SV351 - Airconditioner REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SV351 REMKO in PDF-formaat.
| Producttype | Dakcassette-kameraircotoestelcombinatie voor koelen en verwarmen |
| Merk | REMKO |
| Model | SV351 |
| Koelvermogen (nominaal) | 3,59 kW |
| Verwarmingsvermogen (nominaal) | 4,24 kW |
| Energie-efficiëntieklasse koelen | A |
| Energie-efficiëntieklasse verwarmen | A |
| EER (koelen) | 3,21 |
| COP (verwarmen) | 3,62 |
| Spanningsvoorziening | 230 V / 1~ / 50 Hz |
| Nominale stroomopname koelen | 5,10 A |
| Nominale stroomopname verwarmen | 5,32 A |
| Maximale aanloopstroom | 28 A |
| Koelmiddel | R410A |
| Basishoeveelheid koelmiddel | 1,20 kg |
| Extra koelmiddel per meter leiding >5 m | 25 g/m |
| Maximale leidinglengte | 25 m |
| Maximale hoogteverschil | 15 m |
| Luchtvolume (laag/midden/hoog) | 348 / 420 / 510 m³/h |
| Geluidsdrukniveau binnentoestel (laag/midden/hoog) | 32 / 36 / 40 dB(A) |
| Geluidsdrukniveau buitendeel (max.) | 52 dB(A) |
| Afmetingen binnentoestel (HxBxD) | 258 x 580 x 580 mm |
| Afmetingen afdekking (HxBxD) | 28 x 650 x 650 mm |
| Afmetingen buitendeel (HxBxD) | 540 x 780 x 250 mm |
| Gewicht binnentoestel | 28,0 kg |
| Gewicht buitendeel | 34,0 kg |
| Bedrijfsmodi | Auto, Koelen, Ontvochtigen, Ventileren, Verwarmen |
| Afstandsbediening | Infrarood, bereik tot 6 m |
| Timer | Inschakel- en uitschakeltimer programmeerbaar |
| Slaapfunctie | Ja, temperatuur stapsgewijs aanpassen |
| Luchtfilter | Wasbaar, elke 2 weken reinigen |
| Condenspomp | Ingebouwd, transport hoogte 1000 mm |
| Beschermingsklasse binnentoestel | IP X0 |
| Beschermingsklasse buitendeel | IP X4 |
| Arbeidsbereik koelen | +7°C tot +48°C buitentemperatuur |
| Arbeidsbereik verwarmen | -7°C tot +25°C buitentemperatuur |
Veelgestelde vragen - SV351 REMKO
Gebruikersvragen over SV351 REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SV351 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SV351 van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING SV351 REMKO
Bediening · Techniek · Wisselstukken

| Veiligheidsaanwijzingen | 4 |
| Bescherming van het milieu en recyclage | 4 |
| Garantie | 4 |
| Transport en verpakking | 5 |
| Beschrijving van het toestel | 5 |
| Bediening | 6-12 |
| Uitdienstname | 13 |
| Service en onderhoud | 13-14 |
| Storingsverhelping en klantendienst | 15-16 |
| Montageaanwijzing voor het vakpersoneel | 17-19 |
| Installatie | 20-23 |
| Dichtheidscontrole | 23 |
| Condensaansluiting | 23-24 |
| Elektrische aansluiting | 24-25 |
| Elektrisch aansluitschema | 25 |
| Elektrisch schakelschema | 25 |
| Voor de indienstname | 26 |
| Koelmiddel toevoegen | 26 |
| Indienstname | 26-27 |
| Afmetingen toestel | 28 |
| Toestelvoorstelling | 29-30 |
| Wisselstukkenlijst | 29-30 |
| Technische gegevens | 31 |
Voor indienstname / gebruik van het toestel dient deze bedrijfshandleiding zorgvuldig gelezen te worden!
Deze handleiding maakt deel uit van het toestel en dient steeds in onmiddellijke nabijheid van de opstellingsplaats resp. bij het toestel bewaard te worden.
Wijzigingen behouden wij ons voor; voor onjuistheden en drukfouten aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid!
Veiligheidsaanwijzingen
Lees voor de eerste indienstname van het toestel de bedrijfshandleiding aandachtig door. U krijgt nuttige tips, aanwijzingen 🎨 alsook waarschuwingsaanwijzingen voor gevarenafwending voor personen en voorwerpen ⚠ Het verkeerd gebruiken van de handleiding kan aanleiding geven tot gevaren voor personen, het milieu en de installatie en aldus tot verlies van mogelijke aanspraken.
Bewaar deze bedrijfshandleiding en de koelmiddelgegevensfiche in de nabijheid van het toestel.
De opstelling en installatie van het toestel en componenten mag slechts gebeuren door vakpersoneel.
- Opstelling, aansluiting en werking van het toestel en componenten dienen te gebeuren binnen de inzet- en bedrijfsvoorwaarden volgens de handleiding en dienen te voldoen aan de de geldende regionale voorschriften.
De toestellen voor mobiele inzet dienen bedrijfszeker en loodrecht opgesteld op geschikte ondergronden. Toestellen voor stationaire werking mogen enkel gebruikt worden in vast geïnstalleerde toestand.
Ombouw of wijziging van de door REMKO geleverde toestellen of componenten zijn niet toegelaten en kunnen foutfuncties veroorzaken.
De toestellen en componenten mogen niet gebruikt worden in bereiken met verhoogd beschadigingsgevaar. De minimim vrije ruimte dienen aangehouden te worden.
De elektrische stroomvoorziening is aan te passen aan de vereisten van het toestel.
De bedrijfszekerheid van het toestel en componenten is enkel gewaarborgd bij doelmatig gebruik en in volledig gemonteerde toestand. veiligheidsinrichtingen mogen niet gewijzigd of overbrugd worden.
De bediening van toestellen of componenten met opvallende defecten of beschadigingen is te vermijden.
Alle behuizingsdelen en toestelopeningen, bv. luchtinen -uitlaatopeningen, dienen vrij te zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen.
De toestellen en componenten vereisen een voldoende veiligheidsafstand tot ontvlambare, explosieve, brandbare, aggressieve en vervuilende bereiken of atmosferen.
Bij de aanraking van bepaalde toesteldelen of componenten kan het tot brandwonden of kwetsuren komen.
Installatie, herstellingen en onderhoud mogen uitsluitend gebeuren door gemachtigd vakpersoneel, visuele controles en reinigingen kunnen door de gebruiker in spanningsloze toestand uitgevoerd worden.
Bij de installatie, herstelling, onderhoud of reiniging van het toestel zijn gepaste voorkomingsmaatregelen te treffen, om van het toestel uitgaande gevaren voor personen uit te sluiten.
De toestellen of componenten mogen niet ingezet worden bij mechanische belasting, extreme vochtigheid en directe zonnestraling.

Bescherming van het milieu en recyclage
Verwijderen van de verpakking
Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de afvalvermindering en behoud van de grondstoffen en sla het verpakkingsmateriaal enkel op bij overeenkomstige inzamelplaatsen.

Afvoeren van gebruikte apparaten
De toestelvervaardiging is onderhevig aan een voortdurende kwaliteitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen verwerkt, die voor het grootste gedeelte recycleerbaar zijn. Draag bij tot de milieubescherming, door U te verzekeren, dat Uw oud toestel enkel op milieuvriendelijke wijze volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde vakbedrijven opgeslagen en herverwerkt werd of afgeleverd werd bij verzamelplaatsen.
Garantie
Voorzorgsmaatregelen voor eventuele waarborgaanspraken dienen, via het aan de besteller of zijn afnemer tijdig samen met de verkoop en indienstname van het toestel gevoegde „Waarborgdocument“ alsook het „indienstnameprotocol“ volledig ingevuld aan REMKO GmbH & Co. KG teruggestuurd te worden. De waarborgvoorwaarden zijn terug te vinden in de „Algemene verkoopen leveringsvoorwaarden“. Daarenboven kunnen enkel tussen de contractuele partners bijzondere voorwaarden getroffen worden. Dienentgevolge wendt U zich svp eerst tot Uw directe contractuele partner.
Transport en verpakking
De toestellen worden in een stabiele transportverpakking geleverd. Controleer svp het toestel direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende delen op de leveringsbon en informeer de transporteur en Uw contractuele partner. Voor latere klachten kan geen waarborg aanvaard worden.
Beschrijving van het toestel
Het kameraircotoestel SV 261-681 beschikt over een REMKO SV... AT buitendeel alsook over een binnentoestel SV...IT.
Het buitendeel dient in koelbedrijf voor afgave van de van het binnentoestel uit de te koelen kamer ontnomen warmte aan de buitenlucht.
Het buitendeel is in buitenbereik of onder inachtname van bepaalde vereisten in binnenbereik monteerbaar.
Het binnentoestel is in binnenbereik voor valse zolderingen met Euroraster-afmetingen ontworpen. Onzichtbaar binnen de valse zoldering bevindt zich de cassette, zichtbaar is enkel de afdekking. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening.
Het buitendeel bestaat uit een koelkring met compressor, Lamellenvervloeier, vervloeierventilator en smoororgaan. De sturing van het buitendeel gebeurt via de regeling van het binnentoestel.
Het binnentoestel bestaat uit Lamellenverdamper, verdamperventilator, regeling en condenskuip.
Als toebehoren zijn winterregelingen, bodemconsoles, wandconsoles, koelmiddelleidingen, kabel-afstandsbedieningen en condenspompen verkrijgbaar.
Schema koelkring buitendeel

flowchart
graph TD
A["Vervloeierventilator"] --> B["Omkeerventiel"]
B --> C["Compressor"]
C --> D["Aansluiting manometer"]
D --> E["Aansluitingventiel Zuigleiding"]
C --> F["Aansluitingventiel Inspuitleiding"]
F --> G["Filterdroger Vervloeier"]
G --> H["Saroororgaan capillairbuis"]
Schema koelkring binnentoestel

