AquaSnap 61AF - Airconditioner CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AquaSnap 61AF CARRIER in PDF-formaat.
| Type product | Airconditioner (warmtepomp) |
| Merk | Carrier |
| Model | AquaSnap 61AF |
| Regeling | Pro-Dialog+ elektronisch regelsysteem |
| Display | 8-regelig alfanumeriek display met navigatietoetsen |
| Aantal compressoren | Maximaal 2 (geregeld via NRCP2-basisprint) |
| Voeding regeling | 24 VAC, geaard |
| Communicatie | CCN-netwerk, LEN interne bus, RS-485 |
| Bedrijfstypen | Lokaal, afstandsbediening, CCN-netwerk, master/slave |
| Koelmiddelcircuit | Eén circuit met elektronisch expansieventiel (EXV) |
| Functies | Verwarming, koeling, ontdooi, eco-modus, capaciteitsregeling |
| Beschermingen | Vorstbeveiliging, hogedruk, lagedruk, stromingsbeveiliging, thermische beveiliging compressoren |
| Alarmindicatie | LED's op bedieningspaneel en printen, alarmcodes in menu |
| Setpoints | 2 verwarmings-setpoints, instelbaar via menu of externe contacten |
| Capaciteitsbegrenzing | Via potentiaalvrije contacten of CCN |
| Optionele uitbreidingen | PD-AUX print voor elektrische verwarmingstrappen, EXV-print |
| Onderhoud | Alleen door gekwalificeerd personeel; uitschakelen hoofdstroom voor werkzaamheden |
| Veiligheid | Volg lokale voorschriften, draag veiligheidsbril en handschoenen |
| Toegangscode | Gebruikerswachtwoord (standaard 11) voor parameterwijzigingen |
| Softwareversie | CSA-SR-20H430NN- (voorbeeld) |
Veelgestelde vragen - AquaSnap 61AF CARRIER
Gebruikersvragen over AquaSnap 61AF CARRIER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AquaSnap 61AF - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AquaSnap 61AF van het merk CARRIER.
GEBRUIKSAANWIJZING AquaSnap 61AF CARRIER
1.1 - Algemeen .... 3
1.2 - Voorkomen van elektrische schokken .... 3
2 - ALGEMENE BESCHRIJVING ....3
2.1 - Algemeen .... 3
2.2 - Gebruikte afkortingen....3
3 - BESCHRIJVING VAN DE HARDWARE .... 3
3.1 - Algemeen .... 3
3.2 - Elektrische aansluiting van de printen ....3
3.3 - LED's (lichtgevende diodes) op de printen....4
3.4 - De opnemers....4
3.5 - De regelingen....4
3.6 - Aansluitingen op het gebruikers-klemmenblok 4
4 - INSTELLEN VAN DE PRO-DIALOG+ REGELING....6
4.1 - Algemene kenmerken....6
4.2 - Kenmerken van het standaard scherm ....6
4.3 - Password (Toegangscode) invoeren....6
4.4 - Kenmerken van het Menuscherm....6
4.5 - Kenmerken datascherm of instelbare parameters .....6
4.6 - Wijzigen van de parameters ....7
4.7 - Scherm Bedrijfstype....7
4.8 - Menustructuur ....8
4.9 - Gedetailleerde menubeschrijving....9
5 - MACHINEBEDRIJF MET DE PRO-DIALOG+ REGELING....15
5.1 - Start/stop regeling ....15
5.2 - Regeling pomp van warmtewisselaar....15
5.3 - Vergrendelcontact ....15
5.4 - Warmtewisselaar vorstbeveiliging....15
5.5 - Regelpunt....16
5.6 - Capaciteitsbegrenzing....16
5.7 - Capaciteitsregeling....16
5.8 - Ontdooifunctie....17
5.9 - Regeling extra elektrische verwarmingstrappen....17
5.10 - Regeling van een verwarmingsketel ....17
5.11 - Eco-functie....17
5.12 - Master/slave opstelling....17
6 - STORINGSDIAGNOSE EN OPLOSSINGEN....18
6.1 - Algemeen ....18
6.2 - Afbeelden van alarmmeldingen....18
6.3 - Reset van alarmmeldingen....18
6.4 - Alarmcodes ....19
De illustratie op de voorpagina dient slechts ter illustratie en maakt geen deel uit van enige offerte of verkoopcontract. Wijzigingen voorbehouden.
1 - VEILIGHEID
1.1 - Algemeen
Montage en onderhoud van deze apparatuur kunnen, door systeemdruk, elektrische componenten en plaats van opstelling risico's met zich meebrengen. Daarom mogen deze werkzaamheden alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Neem bij werkzaamheden de waarschuwingen in de documentatie, op de stickers in de unit en andere van toepassing zijnde voorzorgsmaatregelen in acht.
• Volg alle lokale veiligheidsvoorschriften.
- Draag een veiligheidsbril en werkhandschoenen.
- Wees voorzichtig bij het transporteren, hijsen en plaatsen van grote apparaten.
1.2 - Voorkomen van elektrische schokken
Alleen personeel dat gekwalificeerd is volgens de richtlijnen van het IEC (IEC = International Electrotechnical Commission) mag tocgang krijgen tot de clektrische componenten. Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan de unit wordt begonnen!
BELANGRIJK: Deze apparatuur voldoet aan alle van toepassing zijnde voorschriften op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit.
2 - ALGEMENE BESCHRIJVING
2.1 - Algemeen
Pro-Dialog is een elektronisch regelsysteem voor het aansturen van de volgende unittypen: 61AF
Deze units hebben één koudemiddelcircuit.
De Pro-Dialog regeling regelt:
- het starten van de compressor om het watersysteem te regelen
- de ventilatoren om de werking van het koudemiddel-circuit te optimaliseren
- de ontdooicycli om de goede werking van het koude-middelcircuit te garanderen.
Standaard biedt Pro-Dialog+ drie aan/uit commando's:
- Lokaal - aan/uit commando via het toetsenbord.
- Regeling op afstand - aan/uit commando via potentiaalvrije contacten.
- Netwerk - Carrier Comfort Netwerk (CCN) aan/uit commando.
Het type commando wordt van tevoren via het toetsenbord gekozen.
2.2 - Gebruikte afkortingen
In deze handleiding heten de compressoren A1 en A2.
De volgende afkortingen worden regelmatig gebruikt:
CCN - Carrier Comfort Network LED - Lichtgevende diode LEN - Interne communicatiebus die de basismodule verbindt met de slave-modules
SCT - Verzadigde persgastemperatuur SST - Verzadigde zuiggastemperatuur EXV - Elektronisch expansieventiel PD-AUX - Hulpprint met in- en uitgangen
3 - BESCHRIJVING VAN DE HARDWARE
3.1 - Algemeen
Het systeem bestaat uit 1 NRCP2-basisprint (die maximaal twee compressoren kan regelen), een PD-AUX-kaart (voor regeling van de verschillende stappen van de clcktrische verwarmer), een EXV-kaart (zorgt voor regeling van de EXV-functie) en een gebruikersinterface. Voor bepaalde opties kan een aantal extra PD-AUX-kaarten nodig zijn.
Alle printen communiceren via een interne LEN bus. De NRCP2-BASE-print bevat het volledige regelprogramma voor de machine en beheert voortdurend de waarden van de diverse temperatuur en drukopnemers.
Het bedieningspaneel heeft een 8-regelige alfanumerieke display, twee LEDs met vijf navigatietoetsen en een draai-knop om het contrast te regelen.
3.2 - Elektrische aansluiting van de printen
Alle printen hebben een gezamenlijke, geaarde 24 VAC voeding.
Na een spanningsonderbreking wordt de unit automatisch herstart zonder dat daarvoor een extern commando nodig is. Wanneer er echter voorafgaand aan deze onderbreking foutmeldingen bestonden, dan blijven deze in het geheugen bewaard, waardoor onder bepaalde omstandigheden een circuit of de gehele unit niet kan starten.
WAARSCHUWING: Bij de aansluiting van de voeding op de printen moet op de polariteit worden gelet, anders kunnen de printen beschadigd worden.
Figuur 1 - Bedieningspaneel

