GSR140-35P - Ketel Oertli - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSR140-35P Oertli in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GSR140-35P Oertli
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSR140-35P - Oertli en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSR140-35P van het merk Oertli.
GEBRUIKSAANWIJZING GSR140-35P Oertli
Gasgestookte condensatieketel
Conformiteitsverklaring c€
Conformiteitsverklaring A.R. 8/1/2004 - BE
Fabrikant OERTLI THERMIQUE S.A.S.
Z.I. de Vieux-Thann - 2, avenue Josué Heilmann - B.P. 16
F-68801 THANN Cedex
+33 3 89 37 00 84
+33 3 89 37 32 74
Ingebruikname door Zie einde korte handleiding
Wij waarborgen bij deze dat de vermelde serie van het apparaat conform het standaardmodel is dat beschreven staat in de overeenstemmingsverklaring van de EG en vervaardigd en in circulatie gebracht is overeenkomstig de normen en eisen van de Europese Richtlijnen en van het Koninklijk Besluit van 8 januari 2004 dat daar op volgde. :
Type product: Gasgestookte condensatieketel
Modellen GSR140-35P/45/65/90/115Condens
Normen en richtlijnen - A.R. van 8 januari 2004
- 90/396/EG Richtlijn Gasapparaat
Beteffende normen :EN 437; EN 483; EN 625; EN 677 - 2006/95/EG Richtlijn Laagspanning
Overeenkomstige norm : EN 60.335.1 - 2004/108/EG Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit
Generische normen : EN61000-6-3 ; EN61000-6-1 - 92/42/EEG Richtlijn Rendement **** C€
- Federaal besluit betreffende de bescherming van de lucht OPAIR
- Richtlijnen van de Zwitserse maatschappij voor de gas- en waterindustrie SSIGE
- Richtlijnen van de plaatselijke en kantonnale instanties
- Richtlijnen betreffend vloeibaar gemaakt gas, deel 2
- Richtlijnen van de Association des Etablissements cantonaux d'Assurance Incendie AEAI
Controledienst Gastec
Waarden NOx (mg/kWh) CO (mg/kWh)
GSR140-35P < 37 21 - DIN 4702 Teil 8
1 Toegepaste symbolen....5
2 Belangrijke instructies ....5
3 Beschrijving....6
3.1 Algemeen 6
3.2 Samenstelling van het assortiment....6
3.3 Erkenningen 6
3.3.1 Algemene instructies 6
3.3.2 Land van bestemming 7
3.4 Voornaamste componenten 8
3.5 Technische gegevens....10
3.5.1 Ketel....10
3.5.2 Bedieningspaneel....10
3.6 Technische gegevens....11
3.7 Belangrijkste afmetingen 12
3.7.1 Ketel alleen 12
3.7.2 Geïnstalleerde verwarmingsketel....15
3.8 Hydraulische eigenschappen 16
4 Bedieningspaneel 19
4.1 Elektromechanische onderdelen 19
4.2 Display 20
4.3 Toegankelijke toetsen als het luik gesloten is ....21
4.4 Toegankelijke toetsen als het luik geopend is ....22
5 Werkingsmodus (Luik dicht) .....23
6 Ingestelde temperatuur (Luik dicht)....25
6.1 Richttemperatuur verwarming....25
6.2 Richttemperatuur sanitair warmwater....25
7 Programmaselectie (Luik open)....26
7.1 Programma's verwarming....26
7.2 Programma sanitair warmwater 26
7.3 Hulpprogramma 26
7.4 Aanpassing van de programma's 26
8 Installatie ....27
8.1 Reglementaire installatie- en onderhoudsvoorwaarden raadplegen 27
8.2 Eisen betreffende het verwarmingswater 27
8.3 Belangrijke opmerkingen betreffende de behandeling van de verwarmingskring .....28
9 Aansluiting van de verwarmingsketel....30
9.1 Aansluiting van de waterafvoer ....30
9.2 toevoer van oxidatieve lucht....30
9.3 Controle van de gasleiding....30
9.4 Aansluitingen van de schoorsteenaccessoires....31
9.4.1 Classificatie 32
9.4.2 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen 33
9.5 Elektrische aansluiting ....34
10 Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging....35
10.1 Vullen van de installatie 35
10.2 Controlepunten vóór inbedrijfstelling 35
10.2.1 Controleer de gasaanvoerdruk....35
10.2.2 Afstelling van de brander 36
10.2.3 Aanpassing van het vermogen....42
10.2.4 Programmering van de bediening van de verwarmingsketel 42
10.2.5 Sanitair-warmwaterproductie 42
10.2.6 Zorgen dat de beheerder weet hoe de installatie werkt 42
10.2.7 Invullen certificaat van indienststelling....42
10.2.8 De installatie uitschakelen 42
11 Foutmeldingen....43
11.1 Defecten....43
11.2 Vergrendeling (tijdelijk)....45
12 Gebruikersinstellingen ....46
13.1 Instellingen "professioneel"....53
13.2 Instellingen voor een verwarmingskring....55
13.3 Instellingen voor SWW....58
13.4 Instellingen voor het toewijzen van hydraulische kringen....59
13.5 Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus) 62
14 Aanpassing aan een andere gassoort....64
14.1 Overgang van aardgas naar propaangas....64
14.2 Type gas....65
14.3 Eventuele montage van een uitwendige magneetklep....65
15 Invullen certificaat van indienststelling ....66
16 Onderhoud....67
16.1 Algemeen 67
16.2 Inspectie....67
16.3 Reiniging en onderhoud 69
16.4 Onderhoud van de leidingen van de trekgataansluiting 72
16.5 Temperatuursensor 72
17 Instructies voor de schoorsteenveger ....73
18 Principeschema's ....74
19 Reserveonderdelen GSR140-35P/45/65/90/115Condens 77
Duitse handleiding referentie 300014312 op aanvraag verkrijgbaar.
1 Toegepaste symbolen
Opgelet gevaar
Kans op lichamelijk letsel en materiële schade. Neem altijd de instructies in acht voor de veiligheid van personen en goederen
Belangrijke informatie
Hou rekening met de informatie om het comfort te behouden
Verwijzing
Verwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's van de handleiding
2 Belangrijke instructies
Om de goede werking van het toestel te verzekeren, moet deze handleiding nauwkeurig worden gevolgd.
⚠ Werkzaamheden aan de installatie mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig personeel.
Als fabrikant kunnen wij geenszins aansprakelijk worden gesteld indien het toestel niet goed wordt gebruikt, niet of slecht wordt onderhouden of niet correct gemonteerd wordt (wat dat betreft moet u zelf zorgen dat de montage aan een erkend installateur wordt toevertrouwd).
De werkzaamheden aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman, overeenkomstig de geldende voorschriften.
⚠️ Controleer of het apparaat is afgesteld op de juiste gassoort.
Neem de polen die op het klemmenbord zijn aangegeven in acht : fasegeleider (L), nulgeleider (N) en aardgeleider 12 .
! Controleer de afdichting van de aansluitingen van de gas-en waterleiding.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade en storingen die het gevolg zijn van het niet respecteren van deze instructies door de gebruiker.
3 Beschrijving
3.1 Algemeen
De ketels GSR140-35P/45/65/90/115Condens zijn HR gaswandketels voorzien van een conversationeel regelsysteem OETRONIC3. Zij verzorgen de centrale verwarming en de productie van sanitair warmwater (indien sww boiler aangesloten).
Zij zijn ontworpen voor ketelhuizen met warm water in een gesloten kring, met een maximale bedrijfstemperatuur van 90 °C. De installatie hiervan wordt aangeraden op verwarmingsinstallaties met lage temperatuur (Vloerverwarming, radiatoren die niet heet worden, ...).
3.2 Samenstelling van het assortiment
| Ketel GSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 / GSR140-90 / GSR140-115 | |
| Nr CE CE-0063BS3826 | |
| Type | B_23 - C_13(x) - C_33(s) - C_33(x) - C_43(x) - C_53 - C_63(x)^* - C_83(x) |
| Afvoer rookgassen Schoorsteen / Rookgasafvoer | |
| Ontsteking Automatisch | |
| Gas | GSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 / GSR140-90 = Aardgas / PropaanGSR140-115 = Aardgas |
* M.u.v. België (s) Uitsluitend geldig voor België
(x) uitsluitend voor Duitsland
3.3 Erkenningen
3.3.1 Algemene instructies
De installatie moet worden uitgevoerd volgens de geldende wettelijke voorschriften, de regels van de kunst en de aanwijzingen in deze handleiding.
De eerste inbedrijfname wordt door de installateur verricht.
Er mogen alleen originele reserveonderdelen gebruikt worden.
Werkzaamheden aan de gasmodule mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman. Gelieve aan de beheerder van de installatie te bevestigen dat u de gasdichtheid van de gaskring gecontroleerd heeft.
Door toepassing van artikel 25 van de gewijzigde beschikking d.d. 02/08/1977 en van artikel 1 van de gewijzigde beschikking d.d. 05/02/1999, is de installateur verplicht conformcertificaten op te stellen zoals goedgekeurd door de ministers verantwoordelijk voor de bouw en de veiligheid van het gas. De ketel mag uitsluitend werken met de op het kenplaatje vermelde gassoorten.
Voor de inbedrijfstelling, moet de fabrieksinstelling van het apparaat vergeleken worden met de plaatselijke voedingsvoorwaarden. Indien de instelling gewijzigd moet worden, dient dit door een hiertoe bevoegde vakman gedaan te worden.
Voor de condensatieketels is een speciaal voor deze bedrijfswijze geschikt systeem voor rookgasafvoer of verse-luchttoevoer vereist. De uitvoering hiervan hangt af van de plaats van installatie en van de gebouwen.
Een minimum afstand tussen het rookafvoersysteem bij geforceerde stroom of de ketel en brandbaar materiaal is niet nodig. Bij het nominale vermogen van de ketel komt de temperatuur van de elementen niet boven de 85 °C.
De werkzaamheden aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman, overeenkomstig de geldende voorschriften.
■ België
De installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en landelijke regelgeving.
De fabrieksinstelling is werking met aardgas. Het is uitdrukkelijk verboden werkzaamheden aan de gasmodule uit te voeren.
■ Zwitserland
De installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en landelijke regelgeving.
De veilige afstand tussen brandbaar materiaal en de ketel en de afgassen moeten overeenkomen met de eisen van de AEAI-norm.
■ Andere landen
De installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en landelijke regelgeving.
Nr. SVGW : 05-037-4
3.3.2 Land van bestemming
• GSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 / GSR140-90
| Land van bestemming | Categorie | gebruikte gassoort | Druk van de toevoer | ||
| FR | II_2Esi3P | GN H | Propaan | 20 mbar | 37 mbar |
| GN L 25 mbar | |||||
| DE | II_2ELL3P | GN H | Propaan | 20 mbar | 50 mbar |
| GN LI 20 mbar | |||||
| BE | I_2E(S)B | GN H/L 20/25 mbar | |||
| I2E(R)B (GSR90) | |||||
| I_3P | Propaan 30/37 mbar | ||||
• GSR140-115
| Land van bestemming | Categorie | gebruikte gassoort | Druk van de toevoer |
| FR | I_2Esi | GN H/L 20/25 mbar | |
| DE | I_2ELL | GN H/LL | 20 mbar |
| BE | I2E(R)B | GN H/L 20/25 mbar |
3.4 Voornaamste componenten
• GSR140-35P

| 1 Luchtinlaat van de ventilator |
| 2 Retoursensor |
| 3 Warmtelichamen |
| 4 Voormengselventuri |
| 5 Gecombineerd gasblok |
| 6 Ventilator |
| 7 Bedieningspaneel |
| 8 Brander |
| 9 Aanvoertemperatuursensor |
| 10 Ontstekingselektrode + lonisatie elektrode |
| 11 Vlamkijker |
| 12 Inspectieluik |
| 13 Expansievat |
| 14 Circulatiepomp (uitsluitend voor GSR140-35P) |
| 15 Set omkeerschuif |
• GSR140-90 / GSR140-115

text_image
C001236 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 121 Luchtinlaat van de ventilator
2 Retoursensor
3 Warmtelichamen
4 Voormengselventuri
5 Gecombineerd gasblok
6 Ventilator
7 Bedieningspaneel
8 Brander
9 Aanvoertemperatuursensor
10 Ontstekingselektrode + Ionisatie elektrode
11 Vlamkijker
12 Inspectieluik
- Voor een werking met aardgas of propaangas (Zie "Overgang van aardgas naar propaangas")
- De ketel is in de fabriek ingesteld voor een werking met aardgas G20, Wobbe IWS-index = 15.0 kWh/m ^3 , 20 mbar
- De ketel is ontworpen voor een al dan niet van de omgevingslucht afhankelijke werking
- Bedieningsbord OETRONIC 3, standaard voorzien van een hoogwaardige afregeling afhankelijk van de buitentemperatuur met omgevingscorrectie dankzij de afstandsbediening CDI 2 of de vereenvoudigde bediening die als optie leverbaar is
- Bord waarmee één directe kring en twee kringen met mengkraan bediend en geprogrammeerd kunnen worden
-
Warmtewisselaar uit één stuk van gegoten aluminium/silicium
-
Cilindervormige brander met voormengsel, bedekt met metalen vezels
- Centrifugaalventilator met geluidsdemper en aanzuiging van de oxidatieve lucht, voor een laag geluidsniveau
- Compacte gaslijn met nuldrukregelaar, twee kleppen en een filter
- Circulatiepomp (Alleen GSR140-35P)
- Sifon voor condenswater met afvoerleiding
- Automatische ontluchter
- Mechanische manometer
- Temperatuurvoeler rookgassen met veiligheidsfunctie
- Geluiddicht ketellichaam
- Een zakje met documentatie.
3.5.2 Bedieningspaneel
Lees aandachtig de volgende aanwijzingen voor de installatie en de inwerkingstelling voordat u het apparaat inschakelt. De fabrikant kan geen aansprakelijkheid erkennen in geval van schade die het gevolg is van het niet in acht nemen van onderhavige instructies en de garantie is dan niet geldig.
In geval van werkzaamheden aan de verwarmingsinstallatie: de montage-, indienststellings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan het apparaat en de verwarmingsinstallatie dienen uitsluitend uitgevoerd te worden door een vakbewkame verwarmingsmonteur. Voor het installeren : Zet de hoofdschakelaar van de verwarming op de uitstand. Voor de inbedrijfstelling : Controleer de afdichting van de aansluitingen van de gas- en waterleiding.
Het bedieningsbord moet aangesloten worden door een hiertoe bevoegd vakman. Om de goede werking van het toestel te verzekeren, moet deze handleiding nauwkeurig worden gevolgd.
- Voeding : 230 V (±10%) - 50 Hz
- Looptijd van de klok : ten minste 2 jaar
| GSR140-35P GSR140-45 GSR140-65 GSR140-90 GSR140-115 | ||||||
| CE-identificatienummer **** CE-0063BS3826 | ||||||
| Gegevens verwarmingsketel | ||||||
| Belasting (Hi) - minimum/maximum G20 kW 8.2 - 33.5 8.2 - 41.2 12.2 - 62.0 14.6 - 86.0 17.2 - 111.0 | ||||||
| Nominaal vermogen 50/30 °C - minimum/maximum G20 | kW | 8.9 - 35.0 | 8.9 - 43.0 | 13.3 - 65.0 | 15.8 - 89.5 | 18.4 - 113.8 |
| Nominaal vermogen 80/60 °C - minimum/maximum G20 | kW | 8.0 - 32.0 | 8.0 - 40.0 | 12.0 - 61.0 | 14.4 - 84.2 | 16.6 - 107.0 |
| Nominaal vermogen 50/30 °C - maximum G25(Uitsluitend geldig voor Belgie) | kW | 30.1 | 37 | 55.9 | 89.5 | 114.0 |
| Gasdebiet 15 °C-1013 mbarAardgas H/L Alle landen, met uitzondering van België) | m3/h | 3.6 / 4.1 | 4.4 / 5.1 | 6.6 / 7.6 | 9.1 / 10.61 | 11.7 / 13.7 |
| Aardgas H/L (Uitsluitend geldig voor Belgie) | m3/h | 3.6/3.6 | 4.4/4.4 | 6.6/6.6 | 9.1/10.61 | 11.7/13.7 |
| Propaan | kg/h | 2.6 | 3.2 | 4.8 | 6.7 | / |
| Rendement 75/60 °C (DIN 4702 T8) | % | 106 | 106 | 106 | 106 | 106 |
| Rendement 40/30 °C (DIN 4702 T8) | % | 109 | 109 | 111 | 109 | 102.5 |
| Lastrendement en watertemperatuur(-100% Pn-Gemiddelde temperatuur 70 °C) | % | 98 | 98 | 98 | 98 | 96.6 |
| Lastrendement en watertemperatuur(-30% Pn-Retourtemperatuur 30 °C) | % | 108 | 108 | 109 | 108 | 107.1 |
| Verlies bij stilstand ΔT = 30K | W | 127 | 127 | 125 | 131 | 131 |
| Extra elektrisch vermogen Pn (Zonder circulatiepomp) | W | 80/30 | 80/30 | 85/30 | 130/30 | 240/40 |
| Elektrisch vermogen circulatiepomp | W | 100 | / | / | / | / |
| Rookgashoeveelheid - minimum/maximum | kg/h | 14/56 | 14/69 | 21/104 | 23/138 | 29/178 |
| Alle landen, met uitzondering van België:CO2-gehalte rookgassen | ||||||
| - Aardgas H/L | % | 9.0/9.0 | 9.0/9.0 | 9.0/9.0 | 9.5/9.5 | 9.0/9.5 |
| - Propaan | % | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 10.7 | / |
| Voor België:CO2-gehalte rookgassen | ||||||
| - Aardgas H/L | % | 9.0/* | 9.0/* | 9.0/* | 9.5/9.5 | 9.0/9.5 |
| - Propaan | % | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 10.7 | / |
| Beschikbare druk bij de uitgang van de ketel | Pa | 150 | 150 | 100 | 160 | 250 |
| Gemiddelde temperatuur rookgassen (75/60 °C) | °C | 65 | 65 | 65 | 66 | 67.9 |
| Aansluiting schoorsteen (binnendiameter) | mm | 80/125 | 80/125 | 100/150 | 100/150 | 100/150 |
| Emissie NOx (Aardgas H) - DIN 4702 Teil 8 | mg/kWh | 37 | 37 | 32 | 45 | 46 (EN297A3) |
| Emissie CO (Aardgas H) - DIN 4702 Teil 8 | mg/kWh | 21 | 21 | 21 | 20 | 31 (EN297A3) |
| NOx-Klasse : | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 | |
| Maximale werktemperatuur | °C | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Totaal toegelaten overdruk | bar | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| Waterzijdige weerstand (ΔT = 20K) | mbar | 55 | 90 | 130 | 140 | 230 |
| Nominale doorstroming Pn tot ΔT = 20K | m3/h | 1.41 | 1.72 | 2.62 | 3.60 | 4.6 |
| Waterinhoud | I | 5.5 | 5.5 | 6.5 | 7.5 | 7.5 |
| Aansluiting (diameter) | 1" Mannelijk | 1" 1/4 Mannelijk | 1" 1/4 Mannelijk | 1" 1/4 Mannelijk | 1" 1/4 Mannelijk | |
| pH van het condenswater | 3-5 | 3-5 | 3-5 | 3-5 | 3-5 | |
| Doorstroming van het condenswater (diameter) | mm | 25 | 25 | 25 | 25 | 25 |
| Elektrische specificaties | ||||||
| Elektrische aansluiting | V/Hz | 230/50 | 230/50 | 230/50 | 230/50 | 230/50 |
| Opgenomen vermogen | W | 180 | 80 | 85 | 130 | 240 |
| Beschermingsgraad | DIN40050 | IP 21 | IP 21 | IP 21 | IP 21 | IP 21 |
| Afmetingen | ||||||
| Hoogte | mm | 1100 | 1100 | 1100 | 1322 | 1322 |
| Breedte | mm | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Diepte | mm | 663 | 663 | 663 | 663 | 663 |
| Gewicht leeg | kg | 123 | 110 | 116 | 132 | 133 |
* Approximatieve CO₂ gehalte: 7.5% * Approximatieve O
_2 gehalte: 7.3%
3.7 Belangrijkste afmetingen
3.7.1 Ketel alleen
• GSR140-35P

text_image
(1)21 C001237 600 1100 460 663 410 124 198420 ØF 8 208 173 152 ①②③④⑤⑥• GSR140-45 / 65 / 90 / 115

