Holiday 51AKS112 - Airconditioner CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Holiday 51AKS112 CARRIER in PDF-formaat.
| Type product | Monoblock airconditioner met verwarmingsfunctie (voor typen 51AKS 108, 109, 112) |
| Voedingsspanning | 230 V ~ 50 Hz (min. 198 V, max. 264 V) |
| Aanbevolen zekering | 16 A |
| Koelfunctie | Ja |
| Verwarmingsfunctie | Ja (alleen typen 51AKS 108, 109, 112) |
| Ontvochtigingsfunctie | Ja, met 8 instelbare niveaus |
| Ventilatiefunctie | Ja, met lage, hoge en automatische snelheid |
| Timerfunctie | Programmeerbare aan- en uitschakeltijd (0,5 - 24 uur) |
| Nachtmodus | Ja, voor koelfunctie |
| Luchtfilter | Wasbaar filter, te reinigen met lauw sop |
| Extra luchtfilter (accessoire) | Hoogrendementsfilter voor pollen, bacteriën, rook (bestelcode 51AK-900-001-40) |
| Condensafvoer | Handmatige opvangtank of permanente afvoer (slang) |
| Flexibele slang | Inclusief, max. lengte 1,1 m |
| Uitblaasmond | Verstelbaar van 10° tot 60° |
| Omgevingstemperatuur koelen | Ruimte: 18-32°C, Buiten: 21-46°C |
| Zelfdiagnose | Foutmelding 'RL' bij volle condensaatbak |
| Beveiliging | Compressor startvertraging (3 minuten) |
Veelgestelde vragen - Holiday 51AKS112 CARRIER
Gebruikersvragen over Holiday 51AKS112 CARRIER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Holiday 51AKS112 - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Holiday 51AKS112 van het merk CARRIER.
GEBRUIKSAANWIJZING Holiday 51AKS112 CARRIER
Deze handleiding heeft betrekking op de volgende typen
| Monobloc | Split |
| 51AKS 008--- | 51AKS 009--- |
| 51AKS 108--- | 51AKS 109--- |
| 51AKS 010--- | |
| 51AKS 012--- | |
| 51AKS 112--- | |
| Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u de airconditioner gaat gebruiken. | 51AKS 015--- |
Inhoud
Blz.
Bedieningspaneel 1
Meegeleverd materiaal 2
Algemene informatie 2
Correct gebruik 3
Koelen met ontvochtigen....8
Ontvochtigen 8
Verwarmen 9
Alleen ventileren 9
Programmeren tijdklok 9/10
Nachtbedrijf 10
Snelkoppelingen 11
Storing 12
Zelfdiagnose 12
Onderhoud 13
MONOBLOC

- AAN/UIT
- Keuzetoets bedrijfstype
- Keuzetoets ventilatorsnelheid
- Tijdklok AAN
- Tijdklok UIT
-
Keuzetoets temperatuur en ontvochtigingscapaciteit
-
Display gekozen temperatuur, ontvochtingscapaciteit en geprogrammeerde schakeltijden
- LED tijdklok AAN
- LED tijdklok UIT
- LED lage ventilatorsnelheid
- LED hoge ventilatorsnelheid
-
LED voor automatische ventilatorsnelheid
-
LED Koeling
- LED Ontvochtiging
- LED Verwarming (typen 51AKS 108, 109, 112)
- LED Alleen ventileren (typen 51AKS 008, 009, 010, 012, 015)
- LED Nachtbedrijf
Meegeleverd materiaal
- Uitblaasmond
- Flexibele slang
-
Klembandje met zuignap
-
Montagebeugels voor de buiten-unit
- Schroeven, moeren en ringen voor bevestiging van de montagebeugels
- Klembandje met zuignap
- Band met clips
MONOBLOC