Systeemopbouw

De verbinding tussen binnentoestel en buitendeel wordt met koelmiddelleidingen gemaakt.
Bediening
Het binnentoestel wordt comfortabel met de seriematige infrarood-afstandsbediening bediend. De overeenkomstige gegevensdoorgave wordt van het binnentoestel met een signaaltoon verlaten. Indien een programmering via de infrarood-afstandsbediening niet mogelijk is, kan het binnentoestel ook manueel bediend worden.
Manuele bediening
De binnentoestellen kunnen manueel in bedrijf genomen worden. Door indrukken van de toets RESET aan het ontvangstdeel van de afdekking wordt de automatische modus geactiveerd. In manuele werking geldt de volgende instelling:
Koelwerking: 24 °C, ventilatorsnelheid AUTO Door indrukken van een toets van de infrarood-afstandsbediening wordt de manuele werking onderbroken.
Aanduiding
De aanduidings-LED's lichten op overeenkomstig het ingestelde ventilatortoerental.
LED H rood = hoog ventilatortoerental
LED M geel = middel ventilatortoerental
LED L groen = laag ventilatortoerental

OPGELET
Knipperen de LED's, is er een storing van het binnentoestel (zie hoofdstuk storingsverhelping en klantendienst).
Ontvangstdeel aan binnentoestel
Ontvangstsdeel voor signalen van de afstandsbediening

Infrarood-afstandsbediening
De infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellingen over een afstand tot 6 m naar het ontvangstsdeel van het binnentoestel. Een ongestoorde ontvangst van de gegevens is enkel mogelijk, wanneer de afstandsbediening op het ontvangstsdeel gericht is en er geen voorwerpen de transmissie verhinderen.
Voorbereidend dienen de zich bij de levering bevindende batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening geplaatst te worden. Trek daartoe de klep van het batterijvakvak Ⓔ uit en plaats de batterijen in de poolrichiting (zie markering).
Max. afstand 6 m


AANWIJZING
Vervang ontladen batterijen direct door een nieuwe set, omdat het gevaar van uitlopen bestaat. Bij langere uitdienstnamen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen.
Toetsen van de afstandsbediening

Toetsen van de afstandsbediening
Toets „POWER“ met deze toets neemt U het toestel in bedrijf.
② Toets „TEMP“ Met deze toets wordt de gewenste temperatuur in een bereik van 16 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C ingesteld.
③ Toets „TIME-SET“ Met deze toets wordt de uurtijd ingesteld.
④ Toets „MODE“
Met deze toets wordt de bedrijfsmodus gekozen. Het binnentoestel beschiikt over 5 modussen:
-
Automatische modus (COOL/HEAT): In automatische modus wordt de temperatuur constant op de ingestelde theoretische waarde gehouden.
-
Koelmodus (COOL): In koelmodus wordt de opgewarmde kamerlucht op de ingestelde, koelere theoretische waarde afgekoeld.
-
Ontvochtigingsmodus (DRY): In deze modus wordt de kamer overwegend ontvochtigd.
-
Omgevingsluchtmodus (FAN): In omgevingsluchtmodus wordt enkel de lucht omgewenteld. De kamer wordt niet op temperatuur gebracht.
-
verwarmingmodus (HEAT): In verwarmingmodus wordt de koelere kamerlucht op de ingestelden, warmere theoretische waarde verwarmd.
⑤ Toets „SWING“ Deze toets activeert de oscillerende lamellen naar een betere luchtverdeling in de kamer, en maakt bijkomend een stoppen mogelijk van de lamellen.
⑥ toets „FAN“ Met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. 4 stappen staan ter beschikking: Automatische, hoge, midden en lage ventilatorstap.
7 Toets „TIME-OFF“ Met deze toets wordt het automatische uitschakelen van het binnentoestel geprogrammeerd.
⑧ Toets „TIME-ON“ Met deze toets wordt het automatische inschakelen van het binnentoestel geprogrammeerd.
⑨ Toets „C“ Met deze toets wordt de tijdinstelling geactiveerd.
10 Toets „R“ Met deze toets wordt de afstandsbediening in de levertoestand teruggeplaatst.
⑪ Toets „NETWORK“ Deze toets heeft geen functie.
⑫ Toets „SLEEP“ Na het indrukken van deze toets stijgt in koelwerking de theoretische temperatuur binnen binnen een uur automatisch met 1 °C, in verwarmingswerking wordt de theoretische temperatuur binnen een uur met 1 °C verminderd.
Toetsenfuncties
De doorgave van de instellingen wordt door een symbool in het display aangegeven.
POWER Toets

Activeert resp. deactiveert het binnentoestel met de POWER-toets. In het display verschijnen de voor de afschakeling van het toestel geprogrammeerde waarden en instellingen.

flowchart
graph LR
A["Power"] --> B["Display"]
B --> C["20°C"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
TEMP Toets

De toets TEMP maakt de instelling mogelijk van de gewenste theoretische temperatuur in 1 °C stappen. In omgevingsluchtmodus FAN is deze instelling niet mogelijk.

UURTIjD Toets C

Na indrukken van de lager gelegen toets C door middel van een kleine stift o. a., knippert de aanduiding van de uurtijd. Door de toets TIME-SET ingedrukt te houden wordt aanvankelijk langzaam en dan steeds sneller de aangegeven uurtijd verzet. Na succesvolle instelling wordt de toets C opnieuw ingedrukt om de uurtijd op te slaan. De aanduiding knippert niet meer.

flowchart
graph LR
A["Block A: 0:00"] -->|C| B["Block B: 0:00"]
B -->|TIME-SET| C["Block C: 0:02"]
C -->|C| D["Block D: 0:02"]
RESET Toets R

Na indrukken van de lager liggende toets R door middel van een kleine stift o. a., worden alle symbolen op het display vertoond.
Na ca. 5 seconden knippert enkel nog de aanduiding van de uurtijd. Na indrukken van de dieper gelegen toets C dient door aansluitend ingedrukt houden van de toets TIME-SET de uurtijd ingesteld worden. Na succesvolle instelling wordt de toets C opnieuw ingedrukt om de uurtijd op te slaan. De aanduiding knippert niet meer.

flowchart
graph LR
A["User Interface"] -->|R| B["Time Scale: 8:48 to 18:88"]
B -->|5 sec. C| C["Video Display: 0:00"]
C --> D["Uurtijdinstelling"]
MODE Toets

Druk de toets MODE in, wanneer U naar een andere modus wil wisselen. Ter beschikking staan 5 modussen:
- AUTO Automatische modus, automatische keuze van koel- of verwarmingswerking
- COOL Koelmodus, overwegend zomerwerking
- DRY Ontvochtigingsmodus, zomer- of winterwerking
- FAN Omgevingsluchtmodus, geen afgave van koel- of verwarmingprestatie
- HEAT Verwarmingmodus, overwegend winterwerking

Druk een- resp. meermaals de toets MODE in om naar de automatische modus te wisselen. In deze modus kiest de regeling, afhankelijk van de temperatuur, zelfstandig de COOL of HEAT modus en houdt de ingestelde temperatuurwaarde constant.
De FAN-instelling dient op AUTO ingesteld te worden.

flowchart
graph LR
A["MODE"] --> B["TEMP"]
B --> C["KOELEN of VERWARMEN"]
Modus COOL

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de koelmodus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamerlucht op de gewenste theoretische temperatuur af te koelen.
Stel de gewenste kamertemperatuur in door indrukken van de toetsen TEMP ▲ / ▼ in 1 °C stappen. Ligt de kamertemperatuur 1 °C boven de gewenste temperatuur en staat voldoende koelmedium ter beschikking, begint het binnentoestel daardoor de kamerlucht af te koelen. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 0,5 C° onderschreden, schakelt de regeling de koeling af.

