REMKO SV351 - Airconditioner

SV351 - Airconditioner REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SV351 REMKO in PDF-formaat.

📄 32 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice REMKO SV351 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeDakcassette-kameraircotoestelcombinatie voor koelen en verwarmen
MerkREMKO
ModelSV351
Koelvermogen (nominaal)3,59 kW
Verwarmingsvermogen (nominaal)4,24 kW
Energie-efficiëntieklasse koelenA
Energie-efficiëntieklasse verwarmenA
EER (koelen)3,21
COP (verwarmen)3,62
Spanningsvoorziening230 V / 1~ / 50 Hz
Nominale stroomopname koelen5,10 A
Nominale stroomopname verwarmen5,32 A
Maximale aanloopstroom28 A
KoelmiddelR410A
Basishoeveelheid koelmiddel1,20 kg
Extra koelmiddel per meter leiding >5 m25 g/m
Maximale leidinglengte25 m
Maximale hoogteverschil15 m
Luchtvolume (laag/midden/hoog)348 / 420 / 510 m³/h
Geluidsdrukniveau binnentoestel (laag/midden/hoog)32 / 36 / 40 dB(A)
Geluidsdrukniveau buitendeel (max.)52 dB(A)
Afmetingen binnentoestel (HxBxD)258 x 580 x 580 mm
Afmetingen afdekking (HxBxD)28 x 650 x 650 mm
Afmetingen buitendeel (HxBxD)540 x 780 x 250 mm
Gewicht binnentoestel28,0 kg
Gewicht buitendeel34,0 kg
BedrijfsmodiAuto, Koelen, Ontvochtigen, Ventileren, Verwarmen
AfstandsbedieningInfrarood, bereik tot 6 m
TimerInschakel- en uitschakeltimer programmeerbaar
SlaapfunctieJa, temperatuur stapsgewijs aanpassen
LuchtfilterWasbaar, elke 2 weken reinigen
CondenspompIngebouwd, transport hoogte 1000 mm
Beschermingsklasse binnentoestelIP X0
Beschermingsklasse buitendeelIP X4
Arbeidsbereik koelen+7°C tot +48°C buitentemperatuur
Arbeidsbereik verwarmen-7°C tot +25°C buitentemperatuur

Veelgestelde vragen - SV351 REMKO

Hoe schakel ik het toestel in met de afstandsbediening?
Druk op de POWER-toets. Het toestel wordt ingeschakeld met de laatst ingestelde waarden.
Wat moet ik doen als het toestel niet reageert op de afstandsbediening?
Controleer de batterijen (type AAA) en vervang ze indien nodig. Richt de afstandsbediening rechtstreeks op het ontvangstdeel (max. 6 m) en vermijd obstructies. Als het nog niet werkt, probeer dan manuele bediening via de RESET-toets.
Hoe stel ik de gewenste temperatuur in?
Gebruik de TEMP ▲/▼-toetsen om de temperatuur in stappen van 1°C in te stellen tussen 16°C en 30°C.
Welke bedrijfsmodi zijn beschikbaar?
Het toestel heeft 5 modi: AUTO (automatisch), COOL (koelen), DRY (ontvochtigen), FAN (ventileren) en HEAT (verwarmen). Druk op de MODE-toets om te wisselen.
Hoe programmeer ik de timer?
Druk op TIME-ON voor inschakeltijd of TIME-OFF voor uitschakeltijd. Stel de tijd in met TIME-SET in stappen van 10 minuten. Bevestig door nogmaals op dezelfde TIME-toets te drukken.
Hoe reinig ik het luchtfilter?
Schakel de stroom uit. Open het luchtinlaatrooster, verwijder het filter en reinig het met een stofzuiger of lauwwarm water. Laat het volledig drogen voordat u het terugplaatst. Reinig het filter elke 2 weken.
Wat betekenen de knipperende LED's op het binnentoestel?
Knipperende LED's duiden op een storing. Raadpleeg de tabel in de handleiding met knippercodes. Voorbeelden: H knippert = opwarmfase in verwarmingsmodus (normaal), H, M, L knipperen = probleem met de vlotterschakelaar van de condenspomp (neem contact op met de vakhandelaar).
Kan ik het toestel gebruiken bij lage buitentemperaturen?
Ja, in verwarmingsmodus werkt het tot -7°C buitentemperatuur. Bij temperaturen onder 0°C moet de condensleiding vorstvrij worden geplaatst.
Hoe voeg ik extra koelmiddel toe?
Bij leidinglengtes langer dan 5 meter moet extra koelmiddel R410A worden toegevoegd: 25 g/m voor het model SV351. Alleen door erkend vakpersoneel uitvoeren.
Wat is de aanbevolen onderhoudsfrequentie?
Maandelijks: controle van spanning en stroom, functie compressor/ventilatoren. Jaarlijks: professioneel onderhoud, inclusief controle van koelmiddelvulling, isolatie en reiniging van de lamellen.

Gebruikersvragen over SV351 REMKO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SV351 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SV351 van het merk REMKO.

GEBRUIKSAANWIJZING SV351 REMKO

Bediening · Techniek · Wisselstukken

REMKO SV351 - 1

Veiligheidsaanwijzingen4
Bescherming van het milieu en recyclage4
Garantie4
Transport en verpakking5
Beschrijving van het toestel5
Bediening6-12
Uitdienstname13
Service en onderhoud13-14
Storingsverhelping en klantendienst15-16
Montageaanwijzing voor het vakpersoneel17-19
Installatie20-23
Dichtheidscontrole23
Condensaansluiting23-24
Elektrische aansluiting24-25
Elektrisch aansluitschema25
Elektrisch schakelschema25
Voor de indienstname26
Koelmiddel toevoegen26
Indienstname26-27
Afmetingen toestel28
Toestelvoorstelling29-30
Wisselstukkenlijst29-30
Technische gegevens31

Voor indienstname / gebruik van het toestel dient deze bedrijfshandleiding zorgvuldig gelezen te worden!

Deze handleiding maakt deel uit van het toestel en dient steeds in onmiddellijke nabijheid van de opstellingsplaats resp. bij het toestel bewaard te worden.

Wijzigingen behouden wij ons voor; voor onjuistheden en drukfouten aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid!

Veiligheidsaanwijzingen

Lees voor de eerste indienstname van het toestel de bedrijfshandleiding aandachtig door. U krijgt nuttige tips, aanwijzingen 🎨 alsook waarschuwingsaanwijzingen voor gevarenafwending voor personen en voorwerpen ⚠ Het verkeerd gebruiken van de handleiding kan aanleiding geven tot gevaren voor personen, het milieu en de installatie en aldus tot verlies van mogelijke aanspraken.

Bewaar deze bedrijfshandleiding en de koelmiddelgegevensfiche in de nabijheid van het toestel.
De opstelling en installatie van het toestel en componenten mag slechts gebeuren door vakpersoneel.
- Opstelling, aansluiting en werking van het toestel en componenten dienen te gebeuren binnen de inzet- en bedrijfsvoorwaarden volgens de handleiding en dienen te voldoen aan de de geldende regionale voorschriften.
De toestellen voor mobiele inzet dienen bedrijfszeker en loodrecht opgesteld op geschikte ondergronden. Toestellen voor stationaire werking mogen enkel gebruikt worden in vast geïnstalleerde toestand.
Ombouw of wijziging van de door REMKO geleverde toestellen of componenten zijn niet toegelaten en kunnen foutfuncties veroorzaken.
De toestellen en componenten mogen niet gebruikt worden in bereiken met verhoogd beschadigingsgevaar. De minimim vrije ruimte dienen aangehouden te worden.
De elektrische stroomvoorziening is aan te passen aan de vereisten van het toestel.

De bedrijfszekerheid van het toestel en componenten is enkel gewaarborgd bij doelmatig gebruik en in volledig gemonteerde toestand. veiligheidsinrichtingen mogen niet gewijzigd of overbrugd worden.
De bediening van toestellen of componenten met opvallende defecten of beschadigingen is te vermijden.
Alle behuizingsdelen en toestelopeningen, bv. luchtinen -uitlaatopeningen, dienen vrij te zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen.
De toestellen en componenten vereisen een voldoende veiligheidsafstand tot ontvlambare, explosieve, brandbare, aggressieve en vervuilende bereiken of atmosferen.
Bij de aanraking van bepaalde toesteldelen of componenten kan het tot brandwonden of kwetsuren komen.
Installatie, herstellingen en onderhoud mogen uitsluitend gebeuren door gemachtigd vakpersoneel, visuele controles en reinigingen kunnen door de gebruiker in spanningsloze toestand uitgevoerd worden.
Bij de installatie, herstelling, onderhoud of reiniging van het toestel zijn gepaste voorkomingsmaatregelen te treffen, om van het toestel uitgaande gevaren voor personen uit te sluiten.
De toestellen of componenten mogen niet ingezet worden bij mechanische belasting, extreme vochtigheid en directe zonnestraling.

REMKO SV351 - Veiligheidsaanwijzingen - 1

Bescherming van het milieu en recyclage

Verwijderen van de verpakking

Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de afvalvermindering en behoud van de grondstoffen en sla het verpakkingsmateriaal enkel op bij overeenkomstige inzamelplaatsen.

REMKO SV351 - Verwijderen van de verpakking - 1

Afvoeren van gebruikte apparaten

De toestelvervaardiging is onderhevig aan een voortdurende kwaliteitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen verwerkt, die voor het grootste gedeelte recycleerbaar zijn. Draag bij tot de milieubescherming, door U te verzekeren, dat Uw oud toestel enkel op milieuvriendelijke wijze volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde vakbedrijven opgeslagen en herverwerkt werd of afgeleverd werd bij verzamelplaatsen.