- Controleer, voordat u de airconditioner in gebruik neemt, of de juiste netspanning (230V) voorhanden is (min. 198V - max. 264V).
- De elektrische installatie moet voldoen aan de plaatselijke voorschriften (NEN1010).
- De unit moet worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
- Plaats de airconditioner niet op een plaats waar er water op kan komen (bijv. onder een lijn met druipend wasgoed).
- BELANGRIJK: als deze voorschriften niet worden opgevolgd kan kortsluiting en daardoor eventueel brand ontstaan.
- Bij niet opvolgen van deze voorschriften vervalt de garantie.
- Dit apparaat voldoet aan de laagspanningsrichtlijn 73/23EEC (veiligheid) en aan EMC richtlijn 89/336EEC voor elektromagnetische compatibiliteit.
- Controleer de unit op transportschade. Dien in geval van schade een claim in bij de vervoerder.
-
Gebruik het apparaat niet als het beschadigd is. Schakel in dat geval de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw installateur.
-
Gebruik de airconditioner alleen voor het doel waarvoor hij is bestemd.
- Dit apparaat bevat koudemiddel. Onderhoud aan het koudemiddelcircuit mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd (STEK erkend) personeel.
- Dit apparaat bevat koudemiddel dat volgens de plaatselijke voorschriften moet worden afgevoerd.
Nadat de levensduur van het apparaat is verstreken moet dit worden afgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften. - Alle bij de productie en verpakking toegepaste materialen zijn geschikt voor hergebruik en belasten het milieu dus niet.
- Voer het verpakkingsmateriaal af volgens de plaatselijke voorschriften.
- De aanbevolen afzekering is 16A.
- Bij toepassing van een verlengsnoer (max. 25 m) moet kabel van minimaal 1,5 mm ^2 doorsnede worden gebruikt. (typen 51AKS 08 - 09 - 10 - 12).
Voor het model 51AKS 015--- moet de kabeldoorsnede minstens 2,5 mm² zijn.
• MONOBLOC bedrijfscondities
De apparatuur is geschikt voor werking binnen de onderstaande temperatuurlimieten volgens Ashrae normen 128-1989:
Koelen:
(indien aanwezig) max. 29°C.
• SPLIT bedrijfscondities
volgens tot ISO 5151.2/T1: ruimtetemperatuur: 27°C d.b.* - 19°C n.b.* buitentemperatuur: 35°C d.b.* - 24°C n.b.* Dit apparaat is ontworpen voor bedrijf binnen de volgende temperatuurlimieten: Koelen:
ruimtetemperatuur: min. 18°C - max. 32°C buitentemperatuur: min. 21°C - max. 46°C.
Ontvochtigen:
(indien aanwezig) max. 29°C.
* d. b. - droge bol temperatuur
* n. b. - natte bol temperatuur
BELANGRIJK
Voordat de unit in gebruikt wordt genomen:
- trek de condensaatopvangtank aan de achterzijde uit de unit
- verwijder de plakstrip
- breng de bak weer op zijn plaats.
Als dit niet gebeurt werkt de unit niet en geeft een fout aan.

Voor het verplaatsen naar een andere ruimte kan de buiten-unit aan de achterzijde van de binnen-unit worden gehangen met de flexibele slang netjes opgerold. Zorg ervoor dat de slang nooit geknikt wordt. Verplaats de unit, zoals afgebeeld, met het voorpaneel naar u toe.

Zorg ervoor dat de unit vrij kan uitblazen. Plaats geen grote voorwerpen voor de unit en vermijd zo mogelijk directe zoninstraling in de te conditioneren ruimte.
Zet ook geen warme of zware voorwerpen op de unit. De afstand tussen de uitblaasroosters en eventuele wanden, meubels en dergelijke moet minstens 100 mm zijn.

Vóór verplaatsen of reinigen moet u altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken.
N.B. Gebruik de stekker NOOIT om de unit aan of uit te schakelen.

Als de airconditioner wordt uitgeschakeld en direct daarna wordt aangeschakeld, dan duurt het 3 minuten voordat de compressor weer start.
Dit om de goede werking te garanderen.