3.3 - LED's (lichtgevende diodes) op de printen
Alle printen controleren voortdurend de juiste werking van hun elektronische circuits en geven dit ook aan. Op elke print gaat een lichtgevende diode (LED) branden als de print goed werkt.
- De rode basis-LED op de basisprint knippert bij correcte werking van de module met tussenpozen van ca. 2 seconden - 1 seconde aan, 1 seconde uit. Wanneer de LED permanent brandt op de basisprint, of afwisselend sterk en zwak knippert, dan is de basisprint defect of er is een EPROM verkeerd geplaatst.
- De groene LED op alle printen knippert wanneer de communicatie via de interne bus goed verloopt. Wanneer de LED niet knippert, moet de bedrading van de LEN-bus worden gecontroleerd.
- De oranje LED van de hoofdprint knippert tijdens communicatie via de CCN bus.
3.4 - De opnemers
Drukopnemers
Er worden twee typen elektronische opnemers gebruikt:
- lagedruk: zuigdruk en intrededruk pomp (optie),
- hogedruk: persdruk en economiserdruk.
Thermistors
De watertemperatuuropnemers zijn direct gemonteerd in de waterintrede en wateruittrede van de aansluitingen van de platenwarmtewisselaar. De buitenluchttemperatuuropnemer is gemonteerd onder een metalen plaat. Ontdooibedrijf wordt geregeld door een extra opnemer op een pijp van de luchtwarmtewisselaar.
3.5 - De regelingen
Waterpomp
De regeling regelt de waterpomp van de warmtewisselaar.
Verwarmingelementen
Deze beschermen de warmtewisselaar tegen bevriezing (en de leiding bij units met waterpomp) wanneer de machine buiten bedrijf is, waarbij de voeding is ingeschakeld.
Verwarmingsketel
Deze relais uitgang kan een verwarmingsketel starten of stoppen.
3.6 - Aansluitingen op het gebruikers-klemmenblok
3.6.1 - Algemeen
Op het gebruikers-klemmenblok op de NRCP2-basis print kunnen de in de volgende tabel genocmde aansluitingen worden gemaakt. Sommige daarvan kunnen alleen worden gebruikt wanneer de unit in Afstandsregeling (Remote) werkt.
NRCP2-basis regelprint PD-AUX print (optie)


Kaartaansluitingen NRCP2-BASE
| Connector/kanaal Type Klem Beschrijving | |
| CH 08/J4 DI 32-33 Afstandsregeling aan/uit | |
| CH 09/J4 DI Schakelaar ingang externe beveiliging (= fout, 1 = OK) | |
| CH 10/J4 DI 73-74 Capaciteitsbegrenzings selectie | |
| CH 12/J5 DI Setpointselectie | |
| CH 13/J5 DI Nul-spanning detectie | |
| CH 20/J2B DO Omkeerbare vierwegkleppen | |
| CH 21/J2B DO Commando waterverwarmer | |
| XXXX/J12 Serie RS-45 serie aansluiting | - Pen 1: signaal + - Pen 2: aarde - Pen 3: signaal - |
3.6.2 - Potentiaalvrije contacten aan/uit
Wanneer de unit werkt in Afstandsregeling (Remote), dan is de werking van contact (aan/uit) als volgt:
Zonder multiplexing
| UIT | Verwarming AAN | |
| Contact AAN/UIT | Open | Gesloten |
Met multiplexing
| UIT | Verwarming AAN | Auto AAN | |
| Contact AAN/UIT | Open | Gesloten | Open |
3.6.3 - Selectie potentiaalvrij contact setpointselectie
| Verwarming | ||
| hsp1 hsp2 | ||
| Contact setpointselectie | Open | Gesloten |
3.6.4 - Potentiaalvrij contact capaciteitsbegrenzings- selectie
| 100% | Limiet | |
| Capaciteltsbegrenzing | Open Gesloten |
4.1 - Algemene kenmerken
Het bedieningspaneel heeft de volgende schermen:
- Standaard schermen voor directe weergave van de belangrijkste parameters
- Menuschermen voor navigatie
- Data/configuratie schermen met de parameters per type
- Keuzescherm bedrijfstype
- Invoerscherm password
- Wijzigingsscherm parameters.
OPMERKING: Wanneer het bedieningspaneel lange tijd niet wordt gebruikt, wordt het scherm zwart. De regeling blijft steeds actief, het bedrijfstype blijft ongewijzigd. Het scherm wordt weer zichtbaar nadat de gebruiker een toets indrukt. Wordt de toets 1 x ingedrukt dan wordt het scherm verlicht, na een tweede keer wordt een scherm afgebeeld dat is gerelateerd aan de ingedrukte toets.
4.2 - Kenmerken van het standaard scherm
Er zijn vier standaard schermen. Elk scherm geeft weer:
- De unit status, het schermnummer,
- Drie parameters.
| LOCAL OFF | 1 | unit status, rechts het schermnummer |
| Entering water temp Beschrijving van de EWT 40°C Afkorting, waarde en eenheden van de eerste parameter | ||
| Leaving water temp Beschrijving van de LWT 46°C Afkorting, waarde en eenheden van de tweede parameter | ||
| Outside air temperature Beschrijving van OAT 4°C Afkorting, waarde en eenheden van de derde parameter | ||
Met de Omhoog en Omlaag toetsen kunt u heen en weer springen tussen de standaard schermen. Het schermnummer wordt bijgewerkt.
4.3 - Password (Toegangscode) invoeren

Het password wordt per karakter ingevoerd. De cursor staat op het huidige karakter, dat knippert. Met de pijltoetsen kan het karakter worden gewijzigd. Deze wijziging wordt bevestigd met de Enter toets waarna de cursor naar het volgende karakter gaat.


Door het indrukken van de Enter toets op een karakter zonder waarde, wordt de selectie van het password bevestigd. Het scherm wordt bijgewerkt door de menulijst. De afgebeelde items zijn afhankelijk van het niveau van het geactiveerde password.
Wanneer een onjuist password wordt ingevoerd, blijft het password invoerscherm zichtbaar.
Password selectie 0 (nul) kan worden gekozen door 2x achter elkaar op de Enter toets te drukken.
4.4 - Kenmerken van het Menuscherm

Elk menu item geeft toegang tot een bepaalde gegevenscategorie. Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het huidige item worden geplaatst. Met de Enter toets wordt het afbeelden van het gekozen sub-menu geactiveerd.
Met het item LOGOUT kan het menuscherm worden verlaten en wordt de toegang beveiligd met een password. Door het indrukken van de Terug toets kan het huidige scherm worden verlaten, de met een password beveiligde toegang blijft dan actief.
4.5 - Kenmerken datascherm of instelbare parameters
De dataschermen beelden informatieparameters af, zoals temperaturen of drukken. De configuratieschermen beelden regelparameters van de unit af, zoals de watertemperatuursetpoints.

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het huidige menu item worden geplaatst. Met de Enter toets wordt het wijzigen van de parameters geactiveerd (indien mogelijk). Ongeoorloofde poging tot wijziging wordt geblokkeerd door een weigeringsscherm.
4.6 - Wijzigen van de parameters
Een configuratieparameter kan worden gewijzigd door de cursor er op te plaatsen en dan op Enter te drukken.

In het volgende scherm kan een parameter worden gewijzigd.

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan het eerste karakter worden gekozen. Door op de Omhoog toets te drukken worden achtercenvolgens de volgende symbolen afgebeeld:
0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, ., -.
Met de Omlaag toets wordt bovenstaand lijstje in omgekeerde volgorde weergegeven. Elk karakter wordt bevestigd met de Enter toets.
Het - teken is alleen beschikbaar voor het eerst geselecteerde karakter.

other
| Category | Value | | :--- | :--- | | hsp2 | | | 45 °C | Huidige waarde | | 46 °C | Nieuwe waarde voor bevestiging | | Heating Setpoint 2 | Itembeschrijving |De waarde wordt bevestigd met de Enter toets. Met de Terug toets kan de huidige wijziging op elk moment worden geannuleerd.
LET OP: Wanneer de gebruiker het huidige datascherm verlaat, wordt de waarde opgeslagen. Daarvan wordt een bevestiging afgebeeld. Parameterwijziging(en) worden bevestigd met de Enter toets. De huidige wijzigingen worden geannuleerd door terugkeer naar het vorige scherm met de Terug toets.

4.7 - Scherm Bedrijfstype
De unit is in bedrijfstype Local Off (Lokaal uit). Door 1x op de aan/uit (0/1) toets te drukken wordt het afbeelden van het scherm Bedrijfstype geactiveerd.

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het gekozen bedrijfstype worden geplaatst. Er worden direct vier bedrijfstypen op het scherm afgebeeld. Druk voor toegang tot niet zichtbare bedrijfstypen op de Omhoog/Omlaag toetsen.
Nadat het nieuw bedrijftype is gekozen, kan dit worden bevestigd met de Enter toets.

