelbuffer
56 Standrd. USB-poort uitgezetEr zijn gegevens doorgegeven aan de printer via een USB-poort, maar de USB-poort is uitgeschakeld.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen. De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen.Controler of het menu-item USB-buffer in het menu USB niet is ingesteld op Uitgeschakeld.Zie ook:USB-buffer
58 Te veel Flash-optiesEr zijn te veel flash-geheugenopties op de printer geïnstalleerd.Zet de printer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact. Verwijder het flash-geheugen dat u niet gebruikt. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan.
58 Te veel inv-laden aangeslEr zijn te veel laders met bijbehorende laden geïnstalleerd op de printer.Zet de printer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact. Verwijder de extra laders. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact en zet de printer aan.Zie ook:Installatiehandleiding
80 Onderhoud geplandOm goede prestaties te kunnen blijven leveren en om problemen met de afdrukkwaliteit en de papierinvoer te voorkomen, is het van belang dat bepaalde printeronderdelen na bepaalde tijd worden vervangen.Vervang de onderdelen uit de onderhoudskit en druk op Start (Go) om het bericht te wissen.
88 Toner bijna op De printer heeft gedetecteerd dat de tonervoorraad in de tonercartridge bijna op is. Als u niet over een nieuwe tonercartridge beschikt, moet u deze nu bestellen.Schud de cartridge zachtjes heen en weer om de resterende toner te gebruiken.Plaats de cartridge terug.Druk op Start (Go) om het bericht te wissen en verder te gaan met afdrukken. Het berichtAccessoires wordt weergegeven totdat u de cartridge vervangt.Zie ook: Cartridge vervangen
900–999<onderhoudsberichten>De berichten 900÷999 verwijzen naar printerproblemen waarvoor onderhoud nodig is.Schakel de printer uit en controleer alle kabelverbindingen. Zet de printer weer aan. Als het onderhoudsbericht opnieuw wordt weergegeven, kunt u contact opnemen met de technische dienst. Meld hierbij het nummer van het bericht en beschrijf het probleem.Zie ook: Contact opnemen met de technische ondersteuning

LEXMARK X3480 - Printerberichten - 2

Software- en netwerktaken

Paragraaf Pagina
De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken 123
Testpagina's afdrukken 124
PDF-documenten afdrukken 124
Directorylijst afdrukken 125
Beveiligde taken afdrukken 125
De printer beheren met MarkVision 127
De Hex Trace-modus gebruiken 127

De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken

Op de pagina met de menu-instellingen worden de huidige instellingen (standaardinstellingen van de gebruiker) voor de menu's, een lijst met geïnstalleerde opties en het beschikbare printergeheugen weergegeven. Aan de hand van deze pagina kunt u controleren of alle printeropties op de juiste wijze zijn geïnstalleerd en of de printerinstellingen correct zijn.

Raadpleeg Bedieningspaneel als u hulp nodig hebt bij het gebruik van het display en de knoppen op het bedieningspaneel.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk kort op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk kort op Menu totdat u Menu's afdrukken ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).

Het bericht Menu-instellingen worden afgedrukt wordt weergegeven terwijl de pagina wordt afgedrukt. Nadat de pagina met menu-instellingen is afgedrukt, wordt het bericht Gereed opnieuw weergegeven.

Raadpleeg Printerberichten voor meer informatie als een ander bericht wordt weergegeven wanneer u deze pagina afdrukt.

Als de printer een netwerkpoort heeft, wordt een extra pagina afgedrukt met informatie over de netwerkinstellingen. Menu Netwerk en de netwerkinstellingen worden alleen weergegeven als u het netwerkprimermodel gebruikt.

De instellingen voor menu-items kunnen worden opgegeven via het bedieningspaneel. Instellingen voor menu-items kunnen ook worden opgegeven met PJL-opdrachten (Print Job Language). Raadpleeg de Technical Reference op de website van Lexmark voor meer informatie over PJL.

U kunt de pagina met menu-instellingen gebruiken om te controleren of alle opties goed zijn geïnstalleerd en of alle printerinstellingen juist zijn.

Testpagina's afdrukken

U kunt problemen met de afdrukkwaliteit analyseren door de testpagina's voor de afdrukkwaliteit af te drukken:

Opmerking: De testpagina's moeten worden afgedrukt op papier van het formaat Letter, Legal of A4.

1 Schakel de printer uit.
2 Houd Selecteren (Select) en Return ingedrukt terwijl u de printer aanzet.

Laat de knoppen los zodra Zelftest wordt uitgevoerd wordt weergegeven.

3 Selecteer Testpags afdr.

Het bericht Testpagina's worden afgedrukt wordt weergegeven terwijl de pagina's worden afgedrukt. Deze pagina's omvatten:

  • een pagina met informatie over de printer en de cartridge, de huidige marge-instellingen en een afbeelding aan de hand waarvan u de afdrukkwaliteit kunt beoordelen;
  • twee pagina's met afbeeldingen aan de hand waarvan u kunt beoordelen hoe de printer presteert bij het afdrukken van verschillende soorten afbeeldingen.

4 Onderzoek deze pagina's om te bepalen wat de afdrukkwaliteit is. Als er problemen zijn, raadpleegt u Problemen met afdrukkwaliteit oplossen.

Schakel de printer uit en vervolgens weer in om deze menu's af te sluiten.

PDF-documenten afdrukken

Met de Lexmark T430 kunt u PDF-bestanden (Portable Document Format) afdrukken zonder dat u Adobe Acrobat of een printerstuurprogramma nodig hebt. Met het Lexmark-hulpprogramma Drag 'N' Print (versie 3.5 of hoger) kunt u een PDF rechtstreeks naar de printer versturen door het bestand eenvoudig naar het printerpictogram te slepen. Bezoek de website van Lexmark op www.lexmark.com om meer informatie over het afdrukken van PDF-bestanden te ontvangen en dit programma te downloaden.

Directorylijst afdrukken

In een directorylijst worden alle bronnen vermeld die zijn opgeslagen in het flash-geheugen of op de vaste schijf. Een lijst afdrukken:

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk kort op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk kort op Menu totdat Directory afdr wordt weergegeven en druk vervolgens op Selecteren (Select).

Het bericht Directorylijst wordt afgedrukt wordt weergegeven. Dit bericht blijft op het display van het bedieningspaneel staan totdat de pagina is afgedrukt. Zodra de directorylijst is afgedrukt, keert de printer terug naar de status Gereed.

Beveiligde taken afdrukken

Wanneer u een afdruktaak naar de printer stuurt, kunt u via het stuurprogramma een PIN-code (persoonlijk identificatienummer) invoeren. Deze PIN-code moet bestaan uit vier cijfers tussen 1 en 6. De afdruktaak wordt vervolgens in het printergeheugen bewaard totdat u dezelfde viercijferige PIN-code invoert via het bedieningspaneel en opgeeft dat u de taak wilt afdrukken of verwijderen. Zo weet u zeker dat de afdruktaak niet wordt uitgevoerd voordat u zelf bij de printer bent gearriveerd om de afgedrukte exemplaren op te halen. Geen enkele andere gebruiker van de printer kan de taak uitvoeren.

Dit werkt alleen met de aangepaste stuurprogramma's van Lexmark op de cd met stuurprogramma's die is meegeleverd bij de printer.

1 Selecteer in uw tekstverwerker, spreadsheet, browser of andere toepassing Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen. (Als er geen knop Eigenschappen is, klikt u op Instellingen en vervolgens op Eigenschappen.)
3 Klik op Help en raadpleeg het gedeelte over beveiligde afdruktaken of afdruktaken en taken in wacht. Volg de instructies voor het afdrukken van een beveiligde taak. (Raadpleeg Beveiligde afdruktaak.)

Ga naar de printer als u klaar bent om de beveiligde afdruktaak op te halen en volg deze stappen:

4 Druk kort op Menu totdat u Menu Taak ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).

5 Druk kort op Menu totdat u Beveiligde taak ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).

6 Druk kort op Menu totdat u uw gebruikersnaam ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).

7 Raadpleeg het volgende gedeelte Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren. Ga door met stap 1 op pagina 126 om een beveiligde taak af te drukken.

Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren

Wanneer u een beveiligde taak selecteert in Menu Taak, verschijnt de volgende prompt op het display nadat u een gebruikersnaam hebt geselecteerd.

Voer PIN in:

1 Gebruik de knoppen op het bedieningspaneel om de viercijferige PIN-code voor de beveiligde taak in te voeren.

De cijfers (1–6) die u met de knoppen kunt invoeren, worden weergegeven naast de knopnamen. Tijdens het invoeren van de PIN-code worden sterretjes weergegeven op het display, zodat niemand de code kan zien.

LEXMARK X3480 - Een PIN-code (Personal Identification Number) invoeren - 1

Als u een ongeldige PIN-code invoert, wordt het bericht Geen taken. Opnieuw? weergegeven.

2 Druk op Start (Go) als u de PIN-code opnieuw wilt invoeren of druk op Stop als u het menu-item Beveiligde taak wilt afsluiten.
3 Druk op Selecteren (Select) om de beveiligde taken af te drukken.

De taken wordt afgedrukt en uit het printergeheugen verwijderd.

Raadpleeg Afdruktaken en taken in wacht voor meer informatie over beveiligde taken en afdruktaken en taken in wacht.

De printer beheren met MarkVision

Als u wilt weten hoe MarkVision u kan helpen bij het beheer van de printer, raadpleegt u de cd met stuurprogramma's.

De Hex Trace-modus gebruiken

Als u vreemde tekens in de afdruk vindt of als bepaalde tekens niet worden afgedrukt, kunt u de functie Hex Trace gebruiken om te bepalen of het probleem te wijten is aan foutieve interpretatie of wordt veroorzaakt door de kabel. Met Hex Trace kunt u de oorzaak van afdrukproblemen isoleren doordat u kunt zien wat voor informatie de printer feitelijk ontvangt.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk kort op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk kort op Menu totdat Hex Trace wordt weergegeven en druk vervolgens op Selecteren (Select).

Als u de modus Hex Trace wilt afsluiten, selecteert u Beginwaarden in Menu Taak of schakelt u de printer uit en in.

Paragraaf Pagina
De printer onderhouden 128
Status van accessoires vaststellen 129
Zuinig omgaan met accessoires 130
Accessoires bestellen 131
Cartridges bewaren 132
Cartridge vervangen 132
Laadrol vervangen 136
Opties verwijderen 142

De printer onderhouden

Voor een optimale afdrukkwaliteit moet u regelmatig de cartridge vervangen en de printer schoonmaken. Raadpleeg Cartridge vervangen en De printer schoonmaken voor meer informatie.

Als meerdere mensen gebruikmaken van de printer, kunt u een van de gebruikers verantwoordelijk stellen voor installatie en onderhoud. Andere gebruikers kunnen dan bij deze persoon terecht voor afdrukproblemen en onderhoudstaken.

In de VS belt u 1-800-539-6275 voor informatie over geautoriseerde dealers van Lexmark-accessoires in uw regio. Voor andere landen of regio's bezoekt u de website van Lexmark op www.lexmark.com of neemt u contact op met de leverancier van de printer.

Status van accessoires vaststellen

Op de tweede regel van het display van de printer worden waarschuwingen weergegeven als u accessoires of onderdelen moet vervangen. Hierbij kan echter steeds slechts informatie over één item worden weergegeven.

Als u de status wilt controleren van de onderdelen die zijn geïnstalleerd in de printer, kunt u de pagina met menu-instellingen afdrukken vanuit Menu Extra. (Druk op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). Druk op Menu totdat u Menu's afdrukken ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select) om de pagina met menu-instellingen af te drukken.) Afhankelijk van het aantal aanwezige menu-instellingen worden er een of twee pagina's afgedrukt. In deze gegevens vindt u een rubriek Cartridge-informatie, waarin voor alle accessoires en onderdelen de resterende levensduur wordt aangegeven aan de hand van een percentage.

LEXMARK X3480 - Status van accessoires vaststellen - 1

bar Cartridge-informatie | Category | Value (%) | |---|---| | Tonerniveau Serienummer Capaciteit 12K | 013535245D | | Baseline | 0 |

Zuinig omgaan met accessoires

Zuinig omgaan met accessoires betekent lagere afdrukkosten. U kunt toner en papier besparen met diverse instellingen die u via de software van uw toepassingen of via het bedieningspaneel van de printer kunt opgeven.

