51AKP240M - Airconditioner CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 51AKP240M CARRIER in PDF-formaat.
| Producttype | Monobloc airconditioner |
| Merk | Carrier |
| Model | 51AKP240M |
| Koelmodus | Ja, met ontvochtiging |
| Ontvochtigingsmodus | Ja |
| Ventilatiemodus | Ja |
| Automatische modus | Ja, past koeling aan op kamertemperatuur |
| Slaapmodus | Ja, verhoogt temperatuur elk uur met 1°C |
| Timer | Inschakel- en uitschakeltimer (0,5–24 uur) |
| Afstandsbediening | Ja, meegeleverd |
| Bedieningspaneel | Ja, op het apparaat |
| Flexibele slanglengte | Maximaal 2000 mm |
| Watertankcapaciteit | Ongeveer 1,5 liter (foutcode H8 bij vol) |
| Filterreiniging | Elke 30 dagen reinigen |
| Stroomvoorziening | 230 V / 50 Hz (standaard) |
| Ventilatorsnelheden | Laag, midden, hoog |
| Geluidsniveau | Ca. 55 dB (geschat) |
| Afmetingen (BxHxD) | Ca. 45 x 70 x 35 cm (geschat) |
| Gewicht | Ca. 28 kg (geschat) |
| Veiligheidsfuncties | Automatische uitschakeling bij volle watertank, oververhittingsbeveiliging |
| Toepassing | Alleen binnenshuis |
Veelgestelde vragen - 51AKP240M CARRIER
Gebruikersvragen over 51AKP240M CARRIER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 51AKP240M - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 51AKP240M van het merk CARRIER.
GEBRUIKSAANWIJZING 51AKP240M CARRIER
Deze handleiding heeft betrekking op de volgende typen
51AKP210E
51AKP300E
51AKP220M
51AKP240M
51AKP310M
51AKP260H
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de airconditioner gaat gebruiken.
Inhoud
Blz.
Afstandsbediening .... 1
Bedieningspaneel 1
Meegeleverd materiaal 2
Algemene informatie 2
Koelen met ontvochtigen.... 5
Ontvochtigen 5
Alleen ventileren 6
Auto-modus 6
Slaapmodus 7
Programmeren tijdklok 7/8
Storing 9
Onderhoud 9
Installatie-instructie accessoires
afvoerleiding 10
Afstandsbediening

A - AAN/UIT-toets
B - Moduskeuzeschakelaar
C - Temperatuurselectietoets
D - Selectietoets ventilatorsnelheid
E - Slaapfunctietoets
F - Kloktoets
G - Toets timer aan
H - Toets selectie timer
I - Toets wissen timer
J - Weergave geselecteerde temperatuur
K - Pictogram auto-modus
L - Pictogram koelmodus
M - Pictogram ontvochtigingsmodus
N - Weergave ventilatorsnelheid
O - Pictogram ventilatormodus
P - Pictogram slaapmodus
Q - Weergave timer/klok
Bedieningspaneel

- AAN/UIT
- Keuzetoets bedrijfstype
- Keuzetoets ventilatorsnelheid
4 . Toets temperatuurselectie -
Toets selectie timer
-
Toets slaapfunctie
- Weergave geselecteerde temperatuur
- Pictogram ventilatormodus
-
Pictogram ontvochtigingsmodus
-
Pictogram koelmodus
- Pictogram auto-modus
- Pictogram slaapmodus
- Weergave timer
- Weergave ventilatorsnelheid
Meegeleverd materiaal
MONOBLOC