text_image
(1)21 C001272 460 600 770 663 ① ⑨ B ⑥ C 198420 ⑧ ØF 170 D 208 ⑦ 173 E 158 118| GSR140-35P GSR140- 45 / 65 / 90 / 115 | |||||||
| 1 | Vertrek verwarmingG 1 | Vertrek verwarmingR 1 1/4 | |||||
| 2 | Vertrekleiding naar de wisselaar van het onafhankelijke sww-toestel G1 (standaard met stop) (Optie) - Colli HE25 of Colli EA124 | ||||||
| 3 + 4 | Vertrek en terugloop voor:1 kring mengkraan(Optie: Set met interne 3-wegafsluiter Colli HE24),2 klepkringen per 2 hydraulische modules (2xColli EA67)(Optie: Set externe 3-wegklep Colli HE26) en Verbindingsset ketel/collector Colli EA59 | ||||||
| 5 | Terugloop wisselaar van het onafhankelijk sww-toestel G1 (Optie) - Colli HE25 of Colli EA124 | ||||||
| 6 | Retour verwarmingG 1 | Retour verwarmingR 1 1/4 | |||||
| 7 Condensatie-afvoer (∅ 25 mm buiten) Condensatie-afvoer (∅ 25 mm buiten) | |||||||
| 8 Automatische ontluchter Automatische ontluchter | |||||||
| 9 Gastoevoer R 3/4 Gastoevoer R 3/4 | |||||||
| A | 1 | 1 | 0 | 0 | m | m | GSR140- 45 / 65: 1100 mmGSR140-90, GSR140-115: 1322 mm |
| B | 4 | 1 | 0 | m | m | GSR140- 45 / 65: 410 mmGSR140-90, GSR140-115: 632 mm | |
| C | 1 | 2 | 4 | m | m | GSR140- 45 / 65: 124 mmGSR140-90, GSR140-115: 346 mm | |
| D | 9 | 6 | 8 | m | m | GSR140- 45 / 65: 968 mmGSR140-90, GSR140-115: 1190 mm | |
| E | 1 | 5 | 2 | m | m | GSR140- 45 / 65: 152 mmGSR140-90, GSR140-115: 374 mm | |
| ∅F | Trekgataansluiting:∅ 80/125 mm | TrekgataansluitingGSR140- 45: ∅ 80/125 mmGSR140-65 / 90 / 115: ∅ 100/150 mm | |||||
R = Schroefdraad
G = Cilindervormige, uitwendige schroefdraad, dichtheid d.m.v. een platte dichting
(1) Basismaat 21 mm. At te stellen tussen: 21 tot 40 mm
3. Beschrijving
• GSR140-35P + Reservoir (OBA150 I) - Verbindingsset ketel/boiler (Colli EA124)

text_image
600 60080 1100 546 413 235 663 1230 (1) C001273 460 460 198420 410 124 130 130 ① ⑥ ⑨ ⑬ ⑪ ⑭ ⑫ ⑯ ⑬ ⑰ ⑭ ⑮ ⑮ ⑯ ⑯ ⑰ ⑭ ⑮ ⑭ ⑯ ⑭ ⑱ ⑭ ⑲ ⑭ ⑳ ⑭ ⑯Aansluitmogelijkheden (Niet weergegeven):
G = Cilindervormige, uitwendige schroefdraad, dichtheid d.m.v. een platte dichting
(1) Basismaat 21 mm. At te stellen tussen: 21 tot 40 mm
(2) Basismaat 21 mm. At te stellen tussen: 21 tot 40 mm
3.7.2 Geïnstalleerde verwarmingsketel
Het wordt aangeraden ruimte vrij te houden :
- 60 com voor de ketel
- 40 cm boven de ketel
- 2.5 cm aan beide zijden van de ketel (vereenvoudigt het demonteren van de ketelmantel)
• GSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 / GSR140-90 / GSR140-115

text_image
1263 600 A C001437De volgende diagrammen geven afhankelijk van het debiet weer :
- de manometrische hoogten van de circulatiepompen van de verwarming (standaard geleverd voor GSR140-35P of als optie voor GSR140-45, GSR140-65, GSR140-90 en GSR140-115)
- drukverliezen van de ketel.
De bij de uitgang van de ketel beschikbare manometrische hoogte wordt voor een vastgesteld debiet verkregen door het verschil tussen de manometrische hoogte van de circulatiepomp en het drukverlies van de ketel.
Voorbeeld : GSR140-35P met elektronische circulatiepomp :
manometrische hoogte beschikbaar bij 1.37 m ^3 /u = 4.2 mCE - 0.65 mCE = 3.55 mCE (ofwel 355 mbar)
1.37 m ^3 /u komt overeen met een belasting van 32 kW en een Δt van 20 K
Elektronische circulatiepomp (standaard geleverd voor GSR140-35P)

line
| [m³/h] | C [mCE] | | ------ | ------- | | 0.0 | 6.0 | | 0.5 | 5.0 | | 1.0 | 4.0 | | 1.5 | 3.0 | | 2.0 | 2.5 | | 2.5 | 2.0 |De circulatiepomp UPE25-60 is een elektronische circulatiepomp met constante druk, instelbaar.
Pas het waterdebiet aan met behulp van de toetsen + en -.
+: Waterdebiet in de installatie verhogen,
-: Waterdebiet in de installatie verlagen
Met de elektronische circulatiepomp meegeleverde handleiding.
Elektronische circulatiepomp (optie - afhankelijk van het land) voor GSR140-45 - Colli HC142

D. Manometrische hoogte Circulatiepomp
Circulatiepomp met 3 snelheidstrappen (optie - afhankelijk van het land) voor GSR140-45 - Colli HC141

Circulatiepomp met 3 snelheidstrappen (optie - afhankelijk van het land) voor GSR140-65 - Colli HC143

line
| x | I | II | III | | ---- | ---- | ---- | ---- | | 0.0 | 7.0 | 7.0 | 7.0 | | 0.5 | 5.0 | 6.5 | 6.8 | | 1.0 | 3.0 | 6.0 | 6.5 | | 1.5 | 1.5 | 5.5 | 6.2 | | 2.0 | 0.5 | 5.0 | 5.8 | | 2.5 | - | - | 5.5 | | 3.0 | - | - | 5.0 | | 3.5 | - | - | 4.5 |A. Manometrische hoogte (mCE)
B. Debiet (m 3/h)
C. Drukverliezen GSR140-65
3. Beschrijving
Circulatiepomp met 3 snelheidstrappen (optie - afhankelijk van het land) voor GSR140-90 - Colli HC145

line
| x | I | II | III | | ---- | ---- | ---- | ---- | | 0.0 | 7.2 | 8.3 | 8.4 | | 1.0 | 6.0 | 7.8 | 8.0 | | 2.0 | 4.8 | 7.3 | 7.5 | | 3.0 | 3.6 | 6.8 | 7.0 | | 4.0 | 2.4 | 6.3 | 6.5 | | 5.0 | 1.2 | 5.8 | 6.0 | | 6.0 | 0.0 | 5.3 | 5.5 | | 7.0 | -0.8 | 4.8 | 5.0 | | 8.0 | -1.6 | 4.3 | 4.5 | | 9.0 | -2.4 | 3.8 | 4.0 | | 10.0 | -3.2 | 3.3 | 3.5 | | 11.0 | -4.0 | 2.8 | 3.0 | | 12.0 | -4.8 | 2.3 | 2.5 | | 13.0 | -5.6 | 1.8 | 2.0 | | 14.0 | -6.4 | 1.3 | 1.5 | | 15.0 | -7.2 | 0.8 | 1.0 | | 16.0 | -8.0 | 0.3 | 0.5 | | 17.0 | -8.8 | -0.2 | -0.2 | | 18.0 | -9.6 | -0.9 | -0.9 | | 19.0 | -10.4 | -1.6 | -1.6 | | 20.0 | -11.2 | -2.3 | -2.3 | | 21.0 | -12.0 | -3.0 | -3.0 | | 22.0 | -12.8 | -3.7 | -3.7 | | 23.0 | -13.6 | -4.4 | -4.4 | | 24.0 | -14.4 | -5.1 | -5.1 | | 25.0 | -15.2 | -5.8 | -5.8 | | 26.0 | -16.0 | -6.5 | -6.5 | | 27.0 | -16.8 | -7.2 | -7.2 | | 28.0 | -17.6 | -7.9 | -7.9 | | 29.0 | -18.4 | -8.6 | -8.6 | | 30.0 | -19.2 | -9.3 | -9.3 | | 31.0 | -20.0 | -10.0 | -10.0 | | 32.0 | -20.8 | -10.7 | -10.7 | | 33.0 | -21.6 | -11.4 | -11.4 | | 34.0 | -22.4 | -12.1 | -12.1 | | 35.0 | -23.2 | -12.8 | -12.8 | | 36.0 | -24.0 | -13.5 | -13.5 | | 37.0 | -24.8 | -14.2 | -14.2 | | 38.0 | -25.6 | -14.9 | -14.9 | | 39.0 | -26.4 | -15.6 | -15.6 | | 40.0 | -27.2 | -16.3 | -16.3 | | 41.0 | -28.0 | -17.0 | -17.0 | | 42.0 | -28.8 | -17.7 | -17.7 | | 43.0 | -29.6 | -18.4 | -18.4 | | 44.0 | -30.4 | -19.1 | -19.1 | | 45.0 | -31.2 | -19.8 | -19.8 | | 46.0 | -32.0 | -20.5 | -20.5 | | 47.0 | -32.8 | -21.2 | -21.2 | | 48.0 | -33.6 | -21.9 | -21.9 | | 49.0 | -34.4 | -22.6 | -22.6 | | 50.0 | -35.2 | -23.3 | -23.3 | | 51.0 | -36.0 | -24.0 | -24.0 | | 52.0 | -36.8 | -24.7 | -24.7 | | 53.0 | -37.6 | -25.4 | -25.4 | | 54.0 | -38.4 | -26.1 | -26.1 | | 55.0 | -39.2 | -26.8 | -26.8 | | 56.0 | -40.0 | -27.5 | -27.5 | | 57.0 | -40.8 | -28.2 | -28.2 | | 58.0 | -41.6 | -28.9 | -28.9 | | 59.0 | -42.4 | -29.6 | -29.6 | | 60.0 | -43.2 | -30.3 | -30.3 | | 61.0 | -44.0 | -31.0 | -31 | | 62.0 | -44.8 | -31.7 | -31 | | 63.0 | -45.6 | -32 | -31 | | 64.0 | -46 | -32 | -31 | | 65 | -46 | -32 | -31 | | 66 | -46 | -32 | -31 | | 67 | -46 | -32 | -31 | | 68 | -46 | -32 | -31 | | 69 | -46 | -32 | -31 | | 70 | -46 | -32 | -31 | | 71 | -46 | -32 | -31 | | 72 | -46 | -32 | -31 | | 73 | -46 | -32 | -31 | | 74 | -46 | -32 | -31 | | 75 | -46 | -32 | -31 | | 76 | -46 | -32 | -31 | | 77 | -46 | -32 | -31 | | 78 | -46 | -32 | -31 | | 79 | -46 | -32 | -31 | | 80 | -46 | -32 | -31 | | 81 | -46 | -32 | -31 | | 82 | -46 | -32 | -31 | | 83 | -46 | -32 | -31 | | 84 | -46 | -32 | -31 | | 85 | -46 | -32 | -31 | | 86 | -46 | -32 | -31 | | 87 | -46 | -32 | -31 | | 88 | -46 | -32 | -31 | | 89 | -46 | -32 | -31 | | 90 | -46 | -32 | -31 | | 91 | -46 | -32 | -31 | | 92 | -46 | -32 | -31 | | 93 | -46 | -32 | -31 | | 94 | -46 | -32 | -31 | | 95 | -46 | -32 | -31 | | 96 | -46 | -32 | -31 | | 97 | -46 | -32 | -31 | | 98 | -46 | -32 | -31 | | 99 | -46 | -32 | -31 | | 100 | -46 | -32 | +- | C = (B) A (C = O) B (C = D) E (C = F) G (C = G) H (C = H) I (C = I) J (C = J) K (C = K) L (C = L) M (C = M) N (C = N) O (C = O) P (C = P) Q (C = Q) R (C = R) S (C = S) T (C = T) U (C = U) V (C = V) W (C = W) X (C = X) Y (C = Y) Z (C = Z) AA (C = AA) AB (C = AB) AC (C = AC) AD (C = AD) AE (C = AE) AF (C = AF) AG (C = AG) AH (C = AH) AI (C = AI) AJ (C = AJ) AK (C = AK) AL (C = AK) AM (C = AK) AN (C = AK) AO (C = AK) AP (C = AK) AQ (C = AK) AR (C = AK) AS (C = AK) AT (C = AK) AU (C = AK) AV (C = AK) AW (C = AK) AX (C = AK) AY (C = AK) AZ (C = AK) BA (C = AK) BB (C = AK) BC (C = AK) BD (C = AK) BE (C = AK) BF (C = AK) BG (C = AK) BH (C = AK) BI (C = AK) BJ (C = AK) BK (C = AK) BL (C = AK) BM (C = AK) BN (C = AK) BO (C = AK) BP (C = AK) BPQ (C = AK) BPQY (C = AK) BPZY (C = AK) BPZYY (C = AK) BPZYYY (C = AK) BPZYYAY (C = AK) BPZYAYAY (C = AK) BPZYAYAYAY| ΔT=20KA. Manometrische hoogte (mCE)
B. Debiet (m 3/h)
C. Drukverliezen GSR140-90
Circulatiepomp met 3 snelheidstrappen (optie - afhankelijk van het land) voor GSR140-115 - Colli HC145

line
| x | I | II | III | | ---- | ---- | ---- | ---- | | 0.0 | 7.2 | 8.5 | 8.5 | | 1.0 | 6.0 | 8.0 | 8.0 | | 2.0 | 4.8 | 7.5 | 7.5 | | 3.0 | 3.6 | 7.0 | 7.0 | | 4.0 | 2.4 | 6.5 | 6.5 | | 5.0 | 1.2 | 6.0 | 6.0 | | 6.0 | 0.0 | 5.5 | 5.5 | | >6.0 | <1.2 | 5.0 | 5.0 | | >6.0 | <2.4 | 4.5 | 4.5 | | >6.0 | <3.6 | 4.0 | 4.0 | | >6.0 | <4.8 | 3.5 | 3.5 | | >6.0 | <6.0 | 3.0 | 3.0 | | >6.0 | <7.2 | 2.5 | 2.5 | | >6.0 | <8.4 | 2.0 | 2.0 | | >6.0 | <9.6 | 1.5 | 1.5 | | >6.0 | <10.8| 1.0 | 1.0 | | >6.0 | <12.0| 0.5 | 0.5 | | >6.0 | <13.2| 0.0 | 0.0 | C: C=1, ΔT=20K; C=2, B: C=1, C=2, C=3, C=4, C=5, C=6, C=7, C=8, C=9, C=10, C=11, C=12, C=13, C=14, C=15, C=16, C=17, C=18, C=19, C=20, C=21, C=22, C=23, C=24, C=25, C=26, C=27, C=28, C=29, C=30, C=31, C=32, C=33, C=34, C=35, C=36, C=37, C=38, C=39, C=40, C=41, C=42, C=43, C=44, C=45, C=46, C=47, C=48, C=49, C=50, C=51, C=52, C=53, C=54, C=55, C=56, C=57, C=58, C=59, C=60, C=61, C=62, C=63, C=64, C=65, C=66, C=67, C=68, C=69, C=70, C=71, C=72, C=73, C=74, C=75, C=76, C=77, C=78, C=79, C=80, C=81, C=82, C=83, C=84, C=85, C=86, C=87, C=88, C=89, C=90, C=91, C=92, C=93, C=94, C=95, C=96, C=97, C=98, C=99, C=100| B: (ΔT = 20K)A. Manometrische hoogte (mCE)
B. Debiet (m 3/h)
C. Drukverliezen GSR140-115
4 Bedieningspaneel
4.1 Elektromechanische onderdelen

text_image
C000155_05-06 MODE ZONDAG 15h38 P2 A bar 1 2 3 0 4 3 4| 1 Hoofdschakelaar Aan / Uit | |
| 2 Alarmlampje | Dit lampje gaat branden wanneer het veiligheidssysteem van de brander geactiveerd is |
| 3 Luik | |
| 4 Manometer | |
Het paneel moet steeds onder spanning staan:
- om voordeel te trekken uit de anti-vastkitfunctie van de verwarmingspomp,
- om de werking OECOPROTECT te verzekeren wanneer een titaananode de SWW-boiler beveiligt.
Gebruik de cyclus:
- "zomer" om de verwarming uit te schakelen,
- "vorstbeveiliging" om de verwarmingsketel uit te schakelen bij afwezigheid.
Indien een afstandsbediening is aangesloten, zal de display hiervan niet werken, indien de hoofdschakelaar op Uit staat.

Zie: Programmaselectie (Luik open)
4.2 Display

text_image
C000155_01-06 3 4 5 6 7 2 ZONDAG 15h38 P2 1 2 3 4 5 6 7 10 A B C 8 9| 1 Weergave tekst en nummers | |
| 2 Grafische displaybalk van het programma van het de kring A, B of C | |
| 3 | Zone uit: geeft een verwarmingsperiode aan op de eco-temperatuur of waarin "het laden van het reservoir niet toegestaan" is |
| 4 | Zone verlicht: geeft een verwarmingsperiode aan op de dag-temperatuur of waarin "het laden van het reservoir toegestaan" is |
| 5 Knippercursor die de lopende uurtijd aanduidend | |
| 6 Numerieke display (lopende uurtijd, ingestelde waarden, parameters, enz.) | |
| 7 | Display van het actieve klok programma, P1, P2, P3, P4ofZo : automatische onderbreking "zomer" |
| 8 | De pijlen knipperen wanneer de afstelwaarden met behulp van de draaiknop gewijzigd kunnen worden |
| 9 Werkingssymbolen van de kringen | |
| [IMAGE] | Opening van de driewegmengkraan |
| [IMAGE] | Sluiting van de driewegmengkraan |
| [IMAGE] | Pomp van de weergegeven kring werkt |
| A, B, C | Naam van de weergegeven kring |
| 10 | Symbolen die de actieve staat van de ingangen/uitgangen aanduiden |
| [IMAGE] | Verzoek om inschakeling van de brander. Het kan enkele minuten duren voordat de brander daadwerkelijk aanslaat. |
| [IMAGE] | Laadpomp SWW werkt |
| [IMAGE] | Zomercyclus |
| [IMAGE] | Niet beschikbaar |
4.3 Toegankelijke toetsen als het luik gesloten is

text_image
C000155_02-06 MODE ZONDAG 15h38 P2 A| Instelling van de temperaturen | |
| Comfort temperatuurEco-temperatuurTemperatuur sanitair warm water | |
| Draai- en drukknop voor het instellen | |
| Selectietoetsen voor werkingsmodus | |
| MODE | Automatisch (Werkwijze volgens geprogrammeerde uurregeling)ManueelGedwongen werking op “dag”-temperatuur tot...Gedwongen werking op “dag”-temperatuur onbeperktGedwongen werking op “nacht”-temperatuur tot...Gedwongen werking op “nacht”-temperatuur onbeperktVakantie (Werking op vorstvrij tijdens de geprogrammeerde periode)Zomer |
| Modus Laden van het reservoir toegestaan gedurende een uur | |
| Vegermodus | |
4.4 Toegankelijke toetsen als het luik geopend is

text_image
C000155_03-06 ZONDAG 15h38 P2 A| Toegang tot de uurprogrammering van de verwarmingskringen | |
| Toegang tot de tijdprogrammering van de SWW-kring en de hulpuitgang | |
| Verandering van de Dag-/Nacht programmering | |
| Draai- en drukknop voor het instellen | |
| Toegangstoets tot de parameters uitsluitend bestemd voor de installateur |
5 Werkingsmodus (Luik dicht)

text_image
C000155_02-06 MODE ZONDAG 15h38 P2 ASelecteer de werkwijzen met behulp van de toets MODE.
De toets MODE bedient tegelijkertijd alle aangesloten kringen.
De verwarming en de s.w.w.-productie werken volgens de voor iedere kring bepaalde uurregelingen.