Accessoire Instelling Resultaat van de instellingRaadpleeg voor meer informatie...
Toner Tonerintensiteit in Menu KwaliteitHiermee stelt u de hoeveelheid toner in die wordt aangebracht op de afdrukmedia. De mogelijke waarden zijn 1 (lichtste instelling) tot 10 (donkerste instelling).Tonerintensiteit
Afdrukmedia N/vel afdrukken in het menu AfwerkingHiermee kunt u twee of meer pagina's afdrukken op één zijde van een vel papier. De mogelijke waarden zijn 2, 3, 4, 6, 9, 12 en 16 per vel. In combinatie met de instelling Duplex kunt u op deze manier maximaal 32 pagina's afdrukken op één vel papier (16 op elke zijde).N/vel afdrukken
Duplex in het menu AfwerkingDubbelzijdig afdrukken is mogelijk als u beschikt over een duplexeenheid. Hiermee kunt u afdrukken op beide zijden van een vel papier.
Afdrukmedia Via de toepassing die u gebruikt of met behulp van het printerstuur-programma kunt u gecontroleerde afdruktaken naar de printer sturen.De optie Taken in wacht in het menu Taak geeft toegang tot deze gecontroleerde afdruktaken.Deze functie is bedoeld voor afdruktaken waarbij meerdere exemplaren worden afgedrukt. In eerste instantie wordt er maar één exemplaar afgedrukt en pas als u dit eerste exemplaar hebt gecontroleerd en goedgekeurd, worden de overige exemplaren afgedrukt. Als u niet tevreden bent met het resultaat, kunt u de taak annuleren.Gecontroleerde afdruktaakAfdruktaak annulerenTaken in wacht

Accessoires bestellen

In de VS belt u voor het bestellen van accessoires 1-800-539-6275 voor informatie over geautoriseerde dealers van Lexmark-accessoires in uw omgeving. Voor andere landen of regio's bezoekt u de website van Lexmark op www.lexmark.com of neemt u contact op met de leverancier van de printer.

Een tonercartridge bestellen

Wanneer het bericht 88 Toner bijna op wordt weergegeven, is het tijd om een nieuwe cartridge te bestellen. Nadat het bericht 88 Toner bijna op is weergegeven, kunt u nog een paar honderd pagina's afdrukken.

Om de resterende toner te kunnen gebruiken, verwijdert u de cartridge en schudt u die zachtjes heen en weer.

LEXMARK X3480 - Een tonercartridge bestellen - 1

Zorg dat u een nieuwe tonercartridge bij de hand hebt voor het geval dat u niet meer goed kunt afdrukken met de huidige cartridge. De voorkeur gaat hierbij uit naar cartridges die speciaal zijn ontworpen voor uw printer.

Soort cartridgeArtikelnummerGemiddeld rendement (pagina's)*
Lexmark 4048 retourprogramma voor lege cartridges12A8420 6000
12A8425 12.000
Lexmark 4048 tonercartridges 12A8320 6000
12A8325 12.000
* Rendement gebaseerd op een dekking van de pagina's van 5%.

Een laadrol bestellen

Het is raadzaam een nieuwe laadrol te bestellen als lichte tonervegen zichtbaar zijn of als de achtergrond van afgedrukte pagina's te donker is. Bestel Lexmark artikelnummer 56P2341.

Cartridges bewaren

Bewaar de cartridge in de originele verpakking zolang u deze niet installeert.

Bewaar de cartridge niet op de volgende plaatsen:

  • Een omgeving met een temperatuur die hoger is dan 40 °C.
  • Een omgeving met sterk wisselende vochtigheidsgraad en temperatuur.
    • In direct zonlicht.
  • Stoffige plaatsen.
    • Gedurende langere tijd in een auto.
  • Een omgeving waar zich bijtende stoffen bevinden.
  • Een omgeving met zilte lucht.

Cartridge vervangen

Opmerking: Het is niet raadzaam om cartridges te gebruiken die afkomstig zijn van een derde. Met cartridges van derden is het niet mogelijk om een goede afdrukkwaliteit en betrouwbare werking van de printer te garanderen. Gebruik dus altijd originele producten voor het beste resultaat.

De gebruikte tonercartridge verwijderen

1 Zet de printer uit.
2 Open de bovenste voorklep.

LEXMARK X3480 - De gebruikte tonercartridge verwijderen - 1

3 Pak de cartridge bij de handgreep en til deze uit de printer.

Handgreep

4 Leg de cartridge weg.

De printer schoonmaken

Gebruik een schone pluisvrije doek en maak voorzichtig de grijze gebieden schoon door naar de voorkant van de printer te vegen.

Waarschuwing: Zorg ervoor dat u de overdrachtsrol en de plastic sensors niet aanraakt.

Overdrachtsrol/Plastic sensor Plastic sensor

De nieuwe tonercartridge installeren

1 Verwijder de verpakking van de tonercartridge. Verwijder de rode plastic strip en het schuimplastic. Bewaar al het verpakkingsmateriaal. U kunt het gebruiken om de gebruikte cartridge te retourneren. Raadpleeg Recycling van Lexmark-producten voor meer informatie.

Verpakking Rode plastic strip Schuimplastic

Waarschuwing: Raak de trommel van de fotoconductor aan de onderzijde van de tonercartridge niet aan.

2 Houd de tonercartridge vast bij de handgreep en schud deze voorzichtig heen en weer om de toner gelijkelijk te verdelen.

Handgreep

3 Houd de tonercartridge vast bij de handgreep en plaats deze in de printer:

a Lijn de nokjes aan beide zijden van de cartridge uit met de sleuven aan beide zijden van de cartridgehouder.

Nokje Cartridgeholder

b Schuif de cartridge in de printer totdat deze vastklikt.

LEXMARK X3480 - De nieuwe tonercartridge installeren - 4

4 Sluit de bovenste voorklep.

Zorg ervoor dat de klep aan beide zijden goed vastklikt. Als de klep niet goed is gesloten, zal de printer niet goed functioneren.

5 Schakel de printer in.

Recycling van Lexmark-producten

Ga als volgt te werk om Lexmark-producten te retourneren aan Lexmark voor recycling:

1 Bezoek onze website:

2 Volg de instructies op het scherm.

Laadrol vervangen

Bestel een nieuwe laadrolkit als de afgedrukte pagina's lichte tonervegen vertonen of te donker zijn. Raadpleeg Accessoires bestellen voor informatie over het bestellen van een laadrol.

1 Zet de printer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact.
2 Open de bovenste voorklep.
3 Verwijder de cartridge.
4 Zoek de gebruikte laadrol boven het gedeelte van de tonercartridge.
5 Zoek het etiket met een pijl aan de rechterkant van de behuizing. Dit is bevestigd aan het nokje met de vormgeving van een arm.

6 Druk de rechterkant van de laadrol naar beneden en naar de achterkant van de printer om de rol los te maken van het nokje.

Nokje

7 Draai de rol voorzichtig tussen uw vingers en trek de rol naar rechts om deze te verwijderen uit het linkernokje.

LEXMARK X3480 - Laadrol vervangen - 2

8 Trek de laadrol recht uit de printer.

LEXMARK X3480 - Laadrol vervangen - 3

9 Haal de nieuwe laadrol uit de verpakking.

Waarschuwing: Verwijder emballage van de loodrol pas wanneer u deze installeert. Als u de cilinder aanraakt nadat de emballage is verwijderd, wordt de laadrol vervuild en kan de afdrukkwaliteit afnemen.

10 Installeer de linkerkant van de laadrol zoals wordt weergegeven.

LEXMARK X3480 - Laadrol vervangen - 4

11 Druk de rechterkant van de laadrol naar boven in het nokje met de pijl totdat deze vastklikt.

LEXMARK X3480 - Laadrol vervangen - 5

Opmerking: Mogelijk moet u de bovenste voorklep vasthouden terwijl u de laadrol installeert aan de rechterkant.

12 Verwijder de emballage van de laadrol door deze van de rol af te trekken en uit de printer te halen.

LEXMARK X3480 - Laadrol vervangen - 6

13 Plaats de cartridge terug en sluit de voorklep.

14 Sluit het netsnoer van de printer aan op een geaard stopcontact.

Opties verwijderen

Optionele lade verwijderen

Als u de lade voor 250 vel en/of de lade voor 500 vel uit de printer wilt verwijderen, gebruikt u dezelfde methode.

1 Schakel de printer uit.
2 Haal het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
3 Maak alle kabels aan de achterkant van de printer los.
4 Gebruik de handgrepen om de printer van de optionele lade te tillen en zet de printer elders neer.

VOORZICHTIG: Pas op dat uw vingers zich niet onder de printer bevinden als u deze neerzet.

Handgreep

Optionele printergeheugen- of firmwarekaarten verwijderen

Hieronder vindt u instructies voor het verwijderen van optionele geheugenkaarten en firmwarekaarten.

Opmerking: U hebt een kruiskopschroevendraaier #2 nodig voor deze procedure.

Toegang krijgen tot de systeemkaart

1 Zet de printer uit en haal het netsnoer uit het stopcontact.
2 Maak alle kabels aan de achterkant van de printer los.
3 Open de bovenste voorklep en de klep van de universeellader.

LEXMARK X3480 - Toegang krijgen tot de systeemkaart - 1

4 Druk op de nokjes aan de bovenkant en de voorkant van de printer om de zijklep te ontgrendelen.

LEXMARK X3480 - Toegang krijgen tot de systeemkaart - 2

5 Draai de zijklep weg van de printer en schuif de klep vervolgens naar de achterkant van de printer om deze te verwijderen.

LEXMARK X3480 - Toegang krijgen tot de systeemkaart - 3

6 Draai de vijf schroeven op de beschermkap los, maar verwijder deze niet.
7 Schuif de beschermkap naar links totdat de schroeven in de sleutelgatvormige uitsparingen van de klep zitten.

LEXMARK X3480 - Toegang krijgen tot de systeemkaart - 4

8 Verwijder de beschermkap en leg deze weg.

LEXMARK X3480 - Toegang krijgen tot de systeemkaart - 5

Optionele geheugenkaart verwijderen

Voer de volgende stappen uit om een optionele printergeheugenkaart te verwijderen.

Waarschuwing: Optionele geheugenkaarten kunnen gemakkelijk beschadigd raken door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u een optionele geheugenkaart aanraakt.

1 Verwijder de beschermkap. Raadpleeg Toegang krijgen tot de systeemkaart.
2 Zoek de optionele geheugenkaart.
3 Duw de vergrendelingen aan beide uiteinden van de geheugenconnector naar buiten.

LEXMARK X3480 - Optionele geheugenkaart verwijderen - 1

4 Trek de kaart recht uit de geheugenconnector.
5 Bewaar de geheugenkaart in de originele verpakking of verpakt in papier in een doos.
6 Plaats de beschermkap terug. Raadpleeg Beschermkap terugplaatsen.

Optionele firmwarekaart verwijderen

Waarschuwing: Optionele firmwarekaarten kunnen snel beschadigd raken door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u een optionele firmwarekaart aanraakt.

1 Verwijder de beschermkap. Raadpleeg Toegang krijgen tot de systeemkaart.
2 Zoek de firmwarekaart die u wilt verwijderen.
3 Pak de firmwarekaart voorzichtig vast en trek deze in één beweging recht naar buiten. Trek niet afwisselend aan beide zijden van de kaart.

LEXMARK X3480 - Optionele firmwarekaart verwijderen - 1

4 Bewaar de kaart in de originele verpakking of verpakt in papier in een doos.
5 Plaats de beschermkap terug. Raadpleeg Beschermkap terugplaatsen.

Beschermkap terugplaatsen

1 Houd de vijf sleutelgatvormige uitsparingen boven de vijf schroeven op de systeemkaart.

LEXMARK X3480 - Beschermkap terugplaatsen - 1

2 Schuif de beschermkap naar rechts en draai de schroeven vast.

LEXMARK X3480 - Beschermkap terugplaatsen - 2

De zijklep terugplaatsen

1 Lijn de drie nokjes aan de achterkant van de zijklep uit met de sleuven in de printer.

LEXMARK X3480 - De zijklep terugplaatsen - 1

2 Lijn de drie nokjes aan de onderkant van de zijklep uit met de sleuven in de onderkant van de printer.

LEXMARK X3480 - De zijklep terugplaatsen - 2

3 Druk de zijklep stevig op zijn plaats. Zorg er daarbij voor dat de twee nokjes op hun plaats vallen en dat de richel aan de bovenkant van de zijklep is uitgelijnd met de bovenkant van de printer.

Richel Nokjes

4 Sluit de bovenste voorklep en de klep van de universeellader.

5 Sluit alle kabels weer aan op de printer.

6 Sluit het netsnoer van de printer aan en schakel de printer in.

LEXMARK X3480 - De zijklep terugplaatsen - 4

Beheer

De onderstaande paragrafen zijn bestemd voor netwerkbeheerders die verantwoordelijk zijn voor de printer.

