RXD1200 - Airconditioner REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RXD1200 REMKO in PDF-formaat.
| Type product | Plafondcassette airconditioner (binnenunit) |
| Model | REMKO RXD1200 |
| Koelcapaciteit (nominaal) | 12,48 kW |
| Verwarmingscapaciteit (nominaal) | 13,23 kW |
| Energie-efficiëntieklasse koelen | C |
| Energie-efficiëntieklasse verwarmen | D |
| Koudemiddel | R410A |
| Afmetingen apparaat (b x d x h) | 1110 x 580 x 298 mm |
| Afmetingen afdekking (b x d x h) | 1220 x 690 x 28 mm |
| Gewicht | 59 kg |
| Voedingsspanning | 230 V ~ 50 Hz (buitenunit vereist 400 V bij RXS1200H) |
| Nominaal elektrisch verbruik (koelen) | 0,09 kW |
| Nominale stroom (koelen) | 0,75 A |
| Geluidsdrukniveau (laag/hoog) | 40 / 49 dB(A) |
| Luchtverplaatsing (laag/hoog) | 978 / 1380 m³/h |
| Bedrijfsmodi | Auto, koelen, verwarmen, ontvochtigen, circulatie |
| Afstandsbediening | Infrarood, bereik tot 6 m |
| Timerfuncties | Inschakel- en uitschakeltimer |
| Slaapfunctie | Ja, temperatuur aanpassing gedurende de nacht |
| Condenspomp | Ingebouwd, opvoerhoogte max. 1000 mm |
| Filter | Wasbaar, reinigen elke 2 weken aanbevolen |
| Koudemiddel aansluitingen | Inspuit 3/8" (9,52 mm), Zuig 3/4" (19,05 mm) |
| Condensaansluiting | 19 mm, afvoer met verval min. 2% |
| Garantie | Via garantieoorkonde en inbedrijfstellingsrapport |
| Toepassingsbereik ruimtevolume | ca. 400 m³ |
Veelgestelde vragen - RXD1200 REMKO
Gebruikersvragen over RXD1200 REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXD1200 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXD1200 van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING RXD1200 REMKO
Bediening · Techniek · Reserveonderdelen

| Veiligheidsaanwijzingen | 4 |
| Milieubescherming en recycling | 4 |
| Garantie | 4 |
| Transport en verpakking | 5 |
| Beschrijving van het apparaat | 5 |
| Combinaties | 5 |
| Bediening | 6-11 |
| Uit bedrijf nemen | 12 |
| Verzorging en onderhoud | 12-13 |
| Verhelpen van storingen en service | 14-15 |
| Montageaanwijzingen voor vakpersoneel | 15-16 |
| Installeren | 16-19 |
| Condensaansluiting | 20 |
| Elektrische aansluiting | 20-21 |
| Elektrisch aansluitschema | 21 |
| Elektrisch schema | 22 |
| Inbedrijfstelling | 23 |
| Afmetingen apparaat | 23 |
| Apparaatafbeelding | 24-25 |
| Reserveonderdeellijsten | 24-25 |
| Technische gegevens | 26 |
Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze gebruikshandleiding zorgvuldig lezen!!
Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.
Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!
Veiligheidsaanwijzingen
Lees voor u het apparaat voor de eerst in gebruikt neemt de gebruiks-handleiding aandachtig door. Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden.
Bewaar deze gebruikshandleiding en het koudemiddeldatablad in de buurt van het apparaat.
- Het plaatsen en installeren van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel.
Het opstellen, aansluiten en gebruik van de apparaten en componenten moet volgens de gebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit de gebruikshandleiding en de geldende lokale voorschriften gebeuren.
Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden. Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden.
Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken.
De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden.
De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten.
De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand. De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden veranderd of overbrugd.
- Het bedienen van apparaten of componenten met zichtbare gebreken of beschadigingen is verboden.
Alle behuizingonderdelen en openingen in het apparaat, bijv. luchtinlaat- en luchtuitstroomopeningen, moeten vrij zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen.
De apparaten en componenten moeten voldoende veiligheidsafstand hebben ten opzichte van ontvlambare, explosieve, brandbare, agressieve en vervuilde zones en atmosferen.
- Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken.
Installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; visuele controles en reinigingswerkzaamheden mogen in spanningsloze toestand door de gebruiker uitgevoerd worden.
Bij het installeren, het onderhouden, het repareren of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen.
De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen, extreme vochtigheid of directe zonnestraling.

Milieubescherming en recycling
Afvoeren van de verpakking
Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen.

Afvoeren van de oude apparaten
De productie van het apparaat wordt voortdurend op kwaliteit bewaakt. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen gebruikt, die voor het grootste deel gerecycled kunnen worden. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat uw gebruikte apparaat alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt verwerkt wordt.
Garantie
Voorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is, dat de inkoper of zijn afnemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" en het "Inbedrijfstellingsrapport" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG heeft teruggestuurd. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Richt u zich daarom eerst tot uw rechtstreeks handelspartner.
Transport en verpakking
De apparaten worden in een stabiele transportverpakking geleverd. Controleer de apparaten direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw leverancier.
Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend.
Beschrijving van het apparaat
De binnenunit van de combi- airconditioning in slpit-uitvoering dient voor het opnemen van de uit de te koelen ruimte opgenomen warmte. De buitenunit geeft deze warmte weer af aan de buitenlucht.
Bij apparaten voor het koelen en verwarmen kan tijdens verwarmingsbedrijf via de binnenunit de door het buitendeel opgenomen warmte worden afgegeven in de te verwarmen ruimte.
De binnenunit is ontworpen voor binnengebruik, bij systeemplafonds met Eurorasterafmetingen. De cassette bevindt zich boven het systeemplafond, alleen de afdekking is zichtbaar. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening. De binnenunit bestaat uit een verdamper in lamellenuitvoering, verdamperventilator, regeling en condensopvangbak met condenspomp. De binnenunit is te combineren met REMKO buitenunits met de juiste koelcapaciteit. De besturing van de buitenunit gebeurt via de regeling van de binnenunit.
Als toebehoren zijn condens-pompen en kabelafstandsbedieningen leverbaar.
Schema koudekringloop binnenunit

Systeemopbouw

De verbinding tussen binnenunit en buitenunit wordt tot stand gebracht met koudemiddelleidingen.
Combinaties
Koelen / verwarmen
De binnenunit kan comfortabel bediend worden met de meegeleverde infrarood afstandsbediening. Een correcte gegevensoverdracht wordt door de binnenunit met een pieptoon bevestigd. Als het programmeren via de infrarood afstandsbediening niet mogelijk is, kan de binnenunit ook handmatig bediend worden.
Handbediening
De binnenunits kunnen handmatig in gebruik genomen worden. Door indrukken van de toets RESET op het ontvangstdeel van de afdekking wordt de automatische modus geactiveerd. Bij handbediening gelden de volgende instellingen:
Koelbedrijf: 24 °C, Ventilatortoerental: AUTO Verwarmingsbedrijf: 26 °C, Ventilatortoerental: AUTO
Door het indrukken van een toets op de infrarood afstandsbediening wordt de handbediening onderbroken.
Infrarood afstandsbediening
De infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellingen over een afstand tot 6 naar het ontvangstdeel van de binnenunit. Een storingsvrije ontvangst van de gegevens is alleen mogelijk als de afstandsbediening op de ontvanger wordt gericht en er geen zijn die de overdracht belemmeren. Eerst moeten de meegeleverde batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening worden geplaatst. Trek daarvoor de klep van het batterijvak los en plaats de batterijen, let daarbij op de polariteit (zie markering).
Display op de binnenunit
De indicatie-LED's gaan branden op basis van de instellingen.
LED H rood = hoog ventilatortoerental LED M geel = midden ventilatortoerental LED L groen = laag ventilatortoerental
Display op de binnenunit


