Pro Trek PRW-5000-1ER - Polshorloge CASIO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro Trek PRW-5000-1ER CASIO in PDF-formaat.
| Type product | Horloge |
| Merk | Casio |
| Model | Pro Trek PRW-5000-1ER |
| Afmetingen (B x H x D) | Ongeveer 53,8 x 47,2 x 13,3 mm |
| Gewicht | Ongeveer 80 g |
| Voeding | Zonnecel (Tough Solar) |
| Waterbestendigheid | 100 meter (10 bar) |
| Glas | Mineraalglas |
| Kast | Kunsthars |
| Band | Kunstharsband |
| Kompas | Digitale kompas |
| Hoogtemeter | Altimeter |
| Luchtdrukmeter | Barometer |
| Temperatuurmeter | Thermometer |
| Wereldtijd | 31 tijdzones |
| Stopwatch | 1/100 sec - 24 uur |
| Timer | Instelbaar tot 24 uur |
| Alarm | 5 dagelijkse alarmen |
| Automatische kalender | Ja, tot 2099 |
| Verlichting | Super Illuminator (LED-verlichting) |
| Energiebesparing | Power Saving-functie |
| Onderhoud en reiniging | Reinig met zachte, droge doek; vermijd chemicaliën |
| Veiligheid | Waterbestendig tot 100 m, niet geschikt voor duiken |
| Vervangende onderdelen | Band en batterij door erkende dealer |
Veelgestelde vragen - Pro Trek PRW-5000-1ER CASIO
Gebruikersvragen over Pro Trek PRW-5000-1ER CASIO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Polshorloge in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro Trek PRW-5000-1ER - CASIO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro Trek PRW-5000-1ER van het merk CASIO.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro Trek PRW-5000-1ER CASIO
Gebruiksaanwijzing Horloge model 5114
Gefeliciteerd met de aanschaf van uw CASIO-horloge.
Om te zorgen dat u vele jaren van dit horloge gebruik kunt maken – daarvoor is het ontworpen – dlent u de aanwijzingen in deze handleiding, met name de informatie bij "Voorzorgsmaatregelen bediening" en "Gebruikersonderhoud" zorgvuldig te lezen en op te volgen.
Bewaar alle gebruikersdocumentatie zodat u deze later nog eens kunt raadplegen.
Toepassingen
De ingebouwde sensoren van dit horloge meten windrichting, luchtdruk, temperatuur en hoogte. Meetresultaten worden weergegeven door de secondewijzer van het horloge en op de digitale display. Dankzij deze functies is het horloge handig bij het wandelen, bergbeklimmen en andere dergelijke buitenactiviteiten.
Waarschuwing!
- De in dit horloge Ingebouwde meetfuncties zijn niet bedoeld om metingen te doen waarvoor professionele of industriële precisie vereist is. De waarden die dit horloge produceert, moet u slechts zien als een redelijke benadering.
- Als u gaat bergbeklimmen of andere activiteiten gaat ontplooien waarbij u in een gevaarlijke of zelfs levensbedreigende situatie terechtkomt wanneer u de weg kwijtraakt, dient u altijd een tweede kompas bij zich te hebben om windrichtingmetingen te bevestigen.
- NB: CASIO COMPUTER CO., LTD. aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor enigerlei schade of verlies door u of een derde partij ten gevolge van het gebruik van dit product of een defect ervan.
Over deze handleiding


- Afhankelijk van het model van uw horloge wordt de tekst op uw display weergegeven als donkere karakters tegen een lichte achtergrond of als lichte karakters tegen een donkere achtergrond. Alle voorbeelden van de display in deze handleiding worden weergegeven als donkere karakters tegen een lichte achtergrond.
- Het bedienen van de knoppen wordt weergegeven met behulp van de letters zoals getoond in de illustratie.
- De productillustraties in deze handleiding zijn alleen bedoeld ter referentie. Het feitelijke product kan er dus in het echt enigszins anders uitzien dan op de illustratie.
Dingen die u moet controleren voordat u het horloge gaat gebruiken
- Houd [D] ongeveer twee seconden ingedrukt om de Tijdfunctiemodus in te schakelen. Kijk dan naar de beweging van de secondewijzer.

flowchart
graph TD
A["Beweegt de [2"] secondwijzer soepel in staples van een seconde?] --> B["NEE"]
A --> C["JA"]
B --> D["Beweegt de [2"] secondwijzer in staples van twee seconden of staat hij helemaal stil?]
C --> E["HA"]
D --> F["De batterij is bina laag. Laad da batterij op door het horloge op een pick te loggon waar het aan licht wordt biologustod. Voor meer informatie, ze "Het horloge opladen""]
E --> G["Heit horloge is voldoende opgeladen. Voor meer informatie over het opladen, ze "Het horloge opladen""]
F --> H["VoLCENDE"]
G --> I["Ga naar slap 2."]
- Controleer de instellingen van de woonplaatscode en de zomertijd (DST). Gebruik de procedure bij "De woonplaatsinstellingen configureren" om de instellingen van uw woonplaats en de zomertijd te configureren.
Belangrijk!
Correcte ontvangst van het kalibratiesignaal en de gegevens voor de Wereldtijdmodus hangen af van de juiste instellingen van de woonplaats, de tijd en de datum in de Tijdfunctiemodus. Zorg ervoor dat u deze instellingen correct instelt.
- De juiste tijd instellen.
- De tijd instellen met behulp van een tijdkalibratiesignaal
Zie "Voorbereiden op automatische ontvangst".
• De tijd handmatig instellen
De actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren.
Het horloge is nu klaar voor gebruik.
- Voor meer informatie over de radiogestuurde tijdfunctie, zie "Radiogestuurde atoomtijdfunctie".
Het horloge opladen
De wijzerplaat van het horloge is een zonnecel die energie opwekt uit licht. De opgewekte energie laadt de ingebouwde oplaadbare batterij op, die het horloge van stroom voorziet. De batterij wordt opgeladen wanneer het horloge aan licht wordt blootgesteld.
Gids voor opladen
Wanneer u het horloge niet draagt, leg het dan op een plek waar het aan licht wordt blootgesteld.

- De beste oplaadprestaties bereikt u door het horloge bloot te stellen aan het sterkst beschikbare licht.

Wanneer u het horloge draagt, zorg er dan voor dat de wil- zerplaat niet wordt bedekt door de mouw van uw kleding waardoor er geen licht bij kan komen.
Het horloge kan in slaapstand gaan wanneer de wijzerplaat geheel of zelfs gedeeltelijk wordt afgedekt door uw mouw.
Waarschuwing!
Wanneer u het horloge in fel licht laat opladen, kan het erg heet worden. Ga voorzichtig met het horloge om, om brandwonden te voorkomen. Het horloge kan met name heet worden wanneer het gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan de volgende omstandligheden:
- Op het dashboard van een in direct zonlicht geparkeerde auto
- Te dicht in de buurt van een gloeilamp
• In direct zonlicht
Belangrijk!
- Als het horloge erg heet wordt, kan de display van vloeibaar kristal zwart worden. Het lod-scherm wordt weer normaal zodra het horloge is afgekoeld.
- Zet de Energiebesparingsfunctie van het horloge aan en bewaar het op een plaats waar het normaal aan licht wordt blootgesteld wanneer u het langere tijd niet gebruikt. Dit helpt ervoor te zorgen dat de batterij niet leeg raakt.
- Als u het horloge voor een lange periode opbergt op een plaats waar geen licht komt, of als u het zo draagt het niet aan licht wordt blootgesteld, kan de batterij leeg raken. Stel het horloge zo vaak mogelijk bloot aan fel licht.
Stroomniveaus
U kunt het laadniveau van de batterij controleren aan de hand van de batterijstroomindicator die op de digitale display verschijnt wanneer u naar de Tijdfunctiemodus gaat.
- Om de Tijdfunctiemodus vanuit een andere modus in te schakelen houdt u [D] ongeveer twee seconden ingedrukt.

bar
| Indicator | Niveau Batterijstroomindicator Funciestatus | | --- | --- | | 1 (H) | 100 | | 2 (M) | 100 | | 3 (L) | 100 | | 4 | 100 | | 5 | 100 |- De knipperende L-indicator op niveau 3 betekent dat het laadniveau van de batterij zeer laag is en dat het horloge zo snel mogelijk aan fei licht moet worden blootgesteld om op te laden.
- Op niveau 5 worden alle functies uitgeschakeld en de instellingen teruggezet op de fabriekinstellingen. Zodra de batterij niveau 2 (M) bereikt na teruggevalen te zijn naar niveau 5, dient u de actuele tijd, datum en andere instellingen te configureren.
- De displayindicatoren verschijnen weer zodra de batterij is opgeladen van niveau 5 naar niveau 2 (M).
- Als het horloge aan direct zonlicht of een andere zeer felle lichtbron wordt blootgesteld kan de batterijstroomindicator korte tijd een hoger niveau aangeven dan het werkelijke laadniveau van de batterij. De iuiste batterijstroomindicatie verschint na enkele minuten.
- Als het niveau van de batterij naar 5 zakt en wanneer u de batterij laat vervangen, keren de actuele tijd en alle andere instellingen terug naar hun standaardfabriekswaarden en worden alle in het geheugen opgeslagen gegevens gewist.
Indicator opladen vereist (door secondewijzer)

Wanneer het batterijniveau daalt naar niveau 3 verspringt de secondewijzer in de Tijdfunctiemodus in stapjes van twee seconden om aan te geven dat het horloge moet worden opgeladen.
Stroomherstelmodus
- Door herhaaldelijk gebruik van sensormeting, verlichting of geluidssignalen binnen een korte periode kan het horloge in de Stroomherstelmodus terecht komen, wat wordt aangegeven door de herstelindicator (R) dat gaat knipperen op de digitale display. Het horloge blijft in Stroomherstelmodus staan totdat het batterijniveau is hersteld.
- Verlichting, geluidssignalen en sensorhandelingen zijn uitgeschakeld en de wijzers van het horloge staan stil totdat het laadniveau van de batterij is hersteld.
- Het herstellen van het laadniveau van de batterij duurt ongeveer 15 minuten. De herstelindicator (R) stopt met knipperen en het horloge keert terug naar normaal gebruik wanneer het laadniveau van de batterij volledig is hersteld.
- Wanneer de herstelindicator (R) vaak knippert, wil dat zeggen dat het laadniveau van de batterij laag is. Stel het horloge bloot aan licht om de batterij op te laden.
Oplaadtijden
| Blootstellingsniveau (helderheid) | Dagelijks gebruik *1 | Niveauwijziging *2 | ||||
| Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau | 2 Niveau 1 | |||||
| → | → | → | ||||
| Zonicht buitenshuis (50.000 lux) | 8 min. 2 uur | 16 uur 5 uur | ||||
| Zonicht door een raam (10.000 lux) | 30 min. 6 uur | 60 uur 19 uur | ||||
| Daglicht door een raam op een bewokle dag (5.000 lux) | 48 min. 9 uur | 111 uur 30 uur | ||||
| Fluorescence verlotting binnenshuis (500 lux) | 8 hours | 90 uur | ---- | ---- | ||
*1 De tijd die het horloge bij benadering iedere dag aan licht moet worden blootgesteld om genoeg energie te genereren voor normaal dagelijks gebruik.
*2 De tijd (in uren) die het horloge bij benadering aan licht moet worden blootgesteld om het stroomniveau van de batterij met een niveau te verhogen.
- De bovengenoemde blootstellingstijden zijn alleen bedoeld ter referentie. De werkelijke blootstellingstijden hangen af van de lichtomstandigheden.
- Voor meer informatie over de gebruiksduur en de dagelijkse gebruiksomstandigheden, zie het gedeelte "Stroomvoorziening" van de specificaties.
Energiebesparing
De Energiebesparingsfunctie zorgt ervoor dat het horloge automatisch in de slaapstand gaat als het voor een bepaalde periode wordt weggelegd op een donkere plek. De onderstaande tabel laat zien hoe de functies van het horloge worden beïnvloed door de Energiebesparingsfunctie.
- Er bestaan twee slaapstandniveaus: "displayslaap" en "functieslaap".
- De Energiebesparingsfunctie van dit horloge kan niet worden uitgeschakeld.
| Verstreken tijd in het donker Display Werking | ||
| 60 tot 70 minuten (displaysaapstand) | Leeg display, secondwijzer staat stil op 12 uur. | Alle functies, behalve voor de display en oe secondwijzer, zijn ingeschakeld. |
| 6 iot 7 dagen (funciusieapstand) | Leeg display, alle wijzers staan stil op 12 uur, | Met uitzondering van de tijlweorgave zijn alle functies uitgeschakeld |
- Het horloge gaat niet in de slaapstand tussen 6:00 en 21:59 uur. Als het horloge zich al in de slaapstand bevindt als het 6.00 uur wordt, blijft het in de slaapstand staan.
- U kunt het Kompas, de Barometer/thermometer-, Hoogtemeter-, Stopwatch- of Afteltimermodus niet inschakelen wanneer het horloge in de slaapstand staat.
Terugkeren uit de slaapstand
Verplaats het horloge naar een goed verlicht gebied, druk op een willekeurige knop, of draal het horloge in een hoek naar uw gezicht om het af te kunnen lezen.
Radiogestuurde atoomtijdfunctie
Dit horloge ontvangt een tijdkalibratiesignaal en past de tijd vervolgens automatisch aan. Wanneer u het horloge echter gebruikt in gebieden buiten het bereik van de tijdsignaalzenders, moet u de tijd zo nodig handmatig instellen. Zie "De actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren" voor meer informatie.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de tijdsinstellingen van het horloge worden aangepast wanneer de stadscode die als woonplaatscode is geselecteerd in Japan, Noord-Amerika, Europa of China ligt en ontvangst van het tijdkalibratiesignaal ondersteunt.
| Als de instelling van uw woonplaatscode is: Kan het horloge het signaal ontvangen in: | |
| LONDEN (LON), PARIUS (PAR), ATHENE (ATH) Anthorn | (Engoland), Mainflingen (Duitsland) |
| HONGKONG (HKG) Shangqu City (China) | |
| TOKIO (TYO) Fukushima (Japan), Fukucka/Saga (Japan) | |
| HO NO LU LU (HNL), AN CHOR AG E (AN C), LOS ANGELES (LAX), DENMLR (DEN). CHICAGO (CHI), NEW YORK (NYC) | Fort Collins, Colorado (Voronigdo Stalon) |
Belangrijk!
- De gebieden die vallen onder het bereik van HONOLULU (HNL) en ANCHORAGE (ANC) bevinden zich vrij ver van de kalibratiesignaalzenders af, daarom kunnen er in bepaalde omstandigheden problemen zijn met de ontvangst.
- Wanneer HONGKONG (HKG) als woonplaatscode is geselecteerd, worden alleen de tijd en de datum aangepast overeenkomstig het tijdkalibratleslgnaal. U dient zo nodig handmatig heen en weer te schakelen tussen standaardtijd en zomertijd (DST). Zie "De woonplaatsinstellingen configureren" voor informatie over hoe u dit moet doen.
Ontvangstbereik




- Ook al bevindt het horloge zich binnen het bereik van een van de zenders, dan nog kan de ontvangst soms onmogelijk zijn ten gevolge van geografische contouren, bouwwerken, het weer, seizoensinvloeden, de tijd van de dag, radio-interferentie enz. Het signaal wordt zwakker vanaf circa 500 kilometer van de zender. Vanaf die afstand wordt de invloed van de hierboven genoemde beperkingen alleen maar groter.
- Signaalontvangst is misschien niet mogelijk op de hieronder vermelde afstanden gedurende bepaalde perlodes van het jaar of van de dag. Radio-interferentie kan ook problemen met de ontvangst veroorzaken.
Zenders in Mainflingen (Duitsland) of Anthorn (Engeland): 500 kilometer
Zender in Fort Collins (Verenigde Staten): 1000 kilometer
Zenders in Fukushima en Fukuoka/Saga (Japan): 500 kilometer 500 kilometer
- Vanaf 1 januari 2008 heeft China geen zomertijd (Daylight Saving Time, DST) meer. Als China in de toekomst weer overstapt op zomertijd kan het zijn dat sommige functies van dit horloge niet langer juist werken.
- Het gebruik van het horloge in een land dat valt onder een tijdkallbratie die afwijkt van de landen die worden ondersteund kan leiden tot incorrecte weergave van de tijd als gevolg van de plaatselijke toepassing van zomertijd enz.
- Controleer of het horloge in de Tijdfunctiemodus staat. Zo niet, houd [D] dan ongeveer twee seconden ingedrukt om de Tijdfunctiemodus in te schakelen.
- De antenne van dit horloge bevindt zich aan de 12-uurskant. Plaats het horloge zoals weergegeven op de afbeelding, met de 12-uurszijde naar een raam gericht. Zorg ervoor dat er zich geen metalen voorwerpen in de buurt bevinden.