AANWIJZING
Het is aan te bevelen de waarde, de theoretische temperatuur maximaal 6 °C onder de buitentemperatuur in te stellen, de automatische ventilatorsnelheid en de functie Swing te gebruiken.

flowchart
graph LR
A["MODE"] --> B["24°C"]
B --> C["KOELBEdRIJf"]
Modus DRY

Druk een- resp. meermaals de toets MODE in om naar ontvochtigingsmodus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamer ongeregeld te ontvochtigen. Na indrukken van de toets DRY kan de gewenste temperatuur en de lamellenstelling gekozen worden. Een instelling van het ventilatortoerental is niet mogelijk. In bepaalde intervallen wordt de ventilator uitgeschakeld, om de temperatuur aan de koelcontqiner te verlagen. Op basis van de geringe temperatuur wordt het dauwpunt van de lucht aan de lamellen onderschreden. De overbodige vochtigheid van de lucht condenseert aan de koelcontainer, de kamer wordt ontvochtigd.

flowchart
graph LR
A["MODE"] --> B["24°C"]
B --> C["3:00"]
C --> D["ONTVOchTIGINGSWERKING"]
Modus FAN

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de omgevingsluchtmodus te wisselen. In deze modus wordt het toestel als omgevingsluchttoestel gebruikt. Er wordt geen koel- of verwarmingprestatie aan de kamer afgegeven.

TIP
Met deze modus kan in de winter de opgeslagen warmte onder de afdekking in het onderste bereik van de kamer opegvraagd worden.

De toets SWING maakt een voortdurende en automatische vertikale lamellenplaatsing mogelijk. In ingeschakelde toestand wordt de gekoelde lucht beter in de kamer verdeeld. Wordt de toets SWING tijdens de Swingbewegung ingedrukt, stoppen de lamellen in de huidige positie. Een nogmaals indrukken van de toets zet de Swingfunctie weer in gang.

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de verwarming-modus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamerlucht op de gewenste theoretische temperatuur te verwarmen. De ventilator start pas bij het bereiken van een lamellentemperatuur van 38°C.
Stel de gewenste kamertemperatuur in door indrukken van de toetsen TEMP / in 1 °C stappen. Ligt de kamertemperatuur 1 °C onder de gewenste temperatuur, wordt de verwarmingswerking geactiveerd. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 1 C° overschreden, schakelt de regeling de verwarmingswerking af.

AANWIJZING
Het is aan te bevelen de theoretische temperatuur in te stellen op tot maximaal 28 °C, de maximale ventilatorsnelheid en de onderste lamelleninstelling heb gebruiken.

flowchart
graph LR
A["C"] --> B["MODE"]
B --> C["24°C"]
C --> D["VERWARMINGSWERKING"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
NETWORK Toets

De toets NETWORK is zonder functie.
SLEEP Toets

Na indrukken van de toets SLEEP verschijnt het symbool in het display en de kamertemperatuur wordt 30 minuten na de start van deze functie met 0,5 °C in koelmodus verhoogd en in verwarmingsmodus verlaagd. Na een verdere 30 minuten wordt de kamertemperatuur met 1 °C in koelmodus verhoogd en in verwarmingsmodus verlaagd. Na een verder uur wordt de kamertemperatuur constant op 2°C in koelwerking boven en in verwarmingswerking onder de aanvankelijke theoretische temperatuur gehouden. Deze temperatuur wordt constant aangehouden. Beëindigd wordt deze functie door indrukken van de toets POWER resp. SLEEP. Het symbool in het display verdwijnt.

flowchart
graph LR
A["KOELBEdRIJf"] --> B["SLEEP"]
B --> C["VERWARMINGSWERKING"]
C --> D["SLEEP"]
D --> E["SLEEP"]
TIME Toetsen
Inschakeltijd

Uitschakeltijd

De TIME-ON/-OFF toetsen worden gebruikt voor de programmering van een in- resp. uitschakeltijd, de TIME-SET toets voor de tijdsinstelling.
Door indrukken van de toetsen TIME-ON resp. TIME-OFF, wordt de timer geactiveerd en de uurtijdaanduiding verdwijnt. Het timersymbool naar inresp. uitschakeltijd knippert. Door indrukken van de toets TIME-SET wordt de gewenste in- of uitschakeltijd in stappen van 10 minuten ingesteld.
Na succesvolle programmering worden de instellingen aan het binnentoestel doorgegeven. Bij de inschakelvertraging door indrukken van de toets TIME-ON, bij de uitschakelvertraging door indrukken van de toets TIME-OFF. Het timersymbool knippert niet meer en het binnentoestel verlaat de programmering door een signaaltoon.
Wordt de geprogrammeerde tijd bereikt, schakelt het toestel automatisch in resp. uit. Wordt het binnentoestel automatisch ingeschakeld, worden de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd.
Het voortijdige wissen van de in- en uitschakeltijd gebeurt door indrukken van de overeenkomstige TIME-toets of door de toets POWER.
Inschakeltijd

flowchart
graph LR
A["*"] --> B["TIME-ON"]
B --> C["*"]
C --> D["23℃"]
D --> E["TIME-SET"]
E --> F["*"]
F --> G["23℃"]
G --> H["TIME-ON"]
H --> I["*"]
I --> J["23℃"]
J --> K["TIME-SET"]
K --> L["~9:07。"]
M["@5"] --> N["~10:30"]
O["@5"] --> P["~10:40"]
Q["@5"] --> R["~10:40"]
Uitschakeltijd

flowchart
graph LR
A["25°C"] --> B["TIME-OFF"]
B --> C["25°C"]
C --> D["8:50"]
D --> E["25°C"]
E --> F["9:00"]
F --> G["25°C"]
G --> H["9:00"]
Uitdienstname
Tijdelijke uitdienstname
- Laat het binnentoestel 2 tot 3 uur in omgevingsluchtwerking of in koelwerking met maximale temperatuurinstelling lopen, zodat de resterende vochtigheid uit het toestel verwijderd wordt.
- Neem de installatie door middel van de afstandsbediening uit dienst.
- Schakel de stroomvoorziening van het toestel af.
- Controleer het toestel op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in hoofdstuk „Service en onderhoud“ beschreven.
Definitieve uitdienstname
De opslag van het toestel en componenten dient volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde akbedrijven voor de opslag en herwaardering van verzamelplaatsen, uitgevoerd.
De Firma REMKO GmbH & Co. KG of Uw verantwoordelijke contractpartner geven U graag een vakbedrijf in Uw nabijheid.
Service en onderhoud
De regelmatige service en onderhoud waarborgen een storingsvrije werking en een lange levensduur van het toestel.
OPGELET
Voor alle werkzaamheden aan de toestelen dient de stroomvoorziening onderbroken te worden en beveiligd tegen opnieuw inschakelen!
Service
Hou het binnentoestel en buitendeel vrij van vervuiling, begroeiing en andere afzettingen.
Reinig het toestel enkel met een vochtige doek. Gebruik geen scherpe, krassende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Plaats geen waterstraal op het toestel.
Reinig voor het begin van een langere stilstandsperiode de lamellen van het binnentoestel en buitendeel.
Dek het buitendeel af met een kunststoffolie, om het binnendringen van vervuiling in het toestel te verhinderen.
Onderhoud
Wij bevelen aan een onderhoudscontract met jaarlijks onderhoudsinterval met een overeenkomstige vakfirma af te sluiten.
TIP
Zo waarborgt U telkens de bedrijfsveiligheid van de installatie!
| WerkwijzeControlee/Onderhoud/Inspectie | Indienstname | Maandelijks | Halfjaarlijks | Jaarlijks |
| Algemeen | ● | ● | ||
| Spanning en stroom controleren | ● | ● | ||
| Functie compressor/ventilatoren controleren | ● | ● | ||
| Functie ventilator controleren | ● | ● | ||
| Vervuiling vervloeier/verdamper | ● | ● | ||
| Koelmiddelvulhoeveelheid controleren | ● | ● | ||
| Condensafloop controleren | ● | ● | ||
| Isolatie controleren | ● | ● | ||
| Bewegende delen controleren | ● | ● |
Reiniging van de afdekking aan het binnentoestel
- Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel.
- Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar onder. De filter wordt door zijdelings ingeschroefde lussen aan het rooster gehouden (afbeelding 1).
- Reinig het rooster en de afdekking met een licht bevochtigde doek.
- Schakel de stroomvoorziening weer in.
Luchtfilter van het binnentoestel
Reinig de luchtfilter in een interval van maximum 2 weken. Verminder deze tijdspanne bij sterk verontreinigde lucht.
- U kan vervuilingen ook voorzichtig met lauwwarm water en een zacht reinigingsmiddel verwijderen (afbeelding 4). Draai daartoe de verontreinigde zijde naar onder.
- Laat de filter bij gebruik van water eerst volledig luchtdrogen, vooraleer deze terug in het toestel te plaatsen.
- Plaats de filter voorzichtig. Let daarbij op de correcte plaatsing.
- Sluit de afdekking zoals hierboven beschreven in omgekeerde volgorde.
- Schakel de stroomvoorziening weer in.
- Schakel het toestel weer in.
Reiniging van de condenspomp
In het binnentoestel bevindt zich een ingebouwde condenspomp, die het optredende condens naar hoger gelegen aflopen pompt.
De pomp is in ruime mate onderhoudsvrij. Laat toch de condensleidingen op regelmatige afstanden op vervuilingen controleren en reinig deze indien nodig.
Zou daarenboven een externe pomp gebruikt worden, let bij de servivce en onderhoud op de afzonderlijke Bedieningshandleiding.
Reiniging van de filter aan het binnentoestel
- Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel.
- Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar onder (afbeelding 1). De filter wordt door zijdelings ingeschroefde lussen aan het luchtinlaatroosters gehouden.
- Kip de filter om en trek deze eruit (afbeelding 2).
- Reinig de filter met behulp van een gewone stofzuiger (afbeelding 3). Draai daartoe de verontreinigde zijde naar boven.
1 Luchtinlaatsrooster open