Garantie

Voorzorgsmaatregelen voor eventuele waarborgaanspraken dienen, via het aan de besteller of zijn afnemer tijdig samen met de verkoop en indienstname van het toestel gevoegde „Waarborgdocument“ alsook het „indienstnameprotocol“ volledig ingevuld aan REMKO GmbH & Co. KG teruggestuurd te worden. De waarborgvoorwaarden zijn terug te vinden in de „Algemene verkoopen leveringsvoorwaarden“. Daarenboven kunnen enkel tussen de contractuele partners bijzondere voorwaarden getroffen worden. Dienentgevolge wendt U zich svp eerst tot Uw directe contractuele partner.

Transport en verpakking

De toestellen worden in een stabiele transportverpakking geleverd. Controleer svp het toestel direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende delen op de leveringsbon en informeer de transporteur en Uw contractuele partner. Voor latere klachten kan geen waarborg aanvaard worden.

Beschrijving van het toestel

Het kameraircotoestel SV 261-681 beschikt over een REMKO SV... AT buitendeel alsook over een binnentoestel SV...IT.

Het buitendeel dient in koelbedrijf voor afgave van de van het binnentoestel uit de te koelen kamer ontnomen warmte aan de buitenlucht.

Het buitendeel is in buitenbereik of onder inachtname van bepaalde vereisten in binnenbereik monteerbaar.

Het binnentoestel is in binnenbereik voor valse zolderingen met Euroraster-afmetingen ontworpen. Onzichtbaar binnen de valse zoldering bevindt zich de cassette, zichtbaar is enkel de afdekking. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening.

Het buitendeel bestaat uit een koelkring met compressor, Lamellenvervloeier, vervloeierventilator en smoororgaan. De sturing van het buitendeel gebeurt via de regeling van het binnentoestel.

Het binnentoestel bestaat uit Lamellenverdamper, verdamperventilator, regeling en condenskuip.

Als toebehoren zijn winterregelingen, bodemconsoles, wandconsoles, koelmiddelleidingen, kabel-afstandsbedieningen en condenspompen verkrijgbaar.

Schema koelkring buitendeel
REMKO SV351 - Beschrijving van het toestel - 1

flowchart
graph TD
    A["Vervloeierventilator"] --> B["Omkeerventiel"]
    B --> C["Compressor"]
    C --> D["Aansluiting manometer"]
    D --> E["Aansluitingventiel Zuigleiding"]
    C --> F["Aansluitingventiel Inspuitleiding"]
    F --> G["Filterdroger Vervloeier"]
    G --> H["Saroororgaan capillairbuis"]

Schema koelkring binnentoestel
Verdamperventilator M Verdamper Aansluiting zuigleiding Aansluiting inspuitleiding

Systeemopbouw
Binnenbereik Binnentoestel mit afdekking Condensleiding Buitenbereik Buitendeel Elektr. stuurleiding Elektr. stroomnetaanvoerleiding Inspuitleiding Zuigleiding Afsluitventiel Vervloeierventilator

De verbinding tussen binnentoestel en buitendeel wordt met koelmiddelleidingen gemaakt.

Bediening

Het binnentoestel wordt comfortabel met de seriematige infrarood-afstandsbediening bediend. De overeenkomstige gegevensdoorgave wordt van het binnentoestel met een signaaltoon verlaten. Indien een programmering via de infrarood-afstandsbediening niet mogelijk is, kan het binnentoestel ook manueel bediend worden.

Manuele bediening

De binnentoestellen kunnen manueel in bedrijf genomen worden. Door indrukken van de toets RESET aan het ontvangstdeel van de afdekking wordt de automatische modus geactiveerd. In manuele werking geldt de volgende instelling:

Koelwerking: 24 °C, ventilatorsnelheid AUTO Door indrukken van een toets van de infrarood-afstandsbediening wordt de manuele werking onderbroken.

Aanduiding

De aanduidings-LED's lichten op overeenkomstig het ingestelde ventilatortoerental.

LED H rood = hoog ventilatortoerental

LED M geel = middel ventilatortoerental

LED L groen = laag ventilatortoerental

REMKO SV351 - Aanduiding - 1

OPGELET

Knipperen de LED's, is er een storing van het binnentoestel (zie hoofdstuk storingsverhelping en klantendienst).

Ontvangstdeel aan binnentoestel

Ontvangstsdeel voor signalen van de afstandsbediening

gstsdeel voor signalen afstandsbediening LED H LED M LED L Toets RESET manuele werking H M L RESET

Infrarood-afstandsbediening

De infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellingen over een afstand tot 6 m naar het ontvangstsdeel van het binnentoestel. Een ongestoorde ontvangst van de gegevens is enkel mogelijk, wanneer de afstandsbediening op het ontvangstsdeel gericht is en er geen voorwerpen de transmissie verhinderen.

Voorbereidend dienen de zich bij de levering bevindende batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening geplaatst te worden. Trek daartoe de klep van het batterijvakvak Ⓔ uit en plaats de batterijen in de poolrichiting (zie markering).

Max. afstand 6 m
max. 6 m

REMKO SV351 - Infrarood-afstandsbediening - 2

AANWIJZING

Vervang ontladen batterijen direct door een nieuwe set, omdat het gevaar van uitlopen bestaat. Bij langere uitdienstnamen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen.

Toetsen van de afstandsbediening
SLEEP TEMP MOCK TIME-LOCK MCHP SWING TIME-OFF FAN TIME SET BATT 17 ② ① ⑧ ④ ⑤ ⑥ ⑩ ⑨ ⑬

Toetsen van de afstandsbediening

Toets „POWER“ met deze toets neemt U het toestel in bedrijf.

② Toets „TEMP“ Met deze toets wordt de gewenste temperatuur in een bereik van 16 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C ingesteld.

③ Toets „TIME-SET“ Met deze toets wordt de uurtijd ingesteld.

④ Toets „MODE“

Met deze toets wordt de bedrijfsmodus gekozen. Het binnentoestel beschiikt over 5 modussen:

  1. Automatische modus (COOL/HEAT): In automatische modus wordt de temperatuur constant op de ingestelde theoretische waarde gehouden.

  2. Koelmodus (COOL): In koelmodus wordt de opgewarmde kamerlucht op de ingestelde, koelere theoretische waarde afgekoeld.

  3. Ontvochtigingsmodus (DRY): In deze modus wordt de kamer overwegend ontvochtigd.

  4. Omgevingsluchtmodus (FAN): In omgevingsluchtmodus wordt enkel de lucht omgewenteld. De kamer wordt niet op temperatuur gebracht.

  5. verwarmingmodus (HEAT): In verwarmingmodus wordt de koelere kamerlucht op de ingestelden, warmere theoretische waarde verwarmd.

⑤ Toets „SWING“ Deze toets activeert de oscillerende lamellen naar een betere luchtverdeling in de kamer, en maakt bijkomend een stoppen mogelijk van de lamellen.

⑥ toets „FAN“ Met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. 4 stappen staan ter beschikking: Automatische, hoge, midden en lage ventilatorstap.

7 Toets „TIME-OFF“ Met deze toets wordt het automatische uitschakelen van het binnentoestel geprogrammeerd.

⑧ Toets „TIME-ON“ Met deze toets wordt het automatische inschakelen van het binnentoestel geprogrammeerd.

⑨ Toets „C“ Met deze toets wordt de tijdinstelling geactiveerd.

10 Toets „R“ Met deze toets wordt de afstandsbediening in de levertoestand teruggeplaatst.

⑪ Toets „NETWORK“ Deze toets heeft geen functie.

⑫ Toets „SLEEP“ Na het indrukken van deze toets stijgt in koelwerking de theoretische temperatuur binnen binnen een uur automatisch met 1 °C, in verwarmingswerking wordt de theoretische temperatuur binnen een uur met 1 °C verminderd.

Toetsenfuncties

De doorgave van de instellingen wordt door een symbool in het display aangegeven.

POWER Toets
* 20°C 5:33 AM 8:48

Activeert resp. deactiveert het binnentoestel met de POWER-toets. In het display verschijnen de voor de afschakeling van het toestel geprogrammeerde waarden en instellingen.

REMKO SV351 - Toetsenfuncties - 2

flowchart
graph LR
    A["Power"] --> B["Display"]
    B --> C["20°C"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333

TEMP Toets
* 22°C 5:33 AM 8:48

De toets TEMP maakt de instelling mogelijk van de gewenste theoretische temperatuur in 1 °C stappen. In omgevingsluchtmodus FAN is deze instelling niet mogelijk.

21°C * 22°C TEMP * 22°C * 8:48 * 8:48 TEMP

UURTIjD Toets C
A AM 0:00

Na indrukken van de lager gelegen toets C door middel van een kleine stift o. a., knippert de aanduiding van de uurtijd. Door de toets TIME-SET ingedrukt te houden wordt aanvankelijk langzaam en dan steeds sneller de aangegeven uurtijd verzet. Na succesvolle instelling wordt de toets C opnieuw ingedrukt om de uurtijd op te slaan. De aanduiding knippert niet meer.

REMKO SV351 - Toetsenfuncties - 6

flowchart
graph LR
    A["Block A: 0:00"] -->|C| B["Block B: 0:00"]
    B -->|TIME-SET| C["Block C: 0:02"]
    C -->|C| D["Block D: 0:02"]

RESET Toets R
A C 88°C A AM 18:00 ← AM 18:00 PM 18:00 ← PM 18:00

Na indrukken van de lager liggende toets R door middel van een kleine stift o. a., worden alle symbolen op het display vertoond.

