Super Ace II M955 - Naaimachine BROTHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Super Ace II M955 BROTHER in PDF-formaat.
| Type product | Naaimachine |
| Merk | Brother |
| Model | Super Ace II M955 |
| Afmetingen (l x b x h) | 40 x 18 x 30 cm |
| Gewicht | 7 kg |
| Voeding | 230 V, 50 Hz |
| Vermogen | 100 W |
| Aantal steken | 15 |
| Steektypes | Rechte steek, zigzag, knoopsgat, blinde zoom, rits |
| Snelheid | Variabel, tot 800 steken/minuut |
| Draadspanning | Instelbaar |
| Knoopsgatfunctie | Automatisch in 4 stappen |
| Naaldwisseling | Handmatig |
| Accessoires meegeleverd | Naalden, spoeltjes, voetjes, rijgpen, schoonmaakborsteltje, olieflesje |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig oliën en stof verwijderen met borsteltje |
| Veiligheid | Uitschakelen bij overbelasting |
| Reparatie en onderdelen | Vervangbare naalden, spoeltjes en voetjes beschikbaar |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Super Ace II M955 BROTHER
Gebruikersvragen over Super Ace II M955 BROTHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Super Ace II M955 - BROTHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Super Ace II M955 van het merk BROTHER.
GEBRUIKSAANWIJZING Super Ace II M955 BROTHER
U bent nu de gelukkige eigenaar van een zeer geavanceerde computer naaimachine voor huishoudelijk gebruik.
Om optimaal gebruik te kunnen maken van de uitgebreide mogelijkheden van de machine is het raadzaam om de handleiding vooraf goed door te lezen.
LEES ONDERSTAANDE INSTRUKTIES GOED DOOR, VOORDAT U DE NAAIMACHINE GAAT GEBRUIKEN.
Veiligheidsvoorschriften
-
Houd uw ogen tijdons het naaien op de naald gericht en voorkom kontakt met het handwiel, de draadhendel, de naald of andere bewegende onderdelen.
-
Schakel de naaimachine altijd uit en haal daarna de stekker uit het stopkontakt, wanneer:
• u klaar bent met naaien;
- de naald of een ander onderdeel vervangen moet worden;
- de stroomtoevoer tijdens het naaien wordt onderbroken;
- u de machine wilt smeren en/of schoonmaken:
- u de machine onbeheerd achterlaat.
-
Zet geen voorwerpen op het voetpedaal.
-
Steek de stekker direkt in een deugdelijk stopkontakt in de muur en maak geen gebruik van een verlengsnoer.
Onderhoud en reiniging
- Zet de naaimachine nooit in het direkte zonlicht of op een erg vochtige plaats. Zet de machine bovendien nooit tegen de verwarming of naast een andere hittebron.
- Maak voor het schoonmaken van de buitenkant alleen maar gebruik van neutrale soorten zeep of reinigingsmiddelen. Benzine, verlverdunner of schuurmiddelen kunnen zowel de buitenkant als de machine zelf beschadigen en mogen daarom nooit gebruikt worden.
- Voorkom dat de machine kan vallen of blootgesteld wordt aan hevige schokken.
- Raadpleeg altijd de handleiding, wanneer u de persvoet, de naald of andere onderdelen wilt vervangen of aanbrengen. Hierdoor weet u namelijk 'zeker, dat u de juiste handelingen gaat verrichten.
Reparaties of afstelling
Indien de naaimachine niet of niet naar behoren funktioneert, raadpleeg dan eerst het overzicht voor het oplossen van problemen achterin de handleiding om de machine zelf te inspecteren en af te stellen. Mocht u er niet in slagen om het probleem te verhelpen, neem dan kontakt op met uw dichtstbijzijnde officiële Brother dealer.
HOOFDSTUK 1
VOOR HET GEBRUIK
4
DE ONDERDELEN 4
EXTRA VERKRIJGBAAR 6
ANDERE BIJGELEVERDE ONDERDELEN ..... 6
DISPLAYPANEEL 7
BEDIENINGSTOETSEN 8 Gebruik van de bedieningstoetsen 8
STROOMVOORZIENING 9
SCHERM 10
Toetsen op het display 10
Instellen van de helderheid
van het scherm 10
TAALKEUZETOETS 11
Opheffen van de taalkeuze 12
OPWINDEN VAN HET SPOELTJE/INRIJGEN
VAN DE ONDERDRAAD 13
Opwinden van het spoeltje en aanbrengen
van de onderdraad 13
Aanbrengen van het spoeltje 15
INRIJGEN VAN DE BOVENDERAAD.... 16
GEBRUIKEN VAN DE EXTRA KLÓSPIN EN
KLOSNETJE 18
STARTEN EN STOPPEN MET NAAIEN ..... 19
"START/STOP" TOETS 19
Voetpedaal 19
KIEZEN VAN EEN STEEK (NAA|STEKEN) ..... 20
Gebruik van de " [info ]" (informatie)-toets ..... 20
Schematisch overzicht van steeklengten en
steekbreedten 21
DRAADSPANNING 22
Juiste bovenspanning 22
Verlagen van de bovenspanning 22
Verhogen van de bovenspanning 23
DE PERSVOET 24
Verwijderen van de persvoethouder
(voor reiniging, enz.) 24
Verwisselen van de persvoet 24
TRANSPORTEURS 25
DE NAALD 26
Controleren van de naald 26
Installeren van de naald 26
OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD
EN NAALD 27
HOOFDSTUK 2
1. NAAIEN
28
28
PROEFNAAIEN 28
Naaien van een steek 28
AUTOMATISCHE VERSTEVIGINGSSTEEK.... 30
Stopzetten van de automatische
verstevigingssteek 30
STEEKBREEDTE EN -LENGTE 31
Gebruik van de naaldplaat 34
Naaien van zomen, manchetten, e.d. 34
2. NAAISTEKEN
35
STIKSTEKEN 35
Naaien van elastische stoffen 36
Wijzigen van de steeklengte 36
Wijzigen van de naaldstand 36
ZIGZAGSTEEK 37
Overhandse steek
(Met gebruik van de zigzagsteek) 37
Appliceersteek
(Met gebruik van de zigzagsteek) 3/
Patchwork
(voor fantasie-lappendeken) 37
OVERHANDSE STEKEN 38
Bij gebruik van de steken, 3 of 38
Bij gebruik van de steken of 38
Overhandse steken
(bij gebruik van de los verkrijgbare stofsnijder) .... 39
BLINDZOOMSTEEK 41
Wijzigen van de eerste naaldpositie .... 42
KNOOPSGATEN 43
Volgorde bij het maken van een knoopsgat... 45
Naaien van elastische stoffen ("i" en "ii") .... 45
Knopen die niet op de knoophouderplaat
passen
(knopen van verschillende vormen) 46
Wijzigen van de steeklengte 47
Wijzigen van de steekbreedte 47
BARTACKSTEKEN 48
In geval van dikke stoffen 49
Veranderen van de steeklengte van de
bartacksteek 50
Veranderen van de steekbreedte van de
bartacksteek....50
STOPPEN 51
Veranderen van de steeklengte voor stoppen ... 52
Veranderen van de steekbreedte voor stoppen ... 52
Volgorde bij het stoppen 53
GAATJES 54
Grootte van de gaatjes (ware grootte) ..... 54
KNOPEN NAAIEN 55
Bevestigen van knopen met vier gaten ..... 56
Bevestigen van een knoopvoet 56
INZETTEN VAN EEN RITS
(RONDOM STIKKEN, ZIJKANT STIKKEN) ..... 57
Rondom stikken 57
Zijkant stikken 58
TRENSSTEKEN 60
PLISSEREN 61
Naar buiten trekken van de onderdraad ..... 62
PINTUCKSTEKEN 63
PLATTE ZOOM 64
Afgewerkte platte zoom 65
APPLICERSTEEK 66
APPLICERSTEKEN BIJ BOCHTEN 66
\CHELP\TEEK 67
SIERSTEFEN 68
DE TWEELINGNAALD 74
3. LETTERS EN SIERSTEKEN
76
LETTERSTEKEN 76
Combineren van tekens 77
DEKORATIEVE STEKEN 78
Selecteren van een dekoratieve steek ..... 79
Combineren van dekoratieve steken ..... 79
CORRIGEREN VAN EEN
PATROONCOMBINATIE 80
VERANDEREN VAN DE GROOTTE 81
De grootte van een dekoratieve steek veranderen 81
CONTROLEREN VAN EEN
PATROONCOMBINATIE 82
GEHEUGEN 83
Controleren van een opgeslagen patrooncombinatie 83 Opslaan van een patrooncombinatie 83
Oproepen van een opgeslagen patrooncombinatie 84
NAAIEN 85
Naaien van aantrekkelijke afwerkingen .... 85 Naaien .... 86
BIJSTELLEN VAN EEN STEKENPATROON .... 87
ONDERHOUD
88
REINIGEN 88
Feinigen van het scherm 88
Reinigen van de buitenkant van de naaimachine 88
Reinigen van het spoelhuis 88
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP 90
FOUTMELDINGEN
91
Foutmelding 91
Meldingen 92
Alarm 92
Problemen met draad en steken 93
1- Handvat
2- Draadgeleider voor opwinden spoeltje
3- Kapje voor klos
4- Display
5- Hendel naaldinrijger
6- Draadsnijder
7—Hendel voor het naaien van knoopsgaten
8- Naaldinrijger
9-Persvoet
10- Transporteur
11-Klepje spoelhuis
12-Afstelhendel voor transporteur
13- Bovenspanningsknop
A- Aan/uit-schakelaar en aansluitpunten
B- Toebehorenbakje
C- Keuzetoetsen
D- Bedieningsknoppen

① Aan/uit-schakelaar
Hiermee kunt u de machine in- en uitschakelen.
② Aansluitpunt voor voetpedaal
Sluit hiermee het voetpedaal aan.
③ Elektrisch snoer
Hiermee sluit u de machine aan op het stopkontakt.
VOORZICHTIG
- Wanneer u de naaimachine onbeheerd achterlaat, moet de hoofdschakelaar van de naaimachine uitgeschakeld worden of de stekker moet uit het stopkontakt getrokken worden.
- Wanneer u onderhoudswerkzaamheden uitvoert of wanneer u deksels verwijdert of lampjes vervangt, moet de naaimachine of de elektrische set worden uitgeschakeld.
B. PLATBODEM HULPSTUK MET TOEBEHORENBAKJE
I Open het deksel van het toebehorenvak door het naar u toe te kantelen.
II U kunt elke persvoet herkennen aan het symbool dat erop staat.
① Symbol op persvoet
III INHOUD TOEBEHORENVAK
De plaats van ieder toebehoren wordt afgebeeld in afbeelding III.
| Nr. | Onderdeelnaam | Kodenummer |
| 1 | Knoopsgatvoet "A" | X57789-101 |
| 2 | Voet voor overhandse steken "G" | X51162-001 |
| 3 | Monogrammenvoet "N" | 137988-101 |
| 4 | Ritsvoet "I" | X59370-051 |
| 5 | Ruimte voor zigzagvoet "J" | 137748-101 |
| 6 | Bindsteekvoet "R" | X56409-001 |
| 7 | Knoopaanzetvoei "M" | 130489-001 |
| 8 | Tornmesje | X54243-001 |
| 9 | Spoeltjes | 136492-151 |
| 10 | Naaldonset | X58358-001 |
* De gebieden gemarkeerd met "★" zijn leeg. Hier passen geen van de bijgeleverde accessoires in.
* Gebruik uitsluitend het plastic spoeltje bijgeleverd bij de naaimachine of in het toebehorenbakje.
* Gebruik uitsluitend toebehoren die speciaal voor deze naaimachine gemaakt zijn.
ANDERE BIJGELEVERDE ONDERDELEN
1

2

3


5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

EXTRA VERKRIJGBAAR
1

2

| Nr. | Onderdeelnaam | Kodenummer |
| 1 | Naaldensei90/14: 4 stuks14 gouden naald (voor elastische stoffen): 2 stuks | X58358-001 |
| 2 | Borsteltje | X59476-051 |
| 3 | Tommesje | X54243-001 |
| 4 | Schroevedraaler (groot) | X55467-051 |
| 5 | Schroevedraaler (klein) | X55468-051 |
| 6 | Spoeltjes (3 stuks) | 136492-151 |
| 7 | Kloskapje (klein) | 130013-053 |
| 8 | Kloskapje (groot) | 130012-053 |
| 9 | Gaatjesponser | 135793-001 |
| 10 | Klosnerje* | XA5523-050 |
| 11 | Extra klospen* | XA3336-051 |
| 12 | Spoelvilt | X57045-051 |
| 13 | Schijfvormige schroevedraaler | XA2005-051 |
| 14 | Voetpedaal | XA3931-051 |
| 15 | Kap | XA2482-051 |
| 16 | Tweelingnaald | X59296-001 |
* Gebruik altijd een draadnet met metaaldraden.
* Indien u speciaal draad gebruikt dat snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos voordat u gaat naaien.
* De extra klospin, die als toebehoren wordt geleverd, dient tijdens gebruik bevestigd te worden aan het uiteinde van de windas van de spoel.

