Pro Trek PRW-2000-1ER - Polshorloge CASIO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro Trek PRW-2000-1ER CASIO in PDF-formaat.
| Type product | Horloge |
| Merk | Casio |
| Model | Pro Trek PRW-2000-1ER |
| Voeding | Zonnecel en oplaadbare batterij |
| Gebruiksduur batterij (bij benadering) | 5 maanden (volle lading tot niveau 4, onder bepaalde omstandigheden) |
| Nauwkeurigheid | ± 15 seconden per maand (zonder signaalkalibratie) |
| Atoomtijdontvangst | Ja, meerdere zenders (DCF77, MSF, WWVB, JJY, BPC) |
| Digitaal kompas | Ja, 16 windrichtingen, 0° tot 359°, kalibratie mogelijk |
| Barometer | Meetbereik 260 tot 1100 hPa, grafiek en verschilaanwijzer |
| Thermometer | Meetbereik -10,0°C tot 60,0°C |
| Hoogtemeter | Meetbereik -700 tot 10.000 m, hoogtegrafiek, hoogteverschil |
| Wereldtijd | 48 steden (31 tijdzones), met zomertijdinstelling |
| Stopwatch | 1/100 sec, 24 uur, tussentijd, twee finishes |
| Afteltimer | Instelbaar van 1 minuut tot 24 uur |
| Alarm | 5 dagelijkse alarmen, uursignaal |
| Verlichting | EL-achtergrondverlichting, automatische verlichtingsoptie |
| Energiebesparing | Ja, automatische slaapstand in het donker |
| Knopgeluidssignaal | In- en uitschakelbaar |
| Weerbestendigheid | Bestand tegen lage temperaturen tot -10°C |
Veelgestelde vragen - Pro Trek PRW-2000-1ER CASIO
Gebruikersvragen over Pro Trek PRW-2000-1ER CASIO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Polshorloge in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro Trek PRW-2000-1ER - CASIO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro Trek PRW-2000-1ER van het merk CASIO.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro Trek PRW-2000-1ER CASIO
Gebruiksaanwijzing Horloge model 3172
Gefeliciteerd met de aanschaf van uw CASIO-horloge.
Toepassingen
De ingebouwde sensoren van dit horloge meten windrichting, luchtdruk, temperatuur en hoogte. De gemeten waarden worden afgebeeld op de display. Dankzij deze functies is het horloge handig bij het wandelen, bergbeklimmen en andere dergelijke buitenactiviteiten.
Over deze handleiding

Het bedienen van de knoppen wordt weergegeven met • behulp van de letters zoals getoond in de illustratie. De productillustraties in deze handleiding zijn alleen • bedoeld ter referentie. Het feitelijke product kan er dus in het echt enigszins anders uitzien dan op de illustratie.
Dingen die u moet controleren voordat u het horloge gaat gebruiken
1. Controleer het niveau van de batterij.
Wordt "H" of "M" afgebeeld voor de batterijstroomindicator?

Batterijstroom-indicator
NeeJa
Is er sprake van een van de volgende omstandigheden?
- De batterijstroomindicator geeft "L" en "LOW" wordt algebeeld in de linkerbovenhoek van het schem.
"[C]" wordt afgebeeld in de linkerbenedenhoek van het scherm. De display is blanco
↓ Nee
De batterij Is bijna leeg. Laad de batterij op door het horloge op een plek te leggen waar het aan licht wordt blootgesteld. Voor meer informatie, zie "Het horloge opladen".
Het horloge is voldoende opgeladen. Voor meer informatie over het opladen, zie "Het horloge opladen".
Ga naar stap 2.
Volgende
2. Controleer de instellingen van de woonplaatscode en de zomertijd (DST).
Gebruik de procedure bij "De woonplaatsinstellingen configureren" om de instellingen van uw woonplaats en de zomertijd te configureren.
Belangrijk!
Correcte ontvangst van het kalibratiesignaal en gegevens voor de Wereldtijdmodus en Zon-op-/Zon-onder-modus hangen af van de juiste instellingen van de woonplaatscode, de tijd en de datum in de Tijdfunctiemodus. Zorg ervoor dat u deze instellingen correct instelt.
3. De juiste tijd instellen.
Raadpleeg "Voorbereiden op automatische ontvangst" om de tijd in te stellen met behulp van een tijdkalibratiesignaal. Raadpleeg "De actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren" om de tijd handmatig in te stellen.
Het horloge is nu klaar voor gebruik.
- Voor meer informatie over de radiogestuurde tijdfunctie, zie "Radiogestuurde atoomtijdfunctie".
Het horloge opladen
De wijzerplaat van het horloge is een zonnecel die energie opwekt uit licht. De opgewekte energie laadt de ingebouwde oplaadbare batterij op, die het horloge van stroom voorziet. Het horloge wordt opgeladen wanneer het aan licht wordt blootgesteld.
Gids voor opladen

Wanneer u het horloge niet draagt, leg het dan op een plek waar het aan licht wordt bloot-gesteld.
De beste oplaadprestaties • bereikt u door het horloge bloot te stellen aan het sterkst beschikbare licht.

Wanneer u het horloge draagt, zorg er dan voor dat de wijzerplaat niet wordt bedekt door de mouw van uw kleding waardoor er geen licht bij kan komen. - Het horloge kan in slaapstand gaan wanneer de wijzerplaat geheel of zelfs gedeeltelijk wordt afgedekt door uw mouw,
Waarschuwing!
Wanneer u het horloge in fel licht laat opladen, kan het erg heet worden. Ga voorzichtig met het horloge om, om brandwonden te voorkomen. Het horloge kan met name heet worden wanneer het gedurende langere tijd wordt blootgesteld aan de volgende omstandigheden.
Op het dashboard van een in direct zonlicht geparkeerde auto•
Te dicht in de buurt van een gloeilamp
In direct zonlicht•
Belangrijk!
Als het horloge erg heet wordt, kan de display van vloeibaar kristal zwart worden. Het Icd-•scherm wordt weer normaal zodra het horloge is afgekoeld.
Zet de Energiebesparingsfunctie van het horloge aan en bewaar het op een plaats waar • het normaal aan licht wordt blootgesteld wanneer u het langere tijd niet gebruikt. Dit helpt ervoor te zorgen dat de batterij niet leeg raakt.
Als u het horloge voor een lange periode opbergt op een plaats waar geen licht komt, of • als u het zo draagt het niet aan licht wordt blootgesteld, kan de batterij leeg raken. Stel het horloge zo vaak mogelijk bloot aan fel licht.
Stroomniveaus
U krijgt een beeld van het stroomniveau van uw horloge door de batterijstroomindicator op de display te bekijken.

Batterijstroom-indicator
| Niveau | Batterijstroomindicator | Functiestatus |
| 1(H) | Alle functies ingeschakeld. | |
| 2(M) | Alle functies ingeschakeld. | |
| 3(L) | Automatisch en handmatig ontvangen, Verlichting, Toon en Sensorwarking uitgoeschakid. | |
| 4(IC) | Behave tildfunctie en de [C] toplaad-indicator, alle functies on displayindicatoren uitgeschakid. | |
| 5 | Alle functies uitgeschakeld. |
- De knipperende LOW-indicator op niveau 3 betekent dat het laadniveau van de batterij zeer laag is en dat het horloge zo snel mogelijk aan fel licht moet worden blootgesteld om op te laden.
- Op niveau 5 worden alle functies uitgeschakeld en de instellingen teruggezet op de fabrieksinstellingen. Zodra de batterij niveau 2 (M) bereikt na teruggevallen te zijn naar niveau 5, diant u de actuele tijd, datum en andere instellingen te configureren. De displayindicatoren verschijnen weer zodra de batterij is opgeladen van niveau 5 naar • niveau 2 (M).
- Als het horloge aan direct zonlicht of een andere zeer felle lichtbron wordt blootgesteld kan de batterijstroomindicator korte tijd een hoger niveau aangeven dan het werkelijke laadniveau van de batterij. De juiste batterijstroomindicatie verschijnt na enkele minuten.
- Als het niveau van de batterij naar 5 zakt en wanneer u de batterij laat vervangen, keren de actuele tijd en alle andere instellingen terug naar hun standaardfabriekswaarden en worden alle in het geheugen opgeslagen gegevens gewist.
Stroomherstelmodus
- Wanneer u in korte tijd verschillende handelingen uitvoert, zoals sensor-, verlichtings- en pieptoorhandelingen, dan kunnen alle batterijstroomindicatoren (H, M en L) op de display gaan knipperen. Dit geeft aan dat het horloge in de Stroomhersteimodus staat. Verlichting, alarm, waarschuwingssignaal afteltimer en sensorhandelingen worden dan uitgeschakeld totdat de batterij zich heeft hersteld.
- De batterijstroom herstelt zich in circa 15 minuten. Op dat moment houden de batterijstroomindicatoren (H, M en L) op te knipperen. Dit betekent dat de bovengenoemde functies weer zijn ingeschakeld.
- Als alle batterijstroomindicatoren (H, M en L) knipperen en de [C]-(oplaad)indicator ook knippert, betekent dit dat het laadniveau van de batterij erg laag is. Stel het horloge zo snel mogelijk bloot aan fel licht.
- Zelfs met het laadniveau van de batterij op niveau of 1 (H) of 2 (M) kan de sensor van de Barometer-/thermometermodus of de Hoogtemetermodus worden uitgeschakeld als er niet voldoende voltage aanwezig is om die functie van stroom te voorzien. Dit wordt aangegeven door het knipperen van alle batterijstroomindicatoren (H, M en L).
- Wanneer alle batterijstroomindicatoren (H, M en L) vaak knipperen betekent dat waarschijnlijk dat het resterende laadniveau van de batterij laag is. Laat het horloge in fel licht liggen om op te laden.
Oplaadtijden
| Blootstellingsniveau(helderheid) | Dagelijksgebruik *1 | Niveauwijziging *2 | ||||
| Niveau 5 | Niveau 4 | Niveau 3 | Niveau 2 | Niveau 1 | ||
| Zonlicht buttonshuis(50.000 lux) | 5 min. | 2 uur | 11 uur | 3 uur | ||
| Zonlicht door een raam(10.000 lux) | 24 min. | 5 uur | 54 uur | 15 uur | ||
| Daglicht door een raamop een bewokte dag(5.000 lux) | 48 min. | 8 uur | 110 uur | 30 uur | ||
| Fluoroacerence varlichtingblinnenshuls (500 lux) | 8 hours | 87 uur | --- | --- | ||
*1 De tijd die het horloge bij benadering iedere dag aan licht moet worden blootgesteld om genoeg energie te genereren voor normaal dagelijks gebruik.
'2 De tijd (in uren) die het horloge bij benadering aan licht moet worden blootgesteld om het stroomniveau van de batterij met een niveau te verhogen.
- De bovengenoemde blootstellingstijden zijn alleen bedoeld ter referentie. De werkelijke blootstellingstijden hangen af van de lichtomstandigheden.
- Voor meer informatie over de gebruiksduur en de dagelijkse gebruiksomstandigheden, zie het gedeelte "Stroomvoorziening" van de specificaties.
Energiebesparing
De Energiebesparingsfunctie, mits ingeschakeld, zorgt ervoor dat het horloge automatisch in de slaapstand gaat als het voor een bepaalde perlode wordt weggelegd op een donkere plek. De onderstaande tabel laat zien hoe de functies van het horloge worden beïnvloed door de Energiebesparingsfunctie.
• Er bestaan twee slaapstandniveaus: "displayslaapstand" en "functieslaapstand".
| Verstreken tijd in het donker | Display | Werking |
| 60 tot 70 minuten (displaystaapeland) | Leeg, PS knippert | Display staat uit, maar alle functies zijn ingeschakeld. |
| 6 tot 7 dagen (functieslaapeland) | Leeg, PS knippert niet | Alle functies zijn uitgeschakeld, maar de tijdufunctie werkt nog. |
- Het horloge gaat niet in de slaapstand tussen 6:00 en 21:59 uur. Als het horloge zich al in de slaapstand bevindt als het 6.00 uur wordt, blijft het in de slaapstand staan.
- Het horloge gaat niet in de slaapstand zolang het in Stopwatchmodus of Afteltimermodus staat.
Terugkeren uit de slaapstand
Verplaats het horloge naar een goed verlicht gebied, druk op een willekeurige knop, of draai het horloge in een hoek naar uw gezicht om het af te kunnen lezen.
Energiebesparing in- en uitschakelen

Energy harvesting-
aan-indicator
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen. - Gebruik [D] om het aan-/uitscherm voor energiebesparing af te beelden (zie links).
- Druk op [A] om heen en weer te schakelen tussen energiebesparing aan (ON) en uit (OFF).
- Druk twee keer op [E] om het instelscherm te verlaten.
- De Energiebesparing-aan-indicator is in alle modi op de display zichtbaar wanneer de Energiebesparingsfunctie (PS)is ingeschakeld.
Radiogestuurde atoomtijdfunctie
Dit horloge ontvangt een tijdkalibratiesignaal en past de tijd vervolgens automatisch aan. Wanneer u het horloge echter gebruikt in gebleden buiten het bereik van de tijdsignaalzenders, moet u de tijd zo nodig handmatig instellen. Zie "De actuele tijds- en datuminstellingen handmatig configureren" voor meer informatie.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de tijdsinstellingen van het horloge worden aangepast wanneer de stadscode die als woonplaatscode is geselecteerd in Japan, Noord-Amerika, Europa of China ligt en ontvangst van het tijdkalibratiesignaal ondersteunt.
| Als de instelling van uw woonplaatscode is: Kan het horloge het signaal ontvangen in: | |
| LIS, LON, MAO. PAR, ROM, BER, STO, ATH, MCW Anthorn (Engoland), Mahllingen (Duitsland) | |
| HKG, BJS Shangolu City (China) | |
| TPE, SFL, TYO Fukushima (Japan), Fukuoka/Saga (Japan) | |
| I INL ANC, YVR, LAX, YEA, DEN, MEX, CHI, NYC, YILZ, YYT | Fort Collins, Colorado (Verenigde Stalen) |
Belangrijk!
- De zones MOW, HNL en ANC bevinden zich vrij ver van de kalibratiesignaalzenders af. Daarom kunnen er in bepaalde omstandigheden problemen met de ontvangst ontstaan.
- Wanneer HKG of BJS als woonplaatscode is geselecteerd, worden alleen de tijd en de datum aangepast overeenkomstig het tijdkalibratiesignaal. U cient zo nodig handmatig heen en weer te schakelen tussen standaardtijd en zomertijd (DST). Hoe u dit doet ziet u bij "De woonplaatsinstellingen configurer".
Ontvangstbereik

Ook al bevindt het horloge zich binnen het bereik van een van de zenders, dan nog kan de • ontvangst soms onmogelijk zijn ten gevolge van geografische contouren, bouwwerken, het weer, seizoensinvloeden, de tijd van de dag, radio-interferentie enz. Het signaal wordt zwakker vanaf circa 500 kilometer van de zender. Vanaf die afstand wordt de invloed van de hierboven genoemde beperkingen alleen maar groter.
- Signaalontvangst is misschien niet mogelijk op de hieronder vermelde afstanden gedurende bepaalde periodes van het jaar of van de dag. Radio-interferentie kan ook problemen met de ontvangst veroorzaken. Zenders in Mainflingen (Duitsland) of Anthorn (Engeland): 500 kilometer Zender in Fort Collins (Verenigde Staten): 1000 kilometer Zenders in Fukushima en Fukuoka/Saga (Japan): 500 kilometer 500 kilometer
- Vanaf 1 januari 2008 heeft China geen zomertijd (Daylight Saving Time, DST) meer. Als China in de toekomst wel weer overstapt op zomertijd kan het zijn dat sommige functies van dit horloge niet langer correct werken.
-
Controleer of het horloge in de Tijdfunctiemodus staat. Als het horloge niet in de Tijdfunctiemodus staat, gaat u daar naartoe met [D].
-
De antenne van dit horloge bevindt zich aan de 12-uurskant. Plaats het horloge zoals weergegeven op de afbeelding, met de 12-uurszijde naar een raam gericht Zorg ervoor dat er zich geen metalen voorwerpen in de buurt bevinden.

's Nachts is de signaalontvangst over het alge-• meen beter dan overdag. Ontvangst van het signaal kan twee tot zeven • minuten duren, maar in sommige gevallen wel veertien minuten. Zorg ervoor dat u in deze tijd op geen enkele knop drukt en het horloge niet verplaatst.
- Ontvangst van het signaal kan moeilijk of zelfs onmogelijk zijn in de omstandigheden zoals hieronder beschreven.