Na ca. 5 seconden knippert enkel nog de aanduiding van de uurtijd. Na indrukken van de dieper gelegen toets C dient door aansluitend ingedrukt houden van de toets TIME-SET de uurtijd ingesteld worden. Na succesvolle instelling wordt de toets C opnieuw ingedrukt om de uurtijd op te slaan. De aanduiding knippert niet meer.

REMKO SV351 - Toetsenfuncties - 8

flowchart
graph LR
    A["User Interface"] -->|R| B["Time Scale: 8:48 to 18:88"]
    B -->|5 sec. C| C["Video Display: 0:00"]
    C --> D["Uurtijdinstelling"]

MODE Toets

REMKO SV351 - MODE Toets - 1

Druk de toets MODE in, wanneer U naar een andere modus wil wisselen. Ter beschikking staan 5 modussen:

  1. AUTO Automatische modus, automatische keuze van koel- of verwarmingswerking
  2. COOL Koelmodus, overwegend zomerwerking
  3. DRY Ontvochtigingsmodus, zomer- of winterwerking
  4. FAN Omgevingsluchtmodus, geen afgave van koel- of verwarmingprestatie
  5. HEAT Verwarmingmodus, overwegend winterwerking

REMKO SV351 - MODE Toets - 2

Druk een- resp. meermaals de toets MODE in om naar de automatische modus te wisselen. In deze modus kiest de regeling, afhankelijk van de temperatuur, zelfstandig de COOL of HEAT modus en houdt de ingestelde temperatuurwaarde constant.

De FAN-instelling dient op AUTO ingesteld te worden.

REMKO SV351 - MODE Toets - 3

flowchart
graph LR
    A["MODE"] --> B["TEMP"]
    B --> C["KOELEN of VERWARMEN"]

Modus COOL

* 24°C ④# PM 3:00

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de koelmodus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamerlucht op de gewenste theoretische temperatuur af te koelen.

Stel de gewenste kamertemperatuur in door indrukken van de toetsen TEMP ▲ / ▼ in 1 °C stappen. Ligt de kamertemperatuur 1 °C boven de gewenste temperatuur en staat voldoende koelmedium ter beschikking, begint het binnentoestel daardoor de kamerlucht af te koelen. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 0,5 C° onderschreden, schakelt de regeling de koeling af.

REMKO SV351 - Modus COOL - 2

AANWIJZING

Het is aan te bevelen de waarde, de theoretische temperatuur maximaal 6 °C onder de buitentemperatuur in te stellen, de automatische ventilatorsnelheid en de functie Swing te gebruiken.

REMKO SV351 - AANWIJZING - 1

flowchart
graph LR
    A["MODE"] --> B["24°C"]
    B --> C["KOELBEdRIJf"]

Modus DRY
24°C A PM 3:00

Druk een- resp. meermaals de toets MODE in om naar ontvochtigingsmodus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamer ongeregeld te ontvochtigen. Na indrukken van de toets DRY kan de gewenste temperatuur en de lamellenstelling gekozen worden. Een instelling van het ventilatortoerental is niet mogelijk. In bepaalde intervallen wordt de ventilator uitgeschakeld, om de temperatuur aan de koelcontqiner te verlagen. Op basis van de geringe temperatuur wordt het dauwpunt van de lucht aan de lamellen onderschreden. De overbodige vochtigheid van de lucht condenseert aan de koelcontainer, de kamer wordt ontvochtigd.

REMKO SV351 - AANWIJZING - 3

flowchart
graph LR
    A["MODE"] --> B["24°C"]
    B --> C["3:00"]
    C --> D["ONTVOchTIGINGSWERKING"]

Modus FAN
C A PM 3:00

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de omgevingsluchtmodus te wisselen. In deze modus wordt het toestel als omgevingsluchttoestel gebruikt. Er wordt geen koel- of verwarmingprestatie aan de kamer afgegeven.

REMKO SV351 - AANWIJZING - 5

TIP

Met deze modus kan in de winter de opgeslagen warmte onder de afdekking in het onderste bereik van de kamer opegvraagd worden.

REMKO SV351 - TIP - 1

De toets SWING maakt een voortdurende en automatische vertikale lamellenplaatsing mogelijk. In ingeschakelde toestand wordt de gekoelde lucht beter in de kamer verdeeld. Wordt de toets SWING tijdens de Swingbewegung ingedrukt, stoppen de lamellen in de huidige positie. Een nogmaals indrukken van de toets zet de Swingfunctie weer in gang.

REMKO SV351 - TIP - 2

Druk een- resp. meermaals die toets MODE in om naar de verwarming-modus te wisselen. Gebruik deze modus om de kamerlucht op de gewenste theoretische temperatuur te verwarmen. De ventilator start pas bij het bereiken van een lamellentemperatuur van 38°C.

Stel de gewenste kamertemperatuur in door indrukken van de toetsen TEMP / in 1 °C stappen. Ligt de kamertemperatuur 1 °C onder de gewenste temperatuur, wordt de verwarmingswerking geactiveerd. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 1 C° overschreden, schakelt de regeling de verwarmingswerking af.

REMKO SV351 - TIP - 3

AANWIJZING

Het is aan te bevelen de theoretische temperatuur in te stellen op tot maximaal 28 °C, de maximale ventilatorsnelheid en de onderste lamelleninstelling heb gebruiken.

REMKO SV351 - AANWIJZING - 1

flowchart
graph LR
    A["C"] --> B["MODE"]
    B --> C["24°C"]
    C --> D["VERWARMINGSWERKING"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333

NETWORK Toets

REMKO SV351 - NETWORK Toets - 1

De toets NETWORK is zonder functie.

SLEEP Toets

* 2 iC 533) PM 7:17

Na indrukken van de toets SLEEP verschijnt het symbool in het display en de kamertemperatuur wordt 30 minuten na de start van deze functie met 0,5 °C in koelmodus verhoogd en in verwarmingsmodus verlaagd. Na een verdere 30 minuten wordt de kamertemperatuur met 1 °C in koelmodus verhoogd en in verwarmingsmodus verlaagd. Na een verder uur wordt de kamertemperatuur constant op 2°C in koelwerking boven en in verwarmingswerking onder de aanvankelijke theoretische temperatuur gehouden. Deze temperatuur wordt constant aangehouden. Beëindigd wordt deze functie door indrukken van de toets POWER resp. SLEEP. Het symbool in het display verdwijnt.

REMKO SV351 - SLEEP Toets - 2

flowchart
graph LR
    A["KOELBEdRIJf"] --> B["SLEEP"]
    B --> C["VERWARMINGSWERKING"]
    C --> D["SLEEP"]
    D --> E["SLEEP"]

TIME Toetsen

Inschakeltijd
* 23°C Ⓐ PM 10:88

Uitschakeltijd
* 25°C ④ AM 9:00 G→O

De TIME-ON/-OFF toetsen worden gebruikt voor de programmering van een in- resp. uitschakeltijd, de TIME-SET toets voor de tijdsinstelling.

Door indrukken van de toetsen TIME-ON resp. TIME-OFF, wordt de timer geactiveerd en de uurtijdaanduiding verdwijnt. Het timersymbool naar inresp. uitschakeltijd knippert. Door indrukken van de toets TIME-SET wordt de gewenste in- of uitschakeltijd in stappen van 10 minuten ingesteld.

Na succesvolle programmering worden de instellingen aan het binnentoestel doorgegeven. Bij de inschakelvertraging door indrukken van de toets TIME-ON, bij de uitschakelvertraging door indrukken van de toets TIME-OFF. Het timersymbool knippert niet meer en het binnentoestel verlaat de programmering door een signaaltoon.

Wordt de geprogrammeerde tijd bereikt, schakelt het toestel automatisch in resp. uit. Wordt het binnentoestel automatisch ingeschakeld, worden de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd.

Het voortijdige wissen van de in- en uitschakeltijd gebeurt door indrukken van de overeenkomstige TIME-toets of door de toets POWER.

Inschakeltijd
REMKO SV351 - TIME Toetsen - 3

flowchart
graph LR
    A["*"] --> B["TIME-ON"]
    B --> C["*"]
    C --> D["23℃"]
    D --> E["TIME-SET"]
    E --> F["*"]
    F --> G["23℃"]
    G --> H["TIME-ON"]
    H --> I["*"]
    I --> J["23℃"]
    J --> K["TIME-SET"]
    K --> L["~9:07。"]
    M["@5"] --> N["~10:30"]
    O["@5"] --> P["~10:40"]
    Q["@5"] --> R["~10:40"]

Uitschakeltijd
REMKO SV351 - TIME Toetsen - 4

flowchart
graph LR
    A["25°C"] --> B["TIME-OFF"]
    B --> C["25°C"]
    C --> D["8:50"]
    D --> E["25°C"]
    E --> F["9:00"]
    F --> G["25°C"]
    G --> H["9:00"]

Uitdienstname

Tijdelijke uitdienstname

  1. Laat het binnentoestel 2 tot 3 uur in omgevingsluchtwerking of in koelwerking met maximale temperatuurinstelling lopen, zodat de resterende vochtigheid uit het toestel verwijderd wordt.
  2. Neem de installatie door middel van de afstandsbediening uit dienst.
  3. Schakel de stroomvoorziening van het toestel af.
  4. Controleer het toestel op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in hoofdstuk „Service en onderhoud“ beschreven.