LET OP!
Storingen worden door codes weergegeven (zie hoofdstuk verhelpen van storingen en service).
Max. Afstand 6 m


OPMERKING
Vervang lege batterijen direct door een nieuwe set, omdat gevaar voor uitlopen bestaat. Bij langdurig uit bedrijf nemen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen.
Toetsen op de afstandsbediening

Toetsen op de afstandsbediening
① Toets "POWER"
Met deze toets kunt u het apparaat in gebruik nemen
② Toets "TEMP"
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur in een bereik van 16 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C ingesteld.
③ Toets "TIME-SET"
Met deze toets wordt de tijd ingesteld.
④ Toets "MODE"
Met deze toets kunt u de bedrijfsmodus selecteren. De binnenunit heeft 5 modi:
- Automatische modus (COOL/HEAT): In de automatische modus wordt de temperatuur constant op de instelwaarde gehouden.
-
Koelmodus (COOL): In de koelmodus wordt de warmere ruimtelucht tot de ingestelde lagere instelwaarde afgekoeld.
-
Ontvochtigingsmodus (DRY): In deze modus wordt de ruimte hoofdzakelijk ontvochtigd.
-
Circulatiemodus (FAN) In de circulatiemodus wordt de lucht alleen gerecirculeerd. De temperatuur in de ruimte wordt niet geregeld.
-
Verwarmingsmodus (HEAT): (alleen met RXS...H) In verwarmingmodus wordt de koudere ruimtelucht verwarmd tot de insteltemperatuur. Deze modus mag bij RXM-apparaten niet gebruikt worden (dit kan storingen veroorzaken)!
⑤ Toets "SWING"
Deze toets activeert de pendelende lamellen voor een betere luchtverdeling in de ruimte en maakt het daarnaast mogelijk de lamellen vast te zetten.
⑥ Toets "FAN"
Met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. Er zijn 4 niveau's beschikbaar: automatisch, hoge, midden en lage ventilatorsnelheid.
⑦ Toets "TIME-OFF"
Met deze toets wordt het automatisch uitschakelen van de binnenunit geprogrammeerd.
⑧ Toets "TIME-ON"
Met deze toets wordt het automatische inschakelen van de binnenunit geprogrammeerd.
⑨ Toets "C"
Met deze toets wordt de tijdinstelling geactiveerd.
10 Toets "R"
Met deze toets wordt de afstandsbediening gereset naar de fabrieksinstellingen.
⑪ Toets "NETWORK"
Deze toets heeft geen functie.
⑫ Toets "SLEEP"
Na het bedienen van deze toets stijgt in koelbedrijf de doeltemperatuur automatisch met 1 °C per uur; in verwarmingsbedrijf daalt de doeltemperatuur met 1 °C per uur.
Toetsfuncties
De overdracht van de instellingen wordt door een symbool op het display aangegeven.
POWER Toets

Activeer resp. deactiveer de binnenunit met de POWER-toets. Op het display verschijnen de vóór het uitschakelen van het apparaat geprogrammeerde instelwaarden en instellingen.

flowchart
graph LR
A["Power"] --> B["Display"]
B --> C["20°C Display"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
TEMP Toets

De toets TEMP maakt het instellen van de gewenste instel-temperatuur in stappen van 1 °C mogelijk. In de circulatiemodus FAN is deze instelling niet mogelijk.

TljD Toets C

Na indrukken van de dieper gelegen toets C met een kleine pen o.i.d., knippert de tijdweergave. Door de toets TIME-SET ingedrukt te houden wordt eerst langzaam en daarna steeds sneller de aangegeven tijd versteld. Na een succesvolle instelling, de toets C opnieuw indrukken om de tijd op te slaan. De display knippert niet meer.

flowchart
graph LR
A["0:00"] --> B["TIME SET C"]
B --> C["0:02"]
C --> D["Tijdinstelling"]
RESET Toets R

Na indrukken van de dieper gelegen toets R met een kleine pen o.i.d, worden alle symbolen op het display weergegeven. Na ca. 5 seconden knippert alleen de tijd nog. Na indrukken van de dieper gelegen toets C kan door het aansluitend ingedrukt houden van de toets TIME-SET de tijd ingesteld worden. Na een succesvolle instelling, de toets C opnieuw indrukken om de tijd op te slaan. De display knippert niet meer.

flowchart
graph LR
A["时钟 8:48"] --> B["时钟 8:00"]
B --> C["时钟 0:00"]
C --> D["时钟 0:00"]
MODE Toets

Druk op de toets MODE, als u naar een andere modus wilt omschakelen. Er zijn 5 modi beschikbaar:
- Automatisch automatische modus, automatische keuze van koel- of verwarmingsbedrijf
- Koelen koelmodus, voornamelijk in de zomer
- Ontvochtigen ontvochtigingsmodus, zomer- en wintergebruik
- Circulatie circulatiemodus, geen koel- of verwarmingscapaciteit
- Verwarmen verwarmingsmodus, voornamelijk in de winter (alleen met RXS...H)

flowchart
graph LR
A["24°C"] --> B["MODE MODE MODE"]
B --> C["24°C"]
C --> D["Reset"]
D --> E["24°C"]
E --> F["3:00"]
F --> G["3:00"]
G --> H["3:00"]
H --> I["3:00"]
Modus AUTO

Druk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de automatische modus om te schakelen. In deze modus kiest de regeling, afhankelijk van de temperatuur, zelfstandig de COOL of HEAT modus en houdt de ingestelde temperatuurwaarde constant. Deze functie mag alleen bij RXS...H apparaten gebruikt worden. Bij RXM apparaten is alleen het koelbedrijf geactiveerd, verwarmingsbedrijf is niet mogelijk. De FAN-instelling moet op AUTO ingesteld worden.

Ingestelde temperatuur ligt onder de ruimtetemperatuur
Ingestelde temperatuur ligt boven de ruimtetemperatuur
Modus COOL

Druk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de koelmodus om te schakelen. Gebruik deze modus om de ruimtelucht naar de de gewenste insteltemperatuur af te koelen.
Stel de gewenste ruimtetemperatuur door het indrukken van de toetsen TEMP ▲/▼ in in stappen van 1 °C. Ligt de ruimtetemperatuur 1 °C boven de gewenste temperatuur en is voldoende koelmedium beschikbaar, begint de binnenunit de kamerlucht af te koelen. Wordt de ingestelde ruimtetemperatuur met ca. 0,5 C° onderschreden, schakelt de regeling de koeling uit.