3 Reiniging met de stofzuiger

4 Reiniging met lauwwarm water

Het toestel en componenten worden met de modernste vervaardigingsmethoden vervaardigd en meermaals op foutloze werking gecontroleerd. Zouden alsnog storingen optreden, controleer svp de functie volgens onderstaande lijst. Wanneer alle functiecontroles uitgevoerd zijn en het toestel nog steeds niet zonder defect werkt, verwittig svp Uw vakhandelaar!
Functiestoring
| Storing mogelijke oorzaak | Controle Oplossing | ||
| Het toestel start niet of schakelt zich zelf-standig uit. | Stroomuitval, onderspanning, netstroombeveiliging defect / hoofdschakelaar uitgeschakeld | Werken alle andere elektrische bedrijfsmiddellen? | Spanning controleren ev. wachten op terug inschakelen |
| Netstroomtoevoerleiding beschadigd | Werken alle andere elektrische bedrijfsmiddellen? | In werking zetten door een vakbedrijf | |
| Wachttijd na het inschakelen te kort | Zijn na de herstart ca. 5 Minuten verlopen? | Langere wachttijden inplannen | |
| inzettemperatuurbereik onder-/overschreden | Werken de ventilatoren van het binnentoestel en buitendeel? | Temperatuurbereiken van binnentoestel en buitendeel in het oog houden | |
| Overspanningen door onweer | Waren er de laatste tijd regionale blikseminslagen? | Afschakeling van de netstroombeveiliging en opnieuw inschakelen / controle door vakbedrijf | |
| Storing van de externe condenspomp | Heeft de pomp een storgsafschakeling doorgevoerd? | Pomp controleren ev. reinigen | |
| Het toestel reageert niet op de afstandsbediening. | Zendafstand te groot/ ontvangst gestoord | Bij indrukken van toets signaaltoon aan binnentoestel? | Afstand tot op minder dan 6 m brengen en standplaats wisselen |
| Afstandsbediening defect | Werkt het toestel in manuele werking? | Afstandsbediening vervangen | |
| ontvangst- resp. zenddeel krijgt te sterke zonneinstraling | Is de functie bij beschaduwing gegeven? | Zenddeel resp. ontvangstdeel beschaduwen | |
| Elektromagnetische velden storen de transmissie | Is de functie na uitschakelen eventuele storingsbronnen gegeven? | Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige werking van storingsbronnen | |
| toets van FB ingeklemd / dubbele toetsenbediening | Verschijnt het "zend"-symbool in de aanduiding? | toets ontgrendelen / enkel een toets indrukken | |
| batterijen van de afstandsbediening leeg | Werden nieuwe batterijen geplaatst? Is de aanduiding onvolledig? | Nieuwe batterijen plaatsen | |
| Het toestel werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingprestatie. | Filter is verontreinigd / luchtinlaat-/uitlaatopening door vreemde voorwerpen geblokkeerd | Werden de filters gereinigd? Filterreiniging doorvoeren | |
| Vensters en deuren geopend. Warmte-/resp. koelbelasting werd verhoogd | Was er een architectonische / gebruiksmatige wijziging? | Vensters en deuren sluiten / extra installaties monteren | |
| Geen koel- resp. verwarmingswerking ingesteld | Is het koel-/verwarmingssymbool in de aanduiding geactiveerd? | Instelling van het toestel corrigeren | |
| Lamellen van het buitendeel door vreemde voorwerpen geblokkeerd | Werkt de ventilator van het buitendeel en zijn de lamellen vrij? | Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderen | |
| Ondichtheid in koelkring | Is er rijpvorming aan de lamellen van het binnentoestel zichtbaar? | In werking stellen door vakbedrijf | |
| Aan het toestel komt condenswateruit. | Afloopbuis van de verzamelcontainer verstopt / beschadigd | Is de ongehinderde condensafloop gewaarborgd? | Reinigen van de afloopbuis en de verzamelcontainer |
| Externe condenspomp resp. vlotter defect | Is de condenskuip vol water en werkt de pomp? | Pomp door vakfirma laten vervangen | |
| Er bevindt zich niet afgelopen condens in de condensleiding | Is de condensleiding met niveau-verschil geplaatst? | Condensleiding met niveauverschil plaatsen, resp. reinigen | |
| Condens kan niet afgeleid worden | Zijn de condensleidingen vrij en met niveauverschil geplaatst? Werken de condenspomp en de vlotterschakelaar? | Condensleiding met niveauverschil plaatsen, resp. reinigen / is de vlotterschakelaar resp. de condens-pomp defect, deze laten vervangen | |
| Vlotter kleeft of klemt wegens hoog aandeel aan vervuiling. | Knipperen de LED's aan ontvangstdeel van het binnentoestel? | Door vakfirma laten reinigen. |
Storingsaanduiding door knippercode
| h(Rood) | M(Geel) | L(Groen) | Oorzaak Wat te doen ? | |
| aan | Ventilator hoge stap | Normale bedrijfstoestand | ||
| aan | Ventilator middel stap | Normale bedrijfstoestand | ||
| aan Ventilator kleine stap Normale bedrijfstoestand | ||||
| knippert | Verwarmingbedrijf: Opwarmfase Normale bedrijfstoestand | |||
| knippert Verwarmingbedrijf: Afkoelfase Normale bedrijfstoestand | ||||
| knippert | aan Verwarmingbedrijf: Ontdooifase van het buitendeel Normale bedrijfstoestand | |||
| aan knippert knippert | Vorstbeschermingsensor binnentoestel defect/reageert | vakhandelaar contacteren | ||
| knippert | Koelwerking: Vorstbescherming binnentoestel Ca. 1 minuut wachten | |||
| knippert | aan | Verwarmingbedrijf: Oververhittingsbescherming binnentoestel | Ca. 1 minuut wachten | |
| knippert | knippert Temperatuursensor buitendeel defect/reageert | vakhandelaar contacteren | ||
| knippert | knippert | Omgevingsluchttemperatuursensor binnentoestel defect/reageert | vakhandelaar contacteren | |
| knippert | aan | knippert | Lagedrukstoring (enkel extern) | vakhandelaar contacteren |
| knippert | knippert | Hogedrukstoring (enkel extern) | vakhandelaar contacteren | |
| knippert | knippert aan | Geen verschil vorstbescherming-/omgevingsluchtsensor | vakhandelaar contacteren | |
| knippert | knippert knippert | Vlotterschakelaar condenspomp defect/reageert | vakhandelaar contacteren | |
Montageaanwijzing voor vakpersoneel
Belangrijke aanwijzing voor de installatie
■ Breng het toestel in de originele verpakking zo kort mogelijk bij de montageplaats. Zo vermijdt U transportschade.
Controleer de verpakkingsinhoud op volledigheid en het toestel op zichtbare transportschade. Meldt eventuele defecten direct aan Uw contractuele partner en de transporteur.
■ Hef het toestel bij de hoeken en niet bij de koelmiddel- of condensaansluitingen.
De koelmiddelleidingen (inspuit-en zuigleiding), ventielen en de verbindingen zijn stoomdiffuusdicht te isoleren. Eventueel dient ook de condensleiding geïsoleerd te worden.
Kies een montageplaats, die een vrije luchtinlaat en -uitlaat waarborgt. (zie deel „minimum vrije ruimte“).
Installeer het toestel niet in de onmiddellijke nabijheid van toestelen met intensieve warmtestraling.
De montage in de nabijheid van warmtestralingen vermlindert de toestelprestatie.
Open de afsluitventielen van de koelmiddelleidingen pas na beëindiging van de volledige installatie.
Bescherm open koelmiddelleidingen tegen de inlaat van vochtigheid door geschikte kappen, resp.
kleefbanden en knik of druk nooit de koelmiddelleidingen in.
Vermijdt onnodige buigingen. Zo minimaliseert U het drukverlies in de koelmiddelleidingen en waarborgt U de vrije terugstroming van compressoroliën.
Tref bijzondere voorzieningsmaatregelen met betrekking tot de olieterugstroming, wanneer het buitendeel boven het binnentoestel geplaatst is. (zie deel olieterugstromingsmaatregelen).
Overschrijdt de enkele lengte van de koelmiddelleiding 5 meter, dient koelmiddel toegevoegd te worden. De hoeveelheid van het extra koelmiddel kan U vinden in hoofdstuk „koelmiddel toevoegen“.
- Gebruik uitsluitend de bij de levering verkregen overtrekmoeren van de koelmiddelleidingen en verwijder deze pas kort voor het verbinden met de koelmiddelleidingen.
■ Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE voorschriften.
bevestig elektrische leidingen steeds overeenkomstig de elektroklemmen.
Het zou tot brand kunnen komen.
■ Voor
onderhoudswerkzaamheden aan
schakelkasten dienen de in de
tussendeksels revisieopeningen voorzien te worden.
■ eventuele verluchtingskanalen resp. -buizen voor een tweede kameraansluiting resp. een verse luchtaansluiting dienen inclusief de aansluitingsstukken met diffuusdichte warmteafscherming voorzien te worden.
Wanddoorbreking
Er dient een wanddoorbreking gemaakt te worden van minimum 70 mm diameter en 10 mm niveauverschil van binnen naar buiten per binnentoestel.
Wij bevelen aan, het gat binnen te polijsten of bv. met een PVC-buis te bekleden, om beschadigingen aan de leidingen te vermijden.
Na succesvolle montage dient de wanddoorbreking architectonisch met een gepast dichtingsmiddel afgesloten te worden.
Gebruik geen cementof kalkhoudende stoffen!
leidingen in wanddoorbreking