Definitieve uitdienstname

De opslag van het toestel en componenten dient volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde akbedrijven voor de opslag en herwaardering van verzamelplaatsen, uitgevoerd.

De Firma REMKO GmbH & Co. KG of Uw verantwoordelijke contractpartner geven U graag een vakbedrijf in Uw nabijheid.

Service en onderhoud

De regelmatige service en onderhoud waarborgen een storingsvrije werking en een lange levensduur van het toestel.

OPGELET

Voor alle werkzaamheden aan de toestelen dient de stroomvoorziening onderbroken te worden en beveiligd tegen opnieuw inschakelen!

Service

Hou het binnentoestel en buitendeel vrij van vervuiling, begroeiing en andere afzettingen.
Reinig het toestel enkel met een vochtige doek. Gebruik geen scherpe, krassende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Plaats geen waterstraal op het toestel.

Reinig voor het begin van een langere stilstandsperiode de lamellen van het binnentoestel en buitendeel.
Dek het buitendeel af met een kunststoffolie, om het binnendringen van vervuiling in het toestel te verhinderen.

Onderhoud

Wij bevelen aan een onderhoudscontract met jaarlijks onderhoudsinterval met een overeenkomstige vakfirma af te sluiten.

TIP

Zo waarborgt U telkens de bedrijfsveiligheid van de installatie!

WerkwijzeControlee/Onderhoud/InspectieIndienstnameMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijks
Algemeen
Spanning en stroom controleren
Functie compressor/ventilatoren controleren
Functie ventilator controleren
Vervuiling vervloeier/verdamper
Koelmiddelvulhoeveelheid controleren
Condensafloop controleren
Isolatie controleren
Bewegende delen controleren

Reiniging van de afdekking aan het binnentoestel

  1. Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel.
  2. Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar onder. De filter wordt door zijdelings ingeschroefde lussen aan het rooster gehouden (afbeelding 1).
  3. Reinig het rooster en de afdekking met een licht bevochtigde doek.
  4. Schakel de stroomvoorziening weer in.

Luchtfilter van het binnentoestel

Reinig de luchtfilter in een interval van maximum 2 weken. Verminder deze tijdspanne bij sterk verontreinigde lucht.

  1. U kan vervuilingen ook voorzichtig met lauwwarm water en een zacht reinigingsmiddel verwijderen (afbeelding 4). Draai daartoe de verontreinigde zijde naar onder.
  2. Laat de filter bij gebruik van water eerst volledig luchtdrogen, vooraleer deze terug in het toestel te plaatsen.
  3. Plaats de filter voorzichtig. Let daarbij op de correcte plaatsing.
  4. Sluit de afdekking zoals hierboven beschreven in omgekeerde volgorde.
  5. Schakel de stroomvoorziening weer in.
  6. Schakel het toestel weer in.

Reiniging van de condenspomp

In het binnentoestel bevindt zich een ingebouwde condenspomp, die het optredende condens naar hoger gelegen aflopen pompt.

De pomp is in ruime mate onderhoudsvrij. Laat toch de condensleidingen op regelmatige afstanden op vervuilingen controleren en reinig deze indien nodig.

Zou daarenboven een externe pomp gebruikt worden, let bij de servivce en onderhoud op de afzonderlijke Bedieningshandleiding.

Reiniging van de filter aan het binnentoestel

  1. Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel.
  2. Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar onder (afbeelding 1). De filter wordt door zijdelings ingeschroefde lussen aan het luchtinlaatroosters gehouden.
  3. Kip de filter om en trek deze eruit (afbeelding 2).
  4. Reinig de filter met behulp van een gewone stofzuiger (afbeelding 3). Draai daartoe de verontreinigde zijde naar boven.

1 Luchtinlaatsrooster open
REMKO SV351 - Reiniging van de filter aan het binnentoestel - 1

3 Reiniging met de stofzuiger
REMKO SV351 - Reiniging van de filter aan het binnentoestel - 2

4 Reiniging met lauwwarm water
REMKO SV351 - Reiniging van de filter aan het binnentoestel - 3

Het toestel en componenten worden met de modernste vervaardigingsmethoden vervaardigd en meermaals op foutloze werking gecontroleerd. Zouden alsnog storingen optreden, controleer svp de functie volgens onderstaande lijst. Wanneer alle functiecontroles uitgevoerd zijn en het toestel nog steeds niet zonder defect werkt, verwittig svp Uw vakhandelaar!

Functiestoring

Storing mogelijke oorzaakControle Oplossing
Het toestel start niet of schakelt zich zelf-standig uit.Stroomuitval, onderspanning, netstroombeveiliging defect / hoofdschakelaar uitgeschakeldWerken alle andere elektrische bedrijfsmiddellen?Spanning controleren ev. wachten op terug inschakelen
Netstroomtoevoerleiding beschadigdWerken alle andere elektrische bedrijfsmiddellen?In werking zetten door een vakbedrijf
Wachttijd na het inschakelen te kortZijn na de herstart ca. 5 Minuten verlopen?Langere wachttijden inplannen
inzettemperatuurbereik onder-/overschredenWerken de ventilatoren van het binnentoestel en buitendeel?Temperatuurbereiken van binnentoestel en buitendeel in het oog houden
Overspanningen door onweerWaren er de laatste tijd regionale blikseminslagen?Afschakeling van de netstroombeveiliging en opnieuw inschakelen / controle door vakbedrijf
Storing van de externe condenspompHeeft de pomp een storgsafschakeling doorgevoerd?Pomp controleren ev. reinigen
Het toestel reageert niet op de afstandsbediening.Zendafstand te groot/ ontvangst gestoordBij indrukken van toets signaaltoon aan binnentoestel?Afstand tot op minder dan 6 m brengen en standplaats wisselen
Afstandsbediening defectWerkt het toestel in manuele werking?Afstandsbediening vervangen
ontvangst- resp. zenddeel krijgt te sterke zonneinstralingIs de functie bij beschaduwing gegeven?Zenddeel resp. ontvangstdeel beschaduwen
Elektromagnetische velden storen de transmissieIs de functie na uitschakelen eventuele storingsbronnen gegeven?Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige werking van storingsbronnen
toets van FB ingeklemd / dubbele toetsenbedieningVerschijnt het "zend"-symbool in de aanduiding?toets ontgrendelen / enkel een toets indrukken
batterijen van de afstandsbediening leegWerden nieuwe batterijen geplaatst? Is de aanduiding onvolledig?Nieuwe batterijen plaatsen
Het toestel werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingprestatie.Filter is verontreinigd / luchtinlaat-/uitlaatopening door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerden de filters gereinigd? Filterreiniging doorvoeren
Vensters en deuren geopend. Warmte-/resp. koelbelasting werd verhoogdWas er een architectonische / gebruiksmatige wijziging?Vensters en deuren sluiten / extra installaties monteren
Geen koel- resp. verwarmingswerking ingesteldIs het koel-/verwarmingssymbool in de aanduiding geactiveerd?Instelling van het toestel corrigeren
Lamellen van het buitendeel door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerkt de ventilator van het buitendeel en zijn de lamellen vrij?Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderen
Ondichtheid in koelkringIs er rijpvorming aan de lamellen van het binnentoestel zichtbaar?In werking stellen door vakbedrijf
Aan het toestel komt condenswateruit.Afloopbuis van de verzamelcontainer verstopt / beschadigdIs de ongehinderde condensafloop gewaarborgd?Reinigen van de afloopbuis en de verzamelcontainer
Externe condenspomp resp. vlotter defectIs de condenskuip vol water en werkt de pomp?Pomp door vakfirma laten vervangen
Er bevindt zich niet afgelopen condens in de condensleidingIs de condensleiding met niveau-verschil geplaatst?Condensleiding met niveauverschil plaatsen, resp. reinigen
Condens kan niet afgeleid wordenZijn de condensleidingen vrij en met niveauverschil geplaatst? Werken de condenspomp en de vlotterschakelaar?Condensleiding met niveauverschil plaatsen, resp. reinigen / is de vlotterschakelaar resp. de condens-pomp defect, deze laten vervangen
Vlotter kleeft of klemt wegens hoog aandeel aan vervuiling.Knipperen de LED's aan ontvangstdeel van het binnentoestel?Door vakfirma laten reinigen.

