CARRIER AquaSnap 61AF - Airconditioner

AquaSnap 61AF - Airconditioner CARRIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AquaSnap 61AF CARRIER in PDF-formaat.

📄 20 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice CARRIER AquaSnap 61AF - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Airconditioner (warmtepomp)
Merk Carrier
Model AquaSnap 61AF
Regeling Pro-Dialog+ elektronisch regelsysteem
Display 8-regelig alfanumeriek display met navigatietoetsen
Aantal compressoren Maximaal 2 (geregeld via NRCP2-basisprint)
Voeding regeling 24 VAC, geaard
Communicatie CCN-netwerk, LEN interne bus, RS-485
Bedrijfstypen Lokaal, afstandsbediening, CCN-netwerk, master/slave
Koelmiddelcircuit Eén circuit met elektronisch expansieventiel (EXV)
Functies Verwarming, koeling, ontdooi, eco-modus, capaciteitsregeling
Beschermingen Vorstbeveiliging, hogedruk, lagedruk, stromingsbeveiliging, thermische beveiliging compressoren
Alarmindicatie LED's op bedieningspaneel en printen, alarmcodes in menu
Setpoints 2 verwarmings-setpoints, instelbaar via menu of externe contacten
Capaciteitsbegrenzing Via potentiaalvrije contacten of CCN
Optionele uitbreidingen PD-AUX print voor elektrische verwarmingstrappen, EXV-print
Onderhoud Alleen door gekwalificeerd personeel; uitschakelen hoofdstroom voor werkzaamheden
Veiligheid Volg lokale voorschriften, draag veiligheidsbril en handschoenen
Toegangscode Gebruikerswachtwoord (standaard 11) voor parameterwijzigingen
Softwareversie CSA-SR-20H430NN- (voorbeeld)

Veelgestelde vragen - AquaSnap 61AF CARRIER

Hoe schakel ik de AquaSnap 61AF in?
Druk op de aan/uit-toets op het bedieningspaneel. Selecteer het gewenste bedrijfstype (Lokaal, Afstandsregeling of CCN) met de pijltjestoetsen en bevestig met Enter. De unit start dan volgens het gekozen commando.
Hoe reset ik een alarmmelding?
Ga naar het ALARMRST-menu in het bedieningspaneel. Kies RST_ALM en bevestig. Sommige alarmen resetten automatisch; voor andere moet handmatig worden gereset nadat de oorzaak is verholpen. Raadpleeg de alarmcodetabel in de handleiding voor details.
Wat betekenen de LED's op de printen?
De rode LED op de basisprint knippert (1 sec aan, 1 sec uit) bij normale werking. Een groene LED knippert bij goede communicatie op de LEN-bus. Een oranje LED knippert bij CCN-communicatie. Permanente of afwijkende knippering duidt op een defect.
Hoe stel ik het gewenste watertemperatuur-setpoint in?
Navigeer naar het SETPOINT-menu via het hoofdmenu. Wijzig hsp1 of hsp2 met de pijltjestoetsen en bevestig met Enter. Het actieve setpoint wordt gekozen via LSP_SEL in het GENUNIT-menu of via externe contacten.
Wat is de Pro-Dialog+ regeling?
Het is een elektronisch regelsysteem dat de compressor, ventilatoren, ontdooicycli en waterpomp aanstuurt. Het systeem bewaakt continu temperaturen en drukken en past de capaciteit aan om het setpoint te handhaven. Het biedt lokale, afstands- en netwerkbediening.
Hoe werkt de ontdooifunctie?
De ontdooifunctie wordt automatisch geactiveerd om ijsvorming op de luchtwarmtewisselaar te voorkomen. Tijdens de cyclus worden de ventilatoren uitgeschakeld en de vierwegklep omgekeerd, waardoor de unit tijdelijk in koelmodus werkt. De cyclus verloopt volledig automatisch.
Wat moet ik doen bij een alarmcode op het display?
Noteer de alarmcode (bijv. th-01 of P-01) en raadpleeg de alarmtabel in hoofdstuk 6 van de handleiding. De tabel geeft de mogelijke oorzaak, resettype en actie van de regeling. Verhelp de oorzaak (bijv. defecte thermistor, lage waterstroom) en reset het alarm indien nodig.
Kan ik de unit op afstand bedienen?
Ja, de unit kan worden bediend via potentiaalvrije contacten voor start/stop (afstandsregeling) of via het Carrier Comfort Network (CCN). Stel het bedrijfstype in op Remote of CCN via het menu. Sluit de contacten aan op het gebruikersklemmenblok.
Hoe onderhoud ik de AquaSnap 61AF?
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Regelmatig controleren van filters, warmtewisselaars en elektrische aansluitingen wordt aanbevolen. Schakel altijd de hoofdstroom uit voordat u werkzaamheden verricht. Raadpleeg de handleiding voor specifieke onderhoudsintervallen.
Wat zijn de veiligheidsvoorschriften bij het werken met deze unit?
Volg alle lokale veiligheidsvoorschriften. Draag een veiligheidsbril en werkhandschoenen. Schakel ALTIJD de hoofdstroom uit voordat u toegang krijgt tot elektrische componenten. Alleen personeel dat gekwalificeerd is volgens IEC-richtlijnen mag aan de unit werken.

Gebruikersvragen over AquaSnap 61AF CARRIER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AquaSnap 61AF - CARRIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AquaSnap 61AF van het merk CARRIER.

GEBRUIKSAANWIJZING AquaSnap 61AF CARRIER

1.1 - Algemeen .... 3
1.2 - Voorkomen van elektrische schokken .... 3

2 - ALGEMENE BESCHRIJVING ....3

2.1 - Algemeen .... 3
2.2 - Gebruikte afkortingen....3

3 - BESCHRIJVING VAN DE HARDWARE .... 3

3.1 - Algemeen .... 3
3.2 - Elektrische aansluiting van de printen ....3
3.3 - LED's (lichtgevende diodes) op de printen....4
3.4 - De opnemers....4
3.5 - De regelingen....4
3.6 - Aansluitingen op het gebruikers-klemmenblok 4

4 - INSTELLEN VAN DE PRO-DIALOG+ REGELING....6

4.1 - Algemene kenmerken....6
4.2 - Kenmerken van het standaard scherm ....6
4.3 - Password (Toegangscode) invoeren....6
4.4 - Kenmerken van het Menuscherm....6
4.5 - Kenmerken datascherm of instelbare parameters .....6
4.6 - Wijzigen van de parameters ....7
4.7 - Scherm Bedrijfstype....7
4.8 - Menustructuur ....8
4.9 - Gedetailleerde menubeschrijving....9

5 - MACHINEBEDRIJF MET DE PRO-DIALOG+ REGELING....15

5.1 - Start/stop regeling ....15
5.2 - Regeling pomp van warmtewisselaar....15
5.3 - Vergrendelcontact ....15
5.4 - Warmtewisselaar vorstbeveiliging....15
5.5 - Regelpunt....16
5.6 - Capaciteitsbegrenzing....16
5.7 - Capaciteitsregeling....16
5.8 - Ontdooifunctie....17
5.9 - Regeling extra elektrische verwarmingstrappen....17
5.10 - Regeling van een verwarmingsketel ....17
5.11 - Eco-functie....17
5.12 - Master/slave opstelling....17

6 - STORINGSDIAGNOSE EN OPLOSSINGEN....18

6.1 - Algemeen ....18
6.2 - Afbeelden van alarmmeldingen....18
6.3 - Reset van alarmmeldingen....18
6.4 - Alarmcodes ....19

De illustratie op de voorpagina dient slechts ter illustratie en maakt geen deel uit van enige offerte of verkoopcontract. Wijzigingen voorbehouden.

1 - VEILIGHEID

1.1 - Algemeen

Montage en onderhoud van deze apparatuur kunnen, door systeemdruk, elektrische componenten en plaats van opstelling risico's met zich meebrengen. Daarom mogen deze werkzaamheden alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Neem bij werkzaamheden de waarschuwingen in de documentatie, op de stickers in de unit en andere van toepassing zijnde voorzorgsmaatregelen in acht.

• Volg alle lokale veiligheidsvoorschriften.
- Draag een veiligheidsbril en werkhandschoenen.
- Wees voorzichtig bij het transporteren, hijsen en plaatsen van grote apparaten.

1.2 - Voorkomen van elektrische schokken

Alleen personeel dat gekwalificeerd is volgens de richtlijnen van het IEC (IEC = International Electrotechnical Commission) mag tocgang krijgen tot de clektrische componenten. Schakel ALTIJD de hoofdstroom af voordat met werkzaamheden aan de unit wordt begonnen!

BELANGRIJK: Deze apparatuur voldoet aan alle van toepassing zijnde voorschriften op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit.

2 - ALGEMENE BESCHRIJVING

2.1 - Algemeen

Pro-Dialog is een elektronisch regelsysteem voor het aansturen van de volgende unittypen: 61AF

Deze units hebben één koudemiddelcircuit.

De Pro-Dialog regeling regelt:

  • het starten van de compressor om het watersysteem te regelen
  • de ventilatoren om de werking van het koudemiddel-circuit te optimaliseren
  • de ontdooicycli om de goede werking van het koude-middelcircuit te garanderen.