Montagemateriaal
Het binnentoestel wordt door middel van 4 architectonisch te plaatsen draadstangen bevestigd.
Om de installatie volledig door te kunnen voeren, zijn overeenkomstige spieën, trapeziumvormige plaathangers, profielstaal, ringen voorkoelmiddelen condensleidingen (resp. verplaatskanalen) en aansluitingsstukken voor de condensleiding nodig.
Keuze van de installatiesplaats
Binnentoestel
Het binnentoestel is ontworpen voor een montage in horizontale tussendak met Euroraster-afmetingen. Het kan echter ook in tussendak met andere maten geplaatst worden.
Hou rekening met de montagehoogte van het toestel met minstens 258 mm bij SV 261 en SV 351, minstens 298 mm bij SV 521 en SV 681.
Buitendeel
Het buitendeel is voor een horizontale staande montage in buitenbereik ontworpen.
De opstellingsplaats van de toestellen dient horizontaal, vlak en vast te zijn. Bijkomend dient het toestel beveiligd tegen omkippen. Het buitendeel kan zowel buiten als ook binnen een gebouw opgesteld worden.
Bij de buitenmontage let svp op de volgende aanwijzingen ter bescherming van de toestellen voor onweersinvloeden.
Regen
Het toestel is bij vloer- of dakopstelling met min. 10 cm vloer vrije ruimte te monteren. Een vloerconsole is als toebehoren verkrijgbaar.
zon
De vervloeier van het buitendeel is een warmteafgevend bouwdeel. Zonnestraling verhoogt extra de temperatuur van de lamellen en vermindert daarmee de warmteafgave van de lamellenwisselaars. Het buitendeel dient zo mogelijk aan de noordzijde van het betreffende gebouw opgesteld te worden. architectonisch dient in dit geval een beschaduwing opgesteld te worden. Dit kan door een kleine dakbedekking gebeuren. De uitgaande warme luchtstroom mag door de maatregelen echter niet beïnvloed worden.
Wind
Wordt het toestel overwegend in windige omgevingen geïnstalleerd, dient erop gelet, dat de uitgaande warm luchtstroom met de hoofdwindrichting afgevoerd wordt. Is dit niet mogelijk, voorzie dan architectonisch eventueel een windbescherming. Let er op, dat de windbescherming de luchttoevoer van het toestel niet beïnvloedt.
Windbescherming

Sneeuw
In gebieden met sterke sneeuwval dient voor het toestel een montage aan de wand vorzien te worden.
De montage dient dan min. 20 cm boven de te verwachten sneeuwhogte te gebeuren, om het binnendringen van sneeuw in het buitendeel te verhinderen. Een wandconsole is als toebehoren verkrijgbaar.
Minimum afstand tot sneeuw

Opstelling binnen gebouwen
Zorg voor een toereikende warmteafvoer, wanneer het buitendeel in de kelder; op het dak, in een kamer ernaast of in hallen opgesteld wordt (afbeelding 5).
Installeer een extra ventilator, die over dezelfde luchtvolumestroom beschikt als deze van de in de kamer van het op te stellen buitendeel en de eventuele extra drukverlies door luchtkanalen kab compenseren (afbeelding 5).
■ Waarborg een continu ongehinderde luchttoevoer van buiten, zo mogelijk door tegenover elkaar liggende, voldoende grote lucht-OPENING (afbeelding 5).
Hou U aan de statische en speciale bouwtechnische voorschriften en voorwaarden met betrekking tot gebouwen en voorzie ev. een geluidsdemping.

flowchart
graph TD
A["Opstelling binnen gebouwen"] --> B["Warmlucht"]
B --> C["Licht-schacht"]
C --> D["Extra ventilator"]
D --> E["Warme lucht"]
E --> F["Buitendeel"]
F --> G["Koude frisse lucht"]
G --> H["Licht-schacht"]
Minimumvrije ruimte
De minimum vrije ruimte dient te worden voorzien vooronderhoudsen herstellingswerkzaamheden en onder andere voor de optimale luchtverdeling.
Minimum vrije ruimte

Alle aanduidingen in mm
SV 261 AT SV 351 AT SV 521 AT SV 681 AT
| A 100 mm 150 mm | |
| B 700 mm 900 mm | |
| C 400 mm | |
| D 100 mm 150 mm | |
| E 200 mm 400 mm 600 mm |
Olieterugstroommaatregelen
wordt het buitendeel op een hoger niveau geplaatst dan het binnentoestel, dienen gepaste olieterugstroommaatregelen getroffen te worden. Dit gebeurt in de regel door het maken van een oliehefboog, die elke 2,5 stijgende meter dient geïnstalleerd te worden.
Olieterugstroommaatregelen

installatie

AANWIJZING
De installatie mag enkel door gemachtigd vakpersonal uitgevoerd worden.
Toestelinstallatie
Het binnentoestel wordt aan vier draadstangen met de afdekking naar onder, onder inachtname van het dakraster en eventuele inbouwen, geïnstalleerd.
- Markeer volgens de afmetingen van de ingezette dakcassette (afbeelding 8) de bevestigingspunten van de draadstangen aan statisch toelaatbare bouwwerkdelen en boven het tussendak.
- dienen een tweede kamer- en frisse luchtaansluitingen ingebouwd te worden, dienen de vereiste aansluitingssteunen
voor de toestelmontage aangebouwd te worden. Zie deel tweede kamer- en frisse luchtaansluiting.
- Zet het binnentoestel in de draadstangen en breng het toestel via de onderste moer in een horizontale positie (afbeelding 9).
Enkel zo is de afloop van het condenswater in de opvangkuip gewaarborgd. - Hou daarbij de afstand maat A, (afbeelding 10) zoals in de tabel hieronder aangegeven, tussen onderzijde van de ophanging en de onderzijde van de bevestiging aan.
-
Sluit, zoals verder beschreven, de koelmiddel-, elektro- en condensleiding aan het binnentoestel aan.
-
controleer noghmaals de horizontale oprichting van het toestel.
- trek afsluitend de tegenmoer aan en monteer de afdekking.
8 Toestelophanging

Alle afmetingen in mm
Aansluiting van de koelmiddelleidingen
De architectonische aansluiting van de koelmiddelleidingen gebeurt aan de zijkant van de achterzijde van het toestel.
Eventueel dient aan het binnentoestel een reductie, resp. vergroting geïnstalleerd te worden. Deze schroeven zijn seriematig extra bijgeleverd bij het binnentoestel. Na succesvolle montage dienen de verbindingen stoomdiffuusdicht geïsoleerd te worden.
9 Toestel inhangen

10 Toestel bevestigen

Afmetingen in mm SV 261-681
Afstand A 35 mm
Afstand B 25 mm
Toestelophanging 615 mm x 280 mm
OPGELET
De toestellen zijn werkmatig met een vulling van droge stikstof voor dichtheidscontrole voorzien. De onder druk staande stikstof ontsnapt bij het lossen van de overtrekmoeren.
De volgende aanwijzingen beschrijven de installatie van de koelkringen en de montage van binnentoestel en buitendeel.
-
Neem de vereiste buisdiameter svp uit de tabel „Technische gegevens“.
-
verwijder de werkmatige beschermkappen alsook de overtrekmoeren van de aansluitingen en gebruik deze voor de verdere montage.
- Vergewis U ervan, vooraleer de koelmiddelleidingen af te vlakken, dat de overtrekmoeren op de buis voorhanden zijn.
- Bewerk de geplaatste koelmiddelleidingen zoals hierna voorgesteld (afbeelding 11+12).
- controleer of afvlakking een correcte vorm heeft (afbeelding 13).
- Maak nu de verbinding van de koelmiddelleidingen met de aansluiting manueel, om een juiste plaatsing te waarborgen.
- bevestig nu definitief de schroeven met 2 beksleutels met gepaste sleuitelwijdte. Hou tijdens het schroeven in elk
11 Ontbramen van de koelmiddelleiding