Instellen van de luchtrichting
Bovenop de unit zit een verstelbaar uitblaasrooster dat kan worden ingesteld tussen 10° (gesloten) en 60° (volledig open). Afhankelijk van de instelling verandert de luchtrichting zoals afgebeeld.
Gebruik van de unit met het uitblaasrooster volledig gesloten wordt afgeraden.

Hoogrendements luchtkwaliteitfilter (accessoire).
Met dit zeer efficiënte filter kan schonere lucht worden verkregen die gefilterd is op pollen, bacteriën, tabaksrook, enz.
Bestelcode: 51AK-900---001-40.

De meegeleverde flexibele slang moet op de achterzijde van de unit worden aangesloten.
Sluit uiteinde A aan op opening A en laat uiteinde B vrij.

Plaats de uitblaasmond op uiteinde B van de slang.

Zet de unit dichtbij het raam. Rek de slang zo min mogelijk uit (max. lengte is 1,1 m). Hang de uitblaasmond uit het raam.

Voorkom onnodige bochten in de afvoerslang.

Gebruik het meegeleverde klembandje om de ramen vast te zetten.
Zorg dat de warme lucht die via de slang wordt afgevoerd vrij naar buiten kan uitblazen.

Doorvoer voor montage in raam of muur (accessoire)
De slang kan d.m.v. een doorvoer permanent in een opening in het raam of in de wand worden aangebracht. Deze doorvoer is als accessoire verkrijgbaar.
Bestelcode: 51DP-900---011-40.
MONOBLOC
Voorbereiding voor:
ontvochtigen

Gebruik deze functie als u de ruimte wilt ontvochtigen zonder de temperatuur te verlagen.
De flexibele slang kan op twee manieren worden geplaatst (verwijder zo nodig eerst de uitblaasmond):
1 - Met beide uiteinden in de juiste openingen. In dit geval moet de unit minstens 500 mm van de wand af worden gezet omdat de lucht voor of achter wordt uitgeblazen.
2 - Verticaal. In dit geval wordt de lucht uitgeblazen via de voorkant en naar boven door de slang.

Legen van de condensaatopvangtank: Schakel de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact.
De condensaatopvangtank bevindt zich onderin aan de achterzijde van de unit. Trek de tank eruit en maak hem leeg. Plaats de tank weer terug en controleer de bevestiging.

Eventueel kan een vaste condensaatafvoer worden aangebracht. Indien de airconditioner is opgesteld in ruimten waar men niet regelmatig aanwezig is, kan d.m.v. een buis of slang een permanente condensaatafvoer worden aangebracht.
- Trek de condensaatafvoerslang ongeveer 60mm uit de unit (zie afbeelding) en verwijder het rubber afdichtstopje.

- Sluit hier vervolgens de permanente condensaatafvoer op aan. Deze dient iets af te lopen.
Denk eraan dat, als u de permamente afvoer niet (meer) wilt gebruiken, het afdichtstopje weer moet worden aangebracht en de slang weer op zijn oorspronkelijke plaats moet.
MONOBLOC
Voorbereiding voor:
verwarmen
De flexibele slang kan op twee manieren worden geplaatst (verwijder zo nodig eerst de uitblaasmond):
1 - Met beide uiteinden in de juiste openingen. In dit geval moet de unit minstens 500 mm van de wand af worden gezet omdat de lucht voor of achter wordt uitgeblazen.
2 - Verticaal. In dit geval wordt de lucht uitgeblazen via de voorkant en naar boven door de slang.

Als de unit wordt gebruikt in ventilatorbedrijf (alleen ventileren) dan moeten de uiteinden van de slang op de openingen aan de achterzijde van de unit worden bevestigd.

Zet de unit dichtbij het raam. Plaats de buiten-unit buiten en let er goed op dat de lucht vrij kan circuleren rond en door de unit.

De buiten-unit kan op de begane grond of het balkon worden geplaatst of bijv. worden opgehangen aan een raamkozijn.