Standaard biedt Pro-Dialog+ drie aan/uit commando's:

  • Lokaal - aan/uit commando via het toetsenbord.
  • Regeling op afstand - aan/uit commando via potentiaalvrije contacten.
  • Netwerk - Carrier Comfort Netwerk (CCN) aan/uit commando.

Het type commando wordt van tevoren via het toetsenbord gekozen.

2.2 - Gebruikte afkortingen

In deze handleiding heten de compressoren A1 en A2.

De volgende afkortingen worden regelmatig gebruikt:

CCN - Carrier Comfort Network LED - Lichtgevende diode LEN - Interne communicatiebus die de basismodule verbindt met de slave-modules

SCT - Verzadigde persgastemperatuur SST - Verzadigde zuiggastemperatuur EXV - Elektronisch expansieventiel PD-AUX - Hulpprint met in- en uitgangen

3 - BESCHRIJVING VAN DE HARDWARE

3.1 - Algemeen

Het systeem bestaat uit 1 NRCP2-basisprint (die maximaal twee compressoren kan regelen), een PD-AUX-kaart (voor regeling van de verschillende stappen van de clcktrische verwarmer), een EXV-kaart (zorgt voor regeling van de EXV-functie) en een gebruikersinterface. Voor bepaalde opties kan een aantal extra PD-AUX-kaarten nodig zijn.

Alle printen communiceren via een interne LEN bus. De NRCP2-BASE-print bevat het volledige regelprogramma voor de machine en beheert voortdurend de waarden van de diverse temperatuur en drukopnemers.

Het bedieningspaneel heeft een 8-regelige alfanumerieke display, twee LEDs met vijf navigatietoetsen en een draai-knop om het contrast te regelen.

3.2 - Elektrische aansluiting van de printen

Alle printen hebben een gezamenlijke, geaarde 24 VAC voeding.

Na een spanningsonderbreking wordt de unit automatisch herstart zonder dat daarvoor een extern commando nodig is. Wanneer er echter voorafgaand aan deze onderbreking foutmeldingen bestonden, dan blijven deze in het geheugen bewaard, waardoor onder bepaalde omstandigheden een circuit of de gehele unit niet kan starten.

WAARSCHUWING: Bij de aansluiting van de voeding op de printen moet op de polariteit worden gelet, anders kunnen de printen beschadigd worden.

Figuur 1 - Bedieningspaneel
Groene LED Unit afgeschakeld Unit start Unit in werking Draaiknop voor regelen contrast Terug naar vorig scherm Carrier HA INMENU\STATUS CAPB_T 0 % DEM_LIM 100 % SP 4.2 °C CTRL_PNT -28.9 °C EMSTOP dsable Circuit B Total Capacity Rode LED Geen alarm Waarschuwing Storing circuit of complete unit Omhoog/Omlaag toets - Navigatie - Wijzigen Aan/uit toets - Unit afgeschakeld - Lijst van beschikbare bedrijfstypen (alleen in Lokaal bedrijf) Enter toets - Bevestigen - Toegang tot selectie PRO-DIALOG+ START/STOP ENTER

3.3 - LED's (lichtgevende diodes) op de printen

Alle printen controleren voortdurend de juiste werking van hun elektronische circuits en geven dit ook aan. Op elke print gaat een lichtgevende diode (LED) branden als de print goed werkt.

  • De rode basis-LED op de basisprint knippert bij correcte werking van de module met tussenpozen van ca. 2 seconden - 1 seconde aan, 1 seconde uit. Wanneer de LED permanent brandt op de basisprint, of afwisselend sterk en zwak knippert, dan is de basisprint defect of er is een EPROM verkeerd geplaatst.
  • De groene LED op alle printen knippert wanneer de communicatie via de interne bus goed verloopt. Wanneer de LED niet knippert, moet de bedrading van de LEN-bus worden gecontroleerd.
  • De oranje LED van de hoofdprint knippert tijdens communicatie via de CCN bus.

3.4 - De opnemers

Drukopnemers

Er worden twee typen elektronische opnemers gebruikt:

  • lagedruk: zuigdruk en intrededruk pomp (optie),
  • hogedruk: persdruk en economiserdruk.

Thermistors

De watertemperatuuropnemers zijn direct gemonteerd in de waterintrede en wateruittrede van de aansluitingen van de platenwarmtewisselaar. De buitenluchttemperatuuropnemer is gemonteerd onder een metalen plaat. Ontdooibedrijf wordt geregeld door een extra opnemer op een pijp van de luchtwarmtewisselaar.

3.5 - De regelingen

Waterpomp

De regeling regelt de waterpomp van de warmtewisselaar.

Verwarmingelementen

Deze beschermen de warmtewisselaar tegen bevriezing (en de leiding bij units met waterpomp) wanneer de machine buiten bedrijf is, waarbij de voeding is ingeschakeld.

Verwarmingsketel

Deze relais uitgang kan een verwarmingsketel starten of stoppen.

3.6 - Aansluitingen op het gebruikers-klemmenblok

3.6.1 - Algemeen

Op het gebruikers-klemmenblok op de NRCP2-basis print kunnen de in de volgende tabel genocmde aansluitingen worden gemaakt. Sommige daarvan kunnen alleen worden gebruikt wanneer de unit in Afstandsregeling (Remote) werkt.

NRCP2-basis regelprint PD-AUX print (optie)
J2A J2B J3 J4 J5 J6 J7A J7B J8 J12 J11 J10 J9B J9A

CARRIER AquaSnap 61AF - - Algemeen - 2

Kaartaansluitingen NRCP2-BASE

Connector/kanaal Type Klem Beschrijving
CH 08/J4 DI 32-33 Afstandsregeling aan/uit
CH 09/J4 DI Schakelaar ingang externe beveiliging (= fout, 1 = OK)
CH 10/J4 DI 73-74 Capaciteitsbegrenzings selectie
CH 12/J5 DI Setpointselectie
CH 13/J5 DI Nul-spanning detectie
CH 20/J2B DO Omkeerbare vierwegkleppen
CH 21/J2B DO Commando waterverwarmer
XXXX/J12 Serie RS-45 serie aansluiting- Pen 1: signaal + - Pen 2: aarde - Pen 3: signaal -

3.6.2 - Potentiaalvrije contacten aan/uit

Wanneer de unit werkt in Afstandsregeling (Remote), dan is de werking van contact (aan/uit) als volgt:

Zonder multiplexing

UITVerwarming AAN
Contact AAN/UITOpenGesloten

Met multiplexing

UITVerwarming AANAuto AAN
Contact AAN/UITOpenGeslotenOpen

3.6.3 - Selectie potentiaalvrij contact setpointselectie

Verwarming
hsp1 hsp2
Contact setpointselectieOpenGesloten

3.6.4 - Potentiaalvrij contact capaciteitsbegrenzings- selectie

100%Limiet
CapaciteltsbegrenzingOpen Gesloten

4.1 - Algemene kenmerken

Het bedieningspaneel heeft de volgende schermen:

  • Standaard schermen voor directe weergave van de belangrijkste parameters
  • Menuschermen voor navigatie
  • Data/configuratie schermen met de parameters per type
  • Keuzescherm bedrijfstype
  • Invoerscherm password
  • Wijzigingsscherm parameters.

OPMERKING: Wanneer het bedieningspaneel lange tijd niet wordt gebruikt, wordt het scherm zwart. De regeling blijft steeds actief, het bedrijfstype blijft ongewijzigd. Het scherm wordt weer zichtbaar nadat de gebruiker een toets indrukt. Wordt de toets 1 x ingedrukt dan wordt het scherm verlicht, na een tweede keer wordt een scherm afgebeeld dat is gerelateerd aan de ingedrukte toets.

4.2 - Kenmerken van het standaard scherm

Er zijn vier standaard schermen. Elk scherm geeft weer:

  • De unit status, het schermnummer,
  • Drie parameters.
LOCAL OFF1unit status, rechts het schermnummer
Entering water temp Beschrijving van de EWT 40°C Afkorting, waarde en eenheden van de eerste parameter
Leaving water temp Beschrijving van de LWT 46°C Afkorting, waarde en eenheden van de tweede parameter
Outside air temperature Beschrijving van OAT 4°C Afkorting, waarde en eenheden van de derde parameter

Met de Omhoog en Omlaag toetsen kunt u heen en weer springen tussen de standaard schermen. Het schermnummer wordt bijgewerkt.

4.3 - Password (Toegangscode) invoeren

Enter password 0__** Password waarde (0 = basic access)

Het password wordt per karakter ingevoerd. De cursor staat op het huidige karakter, dat knippert. Met de pijltoetsen kan het karakter worden gewijzigd. Deze wijziging wordt bevestigd met de Enter toets waarna de cursor naar het volgende karakter gaat.

Enter password 1_** Het eerste karakter is 1, de cursor staat op het tweede karakter (0 = basic access)

CARRIER AquaSnap 61AF - - Password (Toegangscode) invoeren - 3

Door het indrukken van de Enter toets op een karakter zonder waarde, wordt de selectie van het password bevestigd. Het scherm wordt bijgewerkt door de menulijst. De afgebeelde items zijn afhankelijk van het niveau van het geactiveerde password.