1 234

- Uitblaasmond
- Flexibele slang
- Plastic leidinguiteinden voor en achter
- Bevestigingsbandje met zuignap
Algemene informatie
Algemene voorschriften
Neem zorgvuldig deze handleiding door vooraleer tot de montage over te gaan en bewaar deze voor eventuele toekomstige raadpleging, ook na de montage.
- Het apparaat is conform aan de volgende Richtlijnen:
- laagspanningsrichtlijn 73/23/CEE;
- EMC-richtlijn voor electromagnetische compatibiliteit 89/336/CEE;
- Richtlijn voor installaties met PED-druk 97/23/CE;
- Richtlijn m.b.t. het energetische etiketteren 2002/31/CE.
- overeenstemming met de RoHs-richtlijn.
- Om veiligheidsredenen dienen de operatoren aandachtig de volgende voorschriften door te nemen.
- Alle hiernavolgende voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen aangezien deze belangrijk zijn teneinde de veiligheid te garanderen.
- De unit dient te worden gecontroleerd op transportschade. Dien in geval van schade onmiddellijk een claim in bij de vervoerder.
- Monteer of gebruik geen beschadigde apparaten.
- Om brand, ontploffingen of brandwonden te vermijden mag men het toestal niet in werking stellen in de nabijheid van gevaarlijke substanties of in de nabijheid van apparatuur dat vrije vlammen ontwikkelt.
- Het electrisch voedingnet dient conform te zijn aan de Nationale veiligheidsnormen die van kracht zijn. De montage dient te worden uitgevoerd volgens de Nationale van kracht zijnde veiligheidsnormen.
- Men dient er zich van te verzekeren dat een gepaste aardleiding beschikbaar is.
- Controleer of voltage en frequentie van de hoofdvoeding overeenkomen met de gevraagde en of het beschikbaar vermogen voldoende is om andere apparaten aangesloten op dezelfde elektrische lijn te laten functioneren. De modellen 51AKP300E en 51AKP310M kunnen alleen worden aangesloten op een voedingsinrichting met systeemimpedantie van niet meer dan 0,424 ohm.
- De fabricant is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van wijzigingen of fouten in de electrische- of wateraansluitingen. Wanneer men zich niet houdt aan deze montage-instructies of indien men het apparaat gebruikt onder andere omstandigheden dan die die worden aangegeven in de paragraaf "Bedrijfslimieten" van de handleiding van de unit, vervalt onmiddellijk de garantie.
- Men beveelt de installatie aan van een magneto-thermische schakelaar of van een afzekering 10 A voor de MONOBLOC-systemen.
Werking van de eenheid
- Dit apparaat is voorzien van een
automatische inrichting die voorziet in het "opnieuw opstarten van de unit" (in de laatst gekozen modaliteit) ten gevolge van het onderbreken van de voedingsspanning.
- Teneinde electrische schokken, brand of brandwonden te vermijden dient men bij het opmerken van anomalieën - zoals brandgeur - tijdens het normale gebruik, de werking onmiddellijk te stoppen en dient men zich tot Carrier te wenden voor verdere instructies.
- Op de unit mogen geen bakken met vloeistof of voorwerpen van een andere soort geplaatst worden.
Onderhoud
Vooraleer over te gaan tot een onderhoudsbeurt en vooraleer de interne delen van de unit aan te raken dient men de electrische voeding uit te schakelen.
- Het toestel moet eenmaal per jaar een onderhoudsbeurt krijgen.
- Het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn aanbevolen kan verwondingen en schade aanrichten. Gebruik alleen originele onderdelen.
- Men dient een periodieke controlebeurt te voorzien van de electrische verbindingen en van de beveiligingen.
- Het buitengewone onderhoud dient uitsluitend te gebeuren door gekwalificeerd personeel.
- De unit mag niet persoonlijk hersteld of gewijzigd worden. Handelingen verricht door niet gekwalificeerd personeel kan electrische schokken veroorzaken of brand.
- Men dient zich te wenden tot gekwalificeerd personeel in de volgende gevallen:
- bij een warme of beschadigde voedingskabel;
- bij abnormaal geluid gedurende de werking;
- bij regelmatige tussenkomst van de veiligheden;
- abnormale geur (bijvoorbeeld brandgeur).
Plaats van opstelling
- Kies een plaats die vrij is van obstakels die een regelmatige luchtregeling en retourluchtstroom kunnen in gevaar brengen.
- Kies een plaats die de minimumruimte respecteert die nodig is voor het onderhoud. Kies een positie waarin de vereiste vrije ruimte aanwezig is. De afstand tussen de retour-luchtroosters en muren, meubels of andere obstakels moet ten minste 50 cm zijn.
- Kies een plaats waar optimale luchtverdeling mogelijk is in de kamer.
- Gebruik het toestel alleen binnen en alleen voor de functie waarvoor het is ontworpen.
- Het toestel moet in overeenstemming met de nationale regelgeving voor elektrische installaties worden geïnstalleerd, met functieonderbreking.
Plaats de unit niet:
- Te dicht bij een warmtebron.
- In direct zonlicht. - Te dicht bij een warmtebron.
- Aan vochtige wanden of op plaatsen waar teveel gevaar bestaat voor teveel vocht (vb. wasruimten).
- Op plaatsen met oliedampen (vb. keukens, garages).
- Op plaatsen waar gordijnen of meubels de luchtcirculatie kunnen belemmeren.
- Het toestel mag niet in badkamers/wasruimten worden geïnstalleerd.
- Het toestel moet zo worden geplaatst dat de stekker goed toegankelijk is.
Extra voorzorgsmaatregelen
- Buiten het bereik van kinderen houden.
- Zorg ervoor dat de roosters aan de zij-, voor- en achterkant niet worden bedekt door gordijnen of andere voorwerpen. Zet geen voorwerpen op de unit.
- Steek geen handen of andere lichaamsdelen/ voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat,
- Houd de unit op meer dan 1m afstand van de tv om elektromagnetische interferentie te voorkomen.
- De unit nooit kantelen of omdraaien.
- Spuit nooit insecticide of andere gassen om vervorming van de unit te voorkomen.
- Het toestel moet altijd in verticale positie worden verplaatst of vervoerd. (Let op: haal de stekker uit het stopcontact voordat u het toestel verplaatst.)
Afvoer:
- De airconditioner bevat koudemiddel dat een speciale afvoer noodzakelijk maakt. Nadat de levensduur van het apparaat is verstreken moet dit worden afgevoerd in de daartoe erkende bedrijven of bij de verkoper waar men zal voorzien in de afvoer van het koudemiddel volgens de geldende voorschriften.
- Alle bij de productie en verpakking van de unit toegepaste materialen zijn geschikt voor hergebruik en belasten het milieu dus niet.
- Voor het verpakkingsmateriaal af volgens de van kracht zijnde voorschriften.
- AFVOER: gooi dit product niet weg bij het gewone huishoudelijke afval. Het moet naar een apart inzamelpunt worden gebracht voor speciale behandeling.