Maak in dat geval gebruik van het meegeleverde montagemateriaal. Bevestig de montagebeugel aan het raamkozijn zoals afgebeeld.

Bevestig de omkasting aan de beugel met de clips, die zich aan de uiteinden van de banden bevinden. Verstel de banden zodanig dat de unit waterpas hangt. Anders kan het condensaat niet goed worden afgevoerd.

De flexibele leiding kan door het iets geopende raam worden gevoerd. Gebruik in dat geval de meegeleverde zuignap met klittenband om de ramen vast te zetten.

Als de unit niet in gebruik is, rol dan het snoer op, hang het aan de daarvoor bestemde haak en hang de buiten-unit aan de achterzijde van de binnen-unit.

Laat de buiten-unit nooit aan de flexibele slang hangen. Verplaats de units nooit door aan de flexibele slang te trekken.

Gebruik deze functie als u de ruimte wilt ontvochtigen zonder de temperatuur te verlagen.

Plaats de binnen-en buitenunit in de ruimte die moet worden ontvochtigd (kamer, kelder, garage, opslag).

Legen van de condensaatopvangtank: Schakel de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Verwijder de buitenunit indien deze op de binnenunit is bevestigd.

De condensaatopvangtank bevindt zich onderin aan de achterzijde van de unit. Trek de tank eruit en maak hem leeg. Plaats de tank weer terug en controleer de bevestiging.

Eventueel kan een vaste condensaatafvoer worden aangebracht. Indien de airconditioner is opgesteld in ruimten waar men niet regelmatig aanwezig is, kan d.m.v. een buis of slang een permanente condensaatafvoer worden aangebracht.
- Trek de condensaatafvoerslang ongeveer 60mm uit de unit (zie afbeelding) en verwijder het rubber afdichtstopje.

- Sluit hier vervolgens de permanente condensaatafvoer op aan. Deze dient iets af te lopen.
Denk eraan dat, als u de permamente afvoer niet (meer) wilt gebruiken, het afdichtstopje weer moet worden aangebracht en de slang weer op zijn oorspronkelijke plaats moet.
SPLIT
Voorbereiding
voor: verwarmen
SPLIT
Voorbereiding voor:
alleen ventileren

Tijdens verwarmen kan de buiten-unit in of buiten de ruimte worden geplaatst.

Tijdens de functie "alleen ventileren" wordt de ruimtelucht gecirculeerd De temperatuur hoeft niet te worden ingesteld omdat de thermostaat niet in werking is. De buiten-unit kan zowel in als buiten de ruimte geplaatst worden.

- Druk op toets 1 Ⓐ om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Koelen met toets 2. De LED Koelen 13 op het bedieningspaneel gaat branden.
- Kies met toets 6 de gewenste temperatuur. Deze wordt op de display 7 afgebeeld.
• Kies de ventilatorsnelheid met toets 3 (laag, hoog of automatisch).
Bij keuze van Auto, kiest de airconditioner automatisch de meest geschikte snelheid voor de ruimtetemperatuur en LED 12 op het bedieningspaneel gaat branden.
Bij keuze van lage of hoge snelheid, gaat LED 10 of 11 branden.
Bedieningspaneel
Ontvochtigen

- Druk op toets 1 Ⓘ om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Ontvochtigen met toets 2. De LED Ontvochtigen 14 op het bedieningspaneel gaat branden.
- Stel de ontvochtingscapaciteit in met toets 6. U kunt kiezen uit 8 standen, van 1 (laag) tot 8 (hoog), afhankelijk van de
grootte van de ruimte en de benodigde mate van ontvochtiging.
Op de display 7 wordt de gekozen ontvochtingscapaciteit afgebeeld.
- De ventilatiesnelheid wordt automatisch gekozen door de airconditioner.
Serie 51AKS...
Ontvochtigingscapaciteit
volgens
Norm AHAM DH1