Wanneer een onjuist password wordt ingevoerd, blijft het password invoerscherm zichtbaar.

Password selectie 0 (nul) kan worden gekozen door 2x achter elkaar op de Enter toets te drukken.

4.4 - Kenmerken van het Menuscherm

\MAINMENU GENUNIT HYDROKIT TEMP RUNTIME PRESSURE MODES Menul SETPOINT LOGOUT jst INPUTS OUTPUTS General Parameters Menu Huidige pad in de menustructuur Selectiecursor links van de eerste kolom Beschrijving van het door de selectiecursor gemarkeerde menu

Elk menu item geeft toegang tot een bepaalde gegevenscategorie. Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het huidige item worden geplaatst. Met de Enter toets wordt het afbeelden van het gekozen sub-menu geactiveerd.

Met het item LOGOUT kan het menuscherm worden verlaten en wordt de toegang beveiligd met een password. Door het indrukken van de Terug toets kan het huidige scherm worden verlaten, de met een password beveiligde toegang blijft dan actief.

4.5 - Kenmerken datascherm of instelbare parameters

De dataschermen beelden informatieparameters af, zoals temperaturen of drukken. De configuratieschermen beelden regelparameters van de unit af, zoals de watertemperatuursetpoints.

MAINMENUTEMP EWT 40°C Itemlijst LWT 46°C Cursorpositie OAT 4°C CHWSTEMP 46°C SCT_A 49°C Leaving Water Temperature ustructuur un het door de selectiecursor gemarkeerde item

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het huidige menu item worden geplaatst. Met de Enter toets wordt het wijzigen van de parameters geactiveerd (indien mogelijk). Ongeoorloofde poging tot wijziging wordt geblokkeerd door een weigeringsscherm.

4.6 - Wijzigen van de parameters

Een configuratieparameter kan worden gewijzigd door de cursor er op te plaatsen en dan op Enter te drukken.

\MAINMENU\SETPOINT hps1 45°C Itemlijst hps2 45°C Cursorpositie hramp_sp 0.6°C lim_sp1 100% hramp_sp 27.4°C Heating Setpoint 2 menustructuur dr de selectiecursor gemarkeerde item

In het volgende scherm kan een parameter worden gewijzigd.

Modify value 45 °C - Heating Setpoint 2 hsp1 Huidige waarde °C Cursorpositie Itembeschrijving

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan het eerste karakter worden gekozen. Door op de Omhoog toets te drukken worden achtercenvolgens de volgende symbolen afgebeeld:

0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, ., -.

Met de Omlaag toets wordt bovenstaand lijstje in omgekeerde volgorde weergegeven. Elk karakter wordt bevestigd met de Enter toets.

Het - teken is alleen beschikbaar voor het eerst geselecteerde karakter.

CARRIER AquaSnap 61AF - - Wijzigen van de parameters - 3

other | Category | Value | | :--- | :--- | | hsp2 | | | 45 °C | Huidige waarde | | 46 °C | Nieuwe waarde voor bevestiging | | Heating Setpoint 2 | Itembeschrijving |

De waarde wordt bevestigd met de Enter toets. Met de Terug toets kan de huidige wijziging op elk moment worden geannuleerd.

LET OP: Wanneer de gebruiker het huidige datascherm verlaat, wordt de waarde opgeslagen. Daarvan wordt een bevestiging afgebeeld. Parameterwijziging(en) worden bevestigd met de Enter toets. De huidige wijzigingen worden geannuleerd door terugkeer naar het vorige scherm met de Terug toets.

\MAINMENUSETPOINT Huidige pad in de menustructuur Save changes ? Bevestiging dat de wijziging is opgeslagen

4.7 - Scherm Bedrijfstype

De unit is in bedrijfstype Local Off (Lokaal uit). Door 1x op de aan/uit (0/1) toets te drukken wordt het afbeelden van het scherm Bedrijfstype geactiveerd.

Select Machine Mode Local On Local Schedule CCN Remote Beschrijving van het scherm Lijst van de machine bedrijfstypen Cursor

Met de Omhoog/Omlaag toetsen kan de cursor op het gekozen bedrijfstype worden geplaatst. Er worden direct vier bedrijfstypen op het scherm afgebeeld. Druk voor toegang tot niet zichtbare bedrijfstypen op de Omhoog/Omlaag toetsen.

Nadat het nieuw bedrijftype is gekozen, kan dit worden bevestigd met de Enter toets.

Command accepted Bevestigingsscherm bedrijfstype

Wanneer de unit in een bedrijfstype werkt en er wordt op de Aan/uit toets gedrukt, dan wordt de unit afgeschakeld. Een bevestigingsscherm beveiligt de unit tegen ongewenste afschakeling.

PRESS ENTER Bevestigungschem machine- TO CONFIRM STOP afschakeling

CARRIER AquaSnap 61AF - - Scherm Bedrijfstype - 4

flowchart
graph TD
    A["GENCONF\nAlgemene configuratie"] --> B["ALARMRST\nAlarm reset"]
    C["PUMPCONF\nPomp configuratie"] --> B
    D["HCCONFIG\nConfiguratie\nverwarmingbedrijf"] --> E["ALMHNIST1\nAlarm geheugen"]
    F["RESETCFG\nSetpoint reset"] --> G["SCHEDULE\nKlokschema"]
    H["OCC1P01S\nSchema 1"] --> I["HOLIDY01S\nVakantie 1"]
    J["OCC1P02S\nSchema 2"] --> I
    K["HOLIDY02S\nVakantie 2"] --> I
    L["..."] --> M["HOLIDY16S\nVakantie 16"]
    N["HOLIDY16S\nVakantie 16"] --> O["CONTROL\Configuratie bediengingspanel"]
    P["ALARMCONF\nAlgemene configuratie"] --> Q["ALARMRST\nAlarm reset"]
    R["CUR_ALRM\nActuele alarm"] --> S["ALARMRST\nAlarm reset"]
    T["TEMP\nDrukken"] --> U["PRESSURE\nSetpoint"]
    V["SETPOINT\nIngangen"] --> W["INPUTS\nUitgangen"]
    X["OUTPUTS\nPompstatus"] --> Y["RUNTIME\nDraa-uren"]
    Z["MODES\nUnit status"] --> AA["LANGUAGESS\nTaalkeuze"]
    AB["ALARMS\nAlarm-menu"] --> AC["CONFIG\nConfiguratie-menu"]
    AD["QCK_TEST\nSnelle test"] --> AE["MAINTAIN\nOnderhoudsmenu"]
    AF["LOGOUT\nAfluiten"] --> AG["LOGOUT\nAfluiten"]
    AH["POSTAGE"] --> AI["POSTAGE"]
    AJ["POSTAGE"] --> AK["POSTAGE"]
    AL["POSTAGE"] --> AM["POSTAGE"]
    AN["POSTAGE"] --> AO["POSTAGE"]
    AP["POSTAGE"] --> AQ["POSTAGE"]
    AR["POSTAGE"] --> AS["POSTAGE"]
    AT["POSTAGE"] --> AU["POSTAGE"]
    AV["POSTAGE"] --> AW["POSTAGE"]
    AX["POSTAGE"] --> AY["POSTAGE"]
    AZ["POSTAGE"] --> BA["POSTAGE"]
    BB["POSTAGE"] --> BC["POSTAGE"]
    BD["POSTAGE"] --> BE["POSTAGE"]
    BF["POSTAGE"] --> BG["POSTAGE"]
    BH["POSTAGE"] --> BI["POSTAGE"]
    BJ["POSTAGE"] --> BK["POSTAGE"]
    BL["POSTAGE"] --> BM["POSTAGE"]
    BN["POSTAGE"] --> BO["POSTAGE"]
    BP["POSTAGE"] --> BQ["POSTAGE"]
    BR["POSTAGE"] --> BS["POSTAGE"]
    BT["POSTAGE"] --> BU["POSTAGE"]
    BV["POSTAGE"] --> BW["POSTAGE"]
    BX["POSTAGE"] --> BY["POSTAGE"]
    CA["POSTAGE"] --> CB["POSTAGE"]
    CC["POSTAGE"] --> CD["POSTAGE"]
    CE["POSTAGE"] --> CF["POSTAGE"]
    CG["POSTAGE"] --> CH["POSTAGE"]
    CI["POSTAGE"] --> CJ["POSTAGE"]
    CK["POSTAGE"] --> CL["POSTAGE"]
    CM["POSTAGE"] --> CN["POSTAGE"]
    CO["POSTAGE"] --> CP["POSTAGE"]
    CS["POSTAGE"] --> CT["POSTAGE"]
    CU["POSTAGE"] --> CV["POSTAGE"]
    CW["POSTAGE"] --> CX["POSTAGE"]
    CY["POSTAGE"] --> CZ["POSTAGE"]
    DA["POSTAGE"] --> DB["POSTAGE"]
    DC["FABRIEK"] --> DD["TOTEGANG"]
    DV["FABRIEK"] --> DW["FABRIEK"]
    DX["FABRIEK"] --> DY["FABRIEK"]
    DB["TOTEGANG"] --> DW["TOTEGANG"]
    DX["TOTEGANG"] --> DW["TOTEGANG"]

4.9 - Gedetailleerde menubeschrijving

LET OP: Afhankelijk van het gekozen type unit worden niet alle menu items gebruikt.