MONOBLOC-bedrijfscondities
De apparatuur is geschikt voor werking binnen de volgende temperatuurlimieten, in overeenstemming met de geldende normen.
Koelen: (EN14511:2004)
Maximum voorwaarden: 35°C d.b.* /24°C w.b.* Minimum voorwaarden: 21°C d.b.* /15°C w.b.*
Ontvochtigen:
Maximum voorwaarden: 32°C d.b.*/ 24°C w.b.* Minimum voorwaarden: 18°C d.b.*/ 14°C w.b.*
* d.b. – droge bol temperatuur
* w.b. – natte bol temperatuur
MONOBLOC
Voorbereiding voor: koelen met ontvochtigen
NL
NEDERLANDS

De flexibele slang in de transportinrichting inbrengen. Teneinde de beste prestaties te bekomen dient men bij het plaatsen van de slang erop te letten dat:
- de binnenste randen van het flexibele gedeelte omgedraaid zijn zoals weergegeven in de figuur;
- het uitrekken beperkt wordt tot het benodigde minimum;
- bochten, plooien en beperkingen worden vermeden.

Zet de unit dichtbij het raam. Rek de slang zo min mogelijk uit (max. lengte is 2000 mm).

Om de opening van het raam te beperken, dient men de uitblaasmond te plaatsen op het einde van de flexibele slang en deze plaatsen tussen de beide luiken van het raam.


Gebruik het meegeleverde klembandje om de ramen vast te zetten. Zorg dat de warme lucht die via de slang wordt afgevoerd vrij naar buiten kan uitblazen.

In geval men het apparaat wil monteren met een doorvoer voor montage in het raam of door de muur dient men de instructies te volgen voor dit accessoire, opgenomen in de handleiding. (Accessoire niet bijgeleverd)
MONOBLOC
Voorbereiding voor: ontvochtigen

Gebruik deze functie als u de ruimte wilt ontvochtigen zonder de temperatuur te verlagen.

In de modaliteit ontvochtigen dient men de flexibele slang uit te trekken uit de desbetreffende transportinrichting, of dient men deze te plaatsen zoals aangeduid in de figuur.
In geval men de flexibele slang zou gebruiken, kan men de warme luchtstroom plaatsen zoals gewenst, maar moet deze absoluut ondersteund wordt door een steunvlak.
MONOBLOC
Voorbereiding voor: ontvochtigen


In de modus KOEL of DROOG wordt het condenswater verzameld in de watertank.
Wanneer de watertank vol is, verschijnt foutcode H8 op het LCD en stopt de unit.
Om weer te starten, moet u de watertank legen en de unit 3 minuten uit laten staan.Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de watertank leegt. Om de watertank te legen, trekt u de rubberen plug uit de leiding, neemt u de klem uit en voert u het water af in een bak. Doe de plug daarna weer in de leiding zodat er geen condenswater kan lekken en bevestig de afvoerleiding in de klem.
MONOBLOC
Voorbereiding voor: alleen ventileren

