F22 - Fietsendrager Uebler - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis F22 Uebler in PDF-formaat.
| Producttype | Fietsendrager |
| Merk | Uebler |
| Model | F22 |
| Aantal fietsen | 2 |
| Maximaal draagvermogen per fiets | 30 kg |
| Maximaal totaal draagvermogen | 60 kg |
| Gewicht | 14,5 kg |
| Afmetingen (opgevouwen) | 120 x 60 x 80 cm |
| Afmetingen (uitgevouwen) | 120 x 60 x 80 cm |
| Materiaal | Aluminium |
| Montage | Aan de trekhaak |
| Bevestiging | Kogelkoppeling |
| Vergrendeling | Diefstalbeveiliging met slot |
| Inklapbaar | Ja, inklapbaar voor opslag |
| Verlichting | Inclusief 13-polige stekker |
| Kabel | Geïntegreerde kabel voor verlichting |
| Framehouder | Verstelbare frameklemmen |
| Wielhouder | Verstelbare wielbanden |
| Onderhoud | Regelmatig smeren van bewegende delen |
| Reiniging | Met milde zeep en water |
| Garantie | 5 jaar fabrieksgarantie |
Veelgestelde vragen - F22 Uebler
Gebruikersvragen over F22 Uebler
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F22 - Uebler en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F22 van het merk Uebler.
GEBRUIKSAANWIJZING F22 Uebler
Fietsendrager voor aanhanginrichting
- Uebler F22, voor 2 fietsen, best.-nr. 15720
- Uebler F32, voor 3 fietsen, best.-nr. 15730
Montage- en gebruikshandleiding

Het doet ons plezier dat u voor een fietsendrager van UEBLER heeft gekozen.
De in deze montage- en gebruikshandleiding vermelde werkzaamheden en veiligheidsinstructies dienen onder alle omstandigheden te worden nageleefd. Voor schade die wordt veroorzaakt door het niet in acht nemen van deze instructies, aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid.
Aanwijzing
De montage- en bedieningswerkzaamheden worden voor de fietsendrager Uebler F22 beschreven en weergegeven. Bij de fietsendrager Uebler F32 gaat u op dezelfde manier te werk.
Onderdelenoverzicht

Onderdeelnummer
Koppelingsdrager Uebler F22 voor 2 fietsen Best.-nr. 15720 (voertuig met stuur links) Best.-nr. 15721 (voertuig met stuur rechts) Koppelingsdrager Uebler F32 voor 3 fietsen Best.-nr. 15730 (voertuig met stuur links) Best.-nr. 15731 (voertuig met stuur rechts)
EG-goedkeuringsnummer
e11*74/483*2007/15*6511
Omvang van de levering
| Benaming | F22 F32 | |
| Aantal stuks | Aantal stuks | |
| 1 Fietsendrager 1 1 | ||
| 2 Houder 3e fiets - 1 | ||
| 3 Sleutel voor spanhendel 2 2 | ||
| 4 Sleutel voor houder 4 6 |
Aanwijzingen
Wijzigingen van de leveringsomvang zijn voorbehouden.
Reparaties of vervanging van onderdelen dienen door een gespecialiseerde firma te worden uitgevoerd. Uebler adviseert u om veiligheidsredenen alleen de bij uw speciaalzaak verkrijgbare originele reserveonderdelen te gebruiken.
Onderdeelnaam
| Benaming | F22 F32 | |
| Aantal stuks | Aantal stuks | |
| 5 Snelspanner 2 2 | ||
| 6 Draagframe | 1 | 1 |
| 7 Wielgoten | 4 | 6 |
| 8 Achterlichten | 2 | 2 |
| 9 Houder 1e fiets | 1 | 1 |
| 10 Houder 2e fiets | 1 | 1 |
| 11 Kentekenplaathouder | 1 | 1 |
| 12 Spanhendel | 1 | 1 |
| 13 Stekker voor verlichtingsinrichting | 1 | 1 |
Technische gegevens
| Eigen gewicht | |
| Uebler F22, voor max. 2 fietsen | ca. 12 kg |
| Uebler F32, voor max. 3 fietsen | ca. 14,5 kg |
| Maximale bijlading (draaglast) | |
| Uebler F22, vanaf D-waarde ^1 5,3 kN- bij steunlast min. 50 kg | 38 kg |
| Uebler F22, vanaf D-waarde ^1 6,7 kN- bij steunlast min. 50 kg- bij steunlast min. 75 kg | 38 kg60 kg |
| Uebler F32, vanaf D-waarde ^1 5,3 kN | -- ^2 |
| Uebler F32, vanaf D-waarde ^1 6,7 kN- bij steunlast min. 50 kg- bij steunlast min. 75 kg | 35,5 kg54 kg |
1 zie typeplaatje aan de aanhanginrichting
2 niet toegestaan
| Stroomvoorziening | |
| Uebler F22, voor max. 2 fietsen | 13-polig, 12 V |
| Uebler F32, voor max. 3 fietsen | 13-polig, 12 V |
| Maximale buisdiameter van de fietsframes | |
| Ronde buis | 80 mm |
| Ovale buis | 80x45 mm |
Fietsendrager uit elkaar klappen