- 's Nachts is de signaalontvangst over het algemeen beter dan overdag.
- Ontvangst van het signaal kan twee tot zeven minuten duren, maar in sommige gevallen wel veertien minuten. Zorg ervoor dat u in deze tijd op geen enkele knop drukt en het horloge niet verplaatst.
- Ontvangst van het signaal kan moeilijk of zelfs onmogelijk zijn in de omstandigheden zoals hieronder beschreven.

In of
tussen
gebouv

In een
voertuig

In de buurt van
huishoudelijke
apparaten, kan-
toorapparatuur of
een mobiele
telefoon

In de buurt van
een bouwterrein,
luchthaven of
andere
bronnen van
elektrische ruis

In de buurt van hoogspannings kabels

Tussen of
achter
bergen
-
Wat u hierna moet doen, hangt af van of u automatische ontvangst of handmatige ontvangst gebruikt.
-
Automatische ontvangst: Laat het horloge 's nachts liggen op de plek die u in stap 2 hebt gekozen. Zie "Automatische ontvangst" hieronder voor meer informatie.
- Handmatige ontvangst: voer de handeling uit zoals beschreven onder "Handmatige ontvangst uitvoeren".
- Met automatische ontvangst voert het horloge iedere dag automatisch maximaal zes keer een ontvangstoperatie uit (maximaal vijf keer voor het Chinese kalibratiesignaal) tussen middernacht en 5.00 uur (overeenkomstig de tijd in de Tijdfunctlemodus). Wanneer de ontvangst geslaagd is, worden de resterende ontvangstoperaties voor die dag niet uitgevoerd.
- Wanneer het tijdstip van kalibratie is aangebroken, ontvangt het horloge alleen het kalibratesignaal als het in de Tijdfunctiemodus of de Wereldtijdmodus staat. Er wordt geen ontvangstoperatie uitgevoerd als het tijdstip van kalibratie aanbreekt terwijl u instellingen aan het wijzigen pent.
- Om automatische ontvangst in of uit te schakelen kunt u de procedure onder "Automatische ontvangst in- en uitschakelen" gebruiken.
Een handmatige ontvangst uitvoeren
Bezig met ontvangen

Seasoned
wijzer
Ontvangst geslaagd

Ontvangst mislukt

Maand - Dag

Upour, Minuten


Aan-ivitstatus
- Gebruik [D] om de Ontvangstmodus (Receive Mode, RC) te selecteren zoals wordt aangegeven in "Een modus selecteren".
- Houd [A] ingedrukt totdat de secondewijzer naar READY (of R voor sommige modellen) wilst.
- Dit geeft aan dat het horloge gereed is voor signaal- ontvangst.
- Na een korte tijd gaat de secondewijzer naar WORK (of W bij sommige modellen) en de signaalontvangst begint. Druk geen van de knoppen van het horloge in totdat de secondewijzer weer normaal beweegt, wat betekent dat de ontvangst is afgerond.
- Als de signaalontvangst niet stabiel is, kan de secondewijzer tussen WORK (W) en READY (R) blijven bewegen.
- Op de digitale display verschijnt OK als de ontvangst is geslaagd. Err betekent dat de ontvangst niet is geslaagd.
- Als de secondewijzer op READY (R) blijft staan kunt u met een druk op een willekeurige knop de signaal- ontvangst annuleren. Verplaats het horloge naar een plaats waar de ontvangst beter is en probeer opnieuw.
- Druk twee keer op [D] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
NB
Om een lopende signaalontvangst te annuleren drukt u op één van de knoppen van het horloge. Hierdoor keert u terug naar de Ontvangstmodus in stap 1 van deze procedure.
De laatste resultaten van de signaalontvangst controleren
Ga naar de Ontvangstmodus.
- Wanneer de ontvangst geslaagd is, toont de digitale display de tijd en datum van de geslaagde ontvangst. ---: --- geeft aan dat geen van de ontvangstpogingen is geslaagd.
- Om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren drukt u twee keer op [D].
Automatische ontvangst in- en uitschakelen 1. Ga naar de Ontvangstmodus.
- Houd [E] ingedrukt totdat On of OFF knippert op de digitale display. Dit is het instelscherm.
- Het instelschem wordt overigens niet weergegeven als de op dat moment ingestelde woonplaats geen ontvangst van tijdkalibratie ondersteunt.
- Druk op [A] om heen en weer te schakelen tussen automatische ontvangst aan (ON) en uit (OFF).
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten
Voorzorgsmaatregelen voor radiogestuurde atoomtijdfunctie
- Sterke elektrostatische ladingen kunnen leiden tot een verkeerde instelling van de tijd.
- Zelfs als de ontvangst succesvol is, kunnen bepaalde omstandigheden ertoe leiden dat de tijdsinstelling maximaal een seconde afwijkt.
- Het horloge is zo ontworpen dat het de datum en de dag van de week automatisch bijwerkt voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2099. De datum kan vanaf 1 januari 2100 niet meer door signaalontvangst worden bijgewerkt.
- Als u zich in een gebied bevindt waar geen signaal kan worden ontvangen, dan blijft uw horloge ingesteld op de tijd met de nauwkeurigheid zoals aangegeven in "Specificaties".
- De ontvangst is uitgeschakeld in de volgende situaties.
• Wanneer het energieniveau 3 (L) of lager is - Wanneer het horloge in Stroomherstelmodus staat
- Wanneer een sensoroperatie wordt uitgevoerd
- Wanneer het horloge in de functieslaapstand ("energiebesparing") staat
- Terwijl er een aanpassing van de thuispositie van wijzers wordt uitgevoerd
- Wanneer er een meting met de afteltimer aan de gang is
- Ontvangst wordt onderbroken wanneer er een alarmsignaal klinkt tijdens de ontvangst.
- De Woonplaatsinstelling keert terug naar de standaardinstelling TOKIO (TYO) wanneer het laadniveau van de batterij naar niveau 5 daalt of wanneer u de oplaadbare batterij hebt laten vervangen. Als dit gebeurt, moet u de woonplaats opnieuw instellen.
Modusreferentiegids
Uw horloge beschikt over 11 "modi". Welke modus u moet selecteren, hangt af van wat u wilt doen.
| Om dit te doen: Gebruikt u deze modus: | |
| De actuele datum in uw woonplaats bekijken • De woonplaatsinstellingen en de zomertijd (DST) configureren• Tijd- en datuminstellingen handmatig configureren | Tijdfunctiemodus |
| • Uw huidige positie of de windrichting vanaf uw huidige positie naar een bestemming vaststellen als een windrichting indicator en hoekwaardeUw huidige positie bepalen met het horloge en een kaart | Kompasmodus |
| • De barometrische druk en de temperatuur bekijken voor uw locatieEen grafiek van de barometrische drukmeetwaarden bekijken | Barometer-/Thermometermodus |
| • De hoogte bekijken van uw huilige positie• Het hoogteverschil bepalen tussen twee posities [referentiepunt en huidige positie]• Een hoogtemetingwaarde vastleggen met meetdatum en - tijd | Hoogtemetermodus |
| In de Hoogtemetermodus gemaakte gegevens oproepen | Modus gegevens uit geheugen oproepen |
| De stopwatch gebruiken om de verstreken tijd te meten | Stopwatchmodus |
| De afteltimer gebruiken | Afteltimermodus |
| Een alarmtijd instellen | Alarmsignaalmodus |
| De actuele tijd in een van de 29 steden (29 tijdzones) over de hele wereld bekijken | Wereldtijdmodus |
| • Ontvangst van een tijdkalibratiesignaal uitvoeren• Controlleren of de laatste ontvangstoperatie geslaagd is. | Ontvangstmodus |
| Thuispositie van wijzers aanpassen | Aanpassingsmodus thuispositie van wijzers |
Een modus selecteren
- Op de afbeelding hieronder ziet u welke knoppen u moet gebruiken om tussen de modi te navigeren.
- Om vanuit een andere modus naar de Tijdfunctiemodus terug te keren houdt u [D] ongeveer twee seconden ingedrukt.
- Druk in ongeacht welke modus op L om de display te verlichten.

flowchart
graph TD
A["Afteltimermodus Stopwatchmodus"] --> B["Modus gegevens uit geheugen oproepen"]
B --> C["Tijdfunctiemodus"]
C --> D["Sensormodi"]
D --> E["Kompasmodus"]
E --> F["Barometer-/thermometermodus"]
F --> G["Hoogtemetermodus"]
G --> H["Antenna"]
H --> I["Antenna"]
I --> J["Antenna"]
J --> K["Antenna"]
K --> L["Antenna"]
L --> M["Antenna"]
M --> N["Antenna"]
N --> O["Antenna"]
O --> P["Antenna"]
P --> Q["Antenna"]
Q --> R["Antenna"]
R --> S["Antenna"]
S --> T["Antenna"]
T --> U["Antenna"]
U --> V["Antenna"]
V --> W["Antenna"]
W --> X["Antenna"]
X --> Y["Antenna"]
Y --> Z["Antenna"]
Z --> AA["Antenna"]
AA --> AB["Antenna"]
AB --> AC["Antenna"]
AC --> AD["Antenna"]
AD --> AE["Antenna"]
AE --> AF["Antenna"]
AF --> AG["Antenna"]
AG --> AH["Antenna"]
AH --> AI["Antenna"]
AI --> AJ["Antenna"]
AJ --> AK["Antenna"]
AK --> AL["Antenna"]
AL --> AM["Antenna"]
AM --> AN["Antenna"]
AN --> AO["Antenna"]
AO --> AP["Antenna"]
AP --> AQ["Antenna"]
AQ --> AR["Antenna"]
AR --> AS["Antenna"]
AS --> AT["Antenna"]
AT --> AU["Antenna"]
AU --> AV["Antenna"]
AV --> AW["Antenna"]
AW --> AX["Antenna"]
AX --> AY["Antenna"]
AY --> AZ["Antenna"]
AZ --> BA["Antenna"]
BA --> BB["Antenna"]
BB --> BC["Antenna"]
BC --> BD["Antenna"]
BD --> BE["Antenna"]
BE --> BF["Antenna"]
BF --> BG["Antenna"]
BG --> BH["Antenna"]
BH --> BI["Antenna"]
BI --> BJ["Antenna"]
BJ --> BK["Antenna"]
BK --> BL["Antenna"]
BL --> BM["Antenna"]
BM --> BN["Antenna"]
BN --> BO["Antenna"]
BO --> BP["Antenna"]
BP --> BQ["Antenna"]
BQ --> BR["Antenna"]
BR --> BS["Antenna"]
BS --> BT["Antenna"]
BT --> BU["Antenna"]
BU --> BV["Antenna"]
BV --> BW["Antenna"]
BW --> BX["Antenna"]
BX --> BY["Antenna"]
BY --> BZ["Antenna"]
BZ --> CA["Antenna"]
CA --> CB["Antenna"]
CB --> CC["Antenna"]
CC --> CD["Antenna"]
CD --> CE["Antenna"]
CE --> CF["Antenna"]
CF --> CG["Antenna"]
CG --> CH["Antenna"]
CH --> CI["Antenna"]
CI --> CJ["Antenna"]
CJ --> CK["Antenna"]
CK --> CR["Antenna"]
CR --> CS["Antenna"]
CS --> CT["Antenna"]
CT --> CU["Antenna"]
CU --> CV["Antenna"]
CV --> CW["Antenna"]
CW --> CX["Antenna"]
CX --> CY["Antenna"]
CY --> CZ["Antenna"]
CZ --> DA["Antenna"]
DA --> DB["Antenna"]
DB --> DC["Antenna"]
DC --> DD["Antenna"]
DD --> DEA["Antenna"]
DEA --> DF["Antenna"]
Algemene functies (alle modi)
De functies en handelingen die in dit gedeelte worden beschreven kunnen in alle modi worden gebruikt.
Automatische terugkeerfuncties
- Het horloge keert automatisch naar de Tijfunctiemodus terug als u gedurende ongeveer twee of drie minuten geen enkele handeling uitvoert in de Modus gegevens uit geheugen oproepen, Alarmsignaalmodus, Ontvangstmodus of Aanpassingsmodus thuispositie wijzers.
- Als u de digitale display twee of drie minuten laat staan met een knipperende instelling zonder op een knop te drukken, verlaat het horloge automatisch het instelscherm.
Als eerste weergegeven schermen
Wanneer u het horloge in de Modus gegevens uit geheugen oproepen, Wereldtijdmodus, Alarmsignaalmodus, Kompasmodus of Barometer-/thermometermodus zet, worden de gegevens die u het laatst bekeek bij het verlaten van de modus als eerste getoond.
Scrollen
De [A]- en [C]-knoppen worden gebruikt om door de instelling op de digitale display te scrollen wanneer een instelscherm wordt weergegeven en de wijzers van het horloge handmatig te bewegen. In de meeste gevallen wordt door het indrukken van een van deze knoppen de handeling op hoge snelheid uitgevoerd.
Tijdfunctie
Gebruik de Tijdfunctiemodus (HOME) om de huldige tijd en datum in te stellen en te bekijken.
- Druk in de Tijdfunctlemodus op [E] om de digitale display te schakelen tussen de dag van de week en de drukgrafiek.

Woonplaatsinstellingen configureren
Er zijn twee woonplaatsinstellingen: het selecteren van de woonplaats en het specificeren van de standaardtijd of de zomertijd (DST).