Wanneer de unit in een bedrijfstype werkt en er wordt op de Aan/uit toets gedrukt, dan wordt de unit afgeschakeld. Een bevestigingsscherm beveiligt de unit tegen ongewenste afschakeling.


flowchart
graph TD
A["GENCONF\nAlgemene configuratie"] --> B["ALARMRST\nAlarm reset"]
C["PUMPCONF\nPomp configuratie"] --> B
D["HCCONFIG\nConfiguratie\nverwarmingbedrijf"] --> E["ALMHNIST1\nAlarm geheugen"]
F["RESETCFG\nSetpoint reset"] --> G["SCHEDULE\nKlokschema"]
H["OCC1P01S\nSchema 1"] --> I["HOLIDY01S\nVakantie 1"]
J["OCC1P02S\nSchema 2"] --> I
K["HOLIDY02S\nVakantie 2"] --> I
L["..."] --> M["HOLIDY16S\nVakantie 16"]
N["HOLIDY16S\nVakantie 16"] --> O["CONTROL\Configuratie bediengingspanel"]
P["ALARMCONF\nAlgemene configuratie"] --> Q["ALARMRST\nAlarm reset"]
R["CUR_ALRM\nActuele alarm"] --> S["ALARMRST\nAlarm reset"]
T["TEMP\nDrukken"] --> U["PRESSURE\nSetpoint"]
V["SETPOINT\nIngangen"] --> W["INPUTS\nUitgangen"]
X["OUTPUTS\nPompstatus"] --> Y["RUNTIME\nDraa-uren"]
Z["MODES\nUnit status"] --> AA["LANGUAGESS\nTaalkeuze"]
AB["ALARMS\nAlarm-menu"] --> AC["CONFIG\nConfiguratie-menu"]
AD["QCK_TEST\nSnelle test"] --> AE["MAINTAIN\nOnderhoudsmenu"]
AF["LOGOUT\nAfluiten"] --> AG["LOGOUT\nAfluiten"]
AH["POSTAGE"] --> AI["POSTAGE"]
AJ["POSTAGE"] --> AK["POSTAGE"]
AL["POSTAGE"] --> AM["POSTAGE"]
AN["POSTAGE"] --> AO["POSTAGE"]
AP["POSTAGE"] --> AQ["POSTAGE"]
AR["POSTAGE"] --> AS["POSTAGE"]
AT["POSTAGE"] --> AU["POSTAGE"]
AV["POSTAGE"] --> AW["POSTAGE"]
AX["POSTAGE"] --> AY["POSTAGE"]
AZ["POSTAGE"] --> BA["POSTAGE"]
BB["POSTAGE"] --> BC["POSTAGE"]
BD["POSTAGE"] --> BE["POSTAGE"]
BF["POSTAGE"] --> BG["POSTAGE"]
BH["POSTAGE"] --> BI["POSTAGE"]
BJ["POSTAGE"] --> BK["POSTAGE"]
BL["POSTAGE"] --> BM["POSTAGE"]
BN["POSTAGE"] --> BO["POSTAGE"]
BP["POSTAGE"] --> BQ["POSTAGE"]
BR["POSTAGE"] --> BS["POSTAGE"]
BT["POSTAGE"] --> BU["POSTAGE"]
BV["POSTAGE"] --> BW["POSTAGE"]
BX["POSTAGE"] --> BY["POSTAGE"]
CA["POSTAGE"] --> CB["POSTAGE"]
CC["POSTAGE"] --> CD["POSTAGE"]
CE["POSTAGE"] --> CF["POSTAGE"]
CG["POSTAGE"] --> CH["POSTAGE"]
CI["POSTAGE"] --> CJ["POSTAGE"]
CK["POSTAGE"] --> CL["POSTAGE"]
CM["POSTAGE"] --> CN["POSTAGE"]
CO["POSTAGE"] --> CP["POSTAGE"]
CS["POSTAGE"] --> CT["POSTAGE"]
CU["POSTAGE"] --> CV["POSTAGE"]
CW["POSTAGE"] --> CX["POSTAGE"]
CY["POSTAGE"] --> CZ["POSTAGE"]
DA["POSTAGE"] --> DB["POSTAGE"]
DC["FABRIEK"] --> DD["TOTEGANG"]
DV["FABRIEK"] --> DW["FABRIEK"]
DX["FABRIEK"] --> DY["FABRIEK"]
DB["TOTEGANG"] --> DW["TOTEGANG"]
DX["TOTEGANG"] --> DW["TOTEGANG"]
4.9 - Gedetailleerde menubeschrijving
LET OP: Afhankelijk van het gekozen type unit worden niet alle menu items gebruikt.
4.9.1 - GENUNIT-menu (Algemene parameters)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN OPMERKING BESCHRIJVING | |||
| CTRL_TYP 0/1/2 - 1 Type regelmodus | |||
| STATUS 0-9 - 2 Bedrijfsstatus | |||
| min_left 0-15 min Startvertraging | |||
| LSP_SEL | 0/1/2 - 11 | Keuze setpoint via de interface | |
| SP_SEL 0/1/2 - 10 | Keuze setpoint via het CCN netwerk | ||
| SP_OCC | Ja/Nee | - | Bezet setpoint |
| CHIL_S_S | Enable/Disable | -3 Unit start/stop via het CCN netwerk | |
| CHIL_OCC Ja/Nee | -4 Unit tijdschema via het CCN netwerk | ||
| CAP_T | nnn | % | Totale capaciteit van de unit |
| DEM_LIM | nnn | % | 7 Capaciteitsbegrenzing |
| SP | ±nnn.n | °C | Aktieve setpoint |
| CTRL_PNT | ±nnn.n | °C | 8 Regelpunt |
| EMSTOP | Enable/Emstop | -9 CCN noodstop | |
| VERKLARING | BESCHRIJVING | ||
| 1 | 0 = Local, 1 = CCN, 2 = Remote | ||
| 2 | Het punt STATUS kan de volgende waarden hebben: | ||
| Off > STATUS = 0 | Ready > STATUS = 5 | ||
| Running > STATUS = 1 | Override > STATUS = 6 | ||
| Stopping > STATUS = 2 | Defrost > STATUS = 7 | ||
| Delay > STATUS = 3 | Run Test > STATUS = 8 | ||
| Tripout > STATUS = 4 | Test > STATUS = 9 | ||
| 3 | Laat starten/stoppen toe van de machine, alleen in de CCN-modus. De overbruggingswaarde wordt weergegeven, maar slechts gebruikt als de unit in de CCN-modus staat. | ||
| 4 | Geeft aan of de unit al of niet in de bezette modus staat. In de CCN-modus kan de waarde worden geforceerd en worden gebruikt in plaats van de werkelijke bezettingsstatus. | ||
| 7 | Limiet opgenomen vermogen is actief. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven de andere limietwaarden (externe of limietcontrole). | ||
| 8 | Regelpunt. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven de andere waarde die door de regelaar is berekend. | ||
| 9 | Altijd actief als de unit niet inde CCN-modus staat. | ||
| 10 | Setpoint selecteren. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven het geselecteerde setpoint in de afstandsmodus. | ||
| 11 | 0 = Auto, 1 = Spt1, 2 = Spt2 | ||
4.9.2 - TEMP-menu (Temperaturen)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING | |||
| EWT ±nnn.n | °C | Waterintredetemperatuur warmtewisselaar | |
| LWT ±nnn.n | °C | Wateruittredetemperatuur warmtewisselaar | |
| OAT | ±nnn.n | °C | Buitenluchttemperatuur |
| CHWSTEMP | ±nnn.n | °C | Gezamenlijke master/slave temperatuur |
| SCT_A | ±nnn.n | °C | Verzadigde condensatietemperatuur |
| SST_A | ±nnn.n | °C | Verzadigde zuiggastemperatuur |