4.9.1 - GENUNIT-menu (Algemene parameters)

NAAM FORMAAT EENHEDEN OPMERKING BESCHRIJVING
CTRL_TYP 0/1/2 - 1 Type regelmodus
STATUS 0-9 - 2 Bedrijfsstatus
min_left 0-15 min Startvertraging
LSP_SEL0/1/2 - 11Keuze setpoint via de interface
SP_SEL 0/1/2 - 10Keuze setpoint via het CCN netwerk
SP_OCCJa/Nee-Bezet setpoint
CHIL_S_SEnable/Disable-3 Unit start/stop via het CCN netwerk
CHIL_OCC Ja/Nee-4 Unit tijdschema via het CCN netwerk
CAP_Tnnn%Totale capaciteit van de unit
DEM_LIMnnn%7 Capaciteitsbegrenzing
SP±nnn.n°CAktieve setpoint
CTRL_PNT±nnn.n°C8 Regelpunt
EMSTOPEnable/Emstop-9 CCN noodstop
VERKLARINGBESCHRIJVING
10 = Local, 1 = CCN, 2 = Remote
2Het punt STATUS kan de volgende waarden hebben:
Off > STATUS = 0Ready > STATUS = 5
Running > STATUS = 1Override > STATUS = 6
Stopping > STATUS = 2Defrost > STATUS = 7
Delay > STATUS = 3Run Test > STATUS = 8
Tripout > STATUS = 4Test > STATUS = 9
3Laat starten/stoppen toe van de machine, alleen in de CCN-modus. De overbruggingswaarde wordt weergegeven, maar slechts gebruikt als de unit in de CCN-modus staat.
4Geeft aan of de unit al of niet in de bezette modus staat. In de CCN-modus kan de waarde worden geforceerd en worden gebruikt in plaats van de werkelijke bezettingsstatus.
7Limiet opgenomen vermogen is actief. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven de andere limietwaarden (externe of limietcontrole).
8Regelpunt. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven de andere waarde die door de regelaar is berekend.
9Altijd actief als de unit niet inde CCN-modus staat.
10Setpoint selecteren. Dit punt kan worden geforceerd in de CCN-modus en deze overbruggingswaarde heeft voorrang boven het geselecteerde setpoint in de afstandsmodus.
110 = Auto, 1 = Spt1, 2 = Spt2

4.9.2 - TEMP-menu (Temperaturen)

NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING
EWT ±nnn.n°CWaterintredetemperatuur warmtewisselaar
LWT ±nnn.n°CWateruittredetemperatuur warmtewisselaar
OAT±nnn.n°CBuitenluchttemperatuur
CHWSTEMP±nnn.n°CGezamenlijke master/slave temperatuur
SCT_A±nnn.n°CVerzadigde condensatietemperatuur
SST_A±nnn.n°CVerzadigde zuiggastemperatuur
SUCT_T±nnn.n°CVerzadigde gastemperatuur
ECO_SST±nnn.n°CVerzadigde zuiggastemperatuur bij de EXV Eco
ECO_SUCT±nnn.n°CZuiggastemperatuur bij de EXV Eco
DEFRT_A±nnn.n°COntdooitemperatuur
DEFRT_2±nnn.n°COntdooitemperatuur van de tweede warmtewisselaar

4.9.3 - PRESSURE-menu (Drukken koudemiddelcircuit)

NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING
DP_A±nnn.nkPaPersdruk
SP_A±nnn.nkPaHoofdzuigdruk
ECO_SP_A±nnn.nkPaPersdruk EXV Eco
W_P_IN ±nnn.nkPaDruk inkomend water

4.9.4 - SETPOINT-menu

NAAM FORMAAT WAARDEEENHEDENBESCHRIJVING
hsp126,7 tot 6038,0 ^ Verwarmings-setpoint 1
hsp226,7 tot 6038,0 ^ Verwarmings-setpoint 2
hramp_sp0,2 tot 2,00,60 ^ Afkoelsnelheid
lim_sp10 tot 100100%Limiet-setpoint

4.9.5 - INPUTS-menu (Ingangen)

NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING
ONOFF_SW Open/Close - Start/stop contact (Afstandsregeling)
SETP_SW Open/Close - Setpoint contact (Afstandsregeling)
LIM_SW1 Open/Close - Capaciteitsbegrenzing (Afstandsregeling)
FLOW_SW Open/Close - Contact stromingsbeveiliging/externe beveiliging
leak_v nn.n Volt Lekdetector waarde
Lock_sw2 Open/Close - Contact externe beveiliging

4.9.6 - OUTPUTS-menu (Uitgangen)

NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING
CP_A1 On/Off - Compressor uitgang A1
CP_A2 On/Off - Compressor uitgang A2
FAN_A10-2- Ventilator toerental A1
FAN_A20-2- Ventilator toerental A2
EXV_Annn%Hoofdstand EXV
EXV_ECOnnn%Stand EXV Eco
EV_VALV1 On/Off - Compressorafsluitklep A1/EXV Eco
EV_VALV2 On/Off - Compressorafsluitklep A2/EXV Eco
RV_AOn/Off - Vierwegkleppen
EXC_HEATOn/Off - Verwarming warmtewisselaar
BOILEROn/Off - Uitgang verwarmingsketel
EHS_STEPn- Trap elektrische verwarming
PUMP_1On/Off - Uitgang pomp 1
ALARMOn/Off - Alarm relais
RUNNINGOn/Off - Unit aan relais

4.9.7 - RUNTIME-menu (Draai-uren)

NAAM FORMAATEENHEDENBESCHRIJVING
HR_MACH nnnnnurenAantal unit draai-uren
st_machnnnnn- Aantal machinestarts
HR_CP_A1nnnnnurenAantal draai-uren compressor A1
st_cp_a1nnnnn- Aantal starts compressor A1
HR_CP_A2nnnnnurenAantal draai-uren compressor A2
st_cp_a2nnnnn- Aantal starts compressor A2
hr_fana1lnnnnnurenAantal draai-uren op lage toeren ventilator A1
hr_fana1hnnnnnurenAantal draai-uren op hoge toeren ventilator A1
hr_fana2lnnnnnurenAantal draai-uren op lage toeren ventilator A2
hr_fana2hnnnnnurenAantal draai-uren op hoge toeren ventilator A2
hr_pumpnnnnnurenAantal draai-uren pomp

4.9.8 - MODES-menu (Bedrijfstypen)

NAAM FORMAAT EENHEDEN BESCHRIJVING
m_limit Ja/Nee- Capaciteitsbegrenzing actief
m_rampJa/Nee- Afkoelsnelheid actief
m_coolerJa/Nee- Warmtewisselaar-verwarming actief
m_SM Ja/Nee - Aquasmart actief
m_leadlaJa/Nee - Master/slave actief
m_nightJa/Nee- Laag-geluid niveau nachtbedrijf actief
m_heaterJa/Nee- Elektrische verwarmingstrappen actief
m_boilerJa/Nee- Verwarmingsketel actief
m_defr_aJa/Nee- Ontdooien actief
m_sst_aJa/Nee- Lage zuiggastemperatuur
m_dgt_aJa/Nee- Hoge persgastemperatuur
m_hp_aJa/Nee- Hogedruk
m_sh_aJa/Nee- Lage superheat

4.9.9 - ALARMS-menu (Alarm)

NAAMBESCHRIJVING
ALARMRSTAlarm reset
CUR_ALRMHuidige alarmen
ALMHIST1Alarm geheugen

4.9.10 - CONFIG-menu (Configuratie)

NAAM BESCHRIJVING
GEN_CONF Algemeen configuratiemenu
PUMPCONF Pomp configuratiemenu
HC_CONFIG Configuratiemenu verwarmingsbedrijf
RESETCFG Reset configuratiemenu
USERCONFIG Gebruikers configuratiemenu
SCHEDULE Klokschema
HOLIDAY Vakantieschema
BRODCAST Regeling zomer-wintertijd
DATETIME Datum en tijd menu
DISPLAY Configuratie display
CTRL_ID Identificatie regeling

4.9.11 - ALARMRST-menu (Alarmreset)

NAAM FORMAATEENHEDENBESCHRIJVING
RST_ALMJa/Nee-Alarm reset
ALMNormal-Alarm status
alarm_1cnnnnn-Actuele alarm 1
alarm_2cnnnnn-Actuele alarm 2
alarm_3cnnnnn-Actuele alarm 3
alarm_4cnnnnn-Actuele alarm 4
alarm_5cnnnnn-Actuele alarm 5
alarm_1nnnnn-Actuele JBus alarm 1
alarm_2nnnnn-Actuele JBus alarm 2
alarm_3nnnnn-Actuele JBus alarm 3
alarm_4nnnnn-Actuele JBus alarm 4
alarm_5nnnnn-Actuele JBus alarm 5

4.9.12 - CUR\_ALRM-menu (Actueel alarm)

Dit menu geeft maximaal 10 actieve alarmen weer. Voor elk alarm worden zowel tijd en datum afgebeeld waarop het alarm werd gegenereerd als de alarmbeschrijving. Elk scherm toont 1 alarm.