TIP
Het wordt aanbevolen de insteltemperatuur maximaal 6 °C onder de buitentemperatuur in te stellen en het automatische ventilatortoerental en de swing- (pendel-) functie te gebruiken.

Modus DRy

Druk één keer of meerder keren op de toets MODE om naar de ontvochtigingsmodus om te schakelen. Gebruik deze modus om de kamer zonder regeling te ontvochtigen. Na het indrukken van de toets DRY kan de gewenste temperatuur en de lamellenstand gekozen worden. Het instellen van het ventilatortoerental is niet mogelijk. Met tussenpozen wordt de ventilator uitgeschakeld, om de temperatuur van het koelblok te verlagen. Door de lagere temperatuur komt de lucht bij de koellamellen onder het dauwpunt. Het overtollige vocht in de lucht condenseert op het koelblok en de ruimte wordt ontvochtigd.

flowchart
graph LR
A["MODE"] --> B["OnTVOCHTIGInGsBEDRIjf"]
A --> C["3:01"]
C --> D["24°C"]
D --> E["3:00"]
Modus FAN

Druk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de circulatiemodus om te schakelen. In deze modus wordt het apparaat als recirculatieapparaat gebruikt. Er wordt geen koel- of verwarmingscapaciteit afgegeven aan de ruimtelucht.

TIP
In de winter kan de warmtestuwing onder het plafond naar lagere zones van de ruimte worden getransporteerd.

flowchart
graph LR
A["24°C"] -->|MODE| B["3:00"]
B --> C["CIRCuLATIEBEDRIjf"]
SWING Toets

De toets SWING maakt een continue en automatische verticale pendelbeweging van de lamellen mogelijk. In ingeschakelde toestand wordt de gekoelde lucht beter verdeeld in de ruimte. Wordt de toets SWING tijdens de pendelbeweging ingedrukt, stoppen de lamellen in stand waarin ze op dat moment staan. Het nogmaals indrukken van de toets start de pendelbeweging weer.

flowchart
graph LR
A["Clock 24°"] -->|SWING SWING 24°| B["Time 3:00"]
B --> C["Clock 24°"]
C -->|SWING SWING SWING| D["Time 3:00"]
D --> E["Clock 24°"]
E --> F["Time 3:00"]
Modus hEAT

Druk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de verwarmings-modus om te schakelen. Gebruik deze modus om de ruimtelucht naar de gewenste insteltemperatuur te verwarmen. Deze functie mag alleen met RXS...H apparaten gebruikt worden. Bij RXM apparaten is alleen het koelbedrijf geactiveerd, verwarmingsbedrijf is niet mogelijk.
De ventilator start pas bij het bereiken van een lamellentemperatuur van 38°C.

OpMERKInG
Het wordt aanbevolen de insteltemperatuur op maximaal 28 °C in te stellen, de maximale ventilatorsnelheid en de onderste lamellenstand te gebruiken.
Stel de gewenste ruimtetemperatuur door het indrukken van de toetsen TEMP ▲/▼ in in stappen van 1 °C. Ligt de kamertemperatuur 1 °C onder de gewenste temperatuur, wordt het verwarmingsbedrijf geactiveerd. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 1 C° overschreden, schakelt de regeling het verwarmingsbedrijf uit.

flowchart
graph LR
A["○"] --> B["MODE"]
C["◎5"] --> B
D["~3:00"] --> B
B --> E["24°C"]
E --> F["~3:00"]
F --> G["VERWARMInGsBEDRIjf"]
TIME Toetsen
Inschakeltijd

Uitschakeltijd

De TIME-ON/-OFF toetsen worden gebruikt voor het programmeren van een in- resp. uitschakeltijd, de TIME-SET toets voor het instellen van de tijd.
Door indrukken van de toetsen TIME-ON resp. TIME-OFF, wordt de timer geactiveerd en dooft de tijdsaanduiding. Het timersymbool voor de in- resp. uitschakeltijd knippert. Door indrukken van de toets TIME-SET kan de gewenste in- of uitschakeltijd in stappen van 10 minuten ingesteld worden.
Na het programmeren worden de instellingen doorgegeven aan de binnenunit. Bij de inschakelvertraging door het indrukken van de toets TIME-ON, bij de uitschakelvertraging door het indrukken van de toets TIME-OFF. Het timersymbool knippert niet meer en de binnenunit bevestigt de programmering met een pieptoon.
Zodra de geprogrammeerde tijd wordt bereikt, schakelt het apparaat automatisch in, resp. uit. Als het apparaat automatisch ingeschakeld wordt, worden de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd.
Het voortijdige wissen van de in- en uitschakeltijd gebeurt door het indrukken van de betreffende TIME-toets of de toets POWER.
Inschakeltijd

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["TIME-ON"]
B --> C["TIME-SET"]
C --> D["TIME-ON"]
D --> E["23°C"]
E --> F["23°C"]
F --> G["End"]
Uitschakeltijd

flowchart
graph LR
A["25°C Display"] -->|TIME-OFF| B["SET 25°C Display"]
B -->|TIME-OFF| C["9:00 Display"]
C -->|TIME-OFF| D["25°C Display"]
SLEEP Toets


Na het indrukken van de toets SLEEP verschijnt het symbool in het display en wordt de kamertemperatuur 30 minuten na het starten van deze functie met in de koelmodus 0,5 °C verhoogd en in verwarmingsmodus 0,5 °C verlaagd. Na nog eens 30 minuten wordt de kamertemperatuur in de koelmodus met 1 °C verhoogd en in de verwarmingsmodus met 1 °C verlaagd. Na nog één uur wordt de kamertemperatuur bij koelbedrijf constant 2°C boven en in verwarmingsbedrijf 2°C onder de aanvankelijke insteltemperatuur gehouden. Deze temperatuur wordt constant gehouden. Deze functie wordt door het indrukken van de toets POWER resp. SLEEP beëindigd. Het symbool in het display dooft.


flowchart
graph LR
A["24°C"] --> B["SLEEP"]
B --> C["24°C"]
D["9:26"] --> E["~9:26"]
NETWORK Toets

De toets NETWORK heeft bij de RXD apparaten geen functie.
Uit bedrijf nemen
Tijdelijk Uit bedrijf nemen
- Laat de binnenunit 2 tot 3 uur in circulatie-bedrijf of koelbedrijf draaien met de maximale temperatuurinstelling, zodat het restvocht uit het apparaat wordt afgevoerd.
- Neem de installatie met de afstandsbediening uit bedrijf.
- Schakel de stroomtoevoer van het apparaat uit.
- Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in het hoofdstuk "Verzorging en onderhoud" is beschreven.
Afdanken van de apparatuur
Het afvoeren van de apparaten en componenten moet volgens de lokaal geldende voorschriften, bijv. door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven op het gebied van afvalverwerking en recycling of inzamelpunten, worden uitgevoerd.
De firma REMKO GmbH & Co. KG of haar vertegenwoordigers verwijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt.
Verzorging en onderhoud
Een regelmatige verzorging en het opvolgen van enkele basiscondities garandeert een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van het apparaat.
LET OP!
Vóór alle werkzaamheden aan het apparaat moet de netvoeding uitgeschakeld en beveiligd worden tegen onbevoegd herinschakelen!
Verzorging
Houd het apparaat vrij van vuil, begroeiing en andere afzettingen.
Reinig het apparaat alleen met een vochtige doek. Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelen bevattende reinigingmiddelen. Gebruik geen waterstraal.
Reinig vóór het begin van een langere stilstandperiode de lamellen van de binnen- en buitenunit.
Onderhoud
We adviseren een onderhoudsovereenkomst voor een jaarlijkse onderhoudsbeurt met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten.