| SUCT_T | ±nnn.n | °C | Verzadigde gastemperatuur |
| ECO_SST | ±nnn.n | °C | Verzadigde zuiggastemperatuur bij de EXV Eco |
| ECO_SUCT | ±nnn.n | °C | Zuiggastemperatuur bij de EXV Eco |
| DEFRT_A | ±nnn.n | °C | Ontdooitemperatuur |
| DEFRT_2 | ±nnn.n | °C | Ontdooitemperatuur van de tweede warmtewisselaar |
4.9.3 - PRESSURE-menu (Drukken koudemiddelcircuit)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING | |||
| DP_A | ±nnn.n | kPa | Persdruk |
| SP_A | ±nnn.n | kPa | Hoofdzuigdruk |
| ECO_SP_A | ±nnn.n | kPa | Persdruk EXV Eco |
| W_P_IN ±nnn.n | kPa | Druk inkomend water | |
4.9.4 - SETPOINT-menu
| NAAM FORMAAT WAARDE | EENHEDEN | BESCHRIJVING | ||
| hsp1 | 26,7 tot 60 | 38,0 | ^ | Verwarmings-setpoint 1 |
| hsp2 | 26,7 tot 60 | 38,0 | ^ | Verwarmings-setpoint 2 |
| hramp_sp | 0,2 tot 2,0 | 0,60 | ^ | Afkoelsnelheid |
| lim_sp1 | 0 tot 100 | 100 | % | Limiet-setpoint |
4.9.5 - INPUTS-menu (Ingangen)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING |
| ONOFF_SW Open/Close - Start/stop contact (Afstandsregeling) |
| SETP_SW Open/Close - Setpoint contact (Afstandsregeling) |
| LIM_SW1 Open/Close - Capaciteitsbegrenzing (Afstandsregeling) |
| FLOW_SW Open/Close - Contact stromingsbeveiliging/externe beveiliging |
| leak_v nn.n Volt Lekdetector waarde |
| Lock_sw2 Open/Close - Contact externe beveiliging |
4.9.6 - OUTPUTS-menu (Uitgangen)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING | |||
| CP_A1 On/Off - Compressor uitgang A1 | |||
| CP_A2 On/Off - Compressor uitgang A2 | |||
| FAN_A1 | 0-2 | - Ventilator toerental A1 | |
| FAN_A2 | 0-2 | - Ventilator toerental A2 | |
| EXV_A | nnn | % | Hoofdstand EXV |
| EXV_ECO | nnn | % | Stand EXV Eco |
| EV_VALV1 On/Off - Compressorafsluitklep A1/EXV Eco | |||
| EV_VALV2 On/Off - Compressorafsluitklep A2/EXV Eco | |||
| RV_A | On/Off - Vierwegkleppen | ||
| EXC_HEAT | On/Off - Verwarming warmtewisselaar | ||
| BOILER | On/Off - Uitgang verwarmingsketel | ||
| EHS_STEP | n | - Trap elektrische verwarming | |
| PUMP_1 | On/Off - Uitgang pomp 1 | ||
| ALARM | On/Off - Alarm relais | ||
| RUNNING | On/Off - Unit aan relais | ||
4.9.7 - RUNTIME-menu (Draai-uren)
| NAAM FORMAAT | EENHEDEN | BESCHRIJVING | |
| HR_MACH nnnnn | uren | Aantal unit draai-uren | |
| st_mach | nnnnn | - Aantal machinestarts | |
| HR_CP_A1 | nnnnn | uren | Aantal draai-uren compressor A1 |
| st_cp_a1 | nnnnn | - Aantal starts compressor A1 | |
| HR_CP_A2 | nnnnn | uren | Aantal draai-uren compressor A2 |
| st_cp_a2 | nnnnn | - Aantal starts compressor A2 | |
| hr_fana1l | nnnnn | uren | Aantal draai-uren op lage toeren ventilator A1 |
| hr_fana1h | nnnnn | uren | Aantal draai-uren op hoge toeren ventilator A1 |
| hr_fana2l | nnnnn | uren | Aantal draai-uren op lage toeren ventilator A2 |
| hr_fana2h | nnnnn | uren | Aantal draai-uren op hoge toeren ventilator A2 |
| hr_pump | nnnnn | uren | Aantal draai-uren pomp |
4.9.8 - MODES-menu (Bedrijfstypen)
| NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING | ||
| m_limit Ja/Nee | - Capaciteitsbegrenzing actief | |
| m_ramp | Ja/Nee | - Afkoelsnelheid actief |
| m_cooler | Ja/Nee | - Warmtewisselaar-verwarming actief |
| m_SM Ja/Nee - Aquasmart actief | ||
| m_leadla | Ja/Nee - Master/slave actief | |
| m_night | Ja/Nee | - Laag-geluid niveau nachtbedrijf actief |
| m_heater | Ja/Nee | - Elektrische verwarmingstrappen actief |
| m_boiler | Ja/Nee | - Verwarmingsketel actief |
| m_defr_a | Ja/Nee | - Ontdooien actief |
| m_sst_a | Ja/Nee | - Lage zuiggastemperatuur |
| m_dgt_a | Ja/Nee | - Hoge persgastemperatuur |
| m_hp_a | Ja/Nee | - Hogedruk |
| m_sh_a | Ja/Nee | - Lage superheat |
4.9.9 - ALARMS-menu (Alarm)
| NAAM | BESCHRIJVING |
| ALARMRST | Alarm reset |
| CUR_ALRM | Huidige alarmen |
| ALMHIST1 | Alarm geheugen |
4.9.10 - CONFIG-menu (Configuratie)
| NAAM BESCHRIJVING |
| GEN_CONF Algemeen configuratiemenu |
| PUMPCONF Pomp configuratiemenu |
| HC_CONFIG Configuratiemenu verwarmingsbedrijf |
| RESETCFG Reset configuratiemenu |
| USERCONFIG Gebruikers configuratiemenu |
| SCHEDULE Klokschema |
| HOLIDAY Vakantieschema |
| BRODCAST Regeling zomer-wintertijd |
| DATETIME Datum en tijd menu |
| DISPLAY Configuratie display |
| CTRL_ID Identificatie regeling |
4.9.11 - ALARMRST-menu (Alarmreset)
| NAAM FORMAAT | EENHEDEN | BESCHRIJVING | |
| RST_ALM | Ja/Nee | - | Alarm reset |
| ALM | Normal | - | Alarm status |
| alarm_1c | nnnnn | - | Actuele alarm 1 |
| alarm_2c | nnnnn | - | Actuele alarm 2 |
| alarm_3c | nnnnn | - | Actuele alarm 3 |
| alarm_4c | nnnnn | - | Actuele alarm 4 |
| alarm_5c | nnnnn | - | Actuele alarm 5 |
| alarm_1 | nnnnn | - | Actuele JBus alarm 1 |
| alarm_2 | nnnnn | - | Actuele JBus alarm 2 |
| alarm_3 | nnnnn | - | Actuele JBus alarm 3 |
| alarm_4 | nnnnn | - | Actuele JBus alarm 4 |
| alarm_5 | nnnnn | - | Actuele JBus alarm 5 |
4.9.12 - CUR\_ALRM-menu (Actueel alarm)
Dit menu geeft maximaal 10 actieve alarmen weer. Voor elk alarm worden zowel tijd en datum afgebeeld waarop het alarm werd gegenereerd als de alarmbeschrijving. Elk scherm toont 1 alarm.