-
Wat u hierna moet doen, hangt af van of u automatische ontvangst of handmatlige ont- vangst gebruikt.
-
Automatische ontvangst: Laat het horloge 's nachts liggen op de plek die u in stap 2 hebt gekozen. Zie "Automatische ontvangst" hieronder voor meer informatie.
- Handmatige ontvangst: Voer de handeling uit zoals beschreven onder "Handmatige ontvangst uitvoeren".
- Met automatische ontvangst voert het horloge iedere dag automatisch maximaal zes keer een ontvangstoperatie uit (maximaal vijf keer voor het Chinese kalibratiesignaal) tussen midciernacht en 5.00 uur (overeenkomstig de tijd in de Tijdfunctiemodus). Wanneer de ontvangst geslaagd is, worden de resterende ontvangstoperaties voor die dag niet uitgevoerd.
- Wanneer het tijdstip van kalibratie is aangebroken, ontvangt het horloge alleen het kalibratiesignaal als het in de Tijdfunctiemodus of de Wereldtijdmodus staat. Er wordt geen
ontvangstoperatie uitgevoerd als het tijdstip van kalibratie aanbreekt terwijl u instellingen aan het wijzigen bent.
- Om automatische ontvangst in of uit te schakelen kunt u de procedure onder "Automatische ontvangst in- en uitschakelen" gebruiken.
Een handmatige ontvangst uitvoeren

Ontvangst geslaagd

- Gebruik [D] om de Ontvangstmodus (R/C) te selecteren zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Houd [A] inaedrukt.
- Houd [A] ingedrukt totdat RC Hold op de display verschijnt en de ontvangstindicator begint te knipperen.
- Nadat de ontvangst begonnen is, verschijnt er op de display een signaalniveau-indicator (L1, L2 of L3, zie "Signaalniveau-indicator"). Druk voordat GET of ERR In de linkerbovenhoek van het scherm verschijnt op geen enkele knop en verplaats het horloge niet.
- Als de ontvangst geslaagd is, verschijnen de ontvangstdatum en -tijd op de display, samen met de GET-indicator. Het horloge gaat terug naar de Tijdfunctiemodus als u op [D] drukt of als u gedurende ongeveer twee à minuten geen enkele knop indrukt.
- Als de huidige ontvangst mislukt, maar een vorige ontvangst gedurende de afgelopen 24 uur wel geslaapd was, toont de display de ontvangstindicator en de ERR-indicator. Als alleen de ERR-indicator wordt afgebeeld, zonder de ontvangstindicator, betekent dit dat alle ontvangstoperaties van de afgelopen 24 uur zijn mislukt. Het horloge gaat terug naar de Tijdfunctiemodus zonder de tijdsinstalling te veranderen als u op [D] drukt of als u gedurende ongeveer twee à drie minuten geen enkele knop indrukt.
NB
Om een ontvangstoperatie af te breken en naar de Ontvangstmodus terug te keren drukt u op [A].
Signaalniveau-indicator
Tijdens handmatige ontvangst beeldt de signaalniveau-indicator het signaalniveau af zoals hieronder wordt getoond.

Zwak (instabiel) ← Sterk (stabiel)
Kijk naar de indicator en houdt het horloge op een plaats waar de ontvangst het meest stabiel is.
- Zelfs onder optimale ontvangstomstandigheden kan het 10 seconden duren voordat de ontvangst stabiliseert.
- Vergeet niet het tijdstip van de dag, de omgeving en andere factoren de ontvangst kunnen beïnvloeden.
De laatste resultaten van de signaalontvangst controleren Ga naar de Ontvangstmodus.
- Wanneer de ontvangst geslaagd is, toont de display de tijd en datum van de geslaagde ontvangst. - : - geeft aan dat geen van de ontvangstpogingen is geslaagd.
• Om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren drukt u op [D].
NB
De ontvangstindicator wordt niet afgebeeld als u de tijd of datum handmatig hebt aangepast na de laatste ontvangstoperatie.
Automatische ontvangst in- en uitschakelen
-
Ga naar de Ontvangstmodus.
-
Houd in de Ontvangstmodus [E] ingedrukt totdat de instelling voor actuele automatische ontvangst (ON of OFF) en de ontvangstindicator beginnen te knipperen. Dit is het instelscherm.
Het instelscherm wordt overigens niet weergegeven als de op dat moment ingestelde woonplaats geen ontvangst van tijdkalibratie ondersteunt. - Druk op [A] om heen en weer te schakelen tussen automatische ontvangst aan (ON) en uit (OFF).
- Druk op [E] om het instelschem te verlaten.
Voorzorgsmaatregelen voor radiogestuurde atoomtijdfunctie
- Sterke elektrostatische ladingen kunnen leiden tot een verkeerde instelling van de tijd.
- Zelfs als de ontvangst succesvol is, kunnen bepaalde omstandigheden ertoe leiden dat de tijdsinstelling maximaal een seconde afwijkt.
- Het horloge is zo ontworpen dat het de datum en de dag van de week automatisch bijwerkt voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2099. De datum kan vanaf 1 januari 2100 niet meer door signaalontvangst worden bijgewerkt.
- Als u zich in een gebied bevindt waar geen signaal kan worden ontvangen, dan blijft uw horloge ingesteld op de tijd met de nauwkeurigheld zoals aangegeven in "Specificaties".
- De ontvangst is uitgeschakeld in de volgende situaties.
- Wanneer het energieniveau 3 (L) of lager is
- Wanneer het horloge in Stroomhersteimodus staat
- Wanneer een sensoroperatie wordt uitgevoerd
- Wanneer het horloge in de functieslaapstand ("energiebesparing") staat
- Wanneer er een meting met de afteltimer aan de gang is
- Ontvangst wordt onderbroken wanneer er een alarm- of waarschuwingssignaal klinkt tijdens de ontvangst.
De woonplaatsinstelling gaat terug naar de begininstelling TYO (Tokio) wanneer het stroomniveau van de batterij naar niveau 5 zakt of wanneer u de oplaadbare batterij vervangt. Als dit gebeurt, moet u de woonplaats opnieuw op de gewenst instelling zetten.
Een modus selecteren
Op de afbeelding hieronder zlet u welke knoppen u moet gebruiken om tussen de modi te • navigeren.
- Gedurende ongeveer een seconde nadat naar een modus gaat door op [D] te drukken, verschijnt er een aanwijzer op de display die naar de desbetreffende modus op de ring wijst. Druk in ongeacht welke modus op L om de display te verlichten.
U kunt met de knoppen [A], [B] en [C] direct vanuit de Tijdfunctiemodus of vanuit een andere modus naar een sensormodus gaan.
Om vanuit de Zon-op-/Zon-onder-modus, de modus Gegevens uit geheugen oproepen, Weraldtijdmodus, Stopwatchmodus, Afteltimermodus, Alarmsignaalmodus of Ontvangstmodus naar een sensormodus te gaan, moet u eerst naar de Tijdfunctiemodus gaan en vervolgens op de desbetreffende knop drukken.
Modusreferentiegids
| Uw horloge beschikt over 11 "modi". Welke modus u moet selecteren, hangt af van wat u wilt doen. | |
| Om dit te doen: | Gebruikt u deze modus: |
| • De actuele datum in uw woonplaats bekijken• De woonplaatsinstellingen en de zomertijd (DST) configureren• Tijd- en datuminstellingen handmatig configureren | Tijfunctiemodus |
| • De lijden bekijken waarop do zon op een bepaalde datum op- en ondergaat. | Zon-op-Zon-onder-modus |
| • Uw huidige positie de windrichting vanaf uw huidige positie naar een bestemming vaststellen als een windrichtingindicator en hoekwaardeUw huidige positie bepalen met het horloge en een kaart | Digital kompasmodus |
| • De barometrische druk en de temperatuur bekijken voor uw locatieEen grafiek van de barometrische drukmeetwaarden bekijken | Baromotor-/Thermomotormodus |
| • De hoogte bekijken van uw huidige positie• Het hoogteverschil bepalen tussen twee posities [referentiepunt en huidige positie]• Een hoogtemetingwaarde vastleggen met meetdatum en -tijd | Hoogtomotormodus |
| In de Hoogtemetermodus gennaakte gegevens oproepen | Modus gegevens uit geheugen oproepen |
| De actuele tijd in één van de 48 sklocin (31 lijdzions) over de hele wordt bekijken | Worakdrijamodus |
| De stopwatch gebruiken om de verstreken tijd te meten | Stoowatchmodus |
| De ateltimer gebruiken | Ateltimermodus |
| Een waarschuwingstijd instellen | Alarmsignaalmodus |
| • Ontvangst van een tijdkallibratesignaal uitvoeren• Controlleren of de laatste ontvangstoperatie geslaagd is. | Ontvangstmodus |

flowchart
graph TD
A["Stopwatchmodus"] --> B["Afteltimermodus"]
B --> C["Alarmsignaalmodus"]
C --> D["Reversible modus"]
D --> E["Tiefondation Mode"]
E --> F["Sensor Modes"]
F --> G["Barometer-/Thermo-metermodus"]
G --> H["Hoogtemetermodus"]
H --> I["Sensor Modes"]
I --> J["Sensor Modes"]
J --> K["Sensor Modes"]
K --> L["Sensor Modes"]
L --> M["Sensor Modes"]
M --> N["Sensor Modes"]
N --> O["Sensor Modes"]
O --> P["Sensor Modes"]
P --> Q["Sensor Modes"]
Q --> R["Sensor Modes"]
R --> S["Sensor Modes"]
S --> T["Sensor Modes"]
T --> U["Sensor Modes"]
U --> V["Sensor Modes"]
V --> W["Sensor Modes"]
W --> X["Sensor Modes"]
X --> Y["Sensor Modes"]
Y --> Z["Sensor Modes"]
Z --> AA["Sensor Modes"]
AA --> AB["Sensor Modes"]
AB --> AC["Sensor Modes"]
AC --> AD["Sensor Modes"]
AD --> AE["Sensor Modes"]
AE --> AF["Sensor Modes"]
AF --> AG["Sensor Modes"]
AG --> AH["Sensor Modes"]
AH --> AI["Sensor Modes"]
AI --> AJ["Sensor Modes"]
AJ --> AK["Sensor Modes"]
AK --> AL["Sensor Modes"]
AL --> AM["Sensor Modes"]
AM --> AN["Sensor Modes"]
AN --> AO["Sensor Modes"]
AO --> AP["Sensor Modes"]
AP --> AQ["Sensor Modes"]
AQ --> AR["Sensor Modes"]
AR --> AS["Sensor Modes"]
AS --> AT["Sensor Modes"]
AT --> AU["Sensor Modes"]
AU --> AV["Sensor Modes"]
AV --> AW["Sensor Modes"]
AW --> AX["Sensor Modes"]
AX --> AY["Sensor Modes"]
AY --> AZ["Sensor Modes"]
AZ --> BA["Sensor Modes"]
BA --> BB["Sensor Modes"]
BB --> BC["Sensor Modes"]
BC --> BD["Sensor Modes"]
BD --> BE["Sensor Modes"]
BE --> BF["Sensor Modes"]
BF --> BG["Sensor Modes"]
BG --> BH["Sensor Modes"]
BH --> BI["Sensor Modes"]
BI --> BJ["Sensor Modes"]
BJ --> BK["Sensor Modes"]
BK --> BL["Sensor Modes"]
BL --> BM["Sensor Modes"]
BM --> BN["Sensor Modes"]
BN --> BO["Sensor Modes"]
BO --> BP["Sensor Modes"]
BP --> BQ["Sensor Modes"]
BQ --> BR["Sensor Modes"]
BR --> BS["Sensor Modes"]
BS --> BT["Sensor Modes"]
BT --> BU["Sensor Modes"]
BU --> BV["Sensor Modes"]
BV --> BW["Sensor Modes"]
BW --> BX["Sensor Modes"]
BX --> BY["Sensor Modes"]
BY --> BZ["Sensor Modes"]
BZ --> CA["Sensor Modes"]
CA --> CB["Sensor Modes"]
CB --> CC["Sensor Modes"]
CC --> CD["Sensor Modes"]
CD --> CE["Sensor Modes"]
CE --> CF["Sensor Modes"]
CF --> CG["Sensor Modes"]
CG --> CH["Sensor Modes"]
CH --> CI["Sensor Modes"]
CI --> CJ["Sensor Modes"]
CJ --> CK["Sensor Modes"]
CK --> CR["Sensor Modes"]
CR --> CS["Sensor Modes"]
CS --> CT["Sensor Modes"]
CT --> CU["Sensor Modes"]
CU --> CU0["Sensor Modes"]
CU0 --> CU1["Sensor Modes"]
CU1 --> CU2["Sensor Modes"]
CU2 --> CU3["Sensor Modes"]
CU3 --> CU4["Sensor Modes"]
CU4 --> CU5["Sensor Modes"]
CU5 --> CU6["Sensor Modes"]
CU6 --> CU7["Sensor Modes"]
CU7 --> CU8["Sensor Modes"]
CU8 --> CU9["Sensor Modes"]
CU9 --> CU10["Sensor Modes"]
CU10 --> CU11["Sensor Modes"]
CU11 --> CU12["Sensor Modes"]
CU12 --> CU13["Sensor Modes"]
CU13 --> CU14["Sensor Modes"]
CU14 --> CU15["Sensor Modes"]
CU15 --> CU16["Sensor Modes"]
CU16 --> CU17["Sensor Modes"]
CU17 --> CU18["Sensor Modes"]
CU18 --> CU19["Sensor Modes"]
CU19 --> CU20["Sensor Modes"]
Algemene functies (alle modi)
De functies en handelingen die in dit gedeelte worden beschreven kunnen in alle modi worden gebruikt.
Automatische terugkeerfuncties
Het horloge keert automatisch terug naar de Tijdfunctiemodus als u twee à drie minuten • op geen enkele knop drukt in de modi Zon-op-/Zon-onder, Gegevens uit geheugen oproepen, Alarm, Ontvangst of Digitaal kompas.
Als u de display twee of drie minuten laat staan met een knipperende instelling zonder op • een knop te drukken, verlaat het horloge automatisch het instelscherm.
Als eerste weergegeven schermen
Wanneer u het horloge in de Wereldtijdmodus, Alarmsignaalmodus of Digitaal kompasmodus zet, worden de gegevens die u het laatst bekeek bij het verlaten van de modus als eerste getoond.
Bladeren
De knoppen [A] en [C] worden in het instelscherm gebruikt om door gegevens op de display te bladeren. In de meeste gevallen wordt met het indrukken van deze knoppen op hoge snelheid door de gegevens gebladerd.
Tijdfunctie
Gebruik de Tijdfunctiemodus om de huidige tijd en datum in te stellen en te bekijken.
In de Tijdfunctiemodus beweegt een indicator langs de ring mee met het verstrijken van • de seconden.
In de Tijdfunctiemodus drukt u op [E] om door de hieronder afgebeelde displayformaten • van de Tijdfunctiemodus te bladeren.

Woonplaatsinstellingen configureren
Er zijn twee woonplaatsinstellingen: het feitelijke selecteren van de woonplaats en het selecteren van de standaardtijd of de zomertijd (DST).

4901 Minutes Second

De woonplaatsinstellingen configureren
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de • mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen.
Het horloge verlaat de instelmodus automatisch als u gedu-• rende ongeveer twee à drie minuten geen enkele handeling uitvoert.
Voor meer informatie over de stadscodes, zie de "Stads-• codetabel".
-
Gebruik [A] (oost) en [B] (west) om de stadscode te selecteren die u als uw woonplaats wilt gebruiken. Blijf op [A] of [C] drukken totdat de stadcode op de display • verschijnt die u als woonplaats wilt kiezen.
-
Druk op [D] om het instelscherm voor de zomertijd weer te geven.
-
Gebruik [A] om door de zomertijdinstellingen te bladeren in de volgorde zoals hieronder is weergegeven.

flowchart
graph LR
A["Auto DST (AUTO)"] --> B["DST uit (OFF)"]
B --> C["DST aan (ON)"]
C --> A
- De Auto DST (AUTO)-instelling is alleen beschikbaar wanneer u een stadscode als woonplaats selecteert die ontvangst van een tijdkalibratiesignaal ondersteunt. Terwijl Auto DST wordt geselecteerd, wordt de zomertijdinstelling automatisch gewijzlgd overeenkomstig de gegevens van het tijdkalibratiesignaal.
- U kunt niet heen en weer schakelen tussen STD (standaardtijd) en DST (zomertijd) wanneer UTC is geselecteerd als woonplaats.
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u tweemaal op [E] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
- De zomertijdindicator verschijnt op de display om aan te geven dat de zomertijd is ingeschakeld.
NB
- Nadat u een stadscode hebt geselecteerd, gebruikt het horloge UTC 2 -compensatie in de Wereldtijdmodus om de actuele tijd voor de andere tijdzones te berekenen op basis van de actuele tijd in uw woonplaats.
'UTC (Coordinated Universal Time) is de wereldwijd gebruikte wetenschappelijke standaard voor tijdregistratie. Het referentiepunt voor UTC is Greenwich, Engeland.
- Door het selecteren van bepaalde stadscodes kan het horloge automatisch het tijdkalibratiesignaal voor de bijbehorende regio ontvangen. Raadpleeg het gedeelte "Radiogestuurde atoomtiidfunctie" voor details.
De zomertijdinstelling (Daylight Saving Time) wijzigen

- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het Instelscherm voor de stadscode.
Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de • mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen. - Druk op [D] om het instelscherm voor de zomertijd weer te geven.
- Gebruik [A] om door de zomertijdinstellingen te bladeren in de volgorde zoals hieronder is weergegeven.