line
| Niveau gekozen programma | Type 008 | Type 009 | Type 010 | Type 012 | Type 015 | | ------------------------ | -------- | -------- | -------- | -------- | -------- | | 1 | 0.25 | 0.5 | 0.75 | 1 | 2.75 | | 2 | 0.5 | 0.75 | 1 | 1.5 | 2.5 | | 3 | 0.75 | 1 | 1.25 | 2 | 2.25 | | 4 | 1 | 1.25 | 1.5 | 2.5 | 2.0 | | 5 | 1.25 | 1.5 | 1.75 | 3 | 1.75 | | 6 | 1.5 | 1.75 | 2 | 3.5 | 1.5 | | 7 | 1.75 | 2 | 2.25 | 4 | 1.25 | | 8 | 2 | 2.25 | 2.5 | 4.5 | 1 |
- Druk op toets 1 Ⓘ om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Verwarmen met toets 2. De LED Verwarmen 15 op het bedieningspaneel gaat branden.
- Kies met toets 6 de gewenste temperatuur. Deze wordt op de display 7 afgebeeld.
-
Kies de ventilatorsnelheid met toets 3 (laag, hoog of automatisch). Bij keuze van Auto, kiest de airconditioner automatisch de meest geschikte snelheid voor de ruimtetemperatuur.
-
Wanneer de hoge ventilatorsnelheid gekozen wordt (maximale verwarmingscapaciteit), werkt de unit op deze snelheid tot de ruimte bijna op de gekozen temperatuur is. Daarna worden verwarmingscapaciteit en ventilatorsnelheid automatisch verlaagd tot de gewenste temperatuur is bereikt.
- Wanneer de lage ventilatorsnelheid gekozen wordt, werkt de unit op verlaagde verwarmingscapaciteit tot de gekozen temperatuur is bereikt.
- Daarna wordt het verwarmingselement uitgeschakeld, terwijl de ventilator blijft werken.
- Op het bedieningspaneel gaat LED 10, 11 of 12 van de gekozen ventilatorsnelheid branden.
Bedieningspaneel
Alleen ventileren
- Druk op toets 1 Ⓘ om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Alleen ventileren met toets 2. De LED Ventilatie 15 op het bedieningspaneel gaat branden.
- Kies de ventilatorsnelheid met toets 3 (laag, hoog of automatisch).
- Op het bedieningspaneel gaat LED 10 of 11 van de gekozen ventilatorsnelheid branden.
Bedieningspaneel
Programmeren tijdklok

Programmeren van de
inschakeltijd

Met toets 4 kan de unit worden geprogrammeerd, zodat hij op de ingestelde tijd automatisch aanschakelt.
- ledere keer dat de toets wordt ingedrukt, wordt de inschakeltijd als volgt gewijzigd: 0.5 -1 -1.5 -2 -3 -4 -5 .....-23 -24 uur na de tijd van instelling.
- De ingestelde tijd wordt 5 seconden afgebeeld op de display (in plaats van de temperatuur).
- Nadat de tijdklok is geprogrammeerd gaat LED 8 (Tijdklok aan) branden.
- De airconditioner hoeft niet ingeschakeld te zijn om de tijdklok te programmeren.
Voorbeeld: Het is nu 09.00 uur en u wilt dat de unit over 1-1/2 uur aanschakelt.
- Druk op toets 4 tot 1.5 op de display verschijnt.
- De unit zal nu om 10.30 aanschakelen.
- LED 8, de LED van het gekozen bedrijfstype en de display blijven branden.
- Als de airconditioner in werking is terwijl de tijdklok wordt geprogrammeerd, dan schakelt hij automatisch uit en schakelt weer aan op de geprogrammeerde tijd.
- U kunt altijd de tijd controleren die er nog rest tot de unit aanschakelt door weer op toets 4 te drukken.
- De instelling kan altijd worden gewijzigd.
- Om de tijdklok uit te schakelen moet u toets 4 minstens vijf seconden ingedrukt houden.
Programmeren van de uitschakeltijd