4.9.13 - ALMHIST1-menu (Alarmgeheugen)
Dit menu geeft maximaal 20 alarmen weer die bij de unit zijn voorgekomen. Voor elk alarm worden zowel tijd en datum afgebeeld waarop het alarm werd gegenereerd als de alarmbeschrijving. Elk scherm toont 1 alarm.

| NAAM | BESCHRIJVING |
| OCC1P01S | Unit aan/uit tijdschema |
| OCC1P02S | Unit setpoint selectie tijdschema |
4.9.15 - HOLIDAY-menu (Vakantie)
| NAAM | BESCHRIJVING |
| HOLDY_01 | Vakantie periode 1 |
| HOLDY_02 | Vakantie periode 2 |
| HOLDY_03 | Vakantie periode 3 |
| HOLDY_04 | Vakantie periode 4 |
| HOLDY_05 | Vakantie periode 5 |
| HOLDY_06 | Vakantie periode 6 |
| HOLDY_07 | Vakantie periode 7 |
| HOLDY_08 | Vakantie periode 8 |
| HOLDY_09 | Vakantie periode 9 |
| HOLDY_10 | Vakantie periode 10 |
| HOLDY_11 | Vakantie periode 11 |
| HOLDY_12 | Vakantie periode 12 |
| HOLDY_13 | Vakantie periode 13 |
| HOLDY_14 | Vakantie periode 14 |
| HOLDY_15 | Vakantie periode 15 |
| HOLDY_16 | Vakantie periode 16 |
4.9.16 - BRODCAST-menu (Uitzenden)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING | ||
| ccnbroad 0/1/2 2 - Activeert uitzenden | ||
| 0 = gedeactiveerd, 1= uitzenden tijdens vakantie in het netwerk, 2 = uitzenden tijdens vakantie, alleen machine | ||
| oatbusnm 0 tot 239 0 - Uitzenden van de buitenluchttemperatuur | Busnummer van de machine met de buitenluchttemperatuur | |
| oatlocad 0 tot 239 0 - Elementnummer van de machine met de buitenluchttemperatuur | ||
| dayl_sel Disable/Enable Disable - Activeren zomertijd, wintertijd | ||
| Zomertijd | ||
| startmon | 1 tot 12 | 3 - Maand |
| startdow | 1 tot 7 | 7 - Dag van de week (1 = Maandag) |
| startwom | 1 tot 5 | 5 - Week van de maand |
| Wintertijd | ||
| stopmon | 1 tot 12 | 10 - Maand |
| stoptdow | 1 tot 7 | 7 - Dag van de week (1 = Maandag) |
| stopwom | 1 tot 5 | 5 - Week van de maand |
4.9.17 - GENCONF-menu (Algemene configuratie)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN | BESCHRIJVING | |||
| ramp_sel | Nee/Ja | Nee | - | Volgorde afkoelsnelheid per circuit |
| off_on_d | 1 tot 15 | 1 | min | Opstartvertraging |
| nh_start | 00:00 tot 24:00 | 00:00 | - | Start-uur nachtbedrijf |
| nh_end | 00:00 tot 24:00 | 00:00 | - | Stop-uur nachtbedrijf |
| bas_menu | 0 tot 3 0 - | Basis menu configuratie | 0 = volledige toegang1 = toegang tot het alarmmenu met password2 = toegang tot het setpointmenu met password3 = combinatie van 1 en 2 | |
| synoptic | Ja/Nee | Nee | - | Weergave overzichtsschema |
4.9.18 - PUMPCONF-menu (Pomp configuratie)
| NAAM | FORMAAT | DEFAULT | EENHEDEN | BESCHRIJVING |
| pump_seq | Ja/Nee | Nee | - | Beschikbaarheid warmtewisselaar pomp |
| pump_per | Ja/Nee | Nee | - | Omschakeltijd tussen de pompen |
| pump_sby | Ja/Nee | Nee | - | Vastloopbeveiliging pomp |
| pump_loc | Ja/Nee | Ja | - | Pomp afgeschakeld in standby bedrijf |
| pump_loc Nee/Ja | ^8 | Ja | - | Controle van de stroming wanneer de pomp is gestopt |
4.9.19 - HCCONFIG-menu (Verwarming/koeling configuratie)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN | BESCHRIJVING | |||
| hr_sel | 0 tot 3 | 0 | - | Keuze reset verwarming0 = geen, 1 = buitenluchttemp., 2 = delta T |
| heat_th | -20 tot 0 | -15 | °C | Limiet buitenluchttemperatuur verwarmingsbedrijf |
| boil_th | -15 tot 15 | -10 | °C | Limiet buitenluchttemperatuur verwarmingsketel |
| ehs_th | -5 tot 21 | 5 | °C | Limiet buitenluchttemperatuur elektrische verwarmingstrappen |
| ehs_back | Ja/Nee | Nee | - | 1 beveiligingtrap elektrische verwarming |
| ehs_pull | 0 tot 60 | 0 | min | Startvertraging van de eerste elektrische verwarmingstrap |
| ehs_defr | Ja/Nee | Nee | - | Snelstart elektrische verwarmingstrappen in ontdooibedrijf |
4.9.20 - RESETCFG-menu (Setpoint reset)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN | BESCHRIJVING | |||
| oathr_non | -10 tot 51,7 | -10 | °C | Buitenluchttemperatuur voor geen reset |
| oathr_fu | -10 tot 51,7 | -10 | °C | Buitenluchttemperatuur voor maximum reset |
| dt_hr_non | -17,8 tot -3,9 | -17,8 | ^C | Delta T voor geen reset |
| dt_hr_fu | -17,8 tot -3,9 | -17,8 | ^C | Delta T voor maximum reset |
| v_hr_non | -17,8 tot -6,7 | -17,8 | mA | Huidige waarde voor geen reset |
| v_hr_fu | -17,8 tot -6,7 | -17,8 | mA | Huidige waarde voor maximum reset |
| hr_deg | -34,4 tot 1,1 | -17,8 | ^C | Resetwaarde verwarmingsbedrijf |
4.9.21 - USERCONF-menu (Gebruikers configuratie)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN | BESCHRIJVING | |||
| language | 0 tot 4 | 0 - Taalkeuze | Engels = 0, Spaans = 1, Frans = 2, Duits = 3, Italiaans = 4, Vertalen = 5 | |
| use_pass | 1 tot 9999 | 11 | - | Gebruikers password |
4.9.22 - DATETIME-menu (Datum en tijd)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING | |||
| hour 0 tot 24 hours Uur | |||
| minutes 0 tot 59 minutes Minuten | |||
| dow 1 tot 7 Dag van de week | |||
| tom_hol Nee/Ja Nee - | Vakantie morgen? | ||
| tod_hol | Nee/Ja Nee - | Vakantie vandaag? | |
| dlig_off | Nee/Ja | - | Omschakeling wintertijd actief? |
| dlig_on | Nee/Ja | - | Omschakeling zomertijd actief? |
| d_of_m | 1 tot 31 | Dag van de maand | |
| month | 1 tot 12 | Maand | |
| year | 0 tot 99 | Jaar | |
4.9.23 - CTRL_ID-menu (Identificatie regeling)
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING | ||||
| elemt_nb | 1 tot 239 | 1 | - | Element nr. |
| bus_nb | 0 tot 239 | 0 | - | Bus nr. |
| baudrate | 9600 tot 38400 | 9600 | - | Communicatiesnelheid |
| PRO-DIALOG + 61AF | Beschrijving | |||
| CSA-SR-20H430NN- | Software versieSerienummer | |||
4.9.24 - OCC1PSX menu (Schema)
De regeling heeft twee tijdklokprogramma's:
Met het eerste tijdklokprogramma (Nr. 1) kan de machine automatisch overschakelen van bezet bedrijf naar onbezet bedrijf, waarbij de unit wordt gestart tijdens bezette perioden.
Met het tweede tijdklokprogramma (Nr. 2) kan het actieve setpoint automatisch omschakelen van een bezet setpoint naar een onbezet setpoint, indien de mode Auto is geselecteerd.
Setpoint 1 wordt gebruikt tijdens bezette periodes en setpoint 2 tijdens onbezette periodes.
Ieder schema heeft tussen 1 en 8 door de gebruiker in te stellen bezette perioden. Deze kunnen worden gemarkeerd als wel of niet actief op iedere dag van de week plus een vakantieperiode. De dag begint om 00.00 en eindigt om 23.59 uur.
Het programma werkt in onbezet bedrijf tenzij er een tijdschema in werking is. Als twee perioden elkaar overlappen en op dezelfde dag actief zijn dan krijgt de bezette periode de prioriteit.
Elk van de acht perioden kan worden afgebeeld en gewijzigd met behulp van een sub-sub-menu. In de navolgende tabel kunt u zien hoe toegang te verkrijgen tot de periode configuratie. De methode is dezelfde voor zowel tijdschema 1 als 2.
Voorbeeld tijdschema:
| Time | MON | TUE | WES | THU | FRI | SAT | SUN | HOL |
| 0 | P1 | |||||||
| 1 | P1 | |||||||
| 2 | P1 | |||||||
| 3 | ||||||||
| 4 | ||||||||
| 5 | ||||||||
| 6 | ||||||||
| 7 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | P5 | ||
| 8 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | P5 | ||
| 9 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | P5 | ||
| 10 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | P5 | ||
| 11 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | P5 | ||
| 12 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | |||
| 13 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | |||
| 14 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | |||
| 15 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | |||
| 16 | P2 | P2 | P3 | P4 | P4 | |||
| 17 | P2 | P2 | P3 | |||||
| 18 | P3 | |||||||
| 19 | P3 | |||||||
| 20 | P3 | |||||||
| 21 | P6 | |||||||
| 22 | ||||||||
| 23 |
| Begint om | Eindigt om | Actief op | |
| P1: periode 1, | 0.00 uur | 3.00 uur | Maandag |
| P2: periode 2, | 7.00 uur | 18.00 uur | Maandag + Dinsdag |
| P3: periode 3, | 7.00 uur | 21.00 uur | Woensdag |
| P4: periode 4, | 7.00 uur | 17.00 uur | Donderdag + Vrijdag |
| P5: periode 5, | 7.00 uur | 12.00 uur | Zaterdag |
| P6: periode 6, | 20.00 uur | 21.00 uur | Vakantie |
| P7: periode 7, | In dit voorbeeld niet gebruikt | ||
| P8: periode 8, | In dit voorbeeld niet gebruikt | ||
| Configuratie menu bezet en onbezet bedrijf | |
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING | |
| OVR_EXT 0-4 0 hours Overbrugging Bezet schema | |
| DOW1 0/1 11111111 - Periode 1 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | |
| Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie | |
| OCCTOD1 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD1 0:00-24:00 24:00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW2 0/1 0 - Periode 2 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD2 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD2 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW3 0/1 0 - Periode 3 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD3 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD3 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW4 0/1 0 - Periode 4 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD4 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD4 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW5 0/1 0 - Periode 5 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD5 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD5 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW6 0/1 0 - Periode 6 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD6 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD6 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW7 0/1 0 - Periode 7 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD7 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD7 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| DOW8 0/1 0 - Periode 8 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag | Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie |
| OCCTOD8 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd | |
| UNOCTOD8 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd | |
| Modify value | |
| OCCT0D1 | |
| 00:00 | |
| 12.2_ | |
| Occupied from | |
Beschrijving van het scherm Itemnaam Waarde vóór wijziging Waarde tijdens wijziging 12h2_
4.9.25 - hoLIDY0Xs-menu (vakantie)
Deze functie wordt gebruikt om maximaal 16 vakantieperioden te programmeren. Iedere periode wordt gedefinieerd met behulp van drie parameters: maand, begindag en tijdsduur van de periode. Gedurende de vakantieperiode werkt de regeling in bezet of onbezet bedrijf, afhankelijk van de vastgelegde perioden.
Elk van deze vakatieperioden kan worden afgebeeld en gewijzigd met behulp van een sub-menu.
LET OP: De uitzend functie moet geactiveerd zijn om het vakantieschema te kunnen gebruiken, zelfs al werkt de unit in autonoom bedrijf (zonder CCN-regeling).
| NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN | BESCHRIJVING | ||
| HOL_MON | 0-12 | 0 | - Vakantie maand |
| HOL_DAY | 0-31 | 0 | - Vakantie dag |
| HOL_LEN 0-99 | 0 | - Duur van de vakantie | |
5 - MACHINEBEDRIJF MET DE PRO-DIALOG+ REGELING
5.1 - Start/stop regeling
In onderstaande tabel zijn opgenomen het type regeling en de start/stop status m.b.t. de volgende parameters:
- Bedrijfstype: dit wordt geselecteerd met de start/stop toets op de voorzijde van de gebruikers-interface. LOFF: Local off (Lokaal uit), L-C: Local on (Lokaal aan), L-SC: Local schedule (Lokaal tijdschema), REM: remote (Afstandsregeling), CCN: netwerk, MAST: Master
- Start/stop contacten op afstand: worden gebruikt wanneer de unit in Afstandsregeling (Remote) werkt. Zie hoofdstukken 3.6.2 en 3.6.3.
-
CHIL_S_S: deze netwerkcommando variabele wordt gebruikt wanneer de unit in netwerk bedrijf (CCN) werkt.
-
Commando ingesteld op Stop: de unit wordt afgeschakeld.
- Commando ingesteld op Start: de unit werkt volgens het tijdschema 1.
- Start/Stop schema: status bezet of onbezet van de unit zoals bepaald door het tijdklokprogramma (Schema 1).
- Master/slave regeling: deze parameter wordt gebruikt wanneer de unit in een master/slave opstelling werkt. Het type regeling van de master-unit bepaalt of de unit lokaal, op afstand of via CCN wordt geregeld (deze parameter moet worden ingesteld door Carrier Service).
- CCN-noodstop: wanneer deze is geactiveerd dan wordt de unit afgeschakeld, ongeacht het actieve bedrijfstype.
- Algeheel alarm: de unit wordt afgeschakeld door een alarmmelding.
| ACTIEF BEDRIJFSTYPE STATUS VAN DER PARAMETERS TYPE | |||||||||||||
| LOFF L-C L-SC REM CCN MAST CHIL_S_S Start/Stop | contacten op afstand | Type regeling Master | Start/Stop tijdschema | CCN noodstop | Algeheel alarm | REGELING | EENHEDEN BEDRIJFS-TYPE | ||||||
| - | - | - | - | - | - | - | - | - | Geactiveerd | - | - | Gesloten | |
| - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | Ja | - | Gesloten | |
| - | - | - | - | Actief | - | Gedeactiveerd | - | - | - | - | CCN | Gesloten | |
| - | - | - | - | Actief | - | - | - | Onbezet | - | - | CCN | Gesloten | |
| - | - | - | - | - | Actief | Gedeactiveerd | - | CCN | - | - | CCN | Gesloten | |
| - | - | - | - | - | Actief | - | - | CCN | Onbezet | - | CCN | Gesloten | |
| - | - | - | - | Actief | - | Geactiveerd | - | - | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | CCN | Open |
| - | - | - | - | - | Actief | Geactiveerd | - | CCN | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | CCN | Open |
| Actief | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | Lokaal | Gesloten | |
| - | - | Actief | - | - | - | - | - | - | Onbezet | - | - | Lokaal | Gesloten |
| - | - | - | - | - | Actief | - | - | Lokaal | Onbezet | - | - | Lokaal | Gesloten |
| - | Actief | - | - | - | - | - | - | - | - | Gedeactiveerd | Nee | Lokaal | Open |
| - | - | Actief | - | - | - | - | - | - | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | Lokaal | Open |
| - | - | - | - | - | Actief | - | - | Lokaal | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | Lokaal | Open |
| - | - | - | Actief | - | - | - | Open | - | - | - | - | Op afstand | Gesloten |
| - | - | - | Actief | - | - | - | - | - | Onbezet | - | - | Op afstand | Gesloten |
| - | - | - | - | - | Actief | - | Open | Op afstand | - | - | - | Op afstand | Gesloten |
| - | - | - | - | - | Actief | - | - | Op afstand | Onbezet | - | - | Op afstand | Gesloten |
| - | - | - | Actief | - | - | - | Gesloten | - | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | Op afstand | Open |
| - | - | - | - | - | Actief | - | Gesloten | Op afstand | Bezet | Gedeactiveerd | Nee | Op afstand | Open |
5.2 - Regeling pomp van warmtewisselaar
Master/slave-regeling is niet geactiveerd, of is geactiveerd en de unit is de master-unit:
In de modi On, Stopping of Delay, als de unit is gestopt, wordt de pomp gestart en blijft deze 20 seconden draaien nadat de compressor is gestopt. Hij staat stil als de ketel actief is, maar kan worden gestart als gevolg van de capaciteitsbegrenzing.
De master/slave-functie is actief en de unit is de slave-unit:
De pomp wordt gestart wanneer de unit wordt gestart en indien de limiet van opgenomen vermogen boven 1% is. Ander stopt de pomp 30 seconden nadat de laatste compressor is gestopt, behalve indien de configuratieparameter "lag_pump" is geconfigureerd om de pomp in te schakelen, zelfs als deze is ingesteld om te stoppen. In dit geval is de pomp voortdurend in bedrijf.
Een periodieke snelle start van de pomp is geconfigureerd:
De waterpomp wordt dagelijks om 14.00 uur voor twee seconden ingeschakeld.
5.3 - Vergrendelcontact
Dit contact controleert de status van een regelkring (stro-mingsschakelaar en externe beveiliging, zie hoofdstuk 3.6). Bij geopend contact mag de unit niet starten wanneer de vertragingstijd is verstreken. Wanneer de unit in werking is leidt dit open contact tot een alarm afschakeling.
5.4 - Warmtewisselaar vorstbeveiliging
De verwarming voor de warmtewisselaar en waterpomp (voor units met pomp) kan worden bekrachtigd om de warmtewisselaar te beschermen die door bevriezing kan worden beschadigd tijdens langere stilstand bij lage buiten-temperaturen.
OPMERKING: De parameters voor regeling van de warmtewisselaar-verwarming kunnen worden gewijzigd door Carrier Service.
5.5 - Regelpunt
Het regelpunt vertegenwoordigt de watertemperatuur die de unit moet produceren. Standaard wordt er geregeld op waterintredetemperatuur, maar kan ook worden ingesteld op wateruittredetemperatuur regeling (hiervoor moet Carrier Service een instelling configureren).
Regelpunt = Actief setpoint + reset
5.5.1 - actief setpoint
In verwarmingsbedrijf kunnen twee setpoints geselecteerd worden. Het tweede koclsetpoint wordt gewoonlijk gebruikt voor onbezette perioden.
Afhankelijk van het actuele bedrijfstype kan het actieve setpoint worden gekozen:
• door keuze van het item in het GENUNIT-menu,
• met externe contacten,
• met Netwerk-commando's,
- met het setpoint tijdklokprogramma (schema 2).
Onderstaande tabel geeft de selecties weer afhankelijk van het type regeling (lokaal, op afstand of CCN) en de volgende parameters:
- Keuze setpoint in lokale regeling: met item LSP_SEL van het GENUNIT-menu kan het actieve setpoint worden gekozen wanneer de unit in lokaal bedrijf werkt,
- Bedrijfstype,
- Contact setpointselectie: status van de setpointselectie contacten,
- Status Schema 2: tijdklokprogramma Setpointkeuze.
BEDRIJFSTYPE LOKAAL
| PARAMETER STATUS | ||
| Bedrijfstype Keuze setpoint in lokaal regeling | Status schema 2 | Actief setpoint |