1- Loopvoet"
Kodenummer: X81065-001
2- Draadsnijder
Kodenummer: X81028-001
3- Stikgeleidevoet "P"
DISPLAYPANEEL

C. DISPLAYPANEEL
① Steken en patronen
De naaisteken (00 - 29).
② Scherm Hierop worden het nummer van de geselecteerde steek, de patronen, de aanbevolen persvoet en eventuele boodschappen of foutmeldingen getoond.
3 Insteltoetsen voor steekbreedte Druk op deze toets voor het instellen van de breedte van de zigzagsleek.
4 Insteltoetsen voor sleeklengte Druk op deze toets voor het instellen van de lengte van de steek.
⑤ Schuifknop voor helderheid scherm Verschuif deze knop voor het instellen van de helderheid van het scherm wanneer u de meldingen niet goed kunt lezen.
6 Lettertype/dekoratieve steektoets Druk op deze toets om de dekoratieve steek, de blokletter, script of omtrekletter te selecteren.
Toets voor automatische verslevigingssteken Voordat u begint met naaien, kunt u op deze toets drukken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.
8 Steekselectietoetsen Druk op deze toetsen om het nummer van de steek in te voeren die u wilt gebruiken. Wanneer u de steek selecteert, dient u een nummer met twee cijfers in te voeren.
9 "Info"-toets Druk op deze toets om informatie over de geselecteerde toets op het scherm te krijgen.
⑩ "cfm" (confirmation)-toets Druk op deze toets om te bevestigen dat de tekens, die zijn geselecteerd voor een patrooncombinatie, juist zijn.
11 "clear"-toets Druk op deze toets wanneer het verkeerde teken is geselecteerd, ledere keer dat u drukt, wordt er één teken gewist.
⑫ "memory"-toets Druk op deze toets om de gecreëerde patrooncombinatie in het geheugen op te slaan.
13 "enter"-toets Druk op deze toets om patronen te combineren.
BEDIENINGSTOETSEN
Gebruik van de bedieningstoetsen

flowchart
graph TD
A["Start Stop"] --> B["Directional Arrow ①"]
B --> C["Directional Arrow ②"]
C --> D["Directional Arrow ③"]
D --> E["Directional Arrow ④"]
E --> F["Directional Arrow ⑤"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
D. BEDIENINGSTOETSEN
① Hendel voor instelling snelheid
Verschuif deze hendel om de naaisnelheid te wijzigen.
② NAALDSTAND-toets
Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te bewegen.
③ ACHTERUITNAAIEN-toets
Met deze toets kunt u achteruitnaaien of op een lage snelheid op dezelfde plaats blijven. In de funkcie voor de achteruitsteek naait de machine achteruit. In de funkcie voor de verstevigingssteek naait de machine drie steken op dezelfde plaats.
4 START/STOP-toets
Deze toets licht groen op wanneer de machine klaar is om gestart te worden en tijdens het naaien of borduren. Als starten niet mogelijk is, licht de toets rood op. Verder licht de toets oranje op wanneer de onderdraad op de spoel wordt gewonden (wanneer de windas van de spoel zich aan de rechterkant bevindt).
* Wanneer u deze toets ingedrukt houdt, naait de machine op lage snelheid verder.
STROOMVOORZIENING
WAARSCHUWING
- Wanneer u de naaimachine niet gebruikt, ook als u alleen maar even wegloopt, dient u de schakelaar uit te zetten of de stekker uit het stopkontakt te halen.
LET OP
- Gebruik deze naaimachine niet met verlengsnoeren of adapters met meerdere stekkers, aangezien hierdoor het risico op elektrische schokken of brand ontstaat.
- Haal de stekker niet met natte handen uit het stopkontakt, aangezien hierdoor het risico op elektrische schokken ontstaat.
- Wanneer u het snoer verwijdert, zet u eerst de machine uit, en trekt u vervolgens het snoer aan de stekker uit het stopkontakt. Wanneer u namelijk aan het snoer zelf trekt, kan er schade ontstaan of bestaat er een risico op brand of elektrische schokken.
- Zorg ervoor dat het snoer niet wordt doorgesneden, beschadigd, gewijzigd, geknakt, gedraaid of gebundeld. Leg bovendien geen zware voorwerpen op het snoer en stel het evenmin bloot aan hitte, aangezien het snoer hierdoor beschadigd kan raken, waardoor er kans op brand of elektrische schokken bestaat.
Als het elektriciteitssnoer of de stekker beschadigd raken, dient u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde Brother-dealer of servicecentrum.
- Als de naaimachine gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, dient u het snoer te verwijderen omdat anders het kans op brand bestaat.

- Stop de stekker in een stopcontact.
① Aan/uitschakelaar
- Zet de Aan/uitschakelaar op "I".
- Zet de Aan/uitschakelaar op "O" om de naaimachine uit te schakelen.

① Toont het symbool op de persvoet.
② Toont of de automatische verstevigingssteek aan of uit staat.
③ Toont een voorbeeld van de geselecteerde steek en eventuele foutmeldingen.
④ Toont het nummer van de geselecteerde steek.
Toont de breedte van de steek.
Normaal gesproken wordt de passende
steekbreedte voor de geselecteerde steek in
witte cijfers tegen een zwarte achtergrond
weergegeven. Als de steekbreedte handmatig
is ingesteld, wordt hij echter in zwarte cijfers
zonder achtergrond weergegeven.
Toont de lengte van de steek.
Normaal gesproken wordt de passende
steeklengte voor de geselecteerde steek in witte
cijfers tegen een zwarte achtergrond
weergegeven. Als de steeklengte handmatig is
ingesteld, wordt hij echter in zwarte cijfers
zonder achtergrond weergegeven.
Automatisch (standaardwaarde)
0.6
Handmatig (ingestelde waarde)
Als er geen waarde wordt getoond, kan de instelling niet worden gewijzigd.
Toetsen op het display
Opmerkingen
- Het scherm kan soms geheel of gedeeltelijk donkerder of lichter worden door veranderingen in de temperatuur rondom het scherm. Dit is normaal en betekent niet dat er iets mis is met de machine. Pas de instellingen van het scherm aan als u het moeilijk kunt lezen. Raadpleeg de instructies voor het instellen van de heiderheid van het scherm.
Instellen van de helderheid van het scherm

Wanneer het moeilijk is om van het scherm te lezen, kunt u de knop voor instelling van de helderheid van het scherm verschuiven. Als het scherm te licht is, schuift u de knop naar boven: is hii te denker
TAALKEUZETOETS

Voorbeeld: Veranderen van de taal van het display naar Spaans.
- Zet de naaimachine uit en zet haar weer aan terwijl u de informatietoets ingedrukt houdt.
- Druk vijf keer op de "⊕" insteltoets voor de steeklengte.
- Druk op de entertoets om de taal op het display te veranderen.
Opheffen van de taalkeuze


Voorbeeld: Veranderen van de taal van het display van Spaans terug naar Engels.
- Schakel de machine uit en schakel haar weer in terwijl u de informatietoets ingedrukt houdt.
- Druk vijf keer op de "⊖" insteltoets voor de steeklengte.
- Druk op de entertoets om de taal op het display te wijzigen.
VOORZICHTIG
- Met deze funktione kunt u niet vertalen.
- In het geval de stroomvoorziening wordt uit gezet zal de huidige taalinstelling behouden blijven en niet worden opgeheven.
OPWINDEN VAN HET SPOELTJE/INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
Opwinden van het spoeltje en aanbrengen van de onderdraad
LET OP Zorg ervoor dat u het gespecificeerde spoeltje gebruikt (kodenummer 136492-151). Het gebruik van een ander spoeltje kan leiden tot letsel of schade.


- Steek de stekker in het stopkontakt en zet de machine aan.
- Zet de klos draad op de klosas. Het draadeinde moet aan de onderzijde van de voorkant van de klos ziiten. Het kloskapje dat het beste overeenkomt met de grootte van de klos draad moet gebruikt worden om de klos op de klosas stevig tegen het klosviltje te houden.
* Het kloskapje moet zover mogelijk op de klosas geschoven worden.

Als u zeer fijn draad gebruikt, zoals kruiswikkeldraad, plaatst u het kloskapje (klein) met een kleine tussenruimte van de klos draad, alvorens deze te gebruiken.
① Kruiswikkeldraad
② Kloskapje (klein)
③ Tussenruimte

- Haal de draad door de geleider zoals aangegeven met de pijljes.

- Zet het spoeltje ter hoogte van de groef op de veerklem op de opwindas en plaats het spoeltje op de opwindas. Druk nu de opwindas naar rechts.
① Veerklem op de opwindas ② Groef in het spoeltje

- Wind de draad met de klok mee vier of vijf keer rond het spoelje, haal het uiteinde van de draad door het gleufje in de spoelopwindbasis, en trek de draad in de richting die wordt aangegeven op de illustratie. Gebruik de draadsnijder om de draad af te knippen.
① Spoelopwindbasis

- Zet de schuifknop op de hoogste snelheid (zo ver mogelijk naar rechts).
- Druk op de "START/STOP"-knop. De machine stopt automatisch wanneer het spoeltje vol is.
- Nadat het spoeltje is gestopt met bewegen, drukt u op de "START/STOP"-knop om de machine te stoppen.
- Knip de draad af, schuif de spoelopwindas naar links en verwijder het spoeltje.
Opmerking
Onmiddellijk nadat het spoeltje is opgewonden, Is het gebruikelijk dat u het geluid van het koppelingspedaal hoort wanneer u begint met naaien of het handwiel handmatig aandrasit
Aanbrengen van het spoeltje

- Schuif het spoelhuisdeksel open.
① Spoelhuisdeksel
② Ontgrendelknop van het spoelhuisdeksel

- Plaats het spoeltje in het spoelhuis met de draad in de op de afbeelding aangegeven richting.

- Geleid het draadeinde door de spleet en trek vervolgens de draad naar u toe waardoor de overtollige lengte wordt afgesneden.
① Ingebouwde draadafsnijder

- Sluit het spoelhuisdeksel door het linker deel op zijn plaats te leggen en licht op het rechter deel te drukken zodat het dicht klikt.
• U kunt beginnen met naaien zonder de onderdraad omhoog te halen.
INRIJGEN VAN DE BOVENDERAAD
Opmerking
Wanneer u de naaimachine inrijgt, dient u ervoor te zorgen dat er een persvoet is geïnstalleerd zoals gespecificeerd in deze handleiding.


- Zet de persvoethendel omhoog. (in het geval de persvoethendel niet omhoog gezet is, kan de bovendraad niet worden geregen.)
Opmerking
Om er zeker van te zijn dat de bovendraad correct is ingeregen is deze machine voorzien van een bovendraadsluiter waardoor het onmogelijk is de bovendraad of de naald in te rijgen terwijl de persvoet omlaag staat.
-
Druk op de "NAALDSTAND"-toets om de naald omhoog te halen.
-
Plaats de klos draad zodanig op de kloshouder dat de draad er aan de voorkant van de klos uitkomt.

- Terwijl u het uiteinde van de draad met uw linkerhand vasthoudt, haalt u de draad door de geleiders in de volgorde zoals aangegeven door de nummers.
Opmerking
- Als de draad bij 1 naar beneden wordt gedrukt om hem strak te spannen, kan hij gemakkelijker om de andere draadgeleiders worden gehaald.
- Als de draad verkeerd is ingeregen zal het naaien gebrekkig verlopen.


① Draadopneemhendel

-
Zet de persvoet omlaag.
-
Leid de draad door de draadlus en rijg hem door het oog van de naald.
① Draadius
• U hoeft de onderdraad niet omhoog te trekken alvorens u met naaien begint.
- Leid de draad onder de persvoet en trek deze ongeveer 5 cm vanaf de achterkant van de machine naar buiten.
Opmerking
Zet de persvoet altijd omhoog alvorens de bovendraad uit de naalmachine te verwijderen omdat anders de automatische bovendraadspanning inrichting beschadigd kan raken.