Met toets 5 kan de unit worden geprogrammeerd, zodat hij op de ingestelde tijd automatisch uitschakelt.
- ledere keer dat de toets wordt ingedrukt, wordt de inschakeltijd als volgt gewijzigd: 0.5 -1 -1.5 -2 -3 -4 -5 .....-23 -24 uur na de tijd van instelling.
- De ingestelde tijd wordt 5 seconden afgebeeld op de display (in plaats van de temperatuur).
- Nadat de tijdklok is geprogrammeerd gaat LED 9 (Tijdklok uit) branden.
- De airconditioner hoeft niet ingeschakeld te zijn om de tijdklok te programmeren.
Voorbeeld: Het is nu 09.00 uur en u wilt dat de unit over 1-1/2 uur uitschakelt.
- Druk op toets 5 tot 1.5 op de display verschijnt.
- De unit zal nu om 10.30 uitschakelen.
- LED 9, de LED van het gekozen bedrijfstype en de display blijven branden.
- Als de airconditioner niet in werking is terwijl de tijdklok wordt geprogrammeerd, dan schakelt hij automatisch aan en schakelt weer uit op de geprogrammeerde tijd.
- U kunt altijd de tijd controleren die er nog rest tot de unit aanschakelt door weer op toets 5 te drukken.
- De instelling kan altijd worden gewijzigd.
- Om de tijdklok uit te schakelen moet u toets 5 minstens vijf seconden ingedrukt houden.
Gecombineerd
tijdklokprogramma
inschakelen/
uitschakelen
(of vice versa)

- Het is mogelijk om beide functies te programmeren.
- De unit schakelt automatisch aan op de tijd die met toets 4 wordt ingesteld, en schakelt uit op de tijd die met toets 5 wordt ingesteld.
- Voor het instellen van de aan-en uitschakeltijden (of vice versa) kunnen de bovenstaande aanwijzingen voor de afzonderlijke functies worden gevolgd.
- De LEDs Tijdklok aan en Tijdklok uit gaan na elkaar branden als beide functies zijn geprogrammeerd.
Voorbeeld: Het is nu 09.00 uur. U wilt dat de unit over 1-1/2 uur uitschakelt en over 3 uur weer aanschakelt.
- Druk op toets 5 tot 1.5 op de display verschijnt.
- Druk op toets 4 tot 3.0 op de display verschijnt.
- De unit zal nu om 10.30 uitschakelen en om 12.00 uur weer aanschakelen.
- LED 9 (Tijdklok uit), LED 8 (Tijdklok aan), de LED van het gekozen bedrijfstype en de display blijven verlicht.
Bedieningspaneel
Nachtbedrijf (koelen met ontvochtigen)

- Druk op toets 1 Ⓘ om de aironditioner aan te zetten.
- Kies bedrijfstype Koelen met toets 2. De LED Nachtbedrijf 16 en de LED Koelen 13 op het bedieningspaneel gaan branden. De LEDs worden automatisch gedimd.
- Kies met toets 6 de gewenste temperatuur. Deze wordt op de display 7 afgebeeld.
- Kies de ventilatorsnelheid met toets 3 (laag, hoog of automatisch). Bij keuze van Auto, kiest de airconditioner automatisch de meest geschikte snelheid voor de ruimtetemperatuur. Op het bedieningspaneel gaat LED 10, 11 of 12 van de gekozen ventilatorsnelheid branden.

De snelkoppelingen uit de 5500 serie zijn in Nederland verboden volgens de RLK. Daarom is deze unit niet leverbaar in Nederland.
...gebruik van snelkoppelingen voor vaste installatie.
Typen 51AKS 009C--, 012C--, 015C-- zijn snelkoppelingen, waardoor het mogelijk is de twee units zes keer te ontkoppelen zonder dat de prestaties van de airconditioner verminderen (deze werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur).
Ga voor het ontkoppelen als volgt te werk:

Schakel de unit uit door toets 1 te drukken en haal de stekker uit het stopcontact.