Paragraaf Pagina
De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen 151
De fabriekswaarden herstellen 152
Afdruktaken en taken in wacht 153

De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen

Aangezien de printer mogelijk door een groot aantal personen wordt gebruikt, kan een beheerder besluiten de menu's te vergrendelen om te voorkomen dat anderen de menu-instellingen vanaf het bedieningspaneel kunnen wijzigen.

Als u wilt voorkomen dat standaardinstellingen worden gewijzigd, schakelt u als volgt de menu's op het bedieningspaneel uit:

1 Zet de printer uit.

Opmerking: Als u de menu's op het bedieningspaneel uitschakelt, hebt u nog wel toegang tot het menu Taak of de functie Afdruktaken en taken in wacht.

2 Houd Selecteren (Select) en Return ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat de knoppen los zodra Zelftest wordt uitgevoerd wordt weergegeven.

Het bericht Menu Config wordt weergegeven op de eerste regel van het display.

4 Druk op Menu totdat Paneelmenu's wordt weergegeven. Druk vervolgens op Selecteren (Select).

Op de tweede regel van het display wordt Uitschakelen weergegeven.

5 Druk op Selecteren (Select).

Het bericht Menu's vergrendelen wordt kort weergegeven.

6 Druk op Menu totdat Config afsluiten wordt weergegeven. Druk vervolgens op Selecteren (Select).

De menu's zijn nu uitgeschakeld. Als u op Menu drukt, verschijnt het bericht Menu's zijn uitgeschakeld.

De menu's inschakelen

1 Herhaal stap 1 tot en met 4 in De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen.
2 Druk op Menu totdat Inschakelen wordt weergegeven.

Ga door met stap 5 en 6 in De menu's op het bedieningspaneel uitschakelen.

De fabriekswaarden herstellen

Wanneer u voor het eerst naar de printermenu's gaat via het bedieningspaneel, ziet u mogelijk een sterretje (*) naast bepaalde waarden in de menu's. Dit sterretje geeft de fabriekswaarde aan. Dit zijn de oorspronkelijke printerinstellingen. (Fabriekswaarden kunnen per land verschillen.)

Als een nieuwe instelling wordt geselecteerd op het bedieningspaneel, wordt het bericht Opgeslagen kort weergegeven. Vervolgens wordt een asterisk naast de instelling weergegeven, waarmee wordt aangegeven dat dit nu de standaardinstelling van de gebruiker is. Deze instellingen blijven actief totdat nieuwe instellingen worden opgeslagen of de fabriekswaarden worden hersteld.

Als u de oorspronkelijke printerinstellingen (in de fabriek ingestelde waarden) wilt herstellen, gaat u als volgt te werk:

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.
2 Druk op Menu totdat u Menu Extra ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
3 Druk op Menu totdat u Fabr.instelling ziet en druk dan op Selecteren (Select).
Op de tweede regel van het display wordt Herstellen weergegeven.
4 Druk op Selecteren (Select).

Het bericht Fabrieksinstell worden hersteld wordt weergegeven, gevolgd door het bericht Gereed.

Als u Herstellen kiest, is het volgende van toepassing:

  • Zolang het bericht Fabrieksinstell worden hersteld, zijn alle knoppen op het bedieningspaneel uitgeschakeld.
  • Alle bronnen (lettertypen, macro's, symbolensets) die in het printergeheugen (RAM) zijn geladen, worden verwijderd. (Bronnen in het optionele flash-geheugen of op de optionele vaste schijf worden niet verwijderd.)
  • Alle menu-instellingen worden opnieuw ingesteld op de fabriekswaarden met uitzondering van:
    – de instelling van Taal op display in het menu Instelling;
  • alle instellingen in het menu Parallel, Serieel, Netwerk en USB.

Raadpleeg Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel voor meer informatie over het wijzigen van menu-instellingen en het selecteren van nieuwe standaardinstellingen.

Afdruktaken en taken in wacht

Wanneer u een taak naar de printer verstuurt, kunt u in het stuurprogramma opgeven dat de taak in het printergeheugen moet worden opgeslagen. Wanneer u de afdruktaak daadwerkelijk wilt uitvoeren, geeft u via de menu's van het bedieningspaneel op welke taak in wacht u wilt uitvoeren. (Raadpleeg Bedieningspaneel voor informatie over het gebruik van het bedieningspaneel.) Met deze functie kunt u de uitvoering van een afdruktaak uitstellen, één exemplaar controleren voordat u de rest afdrukt, extra exemplaren van een afdruktaak op een later tijdstip laten afdrukken of een vertrouwelijk document pas afdrukken wanneer u zelf bij de printer bent om de afdrukken op te halen.

Opmerking: Voor afdruktaken en taken in wacht moet minimaal 16 MB printergeheugen beschikbaar zijn. Het is raadzaam om te werken met minimaal 32 MB printergeheugen en een vaste schijf.

Een gebruikersnaam selecteren

Aan alle beveiligde afdruktaken en taken in wacht is een gebruikersnaam gekoppeld. Voordat u toegang krijgt tot de beveiligde afdruktaken en taken in wacht, moet u uw gebruikersnaam selecteren in de lijst met gebruikersnamen voor afdruktaken. Druk op Menu om door de lijst te bladeren. Druk éénmaal op Selecteren (Select) wanneer u uw gebruikersnaam voor de afdruktaak hebt gevonden.

Taken in wacht afdrukken en verwijderen

Nadat taken in wacht zijn opgeslagen in het printergeheugen, kunt u via het bedieningspaneel van de printer opgeven wat u met een of meer van deze taken wilt doen. In het Menu Taak selecteert u Beveiligde taak of Taken in wacht (herhaalde, gereserveerde en gecontroleerde afdruktaken). Vervolgens selecteert u uw gebruikersnaam in de lijst. Als u Beveiligde taak selecteert, moet u de PIN-code invoeren die u in het stuurprogramma hebt opgegeven toen u de taak verstuurde. Raadpleeg Beveiligde afdruktaak voor meer informatie.

Zowel voor het menu-item Beveiligde taak als voor het menu-item Taken in wacht kunt u kiezen uit vijf opties:

  • Alle taken afdr
    • Taak afdrukken
  • Alle taken verw
    • Taak verwijderen
  • Exemplaren

Toegang tot taken in wacht via het bedieningspaneel

1 U krijgt als volgt via het bedieningspaneel toegang tot taken in wacht:

  • Als de printer in de status Bezig staat, drukt u op Menu om het menu Taak weer te geven.
  • Als de printer in de status Gereed staat, gaat u verder met stap 2.

2 Druk op Menu totdat Taken in wacht of Beveiligde taak op het display van het bedieningspaneel wordt weergegeven, al naar gelang de gewenste soort afdruktaak.

3 Druk op Selecteren (Select).

Op de eerste regel van het display op het bedieningspaneel wordt Naam gebruiker weergegeven. Op de tweede regel verschijnen de namen van de gebruikers die momenteel zijn gekoppeld aan afdruktaken en taken in wacht.

4 Druk kort op Menu totdat u uw gebruikersnaam ziet.

Opmerking: Als u op zoek bent naar een beveiligde afdruktaak, wordt u gevraagd een PIN-code in te voeren. Raadpleeg Beveiligde afdruktaak voor meer informatie.

5 Druk op Selecteren (Select).
6 Druk op Menu totdat de actie die u wilt uitvoeren op de tweede regel van het display wordt weergegeven (Taak afdrukken, Taak verwijderen enz.).
7 Druk op Selecteren (Select).

  • Als u op zoek bent naar een bepaalde afdruktaak, drukt u op Menu om door de lijst met beschikbare afdruktaken te bladeren. Druk op Selecteren (Select) wanneer de gewenste afdruktaak wordt weergegeven. Naast de naam van de afdruktaak verschijnt een sterretje (*) ter indicatie dat u die taak hebt gekozen om af te drukken of te verwijderen.
  • Als u moet opgeven hoeveel exemplaren u wilt afdrukken, gebruikt u de knop Menu om het aantal op het display te verhogen of te verlagen. Vervolgens drukt u op Selecteren (Select).

8 Druk op Start (Go) om de taken die u hebt gemarkeerd, af te drukken of te verwijderen.

Op het display van het bedieningspaneel worden kort berichten weergegeven die aangeven welke afdruktaken en taken in wacht worden uitgevoerd.

Opmaakfouten

Als het symbool ♦ wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel, betekent dit dat er opmaakproblemen zijn opgetreden bij een of meer taken in wacht. Deze opmaakproblemen zijn meestal het gevolg van onvoldoende printergeheugen of ongeldige gegevens die ertoe kunnen leiden dat de taak door de printer wordt gewist.

Wanneer het symbool naast een taak in wacht wordt weergegeven, hebt u de volgende mogelijkheden:

- Druk de taak af. Houd er echter rekening mee dat mogelijk slechts een deel van de taak wordt afgedrukt.

- Verwijder de taak. U kunt eventueel meer printergeheugen vrijmaken door de lijst met taken in wacht te doorlopen en andere taken te verwijderen die u naar de printer hebt gestuurd.

Als er regelmatig opmaakproblemen optreden bij taken in wacht, kan dat betekenen dat u meer printergeheugen nodig hebt.

Herhaalde afdruktaak

Als u een herhaalde afdruktaak naar de printer stuurt, worden alle door u opgegeven exemplaren afgedrukt en wordt de afdruktaak in het printergeheugen opgeslagen, zodat u later nog meer exemplaren kunt afdrukken. U kunt exemplaren blijven afdrukken zolang de afdruktaak zich in het printergeheugen bevindt.

Opmerking: Herhaalde afdruktaken worden automatisch uit het printergeheugen verwijderd op het moment dat de printer extra geheugen nodig heeft voor de verwerking van andere afdruktaken.

Gereserveerde afdruktaak

Als u een gereserveerde afdruktaak verzendt, wordt de taak niet onmiddellijk afgedrukt, maar wordt deze in het geheugen opgeslagen zodat u de taak later kunt afdrukken. De taak wordt bewaard in het geheugen totdat u de taak verwijdert uit het menu Taken in wacht. Gereserveerde afdruktaken kunnen worden verwijderd als de printer extra geheugen nodig heeft voor de verwerking van andere taken in wacht.

Raadpleeg Taken in wacht afdrukken en verwijderen voor meer informatie.

Gecontroleerde afdruktaak

Als u een gecontroleerde afdruktaak verzendt, wordt één exemplaar afgedrukt en blijven de overige exemplaren die u in het stuurprogramma hebt opgegeven, in het printergeheugen bewaard. U kunt zo controleren of dit eerste exemplaar naar wens is, voordat u de overige exemplaren afdrukt.

Raadpleeg Taken in wacht afdrukken en verwijderen als u hulp nodig hebt bij het afdrukken van de overige exemplaren die zijn opgeslagen in het geheugen.

Opmerking: Zodra alle exemplaren zijn afgedrukt, wordt de gecontroleerde afdruktaak uit het printergeheugen verwijderd.

Beveiligde afdruktaak

Wanneer u een afdruktaak naar de printer stuurt, kunt u via het stuurprogramma een PIN-code (persoonlijk identificatienummer) invoeren. Deze PIN-code moet bestaan uit vier cijfers tussen 1 en 6. De afdruktaak wordt vervolgens in het printergeheugen bewaard totdat u dezelfde viercijferige PIN-code invoert via het bedieningspaneel van de printer en opgeeft dat u de taak wilt afdrukken of verwijderen. Zo weet u zeker dat de afdruktaak niet wordt uitgevoerd voordat u zelf bij de printer bent gearriveerd om de afgedrukte exemplaren op te halen. Geen enkele andere gebruiker van de printer kan de taak uitvoeren.

Als u Beveiligde taak selecteert in het menu Taak en vervolgens uw gebruikersnaam selecteert, wordt de volgende prompt weergegeven op het display:

Voer PIN in:

LEXMARK X3480 - Beveiligde afdruktaak - 1

Gebruik de knoppen op het bedieningspaneel om de viercijferige PIN-code voor de beveiligde taak in te voeren. De cijfers (1–6) die u met de knoppen kunt invoeren, worden weergegeven naast de knopnamen. Tijdens het invoeren van de PIN-code worden op het display sterretjes weergegeven, zodat niemand de code kan zien.

LEXMARK X3480 - Beveiligde afdruktaak - 2

Als u een ongeldige PIN-code invoert, wordt het bericht Geen taken. Opnieuw? weergegeven. Druk op Start (Go) als u de PIN-code opnieuw wilt invoeren of druk op Stop als u het menu-item Beveiligde taak wilt afsluiten.