- De Auto DST (AUTO)-instelling is alleen beschikbaar wanneer u een stadscode als woonplaats selecteert die ontvangst van een tijdkalibratiesignaal ondersteunt. Terwijl Auto DST wordt geselecteerd, wordt de zomertijdinstelling automatisch gewijzigd overeenkomstig de gegevens van het tijdkalibratiesignaal.
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u tweemaal op [E] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
- De zomertijdindicator verschijnt op de display om aan te geven dat de zomertijd is ingeschakeld.
De actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren
U kunt de actuele tijd- en datuminstellingen handmatig configureren wanneer het horloge geen tijdkalibratiesignaal kan ontvangen.

De instelling van de actuele tijd- en datuminstellingen handmatig wijzigen
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de • mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen. - Selecteer de gewenste stadscode met [A] en [C]. Zorg ervoor dat u uw Woonplaatscode selecteert voordat u • andere instellingen wijzigt.
-
Raadpleeg de "Stadscodetabel" voor volledige informatie over de stadscodes.
-
Druk op [D] om de knipperande positie te verplaatsen in de hieronder weergegeven volgorde om andere instellingen te selecteren.

flowchart
graph LR
A["Stadscode"] --> B["Wær-gave"]
B --> C["Zomertijd 12/24- uur"]
C --> D["Seconden"]
D --> E["Uren"]
E --> F["Minuten"]
F --> G["Jaar"]
G --> H["Msand"]
H --> I["Dag"]
I --> J["Knopgeluidsignaal aan/uit"]
J --> K["Verlichtings-duur"]
K --> L["Energie-besparing"]
L --> M["Thermometer/Barometer/Hoogte-unit"]
- In de volgende stappen wordt uitgelegd hoe u alleen de tijdfunctie-instellingen configu-reert.
- Wanneer de tijdfunctie-instelling die u wilt wijzigen knippert, gebruikt u [A] en/of [C] om deze te wijzigen op de manier zoals hieronder is beschreven.
| Scherm Om dit te doen | Doet u dit: | |
| TYO | De stadiscoe wijzigen | Gebruik [A] (post) of [C] (west). |
| AUTO | Schakelen tussen automatische zomertijd (AUTO). zomertijd (DST (ON)) en standaardlijd (OFF) | Druk op [A]. |
| 12H | Schakelen tussen 12-uurs- (12H) en 24-uurs- (24H) -weergave van de tijd | Druk op [A]. |
| 50 | De secondon terugzotten naar 00 Druk op [A]. | |
| 10:58 | De uren of minuten wijzigen | Gobruk [A] (+) of [C] (-). |
| 2009 6.30 | Jaar, maand of dag wijzigen |
- Druk twee keer op [E] om het instelscherm te verlaten.
NB
Raadpleeg voor informatie over het selecteren van een woonplaats en het configureren van de zomertijdinstelling het gedeelte "Woonplaatsinstellingen configureren".
- Wanneer de 12-uursweergave is geselecteerd, verschijnt een P (PM)-indicator voor de tijden van 12:00 t/m 23:59 uur (11:59 p.m.). Er verschijnt geen indicator voor tijden tussen 00:00 en 11:49 uur. Bij de 24-uursweergave wordt de tijd afgebeeld van 0:00 t/m 23:59 uur, zonder P (PM)-indicator..
- De in het horloge Ingebouwde automatische kalender maakt verschillende maandlengtes en schrikkeljaren mogelijk. Nadat u de datum hebt ingesteld, is er geen reden om deze nog weer te veranderen, behalve wanneer u de oplaadbare batterij van het horloge hebt laten vervangen of nadat het energieniveau onder niveau 5 daalt.
Digitaal kompas
In de Digitaal kompasmodus bepaalt een ingebouwde positioneringssensor met regelmatige tussenpozen het magnetische noorden en geeft op de display een van de 16 windrichtingen aan.
Windrichting-indicator 12-uur s-positie Noord-aenwizer


Een meting verrichten met het digitale kompas
-
Zorg dat het horloge in de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi staat. De sensormodi zijn: De Digiitaal kompasmodus, de • Barometer-/thermometermodus en de Hoogtemetermodus.
-
Plaats het horloge op een vlak oppervlak. Als u het horloge draagt, moet u ervoor zorgen dat uw pols horizontaal is ten opzichte van de horizon.
- Richt de 12-uurspositie van het horloge in de windrichting die u wilt meten.
- Druk op [C] om een digitale kompasmeting te beginnen. Op de display verschijnt COMP om aan te geven dat er • een digitale kompasmeting aan de gang is. Zie het gedeelte "Digitale kompasmetingen" voor • informatie over wat op de display verschijnt.
NB
Als er rechts van de windrichtingindicator een waarde • verschijnt, betekent dit dat het scherm Positioneringsgeheugen wordt afgebeeld. Als dit gebeurt, druk dan op [E] om het scherm Positioneringsgeheugen te verlaten.
- Als u klaar bent met het digitale kompas drukt u op [D] om terug te keren naar de Tijdfunctiemodus.
Digitale kompasmetingen
Wanneer u op [C] drukt om een digitale kompasmeting te beginnen, verschijnt eerst • COMP op de display om aan te geven dat er een digitale kompasmeting aan de gang is.
- Ongeveer twee seconden nadat u met een digitale kompasmeting begonnen bent, geven letters op de display aan in welke windrichting de 12-uurspositie van het horloge wijst. Ook verschijnen vier wijzers die naar respectievelijk het magnetische noorden, het zuiden, het oosten en het westen wijzen.
- Na de eerste meting blijft het horloge gedurende 20 seconden elke seconde digitale kom-pasmetingen verrichten. Daarna stopt het meten automatisch.
- De windrichtingindicator en de hoekwaarde laten - - - zien om aan te geven dat de digitale kompasmetingen afgerond zijn.
- De automatische verlichting wordt gedurende de 20 seconden dat de digitale kompasmetingen plaatsvinden uitgeschakeld.
- De onderstaande tabel geeft de betekenissen van de windrichtingafkortingen die op de display kunnen verschijnen.
| Windrichting | Batekeris | Windrichting | Batekeris | Windrichting | Batekeris | Windrichting | Batekeris |
| N | Noord | NNL | Noordnoordost | NL | Noordost | LNc | Oostnoordost |
| L | Cost | USc | Oostzudost | SL | Zudost | SSE | Zutzuidost |
| S | Zuld | SSW | Zurduzdost | SW | Zurdwest | WSW | Zurduzdost |
| W | Wast | WNW | Westnoordwest | NW | Neordwest | NNW | Neordnoordwest |
- De foutmarge voor de hoekwaarde en de windrichtingindicator bedraagt 11 graden wanneer het horloge horizontaal is ten opzichte van de horizon. Als de aangegeven windrichting bijvoorbeeld noordwest (NW) en 315 graden is, kan de werkelijke windrichting alles tussen 304 en 326 graden zijn.
- Indien het horloge bij een meting niet horizontaal ten opzichte van de horizon wordt gehouden, kan de meetafwijking groot zijn.
- U kunt de positioneringssensor kalibreren als u vermoedt dat de windrichtingmeting onjuist is.
- Een eventuele windrichtingmeting wordt tijdelijk stopgezet wanneer het horloge een alarm- of waarschuwingshandeling uitvoert (dagelijks alarm, uursignaal, waarschuwingssignaal afteltimer) of wanneer de verlichting wordt ingeschakeld, door op [L] te drukken. Nadat de handeling die de meting onderbrak is voltooid, hervat en voltooit het horloge de meethandeling.
- Raadpleeg "Voorzorgsmaatregelen digitaal kompas" voor belangrijke informatie het nemen van windrichtingmetingen.
De positioneringssensor kalibreren
Wanneer u het gevoel hebt dat de windrichtingmetingen die het horloge produceert er naast zitten, moet de positioneringssensor kalibreren. Er bestaan drie kalibratiemethoden: magnetische declinatiecorrectie, bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie.
Magnetische declinatiecorrectie
Bij magnetische declinatiecorrectie voort u een magnetische declinatiehoek in (het verschil tussen het magnetische noorden en het echte noorden), waardoor het horloge het echte noorden kan aanwijzen. U kunt deze procedure volgen wanneer de magnetische declinatiehoek is aangegeven op de kaart die u gebruikt. U kunt de declinatiehoek alleen in hele graden opgeven. Wellicht moet u de waarden die op de kaart worden gegeven dus afronden. Als uw kaart de declinatiehoek aangeeft als 7,4", voert u 7" in. In het geval van 7,6" wordt dat 8". Voor 7,5" kunt u zowel 7" als 8" opgeven.
Bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie
Met bi-directionele kalibratie en noordelijke kalibratie kalibreert u de nauwkeurigheid van de positioneringssensor ten opzichte van het magnetische noorden. U gebruikt bi-directionele kalibratie wanneer u metingen wilt verrichten in een gebied dat is blootgesteld aan magnetische krachten. Dit type kalibratie moet u gebruiken als het horloge om de een of andere reden magnetisch is geworden. Met noordelijke kalibratie "leert" u het horloge waar het noorden is. U dient dit vast te stellen met een ander kompas of op een andere manier.
Belangrijk!
Hoe nauwkeuriger u de bi-directionele uitvoert, des nauwkeuriger de metingen van de positioneringssensor zullen zijn. U moet een bi-directionele kalibratie uitvoeren wanneer u van omgeving verandert waarin u de positioneringssensor gebruikt en wanneer u het gevoel hebt dat de positioneringssensor onjuiste meetwaarden produceert.
Een magnetische declinatiecorrectie uitvoeren
Windrichtingwaarde van de magnetische declinetiehoek (E. W of OFF)

Meandie van de magnische
aoclinatiehoek
- Houd in de Digitaal kompasmodus [E] ingedrukt totdat de actuele instelling voor de magnetische declinatie begint te knipperen op de display. Dit is het instelscherm.
- Voordat de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen.
- Gebruik [A] (oost) of [C] (west) om de instellingen te wijzigen.
- In het volgende gedeelte worden de windrichtinginstellingen van magnetische declinatiehoek uitgelegd.
OFF: Geen magnetische declinatiecorrectie uitgevoerd. De magnetische declinatiehoek bij deze instelling is "0".
[E]: Wanneer het magnetische noorden naar het oosten ligt (postelijke declinatie)
W: Wanneer het magnetische noorden naar het westen ligt (westelijke declinatie)
- U kunt bij deze instellingen een waarde kiezen binnen een bereik van W 90 en E 90. Door [A] en [C] tegelijk in te drukken schakelt u de magnetische declinatiecorrectie uit (OFF).
De illustratie laat zien welke waarde u moet invoeren en de windrichtinginstelling die u moet selecteren wanneer de kaart een magnetische declinatie te zien geeft van 1" West
3. Wanneer u de gewenste instelling hebt bereikt, drukt u op [E] om het instelscherm te ver- laten.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot bi-directionele kalibratie
- Voor bi-directionele kalibratie kunt u elk paar tegenovergestelde windrichtingen kiezen. Ze moeten echter beslist 180 graden tegenovergesteld zijn. Als u de procedure incorrect uitvoert, geeft de positioneringssensor de verkeerde meetwaarden.
- Beweeg het horloge niet zolang het kalibreren van de windrichtingen aan de gang is.
- U moet de bi-directionele kalibratie in eenzelfde omgeving uitvoeren als waarin u windrichtingmetingen wilt gaan verrichten. Als u bijvoorbeeld van plan bent windrichtingmetingen in een open veld te gaan doen, kalbreer dan in een open veld.
Een bi-directionele kalibratie uityoeren

- Houd in de Digitaal kompasmodus [E] ingedrukt tot- dat de actuele instelling voor de magnetische declinatie begint te knipperen op de display. Dit is het instel- scherm.
- Voordat de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen.
-
Druk op [D] om het instelscherm voor de bi-directionele kalibratie weer te geven.
Op dit moment knippert de noordaanwijzer op de 12-uurspositie en geeft de display -1- aan ten teken dat het horloge klaar is om de eerste windrichting te kalibreren. -
Plaats het horloge op een oppervlak dat waterpas is in een willekeurige windrichting en druk op [C] voor de kalibratie van de eerste windrichting.
De display laat tijdens het kalibreren - - - - zien. Wanneer de kalibratie gelukt is, laat de display OK en -2- zien, en knippert de noordaanwijzer bij de 6-uurspositie. Dit betekent dat het horloge klaar is voor de kalibratie van de tweede windrichting.
- Draai het horloge 180 graden.
- Druk opnleuw op [C] om de tweede winrichting te kalibreren. De display laat tijdens het kalibreren - - - - zien. Wanneer de kalibratie gelukt is, laat de display OK zien en gaat dan naar het scherm voor de Digitaal kompasmodus.
Een noordelijke kalibratie uitvoeren
Belangrijk!
Als u zowel een noordelijke als een bi-directionele kalibratie wilt uitvoeren, doe dan de bi-directionele kalibratie eerst en daarna de noordelijke kalibratie. Dat is nodig omdat een bi-directionele kalibratie elke bestaande noordelijke kalibratie tenietdoet.

- Houd in de Digitaal kompasmodus [E] ingedrukt tot- dat de actuele instelling voor de magnetische declinatie begint te knipperen op de display. Dit is het instel- scherm.
- Voordat de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de magnetische declinatie-instelling begint te knipperen.
- Druk tweemaal op [D] om het instelscherm voor de noordelijke kalibratie weer te geven.
- Op dit moment verschijnt -N- (noorden) op de display.
-
Plaats het horloge op een oppervlak dat waterpas is en wel zo dat de 12-uurspositie naar het noorden wijst (gemeten met een ander kompas).
-
Druk op [C] om het kalibreren te starten.
De display laat tijdens het kalibreren - - - - zien. Wanneer de kalibratie gelukt is, laat de display OK zien en gaat dan naar het scherm voor de Digitaal kompasmodus.
12-lock Aanwijzer positionerings- positie geheugen

Vilrechstinghele of Positionerings van de actuele geheugen
positionering
Aanwijzer positioneringsgeheugen
Positioneringsgeheugen
U kunt een windrichtingmeting opslaan in het positioneringsgeheugen en die waarde afbaelden terwijl u meer digitale kompasmeting uitvoert. Het scherm Positioneringsgeheugen beeldt de windrichtinghoek van de opgeslagen windrichting af, plus een indicator die op de display de opgeslagen windrichting aangeeft. Wanneer u een digitale kompasmeting verricht terwijl de display het scherm Positioneringsgeheugen afbeeldt, dan wordt zowel de windrichtinghoek van de actuele digitales kompasmeting (zoals gemeten vanuit de 12-uurspositie van het horloge) als de actueel opgeslagen windrichtinginformatie uit het Positioneringsgeheugen afgebeeld.
Een windrichtinghoekmeting opslaan in het Positioneringsgeheugen
- Druk op [C] om een digitale kompasmeting te beginnen.
- Als er reeds een windrichtinghoekwaarde uit het positioneringsgeheugen wordt afgebeeld, betekent dit dat het schem Positioneringsgeheugen wordt afgebeeld. Als dit het geval is, drukt u op [E] om de actuele waarde in het Positioneringsgeheugen te wissen en het schem Positioneringsgeheugen te verlaten.
- Gedurende de 20 seconden dat de digitale kompasmeting duurt, drukt u op [E] om de actuele windrichtinghoekmeting op te slaan in het Positioneringsgeheugen. De windrichtinghoek van het Positioneringsgeheugen knippert gedurende ongeveer 1 • seconde terwijl deze wordt opgeslagen in het Positioneringsgeheugen. Daarna verschijnt het scherm Positioneringsgeheugen (die de windrichtinghoek van het positioneringsgeheugen afbeeldt) en begint een 20 seconden durende windrichtingmeting. Terwijl het scherm Positioneringsgeheugen wordt afgebeeld, kunt u door op [C] te drukken • een nieuwe 20 seconden durende meting beginnen, die de windrichtinghoek afbeeldt van de windrichting waarnaar de 12-uurspositie van het horloge wijst. De windrichtinghoek van de actuele meting verdwijnt van de display nadat de windrichtingmeting voitoold is. Gedurende de eerste 20 seconden nadat u het scherm Positioneringsgeheugen afbeeldt • of tijdens de 20 seconden durende windrichtingmeting terwijl het scherm Positioneringsgeheugen op de display wordt afgebeeld, wordt de in het geheugen opgeslagen windrichting aangegeven door een Positioneringsgeuugenaanwijzer. Door op [E] te drukken terwijl het scherm Positioneringsgeheugen wordt afgebeeld, wist • u de actuele windrichtinghoek uit het Positioneringsgeheugen en start u een 20 seconden durende meting.
Het digitaal kompas gebruiken bij het bergbeklimmen of het wandelen
Dit gedeelte bevat drie praktische toepassingen voor het gebruik van het ingebouwde kompas van het horloge.
Een kaart instellen en uw actuele positie vinden •
Bij het bergbeklimmen of wandalen is het belangrijk om te weten waar u zich bevindt. Hiertoe moet u de "kaart installen", dat wil zeggen de kaart aanpassen, zodat de positionering die erop wordt aangegeven, overeenkomt met de werkelijke coördinaten van uw positie. Wat u eigenlijk doet, is noord op de kaart In overeenstemming brengen met noord zoals dat door het horloge wordt aangegeven. De positionering naar een doel vinden • De windrichtinghoek vaststellen naar een doel op een kaart en die richting opgaan.
Een kaart instellen en uw actuele positie vinden
-
Plaats het horloge, dat om uw pols zit, zo dat de wijzerplaat horizontaal is.
-
In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [C] om een kompasmeting te doen.
Noorden aangegeven
op de kaart