...ALARMS\CUR_ALM HH:MM DD-MM-YY: alarm text

4.9.13 - ALMHIST1-menu (Alarmgeheugen)

Dit menu geeft maximaal 20 alarmen weer die bij de unit zijn voorgekomen. Voor elk alarm worden zowel tijd en datum afgebeeld waarop het alarm werd gegenereerd als de alarmbeschrijving. Elk scherm toont 1 alarm.

CARRIER AquaSnap 61AF - - ALMHIST1-menu (Alarmgeheugen) - 1

NAAMBESCHRIJVING
OCC1P01SUnit aan/uit tijdschema
OCC1P02SUnit setpoint selectie tijdschema

4.9.15 - HOLIDAY-menu (Vakantie)

NAAMBESCHRIJVING
HOLDY_01Vakantie periode 1
HOLDY_02Vakantie periode 2
HOLDY_03Vakantie periode 3
HOLDY_04Vakantie periode 4
HOLDY_05Vakantie periode 5
HOLDY_06Vakantie periode 6
HOLDY_07Vakantie periode 7
HOLDY_08Vakantie periode 8
HOLDY_09Vakantie periode 9
HOLDY_10Vakantie periode 10
HOLDY_11Vakantie periode 11
HOLDY_12Vakantie periode 12
HOLDY_13Vakantie periode 13
HOLDY_14Vakantie periode 14
HOLDY_15Vakantie periode 15
HOLDY_16Vakantie periode 16

4.9.16 - BRODCAST-menu (Uitzenden)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING
ccnbroad 0/1/2 2 - Activeert uitzenden
0 = gedeactiveerd, 1= uitzenden tijdens vakantie in het netwerk, 2 = uitzenden tijdens vakantie, alleen machine
oatbusnm 0 tot 239 0 - Uitzenden van de buitenluchttemperatuurBusnummer van de machine met de buitenluchttemperatuur
oatlocad 0 tot 239 0 - Elementnummer van de machine met de buitenluchttemperatuur
dayl_sel Disable/Enable Disable - Activeren zomertijd, wintertijd
Zomertijd
startmon1 tot 123 - Maand
startdow1 tot 77 - Dag van de week (1 = Maandag)
startwom1 tot 55 - Week van de maand
Wintertijd
stopmon1 tot 1210 - Maand
stoptdow1 tot 77 - Dag van de week (1 = Maandag)
stopwom1 tot 55 - Week van de maand

4.9.17 - GENCONF-menu (Algemene configuratie)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDENBESCHRIJVING
ramp_selNee/JaNee-Volgorde afkoelsnelheid per circuit
off_on_d1 tot 151minOpstartvertraging
nh_start00:00 tot 24:0000:00-Start-uur nachtbedrijf
nh_end00:00 tot 24:0000:00-Stop-uur nachtbedrijf
bas_menu0 tot 3 0 -Basis menu configuratie0 = volledige toegang1 = toegang tot het alarmmenu met password2 = toegang tot het setpointmenu met password3 = combinatie van 1 en 2
synopticJa/NeeNee-Weergave overzichtsschema

4.9.18 - PUMPCONF-menu (Pomp configuratie)

NAAMFORMAATDEFAULTEENHEDENBESCHRIJVING
pump_seqJa/NeeNee-Beschikbaarheid warmtewisselaar pomp
pump_perJa/NeeNee-Omschakeltijd tussen de pompen
pump_sbyJa/NeeNee-Vastloopbeveiliging pomp
pump_locJa/NeeJa-Pomp afgeschakeld in standby bedrijf
pump_loc Nee/Ja ^8 Ja-Controle van de stroming wanneer de pomp is gestopt

4.9.19 - HCCONFIG-menu (Verwarming/koeling configuratie)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDENBESCHRIJVING
hr_sel0 tot 30-Keuze reset verwarming0 = geen, 1 = buitenluchttemp., 2 = delta T
heat_th-20 tot 0-15°CLimiet buitenluchttemperatuur verwarmingsbedrijf
boil_th-15 tot 15-10°CLimiet buitenluchttemperatuur verwarmingsketel
ehs_th-5 tot 215°CLimiet buitenluchttemperatuur elektrische verwarmingstrappen
ehs_backJa/NeeNee-1 beveiligingtrap elektrische verwarming
ehs_pull0 tot 600minStartvertraging van de eerste elektrische verwarmingstrap
ehs_defrJa/NeeNee-Snelstart elektrische verwarmingstrappen in ontdooibedrijf

4.9.20 - RESETCFG-menu (Setpoint reset)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDENBESCHRIJVING
oathr_non-10 tot 51,7-10°CBuitenluchttemperatuur voor geen reset
oathr_fu-10 tot 51,7-10°CBuitenluchttemperatuur voor maximum reset
dt_hr_non-17,8 tot -3,9-17,8 ^C Delta T voor geen reset
dt_hr_fu-17,8 tot -3,9-17,8 ^C Delta T voor maximum reset
v_hr_non-17,8 tot -6,7-17,8mAHuidige waarde voor geen reset
v_hr_fu-17,8 tot -6,7-17,8mAHuidige waarde voor maximum reset
hr_deg-34,4 tot 1,1-17,8 ^C Resetwaarde verwarmingsbedrijf

4.9.21 - USERCONF-menu (Gebruikers configuratie)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDENBESCHRIJVING
language0 tot 40 - TaalkeuzeEngels = 0, Spaans = 1, Frans = 2, Duits = 3, Italiaans = 4, Vertalen = 5
use_pass1 tot 999911-Gebruikers password

4.9.22 - DATETIME-menu (Datum en tijd)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING
hour 0 tot 24 hours Uur
minutes 0 tot 59 minutes Minuten
dow 1 tot 7 Dag van de week
tom_hol Nee/Ja Nee -Vakantie morgen?
tod_holNee/Ja Nee -Vakantie vandaag?
dlig_offNee/Ja-Omschakeling wintertijd actief?
dlig_onNee/Ja-Omschakeling zomertijd actief?
d_of_m1 tot 31Dag van de maand
month1 tot 12Maand
year0 tot 99Jaar

4.9.23 - CTRL_ID-menu (Identificatie regeling)

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING
elemt_nb1 tot 2391-Element nr.
bus_nb0 tot 2390-Bus nr.
baudrate9600 tot 384009600-Communicatiesnelheid
PRO-DIALOG + 61AFBeschrijving
CSA-SR-20H430NN-Software versieSerienummer

4.9.24 - OCC1PSX menu (Schema)

De regeling heeft twee tijdklokprogramma's:

Met het eerste tijdklokprogramma (Nr. 1) kan de machine automatisch overschakelen van bezet bedrijf naar onbezet bedrijf, waarbij de unit wordt gestart tijdens bezette perioden.

Met het tweede tijdklokprogramma (Nr. 2) kan het actieve setpoint automatisch omschakelen van een bezet setpoint naar een onbezet setpoint, indien de mode Auto is geselecteerd.

Setpoint 1 wordt gebruikt tijdens bezette periodes en setpoint 2 tijdens onbezette periodes.

Ieder schema heeft tussen 1 en 8 door de gebruiker in te stellen bezette perioden. Deze kunnen worden gemarkeerd als wel of niet actief op iedere dag van de week plus een vakantieperiode. De dag begint om 00.00 en eindigt om 23.59 uur.

Het programma werkt in onbezet bedrijf tenzij er een tijdschema in werking is. Als twee perioden elkaar overlappen en op dezelfde dag actief zijn dan krijgt de bezette periode de prioriteit.

Elk van de acht perioden kan worden afgebeeld en gewijzigd met behulp van een sub-sub-menu. In de navolgende tabel kunt u zien hoe toegang te verkrijgen tot de periode configuratie. De methode is dezelfde voor zowel tijdschema 1 als 2.