De woonplaatsinstellingen configureren
-
Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
-
Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → HT knippert. - De secondewijzer wijst naar de huldige Woonplaatscode.
- Voor informatie over de stadscodes zie de "Stadscodeta-bel" achterin deze handleiding.
- Om de instelling van de woonplaatscode te wijzigen drukt u op [A] om de secondewijzer met de wijzers van de klok mee te bewegen.
- Blijf op [A] drukken totdat de secondewijzer wijst naar de stadscode die u als uw woonplaatscode wilt selecteren.
- De actuele tijd in de tijdzonde van de op dat moment geselecteerde stadscode wordt weergegeven op de digitale display.
- Druk op [D]. Hierdoor wordt op de digitale display het instelscherm voor de zomertijd weergegeven.
- Gebruik [A] om door de zomertijdinstellingen te scrollen in de volgorde zoals hieronder is weergegeven.
- De Auto DST (AUTO)-instelling is alleen beschikbaar

wanneer u een stadscode als woonplaats selecteert die ontvangst van een tijdkalibratiesignaal ondersteunt. Als Auto DST is geselecteerd, wordt de zomertijdcinstelling automatisch aangepast overeenkomstig het tijdkalibratiesignaal.
- U kunt niet heen en weer schakelen tussen STD (standaardtijd) en DST (zomertijd) wanneer UTC is geselecteerd als woonplaats.
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u op [E] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
- De wijzers van het horloge gaan naar de actuele tijd in de tijdzone waar de stadscode zich bevindt die u hebt geselecteerd als uw Woonplaats. Voer geen handelingen uit op het horloge terwijl de wijzers in beweging zijn.
- Als zomertijd is geselecteerd wordt de DST-indicator weergegeven op de digitale display.
NB
- Nadat u een stadscode hebt geselecteerd, gebruikt het horloge UTC*-compensatie in de Wereldtijdmodus om de actuele tijd voor de andere tijdzones te berekenen op basis van de actuele tijd in uw woonplaats.
*UTC (Coordinated Universal Time) is de wereldwijd gebruikte wetenschappelijke standaard voor tildregistratie. Het referentlepunt voor UTC is Greenwich, Engeland. - Door het selecteren van bepaalde stadscodes kan het horloge automatisch het tijdkalibratiesignaal voor de bijbehorende regio ontvangen. Zie: "Radiogestuurde atoomtijdfunctie" voor meer informatie.
- U kunt met de knoppen [A]. [B] en [C] direct vanuit de Tijdfunctiemodus of vanuit een andere modus naar een sensormodus gaan. Om vanuit de Modus gegevens uit geheugen oproepen, Afteltimermodus, Alarmsignaalmodus, Wereldtijdmodus, Ontvangstmodus of Aanpassingsmodus voor Thulsposities van wijzers naar een sensormodus te gaan, moet u eerst naar de Tijdfunctiemodus gaan en vervolgens op de desbetreffende knop drukken. - De uren- en de minutenwijzer geven de actuele tijd aan in alle modi. In de Tijdfunctiemodus, Modus gegevens uit geheugen oproepen, Stopwatchmodus, Afteltimermodus en Alarmsignaalmodus geeft de secondwijzer de actuele seconden aan (Tijdfunctiemodus). De secondwijzer heeft andere functies in andere modi.

flowchart
graph TD
A["Sensor"] --> B["Kompasmodus 45 °C"]
B --> C["Barometer-/thermometermodus 895 °C"]
C --> D["Hoogtemetermodus 5800 °C"]
D --> E["Output: 817.1 MPa"]
E --> F["Return to Sensor"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
De zomertijdinstelling (Daylight Saving Time) wijzigen

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → HT knippert. - De secondewijzer wijst naar de huidige Woonplaatscode.
- Druk op [D]. Hierdoor wordt op de digitale display het instelscherm voor de zomertijd weergegeven.
- Gebruik [A] om door de zomertijdinstellingen te scrollen in de volgorde zoals hieronder is weergegeven.

- De instelling Auto DST (AUTO) kan alleen worden geselecteerd wanneer een stadscode is geselecteerd die ontvangst van het tijdkalibratiesignaal ondersteunt. Als Auto DST is geselecteerd, wordt de zomertijdinstelling automatisch aangepast overeenkomstig de zomertijdinformatie die wordt ontvangen samen met het tijdkalibratiesignaal.
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u op [E] om het instelschem te verlaten.
- De zomertijdindicator geeft aan dat de zomertijd is geselecteerd.
De actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren
U kunt de actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren wanneer het horloge geen tijdkalibratiesignaal kan ontvangen.
De instelling van de actuele tijd- en datuminstellingen handmatig wijzigen
PM-

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → HT knippert. De secondewijzer wijst naar de huidige Woonplaatscode.
- Gebruik [A] om de stadscode te selecteren die u als uw woonplaats wilt gebruiken.
- Elke keer dat u op [A] drukt, beweegt de secondewijzer met de klok mee. Blijf op [A] drukken totdat de secondewijzer wijst naar de stadscode die u wilt selecteren.
- Zorg ervoor dat u uw Woonplaatscode selecteert voordat u andere instellingen wijzigt.
-
Voor volledige informatie over de stadscodes zie de "Stadscodetabel" achterin deze handleiding.
-
Druk op [D] om door de beschikbare instellingen op de digitale display te scrollen in de volgorde zoals hieronder is weergegeven.

flowchart
graph LR
A["Stadscode"] --> B["Zomertijd DST"]
B --> C["120kV-bpur formest"]
C --> D["Seconden"]
D --> E["Uren"]
E --> F["Minuten"]
F --> G["Jaar"]
H["Termometer/Barometer/Hoogte-unit"] --> I["Auto licht aanuit"]
I --> J["Verlichtingsduur"]
J --> K["Knopgeluidssignaal aanuit"]
K --> L["Cag"]
L --> M["Msand"]
- In de volgende stappen wordt uitgelegd hoe u alleen de tijdfunctie-instellingen configu-reert.
- Wanneer de tijdfunctie-instelling die u wilt wijzigen wordt weergegeven, gebruikt u [A] en/of [C] om deze te wijzigen op de manier zoals hieronder is beschreven.
| Scherm Om dit te doen | Doet u dit: | |
| HT | De stadscode wijzgen, Druk op [A] | |
| AUTO *10 | Schakeen tussen automatische zomerlijd (AUTO), zomerlijd (DST (ON)) en standaardlijd (OFF) | Druk op [A]. |
| 12 x | Schakeen tussen 12-uurs- (121) en 24-uurs- (241) weergave van de tijd | Druk op [A]. |
| 50 | De seconden terugzretten naar 00 Druk op [A]. | |
| 10:08 | De uren of minuten wijzgen Gebruik [A] (-) of [C] (-). | |
| 20 10 | Hat jaar wijzgen | Gebruik [A] (-) of C [-]. |
| 6.30 | De maand of dag wijzgen |
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
- De wijzers van het horloge bewegen naar de tijd die u hebt ingesteld. Voer geen handelingen uit op het horloge terwijl de wijzers in beweging zijn.
NB
- Voor informatie over het selecteren van een Woonplaats en het configureren van de zomertijdinstelling, zie "Woonplaatsinstellingen configureren".
- Wanneer u de tijd op de digitale display wijzigt, wordt de tijd die wordt aangegeven door de wijzers overeenkomstig aangepast. Als de tijd op de display en de tijd die wordt aangegeven door de wijzers niet overeenkomen, kan dat betekenen dat de thuisposities van de wijzers niet meer kloppen. Pas zo nodig de thuisposities aan.
- Wanneer 12-uursweergave is geselecteerd, verschijnt er een P-indicator (PM) voor tijden vanaf 12 uur 's middags tot 11:59 's avonds. Er wordt geen indicator weergegeven tussen middenacht en 11:59 's morgens. Met de 24-uursweergave worden de tijden weergegeven van 0:00 tot 23:59, zonder een P-indicator (PM).
- De in het horloge ingebouwde automatische kalender maakt verschillende maandleng-
tes en schrikkeljaren mogelijk. Nadat u de datum hebt ingesteld, is er geen reden om deze nog weer te veranderen, behalve wanneer u de oplaadbare batterij van het horloge hebt laten vervangen of nadat het energieniveau onder niveau 5 daalt.
De windrichting aflezen
De Kompasmodus gebruikt de richtingsensor van het horloge om het magnetische noorden te detecteren. De secondewijzer geeft het magnetische noorden aan en de digitale display toont een van de 16 windrichtingen en een hoekwaarde.
De windrichting aflezen
12-uurs- positie Noorden aangegeven door de secondewijzer

Hofrovaarelbu:ir (prabienzaes)

- Controleer of het horloge in de Tijdfunctiemodus of één van de sensormodi staat.
- De sensormodi zijn Kompasmodus, Barometer-/thermometermodus en Hoogtemetermodus.
- Plaats het horloge op een vlak oppervlak. Als u het horloge draagt, moet u ervoor zorgen dat uw pols horizontaal is ten opzichte van de horizon.
- Richt de 12-uurspositie van het horloge in de windrichting die u wilt meten.
- Druk op [C] om de windrichtingmeting te starten, wat wordt aangegeven door COMP dat op de digitale display verschijnt.
- Voor informatie over de resultaten van windrichtingmetingen, zie "Resultaten van windrichtingmetingen interpreteren".
- Als u klaar bent met het meten van de windrichting drukt u op [D] om terug te keren naar de Tijdfunctie-modus.
Resultaten van windrichtingmetingen interpreteren
- Wanneer u op [C] druk verschijnt COMP op de digitale display om aan te geven dat de windrichtingmeting is gestart.
- Na ongeveer twee seconden beweegt de secondewijzer en geeft het magnetische noorden aan. De digitale display toont of de hoek tussen het magnetische noorden en de 12-uurspositie van het horloge, of één van de 16 windrichtingindicatoren.
- Het horloge werkt de richtlingsmeting ongeveer ledere seconde bij gedurende ongeveer 20 seconden, daarna stopt het. Op de digitale display wordt — — — weergegeven en de secondewijzer beweegt naar COMP (onder de [C]-knop) om aan te geven dat de windrichtingmeting is voltoold. Als u door wilt gaan met het uitlezen van de windrichting drukt u opnieuw op [C].
- Wanneer u op dit moment op [E] drukt schakelt de digitale display tussen de hoekwaarde en een windrichtingindicator van een, twee of drie karakters.
- De schakelaar voor automatische verlichting is uitgeschakeld gedurende de 20 seconden dat de windrichting wordt gemeten.
- De onderstaande tabel geeft een overzicht van de betekenissen van de afkortingen die worden gebruikt voor de windrichtingindicatoren die verschijnen op de digitale display.
| Windrichting | Batekeris | Windeel | Batekeris | Windrichting | Batekeris | Windrichting | Batekeris |
| N | Noord | NNL | Noordnoordost | NL | Noordost | LNc | Oostnoordost |
| E | Oost | ESc | Oostzuidost | SE | Zuidost | SSc | Zulzuidost |
| S | Zuld | SSW | Zuidzuidost | SW | Zuidwest | WSW | Wristzuidost |
| W | Wast | WNW | Westmordwest | NW | Nordwest | NNW | Nordmordwest |
- De foutmarge voor de hoekwaarde en de windrichtingindicator bedraagt 11 graden wanneer het horloge horizontaal is ten opzichte van de horizon. Als de aangegeven windrichting bijvoorbeeld noordwest (NW) en 315 graden is, kan de werkelijke windrichting alles tussen 304 en 326 graden zijn.
- Als de secondewijzer naar 12 uur (noord) wijst, toont de digitale display een naar boven wijzende witte pijl op een zwarte achtergrond.
- De kleine schaalverdeling in het midden van wijzerplaat is een windrichtingschaal. U kunt de windrichtingschaal gebruik om een Indruk te krijgen van het aantal graden dat de 12-uurpositie van het horloge (met de klok mee) verwijderd is van de noordelijke indicatie van de secondewijzer. De windrichtingschaal is onderverdeeld in stappen van 10 graden. Sommige modellen beschikken niet over een windrichtingschaal.
- Indien het horloge bij een meting niet horizontaal ten opzichte van de horizon wordt gehouden, kan de meetafwijking groot zijn.
- U kunt de positioneringssensor kalibreren als u vermoedt dat de windrichtingmeting onjuist is.
- Een eventuele windrichtingmeting wordt tijdelijk stopgezet wanneer het horloge een waarschuwingshandeling uitvoert (dagelijks alarmsignaal, uursignaal, waarschuwingssignaal afteltimer) of wanneer de verlichting wordt ingeschakeld, door op L te drukken. Nadat de handeling die de meting onderbrak is voltooid, hervat en voltooit het horloge de meethandeling.
- Voor voorzorgsmaatregelen die in acht moeten worden genomen bij het gebruiken van de Kompasmodus, zie "Voorzorgsmaatregelen kompas".
De positioneringssensor kalibreren
Wanneer u het gevoel hebt dat de windrichtingmetingen die het horloge produceert er naast zitten, moet de positioneringssensor kalibreren. Er bestaan drie kalibratiemethoden: magnetische declinatiecorrectie, bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie.
Magnetische declinatiecorrectie
Bij magnetische declinatiecorrectie voert u een magnetische declinatiehoek in (het verschil tussen het magnetische noorden en het echte noorden), waardoor het horloge het echte noorden kan aanwijzen. U kunt deze procedure volgen wanneer de magnetische declinatiehoek is aangegeven op de kaart die u gebruikt. U kunt de declinatiehoek alleen in hele graden opgeven. Wellicht moet u de waarden die op de kaart worden gegeven dus afronden. Als uw kaart de declinatiehoek aangeeft als 7,4", voert u 7" in. In het geval van 7,6" wordt dat 8". Voor 7,5" kunt u zowel 7" als 8" opgeven.
Bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie
Met bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie kalibreert u de nauwkeurigheid van de positioneringssensor ten opzlichte van het magnetische noorden. U gebruikt bi-directionele kalibratie wanneer u metingen wilt verrichten in een gebied dat is blootgesteld aan magnetische krachten. Dit type kalibratie moet u gebruiken als het horloge om de een of andere reden magnetisch is geworden. Met noordelijke kalibratie "leert" u het horloge waar het noorden is. U dient dit vast te stellen met een ander kompas of op een andere manier.
Belangrijk!
Hoe nauwkeuriger u de bi-directionele uitvoert, des nauwkeuriger de metingen van de positioneringssensor zullen zijn. U moet een bi-directionele kalibratie uitvoeren wanneer u van omgeving verandert waarin u de positioneringssensor gebruikt en wanneer u het gevoel hebt dat de positioneringssensor onjuiste meetwaarden produceert.
Een magnetische declinatiecorrectie uitvoeren
Windrichtingwaerde van de magnetische declinatiehoek (E, W of 0°)

Wande van de magnetische
declinetiehoek
- Houd in de Kompasmodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → Instellingen magnetische declinatie knipperen.
- Dit is het instelscherm.
- Gebruik [A] (oost) of [C] (west) om de instellingen te wijzigen.
- In het volgende gedeelte worden de windrichtinginstellingen van magnetische declinatiehoek uitgelegd. 0":Geen magnetische declinatiecorrectle uitgevoerd. De magnetische declinatiehoek bij deze instelling is "0".
E: Wanneer het magnetische noorden naar het oosten liigt (oostelijke declinatie)
W: Wanneer het magnetische noorden naar het westen ligt (westelijke declinatie)
- U kunt bij deze instellingen een waarde klezen binnen een bereik van W 90 en E 90.
- Om de magnetische doellnetie terug to zetten naar de febrickeinstelling drukt u [4] en
- Om de magnetische declinatie terug te zetten naar de fabrieksinstelling drukt u [A] en [C] tegelijk in. Hierdoor wordt OFF weergegeven op de digitale display. Na ongeveer een seconde wijzigt de magnetische declinatie naar 0 graden.
- De illustratie toont de windrichtingwaarde van de declinatiehoek en de hoekwaarde die u moet selecteren wanneer er op een kaart een magnetische declinatie wordt vermeld van "West 1".
- Wanneer u de gewenste instelling hebt bereikt, drukt u op [E] om het instelscherm te ver- laten.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot bi-directionele kalibratie
- Voor bi-directionele kalibratie kunt u elk paar tegenovergestelde windrichtingen kiezen. Ze moeten echter beslist 180 graden tegenovergesteld zijn. Als u de procedure incorrect uitvoert, geeft de positioneringssensor de verkeerde meetwaarden.
- Beweeg het horloge niet zolang het kalibreren van de windrichtingen aan de gang is.
- U moet de bi-directionele kalibratie in eenzelfde omgeving uitvoeren als waarin u windrichtingmetingen wilt gaan verrichten. Als u bijvoorbeeld van plan bent windrichtingmetingen in een open veld te gaan doen, kalibreer dan in een open veld.
Een bi-directionele kalibratie uitvoeren

- Houd in de Kompasmodus [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven.
Instellingen magnetische declinatie knipperen.
• Dit is het instelscherm. - Druk op [D] om het instelschem voor de bi-directionele kalibratie weer te geven.
- Op dit moment geeft de digitale display -1- weer, ten teken dat het horloge gereed is om de eerste windrichting te kalibreren.
- Plaats het horloge op een oppervlak dat waterpas is in een willekeurige windrichting en druk op [C] voor de kalibratie van de eerste windrichting. De digitale display laat tijdens het kaliberen --- --- zien. Wanneer de kalibratie succesvol was, wordt op de digitale display -2- weergegeven. Dit betekent dat het horloge klaar is voor de kalibratie van de tweede windrichting.
- De kalibratie duurt ongeveer 13 seconden. Beweeg het horloge niet tijdens het kalibreren.
- Draal het horloge 180 graden.
- Druk opnieuw op [C] om de tweede windrichting te kalibreren. De digitale display laat tijdens het kalibreren --- zien. Wanneer de kalibratie gelukt is, laat de digitale display OK zien en gaat dan naar het scherm voor de Kompasmodus ( --- --- ---).
Een noordelijke kalibratie uitvoeren
Belangrijk!
Als u zowel een noordelijke als een bi-directionele kalibratie wilt uitvoeren, doe dan de bi-directionele kalibratie eerst en daarna de noordelijke kalibratie. Dat is nodig omdat een bi-directionele kalibratie elke bestaande noordelijke kalibratie tenietdoet.