Zie: Programmaselectie (Luik open)
- Handbediening
- De brander wordt gecontroleerd door de thermostaat van de ketel
- De temperatuur van de verwarmingsketel wordt niet meer beperkt door de regelaar
- Met de draaiknop kan de temperatuur van de verwarmingsketel ingesteld worden
- De pompen worden in werking gesteld
- De regulatie van de kleppen werkt niet, ze kunnen dus indien nodig handmatig bediend worden
- Deze stand kan geselecteerd worden om de regeling van de brander uit te voeren.
i De Handmatige modus wordt automatisch geactiveerd als zich een belangrijk defect voordoet (vb. verdwijning van de buitentemperatuur...).
- Geforceerde werking temperatuur "DAG TOT" en "DAG PERMANENT"
De verwarming werkt volgens de dagtemperatuur, onafhankelijk van de uurregelingen.
- Geforceerde werking temperatuur "NACHT TOT" en "NACHT PERMANENT"
De verwarming werkt volgens de nachttemperatuur, onafhankelijk van de uurregelingen.
• Cyclus Laden van het reservoir toegestaan (1 uur)
S.w.w.-productie is toegestaan, onafhankelijk van de uurregeling.
De circulatiepomp werkt wanneer deze is aangesloten op de hulpuitgang (S.AUX: afgesteld op CIRC.SWW).
• VAKANTIE modus
De verwarming en de productie van sanitair warmwater zijn gestopt, maar de installatie wordt gecontroleerd en beschermd tegen vorst. Stel het aantal dagen van afwezigheid in (huidige dag = 1) met behulp van de draaiknop (max. 99 dagen).
- Annuleer door op de toets MODE te drukken.

De vorstbeveiliging beschermt:
- De installatie bij een buitentemperatuur onder 3 °C (standaardinstelling).
- De kamertemperatuur indien een afstandsbediening is aangesloten en indien de kamertemperatuur lager dan 6°C is (standaardinstelling).
- De s.w.w.-boiler indien de temperatuur van de boiler lager dan 4°C is (het water wordt verwarmd op 10°C).
• Geforceerde werking ZOMER
De verwarming is uitgeschakeld maar blijft tegen vorst beveiligd. De s.w.w.-productie blijft toegestaan.
- Ingeschakeld door ZOMER te selecteren met behulp van de toets MODE. De symbolen E en worden weergegeven.
- Annuleer door op de toets MÖDE te drukken (Indien het symbool E weergegeven blijft, is de automatische zomercyclus actief).
i De pompen werken gedurende 1 minuut, één keer per week om ze gangbaar te houden.

Automatische zomercyclus:
- geactiveerd indien de gemiddelde buitentemperatuur hoger dan 22 °C is. Het symbool E wordt weergegeven.
- gedesactiveerd indien de gemiddelde buitentemperatuur lager dan 22 °C is en in het geval er een afstandsbediening is aangesloten op iedere kring en de kamertemperatuur lager is dan de richtwaarde.
| DagcyclusNachtfunctie | Tijdelijke inschakeling Permanente inschakeling | |
| Voor een kring:Met de afstandsbediening | Zie Handleiding afstandsbediening.Het bericht ZIE AFST geeft de aanwezigheid van een afwijking op een afstandsbediening aan.► AnnuleringOp de afstandsbedieningofHoud de toets MODE van OE-tronic 3 5 seconden ingedrukt. | |
| Voor alle kringen:Met OE-tronic 3 | ► Selecteer met behulp van de toets MODE "Dag tot" of "Nacht tot"- standaard tot middernacht- instelling voor een maximale tijdsduur van 23 uur► AnnuleringDruk de toets MODE | ► Selecteer met behulp van de toets MODE "Dag permanent" of "Nacht permanent"► AnnuleringDruk de toets MODE |
6 Ingestelde temperatuur (Luik dicht)

text_image
C000155_02-06 MODE ZONDAG 15h38 P2 A6.1 Richttemperatuur verwarming
De dag- en nachttemperatuur worden voor iedere kring apart ingesteld:
▶ Selecteer de dag-temperatuur of de nacht-temperatuur voor de gewenste kring door successievelijk op toets te drukken.
Stel de temperatuur in met behulp van de draaiknop ○.
Einde van het afstellen: Na de instelling verschijnt de normale weergave weer na 2 minuten of door op de draaiknop ○ te drukken.
| Temperatuur Instelbereik Fabrieksinstelling | ||
| Comfort | 5 tot 30 °CIn trappen van 0.5°C | 20 °C |
| Nacht | 5 tot 30 °CIn trappen van 0.5°C | 16 °C |
De grafische balk ziet u het verwarmingsprogramma voor de aangegeven kring voor de lopende dag.
6.2 Richttemperatuur sanitair warmwater
▶ Selecteer de temperatuur van het sanitair warm water door de toets ⚡ in te drukken en stel de temperatuur in met behulp van de draaiknop.
- Einde van het afstellen:
Na de instelling verschijnt de normale weergave weer na 2 minuten of door op de draaiknop ○ te drukken.
| Temperatuur Instelbereik Fabrieksinstelling | ||
| Sanitar warm water | 10 tot 80 °CIn trappen van 5°C | 55 °C |
In de zomercyclus geeft de grafische balk het s.w.w.-programma van de dag van vandaag weer.
7 Programmaselectie (Luik open)

text_image
C000155_03-06 ZONDAG 15h38 P2 A7.1 Programma's verwarming
- De regelaar OE-tronic 3 omvat 4 verwarmingsprogramma's:
- 1 vast programma P1, standaard ingeschakeld.
- 3 aanpasbare programma's P2, P3, P4, die zich aan de leefwijze van de bewoners kunnen aanpassen.
• Toewijzing van een programma aan een kring:
- Selecteer de kring met behulp van de toets 11111.
- Selecteer het programma P1, P2, P3 of P4 met behulp van de draaiknop.
- Het geselecteerde programma is actief in de automatische functie.
Het programma van vandaag kan bekeken worden op de grafische balk met behulp van toets ♪.
| Programma Dag Comfortperiodes | ||
| P1 Maandag - zondag 6 uur - 22 uur | ||
| P2 (Fabrieksinstelling) | Maandag - zondag | 4 uur - 21 uur |
| P3 (Fabrieksinstelling) | Maandag - vrijdag | 5 uur - 8 uur,16 uur - 22 uur |
| Zaterdag, zondag 7 uur - 23 uur | ||
| P4 (Fabrieksinstelling) | Maandag - vrijdag | 6 uur - 8 uur,11 uur - 13 uur30,16 uur - 22 uur |
| Zaterdag 6 uur - 23 uur | ||
| zondag | 7 uur - 23 uur | |
7.2 Programma sanitair warmwater
De regelaar OE-tronic 3 omvat een aanpasbaar s.w.w.-programma.
| Programma Dag opwarming toegestaan | ||
| Reservoir(Fabrieksinstelling) | Maandag - zondag | 5 uur - 22 uur |
7.3 Hulpprogramma
De regelaar OE-tronic 3 omvat een programma voor de aanpasbare hulpuitgang.
| Programma Dag opwarming toegestaan | ||
| HULP(Fabrieksinstelling) | Maandag - zondag | 6 uur - 22 uur |
7.4 Aanpassing van de programma's

Gebruikersinstellingen - Programmering
8.1 Reglementaire installatie- en onderhoudsvoorwaarden raadplegen
Het toestel moet door een erkend installateur geïnstalleerd en onderhouden worden volgens de geldende regelgeving inzake goed vakmanschap:
■ Frankrijk
- Norm NBN D51-003
Gasinstallaties.
-
WONINGEN
-
Gewijzigde verordening van 2 augustus 1977
- Technische regels en veiligheidsregels m.b.t. installaties op brandbare gassen en vloeibare koolwaterstoffen die zich in woningen en bijgebouwen bevinden.
- Departementale sanitaire regelgeving
-
Voor toestellen die op het lichtnet zijn aaangesloten: AREI - Elektrische installaties met laagspanning - Voorschriften.
-
VOOR HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE GEBOUWEN
Het toestel moet door een erkend installateur geïnstalleerd en onderhouden worden volgens de geldende regelgeving inzake goed vakmanschap:
- Veiligheidsreglement inzake brandbeveiliging en paniek in voor het publiek toegankelijke gebouwen:
a. Algemene voorschriften
Voor alle toestellen:
- Artikelen GZ -Installaties op brandbare gassen en vloeibare koolwaterstoffen
Vervolgens, afhankelijk van het gebruik :
- Artikelen CH-Verwarming, ventilatie, afkoeling, airconditioning en productie van stoom en sanitair warm water
b. Specifieke voorschriften voor de verschillende voor het publiek toegankelijke gebouwen (ziekenhuizen, winkels, enz.)
■ Duitsland
Naast de voorschriften omtrent de constructie en de verbrandingsinrichtingen, ook de volgende normen, regels en richtlijnen naleven bij de installatie en ingebruikname van gasgestookte condensatieketels:
8.2 Eisen betreffende het verwarmingswater
- pH 4.5 tot 8.5
- Chloridegehalte <20 mg/l
-
Geleidingsvermogen <500 μS/cm tot 25 °C
-
DIN 4705: berekening van de afmetingen van de schouwen
- DIN EN 12828 (versie van juni 2003): verwarmingssystemen in gebouwen. Planning van een verwarmingsinstallatie met warm water (tot een maximale bedrijfstemperatuur van 105 °C en een maximumvermogen van 1 MW)
- DIN 4753: installaties voor het opwarmen van drinkwater en water voor industrieel gebruik
- DIN 1988: technische regels betreffende drinkwaterinstallaties (TRW)
- DVGW-TRI: technische regels betreffende gasinstallaties, inbegrepen het toebehoren
- Werkfiche DVGW G 260/I. technische regels betreffende het gastype
■ België
De gasinstallatie en -aansluiting van de ketel moeten uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman overeenkomstig de aanwijzingen van de normen NBN D 51-003, NBN D 30-003, NBN B 61-001, NBN B 61-002, NBN D 51-004 en NBN D 51-006. Er moet zich een stopkraan met ARGB-goedkeuring bevinden in de leiding stroomopwaarts en in nabijheid van de ketel.
De elektrische aansluiting moet voldoen aan de voorschriften van het algemene reglement betreffende elektrische installaties (RGIE)
België: de doorsnede van de ventilatie, die verplicht is in de ruimte waar de ketel geïnstalleerd is, moet voldoen aan de norm NBN D 51-003.
■ Zwitserland
De verwarmingsketel moet volgens de volgende richtlijnen geïnstalleerd worden :
- Richtlijnen van de Association des Etablissements cantonaux d'Assurance Incendie AEAI;
- Richtlijnen van de plaatselijke en kantonnale instanties;
- Richtlijnen van de Zwitserse maatschappij voor de gas- en waterindustrie SSIGE;
- Richtlijnen betreffend vloeibaar gemaakt gas, deel 2.
Dope en antivriesmiddelen mogen uitsluitend na raadpleging van de fabrikant gebruikt worden. Het verspreiden van zuurstof, bijvoorbeeld bij vloerverwarming die niet hiervoor afgedicht is of een te klein expansievat heeft, moet voorkomen worden. Voorzie eventueel een warmtewisselaar om de ketel van de vewarmingskring te ontkoppelen, of een tweede expansievat.
8.3 Belangrijke opmerkingen betreffende de behandeling van de verwarmingskring
De centrale verwarmingsinstallaties moeten gereinigd worden zodat afval (koper, vlasdraad, soldeersel) dat veroorzaakt is bij de uitvoering van de installatie, en aanslag die tot storing kan leiden (lawaai in de installatie, chemische reactie tussen de metalen) verwijderd worden. Het is verder belangrijk de centrale verwarmingsinstallaties te beschermen tegen de risico's van corrosie, kalkaanslag en bacteriële besmetting door middel van het gebruik van een anticorrosiemiddel dat geschikt is voor alle typen installatie (radiatoren van staal, gietijzer, vloerverwarming XLPE). De voor de behandeling van het verwarmingswater gebruikte producten moeten goedgekeurd zijn door de overheid.
Voor Zwitserland : De kwaliteit van het water moet voldoen aan de richtlijnen nr. 97-1F van de SICC "Behandeling van water bestemd voor verwarmings-, stoom-, koel- en airconditioninginstallaties".
Wij raden het gebruik aan van de producten van het assortiment SENTINEL van GE BETZ voor de preventieve en curatieve behandeling van de verwarmingswaterkringen.
■ Plaatsing van de ketel op een nieuwe installatie (installatie van minder dan 6 maanden)
- Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om het afval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad, soldeersel)
- Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geen vuildeeltjes meer bevat
- Bescherm de installatie tegen corrosie door middel van een anticorrosiemiddel of tegen corrosie en vorst door middel van een anticorrosie- en antivriesmiddel.
■ Plaatsing van de ketel op een bestaande installatie
- Ontslijk de installatie met een ontslijkingsmiddel
- Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om het afval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad, soldeersel)
- Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geen vuildeeltjes meer bevat
- Bescherm de installatie tegen corrosie door middel van een anticorrosiemiddel of tegen corrosie en vorst door middel van een anticorrosie- en antivriesmiddel.
De ketel dient uitsluitend gebruikt te worden in verwarmingsinstallaties met gesloten kring. Bij vloerverwarming, moet de installateur een veiligheidsthermostaat tegen oververhitting met handmatige reset installeren. Voor een vloerverwarmingskring zonder isolatie van het systeem mogen uitsluitend zuurstofdichte verwarmingsbuizen gebruikt worden. Indien de fabrikant van kunststof buizen een chemisch additief voorziet, dient met name gecontroleerd te worden of er geen enkele contra-indicatie is voor het gebruik van onderdelen van aluminium of een legering met aluminium. Voor de vloerverwarmingssystemen met buizen die niet zuurstofdicht zijn, moet het systeem geïsoleerd worden (warmtewisselaar). In dat geval moet de kring in de vloer apart beveiligd worden (Expansievat, Veiligheidsklep).
Een beveiliging van het minimale waterpeil is niet nodig, de beveiliging wordt verzorgd door de druksensor.
■ Minimum waterdebiet
Het maximale temperatuurverschil tussen het aanvoer- en retourwater evenals de stijging van de aanvoertemperatuur worden beperkt door de regeling van de ketel. De ketel heeft dan ook geen minimum debiet nodig, op voorwaarde dat hij werkt bij een maximum temperatuur van 75 °C.
Is dit niet het geval, dan moet het minimum debiet zijn:
- 160 l/h voor GSR140-35P, GSR140-45,
- 240 l/h voor GSR140-65,
- 300 l/h voor GSR140-90,
- 350 l/h voor GSR140-115.
■ In geval van het geluid van stromend water
Het geluid van stromend water kan voorkomen bij installaties met een directe verwarmingskring, voorzien van thermostaatkleppen, bij sommige gebruiksomstandigheden wanneer de hydraulische systemen niet goed uitgebalanceerd zijn.
In dat geval is het aanbevolen een vooraf ingestelde differentiaalklep ① (200-250 mbar) te monteren tussen de aanvoerleiding en de retourleiding van de verwarmingsinstallatie.

flowchart
graph TD
A["C001243"] --> B["①"]
B --> C["②"]
C --> D["③"]
D --> E["②"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Een verkeerde afstelling van de differentiaalklep kan leiden tot een continue vermeerdering van het naar de ketel terugstromende water.
In geval van bijzondere eisen voor een geluidloze werking dient een differentiële drukregelaar ② gemonteerd te worden (instelling 100-150 mbar).
■ Installatie
De ketels GSR140-35P/45/65/90/115Condens moeten geïnstalleerd worden in een vorstvrije ruimte.

Teneinde beschadiging van de ketels te voorkomen, dient vervuiling van de verbrandingslucht door chloor- of fluorverbindingen voorkomen te worden, daar deze uitermate corrosief zijn. Deze verbindingen bevinden zich bijvoorbeeld in spuitbussen, verf, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen, waspoeder, wasmiddelen, lijm, pekel, enz...
Daarom:
- dient geen lucht aangezogen te worden die afgevoerd wordt door ruimtes die deze producten gebruiken: kapsalon, stomerij, industriële ruimtes (oplosmiddelen), ruimtes waar koelinstallaties staan opgesteld (risico van lekkende koelvloeistof), enz...
- dienen in de buurt van de ketels dergelijke producten niet opgeslagen te worden.
In geval van corrosie van de ketel en/of de randapparatuur door chloor- of fluorverbindingen is de contractuele garantie niet geldig.
De garantie is niet van geldig in geval van beschadiging van de ketel om bovengenoemde redenen. Indien de haard geïnstalleerd is in een ruimte die permanent bewoond wordt, dient een concentrische installatie voor verse-luchttoevoer/rookgasafvoer gebruikt te worden. Neem tijdens de installatie van de ketel de beschermingsgraad IP21 in acht..
9 Aansluiting van de verwarmingsketel
Deze handelingen dienen door een bevoegd vakman uitgevoerd te worden.
De installatie moet worden uitgevoerd volgens de geldende wettelijke voorschriften, de regels van de kunst en de aanwijzingen in deze handleiding.
De gastoevoerleiding reinigen. De afsluitkraan moet onder de ketel geplaatst worden. De diameters van de leidingen moeten bepaald worden volgens de specificaties B171 van de ATG (Association Technique du Gaz = Technische Gasvereniging).
Sluit altijd de gastoevoerkraan, voordat u een druktest op de gastoevoerleiding uitvoert. Hierdoor worden beschadigingen als gevolg van overdruk bij de gasregelaar voorkomen.. De druk verminderen alvorens de kraan te openen.
maximum druk: 150 mbar. In oude gasleidingen is het aanbevolen stroomopwaarts een gasfilter met groot oppervlak en een laag weerstandsverlies te monteren.
9.1 Aansluiting van de waterafvoer
Afvoeren van het condensatiewater rechtstreeks naar de riool. Gezien de zuurtegraad (pH 3-5) enkel plasticmaterialen gebruiken voor de aansluiting.. De gasklep openen. De aansluiting op de riool uitvoeren met een aansluitstuk met zichtbare afloop.
De afvoerbuis moet op zijn minst een helling hebben 50 mm/m. Het condensatiewater mag niet afgevoerd worden door de dakgoot vanwege het vorstgevaar en de beschadiging van de materialen gebruikelijk voor dakgoten.
9.2 toevoer van oxidatieve lucht
Voor de werking afhankelijk van de omgevingslucht moeten de ventilatie- en luchtafvoeropeningen van de ruimte overeenkomen met de voorschriften.
Duitsland: TRGI' 86, Uitgave 1996.
De ventilatie van de rookgasafvoerleiding kan eventueel als luchtafvoer dienen.
In geval van aansluiting op een in een schoorsteen geplaatste rookgasafvoerleiding dient de condensatieketel zo dicht mogelijk bij de schoorsteen geplaatst worden. Vermijd een grote horizontale lengte van de rookgasleidingen.
Voor de condensatieketels is een speciaal voor deze bedrijfswijze geschikt systeem voor rookgasafvoer of verse-luchttoevoer vereist. De installatie moet worden uitgevoerd conform de van kracht zijnde wetgeving.
9.3 Controle van de gasleiding
Deze handelingen dienen door een bevoegd vakman uitgevoerd te worden.
- Controleer de afdichting van de gasleiding, inclusief de gaskranen.
▶ Open alle afsluitkranen van de gasleiding.
▶ De gastoevoerleiding aftappen.
i Maximaal toelaatbare druk van de gasklep: 150 mbar. Maak in geval van een hogere controledruk de condensatieketel los van de gasleiding ter hoogte van het koppelstuk met schroefdraad van de gasafsluitkraan. Het is niet voldoende de gasafsluitkraan dicht te draaien.
9.4 Aansluitingen van de schoorsteenaccessoires
- De horizontale delen aan de rookgaskant zullen uitgevoerd worden met een helling van 3 % in de richting van de ketel. De doorsnede van de ventilatieopening voor de aansluitingen van het type B _23 (d.w.z. aanzuiging van de verbrandingslucht in de ruimte) moet voldoen aan de norm DTU 61.1.
- De toestellen van type C kunnen uitsluitend geïnstalleerd worden met de in deze technische handleiding vermelde systemen (met name concentrische leidingen, verbindingsstukken, terminals).
- Aangezien de aansluitingen van de schoorsteenleidingen van het type B 23 en de leidingen van het type C 53 onder druk staan, moeten deze ofwel buiten, ofwel in een gemetselde koker binnen met ventilatie geïnstalleerd worden.
De ventilatie moet verzorgd worden:
- door een opening aan de onderzijde, die lucht binnenkrijgt via de geventileerde gemeenschappelijke ruimtes of rechtstreeks buiten, en
- door een opening aan de bovenzijde die naar buiten geleid wordt. De minimum doorsnede van spouw en de te plannen openingen moet 100 cm ^2 ziin (vriie doorsnede).
Voor België: Norm NBN D 51-003 in acht nemen.
De demonteerbare delen in deze koker moeten inspectie van de rookgasleiding over de gehele lengte mogelijk maken.