| Verwarming sp1 - Verwarmings-setpoint 1 | ||
| Verwarming sp2 - Verwarmings-setpoint 2 | ||
| Verwarming Auto Bezet Verwarmings-setpoint 1 | ||
| Verwarming Auto Onbezet Verwarmings-setpoint 2 | ||
BEDRIJFSTYPE AFSTANDSREGELING
| PARAMETER STATUS |
| Bedrijfstype Setpointselectie contact Actief setpoint |
| Verwarming sp1 (open) Verwarmings-setpoint 1 |
| Verwarming sp2 (gesloten) Verwarmings-setpoint 2 |
5.5.2 - Reset
Door een reset wordt het actieve setpoint zo verschoven dat het door de unit opgenomen vermogen verlaagd wordt. Het setpoint wordt verlaagd.
In het algemeen is deze wijziging een reactie op een verlaging van de belasting. Voor het Pro-Dialog+ systeem kan het reset-type worden geconfigureerd in HCCONFIG-tabel (4.9.20).
Deze reset kan gebaseerd zijn op:
- de buitentemperatuur:
- dit geeft een meting van de belastingtrend voor het gebouw
- als de buitentemperatuur daalt gaat het setpoint weer omhoog.
- of de temperatuur van het retourwater:
- dit is de warmtewisselaar delta T en geeft de gemiddelde belasting voor het gebouw
- als het temperatuurverschil afneemt, wordt het setpoint verlaagd.
In beide gevallen kunnen de reset-parameters (verloop, type en maximale waarde) in het RESETCFG-menu (4.9.21) worden geconfigureerd. Reset is een lineaire functie waarvoor drie parameters moeten worden ingesteld:
- Een referentie waarbij de reset nul is (buitenluchttemperatuur of Delta T - geen reset waarde).
- Een referentie waarbij de reset maximaal is (buiten-lucht-temperatuur of Delta T - volledige reset waarde).
- De maximum reset waarde.
5.6 - Capaciteitsbegrenzing
De capaciteitsbegrenzing wordt gebruikt om het elektriciteitsverbruik te beperken. Door middel van potentiaalvrije contacten kan de capaciteitsbegrenzing worden vrijgegeven.
Capaciteitsbegrenzing kan resulteren in een beperking van het opgenomen vermogen, minder geleverd vermogen of een beperking van het vermogen in de nachtmodus.
De capaciteit van de unit kan nooit hoger worden dan het door deze contacten geactiveerde Begrenzings-setpoint. De begrenzings setpoints kunnen in het SETPOINT-menu (4.9.20) gewijzigd worden.
5.7 - Capaciteitsregeling
Hiermee wordt het aantal actieve compressoren aangepast om de wateruittredetemperatuur op het setpoint te handhaven. De nauwkeurigheid waarmee dit gebeurt is afhankelijk van de capaciteit van het watercircuit, de stromings-snelheid, de belasting en het aantal beschikbare capaciteits-regeltrappen. Bij het berekenen van het optimale punt waarop een capaciteitstrap moet worden toegevoegd of afgeschakeld houdt de capaciteitsregeling voortdurend rekening met de volgende punten:
- de temperatuurafwijking ten opzichte van het setpoint,
- de mate waarin deze afwijking fluctueert,
- het verschil tussen waterintrede- en uittredetemperatuur.
Wanneer dezelfde compressor teveel starts (per uur) maakt, of na het starten steeds korter dan 1 minuut werkt, dan wordt het aantal compressorstarts automatisch verminderd, hetgeen tot gevolg heeft dat de regeling van de wateruittredetemperatuur minder nauwkcurig wordt.
Bovendien kunnen beveiligings-limieten als de hoge druk, lage druk of ontdooi beveiligingen de nauwkeurigheid ook beïnvloeden. De compressoren worden bij toerbeurt gestart en gestopt om het aantal starts te egaliseren (waarde bepaald door draai-uren).
5.8 - Ontdooifunctie
De ontdooifunctie wordt geactiveerd om ijsvorming op de lucht-warmtewisselaar te voorkomen. Tijdens de ontdooicyclus worden de ventilatoren van dat circuit afgeschakeld en de 4-weg koudemiddelklep wordt omgekeerd waardoor de unit in koelbedrijf gaat werken. Tijdens de ontdooicyclus kan de ventilator tijdelijk worden herstart. De ontdooicyclus verloopt volledig automatisch en heeft geen instelling nodig.
5.9 - Regeling extra elektrische verwarmingstrappen
Als optie kan de warmtepomp maximaal vier extra elektrische verwarmingstrappen aansturen.
De verwarmingstrappen worden geactiveerd als aanvulling op de verwarmingscapaciteit wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De unit gebruikt 100% van de beschikbare verwarmingscapaciteit, of de unit wordt in zijn werking begrensd door een beveiliging (lage zuiggastemperatuur, heetgas of ontdooicyclus in werking). In alle gevallen kan niet aan de verwarmingsvraag worden voldaan.
- De buitenluchttemperatuur is lager dan een ingesteld limiet (zie HCCONFIG-menu, 4.9.20).
- De capaciteitsbegrenzing is niet actief.
De laatste beschikbare verwarmingstrap kan door de gebruiker worden geconfigureerd als veiligheidstrap. In dit geval komt de veiligheidstrap alleen in na de andere trappen bij een machine-storing die gebruik van de verwarmings-capaciteit verhindert. De andere elektrische verwarmings-trappen blijven functioneren zoals hierboven beschreven.
5.10 - Regeling van een verwarmingsketel
De unit kan het starten van een verwarmingsketel regelen. Zodra de verwarmingsketel in werking is wordt de warmtepomp afgeschakeld. Een warmtepomp en een verwarmingsketel kunnen niet gelijktijdig werken.
De uitgang van de verwarmingsketel wordt geactiveerd bij de volgende condities:
- Een storing voorkomt gebruik van de verwarmingscapaciteit.
- De unit werkt bij zeer lage buitentemperatuur waardoor de verwarmingscapaciteit onvoldoende is. De limiet van de buitentemperatuur voor toepassing van de verwarmingsketel is vast ingesteld op -10°C maar deze waarde kan worden gewijzigd in HCCONFIG-menu (4.9.20).
OPMERKING: Voor slave-units is regeling van elektrische verwarmingstrappen of een verwarmingsketel niet toege-staan.
5.11 - Eco-functie
De 61AF units beschikken over een Eco-functie. Deze functie is gebaseerd op de circulerende koelmiddelstroom en laat toe dat het oververhittingssetpoint in stand wordt gehouden. De functie is niet beschikbaar tijdens ontdooien en de eerste minuut van het bedrijf.
Het doel van deze functie is om een betere prestatie en hoger rendement te behalen.
5.12 - Master/slave opstelling
MASTER/SLAVE INSTELLINGEN WORDEN DOOR CARRIER SERVICE INGESTELD.
Twee Pro-Dialog+ units kunnen in een Master-Slave-opstelling worden gekoppeld, waarbij de beide units via de CCN-Bus verbonden moeten worden. Alle parameters die nodig zijn voor de master/slave functie moeten worden ingesteld door Carrier Service.
Bij wateruittrede regeling van de warmtewisselaar moet voor Master-Slave bedrijf een extra temperatuuropnemer (optie) van elke machine worden aangesloten op de verzamelleiding. Dit is niet nodig bij waterintrede regeling.
De Master-Slave opstelling kan werken met constante of variabele waterhoeveelheid. Bij variabele waterhoeveelheid moet elke unit zijn eigen waterpomp regelen en de pomp automatisch afschakelen bij een koelcapaciteit van nul.
Bij constante waterhoeveelheid moeten de pompen van alle units continu in werking zijn wanneer het systeem werkt. De master-unit kan een gezamenlijke pomp regelen die wordt geactiveerd wanneer het systeem wordt gestart. In dit geval wordt de pomp van de slave-unit niet gebruikt.
Alle regelcommando's naar het Master-Slave-systeem (Start/Stop, setpoint, capaciteitsafschakeling etc.) worden verwerkt door de als "Master" geconfigureerde unit en moeten daarom alleen aan de Master-unit worden gegeven. Van daaruit worden ze dan automatisch naar de slave-unit doorgegeven.
De master-unit kan lokaal, op afstand of via CCN worden geregeld. Om de units te starten hoeft alleen het bedrijfs-type van de master-unit (Master) te worden geactiveerd. Als de master-unit is geconfigureerd voor regeling op afstand gebruik dan de potentiaal-vrije contacten op afstand voor start/stop.
De slave-unit moet continu in CCN-regeling blijven. Kies, om de master/slave units af te schakelen, Lokaal Uit (Local Off) op de master-unit of gebruik, als de unit is geconfigureerd voor afstandsregeling, de potentiaalvrije contacten op afstand.
De Master-unit kan (afhankelijk van de configuratie) o.a. bepalen of de master- of de slave-unit als leidende, c.q. volg-unit moet werken. De rollen van leidende- en volg-unit worden omgedraaid wanneer het verschil in draai-uren van de beide units een te configureren waarde overschrijdt. Zo wordt gegarandeerd dat de draai-uren worden geëgalisceerd.
De omschakeling tussen leidende- en volg-unit kan zowel tijdens de start of tijdens bedrijf plaatsvinden.
De leidende unit wordt altijd als eerste gestart. Wanneer de leidende unit zijn volle bedrijfscapaciteit heeft bereikt, wordt de (te configureren) inschakelvertragingstijd van de volg-unit gestart. De unit kan starten nadat de tijd verstreken is en wanneer de afwijking van het regelpunt hoger is dan 1,7°C. Op dat moment wordt de koelerpomp van de volg-unit aangeschakeld. De unit gebruikt automatisch het actieve setpoint van de Master-unit. De leidende unit blijft op zijn volle bedrijfscapaciteit werken tot de actieve capaciteit van de volg-unit hoger is geworden dan nul. Wanneer de volg-unit afgeschakeld wordt, blijft de koelerpomp nog twintig seconden in werking.