- Houd in de Kompasmodus [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. Instellingen magnetische declinatie knipperen.
• Dit is het instelscherm. - Druk tweemaal op [D] om het instelscherm voor de noorde- lijke kalibratie weer te geven.
-
Op dit moment verschijnt -N- (noorden) op de digitale display.
-
Plaats het horloge op een oppervlak dat waterpas is en wel zo dat de 12-uurspositie naar het noorden wijst (gemeten met een ander kompas).
-
Druk op [C] om het kalibreren te starten.
- De digitale display laat tijdens het kalibreren —— —— — zien. Wanneer de kalibratie gelukt is, laat de digitale display OK zien en gaat dan naar het scherm voor de Kompasmodus (— — — —).
Het kompas gebruiken bij het bergbeklimmen of het wandelen
Dit gedeelte bevat twee praktische toepassingen voor het gebruik van het ingebouwde kom- pas van het horloge.
- Een kaart instellen en uw actuele positie vinden Bij het bergbeklimmen of wandelen is het belangrijk om te weten waar u zich bevindt. Hiertoe moet u de "kaart instellen", dat wil zeggen de kaart aanpassen, zodat de positionering die erop wordt aangegeven, overeenkomt met de werkelijke coördinaten van uw positie. Wat u eigenlijk doet, is noord op de kaart in overeenstemming brengen met noord zoals dat door het horloge wordt aangegeven.
- De positionering naar een doel vinden
Een kaart instellen en uw actuele positie vinden
-
Plaats het horloge, dat om uw pols zit, zo dat de wiizerplaat horizontaal is.
-
In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [C] om een kompasmeting te doen.
- De meetwaarde verschijnt na circa twee seconden op de digitale display en de secondewijzer wijst naar het noorden.
Noorden aangegeven op de kaart

Nordtseinelengegleven door noordaanwijzer
- Draal de map zonder het horloge te verplaatsen zo dat de het noorden op de kaart overeenkomt met het noorden op het horloge.
- Als de horloge is geconfigureerd om het magnetische noorden aan te geven, breng dan het magnetische noorden van de kaart in lijn met het horlope. Als het horloge is geconfigureerd met een declinatie voor correctie naar het echte noorden, breng dan het echte noorden van de kaart in lijn met het horloge. Raadpleeg voor details over de correctie van magnetische declinatie het gedeelte "De positioneringsensor kallbreren".
- Hiermee brengt u de positionering van de kaart in overeenstemming met uw actuele positie.
- Bepaal uw positie terwijl u de geografische contouren om u heen controleert.

Nordde reangegeven door de secondewijzer
De positionering naar een doel vinden
- Stel de kaart zo in dat het noorden in lijn is met het noorden op het horloge en bepaal uw actuele positie.
- Raadpleeg "Een kaart instellen en uw actuele positie vinden" voor het uitvoeren van de bovenstaande stap
- Plaats de kaart zo dat de richting waarnaar u wilt relzen op de kaart recht vooruit wijst.
- Plaats het horloge, dat om uw pols zit, zo dat de wijzerplaat horizontaal is.
- In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [C] om een kompasmeting te doen.
- De meetwaarde verschijnt na circa twee seconden op de digitale display en de secondewijzer wijst naar het noorden.
- Blijf de kaart voor u houden en draai uw lichaam naar het noorden totdat het noorden op het horloge en het noorden op de kaart in lijn zijn.
- Hiermee brengt u de positionering van de kaart in overeenstemming met uw actuele positie en is de richting naar uw doel recht vooruit.
Voorzorgsmaatregelen kompas
Dit horloge beschikt over een ingebouwde magnetische positioneringssensor die aardmagnetisme waarneemt. Dit betekent dat dit horloge het magnetische noorden aangeeft. Dat verschilt enigszins van het echte, polaire noorden. De magnetische noordpool ligt in het noorden van Canada, terwijl de magnetische zuldpool in zuldelijk Australië ligt. Het verschil tussen het magnetische noorden en het echte noorden zoals alle magnetische kompassen dit meten, wordt doorgaans groter naarmate men dichter bij een van de magnetische polen komt. Ook geven sommige kaarten het echte noorden aan (in plaats van het magnetische noorden). Als u zo'n kaart gebruikt in combinatie met dit horloge, moet u daar rekening mee houden.
Positie
- Als u een windrichtingmeting uitvoert in de buurt van een sterke magnetische bron, kunnen er grote fouten in de meetwaarden optreden. Om die reden moet u afzien van het doen van metingen in de buurt van de volgende soorten voorwerpen: permanente magneten (magnetische halskettingen enz.), concentraties van metaal (metalen deuren, kastjes enz.), hoogspanningskabels, antennedraden, huishoudelijke apparaten (tv's, computers, wasmachines, diepvrielzers enz.).
- Precieze windrichtingmetingen zijn eveneens onmogelijk in een trein, in een vliegtuig, op een boot enz.
- Precieze windrichtingmetingen zijn eveneens onmogelijk binnenshuis, met name in ferrobetonnen bouwwerken. Het metalen geraamte van dergelijke bouwwerken vangt namelijk magnetisme op van apparaten enz.
Opbergen
- Als het horloge magnetisch wordt, kan de nauwkeurigheid van de positioneringssensor achteruitgaan. Daarom moet u het horloge uit de buurt van magneten of andere bronnen van sterk magnetisme opbergen, zoals: permanente magneten (magnetische halskettingen enz.) en huishoudelijke apparaten (tv's, computers, wasmachines, dlepvrlezers enz.).
- Wanneer u vermoedt dat het horloge magnetisch geworden is, voert u de procedure uit bij "Een bi-directionele kalibratie uitvoeren".
Aflezen van barometrische druk en temperatuur
Dit horloge gebruikt een druksensor om de luchtdruk te meten (barometrische druk) en een temperatuursensor om de temperatuur te meten.
Naar en uit de Barometer-/thermometermodus gaan
Barometrisch druliverschil aangegeven door de secondewijzer

- In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [B] om naar de Barometer-/thermometermodus te gaan.
- Op de digitale display verschijnt BARO, ten teken dat er barometrische druk- en temperatuurmetingen aan de gang zijn. De huidige barometrische druk of temperatuur wordt weergegeven op de digitale display nadat de metingen zijn afgerond.
- Door op [E] te drukken schakelt de digitale display tussen de schermen voor barometrische druk en die voor temperatuur.
- Nadat u op [B] hebt gedrukt, voert het horloge gedurende de eerste drie minuten elke vijf seconden metingen uit; daarna elke twee minuten.
- Druk op [D] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
- Het horloge keert automatisch naar de Tijdfunctiemodus terug als u gedurende ongeveer een uur nadat u naar de Barometer-/thermometermodus bent gegaan geen enkele handeling uitvoert.
De barometrische druk en de temperatuur meten In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [B].
- Het horloge start automatisch met de barometrische druk- en temperatuurmetingen.
- U kunt elk gewenst moment een barometrische druk- en temperatuurmeting doen door in de Barometer-/thermometermodus op [B] te drukken.
- Door op [E] te drukken schakelt de digitale display tussen de schermen voor barometrische druk en die voor temperatuur.
- Nadat u naar de Barometer-/thermometermodus bent gegaan, kan het vier tot vijf secon- den duren voordat de uitkomst van de barometrische drukmeting verschijnt.
Barometrische druk
- Barometrische druk wordt weergegeven in eenheden 1 hPa (of 0,05 inHg).
- De afgebeelde barometrische drukwaarde verandert in — — — als de gemeten barometrisch druk buiten het bereik van 260 hPa - 1.100 hPa (7,65 inHg - 32,45 inHg) valt. Zodra de barometrische drukwaarde zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
Temperatuur
- Temperatuur wordt afgebeeld in eenheden van 0.1 °C (of 0.2 °F).
- De afgebeelde temperatuurwaarde verandert in ____ — — — °C (of °F) als de gemeten temperatuur buiten het bereik van -10,0 °C en 60,0 °C (14,0 °F en 140,0 °F) valt. Zodra de temperatuur zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
Displayeenheden
- U kunt hectopascals (hPa) of inchesHg (inHg) selecteren als de displayeenheid voor de barometrische druk en Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) als de displayeenheid voor de temperatuur. Kijk bij "De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk".
Barometrische drukgrafiek
Barometrische drukgrafiek

Barometrische druk geeft de wijzigingen in de atmosfeer aan. Door die in de gaten te houden, kun je het weer redelijk nauwkeurig voorspellen. Dit horloge verricht elke twee uit automatisch barometrische drukmetingen, en wel op de dertigste minuut van elk even uur. De resultaten van de metingen worden gebruikt voor het maken van een barometrische drukgrafiek, die wordt weergegeven op de digitale display, en de secondwijlger geeft het barometrische drukverschll aan.
De barometrische drukgrafiek lezen
De barometrische grafiek laat de metingen zien van de afgelopen 16 uur.

- De horizontale as van de grafiek vertegenwoordigt de tijd; elke stip staat voor twee uur. De meest rechtse stip vertegenwoordigt de meest recente meting.
- De verticale as van de grafiek vertegenwoordigt de barometrische druk; elk stip staat daarbij voor het relatieve verschil tussen zijn meting en van de stippen ernaast. Elke stip vertegenwoordigt 1 hPa.
Het onderstaande laat zien hoe de gegevens in de barometrische drukgrafiek geïnterpreteerd moeten worden.

Een stijgende grafiek betekent doorgaans beter weer.
Een dalende grafiek betekent doorgaans slechter weer.
NB
- Als er plotselinge veranderingen optreden in het weer of de temperatuur, kan de grafieklijn van de vorige metingen van de boven- of de onderkant van de grafiek aflopen. De hele grafiek wordt weer zichtbaar zodra de barometrische omstandigheden zich gestabiliseerd hebben.
- Ten gevolge van de volgende omstandigheden wordt het meten van de barometrische druk overgeslagen, waarbij de corresponderende stip op de barometrische drukgrafiek niet wordt ingevuld.

Niet zichtbaar op
de display.
- Barometrische meting die buiten het bereik valt (260 hPa/mb tot 1.100 hPa/mb of 7,65 inHg tot 32,45 inHg)
- Sensorstoring
Informatie over het barometrische drukverschil aangegeven door de secondewijzer

'Secondewijzer
In de Barometer-/thermometermodus geeft de secondewijzer het verschil aan tussen de waarde van de laatste barometrische drukmeting weergegeven in de barometrische drukgrafiek en de waarde van de laatste barometrische drukmeting uitgevoerd door het horloge (wat wordt weergegeven op de digitale display).
Eenheden secondewijzer in Barometer-/thermometermodus
De secondewijzer geeft het barometrische drukverschil aan tot ±10 hPa (in 1-hPa-eenheden).
- De illustratie hiernaast laat bijvoorbeeld zien wat de secondewijzer zou aanwijzen wanneer het berekende verschil circa -5 hPa is (circa 0,15 inHg).
- De secondewijzer wijst naar OVER of UNDER als het barometrische drukverschil buiten het toegestane berelk van de schaal valt.
- De secondewijzer beweegt naar 9 uur als de sensormeting om welke reden dan ook niet kon worden uitgevoerd of als de meting buiten het toegestane bereik valt.
- Barometrische druk wordt berekend en afgebeeld met hPa als standaardmeeteenheid. Het barometrische drukverschil kan ook worden gelezen in inHg-eenheden, zoals te zien in op de afbeelding (1 hPa = 0.03 inHg).

Kalibratie van de druksensor en de temperatuursensor
De druksensor en de temperatuursensor die in het horloge zijn ingebouwd, worden in de fabriek gekallbreerd en hoeven normalter niet te worden aangepast. Als u ernstige fouten constateert in de druk• en temperatuurmeetwaarden van dit horloge kunt u een sensor kalibreren aan de hand van de meting van een ander apparaat om dit te corrigeren.
Belangrijk!
- Als u de druksensor verkeerd kalibreert, zijn de metingen waarschijnlijk onjuist. Voordat u de kalibratiewaarde wijzigt, moet u ervoor zorgen dat de metingen die u gebruikt betrouwbaar en nauwkeurig zijn.
- Als u de temperatuursensor verkeerd kalibreert, zijn de metingen waarschijnlijk onjuist. Lees voordat u begint het onderstaande aandachtig.
- Vergelijk de metingen van het horloge met die van een andere betrouwbare, nauwkeurige thermometer.
- Als u opnieuw wilt kalibreren, verwijder dan eerst het horloge van uw pols en wacht 20 tot 30 minuten, tot de temperatuur van het horloge stabiel is.
De druksensor en de temperatuursensor kalibreren

- Voer een meting uit met een ander meetapparaat om de exacte huidige barometrische druk of temperatuur vast te stellen.
- Wanneer het horloge in de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi staat, drukt u op [B] om naar de Barometer-/thermometermodus te gaan.
- Houd [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. De huidige temperatuurwaarde gaat knipperen.
- Door op [D] te drukken knipperen afwisselend de temperatuurwaarde en de barometrische drukwaarde. Kies degene die u wilt kalibreren.
- Pas de kalibratiewaarde aan met [A] (+) en [C] (-) in de hieronder afgebeelde eenheden.
Temperatuur 0,1 °C (0,2 °F) Barometrische druk 1 hPa (0,05 inHg)
- Om de knipperende waarde terug te zetten op de oorspronkelijke fabriekswaarde drukt u tegelijk op [A] en [C]. OFF verschijnt gedurende ongeveer een seconde, gevolgd door de oorspronkelijke standaardwaarde.
- Druk op [E] om terug te keren naar het scherm Barometer-/thermometermodus.
Voorzorgsmaatregelen barometer en thermometer
- De druksensor van dit horloge meet veranderingen in luchtdruk, die u vervolgens kunt gebruiken voor uw eigen weersvoorspellingen. Het horloge is niet bedoeld als precisie-instrument voor officiële weersvoorspellingen en weerberichten.
- Plotselinge temperatuurwisselingen kunnen de meetwaarden van de druksensor beïnvloeden.
- De temperatuurmetingen worden beïnvloed door uw lichaamstemperatuur (tijdens het dragen van het horloge), door direct zonlicht en door vocht. Om de omgevingstemperatuur nauwkeuriger te meten, haalt u het horloge van uw pols, legt u het op een goed geventileerde plaats (niet in het directe zonlicht) en veegt u alle vocht van de kast. Het duurt zo'n 20 tot 30 minuten voordat de temperatuur van de kast van het horloge gelijk is aan de omgevingstemperatuur.
De hoogte aflezen
Het horloge toont hoogtewaarden op basis van luchtdrukmetingen die zijn uitgevoerd door de ingebouwde druksensor.
Hoe de hoogtemeter hoogte meet
De hoogtemeter kan hoogte meten op basis van zijn eigen presetwaarden (oorspronkelijke standaardinstelling) of op basis van een door u opgegeven referentiewaarde.
Wanneer u hoogte meet op basis van presetwaarden
Gegevens die worden verzameld door de barometrische druksensor van het horloge worden naar een geschatte hoogte geconverteerd op basis van de ISA-conversiewaarden (International Standard Atmosphere) die in uw horloge zijn opgeslagen.
Hoogte meten met een door u opgegeven referentiehoogte Nadat u een referentiehoogte hebt opgegeven, gebruikt het horloge die waarde om barometrische drukwaarde te converteren naar hoogtewaarde.
- Bij het bergbeklimmen kunt u de referentiewaarde instellen aan de hand van een merkteken onderweg of van hoogte-informatie op een kaart. Daarna zijn de hoogtemetingen van het horloge preciezer dan zonder referentiehoogte.