Voorbeeld tijdschema:

TimeMONTUEWESTHUFRISATSUNHOL
0P1
1P1
2P1
3
4
5
6
7P2P2P3P4P4P5
8P2P2P3P4P4P5
9P2P2P3P4P4P5
10P2P2P3P4P4P5
11P2P2P3P4P4P5
12P2P2P3P4P4
13P2P2P3P4P4
14P2P2P3P4P4
15P2P2P3P4P4
16P2P2P3P4P4
17P2P2P3
18P3
19P3
20P3
21P6
22
23
Begint omEindigt omActief op
P1: periode 1,0.00 uur3.00 uurMaandag
P2: periode 2,7.00 uur18.00 uurMaandag + Dinsdag
P3: periode 3,7.00 uur21.00 uurWoensdag
P4: periode 4,7.00 uur17.00 uurDonderdag + Vrijdag
P5: periode 5,7.00 uur12.00 uurZaterdag
P6: periode 6,20.00 uur21.00 uurVakantie
P7: periode 7,In dit voorbeeld niet gebruikt
P8: periode 8,In dit voorbeeld niet gebruikt
Configuratie menu bezet en onbezet bedrijf
NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDEN BESCHRIJVING
OVR_EXT 0-4 0 hours Overbrugging Bezet schema
DOW1 0/1 11111111 - Periode 1 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag Woensdag
Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD1 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD1 0:00-24:00 24:00:00 - Bezet eindtijd
DOW2 0/1 0 - Periode 2 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD2 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD2 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW3 0/1 0 - Periode 3 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD3 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD3 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW4 0/1 0 - Periode 4 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD4 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD4 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW5 0/1 0 - Periode 5 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD5 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD5 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW6 0/1 0 - Periode 6 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD6 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD6 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW7 0/1 0 - Periode 7 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD7 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD7 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
DOW8 0/1 0 - Periode 8 dagen van de week MDWDVZZFMaandag Dinsdag WoensdagDonderdag Vrijdag Zaterdag Zondag Vakantie
OCCTOD8 0:00-24:00 00:00 - Bezet aanvangstijd
UNOCTOD8 0:00-24:00 00:00 - Bezet eindtijd
Modify value
OCCT0D1
00:00
12.2_
Occupied from

Beschrijving van het scherm Itemnaam Waarde vóór wijziging Waarde tijdens wijziging 12h2_

4.9.25 - hoLIDY0Xs-menu (vakantie)

Deze functie wordt gebruikt om maximaal 16 vakantieperioden te programmeren. Iedere periode wordt gedefinieerd met behulp van drie parameters: maand, begindag en tijdsduur van de periode. Gedurende de vakantieperiode werkt de regeling in bezet of onbezet bedrijf, afhankelijk van de vastgelegde perioden.

Elk van deze vakatieperioden kan worden afgebeeld en gewijzigd met behulp van een sub-menu.

LET OP: De uitzend functie moet geactiveerd zijn om het vakantieschema te kunnen gebruiken, zelfs al werkt de unit in autonoom bedrijf (zonder CCN-regeling).

NAAM FORMAAT DEFAULT EENHEDENBESCHRIJVING
HOL_MON0-120- Vakantie maand
HOL_DAY0-310- Vakantie dag
HOL_LEN 0-990- Duur van de vakantie

5 - MACHINEBEDRIJF MET DE PRO-DIALOG+ REGELING

5.1 - Start/stop regeling

In onderstaande tabel zijn opgenomen het type regeling en de start/stop status m.b.t. de volgende parameters:

  • Bedrijfstype: dit wordt geselecteerd met de start/stop toets op de voorzijde van de gebruikers-interface. LOFF: Local off (Lokaal uit), L-C: Local on (Lokaal aan), L-SC: Local schedule (Lokaal tijdschema), REM: remote (Afstandsregeling), CCN: netwerk, MAST: Master
  • Start/stop contacten op afstand: worden gebruikt wanneer de unit in Afstandsregeling (Remote) werkt. Zie hoofdstukken 3.6.2 en 3.6.3.
  • CHIL_S_S: deze netwerkcommando variabele wordt gebruikt wanneer de unit in netwerk bedrijf (CCN) werkt.

  • Commando ingesteld op Stop: de unit wordt afgeschakeld.

  • Commando ingesteld op Start: de unit werkt volgens het tijdschema 1.
  • Start/Stop schema: status bezet of onbezet van de unit zoals bepaald door het tijdklokprogramma (Schema 1).
  • Master/slave regeling: deze parameter wordt gebruikt wanneer de unit in een master/slave opstelling werkt. Het type regeling van de master-unit bepaalt of de unit lokaal, op afstand of via CCN wordt geregeld (deze parameter moet worden ingesteld door Carrier Service).
  • CCN-noodstop: wanneer deze is geactiveerd dan wordt de unit afgeschakeld, ongeacht het actieve bedrijfstype.
  • Algeheel alarm: de unit wordt afgeschakeld door een alarmmelding.
ACTIEF BEDRIJFSTYPE STATUS VAN DER PARAMETERS TYPE
LOFF L-C L-SC REM CCN MAST CHIL_S_S Start/Stopcontacten op afstandType regeling MasterStart/Stop tijdschemaCCN noodstopAlgeheel alarmREGELINGEENHEDEN BEDRIJFS-TYPE
---------Geactiveerd--Gesloten
----------Ja-Gesloten
----Actief-Gedeactiveerd----CCNGesloten
----Actief---Onbezet--CCNGesloten
-----ActiefGedeactiveerd-CCN--CCNGesloten
-----Actief--CCNOnbezet-CCNGesloten
----Actief-Geactiveerd--BezetGedeactiveerdNeeCCNOpen
-----ActiefGeactiveerd-CCNBezetGedeactiveerdNeeCCNOpen
Actief----------LokaalGesloten
--Actief------Onbezet--LokaalGesloten
-----Actief--LokaalOnbezet--LokaalGesloten
-Actief--------GedeactiveerdNeeLokaalOpen
--Actief------BezetGedeactiveerdNeeLokaalOpen
-----Actief--LokaalBezetGedeactiveerdNeeLokaalOpen
---Actief---Open----Op afstandGesloten
---Actief-----Onbezet--Op afstandGesloten
-----Actief-OpenOp afstand---Op afstandGesloten
-----Actief--Op afstandOnbezet--Op afstandGesloten
---Actief---Gesloten-BezetGedeactiveerdNeeOp afstandOpen
-----Actief-GeslotenOp afstandBezetGedeactiveerdNeeOp afstandOpen

5.2 - Regeling pomp van warmtewisselaar

Master/slave-regeling is niet geactiveerd, of is geactiveerd en de unit is de master-unit:

In de modi On, Stopping of Delay, als de unit is gestopt, wordt de pomp gestart en blijft deze 20 seconden draaien nadat de compressor is gestopt. Hij staat stil als de ketel actief is, maar kan worden gestart als gevolg van de capaciteitsbegrenzing.

De master/slave-functie is actief en de unit is de slave-unit:

De pomp wordt gestart wanneer de unit wordt gestart en indien de limiet van opgenomen vermogen boven 1% is. Ander stopt de pomp 30 seconden nadat de laatste compressor is gestopt, behalve indien de configuratieparameter "lag_pump" is geconfigureerd om de pomp in te schakelen, zelfs als deze is ingesteld om te stoppen. In dit geval is de pomp voortdurend in bedrijf.

Een periodieke snelle start van de pomp is geconfigureerd:

De waterpomp wordt dagelijks om 14.00 uur voor twee seconden ingeschakeld.

5.3 - Vergrendelcontact

Dit contact controleert de status van een regelkring (stro-mingsschakelaar en externe beveiliging, zie hoofdstuk 3.6). Bij geopend contact mag de unit niet starten wanneer de vertragingstijd is verstreken. Wanneer de unit in werking is leidt dit open contact tot een alarm afschakeling.

5.4 - Warmtewisselaar vorstbeveiliging

De verwarming voor de warmtewisselaar en waterpomp (voor units met pomp) kan worden bekrachtigd om de warmtewisselaar te beschermen die door bevriezing kan worden beschadigd tijdens langere stilstand bij lage buiten-temperaturen.

OPMERKING: De parameters voor regeling van de warmtewisselaar-verwarming kunnen worden gewijzigd door Carrier Service.

5.5 - Regelpunt

Het regelpunt vertegenwoordigt de watertemperatuur die de unit moet produceren. Standaard wordt er geregeld op waterintredetemperatuur, maar kan ook worden ingesteld op wateruittredetemperatuur regeling (hiervoor moet Carrier Service een instelling configureren).

Regelpunt = Actief setpoint + reset

5.5.1 - actief setpoint

In verwarmingsbedrijf kunnen twee setpoints geselecteerd worden. Het tweede koclsetpoint wordt gewoonlijk gebruikt voor onbezette perioden.

Afhankelijk van het actuele bedrijfstype kan het actieve setpoint worden gekozen:

• door keuze van het item in het GENUNIT-menu,
• met externe contacten,
• met Netwerk-commando's,
- met het setpoint tijdklokprogramma (schema 2).

Onderstaande tabel geeft de selecties weer afhankelijk van het type regeling (lokaal, op afstand of CCN) en de volgende parameters:

  • Keuze setpoint in lokale regeling: met item LSP_SEL van het GENUNIT-menu kan het actieve setpoint worden gekozen wanneer de unit in lokaal bedrijf werkt,
  • Bedrijfstype,
  • Contact setpointselectie: status van de setpointselectie contacten,
  • Status Schema 2: tijdklokprogramma Setpointkeuze.

BEDRIJFSTYPE LOKAAL

PARAMETER STATUS
Bedrijfstype Keuze setpoint in lokaal regelingStatus schema 2Actief setpoint
Verwarming sp1 - Verwarmings-setpoint 1
Verwarming sp2 - Verwarmings-setpoint 2
Verwarming Auto Bezet Verwarmings-setpoint 1
Verwarming Auto Onbezet Verwarmings-setpoint 2

BEDRIJFSTYPE AFSTANDSREGELING

PARAMETER STATUS
Bedrijfstype Setpointselectie contact Actief setpoint
Verwarming sp1 (open) Verwarmings-setpoint 1
Verwarming sp2 (gesloten) Verwarmings-setpoint 2

5.5.2 - Reset

Door een reset wordt het actieve setpoint zo verschoven dat het door de unit opgenomen vermogen verlaagd wordt. Het setpoint wordt verlaagd.