text_image
C001401 8.8ΩDe installatie-instructies en de informatie betreffende de toegelaten lengtes van de rookgasleidingen in acht nemen.
▶ De stofkap verwijderen.
De rookgasleiding of het verse-lucht/rookgasafvoer systeem volgens de montageinstructies monteren.
▶ De luchtdichtheid controleren.
- Statische testoverdruk: 1000 Pa
- Max. lekkage: 50 l/hm ^2 afhankelijk van het inwendige oppervlak van de rookgasleiding
Bij de concentrische rookgasafvoersystemen (geforceerde stroom) kan ook het CO 2 -gehalte in de ringvormige ruimte op de meetbuizen gecontroleerd worden. De rookgasafvoerinstallatie wordt als waterdicht beschouwd wanneer het gemeten CO 2 -gehalte minder dan 0.2% is.
$$ A \emptyset 8 0 = 0. 2 5 m ^ {2} / m, A \emptyset 1 0 0 = 0. 3 1 m ^ {2} / m $$
9.4.1 Classificatie

(s) Uitsluitend geldig voor België
(x) uitsluitend voor Duitsland
| 1 Configuratie C_13x : Aansluiting lucht/rookgassen op een horizontale gevel- of dakdoorvoer door middel van concentrische leidingen |
| 2 Configuratie C_33x : Aansluiting lucht/rookgassen op een verticale dakdoorvoer door middel van concentrische leidingen of |
| 3 Aansluiting lucht/rookgassen in het verwarmingslokaal, en enkelvoudig in de schoorsteen (oxidatieve lucht als tegenstroom in het rookkanaal) door middel van concentrische leidingen of |
| 4 Aansluiting lucht/rookgassen in het verwarmingslokaal en enkelvoudige "flex" in de schoorsteen (oxidatieve lucht als tegenstroom in het rookkanaal) door middel van concentrische leidingenVoor België:Configuratie C_33(s) : Gebruik voor de aansluiting op de ketel en voor de dak- of geveldoorvoer uitsluitend originele onderdelen. De vrije ruimte moet voldoen aan de norm. Reinig de schoorsteen vóór het plaatsen van de afvoerleiding. |
| 5 Configuratie C_53 : Aparte aansluiting lucht en rookgassen via een bi-fluxadapter en enkelvoudige leidingen (oxidatieve lucht wordt buiten genomen) |
| 6 Configuratie B_23P : Schoorsteenaansluiting (enkelvoudige leiding in het rookkanaal, de oxidatieve lucht wordt in het verwarmingslokaal genomen) |
| 7 Configuratie B_23P : Montage in cascadeVerplichte accessoires:Rookgasklep (Colli HC154)Alarm- en bedieningsmodule AM35 (Colli GR12)Voor de aansluiting op de elektrische klemmenstrook, de handleiding geleverd bij de colli GR12 raadplegen |
9.4.2 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen
| Type aansluiting lucht/rookgassen | Diameter | Maximale lengte van de aansluitbuizen (meter) | |||||
| GSR140-35P | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 | GSR140-115 | |||
| Concentrische leidingen aangesloten op een geveldoorvoer (Aluminium) | C_13(x) | 80/125 mm 16 16 --- | |||||
| 100/150 mm - - 9 8 5.9 | |||||||
| Concentrische leidingen aangesloten op een dakdoorvoer (Aluminium) | C_33(x) | 80/125 mm 14.5 14.5 --- | - | ||||
| 100/150 mm | - | - | 11.5 | 10 | 9.4 | ||
| Concentrische leidingen in de stookruimteEnkelvoudige leidingen in de schoorsteen (oxidatieve lucht als tegenstroom)(Aluminium) | C_33(s) C_33(x) | 80/125 mm80 mm | 15 | 15 - - | - | ||
| 80/125 mm100 mm | 11.5 11.5 | --- | |||||
| 110/150 mm110 mm | -- 11 | 12.5 | 10 | ||||
| Concentrische leidingen in de stookruimte"Flex" leidingen in de schoorsteen (oxidatieve lucht als tegenstroom) (PPS) | C_33(s) C_33(x) | 80/125 mm80 mm | 12 | 12 - - | - | ||
| 110/150 mm110 mm | -- | 16.5 13.5 | 9.4 | ||||
| Bi-fluxadapter + Aparte enkelvoudige lucht-/rookgasleidingen (oxidatieve lucht buiten genomen) (Aluminium) | C_53 | 80/125 mm op2x80 mm | 20.5 20.5 | --- | |||
| 100/150 mm op2x100 mm | -- 23 | 17.5 | lucht: 11rookgassen:5 | ||||
| Schoorsteen (stijf of flex) (oxidatieve lucht genomen in het verwarmingslokaal)(PPS) | B_23P | 80 mm (stijf) | 23.5 23.5 | --- | |||
| 110 mm (stijf) | - | - | 55 | 45 | 44 | ||
| 80 mm (Slangleiding) | 21 21 -- | - | |||||
| 110 mm (Slangleiding) | - | - | 29.5 | 24 | 17.5 | ||
(s) Uitsluitend geldig voor België
(x) uitsluitend voor Duitsland

Lmax wordt gemeten door de lengte van de lucht-/rookgasleidingen op te tellen bij de gelijke lengtes van de andere elementen :
| AluminiumGelijke lengte in m | Diameter80/125 mm | Diameter80 mm | Diameter100/150 mm | Diameter100 mm |
| Bochtstuk 87° | 1.0 | 1.2 | 1.9 | 5.0 |
| Bochtstuk 45° | 0.8 | 0.9 | 1.2 | 1.2 |
| Bochtstuk 30° | 0.6 | 0.6 | / | / |
| Bochtstuk 15° | 0.4 | 0.3 | / | / |
| T-stuk voor inspectie | 2.1 | 2.8 | 3.3 | 5.3 |
| Rechte inspectiebuis | 0.7 | 0.5 | 0.5 | 0.5 |
| PPSGelijke lengte in m | Diameter80/125 mm | Diameter80 mm | Diameter110/150 mm | Diameter110 mm | |
| Bochtstuk 87° | 1.5 | 1.9 | 3.7 | 4.9 | |
| Bochtstuk 45° | 1.0 | 1.2 | 1.0 | 1.1 | |
| Bochtstuk 30° | / | 0.4 | / | / | |
| Bochtstuk 15° | / | 0.2 | / | / | |
| T-stuk inspectie | voor | 2.6 | 4.2 | 2.5 | / |
| Rechte inspectiebuis | 0.6 | 0.3 | 1.0 | / | |
| Bochtstuk inspectie | voor | 2.0 | 0.7 | / | 4.8 |
| Inspectiebuis slangleiding | voor | / | 0.3 | / | 0.5 |
België:
De verwarmingsketels kunnen uitsluitend geïnstalleerd worden met de door de fabrikant meegeleverde schoorsteenaccessoires. Zie voor de onderdelenlijst de meest recente tariefcatalogus.
9.5 Elektrische aansluiting
Voor de conformiteit van de elektrische aansluiting, moet het apparaat gevoed worden door een circuit uitgerust met een meerpolige netschakelaar met een opening groter dan 3 mm of een stopcontact.
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 12 Aanvoertemperatuurvoeler (circuit B) |
| 13 Ingang 0-10 V |
| 14 Omgevingsvoeler (circuit B) |
| 15 Omgevingsvoeler (circuit A) |
| 16 Sanitair-warmwatervoeler |
| 17 Buitenvoeler |
| 18 Veiligheidscontact |
| 19 Telefonisch relais |
| 20 Omgevingsvoeler (circuit C) |
| 21 Aanvoertemperatuurvoeler (circuit C) |

- Til het klepje van het paneel op.
Draai de achterste bevestigingsschroeven 2 van het bovenpaneel los. Til de achterzijde van het bovenpaneel op en kantel deze.
Draai de 2 bevestigingsschroeven van de beschermplaat van de printkaart. Verwijder de beschermplaat van de printkaart.
3+4 Voer de kabels van 230V en van de voeler door de kabeldoorvoer van het achterpaneel, in de juiste volgorde (230V; voeler).
De kabels in de hiervoor bedoelde kabelklemmen bevestigen.
De stekkers van de kabels op de kaart plaatsen.
In omgekeerde volgorde te werk gaan voor de montage.
Uitkijken voor de kabelweg tijdens het terugplaatsen van de uitschuifbare module waarop de relaiskaart van de voelers rust.
10 Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging

De eerste inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd door een erkend installateur.
Leeg de verwarmingsinstallatie volledig en spoel deze door, voor de inbedrijfname.
De ketel kan beschadigen bij werking met een lege sifon van het condenswater.
10.1 Vullen van de installatie
▶ Vul de installatie met water.
Tap de installatie af.
▶ Vul de sifon met water.
▶ Controleer de werkdruk van de installatie (Minimum druk 0.8 bar; Aanbevolen druk 1.5 bar; maximum druk 4 bar).
▶ Controleer de waterdichtheid.
Eventueel water bijvullen.
10.2 Controlepunten vóór inbedrijfstelling

Voor België : Werkzaamheden aan de gasmodule mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman.
10.2.1 Controleer de gasaanvoerdruk
▶ Sluit de gastoevoerkraan.

1 De schroef op het meetkoppelstuk 2 slagen losdraaien.
▶ De manometer aansluiten.
▶ De gaskraan openen.
De druk van de gasaansluiting op het meetkoppelstuk controleren. De fabrieksinstelling is werking met aardgas.

Indien de druk buiten het toegelaten drukbereik komt (aardgas G20 : 17-25 mbar, aardgas G25 : 20-30 mbar, propaan G31 : 37-50 mbar), de inbedrijfname onderbreken. Het gasbedrijf informeren.
▶ Sluit de gastoevoerkraan. De manometer losmaken.
▶ Schroef ① vastdraaien.
De gaskraan openen. De luchtdichtheid controleren.
10.2.2 Afstelling van de brander

• GSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 / GSR140-90

Voor België : Werkzaamheden aan de gasmodule mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een monteur van de fabriek (bijvoorbeeld: SERV'élite).
De verwarmingsketel is standaard ingesteld voor werking met aardgas G20, IWs = 15.0 kWh/m³. Aansluitdruk (mbar) 20.
Maximaal belasting van de brander (Fabrieksinstelling in kW)
| Ketels | GSR140-35P | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 |
| Functie verwarming (100 %) | 33.5 41.2 | 62.0 | 86.0 | |
| Functie sanitair warm water (100%) | 33.5 41.2 | 62.0 | 86.0 |
Bij het afstellen van de brander wordt uitsluitend het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen bij maximaal en minimaal vermogen gecontroleerd.
De aanduidingen op het kenplaatje van het apparaat vergelijken met het ter plaatse beschikbare type gas.
Indien het aardgas is, kan deze ketel in dienst gesteld worden zonder andere voorafgaande afstellingen te doen (Ws = 12.0-15.7 kWu/m3).
▶ De hoofdschakelaar inschakelen.
▶ Brander in bedrijf stellen.
Voor de conformiteit van de elektrische aansluiting, moet het apparaat gevoed worden door een circuit uitgerust met een meerpolige netschakelaar met een opening groter dan 3 mm of een stopcontact.
De aarding dient te voldoen aan de norm NF C 15 100.
De ketel op het maximale vermogen zetten.
▶Druk op de toets 📁 (Luik dicht).
▶Het vermogen van de brander instellen met behulp van draaiknop.
P_E = Maximaal belasting van de brander.

text_image
C001401 8.8Ω▶ De plastic dop van de meetbuizen verwijderen.
▶ Het CO 2 of O 2 -gehalte van de rookgassen controleren met behulp van het meetapparaat.
Alle landen, met uitzondering van België:
| CO2-gehalte (%) O | 2-gehalte (%) | |||||||
| Ketels | GSR140-35P | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 | GSR140-35 | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 |
| Aardgas H (G20) | 9.0 9.0 9.0 9.5 | 4.8 | 4.8 | 3.9 | ||||
| Aardgas L (G25) | 9.0 9.0 9.0 | 9.5 | 4.8 | 4.8 | 3.9 | |||
| Propaan | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 4.8 | 4.8 | 4.8 | 4.8 |
Corrigeer de instelling van de brander op ±0.3% CO₂; ±0.2% O₂.
Voor België:
| CO2-gehalte (%) O | 2-gehalte (%) | |||||||
| Ketels | GSR140-35P | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 | GSR140-35 | GSR140-45 | GSR140-65 | GSR140-90 |
| Aardgas H (G20) 9.0 9.0 9.0 9.5 4.8 4.8 4.8 3.9 | ||||||||
| Aardgas L (G25) | * | * | * | 9.5 | * | * | * | 3.9 |
| Propaan | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 10.7 | 4.8 | 4.8 | 4.8 | 4.8 |
* Approximatieve CO₂ gehalte: 7.5% * Approximatieve O
2 gehalte: 7.3%
- Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging

text_image
C000925 3 2Het gasdebiet op "max. vermogen" zodanig met behulp van de afstelschroef ③ afstellen dat het vereiste CO₂⁻ of O₂ gehalte bereikt wordt.
▶ Het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen controleren.
De vlam controleren via het kijkglas, ze mag niet uitdoven. De vlam moet stabiel branden, de kleur moet blauw zijn, met oranje deeltjes aan de rand van de brander.
Het vermogen van de brander op het minimumvermogen afstellen met behulp van de draaiknop. P_- : Minimumvermogen.
▶ Het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen meten.
De afstelling "minimumvermogen" wijzigen met de afstelschroef ②.
▶ Opnieuw het afgegeven vermogen controleren.
Indien nodig aanpassen.
Voor Zwitserland: De maximaal door het federale besluit betreffende de bescherming van de lucht OPAIR toegestane grenswaarden voor CO en NOx moeten op de plaats van installatie door middel van metingen gecontroleerd worden.
Het luikje weer sluiten wanneer de afstelling correct is.
De Aan/Uit-schakelaar op de Uitstand zetten.
▶ Het meetapparaat verwijderen.
▶ De plastic dop terugplaatsen op het rookgasmeetpunt.
• GSR140-115

Voor België : Werkzaamheden aan de gasmodule mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een monteur van de fabriek (bijvoorbeeld: SERV'élite).
De fabrieksinstelling is werking met aardgas G20.
Voor de overgang van aardgas G20 naar aardgas G25 moet de met de ketel meegeleverde transformatieset geinstalleerd worden.
Maximaal belasting van de brander (Fabrieksinstelling in kW)
| Ketels GSR140-115 | |
| Functie verwarming(100 %) | 111 |
| Functie sanitair warm water (100%) 111 | |
De brander wordt uitsluitend afgesteld door het controleren van het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen bij een minimaal vermogen.
De aanduidingen op het kenplaatje van het apparaat vergelijken met het ter plaatse beschikbare type gas.
- Indien het aardgas G20 betreft, kan deze ketel in dienst gesteld worden zonder andere afstellingen vooraf.
- Indien het aardgas G25 betreft, moet de conversieset voor G25 geïnstalleerd worden (diafragma diameter 9.8) tussen de gasklep en de venturibuis.
■ Plaatsing van de set voor omzetting op aardgas G25

text_image
230 V
text_image
Gas Gaz
text_image
C001282
Vervang het membraan met een diameter van 8.6 door het membraan met een diameter van 9.8 uit het zakje.
- Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging
▶ De hoofdschakelaar inschakelen.
▶ Brander in bedrijf stellen.
Voor de conformiteit van de elektrische aansluiting, moet het apparaat gevoed worden door een circuit uitgerust met een meerpolige netschakelaar met een opening groter dan 3 mm of een stopcontact.
De aarding dient te voldoen aan de norm NF C 15 100.
De ketel op het maximale vermogen zetten.
▶Druk op de toets 📁 (Luik dicht).
▶Het vermogen van de brander instellen met behulp van draaiknop.
P_E = Maximaal belasting van de brander.

▶ De plastic dop van de meetbuizen verwijderen.
▶ Het CO 2 of O 2 -gehalte van de rookgassen controleren met behulp van het meetapparaat.
| P | CO_2 -gehalte(%) | O_2 -gehalte(%) |
| Aardgas G20 9 4.8 | ||
| Aardgas G25 9.5 3.9 |
Corrigeer de instelling van de brander op ±0.3% CO₂; ±0.5% O₂.

Indien de waarden buiten de tolerantiewaarde vallen:
Controleer de inlaatdruk van het gas.
Controleer of het geïnstalleerde diafragma bij de gebruikte gassoort hoort (G25 = diameter 9.8, G20 = diameter 8.6).

-
Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging
-
Het vermogen van de brander op het minimumvermogen afstellen met behulp van de toets - P_- : Minimumvermogen.
▶ Het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen meten.
Indien nodig:
De afstelling "minimumvermogen" wijzigen met de afstelschroef ④ (De afstelschroef wordt beschermd door een dop, schroef en dop zijn van het type torx).
Draai de schroef met de klok mee om de CO₂ te verhogen en tegen de klok in om de O₂ te verlagen
| P_- | CO_2 -gehalte(%) | O_2 -gehalte(%) |
| Aardgas G20 9.5 3.9 | ||
| Aardgas G25 9.5 3.9 |
Corrigeer de instelling van de brander op ±0.1% CO₂; ±0.2% O₂.
- Controleer opnieuw het CO 2 - en O 2 -gehalte op maximaal vermogen.
Voor Zwitserland: De maximaal door het federale besluit betreffende de bescherming van de lucht OPAIR toegestane grenswaarden voor CO en NOx moeten op de plaats van installatie door middel van metingen gecontroleerd worden.
Het luikje weer sluiten wanneer de afstelling correct is.
De Aan/Uit-schakelaar op de Uitstand zetten.
▶ Het meetapparaat verwijderen.
▶ De plastic dop terugplaatsen op het rookgasmeetpunt.
10.2.3 Aanpassing van het vermogen
Afstelling van het vermogen van de brander
| Vermogen (kW) | Richtwaarde (%) | ||||
| GSR140-35P GSR140-45 GSR140-65 GSR140-90 GSR140-115 | |||||
| 33.5 | 41.2 | 62.0 | 86.0 | 111.0 | 100 |
| 30.8 | 37.9 | 57 | 79.1 | 102.1 | 90 |
| 28.1 | 34.6 | 52 | 72.2 | 93.2 | 80 |
| 26.8 | 33 | 49.6 | 68.8 | 88.8 | 75 |
| 25.5 | 31.3 | 47.1 | 65.4 | 84.4 | 70 |
| 22.8 | 28 | 42.2 | 58.5 | 75.5 | 60 |
| 20.1 | 24.7 | 37.2 | 51.6 | 66.6 | 50 |
| 17.4 | 21.4 | 32.2 | 44.7 | 57.7 | 40 |
| 14.7 | 18.1 | 27.3 | 37.8 | 48.8 | 30 |
Door het afstellen van het vermogenspercentage van de ketel verkrijgt men een aanpassing van de maximale belasting met de verwarmingsfunctie.

Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus): #CONFIGURATIE MAX.VERM.VERW..
Voor de warmwaterfunctie is de brander in de fabriek op de maximale belasting afgesteld.
10.2.4 Programmering van de bediening van de verwarmingsketel
De ingebouwde bediening instellen volgens de bijbehorende serviceinstructies.
10.2.5 Sanitair-warmwaterproductie
Afstelling van de temperatuur van het sanitaire water :
Druk op de toets
De temperatuur bepalen met behulp van de toetsen + en - (10-80 °C).
De temperatuur registreren door op de toets AUTO te drukken.
10.2.6 Zorgen dat de beheerder weet hoe de installatie werkt
10.2.7 Invullen certificaat van indienststelling

"Invullen certificaat van indienststelling".
10.2.8 De installatie uitschakelen
De Aan/Uit-schakelaar op de Uitstand zetten.
▶ Sluit de gastoevoerkraan.
11 Foutmeldingen
11.1 Defecten
Bij een gebrekkige werking kan u op de display één van de volgende meldingen te zien krijgen. Contacteer uw installateur.
| Melding Mogelijke oorzaak Handeling | ||
| COURT-CIRC.24V Kortsluiting 24 V Bekabeling controleren. | ||
| GEB. ONTST. | Fout in ontsteking | De ontstekingsektrode controleren (elektrodes uitnemen), zijn schakelaar en zijn verbindingskabel. Indien nodig, vervangen. |
| Fout in ionisatie | De aarding controleren. De waarde van de ionisatiestroom controleren. Het CO_2 gehalte controleren, indien nodig. | |
| Defecte gasklep De gasklep vervangen. | ||
| Geen gas of aanwezigheid van lucht in de buisleiding | De druk van het toevoergas controleren. Het gascircuit aftappen. | |
| DEF.IONISATION Ionisatiefout tijdens bedrijf | De aarding controleren. De waarde van de ionisatiestroom controleren. Het CO_2 gehalte controleren, indien nodig. | |
| DEFAUT MCBA XX | Interne fout in vlambeveiligingsautomaat | De ketel terugstellen. Tijdelijk de elektrische voeding van de ketel onderbreken met behulp van de Aan/Uit-schakelaar. Bedienings- en veiligheidskastje vervangen. |
| DEF.MCBA 5 Externe invloeden Bekabeling controleren | ||
| DEF.MCBA 11 Interne fout | Checken of de aansluitingen op multikabels niet beschadigd zijn. Vochtigheid in het boordpaneel. De elektromagnetische invloeden verwijderen | |
| DEF.MCBA 24 | Omkering voeler verwarmingsketel en voeler retourleiding | De voelers omkeren. Pomp verkeerd gemonteerd. |
| DEF.VANNE GAZ Gecombineerde gasmodule defect | Het veiligheidskistje signaleert geen gasklep. Checken:- De bekabeling van de gasklep;- Een eventuele storing van de gasklep (bobijn defect). | |
| RESET.BR.AUTOM. Bedieningsfout | De ketel terugstellen. | |
| DEF.COM.MCBA | Communicatiefout tussen OE-tronic en de vlambeveiligingsautomaat | De verbinding en de aansluitingen tussen OE-tronic en de vlambeveiligingsautomaat controleren. De ketel terugstellen. Tijdelijk de elektrische voeding van de ketel onderbreken met behulp van de Aan/Uit-schakelaar. |
| GEBR.RUIM.V.A GEBR.RUIM.V.B GEBR.RUIM.V.C GEBR.AANV.V.B GEBR.AANV.V.C GEBREK BUIT.V. GEBR.RUIM.ZWE | Fout van de betreffende voeler | De verbinding en de connectors controleren. Indien nodig de voeler vervangen. Om de melding te wissen, de elektrische voeding van de ketel kortstondig onderbreken door de schakelaar Aan/Uit. Contacteer uw installateur.Het is mogelijk in handmatige modus te werken op het betroffen deel van de installatie. |
| GEB.VENT.UIT De ventilator werkt niet | Ventilator defect. De bekabeling van de ventilator controleren (corrosie van de verbinding). Defect bedienings- en veiligheidskastje. | |
| GEB.VENT.IN De ventilator werkt permanent | Elektrische aansluitingen onderbroken. Bediening ventilator defect (de ventilator vervangen). | |
| GEBREK KETEL V Ketelvoeler defect | De verbinding en de connectors controleren. Indien nodig de voeler vervangen. De ketel terugstellen. | |
| GEBREK SWW V. | sanitair warmwatervoeler defect | De verbinding en de connectors controleren. Indien nodig de voeler vervangen. |
| GEBREK AFGASV. | Thermische terugslagbeveiliging defect | De verbinding en de connectors controleren. Indien nodig de voeler vervangen. |
| GEB.RET.VOELER | Terugloopvoeler defect | De verbinding en de connectors controleren. Indien nodig de voeler vervangen. De ketel terugstellen. |
| PARASIT.VLAM. | Detectie van een interferentievlam | De luchtdichtheid van alle gasaansluitingen controleren. Aanpassing van de afstand tussen de ontstekingselektroden. Controleren of het branderoppervlak geen resten van draad bevat. |
| VEILIGHEIDS TH | Temperatuur vertrekleiding > 110 °C | De veiligheidsthermostaat STB en de bekabeling controleren. De ketel aftappen. Controleer de ketelpomp. Het hydraulisch circuit van de installatie controleren. |
| ROOKG.VEIL.TH. | Temperatuur rookgassen > 100 °C | De afvoer van de rookgassen controleren. Indien nodig, deze vervangen. |
| RETOUR TH | Temperatuur terugkeer te hoog | De bekabeling controleren. De ketel aftappen. Controleer de ketelpomp. Het hydraulisch circuit van de installatie controleren. |
Voor elke andere code die hier niet vermeld staat
- Haal de stekker van de verwarmingsketel uit het stopcontact
- De ketel terugstellen
- Het veiligheidskastje vervangen indien de melding blijft.
• GEBR.RUIM.V.A, GEBR.RUIM.V.B, GEBR.RUIM.V.C
Automatische werkwijze bij een configuratie zonder kamertemperatuurvoeler.
• GEBR.AANV.V.B, GEBR.AANV.V.C
Het betroffen circuit gaat automatisch over in handmatige modus. De pomp draait en de klep wordt niet meer gevoed. Ze kan handmatig bediend worden, indien nodig.
• GEBREK BUIT.V.
De ketel reguleert op de temperatuur MAX.KETEL TEMP.. De regeling van de driewegklep van het circuit B (indien aanwezig) is niet meer verzekerd. Nochtans is de beperking van de maximumtemperatuur verzekerd en de klep kan manueel bediend worden. De opwarming van sanitair warmwater blijft verzekerd.
• GEBR.RUIM.ZWE
Het verwarmen van het zwembad is onafhankelijk van de temperatuur.
De ketel kan geen warmte meer geven.
• GEBREK SWW V.
Het sanitair warm water wordt niet meer opgewarmd. De laadtemperatuur van het reservoir is gelijk aan de temperatuur van de verwarmingsketel.
• GEBREK AFGASV.
rookgasvoeler defect. De beveiliging van de ketel wordt geactiveerd.

De 10 laatste storingen op het display worden in het geheugen opgeslagen in de paragraaf #HISTORIEK GEB. Zie "Installatie handleiding".

Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus).
11.2 Vergrendeling (tijdelijk)
| Artikelnr. Beschrijving Controle | ||
| BL. AIR De parameters zijn verkeerd ingesteld. | Het keteltype controleren. Tijdelijk de elektrische voeding van de ketel onderbreken met behulp van de Aan/Uit-schakelaar. De bekabeling controleren. | |
| BL.RET.SUP.CHA | Retourtemperatuur >Aanvoertemperatuur gedurende 10 minuten minimum, nadat de ketel op klein vermogen loopt. | Omgekeerde aansluiting of de aanvoer- en retoursensor omgekeerd |
| BL.VITESSE T. | De maximale stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur is overschreden *1. De ketel is geblokkeerd gedurende 10 minuten.Na 5 opeenvolgende pogingen gedurende één enkele verwarmingsoproep, worden de zich herhalende onderbrekingen opgeslagen in het geheugen (de blokkeercode en de situatie van de ketel op het moment van blokkering).Nochtans ligt de brander niet stil en blijft werken. | PompWaterdebietHydraulische druk |
| BL.DT CHA.RET. | Het toegestane maximumverschil tussen de aanvoer- en retourtemperaturen is overschreden. De ketel blokkeert zich gedurende 150 seconden. Na 10 opeenvolgende pogingen gedurende één enkele verwarmingsoproep, worden de zich herhalende onderbrekingen opgeslagen in het geheugen (de blokkeercode en de situatie van de ketel op het moment van blokkering).Nochtans ligt de brander niet stil en blijft werken. | PompWaterdebietHydraulische druk |
| BL.INT.MCBA De parameterinstelling is fout of het geheugen is defect. | Het keteltype controleren. Tijdelijk de elektrische voeding van de ketel onderbreken met behulp van de Aan/Uit-schakelaar. De bekabeling controleren. | |
| BL.FUMEE | Temperatuursverschil tussen rookgas en omgeving >Max. temperatuur rookgassen. | Instelling van ketelAankoeken van vuil |
| BLOQUANT b26 | Blokkeeringang op de klemmen van de brug CS is open of afwezigheid van een brug. | Uitwendige veiligheid, brug |
| BLOQUANT bXX Het kastje is afgezet. | De bekabeling controlerenDe ketel terugstellen | |
| BL.VENTIL.OFF | Ventilator defect of verkeerd gemonteerd. Na 5 opeenvolgende blokkeringen wordt de beveiliging van de ketel geactiveerd. | |
| BL.VENTIL.ON | Na het ventileren blijft de ventilator draaien, de beveiliging van de ketel wordt geactiveerd. | |

De blokkeermodus is een normale werkingsmodus en duidt dus niet op een storing maar is wel degelijk een normale werkingswijze van de ketel. Een blokkeercode wordt verondersteld een technisch installatieprobleem of een onjuiste instelling te signaleren.
12 Gebruikersinstellingen

text_image
C000155_03-06 ZONDAG 15h38 P2 AToetsen voor toegang tot de instellingen en metingen
| ○ | Druk op de draaiknop |
| Programmeertoetsen | |
| Verandering van de Dag-/Nacht programmering- Schrijven (per halfuur) van de periode dagtemperatuur of laden van de boiler toegestaan (zone verlicht)- Schrijven (per halfuur) van de periode nachttemperatuur of laden van de boiler niet toegestaan (zone uit) | |
| Drukken op Display Ingestelde parameter | |
| ○ | BUITEN TEMP. Buitentemperatuur |
| KETEL TEMP Temperatuur water ketel | |
| AANVOER.TEMP B* Temperatuur water circuit B | |
| AANVOER.TEMP C* Temperatuur water circuit C | |
| BOILER TEMP* Temperatuur water in sanitair warmwaterreservoir | |
| RUIMTE TEMP.A* Omgevingstemperatuur A | |
| ZWEMB.TEMP Temperatuur zwembad | |
| RUIMTE TEMP.B* Omgevingstemperatuur B | |
| RUIMTE TEMP C* Omgevingstemperatuur C | |
| AFGAS TEMP.* Temperatuursverschil tussen rookgas en omgeving | |
| OPSLAGTANK TEMP Temperatuur van het bufferreservoir | |
| RETOUR TEMP.* Retourtemperatuur | |
| VENT.SNEL. T/M Weergave van het toerental van de ventilator | |
| MOM.VERM.KETEL Display van het actuele vermogen van de ketel (%) (0% = Pmin of Uit, 100% = Pmax) | |
| STROOM (uA) Ionisatie stroom | |
| BR. UREN Aantal bedrijfsuren brander (niet reinitialiseerbaar) | |
| BR.STARTS Aantal startpogingen van de brander (niet reinitialiseerbaar) | |
| CTRL OERTLI Informatie uitsluitend bestemd voor de installateur | |
| UREN | |
| MINUTEN | |
| DAG | |
| MAAND | |
| DATUM | |
| JAAR | |
| ZOMER UUR: AUTO: automatische overgang naar de zomertijd op de laatste zondag van maart en naar de wintertijd op de laatste zondag van oktober. HAND: voor de landen waar de winter- en zomertijd op een andere datum ingaan of niet gelden. | |
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
12.1 Programming
■ Standaard programmering

Programmaselectie
■ Reinitialisatie van de programma's
Selecteer STANDAARD JA voor het te resetten programma.

Programmatabel #PROG. KRING.A, #PROG. KRING.B, #PROG. KRING.C.
Alle aangepaste programma's worden vervangen door hun fabrieksinstelling.
▶ Het programma P1 wort aan alle verwarmingskringen toegewezen.
■ Gepersonaliseerde programmering
PROG. KRING.A
| Dag | Comfortperiodes |
| P1 P2 P3 P4 | |
| Maandag van 6 tot 22-uur | |
| Dinsdag van 6 tot 22-uur | |
| Woensdag van 6 tot 22-uur | |
| Donderdag van 6 tot 22-uur | |
| vrijdag van 6 tot 22-uur | |
| Zaterdag van 6 tot 22-uur | |
| zondag van 6 tot 22-uur |
PROG. KRING.B
| Dag | Comfortperiodes |
| P1 P2 P3 P4 | |
| Maandag van 6 tot 22-uur | |
| Dinsdag van 6 tot 22-uur | |
| Woensdag van 6 tot 22-uur | |
| Donderdag van 6 tot 22-uur | |
| vrijdag van 6 tot 22-uur | |
| Zaterdag van 6 tot 22-uur | |
| zondag van 6 tot 22-uur |
PROG. KRING.C
| Dag | Comfortperiodes |
| P1 P2 P3 P4 | |
| Maandag van 6 tot 22-uur | |
| Dinsdag van 6 tot 22-uur | |
| Woensdag van 6 tot 22-uur | |
| Donderdag van 6 tot 22-uur | |
| vrijdag van 6 tot 22-uur | |
| Zaterdag van 6 tot 22-uur | |
| zondag van 6 tot 22-uur |
PROG. BOILER: Sanitar warm water #PROG.HULPUITG: Programmering van de hulpuitgang
| Dag opwarming toegestaan | Dag Toegelaten werking | ||
| Maandag | Maandag | ||
| Dinsdag | Dinsdag | ||
| Woensdag | Woensdag | ||
| Donderdag | Donderdag | ||
| vrijdag | vrijdag | ||
| Zaterdag | Zaterdag | ||
| zondag | zondag | ||
| Drukken op Display Ingestelde parameter | Fabrieksinstelling | ||
| + ○ | #PROG. KRING.A* Uurprogramma P2 van de kring A indien aanwezig | ||
| PROGALLE DAGEN* | Programmaselectie | ||
| PROG MAANDAG P2* | |||
| PROG DINSDAG P2* | |||
| PROG WOENSDAG P2* | |||
| PROG DONDERDAG P2* | |||
| PROG VRIJDAG P2* | |||
| PROG ZATERDAG P2* | |||
| PROG ZONDAG P2* | |||
| #STAANDARD* | Als JA gevalideerd is : wordt de standaard programmering opnieuw geldig NEE | ||
| #PROG. KRING.A* Uurprogramma P3 van de kring A indien aanwezig | |||
| PROGALLE DAGEN* | Programmaselectie | ||
| PROG MAANDAG P3* | |||
| PROG DINSDAG P3* | |||
| PROG WOENSDAG P3* | |||
| PROG DONDERDAG P3* | |||
| PROG VRIJDAG P3* | |||
| PROG ZATERDAG P3* | |||
| PROG ZONDAG P3* | |||
| #STAANDARD* | Als JA gevalideerd is : wordt de standaard programmering opnieuw geldig NEE | ||
| #PROG. KRING.A* Uurprogramma P4 van de kring A indien aanwezig | |||
| PROGALLE DAGEN* | Programmaselectie | ||
| PROG MAANDAG P4* | |||
| PROG DINSDAG P4* | |||
| PROG WOENSDAG P4* | |||
| PROG DONDERDAG P4* | |||
| PROG VRIJDAG P4* | |||
| PROG ZATERDAG P4* | |||
| PROG ZONDAG P4* | |||
| #STAANDARD* | Als JA gevalideerd is : wordt de standaard programmering opnieuw geldig NEE | ||
| #PROG. KRING.B* Programma P2,P3,P4 van kring B* | |||
| Lijnen zoals circuit A | Programmaselectie | ||
| #PROG. KRING.C* Programma P2,P3,P4 van kring C* | |||
| Lijnen zoals circuit A | Programmaselectie | ||
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
i Met PROGALLE DAGEN kunnen tegelijkertijd alle dagen van de week geprogrammeerd worden. ledere dag kan vervolgens apart gewijzigd worden.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
| Drukken op Display Ingestelde parameter | Fabrieksinstelling | ||
![]() | |||
| + ○ | #PROG. BOILER * | ||
| PROGALLE DAGEN | ![]() | ||
| PROG MAANDAG* | |||
| PROG DINSDAG* | |||
| PROG WOENSDAG* | |||
| PROG DONDERDAG* | |||
| PROG VRIJDAG* | |||
| PROG ZATERDAG* | |||
| PROG ZONDAG* | |||
| #STAANDARD* | Als JA gevalideerd is : wordt de standaard programmering opnieuw geldig | NEE | |
| + ○ | #PROG.HULPUITG * | ![]() | |
| PROGALLE DAGEN | Programmaselectie | ||
| PROG MAANDAG | |||
| PROG DINSDAG | |||
| PROG WOENSDAG | |||
| PROG DONDERDAG | |||
| PROG VRIJDAG | |||
| PROG ZATERDAG | |||
| PROG ZONDAG | |||
| #STAANDARD | Als JA gevalideerd is : wordt de standaard programmering opnieuw geldig | NEE | |
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
i Met PROGALLE DAGEN kunnen tegelijkertijd alle dagen van de week geprogrammeerd worden. ledere dag kan vervolgens apart gewijzigd worden.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
Deze handelingen dienen door een bevoegd vakman uitgevoerd te worden.

