CMT160 - Thermostaat REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CMT160 REMKO in PDF-formaat.
| Producttype | Warmtepompregelaar (Multitalent) |
| Voedingsspanning | 12 - 20 V DC |
| Stroomopname | 25 mA |
| Beschermingsgraad (IP) | IP 40 |
| Veiligheidsklasse | EN 60730 deel III |
| Klokreserve | > 10 uur |
| Omgevingstemperatuur bedrijf | 0 °C tot +50 °C |
| Omgevingstemperatuur opslag | -20 °C tot +60 °C |
| Luchtvochtigheid | Max. 95% rel. vocht, niet condenserend |
| Nauwkeurigheid temperatuursensor (NTC) | ±1% bij 25°C of ±0,2 K |
| Nauwkeurigheid sensor Pt1000 | ±0,2% bij 0°C |
| Schakelvermogen relaisuitgangen | 2(2) A, 250 V~ |
| Schakelvermogen triac-uitgangen | 1(1) A, 250 V~ |
| Weergave | LCD-display met achtergrondverlichting |
| Bediening | Draaiknop en functietoetsen |
| Aantal verwarmingscircuits | 2 (1 direct, 1 mengcircuit) |
| Warmwaterbereiding | Ja, met prioriteitsschakeling |
| Koelfunctie | Ja, weers- of ruimteafhankelijk |
| Zonnepaneelfunctie | Ja, met 4 multifunctionele uitgangen |
| Cascaderegeling | Tot 8 warmtegeneratoren (modulerend/schakelend) |
| Communicatie | eBUS, CAN-Bus |
| Taalmenu | Nederlands, Duits, Engels, Frans, Spaans, Italiaans |
| Afmetingen (bij benadering) | 180 x 110 x 40 mm (bedieningsmodule) |
| Gewicht | ca. 0,3 kg (bedieningsmodule) |
Veelgestelde vragen - CMT160 REMKO
Gebruikersvragen over CMT160 REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CMT160 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CMT160 van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING CMT160 REMKO
Handleiding voor de ervaren specialist en
CHECKSERV

| Veiligheidsinstructies | 4 |
| Milieubescherming en recycling | 4 |
| Garantie | 4 |
| Transport en verpakking | 4 |
| Toepasselijk gebruik | 4 |
| Functie | 5 |
| Verwarmingscurves | 6-7 |
| Inbedrijfstelling | 8 |
| Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie terminal | 9 |
| Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie regelaar | 10-46 |
| Installatieselectie / Hydraulische schema's | 47-59 |
| Parameterlijst stroomschema regulator | 60-61 |
| Aansluitschema voor warmtepomp CMF/CMT 120/160 | 62 |
| Toewijzing contacten Merlin I/O-printplaat | 63-64 |
| Instelling van de DIP-schakelaarsRESET naar fabrieksinstelling | 64 |
| Verhelpen van storingen en service | 65-66 |
| Waarden voeler / Karakteristiek | 67 |
| Technische gegevens | 68 |
Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze installatiehandleiding zorgvuldig lezen!
Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.
Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een vertaling van de originele Duitse handleiding.
Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!
Veiligheidsinstructies
Lees voor u het apparaat voor de eerst in gebruikt neemt de gebruiks- handleiding aandachtig door. Deze bevat nuttige tips, instructies ♖en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen ▲ Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden.
Bewaar deze gebruikshandleiding in de buurt van het apparaat.
Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken.
De bediening van apparaten van de apparaten met zichtbare gebreken of beschadigingen is verboden.
■ Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; reinigingswerkzaamheden kunnen door de gebruiker uitgevoerd worden.
De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen, extreme vochtigheid of directe zonnestraling.

Zorg voor het milieu en recycling
Afvoeren van de verpakking
Alle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Om afval tegen te gaan en grondstoffen te kunnen hergebruiken, levert u het verpakkingsmateriaal uitsluitend in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen.
Afvoeren van de apparaten en componenten

De apparaten en menten worden uitsluitend cyclebare materialen kt.
Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat apparaten of componenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuil komen maar alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften worden verwerkt, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt.
Garantie
Voorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is dat de bij het toestel gevoegde „Garantieoorkonde" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG door de inkoper of zijn af-nemer is teruggestuurd en wel direct na de aankoop c.q. de inbedrijfstelling. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Neem daarom eerst contact op met uw rechtstreekse handelspartner als u speciale afspraken wilt maken.
Transport en verpakking
De apparaten worden in een stevige transportverpakking geleverd. Controleer de apparaten direct bij de levering. Noteer eventuele beschadigingen of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw handelspartner hierover. Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend.
Toepasselijk gebruik
De apparaten dienen al naar gelang de uitvoering en uitrusting uitsluitend te worden toegepast als airconditioning om het bedrijfsmedium lucht binnen een gesloten ruimte op te warmen of af te koelen. Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toepasselijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant / leverancier van de machine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitsluitend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasselijk gebruik hoort ook het inachtnemen van de bedienings- en installatie-instructies en het nakomen van de onderhoudsbepalingen.
Functie
De warmtepompmanager Multitalent heeft de taak, de volledige warmtepompinstallatie inclusief eventuele extra warmte-generatoren te bedienen en afgestemd op de behoefte aan te sturen. De warmtepompmanager heeft een groot aantal functies en moet daarom voor de gewenste functies en vooral voor de aanwezige verwarmingsinstallaties geconfigureerd worden. Dit handboek geeft zowel instructies voor de installatie als dat er wordt uitgelegd, wat er eigenlijk achter de verschillende parameters voor de configuratie van de warmtepompmanager steekt. De volgende functies worden in de warmtepompmanager afgebeeld:
- Gebruik van warmtepompen
- Weersafhankelijke verwarmingscircuitregeling van een direct verwarmingscircuit en een mengcircuit (bijv.: vloerverwarming)
• Bereiding warm tapwater - Koelfunctie
• Zonnepaneelfunctie
• Behoefteafhankelijke circulatiepompschakeling
• Automatische omschakeling zomer/wintertijd - Individueel instelbare daluren en vakantiestand voor de verwarmingscircuits en het warm tapwater
- Cascade modulerende warmtegeneratoren
- Cascade schakelende warmtegeneratoren
• Bivalentie-regeling
De warmtepompmanager bepaalt continu de richt-aanvoertemperatuur door middel van de buitentemperatuurvoeler en de geselecteerde verwarmingscurve en vergelijkt deze met de heersende systeem-aanvoertemperatuur (F8-T-combi). Met behulp van het tijdsverschil en het verschil tussen de heersende aanvoertemperatuur en de richttemperatuur berekent de warmtepompmanager de modulatiegraad in %.
De modulatiegraad komt overeen met het richtvermogen in % van het verwarmingssysteem, bijv. van het benodigd verwarmingsvermogen op basis van de momenteel heersende buitentemperatuur.
De modulatiegraad wordt omgezet in een 0-10 V-signaal en daarmee wordt het buitentoestel van de warmtepomp aangestuurd.

line
| Condition | Modulatiegraad [%] | | --------- | ----------------- | | T_VL-IS < T_VL-RCHT | 80 | | T_VL/IS > T_VL-RCHT | 100 | | T_VL-IS < T_VL-RICHT | 100 | | T_VL-IS > T_VL-RCHT+2K | 100 | | WP modulerend AAN | 80 | | WP modulerend AAN | 100 | | WP UIT | 100 | WP 100% + 2e WE als Ta < bivalentiepunt
line
| 0-10 V - Signaaluitvoer | Modulatiegraad [%] | | ---------------------- | ------------------ | | 0 | 0 | | 1 | 20 | | 2 | 40 | | 3 | 60 | | 4 | 80 | | 5 | 100 | | 6 | 120 |
bar
| Stand | 0-10 V - Signal | | :--- | :--- | | Stand 0 | 0 | | Stand 1 | 2.5 | | Stand 2 | 4 | | Stand 3 | 5 | | Stand 4 | 6.5 | | Stand 5 | 8 | | Stand 6 | 8.8 | | Stand 7 | 10 | max Vermogen warmtepmpeVerwarmingscurves
De verwarmingscurve dient om aan het gebouw een van de buitentemperatuur afhankelijke, passende richt-aanvoertemperatuur toe te kennen. De verwarmingscurves 0,2 tot 0,8 hebben een voetpunt van 20°C en zijn bedoeld voor
vloer-/wandverwarmingen. De verwarmingscurves 1 tot 3 hebben een voetpunt van 27°C en zijn hiermee geschikt voor radiatoren (stalen verwarmingselementen). De verwarmingscurve kan het best bij buitentemperaturen onder 5 °C worden ingesteld. De
wijziging in de instellingen van de verwarmingscurve moet in kleine stappen en grotere tijdsspannes worden uitgevoerd (min. 5 tot 6 uur), omdat de installatie na elke wijziging van de verwarmingscurve zich eerst op de nieuwe waarden moet instellen.

Koelfunctie
Voor het gebruik van koelbedrijf moet de warmtepomp-manager in de bedrijfsmodus "Koelen" worden geschakeld (vrijgave van de koelmodus). Verder moeten de basisparameters voor het koelbedrijf op "AAN" worden ingesteld en minimaal één van de beide verwarmingscircuits actief worden geschakeld voor de koelfunctie. De warmtepomp heeft via een koelwater-bufferreservoir een geschikt koudereservoir voor de verwarmings-/koelcircuits. Deze moed door een hydraulische koppeling via een koelwater-bufferreservoir worde verzorgd (zie hydraulische schema's)
Twee-leidingsysteem (gecombineerd verwarmings-/koelcircuit)
Er bestaat in principe de mogelijkheid met één en hetzelfde circuit te verwarmen of te koelen. In dat geval moet een geschikt verdeelsysteem, en voor het koelbedrijf eveneens een geschikte individuele ruimteregeling, aanwezig zijn. Een voorbeeld hiervan zijn ventilatorconvectoren. Koeling via een vloerverwarming of een ander vlakverwarmingssysteem is mogelijk. Het koeleffect is echter geringer, omdat geen ontvochtiging van de ruimtelucht kan en mag plaatsvinden. In dat geval moet de koelretour-richttemperatuur zo hoog worden ingesteld, dat geen dauwpuntonderschreiding te verwachten is (zie Specialisten→ Koelbedrijf R-RL koelen.

LET OP
Bij de toepassing van vloer-/ wandkoeling moet de koelretour-richttemperatuur boven het dauwpunt worden ingesteld (ca. 15 °C).
Vier-leidingsysteem (separaat verwarmingscircuit en separaat koelcircuit)
De warmtepomp heeft o.a. een uitgang voor het aansluiten van een koelcirculatiepomp en een uitgang voor een omschakelklep "Koelen". Hiermee kan een separaat koelcircuit worden gerealiseerd. Met ventilatorconvectoren kan zo in de zomer uitsluitend voor koeling worden gezorgd.
Regelalgoritme
De regelsensor voor de koeling is de retoursensor F17. Een aanvraag/vrijgave van de koeling kan altijd alleen plaatsvinden voor het verwarmingscircuit waarvoor koeling is geactiveerd. Dit kan zowel weersafhankelijk als ruimtetemperatuurafhankelijk of in combinatie van beiden regelmodi plaatsvinden.
Weersafhankelijke vrijgave van het koelbedrijf:
Het koelbedrijf wordt bij overschrijden van de ingestelde buitentemperatuur (zie Gebruiker → Verwarmingscircuit 1/2 T-buiten koelen) gestart. Komt de actuele buitentemperatuur 1K onder deze ingestelde waarde, wordt de koelfunctie gestopt.

OPMERKING
Het beste koeleffect bereikt u met ventilatorconvectoren→zie REMKO leverprogramma KWD-S, WLT-S en KWK. Met deze apparaten wordt de ruimtelucht afgekoeld, in beweging gebracht en ontvochtigd. Er moet op worden gelet dat vanwege de extra ontvochtigingscapaciteit de buizen van het koelcircuit waterdampdicht moeten worden geïsoleerd!
Ruimtetemperatuurafhankelijke vrijgave van het koelbedrijf:
De ruimtetemperatuurafhankelijke vrijgave van de koeling is alleen mogelijk met een digitale afstandsbediening. Het koelbedrijf wordt bij overschrijden van de ingestelde ruimtetemperatuur (zie Gebruiker -Verwarmingscircuit 1/2 T-ruimte koelen) gestart. Komt de actuele ruimtetemperatuur 2K onder deze ingestelde waarde, wordt de koelfunctie gestopt.
Gecombineerde vrijgave:
Worden weersafhankelijke en ruimtetemperatuurafhankelijke koeling geactiveerd, moet aan beide vrijgavevoorwaarden voor de start van de koelfunctie zijn voldaan.
Instellen van vermogen van warmtepomp bij koelbedrijf:
Is de temperatuur bij sensor F17 niet meer dan 2K warmer dan de koelretour-richttemperatuur, draait de warmtepomp tijdens koelbedrijf met een richt-vermogen van 50% (5V-signaal resp. vermogeninstelling 4). Bij een hoge koellast schakelt de warmtepomp naar vermogeninstelling 7 (10V-signaal resp. maximale vermogen). Hiervoor moet sensor F17 minimaal 2K warmer zijn dan de koelretour-richttemperatuur. Wordt deze later bereikt, schakelt de warmtepomp weer terug naar 50% vermogen en pas weer uit als sensor F17 2K kouder is geworden dan de koelretour-richttemperatuur (zie Specialisten-Koelbedrijf T-RL koelen.
Ontstaat een warmwatervraag, wordt de koeling gedurende de warmwaterbereiding onderbroken. Het koelcircuit wordt echter nog steeds via het koudwater-bufferreservoir gevoed.
Inbedrijfstelling
Met de warmtepompmanager wordt de hele verwarmingsinstallatie volledig bediend en bestuurd. De warmtepompmanager wordt door middel van de bedieningseenheid bediend. De bedieningseenheid wordt op het basisapparaat gestoken geleverd en bevindt zich achter de klep in de binnenmodule.

De bedienings- en weergavemodule van de warmtepompmanager wordt met de volgende toetsen bediend.

Met draaiknop (A) kunt u:
- tussen de weergegeven menupunten bladeren - instelwaarden wijzigen

Met de Home-knop (B) komt u altijd weer in het standaardscherm.

Elke van de vier functietoetsen (C) staat voor een van de vier regels in het display. Druk op een van de functietoetsen om een menupunt of instelwaarde te selecteren.
LET OP
Na een stroomuitval e.d. kan de eerder geprogrammeerde configuratie door op de functietoets naast Einde te drukken direct weer geactiveerd worden. Dit geschiedt ook automatisch na een wachttijd van 10 minuten.
Vanuit de fabriek is installatie 1 voorgeïnstalleerd. Na een reset van de warmtepompmanager worden de parameters door installatie 1 geladen.
■ Voer voor de eigenlijke inbedrijfstelling een intensieve visuele controle uit.
■ Schakel de stroomvoorziening in.
- Het volgende scherm verschijnt in het display van de Multitalent.

- Controleer welk installatieschema gebruikt is (zie hydraulische schema's in het handboek bij de warmtepomp-manager in appendix)
Als installatieschema 1 geschikt is, hoeft slechts op de F-toets naast Einde te worden gedrukt. Als voor een ander installatieschema wordt gekozen, moet de F-toets naast OK worden ingedrukt om de installatie te starten.
De configuratie in het installatiemenu voor de gekozen hydraulica met de bijbehorende parameters moet volledig doorgeprogrammeerd worden (zie hydraulische schema's in het handboek bij de warmtepompmanager).
De installatie moet op de persoonlijke waarden van de klant worden afgestemd (bijv. Verwarmingscurves).
De meegeleverde verkorte handleiding geeft een overzicht hoe de belangrijkste waarden ingesteld moeten worden.
Na de configuratie dient de installatie opgestart te worden en dienen de gemeten waarden in een inbedrijfstellingsprotocol geregistreerd te worden.
NOTA BENE
Controleer of de instelling van Min.T-WW WE, blokkerings- tijd juist is. (zie de aanwijzing op pag. 35)
NOTA BENE
Uitsluitend een door REMKO bevoegde installateur mag de warmtepompmanager inbedrijfstellen en programmeren.
NOTA BENE
Tijdens een inbedrijfstelling kan er slechts één typische voorinstelling van de warmtepompmanager geprogrammeerd worden. Vanwege verschillende gewoontes van gebruikers en bouwsubstanties moeten aparte instellingen eventueel geoptimaliseerd worden. Vooral tijdens de eerste verwarmingsperiode
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie terminal

Momenteel gebruik (Bedrijfsmodus)
keuzemogelijkheden:
- Startklaar (standby)
- Koelen
- Automatisch 1
- Automatisch 2
- Zomer
- Verwarmen
- Verlagen
- Service
(beschrijving van de bedrijfs-modi zie pagina 16)
Niveau 1 Niveau 0

Niveau 2



flowchart
graph TD
A["Code wijzigen\nComm. regeling\nE81-P min"] --> B((Data))
B --> C["Terminal\nE81-V min"]
Door het drukken op de functietoets
van de betreffende
regel komt u direct in de wijzigingsmodus.
Hier in het voorbeeld is de situatie gegeven die van toepassing is als u de taal van de tekstmeldingen wilt wijzigen. Nadat de keuze is gemaakt gebeurt het opslaan via het indrukken van de functietoets van de regel waarbij OK staat.
Omschrijving Beschrijving
| Taal | De volgende talen kunnen worden gekozen:Duits, Engels, Frans, Nederlands, Spaans, Italiaans |
| BUS - Code BM | • UIT: alleen bedieningsfunctie op de warmtepomp zelf.Verder geen regeling actief. Geen digitale afstandsbediening aanwezig.• 00-15: nummer van het verwarmingscircuit waarvoor de digitale afstandsbediening moet worden geactiveerd.Adres 01 moet altijd worden gebruikt voor verwarmingscircuit 1 (directe verwarmingscircuit) enAdres 02 moet altijd worden gebruikt voor verwarmingscircuit 2 (mengcircuit). |
| Terminal | Staat altijd op Aan een kan niet worden gewijzigd. Het bedienings-/weergave-apparaat wordt Terminal genoemd (BM-T bedieningsmodule-terminal). Er kan altijd slechts één BM-T worden aangesloten op de regeling, daarom kan hier geen adres worden gegeven. |
| Code wijzigen | De code van 4 posities voor het wijzigen van parameters in het Specialistenmenu wordt hier weergegeven en kan worden gewijzigd.Opmerking: het wijzigen van de code betekent dat de technische support door REMKO niet meer beschikbaar is. |
| Comm. regeling Staat | altijd op Aan een kan niet worden gewijzigd. |
| E81-P min | |
| E81-V min |
Menustructuur / Menu-navigatie / Configuratie regelaar

keuzemogelijkheden:
- Startklaar (standby)
- Koelen
- Automatisch 1
- Automatisch 2
- Zomer
- Verwarmen
- Verlagen
- Service
(beschrijving van de bedrijfs-modi zie pagina 16)
Niveau 4
MELDING