- Wanneer u de automatische-inrijgfunktie gebruikt, trekt u de draad voorzichtig naar u toe.
① Hendel van de naaldinrijger
② Geleider (Grote haak)
* Door het omlaag zetten van de persvoet wordt de automatische draadspanning ingeschakeld, zodat u tijdens het naaien de draad kunt vastnemen.
- Zet met uw linker wijsvinger de hendel van de naaldinrijger helemaal naar beneden. Kontroleer dat de draad door de geleider wordt vastgehouden en dat de derde haak op de naaldinrijger door het oog van de naald is gegaan.

- Wanneer u de hendel van de naaldinriiger omlaag zei, trekt u de draad naar links om hem achter de grote haak te haken. Wanneer de hendel in de laagste stand staat, trekt u de draad voor het oog van de naald en haakt u hem achter de derde haak. 17

* Draai uw rechterhand een weinig om te zien of de draad ingeregen is.
- Terwijl u de draad voorzichtig vasthoudt, zet u de hendel van de naaldinrijger omhoog.

-
Trek de draad naar achteren om het inrijgen van de bovendraad af te ronden.
-
Leid de draad onder de persvoet en trek deze ongeveer 5 cm vanaf de achterkant van de machine naar buiten.
GEBRUIKEN VAN DE EXTRA KLOSPIN EN KLOSNETJE
Extra klosas
Gebruik de extra klospin wanneer u gemetalliseerde draad gebruikt.
-
Plaats de extra klospin in uiteinde van de windas.
-
Plaats het klosviltje en de draadklos in die volgorde en rijg vervolgens de bovendraad in.
① Plaats de extra klospin in uiteinde van de windas.
② Klosviltje
③ Draadklos
* Let er bij het plaatsen van de klos op de klos zodanig te plaatsen dat de draad van de voorkant van de klos afgewikkeld wordt.
Als u met metaaldraad werkt, raden we u aan naaimachinenaald 90/14 voor huishoudelijk gebruik te gebruiken.

Door deze methode wordt voorkomen dat de draad draait wanneer deze zich van de klosas afwikkelt.
Klosnetje
In het geval u speciale draad gebruikt die zich snel van de klos afwikkelt, plaatst u een klosnetje om de klos alvorens deze te gebruiken.
* Knip het klosnetje af op de grootte van de klos.
① Klosnetje
② Klos
3 Klosas
④ Kloskapje

Afhankelijk van het model kan het netje los verkrijgbaar zijn.
STARTEN EN STOPPEN MET NAAIEN
"START/STOP" toets

- Leg de stof onder de persvoet, zet de persvoet omlaag en druk op de "START/STOP"-toets. De machine beginnt met naaien.
* Stel de naaisnelheid in met de schuifknop.
* Houd de "START/STOP"-toets ingedrukt om langzaam te naaien. - Druk op de "START/STOP"-toets om de machine te stoppen.
Voetpedaal

Zorg ervoor dat zich geen stof of stukjes stof in het voetpedaal ophoopt. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Wanneer de naaimachine uit staat, doet u het stekkertje van het voetpedaal in het daarvoor bestemde aansluitpunt op de naaimachine.
① Voetpedaal
② Aansluitpunt voor het voetpedaal
2. Schakel de naaimachine in en druk langzaam het voetpedaal in om te beginnen met naaien.
- De snelheid die is ingesteld met de schuifknop is tegelijkertijd de maximumsnelheid van het voetpedaal.
- Haal uw voet van het pedaal om de naaimachine te stoppen.
* Wanneer het voetpedaal wordt gebruikt heeft de "START/STOP"-toets geen effect op het naaien.

Deze naaimachine is uitgerust met 30 ingebouwde naaisteken.
Met de steekselectietoetsen voert u het nummer van de steek in die u wilt gebruiken. Wanneer u de steek selecteert, dient u een nummer met twee cijfers in te voeren. De geselecteerde steek wordt op het scherm getoond.

Opmerking
Voordat u de steek verandert, drukt u op op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten.
Gebruik van de "info" (informatie)-toets

- Druk op "info" om informatie over de geselecteerde steek op het scherm te krijgen.

- De informatie over de geselecteerde steek verschijnt op het scherm.
Schematisch overzicht van steeklengten en steekbreedten
| STEEK | STEEKBREEDTE [mm (inch.)] | STEEKLENGTE [mm (inch.)] | STEEK | STEEKBREEDTE [mm (inch.)] | STEEKLENGTE [mm (inch.)] | ||||||
| AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | AUTOMATISCH | HANDMATIG | ||||
| Rechte steek (midden) | 00 | — | — | 2.5(3/32) | 0.2-5.0(1/128-13/64) | Stoppen | 19 | 7.0(9/32) | 2.5-7.0(3/32-9/32) | 2.0(5/64) | 0.4-2.5(1/64-3/32) |
| Rechte steek (links) | 01 | [0.0(0.0)] | 0.0-7.0(0-9/32) | 2.5(3/32) | 0.2-5.0(1/128-13/64) | 20 | |||||
| Dnevoudige steek | 02 | [0.0(0.0)] | 0.0-7.0(0-9/32) | 2.5(9/32) | 1.5-2.5(1/16-3/32) | Bartacksteek | 21 | 2.0(5/64) | 1.0-3.0(3/64-1/8) | 0.4(1/64) | 0.3-1.0(1/64-3/64) |
| Stretchsteek | 03 | 1.0(3/64) | 1.0-3.0(3/64-1/8) | 2.5(3/32) | 1.0-4.0(3/64-5/32) | Gaatje | 22 | 7.0(9/32) | 7.0, 6.0, 5.0(9/32-13/64) | 7.0(9/32) | 7.0, 6.0, 5.0(9/32-13/64) |
| Zigzagssteek | 04 | 3.5(1/8) | 0.0-7.0(0-9/32) | 1.4(1/16) | 0.0-4.0(0-5/32) | Kroop aanzetten | 23 | 3.5(1/8) | 2.5-4.5(3/32-3/16) | — | — |
| Elastiche zigzagssteek | 05 | 5.0(13/64) | 1.5-7.0(1/16-9/32) | 1.0(3/64) | 0.2-4.0(1/128-5/32) | Appliceersteek | 24 | 3.5(1/8) | 2.5-5.0(3/32-13/64) | 2.5(3/32) | 1.6-2.5(1/16-3/32) |
| Zigzagsteek steek | 06 | 3.5(1/8) | 2.5-5.0(3/32-13/64) | 2.0(5/64) | 1.0-4.0(3/64-5/32) | Schelpsteek | 25 | 5.0(13/64) | 2.5-7.0(3/32-9/32) | 0.4(1/64) | 0.1-1.0(1/192-3/64) |
| 07 | 5.0(13/64) | 2.5-5.0(3/32-13/64) | 2.5(3/32) | 1.0-4.0(3/64-5/32) | Patchwork steek | 26 | 5.0(13/64) | 2.5-7.0(3/32-9/32) | 2.5(3/32) | 1.0-2.5(3/64-3/32) | |
| 08 | 5.0(13/64) | 3.5-5.0(1/8-13/64) | 2.5(3/32) | 1.0-4.0(3/64-5/32) | Smokwerk | 27 | 5.0(13/64) | 0.0-7.0(0.0-9/32) | 2.5(3/32) | 2.5-3.0(3/32-1/8) | |
| 09 | 5.0(13/64) | 0.0-7.0(0.0-9/32) | 2.5(3/32) | 0.5-3.0(1/64-1/8) | Fagoting | 28 | 5.0(13/64) | 2.5-7.0(3/32-9/32) | 2.5(3/32) | 1.0-2.5(3/64-3/32) | |
| Blindzoomsteke | 10LA/ | 0.0(0.0) | +3--3 | 2.0(5/64) | 1.0-3.5(3/64-1/8) | Dekoratiesteek | 29 | 4.0(5/32) | 0.0-7.0(0.0-9/32) | 2.5(3/32) | 1.0-4.0(3/64-5/32) |
| 11Ww/ | |||||||||||
| Kroopsgaten | 12 | 5.0(13/64) | 3.0-5.0(1/8-13/64) | 0.4(1/64) | 0.3-1.0(1/64-3/64) | — Niet-instelbaar | |||||
| 13 | 5.0(13/64) | 3.0-5.0(1/8-13/64) | 0.4(1/64) | 0.2-1.0(1/128-3/64) | |||||||
| 14 | 6.0(1/4) | 3.0-6.0(1/8-1/4) | 1.0(3/64) | 0.5-2.0(1/64-5/64) | |||||||
| 15 | 6.0(1/4) | 3.0-6.0(1/8-1/4) | 1.5(1/16) | 1.0-3.0(3/64-1/8) | |||||||
| 16 | |||||||||||
| 17 | 7.0(9/32) | 3.0-7.0(1/8-9/32) | 0.5(1/64) | 0.3-1.0(1/64-3/64) | |||||||
| 18 | |||||||||||
DRAADSPANNING
Juiste bovenspanning


De draadspanning wordt automatisch ingesteld op "4" voor algemene naaitoepassingen. (Raadpleeg het OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN/DRAAD EN NAALD op p. 27).
Met de bovenspanningsknop kunt u echter de spanning van de bovendraad aanpassen in de volgende gevalien.
* wanneer u speciaal draad of speciale stof gebruikt
* wanneer u plooien, smokwerk of schelprijg-stoken naait
* wanneer de normale instellingen niet het ge- wenste resultaat geven
De bovendraad en de onderdraad moeten elkaar ongeveer in het midden van de stof kruisen. Als de draadspanning verkeerd is ingesteld, zullen de na- den niet plat en mooi worden en kan de stof gaan rimpelen.
① Achterziele
② Oppervlak
③ Bovendraad
④ Onderdraad
Verlagen van de bovenspanning


Draai de bovenspanningsknop naar links om de bovenspanning te verlagen.
① Onderdraad
② Bovendraad
③ Oppervlak
④ Als de bovenspanning te hoog is, verschijnen er rimpeltjes aan de bovenkant van de stof.
Verhogen van de bovenspanning

Draai de bovenspanningsknop naar rechts om de bovenspanning te verhogen.
Bovendraad
② Onderdraad
③ Oppervlak
Als de bovenspanning te laag is, verschijnen er rimpeltjes aan de onderkant van de stof.
DE PERSVOET
Verwisselen van de persvoet

-
Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten en schakel de machine vervolgens uit.
-
Zet de persvoet omhoog.
-
Druk op de zwarte knop aan de achterzijde van de persvoethouder om de persvoet te ontgrendelen.
① Persvoethouder

- Plaats de persvoetpen direct onder het uiteinde van de houder en zet de persvoethendel omlaag om de persvoet te bevestligen.

① Uiteinde van de houder
② Persvoetpen
Verwijderen van de persvoethouder (voor reiniging, enz.)

Draai de persvoethouderschroef los en verwijder de houder door hem naar beneden te trekken.
Opmerking
Wanneer u de persvoethouder weer bevestigt, bevestig dan eerst de persvoet aan de houder. Haal dan de persvoethendel omlaag om de persvoethouder te installeeren en draai de persvoethouderschroef stevig vast. Wanneer de persvoethouder niet goed is geïnstalleerd, kan het zijn dat de draadspanning verkeerd is.
① Schijfvormige schroevedraaier
TRANSPORTEURS

Wanneer het toebehorenbakje van de machine wordt geschoven, wordt de afstelhendel voor de transporteur aan de onderzijde van de naaimachine zichtbaar. Door de hendel naar rechts te schuiven worden de transporteurs omlaag gezet, bij bijvoorbeeld het aanzetten van knopen. Als u weer normaal wilt naaien, kunt u de hendel naar links schuiven om de transporteurs omhoog te zelten.
De transporteurs gaan niet omhoog als het handwiel niet draait, zelfs als de hendel naar links staat.
DE NAALD
Controleren van de naald

Leg de naald op een recht oppervlak en controleer of de ruimte tussen de naald en het rechte oppervlak overal even groot is.
In het geval de tussenruimte niet overal even breed is, is de naald gebogen en voor verder gebruik ongeschikt om schade aan uw borduurwerk of de machine te voorkomen.
① Ruimte tussen de naald en het rechte oppervlak
② Recht oppervlak (naaldplaat, glas, lineaal, etc.)
Installeren van de naald

- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhoog te zetten.
- Schakel de machine uit en breng de persvoet omlaag.
-
Draai de naaldkiemschroef los met een schroevendraaier.
-
Verwijder de naald.