text_image
C000155_03-06 ZONDAG 15h38 P2 A▶ Het luik openen.
13.1 Instellingen "professioneel"
| Drukken op | Display Ingestelde parameter | Fabrieksinstelling | Instelbereik | Instelling klant | |
| NEDERLANDS | Selectie van de taal met behulp van de draaiknop. | Duits | Nederlands, ... (1) | ||
| CONTRAST DISPL | Voor het instellen van het contrast van de display met behulp van de draaiknop. | ||||
| ZOM/WIN | Buitentemperatuur van niet-verwarming. | 22 °C | 15 tot 30 °C | ||
| KAL.BUIT.TEMP Kalibratie buitenvoeler. | Buitentemperatuur | ||||
| MAX.KETEL TEMP. | Max. temperatuur van de ketel en richttemperatuur van de ketel in geval van s.w.w.-productie. | 80 °C 50 tot 85 °C | |||
| MIN.KETEL TEMP. | Min. temperatuur van de ketel. | 10 °C | 10 tot 50 °C | ||
| VORSTBEV.BUIT | Buitentemperatuur waarbij de vorstbeveiliging van de installatie wordt ingeschakeld. | +3 °C -8 tot +10 °C | |||
| NAALOOPTI.POMP. | Vertraging van de onderbreking van de verwarmingspompen. | 4 minuten 0 tot 15 minuten | |||
| N.L.T.BOIL.PO.* | Vertraging van de onderbreking van de s.w.w.-pomp. | 2 minuten 0 tot 15 minuten | |||
| MIN.BRANDTIJD | Instelling van de minimale bedrijfstijd van de brander. | 1 minuut | 0 tot 4 minuten | ||
| ADAPT* | IN Automatische aanpassing van de verwarmingscurven voor iedere kring die over een kamertemperatuurvoeler beschikt waarvan de invloed >0 is. | IN | IN UIT | ||
| UIT De verwarmingscurven kunnen uitsluitend met de hand gewijzigd worden. | |||||
| BAND BREEDTE* | Bandbreedte voor de regeling van de 3-wegafsluiters. | 12 K | 4 tot 16 K | ||
| DELTA KET/M.KR* | Minimaal temperatuurverschil tussen de ketel en de afsluiters. | 4 K | 0 tot 16 K | ||
| NACHT:* | VER. De lagere temperatuur blijft behouden. | VER. | VER. STOP | ||
| STOP De verwarmingsketel is uitgeschakeld. | |||||
| K.VOLGE* | AUTO Hiermee kan de volgorde van inschakeling van de cascade iedere 7 dagen veranderd worden. | AUTO | AUTO 1, 2, ..., 10 | ||
| 1, 2, ..., 10 Legt de leidende verwarmingsketel van de cascade op. | |||||
| N.L.T.KTL.POMP* | Nalooptijd bij de onderbreking van de ketelpomp in geval van cascade. | 3 minuten 1 tot 30 minuten | |||
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
(1)Français - Deutsch - English - Polski - Italiano - Nederlands
i De verschillende parameters en instellingen blijven in het geheugen opgeslagen, zelfs na een stroomonderbreking.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
Voor het herstellen van de fabrieksinstellingen van de parameters (gebruikers- en installateursniveau) zonder de uurregelingen te wijzigen, moeten tegelijkertijd de toetsen en STANDAARD ingedrukt worden.
RESET PARAM wordt gedurende 10 seconden weergegeven. Deze functie heeft geen invloed op de uur, en impulstellers.
Voor het instellen van de buitentemperatuur boven de temperatuur waarop de verwarming uitgeschakeld zal worden.
- De verwarmingspompen worden uitgeschakeld.
- De brander start slechts voor de behoeften aan sanitair warmwater.
- Het symbool E wordt weergegeven.
Als men deze parameter instelt op NEE, zal de verwarming nooit automatisch onderbroken worden..
■ KAL.BUIT.TEMP Kalibratie buitenvoeler
Voor het corrigeren van de buitentemperatuur.
Voorbeeld:
Werkelijke buitentemperatuur = 10 °C
Weergegeven temperatuur = 11 °C
De parameter KAL.BUIT.TEMP instellen op -1.
■ VORSTBEV.BUIT
Onder deze temperatuur functioneren de pompen permanent en de minimumtemperaturen van elk circuit worden gerespecteerd.
Bij de instelling NACHT:STOP wordt de lage temperatuur van iedere kring aangehouden.
■ NAALOOPTI.POMP.
De nalooptijd van de onderbreking van de verwarmingspompen voorkomt oververhitting van de ketel.
■ N.L.T.BOIL.PO.
De nalooptijd van de onderbreking van de s.w.w.-laadpomp voorkomt oververhitting van de ketel en de verwarmingskringen.
■ BAND BREEDTE
De bandbreedte kan vergroot worden indien de afsluiters snel werken of verkleind worden wanneer deze langzaam werken.
■ NACHT
i Deze parameter wordt weergegeven indien minstens één kring geen kamertemperatuurvoeler heeft.
Voor de kringen zonder kamertemperatuurvoeler:
- NACHT:VERLAG. (Verlaging): De verlaagde temperatuur wordt aangehouden tijdens de nachtperiodes. De pomp van de kring werkt permanent.
- NACHT:UIT (Uit): De verwarming wordt uitgeschakeld tijdens de nachtperiodes. Wanneer de vorstbeveiliging van de installatie actief is, wordt de werking NACHT:VERLAG. geactiveerd.
Voor de kringen met kamertemperatuurvoeler:
- NACHT:UIT is actief wanneer de kamertemperatuur hoger is dan de richttemperatuur.
- NACHT:UIT is actief wanneer de kamertemperatuur hoger is dan de richttemperatuur.
13.2 Instellingen voor een verwarmingskring
| Drukken op Display Ingestelde parameter | Fabrieksinstelling | Instelbereik Instelling klant | ||
| #KRING. A Kring A | ||||
| INSTEL CURVE A* Helling van kring A 1.5 0 tot 4 | ||||
| MTKG D A* | Instelling van de watertemperatuur in de modus hoge temperatuur of luchtverhitter tijdens de comfort-periode | UIT 20 tot 90 °C | ||
| MTKG N A* | Instelling van de watertemperatuur in de modus hoge temperatuur of luchtverhitter tijdens de nacht-periode | UIT 20 tot 90 °C | ||
| MAX T KRING A* | Max. temperatuur vertrekleiding (Kring A) | 50 °C | 20 tot 90 °C | |
| DR.VLOER A* | Drogen vloer (Kring A) | UIT | 20 tot 50 °C | |
| COR.RUIMTEV. A* | Invloed van de kamertemperatuurvoeler A | 3 | 0 tot 10 | |
| RUI.VERSCH.A* | Afwijking kamertemperatuur kring A(indien geen omgevingsvoeler aangesloten) | 0 | -5 tot +5 °C | |
| KALIBR.RUIM A* IJking van de kamertemperatuurvoeler van kring A | Omgevingstemperatuur A | -5 tot +5 °C | ||
| VORSTB.RUIM.A* | Kamertemperatuur voor inschakeling vorstbeveiliging kring A | 6 °C | 3 tot 20 °C | |
| #KRING B | Kring B | |||
| INSTEL CURVE B* Helling van kring B 0.7 0 tot 4 | ||||
| CONST D B* | Primaire instelling voor het zwembad | 15 | 15 tot 90 °C | |
| MAX T KRING B* | Max. temperatuur vertrekleiding (Kring B) | 50 °C | 20 tot 90 °C | |
| MIN T KRING B* | Min. temperatuur vertrekleiding ingeschakeld door de vorstbeveiliging van de installatie (Kring B) | 20 °C 10 tot 30 °C | ||
| DR.VLOER B* | Drogen vloer (Kring B) | UIT | 20 tot 50 °C | |
| COR.RUIMTEV. B* | Invloed van de kamertemperatuurvoeler B | 3 | 0 tot 10 | |
| RUI.VERSCH. B | Afwijking kamertemperatuur kring B(indien geen omgevingsvoeler aangesloten) | 0 | -5 tot +5 °C | |
| KALIBR.RUIM B* IJking van de kamertemperatuurvoeler van kring B | Omgevingstemperatuur B | -5 tot +5 °C | ||
| VORSTB.RUIM.B* | Kamertemperatuur voor inschakeling vorstbeveiliging kring B | 6 °C | 3 tot 20 °C | |
| #KRING C | Kring C | |||
| INSTEL CURVE C* Helling van kring C | 0.7 0 tot 4 | |||
| MAX T KRING C* | Primaire instelling voor het zwembad | 50 °C | 15 tot 90 °C | |
| MIN T KRING C* | Max. temperatuur vertrekleiding (Kring C) | 20 °C | 20 tot 90 °C | |
| DR.VLOER C* | Min. temperatuur vertrekleiding ingeschakeld door de vorstbeveiliging van de installatie (Kring C) | UIT 10 tot 30 °C | ||
| COR.RUIMTEV. C* | Drogen vloer (Kring C) | 3 | 20 tot 50 °C | |
| RUI.VERSCH. C | Invloed van de kamertemperatuurvoeler C | 0 | 0 tot 10 | |
| KALIBR.RUIM C* | Afwijking kamertemperatuur kring C(indien geen omgevingsvoeler aangesloten) | Omgevingstemperatuur C | -5 tot +5 °C | |
| VORSTB.RUIM.C* | IJking van de kamertemperatuurvoeler van kring C | 6 °C | -5 tot +5 °C | |
De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
Onafhankelijke instelling voor elk circuit. Deze instelling is facultatief als er een afstandsbediening is waarvan de voeler een invloed heeft die niet nul is en indien de zelfadaptie geactiveerd is (ADAPT IN).
Kring A

- Maximumtemperatuur van de ketel (Fabrieksinstelling: 75 °C)
- Min. temperatuur van de ketel (Fabrieksinstelling: 30 °C)
X : Buitentemperatuur (°C)
y : Aanvoertemperatuur water (°C)
De verwarmingsstooklijn is in de fabriek ingesteld op 1.5.
Kring B/C

- Maximale temperatuur na de mengkraan (Fabrieksinstelling: 50 °C)
- Minimale temperatuur na de mengkraan (Fabrieksinstelling: 20 °C)
X : Buitentemperatuur °C
y : Aanvoertemperatuur water °C
De verwarmingsstooklijn is in de fabriek ingesteld op 0.7.
■ CONST
Voor het opleggen van een constante temperatuur aan de kring van de verwarmingsketel. Deze instelling is nodig om een kring van het hete-luchttype of voor een zwembad te bedienen.
■ MAX T KRING...
Bij vloerverwarming moet de fabrieksinstelling (50°C) niet gewijzigd worden.
Volgens de reglementering is het ook verplicht een veiligheidsorgaan aan te brengen dat los staat van het regelsysteem, met name een manueel te resetten veiligheidsorgaan dat de warmtetoevoer in de kring van de vloerverwarming onderbreekt als de temperatuur van de vloeistof 65°C bereikt (Frankrijk: NF P 52-303-1).
Sluit een veiligheidsthermostaat aan op het TS-contact van de aansluiter van de pomp.
■ DR.DEKL.
Maakt het mogelijk een constante temperatuur in de vertrekleiding op te leggen om het drogen van een vloer met vloerverwarming te versnellen.
De instelling van de temperatuur moet volgens de instructies van de vloerlegger plaatsvinden.
Door inschakeling van deze parameter (andere instelling dan NEE) wordt permanente weergave van DR.VLOER.C geforceerd en worden alle andere functies van de regelaar uitgeschakeld.
Wanneer het drogen van de vloer actief is bij een kring, worden alle andere kringen (bijvoorbeeld: SWW) uitgeschakeld. Het gebruik van deze functie is slechts op één kring mogelijk.
■ COR.RUIMTEV.
Voor het aanpassen van de invloed van de kamertemperatuurvoeler op de watertemperatuur van de betreffende kring.
| 0 | Niet in aanmerking genomen (afstandsbediening op een plaats zonder invloed geplaatst) |
| 1 | In zwakke mate in aanmerking genomen |
| 3 | Normaal in aanmerking genomen (aanbevolen) |
| 10 | Werking type kamerthermostaat |
■ RUI.VERSCH...
verschuiving omgeving (Zonder omgevingsvoeler).
Laat toe een stooklijn te regelen.
Voorbeeld:
Ingestelde temperatuur = 20 °C,
Gemeten temperatuur = 19 °C
De parameter RUI.VERSCH... instellen op +1
Voer deze instelling 2 uur na het onder spanning brengen uit, wanneer de kamertemperatuur gestabiliseerd is.
■ KALIBR.RUIM...
Kalibratie van omgeving (Met omgevingsvoeler)
Voor het corrigeren van de kamertemperatuur.
Voorbeeld:
Ingestelde temperatuur = 20 °C,
Weergegeven temperatuur = 19 °C
De parameter KALIBR.RUIM... instellen op +1
■ VORSTB.RUIM...
Antivries omgeving (Met omgevingsvoeler).
Voor het instellen van de kamertemperatuur die voor iedere kring in de vorstvrije functie blijft.
13.3 Instellingen voor SWW
| Drukken op | Display Ingestelde parameter | Fabrieksinst elling | Instelbereik | Instelling klant | |
| #SWW-KRING* S.w.w.-kring | |||||
| BOILER T.DAG* Richttemperatuur reservoir bij het dagprogramma | 55 °C | 10 tot 80 °C | |||
| BOILER T.NACHT* | Richttemperatuur reservoir bij het nachtprogramma | 10 °C | 10 tot 80 °C | ||
| SWW*(NIET GEBRUIKEN) | VOORR. | Onderbreking van de verwarming en van het verwarmen van het zwembad tijdens de productie van sanitair warm water. | VOORR. | VOORR., EVENT. SAN. | |
| EVENT. | S.w.w.-productie en verwarming van de kringen van de afsluiters indien het beschikbare vermogen voldoende is. | ||||
| SAN. | Verwarming en s.w.w.-productie. | ||||
| Risico van oververhitting voor het directe circuit. | |||||
| ANT.LEG* Activering van de functie antilegionella. UIT | IN UIT | ||||
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
■ ANT.LEG
(indien sww boiler aangesloten)
Het reservoir voor sanitair warmwater wordt alle zaterdagen zo'n 4 tot 5 uren oververhit aan 70 °C. De antilegionella-functie laat toe het verschijnen van legionellabacteriën in het reservoir te vermijden.
Stel de maximumtemperatuur van de ketel in (MAX. KETEL.TEMP.) op 80°C en zorg voor een mengvoorziening die een s.w.w.-voorziening bij een temperatuur hoger dan 60°C onmogelijk maakt.
13.4 Instellingen voor het toewijzen van hydraulische kringen
| Drukken op Display Ingestelde parameter | Fabrieksinstelling | Instelbereik Instelling klant | ||
| gedurende5 seconden | KRING A: | DIRECT, AEROTH, H.TEMP, AFWEZIG | DIRECT | |
| POMP A: | KETEL, POMP.A (1) | POMP.A | ||
| KRING B: | KLEP, DIRECT, ZWEMB, | GASKLEP | ||
| KRING C: VERW., OPS.TA. VERW. | ||||
| S.HULP | POMP.A, S.OMLO., PROGRAM., B.ELEC,BRANDER, DEF.MCBA | S.OMLO. | ||
| T.SWW: POMP, I.V POMP | ||||
| CASCADE UIT, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 UIT | ||||
| AFST.: EEN KRING, ALLE KRINGEN | ALLEKRINGEN | |||
| T.ING: | VORSTBEV, TAM A, SWW-TH, ZWEMB | VORSTBEV | ||
| ING. 0-10V | UIT, IN | UIT | ||
| VMIN/OFF 0-10V* | 0.5 V | 0 tot 10 V | ||
| VMAX 0-10V* | 9.5 V | 0 tot 10 V | ||
| CONS.MIN 0-10V* | 20 °C | 10 tot 70 °C | ||
| CONS.MAX 0-10V* | 80 °C | 10 tot 100 °C | ||
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
(1) Voor de ketels GSR140-35P, de parameter POMPE A: instellen op KETEL.
Aan het einde van de interventie, worden de gegevens opgeslagen na 2 minuten of bij het sluiten van het luik.
| Ingestelde parameter | Toelichting |
| DIRECT | Voor de aansluiting van een kring zonder 3-wegafsluiter (bijv: radiatorkring |
| AFWEZIG | Voor het niet weergeven van de kring A wanneer deze niet aanwezig is |
| KLEP | Voor de aansluiting van een kring met 3-wegafsluiter (bijv: vloerverwarming) met optie colli AD 199 voor de kring BVoor de aansluiting van een kring met 3-wegafsluiter (bijv: vloerverwarming) met optie colli AD 196 voor de kring C |
| SWW | De kring SWW kan niet geconfigureerd worden. De kring SWW wordt altijd gebruikt voor de productie van sanitair warm water. |
| AEROTH | Voor de aansluiting van een hoge-temperatuurkring die geactiveerd is tijdens de verwarmingsperiodes |
| H.TEMP | Voor de aansluiting van een hoge-temperatuurkring die het hele jaar geactiveerd is |
| ZWEMB | Voor de aansluiting van een zwembad. Een schakelaar kan optioneel op aangesloten worden |
| S.OMLO. | Voor de aansluiting van een circulatiepomp voor het sanitair warm water |
| PROGRAM. | Gebruik als afzonderlijke klok (toepassing exclusief verwarming) |
| Drukken op Display Ingestelde parameter | Fabrieksinst elling | Instelbereik Instelling klant | |
| B.ELEC | Voor het sturen van een combireservoir dat verwarmd wordt d.m.v. een elektrische weerstand in de ZOMER-cyclus (gestuurd via de HULP-uitgang, met vermogenrelais) en d.m.v. de ketel in de WINTER-cyclus | ||
| CASCADE | Voor de opstelling van 2 tot 10 ketels in cascade1: Hoofdketel2, 3, ..., 10: Ondergeschikte volgketel | ||
| VORSTBEV | Voor het sturen van de ketel d.m.v. de module voor toezicht op afstand met spraakinterface TELCOM op de stekker .Als het contact gesloten is, is de vorstbeveiliging van de ketel geactiveerd (VAKANTIE). WeergaveVORSTVRIJ TELEAls het contact open is, staat de ketel op de werkwijze AUTO | ||
| TAM A | Voor de aansluiting van een kamertemperatuurthermostaat om de kring A te sturen op de stekker | ||
| SWW-TH | Voor het besturen van een sanitair-warmwatertoestel dat aangesloten is op de stekker . (De richttemperatuur kan niet worden ingesteld, afstelling SWW-programma mogelijk) | ||
| EEN KRING | De afwijking van een afstandsbediening heeft alleen invloed op de kring waarop de afstandsbediening is aangesloten. In dit geval, als op de ketelMODE geselecteerd is, verschijntZIE AFSTop de display om aan te geven dat de afwijking voor een bepaalde kring verschilt van die voor de andere kringen | ||
| ALLE KRINGEN | De afwijking van een afstandsbediening wordt aan alle verwarmingskringen doorgegeven | ||
| POMP De uitgang SWW-pomp stuurt een laadpomp | |||
| I.V | De uitgang SWW-pomp stuurt een omkeerklep. De pomp A wordt in bedrijf gesteld bij een vraag om SWW. | ||
| POMP.A | De uitgangPOMP Awordt gebruikt om de pomp van de kring A te sturen. De uitgangPOMPE Awordt eveneens gestuurd door de SWW-productie wanneer de parameterS.SWW:op V.I staat. | ||
| KETEL | De uitgangPOMP Awordt gebruikt als ketelpomp en werkt zodra er vraag is bij de secundaire kring. | ||
| OPS.TA. | [x50a] Aansluiting van een buffervat | ||
| BRANDER | De OE-tronic regelaar verplaatst het verzoek om inschakeling van de brander (symbool ) naar de uitgang HULP | ||
| DEF.MCBA | De vlambeveiligingsautomaat MCBA wordt verschoven naar de uitgangHULP. [kwxg] De uitgang HULP is een uitgang van 230 V. | ||
* Deze lijn verschijnt enkel op het display voor daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
■ POMP.A
Bij de parameter POMP A bestuurt de uitgang A de kring A en kan als laadpomp dienen voor de SWW-productie met een omkeerschuif op de uitgang SWW.
Bij de parameter VERW. wordt de pomp A ingeschakeld zodra er een verzoek gedaan wordt bij de secundaire (kringen A, B, C, SWW of VM).
■ Functie 0-10 V
Deze functie laat toe de ketel te bedienen via een extern systeem die een uitgang 0-10 V bevat verbonden met de ingang 0-10 V. Deze bediening legt de ketel een ingestelde temperatuur op. U dient erop te letten dat de parameter MAX.KETEL.TEMP hoger is dan CONS.MAX 0-10V en dat MIN.KETEL.TEMP lager is dan CONS.MIN 0-10V.

line
| x | y | |---|---| | 3 | 4 | | 6 | 4 | | 7 | 5 | | 8 | 5 |- Ingestelde vertrektemperatuur (°C)
- Voedingsspanning ingang (V) - DC
3.0 V - CONS.MIN 0-10V
- CONS.MAX 0-10V
- VMIN/OFF 0-10V
- VMAX 0-10V
- 10 V
(a) Temperatuur verwarmingsketel
(b) Aantal bedrijfsuren brander
Indien de ingangsspanning lager is dan VMIN/OFF 0-10V, dan is de ketel uitgeschakeld.
De richttemperatuur van de verwarmingsketel komt precies overeen met de ingang 0-10 V. De secundaire kringen van de verwarmingsketel blijven functioneren, maar hebben geen enkele invloed op de watertemperatuur van de verwarmingsketel. Bij gebruik van de ingang 0-10 V en een secundaire kring van de ketel moet de externe regeling die deze spanning 0-10 V levert altijd een temperatuur vragen die minstens gelijk is aan de behoeften van de secundaire kring.
13.5 Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus)
| Drukken op | Display | Staat van de parameters, uitgangen of ingangen |
| gedurende 5 seconden | #PARAMETERS | |
| K.VOLGE Ketel aan het begin van de huidige omschakeling | ||
| W.TRAP | Aantal ingeschakelde trappen (Aantal ketels dat om verwarming vraagt) | |
| TP.CASC.: | Aantal in de cascade herkende ketels | |
| VERMOGEN % | Actueel vermogen % (0 % = Minimaal vermogen of brander uitgeschakeld) | |
| VENT.SNEL. T/M Toerental van de ventilator (Gemeten waarden) | ||
| INST.T/M Actuele waarde in omw/min van de ventilator | ||
| GEM.BUITENTEMP Gemiddelde buitentemperatuur | ||
| BEREK.KTL.TEMP Temperatuur berekend voor de ketel | ||
| KETEL TEMP. | Gemeten keteltemperatuur | |
| BEREK.KTL.CASC** | Berekende vertrektemperatuur cascade | |
| CASCADE TEMP.** | Gemeten vertrektemperatuur cascade | |
| BEREKENDE T.A | Temperatuur berekend voor voor het de kring A | |
| BEREKENDE T.B* | Temperatuur berekend voor voor het de kring B | |
| AANVOER.TEMP B | Gemeten aanvoertemperatuur B | |
| BEREKENDE T.C* | Temperatuur berekend voor voor het de kring C | |
| AANVOER.TEMP C | Gemeten aanvoertemperatuur C | |
| PAR. VERSCH.A* | Parallelle verzetting berekend voor het de kring A | |
| PAR. VERSCH.B* | Parallelle verzetting berekend voor het de kring B | |
| PAR. VERSCH.C* | Parallelle verzetting berekend voor het de kring C | |
| #HISTORIEK GEB | ||
| 1 GEB... | Geheugen alarm + dag, maand en uur waarop dit plaatshad | |
| ... | ||
| 10 GEB... | Geheugen alarm + dag, maand en uur waarop dit plaatshad | |
| #TEST UITGANG | ||
| BRANDER : IN/NEE | Aan/Uit brander | |
| HULPUITG. : IN/NEE | Bedrijf hulpuitgang | |
| BOIL.P. : IN/NEE* | Aan/Uit pomp sanitair warmwater | |
| KETELP.A : IN/NEE | Aan/Uit pomp kring A | |
| OP.MGK B : IN/NEE* | Opening mengkraan kring A | |
| SL.MGK B : IN/NEE* | Sluiting mengkraan kring B | |
| KTL.P.B : IN/NEE* | Aan/Uit pomp kring B | |
| OP.MGK C : IN/NEE* | Opening mengkraan kring C | |
| SL.MGK C : IN/NEE* | Sluiting mengkraan kring C | |
| KTL.P.C : IN/NEE* | Aan/Uit pomp kring C | |
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
** De regel wordt uitsluitend weergegeven van de ketel 1.
| Drukken op | Display | Staat van de parameters, uitgangen of ingangen |
| #TEST INGANG | ||
| TELEFOON | Aanwezigheid van brug op de ingang telefoon - Klemmen 1.2 (1 = aanwezigheid, 2 = afwezigheid) | |
| VLAM. | Vlam (1 = aanwezigheid, 2 = afwezigheid) | |
| GEBREK Display van een fout: ja (1) of nee (0) | ||
| SEQ. | Werkingsmodus: RUST - VENTIL - ONTSTEKING - AAN - STAND-BY - UIT | |
| TYPE Type verwarmingsketel + Controlewaarde voor de installateur | ||
| VER. PROTOCOL Controlewaarde voor de installateur | ||
| AFST. A : IN/NEE* | Afstandsbediening A (aanwezigheid)Afstandsbediening A (afwezigheid) | |
| AFST. B : IN/NEE* | Afstandsbediening B (aanwezigheid)Afstandsbediening B (afwezigheid) | |
| AFST. C : IN/NEE* | Afstandsbediening C (aanwezigheid)Afstandsbediening C (afwezigheid) | |
| #CONFIGURATIE | ||
| MAX.VERM.VERW. Vermogensbegrenzing in de verwarmingsmodus | ||
| MAX.VERM.SWW. Vermogensbegrenzing bij de SWW-productie | ||
| TYPE** | Type vlambeveiligingsautomaat: 35 kW, 45 kW, 65 kW, 90 kW, 115 kW | |
| ST.VENT.** | Aanlooptoerental van de ventilator (Omw/min)Fabrieksinstelling (aardgas): 35 kW: 2500, 45 kW: 2500, 65 kW: 2500, 90 kW: 2500, 115 kW: 2500Afstellingsbereik: 2000 tot 3000 (Omw/min) | |
| MIN.VENT.** | Minimum toerental van de ventilator (Omw/min)Fabrieksinstelling (aardgas en propaan): 35 kW: 1100, 45 kW: 1100, 65 kW: 1200, 90 kW: 1250, 115 kW: 1300Afstellingsbereik: 1000 tot 6000 (Omw/min) | |
| MAX.VENT.** | Maximum toerental van de ventilator (Omw/min)Fabrieksinstelling (aardgas): 35 kW: 4600, 45 kW: 5200, 65 kW: 5200, 90 kW: 6250, 115 kW: 7000Afstellingsbereik: 1000 tot 7000 (Omw/min) | |
| NAZICHT | Laat toe de functie te activeren door een display te genereren NAZICHT als de geprogrammeerde datum overschreden wordt (het telefonisch contact sluit zich als de functie geselecteerd wordt). | |
| NAZICHT UUR | Instelling van het uur waarop de display NAZICHT verschijnt | |
| JAAR NAZICHT: NIET 2005... | Fabrieksinstelling: Geen display van NAZICHTInstelling van het jaar waarin de display NAZICHT verschijnt door middel van de toetsen + en - | |
| NAZICHT MAAND | Instelling van de maand waarin de display NAZICHT verschijnt | |
| NAZICHT DATUM | Instelling van de dag waarop de display NAZICHT verschijnt | |
* De regel of titel wordt slechts weergegeven voor de daadwerkelijk aangesloten opties, kringen of voelers.
**De regels worden één minuut na inschakeling van de ketel weergegeven. De regels worden nooit weergegeven wanneer de vlambeveiligingsautomaat vergrendeld is of in geval van een storing GEBR.COM.MCBA.
- Aanpassing aan een andere gassoort
14 Aanpassing aan een andere gassoort

Voor België : Alleen SERV'élite heeft toestemming aanpassingen aan dit toestel uit te voeren.