In het algemeen is deze wijziging een reactie op een verlaging van de belasting. Voor het Pro-Dialog+ systeem kan het reset-type worden geconfigureerd in HCCONFIG-tabel (4.9.20).

Deze reset kan gebaseerd zijn op:

- de buitentemperatuur:

  • dit geeft een meting van de belastingtrend voor het gebouw
  • als de buitentemperatuur daalt gaat het setpoint weer omhoog.

- of de temperatuur van het retourwater:

  • dit is de warmtewisselaar delta T en geeft de gemiddelde belasting voor het gebouw
  • als het temperatuurverschil afneemt, wordt het setpoint verlaagd.

In beide gevallen kunnen de reset-parameters (verloop, type en maximale waarde) in het RESETCFG-menu (4.9.21) worden geconfigureerd. Reset is een lineaire functie waarvoor drie parameters moeten worden ingesteld:

  • Een referentie waarbij de reset nul is (buitenluchttemperatuur of Delta T - geen reset waarde).
  • Een referentie waarbij de reset maximaal is (buiten-lucht-temperatuur of Delta T - volledige reset waarde).
  • De maximum reset waarde.

5.6 - Capaciteitsbegrenzing

De capaciteitsbegrenzing wordt gebruikt om het elektriciteitsverbruik te beperken. Door middel van potentiaalvrije contacten kan de capaciteitsbegrenzing worden vrijgegeven.

Capaciteitsbegrenzing kan resulteren in een beperking van het opgenomen vermogen, minder geleverd vermogen of een beperking van het vermogen in de nachtmodus.

De capaciteit van de unit kan nooit hoger worden dan het door deze contacten geactiveerde Begrenzings-setpoint. De begrenzings setpoints kunnen in het SETPOINT-menu (4.9.20) gewijzigd worden.

5.7 - Capaciteitsregeling

Hiermee wordt het aantal actieve compressoren aangepast om de wateruittredetemperatuur op het setpoint te handhaven. De nauwkeurigheid waarmee dit gebeurt is afhankelijk van de capaciteit van het watercircuit, de stromings-snelheid, de belasting en het aantal beschikbare capaciteits-regeltrappen. Bij het berekenen van het optimale punt waarop een capaciteitstrap moet worden toegevoegd of afgeschakeld houdt de capaciteitsregeling voortdurend rekening met de volgende punten:

  • de temperatuurafwijking ten opzichte van het setpoint,
  • de mate waarin deze afwijking fluctueert,
  • het verschil tussen waterintrede- en uittredetemperatuur.

Wanneer dezelfde compressor teveel starts (per uur) maakt, of na het starten steeds korter dan 1 minuut werkt, dan wordt het aantal compressorstarts automatisch verminderd, hetgeen tot gevolg heeft dat de regeling van de wateruittredetemperatuur minder nauwkcurig wordt.

Bovendien kunnen beveiligings-limieten als de hoge druk, lage druk of ontdooi beveiligingen de nauwkeurigheid ook beïnvloeden. De compressoren worden bij toerbeurt gestart en gestopt om het aantal starts te egaliseren (waarde bepaald door draai-uren).

5.8 - Ontdooifunctie

De ontdooifunctie wordt geactiveerd om ijsvorming op de lucht-warmtewisselaar te voorkomen. Tijdens de ontdooicyclus worden de ventilatoren van dat circuit afgeschakeld en de 4-weg koudemiddelklep wordt omgekeerd waardoor de unit in koelbedrijf gaat werken. Tijdens de ontdooicyclus kan de ventilator tijdelijk worden herstart. De ontdooicyclus verloopt volledig automatisch en heeft geen instelling nodig.

5.9 - Regeling extra elektrische verwarmingstrappen

Als optie kan de warmtepomp maximaal vier extra elektrische verwarmingstrappen aansturen.

De verwarmingstrappen worden geactiveerd als aanvulling op de verwarmingscapaciteit wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De unit gebruikt 100% van de beschikbare verwarmingscapaciteit, of de unit wordt in zijn werking begrensd door een beveiliging (lage zuiggastemperatuur, heetgas of ontdooicyclus in werking). In alle gevallen kan niet aan de verwarmingsvraag worden voldaan.
  • De buitenluchttemperatuur is lager dan een ingesteld limiet (zie HCCONFIG-menu, 4.9.20).
  • De capaciteitsbegrenzing is niet actief.

De laatste beschikbare verwarmingstrap kan door de gebruiker worden geconfigureerd als veiligheidstrap. In dit geval komt de veiligheidstrap alleen in na de andere trappen bij een machine-storing die gebruik van de verwarmings-capaciteit verhindert. De andere elektrische verwarmings-trappen blijven functioneren zoals hierboven beschreven.

5.10 - Regeling van een verwarmingsketel

De unit kan het starten van een verwarmingsketel regelen. Zodra de verwarmingsketel in werking is wordt de warmtepomp afgeschakeld. Een warmtepomp en een verwarmingsketel kunnen niet gelijktijdig werken.

De uitgang van de verwarmingsketel wordt geactiveerd bij de volgende condities:

  • Een storing voorkomt gebruik van de verwarmingscapaciteit.
  • De unit werkt bij zeer lage buitentemperatuur waardoor de verwarmingscapaciteit onvoldoende is. De limiet van de buitentemperatuur voor toepassing van de verwarmingsketel is vast ingesteld op -10°C maar deze waarde kan worden gewijzigd in HCCONFIG-menu (4.9.20).

OPMERKING: Voor slave-units is regeling van elektrische verwarmingstrappen of een verwarmingsketel niet toege-staan.

5.11 - Eco-functie

De 61AF units beschikken over een Eco-functie. Deze functie is gebaseerd op de circulerende koelmiddelstroom en laat toe dat het oververhittingssetpoint in stand wordt gehouden. De functie is niet beschikbaar tijdens ontdooien en de eerste minuut van het bedrijf.

Het doel van deze functie is om een betere prestatie en hoger rendement te behalen.

5.12 - Master/slave opstelling

MASTER/SLAVE INSTELLINGEN WORDEN DOOR CARRIER SERVICE INGESTELD.

Twee Pro-Dialog+ units kunnen in een Master-Slave-opstelling worden gekoppeld, waarbij de beide units via de CCN-Bus verbonden moeten worden. Alle parameters die nodig zijn voor de master/slave functie moeten worden ingesteld door Carrier Service.

Bij wateruittrede regeling van de warmtewisselaar moet voor Master-Slave bedrijf een extra temperatuuropnemer (optie) van elke machine worden aangesloten op de verzamelleiding. Dit is niet nodig bij waterintrede regeling.

De Master-Slave opstelling kan werken met constante of variabele waterhoeveelheid. Bij variabele waterhoeveelheid moet elke unit zijn eigen waterpomp regelen en de pomp automatisch afschakelen bij een koelcapaciteit van nul.

Bij constante waterhoeveelheid moeten de pompen van alle units continu in werking zijn wanneer het systeem werkt. De master-unit kan een gezamenlijke pomp regelen die wordt geactiveerd wanneer het systeem wordt gestart. In dit geval wordt de pomp van de slave-unit niet gebruikt.

Alle regelcommando's naar het Master-Slave-systeem (Start/Stop, setpoint, capaciteitsafschakeling etc.) worden verwerkt door de als "Master" geconfigureerde unit en moeten daarom alleen aan de Master-unit worden gegeven. Van daaruit worden ze dan automatisch naar de slave-unit doorgegeven.

De master-unit kan lokaal, op afstand of via CCN worden geregeld. Om de units te starten hoeft alleen het bedrijfs-type van de master-unit (Master) te worden geactiveerd. Als de master-unit is geconfigureerd voor regeling op afstand gebruik dan de potentiaal-vrije contacten op afstand voor start/stop.

De slave-unit moet continu in CCN-regeling blijven. Kies, om de master/slave units af te schakelen, Lokaal Uit (Local Off) op de master-unit of gebruik, als de unit is geconfigureerd voor afstandsregeling, de potentiaalvrije contacten op afstand.

De Master-unit kan (afhankelijk van de configuratie) o.a. bepalen of de master- of de slave-unit als leidende, c.q. volg-unit moet werken. De rollen van leidende- en volg-unit worden omgedraaid wanneer het verschil in draai-uren van de beide units een te configureren waarde overschrijdt. Zo wordt gegarandeerd dat de draai-uren worden geëgalisceerd.

De omschakeling tussen leidende- en volg-unit kan zowel tijdens de start of tijdens bedrijf plaatsvinden.