Een hoogtemeting verrichten
Hoogieverschij aangegeven door de secondewijzer

Actuele hoogte Hoogtegrafiek
- Zorg dat het horloge in de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi staat.
- De sensormodi zijn: De Kompasmodus, de Barometer-/thermometermodus en de Hooqtemetermodus.
- Druk op [A] om de hoogtemeting te starten.
- ALTI verschijnt op de digitale display, ten teken dat er een hoogtemeting aan de gang is. De eerste meetwaarde verschijnt na circa vijf seconden op de digitale display.
- De actuele hoogte wordt afgebeeld in eenheden van 5 meter. - Na de eerste meting blijft het horloge gedurende de eerste drie minuten elke vijf seconden automatisch hoogtemetingen verrichten, daarna elke twee minuten (bij de oorspronkelijke standaardinstellingen).
- Als u het horloge in de Hoogtemetermodus laat staan, updatet het horloge de hoogtewaarde regelmatig en geeft het de wijzigingen van meting tot meting aan in een grafiek.
- U kunt de procedure bij "Een automatische meetmethode voor de hoogte selecteren gebruiken om de meetmethode voor de hoogte op te geven die u wilt gebruiken.
- Als u klaar bent met de hoogtemeter drukt u op [D] om terug te keren naar de Tijdfunctie- modus en de automatische metingen te stoppen.
- Het horloge keert automatisch naar de Tijdfunctiemodus terug als u gedurende ongeveer tien uur nadat u naar de Hoogtemetermodus bent gegaan geen enkele handeling uitvoert (bij de oorspronkelijke standaardinstellingen).
De hoogtegrafiek aflezen
De hoogtegrafiek laat de automatische metingen van de Hoogtemetermodus zien als een functie van tijd.
Meest recenis meetwaarde

- De verticale as van de grafiek vertegenwoordigt de hoogte; elke stip staat voor 10 meter.
- De horizontale as vertegenwoordigt de tijd. Voor de hoogtemetingen die gedurende de eerste drie minuten nadat u de hoogtemetingen hebt gestart, worden verricht, staat elke stip voor vijf seconden. Daarna staat elke stip voor twee minuten.
- Als het meetresultaat buiten het bereik valt of foutief is, blijft de stippenkolom voor die meting leeg (overgeslagen).
NB
- Het meetbereik voor de hoogte is -700 tot 10.000 meter.
- De afgebeelde hoogtewaarde verandert in — — — — als een hoogtewaarde bulten het meetbereik valt. Zodra de hoogtewaarde zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
- Gewoonlijk zijn de afgebeelde hoogtewaarden gebaseerd op de vooraf ingestelde conversiewaarden van het horloge. U kunt desgewenst ook een referentiehoogtewaarde opgeven. Zie "Een referentiehoogtewaarde opgeven".
- U kunt voor het afbeelden van de hoogtewaarde kiezen uit meter (m) en voet (ft). Kijk bij "De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk".
Een automatische meetmethode voor de hoogte selecteren
U kunt kiezen uit de volgende twee automatische meetmethodes voor de hoogte.
0"05 1H: Metingen om de vijf seconden gedurende een uur
2"00 10H: Metingen om de vijf seconden gedurende de eerste drie minuten, gevolgd door metingen om de twee minuten gedurende circa tien uur.
NB
Als u geen knoppen bedient in de Hoogtemetermodus keert het horloge na tien uur automatisch terug naar de Tijdfunctlemodus als de (automatische meetmethode voor de hoogte 2"00 10H) is en na een uur als de (automatische meetmethode voor de hoogte 0"05 1H).
De automatische meetmethode voor de hoogte selecteren

- Houd in de Hoogtemetermodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → Hold SET verdwiint.
- Druk op [D] om het insteischerm voor de actuele automatische hoogtemeetmethode weer te geven.
- 0"05 of 2"00 gaat knipperen op de digitale display.
- Druk op [A] om te schakelen tussen 0"05 1H en 2"00 10H als automatische hoogtemeetmethode.
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
De Hoogteverschilwaarde gebruiken
Hoogteverschil aangegeven door de secondewijzer

In de Hoogtemetermodus fungeert het deel van de wijzerplaat van het horloge tussen 11 uur en 7 uur als hoogteverschilschaal. De secondwijzer wijst naar een plaats op de schaal die het verschil weergeeft tussen de hoogte op een beginpunt dat door u is ingesteld en de hoogte op uw huidige positie. De hoogteverschilindicatie wordt geüpdatet telkens als het horloge een hoogtemeting verricht. U kunt het horloge zo configureren dat iedere secondemarkering in de hoogteverschilschaal staat voor 5 meter of 50 meter. Zie "De Hoogteverschilschaal configureren" voor informatie over hoe u deze instelling moet configureren.
- De secondewijzer wijst naar OVER of UNDER als het hoogteverschil buiten het toegestane bereik van de schaal valt.
- De secondewijzer beweegt naar 9 uur als de sensormeting om welke reden dan ook niet kon worden uitgevoerd of als de meting buiten het toegestane bereik valt.
- Raadpleeg voor enkele praktijkvoorbeelden van hoe u deze functie kunt gebruiken de sectie "De hoogteverschilwaarde gebruiken bij bergbeklimmen of wandelen".

De Hoogteverschilschaal configureren
U kunt kiezen uit de twee hieronder beschreven opties voor de hoogteverschilschaal.
| Om dit: to specificeren: Selecteurt u deze instelling: | |
| Schaalverdeling: 5 meter per secondemarkeringSchaalbereik: ±100 meter | 100 |
| Schaalverdeling: 50 meter per secondemarkeringSchaalbereik: ±1.000 meter | 1.000 |
- Hoogteverschil wordt altijd berekend in meters, zelfs als voet is geselecteerd als de eenheid voor hoogtemetingen.
De schaalverdelingseenheid van het hoogteverschil wijzigen

- Houd in de Hoogtemetermodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → Hold SET verdwijnt.
- Druk twee keer op [D].
• 100 of 1000 gaat knipperen op de digitale display - Druk op [A] om de schaalverdeling van de hoogteschaal te schakelen tussen 100 en 1000.
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
Het hoogteverschilbeginpunt instellen

Hafigderdichereatgeven door de secondewijzer
Druk in de Hoogtemetermodus op [E].
- Het horloge verricht een hoogtemeting en legt de waarde vast als het beginpunt voor de huidige verschilwaarde. Op dit moment wijst de secondewijzer naar 0 omdat dit het huidige hoogteverschil is.
Hoogteverschil aangegeven door de secondewijzer
De hoogteverschilwaarde gebruiken bij bergbeklimmen of wandelen. Nadat u het hoogteverschilbeginpunt hebt opgegeven bij het bergbeklimmen of wandelen, kunt u makkelijk de hoogteverschillen tussen dat punt en andere punten onderweg meten.
De hoogteverschilwaarde gebruiken

Hoogteverschil sangegeven d
oor de secondewijzer
- Controleer of er in de Hoogtemetermodus een hoogtemetingwaarde op de digitale display staat.
- Als geen hoogtemetingwaarde wordt afgebeeld, druk dan op [A] om een hoogtemeting te verrichten. Raadpleeg "Een hoogtemeting verrichten" voor details.
- Gebruik de hoogtelijnen op uw kaart om het verschil in hoogte vast te stellen tussen uw huidige locatie en uw bestemming.
- Druk in de Hoogtemetermodus op [E] om uw huidige positie op te geven als het hoogteverschilbeginpunt.
- Het horloge verricht een hoogtemeting en legt de waarde vast als het beginpunt voor de hoogteverschilwaarde. De hoogteverschilwaarde wordt op dat moment op nul gezet
- Ga op weg naar uw bestemming terwijl u het hoogteverschil dat u hebt vastgesteld op de kaart vergelijkt met de hoogteverschilwaarde van het horloge.
- Als de kaart bijvoorbeeld laat zien dat het verschil tussen uw positie en uw bestemming +80 meter is, dan weet u dat u in de buurt van uw bestemming komt wanneer de afgebeelde hoogteverschilwaarde in de buurt van +80 komt.

Habigede
Een referentiehoogtewaarde opgeven
De hoogtemeting van dit horloge kunnen foutief zijn ten gevolge van wissellingen in de luchtdruk. Derhaive adviseren wij om de referentiehoogtewaarde tijdens het klimmen telkens wanneer dat mogelijk is te updaten. Nadat u een referentiehoogte hebt opgegeven, past het horloge zijn berekening van de luchtdruk-naar-hoogte-conversie dienovereenkomstig aan.
Een referentiehoogtewaarde opgeven

- Houd in de Hoogtemetermodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → Hold SET verdwijnt.
- Gebruik [A] (+) en [C] (-) om de actuele waarde van de referentiehoogte met 5 meter te wijzigen.
- Geef een referentiehoogtewaarde op op basis van nauwkeurige gegevens over uw actuele positie, bijvoorbeeld van een kaart.
- De referentiehoogte jaar kan worden ingesteld binnen een bereik van -10.000 tot 10.000 meter.
- Door [A] en [C] tegelijk in te drukken keert u terug naar OFF (geen referentiehoogte-waarde). Het horloge verricht dan luchtdruk-naar-hoogte-conversie op basis van louter de presetgegevens.
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
Soorten Hoogtegegevens
Het geheugen van het horloge kan twee soorten hoogtegegevens bevatten: handmatig opgeslagen records en automatisch opgeslagen waarden (laagste hoogte, grootste hoogte, cumulatieve stijging, cumulatieve daling).
- Gebruik de Modus gegevens uit geheugen oproepen om de in het geheugen opgeslagen gegevens te bekijken. Raadpleeg "Hoogte-records bekijken" voor details.
Handmatig records opslaan
Telkens wanneer u de onderstaande procedure uitvoert in de Hoogtemetermodus maakt en bewaart het horloge een record van de op dat moment afgebeelde hoogtemeting, inclusief de bijbehorende datum en tijd. In het geheugen kunnen maximaal 14 handmatige records worden opgeslagen. Deze zijn genummerd van REC01 t/m REC25.
Een handmatige opslag-record maken

- Controleer of er in de Hoogtemetermodus een hoogtemetingwaarde op de digitale display staat.
- Als geen hoogtemetingwaarde wordt afgebeeld, druk dan op [A] om een hoogtemeting te verrichten. Raadpleeg "Een hoogtemeting verrichten" voor details.
- Houd [A] ingedrukt totdat Hold REC op de digitale display verschlint en dan verandert in REC.
- Hierdoor wordt de actueel afgebeelde hoogtewaarde opgeslagen in een handmatig opslag-record, samen met de datum en de tijd.
- Nadat het opslaan is afgerond, keert het horloge automatisch terug naar de Hoogtemetermodus.
- In het geheugen kunnen maximaal 14 handmatige opslag-records worden opgeslagen. Als er 14 handmatige opslag-records in het geheugen staan, zorgt de bovengenoemde hande ling ervoor dat de oudste record automatisch wordt gewist om plaats te maken voor een nieuwe.
Waarden voor automatisch opslaan
Terwijl de automatische hoogtemeetmethode wordt gebruikt slaat het horloge automatisch de waarden grootste hoogte (HI), laagste hoogte (LO), cumulatieve stijging (ASC) en cumulatieve daling (DSC) op.
- Wanneer automatische hoogtemetingen worden genomen, worden deze waarden automatisch gecontroleerd en geüpdatet door het horloge.
Hoe worden de waarden grootste hoogte en laagste hoogte geüpdatet?
Zolang het horloge in de Hoogtemetermodus staat, worden er automatisch hoogtemetingen verricht en wel met de tussenpozen die zijn opgegeven bij de automatische meetmethode voor de hoogte. Bij iedere meting vergelijkt het horloge de actuele meting met de HI- en LO-waarden. Het vervangt de HI-waarde als de actuele meetwaarde groter is dan HI of de LO-waarde als de actuele meetwaarde kleiner is dan LO.
Hoe de waarden voor cumulatieve stijging/daling worden geüpdatet

De totale waarden voor cumulatieve stiljging en cumulatieve daling die werden geproduceerd in een meetsessie in de Hoogtemetermodus tijdens de voorbeeldklim zoals afgebeeld hierboven, worden als volgt berekend:
Cumulative stijging: q (300 m) + e (620 m) = 920 m
- Door naar de Hoogtemetermodus te gaan wordt een nieuwe automatische hoogtemeetsessie gestart, maar worden de actuele ASC- en DSC-waarden niet gereset of gewijzigd. Dit betekent dat de ASC- en DSC-beginwaarden voor een nieuwe automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus dezelfde waarden zijn die op dat moment in het gehuugen zitten. Elke keer als u een automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus voltooit door terug te keren naar de Tijdfunctiemodus, wordt de waarde voor de cumulatieve stijging van de actuele sessie (920 meter in het bovenstaande voorbeeld) toegevoegd aan de ASC-startwaarde van de sessie. Evenzo wordt de cumulatieve dallingswaarde van de automatische meetsessie (-820 meter in het bovenstaande voorbeeld) toegevoegd aan de DSC-startwaarde van de sessie.
- Bij een klim worden hoogteverschillen van minder dan 15 meter niet toegevoegd aan de cumulatieve stijgingswaarde voor de actuele automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus. Evenzo worden bij een afdaling hoogteverschillen van minder dan 15 meter niet toegevoegd aan de cumulatieve dalingswaarde voor de actuele automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus.
NB
- De grootste hoogte, laagste hoogte, cumulatieve stijgingswaarden en cumulatieve dalingswaarden worden in het geheugen bewaard wanneer u de Hoogtemetermodus verlaat. Om de waarden te wissen volgt u de procedure onder "Een afzonderlijk hoogte-record wissen" of "Alle hoogte-records wissen".
Hoe werkt de hoogtemeter?
Over het algemeen dalen de luchtdruk en temperatuur naarmate je op grotere hoogte komt. Dit horloge baseert zijn hoogtemetingen op de waarden van de International Standard Atmosphere (ISA) zoals die zijn vastgelegd door de Civil Aviation Organization (ICAO). Deze waarden vertegenwoordigen de relaties tussen hoogte, luchtdruk en temperatuur.

other
| Distance | Luchtdruk (hPa) | Temperatuur (°C) | |---|---|---| | 4000 m | 616 hPa | -11°C | | 3500 m | 701 hPa | -4.5°C | | 3000 m | 795 hPa | 2°C | | 2500 m | 899 hPa | 8.5°C | | 2000 m | 899 hPa | 15°C | | 1500 m | 899 hPa | 15°C | | 1000 m | 899 hPa | 15°C | | 500 m | 899 hPa | 15°C | | 0 m | 899 hPa | 15°C | The chart displays a single bar for each distance measurement in both systems. The temperature values are annotated on the right side.
tree
| Height (ft) | Height (in Hg) | Height (per ft) | |-------------|---------------|----------------| | 14000 | 19.03 | 0.15 | | 12000 | 22.23 | 0.17 | | 10000 | 25.84 | 0.192 | | 8000 | 29.92 | 0.21 | | 6000 | | | | 4000 | | | | 2000 | | | | 0 | | | | Ongeveer | | 0.15 | | Ongeveer | | 0.17 | | Ongeveer | | 0.192 | | Ongeveer | | 0.21 | | Ongeveer | | 0.35 | | Ongeveer | | 16.2 °F | | Ongeveer | | 30.5 °F | | Ongeveer | | 44.7 °F | | Ongeveer | | 59.0 °F |Bron: International Civil Aviation Organization
- Onder de volgende omstandigheden is het niet mogelijk nauwkeurige hoogtemetingen te verrichten:
Wanneer de luchtdruk fluctueert ten gevolge van weersveranderingen Extreme temperatuursschommelingen
Wanneer het horloge zelf te maken krijgt met een sterke schok
Er bestaan twee standaardmethoden om hoogte weer te geven: absolute hoogte en relatieve hoogte. Absolute hoogte geeft een absolute hoogte boven zeeniveau aan. Relatieve hoogte geeft het verschil in hoogte tussen twee plaatsen aan.