Nootde maadgegertbydoor noordaanwiizer
De meetwaarde verschijnt na circa twee seconden op de display.
- Draal de map zonder het horloge te verplaatsen zo dat de het noorden op de kaart overeenkomt met het noorden op het horloge.
Als de horloge is geconfigureerd om het magnetische noorden aan te geven, breng dan het magnetische noorden van de kaart in lijn met het horloge. Als het horloge is geconfigureerd met een declinatie voor correctie naar het echte noorden, breng dan het echte noorden van de kaart in lijn met het horloge.
Raadpleeg voor details het gedeelte "De positioneringssensor kalibreren". Hiermee brengt u de positionering van de kaart in overeenstemming met uw actuele positie. - Bepaal uw positie terwijl u de geografische contouren om u heen controleert.
De positionering naar een doel vinden

- Stel de kaart zo in dat het noorden in lijn is met het noorden op het horloge en bepaal uw actuele positie. Raadpleeg "Een kaart instellen en uw actuele positie • vinden" voor het uitvoeren van de bovenstaande stap.
- Plaats de kaart zo dat de richting waarnaar u wilt reizen op de kaart recht vooruit wijst.
- Plaats het horloge, dat om uw pols zit, zo dat de wij-zerplaat horizontaal is.
- In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [C] om een kompasmeting te doen. De meetwaarde verschijnt na circa twee seconden op • de display.
- Blijf de kaart voor u houden en draai uw lichaam naar het noorden totdat het noorden op het horloge en het noorden op de kaart in lijn zijn. Hiermee brengt u de positionering van de kaart in • overeenstemming met uw actuele positie en is de richting naar uw doel recht vooruit.
De windrichtinghoek vaststellen naar een doel op een kaart en die richting opgaan.

12 warlock positie
Aanwijzer positioneringsgeheugen
Noord-aanwijzer

Waarde van de wind richtinghoek in het Positioneringsgeheugen
- Stel de kaart zo in dat het noorden in lijn is met het noorden op het horloge en bepaal uw actuele positie. Raadpleeg "Een kaart instellen en uw actuele positie • vinden" voor het uitvoeren van de bovenstaande stap.
- Wijzig uw positie zo - zoals is te zien op de illustratie links - dat u (en de 12-uurspositie van het horloge) in de richting van het doel wijst, terwijl u het noorden op de kaart in lijn houdt met het noorden op het horloge.
-
Als u het moeilijk vindt om de bovenstaande stap uit te voeren en tegelijk alles in één lijn te houden, beweeg dan eerst naar de juiste positie (12-uurspositie van het horloge gericht op het doel) zonder rekening te houden met de oriëntatie van de kaart. Voer vervolgens stap 1 uit om de kaart in te stellen.
-
In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [C] om een kompasmeting te doen.
-
Terwijl er windrichtinghoekmetingen plaatsvinden, drukt u op [E] om de actueel afgebeelde windrichting vast te leggen in het Positioneringsgeheugen. De waarde en aanwijzer van de windrichtinghoek die in het Positioneringsgeheugen zijn opgeslagen, blijven circa 20 seconden zichtbaar op de display.
- Zie "Positioneringsgeheugen" voor meer informatie. 5. Nu kunt u doorlopen, terwijl u de aanwijzer van het Positioneringsgeheugen in de gaten houdt en ervoor zorgt dat deze in de 12-uurspositie blijft.
- Om de waarde van de windrichtinghoek en de aanwijzer in het Positioneringsgeheugen opneuw af te beelden drukt u op [C].
- Wanneer u op [E] drukt terwijl de waarde van de windrichtinghoek en de aanwijzer in het Positioneringsgeheugen op de display staan, worden de gegevens in het Positioneringsgeheugen die u in stap 3 hebt opgeslagen, gewist en wordt de huidige windrichtingwaarde in het Positioneringsgeheugen opgeslagen.
NB
- Wanneer u aan het bergbeklimmen of wandelen bent, kunnen de omstandigheden of geografsche contouren het u onmogelijk maken om in een rechte lijn te lopen. Als dat het geval is, ga dan terug naar stap 1 en sla een nieuwe windrichting naar het doel op.
Voorzorgsmaatregelen Digitaal kompas
Dit horloge beschikt over een ingebouwde magnatische positioneringssensor die aardmagnetisme waarneemt. Dit betekent dat dit horloge het magnetische noorden aangeeft. Dat verschilt enigszins van het echte, polaire noorden. De magnetische noordpool ligt in het noorden van Canada, terwijl de magnetische zuldpool in zuidelijk Australië ligt. Het verschil tussen het magnetische noorden en het echte noorden zoals alle magnetische kompassen dit meten, wordt doorgaans groter naarmate men dichter bij een van de magnetische polen komt. Ook geven sommige kaarten het echte noorden aan (in plaats van het magnetische noorden). Als u zo'n kaart gebruikt in combinatie met dit horloge, most u daar rekening mee houden.
Positie
Als u een windrichtingmating uitvoert in de buurt van een sterke magnetische bron, kunnen er grote fouten in de meatwaarden optreden. Om die reden moet u afzien van het doen van metingen in de buurt van de volgende soorten voorwerpen: permanente magneten (magnetische halskettingen enz.), concentraties van metaal (metalen deuren, kastjes enz.), hoogspanningskabels, antennedraden, huishoudelijke apparaten (tv's, computers, wasmachines, diepvrielzers enz.).
Precieze windrichtingmetingen zijn eveneens onmogelijk in een trein, in een vliegtuig, op • een boot enz.
Precieze windrichtingmetingen zijn eveneens onmogelijk binnenshuis, met name in ferro- betonnen bouwwerken. Het metalen geraamte van dergelijke bouwwerken vangt namelijk magnetisme op van apparaten enz.
Opbergen
- Als het horloge magnetisch wordt, kan de nauwkeurigheid van de positioneringssensor achteruitgaan. Daarom moet u het horloge uit de buurt van magneten of andere bronnen van sterk magnetisme opbergen, zoals: permanente magneten (magnetische halskettingen enz.) en hulshoudelijke apparaten (tv's, computers, wasmachines, diepyrlezers enz.).
- Wanneer u vermoedt dat het horloge magnetisch geworden is, voert u de procedure uit bij "Een bi-directionele kalibratie uitvoeren".
Barometer/Thermometer
Dit horloge gebruikt een druksensor om de luchtdruk te meten (barometrische druk) en een temperatuursensor om de temperatuur te meten.
Naar en uit de Barometer-/thermometermodus gaan
Barometrische drukgrafiek Temperature

Barmatische Praktiverstichtorientier
druk sanwijzer
- In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [B] om naar de Barometer-/thermometermodus te gaan.
- Op de display verschijnt BARO, ten teken dat er barometrische druk- en temperatuurmetingen aan de gang zijn. De meetwaarden verschijnen na circa vijf seconden op de display.
- Nadat u op [B] hebt gedrukt, voert het horloge gedurende de eerste vijf minuten elke vijf seconden metingen uit; daarna elke twee minuten.
- Druk op [D] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
- Het horloge keert automatisch naar de Tijdfunctiemodus terug als u gedurende ongeveer een uur nadat u naar de Barometer-/thermometermodus bent gegaan geen enkele handeling uitvoert.
De barometrische druk en de temperatuur meten
In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [B].
- Hiermee start u automatisch de barometrische druk- en temperatuummetingen.
U kunt elk gewenst moment een barometrische druk- en temperatuurmeting doen door in de Barometer-/thermometermodus op [B] te drukken.
- Nadat u naar de Barometer-/thermometermodus bent gegaan, kan het vier tot vljf seconden duren voordat de uitkomst van de barometrische drukmeting verschijnt.

Barometrische druk
- Barometrische druk wordt weergegeven in eenheden 1 hPa (of 0,05 inHg).
- De afgebeelde barometrische drukwaarde verandert in - - - als de gematen barometrisch druk buiten het bereik van 260 hPa - 1.100 hPa (7,65 inHg - 32,45 inHg) valt. Zodra de barometrische drukwaarde zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
Temperatuur
- Temperatuur wordt afgebeeld in eenheden van 0,1 °C (of 0,2 °F).
- De afgebeelde temperatuurwaarde verandert in - - - °C (of °F) als de gemeten temperatuur buiten het bereik van -10,0 °C en 60,0 °C (14,0 °F en 140.0 °F) valt. Zodra de temperatuur zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
Displayeenheden
- U kunt hectopascals (hPa) of inchesHg (inHg) selecteren als de displayeenheid voor de barometrische druk en Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) als de displayeenheid voor de temperatuur. Kijk bij "De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk".
Barometrische drukgrafiek

Barometrische druk geeft de wijzigingen in de atmosfeer aan. Door die in de gaten te houden, kun je het weer redelijk nauwkeurig voorspellen. Dit horloge verricht elke twee uur automatisch barometrische drukmetingen, en wel op de dertigste minuut van elk even uur. De meetresultaten worden gebruikt om een barometrische drukgrafiek en barometrische drukverschilaanwijzers te maken.
De barometrische drukgrafiek lezen
Barometrische druk

De barometrische graflek laat de metingen zien van de afgelopen 24 uur.
- De horizontale as van de grafiek vertegenwoordigt de tijd; elke stip staat voor twee uur. De meest rechtse stip vertegenwoordigt de meest recente meting.
- De verticale as van de grafiek vertegenwoordigt de barometrische druk; elk stip staat daarbij voor het relatieve verschil tussen zijn meting en van de stippen ernaast. Elke stip vertegenwoordigt 1 hPa.
Het onderstaande laat zien hoe de gegevens in de barometrische drukgrafiek geïnterpreteerd moeten worden.

Een stijgende grafiek betekent doorgaans beter weer.
Een dalende grafiek betekent doorgaans slechter weer.
NB
- Als er plotselinge veranderingen optreden in het weer of de temperatuur, kan de grafieklijn van de vorige metingen van de boven- of de onderkant van de grafiek aflopen. De hele grafiek wordt weer zichtbaar zocra de barometrische omstandigheden zich gestabiliseerd hebben.
- Ten gevolge van de volgende omstandigheden wordt het meten van de barometrische druk overgeslagen, waarbij de corresponderende stip op de barometrische drukgrafiek niet wordt ingevuld.
- Barometrische meting die buiten het bereik valt (260 hPa/mb tot 1.100 hPa/mb of 7,65 InHg tot 32,45 InHg)
- Sensorstoring

Metzüllkaarin
het scherm
Barometrische drukverschilaanwijzer

Janwijzer parometrisch drukverschil
Deze aanwijzer geeft het relatieve verschil tussen de meeste recente barometrische drukmeting in de barometrische drukgrafiek en de actuele barometrische drukwaarde In de Barometer-/thermometermodus.
De barometrische drukverschilaanwijzer aflezen
Het drukverschil wordt aangegeven binnen een bereik van ±10 hPa, in 1-hPa-eenheden.
De schemafbeelding hiernaast • bijvoorbeeld, laat zien wat de aanwijzer zou aanwijzen wanneer het berekende drukverschil circa -5 hPa is (circa -0.15 inHg).
Barometrische druk wordt bere-• kend en afgebeeld met hPa als standaardmeeteenheid. Het barometrische drukverschil kan ook worden gelezen in inHg-eenheden, zoals te zien in op de afbeelding (1 hPa = 0.03 inHg).

Kalibratie van de druksensor en de temperatuursensor
De druksensor en de temperatuursensor die in het horloge zijn ingebouwd, worden in de fabriek gekalibreerd en hoeven normalter niet te worden aangepast. Als u ernstige fouten constateert in de druk- en temperatuurmeetwaarden van dit horloge kunt u de sensor herkal-breren om dit te corrigeren.
Belangriik!
Als u de barometrische druksensor verkeerd kalibreert, zijn de metingen waarschijnlijk • onjuist. Vergelijk, voordat u de kalibratieprocedure uitvoert, de metingen van het horloge met die van een andere betrouwbare, nauwkeurige barometer.
Als u de temperatuursensor verkeerd kalibreert, zijn de metingen waarschijnlijk onjuist. • Lees voordat u begint het onderstaande aandachtig.
Vergelijk de metingen van het horloge met die van een andere betrouwbare, nauwkeurige • thermometer.
Als u opnieuw wilt kallbreren, verwijder dan eerst het horloge van uw pols en wacht 20 tot • 30 minuten, tot de temperatuur van het horloge stabiel is.
De druksensor en de temperatuursensor kalibreren

- In de Tijdfunctiemodus of een van de sensormodi drukt u op [B] om naar de Barometer-/thermometermodus te gaan.
- Houd [E] ingedrukt totdat de actuele temperatuur op de display begint te knipperen. Dit is het instelscherm. Voordat de temperatuur begint te knipperen, verschijnt de • mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt.
- Door op [D] te drukken knipperen afwisselend de temperatuurwaarde en de barometrische drukwaarde. Kies degene die u wilt kalibreren.
- Stel de kalibratiewaarde in met [A] (+) en [C] (-) in de hieronder afgebeelde eenheden.
Temperatuur 0,1 °C (0,2 °F)
Barometrische druk 1 hPa (0,05 inHg)
Om de knipperende waarde terug te zetten op de oorspron-•kelijke fabriekswaarde drukt u tegelijk op [A] en [C]. OFF verschijnt gedurende ongeveer een seconde, gevolgd door de oorspronkelijke standaardwaarde. - Druk op [E] om terug te keren naar het schem Barometer-/thermometermodus.
Voorzorgsmaatregelen barometer en thermometer
De druksensor van dit horloge meet veranderingen in luchtdruk, die u vervolgens kunt • gebruiken voor uw eigen weersvoorspellingen. Het horloge is niet bedoeld als precisie-instrument voor officiële weersvoorspellingen en weerberichten.
- Plotselinge temperatuurwisselingen kunnen de meetwaarden van de druksensor beïnvloeden.
- De temperatuurmetingen worden beïnvloed door uw lichaamstemperatuur (tijdens het dragen van het horloge), door direct zonlicht en door vocht. Om de omgevingstemperatuur nauwkeuriger te meten, haalt u het horloge van uw pols, legt u het op een goed geventi-leerde plaats (niet in het directe zonlicht) en veegt u alle vocht van de kast. Het duurt zo'n 20 tot 30 minuten voordat de temperatuur van de kast van het horloge gelijk is aan de omgevingstemperatuur.
Hoogtemeter
Het horloge toont hoogtewaarden op basis van luchtdrukmetingen die zijn uitgevoerd door de ingebouwde druksensor.
Hoe de hoogtemeter hoogte meet
De hoogtemeter kan hoogte meten op basis van zijn eigen presetwaarden (oorspronkelijke standaardinstelling) of op basis van een door u opgegeven referentiewaarde.
Wanneer u hoogte meet op basis van presetwaarden
Gegevens die worden verzameld door de barometrische druksensor van het horloge worden naar een geschatte hoogte geconverteerd op basis van de ISA-conversiewaarden (International Standard Atmosphere) die in uw horloge zijn opgeslagen.
Hoogte meten met een door u opgegeven referentiehoogte
Nadat u een referentiehoogte hebt opgegeven, gebruikt het horloge die waarde om barometrische drukwaarde te converteren naar hoogtewaarde.
- Bij het bergbeklimmen kunt u de referentlewaarde instellen aan de hand van een merkteken onderweg of van hoogte-informatie op een kaart. Daarna zijn de hoogtemetingen van het horloge preciezer dan zonder referentiehoogte.