De leidende unit wordt altijd als eerste gestart. Wanneer de leidende unit zijn volle bedrijfscapaciteit heeft bereikt, wordt de (te configureren) inschakelvertragingstijd van de volg-unit gestart. De unit kan starten nadat de tijd verstreken is en wanneer de afwijking van het regelpunt hoger is dan 1,7°C. Op dat moment wordt de koelerpomp van de volg-unit aangeschakeld. De unit gebruikt automatisch het actieve setpoint van de Master-unit. De leidende unit blijft op zijn volle bedrijfscapaciteit werken tot de actieve capaciteit van de volg-unit hoger is geworden dan nul. Wanneer de volg-unit afgeschakeld wordt, blijft de koelerpomp nog twintig seconden in werking.

Bij communicatiestoring tussen de beide units keert iedere unit terug naar autonoom bedrijf, tot de storing is verholpen. Wanneer de Master-unit door een alarm afgeschakeld wordt, dan mag de slave-unit direct starten.

LET OP: Voor warmtepompen die in master/slave bedrijf werken en een NRCP2 print of elektrische verwarmings-trappen hebben, moet de waterintredetemperatuur worden geregeld.

6 - STORINGSDIAGNOSE EN OPLOSSINGEN

6.1 - Algemeen

In de PRO-DIALOG+-regeling is een zeer uitgebreide storingsdiagnose routine ingebouwd. De basis interface met zijn menu's geeft tocgang tot vele van de bedrijfscondities van de unit. Als er een werkingsfout wordt geconstateerd, dan wordt een alarm geactiveerd en een alarmcode opge-slagen in het Alarm-menu, sub-menu's CUR_ALRM (4.9.13) en ALARMRST (4.9.12).

6.2 - Afbeelden van alarmmeldingen

Via de Alarm-LED van het bedieningspancel (zie hoofdstuk 3.1) kunnen alarmmeldingen van de unit direct worden afgebeeld.

  • De knipperende LED geeft aan dat het circuit werkt, maar onder een alertconditie.
  • De continu verlichte LED geeft aan dat het circuit door een alarmconditie is afgeschakeld.

In het ALARMRST-menu (4.9.12) van het bedieningspaneel kunnen maximaal 5 actieve alarmcodes worden afgebeeld.

6.3 - Reset van alarmmeldingen

Nadat de oorzaak van het alarm is verholpen kan het alarm, afhankelijk van het soort, worden gereset:

  • automatisch bij terugkeer naar normaal bedrijf
  • handmatig op de unit.

Reset van alarmmeldingen kan zelfs plaatsvinden als de unit in bedrijf is. Het is daarom mogelijk om een alarm te resetten zonder de machine af te schakelen.

Als de elektrische voeding wordt onderbroken herstart de unit automatisch als de voeding weer is hersteld. Alarmmeldingen die actief waren toen de voeding werd onderbroken zijn opgeslagen en zouden er de oorzaak van kunnen zijn dat een circuit, of de unit, niet herstart.

Hand-reset moet worden uitgevoerd via het bedieningspaneel via het ALARMRST menu (4.9.12), item RST_ALM. Afhankelijk van de configuratie in het GENCONF menu (4.9.18), kan toegang tot het item zijn beveiligd met een password.

AlarmNr.Alarm-codeAlarm-beschrijving Reset type Mogelijke oorzaak Actie van de regeling
Thermistorfouten
1 th-01Fout gekoelde vloeistof intrede thermistorAutomatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
2 th-02Fout gekoelde vloeistof uittrede thermistorAutomatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
3 th-03Fout ontdooi-opnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
4 th-03Fout ontdooi-opnemer, tweede warmtewisselaarAutomatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
5 th-10Fout buitenluchttemperatuur opnemerAutomatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
6 th-11Fout CHWS (master/slave) vloeistof thermistorAutomatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Master/slave bedrijf wordt gestopt
7 th-12Fout zuiggas temperatuuropnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor Unit wordt afgeschakeld
8 th-24Fout Economizer opnemer Automatisch als de gemeten temperatuur weer normaal isFout thermistor De Economizer wordt gestopt
Drukopnemerfouten
9 Pr-01Fout persdrukopnemer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal isFout drukopnemer of montagefoutUnit wordt afgeschakeld
10 Pr-04Fout zuigdrukopnemer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal isFout drukopnemer of montagefoutUnit wordt afgeschakeld
11 Pr-13Fout drukopnemer Economizer Automatisch als de gemeten spanning weer normaal isFout drukopnemer of montagefoutGeen
12Pr-24 Fout drukopnemer waterpomp Automatisch als de gemeten spanning weer normaal isFout drukopnemer of montagefoutUnit wordt afgeschakeld
Communicatiefouten
13Co-E1 Communicatiestoring met EXV-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteldBedradingsfout, defecte slaveprintUnit wordt afgeschakeld
14 Co-O1Communicatiestoring met PD_AUX 1-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteldBedradingsfout, defecte slaveprintUnit met optionele waterdruk opnemers, unit wordt afgeschakeld
15 Co-O2Communicatiestoring met PD_AUX 2-print Automatisch wanneer de communicatie is hersteldBedradingsfout, defecte slaveprintGeen
16 A1-01CP A1 fout: Electronische thermische beveiliging open HandmatigCompressor te heetCompressor wordt afgeschakeld
17 A2-01CP A2 fout: Electronische thermische beveiliging open HandmatigCompressor te heetCompressor wordt afgeschakeld
Procesfouten
18 P-01Waterwarmtewisselaar vorstbeveiliging Automatisch als hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatigWaterdebiet te laag of defecte thermistorUnit wordt afgeschakeld
19P-05 Lage zuiggastemperatuur Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatigDrukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddelUnit wordt afgeschakeld
20P-08 Hoge oververhitting Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatigDrukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddelUnit wordt afgeschakeld
21P-11 Lage oververhitting Automatisch als de temperatuur weer normaal is, en hetzelfde alarm in de laatste 24 uur niet eerder is voorgekomen, anders handmatigDrukopnemer defect, EXV geblokkeerd of te weinig koudemiddelUnit wordt afgeschakeld
22 P-14Fout stromingsbeveiliging en/of externe beveiliging Automatisch wanneer de unit handmatig is afgeschakeld, anders handmatigWarmtewisselaar pomp defect of fout water stromings-beveiligingUnit wordt afgeschakeld
23 P-16Compressor A1 niet gestart of geen druktoename HandmatigBedradingsfoutCompressor wordt afgeschakeld
24 P-17Compressor A2 niet gestart of geen druktoename HandmatigBedradingsfoutCompressor wordt afgeschakeld
25 P-29Communicatiestoring met de System Manager Automatisch wanneer de communicatie is hersteldFoute CCN bus bedradingUnit gaat in autonoom bedrijf werken
26 P-30Communicatiestoring tussen master en slave Automatisch wanneer de communicatie is hersteldFoute CCN bus bedradingUnit gaat in autonoom bedrijf werken
27P-31 CCN noodstop HandmatigNetwerk commandoUnit wordt afgeschakeld
28P-32 Fout waterpomp 1 HandmatigPomp oververhit of ondeugdelijke aansluitingUnit wordt geheel gestopt wanneer er geen reservepomp is
29 P-37Herhaaldelijke overbrugging hoge druk AutomatischDrukopnemer defect of fout lucht-circulatie condensorGeen
30 P-40Herhaaldelijke overbrugging lage zuiggastemperatuur in verwarmings-bedrijf HandmatigDrukopnemer defect of te weinig koudemiddelUnit wordt afgeschakeld
31 P-43Warmtewisselaar temperatuur te laag, minder dan 8°C, unit mag niet starten Automatisch wanneer de gemeten temperatuur weer normaal isCompressorbeveiliging buiten limieten of drukopnemer foutDe unit kan niet starten
32 P-50Koudemiddellekkage Automatisch wanneer de concentratie terugkeert naar een lagere waarde dan de normale drempelKoudemiddeltek of vluchtige componenten in de machineGeen

6.4 - Alarmcodes (vervolgd)

Alarm Nr.Alarm-codeAlarmbeschrijving Reset type Mogelijke oorzaak Actie van de regeling
Procesfouten (vervolgd)
33P-63Fout hogedrukHandmatigVentilatorfout, condensor vervuild, te hoge buitentemperatuurUnit wordt afgeschakeld
34 P-97Intrede-uittrede wateropnemers omgewisseldHandmatigOpnemer defect, opnemers omgewisseldUnit wordt afgeschakeld
35 MC-nnMaster koelmachine configuratiefoutAutomatisch wanneer de master configuratie weer normaal is of wanneer de unit niet meer in master/slave bedrijf werktMaster/slave configuratiefoutMaster/slave bedrijf wordt gestopt
36FC-nOGeen fabrieksinstellingAutomatisch wanneer de configuratie is ingevoerdHet unit type is niet geconfigureerdUnit wordt afgeschakeld
37FC-nnOnjuiste fabriekinstellingHandmatigHet unit type is niet goed geconfigureerdUnit wordt afgeschakeld
38Sr-nnOnderhoudsalertHandmatigEr is onderhoud verricht aan een van de kritieke componentenGeen
39P-28Extern beveiligingscontactAutomatischHet extern beveiligingscontact is geactiveerdUnit wordt afgeschakeld
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CARRIER

Model : AquaSnap 61AF

Categorie : Airconditioner