Voorzorgsmaatregelen hoogtemeter
- Dit horloge schat de hoogte op basis van de luchtdruk. Dit betekent dat hoogtemetingen op dezelfde locatie kunnen verschillen als de luchtdruk verandert.
- Ook is de halfgeleiderdruksensor die het horloge gebruikt voor hoogtemetingen temperatuurgevoelig. Onderwerp het horloge tijdens hoogtemetingen niet aan temperatuunwisselingen.
- Vertrouw niet op de hoogtemetingen van dit horloge en voer geen knophandelingen uit terwijl u aan het skydiven, hanggliden of paragliden bent, of terwijl u een gyrocopter, glider of ander luchtvoertuig bestuurt, of terwijl u bezig bent met een andere activiteit waar bij er kans bestaat op plotselinge hoogtewisselingen.
- Gebruik dit horloge niet voor hoogtemetingen waarvoor professionele of industriele precisie vereist is.
- De lucht in een passagiersvliegtuig is samengeperst (drukcabine). Om die reden wijken de hoogtemetingen die dit horloge doet in een vliegtuig af van die in het vliegtuig worden omgeroepen.
De eenheden opgeven voor temperatuur, barometrische druk en hoogte
Gebruik de onderstaande procedure om temperatuur-, barometrische druk- en hoogte-eenheden op te geven voor gebruik in de Barometer-/thermometermodus en de Hoogtemetermodus.

Belangrijk!
Wanneer TOKIO (TYO) is geselecteerd als woonplaats, wordt de hoogte-eenheid automatisch op meter (m) gezet, de baro-metrische drukeenheid op hectopascal (hPa) en de temperatuureenheid op Celsius (°C). Deze instelling kunt u niet wijzigen.
De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. HT knippert. De secon—dewijzer wiist naar de huidige Woonplaatscode.
- Druk op [D] om door de instellingen op de digitale display te bladeren totdat het instelscherm wordt weergegeven.
-
Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd en datum handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
-
Voer de onderstaande handelingen uit om de gewenste eenheden op te geven.
| Om deze eenheid op te geven: | Drukt u op deze toets: | Om tussen deze instellingen te schakelen: |
| Hoogte [A] m (meter) en ft (voet) | ||
| Barometrische druk [B] hPa (hecto bascal) en inHg (inches kwe) | ||
| Temporatuur [C] °C (Colsius) on °F (Fahronthol) | ||
- Als de instellingen correct zijn, drukt u op [E] om het instelscherm te verlaten.
Voorzorgsmaatregelen voor het gelijktijdig meten van hoogte en temperatuur
Hoewel u tegelijkertijd een hoogte- en een temperatuurmeting kunt uitvoeren, moet u rekening houden met het feit dat ze voor het beste resultaat verschillende omstandigheden nodig hebben. Bij een temperatuurmeting verdient het de voorkeur om het horloge van uw pols af te doen om het effect van lichaamswarmte te elimineren. Bij een hoogtemeting daarentegen is het beter om het horloge aan de pols te houden. Daardoor blijft het horloge op een constante temperatuur hetgeen bijdraagt tot een nauwkeuriger hoogtemeting.
- Als hoogtemeting uw prioriteit heeft, laat u het horloge om uw pols zitten of legt het op een plaats waar de temperatuur van het horloge constant blijft.
- Als temperatuurmeting uw prioriteit heeft, doet u het horloge af en laat u het aan uw tas bungelen of legt u het op een andere plek waar het niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht. Het afdoen van uw horloge kan tijdelijk de druksensormetingen beïnvloeden.
Hoogte-records bekijken
Gebruik de Modus gegevens uit geheugen oproepen om handmatig opgeslagen hoogte-records en automatisch opgeslagen waarden voor grootste hoogte, laagste hoogte, cumulatieve stijging en cumulatieve daling te bekijken. Hoogte-records worden gecreëerd en opgeslagen in de Hoogtemetermodus.
Hoogte-records bekijken

- Gebruik [D] om de Modus gegevens uit geheugen oproepen (REC) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Gebruik [A] en [C] om door de hoogte-records te scrollen in de volgorde zoals hieronder is weergegeven
- Voor handmatig opgeslagen records, records van grootste hoogte en laagste hoogte worden de maand en de dag van de meting als eerste weergegeven. Na ongeveer een seconde wijzigt dit en wordt de tijd van de meting weergegeven. Daarna wisselen de tijd en de hoogtemeting elkaar leedere seconde af op de digitale display. Voor cumulatieve stijging en daling toont de digitale display de maand en de dag van de eerste meting. Na ongeveer een seconde wijzigt dit en wordt de cumulatieve hoogte weergegeven.
Handmatig opslaan 1

flowchart
graph TD
A["Maand Dag"] --> B["3:58 L/s"]
B --> C["15:30 L/s"]
C --> D["Hoopte"]
D --> E["12:20 L/s"]
E --> F["11:52 L/s"]
F --> G["18:65 L/s"]
G --> H["Hoopte"]
H --> I["5:17 L/s"]
I --> J["10:03 L/s"]
J --> K["Grootste Hoogte"]
K --> L["Kleinstste Hoogte (LO)"]
L --> M["6:30 L/s"]
M --> N["9:17 L/s"]
N --> O["Lasciste hoogte"]
P["Cumulative stijging (ASC)"] --> Q["Startmaand en -dag van de cumulatieve meting"]
Q --> R["1 sec."]
R --> S["99 99S DSC"]
S --> T["Cumulative design"]
U["Cumulative daling (DSC)"] --> V["Startmaand en -dag van de cumulatieve meting"]
V --> W["1 sec."]
W --> X["99 99S MSC"]
X --> Y["Cumulative stijging"]
Z["Uran: Minuten"] --> AA["3:58 L/s"]
AA --> AB["15:30 L/s"]
AB --> AC["Hoopte"]
-
Als u klaar bent met het bekijken van gegevens, verlaat u de Modus gegevens uit geheugen oproepen door op [D] te drukken.
-
wordt afgebeeld als er bijvoorbeeld ten gevolge van een fouten enz. geen corresponderende gegevens zijn. In zo'n geval zijn de waardes voor cumulatieve stijging (ASC) en cumulatieve daling (DSC) nul.
- Wanneer de waarde voor de cumulatieve stijging (ASC) of cumulatieve daling (DSC) groter is dan 99.995 meter, begint de betreffende waarde weer op nul.
Een afzonderlijk hoogte-record wissen
- Gebruik in de Modus gegevens uit het geheugen oproepen [A] en [C] om door de records te scrollen totdat het record dat u wilt wissen wordt weergegeven.
- Houd [E] ongeveer twee seconden ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold CLR wordt op de digitale display weergegeven. → CLR verschijnt.
- Hierdoor wordt het record dat u hebt weergegeven in stap 1 gewist.
- Laat [E] los nadat CLR op de digitale display verschijnt.
- Het wissen van een handmatig opgeslagen record verschuift alle volgende records een positie omhoog.
Alle hoogte-records wissen
Houd in de Modus gegevens uit het geheugen ophalen [E] ongeveer vijf seconden ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold CLR wordt op de digitale display weergegeven. → CLR verschijnt. → Hold ALL verschijnt. → CLR ALL verschijnt.
- Hierdoor worden alle records in het geheugen gewist.
De stopwatch gebruiken

Met de stopwatch kunt u de verstreken tijd, tussentijden en twee finishtijden meten.
Naar de Stopwatchmodus gaan
Gebruik [D] om de Stopwatchmodus (ST) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Ongeveer een seconde nadat ST op de digitale display verschijnt, verandert de display en toont de stopwatch tijd.
De verstreken tijd meten
| [D] | [D] | [D] | [D] | [B] |
| Start Stop Herstart | Stop | Wissen | C | |
| Een tussentijd pauzeren | ||||
| [D] | [B] | [B] | [D] | [B] |
| Start Tussentijd (SPLweergegeven) | Tussentijdverwijderen | cStop | Wissen | |
| Twee finishtijden meten | ||||
| [D] | [B] | [D] | [B] | [B] |
| Start Tussentijd | Eerste loperfinisht. Tijd vaneerste loperweergeven. | StopTweede loperfinisht | TussentijdverwijderenTijd vantweede loperweergeven. | C Wissen |
NB
- De Stopwatchmodus kan de verstreken tijd aangeven met een bereik van 59,99 minuten en 59.95 seconden.
- Nadat de stopwatch is gestart, blijft hij lopen totdat u op [C] drukt om hem te stoppen, zelfs als u de Stopwatchmodus verlaat en naar een andere modus gaat en zelfs als de tijdmeting de limiet zoals hierboven beschreven bereikt.
- Als u de Stopwatchmodus verlaat terwijl er een tussentijd op de digitale display staat, wordt de tussentijd gewist en keert de stopwatch terug naar de meting van de verstreken tijd.
De afteltimer (contdown) gebruiken
De afteltimer kan worden geconfigureerd om te starten op een vooraf ingesteld tijdstip en laat een waarschuwingssignaal horen wanneer het einde van de afteltijd is bereikt.
Naar de Afteltimermodus gaan
Gebruik [D] om de Afteltimermodus (TR) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Ongeveer één seconde nadat TR op de digitale display verschijnt, verandert de display en toont de starttijd van de afteltimer.
De starttijd van de afteltimer instellen
- Ga naar de Afteltimermodus.
- Als er een afteltimer loopt (aangegeven door de aftellende seconden), druk dan op [A] om deze te stoppen en druk op [C] om de actuele starttiid van de afteltimer te resetten.
- Als een afteltimer gepauzeerd is, druk dan op [C] om de actuele starttijd van de afteltimer te resetten.
- Houd [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven.
- De huidige starttijd van de afteltimer knippert.
- Gebruik [A] (+) of [C] (-) om de minuteninstelling te wijzigen.
- Druk op [E] om het Instelscherm te verlaten.
Deafeltimer gebruiken
- Voordat u de afteltimer gebruikt, moet u er zeker van zijn dat de afteltimer niet al loopt (wat wordt aangegeven door een aftellende secondewijzer). Als dat wel het geval is, drukt u op [A] om deze te stoppen en vervolgens op [C] om de starttijd van de afteltimer te resetten.
- Er klinkt gedurende vijf seconden een waarschuwingssignaal wanneer de eindtijd van de afteltimer wordt bereikt. Dit waarschuwingssignaal is in alle modi te horen. De afteltimer wordt automatisch teruggezet op de startwaarde wanneer het waarschuwingssignaal klinkt.
Het waarschuwingssignaal stoppen
Druk op een willekeurige knop.
Het alarmsignaal gebruiken
| U kunt vijf afzonderlijke dagelijkse alarmsignalen instellen. Wanneer een dagelijks alarmsignaal is ingeschakeld, klinkt er iedere dag gedurende ongeveer 10 seconde een alarms-gnaal wanneer de tijd in de Tijdfunctiemodus de vooraf ingestelde alarmtijd bereikt. Dit is ook het geval wanneer het horloge niet in de Tijdfunctiemodus staat. U kunt ook een uursignaal inschakelen, waardoor het horloge twee keer piept op ieder heel uur. |
| Alarminald time(Uren : minuten) | Nummeralarmsignaal | Naar de Alarmsignaalmodus gaanGebruik [D] om de Alarmsignaalmodus (AL) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".Ongeveer een seconde nadat AL op de digitale display verschijnt, verandert de display en toont een alarmsignaalnummer (1 t/m 5) of de indicator. Het alarmsignaalnummer geeft een alarmsignaalscherm aan .Het wordt afgebeeld wanneer het Uursignaalscherm op de display staat.Wanneer u de Alarmsignaalmodus inschakelt, worden de gegevens die u het laatst bekeek bij het verlaten van de modus als eerste getoond. |
Een alarmtijd instellen
| 1. Gebruik [A] en [C] in de Alarmsignaalmodus om door de alarmsignalen (1 t/m 5) te scrollen, totdat het scherm wordt weergegeven waarvan u de tijd wilt instellen. |
| -1 | -2 | -3 |
| -5 | -4 |
Indicator alarmsignaal aan/uit
- Houd [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. De huldige instelling gaat
knipperen.
• Dit is het instelscherm. - Druk op [D] om de knipperende positie te verplaatsen tussen de uur- en minuteninstelling.
- Terwijl een instelling knippert, gebruikt u [A] (+) en [C] (-) om deze te wijzigen.
- Wanneer u de alarmsignaaltijd instelt op 12-uursweergave moet u er op letten dat deze correct is ingesteld als a.m. (geen indicator) of p.m. (P-indicator).
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
Het alarmsignaal testen
Houd in de Alarmsignaalmodus [A] ingedrukt om het alarmsignaal te laten horen.
Een alarmsignaal en het uursignaal in- en uitschakelen
-
Druk in de Alarmsignaalmodus op [A] en [C] om een alarmsignaal of het uursignaal te selecteren.
-
Wanneer het gewenste alarmsignaal of uursignaal is geselecteerd, drukt u op [B] om het aan (ON) of uit (OFF) te schakelen.
- De alarmsignaalindicator (wanneer één van de alarmsignalen is ingeschakeld) en de uursignaal-aan-indicator (wanneer het uursignaal is ingeschakeld) worden in alle modl weergegeven op de digitale display.
'Alarmsignaal-aan'-indicator Uursignaal-aan-indicator
Het alarmsignaal stoppen
Druk op een willekeurige knop.
De actuele tijd in een andere tijdzone bekijken
U kunt de Wereldtijdmodus gebruiken om de actuele tijd in een van de 29 tijdzones (29 steden) over de hele wereld te bekijken. De stad die op dat moment is geselecteerd in de Wereldtijdmodus wordt "wereldtijdstad" genoemd.
- U kunt de actuele Wereldtijdstad en de Woonplaats in de Wereldtijdmodus ook verwisselen.
Op dit moment geselecteerde Wereldtijdstad
Naar Wereldtijdmodus gaan
Gebruik [D] om de Wereldtijdmodus (WT) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- WT verschijnt op de digitale display en de secondewijzer beweegt naar de stadscode van de op dat moment geselecteerde Wereldtijdstad.
De tijd in een andere tijdzone bekijken
Gebruik [A] in de Wereldtijdmodus om de secondewijzer naar een stadscode te verplaatsen naar de zone waarvan u de tijd wilt weergeven.
De actuele tijd in de op dit moment geselecteerde Wereldtijdsiad.
- Blijf op [A] drukken totdat de secondewijzer wijst naar de stadscode die u wilt.
- De actuele tijd in de tijdzonde van de op dat moment geselecteerde stadscode wordt weergegeven op de digitale display.
De standaardtijd of zomertijd (DST) voor een stad opgeven
- Gebruik [A] in de Wereldtijdmodus om de secondewijzer naar de stadscode te verplaatsen waarvan u de instelling
voor standaardtijd/zomertijd wilt wijzigen
- Blijf op [A] drukken totdat de secondewijzer wijst naar de stadscode die u wilt.
- Houd [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold wordt op de digitale display weergegeven. Hold verdwijnt.
- Hiermee schakelt u de in stap 1 geselecteerde stadscode tussen zomertijd (DST-indicator afgebeeld) en standaardtijd (DST-indicator niet afgebeeld).
- Als u de zomertijdinstelling van de stadscode die is geselecteerd als uw woonplaats wijzigt met de Wereldtijdmodus, verandert ook de zomertijdinstelling van de Tijdfunctiemodustijd.
- U kunt niet heen en weer schakelen tussen standaardtijd en zomertijd (DST) wanneer UTC is geselecteerd als Wereldtijdstad.
- De instelling voor standaardtijd/zomertijd (DST) heeft alleen invloed op de op dat moment geselecteerde tijdzone. Andere tijdzones worden hierdoor niet gewijzigd.
Van de Woonplaats Wereldtijdstad maken en omgekeerd
Volg de procedure hieronder om van uw Woonplaats uw Wereldtijdstad te maken en vice versa.
Deze functie kan handig zijn als u dikwijls reist tussen twee verschillende tijdzones. Het volgende voorbeeld laat zien wat er gebeurt wanneer de woonplaatscode en de wereldtijdstad worden omgewisseld, waarbij de woonplaats TOKIO (TYO) is en de wereldtijdstad NEW YORK (NYC).
Woonplaats Wereldtijdstad
Vóór omwisselen Tokio 10:08 p.m. (Standaardtijd) New York 9:08 a.m. (Zomertijd)
Na omwisselen New York 9:08 a.m. (Zomertijd) Tokio 10:08 p.m. (Standaardtijd)
Van uw Woonplaats Wereldtijdstad maken en vice versa.
- Druk in de Wereldtijdmodus op [A] om de stadscode te selecteren voor uw Wereldtijdstad.
- Blijf op [A] drukken totdat de secondewijzer wijst naar de stadscode die u wilt.
In dit voorbeeld verplaatst u de secondewijzer naar NEW YORK (NYC) om New York als wereldtijdstad te selecteren.
- Houd [C] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
Hold ( ) wordt op de digitale display weergegeven. Hold ( ) verwijnt. Hieldoor wordt de Wereldtijdstad (NEW YORK/NYC in dit voorbeeld) die u in stap 1 van deze procedure hebt geselecteerd uw nieuwe Woonplaats en de Woonplaats de u daarvoor had geselecteerd (TOKIO/TYO in dit voorbeeld) wordt uw nieuwe Wereldtijdstad. De digitale display en de wijzers geven de actuele tijd in uw nieuwe wereldtijdstad aan (TOKIO/TYO in dit voorbeeld).
NB
- Als uw geselecteerde Wereldtijdstad ontvangst van het tijdkalibratiesignaal ondersteunt, is ontvangst van het kalibratiesignaal voor die stad ingeschakeld wanneer u deze uw woonplaats maakt.
Automatisch corrigeren van de thuispositions van wijzers
Sterke magnetische velden of krachten kunnen ervoor zorgen dat de wijzers afwijken, zelfs als het horloge het tijdkalibratiesignaal kan ontvangen. Dit horloge voert een automatische correctieprocedure uit om ervoor te zorgen dat de wijzers altijd op de juiste positie staan.
- Automatische correctie wordt alleen uitgevoerd terwijl het horloge zich in Tijdfunctiemodus bevindt. Automatische correctie wordt niet uitgevoerd terwijl het horloge zich in de Tijdfunctiemodus bevindt terwijl de timer in de Afteltimermodus loopt.
- Het horloge voert ieder uur een automatische correctie uit van de wijzerposities vanaf -55 minuten tot +5 minuten.
- U kunt als u wilt de automatische correctie van de thuispositie van de wijzers ook automatisch starten. Zie "Automatische correctie van de thuispositie van de wijzers starten" voor meer informatie.
- Automatische correctie van de thuispositions van de wijzers kan drie en een halve minuut duren.
- Als de positie van de wijzers meer dan een uur afwijkt, corrigeer deze dan met behulp van de procedure in "Automatische correctie van de thuispositie van de wijzers starten" of "De Thuisposities handmatig aanpassen".
Automatische correctie van de thuispositie van de wijzers starten
- Voer de onderstaande procedure uit wanneer de tijdsinstelling afwijkt.
- Gebruik [D] naar de Aanpassingsmodus thuispositie wijzers te gaan.
- De digitale display geeft de actuele tijd in de Tijdfunctie-modus weer. U kunt de wijzerposities controleren door de digitale tijd te vergelijken met de tijd die wordt weergegeven door de analoge wilzers.
-
Houd [A] ongeveer drie seconden ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
-
Hold HS wordt op de digitale display weergegeven. H-S knippert.
- Hierdoor wordt de aanpassing van de Thuispositie van wijzers gestart.
- Om een lopende automatische aanpassing van de thuispositie van wijzers halverwege te annuleren drukt u op [A].
De Thuisposities handmatig aanpassen
Sterke magnetische velden of krachten kunnen ervoor zorgen dat de wijzers afwijken, zelfs als het horloge het tijdkalibratiesignaal kan ontvangen. Wanneer dit gebeurt kunt u de Thuis- posities van de wizers handmatig aanpassen zogat de tild correct wordt weergegeven.
- Aanpassing van de thuispositie van de wijzers is niet vereist als de wijzers de tijd correct weergeven.
Thuisposities handmatig aanpassen