Een hoogtemeting verrichten
Hoogtegrafiek
Hödtenterschil

- Zorg dat het horloge in de Tijofunctiemodus of een van de sensormodi staat.
- De sensormodi zijn: De Digitaal kompasmodus, de Barometer-/thermometermodus en de Hoogtematermodus.
- Druk op [A] om de hoogtemeting te starten.
- ALTI verschijnt op de display, ten teken dat er een hoogtemeting aan de gang is. De eerste meetwaarde verschijnt na circa vijf seconden op de display.
- De actuele hoogte wordt afgebeeld in eenheden van 5 meter.
- Na de eerste meting blijft het horloge gedurende de eerste drie minuten elke vijf seconden automatisch hoogtemetingen verrichten, daarna elke twee minuten (bij de oorspronkelijke standaardinstellingen).
- Als u het horloge in de Hoogtemetermodus laat staan, updatet het horloge de hoogtewaarde regelmatig en geeft het de wijzigingen van meting tot meting aan in een grafiek.
- U kunt de procedure bij "Een automatische meetmethode voor de hoogte selecteren" gebruiken om de meetmethode voor de hoogte op te geven die u wilt gebruiken.
- Als u klaar bent met de hoogtemeter drukt u op [D] om terug te keren naar de Tijdfunctiemodus en de automatische metingen te stoppen. Het horloge keert automatisch naar de Tijdfunctiemodus terug als u gedurende ongeveer • vlerentwintig uur nadat u naar de Hoogtemetermodus bent gegaan geen enkele handeling uitvoert (bij de oorspronkelijke standaardinstellingen).
De hoogtegrafiek aflezen
Meest recente
meetwaarde

De hoogtegrafiek laat de automatische metingen van de Hoogtemetermodus zien als een functie van tijd.
- De verticale as van de grafiek vertegenwoordigt de hoogte; elke stip staat voor 10 meter.
- De horizontale as vertegenwoordigt de tijd. Voor de hoogtemetingen die gedurende de eerste drie minuten nadat u de hoogtemetingen hebt gestart, worden verricht, staat elke stip voor vljf seconden. Daarna staat elke stip voor twee minuten.
Als het meetresultaat buiten het bereik valt of foutief is, blijft de stippenkolom voor die meting leeg (overgeslagen).
NB
• Het meetbereik voor de hoogte is -700 tot 10.000 meter.
- De afgebeelde hoogtewaarde verandert in --- als een hoogtewaarde buiten het meetbereik valt. Zodra de hoogtewaarde zich weer binnen dat bereik bevindt, wordt hij weer afgebeeld.
- Gewoonlijk zijn de afgebeelde hoogtewaarden gebaseerd op de vooraf ingestelde converslewaarden van het horloge. U kunt desgewenst ook een referentiehoogtewaarde opgeven. Zie "Een referentiehoogtewaarde opgeven".
- U kunt voor het afbeelden van de hoogtewaarde kiezen uit meter (m) en voet (ft). Kijk bij "De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk".
Een automatische meetmethode voor de hoogte selecteren
U kunt kiezen uit de volgende twee automatische meetmethodes voor de hoogte. 0"05: Metingen om de vijf seconden gedurende een uur
2"00: Metingen om de vijf seconden gedurende de eerste drie minuten, gevolgd door metingen om de twee minuten gedurende circa vierentwintig uur.
NB
Als u geen knoppen bedient in de Hoogtemetermodus keert het horloge na vierentwintig uur automatisch terug naar de Tijdfunctiemodus als de automatische meetmethode voor de hoogte 2'00 is en na een uur als de automatische meetmethode voor de hoogte 0'05 is.
De automatische meetmethode voor de hoogte selecteren

- Houd in de Hoogtemetermodus [E] ingedrukt totdat de actuele referentiehoogte begint te knipperen. Dit is het instelscherm.
- Voordat de referentiehoogte begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt.
- Druk op [D] om het instelscherm voor de actuele automatische hoogtemeetmethode weer te geven.
- 0"05 of 2"00 gaat knipperen op de display.
- Druk op [A] om te schakelen tussen 0"05 en 2"00 als automatische hoogtemeetmethode.
- Druk op [E] om het instelschem te verlaten.
De Hoogteverschilwaarde gebruiken
Hoogteverschil

Het Hoogtemetermodusscherm bevat een hoogteverschilwaarde die het verschil in hoogte laat zien met een door u opgegeven referentiepunt. De hoogteverschilwaarde wordt geindatet telkens als het horloen aan hoogtemeting varriak
- Het meetbereik voor de hoogteverschilwaarde is -3.000 tot 3.000 meter.
-
-
-
- wordt afgebeeld in plaats van de hoogteverschilwaarde wanneer de gemeten waarde buiten het toegestane bereik valt.
-
-
- Raadpleeg voor enkele praktijkvoorbeelden van hoe u deze functie kunt gebruiken de sectie "De hoogteverschliwaarde gebruiken bij bergbekllmmen of wandelen".
Het hoogteverschilbeginpunt opgeven
Hoogteverschil

Druk in de Hoogtemetermodus op [E].
- Het horloge verricht een hoogtemeting en legt de waarde vast als het beginpunt voor de hoogteverschilwaarde. De hoogteverschilwaarde wordt op dat moment op nul gezet.
De hoogteverschilwaarde gebruiken bij bergbeklimmen of wandelen.
Nadat u het hoogteverschilbeginpunt hebt opgegeven bij het bergbeklimmen of wandelen, kunt u makkelijk de hoogteverschillen tussen dat punt en andere punten onderweg meten.
De hoogteverschilwaarde gebruiken

Hoogteverschil

- Controleer of er in de Hoogtemetermodus een hoogtemetingwaarde op de display staat.
- Als geen hoogtemetingwaarde wordt afgebeeld, druk dan op [A] om een hoogtemeting te verrichten. Raadpleeg "Een hoogtemeting verrichten" voor details.
- Gebruik de hoogtelijnen op uw kaart om het verschil in hoogte vast te stellen tussen uw huidige locatie en uw bestemming.
- Druk in de Hoogtemetermodus op [E] om uw huidige positie op te geven als het hoogteverschilbeginpunt.
- Het horloge verricht een hoogtemeting en legt de waarde vast als het beginpunt voor de hoogteverschilwaarde. De hoogteverschilwaarde wordt op dat moment op nul gezet
- Ga op weg naar uw bestemming terwijl u het hoogteverschil dat u hebt vastgesteld op de kaart vergelijkt met de hoogteverschilwaarde van het horloge.
- Als de kaart bijvoorbeeld laat zien dat het verschil tussen uw positie en uw bestemming +80 meter is, dan weet u dat u in de buurt van uw bestemming komt wanneer de afgebeelde hoogteverschilwaarde in de buurt van +80 komt.
Een referentiehoogtewaarde opgeven
De hoogtemetingen van dit horloge kunnen foutief zijn ten gevolge van wisselingen in de luchtdruk. Derhalve adviseren wij om de referentiehoogtewaarde tijdens het klimmen telkens wanneer dat mogelijk is te updaten. Nadat u een referentiehoogte hebt opgegeven, past het horloge zijn berekening van de luchtdruk-naar-hoogte-conversie dienovereenkomstig aan.
Een referentiehoogtewaarde opgeven

- Houd in de Hoogtemetermodus [E] ingedrukt totdat de actuele referentiehoogte begint te knipperen. Dit is het Instelscherm.
Voordat de referentiehoogtewaarde begint te knipperen, • verschijnt de mededeling
SET Hold op de display.
Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt.
- Gebruik [A] (+) en [C] (-) om de actuele waarde van de referentiehoogte met 5 meter te wijzigen.
Geef een referentiehoogtewaarde op op basis van nauwkeurige gegevens over uw actuele • positie, bijvoorbeeld van een kaart.
De referentiehoogte jaar kan worden ingesteld binnen een bereik van -10.000 tot 10.000 • meter.
- Door [A] en [C] tegelijk in te drukken keert u terug naar OFF (geen referentiehoogte-waarde). Het horloge verricht dan luchtdruk-naar-hoogte-conversie op basis van louter de presetgegevens.
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
Soorten Hoogtegegevens
Het geheugen van het horloge kan twee soorten hoogtegegevens bevatten: handmatige meet-records en automatisch opgeslagen waarden (minimum, maximum, verticale stijging, verticale daling).
Gebruik de Modus gegevens uit geheugen oproepen om de in het geheugen opgeslagen • gegevens te bekijken. Raadpleeg "Hoogte-records bekijken" voor details.
Handmatige meet-records
Telkens wanneer u de onderstaande procedure uitvoert in de Hoogtemetermodus maakt en bewaart het horloge een record van de op dat moment afgebeelde hoogtemeting, inclusief de bijbehorende datum en tijd. In het geheugen kunnen maximaal 25 handmatige meet-records worden opgeslagen. Deze zijn genummerd REC01 t/m REC25.
Een handmatige meting opslaan

1. Controleer of er in de Hoogtemetermodus een hoogtemetingwaarde op de display staat.
Als geen hoogtemetingwaarde wordt afgebeeld, druk dan op [Å] om een hoogtemeting te verrichten. Raadpleeg "Een hoogtemeting verrichten" voor details.
2. Houd [A] ingedrukt totdat REC Hold in de display verschijnt en weer verdwijnt. Laat [A] los nadat Hold verdwenen is. Hierdoor wordt de actueel afgebeelde hoogtewaarde opge-• slagen in een handmatig meet-record, samen met de datum en de tijd.
Nadat het opslaan is afgerond, keert het horloge automa-
tisch terug naar de Hoogtemetermodus.
In het geheugen kunnen maximaal 25 handmatige meet-
records worden opgeslagen. Als er 25 handmatige meet-
records in het geheugen staan, zorgt de bovengenoemde
handeling ervoor dat de oudste record automatisch wordt
gewist om plaats te maken voor een nieuwe.
Waarden voor automatisch opslaan
In het horlogegeheugen worden twee sets (Set 1 en Set 2) waarden voor automatisch opslaan bewaard.
- Wanneer automatische hoogtemetingen worden genomen, worden deze waarden automatisch gecontroleerd en geüpdatet door het horloge.
Hoe maximum- en minimumwaarde worden geüpdatet
Zolang het horloge in de Hoogtemetermodus staat, worden er automatisch hoogtemetlingen verricht en wel met de tussenpozen die zijn opgegeven bij de automatische meetmethode voor de hoogte. Bij elke meting vergelijkt het horloge de actuele waarde met de waarden voor MAX (MAX-1 en MAX-2) en MIN (MIN-1 en MIN-2) Het vervangt de MAX-waarde als de actuele meetwaarde groter is dan MAX of de MIN-waarde als de actuele meetwaarde kleiner is dan MIN.
Hoe de waarden voor verticale stijging/daling worden geüpdatet

De totale waarden voor verticale stijging en verticale daling die werden geproduceerd in een meetsessie in de Hoogtemetermodus tijdens de voorbeeldklim zoals afgebeeld hierboven, worden als volgt berekend:
Verticale stijging: q (300 m) + e (620 m) = 920 m
Verticale daling: w (320 m) + r (500 m) = 820 m
- Door naar de Hoogtemetermodus te gaan wordt een nieuwe automatische hoogtemeetsessie gestart, maar worden de actuele ASC (ASC-1 en ASC-2)- en DSC (DSC-1 en DSC-2)-waarden niet gereset of gewijzigd. Dit betekent dat de ASC- en DSC-beginwaarden voor een nieuwe automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus dezelfde waarden zijn die op dat moment in het geheugen zitten. Elke keer als u een automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus voltooit door terug te keren naar de Tijdfunctiemodus, wordt de waarde voor de verticale stijging van de actuele sessie (920 meter In het bovenstaande voorbeeld) toegevoegd aan de ASC-startwaarde van de sessie. Evenzo wordt de verticale dalingswaarde van de automatische meetsessie (-820 meter in het bovenstaande voorbeeld) toegevoegd aan de DSC-startwaarde van de sessie.
- Bij een klim worden hoogteverschillen van minder dan 15 meter niet toegevoegd aan de verticale stijgingswaarde voor de actuele automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus.
- Evenzo worden bij een afdaling hoogteverschillen van minder dan 15 meter niet toegevoegd aan de verticale dalingswaarde voor de actuele automatische meetsessie in de Hoogtemetermodus.
NB
- De maximumhoogte, minimumhoogte, verticale stijgingswaarden en verticale dalingswaarden worden in het geheugen bewaard wanneer u de Hoogtemetermodus verlaat. Om de waarden te wissen volgt u de procedure onder "De inhoud van een specifiek geheugengebied wissen".
Waarden voor automatisch opslaan gebruiken
In het horlogegeheugen worden twee onafhankelijke sets waarden voor automatisch opslaan bewaard.
| Set 1 Set 2 | |
| Maximumhoogte (MAX-1) | Maximumhoogte (MAX-2) |
| Minimumhoogte (MIN-1) | Minimumhoogte (MIN-2) |
| Verticale stiging (ASC-1) | Verticale stiging (ASC-2) |
| Verticale daling (DSC-1) | Verticale daling (DSC-2) |
De waarden in Set 1 en Set 2 kunnen onafhankelijk van elkaar worden gewist. Dit betekent dat u ze kunt gebruiken om dagelijkse en cumulatieve gegevens bij te houden, zoals wordt beschreven in het onderstaande voorbeeld.
Voorbeeld: Gegevens bijhouden tijdens een driedaagse klimtocht
Dag 1
Wis zowel Set 1 als Set 2 en begin met de klim van de eerste dag.
Aan het einde van de dag bevatten beide sets auto-opslagwaarden dezelfde gegevens (MAX-1 = MAX-2, MIN-1 = MIN-2 enz.).
Dag 2
Wis alleen Set 1 en begin met de klim van de tweede dag. Aan het einde van de dag laat Set 1 (MAX-1, MIN-1, ASC-1, DSC-1) de resultaten zien van alleen de tweede dag. In Set 2 laten MAX-2 en MIN-2 de maximum- en minimumhoogtes zien die gedurende de twee dagen bereikt zijn. ASC-2 laat de totale verticale stijgling voor de twee dagen zien (Dag 1 + Dag 2) en DSC-2 de totale verticale dialing voor de twee dagen.
Dag 3
Wis alleen Set 1 en begin met de klim van de derde dag. Aan het einde van de dag laten de waarden in Set 1 alleen de resultaten van de derde dag zien. In Set 2 laten MAX-2 en MIN-2 de maximum- en minimumhoogtes zien die gedurende de drie dagen bereikt zijn. ASC-2 laat de totale verticale stijging voor de twee dagen zien (Dag 1 + Dag 2) en DSC-2 de totale verticale daling voor de drie dagen.
- Raadpleeg voor het wissen van hoogtegegevens "De inhoud van een specifiek geheugengebied wissen".
Hoe werkt de hoogtemeter?
Over het algemeen dalen de luchtdruk en temperatuur naarmate je op grotere hoogte komt. Dit horloge baseert zijn hoogtemetingen op de waarden van de International Standard Atmosphere (ISA) zoals die zijn vastgelegd door de Civil Aviation Organization (ICAO). Deze waarden vertegenwoordligen de relaties tussen hoogte, luchtdruk en temperatuur.
| Hoogte | Luchtdruk | Temperatuur | |
| 4000 m | 616 hPa | -11°C | |
| 3500 m | 701 hPa | -4.5°C | |
| 3000 m | 795 hPa | 2°C | |
| 2500 m | 899 hPa | 8.5°C | |
| 2000 m | 1013 hPa | 15°C | |
| 1500 m | |||
| 1000 m | |||
| 500 m | |||
| 0 m | |||
| 14000 ft | 19.03 inHg | Ongeveer 0.15 inHg per 200 ft | 16.2°F |
| 12000 ft | |||
| 10000 ft | 22.23 inHg | Ongeveer 0.17 inHg per 200 ft | 30.5°F |
| 8000 ft | |||
| 6000 ft | 25.84 inHg | Ongeveer 0.192 inHg per 200 ft | 44.7°F |
| 4000 ft | |||
| 2000 ft | 29.92 inHg | Ongeveer 0.21 inHg per 200 ft | 59.0°F |
| 0 ft |
Bron: International Civil Aviation Organization
- Onder de volgende omstandigheden is het niet mogelijk nauwkeurige hoogtemetingen te verrichten:
Wanneer de luchtdruk verandert ten gevolge van weersveranderingen
Extreme temperatuursschommelingen
Wanneer het horloge zelf te maken krijgt met een sterke schok
Er bestaan twee standaardmethoden om hoogte weer te geven: absolute hoogte en relatieve hoogte. Absolute hoogte geeft een absolute hoogte boven zeeniveau aan. Relatieve hoogte geeft het verschil in hoogte tussen twee plaatsen aan.