-
Snelpanner (5) openen.
-
Draagframe (6) omhoogklappen en de snelspanners (5) sluiten. Gesloten snelspanners (5) zo nodig rechtsom draaien wanneer het draagframe (6) te los zit.
Aanwijzing
Wanneer de snelspanners (5) niet kunnen worden gesloten, dient u ze linksom te draaien.

- Wielgoten (7) uitklappen en vastklikken.

-
Achterlichten (8) uitklappen en vastklikken.
-
Houders (9 en 10) met sleutel (4) ontgrendelen.
-
Houders (9 en 10) naar voren zwenken en in het verlengde van het draagframe (6) in de gewenste positie schuiven.
Let op
De kentekenplaat aan de fietsendrager (1) moet met de officiële kentekenplaat van het voertuig overeenkomen en goed leesbaar zijn.

- Houder (14) naar achteren duwen. Kentekenplaat in de kentekenplaathouder (11) schuiven, naar boven tegen de stopper (15) duwen en volledig plaatsen. Houder (14) loslaten en controleren of de kentekenplaat stevig is bevestigd.
Aanwijzing
Voor het plaatsen van hogere kentekenplaten de stopper (15) naar achteren duwen en de kentekenplaat volledig in de kentekenplaathouder (11) schuiven.
Bij smalle kentekenplaten dienen de boorpunten (16) voor de bevestiging van de kentekenplaat te worden gebruikt.
Fietsendrager in elkaar klappen
Het in elkaar klappen van de fietsendrager (1) gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Aanwijzing
Indien u bij het gebruik van de fietsendrager (1) de positie van de achterlichten (8) heeft aangepast (zie „Verlichting afstellen“ pagina 29), dient u voor het in elkaar klappen van de fietsendrager (1) de achterlichten (8) in de uitgangspositie te brengen. Ga hiervoor in de omgekeerde volgorde te werk, zoals beschreven in het hoofdstuk „Verlichting afstellen“.
Fietsendrager aan het voertuig bevestigen
Let op
De aanhanginrichting moet voor de aanbouw van een fietsendrager geschikt zijn:
- D-waarde van de kogelkop (zie „Technische gegevens“ pagina 25)
- Materiaal van de aanhanginrichting min. St 52-3 (zie typeplaatje aan de aanhanginrichting)
De kogelkop dient voor de montage te worden gereinigd en ontvet.
Let op
Bij de bevestiging van de fietsendrager aan het voertuig moeten de achterlichten altijd uitgeklapt zijn.
Het gebruik van de fietsendrager met ingeklapte achterlichten is niet toegestaan. De verlichtingsinrichting moet voor iedere rit op correcte positionering en goede werking worden gecontroleerd.
Let op
Bij inritten en doorgangen moet rekening worden gehouden met de gewijzigde voertuigafmetingen (breedte, hoogte, diepte). Wees voorzichtig bij het achteruitrijden.