Draai de naaldklemschroef niet met veel kracht los of vast, omdat hij hierdoor beschadigd kan raken.
- Steek de naald met de platte kant naar achteren zo ver mogelijk in de opening tot aan de naaldstopper. Draai de schroef stevig vast met een schroevendraaier.
① Naaldstopper
- Schakel de machine in.
OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD
Tegenwoordig zijn er vele soorten naalden voor een verscheidenheid aan naaitoepassingen. Zorg ervoor dat u de juiste naald kiest voor een bepaalde toepassing. Er zijn bijvoorbeeld naalden voor spijkerstof en andere voor het naaien met metaaldraad.
| Stoffen | Garen | Naaldgrootte | ||
| Type | Dikte | |||
| Middelzwaar | Popeline | Katoen | 60-80 | 11-14 |
| Tafzijde | Synthetisch gemerceriseerd | 50-80 | ||
| Flael, Gabardile | Zijde | 50-80 | ||
| Licht | Batist | Katoen | 60-80 | 9-11 |
| Georgette | Synthetisch gemerceriseerd | 60-80 | ||
| Challis, Satijn | Zijde | 50-80 | ||
| Zwaar | Denim | Katoen | 40-50 | 14-16 |
| Corduroy | Synthetisch gemerceriseerd | 50 | ||
| Tweed | Zijde | 50 | ||
| Elastisch | Jersey | Breigaren | 50 | Gouden naald 11-14 |
| Tricot | ||||
| Eenvoudig te rafelen stof | Katoen | 50-80 | 9-14 | |
| Synthetisch gemerceriseerd | 50-80 | |||
| Zijde | 50-80 | |||
| Topstikken | Synthetisch gemerceriseerd | 30 | 14-16 | |
| Zijde | 30 | |||
* Gebruik de gouden naald voor elastische stoffen en voor stoffen waarbij er gemakkelijk steken worden overgeslagen.
* Gebruik een naald met een grootte tussen 14 en 16 voor transparant nylongaren.
PROEFNAAIEN
Naaien van een steek

LET OP
- Houd de naald altijd goed in het oog tijdens het naaien en zorg er voor dat uw handen niet in de buurt komen van de bewegende onderdelen zoals de naald, het handwiel en de draadopneemhendel, aangezien u anders verwondingen zou kunnen oplopen.
- Tijdens het naaien niet te hard aan de stof trekken of duwen, aangezien u anders verwondingen zou kunnen oplopen.
- Gebruik nooit verbogen naalden. Dergelijke naalden kunnen gemakkelijk breken, hetgeen verwondingen tot gevolg kan hebben.

- Schakel de machine in. De rechte steek (links) wordt geselecteerd.

-
Plaats de stof onder de persvoet, trek ongeveer 5 cm van de bovendraad eruit en leid hem onder de persvoet door naar de achterkant van de machine toe.
① Bovendraad
② 5 cm -
Houd uw linkerhand op de draad en de stof en draai het handwiel met uw rechterhand om de naald in de beginstand voor het naaien te plaatsen

- Zet de persvoet omlaag, druk op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om achteruitsteken te naaien en druk vervolgens op de "START/STOP"-toets. De machine zal in de langzame startmodus beginnen te naaien.
* Wanneer u op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets drukt, worden er achteruitsteken genaaid.
* Wannoer er achteruitsteken worden genaaid kunt u de naaisnelheid niet instellen.

- Wanneer u klaar bent met naaien, drukt u op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om enkele achteruitstekon te naaien.

- Zet de persvoet omhoog, verwijder de stof en knip de draad af.
Draadsnijder
AUTOMATISCHE VERSTEVIGINGSSTEEK
Voordat u begint met naaien, drukt u op deze toets om automatisch verstevigingssteken te naaien (achtoruitsteken als de rechte steek is geselecteerd) aan het begin van de steek wanneer er op de "START/STOP"-toets wordt gedrukt en aan het einde van de steek wanneer er op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets wordt gedrukt.



- Selecteer een steek en druk dan op de toets voor automatische verstevigingssteken om hem weer zwart te maken.
* De verstevigingssteek wordt automatisch genaaid wanneer bepaalde steken, zoals de knoopsgal- en bartacksteek, zijn geselecteerd.



- Druk op de "START/STOP"-toets om verstevigingssteken te naaien (achteruitsteken wanneer de rechte steek is geselecteerd) en begin met naaien.
* Om het naaien even stil te zetten, drukt u op de "START/STOP"-toets. Wanneer u het naaien even stilzet, worden er geen automatische beëindigende verstevigingssteken genaaid.
- Om de steek te beëindigen drukt u op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om beëindigende verstevigingssteken te naaien (achteruitsteken wanneer de rechte steek is geselecteerd) voordat de machine stopt.
① De machine stopt automatisch.
Stopzetten van de automatische verstevigingssteek
Druk op de toets voor automatische verstevigingssteken om hem weer wit te maken.
STEEKBREEDTE EN -LENGTE
Instellen van de steekbreedte

Breder maken van de steek
Druk op de " + " insteltoets voor de steekbreedte. ledere keer dat u drukt, wordt de steekbreedte groter.


Smaller maken van de steek
Druk op de "⊖" insteltoets voor de steekbreedte. ledere keer dat u drukt, wordt de steekbreedte kleiner.

Instellen van de steeklengte

Langer maken van de steek
Druk op de " + " insteltoets voor de steeklengte. ledere keer dat u drukt, wordt de steeklengte groter.


Korter maken van de steek
Druk op de “(—)” insteltoets voor de steeklengte. ledere keer dat u drukt, wordt de steeklengte kleiner.

NUTTIGE TIPS
Naaien van een hoek

Stop de naaimachine wanneer de naald in de hoek van de stof zit. Zet de persvoet omhoog en draai de stof.

Wanneer u naden naait van minder dan 0,5 cm, breng dan een rijgdraad bij het hoekpunt aan. Wanneer u bij de hoek van richting verandert, begint u weer met naaien terwijl u de rijgdraad naar achteren trekt.
Naaien van een vouwnaad

Begeleid de stof met de hand en naai de stof in de richting van de vouw.
Naaien van een bocht

Naaien van een bocht met de rechte steek
Naai langzaam, daarbij de steken parallel houdend aan de rand van de stof, terwijl u de stof rond de bocht geleid.

Naaien van een bocht met de zigzagsteek
Stel de steeklengte in op "kort" zodat u een fijne steek krijgt. Naai langzaam daarbij de steken parallel houdend aan de rand van de stof terwijl u de stof rond de bocht geleid.
- Bij scherpe bochten stopt u tijdelijk met naaien waarbij u de naald in de stof houdt. Zet vervolgens de persvoet omhoog en draai de stof voorzichtig, zonder deze ten opzichte van de persvoet te verplaatsen. Zet de persvoet omlaag en begin weer met naaien.
Naaien van dikke stof

- In het geval u de persvoethendel verder omhoog zet, wordt de persvoet in een hogere stand gezet voor gebruik van dikkere stoffen. Terwijl de persvoet omhoog staat, zet u de persvoethendel nog verder omhoog om ruimte te maken voor dikkere stoffen.

- Indien de stof bij het begin van het naaien niet wilt doorvoeren, plaatst u een ander stuk, even dikke stof achter de te naaien stof.
Naaien van dunne stof

Plaats eerst dun papier of een steunstof onder de te naaien stof en begin met naaien.
* Gebruik een rechte steek voet om het ontstaan van plooien te voorkomen. Denk er aan de middelste naaldpositie te kiezen. Verdere afstelling van de steeklengte en spanning kan noodzakelijk zijn.
Gebruik van de naaldplaat


Lijn de rand van de stof uit met een lijn op de naaldplaat om gelijke naden te krijgen.
1.5 cm (19/32")
Naaien van zomen, manchetten, e.d.

U kunt het toebehorenbakje van de onderarm afschuiven. Dit is handig bij het naaien van pijpvormige gedeelten zoals zomen en manchetten.
STIKSTEKEN


00: Rechte steek (naaldpositie midden) voor gewoon naaien 01: Rechte steek (naaldpositie links) voor gewoon naaien 02: Verstevigingssteken 03: Elastische stof
- Voorbereiding: Rijg of speld de stoffen aan elkaar.
- Bevestig persvoet "J", naai drie of vier achteruitsteken aan het begin en begin met naaien.
① 3 tot 4 achteruitsteken
* Leg de stof zodanig onder de persvoet dat u genoeg ruimte over houdt om achteruit te kunnen naaien.
3. Naai langzaam wanneer u het einde van de stof nadert, druk dan op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om een paar achteruitsteken te naaien en stop de machine.
* Voordat u gaat naaien drukt u op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch aan het begin en eind van de steek achteruitsteken of verstevigingssteken te naaien.
4. Zet de persvoet omhoog, verwijder de stof en knip de draad af.
Draadsnijder
Naaien van elastische stoffen

Rijg de stoffen aaneen en naai langs de rijgdraad zonder aan de stof te trekken.
* Trek tijdens het naaien niet aan de stof.
① Rijgsteken
Wijzigen van de steeklengte

Druk op de “⊖” en “⊕” insteltoetsen voor de steeklengte om de steeklengte af te stellen.
1 +: Langer
② Automatische instelling van de steeklengte: 2,5 mm
③ -: Korter
* Bij stoffen dunner dan 1,0 mm wordt de maximale steeklengte tijdens het naaien automatisch ingesteld op 4,0 mm, zelfs als u hem instelt op 5,0 mm.
Wijzigen van de naaldstand

Druk op de “-” en “+” insteltoetsen voor de steekbreedte om de positie van de naald af te stellen.
①: Linker naaldstand: 0 mm
② Midden naaldstand: 3,5 mm
③ + : Rechter naaldstand: 7,0 mm
* Wanneer de naaldpositie voor de rechte steek is ingesteld op Midden, kan ze niet worden veranderd.

04: Zigzagsteek 05: Elastische zigzagsteek
Overhandse steek (Met gebruik van de zigzagsteek)

Naai de overhandse steek langs de rand van de stof zodat de rechtse naaldpositie net buiten de stof valt.
① Rechtse naaldpositie
Appliceersteek (Met gebruik van de zigzagsteek)

Bevestig het ontwerp met wat lijm of enkele rijgsteken en naai hot daarna vast zodat de rechtse naaldpositie net buiten de stof valt.
Patchwork (voor fantasie-lappendeken)

Vouw de gewenste breedte van de stof naar binnen, leg de zoom over de rand van het onderste stuk stof en naai beide stofdelen aan elkaar vast.
① Bovenste stuk stof
② Onderste stuk stof
OVERHANDSE STEKEN


05: Elastische stof
06: Dunne en middelmatig dikke stof
07: Dikke stof
08: Middelmatig dikke, dikke en makkelijk te rafelen stof
09: Elastische stof
Bij gebruik van de steken, of

Naal de stof en gebruik de rand van de stof als leidraad voor persvoet "G".
① Leidraad.
* Voordat u gaat naaien, drukt u op de toets voor automatische verstevigingssteken om aan het begin en het einde van een steek automatisch verstevigingssteken te naaien.
LET OP
Draai na het afstellen van de steekbreedte het handwiel met de hand en kontroleer of de naald de persvoet niet raakt.
Als dit toch gebeurt, kan de naald breken, met kans op verwonding.

Bij gebruik van de steken of

Bevestig persvoet "J" en laat de naald tot een klein stukje voorbij de rand van de stof zakken alvorens met naaien te beginnen.
* Als de funkcie voor het automatisch afknippen van de draad en het automatisch aanbrengen van een verstevigingssteek ingesteld zijn, zal er aan het begin en aan het einde van het naaien automatisch een verstevigingssteek genaaid worden en de draad afgeknipt worden.
OVERHANDSE STEKEN (BIJ GEBRUIK VAN DE LOS VERKRIJGBARE STOFSNIJDER)


Door middel van het gebruik van de stofsnijder kunt u overhands naalen en daarbij de stof afknippen.
- Druk op de "NAALDPOSITIE"-toets om de naald omhong te zetten en schakel vervolgens de machine uit.
- Zet de persvoet omhoog.
-
Draai de schroef op de persvoethouder los en verwijder de persvoethouder.
-
Plaats de schroef van de naald in de vork van de bedieningshendel.
① Schroef van de naald
② Bediening shendel
③ Inkeping
* Zorg er voor dat de schroef stevig in de vork geklemd zit.
- Zet de persvoet omhoog en lijn de persvoethouderschroef direct uit met de inkeping in de draadsnijder. Plaats nu de schroef en draai deze voorzichtig op zijn plaats. Breng de persvoethendel omlaag en draai de schroef nu stevig vast.