DTG130-115: Geen werking op propaan.

De gasinstallatie en -aansluiting van de ketel moeten uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman overeenkomstig de aanwijzingen van de normen NBN D 51-003, NBN D 30-003, NBN B 61-001, NBN B 61-002,NBN D 51.-004 en NBN D 51.-006.
14.1 Overgang van aardgas naar propaangas
■ GSR140-35P, GSR140-45 en GSR140-65
Voor de overgang van aardgas naar Propaan moet :
- De brander afgesteld worden,
- De instelling van het maximale toerental van de ventilator.
■ GSR140-90
Voor de overgang van aardgas naar Propaan moet :
- De ombouwset geïnstalleerd worden.

text_image
230V
text_image
Gas/GazC001279

- De brander afgesteld worden,
- De instelling van het maximale toerental van de ventilator,
- De instelling van het starttoerental van de ventilator.
De Aan/Uit-schakelaar op de Uitstand zetten.

text_image
C000925 3 2De brander vooraf afstellen door aan de afstelschroef "max. vermogen" ③ te draaien :
- 3 slagen naar rechts : GSR140-35P, GSR140-45
- 4 slagen naar rechts : GSR140-65
De ombouwset op GSR140-90 installeren
▶ De Aan/Uit-schakelaar op de Aanstand zetten.
▶ Het maximale toerental van de ventilator afstellen op :
- 4200 Omw/min : GSR140-35P,
- 4600 Omw/min : GSR140-45, GSR140-65
- 6100 Omw/min : GSR140-90

Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus) "Tabel: MAX.VENT."
▶ Het toerental van de ventilator bij het starten afstellen op 2000 omw/min : GSR140-90

Controle van de parameters en van de ingangen/uitgangen (testmodus) "Tabel: ST.VENT."
▶ De ketel op het maximale vermogen zetten.
- Kantel het bedieningspaneel.
- Druk op de toets
- Het vermogen van de brander instellen met behulp van draaiknop. P = : Maximaal belasting van de brander
▶ De plastic dop van de meetbuizen verwijderen.
▶ Het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen meten.
▶ Afstellen : CO 2 tot 10.7 ±0.3% of O 2 tot 4.8 ±0.2%.
De vlam controleren via het kijkglas, ze mag niet uitdoven. De vlam moet stabiel branden, de kleur moet blauw zijn, met oranje deeltjes aan de rand van de brander.
Het vermogen van de brander op het minimumvermogen afstellen met behulp van de draaiknop. P_- : Minimumvermogen.
▶ Het CO 2 - of O 2 -gehalte van de rookgassen meten.
De afstelling "minimumvermogen" wijzigen met de afstelschroef ②.
▶ Opnieuw het afgegeven vermogen controleren.
Indien nodig aanpassen.
Voor Zwitserland: De maximaal door het federale besluit betreffende de bescherming van de lucht OPAIR toegestane grenswaarden voor CO en NOx moeten op de plaats van installatie door middel van metingen gecontroleerd worden.
▶ Het luikje weer sluiten wanneer de afstelling correct is.
De Aan/Uit-schakelaar op de Uitstand zetten.
▶ Het meetapparaat verwijderen.
De plastic dop terugplaatsen op het rookgasmeetpunt.
14.2 Type gas
Plak het etiket waarop aangegeven staat voor welke gassoort de ketel is uitgerust en afgesteld.
14.3 Eventuele montage van een uitwendige magneetklep
Alle landen, met uitzondering van België:
Voor een installatie die zich op minder dan 1 meter onder de begane grond bevindt, moet een externe magneetklep in de buurt van de ingang van de woning of de ruimte in de gasaanvoerleiding gemonteerd worden.
Voor België:
De gasinstallatie en -aansluiting van de ketel moeten uitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakman overeenkomstig de aanwijzingen van de normen NBN D 51-003, NBN D 30-003, NBN B 61-001, NBN B 61-002, NBN D 51-004 en NBN D 51-006.
Voor een installatie die zich op minder dan 1 meter onder de begane grond bevindt, moet een externe magneetklep in de buurt van de ingang van de woning of de ruimte in de gasaanvoerleiding gemonteerd worden.
De voeding wordt aangesloten in het bedieningspaneel met behulp van een alarm- en bedieningsmodule.

Alarm- en bedieningsmodule AM35 (GR12).
15 Invullen certificaat van indienststelling
| Gelieve de uitgevoerde werkzaamheden aan te vinken en de meetwaarden in te vullen | ||
| Datum | ||
| Firma | ||
| Installatie | ||
| Controleer de gasdichtheid | ||
| De de verslucht-/rookgasleiding controleren | ||
| De afdichting van de rookgasleiding controleren | ||
| De neutraliseringsvoorziening controleren, indien deze bestaat | ||
| De aanduidingen op het kenplaatje van het apparaat vergelijken met het ter plaatse beschikbare type gas | ||
| Wobbe-index Wo (internationaal Ws) van de beschikbare gassoort | ||
| Minimum warmtevermogen service HuB (international HiB) van de beschikbare gassoort | ||
| De druk van de gasaansluiting op het meetkoppelstuk controleren (Dynamische druk) | ||
| Temperatuur verwarmingsketel | ||
| Temperatuursverschil tussen rookgas en omgeving / Omgevingstemperatuur | ||
| Het kooldioxidegehalte van de rookgassen meten ( CO_2 ) | ||
| Het koolmonoxidegehalte van de rookgassen meten (CO) | ||
| Het verlies via de rookgassen berekenen | ||
| Een functiecontrole uitvoeren | ||
| De bediening afstellen | ||
| De beheerder van de installatie informeren over de bediening en hem de serviceinstructies geven | ||
| Handtekening / Stempel van de firma | ||
16 Onderhoud
16.1 Algemeen
Wanneer de ketel goed is afgesteld, heeft deze weinig onderhoud nodig. De ketel dient slechts eens per jaar nagekeken te worden en indien nodig, gereinigd.
16.2 Inspectie
De jaarlijkse inspectiebeurt kan zich beperken tot de volgende handelingen:
- De verbrandingsmetingen en de werkingscontrole uitvoeren
- De sifon reinigen
- Condensafvoer controleren
-
Controle van de ontstekingselektrode en ionisatiesensor
-
Aanpassing van de afstand tussen de ontstekingselektroden : 3 tot 4 mm
- Controleer de concentrische pijpen van de rookgasafvoer en luchttoevoer
- Controleer de waterdruk (minimum 0.8 bar). Eventueel de installatie bijvullen met water (Aanbevolen druk : 1.5 mbar)
- De waarde van de ionisatiestroom controleren : 4 tot 9 μA.
16.2.1 Controle van de verbranding van de ketel
Deze controle kan uitgevoerd worden door het gehalte aan CO₂/O₂ in de rookgasafvoerbuis bij het meetpunt te meten.
Alle landen, met uitzondering van België:
De ketel op het maximale vermogen zetten, tot een watertemperatuur van ca. 70 °C.
| Ketels | Toerental van de ventilator Aardgas G20/G25 Propaan | ||||||||
| Omw/min | O_2 | CO_2 | O_2 | CO_2 | |||||
| Maximaal vermogen | Minimumverm | Startvermogen | % % % % | ||||||
| Aardgas Propaan Aardgas Propaan | |||||||||
| GSR140-35P | ca. 4600 | ca. 4200 | ca. 1100 | 2500 | 2500 | 4.8/4.8 ± 0.2 | 9.0/9.0 ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-45 | ca. 5200 | ca. 4600 | ca. 1100 | 2500 | 2500 | 4.8/4.8 ± 0.2 | 9.0/9.0 ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-65 | ca. 5200 | ca. 4600 | ca. 1200 | 2500 | 2500 | 4.8/4.8 ± 0.2 | 9.0/9.0 ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-90 | ca. 6250 | ca. 6100 | ca. 1250 | 2500 | 2000 | 3.9/3.9 ± 0.2 | 9.5/9.5 ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-115 | ca. 7000 | / | ca. 1300 | 2500 | / | 4.8/3.9 ± 0.2 | 9.0/9.5 ± 0.3 | / | / |
Corrigeer de instelling van de brander op ±0.3% CO₂; ±0.2% O₂.
Voor België:
| Ketels | Toerental van de ventilator Aardgas G20/G25 Propaan | ||||||||
| Omw/min | O_2 | CO_2 | O_2 | CO_2 | |||||
| Maximaal vermogen | Minimumverm | Startvermogen | % % % % | ||||||
| Aardgas Propaan Aardgas Propaan | |||||||||
| GSR140-35P | ca. 4600 | ca. 4200 | ca. 1100 | 2500 | 2500 | 4.8/* ± 0.2 | 9.0/* ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-45 | ca. 5200 | ca. 4600 | ca. 1100 | 2500 | 2500 | 4.8/* ± 0.2 | 9.0/* ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-65 | ca. 5200 | ca. 4600 | ca. 1200 | 2500 | 2500 | 4.8/* ± 0.2 | 9.0/* ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-90 | ca. 6250 | ca. 6100 | ca. 1250 | 2500 | 2000 | 3.9/3.9 ± 0.2 | 9.5/9.5 ± 0.3 | 4.8 ± 0.2 | 10.7 ± 0.3 |
| GSR140-115 | ca. 7000 | / | ca. 1300 | 2500 | / | 4.8/3.9 ± 0.2 | 9.0/9.5 ± 0.3 | / | / |
* Approximatieve CO₂ gehalte: 7.5% Approximatieve O
_2 gehalte: 7.3%
De temperatuur van de rookgassen kan ook op het meetpunt in de afvoerleiding gemeten worden. De temperatuur van het rookgas mag de temperatuur van het water in de retourleiding niet meer dan 30 °C overschrijden. Bij een hoge verbrandingstemperatuur de ketel reinigen.
16.2.2 Instelling van de ontstekingselektrode
- De instelling van de ontstekingselektrode controleren. Aanpassing van de afstand tussen de ontstekingselektroden : 3 tot 4 mm.
16.2.3 Controleer de waterdruk
De minimale waterdruk moet 0.8 bar zijn. Er wordt aanbevolen de installatie te vullen tot ongeveer 1.5 bar.
16.2.4 Controleer van de ionisatiestroom
Kantel het bedieningspaneel.
▶Druk op de toets
▶De draaiknop gebruiken om van P= naar P_ te gaan
- P=: Maximumvermogen van de ketel
- P_- : Minimumvermogen
EMISS.WAARDE 88.8° : Temperatuur verwarmingsketel
EMISS.WAARDE 8888 : Toerental van de ventilator
EMISS.WAARDE 88.8uA : Ionisatie stroom
16.3 Reiniging en onderhoud

Controleer voor enige handeling:
Of de stroomvoorziening is afgesloten,
- Of de gastoevoer is afgesloten,
- Of de ketel hydraulisch geïsoleerd en afgetapt is (indien nodig).

Als de ketel met vuil aangekoekt is, dient men de volgende reinigingswerkzaamheden uit te voeren :
- Het verwarmingslichaam openen,
- De brander reinigen,
- De warmtewisselaar reinigen,
■ Opening en sluiting van het verwarmingslichaam

▶ Verwijder het voorpaneel van de ketelmantel.
▶ Verwijder de volgende elektrische aansluitingen:
- Ionisatiesensor + Massakabel ①,
- Ventilator ②,
- Gasblok ③.
▶ Schroef het koppelstuk van de gasklep ④ los.
Maak de geluiddemper los van de luchtinlaat 5.
▶ Schroef de 13 bevestigingsmoeren van het inspectieluik ⑥ los.
Aan de achterzijde van de ventilator bevindt zich een voeding van 230 V die losgemaakt moet worden (Nummer ⑦).
Indien de pakking van het inspectieluik blijft vastplakken, moet deze vervangen worden.
- De ventilator reinigen,
- De sifon reinigen,
- Het verwarmingslichaam sluiten,
- Voer een verbrandingsmeting uit.

Het inspectieluik, de ventilator, de brander en de gasmodule verwijderen.
- Kantel de bovenzijde van het geheel zodanig dat de brander volledig naar buiten komt,
- Verwijder vervolgens het inspectieluik, de ventilator en het gasblok.
▶ Reinig alles.
Sluit de achterste stekker aan alvorens het luik terug te plaatsen.
Ga voor het weer sluiten van het verwarmingslichaam in de omgekeerde volgorde te werk.
■ Reiniging van de brander

Verwijder de 3 schroeven en de 3 bevestigingslipjes van de brander 1.
▶ Verwijder de brander.
▶ Voer een visuele controle van het algehele uiterlijk van de brander uit.
▶ Reinig de brander voorzichtig met perslucht.
Zet de brander en zijn bevestigingen weer op hun plaats.
■ Reiniging van de warmtewisselaar

Speciaal gereedschap:
Reinigingsmes

Reserveonderdelen
GSR140-35P, GSR140-45, GSR140-65,
GSR140-90: Kent. 83, Referentie: 283,
GSR140-115: Kent. 4050, Referentie: 483.
▶ Reinig de binnenzijde van de wisselaar met het speciale mes.
▶ Verwijder de residuen onderin de wisselaar.
Blijf spoelen met een waterstraal zolang het water dat in de sifon stroomt vuil is.
- Controleer of er geen residuen onderin de wisselaar aanwezig zijn.
■ Reiniging van de ventilator

▶ Reinig de ventilator met een nylon borstel.
- Controleer of de openingen vrij zijn en of de turbine gemakkelijk draait.
▶ Zet de ventilator terug.
■ Reiniging van de sifon

text_image
C001278 1 2GSR35P-45-65:
▶Schroef de sifon los via de onderzijde van de verwarmingsketel, ter hoogte van de moer ①.
▶Draai de sifon van 90° naar voren om deze van de houder los te maken.
GSR90-115:
▶Schroef de sifon los via de onderzijde van de verwarmingsketel, ter hoogte van het sifonhuis ②.
▶Draai de sifon van 90° naar voren om deze van de houder los te maken.
De sifon onder de ketel voorzichtig verwijderen (kans op spatten).
▶ Reinig de sifon met water.
▶ Vul de sifon met water.
▶ Monteer de sifon.
Zet de sifon weer vast op de houder.
De sifon moet altijd met water gevuld zijn (De ketel zou beschadigd kunnen worden).
■ Afstelling van de brander
Indienststelling of het opnieuw starten na een vrij lange stillegging, Afstelling van de brander.
16.4 Onderhoud van de leidingen van de trekgataansluiting
De aansluitleidingen moeten minstens één keer per jaar onderhouden worden.
- De ledigheid van de leiding en de terminal over de gehele lengte controleren, dit kan door de goede werking van de ketel te controleren en met name of het maximale calorische debiet bereikt kan worden. De ketel op vol vermogen laten werken. Op de teller controleren of het gasdebiet overeenkomt met het maximale debiet dat in de tabel met technische eigenschappen staat aangegeven.
16.5 Temperatuursensor
De weerstandswaarden tegen de verschillende temperaturen worden aangegeven in de tabellen op de volgende bladzijde.
Wanneer een defecte sensor gedetecteerd is, kan de weerstand bij verschillende temperaturen gecontroleerd worden met behulp van een multimeter met een juist meetbereik. Om verkeerde metingen te voorkomen, moet de voeler losgemaakt worden van de aansluitingsklem in het distributiepaneel van de ketel.
■ Weerstand van de buitenvoeler
| Temperatuur °C | Weerstand ohm | Temperatuur °C | Weerstand ohm |
| -20 | 2392 | 4 | 984 |
| -16 | 2088 | 8 | |
| -12 | 1811 | 12 | |
| -8 | 1562 | 16 | 616 |
| -4 | 1342 | 20 | 528 |
| 0 | 1149 | 24 | 454 |
■ Weerstand van de voeler NTC 12 kOhm (water verwarmingsketel, water retourleiding verwarmingsketel, rookgassen)
| Temperatuur °C | Weerstand ohm | Temperatuur °C | Weerstand ohm |
| 10 22800 | 60 3250 | ||
| 20 14770 | 70 2340 | ||
| 30 | 9800 80 1710 | ||
| 40 | 6650 90 1270 | ||
| 50 | 4610 |
- De luchtdichtheid controleren.
- De condensvanger bij de ketel controleren en eventueel op de leiding, indien deze bestaat.
- De pakkingen vervangen, alsmede de elementen van de leidingen indien blijkt dat deze na hun demontage tijdens een onderhoudsbeurt geen goede afdichting meer garanderen (uitsluitend voor het zichtbare gedeelte van de leiding).
■ Weerstand van de voeler NTC 10 kOhm (Sanitar warm water, Vertrek B, Vertrek C)
| Temperatuur °C | Weerstand ohm | Temperatuur °C | Weerstand ohm |
| 0 | 32014 | 50 3661 | |
| 10 19691 | 60 2535 | ||
| 20 12474 | 70 1794 | ||
| 25 10000 | 80 1290 | ||
| 30 | 8080 90 941 | ||
| 40 | 5372 |
842 720
17 Instructies voor de schoorsteenveger
朕
■ Instelling van het vermogen van de ketel voor het meten van de emissies
Kantel het bedieningspaneel.
▶Druk op de toets
▶De draaiknop gebruiken om van P_ naar P_- te gaan
- P : Maximumvermogen van de ketel
- P_- : Minimumvermogen
EMISS.WAARDE 88.8° : Temperatuur verwarmingsketel
EMISS.WAARDE 8888 : Toerental van de ventilator
EMISS.WAARDE 88.8uA : Ionisatie stroom
| GSR140-35P GSR140-45 GSR140-65 GSR140-90 GSR140-115 | |||||||||
| P_- | Toerental van de ventilator (rpm) 1100 1100 1200 1250 1300 | ||||||||
| I | o | n | i | s | a | t | i | e | |
| P_ | Toerental van de ventilator (rpm) (Aardgas) 4600 5200 5200 6250 7000 | ||||||||
| Toerental van de ventilator (rpm) (Propaan) 4200 4600 4600 6100 / | |||||||||
| I | o | n | i | s | a | t | i | e | |
18 Principeschema's
■ Beveiligingsautomaat