Zie pagina 13

Zie pagina 13

Zie pagina 14

Zie pagina 14

Zie pagina 14
GEBRUIKER

Zie pagina 15

Zie pagina 16

Zie pagina 16-19

Zie pagina 16-19
TIJDPROGRAMMA

Zie pagina 20
TIJD-DATUM

Zie pagina 21
SERVICE

Zie pagina 22-23
Niveau 4 - Vervolg
SPECIALIST - Vervolg

Zie pagina 25-29

Zie pagina 30-31

Zie pagina 32-34

Zie pagina 34-35

Zie pagina 35

Zie pagina 36

Zie pagina 36

Zie pagina 37-38

Zie pagina 39-41

Zie pagina 39-41

Zie pagina 42-46
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
MELDING

Zie pagina 13

Zie pagina 13

Zie pagina 14

Zie pagina 14

Zie pagina 14
Momentele waarden installatie
In het scherm 'Melding' kunnen geen waarden worden gewijzigd.
Er wordt alleen een waarde weergegeven, als de betreffende sensor is aangesloten of als de waarde in de installatie aanwezig is. Als de instelwaarde niet aanwezig is, is deze verborgen of er staan streepjes (----) in het display. De fabrieksinstellingen kunnen al naar gelang de gekozen installatie variëren.
Installatie
Omschrijving Beschrijving
| T-buiten Actuele buitentemperatuur [Voeler 09] (afgeronde waarde). | |
| T-combi | Actuele combinatietemperatuur [voeler 8] en richttemperatuur. Wordt weergegeven na het indrukken van de betreffende functietoetsen.De richtwaarde komt overeen met de hoogste vereiste temperatuur van de verbruiker-circuits (incl. warmwaterbereiding). |
| T-WE Actuele temperatuur van alle aangesloten warmtegeneratoren [Voeler 08]. | |
| WE Status Status van de warmtegenerator (Aan/Uit). | |
| T-Retour tot Actuele retour temperatuur [Voeler 17] | |
| T-Reservoir 3 Actuele temperatuur van reservoir 3/Bufferreservoir onder [Voeler 01]. Wordt bij REMKO niet gebruikt | |
| Modgraad Actuele richt-modulatiegraden. | |
| Fout | Foutnummer (00 = geen fout). |
Warmwater
Omschrijving Beschrijving
| T-WW | Heersende warmwatertemperatuur [Sensor 06] en na het indrukken van de betreffende functietoetsen richtwaarde voor het warmwater. |
| T-WW U Heersende temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12] | |
| WW Behoefte Status verwarmingsbehoefte warmwater (Aan/Uit). | |
| WW Pomp Status warmwater laadpomp (Aan/Uit) of bediend 3-weg-omschakelventiel.. | |
| WW Vrijgave | Vrijgave van de warmwaterbereiding (Aan/Uit). |
| Circulatiepomp | Status van de circulatiepomp (Aan/Uit). |
Niveau 4 - DISPLAY - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2
| Omschrijving Beschrijving | |
| T-Aanvoer | Geeft de huidige aanvoertemperatuur [Voeler 05/08] en de richt-aanvoertemperatuur na het indrukken van de betreffende functietoetsen |
| Verwarmingscircuit Vrijgave | Verwarmingscircuit in verwarmingsbedrijf (Aan/Uit) |
| Verwarmingscircuit Pomp | Status van de verwarmingspomp (Aan/Uit) |
| B-Opwarmtijd | Laatste benodigde opwarmtijd bij geactiveerde opwarmoptimalisatie |
Zonnepaneel /MF
| Omschrijving Beschrijving | |
| MF 1 Status relais MF 1 (Aan/Uit) uitgang A8 - tweede warmtegenerator | |
| MF 2 Status relais MF 2 (Aan/Uit) uitgang A9 - laadpomp binnenmodule | |
| T-MF 3 Actuele temperatuur van Voeler MF 3 [Voeler 13] - wordt bij REMKO niet gebruikt | |
| MF 3 Status relais MF 3 (Aan/Uit) uitgang A10 - 3-weg-omschakelventiel koelen / MP koelen | |
| MF 4 | Status van relais MF 4 (Aan/Uit) uitgang A 12 - zonnepaneel-circulatiepomp |
| T-Zonne 1 Huidige collectortemperatuur [Voeler 14] | |
| T-WW | Huidige warmwatertemperatuur [Voeler 6] en de warmwater-richttemperatuur na het indrukken van de betreffende functietoetsen |
| T-WW U Heersende temperatuur in het bufferreservoir onder [Voeler 12] (referentievoeler zonnepaneel) | |
| Zonnepaneel Pomp 1 | Status van collectorpomp 1 (Aan/Uit) |
| Laden Sp WW | Status van reservoir-laadpomp 1 (Aan/Uit) Wordt bij REMKO niet gebruikt |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
GEBRUIKER

Zie pagina 15

Zie pagina 16

Zie pagina 16-19

Zie pagina 16-19
Samenvatting van de instelwaarden die door de exploitant kunnen worden ingesteld.
Installatie
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| Soort systeem / Bedrijfsmodus | Startklaar Koelen Automatisch 1+2 Zomer Verwarmen Verlagen Service | Startklaar | Instellen van het soort systeem / de bedrijfsmodus van de installatie• Startklaar (Verwarmen UIT, warmwaterbereiding UIT, alleen antivriesfunctie).• Koelen (Verwarmen UIT, alleen warmwaterbereiding, activering van de koelmachines, regeling van de verwarmingscircuits op T-VL koelen)• Automatisch 1+2 (Verwarmen volgens tijdprogramma 1/2, WW volgens WW-programma)• Zomer (Verwarmen UIT, WW volgens WW-programma)• Verwarmen (Regeling via T-Kamer Richt)• Verlagen (Regeling via T-Verlaging)• Service (regeling via Max T-Kamer, zie specialistenmenu — Cascade De servicemodus wordt na 15 min. automatisch naar de vorige bedrijfsmodus teruggezet |
| Taal D/GB/F/NL/E/I | Duits Instellen van de taal van de regeling | ||
| LCD Contrast 00-06 | 04 Instellen van de intensiteit van het display | ||
| LCD Helderheid 00-30 | 30 Instellen van de helderheid van de verlichting van het display. | ||
| °C/°F | Celsius Fahrenheit | Celsius Instellen van de temperatuurseenheid | |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| 1xWarmwater Aan/Uit Uit | Het reservoir wordt voor een eenmalige belading vrijgegeven (= AAN) (bijv. om te douchen buiten de warmwater-tijden). De belading start alleen als de T-WW 1 richttemperatuur met de schakelhysterese (zie specialistenmenu Warmwater → Hysterese WW) is onderschreden | ||
| T-WW 1 Richt 10°C-70°C 50°C | Instellen van de gewenste warmwatertemperaturen voor de 1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het warmwaterprogramma (zie tijdprogramma →warmwater). | ||
| T-WW 2 Richt 10°C-70°C 50°C | |||
| T-WW 3 Richt 10°C-70°C 50°C | |||
| Bob-waarde | 0,0K-70,0K 0,0K | Energiespaarfunctie voor zonnepaneel of vastebrandstofketel (bedrijf zonder brander).De brander wordt pas geactiveerd, als de actuele warmwatertemperatuur met de hier ingestelde waarde + de schakelhysterese (zie specialistenmenu →Warmwater → hysterese WW) onder de ingestelde warmwater richttemperatuur is gezakt. | |
| Circ met WW Prog | Aan/Uit Uit | Activering van de circulatiepomp.De circulatiepomp loopt met warmwatervrijgave (= AAN), het circulatieprogramma (zie tijdprogramma →circulatieprogramma) is functieloos. | |
| Anti-legionella | Aan/Uit Uit | Activeren van de anti-legionellafunctie.Bij elke 20e keer opwarmen c.q. tenminste één keer in de week (op zaterdag om 1:00 uur) wordt het reservoir tot 65°C opgewarmd (= AAN).U heeft de mogelijkheid om bijvoorbeeld via de derde warmwater-vrijgavetijd een eigen anti-legionellafunctie in te stellen (zie tijdprogramma →warmwater).Worden voorgelegd aan de activering van anti-legionella programma moet meestal elektrische verwarming thermostaat op 65 °C.Opmerking:Afhankelijk van de toepassing en opbouw van de installatie, moet worden voldaan aan de drinkwaterverordening en moet deze functie daarom worden geactiveerd. | |
Verwarmingscircuit 1/2
De instelbare waarden kunnen variëren al naar gelang geselecteerde functie van het verwarmingscircuit.
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| Bedrijfsmodus | ----StartklaarKoelenAutomatisch 1+2ZomerVerwarmenVerlagenService | ---- | Instellen van de bedrijfsmodus van het betreffende verwarmingscircuit.⚠ LET OPBij installaties zonder afstandsbediening moet de instelling altijd op “----” worden ingesteld, zodat de modus wordt overgenomen van niveau 0.Bij installaties met afstandsbediening wordt hier de met de afstandsbediening ingestelde modus weergegeven |
| T-Kamer Richt 1 5,0°C-40,0°C 20,0°C Instellen van de gewenste kamertemperaturen | |||
| T-Kamer Richt 2 5,0°C-40,0°C 20,0°C | voor de 1e, 2e en 3e vrijgavetijd van het actieve verwarmingsprogramma bij bedrijfsmodus automatisch 1/2.Een andere instelling dan 20 °C veroorzaakt een parallelle verschuiving van de verwarmingscurve op pagina 6 | ||
| T-Kamer Richt 3 5,0°C-40,0°C 20,0°C | |||
| T-Verlaging | 5,0°C-40,0°C 15,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de nachtelijke verlaging (tijde tussen de verwarmingstijden, zie tijdprogramma —Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) | |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-Afwezig 5,0°C-40,0°C 15,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur tijdens de vakantieverlaging (tijd van afwezigheid) (zie Tijd-Datum → Vakantie Start / Einde). | ||
| T-Kamer Koelen | ----/20,0°C-40,0°C 25,0°C | Instellen van de gewenste kamertemperatuur in Koel-bedrijf voor het geselecteerde verwarmingscircuit.Het koelbedrijf wordt geactiveerd als de hier ingestelde temperatuur wordt overschreden en eindigt, als deze temperatuur met 2K wordt onderschreden. Alleen in combinatie met een afstandsbediening. Met de waarde „----“ is het koelbedrijf onafhankelijk van de kamertemperatuur.Bovendien moet het koelbedrijf altijd door T-buiten Koelen zijn vrijgegeven. | |
| T-buiten Koelen 0,0°C-40,0°C 20,0°C | Het koelbedrijf wordt vrijgegeven en geactiveerd, als de buitentemperatuur de hier ingestelde waarde overschrijdt en eindigt, als deze temperatuur met 1K wordt onderschreden. | ||
| Verwarmingsgrens dag | ----/-5,0°C-4 0,0°C | Oudbouw +15,0°Cnieuwbouw +12,0°Claag-energiehuis +10°C | De functies zijn pas actief nadat het bedrijf HKP in het Specialistenmenu op de verwarmingsgrens is geprogrammeerdInstellen van de verwarmingsgrens.Als de door de regeling gemeten en gemiddelde buitentemperatuur de hier ingestelde verwarmingsgrens overschrijdt, dan wordt de verwarming geblokkeerd, de pompen gaan uit en de mengers gaan dicht.De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buitentemperatuur de ingestelde verwarmingsgrens met 1K onderschrijdt.Verwarmingsgrens dag(werkzaam tijdens de verwarmingstijden).Verwarmingsgrens nacht(werkzaam tijdens de verlagingstijden).Bij „----“ is de verwarmingsgrens gedeactiveerd en de circulatiepomp wordt na de standaardfunctie geschakeld. |
| Verwarmingsgrens nacht | ----/-5,0°C-40,0°C | Oudbouw +15,0°Cnieuwbouw +12,0°Claag-energiehuis +10°C | |
| Verwarmingscurve | 0,00-3,00 0,60 | De stijlheid van de verwarmingscurve laat zien, met hoeveel graden de aanvoertemperatuur verandert als de buitentemperatuur met 1°C stijgt of daalt.Als bij koude buitentemperaturen de kamertemperatuur te laag (te hoog) is, dan moet de verwarmingscurve verhoogd (verlaagd) worden.Als bij hoge buitentemperaturen de kamertemperatuur te laag is, moet de kamertemperatuur boven de kamer-richtwaarde (T-kamer Richt) gecorrigeerd worden (parallelle verschuiving van de verwarmingscurve).Bij „0,00“ is alleen de kamerregeling actief.De wijziging in de verwarmingscurve moet in kleine stappen en grotere tijdsspannes (min. 5-6 uur) worden uitgevoerd, omdat de installatie zich eerst op de nieuwe waarden moet instellen. | |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-aanv const T 10°C-110°C 35,0°C | Deze functie is pas actief nadat de HK-functie op T-aanv const in het Specialistenmenu is geprogrammeerdInstellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het geselecteerde verwarmingscircuit in de verwarmingstijd moet werken | ||
| T-aanv const N | 10°C-110°C 10,0°C | Deze functie is pas actief nadat de HK-functie op T-aanv const in het Specialistenmenu is geprogrammeerdInstellen van de gewenste aanvoertemperatuur, waarmee het geselecteerde verwarmingscircuit in de verlagingstijd moet werken | |
| Invloed ruimte | Uit00-20 | Uit | Deze functie is alleen actief bij de analoge afstandsbediening (FBR-2)De temperatuur van de warmtegenerator (WE) wordt met de hier ingestelde waarde verhoogd, als de gewenste kamertemperatuur (T-kamer Richt) met 1K wordt onderschreden (invloed kamersensor) |
| Verwarmingscurve Adaptatie | Aan/Uit Uit | Automatische regeling van de verwarmingscurve (Verwarmingscurve-adaptatie).Startcondities:Buitentemperatuur < 8°CBedrijfsmodus is Automatisch 1/2Duur van de verlagingsfase is minimaal 6 uurAan het begin van de verlagingstijd wordt de heersende kamertemperatuur gemeten. Deze temperatuur wordt in de volgende 4u als richtwaarde voor de kamerregeling gebruikt. Op basis van de in deze tijd door de regeling berekende waarden voor de aanvoer-richttemperatuur en de buitentemperatuur wordt de verwarmingscurve berekend.De instelling blijft zolang ingeschakeld tot de adaptatie succesvol is afgerond en niet werd onderbroken (bijv. doordat een extern verwarmingscircuit warmwater heeft afgeroepen).Tijdens de adaptatie zijn de warmwaterbereiding van de regeling en de opwarmoptimalisatie geblokkeerd. | |
| Opwarm Opt | UitT-KamerT-buiten | Uit | Automatische vervroeging van het begin van de verwarmingstijd (opwarmoptimalisatie).De verwarming wordt afhankelijk van het weer (T-buiten) of de actuele kamertemperatuur (T-kamer, alleen als een analoge afstandsbediening (FBR-2) is aangesloten) zo vroeg aangezet, dat de woning aan het begin van de ingestelde verwarmingstijd (zie tijdprogramma - Verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) de ingestelde kamerrichttemperatuur (T-kamer Richt) net heeft bereikt.De verwarmingsoptimalisatie vindt alleen dan plaats als de verlagingstijd van het verwarmingscircuit tenminste 6 uur bedraagt. |
Niveau 4 - GEBRUIKER - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max Op-tijd 00:00-03:00 02:00 | Instellen van de tijd, waarmee er maximaal eerder met verwarmen moet worden begonnen (maximale vervroeging). | ||
| Verlaag Opt | 00:00-03:00 00:00 | Automatische optimalisatie van de inschakeltijd van de warmtepomp aan het einde van de ingestelde verwarmingstijd Tijdens de hier ingestelde periode voor het einde van de verwarmingstijd (alleen bij de laatste verwarmingstijd) (zie tijdprogramma→verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) wordt de warmtepomp niet meer gestart, als deze niet al in bedrijf is. (Zo wordt het kortstondig opwarmen van de warmtepomp aan het eind van de verwarmingstijd verhinderd). | |
| PC Vrijgave | 0000-9999 0000 | Code-nummer voor de vrijgave van de verwarmingcircuitgegevens via de PC. | |
Niveau 4 - TIJDPROGRAMMA - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu kunnen alle tijdprogramma's worden ingesteld.
| Omschrijving | Fabrieksinstelling | Wordt geactiveerd bij bedrijfsmodus | |
| Dag Tijd | |||
| Verwarmingscircuit1 Prog 1 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-22:0006:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 1 |
| Verwarmingscircuit1 Prog 2 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-08:00, 16:00-22:0006:00-08:00, 16:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 2 |
| Verwarmingscircuit2 Prog 1 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-22:0006:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 1 |
| Verwarmingscircuit2 Prog 2 | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 06:00-08:00, 16:00-22:0006:00-08:00, 16:00-22:0007:00-23:00 | Automatisch 2 |
| Warmwater | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 05:00-21:0005:00-21:0006:00-22:00 | In alle, behalve Startklaar (standby) |
| Circulatieprogramma | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 05:00-21:0005:00-21:0006:00-22:00 | In alle, behalve Startklaar (standby) |
| WE 1-4 vrijgave | Ma.-Vr.Ma.-Zo.Za.+Zo. | 00:00-24:0000:00-24:0000:00-24:00 | De warmtegeneratoren kunnen alleen tijdens de hier ingestelde vrijgavetijden in bedrijf worden genomen (voor het gebruik van een warmtegenerator moet er bovendien om warmte worden gevraagd door een verbruiker of een reservoir).WE1 = WarmtepompWE2 = Wordt niet gebruiktWE3 = Elektrische verwarming of verwarmingsketelWE4 = Wordt niet gebruikt |
| S-Kick vrijgave Ma.-Zo. 07:00-22:00 | Vrijgavetijd van de zonnepaneel-kick-functies (zie specialistenmenu – Zonnepaneel MF). | ||
| PU Nachtlading Ma.-Zo. 00:00-05:00 | Tijdens de hier ingestelde vrijgavetijd zijn de tweede warmtebronnen geblokkeerd Het bufferreservoir wordt in deze tijd alleen met de warmtepomp tot de ingestelde temperatuur (zie specialistenmenu →Warmtepomp – Min T-PU WE) opgewarmd.De PU Nachtlading moet niet worden vrijgegeven gedurende de verwarmings- en warmwatertijden. | ||
Niveau 4 - TIJD-DATUM - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu zijn diverse waarden voor de gebruiker snel bereikbaar samengesteld.
| Omschrijving Fabrieksinstelling Beschrijving | ||
| Tijd | Tijdsweergave van de regeling (De tijd kan alleen via Terminal – Tijd worden aangepast).Als een regeling van de verwarmingsinstallatie als tijdgever is ingesteld (bepaalt de tijd van alle regelingen), wordt bij alle andere regelingen van de installatie de tijdsinvoer geblokkeerd (Er mag slechts maximaal één tijdgever op de BUS worden ingesteld). | |
| Datum | Datumweergave van de regeling (De datum kan alleen via Terminal – Datum worden aangepast). | |
| Tijd master Uit Geen gebruik in REMKO installatie! | ||
| Vakantie Start Uit | Instellen van de eerste vakantiedag (vanaf deze dag wordt er niet meer verwarmd). | |
| Vakantie Einde Uit Instellen van de laatste vakantiedag (vanaf deze dag wordt er erug verwarmd). | ||
| Zomertijd Start 25 Maart | Door de datum in te voeren kan de omschakeling van zomer- naar wintertijd automatisch worden uitgevoerd. | |
| Zomertijd Einde | 25 oktober | Stel de datum in van de dag, voordat de omschakeling plaatsvindt.De regeling voert de tijdsomschakeling uit op de zondag volgend op deze datum om 2:00 uur c.q. om 3:00 uur ,s ochtends. |
Niveau 4 - SERVICE - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
In dit submenu zijn diverse waarden voor de klantendienst snel bereikbaar samengesteld.
Voor bepaalde functies moet het code-nummer worden ingevoerd.
De relaistest en de sensortest worden automatisch na 1 minuut gereset!
| Sensortest nr. Voeler nr. | REMKO Aanduiding voeler | Beschrijving |
| 01 Bufferreservoir | onder (referentiesensor vastbrandstofketel) | |
| 02 FBR-2 - HK1 | Kamertemperatuur verwarmingscircuit 1 of analoge afstandsbediening FBR-2 | |
| 04 Niet in gebruik | ||
| 05 F5 | Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 2 (mengcircuit) | |
| 06 F6 | Warmwatertemperatuur boven (gebruikswaterbuffer) | |
| 07 Niet in gebruik | ||
| 08 F8 | Combinatietemperatuur (gemeenschappelijke aanvoertemperatuursensor) | |
| 09 F9 | Buitentemperatuur | |
| 10 Niet in gebruik | ||
| 11 F11 | Aanvoertemperatuur verwarmingscircuit 1 (direct verwarmingscircuit) of referentiesensor warmtehoeveelheidsmeter | |
| 12 F12 | Bufferreservoir onder (referentiesensor voor regeling zonnepaneel) | |
| 13 F13 | Niet in gebruik | |
| 14 F14 | Collectortemperatuur zonne-installatie ou vastbrandstofketel (speciale regelkarakteristiek PT 1000) | |
| 15 F15 | Status van de schakelingang Signaal: EVU-vrijgave/blokkering | |
| 16 Niet in gebruik | ||
| 17 F17 | Retourtemperatuurvoeler voor warmte pomp |
Niveau 4 - SERVICE - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg Relaistest
Selecteer het gewenste relais (01-11) met de draaiknop in het submenu Service
Het geselecteerde relais wordt 1 minuut lang ingeschakeld en alle andere relais worden uitgeschakeld.
Let erop dat voor deze functie een codenummer moet worden ingevoerd.
Als er 5 minuten lang verder geen bediening meer plaatsvindt, wordt de relaistest automatisch afgebroken
| Relais Uitgang Beschrijving | |
| 00 Normaal bedrijf => Relais schakelt volgens de ingestelde functie | |
| 01 A1 Circulatiepomp verwarmingscircuit 1 (direct verwarmingscircuit) | |
| 02 A2 Circulatiepomp verwarmingscircuit 2 (mengcircuit) | |
| 03 A3 Omschakelventiel/Laadpomp warm-gebruikswaterbereiding | |
| 04 A4 Menger verwarmingscircuit 2 Open | |
| 05 A5 Menger verwarmingscircuit 2 Dicht | |
| 06 A6 Vrijgave warmtepomp Aan (Laadpomp loopt parallel) | |
| 07 A7 Vrijgave koelen | |
| 08 A8 Vrijgave 2e warmtegenerator (multifunctie 1-uitgang) | |
| 09 A9 Laadpomp binnenmodule (multifunctie 2-uitgang) | |
| 10 A10 Omschakelventiel koelen (multifunctie 3-uitgang) | |
| 12 A12 | Circulatiepomp of zonnepaneelpomp of laadpomp UP-vastebrandstofketel (multifunctie 4-uitgang) |
Overige menupunten
| Omschrijving Beschrijving | |
| Software-nummer | Weergave van het softwarenummer met index. |
| Brander Looptd Weergave | van de looptijd van de warmtegenerator voor alle trappen. |
| Brander Starts Weergave | van start van de warmtegenerator voor alle trappen. |
| STB-test | Veiligheidstemperatuurbegrenzer-test met weergave van de temperatuur van de WE. (start de test met de F-toets) |
| Klantendienst | Invoer van de datum voor de jaarlijkse onderhoudsmelding (bij jaar = „00“ geen melding) of invoer van het aantal bedrijfsuren van de installatie waarna er een onderhoudsmelding dient te worden weergegeven (bij bedrijfsuren < „50“ geen melding). |
| Reset gebruiker | |
| Reset specialist | Door middel van de reset-functie kunnen de diverse submenu's op de fabrieksinstellingen worden gereset (fabrieksinstelling = „01“). |
| Reset tijdprogramma | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden
SPECIALIST