Wanneer u een geldige PIN-code invoert, hebt u toegang tot alle afdruktaken waaraan de ingevoerde gebruikersnaam en PIN-code zijn gekoppeld. De afdruktaken die zijn gekoppeld aan de PIN-code die u hebt ingevoerd, worden weergegeven op het display wanneer u de menu-items Taak afdrukken, Taak verwijderen en Exemplaren opent. Vervolgens kunt u de taken waaraan de PIN-code is gekoppeld, afdrukken of verwijderen. (Raadpleeg Taken in wacht afdrukken en verwijderen voor meer informatie.) Nadat de beveiligde afdruktaak is uitgevoerd, wordt deze automatisch uit het printergeheugen verwijderd.

Paragraaf Pagina
Eenvoudige printerproblemen oplossen 157
Weergaveproblemen oplossen 158
Printerproblemen oplossen 159
Problemen met afdrukkwaliteit oplossen 164
Problemen met opties oplossen 169
Problemen bij afdrukken via netwerk oplossen 170
Overige problemen oplossen 170
Contact opnemen met de technische ondersteuning 170

Eenvoudige printerproblemen oplossen

Sommige printerproblemen zijn zeer gemakkelijk op te lossen. Controleer eerst de volgende zaken wanneer zich een probleem voordoet:

  • Raadpleeg Printerberichten als er een bericht wordt weergegeven op het bedieningspaneel.
  • Het netsnoer is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
  • De aan/uit-schakelaar van de printer staat aan.
  • Het stopcontact is niet uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker.
  • Andere elektrische apparatuur die op het stopcontact wordt aangesloten, werkt.
  • Alle opties zijn op de juiste wijze geïnstalleerd.
  • Als u bovenstaande punten hebt gecontroleerd en het probleem doet zich nog steeds voor, zet u de printer uit, wacht u ongeveer 10 seconden en zet u de printer weer aan. In veel gevallen is het probleem dan verdwenen.

Opmerking: Als hiermee het probleem nog steeds niet is verholpen, raadpleegt u de onderwerpen die zijn te vinden in Problemen oplossen.

Weergaveproblemen oplossen

Probleem Actie
Op het display van het bedieningspaneel worden alleen ruitjes of helemaal niets weergegeven.Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.Het bericht Zelftest wordt uitgevoerd verschijnt op het bedieningspaneel. Nadat de test is voltooid, wordt Gereed weergegeven.Zet de printer uit en neem contact op met de afdeling Technische ondersteuning van Lexmark op het telefoonnummer 1-859-232-3000 of ga naar http://support.lexmark.com als de berichten niet verschijnen.
Menu-instellingen die op het bedieningspaneel zijn gewijzigd, hebben geen prioriteit.Instellingen in de toepassing, het printerstuurprogramma of de printerhulpprogramma's hebben een hogere prioriteit dan die welke op het bedieningspaneel zijn gedaan.Wijzig de instellingen met de toepassing, het printerstuurprogramma of de printerhulpprogramma's in plaats van op het bedieningspaneel.Schakel de instellingen in de toepassing, het printerstuurprogramma of de printerhulpprogramma's uit zodat u instellingen kunt wijzigen op het bedieningspaneel.

Printerproblemen oplossen

Probleem Oplossing
De printer drukt langzaam af als de afdrukkwaliteit Best is geselecteerd in het printerstuurprogramma.Als u een hogere kwaliteit selecteert, wordt de afdruktaak langzamer afgedrukt. Kies de afdrukkwaliteit Draft of Normal als de afdruksnelheid belangrijk is. Met de afdrukkwaliteit Best wordt de helft langzamer afgedrukt dan bij de instelling Normal.
De printer drukt langzamer af op smalle afdrukmedia (minder dan 182 mm breed).Smalle afdrukmedia worden soms langzamer ingevoerd. Als de snelheid belangrijk, is het raadzaam om bredere afdrukmedia te gebruiken.
De printer drukt langzaam af wanneer op transparanten wordt afgedrukt.De printer drukt langzamer af om de afdrukkwaliteit te optimaliseren. Wanneer u de mediasoort wijzigt in Normaal papier, wordt de afdruksnelheid sneller, maar kunnen transparanten aan elkaar blijven plakken in de uitvoerlade.
De printer drukt helemaal niets af of drukt zwarte vlekken af langs de rechterrand van een pagina.LEXMARK X3480 - Printerproblemen oplossen - 1Controleer of de bovenste voorklep aan beide zijden goed is gesloten. Als de klep niet goed is gesloten aan de linkerkant, wordt er helemaal niets afgedrukt.Als de klep niet goed is gesloten aan de rechterkant, kunnen zwarte vlekken worden afgedrukt langs de rechterrand van een pagina.
De taak is niet afgedrukt of er zijn verkeerde tekens afgedrukt.Controleer ofGereedwordt weergegeven op het bedieningspaneel voordat u een taak naar de printer verstuurt. Druk opStart(Go) om terug te keren naar de statusGereed.Controleer of afdrukmedia in de printer zijn geladen. RaadpleegPapier ladenenUniverseellader vullen en gebruiken. Druk opDoorgaan.Controleer of de printer de juiste printertaal gebruikt.Controleer of het juiste printerstuurprogramma wordt gebruikt.Controleer of de parallelle kabel of de USB-kabel goed is aangesloten aan de achterkant van de printer.Controleer de aansluiting van de kabels.Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt. Als u de parallelle poort gebruikt, wordt u geadviseerd een IEEE 1284-compatibele parallelle kabel te gebruiken, zoals Lexmark artikelnummer 1329605 (3 m) of 1427498 (6 m). Als u de USB-poort gebruikt, wordt u geadviseerd de kabel met Lexmark artikelnummer 12A2405 (2 m) te gebruiken.Probeer een rechtstreekse verbinding als de printer is verbonden via een schakelapparaat.Controleer of het juiste formaat voor de afdrukmedia is geselecteerd in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.Controleer of PCL SmartSwitchen PS SmartSwitch zijn ingeschakeld in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.Als een afdrukspooler wordt gebruikt, controleer dan of deze niet is blijven steken.RaadpleegProblemen bij afdrukken via netwerk oplossenals u afdrukt via een netwerk of vanaf een Macintosh-computer.Bepaal welke hostinterface wordt gebruikt.
De printer is aangesloten op de USB-poort, maar drukt niets af.Controleer of u een besturingssysteem gebruikt dat USB ondersteunt en dat wordt ondersteund door de printer.
Afdrukmedia worden verkeerd ingevoerd of er worden meerdere vellen ingevoerd.Controleer of de afdrukmedia die u gebruikt, voldoen aan de specificaties voor de printer. RaadpleegAfdrukmedia-bronnen en specificatiesvoor meer informatie.Buig de afdrukmedia voordat u deze in een van de bronnen laadt.Controleer of de afdrukmedia op de juiste wijze zijn geladen.Zorg dat de breedte- en lengtegeleiders voor de media in de bronnen juist zijn afgesteld en niet te strak zitten.Maak de bronnen voor de afdrukmedia niet te vol. Gebruik de indicatoren voor de maximumstapelhoogte om te voorkomen dat u te veel afdrukmedia laadt.Forceer de afdrukmedia niet in de universeellader.Verwijder gekrulde afdrukmedia uit de bronnen voor de media.Als de afdrukmedia een aanbevolen zijde voor het afdrukken hebben, laadt u de media op de manier die wordt beschreven inPapier laden enUniverseellader vullen en gebruiken.Laad minder afdrukmedia in de bronnen.Draai de afdrukmedia om of leg de andere korte zijde aan de voorkant om te kijken of de media dan beter worden ingevoerd.Meng geen verschillende soorten afdrukmedia in één bron.Gebruik geen media uit verschillende pakken door elkaar.Verwijder de onderste en bovenste vellen van een pak voordat u de afdrukmedia laadt.Vul een bron alleen bij met media als deze leeg is.
Taken worden afgedrukt vanuit de verkeerde bron of op de verkeerde afdrukmedia.Controleer de instelling voor de papiersoort in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.
De afdrukmedia komen niet netjes in een uitvoerlade terecht.Draai de stapel afdrukmedia in de lade of in de universeellader om.Til de papiersteun in de standaarduitvoerlade op. De afdrukmedia worden nu netter gestapeld.Opmerking:Papier van het formaat Legal dat naar de achterste uitvoerlade wordt gestuurd, wordt niet meer goed opgestapeld als er te veel vellen in de lade komen. U moet het papier regelmatig uit deze lade verwijderen.
Onderdelen van de printer ontbreken of zijn beschadigd.Neem contact op met de leverancier van de printer.
U kunt de bovenste voorklep van de printer niet sluiten.Controleer of de tonercartridge goed is geïnstalleerd.
De printer staat aan, maar er wordt niets afgedrukt.Controleer of de tonercartridge is geïnstalleerd.Controleer of de parallelle kabel, ethernet-kabel of USB-kabel goed is aangesloten op de juiste connector aan de achterkant van de printer.
Afdrukmedia worden gebogen of kromgetrokken.Laad de standaardlade of de optionele lade voor 250 of 500 vel niet te vol. Raadpleeg de informatie over de capaciteit van de laden inAfdrukmedia-bronnen en specificaties.Controleer of de geleiders strak tegen de randen van de afdrukmedia zitten.
De vellen afdrukmedia plakken aan elkaar of er worden meerdere vellen tegelijk in de printer ingevoerd.Verwijder de afdrukmedia uit de lade en waaier ze uit.Plaats niet te veel media in de laden. Raadpleeg de informatie over de capaciteit van de laden inAfdrukmedia-bronnen en specificaties.
Papier wordt niet ingevoerd vanuit lade 1 (standaardlade).Verwijder de afdrukmedia en waaier deze uit.Controlleer of lade 1 is geselecteerd in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.Plaats niet te veel papier in de lade.Zorg dat de breedte- en lengtegeleiders voor de media in de bronnen juist zijn afgesteld en niet te strak zitten.Controlleer of de schakelaar voor de afdrukmedia in de juiste stand staat voor het gewicht van de afdrukmedia die u gebruikt. RaadpleegAfdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m^2 laden.
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de optionele lade 2 (lade voor 250 of 500 vel).Opmerking:In de optionele laden mag alleen papier worden geladen.Controleer of de optionele lade 2 is geselecteerd in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.Controlleer of de lade goed naar binnen is geduwd.Zorg ervoor dat de metalen plaat in de lade naar beneden is gedrukt wanneer u de lade in de printer duwt. (Wanneer de lade goed is geplaatst, veert de metalen plaat weer omhoog.)Zorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan het aangegeven maximum.Zorg ervoor dat het papier onder de papierstop valt. RaadpleegPapier laden.Zorg dat de breedte- en lengtegeleiders voor de media in de bronnen juist zijn afgesteld en niet te strak zitten.Verwijder het papier uit de optionele lade 2 en waaier het uit.Alleen voor de lade voor 250 vel: controleer of de schakelaar voor de afdrukmedia in de juiste stand staat voor het gewicht van de afdrukmedia die u gebruikt. RaadpleegAfdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m^2 laden.
Het berichtLadevullen verschijnt ook op het bedieningspaneel als er papier is geladen in lade 1 (standaardlade) of de optionele lade 2 (optionele lade voor 250 of 500 vel).Controleer of de lade goed naar binnen is geduwd.
Nadat u een papierstoring hebt verholpen, wordt het bericht voor de papierstoring nog steeds weergegeven op het bedieningspaneel.Controleer of u het papier uit de gehele papierbaan hebt verwijderd.Druk opStart(Go) of open en sluit de bovenste voorklep om de printer opnieuw te starten.Controlleer of de tonercartridge is geïnstalleerd.
In PostScript 3-emulatie worden gegevens verwijderd uit de printer.Controleer of u het juiste PostScript-stuurprogramma gebruikt.De printer heeft onvoldoende geheugen voor het afdrukken van de taak. Installeer meer geheugen. Raadpleeg deInstallatiehandleiding voor informatie over het installeren van optionele geheugenkaarten.
Het papier is gekruld wanneer het uit de printer komt.Gebruik papier dat is verzegeld in de oorspronkelijke verpakking.Gebruik de andere kant van het papier.Draai het papier 180 graden.Probeer dubbelzijdig af te drukken als de afdruktaak bestaat uit meerdere pagina's.Open de achterklep voor een rechte papierbaan als u afdrukt op zware afdrukmedia.Probeer papier van een ander merk of soort, zoals kopieerpapier voor laserprinters.Probeer zo mogelijk af te drukken in een minder vochtige omgeving.Als het papier nog steeds krult, selecteert u de instelling Krullen voorkomen in het menu Config (zieDe modus Krullen voorkomen inschakelen).
De vellen afdrukmedia zijn gevouwen of gekreukt als deze uit de printer komen.Controleer of de vellen afdrukmedia op de juiste wijze zijn geladen.Probeer af te drukken vanuit een andere lade.Draai de stapel afdrukmedia in de lade om. Probeer de afdrukmedia ook 180 graden te draaien.