- Spanhendel (12) met sleutel (3) ontgrendelen.
- Hendel (17) indrukken en spanhendel (12) omhoogzwenken.

- Drager (18) horizontaal op de kogelkop (19) schuiven en fiestendrager (1) beveiligen tegen kantelen.

- Fietsendrager (1) parallel t.o.v. de bumper uitlijnen en de spanhendel (12) omlaagzwenken, zodat de hendel (17) vastklikt.
- Spanhendel (12) met de sleutel (3) vergrendelen. Sleutel (3) uitnemen.
- Fietsendrager (1) door wrikken op stevige bevestiging controleren. De fietsendrager (1) zo nodig verwijderen en opnieuw bevestigen.

- Stekker (13) uit de houder aan de fietsendrager (1) halen, in de stekkerdoos (20) van de elektrische voorziening van de trekhaak steken en rechtsom tot aan de aanslag draaien.
- Functie van de verlichtingsinrichting controleren.
Fietsendrager demonteren
De demontage van de fietsendrager (1) van het voertuig gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Fietsen monteren/demonteren
WAARSCHUWING
De fietsendrager voor de aanhanginrichting is uitsluitend geschikt voor het transporteren van fietsen.
Er mogen alleen fietsen met een gewicht van elk max. 30 kg op de fietsendrager worden getransporteerd.
Daarbij mogen de maximaal toegestane draaglast van de fietsendrager, de steunlast van de aanhanginrichting alsmede het toegestane totale gewicht en de maximaal toegestane aslast van het voertuig (zie gebruikshandleiding van het voertuig) in geen geval worden overschreden. Bij het negeren van deze instructie kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen van het voertuig losraken en daardoor u en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
WAARSCHUWING
De fietsen moeten zo gelijkmatig mogelijk en met een laag zwaartepunt op de fietsendrager worden bevestigd en met een houder aan het fietsframe en met spanriemen aan de voor- en achterwielen tegen omlaagvallen worden geborgd.
Voor de montage moeten kinderzitjes en alle losse onderdelen, zoals drinkflesjes, zadeltassen e.d. van de fietsen worden verwijderd en opgeborgen.
Bij veronachtzaming kunnen de fietsen en/of de losse onderdelen tijdens de rit van het voertuig losraken en bij andere verkeersdeelnemers een ongeluk en daarmee verbonden letsels en materiële schade veroorzaken.
WAARSCHUWING
Voer de montage en de demontage van de fietsen met de hulp van een tweede persoon uit.
Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen. Er bestaat verwondingsgevaar.

- Grendel (21) indrukken en de spanriemen (22) uittrekken.
- Klemmen (23) met draaigreep (24) vastschroeven tot de vereiste buisdiameter van het fietsframe is bereikt.
Let op
Zware fietsen dicht bij het voertuig en lichte fietsen (bijv. kinderfietsen) verder naar achteren op de fietsendrager monteren. De eerste fiets met de tandkrans naar het voertuig toe gericht monteren.
- Fiets op de wielgoten (7) plaatsen die het dichtst bij de achterklep zitten en beveiligen tegen kantelen.
Let op
Houder uitsluitend aan het fietsframe bevestigen. Er mogen geen onderdelen, bijv. schakel- en remkabels, worden ingeklemd.
Defecte klemmen moeten onmiddellijk worden vervangen.

- Houder (9) op een geschikte plek aan de fiets bevestigen. Klem (23) met draaigreep (24) vastschroeven en met sleutel (4) vergrendelen. Sleutel (4) uitnemen.
- Spanriem (22) in het midden tussen twee spaken door leiden, in de gespen (25) rijgen en met de spanner (26) vastdraaien (pijl).
Aanwijzing
Door het vastdraaien van de spanriemen (22) worden deze onder spanning gezet. Om deze spanning los te zetten, moet de grendel (21) zo nodig stevig worden ingedrukt.
Aanwijzing
De tapschroeven van de houders dienen regelmatig te worden gereinigd en gesmeerd, om te voorkomen dat de draaigrepen vast gaan zitten.
Tweede fiets monteren