Zie pagina 25-29

Zie pagina 30-31

Zie pagina 32-34

Zie pagina 34-35

Zie pagina 35

Zie pagina 36

Zie pagina 36

Zie pagina 37-38

Zie pagina 39-41

Zie pagina 39-41

Zie pagina 42-46
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Het wijzigen van de specialisten-instelwaarden is pas mogelijk na het invoeren van het code-nummer, omdat verkeerde instellingen van deze waarden tot storingen en schade aan de installatie kunnen leiden.
Configuratie
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | De BM-T is een terminal (invoerapparaat). Bij meerdere terminals op de BUS moeten deze verschillende terminal-adressen krijgen. | ||
| BUS-Code 1 | 00-15 01 | Verwarmingscircuit 1 (directe circuit) is in het BUS-systeem op de eerste Adres in te stellen.De verwarming circuits zijn voorzien van “01” genummerd te beginnen (verwarmings-circuit), kunnen zij niet twee keer worden toegewezen. | |
| BUS-Code 2 00-15 02 | Verwarmingscircuit 2 (mengen circuit) is in de bus-systeem naar de tweede Adres in te stellen. | ||
| eBUS-voeding | Aan/Uit Uit | Activering van de eBUS-voeding naar aangesloten apparaten. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Installatieselectie ----/01-12 01 | Bij de keuze van de installatie wordt één van de hieronder beschreven 12 hydraulische basisinstallaties geladen, die zijn opgeslagen in de warmtepomp-manager. Door deze voorconfiguratie worden de verder in te stellen waarden voor de inbedrijfsteller tot een minimum beperkt.De hydraulische basisinstallaties, inclusief parameterwaarden, zijn opgenomen in de bijlage bij deze handleiding.01 = Basishydrauliek voor de functies “Verwarmen en warmwater”, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C06 = versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C.07 = versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -5°C.10 = versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, bivalentiepunt -3°C11 = versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C12 =versie met verwarmen-koelen, bivalent gebruik met vastebrandstof, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°CBij „----“ wordt de waarde niet gewijzigd.Opmerking: De installatie-opties 02, 03, 04, 05, 08 en 09 uitsluitend geschikt voor het type warmtepomp CMF 80 en CMF 140 | ||
| Type regeling 00-06 06 | Instellen van het type regeling van de installatie.00 = Geen warmtegenerator (uitbreiding menger).01 = Eéntraps WE (schakelend).02 = Eéntraps (modulerend).03 = Tweetraps WE (schakelend).04 = Twee losse WE (schakelend).05 = Meertraps schakelend (cascade via BUS).06 = Meertraps modulerend (cascade via BUS). | ||
| WE 1 Type(Uitgang A6 vrijgave c.q. aan-vraag warmtepomp) | 00-09 07 | 00 = Relais heeft geen functie.01 = Inschakelen WE.07 = Inschakelen warmtepomp.08 = Inschakelen Koelen 1.09 = Inschakelen Koelen 2. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | ||
| WE BUS 00-05 05 | 00 = Relais (schakelende warmtegenerator).01 = CAN-BUS (Cascade schakelend).02 = eBUS (warmtegenerator zonder temperatuurregeling, voorgeschreven modulatiegraad, cascade modulerend).03 = eBUS (warmtegenerator met temperatuurregeling, voorgeschreven richttemperatuur, T-WE Richt).04 = 0-10V (voorgeschreven richttemperatuur T-WE Richt, branderrelais worden parallel aangestuurd).Alleen bij regelingstype 01, 02, 03, 07.Sensor 08 moet zijn aangesloten.05 = 0-10V (voorgeschreven modulatiegraad).Alleen bij de regeling van het type 02 of 06. | |
| WE 2 Type(Uitgang A7 Vrijgave koelen) | 00-22 08 | Niet actief bij warmtegenerator 1 met tweetraps brander.00 = geen tweede warmtegenerator.01 = Eéntraps warmtegenerator (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2.20 = Vastebrandstofketel (extra niet regelbare warmtegenerator).21 = Combi-pomp22 = Pomp voor warmtegenerator 1 (bijv. extra warmtegenerator bij cascades). |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | Alleen actief als warmtegenerator 2Type als vastebrandstofketel is geselecteerd.Aanloopontlasting:AAN: T-WE 2 > Min T-WE 2.UIT: T-WE 2 < [Min T-WE 2-5K].00 = Verwarmen op combi (geen reservoir) [Voeler 08].AAN: T-WE 2 > [T-Combi+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-Combi+Hyst Brander 2].01 = Verwarmen op bufferreservoir [Voeler 01, 03].AAN: T-WE 2 > [T-buffer B+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-Buffer O+Hyst Brander 2].02 = Verwarmen op WW-reservoir [Voeler 06].AAN: T-WE 2 > [T-WW+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-WW+Hyst Brander 2].03 = Verwarmen op reservoir 3 (zwembad) [Voeler 15].AAN: T-WE 2 > [T-reservoir 3+Hyst Brander 2+5K].UIT: T-WE 2 < [T-reservoir 3+Hyst Brander 2]. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE 2 Buffer(Vervolg) | 00-03 00 | Schakelgedrag:De pomp wordt ingeschakeld als de temperatuur van de vastebrandstofketel T-WE 2, de temperatuur van de referentievoeler [voeler 12] met de hysteresewaarde [Hyst Brander 2+5K] overstijgt. De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur T-WE 2 met 5K onder deze inschakeltemperatuur zakt.Aanloopontlasting:De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel T-WE 2 met 5K onder de ingestelde grenstemperatuur Min T-WE 2 (zie specialistenmenu →Warmtegenerator) zakt. De pomp wordt weer vrijgegeven, als de temperatuur T-WE 2 boven de ingestelde grenstemperatuur Min T-WE 2 stijgt. | |
| WE 3 Type(Uitgang A8Vrijgave 2e warmte-generator) | 00-09 01 | 00 = Geen derde warmtegenerator (multifunctie MF 1).01 = Eéntraps warmtegenerator (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2. | |
| WE 4 Type(Uitgang A9Laadpomp binnen-module) | 00-09 00 | 00 = Geen vierde warmtegenerator (multifunctie MF 2).01 = Eéntraps warmtegenerator (schakelend).07 = Warmtepomp.08 = Koelen 1.09 = Koelen 2. | |
| Type buffer | 00 - 0200 | Instellen van het soort reservoir voor de verwarmingsbuffer.00 = geen bufferreservoir voor de verwarming.01 = Bufferreservoir voor de verwarming [Voeler 02, 03].Het activeren van warmtegenerator 1 richt zich naar de voeler buffer boven [voeler 03].De laadpompblokkering werkt op de sensor Buffer Boven.WW-laadpomp AAN: Buffer Boven > T-WW+5K hysterese.WW-laadpomp UIT: Buffer Boven < T-WW.02 = Gecombineerd reservoir voor verwarmen en warmwater.Het activeren van warmtegenerator 1 richt zich naar de voeler buffer midden [voeler 02].WW-laadpomp AAN: T-combi > T-WW+5K hysterese.WW-laadpomp UIT: T-combi < T-WW. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Configuratie - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Koelbedrijf Aan/Uit Aan | Vrijgave van de bedrijfssoort Koelen en de benodigde instelwaarden. | ||
| F15 Functie) 00-09 | 07 = zonder binnengrenzen warmte-hoeveelheidmeter09 = met binnengrenzen warmte-hoeveelheidmeter | Instellen van de voelerfunctie voor voeler 15.00 = Kamersensor voor verwarmingscircuit 2.Als in deze stand nog een voeler bij de impulsingang gedetec-teerd wordt (IMP = Voeler 17), dan wordt een FBR via de voe-lers 15 en 17 berekend. Als voeler 17 door een andere functie bezet, dan wordt via voeler 15 een FBR berekend.01 = 0-10V ingang voor het bepalen van een externe combi-natie-richttemperatuur.02 = Lichtsensor (geen functie).03 = 0-10V ingang voor het bepalen van een externe modu-latiegraad.04 = Tweede voeler voor MF - functie.05 = Reservoir 3 (bijv. zwembad).06 = Omschakeling serievolgorde-/prioriteiten (bijv. voor volgorde warmtepompen - conventionele warmtegeneratoren. Open contact: warmtegenerator Serie 1 is actief.Kortsluiting tegen massa: warmtegenerator Serie 2 is actief.07 = Blokkeren van de warmtepompen (bijv. EVU-contact). Open contact: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Kortsluiting tegen massa: Warmtepompen zijn geblokkeerd en de melding „EVU uitgeschakeld“ verschijnt in het display.08 = Combi-storing warmtepompen.Open contact: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Kortsluiting tegen massa: Storing van alle warmtepompen (foutmelding, blokkeren van de warmtepompen en de bijbe-horende warmtegenerator-pompen na het uitlopen van de pompen).09 = Configuratie voor een volumestroomgever (impuls-gever). Belangrijk om de functie warmteverbruiksmeter te activeren. | |
| E1 Functie Signaalverwerking (EVU-blokkering/vrijgave) | 00-03 02 | 00 = Geen functie.01 = Omschakeling serievolgorde-/prioriteiten (bijv. voor volgorde warmtepompen - conventionele warmtegeneratoren).230V aan E1/E2: warmtegenerator Serie 1 is actief.Geen fase aan E1/E2: warmtegenerator Serie 2 is actief.02 = Blokkeren van de warmtepompen (EVU-blokkering).230V aan E1: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Geen fase aan E1: Warmtepompen zijn geblokkeerd en de melding „EVU uitschakelen“ verschijnt in het display.03 = Combi-storing warmtepompen.230V aan E2: Warmtepompen zijn vrijgegeven.Geen fase aan E2: Storing van de warmtepomp en weergave “Storing warmtepomp” evenals de rode controlelamp. | |
| E2 Functie Signaalverwerking Combi-storing bui-tenmodule en Debietregeling | 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k sensoren 5k sensoren | Instellen van de aanwezige weerstandkarakteristiek van de aangesloten voelers (NTC). | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmtegenerator
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max T-combi 30,0°C-110,0°C 70,0°C | Instellen van de maximale combi-temperatuur [voeler 8](gemeenschappelijke aanvoertemperatuur). | ||
| Min T-combi 0,0°C-80,0°C 0,0°C | Instellen van de minimale combi-temperatuur [voeler 8](gemeenschappelijke aanvoertemperatuur). | ||
| Min T-WE 2 0,0°C-80,0°C 0,0°C | Instellen van de gewenste minimale temperatuur vanwarmtegenerator 2 (WE 2).Vermindert condensvorming in de warmtegenerator bijgeringe warmtevraag. De warmtegenerator (WE) wordt inalle gevallen op zijn vroegst uitgeschakeld bij het bereikenvan de hier ingestelde minimale temperatuur+hysterese. | ||
| Hysterese 2,0K-20,0K 2,0K | Functie om het bedrijf van de warmtegenerator teoptimaliseren bij verschillend sterke belasting van dewarmtegenerator.De effectieve schakelhysterese wordt na het inschakelen vande brander in de hysteresetijd (Hysteresetijd) lineair van deingestelde hysterese tot de minimale hysterese(= 2,0K) gereduceerd.Bij geringe warmteafname is de ingestelde hogerehysterese werkzaam (korte looptijden en vaak schakelen vande brander worden voorkomen).Bij langdurig gebruik van de brander (hogeverwarmingsbehoefte) wordt de hysterese automatischgereduceerd tot 5K (Voorkomt het tot onnodig hogetemperaturen opwarmen van de warmtegenerator). | ||
| Hysteresetijd | 00 min.-30 min. 00 min. Instellen van de hysteresetijd. | ||
| Seriewisseling | 00 u-800 u | 00 u | Instellen van het gewenste aantal bedrijfsuren van de eersteWE van de actieve serie, maar die de warmtegenerator-seriemoet omwisselen (tijd tot wisseling).Voor het gebruik met ten minste 2 warmtegenerator bestaatde mogelijkheid de warmtegenerator-serie na het hieringestelde aantal bedrijfsuren om te wisselen.Bij „00 u“ vindt er geen wisseling plaats. |
| Schakelblokkering | 00 min.-120 min. | 00 min. | Instellen van de minimale wachttijd na het inschakelen vande warmtegenerator of bij schakelende warmtegeneratorsook bij het uitschakelen van een trap tot het inschakelen vande volgende trap(blokkeertijd voor volgende trap).Bij „00 min“ bedraagt de schakelblokkering 10 sec.. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmtegeneratoren - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Hyst Brander 2 2,0K-20,0K 2,0K | Alleen bij tweetraps branders of het gebruik van vaste brandstof.Instellen van de hysterese voor de laadpomp (gebruik vaste brandstof) of de 2e brander | ||
| Gradiënt | Aan/Uit Uit | Activering of deactivering van de gradiëntprocedureBij „UIT“ wordt het uitschakelen van de warmtepomp door de richtwaarde en de hysterese bepaald.Deze functie is uitsluitend voor de warmtegenerator 1, dus de warmtepomp, vastgelegd en moet daarom dus op UIT worden ingesteld. | |
| Max Verlaging 1,0K-20,0K 1,0K | Instellen van de waarde voor het bepalen van het vroegste uitschakelpunt bij geactiveerde gradiëntprocedure.Het vroegste uitschakelpunt is het verschil tussen de maximale warmtegeneratortemperatuur Max T-WE (zie specialistenmenu –Gascade) en de hier ingestelde waarde. | ||
| Dyn Uitschak | 0,5K/min.-10K/min. | 2,0K/min. | Belastingafhankelijk, voortijdig uitschakelen van de WE door de gradient van de temperatuursverhoging [K/min].Als de warmtegenerator de hier ingestelde gradiënt bereikt of overstijgt, dan wordt de warmtegenerator uitgeschakeld bij het eerste dynamische uitschakelpunt (verschil tussen Max T-WE en Max Verlaging).Bij een geringe temperatuurstoename wordt het uitschakelpunt lineair tot op Max T-WE verhoogt. |
| WE Koel-Fct Aan/Uit | Uit Activering van de noodkoeling voor de warmtegenerator. | ||
| T-WE Koelstart | 30,0°C-120,0°C 95,0°C | Instellen van de maximale temperatuur van de warmtegeneratoren (starttemperatuur voor koeling).Als de noodkoeling voor de warmtegenerator geactiveerd is (WE Koel-Fct = AAN), dan worden de verwaringscircuits met Max T-aanvoer (zie specialistenmenu → Verwarmingscircuits 1/2) aangezet (als de noodkoeling in de ketel HK is toegestaan), zodra de hier ingestelde temperatuur door een van de warmtegenerators wordt overschreden.De noodkoeling wordt beeindigt, als de starttemperatuur T-WE Koelstart met 5K wordt onderschreden. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE gevonden 1-3---/x-x--- 1-3---/x-x--- | Weergave van de via BUS automatisch aangemelde warmte-generator met busadres (warmtegeneratornummer).Als er een „x“ wordt weergegeven, betekent dit dat de warmtegenerator zich op de BUS meldt. | ||
| Vermogen / Trap | WE 1-WE 8WE Intern | WE 1 Trap 1 = 50WE 2 Trap 1 = 00WE 3 Trap 1 = 01 | Weergave van hetwarmtegeneratornummer en de trap.Bij „---“ is de trap/dewarmtegeneratomiet aanwezig.Na een herstart of nieuwe configuratie doorzoekt de regelaar de bussystemen op warmtegeneratoren. Tijdens dit proces (ca. 1 min.) kan er nog handmatige invoer van het vermogen plaatsvinden.Als een warmtegenerator zich met opgave van het vermogen meldt, dan wordt dit vermogen automatisch in de lijst overgenomen.Als een warmtegeneratozich zonder opgave van het vermogen meldt, dan wordt deze met 15 KW in de lijst overgenomen.(naderhand kan deze waarde handmatig gecorrigeerd worden). |
| BUS Scan Aan/Uit Uit | Zoeken van warmtegeneratoren op de BUS.Als de weergegeven configuratie correct is, dan kan deze met „OK“worden opgeslagen. Alle actuele waarden worden daarbij overschreven. | ||
| Min. mod cascade 00-100 % 00 % | Als de cascaderegeling een totale modulatiegraad groter dan nul en kleiner dan de min. mod cascade berekend, dan wordt de totale modulatiegraad op de hier ingestelde waarde gezet (minimale modulatie cascade).Tegelijk wordt de schakelblokkering ingesteld op 10 sec. | ||
| WW-WE 00-08 00 | Warmwaterbereiding via combi (00).Aantal warmtegeneratoren van de cascade die voor de warmwaterbereiding hydraulisch uit de cascade worden uitgekoppeld (01-08). | ||
| Regelverschil Display | Display (K) | Weergave van het actuele combi-regelverschil (verschil tussen de richttemperatuur en de actuele werkelijke temperatuur [voeler 08]). | |
| Vermogen Richt | 0-100 % | Display (%) | Weergave van het momenteel benodigde totale vermogen van de installatie (Komt overeen met de berekende richtwaarde van de regeling). |
| Rest Blokkeertijd | Rest (min.) | Display (Min) | Weergave van de momenteel resterende blokkeertijd (Pas bij „0“ kan de volgende warmtegeneratoin bedrijf worden genomen). |
| Max T-WE | 50,0°C-110,0°C | 72,0°C | Instellen van de maximale temperatuur van de warmtegeneratoren.Dewarmtegeneratorengaan vanzelf uit/moduleren zich automatisch, als ze de hier ingestelde temperatuur hebben bereikt (Beschermt voor oververhitting van individu warmtegeneratoren van de cascade en verhindert het activeren van de STB).Dewarmtegeneratorengaan weer aan, als de ingestelde temperatuur met 5K wordt onderschreden.De hier ingestelde temperatuur dient hoger te zijn dan de maximale combi-temperatuur Max T-combi (zie specialistenmenu→ Warmtegenerator). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| WE Dyn Op 20-500 350 | Instellen van de waarde om alle warmtegeneratortrappen bij te schakelen (WE-Bijschakel-dynamiek [K]).Als het opgetelde regelverschil in Kelvin de hier ingestelde waarde bereikt, dan worden alle warmtegeneratortrappen bijgeschakeld (hoe kleiner de waarde, des te sneller wordt het bijschakelen uitgevoerd).Te kleine waarden kunnen leiden tot het pendelen van de warmtebron. | ||
| WE Dyn Neer 20-500 20 | Instellen van de waarde om alle warmtegeneratorenuit te schakelen (WE-Uitschakel-dynamiek).Als het opgetelde regelverschil in Kelvin de hier ingestelde waarde bereikt, dan worden alle WE-trappen uitgeschakeld (hoe kleiner de waarde, des te sneller vindt het uitschakelen plaats).Te grote waarden kunnen leiden tot oververhitting en het activeren van de STB. | ||
| Bijstel Tijd 05-500 30 | Instellen van de bijsteltijd voor de I-regeling.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag en kunnen slingeren tot gevolg hebben.Het verstellen van deze waarde kan tot overbelasting van de regeling leiden. | ||
| Modgraad Aan 0 %-100 % 100 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de volgende warmtegeneratovan de serie moet worden bijgeschakeld.Het bijschakelen kan alleen na afloop van de resterende blokkeertijd worden uitgevoerd. | ||
| Modgraad Uit 0 %-100 % 80 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de laatste warmtegeneratovan de actuele serie moet worden uitgeschakeld. | ||
| Min. Modgraad | 0 %-100 % 00 % | Instellen van de modulatiegraad, waar vanaf de volgende WE moet worden bijgeschakeld.De volgende warmtegeneratowordt pas bijgeschakeld, als de resulterende modulatiegraad voor de individuele warmtegeneratorema het bijschakelen de hier ingestelde waarde overstijgt.Voor het bedrijf met max. aantal branders moet Modgraad Aan op „00%“ en Min. Modgraad op de minimale modulatiegraad van de WE-trappen worden ingesteld. | |
| Modgraad WW | 40 %-100 % 100 % | Instellen van de richt-modulatiegraad voor de warmtegeneratoren die met warmwaterbereiding bezig zijn. | |
| WE Serie 1 1-2-3-4-5-6-7-8 | 1-3-2-4-5-6-7-8 | Instellen van de volgorde waarin de warmtegeneratoren bij serie 1 in bedrijf gaan. | |
| WE Serie 2 | 1-2-3-4-5-6-7-8 | 3-1-2-4-5-6-7-8 | Instellen van de volgorde waarin de warmtegeneratoren bij serie 2 in bedrijf gaan (bij tweetraps warmtegeneratoren schakelt de tweede trap altijd na de eerste trap). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Cascade - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Seriemodus | WE Serie 1+2Tijdelijk1/2 WisselRoterendSortering | WE Serie 1 | Alleen WE Serie 1.Alleen WE Serie 2.Tijdelijk (wisselt tussen serie 1 en 2 naar gelang de bedrijfsuren van de eerste WE van de actieve serie).1/2 Wissel (Omschakeling voor warmtegeneratoren met verschillend nominaal vermogen: Als de 2e WE wordt bijgeschakeld, wordt de 1e WE tot de volgende bijschakeling uit bedrijf genomen).Roterend (de eerste WE van de serie wordt na afloop van de seriewissel-tijd op de laatste positie van de actuele serie gezet).Sortering (nieuwe WE-serie door automatische sortering volgens bedrijfsuren bij seriewissel). |
| Seriewisseling 00 u-800 u 00 u Zie beschrijving specialistenmenu | Warmtegenerator. → | ||
| Schakelblokkering | 00 min.-120 min. | 00 min. | Zie beschrijving specialistenmenu → Warmtegenerator. |
Warmtepomp
Voor het bedrijf van warmtepompen zijn verscheidene beveiligingsfuncties (bijv. teruglooptemperatuursbewaking) nodig en bovendien functies voor het effectief gebruik ervan (monovalent-/bivalent gebruik), die hier ingesteld c.q. geactiveerd kunnen worden (Alleen bij de keuze WE 1 type = 07 (warmtepomp) (zie specialistenmenu → configuratie)).
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Max T-RL WP | 30,0°C-110,0°C 60,0°C | Instellen van de maximale teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 17].Als de hier ingestelde temperatuur wordt bereikt, worden alle warmtepompen van de installatie uitgeschakeld.De warmtepompen worden weer ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur de hier ingestelde waarde met 5K heeft onderschreden. | |
| Min T-RL WP 0,0°C-20,0°C 5,0°C | Instellen van de minimale teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 17].Als de hier ingestelde temperatuur wordt onderschreden, worden alle warmtepompen van de installatie uitgeschakeld.De warmtepompen worden weer ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur de hier ingestelde waarde met 3K heeft overschreden. | ||
| Max TA WE -20,0°C-40,0°C -5,0°C | Instellen van het bivalentiepunt.Als de buitentemperatuur kouder is dan deze instelwaarde, dan wordt de 2e warmtegenerator vrijgegeven. Deze schakelt in als de modulatiegraad (richtvermogen) 100% is.(Onderste toepassingsgrens) | ||
| Min TA WP | -30,0°C-10,0°C -18,0°C | Instellen van het alternatief bivalentpunt.(Onderste toepassingsgrens van de warmtepomp in relatie tot de buitentemperatuur).Als de buitentemperatuur de hier ingestelde waarde onderschrijdt, dan worden alle warmtepompen geblokkeerd en loopt de installatie met alleen de conventionele warmtegeneratoren. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmtepomp - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | ||
| E 1 Functie 00-03 02 | Beschrijving zie specialistenmenu -Configuratie. | |
| E 2 Functie 00-03 03 | ||
| F 15 Functie | 00-09 07 of 09 Beschrijving zie specialistenmenu Configuratie. → | |
| RL Offset -5,0K-15,0K 0,0K | Instellen van de terugloop offset temperatuur.Aanbevolen instelwaarde = 3,0 KDe warmtepompen worden na de vrijgave niet uitgeschakeld, voordat op voeler 17 de waarde [Combivoeler Richttemperatuur-RL offset] wordt bereikt. | |
| Min T-WW WE 0,0°C-90,0°C 45,0°C | Instellen van de minimale warmwatertemperatuur voor het uitsluitend gebruik van de warmtepompen. Vanaf ingestelde temperatuur „en“ het overschrijden van de ingestelde blokkeertijd, geschiedt de opwarming van het warme water door het volgende warmtetoestel.Tot het bereiken van de hier ingestelde temperatuur in het bufferreservoir resp. drinkwaterreservoir [Sensor 06], werkt alleen de warmtepomp. | |
| Min T-PU WE 0°C-90°C 0, 0 °C | Instellen van de minimale buffertemperatuur voor warmte-generatoren (niet relevant voor REMKO).Tot de hier ingestelde temperatuur in het bufferreservoir [voeler 02] wordt bereikt, wordt tijdens de bufferlading alleen de warmtepomp gebruikt. | |
| Max WE Blokkeertijd | 5-210 min 45 | Instellen van de maximale blokkeertijd voor warmtegeneratoren (schakelbeveiliging).Bij het blokkeren van de conventionele warmtegeneratoren worden deze na afloop van de hier ingestelde tijd boven het bivalentiepunt weer vrijgegeven, tot de richtwaarde bij de verzamelaar [voeler 08] bereikt is. |

OPMERKING
Bij een WW-normtemperatuur tot 50°C kan de parameter Min. T-WW WE op 45°C ingesteld blijven. Wanneer een hogere WW-normtemperatuur dan 50°C gekozen is, moet de parameter Min. T-WW WE op 48°C worden ingesteld. Om energetische redenen wordt een WW-normtemperatuur van 45°C aanbevolen.
Koelbedrijf
De koelmachines worden op de teruglooptemperatuur T-RL Koelen afgeregeld (schakelhysterese 2K).
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| T-RL Koelen | 10,0°C-25,0°C | 15,0°C | Instellen van de maximale teruglooptemperatuur bij het koelbedrijf.Bij koudevraag wordt de warmtepomp ingeschakeld, als de hier ingestelde temperatuur in de terugloop [voeler 17] wordt overschreden (bedrijfsmodus „Koelen“ moet actief zijn).De warmtepomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur bij voeler 17 met 2K onder de hier ingestelde temperatuur zakt. |
| Koelen Uit bij WW | Aan/Uit | Aan | Het koelbedrijf wordt bij het activeren van de warmwaterbereiding onderbroken. |
| Koelen met WP | 00/01 | 01 | De warmtepomp wordt uitgeschakeld, als de signalen „WP-blokkering“ of „WP-storing“ bij de ingangen F15 of E1 of E2 binnenkomen (= 01/AAN). |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
0-10V I/O
De buitenmodule wordt met een 0-10V-signaal aangestuurd (Omzetten van het richtvermogen c.q. van de modulatiegraad). De fabrieksinstelling van de volgende parameters mag uitsluitend in overleg met het REMKO-productmanagement worden gewijzigd!
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| SPG Curve 00-11 11 | Selectie van de spanningscurve voor de configuratie van de spanningsin- en uitgang (voorgeprogrammeerde spanningscurve of vrij instelbare curve 11). | ||
| Curve 11-U1 | 0,0 V-10,0 V 2,0 V | Met de parameters U1, U2, T1, T2 en UA kan een eigen spanningscurve gedefinieerd worden. | |
| Curve 11-U2 0,0 V-10,0 V 10,0 V | • U = Spanning.• T = Temperatuur. | ||
| Curve 11-T1 | 0,0-120,0 10,0 °C | • UA = Warmtegenerator Uit.Vanaf deze spanning wordt de warmtegenerator uitgeschakeld. UA moet buiten de geldige spanningswaarden liggen. | |
| Curve 11-T2 0,0-120,0 100,0 °C | • U1 en T1 = Punt 1 van de spanningscurve.• U2 en T2 = Punt 2 van de spanningscurve. | ||
| Curve 11-UA | 0,0V-10,0 V 0,0 V | De lijn tussen de twee begrenzingspunten is de spanningscurve. |
Dekvloer
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Dekvloer Aan/Uit Uit | Activering van het dekvloerprogramma (alleen voor mengcircuits)Na de start gaat het programma de ingestelde aanvoertemperaturen af. De geïntegreerde mengcircuits regelen de ingestelde aanvoertemperatuur. De warmtepomp stelt deze temperatuur onafhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus ter beschikking. In het standaarddisplay wordt dit door de melding „Dekvloer“ en de weergave van de momenteel geldende aanvoertemperatuur aangegeven.Het dekvloer-programma start om 00:00 uur met de ingestelde aanvoertemperatuur van „Dag 1“ (de startdag wordt niet meegeteld) en schakelt dan steeds om 00:00 uur over naar de volgende dag.De huidige dag wordt in het dekvloer-programma gemarkeerd met een „x“.Na het annuleren/beëindigen van de functie gaat de regeling door met verwarmen in de op dat moment ingestelde bedrijfsmodus. | ||
| Dekvloerprogramma | Dag 1-28 10^ - 60^ /---- | Dag 1-3: 25^ Dag 4-7: 55^ Dag 8: 25^ Dag 9: 40^ Dag 10-19: 55^ Dag 20: 40^ Dag 21: 25^ Dag 22-28: ---- | Instellen van de gewenste temperaturen voor de betreffende dagen.De invoer „----“ beëindigt het programma (ook tijdens het bedrijf dat voor de volgende dag geldt). |