Als men de unit wenst te gebruiken in ventilatorbedrijf - alleen ventileren - moet de flexibele slang volledig ingetrokken zijn, en dient zodanig geplooid te zijn zodat de uitgang van de lucht zoveel mogelijk loodrecht op de vloer geplaatst is.
Bedieningspaneel
Koelen met ontvochtigen
NL
NEDERLANDS


- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Koelen met toets 2. Het pictogram voor koelen 10 wordt verlicht op het display.
- Kies met toets 4 de gewenste temperatuur. Deze wordt op de display 7 afgebeeld.
-
Selecteer de ventilatorsnelheid met de keuzeschakelaar, toets 3, de ventilatorsnelheid. De snelheid kan laag, gemiddeld of hoog zijn. Scherm 14 geeft de geselecteerde snelheid weer.
-
Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Koelen met toets B. Het pictogram voor koelen L wordt verlicht op het display.
- Kies met toets C de gewenste temperatuur. Deze wordt op de display J afgebeeld.
- Selecteer de ventilatorsnelheid met de keuzeschakelaar, toets D, de ventilatorsnelheid. De snelheid kan laag, gemiddeld of hoog zijn. Scherm N geeft de geselecteerde snelheid weer.
Bedieningspaneel
Ontvochtigen


- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
-
Selecteer de ontvochtigingsmodus met de functiekeuzeschakelaar, toets 2. Het pictogram voor ontvochtigen 9 wordt verlicht op het display.
-
Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de ontvochtigingsmodus met de functiekeuzeschakelaar, toets B. Het pictogram voor ontvochtigen M wordt verlicht op het display.
Bedieningspaneel Alleen ventileren


- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de ventilatiemodus met de functiekeuzeschakelaar, toets 2. Het pictogram voor de ventilator 8 wordt verlicht op het display.
-
Selecteer de ventilatorsnelheid met de keuzeschakelaar, toets 3, de ventilatorsnelheid. De snelheid kan laag, gemiddeld of hoog zijn. Scherm 14 geeft de geselecteerde snelheid weer.
-
Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de ventilatiemodus met de functiekeuzeschakelaar, toets B. Het pictogram voor de ventilator O wordt verlicht op het display.
- Selecteer de ventilatorsnelheid met de keuzeschakelaar, toets D, de ventilatorsnelheid. De snelheid kan laag, gemiddeld of hoog zijn. Scherm N geeft de geselecteerde snelheid weer.
Bedieningspaneel Auto Modus


- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
-
Selecteer de auto-modus met de functiekeuzeschakelaar, toets 2. Het pictogram voor de auto-modus 11 wordt verlicht op het display. De computer stelt het koelen automatisch af op de kamertemperatuur.
-
Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de auto-modus met de functiekeuzeschakelaar, toets B. Het pictogram voor de auto-modus K wordt verlicht op het display. De computer stelt het koelen automatisch af op de kamertemperatuur.
Bedieningspaneel
Slaapmodus
NL
NEDERLANDS


- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de gewenste modus met de functiekeuzeschakelaar, toets 2.
- Druk op de slaaptoets 6 wanneer de unit loopt. Het pictogram voor de slaapmodus 12 wordt verlicht op het display. Druk er opnieuw op om de functie uit te zetten.
- De unit verhoogt de koeltemperatuur ieder uur met 1°C. Na 2 uur behoudt de unit het instelpunt.
-
De slaapfunctie werkt niet in de auto-modus.
-
Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de gewenste modus met de functiekeuzeschakelaar, toets B.
- Druk op de slaaptoets E wanneer de unit loopt. Het pictogram voor de slaapmodus P wordt verlicht op het display. Druk er opnieuw op om de functie uit te zetten.
- De unit verhoogt de koeltemperatuur ieder uur met 1°C. Na 2 uur behoudt de unit het instelpunt.
- De slaapfunctie werkt niet in de auto-modus.
Bedieningspaneel
Programmeren tijdklok


Programmeren van de inschakeltijd:
- Druk op de timer-selectietoets 5 om in te stellen na hoeveel uren de unit moet starten. De timer kan worden ingesteld van 0,5 tot 24 uur. De tijd wordt weergegeven op display 13.
- Als de unit wordt gestart, werkt de unit in de laatst gebruikte modus
Programmeren van de inschakeltijd:
- Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de gewenste modus met de functiekeuzeschakelaar, toets B.
- Druk op toets "timer aan" G wanneer de unit loopt. Druk op de toetsen H om in te stellen over hoeveel uren de unit moet starten. De timer kan worden ingesteld van 0,5 tot 18 uur. De tijd wordt weergegeven op display Q.
- Als de unit wordt gestart, werkt de unit in de laatst gebruikte modus
Bedieningspaneel
Programmeren tijdklok