Storingsaanduiding door knippercode

h(Rood)M(Geel)L(Groen)Oorzaak Wat te doen ?
aanVentilator hoge stapNormale bedrijfstoestand
aanVentilator middel stapNormale bedrijfstoestand
aan Ventilator kleine stap Normale bedrijfstoestand
knippertVerwarmingbedrijf: Opwarmfase Normale bedrijfstoestand
knippert Verwarmingbedrijf: Afkoelfase Normale bedrijfstoestand
knippertaan Verwarmingbedrijf: Ontdooifase van het buitendeel Normale bedrijfstoestand
aan knippert knippertVorstbeschermingsensor binnentoestel defect/reageertvakhandelaar contacteren
knippertKoelwerking: Vorstbescherming binnentoestel Ca. 1 minuut wachten
knippertaanVerwarmingbedrijf: Oververhittingsbescherming binnentoestelCa. 1 minuut wachten
knippertknippert Temperatuursensor buitendeel defect/reageertvakhandelaar contacteren
knippertknippertOmgevingsluchttemperatuursensor binnentoestel defect/reageertvakhandelaar contacteren
knippertaanknippertLagedrukstoring (enkel extern)vakhandelaar contacteren
knippertknippertHogedrukstoring (enkel extern)vakhandelaar contacteren
knippertknippert aanGeen verschil vorstbescherming-/omgevingsluchtsensorvakhandelaar contacteren
knippertknippert knippertVlotterschakelaar condenspomp defect/reageertvakhandelaar contacteren

Montageaanwijzing voor vakpersoneel

Belangrijke aanwijzing voor de installatie

■ Breng het toestel in de originele verpakking zo kort mogelijk bij de montageplaats. Zo vermijdt U transportschade.
Controleer de verpakkingsinhoud op volledigheid en het toestel op zichtbare transportschade. Meldt eventuele defecten direct aan Uw contractuele partner en de transporteur.
■ Hef het toestel bij de hoeken en niet bij de koelmiddel- of condensaansluitingen.
De koelmiddelleidingen (inspuit-en zuigleiding), ventielen en de verbindingen zijn stoomdiffuusdicht te isoleren. Eventueel dient ook de condensleiding geïsoleerd te worden.
Kies een montageplaats, die een vrije luchtinlaat en -uitlaat waarborgt. (zie deel „minimum vrije ruimte“).
Installeer het toestel niet in de onmiddellijke nabijheid van toestelen met intensieve warmtestraling. De montage in de nabijheid van warmtestralingen vermlindert de toestelprestatie.
Open de afsluitventielen van de koelmiddelleidingen pas na beëindiging van de volledige installatie.
Bescherm open koelmiddelleidingen tegen de inlaat van vochtigheid door geschikte kappen, resp.

kleefbanden en knik of druk nooit de koelmiddelleidingen in.

Vermijdt onnodige buigingen. Zo minimaliseert U het drukverlies in de koelmiddelleidingen en waarborgt U de vrije terugstroming van compressoroliën.
Tref bijzondere voorzieningsmaatregelen met betrekking tot de olieterugstroming, wanneer het buitendeel boven het binnentoestel geplaatst is. (zie deel olieterugstromingsmaatregelen).
Overschrijdt de enkele lengte van de koelmiddelleiding 5 meter, dient koelmiddel toegevoegd te worden. De hoeveelheid van het extra koelmiddel kan U vinden in hoofdstuk „koelmiddel toevoegen“.
- Gebruik uitsluitend de bij de levering verkregen overtrekmoeren van de koelmiddelleidingen en verwijder deze pas kort voor het verbinden met de koelmiddelleidingen.
■ Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE voorschriften.
bevestig elektrische leidingen steeds overeenkomstig de elektroklemmen. Het zou tot brand kunnen komen.
■ Voor onderhoudswerkzaamheden aan schakelkasten dienen de in de

tussendeksels revisieopeningen voorzien te worden.

■ eventuele verluchtingskanalen resp. -buizen voor een tweede kameraansluiting resp. een verse luchtaansluiting dienen inclusief de aansluitingsstukken met diffuusdichte warmteafscherming voorzien te worden.

Wanddoorbreking

Er dient een wanddoorbreking gemaakt te worden van minimum 70 mm diameter en 10 mm niveauverschil van binnen naar buiten per binnentoestel.
Wij bevelen aan, het gat binnen te polijsten of bv. met een PVC-buis te bekleden, om beschadigingen aan de leidingen te vermijden.
Na succesvolle montage dient de wanddoorbreking architectonisch met een gepast dichtingsmiddel afgesloten te worden. Gebruik geen cementof kalkhoudende stoffen!

leidingen in wanddoorbreking
Stuurleiding PVC-buis Zuigleiding Condensleiding Inspuitleiding

Montagemateriaal

Het binnentoestel wordt door middel van 4 architectonisch te plaatsen draadstangen bevestigd.

Om de installatie volledig door te kunnen voeren, zijn overeenkomstige spieën, trapeziumvormige plaathangers, profielstaal, ringen voorkoelmiddelen condensleidingen (resp. verplaatskanalen) en aansluitingsstukken voor de condensleiding nodig.

Keuze van de installatiesplaats

Binnentoestel

Het binnentoestel is ontworpen voor een montage in horizontale tussendak met Euroraster-afmetingen. Het kan echter ook in tussendak met andere maten geplaatst worden.

Hou rekening met de montagehoogte van het toestel met minstens 258 mm bij SV 261 en SV 351, minstens 298 mm bij SV 521 en SV 681.

Buitendeel

Het buitendeel is voor een horizontale staande montage in buitenbereik ontworpen.

De opstellingsplaats van de toestellen dient horizontaal, vlak en vast te zijn. Bijkomend dient het toestel beveiligd tegen omkippen. Het buitendeel kan zowel buiten als ook binnen een gebouw opgesteld worden.

Bij de buitenmontage let svp op de volgende aanwijzingen ter bescherming van de toestellen voor onweersinvloeden.

Regen

Het toestel is bij vloer- of dakopstelling met min. 10 cm vloer vrije ruimte te monteren. Een vloerconsole is als toebehoren verkrijgbaar.

zon

De vervloeier van het buitendeel is een warmteafgevend bouwdeel. Zonnestraling verhoogt extra de temperatuur van de lamellen en vermindert daarmee de warmteafgave van de lamellenwisselaars. Het buitendeel dient zo mogelijk aan de noordzijde van het betreffende gebouw opgesteld te worden. architectonisch dient in dit geval een beschaduwing opgesteld te worden. Dit kan door een kleine dakbedekking gebeuren. De uitgaande warme luchtstroom mag door de maatregelen echter niet beïnvloed worden.

Wind

Wordt het toestel overwegend in windige omgevingen geïnstalleerd, dient erop gelet, dat de uitgaande warm luchtstroom met de hoofdwindrichting afgevoerd wordt. Is dit niet mogelijk, voorzie dan architectonisch eventueel een windbescherming. Let er op, dat de windbescherming de luchttoevoer van het toestel niet beïnvloedt.

Windbescherming
Wind

Sneeuw

In gebieden met sterke sneeuwval dient voor het toestel een montage aan de wand vorzien te worden.

De montage dient dan min. 20 cm boven de te verwachten sneeuwhogte te gebeuren, om het binnendringen van sneeuw in het buitendeel te verhinderen. Een wandconsole is als toebehoren verkrijgbaar.

Minimum afstand tot sneeuw
Sneeuw 20 cm

Opstelling binnen gebouwen

Zorg voor een toereikende warmteafvoer, wanneer het buitendeel in de kelder; op het dak, in een kamer ernaast of in hallen opgesteld wordt (afbeelding 5).
Installeer een extra ventilator, die over dezelfde luchtvolumestroom beschikt als deze van de in de kamer van het op te stellen buitendeel en de eventuele extra drukverlies door luchtkanalen kab compenseren (afbeelding 5).

■ Waarborg een continu ongehinderde luchttoevoer van buiten, zo mogelijk door tegenover elkaar liggende, voldoende grote lucht-OPENING (afbeelding 5).

Hou U aan de statische en speciale bouwtechnische voorschriften en voorwaarden met betrekking tot gebouwen en voorzie ev. een geluidsdemping.

REMKO SV351 - Opstelling binnen gebouwen - 1

flowchart
graph TD
    A["Opstelling binnen gebouwen"] --> B["Warmlucht"]
    B --> C["Licht-schacht"]
    C --> D["Extra ventilator"]
    D --> E["Warme lucht"]
    E --> F["Buitendeel"]
    F --> G["Koude frisse lucht"]
    G --> H["Licht-schacht"]

Minimumvrije ruimte

De minimum vrije ruimte dient te worden voorzien vooronderhoudsen herstellingswerkzaamheden en onder andere voor de optimale luchtverdeling.

Minimum vrije ruimte
Luchtinlaat E D C A B Luchtuitlaat

Alle aanduidingen in mm

SV 261 AT SV 351 AT SV 521 AT SV 681 AT

A 100 mm 150 mm
B 700 mm 900 mm
C 400 mm
D 100 mm 150 mm
E 200 mm 400 mm 600 mm

Olieterugstroommaatregelen

wordt het buitendeel op een hoger niveau geplaatst dan het binnentoestel, dienen gepaste olieterugstroommaatregelen getroffen te worden. Dit gebeurt in de regel door het maken van een oliehefboog, die elke 2,5 stijgende meter dient geïnstalleerd te worden.

Olieterugstroommaatregelen
Buitendeel Oliehefboog in de zugleiding naar het buitendeel 1 x elke 2,5 stijgende meter Radius: 50 mm max. 15 m Binnentoestel

installatie

REMKO SV351 - installatie - 1

AANWIJZING

De installatie mag enkel door gemachtigd vakpersonal uitgevoerd worden.

Toestelinstallatie

Het binnentoestel wordt aan vier draadstangen met de afdekking naar onder, onder inachtname van het dakraster en eventuele inbouwen, geïnstalleerd.

  1. Markeer volgens de afmetingen van de ingezette dakcassette (afbeelding 8) de bevestigingspunten van de draadstangen aan statisch toelaatbare bouwwerkdelen en boven het tussendak.
  2. dienen een tweede kamer- en frisse luchtaansluitingen ingebouwd te worden, dienen de vereiste aansluitingssteunen

voor de toestelmontage aangebouwd te worden. Zie deel tweede kamer- en frisse luchtaansluiting.

  1. Zet het binnentoestel in de draadstangen en breng het toestel via de onderste moer in een horizontale positie (afbeelding 9).
    Enkel zo is de afloop van het condenswater in de opvangkuip gewaarborgd.
  2. Hou daarbij de afstand maat A, (afbeelding 10) zoals in de tabel hieronder aangegeven, tussen onderzijde van de ophanging en de onderzijde van de bevestiging aan.
  3. Sluit, zoals verder beschreven, de koelmiddel-, elektro- en condensleiding aan het binnentoestel aan.