13 Correcte afvlakvorm

geval met een beksleutel tegen (afbeelding 14).
- Gebruik enkel voor het temperatuurbereik inzetbare en diffuusdichte isolatieslangen.
- Plaats de koelmiddelleidingen van binnentoestel naar buitendeel. Let op een voldoende bevestiging en tref ev. maatregelen voor de olieterugstroming!
- Let bij de montage op de buigradius van de koelmiddelleidingen en buig nooit tweemaal op dezelfde plaats aan een buis. Broosheid en breekgevaar kunnen het gevolg zijn.
- installeer het buitendeel met de wand- resp. vloerconsole aan statisch toelaatbare gebouwdelen (installatieaanwijzingen van de consoles in het oog houden).
12 Afvlakken van de koelmiddelleiding

14 Schroeven aantrekken

- Verzeker U ervan, dat geen geluiden van voorwerpen op delen van het gebouw worden overgedragen. Overdragingen van geluiden van voorwerpen worden verminderd door trillingsdempers!
- Bewerk de koelmiddelleiding in het bereik van het buitendeel, zoals voorheen beschreven.
Bijkomende aanwijzingen voor installatie.
Is de enkele lengte van de verbindingsleiding langer dan 5 m, dan dient bij de eerste indienstname van de installatie koelmiddel toegevoegd te worden. zie hoofdstuk „koelmiddel toevoegen“
AANWIJZING
Er mogen enkel werktuigen en componenten gebruikt worden, die voor de inzet in het koelbereik toegelaten zijn.
Kamer ernaast- en frisse luchtaansluiting
Het binnentoestel is voor de koeling van een tweede kamer en onafhankelijk daarvan, klaar voor de inbreng van frisse lucht.
Montageaanwijzing
Voor montage van de frisse luchtaansluiting en de ansluitingen van de kamer ernaast gaat U als volgt te werk:
-
Let er op, dat U zich direct achter de te verwijderen opening van de lamellen van de verdamper bevindt, en deze in geen enkel geval beschadigd mogen worden (Blz. 22, afbeelding 8).
-
Verwijder voorzichtig de afscherming achter de opening (afbeelding 9).
- Breek nu de overeenkomstige opening door (afbeelding 10).
- Hou de verluchtingsbuis zo kort mogelijk en plaats deze met zo weinig mogelijk buigingen.
- Let er op, dat de bandkragen, schroeven, Flex-/wikkelschaarnierbuis en afschermstoffen architectonisch aan te brengen zijn. De genoemde delen zijn in de vakhandel verkrijgbaar (afbeelding 11).
Aansluiting kamer ernaast
Het binnentoestel biedt de mogelijkheid, een kamer ernaast via een kanalisatiesysteem, bv. in een afhangende afdekking, mee te koelen. Daartoe dienen volgende voorwaarden vervuld te zijn:
De koelprestatie van het binnentoestel dient toereikend te zijn voor de koeling van beide kamers.
Tussen de beide kamers dient een opening geschapen te worden, die een luchtcirculatie tussen de beide kamers toelaat.
- Een maximale buislengte van 7 m mag niet overschreden worden.
Om het transport van de lucht in de kamer ernaast te waarborgen, dienen 1 resp. 2 van de 4 uitlaatopeningen van de afdekking afgesloten te worden. Kleef daartoe een zwarte, eenzijdig gele klevende stoffen strook op de af te sluiten openingen. De strook dient de belasting door de luchtstroom stevig tegen te houden.
Kamer ernaast- en frisse luchtaansluiting

Frisse luchtaansluiting
Zoals reeds beschreven bestaat de mogelijkheid met het binnentoestel ook frisse lucht (buitenlucht), extra aan te zuigen aan de kamerlucht, en deze op temperatuur te brengen.
Deze variante wordt bij voorkeur gebruikt in kamers met zich snel verbruikende lucht.
Let op de regionale voorschriften voor luchtbehandeling.
Voor de frisse luchtaansluiting dient een bandkraag NW 70 mm gemonteerd te worden.
Het aandeel frisse lucht mag niet meer bedragen dan 10 % van de nominale luchtvolumestroom van het toestel. De toevoer van frisse lucht dient door de inzet van een bijkomende, toerentalgeregelde ventilator te gebeuren.
Om het binnendringen van regenwater te verhinderen, mag de lucht aan de buitenluchtinlaat met een snelheid van maximaal 2,5 m/s via een stoffilter aangezogen worden.
Voor de aansluiting van de ventilator is een architectonisch te plaatsen, afzonderlijk te beveiligen elektro-installatie noodzakelijk.
8 Uitstansing verwijderen

9 Afscherming voorzichtig verwijderen

10 Opening doorbreken

Er mogen enkel een frisse lucht- en een kamer ernaastaansluiting gebruikt worden!
Aansluiting kamer ernaast
Frisse luchtaansluiting


Dichtheidscontrole
Zijn alle verbindingen gemaakt, wordt het manometerstation als volgt aan de overeenkomstigen Schraderventielaansluitingen aangesloten, in zoverre voorhanden:
rood = klein ventiel
= inspuitdruk
blauw = groot ventiel
= zuigdruk
Na succesvolle aansluiting wordt de dichtheidscontrole met droge stikstof doorgevoerd.
Voor de dichtheidscontrole worden de gemaakte verbindingen met lekzoekspray besproeid. Indien blazen zichtbaar zijn, is de verbinding niet correct uitgevoerd. trek dan de schroeven vaster aan of maak ev. een nieuwe afvlakking.
Na succesvolle dichtheidscontrole wordt de overdruk uit de koelmiddelleidingen verwijderd en een vacuümpomp met een absolute einddeeldruk van min. 10 mbar in bedrijf gezet, om een luchtledige kamer in de leidingen te bekomen. Bijkomend wordt indien voorhanden vocht uit de leidingen verwijderd.
OPGELET
Er dient een vacuum van min. 20 mbar abs. gecreëerd worden!
De duur van de vacuümcreatie richt zich naar de buisleidingsvolumen van het binnentoestel en de lengte van de koelmiddelleidingen, doch bedraagt minstens 60 minuten. Wanneer vreemde gassen en vocht volledig uit het systeem verwijderd zijn, worden de ventielen van het manometerstation gesloten en de ventielen van het buitendeel, zoals in hoofdstuk „indienstname“ beschreven, geopend.
Condensaansluiting
Op basis van de dauwpuntonderschrijding aan de container komt het tijdens de koelwerking tot condensvorming. Onder de container bevindt zich een opvangkuip met seriematige condenspomp en vlotterschakelaar. de vlotterschakelaar dient op basis van defecte afvoervan de condenss een veiligheidsafschakeling door te voeren, schakelt de pomp direct in en loopt ca. drie minuten na.
De architectonische condensleiding dient geplaatst met een niveauverschil van min. 2 %. Eventueel dient een stoomdiffuusdichte isolatie voorzien te worden.
Bevindt het niveau van de condensleiding aan het toestel zich boven de toesteluitlaat, dan dient de leiding vertikaal naar boven (max. 1000 mm vanaf de onderkant van het toestel) en dan met niveauverschil naar de afvloeiing geplaatst.
Voer de condensleiding van het toestel vrij in de afloopleiding. Ingeval condens in een afwaterleiding gevoerd wordt, voorzie een sifon als geurafsluiting.
Bij een toestelwerking beneden 0 °C buitentemperatuur dient gelet op een vorstveilige plaatsing van de condensleiding. Ev. dient een buisverwarming voorzien.
Na succesvolle plaatsing dient de vrije afloop van condens gecontroleerd te worden en een permanente dichtheid verzekerd te worden.
Condensaansluiting - foutief! Condensaansluiting - juist!
Ver uit elkaar liggende stijgleiding

min. 2% niveauverschil

Elektrische aansluiting
Bij de toestellen is een stroomnettoevoerleiding als stroomvoorziening aan het buitendeel en een stuurleiding naar het binnentoestel te installeren en overeenkomstig te beveiligen.
OPGELET
Alle elektrische installaties dienen door vakondernemingen uigevoerd te worden. De montage van de elektro-aansluitingen dient spanningsvrij te gebeuren.
Wij bevelen aan,
architectonisch een hoofd-
/herstellingsschakelaar in de
nabijheid van het buitendeel te
installeren.
De klemlijsten van de aansluitingen bevinden zich aan de achterzijde van het toestel. Na de installatie kunnen metingen, na het verwijderen van de afdekking, van de voorzijde gebeuren.
Wordt bij het toestel een als toebehoren verkrijgbare condenspomp ingezet, is ev. bij het gebruik van de afschakelcontact van
de pomp een bijkomend relais voor de verhoging van de schakelprestatie, voor afschakeling van de compressor, noodzakelijk.
Worden de leidingen in bereiken met sterke magnetische velden geplaatst, dienen de stuurleidingen als afgeschermde leiding uitgevoerd te zijn.
De elektrische beveiliging van de installatie gebeurt volgens de technische gegevens.
OPGELET
Alle elektrische stekker- en klemverbindingen dienen op hun vaste plaatsing en stevig contact gecontroleerd en ev. nagetrokken te worden.
Aansluiting van het binnentoestel
Voer de aansluiting op volgende wijze uit:
- Open het luchtinlaatrooster.
- Los de afdekking aan de rechterzijde en onder rechts aan de achterzijde (afbeelding 12).
- Verbindt het toestel met de stuurleiding van het buitendeel. Zie elektrisch aansluitschema.
- Bouw het toestel weer tesamen.
12 Aansluiting van het binnentoestel