- Ga naar de Aanpassingsmodus thuispositie van wijzers
- De digitale display geeft HS weer, gevolgd door de actuele tijd in de Tijdfunctiemodus. U kunt de digitale display gebruiken om de controleren of de wijzerposities correct zijn en om na te gaan of de analoge tijdweergave gelijk is aan de digitale tijd.
- Houd [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → SEC 00 knippert.
- De secondewijzer moeten op dat moment naar 12 uur bewegen. Als dat niet het geval is, verplaatst u de secondewijzer naar 12 uur met behulp van [A].
- Wanneer de positie van de secondewijzer juist is, drukt u op [D].
-
De uur- en minutenwijzers moeten naar 12 uur bewegen. Als dat niet het geval is, verplaatst u ze naar 12 uur met behulp van [A] (+) en [C] (-).
-
Wanneer u op [D] drukt, keert u terug naar de aanpassing van thuispositie van de secon-dewijzer in stap 2.
- Nadat u de thuisposities van de uren- en minutenwijzers hebt aangepast, drukt u op [E]. • Nadat u de thuispositie van de wijzers hebt aangepast, legt u het horloge op een plaats waar een goede ontvangst van het tijdkalibratiesignaal mogelijk is en voert u een handmatige ontvangst uit. Daarna controleert u of de wijzers de tijd correct weergeven. Voor meer informatie, zie "Handmatige ontvangst uitvoeren".
Verlichting

De wijzerplaat van het horloge is verlicht, zodat u hem in het donker goed kunt aflezen.
De automatische verlichting van het horloge schakelt automatisch in als u het horloge onder een hoek naar u toe draait. - De automatische verlichting moet ingeschakeld zijn om te werken.
De verlichting handmatig inschakelen
U kunt in elke modus op L drukken om de verlichting in te schakelen.
- U kunt met de onderstaande procedure kiezen of de verlichting 1 seconde of 3 seconden aanstaat. Als u op L drukt, blijft de verlichting ongeveer één of drie seconden aanstaan, afhankelijk van de actuele instelling van de verlichtingsduur.
- Met deze handeling wordt de verlichting ingeschakeld ongeacht de instelling van de automatische verlichting.
- De verlichting kan niet worden gebruikt tijdens de ontvangst van het tijdkalibratiesignaal, in een sensormodus, terwijl er een kompasmeting loopt of terwijl er een aanpassing van de thuispositie van wijzers wordt uitgevoerd.
De verlichtingsduur wijzigen

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat een van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. HT knippert. - De secondewijzer wijst naar de huldige Woonplaatscode.
- Druk op [D] om door de instellingen op de digitale display te bladeren totdat de actuele verlichtingsduur (LT1 of LT3) wordt weergegeven.
-
Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd en datum handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
-
Druk [A] om de verlichtingsduur te schakelen tussen drie seconden (LT3 afgebeeld) en een seconde (LT1 afgebeeld).
-
Als alle instellingen correct zijn, drukt u op [E] om het instelscherm te verlaten.
Over de automatische verlichting
Als u de automatische verlichting inschakelt, wordt de wijzerplaat in iedere modus verlicht als u het horloge in een positie houdt zoals hieronder wordt beschreven. Als u het horloge in een positie brengt die parallel met de grond is en het dan naar u toe kantelt onder een hoek van meer dan 40 graden, gaat de verlichting aan.

Draag het horloge aan de buitenkant van uw pols
Waarschuwing!
- Zorg dat u zich op een veilige plaats bevindt wanneer u de display bekijkt met behulp van de automatische verlichting. Wees met name voorzichtig bij het hardlopen of als u een andere activiteit uitvoert die tot een ongeluk of verwonding kan leiden. Wees er ook op bedacht dat de automatische verlichting niet degenen om u heen laat schrikken of afleidt, zodra hij aangaat.
- Zorg dat u, wanneer u het horloge draagt, de automatische verlichting uitschakelt voordat u gaat lietsen, motorrijden of autorijden. Door het plotseling en onbedoeld aangaan van de verlichting zou u afgeleid kunnen worden, wat een verkeersongeval en ernstig lichamelijk letsal tot gevolg zou kunnen hebben.
NB
- Dit horloge beschikt over de functie "Full Auto LED Light". De automatische verlichting werkt dus alleen als het beschikbare licht zich beneden een bepaald niveau bevindt. De functie schakelt de verlichting niet in bij helder licht.
- De automatische verlichting wordt altijd uitgeschakeld, ongeacht de aan-/uitpositie ervan, wanneer zich een van de volgende omstandigheden voordoet.
Als er een alarmsignaal afgaat
Tijdens sensormeting
Tijdens kalibratie van de positioneringssensor in de Kompasmodus
Tijdens een ontvangst in de Ontvangstmodus
Terwijl er een aanpassing van de thuispositie van wijzers wordt uitgevoerd
De automatische verlichting in- en uitschakelen

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → HT knippert. - De secondewijzer wijst naar de huidige Woonplaatscode.
- Druk op [D] om door de instellingen op de digitale display te bladeren totdat de instelling van de automatische verlichting (AT OFF of AT ON) wordt weergegeven.
-
Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd en datum handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
-
Druk op [A] om heen en weer te schakelen tussen aan (ON) en uit (OFF).
-
Nadat u de gewenste instelling hebt bereikt, drukt u op [E] om het instelscherm te verla- ten.
Voorzorgsmaatregelen verlichting
- Door frequent gebruik van de verlichting kan de batterij leog raken. Om de batterij weer op te laden moet het horloge aan licht worden blootgesteld. De volgende richtlijnen geven u een idee hoe lang het horloge moet opladen na een enkele verlichtingshandeling. Ongeveer vijf minuten blootstelling aan fel zonlicht dat door een raam valt. Ongeveer viijftio minuten blootstelling aan fluorescenced licht binnenshuis
- Het kan zijn dat de verlichting moeilijk zichtbaar is als deze onder direct zonlicht wordt bekeken.
- De verlichting gaat automatisch uit bij een alarmsignaal.
- Veelvuldig gebruik van de verlichting verkort de levensduur van de batterij
Voorzorgsmaatregelen automatische verlichting
- De automatische verlichting kan regelmatig worden ingeschakeld als u het horloge aan de binnenkant van de pols draagt, of door de beweging of door trilling van uw arm. Als u activiteiten ontplooit waarbij de kans op dat soort bewegingen groot is, kunt u de automatische verlichting beter ultschakelen om sneller leeglopen van de batteril te voorkomen.
- Als u het horloge onder uw mouw draagt, kan de automatische verlichting ook vaker inschakelen. Ook daardoor heeft de batterij meer te lijden.

- De verlichting gaat wellicht niet aan als de wijzerplaat meer dan 15 graden van waterpas af is. Zorg ervoor dat de achterkant van uw hand parallel met de grond is.
- De verlichting gaat uit na afloop van de presetverlichtingstijd, ook al kantelt u het horloge naar uw gezicht.
- Statische elektriciteit of een magnetisch veld kan de juiste werking van de automatische verlichting belemmeren. Als de verlichting niet aangaat, probeer dan het horloge naar de beginpositie te bewegen (parallel met de grond) en kantel het vervolgens weer naar uw gezicht toe. Als dit niet helpt, laat uw arm dan helemaal langs uw zijn hangen en til hem dan weer op.
- Als u het horloge heen en weer schudt, hoort u wellicht een heel zacht klikkend geluid. Dit geluid wordt veroorzaakt door de mechanische werking van de automatische verlichting en betekent niet dat er probleem met het horloge is.
Knopgeluidssignaal
Het knopgeluidssignaal is iedere keer dat u een van de knoppen van het horloge indrukt te horen. U kunt het knopgeluidssignaal naar wens in- of uitschakelen.
- Ook als u het knopgeluidssignaal uitschakelt, blijven het alarmsignaal, het uursignaal en het afteltimersignaal normaal hoorbaar.
Het knopgeluidssignaal in- en uitschakelen

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat één van de volgende stappen wordt weergegeven.
- Hold SET wordt op de digitale display weergegeven. → HT knippert. - De secondewijzer wijst naar de huidige Woonplaatscode.
-
Druk op [D] om door de instellingen op de digitale display te bladeren totdat de actuele instelling van het knopgeluidssignaal (MUTE of BEEP) wordt weergegeven.
-
Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd en datum handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
- Druk op [A] om het knopgeluidssignaal te schakelen tussen aan (BEEP) of uit (MUTE).
- Nadat u de gewenste instelling hebt bereikt, drukt u op [E] om het instelscherm te verla- ten.
Problemen oplossen
Tiidsinstelling
Raadpleeg het gedeelte "Radiogestuurde atoomtijdfunctie" voor informatie over het aanpassen van de tijdinstelling conform een tijdkalibratiesignaal.
De actuele tijdsinstelling wijkt uren af.
De instelling van uw woonplaatscode is misschien niet juist. Controleer de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze zo nodig.
De actuele tijdsinstelling wijkt één uur af.
Als u het horloge gebruikt in een gebied waar ontvangst van het tijdkalibratiesignaal mogelijk is, zie "De woonplaatsinstellingen configureren".
Als u het horloge gebruikt in een gebied waar ontvangst van het tijdkallbratiesignaal niet mogelijk is, is het misschien nodig dat u de instelling voor standaardtijd/zomertijd (DST) van uw woonplaats handmatig wijzigt. Gebruik de procedure onder "De instelling van de actuele datum en tijd handmatig wijzigen" om de instelling voor standaardtijd/zomertijd (DST) te wijzigen.
Aanpassen van de thuispositie van wijzers
- Er is een verschil van meer dan één uur tussen de tijd die wordt aangegeven door de wijzers en de tijd op de digitale display.
Het horloge voert in de Tijdfunctiemodus ieder uur een automatische correctie uit van de afwijking van de wiizerposites vanaf -55 minuten tot +5 minuten.
Als de tijd op de display en de tijd die wordt aangegeven door de wijzers niet overeenkomen, kan dat betekenen dat de thuisposities van de wijzers niet meer kloppen. Ga naar de Aanpassingsmodus thuispositie van wijzers om ze aan te passen.
Sensormodi
- Ik kan de eenheden voor temperatuur, barometrische druk en hoogte niet wijzigen. Wanneer TOKIO (TYO) is geselecteerd als woonplaats, wordt de hoogte-eenheid automatisch op meter (m) gezet, de barometrische drukeenheid op hectopascal (hPa) en de temperatureenheid op Celsius (°C). Deze instelling kunt u niet wijzigen.
- Terwijl ik een sensor gebruik, verschijnt "ERR" op de digitale display.
Als het horloge een harde klap krijgt, kan er een sensorstoring optreden of kan er een fout contact ontstaan op de interne circuits. Wanneer dit gebeurt, verschijnt ERR (fout) op de digitale display en wordt de werking van de sensor uitgeschakeld.
Kompasmeting Meting
barometrische druk
HoogtemetingTemparatuur-