De montage van de tweede fiets gebeurt op dezelfde manier als de montage van de eerste fiets. Er dient rekening te worden gehouden met de tegenovergestelde plaatsing van de twee fietsen.
De tweede fiets wordt met de lange houder (10) bevestigd.
Derde fiets monteren ^1

De montage van de derde fiets gebeurt op dezelfde manier als de montage van de eerste fiets. Er dient rekening te worden gehouden met de tegenovergestelde plaatsing van de fietsen.
De derde fiets wordt met de extra houder (2) aan de tweede fiets bevestigd.
Verlichting afstellen

Afstand (B) tussen de buitenste rand van de belading en de buitenste rand van het lichtschijnoppervlak aan het achterlicht mag maximaal 40 cm bedragen. De achterlichten van de fietsendrager moeten zo nodig naar behoren worden gepositioneerd.
Aanwijzing
Indien het voertuig ^2 breder is dan de belading, moet de afstand (B) tussen de buitenste rand van het voertuig ^2 en de buitenste rand van het lichtschijnoppervlak aan het achterlicht in acht worden genomen.

- Vergrendelingen (27) in elkaar drukken en achterlichten (8) in de buitenste positie schuiven. Vergrendelingen (27) loslaten en controleren of de achterlichten (8) stevig vastzitten.
Aanwijzing
Voor het inklappen van de fietsendrager moeten de achterlichten (8) in de uitgangspositie worden gebracht.
Voorbereiding op het rijden
WAARSCHUWING
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsendrager en de fietsen moeten na montagewerkzaamheden, voor iedere rit en ook tijdens een langere reis op stevige bevestiging worden gecontroleerd en indien nodig worden aangedraaid. Deze controle dient afhankelijk van de hoedanigheid van de rijbaan regelmatig te worden herhaald. De verlichtingsinrichting moet eveneens voor iedere rit op goede werking worden gecontroleerd. Bij het negeren van deze instructie kan de fietsendrager samen met de gemonteerde fietsen van het voertuig losraken en daardoor u en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
Let op
De officiële kentekenplaat en de verlichtingsinrichting van de fietsendrager mogen niet worden bedekt.
Indien de fietsendrager niet volledig is beladen, moet erop worden gelet dat:
- niet-benodigde houders volledig dichtgedraaid en vergrendeld zijn
- alle sleutels uitgenomen en opgeborgen zijn
- de houder voor de derde fiets opgeborgen is
- de spanriemen van alle wielgoten zijn gesloten.
Fietsen verwijderen
De demontage van de fietsen gebeurt in de omgekeerde volgorde.
Algemene veiligheidsinstructies
De eigenaar van het voertuig is ervoor verantwoordelijk dat zijn gezichtsveld en zijn gehoor niet door de lading of de hoedanigheid van het voertuig worden belemmerd. Hij dient ervoor te zorgen dat het voertuig en de lading volgens de voorschriften functioneren en dat de verkeersveiligheid van het voertuig door de lading niet negatief wordt beïnvloed.
De voorgeschreven verlichting en de verlichtingsinrichtingen moeten ook overdag aanwezig en operationeel zijn.
Deze montage- en gebruikshandleiding bevat de algemene registratie van de fietsendrager voor aanhanginrichtingen en moet altijd in het voertuig aanwezig zijn.
Neem de betreffende wettelijke bepalingen in acht voor het gebruik van fietsendragers in het land van gebruik.
WAARSCHUWING
De in deze montage- en gebruikshandleiding vermelde werkzaamheden en veiligheidsinstructies dienen onder alle omstandigheden te worden nageleefd.
De fietsendrager voor de aanhanginrichting is uitsluitend bestemd voor het transporteren van fietsen. De fietsendrager is niet geschikt voor gebruik op open terrein.
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsendrager en de fietsen moeten na montagewerkzaamheden, voor iedere rit en ook tijdens een langere reis op stevige bevestiging worden gecontroleerd en indien nodig worden aangedraaid. Deze controle dient afhankelijk van de hoedanigheid van de rijbaan regelmatig te worden herhaald.