ATTENTIE
De dekvloer programma mag uitsluitend in combinatie met de twee warmtebronnen. De bivalence is zeer af te dwingen, indien nodig.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Laadpompblok-kering | Aan/Uit Uit | Indien AAN: wordt de 3-wegschakelklep pas omgeschakeld naar de stand drinkwaterbereiding als de combi-temperatuur [voeler 08] 5K hoger is dan de reservoirtemperatuur [voeler 06].Omschakeling naar de stand verwarmen gebeurt zodra de temperatuur van de combisensor [sensor 08] onder de reservoirtemperatuur komt. | |
| PPL | Ged voorr WWAan/UitPPL Alle | CMF 120/160PPL AlleCMT 120/160PPL Uit | WW(Gedeeltelijke voorrang WW).Bij de warmwaterbereiding worden de verwarmingscircuits geblokkeerd. De mengers gaan dicht en de verwarmingscircuitpompen gaan uit.De mengcircuits worden weer vrijgegeven, als de WE de warmwater-richttemperatuur (zie gebruikersmenu →Warmwater →WW Richt)+WE verhoging (T-WE WW) heeft bereikt.Als de WE-temperatuur [voeler 08] weer met de schakelhysterese (Hysteresse WW) onder de vrijgave-temperatuur zakt, worden de mengcircuits weer geblokkeerd.Aan(Gelijkloop pompen).Bij de warmwaterbereiding wordt alleen het directe verwarmingscircuit geblokkeerd. De mengcircuits worden verder verwarmd(de warmwaterbereiding wordt door deze functie verlengd).Uit(Warmwatervoorrangsmodus).Bij de warmwaterbereiding worden de verwarmingscircuits geblokkeerd. De mengers gaan dicht en de verwarmingscircuitpompen gaan uit.LET OP:Bij de warmtepomptypen CMT moet deze functie op UIT worden ingesteld.PPL Alle(Gelijkloop pompen ook voor het directe verwarmingscircuit).Bij de warmwaterbereiding worden alle verwarmingscircuits verder verwarmd.Als de temperatuur met 8K boven de maximale aanvoertemperatuur (zie specialistenmenu →Verwarmingscircuit 1/2 →Max T-aanvoer) van het directe verwarmingscircuit uitkomt, wordt de verwarmingscircuitpomp van dit circuit uitgeschakeld (oververhittingsbeveiliging).De verwarmingscircuitpomp wordt weer ingeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur (Max T-aanvoer+5K) zakt. |
| T-WE WW | 0,0K-50,0K 10,0K | Instellen van de additieve temperatuur voor de warmtegenerator bij de warmwaterbereiding (verhoging bij WW-bedrijf).De richttemperatuur van de warmtegenerator bij de warmwaterbereiding is de som van de warmwater-richttemperatuur (zie gebruikersmenu →Warmwater →T-WW Richt) en de hier ingestelde temperatuur.De warmtegenerator moet tijdens de warmwaterbereiding een hogere temperatuur hebben, wil de warmwatertemperatuur in het reservoir via de warmtewisselaar worden bereikt. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Warmwater - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Hysterese WW 3, 0 K - 3 0, 0 K 5, 0 K | Instellen van de warmwaterhysterese.De warmwaterbereiding wordt gestart als de temperatuur van het warmwaterreservoir (voeler F 06) met de hier ingestelde temperatuur onder de richttemperatuur (zie gebruikersmenu —Warmwater T-WW Richt) komt.De warmwaterbereiding wordt beëindigt, als het reservoir de ingestelde richttemperatuur bereikt(in de anti-legionella-modus wordt de richttemperatuur op 65°C gezet, zie gebruikersmenu —Warmwater Anti-legionella). | ||
| WW Naloop 0 0 - 3 0 0 1 | Instellen van de nalooptijd van de pomp.De nalooptijd van de pomp (5 min.) wordt met de hier ingestelde waarde verlengd.Na het uitschakelen van de warmtepomp loopt de laadpomp van de binnenmodule nog 5 minuten na (ongeacht de hier ingestelde tijd).Als er een warmtevraag bij een verwarmingscircuit optreedt, wordt het nalopen afgebroken.Ook een geactiveerde laadpompblokkering kan tot het afbreken van de naloopfunctie leiden. | ||
| TH Ingang Aan/Uit Uit | Activeren van de warmwaterbereiding via thermostaat of voeler.Aan(Warmwaterbereiding via thermostaat)De warmwaterbereiding wordt bij kortsluiting op de aansluitklemmen van de reservoirvoeler gestart. Deze wordt beëindigt als de kortsluiting wordt opgeheven.Aan(Warmwaterbereiding via reservoirvoeler) | ||
| Thermenfct Aan/Uit Uit | Activeren van de aangepaste richttemperatuur.De richttemperatuur bij de warmwaterbereiding bestaat uit de som van de werkelijke temperatuur van het reservoir [voeler 06] plus T-WE WW. | ||
| Doorladen | Aan/Uit Uit | Activeren van de doorlaadfunctie (alleen mogelijk met voeler 12 = T-WW U).De warmwaterbereiding wordt bij het activeren van deze functie (Doorladen = AAN) pas beëindigt, als voeler F 12 (niet F 06), de WW-richttemperatuur heeft bereikt. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2
De parameters van dit niveau wijzigen naar gelang de voor het verwarmingscircuit geselecteerde functie. Al naar gelang het verwarmingscircuit kunnen de hier instelbare waarden variëren.
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| HK Functie | StandaardT-aanv constZwembad(HK2)WW(HK2)Terugloop(HK2) | Standaard | Instellen van de functie van het betreffende verwarmingscircuit.Standaard(Weersafhankelijke richttemperatuurregeling via verwarmingscurve).T-Aanv const(Regeling met vaste aanvoertemperaturen).Gedurende de verwarmingstijden (zie tijdprogramma → verwarmingscircuit 1/2 Prog 1/2) loopt het verwarmingscircuit met de ingestelde vaste aanvoertemperatuur T-Aanv const T, en tijdens de verlagingstijden overeenkomstig de ingestelde vaste aanvoertemperatuur T-Aanv const N (zie gebruikersmenu → Verwarmingscircuit 1/2 → Aanv const T/N).Zwembad(Zwembadregeling, alleen voor verwarmingscircuit 2).WW(Warmwatercircuit).De aanvoervoeler van verwarmingscircuit 2 wordt in het warmwater-reservoir geplaatst [voeler 05].De richtwaarde voor de warmwatertemperatuur kan in het scherm Gebruikersmenu –Warmwater T-WW Richt 1/2/3 worden ingevoerd.Het verwarmingsprogramma voor het verwarmingscircuit werkt als vrijgave-programma voor het reservoir.In de verlagingstijd wordt de richttemperatuur voor het reservoir tot 10°C verlaagd.De warmwatervoorrangsfunctie van de WE-regeling kan worden gebruikt (zie Specialistenmenu –Warmwater → PPL).Terugloop(Terugloopverhoging via menger, alleen voor verwarmingscircuit 2) - niet van toepassing bij REMKO.De aanvoervoeler van het verwarmingscircuit wordt als terugloopvoeler van de warmtegenerator gebruikt [voeler 11/05].De menger regelt 24u op de ingestelde waarde Min T-Aanvoer van het verwarmingscircuit.Inbouwinstructie:Menger Open: Aanvoer van de warmtegenerator wordt in de terugloop ingevoerd (terugloopverhoging) (de circulatie moet door de warmtegenerator worden gewaarborgd).Menger Dicht: De terugloop van de verwarmingscircuits wordt doorgestuurd. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Bedrijf HKP | Standaard Verwarmingsgrenzen Alleen tijdprog Continu bedrijf | Standaard | Instellen van de bedrijfsmodus van de verwarmingscircuitpompen.De pompen worden uitgeschakeld als er geen warmtebehofte bestaat. Tegelijk sluit de menger van het verwarmingscircuit.• Standaard- bij weersafhankelijke richt-temperatuurregeling via Verwarmingscurve:Pomp UIT, als de actuele buitentemperatuur [Voeler 09] warmer geworden is dan de ingestelde en door de bedrijfsmodus actief geschakelde T-Kamer-richttemperatuur- bij kamergeregelde regeling (alleen actief in combinatie met een afstandsbediening)Pomp UIT, als de actuele kamertemperatuur meer dan 1K warmer geworden is dan de ingestelde kamerrichttemperatuur.• VerwarmingsgrenzenPomp wordt op basis van de ingestelde verwarmingsgrenzen geschakeld (zie gebruikersmenu —Verwarmingscircuit 1/2 —verwarmingsgrens dag/nacht)Aanbeveling REMKO verwarmingsgrenzen: Oudbouw +15,0°Cnieuwbouw +12,0°Claag-energiehuis +10°C• Alleen tijdprogrammaPomp wordt op basis van verwarmingsprogramma geschakeld (zie gebruikersmenu —tijdprogramma verwarmingscircuit 1 prog 1/2 en/of —verwarmingscircuit 2 prog 1/2• Continu bedrijf.De pomp loopt 24u door. |
| Menger Open 5,0-25,0 7,0 | Instellen van de snelheid waarmee de menger bij een afwijkende instelling opengaat (Mengdynamiek Openen).Ingevoerd wordt de regelafwijking in Kelvin waarbij de menger zonder onderbreking opengaat.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag van de menger en kunnen slingeren tot gevolg hebben. | ||
| Menger Dicht 5,0-25,0 7,0 | Instellen van de snelheid waarmee de menger bij een afwijkende instelling dichtgaat (Mengdynamiek Sluiten).Ingevoerd wordt de regelafwijking in Kelvin waarbij de menger zonder onderbreking dichtgaat.Kleine waarden leiden tot snel regelgedrag van de menger en kunnen slingeren tot gevolg hebben. | ||
| Max T-Aanvoer | 10,0°C-110,0°C 55,0°C | Instellen van de maximale aanvoertemperatuur van het geselecteerde verwarmingscircuit.De berekende aanvoer-richttemperatuur van het verwarmingscircuit wordt tot de ingestelde maximale aanvoertemperatuur begrensd (oververhittingsbeveiliging).Aanbevolen instelling HK2 voor vloerverwarming = max. 45°C. De verwarmingspomp van het directe verwarmingscircuit wordt pas uitgezet als de [voeler 08] 8K hoger is dan de hier ingestelde temperatuur.De verwarmingscircuitpomp wordt alweer aangezet als de temperatuur [voeler 08] onder de temperatuur (Max T-Aanvoer+5K) zakt. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Verwarmingscircuit 1/2-Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Min T-Aanvoer 10,0°C-110,0°C 18,0°C | Instellen van de minimale aanvoertemperatuur van het geselecteerde verwarmingscircuit.Aanbevolen instelling vanaf verwarmingscurve 1.0 min. 30°C | ||
| T-VL Koelen | Uit/Dicht 10°C-25°C | Uit | Instellen van de aanvoertemperatuur in de koelmodus.In de bedrijfsmodus Koelen wordt de hier ingestelde temperatuur evt. via een menger afgeregeld. · Uit = Met dit verwarmingscircuit wordt niet gekoeld (menger Dicht, pomp Uit). · Dicht = Menger als bypassventiel (menger Dicht, pomp Aan). |
| T-Vorstbeveiliging | Uit -15,0°C-5,0°C 5,0°C | Instellen van de vorstbeveiligingstemperatuur.Als de buitentemperatuur onder de hier ingestelde temperatuur zakt, schakelt de installatie over naar de vorstbeveiligingsmodus (inschakelen van de pompen).Bij „Uit“ is de vorstbeveiligingsfunctie gedeactiveerd. | |
| T-buiten vertr 00:00-24:00 01:00 | Instellen van de buitentemperatuurvertraging.De buitentemperatuurvertraging moet aan het soort gebouw worden aangepast.Bij een zware bouw (dikke wanden) dient een hoge vertraging te worden ingesteld, omdat een verandering van de buitentemperatuur relatief later gevolgen heeft voor de kamertemperatuur.Bij een lichte bouwwijze (geen opslagfunctie van de wanden) dient de vertraging op 0 uur te worden ingesteld. | ||
| Curve-afst 0,0K-50,0 K 0,0K | Instellen van de verwarmingscurve-afstand.De berekende richttemperatuur van het verwarmingscircuit wordt met de hier ingestelde waarde verhoogd.De verwarmingscurve-afstand neutraliseert sensortoleranties en warmteverliezen tot aan de menger. | ||
| Afnameplicht | Aan/Uit Uit | Het verwarmingscircuit kan door bovenliggende functies (bijv. noodkoeling van een warmtegenerator als bescherming tegen oververhitting; warmteafvoer in de servicemodus) als warmteverlager/verbruiker worden gebruikt (= AAN).Voor de duur van de functie wordt het verwarmingscircuit met de ingestelde maximale aanvoertemperatuur (Max T-Aanvoer) verwarmd. | |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel /MF
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| MF 1 Functie(Uitgang A8Vrijgave 2e warmte-generator) | 00-37 | 07 = zonder binnengrenzen warmte-hoeveelheidmeter37 = met binnengrenzen warmte-hoeveelheidmeter | Functieselectie van de MF - relais (programmeerbare multi-functionele uitgangen).Aan de MF-relais 1-4 kan een voeler 1-4 [voeler 11-14] worden toegekend.Als er nog een sensor voor een bepaalde functie nodig is, dan kan deze als voeler 15 worden aangesloten.00 = geen MF - functie.01 = Combi-pomp.AAN: Bij een warmtevraag van een verbruiker.UIT: Zonder een warmtevraag van een verbruiker. |
| MF 2 Functie(Uitgang A9Laadpomp binnen-module) | 00-36 18 | 02 = Circulatie (tijd).Schakeling van het relais volgens het tijdprogramma voor de circulatiepomp.03 = Aanvoerpomp.AAN: Bij een warmtevraag van een interne verbruiker.UIT: Zonder een warmtevraag van een interne verbruiker. De pomp loopt na.05 = Pomp warmtegenerator 1 (warmtepomp).De multifunctionele uitgang schakelt parallel aan de uitgang warmtebron 1 (warmtepomp) met een nalooptijd van 5 min.06 = Pomp warmtegenerator 2 (warmtepomp).De multifunctionele uitgang schakelt parallel aan de uitgang warmtebron 2 (warmtepomp) met een nalooptijd van 5 min. | |
| MF 3 Functie(Uitgang A10omschakelventiel koelen) | 00-36 34 | 07 = Omschakelventiel reservoir 2 (buffer).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het warmwaterreservoir om naar het bufferreservoir, als er geen collector meer in het warmwaterreservoir kan laden.08 = Omschakelventiel reservoir 3 (zwembad).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het bufferreservoir om naar reservoir 3 (voeler 15), als er geen collector meer in het bufferreservoir kan laden (Functie F15 moet op 5 staan).09 = Omschakelventiel reservoir 3 (zwembad, alleen bij installaties zonder solaire lading van de buffer).Het ventiel schakelt het rendement van het zonnepaneel van het warmwaterreservoir om naar reservoir 3 (voeler 15), als er geen collector meer in het warmwaterreservoir kan laden. (Functie F15 moet op 5 staan). | |
| MF 4 Functie(Uitgang A12zonnepaneelpomp of laadpomp vastebrandstofketel of circulatiepomp) | 00-36 | Volgens de verkiezing systeem | 10 = Pomp warmtegenerator 3 (warmtepomp).De multifunctionele uitgang schakelt parallel aan de uitgang warmtebron 3 (warmtepomp) met een nalooptijd van 5 min.11 = Pomp warmtegenerator 4 (warmtepomp).De multifunctionele uitgang schakelt parallel aan de uitgang warmtebron 4 (warmtepomp) met een nalooptijd van 5 min. |
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
LET OP
De programmering c.q. besturing van de multi-functionele uitgangen moet worden uitgevoerd aan de hand van de parameterlijsten behorende bij de gekozen installatie! (basisprogrammering vanaf pagina 46)
Beschrijving
- 12 = Op afstand bediende uitgang verwarmingscircuit 1. De besturing van het verwarmingscircuit kan dit relais via de BUS bedienen (Zie voor de werking de handleiding van de afstandsbediening).
- 13 = Op afstand bediende uitgang verwarmingscircuit 2. De besturing van het verwarmingscircuit kan dit relais via de BUS bedienen (Zie voor de werking de handleiding van de afstandsbediening).
- 14 = Pomp warmtegenerator 1 (warmtepomp). Het relais kan voor het aansturen van de laadpomp voor warmtegenerator 1 worden benut (Het relais schakelt met naloop = 5 min.).
Met buffer in het systeem (Buffer > 00 en voeler PU boven [voeler 03]):
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de warmtegenerator T-WE1 5K hoger is dan de temperatuur van de buffer boven [voeler 03].
De pomp wordt uitgeschakeld als T-WE1 < T-buffer B.
• 18 = Laadpomp binnenmodule.
Bij een aanvraag vanuit warmtegenerator WE 1 tot WE 4 (dus de warmtepomp met een willekeurige tweede warmtegenerator), wordt de laadpomp binnenmodule ingeschakeld (Parallel gebruik met 5 min. nalooptijd). Deze instelling is belangrijk bij een bivalent-alternatief gebruik als de verwarmingsketel geen eigen circulatiepomp heeft.