TIP
Zo garandeert u altijd de veiligheid tijdens gebruik van de installatie!
Reiniging van de afdekking van de binnenunit
- Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.
- Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (pagina 13, afbeelding 1).
- Reinig het rooster en de afdekking met een licht bevochtigde doek.
- Schakel de stroomtoevoer weer in.
| Aard van de werkzaamhedenControle / onderhoud / inspectie | Inbedrijfstelling | Maandelijks | Halfjaarlijks | Jaarlijks |
| Algemeen | ● | ● | ||
| Spanning en stroom controleren | ● | ● | ||
| Werking ventilator controleren | ● | ● | ||
| Vervuiling verdamper | ● | ● | ||
| Condensafvoer controleren | ● | ● | ||
| Isolatie controleren | ● | ● | ||
| Bewegende delen controleren | ● | ● |
Luchtfilter van de binnenunit
Reinig het luchtfilter minimaal eens per 2 weken. Verkort deze periode bij sterk vervuilde lucht.
Reiniging van de filters
-
Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.
-
Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (afbeelding 1).
-
Kantel het filter iets en trek het filter eruit (afbeelding 2).
-
Reinig het filter met een normale stofzuiger (afbeelding 3). Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar boven.
-
U kunt verontreinigingen ook voorzichtig met lauwwarm water en een zacht reinigingsmiddel verwijderen. Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar onder (Afbeelding 4).
-
Laat het filter na gebruik van water eerst volledig in de vrije lucht drogen, voordat u deze weer in het apparaat plaatst.
-
Plaats het filter voorzichtig terug. Let er daarbij op dat deze goed aanligt.
-
Sluit de afdekking zoals hierboven beschreven is in omgekeerde volgorde.
-
Schakel de stroomvoorziening weer in.
-
Schakel het apparaat weer in.
Reiniging van de condenspomp
In de binnenunit bevindt zich een ingebouwde condenspomp, die het ontstane condens naar een hoger gelegen afvoer pompt.
De pomp is vrijwel onderhoudsvrij. Laat toch de condensleidingen regelmatig op vervuiling controleren en reinig deze indien nodig.
Wordt daarnaast een externe pomp gebruikt, volg dan de verzorgings- en onderhoudsaanwijzingen in de separate bedieningshandleiding op.
1 R ooster van de afdekking