Tijdens het rijden dient de bestuurder via de achteruitkijkspiegel de fietsendrager en de fietsen in de gaten te houden in verband met eventuele verschuivingen/verplaatsingen.
Bij veranderingen moet met gematigde snelheid naar de volgende stopmogelijkheid worden gereden. Daar moeten schroefverbindingen en bevestigingen van fietsendrager en/of fietsen worden aangedraaid.
Bij het negeren van deze instructie kan de fietsendrager en/of de lading van het voertuig losraken en daardoor u en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
WAARSCHUWING
Gebruik geen smeermiddelen aan vooraf gemonteerde schroefverbindingen. De schroefverbindingen kunnen daardoor los gaan zitten. De fietsendrager kan vervolgens samen met de gemonteerde fietsen van het voertuig losraken en daardoor u en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken.
WAARSCHUWING
Voor het begin van de rit dient u de werking van de verlichtingsinrichtig te controleren. Bij een ingeschakelde mistachterlamp aan de fietsendrager moet de mistachterlamp aan het voertuig uitgeschakeld zijn, d.w.z. ze mogen niet tegelijkertijd branden.
Bij voertuiguitvoeringen waarvan de typegoedkeuring voor het eerst na 01-10-1998 is gegeven, mag het aangebouwde draagsysteem achter of de getransporteerde lading het derde remlicht van het voertuig niet bedekken. Het derde remlicht van het voertuig moet zichtbaar zijn: rechts en links gerelateerd aan de langsas van het voertuig – met een horizontale hoek van 10°, naar boven toe gerelateerd aan de lichtrand – met een verticale hoek van 10° en omlaag – gerelateerd aan de onderste lichtrand – met een verticale hoek van 5°. Indien deze waarden niet worden nageleefd, moet er een “derde” extra remlicht worden aangebouwd.
WAARSCHUWING
De montage van de fietsendrager en de fietsen veroorzaakt een ander rij- en remgedrag en een andere zijwindgevoeligheid van het voertuig. De maximale snelheid van 130 km/h mag niet worden overschreden.
De fietsen mogen niet met zeilen, beschermhoezen e.d. worden afgedekt, omdat daardoor het raakvlak van de wind en het rijgedrag sterk worden beïnvloed.
Zware lading in de bagageruimte zo ver mogelijk naar voren schuiven om een te grote last aan de achterkant van het voertuig te vermijden.
Pas de manier van rijden altijd aan de weg-, verkeers- en weersomstandigheden aan en rij extra voorzichtig indien u met een beladen fietsendrager onderweg bent.
WAARSCHUWING
Wanneer de lading meer dan 40 cm buiten de rand van het lichtschijnoppervlak van de markerings- of achterlichten van het draagsysteem achter uitsteekt, moet dit worden aangegeven, en wel aan de zijkant maximaal 40 cm van de rand en maximaal 150 cm boven de rijbaan, naar voren toe met een lamp met wit en naar achteren toe met een lamp met rood licht.
Bij het transport van de fietsen moeten de naar de zijkant uitstekende fietsen extra worden gemarkeerd.
Bij ritten in het donker moeten de achter- en zijreflectoren van de fietsen worden afgedekt/afgeplakt, zodat een vertekend beeld van de achterverlichting van het voertuig wordt vermeden en andere weggebruikers niet gehinderd of misleid worden.
Let op
Indien het voertuig is uitgerust met een elektrische achterklep, moet bij een gemonteerde fietsendrager op de noodzakelijke vrije ruimte worden gelet. Indien mogelijk, moet de elektrische achterklep gedeactiveerd en handmatig bediend worden.
Voor het gebruik van een autowasinstallatie moet de fietsendrager worden gedemonteerd. De fietsendrager, het voertuig en/of de autowasinstallatie kunnen anders beschadigd raken.
Milieutip
Demonteer de fietsendrager als u hem niet gebruikt om het brandstofverbruik te verminderen.