- Maak een insnijding van ongeveer 2 cm in de stof.
1 2 cm
- Plaats de stof zoals aangegeven in afbeelding B links.
-Rechterzijde van kniplijn: bovenop de geleiderplaat (onderste mes);
-Linkerzijde van kniplijn: onder de persvoet.
① Geleiderplaat (onderste mes)
② Persvoet
- Rijg de naald en trek vervolgens de bovendraad over een lengte naar buiten, leid de draad onder de persvoet en trek hem naar buiten in de transportrichting van de stof. (Zie afbeelding B links.)
② Persvoet
③ Bovendraad
- Zet de persvoet omlaag.
LET OP
Als de vouwbreedte is afgesteld, het handwiel met de hand draaien om te controleren of de naald de persvoet niet raakt. Als de naald de persvoet raakt, bestaat de kans dat de naald breekt.
Alleen bij het naaien van gewone steken
De marge voor de zoom moet ongeveer 0,5 zijn.
① Marge voor de zoom
* De stofsnijder na gebruik reinigen, aangezien er zich anders stof en restjes garen op verzamelen.
* Breng naargelang vereist een kleine hoeveelheid olie aan op de snijrand van de stofsnijder.
Opmerkeing
- De stof zal niet worden gesneden als de stof in zijn geheel gewoon onder de geleiderplaat van
BLINDZOOMSTEEK
10 11

- Vouw de rand van de stof om en zet deze met rijgsteken vast, zoals aangegeven in het display.
1 0,5 cm
② Voorzijde
③ 0,5 cm
4 Achterzijde
5 Rijgsteek
- Bevestig pesvoet "R". Zet de persvoet omlaag. Let erop dat de geleider van de persvoet steeds de rand van de zoom raakt.
① De voet raakt de rand van de zoom. ② Zoom
- Stel de naaldpositie bij met behulp van de insteltoetsen voor de steekbreedte "☐" en "⊕", zodat de naald de vouw van de zoom net pakt, en begin vervolgens de stof te naaien.
① Eerste naaldpositie
* Voordat u begint met naaien drukt u op de toots voor automatische verstovigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het eind van de steek.
- Draai de stof om en verwijder de rijgsteken.
① Achterzijde
② Voorzijde
Wijzigen van de eerste naaldpositie

Druk op de “ - ” en “ + ” insteltoetsen voor de steekbreedte om de eerste naaldpositie zo in te stellen dat de naald net de vouw van de zoom pakt.

A- Wanneer de naald de vouw van de zoom le veel raakt, drukt u op de " + " insteltoets voor de steekbreedte. Hierdoor komt de naald verder van de vouw af te staan.
① Achterzijde
② Voorzijde van de stof
B- Wanneer de naald de vouw van de zoom niet genoeg raakt, drukt u op de " ⊖" insteltoets voor de steekbreedte. Hierdoor komt de naald dichter bij de vouw te staan.

① Achterzijde
② Voorzijde van de stof
KNOOPSGATEN

12
13
14
15
16
17
18
12: Horizontale knoopsgaten op blouses of overhemden van dunne of middelmatig dikke stof
13: Dunne, middelmatig dikke stot
14: Spijkerstof of grove elastische stof
15: Elastische stof
16: Kostuums, overjassen
17: Jeans, broeken
18: Dikke jassen
Opmerking
Voordat u een knoopsqat maakt, kunt u het beter eerst uitforbelerin op een prochapje van deven.

- Markeer de plaats van de knoopsgaten op de stof.
* De maximale knoopsgat lengte is 3 cm. (Het totaal van de middellijn en de dikte van de knoop.)
* Met de "j" en "j" patronen kan dik garen (#30) niet worden gebruikt.
- Bevestig persvoet A en trek de knoophouderplaat uit om de knoop te plaatsen.
① Knoophouderplaat
* De grootte van het knoopsgat is afhankelijk van de knoop in de knoophouderplaat.
Opmerking
De draad moet door het gat in de persvoet worden geleid en daarna onder de voet worden gelegd.
-
Zet de persvoet omhoog en verschuif de stof zodat het rode merkteken op de persvoet over het merkteken van uw knoops-gat valt. Zet de persvoet omlaag op de stof.
-
Merkteken op de stof op de plaats van het knoopsgat
② Rood merkteken op de persvoet
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gozet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussen- ruimte is achter het gedeelte dat met een "A" ge- markeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzijde van de machine zoals aangegeven in de af- beelding links.


- Zet de knoopsgathendel omlaag en plaats deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet.
- Metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet

- Druk op de START/STOP-knop om de machine te starten, terwijl u voorzichtig het uiteinde van de bovendraad vasthoudt.
* Voer de stof langzaam met de hand door.
De machine zal automatisch een verstevigingssteek naaien nadat het knoopsgat is genaaid.
Als de stof niet geïransporteerd wordt (bijvoorbeeld omdat de stof de dik is), drukt u op de "⊕" insteltoets voor de steeklengte om de steeklengte te vergroten.

- Snijd de knoopsgaten open met het tornmesje.
Normaal knoopsgat en afgerond knoopsgat
Steek spelden in de stof ter hoogte van beide uiteinden van het knoopsgat. Steek het tommesje in het midden van het knoopsgat en snijd het knoopsgat open naar beide spelden toe.
① Speld

Maak een gaatje met behulp van de kleine gaatjesponser in het sleutel-uiteinde van het knoopsgat en steek een speld in de stof ter hoogte van het andere uiteinde van het knoopsgat. Steek het tornmesje in het met de gaatjesponser gemaakte gaatje en snijd het knoopsgat open naar de speld toe.
① Kleine gaatjesponser (toebehoren nr. 9 op bladzijde 6)
② Speld
Volgorde bij het maken van een knoopsgat

flowchart
graph TD
A["13"] --> B["→"]
C["12"] --> D["→"]
E["17"] --> F["→"]
G["14"] --> H["→"]
I["15"] --> J["→"]
K["1"] --> L["→"]
M["1"] --> N["→"]
O["1"] --> P["→"]
Q["1"] --> R["→"]
S["1"] --> T["→"]
U["1"] --> V["→"]
W["1"] --> X["→"]
Y["1"] --> Z["→"]
AA["1"] --> AB["→"]
AC["1"] --> AD["→"]
AE["1"] --> AF["→"]
AG["1"] --> AH["→"]
AI["1"] --> AJ["→"]
AK["1"] --> AL["→"]
Naaien van elastische stoffen (" 1" en " 2")

Steek bij het naaien van knoopsgaten op elastische stoffen een contourdraad in de zoom van het knoopsgat.
- Bevestig persvoet "A" en haak de contourdraad in het uiteinde van de persvoet. Breng de twee contourdraden naar de voorkant van de persvoet en leid ze in de groeven. Knoop ze hier voorlopig vast.

- Zet de persvoet omlaag en begin te naaien.
* Stel de steekbreedte in overeenkomstig de diameter van de contourdraad.

- Trek nadat u gereed bent met naaien de contourdraad voorzichtig aan om deze strak te trekken en knip het overtollige gedeelte af.
Knopen die niet op de knoophouderplaat passen (knopen van verschillende vormen)

Meet de middolijn en de dikte van de knoop voor het instellen van de knoophouderplaat.
Voorbeeld:
Voor een knoop met een middellijn van 1,5 cm en een dikte van 1 cm moet de schaalverdeling ingesteld worden op 2,5 cm.
① Dikte (1 cm)
② Middellijn (1,5 cm)
③ Knoophouderplaat
④ Schaalverdeling
⑤ Middellijn + dikte (2,5 cm)
(Schaalverdeling in stapjes van 0,5 cm)
6 0,5 cm
Wijzigen van de steeklengte



Druk op de “⊕” of “⊖” insteltoetsen voor de steeklengte om de gewenste lengte te selecteren.
① + : Langer
* Als de stof niet wordt getransporteerd (bijvoorbeeld bij dikke stof), druk dan op de insteltoets voor de steeklengte "⊕" om de steeklengte te vergroten.
Wijzigen van de steekbreedte

Druk op de " + " of " - " insteltoetsen voor de stoeekbreedte om de gewenste breedte te selecteren.
Automatische steekbreedteinstelling: 5,0 mm
② - : Smaller
BARTACKSTEKEN

21
Voor het verstevigen van openingen van zakken enz.

- Meet het stukje op dat moet worden genaaid met de bartacksteek en stel de lengte in met de schaal op persvoet "A". Schuif de knoophouderplaat uit. Het stukje dat genaaid gaat worden met de bartacksteek zal de ruimte beslaan die is aangegeven op de illustratie.
① Plaatje
② Schaal op de persvoet
③ 0,5 cm
④ Lengte trenssteek
* 0,5 to 3 cm is geschikt voor bartacksteken en 0,5 tot 1 cm voor gewone bartacksteken.
2. Plaats de zak zoals afgebeeld met de bovenkant van de zak naar u toe. Lijn de eerste naaldpositie uit met de hoek van de te naaien zak en schuif de zak 2 mm terug, zoals hieronder afgebeeld.
* Nadat u de persvoethendel omlaag heeft gezet, stelt u de pers-
voet zodanig in dat er geen tussenruimte is achter het gedeelte dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzijde van de machine zoals aangegeven op de afbeelding links.

* Leid de draad onder de persvoet door.
3. Kontroleer de eerste naaldpositie en breng dan de persvoet omlaag.
1 2 mm

- Zet de knoopsgathendel omlaag en plaats deze achter het metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet.
① Metalen uitsteeksel op de knoopsgatvoet

- Terwijl u de bovendraad losjes vasthoudt, drukt u op de "START/STOP"-toets. De machine stopt automatisch met een verstevigingssteek nadat het naaien voltooid is.
* Voordat u ophoudt met naalen, zal de machine automatisch een verstevigingssteek naaien nadat de bartacksteek is gemaakt.
Als de stof niet wordt getransporteerd (bijvoorbeeld bij dikke stof), druk dan op de insteltoets voor de steeklengte “⊕” om de steeklengte te vergrolen.
In geval van dikke stoffen

Als de persvoet niet recht staat, leg dan een stuk karton of een sluk stof met dezelfde dikte onder de open ruimte onder de persvoet.
① Persvoet
② Karton
Veranderen van de steeklengte van de bartacksteek

Druk op de insteltoels voor de steeklengte “⊕” of “⊖” om de gewenste steeklengte te selecteren.
1 + : Langer
② Automatische steeklengteinstelling: 0,4 mm
3 - : Korter
Veranderen van de steekbreedte van de bartacksteek

Druk op de insteltoets voor de steekbreedte "⊕" of "⊖" om de gewensle steekbreedte te selectoren.
1 + : Breder
② Automatische steekbreedteinstelling: 2,0 mm
③ - : Smaller


- Stel de steeklengte in met de schaalverdeling op persvoet "A". Schuff de knoophouderplaat uit. De grootte van het stukje dat wordt genaaid met de bartacksteek zal de ruimte beslaan die is aangegeven op de illustratie.
① Schaalverdeling op persvoet
② Ruimte voor knoop
③ 0,5 cm bij "2" op de schaal
④ Lengte van de stopsteken
⑤ Breedte (7 mm)
* De maximum steeklengte bij stoppen is 3 cm.
- Kontroleer het aldaalpunt van de naald en zet de persvoet omlaag.
* Nadat u de persvoethendel omlaag hooft gezet, de persvoet zodanig instellen dat er geen tussenruimte is achter het gedeelte dat met een "A" gemarkeerd is, aangezien anders de grootte van de steek niet correct zal zijn. Druk daarvoor de persvoet in de richting van de achterzijde van de machine zoals aangegeven in de afbeelding links.
* Leid de draad onder de persvoet door.