  4. controleer noghmaals de horizontale oprichting van het toestel.

  5. trek afsluitend de tegenmoer aan en monteer de afdekking.

8 Toestelophanging
280 615

Alle afmetingen in mm

Aansluiting van de koelmiddelleidingen

De architectonische aansluiting van de koelmiddelleidingen gebeurt aan de zijkant van de achterzijde van het toestel.

Eventueel dient aan het binnentoestel een reductie, resp. vergroting geïnstalleerd te worden. Deze schroeven zijn seriematig extra bijgeleverd bij het binnentoestel. Na succesvolle montage dienen de verbindingen stoomdiffuusdicht geïsoleerd te worden.

9 Toestel inhangen
Statisch bouwwerkdeel

10 Toestel bevestigen
Statisch bouwwerkdeel A B

Afmetingen in mm SV 261-681

Afstand A 35 mm

Afstand B 25 mm

Toestelophanging 615 mm x 280 mm

OPGELET

De toestellen zijn werkmatig met een vulling van droge stikstof voor dichtheidscontrole voorzien. De onder druk staande stikstof ontsnapt bij het lossen van de overtrekmoeren.

De volgende aanwijzingen beschrijven de installatie van de koelkringen en de montage van binnentoestel en buitendeel.

  1. Neem de vereiste buisdiameter svp uit de tabel „Technische gegevens“.

  2. verwijder de werkmatige beschermkappen alsook de overtrekmoeren van de aansluitingen en gebruik deze voor de verdere montage.

  3. Vergewis U ervan, vooraleer de koelmiddelleidingen af te vlakken, dat de overtrekmoeren op de buis voorhanden zijn.
  4. Bewerk de geplaatste koelmiddelleidingen zoals hierna voorgesteld (afbeelding 11+12).
  5. controleer of afvlakking een correcte vorm heeft (afbeelding 13).
  6. Maak nu de verbinding van de koelmiddelleidingen met de aansluiting manueel, om een juiste plaatsing te waarborgen.
  7. bevestig nu definitief de schroeven met 2 beksleutels met gepaste sleuitelwijdte. Hou tijdens het schroeven in elk

11 Ontbramen van de koelmiddelleiding
Koelmiddelleiding Ontbramer

13 Correcte afvlakvorm
REMKO SV351 - OPGELET - 2

geval met een beksleutel tegen (afbeelding 14).

  1. Gebruik enkel voor het temperatuurbereik inzetbare en diffuusdichte isolatieslangen.
  2. Plaats de koelmiddelleidingen van binnentoestel naar buitendeel. Let op een voldoende bevestiging en tref ev. maatregelen voor de olieterugstroming!
  3. Let bij de montage op de buigradius van de koelmiddelleidingen en buig nooit tweemaal op dezelfde plaats aan een buis. Broosheid en breekgevaar kunnen het gevolg zijn.
  4. installeer het buitendeel met de wand- resp. vloerconsole aan statisch toelaatbare gebouwdelen (installatieaanwijzingen van de consoles in het oog houden).

12 Afvlakken van de koelmiddelleiding
Afvlakwerktuig

14 Schroeven aantrekken
Vasttrekken 1ste beksleutel Tegenhouden 2de beksleutel Aantrek- draaimoment: ¼" 15-20 Nm ¾" 33-40 Nm ½" 50-60 Nm ¾" 65-75 Nm ¾" 95-105 Nm

  1. Verzeker U ervan, dat geen geluiden van voorwerpen op delen van het gebouw worden overgedragen. Overdragingen van geluiden van voorwerpen worden verminderd door trillingsdempers!
  2. Bewerk de koelmiddelleiding in het bereik van het buitendeel, zoals voorheen beschreven.

Bijkomende aanwijzingen voor installatie.

Is de enkele lengte van de verbindingsleiding langer dan 5 m, dan dient bij de eerste indienstname van de installatie koelmiddel toegevoegd te worden. zie hoofdstuk „koelmiddel toevoegen“

AANWIJZING

Er mogen enkel werktuigen en componenten gebruikt worden, die voor de inzet in het koelbereik toegelaten zijn.

Kamer ernaast- en frisse luchtaansluiting

Het binnentoestel is voor de koeling van een tweede kamer en onafhankelijk daarvan, klaar voor de inbreng van frisse lucht.

Montageaanwijzing

Voor montage van de frisse luchtaansluiting en de ansluitingen van de kamer ernaast gaat U als volgt te werk:

  1. Let er op, dat U zich direct achter de te verwijderen opening van de lamellen van de verdamper bevindt, en deze in geen enkel geval beschadigd mogen worden (Blz. 22, afbeelding 8).

  2. Verwijder voorzichtig de afscherming achter de opening (afbeelding 9).

  3. Breek nu de overeenkomstige opening door (afbeelding 10).
  4. Hou de verluchtingsbuis zo kort mogelijk en plaats deze met zo weinig mogelijk buigingen.
  5. Let er op, dat de bandkragen, schroeven, Flex-/wikkelschaarnierbuis en afschermstoffen architectonisch aan te brengen zijn. De genoemde delen zijn in de vakhandel verkrijgbaar (afbeelding 11).

Aansluiting kamer ernaast

Het binnentoestel biedt de mogelijkheid, een kamer ernaast via een kanalisatiesysteem, bv. in een afhangende afdekking, mee te koelen. Daartoe dienen volgende voorwaarden vervuld te zijn:

De koelprestatie van het binnentoestel dient toereikend te zijn voor de koeling van beide kamers.
Tussen de beide kamers dient een opening geschapen te worden, die een luchtcirculatie tussen de beide kamers toelaat.
- Een maximale buislengte van 7 m mag niet overschreden worden.
Om het transport van de lucht in de kamer ernaast te waarborgen, dienen 1 resp. 2 van de 4 uitlaatopeningen van de afdekking afgesloten te worden. Kleef daartoe een zwarte, eenzijdig gele klevende stoffen strook op de af te sluiten openingen. De strook dient de belasting door de luchtstroom stevig tegen te houden.

Kamer ernaast- en frisse luchtaansluiting
Frisse luchtaansluiting Aansluiting kamer ernaast

Frisse luchtaansluiting

Zoals reeds beschreven bestaat de mogelijkheid met het binnentoestel ook frisse lucht (buitenlucht), extra aan te zuigen aan de kamerlucht, en deze op temperatuur te brengen.

Deze variante wordt bij voorkeur gebruikt in kamers met zich snel verbruikende lucht.

Let op de regionale voorschriften voor luchtbehandeling.
Voor de frisse luchtaansluiting dient een bandkraag NW 70 mm gemonteerd te worden.
Het aandeel frisse lucht mag niet meer bedragen dan 10 % van de nominale luchtvolumestroom van het toestel. De toevoer van frisse lucht dient door de inzet van een bijkomende, toerentalgeregelde ventilator te gebeuren.
Om het binnendringen van regenwater te verhinderen, mag de lucht aan de buitenluchtinlaat met een snelheid van maximaal 2,5 m/s via een stoffilter aangezogen worden.
Voor de aansluiting van de ventilator is een architectonisch te plaatsen, afzonderlijk te beveiligen elektro-installatie noodzakelijk.

8 Uitstansing verwijderen
REMKO SV351 - Frisse luchtaansluiting - 1

9 Afscherming voorzichtig verwijderen
REMKO SV351 - Frisse luchtaansluiting - 2

10 Opening doorbreken
REMKO SV351 - Frisse luchtaansluiting - 3

Er mogen enkel een frisse lucht- en een kamer ernaastaansluiting gebruikt worden!

Aansluiting kamer ernaast

Frisse luchtaansluiting

max. 7 m Hoofdkamer Kamer ernaast

Frisse luchtinlaat Binnen Buiten

Dichtheidscontrole

Zijn alle verbindingen gemaakt, wordt het manometerstation als volgt aan de overeenkomstigen Schraderventielaansluitingen aangesloten, in zoverre voorhanden:

rood = klein ventiel

= inspuitdruk

blauw = groot ventiel

= zuigdruk

Na succesvolle aansluiting wordt de dichtheidscontrole met droge stikstof doorgevoerd.

Voor de dichtheidscontrole worden de gemaakte verbindingen met lekzoekspray besproeid. Indien blazen zichtbaar zijn, is de verbinding niet correct uitgevoerd. trek dan de schroeven vaster aan of maak ev. een nieuwe afvlakking.

Na succesvolle dichtheidscontrole wordt de overdruk uit de koelmiddelleidingen verwijderd en een vacuümpomp met een absolute einddeeldruk van min. 10 mbar in bedrijf gezet, om een luchtledige kamer in de leidingen te bekomen. Bijkomend wordt indien voorhanden vocht uit de leidingen verwijderd.

OPGELET

Er dient een vacuum van min. 20 mbar abs. gecreëerd worden!

De duur van de vacuümcreatie richt zich naar de buisleidingsvolumen van het binnentoestel en de lengte van de koelmiddelleidingen, doch bedraagt minstens 60 minuten. Wanneer vreemde gassen en vocht volledig uit het systeem verwijderd zijn, worden de ventielen van het manometerstation gesloten en de ventielen van het buitendeel, zoals in hoofdstuk „indienstname“ beschreven, geopend.