3 Reinigen met de stofzuiger

4 Reinigen met lauwwarm water

Verhelpen van storingen en service
De apparaten en componenten worden volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op foutloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking volgens de onderstaande lijst. Bij installaties met binnen- en buitenunit moet eveneens het hoofdstuk "Verhelpen van storingen en service" uit beide bedieningshandleidingen worden opgevolgd. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in!
Functiestoring
| Storing Mogelijke oorzaak | Controle Oplossing | ||
| Het apparaat start niet op of schakelt vanzelf uit | Stroomuitval, onderspanning, netzekering defect / hoofdschakelaar uitgeschakeld | Werken alle andere elektrische apparaten? | Spanning controleren eventueel wachten op herinschakeling |
| Netkabel beschadigd | Werken alle andere elektrische apparaten? | Reparatie door een gespecialiseerd bedrijf | |
| Wachttijd na het inschakelen te kort | Zijn er na het herstarten ca. 5 minuten verstreken? | Langere wachttijden inplannen | |
| Werktemperatuur over- / onderschreden | Werken de ventilatoren van de binnen- en buitenunit? | Rekening houden met temperatuurbereiken van binnen- en buitenunit | |
| Overspanningen door onweer | Zijn er de laatste tijd plaatselijke blikseminslagen geweest? | Uitschakelen van de netzekering en opnieuw inschakelen. Controle door gespecialiseerd bedrijf | |
| Storing van de externe condenspomp | Is de pomp zelf door een storing uitgeschakeld? | Pomp controleren evt. reinigen | |
| Het apparaat reageert niet op de afstandsbediening | Zendafstand te groot/ ontvangst gestoord | Hoort u een pieptoon bij de binnenunit na het indrukken van een toets? | Afstand terugbrengen naar minder dan 6 m en uw positie veranderen |
| Afstandsbediening defect | Werkt het apparaat in handbediend bedrijf? | Afstandsbediening vervangen | |
| Ontvangst- resp. zendunit krijgt teveel zön | Werkt het apparaat na het maken van schaduw? | Zorgen voor schaduw bij zend- resp. ontvangstunit | |
| Elektromagnetische velden storen de overdracht | Werkt het apparaat weer normaal na uitschakelen van eventuele stoorbronnen? | Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige gebruik van storingsbronnen | |
| Toets van afstandsbediening klemt / dubbele toetsbediening | Verschijnt het "Zend"- symbol in het display? | Toets losmaken / één toets tegelijk indrukken | |
| Batterijen van de afstandsbediening leeg | Zijn er nieuwe batterijen geplaatst? Is het display onvolledig? | Nieuwe batterijen plaatsen | |
| Het apparaat werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingscapaciteit | Filter is verontreinigd / luchtinlaat-/ uitstroomopening door vreemde voorwerpen geblokkeerd | Zijn de filters gereinigd? Filters reinigen | |
| Ramen en deuren open. Warmte-/ resp. koelbelasting is vergroot. | Zijn er bouwkundige / toepassingsgerichte veranderingen? | Ramen en deuren sluiten / extra installaties monteren | |
| Geen koel- / verwarmingsbedrijf ingesteld | Verschijnt het koelsymbol op het display? | Instelling van het apparaat corrigeren | |
| Lamellen van de buitenunit door vreemde voorwerpen geblokkeerd | Werkt de ventilator van de buitenunit en zijn de lamellen van de warmtewisselaar vrij? | Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderen | |
| Lekkage in koudekringloop | Is er rijpvorming te zien op de lamellen van de binnenunit? | Laten repareren door gespecialiseerd bedrijf | |
| Buitenunit bevroren | Buitenunit controleren Is de voeler van de cassette op de buitenunit goed geplaatst? | Ontdooien en de voeler op een plek monteren waar de meeste ijsafzetting is | |
| Er komt condenswater uit het apparaat | Afvoerleiding van de opvangbak verstopt / beschadigd | Is een ongehinderde condensafvoer gewaarborgd? | Reinigen van de afvoerleiding en opvangbak |
| Externe condenspomp resp. vlotter defect | Is de opvangbak vol en de werkt de pomp niet? | Pomp door gespecialiseerd bedrijf laten vervangen | |
| Er bevindt zich niet afgevoerd condens in de condensafvoerleiding | Is de condensleiding met voldoende verval gelegd en niet verstopt? | De condensleiding met verval leggen resp. reinigen. | |
| Condens kan niet afgevoerd worden | Zijn de condensleidingen vrij en met verval gelegd? Werken de condenspomp en de vlotterschakelaar? | De condensleiding met verval leggen resp. reinigen. Als de vlotterschakelaar resp. de condenspomp defect zijn, deze laten vervangen. | |
| Vlotter blijft hangen of klemt door teveel vervuiling. | Knipperen de LED's van het ontvangstdeel op de binnenunit? | Door gespecialiseerd bedrijf laten reinigen. | |
| Bevriezen van het apparaat | In combinatie met RXM: verwarmingsmodus / automatische modus ingesteld | Modusinstelling controleren Koelbedrijf instellen |
bedrijfs- en storingsindicaties door knippercode
| H (Rood) | M (geel) | L (groen) | Oorzaak Wat te doen? | |
| Aan Ventilator hoge snelheid Normale bedrijfstoestand | ||||
| Aan Ventilator midden snelheid Normale bedrijfstoestand | ||||
| Aan Ventilator laag toerental Normale bedrijfstoestand | ||||
| Knippert Verwarmingsbedrijf: opwarmfase Ca. 1 minuut wachten | ||||
| Knippert Verwarmingsbedrijf: afkoelfase Ca. 1 minuut wachten | ||||
| Knippert Aan Verwarmingsbedrijf: ontdooifase Normale bedrijfstoestand | ||||
| Aan | Knippert | Knippert | Sensor omgevingstemperatuur defect / aangesproken | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf |
| Knippert | Koelbedrijf: ontdooifase | Normale bedrijfstoestand | ||
| Knippert Aan | Verwarmingsbedrijf: oververhittingsbeveiliging aangesproken | Ca. 1 minuut wachten | ||
| Knippert | Knippert | Sensor buitenunit defect / aangesproken | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf | |
| Knippert | Knippert | Sensor circulatie defect / aangesproken | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf | |
| Knippert | Aan | Knippert | Lagedrukstoring (alleen extern) | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf |
| Knippert | Knippert | Hogedrukstoring (alleen extern) | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf | |
| Knippert | Knippert | Aan | Geen verschil vorstbeschermings-/circulatiesensor | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf |
| Knippert | Knippert | Knippert | Vlotterschakelaar condenspomp defect / aangesproken | Contact opnemen met gespecialiseerd bedrijf |
Montageaanwijzingen voor vakpersoneel
Belangrijke aanwijzingen voor de installatie
Voor het installeren van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd.
Breng het apparaat in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de montagelocatie. Zo vermijdt u transportschade.
Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en het apparaat op zichtbare transportschade. Meld eventuele schade onmiddellijk aan uw leverancier en de transporteur.
- Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koudemiddel- of condensaansluitingen.
De koudemiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten dampdiffusiedicht worden geïsoleerd. Eventueel moet ook de condensleiding worden geïsoleerd.
Kies een montageplaats, die een vrije luchtinlaat en -uitlaat waarborgt (zie de paragraaf "Minimale vrije ruimte").
Installeer het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van apparaten met een sterke warmtestraling. De montage in
de buurt van warmtebronnen vermindert de capaciteit van het apparaat.
Sluit open koude-middelleidingen af tegen indringen van vocht met geschikte doppen, resp. plakband en dingen niet knikken of indrukken koelmiddelleidingen.
- Gebruik alleen de meegeleverde wartelmoeren voor de koudemiddelleidingen en verwijder deze pas vlak voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen.
■ Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen.
Sluit de elektrische leidingen altijd goed aan op de elektrische klemmen. Anders kan er brand ontstaan.
Voor
onderhoudswerkzaamheden aan
de schakelkast moeten de in het
systeemplafond onderhouds-
openingen worden voorzien.
Eventuele ventilatiekanalen resp. -buizen voor het aansluiten van een tweede ruimte resp. een aansluiting voor verse lucht, moeten evenals de aansluitdelen worden voorzien van dampdiffusiedichte warmte-isolatie.
Minimale vrije ruimte
De minimale vrije ruimte is nodig voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden boven het systeemplafond en voor een optimale luchtverdeling.
Minimale vrije ruimte

Montagemateriaal
De binnenunit wordt door middel van 4 in de bouw te monteren draadstangen aan de ophangpunten aan de zijkanten bevestigd.
Om de volledige installatie uit te kunnen voeren zijn geschikte pluggen, ophangplaten, staalprofielen, klembeugels voor koudemiddel- en condensleidingen (resp. kabelgoten) en aansluitnippels voor de condensleiding nodig.
Keuze van de installatielocatie
De binnenunit is voor montage in horizontale systeemplafonds met Euroraster-afmetingen ontworpen. Deze kan echter ook worden gebruikt voor systeemplafonds met andere afmetingen.
Houd rekening met de noodzakelijke montagehoogte van de apparaten.
Installeren

AANWIJZING
Het installeren mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden uitgevoerd.
Installatie apparaat
De binnenunit wordt aan vier draadstangen met de afdekking naar beneden, rekening houdend met het afdekrooster en eventuele inbouwonderdelen, geïnstalleerd.
- Markeer op basis van de afmetingen van de ingezette plafondcassette, de bevestigingspunten voor de draadstangen aan statisch geschikte delen van het gebouw boven het systeemplafond.
- Moeten er aansluitingen worden gemonteerd voor een tweede ruimte of toevoer van verse lucht, dan moeten de aansluitstukken vóór het monteren van het apparaat worden aangebouwd. Zie paragraaf aansluiten tweede ruimte en toevoer verse lucht.
-
Hang de binnenunit aan de draadstangen en breng het apparaat met de onderste moeren in een waterpasstand (afbeelding 5).
-
Houd daarbij de afstand maat A, die in de tabel is aangegeven, tussen onderzijde van de ophanging en de onderzijde van de bevestiging aan. Sluit, zoals verderop beschreven, de koudemiddel-, elektrische- en condensleiding aan op de binnenunit (afbeelding 7).
-
Controleer nogmaals of het apparaat waterpas hangt.
-
Draai vervolgens de contramoeren aan en monteer de afdekking.
5 Apparaat ophangen

6 Apparaatophanging
RXD 260-520

RXD 680-1200

Alle maten in mm
7 Apparaat bevestigen

| Afmetingen in mm | RXD260 | RXD350 | RXD520 | RXD680 | RXD1200 |
| Afstand A 35 mm | |||||
| Afstand B 25 mm | |||||
| Apparaatophanging 615 x 280 mm 615 x 810 mm | |||||
Aansluiten van de koudemiddelleidingen
De aansluiting van de koudemiddelleidingen in het gebouw gebeurt bij de RXD 260-520 aan een afgeschuinde zijde van het apparaat en bij de RXD 680-1200 in het midden van de langste zijde.
Eventueel moet op de binnenunit een verloopnippel naar een grotere of kleinere diameter worden geïnstalleerd. Deze verloopnippels worden standaard meegeleverd met de binnenunit. Na de montage moeten de verbindingen dampdiffusiedicht worden geïsoleerd.
LET Op!
De apparaten zijn vanuit de fabriek gevuld met gedroogde stikstof voor controle op lekkages.
De onder druk staande stikstof ontwijkt bij het losdraaien van de wartelmoeren.
Tweede ruimte en verse lucht aansluiting
De binnenunit is voorbereid voor de koeling van een tweede ruimte en onafhankelijk daarvan, voor de invoer van verse lucht.