Bij communicatiestoring tussen de beide units keert iedere unit terug naar autonoom bedrijf, tot de storing is verholpen. Wanneer de Master-unit door een alarm afgeschakeld wordt, dan mag de slave-unit direct starten.
LET OP: Voor warmtepompen die in master/slave bedrijf werken en een NRCP2 print of elektrische verwarmings-trappen hebben, moet de waterintredetemperatuur worden geregeld.
6 - STORINGSDIAGNOSE EN OPLOSSINGEN
6.1 - Algemeen
In de PRO-DIALOG+-regeling is een zeer uitgebreide storingsdiagnose routine ingebouwd. De basis interface met zijn menu's geeft tocgang tot vele van de bedrijfscondities van de unit. Als er een werkingsfout wordt geconstateerd, dan wordt een alarm geactiveerd en een alarmcode opge-slagen in het Alarm-menu, sub-menu's CUR_ALRM (4.9.13) en ALARMRST (4.9.12).
6.2 - Afbeelden van alarmmeldingen
Via de Alarm-LED van het bedieningspancel (zie hoofdstuk 3.1) kunnen alarmmeldingen van de unit direct worden afgebeeld.
- De knipperende LED geeft aan dat het circuit werkt, maar onder een alertconditie.
- De continu verlichte LED geeft aan dat het circuit door een alarmconditie is afgeschakeld.
In het ALARMRST-menu (4.9.12) van het bedieningspaneel kunnen maximaal 5 actieve alarmcodes worden afgebeeld.
6.3 - Reset van alarmmeldingen
Nadat de oorzaak van het alarm is verholpen kan het alarm, afhankelijk van het soort, worden gereset:
- automatisch bij terugkeer naar normaal bedrijf
- handmatig op de unit.
Reset van alarmmeldingen kan zelfs plaatsvinden als de unit in bedrijf is. Het is daarom mogelijk om een alarm te resetten zonder de machine af te schakelen.
Als de elektrische voeding wordt onderbroken herstart de unit automatisch als de voeding weer is hersteld. Alarmmeldingen die actief waren toen de voeding werd onderbroken zijn opgeslagen en zouden er de oorzaak van kunnen zijn dat een circuit, of de unit, niet herstart.
Hand-reset moet worden uitgevoerd via het bedieningspaneel via het ALARMRST menu (4.9.12), item RST_ALM. Afhankelijk van de configuratie in het GENCONF menu (4.9.18), kan toegang tot het item zijn beveiligd met een password.
| AlarmNr. | Alarm-code | Alarm-beschrijving Reset type Mogelijke oorzaak Actie van de regeling | ||
| Thermistorfouten | ||||
| 1 th-01 | Fout gekoelde vloeistof intrede thermistor | Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | |
| 2 th-02 | Fout gekoelde vloeistof uittrede thermistor | Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | |
| 3 th-03 | Fout ontdooi-opnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | ||
| 4 th-03 | Fout ontdooi-opnemer, tweede warmtewisselaar | Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | |
| 5 th-10 | Fout buitenluchttemperatuur opnemer | Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | |
| 6 th-11 | Fout CHWS (master/slave) vloeistof thermistor | Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Master/slave bedrijf wordt gestopt | |
| 7 th-12 | Fout zuiggas temperatuuropnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor Unit wordt afgeschakeld | ||
| 8 th-24 | Fout Economizer opnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal is | Fout thermistor De Economizer wordt gestopt | ||
| Drukopnemerfouten | ||||
| 9 Pr-01 | Fout persdrukopnemer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal is | Fout drukopnemer of montagefout | Unit wordt afgeschakeld | |
| 10 Pr-04 | Fout zuigdrukopnemer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal is | Fout drukopnemer of montagefout | Unit wordt afgeschakeld | |
| 11 Pr-13 | Fout drukopnemer Economizer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal is | Fout drukopnemer of montagefout | Geen | |
| 12 | Pr-24 Fout drukopnemer waterpomp Automatisch als de gemeten spanning weer normaal is | Fout drukopnemer of montagefout | Unit wordt afgeschakeld | |
| Communicatiefouten | ||||
| 13 | Co-E1 Communicatiestoring met EXV-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteld | Bedradingsfout, defecte slaveprint | Unit wordt afgeschakeld | |
| 14 Co-O1 | Communicatiestoring met PD_AUX 1-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteld | Bedradingsfout, defecte slaveprint | Unit met optionele waterdruk opnemers, unit wordt afgeschakeld | |
| 15 Co-O2 | Communicatiestoring met PD_AUX 2-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteld | Bedradingsfout, defecte slaveprint | Geen | |
| 16 A1-01 | CP A1 fout: Electronische thermische beveiliging open Handmatig | Compressor te heet | Compressor wordt afgeschakeld | |
| 17 A2-01 | CP A2 fout: Electronische thermische beveiliging open Handmatig | Compressor te heet | Compressor wordt afgeschakeld | |
| Procesfouten | ||||
| 18 P-01 | Waterwarmtewisselaar vorstbeveiliging Automatisch als hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatig | Waterdebiet te laag of defecte thermistor | Unit wordt afgeschakeld | |
| 19 | P-05 Lage zuiggastemperatuur Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatig | Drukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddel | Unit wordt afgeschakeld | |
| 20 | P-08 Hoge oververhitting Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatig | Drukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddel | Unit wordt afgeschakeld | |
| 21 | P-11 Lage oververhitting Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatig | Drukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddel | Unit wordt afgeschakeld | |
| 22 P-14 | Fout stromingsbeveiliging en/of externe beveiliging Automatisch wanneer de unit handmatig is afgeschakeld, anders handmatig | Warmtewisselaar pomp defect of fout water stromings-beveiliging | Unit wordt afgeschakeld | |
| 23 P-16 | Compressor A1 niet gestart of geen druktoename Handmatig | Bedradingsfout | Compressor wordt afgeschakeld | |
| 24 P-17 | Compressor A2 niet gestart of geen druktoename Handmatig | Bedradingsfout | Compressor wordt afgeschakeld | |
| 25 P-29 | Communicatiestoring met de System Manager Automatisch wanneer de communicatie is hersteld | Foute CCN bus bedrading | Unit gaat in autonoom bedrijf werken | |
| 26 P-30 | Communicatiestoring tussen master en slave Automatisch wanneer de communicatie is hersteld | Foute CCN bus bedrading | Unit gaat in autonoom bedrijf werken | |
| 27 | P-31 CCN noodstop Handmatig | Netwerk commando | Unit wordt afgeschakeld | |
| 28 | P-32 Fout waterpomp 1 Handmatig | Pomp oververhit of ondeugdelijke aansluiting | Unit wordt geheel gestopt wanneer er geen reservepomp is | |
| 29 P-37 | Herhaaldelijke overbrugging hoge druk Automatisch | Drukopnemer defect of fout lucht-circulatie condensor | Geen | |
| 30 P-40 | Herhaaldelijke overbrugging lage zuiggastemperatuur in verwarmings-bedrijf Handmatig | Drukopnemer defect of te weinig koudemiddel | Unit wordt afgeschakeld | |
| 31 P-43 | Warmtewisselaar temperatuur te laag, minder dan 8°C, unit mag niet starten Automatisch wanneer de gemeten temperatuur weer normaal is | Compressorbeveiliging buiten limieten of drukopnemer fout | De unit kan niet starten | |
| 32 P-50 | Koudemiddellekkage Automatisch wanneer de concentratie terugkeert naar een lagere waarde dan de normale drempel | Koudemiddeltek of vluchtige componenten in de machine | Geen | |
6.4 - Alarmcodes (vervolgd)
| Alarm Nr. | Alarm-code | Alarmbeschrijving Reset type Mogelijke oorzaak Actie van de regeling | |||
| Procesfouten (vervolgd) | |||||
| 33 | P-63 | Fout hogedruk | Handmatig | Ventilatorfout, condensor vervuild, te hoge buitentemperatuur | Unit wordt afgeschakeld |
| 34 P-97 | Intrede-uittrede wateropnemers omgewisseld | Handmatig | Opnemer defect, opnemers omgewisseld | Unit wordt afgeschakeld | |
| 35 MC-nn | Master koelmachine configuratiefout | Automatisch wanneer de master configuratie weer normaal is of wanneer de unit niet meer in master/slave bedrijf werkt | Master/slave configuratiefout | Master/slave bedrijf wordt gestopt | |
| 36 | FC-nO | Geen fabrieksinstelling | Automatisch wanneer de configuratie is ingevoerd | Het unit type is niet geconfigureerd | Unit wordt afgeschakeld |
| 37 | FC-nn | Onjuiste fabriekinstelling | Handmatig | Het unit type is niet goed geconfigureerd | Unit wordt afgeschakeld |
| 38 | Sr-nn | Onderhoudsalert | Handmatig | Er is onderhoud verricht aan een van de kritieke componenten | Geen |
| 39 | P-28 | Extern beveiligingscontact | Automatisch | Het extern beveiligingscontact is geactiveerd | Unit wordt afgeschakeld |