- 20 = Temperatuurgestuurde circulatiepomp.
T-Circ = Teruglooptemperatuur van de circulatieleiding. De circulatiepomp wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt (T-Circ < T-MF 1 Richt). De pomp wordt weer uitgeschakeld, als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 boven de ingestelde grenstemperatuur komt (T-Circ > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]). Het ingestelde circulatieprogramma (zie tijdprogramma) en de instelling Circ met WW Prog (zie Gebruikersmenu—Warmwater) geldt als bovenliggend (ingeschakeld wordt er alleen tijdens de vrijgavetijden).
• 21 = Circulatiepomp via impuls.
AAN: Bij kortsluiting op de toegekende voeleringang. UIT: Na 5 minuten.
Bij kortsluiting op voeleringang MF wordt de circulatiepomp 5 min. lang ingeschakeld. Het inschakelen geschiedt eenmalig op de flank.
Het ingestelde circulatieprogramma (zie tijdprogramma) en de instelling Circ met WW Prog
(zie Gebruikersmenu—Warmwater) geldt als bovenliggend (ingeschakeld wordt er alleen tijdens de vrijgavetijden).
Beschrijving
- 22 = Integratie met de vastebrandstofketel (bijv. in combinatie met 2-traps warmtegeneratoren). T-MF 1-4 = Temperatuur van de vastebrandstofketel. T-Buffer O = Temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer [voeler 01].
Aanloopontlasting:
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel met de hysterese MF 1 Hyst + 5K boven de temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer T-Buffer O komt (T-MF 1 > [T-Buffer O + MF 1 Hyst + 5K]). De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur met 5K onder deze inschakeltemperatuur zakt (T-MF1 < [T-Buffer O + MF 1 Hyst]).
De pomp wordt bovendien uitgeschakeld, als de temperatuur van de vastebrandstofketel met 5K onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt (T-MF 1 < [T-MF 1 Richt-5K]).
De pomp wordt weer vrijgegeven, als de temperatuur van de vastebrandstofketel boven T - MF1 Richt stijgt (T-MF1 > T-MF1 Richt).
Blokkering warmtegenerator 1:
AAN: T-MF 1 > T-WE Richt + 5K en pomp vastebrandstofketel = AAN. UIT: T-MF 1 <= T-WE Richt of vastebrandstofketel = UIT.
- 23 = Zonnepaneelpomp (Pomp loopt als de collector in één van de zonnecollector-reservoirs kan laden). Pomp collector 1 alleen op MF4. Pomp collector 2 alleen op MF3.
Op MF1 en MF2 kan deze functie worden gebruikt voor het beladen van de reservoirs vanuit een warmtewisselaar. T-Zonne = Temperatuur van de zonnecollector. T-O = Temperatuur van het actieve reservoir bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het actieve reservoir (zie omschakelventielen) bij de invoer komt (T-Zonne > [T-O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector onder de temperatuur [T-O + MF Hyst Uit] zakt (T-Zonne < [T-O + MF Hyst Uit]).
Voor het uitschakelen wordt er gecontroleerd, of een onderliggend reservoir (zie omschakelventielen) kan worden beladen.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
Beschrijving
- 24 = Terugloopverhoging warmtegenerator 1.
T-Terugloop 1 = Teruglooptemperatuur van de installatie (= T-MF 1-4).
De pomp voor de terugloopverhoging wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt.
(T-Terugloop 1 < T-MF 1 Richt).
De pomp wordt weer uitgeschakeld als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 Hyst boven de ingestelde grenstemperatuur komt
(T-Terugloop 1 > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]).
- 25 = Terugloopverhoging warmtegenerator 2.
T-Terugloop 2 = Teruglooptemperatuur van de installatie (= T-MF 1-4).
De pomp voor de terugloopverhoging wordt ingeschakeld, als de teruglooptemperatuur onder de ingestelde grenstemperatuur T-MF 1 Richt zakt.
(T-Terugloop 2 < T-MF 1 Richt).
De pomp wordt weer uitgeschakeld als de teruglooptemperatuur met de hysterese MF 1 Hyst boven de ingestelde grenstemperatuur komt
(T-Terugloop 2 > [T-MF 1 Richt + MF 1 Hyst]).
- 26 = Terugloopverhoging warmtegenerator via bufferreservoir.
Het ventiel voor de terugloopverhoging via het bufferreservoir gaat open, als de temperatuur van het bufferreservoir Onder (T-Buffer O) met de hysteresse MF 1 Hyst + 5K boven de teruglooptemperatuur van de installatie [voeler 01 c.q. 01-04] komt (T-Buffer O > T-MF 1 + MF 1 Hyst + 5K).
Het wordt weer gesloten, als de temperatuur van het bufferreservoir Onder onder de teruglooptemperatuur komt (T-buffer O < T-MF 1 + MF 1 Hyst).
- 27 = Reservoir-laadpomp 1 (Pomp loopt als het warmwaterreservoir d.m.v. zonne-energie kan worden beladen).
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten. Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 1 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector. T-Zonne (T-MF 1-3) = Temperatuur van de warmtewisselaar.
T-WW O [voeler 12] = Temperatuur van het warmwater-reservoir bij de invoer.
AAN: T-Zonne > [T-WW O + MF Hyst].
UIT: T-Zonne < [T-WW O + MF Hyst Uit].
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - WW O komt (T-Zonne > [T-WW O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector onder de temperatuur T-WW O + MF Hyst Uit zakt (T-Zonne < [T-WW O + MF Hyst Uit]).
Beschrijving
- 28 = Reservoir-laadpomp 2 (Pomp loopt als het bufferreservoir d.m.v. zonne-energie kan worden beladen en het warmwaterreservoir niet).
Functie F15 moet op 5 staan.
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten.
Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 2 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector.
T-Buffer O [voeler 01] = Temperatuur van het bufferreservoir bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - Buffer O komt (T-Zonne > [T-Buffer O + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur T-buffer O + MF Hyst Uit zakt.
(T-Zonne < [T-Buffer O + MF Hyst Uit]).
- 29 = Reservoir-laadpomp 3 (Pomp loopt als reservoir 3 d.m.v. zonne-energie kan worden beladen en het bufferreservoir niet.)
Functie F15 moet op 5 staan.
De temperatuur van het medium waarmee het reservoir wordt geladen, wordt altijd gemeten bij de MF 4-voeler (T-MF 4) gemeten.
Uitzondering: Bij functie 23 op MF 4 wordt de voeler die aan het MF-relais van reservoir-laadpomp 3 is toegewezen, gebruikt om de temperatuur te bepalen van het medium voor de opslaglading (T-Zonne).
T-Zonne (T-MF 4) = Temperatuur van de zonnecollector.
T-Reservoir 3 [voeler 159] = Temperatuur van reservoir 3 bij de invoer.
De pomp wordt ingeschakeld, als de temperatuur van de zonnecollector met de inschakelhysterese MF Hyst boven de temperatuur van het reservoir bij de invoer T - Reservoir 3 komt (T-Zonne > [T-Reservoir 3 + MF Hyst]).
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur onder de temperatuur T-Reservoir 3 + MF Hyst Uit zakt
(T-Zonne < [T-Reservoir 3 + MF Hyst Uit]).
• 30 = Omlaadpomp WW-reservoir 2.
Functie F15 moet op 4 staan.
Het relais schakelt als de temperatuur van het warmwaterreservoir met de hysterese MF Hyst boven de temperatuur van voeler 15 komt.
De pomp wordt uitgeschakeld, als de temperatuur van het reservoir onder de temperatuur [voeler 15 + MF Hyst Uit] zakt.
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Functie M4 - Vervolg
Beschrijving
• 31 = Omlaadpomp buffer-reservoir 2.
Functie F15 moet op 4 staan.
Het relais schakelt als de temperatuur van het bufferreservoir met de hysterese MF Hyst boven de temperatuur van voeler 15 komt.
De gaat weer uit, als de temperatuur onder de temperatuur [F15 + MF Hyst Uit] zakt.
• 32 = Direct verwarmingscircuit.
Verwarmingscircuit met vaste aanvoertemperatuur (T-MF Richt). Bij kortsluiting op de toegewezen MF-voeler (via kamerthermostaat/tijdschakelklok) schakelt de verwarmingscircuitpomp Aan en de Aanvoer-richttemperatuur van de WE wordt voorgeschreven.
Na het opheffen van de sensor-kortsluiting werkt er een nalooptijd op de pomp.
Beschrijving
• 33 = Thermostaat-functie.
AAN: T-MF > T-MF Richt.
UIT: T-MF < [T-MF Richt-MF Hyst].
• 34 = Bypassventiel Koelen.
Het relais wordt op koelen geschakeld (Tijdens het koelbedrijf kunnen de conventionele warmtegeneratoren worden gescheiden van het koelcircuit en de warmwaterbereiding). De aanvoertemperatuur voor de WW-regeling wordt door de MF-voeler gemeten.
• 35 = Bypassventiel Koelen invers.
Het relais wordt tegengesteld aan functie 34 geschakeld.
- 37 = Voeler F 11 wordt gebruikt als oeoerreferentievoeler voor de Remko warmteverbruiksmeter.
Zonnepaneel/MF - Vervolg
Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving
| MF 4 Hyst 2,0K-10,0K 5,0K Instellen van de MF 4 hysterese. | |||
| MF 4 Hyst Uit 2,0K-10,0K 2,0K Instellen van de MF 4 hysterese voor het uitschakelen. | |||
| Max T-Zonnep 80,0°C-180,0°C 110,0°C | Instellen van de maximale collectortemperatuur.De collectorpompen worden geblokkeerd als de bijbehorende collectortemperatuur boven de hier ingestelde temperatuur komt (installatiebeveiliging).De pompen worden weer vrijgegeven als de collectortemperatuur onder de temperatuur [Max T-Zonne-10K] zakt. | ||
| Min T-Zonnep Aan -20,0°C-95,0°C 50,0°C | Instellen van de minimale collectortemperatuur.De collectorpomp wordt vrijgegeven als de bijbehorende collectortemperatuur de hier ingestelde temperatuur overstijgt. | ||
| Min T-Zonnep Uit -15,0°C-95,0°C 45,0°C | Instellen van de minimale temperatuur waarbij de collectorpomp geblokkeerd wordt.De collectorpomp wordt geblokkeerd als de bijbehorende collectortemperatuur onder de hier ingestelde temperatuur zakt.Deze functie verhindert het lopen van de pomp zonder relevante warmte-opbrengst. | ||
| T-Zonne Beveil 80,0°C-180,0°C 110,0°C | Instellen van de collectorbeveiligingstemperatuur.De collectorbeveiligingsfunctie beschermt de collector voor oververhitting. Als de collectortemperatuur de hier ingestelde temperatuur overschrijdt en de reservoirtemperatuur is kleiner dan 92°C, dan wordt het reservoir boven zijn maximale temperatuur tot 95°C geladen, om de collector te koelen.De functie wordt onderbroken als de collector zijn maximale temperatuur overschrijdt.De functie wordt weer vrijgegeven als de collectortemperatuur onder de maximale temperatuur -3K zakt. | ||
Niveau 4 - SPECIALIST - Beschrijving van de parameters en instelwaarden - Vervolg
Zonnepaneel/MF - Vervolg
| Omschrijving Waardebereik Fabrieksinstelling Beschrijving | |||
| Retourko Vers 0,0K-30,0K 20,0K | Instellen van het retourkoelverschil.Als de collectorbeveiligingsfunctie overdag de reservoirs op temperaturen boven de ingestelde maximale reservoirtemperaturen heeft opgeladen, dan kan het reservoir door middel van deze functie 's nachts automatisch tussen 1.00 uur en 6.00 uur door het inschakelen van de laadpompen tot de ingestelde maximale reservoirtemperatuur (Max T-Sp WW/PU/3) worden gekoeld (tijdens deze uren is geen opslaglading mogelijk).De retourkoeling kan alleen worden uitgevoerd, als de temperatuur van het reservoir tenminste met het hier ingestelde retourkoelverschil + 3K hysterese hoger is dan de collectortemperatuur. | ||
| Max T-Sp WW | 10,0°C-130,0°C 85,0°C | Instellen van de veiligheidsgrenstemperaturen.Als in het reservoir een voeler boven gemonteerd is, dan wordt de hier ingestelde maximale temperatuur door deze voeler bewaakt.Als deze sensor niet gemonteerd is, dan wordt de maximale reservoirtemperatuur door de onder in het reservoir gemonteerde voeler bewaakt (let in dit geval op met de coating van het reservoir).De laadpompen worden geblokkeerd als de temperatuur van het warmtereservoir de hier ingestelde veiligheidsgrens overschrijdt (installatiebeveiliging). | |
| Max T-SP PU | 10,0°C-130,0°C 85,0°C | ||
| Max T-Sp 3 10,0°C-130,0°C 30,0°C | De pompen worden weer vrijgegeven als de temperatuur van de warmte-opslag onder de temperatuur [Max T-Sp WW/PU/3-5K) zakt. | ||
| Zonnep Kickduur | 00-59 sec. 30 sec. | Instellen van de looptijd van de collectorpomp bij de pompkick. | |
| Zonne Kickpauze 10-60 min. 30 min | Instellen van de kickpauze voor de zonnecollectorpomp.Als de collectorpomp niet de hier ingestelde duur is gelopen, wordt de pomp voor de tijd Zonnep Kickduur aangezet. | ||
| Zonnep Kickgradiënt | 01-05 min 01 min | Instellen van de kickgradiënt voor de zonnecollector.In de hier ingestelde tijd wordt na een pompkick het verloop van de collectortemperatuur gecontroleerd.Als er een verhoging van 0,5K is, wordt de pomp nog een minuut lang gestart. | |
Installatieselectie
De warmtepompmanager is voorgeprogrammeerd met 12 verschillende basis-hydraulische installaties, die met de Installatieselectie opgeroepen en in de regeling geladen kunnen worden.
Bij de installatieselectie wordt volgens de volgende criteria onderscheid gemaakt:
- volgens het type warmtepomp
- de serie voor alleen verwarmen: CMF 80, CMF 140
- de serie die kan verwarmen en koelen: CMF 90/150/120/160 CMT 100/150/120/160 CMF 120/160
CMF 320 DUO CMF/CMT 85 & 180 und CMF 180 DUO
- volgens het soort systeem
- mono-energetisch systeem (bijverwarming is een elektrische bij- verwarming)
-
bivalent systeem (bij- verwarming is een ver- warmingsketel)
-
volgens speciale gevallen
- Integratie van zonne- energie
- Integratie van vaste- brandstofketels
De volgende pagina's geven een aantal van deze hydraulische basisinstallaties met daaronder de basisprogrammeringslijst.
Ken de installatie in ieder geval voor de inbedrijfstelling aan een van de hydraulische basissystemen toe via het menu-item Installatieselectie van de "Installatie-ter-plaatse". Let er vooral op dat de door u gekozen installatie zoveel mogelijk overeenkomt met het ter plaatse geïnstalleerde systeem. Van bijzonder belang is de plaatsing van de voelers en sensoren. U dient zich hierbij te richten naar het installatieschema dat bij de gekozen installatieselectie hoort.
| Installatiese-lectie | Functies |
| 1 | Basishydrauliek voor de functies “Verwarmen en warmwater”, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C |
| 2 | Versie met verwarmen, mono-energetisch gebruik, 2 stappen voor elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C. (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 3 | Versie met verwarmen, bivalent gebruik, ketel + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 4 | Versie met verwarmen, bivalent gebruik, vastestofverbrandingsketel + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 5 | Versie met verwarmen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie bivalentiepunt -5°C (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 6 | Versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -5°C |
| 7 | Versie met verwarmen/koelen, mono-energetisch gebruik, 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -5°C |
| 8 | Versie met verwarmen, mono-energetisch gebruik, 2 stappen voor elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -5°C. (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 9 | Versie met verwarmen, bivalent gebruik, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C (Alleen de apparaten Series CMF CMT 80 en 140) |
| 10 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, bivalentiepunt -3°C |
| 11 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik, zonne-installatie, bivalentiepunt -3°C |
| 12 | Versie met verwarmen/koelen, bivalent gebruik met vastestofverbrandingsketel, + optie voor 1 elektrische bijverwarming, bivalentiepunt -3°C |
zie ook pagina 24