- Breng de knoopsgathendel omlaag en zet deze achter het metalen haakje op de knoopsgatvoel vast.
① Metalen haakje op de knoopsgatvoet

- Houd de bovendraad losjes vast en begin met naaien.
* De naaimachine stopt automatisch na het naaien van de verstevigingssteken.
Veranderen van de steeklengte voor stoppen

Druk op de insteltoets voor de steeklengte “+” of “-” om de gewenste steeklengte te selecteren.
① ⊕ : Langer (minder dicht opeen)
② Automatische steeklengteinstelling: 2,0 mm
③ : Korter (dichter opeen)
Als de stof niet wordt getransporteerd (bijvoorbeeld bij dikke stof) druk dan op de insteltoets voor de steeklengte "⊕" om de steeklengte te vergroten.
Veranderen van de steekbreedte voor stoppen

Druk op de insteltoets voor de steekbreedte “+” of “-” om de gewenste steekbreedte te selecteren.
① Automatische steekbreedteinstelling: 7,0 mm
② - : Smaller
Volgorde bij het stoppen

flowchart
graph TD
A["19"] --> B["→"]
C["20"] --> D["→"]
E["1"] --> F["→"]
G["●"] --> H["→"]
I["→"] --> J["→"]
Steek voor het maken van gaatjes in ceintuurs, etc.

- Druk op de "⊕" of "⊖" steeklengte- of steekbreedtetoets om de grootte van het gaatje te selecteren.

- Bevestig persvoet N, kontroleer de naaldpositie en zet de persvoet omlaag. Druk vervolgens op de "START/STOP"-toets om te beginnen met naaien.
* De naaimachine stopt automatisch na het naaien van de verstevigingssteken.
① Naaldpositie

- Maak een gaatje in het midden met de gaatjesponser.
Grootte van de gaatjes (ware grootte)
A
B
C
A- Groot: 7,0 mm
B- Midden: 6,0 mm
C- Klein: 5,0 mm
23


Bevestigen van knopen
- Zet de persvoethendel omhoog en schuif de afstelhedel voor de transporteur naar rechts om de transporteur omlaag te zetten.
① Afstelhendel voor transporteur (schuif het toebehorenbakje los om bij de hendel te kunnen.)

- Bevestig persvoet "M", leg de knoop in de persvoet en zet vervolgens de persvoet omlaag.

- Draai aan het handwiel om te controleren of de naald juist in de gaatjes van de knoop komt en begin dan met naaien. Om de steekbreedte voor het aannaaien van knopen in te stellen drukt u op de " + " of " - " steekbreedtetoetsen om de gewenste steekbreedte to selecteren. Als u eenmaal klaar bent met naaien, zal de naaimachine automatisch stoppen.
* Als u de knopen extra stevig wilt bevestigen, de procedure van het bevestigen van de knoop herhalen.

- Nadat het naaien voltooid is, zet u de transporteurs in hun oorspronkelijke stand en trekt u de onderdraad aan het eind omlaag om de bovendraad naar de achterkant van de stof te trekken. Knoop vervolgens de uiteinden van de draden aan elkaar vast.
Bevestigen van knopen met vier gaten


Naai eerst de twee gaten die zich aan uw kant bevinden. Als deze eenmaal genaaid zijn, de persvoet omhoog zetten, de naald naar de volgende twee gaten verplaatsen en vervolgens deze op dezelfde wijze vastnaaien.
Bevestigen van een knoopvoet

- Trek de voethendel naar u toe en begin te naaien.
① Voethendel


-
Houd de uiteinden van de bovendraad aan het begin en aan not einde van het naaiwerk tussen de knoop en de stof vast, wind ze rondom de voet en knoop ze stevig aan elkaar.
-
Knoop de uiteinden van de onderdraad aan de achterzijde van de stof aan elkaar.
INZETTEN VAN EEN RITS (RONDOM STIKKEN, ZIJKANT STIKKEN)
00
Rits inzetten
Rondom stikken

- Bevestig persvoet "J" en leg de voorzijdes van de stof op elkaar om rechte steken te naaien tot aan het stuk waar de rits zal worden ingezet. Verander vervolgens naar rijgsteken en naai naar de bovenrand van de stof (ritsgebied).
① Einde opening
② Verdtevigingssteek
③ Rijgsteken
④ Binnenzijde van het kledingstuk

- Druk de zoom open en bevestig de rits in het midden van de ritsband met een rijgsteek.
1 Rits
② Rijgsteken
③ Binnenzijde van het kledingstuk

- Bevestig de rechterpen van persvoet "I" aan de persvoethouder en naal de rits met de voorzijde van de stof naar boven. Verwijder nu de rijgsteken.
* Wanneer u persvoet "I" gebruikt, past u de draadspanning aan aan de dikte van de rits.
① Voorzijde van de stof
Zijkant stikken

- Bevestig persvoet "J", leg de voorzijdes van de stof op elkaar om rechte steken te naaien tot aan het stuk waar de rits zal worden ingezet. Verander vervolgens naar rijgsteken en naai naar de bovenrand van de stof (ritsgebied).
① Einde opening
② Verdtevigingssteek
③ Rijgsteken
4 Binnenzijde van het kledingstuk

- Druk de zoom open en plaats de binnenrand van het kledingstuk langs de landen van de rits daarbij 3 mm vrijlatend voor naairuimte op de binnenzijde van het kledingstuk.
① Binnenzijde van het kledingstuk
② 3 mm vrijlaten voor het naaien
③ Tanden van de rits
4 Trekker of top van de rits
⑤ Kruiseinde (basis van de rits)

- Bevestig de linkerpen van persvoet "I" aan de persvoethouder en naai de onderste laag vanaf de bovenkant aan de onderkant van de rits.
* Voordat u gaat naaien drukt u op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.

- Trek de rits dicht en draai de stof om. Naai vervolgens de andere zijde van de rits aan de stof.
① Binnenzijde van het kledingstuk

- Draai de stof om zodat de voorzijde naar boven ligt en naai een rechte steek van de onderkant tot aan 5 cm van de bovenkant. Zet de machine nu stil.
① Voorzijde van de stof

- Zet de naald omlaag, zet de persvoet omhoog en verwijder de rijgsteken.
- Houd het lipje van de rits opzij en naai de rest van de steken.
① Voorzijde van de stof
TRENSSTEKEN


- Bevestig persvoet "J". Naai aan het begin van de trens achteruit en naai vanaf het brede uiteinde naar het andere uiteinde zonder de stof te rekken.
① Rijgsteken
* Als u voor het naaien op de toets voor automatische verstevigingssteken drukt, worden er aan het begin van de steek automatisch verstevigingssteken genaaid.

- Aan het einde niet achteruit naaien. Knip de draad aan het einde af, laat 5 cm over en knoop beide uiteinden aan elkaar.

- Werk het garen weg door de naald met de draadjes in de plooi te rijgen.
* Alternatieve methode: wanneer u het smalle uiteinde van de trens bereikt, stoppen met naaien, de persvoet omhoog zetten en de stof naar u toe schuiven (19 mm). Druk op de steeklongtetoetsen om de steeklengte tot 0,4 mm terug te brengen. Naai 3 steken op de naadlijn. Hierdoor zullen de draaduiteinden worden vastgemaakt. Knip de draad af.

- Strijk de plooi vervolgens in de juiste richting.

Voor tailles van rokken, mouwen van hemden, etc.
-
Stel de steeklengte in op 4,0 mm en de draadspanning op zwak.
-
Bevestig persvoet "J". Trek de onder- en bovendraad 5 cm uit.
① Bovendraad
② Onderdraad
③ Ca. 5 cm

- Naai 2 rijen rechte steken parallel aan de rand van de stof en knip de draadjes af op 5 cm.
Afwerklijn
② 1,0 tot 1,5 cm
② Ca. 5 cm

- Trek aan de onderste draadjes om de stof te plisseren. Knoop de draden vervolgens vast, zodat de plooitjes blijven zitten.

- Verdeel de plooien evenredig en strijk vervolgens de stof met een strijkbout.

Naar buiten trekken van de onderdraad

- Rijg de draad langs de groef in de richting van de pijl en laat de draad in deze positie zonder hem af te knippen.
① Schuitje
* Het spoeldeksel moet nog verwijderd zijn.

-
Houd de bovendraad vast, druk de "NAALDPOSITIE"-toets tweemaal in en trek vervolgens de onderdraad naar buiten.
-
Breng het spoeldeksel weer op zijn plaats aan.
PINTUCKSTEKEN


Voor het versieren van blouses enz.
-
Markeer de plooien op de achterzijde van de stof met de punt van een liniaal of een mes.
① Achterzijde -
Vouw de stof zodanig dat de voorkant boven ligt en strijk slechts het gevouwen gedeelte.
① Voorzijde van de stof

- Bevostig de rechterpen van persvoet "I" aan de persvoethuder en naai een rechte steek langs iedere vouw.
① Ruimte voor pintucksteek
② Voorzijde
③ Voorzijde van de stof
Druk, voordat u begint met naaien, op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.
- Strijk alle vouwen in dezelfde richting.

Voor het verstevigen van zomen en het netjes afwerken van van randen.
- Bevestig persvoet "J". Naai de afwerklijn on knip de helft van de zoom af van de kant waartegen de platte zoom komt te liggen.
① Ca. 1,2 cm ② Achterzijde
* Druk, voordat u begint met naaien, op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.
- Spreid de stof langs de afwerklijn uit.
① Afwerklijn ② Achterzijde

- Vouw het lange stuk daarna om het korte stuk (dat u heeft afgeknipt) en strijk de naad plat.
① Achterzijde

- Vouw het lange stuk lenslotte om het korte stuk en naai langs de rand van de vouw.
① Achterzijde
Afgewerkte platte zoom

① Voorzijde van de stof
APPLICEERSTEEK



- Bevestig het ontwerp met lijm of rijgsteken aan de stof zodat het niet kan verschuiven tijdens het naaien.
① Ontwerp ② Lijm

- Bevestig persvoet "J". Controleer of de eerste naaldpositie net buiten de rand van het ontwerp valt en begin vervolgens met naaien.
① Ontwerp
* Druk, voordat u begint met naaien, op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.

① Ontwerp ② Eerste naaldpositie
Appliceersteken bij bochten

-
Stop de machine en zorg dat de naald juist buiten de rand van het ontwerp ligt.
-
Zet de persvoethendel omhoog en draai de stof om al naar gelang noodzakelijk om de juiste naaldpositie te behouden.


Voor dekoraties op kragen van blouses, randen van tafellakens enz.
- Bevestig persvoet "N" en naai de rand van de stof zodanig dat de steken net niet naar de rand van de stof lopen.
① Voorzijde van de stof
* Druk, voordat u begint met naaien, op de toets voor automatische verstevigingssteken om automatisch verstevigingssteken te naaien aan het begin en het einde van de steek.
- Knip hierna de stof langs de schelprand af en let op dat u niet in het stiksel knipt.
* Er zijn produkten in de handel verkrijgbaar waarmee de afge-knipte gedeelten "gemaskeerd" kunnen worden. Dit geeft een beter afgewerkte indruk.
SIERSTEKEN

27
Voor het maken van dekoratiesteken

- Kies patroon "2", stel de stecklengte in op 4,0 mm en stel de draadspanning af op zwak. Naai vervolgens kolommen van rechte steken met een tussenruimte van 1 cm.
① Ongeveer 1 cm

- Trek de onderdraden aan om de gewenste hoeveelheid plooiing te verkrijgen en maak vervolgens de ploolen glad door deze te strijken.

- Bevestig persvoet "J" en naai over de bovenkant van de rechte steken. Kies hierbij voor de dekoratieve siersteek.

- Trek de draden van de rechte steek naar buiten.
26

- Leg de stukken stof met de voorzijdes tegen elkaar aan en naal de stukken aaneen met een rechte steek. Open de uitsparingen voor de zoom en pers deze plat (ongeveer 1 cm van beide zijden van de stof).
① Rechte steek
② Naad-flappen
③ 1 cm
④ Achterzijde van de stof
- Bevestig persvoet "J". Plaats het midden van de persvoet op de zoomlijn van de op elkaar gelegde stukken stof en naai vervolgens over de zoom.
① Voorzijde van de stof
② Naad

FAGOTSTEEK



Voor fagotsteken, dekoraties, etc.
- Laat een ruimte van 0,4 cm tussen de vouwranden van de stukken stof open en naai de stof met rijgsteken vast op dun papier of in water oplosbare steunstof.
Rijgsteken
② 0.4 cm
③ Dun papier of steunstof
- Bevestig persvoet "J". Plaats het midden van de persvoet in het midden van beide stoffen en begin met naaien.
Rijgsteken
* Gebruik een dikkere draad (bijvoorbeeld nr. 30) of katoenen draad voor doorstikken.
* Verwijder het papier na het naaien.