De modus Krullen voorkomen inschakelen

Als de vellen afdrukmedia gekruld uit de printer komen, kunt u de modus Krullen voorkomen inschakelen om het probleem te verhelpen. Het wordt echter aangeraden om de oplossingen te proberen die worden vermeld onder Problemen oplossen (zie Het papier is gekruld wanneer het uit de printer komt.) voordat u deze modus inschakelt.

Opmerking: De afdruksnelheid neemt sterk af in de modus Krullen voorkomen.

1 Zet de printer uit.
2 Houd Selecteren (Select) en Return ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat de knoppen los zodra Zelftest wordt uitgevoerd verschijnt.
Menu Config wordt weergegeven op de eerste regel van het display. Op de tweede regel van het display wordt Krullen voorkomen weergegeven.

4 Druk op Selecteren (Select).

Op de tweede regel van het display wordt Uit* weergegeven.

5 Druk op Menu.

Op de tweede regel van het display wordt Aan weergegeven.

6 Druk op Selecteren (Select).

Het bericht Opgeslagen wordt kort weergegeven.

7 Druk enkele malen op Menu totdat Config afsluiten wordt weergegeven. Druk vervolgens op Selecteren (Select).

Het bericht Zelftest wordt uitgevoerd wordt opnieuw weergegeven. De printer keert terug naar de status Gereed.

Problemen met afdrukkwaliteit oplossen

Een groot aantal problemen met betrekking tot de afdrukkwaliteit kan worden opgelost door accessoires of onderdelen te vervangen die het einde van hun normale levensduur hebben bereikt.

Raadpleeg Status van accessoires vaststellen voor informatie over andere methoden om na te gaan of er onderdelen zijn die moeten worden vervangen.

In de volgende tabel vindt u een aantal suggesties voor het oplossen van problemen met betrekking tot afdrukkwaliteit. Als u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de leverancier van de printer.

Probleem Oplossing
Lichte of wazige tekens. • De toner is mogelijk bijna op. Om de resterende toner te kunnen gebruiken, verwijdert u de cartridge door de hendels met beide handen vast te pakken. Zorg dat de pijlen op de cartridge naar beneden wijzen en schud de cartridge heen en weer. Plaats de cartridge terug en druk vervolgens op Start (Go).• Wijzig de instelling voor Tonerintensiteit in een waarde groter dan 8.• Als u probeert af te drukken op transparanten, karton of etiketten, controleert u of u de juiste papiersoort hebt geselecteerd in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.• Als u afdrukt op een ongelijkmatig oppervlak, wijzigt u de instellingen voor Papiergewicht en Papierstructuur.• Gebruik de aanbevolen papiersoorten en andere afdrukmedia. Raadpleeg voor gedetailleerde informatie de Card Stock & Label Guide die u kunt vinden op de website van Lexmark op dit adres: www.lexmark.com.• De printer detecteert een fout in de tonercartridge. Vervang de cartridge.• Zorg ervoor dat de afdrukmedia die u in de bronnen plaatst, niet vochtig is.
Er zijn tonervlekken te zien op de voorkant of de achterkant van de pagina.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 1• Controleer of de afdrukmedia recht en ongekreukt zijn.• Vervang de gebruikte tonercartridge door een nieuwe.• Er zit toner op de overdrachtsrol. U kunt dit voorkomen door geen afdrukmedia te laden die kleiner zijn dan het paginaformaat van de taak die moet worden afgedrukt. Geef het juiste paginaformaat op in het stuurprogramma of op het bedieningspaneel.• Als u de overdrachtsrol wilt schoonmaken, opent en sluit u de bovenste voorklep van de printer. De printer doorloopt automatisch de configuratiecyclus.
Toner geeft af of hecht niet op de pagina.Als u afdrukt op een ongelijkmatig oppervlak, wijzig dan de instellingen voor Papiergewicht en Papierstructuur in het menu Papier. RaadpleegPapiersoort.
LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 2Controleer of de afdrukmedia voldoen aan de printerspecificaties. RaadpleegAfdrukmedia-bronnen en specificatiesvoor meer informatie. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de afdeling Technische ondersteuning van Lexmark via telefoonnummer 1-859-232-3000 of viahttp://support.lexmark.com.Als u probeert af te drukken op transparanten, karton of etiketten, controleert u of u de juiste papiersoort hebt geselecteerd in het printerstuurprogramma of op het bedieningspaneel.Probeer af te drukken op papier van een andere soort. Papier dat is ontworpen voor kopieerapparaten, geeft de beste resultaten.
Er zijn verticale of horizontale strepen te zien op de pagina.De toner is mogelijk bijna op. Verwijder de cartridge. Schud de cartridge zachtjes heen en weer om de resterende toner te kunnen gebruiken en plaats de cartridge dan weer in de printer. RaadpleegCartridge vervangenvoor een afbeelding waarop u ziet hoe u de cartridge moet schudden.Als u voorbedrukte formulieren gebruikt, controleer dan of de ink bestand is tegen temperaturen van 200 °C.
LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 3
De afdruk is licht, maar het bericht Toner bijna op wordt niet weergegeven.Haal de tonercartridge uit de printer en schud deze heen en weer om de toner beter te verdelen en zo de levensduur van de cartridge te verlengen. Plaats de cartridge daarna terug. RaadpleegCartridge vervangenvoor een afbeelding waarop u ziet hoe u de cartridge moet schudden.Vervang de gebruikte cartridge door een nieuwe. RaadpleegCartridge vervangenvoor instructies.
Het bericht Toner bijna op wordt weergegeven.Haal de tonercartridge uit de printer en schud deze heen en weer om de toner beter te verdelen en zo de levensduur van de cartridge te verlengen. Plaats de cartridge daarna terug. RaadpleegCartridge vervangenvoor een afbeelding waarop u ziet hoe u de cartridge moet schudden.Vervang de gebruikte cartridge door een nieuwe. RaadpleegCartridge vervangenvoor instructies.
Er zijn effen zwarte gebieden of witte strepen te zien op transparanten of papier.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 4LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 5Kies in de toepassing die u gebruikt, een ander vulpatroon.Probeer afdrukmedia van een andere soort. Afdrukmedia die zijn ontworpen voor kopieerapparaten, geven de beste resultaten.Haal de tonercartridge uit de printer en schud deze heen en weer om de toner beter te verdelen en zo de levensduur van de cartridge te verlengen. Plaats de cartridge daarna terug. Raadpleeg Cartridge vervangen voor een afbeelding waarop u ziet hoe u de cartridge moet schudden.Vervang de gebruikte cartridge door een nieuwe. Raadpleeg Cartridge vervangen voor instructies.
Afbeeldingen op de pagina zijn vaag of er zijn op regelmatige afstand van elkaar vlekken te zien.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 6Probeer afdrukmedia van een andere soort. Afdrukmedia die zijn ontworpen voor kopieerapparaten, geven de beste resultaten.Vervang de gebruikte tonercartridge door een nieuwe. Raadpleeg Cartridge vervangen voor instructies.
Tekens hebben gekartelde of onregelmatige randen of de kwaliteit van afbeeldingen is slecht.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 7Wijzig de instelling voor Afdrukresolutie in het menu Kwaliteit in 600 dpi of 1200 dpi.Als u werkt met geladen lettertypen, controleer dan of de lettertypen worden ondersteund door de printer, de hostcomputer en de toepassing.De resolutie is automatisch beperkt. Maak de afdruktaak minder complex of installeer extra printergeheugen.
De taak wordt afgedrukt, maar de linkermarge en bovenmarge zijn onjuist.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 8• Controleer of de instelling voorPapierformaatin het menu Papier goed is.• Controleer of de marges in de toepassing correct zijn ingesteld.
Afdrukken zijn te donker.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 9Wijzig de instelling voorTonerintensiteitin het menu Kwaliteit.Opmerking:Macintosh-gebruikers moeten er op letten dat het aantal regels per inch (lpi) niet te hoog is ingesteld in de toepassing.
Pagina's zijn leeg. • Het is mogelijk dat de tonercartridge leeg of defect is. Vervang de gebruikte cartridge door een nieuwe. RaadpleegCartridge vervangenvoor instructies.Er kan een fout zijn opgetreden in de software. Schakel de printer uit en vervolgens weer in.Controleer of u het verpakkingsmateriaal van de cartridge hebt verwijderd. RaadpleegCartridge vervangenvoor informatie over het verwijderen van het verpakkingsmateriaal.Controleer of de cartridge goed is geïnstalleerd. RaadpleegCartridge vervangenvoor meer informatie.
De pagina of een gedeelte van de pagina is zwart.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 10• Controleer of de cartridge goed is geïnstalleerd. RaadpleegCartridge vervangenvoor meer informatie.Als de laadrol is vervangen, controleer dan of deze goed is geïnstalleerd.
Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 11Controleer of de cartridge goed is geïnstalleerd. Raadpleeg Cartridge vervangen voor meer informatie.Vervang de cartridge. Raadpleeg Cartridge vervangen voor meer informatie.Vervang de laadrol als het probleem aanhoudt. Zie Laadrol vervangen voor meer informatie.
Er worden onverwachte tekens afgedrukt of er ontbreken tekens.LEXMARK X3480 - Problemen met afdrukkwaliteit oplossen - 12Controleer of u het juiste printerstuurprogramma gebruikt.Zet de printer uit en weer aan.Controleer of de parallelle kabel, ethernet-kabel of USB-kabel goed is aangesloten op de juiste connector aan de achterkant van de printer.Ga naar de menu's door de instructies te volgen die zijn te vinden op de pagina met printerinstellingen:Selecteer de modus Hex Trace om te bepalen wat het probleem is. Raadpleeg De Hex Trace-modus gebruiken voor meer informatie.Selecteer Fabriekswaarden herstellen. Raadpleeg De fabriekswaarden herstellen voor meer informatie.
De afdrukkwaliteit is slecht aan de achterzijde van een dubbelzijdige afdruktaak.Wijzig Papierstructuur in Ruw in het menu Papier.
De afdrukkwaliteit is slecht wanneer papier van 90 g/m2 wordt gebruikt met een hoog katoengehalte (ruw papier).Wijzig Papierstructuur in Ruw en Papiergewicht in Zwaar in het menu Papier.

Problemen met opties oplossen

Probleem Oplossing
De optie functioneert niet goed nadat die is geïnstalleerd of stopt na enige tijd.Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan. Als het probleem hiermee niet wordt opgelost, trekt u de stekker van de printer uit het stopcontact en controleert u de verbinding tussen de optie en de printer.Controleer of de optie is geïnstalleerd en geselecteerd in het stuurprogramma dat u gebruikt.Voor gebruikers van Macintosh: controleer of de printer op de juiste wijze is ingesteld in Kiezer.Optionele lade:- Controleer de verbinding tussen de optionele lade en de printer.Raadpleeg de Installatiehandleiding.- Controleer of de afdrukmedia op de juiste wijze zijn geladen.Raadpleeg Papier laden voor meer informatie.Optionele flash-geheugenkaart:- Controleer of de flash-geheugenkaart goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.Optionele printergeheugenkaart:- Controleer of de printergeheugenkaart goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.

Problemen bij afdrukken via netwerk oplossen

Probleem Oplossing
De taak is niet afgedrukt of er zijn verkeerde tekens afgedrukt.Als u een Lexmark printerserver gebruikt, controleert u of deze correct is ingesteld en of de netwerkkabel is aangesloten.Opmerking: Raadpleeg de documentatie bij de printerserver voor meer informatie.Voor gebruikers van Novell:Het bestand netware.drv moet van 24 oktober 1994 of later zijn.Controleer of de flag NT (no tabs) is opgenomen in de capture-opdracht.Voor gebruikers van Macintosh: controleer of de printer goed is ingesteld in Kiezer.

Overige problemen oplossen

Probleem Oplossing
Hoe kom ik aan actuele printerstuurprogramma's of hulpprogramma's?Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor bijgewerkte printerstuurprogramma's.
Waar vind ik de escapecodes voor de printer?De cd met stuurprogramma's die bij de printer is geleverd, bevat een Adobe Acrobat-bestand met een volledige lijst van de PCL- escapecodes (Printer Command Language).