Programmeren van de uitschakeltijd:
- Druk op toets 1 om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de gewenste modus met de functiekeuzeschakelaar, toets 2.
- Druk terwijl de unit loopt op de timer-selectietoets 5 om in te stellen na hoeveel uren de unit moet stoppen. De timer kan worden ingesteld van 0,5 tot 24 uur. De tijd wordt weergegeven op display 13.
Programmeren van de uitschakeltijd:
- Druk op toets A om de aironditioner aan te zetten.
- Selecteer de gewenste modus met de functiekeuzeschakelaar, toets B.
- Druk op de slaaptoets E wanneer de unit loopt. Het pictogram voor de slaapmodus P wordt verlicht op het display.
- Druk op de toetsen H om in te stellen na hoeveel uren de unit moet stoppen. De timer kan worden ingesteld van 0,5 tot 18 uur. De tijd wordt weergegeven op display Q.
Klok instellen:
- Druk op de kloktoets F totdat het timerdisplay Q begint te knipperen.
- Druk op de toetsen H om de klok in te stellen.
- Druk na het instellen opnieuw op de kloktoets F om de instellingen op te slaan.

Storing...
NL
NEDERLANDS

Het kan voorkomen dat de airconditioner niet start of onvoldoende koelt. Controleer de volgende punten voordat u uw installateur belt.

Heeft u de bedieningsinstructies goed opgevolgd?

Is de aansluiting op het voedingnet in orde, zit de stekker in het stopcontact, is de hoofdschakelaar ingeschakeld?

Zijn de filters schoon? Als de unit niet op de commando's reageert, trek dan de stekker uit het stopcontact. Steek vervolgens de stekker weer in het contact en start de unit opnieuw.

Als er "E6" het LCD staat, is de stroomtoevoer onstabiel: haal de stekker uit het stopcontact, wacht 10 minuten en doe de stekker er dan weer in.

Als er "HB" op het LCD staat, is de watertank vol: haal de stekker uit het stopcontact, verwijder het water, wacht 3 minuten en steek de stekker weer in het stopcontact.
Onderhoud

Maak regelmatig de luchtfilters aan de achterkant van de unit schoon ledere 30 dagen of vaker indien nodig. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de filters gaat reinigen. Om de filters uit de unit te halen, drukt u op de twee haakjes van het rooster om de kaart van het luchtinlaatrooster te halen en neem het luchtfilter dan uit.

Verwijder los stof door het filter met de hand uit te kloppen of met een stofzuiger schoon te maken. Was het daarna in een lauw sopje en spoel na met schoon water. Laat het filter drogen en plaats het dan weer in de unit. Maak het actieve-koolstof- en zilverplasmafilter alleen schoon met de stofzuiger. Niet met water.

Gebruik voor het reinigen van de behuizing van het toestel alleen een vochtige doek met zeep. Gebruik geen benzine, verfverdunningsmiddelen, terpentine of agressieve reinigingsmiddelen, omdat deze de kunststof omkasting kunnen aantasten.

Laat uit de binnen-unit het condensaat weglopen via de afvoerslang aan de achterkant van de unit.

Als de unit voor langere tijd niet gebruikt wordt:
- haal de stekker uit het stopcontact.
- laat uit de binnen-unit het condensaat weglopen via de afvoerslang aan de achterkant van de unit;
- reinig de filters;
- rol het snoer op en hang het aan de daarvoor bestemde haak;
- hang de buiten-unit aan de achterkant van de binnen-unit (split-unit);
- breng uiteinden van de afvoerslang aan op de openingen A en B (monobloc);
- dek de unit af met een plastic hoes.
Installatie-instructie accessoires afvoerleiding
Bijgeleverde onderdelen:

Afvoerleiding Klem Leidingring



Rubberen plug

Schroef
Installatiemethode:
Voorzichtig:
- Installeer de afvoerpijp voordat u de unit start om te voorkomen dat afgevoerd water vlekken maakt op de grond of op de vloerbedekking.
-
Bewaar de L-vormige rubberen plug uit het afvoergat goed zodat hij niet kwijtraakt.
-
Haal de L-vormige rubberen plug uit het afvoergat op de unit.
- Plaats de rubberen plug in de afvoerleiding.
- Maak de klem op de achterplaat vast met schroeven.
- Steek één uiteinde van de afvoerleiding in de onderkant van het afvoergat en plaats dan de leidingring om waterlekkage te voorkomen.
- Bevestig de afvoerleiding in de klem.

L - Type rubberen plug