OPMERKING
De functies verwarmingscircuit 2 (mengcircuit) en warmwater worden via de aangesloten sensoren bij het opstarten van de warmtepomp-manager automatisch herkend. Als er geen sensoren zijn aangesloten, zijn de relevante menu's verborgen.
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 1
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 1) Verwarmen en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
subgraph Binnenmodule
A8["A8"] -->|F9| B["Binnenmodule"]
A9["A9"] -->|F8| KPS["KPS"]
A3["A3"] --> KPS
A --> EWS["EWS"]
A --> Tappunten["Tappunten"]
end
subgraph_Verwarmingscircuit_1["Verwarmingscircuit 1"]
F5["F5"] --> KPS
A2["A2"] --> KPS
A4["A4/A5"] --> KPS
end
subgraph_Verwarmingscircuit_2["Verwarmingscircuit 1"]
F1["A1"] --> KPS
A1["A1"] --> KPS
A2["A2"] --> KPS
A4["A4/A5"] --> KPS
end
subgraph Buitenmodule
A6["A6"] --> B
A --> C
end
D["Wind Turbide"] --> A8
D --> A9
D --> A6
E["Refrigerator"] --> A8
E --> A9
E --> A6
F["Refrigerator"] --> EWS
G["KW-inlaat"] --> EWS
H["KW-inlaat"] --> EWS
I["KW-inlaat"] --> EWS
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 7
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatieselectie | ---/01-12 | 01 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradiënt | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 00 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan | Uit |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
| Omschrijving Waardebereik | Programmering | |
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 3 Functie | 00-36 | 10 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| MF 4 Functie | 00-36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K (----) | |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K (----) | |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 6
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 6)
Verwarmen / koelen en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] -->|F9| B["Binnenmodule"]
A -->|A6| C["Refrigerator"]
B --> D["KPS"]
B --> E["HPS"]
D --> F["Verwarming circuit 1"]
D --> G["Verwarming circuit 2"]
D --> H["Koelcircuit"]
E --> I["Tappunten"]
E --> J["Verswaterstation"]
E --> K["A12"]
E --> L["A4/A5"]
E --> M["A10"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#cff,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#cfc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
style I fill:#fcc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#fcc,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | |
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | |
| Terminaladres Aan/Uit Aan | |
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | |
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | |
| BUS-Code 1 00-15 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 06 |
| Type regeling | 00-06 06 |
| WE 1 Type | 00-09 07 |
| WE Bus | 00-05 05 |
| Gradient | Aan/Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 |
| WE 2 Buffer 00-03 00 | |
| WE 3 Type | 00-09 01 |
| WE 4 Type | 00-09 00 |
| Type buffer | 00-02 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour |
| HK2 Functie | zie HK1 |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 02 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 6
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMT (Installatieselectie 6) Verwarmen / koelen en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] -->|F9| B["Binnenmodule"]
B --> C["EWS"]
C --> D["Tappunten"]
D --> E["Verwarmings-circuit 1"]
D --> F["Verwarmings-circuit 2"]
D --> G["Oppervlakte koeling Koelcircuit"]
C --> H["A1"]
C --> I["A2"]
C --> J["A4/A5"]
C --> K["A10"]
C --> L["F6"]
C --> M["A12"]
C --> N["KW-inlaat"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 6
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 06 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 7
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 7)
Verwarmen / koelen, zonnepaneel en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Sun Source"] --> B["Buitenmodule"]
B --> C["A6"]
B --> D["F9"]
D --> E["Binnenmodule"]
E --> F["A8"]
E --> G["A9"]
E --> H["A10"]
E --> I["A12"]
E --> J["A13"]
E --> K["A14"]
E --> L["A15"]
E --> M["A16"]
E --> N["A17"]
E --> O["A18"]
E --> P["A19"]
E --> Q["A20"]
E --> R["A21"]
E --> S["A22"]
E --> T["A23"]
E --> U["A24"]
E --> V["A25"]
E --> W["A26"]
E --> X["A27"]
E --> Y["A28"]
E --> Z["A29"]
E --> AA["A30"]
E --> AB["A31"]
E --> AC["A32"]
E --> AD["A33"]
E --> AE["A34"]
E --> AF["A35"]
E --> AG["A36"]
E --> AH["A37"]
E --> AI["A38"]
E --> AJ["A39"]
E --> AK["A40"]
E --> AL["A41"]
E --> AM["A42"]
E --> AN["A43"]
E --> AO["A44"]
E --> AP["A45"]
E --> AQ["A46"]
E --> AR["A47"]
E --> AS["A48"]
E --> AT["A49"]
E --> AU["A50"]
E --> AV["A51"]
E --> AW["A52"]
E --> AX["A53"]
E --> AY["A54"]
E --> AZ["A55"]
E --> BA["A56"]
E --> BB["A57"]
E --> BC["A58"]
E --> BD["A59"]
E --> BE["A60"]
E --> BF["A61"]
E --> BG["A62"]
E --> BH["A63"]
E --> BI["A64"]
E --> BJ["A65"]
E --> BK["A66"]
E --> BL["A67"]
E --> BM["A68"]
E --> BN["A69"]
E --> BO["A70"]
E --> BP["A71"]
E --> BQ["A72"]
E --> BR["A73"]
E --> BS["A74"]
E --> BT["A75"]
E --> BU["A76"]
E --> BV["A77"]
E --> BW["A78"]
E --> BX["A79"]
E --> BY["A80"]
E --> BZ["A81"]
E --> CA["BVW-Vinlaat"]
E --> CB["KW-inlaat"]
E --> CC["Tappunten"]
CC --> DD["Tappunten Valve"]
CC --> DP["Tappunten Valve with A3, A4, A5"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 14s
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | |
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | |
| Terminaladres Aan/Uit Aan | |
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | |
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | |
| BUS-Code 1 00-15 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 02 | |
| Installatie selecteren ---/01-12 | 07 |
| Type regeling | 00-06 06 |
| WE 1 Type | 00-09 07 |
| WE Bus | 00-05 05 |
| Gradient | Aan/Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 |
| WE 3 Type | 00-09 01 |
| WE 4 Type | 00-09 00 |
| Type buffer | 00-02 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour |
| HK2 Functie | zie HK1 |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 23 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 7
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMT (Installatieselectie 7)
Verwarmen / koelen, zonnepaneel en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] --> B["A6"]
B --> C["F14"]
C --> D["Valve"]
D --> E["F9"]
E --> F["Binnenmodule"]
F --> G["Valve"]
G --> H["F12"]
H --> I["Tappunten"]
I --> J["KW-inlaat"]
K["Verwarmings-circuit 1"] --> L["A1"]
L --> M["A2"]
M --> N["A4/A5"]
N --> O["A10"]
P["Verwarmingscircuit 2"] --> Q["A2"]
Q --> R["A4/A5"]
R --> S["A10"]
T["Oppervlakte koeling"] --> U["A2"]
U --> V["A4/A5"]
V --> W["A10"]
X["Koelcircuit"] --> Y["A10"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 10s
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 07 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 10
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 10)
Verwarmen of koelen en warmwater, bivalente bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] --> B["A6"]
B --> C["F9"]
C --> D["olle/gas-boiler"]
D --> E["A8"]
E --> F["A8"]
F --> G["Binnenmodule"]
G --> H["A9"]
H --> I["A3"]
I --> J["KPS"]
J --> K["A1"]
K --> L["Verwarmings-circuit 1"]
L --> M["A2"]
M --> N["A4/A5"]
N --> O["A10"]
O --> P["Koelcircuit"]
P --> Q["Tappunten"]
Q --> R["F6"]
R --> S["HPS"]
S --> T["Verswaterstation"]
T --> U["KW-inlaat"]
U --> V["A10"]
V --> W["A2"]
W --> X["A3"]
X --> Y["B7"]
Y --> Z["A8"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 8oes
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | |
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | |
| Terminaladres Aan/Uit Aan | |
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | |
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | |
| BUS-Code 1 00-15 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 02 | |
| Installatie selecteren ---/01-12 | 10 |
| Type regeling | 00-06 06 |
| WE 1 Type | 00-09 07 |
| WE Bus | 00-05 05 |
| Gradient | Aan/Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 |
| WE 3 Type | 00-09 01 |
| WE 4 Type | 00-09 00 |
| Type buffer | 00-02 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour |
| HK2 Functie | zie HK1 |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 02 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 11
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 11)
Verwarmen / zonnepaneel en warmwater, bivalente bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Sun Input"] --> B["Buitenmodule"]
B --> C["A6"]
B --> D["F9"]
D --> E["Binnenmodule"]
E --> F["A8"]
F --> G["Gaswandverwarmings-toesteil"]
G --> H["A3"]
H --> I["MPS"]
I --> J["F6"]
J --> K["Tappunten"]
K --> L["KW-inlaat"]
L --> M["Verswaterstation"]
M --> N["A12"]
N --> O["A4/A5"]
O --> P["F5"]
P --> Q["Verwarmings-circuit 2"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style Q fill:#bbf,stroke:#333
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 9gs
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 11 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 11
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 11) Verwarmen / zonnepaneel en warmwater, bivalente bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Sun Source"] --> B["Buitenmodule"]
B --> C["A6"]
B --> D["F9"]
D --> E["Binnenmodule"]
E --> F["A8"]
F --> G["olie/gas-boiler"]
G --> H["A8"]
H --> I["MPS"]
I --> J["F6"]
J --> K["Tappunten"]
K --> L["KW-inlaat"]
L --> M["Verswaterstation"]
M --> N["A12"]
N --> O["A3"]
O --> P["A8"]
P --> Q["A3"]
Q --> R["A9"]
R --> S["Binnenmodule"]
S --> T["A8"]
T --> U["A3"]
U --> V["Bath"]
V --> W["F14"]
W --> X["Battenmodule"]
X --> Y["A6"]
Y --> Z["F9"]
Z --> AA["Binnenmodule"]
AA --> AB["A8"]
AB --> AC["A3"]
AC --> AD["Bath"]
AD --> AE["F12"]
AE --> AF["A12"]
AF --> AG["A3"]
AG --> AH["Bath"]
AH --> AI["A8"]
AI --> AJ["A3"]
AJ --> AK["Bath"]
AK --> AL["A8"]
AL --> AM["A3"]
AM --> AN["Bath"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 9oes
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 01 | ||
| BUS-Code 2 00-15 02 | ||
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 11 |
| Type regeling | 00-06 06 | |
| WE 1 Type | 00-09 07 | |
| WE Bus | 00-05 05 | |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 | |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | |
| WE 3 Type | 00-09 01 | |
| WE 4 Type | 00-09 00 | |
| Type buffer | 00-02 00 | |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 23 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 12
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 12)
Verwarmen / vastestof en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus

flowchart
graph TD
A["Binnenmodule"] -->|F9| B["A6"]
A -->|A8| C["A9"]
C --> D["F14"]
D --> E["Vastestof-verbrandings-ketel"]
E --> F["A12"]
F --> G["MPS"]
G --> H["F6"]
H --> I["Tappunten"]
I --> J["KW-inlaat"]
J --> K["Verwarming-circuit 2"]
K --> L["F5"]
K --> M["A2"]
K --> N["A4/A5"]
G --> O["A3"]
G --> P["A3"]
G --> Q["A3"]
G --> R["A3"]
G --> S["A3"]
G --> T["A3"]
G --> U["A3"]
G --> V["A3"]
G --> W["A3"]
G --> X["A3"]
G --> Y["A3"]
G --> Z["A3"]
G --> AA["A3"]
G --> AB["A3"]
G --> AC["A3"]
G --> AD["A3"]
G --> AE["A3"]
G --> AF["A3"]
G --> AG["A3"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 9f
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 12 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 | 23 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 7
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 7) Verwarmen / vastestof en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus

flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] -->|A6| B["A10"]
A -->|F9| C["A8"]
C --> D["MPS"]
D --> E["Tappunten"]
E --> F["KW-inlaat"]
F --> G["Verwarming-circuit 2"]
G --> H["KPS"]
H --> I["A10"]
I --> J["A10"]
J --> K["A12"]
K --> L["A10"]
L --> M["A10"]
M --> N["A10"]
N --> O["A10"]
O --> P["A10"]
P --> Q["A10"]
Q --> R["A10"]
R --> S["A10"]
S --> T["A10"]
T --> U["A10"]
U --> V["A10"]
V --> W["A10"]
W --> X["A10"]
X --> Y["A10"]
Y --> Z["A10"]
Z --> AA["A10"]
AA --> AB["A10"]
AB --> AC["A10"]
AC --> AD["A10"]
AD --> AE["A10"]
AE --> AF["A10"]
AF --> AG["A10"]
AG --> AH["A10"]
AH --> AI["A10"]
AI --> AJ["A10"]
AJ --> AK["A10"]
AK --> AL["A10"]
AL --> AM["A10"]
AM --> AN["A10"]
AN --> AO["A10"]
AO --> AP["A10"]
AP --> AQ["A10"]
AQ --> AR["A10"]
AR --> AS["A10"]
AS --> AT["A10"]
AT --> AU["A10"]
AU --> AV["A10"]
AV --> AW["A10"]
AW --> AX["A10"]
AX --> AY["A10"]
AY --> AZ["A10"]
AZ --> BA["A10"]
BA --> BB["A10"]
BB --> BC["A10"]
BC --> BD["A10"]
BD --> BE["A10"]
BE --> BF["A10"]
BF --> BG["A10"]
BG --> BH["A10"]
BH --> BI["A10"]
BI --> BJ["A10"]
BJ --> BK["A10"]
BK --> BL["A10"]
BL --> BM["A10"]
BM --> BN["A10"]
BN --> BO["A10"]
BO --> BP["A10"]
BP --> BQ["A10"]
BQ --> BR["A10"]
BR --> BS["A10"]
BS --> BT["A10"]
BT --> BU["A10"]
BU --> BV["A10"]
BV --> BW["A10"]
BW --> BX["A10"]
BX --> BY["A10"]
BY --> BZ["A10"]
BZ --> CA["A10"]
CA --> CB["A10"]
CB --> CC["A10"]
CC --> CD["A10"]
CD --> CE["A10"]
CE --> CF["A10"]
CF --> CG["A10"]
CG --> CH["A10"]
CH --> CI["A10"]
CI --> CJ["A10"]
CJ --> CK["A10"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 21gs
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 01 | ||
| BUS-Code 2 00-15 02 | ||
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 07 |
| Type regeling | 00-06 06 | |
| WE 1 Type | 00-09 07 | |
| WE Bus | 00-05 05 | |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 | |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | |
| WE 3 Type | 00-09 01 | |
| WE 4 Type | 00-09 00 | |
| Type buffer | 00-02 00 | |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 23 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | 5,0 K |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | 2,0 K |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 6
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 6) Verwarmen, mono-energetische bedrijfsmodus


flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] --> B["A6"]
B --> C["F9"]
C --> D["Binnenmodule"]
D --> E["A8"]
E --> F["KPS"]
F --> G["Verwarmings-circuit 1"]
F --> H["Verwarmings-circuit 2"]
F --> I["Oppervlakte koeling"]
F --> J["Koelcircuit"]
G --> K["A1"]
H --> L["A2"]
I --> M["A4/A5"]
J --> N["A10"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 4
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 | 01 | |
| BUS-Code 2 00-15 | 02 | |
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 06 |
| Type regeling | 00-06 | 06 |
| WE 1 Type | 00-09 | 07 |
| WE Bus | 00-05 | 05 |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 | 08 |
| WE 2 Buffer | 00-03 | 00 |
| WE 3 Type | 00-09 | 01 |
| WE 4 Type | 00-09 | 00 |
| Type buffer | 00-02 | 00 |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 | 18 |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 | 34 |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 | 02 |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie | 00-03 | 02 |
| E2 Functie | 00-03 | 03 |
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
WMZ = Warmtehoeveelheidsmeter
Voorbeeld hydraulisch schema voor installatieselectie 6
Basishydrauliek voor warmte pomp type CMF (Installatieselectie 6) Verwarmen en warmwater, mono-energetische bedrijfsmodus

flowchart
graph TD
A["Buitenmodule"] --> B["A6"]
B --> C["F9"]
C --> D["Binnenmodule"]
D --> E["A8"]
E --> F["A9"]
F --> G["AB"]
G --> H["A3"]
H --> I["MPS"]
I --> J["F6"]
J --> K["F8"]
K --> L["Tappunten"]
L --> M["A12"]
M --> N["KW-inlaat"]
N --> O["Verswaterstation"]
O --> P["Verwarmings-circuit 1"]
O --> Q["Verwarmings-circuit 2"]
P --> R["F5"]
Q --> S["A2"]
Q --> T["A4/A5"]
Deze hydraulische schema dient alleen als een planningstool en is geen vervanging van montage-tekening!
Schema 9
2012-02
Omschrijving Waardebereik Programmering
| BUS - Code BM Uit, 00-15 Uit | ||
| Taal D/GB/F/NL/E/I D (Duits) | ||
| Terminaladres Aan/Uit Aan | ||
| Tijd 0-24 uur Tijd instellen | ||
| Datum Jaar, maand, dag Datum instellen | ||
| BUS-Code 1 00-15 01 | ||
| BUS-Code 2 00-15 02 | ||
| Installatie selecteren | ---/01-12 | 06 |
| Type regeling | 00-06 06 | |
| WE 1 Type | 00-09 07 | |
| WE Bus | 00-05 05 | |
| Gradient | Aan/Uit | Uit |
| WE 2 Type | 00-22 08 | |
| WE 2 Buffer | 00-03 00 | |
| WE 3 Type | 00-09 01 | |
| WE 4 Type | 00-09 00 | |
| Type buffer | 00-02 00 | |
| Koelbedrijf | Uit/Aan Aan | |
| HK1 Functie | Standaard,T-aanv const,zwembad, WW,retour | Standaard |
| HK2 Functie | zie HK1 | Standaard |
Omschrijving Waardebereik Programmering
| Vermogen / Trap | 00-9950 kW | WE 1 Trap 1 = 50WE 3 Stand 1 = 1 |
| ga verder met de toets naast „Einde“ | ||
| MF 1 Functie | 00-37 | 00 = zonder WMZ37 = met WMZ |
| T-MF 1 Richt | -20°C-90°C | (----) = zonder WMZ30°C = met WMZ |
| MF 1 Hyst | 2K-10K | (----) = zonder WMZ5,0 K = met WMZ |
| MF 1 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Functie | 00-36 18 | |
| T-MF 2 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 2 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 2 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Functie | 00-36 34 | |
| T-MF 3 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 3 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 3 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Functie | 00-36 02 | |
| T-MF 4 Richt | -20°C-90°C | (----) |
| MF 4 Hyst | 2K-10K | (----) |
| MF 4 Hyst Uit | 2K-10K | (----) |
| F15 Functie | 00-09 | 07 = zonder WMZ09 = met WMZ |
| E1 Functie 00-03 02 | ||
| E2 Functie 00-03 03 | ||
| Voeler | 1k/5k Sensoren | 5k Sensoren |
Parameterlijst stroomschema regulator


flowchart
graph TD
A["Service"] --> B["Relaistest"]
B --> C["Sensortest"]
C --> D["Software-nummer"]
D --> E["Brander loopt"]
E --> F["Brander starts"]
F --> G["STB-test"]
G --> H["Klantendienst"]
H --> I["Reset gebruiker"]
I --> J["Reset specialist"]
J --> K["Reset tijdprogramma"]
L["Specialist"] --> M["Configuratie"]
M --> N["Warmtegenerator"]
N --> O["Cascade"]
O --> P["Warmtepomp"]
P --> Q["Koelbedrijf"]
R["Specialist (Voortzetting)"] --> S["0-10V I/O"]
S --> T["Dekvloer"]
T --> U["Warmwater"]
U --> V["Vorwarmingscircuit 1"]
V --> W["Vorwarmingscircuit 2"]
W --> X["Zonnepanel / MF"]
Y["Specialist FA"] --> Z["Niet nodig voor deze configuratie"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style L fill:#f9f,stroke:#333
style R fill:#f9f,stroke:#333
style Y fill:#f9f,stroke:#333
Groen beschreven parameters slechts een display bij activering van het niveau „Specialist-HK functie“ Orange beschreven parameters slechts een display in installation met warmtehoeveelheidsmeter
Aansluitschema contacttoewijzing voor warmtepomp CMF/CMT 120/160