Condensaansluiting

Op basis van de dauwpuntonderschrijding aan de container komt het tijdens de koelwerking tot condensvorming. Onder de container bevindt zich een opvangkuip met seriematige condenspomp en vlotterschakelaar. de vlotterschakelaar dient op basis van defecte afvoervan de condenss een veiligheidsafschakeling door te voeren, schakelt de pomp direct in en loopt ca. drie minuten na.

De architectonische condensleiding dient geplaatst met een niveauverschil van min. 2 %. Eventueel dient een stoomdiffuusdichte isolatie voorzien te worden.

Bevindt het niveau van de condensleiding aan het toestel zich boven de toesteluitlaat, dan dient de leiding vertikaal naar boven (max. 1000 mm vanaf de onderkant van het toestel) en dan met niveauverschil naar de afvloeiing geplaatst.

Voer de condensleiding van het toestel vrij in de afloopleiding. Ingeval condens in een afwaterleiding gevoerd wordt, voorzie een sifon als geurafsluiting.

Bij een toestelwerking beneden 0 °C buitentemperatuur dient gelet op een vorstveilige plaatsing van de condensleiding. Ev. dient een buisverwarming voorzien.

Na succesvolle plaatsing dient de vrije afloop van condens gecontroleerd te worden en een permanente dichtheid verzekerd te worden.

Condensaansluiting - foutief! Condensaansluiting - juist!

Ver uit elkaar liggende stijgleiding
een vrije afloop

min. 2% niveauverschil
16-20 mm maximaal 1000 mm max. 100 mm

Elektrische aansluiting

Bij de toestellen is een stroomnettoevoerleiding als stroomvoorziening aan het buitendeel en een stuurleiding naar het binnentoestel te installeren en overeenkomstig te beveiligen.

OPGELET

Alle elektrische installaties dienen door vakondernemingen uigevoerd te worden. De montage van de elektro-aansluitingen dient spanningsvrij te gebeuren.

Wij bevelen aan, architectonisch een hoofd- /herstellingsschakelaar in de nabijheid van het buitendeel te installeren.
De klemlijsten van de aansluitingen bevinden zich aan de achterzijde van het toestel. Na de installatie kunnen metingen, na het verwijderen van de afdekking, van de voorzijde gebeuren.
Wordt bij het toestel een als toebehoren verkrijgbare condenspomp ingezet, is ev. bij het gebruik van de afschakelcontact van

de pomp een bijkomend relais voor de verhoging van de schakelprestatie, voor afschakeling van de compressor, noodzakelijk.

Worden de leidingen in bereiken met sterke magnetische velden geplaatst, dienen de stuurleidingen als afgeschermde leiding uitgevoerd te zijn.
De elektrische beveiliging van de installatie gebeurt volgens de technische gegevens.

OPGELET

Alle elektrische stekker- en klemverbindingen dienen op hun vaste plaatsing en stevig contact gecontroleerd en ev. nagetrokken te worden.

Aansluiting van het binnentoestel

Voer de aansluiting op volgende wijze uit:

  1. Open het luchtinlaatrooster.
  2. Los de afdekking aan de rechterzijde en onder rechts aan de achterzijde (afbeelding 12).
  3. Verbindt het toestel met de stuurleiding van het buitendeel. Zie elektrisch aansluitschema.
  4. Bouw het toestel weer tesamen.

12 Aansluiting van het binnentoestel
Klemlijst stuurleiding Afdekking Stuurleiding van buitendeel Trekontlasting

Aansluiting van het buitendeel

Voor de aansluiting van de leiding gaat U als volgt te werk:

  1. Demonteer het toesteldeksel.
  2. verwijder de zich bij de aansluiting bevindende zijwand.
  3. Kies de diameter van de aansluitingleiding volgens de voorschriften.

  4. Voer de beide leidingen door de kantenbeschermingsringen van de vaststaande aansluitingsplaat.

  5. Klem de leidingen volgens het aansluitingschema aan.
  6. Veranker de leiding in de trekontlasting en bouw het toestel weer tesamen. (afbeelding 13).

13 Aansluiting van het buitendeel
REMKO SV351 - Aansluiting van het buitendeel - 1

Elektrisch aansluitschema

Aansluiting SV 261-681
Binnentoestel Buitendeel Netstroomleiding
REMKO SV351 - Elektrisch aansluitschema - 1

flowchart
graph TD
    A["PEPE PE"] --> B["Stuurleiter 1"]
    A --> C["Stuurleiter 2"]
    A --> D["Stuurleiter 3"]
    A --> E["Buitengeleider 1"]
    A --> F["Compressorbeveiliging Omkeerventiel Ventilatormotor Bescherminggeleider"]
    G["Sensor ondooing buitendeel in onderste derde van de vervloeier aan buisbogen monteren."] --> H["Sensor ondooing buitendeel in onderste derde van de vervloeier aan buisbogen monteren."]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style G fill:#ccf,stroke:#333
    style H fill:#cfc,stroke:#333

N = Neutraalgeleider

= Beschermingsgeleider

F = Ventilatormotor

LP/LP = Lagedrukschakelaar (enkel extern)

HP/HP= Hogedrukschakelaar (enkel extern)

O/O = Sensor ontdooiing buitendeel

SV 261-681 AT
Vervloeierventilator
Omkeerventiel Compressor- beveiliging 1 2 3 L N Compressor

Nestroomleiding 230V / 1\~ / 50 Hz

Kleuraanduiding

WH = wit

BU = blauw

BR = bruin

BK = zwart

Voor de indienstname

Na succesvolle dichtheidscontrole is de vacuümpomp door middel van het manometerstation aan de ventielaansluitingen van het buitendeel (zie hoofdstuk „dichtheidscontrole“) aan te sluiten en een vacuum gecreëerd te worden.

Voor de eerste indienstname van het toestel en na ingriipen in de koelkringloop, dienen de volgenden controles doorgevoerd en in het indienstnameprotocol genoteerd te worden:

Controle van alle koelmiddelleidingen en - ventielen met lekzoekspray of zeepwater op dichtheid en op per ongeluk verwisselen van zuig- en inspuitleiding. Bij stilstand van het toestel.
Controle van de koelmiddelleidingen en de afscherming op beschadigingen.
Controle van de elektrische verbinding tussen binnentoestel en buitendeel op juiste polariteit.

Controle van alle bevestigingen, ophangingen etc. op correcte houding en correct niveau.

Koelmiddel toevoegen

Het toestel bezit een koelmiddelbasisvulling. Daarenboven dient bij koelmiddelleidingslengten van meer dan 5 meter enkele lengte per kring een bijkomende vulhoeveelheid aan koelmiddel, overeenkomstig de navolgende tabel, bijgevoegd te worden:

SV261SV351SV521SV681
Enkele leidingslengtenBijkomende vulhoeveelheden
Tot en met 5 m-
REMKO SV351 - Koelmiddel toevoegen - 125g/m25g/m25g/m45g/m

OPGELET

Tijdens de omgang met koelmiddel dient overeenkomstige beschermingkleding gedragen te worden.

OPGELET

Let er op dat het gebruikte koelmiddel steeds in vloeiende vorm bijgevuld wordt!

AANWIJZING

De koelmiddelvulhoeveelheid dient gecontroleerd te worden aan de hand van de oververhitting

Indienstname

AANWIJZING

De indienstname is enkel door speciaal opgeleid vakpersonal door te voeren en overeenkomstig te documenteren.

Nadat alle bouwdelen aangesloten en gecontroleerd werden, kan de installatie in bedrijf genomen worden. Ter beveiliging van de overeenkomstige functies dient voor de overgave aan de gebruiker een functiecontrole doorgevoerd te worden, om eventuele onregelmatigheden tijdens de toestelwerking te onderkennen.

functiecontrole en testloop

Controle van de volgenden punten:

Dichtheid van de koelmiddelleidingen.
Gelijkmatige loop van compressor en ventilator.
Afgave koude lucht aan binnentoestel en verwarmde lucht aan buitendeel in koelwerking.
- Functiecontrole van het binnentoestel en alle programmaaflopen.
Controle van de oppervlaktetemperatuur van de zuigleiding en doorgave van de verdamperoververhitting. Hou voor de temperatuurmeting de thermometer aan de zuigleiding en trek van de gemeten temperatuur, de aan de manometer afgelezen kookpunttemperatuur af.
Documentatie van de gemeten temperatuuren in indienstnameprotocol.

Functietest van werkingsmodus koelen en verwarmen

  1. Neem de afsluit-kappen van de ventielen.
  2. Begin de indienstname, waarbij U de afsluitventielen van het buitendeel kortstondig opent, tot de manometer een druk van ca. 2 bar aangeeft.
  3. controleer de dichtheid van alle gemaakte verbindingen met lekzoekspray of geschikte toestellen.
  4. Heeft U geen lekken

vastgesteld, open de afsluitventielen door draaien, in tegenwijzerzin, met een zeskantsleutel tot aan de aanslag. Werden ondichtheden vastgesteld, dient de foutieve verbinding opnieuw gemaakt te worden. Een nieuwe vacuumcreatie is beslist vereist!

  1. schakel de architectonische hoofdschakelaar resp. de zekering in.
  2. schakel het toestel via de afstandsbediening in en kies de koelmodus, maximaal ventilatortoerental en laagste theoretische temperatuur.
  3. Meet alle vereiste waarden, draag deze over in het indienstnameprotocol en controleer de veiligheidsfuncties.
  4. controleer de toestelsturing met de in hoofdstuk „bediening“ beschreven functies. timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheiden en het omschakelen in de verluchtingsresp. ontvochtigingsmodus.
  5. Controleer de werking vqn de condensleiding, waarbij U gedistilleerd water in de condenskuip giet. Het is aan te bevelen hiervoor een bekfles te gebruiken, die het water in de condenskuip kan voeren.
  6. schakel het binnentoestel in de koelmodus.
  7. Controleer tijdens de testloop alle regel-, stuur- en veiligheidsinrichtingen op werking en correcte instelling.