Voorzorgsmaatregelen hoogtemeter
Dit horloge schat de hoogte op basis van de luchtdruk. Dit betekent dat hoogtemetingen • op dezelfde locatie kunnen verschillen als de luchtdruk verandert.
- Ook is de halfgeleiderduksensor die het horloge gebruikt voor hoogtemetingen temperatuurgevoelig. Onderwerp het horloge tijdens hoogtemetingen niet aan temperatuurwisselingen.
- Vertrouw niet op de hoogtemetingen van dit horloge en voer geen knophandelingen uit terwijl u aan het skydiven, hanggliden of paragliden bent, of terwijl u een gyrocopter, glider of ander luchtvoertuig bestuurt, of terwijl u bezig bent met een andere activiteit waarbij er kans bestaat op plotselinge hoogtewisselingen.
- Gebruik dit horloge niet voor hoogtemetingen waarvoor professionele of industriele precisie verelst is.
- De lucht in een passaglersvliegtuig is samengeperst (drukcabine). Om die reden wijken de hoogtemetingen die dit horloge doet in een vliegtuig af van die in het vliegtuig worden omgeroepen.
De eenheden opgeven voor temperatuur, barometrische druk en hoogte
Gebruik de onderstaande procedure om temperatuur-, barometrische druk- en hoogte-eenheden op te geven voor gebruik in de Barometer-/thermometermodus en de Hoogtemetermodus.

Belangrijk!
Wanneer TYO (Tokio) is geselecteerd als woonplaats, wordt de hoogte-eenheid automatisch op meter (m) gezet, de barometrische drukeenheld op hectopascal (hPa) en de temperatuureenheld op Celsius (°C). Deze instelling kunt u niet wijzigen.
De eenheden opgeven voor temperatuur, hoogte en barometrische druk
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
- Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwiint en de stadscode begint te knipperen.
-
Houd [D] ingedrukt totdat UNIT in de linkerbovenhoek van het scherm verschijnt. • Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
-
Voer de onderstaande handelingen uit om de gewenste eenheden op te geven.
| Om deze eenheld op te geven: | Drukt u op deze toets: | Om tussen deze instellingen te schakelen: |
| Hooglo [A] m (motor, or ft (voat) | ||
| Barometrische druk [B] hPa (hecto | pascal en inHg (inches kwe) | |
| Temperatuur [C] °C (Celsius) en °F | (Fahrenhalt) |
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u tweemaal op [E] om het instelscherm te verlaten.
Voorzorgsmaatregelen voor het gelijktijdig meten van hoogte en temperatuur
Hoewel u tegelijkertijd een hoogte- en een temperatuurmeting kunt uitvoeren, moet u rekening houden met het feit dat ze voor het beste resultaat verschillende omstandigheden nodig hebben. Bij een temperatuurmeting verdient het de voorkeur om het horloge van uw pols af te doen om het effect van lichaamswarmte te elimineren. Bij een hoogtemeting daarentegen is het beter om het horloge aan de pols te houden. Daardoor blijft het horloge op een constante temperatuur hatgaen bijdraagt tot een nauwkeuriger hoogtemeting.
Als hoogtemeting uw prioriteit heeft, laat u het horloge om uw pols zitten of legt het op • een plaats waar de temperatuur van het horloge constant blijft.
Als temperatuurmeting uw prioriteit heeft, doet u het horloge af en laat u het aan uw tas • bungelen of legt u het op een andere plek waar het niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht. Het afdoen van uw horloge kan tijdelijk de druksensormetingen beïnvloeden.
Hoogte-records bekijken
Gebruik de Modus gegevens uit geheugen oproepen om handmatig opgeslagen hoogtemetingen en automatisch opgeslagen waarden voor grootste hoogste, laagste hoogte, totale stijging en totale daling te bekijken. Hoogtegegevens-records worden gecreëerd en opgeslagen in de Hoogtemetermodus.
Hoogte-records bekijken

Wisselt af tussen meettijd (Uur : Minuten) meetdatum (Maand Dag)
- Gebruik [D] om de Modus gegevens uit geheugen oproepen (REC) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
Ongeveer een seconde nadat • REC op de display verschijnt, verandert de display en verschijnt de eerste record van het geheugengebied dat u bekeek toen u de laatste keer de Modus gegevens uit geheugen oproepen verliet. - Kies het gewenste geheugengebied met [B].
| REC 01(Gebied handmatig opgeslagen records) | MAX-1(Auto-opslagwaarde gebied 1) | MAX-2(Auto-opslagwaarde gebied 2) |
- Scroll met [A] en [C] door de schermen voor een gebied en beeldt het gewenste gebied af.


flowchart
graph TD
REC01["REC 01"] -->|A| REC02["REC 02"]
REC02 -->|B| REC25["REC 25"]
REC25 -->|C| REC01
REC01 -.-> REC02
REC02 -.-> REC25
Handmatige opgeslagen records


flowchart
graph LR
A["MAX"] --> B["MIN"]
B --> C["ASC"]
C --> D["DSC"]
D --> A
B -->|A| A
C -->|C| B
D -->|B| C
Waarden voor automatisch opslaan
- Terwijl een handmatige opgeslagen record (REC 01 t/m REC 25) wordt afgebeeld, wisselt de onderkant van het scherm tussen de datum (maand, dag) en de tijd (uur, minuten) waarop de record werd gemaakt.
- Terwijl MAX- of MIN-auto-opslagwaarden worden afgebeeld, wisselt de onderkant van het scherm tussen de datum (maand, dag) en de tijd (uur, minuten) waarop de waarde werd vastgelegd.
- Terwijl ASC- of DSC-auto-opslagwaarden worden afgebeeld, wisselt de onderkant van het scherm tussen de datum (maand, dag) waarop en het jaar waarin de ASC- of DSC-record eerst werd gemaakt.
- Raadpleeg voor gedetailleerde informatie over auto-opslagwaarden het gedeelte "Waarden voor automatisch opslaan".
- Als u klaar bent met het bekijken van gegevens, verlaat u de Modus gegevens uit geheugen oproepen door op [D] te drukken.
- ---- wordt afgebeeld als er bijvoorbeeld ten gevolge van een fout geen corresponderende gegevens zijn. In zo'n geval zijn de waardes voor totale stijging (ASC) en totale daling (DSC) nul.

- Als de waarde voor de totale stijging (ASC) of totale daling (DSC) groter is dan 99.995 meter, begint de betreffende waarde weer op nul.
- Als de waarde voor de totale stijging (ASC) of totale daling (DSC) meer dan vijf cijfers krijgt, verschijnt het meeste linkse cijfer (tienduizendtal) linksboven in de display. De afbeelding toont de display wanneer de ASC-1-waarde 99995 meter bedraagt.
De inhoud van een specifiek geheugengebied wissen

- Ga met [D] naar de Modus gegevens uit geheugen oproepen.
- Kies met [B] het geheugengebied dat u wilt wissen.
- De inhoud van het geheugengebied dat u selecteert, wordt gewist zodra u stap 3 hieronder uitvoert. Het wissen kan niet ongedaan worden gemaakt. Controleer dus tweemaal, om zeker te weten dat u de inhoud van het geselecteerde geheuagebied wilt wissen.
- Houd [E] ingedrukt totdat CLR Hold in de display verschijnt en weer verdwijnt. Laat [E] los wanneer CLR verdwijnt.
- Hiermee is het geheugengebied dat u in stap 2 hebt geselecteerd gewist en komt u terug in het gegevensscherm, dat nu ---- laat zien. Dit geeft aan dat er op dit moment niets opgeslagen is in het actuele afgebeelde geheugengebied.
Zonsopgangs- en zonsondergangstijden opzoeken
Met de Zon-op-/Zon-onder-modus kunt u de zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor een bepaalde datum (jaar, maand, dag) en locatie opzoeken.
Naar de Zon-op-/Zon-onder-modus gaan

Druk in de Tijdfunctiemodus op [D] om naar de Zon-op-/Zon-onder-modus te gaan.
- De zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor de actuele datum worden afgebeeld op basis van de actueel opgegeven stadscode, geografische breedte en geografische lengte.
- De hieronder beschreven drie daglichtaanwijzers staan op de display in de Zon-op-/Zon-onder-modus. Aanwijzer 1: Zonsondergangstijd in 24-uursweergave Aanwijzer 2: Zonsopgangstijd in 24-uursweergave Aanwijzer 3: Deze knipperende aanwijzer verschijnt alleen wanneer aanwijzer 1 en aanwijzer 2 de zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor de actuele Tijdfunctiemodus-datum aangeven. Hij geeft de actuele Tijdfunctiemodus-dum in 24-uursweergave weer.
-
Voordat u de Zon-op-/Zon-onder-modus kunt gebruiken, moet u eerst de instellingen configureren voor de stadscode, geografische lengte en geografische breedte van de locatie waarvan u de zonsopgangs- en zonsondergangstijden wilt bekilken.
-
De standaardfabrieksconfiguratie van de locatie is: Stadscode: TYO (Tokio); Geografische breedte: 36 graden noorderbreedte; Geografische lengte: 140 graden oosterlengte.
In de "Tijdzone-/stedentabel" vindt u de lengte- en breedtegraadgegevens voor diverse steden wereldwijd.
De zonsopgangs- en zonsondergangstijd bekijken op een bepaalde datum

Zohrasst time SunZenop-
ondergangstijd gangstijd
- Ga naar de Zon-op-/Zon-onder-modus.
- Nu worden de zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor de actuele datum afgebeeld, op basis van de opgegeven stadscode, geografische breedte en geografische lengte.
- Met [A] (+) en [C] (-) kunt u door de data scrollen van de afgebeelde zonsopgangs- en zonsondergangstijden.
- De zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor de geselecteerde datum worden aangegeven met waarden en aanwilizers.
U kunt elke datum selecteren tussen 1 januari 2000 en 31 december 2099.
NI
- Zonsopgangs- en zonsondergangstijden worden afgebeeld in eenheden van vijf minuten.
Als u denkt dat de zonsopgangs- en zonsondergangstijden om de een of andere reden • niet juist zijn, controleer dan de instellingen van het horloge voor de stadscode, de geografische lengte en de geografische breedte.
- De zonsopgangs- en zonsondergangstijden die dit horloge afbeeldt, zijn de tijden op zee-niveau. Zonsopgangs- en zonsondergangstijden zijn anders op andere hoogtes dan zee-niveau.
De zonsopgangs- en zonsondergangstijden opzoeken voor een specifieke stadscode
Belangrijk!
- Om de zonsopgangs- en zonsondergangstijden in uw op dit moment geselecteerde woonplaats op te zoeken, hoeft u deze procedure niet te volgen.
- Als u een andere stadscode selecteert om de zonsopgangs- en zonsondergangstijden aldaar op te zoeken, ga dan terug naar de stadscode van uw woonplaats (uw huidige locatie) wanneer u klaar bent. Anders is de tijd die wordt afgebeeld in de Tijdfunctiemodus onjuist.
- Raadpleeg voor informatie over de woonplaatsinstelling het gedeelte "Woonplaatsinstellingen configureren".
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
- Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen.
- Selecteer met [A] (oost) en [C] (west) de stadscode waarvan u de zonsopgangs- en zons-ondergangstijden wilt bekijken.
- Voor meer informatie over de stadscodes, zie de "Stadscodetabel".
- Druk twee keer op [E] om het instelscherm te verlaten.
Geografische lengte- en breedte-instellingen configureren
![Geografische breedte Druk op [Dj.] Geografische lengte](/content/2026/06/1152278/images/b94012d7a4601931fb70a447baf06a1299b9b5a02d00fbb224e3bfaa4c054625.jpg)
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen. - Druk op [E] om het Instelscherm geografische lengte/ breedte af te beelden, waarop de breedte-instelling knippert.
- Met [D] wisselt u af tussen knipperende lengte en knipperende breedte.
- Gebruik [A] (+) of [C] (-) om de knipperinstelling te wijzigen.
Ü kunt de instelling voor geografische lengte en breedte binnen het volgende bereik configureren:
• Breedtebereik: 65°S (65 graden zuiderbreedte) tot 0°N 65°N (65 graden noorderbreedte)
• Lengtebereik: 179°W (179 graden westerlengte) tot 0°E 180°E (180 graden oosterlengte) - Breedte- en lengtewaarden worden afgerond op de graad.
- In de "Tijdzone-/stedentabel" vindt u de lengte- en breedtegraadgegevens voor diverse steden wereldwijd.
- Druk op [E] om naar de Tijdfunctiemodus terug te keren.
De actuele tijd in een andere tijdzone bekijken
Op dit moment geselecteerde Wereldtijdstad
Aanwijzer 1 |

De actuele tijd in de op dit moment geselecteerde Werelotijdstad.
U kunt de Wereldtijdmodus gebruiken om de actuele tijd in een van de 31 tijdzones (48 steden) over de hele wereld te bekijken. De stad die op dat moment is geselecteerd in de Wereldtijdmodus wordt "wereldtijdstad" genoemd.
Naar Wereldtijdmodus gaan
Gebruik [D] om de Weredtijdmodus (WT) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Ongeveer een seconde nadat WT op de display verschijnt, wijzigt de display en toont deze de stadscode van de op dat moment geselecteerde Wereldtijdstad.
- De hieronder beschreven twee aanwijzers staan op de display in de Wereldtijdmodus. Aanwijzer 1 (knippert niet): geeft de actuele tijd aan in de geselecteerde Wereldtijdstad in 24-uursweergave. Aanwijzer 2 (knippert): geeft de actuele Tijdfunctiemodustijd in 24-uursweergave weer.
De tijd in een andere tijdzone bekijken
In de Wereldtijdmodus scroll u met [A] (oostwaarts) en [C] (westwaarts) door de stadscodes.
De standaardtijd of zomertijd (DST) voor een stad opgeven

-
Gebruik in de Wereldtijdmodus [A] (oostwaarts) en [C] (westwaarts) om de stadscode (tijdzode) weer te geven waarvan u de instelling voor standaardtijd/zomertijd wilt wijzigen.
-
Houd [E] ingedrukt totdat DST Hold in de display verschijnt en weer verdwijnt. Laat [E] los nadat DST Hold verdwenen is.
Hiermee schakelt u de in stap 1 geselecteerde stadscode tussen zomertijd (DST-indicator afgebeeld) en standaardtijd (DST-indicator niet afgebeeld).
Als u de zomertijdinstelling van de stadscode die is • geselecteerd als uw woonplaats wijzigt met de Wereldtijdmodus, verandert ook de zomertijdinstelling van de Tijdfunctiemodustijd.
U kunt niet heen en weer schakelen tussen standaard-• tijd en zomertijd (DST) wanneer UTC is geselecteerd als Wereldtijdstad.
De instelling voor standaardtijd/zomertijd (• DST) heeft alleen invloed op de op dat moment geselecteerde tijdzone. Andere tijdzones worden hierdoor niet gewijzigd.
De stopwatch gebruiken
Met de stopwatch kunt u de verstreken tijd, tussentijden en twee finishtijden meten.
Uren 1/100 seconde

Naar de Stopwatchmodus gaan
Gebruik [D] om de Stopwatchmodus (STW) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
Ongeveer een seconde nadat STW op de display ver- schijnt, verandert de display en toont de stopwatchuren.
Blapeestrieken tijd meten

Een tussentijd pauzeren

Twee finishtijden meten

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["Tussentijd"]
B --> C["Eerste loper finisht. Tijd van eerste loper weergeven."]
C --> D["Stop Tweede loper finisht"]
D --> E["Tussentijd verwijderen Tijd van tweede loper weergeven."]
E --> F["Wissen"]
NB
- De Stopwatchmodus kan de verstreken tijd aangeven met een bereik van 23 uur, 59 minu- ten en 59,99 seconden.
Nadat de stopwatch is gestart, blijft hij lopen totdat u op [C] drukt om hem te stoppen, • zelfs als u de Stopwatchmodus verlaat en naar een andere modus gaat en zelfs als de tijdmeting de limiet zoals hierboven beschreven bereikt.
Als u de Stopwatchmodus verlaat terwijl er een tussentijd op de display staat, wordt de • tussentijd gewist en keert de stopwatch terug naar de meting van de verstreken tijd.
De afteltimer (countdown)gebruiken
De afteltimer kan worden geconfigureerd om te starten op een vooraf ingesteld tijdstip en laat een waarschuwingssignaal horen wanneer het einde van de afteltijd is bereikt.
Afteltimer
Uur, minuten seconden)