Verwijder met het speciale gereedschap de bevestigingsschroef en het afdekpaneel.

Neem de elektrische connector los.
Verwijder de bevestigingsbeugel van de condesaatslang en laat het overgebleven condensaat weglopen in een teil of in de opvangbak van de binnenunit.

Verwijder de 4 schroeven van de bevestigingsbeugel van de flexibele slang. Los met gebruik van twee moersleutels (24 mm voor de draaiende moer en 19 of 21 mm voor de vaste delen) de draaiende moer en neem de aansluitingen van de snelkoppelingen los. Dop de uiteinden van de koudemiddelleiding af.
Zet de buitenunit op de gewenste plaats en voer de flexibele slang door de opening (∅ 60 mm) in de wand.
De binnen- en buitenunit moeten zo kort mogelijk gescheiden blijven.
Volg voor het opnieuw koppelen de bovenstaande instructies in omgekeerde volgorde.
De snelkoppelingen moeten worden bevestigd met een aandraaimoment van 23 tot 27 Nm.
①Moersleutel 19 mm
②Moersleutel 21 mm
③Moersleutel 24 mm
Storing...

Het kan voorkomen dat de airconditioner niet start of onvoldoende koelt.
Controleer de volgende punten voordat u uw installateur belt.

Heeft u de bedieningsinstructies goed opgevolgd?

Is de aansluiting op het voedingnet in orde, zit de stekker in het stopcontact, is de hoofdschakelaar ingeschakeld?

Is de condensaattank niet vol en zit hij goed op zijn plaats?

Als de unit is verplaatst, laat dan het overgebleven condensaat weglopen via de afvoerslang aan de achterkant van de unit. Breng daarna het stopje en de afvoerslang op hun plaats.

Zijn de filters schoon?
Als de unit niet op de commando's reageert, trek dan de stekker uit het stopcontact. Steek vervolgens de stekker weer in het contact en start de unit opnieuw.
Zelfdiagnose
In geval van storingen verschijnt automatisch een waarschuwing op de display.

- RL knippert op de display en de LEDs zijn uit.
Oorzaak:
- De watertank is vol of zit niet goed op zijn plaats.
Oplossing:
- Tank legen of juiste plaatsing controleren.

- De ruimteluchtthermostaat werkt niet (de unit werkt ± 1 uur).
Oplossing:
- De print van de elektronische regeling is defect of niet aangesloten.
Oplossing:
Schakel de airconditioner uit en trek de stekker uit het stopcontact. Controleer de filters regelmatig. Ze bevinden zich aan de zijkanten van de unit, achter de aanzuigroosters, en u kunt ze verwijderen door het op nokje aan de buitenrand te drukken.

Verwijder los stof door het filter met de hand uit te kloppen of met een stofzuiger schoon te maken. Was het daarna in een lauw sopje en spoel na met schoon water. Laat het filter drogen en plaats het dan weer in de unit.

Maak de omkasting schoon met een natte doek. Gebruik geen benzine, verfverdunningsmiddelen, terpentine of agressieve reinigingsmiddelen, omdat deze de kunststof omkasting kunnen aantasten.

Als u de buiten-unit naar binnen haalt houd hem dan schuin om het eventueel achtergebleven condensaat af te voeren.

Laat uit de binnen-unit het condensaat weglopen via de afvoerslang aan de achterkant van de unit.

Als de unit voor langere tijd niet gebruikt wordt:
- laat uit de binnen-unit het condensaat weglopen via de afvoerslang aan de achterkant van de unit;
- reinig de filters;
- rol het snoer op en hang het aan de daarvoor bestemde haak;
- hang de buiten-unit aan de achterkant van de binnen-unit (split-unit);
- breng uiteinden van de afvoerslang aan op de openingen A en B (monobloc);
- dek de unit af met een plastic hoes.

Via R. Sanzio, 9 - 20058 Villasanta (MI) Italy - Tel. 039/3636.1
Wijzigingen voorbehouden.