LET Op!
Er mogen slechts een enkele aansluiting voor verse lucht en een tweede ruimte worden gebruikt!
Montageaanwijzing
Voor montage van de aansluitingen voor verse lucht aansluiting en een tweede ruimte, gaat u als volgt te werk:
- Let er op, dat de lamellen van de verdamper zich direct achter de te verwijderen opening bevinden en deze in geen geval beschadigd mogen worden (afbeelding 8).
- Verwijder voorzichtig de isolatie achter de opening (afbeelding 9).
- Breek nu de betreffende opening door (afbeelding 10).
- Houd de luchtkanalen zo kort mogelijk en verleg ze met zo min mogelijk bochten.
- Hou er rekening mee dat de verbindingskragen, schroeven, Flexibele / spiraalpijp en isolatie in de bouw moeten worden geleverd. De genoemde delen zijn in de vakhandel verkrijgbaar (afbeelding 11).
Aansluiting tweede ruimte en verse lucht

8 Uitstansing verwijderen 9

Isolatie voorzichtig verwijderen

10 Opening doorbreken

11 Aansluitkraag bevestigen

Aansluiting tweede ruimte
De binnenunit biedt de mogelijkheid via een luchtkanaal een tweede ruimte, met bijv. een systeemplafond, mee te koelen. Daarvoor moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
De koelcapaciteit van de binnenunit moet voldoende zijn voor de koeling van beide ruimten.
Tussen de beide ruimten moet een opening worden gecreëerd, waardoor een luchtcirculatie tussen de beide ruimten mogelijk is.
De kanaallengte mag niet groter zijn dan 7 m.
Om het transport van de lucht naar de tweede ruimte te waarborgen, moeten 1 resp. 2 van de 4 uitstroomopeningen van de afdekking afgesloten worden. Plak daarvoor een zwarte, enkelzijdig plakkende stofstrook over de af te sluiten openingen. De strook moet duurzaam bestand zijn tegen de belasting door de luchtstroom.
Aansluiting verse lucht
Zoals al beschreven bestaat de mogelijkheid met de binnenuit ook extra verse lucht (buitenlucht) aan te zuigen, in aanvulling op de ruimtelucht en de temperatuur hiervan te regelen. Deze variant wordt bij voorkeur gebruikt in ruimten waarin de lucht snel wordt verbruikt.
Let op de lokale voorschriften voor de luchtbehandeling.
Voor de aansluiting van de verse lucht moet een NW 70 verbindingskraag worden gemonteerd.
Het aandeel verse lucht mag niet meer bedragen dan 10 % van de nominale luchtvolumestroom van het apparaat. De toevoer van verse lucht moet gebeuren door gebruik van een extra, toerentalgeregelde ventilator.
Om het indringen van regenwater te verhinderen, mag de lucht door de buitenluchtinlaat slechts met een maximale snelheid van 2,5 m/s via een stoffilter aangezogen worden.
Voor het aansluiten van de ventilator is in het gebouw een apart afgezekerde elektrische installatie noodzakelijk.
Aansluiting tweede ruimte

Aansluiting verse lucht

Condensaansluiting
Door de dauwpuntonderschrijding bij het koelblok ontstaat er tijdens koelbedrijf condens.
Onder het koelblok bevindt zich een opvangbak met seriematige condenspomp en vlotterschakelaar. Als de vlotterschakelaar op basis van een gebrekkige afvoer van de condens een veiligheidsuitschakeling veroorzaakt, schakelt de pomp direct in en loopt deze nog ca. drie minuten na.
De in het gebouw gemonteerde condensleiding moet verlegd worden met een verval van minimaal 2 %. Monteer eventueel dampdiffusiedichte isolatie.
Bevindt het niveau van de condensleiding op het apparaat zich boven de apparaatuitlaat, moet de leiding direct verticaal naar boven (max. 1000 mm vanaf de onderkant van het apparaat) en daarna met verval naar de afvoer te worden verlegd.
De condensleiding van het apparaat vrij invoeren in de
afvoerleiding. Als het condens naar een afvoerleiding wordt geleid, monteer dan een sifon als stankafsluiter.
Bij gebruik van het apparaat bij een buitentemperatuur van minder dan 0 °C moet worden gelet op een vorstvrije plaatsing van de condensafvoer. Monteer eventueel een lintverwarming langs de leiding.
Na het verleggen de vrije afvoer van het condens controleren en zorgen voor een permanente lekdichtheid.
Condensaansluiting - fout! Condensaansluiting - goed!


Elektrische aansluiting
Voor het apparaat moet voedingsspanningsleiding naar de buitenunit en een zesaderige (RXS) of vieradrige (RXM) stuurleiding naar de binnenunit geïnstalleerd en op de juiste wijze afgezekerd worden.

LET Op!
Het elektrische installeren moet gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf. De montage van de elektrische aansluiting moet spanningsloos gebeuren.
We adviseren lokaal in de buurt van de buitenunit een hoofd- / reparatieschakelaar te installeren.
De klemmenstroken van de aansluitingen bevinden zich op de achterzijde van het apparaat. Na het installeren kunnen metingen na het verwijderen van de afdekking, aan de voorzijde gebeuren.
Wordt bij het apparaat een als accessoire verkrijgbare condenspomp gebruikt, is bij het gebruik van het uitschakelcontact van de pomp evt. een extra relais voor het verhogen van het schakelvermogen en het uitschakelen van de compressor noodzakelijk.
Breng de volgende elektrische aansluitingen tot stand:
- Aansluiting van stuurleiding van buitenunit
2 Aansluiting van de externe temperatuurvoeler in de binnen-/buitenunit. - Evt. aansluiting van een verse lucht ventilator
- Evt. aansluiting van een externe condenspomp
Alle aansluitingen moeten gebeuren in de schakel-kast. De aansluitklemmen bevinden zich aan de zijkant van het apparaat boven het systeemplafond.
Ga voor het aansluiten als volgt te werk:
- Open de afdekking van de schakelkast, door de bevestigingsschroeven te verwijderen en de afdekking te verwijderen (afbeelding 12).
- De spanningsvrije leiding door de beschermring invoeren in de schakelkast en de leiding vastzetten in de trekontlasting.
- Sluit daarna de leiding aan volgens het aansluitschema.
-
Verbind de elektrische stekkers van de afdekking met de betreffende contrastekkers in de cassette. Verwisseling is niet mogelijk.
-
Bouw het apparaat weer samen.
12
Aansluiten van het apparaat