meting


- Als ERR verschijnt terwijl u een sensormeting uitvoert in een sensormodus, herstart de meting dan. Als ERR opnieuw op de digitale display verschijnt, kan dat betekenen dat er iets mis is met de sensor.
- Zelfs met het laadniveau van de batterij op niveau of 1 (H) of 2 (M) kan de sensor van de Kompasmodus, de Barometer-/thermometermodus of de Hoogtemetermodus worden uitgeschakeld als er niet voldoende voltage aanwezig is om die functie van stroom te voorzien. In dat geval verschijnt ERR op de digitale display. Dit betekent niet dat er een storing is en de sensor zou weer moeten gaan werken zodra het batterijvoltage weer normaal is.
- Als ERR tijdens metingen blijft verschijnen, kan dat betekenen dat er een probleem is met de desbetreffende sensor.
- "ERR" verschijnt op de digitale display nadat ik een bi-directionele of noordelijke kalibratie heb uitgevoerd.
- Als — — — — verschijnt op het kalibratiescherm en dan verandert in ERR (fout) betekent dit dat er iets mis is met de sensor.
- Als ERR na ongeveer een seconde verdwijnt, probeer dan opnieuw te kalibreren.
Als ERR blijft verschijnen, neem dan contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde officiële CASIO-distributeur om het horloge na te laten kijken.
- "ERR" verschijnt op de digitale display nadat ik noordelijke kalibratie heb uitgevoerd. De ERR-boodschap geeft aan dat er wellicht een probleem met de sensor is. De ERR-boodschap kan ook zijn veroorzaakt doordat u het horloge tijdens de kalibratieprocedure hebt
bewogen. Voer de kalibratie opnieuw uit en zorg ervoor dat het horloge niet beweegt. Als dit het probleem niet oplost, wordt het probleem wellicht veroorzaakt door een nabijge- legen bron van aardmagnetisme. Voer de kalibratieprocedure weer helemaal vanaf het begin uit.
Wanneer er sprake is van een sensorstoring, ga dan zo snel mogelijk met uw horloge naar uw dealer of de dichtstbijzijnde officiële CASIO-distributeur.
- Wat veroorzaakt foutieve windrichtingmetingen?
Onjuiste bi-directionele kalibratie. Voer bi-directionele kalibratie uit.
Nabligelegen sterke bron van magnetisme, zoals een hulshoudelijk apparaat, een grote stalen brug, een stalen balk, bovengrondse kabels enz. of u probeert windrichting te meten op een boot, trein enz. Ga uit de buurt van grote metalen objecten en probeer het opnieuw. NB: U kunt geen handelingen met het kompas uitvoeren op een boot, trein enz.
- Waarom krijg ik een verschillende uitkomst bij twee windrichtingmetingen op dezelfde locatie?
Magnetisme van hoogspanningskabels in de nabijheid interfereert met het vaststellen van het aardmagnetisme. Ga uit de buurt van de hoogspanningskabels en probeer het opnieuw.
- Waarom heb ik problemen met het verrichten van windrichtingmetingen binnenshuis? Een tv, pc, luidsprekers of een ander object interfereert met de aardmagnetismemeting. Ga uit de buurt van het interfererende object of verricht de meting buftenshuis. Windrichtingmetingen binnenshuis zijn met name moeilijk in ferro-betonnen bouwwerken. Ook kunt u geen windrichtingmetingen verrichten in een trein, vliegtuig enz.
- Waarom geeft de secondewijzer het barometrische drukverschil niet wanneer naar de Barometer-/thermometermodus ga?
- Dit kan wijzen op een sensorfout. Druk opnieuw op [B].
- Het barometrische drukverschil wordt niet weergegeven door de secondewijzer wanneer de drukmeting buiten het toegestane meetbereik valt (260 tot 1.100 hPa).
Wereldtijdmodus
- De tijd voor miin Wereldtiidstad wiikt af in de Wereldtiidmodus.
Dit kan het gevoig zijn van onjuist schakelen tussen standaardtijd en zomertijd. Zie "De standaardtijd of zomertijd (DST) voor een stad opgeven" voor meer informatie.
Opladen
- Het horloge gaat niet weer normaal functioneren nadat ik het aan licht heb blootgesteld. Dit kan gebeuren nadat het stroomniveau naar niveau 5 is gezakt. Blijf het horloge aan licht blootstellen totdat de batterijstroomindicator "H" of "M" aangeeft.
Tijdkalibratiesignaal
De informatie in deze sectie is alleen van toepassing wanneer LONDEN (LON), PARIJS (PAR), ATHENE (ATH), HONKONG (HKG), TOKIO (TYO), HONOLULU (HNL), ANCHORAGE (ANC), LOS ANGELES (LAX), DENVER (DEN), CHICAGO (CHI) of NEW YORK (NYC) als Woonplaats is geselecteerd. U moet de actuele tijd handmatig aanpassen wanneer er een andere stad is geselecteerd als woonplaatscode.
- De digitale display toont de ERR-indicator wanneer ik het resultaat van de laatste ontvangst controleer.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Tijdens de ontvangst van het • kalibratiesignaal draagt u het horloge of beweegt u het, of bedient u een knop.Het horloge bevindt zich in • een gebied met slechte ont- vangst. | Houd het horloge op het moment van de signaalontvangst in een gebied waar de ontvangst goed is. |
| U bevindt zich in een gebied waar signaalontvangst om wat voor reden dan ook niet mogelijk is. | Zie "Ontvangstbereik". |
| Het kalibratiesignaal wordt om wat voor reden dan ook niet verzonden. | Controleer de website van de organisatie die het tijdkalibratiesignaal in • uw regio verzorgt voor informatie over storingen.Probeer het later nog eens. |
- De instelling van de actuele tijd wijzigt nadat ik deze handmatig heb ingesteld. U kunt het horloge hebben ingesteld voor automatische ontvangst van het tijdkalibratiesignaal, wat ervoor zorgt dat de tijd automatisch wordt aangepast overeenkomstig de op dat moment geselecteerde woonplaats. Als dit resulteert in een onjuiste tijdsinstelling, controleer dan de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze zo nodig.
- De actuele tijdsinstelling wijkt één uur af.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Signaalontvangst op een dag wasrop wordt omgeschakeid tussen standaardlijd en zomerlijk (DST) is om wat voor redan dan ook niet geslaagd. | Voer de handeling uit zoals beschrewen onder "Voorbereiden op automatische ontvangst". De tijdsinstelling wordt automatisch aangepast zodra ontvangat van het signaal succesvol is. |
| Als u het tijdkalibratesignaal niet kunt ontvangen, wijzig de instelling voor standaardlijd/zomerlijk (DST) dan handmatig. |
- Automatische ontvangst wordt niet uitgevoerd.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Het horloge staat niet in de Tijdfundieomodus of Weroldtijdmodus. | Automatische ontvangst wordt alleen uitgevoerd terwijl het horloge zich in Tijdfundieomodus of Weroldtijdmodus bevindt. Ga naar een van deze twee modi. |
| De instelling van uw woonplaats-code is niet juist. | Controïer de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze wanneer nodig. |
| De batterij is niet voldoende opgeladen voor signaalontvangst. | Houd het horloge in het licht om de batterij op te laden. |
- Ontvangst van het tijdkalibratiesignaal is succesvol, maar de tijd en/of dag is niet juist.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| De instelling van uw woonplaats-code is niet juist. | Controleer de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze wan- neer nodig. |
| De zomertijdinstelling is wel-licht onjuist. | Wijzig de zomertijdinstelling in Auto DST (automatische zomertijd). |
| De thuisposities van de wijzers wijken af. | Pas de thuisposities van de wijzers aan. |
Specifications
- Nauwkeurigheid bij normale temperatuur: ± 15 Seconden per maand (zonder signaalkali-bratie)
Digitale tijdfunctie: Maand, dag, dag van de week•
Kalender: Volledig automatische kalender van 2000 tot en met 2099.
Overig: Twee displayformaten (dag van de week en barometrische drukgrafiek)
Analoge tijdfunctie: Uur, minuten (wijzer beweegt iedere 10 seconden), seconden•
• Overig: Woonplaatscode (er kan één van de 29 stadscodes worden toegewezen en gecoördineerde universele tijd), standaardtijd/zomertijd (DST)
- Ontvangst tijdkalibratiesignaal: Automatische ontvangst zes keer per dag (vijf keer per dag voor het Chinese kalibratiesignaal, overgebleven automatische ontvangstacties worden geannuleerd zodra er een succesvol is geweest), handmatige ontvangst, ontvangstmodus
- Ondersteunde tijdkalibratiesignalen: Mainflingen, Duitsland (identificatie: DCF77, frequentie: 77,5 kHz), Anthorn, Engeland (identificatie: MSF, frequentie: 60,0 kHz), Fort Collins, Colorado, de Verenigde Staten (identificatie: WWVB, frequentie: 60,0 kHz), Fukushima, Japan (identificatie: JJY, frequentie: 40,0 kHz), Fukuoka/Saga, Japan (identificatie: JJY, frequentie: 60,0 kHz), Shangqiu City, Henan Province, China (identificatie: BPC, frequentie: 68,5 kHz)
- Kompas: 20 Seconden continueting, 16 windrichtingen, hoekwaarde 0° tot 359°, noorden aangegeven door wijzer, kalibratie (bi-directioneel, noordelijke), magnetische declinatiecorrectie
Barometer:
- Meet- en displaybereik:260 tot 1.100 hPa (of 7,65 to 32,45 inHg)
• Displayeenheid: 1 hPa (of 0,05 inHg)
- Meettijden: Dagelijks vanaf middermacht, om de twee uur (twaalf keer per etmaal), iedere vijf seconden in de Barometer-/thermometermodus
- Overig: Kalibratie, handmatig meten (knopbediend), barometrische drukgrafiek, barometrisch drukverschil aangegeven door wijzer
Thermometer:
- Meet- en displaybereik: -10,0 tot 60,0 °C
Displaveenheld: 0.1 °C•
- Meettijden: ledere vijf seconden in de Barometer-/thermometermodus - Overig: Kalibratie, handmatig meten (knopbediend)
Hoogtemeter:
• Meetbereik: -700 tot 10.000 m zonder referentiehoogte
• Displaybereik: -10.000 tot 10.000 m
Negatieve waarden kunnen optreden bij metingen op basis van een referentiehoogte of ten gevolge van atmosferische storingen.
Displayeenheid: 5 m
- Actuele hoogtegegevens: Elke vijf seconden gedurende 1 uur (0'05) of elke vijf seconden gedurende de eerste drie minuten gevolgd door elke twee minuten gedurende de volgende tien uur (2'00)
Geheugengagevens hoogte: Handmatig records opslaan: 14 (hoogte, datum, tijd)• Waarden voor automatisch opslaan: grootste hoogte (met maand, dag en tijd van de meting), laagste hoogte (met maand, dag en tijd van de meting), cumulatieve stijging (met maand, dag en tijd van de eerste meting), cumulatieve daling (met maand, dag en tijd van de eerste meting)
- Overig: Instelling referentiehoogte, hoogtegrafiek, hoogteverschil, automatische meetmethode voor de hoogte (0'05 of 2'00)
Nauwkeurigheid positioneringssensor:
• Windrichting: Binnen ±10°
Waarden zijn gegarandeerd binnen een temperatuurbereik van -10 °C en 40 °C. Noorden aangegeven door de secondewijzer: Fout van ±2° voor ledere markering op de schaal.
Nauwkeurigheid druksensor:
| Omstandigheden (hoogte) | Hoogtemeter | Barometer | |
| Vaste temperatuur | 0 to 6.000 m0 to 19690 ft. | ± (hcogteverschil -2% ± 15 mj m ± (hcogteverschil -2% ± 50 ft) tt | ± (drukverschil -2% ± 2 hPa) hPa ± (drukverschil -2% ± 0,068 inhg) inhg |
| 6.000 to 10000 m19680 to 32800 ft. | ± (hcogteverschil -2% ± 25 mj m ± (hcogteverschil -2% ± 2,743,20 cm) tt | ||
| Effect van variabele temperatuur | 0 to 6000 m0 to 19690 ft. | ± 50 m iodere 10 °C ± 170 f iodere 50 °F | ± 5 hPa iodere 10 °C ± 0.148 inhg iodere 50 °F |
| 6.000 tot 10.000 m19680 tot 999.744,00 cm | ± 70 m iodere 10 °C ± 7.010,40 cm iodere 50 °F |
- Waarden zijn gegarandeerd binnen een temperatuurbereik van -10 °C en 40 °C.
- De nauwkeurigheid neemt af door een harde klap tegen het horloge of de sensor en door temperatuuruitersten.
• Nauwkeurigheid temperatuursensor: ±2 °C Binnen een bereik van -10 °C en 60 °C
Stopwatch:
• Meeteenheid: 1/100 seconde
• Meetcapaciteit: 59' 59.99"
- Meetmodi: verstreken tijd, tussentijd, twee finishes
Afteltimer:
Meeteenheid: 1 seconde•
• Instelbereik start afteltijd 60 minuten (eenheden van 1 minuut)
- Alarmsignalen: 5 dagelijkse alarmsignalen, uursignaal
Wereldtijd: 29 steden (29 tijdzones)
• Overig: Žomertijd/standaardtijd, verwisselen van Woonplaats en Wereldtijdstad
• Verlichting: Led (light-emitting diode), selecteerbare verlichtingsduur (circa 1,5 seconden
of 3 seconden), automatische verlichting aan/uit (Full Auto LED werkt alleen in het donker)
• Overig: Batterijstroomindicator, energiebesparing, bestand tegen lage temperatuur
(-10 °C), knopgeluidssignaal aan/uit, automatische aanpassing thuispositie wijzers, tijdformaten (12-uurs en 24-uurs)
• Stroomvoorziening: Zonnecel en een oplaadbare batterij
- Gebruiksduur batterij (bij benadering): 5 maanden (van helemaal vol tot niveau 4) onder de volgende omstandigheden:
- Horloge niet blootgesteld aan licht
- Interne tijdfunctie
- Display 18 uur per dag aan, slaapstand 6 uur per dag
- 1 keer verlichting (1,5 seconde) per dag
- 10 seconden alarmsignaal per dag
- 10 kompashandelingen per week
- 10 uur hoogtemeting, eens per maand
- Barometrische drukmetingen en iedere twee uur bijwerken van de grafiek (12 keer per dag)
- 4 minuten signaalontvangst per dag
Veelvuldig gebruik van de verlichting verkort de levensduur van de batterij. Bijzondere voorzichtigheid is vereist als de automatische verlichting wordt gebruikt.
Stadscodetabel
| Stadcode | Stad | UTC-compensatie/GMT-tijdverschil |
| PP | Pago Pago | -11 |
| HNL | Honolulu | -10 |
| ANC | Anchorage | -9 |
| YVR | Vancouver | -8SFO San |
| LAX | Los Angeles | |
| YEA | Edmon | -7 |
| DEN | Denver | |
| MEX | Mexico Stad | -6 |
| CHI | Chicago | |
| NYC | New York | -5 |
| SCL | Santiago | -4 |
| YHZ | Halifax | |
| YYT | St. Johns | -3,5 |
| RIO | Rio de Janeiro | -3 |
| FEN | Fernando de Noronha | -2 |
| RAI | Praia | -1 |
| UTC | 0 | |
| LIS | Lissabon | |
| LON | Londen | |
| MAD | Madrid | +1 |
| PAR | Parijs | |
| ROM | Rome | |
| BER | Berlijn | |
| STO | Stockholm |
- Gebaseerd op gegevens van juni 2009.
| ATH | Athene | +2 |
| CAI | Cairo | |
| JRS | Jeruzalem | |
| MOW | Moskou | +3 |
| JED | Jeddah | |
| THR | Teheran | +3,5 |
| DXB | Dubai | +4 |
| KBL | Kaboel | +4,5 |
| KHI | Karachi | +5 |
| DEL | Dolhi | +5,5 |
| KTM | Kathmandu | +5,75 |
| DAC | Dhaka | +6 |
| RGN | Yangon | +6,5 |
| BKK | Bangkok | +7 |
| SIN* | Singapore | +8 |
| HKG | Hongkong | |
| BJS | Beijing | |
| TPE | Tapei | |
| SEL | Seoul | +9 |
| TYO | Tokyo | |
| ADL | Adelaide | +9.5 |
| GUM | Guam | +10 |
| SYD | Sydney | |
| NOU | Noumea | +11 |
| WLG | Wellington | +12 |
- De regels voor de wereldtijden (GMT-tijdverschil en UTC-compensatie) en zomertijd worden door ieder land afzonderlijk vastgesteld.