Contact opnemen met de technische ondersteuning

Zorg dat u het probleem kunt omschrijven of het foutbericht op het display hebt genoteerd wanneer u de technische ondersteuning belt.

U hebt ook de modelnaam en het serienummer van de printer nodig. Deze gegevens vindt u op de achterkant van de printer, bij de uitgang van het netsnoer. U kunt het serienummer ook vinden op de pagina met de menu-instellingen die vanuit het menu Extra kan worden afgedrukt. Raadpleeg De pagina's met menu- en netwerkinstellingen afdrukken voor meer informatie.

Neem voor technische ondersteuning contact op met de Lexmark-ondersteuningssite voor klanten op http://support.lexmark.com en geef een beschrijving op van het probleem.

Paragraaf Pagina
Handelsmerken 171
Kennisgeving over licentie 172
Laserinformatie 172
Informatie over elektronische emissie 172
Energieverbruik van de printer 173

Handelsmerken

Lexmark, Lexmark met het diamantlogo en MarkVision zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.

PictureGrade is een handelsmerk van Lexmark International, Inc. PCL® is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. PCL is een aanduiding van Hewlett-Packard Company voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en -functies in haar producten. Deze printer is ontworpen om ondersteuning te bieden voor de PCL-taal. De printer herkent PCL-opdrachten die in diverse toepassingen worden gebruikt en emuleert de functies die met deze opdrachten overeenkomen.

PostScript® is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. PostScript 3 is een aanduiding van Adobe Systems voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en -functies in softwareproducten van Adobe Systems. Deze printer is compatibel met de PostScript 3-taal. De printer herkent PostScript 3-opdrachten die in diverse toepassingen worden gebruikt en emuleert de functies die met deze opdrachten overeenkomen.

De volgende termen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van deze bedrijven:

Overige handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.

Kennisgeving over licentie

De in de printer geïnstalleerde software bevat:

  • software die is ontwikkeld door Lexmark en waarvan het copyright bij Lexmark berust;
  • door Lexmark aangepaste software welke in licentie is verkregen onder de voorwaarden in de GNU General Public License version 2 en de GNU Lesser General Public License version 2.1;
  • software die in licentie is verkregen onder de licentie- en garantievoorwaarden van BSD.

Klik op de titel van het document dat u wilt bekijken:

LEXMARK X3480 - Kennisgeving over licentie - 1

De software die Lexmark van GNU in licentie heeft gekregen en heeft aangepast, is gratis software. U mag deze software zelf distribueren en/of aanpassen onder de voorwaarden van de hierboven genoemde licenties. Deze licenties verschaffen u geen rechten betreffende de software in deze printer waarop Lexmark het auteursrecht heeft.

Aangezien de software die door GNU in licentie is verstrekt en door Lexmark is aangepast, uitdrukkelijk zonder enige vorm van garantie wordt geleverd, is op het gebruik van de door Lexmark aangepaste versie ook geen garantie van toepassing. Zie voor meer informatie de warranty disclaimers in de hierboven genoemde licentie-overeenkomsten.

Start de cd met stuurprogramma's die wordt meegeleverd bij de printer en klik op Contact Lexmark als u de broncode wilt verkrijgen van de door GNU in licentie gegeven software die is aangepast door Lexmark.

Laserinformatie

Deze printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als een product dat voldoet aan de vereisten van DHHS 21 CFR paragraaf J voor laserproducten van klasse I (1). Elders is de printer gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1.

Laserproducten van klasse I worden geacht geen gevaar op te leveren. De printer bevat intern een laser van klasse IIIb (3b), een galliumarsenide laser met een nominaal vermogen van 5 milliwatt en een golflengtebereik van 770-795 nanometer. Het lasersysteem en de printer zijn zodanig ontworpen dat gebruikers nooit blootstaan aan laserstraling die hoger is dan het toegestane niveau voor klasse I-apparaten, tijdens normaal gebruik, onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker of voorgeschreven servicewerkzaamheden.

Informatie over elektronische emissie

Verklaring van de Federal Communications Commission (FCC)

Uit tests is gebleken dat de Lexmark T430, type 4048, voldoet aan de normen voor een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-voorschriften. Het apparaat moet aan de volgende twee voorwaarden voldoen: (1) dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet bestand zijn tegen eventuele interferentie die wordt veroorzaakt door andere apparatuur, inclusief interferentie die kan leiden tot ongewenst functioneren.

De FCC-normen voor apparaten van klasse B zijn opgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie wanneer de apparatuur in een thuisomgeving wordt gebruikt. Dit apparaat genereert en gebruikt radiogolven en kan radiogolven uitzenden die, bij installatie en gebruik anders dan in de instructies is aangegeven, communicatie via radiogolven kunnen verstoren. Er is echter geen garantie dat er in een bepaalde omgeving geen interferentie zal optreden. Als dit apparaat interferentie veroorzaakt in de ontvangst van radio of televisie, hetgeen kan worden vastgesteld door het apparaat uit en in te schakelen, wordt de gebruiker verzocht een of meer van de volgende maatregelen te nemen om deze interferentie op te heffen:

  • Richt de antenne anders of geef deze een andere plaats.
  • Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
  • Sluit het apparaat aan op een stopcontact in een ander circuit dan dat waarop de ontvanger is aangesloten.
  • Neem contact op met de leverancier van het apparaat of met een servicevertegenwoordiger voor meer suggesties.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor interferentie in de ontvangst van radio of televisie die wordt veroorzaakt door het gebruik van een andere dan de aanbevolen kabel of door ongeoorloofde wijzigingen of modificaties aan het apparaat. Ongeoorloofde wijzigingen of modificaties aan het apparaat kunnen ertoe leiden dat de gebruiker niet meer gerechtigd is het apparaat te gebruiken.

Opmerking: Voor een digitaal apparaat van klasse B is het gebruik van een goed afgeschermde en geaarde kabel, zoals de kabel van Lexmark met artikelnummer 1329605 voor parallelle verbindingen of 12A2405 voor USB-verbindingen, noodzakelijk om te voldoen aan de FCC-voorschriften met betrekking tot elektromagnetische interferentie. Het gebruik van een vervangende kabel die niet op de juiste wijze is afgeschermd en geaard, kan leiden tot een overtreding van de FCC-voorschriften.

Eventuele vragen over deze verklaring kunt u richten aan:

Voorschriften van de Europese Gemeenschap (EG)

Dit product voldoet aan de veiligheidsvoorschriften van richtlijnen 89/336/EEC en 72/23/EEC van de Raad van de Europese Gemeenschap aangaande de onderlinge aanpassing van de wetten in de lidstaten met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit en de veiligheid van elektrische apparaten die zijn ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik. De Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A. in Boigny, Frankrijk, heeft een verklaring ondertekend waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen.

Dit product voldoet aan de eisen van EN55022 met betrekking tot klasse B-producten en de veiligheidsvoorschriften van EN60950.

De volgende maatregelen zijn genomen in overeenstemming met ISO 7779 en zijn gerapporteerd conform ISO 9296.

1-meter gemiddelde geluidsdruk, dBA
Actief 53
Niet actief 30

ENERGY STAR

LEXMARK X3480 - ENERGY STAR - 1

Het programma voor kantoorapparatuur EPA ENERGY STAR is een samenwerkingsverband van fabrikanten van kantoorapparatuur met als doelstelling het bevorderen van het gebruik van energiebesparende

producten en het beperken van luchtvervuiling die wordt veroorzaakt door het opwekken van energie.

Bedrijven die deelnemen aan dit programma, brengen producten op de markt die automatisch worden uitgeschakeld wanneer zij niet worden gebruikt. Hierdoor wordt het energieverbruik van de apparatuur met maximaal 50 procent teruggebracht. Lexmark is een enthousiast deelnemer aan dit programma.

Lexmark International, Inc. heeft in haar hoedanigheid van ENERGY STAR Partner vastgesteld dat dit product voldoet aan de ENERGY STAR-richtlijnen voor efficiënt energiegebruik.

Energieverbruik van de printer

In de volgende tabel worden de eigenschappen voor het stroomverbruik van de printer beschreven.

Modus Beschrijving Stroomverbruik
AfdrukmodusPrinter genereert afgedrukte uitvoer 530 W
GereedPrinter wacht op afdruktaak 30 W
SpaarstandPrinter staat in energiebesparende modus 13 W
UitDe printer is aangesloten op een stopcontact maar is uitgeschakeld 0 W

De niveaus voor stroomverbruik die in de voorgaande tabel worden vermeld, zijn gemiddelde waarden over een tijdsverloop. Op specifieke momenten kan aanzienlijk meer stroom worden gevraagd dan de gemiddelde waarden.

Spaarstand

Als onderdeel van het ENERGY STAR-programma, is deze printer voorzien van een energiebesparende modus met de naam Spaarstand. De spaarstand komt overeen met de EPA-slaapstand. In de spaarstand bespaart u energie doordat het stroomverbruik wordt verminderd tijdens lange perioden van inactiviteit. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld als de printer niet wordt gebruikt tijdens een opgegeven tijdsduur, die de timeout voor de spaarstand wordt genoemd. Standaard is de timeout voor de spaarstand voor deze printer ingesteld op 60 minuten.

U kunt de timeout voor de spaarstand via de configuratiemenu's van de printer instellen tussen 1 minuut en 240 minuten. Als u de timeout voor de spaarstand instelt op een lage waarde, vermindert het energieverbruik, maar kan de responstijd van de printer toenemen. Als u de timeout voor de spaarstand instelt op een hoge waarde, reageert de printer snel, maar wordt meer energie verbruikt.

Als u de printer niet doelmatig kunt gebruiken vanwege de spaarstand, kunt u deze modus uitschakelen in het instellingenmenu (zie pagina 92).

Totaal energieverbruik

Het is soms nuttig om het totale energieverbruik van de printer te berekenen. Omdat het stroomverbruik van de printer wordt gemeten in Watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd die de printer in elke modus staat. Het totale energieverbruik van de printer is de som van het energieverbruik in elke modus.