Aansluiting van het buitendeel
Voor de aansluiting van de leiding gaat U als volgt te werk:
- Demonteer het toesteldeksel.
- verwijder de zich bij de aansluiting bevindende zijwand.
-
Kies de diameter van de aansluitingleiding volgens de voorschriften.
-
Voer de beide leidingen door de kantenbeschermingsringen van de vaststaande aansluitingsplaat.
- Klem de leidingen volgens het aansluitingschema aan.
- Veranker de leiding in de trekontlasting en bouw het toestel weer tesamen. (afbeelding 13).
13 Aansluiting van het buitendeel

Elektrisch aansluitschema
Aansluiting SV 261-681
Binnentoestel Buitendeel Netstroomleiding

flowchart
graph TD
A["PEPE PE"] --> B["Stuurleiter 1"]
A --> C["Stuurleiter 2"]
A --> D["Stuurleiter 3"]
A --> E["Buitengeleider 1"]
A --> F["Compressorbeveiliging Omkeerventiel Ventilatormotor Bescherminggeleider"]
G["Sensor ondooing buitendeel in onderste derde van de vervloeier aan buisbogen monteren."] --> H["Sensor ondooing buitendeel in onderste derde van de vervloeier aan buisbogen monteren."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#ccf,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
N = Neutraalgeleider
= Beschermingsgeleider
F = Ventilatormotor
LP/LP = Lagedrukschakelaar (enkel extern)
HP/HP= Hogedrukschakelaar (enkel extern)
O/O = Sensor ontdooiing buitendeel
SV 261-681 AT
Vervloeierventilator

Nestroomleiding 230V / 1\~ / 50 Hz
Kleuraanduiding
WH = wit
BU = blauw
BR = bruin
BK = zwart
Voor de indienstname
Na succesvolle dichtheidscontrole is de vacuümpomp door middel van het manometerstation aan de ventielaansluitingen van het buitendeel (zie hoofdstuk „dichtheidscontrole“) aan te sluiten en een vacuum gecreëerd te worden.
Voor de eerste indienstname van het toestel en na ingriipen in de koelkringloop, dienen de volgenden controles doorgevoerd en in het indienstnameprotocol genoteerd te worden:
Controle van alle koelmiddelleidingen en - ventielen met lekzoekspray of zeepwater op dichtheid en op per ongeluk verwisselen van zuig- en inspuitleiding. Bij stilstand van het toestel.
Controle van de koelmiddelleidingen en de afscherming op beschadigingen.
Controle van de elektrische verbinding tussen binnentoestel en buitendeel op juiste polariteit.
Controle van alle bevestigingen, ophangingen etc. op correcte houding en correct niveau.
Koelmiddel toevoegen
Het toestel bezit een koelmiddelbasisvulling. Daarenboven dient bij koelmiddelleidingslengten van meer dan 5 meter enkele lengte per kring een bijkomende vulhoeveelheid aan koelmiddel, overeenkomstig de navolgende tabel, bijgevoegd te worden:
| SV261 | SV351 | SV521 | SV681 | |
| Enkele leidingslengten | Bijkomende vulhoeveelheden | |||
| Tot en met 5 m | - | |||
![]() | 25g/m | 25g/m | 25g/m | 45g/m |
OPGELET
Tijdens de omgang met koelmiddel dient overeenkomstige beschermingkleding gedragen te worden.
OPGELET
Let er op dat het gebruikte koelmiddel steeds in vloeiende vorm bijgevuld wordt!
AANWIJZING
De koelmiddelvulhoeveelheid dient gecontroleerd te worden aan de hand van de oververhitting
Indienstname
AANWIJZING
De indienstname is enkel door speciaal opgeleid vakpersonal door te voeren en overeenkomstig te documenteren.
Nadat alle bouwdelen aangesloten en gecontroleerd werden, kan de installatie in bedrijf genomen worden. Ter beveiliging van de overeenkomstige functies dient voor de overgave aan de gebruiker een functiecontrole doorgevoerd te worden, om eventuele onregelmatigheden tijdens de toestelwerking te onderkennen.
functiecontrole en testloop
Controle van de volgenden punten:
Dichtheid van de koelmiddelleidingen.
Gelijkmatige loop van compressor en ventilator.
Afgave koude lucht aan binnentoestel en verwarmde lucht aan buitendeel in koelwerking.
- Functiecontrole van het binnentoestel en alle programmaaflopen.
Controle van de oppervlaktetemperatuur van de zuigleiding en doorgave van de verdamperoververhitting. Hou voor de temperatuurmeting de thermometer aan de zuigleiding en trek van de gemeten temperatuur, de aan de manometer afgelezen kookpunttemperatuur af.
Documentatie van de gemeten temperatuuren in indienstnameprotocol.
Functietest van werkingsmodus koelen en verwarmen
- Neem de afsluit-kappen van de ventielen.
- Begin de indienstname, waarbij U de afsluitventielen van het buitendeel kortstondig opent, tot de manometer een druk van ca. 2 bar aangeeft.
- controleer de dichtheid van alle gemaakte verbindingen met lekzoekspray of geschikte toestellen.
- Heeft U geen lekken
vastgesteld, open de afsluitventielen door draaien, in tegenwijzerzin, met een zeskantsleutel tot aan de aanslag. Werden ondichtheden vastgesteld, dient de foutieve verbinding opnieuw gemaakt te worden. Een nieuwe vacuumcreatie is beslist vereist!
- schakel de architectonische hoofdschakelaar resp. de zekering in.
- schakel het toestel via de afstandsbediening in en kies de koelmodus, maximaal ventilatortoerental en laagste theoretische temperatuur.
- Meet alle vereiste waarden, draag deze over in het indienstnameprotocol en controleer de veiligheidsfuncties.
- controleer de toestelsturing met de in hoofdstuk „bediening“ beschreven functies. timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheiden en het omschakelen in de verluchtingsresp. ontvochtigingsmodus.
- Controleer de werking vqn de condensleiding, waarbij U gedistilleerd water in de condenskuip giet. Het is aan te bevelen hiervoor een bekfles te gebruiken, die het water in de condenskuip kan voeren.
- schakel het binnentoestel in de koelmodus.
-
Controleer tijdens de testloop alle regel-, stuur- en veiligheidsinrichtingen op werking en correcte instelling.
-
Controleer de toestelsturing van het binnentoestel aan de hand van de in de bedieningshandleiding beschreven functies. Timer, temperatuurinstellingen en alle modusinstellingen.
- Meet de oververhitting, buiten-, binnen-, uitlaat- en verdampingstemperaturen en draag de meetgegevens in het indienstnameprotocol over.
- schakel het binnentoestel in de verwarmingmodus.
- Controleer tijdens de testloop alle hiervoor beschreven veiligheidsinrichtingen op werking.
- Draag de meetgegevens in het indienstnameprotocol over.
17.verwijder de manometer. Let op het voorhanden zijn van de dichtingen in de afsluitkappen.
Afsluitende maatregelen
■ Monteer alle gedemonteerde delen.
■ Werk de gebruiker in de installatie in.
AANWIJZING
Controleer de dichtheid van de afsluitventielen en ventielkappen na elke ingreep in de koelkring. Gebruik ev. overeenkomstig dichtingsmateriaal.
Afmetingen toestel
SV 261 IT tot SV 681 IT