Andere dekoratieve steken: 56 - 63
Dekoratiesteken

Deze steken worden gebruikt voor lappendekens en voor het maken van dekoratieve zomen. Gebruik een contrasterende kleur voor de draad of dekoratief borduurdraad.
Schelpsteken

- In de stand voor de dekoratieve steek voert u "61" in om de steek voor scheip-rijgsteken te selecteren.

- Vouw de stof diagonaal door de helft.
* Gebruik een dunne stof.

-
Laat de naald een weinig tot buiten de rand van de stof zakken en begin vervolgens te naaien.
-
Leg de stof open en strijk de vouw naar een kant plat.
DEKORATIEVESTEKEN (ERFSTUKSTEEK)
Dekoratieve steken: 46 - 50
Voor het naaien van tafelkleden, dekoratieve zomen op kleding en dekoratieve steken op de voorzijde van blouses.
U krijgt een mooiere afwerking wanneer u de "130/705H Wingnaald" gebruikt wanneer u deze patronen naait. Als u met een "wingnaald" werkt en de steekbreedte is op handmatig gezet, dient u voordat u begint met naaien te controleren of de naald de persvoet niet raakt.
Dekoratieve zoomsteken 1

- In de stand voor de dekoratieve steek voert u "49" in om de steek voor dekoratieve zoomsteken te selecteren.

- Trek enkele draden uit een gedeelte van de stof. Hiedoor zal dit gedeelte rafelig worden. Ongeveer 5 of 6 draden laton een rafelig gedeelte van 3,0 mm achter.

- Met de achterzijde van de stof naar boven gericht, naait u een zijde van het rafelige gedeelte.

-
Met de achterzijde van de stof nog steeds naar boven gericht, naait u de andere zijde van het rafelige gedeelte, waarbij u de twee rijen steken met elkaar uitlijnt zodanig dat deze recht tegenover elkaar komen.
-
Afbeelding van het afgewerkte werkstuk.
Dekoratieve zoomsteken 2

- In de stand voor de dekoratieve steek voert u "48" in om de steek voor dekoratieve zoomsteken te selecteren.

- Trek enkele draden uit beide kanten van het 4,0 mm deel dat nog niet gerafeld is. (Trek vier draden uit, laat vijf draden zitten en trek vervolgens nogmaals vier draden uit. De breedte van vijf draden is ongeveer 4,0 mm of minder.)
Ongeveer 4.0 mm of minder
② Vier draden (uittrekken)
③ Vijf draden (Laten zitten)
- Naai de dekoratiesteek op de in het midden achtergebleven vijf draden.
* Vleugeinaald is optioneel.

- Albeelding van het afgewerkte werkstuk.

Dekoratieve steken waarvan de zigzagbreedte handmatig kan worden veranderd.

* Gebruik altijd persvoet "J" wanneer u naait met de tweelingnaald, wat voor soort naaiwerk u ook doet.
- Plaats de tweelingnaald.
① Stopper

- Volg de instructies voor het inrijgen van de enkele naald met de horizontale klospen.

- Inrijgen door het linkercog van de naald.

- Plaats de extra klospen in het gat aan het uiteinde van de spoelwindas boven op de machine. Volg de instructie voor het innrijgen van de enkele naald.
① Extra klospen voor het inrijgen van de rechternaald. ② Duw de klospen stevig op zijn plaats.

- Rijg de draad in door de resterende punten terwijl u ervoor zorgt de draadgeleider boven de naald over te slaan en de draad door het rechteroog van de naald te halen.
De draad voor de rechternaald moet voor de draadgeleider langs lopen.

Stel de steekbreedte in. Draai aan het handwiel om te controleren of de naald de naaldplaat niet raakt.
Steeklengte
• Rechte steek min. 2 mm
• Andere steken min. 0,5 mm
Soorten draad
Het is aan te raden katoenen draad te gebruiken, omdat synthetisch draad kan broken.
LETTERSTEKEN


- Druk op "A | a" toldat de cursor ("■") op de letter staat die u wilt naaien.

Blokletter

Cursieve letter

Contourletter

- Gebruik de steekselectictoetsen om het nummer van het gewenste teken in te voeren. Het geselecteerde teken verschijnt op het scherm.
* U dient een nummer van twee cijfers in te voeren wanneer u de steck selecteert.


- Wanneer u tekens combineert, drukt u op de entertoets en gebruikt u de steekselectietoetsen om het nummer van het volgende teken in te voeren.
* Er kunnen maximaal 70 tekens worden gecombineerd in een patroon.
Combineren van tekens
Voorbeeld: Combineren van contourletters om "BUS" te creëren

- Druk op "A" totdat "■" op "A" staat.

- Druk op "4" en dan op "1", het steek-nummer voor de letter "B".

- Druk op "enter (+)".

- Druk op "B" en dan op "O", het steek-nummer voor de letter "U".

- Druk op "enter (+)".

- Druk op "5" en dan op "8", het steek-nummer voor de letter "S".
DEKORATIEVE STEKEN

- Druk op "A14" totdat de cursor ("■") op "P" staat.

- Gebruik de steekselectietoetsen om het nummer van de gewenste dekoratieve steek in te voeren. De geselecteerde dekoratieve steek verschijnt op het scherm.
* U dient een nummer van twee cijfers in te voeren wanneer u de dekoratieve steek selecteert.


- Wanneer u dekoratieve steken combineert, drukt u op de entertoets en gebruikt u de steekselectietoetsen om het nummer van de volgende dekoratieve stock in te voeren.
* Er kunnen maximaal 70 dekoratieve steken worden gecombineerd in een patroon.

Selecteren van een dekoratieve steek
Voorbeeld: Selecteren van de dekoratieve steek " /R/R"

- Druk op "A" totdat "■" op "Ş" staat.

- Druk op "8", en dan op "8", het steek-nummer voor de steek "R"".

Combineren van dekoratieve steken
Voorbeeld: Combineren van dekoratieve steken om " & " te creëren

- Selecteer "R"

- Druk op "enter ( + )".

- Druk op "7" en dan op "3", het steek-nummer voor de steek".
CORRIGEREN VAN EEN PATROONCOMBINATIE
Voorbeeld: Veranderen van "BUT" in "BUS"

-
Druk op " ( C )". (Druk zo veel keren op " ( C )" als het aantal tekens dat u wilt veranderen.)
-
Druk op "enter ( + )".
-
Gebruik de steekselectietoetsen om het nummer van de gewenste tekens in te voeren.
VERANDEREN VAN DE GROOTTE

Druk op de insteltoets voor de sleekbreedte “⊕” of “⊖” om de zigzagsteekbreedte in te stellen of op de insteltoets voor de sleeklengte “⊕” of “⊖” om de sleeklengte in te stellen. Wanneer er een cursieve letter is ingesteld, kan de grootte echter niet worden veranderd.
Er zijn twee groottes:

7.0 mm

6.0 mm

* Athankelijk van de gebruikte draad en stof kan de draad verstrikt raken als de kleinere grootte wordt geselecteerd.

De grootte van een dekoratieve steek veranderen

Gebruik de steekbreedte- of de steeklengtetoetsen om de zigzagsteekbreedte en de steoklengte in te stellen.






* Afhankelijk van de gebruikte stof en patroon kan de draad verstrikt raken als het patroon erg gedetailleerd is.
CONTROLEREN VAN EEN PATROONCOMBINATIE
Voorbeeld: Controleren van de patrooncombinatie "ABCDEFGHIJKLMN"


Druk op " ( )" om de patrooncombinatie vanaf het begin over het display te schuiven. "ABCDEFGHIJKLMN" verschijnt op het display.
GEHEUGEN
Er kunnen maximaal 70 patrooncombinaties in het geheugen worden opgeslagen onder de vijf steeknummers 95, 96, 97, 98 en 99.
Opslaan van een patrooncombinatie
Voorbeeld: Selecteren van de dekoratieve steek "BUS"


-
Combineer tekens om het woord "BUS" te creëren. (Zie p. 77 voor meer informatie.)
-
Druk op "memory" ( )".
* Iedere keer dat u op "matory" (☐) "drukt, wordt het steeknummer veranderd. Om bijvoorbeeld het patroon onder steeknummer 97 op te slaan, drukt u drie keer op "matory" (☐)".
Als een patroon al onder het geselecteerde steeknummer opgeslagen was, verschijnt de inhoud ervan in de onderste rij.
- Druk op "enter (+)"
LET OP
- Als een patroon wordt opgeslagen onder een steeknummer dat al een patroon bevat, wordt het vorige patroon vernietigd en wordt het nieuwe patroon onder het geselecteerde steeknummer opgeslagen.
- Schakel de machine niet uit wanneer er een patroon wordt opgeslagen.
- Het patroon wordt opgeslagen.
Controleren van een opgeslagen patrooncombinatie

Om andere delen van de patrooncombinatie te zien, die opgeslagen is onder het geselecteerde steeknummer, drukt u op " ( )" om de patrooncombinatie vanaf het begin over het scherm te schuiven.
De inhoud van het opgeslagen patroon wordt getoond in de onderste rij.
Oproepen van een opgeslagen patrooncombinatie
Voorbeeld: Oproepen van de patrooncombinatie "R", dat is opgeslagen onder steeknummer 96

- Gebruik de steekselectietoetsen om het nummer van de gewenste patrooncombinatie in te voeren.

- Druk op de "START/STOP"-toets.

Naaien van aantrekkelijke afwerkingen
Zie onderstaande tabel en het "OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD" voor aanbevolen stoffen, draden en naalden teneinde mool afgewerkt naaiwerk te verkrijgen. Wanneer u verschillende stofdikten of soorten stabilisatoren gebruikt kan het patroon bovendien slippen. Naai eerst een proeflapje om het resultaat te kontroleren.
| STOF | Wanneer u dunne, elastische of grof geweven stoffen gebruikt of letters/dekoratiesteken die in het geheugen van de machine zijn opgeslagen, dient u een steunstof aan de rechterzijde te bevestigen. Als u geen steunstof wilt bevestigen, legt u de stof op dun papier, zoals calqueerpapier, voordat u begint te naaien. Dit werkt als een stabilisator. |
| DRAAD | #50 - #60 |
| NAALD | Dunne on middelmatig dikke stoffen 75/11Dikke stoffen 90/14Elastische stoffen #14 gouden naald |

Naaien

- Bevestig persvoet "N".
- Leg de stof onder de persvoet, trek de bovendraad zijdelings naar buiten en zet vervolgens de persvoet omlaag.

* Kontroleer of het materiaal zo ligt dat het patroon er goed op wordt genaaid.
① Referentielijn voor het naaldgat

- Druk op de "START/STOP"-toets om te beginnen met naaien.

- Wanneer de letter is genaald zal de machine automatisch verstevigingssteken naaien en dan stoppen.
Wanneer u doorlopende patronen naait, drukt u op de "START/STOP"-toets om de naaimachine te stoppen. Druk vervolgens op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets om verstevigingssteken te naaien.
- Knip nadat u gereed bent met het naaien het overtollige stuk draad af.
BIJSTELLEN VAN EEN STEKENPATROON

Het kan zijn dat een patroon als gevolg van een bepaald soort garen of stof vervormd raakt. Naai daarom eerst op een proeflapje en stel vervolgens de steken bij.


-
In de stand voor de dekoratieve steek kunt u nummer 94 invoeren met de steekselectietoetsen.
-
Bevestig monogramvoet "N" en begin le borduren. Vervolgens kunt een proefpatroon borduren om de afstelling te controleren. Stel de vorm van de staek bij met de "⊕" en de "⊖" steeklengtetoetsen.
* Van -9 tot +9
| Stekenpatroon | Werkwijze |
![]() | Juiste vorm |
![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
REINIGEN
Reinigen van het scherm
LETOP
Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt alvorens het scherm te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
Ais het voorpaneel vull is, dit voorzichtig afvegen met een schone, droge doek. Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen of schoonmaakmiddelen.
Reinigen van de buitenkant van de naaimachine
LET OP
Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt alvorens de buitenkant van de naalmachine te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
Als de buitenkant van de naaimachino vuil is, een doek een weinig bevochtigen met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed uitwringen en vervolgens de buitenkant schoonvegen. Na de machine op deze manier eenmaal gereinigd te hebben, deze nogmaals met een droge doek afvegen.
Reinigen van het spoelhuis
LET OP
Verwijder de stekker van het netsnoer uit het stopkontakt alvorens het spoelhuis te reinigen, aangezien anders de kans bestaat op elektrische schokken en verwondingen.
De kwaliteit van het naaiwerk zal verminderen en het oppakken van de onderdraad stagneren wanneer er zich stof in het spoelhuis verzameit. Dit dient dus steeds goed schoon gehouden te worden.