A

A4-breedte (Menu PCL Emul) 95

Aangepaste srtn. (Menu Papier) 75

accessoires

recyclen 136

tonercartridge 131

zuinig omgaan met 130

accessoires recyclen 136

achterste uitvoerlade

gebruiken 42

karton, uitvoer naar 42

afdruk

te donker 167

te licht 164

afdrukken

duplex

vanuit laden 59

vanuit universeellader 59

lettertypevoorbeelden 63

op twee zijden

vanuit laden 59

vanuit universeellader 59

afdrukkwaliteit, aanpassen

afdrukresolutie 89

PictureGrade 89

tonerintensiteit 89

afdrukmedia

briefhoofdpapier

laadinstructies op basis van bron 15

laden in universeellader 38

bronnen 11

karton

ondersteunde afmetingen 11

laden

optionele lade voor 250 vel 21

optionele lade voor 500 vel 27

optionele lade voor etiketten 21

standaardlade 21

universeellader 37

ondersteunde formaten

10 (Com-10) 13

7 3/4 (Monarch) 13

9-envelop 13

A4 13

A5 13

B5 13

C5 13

DL 13

Executive 13

Folio 13

JIS B5 13

Legal 13

Letter 13

Statement 13

Universal 13

opslag 19

papier

laden, universeellader 37

ondersteunde afmetingen 13

optionele lade voor 250 vel laden 21

optionele lade voor 500 vel laden 27

optionele lade voor etiketten laden 21

standaardlade laden 21

richtlijnen

briefhoofdpapier 15

briefhoofdpapier, afdrukken op 15

optionele lade voor 250 vel laden 21

optionele lade voor 500 vel laden 27

standaardlade laden 21

universeellader laden 35

soort, verkeerd 161

storingen

verhelpen 45

voorkomen 20

transparanten

laden in standaardlade 21

laden in universeellader 38

richtlijnen 16

zwaar (28#) 26

afdrukmedia laden

optionele lade voor 250 vel 21

optionele lade voor 500 vel 27

standaardlade 21

universeellader 35

afdrukmedia, soorten

enveloppen 12

etiketten 12

karton 12

papier 11, 12

transparanten 12

afdrukmedia, specificaties

bronnen 11

gewicht 11

optionele lade voor 250 vel 11

optionele lade voor 500 vel 11

standaardlade voor 250 vel 11

universeellader 11

formaten 13

afdrukopties

buffer afdrukken 88

scheidingspags 84

Zie ook Bron scheid.pags 84

afdrukproblemen

oplossen

afdrukmedia gebogen 161

afdrukmedia kromgetrokken 161

afdrukmedia plakken aan elkaar 162

bericht Papier vast wordt weergegeven, storing is verholpen 162

bovenste voorklep sluit niet 161

invoer meerdere vellen 162

ontbrekende of beschadigde onderdelen 161

optionele lade voor 250 vel, fout bij papierinvoer 162

optionele lade voor 500 vel, fout bij papierinvoer 162

printer aan, niets wordt afgedrukt 161

standaardlade, fout bij papierinvoer 162

taak wordt niet afgedrukt 160

verkeerde tekens 160

Afdrukresolutie (Menu Kwaliteit) 89

Afdrukstand (Menu PCL Emul) 96, 101

afdruktaak, annuleren

via een Macintosh-computer 61

via een Windows-computer 61

afdruktaak, annuleren via het bedieningspaneel van de printer 61

afdruktaak, versturen 58

vanuit Macintosh 58

vanuit Windows 58

afdruktaken en taken in wacht 153

afdruktimeout

configureren 93

Afdruktimeout (Menu Instelling) 93

afmetingen

papier 13

Alarminstelling (Menu Instelling) 90

alarmsignalen

foutberichten 90

instelling 90

toner 94

Ander formaat (Menu Papier) 80

annuleren, afdruktaak

via een Macintosh-computer 61

via een Windows-computer 61

via het bedieningspaneel van de printer 61

artikelnummer

parallelle kabel 160

USB-kabel 160

Auto doorgaan (Menu Instelling) 90

Auto NR na HR (Menu PCL Emul) 95, 100

Autom HR na NR (Menu PCL Emul) 95, 100

B

bedieningspaneel 69

gebruiken 70

knoppen 9, 70

LCD 9,70

licht 70

menu's inschakelen 151

menu's uitgeschakeld 72

menu's uitschakelen 151

Beginwaarden (Menu Taak) 88

beginwaarden printer herstellen 88

berichten

1565 Emul.fout Laad emul.optie 116

2Papier vast 116

32 Cartridge niet ondersteund 116

34 Papier te kort 117

35 Bron opsl uit Onvold geheugen 117

37 Onvold geheugen voor defrag 117

37 Onvold ruimte voor sorteren 117

37 Onvoldoende geheugen 118

38 Geheugen vol 118

51 Flash beschadigd 119

52 Flash vol 119

53 Flash niet geformatteerd 119

55 Flash slot X niet ondersteund 120

56 Standrd USB-poort uitgezet 120

58 Teveel Flash-opties 120

80 Onderhoud gepland 120

88 Toner bijna op 121

900–999 onderhoudsbericht 121

Alle taken verw 111

bedieningspaneel berichten 110

Bezig 110

Bezig met defrag 111

Buffer wordt gewist 111

Directorylijst wordt afgedrukt 114

Fabrieksinstell worden hersteld 115

Flash format 111

Flash program 114

Geen taken. Opnieuw? 113

Gereed 115

Gereed Hex 115

Herstel. waarde onderhoudsteller 115

Lade ontbreekt 116

Lade vullen 113

Lade wijzigen 110

Lettertypelijst wordt afgedrukt 114

Menu's worden ingeschakeld 111

Menu's worden uitgeschakeld 111

Menu's zijn uitgeschakeld 113

Menu-instellingen worden afgedrukt 114

Menuwijzigingen activeren 110

Netwerkkaart bezig 113

Niet gereed 113

Plaats of annuleer taak 112

Prg. systeemcode 114

Printer wordt opn ingesteld 115

Sluit klep of plaats cartridge 111

Spaarstand 114

Std-lade vol 115

Taak wordt geannuleerd 110

Taken in wacht mogelk verloren 112

Taken verwerkt en verwijderd 114

Taken worden verwerkt 115

Taken worden verwijderd 111

Toner bijna op 116

Vervang Onjuist gevuld 110

Verwijder papier uit 115

Voer PIN in

= 111

Wachten 116

Zelftest wordt uitgevoerd 113

beschermkap verwijderen 144

beschermkap voor systeemkaart installeren 147

bestellen, tonercartridge 131

beveiligde afdruktaken gebruikersnaam invoeren 153

Beveiligde taak (Menu Taak) 87

beveiligde taken 125

PIN-code invoeren 125

versturen 125

Bindz duplex 60

Bindz duplex (Menu Afwerking) 82

briefhoofd 38

briefhoofdpapier

afdrukken op 15

afdrukstand pagina 15

laden in universeellader 38

Bron scheid.pags (Menu Afwerking) 84

Bronnen opslaan (Menu Instelling) 93

bron, verkeerd 161

Buffer afdrukken (Menu Extra) 88

buffergrootte, aanpassen

netwerk 105

parallel 103

USB 108

C

cijfers op het bedieningspaneel 71

cijfers, bedieningspaneel 71

complexe-paginafouten 91

Corr. na storing (Menu Instelling) 91

D

Directory afdr. (Menu Extra) 85

donkere afdruk 167

duplex

inbinden 60, 82

inschakelen 82

Duplex (Menu Afwerking) 82

duplex afdrukken

definitie 59

selecteren 59

vanuit laden 59

vanuit universeellader 59

duplexeenheid

afdrukdefinitie 59

gebruiken 59

ondersteunde formaten 11

ondersteunde gewichten 11

E

emissie-informatie 172

envelopformaten

10 (Com-10) 13

7 3/4 (Monarch) 13

9 13

B5 13

C5 13

DL 13

enveloppen 17

laden 39

richtlijnen 17

etiketten 18

laden 37

richtlijnen 18

Exemplaren (Menu Afwerking) 82

exemplaren, aantal opgeven 82

F

fabr. instelling, herstellen 85

Fabr.instelling (Menu Extra) 85

FCC-verklaring 172

Flash defragment (Menu Extra) 84

Flash format. (Menu Extra) 85

flash-geheugen 85

defragmenteren 84

formatteren 85

instellen als doel voor laden 91

formaat automatisch vaststellen 77

formaten voor afdrukmedia

ondersteunde formaten

papier 13

formaten, afdrukmedia

10 (Com-10) 13

7 3/4 (Monarch) 13

9-envelop 13

A4 13

A5 13

B5-envelop 13

C5-envelop 13

DL-envelop 13

Executive 13

Folio 13

JIS B5 13

Legal 13

Letter 13

Statement 13

Universal 13

fotoconductorkit

recyclen 136

G

geautoriseerde dealers van Lexmark 128

gebruikersnaam invoeren 153

gecontroleerde afdruktaken 155

gedeelte van pagina, zwart 167

geheugen 153

gekartelde tekens 166

geladen bronnen

afdrukken 85

bronnen opslaan 93

opslaan 91

geladen bronnen afdrukken 85

gereserveerde afdruktaken 155

H

herhaalde afdruktaken 155

Hex Trace (Menu Extra) 85

huidige menu-instellingen 123

met de pagina met menu-instellingen 123

|

inbinden, duplex 60

indicatielampje 70

informatie over elektronische emissie 172

INIT honoreren (Menu Parallel) 102

Inst. std-net (Menu Netwerk) 106

Instell. Univrsal (Menu Papier) 81

interfaces

netwerk 104

parallel 102

USB 107

K

karton 19

capaciteit 11

laden 37

ondersteunde bron 11

richtlijnen 19

karton, uitvoer naar achterste uitvoerlade 42

kenmerken, afdrukmedia

briefhoofdpapier 15

keuzeschakelaar 26

keuzeschakelaar afdrukmedia 26

keuzeschakelaar lade 26

L

laadrol

vervangen 136

lade

koppelen 62

laden 41

achterste uitvoerlade 42

briefhoofdpapier 38

capaciteit

optionele lade voor 250 vel 11

optionele lade voor 500 vel 11

standaardlade 11

enveloppen 39

etiketten, universeellader 37

karton 37

optionele lade voor 250 vel 21

optionele lade voor 500 vel 27

papier

universeellader 37

standaardlade 21

standaarduitvoerlade 41

papiersteun omhoog zetten 41

transparanten 38

Laden naar (Menu Instelling) 91

Lade-nr wijzigen (Menu PCL Emul) 97, 101

Lege pagina's (Menu Afwerking) 81

Lettertypebron (Menu PCL Emul) 95

lettertypen

intern 63

kiezen in PCL-emulatie 95

lettertypevoorbeelden afdrukken 63

lijst met voorbeelden afdrukken 63

ondersteunde tekensets 97

voorbeelden afdrukken 86

voorkeur 98

Lettertypen afdr. (Menu Extra) 86

Lettertypenaam (Menu PCL Emul) 95

lettertypevoorbeelden afdrukken 63

lichte afdruk 164

lichte tonervegen 168

M

MAC Binair PS (Menu Netwerk) 104

MAC Binair PS (Menu Parallel) 102

MAC Binair PS (Menu USB) 107

marges, onjuist 167

meerdere vellen worden ingevoerd 161

Menu Afwerking 81

Bindz duplex 82

Bron scheid.pags 84

Duplex 82

Exemplaren 82

Lege pagina's 81

N/vel

afdrukken 83

beeld 83

rand 82

volgorde 83

Scheidingspags 84

Sorteren 81

Menu Extra 84, 86

Directory afdr. 85

Fabr.instelling 85

Flash defragment 84

Flash format. 85

Hex Trace 85

Lettertypen afdrukken 86

Menu's afdrukken 86

Wachttken verwdrn 85

Menu Help 109

Menu Help, Naslagkaart 109

Menu Instelling 90

Afdruktimeout 93

Alarminstelling 90

Auto doorgaan 90

Bronnen opslaan 93

Corr. na storing 91

Laden naar 91

Pag-beveiliging 91

Printertaal 93

Spaarstand 92

Taal op display 90

Toneralarm 94

Wachtttimeout 94

Menu Kwaliteit 89

Afdrukresolutie 89

PictureGrade 89

Tonerintensiteit 89

Menu Netwerk 104

Inst. std-net 106

MAC Binair PS 104

Netwerkbuffer 105

NPA-modus 105

PCL SmartSwitch 105

PS SmartSwitch 106

Menu Papier 75

Aangepaste srtn. 75

Ander formaat 80

Instell. Univrsal 81

Papier laden 76

Papierbron 78

Papierformaat 77

Papiergewicht 80

Papiersoort 79

Papierstructuur 78

U-lader config. 75

Menu Parallel 102

INIT honoreren 102

MAC Binair PS 102

NPA-modus 102

Parallelbuffer 103

Parallelle mod. 2 103

PCL SmartSwitch 103

Protocol 104

PS SmartSwitch 104

Stat Uitgebreid 102

Menu PCL Emul 95

A4-breedte 95

Afdrukstand 96, 101

Autom HR na NR 95, 100

Autom NR na HR 95, 100

Lade-nr wijzigen 97, 101

Lettertypebron 95

Lettertypenaam 95

Pitch 96

Puntgrootte 96

Regels per pag 96, 100, 101

Symbolenset 97

Menu PDF (Menu PostScript) 98, 99

Menu PostScript 98, 100

Menu PDF 98, 99

Voork-lettertype 98

Menu Taak 86

Beginwaarden 88

Beveiligde taak 87

Buffer afdrukken 88

Taak annuleren 86

Taken in wacht 88

Menu USB 107

MAC Binair PS 107

NPA-modus 107

PCL SmartSwitch 107

PS SmartSwitch 108

USB-buffer 108

menu's

openen 71

pagina met menu-instellingen afdrukken 123

selecteren 71

menu-items 71

numerieke waarden 71

taal 90

Menu's afdrukken (Menu Extra) 86

menu's op het bedieningspaneel

inschakelen 151

menu's op het bedieningspaneel

uitschakelen 151

menu's openen 71

Menu, knop 71

N

N/vel

afdrukken (Menu Afwerking) 83