flowchart
graph TD
A["Debou-egendeverdling"] --> B["Kitgemblob X3"]
A --> C["Kitgemblob X1"]
A --> D["Kitgemblob X5"]
A --> E["Kitgemblob X3"]
A --> F["Kitgemblob X4"]
A --> G["Kitgemblob X3"]
subgraph Inputs
H["2) Alleen dii ben undergoing zonder warmteoeverdehldstemeter (3) Alleen dii ben undergoing met warmteoeverdehldstemeter"]
end
subgraph Outputs
I["Heal reoening not de technische opbologie van de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaort en de classificaorten"]
J["Power vijgave/sprijd (230 V)"]
K["Toevoer battenmodule"]
L["Toevoer elektrische verwarming"]
M["Toevoer battenmodule"]
N["Toevoer battenmodule"]
O["Toevoer battenmodule"]
P["Toevoer battenmodule"]
Q["Toevoer battenmodule"]
R["Toevoer battenmodule"]
S["Toevoer battenmodule"]
T["Toevoer battenmodule"]
U["Toevoer battenmodule"]
V["Toevoer battenmodule"]
W["Toevoer battenmodule"]
X["Toevoer battenmodule"]
Y["Toevoer battenmodule"]
Z["Toevoer battenmodule"]
end
subgraph Outputs
AA["Contact opener"] --> AB["Contact slutter"] --> AC["Contact opener"] --> AD["Contact slutter"] --> AE["Contact opener"] --> AF["Contact slutter"] --> AG["Contact opener"] --> AH["Contact slutter"] --> AI["Contact opener"] --> AJ["Contact slutter"] --> AK["Contact opener"] --> AL["Contact slutter"] --> AM["Contact opener"] --> AN["Contact slutter"] --> AO["Contact opener"] --> AP["Contact slutter"] --> AQ["Contact opener"] --> AR["Contact slutter"] --> AS["Contact opener"] --> AT["Contact slutter"] --> AU["Contact opener"] --> AV["Contact slutter"] --> AW["Contact opener"] --> AX["Contact slutter"] --> AY["X1.43"]
end
subgraph Outputs
AZ["X1.41"] --> BA["X1.39-N"] --> BB["X1.38-L"] --> BC["X1.37-Pe"] --> BD["X1.36-N"] --> BE["X1.35-L"] --> BF["X1.34-Pe"] --> BG["X1.33-N"] --> BH["X1.32-L"] --> BI["X1.31-Pe"] --> BJ["X1.30-N"] --> BK["X1.29-LABBA"] --> BL["X1.28-LABBA"] --> BM["X1.27-Pe"] --> BN["X1.26-N"] --> BO["X1.25-LABBA"] --> BP["X1.24-LABBA"] --> BQ["X1.23-Pe"] --> BR["X1.22-N"] --> BS["X1.21-L"] --> BT["X1.20-Pe"] --> BU["X1.19-N"] --> BV["X1.18-L"] --> BW["X1.17-L geldier"] --> BX["X1.16-N"] --> BY["X1.15-L open"] --> BZ["X1.14-L-2 WE"] --> CA["X1.13-N"] --> CB["X1.12-L-WP"] --> CC["X1.11-O"]
end
subgraph Outputs
D["X5"] --> E["X5.5-S2"]
end
subgraph Outputs
F["X5.5-S2"] --> G["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
H["X5.5-S2"] --> I["X5"]
end
subgraph Outputs
J["X5.5-S2"] --> K["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
L["X5.5-S2"] --> M["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
N["X5.5-S2"] --> O["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
P["X5.5-S2"] --> Q["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
R["X5.5-S2"] --> S["X5"]
end
subgraph Outputs
T["X5.5-S2"] --> U["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
V["X5.5-S2"] --> W["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
X["X5.5-S2"] --> Y["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
Z["X5.5-S2"] --> AA["X5.5-S3"]
end
subgraph Outputs
AB["X5.5-S2"] --> AC["X5"]
end
subgraph Outputs
AD["X5.5-S2"] --> AE["X5"]
end
subgraph Outputs
AF["X5.5-S2"] --> AG["X5"]
end
subgraph Outputs
AH["X5.5-S2"] --> AI["X5"]
end
subgraph Outputs
AJ["X5.5-S2"] --> AK["X5"]
end
subgraph Outputs
AL["X5.5-S2"] --> AM["X5"]
end
subgraph Outputs
AN["X5.5-S2"] --> AO["X5"]
end
subgraph Outputs
AP["X5.5-S2"] --> AQ["X5"]
end
subgraph Outputs
AR["X5.5-S2"] --> AS["X5"]
end
subgraph Outputs
AT["X5.5-S2"] --> AU["X5"]
end
subgraph Outputs
AV["X5.5-S2"] --> AW["X5"]
end
subgraph Outputs
AX["X5.5-S2"] --> AY["X5"]
end
subgraph Outputs
AZ["X5.5-S2"] --> BA["X5"]
end
subgraph Outputs
BB["X5.5-S2"] --> BC["X5"]
end
subgraph Outputs
BD["X5.5-S2"] --> BE["X5"]
end
subgraph Outputs
BF["X5.5-S2"] --> BG["X5"]
end
subgraph Outputs
BH["X5.5-S2"] --> BHX["S1"]
end
subgraph Outputs
BI["S1"]
end
subgraph Outputs
BJ["S2"]
end
subgraph Outputs
BK["S2"]
end
subgraph Outputs
BL["S2"]
end
subgraph Outputs
BM["S3"]
end
subgraph Outputs
BN["S3"]
end
subgraph Outputs
BO["S3"]
end
subgraph Outputs
BP["S3"]
end
subgraph Outputs
BQ["S2"]
end
subgraph Outputs
BR["S2"]
end
subgraph Outputs
BS["S2"]
end
subgraph Outputs
BT["S2"]
end
subgraph Outputs
BU["S2"]
end
subgraph Outputs
BV["S2"]
end
subgraph Outputs
BW["S2"]
end
subgraph Outputs
BX["S2"]
end
subgraph Outputs
BY["S2"]
end
subgraph Outputs
BZ["S2"]
end
subgraph Outputs
CA["S2"]
end
subgraph Outputs
CB["S2"]
end
subgraph Outputs
CC["S2"]
end
subgraph Outputs
DD["S2"]
end
subgraph Outputs
DE["S2"]
end
subgraph Outputs
DF["S2"]
end
subgraph Outputs
DG["S2"]
end
subgraph Outputs
DH["S2"]
end
subgraph Outputs
DI["S2"]
end
subgraph Outputs
DJ["S2"]
end
subgraph Outputs
DK["S2"]
end
subgraph Outputs
DL["S2"]
end
subgraph Outputs
DV["S2"]
end
subgraph Outputs
DW["S2"]
end
subgraph Outputs
DX["S2"]
end
subgraph Outputs
DXX["S2"]
end
Toewijzing contacten Merlin I/O-printplaat
Aanzicht soldeerkant

Component zijanzicht (inbouwsituatie)

Remko-specifieke contacttoewijzing van de ingangen van de printplaat
| Klem Voeler-nr. Beschrijving Opmerking | |||
| 1 F9 Buitenvoeler | |||
| 2 | F8 | Combi-voeler (gemeenschappelijke aanvoer) Regelsensor verwarmen | Regelsensor verwarmen. Dient volgens het aansluitschema te worden geplaatst! |
| 3 F6 Voeler warmwater | |||
| 4 F5 Aanvoervoeler HK 2 (mengcircuit) | |||
| 5 F3 FBR-2 Analoge afstandsbediening (alleen voor HK1) | |||
| 6 F2 FBR-2 Analoge afstandsbediening (alleen voor HK1) | |||
| 7 F1 Sensor bufferreservoir onder Referentiesensor vastebrandstofketel | |||
| 8 F11 Aanvoervoeler warmtepomp | |||
| 9 F12 Sensor bufferreservoir onder Referentiesensor zonnepaneel of vastebrandstofketel | |||
| 10 F13 niet in gebruik | |||
| 11 F14 Sensor zonnecollector of vastebrandstofketel Pt 1000 | |||
| 12 F15 volumestroomgever Impulsingang | |||
| 13 F17 Retoursensor (regelsensor koelen) | |||
| 14 eBUS + Signaaluitgang 0-10 V Modulatiegraad (richt-vermogen in %) | |||
| 15 | eBus- | Signaaluitgang 0-10 V | Modulatiegraad (richt-vermogen in %) |
| 16 CAN-Bus H | |||
| 17 CAN-Bus L | Databus voor aansluiting op andere warmtepompen managers en / of digitale afstandsbedieningen | ||
| 18 CAN-Bus - | |||
| 19 CAN-Bus + | |||

NOTA BENE
U dient zich aan de elektrische aansluitschema's van de gebruikte warmtepomp te houden. Deze bevinden zich in het bijbehorende installatiehandboek.
Instelling van de DIP-schakelaars (ADR)
DIP-schakelaars 1-4:
De DIP-schakelaars 1-4 dienen voor het instellen van het adres van de regeling. Doorgaans is het standaardadres ingesteld op 01. Zijn er echter meerdere regelingen (warmtepomp-manager) in de installatie (gekoppeld via CANBUS-lus), moet aan elke individuele regeling een eigen adres worden toegewezen. In het betreffende weergave-/bedieningsdeel (BM-T "Terminal") moet dit adres dan worden overgenomen. Maximaal 16 verschillende adressen kunnen worden uitgegeven, d.w.z. gebruik van max. 16 regelingen. De toewijzing van DIP-schakelaarstanden voor het adres van de regeling bevindt zich direct in het aansluitschema "Aanzicht soldeerkant".
DIP-schakelaar 5: niet in gebruik
DIP-schakelaar 6:
DIP-schakelaar 6 dient als BUS-afsluitweerstand. De BUS-afsluitweerstand moet eenmalig ingesteld worden in het bussysteem. DIP-schakelaar 6 --> OFF: De afsluitweerstand wordt niet ingesteld. DIP-schakelaar 6 --> ON: De afsluitweerstand wordt ingesteld.
LED-indicaties
Groene LED knippert;
Groene LED brandt;
Rode LED knippert;
geen BUS- verbinding
BUS -verbinding aanwezig fout
RESET naar fabrieksinstelling
De warmtepomp-manager kan worden gereset naar de fabriekinstelling.
Hiervoor als volgt te werk gaan:
- Spanning UIT
- DIP-schakelaar 1 omschakelen
- Spanning AAN
- DIP-schakelaar 1 terugschakelen
Opmerking: Stap 4 moet
binnen 3 seconden na stap 3
plaatsvinden. Het laden van de
fabrieksinstellingen is succesvol als
tijdens stap 4 de LED's 1 seconde knipperen.
Verhelpen van storingen en service
Algemene opmerkingen bij het zoeken van storingen
Bij storingen van uw installatie dient u eerst te controleren of de regeling en de bijbehorende componenten correct bekabeld zijn.
Sensortest - Voeler
In het niveau „Algemeen/Service/Sensortest“ kunnen alle voelers gecontroleerd worden. Hier moeten alle aangesloten voelers met plausibele meetwaarden verschijnen.
Relaistest alle uitgangen (mixers, pompen, etc. pas na schakelbare ingang van de 4-cijferige code nummer)
In het niveau „Algemeen/Service/Relaistest“ kunnen alle actoren gecontroleerd worden. Via dit niveau kunnen alle relais apart worden geschakeld. Zodoende kan de correcte aansluiting van deze componenten (bijv. draairichting van de menger) eenvoudig gecontroleerd worden.
De apparaten en componenten worden volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op foutloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking volgens de onderstaande lijst. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in!
Functiestoring
| Storing Mogelijke oorzaak | Controle Oplossing | ||
| Bus- en voelerkabels zijn naast elkaar gelegd | Verbindingskabels controleren | Buskabels en voelerkabels moeten fysiek gescheiden van netkabels worden geplaatst | |
| Omgekeerde polen Polen controleren | Polen controleren | ||
| Storing van de communicatie | Te weinig spanning op de BUS-stekker | Spanning controleren | Tussen de klemmen „+“ en „-“ van de BUS-stekker moet tenminste 8V DC binnenkomen [klemmen 18+19]. Als u een lagere spanning meet, moet er een externe voeding geïnstalleerd worden. |
| Pompen gaan niet uit | BedrijfsmodusInstelwaarden veranderd | Controleer de bedrijfsmodus en de instelwaarden | Soort pompschakeling in het Specialistenmenu verwarmingscircuit |
| Pompen gaan niet aan | BedrijfsmodusTijd en verwarmingsprogramma pompschakelingBuitentemperatuur en kamer-richttemperatuur Verwarmingsgrenzen of kamerregeling veranderd | BedrijfsmodusTijd en verwarmingsprogramma pompschakelingBuitentemperatuur en kamer-richttemperatuur Verwarmingsgrenzen of Kamerregeling controleren | Bedrijfsmodus controleren => Standaard.Tijd en verwarmingsprogramma controleren => Verwarmingstijd Pompschakeling controleren => Soort pompschakeling Standaard => Buitentemperatuur > kamerrichttemperatuur? Verwarmingsgrenzen => Buitentemperatuur > geldige verwarmingsgrens? Kamerregeling => Kamertemperatuur > Richttemperatuur + 1K Verder testen d.m.v. de relaistestfunctie van de regeling. |
Foutcodes warmtepompmanager
De in de tabel opgenomen foutcodes kunnen op het display van de warmtepompmanager worden opgeroepen. Zie Regeling ----> Display ----> Installatie ----> Fout. Is een fout met de betreffende code aanwezig, kan door het indrukken van de bijbehorende functietoets een foutscan worden uitgevoerd. Na korte tijd worden de laatste 10 storingen incl. datum en tijd gegeven, m.u.v. foutcodes 54 en 55. Deze worden als terugkerende melding behandeld en niet weergegeven bij de foutscan.
| Melding Beschrijving van de oorzaak/opmerkingen | |
| E 51 Kennisgeving dat het tijd is voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt. | |
| E 54 | Melding “Storing warmtepomp”. De debietregelaar meldt een probleem met de doorstro-ming. Mogelijke oorzaken kunnen zijn: lucht in het systeem, een verstopte vuilvanger of een defect van de laadpomp in de binnenmodule. Als ook het rode controlelampje brandt, is er een probleem met de buitenmodule, dat alleen door de klantendienst kan worden opgelost. |
| E 55 | Melding “EVU-uitgeschakeld”. Kennisgeving dat de energieleverancier tijdelijk is uitgeschakeld. De warmtepomp is uitgeschakeld. De tweede warmtebron wordt naar behoefte ingeschakeld. Een elektrische verwarming moet door de gebruiker via een vrijgaverelais worden geblokkeerd. |
| E 69 Breuk of kortsluiting van voorloop-/aanvoersensor HK2 (mengcircuit). Sensor F5 | |
| E 70 Breuk of kortsluiting voorloop WP. Sensor F11 | |
| E 71 Breuk of kortsluiting sensor buffer onder. Sensor F1(Referentievoeler vastebrandstofketel) | |
| E 75 Breuk of kortsluiting buitensensor. Sensor F9 | |
| E 76 Breuk of kortsluiting warm-watervoeler. Sensor F6 | |
| E 78 Breuk of kortsluiting verzamelsensor. Sensor F8 | |
| E 80 Breuk of kortsluiting FBR-2 Analoge afstandsbediening met kamersensor (voor HK1) | |
| E 81 | EEPROM-fout. De geldende waarde is door de standaardwaarde vervangen. Controleer de parameterwaarden! |
| E 90 Adressen 0 en 1 van de bus. De busadressen 0 en 1 mogen niet tegelijk worden gebruikt. | |
| E 91 Busadres in gebruik. Het ingestelde busadres wordt al door een ander apparaat gebruikt. | |
| E 135 Breuk of kortsluiting sensor F12. Sensor bufferreservoir onder. (Referentievoeler zonnepaneel) | |
| E 137 | Breuk of kortsluiting sensor F14 (PT 1000), voeler zonnepaneel 1 of voeler vastebrandstofke-tel |
| E 140 Breuk of kortsluiting retoursensor (regelsensor koelbedrijf). Sensor F17 | |
| E 200 - E 207 Communicatie warmtegenerator 1 t/m WE 7 | |
| E 220 - E 253 Communicatie BM 0 t/m BM 15 | |
| E 240 Communicatie Manager | |
| E 241 Communicatie met (bepaalde) warmtegeneratoren | |
| E 242 Communicatie menger | |
| E 243 Communicatie zonnecollector | |
Waarden voeler / Karakteristiek
| Temperatuur 5 kOhm sensor (NTC) | Voeler F14 (Pt1000) |
| -60°C 698961 Ohm | |
| -50°C 333908 Ohm | |
| -40°C 167835Ohm | |
| -30°C 88340 Ohm | |
| -20°C 48487 Ohm 922 Ohm | |
| -10°C 27648 Ohm 961 Ohm | |
| -0°C 16325 Ohm 1000 Ohm | |
| 10°C 9952 Ohm 1039 Ohm | |
| 20°C 6247 Ohm 1078 Ohm | |
| 25°C 5000 Ohm | |
| 30°C 4028 Ohm 1118 Ohm | |
| 40°C 2662 Ohm 1155Ohm | |
| 50°C 1801 Ohm 1194 Ohm | |
| 60°C 1244 Ohm 1232Ohm | |
| 70°C 876 Ohm 1270Ohm | |
| 80°C 628 Ohm 1309 Ohm | |
| 90°C 458 Ohm 1347 Ohm | |
| 100°C 339 Ohm 1385 Ohm | |
| 110°C 255 Ohm 1422 Ohm | |
| 120°C 194 Ohm 1460 Ohm |
Technische gegevens
| Voedingsspanning V (DC) 12 - 20 | ||
| Stroomopname mA 25 | ||
| Veiligheidsklasse volgens EN 60529 IP 40 | ||
| Veiligheidsklasse volgens EN 60730 Deel III | ||
| Reserve van de klok uren > 10 | ||
| toegel. omgevingstemp. tijdens bedrijf °C 0 - +50 | ||
| toegel. omgevingstemp. tijdens opslag °C - 20 - +60 | ||
| Toegel. luchtvochtigheid niet condenserend rel.vocht.% 95 | ||
| Vochtsensor | +/-5% relatieve vochtigheid bij 25°C en 60% luchtvochtigheid kamersensor | |
| Tolerantie van de temperatuursensor meetweerstand NTC 5 k | +/-1% bij 25°C of +/- 0,2K bij 25° | |
| Tolerantie van de temperatuursensor Pt 1000 | +/-0,2% bij 0°C | |
| Schakelvermogen van de relaisuitgangen | 2(2) A, 250 V~ | |
| Schakelvermogen van de triac-uitgangen | 1(1) A, 250 V~ |
Notities
REMKO INTERNATIONAL
... en altijd dicht bij u in de buurt! Maak gebruik van onze ervaring en advies

Via onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen.
De verkoop
REMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop.
REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.
SFlbDe servicedienst
Onze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse. Ons omvangrijk netwerk van ervaren speciaalzaken waarborgt u altijd een snelle en betrouwbare service.
REMKO GmbH & Co. KG
Koel- en verwarmingstechniek