Actuere tijer
Naar de Afteltimermodus gaan
Gebruik [D] om de Afteltimermodus (TMR) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren". Ongeveer een seconde nadat • TMR op de display verschijnt, verandert de display en toont de afteltijduren.
De starttijd van de afteltimer instellen
Ga naar de Afteltimermodus. Als er een afteltimer loopt (aangegeven door de aftellende • seconden), druk dan op [A] om deze te stoppen en druk op [C] om de actuele starttijd van de afteltimer te resetten. Als een afteltimer gepauzeerd is, druk dan op [C] om de • actuele starttijd van de afteltimer te resetten.
- Houd [E] ingedrukt tot de uurinstelling van de actuele starttijd van de afteltimer begint te knipperen. Dit is het instelscherm.
Voordat de uurinstelling begint te knipperen, verschijnt de mededeling • SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de uurinstelling begint te knipperen.
- Druk op [D] om de knipperende positie te verplaatsen tussen de uur- en minuteninstelling.
- Gebruik [A] (+) of [C] (-) om van knipperend item te veranderen.
- Om de startwaarde van de afteltimer op 24 uur in te stellen, kiest u 0H 00'00.
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
De afteltimer gebruiken

Start
Stop
(Herstart)
(Stop)
Wissen
Voordat u de afteltimer gebruikt, moet u er zeker van zijn dat de afteltimer niet al loopt • (wat wordt aangegeven door een aftellende secondewijzer). Als dat wel het geval is, drukt u op [A] om deze te stoppen en vervolgens op [C] om de starttijd van de afteltimer te resetten.
- Er klinkt gedurende vijf seconden een waarschuwingssignaal wanneer de eindtijd van de afteltimer wordt bereikt. Dit waarschuwingssignaal is in alle modi te horen. De afteltimer wordt automatisch teruggezet op de startwaarde wanneer het waarschuwingssignaal klinkt.
Het alarmsignaal stoppen
Druk op een willekeurige knop.
Het alarm gebruiken
Alarm- signaal of SIG Alarmtijd Uur, minuten)

U kunt vijf afzonderlijke dagelijkse alarmsignalen instellen. Wanneer een alarm is ingeschakeld, klinkt er iedere dag gedurende ongeveer 10 seconde een alarmsignaal wanneer de tijd in de Tijdfunctiemodus de vooraf ingestelde waarschuwingstijd bereikt. Dit is ook het geval wanneer het horloge niet in de Tijdfunctiemodus staat.
U kunt ook een uursignaal inschakelen, waardoor het horloge twee keer piept op ieder heel uur.
Naar de Alarmsignaalmodus gaan
Gebruik [D] om de Alarmsignaalmodus (ALM) te selecteren, zoals wordt getoond in "Een modus selecteren".
- Ongeveer een seconde nadat ALM op de display verschijnt, verandert de display en toont een alarmsignaalnummer (AL1 t/m AL5) of de SIG-indicator. Het alarmsignaalnummer geeft een alarmsignaalscherm aan. Wanneer het Uursignaalscherm op de display staat, wordt SIG afgebeeld.
- Wanneer u de Alarmsignaalmodus inschakelt, worden de gegevens die u het laatst bekeek bij het verlaten van de modus als eerste getoond.
Een alarmtijd instellen
- Gebruik [A] en [C] in de Alarmsignaalmodus om door de alarmsignaalschermen te scrollen, totdat het scherm wordt weergegeven waarvan u de tijd wilt instellen.
Alarm uit/Aan Indicator


flowchart
graph TD
A["AL1"] -->|A| B["AL2"]
B --> C["AL3"]
D["SIG"] -->|C| E["AL5"]
E --> F["AL4"]
F --> C
C --> D
D --> A
- Houd [E] ingedrukt totdat de alarmsignaaltijd begint te knipperen. Dit is het instelscherm.
- Voordat de alarmsignaaltijd begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de alarmsignaaltijd begint te knipperen.
- Druk op [D] om de knipperende positie te verplaatsen tussen de uur- en minuteninstelling.
- Terwijl een instelling knippert, gebruikt u [A] (+) en [C] (-) om deze te wijzigen.
- Wanneer u de alarmsignaaltijd instelt op 12-uursweergave moet u er op letten dat deze correct is ingesteld als a.m. (geen indicator) of p.m. (P-indicator).
- Druk op [E] om het instelscherm te verlaten.
Het alarmsignaal testen

'Alarmsignaal-aan'-Indicator
Houd in de Alarmsignaalmodus [A] ingedrukt om het alarmsignaal te laten horen.
Een alarmsignaal en het uursignaal in- en uitschakelen
1. Druk in de Alarmsignaalmodus op [A] en [C] om een alarm-
signaal of het uursignaal te selecteren.
2. Wanneer het gewenste alamsignaal of uursignaal is geselecteerd, drukt u op [A] om het aan of uit te schakelen.
- De aan-/uitindicatoren voor het alarmsignaal en het uursignaal worden in alle modi weergegeven.
- Als een alarmsignaal is ingeschakeld, wordt de aan-indicator in alle modi op de display weergegeven.
Het alarmsignaal stoppen
Druk op een willekeurige knop.
Verlichting

De display van het horloge is verlicht, zodat u hem in het donker goed kunt aflezen.
De automatische verlichting van het horloge schakelt automatisch in als u het horloge onder een hoek naar u toe draalt.
De automatische verlichting moet ingeschakeld zijn om te werken.
De verlichting handmatig inschakelen
U kunt in elke modus op [L] drukken om de display te ver-• lichten.
- U kunt met de onderstaande procedure kiezen of de verlichting 1 seconde of 3 seconden aanstaat.
- Als u op [L] drukt, blijft de verlichting ongeveer 1 seconde of 3 seconden aanstaan, al naar gelang de actuele instelling van de verlichtingsduur. Met deze handeling wordt de verlichting ingeschakeld ongeacht de instelling van de automatische verlichting.
- De verlichting wordt uitgeschakeld tijdens de ontvangst van het tijdkalibratiesignaal, bij het configureren van de sensormeetinstellingen en tijdens de kalibratie van de positioneringssensor.
De verlichtingsduur wijzigen
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.
- Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen.
- Blijf op [D] drukken totdat LT1 of LT3 wordt afgebeeld in linkerbovenhoek van de display. Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd handmatig wijzigen" voor informatie over • hoe door de instelschermen te scrollen.
- Druk [A] om de verlichtingsduur te schakelen tussen drie seconden (LT3 afgebeeld) en een seconde (LT1 afgebeeld).
- Als alle instellingen correct zijn, drukt u tweemaal op [E] om het instelscherm te verlaten.
Over de automatische verlichting
Als u de automatische verlichting inschakelt, wordt de wijzerplaat in iedere modus verlicht als u het horloge in een positie houdt zoals hieronder wordt beschreven.
Als u het horloge in een positie brengt die parallel met de grond is en het dan naar u toe kantelt onder een hoek van meer dan 40 graden, gaat de verlichting aan.

Waarschuwing!
Zorg dat u zich op een veilige plaats bevindt wanneer u de display bekijkt met behulp van de automatische verlichting. Wees met name voorzichtig bij het hardlopen of als u een andere activiteit uitvoert die tot een ongeluk of verwonding kan leiden. Wees er ook op bedacht dat de automatische verlichting niet degenen om u heen laat schrikken of afleidt, zodra hij aangaat.
Zorg dat u, wanneer u het horloge draagt, de automatische verlichting uitschakelt voordat u gaat fletsen, motorrijden of autorijden. Door het plotseling, onbedoeld aangaan van de verlichting zou u afgeleid kunnen worden, wat een verkeersongeval en ernstig lichamelijk letsel tot gevolg zou kunnen hebben.
NB
Dit horloge beschikt over de functie "Full Auto EL Light". De automatische verlichting werkt dus alleen als het beschikbare licht zich beneden een bepaald niveau bevindt. De wijzerplaat wordt verlicht hij helder zonlicht.
De automatische verlichting wordt altijd uitgeschakeld, ongeacht de aan-/uitpositie ervan, • wanneer zich een van de volgende omstandigheden voordet.
Als er een alarm- of waarschuwingssignaal afgaat•
Tijdens sensormeting
Tijdens kalibratie van de positioneringssensor in de Digitaal kompasmodus
Tijdens een ontvangst in de Ontvangstmodus
Tijdens het berekenen van een zonsopgangs- en zonsondergangstijd
De automatische verlichting in- en uitschakelen

aan'uit
Houd in de Tijdfunctiemodus [L] ongeveer drie seconden ingedrukt om te schakelen tussen automatische verlichting aan (A.EL afgebeeld) en uit (A.EL niet afgebeeld).
Wanneer de automatische verlichting ingeschakeld is, is • de indicator automatische verlichting aan (A.EL) in alle modi op de display te zien.
Wanneer het batterijniveau naar niveau 4 zakt, schakelt de automatische verlichting automatisch uit.
Voorzorgsmaatregelen verlichting
Door veelvuldig gebruik van de displayverlichting kan de batterij sneller leeg raken en • moet hij eerder opgeladen worden. De volgende richtlijnen geven u een idee hoe lang het horloge moet opladen na een enkele verlichtingshandeling.
Ongeveer vijt minuten blootstelling aan fei zonlicht dat door een raam valt.
Ongeveer zijn minden blootstelling aan fluorescentdicht binnenshuis. Het elektroluminescente verlichtingspaneel kan na langdurig gebruik verzwakken. Het kan zijn dat de verlichting moeilijk zichtbaar is als deze onder direct zonlicht wordt hekeken.
De verlichting gaat automatisch uit bij een alarmsignaal.
Veelvuldig gebruik van de verlichting verkort de levensduur van de batterij.
Voorzorgsmaatregelen automatische verlichting
De automatische verlichting kan regelmatig wurden ingeschakeld als de het horloge aan de binnenkant van de pols draagt, of door de beweging of door trilling van uw arm. Als u activiteiten ontploit waarbij de kans op dat soort bewegingen groot is, kunt u de automatische verlichting beter uitschakelen om snel leeglopen van de batterij te voorkomen. Als u het horloge onder uw mouw draagt, kan de automatische verlichting ook vaker - inschakelen. Ook daardoor heeft de batterij meer te lijden.

De verlichting gaat wellicht niet aan als de wijzerplaat • meer dan 15 graden van waterpas af is. Zorg ervoor dat de achterkant van uw hand parallel met de grond is.
De verlichting gaat uit na afloup van de presetverlichtings- tijd, ook al kantelt u het horloge naar uw gezicht.
Statische elektriciteit of een magnetisch veld kan de juiste werking van de automatische verlichting belemmeren. Als de verlichting niet aangaat, probeer dan het horloge naar de beginpositie te bewegen (parallel met de grond) en kantel het vervolgens weer naar uw gezicht toe. Als dit niet helpt, laat uw arm dan helemaal langs uw zij hangen en til hem dan weer op.
Als u het horloge heen en weer schudt, hoort u wellicht een heel zacht klikkend geluid. Dit • geluid wordt veroorzaakt door de mechanische werking van de automatische verlichting en betekent niet dat er probleem met het horloge is.
Knopgeluidssignaal
Het knopgeluidssignaal is iedere keer dat u één van de knappen van het horloge indrukt te huren. U kunt het knopgeluidssignaal naar wens in- of uitschakelen,
Ook als u het knopgeluidssignaal uitschakelt, blijven het alarmsignaal, het uursignaal en het afteltimersignaal normaal hoorbaar.
Het knopgeluidssignaal in- en uitschakelen
- Houd in de Tijdfunctiemodus [E] ingedrukt totdat de stadscode gaat knipperen. Dit is het instelscherm voor de stadscode.


Voordat de stadscode begint te knipperen, verschijnt de • mededeling SET Hold op de display. Houd [E] ingedrukt totdat SET Hold verdwijnt en de stadscode begint te knipperen.
- Blijf op [D] drukken totdat MUTE of KEY durdt afgebeeld in linkerbovenhoek van de display.
Zie stap 3 bij "De instelling van de actuele tijd handmatig wijzigen" voor informatie over hoe door de instelschermen te scrollen.
-
Druk op [A] om het knopgeluidssignaal aan (KEY) of uit (MUTE) te zetten.
-
Als alle instellingen correct zijn, drukt u tweemaal op [E] om het instelscherm te verlaten.
NB
- De dempindicator (MUTE) wordt in alle mudi weergegeven wanneer het knopgeluidssignaal is uitgeschakeld.
Problemen oplossen
Tijdsinstelling
Raadpleeg het gedeelte "Radiogestuurde atoomtijdfunctie" voor informatie over het aanpassen van de tijdsinstelling conform een tijdkalibratiesignaal.
De actuele tijdsinstelling wijkt uren af.
De instelling van uw woonplaatscode is misschien niet juist. Controleer de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze zo nodig.
De actuele tijdsinstelling wijkt één uur af.
Als u het horloge gebruikt in een gebied waar ontvangst van het tijdkalibratiesignaal mogelijk is, zie "De woonplaatsinstellingen configureren".
Als u het horloge gebruikt in een gebied waar ontvangst van het tijdkalibratiesignaal niet mogelijk is, is het misschien nodig dat u de instelling voor standaardtijd/zomertijd (DST) van uw woonplaats handmatig wijzigt. Gebruik de procedure onder "De instelling van de actuele datum en tijd handmatig wijzigen" om de instelling voor standaardtijd/zomertijd (DST) te wijzigen.
Sensormodi
Ik kan de eenheden voor temperatuur, barometrische druk en hoogte niet wijzigen.
Wanneer TYO (Tokio) is geselecteerd als woonplaats, wordt de hoogte-eenheid automatisch op meter (m) gezet, de barometrische drukeenheid op hectopascal (hPa) en de tempera-tuureenheid op Celsius ("C"). Deze instelling kunt u niet wijzigen.
Terwijl ik een sensor gebruik, verschijnt "ERR" op de display.
Als het horloge een harde klap krijgt, kan er een sensorstoring optreden of kan er een fout contact ontstaan op de interne circuits. Wanneer dit gebeurt, verschijnt ERR (fout) op het scherm en wordt de werking van de sensor uitgeschakeld.
Meting digitaal kompas
Meting barometrische druk/
temperatuur