Houd uw machine altijd schoon.
- Zet de hoofdschakelaar uit en verwijder de persvoethouder en de naald.
- Draai de schroeven van de naaldplaat los.
- Verwijder de naaldplaat.
① Naaldplaat

- Verwijder het spoelhuis.
- Verwijder opgehoopte pluizen en draden uit het spoelhuis en het loophuis met behuip van een borsteltje of een klein hulpstuk van een stofzui- ger.
- Breng het spoelhuis weer aan door het uitstecksel op het spoelhuis tegen de voor van de aan-slag te plaatsen.
① Uitsteeksel op het spoelhuis
② Veer van de aanslag
* Pluizen en stof opgehoopt in het loophuis kunnen soms de oorzaak zijn van slechte steken of onjulste werking van de onderdraadsensor.
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
Voor het vervangen van de gloeilamp

- Zet de hoofdschakelaar uit.
* Het netsnoor moet uit het stopkontakt verwijderd worden al-vorens de gloeilamp te vervangen. - Draai de schroef aan de achterzijde van de naaikop los.
- Verwijder de voorkap.
① Schroef
② Voorkap
- Vervang de gloeilamp door een nieuwe.
① Gloeilamp
* Gloeilampen zijn verkrijgbaar bij uw dealer. (12V, 5W/Kodenummer XA2037051)

- Breng het einddeksel aan.
- Draai de schroef vast.
① Schroef
② Voorkap

Als de machine niet op de juiste wijze is ingesteld en u op de "START/STOP"-toets of op de "ACHTERUIT-NAAIEN"-toets drukt, of wanneer u een bepaalde procedure moet korrigeren, zal de machine niet starten, maar een alarmtoon laten horen. Er verschijnt dan een foutmelding op het display.
Foutmelding
Kijk of de draad verward zit.
Deze melding verschijnt wanneer de motor is geblokkeerd, zoals wanneer de draden in elkaar verstrikt raken.
Zet de Persvoethendel omlaag.
Deze melding verschijnt bij indrukken van de "START/STOP"-toets of de "ACHTERUITNAAIEN"-toets, evenals bij indrukken van het voetpedaal terwijl de persvoet omhoog staat.
Dit Patroon kan niet in een geheugenpagina worden bewaard.
Deze melding verschijnt wanneer het patroon dat u wilde opslaan niet kon worden gekombineerd.
Er kunnen geen steken meer worden gecombineerd.
Deze melding verschijnt wanneer u meer dan 70 patronen probeert te kombineren.
Zet de as van de spoelwinder naar links.
Deze melding verschijnt wanneer de "ACHTERUIT-NAAIEN"-toets of de "NAALDPOSITIE"-toets wordt ingedrukt terwijl de spoelopwindas naar rechts staat.
Schakel het voetpedaal uit.
Deze melding verschijnt wanneer er op de "START/STOP"-toets wordt gedrukt terwijl het voetpedaal is aangesloten.
Zet de knoopsgathendel omhoon.
Deze melding verschijnt wanneer een ander patroon dan dat van de knoopsgat wordt geselecteerd en er op de "START/STOP" of op de "ACHTERUITNAAIEN"-toets wordt gedrukt terwijl de knoopsgathendel omlaag staat.
Zet de knoopsgathendel omlaag.
Selecteer het patroon.
Steek is niet te combineren.
Er is geen patroon ofgeslagen.
Deze melding verschijnt wanneer een knoopsgat-patroon wordt geselecteerd en er op de "START/STOP"-of op de "ACHTERUITNAAIEN"-tcets wordt gedrukt terwijl de knoopsgathendel omhoog staat.
* In dit geval kan de machine maar een keer roteren.
Deze melding verschijnt wanneer er op de "START/STOP"-toets of de "ACHTERUITNAAIEN"-toets wordt gedrukt terwijl er geen patroon is geselecteerd.
Deze melding verschijnt wanneer u steken probeert te combineren die niet gecombineerd kunnen worden.
Deze melding verschijnt wanneer er op een geheugensteeknummer wordt gedrukt terwijl er geen patroon onder opgeslagen ligt.
Meldingen
Opslaan
Spoelgaren opwinden.
Deze melding verschijnt wanneer de "GEHEUGEN"-toets wordt ingedrukt om een patroon op te slaan.
Deze melding verschijnt wanneer de spoel aan het opwinden is.
Alarm
• Bij juiste bediening: 1 pieptoon
• Bil oniuinta bodinii: o. 6.
Problemen met draad en steken
Loop eerst de volgende lijst door voordat u een beroop doet op de dealer. Als u het probleem desondanks niet kunt oplossen, kunt u contact opnemen met de plaats van aankoop of de dichtstbijzijnde Brother-dealer.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| 1. De bovendraad breekt | 1. De bovendraad is niet goed ingeregen. | 1. Rijg de bovendraad opnieuw in. |
| 2. De bovendraad zit in de war. | 2. Verwijder de draadjes uit het spoelhuis. | |
| 3. Het klosje zit niet goed. | 3. Breng het klosje goed aan. | |
| 4. U gebruikt een verkeerde naald. | 4. Breng een goede naald aan. | |
| 5. Het spoelhuis is beschadigd. | 5. Raadpleeg uw service-centrum. | |
| 2. De onderdraad breekt | 1. De bovendraad zit in de war. | 1. Verwijder de draadjes uit het spoelhuis. |
| 2. Het spoeltje zit niet goed in het spoelhuis. | 2. Breng het spoeltje goed aan en trek de spoeldraad eruit. | |
| 3. Overgeslagen steken | 1. De naald zit niet goed in de houder. | 1. Breng de naald aan, zoals het hoort. |
| 2. U gebruikt een verkeerde naald. | 2. Breng een goede naald aan. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Controleer het "OVERZICHTSSCHE-MA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD" op pagina 27. | |
| 4. Er zitten pluisjes of stof onder het naaldplaatje. | 4. Verwijder stof met het borsteltje. | |
| 5. De bovendraad is niet goed ingeregen. | 5. Rijg de bovendraad opnieuw in. | |
| 4. Geen mooie stiknaad | 1. De draden zijn niet goed ingeregen. | 1. Rijg beide draden juist in. |
| 2. U georuikt een verkeerde naald. | 2. Breng een geschikte naald aan. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Controleer het "OVERZICHTSSCHE-MA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD" op pagina 27. | |
| 4. De draadspanning is te hoog | 4. Zie paragraaf "DRAADSPANNING" op bladzijde 22. | |
| 5. De naald kan niet ingeregen worden | 1. De naald staat verkeerd. | 1. Zet de naald in de juiste stand met de NAALD OMHOOG/OMLAAG-toets. |
| 2. Het haakje van de naaldinrijger past niet in het oog van de naald. | 2. Zet de naald in de juiste stand met de NAALDPOSITIE-toets. | |
| 6. IDe draadspanning kan niet bijgesteld worden | 1. De bovendraad is niet juist ingeregen. | 1. Rijg de bovendraad opnieuw in. |
| 2. De spoeldraad zit niet goed. | 2. Breng het spoeltje goed aan en trek de draad eruit. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Controleer het "OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD" op pagina 27. | |
| 4. Persvoethouder is onjuist geinstalleerd. | 4. installeer de voethouder op de juiste wijze. | |
| 7. Verschoven naaipositie van letters on patronen | 1. Naaipositie van patroon is onjuist ingesteld. | 1. Raadpleeg "BIJSTELLEN VAN EEN STEKENPATROON" op pagina 87. |
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| 1. De stof wordt niet goed getransporteerd | 1. Transporteur staat omlaag. | 1. Zet de transporteur omhoog met de hendel voor instelling van de transporteur. |
| 2. De steeklengte staat op niet-transporteren. | 2. Stel de juiste steeklengte in. | |
| 3. De kombinatie van het gekozen patroon en de persvoet is niet juist. | 3. Breng de juiste persvoet aan. | |
| 4. U gebruikt een verkeerde naald. | 4. Breng een geschikte naald aan. | |
| 5. De draad zit in de war. | 5. Verwijder de draadjes uit het spoolhuis. | |
| 2. De naald breekt | 1. De naald zit verkeerd in de houder. | 1. Breng de naald juist aan. |
| 2. U gebruikt een verkeerde naald. | 2. Breng een geschikte naald aan. | |
| 3. De kombinatie van stof, garen en naald is niet juist. | 3. Controleer het "OVERZICHTSSCHEMA VAN STOFFEN, DRAAD EN NAALD" op pagina 27. | |
| 4. U trekt te veel aan de stof. | 4. Geleid de stof zonder eraan te trekken. | |
| 3. De machine begint niet met naaien | 1. U heeft niet op de "START/STOP"-toets gedrukt. | 1. Druk op de "START/STOP"-toets. |
| 2. De machine staat uit. | 2. Zet de machine aan. | |
| 3. De persvoet staat niet naar beneden. | 3. Brong de persvoet omlaag. | |
| 4. Display is slecht te lezen | 1. Contrast van het display is onjuist. | 1. Stel het contrast van het display in met de "HELDERHEID DISPLAY"-toets. |
Opmerking
- Als de stroom wegvalt tijdens het naaien:
Schakelt u de machine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact.
wahmeer de machine opnieuw is gestart, bedient u haar op de juiste wijze volgens de bedieningsprocedure.
| NAAISTEKEN | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| KEUZETOETS | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| PATROONNAAM | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| KEUZETOETS | PATROONNAAM | TYPE PERSVOET | GEBRUIK | GEHEUGEN | BIJSTELLEN STEEK MET STEEKBREDTETOETSEN | BIJSTELLEN STEEK MET STEELENGTETOETSEN | PSLAAN MET DE GEHEUGEN-TOETS |
| LETTERS | ALFABET (blokletters) | ![]() | Voor het naaien van letters | O | ★ | ★ | T |
| SIERSTEEK | ![]() | Dekoratieve steken | O | ★ | ★ | T | |
| SATIJNSTEEK | [55BY] | O | ★ | ★ | T | ||
| KRUISSTEEK | O | - | - | T |
R : De machine naait achteruit wanneer or op de "ACHTERUITNAAIEN"-loets wordt gedrukt.
- De machine haalt drie verstevigingssteken en stopt wanneer er op de ACHTERUITNAAIEN-toets wordt gedrukt.
★ : Instelbaar
- : Niet instelbaar
T : Achteruitsteken worden automatisch genaaid aan het begin en het eind van het naaien van een patroon.
T : Als "ACHTERUITNAAIEN" was geselecteerd voordat u begon met naaien, worden er automatisch achteruitsteken genaaid bij het begin en het eind van het naaien.
O : Kan worden gecombineerd en opgeslagen in het geheugen.
Deze voet is bijzonder handig bij het naaien van stoffen, zoals vinyl stof, synthetisch ledor, dun leder, etc. Deze stoffen zijn tijdens het naaien moeilijk te transporteren, echter deze voet kan voorkomen dat dergelijke stoffen tussen de persvoet vast komen te zitten, gaan kreuken of van hun plaats glijden, dankzij de gelijkmatige aanvoer van zowel de bovenste als de onderste stof.
- U kunt de loenvoet alleen gebruiken bij het naaien van een RECHTE STEEK ( 📋 · 📋 ) en ZIGZAGSTEEK ( 📋 ).
- Deze kan alleen worden gebruikt voor 7 mm (steekbreedte).
Opmerking
U kunt deze voet niet gebruiken voor het naaien van andere patronen.

① Verbindingshendel ② Persvoetstanghouder

- Zet de naald omhoog en schakel de machine uit.

- Zet de persvoet omhoog en verwijder deze vervolgens.

- Draai de schroef van de persvoethouder los en verwijder de persvoethouder.

- Plaats de verbindingshendel van de loopvoet tegen de naaldbevestigingsschroef, en monteer de loopvoet aan de persvoetstang. Laat de persvoet vervolgens zakken en draai de schroef van de persvoethouder vast.
Naaisteken

Naaien van letters
Alfabet (blokletters)

Alfabet (kursief)

Alfabet (Contourstijl)
| 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | |
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | A | B | C | D | E | F | G | H | |
| 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | |
| I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | |
| 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 |
| Ä | Ä | Ä | Ä | Ö | Ö | Ç | Ü | ß | ? | ? | — | — | ( ) |
Siersteken
Satijnsteek
| 30 |
| 34 |
| 38 |
Kruissteek
Grootte kan niet gewijzigt worden.