SV 261 IT / SV 351 IT SV 521 IT / SV 681 IT


SV 261 AT tot SV 521 AT

Alle aanduidingen in mm
Toestelvoorstelling SV 261 IT tot SV 681 IT

Maat- en constructiewijzigingen,
die de technische vooruitgang dienen, behouden wij ons voor.
| Nr. | Beschrijving SV 261 IT SV 351 IT SV 521 IT SV 681 IT | |||
| 1 | Luchtinlaatrooster 1106647 1106647 1106647 1106647 | |||
| 2 | Luchtfilter 1106664 1106664 1106664 1106664 | |||
| 3 | Afdekking 1106657 1106657 1106657 1106657 | |||
| 4 | Lamellenmotor 1106671 1106671 1106671 1106671 | |||
| 5 | Luchtinlaat, bouwgroep 1106654 1106654 1106654 1106654 | |||
| 6 | Uitlaatlamellen, 4-delige set 1106649 1106649 1106649 1106649 | |||
| 7 | Condenskuip 1106652 1106652 1106652 1106652 | |||
| 8 | Condensslang 1106659 1106659 1106659 1106659 | |||
| 9 | Verdamper | 1106699 1106695 1106696 1109350 | ||
| 10 | Sensor omgevingslucht | 1106655 1106655 1106655 1106655 | ||
| 11 | Sensor verdamper 1106656 1106656 1106656 1106656 | |||
| 12 | Ventilatorwiel | 1106666 1106666 1106666 1109351 | ||
| 13 | Verdamperventilatormotor | 1106661 1106662 1106663 1109352 | ||
| 14 | Stuurplatina | 1106698 1106698 1106698 1109353 | ||
| 15 | Transformer | 1106677 1106677 1106677 1109354 | ||
| 16 | Condensor verdamperventilator | 1106651 1106658 1106658 1109355 | ||
| 17 | Condenspomp kpl. | 1106667 1106667 1106667 1106667 | ||
| 18 | IR-afstandsbediening | 1106660 1106660 1106660 1106660 | ||
| Wisselstukken zonder afbeelding | ||||
| Vlotterschakelaar condens | 1106669 1106669 1106669 1106669 | |||
| Aanduidingsplatina | 1106674 1106674 1106674 1106674 | |||
| Sensor ontdooiing buitendeel | 1106697 1106697 1106697 1106697 | |||
Bij wisselstukkenbestellingen naast het EDV-nr. svp ook steeds het toestelnummer (z. typeplaatje) aangeven!
Toestelvoorstelling SV 261 AT tot SV 681 AT

Maat- en constructiewijzigingen,
die de technische vooruitgang dienen, behouden wij ons voor.
| Nr. | Beschrijving SV 261 AT SV 351 | AT SV 521 AT SV 681 AT | ||
| 1 | Voorwand 1107800 1107813 1107826 1107838 | |||
| 2 | Ventilatorvleugel, vervloeier 1107801 | 1107814 1107827 1107839 | ||
| 3 | Ventilatormotor, vervloeier 1107802 | 1107815 1107828 1107840 | ||
| 4 | Lamellenvervloeier 1107803 1107816 | 1107829 1107841 | ||
| 5 | Dekplaat 1107804 1107817 - - | |||
| 6 | Zijdeel, rechts 1107805 1107818 - - | |||
| 7 | Compressor, volledig 1107806 1107819 | 1107830 1107842 | ||
| 8 | Condensor, compressor 1107807 1107820 | 1107831 1107843 | ||
| 9 | Condensor, vervloeierventilator | 1107808 1107821 | 1107832 1107844 | |
| 10 | Afsluitventiel, zuigleiding | 1107809 1107822 | 1107833 1107845 | |
| 11 | Afsluitventiel, inspuitleiding | 1107810 | 1107823 | 1107834 |
| 12 | Compressorbeveiliging | 1107811 1107824 | 1107835 1107847 | |
| 13 | Omkeerventiel | 1107812 1107825 | 1107836 1107848 | |
| Wisselstukken zonder afbeelding | ||||
| Achterwand met zijdeel | - - 1107837 | 1107849 | ||
Bij wisselstukbestellingen naast het EDV-nr. svp ook steeds het toestelnr. en toesteltype (zie typeplaatje) aangeven!
Technische gegevens
| Bouwreeks SV 261 SV 351 SV 521 SV 681 | |||||
| Werkingswijze | Dakcassette-kameraircotoestelcombinatie voor koelen en verwarmen | ||||
| Nominale koelprestatie1) | kW 2,69 3,59 5,27 6,84 | ||||
| Nominale verwarmingsprestatie2) | kW 2,96 4,24 6,31 7,72 | ||||
| Energie-efficiëntieklasse koelen1) | A A B B | ||||
| Energie-efficiëntiegrootte EER1) | 3,24 3,21 3,08 3,03 | ||||
| Energie-efficiëntieklasse verwarmen2) | A A C C | ||||
| Energie-efficiëntiegrootte COP2) | 3,65 3,62 3,25 3,22 | ||||
| Inzetbereik (kamervolumen), ca. m3 80 110 160 230 | |||||
| Koelmiddel R 410A | |||||
| Stroomvoorziening V/Hz 230/1~/50 | |||||
| Elektr. nominale prestatieafname koelen1) | kW 0,83 1,12 1,71 2,26 | ||||
| Elektr. nominale prestatieafname verwarmen2) | kW 0,81 1,17 1,94 2,40 | ||||
| Elektr. nominale stroomafname koelen1) | A | 3,64 5,10 7,90 | 10,50 | ||
| Elektr. nominale stroomafname verwarmen2) | A | 3,61 5,32 8,87 | 10,75 | ||
| Elektr.aanloopstroom, max. | A | 21 | 28 | 35 | 51 |
| Koelmiddelaansluiting inspuitleiding | Duim (mm) | 1/4 (6,35) | 1/4 (6,35) | 1/4 (6,35) | 3/8 (9,52) |
| Koelmiddelaansluiting zuigleiding | Duim (mm) | 3/8 (9,52) | 1/2 (12,70) | 1/2 (12,70) | 5/8 (15,90) |
| Werkdruk max. | kPa | 4200 / 4200 | |||
| Bijhorend binnentoestel | SV 261 IT | SV 351 IT | SV 521 IT | SV 681 IT | |
| Instelbereik kamertemperatuur | °C | +16 tot +30 | |||
| Arbeidsbereik | °C | +15 tot +35 | |||
| Luchtvolumestroom per stap | m3/h | 252/300/360 | 348/420/510 | 468/564/624 | 516/624/768 |
| Geluidsdrukpiek per stap3) | dB(A) | 30/34/38 | 32/36/40 | 35/39/43 | 36/42/45 |
| Beschermingklasse | IP | X0 | |||
| Condensaansluiting mm | 19 | ||||
| Condenspomp, transporthoogte | mm | 1000 | |||
| Afmetingen hoogte | mm | 258 258 298 298 | |||
| breedte | mm | 580 580 580 580 | |||
| diepte | mm | 580 580 580 580 | |||
| Afdekking hoogte | mm | 28 | 28 | 28 | 28 |
| breedte | mm | 650 650 650 650 | |||
| diepte | mm | 650 650 650 650 | |||
| Gewicht | kg | 28,0 28,0 30,0 30,0 | |||
| Bijhorend buitendeel | SV 261 AT | SV 351 AT | SV 521 AT | SV 681 AT | |
| Arbeidsbereik koelen | °C | +7 tot +48 | |||
| Arbeidsbereik verwarmen | °C | -7 tot +25 | |||
| Luchtvolumestroom, max. | m3/h | 1640 | 1760 | 2580 | 3690 |
| Beschermingklasse | IP | X4 | |||
| Geluidsdrukpiek, max.3) | dB(A) | 51 | 52 | 54 | 56 |
| Koelmiddel, basishoeveelheid | kg | 0,90 | 1,20 | 1,65 | 2,00 |
| Koelmiddel, extra hoeveelheid >5 m | g/m | 25 | 25 | 25 | 45 |
| Koelmiddelleiding, lengte max. | m | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Koelmiddelleiding, hoogte max. | m | 15 | 15 | 15 | 15 |
| Afmetingen hoogte | mm | 540 540 540 615 | |||
| breedte | mm | 780 780 780 845 | |||
| diepte | mm | 250 250 250 285 | |||
| Gewicht | kg | 30,0 34,0 40,0 48,0 | |||
| Serienummer | 795... | 796... | 797... | 798... | |
| EDV-nr. | 1630269 | 1630355 | 1630525 | 1630685 | |
1) Luchtinlaattemperatuur TK 27°C / FK 19°C, buitentemperatuur TK 35 °C, FK 24 °C, max. luchtvolumestroom
2) Luchtinlaattemperatuur TK 20°C, buitentemperatuur TK 7°C / FK 6°C, max. luchtvolumestroom
3) Afstand 1 m vrije ruimte
... en ook vlak in Uw nabijheid! Maak gebruik van onze ervaring en advies

Door intensieve opleidingen brengen wij de vakkennis van onze adviseurs steeds tot op het laatste niveau. Dat heeft ons de reputatie ge- geven, meer te zijn dan enkel maar een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die problemen helpt oplossen.
Het bedrijf
REMKO toont zich niet enkel een goed uitgebouwd verkoopsnet in binnen- en buitenland, maar ook ongewoon hooggekwalificeerde vaklui voor de verkoop. REMKO-medewerkers in buiten-dienst zijn meer dan enkel maar verkopers: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airco- en warmtetechniek.
De klantendienst
Onze toestellen werken precies en betrouwbaar. Mocht er dan toch nog een storing optreden, dan is de REMKO klantendienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk net ervaren vakhandelaars waarborgt U steeds een snelle en betrouwbare service.
Verkoop wisselstukken +49 5232 606-210
Export +49 5232 606-130