Hoogtemeting

- Als ERR verschijnt terwijl u een sensormeting uitvoert in een sensormodus, herstart de meting dan.
Als ERR opnieuw op de display verschijnt, kan dat betekenen dat er lets mis is met de sensor.
Zelfs met het laadniveau van de batterij op niveau of 1 (H) of 2 (M) kan de sensor van de Barometer-thermometermodus of de Hooglemetermodus worden uitgeschakeld als er niet voldoende voltage aanwezig is om die functie van stroom te voorzien. In dat geval verschijnt ERR op de display. Dit betekent niet dat er een storing is en de sensor zou weer moeten gaan werken zodra het batterijvoltage weer normaal is.
- Als ERR tijdens metingen blijft verschijnen, kan dat betekenen dat er een probleem is met de desbetreffende sensor.
- ERR verschijnt op de display nadat ik bi-directionele of noordelijke kalibratie heb uitgevnerd.
Als --- verschijnt op het kalibratiescherm en dan verandert in ERR (fout) betekent dit dat er iets mis is met de sensor.
- Als ERR na ongeveer een seconde verdwijnt, probeer dan opnieuw te kalibreren. - Als ERR blijft verschijnen, neem dan contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde officiële CASIO-distributeur om het horloge na te laten kijken.
- ERR verschijnt op de display nadat ik nourdelijke kalibratie heb uitgevoerd. De ERR-boodschap geeft aan dat er wellicht een probleem met de sensor is. De ERR-boodschap kan ook zijn veroorzaakt door dat u het horloge tijdens de kalibratieprocedure hebt bewogen. Voer de kalibratie opnieuw uit en zorg ervoor dat het horloge niet beweegt. Als dit het probleem niet oplost, wordt het probleem wellicht veroorzaakt door een nabijgelegen bron van aardmagnetisme.
Voer de kalibratieprocedure weer helemaal vanaf het begin uit.
Wanneer er sprake is van een sensorstoring, ga dan zo snel mogelijk met uw horloge naar uw dealer of de dichtstbijzijnde officiële CASIO-distributeur.
Wat veroorzaakt foutieve windrichtingmetingen?
Onjuste bi-directionele kalibratie. Voer bi-directionele kalibratie uit. Nabijgelegen sterke bron van magnetisme, zoals een huishoudelijk apparaat, een grote sta- len brug, een stalen balk, bovengrondse kabels enz. Of u probeert windrichting te meten op een boot, trein enz. Ga uit de buurt van grote metalen objecten en probeer het opnieuw NB: U kunt geen handelingen met het digitaal kompas uitvoeren op een boot, trein enz.
Waarom krijg ik een verschillende uitkomst bij twee windrichtingmetingen op dezelfde locatie?
Magnetisme van hoogspanningskabels in de nabijheid interfereert met het vaststellen van het aardmagnetisme. Ga uit de buurt van de hoogspanningskabels en probeer het opnieuw.
Waarom heb ik problemen met het verrichten van windrichtingmetingen binnenshuis? Een tv, pc, luidsprekers of een ander object interfereert met de aardmagnetismemetingen. Ga uit de buurt van het interfererende object of verricht de meting buitenshuis. Windrichtingmetingen binnenshuis zijn met name moeilijk in ferro-betonnen bouwwerken. Ook kunt u geen windrichtingmetingen verrichten in een brein, vliegtuig enz.
De barometrische drukverschilaanwijzer verschijnt niet op de display wanneer ik naar de Barometer-/thermometer ga.
Dit kan wijzen op een sensorfout. Druk opnieuw op ([B]).
De barometrische drukverschilaanwijzer wordt niet afgebeeld wanneer de afgebeelde actuele barometrische waarde buiten het toegestane meetbereik valt (260 tot 1.100 hPa).
Wereldtijdmodus
De tijd voor mijn Wereldtiidstad wiikt af in de Wereldtijdmodus.
Dlt kan het gevolg zijn van onjulst schakelen tussen standaardtijd en zomertijd. Raadpleeg "De standaardtijd of zomertijd (DST) voor een stad specificeren" voor meer informatie.
Opladen
Het horloge gaat niet weer normaal functitioneren nadat ik het aan licht heb blootgesteld. Dit kan gebeuren nadat het stroomniveau naar niveau 5 is gezakt. Blijf het horloge aan licht blootstellen totdat de batterijstroomindicator "H" of "M" aangeeft.
Tijdkalibratiesignaal
De informatie in dit gedeelte is alleen van toepassing als LIS, LON, MAD, PAR, ROM, BER, STO, ATH, MOW, HKG, BJS, HNL, ANC, YVR, LAX, YEA, DEN, MEX, CHI, NYC, YHZ, YYT, SEL of TYO is geselecteerd als woonplaatscode. U moet de actuele tijd handmatig aanpassen wanneer er een andere stad is geselecteerd als woonplaatscode.
De display beeldt de ERR-indicator af wanneer ik het resultaat van de laatste ontvangst controleer,
| Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Tijdeus de ontvangst van het kalibratiesignaal draagt u het horloge of beweegt u het, of bedient u een knap.Het horloge bevindt zich in eca gebied met slechte ontvangst. | Hraal het horloge op het moment van de signaalontvangst in een gebied waar de ontvangst goed is. |
| U bevindt zich in een gebied waar signaalontvangst om wat voor reden dan ook niet mogelijk is. | Zie "Ontvangstbereik". |
| Het kalibratiesignaal wordt om wat voor reden dan ook niet verzonden. | Controleer de website van de organisatie die het tijdkalibratiesignaal in uw regio verzorgt voor informatie over storingen.Probeer het later nog eens. |
De instelling van de actuele tijd wijzigt nadat ik deze handmatig heb ingesteld. U kunt het horloge hebben ingesteld voor automatische ontvangst van het tijdkalibratiesignaal, wat ervoor zorgt dat de tijd automatisch wordt aangepast overeenkomstig de op dat moment geselecteerde woonplaatscode. Als dit resulteert in een onjuiste tijdsinstelling, controleer dan de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze zo nodig.
De actuele tijdsinstelling wijkt één uur af.
| Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Signaalantvangst op een dag waarop wordt ongeschakeld tussen standaandtrid en zomertijd (DST) is om wat voor reden dan ook met geslaagd. | Van de handeling uit zoals beschreven onder "Vanzbereiden op automatisch be ontvangs". De tijdsinstelling wordt automatisch aangepast zodra ontvangst van het signaal succesvel is. |
| Als u het tijdkalibratiesignaal niet kunt ontvangen, wijzig de instelling voor standaandtijdzawentijd (DST) dan handmatig. |
Automatische ontvangst is niet uitgevoerd of u kunt geen handmatige ontvangst uitvoeren.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| Het horloge staat niet in de Tijfunctiemodus of Wereldtijdemus. | Automatische ontvangst wordt alleen uitgevoerd terwijl het horloge zich in Tijfunctiemodus of Wereldtijdemus bevindt. Ga naar een van deze twee modi. |
| De instelling van uw woonplaats-code is niet juist. | Controeder de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze wanneer nodig. |
| De batterij is niet voldoende opgeladen voor signaalomvangst. | Houd het horloge in het licht om de batterij op te laden. |
Ontvangst van het tijdkalibratiesignaal is succesvol, maar de tijd en/of dag is niet juist.
| Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| De instelling van uw woonplaats-code is niet juist. | Controïeer de instelling van uw woonplaatscode en corrigeer deze wan-neer nodig. |
| De zomertijdinstelling is wel-licht onjuist. | Wijzig de zomertijdinstelling in Auto DST (automatische zomertijd). |
Specifications
Nauwkeurigheid bij normale temperatuur: •
± 15 seconden per maand (zonder signaalkalibratie)
Tiidfunctie: •
Uur, minuten, seconden, p.m. (P), jaar, maand, dag, dag van de week
Tiidformaat: •
12-Uurs en 24-uurs
Kalendersysteem:
Volledig automatische kalender, voorgeprogrammeerd van 2000 tot en met 2099
Overig: •
3 Displayformaten (dag van de week, jaar, barometrische drukgrafiek), woonplaatscode (kan aan een van 48 stadscodes worden toegewezen), standaardtijd / zomertijd
Ontvangst tijdkalibratlesignaal: •
Automatische ontvangst tot maximaal zes keer per dag (5 keer per dag voor het Chinese kalibratiesignaal, overgebleven automatische ontvangstacties worden geannuleerd zodra er een succesvol is geweest), handmatige ontvangst, ontvangstmodus
Ondersteunde tijdkalibratiesignalen: •
Mainflingen, Duitsland (identificatie: DCF77, frequentie: 77.5 kHz), Anthorn, Engeland (identificatie: MSF, frequentie: 60.0 kHz), Fort Collins, Colorado, de Verenigde Staten (identificatie: WWVB, frequentie: 60.0 kHz), Fukushima, Japan (identificatie: JJY, frequentie: 40.0 kHz), Fukuoka/Saga, Japan (identificatie: JJY, frequentie: 60.0 kHz), Shangqiu City, Henan Province, China (identificatie: BPC, frequentie: 68.5 kHz)
Digitaal kompas: •
20 Seconden continueming, 16 windrichtingen, hoekwaarde 0° tot 359°, Vier windrichting-aanwijzers, Kalibratie (bi-directioneel, noordelijke), magnetische declinatiecorrectie, positioneringsgeheugen
Barometer:
Meet- en displaybereik: 260 tot 1.100 hPa (of 7,65 to 32,45 inHg)
Displayeenheid: 1 hPa (of 0,05 inHg)
Meetlijden: Dagelijks vanaf middernacht, om de twee uur (twaalf keer per etmaal), iedere vijf seconden in de Barometer-/thermometermodus
Overig: Kalibratie, handmatig meten (knopbediend), barometrische drukgrafiek, barometrische drukverschil aanwijzer
Thermometer:
Meet- en displaybereik: -10.0 tot 60.0 °C
Displayeenheid: 0,1 °C
Meettijden: ledere vlijf seconden in de Barometer-/thermometermodus
Overig: kalibratie, handmatig meten (knopbediend)
Hoogtemeter:
Meetbereik: -700 tot 10.000 m zonder referentiehoogte
Displaybereik: -10.000 tot 10.000 m
Negatieve waarden kunnen optreden bij metingen op basis van een referentiehoogte of ten gevolge van atmosferische storingen.
Displayeenheid: 5 m
Actuele hoogtegegevens: Elke vijf seconden gedurende 1 uur (0'05) of elke vijf seconden gedurende de eerste drie minuten gevolgd door elke twee minuten gedurende de volgende vierentwintig uur (2'00)
• Geheugengegevens hoogte:
Handmatige opgeslagen records: 25 (hoogte, datum, tijd)
Waarden voor automatisch opslaan: Twee sets (geheugengebieden) elke voor grootste hoogte en de bijbehorende meetdatum en -tijd, laagste hoogte en de bijbehorende meetdatum en -tijd, totale stijging en de bijbehorende datum en tijd van opslagbegin, totale daling en de bijbehorende datum en tijd van opslagbegin
Overig: Instelling referentiehoogte, hoogtegrafiek, hoogteverschil, automatische meetmethode voor de hoogte (0'05 of 2'00)
• Nauwkeurigheid positioneringssensor:
Windrichting: Binnen ±10
Waarden zijn gegarandeerd binnen een temperatuurbereik van -10 °C en 40 °C.
Noordaanwijzer: Binnen ±2 digitale segmenten
• Nauwkeurigheid druksensor:
| Omstandigheden (hoogte) | Hoogtemeter | Barometer | |
| Vaste temperatuur | 0 to 6.000 m0 to 19680 ft. | ± (hooglaverschil -2% ± 15 m) m± (hoogteverschil -2% ± 50 ft) ft. | ± (drukverschil -2% ± 2 hPa) hPa± (drukverschil -2% ± 0,069 inhg) inhg |
| 6.000 to 10000 m19680 to 32900 ft. | ± (hooglaverschil -2% ± 25 m) m± (hoogteverschil -2% ± 2,745,20 cm) ft. | ||
| Effect van variabele temperatuur | 0 to 6000 m0 to 19680 ft. | ± 50 m iedere 10 °C± 170 ft iedere 50 °F | ± 5 hPa iedere 10 °C± 0.148 inhg iedere 50 °F |
| 6.000 tot 10.000 m19680 tot 899.744,00 cm | ± 70 m iedere 10 °C+ 7.010,40 cm iedere 50 °F |
Waarden zijn gegarandeerd binnen een temperatuurbereik van -10 °C en 40 °C.
De nauwkeurigheid neemt af door een harde klap tegen het horloge of de sensor en door temperatuuruitersten.
• Nauwkeurigheid temperatuursensor:
=2 °C binnen een bereik van -10 °C en 60 °C
• Zonsopgang/Zonsondergang:
Zonsopgangs- en zonsondergangstijden voor specifieke datum, daglichtaanwijzers
Wereldtijd:
48 steden (31 tijdzones)
Overig:
Zomertijd (DST)/standaardtijd
- Stopwatch:
Meeteenheid: 1/100 seconde
Meetcapaciteit: 23:59' 59.99"
Meetmodi: verstreken tijd, tussentijd, twee finishes
- Afteltimer:
Meeteenheid: 1 seconde
Instelbereik start afteltijd 1 minuut tot 24 uur (stappen van 1 uur en 1 minuut)
■ Waarschuwingssignalen:
5 Dagelijkse waarschuwingssignalen, uursignaal
Verlichting: •
EL-achtergrondverlichting (elektroluminescent paneel), selecteerbare verlichtingsduur (circa een seconde of drie seconden), automatische verlichting (Auto-EL-Icht werkt alleen in het donker)
Overig:
Batterijstroomindicator, energiebesparing, bestand tegen lage temperatuur (-10 °C), knopgeluidssignaal aan/uit
• Stroomvoorziening:
Zonnecel en een oplaadbare batterij
- Gebruiksduur batterij (bij benadering):
5 maanden (van helemaal vol tot niveau 4) onder de volgende omstandigheden:
- Horloge niet blootgesteld aan licht
- Interne tijdfunctie
- Display 18 uur per dag aan, slaapstand 6 uur per dag
- 1 keer verlichting (1,5 seconde) per dag
- 10 seconden alarmsignaal per dag
- 10 digitaal kompashandelingen per week
- 1 uur hoogtemeting om de 5 seconden, een keer per maand
- 2 uur barometrische drukmeting per dag
- 6 minuten signaalontvangst per dag
Veelvuldig gebruik van de verlichting verkort de levensduur van de batterij. Bijzondere voor- zichtigheid is vereist als de automatische verlichting wordt gebruikt.
Stedentabel
| Stad | Lengte | Breedte | Stad | Lengte | Breedte |
| Abu Dhabi | 54°E | 24°N | Lima | 77°W | 12°S |
| Addis Acaba | 39°E | 9°N | Lisbon | 8°W | 39°N |
| Adelaide | 139°E | 35°S | London | 0°E | 51°N |
| Amsterdam | 5°C | 52°N | Los Angeles | 118°W | 34°N |
| Anchorage | 150°W | 61°N | Madrid | 4°W | 10°N |
| Athens | 24°E | 38°N | Mania | 121°E | 15°N |
| Bangkok | 100°E | 14°N | Melbourne | 145°E | 38°S |
| Beirut | 35°E | 34°N | Mexico City | 99°W | 19°N |
| Boslon | 71°W | 42°N | Miami | 80°W | 26°N |
| Brasilia | 48°W | 16°S | Milan | 9°E | 45°N |
| Buena Aires | 58°W | 35°S | Montreal | 74°W | 15°N |
| Cairo | 31°E | 30°N | Nairobi | 37°E | 1°S |
| Chicago | 88°W | 42°N | Nauru | 167°E | 1°S |
| Christchurch | 173°E | 43°S | New Orleans | 60°W | 30°N |
| Dakar | 17°W | 15°N | New York | 74°W | 41°N |
| Damascus | 36°E | 38°N | Noumea | 166°E | 22°S |
| Delhi | 77°E | 29°N | Pago Pago | 171°W | 14°S |
| Denver | 105°W | 40°N | Panama City | 80°W | 9°N |
| Detroit | 83°W | 42°N | Pacote | 150°W | 18°S |
| Dhaka | 90°E | 24°N | Paris | 2°E | 49°N |
| Dubai | 55°E | 25°N | Perth | 118°E | 32°S |
| Dublin | 6°W | 58°N | Phnom Penh | 105°E | 12°N |
| Edmonton | 114°W | 54°N | Port Villa | 168°E | 18°S |
| El Paso | 108°W | 32°N | Prada | 24°W | 15°N |
| Fernando de Noronha | 32°W | 4°S | Pyongyang | 128°E | 39°N |
| Frankfurt | 9°E | 50°N | Rio de Janeiro | 43°E | 23°S |
| Guam | 148°E | 13°N | Rome | 12°E | 42°N |
| Hamburg | 10°E | 54°N | San Francisco | 122°W | 38°N |
| Hanoi | 108°E | 21°N | Santiago | 71°W | 33°S |
| Helsinki | 25°E | 60°N | Sao Paulo | 47°W | 24°S |
| Hong Kong | 114°E | 22°N | SeATTLE | 122°W | 48°N |
| Honolulu | 158°W | 21°N | Seoul | 127°E | 38°N |
| Houston | 95°W | 30°N | Singapore | 104°E | 1°N |
| Istanbul | 29°E | 41°N | St. Johns | 53°W | 46°N |
| Jakarta | 107°E | 6°S | Stockholm | 18°E | 50°N |
| Jeddah | 39°E | 21°N | Sydney | 151°E | 34°S |
| Kabul | 69°E | 36°N | Taipei | 122°E | 25°N |
| Karachi | 67°E | 25°N | Tahran | 51°E | 36°N |
| Kathmandu | 65°E | 26°N | Tokyo | 140°E | 36°N |
| Kuala Lumpur | 102°E | 3°N | Vancouver | 123°W | 49°N |
| Kuwait | 49°E | 29°N | Vienna | 16°E | 48°N |
| Las Vegas | 115°W | 36°N | Wellington | 175°E | 41°S |
Stadcode tabel
| Stadcode Stad | UTC-compensatie | |
| PFG Fago | Fago -11 | |
| FINL Honolulu -10 | ||
| ANC Anchorage -9 | ||
| YVR Vancouver | -8 | |
| LAX Los Angeles | ||
| YEA Edmonton | -7 | |
| DEN Denver | ||
| MEX Mexico City | -6 | |
| CHI Chicago | ||
| NYC New York -5 | ||
| SCL Santiago | -4 | |
| YIZ Halifax | ||
| YYT St. Johns -3.5 | ||
| RIO | Rio De Janeiro | -3 |
| FEN | Fernando de Noronha | -2 |
| RAI Praia | -1 | |
| UTC | 0 | |
| LS | Lisbon | |
| LON London | ||
| MAD Madrid | +1 | |
| PAR Paris | ||
| ROM Reno | ||
| DCR | Berlin | |
| STO | Stockholm | |
| ATH Athens | +2 | |
| CAI Cairo | ||
| JRS Jerusalem | ||
| MCW Moscow | +3 | |
| JED Jeddah | ||
| THR Tehran | +3.5 | |
| DXB Dubai | +4 | |
| KBL | Kabul | +4.5 |
| KH Karachi | +5 | |
| DEL Delhi | +5.5 | |
| KTM Kathmandu | +6.75 | |
| DAC Dhaka | -6 | |
| RGN | Yangon +6.5 | |
| BKK Bangkok | +7 | |
| SIN Singapore | 18 | |
| HKG Hong Kong | ||
| BJS | Beijing | |
| TPE | Taipei | |
| SEL | Seoul | +9 |
| TYO Tokyo | ||
| ADL | Adevede +9.5 | |
| GUM | Guam | +10 |
| SYD Sydney | ||
| NOU Noumea | +11 | |
| WLG | Wellington | +12 |
- Gebaseerd op gegevens van juni 2008.
- De regels voor de wereldtijden (GMT-tijdverschil en UTC-compensatie) en zomertijd worden door ieder land afzonderlijk vastgesteld.