beeld (Menu Afwerking) 83

rand (Menu Afwerking) 82

volgorde (Menu Afwerking) 83

N/vel afdrukken

beeld, instelling 83

configureren 83

randen, instelling 82

volgorde, instelling 83

Naslagkaart (Menu Help) 109

Netwerkbuffer (Menu Netwerk) 105

netwerkpoort

configureren

buffergrootte 105

NPA-modus 105

PCL SmartSwitch 105

PS SmartSwitch 106

NPA-modus (Menu Netwerk) 105

NPA-modus (Menu Parallel) 102

NPA-modus (Menu USB) 107

NPA-modus, instelling

netwerkpoort 105

parallelle poort 102

USB-poort 107

Ntwrk afdrukken (Menu Extra) 86

Ntwrk afdrukken> 86

numerieke waarden, selecteren 71

0

onderhoud

laadrol 136

ondersteuning van lette 63

ondersteuning van lettertypen

PCL-emulatie 63

ondersteuning van symbolensets 68

ongelijkmatige randen 166

opslag

afdrukmedia 19

tonercartridge 132

opties

installatie controleren met de pagina met

menu-instellingen 123

optioneel printergeheugen, verwijderen 145

optionele firmwarekaart, verwijderen 146

optionele lade, verwijderen 142

P

Pag-beveiliging (Menu Instelling) 91

pagina met menu-instellingen, afdrukken 123

optionele lade voor 250 vel 21

optionele lade voor 500 vel 27

optionele lade voor etiketten 21

standaardlade 21

universeellader 35, 37

richtlijnen 14

papier laden

optionele lade voor 250 vel 21

Papier laden (Menu Papier) 76

papier opgeven

aangepast 75

als gewenst formaat niet is geladen 80

bron 78

formaat 77

gewicht 80

soort 79

structuur 78

voorbedrukte formulieren 76

Papierbron (Menu Papier) 78

Papierformaat (Menu Papier) 77

papierformaten

A4 13

A5 13

Executive 13

Folio 13

JIS B5 13

Legal 13

Letter 13

Statement 13

Universal 13

Papiersoort (Menu Papier) 79

papiersteun, omhoog zetten 41

papierstoringen

papierbaan 45

vastgelopen pagina's opnieuw afdrukken 91

verhelpen 45

voorkomen 20

Papierstructuur (Menu Papier) 78

papieruitvoerladen 41

achterste uitvoerlade 42

standaarduitvoerlade 41

Parallelbuffer (Menu Parallel) 103

parallelle kabel, artikelnummer 160

Parallelle mod. 2 (Menu Parallel) 103

parallelle poort

configureren

bidirectionele communicatie 102

buffergrootte 103

gegevens samplen 103

hardware-initialisatie 102

NPA-modus 102

PCL SmartSwitch 103

protocol 104

PS SmartSwitch 104

PCL SmartSwitch (Menu Netwerk) 105

PCL SmartSwitch (Menu Parallel) 103

PCL SmartSwitch (Menu USB) 107

automatische nieuwe regel 95, 100

lade-nr wijzigen 97, 101

lettertypebron 95

lettertypenaam 95

pitch 96

puntgrootte 96

regels per pag 96, 100, 101

symbolenset 97

voorbeeldlettertypen afdrukken 86

PCL-emulatie, ondersteuning van

lettertypen 63

PictureGrade (Menu Kwaliteit) 89

PIN-code

invoeren vanuit het stuurprogramma 125

invoeren via de printer 126

voor beveiligde taken 125

Pitch (Menu PCL Emul) 96

poorten

netwerk 104

parallel 102

USB 107

PostScript-emulatie

PS-fouten afdrukken 98

voorbeeldlettertypen afdrukken 86

voork-lettertype 98

PostScript-emulatie ondersteuning van

lettertypen 63

printer

beginwaarden herstellen 88

offline zetten 71

met de knop Menu 71

met de knop Stop 71

printer offline zetten 71

met de knop Menu 71

met de knop Stop 71

printer onderhouden 128

printer schoonmaken 133

tonercartridge

nieuwe installeren 134

opslag 132

tonercartridge bestellen 131

printer schoonmaken 133

printerberichten

Geen taken. Opnieuw? 156

Menu's zijn uitgeschakeld 72

Voer PIN in 156

printerproblemen

oplossen 157

afdrukmedia worden slordig

gestapeld 161

invoer van meerdere vellen 161

USB-poort 160

verkeerde bron 161

verkeerde invoer 161

verkeerde soort afdrukmedia 161

Printertaal (Menu Instelling) 93

printertest

hardwaregegevens afdrukken 86

Hex Trace-modus 85

standaardwaarden afdrukken 86

problemen bij afdrukken via netwerk

taak wordt niet afgedrukt 170

verkeerde tekens 170

problemen met afdrukkwaliteit, oplossen

afdruk te donker 167

bericht Toner bijna op wordt

weergegeven 165

effen zwart op transparanten 166

gedeelte van pagina, zwart 167

herhaalde vlekken 166

lege pagina's 167

lichte afdrukken, maar bericht Toner bijna op

wordt niet weergegeven 165

lichte tekens 164

lichte tonervegen 168

ongelijkmatige randen 166

onjuiste linker- en bovenmarge 167

ontbrekende tekens 168

onverwachte tekens 168

slechte kwaliteit van afbeeldingen 166

toner geeft af op pagina 165

toner hecht niet op pagina 165

tonervlekken 164

vage afbeeldingen 166

verticale of horizontale strepen 165

wazige tekens 164

witte strepen op papier 166

problemen met de afdrukkwaliteit, oplossen

gekartelde tekens 166

problemen met oplossen

problemen met afdrukkwaliteit, oplossen

vage afbeeldingen 166

problemen met opties 169

problemen oplossen

afdrukpoblemen, oplossen

bovenste voorklep sluit niet 161

afdrukproblemen

afdrukmedia gebogen 161

afdrukmedia kromgetrokken 161

afdrukmedia plakken aan elkaar 162

afdrukmedia worden slordig gestapeld 161

bericht Papier vast wordt weergegeven, storing is verholpen 162

bovenste voorklep sluit niet 161

gegevens worden verwijderd in PostScript 3 162

invoer meerdere vellen 162

invoer van meerdere vellen 161

ontbrekende of beschadigde onderdelen 161

optionele lade voor 250 vel, fout bij papierinvoer 162

optionele lade voor 500 vel, fout bij papierinvoer 162

printer aan, niets wordt afgedrukt 161

standaardlade, fout bij papierinvoer 162

taak wordt niet afgedrukt 160

USB-poort 160

verkeerde bron 161

verkeerde invoer 161

verkeerde soort afdrukmedia 161

verkeerde tekens 160

afdrukproblemen, oplossen 161

afdrukmedia gebogen 161

afdrukmedia gebogen of kromgetrokken 161

afdrukmedia kromgetrokken 161

afdrukmedia plakken aan elkaar 162

afdrukmedia worden slordig gestapeld 161

bericht Papier vast wordt weergegeven, storing is verholpen 162

invoer meerdere vellen 162

ontbrekende of beschadigde onderdelen 161

optionele lade voor 250 vel, fout bij papierinvoer 162

optionele lade voor 500 vel, fout bij papierinvoer 162

printer aan, niets wordt afgedrukt 161

standaardlade, fout bij papierinvoer 162

USB-poort 160

verkeerde bron 161

verkeerde invoer 161

verkeerde soort afdrukmedia 161

verkeerde tekens 160

foutberichten op bedieningspaneel wissen 71

netwerkproblemen

taak wordt niet afgedrukt 170

verkeerde tekens afgedrukt 170

overige problemen

actuele stuurprogramma's of

hulpprogramma's verkrijgen 170

escapecodes voor de printer 170

printer stopzetten 71

printerinstellingen 69

printerproblemen, oplossen 157

problemen bij afdrukken via netwerk

taak wordt niet afgedrukt 170

verkeerde tekens 170

problemen met afdrukkwaliteit 165, 168

afdruk te donker 167

bericht Toner bijna op wordt

weergegeven 165

effen zwart op transparanten 166

gedeelte van pagina, zwart 167

gekartelde tekens 166

herhaalde vlekken 166

lege pagina's 167

lichte afdrukken, maar bericht Toner bijna op wordt niet weergegeven 165

lichte tekens 164

lichte tonervegen 168

ongelijkmatige randen 166

onjuiste linker- en bovenmarge 167

ontbrekende tekens 168

onverwachte tekens 168

slechte kwaliteit van afbeeldingen 166

toner geeft af op pagina 165

toner hecht niet op pagina 165

tonervlekken 164

vage afbeeldingen 166

verticale of horizontale strepen 165

wazige tekens 164

witte strepen op papier 166

problemen met afdrukkwaliteit, oplossen 167

afdruk te donker 167

bericht Toner bijna op wo 165

effen zwart op transparanten 166

herhaalde vlekken 166

lege pagina's 167

lichte afdrukken, maar bericht Toner bijna

op wordt niet weergegeven 165

lichte tekens 164

lichte tonervegen 168

linker- en bovenmarges 167

ongelijkmatige randen 166

ontbrekende tekens 168

onverwachte tekens 168

slechte kwaliteit van afbeeldingen 166

toner geeft af op pagina 165

toner hecht niet op pagina 165

tonervlekken 164

verticale of horizontale strepen 165

wazige tekens 164

witte strepen op papier 166

problemen met display 158

problemen met opties

stopt met werken 169

werkt niet na installatie 169

problemen oplossen, oplossen

taak wordt niet afgedrukt 160

Protocol (Menu Parallel) 104

PS SmartSwitch (Menu Netwerk) 106

PS SmartSwitch (Menu Parallel) 104

PS SmartSwitch (Menu USB) 108

Zie ook printertaal 93

netwerkpoort 106

parallelle poort 104

USB-poort 108

PS-emulatie

Zie PostScript-emulatie

PS-fout afdr (Menu PostScript) 98

Puntgrootte (Menu PCL Emul) 96

R

Regels per pag (Menu PCL Emul) 96, 100, 101

Return, knop 71

richtlijnen

afdrukken op briefhoofdpapier 15

storingen voorkomen 20

S

Scheidingspags (Menu Afwerking) 84

selecteren 71

menu-items 71

numerieke waarden 71

Selecteren (Select), knop 71

Sorteren (Menu Afwerking) 81

sorteren, inschakelen 81

spaarstand

configureren 92

Spaarstand (Menu Instelling) 92

specificaties

duplexeenheid 11

formaten voor afdrukmedia 13

standaarduitvoerlade

gebruiken 41

papiersteun omhoog zetten 41

Start (Go), knop 71

Stat Uitgebreid (Menu Parallel) 102

Stop, knop 71

storingen

berichten 110

verhelpen 45

verhelpen, papierbaan 45

voorkomen 20

Zie papierstoringen

storingen van afdrukmedia voorkomen 20

storingen verhelpen 45

mogelijke storingsgebieden 45

storingen voorkomen 20

stuurprogramma's, verkrijgen 170

Symbolenset (Menu PCL Emul) 97

systeemkaart

beschermkap terugplaatsen 147

toegang krijgen tot 143

systeemkaart van de printer

beschermkap terugplaatsen 147

toegang krijgen tot 143

T

taak 153

annuleren 86

beveiligd 87

in wacht 88

Taak annuleren (Menu Taak) 86

taak wordt niet afgedrukt 170

Taal op display (Menu Instelling) 90

taken in wacht 153

beveiligde taken 125

PIN-code invoeren 125

Taken in wacht (Menu Taak) 88

tekens gekartelde 166

testafdruk

Hex Trace-modus 85

pagina met menu's 86

Testpagina's voor de afdrukkwaliteit 124

timeout

afdrukken 93

wacht 94

toner

alarmsignaal 94

Toneralarm (Menu Instelling) 94

tonercartridge

bestellen 131

installeren 134

opslag 132

recyclen 136

Tonerintensiteit (Menu Kwaliteit) 89

transparanten 16

laden 38

U

uitvoerladen 41

achterste uitvoerlade 42

standaarduitvoerlade 41

papiersteun omhoog zetten 41

U-lader config. (Menu Papier) 75

universeellader

capaciteiten 11

gebruiken met diverse afdrukmedia 32

laden 35

briefhoofdpapier 38

enveloppen 39

papier 37

transparanten 38

locatie 32

maximumstapelhoogte 37

ondersteunde afdrukmedia 11

ondersteunde formaten voor afdrukmedia 11

ondersteunde papiergewichten 11

openen 33

richtlijnen 32

stapelhoogtebegrenzing 37

universeellader configureren 75

USB-buffer (Menu USB) 108

USB-kabel

artikelnummer 160

USB-poort

configureren

buffergrootte 108

NPA-modus 107

PCL SmartSwitch 107

PS SmartSwitch 108

V

vaste schijf

geladen bronnen afdrukken 85

instellen als doel voor laden 91

versturen, afdruktaak naar de printer 58

vanuit Macintosh 58

vanuit Windows 58

vervangen

laadrol 136

verwijderen

metalen beschermkap 144

optioneel printergeheugen 145

optionele firmwarekaarten 146

printer van een optionele lade 142

Voork-lettertype (Menu PostScript) 98

W

Wachttimeout (Menu Instelling) 94

wachtttimeout, configureren 94

Wachttken verwdrn (Menu Extra) 85

Z

zuinig omgaan met accessoires 130

zware afdrukmedia 26

zwart gedeelte van pagina 167

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEXMARK

Model : X3480

Categorie : Printer