text_image
C001284 1 X7 3 4 X4 2 X8 4AT 5 F2 5 2AF F1 X3 X2 X11 Bedrijf
② Display (Niet gebruikt)
③ Ontsteker + Ionisatiesensor
4 Transformator
5 Zekering
| Zekering Bescherming Beschermde functie | |
| F1 2 AF (snel) | 230 VoltBeveiligingsautomaat |
| F2 4 AT (langzaam) | 24 VoltBeveiligingsautomaat |
| F3 6.3 AT (langzaam) Voeding | |
SCHEMA DE PRINCIPE - STROMLAUFPLAN - WIRING DIAGRAM GSR 35-115

| 0-10 V Ingang | |
| Alim 230 V 50 Hz | Voeding230 V - 50 Hz |
| A Pomp circuit A | |
| Laadpomp | |
| AUX Hulppomp | |
| BPR - BPR I | Resetdrukknop brander |
| CS Veiligheidscontact | |
| FA Ontstoringsfilter | |
| J- Aansluiter printplaat | |
| L Fasegeleider | |
| MCBA Beveiligingsautomaat | |
| N Nulgeleider | |
| RL PA Bedieningsrelais laadpomp | |
| RL AUX Bedieningsrelais hulppomp | |
| RL ECS Bedieningsrelais verwarmingspomp | |
| S DE P B , C | Aanvoertemperatuurvoeler B, C |
| S F | Rookgasvoeler |
| S R E T | Retoursensor |
| S E C S | Sanitair warmwatervoeler |
| S EXT Buitenvoeler | |
| S AMB A, B, C | Omgevingsvoeler |
| TELE | Telefonisch relais |
| TL | Begrenzingsthermostaat |
| VG | Gasklep |
| VN, VN I | Ventilator |
| X1... X4 | Stekker brug |
| ZG -ZG I | Hoofdschakelaar |
19 Reserveonderdelen
bij bestelling van een onderdeel, moet u het codenummer opgeven dat in de lijst staat naast het volgnummer van het gewenste onderdelen.
Ketelblok GSR140-35P/45/65

| Ref. | Referentie Benaming | |
| 73 | 200 | 010252 Kabelboom voeding |
| 74 | 200 | 010251 Kabelboom brander |
| 75 | 200 | 010212 Kabelboom 230 V |
| 76 | 200 | 010211 Kabelboom 24 V |
| 77 | 995 | 4761 Sifon |
| 78 | 300 | 013190 Connector terugloop 1"1/4 |
| 79 | 300 | 009071 Gemonteerde 2-polige stekker 0-10 V |
| 79 | 300 | 009070 Gemonteerde 2-polige stekker Buitenvoeler |
| 79 | 300 | 009075 Gemonteerde 3-polige stekker Voeding |
| 79 | 300 | 009074 Gemonteerde 3-polige stekker Pomp A |
| 79 | 300 | 009077 Gemonteerde 3-polige stekker Hulppomp |
| 79 | 300 | 009080 Gemonteerde 4-polige stekker PG-TEL |
| 79 | 200 | 006051 Gemonteerde 4-polige stekker VA+CS |
| 79 | 300 | 008954 Connector RAST5,2 bruggen V.KAMERT. A |
| 80 | 702 | 309 Buitenvoeler AF60 |
| 81 | 300 | 013123 Tongverbinding 26 ptn Lengte 610 mm |
| 82 | 300013129 Aanspansnoer 14,MCBA pts lengte 1650 | |
| 83 | 183 | 184 Reinigingsmes |
| 84 | 300 | 013128 Tongverbinding 8 ptn Lengte 820 mm |
| 85 | 200 | 002326 Zakje pakkingen |
| 86 | 183 | 064 M5 moer |
| 87 | 183 | 079 Vulring voor ontstekingselektrode |
| 88 | 183 | 094 Draadgeleider |
| 89 | 183 | 085 Afdichtingsring GSR140-35P |
| 90 | 995 | 7475 Bevestiging geluiddemper |
| 91 | 200 | 013781 Bevestigingshaak |
| 92 | 702 | 478 Kaart mengkraan |
| 93 | 300 | 009079 4-polige connector V3V |
| 94 | 200 | 006060 5-polige connector gemonteerd TS+POMP |
| 95 | 200 | 04540 Aarding |
| MantelGSR140-35P / GSR140-45 / GSR140-65 | ||
| 100 | 200 | 009374 Bovenpaneel compleet |
| 101 | 200 | 009367 Compleet zijpaneel links |
| 102 | 200 | 009366 Compleet zijpaneel rechts |
| 103 | 200 | 009285 Beschermplaat paneel |
| 104 | 300 | 013511 Compleet luik |
| 105 | 300 | 012374 Scharnier |
| 106 | 600 | 466 Schootplaat |
| 107 | 600 | 464 Schoot |
| 108 | 300 | 013512 Voorpaneel compleet |
| 109 | 200 | 009378 Onder frontmantel |
| 110 | 200 | 010054 Borgplaat |
| 111 | 300 | 011372 Expansievat DGN141SK-29597 |
| 112 | 300 | 010820 Rechte slang DN8 3/8-1/2 |
| Ref. Referentie Benaming | |
| 113 200010055 Borgplaat buizen | |
| Ketelblok GSR140-90 | |
| 201 200010101 Waterdichte kast compleet | |
| 202 183082 Terugslagbeveiliging | |
| 203 183095 Rookgasafvoerleiding DN 100 | |
| 204 703445 Kap temperatuuropname | |
| 205 703452 Deksel adapter DN 100 | |
| 206 183089 Adapter DN 100/150 compleet | |
| 207 200009361 Compleet voetstuk | |
| 208 703013 Rookgasvoeler NTC | |
| 209 183188 Buisdoorvoer rookgassenvoeler | |
| 210 180331 Verstelbare voet M10x35 | |
| 211 200009369 Kastdeur compleet | |
| 212 9959076 Ombouwset B/P | |
| 213 703018 temperatuursensor Elmwood NTC | |
| 214 300013081 Verwarmingskring-aanvoerleiding | |
| 215 300012503 Verwarmingscircuit-retourleiding | |
| 216 200002325 Zakje met schroeven en moeren verwarmingsketel | |
| 216 183060 Spie M5x15 | |
| 216 183191 Bout M5x12 | |
| 216 183061 Bout M4x10 | |
| 217 703451 Ontstekingskabel | |
| 218 703450 | Ontstekingselektrode + Ionisatie elektrode + Pakking |
| 219 183087 Pakking electrode | |
| 220 183093 Steun vlamkijker | |
| 221 9957240 Warmtelichamen | |
| 222 703016 Vlamkijker diameter 32x32x3 mm + Pakking | |
| 223 183080 Pakking kijkglas vlam | |
| 224 9953477 Inspectieluik warmtewisselaar + Pakking + Isolatie | |
| 225 183070 Waterverdeelflens Aardgas H | |
| 225 183052 Waterverdeelflens Aardgas L | |
| 226 9954731 Isolatie inspectieluikje wisselaar | |
| 227 9957477 Brander | |
| 228 183178 Pakking afvoerleiding rookgassen DN100 | |
| 229 183062 Speciale schroef M4x16 | |
| 230 183069 Set pakkingen | |
| 231 300013105 Pakking buizen kast | |
| 232 97550181 Pakking neopreen diameter 44x32x2 mm | |
| 233 9954798 As | |
| 234 9959168 Ventilator + Pakking | |
| 235 183096 Ventilatordichting/Wisselaar | |
| 236 183099 Pakking inspectieluik wisselaar | |
| 237 183186 Afdichting voor venturibuis | |
| 238 183192 Venturibuis | |
| Ref. | Referentie Benaming |
| 240 | 703437 Pakking gasmodule - Venturibuis |
| 241 | 183176 O-ring |
| 242 | 95013074 Platte dichting 30x20x2 |
| 243 | 180010 Groene pakking diameter 24x17x2 mm |
| 244 | 9957827 Rechte flens gasmodule |
| 245 | 183072 Afstelling van de gasklep 33x2 |
| 246 | 200009275 Printplatenhouder |
| 247 | 200009276 n.v.t. |
| 248 | 9957479 Gasklep VK8115VB1008B |
| 249 | 183189 Bout KB30x8 |
| 250 | 703426 Relaiskaart voelers |
| 251 | 95320187 Kabelklemmen |
| 252 | 304388 Elastomeer-joetsenbord |
| 253 | 9954794 Bevestiging vlambeveiligingsautomaat |
| 254 | 703441 Vlambeveiligingsautomaat MCBA |
| 255 | 300006530 Sluitas |
| 256 | 200004420 Voorzijde van plaatstaal |
| 257 | 200010572 Paneel bescherming |
| 258 | 9957460 Geluiddemper lucht |
| 259 | 183177 Zekering 6.3 AT (langzaam) Voeding |
| 259 | 183078 Zekering 4AT (langzaam) 24 V MCBA |
| 259 | 183081 Zekering 2 AF (snel) 230 V MCBA |
| 260 | 120888 Hoofdschakelaar Aan / Uit |
| 261 | 130075 Tweepolige momentomschakelaar |
| 262 | 300013118 Gastoevperpijp |
| 263 | 200008286 UC-kaart display |
| 264 | 300013121 Manometer TG330.70X5.51A |
| 265 | 183100 Pakking sifon |
| 266 | 182991 Bout PARKER,4.2x9.5 |
| 268 | 182334 Frontpaneel compleet |
| 269 | 304389 Draaiknop |
| 270 | 600736 Automatische ontluchter 3/8" |
| 271 | 97939290 Buisgeleider diameter 18 mm |
| 272 | 200010256 Kabel gasklep |
| 273 | 200010252 Kabelboom voeding |
| 274 | 200010251 Kabelboom brander |
| 275 | 200010212 Kabelboom 230 V |
| 276 | 200010211 Kabelboom 24 V |
| 277 | 9957926 Sifon + Doorstroombuis |
| 278 | 300013190 Connector terugloop 1"1/4 |
| 279 | 300009077 Gemonteerde 3-polige stekker Hulppomp |
| 279 | 300009075 Gemonteerde 3-polige stekker Voeding |
| 279 | 300009070 Gemonteerde 2-polige stekker Buitenvoeler |
| 279 | 200006051 Gemonteerde 4-polige stekker VA+CS |
| 279 | 300009074 Gemonteerde 3-polige stekker Pomp A |
| Ref. | Referentie Benaming | |
| 279 | 300009071 | Gemonteerde 2-polige stekker 0-10 V |
| 279 | 300009080 | Gemonteerde 4-polige stekker PG-TEL |
| 279 | 300008954 | Connector RAST5,2 bruggen V.KAMERT. A |
| 280 | 702309 | Buitenvoeler AF 60 |
| 281 | 300013123 | Tongverbinding 26 ptn lg. 610 |
| 282 | 300013129 Aanspansnoer 14,MCBA pts lengte 1650 | |
| 283 | 183184 | Reinigingsmes |
| 284 | 300013128 | Tongverbinding 8 ptn lg. 820 |
| 285 | 200002326 | Zakje pakkingen |
| 286 | 95800227 | M5 moer |
| 287 | 183079 | Vulring voor ontstekingselektrode |
| 288 | 183094 | Draadgeleider |
| 289 | 703449 | Afdichtingsring 15.1x2.7 |
| 289 | 183065 | Pakking 27x20x2.5 |
| 289 | 183067 | Afdichtingsring 23.47X2.62 |
| 290 | 9957475 | Bevestiging geluiddemper |
| 291 | 200013781 | Bevestigingshaak |
| 292 | 702478 | Kaart mengkraan |
| 293 | 300009079 | 4-polige connector V3V |
| 294 | 200006060 | 5-polige connector gemonteerd TS+POMP |
| 295 | 200004540 | Aarding |
| Mantel GSR140-90 | ||
| 300 | 200009374 | Bovenpaneel compleet |
| 301 | 200010105 | Compleet zijpaneel links |
| 302 | 200010104 | Compleet zijpaneel rechts |
| 303 | 200009285 | Beschermplaat paneel |
| 304 | 300013511 | Compleet luik |
| 305 | 300012374 | Scharnier |
| 306 | 600466 | Schootplaat |
| 307 | 600464 | Schoot |
| 308 | 300013512 | Voorpaneel compleet |
| 309 | 200010107 | Onder frontmantel |
| Ketelblok GSR140-115 | ||
| 401 | 200010101 | Waterdichte kast compleet |
| 402 | 183082 | Terugslagbeveiliging |
| 403 | 183095 | Rookgasafvoerleiding diameter 100 mm |
| 404 | S57163 | Kap temperatuuropname |
| 406 | 183089 | Adapter DN 100/150 compleet |
| 407 | 200009361 | Compleet voetstuk |
| 408 | 703013 | Rookgasvoeler NTC |
| 409 | 183188 | Buisdoorvoer rookgassenvoeler |
| 410 | 180331 | Verstelbare voet M10x35 |
| 411 | 200009369 | Kastdeur compleet |
| 412 | 9959076 | Ombouwset B/P |
| 413 | 703018 | Temperatuursensor ELMWOOD NTC |
| 414 | 300013081 Verwarmingskring-aanvoerleiding | |
| 415 | 300012503 Verwarmingscircuit-retourleiding | |
| 416 | 200002325 Zakje met schroeven en moeren verwarmingsketel | |
| 416 | S48950 Bout M4x10 | |
| 416 | S54755 M6 moer | |
| 416 | 183060 Spie M6 | |
| 416 | 183061 Bout M4x10 | |
| 416 | S100051 Spie M5x15 | |
| 416 | S48512 Bout M5x10 | |
| 416 | S100054 Bout M5x16 | |
| 416 | 183191 Bout M5x12 | |
| 417 | 703451 Ontsteekkabel | |
| 418 | 9954339 | Ontstekingselektrode + Ionisatie elektrode + Pakking |
| 419 | 183087 Pakking electrode | |
| 420 | 183093 Steun vlamkijker | |
| 421 | 183071 Warmtelichamen | |
| 422 | 703016 Vlamkijker + Pakking | |
| 423 | 183080 Pakking kijkglas vlam | |
| 424 | 9953477 Inspectieluik warmtewisselaar + Pakking + Isolatie | |
| 425 | 183070 Waterverdeelflens Aardgas H | |
| 425 | 183052 Waterverdeelflens Aardgas L | |
| 426 | 9954731 Isolatie inspectieluikje wisselaar | |
| 427 | 9957477 Brander | |
| 428 | 183178 Pakking afvoerleiding rookgassen DN100 | |
| 429 | 183062 Speciale schroef M4x16 | |
| 430 | 183069 Set pakkingen | |
| 431 | 300013105 Pakking buizen kast | |
| 432 | 97550181 Pakking neopreen diameter 44x32x2 mm | |
| 433 | 9954798 As | |
| 434 | 183050 Ventilator RG 148 1200-3633-010202 | |
| 435 | 183096 Ventilatordichting/Wisselaar | |
| 436 | 183099 Pakking inspectieluik wisselaar | |
| 437 | 183058 | Pakking diameter 60 mm Venturibuis - Geluiddemper |
| 438 | 183051 Venturibuis | |
| 440 | S100059 Afdichtingsring 23.47x2.62 | |
| 441 | S100363 Pakking 33x2 Gasbeugel | |
| 442 | 183085 Platte dichting 30x20x2 | |
| 443 | 95013060 Groene pakking diameter 24x17x2 mm | |
| 444 | 183073 Flens gasklep | |
| 445 | 97550196 Pakking 27x20x2.5 | |
| 446 | 200009275 Printplatenhouder | |
| 447 | 200009276 n.v.t. | |
| 448 | 183068 Gasklep VR 8615 VB 1002 | |
| Ref. | Referentie Benaming | |
| 449 | 183189 Bout KB30x8 | |
| 450 | 703426 Relaiskaart voelers | |
| 451 | 95320187 Kabelklemmen | |
| 452 | 304388 Elastomeer-toetsenbord | |
| 453 | 9954794 Bevestiging vlambeveiligingsautomaat | |
| 454 | 183076 Vlambeveiligingsautomaat MCBA | |
| 455 | 300006530 Sluitas | |
| 456 | 200004420 Voorzijde van plaatstaal | |
| 457 | 200010572 Paneel bescherming | |
| 458 | 183057 Geluiddemper lucht | |
| 459 | 183177 Zekering 6.3 AT (langzaam) Voeding | |
| 459 | 183078 Zekering 4AT (langzaam) 24 V MCBA | |
| 459 | 183081 Zekering 2 AF (snel) 230 V MCBA | |
| 460 | 120888 Hoofdschakelaar Aan / Uit | |
| 461 | 130075 Tweepolige momentomschakelaar | |
| 462 | 300013080 Gastoevoerpijp | |
| 463 | 200008286 UC-kaart display | |
| 464 | 300013121 Manometer TG330.70x5.51A | |
| 465 | 183100 Pakking sifon | |
| 466 | 182991 Bout PARKER,4.2x9.5 | |
| 466 | S100049 Bout Parker 4.2x19 | |
| 467 | 9959939 Kap voorzijde | |
| 468 | 182334 Frontpaneel compleet | |
| 469 | 304389 Draaiknop | |
| 470 | 600736 Automatische ontluchter 3/8" | |
| 471 | 97939290 Buisgeleider diameter 18 mm | |
| 472 | 200010257 Kabel gasklep | |
| 473 | 200010252 Kabelboom voeding | |
| 474 | 200010251 Kabelboom brander | |
| 475 | 200010212 Kabelboom 230 V | |
| 476 | 200010211 Kabelboom 24 V | |
| 477 | 183053 Sifon compleet | |
| 478 | 300013190 Connector terugloop 1"1/4 | |
| 479 | 300008954 Gemonteerde RAST5,2-polige stekker S.AMB A | |
| 479 | 300009074 Connector 3 pt pomp A/VS | |
| 479 | 300009077 Connector RAST 5 3 contactplaatjes Hulppomp | |
| 479 | 200006051 Gemonteerde 4-polige stekker VA+CS | |
| 479 | 300009070 Connector RAST 5 3 contactplaatjes Buitenvoeler | |
| 479 | 300009071 Gemonteerde 2-polige stekker 0-10 V | |
| 479 | 300009080 Connector RAST 5 4 contactplaatjes PG-TEL | |
| 480 | 702309 Externe voeler AF60 | |
| 481 | 300013123 Tongverbinding 26 ptn PICOFLEX Lengte 610 mm | |
| 482 | 300013129 Aansluitkabel 14 punten MCBA Lengte 1650 mm | |
| 483 | 9958286 Reinigingsmes | |
| 484 | 300013128 Tongverbinding 8 ptn PICOFLEX Lengte 820 mm | |
| 485 | 200002326 Zakje pakkingen | |
| 486 | 95800227 M5 moer | |
| 487 | 183079 Vulring voorontstekingselektrode | |
| 488 | 183094 Draadgeleider | |
| 489 | 183085 Afdichtingsring | |
| 490 | 183066 Afdichtingsring 70x3 Ventilator - Venturibuis | |
| 491 | 200013781 Bevestigingshaak | |
| 492 | 702478 Kaart mengkraan | |
| 493 | 300009079 4-polige connector V3V | |
| 494 | 200006060 5-polige connector gemonteerd TS+POMP | |
| 495 | 200004540 Aarding | |
| Mantel GSR140-115 | ||
| 500 | 200009374 Bovenpaneel compleet | |
| 501 | 200010105 Compleet zijpaneel links | |
| 502 | 200010104 Compleet zijpaneel rechts | |
| 503 | 200009285 Beschermplaat paneel | |
| 504 | 300013511 Compleet luik | |
| 505 | 300012374 Scharnier | |
| 506 | 600466 Schootplaat | |
| 507 | 600464 Schoot | |
| 508 | 300013512 Voorpaneel compleet | |
| 509 | 200010107 Onder frontmantel | |
OERTLI THERMIQUE S.A.S.
www.oertli.fr
Alle in deze uitgave vervatte technische en technologische informatie alsmede eventueel door ons ter beschikking gestelde tekeningen en technische beschrijvingen blijven ons eigendom en mogen zonder onze toestemming niet worden vermenigvuldigd.
Wijzigingen voorbehouden.
08/07/08

300014313-001-B
OERTLI THERMIQUE S.A.S.
Z.I. de Vieux-Thann
2, avenue Josué Heilmann • B.P. 50018
F-68801 Thann Cedex