Controleer of alle elektrische stekker- en klemverbindingen goed vastzitten en goed contact maken, eventueel aandraaien.
Elektrisch aansluitschema
Aansluiten RXS 261-681H

flowchart
graph LR
subgraph Input
L1["230 V~, 50 Hz, L1 / N / PE"]
N1["L"]
N2["N"]
N3["N"]
N4["Nulleider"]
N5["N"]
N6["N"]
N7["N"]
N8["N"]
N9["N"]
N10["N"]
N11["N"]
N12["N"]
N13["N"]
N14["N"]
N15["N"]
N16["N"]
N17["N"]
N18["N"]
N19["N"]
N20["N"]
end
subgraph Sensor
O1["Sensor ontdoolen buitenunit is in het onderste derde van de condensor aan de leidingbocht gemonteerd."]
end
subgraph Output
O2["Sensor ontdoolen buitenunit is in het onderste derde van de condensor aan de leidingbocht gemonteerd."]
end
L1 --> N1
L1 --> N2
L1 --> N3
L1 --> N4
L1 --> N5
L1 --> N6
L1 --> N7
L1 --> N8
L1 --> N9
L1 --> N10
L1 --> N11
L1 --> N12
L1 --> N13
L1 --> N14
L1 --> N15
L1 --> N16
L1 --> N17
L1 --> N18
L1 --> N19
L1 --> N20
L1 --> N21
L1 --> N22
L1 --> N23
L1 --> N24
L1 --> N25
L1 --> N26
L1 --> N27
L1 --> N28
L1 --> N29
L1 --> N30
L1 --> N31
L1 --> N32
L1 --> N33
L1 --> N34
L1 --> N35
L1 --> N36
L1 --> N37
L1 --> N38
L1 --> N39
L1 --> N40
L1 --> N41
L1 --> N42
L1 --> N43
L1 --> N44
L1 --> N45
L1 --> N46
L1 --> N47
L1 --> N48
L1 --> N49
L1 --> N50
Aansluiten RXM 226-268, RXM 326-335, RXM 426-435