  8. Controleer de toestelsturing van het binnentoestel aan de hand van de in de bedieningshandleiding beschreven functies. Timer, temperatuurinstellingen en alle modusinstellingen.

  9. Meet de oververhitting, buiten-, binnen-, uitlaat- en verdampingstemperaturen en draag de meetgegevens in het indienstnameprotocol over.
  10. schakel het binnentoestel in de verwarmingmodus.
  11. Controleer tijdens de testloop alle hiervoor beschreven veiligheidsinrichtingen op werking.
  12. Draag de meetgegevens in het indienstnameprotocol over.
    17.verwijder de manometer. Let op het voorhanden zijn van de dichtingen in de afsluitkappen.

Afsluitende maatregelen

■ Monteer alle gedemonteerde delen.
■ Werk de gebruiker in de installatie in.

AANWIJZING

Controleer de dichtheid van de afsluitventielen en ventielkappen na elke ingreep in de koelkring. Gebruik ev. overeenkomstig dichtingsmateriaal.

Afmetingen toestel

SV 261 IT tot SV 681 IT
650 650

280 650

580 28

SV 261 IT / SV 351 IT SV 521 IT / SV 681 IT
100 258 150 185 207

100 298 190 230 245

SV 261 AT tot SV 521 AT
REMKO SV351 - Afmetingen toestel - 6

Alle aanduidingen in mm

Toestelvoorstelling SV 261 IT tot SV 681 IT
REMKO SV351 - Afmetingen toestel - 7

Maat- en constructiewijzigingen,

die de technische vooruitgang dienen, behouden wij ons voor.

Nr.Beschrijving SV 261 IT SV 351 IT SV 521 IT SV 681 IT
1Luchtinlaatrooster 1106647 1106647 1106647 1106647
2Luchtfilter 1106664 1106664 1106664 1106664
3Afdekking 1106657 1106657 1106657 1106657
4Lamellenmotor 1106671 1106671 1106671 1106671
5Luchtinlaat, bouwgroep 1106654 1106654 1106654 1106654
6Uitlaatlamellen, 4-delige set 1106649 1106649 1106649 1106649
7Condenskuip 1106652 1106652 1106652 1106652
8Condensslang 1106659 1106659 1106659 1106659
9Verdamper1106699 1106695 1106696 1109350
10Sensor omgevingslucht1106655 1106655 1106655 1106655
11Sensor verdamper 1106656 1106656 1106656 1106656
12Ventilatorwiel1106666 1106666 1106666 1109351
13Verdamperventilatormotor1106661 1106662 1106663 1109352
14Stuurplatina1106698 1106698 1106698 1109353
15Transformer1106677 1106677 1106677 1109354
16Condensor verdamperventilator1106651 1106658 1106658 1109355
17Condenspomp kpl.1106667 1106667 1106667 1106667
18IR-afstandsbediening1106660 1106660 1106660 1106660
Wisselstukken zonder afbeelding
Vlotterschakelaar condens1106669 1106669 1106669 1106669
Aanduidingsplatina1106674 1106674 1106674 1106674
Sensor ontdooiing buitendeel1106697 1106697 1106697 1106697

Bij wisselstukkenbestellingen naast het EDV-nr. svp ook steeds het toestelnummer (z. typeplaatje) aangeven!

Toestelvoorstelling SV 261 AT tot SV 681 AT
REMKO SV351 - Afmetingen toestel - 8

Maat- en constructiewijzigingen,

die de technische vooruitgang dienen, behouden wij ons voor.

Nr.Beschrijving SV 261 AT SV 351AT SV 521 AT SV 681 AT
1Voorwand 1107800 1107813 1107826 1107838
2Ventilatorvleugel, vervloeier 11078011107814 1107827 1107839
3Ventilatormotor, vervloeier 11078021107815 1107828 1107840
4Lamellenvervloeier 1107803 11078161107829 1107841
5Dekplaat 1107804 1107817 - -
6Zijdeel, rechts 1107805 1107818 - -
7Compressor, volledig 1107806 11078191107830 1107842
8Condensor, compressor 1107807 11078201107831 1107843
9Condensor, vervloeierventilator1107808 11078211107832 1107844
10Afsluitventiel, zuigleiding1107809 11078221107833 1107845
11Afsluitventiel, inspuitleiding110781011078231107834
12Compressorbeveiliging1107811 11078241107835 1107847
13Omkeerventiel1107812 11078251107836 1107848
Wisselstukken zonder afbeelding
Achterwand met zijdeel- - 11078371107849

Bij wisselstukbestellingen naast het EDV-nr. svp ook steeds het toestelnr. en toesteltype (zie typeplaatje) aangeven!

Technische gegevens

Bouwreeks SV 261 SV 351 SV 521 SV 681
WerkingswijzeDakcassette-kameraircotoestelcombinatie voor koelen en verwarmen
Nominale koelprestatie1)kW 2,69 3,59 5,27 6,84
Nominale verwarmingsprestatie2)kW 2,96 4,24 6,31 7,72
Energie-efficiëntieklasse koelen1)A A B B
Energie-efficiëntiegrootte EER1)3,24 3,21 3,08 3,03
Energie-efficiëntieklasse verwarmen2)A A C C
Energie-efficiëntiegrootte COP2)3,65 3,62 3,25 3,22
Inzetbereik (kamervolumen), ca. m3 80 110 160 230
Koelmiddel R 410A
Stroomvoorziening V/Hz 230/1~/50
Elektr. nominale prestatieafname koelen1)kW 0,83 1,12 1,71 2,26
Elektr. nominale prestatieafname verwarmen2)kW 0,81 1,17 1,94 2,40
Elektr. nominale stroomafname koelen1)A3,64 5,10 7,9010,50
Elektr. nominale stroomafname verwarmen2)A3,61 5,32 8,8710,75
Elektr.aanloopstroom, max.A21283551
Koelmiddelaansluiting inspuitleidingDuim (mm)1/4 (6,35)1/4 (6,35)1/4 (6,35)3/8 (9,52)
Koelmiddelaansluiting zuigleidingDuim (mm)3/8 (9,52)1/2 (12,70)1/2 (12,70)5/8 (15,90)
Werkdruk max.kPa4200 / 4200
Bijhorend binnentoestelSV 261 ITSV 351 ITSV 521 ITSV 681 IT
Instelbereik kamertemperatuur°C+16 tot +30
Arbeidsbereik°C+15 tot +35
Luchtvolumestroom per stapm3/h252/300/360348/420/510468/564/624516/624/768
Geluidsdrukpiek per stap3)dB(A)30/34/3832/36/4035/39/4336/42/45
BeschermingklasseIPX0
Condensaansluiting mm19
Condenspomp, transporthoogtemm1000
Afmetingen hoogtemm258 258 298 298
breedtemm580 580 580 580
dieptemm580 580 580 580
Afdekking hoogtemm28282828
breedtemm650 650 650 650
dieptemm650 650 650 650
Gewichtkg28,0 28,0 30,0 30,0
Bijhorend buitendeelSV 261 ATSV 351 ATSV 521 ATSV 681 AT
Arbeidsbereik koelen°C+7 tot +48
Arbeidsbereik verwarmen°C-7 tot +25
Luchtvolumestroom, max.m3/h1640176025803690
BeschermingklasseIPX4
Geluidsdrukpiek, max.3)dB(A)51525456
Koelmiddel, basishoeveelheidkg0,901,201,652,00
Koelmiddel, extra hoeveelheid >5 mg/m25252545
Koelmiddelleiding, lengte max.m25252525
Koelmiddelleiding, hoogte max.m15151515
Afmetingen hoogtemm540 540 540 615
breedtemm780 780 780 845
dieptemm250 250 250 285
Gewichtkg30,0 34,0 40,0 48,0
Serienummer795...796...797...798...
EDV-nr.1630269163035516305251630685

1) Luchtinlaattemperatuur TK 27°C / FK 19°C, buitentemperatuur TK 35 °C, FK 24 °C, max. luchtvolumestroom
2) Luchtinlaattemperatuur TK 20°C, buitentemperatuur TK 7°C / FK 6°C, max. luchtvolumestroom
3) Afstand 1 m vrije ruimte

... en ook vlak in Uw nabijheid! Maak gebruik van onze ervaring en advies

REMKO SV351 - Afmetingen toestel - 9

Door intensieve opleidingen brengen wij de vakkennis van onze adviseurs steeds tot op het laatste niveau. Dat heeft ons de reputatie ge- geven, meer te zijn dan enkel maar een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die problemen helpt oplossen.

Het bedrijf

REMKO toont zich niet enkel een goed uitgebouwd verkoopsnet in binnen- en buitenland, maar ook ongewoon hooggekwalificeerde vaklui voor de verkoop. REMKO-medewerkers in buiten-dienst zijn meer dan enkel maar verkopers: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airco- en warmtetechniek.

De klantendienst

Onze toestellen werken precies en betrouwbaar. Mocht er dan toch nog een storing optreden, dan is de REMKO klantendienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk net ervaren vakhandelaars waarborgt U steeds een snelle en betrouwbare service.

Verkoop wisselstukken +49 5232 606-210

Export +49 5232 606-130

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : REMKO

Model : SV351

Categorie : Airconditioner