flowchart
```mermaid
graph LR
L -->|L| Buitenvoedingsleiding
PE -->|PE| Buitenvoedingsleiding
PE -->|PE| Aardleiding
PE -->|PE| Aardleiding
Buitenvoedingsleiding -->|L1| L1
N -->|N| L1
N -->|N| L1
Nulleider -->|Nulleider| L1
PE -->|PE| PE
PE -->|PE| PE
PE -->|Aardleiding| PE
PE -->|Aardleiding| PE
style Sensor_ontdoioien_buitenunit_in_de_schakelkast van_de_binnenunit_bestigen!
Aansluiten RXS 1200H
Binnenunit Buitenunit Netaansluiting

flowchart
graph TD
L --> N
N --> C
C --> V
V --> F
F --> PE
L1 --> L2
L2 --> L3
L3 --> N
N --> Nulleider
Nulleider --> Compressorbeveiliging
C --> Stuurleiding
C --> Stuurleiding
C --> Stuurleiding
C --> PE
N --> Aardleiding
Aardleiding --> PE
L1 --> Buitenvoedingsleiding
L2 --> Buitenvoedingsleiding
L3 --> Buitenvoedingsleiding
Nulleider --> Keerklep
Compressorbeveiliging --> Ventilatormotor
Keerklep --> Ventilatormotor
Ventilatormotor --> PE
400 V\~, 50 Hz, L1 / L2 / L3 / N / PE

Drukschakelaar hogedruk in buitenunit
Drukschakelaar lagedruk in buitenunit
Monteer de sensor ontdoolen buitenunit in het onderste derde deel van de condensor op de leidingbocht.
Elektrisch schema
RXD 260 - 520

RXD 680 - 1200

Legenda
L = Buitenvoedingsleiding
N = Nulleider
+ = Aardleiding
F = Ventilatormotor
C = Compressoraansturing
V = Keerklep
LP/LP = Lagedrukschakelaar (indien aanwezig), extern
HP/HP = Hogedrukschakelaar (indien aanwezig), extern
O = Sensor ontdooien buitenunit (alleen bij RXS...H, in onderste derde van de condensor op leidingbocht monteren)
Inbedrijfstelling

OPMERKING
De inbedrijfstelling mag alleen door speciaal geschoold vakpersoneel en volgens de certificeringseisen uitgevoerd en gedocumenteerd worden.
Voor de inbedrijfstelling van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd.
Functietest van bedrijfsmodus koelen
- Schakel de stroomtoevoer in.
- Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de koelmodus, het maximale ventilatortoerental en de laagste insteltemperatuur.
-
Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties.
-
Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden en het omschakelen naar de circulatie-resp. ontvochtigingsmodus.
- Controleer de werking van de vlotterschakelaar en condenspomp, door gedestilleerd water in de condensopvangbak te gieten. We raden u aan hiervoor een fles met een tuit te gebruiken, die het water in de condensopvangbak kan leiden.
Functietest van bedrijfsmodus verwarmen. (alleen bij RXS.H)
- Schakel de stroomtoevoer in.
-
Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de verwarmingsmodus, het maximale ventilatortoerental en de hoogste insteltemperatuur.
-
Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties.
- Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden.
Afsluitende maatregelen
■ Monteer alle gedemonteerde onderdelen.
Leg de werking uit aan de gebruiker.

OPMERKING
Controleer na elke ingreep in de koudekringloop de afsluitkleppen en de afsluitdoppen op lekkages. Gebruik eventueel geschikt afdichtmateriaal.
Afmetingen apparaat
RXD 260 tot 520

ApparaatafbeeldingRXD 260 tot 520

Reserveonderdelenlijst
Maat- en constructiewijzigingen, door technische doorontwikkeling, voorbehouden.
| Nr. | Omschrijving RXD 260 RXD 350 RXD 520 | |||
| 1 Luchtinlaatrooster 1106650 1106650 1106650 | ||||
| 2 Luchtfilter 1106664 1106664 1106664 | ||||
| 3 Afdekking 1106653 1106653 1106653 | ||||
| 4 Lamellenmotor 1106671 1106671 1106671 | ||||
| 5 Luchtinlaat, module 1106654 1106654 1106654 | ||||
| 6 Uitstroomlamellen, 4-delige set 1106668 1106668 1106668 | ||||
| 7 Condensopvangbak 1106652 1106652 1106652 | ||||
| 8 Condensslang 1106659 1106659 1106659 | ||||
| 9 Verdamper 1106699 1106694 1106686 | ||||
| 10 Sensor, circulatie 1106655 1106655 1106655 | ||||
| 11 Sensor, verdamper 1106656 1106656 1106656 | ||||
| 12 Ventilatorrad | 1106666 1106666 1106666 | |||
| 13 Verdamperventilatormotor | 1106661 1106662 1106663 | |||
| 14 Stuurprintplaat | 1106698 1106698 1106698 | |||
| 15 Transformator | 1106677 1106677 1106677 | |||
| 16 Condensor verdamperventilator | 1106651 1106651 1106658 | |||
| 17 Condenspomp kpl. | 1106667 1106667 1106667 | |||
| 18 IR-afstandsbediening | 1106660 1106660 1106660 | |||
| Reserveonderdelen zonder afbeelding | ||||
| Vlotterschakelaar condens | 1106669 1106669 1106669 | |||
| Sensor ontdooien buitenunit | 1106697 1106697 1106697 | |||
| Displayprint | 1106674 1106674 1106674 | |||
Bij reserveonderdeelbestellingen naast het EDV-nr. graag ook altijd het apparaatnr. en apparaattype (zie typeplaatje) opgeven!
Apparaatafbeelding RXD 680 / RXD 1200

Maat- en constructiewijzigingen, door technische doorontwikkeling, voorbehouden.
Reserveonderdelenlijst
| Nr. Omschrijving RXD 680 RXD 1200 | |||
| 1 Luchtinlaatrooster 1106678 1106678 | |||
| 2 Luchtfilter 1106665 1106665 | |||
| 3 Afdekking 1106681 1106681 | |||
| 4 Lamellenmotor 1106671 1106671 | |||
| 5 Luchtinlaat, module 1106675 1106675 | |||
| 6 Uitstroomlamellen, 6-delige set 1106679 1106679 | |||
| 7 Condensopvangbak 1106680 1106680 | |||
| 8 Condensslang 1106659 1106659 | |||
| 9 Verdamper 1106596 1106597 | |||
| 10 Sensor, circulatie 1106655 1106655 | |||
| 11 Sensor, verdamper 1106656 1106656 | |||
| 12 Ventilatorrad | 1106666 1106598 | ||
| 13 Verdamperventilatormotor | 1106662 1106599 | ||
| 14 Stuurprintplaat | 1106693 1106693 | ||
| 15 Transformator | 1106677 1106677 | ||
| 16 Condensor verdamperventilator | 1106658 1106631 | ||
| 17 Condenspomp kpl. | 1106667 1106667 | ||
| 18 IR-afstandsbediening | 1106660 1106660 | ||
| Reserveonderdelen zonder afbeelding | |||
| Vlotterschakelaar condens | 1106669 1106669 | ||
| Sensor ontdooien buitenunit | 1106697 1106697 | ||
| Displayprint | 1106682 1106682 | ||
Wijzigingen in de afmetingen en de constructie, door de technische doorontwikkeling, voorbehouden.
Technische gegevens
| Serie | RXD 260 RXD 350 RXD 520 RXD 680 RXD 1200 | |||||
| Werking | Plafondcassette voor koelen en verwarmen | |||||
| Nominale koelcapaciteit1) | kW 2,69 3,59 5,27 6,84 12,48 | |||||
| Nominale verwarmingscapaciteit2) | kW 2,96 4,24 6,31 7,72 13,23 | |||||
| Energie-efficiëntieklasse koelen1) | A A B B C | |||||
| Energie-efficiëntieklasse EER1) | 3,24 3,21 3,08 3,03 2,81 | |||||
| Energie-efficiëntieklasse verwarmen2) | A A C C D | |||||
| Energie-efficiëntieklasse COP2) | 3,65 3,62 3,25 3,22 3,01 | |||||
| Toepassingsbereik (ruimtevolume), ca. m3 | 80 110 160 230 400 | |||||
| Instelbereik ruimtetemperatuur °C +16 tot +30 | ||||||
| Werkbereik binnenunit | °C +15 tot +35 | |||||
| Koudemiddel | R 410A | |||||
| Bedrijfsdruk max. / per koudekringloop | kPa | 4200 / 4200 | ||||
| Luchtverplaatsing bij de verschillende ventilatortoerentallen | m3/h | 252/300/360 | 348/420/510 | 468/564/624 | 690/840/1020 | 978/1188/1380 |
| Geluidsdrukniveau per toerental3) | dB(A) | 29/37/38 | 30/37/39 | 35/41/43 | 32/39/40 | 40/47/49 |
| Netspanning | V/Hz | 230 / 1~ / 50 | ||||
| Beschermingsgraad | IP | X0 | ||||
| Nominaal elektrisch verbruik koelen1) | kW 0,04 0,04 0,05 0,07 0,09 | |||||
| Nominaal elektrisch verbruik verwarmen2) | kW 0,04 0,04 0,05 0,07 0,09 | |||||
| Nominale stroom koelen1) | A 0,32 0,35 0,42 0,55 0,75 | |||||
| Nominale stroom verwarmen2) | A 0,32 0,35 0,42 0,55 0,75 | |||||
| Koudemiddelaansluiting inspuitleiding | Inch (mm) | 1/4 (6,35) | 1/4 (6,35) | 1/4 (6,35) | 3/8 (9,52) | 3/8 (9,52) |
| Koudemiddelaansluiting zuigleiding | Inch (mm) | 3/8 (9,52) | 1/2 (12,70) | 1/2 (12,70) | 5/8 (15,90) | 3/4 (19,10) |
| Condensaansluiting | mm | 19 | ||||
| Condenspomp, opvoerhoogte | mm | 1000 | ||||
| Afmetingen apparaathoogte | mm | 258 258 298 298 298 | ||||
| breedte | mm | 580 580 580 1110 1110 | ||||
| diepte | mm | 580 580 580 580 580 | ||||
| Afmetingen hoogte afdekking | mm | 28 | 28 | 28 | 28 | 28 |
| breedte | mm | 650 650 650 1220 1220 | ||||
| diepte | mm | 650 650 650 690 690 | ||||
| Gewicht | kg | 26,0 26,0 27,0 59,0 59,0 | ||||
| Serienummer | 684... | 687... | 689... | 698.... | 699... | |
| EDV-nr. | 1619290 | 1619300 | 1619320 | 1619330 | 1619340 | |
1) Luchtinlaattemperatuur TK 27°C / FK 19°C, buitentemperatuur TK 35 °C, FK 24 °C, max. luchtverplaatsing, 5 m leidinglengte in combinatie met RXS 261H-1200H
2) Luchtinlaattemperatuur TK 20°C, buitentemperatuur TK 7 °C, FK 6 °C, max. luchtverplaatsing, 5 m leidinglengte in combinatie met RXS 261H-1200H
3) Afstand 1 m vrije ruimte
notities
... en altijd dicht bij u in de buurt! Maak gebruik van onze ervaring en advies

REMKO GmbH & Co. KG
Koel- en verwarmingstechniek
Via onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dat draagt bij tot onze reputatie meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier:
REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen.
De verkoop
REMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop.
REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.
De servicedienst
Onze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Ons omvangrijk netwerk van ervaren speciaalzaken waarborgt u altijd een snelle en betrouwbare service.
